Natuurdagboek

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres: tineke [at] natuurfragmenten [dot] nl.
Bij voorbaat dank!

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Herfst 2020

1 december 2020

En zo rollen we de maand december al weer in. Wat is het op deze eerste dag weer een deprimerende grijze toestand buiten. Hoewel het de komende drie weken nog steeds herfst is, noemen we december toch een wintermaand. Door al die grauwe dagen hier komt een mens licht tekort en dat laat zich merken. De lichtintensiteit wordt gemeten in lux. Op een zonnige dag is er een lichtopbrengst tot 50.000 lux. Op een dag als vandaag is dat slechts 1.000 lux. Bij een lichtsterkte van 2.000 of meer worden de hersenen gestimuleerd, hetgeen voor een betere stemming zorgt. Om je goed te voelen zou je gedurende enige uren per dag tot 25.000 lux moeten "binnen krijgen".

Licht komt via de ogen terecht in de pijnappelklier waardoor die de aanmaak van melatonine vermindert. Melatonine maakt namelijk slaperig en we krijgen er te weinig van als we te lang 's avonds op het scherm van de tv of de mobiel kijken. En dan val je soms moeilijk in slaap. Onze tuinegel is nog steeds niet in winterslaap gegaan en rekent nog dagelijks op een maaltje kattenvoer. Ik zou het wel weten!

30 november 2020

De vorst van afgelopen nacht heeft de bloemen die er in de tuin nog waren de nek omgedraaid. Onuitstaanbaar omdat de eerste nachtvorst heel vaak een eenmalig iets is waarna de dagen erna weer zachtere nachttemperaturen hebben. Zinloos geweld, noem ik dat altijd. Bloemen en bladeren bestaan uit moleculen die weer ontstaan uit atomen en tezamen watermoleculen vormen die bij een temperatuur boven 0 almaar om elkaar heen bewegen. Bij vorst kan dat niet meer en vormen de moleculen zich aaneen tot een ijskristal. Bij dit proces zetten de moleculen ook uit en daarvoor is ruimte nodig. Die is er niet in de bloem waardoor de cellen erbinnen kapot breken.

Zomermuggen zijn er nu niet meer, daarvoor is het te koud geworden. De muggen die nu nog wel actief zijn vormen de groep Molestusmuggen. Een daarvan (Culex pipiens molestus) is gevreesd voor het overbrengen van het Westnijlvirus. De mug komt nog niet lang in ons land voor, waarschijnlijk dankzij de klimaatopwarming. Begin oktober werd voor het eerst een Nederlander met dit virus geïnfecteerd; het kan een gevaarlijke ziekte overbrengen. Vogels dragen het virus en de mug brengt het over doordat hij van zieke vogels bloed drinkt en vervolgens mensen kan besmetten door die te steken. Op Muggenradar.nl kun je doorgeven wanneer en waar je de muggen aantreft. Deze mug zat op ons raam, of het de bewuste mug is, weet ik niet, er zijn ook insecten die precies op een mug lijken maar het niet zijn. Uiterlijk is deze molestusmug niet te onderscheiden van de huissteekmug.

Nog nooit zo voeg is onze struikkamperfoelie (Lonicera x fragrantissima) in bloei gekomen. Afgelopen week ontdekte ik de bloempjes tussen het blad, een week eerder dan de vroegst door mij genoteerde bloeidatum. En dat was vorig jaar dat gevolgd werd door een zachte winter. Hij staat bekend als uitstekende drachtplant voor bijen en hommels en normaliter bloeit hij van december tot maart. Helaas zal het stuifmeel van de nu verschenen bloemen verloren gaan want bijen en hommels zijn niet meer te zien nu. Ook is de heerlijke geur van de bloemen bij deze kou niet te ruiken.

28 november 2020

Laatst zei iemand tegen mij: "ik sla steeds meer berichten in de krant over want je wordt er zo treurig van als je alles leest". Daar moest ik vanmorgen aan denken toen ik las over een een Achterhoekse wildhandelaar die zich beklaagde over het feit dat het door de coronaramp maar een schrale boel was in deze handelstak. Deze week had hij slechts 20 hazen aangeboden gekregen door jagers terwijl dat normaliter in deze tijd een paar honderd tot wel duizend hazen per week waren. De hazen werden/worden geschoten in de grensstreek. Stel je nu eens voor hoeveel wildhandelaren er wel niet in ons land zijn en hoeveel hazen in onze polders en weilanden wel niet geschoten worden, dan is het toch geen wonder dat de dieren door jacht en biotoopvernieling recent op de Rode Lijst van kwetsbare en bedreigde diersoorten is beland? Minister Carola Schouten vindt het desalniettemin onnodig om in te grijpen.

Ook konijnen hebben het zwaar in Nederland. Vijanden van hazen en konijnen zijn een paar zeer hardnekkige virussen. In de jaren '50 werden in Frankrijk een paar konijnen met het myxomatosevirus besmet omdat de dieren daar als een plaag werden gezien. Het virus kwam uit Amerika en Europese konijnen vallen er nog steeds periodiek aan ten prooi, ondanks dat er aantallen een groepsimmuniteit hebben ontwikkeld. Een ander virus kwam in '90 uit China, waardoor dieren stierven door inwendige bloedingen. Ook dit virus houdt nog altijd huis onder konijnen. In 2017 werd ook de eerste haas gevonden die aan dit laatste virus bezweken was.

27 november 2020

De bladval is nu wel zo'n beetje aan het einde gekomen, hier en daar zit er nog wat aan de bomen maar het meeste ligt al op de bodem. Ik vind het een fascinerend proces om te volgen hoe elke boom z'n eigen manier heeft om het blad af te breken.

Terwijl het ene blad schittert in zijn eindvorm, ziet het andere er egaal gekleurd uit. Het hangt allemaal af van de kleurpigmenten die er in zitten: rood (anthocyaan), geel (xanthofyl) en oranje (caroteen).

Gedurende het groeiseizoen vindt in alle blad van loofbomen het proces van fotosynthese plaats. Fotosynthese is een biochemisch proces waarbij een deel van het licht als energiebron wordt gebruikt om kooldioxide/CO² en water als grondstoffen om te zetten in glucose. Bladgroenkorrels zijn belangrijk voor de fotosynthese. In de bladgroenkorrels wordt namelijk het zonlicht opgevangen en grotendeels verwerkt. Herfstblad van de Moeraseik is een feest van kleuren.

De suikers/glucose zitten vol energie en worden gebruikt als brandstof voor groei. Als er minder licht komt in de herfst en de temperatuur gaat dalen, stopt de fotosynthese en volgt de bladverkleuring. Het is het eerste teken van de naderende bladval. Wordt het te koud dan komt de sapstroom tot stilstand en groeit de boom niet meer. Zou die zijn blad behouden dan zou hij het dus niet meer kunnen voeden.

Beetje bij beetje wordt het bladgroen teruggetrokken in de stam van de boom. Dit wordt weer gebruikt bij de aanleg van het nieuwe blad dat in het voorjaar verschijnt. De afgevallen bladeren worden door bacterien en allerlei micro organismen verwerkt tot waardevolle humus voor de bodem.

23 november 2020

Het is nu de tijd om uit te kijken naar wintervlinders. Tijdens de mistige dagen in oktober en november kruipen de eerste vlinders uit de strooisellaag onder bomen, waar ze net ontpopt zijn. De vlinders vedragen temperaturen die een dagvlinder niet zou overleven, zelfs tot 9 graden onder nul. Eten doen ze niet, alle benodigde energie voor een leventje van hooguit een week hebben ze als rups in hun lichaam opgeslagen. Net voldoende om zich te kunnen voortplanten. Het tijdstip van de hoofdvlucht verschilt van streek tot streek en is afhankelijk van het weer. Vooral in gebieden met eiken zijn ze veelvuldig te zien. Foto: Grote wintervlinder (Erannis defoliaria).

Het vrouwtje verbruikt alle energie voor de paring en het leggen van twee- tot driehonderd eitjes. Vliegen kan ze niet, ze kruipt tegen een boomstam op en zendt een geurstof/feromoon uit om een mannetje te lokken. Eikenbomen zijn favoriet maar andere bomen worden ook wel gebruikt om eitjes op te leggen. Die kunnen een temperatuur tot min 20° verdragen en komen uit in het vroege voorjaar als het de eerste malse blad verschijnt. De rupsjes zijn belangrijk voedsel voor de jongen van de mezen. De wintervlinders hebben veel te lijden van milieu- en lichtvervuiling. Met name het vele licht dat overal schijnt gedurende de nacht, verstoort hun leefpatroon. Foto: Kleine wintervlinder (Operophtera brumata).

Tot een jaar of drie geleden kon ik deze vlinders vinden in het bos als ze overdag zaten te rusten op de schaduwkant van de boomstammen. Als hun tijd voorbij was, vond ik soms een heleboel vleugeltjes op de bosbodem als teken van hun voorbije bestaan. Na een berichtje van een vriendin die meldde dat ze in een eikenlaan wel honderd kleine wintervlinders had gezien, ben ik maar het bos weer ingedoken. Ik heb er helaas niet één gevonden. De foto's zijn uit eerdere jaren.

21 november 2020

Nog ruim een week en dan leven we alweer in december. Tegenwoordig is het niet ongewoon dat er nog geen nachtvorsten zijn en er planten zijn die nog bloeien. Het tere roze van onze nu bloeiende Azalea past toch meer in de lente, vind ik.

Op zonnige dagen zie je nog wel wat insecten vliegen maar het wordt steeds minder. Op deze appel die versmaad wordt door de merels, ontwikkelt zich schimmel, enkele vliegjes vinden hem nog lekker. Vorig jaar zag ik voor het eerst dat de merels de appels niet meer aanraakten. Net zoals ze geen wormen uit de grasmat haalden. Daar de mereljongen ook dit jaar opgroeiden in een hete en droge periode, waarin de wormen diep in de bodem zaten, hebben ze dat gedrag misschien ook niet geleerd. Maar dat een lekker appeltje er niet meer in gaat is voor mij een raadsel!

Eindelijk verschijnen er weer wat merels in de tuin en op de voertafel. Het is wel overduidelijk dat ze er veel minder zijn nadat het usutuvirus een slachting onder deze vogels aanrichtte. De merel die zich zo vertrouwd gedroeg en al kwam aanvliegen als ik naar buiten kwam, is er blijkbaar niet meer. Jammer, hij at nog net niet uit mijn hand. Deze merelvrouw vliegt meteen weg maar komt naderhand de rozijnen halen die ik voor haar neerleg. Dat er een rozijn niet meteen werd doorgeslikt, kwam doordat die gespietst werd aan haar snavel.

De esdoornbladeren vind ik echte herfstjuwelen. Of ze nu rood zijn of geel. Ze hebben een mooie vorm en zijn leuk om te drogen. Vroeger deed ik dat in het telefoonboek maar dat valt niet meer door de brievenbus. Alles komt en gaat weer voorbij.

Deze herfst ben ik een proef begonnen met het mulchen van mijn volkstuin met herfstblad. Grond die leeg en kaal blijft liggen gaat er niet op vooruit. Regen en wind hebben vrij spel, voedingsstoffen spoelen weg en de bodem wordt hard. Zeker in de moestuin is dat niet goed. Dus heb ik zakken vol berken- en robiniablad verzameld in de straat en die in een flinke laag op de lege bedden uitgespreid. Vervolgens heb ik die weer bedekt met takken van een vlinderstruik die verwaarloosd was en wel twee meter hoog geworden was. Zo kan het blad niet wegwaaien. Als het goed is heb ik in de lente een mooie losse bodem, is een deel van het blad verteerd en kan ik dat onder harken als humus. Wat nog over is doe ik in vuilniszakken en laat het verder composteren. Geschikte bladeren zijn die van appel, linde, wilg, vlier, robinia, hazelaar es en populier. Ongeschikt is het blad van beuk, eik, plataan, paardenkastanje. Vooral eikenblad is slecht, het verzuurt de bodem.

17 november 2020

Koperwieken, lijsters en merels zijn al weken bezig de bessen te verorberen uit de hulst van mijn buurman. Die heeft wel eens overwogen de hoog opgroeiende struik te verwijderen vanwege het afgevallen zeer scherpe blad dat in de herfst opgeruimd moet worden. Maar gelukkig liet hij zich overhalen dat niet te doen en geniet hij nu ook van de grote groep koperwieken die in en uit de struik vliegen.

De camera moest een flinke afstand overbruggen en het viel niet mee vanuit huis de vogels bij dit grijze weer op de plaat te krijgen. Elke winter komt de Koperwiek (Turdus iliacus), bij rustig weer en heldere lucht, vanuit Scandinavië met tienduizenden afzakken naar ons land. In ons land maken ze een tussenstop en plunderen ze onze besdragende stuiken. Ik denk niet dat daar iemand bezwaar tegen heeft, het is immers een prachtig herfstfenomeen.

Koperwieken vliegen vaak samen met groepen kramsvogels en ze worden nogal eens door elkaar gehaald. De Kramsvogel (Turdus pilaris) is een slag groter dan de Merel maar alle drie behoren die tot de lijsterfamilie. In de hulst van mijn buurman zaten alleen koperwieken, heel herkenbaar aan hun contactroep die bestaat uit een ééntonig geluid.

Kramsvogels komen uit het zuiden van Zweden en het noorden van Rusland. De grootste kans ze in je tuin te zien is 's winters, wanneer er sneeuw of ijs ligt. Behalve bessen lusten ze namelijk heel graag peer of appel, dus mochten we nog een echte winter krijgen, dan kun je ze daarmee lokken.

Het is alweer een tijd geleden dat er zo'n echte winter was. Bij die gelegenheid lukte het zelfs om de Kramsvogel op de voerplank te krijgen. Dat was wel een hoogtepuntje in de tuin! Als alle bessen op zijn zakken koperwieken en kramsvogels verder af naar het zuiden op zoek naar nieuwe voedselvoorraden.

15 november 2020

De lucht is grijs en buiten hoor ik de merel zingen. Hoor ik dat echt goed? Ik zet het raam open en inderdaad, een merelman zingt alsof het zomer is. Hij laat zich bedotten door het veel te warme weer. De radio meldt dat het nog nooit voorgekomen is: vanaf 1 april tot nu toe is er geen enkele dag geweest onder de 10 graden en ook nu weer is het heel zacht. Maar die donkere lucht, de dreigende regen, opeens krijg ik zin nog even naar buiten te lopen om te zien wat er nog bloeit in de tuin. Ik fotografeer allereerst maar even een mini winterviooltje met een imponerende kleur blauw.

De Bellenplant (Fuchsia) die opgroeide uit een wilde stek die iemand van mijn tuinclub meebracht uit Schotland, doet het fantastisch. Ik verplantte hem aan het begin van de herfst naar een ander plekje in de tuin en deed wat Vivimus (aanrader!) in het plantgat, waardoor hij heel snel aansloeg en rijk begon te bloeien. En het gaat maar door, geweldige plant!

Ook de Stinkende gouwe (Chelidonium majus)geeft nog bloemen. Op het oog lijkt het een kruisbloemige maar de plant behoort tot de papaverfamilie en dat verraadt hij door z'n 20 meeldraden. Kruisbloemigen hebben er slechts 6. Vroeger werd het oranjegele sap uit de stelen gebruikt om stof mee te verven. Ook kon je dat sap op je wratten smeren waarna die na een poosje zouden verdwijnen.

Het begint langzaam te regenen, grote druppels vallen beurtelings omlaag en blijven liggen op de blaadjes van de roze Sleutelbloem (Primula). Als de vorst gaat komen zullen de frisse blaadjes en de voorbarige bloempjes helemaal verdwijnen en in het voorjaar moet de plant gewoon opnieuw beginnen.

Het Moederkruid (Tanacetum parthenium)had ik gisteren al gefotografeerd toen ik zag dat er nog een paar wantsjes (Berkensmalsnuit - Kleidocerys resedae) op zaten. Moederkruid is een sterke bloeier die doorgaat tot de vorst er een stokje voor steekt. De plant bloeit in het voorjaar, zaait zich uit en daaruit komen hetzelfde jaar alweer nieuwe planten.

In mijn geadopteerde gemeenteperkje annex insectenparadijsje bloeit nog enthousiast de Duizendknoop (Persicaria amplexicaulis). Doordat ik een grote groep bijeen gezet heb, ziet dat er vrolijk uit. Het mag dan half november zijn, het voelt beslist niet zo en dat is heerlijk. Maar we gaan langzamerhand toe naar wat normalere temperaturen en wie weet, komen dan ook de nachtvorsten die aan dit alles abrupt een eind maken.

12 november 2020

Even een snel tussendoortje: 16.45. Vlug op de fiets om nog op tijd een kaart te posten. Ik zie deze lucht, het weer weet niet wat het wil, droog, nat, het wisselt in een rap tempo. De wolken krijgen er de kriebels van, sluiten zich aaneen, gaan weer opzij voor een sprankje zon en zo gaat het maar door. Hetgeen weer heel kort een mooie, dramatische lucht oplevert.

11 november 2020

Zolang het bos nog niet kaal is, ga ik er dagelijks even op uit. Bovendien is midden op de dag de temperatuur nog aangenaam. Daar ik moeite heb met kou en kleurloze natuur, houd ik me voor dat ik van elke aardige dag moet profiteren om het komende seizoen gevoelsmatig korter te maken. Tegen mijn familieleden zeg ik wel eens gekscherend dat ik net een plant ben die uit tropische oorden komt en eigenlijk in dit klimaat niet thuis hoor.

Zo kwam ik langs een opgestapelde hoeveelheid kaphout en op een van die stukken stam zag ik iets dat ik niet herkende. Een houtbedrijf hielp me aan een verklaring: de golvende lijnen in de beukenstam zijn demarcatiezones. Wanneer een boom aangevallen wordt door schimmels die via de stam binnen dringeen, verweert de boom zich door een barricade op te werpen, een soort verdediging tegen schimmels met het doel deze te stoppen. En elke keer past de boom zo'n zone aan wanneer dat nodig is, waardoor die golfjes ontstaan.

Al snel in de middag begint de zon te dalen en ontstaan er in het vochtige bos lichtbundels die ook wel zonneharpen genoemd worden, en die door open ruimtes in het bladerdak op de bodem schijnen. Jakobsladder is nog een naam van dit verschijnsel die verwijst naar de bijbel waar in het boek Genesis staat hoe Jakob een droom had waarin hij een ladder zag die van de hemel tot de aarde reikte en waarlangs engelen afdaalden en opstegen. Toen hij wakker werd trok hij de conclusie dat dit de poort naar de hemel moest zijn. De stralenbundels zijn hier nogal vaag waaraan je al kunt zien dat er nevel aankomt.

Voor je het weet voltrekt zich een metamorfose in het bos en wordt het kil en grijs door de nevel die razendsnel optrekt. En dan is het bos opeens geen aangenaam oord meer. Dus snel maar weer huiswaarts gekeerd.

9 november 2020

Het paddenstoelenseizoen lijkt al grotendeels voorbij in het bos. Vorig jaar verbaasde ik me erover dat ik nauwelijks exemplaren van de Gele aardappelbovist (Scleroderma citrinum) zag maar dit jaar zag ik er niet één! Deze zwam behoort tot de meest algemeen voorkomende soorten. Een paar dagen geleden zag ik tijdens mijn zoveelste bosrondje warempel toch nog drie stuks van deze soort staan. Ik vind het bizar dat ze er niet of nauwelijks meer zijn dit jaar.

Hetzelfde geldt voor de Witte kluifzwam (Helvella crispa) die meestal hier en daar langs de bospaden groeit. Ze zijn niet veelvuldig te zien maar elk jaar is het toch wel ergens raak. Dit is de enige die ik deze herfst gevonden heb, een merkwaardige zwam met een holle steel die wel wat op een bot lijkt en daarom genaamd werd als kluifzwam.

De Vliegenzwam die iedereen wel kent, was overal aanwezig maar niet in grote groepen, zoals vaak voorkomt. Wat me al snel opviel was dat ze er zo gaaf bij stonden. Dat kan alleen maar duiden op de afwezigheid van o.a. naaktslakken, insecten en kevers. En inderdaad, de grote oranje naaktslakken die in het bos altijd heel veel te zien waren, kropen er dit jaar heel veel minder. Zij zijn degenen die de zwammen meteen te lijf gaan, net als de mestkevers die ook al sinds meerdere jaren langzaam maar zeker in aantallen afnemen. Natuurlijk is de plek waar ik regelmatig loop beperkt en kan het elders anders zijn. Ik vind het echter onrustbarende tekenen. Verdroging, verzuring en vermesting zijn de grote boosdoeners in de natuur.

De Nevelzwam (Clitocybe nebularis) is er deze herfst laat bij en, net als de Amethist- of rodekoolzwammen zien ze er maar magertjes uit. Nevelzwammen vallen pas op als ze mooi uitgroeien en van die golvende, zwierige hoeden krijgen. De soort vormt vaak heksenkringen en dat was ook hier het geval.

Paddenstoelen vormen in het bos een belangrijke functie als afbrekers van naalden, bladeren en hout, dat omgevormd wordt tot organisch materiaal dat de voedselkringloop aanvult. Ze zijn ook van belang voor sommige bomen waarmee ze een symbiose vormen. Als kringlopen verstoord raken, heeft dat altijd gevolgen. Zie het maar als een rij dominosteentjes waarvan de eerste begint te vallen. Het zijn waarschuwingen dat het niet goed gaat

Al die zwammen tezamen verrichten misschien wel de meest belangrijke klus in een bos en die is indrukwekkend als je soms ziet hoe een heel leger zwammetjes een dode boomstronk te lijf gaat.

6 november 2020

Eindelijk gisteren weer eens een mooie zonsondergang na een zonovergoten dag. Ik kan er geen genoeg van krijgen, elke keer is het weer een fantastisch schouwspel, die naar roze, oranje of rood verkleurende wolken. Je moet er in deze tijd van het jaar wel snel bijzijn, de foto werd genomen om 17.15 uur.

In welk tuinboek of op welke website je kijkt, overal lees je dat de Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) vanaf december in bloei komt. Maar ook deze heester verschuift de bloei naar een eerder tijdstip onder invloed van het opwarmende klimaat. Het is vreemd om deze soort te benoemen als "een van de vroegst bloeiende heesters in ons land", je zou hem beter als laatsteling kunnen bestempelen. Van oorsprong komt hij uit China.

De zeer schrandere Kauw (Coloeus monedula) is er als de kippen bij als er in tuinen weer gevoerd gaat worden. Veel mensen hebben een hekel aan deze vogel, noemen hem brutaal en vinden hem ongewenst. Ik vind hem geweldig, vooral als je je bewust bent van het feit dat de vogel super intelligent is, een hoog ontwikkeld sociaal leven heeft, er een aandoenlijk romantisch leven op nahoudt. Deze zat vanmorgen op de pergola, ik wed dat hij een soort verkenner is, even goed rond loeren of er al voedsel te vinden is.

Tot mijn grote verrassing werd ik verrast met een bos gladiolen, een van de vernieuwende soorten van ontwikkelbedrijf Challagladiolen, dat al vele prijzen in de wacht sleepte met hun noviteiten. Verbazingwekkend dat de bollen zo laat in het jaar nog bloemen produceren, maar het zijn nu wel de laatste. Dit is een middelgrote soort met een prachtige, pittige kleur. Heerlijk, nog even zo'n stukje zomer in huis, gladiolen zijn immers echte zomerbloemen.

Nog even terug naar de Dovenetel die in werkelijkheid een Gespleten hennepnetel (Galeopsis bifida) blijkt te zijn. "Hennepnetel dankt zijn naam aan de bouw, die aan een Dovenetel doet denken en omdat de jonge plant opkomt als Hennep en omdat een blad lijkt op één enkel blaadje van het samengestelde blad van Hennep" zo staat de plant te boek. Mijn conclusie was dus te snel getrokken.

4 november 2020

Op weg naar het bos genoot ik van de geel gekleurde velden met Witte of gele mosterd (Sinapis alba). Er zijn meerdere soorten mosterd maar deze wordt gebruikt als groenbemester. De zaden ontkiemen snel en groeien hard, binnen korte tijd staat de boel in bloei. Na de eerste nachtvorsten is het al gedaan met de planten, de resten kunnen blijven liggen of later worden ondergespit waardoor de bodemstructuur verbeterd wordt.

Gele mosterd behoort, tot de kruisbloemigen. Zo'n bloeiend veld in de herfst is een prachtig gezicht.

In het bos zijn nog nauwelijks bloeiende planten te vinden. Maar de Dovenetel houdt het aardig vol. Bij lagere temperatuur blijven de bloemen gesloten waardoor de planten nauwelijks opvallen langs de wandelpaden.

Op een gevelde boom groeide dit plakkaat van de Oranje aderzwam (Phlebia radiata). Die vind ik doorgaans niet zo geweldig om te zien maar de vorm van deze korstzwam vond ik wel aardig.

Groeit de korstzwam nog wat door dan komt hij er zo uit te zien. Ik denk niet dat er veel mensen stil zullen staan bij deze verschijning. Toch is het wel leuk om er eens wat vaker een blik op te slaan, er zijn zoveel zwammen die niet op een steel staan of een hoed hebben. En al die variëteit in de natuur maakt het dan toch weer interessant.

Dit Groen kaardertje, kwam recent al eens voorbij toen ik het fotografeerde in een web dat op ons raam was gemaakt. Daar is het spinnetje niet meer te zien maar het hier gefotografeerde exemplaar bleek te zitten tussen takjes boekweit die ik naar binnen had gehaald om de zaadjes er uit te halen. Zo op het oog lijkt het egaal groen, pas op een foto zie je dat de spin een patroon op het lichaam heeft.

Per mail kreeg ik een vraag hoe het verder was gegaan met de egel in onze tuin die zijn slaapplekje onder de (inmiddels gerooide) klimop had gezocht. Welnu, het gaat zoals ik gehoopt had, de egel ligt nu dagelijks te slapen in het egelhok dat ik gekocht had. Ik heb hem er met kattenbrokjes heen gelokt en 's ochtends zag ik hem lekker tussen het hooi liggen te knorren. Elke nacht haalt hij zijn neergezette maaltje op in de speciale plastic voerdoos (zie website egelbescherming), de ene keer wat egelvoer, dan weer kattenbrokjes of kattenvoer uit een pakje. Zelfs een hard gekookt eitje heb ik hem al een keer gegeven. Mocht hij straks in winterslaap gaan, dan verkeert hij tenminste in topconditie.

1 november 2020

Terwijl ik gistermiddag tussen de planten van mijn geadopteerde stukje gemeentegrond (nu insectenplantsoentje) zat te wroeten kwam er opeens een laat citroenvlindertje voorbij. Na een rondvlucht over de planten vond hij het blijkbaar toch te koud en dook tussen de bladeren van een koekoeksbloem. Zou dit de laatste vlucht van het seizoen zijn? Deze vlinder overwintert hangend tussen de vegetatie en is als eerste in het voorjaar weer te zien. Ik snap nooit dat deze tere wezentjes de winter kunnen overleven.

Wat zijn de verkleurde esdoorns toch prachtig nu. Gewoon jammer dat het blad maar zo kort aan de struik blijft hangen. Met de windkracht van komende nacht is dat misschien morgen wel verdwenen. Wat ik overigens niet hoop want al die esdoornsoorten fleuren het straatbeeld zo geweldig op dat iedereen er wel naar moet kijken, zo lijkt me tenminste.

Een paar merels hebben onze Lijsterbes bijna geheel beroofd van haar rode bessen. En ik zie dat in de overvolle Hulst van mijn buurman de koperwieken en lijsters af en aan vliegen om de bessen eraf te plukken. Maar waarom laten de vogels de vuurdoorns dan toch met rust. Die hangen nog boordevol bessen waar ze geen oog voor lijken te hebben.

31 oktober 2020

Van tijd tot tijd horen wij op de late avond vanuit het bos luide knallen en dan weten we dat er weer een zwijn naar de eeuwige jachtvelden geschoten is. Er zijn er veel te veel, zo is de opvatting maar het jaarlijkse doelgetal voor afschot wordt nooit gehaald. Door corona hebben de jagers dit voorjaar veel te weinig dieren afgeknald en werden ze aangespoord om wat steviger aan de slag te gaan voordat eikels en beukennootjes zouden vallen want dan zou er zoveel voedsel zijn dat de dieren dieper in het bos zouden verdwijnen. In Brabant hebben jagers een nieuw middel ingezet om zwijnen te pakken te krijgen: een grote vangkooi waarin voedsel wordt gelegd. De jager kan via een app op zijn telefoon de kooi laten dichtklappen.

Dit jaar zouden er 6.000 zwijnen moeten worden afgeschoten; dat is tenminste de bedoeling.De focus ligt altijd op biggen, overlopers en zeugen. Oudere varkens, de zg. keilers blijven meestal buiten schot. Overlopers zijn zwijnen tot 2 jaar oud, en soms zijn sommige dan al zwanger. Na hun tweede jaar kunnen de zwijnen al deelnemen aan de bronst. Nu het klimaat zo verandert begint de mast veel eerder dan vroeger en de zwijnen krijgen het daardoor moeilijker in de winter omdat ze verhoudingsgewijs zo lang moeten wachten op het nieuwe voedsel in het voorjaar.

De provincie Utrecht heeft besloten dat in de hele provincie zwanen mogen worden afgeschoten omdat ze schade veroorzaken van de graslanden. Aangezien de zwaan een door de wet beschermde vogel is, moet de provincie daarvoor een ontheffing verlenen. Natuurlijk wordt er flink geprotesteerd! Nu het vogelgriepvirus als eerste de knobbelzwanen heeft getroffen, zullen de populaties waarschijnlijk een flinke klap krijgen.

Er wordt heel wat gejaagd momenteel. Om er een paar te noemen: haas, fazant, wilde duif en poldergans zijn de klos (terwijl het niet eens goed gaat met het aantal hazen)

Hoewel het aantal wilde eenden door nog raadselachtige oorzaak behoorlijk achteruit gaat, staat ook deze op de jachtkalender. De een geniet, de ander schiet. Je kunt je er beter niet teveel in verdiepen want dan wordt je heel treurig van dit alles...

30 oktober 2020

Wat triest dat er alweer vogelgriep is uitgebroken en er weer meer dan 35.000 kippen "geruimd" werden , wie weet hoeveel er nog zullen volgen. Heet gaat om "vleeskuikenouderdieren" zo staat in een persbericht. Beide woorden zijn nogal verhullend, de werkelijkheid is dat de vogels massaal gedood worden. In de landen om ons heen komt deze zeer besmettelijke variant van vogelgriep niet voor dus kan de schuld niet gegeven worden aan de Russische watervogels want die blijken nog niet aan de trek te zijn begonnen. Tot nu toe is het raadselachtig waarom het virus (tot nu toe) alleen in ons land voorkomt. Besmette knobbelzwanen en andere vogels werden al op meerdere plekken in het land aangetroffen. Zeer deprimerend!

Het bos is weer bedekt met een tapijt van bladeren en dat is prachtig om te zien. En niet alleen dat, al dat blad zal weer vergaan en de humuslaag aanvullen. Precies om dezelfde reden waarom wij een humuslaag van compost aanbrengen op onze tuinborders. In zo'n laag leven ontelbare kleine beestjes die allemaal hun eigen functie hebben in de kringloop van het bos.

Fotomomentje op weg naar mijn volkstuin die op de grens van het bos ligt. Een mooiere plek om je groenten en bloemen te kweken kun je je niet wensen.

Gezocht en gevonden: het Amethist- of Rodekoolzwammetje (Laccaria amethystea dat te boek staat als algemeen in naald- en loofbossen. Ik twijfel wel eens aan die algemeenheid want elk jaar moet ik ze echt opzoeken en ik vindt ze met moeite. Ze zijn laat dit jaar, en piepklein, alsof het mycelium de grootste moeite had ze te produceren na de zomerse droogte.

Maar in het aangrenzende bos van Middachten vond ik er een die een stuk groter en daardoor mooier was. De hoed van deze zwam kan zwierig en golvend uitgroeien. Het is mijn favoriete zwammetje.

Geen wonder dat we in het bos van Hof te Dieren geen of nauwelijks wild zien, denk ik altijd. Na het kappen en snoeien worden hier de takken op lange stapels langs de paden gelegd. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit bewust gedaan wordt om het wild dwars te zitten: geen wild, dan ook geen schade.

29 oktober 2020

Vandaag werd door de tuinman een stuk klimop van de huismuur verwijderd, het begon me een beetje te benauwen, al die klimop rondom mij. De wortels zijn blijven zitten voor het geval dat ik spijt krijg...! De tuinman riep me op een moment naar buiten, hij had een egel aangetroffen die onder de klimop een slaapplek had gevonden. En ik maar denken dat het beest in het nieuwe, luxe egelhuis sliep. Ik heb hem meteen berouwvol bedekt met een hoop bladeren en een dakje aangebracht. De egel werd door alle gedoe niet eens wakker. Misschien heb je er wel meer, opperde de tuinman, maar dat leek me stug. Toch maar even gekeken in het egelhuis: hij was er wel geweest, dat zag ik aan de strootjes die in de toegang lagen, maar hij had er niet in geslapen. Ik hoop toch dat hij dat alsnog gaat doen.

Mijn vorstgevoelige planten moeten zo langzamerhand maar eens naar het buitenkasje verhuizen, al lijkt het eerder alsof het voorjaar weer aanbreekt. Alles loopt opnieuw uit, bloeit soms nog en ziet er niet uit of het daarmee wil stoppen. Maar je weet het nooit en bovendien wordt alles in potten kletsnat door al die regen. Knautia zaait zich bij ons niet uit, daarom probeer ik ze altijd met succes over te houden. Ik vind de witte echt prachtig!

Een dezer dagen vond ik in het bos deze knalgele buisjeszwam maar een naam heb ik er niet bij. Van een paddenstoelenkenner kreeg ik eens te horen dat je nooit een zwam een naam kunt geven voor je hem van alle kanten hebt bekeken, opgelet hebt waar hij stond, geknepen hebt in zijn hoed om te zien of hij verkleurt, dat soort dingen. In dit stadium kan dat niet dus de naam blijf ik schuldig. Mooi is hij in elk geval.

Op een al behoorlijk vergaan stukje beukenhout trof ik de beginselen van een Geweizwam (Xylaria hypoxylon) aan. Het valt me steeds meer op dat er allerlei, altijd algemeen voorkomende soorten, deze herfst niet te vinden zijn. Nu kan dat in andere gebieden best anders zijn natuurlijk, maar toch... Ik heb nog geen stinkzwam gevonden, geen kluifzwam, slechts een paar nevelzwammen, weinig russula's en geen enkele aardappelbovist. Met laatstgenoemde moet het wel slecht gaan; vorige herfst waren er al weinig maar dit jaar niet één! En dit was het eerste en enige geweizwammetje.

Porseleinzwammen groeien, net al vliegenzwammen, nog volop. Overal zie je ze staan, meestal verflenst door de regen maar in volle pracht als het weer even een tijdje droog is gebleven en er weer nieuwe zijn. Ze groeien vaak op dode bomen en dan kun je ze zo mooi van onderop fotograferen, ze zijn dan het meest fotogeniek en kan ik niet nalaten ze te kieken.

26 oktober 2020

Vanuit huis kan ik een stukje bos van de Oost-Veluwe zien, en vanuit mijn bed zie ik hoe prachtig dat verkleurt. Wie wil genieten van de herfstkleuren moet nu snel zijn want voor je het weet is alle pracht en praal alweer verdwenen.

Als je nu langzamerhand begint met het voeren van vogels raken ze er al vast aan gewend. Doe je dat pas wanneer het gaat winteren, dan hebben ze allang andere tuinen ontdekt. Tijdens mijn online zoektocht naar een winterverblijf voor onze tuinegel, kwam ik iets tegen over nigerzaad. Ik had er nooit van gehoord. Nigerzaad is een van de weinige vogelzaden met een goede calcium/fosfor verhouding en wordt door de meeste vogels graag gegeten. Nigerzaad is bijzonder vetrijk en is dan ook een energierijk voer voor de vogels in uw tuin, las ik. Vooral vinken zijn er dol op, en wie weet lok ik met dat zaad dan weer de Goudvink, dacht ik. Het zaad is afkomstig van de distelachte plant Guizotia abyssinica en wordt in Ethiopie geteeld, voornamelijk als vogelvoer. Daar de mezen tegenwoordig lijden aan kalkgebrek, lijkt me dit zaad een goede optie voor op de voertafel.

Het valt me ook dit jaar weer op dat de Vuurdoorns overal nog boordevol bessen zitten. Hoe anders was dat voordat een virusziekte onder de merels heel veel slachtoffers eiste. Er zijn aanmerkelijk minder merels tegenwoordig, in de tuin zijn ze nauwelijks te zien en te hopen valt dat de populaties in de komende jaren weer flink gaan groeien.

Wanneer de kou in deze tijd van het jaar wegblijft, zijn er altijd de nodige planten die nog steeds bloemen produceren. In het voorjaar gezaaide Cosmea is inmiddels in de tuin al een week of wat geleden ten onder gegaan aan de grillen van het seizoen. Maar een zaadje dat in het voorjaar blijkbaar ergens terecht was gekomen, heeft zich nu ontwikkeld tot een forse plant die de een na de andere bloem tevoorschijn tovert en dat vind ik toch wel opmerkelijk aan het eind van oktober.

25 oktober 2020

Een naamgenootje en mede-natuurliefhebster stuurde mij de volgende twee foto's toe van een prachtig fenomeen: Trentepohlia umbrina . Groenalgen of groenwieren bevatten bladgroen (chlorophyl) dat ook voorkomt in alle groene planten. Maar het is niet de enige kleurstof die een plant of alg kan kleuren en dat zien we goed in deze tijd van het jaar. Caroteen is de kleurstof die onder andere beuken en esdoorns zo fraai rood kleurt. Een rode beuk heeft zoveel caroteen in het blad dat de groene kleur van het chlorophyl wordt overheerst. Hetzelfde is het geval in de Trentepohlia, waarvan een van de soorten hier te zien is. De aanwezigheid van Trentepohlia betekent luchtvervuiling, een te hoge hoeveelheid stikstof in het milieu. Dat deze roodgekleurde groene algen steeds meer voorkomen, is dus veelbetekenend.

Op de gladde stammen van beuken komt het het vaakst voor, soms zelfs ook op gevels. Eigenlijk ook wel bijzonder want van oorsprong is dit een tropische alg. Dat we hem hier regelmatig kunnen aantreffen, heeft dus een tweede reden: de opwarming van ons klimaat. Trentepohlia kom je regelmatig tegen als je wat meer let op boomstammen, maar dit is wel een geweldig mooi voorbeeld!

Tijdens wandelingen door het herfstbos wordt er meestal gefocussed op de reguliere paddenstoelen maar het is leuk om ook eens te kijken naar de korstzwammen die op het dode hout zitten. Ik volgde recent de ontwikkeling van "gele vegen" op een een oude, gevelde beuk, genaamd Gele korstzwam (Stereum hirsutum).

Toen ik dit eens van dichterbij bekeek, zag ik hoe deze zwam zich ontwikkelde en dat was toch ook heel fraai om te zien.

Wat later in de tijd keek ik opnieuw naar de stam en zag toen dat er weer een nieuw stadium in de ontwikkeling van de korstzwam was gekomen. Hij begon al wat te lijken op de volwassen vorm van de vruchtlichamen.

En dit is dan de Gele korstzwam hoe die uiteindelijk wordt. Overal in het bos liggen takken of opgestapelde gevelde stammen en die worden volop gekoloniseerd door deze zwam. Het is toch leuk als je dit soort dingen weet? Je loopt gewoon met andere ogen door het bos, of welke natuur dan ook. Zien is interesse wekken en onderzoek maakt je wijzer. Zo blijft de natuur altijd even spannend.

24 oktober 2020

Het jaar is druk bezig de grenzen aan te geven tussen herfst en winter. Opeens zijn de bomen in een snel tempo begonnen hun kleurenpalet bij te werken. De rij van Amerikaanse eik langs de volkstuin tovert haar blad om naar imponerend rood. Maar het groen gaat niet verloren, dat wordt opgeslagen in de takken van de boom om in het komend voorjaar weer gebruikt te worden. Over kringloop en efficiëntie gesproken!

Ze waren eerder hoorbaar dan zichtbaar, de puttertjes die op de volkstuin de uitgebloeide zonnebloemen af struinden op zoek naar zaden die er niet waren. De lange, droge en snoeihete weken van afgelopen zomer hebben veel schade veroorzaakt. Allerlei planten zetten geen zaad doordat ze veel te laat in bloei kwamen. Jammer voor de diverse vogels die de energierijke zonnepitten graag eten. Bijna altijd heb ik de camera bij me, dit keer liet ik hem thuis: frustratie! De foto maakte ik van een Putter in de eigen tuin.

Ik probeerde nog wat pitten te vinden om op een gereserveerd plaatsje van bestemming in mijn volkstuin uit te zaaien, maar de restanten van de bloemen begonnen al te schimmelen vanwege het vochtige weer, en waren overwegend niet uitontwikkeld.

De boerenkoolliefhebbers mogen niet klagen dit jaar, ik zie op diverse perceeltjes in de volkstuin dat ze er zeer florissant bijstaan. Dankzij de regenbuien die hun achterstand snel hebben ingehaald.

Of je nu in het bos loopt of over de straat, overal zijn vliegenzwammen te zien. Opvallend wel dat er zoveel daarvan puntgaaf zijn. Je zou bijna gaan denken dat er minder slakken moeten zijn, want meestal kost het moeite om nog een onaangetaste paddenstoel te vinden. Als ik echter afga op het geklaag deze zomer van mijn tuinclubmaatjes, was het bar en boos met de slakken in hun tuinen.

22 oktober 2020

Vanmorgen werden we weer even met de neus op de feiten gedrukt: gisteren zat hij nog in het blad, maar de krachtige windvlagen van de afgelopen avond hadden grondig hun werk gedaan, onze Krent was kaal! Dat betekent weer een half jaar wachten tot kleur en fleur weer terugkomen. Pfffff..

Het was niet volgens plan maar de lenteachtige temperatuur lokte me ook vandaag het bos weer in. Op een moment kwam ik langs een stapel gevelde beukenstammen en zag dat een daarvan behoorlijk hol was. Maar binnen die holte vloog een Atalanta wanhopig rond maar kon niet naar buiten te komen, tegengehouden door spinnenweb. Dat heb ik maar snel weggehaald waarna de vlinder opgelucht (denk ik) het bos in fladderde. Toen ik hem nakeek landde er een Winterkoning op de stam. Twee seconden bleef hij zitten en vloog weer weg. Zulke schattige vogeltjes om van dichtbij te zien.

Tussen alle blad dat al gevallen is viel mijn oog op een groepje Stoere koraalzwam (Ramaria decurrens) en dat was leuk want ik had die soort al jaren niet meer gezien. Geen wonder ook, hij staat op de Rode lijst als "gevoelig".

Nog een leuke zwam: de Koningsmantel (Tricholomopsis rutilans), een fraaie violette paddenstoel met gele plaatjes. Het gebeurt meestal niet dat je zwammen die je het ene jaar ergens vindt, ook het volgende jaar weer op diezelfde plek aantreft. Maar de Koningsmantel zag ik nu al voor het derde jaar, maar wel nu aan de andere kant van het bospad.

Onderweg naar huis kwam ik langs een tuin waar nog een Passiebloem te zien was. Goh, zo'n tropische plant op 22 oktober, wie durft nog te beweren dat klimaatverandering een sprookje is!

21 oktober 2020

Het bos heeft het maar druk met al die wisselende omstandigheden: grijze luchten waaruit soms bakken vol regen vallen, vreemde, wisselende temperaturen die in het seizoen niet passen en wind, zoals vandaag die de bomen een handje helpt om het blad los te laten.

Als je het bosgebied Hof te Dieren doorsteekt, stuit je op de Lange Juffer, een bij racefietsers populair fietspad dat ooit door de Oranjes werd aangelegd ten behoeve van de jachtstoeten die vanuit Dieren naar het jachthuis in de Imbos gingen. Aan beide kanten van het pad is de aarde diep omgewoeld door zwijnen. De beuken langs het pad hebben dit jaar geen nootjes geproduceerd; lokaal kan dat gebeuren ondanks het feit dat het dit jaar op de Veluwe over het algemeen een heel goed mastjaar is.

Door alle gevallen regen van de afgelopen tijd zijn de planten van het Vingerhoedskruid enorm gegroeid. Ze zijn tweejarig, het ene jaar groeien, het jaar daarop bloeien. Iedere zomer is het weer een feest in het bos als al die planten in bloei komen.

Natuurlijke bossen kennen wij in Nederland niet meer. Alles is aangeplant en meestal in rechte rijen. Soms zijn de lanen breed, soms ook heel smal. De dikke, oude beukenstammen staan er als wachters langs het pad.

Na een tijd slenterend en rondneuzend kom ik weer langs een plek waar een geliefd huisdier werd begraven. Hoeveel van die naamloze plekken zouden er niet zijn in zo'n bos waar veel mensen wandelen. En wat zou hier liggen, een zeer betreurde kat, een kleine hond, cavia of konijn....

Op weg naar huis laat ik de Lange Juffer achter me en ga de laan in waar twee hoge beukenbomen als wachters voor de ingang staan. Een prachtig gezicht!

17 oktober 2020

Wat een heerlijke dag voor een herfstbeurt van de tuin. Ik doe het voor het eerst van mijn leven omdat ik het een en ander wil veranderen en het najaar beter is dan het voorjaar omdat de bodem nog relatief warm is en de planten beter aanslaan. Ik zocht vandaag naar de zaden van de Ipomea "Heavenly blue" maar er zit niets in. De Ipomea is dit jaar veel te laat gaan bloeien, zit zelfs nog steeds vol knoppen maar die zullen niet meer uitkomen.

Voor de Ipomea "Morning glory" geldt hetzelfde: heel erg laat in bloei gekomen maar die heeft wel nog veel zaad geproduceerd. Ik verzamel wat om in het voorjaar weer te kunnen zaaien. Dat de laatste winter zo zacht is geweest, was te merken, de jonge plantjes van deze soort kwamen zelfs tussen de stenen op.

Dit is de veel kleinere bloem van de Ipomea "Quamoclit", die het echt heel slecht gedaan heeft dit jaar. Maar ik heb toch een paar zaadjes kunnen plukken. Het zaad van deze planten is heel makkelijk te krijgen via de zaadhandel en duur is het ook niet. De planten zijn echt een aanrader voor een tuin met zon en klimgelegenheid. De bloemen zijn fraai en de bloei gaat tot ver in de herfst door. Een aanrader dus!

15 oktober 2020

Wat een gure dag vandaag! Fietsend op weg naar mijn volkstuin was ik blij een warme winterjas aan te hebben. Vanachter de bosrand kon je de ganzen horen naderen. Ze vlogen heel hoog in de lucht en ik kon niet zien welke het waren. Ooit vertelde iemand mij dat de kou dichterbij kwam als de ganzen op grote hoogte vlogen maar of het waar is weet ik niet.

Op de volkstuin stond het, zoals ieder najaar, weer vol met de gele Helianthus "Atrorubens", een hoge, woekerende soort maar met prachtige bloemen. Elk jaar trek ik ze na de bloei uit de grond maar het jaar daarop zijn ze gewoon naar een naburig stukje gekropen. Maar weer een mooie bos mee naar huis genomen.

De oogst is nu wel binnen, op een paar bieten na die nog in de grond staan. Het Komkommerkruid weet altijd wel ergens nog een plekje te bemachtigen. De plant geeft prachtige blauwe bloemen die heel leuk zijn als versiering in een salade.

Warempel stond er ook nog een jonge plant van het Jakobskruiskruid in bloei. Dit jaar waren er geen rupsen op de planten, dus ook niet de mooie vlindertjes. Het is trouwens een slecht vlinderjaar geweest, hebben de tellingen uitgewezen. Opnieuw zijn er soorten bijna verdwenen. Als individu kun je alleen maar zoveel mogelijk vlinderlokkende planten zetten en hopen dat het volgend jaar weer beter zal zijn.

Lampionplanten willen elk jaar op een vers stuk grond staan. Daarom kun je ze ook niet in een pot kweken. Ze woekeren behoorlijk door de grond met hun witte uitlopers maar je kunt ze makkelijk in toom houden door die een halt toe te roepen. In deze tijd zitten er mooie vruchten aan, verpakt in een schitterend omhulsel. Ik neem ze mee naar huis en bewaar ze voor de decembermaand. Dan zet ik ze in een vaas met een paar grote takken die ik vol hang met de oranje lampionnetjes die ik stuk voor stuk aan een snoer met kleine lichtjes prik die langs de takken worden gedrapeerd. Een uitstekend alternatief voor een kerstboom en heel sfeervol.

Weer thuis zag ik dat in onze tuin een bloem was gekomen in de Anemoon "White swan", die heeft zuiver witte bloemblaadjes met een contrasterend fel geel hartje. Maar het geheim is de lila kleur aan de achterkant van de bloem. Je moet wel even het steeltje wat buigen om dat te zien. Zo laat in het jaar heeft hij nog niet eerder gebloeid, het is een toevalstreffer. Maar zolang er nog bloemen zijn, is de winter nog niet gearriveerd....., gelukkig!

13 oktober 2020

Vanmiddag de laatste hand aan mijn volkstuin gelegd, nog even een stukje opgeschoond. En daar was hij weer, de makke roodborst. Hij hipte rondom mijn voeten, sprong op de hark, ging zitten op de riek en loerde naar regenwormen die door mijn gewoel in de bodem bovengronds waren gekomen, om ze gretig naar binnen te werken. Zo schattig, dit argeloze en onbevreesde gedrag van zo'n vogeltje.

Er zijn heel veel roodborsten in ons land als ik af ga op al dat gezang om me heen. Maar het lijkt ook een beetje op oorlog. Als de roodborstjes uit het noorden met vele naar ons toekomen, slaan de vrouwtjes en jongen van onze vogels als het ware op de vlucht naar het zuiden. Een deel van de mannen volgt als het gaat winteren, maar een ander deel blijft stand houden en levert felle gevechten met de indringers om de territoria en het schijnt dat er heel wat doden vallen onder dit vogelvolkje. Roodborstjes zijn niet zo lief als ze er uitzien.

Alhoewel er nog steeds genoeg blad aan de bomen zit en daardoor ook genoeg insecten nog zijn te vinden, zijn er inmiddels al heel wat vogels uit het land vertrokken en andere weer binnengekomen om hier de winter door te brengen. Het verloopt allemaal in stilte maar opeens begint het op te vallen. Ons mussenvolkje is wel gesteld op de voedselvoorziening door de mensen en daarom heb ik de tafel maar weer voor ze gedekt. Nog wat terughoudend om ze niet te lui te maken, maar ook heel leuk om het weer te zien.

12 oktober 2020

Vanmorgen beleefde ik een geluksmomentje in mijn volkstuin. Ik was aan het wieden en werkte de riek door de grond toen ik opeens van dichtbij een roodborstje hoorde zingen. Ik ging rechtop staan om te zien wie dat deed en stond oog in oog stond met het zangertje op de rozenboog. De afstand tussen de roodborst en mij was krap een meter. En de vogel begon te zingen, wel 2 minuten lang voor hij weg vloog. Van heel dichtbij kon ik het zien en nog nooit eerder heb ik van zo dichtbij een vogel horen zingen. Het was prachtig, ik kreeg er een euforisch gevoel van. Er volgde nog een toegift: na een paar minuten zat de roodborst wederom op hetzelfde plekje, en zong, en zong en zong...

Griezelmomentje van gisteren. Vanaf het voorjaar tot ver in de zomer hebben wij last gehad van motjes die naar binnen vlogen door de open deur of de ramen. Ze zaten vooral op zolder waar bijna altijd een raam op een kier staat, maar ook beneden waar tijdens al die prachtige dagen ook de boel wijd open stond. Toen ik uitzocht wat het voor mot was, bleek het de zeer gevreesde Indische meelmot (Plodia interpunctella) te zijn. Ook wel voorraad- of voedselmot genoemd. Ze kunnen in het hele huis voorkomen en zijn niet altijd direct bij voedsel, zo las ik. Ze lusten praktisch alles, vreten zich door verpakkingen heen en maken spinsels in de voorraad meel, macaroni of wat dan ook. Werkelijk ieder doosje en zakje heb ik nagezocht, en herhaaldelijk, maar er was geen spoor van hun aanwezigheid te vinden.

Nu niet gaan griezelen maar gewoon doorlezen!! Afgelopen week kocht ik een kunststof voorraadbox waarbij apart het deksel moest worden aangeschaft. Tot gebruik zette ik hem in een kast, met het deksel erop. Afgelopen weekend pakte ik hem om hem in gebruik te gaan nemen en zag met afgrijzen hoe hij helemaal vol zat met maden. Ik begreep er niets van, er zat niets in, hij kwam zo uit de winkel, dus hoe kon dit? Het is en blijft een raadsel. Ik heb de doos buiten op de vogeltafel neergezet waar een Koolmees zijn buikje met de maden vol at.

Maar nu komt het: de hele doos was vanbinnen bedekt met een heel dun vlies, alsof hij zorgvuldig gevoerd was. Daar wilde ik natuurlijk meer van weten en ben te rade gegaan bij de mensen van Waarneming.nl Het blijkt dat die rupsen voortdurend al kruipend draden spinnen, op zoek naar plekken waar ze zich kunnen verpoppen. Omdat ze niet uit de doos konden komen doordat het deksel er op zat, bleven ze maar lopen, wie weet hoe lang, misschien wel dagen, ik weet het niet. En zo ontstond die prachtige heel fijne voering van spinsel in de doos, het leek op folie. Als je zoiets ziet, en je weet hoe het komt, kun je toch niet anders dan met grote bewondering constateren wat een geweldige klus dit voor de arme rupsen (want dat waren het natuurlijk) moet zijn geweest. Alleen weet ik nu nog steeds niet hoe ik die motjes in de toekomst zou kunnen weren uit huis. Ik heb ze al wekenlang niet meer gezien.

11 oktober 2020

De roos is natuurlijk een fantastische bloem, gepaard aan liefde en romantiek. Maar in feite is het een robuuste plant die vanaf de zomer onverstoorbaar doorgaat met bloeien. Wind, regen, niets kan haar deren, behalve dat haar schoonheid erdoor wordt aangetast. Ze houdt het vol tot de vorst er een eind aan maakt en eigenlijk zou deze bloem meer symbool moeten staan voor het vòlhouden van de liefde en de romantiek!

Zwammen zijn vruchtlichamen, zoals appels, peren en bessen, voortkomend uit de bodem waar het wortelgestel zit. Alleen is dat bij zwammen net wat anders, die hebben geen wortels zoals planten.

In de bodem zit een zwamvlok, het mycelium. Het bestaat uit celstructuren die zich als een ketting aaneen rijgen tot lange schimmeldraden die hyfen heten en samen een mycelium vormen. Afhankelijk van de soort zwam kan zo'n mycelium na weken of maanden, zelfs soms na jaren paddenstoelen voortbrengen. Omdat het meestal niet heel diep groeit, zoals plantenwortels, is het geen wonder dat na lange droge zomers het mycelium verdroogt. Het kan wortelen in de strooisellaag, op takken maar ook in stammen waar het een boom vanbinnen kan verwoesten

Terwijl ik op de computer bezig was, vloog er iets vlak over mijn hoofd en het klonk als een drone, maar dan met aanzienlijk minder decibellen. Het bleek een Grauwe schildwants te zijn, een soort die een stinkende vloeistof kan afscheiden als hij zich bedreigd voelt. Daarom heb ik hem met zachte dwang weer naar buiten gestuurd. Hij overwintert als volwassen vorm en komt graag in huis, waar je hem dus wel eens kunt aantreffen.

9 oktober 2020

Zolang er geen nachtvorsten zijn, blijft de Dagkoekoeksbloem (Silene dioica) bloeien. Altijd fijn als er wat vrolijke kleuren in de natuur te zien blijven.

Overal op kleine dode takjes vind je in het bos wel het Waaiertje (Schizophyllum commune). Dit is de onderkant en die is het mooist. Het zwammetje kan bij koud en droog weer verschrompelen en zich weer uitvouwen als het vochtig wordt. Het behoort tot de meest voorkomende op de wereld. Er is eens ontdekt dat per vierkante meter op aarde wel 18 zwamsporen van deze soort te vinden waren en in zeer incidentele gevallen werden sporen ingeademd door een mens die ermee geïnfecteerd werd in de longen. Wij hoeven ons daar niet druk over te maken, bekijk het maar gewoon en bewonder het.

Een aardig paddenstoeltje is ook het Roze elfenschermpje (Mycena pura var. rosea) , het groeit in de strooisellaag van vooral beukenbossen. Alleen in ons land komen er wel honderd verschillende mycena's voor. Sierlijke, kleine zwammetjes.

Je zou dit beestje al snel verslijten voor een rupsje maar dat is het niet. Het is de larve van een bladwesp: achter de borstpoten een aaneengesloten rij pootjes, een gebogen achterlijfspunt en een ronde kop. Al hebben enkele vlinderrupsen ook zo'n rond koppie. Ik vond de larve in het bos op een beukenstam.

8 oktober 2020

Waarom valt al die regen niet wat meer verspreid over de weken, dacht ik bij de aanblik van al dat hemelwater dat omlaag viel. Vandaag wordt het "binnenblijfdag". Gelukkig kon ik er gisteren op uit, in het bos wordt het weer wat spannender met al die zwamfiguren die je er nu tegenkomt. In een zijpaadje van het bos zag ik een mevrouw die haar hondje stond te kammen. Ze voelde zich duidelijk schuldig toen ik zag hoe het bospad vol plukken haar van het poezelige hondje lag, stopte het beest in een mandje en fietste snel weg. Ik pakte een mooie pluk haar op en deed het thuis in een zakje om volgend voorjaar op te hangen voor de mezen die er graag een nestje mee stofferen.

De Grote sponszwam (Sparassis crispa)ziet er uit als een krop krulsla op mijn volkstuin. Hij is eetbaar en schijn naar anijs te smaken. Ik pluk ze nooit, laat ze liever staan zodat ook anderen er van kunnen genieten. De zwam is extreem gevoelig voor vocht en het was puur toeval dat ik nog zo'n gaaf exemplaar aantrof, tot dan zag ik alleen maar zielige restgevallen.

De Grote parasolzwam (Macrolepioto procera) is ook een flinke jongen! Hij kan een hoogte van zo'n 40 cm bereiken en wel 25 tot 30 cm breed worden; in dit vochtige weer lukt dat prima. Op en langs een paardenwei groeide deze soort massaal en ik ben maar even het private toegangspad opgelopen om er een paar te fotograferen.

Nog even terug naar mevrouw Mestaaskever van 5 oktober. Een oplettend insectenspecialist wees me op het feit dat dit toch echt een meneer M. was. Toen ik alle foto's die ik van dit insect maakte nog eens nauwkeurig bekeek, ontdekte ik inderdaad een "hoorntje" op de kever. Die zat in zijn nek, en daar had ik dat niet verwacht. Dus alsnog: het was een mannetje.

5 oktober 2020

Mensenmozes, wat is het een deprimerend weer! Grauw, grijs, nat, miezerig weer. Ik kijk naar de vogels en zie dat ze zich er geen fluit van aantrekken. Toch ben ik weer begonnen met voeren, ook al hoeft het nog niet. De eerste pot pindakaas hangt nu weer onder de rozenboog. Dat is een uitgelezen plekje want de kraaien en kauwen hebben hem daar niet in de gaten. Na de uitbundige bloei zag de klimroos er kaal en treurig uit maar inmiddels heeft hij weer heel veel nieuwe twijgen gemaakt. En die onttrekken de pindakaaspot aan het zicht van de grotere, zwart gevederde vogels.

Tijdens mijn wandeling door het bos, een dag of wat geleden, zag ik dat de vliegenzwammen op allerlei plekken te zien waren. Tot nu toe zijn het wat algemeen voorkomende soorten die ik zie, ik hoop telkens op wat mooie slijmzwammen. Die zijn er in allerlei vormen en kleuren. Of het gaat lukken zullen we nog zien.

Het is alweer een tijd geleden dat ik herten in het bos ontdekte. Zwijnen heb ik al veel langer niet meer gezien, die houden zich blijkbaar liever elders op. Dat wil zeggen: overdag, want sporen van deze dieren zijn er wel te zien. Zo zag ik op een met gras begroeid pad dat er plaggen waren omgewoeld. Op een daarvan kropen bosmestkevers in en over de plag. Wat ze er zochten zag ik niet maar het moet toch poep zijn geweest. Opeens zag ik ook kleine bruine kevertjes tussen de mestkevers rondscharrelen: de Aasmestkever (onthophagus coenobita). Er is nauwelijks informatie te vinden over dit kevertje, maar het leeft voornamelijk op mest van koeien, varkens, paarden, kippen en mensen. Die laatsten moeten dan wel hun uitwerpselen in het bos hebben achtergelaten. De mannelijke aasmestkever heeft een hoorntje op de kop dat het vrouwtje mist. Van maart tot oktober heb je de kans dit leuke kevertje te zien.

Omdat ik de kever wat beter wilde bekijken, nam ik er een in mijn hand. Daar dacht zij zelf anders over en wilde niet voor de lens blijven zitten. Dus spreidde mevrouw kever haar vleugels en vloog weg. Net op tijd afgedrukt dus!

4 oktober 2020

Hoewel ik graag buiten ben, had ik daar met mijn verkouden hoofd even geen zin in. Dat nam echter niet weg dat er ook vanachter het glas genoeg natuur te beleven was. Vergeleken met andere jaren zijn er enorm veel spinnenwebben langs de ruiten. Ik zag er een van een fors formaat met wijd uiteen lopende spaken, maar de overige bleken toch de normale webben van de kruisspindames die zich bol en vol eten om binnenkort heel veel eitjes te produceren.

Vanmorgen zag ik echter iets merkwaardigs op een van de ruiten. Daar heb ik in de zomer om vogelbotsingen te voorkomen, kleine van folie geknipte zwaluwen geplakt en op een daarvan had een spinnetje een web vast gemaakt. Ik heb dit nooit eerder op onze ruiten gezien. Die ruiten zien er trouwens abominabel uit nadat de glazenwasser nog niet eens zo lang geleden langs was geweest. Maar de wind en de regen zijn spelbrekers die het glas er doen uitzien alsof hier iemand woont die niet weet wat ramen wassen is.

Het rommelige, pluizige webje zat te hoog op de ruit om het goed te kunnen fotograferen; ik moest er voor op een bankje gaan staan en de camera hoog houden. Maar ik kon nu op de foto zien dat het om een groen spinnetje ging. De spinnendame had midden in het web een stevig centrum gemaakt waar ze veilig voor de buitenwacht onder kon blijven zitten tot een prooi haar uit haar schuilplekje lokte. Ik zag toen ook dat het om het Groen kaardertje (Nigma walckenaeri) ging, een kleine spin van nog geen halve centimeter groot.

Ik had zo graag een mooie scherpe foto kunnen maken maar dat lukte helaas niet. Dit kleine spinnetje is heel algemeen maar je ziet het niet vaak omdat het zo'n mooie camouflagekleur heeft en op groene bladeren leeft van onder andere Klimop. Vreemd dus dat deze spin het glas uitzocht om een web op te bouwen. Alleen de vrouwtjes maken, zoals alle web bouwende spinnen, een web en ze hangen er altijd ondersteboven in. Ik las dat het nog kleinere mannetje een kant en klaar spermapakketje naar het vrouwtje brengt en vervolgens een poosje bij haar blijft wonen. Toch nog wat liefde in de spinnenwereld, waar het er meestal nogal wreed aan toegaat.

1 oktober 2020

Wat een naargeestig weer vandaag, al blijken mensen daar veel meer last van te hebben dan vogels. Het lijkt ze niet te deren, het regenwater rolt gewoon vlot van hun vleugels. De bloemen die er nog zijn hangen er treurig bij maar de bessen aan diverse struiken hangen uitnodigend te pronken met hun vormen en kleuren. Een week of wat geleden hingen de vruchten van de Kardinaalshoed er nog gesloten bij. Dan zijn ze wat lichter van kleur en hun zaden blijven nog even verborgen tot ze rijp zijn.

In deze tijd zijn de mooi gevormde bessen opengesprongen en laten hun opvallende zaden zien. Daar zijn de vogels dol op en ik wacht met spanning op de Zwartkop die er altijd als de kippen bij is als het zover is. De Kardinaalsmuts, of -hoed, (Euonymus europaea) heeft bessen die giftig zijn voor de mens, niet voor vogels. Helaas is de struik ook waardplant voor de Stippelmot die elk jaar met zijn spinsels vol jonge rupsen de hele boel kaal vreet. Al komt dat later in het jaar wel weer goed.

De Gelderse roos (Viburnum opulus) hangt vol met glanzend rode kraaltjes waar de vogels aanvankelijk niet happig op zijn. Ze smaken bitter en zuur maar zodra de vorst erover is gegaan worden ze eetbaar voor vogels. Met veel geluk zou er een Pestvogel op af kunnen komen.

De Meidoorn (Crataegus monogyna) is prachtig als hij bloeit, de bessen kun je gebruiken voor jam en de vogels eten ze graag. Maar als er genoeg voedsel is in de vrije natuur vallen ze massaal op de bodem. Zouden muizen en andere beestjes er dan van eten? Ik weet het antwoord niet.

De Vuurdoorn (Pyracanthus) zie je in veel tuinen en dit jaar zitten ze weer boordevol bessen. Het ene jaar verdwijnen die als sneeuw voor de zon in de merelmaagjes en andere jaren blijven ze heel lang aan de struiken hangen. Dan is er genoeg ander voedsel te vinden. Het hoeft niet altijd zo te zijn dat het een slecht teken is als er niet gulzig van gegeten wordt. Hoe vreemd het ook lijkt, de Vuurdoorn behoort tot de rozenfamilie, wat je ook kunt zien aan de gemene doorns die op de takken zitten. Maar die zijn weer in het voordeel van vogels die hun nesten bouwen in de struiken. De Vuurdoorn is inheems in het zuiden van Europa, bij ons zijn er vele cultivars in allerlei kleuren uit ontstaan.

29 september 2020

Even maar weer het bos in om te kijken of er al wat meer paddenstoelen verschenen waren. De eerste die ik tegenkwam waren enige porseleinzwammen. De Porseleinzwam (Oudemansiella mucida) is een vernieler van de Beuk en daarom ook gevreesd. Hij tast altijd beuken aan die al enigszins verwond zijn geraakt, door boswerkzaamheden bijvoorbeeld of afgebroken takken. Of het hout nog op de boom of al op de bosbodem ligt, maakt niets uit, het wordt al snel bezet door groepjes van deze soort. De zwammen zijn bijzonder fotogeniek maar in combinatie met regen worden ze al snel lelijk.

Vorige herfst vond ik geen rupsenhuidjes van de Meriansborstel. Eerdere jaren was dat altijd het geval en soms raapte ik ze op op er een paar bij elkaar te leggen voor een plaatje. Zoals hier. Als een rups gaat verpoppen, stroopt hij het laatste velletje van zijn oude verschijningsvorm af, en dat zijn dus deze.

Ik had al een flink eind gewandeld en geen rups van de Meriansborstel (Calliteara pudibunda)gezien. Tot mijn aandacht getrokken werd door het geel van de slijmzwam Heksenboter. Toen ik daar naar toe liep, zag ik een rups over de stam van een beuk kruipen, op zoek naar een plekje onder de schors waar hij rustig kon gaan verpoppen. De volwassen nachtvlinder leeft zo kort, dat hij niet eens monddelen heeft, en alleen maar bedoeld is om zich voort te planten. Hetgeen ik toch altijd weer een droevig feit vindt.

In het bos vliegen volop langpootmuggen, ook in tuinen zie je ze nu steeds. De vrouwtjes leggen hun eitjes in de bodem en als dat in de eigen tuin gebeurt, kan het voorkomen dat in het voorjaar de hele grasmat los komt te liggen doordat de larven/emelten van de muggen de wortels van het gras opvreten. Het zijn toch vreemde insecten met die rare lange poten waar ze meer last dan lol van lijken te hebben.

De mooie felgekleurde koraalzwammetjes kun je in een bos niet missen, het zijn echte aandachtstrekkers. En met recht, lijkt me. De Gouden koraalzwam (Ramaria aurea) is een kleine maar fijne soort. De vertakkingen zijn klein en hebben twee of drie uitstulpinkjes. De zwammetjes groeien op dood naaldhout.

27 september 2020

Menigeen te snel korten de dagen richting kerst, de herten burlen alweer op de Veluwe, de meeste trekvogels zijn al op reis gegaan, blad valt en herfstkleuren beginnen te verschijnen. Het zal niemand ontgaan dat het herfst is, ook al zou je geen kalender hebben om te zien welke datum het is.

Afgelopen week zag ik nog een Fitis in de tuin. Rusteloos fladderde die tussen de klimop, op zoek naar vliegjes, rupsjes, kevertjes, mugjes en ander klein grut. De laatste dagen hoor ik zijn klaaglijk klinkende geluidjes niet meer. Zolang het nog niet koud is blijven deze vogels het nog uitstellen om naar hun warme winterverblijven te trekken. Andere gaan tegen september al op reis.

Sinds twee dagen hoor ik van 's ochtends tot 's avonds het weldadige, parelende liedje van de Roodborst. Het moet een noorderling zijn die naar ons land is afgezakt om de winter door te brengen terwijl een deel van onze roodborstjes juist het land verlaten.

De merels bezoeken volop de Lijsterbes om de vruchten te eten. Even leek het erop dat de door de langdurige droogte de bessen zouden verdrogen maar de regen kwam net op tijd om ze daarvoor te behoeden. Onze Lijsterbes hebben we nooit zelf geplant, die kregen we cadeau van een vogel die pitjes uitpoepte.

26 september 2020

Eindelijk liet de egel zich zien die ik de hele zomer al in de tuin hoorde scharrelen tussen de klimop. Dat hij overdag op zoek was naar voedsel, was wel wat vreemd. Het zou te maken kunnen hebben met de droge aarde, weggekropen slakken die het bij dat langdurige vochtgebrek tijdelijk voor gezien hielden, pieren die diep in de grond zaten en dat alles tezamen voor enig voedselgebrek zorgde. Omdat ik hem al hoorde aankomen had ik snel wat kattenbrokjes neergelegd, waarvan de egel meteen begon te eten. Dit was dus een aantal dagen geleden maar elke dag komt hij sindsdien een klein schoteltje voer halen. Misschien moet ik dan nu de cadeaubonnen die ik voor mijn verjaardag kreeg maar besteden aan een solide hok waarin de egel tegen november aan zijn winterslaap kan gaan beginnen.

Ook dan nog maar even terug naar afgelopen week toen ik een tweede keer met de camera naar het bloemenveld fietste, waar ik eerder over schreef. Het was zo leuk om te zien hoeveel insecten zo'n veld trekt, en in hoeveel bloemharten die rond kropen tussen de volle meeldraden. Deze zweefvlieg was helemaal overdekt door het witte stuifmeel van de Lavatera.

Dahlia's zijn weer helemaal "hot" tegenwoordig, er zijn zoveel mooie nieuwe soorten dat je er hebberig van wordt. Vlinders, (zweef)vliegen, bijen (al dan niet wild) en hommels, de dahlia is een geweldige insectentrekker. Volgend jaar ga ik er een heel stel op mijn volkstuin zetten.

Het was dus een waar genoegen op dat veld en in de tuin te kunnen rondlummelen met de camera in de aanslag. Als je dan bij vertrek nog zo'n beeldschoon boeket in je handen gedrukt krijgt, kan de dag niet meer stuk. Ik ga volgend voorjaar dus ook heel veel plukbloemen zaaien. Alleen de gedachte daaraan is al fijn om de komende seizoenen te helpen overkomen......

25 september 2020

Het is grijs en dreigend, de wind waait behoorlijk en het blad vliegt massaal van de krentenboom. Wat een verschil met twee dagen geleden toen ik deze rupsen vond. Ik fietste langs een berm vol brandnetels toen mijn oog viel op een "donker blaadje" tussen al dat groen. Er bleken rupsen onder het blad te zitten van het Landkaartje (Araschnia levana), de derde generatie van deze zomer.

Het Landkaartje is een bijzonder vlindertje, de voorjaarsvorm is totaal verschillend van de zomervorm. De onderkant van de vleugels blijft wel hetzelfde, door alle lijntjes die daar zitten, kreeg de vlinder haar naam.

De zomervorm is donker van kleur en anders van tekening. Het is zelfs zo dat de zomergeneratie iets grotere voorvleugels heeft. Door het veranderende klimaat gebeurt er veel in de natuur. Steeds vaker komt het nu ook voor dat sommige vlinders nog een derde generatie voortbrengen. Dat was dus ook hier het geval. De rupsjes zitten aanvankelijk bij elkaar en eten uitsluitend het blad van de Grote brandnetel. Als ze volgroeid zijn gaan ze hun eigen gang en eten zich vol tot ze zich kunnen gaan verpoppen. Zo brengen ze de winter door, als pop liggend tussen het strooisel op de bodem.

22 september 2020

Vooral in de nazomer is de fraaie Paardenbijter (Aeshna mixta) te zien, een van de groep Glazenmakers. Elke dag moet ik er wel een binnenshuis vangen met een schepnet om hem buiten weer los te laten. Waarom ze zo graag naar binnen vliegen is een raadsel. De libel kan geweldig goed vliegen, hij schicht van de ene kant razendsnel naar een andere kant en kan als een helicopter (of omgekeerd) stil hangen. Prachtig beestje. Ook langs de bosrand is hij veel te zien.

Tot nu toe waren er heel veel bloem bezoekende insecten te zien. Dat zal veranderen als het weer vanaf morgen gaat omslaan en wind, regen en kilte hun lot zal zijn. Maar nu zijn ook de herfstasters in bloei gekomen en die krijgen aan de lopende band bezoekers. Dit is een van een groep zweefvliegen waarvan het soms moeilijk is ze uit elkaar te houden. Ik houd het op de Bosbandzwever (Syrphus torvus) en als ik fout zit, verneem ik het graag.

Omdat deze mooie dag de laatste kans bood eens van heel dichtbij te zien wat zich allemaal op de bloeiende klimop bewoog, heb ik er maar een voorzetlensje bij genomen om wat te fotograferen. Deze Gras- of Halmvliegjes zijn prachtige glanzende en onbehaarde vliegjes die zo klein zijn dat je er een vergrootglas of iets vergelijkbaars bij moet nemen om ze goed te kunnen zien. Ze leggen hun eitjes op de halmen van grassen. Ze kunnen in enorme hoeveelheden voorkomen en in de zon kun je dat goed zien. Het is zo leuk om je wat te verdiepen in dingen die je zo makkelijk ontgaan. Verrassend ook!

Zijn de halmvliegjes niet groter dan 3 millimeter, dit vliegje is ook klein maar wel groter. In de zon zag hij er met zijn mooie vleugeltjes heel leuk uit. Hoe het heet weet ik niet. Het vloog ook met vele op de klimopbloemen.

Nog een klimopbezoeker, het Wenkvliegje (Sepsis punctum). Dat zijn net pikzwarte glanzende mieren met vleugeltjes die ze vaak laten wapperen om een partner te lokken.

Nog een opname om te laten zien hoe ongelooflijk veel insecten de klimop bezoeken in deze tijd. En dan zijn er ook nog al die grotere zweefvliegen, bijen, enzovoort. De Klimop wordt wel de "laatste kroeg" van de zomer genoemd en grotendeels is dat waar. Gelukkig bloeien er ook nog de nodige overige planten die nectar en stuifmeel in de aanbieding hebben.

21 september 2020

Vandaag begint de astronomische herfst al zou je dat, afgemeten aan de (te) warme dagen, niet zeggen. Door het weer dat ons tot nu toe verwend heeft vliegen er nog aardig wat vlinders rond, onder andere de Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia) die voor het grootste deel langs de kust voorkomt. In Limburg en het zuiden van Brabant vliegen ook aardige populaties terwijl de vlinder boven het midden van het land niet of nauwelijks voorkomt. Dankzij het opwarmende klimaat doet hij het hier steeds beter, met name tijdens vorige en deze warme zomer. Deze zomer is zelfs met stip een topjaar en wordt de vlinder heel veel waargenomen.

Een Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas) op het Boerenwormkruid. Het valt wel op hoezeer vlinders vaker te zien zijn in een gebied met veel groene ruimte en veel bloemen. Natuurlijk is dat geen wonder maar het zegt wel genoeg.

Ook het Bont zandoogje (Pararge aegeria) vliegt nog volop. Mooi dat ondanks de droogte- en de hitteperiode veel vlinders het toch weer gered hebben. Dit mooie zomereinde van de laatste weken belooft tenminste dat we ook volgend jaar weer van deze vliegende juweeltjes zullen kunnen genieten.

Nu de nachten behoorlijk koud worden moeten insecten zich eerst door de zon laten opwarmen voordat ze actief kunnen worden. Het inwendige kacheltje moet worden opgestookt om de vliegspieren soepel te laten werken.

Behalve dagpauwogen, kroosvlinders, atalanta's en sommige andere dagvlinders vliegt ook de nachtvlinder Buxusmot (Cydalima perspectalis) nog rond, al is die veel minder te zien dan vorig jaar. Dat er heel veel buxusstruiken gerooid zijn na al die overweldigende rupsenvraat in 2019, is daar een oorzaak van, maar ook sommige vogelsoorten hebben de rupsen als voedsel ontdekt. Toen ik e.e.a. eens nazocht op het internet bleek dat begin maart van dit jaar in België de eerste mot alweer rond vloog, dankzij de milde winter. Een Franse kweker meldde dat hij weer meer en meer Buxus verkocht omdat de gehate vlinder daar nauwelijks nog te zien was. Een Nederlandse kweker meldde recent dat de infectiedruk van de mot zodanig is afgenomen dat er nauwelijks nog zware schades meer worden gemeld. Zoals altijd: de natuur is spannend, onvoorspelbaar en elk jaar kan weer anders zijn!