Lente 2024

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Lente 2024

18 april 2024

Mijn eerste kind werd tientallen jaren geleden geboren op 16 april. Je moest toen nog bijna een week op bed blijven liggen eer je weer volop in bedrijf kwam. Een week na haar geboorte ging ik meteen naar buiten en zag hoe de fruitbomen in bloei kwamen. De natuur was verder nog behoorlijk kaal. En kijk nu eens: het bos is al behoorlijk groen aan het worden, de beuken zijn er heel vroeg bij dit jaar. De klimaatverandering is onmiskenbaar.

Aan het begin van de vorige maand werd er in het bos nog volop gekapt in het kader van bosverjonging. Maar stammen brengen ook geld op en hier ligt weer een forse partij hout voor de verkoop.

Bij deze stam zag ik hoe de zwijnen aan het wroeten waren geweest. De dieren lijden ook dit jaar weer grote honger want er was maar heel weinig mast terwijl ze door het eten van beukennoten en eikels juist een speklaag op hun lijf moeten eten.

Ik probeerde tijdens mijn bosrondje wat insecten te vinden maar er is nauwelijks iets te zien. Tweemaal zag ik deze Sluipwesp (Crypleffigies lanius), een heel kleine soort die behoort tot de gewone sluipwespfamilie. De wespjes zijn bijna niet te fotograferen, ze bewegen aldoor en het ging al helemaal niet goed doordat ik met één hand een beukentak naar beneden moest houden en met de andere de camera hanteren.

Al een paar dagen hoor ik de zang van een Zwartkop (Sylvia atricapilla). Vanmorgen zag ik een paartje in de Kardinaalsmuts zoeken naar insecten. De vrouw met een lichtbruin petje en de man met een zwarte. Op de struik leggen gelijknamige spinselmotten hun eitjes in de schors van de takken. Ze liggen daar te overwinteren tot ze binnenkort uitkomen. Misschien zijn de zwartkoppen daar naar op zoek want ik zag ze ook gisteren in dezelfde struik rondscharrelen. Heerlijk dat ze er weer zijn, ze kunnen zo prachtig zingen.

14 april 2024

Vorige week was ik met mijn tuinclub op een mooie dag op het prachtige 500 jaar oude landgoed Hackfort in Voorst. Een echte aanrader in deze tijd vanwege de vele stinzeplanten die er bloeien. Van Klaverzuring en Lenteklokjes tot Salomonszegel plus van alles daar tussenin. Wat ons opviel was dat er nauwelijks insecten te zien waren. Dat hadden de dames van de tuinclub ook in eigen tuinen al waargenomen en dat wil wat zeggen. Ik heb de vliegertjes, de kruipertjes en de fladderaars regelmatig gepromoot en daarom gaan ze er ook steeds meer op letten.

Daslook (Allium ursinum) is een snelle bodembedekker. Waar er veel staan ruikt het naar knoflook. Het blad is eetbaar en kun je bijvoorbeeld in salades doen. De bloemen zijn voor de insecten die er graag op foerageren. Een aantrekkelijke plant voor schaduwplekken in de tuin. Daarom heb ik hem zelf ook. We zouden met z’n allen veel meer inheemse planten een plek ik onze tuinen moeten geven. De nieuwste gegevens laten opnieuw zien dat het zeer slecht gaat met insecten.

De wilde kievitsbloem (Fritillaria meleagris) bloeit van april tot in mei. Dan zijn er bijvoorbeeld speciale excursies bij het Zwarte water in Overijssel naar velden waar de bloemen massaal voorkomen. Nu weet ik niet hoe het daar nu voor staat maar op Hackfort was de bloei op dit moment minimaal. Of het nog beter zal worden weet ik niet. Zes jaar geleden waren wij er ook en toen stond het vol bloeiende Kievitsbloemen, zowel witte als paarse.

Smeerwortel (Symphytum officinale) is geen stinzeplant en ook niet bijzonder maar desondanks een mooie plant die van belang is voor insecten. Hommels met een korte tong bijten boven in de bloem een gaatje zodat ze toch bij de nectar kunnen komen. Altijd weer verbazingwekkend hoe dieren ontdekken dat ze speciale technieken moeten uitvogelen om hun doel te bereiken.

Op het landgoed ligt een juweel van een moestuin. Op een van de planten zag ik deze kevertjes uit de bladhaantjesfamile die zich tegoed deden aan de bloemknoppen van een plant waarvan ik de naam niet meer weet. Toch nog wat insectenleven dus.

7 april 2024

Door de tuin zag ik mijn eerste Oranjetipje (Anthocharis cardamines) van dit jaar vliegen. Dat is wel heel vroeg, De pinksterbloem bloeit nog niet, de judaspenning nog maar magertjes en het look-zonder-look heeft nog niet eens bloemknoppen. Het is een mannetje, het vrouwtje moet het zonder de oranje vleugelpunten doen. Het vrouwtje legt graag haar eitjes op de pinksterbloem als die bloeit of in de knop zit. De rupsjes eten weer van de zaaddoosjes van de plant. Nu maar hopen dat dit allemaal volgens de regels kan verlopen.

Paardenbloemen (Taraxacum officinale) kleuren de grasvelden weer geel met massa’s gele bloemen. Iedere bloem bestaat uit honderden kleine lintbloemetjes samen op een enkele bloembodem. De Aardhommel is er dus nog wel even zoet mee. Elk afzonderlijk lintbloempje heeft een eigen parachuutje waarmee hij het zaadje over een grote afstand kan verspreiden. De paardenbloem is een van de meest succesvolle zaadverspreiders van ons land.

Ik hou meer van kleine bloemen dan van grote, en grote tulpen heb ik dan ook niet in de tuin, met uitzondering van deze. En die heb ik speciaal voor de spectaculaire manier waarop ze het zonlicht vangen. Op dat moment vind ik ze echt prachtig. Ik bezie ze wel dit keer met wat andere ogen nu ik het niet meer delen kan met mijn echtgenoot. Daardoor is dit jaar alles "anders dan anders".

Ik was gisteren in een tuincentrum waar een verbijsterende hoeveelheid viooltjes klaar stond voor de verkoop. In alle kleuren van de regenboog, grote en kleine. Ik bezweek voor een paar kleinbloemige blauwe exemparen. Deze vind ik ook mooi, met dat zachte kleurtje en met dat doorschijnende zonlicht. Het waren trouwens wel bizarre zomerse dagen in dit eerste weekend van april. Veel te warm voor de tijd van het jaar en wat gaat dat allemaal weer doen met de natuur, in het bijzonder voor de fauna. De hele natuur staat op z’n kop, zo lijkt het wel.

5 april 2024

Miserabel word ik van al die regen, en wie niet. De bodem is zo nat dat het de regenbuien nauwelijks nog opneemt.

De kleine botanische tulpjes in de tuin houden het niet vol bij al dit regengeweld. Hun dunne steeltjes kunnen de bloem niet dragen en breken een voor een af. Jammer! Maar ook de gangbare tulpen hebben het moeilijk en hangen steunend en kreunend vol regendruppels met de koppen omlaag.

Het stadium waarin bomen uitlopen is iets dat de moeite waard is te volgen. Knoppen zijn verschillend, hoe bloesem en blad uitkomt eveneens. En dat nieuwe blad is zo prachtig van kleur! Drie jaar geleden kocht ik een Esdoorn (Acer) en dit is voor het eerst dat er bloesem in verschijnt.

De Lijsterbes (Sorbus), is ook mooi met dat “funkelnagelneue” frisgroene blad. Mooie uitdrukking hebben onze landsburen daarvoor! Deze heeft zich uit zichzelf genesteld in de tuin dankzij de zaadverspreiding door een vogel.

Terwijl ik mistroostig naar buiten zat te turen, zag ik een spin die bezig was haar web te repareren. Een soort die massaal voorkomt in ons land maar die je niet vaak te zien krijgt: de Venstersectorspin (Zygiella x-notata), een nachtactieve soort die, zoals de naam aangeeft, zich meestal ophoudt bij een raampartij. De vrouwtjes maken een wielweb waarin een V-vormige uitsparing is aangebracht. Vandaar loopt een signaaldraad naar het plekje waar het vrouwtje zich overdag verschuilt. Net als de kruisspinnen, die tot dezelfde familie behoren, worden de eitjes in de herfst gelegd. Bij de kruisspinnen gaat vervolgens het vrouwtje dood maar de vectorspinnen kunnen nog een tijd doorleven. De man is slechts een paar mm groot, het vrouwtje beduidend groter, tot 11 millimeter.

Hoewel het er beduidend minder zijn dan voorheen, komen er nog steeds sijsjes in de tuin. Sijzen kunnen in sommige jaren tamelijk algemeen zijn in Nederland, en het volgende jaar weer vrijwel volledig ontbreken als broedvogel. Ze houden zich op in naaldbomen en zijn in de winter tamelijk afhankelijk van de zaadzetting in naaldbomen, die is niet elk jaar hetzelfde. Ook eten ze zaden van elzen, berken en andere bomen, knoppen en insecten. Sijsjes zoeken hun voer terwijl ze ondersteboven aan de takken hangen. Soms slapen ze zelfs zo. De vogels zijn erg mobiel en verkassen de wanneer voedselbronnen uitgeput raken. Dus voer ik ze net zo lang tot mijn voorraadje zonnepitkernen op is. De bodem komt in zicht.

1 april 2024

Tot mijn genoegen zie ik de laatste dagen telkens een paartje gaaien naar de tuin komen. Man en vrouw zien er hetzelfde uit maar uit het gedrag kun je veel opmaken. Zo zag ik gisteren dat de ene vogel een pinda uit het snoer pikte en de noot aanbood aan de andere die in de krentenboom zat te wachten.

Tegenwoordig wordt het Vlaamse in de naam nogal eens weggelaten maar wie dat wil kan gewoon de volledige naam van de vogel gebruiken: Vlaamse gaai (Garrulus glandarius). De gaai is een zangvogel, al zou je dat niet zeggen als je zijn “gekrijs” hoort. Maar als hij hier in de krentenboom zit, hoor ik hem regelmatig heel zacht en gevarieerd brabbelen. Dat klinkt toch echt heel aardig. De Vlaamse gaai staat bekend als een nestrover, en af en toe pakt hij inderdaad wel eens een ei uit het nest, of een kuiken, maar gelukkig worden de jonge vogels maar een keer of zes per dag terwijl kleinere vogelsoorten soms wel driehonderd keer per dag voor naar het nest brengen. Let maar eens op de kool- of pimpelmees als je een nestje in je tuin hebt. De gaai kan geweldig goed andere soorten imiteren, ik dacht pas even dat ik een buizerd hoorde mauwen maar dat klonk zo dichtbij dat het niet waar kon zijn. Dat klopte, de gaai zat weer in de boom.

Wat ik mis is de Goudvink die nog maar hoogstzelden en dit jaar helemaal niet in de krentenboom verscheen om de bloemknoppen te eten. Volgens Vogelbescherming is de verspreiding in ons land licht afgenomen. En de Groenling zie ik ook al twee jaar niet meer. Met deze vogel gaat het slecht in Europa, op de laatste lijst van de nationale vogeltelling kwam de soort niet eens meer voor.

De Groenling lijdt nog steeds onder de ziekte Het Geel (Trichomonose), in Engeland is er zelfs een afname van 75%. Het is een parasitaire ziekte die een naar abces in de keel veroorzaakt waarna de vogel er erg beroerd uitziet. Na infectie sterft de vogel binnen een paar dagen. Vind je zelf een zieke of dode vogel met dergelijke verschijnselen, meldt dit dan op dwhc.nl of Sovon.nl.

De lente is de tijd waarin vogels hun nesten bouwen. Daarvoor moeten ze het nodige materiaal verzamelen en dat is het moment om ze een beetje “te helpen”. Deze heerlijk zachte pluizenbol bestaat uit het onderhaar uit de vacht van een Schotse collie. Met een oude slof, een kleedje of een tennisbal heb je ook succes. Kool- en pimpelmeesjes zijn er verzot op en gebruiken dat zachte materiaal als de ultieme stoffering voor hun nestje. Altijd is het weer vermakelijk te zien hoe ze zich voorzien van een snor van pluizen. Neem wel altijd uitsluitend haar van honden die geen vlooienband dragen. Daar zit gif in.

28 maart 2024

Gisteren ging de zon weer indrukwekkend onder. Al zijn het feitelijk de aanwezige wolken die dit mogelijk maken. Ik zag het nog net, het laatste stadium, en haastte mij met de camera naar boven om het uitzicht op het bos te kunnen vastleggen.

De werkelijkheid heeft de foto alweer inghaald, de berken staan al een paar dagen later veel dikker in blad. De natuur ontwikkelt zich razendsnel. Weldadig te zien hoe de lente terrein wint en de winter visueel steeds meer achter zich laat.

Het Maarts viooltje zie je meestal hier en daar staan maar in dit geval groeien ze in een groot plakkaat dicht op elkaar. Een fraai gezicht, al die blauwe bloempjes.

Lelies zijn niet de favoriete bloemen van iedereen. Ze worden soms gezien als te groot, de veel geurend of te lastig vanwege de meeldraden. Als je er met je kleding langsloopt, zit het stuifmeel er meteen op, net als op een kleed of iets dergelijks. Daarom knipte ik ze af nadat ik een boeket kreeg waar lelies inzaten. En voor de grap dan maar nog even iets er mee gedaan...

21 maart 2024

Nu de lente is aangebroken lijken meteen de sijsjes vertrokken te zijn. Dat is niet iets dat ze besluiten maar dat in werking gezet wordt door hormonen die de vogels aanzetten tot bepaald gedrag. Het belangrijkste hormoon is Prolactine dat meerdere fysiologische processen bestuurt. Zo krijgt de vogel eerst behoefte om heel veel te eten, opvetten heet dat. Nou, dat hebben ze hier volop kunnen doen, de gepelde zonnepitten waren niet aan te slepen en nog nooit eerder zag ik daar zoveel sijsjes op afkomen. Door al dat eten vetten de vogels onderhuids op en worden dus ook een stuk zwaarder. Het vet functioneert als brandstof voor onderweg, wanneer er heel veel kilometers gevlogen moet worden om weer terug te komen in het broedgebied. Onderweg is prolactine tevens cruciaal bij de oriëntatie en navigatie van de vogels tijdens hun vlucht. Vogeltrek is een wonderbaarlijk fenomeen.

Tijdens het tuinwerk keerde ik een stuk stronk om en zag daar iets dat ik met het blote oog niet kon onderscheiden. Ik heb het daarom gefotografeerd en zag op het pc-scherm dat het een minuscuul korstmos was. Om korstmossen op naam te kunnen brengen moet je wel een kenner zijn en dat ben ik niet.. De website Obsidentify die veel te benoemen, liet me in de steek. Het stuk stronk heb ik weer terug gelegd zoals het lag, om de ontwikkelingen te kunnen volgen.

Het bijenhotel dat in aan de buitenmuur hangt trek momenteel veel belangstelling van de Rosse metselbij (Osmia fufa). In de natuur gebruikt het vrouwtje holle plantenstengels om haar eitjes in de leggen, dus doen ze dat ook in het bijenhotel. Ik heb nog niet kunnen ontdekken van welke planten ze haar stuifmeel halen want de bloei daarvan is natuurlijk qua soorten nog beperkt in deze tijd van het jaar. Maar toch zie ik dat steeds meer holletjes vol raken. Er zijn ook nog dichte bamboestengels die vorig jaar werden gevuld met stuifmeel. Als uit het eitje een jonge bij geboren wordt, blijft die namelijk in de broedcel overwinteren om in het voorjaar naar buiten te kruipen. Dit was voor mij iets nieuws. De natuur is een onuitputtelijke leerschool.

Veel insecten zie ik nog niet. Wat torretjes, mugjes, vliegen, bij mooi weer Citroenvlinder en Dagpauwoog, en diverse hommelsoorten en twee wantsensoorten. Wat me opvalt is dat er ondanks de zachte dagen weinig lieveheersbeestjes te zien zijn. Twee zevenstippelige exemplaren (Coccinella septempunctata), meer niet.