Natuurdagboek

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres: tineke [at] natuurfragmenten [dot] nl.
Bij voorbaat dank!

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Zomer 2020

De Montbretia "Lucifer" (Crocosmia) staat weer te vlammen in de tuin. De oorsprong van de bollen ligt in Zuid-Afrika waar het een wilde plant is. Crocosmia is familie van de saffraancrocus en het sap van de bloemen wordt wel eens als vervanger van de zeer duur saffraan gebruikt. Na de bloei verschijnen er kleine rode bessen aan de bloeiwijze; die maken dat na de werkelijke bloei de plant nog steeds fraai is.

Ik was op een proefveld waar heel veel soorten aardappels experimenteel geteeld worden om te kunnen vaststellen welke rassen de beste zijn voor consumptie. Al heel veel jaren wordt er in de aardappelteelt gevochten tegen de Coloradokever (Leptinotarsa decemlineata) die een ware plaag is, zo erg zelfs dat iedereen die ze verbouwt verplicht is ze te bestrijden. Op een volkstuin kun je ze best met de hand wegvangen als je dagelijks controleert maar op grote schaal zijn nare bestrijdingsmiddelen nodig. Een enkel vrouwtje kan voor honderden nakomelingen zorgen en die kunnen een complete teelt verwoesten. In warme zomers kunnen de kevers zelfs een tweede generatie voortbrengen. De kevers zijn best mooi, de larven ook. Vind ik tenminste, maar je moet er wel oog voor hebben. Opmerkelijk was dat de kevers precies het enige strookje onbespoten piepers konden vinden om hun eitjes op te leggen en waar ik de larven vond.

De Bruine kikker (Rana temporania) mag dan een waterdier zijn, als de regen venijnig uit de lucht plenst kruipt hij snel het land op. Blijkbaar bevallen die harde druppels op z'n kop hem niet. De kikker verblijft trouwens niet alleen in het water ook op het land scharrelt hij zijn kostje bij elkaar. Dat kan van alles zijn: kevers, spinnen, wormen; het schijnt dat hij af en toe ook niet vies is van een muis of een klein soortgenootje. Een kikker eet maar driemaal per dag.

4 juli 2020

Niemand hoort mij klagen over de regen, ook al is er inmiddels al heel wat gevallen. Al tweemaal heb ik de regenmeter geleegd en het mag nog wel even zo doorgaan. Liefst met af en toe een droge zonnige dag er tussendoor. Maar ja, we hebben niets in te brengen wat dit betreft. Het is alleen jammer dat rozen zo slecht tegen dat vocht kunnen. De ene dag staan ze er prachtig bij, en de volgende zijn ze totaal verregend.

Het is zo leuk om te zien hoe sommige insecten zich proberen te vrijwaren van al die nattigheid. Deze Rozenkever kroop weg onder de bloemblaadjes van een witte Flox maar die ging prompt hangen door het gewicht van de vele druppels en toen was de kever alsnog de klos.

De Meidoornkielwants dacht droog te zitten door helemaal in de Kaardenbol te kruipen maar dat bleek ook al geen succes, gezien de grote druppel op z'n snoet. Alles groeit opeens tegen de klippen op en nu zie je ook wat een enorm verschil van effect er is tussen het nathouden met kraanwater en de natuurlijke regenval. Kraanwater houdt de planten op de been maar regen doet groeien en bloeien.

2 juni 2020

Ik was deze week bij iemand die een bloemrijk grasland had laten ontstaan dat inmiddels een flink aantal jaren oud is. Daar doorheen waren paden gemaaid en het was een genot om daar doorheen te lopen. De wuivende grassen, de wilde planten die er waren gekomen, bomen en struiken langs de buitenrand, een paradijs voor vlinders van dergelijke graslanden. Ik laat er een paar zien. Het Bruin zandoogje, een rusteloos vliegend vlindertje dat vroeger een echte bosvlinder was maar nu veel meer te zien is in tuinen en parken waar ook bomen staan. De rupsen van het Bruin zandoogje leven van diverse algemene grassoorten.

Op het vele Sint-Janskruid dat er groeide zat ook de Sint-Jansvlinder (Zygaena filipendulae), net als op het Knoopruid. Een klein maar heel fraai vlindertje. Het is een echt zomervlindertje dat in dit biotoop helemaal op z'n plaats is. De rupsen leven van Rolklaver.

Het Groot dikkopje (Ochlodes sylvanus) is een echte bloemenbezoeker die vooral graag zit op bloeiende Braam, Distel, Knoopkruid e.a. De rups leeft ook van diverse grassen. In tuinen vliegt de vlinder ook op Lavendel.

Het Staartblauwtje (Cupido argiades) is een vlinder uit de familie van kleine pages; het heeft aan de achtervleugels een klein staartje dat bij een afgevlogen exemplaar soms niet meer te zien is. De vrouwtjes hebben blauw bepoederde bruine vleugels. In 2011 waren er enkele waarnemingen van deze vlinder in Zuid- en Midden-Limburg en dat was sinds 1933 niet meer gebeurd. Door het opwarmende klimaat is het nu weer te zien. Het was jammer dat ik de vlinder door een beweging verstoorde, helaas kon ik daardoor geen betere foto maken. Berouw komt altijd na de zonde. Ik vond het opmerkelijk dat er geen enkele van de bekende grotere zomervlinders vlogen. In mijn dorp liggen nogal wat troosteloze flinke grasstroken die regelmatig gemaaid worden. Wat zou het toch mooi zijn als dat beleid werd aangepast door op de juiste tijd te maaien en het maaisel af te voeren. Dit laatste is essentieel. Op deze manier zou zoveel te winnen zijn voor de natuur. Gelukkig gaan er steeds meer stemmen op om ook de brede bermen langs de autowegen op de juiste manier te gaan beheren.

1 juli 2020

Alweer negen dagen zijn we voorbij de langste dag en elk nieuw etmaal wordt er een minimale hoeveelheid lengte van de dagen afgesnoept. Op elk moment van het groeiseizoen komen er weer andere planten in bloei. Zo kreeg ik een mailtje van onze plaatselijke "Heideman", dat er weer veel Klein warkruid (Cuscuta epithymum) groeit in het heideveld dat hij al heel lang in zijn eentje, met nog altijd veel plezier, onderhoudt. "Bijna klaar met het inplanten van 1.200 nieuwe plantjes, in de achtertuin 4.000 potjes met stekken voor de toekomst", ga er maar aan staan!

Klein warkruid is een parasitaire soort die z'n voedingsstoffen steelt bij zijn waardplant Struikheide. De rode stengels groeien heel snel en winden zich omhoog in de heideplanten waarbij ze hun boorworteltjes in het vaatstelsel van de heide werken. Het Warkruid bloeit met veel heel kleine bloemetjes die lekker schijnen te ruiken.

Als de bloempjes hun zaad hebben verspreid groeit daar in het voorjaar een kiem uit die nog wat bladgroen bevat. De kiem groeit verder en wordt dan een parasiet: de stengels worden nu rozerood. Het zaad verspreidt zich via regenwater of door dieren die van het zaad eten. Als je zo'n stengelmassa ziet kun je je goed voorstellen dat in het verleden, toen mensen hier nog niet zoveel over wisten, de naam Duivelsnaaigaren is ontstaan, het is een niet te ontwarren massa. Het Klein warkruid is zeer sterk achteruit gegaan en staat op de Rode Lijst van beschermde planten. Het is een typische heideplant.

29 juni 2020

Hoera, de eerste Dagpauwoog (Aglais io) gezien. Is het geen schitterend insect met die vier ogen op de vleugels. Geen andere soort evenaart dit. Dit is het derde jaar op rij dat de vlinders het moeilijk hebben door de droogte en de hitte die tot nu maar kort duurde maar wellicht nog langduriger volgt in de zomer. Het gaat al veel langer slecht met de vlinders, ook door het verdwijnen van bloemrijke biotopen. Des te meer een aansporing voor ons om vooral planten in de tuin te zetten die aantrekkelijk zijn voor deze vrolijke fladderaars.

Ik was laatst bij iemand in wiens tuin een heel stuk bedekt was door de Sieraardbei (Potentilla indica), de felrode schijnvruchten staken vrolijk boven het groen uit. Je denkt er niet zo snel aan maar het is een prima soort als bodembedekker.

De felgele bloempjes zijn ook al heel leuk om te zien. In het hart van de bloem zit de zogenaamde bloembodem waarop de pitjes groeien die de vrucht het bekende aanzien geven. Precies hetzelfde gaat dat met de aardbeien die we in de winkel kopen, alleen smaken die lekker terwijl de Sieraardbei dat niet doet. Ik kweek mijn eigen aardbeien die heerlijk zoet zijn. Het schijnt dat in alle supermarkten dezelfde soort verkocht wordt terwijl je zelf voor eigen kweek uit heel veel lekkerder soorten kunt kiezen.

Wat later in het seizoen groeit de Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae) . Voor wie een klein vijvertje heeft is dit de ideale vervanger van een waterlelie. De bloempjes lijken wel gemaakt van crêpepapier en lokken veel vliegjes aan die weer een smakelijk hapje voor kikkers vormen. Het zijn drijvende plantjes met lange dunne worteldraden waartussen het goed schuilen is voor dikkopjes en salamanderlarven.

28 juni 2020

Rond de dag waarop de zon het hoogst staat bloeit het Sint Janskruid (Hypericum perforatum). De plant bevat stoffen die zowel in de homeopathie als in de reguliere geneeskunst gebruikt worden bij mensen met lichte tot matige depressiviteit. Het middel kan verstorend werken bij nogal wat geneesmiddelen dus het is verstandig het niet zomaar te gebruiken als je die slikt maar altijd eerst in overleg te gaan met de huisarts of apotheker. Voor paarden is het giftig doordat een stof in de planten paarden gevoelig maakt voor verbranding door de zon. Daartoe moeten ze in elk geval twee kilo van het verse jonge blad eten.

Een Gewone komkommerspin (Araniella cucurbitina) had zich vergrepen aan een lieveheersbeestje. Hij maakt deel uit van de famile Wielwebspinnen. De spin gaat heel uitgekiend te werk. Het web wordt onder een blad gemaakt en zelf hangt de spin er ondersteboven in zodat hij nauwelijks opvalt tussen het groen.

Ik kan het bijna zelf niet geloven maar dit is de eerste jonge Merel die ik in onze tuin zie tot nu toe. En dat is buitengewoon merkwaardig omdat juist de tuin een plek vormt waar menig merel de jongen naar toe leidt. Twee nesten in onze klimop gingen verloren door predatie. Ik kan me niet herinneren dat we het ooit een voorjaar zonder jonge mereltjes in de tuin hebben moeten doen.

De vorige droge zomer met extreem hoge temperaturen waren desastreus voor de vlinders en hun rupsen. Het zou dit jaar dus spannend worden op dit gebied. De zomerdip zou nu voorbij moeten zijn en de zomervlinders zouden nu toch wel moeten vliegen. Ik zie ze niet. Het Klein koolwitje is er volop en ook het leuke Boomblauwtje (Araniella cucurbitina) is veel te zien. Alleen als het zit met volledig gespreide vleugels kun je het mooie blauw zien. De onderkant die zilverblauw is en zwarte stipjes heeft is natuurlijk ook zeker de moeite waard.

26 juni 2020

De Rapunzelklokjes bloeien overweldigend; ik heb ze al vele jaren maar nog nooit waren ze er zo prominent. Hoezeer ik de aangekondigde regen ook verwelkom, als het echt zo heftig wordt als voorspeld, liggen ze morgenochtend plat. Altijd heeft alles twee kanten.

Deze prachtige nachtvlinder, een Uiltje, had een slaapplek gezocht onder de grote tuinparasol. Het is geen nieuwe info die een recent onderzoek naar het verband tussen licht en de afname van nachtvlinders opleverde maar wel een ondubbelzinnige bevestiging. Kunstmatig licht in de nacht verstoort de aanmaak van lokstoffen bij de vrouwelijke vlinders waardoor er minder gepaard wordt en de populaties afnemen. Het onderzoek "Licht op Natuur" door o.m. het Ned. Inst. voor Ecologie, Wageningen universiteit en de Vlinderstichting werd gedaan door middel van lantaarnpalen die in bosranden werden gezet. Je kunt de nachtvlinders helpen door 's nachts geen lampen continu te laten branden maar lampen te gebruiken met een bewegingssensor.

Er liep een Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis) op de vensterbank. Terwijl ik het bekeek schoot razendsnel een spin uit een hoekje en wilde het tot prooi maken. Daar stak ik even razendsnel een stokje voor door de spin te verjagen. Vervolgens zette ik het kevertje op een blad waar het onbevangen verder kroop. Toen realiseerde ik me hoe ingebakken het principe van "partij kiezen" is en hoe dat je handelen beïnvloedt. De kever is een exoot die onze inheemse lieveheersbeestjes bedreigt, waarom redde ik het beestje dan van de ondergang? Puur instinct, misschien omdat het zo mooi is....

Elke avond, zo tussen negen uur en half tien verzamelen de Gierzwaluwen (Apus apus) voor een potje samen vliegen. Ik weet zeker dat ze dat puur voor hun plezier doen. Even geen jongen voeren maar lekker met z'n allen door het luchtruim scheren. Op die momenten hoor je ze meer geluid maken dan de hele eerdere dag bij elkaar. Wat een snelheid, wat een mooi vliegbeeld, je wordt er vrolijk van als je er naar kijkt.

25 juni 2020

Vanmorgen wilde ik een parasol op zetten en zag daar toen een springspin die bij een spinsel zat. Het bleek de Schorsmarpissa (Marpissa muscosa), een spinnetje dat iedereen wel kent. Het staat te boek als een soort die zich ophoudt bij bomen en onder de schors haar cocons bouwt. De spin zien we ook veel in tuinen waar hij op de tuinmeubels zit, op de deurposten, soms ook naar binnen glipt. Ik heb een hele tijd zitten kijken hoe deze vrouw spin haar cocon maakte. Ze legt eerst een aantal eitjes en bedekt die dan met spinsel. Het was leuk om te zien hoe ze dat deed: ze stuurde haar achterlijf beurtelings naar links en rechts en maakte zo met de spinklieren achterop het lichaam een stevig spinsel dat haar eitjes bedekte.

Toen de cocon klaar was ging de spin er bovenop zitten en na uren zat ze daar nog steeds. Daar wilde ik meer van weten en vond dat de spinnenmoeder haar cocon blijft bewaken tot de eitjes uitkomen. Hoe lang dat gaat duren kon ik niet vinden. In de spinnengids van Tirion las ik dat deze spin een woonweb heeft dat ze in de zomer uitbouwt tot een groot einest waarin maximaal 5 cocons gemaakt worden. Maar ik heb nog nooit een springspin in een web zien zitten, ik weet niet beter dan dat ze niet eens een web maken. Dus dit was verwarrende informatie.

Er zijn enorm veel spinnensoorten en niet alle functioneren op dezelfde wijze. Een Kruisspin bijvoorbeeld kijkt niet meer om naar haar eitjes; er zijn spinnen die hun jongen langdurig verzorgen, die ze meezeulen op hun rug. Deze Kraamwebspin draagt haar eicocon met zich mee. Tegen de tijd dat de spinnetjes geboren worden maakt hun moeder een soort kraamweb waarop ze de eicocon deponeert. Pas na de tweede vervelling worden de jonge spinnen zelfstandig. Wat een wondere wereld toch, die van de insecten.

23 juni 2020

Er zijn bloemen die de bloemblaadjes naar boven dicht vouwen als het avond wordt maar er zijn er ook die juist dan open gaan. De Teunisbloem bijvoorbeeld en de Avondkoekoeksbloem die dat andersom doen. Ze hebben andere insecten nodig voor de bestuiving. In de avond en nacht vliegen immers de nachtvlinders. Maar ook blaadjes gaan soms dicht, zoals bij deze Klaverzuring (Oxalis).

Bij de Gele kamille (Anthemis tinctoria) gebeurt er weer iets anders en waarom dat zo is, is raadselachtig. Overdag staan de bloemen er fris en fruitig bij maar in de avond vouwen de buitenste blaadjes (straalbloemen) geheel omlaag zodat de middelste buisbloempjes aan de nacht gepresenteerd worden.

Misschien heeft dit wel als doel om de buisbloempjes nadrukkelijker te presenteren aan nachtvlinders. Het is maar een bedenksel van mij maar alles in de natuur heeft immers een doel. Gele kamille is tamelijk zeldzaam in de natuur maar wordt wel eens ingezaaid vanwege de eigenschap het zand te kunnen binden.

22 juni 2020

De eerste zomerdag ging weer zo mooi onder...., ik kan het niet nalaten daar foto's van te maken. Dat samenspel van het dalende zonlicht met de aanwezige wolken aan de hemel is altijd weer zo fascinerend, altijd weer anders en altijd weer zo om van te genieten. Als toegift stond er een schitterende regenboog recht tegenover, dankzij een klein beetje regen dat nog viel.

Ik kan niet tussen het groen in de tuin of elders lopen of ik heb een of meer teken te pakken. Vanmorgen trok ik de 16de binnen twee weken uit mijn vel. Het zijn steeds nimfen die op zoek zijn naar hun eerste bloedmaaltijd. Zorg er altijd voor dat je zo'n beest binnen 24 uur uit je huid hebt verwijderd, dan is er niet veel gevaar voor besmetting. Zelf voel ik gelukkig kort nadat de teek zich heeft vastgebeten altijd een zeer typerende en vervelende jeuk. De pincet ligt daarom altijd voor het pakken.

Op de Rapunzelklokjes zat vanmorgen deze mooie Groene Stinkwants Palomena prasina. Wantsen vervellen vijfmaal nadat ze uit het eitje komen en na de vijfde vervelling zijn ze volwassen. Het lijkt me dat dit bij deze nu het geval is, al moet hij nog fel groen worden. De Groene behoort tot de familie der Schildwantsen. Wantsen hebben een zuigsnuit en eenmaal volwassen kan hij zich weer volledig richten op het zuigen naar plantensappen en het paringsritueel. Ik las eens dat de Groene stinkwants dit doet door trillingen te veroorzaken die zich via de bladeren voortplanten zodat vrouwtjes weten dat er een gegadigde in de buurt is. Een opmerkelijk waarneemster liet weten dat ik fout zit: de wants op de foto is een Bremschildwants (Piezodorus lituratus), een soort die ik nog nooit gezien heb en niet herkende.

Dit plantje kreeg ik van een vriendin die net als ik haar tuin te vol heeft staan met alles dat ze leuk vindt. Het is een plantje uit het geslacht Saxifraga dat we allemaal wel kennen, vaak als rotsplant met veelal witte maar ook wel roze bloempjes. Deze selectie is echter een afgeleide van de vroeger veel geziene kamerplant die Moederplant heet en in een pot voor het raam hing en lange ranken kreeg met nieuwe plantjes. Dat doet deze ook maar door selectie is het nu een tuinplant geworden: Saxifraga stonolifera. Door een kweker werd het gevonden in Japan. Wat een fraaie en sierlijke bloempjes!

21 juni 2020

Nu we de lente alweer achter ons laten gaat het zomerseizoen ons weer veel moois voorschotelen. Maar ook kunnen we weer zaden verzamelen van allerlei planten die hun glorietijd al voorbij zijn. Zo was ik blij verrast om in de brievenbus een enveloppe met zakjes zaad aan te treffen die een aardig tuinclubmaatje me toestuurde voor mijn "insectenparadijsje". Dat bestaat uit een voormalige lelijke grasstrook voor het huis die door mij werd omgevormd tot een ontluikend perk waar uitsluitend insecten lokkende planten staan. Een mooi initiatief van onze gemeente die de burgers met plezier stukjes grond laat adopteren om er iets moois van te maken. In de zakjes zaten zaadjes van Pimpernel, Gele morgenster en Salvia. Leuk!

Planten doen er alles aan om het voortbestaan te verzekeren. Ze vormen zaad en/of uitlopers en soms komen ze daardoor in conflict met de mens die dat niet wil. Zaden vallen ook meestal niet vlak bij de moederplant in de grond maar laten zich verspreiden door insecten, vogels of de wind. Zo kwam ook een grote hoeveelheid zaad van het Rapunzelklokje (Campanula rapunculus) neer midden in de Karthuizer anjer (Dianthus carthusianorum), pal naast het terras. Nog nooit bloeide dit lieflijke klokje zo rijk als dit jaar. En de combinatie met de anjer is geweldig. Beide planten komen in het wild nog maar zeer weinig voor. Voor liefhebbers zijn er zaden te koop in o.a. heemtuinen.

Ook al is het voorjaar voorbij, insecten gaan op grote schaal door met de voortplanting. Dit koppeltje Blaaskopvliegen was er ook mee bezig. Net zo woest als manlief op de vrouw dook, liet hij haar na de paring weer los waardoor ze van schrik achterover op haar rug belandde. Tja, het gaat bij die beestjes alleen maar om het bereiken van resultaat.