Natuurdagboek

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres: tineke [at] natuurfragmenten [dot] nl.
Bij voorbaat dank!

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Zomer 2020

14 augustus 2020

Het zal de lezers niet verbazen, denk ik, dat het even rustig is in het dagboek. Dit is even een barre tijd in de natuur, mens en dier lijden eronder. Vandaag dus even wat foto's van afgelopen week die nog ongebruikt in de map zitten. De vogels hebben het zichtbaar moeilijk nu en dat is te zien aan hun gedrag. De jonge kauwtjes in de buurt zoeken de hele dag naar voedsel dat nu moeilijk te vinden is. De snavels staan voortdurend wijd open vanwege de hitte. Het zou best aardig zijn ze gedurende deze snoeihete en droge dagen wat te helpen door wat vogelvoer te verstrekken.

Vanmorgen heb ik in de kringloopwinkel voor het kauwenlegioen een geschikte waterbak gevonden om neer te zetten in het plantsoentje voor het huis. Merkwaardig is dat de kauwtjes op het hete asfalt van de straat op zoek zijn naar voedsel, dode insecten die geraakt werden door auto's. Het is maar een vermoeden, maar wat zou het anders moeten zijn.

Mijn buurman belde op een avond aan met de mededeling dat hij een jonge ringslang in de voortuin had zien kruipen. Ringslangen hebben het ook moeilijk, de plasjes in het bos zijn opgedroogd, de kikkerlarven die er hier en daar in zaten zijn doodgegaan en muizen zijn er ook minder. En zo zal er meer in hun nadeel werken. Over het algemeen zijn hier langs de Oost-Veluwezoom aardig wat ringslangen. In elke tuinvijver verschijnen ze wel in de zomer.

Elke avond rond 19.00 uur krijgt onze tuin bezoek van een enorme groep mussen. Van alle kanten komen ze in kleine groepjes aangevlogen en verzamelen zich in coniferen, meidoorn en klimop. Het geluid van al die vogelvleugeltjes is heel grappig en ik ga elke keer even buiten zitten om al het gedoe te volgen. Een half uur na aankomst zijn de mussen druk met heen en weer vliegen van de ene struik naar de andere en weer retour, waarbij er druk wordt geconverseerd, geprutteld en geruzied. Klokslag 19.30 uur heeft elke mus z'n plekje gevonden en valt er een stilte over de tuin. Ze gaan slapen!

10 augustus 2020

De burgers wordt dringend verzocht het watergebruik te minderen, het loopt de spuigaten uit, aldus het waterleidingbedrijf. Maar het is wel heel erg moeilijk je tuin te zien verdrogen en niet te mogen sproeien! Ik heb dan ook de indruk dat niet veel mensen zich houden het dringende verzoek sproeien achterwege te laten. Op de Veluwe komt ons water uit de bodem en het dalende grondwaterpeil als gevolg van het tekort aan regenwater wordt steeds dramatischer. De heide verdroogt, waterplasjes in het bos verdwijnen met alles wat er in leeft, dieren moeten meer moeite doen om water te bereiken, en steeds meer merken we de gevolgen van de klimaatverandering.

Onze planten kunnen we best vervangen door soorten die beter tegen droogte en hitte kunnen maar bomen vormen een ander verhaal. Hier en daar worden percelen naaldbomen al vervangen voor soorten die beter passen in de nieuwe fase van de natuur. Berken staan te kwijnen, net als platanen, maar ook andere soorten zie je verslechteren. Dit is het vierde jaar op rij dat de bomen kampen met watertekort en het effect is opbouwend, jaar na jaar. Foto: voortijdige bladval in het bos, augustus 2016

Onze volkstuinen hier op de zandgrond leveren ook minder op dan je zou hopen. Droogte in het voorjaar, hitte in de zomer, de gieters water zijn niet aan te slepen. Ik plaats hier een paar foto's van hoe het er voor de hittegolf uitzag.

Op heel veel tuintjes bloeien de zonnebloemen, de een nog hoger dan de andere. Dat wordt over een poosje weer smullen voor de vogeltjes.

Steeds meer mensen doen het met minder groente en meer bloeiende planten. De Koninginnepage wordt er dit jaar regelmatig gezien. Op dit moment is het weer een zielige vertoning in onze moestuintjes. Het is niet anders, we moeten het er mee doen! Foto: een veldje op een van de perceeltjes met phacelia, ingezaaid als groenbemester.

7 augustus 2020

Vee dat zonder schaduwplekken in de wei staat heeft het bij dit weer zeer, zeer zwaar! Het zou verboden moeten worden. Neem koeien, de dieren zweten niet en krijgen het heel benauwd bij hitte en allerlei gezondheidsproblemen kunnen ontstaan. Maar ook ander vee zou niet zo behandeld moeten worden; in Noord-Holland blijkt bijvoorbeeld 73% van de schapen onbeschermd in de wei te staan. De Stichting wAarde heeft een meldpunt waar iedereen kan doorgeven waar vee onbeschermd in de hitte staat te bakken. De actie is bedoeld om de politiek wakker te schudden en regelgeving m.b.t. dierenwelzijn aan te passen. Meldingen: info@bomenvoorkoeien.nl - dus voor alle vee!

Denk ook aan de vogels, die hebben ook veel behoefte aan water om te drinken en te verkoelen. Drinkschalen op een beschutte plek, bij voorkeur nog op een verhoging, zijn niet alleen nuttig voor de vogels maar ook voor ons mensen om van te genieten bij de aanblik van mussen, mezen, merels en wat al niet meer, dat er op afkomt. Bij de huidige temperaturen is het aan te bevelen de schalen overdag tussendoor te voorzien van nieuw water omdat het in de schalen en bakken nogal warm wordt. Vanmorgen heb ik bij een plaatselijke groenwinkel twee grote terracotta plantenschotels gekocht die behalve nuttig voor de vogels ook nog mooi zijn om te zien. De mussen zaten er al snel in.

Ook de tuin heeft het zwaar bij deze zinderende hitte. In principe probeer ik zo min mogelijk te sproeien maar het gaat me te zeer aan het hart om allerlei planten te zien verschrompelen. Dus geef ik met beleid deze dagen water. Ook het nieuwe insectenperkje voor ons huis dat ik geadopteerd heb, staat te kwijnen. Het is bijna ondoenlijk dat ook van water te voorzien maar vanuit de gemeente wordt er meegedacht en meegeholpen en vanmorgen werd er een flinke plens water overheen gegoten. Heel fijn dat je zo samen de handen ineen kunt slaan. Dus ik weer blij en de omwonenden kunnen blijven genieten van de insectenplanten die er staan. Het geheel is nog in ontwikkeling maar volgend jaar wordt het vast heel mooi nu zich er ook spontaan wilde planten vestigen. Zeer aan te bevelen nu veel gemeenten moeten bezuinigen op het groen, pak gewoon je eigen leefomgeving aan.

4 augustus 2020

Dat het klimaat verandert, er jaarlijks meer perioden van grote droogte zijn, er eveneens zeer hoge temperaturen voorkomen, is onmiskenbaar waar te nemen in onze tuinen. Ik houd van mooie tuinplanten maar wil ook graag soorten die voor de natuur van betekenis zijn. Die variatie heeft tot gevolg dat er heel wat te winnen valt aan insecten. Maar ik bemerk nu ook de achteruitgang en als ik mijn fotomappen van de laatste jaren bekijk zie ik daar hoe de afname van insecten steeds groter wordt, terwijl de tuin hetzelfde blijft. De Tweekleurige balsemien (Impatiens balfourii) zie ik niet meer, die verdraagt de uitdrogende bodem niet meer. Jammer, het is een bescheiden soort die oorspronkelijk in de Himalaya komt.

Ook het Groot springzaad (Impatiens noli-tangere) is verdwenen. Jarenlang groeide het op hetzelfde schaduwplekje in de tuin. Impatiens is de Latijnse familienaam van de balsemienen en betekent "ongeduldig", de zaden willen niet wachten tot ze vanzelf verspreid worden maar springen eruit bij aanraking. Ook voor het Groot springzaad blijkt onze tuingrond te droog geworden.

De reuzenbalsemien of Springbalsemien (Impatiens glandulifera) ook uit de Himalaya. Omstreeks 1850 in ons land geïntroduceerd, nu beschouwd als ongewenste exoot. Vanaf 2 augustus 2017 is Balsemien door de Europese Unie op de lijst geplaatst van verboden planten. Zaden en planten mogen niet meer verkocht worden. Voor de imkers is dit jammer, de bloemen produceren heel veel nectar en worden bezocht door massa's bijen. De grote Springbalsemien heeft het in ons land bijzonder naar de zin, vooral langs sloten waar ze voorzien worden van genoeg vocht om een flinke hoogte te krijgen. Daardoor overheersen ze de overige vegetatie, wat als ongewenst wordt gezien.

3 augustus 2020

Nog even terug naar gisteren. Ik noemde de vlinder een Geaderd witje maar bij nader inzien was dat fout. De Vlinderstichting schrijft: Het groot koolwitje is vooral van het klein koolwitje te onderscheiden door de relatief grote hoeveelheid zwart in de vleugelpunt. Het is dus een Groot koolwitje. De kleine boomblauwtjes (Celastrina argiolus) vliegen nog steeds volop, hun vliegpatroon wekt altijd de indruk dat het enorm rusteloze vlindertjes zijn.

2 augustus 2020

Van een tuinierster op de volkstuin kreeg ik een paar "boterzachte" exemplaren van haar courgetteplant omdat ze op vakantie ging en zij ze zelf niet meer zou kunnen eten. Toen ik ze in plakjes sneed zag ik hoe mooi ze vanbinnen zijn als je nog heel jong zijn. Daar maakte ik natuurlijk een foto van.

De laatste week zag ik geen mooi gekleurde zomervlinders meer maar wel heel veel Witjes en Boomblauwtjes. Het Klein geaderd witje (pieris napi) lijkt in de vlucht heel veel op het klein koolwitje. Zit het eenmaal op een blad of bloem dan kun je aan de aders in de vleugels zien dat het om een Geaderd witje gaat. Die aderen zijn vooral bij de eerste lichting duidelijk te zien. De vlinder vliegt in drie generaties tot in de nazomer. Zowel deze als het Klein koolwitje zijn vlinders die je momenteel het meest ziet vliegen.

Boekweit (Fagopyrum esculentum) is een plant uit de duizendknoopfamilie en behoort niet tot de graansoorten. Doordat het geen gluten bevat is het er wel een uitstekend alternatief voor. Het groeit op de armste gronden, het verdraagt zelfs niet eens mest. Terwijl het vroeger een veel geteeld gewas was, komt het boekweitmeel dat we hier in de winkels komen hoofdzakelijk uit Oekraïne en China. De zaden bevatten heel veel stoffen die nuttig zijn voor ons lichaam. Het schijnt dat pannekoeken van (deels) boekweitmeel lekkerder zijn dan die gebakken worden met uitsluitend tarwemeel. Dat ga ik maar eens proberen zelf vast te stellen. De boekweitplantjes die in onze tuinen opkomen, groeiden uit de zaden in het vogelvoer.

De Gewone tuinslak (Cepaea nemoralis) hield zich lang koest in het voorjaar als gevolg van de droogte. Je kon ze zien hangen aan de plantenbladeren, op een hek enzovoort terwijl ze verscholen zaten in hun huisjes en de deur potdicht hielden. Maar nu kruipt hij na elke regenbui over het gras en klagen tuiniers steen en been over hun massale aanwezigheid. Zo'n tuinslak kan zijn huisje dicht maken door er een klepje van verhard slijm voor te maken nadat hij zich in het huisje heeft teruggetrokken. Een epifragma heet dat, het is een tijdelijke voorziening die weer kan worden afgeworpen als het weer gunstig is voor de slak om actief te worden. Op deze manier komt hij ook de winter door als hij een soort winterslaap doormaakt.

30 juli 2020

In bepaalde natuurgebieden kom je nog wel eens de Stijve Ogentroost (Euphrasia stricta) tegen. De plant is al eeuwenlang in gebruik om oogkwalen te genezen. Het is een halfparasiet die wel bladgroen heeft maar ook een deel van zijn water en voedsel haalt uit de wortels van grassen en kruidplanten. Het is een plant van o.a. droge schraalgraslanden en heeft fraaie bloempjes die druk bezocht worden door bijen en zweefvliegen.

Een van de vele boktorren: de Gewone distelboktor (Agapanthia villosoviridescens). De naam zegt het al: Deze boktor foerageert op distels en brandnetels in bermen, akkerranden, ruderale terreinen en dijken. Hij is zeer algemeen op zandgrond.

Wilde bertram (Achillea ptarmica) is een aardige inheemse plant die het vooral goed doet in een zonnig, vochtig biotoop. Hij is uitstekend geschikt voor op de vaas maar ook als droogbloem. In de Middeleeuwen werd op de scherp smakende wortelstok van de plant gekauwd om kiespijn te bestrijden. Dat was een tijd dat mensen nog veel verstand hadden van de natuur en vertrouwd waren met wat daarin groeit.

Er zijn beestjes die je totaal ontgaan doordat ze met hun kleur totaal wegvallen tegen de plant waar ze op zitten. Ziehier de rups van de Vale bremkaartmot (Agonopterix scopariella). Het is een microvlindertje dat grassen mineert. De larven leven tussen samengesponnen waardplanten als onder andere Brem, Gouden regen en Wede. De laatste was in het verleden een verfplant waaruit men de kostbare indigo verf won. Deze rups kroop over een bremstruik waar meerdere blaadjes aan elkaar gesponnen waren. Je bent wat je eet is hier van toepassing, het hele rupsenlijf ziet groen van de plant die hij eet.

28 juli 2020

Hoewel er meer mensen dan ooit hebben deelgenomen aan de vlindertelling van deze maand, en er dus heel veel vlinders geteld zijn, is de conclusie helaas toch dat de achteruitgang van deze soorten zich doorzet. Met name de vlinders die leven op de graslanden doen het slecht. Zo zagen wij vorige week tijdens onze zoektocht maar een enkele Metaalvlinder (Adscita statices), een dagactieve nachtvlinder die er twee, drie jaar geleden nog volop te zien was.

Met de Sint Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) idem dito. In mijn eigen omgeving heb ik nauwelijks een rups kunnen ontdekken maar in Drenthe was dat ook zo, al waren er op een enkele plek toch nog wat rupsen op het Jacobskruiskruid.

Na de Sint Jacobsvlinder verschijnt wat later de Sint Jansvlinder (Zygaena viciae), en ook van deze soort vonden we er slechts één, hoewel het toch een uitstekende vlinderdag was. Aan de andere kant: de maand juli is behoorlijk wisselvallig geweest, dat zou dus ook een rol kunnen spelen. De Waardplanten zijn Vogelwikke, Gewone rolklaver, Honingklaver en Veldlathyrus; de rupsen overwinteren.

Jonge meerkoeten en waterhoentjes hebben het nest verlaten en zwemmen rond onder de hoede van pa of ma. Uiterlijk zijn er geen verschillen tussen man en vrouw. Bij een tweede nest helpen de vogels uit het eerste nest mee met het voeren van de jonge waterhoentjes. Tijdens het zwemmen en lopen houdt de vogel de staart omhoog waarbij de witte signaalveren te zien zijn die voor de jongen een aanwijzing zijn die te volgen. Het Waterhoen (Gallinula chloropus) - ooit een moerasvogel - leeft in sloten, plassen en vaarten.

De oudervogel moest niet veel hebben van onze aanwezigheid en trok zich terug in de vegetatie. Door geluidjes maakte hij/zij kenbaar waar het jong moest wezen. Omdat de vogels met kleine schokkende bewegingen zwemmen hebben ze als bijnaam "waterkipje".

27 juli 2020

Langs de randen van sloten, kanalen, plassen enzovoort staat nu de Kattenstaart (Lythrum salicaria) volop te bloeien. Die kan echter ook in gewone tuingrond groeien, bijvoorbeeld langs de tuinvijver.

In de bloemen kun je vaak minuscule torretjes vinden, zo klein dat je ze met het blote oog niet goed kunt zien. Ze heten Dwergkattenstaartsnuittor (Nanophyes marmoratus), een hele mond vol voor zo'n klein torretje. Ze leggen eitjes in de knoppen van de bloempjes en de larven doen zich tegoed aan de plantdelen van de Kattenstaart.

Op een tak hing een hele verzameling rupsen van de Wapendragervlinder (Phalera bucephala). Allemaal nakomelingen van een en dezelfde nachtvlinder.

Een rups voorspelt nooit hoe hij er als vlinder uit gaat zien en daarom is het moeilijk rups en vlinder bij elkaar te combineren. Dit is de vlinder Wapendrager. Hij lijkt op een afgesneden berkentakje doordat hij de vleugels helemaal oprolt en zo een prachtige vermomming wordt. Daardoor is hij goed beveiligd.

Er zijn meerdere soorten vedermotten maar dit is de Dwergvedermot (Adaina microdactyla). Het is een algemene soort in ons land. Je ziet hem soms pas als hij opvliegt uit de vegetatie als je daar loopt.

De rupsjes van deze Dwergvedermot boren zich in de stengel van het Koninginnekruid waarin ze gedurende de winter leven. De stengel vormt op die plek een soort gallen, meer herkenbaar als verdikkingen in de plantenstengel. In het voorjaar komen ze als vlindertje uit de stengel en kun je aan de gaatjes zien waar ze gezeten hebben. Het is maar zoiets kleins maar ook zoiets moois. Gedurende de winter verblijven er veel kevertjes en torretjes in de resterende stengels van planten. Ook om deze reden kun je beter pas in het voorjaar over gaan tot het opschonen van je tuin.

25 juli 2020

Als je de insectenwereld een goed hart toedraagt is het nuttig om wat meer te weten over de samenhang van planten en de insecten die er op leven en er vaak afhankelijk van zijn. De Rimpelroos (Rosa rugosa) is daar een goed voorbeeld van. De bloemen trekken enorm veel insecten maar ook de bottels zijn van belang.

Ik laat er twee zien. Dit is een Rozenzaadwesp (Megastigmus aculeatus) en in dit geval een vrouwtje wat te zien is aan de lange legboor. Het is een heel klein wespje. Ze legt haar eitjes onderaan de bottel en de larven voeden zich met de zaden die daarin zitten.

Hier heeft de Smalle randwants (Gonocerus acuteangulatus) haar eitjes gelegd, ook op een rozenbottel van de Rimpelroos.

De nimfen die daar uit voortkomen zien er buitengewoon grappig uit.

De jonge wantsjes vervellen vijfmaal voor ze volwassen zijn. Dit is een larve met een volgende vervelling, de larve is al een stuk groter al is hij in werkelijkheid aanzienlijk kleiner dan op een foto. Nog steeds leuk om te zien.

En hier is dan het volwassen exemplaar. Een uiterlijk wat saai beestje maar wat is het leuk om te volgen hoe de voortplanting verloopt. Het is zo de moeite waard om af en toe met je neus in de struiken en planten te duiken! Deze wants is heel algemeen en in elke grotere tuin wel te zien.

24 juli 2020

Toen ik gisteravond nog even buiten was viel het me meteen op: ze zijn weg! Stilte en een lege lucht, de gierzwaluwen hebben hun biezen gepakt. Met een snelheid tot 120 kilometer per uur vliegen ze non stop terug naar Centraal-Afrika. Ze zijn hier alleen maar om zich voort te planten en altijd omstreeks deze tijd is dat volbracht. Je kon het al zien aankomen, grote groepen volwassen en jonge vogels scheerden door het luchtruim om zich te verzamelen. En als altijd ieder jaar werd ik er ook nu weer een beetje weemoedig van.

Afgelopen week ben ik voor het eerst weer eens per trein richting Drenthe gereisd om met mijn natuurmaatje daar weer eens te struinen. Daar was het door alle virusellende dit jaar nog niet van gekomen. Het is altijd weer genieten om door de natuurgebieden daar te wandelen en te ontdekken wat er allemaal te zien is.

Het was echt opvallend hoeveel minder dat was dan voorgaande jaren. Het kan niet anders of de hitte van vorig jaar heeft een flinke tol geëist van de natuur. Maar vooral ook de droogte drukt een stevig stempel. Ook hier waren duidelijk minder insecten. Waar vorige zomer nog talloze juffertjes op de bloemen van waterplanten zaten, waren ze nu niet te zien.

De knalrode jonge braamvruchten vormden een vrolijke noot in de bermen. Laat de zon maar komen, dan worden ze snel rijp. Al met al hebben we toch heel leuke insecten gevonden en daarover gaat het in de volgende aflevering van dit dagboek. Leuke, maar ook bijzondere insecten. In het gezelschap van mijn "persoonlijke David Attenborough" heb ik weer heel wat geleerd!

23 juli 2020

Een paar gulle regenbuien zouden wel weer zeer welkom zijn want de verdamping van het aanwezige vocht in de grond is enorm. Meteen komen er ook weer meer vogels naar de vijvers en drinkschalen in de tuin. Hier komt een jonge Gaai zijn dorst lessen, prachtige vogels. Dit jaar heb ik nog niet hun mooie blauwe veertjes gevonden.

Even later verschenen er jonge Tjiftjaffen. Er zijn momenteel heel veel juveniele vogels te zien. In onze tuin zijn vandaag jonge mereltjes uitgevlogen. Lang niet altijd overleven die jongen het eerste jaar. Als er net genoeg volwassen worden om hun ouders te vervangen, is het al mooi.

Een jonge Roodborst is niet op z'n mooist als hij zijn nestveren gaat ruien, maar het is wel aandoenlijk om te zien. Hoe meer waterplekken je dus in je tuin maakt, wel op een beschutte plek waar de vogels veilig kunnen drinken en badderen, hoe meer plezier je aan ze beleeft.

21 juli 2020

Er zijn soms van die dagen waarin je gewoon niet vooruit komt, en dit was er zo een. De tuinhulp die zou komen maar niet kwam opdagen, de uren die nutteloos met wachten voorbij kropen en een grote hoeveelheid groenafval van mijn volkstuin die nu niet niet werd afgevoerd. En dan was het ook nog zo'n dag die niet wist wat hij wilde: wind, veel wolken, dan weer brandende zon. Tegen de avond wordt het vaak rustig en zonnig en dan is het licht fantastisch als het door de bloemen schijnt zoals bij deze Beemdkroon (Knautia macedonica) die van een brave maar mooie donkerpaarse kleur verandert in een vlammend rood. Het zijn de moeilijke kleuren om goed te fotograferen.

Cosmea heb je in allerlei kleuren en formaten. Deze oranje soort is mijn favoriet. Iets zonnigers dan zo'n bloem die door de zon beschenen wordt, bestaat er niet. Ik zaai hem elk voorjaar en deel er volop van uit want iedereen vindt hem mooi.

Het Leliehaantje (Lilioceris lilii) wordt verafschuwd door elke tuinier die lelies in de tuin heeft. Ze planten zich razendsnel voort, leggen stiekem een heleboel eitjes onder het blad en hun larven vreten in een razend tempo de planten op. Maar wat zijn ze mooi met hun rode dekschildjes die wel gelakt lijken.

Op de top van een Lobelia die naast de tuinbank staat zat een klein spinnetje als een koning op zijn troon. Als je je ogen de kost geeft ontdek je al snel dat je in een tuin nooit het rijk alleen hebt!

19 juli 2020

Tijdens het wieden zag ik in de waterschaal die tussen de planten staat, een vliegje dat ik niet kende. En dan wil ik ook weten wat het is. Het bijkt er een uit de familie Langpootvliegen, en wel Poecilobothrus nobilitatus die bij water leeft. De enorme diversiteit en hoeveelheden insecten zijn qua hoeveelheid bijna niet te bevatten. Van vliegen en muggen zijn wereldwijd alleen al ruim 100.000 soorten beschreven.

Van deze vliegjes hebben mensen niets te duchten; ze leven van andere vliegen en hun larven eten weer andermans larven. Alleen de mannetjes hebben mooie witte randjes aan het eind van de vleugels. Mannen in het dierenrijk moeten zich om vrouwtjes te lokken altijd meer uitsloven dan de laatsten.

Bijen, hommels en andere bloem bezoekende insecten zorgen ervoor dat er in de natuur soms spontane kruisingen plaatsvinden doordat het stuifmeel van de ene plant op de andere terecht komt. Het gebeurde ook met een Vlinderstruik (Budleja) in onze tuin. Drie jaar geleden kocht ik een lang bloeiend nieuw ontwikkeld laagblijvend vlinderstruikje en een paar dagen geleden zag ik opeens uit de gewone vlinderstruik een lange recht opgaande tak verschijnen die dezelfde bloeivorm had als die van het kleine struikje. Ze stonden een meter of tien uit elkaar. Er groeien nu twee verschillende bloeivormen uit dezelfde vlinderstruik. Ik ben benieuwd hoe dit verder gaat.

Fietsend langs 's Heeren wegen kwam ik de afgelopen tijd best veel Jaobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) tegen maar hoe vaak ik ook afstapte om even te kijken, nergens zag ik de geel/zwart gestreepte rupsen van de Jakobsvlinder. Dat betekent dat het met deze vlinder niet goed gaat. Geen rupsen, geen vlinders, (dat is ook in onze tuinen het geval). Los van dit alles wordt het Jakobskruiskruid plaatselijk te vuur en te zwaard bestreden terwijl dat echt niet overal nodig is. Lees maar eens jacobskruiskruid.com

17 juli 2020

Volgens de wildbeheerders lopen er weer veel te veel zwijnen op de Veluwe. Dus moet er weer een ontstellend aantal worden afgeschoten. Vooral zeugen en biggen. Geen enkel jaar wordt het afschotdoel gehaald en nooit wordt het besluit genomen gewoon maar eens af te wachten of de soort zich niet zelf zal reguleren, zoals bij de meeste dieren het geval is. Dit jaar streeft men naar een afschot van 6.000 tot 6.500 dieren. Wat een slachtpartij!

De meeste uilensoorten in ons land hebben een slecht broedseizoen. De afwisseling van koud voorjaar, heel veel regen, lange droogteperiode, opnieuw veel regen, eisen hun tol. Muizen die het hoofdvoedsel zijn voor de steenuil verdronken in hun holletjes, regenwormen waren in de droge bodem niet meer te pakken. Met de Ransuil (Asio otus) gaat het prima, die gaat gewoon over op het vangen van vogels, net als de Bosuil.

Bij de tuinvijver vloog een Gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum). Deze libel houdt zich op bij stilstaande en langzaam stromende watertjes. Het valt me op dat er nauwelijks grote libellen te zien zijn. Zal ook wel weer met het weer te maken hebben.

15 juli 2030

Na alle regen van de afgelopen tijd zou je verwachten dat er nu wel veel bloeiende planten langs de wegen zouden staan. Helaas is dat niet waar, dat wil zeggen, niet in de omgeving buiten mijn dorp. Hoewel de bermen niet tot het boerenland behoren worden ze door boeren toch gemaaid en beroofd van plantengroei. Niemand doet er wat aan. De gierzwaluwen bereiden zich alweer voor op de terugtocht naar het zuiden en de graslanden zijn alweer gemaaid. Langs de rand staat zowaar een grote warrige pluk Glad walstro (Galium mollugo).

Op bermdelen waar geen boerderijen staan groeit wat Knoopkruid (Centaurea jacea) en daar wemelt het van het Koevinkje (Aphantopus hyperantus). Er staat ook wat Lavatera tussen maar dat is het wel.

Langs de Soerense beek vliegen op diverse plekken weidebeekjuffers. Mannetjes jagen op vrouwtjes maar de laatsten kon ik niet ontdekken. Ze leven bij zuurstofrijke stromende beken.

Moeraswalstro (Galium palustre) is een algemeen voorkomende plant. Toch zie ik hem hier niet veel. Een mooie soort die op land kan groeien mits de bodem vochtig is, maar het meest te zien is langs de waterkant. Hier groeit hij langs de beek waar ook de juffers vlogen.

Langs het Apeldoorns/Dierens kanaal zie ik het Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) in bloei staan. Goed gekeken maar geen grappige larfjes van de bijbehorende schildpadkever, ook geen leuke galletjes maar daarvoor is het ook te vroeg, de planten bloeien nog maar net. Dus over een poosje maar opnieuw gaan kijken. Vanuit de rietkraag klinken op allerlei plekken de kwetterende liedjes van de Kleine karekiet. Die maken de schrale oogst weer helemaal goed.

13 juli 2020

Tijdens een fietstochtje zag ik bij een klein plasje een Ooievaar (Ciconia ciconia) die net een bad genomen had. Jammer dat ik dat niet ook gezien heb. Ik bleef er een poosje bij staan kijken hoe de grote vogel de veren poetste. Dat ging er serieus aan toe.

In de afgelopen winter zijn er tweemaal zoveel ooievaars in Nederland gebleven als het jaar daarvoor. De zachte winter zal een rol gespeeld hebben maar sowieso trekken steeds meer vogels niet weg naar het zuiden om onze winter te ontvluchten.

Vaak worden ooievaars gezien als belangrijke predatoren van jonge weidevogels maar onderzoeken in eigen en het buitenland wijzen uit dat dit een onjuiste veronderstelling is. Behalve muizen, kikkers en mollen worden er vrijwel geen grotere prooien aan de jongen op het nest gevoerd.

Ook uit braakbalonderzoek blijkt dat de volwassen ooievaars veel regenwormen, kevers en emelten eten, maar af en toe wordt er ook wel een muis en zelfs een mol verorberd. De Ooievaar deed er aardig wat tijd over voordat hij tevreden was. Statig stapte hij weer terug naar de rand van het plasje, trok een poot op en ging het verenpak nog eens rustig nadrogen in de zon. Dat de vogel geringd was, is niet wonderlijk. Steeds meer particulieren zetten op hun terrein een nestpaal en laten de jongen ringen.

12 juli 2020

Ha, eindelijk weer vlinders. De Citroenvlinder (Conepteryx rhamni) vliegt al heel vroeg in het jaar nadat hij de winter hangend onder een tak of blad heeft doorgebracht. De vlinder plant zich meteen voort en sterft. De nieuwe exemplaren die je nu ziet vliegen zijn dezelfde die je over een paar maanden nog ziet, en zelfs dezelfde die je in komende lente ziet; dan is de cirkel weer rond. Daarmee is het de langst levende vlinder in ons land. De rupsen vindt je hoofdzakelijk op Sporkenhout en Wegdoorn. Als je een van beide in je tuin hebt, kun je de hele levenscyclus volgen.

Het schattige Boomblauwtje (Celastrina argiolus) is ook weer actief, zodra de zon maar schijnt zie je hem fladderen. Het Boomblauwtje heeft meerdere generaties, de derde in de herfst. De rupsen en poppen overwinteren.

Nu de vlinderstruiken weer bloeien is ook de Dagpauwoog (Aglais io) weer present. De waardplant is Brandnetel, een vlinder kan daarop tot 100 eitjes leggen. Ik ben benieuwd of het al dan niet een goed jaar voor de vlinders zal worden. Dit is een goed moment om waarnemingen te melden op de website van de Vlinderstichting. De zomertelling duurt nog de gehele maand.

10 juli 2020

De hele maand juli is het vlindermaand en wordt mensen gevraagd aan de Vlinderstichting door te geven welke vlinders ze zien in hun tuinen. Ik ben ontzettend benieuwd wat het gaat opleveren. Het weer van de laatste tijd is natuurlijk dramatisch voor onze vrolijke fladderaartjes. Vanmorgen lag er een bericht van een tuinclubmaatje in de online brievenbus: "Deze prachtige vlinder zat gisteren in de tuin en vanmorgen zat ze er nog. Ze slaat af en toe de vleugels uit maar vliegt niet weg. Kan ik iets doen?" De bijgesloten foto toonde de magnifieke Koninginnepage (Papilio machaon). De onophoudelijke regen had de vlinder teveel afgekoeld waardoor de vleugels weigerden. Toen ik in de eigen tuin halverwege de dag koolwitjes zag vliegen heb ik even gevraagd of de page inmiddels was weggevlogen. En dat was zo, wat een opluchting...!

Tuinliefhebbers klagen steen en been over de aanwezigheid van naaktslakken! En dan van die grote. Inderdaad wordt het probleem elk jaar groter en in de huidige vochtige omstandigheden doen ze het extra goed; in natte zomers kunnen ze dubbel zoveel nakomelingen voortbrengen. Behalve onze eigen Grote wegslak hebben we tegenwoordig ook te maken met exoten die het hier uitstekend naar de zin hebben. De Spaanse aardslak (Lehmannia valentiana) komt uit het gebied Zuid-Spanje/Noord-Afrika. Beide soorten zijn alleen via de microscoop van elkaar te onderscheiden. Ze voelen zich vooral thuis in wat vollere, wildere tuinen, kassen en houtopslag. Huisjesslakken kun je beter met rust laten, vogels en egels eten ze graag en ze leven van dood plantenmateriaal. Naaktslakken worden meestal fel bestreden. Met biervallen, koperband (wat niet helpt), aaltjes die duur zijn en regelmatig opnieuw moeten worden aangeschaft, het is vechten tegen de bierkaai.

8 juli 2020

Doorgaans wordt ik nogal humeurig als het vele dagen achtereen regent maar ditmaal is het anders omdat ik weet hoe broodnodig al dat vocht is. Het huis is er ook weer blij mee, er is al heel veel opgeruimd en afgevoerd. Tussen de buien door ging ik even met de camera door de tuin om een paar bloemen te fotograferen want ik heb wat met druppels.

Op een Margriet komen druppels niet tot hun recht. Er is te weinig contrast. Regendruppels vallen in verschillende grootte. Een klein drupje motregen is mooi rond van vorm maar een grote druppel is afgeplat en heeft ook nog een heel klein deukje. Door de zich ontwikkelende technologieën is men steeds meer in staat geworden om ook naar dit onderwerp onderzoek te doen.

Zo kon men ook berekenen met hoeveel kracht een regendruppel neerkomt. Als die vanaf grote hoogte op een insect valt, kan dat desastreus zijn, het effect is vergelijkbaar met een honkbal die van 10 meter hoogte op een mensenhoofd valt. Toen mijn nu volwassen kleinzoon nog regelmatig bij ons logeerde, was het vaste prik de dvd Microcosmos te bekijken. Dat was voor hem groot vermaak. De vechtpartij tussen twee Vliegende herten, de regendruppel die zo hard neerkwam op een blad dat een lieveheersbeestje met een boog in de lucht geschoten werd, we hebben het er af en toe nog wel eens over.

Een vlinder heeft voor dit laatste een prima verweer. De vleugels zijn bedekt met een heel dun waslaagje waardoor de druppel meteen weg glijdt. Bovendien heeft de vlindervleugel heel kleine bultjes die als naaldjes werken waardoor de druppel kapot gaat. Doordat het water dus maar heel kort op de vleugels blijft komt dat ten goede aan de spieren op de vleugels, die koelen niet teveel af. En zonder warme en soepele spieren kan een vlinder minder goed vliegen. Interessant toch, al die druppels die bloem en blad versieren?

De Montbretia "Lucifer" (Crocosmia) staat weer te vlammen in de tuin. De oorsprong van de bollen ligt in Zuid-Afrika waar het een wilde plant is. Crocosmia is familie van de saffraancrocus en het sap van de bloemen wordt wel eens als vervanger van de zeer duur saffraan gebruikt. Na de bloei verschijnen er kleine rode bessen aan de bloeiwijze; die maken dat na de werkelijke bloei de plant nog steeds fraai is.

Ik was op een proefveld waar heel veel soorten aardappels experimenteel geteeld worden om te kunnen vaststellen welke rassen de beste zijn voor consumptie. Al heel veel jaren wordt er in de aardappelteelt gevochten tegen de Coloradokever (Leptinotarsa decemlineata) die een ware plaag is, zo erg zelfs dat iedereen die ze verbouwt verplicht is ze te bestrijden. Op een volkstuin kun je ze best met de hand wegvangen als je dagelijks controleert maar op grote schaal zijn nare bestrijdingsmiddelen nodig. Een enkel vrouwtje kan voor honderden nakomelingen zorgen en die kunnen een complete teelt verwoesten. In warme zomers kunnen de kevers zelfs een tweede generatie voortbrengen. De kevers zijn best mooi, de larven ook. Vind ik tenminste, maar je moet er wel oog voor hebben. Opmerkelijk was dat de kevers precies het enige strookje onbespoten piepers konden vinden om hun eitjes op te leggen en waar ik de larven vond.

De Bruine kikker (Rana temporania) mag dan een waterdier zijn, als de regen venijnig uit de lucht plenst kruipt hij snel het land op. Blijkbaar bevallen die harde druppels op z'n kop hem niet. De kikker verblijft trouwens niet alleen in het water ook op het land scharrelt hij zijn kostje bij elkaar. Dat kan van alles zijn: kevers, spinnen, wormen; het schijnt dat hij af en toe ook niet vies is van een muis of een klein soortgenootje. Een kikker eet maar driemaal per dag.

4 juli 2020

Niemand hoort mij klagen over de regen, ook al is er inmiddels al heel wat gevallen. Al tweemaal heb ik de regenmeter geleegd en het mag nog wel even zo doorgaan. Liefst met af en toe een droge zonnige dag er tussendoor. Maar ja, we hebben niets in te brengen wat dit betreft. Het is alleen jammer dat rozen zo slecht tegen dat vocht kunnen. De ene dag staan ze er prachtig bij, en de volgende zijn ze totaal verregend.

Het is zo leuk om te zien hoe sommige insecten zich proberen te vrijwaren van al die nattigheid. Deze Rozenkever kroop weg onder de bloemblaadjes van een witte Flox maar die ging prompt hangen door het gewicht van de vele druppels en toen was de kever alsnog de klos.

De Meidoornkielwants dacht droog te zitten door helemaal in de Kaardenbol te kruipen maar dat bleek ook al geen succes, gezien de grote druppel op z'n snoet. Alles groeit opeens tegen de klippen op en nu zie je ook wat een enorm verschil van effect er is tussen het nathouden met kraanwater en de natuurlijke regenval. Kraanwater houdt de planten op de been maar regen doet groeien en bloeien.

2 juni 2020

Ik was deze week bij iemand die een bloemrijk grasland had laten ontstaan dat inmiddels een flink aantal jaren oud is. Daar doorheen waren paden gemaaid en het was een genot om daar doorheen te lopen. De wuivende grassen, de wilde planten die er waren gekomen, bomen en struiken langs de buitenrand, een paradijs voor vlinders van dergelijke graslanden. Ik laat er een paar zien. Het Bruin zandoogje, een rusteloos vliegend vlindertje dat vroeger een echte bosvlinder was maar nu veel meer te zien is in tuinen en parken waar ook bomen staan. De rupsen van het Bruin zandoogje leven van diverse algemene grassoorten.

Op het vele Sint-Janskruid dat er groeide zat ook de Sint-Jansvlinder (Zygaena filipendulae), net als op het Knoopruid. Een klein maar heel fraai vlindertje. Het is een echt zomervlindertje dat in dit biotoop helemaal op z'n plaats is. De rupsen leven van Rolklaver.

Het Groot dikkopje (Ochlodes sylvanus) is een echte bloemenbezoeker die vooral graag zit op bloeiende Braam, Distel, Knoopkruid e.a. De rups leeft ook van diverse grassen. In tuinen vliegt de vlinder ook op Lavendel.

Het Staartblauwtje (Cupido argiades) is een vlinder uit de familie van kleine pages; het heeft aan de achtervleugels een klein staartje dat bij een afgevlogen exemplaar soms niet meer te zien is. De vrouwtjes hebben blauw bepoederde bruine vleugels. In 2011 waren er enkele waarnemingen van deze vlinder in Zuid- en Midden-Limburg en dat was sinds 1933 niet meer gebeurd. Door het opwarmende klimaat is het nu weer te zien. Het was jammer dat ik de vlinder door een beweging verstoorde, helaas kon ik daardoor geen betere foto maken. Berouw komt altijd na de zonde. Ik vond het opmerkelijk dat er geen enkele van de bekende grotere zomervlinders vlogen. In mijn dorp liggen nogal wat troosteloze flinke grasstroken die regelmatig gemaaid worden. Wat zou het toch mooi zijn als dat beleid werd aangepast door op de juiste tijd te maaien en het maaisel af te voeren. Dit laatste is essentieel. Op deze manier zou zoveel te winnen zijn voor de natuur. Gelukkig gaan er steeds meer stemmen op om ook de brede bermen langs de autowegen op de juiste manier te gaan beheren.

1 juli 2020

Alweer negen dagen zijn we voorbij de langste dag en elk nieuw etmaal wordt er een minimale hoeveelheid lengte van de dagen afgesnoept. Op elk moment van het groeiseizoen komen er weer andere planten in bloei. Zo kreeg ik een mailtje van onze plaatselijke "Heideman", dat er weer veel Klein warkruid (Cuscuta epithymum) groeit in het heideveld dat hij al heel lang in zijn eentje, met nog altijd veel plezier, onderhoudt. "Bijna klaar met het inplanten van 1.200 nieuwe plantjes, in de achtertuin 4.000 potjes met stekken voor de toekomst", ga er maar aan staan!

Klein warkruid is een parasitaire soort die z'n voedingsstoffen steelt bij zijn waardplant Struikheide. De rode stengels groeien heel snel en winden zich omhoog in de heideplanten waarbij ze hun boorworteltjes in het vaatstelsel van de heide werken. Het Warkruid bloeit met veel heel kleine bloemetjes die lekker schijnen te ruiken.

Als de bloempjes hun zaad hebben verspreid groeit daar in het voorjaar een kiem uit die nog wat bladgroen bevat. De kiem groeit verder en wordt dan een parasiet: de stengels worden nu rozerood. Het zaad verspreidt zich via regenwater of door dieren die van het zaad eten. Als je zo'n stengelmassa ziet kun je je goed voorstellen dat in het verleden, toen mensen hier nog niet zoveel over wisten, de naam Duivelsnaaigaren is ontstaan, het is een niet te ontwarren massa. Het Klein warkruid is zeer sterk achteruit gegaan en staat op de Rode Lijst van beschermde planten. Het is een typische heideplant.

29 juni 2020

Hoera, de eerste Dagpauwoog (Aglais io) gezien. Is het geen schitterend insect met die vier ogen op de vleugels. Geen andere soort evenaart dit. Dit is het derde jaar op rij dat de vlinders het moeilijk hebben door de droogte en de hitte die tot nu maar kort duurde maar wellicht nog langduriger volgt in de zomer. Het gaat al veel langer slecht met de vlinders, ook door het verdwijnen van bloemrijke biotopen. Des te meer een aansporing voor ons om vooral planten in de tuin te zetten die aantrekkelijk zijn voor deze vrolijke fladderaars.

Ik was laatst bij iemand in wiens tuin een heel stuk bedekt was door de Sieraardbei (Potentilla indica), de felrode schijnvruchten staken vrolijk boven het groen uit. Je denkt er niet zo snel aan maar het is een prima soort als bodembedekker.

De felgele bloempjes zijn ook al heel leuk om te zien. In het hart van de bloem zit de zogenaamde bloembodem waarop de pitjes groeien die de vrucht het bekende aanzien geven. Precies hetzelfde gaat dat met de aardbeien die we in de winkel kopen, alleen smaken die lekker terwijl de Sieraardbei dat niet doet. Ik kweek mijn eigen aardbeien die heerlijk zoet zijn. Het schijnt dat in alle supermarkten dezelfde soort verkocht wordt terwijl je zelf voor eigen kweek uit heel veel lekkerder soorten kunt kiezen.

Wat later in het seizoen groeit de Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae) . Voor wie een klein vijvertje heeft is dit de ideale vervanger van een waterlelie. De bloempjes lijken wel gemaakt van crêpepapier en lokken veel vliegjes aan die weer een smakelijk hapje voor kikkers vormen. Het zijn drijvende plantjes met lange dunne worteldraden waartussen het goed schuilen is voor dikkopjes en salamanderlarven.

28 juni 2020

Rond de dag waarop de zon het hoogst staat bloeit het Sint Janskruid (Hypericum perforatum). De plant bevat stoffen die zowel in de homeopathie als in de reguliere geneeskunst gebruikt worden bij mensen met lichte tot matige depressiviteit. Het middel kan verstorend werken bij nogal wat geneesmiddelen dus het is verstandig het niet zomaar te gebruiken als je die slikt maar altijd eerst in overleg te gaan met de huisarts of apotheker. Voor paarden is het giftig doordat een stof in de planten paarden gevoelig maakt voor verbranding door de zon. Daartoe moeten ze in elk geval twee kilo van het verse jonge blad eten.

Een Gewone komkommerspin (Araniella cucurbitina) had zich vergrepen aan een lieveheersbeestje. Hij maakt deel uit van de famile Wielwebspinnen. De spin gaat heel uitgekiend te werk. Het web wordt onder een blad gemaakt en zelf hangt de spin er ondersteboven in zodat hij nauwelijks opvalt tussen het groen.

Ik kan het bijna zelf niet geloven maar dit is de eerste jonge Merel die ik in onze tuin zie tot nu toe. En dat is buitengewoon merkwaardig omdat juist de tuin een plek vormt waar menig merel de jongen naar toe leidt. Twee nesten in onze klimop gingen verloren door predatie. Ik kan me niet herinneren dat we het ooit een voorjaar zonder jonge mereltjes in de tuin hebben moeten doen.

De vorige droge zomer met extreem hoge temperaturen waren desastreus voor de vlinders en hun rupsen. Het zou dit jaar dus spannend worden op dit gebied. De zomerdip zou nu voorbij moeten zijn en de zomervlinders zouden nu toch wel moeten vliegen. Ik zie ze niet. Het Klein koolwitje is er volop en ook het leuke Boomblauwtje (Araniella cucurbitina) is veel te zien. Alleen als het zit met volledig gespreide vleugels kun je het mooie blauw zien. De onderkant die zilverblauw is en zwarte stipjes heeft is natuurlijk ook zeker de moeite waard.

26 juni 2020

De Rapunzelklokjes bloeien overweldigend; ik heb ze al vele jaren maar nog nooit waren ze er zo prominent. Hoezeer ik de aangekondigde regen ook verwelkom, als het echt zo heftig wordt als voorspeld, liggen ze morgenochtend plat. Altijd heeft alles twee kanten.

Deze prachtige nachtvlinder, een Uiltje, had een slaapplek gezocht onder de grote tuinparasol. Het is geen nieuwe info die een recent onderzoek naar het verband tussen licht en de afname van nachtvlinders opleverde maar wel een ondubbelzinnige bevestiging. Kunstmatig licht in de nacht verstoort de aanmaak van lokstoffen bij de vrouwelijke vlinders waardoor er minder gepaard wordt en de populaties afnemen. Het onderzoek "Licht op Natuur" door o.m. het Ned. Inst. voor Ecologie, Wageningen universiteit en de Vlinderstichting werd gedaan door middel van lantaarnpalen die in bosranden werden gezet. Je kunt de nachtvlinders helpen door 's nachts geen lampen continu te laten branden maar lampen te gebruiken met een bewegingssensor.

Er liep een Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis) op de vensterbank. Terwijl ik het bekeek schoot razendsnel een spin uit een hoekje en wilde het tot prooi maken. Daar stak ik even razendsnel een stokje voor door de spin te verjagen. Vervolgens zette ik het kevertje op een blad waar het onbevangen verder kroop. Toen realiseerde ik me hoe ingebakken het principe van "partij kiezen" is en hoe dat je handelen beïnvloedt. De kever is een exoot die onze inheemse lieveheersbeestjes bedreigt, waarom redde ik het beestje dan van de ondergang? Puur instinct, misschien omdat het zo mooi is....

Elke avond, zo tussen negen uur en half tien verzamelen de Gierzwaluwen (Apus apus) voor een potje samen vliegen. Ik weet zeker dat ze dat puur voor hun plezier doen. Even geen jongen voeren maar lekker met z'n allen door het luchtruim scheren. Op die momenten hoor je ze meer geluid maken dan de hele eerdere dag bij elkaar. Wat een snelheid, wat een mooi vliegbeeld, je wordt er vrolijk van als je er naar kijkt.

25 juni 2020

Vanmorgen wilde ik een parasol op zetten en zag daar toen een springspin die bij een spinsel zat. Het bleek de Schorsmarpissa (Marpissa muscosa), een spinnetje dat iedereen wel kent. Het staat te boek als een soort die zich ophoudt bij bomen en onder de schors haar cocons bouwt. De spin zien we ook veel in tuinen waar hij op de tuinmeubels zit, op de deurposten, soms ook naar binnen glipt. Ik heb een hele tijd zitten kijken hoe deze vrouw spin haar cocon maakte. Ze legt eerst een aantal eitjes en bedekt die dan met spinsel. Het was leuk om te zien hoe ze dat deed: ze stuurde haar achterlijf beurtelings naar links en rechts en maakte zo met de spinklieren achterop het lichaam een stevig spinsel dat haar eitjes bedekte.

Toen de cocon klaar was ging de spin er bovenop zitten en na uren zat ze daar nog steeds. Daar wilde ik meer van weten en vond dat de spinnenmoeder haar cocon blijft bewaken tot de eitjes uitkomen. Hoe lang dat gaat duren kon ik niet vinden. In de spinnengids van Tirion las ik dat deze spin een woonweb heeft dat ze in de zomer uitbouwt tot een groot einest waarin maximaal 5 cocons gemaakt worden. Maar ik heb nog nooit een springspin in een web zien zitten, ik weet niet beter dan dat ze niet eens een web maken. Dus dit was verwarrende informatie.

Er zijn enorm veel spinnensoorten en niet alle functioneren op dezelfde wijze. Een Kruisspin bijvoorbeeld kijkt niet meer om naar haar eitjes; er zijn spinnen die hun jongen langdurig verzorgen, die ze meezeulen op hun rug. Deze Kraamwebspin draagt haar eicocon met zich mee. Tegen de tijd dat de spinnetjes geboren worden maakt hun moeder een soort kraamweb waarop ze de eicocon deponeert. Pas na de tweede vervelling worden de jonge spinnen zelfstandig. Wat een wondere wereld toch, die van de insecten.

23 juni 2020

Er zijn bloemen die de bloemblaadjes naar boven dicht vouwen als het avond wordt maar er zijn er ook die juist dan open gaan. De Teunisbloem bijvoorbeeld en de Avondkoekoeksbloem die dat andersom doen. Ze hebben andere insecten nodig voor de bestuiving. In de avond en nacht vliegen immers de nachtvlinders. Maar ook blaadjes gaan soms dicht, zoals bij deze Klaverzuring (Oxalis).

Bij de Gele kamille (Anthemis tinctoria) gebeurt er weer iets anders en waarom dat zo is, is raadselachtig. Overdag staan de bloemen er fris en fruitig bij maar in de avond vouwen de buitenste blaadjes (straalbloemen) geheel omlaag zodat de middelste buisbloempjes aan de nacht gepresenteerd worden.

Misschien heeft dit wel als doel om de buisbloempjes nadrukkelijker te presenteren aan nachtvlinders. Het is maar een bedenksel van mij maar alles in de natuur heeft immers een doel. Gele kamille is tamelijk zeldzaam in de natuur maar wordt wel eens ingezaaid vanwege de eigenschap het zand te kunnen binden.

22 juni 2020

De eerste zomerdag ging weer zo mooi onder...., ik kan het niet nalaten daar foto's van te maken. Dat samenspel van het dalende zonlicht met de aanwezige wolken aan de hemel is altijd weer zo fascinerend, altijd weer anders en altijd weer zo om van te genieten. Als toegift stond er een schitterende regenboog recht tegenover, dankzij een klein beetje regen dat nog viel.

Ik kan niet tussen het groen in de tuin of elders lopen of ik heb een of meer teken te pakken. Vanmorgen trok ik de 16de binnen twee weken uit mijn vel. Het zijn steeds nimfen die op zoek zijn naar hun eerste bloedmaaltijd. Zorg er altijd voor dat je zo'n beest binnen 24 uur uit je huid hebt verwijderd, dan is er niet veel gevaar voor besmetting. Zelf voel ik gelukkig kort nadat de teek zich heeft vastgebeten altijd een zeer typerende en vervelende jeuk. De pincet ligt daarom altijd voor het pakken.

Op de Rapunzelklokjes zat vanmorgen deze mooie Groene Stinkwants Palomena prasina. Wantsen vervellen vijfmaal nadat ze uit het eitje komen en na de vijfde vervelling zijn ze volwassen. Het lijkt me dat dit bij deze nu het geval is, al moet hij nog fel groen worden. De Groene behoort tot de familie der Schildwantsen. Wantsen hebben een zuigsnuit en eenmaal volwassen kan hij zich weer volledig richten op het zuigen naar plantensappen en het paringsritueel. Ik las eens dat de Groene stinkwants dit doet door trillingen te veroorzaken die zich via de bladeren voortplanten zodat vrouwtjes weten dat er een gegadigde in de buurt is. Een opmerkelijk waarneemster liet weten dat ik fout zit: de wants op de foto is een Bremschildwants (Piezodorus lituratus), een soort die ik nog nooit gezien heb en niet herkende.

Dit plantje kreeg ik van een vriendin die net als ik haar tuin te vol heeft staan met alles dat ze leuk vindt. Het is een plantje uit het geslacht Saxifraga dat we allemaal wel kennen, vaak als rotsplant met veelal witte maar ook wel roze bloempjes. Deze selectie is echter een afgeleide van de vroeger veel geziene kamerplant die Moederplant heet en in een pot voor het raam hing en lange ranken kreeg met nieuwe plantjes. Dat doet deze ook maar door selectie is het nu een tuinplant geworden: Saxifraga stonolifera. Door een kweker werd het gevonden in Japan. Wat een fraaie en sierlijke bloempjes!

21 juni 2020

Nu we de lente alweer achter ons laten gaat het zomerseizoen ons weer veel moois voorschotelen. Maar ook kunnen we weer zaden verzamelen van allerlei planten die hun glorietijd al voorbij zijn. Zo was ik blij verrast om in de brievenbus een enveloppe met zakjes zaad aan te treffen die een aardig tuinclubmaatje me toestuurde voor mijn "insectenparadijsje". Dat bestaat uit een voormalige lelijke grasstrook voor het huis die door mij werd omgevormd tot een ontluikend perk waar uitsluitend insecten lokkende planten staan. Een mooi initiatief van onze gemeente die de burgers met plezier stukjes grond laat adopteren om er iets moois van te maken. In de zakjes zaten zaadjes van Pimpernel, Gele morgenster en Salvia. Leuk!

Planten doen er alles aan om het voortbestaan te verzekeren. Ze vormen zaad en/of uitlopers en soms komen ze daardoor in conflict met de mens die dat niet wil. Zaden vallen ook meestal niet vlak bij de moederplant in de grond maar laten zich verspreiden door insecten, vogels of de wind. Zo kwam ook een grote hoeveelheid zaad van het Rapunzelklokje (Campanula rapunculus) neer midden in de Karthuizer anjer (Dianthus carthusianorum), pal naast het terras. Nog nooit bloeide dit lieflijke klokje zo rijk als dit jaar. En de combinatie met de anjer is geweldig. Beide planten komen in het wild nog maar zeer weinig voor. Voor liefhebbers zijn er zaden te koop in o.a. heemtuinen.

Ook al is het voorjaar voorbij, insecten gaan op grote schaal door met de voortplanting. Dit koppeltje Blaaskopvliegen was er ook mee bezig. Net zo woest als manlief op de vrouw dook, liet hij haar na de paring weer los waardoor ze van schrik achterover op haar rug belandde. Tja, het gaat bij die beestjes alleen maar om het bereiken van resultaat.