Natuurdagboek

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres: tineke [at] natuurfragmenten [dot] nl.
Bij voorbaat dank!

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Lente 2020

2 juni 2020

En zo laten we de meimaand achter ons met een naar vocht snakkende bodem en verdrogende bomen. Berken, platanen en ook krentenbomen hebben het heel zwaar. Onze krent vertoont nu al bruin wordend blad en de zomer is nog niet eens begonnen.

Doordat de bodem gortdroog en hard is, moeten vogels andere manieren vinden om aan voedsel te komen. De mussen in onze tuin specialiseren zich op juffertjes. Aan de lopende band worden rode en blauwe juffertjes gevangen. De mussen gaan op de slappe stengels van de Valeriaan zitten, die vervolgens richting water doorbuigt, en zo worden de insecten opgepikt. Ik zag zelfs dat de mussen de juffers in de vlucht proberen te pakken.

Kauwen zijn leuke en zeer slimme vogels, niet bij iedereen geliefd helaas. De periode dat ze jongen moeten grootbrengen, roven ze helaas menig vogelnest leeg, nu is dat voorbij en verzamelen ze voedsel voor zichzelf. Voor het eerst zag ik dat ze in de krentenboom zaten om van de vruchten te eten. Goedbeschouwd zou je dit als een vorm van evolutie kunnen zien. Tot een paar jaar geleden hingen mussen bijvoorbeeld niet aan pindasnoeren- of -netjes, en vlogen ze niet naar potten pindakaas. Ze kijken het af van andere vogels en gaan dat gedrag nadoen. Slim toch? Zo ook de kauwtjes.

30 mei 2020

In het bos zijn de paden uiterst zanderig en droog. Het valt me op dat ik nauwelijks mestkevers zie, alleen bosmieren die zich ijverig heen en weer haasten van en naar hun nest. Opeens rende er een kevertje voor me uit op het pad, heel klein en heel snel maar ik kon hem toch kieken. Het bleek een van de aaskevers te zijn, de Slakkenaaskever (Phosphuga atrata). Hij leeft, zoals de naam al doet vermoeden van slakken, met name huisjesslakken. Grappig beestje om te zien.

Wat bloeien de koekoeksbloemen toch heerlijk lang en wat trekken ze veel insecten. Dagkoekoeksbloem (Silene doica) is een inheemse soort uit de Anjerfamilie. De plant is tweeslachtig maar het verschil kun je goed zien. De vrouwelijke planten vormen dikke bolle zaaddozen die boordevol zaad zitten. Als je niet wilt dat ze zich te uitbundig uitzaaien kun je het grootste deel van de zaaddozen beter wegknippen.

Ik zag de jonge Struiksprinkhaan (Leptophyes punctatissima) ook alweer op de planten. Met hun geweldige camouflagepakje vallen ze nauwelijks op tegen het groen van de bladeren, hetgeen natuurlijk extra veiligheid biedt. Het schijnt dat ze geluid maken tussen zeven uur 's avonds en drie uur in de nacht. Met onze mensenoren kunnen we dat niet waarnemen maar onderling kunnen deze nachtbrakers prima communiceren. De nimfen vervellen zes keer voordat ze volwassen zijn.

29 mei 2020

De weerman had het gisteravond al aangekondigd, we zouden een mooie zonsondergang krijgen. Dat was inderdaad zo en ik maakte daarvan deze foto. Ik vind het een fascinerend gebeuren en elke keer ziet de hemel er weer anders uit. Genieten!

Is het niet diep treurig dat zoveel jonge meesjes nodeloos sterven vanwege het oerdomme en onverantwoordelijke gedrag van mensen? Terwijl ze hadden kunnen weten dat het heel erg fout was om met giftige chemicaliën eiken te besproeien om de processierupsen te doden! Terwijl ze wisten dat ze alles wat in die bomen leefde, zouden vermoorden! Wisten de mezen veel dat ze hun jongen dodelijke hapjes voerden.

De egelopvangcentra krijgen opeens onverklaarbaar veel egels binnen die een geheimzinnige ziekte lijken te hebben. Ze hebben ontstoken wonden op hun koppen en ontstekingen in hun keel. Maar egels eten ook de vergiftigde rupsen die zomaar dood uit de bomen vallen. Om zeker te weten dat dit vermoeden juist is, worden egels onderzocht in het Dutch Wildlife Health Centre. We zullen er meer van horen. Het ergste is trouwens dat die giftige troep die in bomen gespoten wordt nog steeds niet is verboden. Onbegrijpelijk!!

26 mei 2020

Ik zat op mijn hurken te kijken naar de bloempjes van het Gebroken hartje (Dicentra spectabilis) en vroeg me af welke insecten het zouden bezoeken en hoe dat in z'n werk ging.Ik kon het niet ontdekken; de bloempjes lijken gesloten te blijven en verwelken al snel tot vodjes. Het hartvormige bloempje heeft vier kroonbladen en de twee buitenste vormen het hartje terwijl de twee binnenste eindigen in de traan. Vanwege dit laatste wordt het ook Tranend hartje genoemd.

Het Juffertje in 't groen (Nigella damascena) is een eenjarige, misschien is het daarom dat je het niet zo veel ziet. Je moet immers een liefhebber zijn van zaaien en stekken om ze op te kweken. Het verdient meer aandacht, vind ik. Lieflijke bloemen op fijn groen en na de bloei nog een mooie zaaddoos. De vormenrijkdom bij bloemen is geweldig en dit bloempje is toch beeldschoon?

De Gele lis is een bijzonder plant. Behalve dat de bloem er spectaculair uitziet is het wortelgestel nuttig en soms van groot belang. De plant is helofyt, hetgeen wil zeggen dat hij met het wortelgestel in staat is water te zuiveren. Daarbij worden veel voedingsstoffen, met name nitraten, uit het water gehaald. Deze eigenschap wordt soms gebruikt bij het zuiveren van stadsvijvers waar de lissen in dat geval met vele bijeen gezet worden.

De regendruppel op een van de bloempjes van de Chinese ruit (Thalictrum delavayi) maakt er een vliegend beestje van. Zo zag ik dat toen ik er een foto van maakte. Deze mooie plant houdt van vochtige grond en halfschaduw. Hij vormt stengels met open pluimen vol kleine bloempjes waaruit lange meeldraden hangen. Heel sierlijk en heel mooi in de border. En zo heeft elke plant zijn eigen manier van bloemvorming, soms zijn ze zelfs bedoeld voor een enkel speciaal insect. Het zijn stuk voor stuk wondertjes.

25 mei 2020

De Kardinaalsmutsen in het dorp zijn het aanzien niet meer waard. Of juist, als je van spookstruiken houdt. De rupsen zijn bijna allemaal uit de spinsels, en zijn verpopt. Gelukkig is dit allemaal niet schadelijk, over een week of wat zitten er weer nieuwe blaadjes aan de struik alsof er niets heeft plaatsgevonden. Ik ben blij dat mijn struiken er zonder schade zijn afgekomen, wonder boven wonder.

Vandaag waren de eerste bloemen van de Aardaker (Lathyrus tuberosis) te zien. Het is een knolgewas en in oude tijden werden de knolletjes als voedsel gebruikt. Zelfs werden de knolletjes naar Frankrijk geëxporteerd waar men ze "Hollands muisje" noemde. Na de bloei verschijnen er zaadpeulen aan de plant, die zijn eveneens eetbaar.

Wonder boven wonder zitten er op de rozen nauwelijks bladluizen en dat is doorgaans wel anders. Ik moest echt zoeken om er een paar te vinden. Dagkoekoeksbloem daarentegen zit werkelijk boordevol zwarte luizen en deze kunnen zich razendsnel voortplanten. Lieveheersbeestjes zouden zich hier vol kunnen eten maar ik zie ze nauwelijks in de tuin. Vorig jaar was dat ook zo en ik kan niet bedenken wat toch de oorzaak kan zijn.

Wat ik wel vond, was de Koolwants (Eurydema oleracea), ditmaal een met een zwart pak aan. Maar er schijnt toch een beetje groen door de schildjes. Wat dit beest in de tuin doet is ook alweer een raadsel. Ze leven op kruisbloemigen, deze vond ik op de stengel van Look-zonder-look, Koekoeksbloem is van de Anjerfamilie. Ik zie hem veelvuldig op de volkstuin niet in de tuin bij huis.

22 mei 2020

De grote dag is aangebroken: daar ben ik dan! Negentien dagen heb ik me door beide ouders laten vol proppen met rupsen en nu moet het dan maar eens gebeuren, ik ga uitvliegen.

Jeetje, dat is wel even iets anders dan zo'n donkere nestkast, wat een enorme ruimte. En waar moet ik dan heen vliegen? Ik wil het eens even goed van alle kanten bekijken.

Het is wel een behoorlijke inspanning om vanaf de bodem van die kast je pootjes vast te klemmen aan het vlieggat, maar ja, je wilt die spannende wereld toch wel even goed in ogenschouw nemen. Als ik eenmaal uit de kast ben, kom ik er niet meer in.

Verdorie, waarom ben ik nou alleen, waarom heb ik geen broertjes en zusjes. Het is heel raar voor een mezenpaar om maar een enkel jong groot te brengen. Nu heb ik mooi geen enkel gezelschap als ik in een boom zit, ik vind het doodeng....

Ziezo, nu ben ik al een stukje verder uit dat ronde gat. Zal ik dan maar de sprong wagen? Mooi niet hoor, ik ga er nog een nachtje over slapen. Uiteindelijk ben ik een volvet jong die 19 dagen non stop rupsen in mijn snavel gepropt kreeg. Ik besluit hierbij dat ik morgenvroeg echt de wijde wereld in zal vliegen.

21 mei 2020

Op deze heerlijke lentedag is een fleurige bloemenfoto wel op z'n plaats, lijkt me. Het is de Papaver oriëntale die fantastisch is in je tuin. Als de zon er op schijnt is hij een sprookje, zo mooi. Als hij zich ontworstelt uit de knop is het of hij van crêpepapier is gemaakt.

Kauwen, kraaien en roeken hebben het, net als veel andere vogels, behoorlijk zwaar nu de grond hard en droog is en er weinig voedsel uit te peuren is. Deze Roek (Corvus frugilegus) heeft nog een hazelnoot gevonden die er sinds de herfst nog lag.

Teken houden niet van dit weer, ze hebben het pas naar hun zin als bodem en vegetatie vochtig is. Ze hebben een bloedmaaltijd nodig om eitjes te kunnen leggen, dus gaan ze op zoek naar een slachtoffer waar ze dit kunnen vinden. Op de voorpoten zit daartoe een klein maar ingenieus orgaantje. Met dit "orgaan van Haller" kunnen ze vochtigheid, temperatuur en kooldioxide opmerken.

19 mei 2020

De jonge pimpelmeesjes zitten nu 16 dagen in de kast en nu pas laten ze zich flink horen. Ze zullen nu snel uitvliegen en ik hoop dat ik dat kan zien. Het is leuk om te zien hoe pa en ma aan het voeren gewend zijn. Zaten ze eerst nog op een takje om vandaar het nest in de vliegen, nu gaan ze als een pijl in en uit. De prooidieren worden ook steeds groter. Het lijkt hier alsof de pimpel een Citroenvlinder te pakken heeft.

Ook de ooievaars op een paalnest in een naburig dorp groeien als kool. Ma staat op het nest bij haar jongen terwijl pa op zoek is naar voedsel. Altijd weer een mooi gezicht. Maar nog mooier vind ik de nesten die door de vogels zelf gebouwd zijn, op een dak of in een boom of zo. Ze zaten helaas wat veraf en eigenlijk wat buiten het bereik van de camera. Onderweg had ik geen statief bij me.

Het grappige kevertje Lissenboorder (Mononychus punctum-album) zit niet uitsluitend op de Lis maar hier ook op de Bieslook waar ze als dollen heen en weer rennen om een vrouwtje te scoren waarmee ze kunnen paren. De larven van dit kleine snuitkevertje leven in de zaden van de Lis maar die hebben we niet meer in de vijver.

17 mei 2020

De Helmkruidvlinder (Cucullia scrophulariae) heeft onze tuin niet aangedaan, wel die van een vriendin die altijd leuke "dingetjes" vindt. De vlinder heeft het Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa) als waardplant maar ook Toorts en Vlinderstruik. Het zijn fraaie rupsen die nauwelijks schade aanrichten aan de planten. Hier zit de rups op de toorts.

Een leuk cadeautje vandaag waren deze nimfen van de Groene Stinkwants. Ze zijn nog maar net uit de eitjes gekomen en moeten vijfmaal vervellen eer ze een imago zijn. Om de plant Doorwaskervel (Smyrnium perfoliatum) eens goed te bekijken ging in er nog eens kijken en zag heel veel pyamawantsen. Het leek dus logisch dat daarvan de nimfen zouden zijn. Maar nee, het waren kinderen van een andere moeder.

De eitjes van de Groene stinkwants (Palomena prasina) zijn fel groen, ze zitten onder bladeren van allerlei planten.

Een van de uitdossingen van de nimf; telkens ziet hij er na een nieuwe vervelling weer wat anders uit. Daarom is het ook zo moeilijk om vast te stellen om welke wants het gaat. Dit is namelijk bij alle wantsen het geval.

Zo ziet het volwassen insect eruit, iedereen met een tuin zal hem ongetwijfeld kennen. De naam "stinkwants" slaat op de mogelijkheid van de wants een stinkende stof uit te scheiden zodra hij zich bedreigd voelt. Nog even terug naar gisteren toen ik vertelde over de geroofde pimpels. Het was ietwat suffig dat ik meteen dacht aan vogels als Kauw of Kraai. Die zijn natuurlijk niet in staat een nestkast te slopen. Het was het werk van een marter. Steen- of Boommarter, dat is niet te zeggen, beiden komen hier voor.

16 mei 2020

Vanmorgen kwam ik op mijn volkstuin en zag tot mijn verdriet dat de mezenkast gesloopt was, de jonge meesjes geroofd en de nestrestanten op de grond lagen. Welke vogel kan het dakje van het nestkastje los gekregen hebben? Kauw, Ekster, Kraai? In onze tuin zijn twee merelnesten verloren gegaan door diefstal van de jongen en uit een duivennest verdwenen de eieren. Merel en duif beginnen wel weer aan een vervolgnest, bij de pimpeltjes is dat afwachten. Soms volgt er een tweede legsel maar dat is geen regel.

Terwijl de roos op de volkstuin al aardig in bloei staat moet dezefde soort in onze tuin nog beginnen. Zo zie je maar weer wat standplaats doet. Op de volkstuin is het beschut, het is er altijd warmer dan daarbuiten en de roos krijgt volop zon. Maar rozen zijn toch ook liefhebbers van de vrije wind door hun takken.

Ik heb er ook een struikroosje staan. Al vele jaren bloeide dat met rode bloemen. Dit jaar zijn de rode verdwenen en staat er nu dit mooie enkelbloemige exemplaar. Het is nog altijd dezelfde struik maar kennelijk zijn de effecten van veredeling verdwenen en is de oorspronkelijke bloem weer terug. Maar het kan natuurlijk ook een kwestie van kruising zijn, al zou ik niet weten hoe dat gebeurd zou moeten zijn, ik heb alleen maar deze en de roze hierboven. Altijd raadsels in de natuur!

In bloemen langs het vijvertje op de tuin zag ik een Coloradokever. De laatste jaren hebben de tuinders daar flink last van want de lang gangbare middelen mogen niet meer gebruikt worden en nu moet je de kevers eigenhandig vangen. Emmertje eronder, even tikken op het blad en ze laten zich vallen. Ik ga mijn waarneming maar niet rondbazuinen, er zijn nog altijd tuinders die er op ongewenste manieren mee omgaan.

13 mei 2020

Berg je maar als de Stippelmot (Yponomentidae)verschijnt. Op dit moment heeft vooral de Kardinaalsmuts het zwaar te verduren. De eitjes van de Stippel- of Spinselmot, die in het najaar gelegd werden op de struiken, zijn uitgekomen en de rupsjes zijn begonnen de boel kaal te vreten. Uit de spinselklier achterop hun lijf loopt voortdurend een spinseldraad mee als de rupsen zich vooruit bewegen en op die manier ontstaan enorme webben waarin de rupsen veilig hun gang kunnen gaan.

Als de rupsen zich gaan verpoppen zie je overal de coconnetjes in de struik hangen. De hieruit voortgekomen nachtvlindertjes vliegen op een gegeven moment weer terug naar de struik waar ze hun leventje begonnen en leggen daar weer eitjes. Vorig jaar heb ik de spinselnesten uit onze kardinalen gehaald en of het daaraan ligt weet ik niet maar dit jaar is er geen spinsel te bekennen. In de buurt zie ik de Kardinaalsmutsen vol zitten met grijze webben vol rupsen.

Onze dochter en haar vriend verblijven vaak op de Hoge Veluwe waar ze afwisselend wandelen en plekjes zoeken om te "chillen", zoals dat tegenwoordig heet. Ze stuurde mij een foto van de Kleine vuurvlinder die ze nu op de Veluwe massaal ziet vliegen. "Ze zitten soms met meerdere op mijn boek, mijn kleren of - zoals in dit geval - op het hengsel van de rugzak". Ik heb de vlinder hier nog niet gezien maar het is wel z'n vliegtijd.

Dagelijks loop ik door onze tuin te zoeken naar insecten, ik vind het leuk die te fotograferen. De laatste jaren is er een enorme achteruitgang, soms ben ik al blij als ik een enkel beestje ontdek. Zoals dit schattige springspinnetje dat de naam Gehaakte blinker kreeg. Lieveheersbeestjes zie ik nauwelijks, tot nu toe alleen de Vuurwants gezien. Bijen, hommels en zweevliegen zijn er volop.

10 mei 2020

Voordat de weersomslag zich zou gaan manifesteren, nog maar even een fietsrondje gemaakt want tot dan was het heerlijk buiten. Ik kwam langs een aantal schitterend bloeiende rode paardenkastanjes en moest natuurlijk wel even stoppen voor een foto. De Rode paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) is een natuurlijke kruising tussen de Witte paardenkastanje en de Rode Pavia. Dit soort kruisingen in de natuur leveren geen vruchtbare zaden op maar dit is een uitzondering. Uit de zaden komen dezelfde rood bloeiende bomen voort.

Langs het water van het Apeldoorns kanaal bloeiden hier en daar al gele lissen. Op een paar daarvan wemelde het van de snuitkevertjes. Ze heten Lissenboorder (Mononychus punctumalbum) Ze steken hun snuiten in het bloemblad van de Lis om daar eitjes te leggen. Komen de larfjes uit dan vormen de zaden van de Lis hun voedsel. Jammer dat ik niet dichtbij de bloemen kon komen, ik had graag een macro gemaakt van de snuitkevers, ze zijn zo grappig om te zien.

Tussen het riet groeide ook nog enkele pinksterbloemen. Deze waren teer wit van kleur, ze kunnen ook naar lila neigen. Op de bloem ook weer een Lissenboorder; deze is op zoek naar de nectar in de bloem want dat is het voedsel voor de volwassen kevers. Al met al zag ik maar weinig bloeiende planten langs de waterkant maar het ook zo ontzettend droog en de gevolgen daarvan zijn onderhand overal zichtbaar.

8 mei 2020

Op CNN hoorde ik toevallig dat vannacht de laatste supermaan van dit jaar te zien zou zijn. En inderdaad, hij stond pal voor het slaapkamerraam en toen ik toevallig wakker werd en hem zag, heb ik snel de camera gepakt en hem gekiekt. Doordat de maan in een elliptische baan om de aarde draait, kan hij de ene keer de aarde dichter naderen dan de andere. Als het dan ook nog om een volle maan gaat, staat hij in vol ornaat aan de hemel. Dit was de vierde maal in 2020 dat hij zich zo pontificaal manifesteerde.

Sinds een kleine week zijn de gierzwaluwen weer boven ons dorp te zien. Opeens hoor je hun geluiden en weet je: ha, daar zijn ze weer. Veilig aangekomen na een lange reis uit Afrika, om hier te broeden. De Gierzwaluw (Apus apus) wordt ook wel eens de 1000 uren vogel genoemd. In ongeveer drie maanden verblijven ze hier om vervolgens weer terug te vliegen om de rest van het jaar in warmere oorden door te brengen. En wanneer de lucht in augustus opeens weer stil is, en je je realiseert dat ze weer verdwenen zijn, geeft dat altijd een nostalgisch gevoel: de zomer loopt weer op haar eindje en daar ben ik eigenlijk geen jaar aan toe!

Stel je voor dat je dit insect ergens in het buitenland aan zou treffen en dat je het nooit eerder gezien had. Zou je dan denken: "jasses", of zou je denken "wat een prachtig beestje"? Ik denk het laatste, maar ons brein is zo geprogrammeerd dat wij deze Groene vleesvlieg (Lucilia sericata) bij voorbaat al als vies bestempelen. Dat is omdat hij niet alleen bloemen bezoekt om nectar te drinken, maar ook dode dieren waarin de vlieg haar eitjes legt. Het is best de moeite waard om ons brein af en toe te resetten.

7 mei 2020

Hoera, toch nog gevulde nestkastjes. Op mijn volkstuin worden jonge pimpelmeesjes gevoerd en ook in onze tuin waar een kast in de coniferen hangt. Het is zo leuk om dat van dichtbij te volgen. Blijkbaar zijn er volop rupsen te vinden want ze worden non stop aangevoerd. Soms moet de een even wachten tot de ander klaar is met binnen brengen van een maaltijd. Tegenwoordig is door allerlei apparatuur goed bij te houden hoe dat voerproces verloopt en werd het duidelijk dat er voor 9 jongen op de twaalfde dag 804 maal een prooi de nestkast werd binnengebracht. Na een dag of 15 vliegen de meesjes uit en worden dan nog een week of twee gevoerd eer ze zich zelfstandig kunnen redden. Slechts 1 op de 10 jonge meesjes haalt een jaar. De rest sterft door predatie of andere oorzaken.

Jarenlang versleet ik deze plant voor een Lupine maar het is een schijnlupine met de naam Thermopsis lanceolata. De plant woekert als een gek en telkens trek ik hem weg maar hij laat zich niet temmen. Nu bloeit hij en vind ik hem weer even prachtig. Het blad heeft een fraaie vorm en is grijzig van kleur. De oorsprong ligt in Noord-Amerika en Oost-Azië.

Dit spinnetje kent iedereen wel. Het beweegt zich voort door korte sprongetjes en komt ook wel eens binnenshuis. Hier zit het vaak op onze tuintafel, de Schorsmarpissa (Marpissa muscosa). Het is een van de springspinnen, de grootste in ons land maar toch slechts een enkele centimeter. Met de acht ogen kan de spin uitzonderlijk goed zien en heeft een gezichtsveld van 360 graden. De ogen voor op de kop zijn net schijnwerpers, ze maken scherptediepte mogelijk. Dit is een vrouwtje, te zien aan de oranje haarband onder de voorste ogen, de mannen missen die. Naast de grote zitten nog twee kleine ogen aan de zijkant. Boven op de kop zitten de overige ogen. De naam dankt het spinnetje aan het feit dat het de eicocons onder de schors van bomen legt. Springen kunnen ze als de beste. Deze dame sprong van de tafelrand zo op mijn camera en vervolgens op mijn schoot. Ze zijn echt leuk!

5 mei 2020

Behalve de Vogelmelk die ik via de compost cadeau kreeg, verscheen er opeens ook een leuke Voorjaarsphlox en een plant die ik niet goed thuis kon brengen. Was het een Knautia of iets dat er aan verwant was? Het blad bracht me van de wijs maar ook de kelkbladen die nogal fors waren uitgevallen. Dus maar even wat hulptroepen geraadpleegd waarvan ik dacht dat die me wel verder zouden kunnen helpen. Het bleek inderdaad de Knautia arvensis. Wel merkwaardig dat die op 1 mei al bloeide terwijl dat normaliter in juni is. Bovendien staat de plant in de schaduw. Ook in de natuur is steeds allerlei anders dan anders....

Bij de coniferen in de tuin zag ik kleine heel snel vliegende motjes. Altijd wil ik zoiets fotograferen zodat ik op mijn computerscherm kan zien wat het nu eigenlijk zijn. Eindelijk ging er een op een plantenstengel zitten en kon ik hem kieken. Wat een mooi motje: de Esperiamot (Esperia sulphurella). Het motje wordt in ons land gezien op o.a. Berk en conifeerachtigen. De larfjes schijnen in een kokertje in dood hout te leven maar eigenlijk is er heel weinig over deze soort bekend.

3 mei 2020

Heel veel jaren geleden was ik in de tuin van een oude dame. Ze had een prachtige bostuin met een zelfgegraven smal stroompje dat er slingerend doorheen liep. Daar zag ik voor het eerst Doronicum, ook wel Voorjaarszonnebloem genoemd. Ze gaf me een paar stukjes van de plant mee en nog altijd staan ze hier in deze tijd van het jaar te pronken. Overal gele zonnetjes. Allerlei kleine insecten bezoeken de bloemen.

Een jaar geleden hadden we een flinke lading compost laten komen en daarvan heb ik dit voorjaar voor de tweede maal een laagje aan de borders toegevoegd. Ook heb ik wat over het gras gestrooid, dat leek me wel nuttig hier op de droge zandgrond. Het leverde me leuke cadeautjes op, zoals de spierwitte Vogelmelk (Ornithogalum)die opeens langs de vijver staat.

Op mijn volkstuin zag ik vanmorgen de eerste Koolwantsen (Eurydema oleracea). Ze laten zich vooral in het voorjaar en in de herfst zien. Soms hebben ze witte stippen, dan weer rode of gele, het zijn grappige insecten. Ze leven op kruisbloemigen en kunnen schadelijk zijn als ze met heel veel tegelijk voorkomen. Dat is op mijn volkstuin nooit het geval. Ik zie ze dan ook als leuke foto-objecten.

Vanavond om 19,00 uur hoorde ik op de radio een zeer interessante en alarmerende uitzending over de verbanden tussen het voorkomen van virussen en infectieziekten, en het kappen van het regenwoud, de handel in wilde dieren, enzovoort. Zeer de moeite waard op dit via je pc eens na te luisteren.

2 mei 2020

De eerste klaprozen bloeien alweer, voor mij altijd een markant omkeerpunt in het jaar, richting zomer. Klaprozen zijn "onrustplanten", ze willen alleen groeien in grond die kort geleden werd omgewoeld en horen dus bij de pionierssoorten. Na de bloei vormen ze zogenaamde doosvruchten, kokertjes waarin de zaden zitten. Als die rijp zijn gaat er een dekseltje open en de wind strooit de zaden er uit. Het zaad is zeer sterk, kan wel tientallen jaren in de grond blijven liggen om opeens te ontkiemen wanneer de omstandigheden weer geschikt zijn. Je zult nooit een vlinder op een klaproos zien zitten, de bloem produceert namelijk geen nectar. Wel stuifmeel. Er zijn meerdere plantensoorten waarbij dit zo is.

De vleermuis wordt verdacht van de verspreiding van het coronavirus. Maar het gaat natuurlijk om een uitheemse soort die niet in ons eigen land voorkomt. Onze inheemse vleermuizen zijn op dit punt totaal ongevaarlijk. Wel is het zo dat ze hondsdolheid over kunnen brengen. Dus vind je er een, raak het dier dan niet aan met je blote handen.

30 april 2020

Wat ellendig nu toch weer! Hadden we vorig jaar het usutuvirus dat massaal merels het leven kostte, en daarvoor het geel dat vooral groenlingen trof, nu is er weer een bacteriële ziekte die mezen treft. In Duitsland werd melding gedaan van duizenden dode mezen, in ons land gaat het (nog) om minder dode vogels, maar akelig is het zeker, juist in het broedseizoen. Vermijd het oppakken van de vogels met blote handen, maak drinkschalen dagelijks schoon en stop met voeren. Dit laatste is ook niet meer nodig en stoppen maakt ook dat mogelijk besmette voederplekken niet meer bezocht worden. Dode meesjes kunnen hier gemeld worden.

Sinds het weer vochtig is hoor ik in onze vijver een pad roepen. De paddentrek is eigenlijk al voorbij maar het weer speelt ook een rol. Is het percentage luchtvochtigheid minder dan 75 dan vindt er nauwelijks trek plaats. Padden die toch gaan trekken zijn heel traag en komen nauwelijks vooruit. Maar bij regen en temperatuur tegen de 10 graden gaat het heel snel. Wij wonen aan de zoom van de Oost-Veluwe en zien steeds minder kikkers en padden in de vijvers om ons heen. Ik kan niet bedenken wat daarvan de oorzaak is.

29 april 2020

De Vuurjuffers (Pyrrhosoma nymphula) zijn nu prachtig uitgekleurd. Na het uitsluipen zien ze er bleek uit. Ze zoeken dan een veilige plek om helemaal klaar te worden voor het nieuwe leven boven water, dat is al na een dag voor elkaar. Hun ogen zijn dan vurig rood en hun lijf voornamelijk rood. Vliegende juweeltjes zijn het geworden.

Vandaag mogen de opgehokte kippen weer naar buiten. Ze zaten bijna twee maanden opgesloten vanwege de angst voor vogelgriep die wordt toegeschreven aan de vogeltrek die nu praktisch voorbij is. Onze ophokplicht wordt heel langzaam beetje bij beetje ook opgeheven maar algehele vrijheid is nog lang niet in zicht. Gelukkig zitten wij maar met weinigen in lockdown, de beklagenswaardige kippen met tienduizenden bij elkaar.

28 april 2020

Gisteren zag ik op mijn volkstuin een Koninginnepage (Papilio machaon). Het verbaasde me want dat was zeer vroeg maar het moet te maken hebben met de bovengemiddeld hoge temperatuur van de laatste tijd. In de tijd dat ik deze vlinders uitkweekte, zag ik ze nooit eerder uitsluipen dan half mei, en dan ook nog vlak na elkaar. Speciaal voor deze prachtige soort heb ik een bedje worteltjes laten staan in de herfst en het zou mooi zijn als de Koninginnepage daar haar eitjes zou gaan leggen. Nieuwe wortelplanten zijn er nog niet, daarvoor is het nog veel te vroeg. Dilleplanten staan er op mijn volkstuintje genoeg, dat is eveneens een plant waar de vlinder van houdt.

De vlucht van een Hoornaar (Vespa cabro) gaat gepaard met een zwaar gebrom, dus je hebt hem meteen in de gaten. Het zijn de koninginnen die nu vliegen. Hun volk is in de herfst dood gegaan en er moet een geheel nieuw volk gesticht worden. De koningin voedt zich met insecten die ze al vliegend uit de lucht plukt. Ze kauwt ze fijn tot een papje en voert ze dan aan de larven. Ze was te snel weer weg om een betere foto te maken. Veel mensen zijn panisch bij het zien van deze grootste wesp maar ze zijn absoluut niet agressief zolang ze zich maar niet bedreigd voelen.

26 april 2020

Nu de beuken weer in blad staan is het bos pas naar behoren aangekleed. Het mooie tere lentegroen verandert altijd veel te snel weer in zomergroen dat veel donkerder van kleur is.

Bij bomen loopt de een vaak sneller uit dan de andere. Dat schijnt te maken te hebben met de manier waarop ze zijn ontstaan. Het kan spontaan zijn door zaad, maar ook door teelt.

Op de Veluwse zandgrond komt veel bosbesvegetatie voor. Wat ik zie moet wel de Bastaardbosbes (Vaccinium x intermedium) zijn, een kruising tussen de Blauwe en de Rode bosbes. Deze is overwegend onvruchtbaar en dat neem ik ook waar. Hier en daar een enkele bes die van roze verkleurt naar blauw. De planten vermeerderen zich door uitlopers.

Aan de boszoom bloeit de Meidoorn (Crateagus) met prachtige bloesem die heel veel insecten lokt.Later wordt de Meidoorn weer aantrekkelijk voor vogels die de bessen eten. In de vogelmaag wordt de bes ontdaan van het vruchtvlees waarna de pit wordt uitgepoept en die kan met wat geluk tot een nieuwe struik uitgroeien.

24 april 2020

Zo langzamerhand wordt de droogte nijpend. Steeds meer vogels trekken naar de tuinen met vijvers en drinkschalen en voor de natuurliefhebber is dat genieten. Deze merelvrouw zit al voor de tweede maal te broeden en af en toe verlaat ze haar eieren om onder andere even een bad te nemen. Zodra ze haar veren kleddernat heeft geplonst, wringt ze zich in allerlei bochten om het verenkleed weer geordend te krijgen.

Nu ramen en deuren de hele dag open staan vliegen er nogal wat hommels naar binnen. Soms heb ik dat niet in de gaten. Maar als ik 's ochtends beneden kom, zie ik ze kruipen over de vloer. Alle energie opgebruikt en niet meer in staat te vliegen. Zodra ik ze op een paardenbloem zet, beginnen ze hun inwendige energiecentrale aan te vullen.

De oranjetipjes hebben het er maar druk mee, er moet gewerkt worden aan het nageslacht. De mannetjes laten zich lokken door de feromonen die het vrouwtje uitzendt en zodra de man bij haar is, steekt ze haar achterlijf demonstratief omhoog om hem te stimuleren haar te bevruchten.

Al een paar dagen zie ik de Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula) weer vliegen. De eerste van de kleine libellen, de juffers. De website was een paar dagen niet in de lucht omdat het oude krakkemikkige programma waarin ik hem maakte niet betrouwbaar meer was. Hoe heerlijk is het dan een zoon te hebben die samen met zijn zoon de website heeft aangepast. Er is een nieuw gastenboek en een andere methode om jaren/seizoenen op te zoeken. Ik ben er blij mee!

21 april 2020

Het heeft iets magisch, die maagdelijke, schone blauwe lucht, ik moet er steeds naar kijken. Wij zijn er aan gewend dag en nacht heel veel vliegtuigen te zien overkomen en op elke mooie dag de onvermijdelijke uitlaatstrepen. Nu besef je pas hoeveel luchtverkeer er is en hoeveel daarmee gepaard gaande vervuiling.

Een Boomblauwtje is een heel onrustig vlindertje, altijd in beweging. Wanneer het zit, zijn meestal de vleugels gesloten en zie je alleen de zilverblauwe onderkant van de vleugels. Vroeger heette het dan ook Zilverblauwtje. Namen veranderen nogal eens naarmate er meer over de leefwijze bekend wordt. Dit blauwtje ging even zitten opwarmen in de zon en spreidde daarvoor de vleugels. Goed zichtbaar is hoe de vleugels al voor een deel versleten zijn. Dit vlindertje heeft een buitengewoon kort leventje, met een dag of veertien ziet het er alweer op.

Onze Bosmuis Speedy komt nog steeds een paar maal per dag zijn maaltje voer ophalen. Het is grappig te zien dat hij dat telkens volgens een vaste route doet. Daarom weten we ook dat het er maar één is. De Bosmuis blijkt dol te zijn op de rozijnen die ik voor ons merelpaar neerleg.

Het aantal insecten dat ik zie, valt me - met uitzondering van de bijen en zweefvliegen - nog tegen maar dat kan ook te maken hebben met de aanhoudende droogte. Dit micro motje is een Gevlekte langsprietmot (Nematopogon adansoniella). What is in a name! Motten is een groepsnaam voor zeer kleine vlindertjes die weer onderverdeeld worden in soorten. Dit motje behoort tot de familie Langsprietmotten. De sprieten zijn werkelijk enorm in verhouding tot het lichaam. Bij het mannetje zijn ze vaak langer dan bij het vrouwtje.

19 april 2020

Eerst maar even iets recht zetten: de boom die ik twee dagen geleden opvoerde als Augurkenboom, is een Es. Al die jaren dat hij in de tuin stond dacht ik dat ik een Augurkenboom gekregen had. Had ik geweten dat het een Es was, dan had ik hem niet aangenomen aangezien hij wel 25 meter hoog kan worden. De Es is zeer gevoelig voor een schimmel uit Azië die de beruchte essentakziekte veroorzaakt. Al heel veel bomen in ons land zijn daardoor gekapt. Fijn dat een attente lezer mij wees op de juiste naam van de boom Helaas vind ik hem nu wel minder interessant. Bomenkennis is overigens niet mijn sterkste kant, ik richt automatisch teveel mijn blik op de bodem, daar vind je zoveel boeiends.

Nu de droogte al meer dan een maand aanhoudt, worden vooral de weidevogels er de dupe van. Ze kunnen met hun snavels niet in de hard geworden bodem pikken. Er wordt nu al van uitgegaan dat het broedseizoen van de weidevogels als verloren beschouwd moet worden.

De vrolijke gele bloemen die nu massaal langs de wegen groeien worden vaak aangezien voor Koolzaad. Dat is niet zo vreemd want vroeger kwam Koolzaad veel voor. Nu is het Raapzaad wat we zien. Raapzaad wordt tegenwoordig massaal geteeld omdat het veel meer olie bevat dan Koolzaad. Daardoor is Koolzaad naar de achtergrond verdwenen. De bijen zijn wel blij met deze planten, ze bevatten veel nectar.

Het Klein geaderd witje (Pieris api) kent twee, soms drie generaties. Opvallend is dat de voorjaarsgeneratie die nu vliegt veel uitgesprokener vleugeladers heeft dan de zomergeneratie. De vlinder behoort tot dezelfde familie als het Oranjetipje en legt ook haar eitjes op dezelfde planten: Look-zonder-look, Pinksterbloem, Judaspenning en overige kruisbloemige planten.

16 april 2020

Bij ons aan het huis hangt de vaderlandse driekleur alleen uit op dodenherdenking en op bevrijdingsdag. Vrijheid en vrede en allen die hun leven daarvoor moesten geven, vinden wij zo'n kostbaar goed dat daarvoor de vlag uitgaat als teken van dankbaarheid. Maar ook vandaag hangt de vlag aan de gevel en wel vanwege het feit dat het precies 75 jaar geleden is dat onze gemeente Rheden van de bezetter verlost werd. Aangezien er nu geen officiele plechtigheden kunnen plaatsvinden verzocht onze burgervader zijn inwoners om massaal de vlag uit te hangen. Nou, dat is een deceptie hoor! In mijn omgeving is dit de enige straat waar zowat huis aan huis de vlag uithangt. In de meeste straten is geen vlag te zien. Altijd weer vind ik het jammer dat met de tijd bij het merendeel van de mensen de behoefte verstrijkt om onze vrijheid gezamenlijk te gedenken. Dit was zo'n mooie gelegenheid.....

De zonsondergang was gisteravond werkelijk spectaculair. De hemel was zo rood als een tomaat. Ik had het pas op het laatste nippertje in de gaten en heb toen snel dit plaatje geschoten.

Meer dan tien jaar geleden kreeg ik van iemand een stek van een Augurkenboom (Dacaisneafargesii) . Ik had die nog nooit gezien en plantte hem in onze tuin. Dit jaar verschenen voor het eerst deze bloemstrossen aan de takken, ik wist niet wat ik zag! Hij staat op een nogal droge plek, misschien was de boom blij met alle regen die in de winter gevallen is. Ik ben benieuwd hoe het verder gaat. Als het herfst is zullen er volgens de beschrijving van deze boom augurkachtige paarse vruchten aankomen. Dad man's vinger noemen de Engelsen die dus het zal me benieuwen. (Correctie: het blijkt een Es te zijn, geen Augurkenboom).

Het is niet goed gegaan met het merelnest in de tuin. Toen je jonge vogels een week oud waren werden ze uit het nest geroofd. Ik vond het erger dan de merels die na twee dagen doodgemoedereerd aan een nieuw nest begonnen. Jammer dat ze hun oude nest niet gebruikten, dat zag er puntgaaf uit. Ik verbaasde me wel zeer over de merelvrouw die met plastic kwam aangevlogen om haar nest mee te bouwen. Er hing in de klimop een zak die te groot bleek en hier probeert ze het met een ander stuk plastic. Er zijn grotere vogels van wie we dat gedrag wel gewend zijn maar dat een Merel dit doet is nieuw voor mij.

Aan de bosranden, langs de vijvers en onder struiken, overal de bloeit de Gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon). De Dovenetel heeft blad dat lijkt op dat van de Brandnetel. In dit geval betekent "doof" dat de netels/brandharen niet op het blad van de Dovenetel zitten. Hij is het bekijken waard, hoe ingenieus zitten de bloemen in elkaar! Het is een geweldige hommelplant.

Het wil maar niet lukken de mezen te interesseren voor de nestkasten in onze tuin. Je zou het de vogels gewoon kwalijk nemen: wel de hele winter en voorjaar profiteren van al het voedsel dat ze hier geoffreerd krijgen maar dan elders gaan broeden! Ik zie ze tussen de planten scharrelen naar voedsel voor hun jongen en als ze iets vinden vliegen ze er mee weg. Dit keer leek het toch echt te lukken, er werden druk twijgjes in de kast gebracht. Maar ik geloof niet dat het proces doorgaat, en het is nog wel zo'n mooi plekje!

15 april 2020

De hele dag door ben ik om de haverklap op safari in mijn eigen tuin, er valt steeds meer te zien. Zo ontdekte ik een pas gelegd eitje van het vrouwtje Oranjetip. Verser dan vers, het is nog wit. Het eitje is ontzettend klein, het zit hier op een steeltje van een bloem van de Judaspenning. De eitjes worden ook gelegd op Pinksterbloem en Look-zonder-look. Look bloeit in de tuin nog niet en er staat pas één Pinksterbloem in bloei.

Na een poos verkleurt het witte eitje naar geel en zowaar vond ik daarvan ook nog een exemplaar.. De eitjes werden dichtbij uitgebloeide bloemen gelegd, die beginnen een zaaddoosje te worden. Als het eitje uitkomt zijn de zaden voedsel voor het rupsje. Als er meer dan één eitje op dezelfde plant zitten, zoals hier het geval is, zal het oudste rupsje de jongste opeten. De eitjes komen na anderhalve week uit, dus ik ga het haarscherp in de gaten houden.

Toen ik met mijn neus boven de Judaspenning hing, vloog er net een Wolzwever rond de plant en zo kon ik hem fotograferen terwijl hij als een kolibri de lange zuigsnuit in een bloempje stak.

13 april 2020

Een dag of wat geleden verscheen de Zwartkop (Sylvia atricapila) weer in de tuin. Hij produceert een van de welluidenste vogelliedjes die er zijn. Zwartkoppen komen naar ons land om hier te broeden en in dit geval is het de man die begint met de nestbouw. Als hij het casco klaar is, mag de vrouw het nestje stofferen. De vrouw is herkenbaar aan een bruin petje.

Overal in tuinen staat de Vergeetmeniet te pronken en het zal menigeen opvallen dat de bloempjes van dit plantje vaak blauw beginnen en roze eindigen. Het kan te maken hebben met de grond die ietwat zurig is. Ik kwam ergens een verhaal tegen waarin stond dat de bloemen een antocyaan bevatten en dat antocyanen het vermogen hebben om kleuren te veranderen.

Maar als je gaat zoeken op "witte vergeetmeniet" dan kom je al snel terecht bij de soort Weidevergeetmeniet. In dit geval is dat zeker niet zo, het zijn planten die uit zaden van de blauwe zijn voortgekomen. Vraag me niet hoe dit kan, ik weet het niet. Ik vind ze wel heel leuk, zoals ze gezusterlijk naast elkaar in pollen staan.

Meer dan tien jaren geleden kreeg ik een stek van een Augurkenboom (Dacaesnea fargesii) tenminste, dat werd er bij verteld door de een tuinvrouw uit onze club. Ik heb hem indertijd neergezet onder de inmiddels 50-jarige Krentenboom omdat ik vreesde dat die toen al aan het eind van z'n bestaan was en ik dan alvast een andere boom als vervanger zou hebben. De oude krent staat er nog steeds en de Augurkenboom kreeg het daardoor wat benauwd. Dit voorjaar zag ik opeens iets vreemds aan de takken maar het bleek dat de boom voor het eerst in bloei stond. Dat was een grote verrassing en misschien wel te danken aan de vele regen van afgelopen winter en de afwezigheid van vorst. Zou dat kunnen?

Een vlindervleugel is bedekt met minuscule schubjes vol pigmenten, ze bestaan uit chitine zoals ook vaak de dekschilden van kevers. Het is maar net hoe de lichtinval op de schubjes is om dit verschil in kleur te krijgen. In de volle zon kleurt de vleugeltip van het Oranjetipje geel en in de schaduw oranje.

Deze wonderschone foto is een honderd keer vergrote opname van een tropische vlindervleugel, gemaakt door Luciano Andres Richino. Het zijn de schubjes die het licht weerkaatsen.

12 april 2020

De akkers zijn ingezaaid, de bosrand komt weer tot leven, de sloten zijn gedeeltelijk opgedroogd en langs een oude beukenhaag hangen om de zoveel meters nestkastjes voor mezen in de hoop dat die de Processierups te lijf zullen gaan.

In de berm langs een oud bosperceel komen steeds meer planten van het Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris) in bloei. Binnenkort toveren die de bermen weer om tot witte schuimkragen.

Hier en daar vond ik er wat plantjes van het Bleeksporig bosviooltjes (Viola riviniana), een lieflijk blauw vast viooltje.

Er groeiden ook nog bosanemonen (Anemone nemorosa) tussen het gras. Hier zijn ze puur wit, in onze tuin hebben ze een vleug roze.

De inheemse Aronskelk (Arum) steekt ook alweer boven de grond, de bodem is hier in het buitengebied een stuk vruchtbaarder door de klei die er in zit en dat maakt een hoop verschil vergeleken met onze Veluwse zandgrond even verderop.

Ook in de berm: Grote muur (Stellaria holostea), de soort in deze familie met de grootste bloemen. Spierwitte sterretjes boven het gras. Maar het blijft allemaal nog bij kleine plantenhoeveelheden. Waar blijft de broodnodige regen!!

Voor mij de eerste Dagpauwoog (Aglais io) van dit jaar. Het wemelt verder van de Oranjetip, Klein koolwitje en Citroenvlinder. Vlinders zijn weldadige insecten, een lust voor het oog.

11 april 2020

Wordt het groen in het bos nog voornamelijk bepaald door de Lariks, langzaam maar zeker beginnen ook de beuken uit te lopen. Nu zijn het eerst de jonge boompjes, die zijn nog ongeduldig, hun opgepropte blaadjes staan te springen in de knoppen om zich te ontvouwen. De volwassen beuken die hier al ik weet niet hoe lang staan, kennen het klappen van de zweep en weten dat vroeg uitlopen risico met zich meebrengt. Ze hebben al zoveel seizoenen voorbij zien komen en maakten mee dat een late medogenloze nachtvorst het jonge blad kan bevriezen....

Aan geluiden ontbreekt het niet in het bos want de vogels laten zich volop horen. Ik hoorde de Havik kekkeren, de boomklevers met hun luide geroep dat overal door het bos schalt, en alle spechten zijn te horen. De zwarte maakt het meeste indruk met zijn geroffel op het hout dat klinkt als een pneumatische hamer.

Het viel me op dat de Rouwvlieg of Maartse vlieg massaal op de lariksen zit. Hoewel die"vlieg" heet, is het een mug; vliegen en muggen behoren tot de familie van de tweevleugeligen. Wat ook opmerkelijk is zijn de vele mannelijke bloeiwijzen op de Lariks, zonder dat er vrouwtjes bij groeien. En zonder vrouwtjes komen er geen kegels.

In de lucht vlogen de raven rond terwijl ze allerlei leuke geluiden maakten. Ze zijn onmiskenbaar met hun grote gerafelde vleugels.

Dit was een lieflijk laantje dat aan beide zijden van het pad begroeid was met Klaverzuring. Alles is weg, het bosbeheer gaat altijd gepaard met grof geweld. Soms snap je niet waarom het nodig is, deze afschuwelijke kaalslag waarbij het bodemleven totaal vernield wordt. Dat deze bij elkaar gehaalde hoop hout hier bleef liggen, snap ik ook niet. Er zal maar een onverlaat passeren met pyromaanse neiging die hier een lucifer bij houdt. Het is is zo droog als gort in het bos.

De herten hebben hun geweien afgegooid en op hun kop moet nu een nieuw groeien. Je zal maar een mooi groot en indrukwekkend gewei hebben gehad en nu met die kleine, met velours beklede stompjes op je kop moeten rondlopen. Dat moet niet goed zijn voor je ego! Gelukkig groeit een gewei enorm snel weer uit tot wat het eerder was, of zelfs nog iets groters. Bij een heel oud hert kan het gewei daarentegen kleiner worden, terugzetten heet dat. Ook bij dieren komt de ouderdom met gebreken.

10 april 2020

Nu het alweer zo'n tijd droog is, is een vijvertje, waterschaal of iets dergelijks een aanwinst in de tuin. Niet alleen omdat je er zelf zoveel plezier aan beleeft maar vooral om de vogels het wat makkelijker te maken hun dorst te lessen of hun verenpak te onderhouden.

Maar een malse regenbui wordt ook niet versmaad: zie bijvoorbeeld hoe een Houtduif zich in alle bochten wringt om de regendruppels te krijgen waar hij ze wil.

Na het waterbad volgt een poetsbeurt waar je U tegen zegt. Schone veren zijn voor een vogel van levensbelang, ze zijn er immers volledig van afhankelijk.

Een waterbad nemen gaat bij de vogels het gehele jaar door, al is het nog zo koud; een bevroren vogel zul je nooit zien. Veren zijn waterafstotend en het vocht schudden ze er gewoon af.

Ook insecten hebben vocht nodig. Nadat ik gisteren de border voorzien had van wat water kwam dit Boomblauwtje vocht opzuigen uit de natte aarde.

Vlinders en allerlei andere insecten drinken ook vocht uit een verse paardenhoop. In tegenstelling tot veel insecten leggen de vlinders er geen eitjes in.

Het beviel Speedy de bosmuis niet dat ik de voedertafel had opgeruimd en meteen ging hij op zoek naar een alternatief. En ja hoor, daar vond hij een plantenschotel gevuld met zijn inmiddels vertrouwde kostje. Dat was bedoeld voor de vogels die de laatste restjes van het vogelvoer mogen opeten maar de muis is er ook dol op. Telkens kwam hij springend over de planten richting schotel en jumpte er in. Hij snaaide wat zaadjes en sprong snel weer weg. Heel grappig om een muis horden lopend over de vegetatie te zien snellen.

Het is heerlijk om in de vroege ochtend, als alles nog rustig is, buiten te zitten en te kijken naar hoe het ochtendlicht speelt met de bloemen door er zachtjes overheen te strijken.

Ik probeer wel eens een Wolzwever te fotograferen als hij stilstaand in de lucht hangt maar dat valt niet mee. Deze bezocht de vergeet-mij-nietjes en toen lukte het hem vast te leggen. Met het wollige lijfje en altijd horizontaa lstaande vleugels is het een grappig beestje. Het zal de Gewone wolzwever (Bombylius major) zijn, die vaak in tuinen vliegt. Om het zeker te weten zou je zijn vleugels goed moeten zien maar die gaan razendsnel op en neer. Feitelijk is dit een vlieg al lijkt hij op een hommel, het is een vorm van mimicri. Moeder Wolzwever zwiept haar eitjes met haar achterlijf in een nest van een zandbij. De larve van de wolzwever voedt zich een poosje met het stuifmeel van de bij en vreet naderhand bijenlarven op. Tja, het gaat er heftig toe in de natuur.

Een door de zon beschenen Bont zandoogje (Pararge aegeria), een echte bosrandvlinder maar wie genoeg stuiken en bomen in de tuin heeft, krijgt hem makkelijk te zien. De vlinder kent drie generaties, de rups overwintert en die zien we nu dus als vroegvliegend vlindertje.

Hoewel de Pinksterbloemen in de tuin nog in geen velden of wegen te zien zijn, en het Look zonder Look nog diep in de knop zit, vloog toch het Oranjetipje al rond. Maar bloeiende Judaspenning waar de vlinder ook op foerageert, is er wel. Het vrouwtje moet het doen met een bescheiden uiterlijk en mist het vrolijke oranje van de mannetjes.

Een Boomblauwtje moet je eigenlijk niet fotograferen in de zon want dan wordt het een heel bleek vlindertje. Maar ja, als het uitgerekend alleen maar in de zon gaat zitten, blijft de keuze beperkt. Ik had net een stukje van een heel droge border besproeid tien het vlindertje kwam drinken van de druppels op een blaadje.

Ik ken geen boom die zo kortstondig bloeit als de Krentenboom. Even staat hij in volle bloei maar op de tweede dag dwarrelen de bloemblaadjes alweer omlaag. Je kunt nog net de vogels zien die er in zitten, als het blad volgt worden de vogels helaas aan het zicht onttrokken.

Terwijl ik een poosje in een tuinstoel had zitten kijken naar wat zich om me heen afspeelde, zag ik opeens een Winterkoning aan komen vliegen. Hij had me al snel in de gaten. Als je Klein Jantje zo rechtop ziet zitten, zou je hem bijna niet als Winterkoning herkennen, omdat in zo'n waakzaam ogenblik het staartje niet parmantig omhoog staat maar in lijn met het lichaam is.

Merel Stipje heeft haar eitjes keurig uitgebroed. Gisteren hoorde ik al vanaf de tuinbank dat ze opgewonden klokkende geluidjes maakte. Het moet ook een vreemd gebeuren zijn opeens onder je buik onbekend gefriemel te voelen. Hoe vaak ik dit ook meemaak, het blijft telkens een wonder hoe instincten vogels sturen. Hoe de man opeens in de voermodus schiet en druk in de weer gaat naar kleine prooitjes voor de jongen. Beide vogels gaan nu een drukke periode tegemoet. En nu maar hopen dat de mereltjes over een week of twee gezond en wel zullen uitvliegen.

Er vliegen enorm veel citroenvlinders rond, zowel mannen als vrouwen.Het zou fijn zijn als het eens flink zou gaan regenen want bij aanhoudende droogte produceren de bloemen geen nectar.

De paardenbloem (Taraxacum officinale) is feitelijk een hele verzameling van smalle lintbloempjes. De vlinder steekt haar lange zuigtong beurtelings in de bloempjes, dat kun je heel goed waarnemen.

Vanmiddag nog even langs het natuurgebied Soerensebroek gereden. Het was er nog niet erg lenteachtig want de groei zat er zeker nog niet in. Ook hier snakken de planten naar hemelwater. Er liepen drie ooievaars samen met kauwtjes. Dat zag er grappig uit, het leek wel of ze vriendjes waren. In dit gebiedje liggen veel plassen, de ooievaars zullen zeker op zoek zijn geweest naar kikkers voordat ze gezamenlijk wegvlogen. Wat ook weer een heel mooi gezicht was.

Ik zag vandaag dat de Dotterbloem staat te pronken in de vijver. Soms gaan de ontwikkelingen zo snel dat je het nauwelijks kunt bijhouden. Door het frisse weer met aldoor die kille wind krijg ik echter ook af en toe het gevoel dat de boel allemaal een beetje stil staat. Nacht na nacht vorst, wat zon, dan weer bewolking, ik hoop dat het volgende week toch echt wat meer lenteachtig gaat worden.

Onze tuinmerelvrouw die wij "Stipje" noemen vanwege het witte vlekje op haar kop, zit al meer dan een week op haar eieren. Na het weekend zouden de eitjes kunnen uitkomen en dan is wat aangenamer weer wel zo prettig. Bij een stijgende temperatuur zal het blad wat sneller gaan uitlopen en vooral een regenbui is zeer welkom zodat alles weer verder gaat met groeien. De jonge vogels hebben rupsjes nodig, die heb ik nog niet ontdekt.

Vijf dagen geleden verschenen de eerste bloemtrosjes in onze stokoude krentenboom maar sindsdien gaan de bloemknoppen nauwelijks verder open. Ze willen ook zon, net als ik.

De bosanemonen doen het geweldig en breiden hun groeiplek steeds verder uit. Het lijkt of ze zich niets aantrekken van het weer en of de zon nu wel of niet schijnt, ze staan de hele dag met de bloemen wijd open.

28 maart 2020

Nu nog kunnen we de vogels in de bomen zien zitten maar dat zal binnenkort veranderen als al hun doen en laten weer aan onze ogen onttrokken zal worden door het dichte gebladerte. Vanaf dat moment zullen hun nesten en hun jongen veilig verborgen zijn en kunnen de vogels weer op hun gemak een uiltje knappen.

Lariks loopt in het voorjaar als eerste uit en geeft alvast een geheel ander uiterlijk aan het bos. Het is als een soort belofte: nog even, en ook de bomen zullen gaan volgen. De beuken die er staan vouwen hun blaadjes als laatste uit, dan is het pas echt genieten!

Het is een mooi gezicht al die groene kwastjes uit de takken te zien komen, de bundeltjes bevatten 30 tot 40 naaldjes. Elk voorjaar ga ik op zoek naar de bloeiwijzen maar in ons bos hier aan de Veluwezoom moet ik er echt naar zoeken. De reden kan zijn dat een Lariks pas gaat bloeien als hij een jaar of 20 oud is, en dat hier dus hoofdzakelijk nog jonge bomen staan. De Europese lariks staat het meest aangeplant in de bossen maar vaak ook wordt de Japanse gebruikt. Ze lijken identiek en kruisen makkelijk. De mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien aan dezelfde boom, die is dus eenhuizig. Lariks werd vooral vroeger ook Lork genoemd.

27 maart 2020

Vandaag nog een paar foto's van de Tjiftjaf die twee dagen in onze tuin verbleef. Overal hoor je de mannen nu hun eigen naam roepen en wie weet, heeft onze tjiftjafvrouw inmiddels een partner gevonden.

De Tjiftjaf kende ik alleen van het tweetonige liedje dat vanuit hoge bomen klinkt. Om er nu een zo mooi in de eigen tuin te zien, vond ik echt een cadeautje. Tussen het groen zat de vogel allerlei blaadjes af te zoeken naar insecten.

Tevreden, zo lijkt het, zit ze op een tak te genieten van de zon en te speuren naar voorbij vliegende insectjes.

De werkzaamheden betreffende de bouw van het nest, en het grootbrengen van de jongen, is hoofdzakelijk het werk van het vrouwtje. Het broeden duurt een week of twee, de kuikens blijven ook ongeveer die periode in het nest en na het uitvliegen worden ze nog een poosje gevoerd. Ik ga er vanuit dat dit voor mij een eenmalige kans was de vogel zo goed te kunnen zien en dat was heel leuk!

26 maart 2020

Gistermiddag zaten manlief en ik op de tuinbank te genieten van de zon toen opeens een muizenkoppie verscheen vanonder een stuk schors op de voertafel. Wekenlang had ik hem niet meer gezien, of misschien was dit wel een andere, dat kon natuurlijk ook. Wij zaten ons af te vragen hoe de muis in hemelsnaam op de voertafel kon komen. Die bestaat uit een grote plank die op twee schragen ligt. We konden het niet bedenken.

Nadat de Bosmuis besloten had dat het veilig was, schoot hij naar voren om snel een paar graantjes te scoren, om in een fractie van een seconde weer onder het schors te duiken. Een muis voelt zich slecht op z'n gemak zonder dekking maar ja, hij moet wel aan voedsel komen. Doodstil bleven we zitten want de minste beweging of het kleinste geluidje had hij in de gaten. En zo kon ik hem fotograferen, de camera in de aanslag, wachtend op het moment suprème.

24 maart 2020

Een krent in de pap! Toevallig keek ik even uit het raam (eigenlijk doe ik dat onbewust om de haverklap) en zag een Tjiftjaf (Phylloscopus collibita), net gearriveerd uit het Middellandse Zeegebied om bij ons te komen broeden. Nog nooit zag ik hem in de tuin en nu zat hij daar opeens tussen het uitgelopen groen te scharrelen. Als hij opvloog leek hij bij de straffe wind eerder te dwarrelen dan te vliegen, wat geen wonder is voor een vogeltje van nog geen 10 gram.

De Tjiftjaf lijkt verwarrend veel op de Fitis maar aan hun liedjes kun je ze herkennen. De Tjiftjaf maakt in april haar nestje vlak boven de grond en legt daarin gemiddeld vijf of zes eitjes. Onze tuin is al een halve eeuw oud en er staan struiken waarbij je wel eens denkt "moeten die er niet eens uit verwijderd worden". Maar daar heb ik moeite mee omdat er in onze omgeving toch al zoveel in tuinen en directe omgeving gekapt werd en wordt. We hebben ook geen keurige, opgeruimde en netjes ingedeelde borders, het is een tamelijk wilde tuin waar vooral alles wat kruipt, nestelt, vliegt en scharrelt mij mateloos boeit. Voor iedereen is de essentie van een tuin weer anders maar het belangrijkste criterium is de vraag of je je er gelukkig in voelt. Mijn oude vader, die al lang niet meer leeft, zei eens over de onze: "prachtig kind, maar onze tuin is daar niet geschikt voor". Bij hem stonden afrikaantjes, lobelia's en salvia's wijd uiteen met vooral veel zwarte grond ertussen en daar was hij weer gelukkig mee.

23 maart 2020

Vanmorgen op de ruit: een Bladpootrandwants (Leptoglossus occidentalis). Nu is er voor mij het raadsel of dit insect recent is binnen gekomen of dat het al die tijd tussen de overwinterende planten verbleef die boven op een kamer staan. Deze wants is een exoot en vrij nieuw voor ons land, aangelokt door het opwarmende klimaat. Hij kan massaal voorkomen, soms weer gevolgd door een jaar waarin er veel minder zijn.

Niet iedereen is gesteld op insecten maar vaak wordt dat toch anders als je je er wat in verdiept hebt. Je leert dan of een bepaalde soort al dan niet schadelijk is, over de leefwijze en als je de moeite neemt insecten wat nader te bekijken, ga je er toch meestal anders over denken of gaan ze je zelfs fascineren. Neem nou deze wants, het is een forse, maar ziet hij er niet prachtig uit? En hij is slim, hij houdt niet van kou dus in de herfst probeert hij, net als lieveheersbeestjes en gaasvliegen, in huizen te overwinteren. Deze wants leeft op diverse soorten naaldbomen. Je kunt alles wat je vies of naar vindt wel verdelgen maar besef dan dat we al 75% van onze insecten kwijt zijn en dat dit een enorme impact heeft op de natuur, en idem gevolgen voor de mens.

Gisteren zag ik een werkelijk enorme zwerm insecten in een grote wolk dansen voor de coniferen en lekker in de zon. Doordat ze continu dansten, omhoog en omlaag, kon ik ze eigenlijk niet fotograferen maar ik probeerde het toch, met dit resultaat. Het waren geen muggen, zoals je vaak ziet, maar heel kleine vliegjes. Geen idee wat het waren maar het was imposant vanwege de massaliteit. En zo valt er elke dag wel iets leuks te beleven.

22 maart 2020

Toen ik vanmorgen het rolgordijn omhoog deed zag ik tot mijn grote verbazing opeens hoe tegen de blauwe lucht het groen van de ontluikende berkenboom schitterde. Ik geloofde niet dat ik dat ooit zo vroeg had gezien. Maar in mijn boekje met waarnemingen zag ik toch dat in 1990 en in 1997 de berk nog een aantal dagen eerder in blad kwam.

Het waait ook vandaag weer zo stevig dat ik de heen en weer zwiepende takken niet scherp in beeld kon vangen. Ik heb net zo lang afgedrukt tot er toch nog wat scherps te zien was.

Als dieren zich ten opzichte van jou meer of minder vertrouwelijk gedragen is dat geweldig. Eigenlijk is het meer een kwestie van in de gaten krijgen dat een mens geen kwaad in de zin heeft. Onze dagelijkse gast, de zanglijster, wordt steeds minder schuw en ik geniet daar enorm van. Recht voor de keukendeur zit hij de huisjesslakken te slopen. Hij pakte met zijn snavel de inhoud vast en mepte het huisje net zo lang tegen de stenen tot hij de ontblote slak te pakken had.

Vinken zag ik altijd op de voertafel maar deze winter niet. Ze waren er wel maar bleven liever met de benen op de grond. Vanmorgen zag ik dit vrouwtje voorzichtig kijken wat er allemaal voor lekkers op de tafel lag. De zonnepitten kon ze niet laten liggen, daar zijn vinken dol op. Van dichtbij was duidelijk te zien hoe ongelooflijk behendig zo'n vogel het omhulsel van de zaden er met haar tong snel en moeiteloos af haalt.

In de herfst had ik dit keer de tuintafel bedekt met grote stukken schors die ik in het bos vond. Dat bleek een groot succes want omdat de tafel zo een natuurlijke aanblik bood, kwamen de vogels er veel sneller op vliegen. Door de zachte winter en de vele regen ontkiemden sommige zaden en dat maakte het geheel nog veel leuker.

21 maart 2020

Coronavirus - Hoop

En de mensen bleven thuis,
ze lazen boeken, ontspanden en luisterden
deden oefeningen, maakten kunst en speelden spelletjes.
Ze leerden een nieuwe manier van zijn
en luisterden met meer aandacht.
Sommigen mediteerden, anderen baden, dansten
Mensen kwamen hun schaduwen tegen,
begonnen anders te denken.

En de mensen genazen.
In de afwezigheid van mensen die ontwetend, gevaarlijk
en harteloos leefden, begon de Aarde te helen.

En toen het gevaar geweken was en de mensen weer samen kwamen
rouwden ze om hun verlies, maakten nieuwe keuzes en
droomden ze nieuwe dromen.
Ze creëerden nieuwe manieren om de Aarde volledig te helen
omdat ze zelf geheeld waren.