Lente 2024

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Lente 2024

18 juni 2024

Afgelopen zondag besloot ik een ronde bos te doen. Meestal blijf ik op deze dag daar weg vanwege de vele wandelaars maar op mijn tochtje kwam ik er niet een tegen. Zeker bang voor de regelmatig vallende buien. Ook de vogels lieten zich er niet horen, er was alleen geluid van de wind die nogal stevig waaide. Het bos oogt zwaar van alle groen dit jaar. Zoals altijd is het prille groen heel erg snel weer verdwenen en veranderd in donkergroen. Het is echt beangstigend hoe weinig insecten er zijn. Er gaat ook bijna geen dag voorbij in de media of je hoort er over. Zonder genoeg bestuivers kunnen bloemen niet bevrucht worden en dat is slecht voor de natuur.

In het bos stonden opvallend veel planten van het Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa), ik zag er in dit bos nog nooit eerder zoveel. Die doen het dus ook buitengewoon goed in dit natte voorjaar. Ik zocht gericht naar de helmkruidbladwesp (Tenthredo scrophulariae) die haar eitjes op deze planten legt. Ik trof er slechts één aan. Ik ben benieuwd of ze daar haar eitjes aan het afzetten was. Binnenkort maar weer eens kijken of er de mooie gestippelde bastaardrupsen zijn uitgekomen.

Hier kun je ook nog planten van het door velen gehate Jacobskruiskruid vinden. Op allerlei plekken wordt het fanatiek uitgeroeid. Ik zag er geen enkel insect op, terwijl er meer dan 150 Nederlandse soorten insecten bekend zijn die de plant gebruiken als voedselplant, en het JKK ook voor meer dan 30 soorten de plant is die door insecten (incl. 7 vlindersoorten) gebruiken als waardplant, dus waar ze van en op leven.

Het staat er ook vol met het Klein springzaad (Impatiens parviflora) dat mooie gele bloempjes heeft. Het is goed te zien dat dit een familielid is van de Grote balsemien die sinds enige jaren op de lijst staat van ongewenste planten. Ooit werden ze ingevoerd speciaal voor de hommels, nu verfoeid omdat ze teveel van de bodem koloniseren ten koste van ander wilde planten. Je moet wel even een bloempje van heel dichtbij bekijken, wil je er de schoonheid van zien.

Bosandoorn (Stachis sylvatica) kom je hier in het bos niet veel tegen maar opeens stuitte ik op een flinke populatie. Het is een echt bosplant In oude boeken vindt je nog de naam Stinknetel vanwege de onaangename geur van het blad. Kwijlwortel en Speekselkruid kwamen ook voor. Vermoedelijk om kwijlziekte bij koeien te genezen. Onze voorouders legden de planen ook nog wel eens op de drempel van hun huizen om zo de boze geesten te verdrijven. Het is een van de mooie wilde planten die ons land rijk is.

Het Vingerhoedskruid, dit jaar zeer hoog opgegroeid, is bijna alweer aan het einde van haar bloei. Op allerlei verstoorde plekken pakt het onmiddellijk haar kansen dus nu er zoveel in het bos is gerooid, wordt dat een echt hommelfeest volgende lente. Vooral zijn het roze en lila gekleurde bloemen maar de witte vind ik toch ook wel heel mooi.

Vanwege de ongelijkheid van de bodem hebben de wandelpaden veel te lijden van erosie. De aanhoudende regen spoelt enorme gaten in de bodem als de bovenlaag van de grond wordt weggespoeld.

15 juni 2024

Hoewel de ene bui na de andere over drijft, blijft de zon het maar proberen maar het lukt haar niet door het wolkendek heen te komen. Wat wel het voordeel is van de natte bodem dat je goed kunt bijhouden welke planten wel of niet gedijen bij het huidige weertype. Ik voer er een paar op.

Het Rapunzelklokje (Campanula rapunculus) is een prachtige wilde soort die volgens de boekjes houdt van een kalkhoudende, grazige bodem. De soort staat op de Rode lijst maar is sinds 1971 niet langer bedreigd. Ik heb hem nog nooit in het wild gezien maar kreeg ooit een plantje van iemand. Sindsdien popt hij overal in de tuin en in mijn volkstuin op een andere plek op dan waar hij eerder stond. Dit jaar explodeert hij met een werkelijk ongelooflijk massale verschijning. Ik heb er zelfs al een boeket van kunnen plukken. Het is een van mijn grote favorieten onder de planten die naar nu blijkt zeer gedijt in een vochtige bodem. Bij mij kreeg hij geen kalk en ik tuinier op zandgrond.

Ruige anjer (Dianthus armeria) staat eveneens op de Rode Lijst, De plant komt in het wild weinig voor. je vindt hem voornamelijk nog in beschermde natuurgebieden. Twee jaar geleden verscheen hij opeens in onze tuin, waarschijnlijk in zaadvorm meegekomen met een lading compost. Ik was er blij mee en heb hem vervolgens ook gezaaid, wat heel goed lukte. Fijn ook om als weefplant te hebben. Ik houd erg van die “kleine maar fijne soorten”. Ik merk geen verschil tussen een natte of droge bodem.

De Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria) met haar fijne gele kaarsjes is goed te combineren met gecultiveerde tuinplanten. (Niet te verwisselen met Welriekende agrimoni). Vroeger geloofde men dat wie met thee van Agrimonie gorgelde, luider zou gaan spreken en zingen en de plant is daarom ook bekend onder de naam Zangerskruid. Als medische plant zou hij helpen tegen leverziekten en slangenbeten. Bijzonder: de plant kan zichzelf bestuiven, als kruisbestuiving vanuit andere bloemen uitblijft. Ik kreeg hem als zaailing en ben er heel blij mee. Behalve de bloei is ook het uiterlijk van de plant aantrekkelijk met haar mooi gevormde blad. De bloemen trekken voornamelijk hommels, in minder mate ook bijen en zweefvliegen. Deze plant doet het goed in zowel droge als natte grond.

7 juni 2024

Het Knopig helmkruid dat in het bos te vinden is, doet het geweldig dit jaar. De plant die ik drie jaar geleden meenam en in de tuin zette, heeft zich flink uitgezaaid en bloeit nu. Steeds kijk ik of er eitjes op gelegd zijn door de Helmkruidvlinder, eenmaal gebeurde dat. Maar helaas. Het is geen spectaculaire soort in de tuin maar vult wel de diversiteit aan. Er komen allerlei hommeltjes af op de nectar in de bloemen. De plant ontleent haar naam aan de vorm van de bloem.

Er is op het volkstuincomplex voor zover ik weet maar één persoon die er asperges kweekt. Steeds keek ik of er al aspergehaantjes op verschenen en pas vond ik er een paar. Het Blauwe aspergehaantje (Crioceris asparagi) is een prachtig kevertje dat als het veel aanwezig is, de planten flink kan verwoesten en daarom in de teelt fel bestreden wordt. Hier is dat niet het geval, het zijn er maar enkele. Het verbaast mij dat die kevers de weg weten te vinden naar dat ene rijtje aspergeplanten terwijl die in de verre omtrek nergens anders te vinden zijn. Ik vertel de tuinder er maar niets over want die is allergisch voor alles dat vliegt of kruipt en daarnaar handelt, ook al is het gebruik van gif op onze percelen verboden.

Er is ook een Rode aspergekever (Crioceris duodecimpunctata), ook wel 12-stippelige aspergekever genoemd. De schade die deze bladkevertjes veroorzaken is even groot, maar de rode komt iets minder vaak voor. Wat zijn insecten toch vaak schitterend getekend!

Steeds meer berichten over mislukte vogellegsels. Over uilen wiens veren zo zwaar werden door zware regenval dat ze door het gewicht ervan niet meer konden vliegen. Over jonge ooievaars die verkleumden in het nest en niet opgewarmd konden worden door de oudervogels doordat die zelf ook koud en drijfnat waren. Kuikens in het nest die steek gelaten werden door gebrek aan insecten en rupsen die eveneens bezweken door het weer. Het blijkt dat vogels een zwaar seizoen hadden tot nu toe. Blijft het de komende tijd droger dan is er nog een kans voor late legsels.

2 juni 2024

In de media is het momenteel de ene klaagzang na de andere over de heersende slakkenplaag. De Spaanse wegslak (Arion vulgaris) die de boventoon voert, is een exoot uit zuid Europa, De kleur is variabel, de onderzijde van de zool is grijswit. Hun slijm is kleurloos, dik en kleverig. Zelfs bij het handen wassen blijft het kleven. Precies de reden waarom padden, egels en muizen ze niet eten, ook al wordt dat overal ten onrechte verkondigd. Hun beschermende slijmlaag is namelijk zó dik dat de slak zelfs probleemloos over de snijkant van een mes kan kruipen. Egel en pad laten ze daarom links liggen. Wat evenmin helpt is koper om je bloempotten, eierschalen, koffiedik enzovoort. De enige methode is ze handmatig te verwijderen. Het gebruik van aaltjes wordt wel eens geadviseerd maar die werken slechts 6 weken en zijn daarom veel te duur voor de gewone tuinder. Soms trap je onverhoeds een huisjesslak aan diggelen, die worden meteen door de naaktslak opgeruimd.

Dit is de Tijgerslak (Limax maximus). Deze soort zien we ook steeds vaker, het is een agressief dier. Althans, dat vindt de mens omdat hij een alleseter is die ook soortgenoten te lijf gaat. Ook eet hij diens eitjes naast alles dat hij maar vinden kan. Eigenlijk zou je hem dus moeten tolereren alhoewel hij ook al dan niet dode planten eet. Het is een exoot uit het zuiden van Europa en wint het van onze inheemse slak. Daarom zie je hem ook steeds weer.

Er blijken veel slakkenhaters te zijn die de gehate schepselen doorknippen. Zelf vind ik dat zo naar dat ik dat niet doe. Wat is ’s avonds en in de vroege ochtend vind in tuin of moestuin, verzamel ik en stop ik in de vrieskist. Daar sterven ze een “humane” dood. Anderen brengen het op ze naar elders te transporteren maar dat heft het probleem niet op. Slakkenkorrels gebruik ik niet, zelfs niet de blauwe van Ecostyle. Ze doden ook de nuttige huisjesslakken. Bovendien verdwijnen ze bij regen al snel in de grond en daar horen ze niet..

Vergeet ook de heel kleine naaktslakjes niet die vaak op het gras zitten na een regenbui. Die brengen ook heel wat verwoesting aan op je planten. Ook deze moet je aldoor weghalen. Van de huisjesslakken is er slechts één die zich vergrijpt aan je jonge planten en dat is de Segrijnslak (Cornu aspersum). Die breng ik wel naar elders, waarom weet ik eigenlijk niet maar ergens vind ik ze sympathieker dan de naaktslakken waaraan ik een ontzettende hekel heb. Het is frustrerend, al die slakken die het jonge groen opvreten. In moestuinen zijn ze een groot probleem dit jaar maar dat komt ook dat daar de bodem veel te veel wordt bewerkt waardoor de nuttige bodemdiertjes die normaliter de slakkeneitjes opruimen, door al dat gewoel in de grond verdwijnen. Eigenlijk is het handmatig wieden van onkruid de allerbeste methode.

30 mei 2024

Het gedrag van de vogels om mij heen doet mij vermoeden dat er schaarste heerst in de natuur. Kauwen zie ik alleen in de winter maar nu komen ze dagelijks langs op zoek naar voer. Het is broedtijd en de jongen moeten worden gevoerd. Ze proberen zelfs te duiken op de voedersilo waar vetbollen in zitten. Dat heb ik nog nooit gezien.

Ook de Gaai komt nog steeds langs om pinda’s uit de doppen te halen. Maar nu doet ook de Ekster hetzelfde. Ook nog nooit gezien. Maar dit voorjaar is ook zo extreem; april had al tweemaal zoveel regen als normaal en deze meimaand blijkt de natste sinds de telling.

Mezen en mussen eten in een paar dagen een vetbol op en nemen de vangst mee naar de nesten waar de hongerige jonge vogels erop wachten. Een week of twee geleden meldde Arnold van Vliet – de bioloog achter de Natuurkalender – dat de huidige heftige regenbuien slecht zijn voor de natuur en dat met name de insecten er zeer onder te lijden hebben. Vandaag in een krant berichten van boswachters en landschapbeheerders: er vindt een kleine ramp plaats in de uiterwaarden van de IJssel vanwege het almaar zakkende en weer dalende water dat nesten van weidevogels doet drijven en jonge nestkuikens verdrinken. Maar ook het bestand van insecten krijgt een flinke klap. Rupsen van dagvlinders bijvoorbeeld, verdrinken en kunnen zich niet ontwikkelen. Datzelfde geldt voor andere insecten, hun eitjes en hun nakomelingen.

25 mei 2024

Het is het gesprek van de dag, de ontzettende hoeveelheid naaktslakken. Op mijn volkstuin wordt steen en been geklaagd: je kunt niets zaaien want zodra het opkomt wordt het opgevreten. Boontjes de werden opgekweekt en uitgepoot ondergaan hetzelfde lot. Eigenlijk alles wat jong en mals is, verdwijnt zodra je het in de grond zet. De enige methode om dat te voorkomen is om ze weg te houden met fijnmazig beschermingsdoek.

Ook zag ik dat iemand plastic flesjes over de bonenplanten had gezet, met luchtgaatje in de dop voor de nodige zuurstof. Mensen met minder geduld strooien slakkenkorrels, daar ligt nu volgens mij de volkstuin vol mee. Nog niet zo lang is het bekend dat deze “natuurvriendelijke” blauwe korrels desastreus zijn voor egels. Niet gebruiken dus!

Het is altijd heerlijk om even op een stoel te gaan zitten om te genieten wat er allemaal groeit en bloeit in de diverse volkstuintjes. Momenteel is het klaprozentijd, De grote rode bloemen van de Grote papaver (Papaver rhoeas) staan her en der te pronken in grote pollen. Die hoef je nooit te zaaien maar komen spontaan op. Ze leven maar kort, het bloemblad valt snel af maar er zitten altijd zoveel knoppen in dat de hommels er een heerlijke nectarkroeg aan hebben.

Eigenlijk wordt het best een beetje veel, een eigen tuin plus een volkstuin waar alles zo uitbundig groeit dat het bijna niet bij te houden is. Want het onkruid doet ook z'n best, en flink ook! Vooral grassen profiteren van alle regen, de zachte winter niet te vergeten. Je ziet het overal.

18 mei 2024

Eindelijk weer eens een tuinrondje waarin ik leuke dingen ontdekte. Over het algemeen vind ik de laatste jaren steeds minder insecten. Lieveheersbeestjes zijn bijvoorbeeld dit seizoen nauwelijks te vinden. Wel zag ik op een stengel van Akelei een groepje kleine eitjes. Ze zijn van de Grauwe schildwants (Rhaphigaster nebulosa) die na bijna een eeuw afwezigheid, de laatste jaren weer terug is gekomen en steeds algemener wordt. Hij voedt zich met zowel plantensappen als kleine insecten. Door de opwarming van het klimaat zien we zowel een afname als toename van allerlei insecten. Omdat deze wants niet van kou houdt, probeert hij in de herfst regelmatig in huis te overwinteren. Links op de foto kijkt een nimf van de Struiksprinkhaan toe.

De Gedeukte ouden tor (Protaetia metallica) is een van de grootste kevers die we hebben. Hij kan wat variëren van kleur maar deze was mooi goudgroen en scharrelde tussen de meeldraden van de Akeleiruit (Thalictrum aquilegiifolium). Die bestaat ook in het paars, die vind ik het mooist. Het is familie van de Ranonkels. De larven leven in het nest van de Rode bosmier, in het bos heb ik hem ook inderdaad wel eens gevonden. De larven blijven een tot meerdere jaren onder de grond. Er is ook een gouden tor zonder de toevoeging “gedeukt”, die heeft geen deukjes in de dekschilden en is veel zeldzamer. Familie bladsprietkevers ze vliegen van mij tot ongeveer augustus/september. Het is echt een geluk als je deze prachtkever in je tuin vindt.

Ik mag graag met de macrolens door de tuin lopen, op zoek naar heel kleine schoonheden. Soms zie je pas hoe mooi ze zijn als ze op het scherm van de computer staan. Dit is een héél klein nachtvlindertje van slechts een paar millimeter: de Dwerglangsprietmot (Cauchas fibulella)

De soort gebruik gewone ereprijs en mannetjesereprijs als waardplanten. De rups eet eerst van de zaaddozen, daarna van bloemblaadjes. Het is een zeldzame soort soort in Nederland dus ik vond het geweldig hem te ontdekken in de tuin. De vliegtijd is van mei tot halverwege juni.

Soms tref je planten in je tuin aan die je er nooit hebt gezet. Die komen bijna altijd mee met de compost. Zo staan er drie planten in de tuin van de Balkan wolfsmelk (Euphorbia oblongata). Eerst was dat er één en die heeft zich dus succesvol uitgezaaid. Een fantastische plant, een echt blikvanger met de fel roze schijnbloemen waar veel insecten op afkomen. De nectar glinstert hen te gemoet. Ik fotografeerde er o.a. dit piepkleine bladwespje (Eutomosththus ephippium). Het is een typisch insect van vochtige graslanden en grasvelden in de buurt van bosranden. We kunnen dus stellen dat ik de bladwesp dankzij de regen die continu het gazon vochtig houdt in de tuin vond. De larven ontwikkelen zich op grassen.

14 mei 2024

Ik was een poosje fysiek uitgeschakeld maar heb het ziekenhuis weer verlaten en ben weer lekker thuis. Het is nogal warm om 's middags buiten te zijn maar het eerste dat ik altijd doe is wat in de tuin rondlopen en neuzen. Al een tijdje vliegt de Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula) sinds gisteren ook de mooie blauwe Azuurjuffer. Prachtige insecten uit de familie van de waterjuffers. De mannetjes vliegen almaar heen en weer over de vijver om een vrouwtje te pakken met wie ze kunnen paren.

De Platbuik (Libellula depressa) behoort tot de echte libellen, deze zag ik vandaag voor het eerst en fotografeerde zijn onderkant. De natuur ontwikkelt zich zo razendsnel dat ik me afvraag of er genoeg overblijft voor de zomer. Een temperatuur van 27 graden op 14 mei is niet normaal. Of misschien wel het nieuwe normaal. Man Platbuik verschilt van vrouw door de kleur, die is blauw. Pas uitgeslopen is hij nog even geel maar al snel verkleurt hij naar blauw. Deze libel is een echte voorjaarssoort.

Aan de pruimenboom zag ik nu al jonge vruchten hangen. Ik was verrast want het leek nog maar zo kort geleden dat de boom bloeide. Het is Opaal, een heerlijke, wat kleiner soort blauwe pruim.

Onder een plantenschotel die in de border was blijven liggen trof ik weidemieren (Lasius flavus) aan die daar een onderkomen aan het bouwen waren. Ik had deze gele miertjes nog nooit gezien. Ze leven ondergronds en zijn afhankelijk van de aanwezigheid van wortelluizen waarmee ze in symbiose leven. De mieren beschermen de luizen en melken ze. Waarmee bedoeld wordt dat ze door op de luizen tikken bevorderen dat de luizen een zoete stof afscheiden die honigdauw genoemd wordt.Ik was verbaasd dat ik een paar dagen later zag dat er ook de kleine zwarte wegmieren rondliepen bij het nest. Maar die blijken zich vaak op te houden in hetzelfde bergje aarde. Het is een algemene soort van bosranden, graslanden en open plekken in het bos, zolang er maar gras groeit.

29 april 2024

Doorwaskervel (Smyrnium perfoliatum) is een prachtige plant die nogal onbekend en zeldzaam is. In een vroeg stadium is hij lichtgeel, langzaam wordt de kleur daarna iets donkerder. Het is een fantastische plant om in boeketten te verwerken maar ook in de tuin past hij goed. In mijn dorp groeien ze op een plek waar jaren geleden vogels zaad dropten want elders want hoe hadden die er anders moeten komen. Alles van de plant is te gebruiken in de keuken. De plant is goed te zaaien, dat moet in augustus/september op een zaaibedje, in het voorjaar groeit hij al snel uit tot ongeveer 60 centimeter. Ik had ze al eens gezaaid maar het werd niks doordat ik het verkeerde tijdstip koos. Dit voorjaar trok ik er een uit de veelheid die er groeide en dankzij de continue natte bodem is hij nu goed aangeslagen in de tuin.

Al een paar jaar zijn er geen vogelnesten meer in onze tuin. Altijd brachten meesjes, heggenmusjes, merels en zanglijster er wel jongen voort. Vaak brachten merels van elders ook hun uitgevlogen jongen naar hier maar dat gebeurde ook niet meer. Het Usutuvirus had een slachting onder de merels aangericht maar ook andere vogels bleven weg om raadselachtige reden. Het moet de achteruitgang van vogels zijn. Maar dit voorjaar heb ik al tweemaal een jonge merel zien rondscharrelen. Opvallend is wel dat het er maar in beide gevallen één was. Dat zou kunnen betekenen dat er te weinig voer van rupsjes en andere insecten aanwezig was om een heel nest groot te krijgen.

“s Avonds zag ik in het avondzonnetje een merelvrouw tussen de planten zitten die er vreselijk uitzag. Vanuit huis kon ik haar nog net fotograferen. Alle veertjes op haar kop stonden schots en scheef en ook zat er een kale plek, zo leek het. Het is een teken van vogelpokken, het virus is er in diverse vormen. De merel leek niet ziek, ze was heel alert en misschien zat ze daar alleen maar een poosje in de zon omdat ze dat lekker vond.

Ook bij mezen en veel andere vogels komt het nogal eens voor. Het virus kan door o.a. muggen op de vogel worden overgebracht via kleine wondjes en als er heel veel bijtende of stekende insecten zijn kan er maar zo een uitbraak ontstaan. Vogels kunnen het overleven als de wondjes genezen zijn en dan zijn ze ook niet langer besmettelijk voor andere vogels.

27 april 2024

Wat een verschil temperatuur maakt in het leven van insecten wordt meteen duidelijk nu het gelukkig weer wat warmer begint te worden. In de uitbundige bloei van de Meidoorn behoort het te zoemen van insecten, tot nu toe heerste er doodse stilte. Maar het begint te komen.

Vandaag opeens weer Oranjetipjes in de tuin, zowel man als vrouw. Vrouwtje moet het doen met een bescheiden zwarte tekening op de vleugelpunten en mist het lokkende oranje van de man. Voor de voorjaarsvlinders moet het moeilijk zijn zich telkens aan te passen aan het wisselvallende weer. Rectificatie: de vlinder mist een zwart vlekje midden op de vleugels en is dus een Klein geaderd witje.

De eerste Vuurjuffer vloog vandaag op uit de vijver. Die dwarrelde langs mijn hoofd en door hem goed te volgen zag ik hem landen op een Euphorbia waar ik hem kon fotograferen.

Lekker in het zonnetje zit een Kraamwebspin (Pisaura mirabilis) op het blad van een tuingeranium. Bij de paring geeft het mannetje haar eerst een in ingesponnen prooi om haar af te leiden, en terwijl zij die op eet paart hij met haar. Het mannetje voorkomt op die manier dat hij zelf wordt beschouwd als prooi. In de zomer zie je deze vrouwtjes rondlopen met een wit balletje onder haar lichaam. Daarin zitten de eitjes veilig opgeborgen.

De brilglasvleugelwants (Stictopleurus abutilon) leeft van planten, plantensap en vooral uit zaden van composieten (bloemen die zijn samengesteld uit meerdere bloempjes, zoals paardenbloem, korenbloem e.a.). De soort overwintert als imago en kan eind april worden gezien. In Nederland is er één generatie. In zuidelijker gelegen landen kunnen twee generaties worden gevormd.

Op een bloempje van de wilde aardbei zat deze Gewone rookwants (Rhyparochromus vulgaris). Deze leeft vaak in grote groepen onder boomschors of in dood hout. Ze leven vooral uit zaden die op de grond liggen. Sinds 1978 is deze wants algemeen in het zuidoostelijke deel van Nederland. Het opwarmende klimaat brengt steeds meer soorten naar ons toe.

21 april 2024

De Boompuist (Reticularia lycoperdon) is een buisjeszwam, iets wat je alleen aan zijn geslachtelijke vorm (verspreiding via sporen) kunt zien. In deze vorm waarin de zwam zich voortplant, is hij niet vaak te zien. De ongeslachtelijke vorm kun je regelmatig aantreffen op dood hout van naaldbomen. In jonge vorm is hij wit, later verkleurt hij naar bruin en verandert in een poederachtige massa. De regen, en zeker in hoeveelheden als de laatste tijd, is funest voor een zwam. Ik was er nog op tijd bij.

Een zwam die er vaak mee verwisseld wordt is het Zilveren boomkussen maar dat is een slijmzwam.

Roodborstjes kom je vaak tegen in het bos, ze scharrelen graag op de bodem tussen blad en takken, op zoek naar voer.

Wie kent hem niet: de Brede kronkel Cylindroiulus caeruleocinctus). Til een bloempot of een stuk hout om, en je ziet hem opgerold liggen. Het is één van de soorten miljoenpoten en ze kunnen wel vijf jaar oud worden. Het is een ondergronds levende schepseltje dat knaagt aan wortels en knollen van verschillende planten, maar vooral eet hij plantenafval. Een algemene soort die je ook veel in tuinen aantreft. In bossen en op zware klei komt hij niet voor.

18 april 2024

Mijn eerste kind werd tientallen jaren geleden geboren op 16 april. Je moest toen nog bijna een week op bed blijven liggen eer je weer volop in bedrijf kwam. Een week na haar geboorte ging ik meteen naar buiten en zag hoe de fruitbomen in bloei kwamen. De natuur was verder nog behoorlijk kaal. En kijk nu eens: het bos is al behoorlijk groen aan het worden, de beuken zijn er heel vroeg bij dit jaar. De klimaatverandering is onmiskenbaar.

Aan het begin van de vorige maand werd er in het bos nog volop gekapt in het kader van bosverjonging. Maar stammen brengen ook geld op en hier ligt weer een forse partij hout voor de verkoop.

Bij deze stam zag ik hoe de zwijnen aan het wroeten waren geweest. De dieren lijden ook dit jaar weer grote honger want er was maar heel weinig mast terwijl ze door het eten van beukennoten en eikels juist een speklaag op hun lijf moeten eten.

Ik probeerde tijdens mijn bosrondje wat insecten te vinden maar er is nauwelijks iets te zien. Tweemaal zag ik deze Sluipwesp (Crypleffigies lanius), een heel kleine soort die behoort tot de gewone sluipwespfamilie. De wespjes zijn bijna niet te fotograferen, ze bewegen aldoor en het ging al helemaal niet goed doordat ik met één hand een beukentak naar beneden moest houden en met de andere de camera hanteren.

Al een paar dagen hoor ik de zang van een Zwartkop (Sylvia atricapilla). Vanmorgen zag ik een paartje in de Kardinaalsmuts zoeken naar insecten. De vrouw met een lichtbruin petje en de man met een zwarte. Op de struik leggen gelijknamige spinselmotten hun eitjes in de schors van de takken. Ze liggen daar te overwinteren tot ze binnenkort uitkomen. Misschien zijn de zwartkoppen daar naar op zoek want ik zag ze ook gisteren in dezelfde struik rondscharrelen. Heerlijk dat ze er weer zijn, ze kunnen zo prachtig zingen.

14 april 2024

Vorige week was ik met mijn tuinclub op een mooie dag op het prachtige 500 jaar oude landgoed Hackfort in Voorst. Een echte aanrader in deze tijd vanwege de vele stinzeplanten die er bloeien. Van Klaverzuring en Lenteklokjes tot Salomonszegel plus van alles daar tussenin. Wat ons opviel was dat er nauwelijks insecten te zien waren. Dat hadden de dames van de tuinclub ook in eigen tuinen al waargenomen en dat wil wat zeggen. Ik heb de vliegertjes, de kruipertjes en de fladderaars regelmatig gepromoot en daarom gaan ze er ook steeds meer op letten.

Daslook (Allium ursinum) is een snelle bodembedekker. Waar er veel staan ruikt het naar knoflook. Het blad is eetbaar en kun je bijvoorbeeld in salades doen. De bloemen zijn voor de insecten die er graag op foerageren. Een aantrekkelijke plant voor schaduwplekken in de tuin. Daarom heb ik hem zelf ook. We zouden met z’n allen veel meer inheemse planten een plek ik onze tuinen moeten geven. De nieuwste gegevens laten opnieuw zien dat het zeer slecht gaat met insecten.

De wilde kievitsbloem (Fritillaria meleagris) bloeit van april tot in mei. Dan zijn er bijvoorbeeld speciale excursies bij het Zwarte water in Overijssel naar velden waar de bloemen massaal voorkomen. Nu weet ik niet hoe het daar nu voor staat maar op Hackfort was de bloei op dit moment minimaal. Of het nog beter zal worden weet ik niet. Zes jaar geleden waren wij er ook en toen stond het vol bloeiende Kievitsbloemen, zowel witte als paarse.

Smeerwortel (Symphytum officinale) is geen stinzeplant en ook niet bijzonder maar desondanks een mooie plant die van belang is voor insecten. Hommels met een korte tong bijten boven in de bloem een gaatje zodat ze toch bij de nectar kunnen komen. Altijd weer verbazingwekkend hoe dieren ontdekken dat ze speciale technieken moeten uitvogelen om hun doel te bereiken.

Op het landgoed ligt een juweel van een moestuin. Op een van de planten zag ik deze kevertjes uit de bladhaantjesfamile die zich tegoed deden aan de bloemknoppen van een plant waarvan ik de naam niet meer weet. Toch nog wat insectenleven dus.

7 april 2024

Door de tuin zag ik mijn eerste Oranjetipje (Anthocharis cardamines) van dit jaar vliegen. Dat is wel heel vroeg, De pinksterbloem bloeit nog niet, de judaspenning nog maar magertjes en het look-zonder-look heeft nog niet eens bloemknoppen. Het is een mannetje, het vrouwtje moet het zonder de oranje vleugelpunten doen. Het vrouwtje legt graag haar eitjes op de pinksterbloem als die bloeit of in de knop zit. De rupsjes eten weer van de zaaddoosjes van de plant. Nu maar hopen dat dit allemaal volgens de regels kan verlopen.

Paardenbloemen (Taraxacum officinale) kleuren de grasvelden weer geel met massa’s gele bloemen. Iedere bloem bestaat uit honderden kleine lintbloemetjes samen op een enkele bloembodem. De Aardhommel is er dus nog wel even zoet mee. Elk afzonderlijk lintbloempje heeft een eigen parachuutje waarmee hij het zaadje over een grote afstand kan verspreiden. De paardenbloem is een van de meest succesvolle zaadverspreiders van ons land.

Ik hou meer van kleine bloemen dan van grote, en grote tulpen heb ik dan ook niet in de tuin, met uitzondering van deze. En die heb ik speciaal voor de spectaculaire manier waarop ze het zonlicht vangen. Op dat moment vind ik ze echt prachtig. Ik bezie ze wel dit keer met wat andere ogen nu ik het niet meer delen kan met mijn echtgenoot. Daardoor is dit jaar alles "anders dan anders".

Ik was gisteren in een tuincentrum waar een verbijsterende hoeveelheid viooltjes klaar stond voor de verkoop. In alle kleuren van de regenboog, grote en kleine. Ik bezweek voor een paar kleinbloemige blauwe exemparen. Deze vind ik ook mooi, met dat zachte kleurtje en met dat doorschijnende zonlicht. Het waren trouwens wel bizarre zomerse dagen in dit eerste weekend van april. Veel te warm voor de tijd van het jaar en wat gaat dat allemaal weer doen met de natuur, in het bijzonder voor de fauna. De hele natuur staat op z’n kop, zo lijkt het wel.

5 april 2024

Miserabel word ik van al die regen, en wie niet. De bodem is zo nat dat het de regenbuien nauwelijks nog opneemt.

De kleine botanische tulpjes in de tuin houden het niet vol bij al dit regengeweld. Hun dunne steeltjes kunnen de bloem niet dragen en breken een voor een af. Jammer! Maar ook de gangbare tulpen hebben het moeilijk en hangen steunend en kreunend vol regendruppels met de koppen omlaag.

Het stadium waarin bomen uitlopen is iets dat de moeite waard is te volgen. Knoppen zijn verschillend, hoe bloesem en blad uitkomt eveneens. En dat nieuwe blad is zo prachtig van kleur! Drie jaar geleden kocht ik een Esdoorn (Acer) en dit is voor het eerst dat er bloesem in verschijnt.

De Lijsterbes (Sorbus), is ook mooi met dat “funkelnagelneue” frisgroene blad. Mooie uitdrukking hebben onze landsburen daarvoor! Deze heeft zich uit zichzelf genesteld in de tuin dankzij de zaadverspreiding door een vogel.

Terwijl ik mistroostig naar buiten zat te turen, zag ik een spin die bezig was haar web te repareren. Een soort die massaal voorkomt in ons land maar die je niet vaak te zien krijgt: de Venstersectorspin (Zygiella x-notata), een nachtactieve soort die, zoals de naam aangeeft, zich meestal ophoudt bij een raampartij. De vrouwtjes maken een wielweb waarin een V-vormige uitsparing is aangebracht. Vandaar loopt een signaaldraad naar het plekje waar het vrouwtje zich overdag verschuilt. Net als de kruisspinnen, die tot dezelfde familie behoren, worden de eitjes in de herfst gelegd. Bij de kruisspinnen gaat vervolgens het vrouwtje dood maar de vectorspinnen kunnen nog een tijd doorleven. De man is slechts een paar mm groot, het vrouwtje beduidend groter, tot 11 millimeter.

Hoewel het er beduidend minder zijn dan voorheen, komen er nog steeds sijsjes in de tuin. Sijzen kunnen in sommige jaren tamelijk algemeen zijn in Nederland, en het volgende jaar weer vrijwel volledig ontbreken als broedvogel. Ze houden zich op in naaldbomen en zijn in de winter tamelijk afhankelijk van de zaadzetting in naaldbomen, die is niet elk jaar hetzelfde. Ook eten ze zaden van elzen, berken en andere bomen, knoppen en insecten. Sijsjes zoeken hun voer terwijl ze ondersteboven aan de takken hangen. Soms slapen ze zelfs zo. De vogels zijn erg mobiel en verkassen de wanneer voedselbronnen uitgeput raken. Dus voer ik ze net zo lang tot mijn voorraadje zonnepitkernen op is. De bodem komt in zicht.

1 april 2024

Tot mijn genoegen zie ik de laatste dagen telkens een paartje gaaien naar de tuin komen. Man en vrouw zien er hetzelfde uit maar uit het gedrag kun je veel opmaken. Zo zag ik gisteren dat de ene vogel een pinda uit het snoer pikte en de noot aanbood aan de andere die in de krentenboom zat te wachten.

Tegenwoordig wordt het Vlaamse in de naam nogal eens weggelaten maar wie dat wil kan gewoon de volledige naam van de vogel gebruiken: Vlaamse gaai (Garrulus glandarius). De gaai is een zangvogel, al zou je dat niet zeggen als je zijn “gekrijs” hoort. Maar als hij hier in de krentenboom zit, hoor ik hem regelmatig heel zacht en gevarieerd brabbelen. Dat klinkt toch echt heel aardig. De Vlaamse gaai staat bekend als een nestrover, en af en toe pakt hij inderdaad wel eens een ei uit het nest, of een kuiken, maar gelukkig worden de jonge vogels maar een keer of zes per dag terwijl kleinere vogelsoorten soms wel driehonderd keer per dag voor naar het nest brengen. Let maar eens op de kool- of pimpelmees als je een nestje in je tuin hebt. De gaai kan geweldig goed andere soorten imiteren, ik dacht pas even dat ik een buizerd hoorde mauwen maar dat klonk zo dichtbij dat het niet waar kon zijn. Dat klopte, de gaai zat weer in de boom.

Wat ik mis is de Goudvink die nog maar hoogstzelden en dit jaar helemaal niet in de krentenboom verscheen om de bloemknoppen te eten. Volgens Vogelbescherming is de verspreiding in ons land licht afgenomen. En de Groenling zie ik ook al twee jaar niet meer. Met deze vogel gaat het slecht in Europa, op de laatste lijst van de nationale vogeltelling kwam de soort niet eens meer voor.

De Groenling lijdt nog steeds onder de ziekte Het Geel (Trichomonose), in Engeland is er zelfs een afname van 75%. Het is een parasitaire ziekte die een naar abces in de keel veroorzaakt waarna de vogel er erg beroerd uitziet. Na infectie sterft de vogel binnen een paar dagen. Vind je zelf een zieke of dode vogel met dergelijke verschijnselen, meldt dit dan op dwhc.nl of Sovon.nl.

De lente is de tijd waarin vogels hun nesten bouwen. Daarvoor moeten ze het nodige materiaal verzamelen en dat is het moment om ze een beetje “te helpen”. Deze heerlijk zachte pluizenbol bestaat uit het onderhaar uit de vacht van een Schotse collie. Met een oude slof, een kleedje of een tennisbal heb je ook succes. Kool- en pimpelmeesjes zijn er verzot op en gebruiken dat zachte materiaal als de ultieme stoffering voor hun nestje. Altijd is het weer vermakelijk te zien hoe ze zich voorzien van een snor van pluizen. Neem wel altijd uitsluitend haar van honden die geen vlooienband dragen. Daar zit gif in.

28 maart 2024

Gisteren ging de zon weer indrukwekkend onder. Al zijn het feitelijk de aanwezige wolken die dit mogelijk maken. Ik zag het nog net, het laatste stadium, en haastte mij met de camera naar boven om het uitzicht op het bos te kunnen vastleggen.

De werkelijkheid heeft de foto alweer inghaald, de berken staan al een paar dagen later veel dikker in blad. De natuur ontwikkelt zich razendsnel. Weldadig te zien hoe de lente terrein wint en de winter visueel steeds meer achter zich laat.

Het Maarts viooltje zie je meestal hier en daar staan maar in dit geval groeien ze in een groot plakkaat dicht op elkaar. Een fraai gezicht, al die blauwe bloempjes.

Lelies zijn niet de favoriete bloemen van iedereen. Ze worden soms gezien als te groot, de veel geurend of te lastig vanwege de meeldraden. Als je er met je kleding langsloopt, zit het stuifmeel er meteen op, net als op een kleed of iets dergelijks. Daarom knipte ik ze af nadat ik een boeket kreeg waar lelies inzaten. En voor de grap dan maar nog even iets er mee gedaan...

21 maart 2024

Nu de lente is aangebroken lijken meteen de sijsjes vertrokken te zijn. Dat is niet iets dat ze besluiten maar dat in werking gezet wordt door hormonen die de vogels aanzetten tot bepaald gedrag. Het belangrijkste hormoon is Prolactine dat meerdere fysiologische processen bestuurt. Zo krijgt de vogel eerst behoefte om heel veel te eten, opvetten heet dat. Nou, dat hebben ze hier volop kunnen doen, de gepelde zonnepitten waren niet aan te slepen en nog nooit eerder zag ik daar zoveel sijsjes op afkomen. Door al dat eten vetten de vogels onderhuids op en worden dus ook een stuk zwaarder. Het vet functioneert als brandstof voor onderweg, wanneer er heel veel kilometers gevlogen moet worden om weer terug te komen in het broedgebied. Onderweg is prolactine tevens cruciaal bij de oriëntatie en navigatie van de vogels tijdens hun vlucht. Vogeltrek is een wonderbaarlijk fenomeen.

Tijdens het tuinwerk keerde ik een stuk stronk om en zag daar iets dat ik met het blote oog niet kon onderscheiden. Ik heb het daarom gefotografeerd en zag op het pc-scherm dat het een minuscuul korstmos was. Om korstmossen op naam te kunnen brengen moet je wel een kenner zijn en dat ben ik niet.. De website Obsidentify die veel te benoemen, liet me in de steek. Het stuk stronk heb ik weer terug gelegd zoals het lag, om de ontwikkelingen te kunnen volgen.

Het bijenhotel dat in aan de buitenmuur hangt trek momenteel veel belangstelling van de Rosse metselbij (Osmia fufa). In de natuur gebruikt het vrouwtje holle plantenstengels om haar eitjes in de leggen, dus doen ze dat ook in het bijenhotel. Ik heb nog niet kunnen ontdekken van welke planten ze haar stuifmeel halen want de bloei daarvan is natuurlijk qua soorten nog beperkt in deze tijd van het jaar. Maar toch zie ik dat steeds meer holletjes vol raken. Er zijn ook nog dichte bamboestengels die vorig jaar werden gevuld met stuifmeel. Als uit het eitje een jonge bij geboren wordt, blijft die namelijk in de broedcel overwinteren om in het voorjaar naar buiten te kruipen. Dit was voor mij iets nieuws. De natuur is een onuitputtelijke leerschool.

Veel insecten zie ik nog niet. Wat torretjes, mugjes, vliegen, bij mooi weer Citroenvlinder en Dagpauwoog, en diverse hommelsoorten en twee wantsensoorten. Wat me opvalt is dat er ondanks de zachte dagen weinig lieveheersbeestjes te zien zijn. Twee zevenstippelige exemplaren (Coccinella septempunctata), meer niet.