Natuurdagboek

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres: tineke [at] natuurfragmenten [dot] nl.
Bij voorbaat dank!

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Zomer 2021

28 juli 2021

Niet zo lang geleden las ik een stukje over met bamboestokjes en dennenappels gevulde bijenhotels, en dat die vaak veel te weinig ruimte boden aan de kleinste insecten. Dus keek eens hoe dat hier in de tuin is. Twee jaar geleden kocht ik een mini hotelletje dat de hele zomer geen insecten trok. Ik nam aan dat dit kwam doordat er wel héél erg kleine gaatjes in geboord waren. Dit jaar heb ik het onder het grotere bijenhotel gehangen en verdraaid, ik zie aldoor piepkleine bijtjes de kleine gaatjes induiken. De grotere (maar nog altijd kleine soorten) die hun eitjes in het andere bijenhotel stopten, zijn al lang uitgevlogen maar in dat voor de kleinbehuisden, gaat het nu pas beginnen. Leuk om te volgen.

Iedereen met een tuin zal het gemerkt hebben: de planten groeien veel hoger dan normaal. De Kaardenbol, die ik vorig jaar in de tuin gezet heb in de hoop in de winter Putters te lokken, is nu meer dan twee meter hoog. In een plant die ik niet eens meer herkende, en die me eveneens boven het hoofd groeit, komen nu prachtige spierwitte bloemen die wel wat op vlinders lijken. Het is de Lindheimers prachtkaars (Gaura lindheimeri). Heel apart, de hangende meeldraden en de aparte groepering van de bloemblaadjes, de bloem lijkt wel op een vlinder. Ik kan me niet eens herinneren dat ik die geplant heb, met de compost komen namelijk ook allerlei nieuwe planten naar de tuin.

Hartgespan, alleen de naam al. Net als bijvoorbeeld Ogentroost; degene die zo'n naam bedenkt moet wel een romanticus zijn. Hartgespan (Leonurus cardiaca) is in de vrije natuur een vrij zeldzame verschijning, die alleen langs de Maas in Limburg nog voorkomt. Oorspronkelijk uit Centraal Azië en vandaar verspreid naar elders. Een op het oog vrij onopvallende plant die druk bezocht wordt door insecten. De bloemen zijn wel heel kunstig, ze staan in kransjes langs een stijve stengel.

Het kleine Viervleklieveheersbeestje (Exochomus quadripustulatus) leeft van bladluizen maar het merkwaardige is dat ik die deze zomer niet zie in de tuin. Zelfs niet op de rozen. Misschien is dat ook wel de reden dat er sowieso niet veel lieveheersbeestjes te zien zijn. Naar de oorzaak is zoiets vaak gissen maar ik vermoed dat het met de vele felle regenbuien van de laatste tijd te maken heeft. Het kevertje is zo donker dat je eerder denkt dat er een druppel van het een of ander op een blad ligt dan een lieveheersbeestje. Maar dit is ook wel een heel kleine soort.

25 juli 2021

Tijdens het avondeten zag ik gisteren vanachter mijn bord een juffertje landen in de Lavendel die buiten op tuintafel staat. Mijn echtgenoot's verstand staat er altijd bij stil, zegt hij, hoe ik dat toch allemaal zie. Ik snap het zelf ook niet maar pakte toch maar snel de camera om de juffer te fotograferen. Het is de Bruine winterjuffer (Sympecma fusca), een soort die in laagveengebieden vliegt bij ondiepe plassen en vennen die snel opwarmen, met een omzoming van riet, bies en rus. Een bosrijke omgeving met vooral naaldbomen is gewenst. Aan geen van al die voorwaarden voldoet onze tuin dus deze juffer moet de weg zijn kwijtgeraakt. Grappig was dat het frêle wezentje vanochtend tegen tienen pas weer vertrok. Het bijzondere is dat de Bruine winterjuffer - samen met de Noordse winterjuffer - de enige libel is die als volwassen dier onze winter kan doorstaan. In het voorjaar vliegen ze dan al vroeg en planten zich voort in april en mei. De nieuwe generatie vliegt doorgaans vanaf augustus tot in de herfst en overwintert dan tussen de begroeiing van de planten op de heidevelden. Nu dus aan de vroeg kant maar wat is tegenwoordig nog "normaal".

Een andere libel die ik bij onze vijver zag was de Bloedrode Heidelibel (Sympetrum sanguineum), en wel een man. Herkenbaar aan het felrode achterlijf. Bij de vrouw is dat geel. Hun zwarte poten zijn kenmerkend. Deze libel legt haar eitjes over het algemeen op de oever. De meeste libellen doen dat in het water. De larven ontwikkelen zich ook op de oever. Het volgend voorjaar zorgt een flinke regenbui er voor dat ze uiteindelijk in het water terecht komen. Twee leuke waarnemingen in de eigen tuin.

Hoewel het al bijna augustus is vliegen er nog steeds jonge mezen uit. Om ons heen is volop het gebedel te horen van pimpel- en koolmeesjes. Als ik zie hoe de ouders almaar achtervolgd worden door hun piepende grut, stel ik me voor dat het weer heerlijk moet zijn als de jongen zelfstandig zijn geworden. Of zouden vogels het gevoel van herwonnen vrijheid niet kennen?

Het was weer een heerlijke zomerdag met als toetje "code oranje", veel regen en ook weer hagel kan later op de avond ons lot worden. Ik denk daarbij meteen weer aan de planten die morgen misschien weer plat liggen. In de middag ontwikkelden zich schitterende wolkenpartijen maar even zo snel werden die weer opgelost door de zon. Altijd weer fascinerend, die Hollandse luchten!

24 juli 2021

Alleen dit weekend kunnen er nog vlinders worden geteld en gemeld. Het zal spectaculaire gegevens opleveren, de kranten staan vol over de hoeveelheid vlinders die nu gezien worden. De grootste explosie vanaf het jaar dat de tellingen officieel werden bijgehouden. Dit dankzij de overvloedige plantengroei waarvan de vlinderrupsen konden profiteren. Het koude en natte voorjaar hield het uitkomen van de vlinders tegen maar nu gaat het los! De Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) is niet te missen door de bijzondere vorm van de vleugels.

Ik laat er een paar zien die ik zelf de laatste dagen heb gespot. Het Bruin zandoogje (Maniola jurtina). Er is een vlindertje dat er veel op lijkt maar de helft kleiner is: Het Hooibeestje, dat zie je veel op open, zonbeschenen plekken waar een variatie aan wilde bloemen groeit. Beide exemplaren uit de familie van de zandoogjes.

Man en vrouw Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) verschillen wat van kleur; je zou het vrouwtje zomaar kunnen aanzien voor een Koolwitje, het is heel licht van kleur.

De Atalanta (Vanessa atalanta) is een sterke trekvlinder die massaal vliegt momenteel. Er worden meldingen gedaan van wel honderden op dezelfde plek.

Het Landkaartje (Araschnia levana) is een bijzondere vlinder omdat die in twee verschijningen voorkomt. In het voorjaar oranje met zwart, en nu geheel anders getekend: bruin met wit. Als de vlinder met gesloten vleugels zit, doet hij denken aan een landkaart. Vandaar de naam. Overigens, het Boomblauwtje schijnt ook massaal te vliegen maar mij valt het hier in de omgeving op dat ik het nauwelijks zie.

23 juli 2021

Op het Jakobskruiskruid zag ik iets vreemds, een mooi rond schuimbolletje boven op een bloem. De dag daarna zat de plant helemaal vol. Ik had het nooit eerder gezien dus moest ik de hulptroepen van Waarneming.nl inschakelen.

Het blijkt dat een van de soorten Bloemvliegen (Anthomyiidae) de ooraak was. Het zijn heel kleine vliegjes. Er wordt een eitje gelegd bovenop een bloem. Als het eitje uitkomt boort de larve die daar in zat zich naar binnen in de bloem en blaast ondertussen schuim uit zijn achterlijf. Het schuimbolletje droogt in de loop van de dag in en wordt enigszins hard. De larve leeft van de zaden van het Jakobskruiskruid. De aangetaste bloemen van de plant worden al snel lelijk.

Ik zocht natuurlijk naar het vliegje want na een dag of wat was ook een naburige plant van het JKK voorzien van bolletjes. Ik zag wel kleine vliegjes maar heb geen flauw idee of dit de boosdoener is. Botanophila seneciella is de soort waar het hier om gaat, er komen meer soorten voor. Ik kan me best voorstellen dat er mensen zijn die dit volkomen oninteressant vinden maar ik kan tijden bij die planten staan kijken om te zien wat er allemaal op af komt, en dat zijn heel veel leuke insecten.

Ook op het Jakobskruiskruid, een schorpioenvlieg. Schorpioenvliegen eten vooral dode insecten, honingdauw en rijp fruit. Daarnaast zuigen ze vaak nectar uit verschillende soorten bloemen. De larven hebben een gevarieerd menu: zowel dode dieren als plantaardig voedsel wordt gegeten. de mannelijke vlieg heeft een tangvormig orgaan dat er nogal dreigend uitziet maar het wordt alleen gebruikt bij de paring, hij houdt er het vrouwtje mee vast. Wereldwijd zijn ongeveer 500 soorten bekend, in ons land komen er vijf voor. Een volkomen gevaarloos insect met een vervaarlijk uiterlijk.

21 juli 2021

Elk jaar ga ik even kijken hoe het staat met de Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) bij de Soerense beek die een sprengenbeek is met stromend water. Het mooiste stukje van de beek ligt tussen twee klompenpaden. Van het ene naar het andere pad loop je langs de beek. Ditmaal was dat nogal een teleurstelling. De oprukkende bramen bleven aan mijn kleding haken en de gevarieerde begroeiing heeft in de loop der jaren steeds meer moeten wijken voor brandnetels. Dat is jammer want ook in dit landschap levende insecten waren er nauwelijks. Er was onderhoud gepleegd. Dat wil zeggen: baggermachines hadden grote plukken vegetatie uit het water gevist en achteloos op de wal gedumpt. Het is juist de plantengroei die zo essentieel is voor de juffers die vandaar hun vluchten maken. Er was op dit stuk geen enkele Weidebeekjuffer te zien toen ik er was. Langs een ander stuk van de beek zag ik ze wel.

Op hetzelfde stuk tieren de varens nu welig, overige vegetatie is er aan deze kant niet meer. Bij dit soort onderhoud - of het nu in bos, veld of langs beken is - wordt nauwelijks rekening gehouden met kwetsbare bijzonderheden. Er zou voordat het onderhoud plaatsvindt, eigenlijk een inventarisatie moeten worden gedaan. Dat is hier bij dit stuk beek niet gedaan, dat is wel duidelijk.

Door het buitengebied fietsend is te zien hoe de bermen langs boerderijen kort zijn gemaakt. Zelfs aan de overkant van de weg, terwijl die gedeelten niet toebehoren aan de boeren maar aan de gemeente. Die staat dit oogluikend toe. Gelukkig zijn er ook andere boeren, daar tref je dan een berm aan zoals je die het liefst wilt zien: vol bloeiende planten. Daar zag ik dit Bruin zandoogje (Maniola jurtina), een soort van heidevelden en voedselarme graslanden. De vlinder vliegt in twee generaties per jaar.

Het Bont zandoogje (Pararge aegeria) vloog massaal, dat was leuk om te zien. Vooral het Jakobskruiskruid was favoriet. Het voedsel voor de rups bestaat uit meerdere grassoorten. Deze vlinder vliegt in drie generaties.

Het ook hier volop groeiende Jakobskruiskruid geeft aan dat er iets aan de hand is met de Sinst jakobsvlinder. Die heeft nauwelijks gevlogen waardoor op deze planten nergens of minimaal de geel met zwart gesteepte rupsen te zien zijn. De planten zijn waardplanten voor zowel vlinder als rups.

Onderweg ben ik telkens even afgestapt om te zien of er van die grappige schildpadtorren te zien waren op het Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare), helaas niet een gevonden. Vlinders tellen en melden kan nog een paar dagen. Waarnemingen doorgeven kan via diverse websites, google maar even.

19 juli 2021

Als je woont in een dorp aan de rivier wil je natuurlijk met eigen ogen aanschouwen hoe hoog het water staat, in dit geval in de IJssel. Al dat overstroomde land was nooit eerder in de zomer te zien.

Dan sta je daar, water tot hoever het oog reikt, en besef je dat al dit water afkomstig is van plekken waar het eerder ongekende verwoestingen en dood veroorzaakte. Een moorddadige hoeveelheid water die zoveel mensen het leven kostte, anderen hun huis en haard ontnam en dat alles als ultieme waarschuwing: jullie mensheid, veroorzaakt dit zelf!

Tegelijkertijd is het fascinerend te zien hoe al dat water het land in beslag nam. Eigenlijk heel verwarrend.

Veel mensen komen naar de rivier, zitten op de bankjes die op het hoogste punt aan de wal staan. Dat gaat net nog. Kinderen spelen er, anderen staan stil te kijken. Dit gaat een historische gebeurtenis worden waar nog lang en veel over gepraat zal worden. Vanaf morgen gaat het water weer zakken en over een poosje is alles weer normaal. Maar er is weer een waarschuwing afgegeven: dit gaat nog vaker gebeuren als er niet serieus gepoogd wordt de desastreuze opwarming van de aarde een halt toe te roepen!

Dat is even wennen voor de bomen, met de wortels in het water staan terwijl het blad er volop aan zit. Over het algemeen is dit een heel gunstig jaar voor alle bomen die meerdere jaren hebben staan kwijnen vanwege de droogte en de hitte. Dat dit natte jaar ze goed doet kun je zien aan het bladerdek dat nu weer veel voller is. Bij onze oude krentenboom is het een enorm verschil.

16 juli 2021

Net maar weer een rondje slakken gaan vangen en er weer een paar honderd verzameld, liet een vriendin - met een grote tuin - weten. Ook ik verzamel de slakken die stuk voor stuk weer een paar honderd eitjes kunnen leggen. Wat moet dat volgend jaar dan wel niet worden...! De grote naaktslakken zijn hermafrodiet: man en vrouw tegelijk. Ze vreten dit jaar werkelijk alles op tot mijn grote ergernis en klimmen zelfs omhoog in de planten van het Jakobskruiskruid. Je hoort deze zomer meer geklaag over naaktslakken dan over het weer en dat wil toch wel wat zeggen!

Deze Donkere bloedrode ganzerik (Potentilla atrosanguinea) staat al jaren in de tuin zonder ooit te bloeien. Maar dit jaar is het bingo, blijkbaar heeft alle vocht hem tot bloeien gewekt. Telkens ga ik er even naar kijken, zo prachtig die vuurrode kleur en de leuke bloemen die een kelkje vormen en nooit verder open gaan. Er zijn ook planten in de tuin die in tegenstelling tot de verwachting niet in bloei komen. Ze moeten zóveel energie steken in de overvloedige groei, waardoor ze veel te hoog worden en alle energie in de bladvorming gaat zitten zodat er niets meer over is voor de bloei. Dat is voor deze planten dan weer het nadeel, al die regen. Het is ook nooit goed!

Twee Ipomea's die naast elkaar staan te pronken. De paarse is de Morning Glory, de knalrode is de Quamoclit. De kauwen hadden de ijsstokjes met namen erop uit de potten met zaaisel getrokken en toen heb ik de soorten maar gewoon door elkaar in de grond gezet. De rode wordt Kardinaalswinde genoemd en groeit oorspronkelijk in tropische oorden. Daarom is het hier ook een eenjarige, de winter overleeft hij niet. Ik voel me wel verwant met die parmantige rode bloeier, ik denk vaak dat ik ook meer in tropische oorden thuis hoor en ik kan ook niet tegen kou en winter, alleen slaag ik er wèl in me jaar na jaar noodgedwongen door het koude seizoen heen te worstelen.

Montbretia (Crocosmia Lucifer) is ook een geïmporteerde soort, afkomstig uit Zuid-Afrika. Maar ditmaal wel een die het hier goed doet, mits de bodem niet te nat is. Je kunt goed begrijpen waarom deze bol de naam Lucifer kreeg, de bloemen hebben een prettig fel kleurtje en met de gele bloemen van het Jakobskruiskruid vormt hij een heerlijk duo. Het is echt een aanrader om wilde planten te combineren met tuinplanten. Het natuurlijke leven in je tuin wordt er een stuk boeiender door.

15 juli 2021

Het gaat helemaal niet goed met de Das op de Veluwe. De beheerder van het "bos achter onze keukendeur" liet me laatst weten dat het "barst van de dassen en -burchten. Dat kan dus niet kloppen. De bodem van de Veluwe verdroogt en verzuurt waardoor er te weinig voedsel is. Daarbij komt dat de dassen stevige concurrentie ondervinden van de vele zwijnen op de Veluwe, beide soorten nuttigen hetzelfde voedsel.

Op deze kleddernatte dag was het heel even droog en ging ik de tuin in om te zien hoe alles er bij stond. Of hing, dat is een betere term. Zo jammer dat de plantenstengels hun bloemen niet of nauwelijks nog kunnen dragen en op half zeven hangen of platgeslagen tegen de bodem liggen. Ik zag deze Groene vleesvlieg (Lucilia sericata), behorend tot de bromvliegen, met kleine regendruppels op zijn rug. Hij zat op een bloem van het Jakobskruiskruid zijn tijd uit te zitten en de elementen te trotseren. Zo leek het tenminste!

Ook dit prachtige goud gekleurde vliegje zag ik op een blad zitten. Het is een lid van het geslacht Driehoekszweefvliegen (Melanostoma). Van druppels fotograferen, wat ik graag doe, kwam niets terecht want de hemelsluizen gingen weer voluit open!

14 juli 2021

Of onze egel nog altijd in de tuin zit, weet ik niet, ze (ik denk dat het een vrouwtje is) was hier sinds twee zomers geleden. Waar ze met het strooi en hooi dat ze uit het winterhok haalde een nest gemaakt heeft, weet ik ook niet. Aldoor heb ik geprobeerd de egel in onze tuin te houden door het beestje trouw te voeren. Of dat voer daadwerkelijk door de egel is opgegeten weet ik ook niet. Het bakje was wel elke dag leeg. Maar ik weet dat hier 's nachts katten rondlopen. Ook de grote naaktslakken komen er met hele gezelschappen op af. Toen ik hoorde dat onze egel in de buurtuin liep, heb ik meteen op de tuingrens een bakje voer gezet. En hoera, dat was meteen 's ochtends leeg. Maar de volgende avond zag ik er weer een hele verzameling slakken op. Op een avond ging ik buiten zitten nadat ik een paar dagen op dezelfde tijd wat voer had neergelegd. En ja hoor, daar kwam hij aan, onze tuinmuis! Raadsel opgelost: het voer verdween in een muizenmaag, niet in die van een egel.

Dat er muizen zijn kun je horen, ze schieten weg tussen het groen als je langs loopt. Al een paar jaar eerder had ik eens geprobeerd muizen te fotograferen, toen waren het er meer. Deze moedermuis met kind waren er twee van. Je kunt ze trainen door op vaste tijden wat voer neer te leggen. Als je er twee meter vandaan op een tuinstoel gaat zitten, krijg je ze geheid voor de lens. Onze tuinmuis is altijd alleen, hij zat op de voertafel tijdens de winter, ik zie hem rennen over het terras als hij de broodkruimels komt ophalen en nu zie ik hem op het bakje voer afkomen. Niet elk jaar zijn er evenveel muizen. Waarbij ik me opeens realiseer dat ik de laatste paar jaren geen spitsmuizen meer zie. Overal in de tuin hoorde ik hun hoge piepjes (en nog steeds heb ik een zeer scherp gehoor) maar ze lijken compleet verdwenen. Vreemd!

13 juli 2021

Onder andere kleine wilde bijtjes slapen graag in bloemen. Gedurende de nacht, maar ook wanneer het koud of regenachtig is zoals vandaag.

In Nederland komen twee (van de 37) soorten pissebed voor die voornamelijk in de strooisellaag van tuinen leven, de Ruwe pissebed en de Gewone oprolpissebed (Armadillidium vulgare). Heel algemene beestjes, je hoeft maar een steen of een stronk op te tillen en het wemelt ervan. Ze hebben vocht nodig om in leven te blijven en daarom zoeken ze altijd verscholen vochtige plekken op. Alleen de oprolpissebed kan zich tot een klein knikkertje oprollen zodra er gevaar dreigt. Ik herinner me dat nog uit mijn kindertijd. Pissebedden zijn belangrijk in de kringloop van de natuur; ze ruimen het dode materiaal op de bodem op.

Langs onze vijver heb ik ooit de Grote wederik (Lysimachia vulgaris) geplant en die profiteert enorm van het huidige jaar dat we hebben. De plant kan tot twee meter lange uitlopers maken. Het zou een plant zijn die vochtige tot natte plekken nodig heeft om te kunnen groeien. Hier in de tuin groeit hij lustig op heel droge stukken. De bloei is mooi en ik trek hem weg waar ik hem niet wil. Nu wordt het wel een beetje te gek, hij moet grotendeels het veld ruimen. Deze wederiksoort is heel belangrijk voor de Slobkouswesp, de soort is er zelfs geheel van afhankelijk. Je zult nooit een honingbij (die ik - helaas - dit jaar ook nauwelijks zie) op de bloemen zien want die produceren geen nectar maar olie. Aan de stevige stengels groeien losse pluimen, vanaf de zomer volop in het landschap te zien.

Een Groene stinkwants (Palomena prasina) die door zijn kleur volledig wegvalt tegen het blad van de plant waar hij op zit. Hij leeft van plantensappen. De naam ontleent hij aan het vermogen een stinkende vloeistof af te scheiden als hij zich bedreigd voelt. Door de opwarming van het klimaat krijgen we steeds meer te maken met insecten die hier van oorsprong niet thuishoren. Een daarvan is nu de Zuidelijke groene stinkwants (Nezara viridula) die in delen van Europa grote schade veroorzaakt in kassen. De oogst van paprika, komkommer en aubergine moet hierdoor regelmatig vroegtijdig worden geruimd. Maar er wordt in Europa druk gezocht naar een natuurlijke vijand van de zuidelijke soort en daar lijkt schot in te zitten. Proeven door een Nederlands bedrijf met een sluipwesp die de eitjes van de wants parasiteert lijken veelbelovend. De nimfen van deze nieuw soort zijn ware juweeltjes, zo zag ik op foto's. Schadelijk of niet, ik hoop dat ik ze een keer voor de lens zal krijgen.

11 juli 2021

Het is niet het juiste moment om een vijver op te schonen maar in deze uitbundige zomer moet het wel voor een keertje. Krabbenscheer en Kikkerbeet doen het zo goed dat er geen stukje wateroppervlak meer te zien is. Dus begon ik met het verwijderen van veel Krabbenscheer. Daarop blijven lange tijd de talloze huidjes achter van daaruit gekropen libellen en juffers. Op een plant van het Krabbenscheer zag ik nog zo'n huidje zitten. Mooi is daarop te zien hoe de vleugels van de libel verpakt zaten in "kokertjes" boven op het larvenlijf. Eenmaal in de vrije wereld worden de vleugels opgepompt en aan de lucht gedroogd tot de libel weg kan vliegen.

's Middags zag ik het treurig overblijfsel van een uitgevlogen libel liggen. Misschien wel degene die uit het gevonden huidje gekropen was. De vleugels lagen naast het lijf en de kop was al verdwenen. Ik meende iets te zien bewegen maar zag niet goed wat dat was. Dus camera erbij, vergrootglaasje er opgezet en geprobeerd een duidelijke foto te maken. Met een losse macrolens zou dat nog beter gelukt zijn maar de mijne is helaas kapot. Op het computerscherm bleek het om de Gewone steekmier (Myrmica rubra L.) te gaan, een minuscule soort met een harig lijfje en mooie kleur. Toen zag ik ook pas dat ze langs het hele lijf van de libel zaten te knagen. De volgende morgen was er van de libel niets meer terug te vinden, behalve de vleugels. Wereldwijd vormt de steekmierfamilie tot 25% van de biomassa van landdieren. Je kunt het je nauwelijks voorstellen!

Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae) is een alleraardigst waterplantje maar het nadeel is dat het in een reuze tempo de vijver in beslag neemt. Qua blad lijkt het een beetje op een miniatuur waterlelie, de bloei duurt bijna de hele zomer. Helaas moest er ook hiervan een flinke hoeveelheid uit de vijver geharkt worden. Zowel Kikkerbeet als Krabbenscheer behoren tot de waterkaardefamilie; beide maken ze heel lange wortels. Bij de eerste blijven die drijven, bij de laatstgenoemde zoeken ze de vijverbodem op.

Ook al wil je geen Eendenkroos in je tuinvijver, iedereen zal bemerken dat het op een keer toch verschijnt. Vogels brengen het door badderpartijen over van de ene vijver naar de andere. Kroos is verbonden met het Kroosvlindertje (Cataclysta lemnata). De larfjes van de vlinder vouwen het kroos samen tot een drijvend wiegje waar ze zich verder in ontwikkelen. Elk jaar vliegen de vlindertjes massaal zomers boven de vijver maar ook deze soort zie ik momenteel nauwelijks.

9 juli 2021

Sinds een week zijn in de avonduren de geweerschoten in het bos te horen. Bij elke knal stel ik me voor dat er weer een zwijn of edelhert naar de eeuwige jachtvelden is gestuurd. Op de Veluwe leven veel te veel grote zoogdieren naar de mening van deskundigen. De draagkracht is niet groot genoeg voor het gebied en de dieren benadelen de biodiversiteit en doelstellingen. Aldus de Gelderse jagers. Er is geen jaar waarin het gestelde afschotdoel behaald wordt. Desalniettemin moeten er in de komende maanden nog veel meer dieren worden afgeschoten dan in voorgaande jaren: 14.000 edelherten, wilde zwijnen en damherten. Dat wordt dus een hoop hoorbaar geknal, ook in mijn bos achter de keukendeur.

De wildbeheerders willen niets weten van zelfregulering van het wild, ze willen niet eens een proef om te zien hoe dat uitwerkt. Terwijl toch algemeen bekend is dat er op zo'n manier op den duur een natuurlijk evenwicht ontstaat. Dus worden de geweren weer uit de kast gehaald. Voor zwijnen is dat vaak een vreselijk lot. Ze leven in een groep/rotte met moeders en jongen plus een paar een- en tweejarige zwijnen. Buiten de paartijd leven de mannetjes meestal individueel. Bij het jagen op de dieren wordt een hele rotte de klos. Stel een zeug wordt gedood, dan rent de rest in grote paniek alle kanten op en raakt elkaar gedesoriënteerd kwijt.

De biggen komen in gevaar, gaan dood of worden door een vos gepakt. Het is een treurig drama wat zich jaarlijks afspeelt in de bossen van de Veluwe. Het is en meedogenloze slachtpartij.

8 juli 2021

Ons volkstuincomplex vol zonneschijn is een paradijsje voor insecten, mede omdat steeds meer tuinders veel of slechts uitsluitend bloeiende planten hebben. Op een stukje waar de worteltjes van vorig jaar in de grond bleven staan, bloeit de peen nu uitbundig. Opvallend is dat ik er tot nu toe slechts één Pyjamaschildwants in gezien heb. Gewoonlijk zitten de bloemen van de peen hier tjokvol met die wantsen.

Wilde peen is stamvader van de wortels die wij nu consumeren. Het bloemscherm van alle peen heeft iets opvallends: tussen al die afzonderlijk witte bloempjes groeit er in het centrum van het scherm een die donkerrood is.

Op een mesthoopje zag ik de Atalanta (Vanessa atalanta) vocht opzuigen; hopelijk gaat nu de overige zomergeneratie dagvlinders ook weer vliegen. In onze tuin zag ik zowaar weer een Boomblauwtje, pas de tweede maal gedurende dit jaar. Waarschijnlijk hebben de hoosbuien die regelmatig gepaard gingen met hagel de vlinderstand geen goedgedaan. De komende tellingen zullen het uitwijzen.

Thuis zit ik graag een poosje op "het kleine pleintje" midden in onze tuin. Wachten, om me heen kijken en zien wat er allemaal kruipt en vliegt. Op die manier ontdekte ik menig fraai insect. Maar niet dit jaar, de tuin is arm aan insecten. Wat ik zie zijn vliegen, wilde bijtjes, een enkele hommel. Ik krijg het soms benauwd van de afname van insecten. Het is voor ieder die goed waarneemt in eigen omgeving te constateren. Als ik in mijn maandmappen van voorgaande jaren kijk, zie ik hoe rijk de tuin op dit punt een aantal jaren geleden nog was en hoe dat almaar minderde. Als de Karthuizer anjer (Dianthus carthusianorum) bloeit zijn er elk jaar ook Citroenvlinders op te vinden. Maar niet dit jaar. Ik bedacht me dat ik dit jaar niet eenmaal het Muntvlindertje zag. Ook zijn er weinig juffertjes en libellen vergeleken met eerdere jaren.

Terwijl ik wat aardbeien plukte zag ik een larfje zitten op de onderkant van een blad. Het bleek een nakomeling van de Aardbeibladwesp (Alliantus cinctus), een fraaie bladwesp, zwart van kleur, witte rand op achterlijf en poten in zwart-rood-wit, die leeft op aardbei en roos. De larve lijkt ogenschijnlijk op een rups maar het is een bastaardrups, geen echte rups dus. De ronde kop valt meteen op, die heeft een rups niet. Poten van rups en bastaardrups verschillen in aantal en plaats waar ze op het lichaam zitten.

6 juli 2021

In de bosbesvegetaties in "mijn" bosgebied kun je zo mooi de vaste paadjes zien waar dieren zich over verplaatsen. De kleinste die door muizen gebruikt worden, maar ook de zogenaamde zwijnenpaadjes waar de zwijnen in optocht achter elkaar aan lopen.

Vanwege de vele regen die er dit jaar valt, had ik verwacht veel bessen aan de struikjes te vinden maar alweer is dit niet het geval. Om de een of andere reden heeft de Bosbes (Vaccinium) het hier niet genoeg naar de zin om veel vruchten te produceren. Wel zijn de enkele die er aan zitten ditmaal mooi volgroeid. De struiken doen het doorgaans heel goed op de arme, leemhoudende zandgrond van de Veluwe, in mijn omgeving is helaas voor veel dieren die er van eten, de productie zeer laag.

Er staat best veel Jakobskruiskruid in het bos maar er is geen rups op te bekennen. Ook in onze tuin waar ik de plant mondjesmaat geïntroduceerd heb schitteren de rupsen door afwezigheid. Andere jaren zag ik de vlinders wel vliegen over de volkstuinen, en rupsen waren er ook in mijn volkstuintje, maar dit jaar ook niet te zien.

De regen zorgt in het bos voor flinke erosie. De aflopende paden laten dat overduidelijk zien. Het afstromende water maakt diepe geulen in de paden en voert het zand mee naar omlaag.

Zwammen groeien er hier en daar ook alweer dankzij alle vocht in de bodem. Op een kwijnende boom zag ik op grote hoogte een hele rij verse zwammen die de boom nog verder naar z'n eindje helpen.

De oude mierenhoop in het bos is weer helemaal voorzien van een hoge koepel. Altijd weer imposant te zien hoe snel de nijvere mieren dit voor elkaar krijgen. Zo'n nest kan duizenden mieren bevatten, soms zelfs wordt het bewoond door meerdere mierenvolken. De Rode bosmier (Formica rufa) leeft in onze dennenbossen.

Een bosmier op zoek naar voedsel. Als de mierenkoningin een nieuwe kolonie gaat stichten moet ze eerst paren. Dat gebeurt op het moment dat de koningin en de mannetjes (alleen deze twee hebben vleugels) gaan opstijgen. De paring vindt plaats in de lucht. Eenmaal weer op aarde bijt de koningin haar vleugels af en begint aan het levenslange leggen van eieren. Tijdens haar bruidsvlucht heeft ze zoveel zaadcellen in haar lijf opgeslagen dat ze dat al die tijd kan blijven doen. Een koningin kan enkele jaren leven, de werksters in het nest enkele maanden en de mannetjes slechts enkele weken. De laatste zijn niet langer nodig, de werksters moeten tot in de herfst het broed verzorgen.

2 juli 2021

De nectarkroegen van allerlei wilde planten worden door het Bruin zandoogje (Maniola jurtina) druk bezocht, maar het liefst vliegen ze toch op bloeiende distels, favoriet is de Akkerdistel. Wie een bloemenweide heeft ziet ze massaal vliegen. De rups van de vlinder leeft op allerlei grassoorten. Het is nu volop de tijd voor de zandoogjes, waarvan de bruine er een is.

Als de winters zacht zijn is dat gunstig voor de overleving van de Aardappelgalwesp (Biorhiza pallida) en dat kun je nu zien aan de eiken. Er hangen aardappeltjes aan de takken, zo lijkt het. Maar het is het huisje van de jonge galwespjes. Die ontwikkelen zich heel bijzonder: de eitjes worden afgezet op de wortels van de eiken en daaruit komen larfjes die gallen maken, maar dan op de wortels. Daaruit komen in het vroege voorjaar vleugelloze galwespjes die helemaal omhoog moeten klimmen om bij de knoppen van de eik te komen om daar eitjes te leggen. De larfjes die daar weer uitkomen veroorzaken de aardappelgallen.

De witte waterlelie, (Nymphaea alba) werd in vroeger tijden omgeven met mysterie. Zo zou ze in verband zijn gebracht met watergeesten, of de geesten van verdronken personen. Indertijd werden de planten in sommige landen als voedsel gebruikt, zelfs in onze streken. Voor velen is de witte waterlelie het symbool van de reinheid.

In mijn bosrijke omgeving leven de groene kikkers tegenwoordig in menig tuinvijver, niet altijd tot ieders genoegen want ze maken een behoorlijke herrie. Het is wel vreemd want de Groene kikker was toch altijd een soort van boerenslootjes. Ze kregen zelfs de naam "boeren nachtegaal".

30 juni 2021

De maand juni eindigt met veel gepruil en gedruil. Wat een hoge luchtvochtigheid, de laatste dagen. De vogels laten zich nog steeds graag voeren, je hoeft maar wat buiten te leggen en het wordt ontdekt. Inmiddels brengen de mussen hun jongen mee. Ik legde de laatste vetbollen neer en nog wat vogelzaad.

Aangezien mussen zaadeters zijn, kun je ze het hele jaar door voeren; het is natuurlijk voedsel voor ze. Maar dat de jonge Bonte specht afkomt op het vet, is eigenlijk best vreemd. Hoe weet zo'n vogel dat hij dat kan eten? Je zou veronderstellen dat hij meer geïnteresseerd zou zijn in wat natuurlijker hapjes. In de winter is dat er niet, maar nu volop!

De Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca) levert vaak gevechten met vogels die nestkasten al bezet hebben. Hij komt eigenlijk wat te laat aan. Als je hem wilt lokken, zou je een nestkast kunnen reserveren tot ongeveer midden april, wanneer de mezen en andere vogeltjes al op de eieren zitten. Het mannetje van de Bonte vliegenvanger houdt er soms twee vrouwtjes op na. Als hij al met een vrouwtje een paartje heeft gevormd, probeert hij gewoon een tweede te verleiden met hem een in zee te gaan. Het eerste vrouwtje is wel in het voordeel, het tweede krijgt minder jongen groot. De jongen uit deze gefotografeerde nestkast zijn inmiddels uitgevlogen.

28 juni 2021

Zoals beloofd een paar mooie kleine insecten. Om te beginnen de Geisha of Geishamotje (Olethreutes arcuella) een micro nachtvlindertje. Vernoemd naar de Japanse geisha's met hun heel verfijnde en kleurrijke kimono's. Het is altijd weer verbazingwekkend die enorme verscheidenheid in de natuur te ontdekken en altijd vraag je je af wat toch de functie is van die mooi getekende en gekleurde miniatuurinsecten.

Op allerlei planten leven snuitkevertjes, heel grappige insecten om te zien. De gezadelde snuitkever (Tapeinotus sellatus), die leeft op Grote wederik, is een parasiet. De larve boort zich in een stengel van de plant, daalt dan af naar de wortelhals en verpopt daar. Het is moeilijk ze te fotografen omdat ze zo ontzettend klein zijn, maar tegelijkertijd ook een uitdaging. Kijk bijvoorbeeld eens op Kattenstaart, daar zit weer een andere soort.

Bladrollers (Gonioctena) zijn er ook heel veel. Dit is er een van. De rupsen leven in opgerolde bladeren van bomen. Dit exemplaar vond ik wel apart, ik zie er een gezichtje in, compleet met wenkbrauwen, ogen, neus en mondje.

De Tweekleurige of Zwartgestreepte smalboktor (Stenurella melanura) is een groter insect dan de vorige, uit de familie boktorren (Cerambycidae). Deze soort heeft vele Nederlandse namen als bijvoorbeeld Zwartpuntsmalbok of Bruine smalbok, Het zijn echte bloembezoekers, algemeen voorkomend op onze hogere zandgronden.

Zie hier de net uitgekomen eitjes van de Andoornschildwants (Eysarcoris venustissimus), een heel klein wantsje van driekwart centimeter. De volwassen wants bleek niet goed op mijn foto's te staan, die kan ik dus niet laten zien. Hij leeft op schaduwrijke plekken langs o.a bosranden. Wantsen zijn interessante insecten, ze doorlopen meerdere stadia voor ze volwassen zijn, zien er daarbij telkens net weer wat anders uit in hun nieuwe jasje en hebben mooi gekleurde eihoopjes onder het blad van een waardplant. In dit geval de Andoorn, Hennepnetel en Dovenetel, alle lipbloemigen. Het zijn de verrassingen die we op onze struintochten tegenkomen en het zoeken naar namen en leefwijzen die het zo leuk maakt op samen op pad te gaan! Het maakt de natuur ook spannend.

27 juni 2021

Eindelijk weer eens op pad geweest om te struinen met mijn natuurvriendin. Onder struinen verstaan wij het opzoeken van ruige terreintjes met een flinke diversiteit van bomen, struiken en wilde planten. We snuffelen dan tussen tak en blad en vinden zo de meest uiteenlopende soorten insecten. Van libellen en vlinders, tot het kleinste grut, zoals deze minuscule cicade. Eenmaal thuis wordt alles geladen in de computer en je staat vaak verbaasd van het fraais dat je voor ogen krijgt. Natuurgebieden die hun eigen gang mogen gaan, met beleid gemaaid worden, en waar soms borden staan met "niet maaien" laten zien hoe belangrijk dat is voor de biodiversiteit. Zulke gebiedjes en gebieden zouden een voorbeeld moeten zijn voor alle provincies en gemeenten. Recent stelden de boswachters van Natuurmonumenten een petitie op waarin ze deze organisaties opriepen om hun beleid aan te passen ten gunste van de insectenwereld die in een angstaanjagend tempo kleiner wordt. Hopelijk luiden de boswachters met succes de noodklok!

Zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola) is een fraaie dagvlinder met een spanwijdte van ruim drie centimeter. Bloeiende Distel, Knoopkruid en Braam zijn enkele planten waar de vlinder vaak te vinden is. De rups leeft van grassen. Dit dikkopje vliegt in één generatie generatie en overwintert als ei waarin al een ontwikkelde rups zit

Sneeuwwitte vedermot (Pterophorus pentadactyla), die ook wel Vijfvingerige vedermot genoemd wordt omdat de vleugel wel op vijf afzonderlijke veren lijkt, is een niet te missen mot uit de familie Pterophoridae. Meestal tref je hem zodra je de vegetatie in beweging brengt en dan kruipt hij meteen weer tussen de planten weg. Tot augustus vliegt hij voornamelijk op Akker- en Haagwinde (de zg. "piespotjes"). De opname vertroebelt een beetje de spierwitte kleur van de mot.

Rozenkevers (Phyllopertha horticola) vormen een ander verhaal. Andere namen zijn Johanneskever of Tuinkever, dat laatste zegt al alles. De volwassen kevers voeden zich met allerlei boomblad en ook met de bloemen en vruchten van kers en bottels van roos. De larven vreten van de wortels van gras en klaversoorten. Maar ook de aardbeien in de volkstuinen worden aangevreten, net als jonge tere planten, stekjes en dergelijke. Kortom: het zijn geen lieverdjes al zijn ze nog zo mooi.

Deze foto van een van de Langpootmuggen vond ik erg leuk. Die zie je namelijk meestal op hun rug, wanneer ze ergens rusten. Ik zag deze tussen de planten hangen en kon hem kieken zodat de prachtige groene ogen te zien waren.Het is de Tipula fastcipennis

Dit zijn de larven van Caliroa, een geslacht van echte bladwespen waarvan ook weer verschillende soorten bestaan. In het Engels heten de larven "slug larva" hetgeen natuurlijk is afgeleid van hun uiterlijk dat er uitziet als een soort slak. Ze hebben een kenmerkend vraatpatroon aan de onderkant van boombladeren, welke van de soorten bladwesp hangt meestal af van de boomsoort. Deze larven leven op Eik. Volgende keer wat kleiner grut. Niet iedereen interesseert zich voor insecten, heeft er soms een afkeer van, maar blijf kijken. De natuur zit vol wondertjes!

24 juni 2021

Gistermorgen liep ik al vroeg even door mijn tuin en hoorde opeens een hoog en schel geluid, waarop een dame op straat die haar hond uitliet, geschrokken reageerde met "o jee, o jee, wat is dat nou!" Op hetzelfde moment vloog een grote bruine vogel langs me heen, richting bos. 's Avonds om half elf begon de vogel die in de Taxus was achtergebleven, doordringend te roepen. Het bleek te gaan om een jonge Ransuil (Asio otus) die blijkbaar in de verkeerde richting was gevlogen en die door een van de oudervogels weer terug gelokt werd naar het bos. Na een half uur was hij verdwenen. Een Ransuil is een grote uil met grote felle ogen. Je moet ze toevallig ontdekken tijdens een wandeling want overdag zitten ze in een vaste boom te slapen. Zoals deze, die ik op een ander moment fotografeerde. Ik vond het wel heel bijzonder, deze vogel in de eigen tuin!

De Gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum)is de grootste uit zijn soort in de familie Korenbouten. Een soort die zich graag ophoudt bij watertjes. Toch zie ik ze regelmatig in het bos, waar ze zitten te zonnen op de warme paden.

Toen ik langs een pad kwam waarvan het gras over een grote afstand plat lag, dacht ik meteen aan een valwind zoals die rondom Leersum vorige week zijn verwoestende werk deed. Maar het zou misschien ook de zware regenvracht zijn die uit de lucht viel.

Hij was niet makkelijk te fotograferen, deze Hommel die totaal bestoven leek met wit stuifmeel, tot zelfs zijn poten toe. Wit stuifmeel? Wit stuifmeel komt voor bij het Harig wilgenroosje maar dat heb ik in het bos niet zien groeien. Ik wist niet eens dat het bestond.

Phacelia (Phacelia tanacetifolia) geeft zelfs blauw stuifmeel en dat heb ik nooit geweten. Phacelia wordt enthousiast bezocht door zowel hommels als bijen. Tevens is het een populaire groenbemester.

22 juni 2021

Ik kom niet zo vaak meer in het vlakbij gelegen bos, het lijkt wel of het biotoop daar steeds armer wordt. Nauwelijks zie je er nog wild, er is heel weinig biodiversiteit, zowel qua bomen (beukenbos) als insecten en kruiden. Heel veel bramen en in deze tijd ook heel veel Vingerhoedskruid dat meteen de kleine open kapvlaktes domineert. Het viel me op hoe weinig bijen er op de laatste foerageerden. Zag je er vroeger nog wel eens mooie loopkevers, tegenwoordig lijken de mestkevers die altijd over de paden scharrelden, het te hebben opgegeven. Ik kwam ze tenminste niet tegen op mijn "rondje bos".

Behalve de bijen heb ik nauwelijks insecten gezien. Dit is de Zwartvlerkbladjager (Dioctria oelandica), familie roofvliegen. Vrij algemeen te zien in de bosranden en op de bospaden op de zandgrond. De soort voelt zich thuis op de begroeiing van bramen en die komt hier in overvloed voor. Hij vliegt tot begin juli. De roofvlieg jaagt op langpootmuggen, vliegen en schorpioenvliegen; in tuinen kun je vaak zien hoe behendig hij daarin is. Een andere naam voor het insect is Zwartvleugelroofvlieg.

Deze plek was een jaar of twee, drie geleden nog een mooi laantje met oude beuken waaronder uitbundige ondergroei van Klaverzuring. Sinds de bomen gekapt werden is de Klaverzuring hier totaal verdwenen. Ik vermoed dat de beuken gekapt werden om een open zonnige plek aan het bos toe te voegen. Daar valt best wat voor te zeggen maar nu ziet het er nog vreselijk uit! Alles heeft tijd nodig.

Hier en daar langs de paden zag ik planten van het Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa) maar nergens was een spoor van de Helmkruidvlinder te ontdekken. Idem dito op de vele planten van het Jacobskruiskruid waar de mooie kleine Jacobsvlinder vliegt. De soort waardplant voor zowel vlinder als rups.Tot ik op een plek kwam waar een flinke hoeveelheid van deze planten bijeen stonden en daar ontdekte ik zowaar de rupsen op die het helmkruid als waardplant hebben. In augustus verlaat de rups de plant en maakt hij een stevige cocon in de grond, waarin hij zich verpopt. Meestal komt hij het het volgend jaar als vlinder uit, soms slaat die gewoon een zomer over en wacht tot het jaar erop.

In een ommezien hebben de rupsen de planten het Knopig helmkruid kaalgevreten. Ze gaan van de ene plant naar de andere. Als je eenmaal ontdekt hebt welke planten samengaan met bepaalde insecten, wordt een natuurwandeling een stuk leuker. Ogen open en goed om je heen kijken.

21 juni 2021

De Lente nam gisteren aan de Oost-Veluwezoom afscheid met een bloedrode zonsondergang terwijl de Zomer werd ingeluid met een zware regenval die vanaf 23.00 uur tot het moment waarop ik dit schrijf (11.00 uur) onafgebroken neervalt. Tot 07.00 uur zelfs behoorlijk heftig en ik moest denken aan al die vogelnesten met kuikens, de volgelopen holen van muizen en konijnen. Recent nog waren er berichten over jonge ooievaars die in het nest verdronken. Alles dankzij de klimaatverandering die we op de wereldbol hebben veroorzaakt.

De egel die voor het tweede jaar in onze tuin bivakkeert is een vrouw. Dat ontdekte ik toen ik nieuwsgierig even in het winterhok keek. Dat was grotendeels leeggehaald. In de herfst had ik het helemaal gevuld met hooi en stroo en de egel sliep er regelmatig. Nu was het grotendeels leeggehaald, beetje voor beetje heeft de egel het opgehaald om elders in de tuin een nest te bouwen. Waarschijnlijk onder de coniferen of de klimop. Als nu die kleine egeltjes met hun moeder maar niet de straat op gaat; afgelopen week zag ik elders nog een doodgereden egel op straat liggen. Roadpizza's noemen ze dat in Amerika; er worden ook hier schrikbarend veel egels op de weg doodgereden.

Dit vind ik het leukste wilde bijtje en het zit met vele op de nog altijd bloeiende Doronicum. Tronkenbijen (Heriades truncorum)verzamelen stuifmeel door met het achterlijf bloemen te bekloppen. Het stuifmeel wordt vervoerd tussen de verzamelharen op de buik. Deze typische manier van verzamelen is een goed veldkenmerk. Verzamelt voornamelijk stuifmeel op gele composieten met buisbloempjes, Jacobskruidkruid en gewone Margriet, soms ook in de stengels van de Grote kaardebol. Deze kleine bij leeft maar kort, ongeveer een maand en legt ook maar een stuk of acht eitjes in dezelfde nestgang als het jaar daarvoor nadat die eerst wordt schoongemaakt. Het vrouwtje is ook vaak te zien op de zogenaamde insectenhotels.

Ook zweefvlieg Langlijfje bezoekt dezelfde bloem. Groot langlijfje (een van de meerdere uit dezelfde familie) (Sphaerophoria scripta) is overal een zeer algemene soort. Een insect dat een heel korte levensduur heeft. De hele levenscyclus kan in 16 dagen worden afgerond. Dat betekent dat in de Benelux tenminste 9 generaties per jaar kunnen ontstaan. De volwassen vliegen zie je van begin maart tot diep in november. Deze zweefvlieg staat bekend als een trekker waardoor vooral in de nazomer soms hoge aantallen worden gezien. De soort bezoekt veelvuldig bloemen. De eitjes worden afgezet op kruidachtige planten.