Zomer 2024

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Zomer 2024

15 juli 2024

Een verse Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) op een mooie spierwitte Flox. Van de zomervlinders zijn er nu meerdere soorten te zien. Dagpauwoog is in de meerderheid, maar gezien de explosie van vorig jaar, is dat geen wonder. Bij de Atalanta is er dat een stuk minder, voor zover ik dat waarneem. Het Boomblauwtje zag ik sporadisch, Gehakkelde aurelia en Citroenvlinder af en toe. Het kleine Parelmoervlindertje dat ik jaarlijks op de volkstuin zie, was er tot nu toe niet. Ik krijg toch de indruk dat het vlinderjaar matig is. Ik ben benieuwd wat het oordeel van de Vlinderstichting is, wat later in de zomer.

Ik merk dat ik moeite krijg de onderwerpen in het midden van een foto te kieken. Het verschil van de sterkte in mijn ogen wordt te groot, dus moet ik er op letten terwijl ik dat vaak vergeet. De Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) op de bloem van een Zinnia.

De Atalanta (Vanessa atalanta) is een sterke trekvlinder en dat kun je goed door te volgen met wat een enorme snelheid ze elkaar achtervolgen. Vanuit Zuid-Europa vliegen ze naar het noorden, tot aan Scandinavië toe. Dat is een enorme prestatie voor zo’n klein insect. Bij ons zorgen ze voor nageslacht en trekken dan weer retour naar het zuiden.

Even wist ik niet wat ik zag: een succesvolle kruising tussen een naakt- en een huisjesslak? Nee hoor, eerstgenoemde is gewoon een kannibaal en hier heeft hij de kop in de opening van een huisjesslak gewurmd om het arme dier op te vreten. Dit heb ik deze zomer al zo vaak gezien dat ik me afvraag of er soms hongersnood heerst onder de naaktslakken. Er zijn er zo ontzaglijk veel dit jaar dat dit misschien niet eens zo’n gek idee is…. Een vriendin stuurde mij foto’s van een aantal naaktslakken dat een dood muisje naar binnen werkten. Alleen het schedeltje bleef achter.

Twee parende pyjamawantsen (Graphosoma italicum) doen zich tegoed aan de zaden van het Zevenblad. De insecten blijven soms urenlang elkaar meeslepen als ze aan het paren zijn en ja, dan kun je zomaar zin krijgen om wat te eten.

10 juli 2024

Pas zag ik op de televisie hoe nesten van de mierensoort Mediterraan draaigatje tot diep in de grond met kokend water werden geïnjecteerd teneinde de lastpakjes te verdrijven. Deze mieren kunnen werkelijk enorme nesten maken, dus geen lolletje ze in je tuin te hebben. Het opmerkelijke feit doet zich voor dat in onze tuin de zwarte wegmier die jaarlijks onder de terrastegels nesten heeft, afwezig is. Wel zit de hele tuin vol met nesten van de Gele weidemier, een nieuweling die ik hier nooit eerder zag. Merkwaardige ontwikkelingen.

Mijn man, die ik bijna een jaar geleden verloor, was verzot op pruimen. Reden waarom vele jaren terug een pruimenboom plantte in onze tuin. Nooit zaten daar vruchten aan, de grond was er te droog. Vorig jaar echter ontdekte ik 5 pruimen die rijp tussen de planten vielen waar de slakken er eerder bij waren dan ik. Dit jaar hing de boom dankzij alle regen van de afgelopen maanden vol grote vruchten. Er werd gisteren bar weer verwacht, met hagelstenen van 2 tot 4 cm, dus schudde ik met een stok de rijpe exemplaren van hun takken en ving ze op in een net dat ik eronder gespannen had. Vanmorgen was de boom kaal, alle vruchten eraf gewaaid. Opal heet het ras, ze zijn de lekkerste die je maar kunt krijgen.

De groei dit jaar kent geen einde, vol verbazing zag ik deze grasstengel die hoog tegen de rozenboog was opgegroeid. Twee meter hoog, niet te geloven! Slakken en grassen vieren hoogtij deze zomer.

Er is rechtgesproken waar het de Konikpaarden in de Oostvaardersplassen betreft. Die grazen waar de Grote klit groeit en die maakt zaden die zich in de paardenvachten vast haken. Uit onderzoek bleek dat de ogen van de paarden beschadigd kunnen raken en dat is dus dierenmishandeling. De paarden moeten er worden weggehaald.

Maar waarom dan ook niet dezelfde voorwaarden voor het Gallowayrund? Die hebben nog veel meer last van de zaden die de Grote klit vormen. De paarden worden vaak in de uiterwaarden ingezet voor begrazing. Na verloop van tijd vallen de zaden weer van de vacht, maar tot die tijd lijkt het me knap vervelend voor de dieren.

6 juli 2024

Ik heb de lezers van mijn dagboek om de tuin geleid: ik schreef de vorige keer over de Roofvlieg terwijl het een Gewone bladloper was. Domme vergissing! Bladlopers zitten nooit op bloemen maar alleen op blad. Er wordt verondersteld dat ze daar stuifmeel en honingdauw eten dat op het blad gevallen is, maar geheel duidelijk is het niet. Het zijn echte bosinsecten, hun larven leven van dood hout en dat is daar volop te vinden. Dat ik ze veel in de tuin zie, is omdat ik dicht bij het bos woon.

Een plant die het fantastisch doet in tegenstelling tot in warme droge zomers, is de Flox. Fijn om te zien hoe mooi hij kan bloeien. De Montbretia is belachelijk hoog geworden en de stelen hangen horizontaal in de border. De groei van alles is zo exorbitant dat ik bijna de tuin niet meer uitkom en onophoudelijk aan het snoeien ben. Daarvan krijg ik zo langzamerhand wel genoeg.

De Kikkerbeet in de vijver verliest het van de frequente regenbuien en haar steeltjes zijn niet in staat de bloemen boven water te houden. Die liggen op de oppervlakte als stukjes crêpepapier. De witte kroosvlindertjes die altijd ’s zomers boven het water vliegen, zag ik al weken geleden maar ze zijn verdwenen als sneeuw voor de zon.

Dit is de larve van het kleine Schaakbordlieveheersbeestje (Propylea quatuordecimpunctata), ook wel 14-stippelig lieveheersbeestje genoemd . De larve leeft van bladluizen, eenmaal volwassen geworden kan het kevertje twee jaar worden. Lieveheersbeestjes kunnen heel veel eitjes leggen, afhankelijk van de soort varieert dit van 700 tot wel 1700. De eitjes komen al na vier weken uit. Niet allemaal uit natuurlijk, de meeste ervan worden opgegeten door andere insecten, vogels, of geappreteerd door sluipwespen zodat er geen kevertjes maar wespjes uitkomen. Dat is precies de reden waarom het aantal eitjes zo hoog is.

Deze zomer kunnen we wel bestempelen als “horrorzomer” vanwege de meer dan extreme aantallen slakken. Omdat ze met zovele zijn, wordt er ook heel veel groen verorberd. Een verbijsterend voorbeeld vond ik wel mijn Vaste judaspenning (Lunaria rediviva) die heel mooi gebloeid heeft en fors uitgegroeid was maar waarvan niet meer rest dan een skelet. Van zowel blad als de zilverkleurige platte zaaddozen (hauwtjes) is niets meer over, dus zaaien is er dit jaar niet bij. Opvallend is wel dat de slakken de gewone Judaspenning met rust lieten. Al die slakken...., het geweeklaag van (moestuin)tuiniers is niet van de lucht!

2 juli 2024

Teunisbloem is een geslacht van wel 125 planten waarvan er 3 in ons oand voorkomen. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat er zoveel kruisingen zijn ontstaan dat het moeilijk is geworden ze nog te verbinden aan de oorspronkelijke planten. De Middelste teunisbloem (Oenothera biennis) staat vaak in volks- en particuliere tuinen. Bovenaan een stengel staan heel veel bloemen. Elke bloem bloeit maximaal 24 uur en verwelkt dan. Het opengaan van de bloem is bijzonder, je kunt er bij gaan staan in de namiddag en dan zie je hoe in een paar tellen de knop zich opent en er een felgele bloem verschijnt. Leuk om aan kinderen te laten zien. De plant is aantrekkelijk voor nachtvlinders. Vroeger zag ik er nog wel eens een Pijlstaart voor hangen maar tegenwoordig…..

Roofvliegen. Worden ingezet in de stal tegen allerlei vliegen die het vee belagen. De Roofvliegen zijn natuurlijke vijanden van allerlei vliegensoorten. Ze hebben een steeksnuit om die in een prooi te steken en te injecteren met een verterend stofje waarna de roofvlieg het inwendige opzuigt. Ze zijn er in allerlei formaten. Het exemplaar dat ik fotografeerde is een van de heel kleine soorten die in elke tuin op zowat elke bloem te vinden is.

Roofvliegen leggen eitjes die er anders uitzien dan die van bijvoorbeeld wantsen of lieveheersbeestjes. Het geheel is een flink aantal kleine zwarte hulsjes die aaneen geplakt zijn tot een pakketje wat vorm betreft dat er altijd hetzelfde uitziet. Je vindt ze vaak op het blad van waterplanten maar dat ze zoals deze keer gelegd zijn op een ruit is wel heel ongewoon.

Nog altijd komen mezen en mussen naar het voer dat ik nog steeds aanbiedt in de vorm van vetbollen. Opvallend veel jonge meesjes die het gedrag van hun ouders nadoen. Je zou denken dat er in de maand juli van alles en nog wat te vinden is in de natuur maar dat er nog steeds vogels op het “wintervoer” afkomen is ongewoon. Niet eerder ben ik zo lang doorgegaan met voeren. Wel ben ik gestopt met de pindasnoeren die ik aan de schuurdeur hing voor de gaaien want die maakten er wel een grote troep van.

Voor de tweede keer vond ik eitjes van de Grauwe schildwants, wederom op Akelei maar nu op de zaaddoos en niet op de stengel zoals vorige keer. Ik probeer bij te houden wat er gebeuren gaat maar na anderhalve week is er nog geen verandering te zien. Ik hoop maar dat ik op een dag zie dat er nimfjes uitgekomen zijn.

1 juli 2024

Er wordt nogal veel geklaagd over het weer maar voor de rozen is dit een topjaar, die zijn dol op alle vocht in de grond. Wat bloeien ze overvloedig en wat zijn ze mooi!

In sommige landen staat de Westerse karmozijnbes (Phytolacca americana) te boek als “alarm” vanwege zijn gulle verspreiding. Het is een invasieve exoot en meestal betekent dit niet veel goeds. Invasieve planten concurreren vaak de overige vegetatie weg. Meestal komt hij via vogelpoep in onze tuinen terecht. De witte bloemen worden gevolgd door lakrode bessen. Net als de Balsemien wordt ook deze karmozijnbes op veel plekken uitgetgrokken of weggeschoffeld om verdere verspreiding te voorkomen. In onze tuin groeit hij in het hart van een varen.

Ik zie nauwelijks lieveheersbeestjes dit jaar. Eenmaal zag ik een verpopt exemplaar en eenmaal een larvestadium. Aziatische lieveheersbeestjes zijn vaak heel moeilijk te definiëren vanwege hun enorme verscheidenheid in uiterlijk. Aan o.a.de grote witte oogvlekken van dit kevertje zie je dat het een Aziaat is, en deze houd ik op het Viervlekkig Aziatische lieveheersbeestje (Harmonia axyridis). Het voedt zich met bladluizen, en diverse spinnen. Soms is het een kannibaal die zijn eigen soortgenoten opeet.

Soms denk ik dat ik te vaak zeur over de enorme afname van insecten want de een ziet het ook en de ander helemaal niet. Maar afgelopen zondag, in het programma Vroege Vogels werd het toch ook een rampzalig jaar voor de insecten genoemd. Dat sterkt me dan weer in wat ik zelf zie en juist niet zie. Op de Moerasspirea (Filipendula elmaria) langs de vijver zag ik geen enkel insect. Het is een oersterke plant waarvan men heeft kunnen vaststellen dat hij al in de steentijd voorkwam in onze streken. Moerasspirea wordt wel eens de aspirine van de natuur genoemd vanwege haar sterke ontstekingsremmende werking. Het jonge blad kun je gebruiken in salades of om thee van te zetten.

27 juni 2024

Geluksmomentje: in alle vroegte een Appelvink (Coccothraustus coccothrausus) op de drinkschaal die op zo'n 2 meter hoogte staat. Dat geeft vogels vaak wat meer een gevoel van veiligheid. De Appelvink woont in ons land overwegend in de bossen op de zandgrond en daarnaast laat hij zich ook zien in aangrenzende tuinen mits die genoeg beschutting bieden. Het is en schuwe vogel en wie hem te zien krijgt mag zich een gelukkig mens prijzen.

26 juni 2024

Het is bijna niet te geloven hoe snel de bloemen van de Vlinderstruik zich ontwikkelen. Maar wat jammer dat er geen vlinder te zien is, het belooft niet veel goeds. Wel wat andere insecten komen af op de nectar, zoals deze Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum). Bijvliegen behoren tot de zweefvliegen. Ze maken gebruik van mimicry waardoor ze op bijen en hommels lijken en predatoren om de tuin leiden.

De wilde liguster (Ligustrum vulgare) is een inheemse, struikvormige plant uit de olijffamilie, maar niet de uit Japans stammende variant waarvan hagen worden aangeplant. Ik zag hem in de tuin van mijn natuurvriendin, bij wie ik vorige week was. De struik van wel drie meter hoog zat werkelijk boordevol bloemen en hun zoete geur was al van verre te ruiken. Daarop waren maar liefst zes Gedeukte gouden torren te zien, al dan niet parend. Wat een luxe, ik ben al blij als er een per jaar zie! Hoewel de Vlinderstruik de naam heeft, is de Wilde liguster misschien nog wel een betere insectentrekker. Wie een grote tuin heeft zou hem moeten aanplanten, zowel vanwege de insecten als de overweldigende geur.

Dat niet alle insecten schoonheden zijn toont de Bronzen snuitkever (Stophosoma melangogrammum). Een van de vele beestjes die wij vorige week tijdens onze struintocht vonden. Het dekschilden van de kever zijn met elkaar vergroeid waardoor hij niet kan vliegen. Bij verstoring laat hij zich dan ook pardoes vallen. Het 6 mm kleine kevertje is in de nacht actief.

In de kamperfoelie in onze tuin zag ik deze “versierde” blaadjes. De mineervlieg in de Wilde kamperfoelie is een algemene soort zonder Nederlandse naam: Chromatomyia aprilina. Het legt met haar legboor een eitje in het binnenste van het blad. De larve die daar uitkomt, werkt zich al vretend door het bladweefsel en vormt op die manier gangen, de zogenaamde mijnen. De larven worden bladmineerders genoemd. De zwarte stipjes zijn de uitwerpselen van de larve. Het kleine wespje op de foto heeft er niets mee vandoen.

Onze gemeente heeft grote geldzorgen en vindt het dn ook geweldig als burgers een stukje grond adopteren dat ze verzorgen. Dat deed ik ook en voor het huis ligt dan ook een flink perkje dat bij nader inzien toch wel erg veel werk kost. In de bodem zat nog o.a. ontzettend veel Kweek (Elymus repens) nadat het door de gemeente klaar gemaakt was voor beplanting. Dit jaar is het een regelrechte ramp, het kweekgras koloniseert de grond en de moed zakt me in de schoenen het stuk nog langer te onderhouden. Ik heb dan ook al laten weten of ik niet weet of ik dit nog lang ga volhouden.

22 juni 2024

Vanavond eindigde de dag in intensief oranje. Net een dag te laat om de langste dag van dit jaar te markeren. Hopelijk maken de weergoden er wat beters van dan het seizoen dat achter ons ligt, dat zo veelbelovend begon maar halverwege een record aan regenval leverde.

Hoe het ook gaat, de Vlinderstruik is al aan de bloei begonnen, en dit jaar op eenzame hoogte: 2,5 meter. Nu de vlinders nog, je junidip is zo’n beetje wel voorbij maar met de vlinderstand is het bedroevend. Een mooie zomer zou er nog wat van kunnen maken, mits de hitte en droogte afwezig blijven.

Vanmorgen ontdekte ik dat er drie libellen zich ontworsteld hadden uit het water en hun knellende harnas. Een daarvan hing nog de vleugels te drogen aan een stengel watermunt. Ik moest mijn armen door wat planten heen bewegen om een van de Glazenmakers te kunnen fotograferen en liep daarbij meteen een teek op die zich in mijn pols vast hechtte. Het is oppassen met die beestjes, ze zijn er weer volop.

Wat achterbleef waren overblijfselen van het larvestadium onder water. Als je het nooit gezien hebt, denk je dat er een voorwerelds insect aan de waterplanten hangt. De larve leeft een jaar onder water, het imago wordt maar enkele weken vergund.

21 juni 2024

Een of tweemaal per jaar gaan natuurvriendin en ik op pad om insecten te fotograferen. Ditmaal begonnen we in haar tuin waar een grote aanplant van Japanse bottelroos (Rosa Rugosa) staat. Daar zagen we de Rozenzaadwesp (Megastigmus aculeatus) bezig aan de voortplanting. De legboor van de vrouwtjes doet denken aan een zaagje, er wordt een inkeping mee gemaakt in een bottel van de roos, waarin de eitjes worden gelegd. Het wespje is zo klein dat het met het blote oog nauwelijks te zien is. Er moet echt een macrolens aan te pas komen om te ontdekken hoe het er uitziet en dan nog was het moeilijk het wezentje er goed op te krijgen. Macrofotografie is verslavend.

De Wilgenhermelijnvlinder rups (Furcula bifida) vonden we in een natuurgebied. Het is een nachtvlinder uit de familie van de tandvlinders. Deze komt verspreid in Europa en Noord-Afrika voor, aldus de gegevens van Waarneming. Je moet bijna geluk hebben de rupsjes te vinden, door hun kleur vallen ze helemaal weg tegen het blad waar ze op zitten. Voor mij een nieuwe soort.

Cicaden zijn ook altijd leuk om te fotograferen. Deze Populicerus populi (zonder Nederlandse naam) behoort tot de dwergcicaden. Ik kon er verder geen informatie over vinden. Maar wat een mooi beestje! Het is meestal te vinden op populier en wilg.

Dit zijn de eitjes van de Bremschildwants (Piezodorus lituratus) die gelegd werden op de zijkant van een peul van de gelijknamige struik. Zien ze er niet prachtig uit? Na het leggen duurt het twee weken tot ze uitkomen. De rupsen schijnen zeer vraatlustig te zijn. Insecteneitjes hebben de meest uiteenlopende vormen en kleuren. Jammer dat ze zo moeilijk te vinden zijn; je moet er echt naar zoeken en vooral geluk hebben als je ze vindt. Nog leuker is het om te ontdekken welke relaties de insecten met bepaalde planten hebben.

Het is goed uitkijken waar je loopt als je een vijver of ander watertje hebt want het is de tijd om het land op te gaan voor de dikkopjes, om als verder ontwikkeld Bruin kikkertje (Rana temporaria) verder te leven. Ze zien er heel teer uit als je er een op je hand houdt. De Bruine kikker is de meest algemene van de soorten kikkers bij ons .

Op het jonge blad van de Amerikaanse Vogelkers zit het vol felrrode vlekken en blazen die prachtig contrasteren met het verse groen. Soms heel klein, soms als grote vlekken. Ze worden veroorzaakt door een schimmel met de naam Vogelkersbladblaasje (Thaphrina farlowii). Als reactie op de schimmel maakt de waardplant waar hij aan gebonden is een woekering van cellen maar er is een tweede infectie nodig van een andere schimmel die de blaasvorming veroorzaakt . De blaasjes worden beschouwd als gallen.