Natuurdagboek

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres: tineke [at] natuurfragmenten [dot] nl.
Bij voorbaat dank!

Lente

Zomer

Herfst

Winter


Herfst 2020

24 oktober 2020

Het jaar is druk bezig de grenzen aan te geven tussen herfst en winter. Opeens zijn de bomen in een snel tempo begonnen hun kleurenpalet bij te werken. De rij van Amerikaanse eik langs de volkstuin tovert haar blad om naar imponerend rood. Maar het groen gaat niet verloren, dat wordt opgeslagen in de takken van de boom om in het komend voorjaar weer gebruikt te worden. Over kringloop en efficiëntie gesproken!

Ze waren eerder hoorbaar dan zichtbaar, de puttertjes die op de volkstuin de uitgebloeide zonnebloemen af struinden op zoek naar zaden die er niet waren. De lange, droge en snoeihete weken van afgelopen zomer hebben veel schade veroorzaakt. Allerlei planten zetten geen zaad doordat ze veel te laat in bloei kwamen. Jammer voor de diverse vogels die de energierijke zonnepitten graag eten.

Ik probeerde nog wat pitten te vinden om op een gereserveerd plaatsje van bestemming in mijn volkstuin uit te zaaien, maar de restanten van de bloemen begonnen al te schimmelen vanwege het vochtige weer, en waren overwegend niet uitontwikkeld.

De boerenkoolliefhebbers mogen niet klagen dit jaar, ik zie op diverse perceeltjes in de volkstuin dat ze er zeer florissant bijstaan. Dankzij de regenbuien die hun achterstand snel hebben ingehaald.

Of je nu in het bos loopt of over de straat, overal zijn vliegenzwammen te zien. Opvallend wel dat er zoveel daarvan puntgaaf zijn. Je zou bijna gaan denken dat er minder slakken moeten zijn, want meestal kost het moeite om nog een onaangetaste paddenstoel te vinden. Als ik echter afga op het geklaag deze zomer van mijn tuinclubmaatjes, was het bar en boos met de slakken in hun tuinen.

22 oktober 2020

Vanmorgen werden we weer even met de neus op de feiten gedrukt: gisteren zat hij nog in het blad, maar de krachtige windvlagen van de afgelopen avond hadden grondig hun werk gedaan, onze Krent was kaal! Dat betekent weer een half jaar wachten tot kleur en fleur weer terugkomen. Pfffff..

Het was niet volgens plan maar de lenteachtige temperatuur lokte me ook vandaag het bos weer in. Op een moment kwam ik langs een stapel gevelde beukenstammen en zag dat een daarvan behoorlijk hol was. Maar binnen die holte vloog een Atalanta wanhopig rond maar kon niet naar buiten te komen, tegengehouden door spinnenweb. Dat heb ik maar snel weggehaald waarna de vlinder opgelucht (denk ik) het bos in fladderde. Toen ik hem nakeek landde er een Winterkoning op de stam. Twee seconden bleef hij zitten en vloog weer weg. Zulke schattige vogeltjes om van dichtbij te zien.

Tussen alle blad dat al gevallen is viel mijn oog op een groepje Stoere koraalzwam (Ramaria decurrens) en dat was leuk want ik had die soort al jaren niet meer gezien. Geen wonder ook, hij staat op de Rode lijst als "gevoelig".

Nog een leuke zwam: de Koningsmantel (Tricholomopsis rutilans), een fraaie violette paddenstoel met gele plaatjes. Het gebeurt meestal niet dat je zwammen die je het ene jaar ergens vindt, ook het volgende jaar weer op diezelfde plek aantreft. Maar de Koningsmantel zag ik nu al voor het derde jaar, maar wel nu aan de andere kant van het bospad.

Onderweg naar huis kwam ik langs een tuin waar nog een Passiebloem te zien was. Goh, zo'n tropische plant op 22 oktober, wie durft nog te beweren dat klimaatverandering een sprookje is!

21 oktober 2020

Het bos heeft het maar druk met al die wisselende omstandigheden: grijze luchten waaruit soms bakken vol regen vallen, vreemde, wisselende temperaturen die in het seizoen niet passen en wind, zoals vandaag die de bomen een handje helpt om het blad los te laten.

Als je het bosgebied Hof te Dieren doorsteekt, stuit je op de Lange Juffer, een bij racefietsers populair fietspad dat ooit door de Oranjes werd aangelegd ten behoeve van de jachtstoeten die vanuit Dieren naar het jachthuis in de Imbos gingen. Aan beide kanten van het pad is de aarde diep omgewoeld door zwijnen. De beuken langs het pad hebben dit jaar geen nootjes geproduceerd; lokaal kan dat gebeuren ondanks het feit dat het dit jaar op de Veluwe over het algemeen een heel goed mastjaar is.

Door alle gevallen regen van de afgelopen tijd zijn de planten van het Vingerhoedskruid enorm gegroeid. Ze zijn tweejarig, het ene jaar groeien, het jaar daarop bloeien. Iedere zomer is het weer een feest in het bos als al die planten in bloei komen.

Natuurlijke bossen kennen wij in Nederland niet meer. Alles is aangeplant en meestal in rechte rijen. Soms zijn de lanen breed, soms ook heel smal. De dikke, oude beukenstammen staan er als wachters langs het pad.

Na een tijd slenterend en rondneuzend kom ik weer langs een plek waar een geliefd huisdier werd begraven. Hoeveel van die naamloze plekken zouden er niet zijn in zo'n bos waar veel mensen wandelen. En wat zou hier liggen, een zeer betreurde kat, een kleine hond, cavia of konijn....

Op weg naar huis laat ik de Lange Juffer achter me en ga de laan in waar twee hoge beukenbomen als wachters voor de ingang staan. Een prachtig gezicht!

17 oktober 2020

Wat een heerlijke dag voor een herfstbeurt van de tuin. Ik doe het voor het eerst van mijn leven omdat ik het een en ander wil veranderen en het najaar beter is dan het voorjaar omdat de bodem nog relatief warm is en de planten beter aanslaan. Ik zocht vandaag naar de zaden van de Ipomea "Heavenly blue" maar er zit niets in. De Ipomea is dit jaar veel te laat gaan bloeien, zit zelfs nog steeds vol knoppen maar die zullen niet meer uitkomen.

Voor de Ipomea "Morning glory" geldt hetzelfde: heel erg laat in bloei gekomen maar die heeft wel nog veel zaad geproduceerd. Ik verzamel wat om in het voorjaar weer te kunnen zaaien. Dat de laatste winter zo zacht is geweest, was te merken, de jonge plantjes van deze soort kwamen zelfs tussen de stenen op.

Dit is de veel kleinere bloem van de Ipomea "Quamoclit", die het echt heel slecht gedaan heeft dit jaar. Maar ik heb toch een paar zaadjes kunnen plukken. Het zaad van deze planten is heel makkelijk te krijgen via de zaadhandel en duur is het ook niet. De planten zijn echt een aanrader voor een tuin met zon en klimgelegenheid. De bloemen zijn fraai en de bloei gaat tot ver in de herfst door. Een aanrader dus!

15 oktober 2020

Wat een gure dag vandaag! Fietsend op weg naar mijn volkstuin was ik blij een warme winterjas aan te hebben. Vanachter de bosrand kon je de ganzen horen naderen. Ze vlogen heel hoog in de lucht en ik kon niet zien welke het waren. Ooit vertelde iemand mij dat de kou dichterbij kwam als de ganzen op grote hoogte vlogen maar of het waar is weet ik niet.

Op de volkstuin stond het, zoals ieder najaar, weer vol met de gele Helianthus "Atrorubens", een hoge, woekerende soort maar met prachtige bloemen. Elk jaar trek ik ze na de bloei uit de grond maar het jaar daarop zijn ze gewoon naar een naburig stukje gekropen. Maar weer een mooie bos mee naar huis genomen.

De oogst is nu wel binnen, op een paar bieten na die nog in de grond staan. Het Komkommerkruid weet altijd wel ergens nog een plekje te bemachtigen. De plant geeft prachtige blauwe bloemen die heel leuk zijn als versiering in een salade.

Warempel stond er ook nog een jonge plant van het Jakobskruiskruid in bloei. Dit jaar waren er geen rupsen op de planten, dus ook niet de mooie vlindertjes. Het is trouwens een slecht vlinderjaar geweest, hebben de tellingen uitgewezen. Opnieuw zijn er soorten bijna verdwenen. Als individu kun je alleen maar zoveel mogelijk vlinderlokkende planten zetten en hopen dat het volgend jaar weer beter zal zijn.

Lampionplanten willen elk jaar op een vers stuk grond staan. Daarom kun je ze ook niet in een pot kweken. Ze woekeren behoorlijk door de grond met hun witte uitlopers maar je kunt ze makkelijk in toom houden door die een halt toe te roepen. In deze tijd zitten er mooie vruchten aan, verpakt in een schitterend omhulsel. Ik neem ze mee naar huis en bewaar ze voor de decembermaand. Dan zet ik ze in een vaas met een paar grote takken die ik vol hang met de oranje lampionnetjes die ik stuk voor stuk aan een snoer met kleine lichtjes prik die langs de takken worden gedrapeerd. Een uitstekend alternatief voor een kerstboom en heel sfeervol.

Weer thuis zag ik dat in onze tuin een bloem was gekomen in de Anemoon "White swan", die heeft zuiver witte bloemblaadjes met een contrasterend fel geel hartje. Maar het geheim is de lila kleur aan de achterkant van de bloem. Je moet wel even het steeltje wat buigen om dat te zien. Zo laat in het jaar heeft hij nog niet eerder gebloeid, het is een toevalstreffer. Maar zolang er nog bloemen zijn, is de winter nog niet gearriveerd....., gelukkig!

13 oktober 2020

Vanmiddag de laatste hand aan mijn volkstuin gelegd, nog even een stukje opgeschoond. En daar was hij weer, de makke roodborst. Hij hipte rondom mijn voeten, sprong op de hark, ging zitten op de riek en loerde naar regenwormen die door mijn gewoel in de bodem bovengronds waren gekomen, om ze gretig naar binnen te werken. Zo schattig, dit argeloze en onbevreesde gedrag van zo'n vogeltje.

Er zijn heel veel roodborsten in ons land als ik af ga op al dat gezang om me heen. Maar het lijkt ook een beetje op oorlog. Als de roodborstjes uit het noorden met vele naar ons toekomen, slaan de vrouwtjes en jongen van onze vogels als het ware op de vlucht naar het zuiden. Een deel van de mannen volgt als het gaat winteren, maar een ander deel blijft stand houden en levert felle gevechten met de indringers om de territoria en het schijnt dat er heel wat doden vallen onder dit vogelvolkje. Roodborstjes zijn niet zo lief als ze er uitzien.

Alhoewel er nog steeds genoeg blad aan de bomen zit en daardoor ook genoeg insecten nog zijn te vinden, zijn er inmiddels al heel wat vogels uit het land vertrokken en andere weer binnengekomen om hier de winter door te brengen. Het verloopt allemaal in stilte maar opeens begint het op te vallen. Ons mussenvolkje is wel gesteld op de voedselvoorziening door de mensen en daarom heb ik de tafel maar weer voor ze gedekt. Nog wat terughoudend om ze niet te lui te maken, maar ook heel leuk om het weer te zien.

12 oktober 2020

Vanmorgen beleefde ik een geluksmomentje in mijn volkstuin. Ik was aan het wieden en werkte de riek door de grond toen ik opeens van dichtbij een roodborstje hoorde zingen. Ik ging rechtop staan om te zien wie dat deed en stond oog in oog stond met het zangertje op de rozenboog. De afstand tussen de roodborst en mij was krap een meter. En de vogel begon te zingen, wel 2 minuten lang voor hij weg vloog. Van heel dichtbij kon ik het zien en nog nooit eerder heb ik van zo dichtbij een vogel horen zingen. Het was prachtig, ik kreeg er een euforisch gevoel van. Er volgde nog een toegift: na een paar minuten zat de roodborst wederom op hetzelfde plekje, en zong, en zong en zong...

Griezelmomentje van gisteren. Vanaf het voorjaar tot ver in de zomer hebben wij last gehad van motjes die naar binnen vlogen door de open deur of de ramen. Ze zaten vooral op zolder waar bijna altijd een raam op een kier staat, maar ook beneden waar tijdens al die prachtige dagen ook de boel wijd open stond. Toen ik uitzocht wat het voor mot was, bleek het de zeer gevreesde Indische meelmot (Plodia interpunctella) te zijn. Ook wel voorraad- of voedselmot genoemd. Ze kunnen in het hele huis voorkomen en zijn niet altijd direct bij voedsel, zo las ik. Ze lusten praktisch alles, vreten zich door verpakkingen heen en maken spinsels in de voorraad meel, macaroni of wat dan ook. Werkelijk ieder doosje en zakje heb ik nagezocht, en herhaaldelijk, maar er was geen spoor van hun aanwezigheid te vinden.

Nu niet gaan griezelen maar gewoon doorlezen!! Afgelopen week kocht ik een kunststof voorraadbox waarbij apart het deksel moest worden aangeschaft. Tot gebruik zette ik hem in een kast, met het deksel erop. Afgelopen weekend pakte ik hem om hem in gebruik te gaan nemen en zag met afgrijzen hoe hij helemaal vol zat met maden. Ik begreep er niets van, er zat niets in, hij kwam zo uit de winkel, dus hoe kon dit? Het is en blijft een raadsel. Ik heb de doos buiten op de vogeltafel neergezet waar een Koolmees zijn buikje met de maden vol at.

Maar nu komt het: de hele doos was vanbinnen bedekt met een heel dun vlies, alsof hij zorgvuldig gevoerd was. Daar wilde ik natuurlijk meer van weten en ben te rade gegaan bij de mensen van Waarneming.nl Het blijkt dat die rupsen voortdurend al kruipend draden spinnen, op zoek naar plekken waar ze zich kunnen verpoppen. Omdat ze niet uit de doos konden komen doordat het deksel er op zat, bleven ze maar lopen, wie weet hoe lang, misschien wel dagen, ik weet het niet. En zo ontstond die prachtige heel fijne voering van spinsel in de doos, het leek op folie. Als je zoiets ziet, en je weet hoe het komt, kun je toch niet anders dan met grote bewondering constateren wat een geweldige klus dit voor de arme rupsen (want dat waren het natuurlijk) moet zijn geweest. Alleen weet ik nu nog steeds niet hoe ik die motjes in de toekomst zou kunnen weren uit huis. Ik heb ze al wekenlang niet meer gezien.

11 oktober 2020

De roos is natuurlijk een fantastische bloem, gepaard aan liefde en romantiek. Maar in feite is het een robuuste plant die vanaf de zomer onverstoorbaar doorgaat met bloeien. Wind, regen, niets kan haar deren, behalve dat haar schoonheid erdoor wordt aangetast. Ze houdt het vol tot de vorst er een eind aan maakt en eigenlijk zou deze bloem meer symbool moeten staan voor het vòlhouden van de liefde en de romantiek!

Zwammen zijn vruchtlichamen, zoals appels, peren en bessen, voortkomend uit de bodem waar het wortelgestel zit. Alleen is dat bij zwammen net wat anders, die hebben geen wortels zoals planten.

In de bodem zit een zwamvlok, het mycelium. Het bestaat uit celstructuren die zich als een ketting aaneen rijgen tot lange schimmeldraden die hyfen heten en samen een mycelium vormen. Afhankelijk van de soort zwam kan zo'n mycelium na weken of maanden, zelfs soms na jaren paddenstoelen voortbrengen. Omdat het meestal niet heel diep groeit, zoals plantenwortels, is het geen wonder dat na lange droge zomers het mycelium verdroogt. Het kan wortelen in de strooisellaag, op takken maar ook in stammen waar het een boom vanbinnen kan verwoesten

Terwijl ik op de computer bezig was, vloog er iets vlak over mijn hoofd en het klonk als een drone, maar dan met aanzienlijk minder decibellen. Het bleek een Grauwe schildwants te zijn, een soort die een stinkende vloeistof kan afscheiden als hij zich bedreigd voelt. Daarom heb ik hem met zachte dwang weer naar buiten gestuurd. Hij overwintert als volwassen vorm en komt graag in huis, waar je hem dus wel eens kunt aantreffen.

9 oktober 2020

Zolang er geen nachtvorsten zijn, blijft de Dagkoekoeksbloem (Silene dioica) bloeien. Altijd fijn als er wat vrolijke kleuren in de natuur te zien blijven.

Overal op kleine dode takjes vind je in het bos wel het Waaiertje (Schizophyllum commune). Dit is de onderkant en die is het mooist. Het zwammetje kan bij koud en droog weer verschrompelen en zich weer uitvouwen als het vochtig wordt. Het behoort tot de meest voorkomende op de wereld. Er is eens ontdekt dat per vierkante meter op aarde wel 18 zwamsporen van deze soort te vinden waren en in zeer incidentele gevallen werden sporen ingeademd door een mens die ermee geïnfecteerd werd in de longen. Wij hoeven ons daar niet druk over te maken, bekijk het maar gewoon en bewonder het.

Een aardig paddenstoeltje is ook het Roze elfenschermpje (Mycena pura var. rosea) , het groeit in de strooisellaag van vooral beukenbossen. Alleen in ons land komen er wel honderd verschillende mycena's voor. Sierlijke, kleine zwammetjes.

Je zou dit beestje al snel verslijten voor een rupsje maar dat is het niet. Het is de larve van een bladwesp: achter de borstpoten een aaneengesloten rij pootjes, een gebogen achterlijfspunt en een ronde kop. Al hebben enkele vlinderrupsen ook zo'n rond koppie. Ik vond de larve in het bos op een beukenstam.

8 oktober 2020

Waarom valt al die regen niet wat meer verspreid over de weken, dacht ik bij de aanblik van al dat hemelwater dat omlaag viel. Vandaag wordt het "binnenblijfdag". Gelukkig kon ik er gisteren op uit, in het bos wordt het weer wat spannender met al die zwamfiguren die je er nu tegenkomt. In een zijpaadje van het bos zag ik een mevrouw die haar hondje stond te kammen. Ze voelde zich duidelijk schuldig toen ik zag hoe het bospad vol plukken haar van het poezelige hondje lag, stopte het beest in een mandje en fietste snel weg. Ik pakte een mooie pluk haar op en deed het thuis in een zakje om volgend voorjaar op te hangen voor de mezen die er graag een nestje mee stofferen.

De Grote sponszwam (Sparassis crispa)ziet er uit als een krop krulsla op mijn volkstuin. Hij is eetbaar en schijn naar anijs te smaken. Ik pluk ze nooit, laat ze liever staan zodat ook anderen er van kunnen genieten. De zwam is extreem gevoelig voor vocht en het was puur toeval dat ik nog zo'n gaaf exemplaar aantrof, tot dan zag ik alleen maar zielige restgevallen.

De Grote parasolzwam (Macrolepioto procera) is ook een flinke jongen! Hij kan een hoogte van zo'n 40 cm bereiken en wel 25 tot 30 cm breed worden; in dit vochtige weer lukt dat prima. Op en langs een paardenwei groeide deze soort massaal en ik ben maar even het private toegangspad opgelopen om er een paar te fotograferen.

Nog even terug naar mevrouw Mestaaskever van 5 oktober. Een oplettend insectenspecialist wees me op het feit dat dit toch echt een meneer M. was. Toen ik alle foto's die ik van dit insect maakte nog eens nauwkeurig bekeek, ontdekte ik inderdaad een "hoorntje" op de kever. Die zat in zijn nek, en daar had ik dat niet verwacht. Dus alsnog: het was een mannetje.

5 oktober 2020

Mensenmozes, wat is het een deprimerend weer! Grauw, grijs, nat, miezerig weer. Ik kijk naar de vogels en zie dat ze zich er geen fluit van aantrekken. Toch ben ik weer begonnen met voeren, ook al hoeft het nog niet. De eerste pot pindakaas hangt nu weer onder de rozenboog. Dat is een uitgelezen plekje want de kraaien en kauwen hebben hem daar niet in de gaten. Na de uitbundige bloei zag de klimroos er kaal en treurig uit maar inmiddels heeft hij weer heel veel nieuwe twijgen gemaakt. En die onttrekken de pindakaaspot aan het zicht van de grotere, zwart gevederde vogels.

Tijdens mijn wandeling door het bos, een dag of wat geleden, zag ik dat de vliegenzwammen op allerlei plekken te zien waren. Tot nu toe zijn het wat algemeen voorkomende soorten die ik zie, ik hoop telkens op wat mooie slijmzwammen. Die zijn er in allerlei vormen en kleuren. Of het gaat lukken zullen we nog zien.

Het is alweer een tijd geleden dat ik herten in het bos ontdekte. Zwijnen heb ik al veel langer niet meer gezien, die houden zich blijkbaar liever elders op. Dat wil zeggen: overdag, want sporen van deze dieren zijn er wel te zien. Zo zag ik op een met gras begroeid pad dat er plaggen waren omgewoeld. Op een daarvan kropen bosmestkevers in en over de plag. Wat ze er zochten zag ik niet maar het moet toch poep zijn geweest. Opeens zag ik ook kleine bruine kevertjes tussen de mestkevers rondscharrelen: de Aasmestkever (onthophagus coenobita). Er is nauwelijks informatie te vinden over dit kevertje, maar het leeft voornamelijk op mest van koeien, varkens, paarden, kippen en mensen. Die laatsten moeten dan wel hun uitwerpselen in het bos hebben achtergelaten. De mannelijke aasmestkever heeft een hoorntje op de kop dat het vrouwtje mist. Van maart tot oktober heb je de kans dit leuke kevertje te zien.

Omdat ik de kever wat beter wilde bekijken, nam ik er een in mijn hand. Daar dacht zij zelf anders over en wilde niet voor de lens blijven zitten. Dus spreidde mevrouw kever haar vleugels en vloog weg. Net op tijd afgedrukt dus!

4 oktober 2020

Hoewel ik graag buiten ben, had ik daar met mijn verkouden hoofd even geen zin in. Dat nam echter niet weg dat er ook vanachter het glas genoeg natuur te beleven was. Vergeleken met andere jaren zijn er enorm veel spinnenwebben langs de ruiten. Ik zag er een van een fors formaat met wijd uiteen lopende spaken, maar de overige bleken toch de normale webben van de kruisspindames die zich bol en vol eten om binnenkort heel veel eitjes te produceren.

Vanmorgen zag ik echter iets merkwaardigs op een van de ruiten. Daar heb ik in de zomer om vogelbotsingen te voorkomen, kleine van folie geknipte zwaluwen geplakt en op een daarvan had een spinnetje een web vast gemaakt. Ik heb dit nooit eerder op onze ruiten gezien. Die ruiten zien er trouwens abominabel uit nadat de glazenwasser nog niet eens zo lang geleden langs was geweest. Maar de wind en de regen zijn spelbrekers die het glas er doen uitzien alsof hier iemand woont die niet weet wat ramen wassen is.

Het rommelige, pluizige webje zat te hoog op de ruit om het goed te kunnen fotograferen; ik moest er voor op een bankje gaan staan en de camera hoog houden. Maar ik kon nu op de foto zien dat het om een groen spinnetje ging. De spinnendame had midden in het web een stevig centrum gemaakt waar ze veilig voor de buitenwacht onder kon blijven zitten tot een prooi haar uit haar schuilplekje lokte. Ik zag toen ook dat het om het Groen kaardertje (Nigma walckenaeri) ging, een kleine spin van nog geen halve centimeter groot.

Ik had zo graag een mooie scherpe foto kunnen maken maar dat lukte helaas niet. Dit kleine spinnetje is heel algemeen maar je ziet het niet vaak omdat het zo'n mooie camouflagekleur heeft en op groene bladeren leeft van onder andere Klimop. Vreemd dus dat deze spin het glas uitzocht om een web op te bouwen. Alleen de vrouwtjes maken, zoals alle web bouwende spinnen, een web en ze hangen er altijd ondersteboven in. Ik las dat het nog kleinere mannetje een kant en klaar spermapakketje naar het vrouwtje brengt en vervolgens een poosje bij haar blijft wonen. Toch nog wat liefde in de spinnenwereld, waar het er meestal nogal wreed aan toegaat.

1 oktober 2020

Wat een naargeestig weer vandaag, al blijken mensen daar veel meer last van te hebben dan vogels. Het lijkt ze niet te deren, het regenwater rolt gewoon vlot van hun vleugels. De bloemen die er nog zijn hangen er treurig bij maar de bessen aan diverse struiken hangen uitnodigend te pronken met hun vormen en kleuren. Een week of wat geleden hingen de vruchten van de Kardinaalshoed er nog gesloten bij. Dan zijn ze wat lichter van kleur en hun zaden blijven nog even verborgen tot ze rijp zijn.

In deze tijd zijn de mooi gevormde bessen opengesprongen en laten hun opvallende zaden zien. Daar zijn de vogels dol op en ik wacht met spanning op de Zwartkop die er altijd als de kippen bij is als het zover is. De Kardinaalsmuts, of -hoed, (Euonymus europaea) heeft bessen die giftig zijn voor de mens, niet voor vogels. Helaas is de struik ook waardplant voor de Stippelmot die elk jaar met zijn spinsels vol jonge rupsen de hele boel kaal vreet. Al komt dat later in het jaar wel weer goed.

De Gelderse roos (Viburnum opulus) hangt vol met glanzend rode kraaltjes waar de vogels aanvankelijk niet happig op zijn. Ze smaken bitter en zuur maar zodra de vorst erover is gegaan worden ze eetbaar voor vogels. Met veel geluk zou er een Pestvogel op af kunnen komen.

De Meidoorn (Crataegus monogyna) is prachtig als hij bloeit, de bessen kun je gebruiken voor jam en de vogels eten ze graag. Maar als er genoeg voedsel is in de vrije natuur vallen ze massaal op de bodem. Zouden muizen en andere beestjes er dan van eten? Ik weet het antwoord niet.

De Vuurdoorn (Pyracanthus) zie je in veel tuinen en dit jaar zitten ze weer boordevol bessen. Het ene jaar verdwijnen die als sneeuw voor de zon in de merelmaagjes en andere jaren blijven ze heel lang aan de struiken hangen. Dan is er genoeg ander voedsel te vinden. Het hoeft niet altijd zo te zijn dat het een slecht teken is als er niet gulzig van gegeten wordt. Hoe vreemd het ook lijkt, de Vuurdoorn behoort tot de rozenfamilie, wat je ook kunt zien aan de gemene doorns die op de takken zitten. Maar die zijn weer in het voordeel van vogels die hun nesten bouwen in de struiken. De Vuurdoorn is inheems in het zuiden van Europa, bij ons zijn er vele cultivars in allerlei kleuren uit ontstaan.

29 september 2020

Even maar weer het bos in om te kijken of er al wat meer paddenstoelen verschenen waren. De eerste die ik tegenkwam waren enige porseleinzwammen. De Porseleinzwam (Oudemansiella mucida) is een vernieler van de Beuk en daarom ook gevreesd. Hij tast altijd beuken aan die al enigszins verwond zijn geraakt, door boswerkzaamheden bijvoorbeeld of afgebroken takken. Of het hout nog op de boom of al op de bosbodem ligt, maakt niets uit, het wordt al snel bezet door groepjes van deze soort. De zwammen zijn bijzonder fotogeniek maar in combinatie met regen worden ze al snel lelijk.

Vorige herfst vond ik geen rupsenhuidjes van de Meriansborstel. Eerdere jaren was dat altijd het geval en soms raapte ik ze op op er een paar bij elkaar te leggen voor een plaatje. Zoals hier. Als een rups gaat verpoppen, stroopt hij het laatste velletje van zijn oude verschijningsvorm af, en dat zijn dus deze.

Ik had al een flink eind gewandeld en geen rups van de Meriansborstel (Calliteara pudibunda)gezien. Tot mijn aandacht getrokken werd door het geel van de slijmzwam Heksenboter. Toen ik daar naar toe liep, zag ik een rups over de stam van een beuk kruipen, op zoek naar een plekje onder de schors waar hij rustig kon gaan verpoppen. De volwassen nachtvlinder leeft zo kort, dat hij niet eens monddelen heeft, en alleen maar bedoeld is om zich voort te planten. Hetgeen ik toch altijd weer een droevig feit vindt.

In het bos vliegen volop langpootmuggen, ook in tuinen zie je ze nu steeds. De vrouwtjes leggen hun eitjes in de bodem en als dat in de eigen tuin gebeurt, kan het voorkomen dat in het voorjaar de hele grasmat los komt te liggen doordat de larven/emelten van de muggen de wortels van het gras opvreten. Het zijn toch vreemde insecten met die rare lange poten waar ze meer last dan lol van lijken te hebben.

De mooie felgekleurde koraalzwammetjes kun je in een bos niet missen, het zijn echte aandachtstrekkers. En met recht, lijkt me. De Gouden koraalzwam (Ramaria aurea) is een kleine maar fijne soort. De vertakkingen zijn klein en hebben twee of drie uitstulpinkjes. De zwammetjes groeien op dood naaldhout.

27 september 2020

Menigeen te snel korten de dagen richting kerst, de herten burlen alweer op de Veluwe, de meeste trekvogels zijn al op reis gegaan, blad valt en herfstkleuren beginnen te verschijnen. Het zal niemand ontgaan dat het herfst is, ook al zou je geen kalender hebben om te zien welke datum het is.

Afgelopen week zag ik nog een Fitis in de tuin. Rusteloos fladderde die tussen de klimop, op zoek naar vliegjes, rupsjes, kevertjes, mugjes en ander klein grut. De laatste dagen hoor ik zijn klaaglijk klinkende geluidjes niet meer. Zolang het nog niet koud is blijven deze vogels het nog uitstellen om naar hun warme winterverblijven te trekken. Andere gaan tegen september al op reis.

Sinds twee dagen hoor ik van 's ochtends tot 's avonds het weldadige, parelende liedje van de Roodborst. Het moet een noorderling zijn die naar ons land is afgezakt om de winter door te brengen terwijl een deel van onze roodborstjes juist het land verlaten.

De merels bezoeken volop de Lijsterbes om de vruchten te eten. Even leek het erop dat de door de langdurige droogte de bessen zouden verdrogen maar de regen kwam net op tijd om ze daarvoor te behoeden. Onze Lijsterbes hebben we nooit zelf geplant, die kregen we cadeau van een vogel die pitjes uitpoepte.

26 september 2020

Eindelijk liet de egel zich zien die ik de hele zomer al in de tuin hoorde scharrelen tussen de klimop. Dat hij overdag op zoek was naar voedsel, was wel wat vreemd. Het zou te maken kunnen hebben met de droge aarde, weggekropen slakken die het bij dat langdurige vochtgebrek tijdelijk voor gezien hielden, pieren die diep in de grond zaten en dat alles tezamen voor enig voedselgebrek zorgde. Omdat ik hem al hoorde aankomen had ik snel wat kattenbrokjes neergelegd, waarvan de egel meteen begon te eten. Dit was dus een aantal dagen geleden maar elke dag komt hij sindsdien een klein schoteltje voer halen. Misschien moet ik dan nu de cadeaubonnen die ik voor mijn verjaardag kreeg maar besteden aan een solide hok waarin de egel tegen november aan zijn winterslaap kan gaan beginnen.

Ook dan nog maar even terug naar afgelopen week toen ik een tweede keer met de camera naar het bloemenveld fietste, waar ik eerder over schreef. Het was zo leuk om te zien hoeveel insecten zo'n veld trekt, en in hoeveel bloemharten die rond kropen tussen de volle meeldraden. Deze zweefvlieg was helemaal overdekt door het witte stuifmeel van de Lavatera.

Dahlia's zijn weer helemaal "hot" tegenwoordig, er zijn zoveel mooie nieuwe soorten dat je er hebberig van wordt. Vlinders, (zweef)vliegen, bijen (al dan niet wild) en hommels, de dahlia is een geweldige insectentrekker. Volgend jaar ga ik er een heel stel op mijn volkstuin zetten.

Het was dus een waar genoegen op dat veld en in de tuin te kunnen rondlummelen met de camera in de aanslag. Als je dan bij vertrek nog zo'n beeldschoon boeket in je handen gedrukt krijgt, kan de dag niet meer stuk. Ik ga volgend voorjaar dus ook heel veel plukbloemen zaaien. Alleen de gedachte daaraan is al fijn om de komende seizoenen te helpen overkomen......

25 september 2020

Het is grijs en dreigend, de wind waait behoorlijk en het blad vliegt massaal van de krentenboom. Wat een verschil met twee dagen geleden toen ik deze rupsen vond. Ik fietste langs een berm vol brandnetels toen mijn oog viel op een "donker blaadje" tussen al dat groen. Er bleken rupsen onder het blad te zitten van het Landkaartje (Araschnia levana), de derde generatie van deze zomer.

Het Landkaartje is een bijzonder vlindertje, de voorjaarsvorm is totaal verschillend van de zomervorm. De onderkant van de vleugels blijft wel hetzelfde, door alle lijntjes die daar zitten, kreeg de vlinder haar naam.

De zomervorm is donker van kleur en anders van tekening. Het is zelfs zo dat de zomergeneratie iets grotere voorvleugels heeft. Door het veranderende klimaat gebeurt er veel in de natuur. Steeds vaker komt het nu ook voor dat sommige vlinders nog een derde generatie voortbrengen. Dat was dus ook hier het geval. De rupsjes zitten aanvankelijk bij elkaar en eten uitsluitend het blad van de Grote brandnetel. Als ze volgroeid zijn gaan ze hun eigen gang en eten zich vol tot ze zich kunnen gaan verpoppen. Zo brengen ze de winter door, als pop liggend tussen het strooisel op de bodem.

22 september 2020

Vooral in de nazomer is de fraaie Paardenbijter (Aeshna mixta) te zien, een van de groep Glazenmakers. Elke dag moet ik er wel een binnenshuis vangen met een schepnet om hem buiten weer los te laten. Waarom ze zo graag naar binnen vliegen is een raadsel. De libel kan geweldig goed vliegen, hij schicht van de ene kant razendsnel naar een andere kant en kan als een helicopter (of omgekeerd) stil hangen. Prachtig beestje. Ook langs de bosrand is hij veel te zien.

Tot nu toe waren er heel veel bloem bezoekende insecten te zien. Dat zal veranderen als het weer vanaf morgen gaat omslaan en wind, regen en kilte hun lot zal zijn. Maar nu zijn ook de herfstasters in bloei gekomen en die krijgen aan de lopende band bezoekers. Dit is een van een groep zweefvliegen waarvan het soms moeilijk is ze uit elkaar te houden. Ik houd het op de Bosbandzwever (Syrphus torvus) en als ik fout zit, verneem ik het graag.

Omdat deze mooie dag de laatste kans bood eens van heel dichtbij te zien wat zich allemaal op de bloeiende klimop bewoog, heb ik er maar een voorzetlensje bij genomen om wat te fotograferen. Deze Gras- of Halmvliegjes zijn prachtige glanzende en onbehaarde vliegjes die zo klein zijn dat je er een vergrootglas of iets vergelijkbaars bij moet nemen om ze goed te kunnen zien. Ze leggen hun eitjes op de halmen van grassen. Ze kunnen in enorme hoeveelheden voorkomen en in de zon kun je dat goed zien. Het is zo leuk om je wat te verdiepen in dingen die je zo makkelijk ontgaan. Verrassend ook!

Zijn de halmvliegjes niet groter dan 3 millimeter, dit vliegje is ook klein maar wel groter. In de zon zag hij er met zijn mooie vleugeltjes heel leuk uit. Hoe het heet weet ik niet. Het vloog ook met vele op de klimopbloemen.

Nog een klimopbezoeker, het Wenkvliegje (Sepsis punctum). Dat zijn net pikzwarte glanzende mieren met vleugeltjes die ze vaak laten wapperen om een partner te lokken.

Nog een opname om te laten zien hoe ongelooflijk veel insecten de klimop bezoeken in deze tijd. En dan zijn er ook nog al die grotere zweefvliegen, bijen, enzovoort. De Klimop wordt wel de "laatste kroeg" van de zomer genoemd en grotendeels is dat waar. Gelukkig bloeien er ook nog de nodige overige planten die nectar en stuifmeel in de aanbieding hebben.

21 september 2020

Vandaag begint de astronomische herfst al zou je dat, afgemeten aan de (te) warme dagen, niet zeggen. Door het weer dat ons tot nu toe verwend heeft vliegen er nog aardig wat vlinders rond, onder andere de Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia) die voor het grootste deel langs de kust voorkomt. In Limburg en het zuiden van Brabant vliegen ook aardige populaties terwijl de vlinder boven het midden van het land niet of nauwelijks voorkomt. Dankzij het opwarmende klimaat doet hij het hier steeds beter, met name tijdens vorige en deze warme zomer. Deze zomer is zelfs met stip een topjaar en wordt de vlinder heel veel waargenomen.

Een Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas) op het Boerenwormkruid. Het valt wel op hoezeer vlinders vaker te zien zijn in een gebied met veel groene ruimte en veel bloemen. Natuurlijk is dat geen wonder maar het zegt wel genoeg.

Ook het Bont zandoogje (Pararge aegeria) vliegt nog volop. Mooi dat ondanks de droogte- en de hitteperiode veel vlinders het toch weer gered hebben. Dit mooie zomereinde van de laatste weken belooft tenminste dat we ook volgend jaar weer van deze vliegende juweeltjes zullen kunnen genieten.

Nu de nachten behoorlijk koud worden moeten insecten zich eerst door de zon laten opwarmen voordat ze actief kunnen worden. Het inwendige kacheltje moet worden opgestookt om de vliegspieren soepel te laten werken.

Behalve dagpauwogen, kroosvlinders, atalanta's en sommige andere dagvlinders vliegt ook de nachtvlinder Buxusmot (Cydalima perspectalis) nog rond, al is die veel minder te zien dan vorig jaar. Dat er heel veel buxusstruiken gerooid zijn na al die overweldigende rupsenvraat in 2019, is daar een oorzaak van, maar ook sommige vogelsoorten hebben de rupsen als voedsel ontdekt. Toen ik e.e.a. eens nazocht op het internet bleek dat begin maart van dit jaar in België de eerste mot alweer rond vloog, dankzij de milde winter. Een Franse kweker meldde dat hij weer meer en meer Buxus verkocht omdat de gehate vlinder daar nauwelijks nog te zien was. Een Nederlandse kweker meldde recent dat de infectiedruk van de mot zodanig is afgenomen dat er nauwelijks nog zware schades meer worden gemeld. Zoals altijd: de natuur is spannend, onvoorspelbaar en elk jaar kan weer anders zijn!