Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 
2018/2019
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
 2019
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017
 2018

 

 

 

Zomer 2019

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

17 september 2019

De dag van vandaag heeft vele gezichten. Zo is de lucht stralend blauw, dan weer kleuren de regenwolken hem naar grijs. De bomen staan er nog steeds zomers bij, herfstverkleuring is nog niet te zien. Ook de grasvelden zien er gezond uit, telkens op tijd valt een fikse regenbui die ze in frisgroen houdt. Maar toch is de naderende herfst voelbaar.

De Hop slingert zich nu dan ook in volle glorie langs de takken. Prachtig om te zien, al die frisgroene bellen.

De bosgrond ligt werkelijk vol met eikels dit jaar. Door de harde wind vallen ze nu volop uit de bomen. Zo'n ding op je hoofd te krijgen is geen pretje, het voelt alsof iemand je met een steen raakt.

Paddestoelen zijn er nog nauwelijks te vinden. De vraag is of ze nog gaan komen. Als de bosbodem te lang droog blijft, verdrogen de ondergrondse zwamdraden en af en toe een regenbui kan daar niets meer aan veranderen. De eerste Porseleinzwammen zijn er al wel, die groeien op de dode stukken hout die al snel doordrenkt raken door een fikse regenplens.

15 september 2019

Op de rhododendrons in het bos kon ik geen enkele gelijknamige cicade vinden. Dat vond ik opvallend aangezien ik ze er elk jaar wel zie. Op een van de begraafplaatsen in ons dorp had ik meer succes al was dat niet te vergelijken met voorgaande jaren, er waren er veel minder te zien. Zo zie je maar weer dat alles met alles te maken heeft in de natuur en de gevolgen van wisselende omstandigheden tot in het kleinste een gevolg hebben. Ik vind deze mooie Rhododendroncicade (iGraphocephala fennah) zo prachtig qua vorm en uitvoering dat ik ze elk jaar even een keer opzoek.

Met de muurvarentjes op de begraafplaats gaat het ook niet geweldig helaas. Ik zag er nog maar weinig plantjes groeien. Ze doen het alleen in (oude) muren waar nog kalk in de metselmortel zit. De Muurvaren (Asplenium ruta-muraria)  is een algemeen voorkomende soort die het naar de zin lijkt te hebben bij de klimaatverandering. Het kan heel goed tegen droogte, dus waarom het op deze begraafplaats zo afneemt, kan ik niet goed plaatsen.

Overal in de weilanden zie je momenteel ooievaars verzamelen die zich voorbereiden op de trek naar het zuiden. Er wordt hevig gepoetst om het verenkleed op orde te krijgen want dat is natuurlijk uiterst belangrijk. De seizoenstrek is de gevaarlijkste in het leven van vogels, Tegenwoordig stoppen de meeste ooievaars hun reis in Spanje, waar ze eerder doorvlogen naar Afrika. Maar Spanje biedt tegenwoordig het juiste klimaat om te overwinteren. Het gaat uitstekend met de ooievaars in ons land en sommigen denken dat er zelfs teveel vogels zijn en dat die een serieuze bedreiging zijn voor weidevogels. Maar dat blijkt niet te kloppen. In 2016 en 2017 zijn in Drenthe onderzoeken gedaan naar het foerageergedrag van ooievaars en daaruit bleek niet dat weidevogels daaronder te lijden hebben. Een groot onderzoek in Polen wees hetzelfde uit. In Drenthe werden 140 nesten gevolgd met webcamera's, geen enkele keer werd er een weidevogelnest leeggeroofd. Bron: vogelonderzoek STORK.

14 september 2019

Wie kent niet de stem van Frater Willibrordus die zondags op de Fenolijn van Vroege Vogels zijn natuurwaarnemingen met de luisteraars deelde. Deze week is hij op 91-jarige leeftijd overleden. Toen hij nog in Arnhem woonde, nodigde hij mij eens uit te komen kijken naar zijn natuurparadijs bij het fraterhuis en vertelde mij hoe ik rupsen van de Koninginnepage moest uitkweken. Sindsdien heb ik dat meerdere jaren met succes gedaan. Waar ik de rupsen liet verpoppen en uitsluipen op een takje, plakte de frater de poppen gewoon op een plankje. Weinig romantisch maar even doelmatig. Het kostte hem moeite zijn geliefde plek in Arnhem te verruilen voor het fraterhuis in De Bilt, waar hij gezien zijn vorderende leeftijd beter kon worden verzorgd maar het heeft de vlam van zijn belangstelling en liefde voor de natuur niet gedoofd en tot het allerlaatst meldde hij op de radio de "eerste- of laatstelingen" hij buiten weer ontdekt had.

Tijdens genoemde ontmoeting met de frater zag ik ook voor het eerst van mijn leven de pop van een Oranjetip, ook vastgeplakt op een plankje. Hij vertelde dat hij eerder in een fraterhuis in Borculo woonde en dat daar zijn belangstelling voor de natuur was ontstaan. Hij wist ook dat hij niet voor altijd in Arnhem zou mogen blijven want, zei hij, uiteindelijk eindigen wij allemaal in De Bilt waar we ook onze laatste rustplaats zullen vinden. Of het niet moeilijk was om wederom zo'n natuurparadijsje te moeten verlaten, vroeg ik hem. Natuurlijk doet dat wel pijn maar wij  hebben altijd geleerd dat wij moeten gehoorzamen en aanvaarden, zei de frater. Hij ruste in vrede.

Een Bont zandoogje (Pararge aegeria) warmt zich op in de zon. Het is een exemplaar uit de nazomergeneratie. Het vrouwtje zet eitjes af op allerlei grassen. Nog een paar weken zal dit vlindertje te zien zijn. Volgend jaar juni zullen de opvolgers weer gaan vliegen.

13 september 2019

Het is leuk om de natuur te volgen in een volkstuin, zeker als er naast groentegewassen ook veel planten staan en dat is op ons volkstuincomplex meer en meer het geval. Neem bijvoorbeeld dit stukje grond, dit jaar veranderde dat op volkomen natuurlijke wijze in een bloemenperkje. Spontaan kwamen de mooie witte Orlaya, de oranje Cosmea (die als eenjarig te boek staat) en de Goudsbloem op, alle drie geweldige insectentrekkers.

Zelfs de Wonderboom (Ricinus) zaaide zich succesvol uit, terwijl we die elk jaar zo zorgvuldig in huis voorzaaien. Ik ken iemand die dat zelfs op een bepaald tijdstip doet: bij volle maan; hij gelooft echt dat hij daardoor zoveel succes heeft met deze plant. Maar al met al toont het aan dat de klimaatverandering een duidelijke rol speelt. En mochten we ons druk gaan maken over de tuin bij huis, waarbij allerlei planten het loodje leggen vanwege droogte en hitte, dan zouden we in overweging kunnen nemen onze borders in te zaaien en te beplanten met "spontaan ontkiemende insectenplanten".

Dit mooie Kaasjeskruid (Malva) is een overgewaaide nakomeling van een tuinvrouw die naast mij haar stukje volkstuin heeft. Ik ben er blij mee, het is een prachtige plant. Het leuke is ook nog dat hij in de nazomer bloeit als veel planten er al de brui aan hebben gegeven.

De Vuurwants, waar al onlangs over geschreven werd, heeft drie favorieten waar hij zich graag ophoudt: de Lindeboom, de Acacia en de Malva. Terwijl ik een opdringerige en ongewenste braam aan het verwijderen was, ontdekte ik ze op de zaden van het Kaasjeskruid. Dit zijn de imago's, de volwassen insecten die prachtig getekend zijn. Deze volkomen onschadelijke beestejes zien we hier steeds meer als gevolg van de opwarming van het klimaat, vuurwantsen kwamen hier vroeger niet voor.

Op een paaltje naast de plant ontdekte ik een massa nimfen, zij moeten nog een keer vervellen om net zo mooi te worden als hun ouders. Ik telde er minstens 50.  De kleur die ze hebben wordt benvloed door de omgevingstemperatuur en ze kunnen niet vliegen doordat ze te korte vleugels hebben. De vuurwantsen hebben een opmerkelijk lange paring, die kan wel tot 30 uur bedragen. Een vrouwtje legt per seizoen tot 50 eitjes. Natuurlijk worden dat niet allemaal wantsen, want ook deze insecten hebben vijanden. In dit geval zijn dat vogels en parasieten.

12 september 2019

Op mijn volkstuintje staat niet zoveel groente dit jaar. De jaarlijks terugkerende droogte speelt daarbij een rol. Maar er is daardoor des te meer ruimte voor bloemen en planten en eigenlijk is dat ook wat ik het leukst vind. De Zinnia (Zinnia elegans) is een echte ouderwetse bloem, net als de Dahlia maar de laatste is weer helemaal in de mode geraakt doordat er zoveel mooie nieuwe soorten zijn ontwikkeld. De Zinnia echter is toch hoofdzakelijk veroordeeld tot een plekje in moestuinen en plukvelden, in tuinen zul je ze nauwelijks aantreffen.

Zo'n bloem is ook eigenlijk wel wat groot en protserig maar tegelijkertijd heeft ze ook weer iets heel vrolijks. En in een zakje zaad zitten doorgaans allerlei kleuren die je pas ziet natuurlijk als de planten gaat bloeien. Deze knaloranje bloem is "dubbel", zoals we dat noemen. Door veredelaars is de enkele bloem verbouwd tot een gevulde en daardoor meteen - zoals alle dubbele bloemen - totaal oninteressant geworden voor insecten. Die kunnen er geen nectar of stuifmeel meer in ontdekken. Kwekers noemen dit een "dahliabloemige variant" van de Zinnia.

Enkelbloemigen hebben daarom de voorkeur als je ook het insectenleven een goed hart toedraagt. Persoonlijk vind ik ze ook veel mooier. De Zinnia heeft ook nog eens het hart op de juiste plaats. Tegenwoordig is er ook een laagblijvende cultivar op de markt die niet hoger wordt dan 15 cm. Die ga ik volgend jaar eens proberen een een plantenbak.

Soms raken in bloemen een paar genen de kluts kwijt en dan krijg je iets afwijkends te zien. Hier is de bloembodem helemaal omhoog gegroeid en is de bloem een raar frutsel geworden. In de celdeling tijdens de ontwikkeling van de bloemknop is iets misgegaan in het ingewikkelde proces van celdeling en genen. Ook dit komt voor in de natuur.

11 september 2019

Als ik door het bosgebied achter ons huis loop en dit soort troosteloze percelen van afstervend naaldhout passeer, word ik daar wat mistroostig van. Dit bos behoort tot het landgoed Hof te Dieren dat vroeger aan de adel behoorde maar tegenwoordig is er weinig adellijks meer te bekennen. Ik beklaag me er vaak over, ik weet het, maar overal ligt troep. De fauna in een bos vaart wel bij een zekere hoeveelheid dood hout maar hier wordt nogal veel gekapt voor de verkoop en werkelijk alles wat geen geld opbrengt wordt opzij gegooid en blijft liggen. Zo zie je de aanblik van dit bosgebied elk jaar meer achteruit gaan. Het draait begrijpelijk om geld, maar toch....

Zodra je in de buurt van de Middachter bossen komt die achter de Lange Juffer liggen, vind je overal de sporen van zwijnen. En gezien de hoeveelheid moeten dat er heel veel zijn. In "mijn bos" kom je ze nauwelijks nog tegen, ik veronderstel dat het voor de dieren niet genoeg voedsel biedt of door andere oorzaken onaantrekkelijk is geworden want een jaar of wat geleden kwam je in de zomer altijd wel een rotte zeugen met biggen tegen.

Vingerhoedskruid (Digitalis) is tweejarig en na de zomerse bloeitijd zaait het zich altijd overvloedig uit. Het mooie weer heeft een enkele plant verleid om dit jaar al te gaan bloeien. Daarmee gedraagt zo'n plant zich opeens als een eenjarige.

Met verbazing zag ik hoog op de stam van een Grove den een dot Heksenboter (Fuligo septica)  zitten. Deze slijmzwam heb ik nog nooit eerder op een boom gezien. Wel veel en vaak op de bodem, op dood hout, of op het mos. Heksenboter is geen zwam maar een op zichzelf staande soort (merkwaardigerwijs slijmzwam genaamd) die bestaat uit een hoeveelheid van een eencellig organisme dat zich voort beweegt op zoek naar voedsel, bacterin bijvoorbeeld. In het volwassen stadium vormt het een vlies waarbinnen sporen worden gevormd. Uiteindelijk raakt de massa na het sporeren in verval zoals hier het geval is. Het zoveelste mirakel uit de wonderkist van de natuur.

In een stukje ruige omgewoelde bosgrond groeide een mooie Doornappel (Datura stramonium), in alle onderdelen een giftige plant. Zowel de vruchten als de bloemen zaten er aan. Het is een plant die behoort tot de pioniervegetatie. De zwijnen zorgen met hun gewroet dat de bodem flink verstoord wordt en daar houdt de Doornappel dus van. De plant behoort tot de giftige famile van de Nachtschaden, en is eenjarig. De bloemen zijn teer lila en heel mooi. Hij blijkt niet heel veel voor te komen.

10 september 2019

Toen ik gisteren na een paar erg drukke dagen behoefte had aan wat frisse lucht in mijn longen ben ik maar weer een klein bosrondje gaan maken. Aan de overkant van de Lange Juffer ging ik het gebied van Natuurmonumenten binnen en trof daar een ravage aan over een aantal meters in een bomenlaan. Zou hier de orkaan van vorige maand ook doorheen zijn getrokken? Oude beuken lagen ontworteld op de bodem. Goed te zien is hier hoe arm de Veluwse zandgrond is. Van de Berk is bekend dat die een ondiep wortelgestel heeft maar de Beuk heeft dat in dit gebied eveneens. Maar wat een natuurkrachten moeten hier weer aan het werk geweest zijn.

Tijdens het opruimen van al dat terneer geslagen hout werd ook een aantal kerngezonde bomen geveld. De diepere zin hiervan begreep ik niet maar er zal vast wel een visie aan ten grondslag liggen. Maar zonde is het alijd, zo'n reus die nog heel wat jaren had kunnen leven.

De ene keer wordt zo'n boom keurig machinaal van de wortels gescheiden, de andere keer gaat het met horten en stoten. Dat kun je dan zien aan de splinters, alsof ze zich met hand en tand hebben verzet en met moeite werden losgescheurd. Ik kreeg opeens het beeld voor ogen van de Bahama's waar een onvoorstelbare natuurramp een nog indrukwekkender hoeveelheid van wat daar groeide en stond, wegvaagde, waarna de restanten een onbeschrijfelijk leed zichtbaar maakten.

Dit is een Beuk die mocht blijven staan. Soms hebben die "broertjes en zusjes" die er dicht tegenaan groeien, plakkers worden die genoemd. Van deze boom zijn ze verwijderd.

8 september 2019

Ik was pas jarig en kreeg zomaar de enige bloeitak die in iemands Gemberplant zat. Zo'n tropische plant kun je alleen maar in een kas opkweken, hij heeft groot langwerpig blad dat zijdelings op de steel staat en is veel te groot om in je huiskamer te zetten. Eenmaal op de vaas in ons huis vulden de bloemen de kamer met een verrukkelijke zoete geur. Uit het zachtgeel van de bloemen steken oranje meeldraden hun neuzen in de lucht. Echt prachtig, ik voelde me zeer vereerd met deze schoonheid!

In het bos scharrelde in de verte een Rode eekhoorn rond. Hij vertikte het zich helemaal te laten zien, iets waarop ik natuurlijk vurig hoopte want in het bosgebied achter ons huis zie je deze innemende zoogdieren maar zelden.

De Wesp- of Tijgerspin doet het in ons land uitstekend, steeds vaker tref je ook de prachtige cocon aan die opgehangen is tussen wat plantenstengels in de ruigte.

Ondanks de al behoorlijk koude nachten is de Vuurwants nog steeds te zien. Samen met de Pyjamawants was hij dit jaar massaal aanwezig. Al snel wordt dan aan een plaag gedacht maar deze insecten zijn volkomen onschuldig, je kunt er dus beter maar van genieten want ze zijn fraai van kleur en tekening. Ze voeden zich met dood blad en dode insecten, ook af en toe van een nog levend insectje en zijn dus ook nog nuttig. In deze warme zomer hebben ze een tweede generatie voortgebracht en in dit geval betekent dit dat zowel volwassen exemplaren als jonge nimfen beide zullen overwinteren. We kunnen ze nog de komende twee maanden zien, daarna zullen ze wegkruipen voor de barre tijden die wachten.

4 september 2019

Op de vijverrand zat een heel klein kikkertje, niet meer dan twee centimeter. Dat moet betekenen dat de Bruine kikker in het voorjaar hier toch gepaard heeft. Ik had geen geknor gehoord en ook geen dril ontdekt. Bij het gras maaien sprong ook nog een ander klein kikkertje weg, even klein. Dat was echter knalgroen. Ik kan bijna niet geloven dat dit een nakomeling zou zijn van onze Sjors, de groene kikker die vorige zomer aldoor en luidkeels zat te kwaken in de grotere vijver. Dit jaar hebben we hem niet teruggezien, maar waar dan opeens dat groene jonkie vandaan komt...

Als eikels met knoppergallen nog aan de bomen hangen, kun je goed zien hoe die gallen zich daar ontwikkelen. De gallen ontstaan door toedoen van een Knoppergalwesp (Andricus quercuscalicis). Maar alleen de wintergeneratie van dit wespje veroorzaakt dit op Zomer- en op Wintereik.  Er wordt een eitje gelegd om de rand van het napje, en vandaar begint de gal te groeien. De zomergeneratie maakt piepkleine galletjes op de mannetlijke katjes van de Moseik.  Zonder Moseik in de buurt zijn er dus geen knoppergallen te vinden op de eikenbomen. Het is een zeer merkwaardig proces.

In Arnhem vond ik onder een grote eikenboom een massa al oude knoppergallen. Op den duur overgroeien de napjes totaal de eikels zodat je ze nauwelijks nog kunt zien.

Deze zomer waren er regelmatig kleine motjes in huis. Als die vliegen kun je geen kleuren en tekening ontdekken, je ziet slechts een motachtig beestje fladderen. Maar als ze gaan zitten blijken ze vaak prachtig getekend. Dit is een Bosbeswitvlekmot (Incurvaria oehlmannuella) die ik buiten zag, een dagactief nachtvlindertje. Rozebruine haartjes op zijn kop en de mannen hebben indrukwekkende sprieten.

2 september 2019

In Wapserveen loopt een proef die het terugdringen van de Eikenprocessierups moet bewerkstelligen en in het eerste jaar werd al een halvering van het aantal rupsen gezien. Tijdens de testen werden op meerdere locaties nestkasten voor diverse vogelsoorten, en voor de grootoorvleermuis opgehangen. Ook werden van tientallen soorten planten gezaaid die natuurlijke vijanden als onder andere sluipwespen en gaasvliegen moesten lokken. Het weer speelde niet mee en de planten verdroogden maar de nestkasten bleken zeer succesvol. Het project wordt ook de komende twee jaren voortgezet. Ik verbaas me over het enthousiasme dat deze proeven oplevert, alsof dat verrassend zou zijn. Hoe lang weten we immers al dat eenvormige aanplant van dezelfde bomen, het wegmaaien wat er onder groeit, het ondoordachte maaibleid, met andere woorden het verstoren van de normale kringlopen alleen maar veroorzaakt dat er plagen gaan optreden. Dat zien we momenteel ook bij de monoculturen van naaldbomen die verwoest worden door kevers waardoor nu hele percelen  rigoreus gekapt worden. Nu allerlei plagen opeens enorm toenemen, lijkt eindelijk het kwartje te vallen.

Dat de klimaatverandering haar gevolgen heeft voor de natuur, is ook waar te nemen in onze eigen tuinen. Niet eerder hoorde en zag ik sprinkhanen, die waren volop aanwezig in het bos en op de velden. Maar sinds dit jaar zijn er ook in de tuin sprinkhanen. Eerst hoorde ik ze en ging er op letten, toen zag ik ze. Het gaat om deze soort die sterk lijkt op nog twee familieleden in deze groep Chorthippus. Moeilijk op naam te brengen en de vrouwtjes al helemaal niet. Het kan hier dus gaan om de Snortikker, de Ratelaar, of de Bruine sprinkhaan. Ik vind het wel gezellig, dat zomerse geluid om me heen.

Nog een leuke en opvallende ontdekking. Dat we de dahliaknollen rustig in de grond kunnen laten zitten heb ik al jaren gemerkt op mijn volkstuin. Gisteren trof ik in een van onze borders een bloeiende Ipomea "Morning glory" aan. Die produceert enorm veel zaden en ik oogst er elke herfst een deel van om ze in het voorjaar te zaaien.  Maar nu is er een spontaan opgekomen hetgeen betekent dat de winter steeds minder voorstelt. Deze plant, als eenjarige bekend, heeft dit jaar buitengewoon rijk gebloeid en van degenen die ik zaden gegeven had, krijg ik enthousiaste mails met foto's die dat bewijzen. Elke dag nieuwe bloemen, tot wel 40 stuks per keer.

31 augustus 2019

De insecten houden zich niet aan paartijden. Ik betrapte twee roofvliegen die zich overgaven aan een paring die behoorlijk lang duurde, zo viel me op. Roofvliegen houden van warmte, in koele perioden zijn ze minder actief. Ze leven van allerlei insecten die ze in de lucht vangen.

Pas zei iemand tegen mij dat het haar opviel dat er veel minder grote naaktslakken waren dan andere jaren. Ik was het met haar eens maar kom er op terug. Het is de droogte die ons voor de gek hield. Nu in 's avonds en 's nachts de nevel neerdaalt over de bodem blijkt maar weer eens hoeveel van die nare beesten er zijn. Ik heb er tenminste de laatste avonden tientallen gedwongen laten emigreren. Maar in het voorjaar zal wel weer blijken hoeveel er nog over zijn, wanneer ze mijn zorgvuldig opgekweekte zaailingen weer opvreten.

De merels lijken de klap weer te boven te komen van de dodelijke virusinfectie die vorig jaar zoveel slachtoffers eiste. Er worden tenminste heel wat legsels succesvol grootgebracht. Dit mereltje dat even een bad kwam nemen in een waterschaal, heeft al gedeeltelijk een nieuw pak gekregen. Toch blijf je nog goed zien dat het een jonkie is.

Op deze laatste dag van de zomermaand augustus zijn er opeens veel meer vlinders te zien, zeker op de bloeiende buddleya's. De Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) heb ik niet veel gezien deze zomer. De waardplanten waar de rupsen van deze vlinder op leven is in de eerste plaats de Brandnetel. Aurelia, een overwinterende soort, vliegt in twee generaties en schijnt juist te gedijen bij warme zomers.

En zowaar is daar ook nog de Dagpauwoog (Aglais io) ook een soort die overwintert maar dan bij voorkeur op een wat meer beschermende plek als schuur of in huis. Blijkens de laatste tuinvlindertelling was hij overal wel te zien maar dit is pas de tweede die ik in onze tuin zie. Beide prachtige dagvlinders die echt bij onze zomers horen. Wat zal het een moeite kosten om deze heerlijke lange zomer los te laten en verder te gaan in de naderende herfst....! Nog 22 dagen te gaan in september eer de kalenderherfst begint maar nu heeft de astronomische herfst al een aanvang genomen.

29 augustus 2018

Dit is echt een uitzonderlijke zomer, en wel in vele opzichten. Plagen, planten die verdrogen, andere die het weer fantastisch doen, juist door die warmte, insecten die je dit jaar nauwelijks ziet en andere weer vaker, elke dag blijf je je verbazen over de grilligheid en eigenzinnigheden van de natuur. Altijd vliegt er wel een grote libel naar binnen als deuren en ramen open staan, als het hard regent kan er maar zo een kikker de keuken binnen springen. Vannacht werd ik wakker van een bosuil die vlak bij het slaapkamerraam in de krentenboom minuten lang zat te roepen. Ik hoorde ze dit jaar weer vaker, het is een zeer goed muizenjaar. Maar zo dichtbij kwam deze uil nog nooit. En vanmorgen trof ik deze vrouw Sabelsprinkhaan aan in de huiskamer. Dat was nog nooit eerder gebeurd. Ik zei het al, het is een uitzonderlijke zomer.

Omdat we zo veel en zo lang buiten zitten en ik ons terras altijd vul met potten aangezien de tuin te klein wordt voor alles wat ik kweek, stek of krijg, kan ik de ontwikkelingen goed gade slaan. Zo geniet ik enorm van deze bijzondere donkerpaarse Knautia met de lila stampers.

Vorige zomer zag ik bij een volkstuinmaatje deze dahlia staan. Hoewel ik niet zo van dit knolgewas houd, vind ik deze prachtig, chique en elegant. Ik was dan ook zeer verheugd toen ik in de herfst een knol kreeg. De naam is Night butterfly. Mooi bedacht.

Dan zal ik ook maar even deze eigenaardigheid laten zien. Ik kreeg een zaailing tijdens de stekkenruil van onze tuinclub, afgelopen voorjaar. Ik had geen idee wat er uit zou groeien maar dat vind ik  juist de sport, een plant zo op te kweken dat hij ook gaat bloeien. Het is een tropische soort die luistert naar de suggestieve naam Clittoria. Sinds een paar dagen bloeit hij en de ene na de andere knop opent zich dankzij deze tropische zomer.

28 augustus 2019

Een tuinclubmaatje stuurde mij deze foto van een aandoenlijk tafereel in een hoekje bij haar voordeur. Er was een jong muisje doodgegaan en de wind had er liefdevol een krans van zaadjes, blad en verdorde fuchsiabloemen omheen geblazen, zo leek het wel. Een uniek en ontroerend natuurfragmentje.

Er vliegen opvallend veel vrouwtjes rond van de Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni). Je zou ze bijna aanzien voor koolwitjes, ze verschillen slechts een nuance in kleur maar ze zijn wel wat groter, hebben ook geen zwarte vlekjes. Niet wit maar bleek geel zijn ze. Alleen de man is zo geel als een citroen. Citroenvlinder en Koolwitje behoren wel tot dezelfde familie. Opvallend is dat de eerste de tweede steeds verjaagt, zo valt me op. Waar andere vlindersoorten vaak maar kort leven, kan een Citroenvlinder het wel een jaar lang volhouden. De vlinder vliegt van juli tot oktober, daarna volgt een winterrust om in februari weer actief te worden tot in mei. In het voorjaar worden eitjes afgezet.

De vele kauwtjes in onze omgeving zijn inmiddels al aardig gegroeid, opeens vliegen er ook weer eksters. Het zijn de jongen die nu hun eigen weg gaan. De vogels die we nu nauwelijks nog horen zijn allemaal bezig een nieuw verenpak te ontwikkelen om de komende seizoenen goed door te komen. De jonge eksters ruien ook langzaam naar een volwassen outfit. Maar dat is nog niet geheel gedaan en intussen hebben ze nog even rare dunne nekjes.  Het is geen gezicht.

26 augustus 2019

Elke avond zit ik een poosje te kijken naar de mussen die weer terugkomen naar hun slaapplaats. En dat is op dit moment weer onze royale klimop. Een tijdje waren ze verdwenen, ze moesten jongen grootbrengen maar nu is het kroost groot genoeg om mee te gaan en net als hun ouders tussen de bladeren van de klimop een veilig slaapplekje te zoeken. Na zeven uur begint het spektakel, want zo kun je het wel noemen. De groep is door al die jonge aanwas behoorlijk groot en iedere vogel laat zich horen. Ze vliegen dan weer in de klimop, vervolgens weer eruit, om even later weer terug te keren. Ze ruzin om elk takje, verjagen elkaar van elk plekje alsof er langs de lange huismuur niet genoeg plaats zou zijn. Het is een kabaal van jewelste en de jonge mussen worden er gewoon een beetje zenuwachtig van en zitten het van bovenaf te bekijken en kwetteren net zo hard mee. Een uur later is het opeens doodstil. Allemaal hebben ze een plek gevonden en dan gaan de oogjes dicht.

,

De Atalanta is een van de weinige vlinders die we hier momenteel veelvulig zien. Sommige zien er nog mooi gaaf uit, andere zijn "tot op het bot" versleten. Ze zijn veel van hun schubjes kwijt en hebben zeer gehavende vleugels. De vlinder bestrijkt in Europa een groot gebied, bij ons verblijft hij van april tot in oktober. Vanaf dat tijdstip trekken ze naar het zuiden om te overwinteren. Soms blijft er wel eens een vlinder hier maar meestal overleeft die de winter niet.

De rozen hebben het dit jaar zwaar te verduren. Maar liefst drie hittegolven en ook grote droogte kregen ze te verduren en dat is goed te zien aan de struiken die nauwelijks nog blad hebben. Maar telkens proberen ze het weer en gaan opnieuw bloeien. Zoals ook nu. Ik ben een liefhebber van rozen, tenminste als ze enkel zijn. De dubbele bloemen vind ik niet aantrekkelijk, een beetje onnatuurlijk ook.

Momenteel vliegt weer een nieuwe generatie buxusmotten rond. Ik zie ze al een paar dagen uit het enige overgebleven buxusstruikje in onze tuin opvliegen. Mijn experiment hun levenscyclus met sterke geuren te verstoren heeft niet veel uitgehaald en dat mag geen verbazing wekken. Dit jaar zijn ze zo massaal aanwezig dat geen tuin aan ze ontstnapt. Nog steeds worden overal de struiken uit de grond gehaald en waar ze nog staan bieden ze een treurige aanblik. Gisteren had ik het erover met een hovenier die vertelde dat het in de wijde omgeving zo is en dat de Hulst die als vervanger van Buxus wordt geadviseerd niet tegen de nieuwe droogte blijkt te kunnen. Die wordt ook al weer verdord uit de grond gehaald en afgevoerd. Enfin, de tuincentra en kwekerijen doen tenminste goede zaken dankzij deze plaag. En het kan niet anders of volgend jaar zullen we veel minder van deze nachtvlinders te zien krijgen nu er zo ontzettend veel Buxus geruimd is en nog zal worden.

25 augustus 2019

Afgelopen vrijdag ging ik met mijn kleinzoon mee naar park Sonsbeek in Arnhem. Ik wilde graag jonge watervogels zien en dan is dat een uitstekende plek. Het heeft zoiets vredigs om al die vogels te zien die weinig angst voor de mens hebben. De vrouwtjes van de Wilde eend zijn tamelijk onopvallend, de mannen kunnen allerlei kleuren krijgen. Door paringen met andere soorten zijn er zoveel kleurvarianten ontstaan dat je ze wel kampioen op dit punt kunt noemen.

Schattig zijn ze, die eendenpulletjes, je zou ze even willen oppakken en je gezicht tegen die zachte veertjes houden.... Weet je wat ik nou zo naar vind, vroeg mijn kleinzoon. Dat er elke dag weer meer van die kleine eendjes verdwenen zijn. Opgegeten door meeuwen en aanwezige karpers.

In het park leven ook behoorlijk wat Nijlganzen. Die zijn in ons land vogelvrij verklaard. Ze zijn ongewenste exoten geworden die de inheemse soorten teveel beconcurreren. Soms zijn ze zelfs behoorlijk agressief, bijvoorbeeld wanneer ze andere in bomen broedende vogels verdrijven.

Als ze nog jong zijn hebben ze nog niet meteen de donkere veertjes rondom hun ogen die ze zo'n dreigende uitdrukking geeft. En zonder die vlek zien ze er veel liever uit.

Ik maakte een close up van hun veren. Prachtig zijn die met de fijne tekening en de felle kleuren.

Zwanen zijn geweldig sierlijke vogels, als ze op het water drijven tenminste. Een ballet is er aan ze gewijd, en talloze gedichten. Het komt door de sierlijk gebogen hals en de maagdelijke veren. In de familie van zwanen en ganzen zijn dit de grootste vogels. Zwanenparen blijven elkaar trouw, dat is een voordeel bij het grootbrengen van nesten, zo hoef je geen energie te steken in het vinden van een partner. Als de ene helft van een paartje sterft, kan de andere heel lang van streek blijven maar uiteindelijk zoekt hij wel weer een partner.

Ganzen zijn er natuurlijk ook en ze worden ook meestal geringd als ze nog in het nest zitten. Zo kan men de populatiegrootte blijven volgen. Tijdens het ringen krijgen ze een lelijke grote ring om hun poten die van veraf is af te lezen (wat precies de bedoeling is) maar deze ganzen zijn de dans ontsprongen. Soms zitten er groene halsbanden om hun nek, een afschuwelijjk gezicht. Maar dan leven ze tenminste nog wel, er worden ook regelmatig ganzen weggevangen als er teveel komen. In heel Arnhem gebeurt dat, niet alleen in park Sonsbeek.

We zagen ook meerdere mandarijneendjes zwemmen. Kleine elegante watervogels. De man krijgt in het volwassen stadium schitterend gekleurde veren. Een zwemmend juweeltje wordt hij dan. Het leukste van onze wandeling vond ik nog dat deze kleinzoon inmiddels al 24 jaar is maar nooit de "groene genen" kwijt geraakt is die hij van zijn oma erfde. Als enige kleinkind is hij verknocht aan de natuur en een paar keer per week is hij in park of bos te vinden. Daar word ik blij van!

22 augustus 2019

Ik had hem al verwacht, de mooie Hoornaar. Een indrukwekkend en door velen gevreesd insect dat echter veel minder agressief is dan een wesp. Maar ook wespen zijn niet agressief, ze gebruiken hun angel alleen maar als ze gevaar zien. Dus meppen en zwaaien en wilde gebaren maken als er wespen om je heen vliegen is precies wat je niet moet doen. Een schaaltje met zoetigheid of rijpe fruitresten op enige afstand van waar je zit, doet wonderen en houdt de insecten bij je vandaan. Ook de Hoornaar die niet zozeer uit is op zoetigheid maar wel op de vliegen die er op afkomen. En af en toe neemt hij ook wel een hapje van appel,  meloen, perzik of wat je ook neerlegt.

De afgelopen twee weekends vond er in Laag-Soeren weer het jaarlijkse gladiolenfestival plaats. Unieke en zeer fraaie bloemen zijn daar te koop. En van de helpsters hield zich er bezig met het maken van fantasievolle bloemstukjes waarvoor het materiaal volop aanwezig was in de bijbehorende pluktuin. Dit stukje nam ik mee naar huis en wat ik heel apart vond was het takje met rode vruchtjes dat er bij zat.

Het bleken de vruchtjes te zijn van de Quinoaplant, ik zag ze nu voor het eerst. Het lijken net fruitige glanzende framboosjes. De zaden van quinoa zijn "in". Honderden jaren werd het al geteeld op de hoogvlakten van Bolivia en Peru maar ook in ons land groeit de plant als kool en toen door de Landbouworganisatie van de Verenigde Naties 2013 uitgeroepen werd als Jaar van de Quinoa begonnen de zaden aan een opmars in de Westerse wereld. Ondertussen is het product een hype geworden al valt de voedingswaarde ervan nogal tegen. De sierwaarde van de bloei is des te groter.

Libellen en juffertjes vliegen nog steeds volop en de heerlijke nazomer die ook nog even een flinke "opvlieger" krijgt, helpt daar vast aan mee. Met bewonderenswaardige vliegkunst jagen de grote glazenmakers door de tuin, bij het water houden zich Lantaarntje en Azuurwaterjuffer op. Op alles wat uitsteekt landen de mannen en vrouwen Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum). Dit is een man, zeer fraai van kleur met roodbruine stipjes in de vleuges die pterostigma worden genoemd. Deze libel vliegt tot ver in de herfst.

21 augustus 2019

In onze gemeente hebben wij momenteel het meest bezochte "attractiepark" van Nederland: de Posbank en de bloeiende heide. Duizenden mensen komen hierheen om het te zien, aangemoedigd door de media. De gemeente is zich inmiddels aan het beraden wat te doen tegen de te grote toeloop naar dit gebied want ook als de heide niet bloeit is het hier een drukte van belang. Op zondagen kun je er dan ook beter wegblijven. Daarom gingen wij er heen op een tijdstip dat de meeste mensen aan de avondmaaltijd zitten. Het avondlicht is dan in het voordeel want de kleur van de heide wordt bij afwezigheid van felle zon veel mooier en intenser.

Dit jaar slooft de heide zich dan ook wel enorm uit, daartoe in de gelegenheid gesteld door de regenbuien die precies op tijd kwamen. Elders in de provincie Gelderland liggen ook velden waar de heide compleet verdroogd is, zoals op de Loenermark, waar eveneens de vergrassing enorm heeft toegeslagen. De hei bloeit ook bij normale omstandigheden niet altijd even mooi. Het kwam ook wel voor dat een vervelend kevertje de planten massaal vernield had.

Eerst dacht ik nog dat het Gaspeldoorn moest zijn, die geelbruine plekken in de heide. Een opname met de telelens liet echter zien dat het de dennen waren die het loodje gelegd hadden. Te droog, te langdurig en te hoge temperaturen maakte er een eind aan.

19 augustus 2019

Opvallend: er zijn veel minder naaktslakken in het bos dan in voorgaande jaren. Dat zou best ook een gevolg kunnen zijn van de afgelopen droogte en hitte. Naaktslakken zijn als het ware waterzakjes die zich op een slijmerige zool vooruit schuiven. Deze had wel zin in zo'n lekkere groene hap die er dankzij de regen fris en fruitig bij stond. Door de openining haalt de slak adem.

De glorietijd van het Vingerhoedskruid ligt alweer een paar maanden achter ons maar hier en daar doet een plant nog een bescheiden poging om met wat nabloei het sombere bos wat op te fleuren. Vingerhoedskruid is tweejarig, wat zich deze zomer uitzaait en een plant wordt, gaat de volgende zomer bloeien. Je kunt gerust uit de overvloed een plantje mee naar huis nemen en in je tuin zetten. Het alternatief is bloeiend Vingerhoedskruid uit de tuincentra dat tegenwoordig opgepot wordt en voor een belachelijke prijs verkocht wordt. In je tuin wordt het veelal een ongewenst onkruid.

In een krant las ik dit weekend over een poepprobleem in natuurgebieden. Veel natuurbeheerders besteden tegenwoordig het begrazen van hun terreinen uit aan het vee van boeren. Maar deze dieren krijgen preventief middelen tegen wormen, schapen tegen huidparasieten. Maar het antiwormmiddel (ivermectine) is net zo schadelijk als de neonicotinode waaraan de immense insectensterfte wordt toegeschreven. " Het is moeilijk afbreekbaar en net zo dodelijk voor vrijwel alle ongewervelden". Niet alleen het leven in de poep gaat dood maar door uitspoeling is het ook voor het bodemleven rampzalig. En komt het in het water terecht, dan doet het daar ook z'n dodelijke werk. Hetzelfde zul je niet kunnen zeggen van de poep die door honden of katten op straat wordt achtergelaten. Over het algemeen ruimen in ons dorp de hondenliefhebbers keurig de uitwerpselen van hun geliefde huisdieren op maar soms blijft er wel eens wat achter. Op dit kleine hondendrolletje hebben zich een groot aantal groene vleesvliegen verzameld,  goedbeschouwd zijn het om te zien toch heel mooie beestjes.....  Daarom heb ik er in het passeren  toch maar een plaatje van geschoten.

18 augustus 2019

Het bos leek me een goede wandeloptie want door alle vocht dat nu de bodem doordrenkt had, zouden er wellicht mooie slijmzwammen te vinden zijn. Dat viel tegen. Of er veel paddenstoelen zullen komen hangt af van of het ondergrondse nycelium van de soorten de droogte overleefd heeft. Een enkel Kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa) was nog wel te vinden, al waren de meeste nog nauwelijks ontwikkeld. Je kunt ze altijd wel vinden op sterk vermolmde naaldhoutstronken.

Op een boomstam vond ik het Waaiertje (Schyzophyllum commune), helaas helemaal verregend en ook het enige exemplaar dat ik ontdekte. Een algemeen zwammetje op dit, dood hout. De onderkant laat de mooie lamellen zien en je moet eigenlijk bij het Waaiertje " onder de rok" kijken om te zien hoe mooi ze er dan uitzien.

Ik zag dat er veel te vroeg eikels van de Wintereik waren gevallen als gevolg van de droogte. "Weg met die ballast als ik het toch niet verzorgen kan" denkt zo'n boom dan. Het blad moet immers ook nog voorzien worden van vocht en voeding. Als de eiken doorgaan met het afwerpen van onrijpe, niet volgroeide vruchten, wordt dat weer dikke pech voor de zwijnen die al behoorlijk aan het wroeten zijn, zo zag ik langs de Lange Juffer, de voormalige jachtroute van koning Willem II die dit bosgebied in eigendom had. Maar nu kun je het nog niet goed beoordelen, vorige herfst zag ik ook weinig eikels in het bos maar aan de buitenkant zaten ze volop aan de Amerikaanse eiken.

Nergens kon ik bomen ontdekken die beukennoten aan hun takken hadden, behalve deze ene boom op mijn route waar maar heel weinig aan zat. Nog meer pech voor de zwijnen. Bosbessen waren er ook niet te vinden dit jaar. Het kan best zo zijn dat het elders op de Veluwe beter is maar hier langs de Oost-Veluwe lijkt het er niet goed uit te zien voor de dieren die er van afhankelijk zijn. In de bossen zie je dat berken, beuken en dennen het zwaar hebben door de veranderende klmaatomstandigheden. Ze lijden niet alleen onder de droogte en de verdamping (al zie je dat wel bij de naaldbomen) maar ook wordt de weerstand van deze bomen minder waardoor insecten, schimmels en bacterin hun kansen grijpen.

In de bosbodem zag ik de kop van een geit. Hoe die daar nou verzeild kwam.... Het beest moet er al lang gelegen hebben aangezien hij begroeid was met mos en hij al grotendeels in de bodem was weggezakt.

Ik ben ook dit keer geen levend wezen tegen gekomen in het bos achter mijn woonplaats Dieren. Wel zag ik ergens een nieuwe mierenhoop liggen. Geweldig wat die nijverige diertjes eensgezind voor elkaar krijgen. Activiteit was er niet veel toen ik er bij stond te kijken. Zodra de zon weer gaat schijnen zal het er weer een drukte van belang worden.

17 augustus 2019

Wie lange wandelingen maakt en wat dieper in het bos, ziet meestal wel een paar edelherten maar over het algemeen valt het toch wel tegen. Vooral fotografen die er bewust naar zoeken merken dat we vergeleken met pakweg een jaar of tien geleden, de helft minder herten zien. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de jacht waarbij niet alleen gekeken wordt naar hoeveel leefgebied dit dier nodig heeft maar ook naar het "maatschappelijk draagvlak". Dus de belangen van land- en bosbouwers, particuliere grondbezitters, verkeer en andere belanghebbenden. Daartoe is het leefgebied voor edelherten op de Veluwe beperkt tot 2 3 dieren per 100 ha en dat is extreem laag. Vergelijk daarbij de oude situatie in de Oostvaardersplassen: daar leefden op hetzelfde grondgebied 170 dieren. Om het gestelde doel op de Veluwe te bewaken wordt jaarlijks 60 tot 70% van de herten afgeschoten. Dit heeft een enorme uitwerking op het natuurlijke levenspatroon van de dieren, hun sociale structuren, hun gedrag en hun levensverwachting die maar de helft is van de herten in de Oostvaardersplassen. Vanaf 1 augustus tot half  februari wordt op edelherten gejaagd.

Voor het Ree geldt hetzelfde, ook dit dier is in de loop van de tijd ook steeds schuwer geworden. Met ieder jaar een afschot van ongeveer 3.500 dieren is het geen wonder dat ze zich steeds verder in de bossen terugtrekken. Voor het Ree is geen beperking van het leefgebied. Eigenlijk is het een wonder dat mensen tegen deze enorme afschotgetallen niet in opstand komen maar wel een enorme commotie veroorzaakten toen het grootschalig afschieten van dieren in de Oostvaardersplassen begon. De jacht op reen verschilt of het een bok of een geit is. Bokken worden geschoten van mei tot september, de geiten van januari tot en met half maart. Als je dan nog de jacht op zwijnen meetelt is er de bossen geen of nauwelijks  rust te vinden voor de dieren die er leven.

Deze huisjesslak heeft het even hogerop gezocht, al betwijfel ik of dat komt doordat hij de vele regen wil ontwijken. Het weekdier bestaat immers zelf voor het grootste deel uit water. Dat verliest hij beetje bij beetje door het maken van een slijmspoor. Het huisje moet de slak beschermen tegen uitdrogen maar als er lange tijd geen regen valt neemt de slak het zekere voor het onzekere en sluit zichzelf op in zijn huisje door het dicht te maken. Het schijnt dat slakken met veel strepen op hun huisje vaker te vinden zijn in dicht beplante vegetaties terwijl slakken met minder strepen meer in open terreinen leven. De huisjes van slakken geven overigens een grote verscheidenheid in kleur en tekening te zien. Feit is dat ze met uitzondering van de Segreinslak niet schadelijk zijn in tuinen. Dit in tegenstelling tote naaktslakken die dat wel zijn. Huisjesslakken voeden zich met dood plantenmateriaal en zijn zelf weer een voedselbron voor onder andere merels, egels, lijsters, padden en spitsmuizen. Er is dus weinig reden om huisjesslakken te verdelgen. Als we allerlei dieren die we niet op prijs stellen maar blijven bestrijden, is het toch geen wonder dat we de fauna schade toebrengen? Op die manier vestoren we namelijk allerlei kringlopen.

15 augustus 2019

Na de regenbuien wil ik weer op druppeljacht en zo zag ik hier een regendruppel onder een bloem van de fuchsia hangen. Maar het valt niet mee om macrofoto's te maken als het aldoor maar blijft waaien. De scherptediepte is zo akelig klein dat elke millimeter telt. Hier een poging die nog niet naar mijn zin is. Ik wil zo'n glasheldere druppel met een heel tafereel erin. Ik blijf het  proberen.

Dit is natuurlijk al veel beter maar hier hangt het onderwerp keurig stil. De oorworm had het voorzien op de zaden in de vrucht van de Kardinaalsmuts.

Nog een poging: druppels op de besjes van een struikkamperfoelie.

Druppels op een spinnenweb. Prachtig is te zien hoe een wielweb van de Kruisspin uit verschillende soorten draden bestaat en hoe druppeltjes zich alle op verschillende manieren op die draden vormen. Ik ga snel weer naar buiten om nieuwe onderwerpen te vinden, de regenbuien houden net even een middagpauze.

14 augustus 2019

Opnieuw duizenden kippen verbrand, nu vanmorgen in een Friese stat. Maar liefst 42.000 stuks, en ik gebruik expres het woord "stuks", want je kunt het niet anders benoemen als zoveel dieren in stallen gehouden worden. Dieren worden gedegradeerd tot handelswaar. Het aantal stalbranden en de dieren die daarin omkomen, loopt de spuigaten uit en het is schande dat er niet meer aan gedaan wordt om deze drama's te voorkomen! Alleen het vorige jaar kwamen er al  122.000 dieren om het leven door stalbranden. Hoeveel zullen het er dit jaar wel niet zijn. Tot nu toe staat de teller al op 160.000, en er zijn nog 4 maanden te gaan.

De laatste dagen werden zon en regen regelmatig afgewisseld en soms waren ze er tegelijk. En dan ontstaat er een regenboog, ik wil er altijd buiten naar kijken. Het is een natuurwonder dat je tijdens een bui ziet wanneer je met je rug naar de zon gekeerd staat, Soms is hij wat mat, zoals gisteren maar een andere keer kan hij fel van kleur zijn met als bonus een tweede erboven. Maar hoe komt het dat het altijd een boog is, die we zien. Het KNMI schrijft daarover: omdat deze de begrenzing vormt van het gebied aan de hemel waar het zonlicht dat in de regendruppels weerkaatst, gezien kan worden. Een zin die je even een paar keer keer op je moet laten inwerken. De regenboog is feitelijk een kring maar de horizon verbergt het onderste deel. Vanuit een vliegtuig kun je een geheel ronde boog zien. Lijkt me spectaculair.

Hoe verkwikkend de regenbuien zijn voor de planten zie je aan de bloemen. Opeens veranderen die van klein naar weer een originele grotere vorm. Mijn witte anemoon staat er op die manier weer prachtig bij en ik moest er gewoon even een plaatje van maken.

Van de Groene glazenmakers krijg ik zo langzamerhand de kriebels. De libellen vliegen met vele momenteel en om de haverklap zit er een binnenshuis. Waarom ze dat doen is me een raadsel. Ik vang ze door een glazen vaas om ze heen tegen het raam te drukken, en een vel papier tussen glas en vaasopening te schuiven. Zo breng ik deze prachtige insecten weer naar buiten. Glazenmakers zie je niet vaak zitten op planten, ze zoeken hun heil liever hogerop, op takken van struiken of bomen. Blijkbaar geeft dat een veiliger gevoel.

Omdat er relatief gezien zo weinig insecten te bewonderen zijn, vond ik het leuk eindelijk weer eens een Woeste sluipvlieg (Tachina fera) te zien op de Gulden roede. Alleen de naam al, alsof het enorme bandiet is. Sommige van de sluipvliegen hebben een behaard lichaam maar deze heeft het meeste haar en daar ontleent hij weer zijn naam aan. Sluipvliegen, maar ook hun larven, voeden zich met andere insecten. Leggen sluipwespen regelrecht hun eitjes in het lichaam van hun slachtoffer, de sluipvliegen doen dat via een omweg. Ze leggen eitjes in de buurt van een rups en kruipt er een rups voorbij dan is hij meteen de klos. De eitjes komen vrijwel direct na het leggen uit en de larve wacht tot de ongelukkige rups voorbij komt.

13 augustus 2019

Het valt niet mee om van de heerlijke zomerdagen in de regenbuien en de koelte terecht te komen alhoewel het ook wel weer verfrissing brengt. De natuur en wat er in groeit is er in elk geval blij mee en het zegenrijke vocht dat er zo lang niet was lijkt opeens alles op te fleuren. In een plant zag ik opeens deze Struiksprinkhaan (Leptophyves punctatissima) verstopt zitten. Het is net een zoekplaatje.

De Grote kattenstaart (Lythrum salicaria) was verloren gegaan bij enige ingrepen in onze tuin en dat vond ik jammer want er is een insect dat zich er heel graag in ophoudt: de grappige  Dwergkattenstaartsnuitkever. Zo klein dat je hem alleen ziet als je heel goed speurt.

Dit zijn ze. Ik was er vorig jaar een hele middag mee bezig om die minuscule kevertjes goed op de plaat te krijgen. Ik vind ze zo grappig! Maar nu heb ik weer een stek van de Kattenstaart weten te bemachtigen en zodra de worteltjes groot genoeg zijn, zet ik hem langs de vijver. Dan kan ik volgende zomer opnieuw de uitdaging aangaan.

Een Groene stinkwants (Palomena prasina) in het vijfde stadium / instar van  vervelling. Bij de volgende is hij een volwassen imago geworden.  Het zijn grappige insecten om te zien, net of ze je aankijken. Als je het goed wilt doen noem je deze wants Groene schildwants, vaak wordt het met namen niet zo nauw genomen.

Elk jaar zaai ik de Wonderboom (Ricinus) vanwege het prachtige blad. Maar de bloeiwijze mag er ook zijn. Ik maakte er een foto van en zag pas toen ik die op mijn pc-scherm zette, hoe mooi die is. Hoe kan ik dat nou over het hoofd gezien hebben, denk ik dan....

10 augustus 2019

In de tuin staan behoorlijk wat vlinderlokkende planten maar het aantal vlinders dat verschijnt blijft maar teleurstellend. Altijd ook gaat bij ons in de zomer het restant van fruit naar buiten om leuke insecten te lokken: schorpioenvliegen, hoornaars en natuurlijk vlinders. Schorpioenvliegen heb ik sowieso nauwelijks gezien dit jaar, de hoornaar nog helemaal niet maar een dag of wat geleden zat er wel opeens een Atalanta op het fruit. Goh, een Atalanta, dat was al heel wat! Ik lees veel berichten over overlast van wespen, ook die zien we hier maar mondjesmaat.

Afgelopen week zag ik maar weingi vlindersoortenlDe Atalanta (Vanessa atalanta) is een trekvlinder en een sterke vlieger. Als het moet kan hij nog opboksen tegen windkracht 5 maar met de harde windstoten van vandaag geeft de vlinder het op. Het kost enorm veel energie om op de vleugels te gaan als het zo hard waait en om de haverklap zou hij dan ergens weer nectar moeten zoeken om de accu aan de gang te houden. Bovendien slijten de vleugels heel snel af in deze omstandigheden. Als het koud wordt in ons land, trekt Atalanta naar het gebied rond de Middellandse zee. Als het bij ons weer gaat zomeren vliegt hij naar ons toe en legt eitjes op de Brandnetel. Eigenlijk zouden we allemaal in verloren hoekjes brandnetels moeten laten groeien, want wat wij als onkruid uittrekken is voor de mooie Atalanta een voorwaarde voor voortplanting.

Behalve de Atalanta zag ik afgelopen week slechts de volgende vlinders: Het Bont zandoogje (Pararge aegeria) dat in het gehele land te zien is. De vlinder vliegt tot oktober in drie generaties. De rupsen overwinteren.

Het Boomblauwtje (Celastrina argiolus) is een algemeen vlindertje op plekken waar o.a. klimop groeit, Hulst of Kardinaalsmuts. Het is niet kieskeurig en is dan ook te zien in dorpen en steden, bij bos en op de hei. Op de laatste zet het boomblauwtje vaak haar eitjes af. Het vlindertje kent twee generaties per jaar en die nu vliegen, zijn van de tweede. De bovenvleugels zijn mooi blauw, de onderkant zilvergrijs met stipjes. Gelukkig nu eens een soort die veel te zien is. Klein maar fijn en momenteel veel te zien op de Gulden roede.

De Distelvlinder (Vanessa cardui) is dit jaar prominent aanwezig, we beleven zowaar een invasie als gevolg van het warme weer in Europa. Recent zijn er opmerkelijke ontdekkingen gedaan door een combinatie van waarnemingen en radarbeelden samen te voegen. Daaruit bleek dat aan het einde van onze zomer duizenden distelvlinders zich op de windstromingen mee laten voeren naar het zuiden. Met een gemiddelde snelheid van 45 kilometer per uur vliegen ze zo op een hoogte van 500 meter naar Afrika. Men heeft kunnen berekenen dat de vlinders in zes generaties een heen- en retourvlucht van maar liefst 15.000 kilometers afleggen. Daarmee blijkt de Distelvlinder een sterkere vlieger te zijn dan de Monarchvlinder die eerder als kampioen gezien werd. 

Het vlindertje dat ik zeer gemist heb deze zomer is de kleine Muntvlinder (Pyrausta aurata), het fraaie dagactieve micro-nachtvlindertje. Vorig jaar zag ik hem ook maar een enkele keer terwijl het in eerder jaren een vlinder was die in geen tuin ontbrak. Het zal vast niet overal in Nederland even slecht gaan, het landschap speelt een grote rol. Maar over het algemeen gaat het niet goed met de vlinders en dat dringt meer en meer bij waarnemers door. In de gemeente waar ik woon is het beleid gelukkig wat aangepast en op steeds meer plekken in ons dorp verschijnen mooie plekjes volop bloeiende planten voor insecten. Niet alleen aantrekkelijk voor de insecten maar ook voor de inwoners die er zeer van genieten.

9 augustus 2019

Wat hier gebeurde vond ik werkelijk opzienbarend! Zoals ik een dag of wat geleden al meldde bleek de Buxus in een naburige tuin in twee dagen gesloopt te zijn door de rupsen van de Buxusmot, met als gevolg dat de rupsen opeens hun voedselbron kwijt waren. Ze gingen dus op zoek naar een alternatief en ook wij troffen ze toen overal aan. Ook op de vensterbank waar ik getluige was van een lugubere slimme truc van de rupsen. Eigenlijk is het meer een kwestie van instinct, van overleving. De rupsen van deze soort hebben een razendsnelle spijsvertering. Dat zie je ook aan de snelheid waarmee ze hun uitwerpselen lozen, die zien er ook net zo groen uit als het blad van de Buxus. Zo'n rupsenlijf zit dus boordevol vers voedsel. Dat hadden de hongerige soortgenoten in de gaten en bij gebrek aan buxusblaadjes begonnen ze elkaar op te eten. Het duurde een paar uur waarin de een, met korte tussenpozen, de ander verorberd had. Ik vond het bizar en zag hoe alleen de kop van het slachtoffer bleef liggen.

Zaden vallen, zweven, drijven en worden op allerlei andere manieren verspreid in deze tijd van het jaar. Zaden van sommige clematissoorten zien er ook nog eens schitterend uit. Zolang het niet regent blijven ze zo mooi, vocht berooft ze van hun schoonheid en verandert ze in bruine lelijke propjes. Soms zie ik de mussen wel eens bezig de zaden los te trekken. Je ziet zulke zaden nooit meegenomen worden door de wind. Ze blijven aan de plant hangen tot na de winter. Maar een zaailing heb ik nooit ontdekt dus de voortplanting zal vast een ingewikkeld proces zijn.

Vlak voor mijn neus speelde zich een morbide tafereel af op de tuintafel.  Een roofvlieg lande er met een prooi. Meestal vliegt de predator meteen weg met zijn slachtoffer om hem elders te nuttigen. Maar niet dit keer. De roofvlieg bleef rustig zitten terwijl ik er met mijn lens boven hing, en zoog zijn prooi leeg tot hij er genoeg van had. Dood bleef de vlieg achter. Roofvliegen hebben een voorkeur voor lichte ondergronden en deze landde op een vel papier. Een roofvlieg reageert op beweging en grijpt zijn prooien in de vlucht. De prooien zijn altijd g roter dan de roofvlieg zelf. Het nut van roofvliegen is dat ze meehelpen een massale vermeerdering van andere insecten te voorkomen. In ons land komen 41 soorten voor. Je kunt ze vies vinden of eng, maar als insecten elkaar niet zouden prederen, zou het er niet best uitzien. Alles in de natuur is er op gericht om een zeker evenwicht in stand te houden. Dat wij mensen dat verstoren is onderhand wel bekend, lijkt me.

8 augustus 2019

In een bericht van Naturetoday, de vroegere Natuurkalender.nl stond te lezen dat afgaand op de afnemende meldingen van de Buxusmot, de nachtvlinder waarschijnlijk op z'n retour is. Ik kan dit beslist niet onderschrijven als ik zie hoe gigantisch de vlinder dit jaar in mijn regio heeft huisgehouden. Als ik door mijn dorp fiets, zie ik overal groencontainers en green bags vol uitgegraven en kaalgevreten buxusplanten staan. In tuinen overal kaalgevreten haagjes, het is ontzagwekkend hoeveel rupsen er geweest moeten zijn. In een enkele buxusbol zitten al honderden rupsen. Ik veronderstel dat de afname van meldingen eerder te maken heeft met het feit dat er zveel overlast van dit insect is, dat mensen de vlinders en rupsen niet eens meer melden.

Wie het ook dit jaar enorm goed doen zijn de muizen. Bosmuizen, woelmuizen, veldmuizen, het wemelt er van, wij horen hun geritsel in de klimop langs de muur als ze op voedseltocht zijn. Blijkbaar zijn de omstandigheden van de afgelopen winter en tot nu toe uitstekend, dat kan volgend jaar zomaar weer anders zijn.

Voor uilen en roofvogels is dit dan ook een topjaar. Het aantal geboren jongen is nu groter dan gewoonlijk en de vogels vliegen ook weken eerder uit. Ook de Steenuil kan eindelijk eens profiteren van de forse muizenstand. Al zo lang gaat het slecht met dit kleine uiltje dat erg te lijden heeft van de verdwijning van biotopen en voedselgebrek maar nu dan eindelijk eens een oppepper krijgt door een overvloed aan voedsel.

5 augustus 2019

Vandaag een klein berichtje over een bijzondere plant, niet inheems maar stammend uit Mexico. De Spaanse vlag die vele namen draagt: Mina lobata "Exotic love", Ipomea lobata en Quamoclit lobata, Ik kreeg hem als zaailing tijdens een jubleumbijeenkomst van onze tuinclub. Geen flauw idee wat er uit zou komen, maar dat was juist leuk. Ik wist alleen dat het een klimmer was. Het blad is prachtig en de plant groeit als kool. In elk geval dus leuk langs een rek, een rozenboog of een pergola.

Sinds kort bloeit de plant met bloemen die niet geweldig zijn maar nogal onopvallend. En hoewel hij in een pot staat met uitstekende grond, bloeit hij ook niet echt rijk. De manier waarop hij bloeit is weer wel heel leuk, de trossen met heel kleine bloempjes verkleuren van rood via geelachtig naar wit.

Uit het wit verkleurde volgroeide bloempje hangt de stamper heel ver naar buiten. Je moet het bijna met een vergrootglas bekijken, zo klein is dat stampertje maar ik vind het spectaculair. Het fotograferen was ook een hele klus. Bij zoiets vraag ik me af waardoor de bestuiving plaatsvindt. Wie of wat doet dat, en op welke manier. Helaas kan ik er niets over vinden terwijl ik het zo graag zou willen weten. De zaden van deze plant schijnen maar nauwelijks te worden aangeboden dus ga ik ze verzamelen want volgend jaar wil ik weer zo'n leuk klimmertje. In Mexico is het trouwens een vaste plant maar hier kan Mina lobata niet overwinteren en geeft ook geen vruchtjes, zoals in het thuisland..

4 augustus 2019

In de tuin naast de onze staan grote buxusbollen die in twee dagen tijds totaal afgevreten werden door de rupsen van de Buxusmot. Wij hebben ook buxus en bij inspectie bleken daar ook rupsen in te zitten, die heb ik er praktisch allemaal uit verwijderd. In de lente en het begin van de zomer heb ik met een niet favoriet parfummetje de uitwisseling van lokstoffen tussen man en vrouw vlinder met succes verstoord maar later heb ik het er bij laten zitten zodat er toch gepaard werd in het buxushaagje. Maar in genoemde tuin zag ik met verbazing hoe de rupsen, nu alle blad is weggevreten, massaal door de tuin gingen wandelen. Ze klommen tegen tuinstoelen op, liepen over de tuintafel, de regenton, de kozijnen, het was verbijsterend! Op deze manier wordt de plaag dus k verspreid.

De rupsen blijven niet in de buxus om te gaan verpoppen (foto), tenzij ze zich tot die tijd vol hebben kunnen eten. Is dat niet het geval, dan gaan ze op zoek naar een nieuwe bron in naburige tuinen. Door dit gedrag is besmetting bijna niet meer te voorkomen, dus weg met de nog aanwezige struikjes! Een alternatief zoeken is de beste optie om van de plaag af te komen. Over mijn haagje heb ik lavameel gestrooid. Dat maakt de eventueel aanwezige rupsen het knagen moeilijk en bevordert het opnieuw uitlopen van de buxus. Het is een experiment waarvan ik te zijner tijd de resultaten nog wel zal melden.

Toen het kleine buurtwinkeltje waar ook wat plantjes verkocht worden, alle planten voor een enkele euro vorig jaar wegens vakantie aangeboden werden, kocht ik een paar potjes met Lobelia. Die heb ik in de herfst in een kweekbak gezet om te zien wat ze zouden doen na de winter, en dat was veelbelovend. Een deel staat nu in de tuingrond en een deel in een pot. Het zal geen verbazing wekken dat ze het in de pot veel beter doen, ze zijn tweemaal zo hoog en bloeien fantastisch. In de tuingrond hebben ze te lijden van de droogte. Ik zocht het uit en het blijkt de Lobelia "Queen Victoria". Vroeger kon je deze soort niet overhouden maar kwekers zijn er in geslaagd lobelia's te pruduceren die wintervast zijn. Ik vind hem prachtig, de kleur is geweldig en de bloem eveneens.

Er heerst een geheimzinnige ziekte op de Veluwe, er zijn dit jaar al zo'n 70 dode dieren gevonden. Dat is ruim driemaal zoveel als anders in een heel jaar. Er worden uitvoerige onderzoeken gedaan naar de doodsoorzaak maar tot nu toe is nog niet vastgesteld wat er aan de hand is. De zwijnen lijken plotsklaps te sterven, ze liggen erbij alsof ze slapen, of zomaar zijn omgevallen. Ook zijn de gevonden dode zwijnen in een ogenschijnlijk goede conditie. De jacht is tot nu toe succesvol, melden de jagers die zich bezig houden met het elimineren van duizenden zwijnen, vooral biggen. Wat een trieste ontwikkelingen toch in de bossen van de Veluwe....

De Eikenprocessierupsen zijn inmiddels wel zo'n beetje verpopt en steeds meer vlinders vliegen alweer rond om opnieuw eitjes te leggen op de eikenbomen, daaruit volgend voorjaar weer de rupsen zullen verschijnen. Ook al is zo'n rupsennest leeg, de brandharen zitten er nog altijd in dus ik zou ze maar met rust laten.

Op een bospad vond ik dit stukje verentooi. Het lijkt me van een fazant. Wat een mooie kleuren zitten er in, behalve de bekende bruine.

3 augustus 2019

Nou, nou, zo'n eerste bad is een hele belevenis voor een jong koolmeesje en het beviel uitstekend. De vogel kon er niet genoeg van krijgen. Dat was gisteren anders, later op de dag, toen er tijdens gigantische hoosbuien in onze gemeente maar liefst 80 mm regen viel. Het gemeentehuis liep onder water, evenals woonhuizen en straten. Het treinverkeer kwam tot stilstand en in de tuin werden plantengroepen uiteen geslagen. Een kikker zocht zijn toevlucht in ons huis terwijl wat later de buurtkat kleddernat voor de keukendeur stond te jammeren. Alles en iedereen werd overvallen door de hoeveelheid hemelwater die neerstortte. Al dat vocht was op zich natuurlijk zeer welkom want de droogte was onderhand nijpend geworden. Maar waarom dat nu met zoveel geweld moet gebeuren...., tja, dat is de klimaatverandering.

Een dag of wat geleden ging ik met een vriendin de tuinen van kasteel Middachten bezoeken. De uitslag van de jaarlijkse vlindertelling was nog niet bekend maar ik vond het er zorgelijk uitzien. We wilden de vele bloeiende rozen bekijken maar ook de fleurig ingerichte borders. Er stonden op allerlei plekken grote vlinderstruiken in bloei maar er was geen vlinder te bekennen terwijl het toch heerlijk weer was.

De Verbena bonariensis, die toch een geweldige vlindertrekker is, gaf hetzelfde beeld: geen vlinder te zien. Ik sprak mijn zorgen uit maar mijn vriendin zei dat er toch best veel insecten rondvlogen. Kijk dan eens goed, opperde ik, zijn het er echt zoveel? Toen bekeek ze het eens beter en gaf toe dat het eigenlijk maar heel matig was. Keek iedereen maar eens wat serieuzer rond hoe erbarmelijk slecht het gaat met onze insecten, dan zou er wellicht niet zoveel groen vervangen worden door tegels. In ons dorp is dat schrikbarend!

Uiteindelijk ontdekte ik toch nog zegge en schrijve n vlinder, de Atalanta (Vanessa atalanta) die in de top 10 van de vlindertelling stond maar die ik nu voor het eerst dit jaar zag. In onze nogal schaduwrijke tuin staan meerdere vlinderstruiken maar misschien moet ik er toch nog een paar bij zetten, wie weet krijg ik dan ook weer eens de Koninginnepage te zien die het dit jaar goed schijnt te doen.

Het adelijke Middachten heeft haar reputatie natuurlijk hoog te houden. Terwijl wij ons tracteerden op een  kop koffie + appeltaart, landde er op de tafel geen "ordinair" musje maar een jonge roodborst. Adel verplicht!

31 juli 2019

Tot mijn grote verbazing las ik dat de Atalanta deze maand het vaakst gezien werd en dat de Dagpauwoog op de derde plek stond. Beide vlinders heb ik zelf  nog niet gezien, hoewel er drie vlinderstruiken in de tuin staan. Wat ik persoonlijk het meest gezien heb is de Gestreepte goudspanner, een kleine nachtvlinder waar het dit jaar voor het eerst (voor mij althans) van wemelt. De uitslag van de vlindertelling werd wel wat gekleurd doordat de bekende dagvlinders voornamelijk in het noorden van het land en op de Waddeneilanden vlogen. Al met al is het naar verwachting een zeer slecht vlinderjaar geworden. Deze vrolijke fladderaars betalen de prijs voor de tropische omstandigheden waar we vooral de laatste twee jaar mee te maken hebben. Dit jaar lijkt zelfs het droogste ooit te worden.

De veranderingen die zich in ons land op natuurgebied voltrekken zijn bijna niet meer te volgen. Opeens zien we volop jonge merels en jonge pimpelmeesjes. Midden in de hittegolf vloog er zelfs een uit en ik kon er met de pet niet bij hoe het merelpaar het had klaargespeeld een kuiken groot te brengen. Alleen al dat heen en weer vliegen van en naar het nest, en het onophoudelijk gezoek naar voedsel moet een ware krachtinspanning zijn geweest. Petje af voor de volhardende vogels! Dat de pimpelmezen deze tijd nog jongen hebben is behoorlijk laat.

Het viel me op dat de vogels vooral in de vroege ochtend de waterschalen bezoeken om te badderen en te drinken. Ik ben benieuwd of dat zo blijft of dat het een gewoonte blijkt die ze zich tijdens die bloedhete dagen hebben aangewend.

De Bruine kikker (Rana temporania)  zit niet voortdurend in het water en ook niet altijd daar vlakbij. Deze puber heeft een vaste stek onder onze tuinbank die tegen de gevel van het huis staat. Van tijd tot tijd maakt hij een rondje door de tuin om steevast terug te keren naar zijn plekje onder de bank. Een oude kat uit de buurt, die regelmatig even bij ons langs komt voor een knuffeltje, ontdekte de kikker ook maar schrok zich een hoedje toen die met een paar fikse sprongen de benen nam. Oude katten raken beetje bij beetje hun jachtlust kwijt en daarom vinden we het geen probleem  dat hij zijn middagdutje tussen onze planten doet. Dit voorjaar lieten de kikkers het afweten, het was voor het eerst sinds ik dertig jaar geleden de vijver aanlegde, dat er geen voortplanting plaatsvond, en dat vond ik niet leuk. Deze is van het jaar daarvoor.

29 juli 2019

Het is zover, de blauwe hemel is leeg. De Gierzwaluwen zijn begonnen aan hun lange reis naar Afrika. De ene dag hoor je hun kreten nog door het luchtruim schallen, de volgende dag is er niets meer. Elk jaar verbaas ik mij weer over dat onvoorstelbare instinct dat de vogels midden in de zomer doet terugkeren naar hun winterverblijven. Over die enorme reis die ze ondernemen om hier te broeden en hun jongen groot te brengen. En dan dat levenslange verblijf in het luchtruim, zonder ooit naar beneden te komen, broedende vrouwtjes uitgezonderd. Over hoe ze naar grote hoogte stijgen om al slapend langzaam weer omlaag te zakken. En over hoe ze enorme afstanden afleggen om in slechte omstandigheden voedsel voor hun jongen te zoeken, terwijl die jongen in een staat van bewusteloosheid geraken om de oudervogels de gelegenheid te geven die lange tochten te volbrengen. Fantastische vogels! En elk jaar word ik er weer een beetje melancholisch van als ze zo opeens weer verdwenen zijn.

In de vijver staat het eerste Pijlkruid (Sagittaria sagittifolia) in bloei. Al vordert de zomer gestaag, nog steeds melden zich "eerstelingen".  Gelukkig maar want niets is leuker voor een tuinier. Tijdens de zomer vormen zich knolletjes op de uitlopers die zich het jaar erop ontwikkelen  tot nieuwe planten; de ouderplanten gaan dood. De zoet smakende knollen zijn eetbaar en in de Aziatische keuken worden ze geschild en gekookt veel gegeten.

De smetteloos witte bloemen staan twee aan twee, soms met drie samen, ik vind ze net zo mooi als witte waterlelies. Het hart van de bloem is hier nog zeer pril en de meeldraden moeten zich nog ontwikkelen. Op de stengels bloeien mannelijke en vrouwelijke bloemen, maar niet gelijktijdig. Eerst bloeien de vrouwelijke bloemen en daarna de mannelijke, dit wordt protoginisch genoemd: Protos betekent "eerst" en gynisch betekent "vrouw" in het Grieks.

Nadat in de hoek van onze tuin het kleine ronde, ondiepe vijvertje was weggehaald, vreesde ik dat de enorme hoeveelheid kroosvlindertjes mee verdwenen zou zijn. Bij dat kleine watertje vlogen ze werkelijk massaal en 's avonds was dat een fraai gezicht. Maar nu vliegen ze boven de grotere vijver, lang niet meer met zoveel exemplaren, maar toch. De Kroosvlinder (Cataclysta lemnata) leeft van plantensappen. De eitjes worden aan de onderkant van waterplanten afgezet en de rupsen omgeven zichzelf met een kokertje van samengesponnen kroos en plantendelen, waardoor je ze zelden ziet hoewel de rupsen toch 4 cm lang zijn. Ze leven onder water. Je leest wel dat de rupsen gaten vreten in de vijverfolie om daar te verpoppen, maar dat kunnen ze alleen doen als de folie erg dun is. Bij ons in de vijver is het nooit gebeurd. Vissen als stekelbaars en zonnebaars  kunnen eventuele problemen voorkomen doordat die de rupsen eten. De mannelijke Kroosvlinder is wit, het vrouwtje heeft bruinachtige voorvleugels, ze behoren tot de familie Grasmotten.

Opeens staat ook de Watermunt (Menta aquatica) in volle bloei en trekt enorm veel insecten. Onder water vormt hij heel veel uitlopers die onderhand een nogal groot deel van de vijver opeisen. Eigenlijk is het een herinnering aan de tijd dat mijn kleinzoon 6 jaar was en hij een stukje van de plant voor mij uit een grote vijver bij zijn huuis  haalde omdat ik zei dat ik de bloemen  zo mooi vond. Inmiddels is hij 24 jaar en als hij bij ons is, herinner ik hem nog elk jaar aan die tijd dat we samen de natuur in trokken op de dagen dat opa en oma op de kleinkinderen kwamen passen. Dus ja, er moet wel wat van de overvloed verdwijnen maar een deel blijft altijd staan. Overigens, dit is een geweldige insectenplant.

28 juli 2019

Gisteravond leek het er even op dat we toch nog gezegend zouden worden met een verfrissende hoosbui, maar schijn bleek bedriegend. Er waren prachtige wolkenpatronen te zien met gouden belijningen en openingen in het wolkendek waar de zon iets moois mee deed. Maar geen regen helaas, terwijl de natuur er bijna om smeekt.

Bij het openen van de voordeur dwarrelde er zomaar een Rood weeskind (Catocala nupta) naar binnen. Die heette ik natuurlijk van harte welkom want zo vaak krijg je hem niet te zien, en zeker niet met geopende vleugels. Die ondervleugels laat deze nachtvlinder alleen maar zien als hij wil dreigen of niet op z'n gemak is. Dat was natuurlijk ook zo toen hij op een gordijn neerstreek en ik hem met de camera benaderde. Voorzichtig daarna tussen mijn gebolde handen gepakt en weer de vrijheid hergeven. Het is de beste manier om de kwetsbare vleugels niet te beschadigen. Vorige zomer waren er tijdens de warme zomerperiode bijzonder veel van deze vlinders en wie weet hebben hun rupsen dit jaar ook de tropische omstandigheden goed doorstaan en krijgen we ze weer vaker te zien. Met de schillen en andere resten van meloenen, nectarines e.d. kun je ze goed lokken, waarna ze tegen donker daarvan komen snoepen. Ik ga het weer proberen.

Terwijl veel vlinders het ook dit jaar weer heel slecht doen, blijft het Bont zandoogje (Pararge aegeria) onvermoeid doorvliegen. Van april tot oktober is deze vlinder in drie generaties te zien. De eitjes worden gelegd op diverse grassoorten. Een sierlijk en elegant vlindertje dat behoort tot de familie Aurelia.

Bij dit warme klamme weer is er niet veel animo om op stap te gaan maar regelmatig loop ik wel even door de tuin om te zien of daar nog iets aardigs is aan te treffen. Zo fotografeerde ik deze vlieg frontaal wat wel een grappig beeld opleverde. Wat een enorme ogen heeft zo'n beest!

26 juli 2019

Ik snak naar de dag van morgen, als die afschuwelijke hitte wat gaat afnemen! Vanmorgen liep ik even door de tuin waar de benauwdheid van gisteren nog steeds rond hing en zag toen een vlinder bij de klimop. Hoe toepasselijk: het is een Plakker (Lymantria dispar), een soort die zowel 's nachts als overdag actief is. De Plakkers zijn deze maand verpopt en zullen in de komende twee maanden hun eitjes in plakkaten afzetten op de bomen. De eitjes worden door moeder vlinder ter bescherming toegedekt met haren van haar  eigen lijf. Er is n generatie, de eitjes overwinteren en in april komen de rupsen er uit. Die kunnen soms grote schade veroorzaken aan voornamelijk eiken. (Eiken zijn geweldige gastheren voor het insectenleven). De mannetjes hebben forse gevederde antennen waarmee ze de feromonen die het vrouwtje verspreidt goed kunnen traceren.

Het viel me gisteravond op dat er zoveel insecten op de ruiten van raam en deur aan de schaduwkant van ons huis zaten. Heel veel Berkenkielwantsen (Elasmostethus interstinctus) onder andere. Aan berkenbomen hebben wij in ons dorp geen gebrek, maar hij leeft ook op andere bomen.

Nog veel meer van deze piepkleine wantsjes, een paar mm klein. Het wemelde er van. Ook een aantal lieveheersbeestjes zat op het glas, een paar gaasvliegen, net als veel kleine vliegjes.  Toen de temperatuur begon te dalen later op de avond, bleken al die insecten opeens verdwenen. Ik kan er geen andere verklaring voor bedenken dan dat al die insecten verkoeling zochten op de ruit. Binnen was het immers een heel stuk minder warm dan buiten waar een intense hitte heerste, en dat verschil was op de ramen te voelen.

Ik zag een Dambordvlieg landen op het raamkozijn en meteen daarna ging hij dood van de hitte.
Hij bleef gewoon aan het hout vast hangen, vanmorgen heb ik hem weggeveegd.

24 juli 2019

Hoe onaangenaam heet het overdag nu ook mag zijn, het is heerlijk om in de avond mee te beleven hoe je liggend in de tuinstoel de dag haar luiken ziet sluiten. Nog even het licht aan voordat het donker de boel overneemt. Overal silhouetjes van voorbij vliegende nachtvlinders, een enkele jagende vleermuis die nu op pad gaat...., tropisch genieten! Om 05.00 uur vanmorgen, toen de nieuwe dag ontwaakte, zag ik tot mijn verbazing hoeveel vleermuizen er rond vlogen, veel meer dan in de avond van de voorgaande dag.

Nog elke morgen meldt de merel zich met het onuitgesproken verzoek wat rozijnen neer te leggen voor haar nestjongen. Afwachtend kijkt hij naar binnen en vliegt meteen naar de rozijnen zodra ik ze neerleg. Dit moet zeker al het derde nest zijn dat het merelkoppel grootbrengt. Bij de omstandigheden van vandaag en komende dagen moet dit een ware krachtsinspanning zijn, en bepaald geen pretje. Bijna kwam de temperatuur op 40 graden......

Voor vlinders en hun rupsen zijn dit ook slechte omstandigheden die hun uitwerking weer zullen hebben op het volgend jaar, zoals we ook dit jaar al bar weinig vlinders zien als gevolg van de droogte en hitte in de vorige zomer. Vooral de vlinders die leven op Brandnetel zijn nauwelijks te zien. Het is een van de schaduwzijden van het opwarmende klimaat. De Eikenpage (Favonius quercus) lijkt het wel goed te doen dit jaar, dit exemplaar is al behoorlijk afgevlogen. Dat het een mannetje is, was te zien aan de blauwe weerschijn op de vleugels toen die een paar tellen open gingen. Dat je ze niet zo vaak ziet komt doordat ze zich meestal hoog in het geboomte ophouden.

Bij droogte produceren bloemen niet of nauwelijks nectar terwijl zoveel insecten daarvan afhankelijk zijn. Hoewel we terughoudend moeten zijn met het sproeien van de tuin ga ik nu toch wel elke avond even met de waterslang langs de planten om ze te aan de praat te houden. En dat helpt dan ook weer de insecten die toch al met een enorme achteruitgang te kampen hebben.

Er zijn niet veel beestjes waar ik een hekel aan heb en met uitzondering van muggen sla ik ze ook niet dood. Maar aan vliegen heb ik een hekel. Nu het zo warm is, zijn deze forse dambordvliegen (Sarcophaidae)  behoorlijk irritant. Zodra je een deur opent, proberen ze naar binnen te komen.  Ze vormen een grote familie van de tweevleugeligen.

23 juli 2019

Door het warme weer vliegen er 's avonds en 's nachts veel nachtvlinders rond en omdat ramen van huizen bij deze temperatuur veelal wagenwijd open blijven,  komen die ook af en toe binnen. Zo vroeg iemand mij wat ze moest doen aan de "grote donkere motten"  in haar huis. Die motten zijn nachtvlinders, zet ze voorzichtig weer buiten. Ik doe dat door losjes mijn beide handen over ze heen te vouwen. De Huismoeder, een van de algemene nachtvlinders,  laat haar mooie oranjerode achtervleugels pas zien als ze opvliegt.  De vlinder kruipt overdag  weg op een schaduwrijk plekje.

Over het algemeen kan ik weinig enthousiasme opbrengen voor tropische temperaturen maar heel af en toe blijken die ook voordelen te hebben. Jaren geleden nam ik een geraniumstek uit Griekenland mee naar huis. Die groeide uitstekend maar bloeide maar eenmaal en dan was het afgelopen. Vanwege de mooie bloemen hield ik hem desondanks elk jaar over en dit jaar bloeit hij achter elkaar door. De plant heeft het idee dat hij weer in het juiste klimaat verblijft. Ik vond dit wel een leuke verrassing.

De Grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) is een indrukwekkend insect. Telkens als ik er een tegenkom tijdens het frambozen plukken op mijn volkstuin, schrik ik er voor terug. Door hun kleur zijn ze dermate goed gecamoufleerd dat je ze pas ziet als je er met je vingers vlak bij bent. Over het algemeen zijn het alleen de mannetjes die een heel hoog geluid produceren om hun territorium af te bakenen of een vrouwtje te lokken. Om geluid op te vangen hebben de sabelsprinkhanen een trommelvlies in de scheen van hun voorpoten. Het vrouwtje legt met behulp van haar legboor haar eitjes in de bodem en die overwinteren 2 tot 5 keer eer ze uitkomen. De nimfen zijn groen en lijken op de volwassen sprinkhaan maar missen nog de lange vleugels. Ze vervellen een keer of zeven eer ze volwassen zijn.

In Drenthe vonden we vorige week een roze gekleurde kleine sprinkhaan, voor ons iets wat we nog niet eerder gezien hadden. Er bestaat een chte Rosse sprinkhaan (Ghompocirippus rufus) en die is zeldzaam, maar dat blijkt deze niet te zijn. Welke het dan wel is kan pas vastgesteld worden als deze nimf vleugels heeft gekregen want daar zitten de specifieke kenmerken van de soort. De roze kleur bij sommige sprinkhanen wordt nog niet helemaal begrepen. Soms wordt die verklaard als een genetische afwijking, dan weer door wellicht  opgenomen voedsel, misschien door mogelijk niet goed uitgekleurd zijn na een vervelling. Hoe het ook zij, het is wel grappig zoiets te vinden en dat komt regelmatig voor.

22 juli 2019

Net nu de rozen zich weer hersteld hebben van de zinderende hitte die we kortgeleden hadden, wacht ze opnieuw een periode met zelfs ng hogere temperaturen. De regen van eergisteren was zegenrijk voor de natuur, al verkijken we ons daar vaak op. "Dat was een mooie plens water", zeggen we dan maar als je een schepje in de grond steekt zie je hoe weinig het maar was. Ons land zucht en lijdt hevig onder de droogte.

In alle jaren dat Montbretia in onze tuin staat, was dit voor het eerst dat ik er een vlinder op zag. Niet in het passeren maar elke bloem werd bezocht. Het is bekend dat insecten zich soms verbazend snel kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden, of nieuwe planten en struiken die in ons land terecht komen. Ik weet niet dat dit ook hier het geval is, voor mij is het echter de eerste waarneming van een foeragerende vlinder op dit bolgewas.

Om de Kleine rode weekschildkever (Rhagonycha vulva) kun je bijna niet heen. In de zomer zijn deze kevertjes massaal aanwezig op de schermbloemige planten. Meestal ook parend. Hun dekschildjes zijn niet hard, zoals bij de meeste kevers, maar zacht, vandaar de naamgeving. In ieder grasland zijn ze te vinden. Ze worden ook Soldaatje genoemd.

De beauty onder de bijen: de Pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes) . Het vrouwtje van deze anderhalf centimeter grote bij heeft een opvallende beharing op de achterpoten, zogenaamde pluimvoeten. Het geeft haar een opvallend en zeer fraai uiterlijk. Stuifmeel verzamelen deze bijen vooral op gele composieten, en dan weer in het bijzonder die met lintbloempjes. Wanneer een bloem bestuivend insect zich specialiseert op bepaalde soorten voor het verzamelen van stuifmeel, noemt men dat oligolectisch. Nectar wordt echter ook op andere bloemen gezocht. Oligolectische bijen worden beschouwd als de primitiefste onder de wilde bijen. Bijen die meer bloemsoorten nodig hebben worden polylectisch genoemd. Soorten die slechts op n bloem gespecialiseerd zijn heten monolectrisch en zijn dus het meest kwetsbaar. Het laat maar weer eens zien hoe het gevoerde maaibeleid invloed kan hebben, zelfs een van de oorzaken is waardoor zoveel insecten verdwijnen. Het is een onderwerp dat heel veel aandacht verdient willen wij de situaties voor insecten verbeteren.

20 juli 2019

Je moet echt weer komen, mailde mijn Drentse natuurmaatje, het is hier zo prachtig nu! Dus stapte ik gisteren op de trein om het zelf te gaan zien. Mijn hart gaat open als ik daar natuurterreintjes zie waar ik hier van droom. Plekken waar het Jacobskruiskruid nog overvloedig bloeit, hier en daar met wat Sint Jacobsrupsen, de laatste die nog moeten verpoppen. Waar wilde bloemen in overvloed bloeien...

Watertjes omzoomd door een weelde aan wilde planten met alle insecten die daarbij behoren. Dan denk je steeds: waarom kan dit niet overal, als er maar een wil zou zijn, zou overal de natuur weer kunnen terugkomen! Natuurlijk liggen ze daar ook niet op elke plek maar ze zijn er wel volop te vinden. Wat wij dan doen is onze ogen de kost geven om te ontdekken wat er allemaal vliegt en kruipt, vaak levert dat mooie momenten op.

Dan zijn we verheugd weer de Sint Jansvlinder (Zygaena filipendulae)  te zien op het Knoopkruid (Centaurea jacea), want ook daar is die achteruit gegaan. De vlinder  houdt zich op in bloemrijke vegetaties, de rupsen leven op de gewone Klaver en Moerasrolklaver en overwinteren soms tweemaal voordat ze verpoppen.

Op dezelfde plant ook de Metaalvlinder (Adscita statices) die in voorgaande jaren met meer exemplaren aanwezig was. Hoewel hij als nachtvlinder te boek staat is hij dagactief en vaak te vinden op het Jacobskruiskruid, Distel, en Koekoeksbloem. Beide soorten behoren tot de familie van de Bloeddropjes. Het biotoop is niet te droge zandgronden en moerasgebied.

Eindelijk zag ik er ook weer eens de Gedeukte gouden tor (Cetonia aurata). Een paar jaar geleden vond ik die ook zomers jaarlijks wel op mijn eigen volkstuin, op de Reseda bijvoorbeeld, maar ook gewoon op het bospad. Die tijd lijkt voorbij. De gedeukte lijkt veel op de Gouden tor maar die is zeldzamer. Het verschil zit hem onder andere in de deukjes op de dekschilden en de hoeveelheid witte haarvlekken.

Een groot oppervlak water bedekt door de mooie bloemen van de Watergentiaan (Nymphoides peltata), iets vrolijkers kun je bijna niet bedenken. Al die bloemen die op hun steeltjes boven het water staan verspreiden een geur die heel aantrekkelijk is voor hommels en bijen. De bloei blijft de hele zomer doorgaan, de bloem bloeit maar een enkele dag maar wordt meteen opgevolgd door een nieuwe.

16 juli 2019

Mistroostige berichten over de nachtvlinders: daarmee is het slecht gesteld. Eerder was al vastgesteld dat de nachten zodanig door licht worden vervuild dat de vlinders in de war geraken hetgeen een negatieve  uitwerking heeft op insecten en hun leefwijze. Maar nu laten de hitte en droogte van vorige zomer zich ook nog eens gelden. De achteruitgang wordt zorgelijk genoemd. Foto: Donsvlinder (Euproctis similis), nachtvlinder uit de familie spinneruilen.

Ook met de dagvlinders gaat het niet goed. Je wordt er soms naar van al die berichten over achteruitgang en verlies te lezen.  Het Bruin zandoogje (Maniola juritna) ) is een vlinder van voornamelijk bloemrijke graslanden maar ook langs bosranden. Ze behoren met o.a. Oranje en Bruin zandoogje en Hooibeestje tot de familie zandoogjes. De waardpanten zijn diverse grassoorten. Tussen 1890 en nu is het aantal dagvlinders met 84% afgenomen en 15 soorten zijn geheel verdwenen.

Van zoogdieren weten we dat ze bij tijd en wijle paarlustig worden, gedreven door hun   geslachtshormonen. Insecten kennen iets dergelijks. Bij het zien van deze twee koolwitjes realiseerde ik me dat weer eens. Zo'n vlinder leeft maar een paar weken en in het lijfje van vrouw vlinder ontstaat het signaal dat ze moet proberen te paren. Ze gaat dan feromonen uitzenden en hier is dat goed te zien. Om die sexgeurstoffen zo ver mogelijk uit te sturen is ze plat op het gras gaan liggen, de vleugels houden haar goed in evenwicht en ze steekt haar achterlijfje zo ver mogelijk omhoog. Een mannetje pikt onmiddellijk die geurstoffen op en fladdert steeds dichter boven en rond haar om op een bepaald moment een snel contact tot stand te brengen. Dat is nog geen paring maar het mannetje weet nu wat hem te doen staat. Samen vliegen ze weg om een goede plek te zoeken waar ze daadwerkelijk kunnen paren. Eitjes leggen is vervolgens voor het vrouwtje de opdracht, om na gedane arbeid te sterven. Het voortbestaan van de soort  is weer verzekerd.

Dit hele jaar heb ik nog niet gezien dat er door de merels regenwormen uit het gras worden getrokken en ik vraag me af welke uitwerking dat zal hebben op de jonge vogels. Jonge dieren leren immers het gedrag kopiren van hun ouders. De juveniele merels doen niets anders dan slakken zoeken en eten. Ergens vind ik dat wel prettig want ik kan goed merken dat er veel minder van de slijmerds zijn dan anders. Maar hoe zal het verder gaan wanneer de bodem weer een keer met vocht doordrenkt raakt en de wormen zich weer meer vlak onder de grasmat gaan ophouden. Zou de nieuwe lichting merels dan "weten" hoe ze die pieren kunnen vangen? Of zou het nu ook slechter met de regenwormen gaan, nu die vanwege de droogte almaar op grote diepte in de bodem moeten blijven.

14 juli 2019

Een week of drie geleden voerde ik het Langlijfje al eens ten tonele, behorend tot de zweefvliegen waarvan er heel veel soorten zijn. Nu zag ik iets op een blad waarvan ik eerst niet doorhad wat het moest voorstellen. Het leek of een kleine zweefvlieg gepakt was door een Groot langlijfje (Sphaerophoria sripta), maar wel vreemd, het leek me zelfs onmogelijk omdat die leven van stuifmeel en nectar.

Hier was dan ook iets anders te zien: een paring. Vrouw langlijfje is veel kleiner dan de man en ziet er ook anders uit. Het verschil is wel enorm. Beide insecten vonden het kennelijk niet prettig dat er een lens boven hun inieme bezigheid hing en man Langlijfje vloog resoluut met vrouw nog in paring verbonden weg naar een ander plekje. Het vrouwtje kan tot 300 eitjes leggen die pas volgend voorjaar uitkomen en dan leven van bladluizen.

Een aantal weken geleden kreeg ik een heleboel eenjarige zomerplantjes cadeau, zonder namen erbij dus het was maar afwachten wat er tevoorschijn zou komen aan bloemen. Dit is er een van en ik vind hem zo mooi dat ik er zaad van zal verzamelen voor het volgend voorjaar. De bloempjes zijn maar ongeveer 2 cm in doorsnede maar juist die eenvoud en die heerlijke kleur vind ik zo charmant. Nu nog op zoek naar de naam, het is me nog niet gelukt die te vinden.

Tot nu toe zag ik geen rupsen van de Sint Jakobsvlinder maar afgelopen week vond ik ze toch in een natuurgebied. Daar stonden meerdere planten van het Jakobskruiskruid bijeen en die zaten tjokvol met rupsen. Ik heb er 5 meegenomen en verhuisd naar mijn eigen plant die ik in de tuin had gezet. Of dat ooit zal leiden tot de verschijning van die prachtige vlinders zal nog moeten blijken maar ik wilde het eens proberen.

De rups bevat lange haren en is dan ook een lid van de familie Beervlinder, alle gekenmerkt door heel veel haar. De rups van de St. Jakobsvlinder heeft er echter niet zo heel veel. Van de 5 rupsen zie ik er inmiddels nog maar 3. Misschien smaakt  de ene plant wel lekkerder dan de andere, afhankelijk van de bodem waar hij in staat, maar dat is maar een veronderstelling. De rupsen hebben nauwelijks vijanden, ze nemen de toxische stoffen uit de planten op en smaken daardoor onaangenaam. Vijanden zijn sluipwespen die de rupsen gebruiken als wieg voor hun nakomelingen. Een gruwelijk natuurverschijnsel. Maar ook mieren blijken de rupsen van deze vlinder te verorberen, het schijnt zelfs zo te zijn dat de vlinders in de buurt van nesten van de Rode bosmier geen eitjes afzetten.

Een van de rupsen vond ik vanmorgen naast het Jakobskruiskruid bewegingloos op een blad van een andere plant. Ik vroeg me af of hij aan het verpoppen was. Ik ken het proces wel uit de tijd dat ik de rupsen van de Koninginnepage uitkweekte. Als ze verticaal stil gingen hangen aan een stengel luidde dat het proces van verpopping in maar dat gebeurde dan op dezelfde plek. De rupsen van de Jakobsvlinder verpoppen op de grond en hun cocon blijft daar dan losjes liggen. Ik ga het in de gaten houden. Omdat de rups er vrijwel ontoegankelijk voor de camera lag, heb ik hem even op het JKK gelegd en daarna wee rop de plek waar ik hem aantrof.

12 juli 2019

Pas nog schreef ik dat het zo jammer is dat we in het bos achter ons huis - Hof te Dieren - nauwelijks nog wild aantreffen, dus was ik zeer verbaasd over een bericht in de krant. Daarin stond dat op 1 juli weer op de Veluuwe is begonnen met het afschieten van 4.000 wilde zwijnen. En 60% daarvan bestaat uit jonge biggen om te voorkomen dat die opgroeien en weer voor nieuwe aanwas kunnen zorgen. Het jaarlijks afschieten van duizenden dieren is dweilen met de kraan open, onnatuurlijk en verwerpelijk, aangezien er ook andere manieren zijn om de populaties te verminderen: laat de natuur haar gang gaan. Zelfregulering is een normaal verschijnsel in de natuur om een gezond evenwicht te bewaren. Hoe valt dit trouwens te rijmen met de aanbeveling die minister Schouten in oktober aan de jagers gaf aan het ongebreidelde afschieten van zwijnen,  uit angst voor de Afrikaanse varkenspest die hier (nog) niet eens is uitgebroken? Waarom lezen wij niet hoeveel dieren door de jagers inmiddels zijn gedood?

We zijn al over de helft van het jaar en al een paar weken op weg in de zomer. Een heleboel planten zijn al uitgebloeid en zaden worden volop verspreid. Dit lege zaaddoosje van een dotter, dat tussen de blaadjes van de Watermunt door piept, is aan het verdrogen en vormt een fraai kleinnood tussen het groen.

Insecten houden zich niet aan voortplantingstijden en gaan er lang mee door. De vele soorten wantsen hadden en hebben hun eitjes verstopt onder bladeren en in veel gevallen zijn daar al nimfen uitgekomen. Meestal is het wel bekend dat bijvoorbeeld een vlinder, eerst ei, rups en pop wordt voordat het een volwassen imago / vlinder wordt. Bij wantsen is dat niet helemaal hetzelfde. Uit een eitje komt een nimf die qua vorm al meteen op het imago lijkt. Maar omdat een nymf vijf maal moet vervellen tijdens de ontwikkeling tot wants, ziet hij er na elke vervelling net weer even anders uit dan het imago. Hier zag ik een piepklein nimfje dat nog een paar maal moet vervellen als het weer uit z'n pak groeit. Het lijkt me een nymf van de Grroene stinkwants, die zie ik hier veel. Correctie: iemand die er meer verstand van heeft van ik wist te vertellen dat dit de nimf de Dovenetelwants is.

Pyjamawantsen zie je heel veel op Dille. Nu zag ik ze voor het eerst op de zaaddozen van het Zevenblad. Beide planten zijn echter schermbloemig en daar houden de wantsen van. De Pyjamawants wordt ook Gevangeniswants genoemd naar de strepen op zijn rug.

11 juli 2019

De media staan er opeens bol van: wr een nieuwe natuurplaag, in de vorm van het Draaigatje. Dit is de naam van een mierenfamilie waarvan de leden  qua gedrag precies op elkaar lijken zodat het nu gaat over "het Draaigatje" (Tapinoma niggerinum), een glanzende kleine zwarte mier die tesamen enorme nesten kunnen maken met een veelheid van dicht bijeen liggende openingen die op kratertjes lijken. De mieren zijn ook herkenbaar aan de zg. straten waarin de werksters alle dezelfde richting oplopen. Het nest bevat heel veel koninginnen die nooit wegvliegen om een eigen kolonie te stichten maar in het nest blijven, daardoor kan zo'n nest echt enorm zijn. Het is een mierensoort uit Zuid-Europa, hier waarschijnlijk geimporteerd via grond van pot- en tuinplanten. Ze kunnen alleen overleven op warme plekken, kale of betegelde en door zon beschenen tluinen zijn de beste plekken, maar ze kunnen zich ook in tuinmuurtjes en de spouw van huizen e.d. vestigen. De invasieve mierensoort werd in Wageningen al in 2016 aangetroffen en veroorzaakte flinke overlast. De aangetroffen kolonie bestreek een lengte van ruim 120 meter. Zoals bekend doen mieren aan "veeteelt", de draaigatjes houden  zveel bladluizen vanwege de honingdauw dat beplanting en tuinmeubilair vol met dat plakkerige spul kan komen te zitten. Wellicht kan een ouderwetse koude winter een eind aan hun bestaan maken, maar dat is een veronderstelling van mijzelf. Wie denkt de mieren aan te treffen wordt verzocht er een paar ter determinatie op te sturen naar het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen in Wageningen. Foto: Rode bosmier (Formica rufa)

De grond in de volkstuin is bijna die van een woestijn, zo droog. Zelfs al sproei je meerdere gieters water over een stukje van de bodem, het komt niet dieper dan een paar millimeters. Daarom was ik zo blij met de regen die gistermiddag en vannacht viel en waarvan nog veel meer beloofd wordt door de meteorologen op tv en radio. Omdat de regen al was aangekondigd had ik nog wat gepoot en gezaaid, op hoop van zegen. Veel opbrengst is er nog niet geweest maar de vele bloemen maken een hoop goed.

Mijn fascinatie voor druppels komt meteen weer de kop opsteken zodra het regent en zo probeerde ik een druppel vast te leggen die op een blad van een Koraaldruppel (Bessera elegans) bleef hangen. Het ronde blad is qua dikte vergelijkbaar met dat van Bieslook en het druppeltje was dus ook maar minuscuul. Zo'n druppel kan een heel tafereel van de omgeving in zich opnemen, de volgende keer ga ik daar rekening mee houden, wat kleur er in aanbrengen.

De droogte is ook zichtbaar in plassen en sloten, soms is daar geen water meer in te bekennen. Omdat de bodem nog drassig is, groeien er nog wel waterplanten, zoals deze Egelskop die zaad heeft gezet. Als daar de zon doorheen schijnt is dat een heel mooi gezicht, helaas was dat hier net niet het geval. Onderin de foto een vrucht waar de plant haar naam aan ontleent.  We kennen in Nederland vier soorten, dit is de Grote egelskop (Sparganium erectum), die heeft vertakte stengels.

9 juli 2019

Tegenwoordig moet ik mezelf overhalen om weer eens het bos in te gaan, terwijl ik er tot een paar jaar geleden soms dagelijks rond liep. Maar het bos van nu is zo levenloos en nog steeds weet ik niet hoe dat komt. In de zomer zag je tijdens een wandeling altijd wel een groepje zwijnen met biggen rondscharrelen. Ook herten lieten zich regelmatig zien als ze liepen te grazen of lagen te herkauwen. Een ree kwam je af en toe tegen en op de boombladeren zaten insecten. Ik vond er van alles: een Gouden tor, parende Tauvlinders, hazelwormen en jonge ringslangen. Altijd was er wel iets leuks waar ik mee thuis kwam. Dat werd steeds minder en wild zien we nog maar zelden. Maar als je al tevreden bent met uitsluitend al dat groen om je heen, is de Veluwezoom natuurlijk een fantastische wandelplek.

De meeste beuken die geveld werden door de tornado die hier een paar weken geleden langs raasde zijn nu in stukken gezaagd en liggen langs de kanten van de wandelpaden. Kerngezonde bomen die de oerkrachten van de wind niet konden weerstaan.

Dat is goed te zien bij stammen die totaal uit elkaar gescheurd werden, het is bijna ongelooflijk.

Rode bosmieren waren de enige beestjes die ik vanmiddag tegenkwam. IJverig als altijd liepen ze heen en weer over het zandpad. Meestal zie ik ze wel met iets sjouwen dat naar het nest gebracht wordt maar ze leken dit keer maar zo'n beetje doelloos rond te lopen.

Het is er zo ontzettend droog, overal wolken verdroogde Bochtige smele, hier en daar een braamstruik met miezerige vruchten, geen besje aan de bosbesstruikjes. Samen met de zomerstilte die nu in het bos heerst valt er niet veel te beleven. Zelfs wandelaars kwam ik niet tegen. Zeker bang geworden van de waarschuwingen voor de eikenprocessierupsen, die bij elke ingang zijn opgehangen...

7 juli 2019

Vanaf vandaag tot 28 juli kunnen weer vlinders geteld worden. Tot nu toe heb ik nog geen "echte"  bekende zomervlinder gezien, behalve n Kleine vos.  Meldingen kun je doorgeven op de website van de Vlinderstichting. De gevolgen van de droge hete 2018 laten zich nog steeds gelden bij de vlinders en voor sommige soorten ziet het er niet goed uit. Daarom is het nuttig om door te geven wat je waarneemt.

Een van de algemeenste uit de groep heidelibellen is de Bloedrode heidelibel  (Sympetrum sanguineum), een van de eenvoudigste herkenningspunten vormen de zwarte poten. De libel komt voor in min of meer dicht begroeide biotopen maar bij ons vliegt hij in de tuin en de voorplanting vindt plaats in onze niet eens zo heel grote vijver. Momenteel veel te zien. Toevallig heb ik de vijver afgelopen week ontdaan van een teveel aan Krabbenscheer dat een groot deel van het water aan het gezicht onttrok..

De vrouw van deze soort is geelbruin, de man is rood van kleur. Het zijn middelgrote libellen.

In huis zat dit insect tegen het raam. Bij ons wordt alles wat niet binnen hoort, buiten de deur gezet. Soms wil ik eerst goed bekijken met welk insect ik te maken heb. Zoals met dit mooie exemplaar. Ik ving hem in een bierglas, waardoor hij natuurlijk niet zo heel scherp op de foto kwam maar toch zichtbaar genoeg. Het is een Goudoogdaas (Chrysops relictus), een van de meerdere soorten. Over het algemeen kunnen ze gemeen bijten, alleen de vrouwtjes doen dat, zij hebben de proteine in ons bloed nodig voor de eitjes. De mannetjes leven van nectar.

Dazen hebben prachtige ogen; bij deze Goudoogdaas zijn ze blauwgroen met een paar paarsrode vlekjes. Bij het zien van een daas denk ik meteen terug aan de tijd dat onze kinderen klein waren en op warme dagen buiten in de tuin in hun zomerbadje zaten te spelen. Dan moest je zeer alert zijn op de aanwezigheid van dazen die bij voorkeur afkwamen op die natte lijfjes van de kinderen. Deze Goudoogdaas blijkt minder bijterig te zijn dan zijn familieleden.

4 juli 2019

Wat heerlijk toch, ditmaal hoeven we ons over de zomer niet te beklagen. Blauwe luchten, fladderende vlinders, volop bloemen, zoemende bijen, maar alleen die droogte! Steeds meer planten en bomen zie je kwijnen, de natuur heeft er last van. Maar in de tuinen hebben we dat nog enigszins onder controle en is het volop genieten.

In een plantenpot die ik wilde gebruiken zag ik een heel klein bolletje hangen dat aan een draadje heen en weer bungelde. Zoiets wil ik dan meteen onderzoeken. Het was een hele klus het coconnetje - want dat was het - behoorlijk op de foto te krijgen maar uiteindelijk lukte het met de onvolprezen macrolens. Het coconnetje had het formaat van een sesamzaadje en het was met twee flinterdunne draadjes aan de potwand bevestigd. Jammer dat dit hier niet te zien is. Ook het zandklontje hing aan een draadje. Spinnen gebruiken wel vaker zandkorrels om hun cocon vol nageslacht te beschermen, de lantaarnspin bijvoorbeeld doet het ook. Maar wat er uit gaat komen, ik weet het niet en ik zal het ook nooit aan de weet komen ook.

Een Groene gaasvlieg (Chrysoperma carnea) op de tuinparasol. Heel frle wezentjes die ogenschijnlijk wat klungelig lijken te vliegen maar dat komt omdat de vleugelparen onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. De volwassen gaasvliegen voeden zich met stuifmeel en nectar maar de larven zijn roofzuchtige beestjes die heel wat bladluizen naar binnen kunnen werken maar ook onder meer de jonge rupsen van de eikenprocessievlinder.

Het valt me al maanden op dat de merels geen wormen uit het gazon halen. Ik vermoed dat de bodem te droog en te hard is en dat de regenwormen diep in de grond zitten. De merels, jong en oud stellen zich nu tevreden met wat ze tussen de planten kunnen vinden. Vaak zijn dat slakken, zowel huisjes- als grotere naaktslakken. Die worden met de snavel langs de grond geveegd om ze een koppie kleiner te maken alvorens ze naar binnen gewerkt worden.

3 juli 2019

Een Klein koolwitje (Pieris rapa) heeft dorst en peurt het vocht uit de bodem waar de slaplanten zojuist bewaterd zijn. De bodem schreeuwt om een paar regenbuien, grasvelden liggen alweer te bruinen in de zon en sloten raken steeds leger.

De wilde Waterlelie (Nymphae alba) behoort volgens velen tot de mooiste bloemen vanwege de smetteloos witte kleur. De plant is onderwerp van veel verhalen en legenden. Bijvoorbeeld in die van de ochtend- en de avondster die met elkaar in gevecht waren tot de vonken er vanaf vlogen. De vonken kwamen neer in de wateren op aarde en veranderden in waterlelies, zo verhaalt de legende. De bloemen van de waterlelie openen zich tussen zeven uur 's ochtends en vijf uur 's middags en worden bestoven door insecten, voornamelijk vliegen. De bloem verdwijnt na ongeveer een week onder water en de zaaddoos (qua vorm vergelijkbaar met die van een klaproos) rijpt op de donkere bodem.

Er vliegen steeds meer libellen rond, grote en kleine. Ik zag de Glassnijder al bij de vijver en dit is de Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum). Het is een soort die zich ophoudt bij stilstaand of langzaam stromend water, bij voorkeur water dat snel opwarmt. Libellen hebben de neiging om vanaf een en hetzelfde punt te jagen. Ze vliegen op en landen even later weer neer op dezelfde plek. Zet een stok in de grond in de buurt van je vijver en je hebt altijd prijs.

Een kleine nachtvlinder op het raam: de Aangebrande spanner (Liguda adustata). Het is een spanner, formaat ongeveer 2,5 centimeter en een algemene soort van wie de waardplant de wilde kardinaalsmuts is. Die staat hier genoeg in de tuin. Nachtvlinders vind je vaak overdag op ruiten waar ze rusten tot de volgende avond hun vliegtijd weer aanbreekt. Hoe de vlinder aan deze merkwaardige naam komt, is me niet bekend.

1 juli 2019

De hittegolf is weer even voorbij maar pas vandaag is de eerste echte zomermaand begonnen en wie weet wat ons nog te wachten staat. Wie de klimaatverandering nog steeds ontkent is volgens mij niet wijs. Ook al verkondigt Beaudet dat de "klimaathysterie de moderne ketterij is", wij hadden hier de warmste junimaand ooit gemeten. Elders in Europa was het nog erger en de Wereld Meteorologische Organisatie (het weerbureau van de VN) acht het goed mogelijk dat 2019 het heetste jaar tot nu toe zal gaan worden, dankzij de wereldwijde uitstoot van CO. Desondanks is de bereidheid van onze bevolking voor het nemen van maatregelen, de afgelopen maanden gezakt naar 38%. Dit zal vast te maken hebben met de individuele portemonnee van de burger die niet genoeg gevuld is de te nemen stappen te maken. De overheid zal de plannen dus moeten aanpassen, een goede huisvader legt ook de verantwoordelijkheid voor de opvoeding niet bij de kinderen maar leidt ze op de weg die goed  voor ze is. Dus eerst de burger ontzien en in het uiterste geval een offer vragen, dan pas ontstaat voldoende draagvlak. "The difference between what we do and what we are capable of doing would suffice to solve most of the world's problem", aldus de Indiase politicus Mahatma Gandi.

Hoe het ook zij, ik vraag me af of de manier waarop wij tuinieren, nog leuk blijft. De rozen werden verzengd door de hete zon, het vocht uit plantenbladen verdampt en de bodem wordt almaar droger. In het oosten van het land is dat, nu de zomer nog geen twee weken oud is, al zorgelijk genoemd. Op mijn volkstuin staat de groente onder klimaatdoek. Regen en wind kunnen er doorheen maar de planten hebben geen last van de verzengende hitte. Misschien moeten we daar naartoe: tijdens hittegolven onze tuin overkappen met klimaatdoek...

De Karthuizer anjer (Dianthus carhtusianorum) is al deels uitgebloeid en ik wachtte en wachtte op de Citroenvlinder die er andere jaren wekenlang te zien is. Eindelijk was hij er vandaag. De naam van deze plant zou verband houden met het feit dat de Karthuizer monniken hem vroeger gebruikten om er een medicijn uit te maken tegen reuma en tevens voor het vervaardigen van zeep. In ons land is de plant beschermd als een zeer zeldzame Rode lijstsoort. Het zaad is her en der nog wel te krijgen en de plant, die langdurig bloeit en zeer fraai is, is een juweel in je tuin en een echte vlindertrekker.

Vanmiddag ontdekte ik onder de tuinbank een kikker die bijna niet meer opviel, zo ging hij op in de aarde die in een doosje zat waarin ik kennelijk iets gezaaid had dat niet was opgekomen. De zon stond recht boven het amfibi en de  kikker leek morsdood. Om er helemaal zeker van te zijn maakte ik hem nat  met de plantenspuit, wat geen beweging bracht in het kikkerlijf. Toen ik het bakje oppakte sprong het beest met een paar forse sprongen richting vijver. Ik schrok ervan!

30 juni 2019

Een van de mooiste zaaddozen is die van de Dagkoekoeksbloem (Silene dioica). Als in een kunstig gefabriceerd mandje liggen de zaden te wachten tot de wind ze zal verspreiden. Een mandje vol toekomst, boordevol investering in het volgende jaar.

Weer een nieuw fenomeen: de kauwen zijn dit jaar voor het eerst begonnen de krenten uit de boom te halen. De slimme vogels zagen hoe andere vogels ze voorgingen en besloten deze mogelijkheid ook maar eens uit te proberen. Je zou het kunnen zien als een vorm van evolutie of gewoon van afkijken hoe soortgenoten het voedsel bij elkaar scharrelen. Net zoals bijvoorbeeld de mussen leerden dat ook zij aan pindanetjes kunnen hangen. Ik weet ook nog hoe in de tijd van de bezorgende melkboer de koolmezen de aluminium doppen op de flessen kapot pikten om bij het laagje room te komen dat bovenop de melk dreef.

De kauwenkuikens laten zich gemakzuchtig voeren met de krenten. Aan de andere kant is het een hele toer voor de grote vogels om wiebelend op en aan de takjes de vruchten te pakken te krijgen. Er leven heel veel kauwen in onze omgeving, overal hoor je hun gezellige contactroepjes.

Op de laatste dag van juni vertoont de Montbretia haar eerste bloemen. Prachtige plant met een exotisch uiterlijk. Ook wanneer het weer gaat regenen en druppels spiegelend onder de tak blijven hangen.

28 juni 2019

Ons wacht morgen weer een snoeihete dag. De zomermaanden zijn nog niet eens aangebroken en heel Europa zucht onder een hittegolf. Gistermorgen vertelde een vrouw in Frankrijk via de radio hoe ze ermee omging. In haar regio Auvergne heerste een recordhitte van 40 en zij bedekte haar tuin met lakens om verbranding van haar planten tegen te gaan. De klimaatverandering dreigt ons steeds vaker te gaan confronteren met extremen maar onze regeringsploeg ligt daar niet echt van wakker, gezien het feit dat er opnieuw een schamel klimaatakkoord is gesloten. Zou alleen de snelheid op de autowegen teruggebracht worden tot 100 km dan zou dat zoveel CO besparen dat al onze koeien probleemloos buiten zouden kunnen lopen, zo las ik pas. De huidige coalitie trekt zich weinig aan van de rechterlijke uitspraken inzake Urgenda.  

Deze foto nam ik precies een week geleden. Het blad is nog mooi groen en...... zit er nog aan. Inmddels heeft de brandende zon haar verwoestende werk verricht en bijna alle blad is er verdord afgevallen. Geen kwestie van droogte maar gewoon uitgedroogd. Elke dag doe ik er een gietertje water bij en ik zie alweer nieuwe uitlopertjes en zelfs een nieuwe bloem. Het komt dus wel weer goed maar jammer is het wel dat al die pracht zo snel verdwenen is en vervangen door een lelijk kaal staketsel van takken.

Een Langlijfje (Sphaerophoria scripta) is een insect dat behoort tot de zweefvliegenfamilie. Dit is een mannetje, vrouwtjes hebben lijfjes die in een punt toelopen. Je kunt ze aantreffen op bloemen. Er is een enorme verscheidenheid in de insectenwereld, leuk dus om naar te kijken.

Het Boomblauwtje (Celastrina argiolus) is ook weer te zien, leuke kleine, nerveus vliegende vlinders. Ze zijn er tot nu toe wel veel minder dan andere jaren, zo is mijn waarneming. De tweede generatie vliegt meestal pas in juli maar het zal het warme weer wel zijn dat ze nu al vliegen. In april waren ze er ook maar ook toen minder dan gewoonlijk.

26 juni 2019

De aanwezigheid van de enorme hoeveelheid Eikenprocessievlinderrupsen is reden dit in de Tweede Kamer aan de orde te stellen. Provincie en gemeenten werken al volop samen om de nesten en rupsen te bestrijden maar het blijkt dweilen met de kraan open. Alleen al in onze gemeente Rheden blijkt na inventarisatie 80 tot 85% van de eikenbomen besmet te zijn. Bestrijding vindt plaats door gemeenten en particulieren maar er is natuurlijk ook nog bosgebied dat daarbuiten valt. Voor particuliere bosbezitters is het vaak te duur om tot bestrijden en opruimen over te gaan en daarom wordt volstaan met waarschuwingsborden voor de wandelaar. Een enkele opruiming van een rupsennest kost al € 1.000, zo werd me door een bosbeheerder verteld. De rupsen zijn er vanaf april en vervellen meerdere malen. Het kwaad zal wel binnenkort grotendeels voorbij zijn als de rupsen begin juli gaan verpoppen. De haren blijven echter achter op de boom en het duurt een jaar of vijf eer die vergaan zijn. De vlinder zelf vliegt in augustus en leeft maar een dag of twee.

Gisteravond zag ik in de schemer buxusmotten vliegen en heb ik over ons buxushaagje een net gehangen zodat ik vanmorgen kon zien hoe de stand van zaken was. Welnu, er zaten er heel veel onder het netje en een daarvan heb ik gevangen in een glas en zie je hier. Prachtige nachtvlinders om te zien maar zeer vraatlustig. Op dit moment vliegt de tweede generatie motten, exact drie maanden later dan de eerste. In september volgt dan nog een derde generatie waarvan de rupsen zich tussen bladeren inspinnen en overwinteren. Door de zachte winter die we hadden zullen er veel rupsen die overleefd hebben. Een teken dat er rupsen in je buxus zitten zijn blaadjes die tot skelet zijn afgevreten. Onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat in tuinen ook de bodembedekker Pachysandra en de Japanse kardinaalsmuuts Euonimus fortunei waardplanten kunnen zijn. In de natuur is dat nog niet op Kardinaalsmuts vastgesteld. De vrouwtjes van de mot lokken mannelijke  aan door het verspreiden van  geurstoffen. Je kunt proberen dat proces te verstoren door een sterk ruikende stof in de buxus te hangen. Ik heb dat nu gedaan met doekjes die ik volspoot met een afgedankt parfum. Gebruik nooit gif om de rupsen te bestrijden, dat is dodelijk voor koolmezen die vervolgens de rupsen eten.

Vaak wordt er te snel gegrepen naar de tuinslang als het even een poosje warm en droog is. Dit eigenwijze zwammetje toont aan dat de bodem nog voldoende vocht bevat. Ik zag het vanmorgen in ons gazon staan, eenzaam en alleen.

Een jong koolmeesje lijkt wat verbaasd om zich heen te kijken, alsof het nog steeds onder de indruk is van de nieuwe wijde wereld waarin het zich bevindt. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat er nog zoveel jongen zijn, ze moeten het immers voornamelijk hebben van de rupsenpiek in het voorjaar. En rupsen zijn nu overwegend verpopt. De mezen hebben dus veel meer moeite met het aanvoeren van voldoende eiwitrijk voedsel voor hun jongen. De eerste broedsels zijn er vanaf april, meestal krijgen koolmezen maar n nest. Als er al een tweede nest volgt, is dit in juni. Toch leuk dat wij dat beleefden.

24 juni 2019

Tot nu toe heb ik nog weinig vlinders gezien maar dat is normaal want er bestaat een junidip. De eerste generatie vlinders is dood en hun rupsen zijn nog aan het verpoppen of nog niet uitgeslopen. Dat geldt niet voor de Distelvlinder die volop te zien is. Dit is een trekvlinder die juist gedijt bij heel warm weer. Het wachten is nu op de dagvlinders. Het Groot dikkopje, het Bruin zandoogje en de Atalanta zijn meestal de eerste zomervlinders die we nu weer zien vliegen. Doordat het regelmatig geregend heeft is de huidige warmte niet nadelig voor de vlinders, planten groeien overal, ook de waardplanten voor de specifieke soorten.

Een paar jaar geleden bleek uit een langdurig Engels onderzoek dat de combinatie van hitte plus langdurige droogte voor de meeste vlinders rampzalig was. Van de 21 onderzochte soorten die slechts 1 generatie voortbrachten, bleek voor 21 dat ze extreme situaties niet aankonden. Het vorig jaar was in dit opzicht dan ook slecht voor vlinders. Het Klein geaderd witje vliegt momenteel mondjesmaat rond in mijn omgeving en ik zag vanmorgen ook een Gehakkelde aurelia en een Citroenvlinder. Het begin is er.

Diertjes die absoluut niet tegen droogte en hitte kunnen zijn pissebedden. Zij kunnen alleen maar leven in min of meer vochtige omstandigheden. In ons land kennen we 7 verschillende soorten en alleen de pissebed die zich kan oprollen kan op iets drogere bodem leven. Een zwanger vrouwtje krijgt tussen haar poten een broedbuidel waarin de eitjes zich ontwikkelen, die komen na een week of zes uit. Ze heten geleedpotig omdat hun zeven paar pootjes uit verschillende deeltjes bestaat. Til in het bos maar eens een stuk hout op, of in je tuin een bloempot, bijna altijd zitten daar veel pissebedden bij elkaar omdat de omgeving daar vochtiger is dan daarbuiten.

Pissebedden zijn zo kwetsbaar voor uitdroging dat ze in gedeelten vervellen. Eerst de achterkant en wat later de voorkant. Het zijn de enige kreeftachtigen die op het land kunnen leven, de rest van deze familie leeft in het water.

23 juni 2019

Met een klap vloog een jonge merel tegen het raam op de bovenverdieping, rolde via het zonnescherm naar beneden en kwam vlak voor ons op het grasveld terecht. Het zag er niet goed uit, die vleugel, dat koppie plat op de grond.... Altijd weer ellendig als dat gebeurt. Heel voorzichtig raapte ik hem op en legde hem op een schaduwplekje neer en vouwde zijn pootje weer goed onder zijn lijfje. Gelukkig ging het kopje weer omhoog, geen nek gebroken dus. Maar zwaar hijgend zat de vogel daar, zo'n klap tegen je borst is geen sinecure.

Het leek me bij nader inzien toch geen fijn plekje om weer op adem te komen, meestal duurt dat een poosje. Ik pakte hem weer voorzichtig op en zette hem tussen de planten. Al snel was het leed voorbij en vloog hij weg. Onlangs was ik bij iemand in de tuin die vol mededogen vertelde over een specht die zich doodvloog tegen het raam. Ik deed de suggestie om wat gekleurde sliertjes op de ruit te plakken, het was ook al gebeurd met een grroenling en een roodborst. Kom nou, zei hij, dat is toch geen gezicht. Maar dit vind je toch ook erg, zei ik. Ach ja, zei hij het hoort er nou eenmaal bij, shit happens! Als de glazenwasser weer komt ga ik toch maar vragen of hij ook boven een plaksilhouet van een vogel op het raam wil bevestigen. Een gewaarschuwde vogel telt immers voor twee!

Bij deze hoge temperaturen is het uiterst nuttig  om de vogels van water te voorzien en de drinkbak een paar keer per dag te verversen met koel water. Onze oude merel Winnetou stelt er veel prijs op en komt meerdere keren per dag drinken en badderen. De spetters vliegen meer dan een meter in het rond als hij dat doet.

Daarna begint hij de veren te poetsen en te ordenen maar bedenkt dan dat het best nog een keer kan, en hup, daar duikt hij weer het water in.

Als hij eindelijk klaar is, lijkt hij wel te laten weten dat hij het echt heerlijk vond en op prijs stelt dat ik hem die mogelijkheid biedt. Het werd vanmorgen al behoorlijk heet toen we er naar zaten te kijken en ik stelde mijn echtvriend voor om net als vroeger, toen de kinderen nog klein waren, een groot opblaasbad op het gras te zetten. Niemand kon ons zien, en wat lette ons. Hij wilde er niets van weten en dook hoofdschuddend weer achter de krant.

22 juni 2019

In de vroege ochtend is het altijd heerlijk op de volkstuin, alles staat er nog fris bij, de vogels zingen en de rust wordt er nog door niets verstoord. Vanzelf verscheen vorig jaar een Wolfsmelk (Euphorbia esula)  in mijn tuintje. Een woekerplant, zei iemand tegen me, ik zou hem er maar uittrekken. Maar dat deed ik niet en elke keer als ik hem zie ben ik blij met die gele bos goud.
Wolfsmelk heeft giftig, bijtend melksap dat je ziet als je een stengel doorbreekt. Voorzichtigheid met deze plant is dus wel geboden, zorg vooral dat het plantensap niet op je huid of in je oog terecht komt want dat is geen pretje. Op mijn volkstuin kan het niemand kwaad doen. Er zijn meerdere soorten Wolfsmelk maar alle hebben sap dat irriteert.

Klaprozen, papavers en korenbloemen maken momenteel de dienst uit op dat stukje grond en de hommels zijn er maar wat blij mee. Vanmorgen zag ik deze eigenwijze klaproos staan die het vertikte de bloemblaadjes compleet glad te strijken maar er een leuk bekertje van te maken waar de hommels ongestoord nectar en stuifmeel kunnen halen.

Op het volkstuincomplex heerst een coloradokeverplaag en de larven van deze kevers vreten zich in een razendsnel tempo vol met het loof van de aardappelplanten. Vroeger was het verplicht dergelijke plagen te melden maar dat hoeft al lang niet meer. Wel is het zaak de larven weg te vangen. Er kwam opdracht van het volkstuinbestuur om de kevers te gaan bestrijden en suggesties werden gegeven met welke chemische middelen dat kon. Wij tuinieren nota bene op een stuk grond dat tot een landgoed behoort en waar wij helemaal geen onnatuurlijke bestrijdingsmiddelen mogen gebruiken. Gelukkig was een aantal leden beter op de hoogte en wees het bestuur daarop, waarna de order werd ingetrokken.

Er wordt echter gefluisterd dat er tuinders zijn die zich nergens iets van aantrekken en op ongeziene momenten met ongewenste bestrijdingsmiddelen in de weer zijn, en dat je dat kunt zien aan het loof van de planten. Zo groot zijn de perceeltjes niet en het is in dit geval heel goed mogelijk de larven te verwijderen door dagelijks te controleren en ze in een emmertje of zoiets te tikken. Altijd en overal zijn mensen die de regels proberen te omzeilen. Helaas.

21 juni 2019

Al meerdere keren had ik een kleine oranje vlinder gezien maar niet eenmaal zag ik waar hij ging zitten. Tot ik met mijn fiets de tuin uit ging en er weer zo'n oranje vlindertje opvloog. Nu zag ik wel waar hij zich verstopte. Snel de camera van binnen gehaald en een foto gemaakt. Het is de Gestreepte goudspanner (Camptogramma binlineata), een nachtvlindertje waarvan het imago veelal te vinden is op de klimop. Je kunt hem ook aantreffen langs bosranden en graslanden, de vlinder is niet kieskeurig. De tekening van dit fraaie insect kan nogal verschillen, soms zijn de lijnen dikker en donkerder.

Telkens neem ik me voor geen nieuwe tuinplanten meer aan te schaffen maar deze kon ik niet laten staan. Een anemoon die ik nooit eerder had gezien, smetteloos wit met een lila brede streep onder de bloemblaadjes. Ik was niet de enige die hem prachtig vond want in een mum van tijd waren ze verkocht. De anemoon heet Anemone White Swan en kreeg jaren geleden bij de presentatie op de befaamde Chelsea flowershow de eerste prijs. Nu pronkt hij in onze tuin, toch een leuk idee!

Toen ik in de garage een zak tuingrond wilde pakken, bleek daar een gat in te zitten en een groot deel van de grond lag op de vloer. Ik nam de zak mee en zette hem op het gras. Meteen sprong er een muis uit en rende weg. Ik keek in de zak en zag dat de muis daar een nest gemaakt had van papiersnippers en dat er ook jonge muisjes waren die ik door mijn actie gedeeltelijk bedolven had met aarde. Snel pakte ik de zak op om hem terug te zetten in de garage waar de muis al zenuwachtig liep te zoeken naar haar jongen. De volgende morgen keek ik voorzichtig in de zak en zag dat de muis het nestje hersteld had en een van de muisjes er in lag. Ik heb het verder maar niet onderzocht. Het zijn van die kleine drama's die een mens kunnen bezighouden.
Meer lezen? Klik dan hier.

Vergeet vooral niet te kijken naar de prachtige wolkenformaties die bij tijd en wijle langs de hemel zeilen!

naar boven