Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 
2018/2019
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
 2019
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017
 2018
 2019

 

 

 

Herfst 2019

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

Vanaf nu zullen er zonder enige regelmaat natuurfragmentjes geplaatst worden.
                                                    

 

8 november 2019

Terwijl ik de eieren voor in de sla zag koken, vlogen mijn gedachten opeens naar de kippen die ze gelegd hadden. Kippin in de bioindustrie lijden een ellendig leven en om dat een beetje te verbeteren werd er door Dierenbescherming een sterrensysteem bedacht. Maar let eens op in de supermarkten, dit systeem wordt het meest ingezet op artikelen die maar n ster hebben. Zo'n ster oogt goed denken de fabrikanten en menig klant tuint er in. Voor de kip betekent een enkele ster dat ze met z'n twaalven op een vierkante meter leven en hebben ze een overdekte uitloop. In de industriele kippenhouderij leven 18 kippen op een m. Gun je de kip een wat beter leven, dan kies je voor 2 of 3 sterren. Bij drie sterren worden de kippen eerst verdoofd voor ze geslacht worden, zitten er 10 op een m en hebben ze 2 m vrije uitloop. Kies je voor biologische kippen dan hebben die twee vierkante meters meer ruimte. Maar ja, het blijft een povere oplossing. Om op die eieren terug te komen: een kip uit een fokkerij zal nooit een ei mogen uitbroeden, wat haar natuurlijke gedrag is. Zolang de eieren na het leggen weggehaald worden, blijft haar eierstok ze opnieuw produceren. Je moet toch eigenlijk diep medelijden hebben met zo'n vogel die gedwongen wordt  non stop grote eieren te produceren. Geen wonder dat zo'n kip al snel is uitgeput, als het leggen afneemt wordt ze geslacht.

Toen ik mijn schoenen stond te strikken kwam opeens de vraag in mij op hoe vogels dat geleerd hebben. Kregen ze voorgedaan hoe je takjes, grasjes en mosjes in elkaar vlecht tot een stevig nest voor je jongen? Of zou het instinct zijn dat ze zo doet handelen. Ik ging er eens naar op zoek en ik vond er iets over in een wetenschappelijk tijdschrift (Behavioural Processes). In de nestbouw zitten vele varianten, de ene vogel bouwt van links naar rechts, de ander doet het andersom, jonge onervaren vogels moeten eerst nog wat prutsen voor het lukt. Dit leidde tot de conclusie dat een nest bouwen geen instinctief proces is maar een leerproces. Het is ook niet iets dat genetisch wordt doorgegeven aan het nageslacht, de vrouwtjes leren gaande de tijd hoe ze steeds beter een nest in elkaar kunnen flansen. Op oude schilderijen en prenten is te zien dat de veterstrik zoals wij die gebruiken dateert uit het einde van de 17e eeuw. De linten van rokken, broeken en jassen werden allemaal op dezelfde manier gestrikt. Dat neemt niet weg dat er veel andere manieren zijn om iets vast te maken, de primitieve stammen uit de oudheid bonden ook van alles vast, maar dan op hun eigen wijze.

Over het algemeen hebben muizen in de vrije natuur het prima naar hun zin in zachte winters. Er is dan genoeg voedsel voor ze te vinden. Anders wordt het wanneer het koud wordt, als het gaat vriezen en sneeuwen, dan wordt het muizenleventje een stuk moeilijker. Het aanhoudende natte weer waarin bos- en veld momenteel doordrenkt is van vocht, kost menig muis voortijdig het leven. Ze worden in deze omstandigheden snel vatbaar voor ziekten.

Voor de Teek geldt een ander verhaal, die kan uitstekend tegen de winter, ook al vriest het nog zo hard. Een teek kun je zelfs een aantal dagen in de vrieskast leggen, dat overleeft hij ook. Zodra de temperatuur weer boven 4 graden komt, kan de teek weer actief worden en kun je dus midden in de winter nog een tekenbeet oplopen. Bij zonnig weer en een temperatuur van 10 graden kan de Teek weet volop functioneren met als gevolg weer veel meer tekenbeten..

De afgelopen week trof ik nog tweemaal een Bruine kikker aan, een in het bos, de tweede in de tuin. Kikkers zijn koelbloedig, het wil zeggen dat hun lichaamstemperatuur zich aanpast aan de omgeving. In ons taalgebruik wordt de term ook totaal anders toegepast, daar is de betekenins dapper of onvervaard. Voor koelbloedige dieren geldt dat natuurlijk niet. Als het echt koud gaat worden en de kikker steeds meer afkoelt, kan hij zich niet goed meer bewegen. De oplossing om de winter door te komen hebben deze dieren gevonden door in winterslaap te gaan. Ze kruipen weg, hun lichaamsfuncties vertragen en ze ademen nog alleen maar door hun huid waardoor een kikker ook op de bodem van een vijver kan overwinteren. Leuke tips over hoe je ze in je tuin helpen kunt te overwinteren vind je op kikkersite.nl

3 november 2019

Er vlogen de laatste tijd nog aardig wat vlinders rond, dankzij het mooie weer. Maar dat de Gehakkelde Aurelia zich nog zo laat zou voortplanten vond ik wel opvallend. Deze pop van de aurelia fotografeerde ik gisteren.  Hij hing aan een takje van de Hop die een van de waardplanten van de vlinder en de rups is. Op de achterkant van de pop zitten aan weerszijden witte vlekjes die bij mogelijke predatoren de indruk moeten wekken dat het hier om een vogelpoepje gaat in plaats van een eetbare vlinderpop.

Dat hij er al meer dan veertien dagen hangt, geeft enige twijfel of de vlinder nog zal uitsluipen. Het popstadium van deze soort is namelijk slechts twee weken en alleen het imago overwintert. We hebben natuurlijk al twee nachtvorsten gehad en ook heel veel regen, en poppen zijn heel gevoelig voor hoge schommelingen in temperatuur of luchtvochtigheid.

De Gehakkelde aurelia (Polygonia C-album) is een vlinder die niet als bijvoorbeeld de Kleine vos, Citroenvlinder of de Dagpauwoog een schuilplekje zoekt in een schuur, een stal of in een boomholte om daar de winter door te brengen, maar die zich "op hoop van zegen" ergens zonder veel bescherming aan een of ander takje hangt.

Er zijn wel degelijk vlinders die in het popstadium overwinteren, de Koninginnepage is daar een voorbeeld van. Vaak brengen vlinders meerdere generaties per zomer door, meestal twee maar in heel mooie zomers ook wel drie. De Koninginnepage kent een zomergeneratie die een kort popstadium heeft en een nazomergeneratie die als pop overwintert. Je kunt er bij de Koninginnepage bijna de klok op gelijk zetten, rond half mei zie je de verse vlinders verschijnen. Er wordt beweerd dat de zomerpoppen groen zijn en de najaarspoppen bruin, ik heb altijd alleen maar groene najaarspoppen gehad. Poppen die zich rechtop met een spinseldraad vastmaken worden gordelpoppen genoemd.

En dan verschijnt deze prachtige vlinder. Ik heb wel eens "de halve buurt" in de tuin gehad om dit moois te aanschouwen.

Omdat ik meerdere jaren de vlinders van deze soort heb uitgekweekt, heb ik het proces nauwlettend kunnen volgen. De houding van de rups geeft al aan dat het aanstaande is. Na een tijdje van voorbereiding begint de rups door bewegingen zijn huidje af te schudden en opeens hangt daar dan een pop waarin de rups binnenin het popomhulsel oplost in een genenmassa waaruit na een vastgestelde tijd een rups wordt opgebouwd. Als het moment van uitkomen is aangebroken begint de pop hevig te trillen zodat de pophuid openbreekt waarna de vlinder eruit komt. Een fascinerend gezicht en een van de mooiste wonderen van de natuur.

30 oktober 2019

Voor mijn gevoel begint de winter bij de eerste serieuze nachtvorst die bruut een einde maakt aan de nog bloeiende planten, die blad in een enkele nacht verbouwt van gaaf groen tot bruin en verslonst, en die een significante versnelling van de bladval in het bos veroorzaakt. Daarom ben ik gisteren nog even met de camera door de tuin gelopen om wat planten te fotograferen die nog lang niet klaar waren met bloeien. Deze teer roze Azalea kocht ik een paar jaar terug als kamerplant maar in de tuin doet hij het ook nog steeds.

De Fuchsia die ik een keer als stek kreeg en die uit Ierland was meegebracht, begon dit jaar heel laat te bloeien en er hingen nog zo ontzettend veel knoppen aan die nog niet eens open waren gegaan. Vandaag is hun schoonheid behoorlijk aangetast. Maar afwachten of het nog wat wordt want over twee nachten is de vorst alweer verdreven. Dat is tegelijkertijd een jaarlijks terugkerende frustratie: een of twee nachtvorsten die gevolgd worden door een nog weken durende periode waarin de planten hadden kunnen doorbloeien.

Deze dubbelbloemige Begonia is waardeloos voor insecten, net als alle dubbelbloeiende soorten die door kwekers op de markt gebracht worden. Maar ik vond deze wel heel erg leuk en in de zomer vult hij een grote bak voklomen met roze bloempjes tussen bruin blad. De bloei gaat de hele zomer tot diep in de herfst non stop door. Afgelopen winter heb ik de plantjes afzonderlijk opgepot en binnen laten overwinteren. Daar heb ik dus geen spijt van gehad. De afgelopen en komende nacht draaide/draai ik er een rol bubbeltjesplastic omheen zodat ze van bevriezing gevrijwaard blijven. Ik hoop er op die manier in de tuin nog een poosje van te kunnen genieten.

Ik ontdekte gisteren de eerste bloempjes aan de Winterjasmijn. Daar hoef je je geen zorgen over te maken. Tussen de nachtvorsten door gaan ze gewoon manmoedig verder met het produceren van nieuwe bloemen. Een heerlijke opkikker in deze tijd van het jaar. Insecten zijn er straks niet meer, dus die hebben er niets aan. De Winterjasmijn bloeit gewoon voor de lol en tot plezier van de mens.

In een bouwmarkt vond ik deze zomer plantjes met een diepblauwe kleur en ik viel er meteen voor. Deze Salvia farinacea blijkt een topper! Onafgebroken produceert hij nieuwe lange bloeiaren waarop het wemelt van de kleine wilde bijtjes. Tot gisteren zag ik ze nog op de bijzondere bloempjes vliegen. De bijtjes zullen gaande het seizoen sterven maar een nieuwe generatie ligt al klaar in de wachtkamer van de winter waar de koninginnen zullen overleven om volgend voorjaar weer een nieuwe generatie wilde bijtjes voort te brengen.

Dat de roos nog zo laat bloeit is niet bijzonder, het gebeurt elke herfst. Dit jaar zitten er opmerkelijk veel nieuwe knoppen in. Afwachten maar of die nog uit zullen komen. Gisteren zag ik op de volkstuin hoe daar de Koekoeksbloem nog overal bloeit; wel wat bleekjes, maar toch! Ook de Teunisbloemen hadden nog vrolijke gele kelken. De laatste dahlia's werden door iemand nog snel geplukt en zo drijven we langzaam maar zeker naar de korste dagen rond je jaarwisseling.

25 oktober 2019

De aanblik van het bos is momenteel een combinatie van zomer en herfst. Groen en bruin strijden om de voorrang. Al heel veel blad is er gevallen maar de bomen houden ook nog steeds veel groene bladeren vast. Daar kan maar zo heel snel een eind aan komen als de eerste nachtvorsten het proces van bladval zullen bespoedigen. En die nachtvorst is in aantocht.

Kleddernat was het de afgelopen week in het bos. Het verschijnsel van "sop" onderaan de beukenstammen was dan ook veelvuldig te zien. De bast van de boom bevat zeepstoffen die saponinen genoemd worden. Als het veel en hard regent worden deze stoffen losgeweekt en in het afstromende regenwater mee naar de voet van de boom gevoerd. Daar ontstaat het opgeklopte schuimende geheel dat we voor het gemak "sop" noemen. Vooral de Beuk bevat veel van die zeepstof die als bescherming tegen indringende insecten dient. En hoe ruwer de stam is, des te mooier de hoeveelheid sop wordt.

De natte bodem leverde leuke zwamvondsten op, zoals dit Waaiertje (Schizophyllum commune) dat je heel veel vindt op kleine takjes maar dat hier zelfs op een beukenblad groeit. Bijzonder, ik zag het nooit eerder op deze wijze groeien.

Een sparrenkegel die genoeg vocht bevatte waarop kleine zwammetjes konden groeien. De zwammetjes heten heel toepasselijk Sparrenkegelzwam (Strobilurus esculentus).

Een boleet die door de regen totaal ontdaan is van alle kleur zodat hij niet meer op naam te brengen is. Er naast stond er een die een veel grotere hoed had. Paddenstoelen staan bekend om hun voor de mens nuttige stoffen als antioxidanten, ontstekingsremmers, immuunversterkers, of pre- en antibiotica. Ook werd gevonden dat sommige soorten zelfs kankerremmende verbindingen bevatten. Maar dit geldt zeker niet voor elke soort, sommige zijn zelfs zwaar giftig. Ik waag me niet aan het eten van zwammen, dat laat ik liever over aan degenen die over echt veel zwamkennis beschikken.

De Amethistzwam  is inmiddels uitgegroeid tot een monsterachtig maar o zo mooi kunstwerkje. Wie het allemaal met eigen ogen wil zien kan het beste dit weekend de bossen induiken. De voorspelde nachtvorsten van komende week maken een eind aan de zwammenperiode die deze herfst onverwachts toch nog geweldig maakte.

19 oktober 2019

Paddenstoelenliefhebbers kunnen deze herfst hun lol op in de bossen. Wie had dat gedacht toen het zo lang droog bleef. Dankzij de vele regen van de afgelopen tijd, schieten de zwammen de grond uit. De Vliegenzwam steekt daar met kop en schouders bovenuit. Het is bijna niet te geloven hoe extreem massaal deze soort dit jaar te zien is. Langs de prachtige Middachter Allee (tussen De Steeg en Ellecom) groeien er honderden in de bermen, het is bijna het gesprek van de dag. Het viel me daarbij op dat de grootste hoeden te zien waren op plekken waar de Vliegenzwam onder struiken stond. Soms waren ze wel 25 cm in doorsnede.

De Zwarte knoopzwam (Bulgaria inquinans) is te zien op pas gevelde of omgevallen eikenstammen.

De Aardappelbovist (Scleroderma citrinum) is weinig te zien in vergelijking met voorgaande jaren, maar in vorige herfst was hij er eveneens nauwelijks. Het lijkt aannemelijk dat het mycelium van deze soort de droogte niet goed doorstaat.

Verheugend vind ik dat dit jaar ook de Amethistzwam (Laccarea amethystina) weer volop te zien is. Dat is ook niet elk jaar zo. Een mooi zwammetje dat nog mooier wordt als de hoed krullend uitgroeit, maar dan wel wat verandert van paars naar roodbruin. Luistert ook naar de naam Rodekoolzwam.

Dit jaar vond ik ook weer de Koningsmantel (Trichomolopsis rutilans), een fraaie forse paddenstoel die ook wel Purpergele ridderzwam genoemd wordt, waarbij "geel" verwijst naar de kleur van de lamellen. Hij komt voor in het naaldhoutbos.

Op een dode beukenstam groeit de Porseleinzwam (Oudemansiella mucida) in alle stadia. Heel mooi worden ze wanneer het licht er doorheen valt.

Op dezelfde dode stam groeit ook de Bleke oesterzwam (Pleurotus pulmonarius) naast allerlei kleurige korstzwammen. De paddenstoel komt voor in gemengde bossen met o.a. Beuk.

De Grote oranje bekerzwam (Aleuria aurantia) was ook dit keer weer present. Hij komt algemeen voor op de zandgrond van de Veluwe. De zwam groeit uit tot allerlei grillige vormen, de sporen zitten aan de bovenzijde in microscopisch kleine zakjes. Dit is dan ook een zwam die behoort tot de zakjeszwammen.

Dit was een nieuwe voor mij. Ik zag ze op een dode beuk waarvan de schors volop scheurtjes zat. En in die breuklijnen groeide dit Beukenkorrelkopje (Phleogena faginea), een piepklein en zeldzaam zwammetje dat de stam veranderde in een wegenkaart van witte lijnen. Heel leuk om te zien.

Voor dit spierwitte verschijnsel moest ik te rade gaan bij de kenners van Waarneming.nl die zich soms van de mooiste pseudoniemen bedienen als bijvoorbeeld Zwamneus en Paddenstoelenmonster. Ze lieten mij weten dat dit de Boompuist (Olipogorus ptichogaster) is. Maar dan in anamorfstadium (jeugdstadium) dat er geheel anders uitziet in het volwassen stadium dat "perfect" heet. Ik zou dus na een paar dagen nog een keer moeten gaan kijken om dit met eigen ogen te aanschouwen.

Dat heb ik inmiddels gedaan maar de aanhoudende regenbuien maken er een rommeltje van. De Boompuist zuigt zoveel vocht op dat het teveel wordt uitgedreven in de vorm van druppels. Dat proces wordt guttatie genoemd. De druppels kunnen verkleuren door de stoffen die in de zwam zitten. Er zijn meerdere zwammen die dit doen en ook bij planten komt het voor.

16 oktober 2019

Merels brengen gewoonlijk aardig wat jongen groot omdat ze vanaf de lente tot diep in de zomer doorgaan met broeden. De laatste jongen zijn bijna klaar met het ruien van de veren. Voor de winter invalt moet er een beschermend nieuw pak zijn aangeschaft. Helaas zijn we nog niet van het Usutuvirus af en is er opnieuw sterfte onder de merels. Al over een langere periode neemt de afname van de merelpopulatie in ons land jaarlijks toe. Om ons heen kunnen we dat onderhand duidelijk waarnemen. Definitieve conclusies over de ernst van de situatie van dit jaar zijn nog niet te trekken. Het is nuttig als vondsten van dode merels worden gemeld bij  Sovon.nl/dodevogels

15 oktober 2019

Het gezondste bos is bos volop diversiteit. Hier is zo'n gebied, loof en naaldbomen groeien er en er is heel veel ondergroei.

Vanwege de houtproductie werden er in het verleden heel veel percelen aangelegd met alleen maar naaldhout.  Deze monotone bosgebieden lopen momenteel groot gevaar. Ze zijn niet bestand tegen de klimaatveranderingen, vooral de jaarlijkse perioden van langdurige droogte zijn funest. De boombestanden vallen als gevolg van verzwakking ten prooi aan insectenvraat die het einde van de bomen nog wat bespoedigt. Met die insecten, met name de schorskevers, gaat het trouwens fantastisch.

De beruchte Letterzetter (Ips typographus) slaat dan ook op dit moment volop toe. Onder de schors leggen de kevers gangen aan, de schors laat als gevolg daarvan los en de boom sterft. Overal in het land worden daarom naaldboompercelen gekapt. In "mijn wandelbos" staan meerdere percelen waar de bomen al jaren bijna of geheel dood zijn. Ze bieden een desolate aanblik maar ongetwijfeld zullen ook die worden gekapt. Vroeger was men bang voor te veel dood hout in verband met de plagen van de Letterzetter maar daarop is men teruggekomen. Een plaag van de Letterzetter duurt 6 jaar met een piek in het 2e en 3e jaar.

Helaas is de ellende niet beperkt tot naaldhout, ook loofbomen hebben ontzettend te lijden onder de gevolgen van de klimaatverandering en ook die gaan meer en meer dood. Ik zag het gisteren tijdens een lange boswandeling, er worden heel veel beuken gekapt deze herfst. Her en der vind je hun stammen langs de paden. Zware wagens rijden op en neer om de stammen op te stapelen waarna weer andere voertuigen - soms met twee aanhangers erachter - de stapels afvoeren. De kapot gereden paden zijn plaatselijk nauwelijks nog te belopen. En overal liggen de restanten van gekapte bomen. Alleen de stammen worden meegenomen, de rest blijft in het bos achter. Er ligt momenteel zveel aan dikke en dunne takken in het bos dat de bodem er plaatsgewijs volkomen mee bedekt is en niemand zal het verbazen dat zich hier geen zwijn of hert nog waagt.

15 oktober 2019

In Duitsland vond recent het Berliner Baumforum plaats; daar werd in verband met de sterfte van bomen gesproken van een catastrofe. Het zijn niet alleen bosbomen maar ook stadsbomen die afsterven. Volgens een boomdeskundige van de Vrije Universiteit in Berlijn verloor de stad het afgelopen jaar 2.500 bomen en zijn er vele slecht aan toe. Daarnaast wordt 180.000 hectare bosgebied bedreigd. In Maagdenburg vielen de afgelopen jaren zelfs 10.000 bomen ten prooi aan een nieuwe exoot, de Aziatische loofhoutboorder, die vermoedelijk met ingevoerde houtpallets mee kwam uit het gelijknamige land. Natuurlijke vijanden heeft deze kever niet.

Dit jaar valt er een ongelooflijke hoeveelheid eikels. Ik was gisteren in een naburig dorp waar eikels als een mat op de straten lagen. Nooit zag ik er zoveel als nu. Op genoemd Baumforum werd gesteld dat de stress die bomen ondervinden de oorzaak is van de "relatief grote hoeveelheid vruchten, zaden en noten die de bomen dit jaar dragen. Het is een reactie van de natuur op een naderende ramp, de bomen hebben de neiging nog eenmaal alles te geven voor het nageslacht alvorens te sterven". Een ander teken van stress zijn dorre boomkronen, kijk mar eens om je heen, die zijn er volop te zien.

Het is bijna onvoorstelbaar dat er zo getreuzeld wordt met het klimaatbeleid en dat aldoor weer broodnodige maatregelen op de lange baan geschoven worden. En telkens ook weer denk ik bij mezelf: wat voor wereld laten wij toch achter voor onze kleinkinderen. Beangstigend!

8 oktober 2019

Ieder jaar vliegen zich in Nederland ongeveer 8.000 vogels tegen hoogspanningskabels dood. En tijdens de trek die momenteel op zijn hoogtepunt is, speelt dit probleem zwaar.

"Onderzoek wees uit dat de zg. varkensstaart (kunststof spiraal) 80 tot 90 % van deze ongelukken kan voorkomen. Uit dit onderzoek bleek ook dat zowel nacht- als dagvliegers zich dood vlogen. Het gaat om grote, kleine, algemene en zeldzame soorten. In Noord-Holland wil daarom het provinciale electriciteitsbedrijf PEN de komende zeven jaren 55 kilometer draad voorzien van deze spiralen". Dit is een bericht uit 1989 uit Digibron, kenniscentrum voor Gereformeerde Gezindte.

De plaatsing van vogelogen is de reden dat ze zich tegen hoogspanningskabels te pletter vliegen.  De ogen van vogels zitten aan weerszijden van hun kop waardoor ze hoofdzakelijk van opzij kunnen zien in plaats van vooruit. Bovendien zitten hun ogen over het algemeen onbeweeglijk in de oogkassen. Neem daarbij de snelheid waarmee ze vliegen - 50 tot 90 km per uur - en je snapt waardoor het op zo'n grote schaal fout gaat. Draadslachtoffers worden ze genoemd.

In de stroomdraden tussen Doetinchem en Wesel worden door electriciteitsmaatschappij Tenet varkenskrullen opgehangen om te voorkomen dat grote aantallen vogels zich tegen de draden te pletter vliegen. Hier gaat het om een afstand over 20 km. Dit is een bericht uit 201, 28 jaar later dan het bericht hierboven. Hoe de absolute cijfers over vogelslachtoffers zijn is moeilijk vast te stellen omdat vooral de kleinere soorten meteen worden opgegeten of niet worden gevonden.

Uit een recent Belgisch natuurbericht: hierin wordt gemeld dat er in dit land tussen de 170.000 en 500.000 vogels omkomen door botsingen met hoogspanningsdraden. Als preventiemaatregel wordt hier gewerkt met "firefly's", plaatjes met aan beide zijden reflectoren. De plaatjes worden aangebracht op een van de voor vogels meest gevaarlijke route, een afstand van 3 km. De Belgische netbeheerder Elia inventariseerde de toestand in haar gebied en concludeerde dat 200 km draad een hoog risico vormde voor vogels. Je zou als simpel mens toch veronderstellen dat al lang veral maatregelen getroffen waren om deze massale en te voorkomen slachting onder vogels te voorkomen........

5 oktober 2019

Vanmorgen vroeg zag en hoorde ik de eerste V-formatie ganzen hoog langs de lucht vliegen. Vroeger leerde ik dat zo'n groep ganzen de aankondiging is van kouder weer en dat ze voorafgaand aan zo'n inval vast wegtrekken uit het gebied waar ze verbleven. Tegenwoordig zijn er ook onderzoekers die het anders zien: het hoeft hier niet eens koud te gaan worden als de winterganzen ons land binnen trekken want de vogels vliegen vanaf de Noordpool al  meteen weg bij het geringste teken van mogelijk naderend winterweer. Ze hebben een hekel aan kou en bevroren water of gras. Dus vliegen ze naar gebieden waar het nog goed toeven is. Doordat vogels in V-formatie vliegen profiteren ze van de opwaartse luchtwerveling die hun voorgangers teweeg brengen. Dat ze beurtelings elkaar afwisselen is niet omdat ze dat doen uit onbaatzuchtigheid maar omdat de voorste moe wordt en wat terugzakt in de formatie. Het blijft altijd weer een prachtig gezicht om zo'n grote groep te zien over trekken. Hoe het ook zij, dit weekend wordt in het oosten van ons land wel de eerste nachtvoorst verwacht.

1 oktober 2019

Tussen de regenbuien door liep ik een uurtje door het bos en mijmerde over wat ik hier vond en wat er verdwenen is als gevolg van de stikstofneerslag op de bosbodem. De prachtige en bijzondere Violette gordijnzwam vond in ik in 2009. Nog elke herfst ga ik even kijken op de voormalige groeiplek of ze niet toch nog een keer waren teruggekomen maar dat bleek telkens ijdele hoop.

De Graagde aardster vond ik in "mijn bos" eveneens in 2009. De jaren daarna zag ik ze in rap tempo verminderen en de laatste jaren heb ik ze nooit meer gezien. Eveneens slachtoffers van de hoge stikstofdepositie die vervolgens brandnetel en braam begon te promoten. De vondst van de aardsterren was indertijd spectaculair en wekte veel belangstelling.

Sterkere soorten zijn er nu te zien, zoals de Porseleinzwam die op dood hout groeit. Hij ruimt de boel op de bodem op maar groeit ook op nog staande dode bomen.

In het bos lag langs de Lange Juffer en op andere plekken een onvoorstelbaar grote hoeveelheid gekapt naaldhout. Ik kan me niet herinneren dat ik in het verleden hier ooit zoveel opgestapelde stammen gezien heb. De grote machines die dit werk doen beschadigen helaas flink de paden en maken kale routes door het bos alsof er wegen worden aangelegd. Toevallig kwam ik even later boswachter Thijs tegen die ik er naar vroeg. Het blijkt dat ook hier in dit gebied de verwoestende Letterzetter actief is, waardoor hele naaldboompercelen in de regio al gekapt moesten worden om te voorkomen dat de plaag zich nog verder zal uitbreiden. Dat is in heel het land anders al aardig aan de gang. In Duitsland, zo vertelde de boswachter, was al 15% van de naaldboompercelen aangetast door dit nare kevertje dat de schors van de bomen beschadigt  door er onder te kruipen en gangen te graven. Door opeenvolgende droogteperiodes zijn de bomen verzwakt en dat schept kansen voor de kevers.

Ik liep door naar het aangrenzende bosgebied Hagenau van Natuurmonumenten. Het is een weelderig bos waar je je als wandelaar nog echt in de natuur waant. Hier wordt namelijk een ander beheer gevoerd waardoor het bos zijn karakter kan behouden.

Ik zag er heel veel exemplaren van de Vliegenzwam, een van de vrolijkste paddenstoelen van de bossen. Dit is een vers exemplaar maar als er nog langer regen blijft vallen zullen in een ommezien de witte velumrestantjes weggespoeld worden, net als bij de parelstuifzwammetjes die hetzelfde lot ondergaan.

Het velum van een paddenstoel is het vliesje dat om het vruchtlichaam zit tijdens het stadium van ontwikkeling. Als de hoed gaat uitgroeien, barst het beschermende velum hetgeen de zwam in staat stelt de sporen te verspreiden. Als je zo'n vliegenzwam in dit prille stadium niet herkent, kun je je niet voorstellen dat hieruit de echte en enige kabouterzwam zal groeien. De bospaden waren op sommige plekken nauwelijks begaanbaar door de vele regen en door de modder soppend ben ik maar weer richting huis gegaan. Daar viel ik midden in een interview met de voorzitter van de LTO (Land- en TuinbouwOrganisatie). Planten beschermen die slecht tegen stikstof kunnen, vond hij overdreven en hij  vond dat er best wat natuur kon verdwijnen, dan hoefde je ook minder te beschermen. De rest wilde hij clusteren zodat de natuurgebieden niet langer verspreid lagen over ons land maar bij elkaar. De LTO-voorzitter  zei dat hij vr bioderversiteit was maar tegen natuurfundamentalisme. Van die laatste term had ik nog nooit gehoord.

 

naar boven