Natuurdagboek


Natuurdagboek 2007                            Natuurdagboek Zomer 2010
Natuurdagboek 2008                            Natuurdagboek Herfst 2010
Natuurdagboek Winter 08/09             Natuurdagboek Winter 2010/2011
Natuurdagboek Lente 2009                 Natuurdagboek Lente 2011
Natuurdagboek Zomer 2009               Natuurdagboek Herfst 2011
Natuurdagboek Herfst 2009                Natuurdagboek Winter 2011-2012
Natuurdagboek Winter 2009/2010

Natuurdagboek Lente 2010

 

 

 

Zomer 2011

 

 

22 september 2011

In het bos, waar ze eerder stonden, vind ik ze helaas niet meer maar waar stond deze mooie Slanke aardster (Geastrus lageniforme) dan wel: in de voortuin van een huis in een straat langs de bosrand. Je zult ze maar vinden, gewoon onder je raamkozijn tussen de planten! De sporen die uit deze buikzwam de wijde wereld worden ingeblazen, zijn zo fijn als stof en kunnen door de wind dus ver verspreid worden. Wie weet welke schatten zich bevinden in het bosgebied, buiten de paden, in het verborgene, uit het zicht van de wandelaar. Helaas mogen wij daar niet komen, dat is het rijk van de zwijnen, reeŽn, herten, dassen en veel kleine zoogdiertjes. Ik zou er zo graag eens rondneuzen! Dassen en Edelherten komen wel het bos uit en scharrelen gedurende de donkere uren door tuinen en over de straten, De herten schillen de jonge boomstammetjes en eten van het groen terwijl in het bos nog volop voedsel aanwezig is. Ze ontdekten in de winter dat ook buiten het bos veel lekkers te halen valt. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling.

21 september 2011

Ik moest het driemaal lezen voor het tot me doordrong dat dit de toekomst wordt als het aan staatssecretaris Bleker ligt: "plezierjacht op Grauwe-, Kol- en Canadeze ganzen plus Smienten tussen half augustus en half februari geheel vrijgegeven. Zelfs in belangrijke natuurgebieden. De zorgplicht voor vogels vervalt. De nieuwe natuurwet die in de plaats komt van de flora- en faunawet gaat zelfs zů ver dat verstoring van vogels alleen nog verboden wordt als die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Zelfs verstoring tijdens het broedseizoen is niet uitgesloten. Vaste rust- en verblijfplaatsen worden niet langer beschermd. Iedereen mag straks roofvogels houden en ermee jagen". Welke natuurbarbaren maken hier de dienst uit!! Welke idioten bepalen dat onze natuur naar de knoppen gaat! De natuur is van ons allemaal, waar haalt deze staatssecretaris (CDA)  het recht vandaan zo om te gaan met natuurwaarden. Wat een afschuwelijk en destructief beleid! Voor er definitieve besluiten worden genomen, zal de wet nog moeten worden voorgelegd aan de Raad van State. Na de Raad van State moeten ook de Eerste en Tweede kamer zich nog uitspreken. Laten er vooral heel veel acties gevoerd worden tegen deze schandalige voorstellen! Hier zit een totaal verkeerde man op natuurbeleidszaken. Ik las het in het blad Vogels van Vogelbescherming.

20 september 2011

Een weidelangpootmug (Tipula paludosa) zit even te rusten op een plantenblad. Dat het een vrouwtjes is, kun je zien aan de scherpe achterpunt op het lijf. Die steekt ze in de grond bij het leggen van een heleboel eieren. De mug zelf is onschadelijk maar de larven worden gevreesd. Zij leven een paar centimeters onder de grond en komen 's nachts naar boven om het jonge gras, of in de moestuin de jonge zaailingen, op te eten. Zo kunnen heel grote bruine plekken in het gazon ontstaan. Hoe vochtiger het is, hoe beter de larven of emelten het naar de zin hebben. Deze grote muggen komen nogal eens binnenshuis omdat ze op het licht afkomen. Net als een Hooiwagen kunnen langpootmuggen een poot afgooien als ze bedreigd worden. Maar de Hooiwagen, die een spin is, kan bij een volgende vervelling een nieuwe poot terug krijgen. De Langpootmug vervelt echter niet, die is zijn poot voorgoed kwijt. Het zijn trage vliegers en een lekker hapje voor kikkers. Het imago leeft maar heel kort, net lang genoeg om te paren en zich voort te planten. De emelten zijn goed winterhard en kunnen tussen december en mei hele sportvelden, gazons of weilanden slopen. Voor vogels echter zijn ze weer een lekker hapje.

19 september 2011

Andere jaren lukte het goed om vlinders te lokken met overrijp fruit. En behalve vlinders kwamen daar ook allerlei vliegen op af en de mooie Hoornaars. Dit jaar lukt het niet. De enige vlinder die deze dagen het aangeboden fruit een bezoek bracht, was het Bont zandoogje. Uit andere delen van het land hoor ik wel dat daar toch nog wel meer waar te nemen valt en daarom wijt ik de armetierige opbrengst in de buurt waar ik woon toch grotendeels aan het onderhoud van het buitengebied waar alles steeds gemaaid wordt en het verdwijnen van struiken en planten doordat de gemeente alle perken leeg haalt en inzaait met grassen vanwege het goedkope onderhoud.
Geld is de wortel van alle kwaad, speciaal waar het in deze tijd natuur betreft. Akelig! Het Bont zandoogje is de komende weken nog volop te zien. De vlinder doet het goed in ons land.

18 september 2011

Tegenover ons dorp, aan de overkant van de IJssel ligt het kleinste stadje van Nederland: Bronckhorst. Tot de gemeente Bronckhorst hoort ook het gehucht Velswijk dat slechts ongeveer 340 inwoners telt. Op Wikepedia lees ik: "er zijn in dat gebied weinig of geen verschillende bevolkingsgroepen". Daar moet verandering in komen, dacht men blijkbaar. En alzo gaat gebeuren: er komt een nieuwe wijk in Velswijk, een paardenwijk! De eerste van Nederland. En de  belangstelling schijnt "gigantisch" te zijn. De wijk wordt opgetrokken in de Engelse cottagestijl maar mag toch niet elitair worden, zeggen de initiatiefnemers! De vrijstaande huizen krijgen een eigen stal erbij en wie wat minder te besteden heeft en een rijtjeshuis koopt, moet zijn paard stallen in een nieuw te bouwen ruitersportcentrum. Ook gaat zich er een hoefsmid vestigen. Alleen wie een paard heeft, mag hier wonen. Nu dacht ik toch steeds dat concentraties van bepaalde bewonersgroepen in de steden niet gewenst waren en dat men zich verspreiden moest. Als je een paard bezit, mag het dus wel! Wat zou er nu nog gaan volgen: een kippenwijk, een hondenwijk, een duivenwijk? Niet elitair? Laat me niet lachen!

17 september 2011

This made my day! Dit prachtige natuurverschijnsel kende ik alleen van foto's. Gisteren zag ik het in levende lijve: het Glanzend druivenpitje (Leocarpus fragilis) . Toch is het een algemeen voorkomende slijmzwam. Hoe kan het dan dat ik het nooit eerder zag als het zo veel voorkomt?
De verklaring is dat de vruchtlichamen van een slijmzwam maar heel kort leven. Binnen 24 uren zal van dit fraais niet veel meer over zijn dan een donkerbruin restant. Ik trof de slijmzwam dus precies op het juiste moment: in een jong stadium. Slijmzwammen zijn, in tegenstelling tot andere zwammen (eigenlijk is een slijmzwam geen echte zwam) weinig kieskeurig wat betreft hun standplaats. Kijk maar eens in het bos naar de Heksenboter; die groeit op werkelijk van alles. Op stronken, blaadjes, takjes, mossen enzovoort. Ook die slijmzwam is zeer algemeen en omdat ze zo ontzettend veel voorkomen, vind je er altijd wel een als je om je heen kijkt.

15 september 2011

Bij het frambozen plukken volgt er nogal eens een confrontatie met een Gewone groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima). Die zijn in deze tijd van het jaar veranderd van leuke knalgroene, enigszins gedrongen nimfen in grote monsterachtige insecten! Elke keer schrik ik weer als ik met mijn hand vlakbij zo'n beest komt en hem pas ontdekt als hij zich beweegt.  Deze sprinkhanen worden geboren in april en hebben dan heel lang in de grond gezeten als ei. Soms overwinteren de eieren 2 jaar, maar dat kan ook 5 jaar zijn. Wat het nut daarvan is, ik weet het niet! De paring duurt ongeveer drie kwartier en terwijl het vrouwtje nog zit bij te komen van de happening, zit het mannetje alweer binnen het uur te sjilpen om een ander vrouwtje te lokken. Echte krachtpatsers dus! Ze eten andere insecten maar ook vruchten, zoals o.a. frambozen.

14 september 2011

Als er ťťn paddestoel is die zijn naam eer aan doet, is het wel de Grote stinkzwam (Phallus impudicus). Van meters afstand ruik je hem al terwijl je hem soms nergens ziet. Ik zag hoe hij ter aarde was gestort en hoe een heleboel vliegen op zijn geur waren afgekomen. Zij eten de zwarte slijmlaag, die vol sporen zit, en zorgen zo voor de verspreiding. Ik vond het wel bijzonder dat hier behalve een Groene vleesvlieg en een drietal strontvliegen (wat een naam!) de rest allemaal Dambordvliegen waren. Die heten zo vanwege de tekening op hun lichaam. Streepjes op het borststuk en grijs-wit geblokt op het achterlijf. Zo te zien zitten ze te smullen!

13 september 2011

En daar hangt hij dan! Het bruggetje tussen rups en vlinder. De eerste rupsengeneratie van de  Koninginnepage sluipt al een paar weken na de verpopping uit, paart en legt eitjes. De rupsen die hier uit voortkomen, zullen overwinteren. Wonderlijk, wonderlijk! Maar er zit ook een uitgekiende logica achter: volgend voorjaar zullen de nieuwe vlinders zich weer kunnen voortplanten, in de komende tijd is daar niet veel kans meer op. Het verpoppen is soms heel verschillend. Ik had rupsen die er drie dagen over deden een pop te worden, maar deze laatste had blijkbaar haast want het gebeurde al na een dag. Ik keek, en er was niets aan de hand, ik keek een uur later en het was alweer gebeurd. Ik had het graag willen filmen maar dat ging mijn neus dus voorbij. De vlinderpoppen komen nu maandenlang in een rustfase te verkeren. Alle kenmerken van de rups zijn nu afgebroken en vanuit die cellenmassa wordt over een maand of acht een mooie vlinder opgebouwd. Hoe vaak ik het ook zie, elke keer weer ben ik daarvan onder de indruk.

12 september 2011

Elk jaar neem ik aan het eind van de zomer rupsen van de Koninginnepage mee naar huis teneinde die veilig te laten overwinteren. Nooit meer dan twee. Dit jaar echter heb ik er zeven nadat ik een oproep deed aan mijn medetuinders de rupsen niet te vernietigen maar aan mij te geven. Al een paar weken ben ik er druk mee want ze eten niet maar vreten, zodat ik telkens verse Dille moet gaan halen en wortelloof. Tegen de tijd dat de rupsen voelen dat ze moeten gaan verpoppen, beginnen ze heel druk rond te lopen op zoek naar een geschikt plekje. Hoewel ik dacht de bak goed te hebben afgedekt met nylon gaasdoek, slaagden ze er toch nog in te ontsnappen en moest ik ze van de vensterbank of het raam plukken om ze weer terug te zetten. Als ze uiteindelijk een goede plek hebben gevonden, kun je van dag tot dag volgen hoever het proces verloopt. Ik vind het iets aandoenlijks hebben, zo'n rups die zich omgord heeft met een veiligheidslijntje dat hem op z'n plaats houdt terwijl zich in zijn lijfje een wonder voltrekt. Weldra zal hij een pop zijn geworden.

11 september 2011

Nee maar, gisteren was er zowaar een Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) te zien in onze tuin. Zelden hebben wij hier zo weinig vlinders op de planten gezien. Zelfs de Buddleia bleef leeg. 2011 was een slecht vlinderjaar, al leek het in het warme voorjaar juist heel goed te worden. In het voorjaar verdroogden veel planten door de langdurige afwezigheid van regen en de hoge temperaturen. De natte maanden die hierop volgden hebben de vlinderstand ook geen goed gedaan. De enige soort die je dagelijks ziet vliegen, is het Koolwitje. Blijkbaar is die goed bestand tegen grote hoeveelheden vocht. Ook gisteren was een vochtige maar warme dag, de aurelia was de enige vlinder die wij op bezoek kregen. Toch jammer, ze zijn immers zo mooi!

10 september 2011

De bosbodem ligt bezaaid met eikels en beukennoten. Ze vallen al vanaf half augustus en dat is aan de vroege kant. Het is het zoveelste bewijs dat het klimaat in ons land aan het veranderen is. Eikels begonnen  vroeger - en dat is dan zo'n veertig jaar geleden - pas in de tweede helft van september te vallen maar de laatste tien jaren is er een duidelijke verschuiving naar een eerder tijdstip. De bomen bloeien ook eerder en als er een mooi voorjaar volgt, willen de vruchten voorspoedig groeien. Die vroege vruchtvorming is trouwens niet alleen bij eik en beuk het geval maar ook bij andere boomsoorten. Wilde zwijnen en edelherten kunnen in deze tijd een flinke speklaag aanleggen waarop ze moeten teren in de wintermaanden. Maar voor de dieren zou het veel gunstiger zijn als ze daar later mee zouden kunnen beginnen want het wachten op het voorjaar, wanneer er weer hergroei in het bos is, zal nu wel erg lang duren.

9 september 2011

Het begint me zwaar te vallen de moed er in te houden bij dit donkere en natte weer. Aan de zomer valt immers niet veel meer te redden want over anderhalve week beginnen we alweer aan de herfst. Ik merk om me heen dat veel mensen daar erg tegenop zien. Beukennoten en eikels liggen al volop op de bosbodem en op straat ligt het al wekenlang bezaaid met hazelnoten. Opmerkelijk veel bomen hebben al een deel van hun blad verloren en zowaar hoorde ik in het bos al een paar keer de Roodborst zingen. Die zakken vanuit het hoge noorden zuidwaarts om ginder de winter te ontlopen. We hebben nauwelijks augustus achter de rug....!

8 september 2011

In een nat voorjaar is de kans op schimmelinfectie bij Perzikbomen heel groot. Dus dit droge voorjaar was wat dit betreft uitstekend voor deze soort. Ook andere prunussoorten als Abrikoos en Nectarine zijn hiervoor zeer gevoelig.  De benaming is bladkrulziekte en de sporen van deze schimmel overwinteren op de bast van de boom. Zodra het blad in het voorjaar begint uit te lopen slaat de schimmel toe. Blaasvormige aantasting is het resultaat. De blazen zijn aanvankelijk groen maar verkleuren van geel naar knalrood waarna het blad naar binnen krult en voortijdig afvalt. De schimmel heeft kans te zien ook de Amerikaanse vogelkers te infiltreren want daar is hetzelfde verschijnsel te zien. Ik vind het wel een fraai gezicht. Merkwaardig is wel dat bij prunussoorten het blad op een bepaald moment afvalt en de boom weer nieuw blad maakt dat de ziekte niet vertoont. Op deze Vogelkers zit het ogenschijnlijk op vers blad dat de infectie op dit moment dus niet zou moeten vertonen. Maar ja, in de natuur is alles mogelijk.

7 september 2011

Ik kan er niks aan doen, ik vind zo'n Schotse hooglander er ontzettend dom uitzien. Dat malle kapsel en die domme snuit, en dan staan ze je ook nog zo suffig aan te kijken. Maar het zijn brave dieren en ze vallen je niet lastig als je ze tegenkomt. De Schotse hooglander of Highland cow wordt tegenwoordig veel gezien in natuurgebieden. Ze blijken heel geschikt om het landschap open te houden. Door zo'n in vrijheid levende koe kun je aan de weet komen hoe treurig het bestaan toch is van onze doorgefokte Hollandse koebeesten. Een Hooglander, maar ook andere in het wild levende koeien trekken zich terug uit de kudde en bevallen in het verborgene van hun kalf. Als dat allemaal goed gelukt is, en het kalf stevig op de poten staat, komt de moeder terug naar de kudde. Zo'n dier kan dus leven zoals het geschapen is. Je zou het alle koeien gunnen!

6 september 2011

Momenteel vliegen er nog steeds aardig wat libellen rond uit de familie Heidelibellen. Vooral wie een vijver heeft, kan het niet ontgaan. De Bruinrode en de Steenrode heidelibel scheren met grote snelheid voorbij en landen telkens op eenzelfde plek om rond te spieden naar prooi. Deze Zwarte heidelibel (Sympetrum danae) is vernoemd naar het mannetje. Alleen zij worden donker tot bijna helemaal zwart terwijl de vrouwtjes te herkennen zijn aan hun gele kleur en zwarte band opzij. Het is de kleinste libel uit deze familie. Dit mannetje is behoorlijk afgevlogen maar ook kan het zijn dat hij ontsnapt is aan een vogel, of in een spinnenweb is terecht gekomen. Wie het weet, mag het zeggen! De Zwarte heidelibel vliegt in of bij heide- en veengebieden met vennetjes waarin de eitjes kunnen worden afgezet. Nog niet zo lang geleden is hij ook ontdekt in de duinen.

5 september 2011

Kraaiheide is een plant van de duinen maar ook in het hoogveen groeit hij. Ik kende hem niet uit de levende natuur en wist er ook niets over. Informatie leert dat deze heidesoort al vroeg in het voorjaar in bloei staat, april en mei zijn de maanden waarin dat te zien is. De bloei is maar heel bescheiden en doordat hij vroeg bloeit en dus ook de bessen al in de vroege zomer rijp zijn, was er nu niets te zien dan mooi en gezond groen. Kraaiheide en Dopheide voelen zich in elkaars gezelschap prima op hun plaats. Volgend jaar wil ik eens gaan kijken hoe die bloeiende heidesoort er in werkelijkheid uitziet. Meteen maar opschrijven in de agenda.

4 september 2011

Als bewoner van een stukje Nederland waar iedereen nog uit zijn dak gaat als in deze tijd van het jaar ooievaars zich verzamelen, is het geweldig om deze prachtige vogels elders zo veelvuldig aan te treffen in de natuur. Maar niet iedereen is blij met de vele uivers. In de jaren 70 was de ooievaar een bedreigde diersoort en begon men in zg. buitenstations de ooievaars weer te herintroduceren. Dat is een groot succes gebleken. Eťn van die buitenstations ligt in het Reestdal en draagt de naam "de Lokkerij". Nu is het niet meer nodig is ooievaars te fokken en zou de natuur volgens velen haar gang weer moeten gaan waar het deze vogels betreft. Maar op de Lokkerij worden ze nog steeds bijgevoerd waardoor ze in de herfst niet naar het zuiden trekken maar rond de Lokkerij blijven hangen. Inderdaad wemelt het hier in de omgeving van de ooievaars. In het Reestdal schijnen daardoor aanzienlijk minder kikkers en vissen rondom en in het water te zijn. Mensen ervaren de vele vogels ook als overlast, ze staan zelfs in de grotere tuinen bij de vijvers. De Meppeler- en de Steenwijkercourant poneerden daarom kortgeleden de stelling dat de Lokkerij zich overbodig heeft gemaakt. 72% van de lezers was het er wel mee eens. Het is niet bekend wat er nu gaat gebeuren met het buitenstation. Het kan verkeren!

3 september 2011

Aan de noordkant van het dal van De Reest (Dr) troffen wij tijdens onze wandeling de zeldzame Moerassprinkhaan (Stethophyma grossum) aan. Door de verdroging van de natte heidegebieden is de soort sterk achteruit gegaan waardoor de sprinkhaan nu te boek staat als vrij zeldzaam. Hun leefgebied is zeer natte heide en door de vele regen was die in dit gebied nu aanwezig. Voor de natte heidegebieden in ons land, met hun specifieke flora en fauna is de natste zomer sinds 1906 dan ook een ware zege geweest. Langs de Reest heeft deze grote sprinkhaan op verschillende plekken stevige populaties. Het zijn vooral de eitjes die voor hun ontwikkeling zeer veel vocht nodig hebben. Bij weinig vocht wordt de ontwikkeling vertraagd, en is het te droog dan kan de ontwikkeling zelfs een jaar worden stopgezet. Ook de jonge sprinkhanen, de nymfen, ontwikkelen zich alleen in een zeer natte omgeving. Wij vonden het een mooie vondst.

2 september 2011

Gisteren was een prima dag om er opuit te trekken en dat heb ik dan ook gedaan op deze eerste dag in september. Samen met mijn vriendin en wandelmaatje  had ik weer een "struindag". Over een paar kilometers doen wij urenlang, overal speurend en spiedend naar wat kruipt, vliegt en krioelt. Deze prachtige libel is de Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum). Als je naar informatie zoekt over deze schoonheid lees je dat hij te vinden is in gebied met langzaam stromend of stilstaand water met bijna altijd kwelwater in de buurt. Ook moet er volop zon zijn op zo, n plek Je zou dus veronderstellen dat je veel geluk moet hebben ze te vinden. Maar dit exemplaar vonden wij in het grasland langs een autoweg. En dat blijkt de vaste stek van een paar libellen daar. Ik fotografeerde hem (het is een hij) op de rug maar hij zat zodanig dat ik hem ook frontaal kon kieken. Daarom zie je de mooie tekening op zijn onderkant. En kijk eens naar die vleugels! Schitterend beestje dat in Overijssel algemeen aan het worden is, maar elders vrij zeldzaam, al komen er steeds meer. Deze libel vliegt tot half oktober maar momenteel piekt hij in voorkomen. Hier in het oosten van het land heb ik hem nog nooit gezien.

31 augustus 2011

Een jaar of twee geleden heb ik mij enorm ingespannen voor de natuur in en om mijn gemeente. Reden was dat hier destructief werd omgegaan met alles wat groeit en bloeit. Op het gemeentehuis waar ik werd uitgenodigd, liet men mij weten dat de groenbeheerders het beleid ook treurig vonden maar dat zij door de politieke partijen verplicht werden nog meer te bezuinigen op het beleid waardoor in alle perken planten en struiken werden weggehaald om maar zo min mogelijk onderhoud te hebben. Maar liefst 26 organisaties in onze gemeente waren er dit voorjaar voor nodig om de gemeente terug te fluiten bij haar besluit alle bomen die niet het predicaat "bijzonder" hadden, vogelvrij te verklaren zodat iedereen naar hartenlust kon kappen wat hij wilde. Tot mijn vreugde heb ik inmiddels gezien dat mijn aanklacht toch in een vruchtbare bodem is gevallen. Een grote grasstrook in mijn dorp, die tijdens een eerdere periode van ecologisch beheer een schat aan bijzondere en zeldzame wilde planten bevatte en vervolgens met elke maaibeurt werd gekortwiekt, is deze zomer met rust gelaten. En opeens verschenen hier 20 planten Betonie, een rode lijstsoort. Hopelijk komen de soorten die onder het maaibeleid erg geleden hebben te zijner tijd ook weer terug. Ik ga een bedankje sturen richting gemeente!

30 augustus 2011

De heide blijkt de keverplaag te boven en bloeit weer in volle glorie. Het Heidehaanjte is de boosdoener; om de vijf tot tien jaar vormt dit kevertje een enorme plaag. Het vreet de blaadjes van de stengels waardoor de heide langzaam afsterft en bloei dus achterwege blijft. Misschien heeft de heide dit jaar ook wel hulp gehad van de vele regen want het staat er allemaal puik bij. Als je in Rheden de Posbank oprijdt, verschijnen er plotsklaps hoge heuvels die helemaal paars zijn. Heel imposant, al is het ook een beetje een Teletubby-landschap geworden nu. Uit alle delen van het land komen de mensen kijken en het wemelt er momenteel van de wandelaars. Wie het met eigen ogen wil gaan aanschouwen, moet snel zijn want het hoogtepunt van de bloei is al voorbij.

29 augustus 2011

Ik vind het altijd zo opvallend dat het vroege voorjaar begint met gele bloemen en de zomer er ook weer mee eindigt. Gulden roede, Rudbeckia, Helianthemumsoorten en ook de Vlasleeuwenbek (Linaria purpurea), een kleine uitgave van de gekweekte vorm. Leeuwenbekjes zie je overal langs de kant van vooral bieten- en aardappelvelden. Maar ook in de bermen staan ze volop te pronken. Ze houden van voedselrijke, niet al te zware grond, dus waar gemest wordt, voelen ze zich thuis. Op deze plant kun je vaak de rupsen vinden van de Vijfvingerige vedermot. Een hele mond voor een heel bescheiden sneeuwwit vlindertje met tere vleugeltjes, zoals de naam al aangeeft. Je ziet hem nog wel eens op het vensterglas zitten als een heel smal wezentje. De bestuiving van de vlasleeuwenbekken gebeurt niet door vlinders maar door hommels.

28 augustus 2011

Toen het twee dagen zo verschrikkelijk regende, ging ik tussen de buien door even het bos in want een hele dag binnenshuis blijven bevalt mij slecht. Helemaal in de wetenschap dat de zomer zo vliegensvlug vooruit snelt en het blad al in alarmerende hoeveelheden van de bomen waait. Al snel kwam dit mooie Edelhert op mijn pad. Wat ziet hij er enorm uit met dat goed gevulde lijf, zijn prachtige gewei en de bontkraag die zich al aan het ontwikkelen is. Ook de hormonen van dit imposante dier doen al aan voorbereiding voor de komende seizoenen. In goede conditie zal hij herfst en winter ingaan. Het hert dat hem vergezelde, lag rustig even verderop te herkauwen maar toen de regen weer opnieuw ter aarde begon te storten, trokken beide  zich terug in de beschutting van een stuk naaldbos. Elke keer weer leuk, een ontmoeting met de koning van het bos. Terwijl het  begon te regenen, kon ik nog snel uit de hand een foto maken.

27 augustus 2011

Nog nooit eerder heb ik zoveel regenwater op de bosbodem zien liggen! Het zijn dan ook geen buien meer die om de haverklap naar beneden vallen, het zijn complete watervallen die een heleboel overlast in het land veroorzaken. Omdat in dit bos ook nog leem in de grond zit waardoor het vocht minder snel weg zakt, vormt het hemelwater enorme plassen en met goed fatsoen kun je niet eens over sommige paden lopen. Als dit door de klimaatverandering het vooruitzicht is, kleddernatte zomers, ben ik niet blij!. Door de hoge temperatuur hier in het oogsten van het land, doet het huidige weer bijna denken aan de tropen.

26 augustus 2011

Jaren geleden smaakte ik het genoegen om in het regenwoud van Costa Rica vliegende Morpho's te zien. Grote vlinders tussen de 10 en 12 centimeter die losjes en sierlijk rond-fladderden waarbij de fel blauwe kleur op de bovenkant van de vleugels bij elke vleugelslag oplichtte. Werkelijk adembenemend. Gisteren was ik in een tropische vlinderkas waar ik hem opnieuw tegenkwam. Doordat deze vlinders zo opvallend zijn, is hun kwetsbaarheid natuurlijk enorm en kunnen ze maar zo gepakt worden door een predator. Daarom sluiten ze hun vleugels als ze gaan zitten en zijn er alleen nog maar dreigende ogen te zien. Ik kon gisteren alleen maar een heel erg afgevlogen Morpho fotograferen, die met geopende vleugels op een blad zat. De naam Morpho is afgeleid van het begrip metamorphose. Zittend en vliegend ziet de vlinder er totaal verschillend uit. In zo'n kas zie je de prachtigste vlinders vliegen maar ze leven niet langer dan hooguit 5 weken. Dat geldt zeker niet voor elke vlinder, wij hebben onze trekvlinders die enorme afstanden kunnen afleggen. Atalanta en Distelvlinder zijn de bekendste. En wij hebben vlinders die zelfs overwinteren in ons land en koude, vorst en sneeuw kunnen doorstaan.

25 augustus 2011

Laatst vroeg iemand mij of een huisjesslak geboren wordt met een huisje op zijn rug. Een heel logische vraag eigenlijk. Maar zo'n huisje op je rug als je nog in een eitje zit, lijkt toch wat problematisch. Daarom krijgt de slak een begin mee in de vorm van een minuscuul en doorschijnend schelpje dat het embryonale slakkenhuis wordt genoemd. Later vormt dit het puntje van het huisje.  Dat bouwt hij tijdens zijn leven zelf op. De slak scheidt daartoe kalk af en boetseert een randje onderaan het huisje. Als hij te groot wordt voor zijn huisje, plakt hij er een nieuw randje onder zodat er weer ruimte genoeg is om het slakkenlijf in terug te trekken bij gevaar. Slakken die in een kalkrijke omgeving leven, hebben een sterker huis dan de dieren die in een zure omgeving leven, hun huisje is heel breekbaar. Wat ik heel afschuwelijk vind, is het per ongeluk trappen op een huisjesslak. Het gekraak onder je voeten geeft je het gevoel dat je een aanslag pleegt op een klein en weerloos dier. Dit kleine slakje is zo doorschijnend dat je de nerven van het blad door zijn lijf ziet schijnen. Het liep vanochtend over een montbretiablad. Een huisjesslak bestaat voor 80% uit water. Het beestje kan twee tot drie jaar leven met wat geluk.

24 augustus 2011

De Koninginnepage (Papilio machaon) heeft het dit jaar geweldig goed gedaan. Wekenlang zagen we ze op de volkstuinen vliegen en nu zijn er rupsen die zo langzamerhand aan verpoppen toe zijn. De vlinder leeft gemiddeld maar 18 dagen dus dat we ze zo lang zagen vliegen, betekent dat we er meerdere gezien hebben. Dat zo'n prachtig schepsel maar zo kort als imago leeft, vind ik eigenlijk een foutje van de natuur. De mooie pagevlinder had meer verdiend! Het vrouwtje legt haar eitjes stuk voor stuk op planten uit de schermbloemfamilie. Kervel, Dille, Wortel en Venkel, Pastinaak. Een enkel vrouwtje kan tussen enige tientallen tot 500 eitjes leggen. De rupsjes beginnen als piepkleine zwarte, nauwelijks met het oog zichtbare frummels. De rupsjes groeien als kool en vervellen viermaal voor ze zich gaan verpoppen. Wanneer dat stadium is aange-broken, is dat duidelijk te zien: de rups positioneert zich rechtop langs een stengel en de kop wordt wat ingetrokken zodat de rups met wat fantasie op een komma lijkt. Er zijn nu sinds het uitkomen van de eitjes ongeveer 30 dagen voorbij gegaan. In de zomer duurt het maar kort voordat na het verpoppen weer nieuwe vlinders verschijnen die tot ongeveer eind augustus rondvliegen. De rupsen van de tweede generatie die nu aan hun verpopping beginnen, gaan er heel lang over doen voor ze in een vlinder veranderen. Dit kan variŽren van 200 tot 290 dagen. Dat gaat met deze rups, die ik tijdens de enorme regenbuien gisteren uit de volkstuin ophaalde, ook gebeuren, als alles goed gaat tenminste. Ik zal goed over hem waken. Op dit youtube-filmpje is het proces in alle glorie te zien: http://www.youtube.com/watch?v=oZ9Pcowt09A

23 augustus 2011

In mijn volkstuin groeit op verschillende plekken Kaasjeskruid (Malva). Terwijl het op de ene plek nog bloeit,  is op de andere plek al zaad gezet. En precies daar ontdekte ik een heleboel fel gekleurde wantsen. Het zijn Vuurwantsen (Pyrrhocoris apterus) en die zijn dol op  zaden van het kaasjeskruid. Wantsen vormen een uitermate boeiende groep insecten. Ze hebben geen monddelen maar een zuigsnuit, ze vormen verschillende groepen: wantsen die voornamelijk van plantensappen leven en wantsen die als kleine roofdiertjes door het leven gaan. Wantsen hebben vaak zeer mooie kleuren en tekeningen. In het nymfestadium  zien ze er totaal anders uit dan het imago. De kleur van het volwassen insect kan afhankelijk van de omstandigheden intensiever worden. Als ze geslachtsrijp zijn bijvoorbeeld, of als ze gaan overwinteren. De vuurwants behoort tot de eerste groep en leeft van afgevallen blad van de Linde en bepaalde platenzaden die worden leeggezogen. Daarnaast eten ze ook wat dode insecten.. Na de maaltijd wordt de zuigsnuit keurig onder de kop opgevouwen. De balts en de paring van deze wantsen kan tot 30 uur duren waarbij het vrouwtje de man een tijdlang op sleeptouw neemt want het leven gaat natuurlijk wel gewoon door. Tot wel honderd eitjes worden hierna afgezet. Jong of oud, ze leven onder invloed van feromonen gezellig in grote groepen bijeen waarvan sommige mensen soms de kriebels krijgen. Vuurwantsen zijn echter volkomen onschadelijk! 

22 augustus 2011

Bij de buurman is het gras altijd groener! Deze geit had zo te zien wel eens zin in iets anders dan de dagelijkse kost en hing zo ver hij kon over het hek om de haag van de buren te scheren.  Een kip staat erbij te kijken en denkt er het hare van. Wat een prachtig weekend ligt achter ons. In deze tijd van het jaar lijkt het wel of  op allerlei plekken en plaatsen mensen nog even flink willen uitpakken want overal is wel iets georganiseerd, landgoedmarkten, braderieŽn, openstellingen.  Er waren hordes mensen op pad om daarvan te genieten.

21 augustus 2011

Bij een boerderij in het buitengebied was in de lente langs de akker een zaadmengsel ingezaaid. Allemaal van die echt ouderwetse bloemen: margrietjes, korenbloemen, klaprozen en bolderik. Op verschillende plekken gluurden deze leuke bloemen tussen het groen door. Geen flauw idee hoe ze heten, dat wist de boer zelf ook niet. Samen genoten we een poosje van een tafereel dat ooit zo algemeen en nu zo zeldzaam is geworden. Heerlijk, zulke mensen die dit doen!

18 augustus 2011

Onder een grote emmer lagen twee slakken in diepe rust. De voorste is de Oranje wegslak, een weekdier dat je heel veel tegenkomt. De achterste is de Tijgerslak of Grote aardslak (Limax maximus) en dit was de eerste keer dat ik dit beest onder ogen kreeg. Zelf vind ik dat best opmerkelijk omdat volgens de gegevens die ik geraadpleegd heb, deze slak niet zo bijzonder is. Maar omdat hij voornamelijk gedurende de nacht actief is, krijg je hem toch weinig te zien. De Tijkgerslak is de grootste slak van Europa en kan tot drie jaren oud worden. Tegen die tijd kan hij wel twintig centimeter lang worden. Het is een echte veelvraat, een omnivoor. Hij eet planten, net zo makkelijk andere slakken en van een schaaltje kattenbrokken is hij ook niet vies. In de moestuin is hij een echte ramp. Toen ik hem de volgende morgen dan ook wilde gaan verhuizen, was de vogel gevlogen. Dit is de tijd dat de grote naaktslakken eieren leggen; die vind je soms in bloempotten of in de aarde. Altijd een heleboel en min of meer kleurloos. Slakken zijn hermafro-diet wat betekent dat ze ei- en zaadcellen produceren. Ik vond een fascinerend filmpje op het internet over de spectaculaire paring van deze slijmerds. Het is een stukje uit de prachtige serie "Life in the undergrowth" van de BBC, becommentarieerd door sir David Attenborough.
 http://www.youtube.com/watch?v=FhVi4Z6CjZk

17 augustus 2011

Op de Gulden roede wemelt het van insecten en het gezoem is niet van de lucht. Toch zijn het voornamelijk vliegen, en een enkele zweefvlieg. De Groene vleesvlieg (Phaenicia sericata) is  opvallend veel vertegenwoordigd, dat is me trouwens deze zomer al meer opgevallen. De vlieg leeft voornamelijk op bloemen waar hij stuifmeel en nectar eet. Ook zijn ze dol op overrijp fruit en momenteel zie ik ze veel op de frambozen, wat ik niet zo aangenaam vind. De eitjes worden overwegend afgezet in levend vlees, daarom is deze vlieg berucht in de veehouderij waar dieren enorm van de maden te lijden hebben. Als je er oog voor hebt, zie je ook dat dit eigenlijk een prachtig insect is. De jonge vliegen zijn fel groen terwijl de oudere exemplaren koperkleurig zijn.

16 augustus 2011

In de zomer ga ik altijd een keer naar een begraafplaats in ons dorp. Ik hou van de sfeer die er hangt en het brengt ook voor even weer mensen terug in je herinnering als je hun namen in steen ziet gebeiteld. Er is zoveel geschiedenis geschreven, er zijn zoveel tranen geplengd en aan de bloemen op diverse graven is te zien dat degene die hier voorgoed te rusten werd gelegd, nog altijd zeer gemist wordt. Het confronteert je met je eigen sterfelijkheid en het is best goed daar af en toe bij stil te staan. Op deze begraafplaats groeien in de droge zandgrond ook mooie wilde bloemen. Deze aardige kleine Zandblauwtjes (Jasione montana) groeiden er rondom en langs de graven, heel bescheiden en innemend hemelsblauw. Het is een eenjarig plantje dat in zachte winters wel eens overblijft. Het behoort tot de Campanulafamilie.

15 augustus 2011

Als in een zoekplaatje zit deze jonge Struiksprinkhaan (Leptophyes punctatissima) in een plant. Ze woont hier al weken, vreet van het blad, groeit, vervelt en wordt steeds groter. Doordat deze soort heel korte vleugels heeft, kan de sprinkhaan niet vliegen. Na zeven vervellingen is deze dame volwassen en dan wacht haar nog de taak te paren en eitjes te leggen. Na ongeveer een maand is haar leven dan alweer ten einde. Ze eet alleen jong, sappig blad. Later het blad wat hoger in de bomen. Het vrouwtje legt met haar legboor eitjes in jonge, zachte plantenstengels en maakt voor elk eitje een nieuw gaatje. Van juli tot oktober zijn de volwassen dieren actief. Sprinkhanen communiceren door geluid te maken en elke soort doet dat weer anders. Op de kop van onze sprinkhaandame zien we geen oren of iets dat daar op lijkt. Haar gehoorapparaat ligt in de scheen van de voorpoten. Wie verzint nou zoiets! Vogels zijn dol op sprinkhanen, net als kikkers.

14 augustus 2011

Er wordt veel gesproken over klimaatsveranderingen en de gevolgen die dat voor ons land heeft. De zeespiegel zal stijgen en grote delen van ons land zullen onder water verdwijnen. Ik denk dat het nu zover is. De natte moesson is ook in ons land aangekomen. Elders op de wereld weet men dat het dan drie maanden, ergens anders zelfs een half jaar kan regenen. Maar men weet ook dat de stromingen daarna rigoureus zullen veranderen en dat het vervolgens heel lang warm en droog zal worden. Voor ons is dit alles nieuw en wat ons te wachten staat moeten we nog maar zien. Maar als ik aan de kust woonde, zou ik subiet gaan verhuizen naar de Veluwe! Er valt nu al aardig wat blad van de bomen, berk, krentenboom, plataan, es, ze hebben genoeg van de zomer. Ik vernam van een medewerkster van de Wageningen universiteit dat dit het gevolg zou kunnen zijn van de langdurige droogte in het voorjaar en nu het teveel aan water. Die bomen weten net als wij ook niet waar ze aan toe zijn. Een paar dagen geleden vond ik Judasoren. Heel vers en zacht. Als ze wat groter zijn gegroeid, ga ik weer kijken, dan is mooi te zien aan de binnenkant dat ze "aderen" hebben gekregen. Voorlopig eerst maar de moesson doorkomen!

13 augustus 2011

Augustus is de bloeitijd van het Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare, het staat nu overal langs de wegen. Als je de bloemen wat nader bekijkt, zie je vaak kleine groene kelkachtige dingen die tussen de afzonderlijke buisbloempjes van deze plant uitpiepen. Het zijn gallen. De wereld van de gallen is op zich al iets waar je je dagen mee zou kunnen vullen vanwege de vele soorten en varianten. Deze gal wordt veroorzaakt door de Boerenwormgalmug. Deze vaste plant zou je best in je tuin kunnen zetten, ik heb ze ook in mijn volkstuin staan. De bloemen zijn van groot belang voor een aantal solitaire bijtjes. Er wordt beweerd dat een bosje boerenwormkruid in de poezen- of hondenmarkt vlooien verjaagt. Of het zo is, weet ik niet maar het is het waard om dat eens uit te proberen. In de middeltjes die onze honden en katten tegen vlooien krijgen toegediend, zitten heel veel nare en ongezonde stoffen. Ik heb trouwens de indruk dat het deze zomer met de vlooien wel meevalt, onze kater heeft ze tenminste niet.

12 augustus 2011

Om nu alweer zo met paddestoelen bezig te zijn, vind ik eigenlijk niet leuk. Gevoelsmatig is het er de tijd nog niet voor maar toch kun je er niet omheen. Trouwens, de Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) is te vinden tussen mei en september en ik heb er al verschillende gezien. Maar deze slaat wel alles! Groot en imposant hing hij aan een oude op sterven na dood zijnde beukenboom. Dat de boom er zo slecht aan toe was, zal ongetwijfeld te maken hebben met de aanwezigheid van deze zwam. Elk jaar komt de zwam tevoorschijn en sterft daarna weer af. Maar binnenin de boom gaat het sloopwerk door. Het mycelium woekert door de stam en veroorzaakt op den duur bruinrot, wat de boom het leven kost. Dit is een eetbare paddestoel en hij schijnt naar kip te smaken. Niet verwonderlijk dat de Engelsen hem de rake naam "chicken of the forest" gaven, boskip! Toen ik de Zwavelzwam fotografeerde was hij al wat ouder, te zien aan de bleke kleur. Van felgekleurd en sappig gaat hij over in droog en verblekende kleuren.

11 augustus 2011

Nou ja zeg! Wat vind ik hier nou weer. Buiten in de tuin stond een klein glazen schaaltje met kattenvoer voor de egel. De regen had het vol water gezet. Een kikkertje, kortgeleden het land opgegaan, was erin gesprongen en verdronken! Blijkbaar was het beest nog niet sterk genoeg om met een sprongetje uit dat met regenwater gevulde schaaltje te komen. Dat is toch ook een treurig einde als je maandenlang in een vijver ongestoord hebt kunnen groeien. Er zaten en zitten nog steeds heel veel kikkertjes in onze vijver. Sommige nog lang niet volgroeid en andere helemaal klaar voor het grote avontuur. Ik geef hem een plekje in mijn dagboek en daarna doe ik hem terug in de vijver: een zeemansgraf. Verdronken in een dessertschaaltje! Arm kikkertje!

10 augustus 2011

Ook al vordert de zomer behoorlijk, nog altijd zijn er jonge vogels te zien. Op meerdere plaatsen zag ik jonge Waterhoentjes. Het is een heel veel voorkomende watervogel die je al hoort voordat je hem ziet. Ik vertelde mijn kleinkinderen ooit dat je goed het verschil tussen een meerkoet en een waterhoen kunt onthouden: door naar de kleur te kijken. Behalve de ogen is alles aan een meerkoet zwart en wit en waaraan doet dat denken: een koe. Dus: koet. Ze weten het nog altijd. Een Waterhoen is aanzienlijk kleiner en heeft een rode snavel. Bij beide vogels gaat de snavel over in een voorhoofdschild. Daaraan kun je weer zien dat ze toch familie van elkaar zijn, ze behoren tot de rallenfamilie. Vader Meerkoet haalt voedsel uit het water of van de wal, geeft dat over aan moeder Meerkoet die dicht bij haar jong blijft, en zij voert het aan haar kind. Van de nesten die vaak tussen de vijf en tien jongen opleveren, blijft meestal maar weinig over. Roofvissen en ratten trekken de kleintjes onder water en een hongerige meeuw of kraai lust er wel pap van. Dit paar vogels had nog maar een enkele nakomeling over. Maar die krijgt dan ook alles wat zijn maagje begeert.

9 augustus 2011

De vele planten en bomen die in de loop van de tijd in de uiterwaarden gingen groeien, vormen een belemmering voor het rivierwater bij hoogwaterstanden waarbij het water buiten de bedding treedt. Daar wil Rijkswaterstaat wat aan gaan doen. Omdat de Nederlandse rivierflora uniek is, wordt er niet met de botte bijl gehakt maar in het opgestelde plan “Vegetatiebeheer grote rivieren” zorgvuldig samengewerkt met organisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, eigenaren van uiterwaarden en Dienst Landelijk Gebied, om te bekijken waar de natuur kan worden ingedamd en waar die in stand kan blijven. Ik hoop dat het allemaal niet te rigoureus veranderen zal want het is een prachtig gezicht, al die bloeiende planten. Samen met vogels en insecten vormen die immers een specifiek biotoop. Op dit stukje langs de IJssel liepen koeien en  paarden midden tussen de planten van het Jacobskruiskruid. Goed te zien is hoe de paarden de planten laten staan. Hun instinct vertelt ze dat dit groenvoer niet goed voor ze is.

8 augustus 2011

Afgelopen weekend was het landelijk "vlindertelweekend". Dit heeft ten doel te inventariseren hoe het er met de vlinders voorstaat. Ik vrees dat het bedroevende resultaten heeft opgeleverd. In onze tuin, waar ik speciaal voor de gelegenheid lekkere hapjes in de vorm van appel, stukjes meloen en nectarine had neergelegd om de vlinders te lokken, waren alleen maar vliegen te zien. Er vlogen twee Koolwitjes door de tuin, een Boomblauwtje en een heleboel Kroosvlindertjes. Die laatste zijn er deze zomer zoveel dat ze zelfs binnenshuis rondvliegen. Wespen die dol zijn op fruit, waren er ook niet, ondanks de voorspelling dat ons een wespenplaag wachtte. Om over de aangekondigde muggenplaag maar te zwijgen. Geen mug te bespeuren!

7 augustus 2011

Gallen zijn er te over. Alleen al op de Eik leven meer dan veertig soorten. Op een Zomereik zag deze merkwaardig gevormde Knoppergal. Een kleine maar bijzondere galwesp, de Andricus quercuscalicis was de maker. In zijn achternaam zit het Latijnse quercus = eik. Galwespjes hebben een fascinerende manier zich voort te planten. Van het geslacht Andricus, dat de bijzondere Knoppengal veroorzaakt, leven twee generaties op twee verschillende bomen: de Zomereik en de Moseik. In de winter leven in de knoppergallen zogenaamde a-sexuele vrouwtjes die in het voorjaar onbevruchte eitjes leggen in meeldraden van de Moseikbloesem.  Daaruit komen mannetjes en vrouwtjes die paren, waarna de vrouwtjes bevruchte eitjes leggen op het randje van de napjes die de vruchten van de Zomereik omvatten. Uit deze knoppergallen komen dan in de herfst weer a-sexuele wespjes tevoorschijn waarna het hele proces opnieuw begint. Alle galwespjes kennen een generatiewisseling maar alleen de wesp die de knoppergal maakt, kent ook gastheerwisseling. Eik en Moseik zijn beide nodig. Overigens zijn er ook gallen te vinden op andere bomen en struiken. Er is een enorme diversiteit aan kleur en vorm en het is leuk om in de komende tijd daar eens op te letten.

6 augustus 2011

Het lijkt af en toe wel of de seizoenen dit jaar door elkaar gehusseld zijn. Zomer hadden we in het voorjaar en nu lijkt het wel herfst af en toe. De straat ligt vol afgevallen berkenblad en in de bossen verschijnen meer en meer paddestoelen. Parasolzwammen,  zwavelzwammen, reuzen-zwammen,  russula's en stuifzwammen. Deze groep Parelstuifzwam (Lycoperdon perlatum) piepten een week geleden uit de bosgrond omhoog. Als ze rijp zijn, verdroogt het omhulsel en komt er een gaatje bovenin hun bol waaruit de stoffijne sporenmassa wordt verspreid zodra een regendruppel op de zwam valt. Kinderen vinden het prachtig de zwammetjes te laten puffen.

5 augustus 2011

Een paar dagen geleden ontdekte ik in een berm, verspreid over een paar honderd meter, een stuk of vier plantjes van de Aardaker (Lathyrus tuberosus) . Deze wilde lathyrussoort werd een paar eeuwen geleden beschouwd als een lastig onkruid; nu is hij beschermd door de Flora- en faunawet. Dat de planten vroeger zo veel voorkwamen, is niet vreemd. Ze werden op grote schaal gekweekt als voedsel. De Aardaker maakt ondergrondse uitlopers en op de plekken waar de wortels zich splitsen, ontstaat een verdikking of knolletje en dat schijnt heel eetbaar te zijn.
Hoewel de Aardaker te boek staat als nog veel voorkomend in het rivierengebied, kom ik de plant zelden tegen. Ik was dan ook verheugd meerdere planten te ontdekken in het uiterwaardengebied van de IJssel. De bloemen zijn donkerder dan op de foto maar rood is heel lastig goed te fotograferen. Je zou de tijd moeten nemen om handmatig je camera in te stellen op felle kleuren en onderbelichten, maar daar is niet altijd de gelegenheid voor als je onderweg bent.

4 augustus 2011

Heeft de ene vogel ons land al verlaten met het oog op de naderende seizoenen, de ander begint doodgemoedereerd nog aan een nieuw legsel. In een mooie, ouderwetse boerensloot zag ik deze eend met haar negen pullen. De jonge eendjes waren deels geel en deels donker en zo te zien nog maar pas uit het ei. Wat is dat toch vertederend, zo'n trotse waakzame moeder met haar aandoenlijke pluizebollen van kinderen. De eend bleef braaf zitten, liet zich fotograferen en ging toen met haar kroost het water in waar ze netjes in een rijtje achter moeder aanzwommen.

3 augustus 2011

Geen wonder dat Jac. P. Thijsse in het verleden een boek schreef over de IJssel want het is een prachtige rivier. De Provincie heeft de laatste jaren veel geÔnvesteerd in fietspaden die door de uiterwaarden en langs de River lopen. En dat is puur genieten, vooral op deze mooie dagen. Schitterende vergezichten, grazende koeien, schapen en paarden en een overvloed aan wilde planten waarvan er al veel zijn uitgebloeid. Van tijd tot tijd even rusten op een plezierig terras, her en der een poosje langs de kant gaan zitten om het landschap in je te laten binnen dringen, eigenlijk hoef je niet eens op vakantie. Dat doen wij dan ook nooit in de zomer als het overal druk is en vol toeristen. De fietsen staan al weer klaar, de mand vol "koek en zopie", heerlijk!

1 augustus 2011

Het is alweer augustus, de maand die ik altijd weer met gemengde gevoelens begroet. Augustus kan mooi worden en nog een zomers gevoel geven maar augustus kan ook verregenen en dan dringt teleurstelling zich op in je binnenste: dit was de laatste kans dat we hadden kunnen proeven van zonovergoten dagen, heerlijk buiten in de tuin zitten, nog een paar van die verruk-kelijke warme avonden om stil te zijn, te genieten van de avondsfeer, nippend aan een goed glas wijn. Of wordt het binnen zitten, verwarming 's avonds al opdraaien, regen, kilte.  Hoe dan ook, elke mooie dag die nu nog op het programma staat, zal ik op opslurpen, begerig rondspeuren naar wat er nog te ontdekken valt, te ruiken, te genieten. Augustus is ook hooimaand. Overal worden gewassen binnengehaald en gras ingekuild voor de winter. De meeuwen wachten met z'n allen af of het maaiwerk nog wat eetbaars te voorschijn brengt.

31 juli 2011

Wie gaat er nou op zijn knieŽn liggen voor een bloempje van de Klaver! Niemand toch. Tenzij je het eens goed wilt fotograferen natuurlijk. Maar bekijk nou toch eens zo'n bloempje, het is toch prachtig? Er zijn meer dan 300 soorten klaver en die lijken zeker niet allemaal op elkaar. De bloempjes variŽren van piepklein tot nog wat langer / hoger dan deze. Ze variŽren ook in kleur en vorm. Als je ze niet bij naam kent, zou je niet eens denken dat ze allemaal tot dezelfde familie behoren: de vlinderbloemigen. Ik fotografeerde de Bastaardklaver (Trifolium resupinatum). Deze klaversoort wordt hoofdzakelijk gebruikt als veevoer maar je vindt hem overal in de wegbermen, tussen de Rode en de Witte klaver. De Latijnse naam van een plant zegt vaak veel over diens eigenschappen. Trifolium betekent driebladig en zulke blaadjes hebben ze allemaal. De gewone Klaver is misschien wel de plant waarvan de blaadjes het meest bekend zijn want wie zocht in zijn jeugd niet naar een klavertjevier? Dat is dan trouwens een speling van de natuur, een mutatie die je niet zo vaak tegenkomt. In de voortreffelijke veldgids van Henk Eggelte, "Nederlandse Flora" staan alle hier voorkomende klavers fijntjes getekend. Een aanrader voor wie van determineren houdt. De zoekmethode om tot de juiste plant te komen, is in deze gids heel plezierig.

30 juli 2011

Het is tijd voor zaadverspreiding. Heel veel planten zijn al uitgebloeid en hebben zo hun eigen manier om hun voortbestaan zeker te stellen. Sommige laten hun zaden gewoon vallen, andee waaien ver weg onder aan een parachuutje, weer andere laten hun zaaddozen door een vernuftig mechanisme openschieten zodat hun zaden een eind van de moederplant in de bodem terecht komen. Sommige planten maken beeldschone verpakkingen voor hun zaden, zoals het viooltje. Kijk er maar eens naar: de kleine zaadjes liggen in het omhulsel uitgespreid als een kistje gesorteerd fruit op een marktkraam. Koekoeksbloem heeft ook heel mooie zaaddoosjes waarin de zaden goed beschermd blijven liggen tot de wind de ze naar buiten schudt. Deze zaaddoosjes van de Sleutelbloem (Primula veris) vind ik ook heel leuk. Ze zijn nu bijna allemaal wel leeg.

29 juli 2011

Ik heb meerdere Vlinderstruiken, zowel bij huis als in de volkstuin maar ik heb er nog geen enkele vlinder opgezien. De Kleine vos op de foto legde ik gisteren elders vast. Het was ook daar de enige die op een struik zat. De bloemen bloeien uit zonder dat er fleurige nectarpeurders van geprofiteerd hebben. Als augustus mooi wordt, is er nog kans op een derde generatie vlinders. Door het lange, droge en warme voorjaar begon het vlinderseizoen al vroeg waardoor bloei en vlindervoorkomen niet synchroon lopen dit jaar. Ik heb de indruk dat ik nu toch weer wat meer vlinders ga zien. Het Boomblauwtje vliegt nog steeds, gisteren zag ik weer een Muntvlindertje, ook van een nieuwe generatie, en ook het Koevinkje zie ik regelmatig.

28 juli 2011

Allerlei insecten houden zich nog altijd bezig met de voortplanting. Zo ook deze waterjuffers, het zouden man en vrouw Azuurjuffer  kunnen zijn maar ik kan het op deze foto niet goed zien. Ik probeerde het nogmaals met mijn macrolens maar het resultaat blijft, zoals al een hele tijd, pover. Er is helaas iets mis met deze lens, daar baal ik flink van.  Het vrouwtje steekt hier haar achterlijf omhoog om andere mannetjes die interesse in haar tonen op een afstand te houden Het lijkt op de foto wel of ze een dans uitvoeren, daarom vond ik hem leuk. De mooie rode vuurjuffers zie ik nauwelijks nog bij de vijver. In het water zwemmen nu ook heel veel jonge, minuscule duikerwantsen.

27 juli 2011

De julimaand is bijna alweer voorbij en veel moois voor wat het weer betreft, heeft hij ons niet gebracht. Aldoor probeerde ik flink te zijn, mezelf voor te houden dat die hoeveelheid regen ontzettend goed was voor de natuur, maar nu begin ik langzamerhand de moed te laten zakken. Bijna een hele maand is afgeknibbeld van de zomer en we hebben er nog maar een te gaan. Alles groeit als een gek, planten staan op veel te hoge en dunne benen en vallen massaal met hun bloeiende hoofden ter aarde waar hun schoonheid ingeleverd wordt voor bemodderde en beschadigde bloemtrossen. De grassen liggen plat ter aarde, insecten houden het voor gezien en alles is bedekt met druppels, druppels, druppels. Arme vakantiegangers, vooral de kampeerders onder hen. Ik weet het nog: elke dag maar weer hopen dat de volgende beter is, en alles in de tenten en caravans klam en kil. Nog steeds vliegen er jonge koolmeesjes rond en hun contactgeroep houdt me voor dat het toch echt nog steeds zomer is. Hopelijk wordt augustus nog mooi voordat september ons weer de herfst zal brengen.

26 juli 2011

Als ik met mijn 9-jarige kleinzoon de natuur in trek, belandt ik meteen in een sprookje. Zodra hij het bos instapt verandert hij in een  "kleine Johannes"  als uit het boek van Frederik van Eeden, die alles ziet wat een normaal mens niet waar kan nemen. Spiedend loopt hij over de paden, om de paar meter staat hij stil en spreekt met gedempte stem. Ik speel het spel mee. Kijk oma, ik zie een lichtje branden! Als ik kijk, is het net uitgegaan. Pas op oma, op die tak zitten een heleboel kleine bosmannetjes! Een uitgebloeide stengel van het Vingerhoedskruid bevat een geheime zender die doorgeeft aan die zwarte kereltjes in de bomen dat wij er aankomen. Met diepe aandacht legt hij zijn oor tegen een stam om te luisteren wat de boom te vertellen heeft: wij moeten vijf geheime sleutels zoeken! Het vervelende is, zo zegt hij, dat sommige bomen de waarheid spreken en andere juist liegen. Dat maakt het allemaal gecompliceerd. Zijn hand op de bosbodem verneemt dat onder ons huis diamanten in de grond liggen. Voordat ons huis daar stond, was het immers bosgrond. Bomen hebben gezichten en armen in zijn optiek en alles heeft betekenis. Onder een berg afvalhout ligt een trainingskamp voor boskabouters en bloeiend Vingerhoedskruid fungeert als een kapstok voor elfenmutsjes. Gelukkig stuiten we ook nog op een kudde Schotse hooglanders, die kan ik tenminste wŤl zien. Thuis vertelt hij dat wij een spannende wandeling hebben gemaakt maar helaas mag daarover niets verteld worden! Het zijn de geheimen van het bos en die moeten daar blijven!

25 juli 2011

In regenperiodes, zoals nu het geval is, ontstaat er voor je ogen een ontzettende erosie op de bospaden. Het vele hemelwater zoekt zich een weg door de geringste geulen die eerder al eens ontstonden en ze worden almaar dieper en dieper. Daarbij wordt de bovenste laag bodem-deeltjes losgemaakt en meegevoerd door de regenstromen. Boomwortels komen los te liggen, de bospaden worden deels dieper en dieper uitgesleten en je zou er in het donker niet zonder gevaar kunnen lopen. Om de erosie tegen te gaan worden langs de paden diepe kuilen gegraven om het water daarheen te leiden in plaats van over de paden. Het regenwater stroomt er braaf in en voert het gele pure Veluwezand met zich mee waarbij soms mooie stillevens ontstaan.

24 juli 2011

Gelukkig zijn er af en toe nog periodes dat je even naar buiten komt om iets te doen. Zo ging ik even naar mijn volkstuin die ik de hele week links had laten liggen wegens andere verplichtingen. Je wordt bijna moedeloos als je ziet hoe snel het onkruid zijn kans grijpt. Tussen al die ongewenste gasten groeide ook iets dat in eerste opzicht deed denken aan een zonnebloem. Bij nadere inspectie bleek het om iets heel anders te gaan: Fluweelblad (Abutilon theophrasti). Deze plant hoort thuis in zuidoost Europa en in het grootste deel van Nederland is het nauwelijks te vinden. Aan deze oostelijke kant van het land is het "zeldzaam ingeburgerd", zoals de officiŽle vermelding is.  Een eenjarige plant die behoort tot de kaasjeskruidfamilie met grote behaarde bladeren met malle kleine bloempjes. De volkstuin blijft maar voor verrassingen zorgen dit jaar!

23 juli 2011

De bosbodem is weer goed vochtig dus kun je wachten op paddestoelen. Ik heb al diverse soorten gezien. Ook het Gewoon ijsvingertje (Ceratiomyxa fruticulosa) is present. Het is maar heel klein en je moet echt goed kijken om het te ontdekken. Het Gewoon ijsvingertje behoort tot de plasmodiale slijmzwammen. In de paddenstoelenencyclopedie van Gerrit Keizer staat een duidelijke definitie die ik het beste maar kan aanhalen: "uit sporen ontstaan op amoeben en zweepdiertjes lijkende microscopisch kleine, kruipende of zwemmende beginstadia die overgaan in een zich horizontaal voortbewegend stadium het plasmodium". De kruipende en merkwaardige materie voedt zich met micro-organismen. Uiteindelijk verandert het in een vaste vorm die omgeven wordt door een beschermend vlies. Hierop worden langwerpige sporendragers gevormd door middel waarvan de slijmzwam zich kan voortplanten. Deze merkwaardige slijmzwammen komen voor op dood hout. Ze leven maar kort. Myxomyceten is een andere naam voor deze slijmzwammen. De Heksenboter en het Zilveren boomkussen zijn meer bekend.

19 juli 2011

Mensen, wat een regen de laatste tijd. Je zou er humeurig van worden, ware het niet dat dit echt fantastisch is voor de natuur die in de droge voorzomer zo'n klap kreeg. Maar er is geen stutten meer aan, alle planten vallen omver door die aanhoudende plensbuien. Deze bloeiende prei is ook al van z'n stokje gegaan en alle afzonderlijke bloempjes die zo keurig in het gelid stonden en samen een perfecte bol vormden liggen nu uitgespreid als haren in een kruin op een mensen-hoofd.  Eigenlijk wil ik nu best graag weer een weekje lekker droog weer. Al was het maar om de boel weer te fatsoeneren en onder controle te krijgen. En dat onkruid, het vliegt de grond uit!

18 juli 2011

In de uiterwaard waar wij  fietsten, zagen we een groot aantal boerenzwaluwen laag over de grond scheren en soms neerstrijken op het door de zon verwarmde asfalt waar ze insecten vingen. Tsjonge, wat vliegen die vogels snel, je zou er jaloers op worden. Hoog boven mijn hoofd zag ik hoe ze onder de dakrand van een boerderij af en aan vlogen om hun jongen te voeren. Die lieten zich luidkeels horen. Heel grappig om die koppies over de nestrand te zien steken. Alsof ze vast de omgeving willen verkennen waar ook zij binnenkort in mogen duiken. 2011 is uitgeroepen als het Jaar van de Boerenzwaluw. Daarmee wordt aandacht gevraagd voor de gestage achteruit-gang van deze vogels. Momenteel staat de Boerenzwaluw als "gevoelig" op de Rode Lijst. In het voorjaar komen ze naar ons land om te broeden. Ringonderzoek heeft aan het licht gebracht dat "onze" zwaluwen voornamelijk overwinteren in Centaal- en West-Afrika. Een indrukwekkende afstand voor zulke kleine vogels. We kunnen ze helpen door ze nestgelegenheid aan te bieden. Even googelen en je vindt wel een adres waar kunstnesten te koop zijn. Tegen mensen die in het buitengebied wonen zou ik zeggen: doen, volgende lente! Help deze fantastische vogels.

17 juli 2011

Dat het Klein warkruid (Cuscuta epithymum) dat hier zo mooi in bloei staat, zo overvloedig aanwezig is in het kleine heideveldje midden in ons dorp is zuiver en alleen te danken aan een voormalig jachtopzichter die na zijn pensionering het terrein onder zijn hoede nam. Tot dan was het overwoekerd met grassen e.d. Met onvoorstelbare volharding en passie plant hij telkens nieuwe stukken in met heideplantjes en houdt die vervolgens ook nog schoon door het onkruid er uit te trekken. Door zijn intensieve onderhoud en voortdurende vernieuwing zorgt hij onbewust dat het warkruid een kans krijgt. Zoals hier, waar het warkruid een nog jonge heideplant heeft bedekt. Klein warkruid pakt zijn kans nadat een heideveld geplagd of afgebrand is. Meestal gebeurt dat maar eens in de zoveel jaren, maar in ons heideveldje wordt regelmatig ingegrepen. Bij het veldje staat een gemeentelijk informatiebord  met de vraag aan hondenbezitters hier vooral geen hond te laten poepen om de bodem niet te verrijken. Geen woord over de man die het zo zorgvuldig bewaakt en onderhoudt. Daar ga ik maar eens iets aan proberen te doen: ere wie ere toekomt!

16 juli 2011

Het Warkruid, of Duivelsnaaigaren zoals het ook wordt genoemd, staat in bloei. Dus ging ik naar aanleiding van een melding in mijn gastenboek eens kijken. Conclusie: in een woord geweldig! Sommige planten stonden zo rijk te bloeien dat de merkwaardige geur nadrukkelijk mijn neus in stroomde. Klein warkruid, daar gaat het hier om, was ooit vrij algemeen maar het is zo achteruit gegaan dat het nu als kwetsbaar op de Rode Lijst staat. Het is een heel bijzonder plantje, een echte parasiet. Het kiemplantje ontwikkelt zich in de bodem en bezit dan nog wat bladgroen om te kunnen leven. Als het echter gaat groeien, ontstaan lange draden, eerst nog weinig maar na een poosje worden dat er hoe langer hoe meer en kun je ook begrijpen hoe de plant aan de naam "Duiverlsnaaigaren" komt. De draden dringen met boorworteltjes de stengels van de gastheerplant binnen en halen daar zoveel voedsel uit dat het niet meer nodig is dat de plant in de grond blijft zitten. Het kiemplantje sterft dus af en het Warkruid gaat als pure parasiet door. Het Klein warkruid vind je op de heide en het Groot warkruid op hoofdzakelijk Brandnetel. Wordt vervolgd.

15 juli 2011

Vorige zomer stierven in een ven in het Dwingelder Veld in korte tijd wel duizend kikkers en kamsalamanders. Oorzaak bleek een gevreesd Ranavirus dat in het grootste deel van de wereld in diverse vormen blijkt voor te komen en vorige zomer voor het eerst in Nederland. Men vermoed dat menselijk handelen hier de oorzaak van is. Over de hele wereld worden amfibieŽn gevangen of gekweekt en naar elders getransporteerd. Zo ook aanverwante producten. In korte tijd kan er door besmetting grote sterfte optreden onder kikkers en salamanders. Het onderzoekscentrum van de universiteit van Utrecht, het Dutch Wildlife Health Centre vraagt de medewerking van het publiek om aan hen door te geven als zij ergens een opvallende kikkersterfte waarnemen. Op de website van het DWHL staat een formulier dat kan worden ingevuld. Daarnaast kunnen de dode of zieke dieren (niet invriezen!) worden aangemeld waarna ze eventueel in overleg worden opgehaald voor onderzoek. De kikkers krijgen o.a. zweren op hun huid en zichtbare bloedingen. Op mijn linkpagina elders op deze website staat een aanklikbare link naar het DWHC.

14 juli 2011

De laatste drie jaren verbaas ik mij erover dat ik zo weinig mestkevers zie in het bos. Daarvoor waren er zo ontzettend veel dat je gewoon moest oppassen ze niet te vertrappen. Nu zijn ze er ook nog wel maar aanzienlijk minder. Je kunt vele meters lopen zonder er een te zien. Wat je vindt werd vaak onder een mensenvoet vertrapt. Deze foto maakte ik in de nazomer van 2008. De kevers zaten zich te goed te doen aan een op zijn retour zijnde Reuzenzwam. Ik heb hier vorig jaar contact over opgenomen met een deskundige van Naturalis. Die vond mijn bevindingen dermate belangrijk dat hij een oproep heeft laten doen in een vakblad het voorkomen van de Mestkever (Geotrupes spiniger) in de gaten te houden. Wie ook waarneemt dat er in verhouding met eerdere jaren in een bepaald gebied zo weinig van deze kevers te zien zijn, kan dat per e-mail doorgeven aan contact@ncbnaturalis.nl  Op die manier kan men zicht krijgen op de landelijke situatie.

13 juli 2011

Rozen houden er niet van om weggestopt te worden in borders waar het vol planten staat. We hebben het hier niet voor niets over de Koningin van de Bloemen. Ze willen gezien worden, ze willen de wind door hun takken voelen waaien en ze willen elk straaltje zon kunnen vangen, niet gehinderd door concurrenten. In de tuin bij huis staan ze te zieltogen maar op mijn volkstuin bloeien ze dat het een lieve lust is. En ze zijn enorm groot deze zomer, dankzij het mooie weer. Ik heb ze gisteren nog snel even vereeuwigd want vandaag zijn en worden ze uit elkaar geregend en uit elkaar gewaaid tot al hun schoonheid ze ontstolen is. Ik geef ze nooit mest, deze stokoude planten tonen zich duidelijk tevreden met de aanwezige zandgrond waarin wat leem zit.

12 juli 2011

Terwijl ik rode bessen stond te plukken voor het dessert waar de kinderen zo dol op zijn, vloog een Koninginnepage door de volkstuin en over mijn bloemen. Maar niet de Dille, niet de worteltjes maar de Kartuizer anjer kreeg van de vlinder de volle aandacht. Het is zo'n schitterend gezicht om deze soort te zien vliegen. Je kunt hier niet spreken van vliegen, het is echt fladderen. De Koninginnepage is een grote vlinder met een spanwijdte van 5 tot 7,5 centimeters, het vrouwtje is groter dan het mannetje. In rust vallen de voorvleugels iets over de achtervleugels maar als hij of zij dan weer op de wieken gaat, nou dan is dat echt een "wow-moment". Volgende zomer ga ik ook Venkel zaaien, en Karwij, dan wordt mijn tuin daar nog aantrekkelijker voor deze vlinders. Het  Ik kweek ze elke winter op maar het mooiste is toch ze in vrijheid vliegend tegen te komen. is een heel goed jaar voor deze vlinder, van overal wordt hij gemeld. Hopelijk worden er veel eitjes afgezet voor de grote hoeveelheid regen die verwacht wordt, daar een stokje voor gaat steken.

11 juli 2011

Ik geloofde mijn ogen niet: in onze toch niet al te grote tuinvijver zwom een Ringslang (Natrix natrix). Mijn eerste gedachte was: die moet meteen weg, ik breng hem naar het Kanaal waar geen scheepvaart maar wel een prima biotoop is voor een dergelijke reptiel. In het voorjaar had ik in het bos een hele lading kikkerdril gered uit een verdrogende plas en op dit moment zijn de kikkertjes bijna volgroeid, sommige hebben al voor- en achterpootjes. De salamanders zie ik aldoor rustig scharrelen tussen de waterplanten. Moet ik dat allemaal laten wegvangen door die Ringslang? Niet iedereen kan onze vijver waarderen want je kunt er niet de blauwe hemel in zien schijnen, zoals veel tuinmensen graag willen. Hij is veel te vol met waterplanten die nodig gedund moeten worden als straks de kikkertjes eruit zijn gekropen. In het water wemelt het van de diertjes, juffers en libellen vliegen af en aan en in de oever huist een leger van allerlei spinnen en spinnetjes. Om de vijver heen is het een miniatuur bush bush, daar worden ook wel eens geringschattende blikken op geworpen. Mij kan dat niks schelen, ik zeg altijd: mijn vijver is niet "voor het mooi", het is een prachtige en fascinerende biotoop. Ooit vloog in onze keuken de vlam in de pan doordat de olie op het vuur te heet werd en ik met mijn neus bij het water lag. Dus toen ik die Ringslang bekeek terwijl hij sierlijk door het water gleed, kraaide de haan in mij victorie. Of de slang blijven zal, valt nog te bezien, waarschijnlijk is hij slechts een passant die even komt neuzen.

10 juli 2011

De Papaver (Papaver somniferum) zet ramen en deuren gastvrij open. Regen kan haar niks schelen, in tegenstelling tot veel andere planten die hun kostbare inhoud beschermen tegen vocht door de bloemblaadjes te sluiten of het kopje te laten hangen, houdt Papaver de nectarkroeg gewoon open. En hommels, bijen en allerlei zweefvliegjes maken daar dankbaar gebruik van. Deze Papaver somniferum wordt gebruikt voor de vervaardiging van morfine, opium en ander drugs. Koopt je bij de bakker broodjes met maanzaad bestrooid, dat eet je de zaden van de plant. De papaver is maar een heel kortlevende bloem, de bloemblaadjes vallen er al snel af maar hierna kun je nog een tijdje genieten van de mooie zaaddozen die heel goed te drogen zijn voor in een winters boeket. Dubbele pret dus!

9 juli 2011

Op een beukenstam zag ik iets merkwaardigs, het leek een heel dun stukje van een berkentakje, zo was mijn eerste impuls. Maar dat kon natuurlijk niet want alleen de stam van een berk is zilverachtig en niet de dunne takjes. Ik liep er naartoe en moest echt heel nauwkeurig kijken om te ontdekken dat dit geen takje maar een vlinder was. Een nachtvlinder met een wonderbaarlijk geslaagde camouflage. De vlinder heet Wapendrager (Phalera bucephala). Wat een merkwaar-dig insect! De vele bij elkaar gelegde eitjes zien er uit als minuscule taartjes, ze hebben een gekleurde stip bovenop en een contrasterend randje onderaan. De harige rupsen blijven in hun jeugdstadium bij elkaar en worden regelmatig aangezien voor spinselmotten. Ze kunnen een boom voor een groot deel kaalvreten omdat ze met vele zijn. Pas als ze vergroeid zijn, gaan de rupsen ieder hun eigen weg om uiteindelijk een goed plekje te vinden om te verpoppen.

8 juli 2011

Op het volkstuincomplex huppelt een jong konijntje rond. Moederziel alleen. Ondanks de gazen omheining rondom het gebiedje komen er wel eens konijnen in de tuinen, dat zie ik aan de pootafdrukken. Ik zag hem een week of wat geleden voor me uithuppelen toen ik er in de vroege ochtend kwam en inmiddels is het konijn al aardig gegroeid als is hij nog steeds een kleuter. Ooit hadden onze kinderen een dwergkonijn, een grote vergissing want een groepsdier eenzaam opsluiten in een hok en rennetje is een van de grootste vergissingen die een mens kan maken. Dat was dus ook eens maar nooit weer. Daardoor weet ik wel hoe zo'n konijntje aanvoelt, hoe het neusje kan snuffelen, hoe het de gekste bokkensprongen kan maken. Ik vond het een leuk beestje en van mij mag ons volkstuinkonijn dan ook gewoon blijven. Maar of iedereen er zo over denken zal, is maar de vraag. De bloem-, groene- en spitskolen liggen bij sommige tuinders al toegedekt onder een net en straks weer de boerenkool en de spruiten. En laat ons konijn die nou juist zo lekker vinden! Nu stelt het zich nog tevreden met de lekkere wilde planten, waaronder geurige klaver op de tuin van mijn tuinbuur annex natuurliefhebster. Maar ach, misschien gaat het konijntje weldra op zoek naar een groep andere konijnen want daar hoort het natuurlijk thuis.

7 juli 2011

Het warme en langdurig droge voorjaar heeft nog altijd uitwerking de natuur. Nooit eerder zag ik zoveel Guichelheil (Anagallis arvensis) op de volkstuinen als dit jaar. Eerder vond ik hier en daar wel eens een piepklein plantje dat me onverwachts in het oog viel maar dit jaar schieten overal de oranje bloempjes tussen de beplanting in de tuinen omhoog. En hoe! Ik heb ze nog nooit gezien met zulk groot blad. Na de bloei verschijnen bolronde doosvruchtjes. Een lief plantje. Het is een soort die op akkers en moestuinen veelvuldig voorkomt. Zaden van planten kunnen vaak tientallen jaren in de bodem liggen en niet opkomen omdat de omstandigheden niet gunstig zijn. Blijkbaar is dit in deze zomer juist wel het geval. In tuinen waar regelmatig geschoffeld wordt zullen ze niet te vinden zijn. Mijn tuinbuur is blijkbaar op vakantie want op zijn stukje grond wemelt het momenteel van Guichelheil en ander onkruid. Het is een plant uit de sleutelbloemfamilie.

5 juli 2011

Kijk mijn appeltjes er eens bij hangen dit jaar! Vorig jaar waren het miezerige dingen vol vraat en aantasting maar dit jaar zien ze er prachtig uit. Het zijn Cox-appeltjes en ze lijken wel elke dag groter te worden. Ook kleuren ze al langzaam rood. In de droge voorzomer heb ik ze elke dag een gieter van mijn kostbare water gegeven. Dat moest ik dagelijks van huis meeslepen maar nu heeft elke tuin een eigen waterkraan. Wat een luxe! Ik zag wel dat de vogels al bezig zijn de appels aan te pikken. Dat kan ik niet waarderen en ik heb daartegen maatregelen getroffen door heel glad  polyester hordoek te kopen dat je met plakstroken tegen je kozijn kunt bevestigen. Ik naai ze aan elkaar en dan worden het de beste vogelwerende netten die je je maar denken kunt. Zelfs de bijen en hoornaars die ook dol op mijn appeltjes zijn, kunnen er niet bij, zo fijnmazig is dat hordoek. Vogelpootjes blijven er niet in vasthaken, wat bij andere netten wel het geval is. Het doek is te koop bij zaken als Blokker. Echt een aanrader! Er staat op mijn volkstuin nog een tweede appelboompje. Daarvan deel ik de vruchten maar met de dieren.

4 juli 2011

Uit de familie der Beervlinders is dit de Kleine beer (Phragmatobia fuliginosa). Zo'n naam doet me denken aan een personage uit een kinderboekje. Hij is het broertje van de Grote beer die in juli en augustus vliegt. Zijn moeder is een poemelig bruinrood nachtvlindertje dat op licht afkomt en dus nog wel eens gezien wordt rondom lichtbronnen die 's nachts aan blijven. Onder haar bruinrode vleugels zitten de achtervleugels verstopt die die diverse tinten roze kan hebben. Verder naar het noorden kunnen die vaker bruin zijn.  Grappig aan deze vlinders is dat er twee generaties per jaar zijn waarvan de eerste ook overdag vliegt van april tot juni en de tweede uitsluitend van juli tot september gedurende de nacht. In mooie zomers is er ook nog wel eens een derde generatie. De rups van de Kleine beer kan alleen overwinteren als die volledig volgroeid is. Deze vlinders leven op allerlei plekken maar vochtige graslanden zijn wel favoriet. De rupsen zijn te vinden op kruidachtige planten als Weegbree en kruiskruiden, Brem, Kardinaalsmuts  e.a.

3 juli 2011

Op de zandgronden hier in het  oosten van het land is de Metaalvlinder (Adscita statices) een algemene soort maar toch zien we hem niet veel. Er zijn ook andere plekken waar hij vliegt, de Waddeneilanden bijvoorbeeld, of veenweidengronden.  Het is een dagactieve nachtvlinder die op dit moment te zien is. Hij bevliegt allerlei bloemen, als Valeriaan en hier Jacobskruiskruid maar de voorkeur gaat uit naar Veld- en Schapenzuring. Prachtig beestje! In veel vlinderboeken kun je hem niet vinden, zo ontdekte ik.

2 juli 2011

Het is zo grappig iets te vinden waarvan je niet weet wat het is, het niet kunt vinden in de boeken of op internet om dan te horen te krijgen dat het iets heel bijzonders is dat je hebt gefotografeerd. Dat is het geval met deze witte slijmzwam die ik vond op een oude gevelde beukenstam. Ik had hem op Waarneming.nl gezet in de hoop dat iemand hem zou weten te determineren en dat gebeurde ook. Het blijkt hier te gaan om een zwam die voor Nederland nog zo nieuw is dat hij nog niet is opgenomen in de databank van de Nederlandse Mycologische Vereninging. De Latijnse naam van deze slijmzwam is: Ceratiomyxa porioides. Het is een zusje van de IJsvingertjes en wordt IJshoninggraatje genoemd.

1 juli 2011

Elk voorjaar verschijnen in kranten foto's van struiken, banken, en zelfs auto's die totaal bedekt zijn met het spinsel van de Stippelmot (Yponomeuta evonymella). Beter gezegd: de rupsen van de motten. Spinselmotten worden ze ook wel genoemd. In ons land komen negen verschillende soorten stippelmotten voor en elke soort heeft zo zijn favoriete boom als struik. Zo kan in de ene tuin een appelboom bedekt worden met spinsel van rupsen, die alle blad opeten terwijl in de tuin er naast de Kardinaalsmuts wordt kaalgevreten. Gelukkig herstellen de bomen en struiken weer en maken opnieuw vers blad aan: het Sint Janslot. De vlindertjes zijn maar heel klein. Als ze in rust op een takje zitten, zijn het heel smalle gevalletjes, wit met zwarte stipjes. Je moet er echt naar op zoek anders zie je ze niet eens. Ze hebben heel grote ogen want het zijn eigenlijk nacht-vlindertjes. Na de paring leggen de vrouwtjes tot 25 eitjes in de voedselplant. Netjes verpakt in een klein spinselnestje. Aan het eind van de herfst komen daar rupsjes uit die in de voedselplant blijven zitten tot in het voorjaar. Dan kruipen de rupsjes naar het uitgelopen blad en begint alles opnieuw. Soms vraag je je af wat toch net nut is van dergelijke dingen.

30 juni 2011

Langs de Hoogeveense vaart stonden honderden bloeiende planten van de  Gevelekte rietorchis (Dactylorhiza praetermissa subsp. junialis). In het Latijn is dat een hele mond vol. Nu dacht ik altijd dat er geen gemeente slordiger zou kunnen omgaan met natuur dan de gemeente waar ik woon maar dat blijkt niet het geval. Het gebied valt onder beheer van de gemeente De Wolden. Maar daar lijkt men zich ook niet erg druk te maken over de natuur en de schatten die ze voort-brengt. Ergens langs het water staat wel een bordje met: "niet betreden" maar daar trekt niet iedereen zich iets van aan. Vissers vonden het wel een aardig plekje en zetten rustig hun tentje op langs het water, boven op de orchideeŽn. Misschien hadden ze geen flauw idee wat dit voor bloemen waren, misschien ook trokken ze zich daar geen lor van aan, feit was wel dat heel wat bloemen geknakt tegen de grond lagen. Deze orchideeŽn zijn weliswaar beschermd maar ook weer niet zodanig dat je de verplichting hebt er heel zorgvuldig mee om te gaan. Raken ze bv overgroeid met onkruiden, bramen of zoiets, dan hoeft de plek daartegen niet beschermd te worden, las ik ergens. Maar dat je als gemeente niet trots bent zoiets in huis te hebben, is toch onbegrijpelijk! Toen ik de gemeente hierop aansprak, liet men mij weten dat ze eerst mijn burger servicenummer wilden hebben alvorens mijn klacht geregistreerd kon worden. Terwijl je BS strikt persoonlijk is en ze daar niet eens om mogen vragen in dit geval!

29 juni 2011

Wat een natuurgeweld trok er gisteravond  over ons land. Gitzwarte luchten, zwiepende bomen, kletterende regen enorm veel bliksem, hier gelukkig geen hagel. Ik heb ontzag en ook angst voor dit soort weer maar tegelijk ook een grenzeloze fascinatie. Het is een geweldig mooi schouwspel dat weerlichten en die bliksemschichten onafgebroken aan de hemel te zien. Maar wat een gedoe ook, alle potplanten de garage in om ze te beschermen tegen hagelstenen en rukwinden, nu weer alles op zijn plaats zetten. Maar dat heb ik er wel voor over. Heerlijk dat die vochtige hitte weer voorbij is en het nu weer weldadig aanvoelt buiten. De foto van deze prachtige Euphorbia maakte ik afgelopen weekend in Zuid-Limburg. De schijnbloemen lijken wel licht te geven.

28 juni 2011

Tussen de keurig blauw bloeiende bloemen van het Juffertje-in-het-Groen (Nigella damascena), staat zomaar opeens een maagdelijk wit exemplaar. Ik vind dat wel mooi eigenlijk, zelfs mooier dan de blauwe uitgave. Nu komt het wel vaker voor dat er iets boven de grond komt en gaat bloeien op een manier die je niet verwacht had. Door het veredelen van zaden komt er wel eens iets in een zakje zaak terecht dat daar niet hoort. Maar de Juffertjes groeien en bloeien in de tuin al vele jaren en dit is de eerste maal dat ik een witte bloem zie. Soms gaan bloemen ook gewoon weer naar de oorsprong terug nadat ze door veredeling zijn omgeknutseld in andere kleuren, dubbelen bloemen of wat dan ook. Spontane mutatie, noemt men dat. Vandaag wordt een akelig klamme en veel te warme dag, snel maar even hoge planten van een steun voorzien voordat de voorspelde regen en hagel neer gaat kletteren en op de volkstuin groente oogsten.

27 juni 2011

Dit glanzende goudgroene kevertje behoort tot de bladhaantjesfamilie. Het is het Hennepnetel- goudhaantje (Crysolina fastuosa) dat ik fotografeerde in de Kierse Wieden, een heerlijk natuurgebied in Overijssel. Het kevertje is zo zwanger dat haar buik helemaal uitpuilt onder haar dekschildjes. Over haar rug loopt een smaragd groen streepje en haar pootjes zijn ook groen.  De kevertjes vliegen niet en verplaatsen zich maar langzaam, ongeveer drie meter  per maand. In droge kruidenvegetaties zijn ze niet te vinden, ze houden zich op in vochtige gebied met kapvlaktes, heggen e.a. Larven en kevers overwinteren tot vijf centimeter in de bodem. Zoals de naam al aangeeft, is de kever te voornamelijk te vinden op Hennepnetel. Commentaar van een Belgische: "amai, die zijn mooi, lijken net brochekes!". En zo is het maar net!

24 juni 2011

De Witlof in mijn volkstuin staat weer in bloei. Hij wordt nooit geoogst, de plant staat er alleen maar om mij te behagen met haar mooie zachtblauwe bloemen. Vroeger droegen jongetjes-baby's lichtblauwe lieve truitjes en meisjesbaby's mochten roze aan. Dat maakte ze nog poezeliger dan ze al waren. De pasteltinten raakten uit de mode, jongens moesten stoere kleertjes dragen, hoe klein ze ook waren. Meisjes idem dito. Spijkerbroekjes bijvoorbeeld, en knalrode bloesjes. En wat zien we nu: de mannen dragen roze overhemden en zacht-lila bloesjes. Ze halen nu weer in wat ze in hun babytijd niet mochten dragen. Rare wereld! Voor mij mag dit tere blauw altijd en overal. En die prachtige meeldraden, smullen toch?

23 juni 2011

Een man die ik ken via de volkstuinen bracht mij dit kleinood. Hij had het gevonden bij een beek. Hij is iemand die nadenkt over de natuur, over hoe de dingen het beste kunnen groeien en bloeien en ik zeg altijd schertsend dat hij een kabouter Ploptuintje heeft. Een waterschaal voor de vogels, een kleine waterlelie in een pot want hij heeft geen vijver. En allerlei mooie en ook wilde planten sieren zijn perceeltje. Toen ik, misschien al wel 25 jaren geleden, een volkstuin ging huren, waren daar alleen maar van die enge productietuintjes waar alles op een rij stond, waar elke week geschoffeld werd en alle beestjes doodgemaakt. Ik heb het al wel eens eerder verteld, hoe er steeds meer vrouwen op het complex kwamen en hoe het aanzien van al die tuintjes daardoor veranderde. Het is echt opvallend hoe vaak nu de mannen ook groenten met blommen afwisselen en waardering krijgen voor de natuur. Eindelijk durven ze mee te doen, wij vrouwen hebben ze omgeturnd. Niet zij maar wij zijn het sterke geslacht! O ja, en op de foto staat de prachtige Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens). Er is ook een Bosbeekjuffer die er heel veel op lijkt maar diens vleugels zijn helemaal blauw terwijl ze bij de Weidebeekjuffer doorschijnend zijn aan het eind en aan de basis. Prachtigmooie beestjes! Vooral als je ze ziet vliegen.

22 juni 2011

In mijn volkstuin verscheen een drietal plantjes van een soort die ik nog nooit gezien had. Ik kon er niet achter komen wat het was en heb het op de website Waarneming.nl gezet waar mensen zitten die vele natuurraadselen weten op te lossen. Het bleek te gaan om  Witte reseda (Reseda alba), een plant die in het Middellandse zeegebied thuis hoort en zelden in ons land wordt aangetroffen. De wegen der natuur zijn ondoorgrondelijk voor een simpel mens als ik. Ik begrijp waarachtig niet hoe die plantjes uitgerekend in mijn perceel op zijn gekomen. Wie heeft de zaden hierheen gevoerd, een vogel? Ik zal het nooit te weten komen maar leuk is het wel natuurlijk! De roze bloempjes zijn die van de Kartuizer anjer, eerlijk gekregen van een vertrekkende tuinder.

21 juni 2011

Ik heb het al vaker over het Jacobskruiskruid gehad en de bestrijding ervan. Vee herkent de plant zolang hij in de grond staat en laat hem instinctief links liggen. Blijkbaar ruiken de dieren dat er iets in zit dat ze niet moeten eten. In gedroogde vorm in het hooi, raakt het kruid zijn signaalfunctie kwijt en wordt het wel gegeten met soms nare gevolgen. Plaatselijk worden deze planten soms tot in het ridicule bestreden, soms ook gebeurt het uit onwetendheid. Vorige week zag ik langs de Hoogeveense vaart een hoeveelheid van het kruiskruid waarin werkelijk honderden rupsen zaten. Mooie geel-zwarte heel opvallende rupsen. Ik liep er met mijn vriendin en natuurmaatje en wij keken onze ogen uit. De helft van de metersbrede berm tussen water en een fietspad was afgemaaid en we konden ons niet voorstellen dat dit ook met de andere strook nog zou gebeuren. Het gebeurde wel en honderden van deze prachtige vlinders zullen nooit het levenslicht aan-schouwen en wij zullen ze nooit zien fladderen. De rupsen vreten de planten helemaal kaal dus angst voor uitzaaiing was niet aan de orde. Waarom dan deze natuurbarbarij. Natuurlijk hebben we beiden stevig protest aangetekend bij de beherende instantie, maar of het helpen zal?  Hoe zou het toch komen dat het zo slecht gaat met de vlinderstand in ons land! Antwoord: slecht en dom  beheer van de natuur is de grootste oorzaak! Foto: de schitterende Sint-Jacobsvlinder.

 

 

naar boven