Natuurdagboek


Natuurdagboek 2007                            Natuurdagboek Winter 2009/2010
Natuurdagboek 2008                            Natuurdagboek Lente 2010
Natuurdagboek Winter 08/09             Natuurdagboek Zomer 2010
Natuurdagboek Lente 2009                Natuurdagboek Herfst 2010
Natuurdagboek Zomer 2009               
Natuurdagboek Lente 2011
Natuurdagboek Herfst 2009               Natuurdagboek Zomer 2011

 

Winter 2010-2011

 

 

19 maart 2011

Alweer zo'n mooie blauwe voorjaarsbloeier: het Longkruid (Pulmonaria). Ik geloof dat veel vrouwen blauw als lievelingskleur hebben. Ik behoor daar ook bij. En toen ik daar zo wat over liep te denken, kwam ik tot de conclusie dat dit misschien helemaal niet zo vreemd is. Want als je geen liefhebber bent van de winter, en ontzettend uitkijkt na de naderende lente, wordt je allereerst verblijd met blauwe bloemen. Vergeetmenietjes, ereprijs, leuke blauwbloeiende bolletjes en het longkruid, allemaal bloemen die een groot gevoel van welbehagen geven als ze zich ontplooien. En in het vroege voorjaar is de hemel op zonnige dagen nooit zo blauw als nu, zo beeld ik mij in. Op onze tuintafel zat vanmorgen een man merel te ontbijten toen zich opeens een vrouw merel bij hem voegde. Met trillende vleugeltjes zat ze hem te verleiden maar hij trapte er niet in: de liefde van de man gaat door zijn maag. Blijkbaar was ik daar hier getuige van.

18 maart 2011

Het wemelt van de sijsjes in ons land. Dankzij alle gevulde voederplanken, pindanetjes en vetbollen  die door vogelvrienden in de diverse tuinen worden gehangen, kunnen ze hier nog even flink opvetten alvorens ze verder vliegen naar hun broedgebieden in ScandinaviŽ en Rusland. Elke dag zien we er meer in onze tuin. Ze badderen in de waterschaal of in de vijver, hangen aan de bollen en netjes en zitten zelfs vlak voor onze neus op de tuintafel zich vol te eten met pinda's. Die pinda's hak ik elke morgen voor ze fijn met behulp van een vijzel. Dat waarderen de vogels wel, scheelt ze weer een hoop snavelwerk. Soms zitten er wel zes of meer sijsjes naast elkaar te ontbijten. Ik verbaas me wel over de flinke brokken die ze naar binnen werken. Hoe krijgt deze sijzenman het voor elkaar!  In Nederland broeden ook sijsjes, in de naaldbossen. Met name op de Veluwe en in Drenthe. Sparren hebben de voorkeur en de nestjes hangen hoog in de bomen. Gezellig kwetterend zitten ze regelmatig met z'n allen in onze stokoude Prunus. Zo leuk!

17 maart 2011

Dit kleine plantje van de Veld-ereprijs (Veronica arvensis) zag ik op de volkstuin van mijn buurman staan. Gelukkig is ook hij een liefhebber van de natuur dus hij zal het vast niet weg schoffelen. De Veld-ereprijs is typisch een plantje van de landbouwgronden dus ook op een volkstuincomplex kun je het aantreffen. Ik val voor dat hemelsblauwe kleurtje dat je in deze tijd van het jaar zoveel ziet. Helaas vallen de bloempjes van deze ereprijs heel snel af. De diverse planten spuiten als het ware de bodem uit en het blad vliegt zo ongeveer uit de knoppen van de bomen. Het gaat opeens ongelooflijk snel, de ontwikkelingen in de natuur. Met spanning kijk ik uit naar de kikkers die hopelijk de geheel vernieuwde en vergrote vijver tijdelijk komen bevolken zich voort te planten. Op een betrekkelijk kort stukje van de straat zag ik al drie op het asfalt geplette kikkers die tijdens de trek naar het water werden overreden door auto's. Een naar gezicht!

16 maart 2011

In het vochtige mos langs een slootje vond ik dit Kopjesbekermos (Cladonia frimbata). Dit is een algemeen voorkomend mos in ons land maar het schijnt dat het maar zelden wordt gevonden met apotheciŽn. Dat zijn de bruine vruchtlichamen van het bekermos. Zonder dat ik het zelf dus wist, fotografeerde ik iets bijzonders. Ik ga nog maar eens terug om een foto vanaf het statief te maken. Op mijn wandelingen neem ik dat eigenlijk nooit mee, tenzij het functioneel is op een bepaald moment.  Maar omdat het niet prettig loop met zo'n zwaar ding, blijft het meestal thuis. Op deze momenten mis ik mijn macrolens die het helaas opgegeven heeft.

15 maart 2011

Met flinke snelheid dartelde dit drietal door de lucht om even verderop samen op de bodem te landen. Hier werd duidelijk gejaagd op een vrouwtje! Vlindervrouwtjes lokken de mannen door het uitzenden van feromonen, geslachtshormonen die de mannetjes paringsbereid maken. De vlinders werden geboren in de late zomer of vroege herfst en hebben op een beschut plekje de winter aan zich voorbij laten gaan. Samen met de Dagpauwoog en de Citroenvlinder zie je de Kleine vos ( Aglais urticae) al vroeg in het voorjaar als de temperatuur begint te stijgen. Alles wat deze overwinteraars moeten doen, is zorgen dat de voortplanting tot stand wordt gebracht. Dan is hun leventje volbracht en gaan ze dood. Het Latijnse deel in hun naam naam "urticae" geeft aan dat de Kleine vos geheel afhankelijk is van de Grote brandnetel: Urtica dioica. Het is de enige waardplant waar hun hele leven zich op afspeelt. Ze eten er en ze leggen er hun eitjes en de rupsjes die daar uitkomen, ontwikkelen zich er ook weer. De Citroenvlinder zag ik tegelijkertijd vliegen. Hoe lang het leven van een rups duurt, is afhankelijk van de soort. Vlinders als hier genoemd, leven relatief lang. Zij voeden zich met nectar uit bloemen, sappen uit boomwonden en zelfs met de zoete uitscheiding van bladluizen. Andere vlinders leven zo kort dat ze niet eens een orgaan hebben om voedsel mee op te nemen. Zij leven op de vetreserve die ze als rups hadden opgebouwd. Dat is niet veel dus leven ze maar kort. Net lang genoeg om zich voort te planten.

14 maart 2011

Al vroeg in de zondagmorgen ging ik het bos in want later op de dag volgen de zondags-wandelaars en dan is het bos te vol met mensen en lawaai. Nu was ik er trouwens ook niet alleen. Heremetijd, wat een hoeveelheid mensen loopt er dan rond te hollen. Allemaal werkend aan hun conditie. Ook veel groepjes mannen die samen op de racefiets klimmen en ter waarschuwing "wandelaar" roepen naar de anderen als ze je zien. Gelukkig alleen op het asfaltpad. Vogelgeluiden klinken alom. Voor de eerste keer dit jaar hoorde ik de klaaglijke roep van de Zwarte specht. Met die vogel heb ik wat, hij leeft in het verborgene en het is een geluk als je hem ziet. Wat maar zelden gebeurt. Gelukkig hoor ik hem regelmatig. Er zingen nu zoveel vogels dat je ze nauwelijks uit elkaar kunt houden. Een roodborst had het allerhoogste takje van een boom uitgezocht om zijn lied in het rond te zingen. Een parelend liedje dat geen mens onberoerd kan laten. Broos en glashelder. Wat een geluid uit dat kleine lijfje dat als een zwart silhouetje tegen de grijze lucht afstak. Klein lijfje, grootse klankkast! Als een Stradivarius.

13 maart 2011

Gisteren mailde een lezeres mij dat ze uitkeek naar voorjaarsfoto's in mijn dagboek. Ik bedien haar op haar wenken! Ik ontdekte in de tuin de eerste bloemetjes van de Omphaloides verna. Ofwel Amerikaanse vergeet-mij-niet. Piepkleine bloempjes en mooi fris blad, hun bloeitijd staat overal vermeld als april-mei maar aangezien ze vinden dat de winter lang genoeg geduurd heeft zijn ze gewoon alvast begonnen. De hemelsblauwe bloemen doen denken aan een zomerhemel op een mooie dag. Je ziet deze plantjes niet zo veel, ik kreeg een stukje van iemand wiens halve tuin ermee vol stond. Ze hebben kruipende stengels en bedekken in korte tijd een flink stuk grond. Zet hem tussen de altijd groenblijvende Pachysandra en je raakt verrukt van het tafereel wat zich voor je ogen afspeelt. Nog een pluspunt, deze plant doet het ook goed in de schaduw. Daar kan hij zelfs fungeren als een aantrekkelijke bodembedekker. Ik ben er heel blij mee.

12 maart 2011

Op dode stammen of takken groeit het Elfenbankje. Er zijn meerdere leden in deze familie. Het elfenbankje is een saprofyt. In tegenstelling tot de parasitaire paddenstoelen laat het elfenbankje levende bomen met rust helpt met allerlei andere organismen mee het dode hout op te ruimen. Als de paddenstoelen er niet zouden zijn, zou het een grote bende in het bos worden van hout dat blijft liggen. Na de winter hebben de algen bezit genomen van de paddenstoel en hem mooi groen geverfd. Zo leveren ze, samen met mossen die de stronk overgroeien, een mooie aanblik.

11 maart 2011

Aan en in het oostelijke deel van de Veluwzoom liggen vele sporen van een roemrucht verleden. Adel en royalty lieten hier hun sporen na in de vorm koningswegen, naar kinderen vernoemde "bergen", en die rijke geschiedenis is leuk om je in te verdiepen. De haag van oude beuken op de foto omzoomden ooit een jeneverstokerij die vanwege de stank ver in het bos werd aangelegd. Met behulp van aardappels werd er moutwijn geproduceerd. Daarvoor werden er aardappel-velden aangelegd en ook een koeienstal want de koeien werden gevoerd met de prut die tijdens het productieproces overbleef. Zo kwam met daar weer makkelijk vanaf. Toen na een jaar of drie de aardappelvelden ten prooi vielen aan phytophthora, de aardappelziekte waar telers nu nog altijd mee worstelen, stortte de handel in en werd de stokerij gesloten. Het gebiedje ligt in bosgebied Hagenau. Dit was in 1911 de eerste aankoop door Natuurmonumenten op de zuidoostelijke Veluwe en ongeveer de zesde na de eerste aanwinst: het Naardermeer. Vervolgens werden in de jaren hierna door NM nog een aantal landgoederen aangekocht. Op 11 april 1930 werd door de markgenoten goedkeuring verleend aan de verkoop van hun gronden, waarmee het eerste nationale park van ons land een feit werd. In een onder de bevolking verspreide circulaire werd dit heuglijke feit door Natuurmonumenten onder de aandacht van de mensen gebracht en staken vele inwoners van de gemeente Rheden de vlag uit. Het was ook wel iets om trots op te zijn!  En ik vind het heerlijk om in dit gebied de natuur te beleven.

10 maart 2011

Deze spechtenboom die hier geveld ligt, was jaar in jaar uit de broedplek van de Grote bonte specht. Er was een mooie open aanvliegroute en voor de natuurliefhebber was het erg leuk om zo goed de ontwikkelingen te kunnen volgen als er gebroed werd. Op de plek waar hij stond, werd vorige week gekapt. De boseigenaar wil graag wat inkomsten uit zijn bos halen want het onderhoud is kostbaar, dus wordt er om de zoveel tijd gedund. Behalve financiŽle overwegingen ligt aan het kappen ook van tijd tot tijd het principe van uitdunnen ten grondslag. Soms staan bomen te dicht op elkaar om goed te kunnen uitgroeien. De spechtenboom was dood maar hij vormde geen enkel gevaar want hij was niet rot of ziek, zover ik dat kon beoordelen tenminste. Ik heb geprobeerd te achterhalen waarom deze boom gekapt werd maar de beheerder heeft nog niets van zich laten horen. Er zijn weliswaar genoeg broedmogelijkheden in dit oude beukenbos maar het is toch jammer als onnodig zo'n mooie spechtenflat tegen de grond gaat.

9 maart 2011

In ons door de vogels vertrapte grasveld staan de krokussen volop in bloei. Als ze op mooie dagen hun blad zo wijd mogelijk openen om de zonnewarmte te vangen, vind ik ze wel leuk. Op dagen dat ze hun bloemen gesloten houden, vind ik het rare gevalletjes. Zo stijf en zo wiebelig op hun steel, bij de geringste weerstand liggen ze plat. Van mijn groene vriendin die in het bollenvak zit (niet letterlijk) krijg ik elke herfst bendes bijzondere bollen en bolletjes. Zoveel dat ik ze in de eigen tuin niet eens kwijt kan. Dus gaan die in de grond van mijn volkstuin en soms maak ik er iemand anders blij mee door er wat van weg te geven. Dat zal me binnenkort een feest worden als alles in bloei komt. Terwijl ik gisteren in mijn volkstuin de compost aan het verdelen was, hoorde ik ze eerst, keek meteen omhoog en zag ze toen: kraanvogels! Maar liefst vijftien stuks. Ik kon me wel voor het hoofd slaan dat ik bij wijze van uitzondering mijn camera niet had mee-genomen. Jammer, jammer, ze vlogen laag en staken zo mooi af tegen de blauwe lucht. Ze zijn weer onderweg naar hun broedgebieden in het noorden en oosten van Europa. Wie eenmaal hun geluid gehoord heeft, vergeet dat nooit meer. Wereldwijd gaat het slecht met deze mooie vogels.

8 maart 2011

De zon schijnt voluit maar de nachtvorst is nog niet verdreven. Het oude, verdroogde beukenblad dat nog aan de bomen zit wordt door de koude wind continu in beweging gehouden en lispelt zachtjes: koud, zo koud. Het is alleen te horen voor wie goede oren heeft en als je stil staat en blijft luisteren, hoor je de blaadjes vertellen dat de boom waaraan ze zich vasthouden weer bezig is op adem te komen nadat die vele maanden doodstil en werkeloos in de bodem stond. Heel langzaam komt de sapstroom weer op gang en zwellen de knoppen. En als die uit hun schulp kruipen, moet er heel wat water en mineralen worden aangevoerd vanuit de bosbodem. Afhankelijk van de boomsoort kan dat wel tot 30 meter per uur omhoog getransporteerd worden. De bomen willen net als ik de lente weer terug. Als hun blad weer uit de knoppen wordt gestuwd, komen er weer bladluizen, insecten, vogelnestjes, ik kan gewoon niet wachten op dat eerste maagdelijke groen! En velen met mij.

7 maart 2011

Als er geen vogels waren, zou de wereld een stuk onaantrekkelijker zijn. Niet alleen hun gezang maar ook hun aanwezigheid vormt een onmisbaar en plezierig element in de natuur. Hoeveel mensen zouden er 's winters niet genieten van al die beesten, zeker op de voertafel waar je ze goed kunt bestuderen qua voorkomen en gedrag. Een halve eeuw geleden ongeveer baarde Rachel Carson groot opzien met haar boek Silent Spring. Hierin waarschuwde ze voor de effecten van de naoorlogse chemische bestrijdingsmiddelen en hun mogelijke effecten op mens, dier en milieu. Haar boek is tijdloos, je hoeft geen deskundige te zijn om de effecten tussen het een en ander te zien. Het eerste dat ik doe na het opstaan, is de vogels van ontbijt te voorzien. Zodra er leven te bespeuren valt in huis, komen ze al aangevlogen en gaan afwachtend zitten kijken of er al wat aankomt. Vooral de merels zijn zo mak geworden, dat ze al op de tuintafel vliegen als ik er nog bij sta. Daardoor worden ze met recht "gevederde vriendjes". De vogels rekenen op de mensen, nu meer dan ooit want in de natuur is Schraalhans nog steeds keukenmeester! Ik offreer ze een zeer gevarieerd menu: fijngesneden brood, gestampte pinda's, ongekookte havermout, trosgierst, universeelvoer met lekkere besjes en meelwormen, en eivoer. Dat laatste is opfokvoer voor o.a. kuikens, het ruikt lekker en alle vogels zijn er dol op. Mijn hele zakgeld gaat aan die beesten op!

5 maart 2011

Doordat er steeds weer koude tussenpozen zijn, inclusief plagerige nachtvorsten, staat de ontwikkeling van de diverse katjes tijdelijk even stil. De Hazelaar is al helemaal uitgebloeid maar de mannelijke katjes van de Zwarte els (Alus glutinosa) moeten nog heel wat stuifmeel kwijt. Ze zijn mooi rood van kleur en dat staat vrolijk, vooral als de zon schijnt. Heel bijzonder aan de els is dat hij in symbiose leeft met schimmels die in staat zijn stikstof uit de lucht te halen en op te slaan in knolletjes die aan de wortels zitten. Die zijn soms vuistgroot. Ze noemen vanwege deze eigenschap de Els wel eens een groenbemester. De boom houdt van flink vochtige grond. De mooie sijsjes zijn dol op de elzenproppen die tjokvol zaadjes zitten. De proppen zijn de uitgegroeide vrouwelijke bloeiwijzen die het hele jaar aan de boom blijven zitten. Vergelijk: bij de hazelaar groeien die uit tot hazelnoten.  Ik neem vanuit het bos elk jaar wat afgevallen takken vol elzenproppen mee naar huis voor op de tuintafel, ook in de hoop dat de sijsjes langskomen.

4 maart 2011

De Grote bonte is flink bezig in het bos. Hij roffelt op stammen, liefst op dode want die resoneren zo lekker! Hij laat horen dat dit territorium van hem is en ook moet hij een vrouwtje zien te krijgen. De zon schijnt op zijn lijfje en zijn rode stuit is mooi zichtbaar. Als hij een vrouwtje gestrikt heeft, neemt de man het grootste deel van de nestbouw op zich. Het ritme en de techniek waarmee hij een holte in een boom hakt, is heel anders dan wanneer hij zomaar zit te trommelen. Bij het hakken moet hij telkens de kop achterover doen om met een snavelhouw een aanval te doen op het hout, terwijl hij dat maar eenmaal doet als hij gaat roffelen en vervolgens de snavel dichtbij de stam of tak houdt. In de spechtenkop zitten beentjes tussen snavel en hersenen die verend en beweeglijk zijn waardoor ze de de klappen van de snavel goed kunnen opvangen. Tja, je ontkomt er niet aan, bewondering en verwondering over zoveel ingenieuze dingen in de natuur.

3 maart 2011

Waar de elementen in terreinen volop hun gang kunnen gaan, zie je soms de fraaiste korst-mossen op takken van oude struiken. Groen schorsmos en Gewoon schildmos heeft zich gevestigd op deze takken. Hoewel de naam anders doet vermoeden, zijn dit geen mossen, ze hebben er zelfs niets mee te maken. Het is een unieke samenlevingsvorm van algen en wieren en zonder elkaar kunnen ze niet groeien. Omdat ze alles wat ze nodig hebben uit de lucht halen, zijn het ook nog uitstekende indicatoren voor wat betreft de luchtkwaliteit. Korstmossen zijn uiterst sterke levensvormen, ze groeien nog op plaatsen waar andere vegetatie onmogelijk is geworden: in de woestijn, de Zuidpool en kale gebergten. Echte wortels hebben ze niet, die zijn ook niet nuttig maar ze kunnen zich net genoeg vasthechten op de ondergrond om niet weg te waaien.

2 maart 2011

Ik noem hem nog gewoon Vlaamse gaai, al mag dat Vlaamse er niet meer bij. Flauwekul vind ik zoiets! Hij loert in het rond of alles veilig is want hij heeft wel zin in de zonnepitten. Elke winter is het weer afwachten welke vogels er in de tuin op het voer afkomen. Deze winter bijvoorbeeld hebben we geen enkele Kramsvogel gezien. Tot mijn teleurstelling ook ditmaal geen Appelvink. Goudvinken waren er nauwelijks en daar zou ik wel graag de oorzaak van weten want dit is wel heel vreemd. Ze zijn hier zů algemeen. Kuifmeesjes kwamen niet langs en maar een enkele roodborst. De winterkoning heb ik al maanden niet meer gezien. Wel waren er veel Kepen en vinken. Mussen zijn er altijd volop want hun eigen zaadsilo hangt verborgen in de Taxus en dat weten ze. Sijsjes zag ik wel diverse keren, vooral bij de vijver die gedurende de hele winter altijd een wak heeft.  Sinds de Kauwen ontdekt hebben dat ze de netjes om de vetbollen met gemak kunnen slopen, zijn die ook steeds present. Vermakelijke en slimme vogels zijn dat.

1 maart 2011

RAVON (reptielen, amfibieŽn en vissen onderzoek) meldt dat  uit testen van wetenschappers van het Dutch Wildlife Health Centre gebleken is dat een groot aantal groene kikkers dat vorig jaar in een Drents vennetje bij het bezoekerscentrum Dwingelderveld dood werd aangetroffen, slachtoffer is geworden van een zg Ranavirus. Het ging hier om maar liefst 1.000 kikkers. Het Ranavirus veroorzaakt een massale en snelle sterfte bij kikkers, maar ook bij vissen en reptielen. Voor het eerst is dit virus nu in ons land aangetroffen. RAVON beschikt niet over genoeg geld om  een grootschalig onderzoek in het land te gaan doen en doet een beroep op het publiek om te melden als ergens heel veel dode kikkers worden aangetroffen. Deze onaangename vondsten kun je melden bij het DWHV. Een verwijzing hierheen staat op mijn linkpagina. Het DWHV is het kennisinstituut (van Universiteit Utrecht) voor de gezondheid van in Nederland levende dieren De kans is groot dat ook elders dit ellendige virus zal toeslaan. Het is niet gevaarlijk voor mensen. Je kunt je melding ook doorgeven via de website van RAVON.

28 februari 2011

Bomen vind ik altijd fascinerend. Hoe ouder, hoe mooier. Hun hele leven weerspiegelt zich op en in hun stam. Vele tientallen jaren hebben ze zien passeren, soms zelfs een eeuw of meer, maar ook voor bomen komt een eind. Deze beuk is al lang dood maar staat nog altijd rechtop in de grond. Nu de schors er is afgevallen, kun je zien hoeveel insecten onder zijn huid een schuil- en leefplek vonden. Nu weer en wind vat op hem hebben gekregen, vestigen algen zich op zijn hout en maken er een kunstwerk van. Straks volgt het moment dat hij definitief gaat aftakelen en dan komt de zwarte specht die hem met zijn sterke snavel aan flarden hakt. En op een dag zal hij omvallen, waarna mossen en schimmels hem zullen overmeesteren. Maar dan nog duurt het een paar jaar voordat hij zich geheel gewonnen zal geven en opgaan in de bosbodem. Dan pas is de kringloop rond. Het is prachtig om dat proces te volgen. De natuur heeft soms veel op ons voor.

26 februari 2011

Heel in de verte zie ik tussen de bomen een reegeit staan. Doodstil. Ze heeft me in de gaten en hoewel de afstand tussen mij en haar te groot is om bedreigend te zijn, blijft ze nauwlettend staan te kijken wat ik doe. Pas op de computer zie ik dat de foto onthult dat ze behoorlijk rond van omvang is. Dat vind ik best een beetje vreemd omdat ze nog maar kort zwanger moet zijn. Reegeiten kennen een vertraagde innesteling van het eitje dat in juli of augustus al bevrucht werd maar niet verder ontwikkeld werd tot de jaarwisseling. Dan pas begint het te delen en te groeien tot in mei of juni een tot drie kalfjes geboren worden. Een reegeit krijgt meestal twee jongen, maar een of drie komt ook wel voor. Gezien de ronde buik krijgt dit moederdier vast een drieling! In deze tijd van het jaar heeft het ree er wat grijsachtige vacht, in de zomer is die mooi bruin.

25 februari 2011

Deze omgezaagde den laat een apart patroon zien. Nadat hij er een paar jaren op had zitten, vormde hij een krans van vijf zijtakken. Deze takken zijn er later waarschijnlijk afgesnoeid. Maar binnenin de stam bleven die zitten terwijl de stam dikker werd in de jaren daarna. De den werd vervolgens precies op deze plek doorgezaagd. Als je een plak ervan zou afhalen en meenemen om te polijsten, zou je een fraai natuurfragmentje overhouden.

24 februari 2011

Voorzichtig schoven de wilgenkatjes uit de knoppen maar de kou van de afgelopen dagen heeft even de rem gezet op hun ontwikkeling. Het gaat qua temperatuur echter weer de goede kant uit en weldra zullen de katjes gaan bloeien. Daarbij zullen ze een massa stuifmeel door de lucht verspreiden. Elk van de katjes bevat ongeveer zeshonderd meeldraadjes en elk van die meeldraadjes bevat om en nabij de zevenduizend stuifmeelkorrels. Vermenigvuldig dat maar eens met het aantal katjes. De wilg is tweehuizig, mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien aan verschillende struiken.  Samen met de els en de hazelaar zorgen de wilgenkatjes voor de start van het pollenseizoen en veel mensen hebben daar helaas een luchtwegprobleem mee.

23 februari 2011

Een buizerd is niet bepaald een vogel die je in het bos verwacht tegen te komen. Die houdt zich meer op langs de buitenrand waar hij een goed uitzicht heeft en in de akkers en weilanden jaagt op prooi. Misschien was het wel de honger die hem wat verder het bos in dreef. Hij zat met zijn rug naar mij toe, en ook nog veraf dus het werd een foto van niks maar toch vond ik het leuk hem te zien. Als zo'n beest wegvliegt, raak je onder de indruk van de manier waarop hij zich voort-beweegt: met langzame statige slagen van zijn grote ronde vleugels en laag door de bomen. Heel mooi. De nachtvorsten van de laatste dagen hebben de vogels grotendeels het zwijgen opgelegd want het uitbundige ochtendgezang is niet meer te horen. Pas als de zon de boel weer wat opwarmt, hoor je hier en daar wat gefluit maar veel is het niet nu. Later in de week wordt het gelukkig weer wat warmer, dan kunnen ze de draad weer oppakken.

22 februari 2011

Vooraan in het bos ligt een plas die in de loop der tijd steeds groter is geworden doordat kinderen hem door hun graafwerk steeds meer ruimte gaven. Maar door hun activiteiten werd ook de leemlaag beschadigd waardoor het water er langzaam uitloopt. Op de bodem van de kuil ligt het vele afgevallen blad stevig te rotten. Hierdoor ontstaan een heleboel gasbellen die zich een weg naar de vrijheid zoeken. Nu is echter het water weer bevroren en zitten al die bellen gevangen onder het ijs, wat een leuk gezicht is. Binnenkort komen hier weer de kikkers heen om zich voort te planten. Als het een tijdje niet regent, komt de kuil droog te staan en gaat alle kikkerbroed verloren. Dan sta ik daar weer voor joker met mijn schepnetje en emmertje de zielige donder-kopjes te redden onder de meewarige blikken van passanten. Soms vraag ik aan mijn echtgenoot of hij mee gaat, zodat ik niet alleen voor gek sta. Maar hij bedankt voor de eer en dus moet ik in mijn eentje de reddingsactie volbrengen. Ik zit er niet bepaald weer op te wachten!

21 februari 2011

Wat leuk, een winters cadeautje. Het is koud, een zwijnenfamilie ligt dicht tegen elkaar in groepjes onder de bomen. Verscholen achter een stapeltje takken maar toch goed zichtbaar voor degenen die er oog voor hebben. Als ze plat op de grond liggen, herken je ze louter aan hun leuke wollige oren die donkerder zijn dan de rest van hun vacht. Heuveltjes op de bosbodem met daarop donkere dotjes. Soms, zoals nu, kiezen ze een plek uit die wel erg dicht langs het wandelpad ligt, en zeker op zondag wanneer hele families elkaar uitlaten, kan dat de nodige onrust geven. Vooral als daar een hond blij is die luid loopt te blaffen. Meteen wordt er dan heel alert gereageerd en staat er een van de moeders nauwlettend in de gaten te houden of de groep moet wegrennen of blijven. Wat toch een leuke dieren! Deze zien er niet eens zo mager uit. Gelukkig maar. Als ze beneden de veertig kilo komen, wordt het treurig. Nog even volhouden dames, over precies een maand begint de lente! En laten we hopen dat die spoedig groei en bloei brengt.

20 februari 2011

Wat een geluk dat er bloemen zijn in de winter! Het lijkt wel, ik weet het wel zeker, dat bij het vorderen der jaren de winter steeds langer lijkt te duren terwijl de zomer doorgaans voorbij vliegt. Om sommige dagen krijg ik daar een onbehaaglijk gevoel van en maak mezelf wijs dat dit gewoon een winterdip is, zoals velen om mij heen ook blijken te hebben. Maar het is feitelijk meer een gebrek aan kleur en fleur buiten. Ik begrijp ook nooit dat in de winter de winkels volhangen met kleding in saaie kleuren als bruin, zwart, donkerpaars. Juist nu zou je vrolijke kleuren moeten dragen als compensatie voor het gebrek daarvan in de natuur. Daarom ben ik zo blij met toverhazelaar en winterjasmijn. Vooral de laatste, elke dag geeft hij nieuwe bloemetjes. Of zoals mijn oudste kleinzoon het lang geleden eens vroeg: "oma, bloeit die gele struik al in je tuin, je weet wel met die blijmaakbloemetjes eraan?" En zo is het nog steeds. De bloei van de winterjasmijn tilt oma's humeur steevast naar een hoger niveau. Jammer dat in de komende nacht de vorst er weer een eind aan gaat maken. Dan is het weer wachten op nieuwe bloei.

19 februari 2011

De wilde zwijnen in het bos laten zich nauwelijks nog zien. Door alle bejaging zijn ze super schuw geworden. In deze tijd zouden de eerste biggen al geboren moeten zijn maar daar de dieren erg geleden hebben onder voedselgebrek, zal dit wel niet het geval zijn geweest. Het is goed mogelijk dat dit tegen de zomer alsnog gebeurt, als ze door voldoende voedselaanbod weer in een betere conditie geraakt zijn. Op plekken waar de zwijnen graag een modderbad nemen, kijk ik wel eens op de boomstammen. Zwijnen die zich eerst in het water van de zoel gebaad hebben en vervolgens lekker door de modder hebben gerold, gaan de opgedroogde modder inclusief de vachtparasieten, uitgebreid staan afschuren langs bepaalde bomen. En zo kun je dan wel eens een pluk haren vinden die er is blijven vastzitten. Zwijnenharen zijn stug en tamelijk hard. Vooral op de rug, daarom worden ze ook "borstelharen" genoemd, een prima naam.

17 februari 2011

De herten hebben honger! Voor ons lijkt het voorjaar al dichtbij maar het duurt voor de dieren nog een hele poos voor weer volop jong groen verschijnt, zodat ze hun magen weer kunnen vullen. Om ons volkstuincomplex staat nu rondom een beukenhaag. Daardoor zien ze niet dat achter die haag nog best wat te halen valt.  Nieuw hekwerk dat gezet is om de herten in het bos te houden in plaats van in de tuinen van aanwonenden, heeft het gewenste succes maar evenwel weten de dieren toch nog een route te vinden die ze het bos uit leidt. En zo herhaalt zich een jaarlijks tafereel: de herten gaan de bebouwde kom binnen, de honger drijft hen. Door vroege vogels zijn ze al gesignaleerd op het terrein van de pas gebouwde brandweerkazerne, en die ligt aan een drukke verkeersweg. Daar zouden dus heel nare ongelukken van kunnen komen. Gelukkig trekken de herten zich weer terug in het bos als de nieuwe dag de nacht begint te verdrijven.

16 februari 2010

Of ik even meeging naar zijn kamer, vroeg mijn oudste kleinzoon. Hij had iets leuks om te laten zien. Het ging om een snoezig hamstertje, heel mooi getekend. Daar stond hij verheerlijkt naar het beestje in zijn handen te kijken: 15 jaar, bijna 1.80 meter lang. Vind je hem niet lief, vroeg hij, terwijl zijn ogen straalden. Ik heb een enorme hekel aan het houden van dieren in kleine kooitjes. Wij hadden heel lang geleden twee cavia's en ook eens een dwergkonijntje. Vooral dat laatste vond ik helemaal niks, zo'n leuk diertje dat zijn leven in eenzaamheid in een hok en een ren sleet, terwijl hij een groepsdier was. Wij hebben hierna dan ook nooit meer opgehokte dieren gehad. Maar toch begreep ik nu dat het goed kan zijn voor een kind om een levend wezen voor zichzelf te hebben. Mijn grote kleinzoon heeft de hamster al helemaal tam gemaakt, als hij het diertje roept, steekt het meteen zijn snuitje boven het nest van zaagsel uit. Inderdaad, heel erg lief, allebei.

15 februari 2010

Op een stronk waar ik mooie Elfenbankjes wist, zag ik vorige week heel veel oranje..., ja wat eigenlijk! Ik had zoiets wel eens in het wit gezien, toen was het vraat van een of ander kevertje. Ditmaal bleek het iets totaal anders: een slijmzwam op de elfenbankjes. Welke slijmzwam precies, was nog niet te zien want daarvoor was hij niet rijp genoeg. Helaas kwam en ging hij als een dief in de nacht want toen ik anderhalve dag later opnieuw ging kijken, was er niets meer te zien. Het is wel een eigenschap van slijmzwammen om snel te komen weer te gaan en ik heb er van geleerd dat het veel sneller kan gaan dan ik verwachtte. Heel lang heeft men de slijm-zwammen niet een plek weten te geven. Want wat was het nou, iets plantaardigs, iets dierlijks, of  iets schimmelachtigs. Het zijn cellen die zich kruipend voortbewegen in een plasmodium, het jonge stadium van het verschijnsel. Het gaat op zoek naar voedsel, bepaalde bacteriŽn en schimmelsporen, door uitstulpingen te maken in het protoplasma. Waar het gepasseerd is, blijft een netwerk van schimmeldraden achter. In een later stadium verandert de slijmzwam in een vaste vorm vol sporen: het vruchtlichaam. Je vindt ze op dood hout en dood, rottend blad.

14 februari 2010

Nu de uiterwaarden niet langer zuchten onder een laag water die de vegetatie smoorde en mollen in hun gangen verdronk, komt het land weer  op adem en produceert langzaam weer wat groen. Aan de oever van de IJssel is goed te zien tot hoever het water het land overstroomde: er ligt een strook vol afval. Glazen en plastic flessen, zakken, bekertjes, ze hangen zelfs in de struiken. Hoe zou het toch komen dat er zo ontzettend veel zwerfafval overal ronddrijft en ligt. Alsof het niemand een biet kan schelen hoe smerig de straten, bermen, bossen en weilanden erbij liggen. Als je het lef hebt er iets over te zeggen, krijg je nog een vervelende opmerking naar je hoofd. Vooral het vele plastic heeft de wereld een hoop goeds gebracht maar ook een hoop ellende.

13 februari 2011

Soms kunnen dingen mij mateloos intrigeren. Neem deze dierlijke resten, wat stellen ze voor!
Ik vond ze een eind in het bos, zeer harig en met uitstekende botjes. Dan ga je lopen nadenken: welk beest is hier opgegeten, welk dier heeft wit haar, en is dan ook nog langharig. Ik kwam er niet uit. Ik zocht contact met iemand van de Zoogdiervereniging, hij wist het niet. Opperde wel de suggestie dat haren in een maag door de verteringssappen kunnen verkleuren. Deed de Havik dit, of de Boommarter? Had de laatste misschien een Eekhoorn bemachtigd? Ik zette de foto ook nog op Waarneming, daar worden door deskundige mensen vele raadselen opgelost. Maar ook daar geen reactie. Misschien was het wel gewoon iets van een grote hond die de langharige cavia van de kinderen soldaat had gemaakt!  Ik zal er wel nooit achter komen!

11 februari 2011

Kwajongens zijn het, maar ik vind ze zo leuk! Ik zou best een tamme kauw willen hebben. Zo'n jonkie dat je zelf groot brengt, dat op je schouder zit als je gaat fietsen, of enthousiast komt aanvliegen als je van een wandeling thuis komt. Ik las veel over deze vogels in de boeken van Achilles Cools, de Belgische kunstenaar die de kauw als hoofdmotief in zijn werk heeft en die een kauwenkolonie bij zijn huis heeft en er zelf onderhand deel van is geworden. Hij kan er zo lyrisch over schrijven dat je de kauwtjes met hun mooie lichte ogen nooit meer op dezelfde manier bekijkt. Dit exemplaar komt regelmatig in onze tuin om te proberen vat te krijgen op de vetbollen. Hangen die aan een touwtje dan hijst hij ze eenvoudig met snavel en poot omhoog. Maar hier hangen ze aan een dun ijzerdraadje en dat maakt het een stuk moeilijker. Het is een enig gezicht hem zo bezig te zien, balancerend op de tak terwijl hij zich in allerlei bochten wringt om de bol te pakken. Aan het eind van de winter is de voedselschaarste het grootst, dus voeren is belangrijker dan ooit. Mensen denken wel eens dat het niet meer zo nodig hoeft als er zonnige zachte dagen komen. Maar die brengen nog lang geen voedsel voort. Het is ook nog niet eens half februari.

10 februari 2011

De Gele trilzwam (Tremellia mesenterica) is het gehele jaar door te vinden al is hij het meest te zien in de herfst. Je kunt hem niet missen, door de felle kleur valt hij al snel in het oog. Vers is hij mooi oranje, oudere exemplaren worden goudgeel. Deze trilzwam is te vinden op dode takken van loofbomen. Voorwaarde is wel dat daar de schimmel van een korstzwam in zit. Vaak is er van die korstzwam niets te zien maar is die wel aanwezig onder de schors van de tak. De trilzwam parasiteert op de korstzwam. De groep trilzwammen, waarbij bijvoorbeeld ook de judasoren horen, hebben een geleiachtig vruchtlichamen. Als je ze aanraakt, kun je dat goed voelen.

9 februari 2011

De vinkenmannen zijn prachtig op kleur en helemaal klaar voor het lenteseizoen. Nog even en we horen weer overal om ons heen de vinkenslag. De laatste dagen is het duidelijk merkbaar geweest dat de dagen alweer flink lengen. En wat nog fijner is: wakker worden door de vroege vogelcantate! Ook in het bos is het een leven van jewelste. Ik heb een hele tijd staan luisteren naar de opgewonden baltsgeluiden van de haviken. De Grote bonte specht laat zich alom horen en als je net onder een boom loopt waar de specht aan het roffelen slaat, sta je verbaasd over het harde geluid dat de vogel op die manier produceert. Mezen en boomklevers zijn ook al ten prooi gevallen aan hun hormonen en overal klinken de contactadvertenties. Let eens op de koolmezen, man en vrouw hebben een eigen taal in deze tijd. Ze blijven almaar in elkaars nabijheid en hij brengt een ťťntonig en luid geluid voort: "miep". En zij antwoordt met een snel en schel tsitsitsi.
Dit is ook het geluid dat straks de jonge meesjes maken; zo bereidt ze hem voor op het vaderschap. Af en toe doet ze ook of ze een jong vogeltje is en bedelt met trillende vleugels om voer. Als straks de jongen zijn uitgebroed is pa een volleerd vader!

8 februari 2011

Alsof mijn oude, versleten accu is vervangen door een gloednieuw exemplaar, zo ervaar ik de mooie dagen die we momenteel cadeau krijgen. Ik zag al krokussen bloeien, volop sneeuw-klokjes en ook de winterakoniet presenteert zich weer. Overal hangen de hazelaarkatjes vrolijk aan de takken te wiegelen, heerlijk!  Het maakt dat een mens er weer zin in krijgt. De winterakoniet is een onvervalste exoot. Van nature kwam hij in ons land niet voor, het is een stinzenplant. Indertijd ingevoerd uit ItaliŽ, Zuid-Frankrijk en de Balkan waar hij volop in het wild groeit. Blijkbaar neemt hij onze Hollandse bodem voor lief want hij groeit, bloeit en verspreidt zich met gemak. Hij behoort tot de familie van de Ranonkels. Vandaag alweer zo'n mooie dag!

7 februari 2011

Het stormachtige weer van de laatste dagen heeft weer heel wat bomen het leven gekost. Bij een gevloerde Den verbaas je je daar niet over als ze ziet wat een ongelooflijk oppervlakkig wortel-gestel zo'n boom heeft. Het is al verbazingwekkend dat deze bomen langdurige droogte kunnen overleven. Bij deze was goed te zien hoe schraal de bodem van de Veluwe eigenlijk is. Onder de dunne laag natuurlijk gecomposteerd blad ligt puur zand. In dit gebiedje is ook nog wat lŲss aanwezig, door de lucht hierheen geblazen tijdens de laatste ijstijd en neergedaald in de dalen van de Veluwe. Ook een Berk heeft een oppervlakkig wortelgestel en die worden ook snel omver geblazen door de stormachtige wind die in deze tijd altijd samen lijkt te gaan met een winterse verzachting van de natuur. Als het zo stormachtig is, hoor je weinig andere geluiden in het bos maar toch hoorde ik een Geelgors en in de tuin hoorde ik voor het eerst dit jaar een merel en een roodborst zingen. De Heggenmus is ook weer present met zijn venijnige riedeltje. Het mag grauw zijn, en vochtig, en stormachtig, maar het voorjaar komt onherroepelijk naderbij!

5 februari 2011

Inmiddels staan de sneeuwklokjes in onze tuin weer mooi rechtop, nadat ze tijdens de afgelopen vorstweek zo plat als een dubbeltje op de tuinbodem lagen. Voorlopig blijven de buitenkroon-bladen nog even stevig dicht. Waarom zou je immers  je stuifmeel verspillen als er nog geen insect is om er iets mee te doen! Want nu de koude verdreven is, teisteren wind en regen de tere stengeltjes. Het wilde sneeuwklokje heeft mensen door de eeuwen enorm aangesproken. Onze zuiderburen schrijven: "na de lange winter heeft een mens nood aan bloemen en fris lentegroen". En zo is het maar net. Het kweken van deze bolletjes is een langdurig proces, er gaan jaren overheen voordat er een nieuwe variŽteit is ontstaan waarvoor liefhebbers soms honderden euro's over hebben. Het vermeerderen gebeurt dan ook in een stuk bos waar de sneeuwklokjes ongestoord kunnen blijven staan. Binnenkort worden er op diverse kwekerijen weer sneeuw-klokjesdagen gehouden. Je mond valt open voor de prijzen die er soms worden gevraagd en je moet zoeken naar verschillen tussen het ene of het andere klokje want die zijn soms miniem. Het is maar net "wat de gek ervoor geeft" en tuinmensen kunnen soms enorm hebberig zijn.

4 februari 2011

In een plantenschaal op de tuintafel, die dagelijks gevuld wordt met een zaadmengsel, zit een Turkse tortel te rusten. Op zijn rug zit een nare kale plek en hij staat wankel op zijn pootjes. Het zou kunnen dat hij een aanval van de sperwer te verduren heeft gehad. Als zo'n roofvogel zich pijlsnel op zijn prooi stort, zal dat wel een flinke dreun zijn. Dus wie weet, heeft hij gekneusde pootjes die pijn doen. Als ik hem benader, vliegt hij meteen weg. De vogel zit hier al drie dagen en helaas kan ik niets voor hem doen. De tortel is ook alleen, ik zie zijn of haar maatje niet meer. Het zijn alleraardigste vogels, zo knus naast elkaar op een tak zittend en waar de een vliegt, volgt de ander. Meestal gaan gewonde vogels aan nare infecties ten onder, maar wie weet redt hij het.

3 februari 2011

Het is altijd weer verbazingwekkend om te zien hoe na een vorstperiode planten zich weer dapper oprichten alsof er niets aan de hand was. Deze steeltjes van het Fluitekruid (Anthriscus sylvestris) staan alweer vrolijk boven de grond. Het Fluitekruid behoort tot de schermbloemigen en de eerste die in bloei komt. Als het weer meezit, kunnen de witte kantbloemen al in de loop van april verschijnen. Het is heerlijk om op nevelige, kille winterdagen zo'n voorbode van de lente te zien! Het Fluitekruid is een aanwijzing voor de aanwezigheid van stikstof in de bodem. Je vindt de plant daarom met vele bijeen aan de randen van regelmatig bemeste akkers en weilanden.

2 februari 2011

Hier in het oosten is het de laatste tijd aardig koud geweest; het vroor 's nachts stevig en overdag kwam de temperatuur niet boven 0 graden. De bosbodem is hard bevroren en de ijzige wind maakte het gisteren onaangenaam koud. In deze tijd en in deze omstandigheden verwachtte ik dan ook geen ijshaar. Maar het mooie natuurverschijnsel was wel te zien de laatste dagen. Dit moet ijshaar zijn van misschien wel een week oud, dat gevormd werd toen er een periode was van zachter vochtig weer dat overging in lichte nachtvorst. Want dat is de omstandigheid dat het ijshaar zich vormt op dood beukenhout. De vorst die er tijdens de afgelopen week was, heeft het geconserveerd, waardoor het lang te zien bleef. Ik heb dit op deze manier, en in deze tijd van het jaar, nog niet eerder waargenomen. Maar ja, wat blijft nou hetzelfde in het leven. Niets toch?

1 februari 2011

Een keutelend edelhert laat hier zien dat er toch nog wel het een en ander aan voedsel te vinden is in het bos. Toevallig stond er een groep edelherten even verderop. Ze houden de wandelaars haarscherp in de gaten maar als je je rustig gedraagt, blijven ze meestal wel staan. Voor mij liep een drietal jongelui. Een ervan had een camera bij zich en was kennelijk van plan foto's te maken van de herten. Hij liep met stevige pas in de richting waar ze stonden en toen de dieren weg begonnen te lopen begon hij ze rennend te achtervolgen. De herten alle kanten opjagend. Ik riep hem toe daarmee op te houden. Quasi verbaasd vroeg hij me waarom. Toen ik hem toevoegde dat hij gezien zijn gedrag blijkbaar geen enkel hart voor de natuur had, gaf hij als antwoord: ja, dat is waar! Een van de twee anderen twee riep hem vervolgens toe: "je hebt zeker een paar mooie foto's gemaakt hŤ Mark?" Alsof het de gewoonste zaak was je in een bos zo te gedragen! Je zou ze een verbod moeten kunnen opleggen zich hier nogmaals te vertonen. Heel ergerlijk, dit gedrag.

31 januari 2011

Uitgerekend in een van de armste gebieden van ons land, de Veluwe, leven veel edelherten. Edelherten voeden zich in lente, zomer en herfst voornamelijk met blad van loofbomen, bepaalde grassen en kruiden, heide, eikels en bosbessen. In het voorjaar vergrijpen ze zich aan de sappige jonge twijgen en kunnen daarmee jonge boompjes in hun groei belemmeren. In de winter wordt veel vraat gezien aan de stammen van de Grove den. De schors helpt niet alleen de maag te vullen maar stimuleert ook het herkauwproces. Dit is een belangrijk onderdeel van het hertenleven. Hun spijsverteringskanaal is 15 tot 29 keer hun lichaamslengte. Het herkauwen neemt ongeveer zes uren in beslag. Het  dunne stammetje op de foto, dat door een of andere oorzaak tegen de grond was gegaan, bleek een dankbaar object, het werd over de gehele lengte ontdaan van bast. Je kunt er mooi de bijtsporen van de herten op zien. Het gebit slijt in de loop van het leven steeds meer af en is een goed middel om de leeftijd van een dier vast te stellen.

29 januari 2011

De sijs (Carduelis spinus) waar ik gisteren over schreef bleek niet dood maar in shock. Z'n nek was tenminste niet gebroken, dat is altijd zo'n naar gezicht! Maar de pootjes deden niks, grepen zich niet om mijn vinger maar bleven in een kluitje krachteloos samengevouwen. Een tijdje geleden had ik voor een gelegenheid een stukje gaas tot een rol gevouwen en daar omheen een donkere plastic zak gedaan, aan ťťn kant open. Die hing nog steeds langs een hekwerk en zou als een uitstekende verkoeverkamer kunnen dienen. Ik zette de sijs erin en afgaande op wat ik zag, had ik er niet veel vertrouwen in dat hij nog zou leven als ik terug kwam van mijn wandeling. Maar hoera, hij had in alle rust en veiligheid toch weer kunnen bijkomen van de klap en bleek weggevlogen toen ik thuis kwam. Een paar minuscule gele veertjes bleven als herinnering.

28 januari 2011

Altijd hangt er aan ons vensterglas een bosje sliertjes die de bloemist op de ingepakte boeketten plakt. Die sliertjes bewegen op de wind heen en weer en sinds we dat doen, is er nooit meer een vogel tegen het raam gevlogen. Maar nu had de harde wind van de laatste dagen de sliertjes eraf gerukt en prompt vloog gisteren een vogel tegen het raam. Ik ging kijken en schrok want daar lag een sijsje in een plantenbak, plat ter aarde gestort met gespreide vleugeltjes. En wat zijn die mooi! In deze tijd van het jaar zijn er heel veel sijsjes in het land die de strenge winter in Rusland en ScandinaviŽ ontvlucht zijn om hier te overleven. Ze komen in zeer grote aantallen en een deel daarvan vliegt nog verder door naar het zuiden. Ze voeden zich met de zaden uit de elzenproppen en die van de berk. Ongeveer over een maand tot in mei beginnen ze weer aan de terugreis om in hun broedgebieden tot nestelen over te gaan. En dat voor hummeltjes van pakweg twaalf gram. In je hand voelt zo'n vogeltje daadwerkelijk vederlicht.

27 januari 2011

Even een levendig plaatje in mijn natuurdagboek. Het zijn regendruppels op de Kerstster. Die kreeg ik vorige maand kado maar ik houd niet zo van bloemen en planten die zo geforceerd en massaal op bepaalde momenten in het jaar in de handel worden gebracht. Omdat ik na al die weken genoeg van de plant kreeg, heb ik hem buiten neergezet op de tuintafel. Daar heeft hij het natuurlijk niet naar zijn zin. Met de druppels op het felrode blad mag hij nog even schitteren. De Kerstster (Euphorbia pulcherrima) is een lid van de wolfsmelkfamilie. De rode bladeren zijn de schutbladen. De eigenlijke groengele bloemetjes zitten in het midden van die schutbladen. Lang is gedacht dat het sap van de Kerstster giftig was maar onderzoek en experimenten hebben aangetoond dat dit niet het geval is. Sap van euphorbia kan wel nare allergische reacties geven.

26 januari 2011

Op een bepaalde plek in het bos staan heel veel Rhododendronstruiken. In de zomer en herfst zie ik hier prachtige insecten op: de Rhododendroncicade. Groen zijn ze, met felrode streepjes en ze hebben een mooie gestroomlijnde vorm. Deze diertjes zijn er de oorzaak van dat de knoppen van de Rhododendronstruiken dood gaan. De cicades leggen hun eitjes in de bloemknop van de struik maar op zich kan dat helemaal geen kwaad en het veroorzaakt ook geen schade. Maar door de minuscule gaatjes die de cicade in de bloemknop boort, kan een schimmel binnen dringen in  de knop;  Pycnostysanus azaleae is de naam. De knop sterft hierdoor af en vertoont uiteindelijk allemaal zwarte knopjes waaruit de schimmel zich kan verspreiden. Nu is de aantasting in bepaalde  cultivars van de Rhododendron het ergst. Hier in het bos kan ik maar een paar afgestorven knoppen ontdekken. De rest staat er prima bij en de struiken zullen in het voorjaar weer volop in bloei staan. Voor menig hier onbekende wandelaar is dat een grote verrassing.

25 januari 2011

Bij de ingang van het bos dat ik graag "mijn achtertuin" noem, staan sinds kort borden met het dringende verzoek geen zwijnen te voeren. Het schijnt dat mensen dat doen en eigenlijk is het iets dat in elke winter wel voorkomt. Volgens de mededeling vallen de zwijnen mensen lastig omdat ze die associŽren met voedsel. Een persoon was zelfs al omver gelopen, zegt het verhaaltje. Nu zie je momenteel nog maar zelden zwijnen in het bos en ik zie ook geen mensen met zakken voer lopen. Alle verhalen over een overmatige jachtdruk en hongerende dieren maken dat sommige mensen medelijden krijgen met de zwijnen. Dan gooien ze soms wat appel-schillen achter een boomstam of een bloemkoolstronk over het hek. Ik heb in de garage nog een emmer eikels staan, verzameld op mijn volkstuin. Die gaan vandaag of morgen ook het bos in. Zolang de zwijnen niet zien dat mensen dit doen - en de kans op het tegengestelde is minimaal - kan het weinig kwaad. De honger van de zwijnen wordt er niet door gelenigd maar het mensen-hart kan zich troosten met de gedachte dat "alle beetjes helpen". Al is zelfs dat een illusie.

24 januari 2011

Uit het Sterretjes- of Fraai haarmos (Polytrichum formosum) rijzen de steeltjes op met de moskapsels: kleine doosjes vol sporestof. De voortplanting van dit mos is uiterst gecompliceerd en je snapt niet waarom dat zo moet zijn want dit mos is zeer algemeen. De kapsels bevatten een enorme hoeveelheid sporen die, licht als een veertje door de lucht gaan en ergens op de grond weer neerkomen. Wat niet betekent dat elke spore ook zal ontkiemen. Maar als het goed gaat, valt een spore op de grond en groeit daaruit een celdraad die weer doorgroeit tot een soort matje van celdraden waaraan knopjes komen. Hieruit kunnen mosplantjes groeien. Als dat is gelukt, worden speciale voortplantingsorgaantjes gevormd. Vrouwelijke of mannelijke, soms beide op een mosplant, soms op afzonderlijke; dat hangt af van de soort. Nu moet er een regendruppel aan te pas komen die de mannelijke en vrouwelijke cellen naar elkaar toe drijft en tot een bevruchte cel tezamen smelt. En hieruit groeit dan weer een sporofyt: een kapsel met sporen. Waarmee een zeer ingewikkelde cirkel weer rond is.

23 januari 2011

Ik mag graag rondom boomstammen lopen die vol groeven en aangroeisels zitten. Zo'n stam herbergt vooral in de zomer en herfst een hele leefgemeenschap aan beestjes. Tussen de schors van  deze stam had vermoedelijk een spin of ander diertje haar eitjes opgeborgen, verpakt in een bolletje spinsel zodat de eitjes vorstvrij en veilig zouden blijven tot de komende lente. En wie weet is toen een boomkruiper langs gekomen die minutieus de stam onderzocht op wat eetbaars. Met zijn snaveltje zal hij toen het spinsel hebben losgepeuterd om bij de buit te komen. Al is de voortplanting van het insect dus mislukt, het spinselrestje is de stille getuige van het goede voornemen. En zo vertelde het bos weer een klein verhaaltje.

22 januari 2011

Terwijl staatssecr. Bleker een spoeddebat wacht omdat de Tweede Kamer boos is over zijn weigering de jaarlijkse afschotprocedure van 80% van de wilde zwijnen te herzien, zit dit leuke houten zwijntje op zijn dooie gemak in het bos. Vorige winter ontdekte ik hem voor het eerst en nu zag ik dat de natuur vat op hem begint te krijgen. Allerlei algjes beginnen zijn lijf groen te kleuren waardoor er een steeds fraaier patroon begint te ontstaan. Ik vind het leuk om in allerlei bos-objecten figuren te ontdekken. Zo herbergt het bos steeds meer trouwe "vriendjes" die ik regelmatig tegenkom. Maar misschien is het ook wel gewoon een stukje kinderlijke fantasie.

21`januari 2011

Eindelijk weer eens een paar herten gezien! Behalve het aantal afgeschoten zwijnen, hetgeen telkens weer in de belangstelling komt, worden ook herten van de Veluwebodem weggevaagd. Vooral hinden blijken er teveel te zijn en daarop richten de jagers zich dan ook voornamelijk. En zo kun je dan op het volgende tafereel stuiten in een van de landgoederen rondom mij. Pa, ma en twee kinderen die gezamenlijk op jacht gaan. De vader krijgt een hinde met haar kalf in het oog en legt beide dieren neer. Onmiddellijk begint hij de dieren te ontdoen van hun ingewanden want daardoor blijft het vlees beter. Vervolgens gaat het gezin om de prooien heen zitten, de jager met nog rode handen van het hertenbloed, de rest er gezellig omheen voor de foto. Leuk voor aan de muur of misschien wel voor de kerstkaart in december. Aangezien kinderen de producten zijn van hun opvoeding, zullen in dit gezien ongetwijfeld nieuwe liefhebbers van de jacht ontstaan!

20 januari 2011

Wie wordt er nu niet vrolijk van de bloeiende Toverhazelaar (Hammamelis mollis) of de gele bloempjes van de Winterjasmijn. Beide zijn weer volop te zien, heerlijk! Voor de eerste hommels en bijen is de toverhazelaar van groot belang, maar ik heb deze insecten nog niet gezien.  Een toverhazelaar is in een beetje tuin onmisbaar, vind ik. Je kunt ze krijgen met diverse bloemkleuren en diverse bloeitijden. Deze vrolijke voorjaarsbloeiers nemen echter wel aardig wat ruimte is. Als je de bloempjes van dichtbij bekijkt, kun je zien hoe grappig ze eigenlijk in elkaar zitten. Zo op het oog lijkt het een wirwar van gele lintjes te zijn maar schijn bedriegt. Dit zijn de kroonblaadjes. Telkens vier stuks per bloem. De vier kelkblaadjes zijn roestbruin. helemaal binnenin zitten de meeldraadjes en stampers. In een van de bloemetjes is te zien hoe de kelkblaadjes nog opgerold in de bloem zitten. Bomen die zo vroeg in het jaar bloeien zijn overwegend windbloeiers, de bloemen geuren niet en de wind zorgt voor de bestuiving. Maar de toverhazelaar is dat niet. De bloemetjes bevatten nectar van een soort die erop wijst dat bestuiving afhankelijk is van vliegen en bijen. Daarom verspreiden ze een voor insecten verlokkende geur.

19 januari 2011

Nadat de sneeuw verdwenen was en het grasland weer toegankelijk voor de foeragerende ganzen, kwamen die weer terug nadat het wekenlang stil was geweest. Tussentijds hadden ze hun heil elders gezocht: waar voedsel te vinden is, is hun tijdelijke huis. Het is fantastisch om door de uiterwaard te fietsen en die vele honderden vogels te horen en te zien. Telkens vliegen groepen ganzen boven je hoofd, op weg naar de familieleden die op de grond zitten. Daarbij laten ze zich voortdurend horen en dat vind ik een heerlijk geluid. Het heeft iets opwindends ook. Als ze je van achteren naderen, over je heen vliegen en verder gaan, lijken ze wel een luchtvloot. Met luid gegak worden ze door de anderen verwelkomd en is het een tumult van jewelste. Als door een onzichtbaar teken worden ze soms opeens aangezet tot opvliegen, als mens snap je niet waarom want er is niets verontrustends te zien. In een mum van tijd is het weiland dan weer helemaal leeg en zijn ze naar een andere plek gevlogen.

18 januari 2011

In het bos zie ik heel veel van deze merkwaardige cirkels op de beukenbomen. Met name op de bemoste stammen van de boom. Wat zijn dit toch? Geheimzinnige tekens van onzichtbare boswezens? Het intrigeert me al een hele poos maar eindelijk weet ik nu wat het voorstelt. Het is geen vraat van een of andere schorskever, zoals ik veronderstelde maar een heuse heksenkring! En wel van het Mosschelpje. Dit is een paddenstoel die parasiteert op mos dat op bomen groeit en het mycelium vormt een kring. Binnen deze cirkel vormen zich zeer kleine paddenstoeltjes die met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn. Tot 2008 was het nog maar driemaal waargenomen, daarna kwamen meer waarnemingen en nu veronderstelt men dat het een vrij algemene soort is geworden. Ik kan dat beamen want het is overal in mijn omgeving te zien. De kenners van Waarneming gaven mij de naam, en informatie over dit leuke verschijnsel las ik op Natuurbericht.

17 januari 2011

De uiterwaarden tussen Doesburg en Dieren zijn overstroomd door de IJssel. Een spektakel dat veel bekijks trekt, vooral in de haventjes van dorp en stadje. Voor dieren die in dit gebied leven, is het snel opkomende water rampzalig. Mollen en muizen verdrinken, hazen en konijnen zoeken zwemmend hun toevlucht in bomen en struiken waar ze moeten wachten tot mensen hen redden, of tot het water weer gezakt is. Als ze het tenminste zolang volhouden. Veel zwemmende dieren vinden een ellendige dood in het prikkeldraad dat overal is gespannen en niet zichtbaar is. Zelfs reeŽn blijven hier af en toe in vast haken, een vreselijk gezicht. Jagers op muskusratten hebben momenteel een makkie: per boot gaan ze de rivier op en schieten de doodsbange dieren die in boom of struik gevlucht zijn, genadeloos dood. De jacht op muskusratten is sowieso niet zachtzinnig, maar dit..... !  Regelmatig denk ik dat ik in deze wereld niet meer op mijn plaats ben..

16 januari 2011

In het bos zie ik in de herfst vaak deze kleurloze naaktslakken op de boomstammen. Ik neem aan dat ze zich daar voeden met de algen die op de stammen zitten. Ik vind het onesthetische diertjes en als het een paar keer gevroren heeft, lijkt het wel of ze doorzichtig worden en volgens mij zijn ze dan dood. Maar gistermiddag zag ik tot mijn verbazing zo'n dier over de stam kruipen. Deze had blijkbaar de langdurige sneeuw- en vorstperiode goed doorstaan, tot nu toe tenminste. Ik veronderstel dat het gaat om jonge exemplaren van de Oranje of Zwarte naaktslak (Arion ater of Arion rufus). Ater staat voor zwart en rufus voor oranje. De laatste zijn volop te zien in de herfst, vooral bij paddenstoelen, die de slakken soms met vele tegelijk opvreten. Ze worden 15 tot 20 centimeters groot en eten dagelijks 50% van hun eigen gewicht. Ze voelen zeer vies aan!

15 januari 2011

 Terwijl de Vereniging Het Edelhert in december alarm sloeg over de slechte toestand van de zwijnen en de Tweede Kamer uitsprak dat het huidige afschietbeleid als mislukt mag worden beschouwd, vindt onze nieuwe staatssecretaris  Bleker  het niet nodig er iets aan te veranderen. Ook de Provincie Gelderland verbiedt maatregelen om de hongerdood van zoveel dieren een halt toe te roepen. Beide instanties vinden het wel nuttig, dit "natuurlijke selectieproces". Al die creperende dieren vormen een mooi surplus boven het beoogde aantal zwijnen dat moet worden afgeschoten. Blind zijn ze voor de onzinnigheid van het huidige beheer. Ondanks het feit dat er ieder jaar 80% van de zwijnen worden doodgeschoten, zijn er toch elke jaar na een nieuw geboorteseizoen weer net zoveel als voorheen. Het is een welbekend feit dat er door dieren meer jongen worden geproduceerd naarmate de populaties door jacht meer worden uitgedund. Januari en februari zijn de maanden dat er vaak al jonge zwijntjes geboren worden. Dat zal nu niet gebeuren vanwege de belabberde conditie van de zeugen. Zijn die in de zomer weer wat aangesterkt, dan zal alsnog een geboortegolf plaatsvinden en zullen in de winter daarop weer veel biggen geschoten worden. Het is normaal dat in de winter dieren sterven maar door het voedselgebrek van afgelopen herfst zijn dat er nu ontoelaatbaar veel volgens de Vereniging Het Edelhert.

14 januari 2011

Elke winter worden in Estland twee camera's opgesteld in de bossen aldaar, waarop te zien is welk wild er afkomt op het voer dat dagelijks gestrooid en neergelegd wordt. Zowel overdag als 's avonds zijn er allerlei dieren te zien. Soms een vos, een adelaar, veel raven en onlangs zag ik er een zevental wasbeerhonden rondstruinen. Zwijnen zijn er dagelijks te zien, in grote hoeveel-heden ook, al dan niet met nog halfwas biggen. Het onaangename weer van de laatste dagen nodigt niet bepaald uit om op pad te gaan. Daarom is het leuk om je toch van tijd in het bos te wanen, ook al is dat voor het beeldscherm van de computer. Bovenin het scherm van de website kun je aanklikken welke taal je wilt zien. 's Avonds is er alleen iets te zien via de beide forest camera's, klik dan op direct stream. Overdag zijn ook beelden van de andere camera's zichtbaar. Het lijdt geen twijfel dat er de nodige zwijnen eindigen in de pan maar dan hebben ze toch een mooi leven gehad en mensen van over de hele wereld hebben plezier aan ze beleefd.
http://www.looduskalender.ee/en/ Je kunt ook simpelweg "looduskalender" in Google intikken.

13 januari 2011

Een van de mooist vogels die momenteel in het open landschap opvalt is de Grote zilverreiger (Ardea alba). Steeds vaker zie je hem foerageren in het grasland, en langs sloot en plas. De vogel is groter dan zijn familielid de Kleine zilverreiger en ook nog iets groter dan de Blauwe reiger. In pakweg de laatste tien jaren heeft de Grote Zilver, zoals hij door vogelaars wel genoemd word vanuit de Oostvaardersplassen een flinke opmars gemaakt. 's Winters worden tijdens tellingen al snel meer dan 1.500 vogels geteld. Ze  zijn heel talrijk  rond de Middellandse zee maar ze breiden hun areaal steeds verder uit naar het noorden en het westen. De gele snavel maakt hem heel herkenbaar, in de zomer krijgt die een zwarte punt. In de broedtijd verschijnen ook de prachtige lange halsveren die hem veel allure geven. De spanwijdte bedraagt 1.45 - 1.70 meter. Een mooi gezicht hem te zien opvliegen. De Grote zilverreiger broedt nu ook in ons land.

12 januari 2011

Het Apeldoorn-Dierens kanaal is nog grotendeels bedekt met een laag ijs en ik zag geen spoor van watervogels. Die zou je verwachten in de buurt van de mooie oude ophaalbruggen waar stukjes water open zijn. Toen rond 1800 in Apeldoorn grote behoefte bestond aan een verbinding met de rest van het land, werd ten behoeve van de scheepvaart een kanaal gegraven van Apeldoorn naar de IJssel bij Hattem. Al snel bleek dat deze verbinding niet voldoende soulaas bood en daarop werd het kanaal verlengd tot de IJssel bij Dieren. Het nieuwe stuk werd 37 jaar later, in 1866 in gebruik genomen. Nooit heeft het voldoende rendement opgeleverd aangezien er naderhand veel gebruik gemaakt werd van het spoorwegnet en nieuwe autowegen. In en langs het kanaal is in de loop der tijd een mooi natuurlijk biotoop ontstaan. In de zomer zingt de Karekiet in het riet en komen Aalscholvers er vissen. In de zomer liggen op het water de nesten van meerkoeten en langs de kant brengen zwanen hun jongen groot . Er zijn mensen die het liefst zouden zien dat pleziervaartuigen weer mogen varen op het kanaal, ik hoop dat dit niet zal gebeuren en dat het kanaal zal worden overgelaten aan de flora en fauna die zich hier door de jaren heen heeft gevestigd. Langs het kanaal loopt een heerlijk fietspad.

10 januari 2011

Op 27 december schreef ik over een zieke Goudvink die uiteindelijk ook het loodje legde. Dit voorval in combinatie met het gegeven dat in de omgeving waar ik woon, in tegenstelling tot elke voorgaande winter nu nauwelijks een goudvink te zien is, bracht me op de gedachte dat deze vogel wel eens besmet zou kunnen zijn met het Geel. Deze ziekte kan enorm huishouden onder de zangvogels. Ik heb de vink daarom aangemeld bij het Dutch Wildlife Health Centre. Nadat de goudvink opgehaald en onderzocht was bleek tot verbazing van de onderzoekers dat de vogel de papegaaienziekte bleek te hebben. Ik werd meteen gebeld met de mededeling dat ik dit onmiddellijk aan mijn huisarts moest melden bij griepachtige verschijnselen want deze ziekte kan voor de mens een naar verloop hebben. Ondanks het feit dat ik de Goudvink in mijn handen had gehad, lijkt het er gelukkig niet op dat hij de besmetting heeft overgebracht. Het DWHC houdt zich bezig met onderzoek naar fauna die onder vreemde omstandigheden dood wordt aan-getroffen. Zo worden o.a. ziektes in kaart gebracht. Op mijn linkpagina heb ik een verwijzing gemaakt naar deze website dus mocht u een zieke vogel, een ziek of dood ander dier vinden waarbij u denkt dat er iets vreemds aan de hand is, neemt u dat contact op voor overleg. Mogelijk worden de dode dieren (niet invriezen) bij u opgehaald.  Lees verder op de site van DWHC.

9 januari 2011

De sneeuw is eindelijk weggesmolten en heeft de natuur weer haar kleuren en vormen teruggegeven. Ik zie hoe katjes uitlopen en sneeuwklokjes hun kopjes boven de grond steken. De dagen worden weer langer, het licht wordt anders. Tekenen van nieuw leven die ook mij weer wat moed geven om de draad weer op te pakken. Buiten in de natuur kan ik mijn hoofd leegmaken, mijn gedachten ordenen, weer oog krijgen voor het moois om mij heen. Daarom sla ik het natuurdagboek weer open, dat stimuleert me om weer op pad te gaan. Ik ontving veel lieve en bemoedigende mails, en berichtjes van mijn lezers in het gastenboek. Ik was daar blij mee en het bood me troost in de zeer moeilijke weken die achter ons liggen. Heel veel dank daarvoor!

2 januari 2011

Als een wervelwind kwam ze ons leven binnen en als een vederlicht briesje verdween ze er weer uit. Zij was onze blijmoedige en energieke schoondochter en moeder van onze jongste klein-kinderen. In verband met haar overlijden blijft het natuurdagboek de komende week gesloten. Aan mij is de zware taak te proberen mijn kleinzonen van zes en acht jaar bij te staan in hun verdriet en er te zijn voor mijn zoon. Een ellendiger begin van het nieuwe jaar kan ik niet bedenken. Zwaarmoedig en met  lood in de schoenen ga ik op reis. Wat een rampspoed over dit gezin!

31 december 2010

Ligt er in het komende jaar "heil en zegen" op ons pad, zoals mensen elkaar vroeger toe wensten? Of zal het verdriet en narigheid zijn? We zullen het gewoon af moeten wachten.
Aangezien natuur "uit" schijnt te zijn en bestempeld wordt als een linkse hobby, wens ik de wereld een massa linkse hobbyisten toe, niet alleen in 2011 maar tot het moment dat de mensheid weer tot bezinning komt en beseft dat wij zonder een gezonde natuur en een goed milieu onszelf alleen maar schaden. De wal zal hopelijk op tijd het schip doen keren. Mijn beste wensen voor 2011.

30 december 2010

Overal waar berkenbomen staan, vallen zaden naar beneden en liggen als minuscule vogeltjes op de sneeuw. Dat er nog zoveel zaden in de berk aanwezig zijn, verbaast me. Er zijn altijd wel vogels te zien die er op zoek zijn naar voedsel, vooral staartmezen hangen frequent als kerst-ballen in de berken, maar dat het zoveel was, daar had ik geen idee van. Overal trippelen hongerige kauwtjes rond om de zaadjes op te pikken. De vogels die onze tuinen opzoeken vinden daar genoeg te eten. Maar in de natuur sterven ze nu massaal. Dat vind ik altijd de nare kant van de winter, al zien anderen het vooral als een natuurlijke selectie.  Winter is niet mijn seizoen!

29 december 2010

Er waren vele jaren dat wij elke zomer wel spreeuwennesten onder de dakpannen hadden. De laatste jaren mis ik dat gezellig kabaal van de jonge spreeuwen die luidkeels roepen om voedsel. Maar ook de man spreeuw die zo heerlijk in de prunus zijn repertoire ten beste zat te geven. Het gaat niet zo goed met deze leuke vogel en de flinke achteruitgang wijt men wel aan het verdwijnen van weiden en vochtige graslanden waarin spreeuwen op zoek gaan naar larven en insecten. En waar het biotoop niet meer geschikt is, verdwijnen de vogels. De spreeuwen ruien in het najaar hun verenkleed en zien er in hun nieuwe pak geweldig uit! Aan het eind van de winter zijn de veren al een heel stuk weer afgesleten en blijft er een verenpak over dat paars en blauw glanst in de zon. Momenteel zijn er heel veel spreeuwen in het land die uit het noorden komen. Een groot deel van onze spreeuwen is zuidwaarts afgezakt om de winter te ontlopen. Er zijn er ook die gewoon hier blijven en wel zien wat het wordt. Af en toe zien wij ze nu rondom het huis op zoek naar voer.

27 december 2010

Vanmorgen, toen ik de gordijnen open deed, zag ik een vrouwtje Goudvink zitten op de koude bodem. Ze hipte eerst nog af en toe wat rond, maar vliegen kan ze blijkbaar niet meer. Juist nu de dooi gaat inzetten. Nu, na een uur, lijkt het met de vogel alleen maar slechter te gaan. Deze vink is al twee weken in onze tuin waar ze zich vol kon eten met zonnepitten. Nu opeens gaat het toch fout. De vogelziekte "het geel" die een tijd geleden heerste, ging door mijn hoofd. Zou er dan toch iets met de Goudvinken aan de hand zijn? Wij zagen ze meer dan veertig jaar volop in onze tuin, met name in de winter waar vele paartjes zich altijd te goed deden aan het geoffreerde voer. Deze winter zijn ze er niet, tot nu toe zag ik slechts twee mannetjes en dit eenzame vrouwtje. Het zien van deze stervende vogel geeft me een onaangenaam gevoel; alsof ze een brenger is van slecht nieuws. Een zeer dierbaar familielid verkeert momenteel op de grens tussen leven en dood.

25 en 26 december, Kerstmis 2010

Voor wie zich verheugen op deze dagen: heb het goed met elkaar!
Voor wie er om wat voor reden dan ook tegenop ziet: het duurt maar een weekend!

24 december 2010

Meer en meer gaan landgoed- en boseigenaren er toe over om na het kappen van bomen alle resthout in het bos achter te laten. De stam wordt verkocht maar de takken zijn onbruikbaar. Een bepaald percentage dood hout is heel nuttig maar wat er tegenwoordig blijft liggen, is echt te gek voor woorden. Het bos wordt er voor een deel gewoon onaantrekkelijk door voor wandelaars. Maar wat te denken van de grote zoogdieren. Er worden soms hele wallen aangelegd van resthout waar geen hert of ree kan doorkomen. In sommige bossen ligt zoveel hout op de bodem dat zelfs de zwijnen er wegblijven. Ik vraag me vaak af hoeveel roodwild hier een poot breekt. Bij natuurlijk bosbeheer blijft een hoeveelheid dood hout liggen en dat komt zeer ten goede aan het dierenleven. Kevers, boktorren, schimmelmugjes profiteren ervan en kleine zoogdiertjes en vogels vinden er beschutting. Ook voor paddenstoelen wordt hiermee een goed klimaat geschapen. Maar liefst 40% van de bosfauna leeft van het dode hout en schimmels. Blijft er echter teveel hout in het bos achter, dan is de kans niet ondenkbaar dat de letterzetter oprukt en dat is desastreus voor het bos. Door het hout te niet op te ruimen, bespaart de eigenaar veel geld.

23 december 2010

Ach wat heeft hij het moeilijk momenteel! Ondanks het feit dat hij in onze tuin zijn buikje vol kan eten, moet hij alle zeilen bijzetten om warm te blijven. Niet alleen 's nachts maar ook overdag als hij een poosje wil zitten rusten. Elk veertje op zijn lijfje wordt uitgespreid om er maar zoveel mogelijk lucht tussen te verzamelen. Die luchtlaag werkt isolerend en helpt het warmteverlies een beetje tegen te gaan. Nu de vorst maar niet wil wijken, zullen opnieuw heel veel watervogels het loodje leggen. Denk aan de reigers, de roerdompen, de ijsvogels. De IJsvogel zal voor het derde achtereenvolgende jaar een flinke klap krijgen. Het wordt straks dus nog meer bijzonder als je er een ziet vliegen. Met man en macht zullen ze komend voorjaar weer proberen zoveel mogelijk jongen groot te brengen om de resterende populatie een kleine oppepper te geven.

22 december 2010

Op het internet las ik dat er wetenschappers en weerkundigen zijn die geloven dat wij aan het begin van een nieuwe Kleine IJstijd staan. Zij leiden dat af uit het het feit dat de zon heel weinig activiteit vertoont. Dat zou een paar eeuwen geleden ook zo zijn geweest, met als gevolg een kleine ijstijd. In het huidige geval zou dat betekenen dat we de komende tientallen jaren dit soort winters zullen krijgen. Anderen blijven erbij dat het puur toeval is dat dit hevige winterweer ons nu al wekenlang tot last is. Ik keek eens in mijn eigen "opschrijfboekje" waarin ik weergegevens bijhoud. In het jaar 2000 beleefden we een geheel vorstvrije herfst. Op 25 november 2005 veroorzaakten hevige sneeuwval en storm stroomuitval en een verkeersinfarct in het land. Alles was in chaos. Op 21 november 2008 viel de eerste sneeuw van dat jaar en bleef in het oosten ook liggen. Er volgde een winterse periode van twee weken, waarna de temperatuur omhoog schoot naar 13 graden overdag. Dit jaar begon het op 25 november te sneeuwen.

21 december 2010

Prinsheerlijk zit hij in zijn eigen restaurantje. Laat de merels en de groenlingen maar vechten om het voer, hij heeft zijn eigen voorraadje gestampte pinda's waar geen andere vogel bij durft. Vanuit de krentenboom duikt deze pimpelmees naar beneden, linea recta het mandje in. Ik verbaas me erover dat deze kleine vogeltjes dit barre winterweer kunnen overleven. Zie die ranke pootjes nou eens, dat ze niet bevriezen als ze ergens de bitter koude nacht doorbrengen! Slapen ze in een van de nestkasten die hier in de tuin hangen? Of verborgen in een conifeer? Ik heb geen flauw idee. Maar 's avonds als het donker is geworden, vul ik voor hem het mandje zodat hij bij het krieken van de dag zijn hongerige maagje meteen kan vullen. Ook gaan de schalen met broodkruim, strooivoer, oude appels uit de Turkse winkel en ander spul in de vroege ochtend weer naar buiten. Je hebt er bijna een dagtaak aan de vogels van brandstof te voorzien want je kijkt je ogen uit naar wat hier allemaal rondvliegt. Dat beschouw ik dan maar als een welkome beloning! Zo bewijzen we elkaar toevallig een dienst in deze sneeuw- en ijswinter die eind november al begon.


naar boven