Natuurdagboek


Natuurdagboek 2007                              Natuurdagboek Lente 2010
Natuurdagboek 2008                              Natuurdagboek Zomer 2010
Natuurdagboek Winter 08/09                Natuurdagboek Herfst 2010
Natuurdagboek Lente 2009                   Natuurdagboek Winter 2010/2011
Natuurdagboek Zomer 2009                 Natuurdagboek Zomer 2011
Natuurdagboek Herfst 2009                  Natuurdagboek Herfst 2011
 Natuurdagboek Winter 2009/2010     Natuurdagboek Winter 2011-2012


 

 

Lente 2011

 

 

 

20 juni 2011

Tussen de buien door even het bos in, een frisse neus halen en de benen strekken. Opeens zag ik een zwijn naar me loeren, een zeug en ook nog zogend te zien aan haar tepels. Ze verdween achter de struiken en ik vervolgde mijn pad maar plotsklaps renden twee moeders met een hele rij gestreepte biggetjes voor me over het pad. De biggen zijn nog heel klein want het duurde lang voordat de zwijnen in een behoorlijke conditie geraakten na de hongerwinter en de droogte waardoor de vegetatie nauwelijks groeide. Maar ook nu worden er maar heel weinig biggen geboren. Andere jaren zie je overal moeders met hun kleintjes lopen, nu sporadisch. Nou ja, hoeft er weer minder afschot plaats te vinden in de komende herfst, winter en het volgend voorjaar.

19 juni 2011

De stormachtige wind van de laatste dagen weet wel raad met de bomen. Overal ligt afgerukt blad en soms hele twijgen, zoals hier. De beuken zitten dit jaar vol vruchten gelukkig. Vorig jaar leidde de afwezigheid van mast tot hongernood bij de dieren in het bos. Er waren toen ook geen eikels. Nu lijkt het veelbelovend maar alles zal afhangen van de regen die al dan niet nog zal vallen. Wat we hebben gekregen de afgelopen week, lijkt wel indrukwekkend maar voor het grondwater is het te verwaarlozen. En juist die oude beuken, ik schreef het al eerder, zijn heel slecht bestand tegen droogte. En elk van de voorbije laatste zomers gaf van die langdurige droogteperiodes te zien. Afwachten dus maar. Deze tak heb ik maar mee naar huis genomen en in het water gezet.

18 juni 2011

Midden op de dag lopen in de zon Edelherten te grazen op de akker tussen het bos en de volkstuinen. Altijd heb ik mijn fototoestel bij me maar helaas geen statief, dat zou op zo'n afstand wel handig zijn geweest. Ik zet mijn fiets met de standaard in de wat drassige bosbodem en loop een stukje vooruit om in de beschutting en steun van een grote eik te fotograferen. Opeens hoor ik een klap, kijk om en zie mijn fiets op de grond liggen. Twee propvolle bakken met blauwe bessen die ik net geoogst hebt, rollen over de grond. Aangezien het hier een honden-losloopgebied is, laat ik de bessen maar aan de vogels en de muizen. De herten worden het bos weer ingejaagd door een hondje dat enthousiast de akker op rent. Hij luistert voor geen fluit naar zijn baas! De edelherten zijn hier regelmatig te zien en iedereen blijft altijd staan kijken naar deze majestueuze dieren. Ze zo te zien in het open veld, rustig grazend en toch waakzaam, is wel heel mooi.

17 juni 2011

Op mijn volkstuin laat ik elk jaar een paar preien staan om het jaar erop te zien hoe ze in bloei geraken. Uit de oude prei groeit een bloemstengel en de verzameling bloemknopjes ziet er een poosje uit als een bolletje met een lange punt erop. De puntmutsen wordt steeds groter en dikker maar nog een poos zitten de bloempjes verstopt onder een jasje. Doordat de bloempjes groter groeien, barst het jasje open, en steeds verder dringen de knoppen zich naar buiten. Nu nog even en de bloempjes zijn vrij. Er zijn heel veel groenteplanten die  in een tuin niet zouden misstaan. Dille met het ijle groen, een andijvieplant die mooi blauw en vertakt bloeit, je zou eens door een liefhebber-groentetuin moeten lopen om het allemaal te zien. De prei is zichtbaar familie van de vele sieruien, bloembollen die veel worden toegepast in tuinen. Net overigens als de echte uien en de knoflook. Ze zijn alle familie van de lelieachtigen (Liliaceae).

16 juni 2011

Waarschijnlijk door de harde wind waren wat rupsen vanuit een boom naar beneden gevallen op een bank in ons volkstuincomplex. Het waren exemplaren van de gevreesde Eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea). Nader onderzoek bracht aan het licht dat ze in een grote Eik naast de tuinen zaten. Normaliter gaan ze 's nachts op pad maar nu was er een processie op gang gekomen vanaf de grond naar het nest boven in de boom. Kop aan kont, zij aan zij bewogen ze zich enigszins gedesoriënteerd van hot naar her. Iemand belde de gemeente en al ras kwamen de mannen met de stofzuiger en zogen het nest uit de boom. De brandharen die de rupsen loslaten kunnen voor veel ongemak zorgen: huiduitslag, branderige ogen, luchtwegproblemen. De nachtvlinder legt eitjes in voornamelijk de Zomereik en dat ze steeds meer voorkomen heeft onder andere te maken met het armetierige natuurbeheer waardoor er veel te weinig onderbegroeiing is waar zich insecten op kunnen houden die deze vlinder prederen. In een bos, waar dat wel het geval is, zorgen de rupsen veel minder voor overlast. Bewijs te over.

15 juni 2011

Ik weet wel dat er veel mensen griezelen van alles wat heel hard loopt en rare pootjes heeft maar ik vind ze juist fascinerend omdat ze na fotograferen zo prachtig te zien zijn op het beeldscherm. Ik ontdekte deze pissebed in de tuin maar hij liep zo hard - wat kenmerkend is voor deze soort - dat ik hem in een plastic doosje heb gedaan zodat ik hem kon fotograferen. Hij viel me namelijk op door zijn kleur en tekening. Het is een Mospissebed (Philoscia muscorum), een wat kleinere uitgave van de kelderpissebed. Pissebedden zijn merkwaardige beestjes; ze kwamen uit de zee en evolueerden tot landdieren. Maar hun kieuwen hebben ze nog altijd en daarom hebben ze vochtige plekken nodig om te kunnen overleven. Ze kunnen anderhalf tot twee jaar oud worden. In ons land komen 37 soorten pissebedden voor. Er zijn nog altijd pissebedden die in het water leven; prut maar eens even in je tuinvijver want daar leeft onder in de modderlaag de zoetwater-pissebed. Toen onze oudste kleinzoon hier nog vaak logeerde, kon hij urenlang bezig zijn met het vangen van al die waterbeestjes om ze uitgebreid te bestuderen. Nu zit hij urenlang te prutsen op zijn computer en, het moet gezegd, daar weet hij inmiddels indrukwekkend veel vanaf.

14 juni 2011

De laatste dagen zie ik weer meer vlinders vliegen, zoals deze mooie verse Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album)  die nectar zat te peuren uit de Valeriaan. Koolwitjes vliegen volop en ook het Boomblauwtje dat haar eitjes legt op de Klimop, is weer present. Gewoonlijk valt de vlinderdip in juni maar dit jaar was het vroeger, al in mei gaf de eerste lichting vlinders de geest nadat de eitjes gelegd waren. Die eitjes werden rupsjes en de rupsjes van sommige vlinders verpopten zich weer tot een nieuwe vlindergeneratie. Ik hoorde van iemand dat de eerste rupsen van de Koninginnepage ook alweer gezien zijn. Dat belooft dan ook weer een tweede generatie later in de zomer. Het eerste rupsenstadium dat ik laatst vond in mijn volkstuin, is vermoedelijk opgevoerd aan een jonge koolmees want hoe ik ook zocht, nergens kon ik hem meer vinden.

13 juni 2011

De kegels van de Lariks staan er parmantig bij. Van de droogte hebben ze niet geleden, zo te zien. Het zijn echt mooie en sierlijke kegeltjes. Wat wel van de droogte heeft geleden, is het koren. Ik zag dat de aren nauwelijks een halve meter hoog staan en desondanks staan ze al te rijpen. Een heel vreemd gezicht. De graslanden hebben zich dankzij de regen weer aardig hersteld maar als je dan weer langs de rivier loopt, zie je nog heel veel sporen van verdroging, al zijn de planten weer aan een hergroei begonnen. Nog precies één weekje lente hebben we te goed!

12 juni 2011

Zaterdag hebben mijn steenuilmaatje en ik de nestkast van dit uiltje schoongemaakt. Vorige week constateerden we bij controle dat het er enorm stonk en nu bleek het nestmateriaal werkelijk te krioelen van de maden. Dus steenuiltjes even in een emmer, snel de kast voorzien van schoon nestmateriaal en toen de pullen weer teruggezet. Ze zijn om op te vreten, zo mooi! De kast was alweer dicht en wij weer weg toen moeder uil weer aan kwam vliegen. Dit is een uitermate bedroevend steenuilenseizoen, in maar heel weinig kasten wordt gebroed. De schuld ligt bij de lang aanhoudende drogen van de vorige maanden. Maar deze pulletjes zagen er pico bello uit en aan hun gedrag te zien verkeren ze in uitstekende conditie. Volgende week worden ze voorzien van een pootring. En dan maar hopen dat die niet al snel weer wordt teruggevonden! Ook na het uitvliegen blijven de jonge steenuilen nog lang uitermate kwetsbaar.

11 juni 2011

In Drenthe, waar ik in de zomer nogal eens met een vriendin wandel door de prachtige natuur-gebiedjes die daar her en der zijn, is een dijkje dat door de weilanden loopt. Er vliegen de mooiste libellen en we vonden er zeldzame planten. Nu zijn er op dit dijkje honderden zebra-rupsen te zien, de toekomstige Sint-jacobsvlinders (Tyria jacobaeae), schoonheden in zwart en vuurrood. Helaas zullen we die vlinders niet zien vliegen want het maaiseizoen is bij de gemeenten weer begonnen en in juni wordt overal gemaaid. Bovendien, zo is in Drenthe proefgewijs vastgesteld, is maaien een goede manier om te verspreiding van het Jacobs-kruiskruid tegen te gaan. In levende vorm wordt deze plant instinctief vermeden door vee en paarden maar als het in het hooi terecht komt, kan dit dodelijk zijn voor de dieren. Preventief wordt het daarom overal te vuur en te zwaard bestreden. Zelfs in sommige natuurgebieden waar geen paard of koe ooit komt, zo zagen wij. Dit laatste zou verboden moeten worden, de flora- en faunawet verbiedt namelijk het uitroeien van planten- en diersoorten. Wat zou het mooi zijn als gemeenten een goed beleid zouden voeren en een meldpunt zouden hebben waar je dit soort zaken zou kunnen doorgeven: honderden rupsen van deze prachtige vlinder! En dat daar dan op een positieve manier mee zou worden omgegaan, bv door het inschakelen van vrijwilligers die de beesten zouden verhuizen naar een geschikt gebied waar het kruiskruid geen kwaad kan. Ik zou daar wel voor te porren zijn. En stel je voor: al die mooie vlinders behouden!

10 juni 2011

Nog even terug naar de pelorie van het Vingerhoedskruid. Deze stond naast de plant die ik gisteren in het dagboek plaatste. De bloem is hier niet enkel maar zeer gevuld en heeft een doorsnede van maar liefst 11 centimeter. Het verschijnsel werd in 1742 voor het eerst beschreven door Linnaeus die op een Zweeds eiland een dergelijk vergroeide bloem vond in het Vlasbekje. Bij die plant komt het namelijk ook voor. Het schijnt een heel verwarrende ontdekking voor deze plantendeskundige te zijn geweest want hij was gewend het plantenleven op systematische wijze te beschrijven en in te delen, en wat moest hij hier nu weer mee aan. Linnaeus noemde deze misvorming pelorie, het Griekse woord voor monster. De oorzaak van deze vergroeiing ligt in een speciaal gen dat elke bloem aanzet zich te ontwikkelen tot een normaal "vingerhoedje". Soms gebeurt het dat dit gen in de bovenste bloem niet wordt geactiveerd, en dan ontwikkelt deze mutant zich tot een naar alle kanten uitgroeiende bloem. Blijkbaar gebeurt er nog iets anders tijdens de ontwikkeling  want er is een akkerhommeltje dat juist voorkeur heeft voor deze pelorische bloemen. Dit is weer een voorbeeld van alles dat de natuur zo boeiend maakt! Er is altijd wel weer iets waarover je je mateloos kunt verbazen. Ik krijg er nooit genoeg van.

9 juni 2011

Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) vind je langs de bosranden en open plekken in het bos. Het is een plant die makkelijk uitzaait. Als je er even bij blijft staan kijken, zal het opvallen dat de bloemen alleen door hommels worden bezocht. De plant heeft geen zin in het kleinere grut en de bloemen hebben daartoe lange haartjes die kleine insecten de toegang versperren. Vinger-hoedskruid is in alle delen van de plant behoorlijk giftig. Er worden medicijnen uit gemaakt die gebruikt worden bij hartkwalen. Hoewel het in "mijn" bos vol staat met Vingerhoedskruid, had ik ondanks mijn speurwerk nog nooit een pelorie gevonden. Maar dit jaar wel! Een pelorische topbloem, die bovenop de bloeistengel staat is een afwijking. Opeens ontstaat er i.p.v. een hoedje een totaal andere bloem. Het is een zeldzame verschijning al kunnen ze soms wat vaker verschijnen dan gewoonlijk. In deze pelorie kreeg een boktorretje makkelijk toegang.

8 juni 2011

In het bos stond ik te kijken naar het Helmkruid, hopend dat daar de rupsen van de Helmkruid-vlinder te zien zouden  zijn. Maar die had ik nog nergens kunnen ontdekken en ook hier waren ze niet te aanwezig. Wel betrapte ik een paartje boktorren dat zich aan het voorbereiden was voor een paring. Teder beklom hij haar maar voor het tot een daadwerkelijke paring kwam, trok ik mij bescheiden terug en vervolgde mijn pad. Een mens moet niet overal met zijn neus op willen staan. De natuur lijkt aardig opgeknapt na de plens regen die hier gevallen is. Alhoewel, ik reed gisteren door een laan vol Platanen en daar leek het wel herfst, zoveel verdord blad hadden die bomen laten vallen. Gelukkig zat er nog genoeg groen aan maar er is nog heel veel regen nodig eer de bomen zich weer in hun element voelen.

7 juni 2011

Bloeiende Aronskelk (Arum italicum) in de maand juni is uiterst merkwaardig. In het voorjaar, de normale tijd, heeft hij ook al gebloeid en nu opnieuw. Met maar liefst drie bloemen. Het lijkt wel of de natuur hier en daar het spoor bijster is geraakt door de rare weersomstandigheden. Misschien wordt het nu weer anders nu het weer eindelijk is omgeslagen en ik gisteren met grote vreugde de enorme hoosbuien uit de hemel zag vallen. Even niet met waterslangen sjouwen om de verdrogende planten van een beetje vocht te voorzien. De grasvelden en bermen die meer dood dan levend leken gedurende de voorbije weken, zullen weldra weer sappig groen zijn want er is een heel behoorlijke plens op de droge aarde gestort.

6 juni 2011

Op de bosbodem liggen overal beukennoten. Merkwaardigerwijs zijn de napjes al open gegaan maar de nootjes zijn nog lang niet rijp. Sommige bomen, zoals de berk momenteel, laten bij langdurige droogte hun blad vallen en dit zal ook ongetwijfeld iets dergelijks zijn. Appelbomen laten ook hun vruchten vallen als er niet genoeg vocht in de bodem zit. Het is een manier van de boom om zich te beschermen tegen droogte, alles wat je niet nodig hebt om te overleven, kun je dan beter loslaten. Maar jammer is het wel want beukennoten zijn een belangrijk voedsel voor veel dieren in het bos. Volwassen beuken hebben het altijd moeilijk in periodes van droogte.  De regen van gisteren was slechts een druppel op een gloeiende plaat. Hooguit de bovenste millimeters van de grond zijn nat geworden. Daaronder is het een zandwoestijn. Maar voor even staat alles er buiten weer eventjes fris en opgeknapt bij.

5 juni 2011

Kijk, dit was weer zo'n ontdekking waar een mens blij van wordt: de Gouden tor (Cetonia aurata), een zeldzame verschijning in ons land. Hij zat nectar te peuren uit een Valeriaanplant op de volkstuin en nam er alle tijd voor. Het is het zoveelste bewijs dat natuurvriendelijk tuinieren zoveel meer oplevert dan supersonische kroppen sla, indrukwekkende kolen en enorme winterwortels die door een veel te zware, chemische bemesting de grond uitvliegen. Dan maar kleinere kropjes of wat minder opbrengst want een combinatie van groentes en bloemen op wat minder agressieve manier gekweekt, levert je zoveel meer plezier op. Gelukkig gaan steeds meer tuinders dat inzien, vooral vrouwen! Ik vind dat wel leuk!

4 juni 2011

Tot mijn verbazing stond gisteren op een gortdroog bospad een pol Madeliefjes te bloeien! In de bodem bevat kennelijk nog genoeg vocht om dit mogelijk te maken. Je kunt ook goed het verschil zien tussen het bosmilieu en dat erbuiten. Invloeden van zon en wind zijn er veel minder groot en daardoor is de vochthuishouding er anders en is het er koeler. Het Perzikkruid staat er fris bij en Vogelmuur ziet eruit of het pas nog water kreeg, terwijl de laatste totaal uitgedroogd tussen mijn aardbeienplanten ligt. Maar daar heeft de hele dag zon en wind vrij spel. Wat me opviel dat  nergens in het bos de Bosbes gebloeid heeft en je ziet dus ook geen besjes verschijnen. Pech dus straks voor allerlei dieren die de bessen graag eten.

3 juni 2011

Op allerlei planten zie je nu de larven van lieveheerbeestjes. Alle hebben een eigen patroon waardoor je kunt zien welke soort kever eruit zal komen. Dit is het voorstadium van het zeven-stippelig lieveheerbeestje. De larven van de kevers zijn geduchte rovers. Ze jagen op bladluizen en helpen die dus te bestrijden in de tuin, andere larven eten soms ook planten. Ze kunnen zich op hun larvepootjes enorm snel voortbewegen. De larven van het lieveheerbeest verpopt zich een aantal keren. Het volgende stadium van onze zevenstippel zal zijn dat hij wat gekromd stil gaat zitten. Daarna ontstaat er een oranjeachtig gedrochtje waaruit na verloop van enige tijd een mooi glanzend lieveheerbeest komt. Een beestje dat iedereen leuk vindt, dankzij zijn uiterlijk.

2 juni 2011

Mijn jaarlijkse ergernis is weer op gang gekomen! Vorige week waren in het buitengebied van de gemeente Rheden alweer de slootkanten gemaaid. Lisdodde, Gele lis en wat er allemaal in een berm kan voorkomen, alles is weer verdwenen, met de grond gelijk gemaakt. Veel heb ik in het werk gesteld om hier verandering in te krijgen maar het helpt niets. Op het gemeentehuis, waar ik vriendelijk te woord gestaan werd door de groenbeheerders, kreeg ik te horen dat dit het werk was van de agrariërs in dit gebied. Die maaien bermen en slootkanten niet rechtmatig maar doen het toch want ze willen geen onkruiden op hun akkers. Bij de gemeente weten ze dat maar ze doen er niets aan. Stel je even voor wat hier allemaal zou kunnen bloeien, hoe aantrekkelijk het hier dan zou zijn om te fietsen, wij wonen in zo'n prachtige omgeving. Maar nee hoor, het wordt ons niet gegund en gedurende lente, zomer en herfst zal hier niets moois te zien zijn! Hoe treurig!

1 juni 2011

Bijna ongemerkt rollen we langzaam de zomermaand alweer in. Het voelt echter alsof we de zomer al voor een groot deel geconsumeerd hebben. Allemaal te danken aan het schitterende weer van de laatste maanden, alhoewel het dramatisch droog bleef. Vorig jaar hadden we een meimaand die veel te koud was. De eerste tien dagen waren gemiddeld maar 8.2 graden en ik herinner mij dat ik daar zeer chagrijnig van werd. 't Kan verkeren, om de schrijver en dichter  Brederode maar even te citeren, wiens lijfspreuk dit was. In een grote vijver was dit meerkoetennest te bewonderen. De jongen zaten lekker bijeen op het nest terwijl pa en ma koet onvermoeibaar nieuw materiaal aansleepten. Af en toe gingen de jongen even zwemmen om na een poosje weer terug te keren naar hun nest. Net kinderen, dacht ik bij mezelf. Tijdens vakanties vroeger zag ik het voortdurend: een poosje in het water, dan weer op de wal. De hele dag door.

31 mei 2011

Fietsend langs het Soerense Broek, een prachtig in ontwikkeling zijnd stukje natuurgebied van Natuurmonumenten, hoorde en zag ik voor het eerst dit jaar de Kievit (Vanellus vanellus) roepen en vliegen.  Dicht benaderen van deze mooie vogel lukte niet maar deze vogel kwam nog net binnen camerabereik. Er zijn in ons land altijd nog gebieden waar ze wel voorkomen, waar ook andere weidevogels gehoord en gezien worden maar in mijn gebied tussen Veluwezoom en Achterhoek hoor of zie ik ze nooit meer of slechts zelden. Het viel me ook op dat vanuit de sloten geen enkele groene kikker riep terwijl dat in grotere tuinvijvers in het buitengebied des te meer is. Zo jammer, al die natuurelementen die langzaam maar zeker door menselijk toedoen verdwijnen!

30 mei 2011

Als de windkracht te sterk wordt, houden de insecten het even voor gezien. Deze vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula) zat aan de rand van de vijver op een blad van de Dotter te wachten op voor hem betere vliegomstandigheden. Vandaag vond ik een tweede koolmeesje dat regelrecht vanuit de nestkast in de vijver terecht was gekomen. Ongetwijfeld zullen er bij het huidige weer heel wat nesten uit bomen en struiken zijn gewaaid. Het hoort er allemaal bij en het is niet te voorkomen. Hoe jammer wij dat ook vinden. Wind heeft veel effect op de natuur. Bij windkracht 3 blijven spinnen, luizen en sprinkhanen op de grond. Bij windkracht 4 houden kevers het vliegen voor gezien en bij windkracht 5 blijven alle vliegen aan de grond, behalve horzels. Nu stopt ook de vogeltrek.  Bij windkracht 6 wagen bijen en nachtvlinders het niet meer op de vleugels te gaan en nog maar weinig vogels wagen zich in de lucht. Bij windkracht 9 – storm – vliegen alleen nog zwaluwen en eenden door het luchtruim maar bij windkracht 10 blijven alle vogels aan de grond.

28 mei 2011

De Orlaya Grandiflora is weer terug in de tuin. Twee jaar geleden had ik hem gezaaid, vorig jaar was er niets te zien en nu verschijnt hij weer op een geheel andere plek. De bloemen zijn echt schitterend, spierwit van kleur en ze bloeien zo lekker lang. Straalscherm, wordt hij ook genoemd. In het Engels heet de plant White lace flower, ook een mooie naam. Het loof is heel fijn en verdeeld. Orlaya groeit in het wild in het  Middellandse Zeegebied. Een heel mooie weefplant!
In de vijver vond ik een dood Koolmeesje, net uitgevlogen en waarschijnlijk een prooi geworden van de harde wind. Ik kan daar zo treurig van worden, zo'n jong leventje en meteen al verloren.

27 mei 2011

Ieder jaar zitten er spinselmotrupsen in mijn appelboompjes om de volkstuin. Dit jaar is het echter meer dan bar! Uit het ene boompje haal ik de nesten handmatig weg en aan het andere boompje doe ik niets. Daar wemelt het werkelijk van de rupsen in hun vieze kleverige spinsels vol uitwerpselen. Ze vreten zich vol en vet aan de bladeren van de boom en het enige waarmee je dit kunt voorkomen, is het bespuiten van de bomen met een gemeen en niet zo lekker bestrijdings- middel. Daar begin ik niet aan. Het schijnt dat mensen ook succes hebben met  met een mengsel van water en citroenafwasmiddel, of met water, zeepsop en een scheut spiritus, waarmee je ook bladluizen te lijf kunt gaan. Maar dat moet dan wel in een eerder stadium gebeuren en niet als er vele honderden rupsen zitten. Sommige bomen en struiken in tuinen en langs de weg zijn helemaal kaalgevreten door deze lastpakken. Over vier weken zijn de rupsen verpopt en hebben we er geen last meer van. Dan begint de boom of stuik gewoon aan een nieuw bladerdek: het St. Janslot, dat na de langste dag van het jaar verschijnt.  En na een poosje is er geen enkele schade meer te zien. Volgend jaar begint het weer opnieuw natuurlijk.

26 mei 2011

De nimf van de Groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima) houdt zich in het begin van zijn leventje op in de lage vegetatie waar hij of zij tijdens  groeien enige keren vervelt. Als hij volwassen is geworden, gaat hij het hogerop zoeken. In juli is deze sprinkhaan volgroeid en dan is ook zijn geluid te horen. Daartoe wrijft hij de vleugels langs elkaar en produceert een geluid dat wel tot honderd meter te horen is. Sabelsprinkhanen, zo hebben Britse onderzoekers ontdekt,  hebben verhoudingsgewijs de grootste testikels van het hele dierenrijk. Waar is dat nou weer voor nodig, zou je denken. Maar het zit wel slim in elkaar: bij het paren komt maar weinig sperma vrij maar een mannetje kan na een uur alweer opnieuw paren terwijl zijn kleinere soortgenoten met kleinere teelballen een paar dagen nodig hebben om van een paring bij te komen. De man Sabelsprinkhaan kan dus in kortere  tijd aanzienlijk meer kroost verwekken doordat hij uiterst economisch omgaat met zijn voorraad sperma. Dit alles stond te lezen in het befaamde tijdschrift Biology Letters. De vrouwtjes hebben een lange legboor (sabel) en deponeren een stuk of honderd eitjes in de bodem of in spleten van schors. De eitjes overwinteren.

25 mei 2011

Als de Gewone ereprijs (Veronica chamaedrys) bloeit, is de zomer in aantocht. Een plantje om verliefd op te worden. Weliswaar geen tuinplant maar in onze tuin heeft hij een prominente plek. Met zijn kleur van een knalblauwe zomerlucht pakt hij me in. Dat het lenteseizoen alweer langzaam vordert, valt overal aan te merken. In onze tuin vlogen vorige week de jonge pimpels uit en vanmorgen ook de koolmeesjes. Geweldig om te zien hoe ze naar het vlieggat opvliegen, verbaasd zitten te kijken naar de wereld buiten de nestkast om vervolgens regelrecht de bomen in te vliegen. Hoeveel van dat kleine spul het zal redden, is maar de vraag want vele vijanden zitten op de loer. Slechts enkele meesjes zullen het volgend jaar halen. Maar even niet aan denken!

24 mei 2011

Ra ra wat is dit? Soms krijg ik heel leuke dingen toegestuurd, zoals deze foto. Een koolmees heeft een nest gebouwd in een hol bermpaaltje langs de weg. Van ouderdom is er in het hout een ruimte ontstaan en een koolmees vond het blijkbaar een jofel plekje om een gezin te stichten. Zolang het goed weer blijft, is er niet veel aan de hand, al zal waarschijnlijk menig wandelaar gaan kijken waar toch dat gepiep van de jonge vogeltjes vandaan komt.; het paaltje staat langs een wandel- annex fietspad. Het is te hopen dat de jonkies succesvol kunnen uitvliegen voordat het stevig gaat regenen (als dat ooit nog eens gebeurt), want dan loopt het water geheid naar binnen en  zullen de koolmeesjes onherroepelijk verdrinken. Een zeer ongewone plek om een nest te bouwen! Vindingrijk vogeltje hoor.

23 mei 2011

Phacelia tanacetifolia wordt beschouwd als een echte groenbemester. De planten kunnen op meerdere momenten worden ingezaaid, voor of na bepaalde gewassen. Ze worden na de groeiperiode ondergespit en dragen bij aan de bodemverbetering. Ook verhogen ze de bodemvruchtbaarheid, en stikstofvoorziening van de gewassen die hierna worden ingezaaid. Daarom wordt de plant veel gebruikt bij biologische teelt. Naast al deze mooie eigenschappen is Phacelia een geweldige plant voor honingbijen en hommels. De bloemen produceren bij genoeg vocht in de bodem heel veel nectar. In droge tijden wordt de nectarproductie stopgezet en is er voor insecten alleen nog stuifmeel te halen. De bloemen zijn door hun spectaculaire meeldraden zo mooi, dat ze in de siertuin niet zouden misstaan. Helaas zie je ze daar nooit.

22 mei 2011

Het is weer gelukt! De rups van een Koninginnepage (Papilio machaon) heeft zich succesvol gemetamorfoseerd in een schitterende vlinder. Tien maanden geleden begon hij te verpoppen en hing hij roerloos aan een takje dat in onze tuinkast stond opgeborgen. Omdat ik wist wanneer de vlinder zou uitsluipen, kon ik het goed in de gaten houden. Een dag ervoor zag ik dat de pop veranderde van kleur en opzij gele streepjes vertoonde. Dat moest wel de naderde geboorte van deze schoonheid inluiden. Het is geweldig om dit proces onder je ogen te zien gebeuren. Zodra de vlinder uit de pop is gekomen, de vleugels nog wat opgerold, kruipt hij naar het topje van een takje en gaat, onzichtbaar voor het oog, de vleugels oppompen. Die zijn aanvankelijk nog te slap om ermee te vliegen dus blijft de vlinder nog een poos met gespreide vleugels zitten om die te laten verharden. Ik heb niet gewacht tot dit allemaal gebeurd was maar heb de pagevlinder naar de volkstuin gebracht waar hij naar mijn idee meer kansen op overleving had dan tussen de huizen en tuinen vol voerende vogels die hem wat graag zouden willen vangen. Op de volkstuin vloog het juweel het luchtruim in en maakte een maidentrip boven de tuinen. Hopelijk zal daar een soortgenoot gevonden worden om mee te paren. Hij maakt mijn dag nog zonniger dan de zon.
Zie ook rupsje bij 20 mei.

21 mei 2011

Elke morgen, wanneer ik een uurtje naar mijn volkstuin ga die op het landgoed Twickel ligt, sta ik weer versteld van de overweldigende bloemenpracht die er momenteel te zien is. Enorme planten Damastbloem, hemelsblauwe Geranium, allerlei kleuren Akelei, ik heb er nog nooit zoveel gehad in mijn volkstuintje, en zo rijk bloeiend. Hoewel de droogte nijpend begint te worden, is het ook fascinerend te zien wat weersomstandigheden doen met de groei en bloei. De bessen staan al te kleuren, de aardbeien smaken wonderzoet, alleen zaaien is een zinloze bezigheid want er komt niets op. Als eindelijk het weerbericht klopt, komt er zondag regen. Daar snakken alle tuinders naar want een kraan is er nog niet op het complex. Daar zijn we nu mee bezig. Over een week of drie kunnen we water tappen. Wat zal dat heerlijk zijn!
(Wat ik gisteren versleet voor een larve van het lieveheersbeestje, blijkt een minuscuul rupsje te zijn van een vlindertje, soort mij niet bekend. De borsteltjes op de rug schepten bij mij verwarring).

20 mei 2011

Omdat ik ieder jaar hoop dat de Koninginnepage ditmaal haar eitjes af zal zetten op mijn dilleplanten, laat ik heel veel opkomende Dille staan. Gisteren ontdekte ik eitjes op de nog maar kleine plantjes en ook zag ik al een larve over een takje kruipen. Welk lieveheersbeestje dit gaat worden is nog niet te zien. Er volgen nu een paar vervellingen en dan wordt de larve een zogenaamde prepop. Als die zich van het laatste huidje ontdaan heeft, wordt hij een echte pop. Er staat een mooie en duidelijke serie foto's van dit proces op de website stippen.nl.
http://stippen.nl/ontwikkeling.php?soort=ANINOV
Vergissing: het is een rupsje, zes paar borstpoten. Het is gedetermineerd als het eerste stadium van een rups Koninginnepage. Ik blij!

19 mei 2011

In onze tuin groeit een Duitse pijp (Aristolochia macrophylla / durior) en hij zit vol bloemen. Nu is het grappige dat niemand die bloemen ziet. Door hun kleur vallen ze weg tussen het blad. Ik liet eens een foto zien aan de leden van mijn tuinclub en niemand zag wat de afbeelding voorstelde. De bloemen zijn ook maar een paar cm groot en eigenlijk zie je de plant maar weinig terwijl hij heel imposant is. De bladeren zijn heel groot en hartvormig en vormen een schitterende groene muur van meters lengte, tot wel acht meter. De klimplant dankt zijn naam aan de pijpvormige bloemen waarvan het vruchtbeginsel heel diep zit opgeborgen. Insecten komen op de geur af , vallen in de bloem en zorgen zo voor de bestuiving. Ik vind de bloemen lijken op babyslofjes.

18 mei 2011

Op boterbloemen zie je heel vaak kevertjes. Blijkbaar vinden ze daar iets waar ze dol op zijn: goed smakend stuifmeel, een smakelijke bloembodem en knoppen. Op deze bloem zag ik bruine kevertjes in plaats van zwarte die er meestal zitten. Het zijn de beruchte Frambozenkevers (Byturus tormentosus) . Vooral op bramen en frambozen gaan ze stevig tekeer en brengen daar zoveel schade toe dat ze flink worden bestreden met allerlei verdelgingsmiddelen. Zowel de volwassen kevers als de larven doen zich te goed aan knoppen, bloemen en jonge vruchten. Hoewel ik veel frambozen op mijn volkstuin heb staat, heb ik deze kevertjes daar gelukkig nooit gezien.

17 mei 2011

In onze straat, maar ook elders in het dorp staan heel wat Acacia's (Robinia psuedoacacia). Prachtige bomen met een grove stam en zeer fraai silhouet. Momenteel staan ze in volle bloei. Als je op warme dagen onder die bomen loopt of fietst, ontwaar je een verrukkelijke bloemgeur. Een enkele bloemtros bevat twintig tot dertig bloemen die nectar produceren. Ik fiets er op zulke dagen wel eens een paar keer onderdoor, zo lekker. Op de jongere takken groeien harde, forse naalden. De bloei duurt niet heel lang en nu beginnen de afzonderlijke bloempjes al naar beneden te dwarrelen. Nog even en de straat lijkt wel wit besneeuwd. Het hout van de boom is duurzaam en hard en wordt gebruikt als alternatief voor het tropische hardhout.  Er is ook acaciahoning op de markt maar deze is niet afkomstig van onze "valse acacia", zoals de boom ook genoemd wordt.

16 mei 2011

Overal in het boerenland liggen de late aardappels in de grond. Keurig op rillen aangeaard. Laat nu toch eindelijk de regen komen, denken de boeren vast. Hetzelfde geldt voor de maïsakkers. De opkomende plantjes laten symmetrische lijnen en patronen zien in het land en in de komende tijd zullen al die maïsvelden hoge groene muren opbouwen die niets meer van het huidige landschap overlaten. Maïs vreet voedsel en daarom kan de boer er heel wat mest over uitrijden. In het late voorjaar worden alle in de akker opkomende kruidplanten doodgespoten en als dat gedaan is, wordt da maïs ingezaaid. Wie nu nog wil genieten van weidse uitzichten in de Achterhoek moet er nu opuit gaan. Wat daar overigens een aangename bezigheid is.

15 mei 2011

Tussen een heleboel tamme, witte ganzen zag ik er een die er afwijkend uitzag. Grijs koppie en wat idem veertjes op de rug. Tussen tamme ganzen zie je regelmatig ook grauwe ganzen die zich gezellig bij het clubje hebben aangesloten. Of er een kruising in het spel is geweest, ik zou het niet weten. Ik vond deze vogel er wel lief uitzien zo. Het is een vreselijk idee dat er een akkoord is gesloten over het massaal afschieten van wilde ganzen. Ooit waren ze bijna uit ons land verdwenen, nu zijn er zoveel dat er te veel schade is aan boerenland, je ziet de vogels zelfs in stadsvijvers en parken. Maar een afschot van tienduizenden ganzen? Ook in de broedtijd? En dat ieder jaar? Gaat de gans het wilde zwijn achterna, waarvan de populaties ook elk jaar met de kogel terug worden gebracht? Deze week was er weer iets te horen over vogelgriep op de Veluwe, waar grote concentraties kippen bij elkaar leven. 9.000 kippen moesten worden "geruimd" vanwege de vogelgriep. Opvallend vond ik dat niemand zich er druk om maakte. De moordpartijen op dieren beginnen gewenning te veroorzaken. Het lijkt wel of we het gewoon gaan vinden, een gevoel hebben dat we er toch niets aan kunnen doen, berusting. Wat een wereld!

14 mei 2011

Op de volkstuin is het droog, gortdroog. Het meest is dat te merken aan allerlei zaaisels die niet opkomen, kiemplanten die tergend langzaam verder groeien, aardbeien die maar heel kleine aardbeien laten zien. Maar de zomerse temperaturen die ons dit voorjaar ten deel vallen, maken ook dat de bloei van struiken en planten fenomenaal is. Deze mooie blauwe irissen staan de hele dag in de volle zon, water krijgen ze niet maar ze bloeien geweldig. In onze eigen tuin heeft de Gouden regen nog nooit zoveel bloemtrossen voortgebracht en heb ik nog nooit zulke joekels van bladeren aan de Aronskelken gezien. Eigenlijk vind ik dat heel boeiend, want steeds weer word je verrast door de kracht van de natuur. Toch kan deze vroege droogte wel eens funest  blijken als in de zomer die nog komen moet, ook nog eens langdurig hete en droge perioden komen. Met angst en beven zag ik vorig jaar hoe onze Krentenboom, die altijd vol vogels zit, er slecht aan toe was in de zomer. Nu geef ik hem behoorlijk veel water, meer dan me lief is. Maar ik wil die boom voor geen goud missen. Ook in de winter biedt hij zoveel plezier door de vogels erin.

13 mei 2011

Op sommige plekken in de Oude IJssel staat het water wel héél erg laag. De Oude IJssel begint in Duitsland en in Nederland stroomt de rivier bij Doesburg in de IJssel. Het water heeft hier in 90 jaren niet zo laag gestaan, je kunt zo naar de overkant lopen. Langs de rivier loopt een schitterende fietsroute tussen Doesburg en Laag Keppel.  Buiten het weekend en vakantie-periodes fiets je er in alle rust en stilte langs het water en door schitterend agrarisch gebied waar de Achterhoek zo om bekend staat. Vanuit het riet klonken gisteren de Karekieten, en de Koekoek liet zich van alle kanten horen. In de boerensloten klonk het gekwaak van de Groene kikker. Wat ik schokkend vond dat werkelijk nergens in de groene weilanden en de akkers weidevogels te zien waren. Niet één heb ik er gehoord of gezien. Hoe treurig!  Ik vond er een filmpje over:
http://www.eenvandaag.nl/binnenland/35857/waar_is_de_weidevogel_gebleven_

12 mei 2011

Het waterniveau in mijn niet al te grote vijvertje op de volkstuin, begint angstwekkend te zakken. De anderhalve regenbui die er in de laatste weken gevallen is, brengt daarin geen verandering. Dat wordt straks slepen met jerrycans water. Gelukkig wordt er nu gewerkt aan een waterleiding; in lange droogteperiodes van de afgelopen jaren, kun je gewoon geen groentetuin hebben zonder een kraan erbij. Datzelfde geldt ook voor tuinen als de mijne: een enkele slakrop, een paar bonenplantjes, wat bieten en voor de rest planten en rozenstruiken die volop (bijna) in bloei staan en waarvan ik lekker plukken kan. Later in het jaar komen weer de eenjarigen die ik gezaaid heb. En de minigladiooltjes die uit de bollen komen die ik van mijn "bollenvriendin" gekregen heb. Daar kan ik me erg op verheugen want ze zijn beeldschoon. Alleen bloeien die pas als de zomer al een aardig eind op weg is en daar wil ik voorlopig helemaal niet aan denken! In het nog aanwezige water groeien en bloeien leuke bloemetjes: Moeraswederik (Lysimachia thyrsiflora).

11 mei 2011

Kranten en tijdschriften staan vol protesten tegen de, wat vaak wordt genoemd, desastreuze bezuinigingsmaatregelen van dit kabinet. Het is zo raar dat natuur een linkse hobby wordt genoemd, of om staatsecretaris Bleker te horen zeggen dat er nog meer dan genoeg grutto's zijn en dat die ecologische hoofdstructuur maar geschrapt moet worden. Natuur is van en voor iedereen en wie er aandacht en zorg voor heeft, wordt er alleen maar rijker van. Daarom vind ik het geweldig dat Das & Boom een juridische procedure is gestart tegen dit afbraakbeleid en de overheid op dit punt heeft aangeklaagd bij de Europese Unie. Das & Boom is bereid om door te knokken en de steun onder natuurliefhebbers is enorm. Velen doen mee om het benodigde geld dat hiervoor nodig is, bijeen te brengen. Ik draag graag een steentje bij door deze actie onder de aandacht te brengen. Lees daarom verder op www.dasenboom.nl

10 mei 2011

Meer en meer raak ik in de ban van insecten. Er zijn er zo ontzettend veel en in zoveel verschillende vormen dat het heel boeiend is er wat aandacht aan te besteden. Maar liefst 70% van alle op aarde voorkomende en beschreven dieren bestaat uit insecten. En wie weet wat er nog allemaal op deze aardkloot rondkruipt en vliegt zonder dat het ontdekt is. Op de uitgebloeide paardenbloemen die langs onze vijver staan, ontdekte ik een heel stel roodachtige heel kleine wantsen. Ik heb ze hier nog niet eerder gezien. Ze heten Rhopalus subrufus en hebben geen Nederlandse naam. Hummeltjes zijn het van slechts 7 mm groot. Het grappige vond ik dat ze uitsluitend op de  paardenbloemen zaten, nergens anders. En het hele stel was druk aan het paren waarbij de man het vrouwtje dat aan hem vast zat, van hot naar her sleepte. Arm vrouwtje, of misschien dient het wel een doel. De insecten komt op meerdere planten voor maar hebben een sterke voorkeur voor Hypericum. Ze houden zich op in lage vegetatie. De wantsen overwinteren als volwassen insect en de volgende generatie verschijnt in augustus. Daaraan wordt nu dus hard gewerkt.

9 mei 2011

Een wereld zonder vogels lijkt me vreselijk! Een van de mooiste dingen om de dag mee te beginnen is het uitbundige gezang van de vogels, ik mag er graag door worden gewekt. Deze merelman zit te communiceren met een mannetje dat een stuk verderop zit te zingen. Zijn vrouwtje zit te broeden in onze Klimhortensia. Per dag lopen we daar tientallen keren onderdoor maar dat kan haar niets schelen. Ik vind het een prestatie van jewelste dat zo'n dier twee weken lang op haar eieren blijft zitten. Ik moet er toch niet aan denken! In de loop van deze week zullen de eitjes uitkomen en dan breekt er voor de vogels een hectische en voor ons een zenuwslopende tijd aan. Er moet continu voer worden aangevoerd en ondertussen al dan niet bedreigende wezens uit de buurt van het nest worden geschreeuwd. En dat is een uiterst irritant gehoor. Eksters, Gaaien en  Kauwen  laten zich wel verjagen door een flinke klap in je handen. Overdag houden die zich rustig en zitten stiekem te inventariseren waar de vogelnesten zitten. Ze hoeven alleen maar goed op te letten waar de voerende vogels heen vliegen. Ze gaan op rooftocht als wij mensen nog op één oor liggen. Dan halen ze zwijgend en bliksemsnel de nesten leeg. Dat vinden wij mensen niet leuk maar hun jongen moeten ook eten!

8 mei 2011

Ik vind jou eng, helemaal als je met dat zwarte ding zo dicht bij me komt. Maar ik weet je wel af te leiden hoor: ik ga gewoon op mijn achterste benen staan, strek me zover mogelijk uit tot ik net een takje lijk en dan zie je me lekker niet! En als je weg bent, zoek ik snel een veilig plekje op: strek, span, strek, span, tot ik onder een blaadje zit. Gisteren heb ik een hele poos staan kijken bij een beuk. Een boom herbergt een enorme massa aan drinkertjes, vretertjes, nestenbouwertjes, onvoorstelbaar veel. Ik zag een mooie rode sluipwesp die me te snel af was, spinnetjes, rupsen van grote en kleine wintervlinders en ook van dit voorjaarsspannertje. Ik verbaas me over wat toch allemaal nog op de gortdroge bodem groeit en bloeit. De blaadjes op de bosbodem zijn zo droog dat ze wel van perkament lijken. Je kunt zelfs horen waar de spinnen eroverheen lopen; korte tikjes als van heel kleine regendruppels die op de dorre bladeren vallen. Ik prijs mezelf vaak gelukkig nog altijd te beschikken over een haarscherp gehoor. Dat voegt toch weer iets toe.

7 mei 2011

Een van onze mooiste en leukste plantjes vind ik het Driekleurig viooltje (Viola tricolor). Ze groeien op allerlei plekken, vooral op braakliggende terreinen en dus ook op volkstuinen die na het groeiseizoen onaangeraakt achter blijven. De ene tuinder schoffelt ze rigoureus weg, de ander kan dat niet over zijn hart verkrijgen en zo groeien er vooral op de tuinen van mensen die deze plantjes een warm hart toedragen volop driekleurige viooltjes. Naast mij tuiniert een man die het natuurschoon zeer kan waarderen en die zijn hele tuin in het voorjaar schoffelde maar met een grote boog heen ging waar de vrolijke viooltjes stonden te bloeien. Dat vind ik leuk, zo'n man sluit ik meteen in mijn hart. Het leuke van dit plantje is dat het verschijnt in de meest verrassende kleurcombinaties, maar altijd driekleurig. Lang geleden gaven onze voorouders de bloempjes namen als "hartzeer" of "vergeefse liefde". Het viooltje heeft een grote rol gespeeld in gedichten, verhalen, mythologie. Zo veranderde Zeus, die er een geliefde op na hield, zijn minnares in een koe om haar te verbergen voor zijn echtgenote Hera. Dwaze oplossing, lijkt me. Als troost liet hij lekkere viooltjes groeien waar de koe van kon eten. Napoleon en zijn Josephine schijnen dol op viooltjes te zijn geweest, de bloem stond in het embleem van de Napoleontische partij en en Josephine droeg op haar trouwdag een krans van viooltjes in haar haar.

5 mei 2011

Je hoeft niet eens nauwkeurig te speuren om leuke insecten te zien. Deze Rupsenaaskever (Dendroxena quadrimaculata) liep voor me uit op een bospad. Ik wilde hem fotograferen maar toen zette hij de spurt erin. Uiteindelijk gaf hij het op en kroop met zijn kop onder de afgevallen schubjes van de beukenbloesem: als ik jou niet zie, zie jij mij ook niet. De kever leeft  voorna-melijk in het eikenbos, deze was zeker even de weg kwijt. Hij jaagt op de rupsen van nacht-vlinders en achtervolgt die niet alleen op de bodem maar ook in de bomen. Dit beestje is alleen te zien in de maanden april en mei. De eitjes worden in de grond gelegd en de larven worden ditzelfde jaar al een kever. Die overwinteren in de grond en zijn dan in april weer te zien.

4 mei 2011

Robertskruid (Geranium robertianum) is normaliter roze van kleur. Roze met iets donkerder streepjes, om precies te zijn. Heel af en toe vind je albino bloemen die het normale pigment missen en wit van kleur zijn. Bij mens en dier is albinisme bekend  maar over dergelijke planten is weinig te vinden. Zou een plant geheel albino zijn, dan zou hij het stadium van een kiemplantje nauwelijks overleven. Een plant heeft immers chlorofyl nodig om het licht te kunnen opvangen en om te zetten in bruikbare energie. Het gaat daarbij om een specifiek gen, "hemera" genoemd naar de Griekse godin van het licht. Treedt er een mutatie op in dit gen dan kan de plant geen chlorofyl aanmaken en wordt hij een albino. Bij het gefotografeerde Robertskruid gaat het uitsluitend om de bloemen maar het kan ook om een hele twijg gaan. Bij de Sequoia's in Noord-Amerika is albinisme een bekend verschijnsel. Hier en daar vertonen de bomen spierwitte twijgen die door de boom desondanks gevoed worden en op die manier honderden jaren oud kunnen worden. Langs een bospad vond ik een dezer dagen diverse Robertskruidplanten met witte bloemen. Ik had ze nooit eerder gezien, dus ook dit was weer een leuke ontdekking.

3 mei 2011

Overal op de trottoirs zie je kleine gaatjes en zand dat uit de grond is gewerkt. Dat is het werk van de nijvere mieren die bezig zijn nieuwe kolonies op te bouwen. Door de zon is de bodem lekker warm geworden en daardoor worden de mieren geactiveerd. Nog andere gaatjes zijn te vinden, vaak ook tussen de stoeptegels maar op bospaden zie je ze ook overal. Dit zijn de nestholtes van solitaire graafbijtjes. De uitgegraven gangen worden gebruikt om cellen aan te leggen waarin een eitje gelegd wordt. Een cel wordt allereerst voorzien van een voorraadje voedsel waarop een eitje wordt gelegd. Vervolgens wordt zo'n cel afgesloten. Er zijn heel veel verschillende solitaire bijtjes die elk op hun eigen wijze te werk gaan. Ze zijn volkomen ongevaarlijk voor de mens.

2 mei 2011

Weinig mensen hebben wat met spinnen, over het algemeen vindt men het griezels. Waar-schijnlijk omdat ze zo snel kunnen rennen. Maar dit spinnennestje is toch beeldschoon, of niet! Het is de kraamwieg voor de jonge lantaarnspinnetjes. De Grote lantaarnspin (Agroeca brunnea) leeft in de onderste begroeiing van het bos, ook wel in weilanden. Doorgaans bouwt ze haar mooie nestje in grashalmen, vaak aan de stengels van het stevige Pijpestootje. In dit geval zocht de spin het hogerop, beklom een dode tak die op de bosbodem lag en hing haar nestje hoog in top, zeker een meter boven de grond. Allereerst wordt een begin gemaakt, het steeltje. Dan wordt daaronder een soort matje gemaakt waarop de eitjes worden gelegd. Vervolgens bouwt de spin er nog een verdiepinkje onder en omhult het geheel tot een prachtig gevormd "feeënlampje". Ik vind het altijd weer wondermooie dingen, de ene spin die een volmaakt wielweb weeft, een andere spin die volstaat met een vangmat, en ook zoiets als dit prachtige nestje. Mijn oog viel erop omdat de zon er pal op stond. Er wordt altijd verteld dat deze nestjes nadat ze gemaakt zijn, bedekt worden met zandkorrels ter camouflage. Ik ken ze alleen maar zoals op de foto.

1 mei 2011

Zoek eens een rul bospad op dat een groot deel van de dag beschenen wordt door de zon. Ga daar dan eens rustig zitten kijken wat er allemaal te zien is. Er lopen rode bosmieren, spinnen en spinnetjes. Er vliegen minuscule solitaire zandbijtjes rond en sluipwespen die vlak boven de bodem zoeken naar prooidieren. Er lopen ook kevers, zoals deze Groene zandloopkever  (Cicindela campestris).  Dit koppel was in hevig gevecht gewikkeld en rollebolde al knokkend over de grond. Wellicht had een mannetje een sexegenoot aangezien voor een vrouwtje, wie zal het zeggen. Deze kevers zijn liefhebbers van warmte, ook op de heide zijn ze veel te vinden. Hun larven leven in verticale gangen in de bodem en loeren vlak boven de ingang naar prooien die ze grijpen en naar binnen sleuren om ze veilig te kunnen verorbeen. Dankzij het fraaie weer nu dat al wekenlang duurt, is het een fantastisch voorjaar voor insecten. Ik zag al drie achtereenvolgende dagen de Tauvlinder en op de volkstuin is op Koninginnedag ook de Koninginnepage gesignaleerd. Dat is echt heel erg vroeg en ook een beetje jammer want het loof waar de eitjes op worden gelegd, staat nauwelijks nog boven de grond door de droogte: worteltjes, venkel en dille. Dus of deze vroegeling aan voortplanting toekomt, is de vraag. Op een van de tuinen werd ook de zeldzame Gouden tor gezien, het kan niet op! Het is echt genieten momenteel.

30 april 2011

De Maartse- of Rouwvlieg is al een tijdje massaal aanwezig. Een traag vliegend, vreemd uitziend insect met z''n harige lijf en de lange poten die onder het lichaam bungelen. De mannetjes hebben grote zwarte facetogen en die van de vrouwtjes zijn veel kleiner en rood van kleur. Door het warme weer van de laatste tijd verpoppen ze zich met heel velen na hun larveleven in grasvegetaties. Hadden we meer regen gehad dan zouden we ze veel minder zien. Eigenlijk zijn het geen vliegen en in maart zie je ze niet. Het zijn muggen en ze verschijnen eind april tot in de eerste helft van mei. Ongevaarlijke beesten, ze steken niet en eigenlijk vliegen ze nu alleen maar rond om zich voort te planten. Ze zijn nu met zo velen dat het vervelend wordt, nog nooit heb ik er zoveel gezien. Een vrouwtje legt tot 100 eitjes en de larven leven tot het volgende voorjaar in de grond. Dat wordt dus wat, tegen die tijd!

29 april 2011

De bosbodem ligt bezaaid met afgevallen beukenbloemen. De Beuk (Fagus sylvatica) heeft enorm rijk gebloeid en hopelijk levert dat ook een stevige hoeveelheid nootjes op. Een lange droge zomer kan daar nog een stokje voor steken want beuken kunnen slecht tegen droogte. De boom behoort tot de familie der napjesdragers. De napjes zijn de harde omhulsels van de nootjes maar ook van de Tamme kastanje en Zomereik. Zij maken dat de vrucht binnenin ongestoord kan groeien. Beukenbossen kunnen honderden jaren oud worden. De Zwarte specht houdt zich er graag op en ook de Tauvlinder. Die laatste zag ik gisteren vliegen, precies op dezelfde plek waar ik vorig jaar een parend stel aantrof. De Tauvlinder is zeldzaam maar hier komt hij opvallend veel voor. Tien minuten heb ik staan wachten tot hij ging zitten maar dat deed hij niet, deze vlinders zijn enorm onrustige vliegers. Hij was onmiskenbaar op zoek naar een vrouwtje dat in de buurt moest zitten en haar feromonen uitzond want het mannetjes bleef maar rondvliegen over een stuk van een paar vierkante meter. Een foto maken was helaas onmogelijk.

28 april 2011

Onlangs stond in de krant te lezen dat mensen in sommige grote steden last ondervonden van zwanen. Die zouden her en der "de buurt terroriseren". Mensen eisen van de gemeente dat er wordt ingegrepen. In de huidige nieuwbouwwijken wordt veel water in de vorm van plassen en sloten geïntegreerd. Dat trekt logischerwijs veel watervogels aan; natuur in de stad, prachtig toch? Jammer dat niet iedereen daar waardering voor kan hebben. Broedende zwanen zijn natuurlijk inderdaad dieren om rekening mee te houden. Een klap met een vleugel kan zomaar een gebroken arm veroorzaken, de vogels zijn beresterk. In deze tijd van het jaar doen ze niet meer dan hun plicht. Het broedende vrouwtje of de rondzwemmende jongen moeten worden beschermd. Maar als zo'n zwaan met opgestoken zeilen en dreigend gesis op je afkomt zwemmen of lopen, maak je wel dat je uit de buurt komt. En dat is precies de bedoeling.

27 april 2011

Het is even wennen aan de normale temperatuur die er vandaag heerst. De blote bloesjes kunnen weer even de kast in en de mannen mogen hun melkwitte benen weer even hullen in lange broekspijpen, wat ik wel zo'n aardig gezicht vind trouwens. Vooral als er ook nog sokken onder de de shorts zitten. Werkelijk alles zit onder een dikke laag stuifmeel. Wat zullen hooikoortspatiënten daar een last van hebben. Het gesnotter en genies is niet van de lucht, heel vervelend. Het stuifmeel kleurde het water van onze vijver geel en het is nu niet eens meer zichtbaar door de laag bloesemblaadjes die uit de Prunus naar beneden dwarrelt. Jaja, we gaan weer over tot de orde van de dag.  De eerste lente-euforie is voorbij, het tere verse groen alweer wat donkerder. De beukenblaadjes in het bos zitten alweer vol gaten door insectenvraat en overal zag ik piepkleine en al wat grotere rupsjes de stammen beklimmen, op weg naar de top waar het voedsel lokt. Ik hoorde gisteren dat de eerste jonge wilde zwijntjes in het bos gesignaleerd zijn.

26 april 2011

In het bos zijn al veel kleine rupsjes te zien, ze zijn van de diverse wintervlinders. Soms hangen ze aan een lange spinseldraad boven een wandelpad te bungelen, andere kruipen over een stronk of een toegangshekje. Dit is het eiwitrijke voedsel waar de jonge meesjes mee worden gevoerd. De normale gang van zaken is dat het voorkomen van de rupsjes en het uitkomen van de mezen-eitjes synchroon loopt maar momenteel loopt de rupsenaanwezigheid al weken vooruit op de natuurlijke planning, dat is vervelend. In de nestkastjes in onze tuin zitten de meesjes nog op de eieren terwijl het voedsel voor hun nakomelingen voor het grijpen ligt, zit en kruipt. De combinatie van ernstige droogte, waardoor de bodem keihard is en het voortdenderen van de natuur door de huidige abnormale temperaturen zullen ongetwijfeld hun effecten hebben op het broedproces van veel (weide)vogels. Het is niet anders.

25 april 2011

Kleinzoon van bijna negen jaar laat weten dat hij graag het bos in wil: alleen met oma! Dus piepen we er samen stilletjes tussenuit. Hij vertelt dat hij zijn moeder erg mist en dat hij jaloers is op de kinderen in zijn klas die nog wel een moeder hebben. Ondanks het verdriet dat nu bijna vier maanden duurt, is hij toch overwegend een vrolijk en lief jochie. Aandoenlijk is wel dat hij regelmatig vraagt of hij even op schoot mag. Ook op zo'n jonge leeftijd kan het het leven al diepe wonden slaan die de tijd hopelijk wat zal helen. In het bos hebben we het over de ijstijd die hier heel veel gesteente in de bodem heen schoof. Daarover heeft hij wel eens gehoord. Er zijn nog altijd geen jonge zwijntjes te zien, kennelijk hebben de zeugen nog steeds niet hun goede conditie herwonnen na de laatste hongerwinter. Met zijn klas kijkt hij regelmatig naar "Nieuws uit de Natuur" een educatief jeugdprogramma. Daar hoorde hij over de Oostvaardersplassen. Hij vindt dat dieren gewoon voer moeten krijgen als dat er in de natuur niet is en dat mensen massaal naar het kantoor van natuurbeheerders moeten stappen om te protesteren tegen het laten verhongeren van dieren. Dat gevoel zit er al op jonge leeftijd in. Mooi. Dat er code rood heerst in de bossen vanwege het brandgevaar, bevalt hem niet zo en hij besluit dat de wandeling ditmaal maar niet te diep het bos in moet voeren. We blijven dus maar in de boszoom lopen.

24 april 2011

Het knalrode Leliehaantje (Lilioceris lilii) legt al even zo knalrode eitjes, zoals op het bolgewasje hieronder. Je zou denken dat de kleur ze snel verraad aan predatoren. Ze zijn evenwel zeer klein. Leliehaantjes zijn vraatzuchtige beestjes, zowel de kever als de larven. Ze hebben een sterke voorkeur voor Lelietje der dalen, Kievitsbloem en Lelie en daaraan brengen ze behoorlijk wat schade aan. Ik ken heel wat tuinliefhebbers die ze vermorzelen tussen hun vingers, de koppen van de kevers afbreken, bespuiten met iets gemeens, of anderzijds het leven benemen. Mooi zijn levert in de natuur in dit geval geen enkel voordeel op. De Leliehaantjes hebben een goed ontwikkeld instinct voor vijanden en  zodra je maar naar ze wijst, laten ze zich op de grond vallen met hun zwarte buik naar boven waardoor ze nog nauwelijks te vinden zijn. Af en toe help ik ze in tuinen een beetje en geef een tikje tegen de bloem waardoor ze vallen, zo red ik ze het leven. Ik weet niet of dat verstandig is maar ze zijn wel erg mooi! Ik val gewoon voor hun schoonheid.

23 april 2011

Dit is ook weer een voorbeeld van de leuke bolletjes die ik in het najaar krijg van mijn "bollen vriendin". Zij houdt zich bezig met het veredelen van gladiolen en produceert op die manier de leukste kleine damesbloemen. Het blijkt namelijk mannen totaal andere bloemen mooi vinden dan vrouwen. Vrouwen vallen meteen voor de mooie lila kleuren, de teer getekende bloemen en degene die weer op de weg terug zijn naar hun oorspronkelijke botanische verschijning. Mannen kiezen juist voor groot en opzichtig. Tijdens het jaarlijkse open gladiolenweekend houden wij dat nauwkeurig bij. De bloem op de foto is een veredeld kievitsbloempje. Een dezer dagen zullen de bloemblaadjes onderaan naar buiten omkrullen zodat het net een kelkje lijkt. Leliehaantjes zijn niet alleen dol op lelieplanten maar ook op kievitsbloemen. Tuinliefhebbers háten deze beestjes!

22 april 2011

Aan de voet van een boom vond ik een uit elkaar gevallen vogelnestje. Het zat kunstig in elkaar en bestond aan de buitenkant uit mos en korstmos. Blijkbaar had de vogel een verongelukte Zwarte roodstaart gevonden want met diens veertjes was het nestje rijkelijk gestoffeerd. Momenteel worden er druk nestjes gebouwd en eitjes bebroed. Rupsjes die als voer moeten dienen voor de jonge vogeltjes heb ik nog niet gezien. De weidevogels zullen het ook wel moeilijk hebben met het grootbrengen van hun jongen. De bodem is droog en hard, dat is geen gunstig vooruitzicht.

21 april 2011

Het is in het buitengebied zo overweldigend mooi dat je er liefst de hele dag zou vertoeven. Sappig gras, volop paardenbloemen, bloeiende bomen, het staat er puik bij. Je zou niet zeggen dat de droogte het land teistert maar boeren klagen steen en been. Ook op mijn volkstuin ligt het zaaisel te verdrogen en het planten van pootgoed heeft ook weinig zin. Dankzij de dauw die op de velden ligt gedurende de nacht en vroege ochtend, blijkt het gras toch goed te kunnen groeien, ik zie tenminste nergens nog vergeelde velden. Maar een paar stevige regenbuien zouden wel heel welkom zijn. Een mens is ook nooit tevreden, het weer dat we nu hebben is immers een cadeautje! Het wordt de warmste Pasen sinds ooit, zo meldt de krant.

20 april 2011

Hier in het oosten van het land staat op veel plekken de inheemse Vogelkers (Prunus padus) in bloei. Ik vind het een van onze mooiste boomsoorten. Er groeien prachtige bloemtrossen aan die heerlijk geuren. Maar het is dan ook een lid uit de rozenfamilie. De Vogelkers groeit niet overal in ons land, hij heeft het naar zijn zin in de wat vochtige humusrijke bossen waar leem in de grond zit.  En die vind je in mijn omgeving volop. Ik vind het wel opvallend dat je in boeken leest dat de inlandse Vogelkers in mei en juni bloeit. Tegenwoordig bloeit hij echter al in april. Sapzuigende insecten zijn dol op het blad en het zal dan ook niet lang duren of geen blad van deze bomen is nog heel. Er is ook een Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), die wordt bospest genoemd. Dat zegt alles al: rond de vorige eeuwwisseling zaaiden de boseigenaren hem overvloedig uit in de saaie dennenbossen om die wat op te fleuren. Ze gaven hem een vinger maar hij nam de hele hand en nu wordt hij te vuur en te zwaard bestreden. Bij de Amerikaan staan de bloemtrossen meer rechtop. Exoot of niet, de bijen en hommels  lusten er wel pap van als hij bloeit!

19 april 2011

Op deze schitterende, zonovergoten lentedag waarop bomen vol bloesem en uitlopend groen staan te pronken, wordt Henk van Halm begraven. Een mooier en groter eerbetoon van de natuur aan deze man die diezelfde natuur zo liefhad, kun je niet bedenken. Ik heb nog altijd een schoenendoos vol knipsels uit de krant, de natuurstukjes van Henk waarin hij zo enthousiast neerschreef wat hij dagelijks buiten op zijn pad vond. Voor natuurliefhebbers is Henk van Halm van veel betekenis geweest doordat hij mensen veertig jaren via zijn natuurdagboek bij Trouw betrok bij allerlei dat de moeite waard was aandacht ge geven. Hem werden 75 jaren gegeven.

18 april 2011

Langzaam begint het steeds groener te worden in het bos. De beuken bepalen blijkbaar hun eigen moment want op de ene plek lopen ze al aardig uit terwijl ze in een ander bosstuk nog niet of nauwelijks het blad ontvouwen. De bosbesvegetatie tovert een lichtgroen tapijt op de bosbodem en als de zon erop schijnt is dat een weergaloos gezicht. Het is alleen zo ontzettend droog, alle bosplasjes zijn opgedroogde modderplekken geworden en het kikkerdril dat er in lag, is zo goed als verloren. Hier en daar zie je het laatste plekje met water continu bewegen doordat de kikkerlarfjes geen kant meer opkunnen. Toen ik deze miniatuurramp zag aankomen heb ik twee emmers vol kikkerdril opgehaald en in de tuinvijver gedeponeerd. Alle beetjes helpen!

17 april 2011

In de verte zag en hoorde ik hoe twee Grauwe ganzen vanuit de lucht op het water landden om een soortgenoot te begroeten. Tenminste, dat maakte ik er van. De ganzen zagen hun vergissing in en vlogen met veel kabaal weer verder. De vergissing betrof een Muskuseend (Cairina moschata). Wie hem nooit gezien heeft, verslijt hem voor een gans want hij is stevig aan de maat. Een mannetje is nog eens tweemaal zo groot als een vrouwtje en weegt maar liefst 4,5 kilo. De Muskuseend is een gedomesticeerde eend afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika die vroeger gehouden werd om zijn vlees. Nu zie je hem hoofdzakelijk op kinderboerderijen en bij hobbyisten. Inmiddels zijn er nogal wat verwilderd. Het liefdelieven van deze eenden is nogal armoedig. De man heeft de grootste moeite om een vrouw te bevruchten vanwege zijn 40 cm lange penis die de vorm heeft van een kurkentrekker, terwijl de vagina van de vrouweend een tegengestelde schroef-draad heeft, zo zou je het kunnen zeggen. Alleen als de vrouweend in een bepaalde houding gaat staan, lukt de paring, en dat is 1 op de 8 pogingen. Britse wetenschappers ontdekten dat de woerd slechts 1/3 seconde nodig had om zijn zaad te lozen. De eend legt wel 30 eieren per nest en maar opvallend weinig jongen groeien daaruit op tot volwassenheid. Vreemde snuiters.

16 april 2011

Het bos ligt op een steenworp afstand, met daarbij een honden-losloopgebied. Veel mensen maken daar dagelijks gebruik van maar er zijn er ook een paar die daarvoor te lui zijn en met hun hond door de straat lopen om hem zijn behoefte te laten doen in de groenstroken langs de weg. Of mensen die te laat op stap gaan waardoor Boris of Keffie hun drollen niet meer kunnen ophouden. Blijkbaar loopt er een baas met grote hond door de straat die regelmatig sporen van aanwezigheid achterlaat. Nu is dit niet nodig want onze gemeente heeft nog niet zo lang geleden keurige bergplaatsen opgehangen met zakjes voor de uitwerpselen. Geld voor een hondendrol-leninspecteur is er niet in deze noodlijdende gemeente, dus dan maar bakken-met-zakken! Een echtpaar verderop dat al heel wat jaartjes kan bijschrijven op de kalender maar nog over een jonge strijdvaardige geest beschikt, begon een keurig en goed zichtbaar bord op te hagen met een verwijzing naar de zakkenbakken. Zonder het gewenste resultaat, de drollen bleven komen. Nu staan er voor hun deur stokjes met vlaggetjes bij de drollen, plus een pot met planten om de aandacht er nog eens stevig op te vestigen. Even verderop ligt opnieuw een grote hondenbolus. Het enige dat het bejaarde echtpaar nu nog rest, is het plaatsen van een webcam.

15 april 2011

Op de hoek van onze laan staat een Bergvlier (Sambucus racemosa) alias Trosvlier in bloei. Als je aan komt fietsen of lopen, valt hij meteen in het oog door de rijke bloei van de forse bloeiwijze. In tegenstelling tot de gewone vlier die bloemschermen heeft, heeft de Bergvlier trosvormige bloemen. Op dit moment is hij al heel aantrekkelijk maar als de vuurrode bessen eraan komen, en dat is al in de eerste helft van juli, is hij een echte topper. In ons land is hij plaatselijk zeldzaam maar in het oosten wat meer te zien. Bergvlier is een echte zonliefhebber. Van nature komt deze vlier voor in de koudere en hogere delen van Europa en in ons land is hij lang geleden ingevoerd. Het is dus een exoot, zoals zoveel planten en bomen in Nederland. Heeft de gewone Vlier wit merg binnenin de takken, bij de Bergvlier is dat roodbuinachtig. Daardoor is de een van de ander ook uitstekend in de winter te onderscheiden. Terwijl je van de bessen van de gewone Vlier allerlei lekkers kunt maken, kun je de bessen van Bergvlier beter met rust laten. Ze bevatten een stof die daarvoor gevoelige mensen vergiftigingsverschijnselen kan bezorgen.

14 april 2011

In het leven valt niet altijd alles in goede aarde. Dat geldt zeker voor deze beukenkiem. Een beukennootje kwam in de herfst op de stam van zijn ouder terecht maar dat levert geen voorspoedige toekomst op. Het kiemplantje ziet er gezond en wel uit maar lang zal dat niet duren. Zijn blaadjes bevatten voldoende voedsel voor een eerste start maar in de schors van de beuk zal het niet verder kunnen groeien. Nou ja, in mijn dagboek geef ik hem een plekje als troost.

13 april 2011

De herten zijn weer nieuwe geweien aan het opbouwen. Gelukkig gaat dat langzaam zodat ze weer kunnen wennen aan een flink gewicht op hun koppen. De geweien van de edelherten die hier rondlopen, mag je niet mee naar huis nemen. Ze worden ingezameld, gewogen en gemeten en vervolgens worden ze op kasteel Middachten bewaard en af en toe ten toon gespreid. Goed is te zien hoe het beginnend gewei al zijtakken heeft en hoe het verpakt zit in zachte huid die vol bloedvaten zit waardoor het gewei gevoed wordt. Het zijn echt enorme en imposante dieren. Het is moeilijk ze mooi te fotograferen; altijd zitten er wel takken voor een kop of staat zo'n hert net half achter een boomstam. En maar steeds kijken of je niet dichterbij komt. In het bos beginnen de beuken nu langzaamaan hun blad te ontplooien. Soms zie je in een hele beukenrij maar één tak die in blad zit terwijl de rest van de takken het nog moeten doen met dikke knoppen. Het zijn nu nog vooral de vele lariksen die het bos groen kleuren.

12 april 2011

Het madeliefje (Belles perennis) bloeit in pricipe het hele jaar door. Tenzij de weersomstan-digheden ze dat beletten natuurlijk. Toch heb ik ze afgelopen winter nauwelijks gezien, dat viel mij op.  Bellis betekent "mooi" en perennis staat voor "overblijvend, of eeuwig". Momenteel vliegen ze als gevolg van de hoge temperatuur massaal de grond uit. Maar wie kijkt naar ze om? De meeste mensen beschouwen ze als onkruid. Bijna alles wat begint met "on" deugt niet, maar dat kun je toch zeker niet zeggen van Madelief  want wie hem wat beter bekijkt, snapt niet dat ze verwijderd worden uit een grasveld. Meestal hebben ze geheel witte straalbloemetjes die rondom het gele hart van buisbloemen staat, maar soms vind je ook madeliefjes met roze lintbloempjes. In kwekerijen worden ze verbouwd tot afschuwelijke fel gekleurde dubbele gedrochten die niets meer hebben van de originele bloem. Eenvoud is het kenmerk van het ware, zegt men wel eens, en dat geldt zeker voor bloemen. Onbegrijpelijk dat er vaak zo mee geknutseld wordt. Onze meizoentjes beleven hun hoofdbloei in de maand mei maar ze hebben zich de afgelopen week stevig laten beetnemen door het mooie weer. Hoe vaak ook verguisd, Nicolaas Beets (1814 - 1903) schreef over deze bloem een gedicht en de bekende Hans Chr. Andersen een sprookje.

11 april 2011

Als ik bij mijn dochter geweest ben, wil ik altijd even gaan kijken in de kinderboerderij die op de weg naar huis ligt. Altijd liggen er in een glazen vitrine kuikentjes onder de warme lamp. Die zijn daar genoeg want er lopen een heleboel kippen rond. Bij sommige kuikentjes zie je al een kam verschijnen, dat zijn de haantjes. Die hebben hier niets te vrezen, alhoewel, waar waren hier de hanen??  In de pluimveehouderij worden jaarlijks 60 miljoen haantjes door de versnipperaar vermorzeld. Ze zijn waardeloos omdat ze geen eieren leggen en ook groeien ze minder hard dan de kippen. Volgens de vleeskuikenrichtlijn mogen kuikenvermeerderaars in de toekomst maximaal 42 kilo vleeskuikens per vierkante meter houden. U leest het goed en ziet het misschien in gedachten voor u. Maar nu nog mogen dat 48 kilo's zijn. De "bijproducten", haantjes en mislukte kippen mogen gedood worden met kooldioxide maar omdat er in de versnipperaar veel meer beesten kunnen worden doorgejaagd, wordt meestal voor dit laatste gekozen.

10 april 211

Overal langs de wegen zie je momenteel de bloeiende Steedoorn (Prunus spinosa) staan. Witte wolken in het landschap. Ze groeien massaal langs de bosrand, de dijken, in het buitengebied en ook in de Havikerwaard waar ze samen met andere struiken geweldige hagen vormen. Zeer nuttig voor allerlei vogels en kleine zoogdiertjes. Loop eens langs zo'n haag en je zult verrast worden door de variatie aan vogelgeluiden die er uit opklinkt. Een perfecte plek ook om nestjes te bouwen. Het is het mooie coulisselandschap dat het gebied zo aantrekkelijk maakt en waar steenuiltjes zich thuis voelen. Nog wat kleine plasjes erbij en slootjes waar dotters al vroeg in de lente in bloei staan en je ziet het landschap zoals dat voor de ruikverkavelingen overal te vinden was. De Provinciale Landschappen doen gelukkig veel het weer terug te brengen. Even nog de Sleedoorn: de blauwe bessen die er heel laat in het jaar aankomen, zijn onbewerkt niet te eten. Ze zitten vol looizuur, dat je bijvoorbeeld ook goed proeft in heel sterke thee. Er wordt jam van gemaakt en ook alcoholische dranken als wijn en jenever. Maar eerst moet de nachtvorst erover zijn gegaan, waardoor de werking van het looizuur wat wordt geneutraliseerd. Hoe komt de plant aan zijn naam: de oude takken groeien aan de punt uit tot lange doorns, anders dan bij rozen waar de stekels op de takken groeien. Ze horen wel beide in dezelfde plantenfamilie thuis.

9 april 2011

Ooit las ik in een fotoboek (ik weet niet meer van wie) hoe de fotograaf de A348 tussen Arnhem en Ellecom het mooiste stukje snelweg van Nederland noemde. En terecht. De weg loopt door het prachtige uiterwaardengebied van de IJssel en langs de rivier, met zicht op de nu langzaam groenkleurende bossen van de Veluwezoom. In 1960 begon men met de aanleg van deze autoweg die helaas het schitterende landschap ruw doormidden kliefde. Hier liggen de kastelen Middachten en Biljoen die verwijzen naar het rijke verleden. Ter hoogte van het dorp De Steeg kun je de autoweg verlaten en de Havikerwaard induiken nadat je eerst nog wat dichter langs de IJssel rijdt. In dit gebied moet je je eigenlijk niet per auto vervoeren maar op de fiets. Pas dan kun je op je gemak genieten van de groene akers en weidevelden, de hier thuis horende rijen knotwilgen en de talloze ganzen die hier het jaar door leven. Een heerlijke rit die menigeen op een mooie zomeravond maakt, als de zon langzaam onder gaat. "Even een rondje Havikerwaard" .

8 april 2011

Langs het kanaal tussen Dieren en Apeldoorn loopt een weg. De berm tussen water en weg is maar bescheiden en aan de overkant van de weg lokt het groene weiland. In het water van het kanaal vinden de Meerkoeten blijkbaar nog niet genoeg voedsel want ze bevinden zich frequent tussen water en autoweg. Rakelings razen de auto's langs de vogels als ze in het gras van de berm fourageren en om de haverklap wordt er een Meerkoet doodgereden. Het kan gewoon niet uitblijven. Ergens verderop heeft iemand (particulier, vereniging, gemeente?) over een flinke lengte een gazen afrastering aangebracht  zodat de vogels de weg niet meer op kunnen gaan. Lijkt me een logische oplossing. Maar de Provincie, die de weg in eigendom heeft, liet mij weten dat er geen geld is om een afrastering aan te brengen want "er zijn al zoveel wegen waar zwijnen of herten een gevaar vormen voor automobilisten". Bovendien, zo liet een woordvoerster mij weten, worden er geen dodelijke confrontaties gemeld m.b.t.  het verkeer langs het kanaal. Nee, geen wonder, zo'n Meerkoet rijdt je probleemloos plat! En daar getuigt het wegdek van!

7 april 2011

Stond er op 3 april een bloeiwijze van de Europese lariks (Lrix decidua) in het dagboek, vandaag is het de Japanse lariks (Larix kaempferi). Hier geen mooie roze maar groenige bloemen.  De eerstgenoemde is een bosboom die oorspronkelijk groeit in de bergen van de Karpaten, Alpen en Polen. In ons klimaat is hij wat vatbaar voor ziektes en doet hij het ook niet zo goed. Dat is ook te zien aan de bloemen, die zitten er maar weinig op terwijl de Japanse lariks vaak propvol zit. En dat is een mooi gezicht. Het is wel een echte exoot en het kan op een bepaald moment maar zo gebeuren dat hij verdwijnen moet, zoals tegenwoordig wel vaker het beleid is. Daarbij gaat de voorkeur uit naar onze eigen inheemse soorten. Ook al zijn de anderen al eeuwen ingeburgerd.

6 april 2011

In de weilanden begint de Pinksterbloem zich te vertonen. Eerst in de luwte van de wallekanten langs slootjes, en binnenkort massaal, waarmee ze de groene graslanden een lenteachtig aanzicht geven. Ook feest dan voor de Oranjetipjes, vlindertjes die de pinksterblom nodig hebben om zich voort te planten. Rare naam eigenlijk: Pinksterbloem, waarom heet hij niet Paasbloem! Pinksteren valt zo laat in het jaar dat er tegen die tijd geen Pinksterbloem meer is te vinden. Het lijkt wel of de bloemen bij warm weer, wat feller zijn dan wanneer het wat kouder is. Dan zijn het echte "bleekscheetjes". Ik realiseer me opeens dat je deze benaming nooit meer hoort. Tegen-woordig is de beeldspraak een stuk heftiger geworden, niet altijd een vooruitgang trouwens!

5 april 2011

In het bos, langs een deprimerend oud naaldboomperceel vond ik deze vertrapte Driehoorn-mestkever (Typhaeus typhoeus). Deze kevers kom ik in dit bos eigenlijk nooit tegen en ik ben eens op zoek gegaan naar gegevens over dit beestje. Het is echter moeilijk om vast te stellen wat nu precies klopt,  want niet iedereen blijkt het daar over eens te zijn. Feit is dat het een mestkever is die 's nachts actief is. Geen wonder dus dat ik hem nooit zie. Plaatselijk blijken ze algemeen te zijn op zanderige heidegronden, vaak in de buurt van naaldbomen. Dat ik dit beest dus aantrof op deze plek, was wel apart. Na wat zoekwerk vond ik een Belgische website waarop ik las dat deze kever heel af en toe toch ook op leemgronden gevonden worden. En de bodem in het bos bestaat uit zand en leem. Een keverpaar graaft een gang die wel anderhalve meter diep kan zijn. Daarin worden zijgangen gemaakt die voornamelijk worden gevuld met konijnenkeutels die dienen als voedsel voor de larven. De jonge kevers overwinteren in het popstadium en komen tegen de zomer bovengronds als imago. In deze tijd van het jaar zit het leven voor pa en ma erop en kun je ze soms vinden: dood. Het schijnt dat dode vrouwtjes nooit worden aangetroffen. De kever dankt zijn naam aan de drie hoorntjes die het mannetje op zijn halsschild draagt. Zo zie je maar weer dat er altijd wat te beleven valt buiten. En ik heb er weer wat van opgestoken.

4 april 2011

Nu de Bosanemoon (Anemone nemorosa) bloeit, is voor mij het begin van de lente afgesloten. Het is een genot om te wandelen op plekken waar stinzenplanten groeien. Allemaal soorten die oorspronkelijk hier niet voorkwamen maar geïmporteerd werden door onze gefortuneerde voorouders. En wij plukken daar de vruchten van, misschien wel meer dan zij vroeger. De Bosanemoon is ook een stinzenplant; ze groeien en bloeien voordat het bladerdek zich sluit. Je ziet ze steeds meer want ze vermeerderen zich makkelijk. Maar op de oude landgoederen, rondom kastelen, oude kerkjes en begraafplaatsen, alsook in bostuinen bloeien ze nu massaal. Op het landgoed Enghuizen, in Hummelo, worden ze vooraf gegaan door een indrukwekkende hoeveelheid sneeuwklokjes maar nu is het de beurt aan de Bosanemoon. Zeer de moeite waard om er eens te gaan kijken.  Op dit moment knalt de natuur uit de bodem en uit de knoppen, er is nu zoveel dat bloeit dat het bijna niet is bij te houden. Mooi dat zoveel mensen er blij door worden.

3 april 2011

De eerste groenkleuring in het bos wordt gedaan door de Lariks (Larix) of Lork, zoals hij ook wel wordt genoemd. Het is de enige naaldboom in onze streken die in de herfst het blad laat vallen. De naaldjes zijn in feite blaadjes. Pas als de Lariks een jaar of twintig oud is, kan hij in bloei komen, zoals hier het geval is. Zoek maar eens een tak waar nog oude kegels aan zitten en bekijk hem eens goed. Overal zitten bruine propjes aan de takken. Dat zijn de mannelijke katjes vol meeldraden. De vrouwelijke bloeiwijze bestaat uit een aantal prachtig gekleurde schubjes die later de kegel vormen. Onder elk schubje zitten twee zaden. Hier zijn ze nog in een jong stadium en dan vind ik ze zo prachtig! Het was opvallend dat ik er maar één vond die al zo ver was. Over een week zijn ze wat groter geworden en zijn ze nog steeds heel mooi maar dan verdwijnt de roze kleur. Hier in het bos staat ontzettend veel Lariks, allemaal uitgezaaid en lang niet overal staan daar bloeiende exemplaren tussen. Maar zoals ik al schreef: de oude kegeltjes die jarenlang aan de boom kunnen blijven zitten, verraden dat de boom volwassen is. Een Lariks kan honderden jaren oud worden. De boom is eenhuizig: vr. en mnl bloemen groeien aan dezelfde boom.

2 april 2011

Een merelvrouw heeft besloten dat onze klimop een goede plek is om een nest te bouwen. Het frame werd samen gekit met prut uit de vijverrand en nu sleept ze snavels vol takjes aan om een mooie stevige nestkom te bouwen voor haar toekomstige jongen. Als alles goed gaat, vliegen over een poosje de jonge mereltjes uit, waarop voor mij weer een zenuwslopende week volgt. Ik krijg ruzie met de kater die dagenlang niet naar buiten mag want overal tussen de planten zitten dan hulpeloze jongen die nog niet kunnen vliegen. Dat vind ik voor de verandering nou weer iets dat slècht geregeld is in de natuur. De oudervogels moeten weten waar de jongen zitten dus zitten die luidkeels naar hun pa en ma te roepen. En natuurlijk horen ook predatoren dat. Het nest wordt alleen door het vrouwtje gebouwd en er worden over het algemeen drie tot zes eitjes in gelegd. Als er jongen zijn, komt het mannetje ook in het geweer en helpt trouw bij het voeren. Soms begint ma alweer met een nieuw legsel terwijl pa voor het grootbrengen van de jongen uit het voorgaande legsel opdraait. Soms help ik hem dan een handje met rozijntjes of kuikenvoer. Niet omdat het nodig is, maar omdat het zo leuk is als de merel steeds vertrouwelijker wordt.

1 april 2011

De regen hield mij niet uit het bos want de temperatuur was aangenaam en dat lokte me naar buiten. Ergens op een plek waar ik het niet verwachtte, viel mijn oog op een bloeiend plantje Witte klaverzuring (Oxalis acetosella). Een heel stuk van de plek waar ik deze plantjes altijd zie staan. Het plantje heeft niets met klaver te maken, het zijn verschillende soorten. De tere, lila geaderde bloempjes gaan alleen open bij mooi weer, bij de regen van gisteren waren ze gesloten. Op de plek verderop waar ik ze weet, was nog niets te zien. Ook op een andere mij bekende groeiplaats was niets te zien. Het was de beschutting van een boomstam die de voorwaarde schiep voor deze eerste bloei. Leuk, zo'n eerste vondst! Klaverzuring is een absolute schaduwplant die zich nog weet te handhaven bij anderhalf procent van het volle daglicht. Heel bijzonder.

31 maart 2011

Wat heerlijk, die regen! De bodem had het echt nodig en nu kan ik weer gaan zaaien op mijn volkstuin. Het is echt genieten momenteel, overal om mij heen staan blauwe en gele planten in bloei: voorjaar! De Sneeuwroem die zich zo voorspoedig vermeerdert, het Longkruid dat druk bezocht wordt door hommels, de Omphaloïdes waar ik al eerder over schreef, presenteert een massa hemelsblauw. Van mijn "bloembollenvriendin" krijg ik elke herfst bolletjes met de mooiste namen.  Ik ga nooit uitzoeken wat het allemaal oplevert en laat me liever verrassen. Bijzondere botanische krokussen, beeldschone kleine irisjes en nu weer deze leuke narcisjes die op een stengel staan van maar tien centimeter. Straks komen de botanische tulpen, de sieruien en nog veel meer aparte dingetjes. Voor mij is de lente een seizoen dat verrast, imponeert en energie geeft. Ik zou nu wel even de rem er op willen zetten, het gaat allemaal zo ontzettend snel nu.

30 maart 2011

Op een bospad zag ik een Tweekleurige koekoekshommel (Bombus bohemicus) vliegen. Telkens vloog ze een stukje om weer te landen, op zoek naar een geschikte plek om een nest te bouwen. Als ze dat gevonden heeft, bouwt ze een echt nestje met behulp van plukjes mos en plantenresten. Mooi rond en de bovenkant maakt ze waterdicht door met een waslaagje het plafond af te kitten. De koningin heeft de winter doorgebracht op een beschut plekje. In het najaar werd ze bevrucht en nu moeten er eitjes gelegd worden. Van nectar en stuifmeel maakt ze straks een zogenaamd bijenbroodje waarop ze een paar eitjes legt. Als daar larven uit zijn gekomen, kunnen die dan meteen bij hun eerste voedsel. Tot de larven verpoppen, worden ze door hun moeder gevoerd door een klein gaatje in het deksel van het nest. Deze hommels vliegen al vroeg in de lente, hun gezellig gezoem verraad hun aanwezigheid eer je ze gezien hebt.

29 maart 2011

De regelmatige lezer zal zich misschien nog herinneren dat wij in december een stervende Goudvink (Pyrrhula pyrrhula) in de tuin hadden. Het bleek dat ik nog een sectierapport zou ontvangen nadat duidelijk was geworden waaraan de vogel overleden was, maar dat was tussen de wal en het schip geraakt, al was me al wel verteld dat het om papegaaienziekte ging. Maar alsnog kwam het rapport in de bus en daarin las ik dat de Goudvink er bar slecht aan toe was. Het arme beest leed niet alleen aan een papegaaienziekte-infectie maar had ook nog een vergrote milt, een leverontsteking en een luchtzakontsteking. De vogel was "arm bespierd" en uitgeput. Jeetje, dat was wel een heleboel! Ik vertel nog wel eens over de goudvink en dan wordt er altijd lacherig op gereageerd: al dat gedoe voor een dode vogel. Het is echter wel de enige manier om een beeld te krijgen van wat er speelt in de natuur. Door onderzoek van (dode) dieren, ontdekt men Q-koorts, vogelgriep enzovoort. Daarom is het van belang om opmerkelijke sterfte altijd te melden (zie mijn linkpagina). Op basis van de aangeleverde gegevens, wordt dan bepaald of nader onderzoek nodig is. Van tijd tot tijd kan dat heel belangrijk zijn.

28 maart 2011

Zondag was het gezin weer eens even bijeen. Met de kleinkinderen dook ik een poosje het bos in terwijl de rest bezig was met computers en camera's. Met zo'n stel om je heen, gaat bij voorbaat alle eventueel aanwezige wild meteen op de loop dus ik richtte me maar gewoon op de nazaten! Op een pad lag een uitwerpsel van een of ander bosdier en omdat ik pas een mooie diersporen- gids had aangeschaft, zette ik  hem op de foto om thuis uit te pluizen wie dit achterliet. De jongste zag wat ik deed en kwam niet meer bij van het lachen: jongens, jongens kijk eens wat oma doet! Ze zet een drol op de foto en ze gaat hem ook nog meten! Wie doet nou zoiets! Aan het eind van de dag, toen we gezellig ergens zaten te eten, hield hij een hele verhandeling over wat een kern- centrale was. Hij had het over splijtstof, stoom, turbines, verdeelstations en nog veel meer. Daarna kwam het ontstaan een tsunami ook nog uitgebreid aan bod. Zes jaar is hij, en moet je zijn vader zien glunderen als zijn zoon aan het vertellen is. De oudste kleinzoon van vijftien zat zich  met open mond te verbazen over de kennis van zijn kleine neefje. Om ons heen werd het steeds stiller door meeluisterende gasten, want enthousiaste kleine jochies hebben soms wat grote stemmetjes. Enfin, het uitwerpsel wacht nog op determinatie.

26 maart 2011

De vogels in de tuin zullen het moeten doen met het voedsel dat nog over is van alles wat ik deze winter voor ze gekocht heb. En voor de vinken is dat trosgierst. De laatste zaadstengels liggen nu in het gras waar ze behalve door de vinken ook druk bezocht worden door heggenmusjes en duiven. De Turkse tortels die ik aldoor zag, zijn nu een paartje geworden. Het zijn toch wel aandoenlijke duifjes, mooi slank en ze maken bij lange niet zoveel lawaai als de koerende houtduiven die steeds proberen te nestelen in de klimop langs het huis. Daar ben ik niet zo blij mee want jonge houtduiven maken een ontzettende troep zolang ze in hun nest zitten. Dus als de broedsels verstoord worden door kraaien of eksters, zoals regelmatig het geval is in de broedtijd, dan laat ik er geen traan om en hoop steeds dat de dikke dollies een andere plek uitzoeken voor hun volgende broedpoging. Gelukkig is het nog niet zo ver al zie ik ze wel steeds door de tuin stappen met hun stevige poten en hongerige lijven.

25 maart 2011

De eerste bruine kikkers zijn gearriveerd in onze vijver maar veel geluid heb ik ze nog niet horen maken. Misschien zijn het vrouwtjes die vol verlangen wachten op de mannen. Overdag is het weliswaar lekker maar de nachttemperaturen zijn te laag om alle kikkers enthousiast te maken. Het zijn geen omstandigheden waar de kikkers paarlustig van worden. De gunstigste omstandigheden bestaan uit een nachttemperatuur ruim boven 0 graden met een zacht mals regentje erbij. De padden- en kikkertrek komt dan ook maar traag op gang al heb ik wel gehoord inmiddels over vijvers hier en daar waar het een ware orgie is. Volop gepaar, geplons en geploeter. Wie in de tuin aan het werk gaat, moet dus nog steeds goed oppassen dat hij met de spade niet opeens een pad doorklieft die nog in winterrust is. Want dat is een vreselijke ervaring.

24 maart 2011

Tijdens een autorit zag ik overal Gele kornoelje (Cornus mas) bloeien. De bomen bloeien trouwens al een tijdje. Tegen het decor van een knalblauwe lucht was dat een prachtig gezicht. De bloemen komen eerder dan het blad en zijn dan ook duidelijke uithangborden voor de eerste bijen en hommelkoninginnen die in de nawinter en vroege lente rondvliegen. Gele kornoelje kan de leeftijd bereiken van ongeveer honderd jaar. Al in de Middeleeuwen gebruikte men de besjes voor geneesmiddelen die voor allerlei kwaaltjes werden ingezet. De bessen zitten boordenvol vitamine C. In de kloostertuinen, waar men meestal veel plantenkennis bezat, werd de boom gecultiveerd tot vele nieuwe soorten met nog grotere bessen. Door anderen werden die  weer verwerkt tot brandenwijn, likeur, bessensap en ander heerlijkheden. In ons land staat de Gele kornoelje op de Rode Lijst van beschermde soorten. Hij plant zich niet voort uit zaad, wel via op de grond wortelende takken. Als langzame groeier is hij een aanwinst voor voor de tuin.

23 maart 2011

Opeens zijn alle sijsjes verdwenen! Niet van: goh, er zijn steeds minder sijsjes. Maar wel van:
verhip, ze zijn allemaal weg! Als door een onzichtbare  toverstaf aangeraakt, zijn ze allemaal tegelijkertijd op de wieken gegaan, op weg naar hun noordelijke broedgebieden. Zo onvoorstelbaar nauwkeurig zijn hun instincten geprogrammeerd. Ik wens ze een goede reis want het is me nogal wat voor zulke kleine vogeltjes van niet meer dan 12 gram. Onderweg zullen er heel wat sneuvelen of gepakt worden. Maar eenmaal in hun broedgebied beland, zullen ze de verliezen meteen weer aanvullen. Waren het tot nu de sijsjes die de hoofdmoot vormden van de vogels in onze tuin, nu is hun plaats ingenomen door groenlingen en heel veel kool- en pimpelmezen. Ook een man ringmus heeft ontdekt dat het heel handig is je met je pootjes vast te klemmen aan netjes waar voedsel in zit. Tja, zo gaat het in de natuur, de een komt, de ander gaat en dat alles verloopt even probleemloos. Iets om jaloers op te zijn, vind ik.

22 maart 2011

De Haviken maken een hoop kabaal in het bos: kè-kè-kè-kè, luid en snel klinkt het door de bomen. Het zijn de jongen van vorige zomer die samen tussen en boven de boomtoppen vliegen. Door de takkenmassa krijg ik ze nooit duidelijk in het vizier, al zie ik hun silhouetten wel voorbij zweven. Op hun  brede vleugels  maken ze zweefvluchten van de ene plek naar de andere. Soms zie ik er opeens een vanuit een naaldboom opstijgen, verdorie, waarom zag ik hem daar niet. Nou ja, ik vind het al geweldig ze zo dichtbij te horen en ik geniet van hun opgewonden contactroepen.

21 maart 2011

Gisteren ontdekte ik het eerste bloemetje van het Speenkruid (Ranunculus ficaria) aan de rand van het bos. Fris en fruitig. Vanonder het oude boomblad piepten het nieuwe groen en de eerste bloem glanzend omhoog. Een mooie en toepasselijke aankondiging van de nieuwe lente. Bijen en vliegen moeten nu voor de bestuiving gaan zorgen. Dat zal best lukken want zoveel bloeit er nog niet. Als het speenkruid uitgebloeid is, zullen de mieren voor verspreiding van het zaad zorgen. Maar mocht dat mislukken, dan heeft het Speenkruid nog een andere methode in petto. In de oksels van de blaadjes zitten kleine knolletjes die na verloop van tijd op de grond vallen. Daar vormen ze wortels en komen er nieuwe plantjes. Als het zich eenmaal heeft gevestigd, is het speenkruid bijna niet  meer uit te roeien. Ooit bracht ik het in onze tuin, ik weet er alles van!

naar boven