Natuurdagboek


Natuurdagboek 2007                             Winter 2010/2011                      Zomer 2013
Natuurdagboek 2008                             Lente 2011                                  Herfst 2013
Natuurdagboek Winter 08/09               Zomer 2011                                Winter 2013/14
Natuurdagboek Lente 2009                  Herfst 2011                                Lente 2014
Natuurdagboek Zomer 2009                Winter 2011/2012                   
Herfst 2014
Natuurdagboek Herfst 2009                 Lente 2012
Natuurdagboek Winter 2009/2010      Zomer 2012
Natuurdagboek Lente 2010                  Herfst 2012
Natuurdagboek Zomer 2010                 Winter 2012/2013
Natuurdagboek Herfst 2010                 Lente 2013

 

Zomer 2014

 

22 september 2014

Op Madeira kon ik een jaar of wat geleden mijn begeerte niet weerstaan en stopte een stekje van een Geranium met beeldschone bloemen in mijn koffer. De inmiddels fors uitgegroeide plant heeft mooi blad dat niet plat is maar een soort kommetje vormt. Het blijkt dat veel insecten die bladeren fijne plekjes vinden om in te rusten. Er zat ook een Groene stinkwants in en die heb ik met belangstelling gevolgd de afgelopen weken, daar hij geen enkele animo vertoonde te vertrekken uit de geranium. . Ik ontdekte hem toen hij al een eindje in zijn ontwikkeling op weg was en nog maar een keer of twee hoefde te vervellen.

Maar dit is een eerder stadium en zo ziet de stinkwants er het leukst uit. Wantsen komen uit het ei, heten dan nimfen en moeten vijf keer tijdens hun groei vervellen voor ze volwassen dieren zijn. Dit heet een onvolledige gedaantewisseling, ze lijken (in tegenstelling tot een rups die een vlinder wordt) meteen op een herkenbare wants. De Groene stinkwants leeft van plantensappen die hij met zijn steeksnuit opzuigt uit het blad.

Hoe ouder een wants wordt, en hoe vaker hij verveld is, des te groener wordt hij. De wants kreeg de naam Stinkwants omdat hij overal waar hij gelopen heeft, een spoor achterlaat van een stinkende vloeistof.

Het viel me op dat de ribbeltjes op de rug verdwenen zijn als de wants het voorlaatste stadium van zijn ontwikkeling bereikt heeft. Hij is nu geheel groen geworden en valt nauwelijks nog op tegen het groen van de bladeren waar hij op zit.

Opeens zat hij daar, funkelnagelneu (het leukste woord dat ik vroeger in het Duits geleerd heb). De vleugels helemaal ontwikkeld en in zijn nieuwe en laatste pak. Tegen de tijd dat hij voor de winterrust in het strooisel van de bodem wegkruipt, wordt hij bruin. Aldus gecamoufleerd valt hij niet op en kan hij veilig overwinteren.

Naast hem lag het jasje dat hij achtergelaten had. Het vervellinghuidje laat prachtig zien hoe hij erin gezeten heeft. Op de rug is het opengebroken zodat hij er uit kon kruipen. Nu, drie dagen later zit hij nog altijd op het blad van de geranium. Geen zin om  te vertrekken.

21 september 2014

Met veel vertoon van macht maakte gisteren de naderende herfst een eind aan de hegemonie van de zomer. Donder en bliksem en ook heel veel regen werden in het oosten van het land ingezet om een einde te maken aan een prachtige zomerweek. De zomer ging eerlijk gezegd ook wel buiten zijn boekje met temperaturen tot wel 26ļ, de herfst voelde zich voor joker staan en pikte het niet langer. Het voelt een beetje vreemd om over de herfst te schrijven als "hij". Maar allťťn de lente draagt het predicaat vrouwelijk te zijn. Maar ja, het is ook het lieflijkste seizoen van alle......!

De hemelsluizen werden opengezet en de ene wolk na de andere werd leeg gegoten. De aarde zoog begerig het vocht op want de bodem was inmiddels behoorlijk droog geworden. Al dat geweld was eigenlijk een beetje flauw want de astronomische herfst begint pas in de vroege ochtend van de 23ste september. Velen van ons zijn dat vergeten en denken dat alle seizoenen om de drie maanden beginnen op de de 21ste. Zelfs sommige weermannen zitten ernaast.

Na de regen kwam de zonneschijn niet terug, ook al belooft het spreekwoord dat. Wel hingen er overal druppels te bungelen; hier onder de bloemen van een Schotse fuchsia waarvan ik van iemand een stek kreeg. Een wilde nog wel, en hij groeit als kool. Het wordt vast een enorme struik als hij in de komende winter tenminste niet dood vriest.

Elke plant, elk blad en elke tak vormt door zijn structuur zijn eigen druppels, klein, groot, rond of spits. Het is heel leuk om daar eens naar te kijken.

Een spinnenweb bestaat uit draden van verschillende samenstelling, maar elke spin maakt niet dezelfde draden. Het wielweb van de Kruisspin wordt gemaakt met loopdraden, signaaldraden, prooidraden en draden die vol druppeltjes lijm zitten om de prooi vast te houden. De Kaardespin gebruikt nooit kleefstof op de draden maar ruwt ze op met een microscopisch klein kammetje op haar poot dat ze om en om gebruikt voor het opruwen/kaarden en het glad houden van haar draden. De gladde delen gedragen zich als teflon, druppels glijden er langs en verzamelen zich in de vezelige stukjes van het web. Op deze foto van het kruisspinnenweb is het verschil in draden goed te zien. En zo wordt zo'n regenbui toch nog weer leuk!

20 september 2014

Het is normaal in de natuur dat er aan het eind van de zomer nog wat nabloei is van wilde planten. Er staat nog klaproos, koekoeksbloem, duizendblad enzovoort in bloei maar niet meer zo massaal natuurlijk. In onze tuinen moeten we het nu doen met planten die altijd dit tijdstip in het jaar bloeien; de Gulden roede om er maar een te noemen. Dat de rozen het opnieuw gaan proberen is ook niet ongewoon. Vanmorgen ben ik maar eens even door te tuin gelopen om poolshoogte te nemen en waar de bloemknoppen van de Agapanthus bijna open gaan....

Dat de Margrieten weer met bloemen staan te pronken heb ik nog niet eerder gezien. De voorzomer is hun normale tijd maar ze kregen er dankzij het fraaie weer opnieuw zin in.

Dat de Daglelie weer bloeit is ook nieuw voor onze tuin. Ik vind het geweldig want ik zie niets liever dan dat de zomer nog even een stokje steekt voor de entree van de herfst. De komende seizoenen duren toch al zo lang en ik ben meer iemand van groei en bloei en kleuren in de natuur. Van vallende bladeren word ik zeer melancholiek.

Het water in de vijver is nog lekker warm nu en dat zet het Pijlkruid aan tot bloeien. De ene bloem na de andere verschijnt en dat is al een week of drie aan de gang. Dat Pijlkruid haar naam ontleent aan haar bladeren zal geen verrassing zijn.

Is dit geen beauty? Deze herfstaster staat al jaren in het gemeenteplantsoen en elke keer als ik er langs loop komen er slechte neigingen in mij boven. Toch heb ik het netjes aangepakt om er een stek van te krijgen. Aan een plantsoenwerker vertelde ik vorig jaar hoe prachtig ik deze plant vind, hoe graag ik er wat van zou hebben maar hem helaas bij de kweker niet heb kunnen ontdekken, dat het helemaal mijn kleur is, mijn lievelingskleur zelfs. Zonder er een woord aan vuil te maken, haalde de man er een stukje vanaf en gaf het aan mij. Met grote dankbaarheid denk ik aan hem terug nu de aster in volle glorie staat te bloeien en ik er elke dag even bij ga kijken.

19 september 2014

Het eerste beestje dat we vonden was de merkwaardige rups van het Kroonvogeltje (Ptilodon capucina). De opvallende houding van de rups zou verband houden met een afschrikreactie, anderen zijn de mening toegedaan dat dit de houding is van de rups in rust. De rupsen komen in twee kleuren voor: groen en bruinroze. Vaak verkleuren rupsen als ze ouder worden en dit bruinroze stadium zou best wel eens de naderende verpopping kunnen aangeven. De rups overwintert in de grond.

Het imago Kroonvogeltje is een nachtvlinder uit de familie van de tandvlinders. Sommige soorten uit deze familie, zoals ook dit exemplaar, hebben een tandvormig uitstulpsel op de vleugels dat je alleen ziet als de vlinder in rust is. Het imago leeft zijn leventje zonder te eten, daarvoor ontbreekt het mechanisme. Voortplanten en sterven; het komt vaak voor bij insecten. Deze foto heb ik al eens eerder genomen en is dus niet recent.

Een volgende leuke vondst was deze fraaie Slakrups, een merkwaardig sujet. Net als een slak beweegt hij zich voort op een laagje slijm dat hij produceert. Hij heeft kleine pootjes maar die zijn vanwege die slijmlaag niet te zien. Hij leeft bij voorkeur op Eik en is te vinden langs de bosrand waar deze bomen groeien. Mijn natuurmaatje is een superspeurneus en kan zoeken als de beste. Daartoe steekt ze niet alleen haar neus in het struweel maar duikt ook onder de bladeren want daar verbergt zich menig beestje! Op die manier vonden we ook de Slakrups, nakomeling van een robuust, klein nachtvlindertje, een "propje" zou je kunnen zeggen: de Slakrupsvlinder.

Elders, in een klein maar delicaat natuurterreintje vonden we nog enige Noordse winterjuffers (Sympecma paedisca). Hun biotoop was helaas pas gemaaid maar als gevolg van de hoge temperatuur bleven deze bijzondere juffers gelukkig gespaard en konden even verderop in de ruigte hun heil zoeken. Ze zijn heel moeilijk te fotograferen, vliegende strootjes worden ze wel genoemd. Deze juffers kunnen, net als de Bruine winterjuffers als enige soort de winter overleven. Ze worden soms aangetroffen met de ijskristallen op hun lijfjes. De Noordse winterjuffer is zeldzaam en komt alleen voor in NO Friesland en ZW Drenthe; ze overwinteren in de heidevelden die daar ruimschoots te vinden zijn.

Laatste beestjes: de larven van de bladwesp Hemichroa crocea. Wij, niet meer zo piepjonge natuurminnende dames moesten er de nodige kunsten voor uithalen ze te kunnen fotograferen. Het scheelde niet veel of een van ons gleed  het water in... Maar wat zitten ze prachtig naast elkaar hun buikjes vol te eten met blad van een berkje. Die moesten natuurlijk vereeuwigd worden.

18 september 2014

Overal in Nederland worden uitheemse dieren ingezet als vervangers van de ouderwetse schaapskuddes die we hadden. De schapen zouden de toegenomen vergrassing, als gevolg van verdroging en luchtverontreiniging, trouwens niet eens meer de baas kunnen. Als het landschap niet wordt begraasd en open gehouden, groeit het onherroepelijk dicht. Inmiddels worden er in ons land zo'n 30.000 dieren van verschillende soorten ingezet voor de begrazing van natuurterreinen. Daarover ontstaat wel eens discussie, o.a. over het probleem dat die struinende dieren de nesten van grondbroeders vernielen. Een Schotse hooglander is een makkelijk dier en vereist nauwelijks zorg. De jongen worden geboren zonder menselijke hulp en mogen een jaar bij hun moeder blijven. Ze zijn nauwelijks agressief maar veiligheidshalve wordt er altijd gewaarschuwd minstens 20 meter van ze verwijderd te blijven. Dat lukt soms maar niet altijd, en zeker niet als ze je voor de voeten lopen. Doorgaans trekken ze zich niets van je aan en reageren niet eens op geluiden die je maakt. Toch kan het een enkele keer fout gaan. In terreinen van het Gelders Landschap zijn ze niet meer te vinden nadat een vrouw op de horens genomen werd.

Koeien worden ook ingezet als begrazers. Vanzelfsprekend worden ze zorgvuldig uitgezocht op eigenschappen als zelfredzaamheid, klimaatbestendigheid en karakter. Dit is een Rode geus, een kruising tussen het Brandrode rund en de Franse Saler. Ze hebben hoorns die karakteristiek omhoog gebogen zijn. Het idee achter de introductie van de grote grazers in natuurrijke cultuurlandschappen was dat dit het meest aansloot bij de beweiding die vroeger gangbaar was. Maar waar vroeger het gewone gangbare vee liep, zie je nu steeds vaker ook inheemse dieren, Oudhollandse rassen die in hun voortbestaan bedreigd werden. Opnieuw krijgen die hier een kans en dat is natuurlijk mooi.

Tja, en dan deze! Er zijn natuurlijk ook de hier thuis horende onvervalste Drentse heideschapen. Maar deze knuffel met de dwaze groene oorbellen liep niet op de Takkenhoogte maar een eindje verderop, en ik vond het zo'n buitengewoon leuk schaap, en hij woonde toch ook in Drenthe, dat het hier ook hier een plaatsje krijgt. Het is een Kerry Hill, oorspronkelijk een schaap uit Engeland en dan met name uit Wales. Een heel oud ras dat sinds 1992 ook in beperkte mate in ons land rondloopt. Ze produceren een zeer fijne wolsoort. Geen mens die er aan voorbij kan gaan zonder een zucht van vertedering. Als ik ooit schapen ga houden, worden het deze dieren.
Morgen wat aandacht voor de insectenwereld in dit gebied.

17 september 2014

Dagen als die we momenteel cadeau krijgen moet je niet laten liggen maar oppakken om er iets leuks mee te doen. Gisteren treinde ik naar Drenthe om met mijn vriendin annex natuurmaatje weer eens een dagje te gaan struinen. We kozen voor het natuurreservaat Takkenhoogte - Meeuwenveen, niet ver van Zuidwolde. Het maakt deel uit van het Reestdal, genoemd naar het meanderende en voornamelijk door kwelwater gevoede riviertje dat door het beekdal stroomt tussen Overijssel en Drenthe. Het voormalige landbouwgebied werd door het Drentse Landschap gedurende vele jaren omgevormd tot waardevolle natuur. Delen werden afgegraven, relicten uit de laatste ijstijd behouden en het is er prachtig geworden.

Vooral het open heidegebied is een lust voor het oog. De vennen die hier werden aangelegd lokken veel vogels en in de vochtige oeverranden groeien bijzondere planten. In deze tijd van het jaar, nu de zon in de ochtend laag over het landschap schijnt en nog in gevecht is met de nevel die in de nacht ontstaat, ziet het landschap er betoverend uit. Gelukkig is het er doordeweeks niet druk, in het weekend schijnt dat wel het geval te zijn. Wij genoten van de stilte.

Waar de schrale en zure bodem droog is, groeit de Struikheide (Calluna vulgaris) Dode takken die hier blijven liggen, worden door de zon uitgedroogd en worden bijna spierwit. Door hun grillige vormen zou je er zo een aantal mee willen nemen. In nieuwe natuurgebieden ontwikkelt heide zich maar mondjesmaat. In tegenstelling tot veel planten die na tientallen en meer jaren nog levensvatbare zaden blijken op te leveren, is de kiemkracht van heide op z'n best slechts vijf jaren. Om het proces van heidegroei beter op gang te krijgen, wordt wel eens heideplagsel uitgestrooid op grond waar dit wenselijk is. In het Dwingelderveld is dat bijvoorbeeld gebeurd.

Gewone dophei (Erica tetralix) wil juist een vochtige grond; je ziet deze planten in het gebied waar wij wandelden dan ook maar heel weinig staan. Dappere exemplaren die de moed niet opgeven maar hier eigenlijk niet op hun plaats zijn. Heide is van groot belang voor hommels, zweefvliegen en bijen. Wie kent niet de beroemde heidehoning. Er zijn hommels met een korte tong die niet bij de nectar kunnen komen. Die bijten gewoon een stukje boven uit de bloem om toch hun doel te bereiken. Het gebeurt ook bij Smeerwortel en andere buisbloemen. Slim van die insecten!
Wordt vervolgd.

15 september 2014

De laatste jonge merels zijn in de rui. Hun eerste verenpak wordt gedeeltelijk vervangen door een winterkleed en pas volgend jaar wisselen ze geheel van veren. Die merelpubertjes zien er niet uit in dit stadium, gelukkig hebben ze nooit geleerd zich te spiegelen in een waterplas. Doorgaans ruien volwassen vogels tweemaal per jaar en dat kost de nodige energie. Ze trekken zich terug, houden zich stil en het vliegen wordt wat moeizamer. Ze ruien omdat de oude veren versleten zijn en alleen in een goede conditie kunnen ze zich redden in de natuur.

Deze jonge roodborst in mijn volkstuin, die kwam kijken of mijn spitwerk nog wat voedsel opleverde, is eveneens bezig zijn juveniele verenpakje te ruien. De vogel ziet er buitengewoon koddig uit nu. Het zijn niet alleen de jonge vogels die ruien. Volwassen vogels doen het om in de winter een verenpak te hebben waarmee ze de ontberingen van dat seizoen kunnen doorstaan. Veel vogels ruien alle veren, de grotere doen het meestal gedeeltelijk en er zijn ook vogels die eerst op trek gaan en in hun winterverblijf hun veren wisselen. De zwaluw is daar een van.

Soms blijkt een vogel na de rui opeens afwijkende veren te hebben, dan gaat er iets mis bij de overbrenging van de melaninepigmenten naar de veercellen. De vogel kan daardoor gedeeltelijk "foute" veren krijgen. Zou hij geheel wit zijn en rode ogen hebben, dan spreken we van albinisme. De vogels ondervinden er geen nadeel van. De verkleuring beperkt zich alleen tot de veren.

14 september 2014

Al 25 jaren worden Schotse hooglanders in natuurgebieden ingezet  om de vergrassing tegen te gaan en het bos open te houden. Inmiddels is wel gebleken dat de verwachtingen te hoog gespannen waren. Daarom overweegt men nu de introductie van de Bison. Jaja, de Nederlandse natuur wordt een dierentuin! De hooglanders zijn niet gevaarlijk al moet je wel op je hoede blijven, want zo'n kolos van vierhonderd kilo  kan harder lopen dan de doorsnee wandelaar. Dit heerschap ligt midden op een pad dat door mountainbikers gebruikt wordt. Die fietsen er snel langs maar ik maak toch maar liever een omtrekkende beweging. In de periode dat er jongen zijn, wordt het wat meer uitkijken; en er zijn natuurgebieden die daarom de stieren bij de koeien hebben weggehaald om confrontaties met wandelaars en fietsers in die tijd te vermijden.

Voor de mestkevers in het bos zijn de uitwerpselen van de Schotse hooglander zeer aantrekkelijk. Van alle kanten komen ze aangewandeld om zich er aan tegoed te doen. Onder de plakkaten maken ze diepe gangen en leggen daar hun eitjes, samen met een voorraadje mest. Zo hebben ze goed voor hun nageslacht gezorgd.

In deze tijd van het jaar vind je veel rupsen van de Meriansborstel (Calliteara pudibunda), het mooie kind van een onooglijke nachtvlinder uit de familie van de Spinneruilen die weer een ondersoort is van de Donsvlinders. Bij gevaar kromt de rups zich en laat dan de vervaarlijke zwarte ringen tussen de segmenten van het lichaam zien. Bij deze rupsen is enige kleurvariatie mogelijk, zelfs geheel witte exemplaren komen voor.

En zo mooi geel worden uiteindelijk de meeste van deze de prachtige rupsen als ze volgroeid zijn. Dat je ze nu veel over de bosbodem ziet kruipen geeft al aan dan ze op zoek zijn naar een geschikte plek om te verpoppen. In hun zijden cocon doen ze dat meestal in de strooisellaag of boomspleet om pas volgend voorjaar als rups weer uit te komen.  Op onze zandgronden is dit een algemeen voorkomende vlinder.

12 september 2014

Er zijn mensen die niets moeten hebben van Klimop omdat ze denken dat die hun muren verwoesten. Maar niets is minder waar. De stenen en het hedendaagse cement ondervinden geen enkele schade van deze groeier, al blijven er na verwijdering wel hechtworteltjes achter op de muren. Daarom moet je ook zorgvuldig voorkomen dat er geen groei op het hout is. Alleen zolang de struik klimt, vormt hij hechtwortels. De bloei ontstaat in een later stadium op afwijkende takken met een andere bladvorm. Hoewel de klimop op dit Engelse huis een fantastisch onderkomen biedt aan vogels, is dit wel een beetje teveel van het goede.

Tegen ons huis groeit ook de Klimop uitbundig en die begint binnenkort te bloeien. Insecten maken er dankbaar gebruik van, het is de laatste nectarkroeg van het jaar die gul biedt wat de insecten zoeken en nodig hebben. Vooral voor de honingbijen die binnenkort moeten gaan overwinteren in de bijenkasten, is de bloei van klimop van grote waarde. Maar ook allerlei andere insecten komen op de nectar af. In onze klimop, die wel wat wilder is dan nette tuinmensen ambiŽren, bouwen winterkoninkjes, merels, duiven en heggenmusjes in het voorjaar hun nesten en elke avond komen de mussen er slapen. In de winter vinden ze er bescherming.

Na de bloei ontstaan er bessen die pas in de late winter rijp zijn. Opnieuw is dan de klimop van grote waarde voor vogels die elders in de natuur niet veel meer te vinden hebben. Vooral lijsterachtigen, Gekraagde roodstaart, Zwartkop en duiven zijn dol op de vruchten.

Voor de vlinder Boomblauwtje is de klimop een waardplant. Het vrouwtje legt haar eitjes op de bloemknoppen en de rupsen leven daarvan. Een uitgegroeide klimop vormt een geheel eigen micro klimaat en biedt een voortreffelijke isolatie van de muur waar hij op groeit. Er bestaan heel oude struiken van een paar honderd jaren oud met een stamomtrek die wel een meter haalt. Klimop die in bomen groeit, beschermt de boom tegen zonnebrand en verdamping maar vormt geen concurrentie voor wat betreft water en voedingstoffen, zo is door onderzoek vastgesteld. Het enige nadeel van klimop in bomen is dat de klimop een enorme windvang vormt en de kans op omwaaien bij storm vergroot. Daarom moeten we komende weken maar eens aan het snoeien gaan om de takken die dit gevaar opleveren te verwijderen voordat het te laat is.

11 september 2014

Overal hangen kruisspinnen in hun webben en de vochtige nachten die er in deze tijd zijn maken niet alleen de graslanden kletsnat maar ook de webben, waardoor ze mooi zichtbaar zijn in de vroege ochtendzon. Zo'n web is een wonder van techniek en nu ze ook overal voor onze ramen hangen, bekijk ik ze regelmatig met grote aandacht. Om de dag worden de kapot gevlogen webben opgegeten en hergebruikt. Dat op zich is al een mirakel. Alleen de steundraad waaraan het web hangt blijft intact. Er hangt voor ons kamerraam een steundraad van maar liefst 2.5 meter. Door vanaf een startpunt een draad te maken, laat de spin deze met de luchtstroom meewaaien terwijl hij aldoor meer draad produceert. Net zo lang tot de draad ergens houvast vindt, en dan pas kan de spin verder bouwen.

De kruisspin heeft drie paar spinklieren en kan draden van verschillende samenstelling maken, al dan niet met kleverige druppeltjes bezet. De draden zijn gemiddeld slechts 0.15 mm dik en zijn niet alleen sterk maar ook heel veerkrachtig, ze kunnen 30 tot 40 keren worden opgerekt waarmee het draad het sterkste ter wereld is. Vaak zie je de spin niet in haar web hangen maar heeft die zich teruggetrokken in een schuilhoekje. Een signaaldraad waarschuwt haar wanneer er een prooi in het web gevlogen is. Die wordt meteen ingepakt in een flinke hoeveelheid draad die ze razendsnel kan spinnen.

Het spindraad wordt niet alleen gebruikt voor het maken van een web maar ook om er een cocon van te maken waarin de eitjes verborgen liggen. Zo'n cocon bestaat uit meerdere lagen, een die een schimmelwerende werking heeft, een die de cocon waterdicht maakt en een die de nodige bescherming moet geven. Dit is de prachtige cocon van de Wesp- of Tijgerspin.

Een kleinere spinnensoort, de Lantaarnspin maakt de mooie feeŽnlampjes. Het is een huisje met kleine kamertjes erin waar ongeveer vijftig eitjes worden gelegd. Alleen als ze pas klaar zijn, zien ze er zo mooi wit uit. De spin plakt er naderhand zandkorreltjes op zodat het donkerder wordt en niet meer opvalt. Zo blijft de cocon veilig bewaard. Er zijn allerlei spinnencocons, van groot tot minuscuul en in allerlei vormen. 

Niet alle spinnen maken een web. Er zijn er ook die geen draden maken, die hangmatjes maken waaronder ze zitten te loeren op prooien, weer andere maken alleen een struikeldraad en in de heide zie je de meest fantastische bouwwerken. Mensen hebben ontdekt dat spinrag bruikbaar is, bijvoorbeeld als antisceptische toepassing bij brandwonden. In laboratoria is men al jarenlang bezig het draad na te maken maar het lukte nooit. Recent hebben Zweedse wetenschappers met behulp van micro-elektroden die ze in de zijdeklieren van de spin aanbrachten, een tipje van de sluier opgelicht. Wellicht brengt dat de synthetische vorm van spindraad een stukje dichterbij. Onderzoekers dromen van toepassing als spindraad in kogelvrije vesten, voor het vervaardigen van nieuwe pezen of kraakbeenreparaties. Spindraad is oersterk, het duurt maanden, soms wel jaren voordat spinrag verteerd is. Wie weet wat de toekomst op dit punt nog brengen zal.

10 september 2014

Op de bosbodem vind je nu de gallen op afgevallen eikenblad. Ze worden veroorzaakt door kleine wespjes die in het voorjaar in de nerven van uitlopend blad hun eitjes leggen. Het blad reageert daarop met het maken van een `weefselwoekering, de gal. Daarbinnen leeft en groeit de larve van de galwesp en als die in de herfst volwassen is geworden knaagt hij een gangetje richting wand van de gal. Meestal wacht het jonge galwespje daar tot half november om naar buiten te gaan. Waar de galwesp zijn huisje verlaten heeft, vind je dan een klein rond gaatje.

De eik is gastheer voor veel soorten. Dit zijn de gallen van de Eikennapjesgalmug. Gallen worden niet uitsluitend veroorzaakt door insecten. Er zijn ook schimmels, bacteriŽn en virussen die het doen. En elk heeft z'n eigen soort gal. De insecten nemen wel het leeuwendeel voor hun rekening, de galmuggen, -wespen, -vliegen en -luizen.

Op de Zomereik vind je soms de Knoppergal, een vreemde woekering rondom de eikels van de boom. Het vrouwtje van de galwesp Andricus quercuscalisis dat hier verantwoordelijk voor is, legde haar eitjes op de rand van het eikennapje. Daarop ontstaat de merkwaardige gal waarin geslachtloze vrouwtjes leven die later onbevruchte eitjes leggen in de meeldraden van de bloemen van de Moseik. En uit deze eitjes (je snapt niet hoe het kan) komen mannetjes en vrouwtjeswespjes die paren waarna de vrouwtjes hun eitjes afzetten op de napjes van de eikels. Hoe ingewikkeld kan het natuurleven zijn!

Gallen ontstaan niet alleen op boomblad maar ook op dat van planten, ze groeien onder meer op mossen, takjes en soms op bloemen. De Boerenwormkruidgalmug was verantwoordelijk voor deze gal op het Boerenwormkruid. Veel over dit interessante onderwerp is te lezen op de website www.plantengallen.nl

8 september 2014

De Italiaanse aronskelk (Arum italicum), die ik vele jaren geleden zaaide, heeft het dit jaar ongelooflijk goed gedaan. Nooit eerder waren de bloemstelen zo dik en het blad zo enorm. Naast deze Italiaan kennen we in ons land ook een inheemse soort, de Gevlekte aronskelk waarvan het blad paarsige vlekken vertoont.  Het blad van de Italiaanse heeft een netwerk van witte lijnen. Het is een wonderlijke plant. In de winter verschijnen de bladeren en in die periode gebruikt de plant het zonlicht om de benodigde energie op te slaan die nodig is voor de bloei in het voorjaar.

Groene spiezen schieten opeens op in het voorjaar, het zijn de dicht opgerolde schutbladeren van de bloem die ook al heel bijzonder is. Als deze zich ontvouwt vormt ze een groot oppervlak dat heel kleine mugjes en vliegjes aantrekt en deze zijn weer nodig voor de bevruchting. Waar het schutblad zich vernauwt, verschijnt de knots met aan de onderkant een krans van naar beneden gerichte stamperdraadjes, en een insectje dat door de geur naar binnen wordt gelokt wordt daardoor verhinderd om weer weg te vliegen uit de ketel, zoals die heet. In de ketel is het 10 gaden warmer dan daarbuiten Nadat het insect op die manier door de stampertjes bedekt is met stuifmeel, buigen de stamperdraadjes om en bieden het insect een vrije uittocht. Die gaat naar de volgende bloem waardoor die bevrucht wordt.

Het blad van de plant verdort en er verschijnen zaden aan de stengels. Die zijn eerst nog groen maar kleuren in de loop van de zomer naar knalrood. Muizen zijn er dol op maar ondanks het feit dat ze veelal in onze tuin leven, blijven de stengels helaas onberoerd en beginnen het nu ook op te geven. Ze knakken om en de bessen raken de aarde, precies als bedoeld.

Het zou ook kunnen zijn dat buurtkater Bengel deze zomer alle muizen om zeep heeft gebracht want hij kon er wat van! Na mijn herhaalde verzoeken hem wat meer binnen te houden zodat hij niet van de ochtend tot de avond in onze tuin zou bivakkeren, gingen zijn bazen van het ene uiterste over in het andere en hebben hem nu al twee maanden binnen opgesloten en daar zit hij nu dagelijks bij het raam van de zolder om toch maar een beetje de buitenlucht te kunnen voelen en te ruiken. Ze zijn niet te vermurwen de gulden middenweg te bewandelen. Zielig.

7 september 2014

Fietsen langs de IJssel is een zomers plezier waaraan ik mij vaak en graag over geef. Nergens anders kun je de seizoenen zo voelen als langs de rivier.  Nu al ervaar je dat de zomer op haar laatste benen loopt en de herfst naderbij sluipt. De zon slaagt er nauwelijks nog in het grasland te drogen, daarvoor staat ze al te ver weg of versluieren wolkenvelden haar aanwezigheid. Dichtbij het water staat nog wat Zomerfijnstraal stoer te bloeien, de grasvelden zijn overal gemaaid, inclusief bermen zodat het er kaal en leeg uitziet. Alleen de Akkerwinde laat zich hier nog zien.

Het kabbelende water dat na het passeren van een schip tegen de wal klotst is het enige geluid dat er te horen is. Een bijna onwerkelijke stilte heerst hier nu, geen vogel te horen en zelfs de ganzen zitten zwijgzaam op het land. Kijk je in de verte dan stuiten je ogen op een dunne nevel, zo herfstig al dat ik een gevoel van onbehagen in mezelf begin te bespeuren. Ik wil die zomer nog niet kwijt, ik kan me nog niet over geven aan het seizoen van neergang; elk jaar weer opnieuw dat gevecht met mezelf om afstand te nemen en me er mee te verzoenen. Het lukt me nooit....

In het gras zie ik opeens een wit blaadje liggen. Het blijkt een dagactieve nachtvlinder, de Lieveling (Timandra griseata). Ook al bijna aan het eind van zijn leven; ze zijn er tot half september en overal te zien waar duizendknoop en zuring groeit. Maar wat een mooie naam, je zult maar zo genoemd worden!  De vlinder vliegt pas op als ik de camera er vlak boven houd, een stukje verderop zakt hij weer vermoeid tussen de grassprieten. Bijna is hij weer voorbij, die mooie zomer. De opmaat naar de herfst kan niemand ontgaan.

6 september 2014

In het weiland stond een koe bij een pasgeboren kalfje, het lag nog op de grond en de koe stond er hevig bij te blaten. Je zou bijna denken dat zij om hulp riep. Laat ik nu steeds gedacht hebben dat de huidige doorgefokte koe niet meer op eigen kracht een kind ter wereld kon brengen. Denkend aan koeien en kalveren zie ik op mijn netvlies altijd boeren die met vereende krachten en enge materialen het kalf met geweld uit het moederlijf trekken. Maar het kan dus toch op een normale manier..., gelukkig maar.

Iemand die er net wat eerder was dan wij er met de fiets arriveerden vertelde dat ze het kalf  geboren zag worden en dat het zwarte koebeest dat erbij stond, niet de moeder was. Dat was dit witte exemplaar die net haar kind gedropt had en vervolgens doodgemoedereerd verder liep om te grazen. Even later ging ze een eind verderop zelfs liggen zonder nog naar het kalf om te kijken. Dat was vreemd en geen normaal gedrag. Maar wat zag dit beest er mager uit zeg!

Het kalfje was intussen op de pootjes gaan staan en onder het lijf van het zwarte koebeest zocht het naar de spenen om melk te drinken. Een paar minuten na de geboorte! Maar de pink had niets in de uiers, de melkvoorraad waar het kalf van had moeten profiteren zat in de goed gevulde uiers van de moeder. Ach, zei de persoon die er in de auto naar zat te kijken, zo meteen komt de boer en laadt het kalf zo in de kruiwagen om het mee te nemen. Ik wilde daar niet op wachten, het is toch verschrikkelijk hoe de hedendaagse veeteelt kalveren geen moeders meer gunt, nog geen dag. Als  het kalf verdwenen is kan de boer de melk oogsten en over een poosje moet de koe opnieuw een kalf krijgen om de melkbron op gang te houden. Waar zijn we als mensen toch beland! Het is gewoon beestachtig, koeien die op grote schaal gedegradeerd zijn tot melkrobots wiens jongen meteen worden weggenomen. En arme kalveren die nooit een natuurlijk begin van hun leven zullen kennen en eenzaam in een hok staan bij een kunstspeen.

5 september 2014

De paddestoelen vliegen werkelijk de grond uit. Zag ik ze vorige week nog niet, nu steken overal de bekendste paddestoelen van Nederland de kopjes boven de grond. De hoed van de  Vliegenzam is eerst nog bedekt door  vlokjesachtige stukjes die er blijven zitten tot de regen ze weg wast. Het zijn de resten van het omhulsel dat de zwam in zijn beginstadium omvatte en dat uit elkaar scheurt als de vliegenzwam begint te groeien. Ook het rokje om de steel behoort daartoe. De zwam heeft een hallucinerende werking en is niet eetbaar.

Ook de Porseleinzwam (Oudemansiella mucida) was er verbijsterend snel. Zo zaten de vruchtlichaam nog verborgen, en zo stonden ze overal in het bos te pronken op allerlei dode boomtakken. Waar ze hun naam door kregen zal geen verbazing wekken. Ze glimmen je al van verre tegemoet met hun mooie hoeden die bedekt zijn met een glanzende slijmlaag.

Voor wat meer bijzondere zwammen moet je wat beter kijken. Dit is de Gewone franjezwam (Thelephora terrestris). Een algemeen voorkomende zwam maar toch zie je hem niet zoveel, waarschijnlijk doordat hij niet zo opvalt in het strooisel op de bodem van het bos of de heide. Ik vind hem wel mooi met dat chique randje.

Al die verschillende vormen en soorten zijn heel leuk om  te zoeken. Maar dit is eigenlijk geen zwam maar een bizar organisme dat geheel op zichzelf staat. Het is een verschijning die nog het dichtst komt bij eencellige amoeben. Het eet, het verplaatst zich, vermeerdert zich en verdwijnt weer snel. Dit is een jong exemplaar en het staat op het punt zijn sporen te verspreiden. Slijmzwammen hebben vaak prachtige kleuren. Dit is het Rossig buikkussentje (Tubifera ferruginosa). Ga er vooral op uit want de paddestoelentijd is op haar hoogtepunt. Er zijn nu zoveel soorten te vinden, wat dit betreft is het een rijk seizoen, dankzij alle regen.

4 september 2014

Bij het binnengaan van het bos valt al snel op hoe enorm de zwijnen aan het wroeten zijn in de bosbodem. Grote oppervlaktes worden diep omgewoeld op zoek naar voedsel. Dit is de tijd dat de zwijnen door het eten van heel veel eikels en beukennoten hun speklaag krijgen die hen de winter door moeten helpen. Jammer genoeg voor de evers is het geen geweldig jaar, eikels zijn er maar weinig te vinden en beukennoten beginnen nog maar net te vallen.

Het is heel opvallend dit jaar dat de beuken meer vruchten dragen dan de eiken. Vooral de zomereik geeft dit jaar weinig eikels. De Amerikaanse eik wat meer, maar in de afgelopen 30 jaar is dit verschil in mast bij beuk en eik nog slechts eenmaal eerder voorgekomen. De Vereniging Wildbeheer Veluwe, zo las ik, houdt al die jaren al bij hoeveel kilo eikels en beukennoten de bomen op de Veluwe leveren en in totaal zal er dit jaar ruim 1,6 miljoen kilo minder vallen dan gemiddeld in de voorbije 30 jaar. Verklaard kan dit fenomeen niet worden.

Onderweg vond ik een veertje van de Bonte specht. Van deze vogels zijn er hier heel veel, overal om je heen hoor je ze. De vleugelveer is nog maar kortgeleden losgeraakt en is nog puntgaaf.

Het kan niemand ontgaan hoe fantastisch het mos er nu uitziet. Door alle regen van de afgelopen tijd is de bosbodem hier en daar voor een groot deel bedekt met een aangenaam ogende frisgroene zachte deken zoals je maar zelden ziet. Mos is heel belangrijk voor het klimaat in het bos doordat het heel veel water opneemt en ook lang vasthoudt. Een hectare met mos bedekte bosgrond kan 30.000 liter water opnemen en dat gedurende enige weken mondjesmaat weer afgeven aan de bodem. Wat mensen al niet uitrekenen!

3 september 2014

Het is een jaar met verrassingen en steeds meer ga ik geloven dat het klimaat een bepalende rol speelt bij het voorkomen van allerlei huidige natuurverschijnselen. In de vijftien jaren dat wij de klimmer Schijnaugurk (Akebia quinata) in de tuin hebben staan, is daaraan nog nooit een vrucht gekomen want dat gebeurt nauwelijks in ons klimaat, zo lees je altijd. Momenteel hangt hij vol.  De vruchten breken nu open en tonen een massa pitjes die door wit vruchtvlees omhuld worden. Het vruchtvlees is eetbaar, ik heb me er nog niet aan gewaagd....

De Akebia quinata in bloei. Een van de vroege planten die in het voorjaar gaan bloeien met mooie diep paarse bloemen en daarbij nog een heerlijke geur als toegift verspreiden. Voor bevruchting wordt aanbevolen twee planten neer te zetten maar sporadisch bevrucht een enkel exemplaar zichzelf. Dat is hier dus gebeurd. De vruchten schijnen paarsblauw van kleur te worden maar de onze hebben niet meer dan een zweempje van dat paars. We hebben in de afgelopen vijftien jaren natuurlijk wel meer mooie zomers gehad en daarom denk ik dat het afwezig blijven van de winter de oorzaak is dat er nu zoveel vruchten aan de klimmer hangen.

2 september 2014

Zonder dat ik het wist vond ik hier een zzz paddestoel. De letters staan voor zeer zeldzaam. Ik had hem nooit gezien en ik vond hem prachtig. Het is de Witte strookzwam (Antrodia albida) een uit de groep  polyporen. Ik citeer uit de paddenstoelencyclopedie van Gerrit Keizer: de omvangrijke soorten- en vormenrijke groep van een- of meerjarige houtzwammen met schelp-, waaier-, breed spatel- of tongvormige, of vlak trechter-, zadel, hoef of consolevormige, soms dakpansgewijze gerangschikte vruchtlichamen met een poroÔde of lamelloÔde hymenium. Het zal wel niet vreemd overkomen als ik beken dat dit voor mij een totaal schimmige wereld is.

Een uitsnede om te laten zien hoe prachtig al die geplooide gordijntjes gedrapeerd hangen. Het zijn dezelfde delen als de buisjes aan de onderkant van een buisjeszwam en er komen sporen uit ter verspreiding van de zwam.  Dit is een ontzettend ingewikkelde groep met zoveel verschijningsvormen dat het niet in een paar woorden te vatten is.  Ik vind deze zwam van een verbazende schoonheid. Sporadisch te vinden in loofbossen op dood hout.

1 september 2014

Het is nu flink nat in de bosbodem en volop paddestoelentijd. Vorige week vond ik een een paar zeer fraaie paddestoelen in het bosgebied Hagenau, bij Dieren. Ze groeiden tegen en naast de stam van een oude Beuk, wat kenmerkend bleek, en ik kon niet achterhalen welke soort dit was.

Het is fijn dat je tegenwoordig hulp kunt inroepen bij prangende natuurvragen die je zelf niet kunt beantwoorden. Een Belgische mycoloog die zich gespecialiseerd had in gordijnzwammen wist te vertellen dat dit verregende Roodschubbige gordijnzwammen (Cotinarius bolaris) waren. Een zeldzame soort. Waarneming nl determineerde ze echter als Fraaie gifordijnzwam (Cotinarius orellanoides), ook zeldzaam. Het geeft altijd een bijzonder tintje aan een vondst als die bijzonder blijkt te zijn. Correctie: de vlinder Zwart beertje, op 30 augustus, behoort niet tot de Tandvlinders maar tot de Spinneruilen. Ik werd er op attent gemaakt door een oplettende lezeres. De Wapendrager erboven was er wel een, ze hebben vaak een dik en behaard lichaam. De Spinneruilen zijn een nog tamelijk nieuwe familie. Regelmatig komt men door nader onderzoek, waar vaak de microscoop aan te pas komt,  tot de conclusie dat planten en dieren in een andere groep thuishoren dan die waarin ze waren ingedeeld. Sinds 2011 behoren sommige uiltjes, samen met de beer- en donsvlinders tot deze nieuwe familie. Maar het Zwart beertje was nooit een tandvlinder.

31 augustus 2014

De beloofde vooruitzichten op een paar mooie zomerse dagen in de komende week maakt dat de heftige regenbuien beter te verdragen zijn. Wat een kletsnatte augustusmaand! Je moet gewoon je eigen nazomer creŽren door er buiten naar op zoek te gaan. Zo vond ik vanmorgen deze mooie blauwe vlinder, samengesteld uit een bloem van de Lathyrus en wat regendruppels.

De Japanse wasbloem (Kirecheshoma palmata) staat alleen in de tuin vanwege de mooie bladvorm. De bloemen zijn nauwelijks interessant, behalve na een regenbui als de druppels onderaan de knoppen blijven hangen.

De hele zomer wemelt het hier van de kroosvlindertjes, elk jaar lijken het er meer te worden. Je vindt ze massaal bij de vijver waar ze met vele in het water verdrinken. Zodra de tere vlindertjes het water raken zijn ze verloren. Hier is zelfs een parend stel op deze wijze hun noodlot tegemoet gegaan, verblind door hun hormonen.

30 augustus 2014

We blijven nog even bij het vretende, knagende en kruipende beestengedoe. Hier is onze rups Dennenpijlstaart. Geboren op 1 augustus, nu een flinke knaap geworden; hij is ongeveer vijf centimeter lang. Na de laatste vervelling verschenen er mooie oranje stippels op zijn lijf en opeens bleek hij een bruine kop te hebben. Wat grappig toch dat ze er na elke vervelling anders uitzien. Het leek me verstandig hem nu maar onder te brengen in de boom waar hij thuishoort en die in onze straat staat, vlak bij ons huis. Nog wat doorknagen aan de dennennaalden en dan kruipt hij in de bodem om te verpoppen. De overige drie rupsen in de bak hebben nog groene koppies dus die laat ik er nog even in zitten.

Toen ik een laatste verse voedseltak van de boom afsneed zag ik op de punt van een van de naalden deze lege eischaaltjes zitten. Ze zijn vast van een andere Dennenpijlstaart. Deze zomer lijken allerlei rupsen op mijn pad te komen, behalve die van de Koninginnepage. Of het aan het regenachtige weer ligt, weet ik niet maar feit is wel dat er op de volkstuinen tot nu toe niet ťťn gevonden is. Jammer, dat is voor het eerst in jaren dat ik ze niet kan uitkweken.

De rups van de Wapendrager. Ik vond hem toen hij koud en stil op de bosbodem lag. Rupsen zijn net als vlinders koudbloedig en ze hebben warmte nodig om actief te worden.

De rups zal, als alles goed gaat, deze nachtvlinder worden. Een geweldig voorbeeld van mimicri of camouflage. Als de Wapendrager zijn vleugels over zijn lichaam rolt, lijkt hij precies op een afgesneden berkentakje. Geen vijand die in hem iets eetbaars ziet!

Tot slot een klein rupsje dat uit mijn haar viel nadat ik onder de bomen had gelopen. Het is de rups van het Zwart beertje (Atolmis rubricollis), uit de familie Tandvlinders. Die naam danken ze aan een kleine uitstulping aan de vlindervleugels. Helaas heb ik geen foto van de vlinder. Het algemeen voorkomende Zwart beertje heet zo vanwege zijn fluweelachtige zwarte vleugels als hij nog vers is. Zijn oranjeachtige lichaam steekt er mooi bij af. Ter versiering heeft hij een rood kraagje. Hier zit hij op een blad van de Duitse pijp. Het Zwart beertje is een nachtvlinder.

29 augustus 2014

Wie een moestuin heeft weet dat je nooit groente klaarmaakt zonder dat daar beestjes in of aan zitten. Dat hoort er nu eenmaal bij. Vroeger was het niet anders, appels met een wormpje er in of sla met slakken . Door de hedendaagse bestrijdingsmiddelen die over groenten en fruit worden gespoten, gaan al die beestjes wel dood maar heb je groente met kleine restjes pesticiden. Bij de laatste Chinese kool die ik gisteren oogstte, en die ik blaadje voor blaadje afspoelde voor ze te snijden, zat een naaktslak. De grootste die in ons land voorkomt maar hier nog een jonkie. Grote aardslak (Limax maximum) is zijn naam, ook wel Tijgerslak genoemd. Het is een vraatzuchtig monster dat meer dan 20 centimeter kan worden en wel drie jaar oud. Behalve aan onze groente vergrijpt hij zich ook aan planten, paddestoelen en zelfs aan soortgenotenl.

Een oranje familielid is momenteel heel veel te zien in het bos waar hij alle paddestoelen die hij vindt aanvreet, zodat je maar zelden een gaaf exemplaar tegenkomt. Grote wegslak of Rode wegslak (Arion rufus) heet de slijmjurk. Of ze nu groot of klein zijn, ik vind het vieze beesten. Pak er een op en je vingers kleven van het slijm, bah! Hun verre voorouders waren schelpdieren en de mantel van de huidige naaktslakken, die vlak achter de kop zit, doet daaraan nog denken. Onder die mantel blijkt nog altijd een inwendig kalkschildje te zitten. De slakken kunnen alleen maar leven waar het vochtig is. Zelf bestaan ze voor 90% uit vocht dat ze opzuigen uit hun voedsel.

Voorbeeld hoe de grote naaktslakken een paddestoel kunnen uitkleden. Ook kevers en muizen vreten de zwammen aan maar naaktslakken zijn de echte kanibalen.

28 augustus 2014

De dag begon met een klein drama, ofwel een kleine natuurfilm. Voor het raam hing een dame kruisspin in haar web. Een meter verder zag ik een man kruisspin, ze zaten op dezelfde telefoonlijn en ze waren druk aan het communiceren door met hun pootjes de draad te bewerken. Manlief werd voortgestuwd door zijn driften maar hij wist hoe gevaarlijk zijn escapade was.

Steeds dichterbij kwam hij, soms ging hij weer een stuk achteruit want hij vertrouwde de bruid die hij op het oog had voor geen cent. En terecht! Het contact kwam heel voorzichtig tot stand. Hij trommelde gespannen met zijn voorpoten op haar haar buik, waarop zij met haar buikpoten almaar wenkte: toe maar, kom maar, ga je gang maar! De voorpoten van de dame waren gebogen, haar buik ter verwelkoming naar hem toe gericht. Als hij er in slaagt op tijd weg te komen, kan hij nog een tweede keer paren. Dat gebeurde.

Tweemaal leek het of hij er in geslaagd was zijn sperma over te dragen, waarna hij als de wiedeweerga een stuik naar achteren liep. Aan zijn monddelen heeft de spinnenman een orgaantje waarin hij zijn sperma heeft opgezogen, dat brengt hij vliegensvlug over in het geslachtsorgaan van het vrouwtje. Maar bij een volgende poging sloeg de spinnenvrouw razendsnel toe. Eerst een gemene gifbeet in zijn lijf en meteen inpakken die handel! En zie eens hoeveel spindraad ze produceert.

Een paar tellen later hing man kruisspin verbijsterd ingesponnen. Wat een rotstreek! Hij bewoog nog steeds zijn pootjes...... Spinnenmoraal: de drift van de man kost hem zijn kop!

Een tweede slachtoffer bood zich onbedoeld aan. Een onfortuinlijke vlieg vloog in het web en kreeg dezelfde behandeling van vrouw kruisspin. Ze spon hem voor de veiligheid alsnog samen met haar vermoorde echtgenoot in eenzelfde spinsel. Zeker is maar zeker. Vrouw spin heeft voorlopig genoeg te eten, haar lijf zal groeien en een paar keer vervellen, tot ze in de herfst haar eitjes zal leggen waaruit volgend voorjaar gewoon weer nieuwe mannetjes geboren zullen worden. Gelukkig vallen niet alle mannetjes ten prooi aan de moordlust van hun vrouwen.

En daar hangt onze spinnenvouw in haar web zoals ze dat altijd doet: met de kop naar beneden en wachtend tot zich weer een nieuw slachtoffer meldt. De minste trilling van haar web zal haar activeren. Ouder dan twee jaar zal ze niet worden. Na het leggen van de eitjes zal ze sterven.

27 augustus 2014

In onze tuin staat een cultivar van de wilde Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) die we gekregen hebben van een onbekende vogel. Misschien was het wel een Goudvink, die is dol op de zaden. Als struik is hij niet geweldig maar in de nazomer maakt hij dat helemaal goed wanneer hij volhangt met roze en roodgekleurde vruchten. Helemaal rechts is het nog dichte vruchtje van de wilde ouder te zien, voor de duidelijkheid heb ik het erbij gehouden. Die met de roze omhulsels is een van de cultivars die er zijn. De vrucht is een vierlobbige doosvrucht met daarbinnen de zaden die aan een heel dun draadje hangen. De plant is in alle delen giftig. Toen er nog geen chemische middelen tegen hoofdluis bestonden werden de rode vruchtschillen daarvoor gebruikt. Het hout is zo hard dat het vroeger gebruikt werd voor breinaalden, mijn grootmoeder bezat ze nog. Opmerkelijk is dat de stelen bijna vierkant lijken door de verticale ribbels die er op zitten, een heel duidelijk kenmerk. Jammer is wel dat een bepaalde soort stippelmot elk voorjaar de hele struik kaalvreet. Die mot, de Kardinaalsmutsstippelmot, is zelfs geheel afhankelijk van de struik. Gelukkig komt alles weer goed als de jonge motten voor de langste dag zijn uitgekomen. Zolang het niet vriest blijven de vruchten hangen aan de takken. De naam is wel duidelijk als je naar de vruchten kijkt, die doen denken aan mutsen of bonnets van kardinalen. Momenteel staan ze overal te pronken met hun zaaddozen.

26 augustus 2014

Mensen, mensen wat een regen toch! En wat een betreurenswaardig einde van zo'n prachtige zomer. Velen vroegen zich al af of nu ook de herfst na die vreemde seizoenen te vroeg zou invallen en inderdaad zie je de eerste herfstkleuren al bij sommige bomen en struiken. Veel insecten zie je niet bij dit weer, zouden ze last hebben van alle regen? Op NPO Wetenschap vond ik leuke informatie. Amerikaanse wetenschappers onderzochten met een hoge snelheidcamera wat er gebeurt als een regendruppel op een insect (in het experiment een mug) valt: de druppel vervormt en glijdt a.h.w. langs het insect heen. Door de minuscule afmeting van het insect en het beperkte gewicht verliest de druppel 2 - 17% van zijn snelheid. De gemiddelde regendruppel is wel 50 keer zo zwaar als het insect zelf. Hoe groter het object, als vogel, vleermuis of insect, hoe groter de impact die zware regendruppels hebben en hoe moeizamer het vliegen door de regen wordt. Maar wat gebeurt er met insecten die op de grond zitten en de volle laag krijgen, dat zou ik ook wel eens willen weten. Ik kon er helaas niets over vinden. Foto: de Hommelzweefvlieg.

25 augustus 2014

Dat was even een vreemde gewaarwording toen ik een bruine kikker zag zitten op de tuinbank! Misschien was hij wel hogerop gevlucht voor de stortbuien die afgelopen week weer veelvuldig naar beneden kwamen. Als het heel hard regent, zien we de kikkers 's zomers uit de vijver komen en paniekerig over het gazon hopsen. Maar een kikker op de tuinbank...

Tussen het groen zitten nu heel veel jonge kikkertjes die dit jaar geboren werden. Als ik in de dichtbegroeide borders wat gras uit wil trekken, springen ze overal tevoorschijn. Deze zat zo grappig op het het Schildersverdriet dat het leek of het schuilde onder een blaadje van de Hondsdraf die er ook groeit.

23 augustus 2014

Altijd als ik deze gladiool in mijn tuin of moestuin zie bloeien, word ik een beetje trots want de bloem draagt mijn naam. Als dank voor het fotograferen van heel veel verschillende bloemen, mocht ik er een uitkiezen die ik het mooist vond en die zou naar mij vernoemd worden: Tineke. Rood is een moeilijke kleur om te fotograferen en in werkelijkheid is de kleur veel mooier. Het heet "een stevige gladiool" en daar ik hem niet als enige zo mooi vond, wordt zij inmiddels vermeerderd en in verkoop gebracht. Het is bijna niet te begrijpen dat er zo weinig mooie gladiolen in de winkels te koop zijn terwijl er beeldschone zijn ontwikkeld. Wit met teergekleurde meeldraden, lila, paars, vrolijk oranje, egaal gekleurd of met mooie keeltjes. Mensen die ze zien, zijn sprakeloos en worden er blij van. Dit weekend zijn ze te zien en te koop in Laag Soeren, een unieke kans ze mee naar huis te nemen. Kijk maar eens op www.challagladiolen.nl

22 augustus 2014

Op het Herikhuizerveld, een natuurgebied bij Rheden, staat zoals overal nu, de heide in bloei. En daartussen groeien gras en wilde planten. Toch kun je deze heide niet als "vergrassend" bestempelen. Hier groeien namelijk breedbladige grassen tussen de heide waardoor het gebied behalve paars ook probleemloos deels groen is. Heel anders dan wanneer de Bochtige smele en Pijpenstrootje de heide gaan overwoekeren.

En dat gebeurt onder andere op een stuk bij de bekende Posbank, een prachtig geaccidenteerd gebied dat door de laatste twee ijstijden gevormd werd. Hier groeit rijkelijk Bochtige smele en je kunt op sommige plekken de heide nog nauwelijks zien. Heidevelden zijn een tussenvorm tussen de arme kale zandvlakte en het bos. Als de heide niet beheerd wordt, zal die uiteindelijk verdwijnen en plaats maken voor bos. Vroeger was de mineralensamenstelling in de bodem anders dan tegenwoordig, nu vooral de uitstoot van stikstof de situatie bepaalt. Bestond ons land in 1833 bijvoorbeeld nog voor 20% uit heide, 130 jaren later was dat nog maar 2,6%. Begrazing is nodig om de grassen onder controle te houden. Soms wordt ook de heide afgeplagd of afgebrand. Maar door de stikstof in de bodem zijn de grassen veel sterker dan indertijd en komen die na het plaggen of branden weer net zo snel terug

Op de heide in het Herikhuizerveld krijgen planten licht en ruimte om te groeien. Er staat heel veel Tormentil tussen de paarse planten.

.

Ook het Grasklokje vindt er een plaats. Het is een prachtig gebied. Wie nog naar de bloeiende heide wil gaan kijken kan beter de Posbank in Rheden mijden zolang de zomervakanties in ons land nog niet zijn afgelopen. Het is er net een pretpark, zo druk. Gelukkig hebben we genoeg heide elders in het land om nog even te genieten van de rust en de sfeervolle paarse velden.

21 augustus 2014

Gisteren ben ik meegegaan met een "kadaverexcursie" van Natuurmonumenten, onder de noemer: leven en dood in de natuur. Het viel behoorlijk tegen. Ik verwachtte op diverse plekken een kadaver te zien en daarop en omheen een schat aan bijzondere insecten als doodgravertjes, aaskevers enzovoort. Op dit soort dierlijke resten kunnen honderden insecten leven. Maar de vele regen en kou van de afgelopen dagen waren er de oorzaak van dat er alleen maar vliegen te zien waren, en als je goed keek hun maden. De stank viel reuze mee. Dit hert lag er twee weken en was uiterlijk nog bijna geheel intact.

Van dit wilde zwijn was niet meer te zien dan zijn vachtharen en wat botresten. Het was er vier weken geleden neergelegd en het was toch verbazend te zien hoe snel dode dieren in het bos worden opgeruimd. Er lag er ook een die er pas kort geleden was gedumpt, die was goed herkenbaar, dus het meeste werk door insecten geschiedt in de weken daarna. Alles verdwijnt, tot de vachtharen toe. Die zijn normaliter terug te vinden in de nesten van vogels. Vlinders zitten op het kadaver om het uittredende vocht te drinken. Raven doen zich tegoed aan het vlees. Het klinkt allemaal onsmakelijk maar eigenlijk is het prachtig hoe een gestorven dier totaal in de kringloop wordt opgenomen. Dat de jacht op zwijnen en edelherten nu al in volle gang is, is eigenlijk raar maar heeft waarschijnlijk ook te maken met feiten als voorplanting en zwangerschap. Je kunt vanuit ethisch oogpunt geen hoogzwangere dieren gaan afschieten. Voor de natuur zou het echter veel beter zijn als de jacht aan het eind van de winter zou plaatsvinden.

De vier grote zoogdieren die er lagen, waren neergelegd binnen een omrastering van een paar vierkante meter. Alle door de kogel uit het leven geschoten. Dit raster moest verhinderen dat andere grotere dieren als vos en zwijnen er bij konden. Zou dat namelijk het geval zijn, dan zou er nu al niets meer terug te vinden zijn van de dode dieren dan bijvoorbeeld dit kaakstuk van een edelhert dat bewust buiten het omrasterde stuk was gelegd om het verschil te zien. De botten worden beetje bij beetje afgeknaagd vanwege het vet dat er nog in zit, en zullen op den duur ook verdwijnen. Er is wel eens kritiek op het neerleggen van kadavers in de natuur vanwege veronderstelde gevaren als ziektes. Maar volgens degene die de excursie begeleidde, gaven de gedragingen van jagers daar meer aanleiding toe. Die doden een hert of zwijn, snijden het ter plekke open, laten de organen achter in de natuur en nemen het vlees mee. De darmen bevatten echter de meeste bacteriŽn, ook ziekteverwekkers. Het was een stevige tippel om bij het afgerasterde stukje dodenakker te komen. Was het de moeite waard? Misschien was het dat op een ander moment wel geweest, nu was het voor mij een teleurstelling, ook al vanwege een paar narrige oude mannen die blijkbaar dove oren hadden en almaar liepen te fulmineren tegen de planten van het Jacobskruiskruid. Niet voor rede vatbaar!

20 augustus 2014

Behalve vliegen en berkenwantsen geven ook de fruitvliegjes deze zomer veel overlast. We hebben er nog nooit zoveel in huis gehad. Gelukkig is er een goede manier ze weg te vangen: vul een flesje met nauwe hals met wijnazijn en doe daar een drupje afwasmiddel bij. De vliegjes komen af op de azijn en het afwasmiddel verstoort de oppervlaktespanning op de vloeistof zodat de vliegjes er niet op kunnen landen maar meteen inzakken en verdrinken. Ze laten op die manier massaal het leven. Het zijn onhygiŽnische beestjes.

Onze inheemse fruitvliegjes (Drosophila melanogaster), die leven van overrijp fruit en etensresten, planten zich al twee dagen nadat ze uit de pop zijn gekomen, voort en leggen tot 400 eitjes die al na minder dan anderhalve dag uitkomen. Het is dus zaak ze goed te bestrijden door fruit af te dekken of in de koelkast te bewaren. Het is bijna ongelooflijk maar onder andere de hartcellen van deze vliegjes lijken heel veel op die van een mens. Om die reden konden Nederlandse onderzoekers de fruitvliegjes gebruiken om een middel tegen bepaalde hartritmestoornissen  te ontwikkelen. Dat is nog in de testfase.  In Europa, en sinds 2012 ook in Nederland, maakt met zich zorgen om de snel oprukkende Suzuki fruitvlieg. De Aziatische nieuwkomer heeft het voorzien op rijpend klein- en steenfruit dat nog aan struiken hangt en daarin eitjes legt. Het schijnt dat er enige aardbei- en framboosoogsten al voor 80% bedorven zijn vanwege de larven van deze fruitvlieg. Er moeten weer allerlei nare bestrijdingsmiddelen uit de kast worden gehaald om dit schadelijke insect uit te roeien.

19 augustus 2014

Even een update voor degenen die dat leuk vinden. De rupsjes van de Dennenpijlstaart zijn enige dagen geleden voor de tweede maal van jasje gewisseld; het vorige was alweer te klein geworden. Ze gaan er steeds mooier uitzien en zijn nu twee centimeter lang. De periode tussen de ene en de volgende vervelling noemt men "instar". Na de laatste instar verschijnt het imago. Dat is na vier, soms vijf vervellingen, afhankelijk van de soort. Goed is hier te zien dat rupsen verschillende pootjes hebben. Vooraan zitten de borstpoten en na een paar segmenten volgen dan de zogenaamde buikpoten. Aan het eind zit dan nog een naschuiver. Per vlindersoort kan het aantal buikpoten en naschuivers verschillen.

Met zijn monddelen werkt de rups zijn voedsel binnenboord. Onderaan de kaak zit bij veel vlinders ook een spinklier waarmee hij een cocon kan maken of zich vast gorden aan een takje. Ogen heeft hij ook maar daarmee ziet hij alleen verschil in  licht en donker. De meerdere ogen zitten opzij van de kop maar zijn zo klein dat je ze niet met het blote oog ziet. Ik tenminste niet.

Als steuntje voor het nylon insectengaas had ik een stok in het rupsenverblijf gestoken. Een van de rupsjes klom daar tegenop hetgeen mij een goede gelegenheid gaf hem te fotograferen. Daar de regenbuien  niet te stuiten zijn heb ik het vlinderverblijf maar even binnen gezet. Voor ik het gaas erover had gedaan verjoeg ik al een sluipwespje dat aan het jagen was. Erger waren drie zwarte wegmieren die er binnengedrongen waren. Op het moment dat ze een van de rupsjes begonnen aan te vallen hing ik er net weer een keer met mijn neus boven. De miertjes pakken lukte niet. Met een pincet ging het ook niet. Met een slimme doch gemene truc lukte het wel: een houten prikkertje dat ik eerst doopte in lijm. Dit soort dingen gebeurt in de vrije natuur natuurlijk ook en veel rupsen worden slachtoffer. Mijn rupsjes boffen dus dat ze nog even gevangen zitten.

18 augustus 2014

Niet alleen de regen maakt dat het al herfstachtig aanvoelt, de natuur is ook al druk in de weer met het komende seizoen. Bloesem is ingeruild voor vruchten en de Meidoorn (Crataegus) hangt al vol rode besjes. Al in de prehistorie gebruikte men de bessen die waarschijnlijk als voedsel genuttigd werden. Men leidt dit af uit het feit dat de besjes aangetroffen werden in de oude terpen uit die tijd. Voor vogels is de boom vanwege de doornen een veilige plek om een nest te bouwen. Voordat het prikkeldraad in 1873 verzonnen werd werden meidoornhagen overal gebruikt om het vee binnen te houden. In ons land zien we voornamelijk de eenstijlige en de tweestijlige Meidoorn. De Meidoorn wordt botanisch ondergebracht in de Rozenfamilie

De Amerikaanse eiken laten hun vruchten ook al vallen. Ook veel blad ligt al op de grond. Maar dat is geen teken van herfst. De harde wind rukt het van de bomen en dat zal eigenlijk ook wel zo zijn bij de eikels die nog heel vast in hun napjes zitten. De Amerikaanse eik (Quercus rubra)kleurt in de herfst prachtig rood en gelukkig is dat nog voorlopig nog niet aan de orde. Het gaat toch altijd al zo snel in de tweede helft van de zomer. De oorspronkelijke groeiplaats van deze boom is  Amerika. In dat land komen tientallen soorten eikenbomen voor. Deze, die zij Northern Red Oak noemen omdat hij het meest noordelijk van alle soorten ginds voorkomt, doet het ook in onze vaderlandse bodem goed. Pas in de 19e eeuw begon men hem hier aan te planten.

Ter vergelijk de eikels van de inlandse Zomereik (Quercus robur). Die heeft eikels op steeltjes en de eikels zijn ook veel langer. Het blad is kleiner en ronder dan dat van de Amerikaanse eik. De vruchten hebben anderhalf jaar nodig om aan de boom rijp te worden. Als straks alles van de bomen valt, is het feest voor o.a. de wilde zwijnen. Die zijn nu al weldoorvoed door het gunstige seizoen en kunnen dus over een poosje met een dikke speklaag op hun lichamen de winter in. 

17 augustus 2014

Zaaien is een leuke bezigheid, vooral als je niet weet wat je precies verwachten kunt. Daarom ook kocht ik een zakje zaadjes van de Mexicaanse dragon (Tagetes lucida) en zaaide ze in mijn moestuin. Hoewel de zon daar uitstekend terecht kan, duurde het toch heel lang voor de zaden opkwamen. Nu staan de plantjes in bloei en tonen kleine fel oranje, aparte bloempjes. Waarom zou je zoiets leuks niet gewoon in je tuin zetten? Dat ga ik volgende zomer dan ook doen. Ik heb een zwak voor alles wat klein en o zo fijn is. Op mijn lijstje wordt deze plant dus toegevoegd. Overigens ruiken de blaadjes naar niks, dat viel een beetje tegen omdat ze een "heerlijke anijsgeur" zouden verspreiden. Daaraan ontleent hij ook de naam "Anijsafrikaantje", en ja, het is familie van de Afrikaantjes. Door de Azteken werd de plant verbonden aan de god van de regen: Tlalok. Oei, dat wist ik niet. Misschien volgend jaar toch maar niet meer zaaien dan.....?

16 augustus 2014

In mijn moestuin staat de Venkel in volle bloei hetgeen mij verhindert de knollen te oogsten. Als ik waarneem hoeveel insecten er gewoonlijk door de bloemen worden aangetrokken, zie ik de venkel liever op de moestuin staan dan liggen op mijn bord. Venkel die de afgelopen winter overleefde bloeide al eerder, nu dus de planten die ik dit jaar gepoot heb. Hier is een van de vele soorten sluipwespen te zien. Hij behoort tot de groep parasitaire en solitaire wespen die het vooral op rupsen voorzien hebben. Het zijn zeer beweeglijke insecten met lange antennes, vaak met prachtige kleuren ook.

Nog een insect dat door de Venkel wordt aangetrokken is de Franse veldwesp. Een heel mooi beestje dat profiteert van het huidige klimaat. Wespen zijn er 70% minder volgens Natuurbericht en dat zou het gevolg zijn van de vele regen die de uitgevlogen werksters letterlijk wegspoelde, waardoor de larven van voedsel verstoken bleven. Dat de vele hoosbuien van de laatste tijd invloed hebben op insecten, vermoedde ik al. Zelfs op ons volkstuincomplex, waar toch een massa bloeiende planten staan, waren maar heel weinig vlinders of andere insecten te zien. De Koninginnepage die jaarlijks over de volkstuinen vliegt, heb ik niet gezien, evenmin de rupsen. Elk jaar kweek ik de rupsen op die ik van medetuinders krijg, ik vrees dat dit deze keer niet gaat lukken. De de vlinderpoppen die in de natuur aan halmen en takjes hangen, zijn door de heftige buien misschien ook wel erg kwetsbaar. Volgend jaar zullen we het merken. 

15 augustus 2014

Terwijl de echtgenoot enigszins ongerust in huis zat en zich zorgen maakte over zijn vrouwtje dat in het bos rondliep terwijl de regensluizen optimaal openstonden, liep datzelfde vrouwtje te genieten van het natuurgeweld. Je moet het ervaren om dat te begrijpen. Je wordt onderdeel van een enorm spektakel. Het neerkletterende water maakt een geweldig lawaai en overal beginnen rivierbeddinkjes zich te vullen. Spannend!

Langs de boomstammen stroomt het water omlaag met een hoeveelheid alsof halverwege een kraan wordt opengedraaid. Ook vanaf de dikke takken ontstaan waterstromen die op de bodem neersplenzen. Het water dat langs de stam stroomt voert algen en vuil mee waardoor onderaan de voet grote schuimmassa's ontstaan.

Water zoekt altijd een weg naar de laagste plek en in het bos ontstaan overal geulen die na elke regenbui verder worden uitgeslepen. Als het zo hard regent als gisteren zie je het omlaag stromen en verzamelen in kuilen en uitgesleten plassen. Het Veluwse zand komt boven en vormt uiteindelijk prachtige grafische taferelen.

Onderweg zag ik een zwam staan met een onwaarschijnlijk lange bruine steel van veertig centimeters. Ik heb hem opgemeten maar qua formaat past de hele paddestoel niet in dit dagboek dus volsta ik alleen met diens hoed. Hoe hij heet, weet ik niet, hij had witte lamellen. Ik vond het een vreemd gezicht, die malle lummel in de stromende regen.

Uiteindelijk moet je zelf een weg zoeken langs en door het water en de kleddernatte bladerlaag. Je broekspijpen zijn drijfnat, je schoenen doorweekt, maar o wat was het heerlijk! Niemand in het bos en jij alleen met de elementen.

14 augustus 2014

Dit leek mij wel een heel vreemde kikker, het leek wel of hij gedeeltelijk kleur miste. Dus legde ik de foto voor aan Waarneming.nl maar het antwoord was dat deze variant nog past binnen de normale kleurvariaties. Kikkers kunnen namelijk enorm verschillen van tekening en kleuring. De bruine kan groenachtig zijn, de groene bruinachtig en daar zit nog allerlei tussen. Die verschillen in kleur zijn het gevolg van de rangschikking en hoeveelheid pigmenten in de opperhuid van de kikkers. Maar de bruine kikker is te herkennen aan de donkere vlek opzij van de kop.

Onder de kikkers zijn echter ook echt afwijkende exemplaren, zoals dit oranje vrouwtje. Die afwijkingen hebben ook namen. Zou dit kikkervrouwtje normaal gekleurde ogen hebben dan zou ze "flavistisch" heten. Albinokikkers hebben rode ogen maar dan is hun huid kleurloos. Bij deze kikker zal dus iets anders aan de hand zijn. Misschien is ze wel blind, ik zal het eens proberen te achterhalen. Zoals op deze foto te zien is zijn de vrouwtjes duidelijk groter dan de kereltjes.

13 augustus 2014

Toen ik onze voordeur uitliep om een brief te gaan posten hobbelde net een grote rups van een pijlstaartvlinder over de stoep. Wat een knapen zijn dat toch! Het was een rups van de Lindepijlstaart (Mimas tiliae). Linde, die staat bij mijn weten niet in de buurt. Maar een Berk voldoet ook voor deze nachtvlindersoort. Zelf hebben we er twee in de tuin en langs de straat staan ze ook. Als je er al geen oog voor zou hebben merk je het wel aan de enorme troep die ze veroorzaken. Er is geen vegen tegen, daarom hebben veel mensen een hekel aan deze bomen. Maar onze gemeente vindt dat ze in onze dorpen horen vanwege "het doortrekken van de bosrijke omgeving in de bewoonde wereld",  zoals het indertijd gepresenteerd werd.

Het viel niet mee de rups in de hand te houden en met de andere hand een foto te maken want het beest bleef lopen alsof de vijand hem op de hielen zat. Heel begrijpelijk want de kleur van zijn lichaam gaf aan dat hij als rups uitgegroeid was en moest gaan verpoppen. Eerder was hij groen. Zijn instinct kan zo'n rups niet negeren. Hij was langs de berkenstam omlaag gekropen om in de grond zijn levenstaak te gaan vervullen. Tot mijn grote verbazing begon hij meteen toen ik hem op het gazon zette aanstalten te maken om de bodem in te duiken.

Ik zat erbij en ik keek ernaar, met diep ontzag! Stel je dat eens voor: een gazon bestaat uit gras dat groeit op grond die jarenlang belopen en vast getrapt is. In een verbijsterend tempo verdween de rups de grond in, gravend met zijn korte voorpootjes, de kop vooruit gericht. Je weet niet wat je ziet! En ik had dit nog nooit gezien.

De mooie blauwe doorn van de rups was nog net te zien voordat hij helemaal onder de grond verdwenen was. Daar kan hij zich tot tien centimeter diep de bodem inwerken om te verpoppen. De pop blijft daar liggen tot de winter voorbij en de lente weer aangebroken is. In mei zal er een vlinder uit de grond kruipen. Ik weet precies waar hij zit en loop er voorzichtig langs. De maaimachine til ik er zorgvuldig overheen en het gras ter plekke knip ik wel met de hand. Deze pijlstaart zat de winter wel doorkomen. In ons land arriveren 's zomers ook pijlstaartvlinders die door hun trekgedrag hier belanden. Ook die planten zich hier voort en verpoppen in de grond maar hun poppen bevriezen en gaan dood. Het is hier te koud voor ze om te overleven. Maar wie weet, als toch het klimaat steeds verder verandert!  De Lindepijlstaart zie je nooit op bloemen, zij heeft daar niets te zoeken want tijdens dit stadium van haar leven eet ze niet; ze heeft geen werkzame roltong om voedsel uit de bloemen te peuren. Een mannetje zoeken en voortplanten, dat is de opdracht. Zo blijft de soort in stand.

12 augustus 2014

Vliegen is een verzamelnaam van een heel grote insectenfamilie. Er zijn huis-, vlees-, bloem-, zweef- en sluipvliegen,om maar wat groepen te noemen. Lelijke vliegen, mooie vliegen, het loont de moeite ze eens te bekijken. Op het internet is er genoeg te vinden. Dit is een mooie sluipvlieg (Tachina magnicornis)  die ik op de Gulden roede aantrof. Sluipvliegen hebben lange borstelharen op hun achterlijf maar daar komt de naam sluipvlieg niet vandaan. Wel van de larven die parasieten zijn. De sluipvlieg legt haar eitjes op of bij de toekomstige gastheer die tijdens de ontwikkeling van de larven van binnenuit wordt opgegeten en een langzame dood sterft. Een gruwelijk verschijnsel in de insectenwereld.

11 augustus 2014

Al die berichten over drastische klimaatveranderingen in ons kikkerlandje nam ik aldoor met een korreltje zout. Natte zachte winters zouden we bijvoorbeeld krijgen, nou de horrorwinter die duurde tot heel ver in de lente van 2012 staat nog stevig in mijn geheugen met sneeuw en ijs en stervende dieren in de bossen. Natuurlijk gaat het om de som ter getallen, en dat het klimaat verandert merken we nu wel aan de enorme regenplenzen die telkens omlaag storten. Dat gaat in de toekomst misschien wel leiden tot aanpassingen in onze tuinen; minder hoge planten, steviger stengels. Het is tenminste nu almaar opbinden en vastmaken wat de klok slaat. Voor de vogels en insecten lijkt me dit heftige weer toch ook van invloed. We horen er vast nog over.

10 augustus 2014

Veel vlinders hebben hun fladderend bestaan alweer achter de rug. Zij paarden, legden eitjes en daaruit kwamen weer rupsen die nu op weg zijn naar hun verpopping. Deze rups van de Witte tijger (Spilosoma lubricepeda) zag ik in mijn volkstuin rondkruipen, zoekend naar een geschikte plek om te verpoppen. Pas het jaar erop komt de vlinder uit. Deze rupsen kunnen heel hard lopen en het kostte enigszins moeite hem een paar tellen tot stoppen te brengen. De rupsen leven vooral op kruidachtige vegetatie.

En dit is het imago. De Witte tijger, die behoort tot de beervlinders, een ondersoort van de familie spinneruilen en  in het hele land wel is aan te treffen. De dagactieve nachtvlinder brengt per zomer maar een generatie voort. De meeste beervlinders hebben harige lichamen als rups maar ook als vlinder. Ik heb het imago niet vaak gezien, de rupsen heb ik al menigmaal gevonden. Toch is de vlinder heel algemeen. De vliegtijd loopt ongeveer van half april tot half augustus. Mooie vlinder maar waarom hij "tijger" heet is me een raadsel.

En hier een update van onze rupsjes van de Dennenpijlstaart die 2 augustus uit hun eitjes kropen. Ze hebben intussen hun eerste vervelling achter de rug en zien er nu heel anders uit. Knalgroen, en dat maakt het heel moeilijk ze tussen de dennennaalden terug te vinden want ze zijn nog steeds klein, ruim een centimeter. Fotograferen is al helemaal moeilijk tussen die wirwar van naalden. Rupsen doen niets dan eten en groeien als kool. Maar hun jasje groeit niet mee, daarom moet het van tijd tot tijd verwisseld worden voor een grotere maat. Ze knappen uit het oude en daaronder zit een nieuwe. Zo gaat dat een paar keer door tot ze volwassen rupsen geworden zijn. De ene vlinder doet dat in een week of drie, deze rupsjes vervelden pas na 15 dagen voor het eerst en zullen pas eind september uitgegroeid zijn en willen verpoppen.  Tegen die tijd zet ga ik ze in de Grove den naast onze tuin zetten.

9 augustus 2014

Een wolf in schaapskleren, dat is de mooie Zwavelzwam (Laetiporus sulphueus) die in de late zomer en de vroege herfst te zien is. Het is een parasitaire paddestoel wiens woekerende schimmeldraden houtrot veroorzaken en de boom binnenin totaal kunnen uithollen. In de meeste gevallen zie je de zwam groeien op levende loofbomen. Dit echter is een deel van een aantal schotels dat over de hele breedte van een oud en dood stuk stam groeit. Als wandelaar kan het je bijna niet ontgaan, de heldere geeloranje kleuren spatten als het ware van de donkere bosgrond.

Even verderop zag ik deze mooie Platte tonderzwam (Ganoderma lipsiense). Er waren er meerdere en een paar waren al helemaal bestoven door de bruine sporen. Alsof iemand een doos cacao over de zwam had uitgestrooid. Hij leeft zowel op levende loofbomen als op dode stronken. Houtzwammen kunnen gutteren, zoals dat genoemd wordt. Ze zweten het teveel aan opgenomen vocht uit aan de randen van de zwam. Dat vocht krijgt door bestanddelen van de zwam een bepaalde kleur.

Vlak voor het verlaten van het bos zag ik een groep Ruwe russula (Russula virescens) staan. Paddestoelen op stelen blijven nooit gespaard van vraat. Zelden kom je een gave paddestoel tegen en dan is het er een die net zijn kop boven het maaiveld heeft uitgestoken. Hier ligt een mestkever laveloos op een afgevreten hoed, of misschien leeft hij niet eens meer. Gestorven in het harnas. Hier aan de Veluwezoom heeft het de afgelopen nacht stevig geregend, een hoeveelheid vocht die de bosgrond vast geschikt maakt voor het verschijnen van nog veel meer paddestoelen in de komende dagen..

7 augustus 2014

De Pyamawants (Graphosoma lineatum) laat zich nu volop zien al wil hij liever niet bekeken worden! Hij behoort tot de groep randwantsen, genoemd naar de randen die buiten hun schild zitten. Ze zuigen met hun steeksnuiten aan bladeren en vruchten. Het is duidelijk paringstijd want overal zie ik koppeltjes in de bloemen van de Venkel die zich bezighouden met de voortplanting. Samen met de bladluizen en cicaden behoren wantsen tot de groep halfvleugelen: hun voorvleugels zijn voor een deel verhard en voor een deel doorschijnend vliesachtig.

De mooi gekleurde pyamawantsen zijn aan de bovenkant gestreept en worden daarom ook wel gevangeniswants genoemd. Hun buikzijde is precies het tegenoverstelde, die vertoont een mooi blokjespatroon. Wantsen zijn altijd erg op hun hoede, zodra ze beweging waarnemen laten ze zich vallen of kruipen weg. Veel vijanden hebben ze echter niet vanwege hun stinkklieren waarmee ze vijanden afschrikken. De wantsen overwinteren op de bodem tussen grassen of in de strooisellaag.

6 augustus 2014

Op 31 juli schreef ik over een mereltje dat uit het nest gekropen was en de wereld enigszins argwanend bekeek vanuit de toppen van onze Klimhortensia. Ik heb me intussen zeer verbaasd over het gedrag van deze jonge vogel. Vanaf het moment dat hij uit het nest klom heeft hij negen dagen op takjes gezeten, met eindeloos geduld wachtend tot zijn moeder hem kwam voeren. Zijn zusje of broertje uit hetzelfde nest was al meteen de wereld gaan verkennen en werd onder de vleugels genomen van zijn vader. Hij is in geen velden of wegen meer te zien. Driemaal heeft deze jonge merel zich een stukje verplaatst. De eerste keer via dit hekwerk naar een stuk hortensia dat drie meter verder tegen de muur groeide. Vandaar in een mislukte vliegpoging in een hoge plant en als laatste klauterde hij omhoog in de Duitse pijp bij de Krentenboom en heeft weer drie dagen onder diens enorme bladerdek gezeten.

Het mereltje maakte alleen maar geluid als zijn moeder zich door het gebladerde worstelde om hem te voeren, verder hield hij zich muisstil. Ik begon me zorgen te maken, negen dagen uit het nest en dan nog steeds op een takje! Maar kijk, opeens hoorde ik hem luid piepend in de kalende Krentenboom zitten. Bijna zo rond als een tennisbal. Tja, wat wil je, energie heeft hij niet verspild, hij zat alleen maar op te vetten en te slapen. Normaliter hippen die beestjes bedelend achter hun ouder aan maar deze heeft nog geen poot op de grond gezet. Als een steenuiltje klom hij steeds omhoog, dat leek hem zeker veiliger. Dezelfde dag vloog hij een stukje naar een boompje verderop. "Hij vliegt!!!", liep ik luidkeels naar mijn echtgenoot, want ik zag het natuurlijk weer net gebeuren. Ach, waren alle zorgen slechts van deze kleinheid.

5 augustus 2014

Het vlindertelweekend heeft hier niet veel opgeleverd. De droogte en van tijd tot tijd de plensbuien eisen hun tol. In de droge bodem overleven de bloeiende planten wel maar produceren niet of nauwelijks nectar. Het schamele resultaat dat ik telde was niet meer dan wat Boomblauwtjes en Witjes die er altijd wel zijn, een enkele Citroenvlinder en twee Atalanta's. Tevens een Hoornaar maar dat is geen vlinder. Zelfs het neergelegde fruit kon er niets aan veranderen. En dat terwijl wij toch veel vlindervriendelijke planten hebben die momenteel staan te bloeien.
Het kleine spinnencoconnetje van 3 augustus is dat van de Kleine Boskogelspin (Paidiscura pallens), zo liet een lezeres mij weten. Waarvoor dank!

4 augustus 2014

Afgelopen zondag is Henk Eggelte, schrijver van onder meer de Veldgids Nederlandse flora overleden. Henk was een bezield plantenliefhebber die met eindeloos geduld probeerde zo accuraat mogelijk, en vooral toegankelijk voor iedereen, plantengegevens te ordenen in zijn levenswerk die deze flora was. Menigeen, waaronder mij, heeft hij geÔnspireerd met zijn liefde voor wat groeit en bloeit. Hij deed dat in woord en geschrift en tijdens de excursies die hij leidde. Onder zijn leiding zat ik samen met hem in een team dat een IVN-Natuurgidsencursus verzorgde hetgeen wij als hecht en eigenzinnig team een geweldige ervaring vonden. Binnenkort ligt de herziene Veldgids in de winkel. Henk heeft hard gewerkt om dit nog geheel naar zijn zin te laten verlopen en gelukkig werd hem die tijd nog gegund. Op de nieuwe gids prijkt een Zwanenbloem op het omslag en met de mooie Zwanenbloem wil ik hem eren. Ik zal hem missen!

3 augustus 2014

Klein maar fijn is het thema van vandaag. Op de onderkant van een blad dat ik van de Duitse pijp knipte zat een heel klein wit frutseltje van hooguit drie millimeter. Ik vermoedde dat het een mini coconnetje van een spin zou zijn en eenmaal vergroot op de computer bleek dit zo te zijn. Allerlei kleine spinnetjes maken dit soort wiegjes voor hun kroost dat er veilig in zit opgeborgen. Eerst een eitje en dan een spinnetje. Al die coconnetjes hebben weer een eigen vorm. Prachtig! Helaas weet ik niet welk spinnetje dit maakte.

Op het blad van de Pronkboon die ik langs de rozenboog laat groeien omdat de bloemen vlinders trekken, lag een heel klein bruin dingetje. Zo klein als een speldenknop. Wat zou het zijn, een eitje of een zaadje. En wederom gaf het computerscherm uitsluitsel en bleek het een zaadje te zijn. Er zitten draadjes aan, zouden die zijn om het zaad te vervoeren? Ik weet het niet, het zou zomaar zo kunnen zijn. Het is zo verrassend om dit soort dingetjes onder ogen te krijgen!

2 augustus 2014

Van een vriendin kreeg ik een minitomaatje waarop vlindereitjes gelegd waren. De bewuste vlinder was op een van deze mooie zomeravonden de keuken binnen gevlogen en had toen 's nachts waarschijnlijk in "barensnood" verkeerd en haar eitjes afgezet op een tomaat die met een paar andere in een bekertje lag. Toen dit de volgende morgen ontdekt werd, is de vlinder snel buiten gezet om haar te redden en de tomaat ging dus naar mij. Misschien leuk voor een foto.

Na het maken van foto's besloot ik af te wachten welke rupsjes uit de eitjes zouden komen. Maar als je niet weet om welke vlinder het gaat, wordt het bijna onmogelijk de rupsjes in leven te houden omdat die het juiste voedsel niet krijgen. Elke vlinder of rups heeft zo zijn eigen waardplant. Soms is dat er ťťn, soms zijn dat er meerdere. Intussen probeerde ik via de website Waarneming.nl of een van de specialisten daar de eitjes zou herkennen. Helaas geen reactie, het is ook eigenlijk onmogelijk, er zijn zoveel gele eitjes.... Maar toen werden ze geboren!

De dag ervoor zag ik al dat in de gele eitjes een zwart puntje te zien was, het koppie van de rups. Zo klein als ze zijn spinnen ze na hun geboorte meteen al een draadje waarmee ze hun achterlijf vastzetten op de ondergrond om op hun gemak de eischaal op te eten. Toen de eitjes waren uitgekomen en ik de minuscule rupsjes van nog geen centimeter lang zag liggen in de vaas waarin ik ze had ondergebracht, heb ik er snel een geportretteerd en weer naar Waarneming gestuurd: "wie kan de hongerdood van deze rupsjes voorkomen, wie herkent ze". En ja hoor, Tjitske wist het, ze dacht aan de kinderen van de Dennenpijlstaart. Bingo! Ik heb snel een tak van de Grove den geplukt en de rupsjes erop gezet.

Die kwamen daar meteen tot leven en ik zag hoe ze naar de topjes van de naalden kropen en die eenzijdig afknaagden tot de naalden leken op een mini kartelmesje. Het zijn wat je noemt schattige rupsjes met al een pikzwart stekeltje achterop, de pijl van de Pijlstaartvlinder. Het viel allemaal tijdig op zijn plek. Pas uitgekomen rupsjes eten eerst hun eischaal op en beginnen dan meteen te eten. Ze moeten hard groeien, vervellen en verpoppen. Dat laatste doen ze in de grond, waar ze overwinteren.  Ik was weer getuige van een van de wondertjes in de natuur. En nu maar weer hopen dat ze opgroeien tot prachtig gekleurde volwassen rupsen. Vandaag ga ik de tijd nemen om ze eens beter op de foto te zetten. Spannend allemaal.

1 augustus 2014

Ik schreef al eens eerder over het Soerense Broek, een voormalig landbouwgebied bij Spankeren (gem. Rheden) dat door Natuurmonumenten in 2002 werd afgegraven met de bedoeling er een stuk natuur voor terug te krijgen. In augustus vorig jaar werd daar een groot oppervlak aan toegevoegd en in het vroege voorjaar van dit jaar was het klaar. Na het afplaggen en dempen van sloten ontstond er een kaal terrein met droge en natte plekken en dat was precies de bedoeling

Inmiddels is er een groen tapijt van planten gekomen en vogels hebben de ondiepe plassen al geannexeerd. Ganzen lummelen er wat rond, kikkers kwaken overal en kieviten die je hier nauwelijks  hoorde of zag vanwege het intensieve onderhoud van de landbouwgronden, buitelen door de lucht en foerageren langs de waterkanten. Geweldig om ze weer te horen. Het is verbazingwekkend hoe het gebied een totaal andere aanblik gekregen heeft in zo weinig tijd. De natuur is beresterk en er zal hier nog veel moois uit de grond komen als allerlei zaden van verloren gegane en bijzondere planten zullen ontkiemen. NM hoopt op de terugkeer van nat schraalgrasland op de droge plekken en blauwgrasland op de natte. Spannend om te volgen!.

31 juli 2014

Ziehier het jonge mereltje dat drie dagen geleden uit zijn nest klom. Ik zag toevallig gebeuren hoe het met zijn korte vleugeltjes door de takken van de Klimhortensia worstelde om bovenaan te komen. Daar zit het prinsheerlijk te wachten tot het gevoerd wordt, doet af en toe de oogjes toe voor een dutje, in afwachting van het moment dat het kan vliegen. Dit heb ik niet eerder gezien, ik ken alleen maar jonge mereltjes die het nest uitrollen en op de eerste dagen kwetsbaar voor katten over de grond  tussen de planten rondscharrelen. Pa en ma merel hebben het ditmaal dus makkelijk, ze hoeven niet te zoeken waar hun kind zit en in de gaten te houden of het wel goed gaat allemaal.

30 juli 2014

De Kamperfoelie heeft bloemen die bijna tropisch aandoen vanwege hun bouw en zwierigheid. Deze staat al een halve eeuw in onze tuin en ooit werd hij op mooie zomeravonden 's avonds bezocht door heel veel nachtvlinders die de geurende nectarkroeg aandeden. Ik zie dat nooit meer. In het Engels heet hij Honeysuckle, een leuke kneuterige naam. Zijn Franse naam is ChŤvrefeuille, dat klinkt zeer chique maar dan moet je niet weten dat de vertaling van dat woord Geitenblad is. En dat is dan weer een naam die ook wel in onze taal gebruikt wordt. Door sommigen wordt de bloem verbonden met begrippen als heimwee, gemis en nostalgie. Door mij met een mooie warme zomeravond als de geur van de bloemen je dichterbij lokt.
De munt die gisteren voorbij kwam, is geen Wollige munt maar Watermunt.

29 juli 2014

Schreef ik gisteren over het bos dat al wat bejaard gaat worden - en dan bedoel ik natuurlijk qua aanzien -, veel bloeide er ook al niet meer.  Ik kwam wat Brunel (Prunella vulgaris) tegen, een aardig plantje dat op allerlei plekken in het bos groeit. In het Nederlands wordt het Bijenkorfje genoemd; het lijkt er wel wat op als het na de bloei bruin verkleurt.  Na een poosje blijven slechts de bloembodems over en dat is weer een heel grappig gezicht. Met zijn kruip door, sluip doorstengels werkt het zich door het omringende groen. Het plantje bloeit de hele zomer vrolijk door.

De tweejarige Gewone klis (Arctium minus) heeft nog twee familieleden: de Grote - en de Donzige klis. Na de bloei komen er zaden aan die door hun haakjes overal aan blijven vast zitten. Door mens en dier worden zo de zaden verspreid. Ik vond slechts een enkele plant langs een pad. Het is een uitstekende bijen- en vlinderplant met grote frisse bladeren.

Op een bepaalde plek in het bos groeit al jarenlang een groep planten van de Wollige munt (Mentha x nilaca). Ook Bosmunt of Aalkruid genoemd. De mooie paarse bloemen trekken veel veel insecten aan; er is praktisch geen bloem waar niet een bij of zweefvlieg op zit. (Correctie: Moet zijn: Watermunt)

En dit is het Muntvlindertje (Pyrausta aurata), een dagactieve grasmot van hooguit anderhalve centimeter. Ik vond hem niet op de Munt in het bos maar in de eigen tuin op Koninginnekruid. Het vlindertje vliegt op allerlei kruiden, maar als je wat muntplanten in je tuin hebt, verschijnt hij met vele tegelijk. Toen ik hem zag realiseerde ik me dat ik hem dit jaar nauwelijks aantrof in de tuin. Vorige herfst heb ik een verwilderd stukje tuin gefatsoeneerd waarbij de aanwezige Munt onbedoeld verdwenen is. Snel weer op zoek dus naar een stukje dat ik weer in de tuin kan brengen, want hoe meer vlinders, hoe meer vreugd.

28 juli 2014

Gisteren ben ik maar weer eens een eind gaan zwerven door het bos dat ik de laatste tijd nogal verwaarloosd heb ten faveure van mijn huis- en volkstuin. De zomer is al een eind op dreef en begint een beetje bejaard te worden. In het bos viel niet veel te beleven en soms had ik het gevoel dat ik in de herfst liep in plaats van midden in de zomer. Ik vond een plek met een heleboel kleine paddestoeltjes, de Zwerminktzwam (Coprinus disseminatus). Leuk en heel fragiel.

In een oude beukenlaan groeiden groene paddestoelen waarvan de hoed nog maar pas boven de grond was gekomen. De Ruwe russula (Russula virescens), een soort die als kwetsbaar op de Rode Lijst staat. Hij groeit in symbiose met de beuk en vooral op voedselrijke zand- en leembodem. En die hebben we hier.

Als de Ruwe russula volgroeid is breekt de huid van de hoed open in hoekige schilfertjes, je kunt al een beetje zien hoe dat wordt.

Op een sterk rottende beukenstam vond ik ook nog deze prachtige slijmzwam: Gewoon ijsvingertje (Ceratiomyxa fruticulosa) . Op 13 juli liet ik hem al eens zien maar toen had hij erg te lijden gehad door de regen. Deze vingertjes staan er prachtig bij. Ik vind het een van de leukste van de groep slijmzwammen.

27 juli 2014

In onze omgeving groeien heel veel berkenbomen. Eens in de twee of drie jaren heeft de Ruwe berk (Betula verucosa), want daar gaat het om, een mastjaar. Dat dit nu het geval is kunnen we wel opmaken uit de gigantische hoeveelheid zaad die momenteel verspreid wordt. Alles is er mee bedekt en zelfs binnenshuis tref je het aan waar maar een raam of deur heeft open gestaan. Buiten eten is bijna ondoenlijk geworden. Al op de leeftijd van vijf of zes jaar kan een jonge Berk zaad produceren en een volwassen exemplaar kan wel tien miljoen zaden verspreiden. Geen wonder dus dat deze boom een pioniersfunctie wordt toegedicht. Op kapvlaktes of na een brand zijn de berkenzaden er als eerste bij om te ontkiemen.

Daarbij komt dat de Berk een makkelijke groeier is. Hij stelt weinig eisen aan de bodem maar houdt niet van schaduw. De boom is uitstekend bestand tegen extreme weersomstandigheden en uiteindelijk kan hij een leeftijd bereiken van 80 tot 120 jaar al zal tegen die tijd de bast nog zelden gezond zijn. Een nadeel is wel dat de Berk een tamelijk oppervlakkig wortelgestel heeft en bij zware storm niet bepaald standvastig blijkt. Een halve eeuw geleden hebben wij twee zaailingen die gedoemd waren te worden verwijderd, in onze voortuin gepoot. Soms heb ik daar flink spijt van maar dat is alleen tijdens de bloei en zaadtijd. 's Winters ben ik weer blij met ze als ik allerlei vogels aan de takjes zie hangen op zoek naar achtergebleven zaadjes.

26 juli 2014

Door het diverse voedselaanbod en het ontbreken van vijanden trekt de Steenmarter steeds verder het land en de bewoonde wereld in. Vanuit Duitsland rukken ze via het oosten van ons land op en daar is niet iedereen blij mee. De Steenmarter heeft helaas iets met rubber en vreet dat in geparkeerde auto's  af van V-snaren en bougiekabels. Dit risico blijkt  trouwens te voorkomen door simpelweg een glorix wc-blokje onder de motorkap te bevestigen. Marters trekken ook regelmatig de huizen in en dat is een ramp voor de bewoners. Ze maken een hoop kabaal, laten er hun stinkende urine en ontlasting achter en ze mogen niet gedood worden omdat ze door de flora- en faunawet beschermd worden. Schrikdraad spannen op zolder kan het probleem oplossen voor de gedupeerde bewoners, zo las ik ergens.

Maar wat als je een natuurliefhebster bent in hart en nieren en jonge, speelse steenmarters in je tuin ontdekt! Het overkwam een van mijn vriendinnen die nog net iets dichter bij de bosrand woont dan ik. Zij verjaagt ze niet maar lokt ze met pindanetjes. En zo komt een stel jonge martertjes vanuit het bos op alle uren van de dag in haar tuin en gaan dan driftig aan de slag met het losbijten van die netjes. Zo kunnen ze uitgebreid bekeken worden. 'Nachts hoort ze de marters bakkeleien in de boom die in haar tuin staat. In ons dorp zijn wij wel gewend aan het wild dat normaliter in de bossen leeft. 's Winters wandelen de edelherten door de straten op zoek naar lekkers, de das bezoekt menig tuin en de steenmarters worden alom gezien bij de huizen aan de bosrand. Je kunt dat afschuwelijk vinden en je kunt er mateloos van genieten. Het laatste is leuker. De foto's werden vanachter het raam gemaakt en ik kreeg ze toegestuurd.

25 juli 2014

In allerlei tuinen, ook bij ons, verschijnen elk jaar meer van die slijmerige bruine slakken en vooral in de avond, als het gras vochtig wordt, zijn ze daar massaal te zien. Zoveel dat ik vorig jaar begonnen ben ze weg te vangen. Het gaat om de Spaanse wegslak (Arion lucitanicus) en ze kwamen hier oorspronkelijk niet voor. De slakken kwamen in ons land terecht dankzij de invoer van planten en groenten uit de Europese Unie en deze slakken komen uit het zuiden van Europa. De eitjes, vaak in potplanten gelegd, en de jonge slakjes kunnen gemakkelijk onopgemerkt hier binnenkomen. Vaak verdringen exoten de oorspronkelijke dieren en dat gebeurt hier ook. De Spaanse verdringt de inheemse Oranje naaktslak (Arion rufus) die je onder andere veel in de bossen ziet. Dat oranje exemplaar zagen we altijd in onze tuin, nu niet meer. De Spaanse aardslak kan wel 400 eitjes leggen, bij warm en vochtig weer kunnen die al na een dag of vijf uitkomen. En dan begint de vraat aan onze planten en daar kunnen ze wat van hoor! Gisteravond zag ik er twee paren. Dat is een merkwaardig gebeuren. Deze slakken zijn hermafrodiet, ze hebben zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen en kunnen zichzelf bevruchten. Toch bevruchten ze regelmatig elkaar waarbij ze via hun uitgestulpte geslachtsorganen zaadpakketjes aan elkaar overdragen. Een langdurig proces dat uren kan duren. Elke avond loop ik door de tuin voor het helemaal donker is. Sinds vorig jaar heb ik er al honderden weggevangen.

24 juli 2014

In de tientallen jaren dat wij vijvertjes hebben in onze tuin kregen we elk voorjaar bezoek van de Bruine kikker. Even verderop had iemand de Groene kikker in zijn grote vijver en ik hoopte al die tijd dat dit amfibie ook onze tuin eens zou aandoen maar het gebeurde nooit. Gisteravond echter, de avond begon al te vallen en het licht werd minder, ontdekte ik tot mijn vreugde en verbazing een kikker met een spitse snuit en een groene streep over zijn rug. Hoera, de Groene kikker! We hebben er officieel drie van maar welke van deze soorten groene kikkers dit is, weet ik niet. Ze kunnen enorm verschillen in kleur. Misschien is dit een bastaardkikker, die hebben we ook nog. Groene kikkers zijn erg gesteld op hun privacy, je kunt ze niet goed benaderen en ze verdwijnen meteen onder water als ze beweging gewaar worden. Ik kon dan ook niet dicht genoeg naderen voor een mooi portret. Groene kikkers blijven meer aan het water gebonden dan de bruine dus wie weet, bevalt het hem hier en blijft hij in de buurt. Veel mensen vinden het gekwaak van de groene kikkers onverdraaglijk, vooral natuurlijk dichtbij huis. Ik daarentegen vind het prachtig en mocht zich hier een grote groep vestigen dan zal ik ze niet verwijderen want ze zijn beschermd door de flora- en faunawet. Je mag ze niet vangen, meenemen of verplaatsen. Mocht mijn hoop dus ooit in vervulling gaan, dan wordt het bonje met de buurt.........

22 juli 2014

Het Koninginnekruid had het zwaar bij de hitte van de afgelopen dagen. In de brandende zon gingen de bladeren hangen als slappe vaatdoeken. Dit doet de plant om het oppervlak van het blad te verkleinen zodat de huidmondjes minder water verdampen. Als er genoeg water in de bodem zit, wordt het blad weer snel glad gestreken zodra de zon weg is.

De bloemen hebben er minder onder te lijden. Die wemelen nu van de insecten. Bijen, zweefvliegen groot en klein, en ook vlinders bezoeken de bloemen en vechten bijna op een plekje, zo lijkt het wel.

Een nachtvlindertje dat ik nog nooit gezien had: het Roodbruine heide-uiltje (Anarta myrtilli), ook op het Koninginnekruid. Een soort die normaliter voorkomt op de heide, die het biotoop is van zowel vlinder als rups. Een dwaalgast, zullen we maar aannemen want dichtbij ons bosgebied ligt geen heideveld, of het zou het piepkleine veldje moeten zijn dat in ons dorp ligt. De biotoop daar lijkt me alleen wel heel klein, maar wie weet. Het mereltje waar ik gisteren over schreef heeft het zwaar gehad vanwege alle regen die gisteren en de afgelopen nacht gevallen is. Vanmorgen zag ik vrouw merel een tijd op het nest zitten om het jong op te warmen; het is nu een week oud. Met de komende warme dagen op komst moet het lukken succesvol door de nestperiode heen te komen. Voor jongen in open nesten kan het bij langdurige regen slecht aflopen.

21 juli 2014

Mensenkinderen, wat was het warm de afgelopen dagen. Van zaterdag op zondag beleefden we net niet de warmste nacht ooit. De vogels wisten ook niet meer waar ze het moesten zoeken, en deze merelvrouw had nog wel een jong te verzorgen...

Het enige kind zat in het nest te puffen van de hitte. Vanaf de grond kon ik door de takken van de klimhortensia nog net het opengesperde snaveltje zien dat omhoog stak alsof het om hulp riep.

Opeens werd langzaam de lucht donker en dreigend en volgeladen buienwolken bouwden zich op aan de hemel. Toen barstte het los, even uitbundig als het eerder warm was. Het kletterde, hoosde en in een paar tellen stonden straten en tuinen blank. Zelfs een paar kikkers vluchtten ons huis binnen.

In korte tijd kletterde een enorme hoeveelheid water neer op de dorstige grond. Toen klaarde de lucht weer op, werd het weer licht en droog. En het mereltje, wat zou daar mee gebeurd zijn. Ik heb meteen gekeken maar zag niets. Misschien lag het als een vodje kleddernat in het nest, of zou het de hoosbui niet doorstaan hebben. Pas drie dagen uit het ei. Maar gelukkig, het voeren begon weer. Vanmorgen storten opnieuw hoosbuien omlaag, wat een vuurdoop.

20 juli 2014

Tegenwoordig is het gangbaar het grasland tweemaal per zomer te maaien. De eerste keer rond eind juni en daarna nog eenmaal in augustus. Het bloeiende gras dat gemaaid wordt voor dit doel moet een paar dagen blijven liggen om te drogen, daarna wordt het als hooi machinaal opgeschud. Dan komt er een persmachine aan te pas die het hooi in balen perst. Vroeger werden de balen op die manier opgeslagen in een goed geventileerde schuur maar tegenwoordig worden de balen steeds vaker verpakt in plastic. Het voordeel van onverpakt hooi is dat de kwaliteit goed te controleren is. Maar gras dat verpakt wordt, krijgt geen licht meer waardoor bepaalde bacteriŽn, schimmels en beestjes geen kans krijgen. Bovendien gaat in de verpakte balen de het ph-gehalte  omlaag, met dezelfde uitwerking.

Wat een verschil met hoe onze voorouders dat allemaal deden. Alles en iedereen moest meehelpen met het zware werk dat gedaan moest worden als het mooi weer was, en afgerond zijn voor de regen kwam. De hele familie werd ingezet. In mijn schoolklas hingen een heleboel van dergelijke schoolplaten aan de wand en als je "over ging" naar de volgende klas hingen daar weer andere. Ik heb me er heel wat keren door laten afleiden want het waren verhalen op zich! Nu gaat het allemaal vele malen sneller en makkelijker. Niet alles uit het verleden is het behouden waard maar die zeis moet terug bij de plantsoenendiensten zodat we verlost worden van het huidige helse kabaal.

19 juli 2014

De zomer is inmiddels op haar hoogtepunt en strooit met tropische dagen. De laatste nesten van de kool- en pimplelmezen zijn nu leeg en de uitgevlogen jonge vogels zoeken net als hun ouders verkoeling in het water. Daarvoor staan in onze tuin op diverse plekken waterschalen. Wat onwennig staan ze eerst naar dat water te kijken, dan voorzichtig met de pootjes erin en snel met een duikbeweging in het koele vocht terwijl ze met de vleugeltjes het water over hun lijfjes roeien. Ik verbeeld me dat zo'n vogeltje daarna verheerlijkt zit te denken: hŤ, zalig! Omdat de een na de ander een duik neemt, mussen, merels, meesjes, tjiftjaf en vink, moet het water een paar keer op een dag ververst worden want ze drinken er ook van. Bovendien wordt het water net zo warm als de buitentemperatuur en zelf zou je toch ook niet in een plas van dertig graden willen zwemmen, lijkt me. Water in de tuin is een onmisbaar element. Als je geen plek hebt voor een vijvertje kun je kunststof plantenschotels neerzetten. Je zult er rijkelijk voor worden beloond met de komst van heel veel vogeltjes. Zet ze goed in het zicht, liefst op een wat hogere plek en het is genieten!

18 juli 2014

Wat een gruwelijke  vliegramp! Wat een rampzalig begin van een vakantie. Wat een vreselijke wereld is dit geworden. Vandaag maar eens geen radio aan en de krant ongelezen in de papiercontainer. Ik wil het even allemaal niet meer weten.

17 juli 2014

De beuken aan de Veluwezoom staan overladen met beukennootjes in de dop. De eiken leveren daarentegen minder vruchten dit jaar en gelukkig wordt dat dus gecompenseerd door de beuk. Pas nadat hij een jaar of zeven oud is, begint de Beuk (Fagus sylvatica) voor het eerst te bloeien. Staat hij in open terrein dat doet hij dat een paar jaar eerder. Beuken vind je niet aan de kust, daar is de invloed van de zee te groot. In het binnenland vind je ze voornamelijk op de Veluwe en in Zuid-Limburg. Ik prijs me gelukkig met prachtig beukenbos dichtbij huis. Het is er heerlijk toeven op warme dagen als die ons komende week te wachten staan. Door hun enorme kronen bereikt het zonlicht de bosbodem niet en dat is dan ook de reden dat er onder de beuken niets wil groeien. Droogte kunnen deze bomen slecht verdragen hoewel ze een wortelstelsel hebben dat een flink stuk de bodem in gaat. In heel droge zomers gaan er dan ook vaak veel beuken dood. Momenteel zie je al heel veel krentenbomen lijden onder een te weinig aan water in de bodem. Ze staan er treurig bij met verdord bruin blad. In het bos is alles nog groen. De toevoeging sylvatica in de naam van de beuk betekent "bosbewonend en in het wild groeiend".

16 juli 2014

Na twee dagen in het volle en drukke Den Haag is het thuiskomen in mijn rustige groene dorp weer een verademing. Snel nog even het bos in voor het donker wordt. Maar ik lijk aan zinsbegoocheling ten prooi te vallen. Ik denk in een flits een hert te zien liggen.....

........ en zie ik nu een haas of is dit ook een zinsbegoocheling?

Ik denk een ree door het hoge gras te zien gaan....., of is dit soms een illusie?

Gelukkig, dit is echt. Een reegeitje dat uit de dekking komt. Nu mensen uit het bos verdwijnen durft het wel weer tevoorschijn te komen. Nog even en de avond valt over het bos, dan is dit domein weer van de dieren.

14 juli 2014

Nadat al geruime tijd vaststond dat het meest gebruikte landbouwgif imidacloprid, uit de groep neonicotinoÔden, de dood voor bijen betekende, nu is dus ook komen vast te staan dat het letterlijk en figuurlijk een strop is voor vogels die er massaal aan sterven! Er wordt zelfs een verband gelegd met het verdwijnen van soorten. Dit doet denken aan de tijd dat Rachel Carson in 1962 met haar boek Silent Spring de wereld wakker schudde. Hetzelfde deed in 1967 het angstaanjagende boekverslag Zilveren Sluiers en verborgen gevaren, van J.C. BriejŤr. De geschiedenis herhaalt zich, hoe is dat in hemelsnaam mogelijk. Al tien jaar wordt voor het effect van deze pesticiden op de natuur gewaarschuwd. Tot overmaat van ramp kan Nederland er niet op eigen houtje wat tegen doen want alles ligt vastgeklonken in Europese regels, ook het landbouwbeleid. Het enige tot nu toe is een uitgevaardigd 2-jarig beperkt moratorium op deze stoffen "om te bezien of het wat helpt". Te horen dat de sloten in de kassengebieden van het Westland zo vergiftigd zijn door dit spul dat het water als zelfstandige insecticide gebruikt zou kunnen worden, het is bijna niet te bevatten. En wat doet dit gif met ons voedsel, en met degenen die het consumeren, het lijkt bijna een horrorfilm. Hoe is het mogelijk dat er niet geleerd wordt van het verleden. Het is het geldelijk gewin, er zijn miljarden mee gemoeid en alleen de fabrikanten worden er beter van. Foto: symbolisch plaatje van een onlangs uitgevlogen pimpelmeesje.

13 juli 2014

Nu de bosbodem doordrenkt is met vocht grijpen schimmels meteen hun kans. Deze verse Gele berkenrussula staat er mooi bij, geen insect heeft er nog aan gevreten.

Slijmzwammen zijn er nu ook te zien op het rottende doorweekte hout. Dit is het Gewoon ijsvingertje, nat van de regen staat het er wat verslonst bij. Het is een schimmel die totaal niet opvalt en als je niet weet wat je misschien kunt verwachten, schenk je er geen enkele aandacht aan. Je ziet een grijzige plek op het dode hout en pas van heel dichtbij, of door een loepje zie je dat het om piepkleine pegeltjes gaat. Het is een algemene soort.

Een andere slijmzwam, Heksenboter, is nu ook te zien. Deze zwam groeit op dood hout, verdorde bladeren, op van alles en nog wat. De vruchtlichamen leven maar heel kort, na een dag vind je er slechts een restant van terug. Slijmzwammen zijn ongelooflijk interessante organismen waarover steeds meer opzienbarende dingen bekend worden. Wie er meer over wil lezen moet maar even dit Natuurbericht lezen: http://www.natuurbericht.nl/?id=2273

12 juli 2014

Het huidige weer met enorme hoeveelheden regen werkt niet mee aan het vliegen van de vlinders. Toch zag ik mijn eerste landkaartje. Aan de witte en oranje band op de vleugels kun je zien dat dit een zomergeneratie is en deze ziet er anders uit dan de landkaartjes die in de lente vliegen en oranje van kleur zijn met een zwart vlekkenpatroon. Dat kleurverschil heeft te maken met de temperatuur die heerste tijdens het popstadium. De lichte variant heeft een vorstperiode doorgemaakt als pop. Waar het de rups betreft  is de daglengte bepalend voor de kleur die deze vlinder zal hebben. Landkaartje behoort tot de familie Aurelia, de grootste vlinderfamilie in ons land met 44 soorten. Het vrouwtje legt haar eitjes op de onderkant van brandnetelblad. Na het eerste eitje plakt ze het tweede en volgende eitjes daar bovenop en zo ontstaat een kettinkje van eitjes dat onder het blad hangt. Bij vlinders die in twee generaties vliegen, ontwikkelt de eerste generatie zich heel snel en van de tweede generatie overwinteren meestal als rupsen of poppen. Dit is bij het Landkaartje ook zo.

Soms, zo ook gisteren, maak ik het natuurfragment voor de volgende dag vast een dag van tevoren klaar als mij dat beter uitkomt; zo hoef ik het alleen nog maar het internet op te sturen. Ik bleek te voorbarig met mijn opmerking dat het natte weer de vlinders weerhield te gaan vliegen. In de namiddag verscheen opeens deze Citroenvlinder in de tuin. Hij dook diep in de bloemen van mijn Kretenzer geranium die gelukkig de winter binnenshuis overleefd had.

En kijk, zowaar ook nog een kakelverse Dagpauwoog op het Koninginnekruid dat net in bloei begint te komen. Een van de beste vlinderplanten die er zijn, en een aanbeveling voor in de tuin!  De Dagpauwoog is een van de vlindersoorten die 's winters als imago overwinteren kan, net als de Citroenvlinder, Gehakkelde aurelia en Kleine vos. Ook dagpauwoog is een aureliasoort. Die kenmerkt zich doordat het voorste paar poten is verworden tot zogenaamde poetspoten. Alleen de vier overige poten worden gebruikt bij het lopen of zitten. Wat een beauty is het toch, deze vlinder.

11 juli 2014

In het bos vond ik weer eens een feeŽnlampje, het gesponnen nestje van de Grote lantaarnspin. Wat slordig in elkaar geflanst, ik heb ze wel eens mooier gezien. Misschien was het wel een onervaren vrouwtje dit keer, zij is degene die deze spinnenwieg maakte. Ze spon gedurende de nacht eerst een steeltje aan een grasspriet en maakte daaronder een soort matje waarop ze haar eitjes legde. Toen maakte ze er een nog een kamertje onder voor als de eitjes zijn uitgekomen. Tot slot spon ze er een omhulsel omheen dat op een lampje lijkt. In twee dagen was de cocon gereed, een veilige wieg voor de spinnetjes in wording.

Hier een cocon die ik een keer eerder fotografeerde, volmaakt van vorm, net een klokje. Nu is het nog wit maar als de spin er een heleboel zandkorreltjes op geplakt heeft, valt het niet langer op en dat is de bedoeling. Knap he!
Een foto van de spin staat op: http://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_lantaarnspin

10 juli 2014

In onze gemeente wordt de glasvezelkabel aangelegd en dat merken we! Elk trottoir wordt meermalen opengemaakt voor dan weer kabels, dan weer voor buizen, dan weer om de boel onder de straten door te schieten. Het gaat gepaard met een enorme hoeveelheid herrie en dat duurt al weken. Nu worden ook de grasperken gemaaid. Die worden doorgaans slechts aan de buitenkant gekortwiekt en alles wat daarbinnen staat te verdorren wordt eenmaal in de zomer met een trimmer kort gemaakt. Kostenbesparend heet dat. Het resultaat is perken die wekenlang in een deplorabele staat verkeren. Het werken met zo'n trimmer gaat met afschuwelijk veel herrie; de werklui hebben zelf een geluiddemper op hun oren maar omwonenden worden gek van het agressieve kabaal. Alles bij elkaar is dit nu al een weken lang durende milieuvervuiling, want zo kun je het wel noemen. Wat zou het een zegen zijn als de groenwerkers leerden om te gaan met een ouderwetse zeis. Het maaien zou waarschijnlijk sneller gaan maar vooral geruisloos. Er is zoveel herrie in de wereld om ons heen, het is schrikbarend. Rust vind je alleen nog als je een eind het bos induikt en alleen de wind en de vogels nog hoort. Gisteren hebben Provinciale Staten van Gelderland een stokje gestoken voor het onzalige plan van Gedeputeerde Staten om de stiltegebieden in onze provincie op te heffen. Hoera!

9 juli 2014

Dit jaar is een topjaar voor muizen. Ik zag er pas nog een over ons terras hollen en in het bos hoor je ze ritselen tussen de droge blaadjes. Daar allerlei in de natuur een kringloop vormt betekent het dat al die muizen garant staan voor het voortplantingssucces van roofvogels en uilen. Hopelijk geeft het de steenuilpopulatie ook eindelijk eens een zetje in de goede richting. Een vrouwelijke muis kan op de leeftijd van acht tot 12 weken al een nestje krijgen, met soms wel veertien of meer jongen. In onze tuin leven spits- en bosmuizen. De laatste zijn niet aan het bos gebonden, zoals de naam doet vermoeden,  maar leven overal waar maar dekking is. De Rosse woelmuis is te vinden in het bos, je ziet ze regelmatig pijlsnel voorbij schieten in de strooisellaag. Onze muisjes hebben weer rust gekregen nu de buurtkat niet meer naar buiten mag. Hij ving ze aan de lopende band, echt niet leuk meer om te zien al is het jachtspel van zo'n kat fascinerend om gade te slaan. Maar ach, wat heb je te doen met diens slachtoffertjes!

8 juli 2014

Wat kunnen de dagen toch verschillen! Zaten we gisteren in de zon nog te genieten aan de IJssel vandaag gutst de regen uit de grijze hemel. Niet dat ik dat erg vind want de natuur kan best wat vocht gebruiken. Het lijkt altijd heel wat, hetgeen uit de hemelsluizen omlaag komt maar als je een schepje in de grond steekt, zie je dat het vocht niet dieper komt dan een paar millimeter.

Langs de oever van de IJssel groeit Wilde Bertram (Achillea ptarmica). Ik stel me bij zo'n naam iets voor als een verwilderde oudere kerel die ergens te midden van de natuur in een verborgen boshut woont, maar het is een plant. De bloempjes doen qua vorm denken aan kamille of Duizendblad en ze zijn dan ook verwant aan elkaar. Ze zijn spierwit en hebben een prachtig hartje, als sierraad zouden ze niet misstaan. Ook aan de Wilde bertram werd vroeger geneeskracht toegeschreven. Maar kom daar vandaag de dag nog eens om. Nu wordt alles wat riekt naar homeopathie verguisd en verketterd door de medische wereld en mensen worden als alternatief volgestopt met chemische middelen die in heel veel gevallen hun doel missen. De weerzin tegen homeopathie is in medische kringen bijna ziekelijk; zouden onze voorouders die veel dichter bij de natuur leefden dan wij dan alleen maar ongelijk hebben gehad? Ik heb geen ervaring met homeopathie en sta er blanco tegenover. Als je anderzijds ziet hoeveel griezelige bijwerkingen veel chemische medicijnen hebben dan lijkt het soms dat je met het kind het badwater weggooit. "Baat het niet, dan schaadt het niet" is op dit punt dan ook zeker niet van toepassing.

7 juli 2014

Zo langzamerhand verschijnt de tweede generatie vlinders. Een van de algemene soorten is het Koevinkje (Aphantopus hyperantus) dat je in de maanden juni en juli over de paden ziet fladderen. Dit donkerkleurige dagvlindertje uit de familie van de zandoogjes, houdt zich op in licht bosgebied en open, grazige plekken, vooral op de zandgronden in het oosten en het zuiden van ons land. De eitjes worden gelegd op grassen, de rupsen groeien zeer langzaam. Pas volgend jaar juni zijn ze klaar om te verpoppen en een week of vier later zien we ze dan als vlinders rondvliegen. De iets lichtere vrouwtjes zijn vooral op bloemen als Akkerdistel, Braam en Koninginnekruid te zien, de mannetjes zelden. Hoe komt zo'n vlinder nou aan zijn naam! Niemand die het zeggen kan. De ongeŽvenaarde vlindertekenaar J.C. Sepp († 1811) deed er een gooi naar: "het zou best eens zo geweest kunnen zijn, aldus de enthomoloog, dat lang geleden iemand deze benaming heeft ingevoerd nadat hij in een weiland in het gezelschap van de koebeesten voor het eerst deze vlindersoort waarnam". Tja, simpele verklaring!

6 juli 2014

In aanvulling op het geschrevene van gisteren: hier is een opzichtig voorbeeld van bloemen die genetisch veranderd werden en het oorspronkelijke uiterlijk verloren. Het is de cultivar Zonnehoed "Razzmatazz" (Echinacea purpurea Razzmatazz). Ik zag hem toevallig staan in iemands volkstuin, al was het onbedoeld. Het opvallende was namelijk dat er slechts ťťn zo'n lawaaiige bloem aan de plant zat waarvan de overige bloemen er normaal uitzagen. Daaruit kun je meteen al afleiden hoe in principe genetisch gemanipuleerde planten terecht kunnen komen waar ze niet bedoeld zijn. In de normaal bloeiende Zonnehoed is blijkbaar tijdens het veredelingsproces een verdwaald gen terecht gekomen. Bij deze cultivar is het bloemhoofdje overdreven propperig gevuld geworden en geen insect dat nog de weg naar het stuifmeel of de nectar weet te vinden. Ik heb zitten zoeken naar de betekenis van de naam "razzmatazz" en in de Oxford Dictionary las ik dat het iets betekent als opzichtig, aandacht trekkend, iets met veel tamtam. Ik had van dit woord nooit eerder gehoord. Spectaculair is deze zonnehoedcultivar inderdaad en er zijn vast tuinen waar hij heel welkom is. Het is een kwestie van smaak en daarover valt niet te twisten.

5 juli 2014

Alles wat de mens in handen krijgt valt ten prooi aan geknutsel. De reden daarvan is het geldelijk belang. Zeker geldt dit voor planten, want hoeveel daarvan zijn niet veranderd in dingen die ze van oorsprong niet waren. Of het nu gaat om de akelei, de tulp of de papaver, er verschenen allerlei vreemde knutsels. Ze kregen rare bloemblaadjes met rafelrandjes, propvolle bloemen of kleuren die pijn doen aan je ogen, zoals een fluorescerende geelgroene gladiool. Kwekers hebben nu ook de orchidee ontdekt en manipuleren die tot nieuwe soorten. Dit is de Epipactus sabine, een kruising tussen de Moerasorchis en de Grote wespenorchis. Ik moet zeggen deze keer dat ik het wel een geslaagde nieuweling vind. Nog altijd klein in hoogte maar met wat forsere bloemen. Alleen nog te koop bij exclusieve kwekers maar dat zal snel veranderen want het is een makkelijke orchidee die zich snel en succesvol voortplant door middel van wortelstokken. Het spijtige is wel weer dat straks het bijzondere van deze plant afgaat als iedereen hem maar in zijn tuin heeft staan. Want tot nu toe moest je de natuur in om orchissen te vinden, alhoewel er al wel meerdere soorten voor de tuin in de handel zijn. Maar van de orchis hadden ze moeten afblijven, vind ik. Die hoort voor mij gewoon in de vrije natuur. Maar oh, oh die hebzucht........

3 juli 2014

Vanmorgen werd ik even wakker en hoorde de merels massaal de dag openen; het was kwart over vier. Eigenlijk zelfs een uur vroeger want wij manipuleren de zomertijd naar een vroeger tijdstip. Rondom ons huis was geen merel te horen, de jubelzang klonk namelijk op uit de bosrand alsof het een begin van de lente was. Het waren uitsluitend merels, geen duif, lijster, koolmees of mus trad toe tot het zangkoor. Ik vroeg me af of dit samenhing met het gegeven dat de merels nog altijd broeden, dat doen ze tot ver in de zomer en wij hebben ook alweer een nieuw nest in de klimhortensia. Wat me verbaasde deze week, was het uitvliegen van jonge koolmeesjes. Dat zie ik eigenlijk zelden gebeuren in de zomer. En nog steeds ook zie ik mezen die niets anders doen dan prooien zoeken voor hun kroost. Spreeuwen blijken deze zomer ook aan een tweede nest te zijn begonnen, hetgeen niet vaak voorkomt. En wat te denken van de meldingen over  "aanvallende buizerds" die momenteel de krant halen. De normale broedperiode van deze roofvogels is immers al voorbij. Zou het de dit jaar enorme aanwezigheid van muizen zijn die buizerds een vervolgnest doen hebben? Of van het feit dat we de winter hebben overgeslagen en het bioritme van de vogels van slag is? Ik hoop er nog eens iets over te lezen.
De kever van gisteren was de Chlorophanus viridis, luisterend naar de namen Groene distelsnuitkever of -tor, Groengele snuittor, en Groene snuitkever, aldus nederlandsesoorten.nl.

2 juni 2014

In een van de venkelplanten op mijn volkstuin zag ik gisteren deze snuitkever, hij had een knalgele buik en was ongeveer een centimeter groot. Het zou de Groene bladsnuitkever kunnen zijn maar zeker weet ik het niet want er zijn zoveel soorten en ik kom er niet geheel uit. De groene kan ook bruin zijn, de rugschubjes van hun dekschildjes verdwijnen snel en er zijn veel soorten die op elkaar lijken. Vaak vind ik heel kleine groene of blauwe snuitkevertjes maar deze was wat forser. Ze houden er niet van bekeken te worden, keren je snel de rug toe en laten zich vervolgens vallen. Dat is natuurlijk een veiligheidsmechanisme: ie wie waai weg.

1 juni 2014

Vroeger waren bloemrijke graslanden heel gewoon maar tegenwoordig moet je ze zoeken met een lantaarntje en je vindt ze eigenlijk hoofdzakelijk nog in beschermde natuurgebieden. Omdat we er steeds meer van doordrongen werden dat dit een verkeerde ontwikkeling is, startte recent vijf natuurorganisaties de actie "Red de rijke weide". Hoewel de huidige staatssecretaris Dijksma toezegde dat ze streefde naar een ambitieuze vergroening van het landbouwbeleid is daar niets van terecht gekomen. Evenwel krijgt de landbouw binnenkort 230 miljoen euro om de vergroening van het landschap verder door te voeren, maar de regels zijn te schamel om een gewenst effect te bereiken. Aldus de natuurorganisaties. Ze beschouwen het plan van Dijksma zelfs als mislukt.

Het is mooi dat particuliere landeigenaren, een aantal gemeenten en provinciale  landschappen  de handschoen oppakken en meedoen aan de terugkeer van bloeiende wilde planten in de natuur. Overal worden stukken ingezaaid met een mengsel van wilde planten en de resultaten worden met gejuich ontvangen door het publiek.

Sinds deze zomer hoef ik niet meer te gaan zoeken naar bloemrijke grasranden aangezien Twickel, die hier zowel bos- als landbouwgebied beheert, dit jaar een royale bloemenrand langs de akkers heeft ingezaaid. Die begint nu tot wasdom te komen. Een veelvoud van wilde planten staat nu in bloei, waaronder klaproos, korenbloem, phaecelia, boekweit en nog heel veel meer. En in het ingezaaide korenveld staat nu de klaproos en korenbloem te bloeien. Wat een gevoel van nostalgie roept dit op! Dit soort ingezaaide stukken natuur zijn niet alleen een lust voor het oog maar vervullen een belangrijke functie voor de insecten. Er vliegen allerlei bijen boven de bloemen en de tweede generatie vlinders die binnenkort gaat vliegen, zal hier terecht kunnen nu de grote zomermaaibeurten volop aan de gang zijn en bermen, dijkhellingen en velden overal kaal slaan. Weliswaar op het moment dat er zaad gezet is, maar een ramp voor insecten. De beheerder van Twickel liet mij enthousiast weten dat ze dit beleid komende jaren blijven handhaven. De bloemrijke randen liggen langs de volkstuinen, heerlijk!

30 juni 2014

Het Bootsmannetje of Rugzwemmer (Nononecta glauca) is een van de eerste waterinsecten die een pas aangelegde vijver weet te vinden. Hij kan zowel vliegen als zwemmen en in het water is het een geduchte rover. Het is een wat bizar uitziend beestje, zijn achterpoten zijn veel langer dan de rest waardoor hij krachtig en met schokjes door het water kan roeien, en met zijn grote ogen speurt hij naar prooien. Is bij de andere waterdiertjes de rug donker om van bovenaf niet op te vallen, de bootsman heeft juist een donkere buik en een bleke rug omdat hij ondersteboven zwemt. Hij moet telkens een luchtbelletje ophalen boven water dat hij hij met een aantal haren links en rechts van zijn lichaam vasthoudt door die over de luchtbel heen te vouwen. Zo houdt hij die lucht vast in de twee speciaal daarvoor bestemde kleine gootjes op zijn buik.  De lucht maakt echter ook dat hij omduikelt en op zijn rug moet zwemmen. Dit insect behoort tot de wantsenfamilie; alle soorten hiervan hebben een steeksnuit waarmee ze hun prooien te lijf gaan en leegzuigen . De bootsman kan gemeen steken als je hem vast pakt, de pijn voelt als een bijensteek, ik spreek uit ervaring. Maar wat een interessant beestje toch weer!

29 juni 2014

De ouderen onder ons herinneren zich de hippies uit de zestiger jaren nog wel. Jonge mensen die zich verzetten tegen de materialistische en kapitalistische maatschappij, aanhangers waren van het pacifisme en vrije liefde en zich door hun kleding wilden onderscheiden van de gangbare maatschappij. Zo'n uitgebloeide paardenbloem doet me altijd denken aan een hippie met haar lange haren en zelfgebreide mutsje op het hoofd. Als je tegenwoordig ziet hoe jongemannen zich toetakelen door zich vol te laten tatoeŽren, hun hoofden kaal te scheren, of nog erger, zich de meest idiote kapsels of wat er voor doorgaat aan te meten, moet je wel constateren dat mannen zich nog nooit zo vreemd gedragen hebben en zo uitzonderlijk met hun uiterlijk bezighielden. Rokken willen sommigen ook al aan. Nee, dan de simpele  uitgebloeide paardenbloem, die lijkt weliswaar iets voor te stellen maar is gewoon zichzelf!

28 juni 2014

Een van de mooiste dingen vind ik het opengaan van de Teunisbloem (Oenothera). Het gebeurt terwijl je erbij staat. Als het begint te schemeren gaan heel langzaam de knoppen open en ontvouwen zich de bijna lichtgevende bloemblaadjes. De ochtend erop blijkt er niets over van de pracht, de bloemen verwelken en de avond erop worden ze opgevolgd door nieuwe. Deze plant komt hier oorspronkelijk niet vandaan, eeuwen geleden werd hij naar Europa gebracht vanwege zijn eetbaarheid, hij werd beschouwd als groente. De hele plant is eetbaar en de wortel schijnt zelfs een delicatesse te zijn. Later ontdekte men de vele geneeskrachtige eigenschappen. Het aantal toepassingen is bijna ongelooflijk, als je alles mag geloven helpen de middeltjes met teunisbloemingrediŽnten bijna voor alles wat je maar verzinnen kunt. De olie uit de zaden wordt verwerkt in cosmetische artikelen en schijnt onovertroffen te zijn. Oenothera is een uitgebreid geslacht, enige soorten daarvan komen in ons land voor. De Grote teunisbloem (Oenothera glazioviana)  is de algemene die je overal ziet staan nu. Ga tegen het begin van de avond eens naar buiten en zeg heel zachtjes: "sesam, open u". Dan geschiedt het wonder! Ook op sombere dagen gaan de bloemen open.

27 juni 2014

Kleine sneeuwwitte bloempjes in het gras van een natuurterreintje. Wat kan dat nou zijn. Het lijkt op Ereprijs, maar wit? Toch blijkt het zo te zijn en er was hulp voor nodig het tipje van de sluiter op te lichten. Mannetjesereprijs (Veronica officinalis), want dat is het, is lichtblauw van kleur. De witte vorm blijkt zelden voor te komen. Deze plant is te vinden in de zomermaanden, ze behoort tot de helmkruidfamilie. De plant heeft een geneeskrachtige werking, de in apotheken gebruikte toevoeging "officinalis" herinnert daaraan. Het werd onder andere verwerkt in middelen tegen de pest, reuma en ziekte van lever of milt.

26 juni 2014

Uit onze vijver sloop gisteren de eerste Blauwe glazenmaker (Aeshna cyanea) uit. Dat ze er zaten wist ik wel want toen na de hevige windstoten van een tijdje terug de vijver vol afgewaaid blad lag en ik dat eruit schepte, trof ik in het schepnet  een paar van de grote larven aan. Die behoren niet tot mijn favorieten vanwege hun enorme vraatzucht. Tien dikkopjes per dag verorberen ze en de vijver zit altijd voller met larven dan me lief is. Maar goed, eenmaal uitgevlogen zijn het prachtinsecten en felle jagers. Ze kunnen wel veertig kilometer per uur halen en als ze jagen bij het water schichten ze met enorme snelheid heen en weer. Man glazenmaker is blauw en geel, de vrouw is meer groen. Als ze pas zijn uitgeslopen kun je dat nog niet goed zien, ze moeten eerst nog op kleur komen en dat duurt wel even. Net als vlinders moeten de vleugels worden opgepompt, bij de libelle ook het achterlijf. En als dat alles gelukt is kan het imposante insect zijn wereld invliegen.

25 juni 2014

Bij een vriendin die ik afgelopen week wat hielp met haar grote tuin, lopen kippen los. Ze zijn niet van haar maar van de buren links en rechts. Twee koppeltjes die bestaan uit twee hennen en een haan die zijn vrouwen overal begeleidt en bewaakt. Het is zo koddig om te zien hoe het drietal altijd samen is en door de tuin scharrelt of ligt te zonnen op het grasveld. Wat een leven hebben die vogels, het drukt je neus weer op het feit van de biostallen waar hun zusters met vele op een oppervlak van een vel papier leven en ze nooit een haan zien. Wat doen wij de dieren toch aan!

Minder leuk in een mooie tuin is de behoefte van kippen om zandbaden te nemen. Heb je net alle onkruid weggetrokken en de boel netjes aangeharkt, komen die malle beesten er weer aan. Met hun poten graven ze kuilen, op hun buik en met hun vleugels vegen ze door het zand heen waarbij alle veren op hun lijf opgezet worden om maar zoveel mogelijk ruimte te bieden aan de korrels zand die het vuil en de parasieten van vleugels en lichaam afschuren. Maar het is wel een komisch gezicht en met gemengde gevoelens van ergernis en vermakelijkheid wordt het ze toegestaan zich zo in andermans tuin te misdragen! En ach, wat zijn ze daarbij tevreden.

24 juni 2014

Overal zijn nu de weilanden gemaaid en vooral als dit pas gebeurd is zijn de ooievaars er als de kippen bij. Insecten, kikkers, muizen, alles is opeens de beschutting van het gras kwijt en ligt en loopt voor het oprapen, makkelijke hapjes voor de ooievaars. Om over doodgemaaide weidevogels maar niet te spreken. Helaas komt ook dat soms voor.

De jonge ooievaars die nu nog op de nesten zitten zullen weldra sterk genoeg zijn om uit te vliegen. Was het vorig jaar de kou die veel jongen deed sterven, nu waren het de stortregens en het hevige onweer van een paar weken geleden. Jonge ooievaars hebben wel dons dat ze lekker warm houdt, maar nog geen ingevette veren die ze tegen de regen kan beschermen. Ook door de enorme donder en bliksemactiviteit toen, zullen de oudervogels wel in paniek geraakt zijn. Niet iedereen kan ooievaars waarderen, vooral in streken waar er dankzij de fokstations erg veel ooievaars zijn. Ooievaars vergrijpen zich namelijk ook aan jonge weidevogels en dat kan niet iedereen begrijpelijkerwijs waarderen. Er zijn echter ook andere meningen, zoals die van een vogeldierenarts uit Meppel. Hij stelt na 30 jaar onderzoek vast dat de Blauwe reiger, Kraai en de vele verwilderde katten oorzaak zijn van het afnemen van de weidevogels. Uiteindelijk, zo schrijft hij, behoort ook de ooievaar tot de groep weidevogels. Alle zijn ze het slachtoffer van het gevoerde landbouwbeleid, dat is zelfs de hoofdoorzaak. Volgens de dierenarts zijn al jaren lang de broedresultaten van ooievaars slecht evenals de conditie van de jonge vogels.

23 juni 2014

Van de aardbeien op mijn volkstuin geniet ik vele malen meer dan van die uit de winkel. Ze smaken niet alleen intens zoet maar het tuindergeluk is intens als je zo'n rode vrucht van zijn steel plukt en zo in je mond steekt. Je bijt erop en het zoete vruchtvlees streelt alle papillen in je mond. Het is de beloning voor het harde werken in het voorjaar, nu mag je letterlijk en figuurlijk de vruchten daarvan plukken.

Zuur is het dan ook als tuinders dit tussen hun groene aardbeiplanten vinden. Het is het werk van de woelmuisjes die als eekhoorns en gaaien voedsel verzamelen en bij elkaar leggen. Vrucht voor vrucht bijten ze van hun steel, nemen die in hun bek en vervoeren ze naar de gezamenlijke opslagplek.  Het vreemde is dat ze de vruchten verder laten liggen voor wat ze zijn. Dat de woelmuisjes er zijn is geen wonder, onze volkstuinen liggen in het verlengde van een akker die grenst aan de bossen van de oostelijke Veluwezoom. Gelukkig hebben ze mijn aardbeiveldje met rust gelaten.

22 juni 2014

Al weken staat het Moederkruid (Tanacetum parthenium) in onze tuin te bloeien. Het zijn de nakomelingen die voortkwamen uit het zaad dat ik tientallen jaren geleden bestelde uit de zaadlijst van het oudste tuintijdschrift van ons land, geÔntrigeerd door de naam. Het was nog voor het computertijdperk en ik had geen idee wat er uit het zaad zou komen. Het bleek tot mijn verrassing een doodordinaire plant te zijn. We zijn het bijna vergeten maar het woord ordinair stamt nog uit de tijd van de Franse overheersing en betekent niets meer of minder dan "gewoon" ofwel algemeen. Het is een zeer rijk bloeiende plant die in de opvatting van de gevorderde tuiniers nogal eens verguisd wordt. Maar wat een kanjer van een plant! Hij zaait zich ruimhartig uit en de jonge planten komen het hele jaar overal op, zelfs tussen de tegels. Je trekt ze trouwens zo weg als ze te prominent aanwezig worden. Als de ene plant is uitgebloeid staan de opvolgers al te wachten, waar vind je nog meer van zulke planten! Het Moederkruid wordt druk bezocht door alle mogelijke insecten. De stelen zitten vol bladluizen die enthousiast gemolken worden door de mieren. Door met hun voorpoten op de luizenlijfjes te trommelen scheiden die een zoete vloeistof uit die honingdauw heet en waar de mieren dol op zijn. Kleine kevertjes eten hun buikjes vol met stuifmeel, minuscule sluipwespjes scharrelen op de bloemen, net als zweefvliegen en de lieveheersbeestjes verorberen weer de bladluizen. Het is er een wereld op zich.

Deze Donkere fopwesp (Chrysotoxum bicinctum) zat ook op het Moederkruid. Het is geen wesp maar een van de soorten zweefvliegen die zich door hun tekening anders voordoen dan ze in werkelijkheid zijn. Vandaar ook de naam; ze kunnen eruit zien als bij, wesp of hommel. Onze fopwesp heeft ook maar twee vleugels, een wesp heeft er vier. Zweefvliegen kunnen doodstil in de lucht blijven hangen. Dus daaraan kun je ook al zien wie je voor je hebt. Een prachtig beestje.

21 juni 2014

Laten we vandaag de dag beginnen met een vrolijke en uitbundige bloem. De zomer begint, de dag is de langste van het hele jaar en gedurende zestien uren en vijfenveertig minuten zal het licht zijn. Hierna worden de dagen weer langzamerhand korter. O jee, waar blijft toch de tijd, ze glipt als zand door je vingers. Deze papaver verscheen tot mijn verrassing in mijn volkstuin en waar hij vandaan komt is voor mij een raadsel, ik zie ze daar niet om mij heen. Doorgaans houd ik niet zo van dubbele of overdadig gevulde bloemen omdat die voor insecten niets in de aanbieding hebben en ik een voorkeur heb voor de eenvoud van bloemen. Maar deze heeft iets frivools, als de prachtige en zwierige jurken die de Spaanse dames dragen wanneer ze de flamenco dansen. En daar de zomer nog al minnetjes begint met met ingehouden temperatuur en veel versluierende wolken, leek me deze bloem wel een goede keuze voor vandaag.

 

naar boven