Natuurdagboek


Natuurdagboek 2007                             Winter 2010/2011                    Zomer 2013
Natuurdagboek 2008                             Lente 2011                                 Herfst 2013
Natuurdagboek Winter 08/09               Zomer 2011
Natuurdagboek Lente 2009                  Herfst 2011
Natuurdagboek Zomer 2009                Winter 2011/2012
Natuurdagboek Herfst 2009                 Lente 2012
Natuurdagboek Winter 2009/2010      Zomer 2012
Natuurdagboek Lente 2010                  Herfst 2012
Natuurdagboek Zomer 2010                 Winter 2012/2013
Natuurdagboek Herfst 2010                 Lente 2013

 

 

Winter 2013-2014


Zie je hier de lente niet verschijnen: klik

20 maart 2014

De bloemen van het Groot hoefblad (Petasites hybridus) zijn nu bijna uitgebloeid. Als je niet wist hoe deze zich zouden ontwikkelen zou je het begin en eindstadium van deze bloei niet herkennen als van dezelfde plant. Er ontwikkelen zich nu grote bladeren en de de bloemen hangen als kwastjes naar beneden. Het blad kan tot een meter groot worden en is daarmee het grootste blad dat wij in ons land kennen. Hieronder het beginstadium.

De plant behoort tot de composietenfamilie: een heleboel afzonderlijke buisbloempjes samengepropt tot een geheel. Het Groot hoefblad groeit graag op een vochtige bodem, langs het water en in vochtige weilanden zie je hem dan ook overvloedig groeien. De bloemen zijn polygaam. Soms tweeslachtig en groeien dan op dezelfde plant, maar ook eenslachtig waarbij de mannen en vrouwen op verschillende planten groeien. De mannelijke bloemen sterven af nadat ze stuifmeel hebben afgegeven en de rest van de bloem ontwikkelt zich verder. De voortplanting gaat door zaden die aan pluis door de wind worden verspreid; ondergronds vermenigvuldigt de plant zich door wortelstokken. Op deze laatste manier kunnen grote oppervlaktes van planten ontstaan wat een mooi gezicht is. Als na de bloei de bladeren verschijnen, verdwijnt de bodem onder een dak van blad. Hieronder leven graag slakken; zij eten zich vol met de algen die op de stengels groeien. Een spectaculaire plant, maar zet hem maar nooit langs je tuinvijver. hij heeft niet voor niets ook de bijnaam "allemansverdriet"! Je zou hem nooit meer kwijtraken.

19 maart 2014

Steeds keek ik al in het vijverwater om te zien of de bruine kikkers al waren gearriveerd en tot nu toe zag ik er slechts twee. Geknor had ik al helemaal niet gehoord. Toch lag er vanmorgen in een van de kleine vijvertjes dril. Ik geloof niet dat dit ooit gebeurd is terwijl het mij volledig ontging. Het lag wel in de lijn der verwachting want er viel eindelijk een lekker regentje. Kikkers paren graag in ondiep water omdat het warmer is dan in grotere waterplassen. In onze tuin liggen twee kleine vijvertjes en een wat grotere. Elk jaar komen er minder kikkers naar onze tuin, De grotere vijver heb ik twee jaar geleden zelfs helemaal opnieuw ingericht maar het heeft niets geholpen. Het kan natuurlijk ook zijn dat er inmiddels zoveel vijvers in de omringende tuinen liggen dat de kikkers onderweg blijven hangen bij het eerste water dat ze tegenkomen. Het dril van de Bruine kikker zwelt op zodra het vanuit het kikkerlijf in het water terecht komt. Het blijft ook drijven terwijl het dril van de Groene kikker meteen naar de bodem zakt. Groene kikkers hebben we hier nog niet gehad; ik zou het wel heel leuk vinden. Ook al maken ze een hels kabaal in de nacht, ik vind het prachtig! Ik ken ook mensen die dagen achter die beesten aanjagen met schepnetten om ze elders weer uit te zetten. Ach ja, ieder heeft zo zijn eigen voorkeuren.

18 maart 2014

Wie nauwlettend de natuur in zijn of haar omgeving in het oog houdt, ontdekt soms eerder veranderingen dan wanneer die officieel vermeld worden. Momenteel beleven we het "jaar van de spreeuw" vanwege het feit dat we die vogel steeds minder zien. Maar al heel wat jaren geleden merkten wij dat de spreeuw in onze omgeving nergens meer onder de dakpakken zat te broeden. Het valt mij nu al twee jaren op dat we steeds minder duiven in de bewoonde wereld zien. Dat geldt ook voor de Turkse tortel. Zag je voorheen overal paartjes zitten, dat is beduidend minder geworden. Het leuke sierlijke duifje was oorspronkelijk niet inheems maar heeft zich in de vorige eeuw hier gevestigd en vermenigvuldigde zich spectaculair. Sinds de jaren tachtig echter is de broedpopulatie gehalveerd, waarschijnlijk doordat er een stabilisatie optrad. Maar als je in aanmerking neemt dat de Turkse tortel wel vijfmaal per seizoen een nest grootbrengt, en de jonge vogels uit het eerste nest zich datzelfde jaar al voortplanten, dan is het toch op zijn minst opvallend dat ze zoveel minder te zien zijn. Tenminste, dat constateer ik in mijn eigen omgeving. Ik ben benieuwd hoe deze situatie zich gaat ontwikkelen en wat we in de toekomst te horen krijgen. Het kleine duifje kan in principe zeventien jaar oud worden. Veel mensen houden niet van de grotere houtduiven, de dikke dollies met hun waggelend loopje. Turkse tortels vindt men vaak wel heel leuk, alles wat klein is, is aansprekender en wordt gekoesterd. Raar toch eigenlijk!

17 maart 2014

Met een tuin bij huis en een volkstuin verderop is het hard ploeteren in het voorjaar! De tuin moest maar eens een goede beurt krijgen, vond ik. Oude koemest in de aarde en compost er overheen, wat een werk; de rug deed zich regelmatig voelen. Toen ik het dekzeil afhaalde van de hoop mest, zag ik aan de buitenrand dit paddenstoeltje groeien. Het was een inktzwammetje, maar welke. De microscoop moet er eigenlijk aan te pas komen want er zijn meerdere soorten die veel op elkaar lijken. Het substraat waar zo'n zwammetje op groeit, kan helpen. Daar dit dus oude koemest was, zou dit de Kleine korrelinktzwam (Copinus steroreus) moeten zijn, een heel algemene soort. Inktzwammetjes zijn tere paddenstoelen die maar kort leven. Slechts een dag of wat na hun verschijnen, storten ze alweer in elkaar. Hun hoedjes vervloeien tot een inktachtige substantie, ze zakken door hun beentjes en weg zijn ze. Maar mooi zijn ze, dat staat als een paal boven water.

16 maart 2014

Het begon met een klein kuiltje waar water in bleef staan maar het werd allengs groter toen de zwijnen het ontdekten. De bodem bevat hier genoeg leem om het water enige tijd vast te houden maar als het een poosje niet regent, dreigt de kuil op te drogen. Op dit moment is hij precies goed voor een zwijn dat even lekker zoelen wil. Als wij mensen al moeten oppassen om in het bos geen teken op te doen, wat moet dat dan wel niet zijn voor zwijnen die almaar tussen de ondergroei lopen te sjouwen. Zij zitten dan ook vol met ongedierte en hebben uitgevonden dat het heel handig is om dagelijks een modderbad te nemen. Ze gooien zich op hun zij en wentelen zich behaaglijk in het rond en laten vaak een mooie afdruk van hun lichaam achter, zoals hier. De modder wordt vervolgens verwijderd door het lijf stevig te schuren tegen een boomstam. Daarbij raakt het zwijn ook een deel van de parasieten kwijt.

Meestal worden er meerdere bomen gebruikt, liefst ook nog een boomstomp waar ze hun buik lekker overeen kunnen duwen. Langzaam maar zeker verdwijnt op die manier de bast van de boom en maakt plaats voor een dikke leemlaag. Zwijnen kunnen niet transpireren, op warme zomerdagen nemen zwijnen dan ook een graag een bad in speciale zwijnenzoelen die voor dit doel worden aangelegd. Ondiepe modderige poelen waar de dieren verkoeling kunnen vinden.

14 maart 2014

Mooie dauwdruppels hingen gistermorgen vroeg te fonkelen aan de maagdelijke blaadjes van de Akebia.  Die hangen er vanmorgen niet, terwijl we toch in dikke mist zitten. De afgelopen week was er een groot verschil tussen de nacht- en dagtemperatuur. Overdag werd de aarde flink verwarmd door de zon en tegen de ochtend  zakte de temperatuur dicht naar het vriespunt. Warme lucht stijgt op en bevat een bepaalde hoeveelheid waterdamp. Die waterdamp gaat condenseren als die warme lucht in aanraking komt met de koude lucht erboven: het dauwpunt. Als het dauwpunt overschreden wordt, en teveel afkoelt, condenseert de waterdamp en wordt druppels. Die zien we dan hangen aan grassprieten en planten en hier dus ook aan de Akebia. Vanmorgen hing er echter een laaghangende wolk over de aarde, een stratuswolk. Als de zon slaagt in haar missie deze wolk te elimineren, kunnen we hopelijk nog even genieten van een paar mooie uren.

13 maart 2014

Midden in het bos zat een Gehakkelde aurelia (Polygonium C-album) op een boomstomp te zonnebaden. Wat moet dat heerlijk zijn, die warmte weer op je lijfje te voelen nadat je de hele winter koud en verkleumd in een holle boom verstopt zat, of misschien ergens in een schuur. De vlinders die overwinterden kwamen voort uit de tweede generatie die uitkwam in de late zomer. Ze vliegen nu weer tot ongeveer mei en planten zich in de komende periode voort. Aurelia leeft bij voorkeur in de buurt van bossen en zet haar eitjes afzonderlijk af op het blad van Brandnetel, Iep, Hop, Wilg en Aalbes. Ik vind het een prachtige naam: gehakkelde Aurelia. Het gehakkelde slaat op de vleugelranden; Aurelia is de Latijnse naam voor "gouden". In Engeland is het een meisjesnaam die vooral vroeger veel gedragen werd. De befaamde Julius Caesar was een kind van Aurelia Cotta, dochter uit een invloedrijke Romeinse familie. Nog een grootheid die deze naam droeg: de Romeinse keizer Marcus Aurelius. Onze vlinder mag zich dus verheugen in goed gezelschap. Het c-album in de Latijnse naam slaat op de witte c die zichtbaar is op de ondervleugels en goed te zien is als Aurelia zedig haar vleugels dichtvouwt.

12 maart 2014

Het is bijna ongelooflijk wat er al in bloei staat aan allerlei bomen en heesters. Dat de natuur een maand vooruit is, blijkt wel uit de kleurexplosies overal. In een tuin zag een combinatie van Azalea en struikheide die tegelijkertijd bloeiden en een dorado vormden voor nu rondvliegende insecten. Daarnaast was het ook nog een fleurig en aantrekkelijk geheel, een lust voor het oog. Jaren geleden was het zeer in de mode om heidetuinen te laten aanleggen. Daarna is heide uit de mode geraakt. Raar eigenlijk dat zelfs planten aan mode onderhevig zijn! Het lijkt erop dat echter de heideplant weer langzaam maar zeker in ere hersteld wordt want ik zie hem steeds meer. En waarom ook niet! Zeker in een winter als deze kun je veel plezier beleven aan deze bloeiende planten en bovendien vormen ze in het vroege voorjaar een van de eerste nectarkroegen voor bijen, hommels en vlinders. En dat zijn dus twee vliegen in n klap. Plant dus winterheide!

11 maart 2014

Juni is de maand van de rozen. Overal in het land gaan dan tuinclubs bij elkaar op bezoek om de vele varianten van de Koningin der Bloemen te aanschouwen. Van rozen die als dakbedekking over schuren groeien, zich als lianen in bomen omhoog werken, tot struikjes met delicate en bijzondere blommen. Deze roos fotografeerde ik afgelopen zondag, de warmste 9 maart die ooit was opgetekend. Hij groeide in de tuin van onze dochter en haar gezin waarvan niemand de roos had opgemerkt. Hoe is het toch mogelijk, dacht ik. In dezelfde tuin stond een plantenbak waar primula's en kleine narcissen bloeiden, verscholen in een hoekje naast het houthok. Ook dat had niemand gezien. Als mijn dochter niet in ons eigen huis geboren was, zou ik denken dat ze nooit van mij kon zijn. In huis heeft ze namaakbloemen, die vergen tenminste geen zorg.......!

10 maart 2014

Op dit kaalgeslagen stuk grond stonden tot voor kort bomen met veel ondergroei. Ik liep hier elk voorjaar meerdere keren om te genieten van de hoeveelheid Bosklaverzuring die hier groeide en bloeide. Het kappen in een bos gebeurt met grof geweld. Er komen enorme machines aan te pas die de bomen strippen en de kale stammen wegslepen. Daardoor ontstaat er een ontzettende verstoring van de bodem. Hier zal de Klaverzuring voorlopig niet meer te zien zijn. Hoe jammer toch! Elders in het bos is een plek waar een enorme hoeveelheid Vingerhoedskruid groeide die een spectaculaire aanblik bood als al die planten in bloei kwamen. Nu liggen er hopen kapafval op gegooid. Ook al zo jammer! Vele jaren geleden vond ik langs een bospad een opzienbarende hoeveelheid van de Gewimperde aardster. Toen begon men daar te graven; er was in de daarop volgende jaren geen aardster meer te vinden. Wat zou het mooi zijn als organisaties elk een website in het leven liepen waarop wandelaars hun mooie vondsten zouden kunnen melden. En dat zo'n website dan geraadpleegd zou worden tegen de tijd dat ergens bosonderhoud in de planning stond. Het zal wel een wensdroom blijven! Heel jammer!

9 maart 2014

Aan de kant van een boerenslootje zat een mooie mannetjeseend, woerd genaamd. Zijn groene kopveertjes iriseerden mooi in de zon. Dit verschijnsel wordt veroorzaakt door kristalachtige laagjes in de veren die pigmentkorrels met daaroverheen een eiwitlaagje bevatten. Afhankelijk van de lichtinval kan de kleur verschuiven. Heel goed is dit ook te zien bij spreeuwen in hun bruiloftskleed. De vrouwtjeseend zat vast al op de eieren. Ze legt rond de tien eieren per nest en broedt een paar keer per jaar. Tegen de tijd dat de pulletjes uit de eieren komen maken ze al piepgeluidjes en kunnen elkaar horen. Lopen kunnen ze meteen als een kievit maar het duurt wel zeven weken voor ze kunnen vliegen. Daardoor zijn ze natuurlijk heel kwetsbaar. Er gaan er veel verloren maar daarom legt de eend ook meermalen, tot augustus toe. Als het de eend meezit kan hij of zij wel vijftien jaar oud worden. Dat is een hele leeftijd voor zo'n vogel.

8 maart 2014

In de straat staat een Prunus in volle bloei. Ik vind dat toch zo'n opkikker! Telkens als ik er langs fiets, rem ik wat af om er van te kunnen genieten. De vroege lente is een echt cadeautje. Overal zijn mensen te zien die in hun tuinen bezig zijn. Volkstuinakkertjes zijn al geploegd en zaaiklaar, andere wachten nog op de eerste voorjaarsbeurt. Citroenvlinders vliegen door de tuin, spinnen zonnen op de warme stenen, bijen vliegen zoemend van sneeuwklok naar sneeuwklok en de hommelkoninginnen laten brommend weten het heerlijk te vinden om weer uit de ondergrondse holletjes te zijn. Het Longkruid kleurt de border langzaam blauw, de eerste Anemoon is uitgekomen, geweldig! Nu nog een paar milde nachten en een mals regenbuitje en dan zien we ook de kikkers weer in het vijverwater opduiken voor het jaarlijkse voortplantingsfeest. Dit is helemaal mijn seizoen, nooit voel ik mij zo weldadig als wanneer het leven weer terugkeert.

7 maart 2014

De mussen zijn opeens, als door een virus aangestoken, broederlijk en gezusterlijk aan het bouwen van een nest begonnen. Het is een komen en gaan van vogels die verdorde grassen en andere sprietjes verzamelen. Al een paar jaar hangen er aan onze zijgevel drie mussenkasten maar nog nooit zijn daar mussen in gaan broeden, wel een enkele koolmees. Een dezer dagen heb ik de klimop die de toegang tot de nestruimtes dreigde te overgroeien weggeknipt en het lijkt er zowaar op dat de musjes richting die nestkasten vliegen. Dat moet ik vanaf een afstandje eens even goed bekijken. De nestruimte wordt gevuld met van alles en nog wat; stro, touwtjes, grasjes en als de ondergrond klaar is komt er een laagje op van zachte veertjes en haren. Nu wij geen kat meer hebben moet ik de witte uit de buurt maar eens flink kammen, zo'n wit dekbedje zou wel luxe zijn in de mussenwieg.

5 maart 2014

Prijs de dag niet voor hij ten einde is. Deze spreuk stond op een wandtegeltje in het huis van mijn grootmoeder. Als kind vond ik dat een indrukwekkende zin. Over het weer en over jaargetijden zou je hetzelfde kunnen zeggen. Alle opgetogen meldingen van wat er allemaal al niet bloeit zijn heel opwekkend en bemoedigend voor mensen die zich verheugen op de lente maar het weer kan er maar zo een stokje voor steken. Zo las ik vanmorgen in mijn weeragenda die ik al tientallen jaren bijhoud, dat dertien jaren geleden op 20 april opeens een vernietigende nachtvorst een einde maakte aan alle bloei en groei in de natuur. In het bos was het tere blad van uitlopende beuken in die ene nacht helemaal bevroren en moesten de bomen opnieuw beginnen waardoor het voor het oog een heel late lente werd in het bos. Dus prijs het seizoen niet voor het ten einde is!

4 maart 2014

Sinds een tijdje hebben wij regelmatig een Koolmees in de tuin die het geluid maakt van een Tjiftjaf. Aldoor diezelfde twee toontjes. Er zijn diverse vogels die goed kunnen imiteren; van een koolmeesje heb ik dat nooit eerder gehoord. Ik ben benieuwd of hij een vrouwtje weet te lokken want dit is wel vreemd natuurlijk. Vogels in het ei leren al de zang van hun ouders te herkennen, eenmaal uitgekomen kunnen ze nog niet zelf zingen. Beetje bij beetje leren ze het, zoals een kind leert praten. Vogels van eenzelfde soort kunnen een eigen variant van de zang laten horen, niet elke roodborst, merel of koolmees zingt dus precies hetzelfde al lijken de liedjes veel op elkaar. Een gedragsbiologe in zuidelijk Australi ontdekte daar een vogelsoort die nogal te lijden had van de koekoek wiens ei steevast twee dagen eerder dan haar eigen eieren uitkwam en waarvan het jong meteen de rest van de eitjes uit het nest mikte zodat heel veel broedsels verloren gingen. Deze vogelsoort ontwikkelde daarop een truc om het nageslacht te redden. De vrouwtjes lieten tijdens de broedperiode een liedje horen dat een bepaald toontje bevatte dat werd ingeprent in het brein van de embryo's. Na het  uitkomen lieten de jonge vogels allerlei geluidjes horen waarin echter ook telkens ditzelfde "wachtwoord" doorklonk en alleen de vogeltjes die dit specifieke geluidje produceerden werden gevoerd. Het vrouwtje leerde dit speciale toontje ook aan het mannetje zodat ook hij het herkende. Op die manier werd het een verdedigings-mechanisme tegen de koekoek. Een ingenieuze vorm van evolutie.

2 maart 2014

In de bossen merkt je nog niet zoveel van de naderende lente. Je zou het kunnen zien aan de Lariks waarvan de knopjes stilaan dikker en kleuriger worden. Als je het niet wist zou je niet vermoeden dat daarin al minuscule naaldpakketjes verstopt zitten. Welk jaargetijde het ook is, je kunt in het bos wel altijd het Groen bekermos (Cladonia chlorophaea) aantreffen op dode stammen op de bosbodem. Staan de bekers op veel dunnere steeltjes dan gaat het om Kopjesbekermos. Het bekermos is geen mos maar een korstmos dat bestaat uit een samenleving van een alg en een schimmel. Namen zijn soms heel verwarrend. De algen zouden het best zonder de schimmel kunnen stellen maar andersom is dat niet mogelijk. De schimmels zijn afhankelijk van de voedingsstoffen die de algen aanmaken. Symbiose noemen we dat, twee organismen, of een daarvan, die tot elkaar veroordeeld zijn om te kunnen bestaan. De algen krijgen er ook wat voor terug: regendruppels die nodig zijn voor onder andere de fotosynthese. Alweer zo'n wonderbaarlijk natuurverschijnsel dat gecompliceerd en fantastisch in elkaar zit.

28 februari 2014

Lieveheersbeestjes komen zo langzamerhand ook weer tevoorschijn, vooral als de zon schijnt. Sommige zijn in de herfst naar binnen gekropen en vind je vaak dood op de vensterbank. Andere zijn, vaak in concentraties, buiten weggekropen en worden nu weer actief. Er zijn ongelooflijk veel verschillende van deze kevertjes, ze kunnen variren in kleur en tekening op het halsschild en op de dekschildjes. Per soort kunnen de vlekkenpatronen ook nog weer verschillen dus het kan een hele toer zijn zo'n kevertje op naam te brengen. Dit is het beruchte Aziatische lieveheersbeestje dat in ons land oorspronkelijk niet thuis hoort. Het werd indertijd ingezet bij de biologische bestrijding van bladluizen maar zoals dat vaak gaat, ontsnapten er kevertjes en bleken die zeer succesvol in hun voortbestaan. Ze begonnen zelfs een bedreiging te vormen voor onze inheemse soorten door behalve luizen ook de larven van "onze eigen" kevertjes te eten. Dit beestje is dus niet geliefd en sommige mensen maken ze dood als ze de Aziaten zien. Recent is echter ontdekt dat ook deze exoten ten prooi beginnen te vallen aan dezelfde wormpjes en schimmels waaraan de vaderlandse kevers lijden. De schimmel maakt de vrouwtjes onvruchtbaar. Tot nu toe nam men aan dat het Aziatische beest geen vijanden had, hetgeen hem zo bedreigend maakte. Het Aziatische lieveheersbeestje (Harmonia axyridis) kent veel verschillende verschijningsvormen maar je kunt het herkennen aan het patroon op het halsschild. Met wat verbeelding zie je daar een M. Vaak hebben deze kevers achterop de dekschilden een deukje of plooiachtige rand.

27 februari 2014

Op mijn volkstuin was het nog tamelijk rustig in de bodem. Onkruiden begonnen natuurlijk alweer flink te woekeren - dat gaat de hele winter door als het niet vriest - maar planten hielden zich nog koest. Ik zag piepkleine rode bultjes van rabarberneuzen die pas een centimeter boven de grond stonden; ik had verwacht dat ze al verder waren. Maar ho-ho, je vergeet bij dit mooie weer gewoon dat het nog steeds winter is! Wat ik wel ontdekte waren de bleekblauwe bloempjes van de Grote ereprijs (Veronica persica) die normaliter van april tot in herfst te zien zijn.  Een echte plant van akkers en moestuinen, meestal zeer voedselrijke plekken. Er vlogen zowaar wat bijen rondom de bloemen. Dankzij de vroege lente is dit plantje nu uitzonderlijk vroeg te zien.

25 februari 2014

Het voorjaar was in vorm gisteren, wat een dag! Terwijl ik in de tuin bezig was hoorde ik opeens het gezellige gezoem van een bij. Die was gewekt door de heerlijke temperatuur en zonneschijn en op zoek naar voedsel. Die vond zij in overvloed in de alom bloeiende krokussen die barstensvol stuifmeel de winkel wijd open hadden gezet. De bijen, werksters, die nu en straks in de zomer vliegen, worden maar een week of zes oud. Werksters doen hun naam eer aan, ze werken zich het schompes. Ze moeten de cellen in de raten schoonmaken en zuiveren, anders wil de koningin er geen eitjes in leggen. Met elke cel is de werkster wel 40 minuten zoet. De geschoonde cellen dienen ook voor de opslag van stuifmeel en nectar die andere bijen aandragen. Ook het verzorgen en voeden van de larven is de taak van de werksters. De laatste paar weken van hun leventje mogen ze pas naar buiten om ook nectar en stuifmeel te vergaren op de bloemen. De werksters die in de zomer geboren worden, blijven veel langer in leven. Zij moeten in de winter de koningin verzorgen en samen voor warmte in het nest zorgen. Mannelijke bijen, de darren, worden pas geboren in de zomer want die zijn alleen maar goed voor de paring met de koningin die aan de lopende band eitjes legt. Om darren te produceren leiden de werksters hun koningin naar cellen in de raat die zij speciaal voor dit doel wat groter maken en wat anders van vorm zodat de koningin weet dat ze daarin haar onbevruchte eitjes leggen moet want alleen daaruit komen darren. Als de darren met de koningin gepaard hebben worden ze in augustus het nest uitgewerkt. Ze hebben geen enkele andere functie en eten alleen maar mee van de voedselvoorraad, dus weg ermee! Ze worden verdreven uit het nest en als ze het lef hebben daarin terug te keren worden ze doodgestoken! Deze sociaal levende insecten laten door hun levenswijze zien hoe ingenieus en indrukwekkend de natuur in elkaar zit. Je kunt er alleen maar de grootst mogelijke bewondering voor hebben.

23 februari 2014

Net zoals wij mensen bestuurd worden door hormonen die al dan niet door ons lichaam razen is dat ook het geval bij vogels. Bij vogels echter voltrekken zich meermalen per jaar  hormonale en fysieke veranderingen, daar moet je als mens toch niet aan denken. Tegen de tijd dat er gebroed moet worden, heb je een goed werkend geslachtsapparaat nodig en dat wordt dus flink opgepept. Een vogelmaag die in de winter pinda's en zonnepitten vermaalt, past zich in het voorjaar weer aan de dan aanwezige voedselvoorraad aan. Bij trekvogels worden de maagjes kleiner nu ze toch hoofdzakelijk vliegen en ook hun vliegspieren worden weer sterker. In een In de winter spelen er totaal andere processen dan in het voorjaar wanneer het tijd wordt eens op zoek te gaan naar een partner. Voortplanting is immers alles waar het in de natuur om draait. Alles wordt bij onze standvogels in gang gezet door het lengen der dagen en dat is nu wel duidelijk te merken. Langzamerhand beginnen de mannetjes te zingen om aan te geven waar ze zitten en waar hun territorium is, zodat de vrouwtjes goed doorkrijgen waar ze het moeten zoeken. Vorige week hoorde ik de merelman in de nog kale Prunus zachtjes binnensmonds zingen, alsof hij er enorm zin in had zijn lied in het rond te schallen maar het nog een beetje gnant vond omdat de tijd nog niet daar was. Of misschien was hij aan het uitzoeken of hij het nog kon. Maar nu kan het hem niks meer schelen en gisteren was al de vierde avond dat hij uit volle borst vanuit een boom zat te zingen. Ik onderbrak onze maaltijd om buiten even te staan luisteren, het is zo'n heerlijk geluid en zo'n heerlijk keerpunt in het jaar! Dat de temperatuur snel begon te zakken richting vriespunt kon hem geen bal schelen! Zingen wilde hij, en zo gebeurde het.

21 februari 2014

Wie komt niet in de verleiding een tak met zilverwitte wilgenkatjes mee naar huis te nemen om met verbazing te zien hoe snel die in de warmte van de huiskamer uitkomen. Zo'n katje is in feite een bloem en de mooiste wilgenbloem is dit keer het mannetje. Wilgen zijn namelijk tweehuizig, mannetjes en vrouwtjes groeien op aparte bomen. De vrouwelijke bloempjes zijn lange slungels, lang zo mooi niet. Meestal is het andersom, denk maar eens aan het piepkleine rode vrouwelijke bloempje van de hazelaar. Maar het hazelvrouwtje hoeft ook niet zo groot te zijn aangezien de mannelijke bloemen op dezelfde boom groeien en een enorme vracht aan stuifmeel laten vallen zodat elk vrouwelijke exemplaar gegarandeerd bevrucht wordt. Bij de wilg gaat het anders, bijen maar belangrijker nog hommels, zorgen voor de bevruchting. Ze peuren het stuifmeel uit de mannelijke- en de nectar uit de vrouwelijke bloemen. De vrouwtjes moeten zich dus wel wat  nadrukkelijker laten zien. De vrouwelijke bloempjes zag ik al massaal op de bosbodem liggen, helaas zijn er nog geen hommels of bijen actief die ervan hebben kunnen profiteren.

20 februari 2014

Op een bospad vond ik de uitgetrokken vleugelveren van een Grote bonte specht. Deze zou ten prooi gevallen kunnen zijn aan een Sperwer of een Havik, beide vogels plukken hun slachtoffer op de grond. Ik houd het op de Sperwer. De sperwermannen vangen vooral mezen en huismussen maar de sperwervrouw, die aanzienlijk groter is, vangt ook grotere vogels tot wel duiven toe. Lijsterachtigen en spechten vormen zelfs een aanzienlijk deel van de vogelvangst door sperwers. Als ik de plukresten van een duif vindt doet me dat niet zoveel want zo gaat het in de natuur: eten en gegeten worden. Bij de vondst van andere vogelresten bekruipt mij altijd een gevoel van spijt. Zo raar zit een mens in elkaar! Het valt me trouwens wel op dat er de laatste twee jaren veel minder duiven te zien zijn, zowel in het bos als in de tuin. Zou het niet goed gaan met de dikke dollies?

18 februari 2014

Klein maar fijn, dat zijn de botanische narcisjes die nu in bloei staan. Er bestaan wereldwijd wel 1000 verschillende wilde narcissen, hun trompetvormige bloemen zijn meestal niet groter dan een centimeter of vijf. Ze zijn over het algemeen sterk en zeer geschikt voor verwildering. In de tuin ontdekte ik het eerste blauwe bloempje van de Omphalodes capadocica, dat is extreem vroeg want de normale bloeitijd valt in april en mei. Vanmorgen viel me opeens ook op dat de knoppen in de krentenboom aan het zwellen zijn. De lente is niet meer te stoppen. Veel planten zijn in deze winter niet eens in rust gegaan door afwezigheid van vorst. Wat dat voor gevolgen zal hebben, moeten we afwachten. Hoe zal het gaan met de aardbeienplanten, zij hebben voldoende winterkou nodig om bloeistengels te maken. Bepaalde zaden hebben ook een vorstperiode nodig om te kunnen ontkiemen. Als je weet welke dat zijn, kun je ze een poosje in de vriezer leggen, als je het niet weet kun je zaaien wat je wilt, opkomen doen ze niet. Wat gaat het betekenen voor de insecten, nu onder andere hazelaars al uitgebloeid zijn, overal massa's blauwe krokussen staan te bloeien terwijl bijen en andere insecten nog niet actief zijn en niet kunnen profiteren van hun stuifmeel en nectar. Het is een verwarrend door elkaar lopen van de seizoenen dit jaar.

16 februari 2014

Hier stond een oude beuk, een van de vele die een mooie indrukwekkende laan vormden. Steeds meer bomen uit de rij geven het op en gaan aan ouderdom ten onder. Deze beuk viel op een moment zomaar om, op een paar meter hoogte geknakt. Het restant staat er nog altijd en vormt nu een bezienswaardigheid door de vele tonderzwammen die er op groeien. Als de tijd passeert zullen ze een voor een ter aarde storten want ook voor tonderzwammen is er een tijd van komen en gaan. De Fomes fomentarius, zoals de wetenschappelijke naam van de tonderzwam luidt, was ooit een voorganger van onze lucifer. In de herfst werden de tonders van de bomen losgesneden in kleine repen gesneden waarna ze in een sodabad gingen en er met stampers de houtige vezels uitgehaald werden. Want in het volwassen stadium is de tonder zo hard als hout. Vervolgens werden de repen in salpeter gedrenkt en gedroogd waardoor ze zeer brandbaar werden. De verpulverde reepjes werden bewaard in een zogenaamde tondeldoos. Wilde men vuur maken, dan was het voldoende dichtbij de tonderdoos een vonk te veroorzaken. Als het in de tonderdoos ging smeulen werd er stevig geblazen om het vuurtje aan te wakkeren. Toen de lucifer ten tonele verscheen was het met de tondeldoos snel gedaan.

15 februari 2014

Onderweg kwam ik een wandelaar tegen die enigszins mismoedig tegen mij zei: "er is geen bal te beleven in het bos".  Ik kon niet anders doen dan dat te beamen, het bos voelde aan als op dit plaatje: grauw, leeg en weinig aantrekkelijk. Het was gisteren, een grijze dag waar de kille wind nog een schepje bovenop deed. Maar wat willen we, het is pas half februari. Het viel me op dat op de grens van de bossen van Twickel en die van Middachten nogal wat wroetsporen te zien waren van zwijnen. Ik heb ze een eeuwigheid al niet meer gezien. Vorige week vroeg ik een van de boswachters er nog naar en die bevestigde wat ik allang wist: een onnoemelijk groot aantal zwijnen is in de vorige winter en het daarop volgende erg koude voorjaar gecrepeerd van de honger. Veel wandelaars spraken daar toen schande van maar voor de bosbeheerders was het een welkome gebeurtenis, er hoefde minder gejaagd te worden en de populatie zwijnen nam flink af. Als ik zo'n uitgemergeld dier tegenkwam, schaamde ik mij mens te zijn want het bewust laten verhongeren van een dier stuit mij als gruwelijk tegen de borst. De zwijnen die er nu nog zijn, verkeren in puike conditie, liet de boswachter weten. Nu hoop ik maar dat we over een paar maanden weer van die leuke kleine biggetjes rondom hun moeders kunnen zien rondscharrelen; dit voorjaar schitterden ze akelig door afwezigheid. Het gewroet in de aarde wordt ook gedaan door de dassen die hier in meerdere burchten wonen. Zij  rommelen graag wat rondom en tussen de boomwortels. Ik hoorde in de verte een hondje blaffen. Althans, dat dacht ik. Het bleek een Raaf te zijn die ik een dergelijk geluid nog nooit had horen maken. De vogel werd zwijgzaam gevolgd door een partner. Ze vlogen naar voor een mij onbekende verte. ik liep door naar huis, waar het warm en behaaglijk was en waar man en koffie op mij wachtten.

13 februari 2014

De boomklevers hebben het hoogste woord nu ze voelen dat het weer voorjaar wordt. Overal hoor je hun luide wie-wie-wie-wie klinken. Het zijn vogels van oud gemengd bos maar in parken en grote tuinen komen ze ook, mits er oude loofbomen zijn. Het luide geroep van de mannetjes dat nu hoorbaar is, geeft aan dat ze hun territoria claimen Eind april, begin mei begint een paartje aan een nest waarin zes tot acht eitjes worden gelegd. De vogel is een holenbroeder, het nest wordt gemaakt in allerlei holtes van stammen en dikke takken, en worden gevoerd met een laagje schorssplinters en oud blad. Ze kunnen een holte zelf uithakken maar liever pikken ze de nesten van spechten in, waarbij ze meteen de invliegopening verkleinen door die dicht te metselen met leem of klei. De jonge vogels worden 23 dagen gevoerd door beide ouders en verlaten dan het nest. Ze worden dan nog zo'n anderhalve week door de ouders gevoerd.  Afgaand op het geluid moet het in "mijn bos" wemelen van deze vrolijke lawaaischoppers! De Boomkruiper (Sitta europaea)  produceert slechts eenmaal per seizoen jongen. Als je hem ziet, is dat vaak op een boom waar je zijn leigrijze rug langs de stam omhoog of omlaag ziet kruipen. Het schijnt dat hij de enige van onze vogels is die met de kop omlaag naar beneden kan scharrelen.
Vanmorgen vroeg werd ik gewekt door het lied van de zanglijster, van de weeromstuit begon een roodborstje mee te doen. Nog even wachten, dan barsten de ochtendconcerten weer los!

12 februari 2014

We verkeren een beetje in een soort niemandsland, het is geen winter maar ook geen lente, vlees noch vis heet dat. Ik merk om me heen dat er mensen zijn die het zo wel prima vinden, minder stookkosten, schone straten, geen stoepen vegen, al wordt het grijze weer dat overvloedig over ons heen komt niet bepaald gewaardeerd. Maar ja, je kunt niet alles hebben. Ook spreek ik anderen die zich onbehaaglijk voelen bij deze lenteachtige winter. Die missen het dat ze niet lekker door de sneeuw hebben kunnen struinen terwijl de verwachting dat dit alsnog zal gebeuren niet zo groot is. In de tuin zie je hetzelfde beeld. Sneeuwklokjes, akonieten en krokussen zijn overal te zien en allerlei bollen steken hun neuzen verwachtingsvol boven de grond maar houden zich toch nog maar even koest; je weet immers nooit. Daarom is het zo leuk dat in het voorjaar volop bakjes en potjes met voorjaarsbloeiers verkrijgbaar zijn. Je koopt ze zelf of krijgt ze cadeau. Deze zachtblauwe druifjes kreeg ik en ik geniet er zeer van. Na de bloei gaan ze in de tuingrond en tegen die tijd bloeien de druifjes daar ook. Dubbel genieten dus!

11 februari 2014

In plantenboeken of paddenstoelengidsen kun je altijd vinden wanneer van elke plant de bloeitijd valt. Niet zo bij mossen. Zelfs in een goede mossengids vind je daarover geen enkele aanwijzing. Misschien zijn mossen op dit punt te grillig, ontwikkelen ze zich het grootste deel van het jaar door of is er geen touw aan vast te knopen. Hoe het ook zij dit mooie mosje genaamd Gewoon sterrenmos (Mnium hornum) ontdekte ik al halverwege de maand januari, toen het de sporenkapsels al gevormd had. Het grappige was dat ik vervolgens ging kijken of ik dit ook op andere bomen zag. Tijdens een wandeling van anderhalf uur vond ik geen tweede boom die al sporendoosjes droeg. Daardoor trok ik de conclusie dat dit tijdstip van ontwikkeling bijzonder vroeg moest zijn. Het mosje op de foto is een heel algemene soort van de bossen.

9 februari 2014

Koolmezen hebben een heel repertoire aan geluiden waarmee ze met elkaar communiceren. In het vroege voorjaar hoor je ze roepen met een speciaal voor deze tijd bestemd geluid: het klinkt als ti-ti-ti-t, met de klemtoon op de laatste klank en snel achter elkaar. Soms zijn ook twee tonen genoeg en die schallen nu overal in het rond want het jaar vordert gestaag. De koolmeesman is op zoek naar verkering. Hij voelt dat er iets verandert in zijn lijfje door een wisseling van  hormonen die zijn gedrag besturen. Van een solitaire jongen wordt hij opeens een sociaal kereltje dat een vrouw wil om een familie te stichten. Hij doet gewoon wat zijn lijfje hem opdraagt. Heeft hij eenmaal een vrouwtje aan de haak geslagen, dan wil hij aldoor contact met haar houden en in die periode hoor je hem roepen: m-pi, m-pi . Alle vrouwtjeskoolmezen heten Miepie dus dat is makkelijk te doen. Zit zijn Miepie eenmaal op de eieren te broeden dan past man koolmees zijn geroep aan en gaat hij over op een verleidelijk mie-pie?. Het wordt opeens zacht en vragend en vaak kan Miepje hem dan niet weerstaan en gaat even met hem op de vleugels om de band te verstevigen.  Miepie is blijkbaar nog niet een optie, de mannen laten alleen weten dat ze in de stemming komen. Het weer mag dan op lente lijken, maar ze weten ook dat het broeden nog niet aan de orde is. En dat is maar goed ook, waar zouden ze immers het voedsel voor hun jongen vandaan moeten halen. Als de omstandigheden straks goed zijn geworden, begint hij haar wl persoonlijk aan te spreken, let maar op! Grappig hoor, die koolmeesjes.

8 februari 2014

Hoewel ik er geen enkele moeite mee heb dat de winter geen winter is, mis ik wel de vogels die bij een echte winter horen. Die zijn er natuurlijk volop naar ze blijven waar ze thuishoren en laten de tuinen links liggen; alleen tijdens een serie koude dagen zagen we een duidelijke toename. Op onze tuintafel liggen gehakte pinda's, een uit elkaar gehaalde vetbol en in een ruifje ergens in de tuin zijn volop zonnebloemzaden te vinden. De roodborst is de enige vogel die het wel makkelijk vindt voer aangeboden te krijgen. Voor hem of haar ligt havermout droog in een vogelhuisje. We zien wat merels in de tuin, wat kool- en pimpelmezen maar de rest schittert door afwezigheid. Vorig jaar om deze tijd vlogen ze af en aan: keep, sijsje, vink, boomklever, kramsvogel en zelfs een verdwaalde rietgors. Het betekent dat de vogels zich uitstekend kunnen redden in hun natuurlijke omgeving en dat is in het bos ook goed te zien.

7 februari 2014

Je kunt het vies vinden of boeiend, dat is gewoon een kwestie van smaak. Ik vind het leuk als ik ontdek dat vlak voor mij op de plek waar ik loop een bosbewoner is geweest, een paar konijnen, een ree, zwijn of hert. Soms ruik je het, soms vind je het in de vorm van een uitwerpsel. In dit geval was dat een vos. Het hoort in de categorie diersporen en die zijn er in overvloed natuurlijk. Zo kun je aan vraatsporen zien wie een boom te lijf ging, aan vast getrapte paadjes of er zwijnen of zelfs muizen de boel liepen aan te stampen. Braakballen zijn ook leuk om te vinden en vooral ook om ze uit te pluizen. Zelfs kleine vogels produceren braakballen, ik zie wel eens een merel een kokhalserige beweging maken om een braakbal te lozen, zelfs kleine zangvogeltjes doen dat. En als het gesneeuwd heeft kun je dan snel naar buiten te gaan om te kijken hoe zo'n pietepeuterig braakballetje eruit ziet. Het voegt weer wat toe aan de natuurbeleving!

6 februari 2014

Van tijd tot tijd overvalt mij nog wel eens een gevoel van nostalgie als ik ergens loop te wandelen. Dan moet ik onwillekeurig met enig gevoel van heimwee denken aan onze kleinkinderen die met me meegingen. Vaak gingen we dan langs onze "bosvrienden", een leuke wandeling, net lang genoeg. Ze noemden dat dan een "meet and greet", dat is een ontmoeting tussen artiesten en fans die elkaar heel even zien en spreken kunnen. Ik schreef er al eens een column over in het verhalendeel van deze website. Bij elke bosvriend hielden ze dan een gesprekje en verder ging het weer. Ik had ze mooi mijn nieuwe bosvriend kunnen laten zien, een boomwezen dat opeens tussen de gevelde stammen lijkt te zitten treuren, met in zijn armen wat brokstukken....

5 februari 2014

Gisteren hoorde ik in het bos weer voor het eerst de luide, zware roffel van een zwarte specht. Je weet niet wat je hoort als die dichtbij klinkt. Deze onscherpe foto maakte ik een jaar of wat geleden en ik was zielsgelukkig dat ik hem had kunnen snappen. Ik weet nog dat ik diep teleurgesteld was toen hij zo onscherp bleek. Het was de enige keer dat ik deze vogel gedurende een paar tellen voor de lens kreeg,  jammer he! Deze spechten zijn heel schuw en je krijgt ze bijna niet voor de lens, behalve als je ze bij de nestholte kunt fotograferen. Ik wilde met deze foto laten zien hoe enorm de snavel van de vogel is. Wanneer de specht roffelt werkt een stuk poreus bot tussen snavel en hersenen als een schokdemper. Daarbij komt nog dat zijn snavel stevig maar ook wat elastisch is. Ook bezit de specht over een speciaal tongbeen dat meehelpt de krachten tijdens het roffelen te verdelen over de hele schedel. De Zwarte specht broedt voornamelijk in de oostelijke helft van ons land; het is geweldig dat hij hier in onze oude bossen van de Veluwezoom ook voorkomt. Het staat wel nog steeds op mijn verlanglijstje: een mooie scherpe foto van deze prachtige vogel. Alleen het aparte geluid is al een streling voor je oor.

4 februari 2014

De mossen hebben het deze winter zeer naar hun zin. Je zou bijna denken: meer dan in de zomer als ze door droogte en hitte verschrompelen tot ze bijna niets meer zijn. Maar door alle vocht en zachte temperaturen staan ze er prachtig bij.  Het Fraai haarmos (Polytrichum formosum), dat in de volksmond vaak sterretjesmos genoemd wordt heeft nog de oude sporenkapsels rechtop staan. De sporen zijn er al lang uit. Intussen zit de nieuwe groei er al weer in in de vorm van lichte nieuwe steeltjes waar later de kapsels op zullen groeien. Mossen hebben aparte vrouwelijke en mannelijke planten. Er is dus een zaadcel nodig om de eicel te bevruchten. De zaadcellen hebben twee zweepstaartjes waarmee ze zich naar een eicel kunnen bewegen, maar alleen als er genoeg vocht in de grond is. Ze "ruiken" als het ware de stoffen die door de eicel worden uitgezonden. Uit een  nu ontstane voorkiem groeit een nieuw mosplantje. In de kapsels ontwikkelen zich de sporen. Zijn die rijp, dan gaat er een soort dekseltje open en en worden ze verspreid door de wind.  De mossen kunnen zich ook nog ongeslachtelijk voortplanten door het vormen van zijtakjes die tot plantjes worden zodra ze de bodem raken. Ze stekken zichzelf, zou je kunnen zeggen. Ingenieus weer allemaal, de natuur is ons in veel opzichten de baas.

3 februari 2014

Wat een prachtige zondag kregen we cadeau, het was lente! En zowaar had de zon al een overwinterend exemplaar van de Citroenvlinder gewekt. Afgaand op de bleke kleur gok ik dat dit een vrouwtje is. Toch is dit een normaal tijdstip waarop in zachte winters de eerste Citroentjes te zien zijn.  De vlinders zoeken na het ontwaken een warm zonnig plekje op om op te warmen. De mannetjes gaan nu op zoek naar de vrouwtjes om te paren en als dat gelukt is, worden de eitjes verspreid en een voor een gelegd op jonge struiken van Wegedoorn en Sporkehout. Maar eerst moeten die eitjes in het vlinderlijfje nog rijpen dus probeert het vrouwtje tussentijds nectar te verzamelen in vroegbloeiende bomen en struiken. Gelukkig zijn die er al.  De rupsen die eruit komen - dofgroen met witte strepen op de zijkant - verpoppen en in de zomer zien we dan de nieuwe vlinders rondfladderen. Hierop volgt later in de zomer nog een tweede generatie. Met een leeftijd van tien, soms elf maanden, heeft deze vlinder een ongewoon lang leven. Wat een heerlijke voorjaarsbode. Het licht is intussen ook al zo mooi geworden. We krijgen er weer zin in!

2 februari 2014

 Beuk in het verband? Ik denk dat er heel wat wandelaars zijn die niet weten waarom dit gedaan wordt. Een beukenboom heeft maar een heel dunne bast. Als er door bijvoorbeeld kappen van andere bomen opeens veel zon op de stam kan vallen, loopt de boom de kans dat de bast verbrandt en er scheuren ontstaan waardoor  ziektes de boom kunnen binnendringen. Om dat te voorkomen worden er beschermende banden om de bomen gewikkeld. De Beuk (Fagus sylvatica) is sowieso een kwetsbare boom, al zou je dat niet denken. Zij heeft maar een oppervlakkig wortelgestel waardoor zij niet echt stevig staat en gevoelig is voor windval, zoals men dit noemt. Een ander gevolg van het ondiep wortelen is dat beuken zeer te lijden kunnen hebben van langdurige droogte. "Waar der beuken brede kroonen ons heur koele schaduw bin" is de eerste regel van een oud Gelders volkslied; op school zongen wij het trots en uit volle borst. Beuken kunnen inderdaad een imposante kroon krijgen, hun bladeren liggen dicht bijeen en iets over elkaar waardoor al duidelijk wordt dat er weinig regenwater onder valt. Op de Veluwe kan deze boomsoort het door droogte heel moeilijk krijgen, al wil zij ook al niet gedijen in een vochtige grond. Ze heeft heel wat noten op haar zang, onze koningin van het bos zoals de Beuk genoemd wordt! Jonge beukenboompjes houden de hele winter hun bruine bladeren vast.

1 februari 2014

Onze zuiderburen melden dat vanaf de jaarwisseling houtduiven en Turkse tortels bezwijken onder een ziekte die wordt veroorzaakt door de parasiet trichomonas gallinae. Duiven lijken als "bakstenen dood uit de lucht te vallen". De parasiet houdt huis in het snavel- en keelslijmvlies van de vogels waardoor ze gaan kwijlen, suf worden, moeite hebben met slikken en ademen, en vermagering. Na enkele dagen, soms weken bezwijkt de duif aan deze ziekte.  Het gaat vooral om jonge vogels. De besmetting vindt o.a. plaats doordat speeksel of mest van de aangetaste dieren in het drinkwater terecht komt. In de Vlaamse vogelopvang zitten ook enige roofvogels die door de ziekte zijn getroffen. Vorige winter waren er berichten over merels die in Duitsland massaal stierven door iets dergelijks en waarbij men vreesde dat een en ander zich ook naar ons land zou uitbreiden. We hebben er niets meer van gehoord, laten we dus hopen dat dit ook met een sisser zal aflopen. Ondertussen kunnen we natuurlijk zorgen dat drinkschalen in onze tuinen schoon gehouden worden; dat is eigenlijk altijd noodzakelijk, net als het reinigen van voederplekken.

31 januari 2014

Een dag of wat geleden zag ik deze zwam die zomaar op de zaagsnede van een gevelde boom groeide. Enigszins verbaasd zag ik eronder een slak die wel brood zag in deze mooie oranje paddenstoel. Ik zie vaker slakken in de winter maar die zien er levenloos uit doordat, koudbloedig als ze zijn, het seizoen hun functioneren verhindert; ze zitten altijd op boomstammen. Blijkbaar was het zachte weer van dat moment een signaal voor dit weekdier om maar eens op pad te gaan. In deze tijd van het jaar neem je nauwelijks insectenleven waar in de natuur. Insecten hebben een bepaalde temperatuur nodig om in beweging te komen maar in de winter ligt dat anders. Daar heeft de natuur wat op gevonden door insecteneitjes en larven een uitstekende isolatie mee te geven zodat ze de kou kunnen overleven. De volwassen insecten kunnen dus rustig doodgaan. Zodra het najaar zich aankondigt sterft het merendeel van de volwassen torren, vlinders, luizen enzovoort. Degene die blijven leven behoren meestal tot de groep hoger ontwikkelde insecten. Mieren en bijen bijvoorbeeld. Die wachten onder de grond of in bijenkasten tot de zon weer krachtig genoeg is om het leven buiten mogelijk te maken. Mooi geregeld toch?

30 januari 2014

Zoekplaatje. De Boomkruiper (Certhia brachydactyla) ontdek je meestal pas door zijn aanvliegen of bewegen langs de boomstam, hij valt bijna geheel weg tegen de achtergrond. Toevallig zag ik hem landen op onze berkenboom die beklommen wordt door een al aardig oude klimop. Meteen maar weer wat insectenvoer langs de stengels gestrooid voor een volgend bezoek want in de winter hebben deze vogeltjes het zwaar. Al valt dat tot nu toe nog wel mee natuurlijk. Maar het is een standvogeltje en als je zo gespecialiseerd bent in je voedselkeuze, valt dat toch niet mee. In tegenstelling tot de Boomklever kan de Boomkruiper alleen maar van beneden naar boven langs een stam scharrelen. Schoksgewijs, en steunend op zijn stevige staartpennen klimt hij omhoog, ondertussen naarstig zoekend naar eitjes, coconnetjes, spinnetjes e.d. om die met zijn vrij lange omlaag gebogen snaveltje soldaat te maken. Eenmaal bovenaan neemt hij een duikvlucht omlaag en begint weer opnieuw, in dezelfde of een andere boom. Van Boomkruipers is bekend dat ze soms met een heel stel soortgenoten dicht tegen elkaar de nacht doorbrengen met als doel zoveel mogelijk warmteverlies te voorkomen. Dat kan in een nestkastje zijn maar ook zomaar ergens onder de dakrand van een huis. In strenge winters gaan er veel van deze soort dood maar daar staat weer tegenover dat ze tweemaal per seizoen een nest jongen grootbrengen.

29 januari 2014

Vanuit de verte hoor ik hem al aankomen: kr-kr-kr. Camera in de aanslag, gericht op een stukje zichtbaar luchtruim, en daar vliegt hij voorbij. Klik, hij staat erop! Het is natuurlijk een foto van niks maar de Raaf krijg je niet zomaar even op beeld.  Ze houden niet van mensen, misschien is in hun genen nog steeds ingeplant dat ze in het verleden te vuur en te zwaard bestreden werden, zelfs uitgeroeid in dit land. Na een moeizame herintroductie met vogels uit Duitsland, gaat het nu goed met deze imposante vliegers. Hun stuntvliegen vindt vooral in de balts een hoogtepunt met duikvluchten, salto's en ondersteboven vliegen. De Raaf is een alleseter die hier op de Veluwe vooral profiteert van de kadavers die in het bos blijven liggen. Zijn intelligentie is befaamd, wat ook duidelijk wordt uit de mythologie. De wijze god Wodan had altijd twee vaste raven op zijn schouder, genaamd Heugin en Meugin, wat geheugen en gedachte betekent. Onze uitdrukking "tegen heug en meug" komt er vandaan. Ik zou hem maar wat graag eens in vol ornaat op de foto krijgen maar dat zal wel altijd een onvervulde droom blijven!

28 januari 2014

Nou, die verliefde jongeman is stevig te keer gegaan zeg! Je ziet wel vaker harten in een stam gekerfd maar dit is wel heel rigoureus! Hij heeft hele stukken bast uitgesneden. Niet dat de boom daar nou dood aan gaat maar het had wel wat minder gekund. Zou zijn geliefde op de uitkijk hebben gestaan? Kennelijk speelden de hormonen stevig op bij het amoureuze jongmens. Hij realiseerde zich niet dat hij de boom schade toebracht want door de schors en de bast weg te snijden maakte hij een wond waardoor ziektes de boom kunnen binnen dringen. De boomschors die de buitenkant van de bast vormt, is ondoordringbaar en dient als bescherming. De bast bevat een vatenstelsel  die het voedsel uit het blad verdelen over de gehele boom. Ook worden in de herfst waardevolle stoffen die de boom na bladval niet meer nodig heeft, opgeslagen en hergebruikt in een volgend voorjaar. Soms worden in het bos bepaalde bomen geringd; er wordt dan rondom een strook bast uitgesneden waarmee de levensprocessen niet meer kunnen doorgaan en de boom sterft. Nog lang kan hij daarna blijven staan en waardevol zijn voor de natuur door bijvoorbeeld woonruimte te bieden aan een Boommarter of ander bijzonder dier.

26 januari 2014

De Geweizwam (Xylaria hypoxylon) is het gehele jaar te vinden. Als ze nog jong zijn, zijn ze bedekt met een wit poeder dat bestaat uit sporen waarmee ze zich ongeslachtelijk voortplanten. Worden ze ouder, dan verkleuren ze naar zwart, eerst aan de onderkant, en later over het geheel. Dit nu zijn de sporen waarmee ze zich geslachtelijk kunnen voortplanten. De sporen worden gevormd in de lensvormige orgaantjes (perithecia) die als heel kleine bolletjes onderaan het vruchtlichaam zitten. De voortplanting vindt plaats in de herfst. Geweizwammetjes zijn heel algemeen en te vinden op dood loofhout.  Een bijzondere zwam wiens naam geen toelichting behoeft, lijkt me.

25 januari 2014

Madeliefje, Meizoentje, het zijn allebei zoete namen voor de (Bellis perennis) Hoe lief ook haar naam, de levenswijze is sterk en levenslustig; ze bloeit in principe het hele jaar door en kan slechts onderbroken worden door een vorstperiode. De bloempjes sluiten 's nachts om in de ochtend weer open te gaan. In hoog gras zul je het plantje niet vinden, daar is niet genoeg licht meer voor Madeliefje. Het groeit dan ook in gazons en andere grasvelden die regelmatig worden gemaaid. Over het Madeliefje schreef de natuurvorser Thijsse: "In den winter zijn ze altijd eenvoudig wit met geel, flets geel en slap wit. Maar als het lente wordt hebben ze warmer tinten van noode, het geel wordt dieper en nadert tot oranje, en de randbloempjes krijgen een tipje rood. Hoe helderder het voorjaarsweer, des te meer madeliefjes met roode randjes". Dus lang leve de madeliefjes, klein maar fijn!

23 januari 2014

Het Belgische Natuurbericht vraagt lezers om de vogels ondanks het zachte weer wat bij te voeren: "Er komen maar weinig vogels naar het voer en dus ligt er veel voedsel te schimmelen en te kiemen. Dat is een probleem, want van beschimmeld voedsel kunnen vogels, net als mensen, ernstig ziek worden. Zo produceert schimmel op pinda’s de giftige stof aflatoxine, die dodelijk is voor vogels. Daarom is het raadzaam om de voedseloverschotten in je tuin te beperken: zorg ervoor dat je niet meer voedert dan er op korte termijn opgegeten kan worden en haal beschimmeld of kiemend voedsel weg". Nu propageer ik elk jaar al op deze website dat die netjes met gepelde pinda's vanwege het bovenstaande ondingen zijn. Veel beter kun je de nootjes los in een ruifje, voederhuisje of op de voertafel leggen. Als je ze wat fijnstampt lok je bovendien veel meer vogels doordat zelfs de vogels met dunne snaveltjes het pindagruis kunnen eten. En daar doe je het toch voor! Vetbollen kunnen ook vies verslijmen in dit vochtige weer. Stamp ze uit elkaar en zie wat er gebeurt; je beleeft er vele malen meer plezier van.

21 januari 2014

Aalscholvers zie je steeds meer bij allerlei binnenwatertjes. Eeuwenlang werd deze vogel bestreden als concurrent van de binnenvissers, die hij het brood uit de mond zou stoten. Er waren zelfs beschermingsmaatregelen nodig om de vogel voor uitsterven te behoeden. Als gevolg daarvan kon de Aalscholver zich voorspoedig uitbreiden en trekt hij steeds verder het binnenland in, als er maar wel water in de buurt is. Wereldwijd zijn er 33 soorten maar slechts drie ervan komen in Europa voor. In ons land zien we bijna alleen de gewone aalscholver (Phalacrocorax carbo). De Schollevaar, zoals hij vroeger ook genoemd werd, kan geweldig duiken en minuten lang onder water blijven. Hij vangt nog vis op twintig meter diepte; grote vissen worden eerst naar de oppervlakte gebracht alvorens gegeten te worden. Ze verorberen per dag tussen de 300 tot 400 gram vis, all in. Dus met kop, graten en de hele rataplan. Dat ze aal of paling eten, blijkt niet waar te zijn, ze stellen zich tevreden met baars, snoekbaars, spiering, blankvoorn en pos, voor menselijke consumptie geen interessante soorten. Omdat deze vogel geen geheel waterdicht verenpak heeft, moet hij na het vissen de vleugels spreiden om ze te laten drogen, een prachtig gezicht, vooral als het zonlicht iriserende kleuren op zijn donkere vleugels tovert!

20 januari 2014

De meeste beuken laten hun vruchten vallen met alles "erop en eraan" maar er zijn ook bomen die alleen de nootjes loslaten en de napjes vasthouden. Die zitten nog maar net aan de takken vast en vallen naar beneden zodra een koolmees of andere vogel ze wil onderzoeken op iets dat eetbaar is. Als je nog goed kunt horen kun je waarnemen hoe overal in dergelijke beuken tikjes klinken van snaveltjes tegen de napjes, waarop de napjes meteen naar beneden vallen. Als dat gebeurt op een geasfalteerd bospad, krijg je daardoor het idee dat het regent. De tuinvogeltelling  van afgelopen weekend zal wel niet zoveel hebben opgeleverd als andere jaren want de meeste vogels laten de tuinen links liggen en vinden nog genoeg in de natuur. En in de bossen wemelt het van vogels. Overal zie je en hoor je groepen mezen, op de bodem zie je veel vinken en aan het zachte lispelende geluid van de goudhaantjes kun je, als je het al niet wist, afmeten hoe klein die moeten zijn. Deze snoezige  en rusteloze vogeltjes zie je aldoor door de naaldbomen schichten maar ze blijven nooit stilzitten om de fotograaf een kans te geven ze op beeld te vangen.

19 januari 2014

Winterboeketje op 19 januari. De Wilde peen bloeit nog steeds, het Koolzaad is verder gegaan waar het eerder ophield, viooltjes grijpen hun kans zolang het niet vriest, net als het madeliefje. De Winteraconiet mocht ik van een buurtgenoot uit zijn tuin plukken, die bloeit op de normale tijd. Wanneer een plant bloeit wordt hoofdzakelijk bepaald door de hoeveelheid beschikbaar licht en door de temperatuur. Licht is misschien wel het belangrijkst. Kwekers ontdekten bijvoorbeeld dat rozen bij eenzelfde temperatuur maar bij meer licht, meer bloeitakken maakten. Planten die het met minder dan 12 uur licht kunnen doen, zijn de kortedagplanten maar elke plant heeft zijn eigen maximum en minimum temperatuur waarbij hij nog wil bloeien. Waarom er dan voorjaarsbloeiers en najaarsbloeiers zijn, hangt misschien wel samen met de opbouw of juist afbouw van de hoeveelheid  licht. Maar dat weet ik eigenlijk niet precies. Zal het eens proberen aan de weet te komen! De natuur is nog niet aan de winter toegekomen en hier en daar al een stukje aan het uitbotten. Welke gevolgen dat zal hebben als het toch nog stevig zou gaan winteren, moeten we afwachten. Over 8 week begint de lente al. Alhoewel, vorig jaar werd de lente overgeslagen en werd het tegen het eind van de maand juni meteen zomer. Spannend dus.

17 januari 2014

Deze dode maar nog recht overeind staande beukenstam is een ware blikvanger door de enorme hoeveelheid Paarse korstzwam (Chondrostereum purpureum) die er nu op groeit. Met recht "een plaatje". De sporen van deze zwam hebben een desastreuze uitwerking op sommige bomen, bijvoorbeeld Prunussoorten. Daarom wordt die wel ingezet bij de bestrijding van Amerikaanse vogelkers, een soort die zich agressief verspreidt en daardoor de naam "bospest" kreeg. Als wat sporen van deze korstzwam op de afgezaagde stobbe  van de vogelkers worden gesmeerd, ontstaat er loodglansziekte en gaan ze dood want door de wond kan de schimmel het hout binnen dringen. Ook  populier, els en wilg kunnen van deze ziekte het slachtoffer worden. De zwam gedijt enorm bij hoge luchtvochtigheid en veel regen en een temperatuur tot een graad of tien boven 0. Het is dan ook niet wonderlijk dat dit zeer fraaie exemplaar het momenteel zo uitbundig doet. Je moet hem alleen niet ontdekken op je mooie kersen- of pruimenboom.

16 januari 2014

Doordat het al heel lang zacht en vochtig is, raken de boomstammen steeds meer begroeid met mos. Een prachtig gezicht, vooral als het oude reuzen zijn die bekleed lijken met een dikke laag fluweelachtig groen. Ik moet er altijd even met mijn hand langs strijken als ik zo'n boom zie. Het is hoofdzakelijk de regen die al dat mos doet groeien en meestal komt die uit het westen dus aan die kant van de stammen groeit het mos overwegend. Vaak wordt dit gegeven gebruikt als orintatie tijdens een wandeling.Heit is echter geen wet van Meden en Perzen want mosgroei heeft ook te maken met zon en lichtval en elke mossoort heeft bovendien z'n eigen voorkeur. Wil je goed de richting bepalen dan kun je beter een boomstronk zoeken met goed zichtbare jaarringen; waar die het breedst zijn is de zuidkant. In het mos komt natuurlijk van alles terecht en zo ontstaat er weer een nieuw milieu waar plantjes en zwammetjes kunnen groeien en diertjes kunnen leven. Hoe ouder een boom wordt, hoe mooier om te zien. Was dat ook maar bij ons zo.....

Ik zie ook nog steeds nieuwe mosschelpjes op de stammen verschijnen. Piepkleine zwammetjes die van verre meer lijken op witte stipjes. Een aantal jaren geleden was het nog een zeldzaam paddenstoeltje, in 2008 was het nog maar driemaal ontdekt. Momenteel breidt het zich spectaculair  uit. Het is zaak te letten op de ronde, lichte, vaak vergeelde plekken die op de bemoste stammen te zien zijn. Het Mosschelpje parasiteert op mos dat op bomen groeit. Ik zag en zie het alleen maar op beuken.

15 januari 2014

Toen indertijd meer en meer ontdekt werd dat er allerlei dieren waren die gereedschappen gebruikten, was dat opzienbarend want dat moest te maken hebben met een zekere intelligentie. Van apen is dit gedrag welbekend, en ook van otters die oesters op hun buik leggen om ze met een steen open te slaan, vinken op de Galapagos die met een cactusstekel insecten uit hout of tussen de rotsen uitpulken. Er zijn heel veel dieren die hulpmiddelen inzetten om aan een lekker hapje te komen. Je vindt het verschijnsel in een bos ook, zoals de boomklever die een beukennoot tussen de schors van een boomstam klemt zodat hij hem makkelijker kan open hakken. In de geweldige natuurseries die er tegenwoordig zijn, zie je er de fraaiste staaltjes van. Vooral in die van de BBC. Als ik zelf daarvan een bewijs ontdek, zoals hier, vind ik dat minstens zo leuk! De herfst 20013 leverde een grote mast (al was dat niet overal zo) van beukennoten hetgeen betekent dat er straks in de volgende herfst weinig vruchten zullen zijn. Jammer voor veel vogels en zoogdieren, maar de beuken doen het even rustig aan om weer op kracht te komen!

14 januari 2014

Binnen ruime marges is het niet abnormaal dat er wilde planten blijven bloeien tot in het nieuwe jaar. Het komt in zachte winters regelmatig voor. Maar bloeiende Grote muur op 13 januari is wel degelijk extreem. De normale bloeitijd van deze plant valt in de maanden april, mei en juni. Ik had al een poosje gezien hoe een grote plek langs een bospad almaar groener werd en gisteren zag ik daar dus de eerste bloemen bloeien. Grote muur (Stellaria holostea), behorend tot de Anjerfamilie - hetgeen je begrijpt als je naar de lange spitse blaadjes kijkt - is een vaste plant die met de slappe stengels grote plakkaten vormt. De bloemen zijn 1 tot 3 centimeter groot en de kroonblaadjes zijn tot halverwege gespleten. Het was een opvallende en leuke vondst, vond ik.

12 januari 2014

In "mijn" bos wordt weer stevig gekapt. Bruikbare stammen worden verkocht en de rest links en rechts van de paden neergekwakt. Inclusief alle takken, het is een vreselijk gezicht. Als Ree durf je hier niet meer te lopen uit angst je ranke benen te breken. Het is allemaal een kwestie van geld dat gepaard zou gaan met de opruiming van al dat takkenhout. Op een plek waar het mij volkomen nodeloos leek, werd een heel oude en kerngezonde beuk gescheiden van zijn wortels. Jammer, zo'n imposante mooie boom en er mankeerde zo te zien niets aan. Hij stond vrij genoeg om geen andere bomen te hinderen; het bosonderhoud is in ogen van de wandelaar vaak ondoorgrondelijk, vandaar dat er soms  verklarende rondleidingen worden gehouden om aan het onbegrip van het publiek  tegemoet te komen. Op de stam van deze reus staat de naam Jos. Misschien krijgt Jos hem wel cadeau. Voor zijn verjaardag, of omdat hij met pensioen gaat en in zijn vrije tijd de stam met een kloofbijl en kettingzaag te lijf kan gaan en heeft hij weer wat te doen!

10 januari 2014

De Rankende helmbloem (Corydalus claviculata) was in het bos allang niet meer te zien, zeker niet na de eerste nachtvorsten. Het is een eenjarige plant  waarvan de zaden bijna altijd in het voorjaar pas ontkiemen. Gisteren zag ik langs een bospad een paar jonge planten opkomen en bij het takje op de foto zie je zelfs al de eerste bloemknop. De tere groene blaadjes zullen de komende nachten wel weer het loodje leggen nu het serieus kouder zal gaan worden. Deze plant is een teken van aanwezige stikstof en dat is niet altijd iets om blij van te worden. In Brabant, waar de plant vroeger nooit groeide, is hij nu wel veelvuldig gezien vanwege de concentratie stikstof die daar tegenwoordig wordt uitgestoten. Op de arme zandgrond van de Veluwe doen de planten het uitstekend en bedekken vaak meters grond, tot genot van de reen die er dol op zijn. De bloemen zijn maar heel klein en groeien in pluimen, ze hebben een vuilwitte kleur. Doordat de stengels zo slap zijn, kunnen ze zich met hun ranken aan de omringende begroeiing een heel stuk omhoog werken, waarbij ze zich overvloedig vertakken.

9 januari 2014

Op een fors oud restant van wat eens een naaldboom was, had ik al eens deze Stekeltrilzwam (Pseudohydnum gelatinosum) gezien. Omdat ik de dode boom gisteren weer passeerde bekeek ik de trilzwam nog eens en zag dat hij in de afgelopen weken een heel stuk groter was geworden. Dat was opvallend want doorgaans zijn de vruchtlichamen van deze zwam te zien tot ongeveer eind november. Hij staat te boek als "algemeen" maar toch vind je hem maar weinig. Op de Rode lijst voor paddenstoelen las ik dat hij daar als "kwetsbaar" vermeld staat. Deze bijzondere trilzwam met z'n witte uitsteekseltjes aan de onderkant, die bedoeld zijn voor het verspreiden van sporen, wordt vanwege die witte kleur ook wel IJszwam genoemd. De bovenkant is grijsbruin.

8 januari 2014

Terwijl ik een Tjiftjaf in de krentenboom hoor roepen en even later in mijn kijker ook zie, val ik van de ene verbazing in de andere bij het aanschouwen van een paartje pimpelmeesjes. Ze lijken volledig de kluts kwijt en gedragen zich alsof de geslachtshormonen in hun lijfjes al op volle toeren in de weer zijn. Het vrouwtje doet niets dan weg- en aanvliegen, ze hangt telkens aan de buitenkant van de nestkast en draait zich in de gekste bochten om de boel van alle kanten te kunnen bekijken. Ze duikt in en uit de kast terwijl het mannetje er omheen vliegt en vol belangstelling toekijkt. Het is een voorjaarstafereel midden in de winter die geen winter is. Je moet er niet aan denken dat ze inderdaad tot broeden zouden overgaan want de jonge vogeltjes zouden het nog geen dag overleven in dit voedselloze seizoen.

7 januari 2014

Ziezo, de kop is er vanaf, de eerste week van het nieuwe jaar alweer voorbij. Heb ik andere jaren de grootste moeite om tijdens de winter nog wat aardige onderwerpen voor dit dagboek te vinden, momenteel hoort niemand mij klagen! De dag van gisteren leverde alweer een nieuw record op als warmste 6e januari ooit. De natuur doet vrolijk mee. Ergens in het bos zag ik een grote groep verse paddenstoelen staan. De Kale inktzwam groeit op dood hout, vaak op boomstronken en wortels. Als de hoedjes nog dicht zijn, zien ze er lang zo leuk niet uit als wanneer ze rijp zijn, hun hoedjes uitspreiden en de buitenste rand alweer vergaat. In dat laatste stadium druipt er een vloeistof van de hoed af die zwart ziet van de meekomende sporen. Maar of je daar mee schrijven kunt? Het schijnt dat men het vroeger wel deed, met een veer en gemengd met Arabisch gom.

6 januari 2014

Volgens de makers van de Natuurkalender slaan we ditmaal de winter over en blijft de temperatuur tot en met juni bovengemiddeld. Deze conclusie wordt gebaseerd op diverse internationale klimaatberekeningen. Nu is het klimaat wel iets dat heel moeilijk te voorspellen is blijkens eerdere gegevens. Eerder werd al eens voorspeld dat onze winters nat zouden worden en onze zomers droog. Als je kijkt naar de winters die achter ons liggen, kun je dat nauwelijks geloven. Hoe het ook zij, de huidige winter is kleddernat en zacht en dat is ook te zien op de akkers die er als verdronken land bijliggen.  Masakkers zien er helemaal vreemd uit met hun plantenresten die in de grond zijn blijven staan. De bodem zal eerst flink moeten opdrogen eer die staken onder de grond kunnen worden geploegd, waar ze tot nuttige humus zullen vergaan.

5 januari 2014

De jaarwisseling ligt alweer vijf dagen achter ons maar nog steeds tref je her en der resten aan van het vuurwerk. Zelfs op de begraafplaats in ons dorp is blijkbaar vuurwerk afgeschoten want overal liggen snippers, pijlen en andere troep. Onvoorstelbaar dat de gemeente niet iemand langs stuurt om de boel op te ruimen. Zo zitten ook de afvalbakken voor hondenpoep nog steeds dicht zodat mensen wel keurig de uitwerpselen van hun honden in een zakje doen maar het niet kwijt kunnen en het dan maar deponeren onder de bakken die om vernieling te voorkomen waren afgesloten. Gelukkig is het geknal nu afgelopen. De buurkat die hier regelmatig even een bezoekje brengt, vluchtte nog dagen bij elke knal naar de zolder en durfde nauwelijks over straat.
Verhalen en columsLaatste: Zieke maatschappij !

4 januari 2014

In het bos bij een spontaan ontstane waterplas zag ik dit stel ganzen. Zouden ze weten dat ze op de lijst der verdoemden staan en kunnen worden afgeschoten? Goed plekje, zo in het bos. Deze witte ganzen zijn de nakomelingen van de ganzen die vroeger bij boerderijen gehouden werden om de eieren, het vlees en het dons. Nadat die ontsnapten en  verwilderden ontstonden er kruisingen met andere ganzen en nu worden ze heel onflatteus "soepganzen" genoemd. Ze zijn niet altijd wit, zoals deze gefotografeerde ganzen, maar kunnen ook veel grijs of bruin in de veren hebben. Tegenwoordig ben je je leven als gans niet langer zeker, voor je het weet wordt je uit de lucht geschoten. Vaak wordt door jagers het doel gemist en sterven slecht geraakte vogels een nare marteldood.

3 januari 2014

Als duveltjes uit een doosje, springen de bloemen van onze Toverhazelaar (Hamamelis mollis) uit hun knopjes. In twee dagen tijds staat zo'n struik opeens in bloei en verrast je dan met een vrolijke hoeveelheid gele frutsels. Eigenlijk kun je nauwelijks spreken van n bloem want als je goed kijkt zie je dat het gaat om clusters die bestaan uit vier bloemen. Elke bloem heeft vier gekrulde kroonblaadjes waarbinnen vier meeldraden en twee stampertjes. De bloei valt in de eerste drie maanden van het jaar dus dit is de normale tijd, al is bloei wel weer afhankelijk van de heersende temperatuur. Gaat het vriezen dan frommelt de bloem zich helemaal in elkaar om zich weer te ontvouwen als de vorst afneemt. Daar er nu geen insecten zijn die voor de bestuiving kunnen zorgen, doet de boom dit door zelfbestuiving en we noemen hem een windbestuiver. Het gunstigst verloopt dit proces natuurlijk als er geen belemmeringen zijn dus stuift hij in het bladloze seizoen. Na de bestuiving gebeurt er niets meer, tot het voorjaar. Dan pas vindt de bevruchting plaats. De vruchten die laat in de zomer verschijnen, heten doosvruchten. Als die zich openen schieten de zaden tot wel tien meter ver weg. Zeg maar eens dat dit geen mirakel is! De Toverhazelaar is een wonderstruik!

1 januari 2014

Wat is er toepasselijker dan het nieuwe jaar te beginnen met een afbeelding van de Primula, die overigens op dit moment ook bloeit in onze tuin. Het is onzinnig om iedereen een mooi en voorspoedig 2014 te wensen, want ook tegenspoed hoort onvermijdelijk bij het leven. Daarom wens ik een ieder het beste dat haalbaar is. De kerstbomen kunnen weer naar de zolder, de ballen in de dozen en de resten van het vuurwerk kunnen bijeen geveegd worden. In mijn gemeente kun je voor elke ingeleverde volle vuilniszak vuurwerkafval een cadeaubon voor de banketbakker krijgen. Wat ooit een normale burgerplicht was, die iedereen gewoon uitvoerde, wordt nu door de overheid geld betaald. De zondagsrust gaat met ingang van dit jaar  in onze gemeente naar de Filistijnen: alle winkels mogen voortaan open blijven. De huidige generatie stelt geen prijs meer op die ene speciale dag per week waarin wat tijd is voor elkaar en met elkaar. De maatschappij verandert in een angstig tempo en zal nooit meer hetzelfde worden als hij was in het verleden. Jammer? Ik vind het betreurenswaardig.

30 december 2013

Een sponszwam aan het eind van december, dat heb ik nog niet eerder gezien. Een mooi natuurfragmentje om het jaar mee af te sluiten. Als je blijft kijken, blijft zoeken, je blijft verwonderen over de veerkracht van de natuur, zul je daar moed uit putten en vertrouwen. Het is meerdere malen door onderzoeken vastgesteld dat heel veel mensen een rust in zich voelen neerdalen zodra ze de mensen en hun drukte achter zich gelaten hebben en zich laten omringen door de natuur. Een flinke wandeling doet het hoofd leegmaken, gedachten ordenen en opruimen en is heel geschikt om te besluiten de levensrugzak vol meegezeulde herinneringen en ervaringen maar eens leeg te gooien en alleen te bewaren wat waardevol is en waar je blij van wordt. Laat de rest maar achter in het oude jaar en ga welgemoed het volgende in om mooie, nieuwe ervaringen te verzamelen. Natuurlijk ook in de natuur!

29 december 2013

Onder de vogels lijkt nog geen grote behoefte te bestaan aan bijvoeren. Aan onder meer hulst en vuurdoorn zitten nog volop bessen en de rozenbottels hangen onaangeraakt aan de struiken terwijl andere jaren de groenlingen er meteen op afkomen. Zelf heb ik tot nu toe nog niet veel gevoerd, wie weet hoezeer het over een poosje nodig is. Al een paar maal hoorde ik de voorjaarsroep van de koolmees. Nog even en we gaan het lengen van de dagen weer merken!

28 december 2013

Ik vind het wel grappig dat ik hier blauw bloeiende zomerplanten kan opvoeren terwijl het eind van het jaar 2013 bijna een feit is. In een Achterhoeks stadje zag ik in meerdere tuinen deze plant in bloei staan en zo te zien zitten er nog heel wat blommen aan te komen. Als het weer op deze manier voortgaat tenminste. Welke plant het is, weet ik niet zeker. Misschien gaat het om de Campanula portenschlagiana. Een in mei bloeiende plant die de gewoonte heeft tot herbloei te komen in de herfst. En herfst, daar lijkt het momenteel wel op want winters is het zeker niet.

27 december 2013

 Ik fotografeerde deze Kokmeeuw op tweede kerstdag.  Zijn kopveertjes zijn nog zomers donkerbruin en de witte ring om zijn ogen hoort er nu ook niet meer te zijn. Van de donkere veertjes blijft normaliter slechts een kleine "koptelefoon" over. De snavel verkleurt in de herfst van helderrood naar bruinachtig, hetzelfde geldt voor de poten. Blijkbaar heeft deze vogel wat meer koude nodig om het proces af te maken. Klopt deze redenatie eigenlijk wel? Niet helemaal; een vogelaar die zich al tientallen jaren in dit fenomeen verdiept weet hoe het zit.  De donkere kop van de Kokmeeuw (Larus ridibundus) hoort bij het zomerkleed en de witte kop met het restje overblijvende donkerbruin dat het bekende koptelefoontje vormt, hoort bij de winter. Zo gaat het in het algemeen! Maar meeuwen zijn eigenwijs op dit punt. Gangbaar is dat de donkere veertjes weer verschijnen tegen eind februari, begin maart.  Bij  enkele kokmeeuwen echter verschijnt de zomerse uitvoering van de kop al in november, al is dat wel erg vroeg. Ook de temperatuur heeft ermee te maken, in strenge koude wordt zo'n dag of tien eerder geruid dan wanneer het weer zacht is. Grappig is ook dat de vogels die vroeg ruien, het heel langzaam doen en de voorjaarsruiers juist heel snel. De manier waarop geruid wordt is ook weer verschillend; bij de ene vogel begint het met vlekjes op de wangen, bij de andere vogel bij de snavel of achterop de kop. En zelfs de resterende koptelefoontjes variren qua vorm van vogel tot vogel. Toch grappig om deze dingen over deze algemeen voorkomende vogel te weten!

24 december 2013

Terwijl de stormwind om het huis jaagt, de derde storm al in korte tijd, vul ik mijn dagboek met een kerstwens voor alle lezers. In de meeste huizen staat de kerstboom al het donker van deze dagen te verdrijven en de kerstsfeer wordt tegenwoordig meer en meer buiten de voordeur gebracht en getaleerd door versierde tuinbomen, kransen aan de deuren en lichtjes langs de gevel. Steeds komt de gedachte in mijn hoofd op dat deze uitbundigheid pijnlijk moet zijn voor allen die alleen en eenzaam zijn en dat deze dagen nadrukkelijker dan ooit voelen. Voor hen haal ik de regels aan uit een troostlied van Willem Wilmink: wees niet zo bang voor Kerst, het zijn twee dagen, niet meer dan achtenveertig uur! 
Waarom zou eigenlijk rood zo'n populaire kleur zijn met kerst? Ik doe maar mee en wens ieder van jullie met deze foto van een lidcactus vredige en mooie kerstdagen toe!

23 december 2013

In een tuin in onze straat staat een Mahonia in volle bloei en dat biedt een een zeer aangename aanblik. Ook de Mahonia kent vele cultivars en welke dit is, weet ik niet maar ik ga het zeker vragen want zo'n vrolijke bloeier in de maand december die toch vaak overwegend grijs is, wil ik ook wel aanplanten. Nog altijd bloeien in de vrije natuur ook nog wilde planten. Veel zijn het er niet meer maar je kunt ze vinden. In de gemeentelijke bloemperken staat nog heel wat geel en oranje te pronken; het zijn de goudsbloemen die er afgelopen zomer gezaaid werden. Het zijn de soorten die zich nog even handhaven  in het  niemandsland tussen einde herfst en begin winter.

22 december 2013

Ik vond een Gele trilzwam (Tremella mesenterica) op een stapel dood hout; een klein exemplaar, vaak zijn ze veel groter. De trilzwammen vormen een groep waarvan de meeste een geleiachtig vruchtlichaam hebben, bij droogte kunnen verschrompelen om in een vochtige periode weer vocht op te nemen en op te zwellen tot wat ze waren. Het Judasoor is ook een bekend voorbeeld. Als de Gele trilzwam nog jong is, heeft hij een frisse felle oranjegele kleur en bij het ouder worden verbleekt hij. Het verspreiden van de sporen gaat via de bovenkant van de lobben. De zwam is een parasiet en leeft niet op hout maar op andere zwammen die op hetzelfde dode loofhout zitten: bepaalde korstzwammen. Deze Gele trilzwam is altijd aanwezig in dood loofhout waarin onder bepaalde omstandigheden het fraaie ijshaar ontstaat. Het is zelfs een voorwaarde.

21 december 2013

Als het weer op deze manier nog een poosje door blijft gaan, kunnen we binnenkort de hazelaars zien bloeien! De mannelijke bloemen zijn er helemaal klaar voor en de vrouwtjes eveneens. Beide groeien op dezelfde boom of struik. De vrouwelijke bloemen zijn maar klein en bescheiden maar net zo belangrijk als de mannelijke, die tonnen stuifmeel door de lucht blazen waarvan natuurlijk altijd wel genoeg op het kleine vrouwelijke orgaantje (te zien op de foto) neerkomt om het te bevruchten. Ze moeten het samen voor elkaar boksen want hulp van insecten is er in deze tijd van het jaar niet te verwachten. Daarom heet de hazelaar "windbloeier". Hoewel we weerkundig nog van alles kunnen verwachten, te zien dat bomen en struiken al helemaal paraat staan voor het volgende lenteseizoen, geeft de burger moed! Ik vind het grappig te bemerken dat nogal wat mensen tevreden zijn over deze zachte herfst en al vaak hoorde ik de verzuchting: vorige keer duurde winter zo eindeloos lang en bleef de lente z ver weg! De winterliefhebbers komen vast nog wel aan hun trekken, maar zolang als vorige winter zal deze gelukkig niet duren.

 

naar boven