Natuurdagboek


Natuurdagboek 2007                             Winter 2010/2011                    Zomer 2013
Natuurdagboek 2008                             Lente 2011                                 Herfst 2013
Natuurdagboek Winter 08/09               Zomer 2011                              Winter 2013/14
Natuurdagboek Lente 2009                  Herfst 2011                               Zomer 2014
Natuurdagboek Zomer 2009                Winter 2011/2012
Natuurdagboek Herfst 2009                 Lente 2012
Natuurdagboek Winter 2009/2010      Zomer 2012
Natuurdagboek Lente 2010                  Herfst 2012
Natuurdagboek Zomer 2010                 Winter 2012/2013
Natuurdagboek Herfst 2010                 Lente 2013

 

 

Lente 2014 

 

20 juni 2014

Schimmelziekten zijn in de landbouw een groot probleem, maar ook in (volks)tuinen kunnen ze huishouden. Denk maar eens aan de beruchte phytophthora die het aardappel- en tomatenloof teistert bij warm en vochtig weer. Ik ontdekte vandaag een schimmel op mijn Oxalis triangularis. Oranje poeder lag op de donkerpaarse blaadjes en toen ik onder het blad keek, bleek dat vol te zitten met roest. Roest verspreidt zich door sporen, dat is het "poeder" dat op de bladeren rondom te zien is. De roestsporen kunnen allerlei kleuren hebben, dat is weer afhankelijk van de soort.

Roest kan voorkomen op praktisch elke plant, rozen vallen er bijna altijd aan ten prooi. Maar ook wilde planten kunnen roest krijgen. Dit is roest op een blad van de brandnetel. Vooral door een vergrootglas is het prachtig te zien hoe een en ander er uitziet. Lastig en soms verwoestend, maar het is goedbeschouwd weer een bijzonder natuurverschijnsel.

19 juni 2014

Gras eten kun je net zo goed als je er bij gaat liggen, dacht dit kalf kennelijk. In onze buurt lopen koeien in de wei van het ras Hereford. Het zijn vleeskoeien en ze worden gehouden door een biologisch opererende boer. Altijd blijven voorbijgangers even staan kijken naar het koeiengeluk, want dat is het gezien het huidige tijdperk een bijzonderheid. De koeien van dit ras zijn sterk en gezond en kunnen zichzelf uitstekend redden. Een kalf wordt zonder hulp in de wei geboren en het mag acht maanden bij de moeder blijven. Dat zou je toch elk kalf toewensen! Dat het uiteindelijk geslacht wordt en als eerlijk vlees aan de particulier verkocht, is heel wat beter dan het gesjoemel met het  twijfelachtige vlees uit de supermarkten. Ik las pas dat er behalve de kaas- en de boterkoe (afhankelijk van het eiwit of vetgehalte in de melk)  nu een koe op stapel staat die minder methaan ofwel CO2 uitscheidt zodat er binnenkort "emissiearme" koeien  gefokt kunnen worden. We manipuleren wat af in deze wereld. Toch prachtig om  te zien hoe ooit de koeien waren en behoren te zijn en nog altijd hier en daar zo mogen rondlopen.

17 juni 2014

De Sint Jacobsvlinder vliegt nu niet meer, diens tijd is geweest. Wel heeft ze gezorgd voor nakomelingen door heel veel eitjes te leggen op de plant waarnaar ze vernoemd is: het Jacobskruiskruid. De plant die zo te vuur en te zwaard bestreden wordt omdat hij in het gedroogde hooi kan zorgen voor sterfte van paarden. Een levende plant wordt niet gegeten door het paard. Heel jammer, deze genadeloze benadering van het Jacobskruiskruid, de plant is van onschatbare waarde voor heel veel vlinders en andere insecten.

Op de knoppen van het Jacobskruiskruid zag ik vorige week al piepkleine rupsjes rondkruipen. Door hun formaat lijken ze nog niet zo op de grote en wat oudere exemplaren met hun uitgesproken en afschrikwekkende kleuren.

Inmiddels staat het Jacobskruiskruid al volop te bloeien en de rupsen varen er wel bij.  Ze worden niet gegeten door vogels omdat ze de giftige stoffen uit de plant opslaan in hun lichaam.

Uit de rupsen komt deze prachtige vlinder. Alsof een schilder nonchalant een lik rode verf op de donkere vleugels heeft gezet......

Maar als dan de vleugels opengaan zie je pas goed hoe mooi ze zijn.

16 juni 2014

Je hoort en leest vaak dat mussenkasten of mussenflats niet werken. Het zijn nestkasten met tussenschotjes en eigen ingangen waar meerdere mussen kunnen broeden. Zo langzamerhand ben ik erachter wat het probleem kan zijn. Mussen willen graag beschutting, daarom kruipen ze ook zo graag bij elkaar in de klimop. Wij laten de klimop speciaal voor de mussen wat ruig uitgroeien. Het is 's avonds enig te horen hoe ze zich er verzamelen voor de nacht, er een poos een hoop gedoe is als ze bakkeleien over de beste plekjes en het vervolgens doodstil wordt als de oogjes dicht gaan. Bij ons hangen al jaren drie mussenflats in de klimop maar ze worden niet gebruikt. De kast op deze foto hangt tegen de kale muur maar recht tegenover een prunus die maar op een paar meter afstand staat. En dat is het punt volgens mij, de vogels willen niet in een vrije baan aanvliegen naar een nest maar verkiezen een korte route: eerst in een boom en dan hup de kast in. Deze redenering lijkt te worden gestaafd door het feit dat aan een andere muur ook een nestkast hangt vlak tegenover een grote berk. Het is altijd raak, elk voorjaar broeden er mussen. Aan het eind van de zomer ga ik de kasten uit de klimop halen en bij de berk hangen. Ik ben benieuwd of het een succesvolle verplaatsing is en ik zal het volgende lente melden!

15 juni 2014

Het Groot springzaad (impatiens noli-tangere) staat ook alweer in bloei, de bloemen zijn net elfenmutsjes. In de natuur is de gang van zaken momenteel nauwelijks bij te houden. Het kleinere zusje Klein springzaad is welbekend en zie je overal in de bossen staan. Het Groot springzaad daarentegen is een stuk veeleisender; het wil alleen maar groeien in vochtige en voedzame bodem waar ook nog genoeg schaduw is. Dat zijn dus de natte bossen. De bloem met de gekromde naar achter stekende spoor is mooi maar de rest van de plant stelt niet veel voor. Dunne wat doorschijnende stengels, flets en slap blad dat al snel gaat hangen.

Voor honingbijen is het Groot springzaad een uitstekende drachtplant. De bloemen leveren volop nectar en wit stuifmeel. De naam verwijst eigenlijk niet eens naar de bloem, wel naar haar zaden. De planten uit de balsemienfamilie hebben alle zaden die, wanneer ze rijp zijn, bij de geringste aanraking open knallen en het zaad verre van zich werpen. Heb je eenmaal een Balsemien in je tuin, dan zul je dat weten ook. Overal in de omgeving van de moederplant vindt jet het jaar erop nieuwe zaailingen. Ze wortelen maar oppervlakkig dus een teveel is eenvoudig weg te trekken.

14 juni 2014

Kortgeleden zijn hier al eens de lieveheersbeestjes voorbij gekomen, waarbij gesteld werd dat de meeste soorten bladluizen eten. Welnu, hier is het Citroenlieveheersbeestje (Thea vingtiduopunctata) dat zich voedt met de schimmel meeldauw die momenteel op veel planten zit dankzij het warme en vochtige weer van de laatste tijd. Meeldauw is een bladschimmel en dit gele kevertje verspreidt het door het al lopend van de ene op de andere plant over te brengen. Dit lieveheersbeestje wordt tegenwoordig ook 22-stippelig lieveheersbeestje genoemd. De mannetjes hebben witte halsschildjes. Het tweede deel van de naam betekent tweeŽntwintig.

Dit zijn de eitjes van het Citroenlieveheersbeestje. Net als het kevertje zijn deze ook piepklein. Je moet er echt heel bewust naar zoeken, wil je ze kunnen vinden. Het volwassen kevertje is slechts tussen 3,5 en 4 millimeter groot. Of klein, beter gezegd. Al na een week komen de minuscule eitjes uit. Net als bij vlinders en libellen moet het insect de vleugeltjes eerst laten uitharden alvorens te kunnen vliegen.  Dit is echt een periode waarin overal druk wordt voortgeplant.

13 juni 2014

Dat je op een tussenafstand van maar een paar meter twee niet zulke alledaagse vlinders vindt, is wel apart. In de grashalmen hing deze Lindepijlstaart (Mimas tiliae), een flink grote nachtvlinder uit de familie van de Spanners. Hij vliegt 's nachts. Aan de roze kleur is te zien dat dit een vrouwtjes is, de mannetjes zijn meer groenachtig. De vleugeltekening kan nogal variŽren. De rupsen uit deze familie zijn heel herkenbaar, ze hebben een fors formaat en dragen een stekel / pijl op de achterpunt van hun lichaam. In het geval van de Lindepijlstaart is die blauw. Tegen de tijd dat hij gaat verpoppen verandert de kleur van groen naar bruinachtig. De vlinder vliegt vanaf eind april in een generatie; ons exemplaar heeft al wat beschadigingen op de linker vleugel. De Lindepijlstaart komt overal in ons land voor waar een bossen zijn maar is toch niet zo heel algemeen. Deze vlinder heeft geen monddelen en neemt geen voedsel op.  De vlinderfase is uitsluitend bestemd voor het leggen van eitjes op bladeren hoog in de bomen.

Even verderop hing deze Vliervlinder (Ourapteryx sambucaria), ook wel Klimopspanner genoemd. Hij is pas uit de cocon geslopen en de vleugels zijn grotendeels al opgepompt maar nog niet helemaal gladgestreken. Deze vlinder vliegt pas van eind mei en alleen in de maanden juni en juli. Gedurende zijn korte leven als vlinder wordt hij steeds bleker van kleur. Gedurende de nacht foerageert hij op de schermbloemen van berenklauw, vlier, peen enzovoort. Deze vlinder is in het hele land algemeen al zou je het niet zeggen omdat je hem weinig ziet. Maar dat is natuurlijk geen wonder bij een vlinder die nachtactief is. Zijn biotoop is bosachtig gebied, en bosachtige tuinen.

12 juni 2014

Dit zijn uitgelezen dagen om de natuur in te trekken op zoek naar leuke insecten. Dat is dan ook wat mijn natuurmaatje en ik gisteren deden. In een zeer langzaam tempo langs het groene wilde gewas lopen, neuzen in de struiken en boven grassen en bloemen, en dan ontdek je allerlei moois. Zo vonden we dit prachtige Populierenhaantje (Chrysomela populi), ook wel Grote populierenhaan genoemd. Hij kan tot dertien millimeter groot worden. Dit exemplaar uit de familie bladhaantjes leeft op Populier, Ratelpopulier, Zwarte populier en Wilg.

Op de website van Wageningen Universiteit staat een lange lijst van "plagen op loofbomen". Daarbij staat ook dit prachtige kevertje vermeld. Reden: het eet bladeren. Vaak denk ik bij mezelf: wat een idiote wereld is dit toch. De natuur is van en voor hetgeen er in leeft en als de dieren daarin doen waar ze voor gemaakt zijn, heten ze een plaag. Vindt men zo'n mooi beestje in een nog niet ontgonnen ver gebied, dan lezen we een juichend bericht in de krant: weer een nieuwe soort ontdekt! De natuur is prachtig, de mens maakt er regelmatig een zootje van en wil alles naar zijn hand zetten. Wij zijn de meest desastreuze soort op aarde!

11 juni 2014

Een Scholekster scharrelt graag langs de waterkant, daar vindt hij allerlei te eten. Helaas gaat het met deze vogel al heel lang de slechte kant uit waardoor je hem veel minder ziet dan vroeger. De oorzaak is dat er veel te weinig jongen groot worden. Vooral in de winter sterven er veel door voedselgebrek. Maar ook het biotoop waarin de scholekster jongen grootbrengt, is niet meer als vroeger. De weilanden worden veel eerder dus veel te vroeg gemaaid, mest wordt geÔnjecteerd en agrarische grond wordt te intensief gebruikt. Al jaren wordt de achteruitgang gesignaleerd maar er wordt te weinig aan gedaan. Het jaar 2008 werd zelfs uitgeroepen als scholeksterjaar om aandacht te vestigen op de dramatische achteruitgang van de Bonte Piet en er werden zelfs vragen gesteld in de Tweede Kamer maar bij Henk Bleker, onze toenmalige discutabele staatssecretaris, viel geen winst te behalen. Er wordt zelfs gesuggereerd dat we in het jaar 2020 geen Scholekster meer zullen zien als er geen drastische verbeteringen komen in de leefgebieden van deze vogels. Een klein deel van de vogels leeft 's zomers op het wad, ook daar gaat het slecht vanwege het voedselgebrek, hetgeen nog een gevolg is van de schelpdiervisserij; het wad heeft zich daarvan nog steeds niet hersteld. De klimaatverandering brengt veel en vaak wateroverlast op het wad en de kwelders waardoor veel jongen verloren gaan. Al met al een zeer complexe situatie, het wordt wel hoog tijd die doortastend aan te pakken.

10 juni 2014

"What's in a name", vraagt Julia zich vertwijfeld af in Shakespeare's toneelstuk Romeo en Julia. "Wat een roos wordt genoemd zou toch even heerlijk ruiken als zij een andere naam zou hebben"? Die vraag gaat echter niet altijd op bij planten! Ik zag deze Wikke staan in een wegberm en vroeg op Waarneming.nl welke dit nu precies was; was het de Bonte wikke? Er volgde een ingewikkelde discussie waaruit bleek dat naamgeving niet altijd iets eenvoudigs is. Het hangt er maar net vanaf waar je kijkt, zoekt en in welk naslagwerk. Volgens Heukels is dit inderdaad de bonte, ergens anders wordt gesproken over ondersoorten, de een noemt de bonte en de zachte dezelfde bloem, de veldgids Nederlandse flora rept uitsluitend van de bonte. De ene waarnemer is pertinent in zijn oordeel: de plant heeft een sterk afstaande beharing, dus Zachte wikke. De ander stelt dat Heukels een topwerk is, dus: Bonte Wikke. "What's in a name" heeft hier dus een aanzienlijk grotere lading en soms is een benaming niet even duidelijk of voor de hand liggend. Daarom ook worden namen van planten en dieren nogal eens veranderd bij voortschrijdend inzicht en wanneer bijvoorbeeld nieuwe verwante soorten gevonden worden. Maar de ultieme conclusie is toch dat deze wikke de Vicia villosa is: de Bonte wikke + Zachte wikke.

9 juni 2014

Op het Moederkruid ontdekte ik de larve van de Groene gaasvlieg. Een heel klein beestje van slechts een paar millimeter. Hij had het voorzien op de bladluizen waarmee de plantenstengels vol zitten. Eťn zo'n minuscule larve eet wel 50 bladluizen per dag, het is een vraatzuchtig beestje. Geen wonder dat hij bij de biologische bestrijding van luizen in de kassen graag ingezet wordt. Ze eten alles wat maar zacht is, zodat ze die met hun kaken kunnen uitzuigen: vlindereitjes, jonge rupsjes, schildvlooien. De larven doorlopen drie stadia, na het laatste stadium gaan ze zich verpoppen in een cocon die ze spinnen. De Groene gaasvlieg is niet de enige in ons land, er zijn er negentien die hier voorkomen.

Als alles goed gaat verschijnt dit frÍle wezentje: de Groene gaasvlieg. Deze is geen rover meer maar voedt zich met stuifmeel en nectar, die zijn ook nodig om eitjes te kunnen leggen. Je vindt deze gaasvliegen in de herfst vaak in huis als het buiten koud wordt. Overleven ze de droge en vaak te warme atmosfeer in huis dan willen ze in de lente weer naar buiten; het insect kan lang zonder voedsel in die tijd. Buiten legt de gaasvlieg haar eitjes die voorzien zijn van een doorzichtig, gesponnen steeltje zodat bijvoorbeeld mieren ze vaak over het hoofd zien. De gaasvliegen behoren tot de familie van de netvleugelen (Neuroptera), de naam slaat op de constructie van hun fijnmazige vleugels. Vanwege de kleur van de ogen worden deze insecten ook wel Goudoogje genoemd. De Latijnse naam: Chrysoperla carnea

8 juni 2014

Sneeuw in het midden van het jaar? Je zou het bijna denken. De populieren zijn momenteel aan het zaad verspreiden en dat gaat vergezeld van een enorme hoeveelheid pluis. In de doosvruchtjes van de vrouwelijke populieren zitten een heleboel piepkleine zaadjes. Al die zaadjes zijn omgeven door een royale hoeveelheid pluis om ze maar zo goed mogelijk te kunnen verspreiden. In de omgeving van  de populieren zit de lucht vol pluisjes die door de lucht zweven en die als dikke lagen kapok op de grond terecht komen. Vooral als het windstil is vormen zich zo dikke grauwe pluislagen op de bodem, een heel merkwaardig gezicht.

Voorlopig zijn we er nog niet van af, het kan nog wel even doorgaan voordat de bomen hun zaad verspreid hebben. Het is wel een bizar gezicht hoor, het doet in eerste instantie vanuit de verte wat denken aan de webnesten van spinselmotten die er ook in deze tijd van het jaar zijn. Als je echter die grijze dekens over de weg ziet liggen, weet je wel anders. Je zult toch net je huis aan het schilderen zijn! Maar op deze plek staat maar een enkel huis; zouden de bewoners nu met de ramen dicht slapen? Net nu het volop zomer is?

7 juni 2014

Het Grasklokje doet het uitstekend dit jaar, het groeit en bloeit in overvloed op de plek waar ik het weet. De klokjesfamilie telt zeer veel leden en niet allemaal lijken ze op elkaar. Bijvoorbeeld de zandblauwtjes en de rapunzels hebben totaal andere bloemen, toch horen ze tot dezelfde familie al wordt daar soms wat over getwist. Het Grasklokje (Campanula rotundifolia) heeft lijnvormige stengelblaadjes en ronde in de rozet waar ze uit omhoog groeien. Het is een heel elegant plantje naar mijn smaak en ik val voor de kleur. Campanula staat voor klokje en rotundifolia voor de rondachtige blaadjes in de rozet. Hoe teer de plant er ook uitziet, na het maaien aan het begin van de zomer steekt het Grasklokje als een van de eerste haar stengels weer boven het maaiveld uit.

Tussen alle grasklokjes zag ik opeens deze vreemde eend in de bijt. Voor de verandering eens een wit Grasklokje. Het witte Grasklokje schijnt maar zelden voor te komen maar waarom er opeens zo'n afwijkende kleur ontstaat heb ik nog nooit ergens kunnen vinden. Je ziet het wel vaker bij bloemen, de koekoeksbloemen in mijn tuin laten het ook zien. Ik neem aan dat het een genetische mutatie is zoals die in feite bij elk levend organisme kan optreden. Het Grasklokje heeft in ons land een beschermde status.

6 juni 2014

Zulk bijzonder gezelschap hebben wij in huis nog niet eerder aangetroffen! Ik wist niet wat ik zag toen ik de zeldzame Gouden tor (Cetonia aurata) doodgemoedereerd over ons karpet zag wandelen. Nu wonen we weliswaar vlak bij het bos maar zo vaak zie je dit insect toch niet. Ik heb het gouden beestje opgepakt en op een blad gezet waar hij een paar tellen rustig bleef zitten. Toen zag ik wat ik alleen maar kende uit beschrijvingen: vanonder zijn gouden dekschilden werden twee vliesvleugels uitgeschoven en met een luid zoemend geluid als van een meikever vloog hij het luchtruim in. Net een James Bondfilm. Het is namelijk heel apart dat de dekschilden op z'n plek blijven als een tor gaat vliegen. Onder het schild van de Gouden tor zit een spleet waardoor hij zijn vleugels naar buiten kan schuiven.

De tor leeft van stuifmeel en vocht dat uit boomwonden druipt, als je hem ziet zit hij meestal op bloemen. Het is een echte mooi weer liefhebber, als de zon niet schijnt heeft hij er ook geen zin in en blijft rustig zitten wachten op vrolijker dagen. Het is een van onze mooiste insecten, vind ik. De larven van de tor leven enige jaren in rottend hout van oude wilgen en eiken.

5 juni 2014

Langs de IJssel, die ter hoogte van Giesbeek (Gld) parallel met de rijbaan stroomt, stonden gistermorgen de klaprozen overvloedig en wiegelend langs de autoweg. De bermen stonden er vol mee, net als met kamille die vaak samengaat met deze rode vrolijke blommen. Als dan opeens, toen later gebeurde, het weer totaal omslaat en fikse regenplenzen uit de hemel omlaag worden gestort, is het met de pracht en praal van de klaprozen snel gedaan en liggen ze plat en verslagen tegen de grond. Jammer, maar de een z'n dood is de ander z'n brood en de natuur had weer veel baat bij wat vocht in de bodem. En ook mijn volkstuin op de zandgrond vaart er wel bij. Elke medaille heeft twee kanten en we hebben met beide te maken.
In aanvulling op het bericht van gisteren: het blijkt dat de vlinderdip nu alweer voorbij is en dat inmiddels de eerste tweede generatievlinders rondvliegen. Vooral Kleine vos fladdert met vele. Het blijft vreemd, al die verwarrende seizoenen van de afgelopen tijd.

4 juni 2014

Tegenwoordig kan de liefhebber kiezen uit onderhand heel wat fietsroutes die voeren over de dijken langs de rivieren. Hoe de vegetatie op die dijken is, hangt natuurlijk samen met de grondsoort maar veel meer nog met het beheer en dat is niet overal hetzelfde. Wel staat vast dat de kwaliteit van het grasland aan kwaliteit wint met de aanwezigheid van kruidplanten. Langs de IJssel vind je slechts groen zover het oog reikt, het ligt soortenarm hooiland. Vlak langs de paden staan veel grassen en af en toe zie je een boterbloem of een rode klaver. Hoe graag ik ook langs de rivier mag fietsen, al dat groen kan me mateloos storen omdat ik weet hoe het ook anders kan. Gisteren reed ik er weer en in die groene wijde wereld kwam ik opeens een kleine oase van bloeiend Oranje havikskruid ( Hieracium aurantiacum) tegen, een typische plant van gras- en hooiland. En het wemelde er van vlinders, allemaal Kleine vossen. Daar heb ik me mateloos over verbaasd: geen bloem in de wijde omtrek, overal gemaaid grasland en op dat kleine stukje met Havikskruid al die vlinders. Het waren er wel twaalf. Ongelooflijk dat die paar bloemen al die vlinders wisten aan te trekken in die grote groene woestijn, wat een mechanisme zit daarachter! Ook opvallend dat de Kleine vos zo veel te zien is terwijl de rest het voorlopig wel even gelooft.

3 juni 2014

De herten hebben weer ontdekt dat het op de ingezaaide akker goed toeven is. De tafel wordt hier speciaal voor deze dieren gedekt om te voorkomen dat ze binnen het bos te veel schade veroorzaken door vraat aan jonge aanplant. De geweien die in februari afvielen zijn alweer snel vervangen door een nieuwe hoofdtooi, het is bijna niet te geloven hoe snel die groeien. Elk jaar een imposanter gewei tot het moment komt dat de herten oud worden, dan wordt het weer allemaal wat minder. In de opbouwfase kan een gewei tot tien kilo zwaar worden. Als het afvalt moet dat toch een vreemde sensatie zijn voor zo'n dier, opeens zo lichthoofdig! Hoe mooi en indrukwekkend de wandelaars deze dieren ook vinden, en hoeveel plezier ze aan deze ontmoetingen beleven, ook herten worden afgeschoten, bij bosjes! In februari ontstond er nog veel consternatie toen de Provincie Gelderland toestemming gaf tot onorthodoxe jachtpraktijken. Edelherten mogen dit jaar langer dan normaal, tot oktober, worden afgeschoten, ook in de zoogperiode en met extra hulpmiddelen als nachtkijkers, kunstlicht en geluiddempers. Regel was altijd dat deze dieren  van maart tot september  niet bejaagd mochten worden.

2 juni 2014

Een afgevlogen Kleine vos (Aglais ulticae) zuigt wat vocht uit de grasmat. Die is pas gemaaid dus de vlinder kan goed bij de vochtige ondergrond komen. Momenteel zien we niet veel vlinders, we beleven een dip die altijd optreedt tussen de voorjaarsverschijningen en die van de tweede generatie vlinders. In gunstige zomers vliegt er soms nog een derde generatie. Dankzij het voorjaar met de heerlijke temperaturen en een ongekend aantal uren zonneschijn waren er heel veel vlinders. Het was als gevolg daarvan wel te verwachten dat de vlinderdip nu ook wat eerder optreedt. En inderdaad zien we ze nu nog mondjesmaat. De eerste groep heeft zich teruggetrokken om eitjes te leggen en veel vlinders sterven daarna. Nu maar weer afwachten wat de zomer brengt. De Kleine vos is een overwinterende vlinder die tijdens het koude seizoen een schuilplek zoekt in schuren, holtes in bomen enzovoort. Als hij de vleugels dichtvouwt, zou je hem bijna niet herkennen.

31 mei 2014

Dit is de tijd waarin je veel larven ziet van de lieveheersbeestjes. Dit is er een van het Veelkleurige Aziatische Lieveheersbeestje (Harmonia axyridis). Nadat ze als eitje hun bestaan beginnen, moeten ze diverse keren vervellen. Dit is het stadium voordat er een prepop ontstaat. De larve gaat stilzitten, kromt het lijf en wacht dan op hetgeen komen gaat. De Aziatische soort die hier vanwege zijn vraatzucht ingevoerd werd bij de bestrijding van bladluizen in kassen, en daaruit ontsnapte bleek een bedreiging te worden voor de inheemse soorten. De natuur grijpt echter zelf in en dit kevertje, dat eerst geen vijanden had en een probleem werd, valt nu langzamerhand zelf ten prooi aan een schimmelziekte. Het is de soort die bij de eerste herfstkou massaal de huizen binnentrekt om daaraan te ontkomen.

In Nederland komen ongeveer vijftig soorten lieveheersbeestjes voor. Ze verschillen alle in kleur en stippelpatroon. Ook de larven verschillen van elkaar. De meeste zijn geduchte rovers en eten wel honderd bladluizen per dag. Het gele Citroenlieveheersbeestje voedt zich met schimmels.

Het proces is bijna klaar en een nieuw kevertje zal weldra het licht zien.

30 mei 2014

Het is opvallend hoeveel insecten zich ophouden op de boterbloemen. In het centrum van de vijf bloemblaadjes zitten stamper en meeldraden en blijkbaar is daar veel te halen.  In het verre verleden gebruikte men de bloemen om een gele kleur te geven aan de boter, vandaar de naam. De twee meest voorkomende soorten zijn de Scherpe en de Kruipende boterbloem die vaak een dichte mat vormt van liggende stengels die op elke knop weer een nieuwe plant vormen. Het verschil tussen beide is, behalve de hoogte, goed te voelen aan de stengel: bij de scherpe is die glad en bij de kruipende soort gegroefd. Het zijn planten uit de ranonkelfamilie. In Nederland komen twintig soorten voor, ze worden vanwege hun giftigheid niet gegeten door koeien en schapen. In tegenstelling tot het Jacobskruiskruid dat in droge vorm / hooi haar giftigheid behoudt, verdwijnt het gif uit verdroogde boterbloemen.

Hier zit een aantal frambozenkevertjes zich tegoed te doen. (In mijn frambozenstruiken heb ik ze nog nooit gezien). Stuifmeel en nectar van de boterbloem mogen zich verheugen in een groot aantal insecten.

En hier twee jonge sprinkhanen. Het zijn nog slechts nimfen, ze moeten tijdens het groeien diverse keren vervellen omdat ze uit hun jasjes knappen. In dit stadium lijken ze nog niet op de volwassen uitvoering.

29 mei 2014

Net als de haften, waar ik eerder deze week over schreef, zijn ook de paardestaarten relicten uit een oeroud verleden. Ik zag ze staan in het Soerense Broek, het 50 ha grote voormalig gebied dat Natuurmonumenten omvormt van landbouw- tot natuurgebied. In de vorige nazomer werd het afgegraven om de bodem te verarmen en verloren planten weer terug te halen. Langzaam maar zeker kleurt er de bodem groen en ontstaan er overal plassen daar het water er niet meer wordt afgevoerd. De Paardenstaart of Heermoes (Enquisetum arvense) is een pioniersplant die het naar z'n zin heeft op arme en vochtige grond. In het vroege voorjaar verschijnen de sporenaren en later de onvruchtbare groene stengels. De wortels kunnen zeer diep in de bodem dringen en het is daadoor een gevreesde onkruidplant. Hij is herkenbaar aan de unieke opbouw: stengels en bladkransen zijn eenvoudig uit elkaar te trekken. Waren de paardestaarten vier miljoen jaren geleden nog twintig meter hoog, nu groeien ze tot een halve meter. Klimaat en omstandigheden op aarde zijn in al die jaren drastisch veranderd maar de paardenstaarten hebben het overleefd. Indrukwekkend! Deze sterke plant is zelfs in staat zware metalen uit de grond op te nemen.

28 mei 2014

Er is onderhand heel wat regen op de aarde neer gegutst! Arme jonge vogeltjes die net uit hun warme nestjes gevlogen zijn, de wijde wereld in. Dat is een harde en onaangename confrontatie! Overal onder horizontaal groeiende blaadjes vind je nu insecten die daar betere tijden zitten af te wachten, mugjes, vliegen, kevertjes, leuk om eens naar te zoeken. Dit insect met de superlange sprieten trekt zich van de regen niets aan. Het is de Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella), een dagactief nachtvlindertje. Het beestje moet toch een naam hebben en deze laat niets te raden over. In groepen dansen de mannetjes boven de beplanting. Hun sprieten zijn achtmaal zo lang als hun lichaam, die van de vrouwtjes zijn heel bescheiden. In je uppie is het een hele toer een vrouwtje te lokken, in een groep gaat dat beter. Net als onze jongemannen in de discotheek of in het cafť, samen zijn ze meer mans dan alleen! En wij zijn per slot van rekening ook niets meer of minder dan een soort in de natuur, nietwaar? De rupsen van de vlinder leven op het blad van de Berk, de imago's op Adderwortel, Margriet en Brandnetel. De volwassen vlindertjes zijn te vinden in de buurt van nat, bosrijk gebied, van mei tot augustus.

27 mei 2014

Op zijn minst tien jaren geleden kreeg ik van een Oosterbeekse dame met een schitterende bostuin een stukje van haar Doronicum plantagineum. Veel zeldzame en bijzondere wilde planten staan in tuinen van fanatieke verzamelaars. Ik heb de plant nog altijd en hij wandelt vrolijk door de tuin ook al ben ik het daar niet altijd mee eens. Het is de wilde soort en niet de gecultiveerde voorjaarszonnebloem (Doronicum orientale) die in het tuincentrum te koop is. Afgelopen week zag ik de wilde soort voor het eerst staan in een houtwal die in een mooi natuurterrein lag. Dat was een leuke vondst. De Nederlandse naam voor  D. plantagineum is Weegbreezonnebloem. Hij wordt tot een meter hoog en bloeit wekenlang. Het schijnt dat de plant buiten het duingebied zeer zeldzaam is dus ik vond het leuk hem te vinden.

26 mei 2014

Elke namiddag gaat de merel op het hoogste plekje van het dak zitten en begint hetzelfde ritueel: in de verte zingt een mannetje. Onze merel luistert intensief en als de  verre soortgenoot stopt begint hij zijn lied te galmen. Altijd het kopje omhoog gericht om zijn geluid maar zo ver mogelijk de ether in te schallen. De merelmannen communiceren om te laten weten waar ze zitten en waar hun territorium is, al geloof ik ook dat merels zingen omdat ze dat fijn vinden. Elke merel zingt zijn eigen lied en hoe hij dat doet leert hij door te luisteren naar andere mannetjes. Daarbij oefent hij als jongeling net zo lang tot hij over zijn liedje tevreden is. Er bestaat zelfs een CD van een aantal merels met hun eigen zangpatronen. Het is nog maar een eeuw geleden dat de Merel (Turdus merula) een bosbewoner was en het schijnt dat de zang van bosmerels nog altijd anders klinkt dan die van stadsmerels. Merels broeden de hele zomer door. Het vrouwtje heeft daarbij de grootste taak, in twee dagen bouwt ze haar nest en zij broedt ook alleen. De man komt pas in beeld als er jongen zijn, dan helpt hij mee voeren. Als de mereltjes zijn uitgevlogen worden de taken verdeeld en het mereljong bepaalt zelf door wie hij verzorgd wil worden, pa of ma.

25 mei 2014

De laatste  avonden zien we telkens groepen haften zwermen boven of bij de vijver. Ze stijgen een paar meter loodrecht omhoog en laten zich weer zakken. Zo dansen de mannetjes in de avondzon om op te vallen bij de vrouwtjes. Ons land kent maar liefst 40 soorten; haften behoren tot de langst voorkomende gevleugelde insecten ter wereld en ze vliegen daar al miljoenen jaren rond. Het zijn fragiele wezentjes met doorzichtige vleugels en lange voorpoten en staartdraden. De meeste leven in stromend water maar er zijn ook soorten die in het kleinste tuinvijvertje leven, de zogenaamde vijverhaften. In rust op een stengel gezeten krommen ze hun lichaam enigszins omhoog.  Na de paring legt het vrouwtje een enorme hoeveelheid eitjes. Daaruit komen larven die het grootste deel van hun leven in het water doorbrengen. Soms pas na jaren  - afhankelijk van de soort - komen ze aan het wateroppervlak en komt uit de larve het het sub-imago: ze zien eruit als het volwassen imago maar hebben waterafstotende haartjes op de vleugels om te voorkomen dat ze verdrinken. Eenmaal op het droge vervellen ze tot volwassen Haft.  Dit tussenstadium komt bij geen enkel ander insect voor. Het aantal vervellingen (ook weer soortafhankelijk van 10 tot 45) is eveneens uniek. Ze leven maar zo kort dat ze geen mond hebben en  niet kunnen eten, voortplanting is het enige doel. Dat lijkt zo zinloos maar de larven vormen een belangrijk voedsel voor vissen en waterinsecten. Vanwege hun korte leven buiten het water worden ze ook wel eendagsvliegen genoemd, hoewel een haft in niets te maken heeft met een vlieg.

24 mei 2014

Op weg naar mijn volkstuin kom ik langs een straat waar de huizen worden gerenoveerd. De oude daken van die huizen hebben nog ruimte voor mussen en die broeden er dan ook dat het een lieve lust is. Mooi natuurlijk, want met de mussen ging het lang de verkeerde kant op en het is verheugend en opvallend dat we ze in onze buurt steeds weer meer zien en horen. Maar voordat de renovatie van deze huizen begon, heeft de wooncorporatie alle daken laten bespannen met gaas zodat de mussen er niet terecht kunnen. Tijdens de broedperiode verbiedt de flora- en faunawet namelijk vogels en hun nesten te verstoren. Helaas is de mens inventief en verzint van alles om de wetten te omzeilen. Net zoals in ons naburige dorp Laag Soeren een mooi bestaand steenuilenbiotoop met goedvinden van de overheid regelmatig wordt omgeploegd om de aanwezige uiltjes het leven zuur te maken. Het is nota bene een rode lijstsoort en de landelijke stand gaat nog altijd achteruit. Onze gemeente echter heeft  al een aanzienlijk aantal jaren het plan hier een woonwijk aan te leggen maar nog altijd is het niet zeker of die er wel komt. Mens en Natuur, het gaat alleen maar samen als de mens de spelregels kan bepalen!

23 mei 2014

De Bloedcicade (Cercopis vulnerata) is gemiddeld een centimeter groot en valt goed op door het rode vlekkenpatroon op de zwarte ondergrond. Ze zijn te zien tot in augustus en er is slechts een generatie. De cicade overwintert als larf in een schuimnest onder de grond. Het zijn grappige insecten die leven in kruidige plantengroei. De Engelsen noemen hem heel toepasselijk  Froghopper. Het insect kan niet echt vliegen maar schiet zichzelf als een katapult weg en zweeft dan over een afstand van anderhalve meter tot hij verderop weer neerkomt. Voor de sprong zet hij zich af met zijn sterke achterpootjes, vandaar de Engelse naam. De diverse cicaden die bij ons voorkomen, zijn verwanten van de zuidelijke soorten die je ginder tot vervelens toe kunt horen "zingen". De beestjes voeden zich met plantensappen, net als hun larven maar die laatste doen dat ondergronds en zuigen aan de wortels. Ze behoren tot de spuugbeestjes of schuimcicaden.

22 mei 2014

Begin april zag de kweker hoe ik verlekkerd stond te kijken bij een plant met tere lila bloemen. Het is een Phlox, liet hij weten, een bijzondere, heel moeilijk aan te komen. Een Phlox? Begin april? Het bleek een voorjaarsbloeiende soort te zijn die oorspronkelijk uit Engeland kwam. De plant droeg de onweerstaanbare naam "Clouds of perfume". Dus was hij voor mij! Het internet vertelde mij dat dit een fragrant native woodplant was die kolibries en vlinders aantrok. Hij zou bloeien tot aan augustus, ik zag het al helemaal voor me. De bloei loopt nu op haar eindje, de perfume heb ik niet geroken en geen vlinder keek er naar om. Ik zou de zaadjes in het volgende voorjaar kunnen uitzaaien maar ik kan ze niet vinden. Maar die kleur...., ik ga mijn uiterste best doen deze plant te behouden, ik zal hem vertroetelen en toespreken, toedekken in de winter, in de hoop dat hij blijft. Hij kwam uiteindelijk niet voor niets op mijn pad. Ik heb mijn oude analoge macrolens maar weer eens tevoorschijn gehaald, soms vergeet ik hoe geweldig goed die werkte.

21 mei 2014

We zien weer volop juffertjes vliegen, de blauwe hebben we nog niet waargenomen. Ze stijgen op uit onze vijver waar ze hun leven als larven een tijd hebben doorgebracht. In de kleinste vijvers zitten ze al, het zijn algemene insecten. Het verschil met libellen is dat de juffers de vleugels kunnen samenvouwen in tegenstelling tot de libellen die altijd met gespreide vleugels zitten. De kleinere juffers zijn in het voorjaar veelal een prooi voor vogels die er hun jongen mee voeden. Ik zag een dezer dagen nog een winterkoninkje met een juffertje in de snavel zitten. Ook padden en kikkers eten ze in de vijver, net als de grote larven van de libellen. Er is eens onderzoek naar gedaan waaruit bleek dat slechts 1 tot 5 procent van de larven volwassen wordt. Op de foto zit een Vuurjuffer (Pyrrosoma nymphula), Er zullen binnenkort nog andere soorten volgen.

20 mei 2014

Terwijl ik tussen de bedrijven door het tuinwerk even laat rusten en wat voor me uit zit te mijmeren valt me opeens een vogeltje op dat rusteloos van takje naar takje hipt en telkens een kort dipje neemt in de waterschaal die hoog op een plantenstandaard staat die ik ooit kreeg van een smid die door mijn bemiddeling een tiental mooie rozenbogen kon slijten aan leden van mijn tuinclub. Het is mevrouw Tjiftjaf die met dit mooie weer elk half uur wel even langskomt voor een korte afkoeling in het water. Haar tijdelijke echtgenoot horen we aldoor om ons heen: tjiftjaf, tjiftjaf maar zij doet er het zwijgen toe. Ze heeft vast in de buurt een nestje. Wat spannend, want waar zou het zijn! Tjiftjafs bouwen hun nesten laag boven de grond tussen samengetrokken brandnetel of bramen want dat is tamelijk veilig. Ik ga in gedachten wat tuinen af van buurtgenoten en kom dan tot de conclusie dat het nestje zich vast moet bevinden in een tuin van een huis dat al jaren te koop staat en waar de boel volkomen verwilderd is. De zon en de lichtval vertekenen een beetje de kleuren van de vogel, op andere foto's die ik maakte is goed te zien dat haar pootjes donker zijn en de buikveertjes heel lichtgeel. De Fitis die qua uiterlijk bijna identiek is, heeft lichte pootjes en is wat feller van kleur. Aan de zang zijn beide goed te herkennen.

19 mei 2014

Gisteren is de laatste Koninginnepage van alle rupsen die ik had, uitgevlogen. Er bleef echter nog ťťn pop over en die bleek geparasiteerd door een minuscule sluipwesp. Een luguber verschijnsel in de natuur. Zo'n sluipwesp steekt haar legboor in het slachtoffer en dropt haar eitjes erin. De eitjes komen uit en de larfjes leven van het inwendige van de rups, vlinderpop of ander slachtoffer, die natuurlijk het loodje legt. In dit geval duurde het negen maanden voor de daaruit ontstane sluipwespjes naar buiten kwamen. Ze maakten een gaatje in de popwand en de een na de ander kwam tevoorschijn. Ze waren slechts een paar millimeter groot. Het was voor het eerst dat dit gebeurde bij de rupsen die ik al jaren de winter door help.

18 mei 2014

Het muntvlindertje (Pyrausta aurata) is weer volop aanwezig. Ze vliegen van mei tot september. Hun naam ontlenen ze aan het gedrag van de rupsen, die voeden zich met de diverse munt- en tijmsoorten en andere lipbloemigen. Wilde marjolein is ook een plant waar de rupsen dol op zijn. Het muntvlindertje, een dagactief motje,  is maar zeven tot negen millimeter groot en heeft een spanwijdte van slechts twee centimeter. Dit leuke vlindertje maakt een snelle ontwikkeling door. Het rupsenstadium duurt maar twee weken en slechts een enkele week is nodig voor het popstadium. Dat is heel wat korter dan dat van mijn koninginnepages die er negen maanden over doen. De Muntvlinder vliegt in twee generaties en overwintert als rups. Ze behoren tot de familie van de grasmotten (Crambidae), een groep van kleine nachtvlinders waarvan de rupsen gaatjes maken in grassen. Heb je munt of tijm in je tuin dan kan het muntvlindertje je niet ontgaan.

17 mei 2014

Wat ik geweldig vond op Kreta waren de insecten, en dan met name de bijen. Overal waar je liep of stond groeiden wel wilde planten en dat ging gepaard met een onophoudelijk gezoem van bijen die al die bloemen bezochten. Langs de bergwegen bij kleine dorpjes stonden dan ook overal kraampjes waarbij oude vrouwtjes, gehuld in zwarte kledij en geduldig zittend op een stoeltje. Zij verkochten vruchten, raki, kruiden en natuurlijk honing. Die honing lieten ze je proeven door een walnoot op een prikker te doen en die in de honing te steken. Natuurlijk kochten wij er wat van, al was het maar vanwege die oude vrouwtjes.

Schildkevertjes en bladhaantjes waren ook te zien op de bloemen. Hier twee groene bladhaantjes die zich bezig hielden met de voortplanting. De Venkel die in het wild groeide zat er ook vol mee, net als in ons eigen land. Deze insecten voelen zich erg op hun plaats op allerlei schermbloemigen.

Deze bontgevlekte tor zag ik slechts eenmaal in de bergen. Of hij algemeen is of niet kan ik dus niet zeggen. De naam weet ik ook niet. Maar ach, ook naamloos is het een leukerd.

Tot slot een mooi klein slakje dat op een stengel zat. De meeste slakken hebben een rechts gedraaid huisje. Om te zien of een slakkenhuis linksom of rechtsom gedraaid is moet je het huisje vasthouden met de top naar boven en de opening naar je toe. Zit dan de opening aan de rechterkant dan gaat het om een rechts gewonden huisje. Kreta is al met al een mooi eiland voor natuurliefhebbers, als je er tenminste op uittrekt om dat te ontdekken. Het mooiste moment dat ik er beleefde was het zien van veldleeuweriken die zich vanuit het groen lanceerden om hoger en hoger te stijgen tot ze nog slechts een stipje aan de hemel waren en die daar hun leventje vierden met uitbundig gezang. Pure nostalgie, want in ons land zie en hoor je ze nog nauwelijks.

16 mei 2014

Hier ben ik weer, terug van een heerlijke tijd op Kreta. Wie de toeristische kustplaatsen achter zich laat kan zich onderdompelen in de overweldigende natuur, in het bijzonder  in deze tijd van het jaar. Elk deel van het eiland is weer begroeid met andere planten. Het geel van de overvloedig voorkomende Brem kleurde het eiland deels geel, elders was het de Oleander die kilometers lang de autoweg omzoomde. Om de Bougainville niet te vergeten die bij op oogstrelende wijze elke taveerne als beschutting voor de zon dient.

De Blauwe morgenster (Tragopogon sinuatas) vond ik er, wat een prachtige bloem. De meeste waren al uitgebloeid, je herkent ze aan hun zaadpluizen. Purperen geitenbaard wordt hij daar ook  genoemd. Hij is zacht lila van kleur dus waarom hij blauw heet.....

Wie al eens op Kreta was herkent meteen deze IJsbloemen (Carpobrotus edulis) die in grote oppervlaktes dicht langs de zee groeit.  Deze wordt ook Hottentottenplant genoemd. Het is een vetplant die 's avonds de bloemen zedig sluit door alle bloemblaadjes rechtop samen te vouwen. Ook dan is hij nog mooi en apart. De dikke lange bladeren lijken op groene frietjes.

 Ik vond er ook orchideeŽn, een bijzondere campanula, het blauwe guichelheil, een fraaie erodiumsoort en nog heel veel meer. En natuurlijk de echte Kretabloem Ebenus creticum (foto) met het zwarte kernhout waaraan hij de naam Kretenzer ebbenplant ontleent. Hij groeit hoog op de berghellingen van de zuidkant en lang geleden liet ik mij door een inwoner vertellen dat vroeger de matrassen met deze bloemen werden gevuld omdat ze slaapbevorderend zouden zijn. Net zoals bij ons de hop gebruikt werd. Er valt dus veel te genieten van de natuur maar je moet je ogen sluiten voor het dierenleed. Vreemd toch dat mensen elders op de wereld vaak  zo anders met dieren omgaan. Honden en katten lopen er thuisloos rond (en kregen van mij handjes Whiskasbrokken), en schapen en geiten staan in de de brandende hitte en zonder enige beschutting te zieltogen. Niemand die zich iets van hun ellende aantrekt. Ze zijn gewoon levende voedingsmiddelen en van tijd tot tijd slacht je er een paar. Van de talloze berggeitjes zagen we er meerdere doodgereden op de weg liggen.

Op bloemen zijn de Kretenzers dol. De natuur staat er boordenvol mee maar desondanks wordt elke pot en ieder blik gevuld met kleurige planten die in een rij om het huis worden gezet. En dat moet elke dag begoten worden...., maar dat hebben de mensen er blijkbaar voor over.

Wij waren er ook in 1995 en het was hier en daar schokkend te zien hoe het toerisme mooie plekken en sommige idyllische visserplaatsjes verloederd heeft. Overal laat de mens zijn sporen na. De restanten op dit eiland van de oude beschaving uit de MinoÔsche tijd is daar een positief voorbeeld van maar daar tegenover staan ergerlijke voorbeelden van huidige egotrippers!

4 mei 2014

In deze tijd van het jaar zie je overal ruggen in het landschap waarin pootaardappels liggen. Enorme hoeveelheden, dat moet dus een lucratieve teelt zijn. Nederland is een pieperland bij uitstek, het klimaat en de vruchtbare bodem spelen daarin een rol en onze voorouders teelden ze al eeuwenlang. Acht miljoen ton piepers worden jaarlijks in ons land geproduceerd en daarvan is de helft bedoeld voor de consumptie; Nederlanders zijn echte aardappeleters. Van de andere helft bestaat 20% uit pootgoed en 30% gaat naar de zetmeelfabriek. Van de consumptie- aardappels wordt een miljoen ton geŽxporteerd naar het buitenland. TweeŽnhalf miljoen ton wordt verwerkt tot frites en chips. Zonder die piepers zou onze economie totaal instorten, zo lijkt het wel, wat een getallen! De totale teelt neemt 175 .000 hectare grond in beslag, geen wonder dus dat je die aardappelvelden zoveel ziet.  Dan is er nog altijd die akelige schimmelziekte die gepaard gaat met het verbouwen van aardappels: phytophthora infestans. Het is een van de meest verwoestende plantenziektes die ook tomatenplanten kan treffen. Vanaf de vroege zomer, en vooral als het warm en vochtig weer is, krijgt teler of volkstuinder er geheid mee te maken. De ziekte lijkt onverslaanbaar. Om te proberen de schimmel weg te houden, mag je ook slechts eenmaal per vier jaar de poters in hetzelfde stuk grond zetten. Loof mag nooit op de bodem achterblijven. Daarom ook is de aardappelteelt zo vervuilend, er worden onvoorstelbaar veel bestrijdingsmiddelen bij ingezet. Je staat er niet bij stil als de pieper of de frites op je bord liggen maar het is best aardig om er eens even bij stil te staan!

3 mei 2014

Op een landgoed in de buurt  zag ik in het voorbij gaan deze Paardenkastanje in bloei staan. Het is de Rode paardenkastanje om precies te zijn. De rode bloemen geven evenveel nectar als de witbloeiende soort maar de eerste wordt frequenter bezocht door bijen. Dat komt omdat de bloemen van de rode toegankelijker zijn voor de insecten. De nectar van de roodbloeiende bevat ook nog eens heel veel suiker, en daar lusten de bijen wel pap van. Effectief voor de honingvorming  is dat zeker omdat uit de minder suikerhoudende nectarbloemen veel meer water verdampt moet worden om honing te vormen. De bijen eten ook zelf van de nectar en dat is weer gunstig in de broedperiode van deze diertjes: hoe meer suiker, hoe meer energie. De Rode paardenkastanje komt niet in het wild voor. Het is een kruising tussen de witte en de paviakastanje; de rode wordt veelal aangeplant in parken en plantsoenen. Een fraaie boom!

2 mei 2014

Gisteren vloog mijn eerste Koninginnepage uit, wat weer een belevenis. Hij was al helemaal vliegklaar toen ik het ontdekte dus snel heb ik hem de vrijheid gegeven. Hij kwam tevoorschijn uit de meest lelijke pop waarvan ik dacht dat het daarmee niets zou worden. Helemaal zwart was hij waaruit maar weer blijkt dat een mooie popkleur helemaal niets zegt. Ik zie deze prachtige vlinders altijd met gemengde gevoelens wegvliegen. Het kan maar zo gebeuren dat een vogel hem ziet fladderen en hem vangt. Hopelijk constateert iemand in de buurt voor die tijd nog even met verrukking dat de vlinder op haar of zijn planten zit. Dit is een foto van een vlinder die vorig jaar uitvloog. Ik was net te laat met mijn camera om die van gisteren vast te leggen. Het blijft spectaculair, een rups die verdwijnt in een pop om er negen maanden later als juweel weer uit te komen. Hoe vaak ik het zie, ik ben er altijd weer van onder de indruk.

1 mei 2014

De jonge zwijntjes groeien stevig. Het zijn zulke leuke scharrelaars, altijd blijven er wel een paar dralen terwijl de rest van de familie alweer verder trekt. Na de hongerwinter van 2012/2013 waren er geen jonge biggen en dat ze er nu weer zijn, trekt veel mensen het bos in want een ontmoeting met zwijnen is altijd leuk. Ze zijn zo druk met voedsel zoeken dat je alle tijd krijgt ze te bekijken. Gedeputeerde Staten van Gelderland liet pas weten dat ze niets ziet in voorstellen om de jacht zo langzamerhand eens te gaan afbouwen aangezien het zo weinig effect heeft. Dus stelt GS dat er net als alle voorgaande jaren wordt doorgegaan met het afknallen van deze beesten. Hoe meer je afschiet, hoe meer er geboren worden, zo gaat het met vossen, ganzen en ook met zwijnen. Ze krijgen niet eens de kans de eigen populatie te reguleren. Buiten de Veluwe wordt sowieso elk zwijn afgeschoten. Als je bedenkt wat in dit land allemaal massaal doodgeschoten wordt, kun je niet anders dan concluderen dat er iets goed mis is tussen de relatie mens en natuur. Maar de weerstand tegen het huidige jachtbeleid wordt wel steeds groter. Het doel in 2014 is om 1.340 zwijnen te elimineren. Er wordt per gebied bepaald hoeveel slachtoffers moeten vallen.

30 april 2014

Mijn volkstuinbuur is net als ik een groot natuurliefhebber en dat leidt regelmatig ter  plekke tot gedeelde vreugd. Zelfs uit verre vakantieoorden stuurt hij mij nog mails met fraaie opnames van vlinders en bloemen. Op zijn perceel staat momenteel een flinke hoeveelheid geel waar het zoemt van de insecten. Het is de boerenkool die de winter overleefd heeft en nu in bloei staat. Mijn volkstuinbuur vindt het belangrijker dat de hommels en de bijen aan hun trekken komen dan dat hij zijn grond schoont. Ook mijn opvatting. Er zijn allerlei groentesoorten die behalve lekker smaken, ook mooi bloeien. Witlof produceert hemelsblauwe bloemen, als cichorei. Wortel geeft een witte bloem die druk bezocht wordt door insecten, bonen en erwten zijn een lust om te zien en trekken veel vlinders, en in onze tuin plant ik in het voorjaar Venkel omdat die prachtig groen heeft en ook nog aantrekkelijke bloemen. En wat te denken van Bieslook en Dille, mooi en lekker. Zo kun je van groentes op allerlei manieren genieten. Dat maakt een volkstuin ook extra leuk. Heb je teveel van een soort, dan laat je die toch bloeien? Dubbele pret en geen gevoel van verspilling.

29 april 2014

Op de bladeren van de rabarber in mijn volkstuin en op die van de wilde aardbeiplantjes daaronder,  wemelde het van de zuringrandwantsen. Malle beestjes die zich meteen verschuilen of laten vallen als ze onraad ruiken. En zeker willen ze niet gestoord worden bij hun paringsrituelen die nu aan de orde van de dag zijn. Het zijn uitstekende vliegers. De Zuring- of Zuringrandwants (Coreus margtinatus) - ook wel Lederwants genoemd - komt heel algemeen voor omdat hij niet kieskeurig is waar het de waardplanten betreft. Deze wantsen hebben echter wel een voorkeur voor rabarber, zuring en duizendknoopachtigen. In april worden ze actief en vanaf half mei kun je de eitjes vinden. Begin augustus zijn de hieruit geboren wantsen volwassen en halverwege oktober gaan alle stadia alweer in winterrust. Het zijn planteneters en dat was aan het blad van de rabarber dan ook goed te zien, dat zat vol gaten, al doen de slakken ook flink mee.  De witte dingetjes op het blad zijn de zaadjes die uit de rabarberbloem zijn gevallen.

28 april 2014

Afgelopen vrijdag vloog zeker anderhalf uur lang een helikopter van het type Chinook door de lucht. Almaar heen en weer boven de uiterwaard en de rivier, over het dorp en het leek een merkwaardige actie. Het bos was duidelijk niet in beeld en de vlucht kon niet bedoeld zijn om eventuele bosbrand op tijd te signaleren, het was immers gortdroog. Was men op zoek naar een auto met criminelen, die over de autoweg raasde en moest worden opgespoord? Leek ook onvoorstelbaar en waarom de helikopter ook steeds boven het dorp vloog, sloeg ook al nergens op. Enfin, daar gingen onze belastingcenten! Een paar kindjes die bij een weiland stonden te kijken hadden er zo hun eigen gedachten bij. Een klein meisje vroeg aan een vriendje: zijn die gemeen? Ik denk het niet, antwoordde de ander. Alleen als ze in de oorlog vliegen zijn ze gemeen. Ik weet het, riep een ander jochie van een jaar of zeven: het zijn Russen, er staat niets op de helikopter, dus zijn ze hier in het  geheim! Het zijn spionnen! Pas toen viel me op dat er inderdaad geen cijfer of letter op de Chinook was aangebracht. Merkwaardig. En hoe opvallend hoe kinderen onbewust wat van zaken meekrijgen die nu spelen op wereldniveau. In mijn kindertijd waren "de Russen" in onze ogen al een potentieel gevaar, nu blijkbaar nog steeds.....

27 april 2014

De Havikerwaard, gelegen aan de IJssel bij De Steeg, maakt deel uit van de Rhedense IJsselvallei. De waard wordt gekenmerkt door een agrarisch karakter. Door de vele hagen die de akkers omzomen, is het een waardevol gebied voor vogels maar weidevogels zul je hier niet aantreffen hoewel het gebied een geweldige potentie heeft. Maar je hoort of ziet ze niet helaas. Er werd en wordt al veel gemaaid en dat combineert niet met weidevogels die hoog gras nodig hebben om hun jongen te laten opgroeien. Heel erg jammer; als de boeren in dit gebied de koppen bij elkaar zouden steken en de handen in elkaar zouden slaan, zou hier een geweldig weidevogelreservaat kunnen ontstaan maar blijkbaar is er geen interesse. Wel vliegt hier de steenuil en er wordt ook gebroed. Dat is tenminste wat! Maar het zou zoveel beter kunnen!

26 april 2014

Al ruim een week zie ik de Klaproos (Papaver rhoeas) weer bloeien. Deze plant wordt wel eens "onrustplant" genoemd, hetgeen wil zeggen dat de klaproos niet verschijnt op een bodem die met rust gelaten wordt. De zaden hebben namelijk licht nodig en alleen op omgewoelde grond krijgen de zaden dat. De Klaproos is vanwege haar kleur gerelateerd aan de oorlog. In Engeland en de voormalige Britse koloniŽn  staat de bloedrode klaproos symbool voor de gevallenen vanaf de Tweede Wereldoorlog. Op 11 november is daarom in 1922 de Remembrance day in het leven geroepen waarbij de Britten hun gevallenen herdenken en klaprozen dragen op hun kleding. Omdat op die datum geen klaproos meer bloeit, zijn deze van kunststof en worden verkocht door de veteranenorganisatie Royal British Legion die met de opbrengst de nabestaanden van de gevallenen steunt. Canada en AustraliŽ namen dit initiatief over en ook daar worden op deze dag de oorlogsslachtoffers herdacht.

25 april 2014

In de rivieren, dus ook de IJssel, staat het water laag. Het voorjaar is behoorlijk droog, aan de 0ost-Veluwezoom is al wekenlang geen regen van betekenis meer gevallen en de natuur snakt naar vocht. Gisteren kregen we hier de eerste verfrissende regenbui. Bomen hebben het moeilijk doordat het grondwaterpeil erg laag staat. Er is nauwelijks smeltwater vanuit de Alpen onze richting gekomen om de rivieren te vullen. De waterschappen hebben een dag of tien geleden al besloten dat het waterniveau in sloten, beken, rivieren plus Markermeer en IJsselmeer moest worden verhoogd om aan de watervraag te kunnen voldoen. Bij Emmerich staat nog maar een meter water in de Rijn en diverse schepen liepen daardoor al vast. De verwachtingen zijn niet van dien aard dat er weldra veel regen zal vallen. Het ene extreme na het andere valt de natuur momenteel ten deel. Er zijn dagen dat je je midden in de zomer waant. Merkwaardige tijden!

24 april 2014

Het is eigenlijk geen wonder dat mensen zo gecharmeerd worden door vlinders. Stuk voor stuk zijn het kunstwerkjes waar het hun vleugels betreft. Daarnaast zijn het fladderaars die een gevoel oproepen van onbezorgdheid. Het Bont zandoogje (Pararge aegeria) wordt gerekend tot de Aurelia's. Deze vlinder is voor de verandering een schaduwliefhebber. Hij vliegt graag in open loofbossen, langs bosranden en in tuinen met veel struiken en bomen. De eitjes worden gelegd op allerlei grassen. Er zijn twee, soms drie generaties per jaar en de vlinder kan overwinteren als rups of als pop. Bont zandoogje zit graag te zonnen op bladeren, zoals hier waar hij op het Zevenblad zit dat ik fanatiek aan het bestrijden ben. Het lijkt wel of het zich elk jaar sterker vermeerdert, hoeveel ik het ook uit de grond haal. Maar ik heb nu een wapen gevonden: compost. Hoe ruller de aarde is, hoe makkelijker je het zevenblad er uittrekt. Mits de wortels niet te diep zitten en dat is vaak het geval op plekken waar dit nare onkruid al heel lang groeit.

23 april 2014

De ene vlieg is de andere niet. Sommige zijn mooi om te zien, zoals de Blauwe vleesvlieg bijvoorbeeld, en andere zijn weer grappig zoals dit exemplaar. Het is er een uit de familie van de blaaskopvliegen en zijn naam is Myopa testacea. Hoe grappig hij er ook uitziet met zijn witte kop en merkwaardige antennes op zijn voorhoofd, een lieverdje is het allerminst. Hij parasiteert namelijk op hommels, bijen, wespen en sprinkhanen. Daartoe wrikt hij de segmenten van het insect wat uiteen om er vervolgens een eitje in te leggen.  Een gruwelijke verschijning in het rijk der insecten. Het kost het slachtoffer altijd het leven.

Opvallend is dat deze vlieg vaak met het onderlijf naar binnen gekromd zit. Hier is hij bezig met zijn achterpoot de vleugels schoon te maken. Vanaf april is deze vlieg te zien, vaak op bloemen waar solitaire bijtjes foerageren. Deze familie bestaat uit 32 soorten en veel daarvan hebben gele strepen op hun lijf waarmee ze prooi-insecten imiteren. De verschillende soorten zijn soms erg moeilijk op naam te brengen.

22 april 2014

Het ziet er naar uit dat de Blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus) dit jaar al vroeg geplukt kan worden. De besjes hangen al te kleuren aan de struikjes. Er is ook een Rode bosbes (Vaccinum vita-ideae) , deze groeit voornamelijk in het oosten van ons land op arme, zure zandgronden. De laatste wordt overwegend gebruikt in allerlei medicinale toepassingen en  in recepten. Beide horen thuis in de heidefamilie. Dan is er ook nog de Blauwe bes (Vaccinum corymbosum) maar dat is een cultivar die oorspronkelijk in de Verenigde Staten groeide. Tegenwoordig koop je diens mooie grote bessen op de markt en in de groentewinkel. Een prima struik ook om hier aan te planten. De bessen groeien niet afzonderlijk zoals aan de vorige twee maar in trossen en smaken lekker zoet. Het plukken van de blauwe bosbessen werd vaak gedaan maar mensen zijn er tegenwoordig wat huiverig voor geworden vanwege het gevaar teken op te lopen. En dat gebeurt geheid als je uitgebreid tussen de struikjes gaat lopen verzamelen. Het in aanraking komen met de eitjes van de vossenlintworm is een andere gevaarlijke mogelijkheid.

20 april 2014

Beste mensen, ik hou er mee op, ik kap ermee, ik geef er de brui aan! Sinds mensenheugenis heb ik paaseieren verstopt maar ik zet er een streep onder. De kippenboeren leggen toe op de eieren omdat deze in de supermarkten veel te goedkoop verkocht worden. Het voer is hartstikke duur geworden en sommige kippenfokkers staat het water aan de lippen. Vooral ook omdat ze van Europa moesten investeren in betere stallen; de verfoeilijke legbatterij moest er immers uit. Maar omdat er geen goede prijs voor de eieren wordt betaald, zou de kippenboer eigenlijk minder kippen moeten fokken maar ja, die investeringen moeten worden terugverdiend. En het ergste vind ik nog dat die legbatterijen helemaal de wereld niet uit zijn. Die zijn gewoon verkocht aan landen buiten Europa en daar hebben de kippen nog minder ruimte dan ze hier hadden.  Daarnaast komt het ook nog voor dat in ons land soms biologische eieren in werkelijkheid importeieren zijn uit die vermaledijde buitenlandse legbatterijen. Uit protest stop ik dus met mijn werk, ik ben een eerlijke haas en wil me niet langer schuldig maken aan dierenleed en faillissementen. Ik heb mezelf gefeliciteerd met dit besluit en heb er maar een stevige borrel op gedronken zoals jullie zien. Mijn eindstation is de afvalcontainer!

19 april 2014

Ik zag hem staan op een kwekerij, deze Lupine waarvan ik de achternaam niet onthouden heb maar ik viel ervoor toen ik die druppeltjes op de bladeren zag. Op een kaartje stond dat hij geel bloeit en dat de bloempjes een abrikooskleurig randje hebben. Heeft er trouwens al iemand Lupine-varkensvlees gekocht? In de Lupine-Dartelstal van een veehouder uit Beerta worden goede dingen met elkaar verenigd. Ter vervanging van de ingevoerde soja, waarvan wij weten dat de productie daarvan ten koste gaat van de natuur, wordt de duurzaam verbouwde lupine verwerkt tot veevoer en de mest uit de diervriendelijke varkensstal weer in een gesloten kringloop gebruikt bij de teelt van lupine. Mooier kun je het toch niet hebben? Een voorbeeld ter navolging, zou ik denken, en zeker in het licht van de aanhoudende vleesfraude van tegenwoordig.

18 april 2014

Ik geloof niet dat we ooit een voorjaar hadden waarin al zoveel vlinders vlogen als dit jaar. Deze mooie Dagpauwoog (Aglais io) bezocht de paardenbloemen die ik speciaal voor de vlinders op mijn volkstuin laat staan tot ze zijn uitgebloeid. In de eigen tuin bij huis zag ik tot nu toe al vele witjes, oranjetipjes, landkaartje, gehakkelde aurelia, koevinkje, kleine vos en het leuke boomblauwtje. Nu ze er al zo vroeg in het jaar bij zijn, kunnen er dit jaar zeker drie generaties van diverse soorten voorkomen. In mijn vlinderkast zitten nog negen poppen van mijn favoriet de Koninginnepage. Sommige zien er lelijk uit en zijn zwart geworden. Uit ervaring weet ik dat dit niet alles zegt en dat er alsnog een vlinder uit kan komen. Volgende maand moet het gebeuren, ik kijk er met spanning naar uit want de geboorte van een vlinder is een prachtige belevenis.

17 april 2014

Er zwemmen jonge meerkoeten in het water van het Apeldoorn-Dierens kanaal. En maar liefst negen stuks dus pa en ma hebben het zeer druk. Commentaar van een visser: "dit is de watervogel waar wij het meest last van hebben. Een lelijk zwart beest met enorme poten en zijn jongen zijn nog veel lelijker en maken een enorme herrie." Er zijn meer mensen die de pullen van de Meerkoet (Fulica atra) foeilelijk vinden maar vanwege die malle koppies vind ik ze juist heel grappig om te zien. Misschien dient het wel een doel dat die hoofdtooi bestaat uit knalrode en gele veertjes, ze vallen tenminste goed op tegen de achtergrond van het water. Als de meerkoetjes pubers worden krijgen ze van kop tot lijf grijzige veertjes met wat zwart. Pas als ze volwassen zijn en een jaar oud, zijn ze zwart en krijgen ze de bekende witte bles op hun hoofd. Meerkoeten wekken vaak de indruk dat ze niet kunnen vliegen, wat ze wel kunnen maar ze doen het niet snel. Het voedsel bestaat voornamelijk uit waterplanten die ze tot een meter of vijf onder water kunnen pakken. Daarnaast eten ze ook waterinsecten en kleine visjes. Er vallen veel pullen ten prooi aan reigers, meeuwen, snoeken en ratten. Soms hakken de ouders er zelf een paar in de pan als het gebedel en de voederstress hen teveel wordt. Dan wordt er net zo lang op die oranje koppies gebeukt tot ze de geest geven. Zo is de natuur nu eenmaal, mooi, wreed en soms hartverscheurend. Precies zoals in het gehele leven.

16 april 2014

Wat gaat het allemaal snel, de ontwikkelingen in de natuur zijn bijna niet meer bij te houden. Overal zie ik de Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) alweer in bloei staan. Een van onze mooiste wilde planten, vind ik. Vanwege hun schoonheid worden ze helaas snel uitgegraven als mensen ze ontdekken. Gelukkig blijven er daarna vaak wat bolletjes in de grond achter zodat ze het jaar erop meestal weer present zijn. Ze groeien op licht beschaduwde plaatsen en doen niet moeilijk over de bodemsoort. Zelfs in droge grond doen ze het nog goed. De bloemen van de vogelmelk zijn echte zonaanbidders. In de vroege ochtend en tegen het eind van de middag sluiten de bloemen zich en vallen ze nauwelijks meer op tussen het groen omdat de achterkant van de bloemblaadjes ook groen is. De honingbij is een trouwe bezoeker van de bloemen want daar is veel voor hem te vinden, en vogelmelk wordt dan ook door de imkers gerekend tot de drachtplanten. De naam brengt enigszins in verwarring; wat de bloemen met vogels of melk te maken hebben, is me nog altijd een raadsel. Wie het weet, mag het zeggen, graag zelfs!

14 april 2014

Heb je een fotocamera bij je, vroeg Herman, een medetuinder die mijn paadje op kwam. Altijd heb ik een camera bij me en uitgerekend die dag niet. Er ligt een klein slangetje ginds, zei Herman. Dat zal wel een jonge Ringslang zijn, dacht ik maar het bleek geen slang maar een Hazelworm (Anguis fragilis) te zijn die gestoord was in zijn rust. Hij lag onder een dekzeil dat over een hoop zand lag. Een uitstekende schuilplek voor een Hazelworm die een tukkie wil doen. Stukken hout, golfplaat, stenen e.d. zijn prima schuilplekken. Het beest was goudkleurig, had slechts een onduidelijke tekening op de rug en was daardoor waarschijnlijk een mannetje. Deze reptielen zijn volkomen ongevaarlijk, bijten niet en hebben geen giftanden.

Vrouwtjes zijn meestal wat donkerder van kleur en wat duidelijker getekend. Op de volkstuinen heb ik de hazelworm nog niet eerder gezien maar het is ook een dier dat liever 's nachts op pad gaat en overdag rust onder bijvoorbeeld het strooisel op de bodem. Maar nu begint ongeveer de paartijd voor de hazelwormen. Als het vrouwtje bevrucht is, gaat ze heel veel in de zon liggen om haar embryo's goed te laten groeien. Na een draagtijd van vier maanden worden de jonge hazelwormen geboren, soms wel 20 stuks. De hazelworm is levendbarend, haar jongen worden in een vlies geboren en zijn dan een centimeter of zeven lang.

 Een volwassen hazelworm kan tussen de 30 en 40 cm worden. Ik kan me best voorstellen dat de hazelworm voor een slang wordt aangezien, maar er zijn verschillen: een slang kan zijn ogen niet openen en sluiten en dat kan de hazelworm wel; de laatste heeft geen gespleten tong, bijt niet en de kop is geheel vergroeid met het lijf. De hazelworm is geen worm maar een een pootloze hagedis. Er leven in ons land nÚg drie hagedissoorten, met pootjes. Bij een aanval van een vijand kunnen alle hun staart afwerpen door middel van een speciaal botgewrichtje. Daarna groeit weer een nieuwe staart aan maar nooit meer zo lang als de oorspronkelijke. Hazelwormen leven van het kleine gespuis op de bodem en eten vooral regenwormen. Gelukkig had iemand anders een camera bij zich en kon dit mooie beestje op een foto vastleggen. De onderste twee foto's maakte ik zelf in het bos. Als ze flink opgewarmd zijn, kunnen ze behoorlijk beweeglijk zijn.

13 april 2014

In mijn dorp werd onlangs een mooie, historische en heel oude villa gesloopt ten gunste van een foeilelijke parkeergarage waarvan het ontwerp en de situering nog niet eens definitief zijn goedgekeurd. Zoiets gaat je aan het hart, alweer een stukje historie weggevaagd. Hetzelfde gebeurt ook regelmatig in de natuur. Mooie plekken moeten daarbij vaak wijken voor lelijke alternatieven. Soms vraag ik me daarbij af of degenen die nu bestuurlijk aan het wiel draaien wel beseffen wat ze kapot maken. Neem als voorbeeld de geplande Luchthaven Twente. Het lijkt een prestigeproject van mensen met veel invloed en geld. Bovendien is het overbodig omdat op steenworp afstand over de Duitse grens al een vliegveld ligt. Voor de Twentse ambities moeten bossen met duizenden oude en waardevolle bomen worden gekapt en daartegen is veel protest. Hoewel de klok al op vijf voor twaalf staat heeft Natuurmonumenten een bliksemactie opgezet om dit heilloze voornemen de kop in te drukken. Wie de actie ondersteunen wil kan dit doen door het protestformulier op de website van NM in te vullen: www.natuurmonumenten.nl  
Het kan nog tot tot en met aanstaande dinsdag 15 april.

12 april 2014

Het Ree spreekt meestal zeer tot de verbeelding. Het is een mooi en sierlijk dier, heeft ranke pootjes en is veel kleiner dan het imposante Edelhert. ReeŽn houden van wat open landschap en als een bos door de jaren heen dichter groeit, kom je ze in zo'n omgeving ook steeds minder tegen. Dit reegeitje deed voor de verandering nou eens niet moeilijk, en spurtte niet meteen weg toen we elkaar zagen. Meestal zijn ze het struweel al ingevlucht eer je je camera erop kunt richten. Het vele bejagen heeft het wild schuw gemaakt en van mensen moet het niet veel hebben. Op de Veluwe loopt de afschotperiode van het Ree van 1 oktober tot en met 15 maart dus de rust is nog maar net weergekeerd. Eind mei, begin juni worden de kalveren geboren. In de zomer daarvoor werden de geiten al gedekt en pas 150 dagen daarna begon het embryo te groeien zodat het jonge reekalf wordt geboren in een gunstige tijd om op te groeien. Die uitgestelde zwangerschap noemt men "verlengde draagtijd". Opmerkelijk is dat sommige reegeiten die overslaan. Deze dieren worden pas bronstig in de herfst en krijgen dan op de "normale tijd" hun kalveren. Heel vaak worden er tweelingen geboren, af en toe zelfs drielingen. Als het seizoen wat vordert, krijgt deze reegeit weer een mooie roodbruine zomerse vacht.

11 april 2014

Ik zag de Witte klaverzuring (Oxalis acetocella) weer bloeien in het bos, altijd weer een mooi moment. Het zijn zulke tere bloempjes en zo mooi dat je er meteen voor op de knieŽn wilt gaan om ze goed te kunnen bekijken. Het zijn vooral planten van het bos waar eiken en beuken groeien. Het zijn bijzondere plantjes, mede door de manier waarop ze zaad vormen. Dat kan na de bloei in de zogenaamde doosvruchten maar ook in bloempjes die niet opengaan en zichzelf bestuiven en zaad vormen. We noemen die cleistogame bloemen.  Wonderlijk! De blaadjes van de plant die eerder Bosklaverzuring werd genoemd maar nu Witte klaverzuring, bestaan uit drie deelblaadjes die kunnen buigen en omlaag gaan hangen als er niet genoeg licht meer is of als het regent. Ook de bloempjes vouwen zich dan dicht. Ga dus naar ze op zoek als de zon schijnt!

10 april 2014

Het is zo'n enorme verandering als het bos weer groen wordt, bijna niet te beschrijven. Net of je weer iets terug krijgt dat je een hele poos kwijt was. Het is alsof een groene jas je behaaglijk omhult nadat het hier zoveel maanden kleurloos en dor was. In de top van een boom zong een zanglijster zijn luide lied en op verschillende plekken klonk het indrukwekkende gehamer van de Zwarte specht. Fantastisch dat wij deze geheimzinnige en schuwe vogel hier hebben!

In de verte liep een groep herten tussen de bomen. Die kunnen zich nu weer rustig terugtrekken en zich ongezien maken als ze dat willen. Dat moet ze vast weer een veilig gevoel geven. Altijd staat er ťťn op de uitkijk terwijl de rest rustig foerageert of rondscharrelt. De dieren hebben geleerd alert te zijn. Elk jaar weer komen de jagers immers om er een flink aantal af te schieten. Hun nieuwe geweien zijn alweer een stukje op weg. Onvoorstelbaar dat dit zo snel gaat. Elk voorjaar wordt het afgeworpen en komt er weer een wat groter gewei voor terug. Zo'n gewei is een gewild voorwerp voor veel natuurliefhebbers en sommigen struinen in de tijd dat de geweien worden afgestoten door bospercelen waar ze niet mogen komen, om maar zo'n hoofdtooi te bemachtigen. Ze zijn echter ook te koop, vaak op kastelen maar ook worden ze aangeboden door  wildbeheereenheden via internet. Afhankelijk van het formaat doet een beetje gewei al snel tussen de 150 en 200 euro, dan heb je een schedel met beide stangen eraan.

9 april 2014

Volgens berekening van de makers van de Natuurkalender loopt de natuur maar liefst vijf weken voor op het normale schema. Dat is best veel. Vorig jaar liep de natuur om deze tijd weken achter en werd het pas tegen juni lekker weer. Toen barstte de natuur dan ook ongeduldig los en was de achterstand zo weer weggewerkt. Dat zou nu in principe omgekeerd kunnen gebeuren als er opeens een koude-inval  zou komen. De kans daarop lijkt onwaarschijnlijk en je moet er niet aan denken. Veel bomen die in het vroeg voorjaar bloeien zijn hardlopers. Zo staan ze in bloei, zo ligt hun bloesem alweer op de aarde. Onze Krentenboom is haar bloesem na een week alweer kwijt en de Prunus die daar altijd meteen op volgt,  werd gisteren meedogenloos geteisterd door hagel, wind en regen. Twee dagen stond ze er majesteitelijk bij en nu drijven de bloemen alweer in de vijver of liggen ze afgerukt op straat. April doet wat hij wil, er is geen ontkomen aan!

8 april 2014

Afgelopen week ging ik mee met mijn tuinclub naar een gerenommeerde kwekerij, meer voor de gezelligheid dan om iets aan te schaffen. Duizenden planten stonden daar, waaronder heel bijzondere. In mijn tuin verdwijnen altijd die veeleisende soorten en daarom heb ik meer met planten die het "gewoon doen", niet het volgend jaar de benen blijken te hebben genomen maar je trouw blijven. Een van die prima planten is Lunaria rediviva, de vaste vorm van de bekende Judaspenning. Alles is prima aan deze plant, hij groeit goed maakt veel bloemstengels en de kleur is magnifique. Maar dan zijn we er nog niet: de plant geurt verrukkelijk.

Plant in de buurt van je terras de Akebia quinata en je weet niet wat je overkomt als je 's avonds met een lekker glas wijn van de ondergaande zon zit te genieten. Deze klimmer geurt namelijk overweldigend, overdag maar ook als de avond valt, op meters afstand ruik je nog de geurvlagen door de tuin zweven. Het gezoem van de hommels en bijen voegen aan dit geheel nog iets extra's toe. De Akebia heeft allerlei namen, waaronder Klimbes, Chocoladewingerd en Schijnaugurk. Beide heb ik nog nooit aan de plant gezien al staat hij hier al meer dan tien jaren. Akebia bloeit in het voorjaar. Geurende bloemen om je heen zijn een ware weldaad voor de zintuigen.

7 april 2014

In de bodem van mijn volkstuin kom ik nogal wat ritnaalden of koperwormen tegen. Het zijn de larven van de Kniptor, vraatzuchtige lastpakken die aan de wortels van allerlei groenten knagen. De larven leven, afhankelijk van de soort, twee tot drie jaren in de bodem alvorens als tor door het leven te gaan. Die kniptorren danken hun naam aan een vernuftig scharnierend mechanisme dat ze in staat stelt zichzelf te lanceren en een eind verder weer op hun pootjes terecht te komen. Als ze een dergelijke salto maken kun je een knippend geluid horen. Ik pakte er een in mijn hand om hem goed te bekijken en bemerkte toen dat zo'n beest venijnig kan bijten; hij bleef gewoon aan mijn hand hangen. Ze moeten zich ook wel kunnen verdedigen want er wordt flink op ze gejaagd, o.a. door mollen. En die zien we ook in de volkstuin; niet elke tuinder kan dat waarderen trouwens.
Ik maal er niet om, gewoon vriendjes blijven met alles, dat is veel leuker!

6 april 2014

Het Soerense Broek waar ik gisteren over schreef werd vorig jaar uitgebreid met 50 hectare voormalig agrarisch gebied dat Natuurmonumenten kon verkrijgen. De bovenste laag bemeste grond werd afgegraven en de oorspronkelijke bodem kwam weer bloot te liggen. Daarin zitten vele schatten, zaden van planten die er ooit groeiden en dieren die nu zeldzaam zijn maar hier vroeger leefden. Over een aantal jaren komt hier de Kamsalamander terug en groeien er orchideeŽn. Sloten werden door NM gedempt zodat het gebied haar oorspronkelijke vochtigheid weer terug kreeg en hier en daar zelfs moerasachtig wordt. Nu al zijn de effecten daarvan te zien.

Aan de rand van het gebied zag ik pinksterbloemen die praktisch wit waren. Je ziet meestal licht violette of roze bloemen maar de witte niet zoveel. In de toekomst zou in het Soerense Broek ook de Pinksterbloem (Cardamine pratensis) terug kunnen komen die zich gespecialiseerd heeft in vochtige milieus door een oplossing te vinden voor het verloren gaan van de zaden die in het water niet kunnen overleven. De pinksterbloemen die met de voeten in het vocht staan vormen aan hun blaadjes gesteelde zijblaadjes die kleine worteltjes krijgen, en afvallen als ze in staat zijn het op de bodem op eigen gelegenheid te redden en nieuwe planten te worden.

5 april 2014

Even buiten Dieren ligt het Soerense Broek, een natuurgebied in ontwikkeling dat beheerd wordt door Natuurmonumenten. Het draagt grote beloftes in zich waar elke natuurliefhebber benieuwd naar is. Een deel is al gerealiseerd maar je mag er helaas niet in.

In een stuk rustgebied liepen Schotse hooglanders; prachtige en imposante dieren. Van nature zijn het rustige kolossen maar omdat ze toch wilde dieren zijn wordt er via borden altijd op gewezen dat ze gevaarlijk kunnen worden en dat men er 25 meter vandaan moeten blijven. Maar ga eens kijken bij de Posbank in Rheden. Daar staan de kalveren op de paden, omringd door mensen die ze aaien terwijl de moeders een paar meter verderop onverstoord staan te grazen. De dieren in het Soerense Broek zagen er patent uit, ze liepen tot boven hun knieŽn op hun gemak door de sloot te banjeren en te grazen. Verse waterplanten lijken heerlijk te smaken.

4 april 2014

Nu de Pinksterbloemen weer staan te pronken, is ook de Oranjetip weer present. Alleen de man heeft oranje vleugeltippen, het vrouwtje is wit. Gisteren zag ik hem voor het eerst vliegen langs de weilanden waar de waardplanten in bloei komen. Zijn er ergens geen pinksterbloemen te vinden dan neemt de Oranjetip (Antocharis cardamines) ook genoegen met Look-zonder-look.

Oranjetip en Pinksterbloem (Cardamine pratensis) horen onlosmakelijk bij elkaar. De vlinder legt haar eitjes uitsluitend op deze plant. Ze zoekt daarvoor de planten uit die het dichtst bij opgroeiend struweel liggen zodat haar rupsen daarheen kunnen kruipen om te verpoppen op een houtige stengel. Daar zijn ze veiliger dan wanneer ze aan dunne verdorde bloemstengels zouden blijven hangen. Pas in het volgende voorjaar komen de nieuwe oranjetipjes uit. De vlinders die we nu zien vliegen komen dus uit de verpoppingen van vorige zomer.

Door alle bestrijdingsmiddelen die helaas tegenwoordig gebruikt worden in de landbouw zie je niet zoveel weilanden meer die kleuren door het lila van de pinksterbloemen. Ze overleven nu meer langs de randen van graslanden en langs sloten. Over het algemeen leven vlinders maar kort en je kunt dat goed aflezen aan de geagiteerde leefwijze van het mannetje dat onvermoeibaar en rusteloos meerdere keren per dag een vaste vliegroute volgt op zoek naar een vrouwtje. Heeft hij tijdens zijn rondjes een vrouwtje gevonden dan zal hij met haar paren, als zij dat inmiddels nog niet gedaan heeft. Vervolgens gaat hij weer op jacht naar het volgende vrouwtje. Alles ten faveure van de voortplanting.

3 april 2014

Vlak onder de oppervlakte van de bodem leven de duizendpoten. De benaming is knap overdreven want ze komen met het aantal poten nog niet eens in de buurt.  Het voorste paar poten wordt niet gebruikt, duizendpoot scheurt er zijn prooi mee in stukjes en brengt die naar zijn mond. Het zijn echte jagers die op hun kop een soort gifkaken hebben waarmee ze hun prooien doden. Een duizendpoot kan een worm aan die wel 20 keer zo zwaar is als hijzelf. Voor op hun kop zitten grote voelsprieten die als tasters fungeren in aanvulling op hun ogen. De duizendpoot is nogal kippig en ziet niet veel, voornamelijk neemt hij verschil in licht en donker waar. Het is dan ook een echt nachtdier. Haal je er bij het wieden van onkruid soms een boven de grond, dan begint hij meteen heftig te kronkelen en probeert meteen weer onder te duiken in de aarde. Duizendpoten paren niet; het mannetje legt op een spinseltje zijn sperma en het vrouwtje neemt dat daarna op in haar lichaam. Het zijn nuttige bodemdieren die vooral jagen op plaaginsecten in de bodem.

2 april 2014

Mooier blauw is niet te vinden. De bloempjes op de droge bosbodem vielen me meteen op. Er stond een kleine populatie van het het Bleeksporig bosviooltje (Viola riviniala).  De zaden zitten in een zogenaamde driekleppige doosvrucht en verspreiden zich ook door middel van wortelstokken. Ze groeien onder meer op landgoederen en in loofbossen van voedselarme zandgrond, vooral als er wat leem of lŲss in zit. Een vlinder die haar eitjes afzet op dit viooltje is de Keizersmantel, een grote parelmoervlinder. Lang was hij niet meer in ons land te zien maar lijkt nu weer bezig aan een terugkeer. De vlinder is al gespot op de Zuidelijke Veluwerand en plaatselijk in de Achterhoek, het is maar een klein stapje naar de Oostelijke Veluwerand dus wie weet. Het is bijna niet te geloven hoeveel soorten vlinders er zo vroeg in het jaar al vliegen.

1 april 2014

In de vensterbank van een van de slaapkamers ligt een dode vlinder. Als ik hem omkeer zie ik dat het een Agaatvlinder (Phlogophora meticulosa) is. Of liever gezegd: was. Wat jammer nou! De rups moet meegekomen zijn op de geranium die ik voor overwintering binnen heb gezet. De rupsen van deze vlinder kunnen overwinteren als rups of als cocon, ook de vlinder kan overwinteren. Vorige winter kwam er ongezien eveneens zo'n rups mee naar binnen op de geranium die ik had opgekweekt uit een Madeirees stekje. Die verraadde zijn aanwezigheid door de vele uitwerpselen die rondom de plant lagen. Die heb ik nu niet gezien. Wellicht is de rups al snel verdwenen in een cocon. De Agaatvlinder is een nachtactief uiltje, hij vliegt zelfs in de zon ondanks zijn naam. Jammer dat zijn maidentrip meteen al moest leiden tot de dood.

31 maart 2014

Heel langzaam komt de metamorfose van het bos op gang. Het is de Lariks die het leven en de kleur weer terugbrengt. Nooit wordt het hier zo mooi als wanneer het bos haar blaadjes en naalden ontvouwen gaat. Steeds meer van dat onovertroffen, bijna ontroerende prille groen verschijnt naast en boven je hoofd en je wilt er wel de hele dag blijven wandelen vanwege de wetenschap dat het tere er akelig snel weer afgaat en ingeruild wordt door donkerder en bezadigd groen. Het is als het leven zelf, veel te snel verliezen levende wezens hun onschuld en aandoenlijkheid. Het viel me op dat er heel veel Citroenvlinders in het bos vlogen, en wat vliegen die snel! Een Dagpauwoog kan tien km per uur halen, een Kolibrievlinder negentien maar het vrolijk tussen de bomen dansende Citroentje, geen idee.

30 maart 2014

Omdat na een onvrijwillige confrontatie met het plaveisel het lopen niet zo lekker ging besloot ik maar eens per fiets een stukje het bos in te gaan aangezien de roep van de natuur niet te weerstaan was. Ik maakte een rondje langs allerlei waterplasjes die her en der verspreid lagen om te kijken hoe het de kikkers verging bij het voortplantingsproces. Misschien was het wel de nostalgie die mij ertoe dreef dit te doen, de tijd dat ik met kleinkinderen het bos introk om kikkerdril te redden uit opdrogende plassen. Overal was wel dril te zien. Ik kwam bij een plek in het bos die zeer tot de verbeelding spreekt. Ik weet het zeker, als je hier 's avonds of bij het krieken van de dag zou gaan zitten, zou je getuige zijn van herten, zwijnen, dassen, reeŽn, vossen en vogels die hier hun dorst kwamen lessen. Maar je mag hier niet zijn op die tijdstippen dus blijft het een onvervulde droom. Ooit zag ik hier boommarters door de boomkruinen dartelen.

Nou, hier lag me toch een hoeveelheid dril, ongelooflijk. Alle bruine kikkers hadden het op dezelfde plek gelegd. Een deel van het kikkerdril lag al op het droge. Nu is het heel vroeg in de ochtend, ik ben alweer wakker en het beeld van al dat dril verschijnt gelijk weer voor mijn ogen. Zal ik opstaan en weer op de fiets het bos ingaan, schepnet en emmer in de fietstas? Ik beheers me, ik spreek mezelf toe en hou me voor dat ik niet tot aan het bejaardenhuis moet blijven toegeven aan de neiging alles wat maar mogelijk is in de natuur van de ondergang te willen redden. Ik blijf nog maar een  half uurtje liggen, zet de radio aan en laat me willoos meevoeren op de vleugelen van Vroege Vogels. Maar vanavond ga ik wel een emmertje dril halen uit een bosplasje hier heel dichtbij. Dat valt heel snel droog. Ik zal eerst wachten tot het bijna donker is, late wandelaars zouden eens denken...... Op deze leeftijd moet je op gaan passen!

29 maart 2014

Vaak zijn mensen zo blij dat de lente weer aanbreekt, dat ze allerlei plantjes kopen die in het begin van het voorjaar worden aangeboden. De kunst is evenwel zodanig je beplanting te kiezen dat die tot aan de winter wat bloeiends in petto heeft. Wat nu in bloei staat is de Cardamine trifolia, een heerlijke voorjaarsplant die enthousiast bloeit en de hele winter haar blad behoudt. Hij doet het uitstekend op een beschaduwde plek en dat alleen is al een groot voordeel. Een van de adressen waar hij verkocht wordt is de liefhebberskwekerij de Hessenhof in Ede. Op de website van de Hessenhof staat bij deze plant: deze soort vonden we op onze allereerste Engelse plantenjacht in 1982. De plant is nog steeds een succesnummer. Op een Engelse website las ik: "this plant spreads to an almost perfect circle", waarmee gezegd wilde worden dat het ook een uitstekende plant is voor de tuinier die veel op heeft met symmetrie en orde in de tuin. De tuin die ik zelf thuis onderhoudt mist deze elementen; hier mag alles groeien zoals het wil en zolang ik er maar plezier aan beleef. Men zegt dat een tuin je karakter blootgeeft. De kruisbloemige Cardaminefamlie  telt heel veel soorten. De welbekende Pinksterbloem en Kleine veldkers behoren er ook toe. De laatste groeit zelfs tussen de straattegels en is zeer wijd verspreid.

28 maart 2014

Hoewel de herfst het paddenstoelentijdperk bij uitstek is, zijn er ook soorten die het hele jaar doorgroeien, of in de zomer of in het voorjaar. Dit witte verschijnsel op een dode Els heeft twee namen. De ene is Boompuist, wat ik een ongelooflijk onelegante naam vindt. Daarom noem ik ook zijn andere naam: Zilveren boomkussen (Olygoporus ptychogaster). Het is een slijmzwam en het is plant noch dier. Hij leeft niet van het substraat waar hij te zien is maar leidt een eigen leven. Eerst is deze slijmzwam zacht en wit, later krijgt hij een soort vel en daarbinnen ontwikkelen zich een grote hoeveelheid sporen die zich kunnen verspreiden nadat het vel is opengebarsten. Doordat de sporen steeds bruiner worden, verandert ook de kleur van het slijmlichaam, dat wordt ook bruin. Deze merkwaardige levensvormen kun je het hele jaar door zien als het niet vriest.

27 maart 2014

Een honingmerk is niets meer of minder dan een routeplanner. Niet alle bloemen hebben een dergelijk merkteken omdat niet alle bloemen op dezelfde wijze bevrucht worden. Bij de een zorgt de wind ervoor dat stuifmeel en stamper elkaar bereiken, de andere heeft er insecten voor nodig. Hommels en bijen kunnen ultraviolet licht zien waardoor de landingsbanen van bloemen met een honingmerk oplichten en de weg wijzen naar de plek waar het insect wezen moet. Veel in de natuur gaat aan de mens voorbij. Zo was er gericht onderzoek voor nodig dat liet zien hoe de wegwijzende banen op bloesem van de kastanje bijvoorbeeld van kleur veranderden nadat de bloemen bevrucht waren. Zo weten bij en hommel welk honingmerk wat oplevert en welk niet. Ultraviolette straling wordt ook wel black light genoemd; het is elektromagnetische straling die net buiten het spectrum valt van hetgeen mensen nog kunnen zien. Zoals vaak zijn dieren de mens weer de baas. Maar wij beschouwen ons wel als superieure wezens al kan dat regelmatig stevig betwijfeld worden als je ziet wat de mensensoort op deze wereldbol allemaal uithaalt.

26 maart 2014

Onlangs zag ik tot mijn stomme verbazing een enorm oranje gekleurd gebied langs het Apeldoorns kanaal. Over de brug, aan de andere kant van het kanaal stond iemand zijn tank in het water te legen. Ik stapte uit mijn auto en ging naar hem toe om hem te vragen waar die oranje kleur vandaan kwam. Gif, zei hij. Al dat gras vreet de grond leeg en daarom moet het dood, binnenkort komt hier maÔs te staan. Dat vond ik een nare mededeling, weiland en koeien moesten dus wijken voor die lelijke percelen met maÔs. En dan zoveel, zonde van het landschap hier. Het moet Roundup geweest zijn waardoor de grassen zo oranje gekleurd waren en later zag ik het ook elders. Roundup bevat glysofaat dat voor veel milieuschade zorgt, er komt steeds meer aanwijzing dat de verdwijning van amfibieŽn er een gevolg van is en dat het desastreus is voor bijen. Dit jaar zal op Europees niveau opnieuw het gebruik en de regels voor toepassing van glysofaten bekeken en beoordeeld worden. Er spelen veel geldelijke belangen, zoals altijd bij dit soort zaken. Het Duitse Bundesinstitut fŁr Risikobewertung kwam eind 2013 met de mededeling dat na grondige evaluatie van literatuuronderzoek glysofaat niet schadelijk is voor de menselijke gezondheid. Andere bevindingen leggen echter een link tussen glysofaat  en de ziekte van Parkinson, depressies en hormoonverstoringen. In 2011 werd door de Tweede Kamer al een motie aangenomen deze middelen te verbieden voor particulier gebruik, onder andere gemeenten. De regering is echter van plan de motie pas ten uitvoer te brengen in 2018 om gebruikers wat ruimte te geven alternatieven te zoeken. Onzin, daar 32% van de gemeenten deze troep niet eens meer gebruikt. Ik heb het waterschap Veluwe en Veluwe ervan op de hoogte gesteld dat de tank met Roundup gespoeld werd in het kanaal, dat is immers een milieudelict. Het waterschap vond het niet eens de moeite waard op mijn melding te reageren!

25 maart 2014

Het hoort erbij in de vroege lente! Winterse speldenprikken gooien roet in het eten als er al zoveel bloeiende struiken, bomen en planten zijn. Meedogenloos zet de vorst zich af op de tere blaadjes en de vocht bevattende cellen in het weefsel van ontluikend blad en bloemen vriezen kapot. Je ziet het effect pas als de temperatuur weer boven 0 graden komt. Ik vind het een onuitstaanbaar verschijnsel en alle rollen bubbeltjesplastic en gewasbeschermingdoek voor mijn volkstuin werden dan ook te voorschijn gehaald en in de tuin over de bloeiende planten en het kikkerdril gelegd. Een enkele plant bleef bloot in de nachtvorst staan helaas.

24 maart 2014

Al twee dagen ben ik bezig de Goudvink fatsoenlijk op de foto te krijgen. Ik zag hem een paar maal fotogeniek zitten in de ontluikende krentenboom, een prachtig plaatje maar toen stond ik noodgedwongen een telefoongesprek te voeren. Andere keren zat hij bij het zaadruifje, wat geen mooi beeld opleverde, of net achter een tak verscholen, het is gewoon niet mooi gelukt. Hij is er een van een paartje dat al dagenlang zonnepitten komt halen. Je kunt aan de vogels merken dat ze naarstig op zoek zijn naar voedsel nu het opeens weer een stuk kouder is geworden. Ook de meesjes doen niets anders, elke struik, elk takje wordt afgezocht, zelfs de hoekjes van de raamsponningen. De natuurlijke voorraadschuur raakt leeg en veel nieuwe aanwas is er nog niet. Gelukkig krijgt de ene boom of struik na de andere nu blaadjes en daar horen ook weer rupsjes en andere beestjes bij. Het vrouwtje is de baas op het zaadruifje. Op haar gemak zit ze de ene zonnepit na de nadere behendig te pellen met haar snavel en manlief heeft maar gewoon te wachten tot ze plaats voor hem maakt.

23 maart 2014

Ik deel hier een foto die Marianne Thieme gisteren in een tweet verzond als aanklacht tegen het doden van zogende vossen en hun welpen. Vossen mogen gedurende het hele jaar bejaagd worden en natuurlijk wordt het als zondigen tegen de weidelijke regels beschouwd als jagers zogende dieren vermoorden. Je zou dus denken dat dit ook verboden is! Maar dat blijkt toch anders te liggen. Thieme stelde vorige zomer vragen aan staatssecretaris Dijksma en vroeg onder andere "bent u bereid een jachtverbod in te stellen tijdens de zoogtijdperiode van vossen?". En wat antwoordde de staatssecretaris: "nee, een dergelijk verbod zou een te zware inbreuk vormen op de praktijk van populatiebeheer en schadebeschrijving, slechts een zeer minimale meerwaarde hebben ten opzichte van de huidige beschermingsregels en daarmee haar doel voorbij schieten". Bij haar aantreden als staatssecretaris liet Dijksma op de website van de rijksoverheid weten dat zij de bescherming van de natuur goed zou gaan vastleggen in een nieuwe wet. We hebben net de gemeenteraadverkiezing achter de rug en het bleek daarbij dat heel veel mensen geen idee hadden waar ze op zouden moeten stemmen. Als dat dan toch zo is, laten ze dan tenminste bij een volgende gelegenheid een stem uitbrengen op de Partij van de Dieren, die dit soort misselijk makende zaken aan de kaak stelt. Je begrijpt gewoon niet dat mensen zoiets kunnen doen; het is toch gewoon een gebrek aan beschaving?.

22 maart 2014

Afgelopen woensdag zag ik de voor mij eerste Pinksterbloem bloeien, als enige in de wijde omgeving. Het waaide in het open land zo stevig dat hij als een dronkaard heen en weer zwiepte en nauwelijks stil op zijn steel kon staan. Wie kan ik hier beter aan het woord laten dan Jac. P. Thijsse die op onnavolgbare en lyrische wijze kan verhalen over de natuur en ook deze Cardamine pratensis . "Het gras wordt helder groen en daarboven zweeft een fijne lila sluier. De Pinksterbloem leeft met de zon. In vollen zonneschijn ontplooien zich de mooie knopjes, maar als de open bloemen door een malsch Aprilbuitje verrast worden, dan buigen zich de bloemsteeltjes en de droppels vallen op de buitenzij van de kelkblaadjes zonder honing of stuifmeel te deren". De bloem op mijn foto zal april bij de huidige temperatuur misschien net halen en heeft inmiddels een stevige regenplens op haar kelkblaadjes gekregen maar toch, binnenkort kleuren de weilanden weer lila! Samen met de bloeiende paardenbloemen breekt de lente dan pas echt los!

21 maart 2014

Eigenlijk begon gistermiddag tegen zessen al de astronomische lente maar 21 maart is het officieel kalenderlente. Bij het passeren der seizoenen denk ik tegenwoordig  "hoe vaak heb ik ze al niet voorbij zien gaan" maar dat denk ik nooit bij het begin van de lente. Dan voel ik mij weer zo jong als een lammetje in de wei. Vol verwachting en spanning kijk ik uit naar alle leven dat weer verschijnen gaat, zowel wat flora als fauna betreft. Ik kan me er enorm op verheugen. De foto van deze zonsondergang maakte ik woensdagavond en het lijkt me een spetterend tafereel om het nieuwe seizoen mee in te gaan. Wat een natuurspektakel! Je ziet die felle en diepe kleuren en je gelooft gewoon je ogen niet. Je kunt je er niet van losmaken, blijft maar staan kijken tot de kleuren weer langzaam hun normale tinten krijgen en al snel weer verdwijnen. Mensen, wat is dat mooi! Natuurlijk is dit natuurwonder te verklaren, maar soms heb je daar helemaal geen behoefte aan en laat je de schoonheid der dingen gewoon blanco en genietend over je heen komen.

naar boven