Natuurdagboek


Natuurdagboek 2007                            Natuurdagboek Zomer 2010
Natuurdagboek 2008                            Natuurdagboek Herfst 2010
Natuurdagboek Winter 08/09             Natuurdagboek Winter 2010/2011
Natuurdagboek Lente 2009                Natuurdagboek Lente 2011
Natuurdagboek Zomer 2009               Natuurdagboek Zomer 2011
Natuurdagboek Herfst 2009                Natuurdagboek Herfst 2011
Natuurdagboek Winter 2009/2010     Natuurdagboek Winter 2011/2012
Natuurdagboek Lente 2010                 Natuurdagboek Lente 2012
                                                                    Natuurdagboek Zomer 2012

 

 

Herfst 2012

 

20 december 2012

Hout is door de eeuwen heen van groot belang geweest voor de mensheid en is daarmee een universeel en tijdloos materiaal. Overal werd het voor gebruikt, het ging in de houtkachels, er werden schuren van gebouwd, potloden, meubels, lucifers en kranten van gemaakt. Je kunt het zo gek niet bedenken of er was en is wel een toepassing voor. Het verwerken van stammen tot vuurklare brokken is een heidens karwij en kost veel energie. Voor minder fanatiekelingen zijn er in onze tijd ook heel handige machientjes die het zwaarste deel van de klus verrichten voor de houteigenaar. Sommige mensen vinden het heerlijk om door het urenlang kloven en hakken van hout van hun frustraties en stress af te geraken. Iemand die dat regelmatig deed was de laatste Duitse keizer Wilhelm II, die tijdens het schrijven van zijn memoires regelmatig naar buiten stoof om aan het hakken te gaan en op die manier denkbeeldige vijanden een koppie kleiner maakte. Stel je eens voor dat al die bomen er niet waren, wat moesten we dan.....

19 december 2012

Buiten is de wereld verpakt in een dikke mist en maakt alles vaag en grijs. In deze tijd van het jaar is mist voor mensen een gevaarlijk natuurverschijnsel dat regelmatig voorkomt. Omdat mist niets meer of minder is dan een laag hangende wolk, kan het zeer plaatselijk en onverwachts optreden wat het zo gevaarlijk maakt. Mist ontstaat het meest in het najaar bij het vallen van de avond of voor het opkomen van de zon. Zo'n mistwolk bestaat geheel uit zeer fijne druppeltjes. Door de kou is er nauwelijks of geen verdamping meer en is de lucht in de wolk volledig verzadigd. Het ontstaan van mist wordt mede be´nvloed door landschappelijke omstandigheden. Hoe het ook zij, het humeur van veel mensen wordt door dit natuurverschijnsel negatief be´nvloed. Toch kan het ook mooi zijn, in het bos worden de boomstammen tot een fraaie lijntekening en in de weilanden maken stilstaande paarden en schapen er een bijzonder schouwspel van.  Als de zon gaat schijnen, is het vaak snel met de mist gedaan, tenzij die te hardnekkig is. Nu maar hopen dat straks de zon door het grijze wolkendek breekt!

17 december 2012

Op de bosbodem kun je eikenbladeren vinden met aan de onderkant een galappel, galnoot, of knikkernoot, zoals ze genoemd worden. In de voorzomer heeft een galwesp of galmugje haar legboor in het blad gestoken en een eitje gelegd. Uit dat eitje kwam een larfje dat later in het seizoen verpopte en in de herfst als mug of sluipwespje tevoorschijn komt. Alleen maar vrouwtjes komen eruit en ze zijn bevrucht, een wonder van de natuur. Toen het eitje in het blad werd gelegd, riep dat een reactie op van het blad en vormde het bladweefsel een woekering: de galappel. Binnenin de gal kan het wespje of de mug zich veilig ontwikkelen maar ook eten van het zachte weefsel binnenin de gal. In de herfst vind je galappels met een gaatje; daaruit zijn vrouwelijke insecten gekomen. Ze gaan eitjes leggen in de winterknoppen van de eik, waarop ook weer galletjes verschijnen en daaruit komen dan in mei zowel mannetjes als vrouwtjesmuggen of -wespen. Voordat de ballpoints hun intrede deden, gebruikten mensen inkt om mee te schrijven. De potjes kregen een speciale vermelding als er gallen voor de vervaardiging waren gebruikt: "echte galnoteninkt". Je kunt zulke inkt goed zelf maken door een paar eikengallen en een paar roestige spijkers een dag of vier in een flesje water te laten staan. Je kunt er mooi mee schrijven met behulp van een ouderwetse kroontjespen.

16 december 2012

Ik ging op pad om rustende wintervlinders te zoeken maar ik vond er geen. Ik zag wel opvallend veel meeldauwlieveheersbeestjes (zie 28 nov), soms meerdere op dezelfde boom. Gele stipjes op een donkere stam, ze kunnen je niet ontgaan. In het bos liggen nog steeds sneeuwresten en op dicht belopen paden zelfs nog ijsresten maar die zullen nu wel snel verdwijnen na alle regen en zachte  temperatuur. Het is heerlijk dat de kleuren in de natuur weer terug zijn. Er groeit nog steeds Rankende helmbloem, waar reeŰn dol op zijn. De edelherten zijn blij met gekapte stammen die in het bos liggen, ze trekken er de schors vanaf , van boven tot onder.

14 december 2012

Als je een dag of wat uit de running bent en niet naar buiten kunt, is het heerlijk je te vermaken met de vogels die allemaal hun portie komen meepikken van het vogelvoer. Ik zag dat vinken zich op de grond te goed deden aan uitgestrooide rozijnen, dat de merel had bedacht dat hij net als mezen ook best een aanval kon doen op de vetbollen en dat de roodborst dol is op havermout en fijngestampte vetbol. De merel zocht een plekje zo dicht mogelijk bij een vetbol, nam een sprong, greep zich gedurende een seconde vast aan het netwerkje om de bol en gaf snel een stevige pik in de vetbol. Vervolgens viel hij eraf, vloog naar de grond en smulde van wat hij op deze manier op de grond had laten vallen. Vogels apen elkaar dus ook na, maar dat had ik al eerder gezien bij de mussen die in de loop van de diverse winters ook geleerd hadden op vetbollen te vliegen. Nu er weer een regenperiode aankomt, is het zaak vooral de havermout op een droog plekje te zetten. Vogels zijn gewoon een troostprijs voor al diegenen die niet zo dol zijn op de winter!

13 december 2012

Goed nieuws voor de ganzen! Rondom Schiphol zijn er vele duizenden doorgeschoten omdat ze een gevaar vormden voor de luchtvaart. Inmiddels is daar een proef gedaan met het inzaaien van Olifantsgras (Pennisetum purpureum). Een gewas dat vier meter hoog wordt en waarop geen gans wil landen. Het blijkt zo'n groot succes dat van de zes hectares die er nu staat, de inzaai wordt uitgebreid naar dertig  ha. De boeren rondom het vliegveld vinden het geweldig want ze zijn door dat gras niet alleen verlost van ganzenschade op hun graan- en bietenpercelen maar spinnen er ook nog garen bij. Het gras kan namelijk prima worden gebruikt bij de productie van biobrandstof en plastic. Er hoeft dus geen cent subsidie aan te pas te komen. Je moet er alleen niet aan denken dat elders in het land ook dergelijke velden verschijnen met een grassoort die vier meter hoog is.  Het gras hoeft maar eenmaal gezaaid te worden en verschijnt in de jaren daarna gewoon weer uit zichzelf door zich uit te zaaien. Het is een gewas dat oorspronkelijk groeit in Zuid-Afrika. We hebben al ma´s die ook meters hoog kan worden. Naast verma´sing krijgen we dan de verolifantisering van het landschap! Ik denk niet dat iemand daar naar uitkijkt.

8 december 2012

Het is me  het weertje wel! Opeens een dik pak sneeuw en matige tot strenge vorst. Zo weet je van niks en zo zit je middenin de winter. Zo beleef je dat althans gevoelsmatig. Hier aan de Veluwezoom werd de sneeuwlaag 10 centimeters dik en duurde het een halve dag om zo hoog te worden. Overal in onze tuin heb ik snel beschutte plekjes gemaakt om voor de vogels de eerste nood te lenigen en toen de sneeuwval stopte, heb ik het plastic kleed van de voertafel gehaald en werd het een komen en gaan van allerlei vogels. Wat gedragen die merels zich toch irritant! Er is genoeg maar ze vinden het nodig om bij voorbaat al om elke rozijn te knokken! Langs onze ruit hangt bovenaan nog altijd een sliert vol paarse klokjes van de Rhodochiton. De plant heb ik op 10 cm afgeknipt en hij staat al hoog en breed in een koele kamer te overwinteren. Maar de klokjes blijven nog heel lang goed en dat maakt deze niet winterharde plant juist zo leuk! Bezoekers vragen vol verbazing of ik die plant nog steeds niet naar binnen heb gehaald. Toen het duister begon in te vallen donderdag, heb ik snel het luchtpompje in de vijver gehangen om een wak open te houden en dat lukt fantastisch en langdurig! Een echte aanrader, zo'n simpel pompje.

5 december 2012

Koolmezen kunnen besmet raken met het pokkenvirus en dat is deze zielepoot overkomen. Ook duiven, mussen en heggenmussen kunnen pokken krijgen maar dan is het altijd een soort-gebonden variant. Het virus bestaat al lang en wordt overgebracht door stekende muggen. In  Engeland ontdekte men dat er een nieuwe variant bleek te zijn ontstaan die veel agressiever is dan het al bestaande virus. Het lijkt zich te beperken tot letsels aan de kop of rond de snavel. Het virus zorgt voor grote sterfte en in Engeland maakt men zich er bezorgd over. Voor mensen is het niet besmettelijk en ook pluimvee loopt door pokken van wilde vogels geen gevaar. Is een vogel besmet geraakt dan kunnen er vreselijke plekken ontstaan. Gaat de vogel er met de poten aan krabben, of veegt hij met de kop langs takken, dan is het besmettingsgevaar voor soortgenoten groot, maar zeker ook op plekken waar vogels zich concentreren, zoals op voederplaatsen. De pokken gaan open en het virus kan zich verspreiden. En vooral als de poten zulke plekken hebben, wat ook kan. De pokken kunnen ook inwendig zitten, dan is de vogel benauwd en kan nauwelijks meer ademen. Ook in ons land worden steeds meer zieke vogels gezien, de piek ligt in het najaar. Deze vogels lijken de winter niet te overleven. Onze zielepoot heeft een soort vulkaan op de kop. Bovenop zit het oorspronkelijke plekje hoofdhuid waar nog wat veertjes zitten en van onderop wordt de vogelhuid steeds verder opgeduwd. De mees lijkt er nu nog geen last van te hebben en gedraagt zich volkomen normaal. Zie je een zieke vogel in de tuin of op de voerplank, dan kun je verdere besmetting voorkomen door drie weken niet te voeren en ook geen drinkwater neer te zetten waarin de vogels kunnen badderen.

4 december 2012

3 december 2012 gaat de boeken in als eerste sneeuwdag van het jaar.  In 2010 lag er op de vijfde december een enorm pak sneeuw, zag ik in mijn fotoarchief. En  vorig jaar december begon lichte sneeuwval op de 16e. Dus ongewoon is het niet en dit keer slechts een speldenprik. Een Margriet met een sneeuwlaag op de bloem heb ik nog nooit eerder gezien maar het tafereel was te aanschouwen in onze eigen tuin en voor een bloeiende Margriet is het eigenlijk al erg laat. De oplopende temperatuur maakte er in de loop van de dag een eind aan en dat vond ik niet erg want de winter moet in feite nog beginnen en wie weet wat ons nog te wachten staat. Eigenlijk moet sneeuw pas beginnen tegen Kerstmis, dat is pas zoals het hoort - vinden wij!

3 december 2012

De Paarse knoopzwam (Ascocoryne sarcoides)  is een wonderlijk organisme! Het bestaat in twee vormen: geslachtelijk en ongeslachtelijk. De eerste vorm vermeerdert zich door sporen, de laatste vorm kloont zichzelf. De naam knoopzwam duidt op de knoopvorming als op de foto. Feitelijk zijn het er twee die dicht opeen groeien.  In het Engels heet deze zwam Purple jelly disc en dat is een nog duidelijker naam. Hij voelt geleiachtig aan, net als Judasoor, maar ze zijn niet verwant aan elkaar. Bovenste foto: het perfecte (sexuele) stadium. Hieronder het imperfecte (a-sexuele)

stadium. De imperfecte vorm blijft steken in een knopachtige toestand. De perfecte vorm is plat tot licht bekervormig en staat dus op de bovenste foto. Binnenkort ga ik eens kijken hoe het er inmiddels mee gaat. Op takken en boomstronken is de hele winter wel wat te zien, geen paddenstoelen op steeltjes maar wel andere zwammen. Dan ontdek je soms de meest vreemde zaken, zoals deze merkwaardige vondsten.

2 december 2012

Ik heb hem te pakken, de rups die mijn mooie onderstaande geranium opvrat! Ik vermoedde al dat hij nachtactief was dus kon ik hem 's avonds zo van de plant plukken. Het is de rups van de Agaatvlinder (Phlogophora meticulosa), een zeer schone verschijning. Vlinder uit de familie der nachtuiltjes. De rupsen kennen twee verschijningsvormen: bruin en groen. Een volwassen rups vreet non stop bladeren van diverse planten en verpopt daarna in de grond. De pop alsook de rups kunnen overwinteren. Even voelde ik de verleiding de rups tot vlinder op te kweken maar binnenshuis leek me dat toch niet zo'n goed idee, ook al zou ik hem op een koele kamer bewaren. Stel dat de rups voortijdig zou uitsluipen, wat zou ik dan met de vlinder moeten doen midden in de winter. Ik zou mij eerst moeten verdiepen in de ontwikkeling en levenscyclus van deze soort want je moet wel ongeveer weten wanneer zo'n insect ontpopt. Ik heb hem dus maar teruggezet op een geranium die nog buiten stond en meteen werd het beest weer actief. Dat zijn rupsenleven van eitje tot pop maar zes weken duurt, geeft al aan dat hij enorm veel moet eten. Als je de kegelvormige uitwerpseltjes achter elkaar legt, zie je dat de rups in een enkele nacht zijn eigen lichaamslengte uitpoept! Ik vond ook nog een halfwas broertje op de plant, die mag nu ook zijn leventje buiten voortzetten. "t Is anders wel opeens winters geworden!

1 december 2012

Afgelopen voorjaar viel ik in het tuincentrum voor deze schitterende hanggeranium. Hij groeide en bloeide dat het een lieve lust was en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen hem buiten te offeren aan de vorst of treurig ten onder te laten gaan op de composthoop. Dus mocht hij een paar dagen geleden naar binnen. Nu staat hij op een koele kamer te wachten tot het weer lente wordt. Maar wat zag ik: de geranium had inwoning: op de grond lagen een heleboel uitwerpseltjes en aan de plant zaten een heleboel afgevreten jonge toppen. Hoe ik ook zocht, ik kon de boosdoener niet vinden. Wat te doen als hier de rups zou zitten van het bijzondere Geraniumblauwtje dat zoveel schade veroorzaakt aan geraniums? Maar dat zal wel niet, misschien zit er een Olifantsrups tussen het blad, of een andere nu nog onbekende soort. Ik blijf zoeken tot ik hem te pakken heb!

30 november 2012

De eerste blik vanmorgen uit het slaapkamerraam dreef mij meteen naar het bos: ijsharen! Zodra de vorst de bosbodem bereikt, en dat is bij een graad of vier onder nul, ontstaat er op sommige stukken dood beukenhout ijshaar. Dat het niet op alle beukenhout te zien is, komt doordat er alleen in hout waar ook de schimmel van de Gele of Zwarte trilzwam actief is dit prachtige verschijnsel kan ontstaan. Bovendien moet kortgeleden de bast van het hout zijn afgevallen. Afhankelijk van de plaats waar het hout ligt, zijn de haren glad of gekruld. Waar de wind vrij spel heeft, waait het haar alle kanten op en groeit er op het hout een witte pruik. Omdat het zo'n mooi verschijnsel is, doe ik er vandaag nog maar een foto bij:

Op meer beschutte plekken waait de wind er langzaam overheen en legt de haren plat tegen de bosbodem. Is het windstil, dan kunnen de haren tot 9 centimeter hoog groeien en dat is het mooist maar dat heb ik vanmorgen niet gevonden. In 1833 werd het fenomeen van de ijsharen al beschreven en in de tussentijd hebben onderzoekers steeds geprobeerd te achterhalen waarom het op het ene stuk beukenhout wel en het andere niet verscheen. Tot in 2005 een Zwitserse onderzoeker vaststelde dat op het bewuste beukenhout ook paddenstoeltjes groeiden en toen legde hij definitief het verband met schimmels en stelde later vast dat het om de Trilzwam moest gaan: "De vrijkomende oxidatie- en verteringsenergie houdt het hout iets warmer dan de omgeving. De verbrandingsproducten, water en koolstofdioxide, worden uit het hout naar buiten afgescheiden en het water, eenmaal buiten, bevriest meteen, waardoor de haren inderdaad van onderaf aangroeien". Het hout hoeft niet groot te zijn, je vindt deze ijsharen op de kleinste stukjes.

28 november 2012

Net toen ik op mijn hurken dit kevertje zat te fotograferen kwam er een grote hond voorbij die dacht dat ik wel een knuffel van hem wilde. Daarbij liep hij met zijn harige lijf langs de stam en weg was het kevertje. Gelukkig had ik toch nog net een foto gemaakt al is die helaas niet helemaal scherp geworden. Dit is een prachtig lid uit de familie der lieveheersbeestjes: het Meeldauwlieveheers-beestje. Zestien crŔmekleurige stippen op het lijfje en een doorzichtig randje langs de dekschildjes. Doorgaans te zien van april tot oktober maar hij neemt het er niet zo nauw mee en als het niet al te koud is blijft de kever gewoon actief. Gaat het vriezen, dan zoekt hij beschutting in de bladlaag of onder de schors van een boom. Het was vroeger een niet algemeen kevertje dat gebonden was aan oude bossen. Maar inmiddels heeft het zich aangepast aan Esdoorn en Es en is nu algemeen. Het Meeldauwlieveheersbeestje (Halyzia sedecimguttata) voedt zich met schimmels en wandelt door het leven op oranje pootjes.

27 november 2012

Wat zijn ze toch mooi, de Rodekoolzwammetjes. Het is bijna gedaan met de paddenstoelen. Altijd blijven er wel soorten opdagen maar veel is het niet meer. Alweer hoorde ik de Raven in het bos en ditmaal zag ik ze ook overvliegen, twee stuks. De enige vogel die ondersteboven kan vliegen, geweldig! Altijd hoor je ze samen kwebbelen, kr˘-kr˘. Tot mijn vreugde liet het eerste koppeltje Goudvinken zich zien in onze tuin. Als je man of vrouw ziet, is de partner altijd in de buurt. Samen zaten ze zaadjes te peuren uit de restanten van de Gulden roede. Het was afgelopen zondag, en het waaide zo hard dat ik ze helaas niet kon fotograferen. De eerste Groenlingen hebben zich ook gemeld. Het voeren van vogels is zˇ leuk, die beesten fleuren de grauwste dag nog op dus ik mag graag een poosje naar ze zitten te kijken vanachter het huiskamerraam.

26 november 2012

"Ik ween om bloemen in den knop gebroken" schreef de dichter Willem Kloos in de vorige eeuw. Je zou bijna hetzelfde doen als je ziet hoe manmoedig maar vergeefs de laatste rozen nog proberen te bloeien. Een week of twee geleden zaten bij deze roos de bloemblaadjes een stuk dieper in de knop en die knop was optimistisch roze. Nu is de bloem wat doorgegroeid, zijn de buitenste blaadjes dapper gespreid maar verder komt het er niet van. Het is te koud en te kil en daar wordt de roos bleek en naar van. Zelfs de koningin der bloemen moet het afleggen tegen het seizoen. Maar wat wil je, bijna december, het is mooi geweest!

25 november 2012

Dit is de Boomsprinkhaan (Meconema thalassinum) , ik  zie hem nog regelmatig in het bos ook al is dat laat, maar dat komt door het zachte weer. Steeds vaker wordt ook de Zuidelijke boomsprinkhaan gezien, maar diens lijfje en poten bedekt met zwarte stipjes. Ik vond deze sprinkhaan op de bosbodem tussen het blad en de dame leek meer dood dan levend. Aan de legboor is te zien dat het hier om een vrouwtje gaat. Aan de legboor dankt de soort de familienaam Sabelsprinkhaan. De vele eitjes worden daarmee stuk voor stuk gelegd tussen de schorsspleten van bomen en komen pas na twee winters uit.  Na zes keer vervellen zijn ze volwassen. De volwassen Boomsprinkhaan houdt zich op in de kroon van bomen, Eik en Berk zijn favoriet; ze voeden zich met blad. Als het veel regent, dalen de insecten af naar de stam en daar kun je ze regelmatig aantreffen. Sommige zoeken een warm plekje in huis tegen de tijd dat het buiten koud wordt. Daar kunnen ze vanwege de droogte niet overwinteren en gaan er dood.

23 november 2012

Nog even verder over het Gewoon franjekelkje van gisteren. Hier is te zien hoe het paddenstoeltje er uitziet zonder de waterdruppels. Het bekertje is bezet met haartjes en het staat op een steeltje. Het is heel moeilijk om vast te stellen met welke soort je precies te doen hebt. Er zijn namelijk 45 soorten franjekelkjes en alleen door microscopisch onderzoek is aan de haartjes af te lezen om welke het precies gaat. Het blijft toch prachtig dat je dit alles pas ontdekt als je een digitale foto op je computer zet en ook op een beeld nog kan inzoomen. Die merkwaardig blauwe randen om de bekertjes kan ik niet verklaren, een dwaling van de camera veronderstel ik. Het professionele fotograaf zou het misschien kunnen verklaren. En dit allemaal over een ogenschijnlijk onaanzienlijk zwammetje van nog geen twee millimeters!

22 november 2012

Vaak als ik voor mijn computerscherm zit en bekijk wat ik gefotografeerd heb, realiseer ik mij wat de hedendaagse camera's en de pc een wereld van verschil hebben gemaakt. Toen we het nog moesten doen met filmrolletjes bedacht je je wel een paar keer voor je tien foto's van hetzelfde onderwerp maakte terwijl je er nu gewoon op los fotografeert. Blijkt het niks, dan gooi je de beelden meteen in je prullenbak maar soms gaat er een adembenemende wereld voor je open. Onder een stronk hout die ik toevallig omkeerde, vond ik minuscule platte rondjes en ik had geen idee wat dit moest voorstellen. Omdat ik dit nooit gezien had, heb ik het toch gefotografeerd en toen onthulde het raadsel zich in volle glorie. Het zijn piepkleine bekerzwammetjes uit de familie van de zakjeszwammen. Deze familie kenmerkt zich hoofdzakelijk door buitengewoon kleine paddenstoeltjes die groeien op allerlei vochtig hout, dennenkegels, beukennapjes enzovoort. Dit is het Gewoon franjekelkje (Lachnum virgineum). Het heeft een doorsnede van ongeveer 0,5 tot 2 millimeter en het is een algemeen voorkomende soort. Om de rand zitten waterdruppeltjes.

21 november 2012

Het gebrom van een machine weerklinkt in het bos, en dan gekraak van vallende stammen. Er wordt weer gekapt en dat is af en toe nodig ook. Er staan hier nogal wat percelen vol miezerige naaldbomen. Ze staan veel te dicht op elkaar en door gebrek aan licht reiken hun kronen naar de hemel waardoor ze "lang, dun en lekker" worden. Nou ja, lekker! Op die manier werd vroeger een bosperceel vaak aangepoot om de stammen later te gebruiken, bijvoorbeeld voor de mijnbouw waar hout gebruikt werd om de gangen te stutten. Dit hout uit het bos zal geen hoger doel dienen, vrees ik. De stammetjes worden ontdaan van hun takken en meteen in stukken gezaagd. Het ruikt hier doordringend naar hars uit de stammen, het zijn de tranen van de vermoorde bomen.....

20 november 2012

Op mijn volkstuin is niet veel meer te beleven. Telkens neem ik mij voor om, wanneer het nog niet echt koud is, of vriest, gewoon door te gaan met het wieden van onkruidjes en woekerend handjesgras maar tot nu toe is daar nog niet veel van terecht gekomen. Pas zijn de laatste bietjes geoogst en af en toe pluk ik er peterselie. Soms ga ik er even kijken om te zien wat er nog bloeit, de goudsbloemen zijn de grote winnaars, die staan er nog overal. Vrij laat in het seizoen heb ik nog venkel gezaaid, wetende dat daar geen knollen meer aan zouden komen. Het loof  van de venkel is echter zo mooi dat het prima vulling is in boeketten. Zo staat op onze tafel dit tere en fijne groen tussen een bosje witte rozen. Heel elegant vind ik deze combinatie. Ik neem mij meteen voor om het volgend jaar venkel in de border bij huis te zetten. Lijkt me mooi.

19 november 2012

Jeneverbes (Juniperus communis) is een heel oude inheemse naaldboomsoort in ons land, er zijn zaden gevonden uit het Vroeg-Holoceen  (13.500 - 12.100  voor Chr). De Jeneverbes behoort tot de coniferen. Drenthe is bij ons de plaats waar de meeste struwelen voorkomen. Vanwege de achteruitgang van de soort is er in Nederland geen boom die zo in de aandacht staat als de Jeneverbes. Er is zelfs een Jeneverbesgilde opgericht door mensen die zich inspannen de soort te beschermen tegen verdere achteruitgang. Over de negatieve ontwikkelingen zijn allerlei rapporten geschreven, en onderzoeken en proeven gedaan om te achterhalen wat er aan de hand is. Lang werd gedacht dat de Jeneverbes zich alleen kon uitzaaien aan de randen van stuifzanden maar die veronderstelling blijkt achterhaald. Men ging verbanden leggen met het veelvuldig voorkomen van de grassoort Pijpenstrootje. Evenwel is op de Loenermark in Gelderland te zien hoe de heide volkomen wordt verdrongen door dit gras, en er toch heel veel zaailingen van de Jeneverbes staan. Een sterk verzuurde bodem blijkt een flinke boosdoener, die heeft een nadelige uitwerking op de kiemkracht van de zaden. Al met al is het een zeer complexe materie en men probeert er alles aan te doen de Jeneverbes te behouden. Tijdens speciale werkdagen wordt er bijvoorbeeld voor gezorgd dat de Jeneverbesstruiken vrij van belemmerend opschot van andere soorten kunnen groeien, want licht blijkt ook al heel belangrijk voor deze soort die door de eeuwen heen omgeven is door mystiek en geheimzinnigheid. Het duurt 15 jaren eer een vrouwelijke Jeneverbesstruik vruchten kan voortbrengen en die worden pas twee jaar later rijp en door vogels gegeten en weer uitgepoept. Dan moeten ze nog op een gunstige plek vallen om te kunnen ontkiemen. Jeneverbes kan breeduit struikvormig groeien maar ook slank als een Cipres.

18 november 2012

Een vondst die mij bijna de adem benam! Bij het fotograferen van een zwam zag ik opeens langs een oude liggende naaldboomstam heel veel rood en toen ik er heen liep zag ik dat dit een zeer uitgebreid stuk slijmzwam was over wel een meter breedte. Nog nooit gezien. Ik dacht eerst aan Druivenpitje alhoewel ik die alleen vond groeiend over een stel grassprieten maar zeker was het niet. Op Waarneming wist men te vertellen dat het ging om een Netwatje spec. Wat verder zoeken bracht mij tot de conclusie dat dit dan het Karmijnrood netwatje (Acryria denudata) zou moeten zijn. De sporangia van de slijmzwam kunnen eivormig zijn zoals hier, of cilindrisch en staan op heel dunne steeltjes. Ze verschijnen in een grote hoeveelheid. Het plasmodium, waar de wratjes uit voortkomen, is wit.  Het blijkt een algemene soort die zijn die ik nog nooit eerder gezien had.

17 november 2012

SOS voor de vogels! Het zou normaal zijn als de vogels in de natuur zich nog best zouden kunnen redden in deze tijd van het jaar. Helaas is dat nu niet het geval. In grote delen van Europa blijkt dat bomen en struiken geen zaden en vruchten hebben voortgebracht waardoor de vogels op de vlucht zijn voor de honger die hen wacht. Het Belgische Natuurpunt meldt dat zelfs is waargenomen dat allerlei vogels als mezen, goudhaantjes, merels, vinken enzovoort de zee proberen over te vliegen en jammerlijk verdrinken doordat ze de kracht daarvoor missen. Natuurpunt roep iedereen op meteen met voeren te starten en dit niet uit te stellen tot het echt gaat winteren. Misschien heeft de supermarkt of groenteman nog wel wat afgekeurde appels ter beschikking voor de vogels, die kun je dagelijks neerleggen voor merels en lijsters. Voor onze insecteneters als bv roodborst en winterkoning  is er speciaal universeelvoer, met besjes en gedroogde meelwormen. Het is niet goedkoop maar ach, dan minderen we toch een dag wat op onze eigen maaltijd! Strooivoer is voor veel vogels een goede hulp in de winkel. Ik koop mijn vogelvoer voordelig in via het internet bij de firma Broekhuizens die uitstekende kwaliteit levert en snel voor een bescheiden bedrag het voer bij je thuis bezorgt: www.broekhuizens.nl/vogelvoer

16 november 2012

Tussen de vele fraaie mossen bleek opeens een heel klein knotsachtig zwammetje te staan: de Heideknotszwam (Clavaria argillacea).  De lengte van dit paddenstoeltje kan variŰren van drie tot acht centimeter. Ik kende hem wel van naam maar had hem nooit gezien, wat een klein gevalletje. Het is zeker geen algemene soort en wij vonden alleen deze. De Heideknotszwam staat op de Rode Lijst als kwetsbaar, altijd leuk zoiets aan te treffen. Soms worden ze ook in groepjes gevonden. Het is een paddenstoel van de vochtige heidevelden. In jonge staat is de zwam bleekgeel, later wordt hij wat geler. Maar het blijft een "blekertje".

15 november 2012

Ook op een sombere grijze dag is het de moeite waard er opuit te trekken. Dat deden mijn wandel/natuurmaatje en ik afgelopen dinsdag en daartoe gingen we wandelen in de fraaie Drentse natuurgebieden: boswachterij Ruinen en het Echtenerzand. Dit laatste is een schitterend hoogveengebied. Ondanks het grauwe weer was het er prachtig. Her en der verspreid zagen we zandverstuivingen liggen en uit de verte maakte ik daar een foto van. Door de vochtige atmosfeer ontstaat er door de grote afstand een "samengeperste" nevel op de foto die er steviger en uitziet dan je zelf ervaart waardoor alles wat wazig wordt. Het lijkt een beetje een schilderij zo, vind ik. Maar dat is een kwestie van smaak natuurlijk, een ander kan het wel een snertplaat vinden......

14 november 2012

Hoe kan een mens nu blij worden bij de ontdekking van uitwerpselen in zijn tuin die daar gedropt zijn door een dier! Toch gebeurt dat, en wel door de echte natuurliefhebbers onder ons. Een van de bewoners langs de bosrand ontdekte tijdens de herfstbeurt van de tuin een kakelverse latrine van een das die haar tuin bezocht. Regelrecht vanuit het bos overgestoken en haar domein binnen gegaan, zowel voor als achter het huis. De schone slaapster had het wel vaag gehoord maar veronderstelde dat hier een stel egels rond struinde. Nu weet ze beter en nu wordt het slapen met de camera schietklaar! Dassen hebben maar kleine oogjes maar hun oren en neus zijn daarentegen zeer goed, de dieren zijn ook schuw, dus makkelijk zal het niet zijn ze met de camera  te verschalken. Waarom de dassen weer het bos uitkomen is een beetje raadselachtig. Gezien de omstandigheden kan het bijna niet de honger zijn want dassen voeden zich met regenwormen die de hoofdmoot van hun menu vormen. En die zijn nog goed bereikbaar. Kevers, slakken, vruchten, paddenstoelen eten ze ook en ze deinzen er evenmin voor terug om een jong konijntje te pakken. De latrine was er die nacht gegraven en aan de uitwerpselen kon je zien dat er veel schildjes in zaten van de bosmestkevers. Dassen hebben een gezamenlijke poepplek maar maken aan de rand van hun territorium overal ondiepe kuiltjes waarin ze open en bloot hun behoefte doen. Deze dienen om aan te geven dat andere dassen hier weg moeten blijven. Er zijn ook mensen die vinden dat dassen uit andermans tuin moeten wegblijven. Zij prikken stokken in de grond op de plek waar de dassen zich onder het hek doorwurmen en als andere mensen dat zien, halen ze meteen die stokken weer weg. Die laatsten zijn de liefhebbers van Meles meles!

12 november 2012

Prachtig zijn ze, de kleine groene bekertjes van het Kopjesbekermos (Cladonia fimbriata). Groen bekermos wordt het ook genoemd. Links ervan staat nog een sporendoosje van het mos dat er ook groeit. Ze dragen beide de naam "mos" maar het bekermos is een korstmos, het heeft kleine tot wat grotere "blaadjes", afhankelijk van de soort. Het bekertje groeit tussen de blaadjes omhoog. Samen met mossen vind je het bekermos vaak op oude, dode boomstammen of gedeelten daarvan. Korstmossen vormen een verbond met wieren, ze voorzien elkaar van voedsel. Symbiose noemen we dat. Met rust gelaten, kan bekermos heel oud worden, wel 10 jaar, maar daarbij speelt ook het milieu een rol. Ik vond zondag veel bekermos in de buurt van een heel grote beuk die jaren geleden geveld werd en die langzaam van top tot teen wordt ingepakt door mossen. Allerlei zwammen en zwammetjes groeien er op en ook veel Groen bekermos. Zo'n oude stam van alle kanten bekijken, levert vaak mooie dingen op. 

11 november 2012

Ook al zat hij dankzij de niet te stuiten regenbuien vol modderspatten, ik wilde hem toch even portretteren want vaak zie je niet een paddenstoel die er als een sandwich bij staat. Het is de Zwartpurperen russula (Russula atropurpurea) die langs het bospad stond. De paarse bovenkant van de hoed was bijna niet meer te zien, zo had hij zich gelijkzijdig omgekruld. De paddenstoel groeit graag in symbiose met de eik, en daar vond ik hem ook. Beide profiteren van elkaar. De diverse russula's vormen een groot geslacht van wel 750 soorten. Deze plaatjeszwammen  hebben geen rokje onder hoed en hebben over het algemeen een felle kleur. Het is heel moeilijk de diverse familieleden uit elkaar te houden.

10 november 2012

De eerste bloemen van onze Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) prijken weer aan de struik, op een plek waar ik vanuit huis goed zicht heb om ze vooral niet te missen. Het zijn mijn zonnetjes in de wintertijd en op sombere grauwe dagen die deze periode van het jaar zo kwistig rondstrooit, klamp ik mij er aan vast: het vriest nog niet, er ligt nog geen sneeuw, het is wel herfst maar er bloeit hier en daar toch nog wat. Maar eigenlijk is het wel een tijd van vlees noch vis! Al een eind op weg richting winter maar nog ruim vijf maanden van de lente verwijderd. Stiekem hoop ik dat de echte winter tot het nieuwe jaar wegblijft, dan duurt hij tenminste niet zo lang! Zolang ik toch nog wat bloemetjes zie, kan ik denken dat de herfst nog niet zo oud is en de winter nog ver weg. En aangezien onze Hollandse winter aanzienlijk meer grijs te zien geeft dan wit of blauw, is dit niet mijn seizoen en kijk ik alweer verlangend uit naar bottende takken en ontluikende bloesems.

8 november 2012

Ter bescherming van vraat door dieren wordt jonge bosaanplant vaak omgeven door een hekwerk. Zo ook dit bosje. Maar zwijnen laten zich niet snel overdonderen en vinden altijd wel een plek waar ze onder het hekwerk door kunnen kruipen. Een tijd geleden zag ik opeens dat er voor de zwijnen een echte toegangspoort was gemaakt. Meteen kwamen er boze gedachten in mij op: zouden ze er nu in mogen omdat de bomen groot genoeg geworden zijn, of is dit om ze tijdens het bejagen naar binnen te lokken om vervolgens het hek af te sluiten zodat ze eenvoudig naar het Walhalla geschoten konden worden? Kortgeleden zag ik dat de doorgang was afgesloten met, naar ik veronderstelde, een plank. Zie je wel, dacht ik, ik had het bij het juiste eind, de varkens kunnen er nu niet meer uit! Maar hoe kan een mens het mis hebben! De plank bleek een rubberen flap te zijn die er was aangebracht om te voorkomen dat het bosje "vol zou lopen met reeŰn", aldus de beheerder. ReeŰn? In dit bosgebied is geen ree te bekennen. Die waren er lang geleden wel maar voelen zich hier niet meer thuis omdat het bos te dicht is geworden, aldus een van de boswachters die ik er recent naar vroeg. Maar naar verluidt worden andere wilddoorgangen ook reewerend gemaakt door er schapenwol op te hangen. Een mens blijft zich verbazen!

7 november 2012

Diverse malen ben ik gaan neuzen op de plek waar ik in eerdere jaren de Witte kluifjeszwam  (Helvella crispa) aantrof. Het irritante van paddenstoelen is echter dat ze geen regels kennen. Waar drie jaren geleden de Violette gordijnzwam (Cortinarius violaceus) stond, heb ik hem  niet meer gezien. Waar eerder de Gekraagde aardster stond, werd die merkwaardigerwijs verruild voor  gewimperde exemplaren en dit jaar ontdekte ik er nog maar een! En zo kan ik nog wel meer plekken opnoemen waar ik een eenmalige ontmoeting had met bijzondere exemplaren. En hoe toevallig stuitte ik ditmaal op een drietal Kluifjeszwammen die op een totaal onverwachte plek stonden. Ze vielen nauwelijks op tussen alle blad en ze waren al ver over hun top maar toch was dit weer een leuke vondst. Kluifjeszwammen houden niet van een sombere plek, ze willen op z'n minst nog wat licht op hun gelobde hoeden voelen. De steel is hol en hoe ouder de zwam wordt, hoe gegroefder de steel. Ze behoren tot de zakjeszwammen en houden zeer van een kalkrijke bodem. En zo verschenen er vorige maand op een plek in Haren honderden exemplaren langs een schelpenpaadje! Stel je dat eens voor: hˇnderden!!  Ik ben al blij als ik er drie vindt.

6 november 2012

Dode bomen en hun restanten verdienen aandacht. De wandelaar gaat er vaak zo achteloos aan voorbij en dat is echt jammer. In het begin van "ons" bos is vorige week een dode boom die inmiddels niet meer was dan een stuk stam, finaal in elkaar gestort en totaal vermolmde resten liggen nu op de bosbodem. Ooit speelden onze kinderen er en klommen in de takken. Zo'n langdurig proces van neergang te zien is heel bijzonder. Het duurt jaren en onderwijl nemen allerlei organismen bezit van zo'n boomlijk, zoals men hem noemt. Schimmels woekeren op en in het hout, steeds meer bastinsecten nemen hun intrek onder de losser wordende schors en spechten hakken er op los om daar bij te komen. Vaak valt het bovendeel van de stam er uiteindelijk af en blijft er nog een stronk over. En daar moet je eens goed naar kijken, er omheen lopen, dan zie je allerlei patronen in de manier waarop de boom uiteindelijk verging. Zoals bij deze stronk, in een stukje schors zie ik een boomwezen in, veel kleuren en lijnen, echt prachtig!

5 november 2012

Het lijkt alsof hij een sprongetje van vreugde maakt, deze koolmees. Maar de werkelijkheid was dat hij net een zonnebloemzaadje had opgepikt en aanstalten maakte op de vleugels te gaan om het zaadje in de boom een kopje kleiner te maken. Voor de vogels is er nog best het een en ander te vinden in de natuur maar waar de voedertafel gedekt staat, geloven ze het wel. Waarom zouden ze zich een ongeluk zoeken tussen boomschors, op takjes en langs raamkozijnen als je het hier voor het oppikken hebt. En geef ze eens ongelijk, deze gevleugelde opportunisten!

4 november 2012

Verrassing in mijn volkstuin: een  heel mooie Salvia (Salvia horminum Bluebird). In de tuinen links en rechts van de mijne staat hij niet dus ik neem maar aan dat het te danken is aan de bemiddeling van een vogel die het zaad in mijn tuin gedropt heeft. De salviafamilie bestaat uit honderden soorten die niet alleen sierplant zijn maar in hun oorspronkelijke thuisoorden ook struik of halfheester. Onder de tuinplanten heb je weer vaste en eenjarige soorten. Deze salvia behoort tot de laatste groep. De stengels krijgen in de top mooi gekleurde bladeren die de sierwaarde bepalen. Aan de linkerbloem is nog goed te zien dat deze plant tot de lipbloemigen behoort. Salvia horminum heeft nog een toegevoegde waarde: je kunt de stelen drogen en ze houden hierna nog heel lang hun mooie kleur vast. Deze vondst brengt me op het idee ze volgend voorjaar maar eens te gaan zaaien. Dat kan maart/april onder glas, of hierna in de volle grond. In werkelijkheid is de kleur van de topblaadjes diep blauw, maar ja, ik heb vaak ruzie met de camera interpretatie van de kleuren uit het spectrum blauwpaars/lila.

3 november 2012

Als Bosmestkever heb je momenteel geen makkelijk leventje! De kevers zijn nog zeer actief en op allerlei plekken zie je druk bezig zich in te graven onder een hoop mest van paarden of hooglanders. Ook vergane hondenpoep wordt niet versmaad. Op de wandelpaden liggen volop platgetrapte lijfjes, hun mooie staalblauwe buikjes als een aanklacht richting hemel gericht. Door de geweldige hoeveelheid gevallen blad is het voor wandelaars moeilijk lopen in het bos. Je moet enorm oppassen want boomwortels zijn niet e zien en als je niet oppast, lig je zo met je snuit tussen het herfstblad. Deze mestkever had er even genoeg van door en over de dikke bladerlaag te ploeteren en had maar het even hogerop gezocht voor een rustpauze op de hoed van een paddenstoel. Ik kon het niet goed horen maar volgens mij zat hij gewoon uit te hijgen!

2 november 2012

Nu we het toch over mos hebben: hier is nog een organisme dat van mos leeft. Het groeit op de bemoste stammen van de Beuk en de naam is Mosschelpje (Chromocyphella muscicola), behorend tot de familie van de Crepidotaceae, de oorzwamachtigen. Het is een paddenstoeltje dat zo klein is dat je het met het blote oog niet als zodanig zult kunnen herkennen. Zelfs zou je het helemaal niet zien als je niet met een loep of een macrolens werkt. Het zou me niet eens verbazen als dit het kleinste paddenstoeltje is dat hier in het land groeit. Steeds vaker zie je op bemoste beukenstammen rondachtige gele plekken, dat zijn de schimmels. Als je er dichtbij staat, zie je bij langdurig vochtig weer witte stipjes, zo klein als een potloodpunt op papier. Het mos is hier vergeeld doordat de mosschelpjes het hebben "opgegeten". Eigenlijk moet je een statief en macrolens meenemen om er een mooie scherpe foto van te maken, maar daar heb ik over het algemeen niet veel zin in. Liever neem ik een camera mee en kiek wat zich aan mij voordoet. Maar goed, de schelpjes zijn toch duidelijk herkenbaar op de foto.

1 november 2012

Tot voor kort wist ik niet van het bestaan van de Boomslak (Lehmannia marginata). Dat wil zeggen: ik zag hem regelmatig maar dacht altijd dat het de jonge slakken van de weg- of de tijgerslakken waren. Omdat ik graag deze dingen zeker wil weten, ben ik het eens gaan uitzoeken en gelukkig zijn er altijd mensen die veel weten en vaak over gespecialiseerde kennis beschikken over van alles dat leeft en groeit. En ook nog wat verder zoeken op Engelse websites levert soms interessante aanvullende informatie. Zo weet ik nu dat het gaat om grote en kleinere slakken met een waterig uiterlijk. Zij leven alleen in oude bossen en zijn heel vaak op de stammen van bomen te zien. En daar zie je ze nu  veelvuldig. Ze zitten er de hele winter door en geven vaak de indruk dood te zijn. Maar ze zijn traag en stijf van de kou als het echt gaat winteren. Deze slakken voeden zich met mossen en zijn dus afhankelijk van de milieuomstandigheden. De Boomslak wordt ook wel Bosaardslak genoemd.

31 oktober 2012

Er zijn van die paddenstoeltjes die het aanzien meer dan waard zijn maar nauwelijks opvallen als ze tussen al dat afgevallen blad staan. Soms moet je dan ook gewoon even langzaam lopen snuffelen en goed rondneuzen. Op die manier vond ik ook dit duo Amethystzwam (Laccaria amethystea), ook wel bekend onder de naam Rodekoolzwam. Deze zijn al wat ouder en op hun retour. En hoe meer je dan je hoed laat krullen, hoe verder de sporen zich kunnen verspreiden. De laatstgenoemde naam slaat niet bijzonder op de kleur die ze op het moment van fotograferen hadden, maar dat kwam doordat het al een tijdje droog was geweest. Hoe natter de bodem, hoe feller de paddenstoel paars kleurt. Bij het vorderen van de herfst verschijnen er steeds meer rodekoolzwammetjes. Nu er weer zo'n plens regen is gevallen, zullen we gelukkig nog even langer van deze aardmannetjes kunnen genieten.

29 oktober 2012

Als de opkomende zon de dag wakker schudt, zie je in het bos mooie taferelen. Hoe verder de zon van ons afstaat, hoe langer de schaduwen zijn. De lage zon kan dus niet van boven in het bos schijnen maar moet omwegen zoeken. Dat doet ze door behendig haar stralen tussen de boomstammen door naar de aarde te sturen, hetgeen een mooi beeld oplevert van goudgele, heel lange banen. Kijk je om naar waar dat licht vandaan komt, dan zie je niet meer dan een fel verlichte plek, de bron van het gouden licht. Slechts een enkele wandelaar die hier ook van houdt, kom je zo vroeg op de dag tegen. Tussen de bomen regent het bladeren die het pad bedekken. Vandaag heeft de zon er geen zin is, ze is in velden noch wegen te bekennen.

28 oktober 2012

Dee eerste nachtvorsten zijn een feit geworden. Hoewel ik er niet veel fiducie in had, ging ik gistermorgen vroeg even het bos in, in de hoop dat er ijsveren te zien zouden zijn. Maar wat ik al verwachtte bleek waarheid te zijn. Het heeft de laatste week niet geregend, dus de bosbodem en het dode hout zijn al weer vrij droog. Bovendien was er nog genoeg blad aan de bomen om de vorst te verhinderen laag bij de grond te komen. Dus geen ijsveren! Alleen in het open veld kon de vorst toeslaan en haar visitekaartje afgeven in de vorm van met ijs afgezette grassprieten. Die waren al snel weer verdwenen toen de dagtemperatuur boven nul kwam.

27 oktober 2012

Een herfstdagboek zonder paddenstoelen kan natuurlijk niet. Daarom de komende dagen wat aandacht voor deze onderwereldfiguren. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zoveel exemplaren van de Porseleinzwam (Oudemansiella mucida) heb gezien. In het bos liggen hele boomstam-men op de bodem die die van top tot teen bezet zijn met deze fraaie soort. Ze behoren tot de Ridderzwammen. Hoe stoer die naam ook klinkt, de paddenstoel ziet er juist heel fragiel uit doordat hij zo glanst en licht doorschijnend is. Ze zijn ook wel erg snel weer verdwenen. De Porseleinzwam is zowel saprofyt als parasitair, wat wil zeggen dat hij leeft op zowel levend als dood hout en de Beuk is voornamelijk de klos. De glans op de hoed komt door een dikke slijmlaag en daardoor voelt zowel de hoed als de steel een beetje vies aan. Op papier kan deze soort tot in november voorkomen maar of dat lukken gaat met de naderende kou, is de vraag.

26 oktober 2012

Gisteren ben ik eens gericht gaan zoeken naar de wonderbaarlijke nestzwammetjes waarvan er in ons land een zevental verschillende voorkomen. Omdat ze qua kleur volledig wegvallen tegen de ondergrond en ook nog eens slechts anderhalve centimeter groot zijn, valt het niet mee ze te vinden. De beste plek is een stapel dun dood hout die er al langere tijd ligt. Daar vond ik dan ook het  Gestreept nestzwammetje, een soort die een heel aparte groep buikzwammetjes vormt die een unieke manier van sporenverspreiding heeft. Het begint met een kelkje dat aan de bovenkant is afgesloten met een wit vliesje. Aan de buitenkant zitten piepkleine bruine borsteltjes. Binnen het kelkje liggen sporenpakketjes die verpakt zijn in vliesjes. Als de sporen rijp zijn geworden, verdwijnt het afsluitende vliesje en komen de sporendoosjes bloot als eitjes in een nestje te liggen. Sommige mensen noemen deze zwammetjes dan ook wel eens vogelnestzwammetjes. De sporen wachten nu op regen. Als er waterdruppels in het kelkje vallen, schieten daardoor de sporenpakketjes die met een ragdun steeltje vast zitten aan de ondergrond, los en "vliegen" het bekertje uit. Meteen ontrolt zich daarbij een heel dun draadje dat zich razendsnel om een grashalm, takje, blaadje of iets dergelijks heen wikkelt zodat het pakketje de sporen kan loslaten. Zeg maar eens dat dit weer niet iets wonderbaarlijks is! Ik vond het geweldig ze te vinden.

25 oktober 2012

Er bloeit nog van alles in mijn volkstuin. De Rapunzelklokjes zitten nog vol tere blauwe bloempjes, goudsbloemen zijn opgekomen, klaproos en moederkruid, teunis- en koekoeksbloem, het is heerlijk dit allemaal nog te zien. Het is net of je extra waardering voelt voor deze planten nu je weet dat dit het laatste bloeistadium is. Als de verwachtingen kloppen, duiken vanaf zondag de nacht- temperaturen onder de nul graden en dan is het met de blommen afgelopen helaas en worden die door de vorst gesmoord. Jammer, er zijn ook wel eens jaren dat de nachtvorsten tot december weg blijven. Ook Nicandra heeft nog mooie kelken maar het is of die het slechte nieuws voelen aankomen want de bloemen gaan maar half open en niet meer zo gul en gastvrij als voorheen. Maar waarom zou dat ook, er is geen noodzaak meer voor bestuiving en bevruchting nu. Er wordt alleen nog maar ge´nvesteerd in zaadvorming zodat volgend jaar weer nieuwe planten zullen verschijnen en het voorbestaan verzekerd is. De aarde waarin zij zullen ontkiemen, heb ik inmiddels gastvrij bedekt met een verrijkend laagje compost van eigen fabricaat.

24 oktober 2012

Het is zo mooi in het bos, al hebben de herfstkleuren nog lang niet alles uit de kast gehaald. Dat zal veranderen als in de loop van de week de eerste nachtvorsten zich aandienen maar dan zal het ook snel gebeurd zijn met de bladval. Telkens hoor ik in het bos de Zwarte specht die luidkeels verkondigt dat hij er nog steeds veel zin in heeft. Ik vind het zo'n intrigerende vogel, schuw en bijna onzichtbaar. Maar dat hij hier rondvliegt, vind ik al geweldig. Ook valt het me op dat er regelmatig Raven te horen zijn. Eerder vlogen ze wel eens over, maar dit stel zit steeds in dezelfde buurt, of vliegt daar rond terwijl ze hun kenmerkende kr˘-kr˘ door de lucht laten schallen. Insecten zie je nauwelijks nog, maar wat die categorie betreft: die waren er veel minder dan in andere jaren. Als binnenkort het bos kaal is geworden, zal er een stuk minder te beleven zijn.

23 oktober 2012

De ganzentrek is in volle gang. Wie veel buiten is, bemerkt de vluchten alleen al door het onderlinge gepraat van de vogels in de lucht. Ze komen voornamelijk vanuit het noorden van ScandinaviŰ en Rusland en vliegen duizenden kilometers om bij ons de winter door te komen brengen. Vaak leggen ze een afstand af van honderd km per dag. Momenteel zijn het de brand- en rietganzen, wat later volgen de rot- en de kolganzen. De landbouwschade die ze veroorzaken bedraagt gemiddeld tien miljoen euro per jaar en daarom zijn er voorstanders van het massaal afschieten van de vogels als ze hier eindelijk zijn aangekomen. Ganzen vormen paren voor het leven en leven tevens in familieverbanden binnen grote groepen. Afschot is dus een drama voor deze dieren. Bedenk daarbij even dat er in Nederland jaarlijks voor ongeveer 65 miljoen euro aan vuurwerk wordt afgeschoten. Ik zou zeggen: leg op vuurwerk een ganzenbelasting en je hebt het schadebedrag zo bij elkaar. De mensenwereld zit bizar en waanzinnig in elkaar, realiseer ik me vaak. En soms maakt mij dat ook ontzettend boos!

22 oktober 2012

Het is normaal dat er in het najaar nog de nodige nabloei is van allerlei planten en struiken. Zelfs de klaprozen bloeien nog vrolijk al zijn het er natuurlijk wel veel minder dan in de zomer. Op mijn volkstuin ontdekte ik een Korenbloem die in hemels blauw stond te pronken. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt in de herfst, dus mag hij vandaag in het natuurdagboek. Deze week is het nog uitstekend weer om buiten te werken in tuin of volkstuin. Mijn eeuwige strijd tegen het niet te verdrijven Kweekgras gaat dan ook komende dagen onverdroten door. Slechts een millimetertje wortel dat  in de bodem achter blijft, levert weer een nieuwe plant op. De stengels lopen diep in de bodem door naar allerlei plekken waar je dat niet wilt hebben. Ik hoop de strijd ooit een keer te winnen! Niets bijna is fijner dan met een moe lijf en een in tevreden gevoel je bed in te duiken.

21 oktober 2012

Wie het leuk vindt om paddenstoelen te zien of te zoeken, moet er de komende dagen opuit. De weersverwachtingen laten zien dat dit de laatste week is zonder nachtvorsten.. Door alle regen van de laatste tijd staat het in de bossen tjokvol paddenstoelen. Een mooie zwam is het Gezoneerd elfenbankje (Trametes multicolor). Als het wat ouder wordt, vestigen zich algen op de vruchtlichamen waardoor die een groene kleur krijgen. In het elfenbankje zit een stof die in staat is stamcellen die prostaatkanker veroorzaken, af te remmen. Bij eerdere onderzoeken was al gebleken dat deze stof - polysaccharopeptide (PSP) - het immuunsysteem een oppepper kon geven maar nu blijkt dat ook de stamcellen van prostaatkanker kunnen worden geblokkeerd. Onderzoek op muizen liet verbluffende resultaten zien en bevestigde de proeven die al bij mannen werden gedaan.. Kruidenvrouwtjes zijn niet meer in de mode maar de wetenschap vindt nog altijd genezende krachten in de natuur. Bron: Queensland University of technology.

20 oktober 2012

Stond er gisteren in het dagboek dat de verkleurende bladeren nu hun "ware gezicht" laten zien en hun "onderdrukte" kleuren tonen door het afnemen van het bladgroen, er is ook nog een kleur die op een andere manier tot stand komt. En dan gaat het om de vuurrode kleur van bijvoorbeeld sommige esdoorns, bosbesstruiken en soortgelijke planten of bomen. Deze vlammend rode kleur is afkomstig van anthocyaan, een stof die zich bevindt in het vocht van de bladeren en die ook overvloedig zit in onder meer rode bessen, kersen en aardbeien. Deze kleurstof wordt in het stervende blad aangemaakt met behulp van de overtollig geworden suikers. Hoe meer de zon schijnt, hoe mooier dit proces verloopt en hoe indrukwekkender het rood van de boom of struik knalt. Het lijkt wel allemaal zo simpel maar in werkelijkheid is het verbluffende hoe de natuur in elkaar zit. Het zijn nu geweldige dagen om er nog even op uit te trekken. De heerlijke temperatuur is een mooie toegift.

19 oktober 2012

De herfst begint aardig door te zetten en steeds meer blad dwarrelt ter aarde nadat tussen bladsteel en tak een kurkachtige laagje is gemaakt waardoor het blad verstoken blijft van vocht en voedingsstoffen. De boom wil het blad immers kwijt omdat het jaargetijde daarom vraagt. De temperatuur daalt, de nachten worden koud en  er is door het korten der dagen te weinig licht en de groeiprocessen komen als gevolg hiervan tot stilstand. Als het blad er vervolgens af is, gaat de boom in winterrust.  De prachtige kleuren die we hier zien, komen tevoorschijn doordat de productie van chlorofyl in de  bladkorrels, die onder invloed van zonne-energie  en licht (fotosynthese) in grote hoeveelheid aangemaakt werden, wordt gestopt. De bladgroenkorrels trekken zich terug in de takken en stammen van bomen en struiken om weer gebruikt te worden als er in het voorjaar weer nieuw blad aan de bomen komt. Het groene chlorofyl maskeerde als het ware de echte kleuren van het blad. Het kleurrijke schouwspel duurt maar kort want bij een beetje wind worden de bladeren van de takken gerukt en voorzien ze de bosbodem van een vrolijk tapijt voordat ze door de tijd in humus worden veranderd.

17 oktober 2012

Sinds een week zien we in onze tuin de Glanskop (Poecile palustris). De vogel komt af op de zonnepitten die ik voer. Het verschil tussen Matkop en Zwartkop is nauwelijks te zien maar omdat de voertafel pal voor het raam staat, heb ik deze goed kunnen bekijken. Hij mist de lichte vlek op  de vleugel, wat hem tot Glanskop maakt. Alhoewel..., de zwarte kopveertjes lopen wel erg ver door naar achteren hetgeen hem weer tot een Matkop zou maken. Het blijft moeilijk. Het kan ook zijn dat het nog een jonge, niet geheel uitgekleurde vogel is. Ik moet maar eens goed luisteren naar het geluid dat mijn vogel maakt. Eigenlijk heb ik spijt dat ik zo vroeg begonnen met met het voeren van vogels (zie 4/10) want aangezien dit nu de enige tuin in de buurt is waar wat te halen valt, komt o.a. elke pimpel- en koolmees  hier naar toe om een zaadje mee te pikken. En zonnepitten zijn dit jaar behoorlijk duur. Tegelijkertijd is het ontzettend leuk, al die vogels, het lijkt hier wel een voliŔre. Behalve zonnepitten voer ik op een verborgen plekje ook de merel met universeelvoer. De Goudvink heb ik nog niet gesignaleerd helaas. Deze zomer waren er wel jongen maar blijkbaar houden ze zich nog op in het bos hierachter. Ik kijk echt naar ze uit!

16 oktober 2012

Tussen het strooisel op de natte bosbodem kun je takjes van dood loofhout vinden die bezet zijn met kleine witte steelloze zwammetjes. Meestal in een rijtje gegroepeerd. Erg bijzonder zien ze er niet uit maar dat wordt anders als je zo'n takje omkeert en onder de rokjes kijkt. Daar zie je dan de lamellen sierlijk in het rond gegroepeerd staan. Wat je noemt "een lief zwammetje". Je kunt ze vinden tot diep in de herfst. Als er serieuze vorst komt, houden paddenstoelen het al snel voor gezien. Als ze ouder worden, worden de lamellen donkerder van kleur, nu zijn ze op z'n mooist.

15 oktober 2012

Alles waar "te" voor staat, deugt niet, behalve "tevreden" zei mijn oma vroeger. Dat geldt natuurlijk ook voor kleine zoogdieren die hun buikjes vol eten met de bessen die nu in het bos te vinden zijn. Dit restant van een feestmaal moet tenminste van een zoogdiertje zijn, gezien de afmetingen van een centimeter of vijf. Maar wat moeten dit dan voor bessen zijn geweest, het beest moet vast in een boom geklommen zijn om ze te bemachtigen. Lijsterbessen bijvoorbeeld. En het is niet goed gevallen, geloof ik. De bessen zijn nauwelijks verteerd dus stel ik mij voor dat er problemen ontstonden met de darmen of misschien had het beest wel buikpijn toen het zich helemaal vol gevreten had. Tja, dat komt er van: gewoon teveel geweest! Vies om te zien? Welnee, het hoort er allemaal bij en je komt het allemaal tegen. Stille getuigen van leven in het bos.

14 oktober 2012

Telkens als ik nu een merel zie, moet ik denken aan het vreselijke lot dat deze vogel volgens waarnemers zal gaan treffen als het opnieuw lente zal worden. In sommige delen van Duitsland, zo las ik, zijn hele streken waar geen merel meer wordt gezien. Denk je dat eens in, dat je de komende jaren in het voorjaar niet meer wakker zult worden door het prachtige lied dat zo'n vogel in de buurt van je slaapkamerraam zit te zingen om de nieuwe dag te vieren. Afschuwelijk! In ons land zijn pas zes dode vogels gevonden die het virus in zich droegen, aldus een krantenbericht. Op een verzoek dode merels te melden, zodat inzicht gekregen kan worden in de situatie in Nederland, komen nu per dag honderden meldingen van mensen die een dode of zieke merel hebben gevonden of gezien. Hˇnderden per dag!! En daarover wordt gezegd dat dit de normale merelsterfte betreft en geen zieke vogels. Ik zie nooit dode merels zomaar ergens liggen. Ja, op straat, als er een tegen een rijdende auto gevlogen is. Maar nooit in de tuin, in het bos of waar dan ook. Ik vraag me af of de meldingen wel goed beoordeeld worden. Hoe het ook zij, ik ga de merels in onze tuin komende maanden extra verwennen met opfokvoer, universeelvoer vol besjes en gedroogde meelwormen, rottend fruit. Wie weet blijven ze daarmee in goede conditie zodat ze sterk genoeg zijn het virus te overleven. Want daarvan gaat men uit, dat er altijd een aantal merels resistent zal worden, en een nieuwe populatie op zal bouwen. Maar hoe lang gaat dat duren!

13 oktober 2012

Een late rups van de Wapendrager (Phalera bucephala) beweegt zich traag over een beukenstam. De vlinder is een bijzonder exemplaar. Ik herinner mij nog dat ik er vol verbazing naar keek toen ik hem voor het eerst vond. De voorvleugels hebben een kleur en tekening als die van een Berk  en de vleugelpunten zijn voorzien van een ovale gele vlek. In rust legt de vlinder de vleugels niet over haar rug zoals andere vlinders dat doen, maar rolt ze over het lijfje. De punten geven het lichaam daardoor het uiterlijk van een berkentakje dat net daarvoor met een scherp mesje puntig is afgesneden. Echt geweldig, deze camouflage!  Mimicri noemt men dit verschijnsel. Veel nachtvlinders hebben ook dergelijke tekeningen en kleuren waardoor ze nauwelijks opvallen tegen de achtergrond. Maar waarom de vlinder Wapendrager heet zie ik niet. De vlinder vliegt van juni tot juli. De eitjes worden in hoopjes van 30 tot 40 stuks onder het blad van verscheidene struiken en bomen gelegd. De rupsen kunnen de takken van hun voedselplant helemaal kaal eten. Ze verpoppen in deze tijd van het jaar zomaar open en bloot in de grond. Soms komen ze niet eens het volgend jaar uit maar doen dat nog een jaar later, in juni.

12 oktober 2012

Langzamerhand verschijnen er steeds meer paddenstoelen in het bos. Goed herkenbare soorten als vliegenzwam en parasolzwam maar ook vele die moeilijk te determineren zijn. Het verbaast mij dan ook regelmatig dat er zoveel mensen zijn die met het grootste gemak paddenstoelen een naam geven, alleen op basis van een foto en een minimale beschrijving, of van een afbeelding uit een boek. Ik durf daar niet aan en blijf steeds twijfelen. Paddenstoelen zijn een heel moeilijk onderwerp in de natuur. Bovendien is het vaak zo dat je in de herfst je kennis weer een beetje op kunt vijzelen maar dat je in de rest van het jaar er niets meer mee kunt doen zodat je het jaar erop opnieuw begint te twijfelen aan de juiste benamingen. Oefening baart kunst maar dan moet je daartoe wel de gelegenheid hebben. Ik heb dan ook grote bewondering voor de echte mycologen die weten waar ze over spreken. De flappen van paddenstoelen op de foto zijn....., ik gok op Schaapje (Lactarius vellereus).  Het zou ook de Grote bostrechterzwam kunnen zijn. Kijk maar eens even wat er nodig is voor determinatie: http://www.allesoverpaddenstoelen.nl/Aop2.html

11 oktober 2012

Ondanks het feit dat veel vogels de brui hebben gegeven aan het zingen, valt er nog genoeg te horen in het bos. Al kan dat verschillen van dag tot dag, misschien hebben ook vogels wel een humeur. Nu het de laatste dagen aangenaam weer is, valt er weer meer te beleven. Tijdens een wandeling door bosgebied Hagenau stond ik een poosje te kijken naar een prachtige eekhoorn met een mooie volle staart. Tussen de bomen door zag ik hem rondscharrelen op de grond maar helaas niet binnen mijn camerabereik. Overal waar naaldboompercelen stonden, hoorde ik het geluid van Goudhaantjes, heel hoog en ijl, maar je krijgt die hummels nauwelijks te zien. In de verte hoorde ik zowaar het geluid van twee roepende Roeken. Ze vlogen samen hoog boven de bomen. Zoals altijd lieten ook veel boomklevers zich horen, ze doen me denken aan onze kleindochter die ook nooit haar wat luide kwek kan houden. Ze vond het wel een aardige vergelijking want "het zijn wel mooie vogels". De Boomklever (Sitta europaea) is een vliegkunstenaar. Door zijn gedrongen lijf en gestroomlijnde gestalte vliegt hij als een speer door de lucht. Hij is de enige vogel die omhoog en omlaag langs een stam kan lopen, vandaar zijn naam. Mij is vroeger wel eens wijsgemaakt dat de klever verwant is aan de specht, en op het oog zou je dat ook wel geloven. In werkelijkheid is dit echter niet het geval.

10 oktober 2012

De laatste dagen vond ik verschillende van deze prachtige rupsen in het bos. De schoonheid is vernoemd naar Maria Sybilla Merian en heet Meriansborstel (Calliteara pudibunda). Merian leefde in de zeventiende eeuw en werd al snel beroemd vanwege haar schitterende botanische tekeningen die bij velen in de smaak vielen. Zij werd 70 jaar maar drie jaar daarvoor werd ze getroffen door een beroerte en belandde in een rolstoel; wat vreselijk moet dat zijn geweest voor een dergelijke creatieve geest. Een groot deel van haar kunstwerken werden opgekocht door de Russische tsaar Peter de Grote.  De moeder van deze rups is een grijze dame met lichaam en poten stevig behaard. Ze behoort dan ook tot de donsvlinders. Zitten deze vlinders in rust op een tak dan zijn de poten voor het lichaam uitgestrekt waardoor ze voor een beetje kenner meteen herkenbaar zijn. De vlinder wordt geboren zonder monddelen, dat al aangeeft dat het insect maar een heel kort leven beschoren is. In haar korte leventje moet ze snel een man vinden, paren en eitjes leggen, waarna ze sterft. De rupsen zijn niet altijd zo geel, er komen ook exemplaren voor die bruiner zijn. Op de rug van een rups zie je een viertal borsteltjes, waartoe die dienen is me een raadsel. Aan het uiteinde steekt een frivool rood "staartje" uit. Hoe meer de rups zich kromt, des te beter de zwarte ringen tussen de segmenten van het lichaam zichtbaar worden. In deze tijd van het jaar zijn de rupsen op zoek naar een geschikte plek om te verpoppen en doen dat vaak in de spleten van het boomschors. Vandaag dat je ze nu meestal op de stammen aantreft.

9 oktober 2012

Al zijn de dagen nog zo grauw en grijs en nat, hetgeen soms gebeurt, de Gele ganzenbloem (Chrysanthemum segetum) met haar optimistische heldergele kleur vormt altijd een vrolijke noot in je tuin. Zaai ze vroeg in het voorjaar en ze bloeien in de zomer. Zaai ze halverwege de zomer en ze bloeien in de herfst. Volgend jaar komen ze gewoon weer terug, je hoeft er niets voor te doen, ze zijn een cadeautje! Een teveel geef je gewoon weg aan de buurman of een tuinvriend. Op deze bloem zit de Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum), een veel voorkomend insect uit de familie van de zweefvliegen. In elke tuin te zien. De Gele ganzenbloem komt hier en daar, vooral in het zuiden van ons land nog wel eens voor in het wild maar ik heb hem hier nooit in de vrije natuur zien staan.

8 oktober 2012

Ik heb het al vaker gehad over de vele woelmuizen die dit jaar de volkstuinen bevolken en opnieuw vond ik een overtuigend bewijs van hun aanwezigheid. Toen ik mijn kruiwagen, die ondersteboven op een gezeefde composthoop lag, weghaalde zag ik een heleboel lege slakkenhuizen. Hoera voor de muizen die deze weekdieren om zeep gebracht hebben. Het volkstuincomplex ligt omringd door bos en een grote akker. Samen met onze volkstuinen is dat natuurlijk een paradijs voor veld- en woelmuisjes. Ik hoorde pas dat een van de volkstuinders een val heeft neergezet op zijn strookje grond, teneinde de muizenbevolking een slag toe te brengen. Iemand vertelde me "hij heeft nu al zÚven stuks gevangen!" Alsof dat ook maar enige invloed heeft op de honderden muizen die in zo'n gebied leven. Misschien wordt zoiets wel gedaan uit pure haat tegen beestjes die het lef hebben van de aardbeien te snoepen of zoiets. Niet iedereen is begaan met "alles wat groeit, bloeit en krioelt". Het is jammer dat je in zo'n geval niet de voordelen tegen de nadelen kunt afwegen. Ik ben wel blij dat er zoveel slakken zijn opgeruimd. Volgend jaar stort de muizenpopulatie waarschijnlijk wel weer in elkaar en is het muizenleed van deze zomer weer geleden. Zo gaat het in de natuur.

7 oktober 2012

Tijdens een wandeling tussen de buien door hoorde ik hem eerder dan ik hem zag: de kleine Roodborst met zijn magistrale liedje. Tinkelend en glashelder jubelt hij zijn liedje uit het kleine keeltje in het rond. Braaf bleef hij, of misschien was het wel een zij want zij zingt even mooi, even zitten poseren alvorens een paar meter verderop te landen op een tak. Roodborsten voegen iets waardevols toe aan de herfst en winter. Ze zingen zo mooi dat het een streling is voor het oor, terwijl andere vogels er mistroostig het zwijgen toe doen. Er hoeft geen partner meer gelokt te worden en geen territorium verdedigd, dus waarom zou je gaan zitten zingen in dit seizoen! Alhoewel, ik hoorde een tweetal Gaaien in het bos. Die vogels worden altijd beschouwd als vervelende krijsers maar ach, wat kunnen ze lief tegen elkaar murmelen. De een liet verderop zachte geluidjes horen en de Gaai vlak voor mij babbelde op dezelfde vriendelijke toon terug.
Een groot deel van onze roodborstjes trekt in de herfst weg naar warmere oorden als Zuid-Europa en Noord-Afrika maar daarentegen komen uit noordelijker gebieden weer roodborstjes bij ons de winter doorbrengen. Dat zijn de zangertjes die we momenteel overal horen. Volgens mij hebben ze zo'n hekel aan het donker dat ze soms zelfs midden in de nacht zingen, als er maar een felle lichtbron in de buurt is, zoals op sportvelden en industrieterreinen.

6 oktober 2012

Mijn favoriete tuinplant is de Rhodochiton atrosanguinea, een eenjarige met een geweldige groeikracht. De plant heeft zowel mooie blaadjes als bijzondere en fraaie bloemen. Elk afzonderlijk blaadje windt zich om alles wat het tegenkomt en zo kunnen de stengels wel drie meter klimmen, of hangen wanneer er niets is om tegenaan te klimmen. Ik zet hem zodanig neer dat er zowel hangende als klimmende stengels zijn. Als Rhodochiton dan gaat bloeien, kijkt iedereen zijn ogen uit. De bloemen hebben lange aparte donkerpaarse kroonbuizen. Die vallen er na de bloei af en wat overblijft is een kelkje. Dat fungeert weer als een veilig hoedje waaronder zich een bolletje ontwikkelt waarin het zaad zit. Uiteindelijk wordt dat zo groot als een knikker. In het voorjaar kun je het zaad eenvoudig zaaien. Soms denk ik dat het niet opkomt en zet het buiten ergens neer om later te ontdekken dat het daar wel opkomt. De plant zelf haal ik pas naar binnen als het dreigt te gaan vriezen. De stengels knip ik af en binnen de kortste tijd verdort alles wat boven de grond staat. Maar tegen het voorjaar beginnen de stengels flink uit te lopen en als het weer daarvoor geschikt is, gaat de plant in nieuwe aarde zijn zoveelste jaar in. Langs ons kamerraam heeft een stengel zich horizontaal gevestigd aan wat oude klimoptakjes die er nog zaten. Een beeldschoon gordijntje drapeert zich op deze wijze langs het venster.

5 oktober 2012

Het kan weer niet op, het is hollen of stilstaan met dat rare weer in Nederland. Regen en zelfs hagel is ons ten deel gevallen. De laatste dagen is er heel wat vocht naar beneden gevallen. Gesmolten sneeuw zei de weerman, want hoog in de atmosfeer vriest het dat het kraakt. Dus mogen wij hier op aarde niet klagen, de temperatuur is niet slecht. Bovendien is het heel goed dat het grondwaterpeil weer wat wordt opgevijzeld.  En de regen spoelt een heleboel vuil van de straten en de huizen. Voor de paddenstoelen is het ook prima want die gaan enthousiast vruchtlichamen produceren als de bodem zompig wordt.  En zo praat ik mezelf maar van alles aan om te voorkomen dat de herfstblues mij te pakken krijgen.

4 oktober 2012

Helemaal gelukkig ben ik met mijn nieuwe vogelrestaurantje. Elke winter weer probeer ik iets te verzinnen om tegen te gaan dat grote vogels als kauwen en houtduiven het voer naar binnen schrokken en de kleine vogels het nakijken hebben. Nu kan ik eindelijk een selectie toepassen. Toen ik dit leuke ding op het spoor kwam, heb ik dan ook geen minuut geaarzeld en het meteen aangeschaft. Samen met een wat grotere variant waar ook merels en Turkse tortels in kunnen. Om te proberen of het werkte, heb ik het geval buiten in de tuin gezet met zonnepitten in het schaaltje dat er in hangt. In een ommezien was het een komen en gaan van mussen, vinken, mezen en boomklevers. Natuurlijk zal ik de grotere vogels ook hun deel gunnen maar zij zullen het moeten doen met wat ik ze aanbied. He verhaal dat vogels instinctief naar voedsel in de natuur gaan zoeken zodra zich in de lente weer insecten en ander spul aandienen, geloof ik al lang niet meer. Leg midden in de zomer maar eens wat insectenvoer of zonnepitten neer, de vogels komen er op af als vliegen op de bekende hoop jeweetwel.

2 oktober 2012

Op een dag als gisteren, toen hier in het oosten de zon de hele dag scheen en de temperatuur zeer aangenaam was, vlogen er opeens weer heel veel vlinders. Diverse witjes, dagpauwogen, citroentjes en een massa kleine vossen. Hier landt een Atalanta (Vanessa atalanta) op Verbena, klaar om de lange roltong in de bloempjes te steken om nectar op te zuigen. Het zijn vlinders van de tweede generatie. Hun actieve leventje loopt spoedig ten einde wanneer ze bij dalende dag- en nachttemperaturen een overwinteringplekje zoeken in een schuur, in een houtstapel, of gewoon verstijfd hangend in een struik. Het is een wonder dat die fragiel uitziende wezentjes in staat zijn de winter door te komen, zelfs wanneer het vriest dat het kraakt. In hun lijfjes zit een stof die werkt als antivries waardoor het bloed dikker wordt en het bevriezingspunt sterk verlaagt. In de lente ontwaakt zo'n vlinder uit zijn verstijving en vliegt weer rond alsof er niets aan de hand was. Als hij tenminste niet intussen als hapje voor een hongerige vogel gediend heeft.

1 oktober 2012

Een van de aardigste wilde bloemen is het Driekleurig viooltje (Viola tricolor). Overal verschijnt het en het bloeit van de lente tot in de herfst. Bij viooltjes moet ik denken aan Napoleon die zo dol op deze bloempjes was dat zijn bijnaam Corporal Violette was. Je verwacht zo'n klein bloempje niet bij een oorlogszuchtig kereltje dat klein van stuk maar groot van dadendrang was. Toen hij zijn kruid verschoten had, werd hij opgepakt en verbannen naar Elba. Hij bezwoer iedereen dat hij terug zou keren naar zijn vaderland als de viooltjes weer zouden bloeien. En verdraaid, in de lente van 1815 keerde hij terug naar Parijs. De trappen van het koninklijk paleis, Palais des Tuileries, waren ter verwelkoming bezaaid met viooltjes, en alle dames droegen paarse jurken. Hoe romantisch! Had hij zijn lesje maar geleerd! Maar nee hoor, als een rupsje Nooitgenoeg trok hij opnieuw ten strijde maar het werd niks meer en opnieuw werd hij verbannen, nu naar Sint Helena waar hij stierf toen hij 51 jaar was. Gewoon te overmoedig geweest, ons violen korporaaltje!

30 september 2012

In het buitengebied liep een haan statig op het erf te paraderen met in zijn kielzog drie dikke dames die zacht tokkend in het rond liepen te pikken. De haan bekeek mij argwanend en vroeg zich af of ik wel te vertrouwen was toen ik met mijn camera voor hem door mijn knieŰn ging. Ik vind het zulke rare dingen, die kammen op het hoofd van kippen. Bij de hanen zijn die het grootst want hij is de baas van het spul. In sommige landen staan de kammen op het menu maar bij ons mag dat niet. Kippen worden nadat ze zijn gedood ondersteboven gehangen om het bloed er uit te laten lopen en bloed zou de kammen kunnen besmetten. Een particulier zou de kammen in zijn eigen voer kunnen verwerken maar dan moet hij de kop van de haan meteen van de romp scheiden. Ik vond een recept: prik met een naald in de kam om het bloed eruit te drukken. Gooi ze vervolgens in heet water waar de velletjes losweken. Haal die eruit en doe de kammen terug in de pan en laat ze een poosje garen voor je ze opdient of in een gerecht verwerkt. Zouden mensen dit echt doen? Ik moet er niet aan denken, een maaltijd met kippenkammen......

28 september 2012

Grote gezonde eikels vallen als een regen omlaag en de zwijnen zijn er als de kippen bij om zich ermee vol te vreten en zo een speklaag te vormen waarop ze moeten teren tot de volgende lente. De zwijnen leven binnen een raster en buiten het raster liggen de paden boordenvol vruchten die de zwijnenmagen dus nooit zullen zien. Ook het pad van de volkstuin ligt bezaaid met eikels en telkens neem ik er wat van mee naar huis. Als een eikel ontkiemt, maakt hij een lange stevige penwortel die je slechts met de grootste moeite weer uit de grond krijgt als hij de kans heeft gekregen zich stiekem tussen een struik te ontwikkelen tot een plant die opeens al een heel stuk boven de grond blijkt te staan. Om die reden voer ik ze ook niet meer in onze tuin aan vogels. Ik bewaar ze tot de winter ten einde loopt en er minder en minder voedsel in het bos te vinden is. Op dat moment strooi ik ze uit voor de vogels daar, en de bosmuizen want die hebben ook honger. Het groene kleurtje hier op de foto is afkomstig van weerschijn van een tas waar ze in zitten.

26 september 2012

Er lopen heel wat mestkevers door het bos te paraderen in deze periode van het jaar. Vooral op plekken waar uitwerpselen liggen is hij goed vertegenwoordigd. Een Bosmestkever (Geotrupes vernalis) als op de foto heeft een uitstekende neus die hem naar de mest brengt waarvan zijn leven voor een groot deel afhangt. Het schijnt dat een enkele kever per dag wel een liter mest ondergronds kan brengen. De mest wordt gegeten maar dient ook om als voedselvoorraad te dienen voor de larven die onder de grond, samen met een hoeveelheid mest, het eerste stadium van hun leven doorbrengen. Hoe kouder het wordt, hoe trager de kevers bewegen en soms liggen ze ondersteboven op de grond, hulpeloos doch tevergeefs maaiend met hun pootjes want als een kever op een platte ondergrond op zijn rug valt, kan hij niet meer overeind komen. Vaak zie je op de prachtige staalblauwe buiken van deze kevers een heleboel mijten zitten. Die doen hem geen kwaad maar gebruiken de mestkever louter als vervoersmiddel om snel naar elders te komen.

25 september 2012

Een tijdje zag ik ze niet maar nu rent er weer met enige regelmaat een Zilvervisje (Lepisoma saccharina) door het huis. En rennen kunnen ze, je krijgt ze bijna niet te pakken! Op zich zijn deze beestjes onschadelijk, in tegenstelling tot Papiervisjes die vernielingen kunnen veroorzaken in boeken, albums, behang enzovoort. Het verschil tussen de een en de ander is goed te zien als je ze in close up bekijkt. Daartoe heb ik er een uitvergroot. Te zien is hier hoe het visje behaard is, wat hem tot Zilvervisje maakt. Het Papiervisje is onbehaard. Dan is er ook nog een Ovenvisje dat net zo schadelijk is als zijn familievisje Papier. De visjes vormen een toenemend probleem door onze prima ge´soleerde huizen die een aangename leefomgeving voor dit ongedierte vormen. En in nieuwbouwhuizen die nog niet zijn uitgedroogd, voelen ze zich ook uitstekend thuis. Buiten zijn ze niet te vinden. Ze planten zich behoorlijk snel voort en het vrouwtje legt daarbij 100 tot 150 eitjes die na zes weken uitkomen. Tegenwoordig zijn er allerlei bestrijdingsmiddelen waarmee je ze te lijf kunt gaan. Akelige chemische middeltjes als lijmvallen van Roxasect of spuitbussen van Bayer. Daar houd ik niet zo van. Op www.candlewoods.eu kun je middeltjes kopen op biologische basis. Lokdoosjes of olie die je op een tissue moet druppelen en neerleggen op de plaatsen waar ze zich ophouden. In mijn verhalendeel staat een column over de interessante leefwijze van deze merkwaardige diertjes. Even omlaag scrollen, dan kom je het wel tegen.

24 september 2012

Ik ben dol op dood hout maar het ligt er  wel aan van welke boom dat is. Dit zijn de restanten van een oude Pavia kastanje. Elk jaar vergaat hij verder door het blootgesteld zijn aan de elementen maar ook omdat er van alle kanten in hem gehakt en gevreten wordt. Het mooie van dode bomen is dat er heel lang nog zoveel leven van kan profiteren en dat steeds verder hun ziel wordt blootgelegd. Heel lang houdt zo'n boomlijk - wat toch een respectloze benaming -  het vol tot hij zich opeens gewonnen geeft en in vermolmde stukken op de grond uiteen valt. En dan nog weet het kleine dierlijke gespuis hem te vinden. Natuur in volle glorie!

23 september 2012

De Klimop staat in bloei tot genoegen van de insecten. Het zal wel door het weer en de ongewone zomer komen dat ik veel minder insecten op de bloemen zie dan andere jaren wanneer het een gezoem van jewelste is op de plant. De Klimop is een waardevolle voedselplant in deze tijd, ik noem hem altijd "de laatste insectenkroeg". Door de vorm van de bloem is de nectar makkelijk bereikbaar voor de zoemertjes. De kelk heeft een een tamelijk platte vorm en de bloemblaadjes zijn uitnodigend teruggeslagen waardoor de meeldraden prominent naar buiten kunnen steken. Na de bloei verschijnen de bessen die gaande de winter steeds donkerder worden en tegen het einde van het schaarse seizoen een welkom maaltje vormen voor vogels als merel en houtduif.

22 september 2012

Op school leerden de kinderen vroeger dat lente, zomer en winter op de 21ste begonnen maar de herfst op de 23ste. Nu is dat niet geheel overeenkomstig de waarheid, beter gesteld kan worden dat een seizoen omstreeks de 21ste begint. Een astronomisch jaar past namelijk niet tot op de seconde in de 365 dagen van onze kalender en loopt daardoor steeds iets verder uit. In een schrikkeljaar wordt daarom een aanpassing gedaan door aan dat jaar een extra dag toe te voegen. Vandaag, precies om 16.49 staat de zon loodrecht boven de evenaar en beschijnt vanaf dat punt zowel de noord- als de zuidpool. Nu begint voor ons de herfst. Dag en nacht zijn, net als toen de lente begon, even lang maar vanaf vandaag zullen de dagen telkens iets meer gaan korten doordat de zon steeds verder van ons vandaan staat. Als toepasselijk bloem verschijnt vandaag de Herfstcrocus in beeld. Al gebiedt de eerlijkheid mij te vermelden dat dit leuke najaarsbolletje alweer even bloeit. Eigenlijk kun je niet eens spreken van "de" herfstcrocus want hiervan zijn allerlei varianten, zelfs in roze. Deze tere lila bloem met delicate meeldraden en stampers vind ik de mooiste. Hoewel de meeste bladeren nog stevig aan de bomen zitten, is er toch al veel bladval. De Valse christusdoorn is de eerste laanboom die alle blad laat vallen en spoedig daarna volgen er meer. De warme jassen hangen al een paar dagen aan de kapstop want deze herfst is knap fris begonnen en de nachten zijn behoorlijk koud.

 

naar boven