Natuurdagboek 

 

Natuurdagboek 2007                                  Natuurdagboek Lente 2010
Natuurdagboek 2008
                                                                                
Natuurdagboek  Winter 2009 
Natuurdagboek  Lente 2009 

Natuurdagboek Herfst 2009
Natuurdagboek Winter 2009/2010


 

Zomer 2009

 

 

22 september 2009

Dit wordt alweer de laatste dag van de kalenderzomer! Bladeren zullen gaan vallen, bloemen verdwijnen, de herfst heeft zo haar eigen opvattingen van wat bij het seizoen hoort: paddestoelen onder andere.  Paddestoelen willen natuurlijk alleen maar groeien als er genoeg vocht in de bodem is. Steeds lijkt dat te lukken, maar telkens volgt er de laatste weken weer een periode van droogte waardoor ze weer afnemen. Vorige week vond ik voor het eerst dit jaar de Porseleinzwam (Oudemansiella mucida). Vernoemd naar de mycoloog Oudemans die hem ooit gevonden heeft en naar wie hij vernoemd werd. Het is een heel mooie paddestoel die eigenlijk niet te verwarren is met andere witte soorten. Over de hoed zit een slijmlaag die de hem een mooi glanzend uiterlijk geeft. En wanneer de zon erop schijnt, snap je meteen waarom deze paddestoel naar porselein genoemd is. Paddestoelen blijven maar kort hun fraaie uiterlijk behouden. Regen, maar vooral vraat van muizen, slakken, kevers en andere beestjes beroven ze al snel van hun schoonheid. Voor veel dieren is dit een lekkernij, ook voor het wild zwijn en de das.

21 september 2009

Een van mijn medetuinders houdt op het volkstuincomplex kippen en duiven. Als er kuikentjes zijn, moet ik er altijd even gaan kijken, ze zijn zo vertederend! En dan zo'n kloek die haar kinderen almaar bijeen probeert te houden, ik ga er helemaal plat voor. Ook ontstaat meteen in mij de neiging me te ontfermen over alles wat klein en behoeftig is. Omdat mijn medetuinder dat weet, kwam hij gisteren met een pasgeboren kuikentje binnenstappen. Een van zijn duiven pikte steeds de eieren kapot in plaats van ze uit te broeden. Om haar dat af te leren, had mijn medetuinder de eieren onder de duivin weggehaald en er een kippenei voor in de plaats gelegd, denkend dat de duivin dit niet kapot kon krijgen. Groot was de verbazing toen opeens dit hummeltje in het hok rondliep. Zo'n kuikentje blijft niet braaf onder de duif zitten maar gaat meteen op verkenning uit. Op het aanbod dit kuiken te houden en groot te brengen, ben ik maar niet ingegaan, al was de verleiding zeer groot. Nu gaat het een poosje onder de lamp en later weer terug naar de kippen. Het is zo mooi,  zo'n plukje volmaakt nieuw leven in je hand, dat luid piept en in het rond kijkt!

20 september 2009

Hoewel ik elke lente beloof dat ik er niet weer "zo'n troep" van zal maken, kan ik het toch niet nalaten om in het voorjaar van alles te zaaien. Dus komen er ook steeds weer nieuwe potten bij op het terras aangezien de borders in onze tuin al propvol zitten! Er zijn ook zulke mooie planten en vaak ook krijg ik van mijn tuinclubleden leuke stekjes of zaden van bijzondere plantjes. En tijdens vakanties in het buitenland worden er ook altijd wel zaadjes meegenomen. Elk jaar zaai ik de Drie-urenbloem (Hibiscus trionum) want bloemen en zaaddozen zijn beeldschoon! De bloem bestaat uit crŤmekleurige bloemblaadjes die onderin de kelk donkerpaars zijn. De meeldraden zijn oranje en de stampertjes weer roodbruin, een plŠŠtje! De zaaddozen zijn lichtgroene ballon-netjes met donkergroene nerven, echt heel mooi. De bloemen bloeien maar een paar uur per dag maar er komen er zoveel dat je doorlopend kunt genieten door verrukt in die kelkjes te turen. Dit jaar heb ik ze pas in juni gezaaid  zodat nu de laatste bloemen er nog aanzitten. Ik verzamel alweer volop zaad om volgend voorjaar weer ruimhartig nieuwe plantjes te kunnen uitdelen.

19 september 2009

Momenteel zie ik veel Hoornaars (Vespa crabo) rondvliegen. Deze grote wespen zijn werkelijk dol op fruit! Doordat ik steeds wat beschimmeld of rottend valfruit uit mijn volkstuin mee naar huis neem en neerleg om vlinders te lokken, komt de Hoornaar er ook op af. Als ik in de tuin bezig ben, hoor ik hem al van verre aankomen met een zwaar brommend geluid. Ik ben er absoluut niet bang voor want het zijn geen agressieve dieren. Ik zit er regelmatig met mijn neus bovenop als hij van de appels eet. Met driftige bewegingen knaagt hij brokjes appel los, houdt die vast met de voorpoten om ze snel op te eten. Zo opent hij weer de weg voor de vlinders en vliegen die gulzig op het uittredende sap afkomen. Voor zoetigheid heeft deze wesp geen belangstelling, lastig is hij dus ook niet. Bijzonder is dat deze wesp ook 's nachts jaagt, daarbij pakt hij veel nachtvlinders. Het mannetje van de hoornaar is bijna 3 cm groot. Alleen een stuk van zijn achterlijf is geel ge-streept, de rest is roodbruin. Door in het verleden gebruikt landbouwgif waren ze een poos zeld-zaam maar sinds een jaar of vijftien zien we er steeds meer. Het is de grootste wesp van Europa.

18 september 2009

Na de laatste winter kwamen er dode kikkers boven drijven toen het ijs gesmolten was. Zij hadden de vorstperiode niet overleefd in onze vijver. Omdat zoiets niet de bedoeling is, besloot ik om de vijver maar eens helemaal leeg te maken en meteen wat te verdiepen. Emmer voor emmer heb ik eruit gehaald en gecontroleerd op jonge salamanders. Wel veertig stuks heb ik op die manier het leven gered. Zo gaf die vermoeiende klus toch een tevreden gevoel. Volwassen salamanders verlaten het water al in augustus om er het volgend voorjaar terug te keren om zich voort te planten.  Maar de jonge salamandertjes, die nu nog opvallend klein zijn trouwens, blijven tot hun volwassenheid in de vijver. Enfin, de hele dag ben ik bezig geweest en 's avonds liet mijn rug zich prominent voelen. Morgen wordt de vijver verder ontdaan van de dikke modderlaag die zich gedurende vele jaren heeft opgebouwd. De salamanders zwemmen zolang in een oeroud opblaasbadje uit de tijd dat de kinderen nog klein waren. Wie wat bewaart, heeft wat!

17 september 2009

Het aantal egels in ons land holt alarmerend achteruit. Sinds halverwege de jaren negentig zijn er nog maar de helft van de egels die er voorheen waren. De Zoogdiervereniging gaat nu in het weekend van 18, 19 en 20 september een grote inventarisatie houden door mensen te vragen hun egelwaarnemingen te melden op een speciale website: www.jaarvandeegel.nl  U kunt op deze website gedurende dit weekend aangeven of en wanneer u een egel hebt gezien. Deze waarnemingen helpen de onderzoekers een preciezere indruk te krijgen van de egelstand. Het mag om meldingen van levende Ťn dode egels gaan, als het maar in 2009 was. Maar ook wanneer u in eerder jaren wel en tegenwoordig geen egels meer ziet in uw tuin, wordt u gevraagd dit door te geven. Zo ontstaat er een duidelijk totaalbeeld. Let wel: doorgeven van waarnemingen kan alleen tijdens genoemde dagen. Het egelonderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door financiŽle ondersteuning van het Ministerie van LNV en het Prins Bernardfonds.

16 september 2009

Het gaat niet goed met "mijn" Gekraagde aardsterren (Geastrum triplex) in het bos. Ik vond ze vele jaren geleden heel toevallig toen ik iets anders stond te fotograferen en de vondst baarde de nodige opzien bij mijn mede-IVN-ers. De laatste jaren is er veel gerommel geweest op de plek waar ze staan. Boomstammen werden en overheen gesleept en de zwijnen hielden er flink huis. De laatste drie jaar kon ik ze niet eens meer vinden. Maar nu trof ik er vier - heel kwetsbaar - direct tegen het pad aan terwijl er voorheen tientallen stonden. Stel je een tulp voor. Zo ziet aanvankelijk ook deze buikzwam eruit. Dan beginnen de "bloemblaadjes", die hier slippen heten, zich open te vouwen. Verder, steeds verder krullen ze om tot hun punten de bodem raken. Nu staat als het ware de buik, die vol sporen zit, op pootjes en komt de zwam los van de bodem. Er is nu maar een enkele regendruppel voor nodig om de stoffijne sporen eruit te laten wolken. Ik heb de losse paddestoelen opgepakt en ze voorzichtig iets verder in het bos terug gelegd in de hoop dat hun sporen zich daar dan weer zullen vestigen en we er in de toekomst weer meer van deze mooie paddestoelen zullen kunnen zien. Ze hebben een kalkrijke bodem nodig, blijkbaar ligt die hier.

15 september 2009

Gisteren ben ik op zoek gegaan naar de Rododendroncicade (Graphoceplala fennai) die leeft op (de naam zegt het al) Rododendron. Prachtige beestjes van maar een centimeter groot die een kwade naam hebben omdat ze verdacht worden van het overbrengen van een schimmel die de knoppen van de plant naar de Filistijnen helpt. Dat behoeft enige nuancering. Van augustus tot eind oktober worden eitjes gelegd in de knoppen van rododendrons. Daardoor ontstaat een klein wondje waardoor de sporen van een zwam de knop kunnen binnen dringen. Als dat gebeurt bij bepaalde hybridensoorten worden de knoppen overdekt met een zwarte schimmel en gaan dood. Volgens mij hebben deze fraaie cicaden minuscule en geavanceerde geheime wapentjes waarmee ze je, op voor hun flinke afstand, bliksemsnel in de gaten krijgen en meteen achter het blad duiken. Ik was er op een moment dat de zon lekker scheen en daardoor leken ze wel extra alert. Vliegen en springen kunnen ze als de beste. Uiteindelijk ben ik maar in de vroege ochtenduren een paar foto's gaan maken. Als het nog fris is, houden ze zich aardig koest!  Ik vind het grappige diertjes om te zien, fraai van kleur ook. De achterste was zich aan het poetsen.

14 september 2009

Al wandelend en keuvelend met mijn praatgrage kleinzoon van vijf jaar, kwamen we langs een naaldboom met een spoor van hars langs de stam. De hars stroomde van bovenuit de top; waarschijnlijk was er een tak afgebroken. Er hingen grote druppels aan de schors en die glinsterden in de zon, vandaar dat ze ons opvielen. Zie je dat, zei ik tegen mijn kleinzoon, dat is hars! Nee oma, zei hij, dat zijn trŠnen, die boom huilt! Waarom denk je dat, vroeg ik, waarom zou die boom dan verdriet hebben? Dat kunnen wij niet weten, zei hij, want bomen kunnen niet praten. Maar als jij huilt, drogen je tranen op, waarom zou dat bij die boom niet gebeuren, probeerde ik nog. Oma, zei mijn geweldige kleinkind, bomen hebben geen warme wangen daarom kunnen de tranen niet opdrogen. Uren kan ik met hem kletsen en naar hem luisteren. Heerlijk.

13 september 2009

Nou, daar sta je wel even van te kijken als je zomaar eens de bedekking van een mesthoop omhoog houdt om te zien hoe een en ander er bij ligt! Een flink aantal jonge Ringslangen (Natrix natrix) die al aardig aan het groeien zijn. De Ringslang komt op veel plekken voor waar water in de buurt is. Zelfs in (volks)tuinen met piepkleine waterplasjes, zoals de mijne. Voor het uitbroeden van eieren is veel warmte nodig. Daar heeft de koudbloedige ringslang wat op gevonden. Zij legt de eieren in een hoop natuurlijk en vochtig afval waar de zon en het broeiproces hun werk doen. Tegenwoordig worden voor ringslangen vaak speciale broedhopen aangelegd maar in compost-hopen leggen ze ook vaak hun eieren. In natuurgebieden vinden ze soms een broedplaats in oude vermolmde boomstronken, door het water aangevoerde hopen van organisch materiaal, verdroogde grashopen e.d.. De ringslang is niet giftig en bovendien erg schuw. Hij wordt helaas nogal eens dood geslagen omdat mensen denken met een gevaarlijk beest te maken te hebben. Kijk hem in de ogen en zie zijn onschuld: gele ogen en een ronde pupil. En natuurlijk de kenmer-kende gele vlekken achter de kop, soms zijn die wat meer oranje of neigen ze naar wit. Ik hoor nog wel eens dat ook hazelwormen worden aangezien voor slangen. Deze pootloze hagedissen hebben echter een geheel andere kop en zijn bruin of grijs van kleur. Vrouwtjes ringslang worden ongeveer 1,5 meter. Het mannetje blijft ongeveer een meter.

12 september 2009

De Herfstanemonen in onze tuin worden dagelijks bezocht door bijen en als je ernaast zit, zie je hoe met grote ijver het stuifmeel geoogst wordt en in de korfjes aan de bijenpootjes wordt gestopt. Het is een doorlopend gezoem want de ene bezoeker is nog niet vertrokken of de andere meldt zich alweer. Deze mooie Puntbijvlieg (Eristalis interrupta) was ook van de partij. Is het niet net een schilderijtje, deze mooie geel gestreepte vlieg op het gele bloemhart? Deze vlieg behoort tot de groep zweefvliegen waarvan er heel wat zijn. Om zeker te weten of het om een zweefvlieg gaat, en niet om een vlieg die daar weer veel op lijkt, moet je de vleugels bekijken, met name de aderen daarin. Er is onderin een vleugelader die niet uitkomt op een andere ader of op de vleugelrand. Dat is een zeker kenmerk. Deze vliegen hebben vaak mooie kleurpatroontjes, zijn snelle vliegers maar ook kunnen ze heel stil blijven hangen in de lucht.

11 september 2009

Bij Brummen (Gld) ligt een verborgen natuurparel die helaas niet zichtbaar is voor de wandelaar. Het is een gebiedje dat door Natuurmonumenten gekoesterd wordt en waar verloren gegane natuur weer een kans krijgt: de Tondense en Empense heide. Ik ging mee het terrein in onder leiding van de boswachter en viel van de ene verrukking in de andere want er groeiden veel rode lijst-soorten die je nauwelijks nog tegenkomt.  Ook de Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) is hier en daar weer te zien, al is het nog mondjesmaat. En dan te bedenken dat die hier ooit hele stukken blauw kleurden. Het probleem in dit gebied is verdroging. Het is ook Natura-2000 gebied en daardoor krijgt het hopelijk toch de wind mee. In dergelijke situaties moet altijd gezocht worden naar een aanvaardbaar compromis tussen natuurbeheerder en agrariŽrs. Maar omdat dit gebiedje dermate veelbelovend is, zal het waarschijnlijk wel gebeuren dat het natter mag gaan worden door het dempen of verkleinen van sloten die het water nu nog afvoeren. Als het maar niet te lang duurt allemaal, want verdroging is nog steeds de oorzaak van de verdwijning van planten.

10 september 2009

In de eerste eeuw voor Christus leefde er een aristocratische Romeinse familie die in de loop van de tijd maar liefst drie keizers voortbracht. De mannen in deze familie werden Aurelius genoemd en de vrouwen Aurelia, hetgeen ongeveer betekent "zij die van goud zijn". Onze mooie en sierlijke vlinder Gehakkelde aurelia ((Polygonia c-album) )  verkeert dus in goed gezelschap. De vlinders zijn momenteel veel te zien. De schaal vol rottend valfruit uit mijn volkstuin trekt ze van verre al aan, net trouwens als de Atalanta's. Feestelijk dwarrelen ze door de tuin en gaan met gespreide vleugels telkens even  zitten zonnen op de planten en dan kun je goed zien dat ze hun naam eer aan doen: zij die van goud zijn. Mooi!  Ook de pop van deze vlinder heeft kleine gouden vlekjes. De vlinder overwintert door weg te kruipen tussen o.a. takkenbossen. Voor schuilende beestjes heb ik in onze tuin zo'n hoekje gecreŽerd van takken, oude dakpannen en stammetjes. Het is ook een winterverblijf voor de kleine watersalamanders. Die zochten vorige maand het land al op.

9 september 2009

Ooievaars zijn zich nu aan het verzamelen voor de komende trektocht naar het zuiden. Het is belangrijk dat ze vertrekken op een moment dat de omstandigheden nog gunstig zijn. Het is een prachtig gezicht om grote aantallen bijeen in de lucht te zien rondzweven of ze te zien lopen door de weilanden. Ooievaars zijn vogels die thermiek nodig hebben tijdens hun trek naar het zuiden. Die thermiek ontstaat een uur of vier na zonsopkomst. Hoger en hoger laten de vogels zich mee-voeren om dan al zwevend, met slechts af en toe een vleugelslag, naar hun overwinterings- plekken in Zuid-Spanje of Zuid-Afrika te drijven. Op die manier kan de ooievaar in Europa tot 200 km per dag vliegen. Is hij eenmaal in Afrika, waar de weersomstandigheden gunstiger zijn, dan kan hij 300 km halen. De vogels teren op hun eigen vetreserves en vliegen een afstand van wel 12.000 kilometers. De groepen proberen bij elkaar te blijven door goed op elkaar te letten. Contact maken via geluiden komt bij deze vogels niet voor. Vaak vallen de groepen onderweg toch uiteen. De jonge ooievaars vertrekken iets vroeger dan de oude exemplaren. Een van de vogels op de foto is geringd, dat gebeurt doordat vogeltrekstations de gegevens bij willen houden. Ooievaars worden vandaag de dag niet meer gefokt; wel worden de vogels die in vroegere pro-jecten gefokt werden en de drang tot wegtrekken niet vertonen, gedurende de winter bijgevoerd. Die groep wordt langzaam steeds kleiner. Een "wilde" ooievaar kan makkelijk 15 jaar oud worden.

 8 september 2009

In de buurt van water zie je overal jonge groene kikkertjes rondspringen. Of zouden het de nakomelingen van bruine kikkers zijn? De bruine kikker kan velerlei kleuren hebben, van bruin, olijfbruin, gevlekt tot groen toe. Om er zeker van te zijn welke het zijn, hoef je alleen maar even te kijken naar de kop van het kikkertje. Zit achter de ogen een bruin driehoekje dan heb je te maken met de Bruine kikker. In dit geval ontbreekt dat vlekje en hier zit dus een Groene kikker. Ik vind ze enig om te zien en grappig hoe zo'n beestje zich met zijn "handjes" vasthoudt aan de halmen van het gras. In onze tuin weet ik een jonge bruine kikker die altijd op hetzelfde plekje zit. Ga ik het gras maaien, dan hopst hij weg tussen de planten om terug te keren op zijn stek als de rust is weergekeerd. Je ziet ze langzaam groter worden maar volwassen worden ze dit jaar niet meer.

7 september 2009

Dit is nog maar een klein deel van de enorme hoeveelheid oorwormen die een verblijf hadden gekozen onder het vogelvoerhokje dat op een plank in de Taxus stond; veilig voor belagers van kleine vogels. De Oorworm (Forticula auricularia ) verstopt zich overdag op donkere plekjes en hier vonden ze het blijkbaar ideaal. Toen ik het voerhuisje eraf tilde, wist ik niet wat ik zag, zoveel oorwormen had ik nog nooit bij elkaar gezien. Ze kunnen zich razendsnel verplaatsen, laten zich desnoods gewoon vallen in hun pogingen om snel de benen te nemen. Ze bezitten kleine leerachtige vleugeltjes die niet geschikt zijn om te vliegen maar wel kunnen helpen om vanaf een hoogte veilig op de grond te belanden. Op de foto kun je goed het verschil zien tussen de mannetjes en de vrouwtjes. De eerste hebben gebogen tangen aan hun achterlijf. Die worden gebruikt bij de paring maar ook dienen ze ter verdediging. De naam "oorworm" is verwarrend want het beest is een insect en geen worm. Ook kruipen ze niet in je oren, dat was slechts bijgeloof.

6 september 2009

Met mijn natuurmaatje op pad geweest. Het weerbericht was niet echt gunstig maar aangezien het slechts om wat buien zou gaan, waagden we het er maar op. We besloten het Dwingelderveld in te gaan; een weids en mooi natuurgebied. Langs een pad vonden we dit merkwaardige plantje. We hadden geen van beiden het flauwste idee wat dit zou kunnen zijn en we hadden het beiden ook nog nooit gezien. Dat werd dus weer spannend: welke bijzondere vondst hadden we hier weer gedaan! Na enig zoek- en vraagwerk kwamen we er achter dat het plantje de naam Grondster (Illecebrum verticillatum) bleek te hebben. Een eenjarige soort uit de anjerfamilie die op de Rode Lijst van beschermde planten staat doordat het weliswaar niet zeldzaam maar wel zeer sterk is afgenomen in ons land. De verwachte buien bleken een gestaag stromende regen te worden en wij waren inmiddels kletsnat geworden. Fotograferen werd een moeizame aangelegenheid: in ťťn hand de paraplu en in de andere de camera. Toch leuk, al werd het resultaat er niet beter op! Eigenlijk had het ook wel wat en ach, wij kunnen wel wat hebben!

5 september 2009

Het klemt als pootjes van
een nachtuil op een vinger
Wat is zij mooi. Een vlinder
verdient een stoel in de morgen
vroeg in de zon.
                                Chr. van Geel

4 september 2009

Het appelboompje in mijn volkstuin heeft dit jaar erg te lijden van een schimmelziekte die de appels aantast. Er ontstaan rotte plekken op de vruchten en vervolgens een vieze schimmel. Dergelijke vruchten moet je meteen weghalen en verwijderen uit de omgeving van de boom om te voorkomen dat de schimmel achterblijft en het volgend jaar opnieuw de vruchten bederft. Er zijn wel spuitmiddelen om dit te voorkomen maar liever gebruik ik die niet. Een tijdje was ik niet op de volkstuin geweest en het viel me meteen op dat er rondom de boom een geur hing van gistend fruit. Vliegen, lieveheersbeestjes, wespen en vlinders vlogen af en aan en deden zich tegoed aan het rottende fruit. Ik zag meer vlinders op dit fruitboompje dan op alle andere planten in de omge-ving. Motto: wil je vlinders in je tuin, laat dat beschimmeld fruit aan een appelboompje hangen! Grapje natuurlijk, maar het was wel leuk om al die fladderaartjes zo enthousiast bezig te zien.

3 september 2009

Goed verscholen hangt dit spinnennestje tussen de grashalmen. Het werd door de Wespspin (zie 30 agustus) gemaakt en gevuld met eitjes. De bovenkant van het trechtervormige nestje is open en het doel daarvan ontgaat me. In juli had moeder Wespspin gepaard en in augustus werd ze steeds ronder door de zich ontwikkelende eitjes. Die zijn nu gelegd in een cocon die van spinseldraad in elkaar geweven werd en met een wirwar van draden tussen de halmen van het gras verankerd. De spin bewaakt de boel een tijdje maar tegen de winter gaat ze dood. Pa spin heeft dan al lang de geest gegeven, als hij tenminste de paring overleefd heeft. Hij is heel veel kleiner dan de vrouwtjesspin en meestal wordt hij opgevroten door de moeder van zijn aan-staande nageslacht of komt hij gewond uit de strijd te voorschijn. Het mannetje is onopvallend, bruin gekleurd en je ziet hem eigenlijk zelden. Zeker is hij voor de leek niet herkenbaar als wespspin. Een paar dagen na de paring gaat hij al dood.  De jonge wespspinnen komen in de lente uit, weven dan al snel een draad waarmee de wind ze naar onbestemde verte voert.

2 september 2009

Het heidegebied rondom de Posbank in Rheden staat weer in volle bloei. Eindeloze paarse heidevelden strekken zich uit voor je ogen. Een heel mooi tafereel! Hier heeft gelukkig het heidehaantje (Lochmaea suturalis) niet zo verwoestend zijn werk gedaan als elders op de Veluwe, al zijn er hier toch wel heel veel van deze keverlarven die verantwoordelijk zijn voor het afsterven van de heideplanten. Ik liet me vertellen dat ze bij bosjes naar beneden vallen als je er een stuk papier onder houdt en tegen het heidestuikje tikt. Eens in de vijf of zes jaar treedt er een plaag op als de populatie kevers zich heeft opgebouwd. De larven van de kevertjes zuigen de blaadjes van de heideplant leeg waarna die meestal doodgaan. De larven zijn inmiddels verpopt en momenteel komen de kevertjes te voorschijn. Die overwinteren in de humuslaag en na de winter zullen ze worden aangetast door een schimmel waarna ze bij massa's tegelijk doodgaan. Vervolgens duurt het weer enige jaren tot de populatie op haar hoogtepunt is en de ellende opnieuw begint, aldus het verhaal van een boswachter van Natuurmonumenten.

1 september 2009

Even dachten wij op de IVN-tuin afgelopen zondag een zeer bijzondere waarneming te hebben gedaan. Het kon bijna niet waar zijn want de Zuidelijke luzernevlinder (Colias alfacariensis) is in ons land eigenlijk nooit te zien. Een paar keer per eeuw zijn er meldingen van een toevallig passerende dwaalgast. De vlinder zat verstijfd op de grond, op een verdord blad en kon zo worden opgetild en in een bakje gezet met een vergiet erover om hem nog even vast te houden voor de bezoekers van onze vlinderdag. Maar daar was hij niet goed te fotograferen dus haalde ik hem heel voorzichtig uit de bak en zette hem even op tafel waar hij braaf bleef zitten tot hij vereeuwigd was. Plots steeg hij op en fladderde weg, de vrijheid tegemoet. Alhoewel we in onze streek bar weinig diversiteit aan vlinders hebben gezien deze zomer, werden op de IVN-tuin toch onder andere de Koninginnepage, Gele luzernevlinder en deze Oranje luzernevlinder waarge-nomen. Het blijkt dat deze laatste vrij algemeen is. Maar het was leuk de illusie even te koesteren!

31 augustus 2009

Afgelopen zondag organiseerde onze IVN-afdeling een vlinderdag waarop informatie werd gegeven over hoe je de eigen tuin zo vlindervriendelijk mogelijk kunt maken. Frater Willibrordus, velen welbekend van het radioprogramma Vroege Vogels waar hij regelmatig natuurmeldingen doet vanuit zijn tuin in Oosterbeek, wilde ook graag een steentje komen bijdragen aan deze dag. De frater houdt van mens en dier en vertelde ook nu weer met veel enthousiasme over zijn rupsen en vlinderpoppen die hij had meegebracht. Hij had onder andere de mooie rupsen van de ook al zeer fraaie Koninginnepage in diverse stadia. Deze gefotografeerde rups was weldoorvoed en uitgegroeid, klaar om te gaan verpoppen. Hij voelt het aankomen en hecht zich vast aan een takje met een spinseldraad. Dan breekt na verloop van enige tijd de rupsenhuid open en komt de pop te voorschijn. Zo wonderlijk allemaal!  Pas volgend jaar, tegen de zomer wanneer de pagevlin-ders genoeg warmte en bloeiende planten kunnen vinden, komen ze uit. Tot mijn spijt heb ik zelf de rupsen dit jaar niet kunnen vinden in mijn volkstuin, ondanks de aanwezige venkel, worteltjes en dille. Ze zijn zo mooi dat ze je niet kunnen ontgaan. Toch nog maar even goed zoeken......

30 augustus 2009

Hij is een van de grootste spinnen die in Europa leven: de Tijger- of Wespspin (Angiope bruennichi). Deze wielwebspin leeft in het zuiden van Europa en heeft zijn leefgebied langzaam maar zeker uitgebreid tot onze contreien. Je ziet hem dan ook steeds vaker, zelfs af en toe in de eigen (wat wilde) tuin of volkstuin maar toch voornamelijk in stukjes ruige natuur. Mooi gekleurd en in het web vaak de onmiskenbare zigzagdraden waarvan de functie nog niet definitief vaststaat. Ik zag evenwel ook een aantal wespspinnen in wiens webben niet deze zigzagdraad voorkwam maar misschien waren die nog niet af. De spin is ondanks zijn indrukwekkende uiterlijk totaal ongevaarlijk. Het web hangt meestal een eindje boven de grond zodat de sprinkhanen daarin hun dood tegemoet gaan als je passeren. Sprinkhanen zijn het hoofdvoedsel van de Wespspin.

29 augustus 2009

De Wilde peen (Daucus carota) raakt zo langzamerhand uitgebloeid. Stonden eerst de bloeischermen uitnodigend uitgespreid om zoveel mogelijk insecten te lokken, nu is dat niet meer nodig. De zaadvorming is nu aan de orde en het grappige is dat de plant zijn scherm nu dichtvouwt totdat dit  lijkt op een nestje waarin de zaden in alle rust en veiligheid kunnen rijpen om straks weer te worden uitgezaaid. Dat deze methode succesvol is, blijkt wel uit het feit dat de Wilde peen rijkelijk verspreid is in o.a. de bermen. Het is een tweejarige plant: het eerste jaar groeien en het tweede jaar bloeien! Als er een wilde peen is, zou je veronderstellen dat er ook een tamme peen moet zijn. Dat klopt! Het zijn onze worteltjes, door veredeling van de wortel van de wilde peen zijn ze ontstaan. De Wilde peen is een belangrijke waardplant voor de prachtige Koninginnepage. Maar ook door heel veel andere insecten wordt de plant druk bezocht.

28 augustus 2009

Overal tref ik piepkleine huisjesslakken aan en omdat ze nog heel veel moeiten groeien, vreten ze uitbundig aan de planten. Met veel moeite had ik in de lente iemand gevonden die nog een paar zaden had van een bijzondere lupine. Ik kreeg er vijf die ik meteen gezaaid heb. Toen de zaadjes uitkwamen en lekker begonnen door te groeien, vraten slakken van drie exemplaren de malse blaadjes op tot er alleen nog een stukje stengel over was. Van de twee overblijvende plantjes ging er een dood. De laatste heb ik met hand en tand verdedigd door hem in een net ergens op te hangen. Deze plant leverde de afgelopen tijd een mooi aantal bloemen en dus ook zaden die nu in flinke peulen aan de plant zitten. De Lupine cruikshankii Sunrise, zo heet hij, probeer ik zoveel mogelijk slakvrij te houden maar telkens klimmen minuscule huisjesslakken er toch in en doen zich te goed aan de blaadjes of de bloemtoppen. Daarbij gaan ze uiterst fantasievol te werk en er ontstaan de meest aparte patroontjes in de bladeren. Het is dat ik nu genoeg zaad heb......! Deze lupinesoort is een echte aanrader voor de tuin of in een pot, de bloemen geuren verrukkelijk..

27 augustus 2009

Gisteren werd mijn aandacht getrokken door een hoop gekwetter. Op een dak van een gebouw zaten een stuk of acht jonge boerenzwaluwen. Ruim drie weken oud en net uitgevlogen. Telkens als pa of ma kwamen overvliegen, begonnen ze luid te bedelen en gingen de bekjes wijd open. Een prachtig gezicht, ik had er wel urenlang naar kunnen kijken. Het voeren door een oudervogel gaat bliksemsnel, met raketsnelheid wordt het voer al vliegend in de bekkies gestopt. Als jonge zwaluwen uitvliegen, worden ze nog maar een paar dagen gevoerd en na een week geven de ouders er definitief de brui aan en moet het kroost maar voor zichzelf zien te zorgen. De kleintjes hebben binnenkort een zware tocht voor de boeg, ze moeten naar het zuidelijk deel van Afrika vliegen om te overwinteren. De route van onze boerenzwaluwen loopt via Spanje. Als ze vertrokken zijn, is voor sommige mensen gevoelsmatig de zomer voorbij. Pas in april zien we deze leuke vogels  weer terug. Het is altijd weer een mooi moment om de eerste zwaluw weer te signaleren! Geweldige vogels zijn het; iedereen die dat kan, zou ze woonruimte moeten gunnen en bieden! Helaas worden hun nesten niet overal getolereerd vanwege de vervuilende uitwerpselen.

26 augustus 2009

Onder de bloeiende planten van de nazomer is de Blauwe knoop (Succisa pratensis) wel de mooiste. Hemelsblauwe kleur, opvallende buiten de bloem stekende paarse helmknopjes en helaas ook sterk afnemend in aantal waardoor de plant op de Rode lijst terecht is gekomen. Het is een enorm goede  insectentrekker: hommels, bijen, vliegen, wespen, kevers en vlinders (waaronder de zeldzame Zilveren maan) bezoeken deze plant frequent . Ook de zaden worden graag gegeten. De Blauwe knoop behoort tot de zogenaamde heksen- of afweerplanten en zou een mens beschermen tegen hekserij. De plant is is niet eens zo kritisch wat standplaats betreft dus het is vreemd dat hij zo achteruit gaat. O.a. te vinden in schrale graslanden en heidevelden.

25 augustus 2009

De Kruispin (Araneus diadematus) is alweer enige tijd, en volop buiten aanwezig. Waren vrouwtjes aan het begin van de zomer nog even groot als de mannetjes , inmiddels zijn het volwassen vrouwtjes geworden die overal in hun webben hangen. Ze beleven nu hun tweede levensjaar en doen niets dan eten en verder groeien. Als ze groot genoeg geworden zijn, paren ze met de veel kleinere mannetjes en hangen ze met hun dikke buiken die volop eitjes zitten, nog een poosje in hun dradenstelsel tot de tijd daar is om tot baring van de toe-komstige generatie over te gaan. Moeder kruisspin verpakt haar eitjes veilig in een wiegje van spinseldraad waar ze ongeschonden de winter in door kunnen komen. Een stof, gelijk aan antivries, beschermt ze tegen de felste koude en pas als het weer lente is geworden, komen de jonge kruisspinnen uit hun eitjes. Ze hebben dan al een piepklein kruisje op hun rug.  In de huidige  periode is ramen zemen natuurlijk zeer spinonvriendelijk want daar hangen veelvuldig webben. Een heerlijke en legitieme reden om emmer en spons voorlopig in de kast te laten.

24 augustus 2009

Gisteren heb ik de laatste Japanse wijnbes uit de tuin geplukt. Deze bessen kan ik nooit in mijn mond stoppen alvorens ik ze eerst uitgebreid bekeken heb. Bijna jammer om kapot te bijten, zo mooi zijn ze. Ze hebben een heerlijke  fris zure smaak. Elk jaar kijk ik weer vol spanning uit hoeveel nieuwe ranken er uit de bodem omhoog komen. Die leidt ik stuk voor stuk langs een rozenboog. Alles is mooi aan de plant: het blad de takken, de vruchten. Als het geregend heeft zijn de rood geleurde takken het mooist, heel veel minuscule druppeltjes zitten dan tussen de naalden en de klierhaartjes. Maar ook de clusters van zich vormende vruchten zien er ook zo uit. De bes bestaat uit een heleboel aparte besjes die samen groeien op dezelfde bloembodem. Net als de aardbei. Merels zijn dol op deze vruchten maar meestal ben ik ze te vlug af!

23 augustus 2009

Op een eerbiedwaardige oude Robinia zag ik deze fraaie Zwavelzwam (Laetiporus suphurens). Op drie plekken groeiden de paddestoelen uit de boom, nog kakelvers. Hun mycelium echter, het stelsel van schimmeldraden, kan al wel jaren oud zijn. Deze paddestoel is een parasiet, een sluipmoordenaar. Binnenin de boom woekert het mycelium door en doet het kernhout steeds verder krimpen en rotten, zodat de boom langzaam maar zeker steeds verder wordt uitgehold. Aan de buitenkant kun je dat eerst nog niet zien. De vruchtlichamen slaan soms een jaar of een paar jaar over maar het sloperswerk gaat gewoon door. Totdat de boom uiteindelijk het loodje legt. Als eigenaar van een mooie boom wacht je angstig af wat er gebeuren gaat maar de toevallige voorbijganger geniet van deze mooie zwammenformatie die een behoorlijke afmeting krijgen kan.

22 augustus 2009

Tot drie keer achter elkaar vond ik in het bos een gaaienveertje. Ze zijn zo mooi, met blauw dat verloopt van donker naar licht en dan gescheiden door zwarte bandjes. Geen wonder dat ze vroeger elk jagershoedje sierden. Misschien doen ze dat nog steeds. Alleen vanwege die prachtige veertjes zou je al een hoedje willen dragen! Het leukste is om zo'n veertje te vinden als het net van een gaaienlijf gevallen is en het nog puntgaaf is. Ik snap zelf niet waarom ik ze telkens vindt, mijn ogen worden er gewoon naar toe getrokken als ze op de bosbodem liggen.

21 augustus 2009

Zo zou het toch overal moeten zijn: koeien die hun horens mogen behouden en samen met hun kalveren lekker door het grasland lopen en bij warm weer de beschutting van bomen opzoeken. Gisteren zag ik onderweg bij 34 graden boven nul overal koeien liggen te smeulen in de hitte. Langs de rivieren en in sommige weilanden waar geen boom te vinden was die schaduw bood. Schapen zag ik er ook lopen. Het zou verboden moeten worden om dieren tijdens grote hitte zo buiten te laten lopen, onbarmhartig overgeleverd aan de brandende zon. De melkkoeien zijn doorgefokt tot het een soort melkfabrieken zijn geworden. Hun harten moeten een onvoorstelbare prestatie leveren om in deze weersomstandigheden te blijven functioneren. Hiervoor zou maar eens actie gevoerd moeten worden: elke koe recht op schaduw! Wat zeg ik: voor alle dieren die onbeschermd in de open lucht moeten leven, zou een hittealarm ingesteld moeten worden!

20 augustus 2009

Ik probeer wel eens mijn vroegste natuurervaringen op te roepen en dan komen er altijd twee dingen terug. De eerste betrof een net uitgevlogen koolmeesje dat door de openstaande balkondeur mijn slaapkamer was binnen gevlogen. Ik kon het pakken, zette het op mijn arm en het bleef minuten lang verbaasd zitten tsjilpen alvorens weg te vliegen. Ik herinner mij nog dat ik dat fantastisch vond. De tweede betreft een minuscuul oranjerood bloempje dat ik zag staan tijdens een zondagse wandeling met mijn vader. Ik vond het zo mooi dat ik het uitgroef en in onze eigen tuin weer in de grond zette. Ondanks mijn goede verzorging kwam er niets van terecht, het wilde niet groeien in onze ongeschikte tuingrond. Het was Guichelheil (Anagallis arvensis), op sommige plaatsen algemeen in akkers, moestuinen en losgewoelde wegbermen. Maar er zijn ook delen van Nederland waar het zeldzaam is. En daaronder valt helaas ook de Veluwe. Vroeger heette goochelen "guichelen", het plantje werd toen ook ingezet bij de behandeling van "gekheid".

19 augustus 2009

Als je niet weet wat dit is, schrik je je een ongeluk als je achteloos de verdorde bloemetjes uit je fuchsia aan 't plukken bent! Het beest heeft wel wat weg van een slang, die grote ogen, heel eng! Maar het is de volkomen onschuldige olifantsrups, nakomeling van het Avondrood (Deilephila elpenor)  De vlinder staat in mijn dagboek op 30 juni. Een imposante rups van wel negen centimeter lang en een pink dik. In een jong stadium is hij groen, later verkleurt hij naar olijfbruin. Hij produceert drollen waar een konijntje zich niet voor zou hoeven schamen! Wat een kop lijkt, is geen kop. Wat ogen lijken, zijn vlekken op zijn lijf die groter worden naarmate hij zich meer samentrekt. De feitelijke kop vooraan het lijf is maar heel klein, het slurfje waaraan de rups zijn naam ontleent, wordt alleen uitgestoken als de rups gaat eten. En dat kan hij hoor! Van links naar rechts gaat dat bekkie heen en weer en je ziet hoe je fuchsia weer van een blaadje wordt bestolen. Ik werd gebeld door iemand die deze rupsen in haar fuchsia had, zeker een stuk of zeven. Altijd weer leuk, die meldingen. Ik mocht er een meenemen en die heb ik liefdevol op mijn eigen fuchsia gezet. Vandaag heb ik hem niet meer gezien, waarschijnlijk ligt hij onder wat blad dat ik er had neergelegd, te verpoppen. Of is hij daar al klaar mee; de pop overwintert.

18 augustus 2009

Het vinden van een plant die op de rode lijst van beschermde soorten staat, is natuurlijk erg leuk. Dit is er een voorbeeld van: de Stijve ogentroost (Euphrasia stricta), een eenjarige plantje met mooie bloemetjes. Hij stond op een dijkje in het lage grasland. De wortels van deze plant zuigen vocht en bepaalde zouten op uit de omringende grassen en wordt daarom een halfparasiet genoemd. Hij is namelijk wel in staat voor de eigen fotosynthese te zorgen. In Drenthe wordt het plantje nog regelmatig gevonden maar elders is het betrekkelijk tot zeer zeldzaam. En dit bijzondere plantje sluit de Drentse serie af. Morgen dus weer over naar de orde van de dag!

17 augustus 2009

De Zuringspanner (Lythria cruentaria) mag dan een algemene dagvlinder zijn, als je naar het verspreidingsgebied van dit insect kijkt, zie je dat hij richting Achterhoek toch niet zo veel voorkomt. Ik had hem nog nooit gezien. In het voorjaar heeft de vlinder een ander uiterlijk dan later de zomergeneratie, hetgeen bij meer vlindersoorten voorkomt. Alleen in de zomer is hij zo mooi gekleurd als hier. Dat dit een mannetje is, kun je zien aan zijn geveerde voelsprietjes. Die zijn bij het vrouwtje draadvormig. De vlinder heeft veld- en schapenzuring als waardplant en legt daar ook de eitjes op. Het leefgebied van dit vrolijke fladderaartje bestaat uit o.a. weg- en spoorbermen.

16 augustus 2009

Het kleine solitaire zandbijtje, dat door het leven gaat met de naam Kruiskruidzandbij (Andrena denticulata), wordt niet vaak gezien in ons land en staat daardoor te boek als zeldzaam. Het is dan ook leuk om zo'n insect te vinden. Het is een bijtje van open bos en open grasland en het nestelt graag in het rulle zand langs bospaden. In Engeland en Schotland waar het voorheen plaatselijk veel gezien werd, is het nu een zeldzaam beestje geworden. De soort heeft zich daar  voornamelijk teruggetrokken in de Schotse hooglanden. Opvallend is weer dat ook de kruiskruidzandbij gespecialiseerd is op geelbloeiende composieten zoals  hier op het Boeren-wormkruid. Maar ook op het Jakobskruiskruid, het Schermhavikskruid, Gewoon biggenkruid en andere composieten worden deze bijen aangetroffen. Drenthe blijkt de plek te zijn waar ze nog in redelijke aantallen voorkomen volgens geregistreerde gegevens. De Kruiskruidzandbij staat op de Rode Lijst als "bedreigde soort".

15 augustus 2009

Tijdens de struintochten die ik met mijn natuurmaatje maak door het Drentse landschap, laten we restaurantjes links liggen. Liever zoeken we een mooi plekje op om even onze boterhammen op te eten. Als dat dan is langs een sloot waar de Zwanenbloem (Butomus umbellatus) groeit, het het Pijlkruid in bloei staat, de Grote egelskop, de Waterweegbree en de Waterviolier te pronk staan,  terwijl allerlei libellen om je heen vliegen, nou dan voel je je een bevoorrecht mens hoor. Zeker als je zelf woont in een gebied vol geschoonde sloten en gemaaide wallenkanten waar hooguit in het voorjaar de Dotterbloem te zien is en momenteel hier en daar de Lisdodde ofwel Rietsigaar. Dan doet zo'n mooi tafereel je weer terugdenken aan de oude platen van Jetses en Koekoek die vroeger in de schoolklassen hingen en waar ik eindeloos naar kon blijven kijken. Ik herinner me nog "waterwereld" die in de vijfde klas van de lagere school aan de muur hing. Zo mooi! En dat ze educatief waren, bewijst wel dat ik er na al die jaren nog herinneringen aan heb.

14 augustus 2009

Hebt u wel eens van het Langlijfje gehoord? Ik geef eerlijk toe dat ik tot voor kort van diens bestaan niet op de hoogte was. Dat wil zeggen, ik kende zijn naam niet. Het zijn de mooie ranke en dunne zweefvliegjes die je ook op je tuinplanten veelvuldig ziet. Lang, dun en lekker, zou je kunnen zeggen! Er bestaan verschillende soorten langlijfjes. Dit is het Groot langlijfje (Sphaerophoria scripta). Haar zwarte lijfje (het is een dame) heeft een mooi patroon van gele streepjes, alsof een schilder erover heeft nagedacht hoe hij het miniatuur zweefvliegje zou versieren. Het mannetje is nog dunner dan het vrouwtje en diens banden kunnen ook donker gekleurd zijn. De larven eten bladluizen en kunnen daar massa's van op. Het Jacobskruiskruid is een van de kruisbloemigen waarop de langlijfjes graag vliegen. Het is vreselijk dat deze plant, waarvan meer dan 50 soorten insecten afhankelijk zijn, zo te vuur en te zwaard bestreden wordt. Volkomen ten onrechte trouwens, het komt voort uit onwetendheid, zelfs van gemeenten!

13 augustus 2009

Als je "vliegen" zegt, denken de meeste mensen waarschijnlijk meteen aan die onaangename lastpakken die 's zomers je huis binnendringen en daar irritant blijven rond zeuren. Maar er zijn ook heel veel soorten vliegen die je binnenshuis nooit te zien krijgt. Dit prachtige beestje is ook een vlieg, een sluipvlieg. De naam impliceert al iets onaangenaams. Sluipvliegen leggen hun eitjes al naar de soort in, of bij hun toekomstige slachtoffer. Het ene vrouwtje legt ze op een plant zodat de daaruit komende larve meteen een aanval kan doen op (meestal) een rups of bastaard-rups die toevallig in de buurt komt. Een ander vrouwtje legt haar eitjes direct op een slachtoffer waarna de larve de rups binnendringt en hem langzaam maar zeker uitholt door hem op te vreten. Weer een ander legt haar ei direct in het rupsenlijf, maar alle parasiteren ze hun slachtoffer; ze hollen hem uit maar net niet genoeg om hem te doden. Dood gaat de rups pas als zijn inwonende moordenaar zelf aan verpoppen toe is. Als je er goed over nadenkt, is het gewoon afschuwelijk hoe die insecten zich voortplanten! Het mooie sluipvliegje op de foto is de Gynnosoma nudifrons; een als schoonheid vermomd loedertje.

12 augustus 2009

Op een van de bloemhoofdjes van het Boerenwormkruid zat een heel klein onduidelijk beestje. Door de lens was niet eens te zien wat het precies was. Zet je later zo'n foto op de pc, dan openbaart zich iets geheel nieuws voor je ogen. Een beestje dat wel wat weg heeft van een pissebed, maar dat zeker niet is. En dat bruine geval achter op zijn lijf, zou dat een vervelling zijn? Als zoeken niets oplevert, ga je vervolgens te rade bij mensen die meer weten dan jij. En op die manier werd duidelijk wat dit was: een larve van de Schildpadkever Cassida sp. En die staat hieronder op een foto. De larve verzamelt zijn uitwerpselen op een paar stekeltjes achter op zijn lijf in de hoop dat predatoren hem niet zien als een lekker hapje maar aanzien voor een vogelpoepje!

11 augustus 2009

In het Boerenwormkuid (Tanacetum vulgare) staat een massa buisbloempjes heel dicht tegen elkaar aangeklemd en geven zo de indruk een schijfje te zijn. Deze plant trekt zie je nu overal bloeien langs de wegen en hij trekt allerlei insecten aan. Zo ook dit exemplaar uit de familie van de Schildpadkevers (ik schreef er al eerder over op 29 juli). Het is een groep van kevertjes binnen de familie van de bladhaantjes. De naam zegt het al: deze beestjes leven van blad, zowel de volwassen exemplaren als de larven. Dergelijke kleine diertjes ontdek je natuurlijk alleen maar als je met je neus op de bloemen loopt te turen. Dat is leuk om te doen want het is frappant wat je op die manier allemaal ontdekt. Het schild van zo'n piepklein kevertje  is aan de grote kant, zodat het er bij gevaar helemaal onder kan kruipen door zich eronder terug te trekken.

10 augustus 2009

Vorige week kreeg ik een mailtje van mijn Drentse natuurmaatje: "je moet maar weer eens deze kant op komen, het miegelt hier van de Icarusblauwtjes". En inderdaad, vele tientallen blauwe juweeltjes vlogen al dan niet baltsend rond boven een gebiedje waar veel Gewone rolklaver groeide. De zon knalde uit de lucht, de vlindertjes waren daardoor superactief en fotograferen was een bijna ondoenlijke klus! De Icarusblauwtjes leggen hun eitjes op nog jonge klaverplanten en de rupsen leven op deze en nog vele andere klaversoorten. Veel vrouwtjes zijn overwegend bruin met een mooie vlekjestekening op de vleugels. De mannetjes zijn het mooist, alsof kleine stukjes uit de blauwe hemel omlaag zijn gedwarreld. We zagen die dag weer heel veel leuke diertjes, sommige nieuw voor ons en de komende dagen zal ik er het een en ander van laten zien. Ik ging aan het eind van de dag als weer een tevreden mens huiswaarts omdat ik wederom had kunnen zien en ervaren hoe natuur ůůk nog kan zijn, oogstrelend en als balsem voor de ziel!

9 augustus 2009

Gisteren zag ik deze Biefstukzwam (Fistulina hepatica) aan de voet van een grote oude Eik zitten. Het determineren van paddestoelen vind ik een van de lastigste onderdelen in de natuur. Zoek bijvoorbeeld in dit geval de boeken er maar eens op na: meestal zie je foto's van knalrode biefstukzwammen. Dat zou dan het jeugdstadium zijn, maar deze lijkt me toch aardig vers. Vaak hebben ze ook nog rode druppels aan de randen van het vocht dat uit de paddenstoel komt. Dit heeft het eikenhout een mooie donkere kleur, meubelmakers schijnen er dol op te zijn. Dan lees je verder dat deze paddestoel in de herfst groeit, en het is toch echt zomer nu. Er lijkt dus niets aan te kloppen. Toch houd ik het op een mooie biefstukzwam. Frustrerend! De zwam is eetbaar in een jong stadium en schijnt goed te smaken. Ik waag me er maar niet aan! Grappig is dat de grassprieten hier gewoon door de hoed heen groeien.
(Een lezeres maakte mij erop attent dat dit een Harlslakzwam (Ganoderma recinaceum) is.)

8 augustus 2009

Met deze ondergaande zon kwam er een einde aan een tropische zomerweek. Het deed denken aan de dagen in ItaliŽ, Zuid-Frankrijk of Griekenland, waar we vroeger de vakanties doorbrachten. Vooral die zwoele lange avonden, heerlijk!  Maar hier was het toch wel anders, benauwd vooral en menigeen zal blij zijn dat de warmte weer voorbij is. Nu is het hopen dat de maand  wel nog even doorzomert. Ondanks alle regen die toch veel en vaak naar beneden kwam in de afgelopen tijd, valt het blad van de berk en de krent in onvoorstelbare hoeveelheid omlaag.  Ik zou daar wel eens een verklaring voor willen weten. Er is geen vegen aan! Het vreemde is dat niet alle berken hun verdorde blad laten vallen maar vele doen het wel. Regelmatig zie je aan de meeuwen in de lucht dat de mieren weer op bruiloftsvlucht zijn gegaan, gierzwaluwen zijn vertrokken en  de avonden zijn al aanmerkelijk korter geworden. Ook zag ik al paddestoelen die eigenlijk in de herfst thuis horen. Maar zo is de natuur, telkens weer anders, steeds weer verrassend en altijd boeiend.

7 augustus 2009

Geheel tegen mijn principes besloot ik met onze kleinzoon naar een roofvogelshow te gaan. Maar dit vond ik ook te maken hebben met opvoeding. Er werd gedemonstreerd met een grote variŽteit aan vogels: buizerds, een torenvalk, kerkuilen, een gier, tot een arend aan toe. Het publiek vond het prachtig maar ik stond me te verbijten. Na afloop vroeg ik mijn kleinzoon of hij nu begreep waarom die vogels als hondjes achter de valkenier aanliepen. Na even diep nadenken, begreep hij dat die vogels gewoon honger hadden! Ze krijgen nooit zoveel te eten dat ze helemaal verzadigd zijn. Zouden ze een optimaal gewicht hebben, dan zouden ze niet terugkeren op de handschoen van de valkenier. Soms neemt er toch een de "benen" maar meestal wordt zo'n vogel teruggevonden doordat hij een zendertje aan zijn poot heeft. Dan krijgt hij straf en moet hij even flink honger lijden zodat hij weer afhankelijk wordt van de voedselvoorziening door de valkenier. Ik kan geen bewondering opbrengen voor deze tak van sport en mijn kleinzoon nu ook niet meer. En dat was precies te bedoeling. Dergelijke vogels zijn bedoeld om in frank en vrij  door de lucht te vliegen en niet om vast te worden geketend aan een zitstok of opgesloten in een hok en mee-gezeuld te worden van de ene voorstelling naar de andere. Ik word er treurig van als ik dat zie!

6 augustus 2009

Een libel met een zwarte band: de Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum). Familie van de korenbouten. Voor de liefhebber steevast een opwindend moment om deze libel eind juli of begin augustus te zien vliegen. De libel was lange tijd een zeldzame verschijning in ons land maar het gaat steeds beter met deze soort en vooral in Overijssel en Drenthe wordt hij weer regelmatig aangetroffen. Geen wonder want daar vind je nog volop de biotoop waar dit insect  behoefte aan heeft: zacht stromende waters en sloten met een gezonde vegetatie van waterplanten die echter ook weer niet te dicht mag zijn. Op zo'n mooi plekje was ik op 4 augustus waar ik dit exemplaar fotografeerde. Zon wil de Bandheidelibel ook graag hebben. Het volwassen mannetje heeft een mooie rode kleur, het wijfje is geelachtig tot bruin. Soms is ze nog wat roodachtig, dan is ze te toch herkennen aan de witte stippen naast de zwarte banden. Die zijn bij het mannetje rood. De zwarte banden op de vleugels zijn absoluut kenmerkend. De eitjes overwinteren en komen pas uit in het jaar nadat ze gelegd zijn. Goed opletten maar, misschien ziet u hem ook vliegen.

5 augustus 2009

In de IVN-tuin in Rheden staan borders vol vlinderplanten in de mooiste kleurschakeringen. Ik ging erheen om te kijken of daar misschien vlinders te zien zouden zijn. Dat viel tegen maar wie weet, komt het de komende dagen nog. Het weer is prima voor deze insecten. In de uitgebloeide planten van de Papaver somniferum klommen heel veel woelmuisjes omhoog tegen de stengels om zich te goed te doen aan de rijpe zaaddozen. Een heel grappig gezicht. Omdat uit deze papaversoort opium wordt gewonnen, vroeg ik me af of de muisjes er eveneens high van zouden worden. Wel een leuk idee trouwens, woelmuisjes in hoger sferen!

4 augustus 2009

Wereldwijd gaan er miljarden gedomesticeerde honingbijen dood. De ene dag lijkt een kolonie nog actief en gezond, de volgende dag zijn de insecten verdwenen. De gevolgen voor de natuur en de landbouw kunnen ingrijpend zijn. Wetenschappers tasten in het duister over de precieze oorzaken van de sterfte. Wel staat vast dat de Varroamijt een belangrijke rol speelt. Die kan zich alleen voortplanten via het broed van de bijen maar bijt zich ook door de vrouwelijke bij heen om bij haar bloed te komen. Verdacht wordt ook een bepaald bestrijdingsmiddel dat het zenuwstelsel van de bijen verstoort waardoor de bijen de kolonie niet meer kunnen vinden. Er loopt momenteel een handtekeningenactie om dit gif verboden te krijgen. Tekent u de petitie ook? Lees erover op: http://www.stopdebijensterfte.nl/  U kunt hier ook uw handtekening plaatsen.

3 augustus 2009

Met het vooruitzicht van een week waarin tropische temperaturen de boventoon zullen gaan voeren, is het eigenlijk heerlijk als er nog even een flinke regendag langs komt. De bodem wordt goed doordrenkt zodat de planten het straks wat makkelijker zullen hebben. Op de regendag van gisteren heb ik desondanks tussen de buien nog even door te tuin gelopen. Het is zo mooi om te zien hoe elk blaadje de druppels op eigen wijze verwerkt. Van het ene blad glijden ze meteen af, het andere houdt ze vast op het bladoppervlak terwijl weer andere bladeren de druppeltjes als sierlijke kristalletjes langs hun buitenkant plaatsen. De foto toont een macro van de Japanse wijnbes. Als je je ogen maar de kost geeft, is het eigenlijk altijd wel mooi buiten. Maar.... zoals vanmorgen wakker worden onder een weer stralende hemel is toch wel heerlijk!

2 augustus 2009

Dit weekend is het "tuinvlinder telweekend". De bedoeling is dat zoveel mogelijk mensen de diverse vlindersoorten plus aantallen in hun tuin tellen, en die melden op de website van de Vlinderstichting. Op die manier kan men inzicht krijgen in het aantal vlinders en de verschillende soorten die momenteel in ons land rondvliegen. Het blijkt een uitstekend vlinderjaar te zijn! Tot mijn verdriet zien wij hier nauwelijks vlinders. Al voor het derde jaar op rij blijven de vlinderstruiken leeg. Je ziet er een enkele distelvlinder en wat kleine koolwitjes. Af en toe vliegt er een boomblauwtje door de tuin. Omdat het enorm verschilt van plaats tot plaats of streek, moet dit wel te maken hebben met het hier gevoerde grootschalige beheer van bermen, plantsoenen en buitengebied. Je kunt nog zo'n vlindervriendelijke tuin hebben, als er geen corridor van struiken en planten is waarlangs vlinders zich etend en rustend kunnen voortbewegen, zat die weinig opleveren. Je kunt op deze regenachtige zondag  nog waarnemingen doorgeven op de website www.vlindermee.nl . Daar zijn ook handige vlinderzoekkaarten te downloaden.

1 augustus 2009

Op de mooie laatste julidag, met een afwisseling van zon en wolken, lagen de Brandrode runderen tevreden onder een grote boom in het Soerense Broek. Het was een idyllisch tafereel, de kalveren tussen de grote beesten in, omgeven door het mooie natuurgebied in vorderende ontwikkeling. Terwijl wij daar even op een bankje zaten, hoorden we in de boom het onmisken-bare krok-krok-krok van een  raaf. Die zag ik hier nog niet eerder in open agrarisch terrein, wel hoor ik hem vaak boven het bos vliegen. Telkens vloog hij een rondje en keerde weer terug naar de oude beuk waar hij een scala aan grappige pruttelgeluiden produceerde. Ook zagen we er een paar Puttertjes vliegen. Deze grappige vogels, die eruit zien als kleine clowntjes, zie je ook niet alle dagen.  Alles bij elkaar leverde dat weer een paar mooie natuurmomenten op.

31 juli 2009

Eten en gegeten worden, dat is het motto in de natuur. Terwijl ik zat te kijken naar alle insecten die op de Munt afkwamen, viel me opeens op dat onder wel heel veel bloemetjes van de Munt uitge-zogen insecten hingen! Niet te geloven, zoveel. Ik ontdekte ook de moordenaar: de Gewone tandkaak (Enoplognatha ovata), goed herkenbaar aan de acht zwarte spikkels op zijn lijf, dat diverse  kleuren kan hebben. Blijkbaar hebben deze spinnen - want het waren er meer - ontdekt dat het in de Munt heel eenvoudig jagen is. Het wemelt er van de zweef-  en andere vliegen en de spin bespringt ze onverhoeds vanachter een blaadje. De tandkaak schrikt niet terug voor exemplaren die veel groter zijn dan hijzelf. Moord en doodslag, er speelt zich heel wat af in je tuin!

30 juli 2009

Het Juffertje-in-het-groen (Nigella damascena) dat zich in mijn volkstuin ruimhartig had uitgezaaid, heeft veel te lijden onder de vele regenbuien. Geen bloempje is er te vinden zonder gesmette blaadjes, zo ontdekte ik. Op nieuwe bloei hoef ik niet te wachten want deze dametjes bloeien allemaal tegelijk. De blauwe blaadjes zijn geen bloem- maar kelkblaadjes. Kelkblaadjes vormen het meestal groene punt waaruit de bloemblaadjes tevoorschijn piepen. Je kunt dat goed zien als je een bloem aan de achterkant bekijkt. Het ijle groen van dit plantje bestaat eigenlijk uit sterk gereduceerde blaadjes. Het is een heerlijke nectarplant en een vrolijke noot in je tuin. Na de bloei kun je hem plukken en drogen voor in een droogboeket. Maar droogbloemen vervelen snel. Ze zijn niet meer dan illusies waar alle leven uit verdwenen is.

29 juli 2009

Soms, als je iets vindt dat je nog nooit eerder gezien hebt, ga je je wel eens inbeelden dat je een opzienbarende vondst hebt gedaan. Dat overkwam mij bij het vinden van dit zeer kleine kevertje met strepen zo groen dat ze bijna licht gaven. Al snel werd ik uit de droom geholpen: het bleek de Schildpadkever ((Cassida vittata) te zijn, een kevertje dat zijn naam dankt aan het feit dat hij zich geheel onder zijn schild kan terugtrekken. Toch heb ik wel degelijk een zeldzame vondst gedaan! Bij de ingang van het bos stond ik het pamflet over processierupsen te lezen toen een paar knulletjes zich bij mij voegden. Tegelijk ontdekten wij een prachtige forse kever. Ik smeekte de jochies bijna het beest met rust te laten tot ik terug was met mijn camera. Dat beloofden ze maar ik had hen de rug nog niet toegekeerd of ik hoorde een van hen roepen: ga gauw een doosje halen! Thuis zocht ik na welke kever het was geweest en het bleek te gaan om de Lederloop-kever (Carabus coreaceus): zeldzaam in ons land!!! Telkens als ik de knulletjes zie, kan ik ze wel wurgen! Tot ik mij herinner dat ik vroeger coloradokevers in een lucifersdoosje stopte. Ik liet een heel klein kiertje open en als ze hun kop er doorheen staken, deed ik snel het doosje weer dicht zodat de kever klem zat......!  Maar goed, nog vaker dan nu al moet ik de camera bij me hebben.

28 juli 2009

Het natuurbeleid in de gemeente waar ik woon, is om te huilen. Er wordt zo rigoureus gemaaid in de zomer dat er al wekenlang nauwelijks nog een wilde plant te vinden is. De bermen zijn kaal, wat er groeit zijn wat schermbloemige planten met hier en daar wat valeriaan, het is heel triest. Insecten kunnen er ook nauwelijks iets van hun gading vinden en zoeken hun heil in volkstuinen en particuliere tuinen met veel bloemen. Gistermiddag heb ik nog een maar eens een fietstocht door de omgeving gemaakt en het stemt je gewoon triest zo weinig leven aan te treffen in ons toch prachtige buitengebied. Zelfs de meeste boeren willen overduidelijk niets weten van wilde kruiden op hun land en maaien de bermen alsof het een gazon was. In een naburige gemeente zag ik deze zomergeneratie Landkaartjes op Engelwortel. Ze kwamen ter plekke massaal voor. De voorjaarsgeneratie is bruin met zwart, deze zomergeneratie is donker met een witte band. Het waren de enige vlinders, behalve een paar koolwitjes, die over een afstand van 25 kilometer te zien waren. Ik kreeg recent diverse meldingen van de Koninginnepage, alle in particuliere tuinen!

27 juli 2009

Het sprinkhanenseizoen is weer aangebroken. Overal hoor je hun geluiden, als je oren tenminste nog goed zijn. Het vermogen om hoge geluiden waar te nemen neemt vaak af bij het ouder worden; ik prijs me regelmatig zeer gelukkig dat mijn gehoorapparaat nog uitstekend werkt. Er zijn vele soorten sprinkhanen in ons land en ze hebben de meest merkwaardige namen. Oren zul je op een sprinkhaan niet vinden, geluid vangen ze op in een trommelvlies dat in de poten zit (struiksprinkhaan) of aan het borststuk (veldsprinkhaan) enzovoort. Het geluid wordt gemaakt door de mannetjes die vrouwtjes willen lokken of een territorium afbakenen. De eitjes worden gelegd op warme plekjes in open grond waar ze het volgend jaar pas uitkomen. Je zult daarom ook nooit sprinkhanen in weilanden vinden. Die zijn te nat, te veel bewerkt en te vast. 

26 juli 2009

Stokrozen zijn echte nectar- en stuifmeelkroegen voor hommeltjes. Als ze een bloem bezoeken, komen ze helemaal onder het stuifmeel te zitten. De korrels - de mannelijke voortplantingscellen van een plant - worden via hun "pelsjes"  en via hun pootjes waar het verzameld wordt, weer vervoerd naar andere bloemen en de bestuiving is een feit. Zonder het transport door bijen zou het er in de natuur en in de landbouw slecht voorstaan. Daarom is het ook zo zorgelijk dat het momenteel erg slecht gaat met bijen. Daar wordt dan ook veel onderzoek naar gedaan en bepaalde bestrijdingsmiddelen worden verdacht. Stuifmeelkorrels zijn ook zeer gewild bij mensen vanwege hun vermeende heilzame werking. Je kunt ze kopen in potten en dagelijks nuttigen als je bronchitis, astma of darmproblemen hebt. Sporters eten ze om meer energie te krijgen en vegetariŽrs zouden er bij gebaar zijn doordat het stuifmeel veel B12 vitamine bevat.

25 juli 2009

In het bos groeien al onvoorstelbaar veel paddestoelen dankzij het vele regenwater dat de bodem doordrenkt. Mooie heksenboters, kersverse elfenbankjes, links en rechts schieten ze uit de grond. Binnenkort is ook de tijd voor de aardsterren aangebroken.  Ik vond ze lang geleden op een plek in "mijn bos" waar niemand ze ooit gezien had. De laatste twee jaren echter zijn ze niet meer verschenen, misschien door de boswerkzaamheden waardoor de bodem verstoord werd. Ik hoop dat ze toch weer terug zullen komen, de omstandigheden zijn optimaal. Voorlopig geniet ik vast van de vele huidige soorten, waaronder de ragfijne inktzwammetjes. Al doen al die paddestoelen  me toch wel al erg denken aan de herfst, en dat seizoen wil ik maar liever nog even vergeten.

24 juli 2009

De rode wegslak of (Arion ater rufus) is nu wel heel veel te zien. Bij het vochtige weer van de laatste tijd gedijen ze enorm. Om de paar meter zie je wel zo'n dier over de bosbodem glijden. Slakken behoren tot de zeer weinige dieren waar ik niets mee heb, al zal ik ze geen strobreed in de weg leggen. Zolang ze niet in onze tuin komen tenminste. Het grote gat in hun kop is het ademhalingsorgaan. Hoewel deze slak hermafrodiet is, tweeslachtig dus, paart hij wel en dat is een interessant spektakel. De doorschijnende eitjes zijn vaak te vinden in bloempotten.

23 juli 2009

De wilde zwijnen in het bos hebben zo hun eigen gewoontes. Ze sjouwen elke avond hun vaste route en omdat ze daarbij precies dezelfde paadjes kiezen, ontstaan deze zwijnenwissels. Als je vaak in het bos komt, weet je dan ook precies waar je moet gaan zitten om de dieren voorbij te zien komen. Momenteel komen ze weer elke avond naar het speciaal daarvoor ingezaaide veld op het bosgebied van de van Stichting Twickel " Hof te Dieren" ,  om zich daar vol te vreten aan sappige kruiden. Ze worden uiteraard vergezeld door hun talrijke kroost en dat levert zo'n aardig tafereel op dat heel veel mensen speciaal daarvoor tegen de avondschemering het bos in gaan. Opa's en oma's met hun kleinkinderen, natuurfotografen met enorme lenzen en hondeneige-naars die hun rondje maken. Maar de jacht is alweer in volle gang: de provincie Gelderland heeft jagers gevraagd in deze en in volgende maand 2100 zwijnen af te schieten en de volgende 900 van het beoogde afschot daarna nog uit de wereld te ruimen. Na het verlengde vorige jacht-seizoen en de voorbije hongerwinter, hebben de zeugen pas tegen de zomer hun jongen gekregen. Ik vind het maar een wrede gang van zaken! De dieren krijgen nauwelijks nog rust!

22 juli 2009

Als je in de tuin bezig bent te wieden en te ordenen hoor je niks dan geluid om je heen. Een vlieg wordt onder hevig protest ingesponnen door een spin, sommige planten - zoals bijvoorbeeld deze  Thalictrum delavayi - trekken enorm veel bijen aan en daar is het een gezoem van jewelste. Bij het gras maaien moet je uiterst voorzichtig te werk gaan omdat overal kleine kikkertjes kunnen zitten en die heb je maar zo onder de machine. De plantengroei in de vijver moet wat gereduceerd worden en het overvloedig groeiende onkruid uitgetrokken. De vijverplanten gaan nooit de mest-hoop op  zonder eerst uitvoerig uitgeplozen te worden want vaak zitten daar jonge salamanders tussen. Kortom: het is volop zomer en dan zul je weten ook! Maar het is heerlijk en je zou de tijd wel willen stopzetten want het seizoen slipt ons veel te snel door de vingers!

21 juli 2009

Parnassia (Parnassia palustris) heeft beeldschone bloempjes. Insecten worden gelokt door de gele nepmeeldraadjes. De echte zijn de witte die je hier goed kunt zien. Ze groeien beurtelings omhoog, bij elk bloemblaadje een.  De stevige steeltjes rijzen parmantig op uit de rozet die op de grond ligt. Ik kende het alleen van foto's en een ragfijn tekeningetje van wijlen Marius Kolvoort, de natuurtekenaar die ooit een boekje voor mij illustreerde, waar ik zeer trots op was. Als je dan opeens het plantje ontdekt, waar wel tien bloempjes uitkomen, sta je wel even verrukt te kijken!
Parnassia staat bij ons op de Rode Lijst, het is hoofdzakelijk te vinden in vochtige duinvalleien.

20 juli 2009

Ook schapen hebben in Noorwegen een prachtig leven. Ze worden voorzien van een bel om hun hals en in een gebied losgelaten waar ze kunnen gaan en staan waar ze willen. Dat leidt tot de meest onverwachte taferelen. Rijd je per auto dan stuit je regelmatig op schapen die op de autoweg lopen of in de berm liggen. Daarbij kan het voorkomen dat ze net daar lopen waar een vangrail is. Voor iemand die dit niet gewend is, levert dan angstige momenten op maar de schapen zelf worden er niet koud of warm van. Ze zijn helemaal gewend aan voorbij razend verkeer en chauffeurs weten hier wat ze kunnen verwachten, mede door de waarschuwings-borden die langs de weg staan. Ik vond het prachtig om te zien. De moeders dragen bellen, de kinderen alleen rode oorbellen aan de binnenkant van het oor. Door het geklingel van de bel te volgen, kan de eigenaar zijn schapen vinden. Lang leve de vrijheid!

19 juli 2009

Bij het doorpluizen van de stapel kranten van de afgelopen tijd kwam ik een bericht tegen over koeien: Europese koeien geven almaar meer melk maar worden steeds vaker ziek. Eenzijdig fokken op melkproductie is de oorzaak. Onze koeien lijden aan kreupelheid, uierontsteking, onvruchtbaarheid en spijsverteringsproblemen en de genetische selectie op hoge melkpro- ductie is zelfs de belangrijkste oorzaak van dierenleed onder melkkoeien, aldus het bericht. Het was een openbaring te zien hoe in Noorwegen vee gewoon "in het wild" rondloopt. Nergens stallen of afgepaalde weiden maar lekker grazen waar ze zelf willen. Dit is wat je elke koe toewenst en het komt het dichtst bij de oorsprong. Natuurlijk beschikken de boeren hier over veel minder ruimte dan elders maar toch, het zet je wel aan het denken! Als consument heb je een heel grote invloed op de huidige ontwikkelingen: minder vlees eten en kiezen voor diervriendelijk!

18 juli 2009

Vlak voordat wij naar Noorwegen vertrokken, maaide ik nog even ons grasveld. Daarbij sprong dit kleine kikkertje voor mij uit. Te zien aan het formaat was het al aardig gegroeid nadat het uit de vijver was gekomen. Andere jaren zorgen de klonten dril ervoor dat het in de vijver wemelt van de kikkerlarfjes maar dit jaar was er nauwelijks iets te zien. Waarom dat zo was, bleef raadselachtig. Maar opeens, wanneer de metamorfose van larf naar kikker zich heeft afgespeeld, kom je ze dan toch nog tegen. Ze zien er zo leuk uit, die kleine springers!

8 juli 2009

Bij het plukken van bessen viel mijn oog op dit beeldschone coconnetje. Wat zou er in zitten, wie heeft het gemaakt, ik heb helaas het antwoord niet kunnen vinden. Ook andere natuurliefhebbers  konden me niet helpen. Het coconnetje is slechts een paar millimeters groot, of liever gezegd: klein en het is bedekt met heel dunne vezeltjes. Dat kun je pas zien na het fotograferen als je zoiets kleins op je beeldscherm vergroot ziet. En dan die zwarte vlekjes erdoor, zo mooi! En kijk eens hoe het bevestigd is: met een akelig dun spinseldraadje. Als dat maar goed gaat!

7 juli 2009

De bloemen van het Vingerhoedskruid (Digitalis) verkeren letterlijk op het hoogtepunt van hun roem. Hier en daar steekt nog een nieuweling de kop op maar voor de massa is de bloeitijd alweer bijna voorbij. Als de kaboutermutsjes zijn afgevallen vormen de zaaddozen volop fijne zaden die door de wind verspreid worden en het is nog verbazingwekkend dat er niet nog veel meer planten uit voortkomen. Voor de zomer ten einde is, zie je in het bos overal frisse jonge rozetten staan want het Vingerhoedskruid heeft als devies "het eerste jaar groeien en het tweede jaar bloeien". De nieuwe planten doorstaan met het grootste gemak de strengste winters. Het Vingerhoedskruid is giftig, als je een wondje hebt aan je hand, kun je aanraking beter vermijden. Van het gif in de plant ga je niet dood, het kan wel hartritmestoornissen veroorzaken. In de (homeopathische) geneeskunde wordt er vanwege deze eigenschap gebruik van gemaakt .

6 juli 2009

Momenteel zijn er weer schitterende avondluchten te zien. Ik kan er heel lang naar blijven kijken; om te zien hoe de lucht telkens verandert.  Waar de hemel aan de westkant rood gekleurd is, vertoont hij aan de oostkant alle schakeringen van koele blauwtinten. Op een website over meteorologie staat geschreven: bij zonsondergang staat de zon heel laag aan de hemel. Op dat moment moet het zonlicht een langere weg door de lucht afleggen. Deze extra lucht verstrooit alle andere kleuren in het licht, behalve rood. Ik heb me ook eens laten vertellen dat hoe vuiler de atmosfeer is, des te roder de zonsondergang wordt doordat het zonlicht al die minuscuul kleine stofjes die door de lucht zweven rood kleurt.  Deze foto maakte ik gisteravond.

5 juli 2009

Op straat vond iemand deze prachtige Groene specht, kennelijk in aanvaring gekomen met een auto. Omdat de specht nog leefde, werd hij bij mij gebracht. Ik heb hem eerst in een open doos een poos in de schaduw op te tuintafel gezet waar hij aanvankelijk aardig leek op te knappen. Maar al snel bleek dat er iets helemaal fout was met zijn pootjes, hij kon er niet op staan. Ik heb hem toen maar afgeleverd bij het vogelasiel in de buurt in de hoop dat men hem daar nog kan opknappen. Als dat niet lukt, laten ze hem inslapen. Maar ik blijf liever hopen dat hij het zal redden en te zijner tijd weer terug kan naar de natuur. Ik heb dus geen telefoonnummer achtergelaten.
Het is altijd een voorrecht om een wild dier van zo dichtbij te kunnen bekijken, maar dit keer had het wel zo z'n nare kantjes. De Groene specht hoor in in het voorjaar veelvuldig lachen in het bos.

4 juli 2009

Het leek wel of gisteravond iedereen op hetzelfde idee kwam, zoveel mensen liepen in het bos. Allemaal even opgelucht dat de hitte na een fikse regenval verdreven was en ze hadden het er allemaal over: "heerlijk nu hŤ, het was wel afschuwelijk heet vandaag!" Tussen de nog druipende bomen liep ook een stel nog jeugdige zwijnen te scharrelen. Het is altijd grappig om te zien hoe ze je argwanend staan aan te kijken. De eerste die je ontdekt, geeft een knorretje zodat de andere weten: pas op je tellen, daar gaat een mens! Ze staan  doodstil, in afwachting van wat je gaat doen, klaar om als het nodig is weg te rennen. Zwijnen zijn nogal kippig dus hoe rustiger je je gedraagt, des te beter. Loop je langzaam voorbij, dan scharrelen ze snel alweer verder. Als er niemand in de buurt is, groet ik ze altijd en dat doet me dan weer denken aan mijn dochter. Toen die nog een kind was en naar school ging, liep ze geen kat voorbij zonder een aai en een groet: dag poes, nog een prettige dag verder! Het zit gewoon in de genen!

3 juli 2009

Overal in de natuur is en wordt nog steeds gewerkt aan nieuw leven. Veel vogels hebben de klus al geklaard, hun jongen zijn uitgevlogen en de taak zit erop. Andere gaan vrolijk door met nieuwe nesten, zoals de merels die dat de hele zomer vaak nog doen. In het bos zie je nu overal jonge zanglijsters op hun hoge poten over de grond hippen en in de vooravond laten hun ouders door luid gezang horen dat ze blij zijn dat het er voor dit jaar weer op zit, lang leve de vrijheid! Dit zwanengezin zwemt gezellig rond in een boerensloot, een idyllischer tafereel kun je je bijna niet voorstellen. Alleen de koekoeksbloemen op de oevers ontbreken nog!

2 juli 2009

Een paar dagen geleden werd me door iemand gevraagd wat foto's te nemen van haar tuin. Toen ik het tuinpad opliep, zag ik op de keurig groen geverfde voordeur een krans hangen. Daaronder een briefje: hier zit een vogelnestje, omlopen s.v.p. Het bleek te gaan om het nestje van een Winterkoning, een piepklein vogelwiegje, gebouwd midden in de gouden  krans van verdroogde bloemetjes. Als je heel voorzichtig je vinger naar binnen stak kon je de kleine eitjes voelen. Natuurlijk was ma winterkoningin even weg om te foerageren toen ik dat deed. Het grappige is dat aan deze deur steeds een andere krans hangt en elk jaar weer wordt daarin door een Winterkoning een nest gebouwd. Blijkbaar is zo'n krans heel verleidelijk voor de vogel. Misschien zijn inmiddels de jonge Winterkoninkjes al uitgekomen, ik zal het eens vragen.

1 juli 2009

Het is allweer de eerste dag van de zomermaand!  Dit overweldigende rood staat volop in mijn volkstuin, die hier en daar wel meer op een wilde tuin lijkt. Ik zag er deze vuurrode papaver ver-schijnen, rood op z'n best. Het is een kruising tussen wat wij "gewone klaprozen" noemen en de papaver somniferum, beide zijn papavers. De somiferumexemplaren kruisen allemaal met elkaar en zo ontstaan de mooiste kleuren, van bijna wit, tot roze en diepviolet. Deze knalrode exemplaren zijn nieuw op mijn tuin, ik vind ze fantastisch! Als je al chagrijnig zou zijn, zou dat gevoel in ťťn klap opslaan in vrolijkheid bij de aanblik van deze bloemen! Papavers zijn echte onrustplanten. In een bodem die zelden wordt omgewoeld, zul je ze niet vinden. Je ziet de gewone klaprozen dan ook veel op bouwterreinen of andere plekken waarin graafwerk is verricht of grond gestort.

30 juni 2009

Het zondigen tegen je eigen regels levert meestal slechte dingen op. Op de volkstuinen wordt veel gewerkt met netten om aardbeien, bessen en ander fruit te behoeden voor vraat van vogels. En inderdaad kunnen die behoorlijk huishouden in het vruchtenbestand. Helaas sterven elk jaar weer vogels in die ellendige netten. Soms zie ik het nog tijdig genoeg om ze met een klein schaartje dat ik altijd bij me heb, los te knippen, vaak hebben ze zich al dood geworsteld als ze gevonden worden. Vorige zomer zat er in zo'n net zelfs een ringslang gevangen. Ik gebruik die moordtuigen niet in mijn tuin en deel dan maar het fruit met de vogels. Meestal is er genoeg. Maar dit keer waren de Houtduiven zo druk bezig de zwarte bessen op te vreten dat ik bij wijze van uitzondering toch een net over de struik heb gedaan. Gisteravond vond ik daarin deze prachtige pijlstaartvlinder, het Avondrood (Deilephila elpenor). Zowel de forse rups als de nachtvlinder zijn spectaculair om te zien. Gelukkig was de vlinder niet dood, ik heb hem snel verlost en op een rustig plekje neergezet om bij te komen. Het net is er inmiddels af, ik doe het nu Ťcht nooit meer!

29 juni 2009

Tussen de bladeren van een struik zag ik deze spierwitte schoonheid zitten: de Vijfvingerige vedermot (Pterophorus pentadactyla), Hun naam danken deze vlindertjes aan hun vleugels die zo diep zijn ingesneden dat het net veren lijken. De vijfvingerige is de grootste van deze nacht-vlinders. In rust kunnen ze hun vleugeldelen als een soort luxaflex over elkaar laten vallen en dan lijkt het geheel een stuk minder opvallend, hetgeen weer in het voordeel is van de veiligheid. Zo'n spierwitte verschijning valt immers wel erg op. Deze zat verscholen achter een blaadje. Ik kneep het blaadje heel voorzichtig af en legde het zo neer op de struik dat de vlinder met de kop naar mij toe zat. Hij leek nu net op zo'n geavanceerd straalvliegtuig, de F111 dat de naam Nighthawk kreeg. Braaf bleef het motje zitten. Toen keerde ik het blad weer heel voorzichtig om zodat ik de mooie witte vleugels in vol ornaat kon fotograferen. Helaas had de vlinder geen zin meer om nog langer te poseren en vloog weg. Jammer.  Maar ja, een  mens moet ook niet overvragen!

28 juni 2009

Het lijkt heel wat op deze foto maar in werkelijkheid is het maar een kleine samengestelde bloem. Hij zat in een zaadmengsel dat iemand eens voor me meebracht uit AustraliŽ. Dit leuke blauw bloeiende plantje is het enige dat er van is overgebleven. Ik zaaide het mengstel vele jaren geleden in mijn volkstuin en na verloop van tijd zag ik er niets meer van terug. Tot dit jaar opeens weer een enkel plantje opkwam. Geweldig is dat, de kiemkracht van zaden! Heidezaad bijvoor-beeld kan na 50 jaren nog ontkiemen en in de sarcofagen van de oude farao's werden zaden gevonden die nÚg levenskracht bevatten. Deze bloempjes doen zo op het oog denken aan Blauwe knoop maar het is toch wat anders. Misschien is het familie, het blad is heel diep inge-sneden maar de plant maakt niet eerst een rozet. Bij "Blauwe knoop" moet je onwillekeurig denken aan de acties in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen drankgebruik een groot probleem was. Als je het drinken van alcohol af had gezworen, droeg je een blauwe knoop op je jas. Misschien moeten we maar weer zoiets gaan invoeren voor een deel van onze jeugd!

27 juni 2009

Met een foto van niks, genomen pal tegen de zon in, wil ik laten zien hoe het de ooievaar in Drenthe vergaat! Op de grens van Achterhoek en Veluwezoom biedt onze IVN-afdeling een speciale fietsroute aan langs een aantal ooievaarsnesten. Heel populair onder fietsers in het voorjaar. In natuurgebied de Wieden, waar ik onlangs was, keek ik mijn ogen uit naar de hoeveel-heid ooievaars die dŠŠr rondliepen en vanuit de lucht neerdaalden in het gemaaide grasland. Zoals wij hier de meeuwen achter een tractor zien aanvliegen, vliegen en stapten ze daar achter de maaier aan. Ze wisten precies dat tussen het afgemaaide groen lekkere hapjes te vinden waren: kikkers, muizen, insecten  die ze nu zonder veel moeite naar binnen konden werken. Het ooievaarstation De Lokkerij ligt er in de buurt en niet iedereen is daar even blij mee. Er worden dan wel geen ooievaars meer gefokt, de jongen worden momenteel wel opgevangen en gered van de hongersnood die dit seizoen in het noorden des lands al heel wat jonge ooievaars het leven kostte. Ook worden 's winters de exemplaren die geen trekverdrag meer vertonen, in leven gehouden met eendagskuikens. Er zijn  zoveel uivers daar dat die als reigers uit de vijvers in particuliere tuinen kikkers, vissen en salamanders staan te vissen. Ook voor de weidevogelstand is een dergelijke hoeveelheid ooievaars ronduit desastreus!

26 juni 2009

Hoewel de oogstmaand nog ver van ons is, wordt toch volop geoogst. Allerlei fruitsoorten zijn nu rijp, bessen hangen her en der aan de struiken en bomen en de eerste aardappelen worden uit de grond gegraven. Grassen en planten zitten boordevol zaden en op allerlei manieren worden die verspreid. Ze klitten aan vachten van dieren, verspreiden zich met de hulp van de wind of het water, laten zich in de directe nabijheid op de bodem vallen of laten zich lanceren zoals het Springzaad. De zaden van de Akelei vormen zich in een dicht zaadomhulsel tot ze rijp zijn. Dan gaan de deurtjes open en het geringste zuchtje wind of de kleinste beweging laat ze eruit rollen.

25 juni 2009

Als jong mereltje weet je niet wat je overkomt als je je broertjes en zusjes achter je laat, je instinct volgt en pardoes de wijde wereld in springt. Aan je vleugeltjes mankeert niks maar er zit nog geen staart aan je lijf en die heb je toch echt nodig om goed te kunnen vliegen. Je dwarrelt dus op de grond en je hoort je vader en moeder aan ťťn stuk door alarm slaan want overal schijnt gevaar te dreigen! Je kruipt dus maar stilletjes onder een plant of een muurtje maar je moet toch aangeven waar je zit, anders word je niet gevoerd. Als je die angstige periode hebt weten te overleven, ga je toch maar eens proberen of je nu omhoog kunt vliegen, en ja hoor, daar ga je. Achter je vader of moeder aan want die bezorgen je voedsel. Daarbij kom je onbedoeld op de vreemdste plekken terecht, zoals hier ergens op een vensterbank. Vreemde nieuwe wereld!

24 juni 2009

Dit harige beestje snelde in volle vaart voorbij en het was moeilijk om hem fatsoenlijk op een foto te krijgen want hij had haast, grote haast.  De hormonen in zijn lijfje stuwden hem vooruit op zoek naar een goed plekje om zich in te spinnen. Het is de rups van de Grote beervlinder (Arctia caja), een soort die leeft in de lage begroeiing van schrale graslanden. Soms zijn er twee generaties per jaar. De rupsen van de in juli en augustus vliegende vlinders eten zich een maandlang dik en rond en gaan dan overwinteren. In april gaan ze weer vrolijk verder met eten en in juni verpoppen ze. Dat is ook het moment dat je ze vaak aantreft bij het haastig oversteken van paden en wegen. Na een kort popstadium komen de vlinders tevoorschijn en die zien we dan in juli en augustus weer vliegen. De mooie grote vlinder vliegt pas na zonsondergang, het is een nachtvlinder. Opmerkelijk is dat hij als vlinder niet meer eet. Hij leeft op de reserves die hij als rups en in het popstadium had opgebouwd. Zijn leven is maar kort, het enige doel is voortplanten! De beer- vlinder heeft bruine voorvleugels met witte banden en rode achtervleugels met donkere stippen.

23 juni 2009

Toen ik tientallen jaren geleden voor het eerst een tuin te onderhouden kreeg, nam ik ook een abonnement op een tuintijdschrift. Daarin verscheen in herfst en lente steevast een lijst van bloemzaden die je bestellen kon. Toen ik daarin "Moederkruid" zag staan, leek het mij leuk dat te zaaien, en heel toepasselijk daar ik net mijn eerste kind gekregen had. Vol verwachting zaaide ik en wachtte vol spanning wat eruit kwam. Het Moederkruid (Tanacetum parthenium) bleek een uiterst bekende kamilleachtige plant te zijn met margrietachtige bloempjes. Ik vind hem erg vies ruiken! Moederkruid zaait zich makkelijk en overvloedig uit en de nakomelingen van het eerste zaad zijn nog altijd in onze tuin te vinden. In chique tuinen vind je hem niet, hij wordt vaak met wat minachting beschouwd als een ordinair geval. Ook In de vrije natuur kun je het Moederkruid vinden op o.a. braakliggende gronden, graslanden, langs muren e.d. Het Moederkruid moet overigens niet worden verward met Echte kamille, daar lijkt het oppervlakkig gezien wel wat op.

22 juni 2009

Deze schorpioenvlieg (Panorpa communis) ziet eruit als een voorwereldlijk monstertje. Je ziet ze op het moment heel veel, ze vliegen van mei tot augustus, vaak nog wel later. Als je ze ontdekt zitten ze meestal stil op een blad. Vanwege hun mooie vleugels worden ze soms voor een vlinder aangezien. In ons land leven vijf soorten schorpioenvliegen. Op de foto staat een vrouwtje; het mannetje heeft eveneens een rood uiteinde maar dat is nog wat groter en verdikt. Omdat het mannetje dit omhoog gekruld houdt, doet het sterk denken aan de schorpioen, vandaar de naam. Opmerkelijk is dat dit insect er baltsgedrag op na houdt. Soms voordat de paring begint, maar ook tijdens de paring scheidt het mannetje een eiwitrijk druppeltje uit zijn speekselklier af en legt het neer voor het vrouwtje dat het opzuigt. Ik veronderstel dat dit eiwitrijke vocht weer van pas komt bij het produceert van eitjes, een paar dagen na de paring. De eitjes worden in een kleverig balletje onder de grond gelegd. Zo zie je maar weer hoe interessant de kleinste insecten kunnen zijn. De schorpioenvlieg wordt niet ouder dan een maand. De larve leeft aanmerkelijk langer.

21 juni 2009

Het is zomer! Ik zag de eerste nieuwe vlinder, een Kleine vos (Aglais urticae), spiksplinternieuw!

Gepoederd in de geur van ongestadigheid
staat zij rondom gekleurd bekend. Zij danst.
Zij draagt een hart dat tussen vleugels niet
te horen tikt. Haar tong als een horlogeveer
gerold, proeft diep het holtst van elke bloem.
Chr. J. van Geel

 

 

naar boven