Natuurdagboek 

 

Natuurdagboek 2007                          Natuurdagboek Lente 2010
Natuurdagboek 2008
                          Natuurdagboek Zomer 2010                                               Natuurdagboek  Winter 2009           Natuurdagboek Herfst 2010
Natuurdagboek  Lente 2009             Natuurdagboek Winter 2010-2011

Natuurdagboek  Zomer 2009
Natuurdagboek  Winter 2009/2010


 

Herfst 2009

 

20 december 2009

In ons dorp is een fantastische speeltuin, zo'n ouderwetse die je vroeger veel had. Uit de wijde omtrek komen scholen hierheen voor hun schoolreisjes in de zomer. Maar nu is ook de ijsbaan open en in alle vroegte waren er de laatste dagen al mensen op de been en op de schaats. Met het uur nam de drukte toe, klonk er gezellige muziek uit de speakers en was er warme choco-lademelk. Het viel me op dat die kindjes, hoe klein ook, allemaal al echte schaatsen hadden, mooie witte laarsjes erop of echte noren. Mijn herinneringen aan de schaatspret van vroeger zijn houten schaatsen, touwtjes en riempjes die eeuwig los gingen, ijskoude vingers en idem tenen. Vandaag kan iedereen de schaatspret wel vergeten want de wind jaagt de sneeuw in het rond en alles is bedekt met een nieuwe witte laag. Voor de vogels is dit een rampzalige omstandigheid, die kunnen nu alleen nog maar terecht bij voer dat hangt of in overdekte vogelhuisjes ligt.

19 december 2009

Na een bar koude nacht met diepvriestemperatuur, zijn de vogels alweer druk doende met eten van alles wat de mens ze geeft. En in de huidige omstandigheden is het geen overbodige luxe de vogels er doorheen te helpen. Als wij naar buiten gaan, trekken we de dikste jas aan die we hebben maar zij moeten het doen met hetzelfde pakje veren. Ze kunnen hun veren hooguit wat opzetten om daartussen een isolerende luchtlaag te creëren. De temperatuur van een vogel is 40º en om die op peil te houden, moet hij voortdurend eten om het kacheltje te kunnen stoken. Maar de huidige nachten zijn lang dus zodra een vogel wakker wordt, moet hij meteen op zoek naar voer. Je kunt het nauwelijks bevatten dat deze kleine diertjes onze vriesnachten kunnen overleven. Denk hun veertjes weg en wat houd je dan over: slechts een paar gram gewicht! Voer de vogels daarom zodra u wakker wordt en ook nog eens voor het donker wordt. Ik haal de pinda's uit de netjes en stamp ze in de vijzel fijn. Zelfs de kleinste vogels kunnen ze daardoor eten. Pinda's zitten vol vet en geven veel energie. Prik er maar eens een op een satéstokje en steek hem aan, het zal u verbazen hoe hij brandt als een fakkel! Ook kuikenopfokvoer en speciaal insectenvoer, verkrijgbaar in de dierenwinkel, zijn aan te bevelen. Het lokt ook heel veel vogels.

18 december 2009

Terwijl grote delen van het land gistermorgen kampten met sneeuw, die zelfs hier en daar de wegen totaal onbegaanbaar maakte, leek het bij ons aan de Veluwezoom aanvankelijk te blijven bij een dun laagje vlokken. Net genoeg om foto's te maken voor de kerstkaart en net onvoldoende om de dieren het leven moeilijk te maken. Het is zo leuk om dan op stap te gaan en te kijken naar wie waar gelopen hebben. Je herkent het konijn aan zijn typische pootafdrukken, de zwijnen die altijd achter elkaar aan hobbelen en een slordig loopspoor achterlaten, terwijl het ree keurig scherpe afdrukjes in de sneeuw zet. Waar muisjes liepen, zie je het lichte sleepspoortje van hun staarten. Maar naarmate de dag vorderde, kwam er meer en meer sneeuw bij. Het leidde ertoe dat natuurgebieden werden afgesloten in verband met vallende takken die door de sneeuw dreigden af te breken. Onder die omstandigheden kun je inderdaad beter buiten het bos blijven.

17 december 2009

Ziezo, de voedertafel staat buiten gedekt en de vogels vinden er een feestmaal! In de tuin hing al van alles maar de voedertafel vind ik toch het leukst. Hij staat op het gazon zodat we hem vanuit de kamer mooi kunnen zien. Ik heb een pak ossenwit gesmolten, onkruidzaden en in de koffiemolen fijngemalen pinda's toegevoegd en in de helft van een van melkpak gegoten.  Toen alles gestold en stevig was, heb ik de zijkanten van het pak los- en afgeknipt maar de onderkant laten zitten. Zo staat er een stevig vierkant vetblok op de tafel. Uit het bos heb ik wat groene takken gehaald van bomen die recentelijk gekapt werden, die heb ik rondom de tafel gedrapeerd zodat geen kat er moeiteloos op kan springen. Gemengde zaden en zonnepitten liggen in een schaal en een grote plastic plantenschotel die als afdakje fungeert staat daar op een plantenstandaard overheen. Van wat bakstenen heb ik een hokje gemaakt waar een waxinelichtje onder kan branden om het water te behoeden voor bevriezen. Laat nu de vogels maar komen! Uit ervaring weet ik dat die er snel zullen zijn. We hebben al veel goudvinken, groenlingen, mussen, mezen, roodborst en merel. En natuurlijk de onvermijdelijke houtduiven die vanuit het bos hierheen komen omdat ze weten dat er 's winters bij de mensen in de buurt volop te eten is. Vol hoop en verwachting wacht ik nu op de Appelvinken die hier vorige winter dagelijks langs kwamen.

16 december 2009

Toen wij nog kinderen waren, sliepen we in ons ouderlijk huis in ijskoude slaapkamers. Het hele huis was trouwens ijskoud. Ik herinner me nog goed hoe vreselijk het was om je 's avonds uit te moeten kleden en ik wist niet hoe snel ik het koude bed moest induiken. Hoofd onder de dekens, helemaal in elkaar gedoken tot het bed de warmte van je lichaam begon over te nemen. Bij het opstaan kon je niet meer naar buiten kijken want het hele raam zat vol prachtige ijspatronen. Je kon ze laten verdwijnen door je adem tegen het glas te blazen. Kom daar nu nog eens om! Ook al stook je in de slaapkamers niet, onze huidige huizen zijn zo goed geïsoleerd en verwarmd dat die mooie ijspatronen nooit meer te zien zijn. Dus moet je ervoor naar buiten. Deze ijsvarens zag ik op een autoruit die na gebruik de hele nacht buiten bleef staan.  Het gaf een nostalgisch gevoel!

15 december 2009

Al heel lang buigen biologen zich over het verschijnsel ijsharen of ijsveren. Het is dan ook een schitterend natuurverschijnsel. Gistermorgen waren de omstandigheden weer perfect: hoge luchtvochtigheid en een temperatuur van een paar graden boven nul. Ik heb ze wel eens spectaculairder gezien dan dit keer, want de ijsharen kunnen wel tien centimeter lang worden. Het lijkt te gaan om een proces dat zich uitsluitend op oud beuken- of eikenhout afspeelt. En er lijkt ook een samenhang te zijn met een actieve schimmel die zich in het hout moet bevinden. Het gaat dan om het mycelium van zowel de Gele als de Zwarte trilzwam. Het verteringsproces in het vochtige hout maakt energie vrij waardoor het hout een fractie warmer is dan de buitenomgeving. Bij het verteringsproces wordt de verbrandingsstof kooldioxide naar buiten geperst, evenals het vocht in het hout. Zodra dat in de vrieslucht komt, wordt het water bevroren. De eerste aanzet voor de ijsharen is nu aanwezig en doordat het proces doorgaat, groeien de haren van onderaf aan. Op deze foto is dat ook goed te zien doordat vuildeeltjes van het hout mee omhoog gaan.

14 december 2009

Dit is een bloempje van de Kamperfoelie Lonicera fragrantissima. Het is bijna onvoorstelbaar dat er planten zijn die juist de wintermaanden uitkiezen om te gaan bloeien. Denk bijvoorbeeld ook aan de winterbloeiende jasmijn en  prunus. Insecten zijn er niet mee dus moest er een andere manier zijn om de bevruchting tot stand te brengen en de later verschijnende rode bessen te laten ontstaan. Dat gebeurt in dit geval door zelf- of buurbestuiving. Komt er stuifmeel op de rijpe stempel van dezelfde bloem, dan noemen we dat zelfbestuiving. Komt er echter stuifmeel terecht op de stempel van een andere bloem van dezelfde plant, dan heet dat buurbestuiving. Komt het stuifmeel terecht op de stempels van dezelfde bloemen maar van een andere plant, dan is het kruisbestuiving. Zo leerden we dat in de biologielessen op de middelbare school. Ik vond het de fijnste lessen! Deze kamperfoeliesoort geurt verrukkelijk maar dat heeft  in dit geval geen nut.
Of misschien juist wel, want het is wel heel bijzonder in de winterse kou zoiets op te snuiven.

13 december 2009

Langs de IJssel houden zich altijd wel ergens eenden op.  De winter is nog niet echt ingevallen en de meeste eenden tonen zich momenteel eerder schuw dan dat ze naar je toekomen in de hoop dat je wat te eten hebt meegebracht. Behalve een stel witte eenden dat meestal op de wallenkant bij de pont zit. Lang geleden waren er in ons land meer eenden dan kippen, die werden gehouden om hun eieren. Met dergelijke eenden werd ook volop gekweekt: hoe meer eieren zo'n vogel kon leggen, des te geliefder het beest was. Maar eendeneieren raakten uit de mode en die van kippen kwamen er voor in de plaats. De gehouden eenden werden aan hun lot overgelaten en begonnen zich te vermengen met de wilde eend. De vermenging van al die kleurschakeringen gaat nog altijd door zodat je de meest uiteenlopende verenpakjes tegenkomt.

12 december 2009

Onze kinderen hadden vroeger een boekje met de titel "Ogen op steeltjes" en het was beeldig geïllustreerd. Ik moest eraan denken toen ik deze dode slak zag, de oogjes op steeltjes dramatisch omhoog gericht. Ik vond het een merkwaardige ontdekking dat de boomstammen vol dode slakken zitten. Een slak leeft voornamelijk in vochtige omgevingen en kruipt weg als het te droog wordt voor zijn lichaam. Het zou hier kunnen gaan om de nakomelingen van de Oranje of de Zwarte wegslak. Vooral de oranje exemplaren zie je hier erg veel rondkruipen in de herfst. In deze tijd van het jaar zijn ze weggekropen en zijn in winterslaap. Maar waarom kropen deze jonge slakken dan tegen de boomstammen op en gingen daar dood? Het leek wel of ze overvallen waren door het seizoen, of de eerste nachtvorst van een tijdje geleden. Wie zal het zeggen!
De uitgebleekte lijkjes zullen wel een dankbare prooi zijn voor andere dieren, veronderstel ik.

11 december 2009

De niet aflatende regenval van de laatste tijd heeft van Nederland één sompige bende gemaakt. Akkers staan onder water, velden zijn bijna niet meer te begaan en in ons bos is het een vieze, modderige bende. Dat wordt nog verergerd door de werkzaamheden die er worden uitgevoerd. Er wordt hout gewonnen voor de verkoop. Met de opbrengst daarvan wordt weer onderhoud uitge-voerd. Met zware apparatuur worden bomen omgezaagd en de stammen meegesleurd naar plekken waar ze voorlopig gestapeld kunnen worden om later te worden opgehaald. De bos-bodem , die toch al doordrenkt is van vocht heeft er enorm van te lijden om over de wandelpaden maar niet te spreken! De tijd van de wintervlinders is zo goed als voorbij. De vleugelloze bevruchte wijfjes zijn naar de boomtoppen gekropen om hun eitjes te leggen en nog maar sporadisch zag ik op de stammen nog lijfjes van dode vlindertjes. Hun levenloze vleugeltjes wapperend in de wind.
De Kardinaalsmuts van gisteren blijkt de Euonymus fortunei te zijn. Met dank aan een lezeres.

10 december 2009

In onze tuin staat een exemplaar van de Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus). Ik kreeg hem ooit van mijn vader en inmiddels is hij bijna een kleine boom geworden. De zaaddozen, die met enige fantasie vergeleken kunnen worden met de muts die kardinalen dragen, zijn de sierwaarde van deze struik. Als de zaaddozen openbarsten, komen er mooie oranje gekleurde zaden uit waar de vogels verzot op zijn. Geheid komt hier ook de Zwartkop op af. Opeens blijkt er ook een variëteit van de Kardinaalsmuts in een hoekje van de tuin te groeien. Hij draagt al vruchten ook. Dit moet natuurlijk het product van kruising zijn en de verantwoordelijke daarvoor is een vogel. Ik heb op het internet proberen te achterhalen welke dit is, maar ik ben er niet in geslaagd. Feit is wel dat de oranje zaden hiervan blijkbaar niet lekker zijn want ze blijven aan het piepkleine struikje zitten. Dezelfde struiken worden vaak in parken e.d. aangeplant en ook daar zag ik dat de zaden er nog steeds aan zitten. De plant is in alle delen flink giftig maar dieren hebben er geen last van.

9 december 2009

Als je bij het haventje in Dieren staat, zie je aan de overkant van de IJssel het dorpje Bronkhorst liggen. Door de telelens lijkt het stadje dichterbij dan in werkelijkheid. Gemeente Bronkhorst bestaat uit een aantal dorpen en kernen tussen Doetinchem en Zutphen, die op 1 januari 2005 aaneen gesmeed werden tot een oppervlakte van 30.000 ha. Daarmee werd het een van de grootste plattelandsgemeenten van ons land. Maar het eigenlijke plaatsje Bronkhorst is de plek die in 1.000 al in de boeken opdook. Sinds 1482 heeft  het stadsrechten. Oorspronkelijk werd het gebouwd aan de voet van het kasteel van de heren van Bronckhorst. Het kasteel is er niet meer, ook de stadsgrachten zijn verdwenen maar nog altijd zijn er oude boerderijen en huizen van over. Het stadje telt momenteel 159 inwoners. Het plaatsje trekt enorm veel toeristen en er wordt van alles gedaan door de inwoners om aantrekkelijke elementen aan te bieden. Er is zelfs een museum: het Dickensmuseum. Een betere ambiance hiervoor is niet te vinden. Vanuit Dieren vaart de pont je de IJssel over en na een mooi fietstochtje bereik je dit bezienswaardige plaatsje.

8 december 2009

O, wat was ik gisteren blij met die heldere en droge dag! Het grauwe weer en de vele regen begonnen net flink greep op mij te krijgen. Met de fiets ben ik er maar eens opuit getrokken. Aan de waterkant valt altijd van alles te zien aan watervogels. Deze zwaan nam alle tijd voor een opknapbeurt en dat is een heel spektakel! Met veel vleugelgeklapper, geplons en gespetter, wipt de vogel op en neer en laat dan door zijn bewegingen het water over de vleugels stromen.  Vervolgens worden de veren gepoetst en glad gestreken maar meestal komt er nog een kleine beurt achteraan. Als dat alles achter de rug is, zwemt hij statig en onverstoord verder over het water. Een log dier op de wal maar een schoonheid als hij zich in zijn natte element ophoudt.

7 december 2009

De Roze dovenetel is een volhoudertje! Hij bloeit nog steeds op allerlei plekken en dat zal doorgaan tot de vorst er een eind aan maakt. Deze lipbloemige plant kan duidelijk toe met veel minder licht dan andere planten die het dan ook inmiddels hebben opgegeven. In het voorjaar begint de plant al heel vroeg weer te bloeien, dus de rusttijd van deze Lamium purpureum is maar kort. Lamium komt van het Griekse woord lamos, hetgeen muil betekent. (Denk ook aan Leeuwenbekje). En inderdaad, het lijkt wel iets op een openstaande bek. De bovenste lip vormt een dakje dat het stuifmeel behoedt voor nat worden en de onderlip vertoont een mooie tekening, het honingmerk, dat insecten lokt. De bloemen worden voornamelijk bestoven door hommels maar die zijn in deze tijd natuurlijk in geen velden of wegen meer te vinden.

6 december 2009

Ik zag net dat van de overvloed aan rode bessen die in de hulst zat, er nog maar enkele over zijn. In slechts een paar dagen is de struik totaal leeggegeten. Ik heb ze er wel bezig gezien: de hutduiven en de merels. Ik had zo gehoopt op kramsvogels of koperwieken, die waren er vorig jaar wel. Maar goed, blijkbaar is het in het noorden van Europa nog niet zo slecht dat deze vogels massaal zuidwaarts komen. Degenen die van plan waren hulsttakken vol bessen in hun kerststukjes te verwerken, hebben dus pech. Niet dat ik het erg vind, bij mij gaan de vogels voor. Het duurde wel opmerkelijk lang voordat de bessen aan de diverse struiken door de vogels gegeten werden en worden. Ik herinner mij toch ook wel jaren dat bijvoorbeeld de vuurdoorn meteen werd leeggegeten zodra de bessen rijp waren. In mijn volkstuin heb ik rode bessen-struiken die een overvloed aan rode trosjes dragen. Als de andere tuinders hun bessen al geplukt hebben, hangen ze bij mij nog wel een maand aan de struiken, tot ongeveer midden juli. Dan zijn ze zo zoet geworden dat er geen greintje suiker meer bij hoeft. Misschien is dat bij andere bessoorten ook wel zo en wachten de vogels gewoon tot ze lekker smaken. Zou toch kunnen?

5 december 2009

In het bos is momenteel niet veel te beleven: modder, natte bladeren, vochtig, eigenlijk niet eens heel plezierig om er te wandelen. Tussen de takjes van een mosplant vond ik het lijkje van een Gaasvlieg. De kleur was er al bijna uit en het lijfje bepareld met regendruppeltjes. Af en toe snap ik zelf niet hoe ik zoiets op het spoor kom. Ik hoorde dat er weer herten in het bos worden gesig-naleerd. Ik hoopte ze gisteren te zien maar er reed met veel kabaal een trekker rond die her en der naaldboompjes uit het bos plukte. Ze moeten gaan dienen als kerstboom. O, hoe vliegt de tijd weer heen. Winkels liggen alweer vol kerstspullen, niets lijkt meer gebonden aan het seizoen!

4 december 2009

Op dezelfde ruit waar ik laatst de Grote wintervlinder fotografeerde, zaten nu een heleboel Kleine wintervlinders (Operophtera brumata). Omdat dit nachtvlindertjes zijn, zoeken ze als het licht wordt, een plekje om de dag door te brengen. In dit geval de ruit. Dat hadden de meesjes al snel in de gaten en al fladderend voor het vensterglas hapten deze de vlinders weg.  De rups van de Kleine wintervlinder is groen met twee fijne gele streepjes en een felgroene kop. Als ze  volgroeid zijn, laten deze spannertjes ze zich in juni langs een spinseldraad naar de bodem zakken waar ze in het strooisel verpoppen. Daar blijven  ze liggen tot er in november een vlinder uitkomt. Die vliegt, afhankelijk van het weer en de temperatuur tot in december. Bij zachte winters zelfs nog tot in januari. De eiwitrijke rupsen vormen in het voorjaar het belangrijkste opfokvoer voor jonge kool- en pimpelmeesjes. In het bos viel het me  weer op  dat er ongelooflijk veel dode wintervlindertjes en losse vleugeltjes hingen op de bemoste boomstammen. Het leven van deze diertjes is maar  kortstondig. Hun wereld is de nachtelijke, koude en de nevelige omgeving van het herfstige bos. Wat een verschil met de fleurige familieleden die in de zomer vrolijk in de zon rondfladderen!

3 december 2009

Ik geloofde mijn ogen niet toen ik twee dagen geleden de Lupinus Cruikshankii in bloei zag staan! Dit is een eenjarige en zeer mooie soort die ik elk jaar probeer te bemachtigen. De zaden zijn namelijk niet elk jaar te koop. Zijn normale bloeitijd is juli en augustus. De nachtvorst van eergisteren heeft hem geen enkel kwaad gedaan want hij ontdooide en pronkte gewoon weer verder. Ik kreeg ook een melding, plus  foto als bewijs, van bloeiende primulaplanten!
Een attente lezeres van mijn dagboek meldde mij vandaag dat de wants die hieronder op de foto staat de Grondwants is. Latijnse naam: Kleidocerys resedae. Het is een wants die in de buurt van berkenbomen leeft en die hebben wij hier. De wants is maar een kabouter onder zijn soort-genoten, slechts paar millimeter groot en ik zag pas was het was toen ik hem uitvergroot op de computer zag staan. Tja, dat heb je soms als je van alles en nog wat met de camera vastlegt.

2 december 2009

Wat een heerlijke dag was het gisteren. Geen regen maar een frisse gezonde temperatuur, zonnetje erbij, heerlijk! Op de Natuurkalender is te lezen wat er allemaal nog groeit en bloeit of rondvliegt en -kruipt. Dat is heel wat. In een dergelijke situatie (die we overigens wel vaker beleven op dit tijdstip in het jaar) wordt er al snel gesproken over "de natuur die in de war is".
Maar dat is natuurlijk niet zo. De natuur reageert gewoon op de heersende weersomstandig-heden en de daarmee vergezeld gaande temperaturen. Zolang er geen vorst is, gaan sommige planten en dieren gewoon door met hun leven. Op de keukendeur vond ik gisteren deze wants. Het is de Kleidoceris resedae, een wants uit de grondwantsfamilie. Wantsen zijn altijd voorzien van een mooie tekening op hun lijven; patronen en kleuren zijn bij elke soort weer anders. Heel fraaie beestjes vind ik het!

1 december 2009

We zijn alweer beland in de decembermaand die door de ongewoonheid ervan meestal snel voorbij gaat. Tegen de blauwe lucht zag ik iets hangen waarvan ik eerst dacht dat het de zaad-dozen van de Plataan waren. Maar dat was niet zo, ze zijn van de zakdoekjesboom, vaantjesboom of lapjesboom, zoals ik hem ook eens hoorde noemen. Een oorspronkelijk uit China afkomstige boom die in mei bloeit met merkwaardige schijnbloemen. De echte bloem, die maar klein is, wordt geflankeerd door twee "flappen" die respectievelijk 8 en 16 centimeter lang zijn. Eerst zijn die groen maar wat later verkleuren ze naar wit waardoor het lijkt  of de boom beladen is met honderden zakdoekjes. De Latijnse naam is Davidia invlolucrata. Dat  de bloeiwijze bij iedereen dezelfde reactie wekt, moge blijken uit het feit dat in Duitsland de boom Taschentuchbaum heet en in Frankrijk Arbre aux pochettes. Ik wist alleen niet dat er zulke zaaddozen aan kwamen.

30 november 2009

Een medelid van onze tuinclub kwam tijdens haar vaarvakantie dit tafereel tegen en het sprak haar zeer aan, zozeer zelfs dat ze mij de foto toestuurde. En ik voer hem met plezier op in mijn natuurdagboek om even de grauwheid van het heersende weer te doorbreken. De naam van de boot getuigt al van vrolijke schippers en de schippersvrouw moet wel een echte tuinvrouw zijn, net als wij. Wij bedachten dat het zo moest zijn dat zij slechts met moeite haar tuin kan achterlaten en een substituut vindt in het volstouwen van de boot met bloeiende planten die overal op het dek staan en hangen. Dit vrolijke schip  zal in heel wat havens een vrolijke noot vormen. Geweldig!

29 november 2009

Als je heel lang op dezelfde plek woont en ook al die tijd in de omringende natuur rondloopt, ga je die natuur grotendeels kennen van haver tot gort. Je ziet hoe door de jaren heen dingen veranderen, een stuk bos gekapt wordt en de hergroei, je ziet grote bomen oud worden en ten onder gaan. Dat is met deze boom ook het geval. Hij diende lang geleden onze kinderen als klimboom, en later onze kleinkinderen. We hebben nog foto's waar ze zitten op de grote sterke horizontaal gebogen takken. Nu staat er slechts nog een skelet, een stuk stam van een meter of drie waar geen tak meer aan zit. Spechten hebben het vermolmde hout uit elkaar gehakt en alle mogelijke paddestoelen doen hun best om het restant op te ruimen. Pas liep ik er nog eens omheen en zag ik hoe de achterkant er totaal anders uit zag dan de voorkant. Alsof er niets aan de hand was. Toch zal binnen niet al te lange tijd dit boomlijk omver vallen. Weg herinneringen!

28 november 2009

Steeds tref ik onderweg natuurliefhebbers die mij vragen of ik soms nog wild gezien heb de laatste tijd. Maar net als zij zie ik niets meer. Het hele jaar door kwam je tijdens een wandeling wel een paar zwijnen tegen, of herten maar iedereen beklaagt zich erover dat er in "ons bos" niets meer te zien is. Vermoedelijk is de jacht op zwijnen dermate intensief en kregen de dieren zo weinig rustmomenten in hun leven, dat ze veranderd zijn in uiterst schuwe dieren. Heel jammer, temeer daar volgend jaar het jachtquotum zal worden aangepast en meer zwijnen op de Veluwe worden getolereerd. Ook edelherten en reeën houden zich schuil. Edelherten worden bejaagd tot in februari van het volgende jaar. De aanwezigheid van zwijnen kun je hooguit waarnemen aan de hand van de sporen die ze achterlaten. Zoals op deze plek waar een zwijn een bad genomen heeft in een plas die midden op het pad gevormd is door de vele regen van de afgelopen tijd . Daarbij laat zo'n dier zich lekker vallen in de blubber waarbij  zijn afdruk zichtbaar achterblijft.

27 november 2009

Al zó vaak was ik langs die tuin gefietst met die prachtige struikachtige plant die de hele winter trossen met knalrode bessen droeg. Toen ben ik maar eens afgestapt en zag er een kaartje aanhangen: Nandina domestica. Die moest ik ook hebben! Nu staat hij alweer een paar jaren in onze tuin en ik ben nog altijd blij dat ik hem gekocht heb. In de zomer draagt hij mooi groen blad en vormt hij witte bloemtros- sen. In deze tijd staat hij erbij alsof hij zeggen wil: niet treuren om al dat grauw en al die regen, kijk gewoon naar mij dan word je vanzelf vrolijk! En inderdaad, zowel bessen als blad zien er prachtig uit. Het roodverkleurde blad blijft eraan zitten tot het gaat vriezen. Zelfs de strenge winter van '08-'09 heeft hij prima overleefd.

26 november 2009

Tijdens de spaarzame momenten van mooi en zonnig weer zag je de afgelopen dagen toch nog wel wat insecten vliegen. Dansende wintermuggen zijn er altijd wel maar de laatste zweefvliegen en ander klein grut zullen toch weldra tot het verleden behoren want de weersvoorspellers verwachten lagere temperaturen en misschien wel de eerste winterperikelen. De klimop heeft niets meer te bieden. Nog lange tijd wat het daar een komen en gaan van insecten maar die periode is nu voorbij. De klimop is bezig haar bloesems om te vormen tot mooie bessen. Later in het seizoen worden die donker van kleur en dan aantrekkelijk voor merels en andere vogels.

25 november 2009

In bos en veld is het één grote natte bedoening! Velden staan onder water, bospaden zijn hier en daar nauwelijks nog begaanbaar en er wordt hevig gemopperd op het weer. De bosbodem ziet eruit alsof alle afgevallen blad voorzien is van een glanzend vernislaagje. Overal blijven volop de  paddestoelen uit de grond komen, soms zijn stronken er helemaal mee bedekt. Andere staan alweer in de wacht om ten onder te gaan, zoals deze paddestoeltjes die wel lijken op ouderwetse lampenkapjes.  Ach, en zo is er eigenlijk altijd wel iets leuks te zien als je er opuit gaat.

24 november 2009

Zo zag de wereld om ons heen er uit op 24 november 2008. Het bos was adembenemend mooi en ik was er niet uit weg te slaan want hoe vaak komt het nu voor dat we zo'n besneeuwde wereld hebben, dacht ik. Het werd echter een lange, koude winter met veel sneeuw en ijs. Reigers vielen bij bosjes om en de ijsvogelstand werd zo'n beetje gehalveerd. Zwijnen verhongerden doordat de bodem hard bevroren was en er ook nog eens geen eikels en beukennoten waren gevallen. Al met al vond ik het daardoor een naar seizoen! Een dubbel seizoen ook. Je wilt ervan genieten maar het lukt niet omdat je weet wat er om je heen gebeurt. Momenteel liggen in hetzelfde bos modderige paden, de regen stroomt langs de ruiten en van alles en nog wat staat in bloei.

23 november 2009

In het bos liep ik eens te kijken op de boomstammen om te zien of ik daar wintervlinders kon ontdekken. Nou, die waren er genoeg! Maar behalve een enkel exemplaar van de Grote winter-  vlinder vond ik er alleen maar heel veel lijkjes en losse vleugeltjes. Wintervlinders worden pas actief als de nachten kil en koud worden. Zonder voedsel tot zich te nemen, paren ze en leggen de vrouwtjes hun ongeveer 120 eitjes. Die eitjes komen uit in het voorjaar als de bomen in het blad komen en ze kunnen dan meteen aan het vreten gaan, waarbij ze enorme schade kunnen berok- kenen aan de fruitteelt. Al in 1912 stond in het Tijdschrift over Plantenziekten dat deze insecten zich "op onrustbarende wijze vermeerderden en den ooftteelt bedreigden". Sinds 1946 inventari- seert Wageningen Universiteit de wintervlinders en daaruit kwam naar voren dat deze de meest voorkomende plaaginsecten van ons land zijn. Ze kunnen eiken en andere loofbomen  in korte tijd volkomen kaal vreten. De boom herstelt zich wel weer en komt opnieuw in blad maar als het jaar na jaar gebeurt, verzwakt de boom en wordt hij vatbaar voor ziekte.

22 november 2009

Op ongeveer anderhalve km van ons huis ligt een dassenburcht. Dat de dassen vandaar naar onze tuinen komen om te foerageren, is gezien de afstand niet zo heel groot. Hoe moet dan verklaard worden dat in diverse tuinen om mij heen opeens dassenlatrines worden aangetroffen.  Volgens een medewerker van de dassenwerkgroep Brabant worden dassen vaak, wanneer ze een jaar oud zijn, uit de burcht verjaagd om een eigen plek te zoeken. Het kan dus goed mogelijk zijn dat er dichtbij een nieuwe dassenburcht is gegraven. Wat een leuke gedachte! Nog even terug naar 19 november toen ik schreef over de das in Laag Soeren. De vereniging Das en Boom veronderstelde, afgaande op de foto, dat het hier zou kunnen gaan om een oud dier dat verstoten zou kunnen zijn door jonge rivaliserende mannetjes. Als dat zo is, ondergaat deze das een schrijnend lot. Geen burcht meer, geen soortgenoten, dat moet voor zo'n sociaal dier dat altijd in familieverband heeft geleefd een vreselijk lot zijn. Het advies van Das & Boom was dan ook om de dierenambulance in te schakelen als de das weer overdag gezien wordt. Verder lijden kan het beest dan worden bespaard. Hoe mooi de natuur ook kan zijn, zij heeft ook nare aspecten.

21 november 2009

Een van mijn vriendinnen is behalve een tuinfanaat ook liefhebster van alles waar daarin rondkruipt, loopt of vliegt. Dat is de beste combinatie, lijkt me! Het jaar rond voert zij de levende have met hoofdzakelijk haverhout. Een niet meer te tellen aantal zakken gaan er doorheen en de fauna in haar tuin en ver daarbuiten is er blij mee. Hele muizenfamilies begeven zich ter tafel, de eekhoorns komen hun buikjes vullen en allerlei vogels pikken een graantje mee. Nu de zomer voorbij is, de herfst al een heel stuk op weg, en de portie natuurlijke proviand snel aan het afnemen is, is het op de voerplek een komen en gaan van vogels. En voor een (enigszins noodgedwongen) echte huismus als deze vriendin, is dit genieten van een continu draaiende natuurfilm!  En wie bij haar een bakje koffie gaat drinken, kan er van meegenieten, zoals ik!

20 november 2009

Gisteren moest ik even op mijn volkstuin zijn en heb daar toen ook eens even gekeken wat ik nog zag bloeien. En dat was heel wat, de ene plant stond er wat enthousiaster bij dan de andere en een enkeling bloeide alsof hij zich geneerde dat hij er nog was, zo schuchter! Ik zag onder meer: Robertskruid, Roze dovenetel, Damastbloem, Gele ganzebloem,Koekoeksbloem en heel veel verschillende viooltjes. Ook zag ik zowaar nog een witte bloem van de erwtenplant die optimis- tisch doch tevergeefs haar zaad had doen ontkiemen. Maar dan de Goudsbloem (Calendula), die stond erbij of hij zich geen fluit aantrok van de seizoenen. Volop bloemen producerend, niet verpieterd door de vele regen maar fier en vrolijk bloeiend in de late herfstzon. Wat een geweldige bloemen zijn dat. Ik zaai ze elk jaar, net als Zinnia's, als herinnering aan mijn kinderjaren. Als wij bij onze oma kwamen, had zij altijd bakken vol van deze blommen op haar balkonnetje staan. En toen vond ik ze al prachtig, net als de mooie Leeuwenbekjes die ze ook altijd had. Nostalgie!

19 november 2009

De Das (Meles meles) is een nachtdier dat overdag in zijn burcht blijft, samen met zijn familie of clan. Pas wanneer het donker wordt, verlaat een das de burcht om voedsel te gaan zoeken. Dassen hebben een territorium van ong. van 30 tot 50 ha. Tegen de ochtend keert de das weer terug naar het hol om te slapen. Dassen voeden zich met van alles en nog wat: kevers, larven, paddestoelen, gras, eikels, bramen enzovoort. In deze tijd van het jaar bouwen ze een dikke speklaag op waarmee ze de winter kunnen doorkomen. Deze das wordt de laatste dagen gesignaleerd in een woonpark in Laag Soeren. Om daar te komen moet hij of zij de autoweg zijn overgestoken. Dergelijke wegen behoren tot de belangrijkste vijanden van dassen, er worden heel veel dieren doodgereden en samen met verdrinking behoort dit tot de meest voorkomende doodsoorzaak. Dat deze das echter op klaarlichte dag in het park liep en zich ook nog liet kieken, lijkt me reden tot zorg. Is dit beest verdwaald? Misschien opgejaagd door honden? Dat zou jammer zijn want als een das te lang weg blijft, verliest hij de familiegeur en wordt niet meer herkend en geaccepteerd door de clanleden. Hopelijk gaat het met dit dier toch goed komen! Er is een mail gestuurd naar de bewoners, ik en benieuwd of daar nog reacties op komen.

18 november 2009

Elk voorjaar zaai ik een rijtje sierbiet in mijn volkstuin maar ik moet bekennen dat ik ze nooit gegeten heb. De planten zijn namelijk zo mooi dat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen ze te snijden. De sierbiet wordt ook wel warmoes genoemd en behoort tot de vergeten groenten. In de supermarkt zie je sierbiet niet liggen en elders kom je hem ook maar zelden tegen. Blad en stengels worden bereid als spinazie. De sierbiet is familie van de rode - en voederbiet. De vuurrode stengels zien er werkelijk oogverblindend uit als de zon er doorheen schijnt. Ik vind ze zo mooi dat ik ook een paar planten in de tuin bij ons huis heb gezet en daarvan geniet ik nog dagelijks. Zolang het niet gaat vriezen, blijven de rode stengels de grauwe dagen opvrolijken!

17 november 2009

Toen iemand mij liet weten dat er tientallen nachtvlinders in de buurt van zijn buitenlamp zaten, ben ik er meteen gaan kijken. Ik vond het wel merkwaardig want dit is niet op alle plekken het geval. Dit huis lag recht tegenover de bosrand en de aanvliegroute lag volkomen vrij, misschien heeft dat meegespeeld. Deze vlinders komen op het lamplicht af maar tegen de morgen gaan ze in rust. Dat wil zeggen: ze zitten plat tegen de muur, tegen het raam of op een blad. In het bos moet je ze zoeken op de stammen van de bomen. De gefotografeerde vlinder is het mannetje van de Grote Wintervlinder. Nachtvlinders vinden elkaar niet op het oog. Ze vinden elkaar door middel van feromonen, een geslachtelijke lokstof. De insecten hebben geen monddelen, evengoed kunnen ze wekenlang leven, bij koud weer zelfs langer dan wanneer het zacht is. De vlinders die rondvliegen, zijn de mannetjes. De vrouwtjes hebben geen vleugels meer, die zijn gedegenereerd tot kleine stompjes. Ze slijten hun leven op de stammen van diverse bomen en hun enige taak in het leven is om eitjes te leggen.  Het doet denken aan lang geleden: de "goeie ouwe tijd" toen de mannen er op losbolden en de vrouwen braafjes achter hun breiwerkjes zaten. Wat een leven!

16 november 2009

In ons dorp staat een aantal al forse exemplaren van de Moerascypres (Taxodium distichum). Zulke bomen verwacht je niet op een grasveldje in een woonwijk maar eerder in een park of op een landgoed. Het zijn echt schitterende bomen en op dit moment in de herfst zien ze er imponerend uit met hun verkleurende naaldenmassa. Dit is een uitheemse naaldboom die haar naalden laat vallen als de winter dichterbij komt. Oorspronkelijk groeit deze boom in het zuid-oostelijk deel van Amerika waar hij een groot deel van het jaar in het water staat. De boom maakt als antwoord daarop luchtwortels waarmee voor de benodigde zuurstof kan zorgen. De bomen die hier staan, doen dat niet want in de droge grond zijn zulke wortels overbodig. In Amerika kunnen dergelijke bomen stokoud worden en een enorme omvang bereiken. In ons land hebben ze zich aangepast maar ze worden nooit zo oud noch zo dik. Wel worden het imposante bomen.

15 november 2009

Ik herinner mij nog goed dat ik hogelijk verbaasd was toen ik leerde dat er aanzienlijk meer nacht-vlinders zijn dan dagvlinders. Onder die nachtvlinders heb je overwegend saaie, grijze muizen maar er zijn er toch ook die prachtige kleuren hebben. In ons land leven ongeveer 2.000 verschi-llende soorten. Op zich is het heel begrijpelijk dat zo'n insect er niet opvallend uitziet want dat zou hem tot een makkelijke prooi maken voor vogels; vooral koolmezen weten er wel raad mee.  Daarom zie je ze ook niet snel als ze overdag met de vleugels plat op een boomstam zitten, zo goed gaan ze op in kleur en structuur van de boom. De vlinders die wel fraai gekleurd zijn, hebben een andere truc om de belagers van zich af te houden: zij spreiden snel bij gevaar hun vleugels waarbij er bijvoorbeeld afschrikwekkende schijnogen tevoorschijn komen. De Nachtpauwoog is daar een voorbeeld van en bij de Dagpauwoog kun je goed zien dat die hetzelfde gedrag vertoont. De vlinder hier is een mannetje van de Najaarsspanner (Agriopis aurantiaria).  Zoals de naam al aangeeft, is het een vlinder uit de familie van de Spanners. Deze vliegt tot laat in augustus.

14 november 2009

De kleine viooltjes, die vaak ten onrechte als "bosviooltjes" worden verkocht, staan buiten op de tafel te groeien en te bloeien dat het een lust is. Ze dienen ter compensatie voor de steeds meer afstervende bovengrondse plantendelen die, hoe je het ook wendt of keert, een wat troosteloze aanblik bieden. Het kan allemaal bij het seizoen horen, maar mij kan het niet bekoren. De viooltjes zijn speciaal gekweekt om de winterse kou te kunnen doorstaan en dat lukt heel aardig. Viooltjes spelen in allerlei buitenlandse culturen een rol. In "a midsummer nightsdream", van Shakespeare, perst de dwergenkoning Oberon het sap van viooltjes in de ogen van een vrouw waarna zij verliefd wordt op de eerste die ze ziet na haar ontwaken. En dat is Oberon natuurlijk. Het is natuurlijk ook zo: viooltjes  zijn ook heel innemend met al die verschillende smoeltjes.

13 november 2009

Ik zag hem zitten buiten en ging heel langzaam dichter naar het raam toe. Verbaasd zat hij me aan te kijken, alsof hij zeggen wilde: wat ben je nou toch aan het doen! Ik heb een groot zwak voor de roodborstjes. Als je in de tuin bezig bent, hippen ze om je heen in de hoop dat je een lekker larfje naar de oppervlakte brengt, of een vette regenworm. In de winter verblijden ze je op grauwe dagen door een parelend liedje voor je te zingen. Voor wie zouden ze dat ànders doen! Niet om een partner te lokken, daar is het de tijd niet voor. Niet om hun territorium af te bakenen, of toch wel? Ach nee, het is gewoon voor de eigenaar van de tuin die dermate wordt ingepakt door dit lieflijke  vogelliedje dat hij in ruil broodkruimels strooit, of wat havermout op de plank legt, met af en toe een vette meelworm erbij! Volgende maand mogen ze weer gezellig op een kerstkaart!

12 november 2009

Sommige bomen ziet er heel mooi uit door de algen en het mos die langs hun stammen groeien. Toen er nog geen gps'jes op de markt waren, leerde je dat je goed moest opletten op zulke bemoste bomen, daarvan zou je kunnen aflezen welke kant je uit moest lopen. Aan de zonzijde van een boom vind je namelijk geen mossen, wel op de noordkant, waar de zon niet kan komen en waar het dus veel vochtiger is. Met de vele regen van de laatste tijd floreren de mossen dat het een lust is. Ook algen voelen zich er  thuis. Samen vormen ze een schilderachtig plaatje. Ook de mossen op de bodem staan er nu geweldig bij. Een hectare mos kan bij elkaar wel 30.000 liter water opnemen. Als je een pluk uitknijpt, zie je dat het water eruit druipt. Net als bij een spons.

11 november 2009

De vliegezwammen doen het geweldig dit jaar. Ze houden niet op overal te verschijnen. Deze had een hoed van maar liefst 20 centimeters in doorsnede. De vliegezwam behoort tot de hallucinogene groep zwammen, de paddo's, zoals dat in modern Nederlands heet. Van deze groep paddestoelen vind je op sommige websites recepten hoe je er een opwekkend gerecht van kunt maken. Over de vliegezwam las ik dat je je na het eten van twee velletjes van de hoed heel prettig gaat voelen. Het zou je lust tot praten bevorderen en je krijgt reuze zin om te gaan dansen en fluiten! Kleuren worden intenser en je voelt je krachtig en fit, en dat alles houdt zes uren aan. Het lijkt me dat je beter maar een bescheiden glaasje alcohol kunt nuttigen als je stemming een opkikker nodig heeft. Nog beter is het lekker naar buiten te gaan, daar wordt je ook vrolijk van!

10 november 2009

Achter loszittende stukken boomschors houden zich heel vaak pissebedden op. Ze zien er merkwaardig uit met hun bepantserde lichamen en aan hun poten kun je zien dat die op de poten van kreeften lijken. Ze behoren dan ook tot de kreeftachtigen. Hun lijf bestaat uit drie delen, al zou je dat op het oog niet zeggen. De kop zit natuurlijk aan de voorkant; met hun antennes kunnen ze ruiken als aftasten. Het lichaam bestaat uit zeven overlappende kalkachtige hoornplaten en hun achterlijf heeft zes segmenten waarvan je er maar vier goed kunt zien. Op die achterlijfsegmenten zitten gepaarde poten die door de tijd heen veranderd zijn in kieuwen waarmee de pissebed water kan opnemen. Begrijpelijk is dus dat ze leven in omgevingen waar het vochtig is. Miljoenen jaren geleden zijn ze uit de zee gekropen om hun leven voortaan op het land door te brengen. Er zijn - ook in onze tuinen - meerdere soorten pissebedden. Een soort die beter tegen droogte kan, is de rolpissebed. Die vingen we in onze kinderjaren in de tuin en gingen er mee knikkeren.

9 november 2009

Zo'n dag als gisteren, toen het  grijs en nevelig was, merkte je meteen wat een uitwerking dat heeft op de stemming van mensen. Wetenschappers doen al heel lang onderzoek naar de invloed van het weer op de mens en bijvoorbeeld voor grauwe en mistige dagen is er samenhang vastgesteld tussen pijnen, depressies, luchtwegproblemen e.a.  Ook het zonlicht en de luchtdruk kunnen gevolgen hebben op het functioneren van lichaam en geest. Verlaging van de luchtdruk kan migraine veroorzaken en wonden hele sneller bij droog weer. Er zijn websites die zich geheel op deze materie richten en vierdaagse humeurprognoses geven op  basis van de weersomstan-digheden. In sommige landen om ons heen worden tegenwoordig bioweerberichten gegeven. Bij dergelijke  weersdiensten werken artsen die uitzoeken wat het heersende weertype kan bete-
kenen voor de gezondheid van mensen. Geen wonder dat we over het weer nooit uitgepraat raken.

8 november 2009

Je kunt je bijna geen treuriger aanblik voor de geest halen als een lariksbos in de herfst. Deze naaldboom die als uitzondering jaarlijks al zijn naalden vallen laat, vertoont geen mooie herfstkleuren maar  geeft een verblekende saaie kleur aan de naalden die  zich snel en gewillig  overgeven aan de opdracht  ter aarde te dwarrelen. Van zo'n lariksbos wordt je treurig, er valt niets aan te bewonderen zoals aan de loofbomen die stuk voor stuk de fraaiste kleuren gaan vertonen voor ze de pijp aan Maarten geven. Gelukkig weet je dat de Lariks in het voorjaar op spectaculaire wijze zijn rentree zal maken. Wanneer teergroene naaldenpakketjes uit de knoppen beginnen te piepen en de boom zich tooit met innemende roze jonge kegeltjes. Alleen al hierom is de Lariks een onmisbare boom in het bos. Maar  tevens een favoriete bij de kleine Goudhaantjes die het lariksbos tot een muziekdoos maken voor mensen met een  goed gehoor. Want het lieflijke geluid van deze vogeltjes is heel  hoog, ijl en ook nog vrij zacht.

7 november 2009

Zolang de vorst uitblijft, is er aan paddestoelen geen gebrek. Deze "uitgestoven" parelstuif-zwammetjes die eerder volzaten met stoffijne sporen, hebben nu lege buikjes en langzaam staan ze te verflensen. Als deze buikzwammetjes nog jong zijn, zijn ze prachtig wit van kleur en zitten de vruchtlichamen vol kleine uitsteekseltjes. Het zijn de restanten van het eiwithoudende vliesje dat er in het allereerste begin omheen zat en dat uit elkaar valt als een paddestoel verder groeit. Ook hebben ze nog geen gaten in hun hoed. Die komen er pas in als de sporen rijp zijn. Vervolgens moeten regendruppels de sporen eruit jagen. Bij elke tik op hun buikjes, stuift er een wolkje sporen omhoog. Dat kun je ook heel goed zien als je er zachtjes in knijpt. Het aardige van de Parelstuifzwam ((Lycoperdon perlatum)  is dat er steeds weer nieuwe verschijnen. Zo kun je ze in alle stadia naast elkaar vinden. Leuke paddestoeltjes die altijd in een groepje bij elkaar staan.

6 november 2009

Terwijl zijn bladeren er al de brui aan beginnen te geven, stuwt de Kerria Japonica nog een enkele bloem uit zijn krochten omhoog. Waarschijnlijk met een laatste inspanning. Maar wat wil je, er komt vocht genoeg uit de lucht en nachtvorst blijft afwezig, dus hier en daar zie je nog steeds bloeiende bloemen. Een paar dagen geleden zag ik zelfs een paar bloeiende klaprozen in de wegberm staan en ook een paar bleekroze exemplaren van de Koekoeksbloem. Terwijl je in het vroege voorjaar een gat in de lucht springt als je een bloeiende plant ontdekt, bekijk je zo'n
nakomeling in het najaar enigszins meewarig: ach gut, die probeert het nog even. Maar je wordt  er niet meer zo blij van als eerder in het jaar. Raar eigenlijk, het past zeker niet meer in ons bioritme!

5 november 2009

Het weer vormt een onderwerp waar niemand ooit over raakt uitgepraat. Vooral als er veel regen valt, wordt er enorm geklaagd want samen met het kortere daglicht worden de grijze dagen niet altijd even goed verdragen. Ik moet bekennen dat ik daar ook snel last van heb. Dat het klimaat op aarde verandert, is onderhand wel vast komen te staan. Maar goede klimaatvoorspellingen blijven moeilijk ondanks de geavanceerde middelen die men tegenwoordig gebruikt. Deze week komen vanuit de hele wereld mensen (klimaatmodelisten) naar het KNMI in De Bilt om zich te buigen over de vraag hoe de voorspellingen kunnen worden verbeterd. Vooral de oceanen zijn daarvoor heel belangrijk en met boeien en satellieten worden allerlei nieuwe gegevens verkregen over o.a. het zoutgehalte van het water in de diverse oceanen. Verder worden natuurlijke klimaatschom-melingen en uitstoot van broeikasgassen naast elkaar gelegd en de totaalsom van dit alles moet het mogelijk maken om tot betere voorspellingen te komen voor het volgende decennium.

4 november 2009

Gisteren heb ik maar eens een Groene kool van de volkstuin gehaald. In ben er niet zo'n liefhebber van maar in bepaalde gerechten smaakt hij voortreffelijk. Helaas, de kool was niet meer te gebruiken want hij zat tjokvol uitwerpselen van rupsen en was door de vraat van die beesten helemaal kapot gemaakt. Kolen kun je niet kweken zonder ze te beschermen tegen het bijbehorende Koolwitje. Er wordt van alles gebruikt om deze vlinders te weren: koolkragen, insectennetten, spuitmiddelen. Die laatste mogen op onze volkstuinen gelukkig niet gebruikt worden. Ik gebruik - ook om mijn bessenstruiken voor vogels te beschermen - nylon stukken "horrengaas" die je zomers overal in doosjes kunt kopen. Die heb ik aan elkaar genaaid tot ik een grote flinke lap had. Hierin blijven geen vogelpootjes vastzitten. Maar om de kolen had ik dit net niet zorgvuldig genoeg aangebracht waardoor de rupsen er een vreetfeestje konden bouwen!

3 november 2009

Langs de IJssel zijn altijd eenden te vinden. In de winter komen daar de smienten bij, de mooie fluiteendjes, maar die heb ik nog niet gezien. Vanuit het koude noorden komen ze naar ons land en zijn in de winterperiode volop te zien als ze met grote aantallen foerageren op het grasland. De honkvaste eenden aan de IJssel weten dat er altijd mensen zijn die brood voor ze meebrengen en dit eendje, dat als enige daar rondliep, kwam vol verwachting naar mij toe. Maar nee, ik had niets bij me. Als het streng wintert en de eenden honger gaan krijgen, ga ik wel eens een bekende grote winkel binnen om daar een paar zeer goedkope broden te kopen. Die breng ik dan naar de eendjes die op elke bezoeker luid snaterend komen afrennen om in een verbazing-wekkend tempo alle broodstukjes naar binnen te werken. Maar zover is het nu nog niet, dus dit eendje droop wat teleurgesteld weer af. Hij had nog genoeg natuurlijk voedsel ter beschikking.

2 november 2009

Tussen het afgevallen geelbruine blad van de eik zag ik een paar vuurrode bladeren liggen. Deze bleken echter niet op de grond te liggen maar vast te zitten aan een pas ontloken nieuw eiken- boompje. En overal op de bodem stonden deze jonge planten. Een conclusie lag voor de hand: als een eikel ontkiemt en het begin van een boompje wordt, heeft hij bladeren die boordevol anthocyaan moeten zitten. Deze felle rode kleurstof zie je nooit op die manier in de bladeren van een volwassen boom. Hoe dat nou in elkaar zit, en waarom dat zo is, ik heb geen flauw idee! In het bos vielen de bladeren ruimhartig naar beneden. Je kon ze zelfs hóren vallen terwijl ze naar beneden dwarrelden.  En er hangt zo'n  heerlijke kruidige geur in het bos. Herfst op z'n best!

1 november 2009

Het water in rivieren en plassen staat nog steeds behoorlijk laag. Er moet nog heel wat regen naar beneden komen, willen de kribben en strandjes weer overstroomd worden. Langs de grens van het water vind je vaak zoetwatermosselen. Ook Zwanenmossel genoemd. Ze zijn uitstekende indicatoren voor de kwaliteit van het water: hoe meer verontreinigd hoe minder mosselen. De mossel, die twee stevige spieren heeft om zijn schelpen op elkaar te houden, leeft in symbiose met het bittervoorntje. Als het mannetje van deze vissoort een mossel gevonden heeft, blijft hij daarbij in de buurt tot zich een vrouwtje aandient. De eitjes die worden geproduceerd, vinden een veilige plek binnen de mantel van de mossel en blijven daar tot ze visjes geworden zijn die groot genoeg zijn om de wijde wateren in te zwemmen. Op de mossel zelf zie je groeiringen. Het diertje dat er in zit, beschikt over twee kliertjes die schelpkalk kunnen afscheiden. En als het diertje binnen de schelpen groeit, groeit op die manier ook de mossel mee doordat er een nieuw randje bijkomt. Soms ontstaat er enige groeistilstand als de omstandigheden wat minder zijn. Door de groeistilstand ontstaat dan de lijn die we, net als bij bomen, als groeilijn kunnen bestempelen.

31 oktober 2009

Wat ligt er weer een prachtige herfstdag achter ons. De temperatuur was zo zacht dat ik mensen zonder jas op de fiets voorbij zag rijden. Toen de mist opgetrokken was, heb ik een kijkje genomen rondom de Posbank in Rheden. Het wemelde er van de mensen die van deze dag wilden genieten en de natuur deed er alles aan om dat mogelijk te maken. De bosranden stonden er werkelijk vlammend bij, wat een feest! Dit soort dagen zijn gewoon een cadeautje dat je met beide handen aanpakken moet, en het beeld van dit herfstige kleurenspektakel moet je opslaan op de harde schijf in je hoofd en even terughalen als er weer  van die onvermijdelijke akelig grijze dagen volgen die zo kenmerkend zijn voor deze periode van het jaar.

30 oktober 2009

Nog steeds bloeit de Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) in mijn volkstuin die er voor het overige onderhand behoorlijk mistroostig uitziet. Wat schrijft Thijsse ook alweer over deze bloem:
"En dan de Oost-Indische kers! Wat zouden we moeten beginnen zonder dezen vriend uit Mexico. Waarmee zouden we anders onze balcons en vensterbanken versieren, waarmee onze hekjes maskeren of kleurige randjes maken langs paden en muren. Hoe zouden we anders voor een paar centen zaad een overvloed kunnen krijgen van groote, mooi gevormde, prachtige gekleurde bloemen te midden van ronde, gave matgroene bladeren op sappige, kronkelende steeltjes?"
Wat zou ik Thijsse graag hebben gekend, een wandeling met hem kunnen maken, al was het alleen maar vanwege de geweldig inspirerende manier waarop hij vertelt over de natuur.

29 oktober 2009

Nachtelijke mist comprimeert zich
tot glasheldere druppels
die zich parelend hechten aan de halmen van het gras
Zo maken ze van iets doodgewoons
een schitterend spektakel.

28 oktober 2009

Op de website http://www.microlepidoptera.nl/nieuws/20.php staat te lezen hoe grootschalige beheersmaatregelen (lees: verdelging van het Jakobskruiskruid) de Kruiskruidvedermot de das om hebben gedaan. In West-Europa komt dit kleine vlindertje maar heel weinig voor en het zou om die reden juist beschermd moeten worden. Vorig jaar vestigde zich in Friesland een kolonie van deze motjes op het Jakobskruiskruid, hetgeen bijzonder was omdat de rupsen tot dan slechts gezien waren op het Waterkkruiskruid. Een mooie ontwikkeling dus en een aanpassing van de soort waardoor de levensvoorwaarden voor dit motje vergroot werden. Helaas wordt in ons land een heksenjacht gevoerd tegen het Jakobskruiskruid en waar het ook staat, wordt het verdelgd, zelfs op plekken waar het absoluut geen kwaad kan. Voor paarden kan het schade opleveren als het gegeten wordt en/of in het hooi terecht komt en daar kan rekening mee gehouden worden. Dat het overal uitgetrokken of doodgespoten wordt, is gewoon te gek voor woorden: men roeit deze plantensoort gewoon uit, ook al wordt steeds verkondigd dat dit niet te bedoeling is! De provincie Gelderland heeft gemeenten een overeenkomst laten ondertekenen waarin zij zich verplichten het Jakobskruiskruid te bestrijden. Wat een onzalig initiatief! Of het elders ook zo is, weet ik niet.

27 oktober 2009

De herfstkleuren beginnen langzaamaan naar hun hoogtepunt te gaan. Vooral de esdoorn-soorten maken er een show van. Elke variëteit heeft weer zijn eigen manier van verkleuren maar allemaal zijn ze even mooi en trekken alle aandacht naar zich toe! Ik vroeg mijn oudste kleinzoon of hij nog wist hoe het in elkaar zat. Ja hoor oma, zei hij: bladeren hebben heel veel kleuren maar die zie je niet omdat er zoveel bladgroen in zit dat de andere kleuren er niet doorheen kunnen komen. In de herfst trekt de boom het bladgroen terug in de takken en stam en dan zie je ook de andere kleuren. En in de lente stoppen de bomen het bladgroen weer in hun nieuwe blaadjes! Zo, dacht ik bij mezelf, eenvoudiger kun je het toch niet vertellen. Hij was de enige van zijn klas die het kon uitleggen in de les over de herfst. De juf zei dat ze onder de indruk was. Oma apentrots natuurlijk!  Tja, de appel....., soms blijft er een dicht bij de stam liggen.

26 oktober 2009

Als ik een paar dagen in het westen van het land ben geweest, besef ik weer hoe heerlijk ik het vind om in het oosten te wonen. De drukte ginds, de grote steden, de eindeloze verkeers- stromen, ik pas er niet goed in, ik ben gewoon geen stadsmens. Zodra ik bij Utrecht ben geko-men, begin ik de stal weer te ruiken: de eindeloze stroken weiland met slootjes ertussen veranderen weer in verticaal groen. Ik kan me goed voorstellen dat mensen de weidsheid en de eindeloze wolkenluchten niet kunnen missen, maar ik prefereer de beschutting van het groen met de vogels erin en het wild dat je verrast. Voor het pure Hollandse landschap kan ik ook naar de IJssel die vlakbij ligt. Waar het water altijd stroomt, de hemel de rivier blauw of grijs kleurt en de uiterwaarden liggen die altijd vol ganzen zijn. En daarbij hun altijd klinkend drukke gesnater.

25 oktober 2009

Witte klaverzuring (Oxalis acetocella) waar doorheen een paddestoeltje de kop opsteekt, een grotere tegenstelling lijkt niet denkbaar: klaverzuring is immers een zeer vroegbloeiend bosplantje, net als bosanemoon en speenkruid. Maar in tegenstelling tot de andere bloeiertjes verdwijnt bij Klaverzuring niet het blad wanneer de lente vordert, het is zelfs wintergroen.  Het is een overblijvende plant die schaduw mint en graag op humusrijke, wat zure bodem groeit. De blaadjes kennen een slaapstand, ze gaan hangen als er teveel zon op schijnt. Daar houdt dit plantje niet van, het heeft liever nog wat meer schaduw en het kan nog assimileren (benodigde suikers opbouwen uit koolzuur) bij slechts een 200ste deel van het normale daglicht!  De bloem-pjes van de Klaverzuring verdienen het om van heel dichtbij bekeken te worden, ze zijn zo mooi en teer dat ze ieder mens wel moeten bekoren. Hier in het oosten is het een veelgezien plantje, vooral op de landgoederen kom je er vaak een massa van tegen. Ook in Limburg groeit het veel maar in de rest van het land is de klaverzuring min of meer zeldzaam tot zeer zeldzaam.

24 oktober 2009

In de middag is de temperatuur op zonnige dagen nog heel behaaglijk. De zonnestralen hebben nog genoeg kracht om warmte te verspreiden en daar maken sommige vlinders dankbaar gebruik van. Gisteren zag ik nog een Dagpauwoog zitten die stilletjes zijn accu zat op te laden want zelf kan dit koudbloedige insect zijn temperatuur niet regelen. Wat me aan deze foto meteen opviel is dat een dagpauwoog die "ondersteboven" zit, er opeens heel anders uitziet en dat was me nog nooit zo opgevallen als nu. Kijk naar zijn mooie blauwe ogen die je zo aardig aankijken. En dat lijfje dat hier een neus geworden is! Die ogen worden ook gezien door eventuele vijandenden die zich erdoor laten afschrikken. Je ziet een dagpauwoog dan ook voortdurend met de vleugels klapwieken. Vlinders zie je nu toch steeds minder, de overwinteraars gaan in rust.

23 oktober 2009

Mijn kleinzoon ontdekte ze: een paar violette knolvormige paddestoelen. Het ging om de Violette gordijnzwam (Cortinarius violaceus). Ik had ze nog nooit gezien op de plek waar ze stonden en ook de soort had ik nooit eerder waargenomen. Het duurde maar liefst drie weken tot ze volledig waren uitgegroeid tot zwammen met fraaie hoeden. Om de twee weken ben ik gaan kijken en heb ik ze gefotografeerd. Ze blijken zeldzaam tot zeer zeldzaam te zijn en je vraagt je af hoe ze opeens op een bepaalde plek verschijnen! Sporen van een paddestoel moeten om een geschikte plek terecht komen om te kunnen ontkiemen. Hierdoor ontstaan schimmeldraden die na verloop van tijd uitgroeien tot het mycelium/zwamvlok dat zich onder de grond bevindt. Daaruit kan dan een paddestoel groeien. Maar bij sommige soorten paddestoelen is het nodig dat twee zwamvlokken die uit verschillende sporen ontkiemden samengroeien. Er is dus een heel ingewikkeld proces voor nodig om paddestoelen te laten groeien. Daar verbaas ik mij dan weer zo over als ik zoiets moois in de natuur tegenkom! Ik ben heel benieuwd of ze er volgende herfst weer staan want ik heb al vaak ontdekt dat paddestoelen niet altijd op dezelfde plek terug komen. Maar wie weet!

22 oktober 2009

Het is alweer 27 jaren geleden dat Natuurmonumenten 10 Schotse hooglanders uitzette in Nationaal park Veluwezoom om daarmee een begrazingsproef te doen. Toen die naar tevredenheid uitviel kwamen er flink wat van deze langharige beesten bij en momenteel lopen er zo'n 4.500 stuks op 4.500 ha grond. Behalve dat ze het terrein goed onderhielden, plantten ze zich natuurlijk ook voort en dat leidde er weer toe dat in de jaren daarna een overschot moest worden weggehaald om ergens anders als grazers te worden ingezet. Deze imposante dieren werden vanaf 2007 niet langer beschouwd als "gehouden dieren" waarmee ze tot wild verklaard werden dat niet onder de veterinaire wetgeving valt. Bij elke strenge winter is daar weer een flinke discussie over. Tegenwoordig lopen de hooglanders ook in hier en daar in de wei en worden gefokt voor hun vlees. Ik ben gewend ze tegen te komen in natuurgebieden en altijd weer vind ik die weidehooglanders een uiterst merkwaardig verschijnsel. Net als Struisvogels die je soms ziet. Voor je gevoel horen ze hier niet. En we hebben toch genoeg vleessoorten in de winkels!

21 oktober 2009

De nieuwe waterwet schrijft voor dat er minder vervuiling van het oppervlaktewater moet komen. Daarom zijn gemeenten bezig het regenwater af te koppelen van het riool waardoor wordt voorkomen dat door overstort wateren vervuild raken en vissterfte optreedt, hetgeen bij zware regenval regelmatig voor komt. Ook kunnen bij dergelijke omstandigheden de putten in het wegdek de regen niet verwerken waardoor de inhoud van het riool over de straat stroomt.  Tevens wordt door de afkoppeling bereikt dat het regenwater voortaan in enorme waterbuizen terecht komt, die voorzien zijn van een heleboel gaatjes waardoor het water langzaam de bodem infiltreert. Een heel wat betere bestemming dus. De buizen worden ingelaten in gaten van 6 meter diep, die met een gigantische grondboor worden gegraven. Goed is te zien hoe hier de bodem uit pure zandgrond bestaat. Er komt een enorme hoeveelheid materieel aan te pas en het spektakel trekt heel wat toeschouwers! Maar het is ook leerzaam want iedereen wil weten het werkt.

20 oktober 2009

Het lijkt erop dat dit de laatste bloem van de Zonnehoed (Echinacea) is die in onze tuin staat. De bloei heeft het lang volgehouden. Deze plant wordt al heel lang gebruikt in de homeopathie en het bekendste middel dat er uit vervaardigd wordt, is misschien wel het flesje met de bekende druppeltjes tegen verkoudheid dat door veel mensen wordt gebruikt.  Er is al jaren gebakkelei over dit (vermeende) weerstandverhogende middel dat in Amerika ooit het meest voorgeschreven plantaardig "geneesmiddel" was totdat de penicilline en andere chemische producten werden uitgevonden. In allerlei studies die naar de effectiviteit ervan werden gedaan, bleek nooit onomstotelijk dat producten met het perssap van Echinacea enig effect sorteerden, wel waren er o.a. allergische reacties. Mensen met MS bijvoorbeeld zouden heel voorzichtig moeten zijn omdat het immuunsysteem door het middel geprikkeld wordt. Hoe het ook zij, de Zonnehoed is een mooie plant en waardevol voor vlinders en andere insecten.

19 oktober 2009

De imposante Hoornaar ((Vespa crabro) had een prooi gevangen. Ik stond er met mijn neus bovenop om te zien hoe hij in een verbazend tempo de bij - want die was het - ontleedde. Met de sterke kaken werden kop, vleugels en poten eraf gebeten en vervolgens werd het lijf van de bij soldaat gemaakt. Hoornaars zijn dol op vruchten en vruchtensappen maar hebben ook eiwitten nodig. Die vinden ze in de vorm van levende insecten. Zelfs grote libellen worden gepakt en opgegeten. Nu de eerste nachtvorsten zijn geweest, betekent dat het einde voor de hoornaar- nesten. Net als bij zijn kleinere soortgenoten, sterft ook hier het hele volk uit. Alleen de bevruchte koninginnen blijven leven en zoeken een geschikt plekje om te overwinteren. Wespen hebben maar een akelig dunne verbinding tussen voor- en achterdeel van het lichaam, dat kun je hier mooi zien. De vleugels zijn langer dan het lichaam en de achtervleugels liggen in rust onder de voorvleugels. Het zijn echt mooie beestjes en zolang je je maar rustig gedraagt, gebeurt je niets.

18 oktober 2009

Sinds 15 oktober zijn hazen en konijnen weer de pineut! De jacht op deze dieren is weer geopend, net als de jacht op houtduif, wilde eend en fazant. In Nederland wordt altijd wel èrgens op gejaagd.  Is het niet op zwijnen of edelherten, dan is het wel op kleinwild en vogels. De jacht mag doorgaan tot 1 januari van het komende nieuwe jaar. Het jagen op fazanten wordt door velen als discutabel gezien omdat deze dieren speciaal hiervoor gefokt schijnen te worden en vervolgens uitgezet in de natuur, waar ze een makkelijke prooi voor jagers zouden zijn. Stel ik was ooit een jager tegengekomen op mijn levenspad, ik zou hem nooit hebben kunnen huwen, al zou ik nog zo dol op hem geweest zijn. Ik vind het een nare sport, ik schiet liever met mijn camera!

17 oktober 2009

Een week geleden vond ik tot mijn verrassing wederom een paar aardsterren op de plek waar ik ze halverwege september ook zag. Toen waren het er maar een schamele drie, waar jaren geleden nog tientallen van deze kalkminnende zwammen groeiden. Maar nu waren er toch een paar bij gekomen: vier stuks maar liefst. Helaas groeiden ze op het wandelpad en wat ik al vreesde, gebeurde ook: ze werden meegenomen. Misschien door iemand die ze bijzonder vond want je ziet ze in deze streken niet veel, wel weer in de kalkrijke duinen. Of wellicht liggen ze nu op een school gedeponeerd op de herfsttafel, wie zal het zeggen! Ik vond het wel weer treffend te constateren hoe regen de groei van paddestoelen bevordert. Ik vond dit jaar bijvoorbeeld heel veel sponszwammen maar ook bijzondere soorten die binnenkort de revue wel een keer passeren.

16 oktober 2009

In het bos viel mijn oog op deze fraaie rups die zich langzaam over de stam van een boom voortbewoog. Het bleek de rups van de Zilveren groenuil (Pseudoips prasinana). De rups was op weg naar een plek om te overwinteren. Dat doet hij in een opgerold blad of in een spleet in de schors, waar hij een cocon maakt om de tijd tussen herfst en volgende lente te overbruggen. De nachtvlinder die er - als alles goed gaat - uit zal komen, is een mooie groene, een vlinder uit de familie van de visstaartjes: het achterste potenpaar van deze rupsen hebben iets weg van visstaartjes. Je moet het maar bedenken! De rups heeft een glasachtige kop en is versierd met strepen en vlekjes; waar zijn kop begint, zit een sierlijk geel halsbandje. Waarom de vlinder Zilveren groenuil als naam heeft gekregen, is vanwege zilverkleurige streepjes op de vleugels van de vlinder. De rups leeft op loofbomen in het bos: eik, beuk, iep, hazelaar berk en zo nog wat.

15 oktober 2009

Als dit geen herfst is! De eerste nachtvorst heeft de velden in een wit kleed gestoken. Maar de zon is overdag nog zo krachtig dat de warmte van haar stralen het gras al snel weer haar groene uiterlijk teruggeeft. Herfstverkleuring van de bomen is nu duidelijk begonnen en bladval is in volle gang. Waren sommige bomen als gevolg van de langdurige zomerse droogte al gedeeltelijk kaal, de nachtvorst stimuleert ze nu ook de rest van het blad af te gooien. Sommige eenjarige planten in de tuin hebben het loodje al gelegd, andere moeten nodig naar binnen om behouden te blijven. Nu al, het duurt  zo lang voor ze weer naar buiten kunnen! Sommige jaren blijft nachtvorst uit tot we de grens van het oude naar het nieuwe jaar al gepasseerd zijn en kunnen de vorstgevoelige planten lang buiten blijven. Ik hoop dat dit na de twee eerste nachtvorsten ook weer het geval zal zijn. De seizoenen zijn onvoorspelbaar, je moet altijd maar weer wachten op hetgeen je krijgt.

14 oktober 2009

Momenteel moet je goed uitkijken waar je loopt in het bos, zeker als de wind stevig waait, zoals gisteren. Behalve dat sommige bospaden door de veelvuldige regen, steeds meer uitslijten waardoor boomwortels aan de oppervlakte komen, valt er ook van alles omlaag. Ik ging even langs De Put, gelegen in bosgebied Hagenau. Het is een flinke waterplas, een zoel eigenlijk waar regelmatig wild en vogels komen drinken. Daar staat een aantal kastanjebomen, ik heb me eens laten vertellen dat het Pavia kastanjes zijn. Je kunt er nauwelijks iets over vinden behalve dat ze minder vatbaar zijn voor de bloedingziekte die veel kastanjebomen aantast. Bij elke windvlaag vielen er kastanjes met bolster en al in het water, hetgeen gepaard ging met mooie fonteinen doordat ze van grote hoogte neerplonsten.  Maar ze vielen ook rondom mij dus heb ik maar niet te lang staan kijken.  Even verderop stonden Tamme kastanjes. De vruchten daarvan zitten in bolsters met akelige stekels en ook die vielen uit de bomen. Ik wist niet hoe snel ik ze moest passeren. Het is opvallend hoe weinig wild er te zien is, wandelaars spreken elkaar daar zelfs over aan. Het zou goed kunnen zijn dat de langdurige jachtperiode de dieren schuw maakt.

13 oktober 2009

Gistermiddag, tussen de buien door, ben ik nog eens gaan kijken bij de Rododendronstruiken in het bos om te zien of er nog cicaden (dagboek Zomer, 15 sept.) waren. Het leek me nogal onwaarschijnlijk, zo laat in het seizoen maar ik vond  zowaar  nog een enkel exemplaar. Het moet de laatste zijn geweest want ik heb goed rond gespeurd maar zag ze nergens meer. Wat ik wel vond, was deze mislukte cidadepop. Die lag als een oude farao in zijn sarcofaag: armen netjes toegevouwen over de borst. Kennelijk was de verpopping wel gelukt maar was er bij het uitkomen van het imago iets verkeerd gegaan. Zo'n beestje is slechts een millimeter of zes groot en pas op de pc zag ik hoe aandoenlijk het er eigenlijk uitzag! Klein dramaatje in de grote natuurwereld!

12 oktober 2009

Bij dit regenachtige weer schieten de paddestoelen werkelijk de grond uit. Overal in het land worden in deze tijd paddestoelenexcursies gehouden en het is voor degenen die dergelijke excursies leiden natuurlijk fantastisch dat er nu zoveel te zien is. Regen maakt echter wel dat de zwammen al snel lelijk worden. Deze Vliegezwam (Amanita muscaria) heeft er maar het beste van gemaakt en zichzelf veranderd in een fraaie schaal voor wat afgevallen beukenblad. Een mooier stilleven kan een mens zich bijna niet denken!  Zoals de naam al aangeeft, is de mooie vliegezwam giftig vanwege de muscarine die in de hoed zit. Hij heeft een paar heel gevaarlijke familieleden, zoals de dodelijke Groene knolamaniet,  Deze zijn altijd te herkennen aan schubjes op de hoed die je met je nagel kunt verwijderen zonder de hoedhuid te beschadigen, een niet verschuifbare ring op de steel en een knolvormige voet.

11 oktober 2009

In mijn volkstuin is het nu nog maar een zaak van schoonhouden van de bedden en van het oogsten van de laatste gewassen. Ik was dan ook verbaasd opeens geconfronteerd te worden met een bloeiende erwtenplant. Bij nader inzien is het echter niet zo vreemd dat die nu staat te bloeien want erwten behoren tot de gewassen die als eerste gezaaid kunnen worden in het vroege voorjaar. Een gelijksoortige periode hebben we nu ook: korte daglengte, lagere tempe-raturen, eigenlijk ideaal voor de erwt om nu te ontkiemen. Alleen komt er niets meer van terecht natuurlijk. Volgens hetzelfde principe bloeien soms “onterecht” sommige planten, bomen en struiken in het najaar, ze worden even van de wijs gebracht door de daglengte en temperatuur. De bloei is  lang zo uitbundig niet als in het voorjaar. Het wordt wel eens "nabloei" genoemd maar het is gewoon een reactie op de omstandigheden. De erwtenplant die nu in mijn volkstuin staat, moet van een buurtuin afkomstig zijn want zelf heb ik nooit erwten gezaaid. Een verloren exemplaar waarschijnlijk dat na het plukken bij mij in goede aarde viel.

10 oktober 2009

Mijn volkstuinbuur en tevens IVN-maatje kweekt vlinderplanten om daar weer zaad van te winnen dat verkocht wordt op de IVN-tuin. Hij heeft supergroene handen en alles wat hij zaait, floreert! Toen ik gisteren op zijn volkstuin ging kijken bij de enorme hoeveelheid Verbena bonariënsis die er staat, geloofde ik mijn ogen niet. Het wemelde er van de vlinders: atalanta’s, dagpauwogen, gehakkelde aurelia’s en zowaar ook twee oranje luzernevlinders. De luzernevlinders fladderden druk door de tuinen, van de ene plek naar de andere. De bovenkant van hun vleugels licht oranje en als ze even gingen zitten op een bloem, zag je het donkerder oranje vlekje op de voorvleugels. Als een soort Prikkebeen liep ik achter ze aan met mijn camera maar niet een foto levertde de goede kleur op. Deze laatste vlindergolf moet het echt hebben van planten in particuliere tuinen: herfstasters, verbena bonariënsis en hemelsleutel zijn toppers voor de vlinders. Voor zolang het nog duurt, want hun levensomstandigheden worden snel slechter. Dus weg trekken naar het zuiden, een droge winterschuilplek zoeken of doodgaan, daar komt het in deze tijd op neer!

9 oktober 2009

Vanuit de verte zag ik een mooie grijze steen op een gevallen oude boomstam liggen. Tenminste, dat dacht ik. Toen ik dichterbij kwam bleek het toch iets anders te zijn. Ik raakte het aan, het voelde zacht aan en mijn vinger maakte er meteen een mooie afdruk in. Het leek wel een volgezogen giga teek. Maar het was een slijmzwam. Lange tijd wisten de biologen gewoon niet waartoe dit geval moest worden gerekend: plant of dier. Uit sporen ontstaan microscopisch kleine organis-men die zich vormen tot een klont, het plasmodium,  dat zich  kruipend kan voort bewegen. Men heeft ze uiteindelijk maar als aparte groep weggezet. Deze gefotografeerde slijmzwam wordt door sommigen betiteld als Boompuist maar elders lees je dan weer dat het om het Zilveren boomkussen ((Reticularia lycoperdon) gaat en dat de Boompuist een variant is. Ik kom er niet helemaal uit. Het is wel een prachtige naam voor zo'n slijmzwam. Dit Zilveren boomkussen heeft een binnenste dat aanvankelijk wit is maar later bruin wordt. De sporen hierin komen later aan de oppervlakte waardoor de slijmzwam bruin verkleurt. Alweer zo'n verbazingwekkend verschijnsel in onze onvolprezen natuur! Er is altijd wel weer iets anders dat uiterst boeiend in elkaar zit.

8 oktober 2009

Deze Dagpauwoog (Inachis io) dwarrelde als een herfstblaadje door de tuin en streek neer op een zak potgrond. De veel te hoge temperatuur die gisteren heerste, had hem even in verwarring gebracht want hij had zich al ingesteld op het naderende rustseizoen. De gestaag vallende regen bracht hem vast weer tot bezinning. Niet alle vlinders kunnen onze winters overleven en trekken daarom weg, naar warmer oorden. De Atalanta en de Gehakkelde aurelia zijn daar voorbeelden van. Maar de mooie nachtpauwoog zoekt begin oktober een plekje om te overwinteren. Dat kan van alles zijn, een tuinschuurtje, een spleet in een boomstam, tussen een houtstapel e.d. En dat is maar goed ook want komende nacht wordt op grote schaal nachtvorst verwacht.  Wonderlijk dat deze frêle wezentjes zelfs een flinke vorstperiode kunnen doorstaan. Na de winter wordt de vlinder weer wakker zodra de temperatuur gaat stijgen en de zon weer gaat schijnen. Zo kunnen we dan op de eerste mooie lentedagen blij worden als we voor het eerst het vliegend juweeltje weer door de tuin zien fladderen, hopend nectar op vroegbloeiende planten te vinden.

7 oktober 2009

Werden de bossen vroeger ontdaan van dood hout, nu heersen daar andere opvattingen over. Dood hout is belangrijk voor de ecodiversiteit in het bos. Het is belangrijk voor paddestoelen- soorten en insecten. Van dieren en planten die van dit dode hout afhankelijk zijn, staan zelfs meerdere soorten op de Rode Lijst. Toch hebben we het dan meer over staand dood hout of gevallen dood hout. Denk aan boomstammen. Kijk maar eens hoe dode boomstammen langzaam maar zeker worden opgeruimd door vogels, kevers, paddestoelen. Mossen nemen er bezit van, kortom: dood hout komt het bos ten goede. Maar dat is mijns inziens toch wat anders dan het hout dat na grootschalige kap in het bos achterblijft. Bij het kappen, gaat het oom de stammen en het is goedkoop alle takken maar gewoon te laten liggen. Dit is bijvoorbeeld het geval in het bosgebied van Hagenau (eigendom van NM), waar ik deze foto nam. Door alle takken die er zijn blijven liggen nadat hier vlak voor het broedseizoen 2009 heel veel bomen werden geveld, is dit stuk bos ongastvrij geworden voor zwijnen, herten en reeën. Vooral de laatste twee lopen groot risico hier hun ranke lopers te breken. Ik zie ze hier ook niet meer de laatste tijd. Voor de wandelaar is het ook een buitengewoon slordig gezicht. Ik hoorde eens van een houtvester op Het Loo in Apeldoorn, dat de majesteit het prima vond dat er dood hout bleef liggen in haar bossen maar dat dit niet te dicht langs de paden moest zijn waar zij wenste te rijden met haar paard. Misschien moeten wij ook maar zoiets gaan invoeren, lijkt me een stuk aantrekkelijker!!

6 oktober 2009

Nu de regen al een paar dagen gul uit de hemel valt, zie je steeds meer paddestoelen verschijnen. Het is een leuk kantje aan de herfst! In het bos kwam ik deze Grote sponszwam (Sparassis crispa) tegen. Soms zie je ze nauwelijks, ander jaren zie je er veel. Dit keer lijkt het een goed seizoen te zijn voor ze. De spaghettiachtige kluwen groeit vanuit één punt uit de bodem. De wortels parasiteren op de boom maar doen die verder geen schade. Deze paddestoelen staan hoofdzakelijk in naaldbos waarvan de bodem zuur is. Dat kun je ook weer zien aan de bosbessenstruikjes die er staan. Op elke grondsoort groeien verschillende planten, bomen en paddestoelen. De sponszwam beleeft maar een kort moment van glorie, bij de eerste regenbui zakt hij als een plumpudding in elkaar en is er nog weinig moois aan te zien.

5 oktober 2009

Deze Groene gaasvlieg (Grysoperla carnea) lijkt wel een wezen uit een sprookje, ik vind hem altijd weer even mooi als ik hem zie. De vleugels lijken te bestaan uit heel fijn gaas maar wat we zien zijn de aderen die door de glasheldere vleugels lopen. De gaasvlieg heeft goudkleurige oogjes wat ook al bijdraagt aan de sprookjesachtigheid van dit insect. Ze dringt tegen de tijd dat het koud gaat worden, graag onze huizen binnen om te overwinteren en zoekt dan een plekje waar het niet te koud is. Zo wacht dit frêle wezentje op het volgende voorjaar. De groene kleur maakt binnens-huis plaats voor een bruine. Dat komt door de verlaagde stofwisseling, waardoor bepaalde rode kleurstoffen zich concentreren. De gaasvlieg wordt weer groen als ze in het voorjaar weer buiten is. De eitjes worden op een bijzondere manier gelegd: het vrouwtje deponeert eerst een viskeus druppeltje onder een blad en trekt dat met achterlijf omlaag tot het een flinterdun steeltje geworden is. Dat verhardt en daarop legt ze haar eitje. De larve die eruit komt is een echte rover en eet net zoveel bladluizen als het lieveheersbeestje dat op dit punt een ware kampioen is. Er zijn meerdere soorten gaasvliegen maar niet alle leggen "eitjes op steeltjes".

4 oktober 2009

Gistermiddag hoorde ik een enorm gekwetter in de twee hoge berkenbomen die in onze tuin staan. Het bleek afkomstig te zijn van een flinke spreeuwenzwerm. De vogels kwetterden allemaal door elkaar, een ware kakofonie van geluid! Ze vlogen van tak naar tak, van de ene boom naar de andere en ik beeldde me in dat ze druk aan 't overleggen waren of ze hier een slaapplek zouden gaan inrichten: wat vind jij ervan? Zullen we hier blijven? Of zullen we naar de overkant gaan, daar staat ook een boom! Steeds vloog de zwerm zoevend een stukje weg om meteen daarna weer neer te dalen in de toppen van de berkenbomen. Het leek me enig, zo'n keuvelende spreeuwentroep die elke avond neerstrijkt in je tuin, een tijdlang druk aan het kletsen en pruttelen slaat om dan de oogjes te sluiten voor de nacht. Helaas, ze bleven niet, het waren wintergasten op doorreis. Waarschijnlijk blijven ze wel in ons land, maar verkiezen ze een ander nachtlokaal.

3 oktober 2009

Het eerste waar mijn oog opvalt als ik de krant vanmorgen op tafel leg, is het bericht dat de helft van alle herten op de Veluwe moet worden afgeschoten. Waaronder eenderde deel van de kalveren! Voor half februari van het volgend jaar moeten er maar liefst 1.268 van deze schitterende dieren worden doodgeschoten. Het is de Provincie die een "doelstand" bepaalt. Norm daarbij is dat er voldoende leefgelegenheid moet zijn en genoeg te eten. Dat zou dan momenteel niet zo moeten zijn. Je vraagt je meteen af hoe het dan wel kan dat de populatie zo gegroeid is. Je ziet de herten maar af en toe, en nooit in grote groepen. Zeven stuks is al geweldig, meestal zijn het er maar drie of vier. Iedere wandelaar vindt het nog steeds een belevenis als herten zijn pad kruisen. Het jagen op zwijnen neemt en nam zoveel tijd in beslag dat de jacht op herten er blijkbaar bij in schoot. Daarom zijn er nu zoveel, aldus degenen die ze telden. De geschoten herten zullen deels naar de poelier gaan en deels blijven liggen als kadaver. Waardeloos begin van de dag!

2 oktober 2009

Overal hangen webben prominent in het zicht. Vaak loop je met je handen of gezicht tegen de spinseldraden aan die op de meest ongelegen plekken werden bevestigd. Er zijn niet alleen kruisspinnen maar ook allerlei andere soorten. Kijk maar eens in bermen of het bos, het wemelt van de spinnenhangmatjes die door de dauw en de regen nu goed zichtbaar zijn. Al die spinnen waren er het hele jaar al maar het waren wel jonkies. Geboren uit de eitjes die in het najaar werden gelegd en die door een antivriesachtige stof in het coconnetje waarin ze zaten, zelfs de fikse kou van vorige winter konden doorstaan. Door eten en vervellen zijn ze nu volwassen geworden. De vrouwtjes hangen nog een poosje in hun webben om lekker "op te vetten". Ze worden dik en rond van de vele eitjes in hun lijfjes. Als die straks gelegd zijn en goed verpakt, gaat moeder kruisspin dood. Haar taak zit er op! Deze kruisspindame hing, zoals alle exemplaren, met haar kop naar beneden in het web. Terwijl ik erbij stond te kijken, gebeurde er iets grappigs dat ik nog nooit gezien had: ze wipte een kwartslag om zodat ze ruggelings in haar web hing, en ontlastte zich door twee spierwitte poepjes naar buiten te persen! Ik stond erbij en ik keek ernaar. Vol verbazing! Jammer dat ze me te snel afwas, ik kon het helaas niet op foto vastleggen.

1 oktober 2009

Het wordt zo langzamerhand hoog tijd voor de diverse rupsen om zich te gaan verpoppen. Vanaf het moment dat ze uit een eitje kwamen, hebben ze niets anders gedaan dan eten, vervellen, eten en vervellen. Ze groeiden zo hard dat ze telkens uit hun vel barstten waaronder weer een nieuw zat.  Deze rups van de Meriansborstel heeft het goed aangevoeld en was op weg naar een geschikte plek om te verpoppen en in een coconachtig grijs spinsel onder het afgevallen blad van de herfst het winterseizoen te doorstaan. De moeder van deze vrolijke gekleurde rups met de malle borsteltjes op de rug en het grappige "staartje" dat als een vlag op de achterkant staat, was maar een grijze onopvallende nachtvlinder. Hoe komt ze aan zo'n nakomeling! De vlinder is vernoemd naar Maria Sibylla Merian, een beroemd entomologe die planten en insecten bestudeerde en deze op fraaie wijze tekende. Haar tekeningen zijn fameus en van haar werk  zijn regelmatig en wereldwijd exposities te zien. De rups, die over het voetpad marcheerde, heb ik maar op een veilig plekje neergezet om te voorkomen dat hij platgetrapt zou worden.

30 september 2009

Op deze laatste dag in september hangen de bessen nog volop aan de Taxus. Dat is vreemd want andere jaren zijn de merels er als de kippen bij om ze op te eten. Het verbaast me ook dat in mijn volkstuin alle zonnebloemplanten nog onaangetast zijn. De bloemen zijn verdwenen, daar-voor in de plaats zijn de zaden gekomen die gewoonlijk meteen door allerlei vogels ontdekt worden en opgegeten waardoor onder zo'n plant de bodem bezaaid ligt met schilletjes. Er vliegen ter plekke wel veel koolmeesjes maar die hebben blijkbaar momenteel andere voorkeuren. Zo is het ieder jaar weer anders en je kunt je hoofd wel breken over de vraag waarom het nu zus is en vorig jaar zo, maar je komt er niet uit. We zullen maar denken dat dit het verrassende element is in de natuur en dat die daardoor alleen maar boeiender wordt.

29 september 2009

De Houtpantserjuffer (Lester viridis) is een prachtig insect met een goudkleurig lijf dat mooi oplicht in de zon. hij vliegt  tot eind november. Dit beestje heeft een bijzondere manier van voortplanting. Met haar zaagboor maakt het vrouwtje een gaatje in boom of struik langs het water en legt daarin haar eitje. Wanneer dit uitkomt, verschijnt er een prolarf die zich naar beneden laat vallen. Meestal meteen op het water maar soms ook op de wal waar de larf nog enige tijd in leven kan blijven. Eenmaal op het water blijft hij nog enige minuten drijven alvorens te vervellen. Daarbij komt dan de echte larf of nimf tevoorschijn. Deze leeft drie maanden op de bodem van het water en sluipt dan uit: het imago van de mooie Pantserjuffer is geboren voor een kortstondig leven en ten behoeve van de voortplanting. Tot nu toe vlogen er nog heel veel libellen en juffers rond. Zodra overdag de temperatuur gestegen was en vooral wanneer de zon begon te schijnen, zag je ze volop rondvliegen. September is de maand waarin alle bermen en velden worden gemaaid en voor vlinders en libellen is dat eigenlijk desastreus! Je ziet nog steeds parende exemplaren die hun eitjes nog moeten afzetten maar als alle vegetatie door maaien verloren gaat, zal daarvan wel niet veel terecht komen. Het zou veel beter zijn voor de natuur om een maand later te maaien!

28 september 2009

Het Nationaal Park Dwingelderveld bevat de grootste goed ontwikkelde oppervlakte aan natte heide in heel Europa. Hier liggen ongeveer 60 plassen en veentjes. Van deze laatste is het Holtveen het grootste binnen het Natura 2000-gebied. (Europees netwerk van bijzondere en beeschermde natuur). In sommige venen en slenken ontstaat hoogveen, dit is ook het geval in het Holtveen. Sommige van de venen zijn aan het verlanden. Hoogveen kan alleen gevormd worden als er genoeg vocht in de bodem is. Ook  groeien in deze grond bijzondere planten en komen er zeldzame diertjes voor die alleen in dergelijk gebied kunnen leven. Een educatieve grondwatermeter die hier is geplaatst, laat zien dat momenteel het grondwater op een diepte van ongeveer drie meter ligt, terwijl dat niet meer dan twee meter zou moeten zijn voor de instand-houding van de bijzondere flora en fauna. Overal in ons land kampt kwetsbaar en vooral vochtig natuurgebied met droogte. De maatregelen die genomen zijn om deze natuur in stand te houden, o.a. het droogleggen van sloten om het water vast te houden, helpen soms niet eens meer. Nederland verdroogt en heeft te lijden onder de drie V's van Verdroging, Vermesting en Verzuring. Wie er meer over wil weten, kan eens lezen wat op de website www.waterindepeiling.nl staat.

27 september 2009

Afgelopen week ben ik met mijn natuurmaatje weer op stap geweest naar het Dwingelderveld in Drenthe. We wilden eens gaan rondneuzen bij het Holtveen. We namen ons voor daar in stevige pas heen te lopen maar het resultaat was dat we om de paar meter het struweel in doken omdat er steeds wel weer iets leuks te zien was waaraan je niet zonder meer voorbij kon gaan. Deze mooie rups van de Veenheide-uil hing te balanceren aan een dunne grashalm en zwiepte heen en weer in de wind. Het is de nakomeling van een zeldzame vlinder die moerassen en natte heide nodig heeft om te kunnen leven. De waardplanten zijn Gagel, Bosbes, Struikheide, Wilg en Waterdrieblad. De rups is te zien tot ongeveer eind september. Dan zal hij een pop worden en in een cocon overwinteren in de strooisellaag op de bodem. Wachtend op een nieuwe lente.

26 september 2009

In een mollengang die in een natuurgebiedje ligt, heeft een wespenkoningin afgelopen voorjaar het begin van een nest gebouwd en een paar eitjes gelegd. In de loop van de zomer zijn uit het nest veel nieuwe wespen voortgekomen: darren (mnl), werksters en nieuwe koninginnen. De werksters hebben met voorbeeldige ijver de larven verzorgd en toen die wespen waren geworden, kregen de bijen alle tijd voor zichzelf. Ze hadden genoeg van alle eiwitrijke voedsel dat ze vooral moesten aanvoeren om de larven groot te brengen en wilden toen wel eens wat anders: ze gingen af op alles wat zoet en fruitig ruikt en smaakt. Dus hebben we soms in de nazomer last van wespen, al viel dat dit jaar reuze mee. Ondanks alle voorspellingen en beweringen dat er heel veel wespenoverlast was, heb ik in mijn omgeving daar niets van gemerkt en er ook niet over gehoord. Toen de koningin nog in het nest was, heerste er orde en regelmaat. Nadat de oude koningin het nest verliet en de nieuwe koninginnen op bruiloftsvlucht gingen, geraakte de kolonie in verval. De darren, die alleen dienst doen om met de koningin te paren, worden verjaagd, de vrouwtjes zullen sterven. De koninginnen zullen in leven blijven en een plekje zoeken om te overwinteren. Net als hommels en bijen zijn wespen heel nuttig voor de bestuiving van bloemen. Het is daarom treurig dat ze zo massaal verdelgd worden. Tenzij er echt een noodzaak voor is!

25 september 2009

Een mooie vondst: een stel jeugdige Berkenwantsen (Elasmucha grisea). Hoofdzakelijk een wants die leeft op de berk, zoals de naam al aangeeft, maar deze jonge wantsen werden geboren op een Elzenblad.  Deze wantsjes  zijn nog pubers, ze kunnen nog niet vliegen. Als ze volwassen zijn geworden, kan de kleur variëren van bruin tot roodachtig en hebben ze ook een totaal andere vorm, ze worden dan driehoekig en hebben een puntige steeksnuit. Deze wantsen leven van plantensappen die ze uit het blad zuigen. Door met elkaar op een kluitje te kruipen, vergroot je de veiligheid. Als groep word je minder snel aangevallen dan wanneer in je uppie op een blad zit.  Hun moeder onderscheidt zich van andere soorten door haar goede zorg voor zowel de eitjes als de jonge nimfen door ze met een stinkende stof te verdedigen. Pas als de jonge wantsen hun eigen weg gaan, houdt die zorg op en moeten ze het zelf zien te redden. Soms zorgen de diverse moeders zelfs voor elkanders kinderen als die nog klein zijn. Je blijft je verbazen!

24 september 2009

In de omgeving waar ik woon, leven dassen. Soms worden die gezien als ze ’s avonds laat gaan foerageren. Maar het kan ook anders: bewoners van een huis in deze bosrijke omgeving troffen na hun vakantie in de voortuin een dassenlatrine aan. Een keurig gegraven open putje waar poep en urine worden gedeponeerd door de dassenfamilie, die “clan” wordt genoemd.  70% van deze latrines liggen aan de randen van het territorium om de grenzen hiervan aan te geven. Een terri-torium kan 50 tot 150 ha. bedragen; hoe gevarieerder het landschap is, hoe kleiner het territorium zal zijn. Dassen zijn zeer sociale dieren die sterke onderlinge banden hebben. Ze verzorgen elkaars vacht en drukken daar een secreet uit hun anaalklieren op zodat alle dassen van een clan dezelfde geur hebben. Zo herkennen ze vriend en vijand. Hierdoor kunnen dassen die pakweg twee weken uit de clan zijn weggeweest, hierin niet meer terugkeren. Dassen zijn  gewoonte-dieren en lopen telkens langs dezelfde paden. Het hoofdmenu van de das bestaat uit regen-wormen maar als de bodem erg droog is, zoals nu, zijn die moeilijk te vinden. De pitten in de mest zouden daarom heel goed van Vogelkers kunnen zijn. Gelukkig vond de tuineigenaar het wel leuk een das op bezoek te hebben gehad. Voorlopig blijven ’s avonds dan ook de gordijnen open want wie weet, komt ie weer voorbij!  Wat zijn  we hier eigenlijk rijk bedeeld met natuur.

23 september 2009

De herfst is begonnen. Door de droogte van afgelopen zomer hebben al veel bomen een flink deel van hun bladeren laten vallen. Onze Krentenboom is al voor 60% kaal, een ongekend fenomeen. Herfst is een seizoen waarin heel wat gebeurt. Er is nog veel nabloei van planten die gewoonlijk vroeg in het zomerseizoen bloeien, alsof ze  nog eenmaal willen schitteren alvorens gedoemd te zijn een sluimerend bestaan te moeten gaan leiden. Binnenkort wacht ons het verkleuren van bladeren; het vallen van herfstvruchten is al in volle gang. We kunnen mooie dagen krijgen maar ook droefgeestige met veel regen en wind. Het leven gaat zich weer meer en meer in huis afspelen en de ochtenden en avonden worden kil en vochtig. De geur van neergang hangt al in het bos. Het hoort er allemaal bij en er valt niet aan te ontkomen. Welkom in de herfst!

 

 

naar boven