Natuurdagboek 

 

Natuurdagboek 2007   
Natuurdagboek 2008
 
Natuurdagboek 2009
Natuurdagboek 2009: Zomer
Natuurdagboek 2009: Herfst
Natuurdagboek 2009/2010: Winter
 

 

 

Lente  2009            

 

20 juni 2009

Met mijn natuurvriendin een dezer dagen heerlijk door het natuurgebied De Wieden (Ov.) gestruind. Meteen al troffen we gemaaide graslanden aan vol gesneuvelde Rietorchis. Vanzelf-sprekend wekte dat de nodige verontwaardiging bij ons want het gaat hier om een beschermde plant en wij vonden dat het maaien wel een paar weken later had kunnen gebeuren. Maar een gesprek met de beheerder die we toevallig ontmoetten, bracht ons evenwel op andere gedachten. Het blijkt voor de orchideeŽn niet nadelig te zijn ze te maaien als ze over het hoogtepunt van hun bloei zijn. De plant heeft op de bodem lucht en licht nodig om zich te kunnen handhaven en ontwikkelen en dat kan niet als de omringende begroeiing te hoog wordt. Wat wijzer geworden gingen we verder. Gelukkig troffen we even verderop nog een onaangetaste massa van deze schoonheden aan. Ook al is de rietorchis het meest algemeen van de orchideeŽn in ons land, het blijft een prachtig gezicht ze in dergelijke natuurgebieden zo veelvuldig te zien bloeien.

19 juni 2009

Vervolg. Zoals ik al schreef, is het het Jacobskruiskruid van enorm belang voor de diversiteit in de natuur. Op deze plant leven maar liefst honderdvijftig insectensoorten. Daarvan staan er negen op de Rode Lijst. Van deze insecten zijn dertig soorten gespecialiseerd, hetgeen wil zeggen dat ze op andere planten niet leven. Het rigoureus en systeemloos verwijderen van het Jacobskruiskruid is dan ook een uiterst domme werkwijze. De hierbij afgebeelde Sint-Jacobsvlinder wordt gerekend tot de nachtvlinders alhoewel hij overdag actief is. Een prachtige verschijning. De vlinder leeft hoofdzakelijk op het Jacobskruiskruid.



De zebrarupsen van de Sint-Jacobsvlinder zien er prachtig uit. Deze exemplaren zijn nog heel jong, ze zullen uitgroeien tot in augustus en dan op de bodem verpoppen. Hun heldergele kleur maakt ze heel opvallend waarmee ze hun aanwezigheid snel verraden; toch hebben ze nauwelijks vijanden. Ze slaan het gif uit de plant op in hun huid waardoor ze niet door vogels gegeten worden. Bij elke vervelling raken ze hun gifhuidjes kwijt.
Wie juiste en volledige informatie over het Jacobskruiskruid wil lezen, kan een bezoek brengen aan de gespecialiseerde website http://www.jakobskruiskruid.com/website/

18 juni 2009

Elke zomer kom je het tegen in de kranten, de alarmerende berichten over het Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea) en de noodzaak tot vernietigen daarvan. Het is weer komkommertijd! Het telkens weer verspreiden van deze berichten veroorzaakt dat mensen onberedeneerd deze plant  vernietigen en dat is doodzonde. Wat zeg ik: het is een bijna een doodzonde!  Het Jacobskruis-kruid is namelijk van onnoemelijke waarde voor zo'n 150 soorten insecten!! Hierover morgen meer. Deze inheemse plant bevat gif en het stapelende effect daarvan kan met name bij paarden leiden tot de dood.  Ook gedroogd, in hooi dus, blijft het gif werkzaam. Maar elke paarden-eigenaar zou dit moeten weten en ervoor zorgen dat zijn paarden niet grazen op plekken waar het Jacobskruiskruid groeit! En dat is 50 meter vanaf de plek waar de planten staan. Verder weg kan het zaad niet terecht komen. In een dichte en goed onderhouden grasmat kan de plant niet  groeien, je vindt het in in open en schrale veldjes, wegbermen en dergelijke. In plaats van een hetze tegen het Jacobskruiskruid zou goede voorlichting van veel meer belang zijn! 

17 juni 2009

Oorworm (Forficula auricularia) en Groene bladsnuitkever lijken elkaar argwanend te bekijken. Met oorwormen hebben we over het algemeen niet zoveel alhoewel het eigenlijk buitengewoon interessante beestjes, en de vrouwtjes supermoeders zijn. Ze kruipt tegen de winter in een onderaards holletje, samen met een mannetje en de hele winter blijven ze samen. In het voorjaar worden eitjes gelegd en dan jaagt ma oorworm pa de deur uit. In twee tot vier dagen kan ze tot tachtig eitjes leggen. Ze verzorgt haar eitjes door ze almaar schoon te likken, te beschermen of ze desnoods te verplaatsen. Ze helpt vervolgens de jonkies uit het ei te komen en voert ze de eerste tijd met voorgekauwd voedsel. Na een poosje zwermen de jonge oorwormen uit en gaat moeder oorworm dood, haar taken zijn vervuld! Oorwormen zijn ongevaarlijk, ondanks de tangen aan hun achterlijf. Die worden hoofdzakelijk gebruikt bij de paring, en om de vleugels op te vouwen.

16 juni 2009

In sommige opzichten zijn onze boseigenaren niet altijd zo blij met langdurige en heftige regenval. De bospaden zijn veelvuldig belopen en vast getrapt en het regenwater moet wel worden afgevoerd. Dat gebeurt doordat de regen  een "rivierbeddinkje" uitslijpt in de paden waardoor het water meanderend naar het laagste punt kan stromen. Het resultaat is dat het fijne witte Veluwezand weer bovengronds komt. Na verloop van tijd kunnen zulke geulen enorm groot en diep worden, zoals op de hellingen van de Posbank bij Rheden goed te zien is. Boseigenaren graven vaak aan weerszijden van de paden diepe gaten om daar het regenwater naar toe te leiden. Ik heb er wel eens een jammerlijk verdronken zwijnenbiggetje in zien liggen.  Maar in een openbaar bos moet het natuurlijk wel goed te lopen zijn en daar zorgt de eigenaar dan ook voor.

15 juni 2009

Na de lange hongerwinter waren de wilde zwijnen die het overleefd hadden er zo slecht aan toe dat ze fysiek niet  tot reproductie in staat waren. Gewoonlijk worden biggen geboren vanaf februari, maart. Tegen de zomer volgen ook nog wat worpen. Maar nu is voor de zwijnenmoeders pas echt het gezinsleven weer begonnen. De frislingen, zoals de biggetjes in vaktaal heten, lopen nu lekker te grazen in het speciaal ingezaaide wildakkertje. Je ziet maar zo af en toe een enkele moeder met haar jongen, meestal lopen de dames gezellig met een ander stel moeders terwijl de kinderschaar in hun kielzog volgt. Altijd weer een vertederend gezicht. De biggen houden voorlopig nog wel even hun streepjespakken, onderlinge verschillen in kleur zijn er nu nog wel maar als ze over een maand of wat hun volwassen outfit krijgen, zien ze er allemaal hetzelfde uit.

14 juni 2009

Alhoewel het nog niet eens zomer is, verschijnen hier en daar al bessen aan de struiken. Ook de Blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus) begint al vrucht te dragen. Het gaat mij allemaal veel te snel, ik zou het seizoen willen stoppen en een poosje een pas op de plaats willen laten maken. Razendsnel volgen allerlei dingen in de natuur elkaar op. Het een is nog niet uitgebloeid of het andere staat alweer te dringen. Ik zag hoe de Adelaarsvarens met grote voortvarendheid uit de bosbodem omhoog schieten. De regen heeft er behoorlijk toe bijgedragen.

13 juni 2009

In het bos ligt een zestal Edelherten op hun gemak te genieten van de zon. Het is even na zes uur 's avonds en op dit tijdstip  lopen er niet veel mensen in het bos. Het zijn bij voorkeur de momen-ten waarop ik er even in duik. De herten hebben het liefst dat je gewoon doorloopt, ze houden alle bewegingen in het bos haarscherp in de gaten. Ook al loop je zoals nu op  flinke afstand. Op de terugweg naar huis laten zich meer wandelaars (veelal met honden) zien en als ze de herten ontdekken, blijven ze staan kijken en zeggen tegen elkaar dat het nooit  gewoon en altijd weer bijzonder is deze fraaie dieren te zien. Het wordt de herten al snel te veel, ze worden wat onrustig van pottenkijkers. Langzaam staan ze een voor een op en stappen de beschutting van een dicht bosje in om ongezien verder te luieren. Ik prijs mezelf altijd weer gelukkig dat ik zo dicht bij het bos woon en in een ommezien het territorium van deze en andere dieren kan binnen wandelen.

12 juni 2009

Na de paring komt de baring: overal aan stengels,onder blaadjes e.a. zijn nu insecteneitjes te vinden. Keer maar eens een blad van de zuring om of van de brandnetel, want meestal liggen ze goed verstopt om ze te beschermen tegen rovers. Wie een loepje bij de hand heeft, verbaast zich over de vele vormen en kleuren van deze eitjes. Het ene insect plakt een enkel eitje aan een stengel een ander legt er soms wel honderd op een blad. Vooral vlinders kunnen prachtige eitjes produceren, soms hebben die zelfs verschillende kleuren, stippels of streepjes. Ze kunnen kogelrond zijn of juist langwerpig, op tonnetjes lijken of symmetrische patronen hebben. Het ene eitje komt al na een paar weken uit, het andere na een jaar. De wereld van insecten is verbazend en fascinerend en ik kan er niet genoeg van krijgen! Dit zijn eitjes van het lieveheersbeestje. Ik meen dat ik ze twee weken geleden fotografeerde op blad van de Berenklauw. Ze lijken rond door de opname van bovenaf  maar zijn feitelijk langwerpig en staat keurig tegen elkaar aan geplakt.

11 juni 2009

Is dit geen grappig beestje? Ik vind hem enig, die malle pootjes en die enorme steeksnuit. Het is de Hazelnootboorder (Curculio nucum), een snuitkever van slechts een halve centimeter groot. In het late voorjaar en in de voorzomer vind je hem vaak op Meidoorn maar deze bevond zich op de Hazelaar. Deze Hazelnootboorder heeft de langste snuit van alle soortgenoten; de snuit van het vrouwtje is zelfs nog wat langer dan die van het mannetje. Met de snuit wordt in jonge, zachte hazelnoten een gaatje geboord en een eitje gelegd. Als in het najaar de hazelnoten van de boom vallen, knaagt de larve zich een weg naar buiten en kruipt in de bodem om te overwinteren. Vaak verpopt de larve zich in het voorjaar maar dat kan ook na drie jaren pas gebeuren.

10 juni 2009

Mijn Weideklokje (Campanula patula) staat weer in bloei, zag ik. Een sierlijk plantje met opgaande bloemstengels dat in ons land beschermd wordt omdat het zeer zeldzaam is geworden en sterk is achteruit gegaan. Het komt voor op enigszins vruchtbare bodem van uiterwaarden, en hooilanden. Ik zie het nooit in het wild maar ik ken ook de plekken niet waar het te vinden zou zijn. Het vreemde is dat zo'n in zijn voortbestaan bedreigd en zeldzaam geworden plantje het uitstekend doet in de gewone tuin. Het zaait zich daar zelfs makkelijk uit, mits er genoeg plek beschikbaar is. In een overvolle border gaat het ten onder. Zaad kun je onder andere kopen in heem- en educatieve tuinen waar uitsluitend wilde planten staan. Bijvoorbeeld in de IVN-tuin in Rheden (Gld). Een echte aanrader, deze mooie zachtblauwe Campanulasoort!

9 juni 2009

Dat de insecten samen de grootste dierengroep op aarde vormen, kun je je een beetje voorstellen als je eens een poosje loopt rond te neuzen in de wegberm, een ruig terreintje of in je eigen tuin of volkstuin. In de laatste vond ik deze haantjes, piepklein zijn ze, maar 6 millimeter. Het zijn malle beestjes want ze willen niet gezien worden. Zodra ze je gewaar worden, kruipen ze naar de achterkant van de stengel waar ze op zitten, zodat je ze niet meer ziet. Deze Aspergehaantjes (Crioceris asparagi) want dat zijn het, leven uitsluitend op aspergeplanten. Ze zien er mooi uit met de witte vierkantjes op hun rugschild en de lakrode rand er langs. Het was lastig ze te fotogra-feren en ik heb niet de beste van alle foto's  in mijn dagboek geplaatst maar ik vond dit stel er zo leuk opstaan! Waarom ze trouwens ook "blauwe aspergehaantjes" heten, is me een raadsel!

8 juni 2009

Ik had al meteen de indruk dat er iets niet in orde was met deze jonge Kauw die in onze tuin belandde. Hij riep wel steeds en ik zag dat hij ook kon vliegen maar hij ging niet omhoog, hij bedelde niet bij zijn ouders en deed ook geen enkele moeite hen te volgen. Ze kwamen wel steeds bij hem kijken en voerden hem ook. Hij dribbelde onze tuin uit en zat een paar uren op de stoep terwijl fietsers en auto's langs hem heen raasden. Wat later stak het kauwtje met de mooie blauwe ogen over naar het grote grasveld voor ons huis en zat daar moederziel alleen te wachten tot hij weer gevoerd werd. Heel kwetsbaar dus en ik vreesde dat zijn leven niet lang zou duren op deze manier. Anderhalf uur na het nemen van deze foto hoorde en zag ik dat de kauwenbevolking in hevige paniek was. Het kauwtje lag op straat, dood gepikt door een stel eksters; die schakelen een prooi meteen uit door hem de ogen uit te pikken. Wat een afschuwelijke dood!  ik werd er beroerd van toen ik hem oppakte en meenam, terwijl de kauwengroep met veel lawaai meevloog. Ik hield het kauwtje omhoog om te laten zien waar hij heen ging en legde hem op de compost-hoop waar ik hem later toedekte met een laagje varenblad en ik vereeuwig hem in dit dagboek.

7 juni 2009

Net zoals narcissen en krokussen bij de lente horen, hoort voor mij de Papaver somniferum bij de zomer. Ze zijn er in allerlei kleuren, variŽrend van zachtroze tot paars en diep rood. Bij zulke mooie bloemen wil je niet denken aan drugs maar toch is die verbinding er.  De Papaver somniferum levert opium, het ingedroogde sap van de papaver. Daaruit kunnen onder andere  weer morfine en codeÔne gehaald worden die gebruikt worden voor medische doeleinden. De plant is dus ook nuttig. Uit speciale rassen wordt het maanzaad betrokken dat we op onze broden terugvinden. Ook de gewone klaprozen behoren tot de papavers maar daar wordt verder niets mee gedaan. Voorlopig geniet ik van deze imposante bloemen die behalve mooie bloemblaadjes ook fraaie meeldraden hebben en straks weer idem zaaddozen. De papaver is eenjarig en zaait zich overvloedig uit zodat het elk jaar weer een verrassing is waar ze opkomen.

6 juni 2009

Hebben ze hun taak vervuld? Of is de lentekolder inmiddels uit hun koppies verdreven? Heel vreedzaam ligt hier een drietal Wilde eenden gezellig bij elkaar. Blijkbaar is voor dit trio de broedtijd voor hen voorbij en de rust weergekeerd. Tot augustus, want dan mogen de eenden weer bejaagd worden tot en met 31 januari van het volgende jaar. In het vroege voorjaar legt de eend een flink aantal eieren, soms wel dertien. Er moet wel een maand gebroed worden om de pullen te laten uitkomen en dan wordt er nog eens een maand of twee voor het kroost gezorgd. Inmiddels zijn er dan heel wat pullen ten prooi gevallen aan zowel predatoren boven als onder water. Na een poosje assisteren bij het grootbrengen van het nest  houdt pa het nogal eens voor gezien en geeft hij er de brui zodat ma de opvoeding in haar eentje moet voltooien. Gebondenheid is niks voor de woerd, hij verkiest de vrijheid zodra het maar kan!  Lekker zwemmen, beetje duiken, wat poetsen, dat vindt hij fijn. Tegen de zomer raken de woerden hun prachtkleed kwijt en is hij bruin, net als het vrouwtje. In het najaar komen de pronkveren weer terug. Eenden paren vaak al in de winter, dus dan moet hij aantrekkelijk zijn voor de dames!

5 juni 2009

Het blad van de Gewone Esdoorn zit boordenvol met de Rode puistjesgal (Aceria macrorhyncha cephalonea), het product van een galmijt. Deze legt eitjes plus een woekerstofje in het blad waarop het blad reageert met celwoekering: de vorming van gallen. Er zijn allerlei soorten luizen, wespen, vliegen, muggen enzovoort die gallen veroorzaken. Elk insect doet dat op slechts ťťn bepaalde  plant, struik of boom maar er worden ook galletjes gevormd op algen, mossen e.d.
De Eik is wat dit betreft wel de favoriet van veel insecten.  Er zijn ongelooflijk veel soorten gallen,  hoorntjes, knikkertjes, knoopjes enzovoort. De eitjes woorden voornamelijk in het voorjaar gelegd als de planten snel groeien en kunnen maanden tot wel een paar jaar aan de plant blijven zitten. Als de larven uit de eitjes komen, zorgen zij ervoor dat de gal steeds verder groeit. Het leven van en in gallen is uiterst gecompliceerd en interessant, zeer de moeite waard er iets over te lezen!

4 juni 2009

Ik was eigenlijk op pad om een jonge specht te fotograferen. Die zat telkens met zijn kop buiten de nestholte te schreeuwen om voer. Maar nu zat hij lekker te maffen en liet zich niet zien. Omdat het opeens een stuk kouder was geworden, had ik niet veel zin om al te lang te blijven staan wachten tot de vogel weer actief zou worden. Dan later op de dag nog maar eens proberen. Onderweg kwam ik dit mooie reegeitje tegen. Werkelijk prachtige dieren, zo elegant en zulke mooie ogen. En nooit te beroerd om even voor je camera te poseren, mits je je rustig gedraagt. Juni is de maand waarin de reeŽn kalveren krijgen. Er zijn er al gesignaleerd maar ik heb ze nog niet gezien. Wel zag ik jonge zwijntjes die nog maar net geboren waren. Ze lagen dicht tegen elkaar aangedrukt in een grote graspol. Dit is een spannende tijd in het bos, er gebeurt van alles!

3 juni 2009

Het was maar een heel klein frutseltje dat op een zaaddoos van de Judaspenning zat en mijn aandacht trok. Het bleek een Zakjesdrager (Psyche casta), een uiterst intrigerend wezentje. Net als de Kokerjuffer die in het water leeft, verzamelt de larve van dit onopvallende donkere vlindertje kleine plantaardige deeltjes en plakt die met spinseldraden aan elkaar: het zakje waar dit beestje haar naam aan dankt. Het rupsje dat er in leeft, verplaatst zich met zijn schuilplaats en al om zich heen. Het leeft van algen, mossen, kruidachtige planten maar ook loofbomen. De rups verpopt zich in de zelfgefabriceerde behuizing en ook het vlindertje blijft er wonen. Alleen de mannetjes verlaten het zakje, zij moeten immers vliegen en paren. Net als de Wintervlinder heeft het vrouwtje van deze soort geen vleugels en vaak speelt de hele levenscyclus zich af in het zakje. De zakjes zijn overal te vinden, op muren, vensterbanken of planten. Je vraagt je wel eens af wat het nut toch is van dergelijke leventjes. Het lijkt zo zinloos. Vaak hebben dit soort insecten niet eens een mond, ze bestaan alleen maar om zich voort te planten en de soort in stand t houden.

2 juni 2009

In onze huiskamer staat momenteel een bosje Phacelia (Phacelia tanacetifolia) en dat verspreidt een heerlijke geur. Geen wonder dat uit deze bloemen geurstoffen voor de parfumindustrie gewonnen worden. Of waarschijnlijk wŤrden, want  tegenwoordig zijn veel geuren chemisch. Phacelia is een fantastische bijen- en hommelplant, alleen zullen die er in mijn gebiedje momen-teel wat minder plezier aan beleven. In normale omstandigheden produceert de bloem namelijk zowel stuifmeel als nectar maar bij langdurige droogte, zoals we momenteel beleven in de streek waar ik woon (het oosten) is de productie van nectar voorlopig gestopt. Daarvoor is vocht nodig en de bodem hier is kurkdroog. Phacelia wordt ook gebruikt als groenbemester; na de bloei wordt de hele plant onder gespit hetgeen heel gunstig is voor de structuur van de bodem. De bloemen zitten aanvankelijk als een knoedeltje opgerold en strekken zich langzaam uit. De kleur is aan-trekkelijk  en de meeldraden zijn werkelijk spectaculair! Ook leuk: ze houden lang op de vaas.

1 juni 2009

Het Soerense Broek is een natuurgebiedje in ontwikkeling. Het ligt tussen Spankeren en Brummen in de provincie Gelderland en is eigendom van Natuurmonumenten. In het gebied zijn Brandrode runderen uitgezet voor de begrazing van het terrein. Dit is het zeldzaamste koeienras dat we in Nederland hebben en buiten ons land komen deze dieren niet  voor. De dieren zijn beter dan koeien uit de veeteeltsector bestand tegen ziektes en zijn daarom alleen al zeer belangrijk voor de toekomst van onze landbouw. Door een samenwerkingsverband tussen Natuurmonu-menten, de Stichting Zeldzame Huisdieren en de Stichting Brandrode Runderen zijn er momenteel een paar honderd van deze runderen gefokt. Het zijn de warmrode koeien die je vaak op schilderijen van de oude meesters ziet. Voor het natuurbeheer zijn ze nuttig omdat ze selectief grazen waardoor een grotere variatie aan flora en fauna ontstaat. De koeien zijn vriendelijk van aard, hebben blauwomrande ogen en een blauwe neus. Een mooi gezicht ze te zien liggen.

31 mei 2009

De Edelherten bewegen zich bijna geruisloos door het struweel. Alleen een oplettend wandelaar ziet  de bruine schimmen tussen het groen voorbij gaan. Ze voelen zich daar veilig en zijn druk bezig met grazen, de koppen komen nauwelijks omhoog. Alleen de geweien steken als boom-takken omhoog en bewegen deinend mee met de foeragerende dieren. De geweien zijn in de afgelopen maanden opgezet en nog steeds bekleed met zacht en gevoelig, fluweelachtig vel. Binnenkort gaat dat jeuken doordat de doorbloeding stagneert, en krijgen de dieren er last van. Ze gaan dan het gewei vegen tegen bomen en struiken tot de lappen erbij hangen. Als ook die eraf zijn, is het gewei voorlopig weer helemaal hoe het moet zijn. De hertenbokken leven in roedels, net als de hinden, maar aan het eind van de zomer, wanneer de bronst begint, gaan de roedels uit elkaar en ontstaat er strijd om de hinden: de periode dat we de mannetjes luid horen burlen.

30 mei 2009

Houtduiven horen niet in je tuin, vind ik. Maar van mijn opvatting trekken ze zich geen fluit aan. Ze kiezen zelfs de tuin uit om er een nest te bouwen en dat bevalt me al helemŠŠl niet want de jonge duiven maken er een ongelooflijk vieze bende van. Ik had het stel dus al een paar keer dringend bewogen ergens anders heen te gaan maar het hielp niet. Ze bouwden heel hoog in de Krenten-boom toch een nest en daar zit ma nu op de eieren. Vooruit dan maar. Pa duif vindt er geloof ik niet veel aan. In elkaar gedoken en chagrijnig zit hij urenlang voor zich uit te kijken. Zo te zien verveelt hij zich een ongeluk; hij moet gewoon wachten tot er jongen zijn en dan mag hij zich weer met de familiezaken bemoeien! Toch fascinerend, die instincten van dieren.

29 mei 2009

De Spinsel- of Stippelmot is in het hele land superactief, zo blijkt wel uit de pers. Vooral in het westen van het land baren ze veel opzien door hele bomen in te pakken in hun spinsels. Het spinsel dient ter bescherming van de rupsen, zodat die niet worden gepakt door vogels. Toch overkomt dat ongeveer 30% van de rupsen. Geen wonder, er zijn veel vogels die jongen te verzorgen hebben en daarbij zijn rupsen het favoriete opfokvoer. Na de langste dag zijn de rupsen verpopt en moeten de bomen weer nieuw blad gaan produceren. Dat noemt men het Sint Janslot, naar Sint Jan die op 24 juni herdacht wordt. Als de rupsen gaan verpoppen, laten ze zich aan spinseldraad uit de bomen zakken en kruipen in de grond om een pop te worden. De vlinder die daar in augustus uitkomt is een kleine nachtvlinder, wit van kleur met donshaartjes over het hele lijf. In Nederland leven 7 soorten stippelmotten die alle hun eigen waardboom hebben.

28 mei 2009

De Distelvlinder (Vanessa Cardui) is momenteel massaal te zien. We beleven een heuse invasie van deze vlinders. Vanuit Afrika en het Middellandse zeegebied worden ze al enige weken door de sterke zuidenwind naar het noorden gestuwd. Deze vlinder houdt van een stevig windje, in tegenstelling tot de meeste andere soorten. De vlinders die we nu zien, zijn wat bleek van kleur, ze hebben hun leven bijna achter de rug. Een deel gaat ze zich nog even voortplanten, een aantal van hen trekt nog wat verder. De nieuwe vlindergeneratie zal straks weer wat feller en intenser van kleur zijn. De aantallen kunnen jaarlijks erg verschillen maar momenteel vliegen ze bij duizenden ons land binnen, aldus de Vlinderstichting. Dat ze tijdens hun lange reis het nodige hebben doorstaan is wel te zien aan dit exemplaar. De vleugelranden zijn versleten en waarschijnlijk is hij of zij maar nauwelijks ontsnapt aan een hapgrage vogelsnavel. Maar hij heeft de reis volbracht !

27 mei 2009

De Grote centauri (Centaurea scabiosa) staat in bloei en is een blikvanger van jewelste. Hij staat op het volkstuinperceel van mijn mede-IVN-er. Die zaait op zijn grond allerlei fraaie wilde planten met het oog er later zaad van te winnen. Dat zaad wordt gedroogd en verpakt, voorzien van naam en bijzonderheden en vervolgens voor een klein prijsje verkocht op de IVN-tuin in Rheden. Met de opbrengsten kunnen weer nuttige zaken worden aangepakt. Dankzij al die bloeiende planten is het een gezoem en gebrom van jewelste bij en rond al die bloemen. En het is natuurlijk een geweldig gezicht, zo tussen alle preien en aardappels van de meeste andere tuinders. Veel vlindersoorten heb ik er nog niet gezien maar het kan nooit zo slecht worden als vorige zomer toen de vlinders echt schitterden door afwezigheid. Er komen steeds meer vrouwen op de tuinen en die zetten zoveel bloeiende planten tussen de gewassen dat steeds meer mannen van de weeromstuit  mee gaan doen! En zo wordt het aanzien van het tuinencomplex steeds vrolijker.

26 mei 2009

Gisteren vond het wonder plaats! In de nazomer van vorig jaar vond ik rupsen van de Koninginepage op mijn volkstuin. Ik nam ze mee naar huis om ze veilig te stellen en om te proberen ze te laten uitkomen. Ik zette ze in een aquariumbakje en al snel begonnen de rupsen zich in te spinnen. De mooie poppen bleven de hele winter hangen aan een paar oude Dille-takjes. Ik wist dat ze eind mei zouden uitsluipen, als alles tenminste goed verliep. En stel je toch voor: in de poppenhuid zou de rups helemaal oplossen en uit de brei die dan overbleef, zou een totaal nieuw en frÍle wezen gecreŽerd worden. En waarachtig, zo ging het! Twee uren lang heb ik zitten kijken hoe alles zich voltrok. Ik zag hoe de vleugels werden opgepompt en de prachtige vlinder maar liefst twee uren bleef hangen om de vleugels te laten harden. Nadat het lijf van de pagevlinder een paar druppels afvalstoffen naar buiten had geperst, gingen de vleugels wijd open. Een tiental seconden kreeg ik tijd om de vlinder in zijn ultieme schoonheid te fotograferen, toen steeg hij op. Onwennig draaide de vlinder een paar rondjes en verdween in de blauwe lucht. Wat schitterend om te zien! En nu maar hopen dat hij niet opgevoerd wordt aan jonge vogeltjes.

25 mei 2009

Op 19 mei schreef ik over mijn ontdekking van de Koolwants en dat ik zo graag een rood exemplaar zou willen fotograferen. Naarstig speuren leverde resultaat op. Ik zag veel zwarte wantsen en maar een enkele rode. Leuk dat die ook nog gepaard zat, zodat het verschil goed te zien is. In het bos vordert het seizoen zichtbaar. Op plekken waar de ochtendzon vrij spel heeft, komt nu het Vingerhoedskruid in bloei. In allerlei bomen is het zachte getsjilp te horen van om voedsel roepende spechtenjongen maar vaak zitten de nestholtes hoog tussen het gebladerte. Toch vond ik een boom die zich leende voor foto-opnames. De jongen waren nog tamelijk klein en af en toe zag ik een koppie van een omhoog springend jong dat graag naar buiten wilde kijken. Over een paar dagen zijn ze zo sterk geworden dat ze steeds in de nestopening zitten. Dan ga ik opnieuw kijken. Het is wel lastig dat de oude spechten zo ontzettend alert en schuw zijn. Ze ontdekken je meteen, blijven je in de gaten houden en schelden je langdurig de huid vol!

24 mei 2009

In mijn herinnering zag je vroeger veel meer Meikevers (Melolontha melolontha) vliegen dan tegenwoordig. Het zal wel te maken hebben met de methodes die toen en nu in de landbouw gebruikt werden. Dit jaar lijkt een goed meikeverjaar te zijn. Ik zag er meerdere vliegen en ook de engerlingen trof ik al aan in de aarde op mijn volkstuin. De ontwikkeling van engerling tot meikever kan jaren duren; het weer is hierbij een belangrijke factor. De meikever legt haar eitjes tien centimeter onder de grond en na een paar weken komen ze al uit. De larven zijn echter pas na drie jaren volgroeid, maar soms, afhankelijk van de weersomstandigheden, kan dat zelfs vier of vijf jaren zijn. Een goed meikeverjaar wordt daardoor vaak gevolgd door jaren dat je ze maar weinig ziet. In het verleden, toen er nog heel veel meikevers rondvlogen, veroorzaakten de kevers veel schade aan gewassen maar tegenwoordig is dat nauwelijks nog het geval.

23 mei 2009

Ze zijn er nog, de slootjes met Gele lissen, Waterranonkel en zelfs Waterviolier, en langs de kanten de echte Koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi ), maar je moet zoeken tot je een ons weegt om ze te vinden. Als je het geluk hebt om je een keer in een beschermd gebiedje te mogen begeven waar de natuur weer haar gang mag gaan, zie je hoe alles afhangt van de manier waarop aan natuurbeheer gestalte wordt gegeven. Ook buiten de speciale terreinen. In de ene provincie wordt op dit punt prachtig werk verricht terwijl het in de andere soms treurig is. Maar ook gemeenten hebben een vinger in de pap. Waar ik woon, wordt op de meest ongunstige momenten gemaaid zodat alle wilde planten die hun kop  boven het maaivel uitsteken meteen met grond gelijk worden gemaakt. Grasklokjes, Salie, noem maar op, alles verdwijnt onder die verwoestende messen! Protesten hebben geen zin, het beheer wordt uitbesteed en uitgevoerd wanneer er toevallig tijd is. Blijkbaar wordt daarin geen enkel beleid gevoerd. Zo jammer!

22 mei 2009

Een dagje door bijzondere natuurterreintjes struinen met een enthousiaste groenvriendin, leverde deze week een aantal verbazingwekkende insecten op. We ontdekten beestjes die we beiden nooit eerder gezien hadden. Omdat je aan foto’s alleen niet genoeg hebt, moest er ook het nodige speurwerk verricht worden om aan de weet te komen wat we hadden gevonden. Dit bijvoorbeeld is een exemplaar uit de bladwespenfamilie Periclista. Of hij veel voorkomt, weet ik niet; op het internet is er maar weinig over te vinden. We vonden het een leuke vondst.  De bladwesplarve wordt nogal eens aangezien voor een vlinderrups. Het verschil zit hem in de pootjes. Vlinderrups: drie paar echte pootjes op het borststuk en even verderop vier paar buikpootjes (die eigenlijk neppootjes zijn). De bladwesplarve heeft ůůk op het borststuk drie paar echte pootjes maar na een onderbreking in het volgende segment heeft hij een heleboel naast elkaar staande buikpoten. Ook zijn de lijven van bladwesplarven meestal wat geribbeld.

21 mei 2009

Dit is een van mijn favoriete kleuren: de Damastbloem (Hesperis matronalis). Maar dan wel de lila variŽteit. Er zijn ook donkerlila bloemen, ook prachtig, en witte exemplaren. Sommigen vinden de witte zo bijzonder dat kwekers ze zijn gaan aanbieden als variŽteit alba. Mijn ervaring is juist dat de witte er meer zijn dan de kleurlingen. Damastbloemen zijn ouderwetse tuinplanten die werkelijk verrukkelijk geuren en daarmee veel vlinders lokken. Ook nachtvlinders. De plant zaait zich makkelijk uit en als je hem eenmaal in de tuin hebt, vind je hem na verloop van tijd overal terug. Na de bloei komen er dunne peulen. Als je die wilt zaaien, moet je dat doen als de peulen zo rijp zijn dat ze op barsten staan. Soms slaagt de Damastbloem er in zich in het wild uit te zaaien. Oorspronkelijk kwam hij niet in ons land voor maar werd ingevoerd van elders.

20 mei 2009

Het Oranjetipje (Anthocharis cardamines)  vliegt nog steeds; je kunt hem zien tussen april en eind juni. De Vlinderstichting meldde dat de Oranjetip dit voorjaar massaal voorkomt dankzij de mooie aprilmaand, en zelfs op plekken vliegt waar hij anders niet gezien wordt. De eitjes - meestal ťťn per plant - die nu gelegd zijn of nog worden op  kruisbloemigen als Look zonder look, Judaspenning, Pinksterbloem en Damastbloem komen begin juni uit. De rupsen ontwikkelen zich tot augustus en spinnen zich dan in. De poppen blijven in het struweel hangen tot volgend jaar. Als er tenminste niet gemaaid wordt en de poppen verloren gaan. Er zijn ook gevallen van poppen bekend die pas het jaar daarop uitsluipen. Een manier om slechte tijden te overbruggen. De vlinder op de foto is een mannetje, de vrouwtjes missen de oranje vleugeltippen en zijn wit gemarmerd met zwarte vleugelpunten. Een heel charmant en vrolijk uitziend vlindertje!

19 mei 2009

Op mijn volkstuin, waar ik behalve werk verricht, ook uitvoerig loop rond te neuzen op zoek naar leuke beestjes, vond ik tot mijn verbazing dit stel prachtige wantsen. Deze heb ik nooit eerder gezien. Het was moeilijk ze te fotograferen want het waaide hard en ik moest met ťťn hand het blad stilhouden en met de andere hand fotograferen. Na enig speurwerk  kwam ik tot de conclusie dat dit een heel algemene en doodgewone soort is: de Koolwants (Eurydema oleracea). Hij kan zeer schadelijk zijn want het is een allesvreter, van plant tot andere insecten, zelfs soortgenoten. Het leuke is wel dat deze wants soms een ander pak aan heeft. Dan is alles wat hier wit is, rood. En het komt ook voor dat je dan een parend koppeltje ziet van beide variaties. Als ik die nu ook een keer  voor de lens krijg, is mijn geluk compleet! Ik blijf speuren. De volwas-sen wants overwintert en paart in mei waarna een dubbele rij van twaalf eitjes worden afgezet.

18 mei 2009

Kijk ze nou toch eens paraderen, de opgewonden doffers met hun hanige gedrag! Het achterste exemplaar valt bijna achterover. Koerend en buigend en met opgezette veren lopen ze indruk te maken op de duivin die er tussenin loopt. Wie zal ze kiezen? Hanig gedrag zien we soms ook bij jonge mannen die wel heel uitdrukkelijk uit zijn op het veroveren van een vrouwtje. Dat we achter-namen hebben is nog een herinnering aan Napoleon, die verordonneerde dat mensen en hun familieleden een familienaam moesten hebben. Had je er al niet een, dan verzon je  hem maar. Meestal werd dat dat iets dat te maken had met een beroep of woonplaats. Wat zouden dat voor mannen geweest zijn, die op het idee kwamen zichzelf en hun families "de haan" te noemen....?

17 mei 2009

Ik word helemaal vrolijk van deze leuke "koninginnedaghommeltjes". Qua uiterlijk maakt de Weidehommel (Bombus pratorum) er een rommeltje van maar zijn achterwerk is  altijd knaloranje en daardoor valt de hommel enorm op. Soms heeft ie ook gele strepen, soms zijn die heel vaag en ook kan het zijn dat hij helemaal geen strepen heeft. Eigenlijk moet ik zeggen "zij" want in deze tijd zie je de koninginnen rondvliegen op zoek naar een goed plekje voor het nest. Ik zie ze veel-vuldig  op de bloemen van de bieslook maar ook in het ijle groen van de asperges. Hun stuifmeelkorfjes zijn ook fel oranje. Hoewel hommels over het algemeen zachtaardige diertjes zijn, kunnen ze natuurlijk wel steken als ze zich bedreigd voelen. En ook nog meerdere keren want de hommel verliest niet zoals de wesp bij een steek meteen haar angel. Na een wespensteek wordt die gewoon uit het lijf gerukt of gescheurd. Nou, van mij heeft ze geen kwaad te duchten!

16 mei 2009

In een oud beukenlaantje trof ik drie paddestoelen aan die er uitzagen als bloemen. Het zal ongetwijfeld de droogte zijn geweest die ze aan alle kanten heeft doen barsten en scheuren zodat ze een geheel nieuw uiterlijk kregen. Maar eindelijk is er een einde gekomen aan de grote droogte en hoewel regendagen meestal nogal saai zijn, zullen de meeste mensen blij zijn geweest met het zegenrijke water dat nu uit de hemel is gevallen en dat de bodem doordrenkt en weer groeizaam maakt. Hopelijk zullen nu ook al mijn zaaisels in de volkstuin gaan ontkiemen.

15 mei 2009

Overal in de weilanden zie je jonge dieren nu en dat is vaak heel vertederend. Jonge bokjes en geitjes, witte en zwarte lammeren en ook veel veulentjes. Wat zijn ze toch prachtig. Je kunt er gewoon niet zonder meer aan voorbij fietsen of lopen als je zo'n jong paardje door de wei ziet dartelen. Nog een beetje onzeker, dus dichtbij zijn moeder, maar toch steeds verder op eigen benen. Mooi hoor! Opvallend afwezig zijn kalveren, die moet je met een vergrootglas zoeken. Ze staan overwegend in stallen om afgemest te worden, al meteen na de geboorte weggehaald bij hun moeder. Varkens zie je al helemaal niet meer buiten lopen. Wat doen we die dieren toch aan!

14 mei 2009

Hoera, de klaprozen bloeien weer. Weldra zullen de wegbermen weer rood kleuren door deze vrolijke blommen. We naderen de zomer, dat is nu goed te merken buiten. De koekoek, die sinds 1980 met 50% in aantal is afgenomen, laat zich nu ook weer horen. Dat geeft je toch het gevoel dat de lente aardig begint te vorderen. De Gele lis staat ook al in bloei, het frisse tere groen van vorige maand is alweer overgegaan in bezadigde zomerkleuren. De beuken zitten tjokvol bloe-sem, dat belooft voor de dieren in het bos een betere herfst en winter dan die van het vorig jaar.

13 mei 2009

Terwijl de nakomelingen van de Bruine kikker al lekker rondzwemmen in  vijvers en plassen is de Groene kikker (Pelophylax ridibundus) nu pas bezig bruiloft te vieren en dat zullen we weten ook! Wat een kabaal kunnen die beesten produceren. Ik vind het wel wat hebben, al moet je zo'n stel niet onder je slaapkamerraam hebben natuurlijk want dan doe je geen oog dicht. In de loop van juni houden de kikvorsen het voor gezien en keert de rust weer terug. In ons land hebben we drie soorten groene kikkers en daar komen dan weer kruisingen uit voort. Bruine kikkers kunnen ook veel groen hebben en worden dan abusievelijk nogal eens voor de groene aangezien. De echte groene heeft altijd een groene streep over z'n rug lopen, dat is een goed herkenningspunt.

12 mei 2009

Als de Krompootdoodgraver (Nicrophorus vespillo) aas vindt, zoals ik dit geval een dode muis, weet hij precies wat hem te doen staat. Hij begint feromonen af te scheiden waarmee hij een vrouwtje lokt en paart dan met haar. Na de paring wordt het aas in een vooraf gegraven holletje begraven. Vanuit de "lijkkamer" wordt een  gang gegraven naar een zijkamertje waar de eitjes worden gelegd.  Vervolgens gaat moeder doodgraver in een holletje onder het aas zitten wachten tot de eitjes uitkomen en de larven zich door haar met geluid richting aas laten lokken richting. Ze kunnen net als krekels tsjirpen door hun achterlijf tegen de dekschilden te strijken. Intussen begint moeder doodgraver het aas wat voor te verteren door er speeksel in te brengen, hetgeen de vertering op gang brengt. In het begin worden de larven door hun moeder gevoerd, als ze wat groter zijn geworden, eten ze zelf. Deze vorm van broedzorg komt in de insectenwereld niet veel voor. Aaskevers kom je in de tuin niet vaak tegen, ze leven meer in de "wilde natuur".

11 mei 2009

Steeds meer Vuurjuffers (Pyrrhosoma nymphula) komen er tevoorschijn; hun larven leefden een jaar in het water. Dit is een man wat te zien is aan het overwegend rode lijf. De vrouwtjes hebben donkere segmenten. De tang onderaan het lijf is bedoeld om het vrouwtje mee vast te grijpen in haar nek waarna manlief zijn vrouw gedeeltelijk of zelfs geheel onder water kan laten zakken, waar zij eitjes legt op de waterplanten. Regelmatig gebeurt het dat daarbij de te water gelaten juffer door een larf of salamander gezien wordt als een lekker hapje en nooit meer boven water komt. De vuurjuffers hechten niet zo erg aan de waterkwaliteit waardoor we ze veel zien. Er zijn ook soorten die juist zeer kritisch zijn op dit punt. Libellen en juffers jagen vaak vanaf een vast punt en keren daar ook weer terug, waardoor je ze heel goed kunt bekijken. Alles aan deze vuurjuffers is vurig, zelfs de ogen!  Zeer fraaie insecten die langer onder water leven dan erboven.

10 mei 2009

De bollen bloeien dit jaar als nooit te voren. Groot, rijk en zeer bekoorlijk. Een van de mooiste bloembollen om op een goed in het oog vallende plek in je tuin te zetten, is er een met lange stelen vol hangende blauwe klokjes, waarvan ik de naam niet zeker weet. Ik geloof dat het de PyreneŽnhyacint (Hyacinthus amethystinus) is. Het is leuk om te zien hoe bijen van het ene klokje in het andere kruipen om stuifmeel te verzamelen in de korfjes aan hun poten. Plukken uit de tuin doe ik zelden. Op de vaas zijn de meeste bloemen zo snel weg terwijl ze buiten een vele malen langer leven hebben. Plukken doe ik op mijn volkstuin, daar heb ik weer van alles gezaaid en ik verheug me al op wat ik daar straks kan oogsten aan fleurige boeketten.

9 mei 2009

Ik ben een hele tijd bezig geweest de Wolzwever (Bombylius major) op een foto vast te leggen maar dat was niet eenvoudig, het resultaat is er dan ook naar. ! Het is een heel grappige vlieg die als een kolibrie in de lucht kan hangen. Hij schiet van de ene plek naar de andere, op zoek naar een aantrekkelijke bloem, en hangt dan ogenschijnlijk doodstil in de lucht. Feit is echter dat zijn vleugels zo ontzettend snel bewegen, dat je het gewoon niet ziet. Zijn drinksnuit is heel lang en staat als een antenne  in zijn kop. Hij hoeft dan ook niet op een bloem te gaan zitten om nectar op te zuigen, hij blijft er gewoon voor hangen. Zijn lijfje is bezet met haartjes, daar zal zijn naam wel op gebaseerd zijn.  Nu het weer lekker vol wordt in de tuin, ga je weer steeds meer insecten zien.

8 mei 2009

Ja, deze zijn er ook weer en daar is niet iedereen blij mee! Maar toch, ze vormen belangrijk voedsel voor egel, lijster en merel. Wijngaardslakken zie ik elk jaar meer verschijnen; als ik ze vind, moeten ze gedwongen emigreren naar een plek waar ik er geen last van heb. Ik begin er niet aan ze te vernietigen. Als je soms leest wat tuinliefhebbers wordt aangeraden: zout erover, verdrinken laten in een potje bier, vergiftigen, nee dat is niets voor mij.  Ook onzinnige raad-gevingen worden soms gegeven: strooi schelpenzand, daar kunnen ze niet overheen! De slak heeft echter voorin de voetzool een klier die slijm afscheidt zodra het beest zich in beweging zet. Zo kan hij elke barriŤre aan, zelfs de snijkant van een scheermesje neemt hij met gemak. De Hosta's heb ik maar uit onze tuin verwijderd, ze lokten alleen maar steeds meer slakken. Alleen langs de vijver staan er nog een paar en daaronder heb ik als experiment een dikke laag  cocosdoppen gestrooid want waar slakken wel een enorme hekel aan hebben, is droogte.

7 mei 2009

De Metselbij, een solitair bijtje, maakt dankbaar gebruik van de nestgelegenheden die wij haar aanbieden. Dat kan een samengebonden bundel van stukjes bamboe zijn of van een stuk hout waarin gangetjes worden geboord. De metselbij begint met het maken van een cel en daarin brengt ze een voorraadje stuifmeel waarop een eitje wordt gelegd. De cel wordt vervolgens dicht gemetseld. Het stuifmeel wordt niet aan de pootjes maar in de lange buikharen meegevoerd. Nu maakt de metselbij opnieuw een cel, op dezelfde wijze. Daarmee gaat ze door tot er een stuk of zes eitjes gelegd zijn. Wat vervolgens gebeurt is bijzonder: ze sluit de toegang tot de cellen af met een loze cel en een laagje klei of leem dat passerende sluipwesten om de tuin leidt, zodat die niet op haar larven kunnen parasiteren! Dit behoort tot die dingen in de natuur die een mens niet alleen verbazen, maar ook verstomd doen staan! Door ervaringen heeft de bij geleerd hoe ze haar broed moet beschermen, en daar gingen eeuwen overheen. Een staaltje van pure evolutie! De nieuwe bijtjes komen pas het volgend jaar uit, en knagen zich een weg naar de vrijheid.

6 mei 2009

Het Lelietje-der-dalen (Convallaria majalis) vind ik een vertederend bloempje. Het doet denken aan reinheid en onschuld, aan jonge meisjes en bruiden. De geur wordt verwerkt in zeep en eau de toilet. Mijn vriendinnen droegen ze in hun bruidsboeketten. Ikzelf trouwens ook en gedroogd liggen ze al tientallen jaren in een doosje in de kast als zoete herinnering.  In de tuin kun je ze beter laten groeien op een plek waar ze hun gang kunnen gaan, want ze breiden zich flink uit.
Wat is er mooier in de meimaand dan een klein vaasje vol van deze wasachtige bloemtakjes? Niets toch! Om ze lang goed te houden, moet je wel dagelijks het water verversen. Ondanks hun schoonheid herbergen ze ook gevaren. Alle delen van deze plant zijn zeer giftig en het water waarin de bloemen hebben gestaan kan dodelijk zijn voorkinderen. Voorzichtigheid is geboden!

5 mei 2009

De Groene bladsnuitkever (Phyllobius pomaceus) is een beestje dat je alleen ziet tussen april en juni. Brandnetel is een van de planten waar hij op en van leeft maar op mijn aalbessenstruiken zitten ze momenteel volop, allemaal druk bezig met de voortplanting. De larven kunnen grote schade aanrichten aan de ondergrondse plantdelen en kunnen bestreden worden door het inzetten van gespecialiseerde aaltjes. Een biologische bestrijdingswijze die meer en meer wordt toegepast. Het schild van deze kevers verliest al snel bij aanrakingen van allerlei soort de groene schubben waardoor dan de blauwachtige ondergrond zichtbaar wordt. Zo te zien ligt het vrouwtje tijdens de paring plat op haar buik, pootjes gestrekt. Een komisch gezicht!

4 mei 2009

Ik mag graag langs het kanaal tussen Apeldoorn en Dieren scharrelen. In 1972 werd dit gesloten voor de scheepsvaart, hetgeen enorme gevolgen had voor de waterkwaliteit. Ondanks de begroeiing kun je op allerlei plekjes vlakbij het water komen.  In het heldere water zie je dikkopjes voorbij peddelen, kokerjuffers zich langzaam voort bewegen en visjes zwemmen. Op het water schieten schaatsenrijders heen en weer en draaien schrijvertjes hun rondjes. Futen zwemmen op het water en waterhoentjes zitten op hun nesten. Aan de oever houden zich nu weer de libellen op, er komen er steeds meer. Kikkers springen voor je voeten het water in en in de bomen klinkt zomers het liedje van de Kleine karekiet. Die heb ik nu nog niet gehoord, het is een zomergast in ons land. Tijdens de zomermaanden is het kanaal bedekt met grote plekken waterranonkel en op de wal groeien onder meer Groot hoefblad en Rietsigaar Er zijn mensen die het kanaal, dat aansluit op de IJssel, weer willen openstellen voor de pleziervaart. Ik moet er niet aan denken!

3 mei 2009

Vruchten van de Plataan in alle stadia. De grootste zijn van het vorige jaar, de kleinere van nu. Dat de Plataan zoveel wordt aangeplant, komt niet alleen vanwege het mooie blad en de sierlijke vruchtjes die de hele herfst en winter aan de boom blijven hangen. De plataan heeft een heel bijzondere bast: er zitten huidmondjes in. Waar andere bomen uitsluitend ademen door hun bladeren, kan de Plataan dit ook door zijn bast. Hij neemt veel koolzuur uit de lucht en brengt er weer zuurstof in terug. Daarom is de plataan een hogelijk gewaardeerde stadsboom geworden.
Hier komen twee soorten platanen voor en een kruising daarvan. De bast van de plataan ziet er bijzonder uit als gevolg van het feit dat er telkens oude stukken worden afgeworpen en eronder nieuwe stukken tevoorschijn komen. De plataan is eenhuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen zijn verenigd tot bolletjes. Ik vind het echt een prachtige boom, vooral ook in de winter als de bolletjes als kerstballen aan de takken hangen. En dan nog wat sneeuw erop, geweldig!

2 mei 2009

Het schijnt dat tegenwoordig ratten overal om ons heen zijn. We hebben het dan over de Bruine rat (Rattus norvegicus), op de wereld een zeer succesvol zoogdier. In een grote stad als Berlijn leven er al naar schatting 500.000 exemplaren. Op mijn volkstuin zijn ze ook. De bruine rat wordt overal op het platteland en elders bestreden met een middel dat de bloedstolling tegengaat waarna zo'n beest een afschuwelijke dood sterft. Wageningen universiteit deed vorig jaar een onderzoek naar ratten en stelde vast dat ze immuun worden voor dit gif dat eigenlijk "onmenselijk wreed" is. Slechts ťťn veranderd gen maakt een rat ongevoelig voor het gif. Ik wil geen gif gebruiken op mijn tuin en ga het maar eens proberen met mottenballen, wie weet helpt dat ook!

1 mei 2009

"Onkruid" heeft altijd een wat negatieve bijklank, je wilt het liever kwijt dan rijk zijn. Maar feitelijk spreken we over "wilde planten", want dat zijn het.  En veel van die wilde planten zien er zo mooi uit dat je ze graag in de eigen tuin wilt hebben. Dat geldt zeker voor de Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum). Met zijn fel witte bloemetjes springt hij meteen in het oog.  Oor-spronkelijk een plant uit het stinzenmilieu, tegenwoordig zie je hem echter toch vrij vaak. De bollen wist zich duidelijk te vestigen in ons land en zich enorm uit te breiden. Een familielid is de Knikkende vogelmelk, deze is een heel stuk zeldzamer. Dat deze lente alle records breekt, lieten de mensen achter de Natuurkalender inmiddels weten. Lag de natuur eerst zes weken achter vanwege de lange strenge winter, nu ligt diezelfde natuur alweer twee weken voor. "Zelfs bloeiend Daslook is al gezien". Welnu, de Daslook bloeit ook in onze tuin inmiddels al een kleine week.

30 april 2009

Er wordt gepaard bij het leven, in de natuur! Ik heb eens even speurend rondgewandeld langs de bessenstruiken op mijn volkstuin en geconstateerd dat er een ware sexorgie plaatsvindt. Lieveheersbeestjes, kevers, wantsen en ook deze Grijze vleesvliegen zijn druk bezig met de voortplanting en dat is ook hun enige doel in het leven. De meeste van die beestjes doen het "op z'n hondjes" maar er zijn er ook die wat gemakzuchtiger  zijn, zoals de wantsen. Die gaan gewoon achterstevoren staan en verbinden hun achterlijven met elkaar. Zo kunnen ze dat uren volhouden.
Binnenkort zullen er weer volop eitjes worden gelegd en uitkomen, waar andere insecten dan hun maal mee zullen doen. Slechts een minimaal aantal zal het tot een volwassen leven brengen.

29 april 2009

Een paar dagen geleden ging onze tuinclub naar Hasselt om het wonder van de duizenden kievitsbloemen te aanschouwen. Langs het Zwarte Water liggen weilanden vol met deze kostbare kleinoden; het is de enige plek nog in ons land waar ze zo massaal voorkomen en jaarlijks trekt dat veel toeschouwers. Die mogen dan mee met een beheerder van SBB en steken per boot over naar het beschermde gebied, waar je anders niet mag komen. Ik roep maar steeds dat alles zo vroeg is en zo snel gaat en ditmaal bleek ik daarmee gelijk te hebben.  Er waren nog slechts een stuk of tien Kievitsbloemen te zien, de rest was uitgebloeid. Vroeger dus dan in andere jaren. Maar niet getreurd, dames op stap weten er altijd iets van te maken!

28 april 2009

"Man, ze heeft ons in de gaten",  lijkt mevrouw Grauwe gans tegen haar echtgenoot te zeggen. Het koppeltje hield zich op in een idyllisch weideveldje bij een van de watertjes bij Doesburg. Helaas bleken ze niet van mijn aanwezigheid gediend en gingen al snel op de wieken, naar een plekje waar ze ongestoord hun bezigheden konden voortzetten. Het landschap van weilanden en  uiterwaard ziet er zo geweldig mooi uit. De paardebloemen verdwijnen langzamerhand en worden vervangen door smeerwortel, paardestaarten, weegbree, rode klaver en allerlei bloeiende gras-soorten. De bermen van de wegen staan weer vol wuivend Fluitekruid. En het gaat zo angstig snel allemaal, soms heb je het gevoel dat er niets meer overblijft voor straks!

27 april 2009

De Donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum) staat op allerlei plekken in onze tuin te bloeien. Hij is zo mooi! Maar ook een soort paard van Troje want hij zaait zich onuitstaanbaar sterk uit. Het is een echte sloddervos van een plant, het maakt niet uit, waar het zaad neervalt, zal het ont-kiemen. Ooit was ook dit een stinzenplant, meegebracht van verre oorden omdat hij zulke inpalmende bloempjes produceert. Vooral als de zon door de bloemblaadjes schijnt, ga je er letterlijk en figuurlijk voor door de knieŽn. Maar in het wild heeft deze geraniumsoort het toch niet goed weten te redden en stilaan verdween hij overal. Maar niet in de tuin! Meteen na de bloei terugknippen, dat is de enige remedie om hem in toom te houden.

26 april 2009

Het aardige van het reewild is dat het zo rustig blijft als je het ontdekt. De zomervacht die het ree nu krijgt, geeft het een geweldige camouflage. Als ze zo stil staan te kijken tussen het spectrum van groene kleuren, en takken die rondom op de bodem liggen, zou je er achteloos aan voorbij lopen wanneer je er niet op gespitst was ze te ontdekken. In een bosgebied waar veel mensen wandelen, raakt het wild over het algemeen tot op zekere hoogte gewend aan mensen. En vooral een ree kan je zo vriendelijk aankijken met die mooie glanzende ogen. In tegenstelling tot Edelherten die in februari hun gewei verliezen, raakt de Reebok dit kwijt in oktober. Meteen wordt er een nieuw exemplaar opgezet. Bokken en geiten lopen in deze tijd apart van elkaar. De geit is nu zwanger en krijgt over ruim een maand haar jong. In augustus breekt de bronsttijd weer aan.

25 april 2009

Ik hou erg van bloemen die er natuurlijk uitzien, dus planten met opzichtige, grote blommen laat ik aan de liefhebber. Dit is er een waar ik voor op de knieŽn ga: het is de Darmera pellatum. In gewoon Nederlands heet hij Schildblad. Ik weet zeker dat hij een andere Latijnse naam had toen ik hem lang geleden aanschafte maar vaak krijgen planten in de loop van tijd weer nieuwe namen die meer passen bij hun eigenschappen.  Eerst komt er een lange steel de bodem uit waarop een bloemknop staat. Als die opengaat, zie je allemaal beeldschone bloempjes bij elkaar staan. Even later komen er fraai geplooide bladeren uit de grond. Langzaam worden daar de plooien uitgestreken doordat het blad almaar groter wordt. Het is een schaduwplant die heerlijk moet zijn voor diertjes die even genoeg hebben van de hete zomerzon. En er zitten vast ook wel eens kaboutertjes onder die wij niet zien, aldus mijn jongste kleinzoon. Ik beaam dat natuurlijk!

24 april 2009

Wie, zoals ik, houdt van zaaien en stekken, zal meteen herkennen wat op deze foto staat. Het is een levermosje met de naam Parapluutjesmos. Ook op kwekerijen zie je dit mos vaak in de plantenpotjes staan want het houdt van vochtige grond. Het mos heeft geen wortelstelsel. Op de leverachtige bladeren zie je broedbekertjes liggen. Als je met een loepje zou kijken, zou je zien dat er allemaal korreltjes in liggen. Die kunnen door een regendruppel uit de bekeer worden gespat zodat ze zich kunnen verspreiden. Maar ook op een andere manier kan dit mos zich vermeer-deren. In april verschijnen er opeens parapluutjes. De mannelijke zijn duidelijk zichtbaar op deze foto maar er staan ook een paar vrouwtjes tussen, die met de sterk ingesneden vormen. Om de zomer zijn de sporen rijp en worden de parapluutjes geel van kleur. Leuk toch, zoiets bijzonders in je bloempotten! Ik vind ze erg aardig om te zien en ik laat altijd een potje met dit mos staan om het te laten zien aan bijvoorbeeld de kleinkinderen. Dit levermosje doet het dit jaar verbazend goed.

23 april 2009

Op maandag 20 april zag ik voor het eerst weer een Bont zandoogje in onze tuin vliegen. In tegenstelling tot de meeste andere vlinders, houdt deze soort zich bij voorkeur op in lichte schaduw, langs bosranden, lichte plekken in het bos, enzovoort. Deze vlinder produceert meerdere generaties per jaar en zowel de pop als de rups zijn in staat te overwinteren. De eitjes worden afgezet op grassoorten en de rupsen groeien heel snel. De vlinder leeft maar drie weken, Hopelijk wordt dit jaar een beter vlinder jaar dat het vorige, dat was het slechtste sinds de waarnemingen van start gingen. Van mijn Koninginnepagepoppen die ik vorige herfst mee naar huis nam, is er gedurende de winter een doodgegaan, de ander ziet er nog perfect uit. Spannend!

22 april 2009

Ik zag dat de Edelherten begonnen zijn nieuwe geweien op te zetten. Het oude is ongeveer een maand geleden afgeworpen. Sommige herten hebben al een centimeter of twintig op hun kop staan, terwijl andere er nog mee moeten beginnen.  Het nieuwe gewei wordt vanuit de zogenaamde rozenstokken (twee botten aan weerszijden van de kop) opgebouwd uit beenstof en dat is een enorme fysieke prestatie, elk jaar weer opnieuw. Als de geweien in opbouwfase zijn, blijven de herten bij elkaar lopen. In juli wordt de fluweelachtige bast eraf geschuurd en gaan de herten hun eigen weg. Omdat het gewei mondjesmaat opgebouwd wordt, merken de herten er natuurlijk weinig van maar het moet toch een vreemde sensatie voor die dieren zijn als er opeens een gewicht van zo'n tien kilo van hun koppen valt.

21 april 2009

De eerste bloempjes van het Robertskruid (Geranium robertianum) zijn opengegaan. Ik vind het een beeldschoon plantje, zowel het loof als de bloemetjes zijn zeer verfijnd. In de oude geneeskunde werd het veel gebruikt voor alle mogelijke kwalen en ook nu in de homeopathie wordt het vaak aangewend vanwege geneeskrachtige werkingen. Zo las ik ergens dat je de muggen verdrijft als je het blad kneust en jezelf ermee insmeert. Dat zal ik eens gaan uitproberen. Robertskruid heeft een netwerk van oppervlakkige wortels en je trekt het makkelijk uit de grond als het te massaal in je tuin gaat groeien. Maar altijd blijft er in onze tuin plaats voor dit moois.
Op zo'n macrofoto zie je vaak pas hoe mooi e.e.a. er uitziet wanneer je hem op  de pc zet. De roze helmknopjes die het stuifmeel bevatten, de gele stampertjes die nog verder omhoog zullen groeien om het stuifmeel op te vangen en later zaden te vormen. Zo mooi allemaal om te zien!

20 april 2009

Wie smelt niet bij het zien van zo'n aanminnig paartje Gaaien! Ze hebben nog geen nest maar er wordt stevig aan paarbinding gedaan waarbij het vrouwtje de man test op zijn voerinstincten. Ze is immers van hem afhankelijk bij het grootbrengen van de jongen. Gaaien doen alles samen: nest bouwen, broeden, jongen verzorgen en dat is lang niet bij alle vogels zo. Gaaien zijn alleseters wat betekent dat ze in de lente ook vogelnestjes uithalen om de eieren en jongen aan hun nakomelingen op te voeren. Heel akelig als je net dat leuke nestje in je tuin had. Om die reden hebben sommige mensen dan ook een hekel aan deze mooie vogels, net als aan eksters, kauwen en kraaien die hetzelfde doen.  Maar laten wij ons eens een spiegel voorhouden: mensen eten ook de eieren van andere vogels, kwartels, eenden. Ook nog  jonge lammetjes en kalfjes.  Maar dieren kunnen geen keuzes maken, zij volgen gewoon hun instincten. Dus als de merel een worm uit de grond trekt moeten we dat in hetzelfde perspectief zijn als de gaai die de jongen van een ander uit het nest rooft. Maar oef, wat is dat moeilijk hŤ!

19 april 2009

In mijn volkstuin staat de Perenboom al dagenlang in volle bloei. Ik heb het gevoel dat alles enorm vroeg is deze lente. Zelfs de groene en rode beuken staan al vol in het blad; als er nu maar geen stevige nachtvorsten meer komen want dit is echt heel erg vroeg! Mijn aardbeienplanten staan er eveneens formidabel bij met dikke bloemknoppen die straks weer verrukkelijke zoete aardbeien opleveren. Het zevenblad en kweekgras bulderen de grond uit op sommige plekken en het is vechten tegen de bierkaai ook al doe ik nog zo mijn best ze uit de grond te halen. Terwijl ik daar dan zo zit te wroeten in de grond kom ik weer allerlei mooie beestjes tegen, die zijn net als ik zo blij dat het weer volop lente is!

18 april 2009

De mannetjes van de Wilde eend (Anas platyrhynchos) hebben kopveertjes waar je "U" tegen zegt! Ze glinsteren en glanzen in het zonlicht en het moet toch geen kunst zijn, lijkt me zo, om in deze blitse outfit een wijfje te strikken! Persoonlijk vind ik de vrouwtjes van mijn eigen soort veelal mooier dan de mannetjes en zo zie je maar weer dat het allemaal een kwestie van smaak is! De fleurige verenpakken van vogelmannen hebben natuurlijk de functie om vrouwtjes te imponeren! Daarbij is er wel verschil tussen dag- en nachtvogels. Een nachtzwaluw of een bosuil heeft niks aan een opzichtig pak, zij moeten juist vooral niet opvallen. Daarom kunnen ze waarschijnlijk wel een veel grotere keel opzetten want de bedoeling is wel dat er contact wordt gemaakt in het paar-seizoen. Bij de dagvogels laten de dames zich maar wat graag inpakken door een vent in mooie kleuren. Een pauwenhen bijvoorbeeld valt eerder voor een man met fraai gekleurde staartveren dan voor een wit exemplaar. Eigenlijk lijken wij vrouwen wel een klein beetje op vogels....!

17 april 2009

Je hoort en leest nogal eens dat door de opwarming van het klimaat allerlei zaken in de natuur niet meer synchroon verlopen waar dit voorheen wel het geval was, waardoor bijvoorbeeld vogels nogal eens in de problemen komen. Deze lente ziet er tot nu toe echter goed uit. Volgens mijn eigen waarnemingen bloeien bij ons de pinksterbloemen drie weken eerder dan vorig jaar en ook de bomen zitten opmerkelijk vroeg in het blad, dankzij de extreem warme weken die we beleven waardoor de effecten van de langdurige en koude winter in ťťn klap volledig zijn weggevaagd.  Het was werkelijk opmerkelijk hoe Pinksterbloem en Oranjetip precies tegelijk verschenen. Onze tuin staat barstensvol met deze mooie en fragiele bloemen en de oranjetipjes fladderen er met vele omheen. De vrouwtjes wit, de mannetjes met fel oranje tippen op de vleugels. Ze bezoeken eveneens de Judaspenning die volop bloeit en het Look zonder look dat ook al  zover is.

16 april 2009

De stemming die 's ochtends vroeg in het lentebos hangt, is onvergelijkbaar! De zon staat nog laag en werpt haar stralen schuin over de bodem. De vogels zingen en zingen en zingen! Het lieflijke liedje van de zwartkop, het repeterende van de zanglijster, het schallende van de boomklever, het parelende van de roodborst, en overal om je heen klinkt het geroffel van de diverse spechten. En geen jas flatteert het bos meer dan die van het prille, tere uitlopende groen. Dit groen is er maar heel kort want zodra het blad zich volledig heeft ontvouwen is het alweer veranderd in het groen waar je het de komende seizoenen mee moet doen. Ook mooi, maar anders! Dus in deze tijd van het jaar moet je je ogen goed de kost geven. Ik ervaar deze periode als een beloning voor het lange wachten op het nieuwe groei- en bloeiseizoen!

15 april 2009

Een nest van de Rode bosmier (Formica polyetena) kan vele jaren oud worden en behoorlijk hoog. Het is een indrukwekkend gezicht om die duizenden mieren er te zien rond krioelen, ieder continu bezig met zijn of haar taak. Onder de koepel bevindt zich een enorm nest waar zich meerdere koninginnen kunnen bevinden. Het nest waar ik deze bosmier fotografeerde, was helemaal vernield. Vermoedelijk hebben de hongerige zwijnen het gevonden en geplunderd want meer dan een kuil was er niet van over. Nu zijn de mieren bezig met een nieuw nest. Onophoude-lijk worden er kleine stukjes schors en dennenaalden aangevoerd om het nest verder op te bouwen. De nestkoepels zijn beschermd evenals de mieren; ze mogen niet besteden worden en de nesten mogen niet worden vernield. Helaas gebeurt dat regelmatig doordat kinderen het niet kunnen laten er met stokken in te poeren. Je kunt beter niet te lang stil blijven staan in de buurt van het nest want voor je het in de gaten hebt, kruipen ze langs je schoenen en kleding omhoog.

14 april 2009

Dit voorjaar zit menig Grauwe gans (Anser anser) volhardend op de eieren te broeden terwijl al van tevoren vaststaat dat die geen jongen zullen opleveren. Deze gans is een succesvogel in ons land en hij gaat nu voor een deel aan het eigen succes ten onder. Enige tientallen jaren gelden waren dit uitsluitend overwinterende vogels die weer vertrokken aan het eind van de winter. Toen ze hier begonnen te broeden, vond men dat fantastisch! Momenteel broeden er 250.000 grauwe ganzen in Nederland en die zijn daarmee jaarvogels geworden met alle overlast van dien.  Ze trappen de zaaisels plat, vergrijpen zich aan bijzondere vegetaties en vreten wel een pond gras per dag en daar hebben niet alleen de boeren last van maar ook jonge weidevogels die de beschutting van hoog opgaand gras nodig hebben voor hun veiligheid. De grauwe ganzen wor-den dus steeds vaker afgeschoten of gevangen en vergast, zoals vorig jaar op Tessel gebeurde. Ook worden de eieren geschud, zodat ze niet uitkomen. Het nieuwste wapen is onderdompelen van de eieren in olie, zodat de poriŽn van het ei worden afgesloten en de dooier afsterft.

13 april 2009

In mijn volkstuin verscheen in de lente van 2008 een fraaie viooltjesplant. Waar die nu opeens vandaan kwam, was een raadsel want om mij heen tuinieren alleen mannen die jaarlijks hun hele stuk laten omploegen en er een karrenvracht mest in verwerken. En daar staan uitsluitend keurige rijen prei, sla, aardappelen, terwijl mijn lapje grond meer vol staat  met allerlei mooie planten die ik thuis niet meer kwijt kan, of die ik wil uitproberen, of die ik zaai om te plukken. Dit viooltje was een verrassing en omdat het zo'n diepblauwe kleur had, had ik het uitgegraven en onder de appelboom neergezet. Dat was ik vergeten tot ik het nu weer zag bloeien. Zaden van viooltjes zijn voorzien van een piepklein wit aanhangseltje dat "mierenbroodje" wordt genoemd. Mieren zijn er dol op en slepen ze mee naar het nest. Als ze onderweg wat van het zaad verliezen, zorgen de mieren onbedoeld voor verspreiding  en kun je het jaar daarop op allerlei onverwachte plekken viooltjes vinden. Er zijn wel meer zaden met zo'n aanhangseltje, onder andere Stinkende gouwe. Hiervan nemen de mieren alleen het witte onderdeel mee, terwijl ze het zwarte zaad laten liggen voor wat het is. Blijkbaar smaakt dat naar niks.

12 april 2009

Nesten worden momenteel overal gebouwd, te zien aan het verzamelen van takjes, mos en modder. Deze koolmees maakt dankbaar gebruik van de hoeveelheid haar die ik uit de vacht van onze kater geborsteld heb. Eerst werd de nestkast voorzien van een flinke laag mos, en nu volgt de finishing touch! De koolmezen lieten de nestkast die zo heerlijk beschut in de Klimhortensia hangt voor wat hij is en gaven de voorkeur aan eentje die achterloos ergens was neergehangen, met een te klein vlieggat en ook nog in de volle zon. Als er straks gebroed wordt, zal ik daar dan maar weer wat coniferentakken bevestigen voor de broodnodige schaduw. Eigenwijze beesten!

11 april 2009

De lente spŗt momenteel uit de bodem, uit de takken en elke dag zie je weer nieuwe bloemen en blaadjes verschijnen. Je moet heel veel op je laten inwerken want voor je het weet is de pracht alweer voorbij. De Lariks heeft wel een van de mooist uitbottende takken. In het bos vormen ze nu zo'n schitterend groen waas, gevormd door al die teergroene naaldbosjes. En als je dichterbij komt, zie je dat ook de kegeltjes al te voorschijn komen. Zo mooi van vorm en kleur, je wordt er stil van!

10 april 2009

Toen ik vanmorgen door omstandigheden somber en terneergeslagen in het bos liep, zonder ook maar enige aandacht te schenken aan mijn omgeving, diep in gedachten verzonken, werd mijn oog opeens getrokken naar een klein plukje Klaverzuring (Oxalis acetosella) dat op een plek stond waar ik het nooit eerder had gezien. Op zo'n moment ervaar je hoe helend en troostrijk  de natuur kan zijn. Telkens kom je er natuurfragmentjes tegen die je hart weer even verlichten zodat je voor een moment kunt genieten van de tere schoonheid van bijvoorbeeld deze fragiele bloemetjes. Dit plantje is een typische voorjaarsbloeier die alleen gedijt in de schaduw van het bos. Het blijft nog in leven als het maar 1,5% van de normale hoeveelheid daglicht krijgt. In het volle zonlicht verschrompelt het en sterft af. In de blaadjes zit het  zuursmakende oxaalzuur.

9 april 2009

Ik zou graag willen weten wat er met deze Mandarijneend is gebeurd! Hij ziet eruit alsof er een stuk van zijn nekbekleding is afgescheurd. Deze oranje veren behoren keurig als een matje over zijn achterhoofd te liggen; het ziet er nŠŠr uit. Mannetjeseenden zijn geen romantische hofmakers, ze zijn zelfs onbehouwen en bruut  ten opzichte van de vrouwtjes die ze op het oog hebben. Als de hormonen in het voorjaar beginnen op te spelen, duiken ze op elk vrouwtje dat ze maar zien. Het vrouwtje wordt ruw vastgepakt in haar nek, of ze nu wil of niet, en gepaard zal er worden. Het kan er zo hardhandig aan toegaan dat het vrouwtje zo lang onder water wordt geduwd dat ze verdrinkt. En bleef het maar bij een enkele verkrachting, maar nee, de ene man komt soms na de andere. Maar dit is een mannetje dus wat er met hem gebeurd is?  Mandarijneenden worden beschouwd als exoten. Ze werden heel lang geleden als siervogel ingevoerd en sommige ontsnapten uit gevangenschap en hielden stand in het wild. Het zijn prachtige eenden, een lust voor het oog.

8 april 2009

De hommels die we momenteel rond zien vliegen, zijn de jonge bevruchte koninginnen die als enige in leven zijn gebleven toen in de herfst de kolonie ten onder ging. Nu het lente is, gaan ze zich voortplanten. Een koningin zoekt daarvoor een geschikt plekje onder een graspol of in een muizenholletje e.d., en bouwt daar een bolvormig nestje. Op een voorraadkamertje dat ze vult met stuifmeel, maakt ze een raat met ongeveer vijftien kamertjes. Hierin legt ze een eitje dat wordt bevrucht met het sperma van de mannelijke hommel, dat ze sinds de herfst in haar lijfje heeft bewaard. In een tweede voorraadpotje stopt ze wat nectar waarvan ze desgewenst zelf gebruik kan maken. Ze broedt namelijk haar eitjes grotendeels zelf uit. Met behulp van haar vleugels die ze heel snel kan laten trillen, wekt ze warmte op die ze via haar lijfje weer overbrengt op het broed. Als je zoiets weet, kijk je nooit meer op dezelfde wijze naar deze leuke behaarde brombeertjes. Zo verging het mij tenminste. De hommel op de foto is een Akkerhommel (Bombus pascuorum).

7 april 2009

In het voorjaar voeren de kleuren blauw en geel de boventoon. Alsof het seizoen in flink opvallende kleuren geopend dient te worden. Nu is blauw in alle schakeringen toevallig mijn lievelingskleur dus ben ik hier dus reuze blij mee. Op mooie dagen lijkt het blauw van de diverse bloemen wel te wedijveren met dat van de lucht. Het Longkruid (Pulmonaria) staat momenteel in volle glorie te bloeien. Er is ook een roze variant maar de blauwe vind ik het mooist. De bloemen worden druk bezocht door grote hommelkoninginnen die met veel kabaal door de tuin vliegen. Onze kinderen noemden ze vroeger "vliegbeertjes" omdat ze door hun beharing er zo zacht uitzien. Longkruid dankt zijn naam aan vlekken op het blad hetgeen aan longen zou doen denken. Niet alle Longkruid heeft deze vlekken, getuige ook deze opname uit eigen tuin.

6 april 2009

Langs de dorpsweg, ter hoogte van Rheden, zag ik deze ooievaars in het nest staan, op een splinternieuwe nestpaal. De mevrouw die hier woont, vertelde me dat de paal er in februari pas neergezet was en dat ze haar ogen niet kon geloven toen in maart de ooievaars al verschenen! Ze geniet enorm elke ochtend, als ze ziet hoe de fraaie vogels met hun lakrode snavels statig door het weiland stappen, hetgeen ze vanuit haar huis kan gadeslaan. Nou, dat snap ik!  Wat een rijkdom. Deze paal staat op een uitstekende plek: niet midden in een weidvogelgebied. Het gaat zo goed met de ooievaars in ons land dat er ook steeds meer nestpalen worden gezet. Vaak hebben weidevogels daar onder te lijden.  En het gaat al zo bar slecht met onze weidevogels, hier zou dus een stukje voorlichting zeer op zijn plaats zijn. Onomstotelijk bewezen is dat de vos geen hoofdschuldige van de achteruitgang is, alhoewel die wel vaak de schuld krijgt. Alterra deed hier een tijdje geleden in opdracht van het ministerie van LNV gedegen onderzoek naar.

5 april 2009

Op deze foto staan bloemetjes van  speenkruid en bosanemoon. Er is een duidelijk verschil tussen beide. De normale opbouw van een bloem is: kelkblaadjes aan de buitenkant, kroon-blaadjes aan de binnenkant, en daarin weer de meeldraden plus stamper. De kelkblaadjes zijn meestal groen, de kroonblaadjes vormen het kleurige deel van de bloem. Bij de bosanemoon is iets bijzonders te zien, deze heeft geen kelkblaadjes. Of toch wel? Jawel, de bosanemoon heeft geen kroonblaadjes! Bij dit plantje heeft de kelk de functie van de kroonbladeren overgenomen. De bosanemoon heeft insecten ook geen honing te bieden (er ontbreken honingkliertjes) wel stuifmeel. Daarom wordt de bosanemoon spaarzaam door insecten bezocht en moet hij tamelijk lang bloeien om zijn stuifmeel aan te bieden. Ook wordt de bloem steeds groter. Bij slecht weer en gedurende de nacht, wordt het stuifmeel beschermd voor vocht door de bloemen te sluiten.

4 april 2009

Gisteren is het me gelukt om de heer en mevrouw Appelvink samen op een foto te krijgen. Omdat ze de laatste dagen in het vroege morgenuur met z'n tweetjes kwamen ontbijten, had ik een latje onder de voerruif gehangen, zodat de kans groter was ze samen te kunnen vereeuwigen. En ja hoor, daar waren ze. Man en vrouw blijven aldoor dicht bij elkaar. Wil de een gaan eten, dan maakt de ander plaats, en omgekeerd. Appelvinken hebben per jaar maar ťťn broedsel, ongeveer aan het eind van april. Ook na het broeden blijven ze samen verder door het leven gaan. Dat ik dit paartje voor de lens kreeg, vond ik zelf wel heel bijzonder! En ik hoefde er niet eens voor op pad! Ze zijn trouwens wel zeer schuw, het lukt echt niet om deze vogels buiten in de tuin te fotograferen, bij de minste beweging vliegen ze weg. Maar ach, wat geeft het. Deze natuurervaring is voor mij weer een nieuw pareltje aan een lange ketting van mooie groene herinneringen.

3 april 2009

Het is de tijd van de stinzenplanten! De warme dagen van deze week doen ze de bodem uit spatten. Holwortel, Vingerhelmbloem, Aronskelken, Bosanemonen, ze grijpen alle hun kans nu de kronen van de bomen nog volop licht doorlaten. Nu moeten ze bloeien en zaad vormen. Als binnenkort het bladerdak gesloten wordt, verwelken ze en leiden ze weer een verborgen, ondergronds bestaan. Wie dan rondloopt over een plek waar ze groeiden, heeft geen flauw idee dat het hier in het voorjaar zo prachtig was! Deze bosanemoontjes leggen nu een wit tapijt in sommige parken, landgoederen, kasteeltuinen en langs ongerepte slootjes. De opening van het nieuwe groeiseizoen zou niet spectaculairder kunnen zijn dan dit! Overal in het land worden nu stinzenwandelingen gehouden. Kijk maar eens op de website van het IVN.

2 april 2009

Terwijl vader Nijlgans (Alopochen aegyptiacus)  plichtsgetrouw op wacht staat, zijn de tien jonge gansjes dicht tegen elkaar aangekropen want in de wind was gisteren soms behoorlijk fris. Ze behoren tot de eerstgeboren jonge watervogels, andere heb ik nog niet gezien dit voorjaar. In zachte winters broeden Nijlganzen vaak nog vroeger, soms al in januari. Door de zon lijkt deze gans lichter dan hij in werkelijkheid is. Hoewel hij gans wordt genoemd behoort hij tot de familie der eenden. Feitelijk is dit een exoot, in de achttiende eeuw werd hij vanuit het Nijlgebied in ons land gebracht als siervogel. Maar zoals zoveel siervogels, wisten exemplaren te ontsnappen en bleken zich in ons land uitstekend te kunnen handhaven. Het is een wat agressief beestje ten opzichte van ander vogels. Waren ze ooit bijzonder, nu zie je ze veel rondlopen door de weidevelden. Van de tien jongen zullen zeker niet alle overleven, dat staat bij voorbaat vast.

1 april 2009

April fools' day, noemen de Engelsen de eerste aprildag. Wij hebben er geen speciale naam voor maar het is wel een dag van soms grote verwarring of verbazing. Zo las ik ergens dat op 1 april de heer Geert Wilders als burgemeester van een stad in Noord-Holland zou worden voorgedragen....
De viooltjes houden me ook voor de gek. Ik vond in mijn volkstuin vorige week een grote plek vol zacht lila-blauwe  viooltjes. Iemand van een wilde plantentuin die ik er ernaar vroeg, zei dat dit het bleeksporig viooltje was. Maar het bloemetje heeft een donker spoor. Oh, was het antwoord, dan is het een donkersporig viooltje. Nu is het Donkersporig bosviootje, want zo is de volledige naam, een zeldzaamheid en ik kon me niet voorstellen dat ik zoiets fraais bezat. Ook groeit dat viooltje in het bos, en mijn volkstuin ligt in de open lucht. Ik heb heel veel gezocht op het internet, ik kwam er niet uit en ik neem nu maar aan dat dit gewoon een speling der natuur is: een licht uitgevallen Maarts viooltje. Maar even was het toch heel leuk, dat gevoel van sensatie!

31 maart 2009

De weerschijn in het raam plus de vervuilende regen van de vorige week leveren weliswaar een matig plaatje op maar ik vind dat deze Ester er zo koddig opstaat dat ik hem een plekje in mijn dagboek gun! Ik weet dat velen de deze vogel liever zien gaan dan komen, maar dat is echt onterecht, het is een schrander en grappige vogel maar je moet er natuurlijk wel oog voor hebben. En ach, elk dier heeft zo zijn eigen plekje in het dierenrijk. Onze kat heeft  vaak problemen met eten vanwege dikke haarballen in zijn maag. Het voer dat dan blijft liggen in het bakje gaat niet de vuilcontainer in maar wordt geoffreerd aan de Eksters. Die lusten er wel pap van en deze foto is daar wel het bewijs van. Hij propt z'n snavel zo vol als maar mogelijk is om er dan snel mee weg te vliegen. Hoog in de boom, of op het dak, werkt hij het voer naar binnen.

30 maart 2009

Tot mijn vreugde komt nog dagelijks de Appelvink langs. Al maandenlang komt hij in onze tuin voor een maaltje zonnepitten, meerdere keren per dag. En gisteren zag ik hem met een vrouwtje!! Manlief ging eerst aan de maaltijd, ging even opzij om zijn vrouw de gelegenheid te geven haar buikje te vullen en ging vervolgens zelf weer verder terwijl zij geduldig bleef zitten wachten. Ik heb nog nooit eerder een koppeltje Appelvinken gezien en ik ging helemaal "uit mijn dak" van enthousiasme. Wat een mooie natuurbeleving, en dat zomaar op een paar meter afstand van het huis. Deze robuuste vink leeft gewoonlijk hoog in de toppen van bomen. Wat is het toch heerlijk zo dicht bij het bos te wonen! En wat zou ik graag weten waar ze hun nest gaan bouwen, en hoe de jonger eruit zien. Helaas is dat teveel gevraagd!

29 maart 2009

Wat deze zwijnen niet en ik wel weet, is dat de hongersnood voor deze dieren weldra voorbij is. De vele regen heeft al een flinke aanzet gegeven en als komende week de temperaturen zullen gaan stijgen, komt de groei weer in het bos en daarmee voedsel. De dieren zijn bijna aan het eind van hun Latijn en lopen niet eens meer weg als je niet al te dichtbij komt. Het aantal af te schieten zwijnen is gehaald, de dieren hebben eindelijk weer rust. Natuurmonumenten laat de geschoten zwijnen liggen in het bos zodat ze kunnen dienen als voedsel voor de rest, en voor vossen, vogels, insecten enzovoort. De haren uit hun vachten zullen dienen als stoffering voor de vele vogelnesten die weldra gebouwd worden. Zo dienen de zwijnen na hun dood nog een doel.

28 maart 2009

De afgelopen tijd kreeg ik een aantal mailtjes van mensen die mij vroegen wanneer ik zelf stop met het voeren van vogels. Immers, de lente is er nu en de vogels zouden zich nu weer zelf moeten kunnen redden. Mijn eigen standpunt is dat je niet moet stoppen met voeren, of minderen, op het moment dat de natuurlijke provisiekast tot op de bodem leeg is. En dat is op
dit moment, aan het eind van de winter en het prille begin van de lente. Pas als de natuur gaat uilopen, en de temperatuur stijgt, is dat in mijn ogen een goed moment te gaan afbouwen. Als er blad aan de boom komt, volgen daar meteen bladluizen en rupsen op. Als het weer warmer wordt, komen de insecten te voorschijn zodat de vogels weer volop te eten hebben. Met het koude en natte weer van nu, is dat nog niet het geval. Een mooi voorbeeld daarvan vind ik deze Gaai (tegenwoordig zonder de toevoeging Vlaamse) die op twee meter afstand van ons raam, terwijl ik erachter zit, onder het gaas kruipt om pinda's te eten. Dit is echt opvallend gedrag dat aangeeft dat het met de voedselvoorziening nog slecht is gesteld. De Gaai is hier een erg schuwe vogel.

27 maart 2009

Gisteren was een grenzeloos druilerige dag. Daar wordt een mens mistroostig van. In de mussenkolonie in onze tuin gaat het er heel anders toe. Niks geen gezeur over het weer, de buikjes moeten worden gevuld. Daartoe hebben de mussen bij ons een speciale mussenbistro. Die is het hele jaar door gevuld met zaad en op vaste tijden komen de vogels aangevlogen om zich daaraan te goed te doen. Altijd is er een hoop gebakkelei en iedereen voert het hoogste woord. Van de klimop vliegen ze naar het voederhuisje dat goed verborgen hangt in de taxus, en weer terug. Door al dat kabaal trekken ze ook de aandacht van andere vogels. Daarvan is het gevolg weer dat veel groenlingen en vinken zich onder de mussen mengen. Sinds een paar dagen zijn er ook opeens weer kepen (Fringilla montifringilla) bij. Deze mooi gekleurde vogels zijn wintergasten, weldra zullen ze weer naar ScandinaviŽ en Noord Europa vliegen. De ring- en gewone mussen vinden het prima zo. En wij sjouwen wekelijks met zakken vogelvoer naar huis. In ruil daarvoor krijgen we dagelijks een onderhoudende vogelfilm voorgeschoteld. Genieten!

26 maart 2009

Klimaatonderzoekers voorspellen dat door de opwarming van de aarde in Europa de regenval flink zal toenemen. In de tropen en subtropen daarentegen zal droogte een groeiend probleem gaan vormen met hongersnoden als gevolg. Geen vrolijk vooruitzicht. Of wij daar nu al mee te maken hebben, is natuurlijk niet te zeggen want het weer blijft tot op zeker hoogte altijd onvoor-spelbaar. Een feit is het wel dat aanhoudende regen al zeer snel verveelt en mensen somber en gedeprimeerd maart.  Maar de huidige voorjaarsbuien zijn ook groeizaam en overal zie je nu piepkleine nieuwe blaadjes verschijnen. Mede dankzij de regen! Om de onsterfelijke woorden van Johan Cruijf aan te halen: "elk voordeel heb z'n nadeel". En zo is het maar net!

25 maart 2009

In de diverse schaapskuddes zijn al heel wat lammeren geboren. Zo klein als ze zijn, krijgen ze al zo'n lelijk oormerk in hun oren bevestigd. Dit gebeurt op basis van Europese regelgeving, elk dier krijgt een unieke code die het mogelijk maakt ten alle tijde de herkomst ervan vast te stellen. Er zijn wel schapenhouders die er op grond van gewetensbezwaar niet aan mee willen doen maar zij verliezen dan de subsidie die andere schapenhouders wel ontvangen. Ook runderen, inclusief de grote grazers die in de natuurgebieden werden uitgezet, krijgen deze lelijke dingen in hun oren. Als een lam wil drinken, geeft het enorme kopstoten onder de buik van z'n moeder die het  geduldig en lijdzaam ondergaat. Met zo'n dikke vacht om het lijf  lijkt een schaap heel wat maar als die er in de zomer afgeschoren wordt, blijft er maar een heel bescheiden dier over. Je kunt het eigenlijk al vermoeden als je die dunne poten ziet. Voorlopig hebben ze hun wollen jassen nog hard nodig want het is maar onaangenaam koud en nat buiten!

24 maart 2009

Tussen de buien door verschijnt af en toe ook de blauwe lucht. Velen hoorde ik al verzuchten dat het lentegevoel weer helemaal verdwenen is. En zo is het ook, de mens is als het weerhuisje, met alle winden waait hij mee waar dit het weer betreft. De dieren trekken zich er echter weinig van aan, ze zingen gewoon door, bouwen nesten, duiken soms tijdelijk weer even onder om bij oplopende temperatuur vrolijk verder te gaan met hun leventje. Koolmezen bouwen nu wel nesten maar eitjes zijn er gelukkig nog niet. De vogels stemmen de geboorte van hun jongen af op de aanwezigheid van voedsel. Daarvoor moeten eerst de blaadjes aan de bomen komen en daarmee luizen en rupsen. De koolmeesmoeder kan het broedproces zelfs een tijdje ophouden als de omstandigheden voor de jongen te slecht zijn.

23 maart 2009

Maart roert zijn staart. Dat is even wennen, deze omslag in het weer. Je raakt zo snel gehecht aan het weldadige zonlicht dat de wereld zo vrolijk maakt en huid en hart verwarmt. Maar na het vele werk dat op mijn volkstuin verricht is in de afgelopen dagen, is het ook wel weer goed dat er regen op de droge aarde neervalt. Om mij heen zijn de eerste bruine kikkers al bij de diverse vijvers gearriveerd maar ik heb er in de onze nog niet een kunnen ontdekken! Wel vloog al tweemaal de mooie Citroenvlinder door de tuin, hij heeft dus de strenge vorst overleefd, dankzij de "antivries" in zijn lijfje waarmee hij de winter inging. Al die tijd  hing hij ergens buiten aan een takje, liet sneeuw en ijs over zich heenkomen, zelfs de strenge vorst kreeg hem er niet onder. En stel je dan daarbij dat piepkleine dunne lijfje even voor, wonderbaarlijk! Van een aardige vriendin kreeg ik in de herfst allerlei bijzondere bloembollejtes. Dit krokusje was er een van, de afgelopen week keken ze me zo vrolijk aan met hun zonnige "smoeltjes", maar nu staan ze er een beetje beteuterd bij, de kelkjes gesloten om het stuifmeel te beschermen tegen de regenbuien.

22 maart 2009

Mevrouw Koolmees inspecteert de nestkast en ja, die heb ik netjes voor haar schoongemaakt. De kast hangt er al jarenlang en vorige lente was er een mees die het nodig vond om met engelen- geduld vezel voor vezel van het hout te trekken ter stoffering van haar nest. Dat doet me bedenken dat ik wel weer de uitgeborstelde vachtharen van onze zwarte kater in de aanbieding kan doen. Dergelijke zachte materialen zijn zeer geliefd bij de mezen. Zo werd mijn pantoffel al eens uit-geplozen, net als mijn tennisballen die ik speciaal voor dit doel had neergelegd. Deze koolmees ging na de inspectie tevreden in de Prunus zitten en maakte een geluid dat ik nooit eerder had gehoord, het klonk als een verleiding en haar hele lijfje trilde mee. Maar een vent kwam er (nog) niet op af. Ze moet dus nog even doorgaan met haar verleidingskunsten!

21 maart 2009

Hoe kunnen we de eerste dag van de lente beter beginnen dan met een feestelijke pol narcissen! Het zijn botanische narcisjes die ik persoonlijk veel eleganter vindt dan hun grotere voorouders. Zo helemaal aan het begin van dit nieuwe seizoen kunnen we alleen maar hopen dat het mooi zal worden. Garanties krijgen we echter niet, vaak gaat ook een seizoen voorbij dat niet geeft wat we ervan hopen. Maar daar gaan we vooralsnog maar niet vanuit. Ik verheug me enorm op het mooie tere groen dat binnenkort weer aan de bomen verschijnt, de heerlijke bloesems, de jonge tere naaldbosjes die de zwellende knoppen van de lariks ons beloven, de vogelnestjes, de kikker-koren en de ochtendcantate die ons 's ochtends vroeg wakker maakt. Zo heerlijk allemaal!