Natuurdagboek


Natuurdagboek 2007                             Natuurdagboek Herfst 2009
Natuurdagboek 2008                             Natuurdagboek Winter 2009/2010
Natuurdagboek Winter 08/09              Natuurdagboek Zomer 2010 
Natuurdagboek Lente 2009

 

 

Lente 2010

 

 

20 juni 2010

Gedurende het hele jaar zijn er wel muggen, zelfs in de winter. Aan muggen hebben veel mensen een hekel. Daarbij denken ze dan aan die vervelende zoemers die ons bloed drinken en ons 's nachts uit de slaap houden. Toch zijn deze steekmuggen ver in de minderheid. De meeste andere willen niks met ons te maken hebben en leven op bloemen en planten. Bijvoorbeeld de Beukengalmug (Mikiola fagi) die de veroorzaker is van de mooie galletjes op het blad van de beuk. Eind maart, begin april komen deze jonge muggen uit hun veilige huisjes waarin ze op de bosbodem de winter overleefd hebben. De vrouwtjes leggen eitjes op de beukenbladeren. Zodra de eitjes uitkomen, beginnen de jonge larven te vreten van het blad. Het blad reageert daarop met het vormen van een gal, een celwoekering eigenlijk. En daarin leeft het larfje veilig tot het in de herfst met gal en al op de grond terechtkomt, net voordat het beukenblad gaat vallen. Daar wacht het larfje tot het voorjaar en is de cirkel weer rond. De beukengal is aanvankelijk groen maar wordt steeds roder. De wiegjes van de galmug zijn nu volop te zien op de beukenbladeren. En met de Beukengallen eindigt de lente en beginnen we morgen alweer aan het zomerhoofdstuk.

19 juni 2010

De herten hebben nu een volledig gewei opgezet. Bijna niet te geloven dat dit in een paar maanden tijds werd opgebouwd. Ze zien er nu zo prachtig uit in hun roestbruine zomervacht. Als ze in het bos lopen te grazen, is er altijd wel één die de boel in de gaten houdt. Ze zijn niet schuw maar je moet ook niet al te dichtbij komen.  Hoe rustiger je je gedraagt, des te meer ze je tolereren. Binnenkort gaan ze hun gewei vegen. De bast moet eraf. Die huid is heel gevoelig en er lopen veel bloedvaten doorheen waardoor het gewei gevoed werd tijdens de opbouw. Als het gewei eenmaal gevormd is, gaat de huid er omheen ontzettend jeuken en gaan de herten het schuren langs takken en stammen waardoor het vel los laat in in slierten langs de geweitakken hangt. Het gewei begint hierna ook te verkleuren. Tot volgend jaar februari lopen ze ermee rond. Dan wordt het weer afgegooid. Elk nieuw opgezet gewei is weer wat groter dan het vorige. Tot het hert oud wordt, dan gaat het "terug zetten". Herten zijn door hun geweien goed identificeerbaar.

18 juni 2010

De merels hier in de buurt hebben de vervelende gewoonte om hun kinderen na het uitvliegen onze tuin in te loodsen. Lekker dicht beplant, zullen ze denken. Maar ik word er bloednerveus van als keer na keer die ouders beginnen te gillen als ze denken dat hun kroost bedreigd wordt.  Zodra ik buiten kom, houden ze hun snavels en gaan zitten kijken hoe ik  het al dan niet vermeende gevaar elimineer. Ze weten gewoon dat ik ze help. Het is te gek om los te lopen! Bij het water geven aan mijn planten, dwarrelde er opeens iets over mijn voet. Het bleek dit kleine mereltje te zijn; wat een ukkie nog! Toen ik het oppakte, begon het meteen te sperren en te piepen. Dit mereljong leek me zo te zien en te horen wel erg vroeg uit het nest gekomen. Ik probeerde het in de klimhortensia te zetten maar de vogel kon zich nog niet vastgrijpen. Toen maar onder de klimhortensia; daar had ik het ook al twee dagen horen piepen. Onze kater Max kreeg meteen onder veel protest huisarrest. Wel sneu natuurlijk met dit prachtige weer. Als je zo'n opengesperd fel gekleurd bekkie ziet, kun je goed begrijpen dat dit een enorme functie heeft. Het schreeuwt het als het ware uit: geef me te eten!! Het is wel heel aandoenlijk om zo'n klein warm lijfje in je hand te voelen en je hoopt dan maar dat het beestje het zal redden. En mocht dat niet zo zijn, dan heeft dit vogeltje tenminste nog voor lang een plekje in mijn natuurdagboek gekregen.

17 juni 2010

Dat hazen bosdieren zijn, weten veel mensen niet. Ik kom ze regelmatig tegen op mijn wandel-tochten. Konijnen zie ik nooit in het bos. Die houden meer van het half open landschap. Van mijn kleinzoon hoorde recent ik een mooi verhaal. Zijn vriend was op weg van school naar huis en kwam langs een grasland waar hij een jong konijntje zag. Omdat hij zelf ook konijnen heeft, vertederde dit kleine wilde beestje hem meteen en heel voorzichtig liep hij er naar toe. Het konijntje bleef zitten en liet zich zachtjes aaien. Plots kwam het moederkonijn eraan gehupt en beet de jongen venijnig in zijn vinger. Ik vond het een ongelooflijk staaltje van konijneninstinct. De angst voor de mens, die normaal altijd aanwezig is, werd hier totaal verdrongen door het instinct het jong te beschermen. Geweldig eigenlijk. Al was het voor de jongen natuurlijk wel zielig. Die moest zich onder doktersbehandeling stellen en een tetanusprik krijgen. Mijn kleinzoon was er danig van onder de indruk maar hij kreeg ook wel een goede les. Hij is onvoorstelbaar vertrouwd met alle dieren. Zo stond hij eens te knuffelen met een wild Konikpaard; ik schrok me wezenloos!

16 juni 2010

Als een omgekeerd kabouterglaasje hangt het feeënlampje aan een takje van een plant die langs het bospad groeit. Het was omdat het door de zon beschenen werd, anders zou het mij niet zijn opgevallen. Dit prachtige coconnetje wordt gemaakt door de Grote lantaarnspin (Aagroeca brunnea) die er zijn eitjes in legt in de veronderstelling dat ze daar veilig bewaard blijven. Het coconnetje is nog maar net gemaakt, de spin gaat het nog camoufleren door het vol te plakken met zandkorrels zodat het niet meer zo opvallend van kleur is. Maar desondanks weten sluipwespen het nog wel eens te vinden en met hun lange legboren prikken ze door het spinsel heen om hun eitjes te leggen op de jonge spinnetjes die vervolgens geparasiteerd worden tot het bittere einde. Het was lang geleden dat ik zo'n prachtige bouwwerkje vond en ik ga zeker nog weer kijken om te zien of de spin het verder afgemaakt heeft. Voor de duidelijkheid hield ik er een blaadje achter toen ik het feeënlampje fotografeerde. Het is maar een halve centimeter klein.

15 juni 2010

Tot eind juni vliegt een heel klein vlindertje rond dat zeer lijkt op het Muntvlindertje dat ik nu weer zie vliegen. Een kabouter van ongeveer twee centimeter. Geen wonder dat hij een zeer passende naam kreeg: Dwerghuismoeder (Panemeria tenebrata). Zijn grote broer de Huismoeder heeft net als dit kleintje geel op de achtervleugels. De naam "huismoeder" maakt  een wat suffige indruk (geheel ten onrechte overigens want het fulltime grootbrengen van een stel kinderen is niet eens zo slecht, denk ik vaak) en deze vlinder, die tot de uiltjes behoort is, buiten dat geel, wel wat saai van kleur. Onze dwerghuismoeder is een dagactieve nachtvlinder die vooral bij zonnig weer te zien is. Het is een niet algemeen vlindertje. Het is altijd weer een uitdaging dergelijke insecten te fotograferen want pas op je computer kun je zien hoe mooi het eigenlijk is. Klein maar fijn!

14 juni 2010

Gisteren waren wij in het westen van het land voor een familiebezoekje. Als ik een poosje braaf op de bank gezeten heb, begint het weer te kriebelen: ik wil naar buiten! Samen met mijn kleinzoon van bijna zes jaar ging ik dan ook een beetje lopen rondneuzen langs een sloot waar een mooie wilde begroeiing van planten was. Daar was van alles te zien en ik kon het natuurlijk weer niet nalaten om het jochie erop te wijzen. We zagen heel veel waterjuffers met een knal blauw puntje op hun achterlijfjes. Je hoeft maar te vragen waar dat aan doet denken en dan zegt zo'n kind meteen: een lampje. Goed zo, daarom heet hij Lantaarntje! Die zwarte eend met jongen heet Meerkoet. Onthoud dat maar door te denken dat hij de kleuren van een koe heeft, zwart en wit. We zagen ook een hommel op de Smeerwortel. Omdat de bloembuis te lang is, kon hij niet bij de nectar komen, dus ging hij inbreken: hij maakte een gaatje boven in de bloem en kon toen de nectar stelen!  Hij vond het prachtig! Je staat er versteld van hoe snel die kinderen de dingen oppikken en onthouden. Het confronteert je ook pijnlijk met de slijtage van je eigen harde schijf.

13 juni 2010

In de NRC stond afgelopen vrijdag een leuk verhaal over lieveheersbeestjes. En dan met name over het tweestippelige kevertje. De Haagse terrassen aan Haagse Plein, en ook elders, werden vies en kleverig door de zogenaamde honingdauw van bladluizen die in de vele bomen rondom het plein huisden. Daarom eisten de horecabazen van de gemeente vier jaar geleden dat de bomen gekapt zouden worden. Maar daar had de bomenrijke gemeente helemaal geen trek in. Ze bedachten iets anders, iets natuurvriendelijks. Op ecologisch verantwoorde wijze werden tweestippelige lieveheersbeestjes ingezet. Vorige week klom een wethouder  hoogstpersoonlijk via een hoogwerker de boom in en werden alleen op het plein al 5000 larven van het kevertje uitgezet. De procedure vergt een juiste timing! Onderzoekers in Wageningen houden het aantal bladluizen in Den Haag bij en geven het startsein voor het inzetten van de larven. Op nog acht andere plekken in de stad wordt hetzelfde gedaan. Elke vraatzuchtige keverlarf kan per dag wel achthonderd bladluizen elimineren dus de komende zomer moeten de terrassen in onze residentiestad weer zijn zoals ze horen: schoon. Meer en meer worden tegenwoordig natuurlijke wapens ingezet tegen diverse plagen en dat is een  lovenswaardige manier. Op de foto van vandaag staat geen tweestippelig  kevertje maar een van de andere kapoentjes.

12 juni 2010

Tijdens een laatste controlerondje langs de steenuilenkasten, twee dagen geleden, bleek er nog een uil te broeden op vijf eieren. Dat is heel laat; de meeste jonge uiltjes vliegen in deze periode uit. Maar wel leuk natuurlijk dat we er nog een stel te ringen hebben, als alles goed gaat tenminste. Om de steenmarter bij de nestkast weg te houden, hebben we een grote maat kap (voor een hond) van de dierenarts gekregen. Die hebben we om de boom bevestigd zodat de marter niet meer langs de stam omhoog kan klimmen. Een slim bedenksel van mijn maatje met wie ik samen de controles doe. Altijd goed om een handige sterke vent mee te nemen! Bij de boer in wiens boomgaard de kast hangt, is ieder jaar deze akker te zien. Tjokvol klaprozen en kamille. Het is echt een verpletterend gezicht! De boer hoeft het veld alleen maar jaarlijks om te werken want de klaproos is een onrustplant. Die wil alleen in omgewoelde aarde groeien. Kijk maar eens naar nieuwe bouwterreinen. In een ommezien heeft de klaproos het ingenomen.

11 juni 2010

Mensen zeggen vaak dat viooltjes een gezichtje hebben. Met wat fantasie is dat ook wel zo. Dit viooltje ziet er uit als een heel boosaardig mannetje! De regen van de laatste dagen is een weldaad voor de natuur. In mijn volkstuin vliegt het onkruid de bodem uit. Zodra ik gewied heb en me omgekeerd heb, lijken alweer nieuwe plantjes boven de grond te komen. In de tuin moet je weer aan de gang met stokken en steunen om de boel rechtop te houden.  De voorjaarsbloeiers houden het voor gezien en de zomergeneratie planten dient zich aan. Dat vind ik het het leuke ook aan de natuur en aan de tuin: je leest er de voortgang van het seizoen aan af. Zelfs al had je geen kalender in huis, aan de planten en bloemen zou je kunnen zien welke maand het was.

10 juni 2010

Jaren geleden stonden tuintijdschriften vol verhalen over een vlindertje dat gaten zou bijten in het folie van vijvers waardoor de vijver uiteindelijk helemaal naar de Filistijnen ging. Je hoort er eigenlijk nooit meer over terwijl er toch wel degelijk zo'n beestje blijkt te bestaan. Alleen is het niet de vlinder die het folie vernielt, maar haar rupsen. Momenteel zie ik de piepkleine vlindertjes van een centimeter of twee rond de vijver vliegen. Erg moeilijk te fotograferen omdat bij de geringste aanraking van de begroeiing de kleine fladderaar meteen op de wieken gaat. Of liever gezegd: op de vleugels. Zijn naam is Kroosvlinder (Cataclysta lemnata) en dit is het mannetje. Een dag- actief nachtvlindertje dat je altijd vindt in de buurt van het water. Het vrouwtje is bruinachtig en overdag niet te zien. De eitjes worden op het eendenkroos gelegd en de rupsen die daaruit komen zijn eens zo groot als de vlinder: vier centimeter. Rare beestjes om te zien. Ze kunnen heel lang onder water blijven en eten daar van het kroos. Je krijgt ze nauwelijks te zien want ze leven in een soort kokertje dat ze maken van stukjes kroos die door wat spinsel bijeen gehouden worden. De beste manier om je vijver te vrijwaren van schade is om regelmatig het kroos weg te vangen.

9 juni 2010

Tijdens mijn tuinreis, die begeleid werd door een professionele kweker, hoorde ik een interessant verhaal over de bestrijding van slakken in je tuin. Slakkenplagen zijn onze eigen schuld, zo was de stelling. Mensen beginnen slakken te bestrijden als er schade optreedt. Dan is het al te laat want de slakken hebben dan al duizenden eieren gelegd. De juiste methode is om het leggen van eieren voor te zijn en dat kan alleen als voortijdig de slakken geëlimineerd worden. Daar moet je al heel vroeg in het jaar mee beginnen. Gebruik daarvoor het middel Escar-go. Het is een voor andere dieren onschadelijk middel op biologische basis. Begin in februari al korrels te strooien: niet meer dan acht op een vierkante meter! Herhaal dat tot in de herfst. Als de slak deze korrels eet, zal hij niet meer eten en uiteindelijk sterven. Volgens de deskundige kweker zul je in de komende jaren geen last meer hebben van een slakkenplaag. Vind je er toch nog een, laat die dan maar aan de vogels of verwijder hem. Slakken zijn overigens heel nuttige dieren die veel dierlijk en plantaardig afval opruimen terwijl ze zelf weer als voedsel dienen voor vogels, egels, kikkers, muizen. Slakkeneitjes zijn glad, vind je in hoopjes vaak in bloempotten maar ook in de tuingrond. Ze zijn doorschijnend en een stuk kleiner dan erwten. Koperdraad rondom je dierbare hosta's e.d. houdt ze ook gegarandeerd weg net als een laag groene zeep rondom de potten waar ze in staan. Tja, als er dan toch gemoord moet worden, doe het dan maar goed.

8 juni 2010

Afgelopen weekend was ik met mijn tuinclub in België voor onze jaarlijkse tuinreis. Er liggen daar veel prachtige tuinen en qua bloei zijn die de onze vooruit. Overal schitterende de rozen die in de diverse tuinen veelvuldig worden aangeplant. Ook allerlei lelies zag ik er staan. De op deze plant gespecialiseerde Leliehaantjes worden door de tuinbezitters werkelijk gehaat en zonder enig mededogen tussen de vingers fijn geknepen. Ze vreten in een ommezien de plant op, zowel blad als bloemknop, en dat wordt natuurlijk niet gewaardeerd. De echte tuiniers verkeren continu in staat van oorlog, zo heb ik lang geleden al eens gemerkt. mollen die het lef hebben in de vetbemeste tuinbodems rond te ploegen, worden in klemmen doodgemarteld,  slakken die de hosta's en de ligularia's opvreten worden vergiftigd. Ik hoorde zelfs dat iemand de bijna volgroeide dikkoppen uit haar vijver schept en in de borders gooit om dood te gaan! Ik stond werkelijk paf! In dergelijke tuinen doet de tuinbaas zijn of haar naam eer aan. Nou ja, eer.... Mijn tuin zie ik meer als een biotoopje waarin alles leven mag. Hosta's heb ik er al lang geleden uit verwijderd want ik wil geen moord en doodslag in mijn tuin. Lelies heb ik wel op mijn volkstuin. Daar geniet ik van de blommen en ook van de vermaledijde leliehaantjes. Want ze zijn toch prachtig?

7 juni 2010

De Eksters, ergens in de buurt van onze tuin hadden jongen gekregen. Om te voorkomen dat ze nesten van andere vogeltjes gingen plunderen, zette ik dagelijks een schaaltje eivoer in het vogelvoerhuisje. Eivoer is een uitstekend voedsel om jonge vogeltjes mee groot te brengen en in een heel koud voorjaar help ik de merels er wel eens mee. De beide eksters vlogen dan ook af en aan. Na 24 dagen op het nest gevoerd te zijn, vlogen de jongen uit en pa en ma leidden ze meteen naar onze tuin want daar was het goed toeven, vonden ze. Nu zijn wij al meer dan een week getuige van hoe die vogels opgroeien. En dat is leuk! Ik zag hoe de jongen voorgedaan werd hoe ze uit een hooggeplaatste waterschaal moesten drinken. En nu badderen ze daar met z'n vieren in. Dat ze daarna hun vleugels even moeten uitschudden, hebben ze nog niet door en als ze wegvliegen spetteren de druppels in alle hevigheid van hun vogellijven. Als ze gevoerd worden, sperren ze hun roze bekkies wagenwijd open terwijl ze bedelend met hun vleugels zitten te wapperen. Ze zijn nu druk doende hun stemmen te oefenen, ze behoren uiteindelijk wel tot de zangvogels. Het is vermakelijk om ze aan te horen, ze ontdekken telkens weer nieuwe geluidjes maar die worden wel steeds luider. Als het restje eivoer op is, moeten ze maar naar het bos verhuizen. Hoe leuk ze ook zijn, het aantal decibellen is in de vroege ochtend wel erg veel nu.

4 juni 2010

Haften lijken feeërieke insecten al leiden ze een heel wat minder sprookjesachtig leven. Het grootste deel van hun leven brengen ze als nymf door in het water waar ze een vegetarisch menu hebben van algjes en ander plantaardig spul. Als ze als eitje zijn gedeponeerd in een water waar vissen leven, zullen ze massaal worden opgegeten want de nymfen zijn gewild vissenvoer. Maar stel dat het goed gaat en dat de larve het tot haft brengt. Dan is hun enige taak om te paren, eitjes te leggen en te sterven. Ooit is bedacht dat ze daarom best zonder monddelen kunnen. Voedsel opnemen kunnen ze dus niet. Als ze klaar zijn om het luchtruim te kiezen, komen de nymfen naar het oppervlak van het water en drijven daar rond tot hun huid opensplijt waarna het subimago eruit tevoorschijn komt. Om een imago te worden, moeten ze nog een keer vervellen en dan doen ze direct na hun geboorte door tussen de planten te gaan zitten. Meteen gaan ze over tot hetgeen hun bestemming is: voortplanting. De mannetjes verzamelen zich in groepen en beginnen met hun dans de vrouwtjes te lokken. Ze stijgen omhoog, en laten zich van soms flinke hoogte meteen een stuk naar beneden vallen, en dan gaan ze weer omhoog. Als er een vrouwtje op af komt, grijpt een mannetje haar met zijn lange poten beet en zakken ze omlaag voor de paring. De vrouwtjes gaan nu hun eitjes leggen in het water en sterven vaak al ter plekke. Hun leven als vliegend insect is na een paar uren of  dagen alweer ten einde. Wat treurig eigenlijk!

3 juni 2010

Ik val voor de Ereprijs (Veronica chamaedrijs), ook al woekert ze door de tuin en is niet weg te jagen uit het grasveld. Het blauw van de bloemetjes kan wedijveren met de hemel op een zonnige dag. Met mijn sympathie voor deze blauwe bloempjes verkeer ik in goed gezelschap. Onze grote natuurinspirator Thijsse schreef in zijn Verkadealbum: tussen het groen komen groote plekken van het heerlijkste diepe blauw, daar bloeien de mooie eereprijsjes. Vergankelijke bloempjes, want de donkerblauwe kroontjes met de witte meeldraden eraan vallen kort na het plukken in één stuk af. Tegen regen beschutten zij zich net als de pinkersterbloem, door de buitenzij naar boven te keren en als de zon maar eventjes schijnt, dan zijn ze dadelijk klaar om weer de bonte zweefvliegen tot zich te lokken. Ach, wat had ik graag met deze natuurkenner en -liefhebber eens een lange wandeling gemaakt en geluisterd naar wat hij allemaal te vertellen had!

2 juni 2010

Snuitkevers danken hun naam aan hun lange snuit. Op deze foto lijkt de kever veel groter dan hij is, in werkelijkheid is het maar een heel klein beestje. Het voorste deel is een soort bekje op een steeltje. Dat  geeft deze blauwe sinjeur de gelegenheid om op plekjes te komen waar hij zonder zo'n lang, dun snuitje niet bij zou kunnen. Sommige vrouwtjes boren met hun snuit gaatjes in de planten om daarin eitjes te leggen. De lange sprieten kunnen daartoe keurig naar achteren gevouwen worden om in een speciale groef te verdwijnen. Zo'n beestje van slechts een paar millimeter, en dan zulke ingenieuze voorzieningen, het is toch wonderbaarlijk! Andere snuitkevers maken met hun poten en snuit van stukjes blad een rolletje waar ze hun eitjes in leggen. In mijn volkstuin wemelt het van deze beestjes. Ik ben soms drukker met het bekijken van het dierenleven dan met het schoffelen van mijn paden, groente- en bloembedden. De natuur verveelt nooit!

1 juni 2010

De meimaand  is helaas alweer voorbij. Ik vind het de fijnste maand van het jaar. Er gebeurt zoveel waarnaar je verlangend hebt uitgekeken: het jonge blad aan de bomen, vogels die weer terugkomen, nestjes in de struiken, kleurige bloemen, en weer veel insecten. De meimaand had zondag voor mij een prachtige afsluiting in petto. Ondanks de regen ben ik het bos ingedoken met het plan nu eens de buitenkant langs te gaan. Toch sloeg ik eerder een bospad in. Waarom, ik weet het niet. Halverwege het pad viel mijn oog op wat door de wind bewegende verdorde blaadjes. Ik liep er echter toch naar toe en geloofde mijn ogen niet toen ik zag dat het parende vlinders waren. Forse vlinders met een voorvleugel van wel viercentimeter. Het bleek om de zeldzame Tauvlinder (Aglia tau) te gaan! Ik had dit insect nog nooit gezien! De bovenkant van hun vier vleugels hebben een blauwe vlek en langs de onderrand van de ondervleugel loopt een sierlijk donker randje. Maar dat kon ik niet zien omdat de vlinders met gesloten vleugels zaten. Je ziet die oogvlekken eigenlijk nooit omdat ze op zo'n twee meter hoogte vliegen en maar zelden gaan zitten. Sterke vliegers zijn het, die kilometers door het bos kunnen vliegen. De Tauvlinder behoort tot de nachtpauwogen, vliegt voornamelijk in de Veluwse beukenbossen en heeft maar één generatie per jaar. Vanwege zijn zeldzaamheid staat hij op de Rode Lijst. Ik was "on the right place at the right moment". De rupsen zijn ook heel apart, wat zou ik die ook graag vinden!

31 mei 2010

Een paar dagen geleden zag ik vanuit de auto, rijdend door Zevenaar, een water in een parkachtige omgeving. Als ik zoiets ontdek, wil ik er meteen uit nieuwsgierigheid even naar toe om poolshoogte te nemen. Nou, dat was de moeite waard! Nog nooit eerder zag ik zo ontzettend veel waterviolieren staan bloeien. Ooit kwam deze waterplant in heel veel boerensloten in ons land voor maar door het huidige gebruik van meststoffen en het schonen van sloten is de samenstelling van het water in die sloten zo veranderd dat de Waterviolier er niet meer groeien kan. De Hottonia palustris, zoals de wetenschappelijke naam luidt, is een voor de hand liggende naam. Palustris betekent "in het moeras" en hottonia verwijst naar de man naar wie de plant vernoemd is: de Leidse botanicus en plantkundige Hotton die in 1709 overleed. Als je de Waterviolier ziet bloeien, wil je hem meteen in je vijver want de bloemen zijn zeer fraai! Op lange ranke benen tot wel 60 cm boven het water, staan de bleek lila bloemen als feestelijke zomerjukjes te pronken. Het fijne loof blijft ondergedoken. In de doorsnee tuinvijver doet deze plant het helaas niet. Hij stelt eisen aan het vijverwater waaraan je niet tegemoet kunt komen.

30 mei 2010

Als twee kleine kleutertjes uit het bekende kinderliedje zaten deze twee fraai gekleurde insecten gezellig naast elkaar op het riet. De Bloedcycade (Cercopis vulnerata) is een soort uit de familie van de spuugbeestjes, officieel schuimcycaden genaamd. De nymfen leven in ondergrondse schuimnesten en in april komen de volwassen dieren te voorschijn. Die zijn nu volop te zien. Door hun sterke achterpoten zijn het behendige springers. Ze beschikken over een steeksnuit waarmee ze in planten kunnen prikken om er sappen uit te zuigen. Wie ooit in het zuidelijk deel van Europa heeft gekampeerd, kent vast de zangcycaden wel, de beesten die 's zomers zo'n aan-houdend snerpend geluid voortbrengen. Het is een spectaculair gezicht om deze insecten overal uit de grond te zien komen en vervolgens massaal de bomen in te gaan.  Daarvan zijn onze  cicaden miniatuuruitgaven maar deze kunnen geen geluid voortbrengen. Dat wil zeggen: geen geluid dat onze oren kunnen opvangen. De larven leven ook van sappen maar dan van de plantenwortels. Ik zag veel van deze bloedcycaden bijeen in de begroeiing langs een watertje.

29 mei 2010

In mijn volkstuin stonden veel witte planten Damastbloem. Opeens is er een fraaie lila plant bijgekomen op een andere plek. En ze geuren zo verrukkelijk! Het wordt steeds leuker in de volkstuin; tussen alle wilde groeisels rondom het vijvertje zie ik weer veel leuke beestjes. De Rode bes zit stikvol luizen en bobbelige blaadjes. Ik zeg maar niks tegen de anderen want die beginnen meteen te roepen dat ik ook preventief had moeten spuiten met een of ander gemeen middeltje en dat wil ik niet. Ik zie nu hele legers lieveheersbeestjes die een culinair feestje vieren op mijn struiken. Op de appelboompjes zitten nu kleverige spinsels die ik telkens weg moet halen om te voorkomen dat de rupsen er straks tekeer gaan. Tja, had ik maar moeten spuiten! Al jarenlang huist er een rattenfamilie onder het schuurtje op mijn groentetuin, ik kan ze ruiken als ik er binnen kom. Pas zag ik zo'n koppie naar me loeren vanuit een hoekje; eigenlijk zijn het heel mooie beestjes. Ik vertel het maar aan niemand maar probeer ze wel zachtaardig te verjagen: met azijn die ik er uitgiet, en een flinke portie mottenballen in de herfst. Maar in de loop van de winter komen ze weer terug en nemen de grond onder het schuurtje weer in bezit. Ach, het is buitengebied en niemand heeft er verder last van. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen ze te verdelgen. Rattengif is iets verschrikkelijks, de dieren bloeden inwendig tot ze uiteindelijk dood gaan.

28 mei 2010

Als een vrouwelijke Prikkebeen liep ik achter deze mooie vlinder aan te hollen; hij wilde maar niet gaan zitten en ik wilde hem zo graag fotograferen! Is het geen beauty? De Sint-Jacobsvlinder  leeft op kruisbloemigen, in hoofdzaak  het Jacobskruiskruid dat helaas in dit land te vuur en te zwaard bestreden wordt vanwege de giftigheid voor paarden. Dat is het alleen als deze plant in het hooi terecht komt. Dan is het namelijk niet meer herkenbaar voor paarden die het als plant instinctief mijden vanwege de bittere smaak. De provincie Gelderland liet alle gemeenten een bestrijdings-intentie ondertekenen zodat het overal wordt verwijderd, of er nu paarden lopen of niet. Het is een onzinnige bestrijding van een inheemse plant waar in feite uitstekend mee is om te gaan. Landschap Noord-Holland geeft een folder uit met informatie over het Jacobskruiskruid waarin uitgelegd wordt dat het uitstekend te beheren is en het dus onnodig is deze plant zo te bestrijden. En waar vee graast, kan er bij het beheer van het grasland rekening mee worden gehouden. Merkwaardig dat er zo verschillend met dit onderwerp wordt omgegaan! De rupsen leven eveneens op het Jacobskruiskruid; ze zijn prachtig geel/zwart gestreept. Hun kleuren geven de vogels aan dat de rupsen  niet te verteren zijn, dus veel gevaar gepakt te worden,lopen ze niet.

27 mei 2010

Na het inspecteren van de steenuilenkasten blijkt dat de oogst dit jaar zeer mager zal zijn. De lange sneeuwwinter zal daar ongetwijfeld mede debet aan zijn. Onze werkgroep werkt in koppels van twee personen die een aantal kasten onder hun hoede hebben. Mijn maatje en ik troffen slechts één broedende steenuil aan. Op deze locatie is wel een steenmarter actief. Het beest struint gedurende de nacht het dak van de boerderij af en wipt de pannen omhoog om de mussen van hun nesten te lichten. De bewoners schrikken telkens met een schok wakker door het kabaal dat daarmee gepaard gaat en meteen stapt de boer daarbij zijn bed uit om de marter te verjagen. "Had ik maar een buks", zei hij gisteravond, "maar ja, dan zou ik wel zo goed moeten kunnen schieten dat hij meteen dood was....". Het is dus maar de vraag of het broedsel van de steenuil succesvol zal zijn. In een andere kast vonden we afgebeten veertjes van een duif. Dat moet ook de marter geweest zijn. Vorig jaar werd deze kast nog door een steenuil bewoond.
Eigenlijk is het zeer frustrerend werk, het lukt maar niet om meer kasten bewoond te krijgen! En dan nu ook helaas de steenmarter die vanuit Doesburg drie jaar geleden erin slaagde de IJssel over te steken. Vorig jaar vrat hij vijf prachtige steenuiltjes op die we zouden gaan ringen....

26 mei 2010

Mijn oudste kleinzoon is inmiddels een pubertje van 1.75 meter lang, dun en lief! Nog altijd heeft hij belangstelling voor de natuur en elk dier heeft zijn sympathie. Geen wonder dat zijn oma dat prachtig vindt natuurlijk! Afgelopen weekend nam hij me mee naar een plas waar hij de Gele lis in bloei had gezien. Toen ik hem daar zo zag staan, kijkend of zijn foto van de bloem goed gelukt was, voelde ik mij een gelukkig mens. De natuurzaadjes die ik in zijn eerste levensjaren geplant heb, zijn in vruchtbare aarde gevallen. Ik hoop dat hij daar zijn hele leven, net als ik, plezier van zal hebben en dat hij nog heel lang via zijn mobieltje zal melden wat hij onderweg allemaal ziet.

25 mei 2010

Gisteren vielen mij in een Gelderse roosaanplant de enorme hoeveelheid nesten van de spinselmotten op en nu las ik op de website van de Natuurkalender dat de bomen momenteel geteisterd worden door extreem grote aantallen vlinderrupsen van allerlei soorten. Het wemelt inderdaad van deze beestjes. Kijk eens op de plantengroei onder struiken en bomen langs de wegen: ze zien zwart van de rupsenuitwerpselen. Na mijn struintocht in Drenthe, vorige week zat mijn hoofd er vol mee. Rupsen van grote en kleine wintervlinder, eikenbladrollers, van processierupsen en spinselmotten, ze vreten massaal aan blad en bloesem van allerlei bomen. Vooral eiken zijn daarvan de dupe en de consequentie daarvan is dat er ook weinig eikels zullen zijn in het najaar in gebieden van veel rupsenvraat. Normaliter loopt zo'n boom weer uit als de rupsenplaag voorbij is maar omdat dit het derde achtereenvolgende jaar is dat de bomen kaalgevreten worden, zou het wel eens zo kunnen zijn dat de bomen daardoor verzwakt raken en vatbaar worden voor schimmelziekten. Op de foto zijn de rupsen van de Spinselmot te zien.

24 mei 2010

Nog een vondst in het Drentse die de moeite waard was: de Bruine korenbout (Libellula fulva). Een libel uit de familie der korenbouten. De Bruine korenbout is vrij zeldzaam en staat op de Rode lijst. Het is een libel die voornamelijk in het laagveengebied langs de Vecht voorkomt. Leuk aan dit beest is dat je aan de mannetjes kunt zien of die gepaard hebben. Het vrouwtje klemt zich namelijk met haar pootjes vast aan zijn lijf en veroorzaakt daardoor krasjes op het mannenlijf .
De paring van deze libellen kan variëren van 3 tot 16 minuten. De paring vindt in de middag plaats in de buurt van  het water want daarin worden de eitjes gelegd. In deze tijd van het soms irritante politiek gekakel en gekrakeel zijn dit toch leuke dingen om te weten, nietwaar?

23 mei 2010

Universiteit Wageningen en Vlinderstichting hebben nu zekerheid: er is een duidelijk verband tussen de aantallen bloemen en de aantallen vlinders. Nieuwe tellingen wezen uit dat het bloemenaanbod in onze natuur de laatste 15 jaren met 34% is afgenomen en de vlinderbevolking met 28%. Er zijn zelfs vlindersoorten met 75 en 90% afgenomen. Oorzaken hiervan zijn de vermesting door ammoniak en het maaibeleid. Langs akkers en in bermen zou minder gemaaid moeten worden om planten een kans te geven. In mijn gemeente heb ik hier vorig jaar fel voor gestreden maar niemand op het gemeentehuis schijnt zich hiervoor te interesseren. Met nieuwe bezuinigingen als opdracht, is nu besloten al onze perken leeg te halen en te vervangen voor grasveldjes die frequent worden platgemaaid. Om toch mooie natuur te zien, ging ik deze week dan ook naar de regio Meppel, waar je als natuurliefhebber je hart kunt ophalen. Deze parende Icarusblauwtjes waren daar een voorbeeld van. Het vrouwtje is het donkerder vlindertje.

22 mei 2010

Toen ik op mijn gemak wat liep te slenteren en te speuren, zag ik op het bospad iets liggen. Het was knalgroen en mijn eerste gedachte was dat het iets was dat iemand verloren had. Het bleek echter een prachtige kever, formaat meikever. Zijn schild was smaragdgroen en zijn voelsprieten hadden mooie pluimpjes. Ik had geen idee wat dit was. Enig zoekwerk leverde op dat het hier om de zeldzame Gouden tor (Cetonia aurata) ging. Dat was dus tweemaal lol: een bijzondere vondst en ook nog eens een heel fraai insect. De tor voedt zich vooral met stuifmeel en vliegt op onder andere Meidoorn en Vlier. Beide waren in de buurt afwezig. Wellicht had de wind hem hierheen gevoerd. Nadat ik het beest van alle kanten gefotografeerd had, vloog hij opeens met een luid brommend geluid weg. Het grappige van deze tor is dat hij daarvoor niet zijn vleugels en dek-schilden spreidt maar dat zijn vleugels onder zijn dekschilden, die op hun plaats blijven, uitklapt.  De Gouden tor kan in kleur variëren van goudbruin tot felgroen. Weer een leuke vondst!

21 mei 2010

Gisteren was een uitstekende dag om weer eens met mijn natuurvriendin op pad te gaan. Daartoe stapte ik in de trein richting Zwolle. Ter hoogte van Olst bleek een verblindend veld Raapzaad te liggen, een lust voor het oog! Wat wij steeds uitmaken voor Koolzaad is in werke-lijkheid Raapzaad (Brassica rapa). Van Raapzaad wordt raapolie gemaakt en de zaden worden vaak in vogelvoer gestopt. Koolzaad is nog maar weinig te vinden in ons land. Raapzaad zie je nu overal in de bermen en dergelijke staan bloeien. Het is te onderscheiden van het Koolzaad, dat ook wat later bloeit, door de bloeiwijze. Bij Koolzaad zitten de nog dichte knoppen boven de bloeiende, en bij Raapzaad is dat precies andersom. Wat ik ook zag vanuit de trein was dat overal het grasland weer gemaaid is. Alsof het afgesproken werk was. Hier en daar liepen een paar  verdwaasde kieviten over hun plotsklaps veranderde biotoop. Hadden ze een nest, of waren er al jongen? Een ding werd wel duidelijk: dat het bar slecht gaat met onze weidevogels is geen wonder. Ik zag geen enkel grasland waar de boer nog een strook groen had laten staan.

20 mei 2010

Van de ongeveer 900 soorten die de viooltjesfamilie omvat, groeit de helft in tropische gebieden. Van de andere helft groeien bij ons viooltjes die tot de kruidachtige planten worden gerekend. Ze kunnen soms als plantje heel verschillend lijken maar ze zijn altijd herkenbaar aan hun bloem-vorm. En die is zeer innemend; ik kan me niet voorstellen dat er iemand is die niet van viooltjes houdt. Of dat nu het het bescheiden Akkerviooltje, het  veel voorkomende Driekleurig viooltje of het zeldzame Zinkviooltje is dat in Limburg  te vinden is. Sommige viooltjes worden genoemd naar hun sporen; zo'n spoor is op de foto goed te zien. Zo zijn er bleeksporige of blauwsporige bos- viooltjes en het Gewone bosviooltje (foto) lijkt wel wat op laatstgenoemde maar bloeit ongeveer twee weken later. Het heeft  diepblauwe bloemen; ik vond ze langs een zandpad op de heide.

19 mei 2010

In deze dagen is het bos een beste plaats om te zijn. Het is er zo mooi nu, en het lentegroen lijkt wel langer te blijven dan andere jaren wanneer het al weer snel plaatsmaakt voor het donker-groen van de zomer. Het zal wel door de kou komen dat alle processen wat langzamer verlopen. Ik hoorde in mijn omgeving, en ik las op het internet dat er veel dode mezenjongen worden aangetroffen in de diverse nestkastjes. Vanmorgen las ik in de krant dat ook jonge ooievaars het loodje gelegd hebben bij de regen en kou van afgelopen tijd. Jammer! De kinderen van een paartje pimpels die in onze tuin een nestkast uitkozen, worden doorlopend gevoed. Met een onvoorstelbare energie worden achter elkaar prooien aangevoerd en als je er een poosje naar kijkt, kun je er met de pet niet bij dat die kleine vogels dit dag in dag uit kunnen volhouden!

18 mei 2010

Nog eenmaal een zwijnenbaby! Omdat zo'n beest zo leuk is en ook speciaal voor Willie D. die liet weten nog nooit jonge zwijntjes te hebben gezien. Ik heb er bijna een half uur bij staan te kijken. Ze groeien niet erg snel, vind ik. Aan de uitgelubberde tepels van moeder is te zien dat ze nog steeds worden gezoogd. Maar ze gedragen zich al aardig als grote zwijnen. Moeder staat zich regelmatig te schuren aan dikke boomstammen en die kleintjes doen dat allemaal na. Het is een kostelijk gezicht als ze met hun kleine lijfjes over takken en boomstompen schurken. Goed voorbeeld doet goed volgen. Als kleine kruimelzuigers schuiven ze over de bosbodem en hun snuit krijg je nauwelijks te zien. De zeug trekt zich geen lor van haar kroost aan, kijkt niet naar ze om en loopt gewoon verder. Opeens hebben die kleintjes dat in de gaten en spurten alsof ze door een veer zijn opgewonden, achter haar aan. Maar ja, als ze zo honderd meter achter raken, is het voor de vos een kleine moeite om er een te grijpen. En helaas gebeurt dan dan ook af en toe.

17 mei 2010

De rupsen van de Kleine wintervlinder (Operophtera brumata) hebben zich flink tegoed gedaan aan het blad van de bomen. Met name uit de berken zie ik zie overal aan een dun spinseldraadje op hun dooie gemak naar beneden zakken. Ze zijn op weg naar de bodem om zich te gaan verpoppen. De poppen blijven de hele zomer liggen en pas in de late herfst komen daar vlinders uit.  Ik onderbrak de reis van dit rupsje even door hem te laten landen op mijn hand. Met de andere maakte ik snel een foto, trok mijn hand onder hem vandaan en rustig bungelde hij verder aan zijn draadje. "Volgens de boekjes" is het nogal vroeg dat ze zich nu al naar de bodem begeven maar in de natuur sta je altijd weer voor verrassingen. Alleen het mannetje van deze vlinder is gezegend met vleugels en vliegt  's avonds en 's nachts rond. Het vrouwtje is gedoemd  haar leven te slijten op een boomstam, waar ze door een mannetje wordt gevonden en bevrucht. Ze legt vervolgens maar liefst tot 150 eitjes op de knoppen die in het voorjaar zullen uitlopen.

16 mei 2010

De bossen van landgoed Middachten hebben een naam op te houden, het is immers een landgoed met adellijke geschiedenis. Er groeien dan ook Rhododendrons die samen grote en hoge hagen vormen. Nu bloeien ze en dat is een prachtig gezicht. Als je echter wat dichterbij komt, valt al snel te constateren dat deze struiken flink te lijden hebben gehad van de afgelopen winter. Hun blad ziet er slecht uit en veel knoppen zijn niet uitgekomen en zelfs begroeid met piepkleine zwammetjes. Op deze rhodo's vind ik jaarlijks de bijbehorende cicade en daarvan is bekend dat hij de knoppen om zeep helpt, dus dat zou ook een oorzaak kunnen zijn van de deplorabele toestand van sommige struiken. De cicade legt in het najaar eitjes in de nieuwe knoppen en boort daartoe een minuscuul gaatje. Daarmee wordt de weg vrijgemaakt voor een schimmel. De volwassen cicade zuigt aan de bladeren, het is een prachtig beestje!

15 mei 2010

Een volwassen Nijlgans is een forse vogel uit de eendenfamilie. Hij is niet inheems maar werd in de 18e eeuw ingevoerd als siervogel. Ontsnapte vogels bleken zich hier uitstekend te kunnen handhaven. In de jaren tachtig begonnen de in het wild levende nijlganzen zich flink en succesvol te vermeerderen. Aanvankelijk werd daar met grote zorg naar gekeken. Uitheemse soorten bedreigen meestal stevig onze inheemse fauna en dat bleek hier ook het geval. Torenvalken werden uit hun nestkasten verjaagd, roofvogels uit hun boomnesten en ooievaars legden het eveneens af tegen deze agressieve nieuweling. Het schijnt echter, zo is uit veel onderzoek gebleken, dat er meestal weer een nieuw evenwicht ontstaat  tussen de diverse soorten en soms gaat vervolgens zelfs de populatie van de nieuwkomer ook weer naar beneden in aantal. In de Arnhemse parken worden Nijlganzen geringd. Voor de ringer is dat een hachelijke onderneming want ook hij wordt op agressieve wijze door de vogels benaderd en aangevallen als deze met het ringen van adulte of juveniele nijlganzen aan de slag gaat.

14 mei 2010

We maken de lijst nog even wat langer: rouwvliegen zijn geen vliegen maar muggen, een rietvink is geen vogel maar een rups en de nijlgans is geen gans maar een eend! Wie verzint zoiets! Een jonge Nijlgans(Alopochen aegyptiaca)  lijkt weinig op zijn ouders. Waarom zou dat zijn, vraag ik me wel eens af. Je zou denken dat het te maken heeft met camouflage, veiligheid dus. Een jonge roodborst heeft immers ook geen rode veertjes als hij jong is. Maar jonge eendjes en gansjes dan, die zijn felgeel en opzichtig. Dus heeft het een met het ander niets te maken. Misschien wekken die jeugdkleedjes wel een bepaald instinct op bij de oudervogels, van herkenningen dus bescherming bijvoorbeeld. Kleuren hebben zeker betekenis in de natuur. Signaalfunctie noemt men dat. Maar een kraai en een houtduif zullen elkaar van verre al herkennen. Een tjiftjaf en een fitis echter weer niet. Die verschillen nauwelijks van tekening of kleur. Een oogstreepje, wat donkerder pootjes, dat is alles. Maar hun liedje verschilt als dag en nacht: de een jubelt aldoor tjif-tjaf, terwijl de ander een melancholisch deuntje laat horen waardoor ze elkaar herkennen. Hoe het ook zij: verschil moet er wezen! En die verschillen zijn er volop aanwezig in de natuur, en niet alleen tussen vogels.

13 mei 2010

Ongeveer een week geleden vond ik deze rups op een dode rietstengel in een vochtig weiland. Het blijkt de rups te zijn van de Rietvink, een nachtvlinder uit de familie der Spinners. De rups wordt ook Drinker genoemd vanwege zijn gewoonte dauwdruppels te drinken. Hij leeft van riet en harde grassoorten. De vlinder vliegt tussen juni en augustus dus deze rups zal op het punt gestaan hebben aan z'n verpopping te beginnen. Vreemd was wel dat normaliter deze rups een lengte heeft van ruim acht centimeter terwijl dit een kabouter was van iets meer dan één  centi-meter. De dikke stengel op de foto is in werkelijkheid een verdorde dunne halm. Wie weet, had hij gewoon te lijden van de koude. Want het is toch een zeer teleurstellend voorjaar, de temperatuur in aanmerking genomen. Nog steeds 's nachts slechts iets boven 0 en overdag 10˚ te laag. Daar moeten meerdere dieren slecht bij gedijen, vermoed ik. Denk maar eens aan de jonge ooievaars in hun hoge, open nesten. Vochtige kou geselt hun lijfjes als pa en ma moeten gaan fourageren.

12 mei 2010

Rouwvliegen (Dilphus febrilis) zie je momenteel volop vliegen. Rare naam eigenlijk want het zijn geen vliegen maar muggen. De mug op de voorgrond is het mannetje, herkenbaar aan zijn heel grote facetogen. Ze komen met vele voor op en in de buurt van graslanden en boszomen. De voorjaarsgeneratie die nu vliegt, kwam voort uit overwinterende larven. De larven lijken op emelten, de larven van langpootmuggen, maar hebben een zwartbruine kop. Ze kunnen net zoveel schade veroorzaken als emelten die bij voor hen ongunstige omstandigheden sport- of grasveld kunnen vernielen, waardoor het gras los komt te liggen en doodgaat. Droogte en gebrek aan organisch afval in de grond, maakt dat ze aan levende plantendelen beginnen en de wortel-halzen van planten zijn daarbij favoriet. De Rouwvlieg wordt ook wel Maartse of Zwarte vlieg genoemd. Ook deze muggen zie je in het voorjaar dansen, ze verzamelen zich dan in een paringszwerm, goed opvallend voor de vrouwtjes. Als u langs de bosrand of bij een grasland trage zwarte muggen met hangende pootjes ziet, is dat onmiskenbaar de Rouwvlieg.

11 mei 2010

De geboorte van de lente is dit jaar een lang proces dat nog steeds niet is afgerond, al zou het groen aan de bomen anders doen denken. Om mij heen zie ik de meeste beuken in blad staan maar er zijn er ook nogal wat die hun eerste blaadjes nog moeten ontvouwen. Of exemplaren die voor de helft in blad zitten en voor de andere helft nog in knop. Ook de naaldbomen zijn nog druk bezig met het lenteproces. De een laat zijn tere groene naalddunne blaadjes in bosjes verschijnen, de ander doet dat weer in de vorm van kwastjes. Als je op een wat donker paadje loopt en je ziet al die lichte kwastjes in het donkergroen, geeft dat een heel feestelijke aanblik.

10 mei 2010

Ergens middenin het bos stond een bloeiende bremstruik. Nu zie ik wel vaker planten in het bos die daar niet horen, maar meestal is er een verklaring voor. Zo weet ik een plek waar meerdere struiken van de Skimmia staan. Die vormen na de bloei bessen die door vogels worden gegeten waarna ze de pitten ergens anders uitpoepen. Zo wordt de plant verspreid. Maar een bremstruik? De Brem (Cytisus scoparius) behoort tot de vlinderbloemige planten, net als erwt, kapucijn en dergelijke. De zaden in de peulen die aan de struiken komen, worden bij warm weer in het rond geschoten. Op die manier verspreid,  zie je langs wegbermen en spoorranden vaak heel veel van deze struiken staan. Ik las eens dat de Brem in Nieuw Zeeland een ontzettende plaag geworden was doordat hij uit tuinen ontsnapte en zich met een teveel aan enthousiasme in het wild vestigde. Vanuit Engeland werd een insect gehaald dat uitsluitend van brem leeft. En waarachtig, het experiment lukte, hetgeen heel bijzonder is want niet-inheemse binnengebrachte soorten brengen vaak alleen maar ellende voor flora en fauna doordat ze de oorspronkelijke verdringen. Bloeiende Brem lijkt op Gaspeldoorn maar mist de stekels van de laatste.

9 mei 2010

Een van de tuinclubmaatjes belde me op om te melden dat haar beide ezelinnen een veulen hadden gekregen. Ik er heen natuurlijk, want niets is zo lief als pasgeboren dieren. De jonge hengstjes waren pas een paar dagen oud en liepen met hun moeders in de wei, dartelden om haar heen en waren niet bereid om voor de camera te poseren. Dit zwarte ezeltje, met zijn aandoenlijk witte snuit, zag er prachtig uit! Alsof hij een velletje had van astrakanbont, zo mooi. De grijze ezelin kreeg een rossig kereltje. En dan die oren! Zo groot en parmantig dat je hart er van smolt. Helaas moeten ze weg, want al heel vroeg gaan hun mannelijke hormonen opspelen en bespringen ze hun moeders. En dat is niet wenselijk natuurlijk. Toen ik node afscheid nam van het mooie schouwspel was net de hond van het tuinclubmaatje aan haar bevalling begonnen. Er werden veel puppies verwacht dus dat wordt binnenkort opnieuw een kraambezoek brengen!

8 mei 2010

De blaadjes aan bomen en struiken zijn nog niet uitgekomen of ze worden al belaagd door allerlei vretende en zuigende insecten. Beuken- en berkenblad zit vol kleine gaatjes maar de boosdoeners zijn niet te zien. Onze Vogelkers ziet er fris en fruitig uit maar keer de blaadjes eens om: het miegelt er van de bladluizen. Niet op een enkel blad maar werkelijk overal. Ze verstoppen zich  heel geniepig aan de onderkant van het blad, zodat ze niet opvallen. Maar er vlak boven hangt een nestkastje dat bevolkt wordt door een familie pimpelmees. De meesjes zijn pas drie dagen oud en pa en ma hebben er nu even een makkie aan ze te voeren. De pimpels gaan aan het uiteinde van een dun takje hangen. Dat buigt dan om zodat de mezen de luizen makkelijk kunnen pakken. Bladluizen hebben in deze tijd geen mannen nodig om zich voort te planten. Dat kunnen de vrouwtjes op eigen houtje en er is dan ook geen stoppen aan! Ik heb geen idee wat dit voor een bladluis is. Er zijn veel verschillende soorten maar er is weinig over te vinden.

7 mei 2010

Al wekenlang volg ik de escapades van "onze" Winterkoning. Hij bouwde een nestje in een klimplant langs ons raam en nu is het klaar! Alleen moet hij het nu nog zien te verhuren; veel succes heeft hij er tot nu toe niet mee gehad. En dan te zien hoeveel tijd en energie hij eraan besteed heeft! Als ik een vrouw winterkoning was, wist ik het wel. Maar wat een rusteloos vogeltje is dit. Het lukt bijna niet om hem redelijk op de foto te krijgen. Voortdurend is hij in beweging, snel, flitsend, rusteloos. Hoe het allemaal gegaan is, heb ik verwerkt in een column op de website van dagblad Trouw: http://www.trouwcommunities.nl/groen/nieuws/blogs/49/322.html

6 mei 2010

Staan ze in het mooie groene gazon, dan worden ze verwenst en uitgestoken. Staan ze met honderden, duizenden in het weiland dan stelen ze de show! Het is ook een geweldig gezicht, eerst de pinkster-, nu de paardenbloemen. Het ziet er ook zo gezond en sappig uit, zo'n veld vol goud. Paardenbloemen doen denken aan roomboter en optimisme, vind ik. Een stralender kleur is er bijna niet. Een groter optimist onder de planten bestaat er ook niet. Waar je ook kijkt, overal groeien ze. De plant kan zich aanpassen aan de grondsoort: hoe armer en droger, hoe kleiner de blaadjes zijn terwijl hij op rijke en vochtige grond veel groter wordt. Is de paardenbloem klaar met bloeien, dan sluit hij de tent om in het geniep zaadpluizen te maken. Waarop hij de winkel weer openstelt en de zaden gelegenheid geeft als parachuutjes door het luchtruim weg te waaien.

5 mei 2010

Op de boven- en onderzijde, maar ook op de stengel van brandnetelplanten, kun je in deze tijd van het jaar vreemde bruine plekjes aantreffen. Het is een schimmel en hij heet Roestschimmel (Puccinia caricina). In eerste instantie ontstaat er een vorming van "roestplekjes" met zomersporen op bladstelen en nerven van de Brandnetel (Urtica). Dit zijn de sporen die de schimmelziekte verspreiden. Later in de herfst worden er andere sporen gevormd die ervoor zorgen dat de schimmel kan overwinteren. De schimmel overwintert op het afgevallen blad en zorgt in het voorjaar opnieuw voor besmetting. Het is de moeite waard zo'n roestplek eens te bekijken door een loepje, pas dan zie je  mooie de structuur. Overigens wil ik nog even een aanvulling doen op het natuurfragment van gisteren: ook (huis)dieren kunnen narigheid krijgen als ze in aanraking komen met de brandharen van de processie rups. Ze krijgen dezelfde klachten. Het is verstandig altijd plekken te mijden waar de rupsen zich bevinden!

4 mei 2010

De eiken gaan bloeien! Dat betekent feest voor heel veel beestjes, inclusief de gevreesde Eikenprocessierups. De rupsjes zitten opgesloten in hun eitjes, klaar in de startblokken om tevoorschijn te komen zodra de eiken beginnen uit te lopen. Dit is de periode dat de rupsjes zich vergrijpen aan het sappige groen. De boom heeft er geen last van, die maakt in de zomer of volgende lente gewoon weer nieuw blad. Van al dat eten groeien de rupsen als kool en komen telkens te strak in het pak te zitten. Daarom vervellen ze keer na keer en komen ze telkens in een nieuw overjasje tevoorschijn.  Na de derde vervelling krijgen ze hun beruchte brandharen. Die zijn voorzien van gemene weerhaakjes en een soort mierenzuur. Bij verstoring laten de rupsen die haren los en als ze in een mensenvel, luchtwegen of ogen terechtkomen, veroorzaken ze daar zeer ernstige klachten. De rupsen trekken vanuit hun spinselnest 's nachts in processie naar de toppen van de eiken, een schitterend gezicht! Dikke rijen rupsen, kop aan kont voorwaarts marcherend. In juni zijn de rupsen volwassen en gaan zich verpoppen. Het gevaar voor de mens is dan voorbij. Eind juli en augustus vliegen de onopvallende nachtvlinders rond. Die leggen weer eitjes in de schors van de bomen waar ze tot het voorjaar overwinteren, en de eiken weer in bloei komen. Zoals bij alle plagen is ook deze overlast terug te voeren op het verstoren van het biologisch evenwicht. In dit geval het ontbreken van planten en bloemen in de bermen, monotone bomenrijen enzovoort, waardoor er geen insecten zijn om de rupsen te bestrijden. Dom beleid!

3 mei 2010

Afgelopen zondag, toen de regen af en toe in bakken ter aarde stortte, ben ik toch maar even het bos ingetrokken. De rust is in zulke omstandigheden weldadig want wandelaars blijven thuis en het bos is geheel voor mij! Onderweg stuitte ik op een zwijnenfamilie. Twee zeugen met een heel stel jongen. Een van de moeders was achter een dikke boom verdwenen en de andere zag me niet, zo druk stond ze tussen de boompjes te eten. Dus sloop ik dichterbij, stapje voor stapje. Het bleken merkwaardig lichte frislingen; op de voorgrond van de foto is een "normaal" gekleurd jonkie te zien. Het zou best  kunnen dat moeder is vreemdgegaan met een gewoon roze varken bij een van de boerderijen. Toch wekt het verbazing dat je hier in de omgeving elk jaar meer van deze licht gekleurde zwijntjes ziet. Tot mijn spijt kon ik niet nog dichterbij komen want een van de zeugen kreeg me in de gaten en met een fikse donkerbruine knor maande ze haar kroost de spurt erin te zetten. En rennen kunnen ze, die kleintjes, alsof de duivel ze op de hielen zit!

2 mei 2010

Dat was een leuke ontmoeting: een familie Zwartkop. Ze vlogen almaar van de ene struik in de andere en het kostte wat moeite om er een te vangen in mijn lens. Ze hadden het zo druk met elkaar dat ze me niet eens in de gaten hadden. De Zwartkop behoort tot onze meest welluidende zangvogels. Door minder geoefende vogelkenners wordt hij nog wel eens verwisseld met de Roodborst. De zang van beide vogels is parelend maar toch heel verschillend. Zwartkoppen bouwen hun nest op hooguit twee meter boven de grond in kruidachtige vegetatie maar ook in allerlei struiken. Man en vrouw bouwen samen, dat zie je niet bij alle vogels. In de periode van mei tot juli broedt de zwartkop meestal twee nesten uit. Na tien of elf dagen moeten de jongen alweer hun eigen kostje bij elkaar scharrelen. Het blijven topprestaties hoor, die onze vogels leveren!

1 mei 2010

Toen het eerder nog prachtig weer was, wilde ik graag naar park Sonsbeek in Arnhem. Het is een weldaad daar rond te lopen en er staan heel veel bankjes om even op te verpozen. Het water is een trekker van jewelste, zowel voor de mensen als voor de vele watervogels die je hier ziet. Toen ik het aantal grauwe ganzen zag, moest ik wel aan het huidige ganzenprobleem denken. Op een van de vijvers leken ze wel een parade uit te voeren. "Showing off" noemen de Engelsen dit en het drukt precies uit wat hier gaande was. Talloze ganzenpaartjes dreven statig op het water en allemaal hadden ze jongen. Kwam je dichterbij, dan gingen hun koppen wat omhoog om uitdrukking te geven aan hun waakzaamheid. Kwamen de paren elkaar te na, dan gingen de nekken horizontaal vlak boven het water en sisten ze dreigend naar de ander. Het leukste waren de kuikens. Telkens probeerden die onder te duiken maar door hun luchtige donspakjes schoten ze als pingpolballetjes meteen weer omhoog, rechtop of zijdelings. Het was een vermakelijk gezicht. Over een paar weken zullen er heel wat gansjes het loodje hebben gelegd! Daarom krijgen  vogels er ook zoveel; er wordt in de natuur gerekend met veel reserve en verlies.

30 april 2010

Wat past er beter bij Koninginnedag dan mijn vrolijke oranjepaarse viooltjes! Vooral als ze door de zon beschenen worden, knallen ze de plantenbak uit. Als kind moest ik met mijn klasgenoten op de morgen van Koninginnedag naar de Grote Markt in Arnhem, waar ik toen woonde. Opgewonden en met een vrolijke oranje strik in mijn haren. We hadden flink geoefend van tevoren en zongen met de kinderen van andere basisscholen uit volle borst het voor dat jaar uitgekozen repertoire. We zongen Gelderse en oude Nederlandse volksliedjes die geen kind tegenwoordig nog kent, en natuurlijk het Wilhelmus. En als daar die enorme kindermassa, onder leiding van een muziekkorps ons volkslied galmde, werd ik bevangen door ontroering en vaderlandsliefde! Kom daar nu eens om: de winkels zijn open, vlaggen zie je niet of nauwelijks en van vader-landsliefde is al helemaal niets meer te bekennen. Op dit punt zijn wij als volk behoorlijk afgegleden. Ik vind niet dat het een verbetering is en ik mis bijvoorbeeld ook de ouderwetse zondagen van vroeger! Die waren speciaal, anders dan andere dagen, net als de maaltijd.

29 april 2010

In de mierennesten in het bos is het een drukte van jewelste. Het ziet er letterlijk zwart van de  rode bosmieren (Formica rufa) . Die passen zich aldoor aan de weersomstandigheden aan. Als het koud is en vooral de nachttemperatuur laag, dan is er in de ochtend nauwelijks enige activiteit te zien. Op mooie warme dagen echter wordt er volop gewerkt aan het steeds groter worden nest. Duizenden dennennaaldjes worden in een verbijsterend tempo aangesleept en de hoop wordt dagelijks hoger. Een nest kan wel twee meter hoogte bereiken. Het grootste gedeelte ligt ondergronds, kun je nagaan.  Deze mier vond een vertrapte mestkever en sleepte hem aan zijn poot mee over het pad. Mieren hebben enorm krachtige kaken en zijn zo sterk dat ze een dergelijk gevaarte nog baas kunnen.

28 april 2010

Bladluis op een van mijn kamerplanten. Het beest scheidt kleverige druppels uit waarvan de vensterbank vies en plakkerig wordt. Ik heb momenteel de grootste ruzie met mijn nieuwe computer. Ik krijg hem er maar niet onder en hij vertikt te doen wat ik wil! Terwijl ik met mijn oudje kon lezen en schrijven. Foto's laden lukt momenteel niet en daarvoor moet ik hulp inroepen. Samen met het feit dat onder een hier logerend viertal cavia's een dame zit die onopgemerkt gedekt  en hoogzwanger is, waarbij als gevolg van haar leeftijd de nodige problemen te verwachten zijn, maakt mij flink chagrijnig! En dat terwijl dit voorlopig de laatste mooie dag is!

27 april 2010

In de bermen staat een onopvallend, wat kleurloos plantje: de Akkerpaardestaart of Heermoes. Uit de wortelstok komen gelede stengels. Aan de bovenkant van de leden zit een krans van bruine tandjes waaruit weer een nieuwe geleding komt. Op die plekken kun je de diverse geledingen gewoon lostrekken. De paardestaarten ontstonden al heel vroeg in de aardgeschiedenis, zo'n 300 miljoen jaren geleden. We hebben het hier dus over een echte oerplant. De soorten die er nu nog zijn, lijken sprekend op de planten die als fossiel zijn aangetroffen. Ze zijn alleen heel veel kleiner geworden. Heermoes vormt sporen waarmee hij zich verspreidt. Het schijnt dat de stengels uitstekend gebruikt kunnen worden als pannenspons en vroeger werden er de melk- emmers mee geschuurd. Allemaal toepassingen die de hedendaagse mens niet meer kent en die vervangen zijn door allerlei agressieve chemische smeerseltjes en spuitseltjes. De wortelstok van Heermoes zit heel diep in de grond. Zo diep dat het sprookje vertelt dat je een gouden ring of een munt  zult vinden als je erin slaagt het eind van de wortel te vinden.

26 april 2010

Vlinders vliegen in deze mooie dagen vrolijk in het rond. Er zijn vlinders die als imago overwinterd hebben maar er zijn ook nieuwe exemplaren die overwinterd hebben in het popstadium en nu  daaruit gekomen zijn. "Uitsluipen" noemt men dat. Er is een enorm verschil tussen de diverse soorten. Sommige vlinders kunnen maar betrekkelijk kleine afstanden vliegen zonder telkens even te landen, andere vliegen zonder te stoppen honderden kilometers, dat zijn de  trekvlinders. De levensduur van een vlinder varieert sterk. Sommige kleine nachtvlindertjes leven slechts een paar uren terwijl de soorten die hier ´s zomers rondvliegen een paar weken leven. Heerlijk dat we weer kunnen genieten van Boomblauwtje, Dagpauwoog, Bont zandoogje, Klein koolwitje, Citroen-vlinder enzovoort. Ook het Oranjetipje vliegt weer volop op de bloeiende Pinksterbloemen.

24 april 2010

Speelden zich gedurende afgelopen winter in menig tuinvijver kikkerdrama's af, nu gebeurt dat in de ondiepe plassen die overal in het bos liggen. Meestal staat daar water in doordat de bodem leemhoudend is maar bij deze aanhoudende droogte zie je langzaam maar zeker het water verdwijnen. Die plasjes zitten vol kikkerlarfjes en die zullen onherroepelijk doodgaan aangezien we de komende week niet op regen hoeven te rekenen. Met een emmer en een schepnet ging ik dus het bos in, op een tijdstip dat er hopelijk niet veel mensen zouden zijn. Het was natuurlijk ook een merkwaardig tafereel: een vrouw die met een netje in de modder stond te prutten. En natuurlijk kwamen er toch mensen langs en je zag ze gewoon denken: zou die vrouw nog wel helemaal sporen?! Ondertussen zwemmen er honderden geredde kikkerlarfjes rond in onze vijver die in het najaar vernieuwd werd en nu vol groene algplakkaten zit. Die kan ik er nu helaas niet meer uitvissen want de larfjes vinden ze heerlijk. Ik vind het leuk, al dat gefriemel in het water!

23 april 2010

Vorige zomer zag ik ze voor het eerst, heel kleine kevertjes op boterbloemen. Nu zijn ze er weer, je ziet ze op speenkruid, bosanemoon enzovoort. Het zijn zeer schadelijke kevertjes uit het geslacht Meligethes, ook wel Glanskevers genoemd.  De kevertjes die we nu zien, hebben overwinterd en planten zich in maart en april voort, zodra de temperatuur boven 11º komt. Ze bijten gaatjes in de dichte knoppen van vroege bloeiers en leggen binnenin de bloemknop eitjes op de meeldraden en stampers. De larven leven van stuifmeel. In het Engels heet dit kevertje dan ook Pollen beetle. Als de larven volgroeid zijn, laten ze zich vallen en verpoppen zich in de bodem. Eind juni verschijnt dan de tweede generatie. Bij 15º volgt een invasie op kruisbloemigen. De kevertjes vormen een ramp bij de verbouwing  van Koolzaad en tot overmaat van ellende zijn ze zeer moeilijk te bestrijden omdat ze ze resistent geworden zijn tegen de overvloedig gebruikte middelen die het plantaardige pyrethrum bevatten. Ze kunnen  soms tienduizenden hectares Koolzaad vernielen doordat de bloemknoppen doodgaan. Deze kevertjes vormen een zo ernstige plaag dat er speciale bijeenkomsten worden georganiseerd waarbij deskundigen uit allerlei landen hun ervaringen op dit punt uitwisselen. Mini monstertjes dus met giga gevolgen!

22 april 2010

Lekker dicht tegen mam aan, dat is veilig en warm. Het is altijd een heerlijk gezicht om jonge lammetjes door de wei te zien huppelen. Lammetjes kunnen enorm keten en als ze eenmaal de kriebels krijgen, rennen ze als wilden achter elkaar aan. Maar o, wat groeien ze toch snel groot! Zo klein als ze zijn moeten de lammetjes al een oormerk dragen. Met ingang van dit jaar werd het verplicht dat dit voorzien moet zijn van een elektronische transponder. Ook bestaan er zogenaamde maagbolussen. Dat zijn grote capsules van keramiek die met een injector door de slokdarm moeten worden geduwd, een nogal risicovolle ingreep.  Maar al heeft een schaap een maagbolus gekregen, dan nog moet dat door een grijs oormerk worden aangegeven. Geen wonder dat schapenhouders vaker kiezen voor een elektronisch oormerk. Ontsierend is het wel! Leuk filmpje van rennende lammetjes: http://www.youtube.com/watch?v=R2ZCsAdcjaE

21 april 2010

Nog even, dan kunnen we geen vogel meer in de bomen ontdekken. Maar horen doe je ze wel, zeker de mooie boomklever die altijd het hoogste woord heeft. Hoewel aarzelend, beginnen nu ook eindelijk de beuken pleksgewijs uit te lopen. Aan veel stammen zie je takken met fris en fruitig nieuw blad terwijl andere takken er nog aan moeten beginnen. Ongelijkmatig maar niet meer te stoppen wordt het groen in het bos. De lariksen hebben erg te lijden gehad van de koude nachten en op sommige plekken zijn alle net uitgelopen naaldkwastjes beschadigd door de nachtvorst. De dames boomklever zitten nu zo ongeveer op de eieren. Op de website Beleef de Lente is dat mooi te zien door middel van een webcam. Als je de klever bezig ziet, kun je je niet voorstellen dat haar eitjes heel blijven. Ze woelt en ze draait en ze frunnikt aan één stuk door. Hooguit een half uur houdt ze het broeden vol, dan moet ze er gewoon weer even uit, stukje vliegen, beetje rommelen. Het is een ongedurig vogeltje. Vijftien dagen moet ze broeden en dan nog 3½ weken voeren, samen met pa boomklever, en dan is ze weer een vrije vrouw!

20 april 2010

Omdat de nachten almaar zo akelig koud zijn, blijven ook de nestjes van de Wespspin (Argiope bruennichi) lang gesloten. Al een paar maal ben ik gaan kijken in een klein natuurgebiedje waar er opvallend veel hangen tussen de dode halmen van de pitrus. Hoewel ik nogal weekhartig ben, heb ik er toch een mee naar huis genomen; ik was zo ontzettend nieuwsgierig naar wat zich binnenin het spinnenpakketje bevond. Toen het nestje in de herfst nog vers was, had het een gladde urnvormige cocon maar nu was de buitenkant aan alle kanten ingedeukt, er zat duidelijk een bolletje in. Thuis knipte ik het voorzichtig open en zag een bolletje van roestbruin-oranje donsachtig spinsel. Daar omheen kropen minuscule spinnetjes rond. De spinnetjes worden al in de herfst geboren maar blijven in de cocon zitten tot het voorjaar gekomen is. Ik heb het snel weer dichtgemaakt en van een dun streepje plakband voorzien. Vervolgens heb ik het nestje in de tuin gelegd, dus wie weet, kruipen straks rondom de vijver heel kleine wespspinnetjes rond. Voor de duidelijkheid: een nestje van de wespspin heeft de grootte van een kleine walnoot.

19 april 2010

Natuurlijk verbeelden we het ons maar dat de lucht deze dagen blauwer is dan anders. Maar toch is er wel degelijk iets aan de hand in onze atmosfeer. Na de terroristische aanslag in Amerika, op 11-9-2009,  werd daar gedurende drie dagen het vliegverkeer platgelegd. Dit leverde nieuwe bewijzen op van de schadelijke gevolgen die het vliegverkeer heeft op ons klimaat. Door vliegtuigen uitgestoten CO² verandert de samenstelling van de atmosfeer en daarbij hebben de strepen die vliegtuigen in de lucht veroorzaken invloed op de temperatuur op aarde. Een bevestiging van feiten overigens die het klimaatinstituut IPCC al jaren daarvoor in haar rapport schreef. Iemand heeft berekend dat het stilleggen van het vliegverkeer alleen al in ons land 23 keer meer milieuwinst oplevert dan de hele installatie van zonnepanelen in de komende 20 jaar. En, zo las ik, aangezien voor de zonnepanelen 69 miljoen euro subsidie werd uitgegeven, bespaart de vulkaan ons anderhalf miljard euro. We vroegen IJsland om cash maar wat ze ons gaven was ash. Daar hoeven we wat het klimaat betreft dus niet rouwig om te zijn!

18 april 2010

Een dagje Betuwe leverde me een foto op van een Putter (Carduelis carduelis). Het is vele jaren geleden dat ik een puttertje zag dus ik vond het erg leuk. Toch zijn deze vogeltjes niet zeldzaam; ze leven in de parken en grote tuinen, in de bosranden en het halfopen cultuurgebied. Helaas worden ze ook gekweekt om in kooitjes te leven! Er is een legende die verhaalt hoe de Putter aan zijn uiterlijk komt. Toen alle vogels hun eigen kleuren hadden gekregen, bleef het puttertje over, het had zich bescheiden op de achtergrond gehouden. In geen enkele van de tubes verf die gebruikt waren, was genoeg  over om deze vogel een mooi egaal kleed te geven. Wel kon uit elke tube nog een heel klein druppeltje geperst worden. Met al die restjes werd onze Putter omgetoverd tot een klein clowntje met een knalrood masker op zijn koppie. Putters bouwen een stevig nestje dat zacht gevoerd wordt met wilgen- en zaadpluis, mosjes en grashalmen. Putters worden ook wel Distelvinken genoemd vanwege hun voorkeur voor distelzaden. De naam Putter kreeg hij omdat kooivogels in staat bleken mini-emmertjes water vanwege hun goede coördinatie tussen poot en snavel omhoog te halen. Zo'n prachtig vogeltje gekooid, ik moet er niet aan denken!

17april 2010

Overal bloeit nu uitbundig de Sleedoorn (Prunus spinosa). Zoals al in de naam verborgen ligt, heeft deze heester afschuwelijke doorns. Lang en scherp zijn ze en Klapekster en Grauwe klauwier gebruiken ze om prooien aan vast te spietsen. Kevers maar zelfs muizen, vogels en  hagedissen kunnen dat zijn. Die zijn natuurlijk reddeloos verloren en kunnen eenvoudig worden opgepeuzeld. De lange meeldraden zijn een prominente uitnodiging aan vlinders en honingbijen om zich hier te komen voltanken met nectar en pollen. Het schijnt dat de Sleedoorn alle in Nederland voorkomende vlinders aan zich weet te binden. Van de in augustus verschijnende knikkergrote blauwe bessen kun je lekkere dingen maken. Rauw zijn ze niet te eten. Ze zitten boordenvol tannine ofwel looizuur, het stofje dat fikse hoofdpijn kan veroorzaken door het drinken van wijn. Tannine zit namelijk ook in de schillen en pitten van druiven; de stof bevordert de houdbaarheid van de wijn. De vruchten van de Sleedoorn worden onder andere verwerkt tot jams en stevige alcoholische drankjes. Wel moet eerst de vorst over de bessen gaan, desnoods in de vriezer. De mooie Sleedoorn is een inheems familielid van de rozen.

16 april 2010

De toegang tot het landgoed De Gelderse Toren, in Spankeren  (gem. Rheden) wordt gevormd door een zeer lange, majestueuze, met eiken omzoomde laan. Het grappige is dat in deze lange rij een enkele eik staat waarvan het blad veel eerder uitloopt dan bij de andere bomen. En in de herfst weigert ook een enkele eik om z'n blad te laten vallen terwijl de rest dat wel doet. De wachttoren werd vroeger niet door de adellijke eigenaren bewoond; die gaven de voorkeur aan  kasteel Rosendael. Later werd de toren echter toch geschikt gemaakt voor bewoning. Het bouwwerk ligt aan de IJssel maar is vanaf de weg nauwelijks te zien. Een fraai uitzicht heb je er echter op als je in Rha, aan de overkant van de rivier staat. Het is jammer dat grote foto's zo gecomprimeerd moeten worden want in het oorspronkelijke formaat zie je juist zo goed de grandeur van deze schitterende oprijlaan. En dan te bedenken dat hier nog de voetstappen liggen van de vermaarde bioloog en natuurvorscher Jacq. P. Thijsse, die er omstreeks 1917 over schreef in zijn album "de IJssel". Dat geeft er wel een speciaal tintje aan!

15 april 2010

Er zijn al heel wat vogeltjes geboren in nestjes die warm en zacht gevoerd waren met de uitgeborstelde haren van onze kater Max.  Onze kat vangt gelukkig maar hoogstzelden een vogel, meer dan twee per jaar komt nooit voor. Leuk is dat niet natuurlijk en ik doe er alles aan om het te voorkomen. Desondanks lukt het hem heel af en toe. Als zoenoffer laat hij zich daarom met grote tegenzin borstelen en kammen en staat hij zijn ondervacht af aan de vogels. Die zijn er blij mee!

14 april 2010

Ooievaarsnesten op een paal zien we hier genoeg in mijn omgeving op de grens van Veluwe  zoom en Achterhoek. Maar natuurlijke nesten in bomen zag ik voor het eerst toen ik vorige week in het Reestdal was. Een heel rare gewaarwording om die vogels bezig te zien pal boven de autoweg. Het zijn enorme bouwwerken die je overal in de omgeving ziet. Elk jaar als de vogels terugkeren in ons land, zoeken ze een nest op en bouwen dat verder op. Het is allemaal terug te voeren op het ooievaarsproject van Vogelbescherming en De Lokkerij die de bijna uit Nederland verdwenen ooievaars weer terug wilden fokken. In de Lokkerij werden heel wat vogels uitgebroed. Tegenwoordig gaan die in de herfst grotendeels op trek naar Afrika maar in het voorjaar zoeken ze de oude stek weer op. Eenderde van de Nederlandse populatie houdt zich op in het Reestdal.  De Lokkerij biedt nog steeds een spektakel van jewelste met al die nesten, al dan niet op palen. Gefokt wordt er niet langer omdat de populatie onderhand op een goed niveau is maar de 0oievaars komen graag terug naar deze vertrouwde plek, Momenteel zitten ze op de eieren.

13 april 2010

Waarom zou een mens toch zo getroffen worden door al die eerstelingen van het pas gearri-veerde voorjaar! Het kan niet anders of dit komt doordat zo lang is uitgekeken naar het lenteseizoen. Dit is het eerste bloeiende plantje van de Klaverzuring (Oxalis acetosella), dat ik zondag vond. Het zijn zulke tere en fragiel uitziende bloempjes dat je er gewoon even bij op je hurken moet gaan zitten om ze te bekijken. Trouwens, al die kleine friemelbloempjes zijn het meer dan waard om eens voor door de knieën te gaan. Liefst met een vergrootglas of een loepje. Je weet vaak niet wat je ziet, zo mooi! Hoewel de naam Klaverzuring anders doet vermoeden, heeft het plantje niets te maken met Zuring noch Rode of Witte klaver, het zijn verschillende families. Klaverzuring wil o.a. groeien in de schaduw van bossen, waar het vochtig, voedsel- en humusrijk is en de bodem lichtzuur. Daarom komt het niet overal in Nederland evenveel voor.

12 april 2010

De koude winter zorgde voor een zeer traag op gang komen van de natuur ten opzichte van voorgaande jaren, aldus de Natuurkalender. Als ik naar foto's kijk die ik vorig jaar op ditzelfde tijdstip genomen heb, zie ik dat toen de beuken al waren uitgelopen terwijl de knoppen nu nog potdicht zitten. Ook al zie je op een enkele plek dat ze wel beginnen te zwellen. Het bos heeft momenteel een groen waas door de vele uitlopende lariksen maar verder is het nog erg kleurloos allemaal. Sporadisch zie je nu ook een mestkever lopen; die hebben er ook nog niet zo veel zin in. Er bestaan wereldwijd wel duizend soorten mestkevers. In ons land moeten we het doen met ongeveer vijftien soorten.  Het zou de Paardenmestkever kunnen zijn als hij behalve blauw afgezoomde dekschilden ook nog rijen stippels zou hebben.....  Overigens maakt een oplettende lezer mij erop attent dat mijn ontluikende blad op 10 april niet van de Es kon zijn. Hij heeft gelijk, dat ziet er heel anders uit. We houden het op Esdoorn!

11 april 2010

In de natuurgebieden Wieden en Weerribben (Ov) hebben de rietsnijders de rietvelden gekortwiekt en de schoven liggen te wachten om afgevoerd te worden. Ze dienen voor het dekken van daken. Dit werk werd honderden jaren gedaan aan het eind van de winter maar dat zou wel eens kunnen veranderen want deze gebieden werden door de provincie  toegevoegd aan Natura 2000: een netwerk van belangrijke natuurgebieden in Europa. Dit betekent dat het riet pas in de zomer geoogst mag worden maar dan is het waardeloos voor de snijders omdat het dan bloeit en te zacht is. Maar wellicht is er een compromis gesloten en worden sommige velden niet gekortwiekt ten gunste van het vogelleven. Er stond tenminste nog genoeg overjarig riet recht overeind. Ik hoorde er de Snor, een vogeltje dat net terug is gekomen van bezuiden de Sahara en een nestje weeft van grassen en lisdoddenpluis, dat maar net boven het water hangt. Het was voor het eerst dat ik het snorrende baltsgeluid van dit vogeltje hoorde. In deze kwetsbare natuurgebieden zijn machines verboden en het snijden gebeurt daarom nog altijd met de hand. De Wieden en Weerribben vormen samen het grootste laagveenmoeras van Europa.

10 april 2010

Hier en daar zag ik al het uitgelopen blad van de Es (Fraxinus excelsior). Wie als eerste komt, krijgt ook de meeste aandacht en dat is hier zeker het geval. Je kunt van veel dingen blij worden maar een van de meest ontroerende dingen zijn voor mij toch elk jaar weer de tere pasgeboren bladeren aan de bomen in de lente. Het geeft een euforisch gevoel om in een bos te lopen waar het eerste waas van nieuw groen de boomtakken omhult. Ik verheug me daar enorm op en ben in die tijd gewoon niet uit het bos weg te slaan. Juist omdat dit prachtige stadium maar zo kort duurt. Het gevoel van "nu gaat alles weer beginnen" maakt al snel weer plaats voor iets anders als het blad is uitgegroeid en de frisse lichtheid inruilt voor donkergroen. De Es bloeit in mei en laat in de herfst haar gevleugelde zaden vallen die zo mooi als wentelwiekjes naar beneden dwarrelen.

9 april 2010

Op de bijna twee eeuwen oude havezate Dickninge, gelegen in het Reestdal, is het momenteel een natuurspektakel van jewelste! Zover het oog reikt, zie je bloeiende Holwortel (Corydalis cava) roze en wit. Het is de grootste vindplaats van deze plant in heel Nederland en van heinde en verre komen liefhebbers kijken. Ik was daar een van. Tijdens de eerste natuurwandeltocht van dit jaar met mijn Drentse maatje hebben wij onze ogen uitgekeken. Tussen de Holwortel door groeiden ook honderden Bosanemonen en hier en daar nog wat Speenkruid. Het gebied wordt gevoed door het veenriviertje de Reest en het water maakt het gebied drassig zodat er een bijbehorende vegetatie is ontstaan. Holwortel onderscheidt zich van de Vingerhelmbloem (zie 3 april) door de diep ingesneden blaadjes en de holle knol waaruit hij groeit. De holwortel in de havezate wordt nog wel eens "het kloosterkruid van Dickninge" genoemd. Het schijnt dat vele eeuwen geleden hier een klooster lag met een prachtige bijbehorende kloostertuin vol geïmporteerde stinzen-planten, waarvan de Holwortel alle eeuwen met groot succes doorleefd heeft. Een havezate was oorspronkelijk een adellijk huis. Ongeveer gelijkwaardig aan de oude Stinzen..

8 april 2010

De Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) loopt uit en stuwt zijn bloem omhoog richting blauwe hemel. Als je dat zo eens goed bekijkt is het eigenlijk onvoorstelbaar dat al die bladeren en bloemknoppen heel minuscuul sinds de vorige zomer in zo'n knop hebben gelegen. Goed beschermd tegen kou en andere narigheid. De kleverige schubben beschermen de knop tegen vraat en verdamping en binnenin zit een antivriesachtige stof die alles behoedt voor bevriezing. En dan opeens komt alles op gang: de sapstromen komen in beweging, hormonen sturen de knoppen en in een ongelooflijke snelheid ontplooien zich bloemen en bladeren. In een paar dagen tijds hebben de bladeren zich gestrekt en staan de kaarsen te pronken op de takken!

7 april 2010

De bomen kunnen het niet meer houden! Hun knoppen staan te wringen en te dringen om open te gaan en langzaam zie je dan ook steeds meer bomen die heel voorzichtig hun bladeren ontvouwen. De nachttemperatuur is nog altijd erg laag maar zowel hoog als laag boven de grond zie je steeds meer nieuw leven. Heerlijk! Ook de vrolijke bosanemonen staan weer in volle bloei. Dit zijn voor mij echt de bloemen die de lente maken! Er is bijna niets mooiers dan velden vol bosanemonen die imponeren door hun massaliteit. Zag je deze stinzenplant aanvankelijk alleen op de landgoederen en dergelijke, tegenwoordig versieren ze menig slootkant en staan ze te wedijveren met de bloemen van het speenkruid want ze groeien graag in elkaars gezelschap.

6 april 2010

In het bosgebied achter ons huis staat heel veel Lariks aangeplant. Opvallend is dat je bij al die bomen nooit enige bloei ziet. Daaruit valt af te leiden dat het nog tamelijk jonge bomen zijn want een Lariks begint pas te bloeien als hij 20 tot 30 jaar oud is. In ons land groeien twee soorten, de Europese en de Japanse lariks. De Japanse zie je hier het meest en hij is herkenbaar aan de kleine kegeltjes waarvan de schubben naar buiten gekruld zijn. Maar het schijnt dat beide soorten ook regelmatig kruisen. Ik weet slechts één boom in het bos te vinden die bloeit. Het is een lelijk uiteen gevallen exemplaar; meer een struik dan een boom. De Lariks is eenhuizig, wat wil zeggen dat mannelijke en vrouwelijke bloemen aan dezelfde boom groeien. Dit jaar zag ik maar enkele vrouwelijke bloemen. De mannelijke, de katjes, hangen met de punt naar beneden. Elk voorjaar ga ik even kijken want de vrouwelijke bloemen zijn echte schoonheden. De Lariks groeit graag op leem en die hebben wij hier. Op kleigrond zul je hem niet vinden. De boom behoort tot de coniferenfamilie maar is de enige conifeer in Europa die elk najaar alle naalden laat vallen.

5 april 2010

De geweien zijn nog maar nauwelijks van hun koppen gevallen of de herten zetten alweer een nieuw exemplaar op. Wat zal dat trouwens voor die dieren een vreemd gevoel zijn om van het ene moment op het andere met een lichtgewicht hoofd rond te lopen! Vanuit de rozenstokken, de twee  knobbels bovenop de kop, wordt het nieuwe gewei in vier maanden tijd opgebouwd uit botweefsel. Om het gewei ligt een fluweelachtige huid, die bast wordt genoemd, en die rijkelijk is voorzien van bloedvaten waardoor de bouwstoffen worden aangevoerd. Als de bast kapot zou gaan, remt dat de ontwikkeling van het gewei en daarom gaan de herten er zeer voorzichtig mee om. Is het gewei klaar, dan moet de bast er worden afgeschuurd. In februari of maart valt het gewei er weer af, soms beide takken tegelijk maar er kunnen ook enige dagen tussen zitten. Tot het hert oud wordt, is het nieuwe gewei elke keer groter en heeft het meer takken. De gewei-dragers lopen er trouwens wat slonzig bij momenteel; de winterharen vallen uit de vacht en daarvoor in de plaats komt een mooie roodbruine zomerdos en krijgen ze een fraaie halskraag. Ik liep negen van deze prachtige dieren tegen het lijf; het zijn de grootste zoogdieren van ons land.

4 april 2010

Pasen valt vroeg dit jaar! Op deze eerste paasdag zal op menig ontbijttafel een extra eitje getikt worden want bij deze feestdag horen nu eenmaal eieren. Gewoon gekookt, of daarna geverfd, en ook nog eens van chocolade. Dat was natuurlijk niet altijd zo. In het verleden werden allerlei symbolen uit de heidense cultuur overgenomen en verweven met Christelijke feestdagen. Pasen valt in de lente en de lente staat symbool voor nieuw leven. Een ei is ook de kiem van een nieuw leven. Maar waarom dan ook nog een paashaas? Welnu, de haas stond symbool voor de vrucht- baarheid en vervolgens werd alles op één hoop gegooid. Een andere theorie komt voort uit de vastentijd van katholieke gelovigen. Gedurende deze periode mochten zij geen vlees of eieren eten. De eieren werden opgespaard en opgegeten als het Pasen was. Om het leuk te maken voor de kinderen mochten die de eieren eerst verven. De rijken onder de bevolking kochten eitjes van chocolade, die ze verstopten in de tuin waar hun kinderen ze mochten gaan zoeken. Tegenwoordig proppen we ons niet meer vol met eieren, ook al is het Pasen. Wij letten goed op ons cholesterolgehalte en dat is niet gebaat bij de cholestererol die volop in eierdooiers zit.

3 april 2010

In onze tuin staan de bloemen van de Voorjaarshelmbloem (Corydalis solida) te rillen en te bibberen in de koude wind en slechts enkele bloemen zijn opengegaan. Dit plantje behoort tot de papaverfamilie en is een stinzenplant. Samen met het Speenkruid zorgt het voor de eerste kleur en fleur in het vroege voorjaar. Eigenlijk moet ik deze plant nu Vingerhelmbloem noemen. Steeds meer wilde planten veranderen van naam vanwege andere inzichten met betrekking tot de indeling en naamgeving van soorten. Niet alleen planten maar ook vogels overkomt dit. Zo mogen we niet langer spreken van Vlaamse gaai, maar is het beest beroofd van zijn voornaam en heet gewoon nog maar Gaai. Gaai lijkt op gajes en hoewel de Gaai een boef is, vond ik zijn vorige naam toch sjeuïger klinken. De plant waar we het hier over hebben, wordt ook soms vogeltje op het krukje genoemd. Daar zou het uiterlijk van de bloempjes op lijken; ik zie het niet. De Engelsen en Duitsers zien er weer de gespoorde achterteen van een Leeuwerik in en noemen de plant leeuwerikenspoor. De helmbloem is flink giftig en wordt in de natuurgeneeskunde daarom niet gebruikt. De bloemen kunnen lichtpaars/roze zijn maar ook wit en lijken sterk op de Holwortel.

2 april 2010

Op mijn volkstuin valt nog heel veel te doen en ik volsta met af en toe een stukje onder handen te nemen. Ik heb het seizoen mee, of liever gezegd: het weer. Het is nog zo fris, met nachttempe-raturen tegen het vriespunt zelfs, dat er niet veel groei te zien in. Het onkruid schiet maar traag omhoog zodat ik me nog niet ongerust maak over het achterstallige onderhoud. Ik ontdekte vanmorgen de royaal uitgezaaide bosviooltjes tussen de herfstframbozen die nodig moeten worden gekortwiekt. Zijn het bleeksporige of donkersporige bosviooltjes? Eerlijk gezegd heb ik vergeten daarna te kijken. Door de wind was het al moeilijk ze op de foto te krijgen en de zon maakte ze bleker dan ze in werkelijkheid zijn. Ik ben dol op viooltjes en wat er in mijn volkstuin verschijnt, mag blijven. Ik trek me niets aan van de meewarige blikken van de mannen met hun keurig omgespitte veldjes! Ze begrijpen het niet, vergeet-me-nietjes tussen de aardbeien, rapunzelklokjes tussen de sla en heel veel wilde viooltjes tussen de boontjes.... Mooi toch?

1 april 2010

Eigenlijk wil ik in dit natuurdagboek niet te veel negatieve dingen schrijven maar soms komen die wèl op mijn bordje terecht. Zo ontving ik van iemand een mail met een link die naar een petitie verwees. Het blijkt dat al gedurende vier jaren op aandrang van het CDA vossen mogen worden bejaagd met behulp van lichtbakken. Elke vos mag worden afgeschoten, ook zogende exem-plaren. En zo kan het gebeuren dat hun jongen verhongeren of radeloos buiten het hol gaan rondlopen, roepend om hun moeder. Het was mij al bekend dat jonge vosjes worden dood geslagen tegen boomstammen, verdronken worden door water in het hol te laten lopen of doodgebeten door afgerichte hondjes. Maar het laten verhongeren van hulpeloze jonge dieren is wel zo verschrikkelijk wreed dat je je niet kunt voorstellen dat er jagers zijn die op een dergelijke manier vossen bejagen. Wie de petitie tegen dit dierenleed wil tekenen, kan dit doen door op de link te klikken: http://www.partijvoordedieren.nl/content/view/491

31 maart 2010

Twee weken later dan vorig jaar bloeit het Groot Hoefblad (Petasites hybridus). Op deze laatste dag van maart, is de natuur nog steeds niet enthousiast losgebarsten; het gaat mondjesmaat.  Nu ook zie ik overal kikkerdril en in onze tuin is een merel met een nest aan de slag gegaan.  Het Groot hoefblad groeit graag op vochtige en humusrijke grond en daar breidt hij zich gulzig uit. De dikke wortels banen zich een weg door de bodem en zo houdt hij die stevig bij elkaar. Na de bloei verschijnen de grote rabarberachtige bladen die een mooie beschutting vormen voor allerlei diertjes. Behalve veilig zitten ze daar bij slecht weer ook onder een heerlijke paraplu.

30 maart 2010

De ooievaars zitten al lang hoog en breed op hun nest. Ze hoeven er in het vroege voorjaar alleen maar heen te vliegen want de mensen bereiden hen met plezier een hartelijk welkom! Steeds meer nestpalen verschijnen in het land want wie vindt het nou niet leuk om een eigen paar uivers over het land te zien stappen. Hier en daar vormen de ooievaars een serieuze bedreiging voor de weidevogels en daarom wordt nogal eens gepropageerd zo'n nestpaal niet in een dergelijk kwetsbaar gebied te plaatsen. Maar of dat de weidevogelstand helpen zou? Ons land is door ruilverkavelingen, verkeerde maaitijdstippen, onvriendelijke inrichting, bewerking e.a.  door de jaren heen zo ontzettend veranderd dat veel dieren de grootste moeite hebben zich te handhaven. Niet elke soort is daarin succesvol. Het broedsucces van de ooievaars is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Langdurige koude, regen- en hagelbuien kunnen desastreus zijn.

29 maart 2010

De familie uit het westen des lands was zondag naar huis gekomen en de familie uit het oosten van het land kwam ook hierheen zodat ze elkaar gezellig weer eens konden ontmoeten. Halverwege de dag wilden de kleinkinderen met oma het bos in. Die was blij want het was heerlijk weer. "Vergeet je niet je camera, oma" riep de vijfjarige.  Hij vindt oma's website met al die leuke beestjes fascinerend! Onderweg: oma, kom eens gauw, ik heb iets voor je website! Dat bleken deze konijnenkeutels. Dit is ook natuur hoor, riep hij, mijn aarzeling ziend. Natuurlijk werden de keutels gefotografeerd. Je moet ze wèl op je website zetten hoor, riep hij.  Maar wat moet oma er dan bijschrijven, riep een van de andere kleinkinderen en ze keken mij vragend aan.
Ik zal schrijven, vertelde ik hen, dat konijnen eerst hun keutels uitpoepen en vervolgens weer opeten omdat er nog zoveel eetbare restjes inzitten! Getver, riepen ze, wie eet er nou zijn keutels op! De jongste was van plan om dit tijdens de weekopening van zijn klas te gaan vertellen.....
En zo kwamen de konijnendrollen in oma's natuurdagboek terecht!

28 maart 2010

Door het warme weer van afgelopen week was ze wakker geworden. De weidehommelkoningin had als enige van haar volk de winter doorstaan, de andere waren in de herfst allemaal dood gegaan. Nu moet ze in haar eentje gaan zorgen voor nieuw nageslacht. Als de zon schijnt, wil ze op zoek gaan naar stuifmeel en nectar om er bijenbroodjes van te maken. Het nestje ligt al klaar, gevuld met een voorraadje nectar die ze in de eerste dagen verzamelde voor de koude dagen. Op de bijenbroodjes zal ze haar eitjes leggen en die gedurende vijf dagen bebroeden. Als de eitjes zijn uitgekomen, zal moeder hommel ze voeren met nectar en stuifmeel. Als ze dik en groot genoeg zijn geworden, zullen de larfjes zich verpoppen en na een week of drie komen daar jonge hommeltjes uit: de werksters. Zij helpen de hommelkoningin met van alles en nog wat, onder andere met het verzorgen van het nieuwe broed. Pas veel later in het seizoen worden er ook mannetjes, darren, geboren die nodig zijn voor de voortplanting. Vandaag heeft de hommel- koningin het niet naar haar zin; het is koud en rillend is ze weggekropen onder het raamkozijn.

27 maart 2010

De huidige discussie over het bijvoeren van verhongerende dieren, strekt zich niet alleen uit tot de Oostvaardersplassen maar ook tot de Schotse hooglanders op de Veluwe. Van deze roodharige koeien, verkeert er ook een aantal in erbarmelijke slechte toestand en ook hier zijn dieren de hongerdood gestorven. Natuurmonumenten krijgt er veel klachten over. Volgens deskundigen worden er als gevolg van het schraal bijvoeren beslist niet meer jonge dieren geboren maar minister Verburg en NM vinden het overbodig de dieren te helpen. "Er is geen wezenlijk gevoel van mededogen voor deze dieren die langzaam verloederen, verhongeren en daarmee een lange lijdensweg moeten doorstaan",  zo stellen de tegenstanders van dit beleid. Inmiddels heeft de minister gehoor gegeven aan de motie van de Tweede Kamer om in de Oostvaardersplassen per direct tot bijvoeren over te gaan, hoewel ze het persoonlijk onzin vindt.
http://www.dierenleedfonds.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=49&Itemid=54

26 maart 2010

In huis liep op een van de muren een miljoenpoot. Zo'n beestje verwacht je niet in de droge atmosfeer van een woonhuis. De verklaring moet zijn dat hij in een van mijn overwinterende potplanten heeft gezeten en daar uit is gevallen toen ik de potten naar buiten bracht. Als je zo'n diertje aanraakt, laat hij zich pardoes vallen en blijft in elkaar gekruld voor dood liggen. Maar niet voor lang want al ras dragen de vele pootjes hem weer verder. Miljoen poten heeft hij niet, net zomin als een duizendpoot zijn naam waar maakt. Maar het zijn er wel vele en elke soort heeft weer een eigen aantal pootjes en ook dat kan nog variëren binnen de soort. Het lastige voor onze miljoenpoot is dat hij twee pootjes in hetzelfde segment heeft en dat die ook nog niet gelijktijdig bewegen. Daardoor is hij, ondanks al zijn voetjes een trage loper. Hij leeft  in de strooisellaag op de vochtige bodem waar hij eenzelfde rol speelt als de regenwormen: gangen graven, grond omzetten en rottende plantendelen eten. Er zijn twee typen miljoenpoten: de platruggen die zich onder stenen ophouden en de bulldozertypen die een cylindervormig lichaam hebben en tot twintig cm diep in de grond kunnen leven. Deze beestjes hebben geen ogen maar wel licht-gevoelige cellen op hun lijfjes. Ons bulldozertje zet zijn leventje  nu voort in onze tuin.

25 maart 2010

Dat de natuur niet altijd mooi is, bewijst deze foto van een doodgereden paddenpaartje wel. De komende dagen zal de paddentrek weer op gang komen; de omstandigheden daarvoor zijn gunstig. Als de padden uit hun winterslaap wakker worden, beginnen de geslachtshormonen te werken en gaan de mannetjes op zoek naar vrouwtjes. Met de speciale "paarknobbels" die aan de voorpoten zitten, hechten ze zich vast aan het vrouwtje, dat veel groter is dan de man. Met die last op haar rug moet de paddenvrouw het water opzoeken en dat gaat natuurlijk heel traag. Duizenden padden worden daardoor elk voorjaar platgereden. Een ander gevaar vormen de rioolputten. Hierin komen niet alleen padden maar ook duizenden kikkers en salamanders terecht. Zelfs jonge egels vallen regelmatig in de openingen langs het wegdek. Dit is te voorkomen door roosters voor de openingen te plaatsen. Wellicht is de gemeente waar u woont wel bereid over te gaan tot plaatsing van dergelijke roosters. Verkrijgbaar bij www.arfman.nl

24 maart 2010

Tuinmensen kijken aan het begin van de lente de planten bijna uit de grond, ze staan te popelen om weer aan de slag te gaan. Daarop spelen de kwekers handig in en komen tegemoet aan het ongeduld van de tuiniers. In deze tijd van het jaar worden overal viooltjes aangeboden. De grootbloemige violen laat ik altijd staan maar ik val diep voor de kleintjes. Ieder jaar komen er weer nieuwe op de markt en deze, met de goudkleurige bloemblaadjes, en luisterend naar de prozaïsche naam Penny Marlies, heb ik mee naar huis genomen. Blijkbaar zijn dergelijke viooltjes heel makkelijk te kruisen want er komen steeds meer variëteiten op de markt en ze kosten slechts een habbekrats. Met hun innemende smoeltjes lokken ze allerlei bijen en hommels. Ze komen voort uit de wilde viooltjes die in bijna alle delen van de wereld met een gematigd klimaat voorkomen. Er bestaan wel 500 verschillende soorten. Het Maarts viooltje heb ik buiten nog niet aangetroffen maar bij deze heerlijke lentetemperatuur zal het wel snel verschijnen!

23 maart 2010

Als je alleen  al je oren gebruikt, hóór je de lente in het bos. De spechten roffelen wat af, en aan de zwaarte van het geluid, en ook de frequentie, kun je horen of het de bonte of de zwarte specht is. Als je dichtbij een boom komt, waar de Zwarte specht aan het timmeren is, schrik je je een aap, zo luid klinkt het. De Boomklevers zijn ook met vele, rondom je hoor je aan alle kanten hun luide wiewiewie. De Havik geeft weer acte de présence, hij en zij zitten altijd in dezelfde hoek van ons bos. En dan natuurlijk het gemauw van de Buizerd. Jaloers sta ik omhoog te kijken hoe ze samen door de lucht zweven: een paar vleugelslagen en dan glijden ze weer verder. Prachtig gewoon!  Ik zag vanmorgen dat sommige lariksen hun naaldbosjes al uit de knoppen duwen.

22 maart 2010

Arnold van Vliet van de Natuurkalender laat ons weten dat de natuur 17 dagen achter ligt op dezelfde periode vorig jaar. Nou, dat vind ik helemaal niet erg! Feit is dat het grote voorjaarsfeest begonnen is en hoezeer ik ook verlangd heb naar het einde van de winter die dit keer maar niet voorbij leek te  gaan, nu mag het vooral langzaam verder gaan. Elke dag zie je nu nieuwe dingen verschijnen; steeds meer insecten vliegen rond en in onze vijver trof ik bootsmannetjes aan en schrijvertjes, plus een piepklein watersalamandertje dat in mijn schepnet zat. En in de borders verschijnen de mooiste cadeautjes, zoals dit beeldschone irisje. De spinnen zijn weer op jacht, de vogels zingen dat het een lieve lust is en wie wordt naar nou niet heel erg blij van!

21 maart 2010

Weer bloeit in grasgroene weide de bloem op wieg'lende steel.
Weer klinkt langs bos en heide een lied uit vogelenkeel.
Weer zwermt uit grijsgrauwe steden de mens op zoek naar de zon.
Hij zingt en lacht en zet zich neder bij 't ruisen der koele bron.
Pas 's avonds komt weer de stilte, dan slaapt de hele natuur.
Dan sluipen duisternis en kilte rondom ons vlammend vuur.
(Oud lenteliedje)

 

 

naar boven