Natuurdagboek
 


Natuurdagboek 2007                             Natuurdagboek Herfst 2009
Natuurdagboek 2008                             Natuurdagboek Winter 2009/2010
Natuurdagboek Winter 08/09              Natuurdagboek Lente 2010
Natuurdagboek Lente 2009                 Natuurdagboek Zomer 2010
Natuurdagboek Zomer 2009                Natuurdagboek Winter 2010-2011

 

 

 

Herfst 2010

 

 

20 december 2010

Vandaag is de laatste dag van de kalenderherfst en morgen begint de winter. Wie gelooft dat nog! Natte zomers en zachte winters zouden ons deel zijn door de klimaatverandering, zo werd ons voorgehouden. In heel Europa is het bar en boos; Denemarken noemt dit nu al de strengste winter in 25 jaren. De vogels hebben het nu echt moeilijk. Bomen en struiken zijn bedekt onder een aangevroren sneeuwlaag en de bodem is onbereikbaar. Geen wonder dat ze hun heil zoeken in onze tuinen. Het voer is niet aan te slepen! In het stuk regengoot dat ik ophing tussen de rozenboog, is het voortdurend een komen en gaan van Groenling en Keep. Zelfs de merel begint al aan de zonnepitten die er neerleg.  Ei-,  en universeelvoer voor de zangvogels, en ongekookte havermout voor de merels die te hongerig zijn om elkaar te verjagen, die zitten nu zelfs samen op de voerschaal. Het is jammer dat alles vanachter glas moet worden gefotografeerd maar zodra ik buiten kom, vliegen de vogels meteen weg. Misschien moet ik me straks met mijn camera eens onder een wit laken verstoppen. Een schuilhutje in de tuin zou ook wel leuk zijn.......

19 december 2010

Zwijnen wroeten overal wanhopig naar voedsel. Overal zie je de sporen daarvan. Hier liepen ze hun neus achterna in de hoop onder de sneeuw iets eetbaars te vinden, Elders zie je diepe kuilen rondom bomen waar de dieren gewroet hebben naar voedsel. Tevergeefs. Normaliter lopen ze in deze tijd van het jaar met een dikke speklaag op hun lijf, opgedaan door het vreten van noten en eikels. Maar die waren er afgelopen herfst niet. Als wij liggen te slapen, lopen de zwijnen met hongerige magen van hot naar her, teren op die speklaag kunnen ze niet. Gedurende de winter die nog heel erg lang voor ze gaat duren, zullen er heel veel dieren omkomen van de honger. Dat gebeurt dus niet uitsluitend in de Oostvaardersplassen waarop iedereen het oog altijd richt. Na de dikke laag sneeuw van afgelopen nacht erbij, hebben alle dieren in het bos het nu bar slecht!

18 december 2010

Een sprookje, dat was het gisteren en het leuke was dat iedereen het daarover eens was. Het bleef maar zachtjes doorgaan en de vallende vlokken bedekten keer op keer schoongeveegde stoepen en rijbanen, daarom bleef het zo mooi. Het bos was natuurlijk "the place to be". Wie eruit kwam, was lyrisch: het is er zo prachtig, u moet echt even gaan wandelen daar. En liep je in het bos dan kwam je weer andere wandelaars tegen en bijna niemand liep elkaar voorbij zonder euforisch de genietingen te delen. Geweldig. Wat een zegen als je niet in een file hoeft te staan en urenlang moet wachten tot je eindelijk thuis kan komen. Het was de ergste verkeerschaos ooit, vliegtuigen bleven aan de grond, treinen reden niet maar in de natuur onderging je alleen maar die onbeschrijflijke, bijna onaardse schoonheid van het besneeuwde landschap. Zo'n wandeling in deze natuur werkt als balsem voor lichaam en geest. Lopen, kijken, zwijgen.

17 december 2010

Nu alles opnieuw bedekt is met een sneeuwtapijt valt er weinig meer te fotograferen dan vogels en wintertaferelen. Eerst vanmorgen maar eens de eigen tuin doorgewandeld. De regen heeft wel de bloeirestanten van de klimhortensia bereikt maar voor de sneeuwvlokken hingen ze blijkbaar te beschut want hier omhullen alleen de verijsde druppels de takjes. Ik ga maar eens even het bos in om te zien wat daar te beleven valt. Het ziet er echt schitterend uit buiten.

16 december 2010

Het kanaal tussen Apeldoorn en Dieren is al lang geleden gesloten voor de scheepvaart, waardoor het voor watervogels natuurlijk een aangename plek is geworden. Er houden zich altijd wel wat Aalscholvers op die heen en weer pendelen tussen het kanaal en de IJssel. In het kanaal komen ze om te vissen bij de bruggen waar het ijs nog niet gekomen is, of op een plek waar door een fabriek warm afval in het kanaal gelaten wordt. De Aalschover (Phalacrocorax carbo) duikt voor het jagen op vis het water in en kan daar minuten lang blijven terwijl ze tot wel twintig meter diep kunnen gaan. De vogel kan zich met een enorme snelheid in het water voortbewegen. Kleine visjes hapt hij meteen naar binnen, grote vissen worden eerst boven water gehaald. Als hij weer aan wal komt, spreidt hij zijn vleugels om die te laten drogen want die zijn niet geheel water-afstotend. Ik zag hem in die typische "domineeshouding", maar zo wilde hij niet blijven zitten om gefotografeerd te worden. Hij vond me eng en hield me haarscherp in de gaten.

15 december 2010

Altijd als ik over een verkeerscircuit rijd, valt het mij op dat op bijna elke lantaarnpaal wel vogels zitten. Meestal zijn dat duiven, heel veel duiven en vaak lekker dicht bij elkaar. Maar ook meeuwen zitten er altijd en spieden met hun scherpe ogen de omgeving af. Vanaf zo'n verkeersplein waar continu auto's overheen razen, stijgt natuurlijk een enorme hoeveelheid uitlaatgassen omhoog maar daar schijnen de vogels geen last van te hebben. Vermoedelijk zitten ze daar omdat het er een beetje warmer is vanwege diezelfde uitlaatgassen. Of zou het bij een gebrek aan bomen zijn?

14 december 2010

Voor ik dit ijs dat in een buitenschaal zat liet ontdooien, heb ik maar eerst nog even een foto gemaakt van het fraaie vriesproces dat er te zien was. Net zoals in sloten en vijvers vormen zich bij vorst  vanaf de kant eerst ijsnaalden die steeds verder naar het midden groeien. Deze ijsnaalden bieden een uitstekend skelet voor het zich ontwikkelende ijs om zich eraan vast te hechten. Waar zich ijskristallen vormen, kan geen plaats meer zijn voor de zuurstof die zich in het water bevindt. De zuurstof wordt in de vorm van belletjes naar het oppervlak gedreven waar ze in de bovenste laag van het ijs worden ingesloten. In dit geval was er geen slootkant maar een steen van waaruit de ijsnaalden groeiden en binnen die steen bevond zich veel zuurstof, vandaar de vele belletjes. Zo ontstond tijdens een ingenieus proces dit kunstwerkje van moeder natuur!

13 december 2010

Ik ging nog even naar mijn volkstuin om wat gekregen bloembollen in de grond te zetten voor zich weer een nieuwe winterse aanval voordoet. Het viel mee, de grond was niet meer bevroren al lagen er nog wat restanten sneeuw. En kijk, dit vond ik nou prachtig! Viooltjes die onder de sneeuw en ondanks de vorst gewoon hun bloempjes intact hielden en vrolijk verder gingen waar ze gebleven waren voordat ze onder een aangroeiende laag sneeuwvlokken bedolven werden. De kracht van deze plantjes is indrukwekkend! Ze groeien en bloeien het hele jaar door, verspreiden hun zaden die meteen weer ontkiemen en nieuwe plantjes voortbrengen. Die kracht zou ik op sommige momenten wel van ze willen overnemen, want niets is zo kwetsbaar en weerbaar tegelijk als de natuur. Daarom maakt het me ook zo boos als er achteloos mee wordt omgegaan.

12 december 2010

Buiten de bewoonde wereld vind je vaak de mooiste bomen. Oud en indrukwekkend, met dikke takken en idem stam die begroeid is met mos. Dergelijke bomen kom je in een stad niet tegen. In Den Haag misschien, dat staat staat bekend om zijn vele fraaie bomen. Maar zeker niet in de gemeente Rheden, waar ik woon. Daar gaat men op desastreuze wijze om met de natuur; ik heb daartegen al vaak geprotesteerd. Je wordt vriendelijk uitgenodigd op het gemeentehuis, krijgt een kopje koffie, men luistert, en je hoort dat de groenbeheerders dolgraag anders zouden willen maar er gewoon geen geld beschikbaar is. Het zijn de politieke partijen die daarover beslissen en die hebben geen warm hart voor het groen. In 2005 gaf de gemeente al toestemming aan de bevolking om voortaan zonder vergunning bomen te kappen met een diameter tot 40 cm. Zulke bomen hebben een omvang van 1.24  meter en zijn dus geen kleintjes! Voortaan mag iedereen nu vergunningloos kappen wat hij wil, zolang het geen boom is die op een lijst van bijzondere exemplaren staat. De gemeente zelf gaat ook flink aan de gang want, zo zegt men hier, het onderhoud van bomen kost geld, dus hoe minder er we hoeven te onderhouden des te beter! Doorgaans helpt het geen fluit om tegen deze dingen te protesteren, of je nu IVN heet of Woningstichting, belangenvereniging of buurtbewoner. Tegen dit laatste plan komen nu toch opeens veel mensen in opstand, dus wie weet! De vraag is maar of een gemeentebestuur het recht heeft  zijn inwoners op een dergelijke wijze te beroven van hun groen. De gemeente heeft tot nu toe ook al 20 hectare aan plantsoenen ontdaan van struiken en planten en ingezaaid met gras, dat is in het onderhoud veel goedkoper! De groenbeheerders beginnen langzamerhand wanho-pig te worden: hun budget gaat alwťťr met 50% omlaag! En er was al zoveel ingeleverd.

11 december 2010

Wat een genot om wakker te worden en de kunnen constateren dat de wereld weer haar eigen kleuren heeft teruggekregen! De dooi heeft wel heel flink zijn best gedaan want nog slechts enkele plukken sneeuw zijn hier en daar te zien. De eenden kunnen weer een beetje zwemmen en de vogels weer badderen. Het verfroemelde gras komt geplet vanonder de sneeuwlaag tevoorschijn maar zal zich al snel weer oprichten. In de kale krentenboom zit een paartje Turkse tortels stevig dicht tegen elkaar te minnekozen Je zou bijna denken dat de lente in aantocht is maar de kalenderherfst moet nog beginnen. Volgende week worden we weer wakker geschud, als het opnieuw gaat vriezen en er opnieuw sneeuw valt die alle kleur weer zal doen verdwijnen.

10 december 2010

Als in de herfst het blad van de bomen valt, zien we al de nieuw gevormde knoppen waarin al helemaal ontwikkelde bladeren minuscuul liggen opgevouwen. Toch moet de hele winter daar nog overheen gaan alvorens de lentetemperaturen en het licht de groei doen doorzetten. De Hazelaar (Coryllus avellana) heeft ook zijn katjes al paraat. Stijf dicht, dat nog wel, en boordevol stuifmeel, maar ze moeten nog even geduld hebben al komen ze veel eerder tot ontwikkeling dan het blad aan de bomen. Als het in januari niet al te koud is, beginnen de katjes door te groeien tot ze als lange slungels aan de takken bungelen. Het stuifmeel mag pas worden losgelaten zodra de bloempjes, die op dezelfde takken zitten, in bloei komen.  En dat is een paar weken later. Het zijn piepkleine bloempjes waaruit knalrode stempels steken om het stuifmeel op te vangen. Als de katjes hun kruid te vroeg verschoten hebben, zal er geen bevruchting komen en komen er ook geen hazelnoten. Gelukkig produceert de hazelaar een massa stuifmeel en de wind helpt een handje mee om dat naar de juiste plekken te vervoeren. "Windbloeiers" heten zulke bomen.

9 december 2010

Nou nou, dat is een hele hap voor zo'n klein snaveltje! Dat de honger nijpend wordt, blijkt wel uit het feit dat de Kuifmeesjes het naaldbos verlaten en naar de bewoonde wereld komen waar ze tuinen vol vogelvoer aantreffen. Speciaal voor de kleintjes hak ik de pinda's fijn want een hele pinda kan door zo'n klein snaveltje niet worden vastgehouden. Als een raket vliegt dit kuifmeesje uit de boom omlaag, pakt een stukje pinda en vliegt er weer mee terug de boom in. Daar zet hij zijn pootje op het stukje noot en eet het op. Als het tenminste niet valt, wat regelmatig gebeurt. Dan komt hij meteen weer een nieuw stukje ophalen. Ik vermaak me deze dagen enorm met de vogels. Voor het eerst in deze herfst verscheen er een Goudvink op het tuintoneel en ik zag ook een eerste Keep bij de zonnepitten. Zouden dit voortekenen zijn van een strenge winterperiode?

8 december 2010

Hier, in het oosten van het land, ligt nog altijd heel wat sneeuw. In het bos is het  heel onaangenaam lopen maar ook heel veel trottoirs zijn een gevaar voor onze botten. Sinds de gemeentelijke verordening de stoep voor je huis sneeuwvrij te houden, is afgeschaft, liggen er heel wat trottoirs spiegelglad bij. Een onbegrijpelijke gang van zaken! De sneeuw in de tuinen vriest gedurende de nachten stevig aan en dooi is er nauwelijks. In onze vijver hangt daarom gedurende vorstperiodes een slangetje waardoorheen  lucht gejaagd wordt via een eenvoudig beluchtingpompje voor aquaria. Zo blijft er altijd een zacht pruttelend wak open waar de vogels hun voordeel mee doen. Ze drinken er en nemen er van tijd tot tijd een bad. Dat de vogelveren hierdoor bevriezen, heb ik nog nooit kunnen constateren. Na een bad- en poetsbeurt vliegen de vogels weer vrolijk verder. Een bevroren vogeltje heb ik in de tuin nog nooit gevonden.

7 december 2010

Een van mijn vriendinnen verandert elk jaar haar tuin in een drie sterrenrestaurant voor vogels. Ze bedenkt de merkwaardigste constructies om het de vogels naar de zin te maken. Met veel succes, dat moet gezegd! Veel voedselbronnen hangen ook dicht voor het raam van haar huis, zodat ze vanachter glas de vogels kan bekijken en fotograferen. Ik doe hetzelfde doch ietwat minder inventief maar ook hier is het een komen en gaan van vogels. In onze tuin bivakkeert een vaste Matkop in de tuin, bij mijn vriendin een vrouwtje Zwartkop dat heel blij is met de geoffreerde appel. Zwartkoppen trekken rond oktober door naar het Middellandse zeegebied om te overwinteren maar steeds vaker blijven ook wat zwartkoppen in ons land overwinteren en ook zoeken ze meer en meer de bewoonde wereld op, zo lijkt het. Toch zou het best kunnen dat de zwartkoppen die hier nog zijn, alsnog besluiten naar het zuiden te trekken als het huidige weer blijft aanhouden.

6 december 2010

Hoewel het zondag stevig is gaan dooien, is de sneeuw hier nog lang niet verdwenen en de vraag is maar of de temperatuur komende dagen hoog genoeg is om dit smeltwerk te voltooien! De vogels moeten de hele dag door hard werken om hun kostje bij elkaar te zoeken teneinde  hun kacheltjes brandend te houden. Een meesje moet elke dag z'n eigen gewicht aan voedsel vinden, wil hij zijn lichaam op een temperatuur van ruim 40 graden kunnen houden. En dat is natuurlijk heel wat.  Ik zou wel eens in de nestkastjes willen kijken of ze daar 's nachts lekker warm tegen elkaar zitten te slapen. Je ziet wel eens foto's waarop zo'n tafereel staat afgebeeld. Op die manier beperken vogels warmteverlies. Deze pimpel had door dat er gestampte pinda's zaten in dit mandje dat ik op de heg had gezet. Het is zo'n puntig ding waarin je een plant kunt zetten en tegen de muur of een hek  kunt hangen. Doordat het aan de binnenkant voorzien is van plastic blijven de pindastukjes goed droog. Telkens komt de pimpel langs, gaat eerst heel goed om zich heen zitten kijken of de kust wel veilig is, voordat hij diep zich in de rieten puntzak waagt. Hij heeft nog geen volgers maar ongetwijfeld zullen die weldra komen! Vogels leren snel van elkaar.

5 december 2010

Mensenkinderen, dat was me het weer wel gisteren! Een felle sneeuwjacht striemde de vogellijfjes en die konden zich soms niet eens staande houden. Ik deed bijna niets anders dan boterhammen in kleine stukjes snijden en naar buiten gooien. In een mum van tijd waren die op of ondergesneeuwd. Deze merel ging op zoek naar een paar stukjes brood die in een struikje terecht gekomen waren en werd een paar keer letterlijk van de sokken geblazen, een komisch gezicht. Gelukkig voor de vogels is het vandaag stevig aan het dooien. Merels zijn anders wel werkelijk onuitstaanbare vogels in de winter. Meesjes hangen samen aan de vetbollen, de groenlingen wachten geduldig naast elkaar tot er een ruimte maakt die toegang geeft tot het zonnepittenruifje maar de merels zijn de hele dag bezig elkaar te bevechten en te verjagen van de voederplekken. Je wordt er bijna humeurig van als je dat de hele dag ziet gebeuren.

4 december 2010

In het bos kom ik zo vaak dat ik er iedereen ken. Er wonen heel veel schepselen die zich alleen maar bekend maken aan de mensen die daar oog voor hebben. En dat is lang niet iedereen. Vandaag heeft deze bosvrouw een witte muts op maar morgen is dat weer gewoon een groene. Vooral in de beukenbomen huizen de meest merkwaardige figuren. Als ik er met de kleinkinderen langs ga, vraag ik ze altijd of ze die boswezens willen groeten. Dat deden ze altijd braaf maar de oudsten beginnen mij zo langzamerhand een beetje merkwaardig aan te kijken.......

3 december 2010

Ik voel me een bevoorrecht mens als ik in mijn eentje door het verstilde en wit besneeuwde bos kan lopen. De enige dieren die ik gewaar werd waren drie Raven die over het bos vlogen: krok-krok-krok. Hun geluid is opvallend en het is fijn dat te horen want ooit was er geen raaf meer in ons land te bekennen terwijl ze nu weer boven onze hoofden vliegen. De enige mens die ik tegenkwam was de boswachter. Hij had een werkelijk prachtige jonge jachthond bij zich die de glans en de kleur had van een kastanje die net uit de boom was gevallen. Het bleek ook nog een knuffelbeest! Het merk ben ik vergeten want ik liet me teveel afleiden door deze schoonheid van een hond. De sneeuw heeft de mooist kerstbomen gemaakt, dempt je voetstappen en geeft je het gevoel dat je een soort Alice in wonderland bent als je over maagdelijke, onbetreden paden loopt. Toch hoop ik voor de vogels dat het weer snel voorbij zal zijn want voor hen is het niet makkelijk om nu in het bos voedsel bijeen te scharrelen.

2 december 2010

Het lijkt wel of sommige bomen en struiken geaarzeld hebben zich over te geven aan de naderende winter. De Hazelaar laat nog een groot aantal bolsters vol noten op de sneeuw vallen, de Berberis ontdoet zich massaal van de nog aanwezige blaadjes en in een klein parkje zag ik tot mijn verbazing dat de bodem onder een enorme Taxus bezaaid lag met rode besjes. In onze tuin groeit ook een taxus en de bessen daarvan werden al maanden geleden door de merels en lijsters opgegeten. In een park zijn natuurlijk nog veel meer vogels en toch bleef daar zo veel onbenut. De ijzige oostenwind maakt het uiterst onplezierig buiten en je snapt gewoon niet dat de kleine lijfjes van al die vogeltjes hiertegen bestand zijn. Ik voer ze met overgave, voor elk wat wils.

1 december 2010

Ik moet echt vechten tegen de neiging om lekker in het warme huis te blijven maar toch is het niet verstandig daaraan toe te geven. Dus gistermiddag toch maar even een dikke jas aangetrokken en naar de IJssel gelopen. De loodgrijze hemel weerspiegelde zich in het woelige water dat daardoor nog kouder leek dan het waarschijnlijk al was. Alle kleur was weg uit het landschap behalve een bootje, naar ik meen van Rijkswaterstaat, dat in de bocht van de rivier voer. In de achtergrond stond de Doesburgse St. Martinuskerk de kou te trotseren maar ik liep te rillen in mijn dikke jack. Nog drie weken herfst voor de winter begint! Het valt me op dat heel veel mensen deze winterse omstandigheden niet prettig vinden en net als ik hebben ze het gevoel dat ze de vorige winter nog maar nauwelijks te boven zijn. Toch zeiden de weerkundigen aan het eind van die koude en lange sneeuwwinter dat we dit soort winters steeds minder vaak zouden krijgen als gevolg van het veranderend klimaat! Vanmorgen lees ik in de krant dat in een parkje in het centrum van Arnhem een paartje Nijlganzen met jongen rondloopt. Gisteren waren er nog acht van de elf diertjes in leven. Dat zal voor die pulletjes wel een kortstondig leventje worden!

30 november 2010

Gisteravond zag in de wereld er weer sprookjesachtig mooi uit. Huizen, straten en plantsoenen en bomen waren bedekt met een smetteloze sneeuwlaag, zachtjes verlicht door de brandende straatlantaarns. Een paar uur later viel alweer te constateren hoe ons menselijk leven botst met dat in de natuur. De uitgerukte strooiwagens vol zout hadden de straten gepekeld en de sneeuw was veranderd in een vieze natte blubber. Het idyllische tafereel was alweer tot nul gereduceerd. In het bos mag alles zijn natuurlijke gang gaan. De laag sneeuw verraadt hoeveel dierlijk leven zich hier ophoudt. Sporen van zwijnen, reeŽn, herten en hazen laten zien hoeveel er hier gelopen wordt, op zoek naar voedsel. Als wij ons 's ochtends weer in het bos begeven, heeft het wild zich allang weer teruggetrokken in de beschutting van de naaldboompercelen.

29 november 2010

Wat is het mooi buiten, als de rijp betoverende randjes om de nog aanwezige blaadjes maakt. Sneeuwvlokken worden gemaakt in de hemel en rijp op de aarde maar beide verdwijnen letterlijk als sneeuw voor de zon zodra de temperatuur boven nul komt. Een sneeuwvlok heeft iets nodig als kern waarop het zich kan ontwikkelen. Dat kan een stofje zijn of een stuifmeelkorrel die in de lucht zweeft maar rijp hecht zich direct aan aards voorwerp als takjes, blaadjes, een hek e.d. Het gebeurt zodra waterdamp in ijs kristalliseert als de temperatuur onder het vriespunt daalt.

28 november 2010

Dit is een foto van vorige maand en deze Judasoren hingen er toen fris en fruitig bij. Het is een trilzwam en zo voet hij ook aan. Als je zo'n "oor" tegen het licht houdt, zie je er lijnen doorheen lopen die aan aderen doen denken. Als het weer een tijdje droog is, wordt de kleur van de zwam donker bruinrood. Gaat het serieus vriezen, net als nu, dan verandert hij in een onherkenbaar in elkaar gefroemeld donker iets dat in niets meer lijkt op de mooie oren. Neem je zo'n stukje mee naar huis en laat je dat een nachtje in het water staan, dan ontplooit het zich weer tot een fraai oor. Judasoor wordt aangetroffen op beuk, esdoorn, plataan, populier, walnoot, maar groeit  hier voornamelijk op de Vlier. Judas zou zich van schaamte over zijn verraad aan Jezus aan de onbuigzame takken van de Vlier hebben verhangen. In alle evangeliŽn wordt geschreven over dit verraad maar alleen Matheus schrijft over de wroegingsdaad van Judas.  Het pikante van dit verhaal is dat de Vlier niet eens groeit in Palestina. Er is dus een Europees tintje aan het verhaal gegeven. In Griekenland zag ik eens een schitterend blauw bloeiende boom waaraan hetzelfde verhaal verbonden was. In het Latijn heet deze zwam Auricularia auricularia judae.

27 november 2010

Ik ben een groot fan van de Lampionplant (Physalis) en daarom staan ze ook al vele jaren te pronken in mijn volkstuin. In de tuin bij huis wil ik ze niet omdat ze enorm woekeren, ze doen me te heftig aan landje pik, hun wortels werken zich meters door de grond. Er blijven echter genoeg planten staan om er veel plezier van te hebben. Op dit moment zit er bijna geen gave ballon meer aan, langzaam maar zeker veranderen de oranje omhulsels in mooie, fijn geaderde gaaswerkjes waarbinnen een oranje besvrucht hangt. Een paar dagen geleden nam ik een tak mee naar huis en stak die buiten in de aarde in afwachting van mist en vorst die er een adembenemend kunstwerkje van zouden maken. Slechts ťťn gaaf lampionnetje hing eraan en dat zag er deze morgen zo prachtig uit met dat bescheiden laagje sneeuw erop! Daarom heb ik het vereeuwigd.

26 november 2010

Vanmorgen, toen het licht terrein begon te winnen, ben ik meteen het bos ingedoken want ik wist dat ik er ijsveren zou aantreffen. In deze streek is nog nauwelijks nachtvorst geweest, dit was de eerste keer dat er ijs op het water lag. Vriesverse lucht in je longen, krakend blad onder je voeten, een mens wordt daar euforisch van. En bingo, daar vond ik meteen al ijsveren. Alleen in oud en dood beukenhout waarin het rottingsproces al flink op gang is gekomen, ontstaan gassen en waterdampen die uit het hout gedreven worden.  Een voorwaarde is wel dat er een bepaalde schimmel in het hout aanwezig is die voor verbranding van het hout zorgt, waardoor dit wat warmer blijft dan de buitenlucht. Bij de eerste lichte nachtvorst bevriezen die uitstromende dampen waardoor prachtige ijsveren ontstaan. Soms waaieren ze allemaal dezelfde kant op maar vaak is het een rommeltje zoals hier. Ik vond prachtige stammetjes waar dit mooie verschijnsel op te zien was maar op deze foto zag ik een wit beestje dat op een tak lag te slapen. Hij mag in mijn dagboek vandaag. Zoals elk jaar verbaas ik mij over de vele passanten die hun hondjes lopen uit te laten en geen enkel oog hebben voor wat zich hier voordoet.

25 november 2010

Gisteren heb ik in nog een laatste hand aan mijn volkstuin gelegd. De avond viel over het landschap; het was al behoorlijk koud, handschoenenweer! De fruitboom staat geduldig bladloos in de leegte, sneeuw en koude zullen hem teisteren maar volgend voorjaar zal hij weer vol veelbelovende bloesem staan. Nog wat staketsels van uitgebloeide zonnebloemen staan als silhouetten tegen de hemel en de zon laat zich nog even door een opening in de wolken zien, alvorens onder te gaan. De eerste winterse periode dient zich aan en wij moeten ons er maar op instellen. Alhoewel, niemand weet hoe het verloop zal zijn. Maar de natuur gaat in rust, dat is een vast gegeven. Dit is niet mijn favoriete seizoen, ik zal de kleur en de fleur weer erg missen.

24 november 2010

De kleinste en onaanzienlijkste onder de wintervlinders is de Kleine wintervlinder. De levenswijze van deze familie van nederige schepselen is steeds dezelfde: vrouwtjes kunnen niet vliegen en zijn tot een paar weken in het nieuwe jaar druk doende de mannetjes te lokken om met hen te paren. De rupsen die eruit voortkomen vormen in het voorjaar het belangrijkste eiwitrijke hapje voor de jonge meesjes. Het valt me op dat er zoveel dode mannetjes op de stammen van oude beukenbomen zitten. Hebben ze hun vaderlijke plicht vervuld en zijn ze daaraan bezweken? Je vindt er nergens iets over. Ook zie ik nog levende mannetjes die zich in de ochtend fladderend langs de stam omlaag laten vallen om weg te kruipen tussen het blad op de bosbodem. Moeten die nog aan de slag? Wie het weet, mag het zeggen. Onderaan de stammen liggen de stille getuigen van hun bestaan. Dode vlinders en heel veel losse vleugeltjes. Een roemloos einde van een kortstondig bestaan.

23 november 2010

Daar ligt hij dan, dood en vergiftigd in de container van een buurtbewoner. Het is nog maar een heel jong beestje, deze Bruine rat (Rattus norvegicus) . Ik kan er niks aan doen maar ik vind het toch zielig. De meeste mensen beginnen al te griezelen bij alleen het woord "rat" al, ze vinden hem eng en vies terwijl het een mooi en zeer intelligent diertje is. Daarom heeft hij ook de hele wereld kunnen koloniseren met alle voor hem en de mens  vervelende gevolgen. In het voorjaar werd in onze gemeente het regenwater afgekoppeld van het riool waardoor het hemelwater nu regelrecht de bodem in gaat. Sinds dat gebeurd is, krijgt de gemeente een spectaculaire toename te zien van klachten over rattenaanwezigheid. Met vergiftigd aas worden de dieren om zeep geholpen, wat voor de ratten geen lolletje is om het maar zacht uit te drukken. Er wordt langzaam werkend gif gebruikt want als de slimme rat doorkrijgt dat hij meteen na het eten klachten krijgt, laat hij het aas meteen liggen. Daardoor duurt het dagenlang voordat hij sterft.
De ratten graven gangen en holen in tuinen, onder schuurtjes en kruipruimtes en planten zich het hele jaar voort. Dat zal me wat worden als iedereen weer overvloedig de vogels gaat voeren!

22 november 2010

Wat een heerlijke zondag hebben we achter de rug! Eindelijk weer eens een heldere zonnige dag, heel verkwikkend! Jammer dat het niet eens gewoon een weekje zo door kan gaan. Op een wandeltocht kwam ik een frÍle plantje tegen dat mij onbekend was. Terwijl het toch te boek staat als een algemeen onkruid dat in bewerkte grond groeit: Gewone duivenkervel (FumŠria officinalis). Het blijkt vooral in moestuinen voor te komen. In het geslacht Duivenkervel komen vele familieleden voor, allemaal gekenmerkt door ingesneden blaadjes met een wat blauwachtige tint, het doet denken aan het blad van Holwortel. Op een plek waar het plantje beschaduwd is, vormt het tegen het eind van de bloeitijd kleistogame bloemen, dat zijn bloemen die gesloten blijven en zichzelf bevruchten. Eerder in het seizoen verschijnen er kleine bolronde vruchtjes met slechts een enkel zaadje. De bleekroze kroon- blaadjes hebben een donkere top, waardoor ze er heel aantrekkelijk uitzien. Als ze geen steuntje kunnen vinden, hangen de dunne twijgjes als kussens op elkaar, maar liever groeien ze tussen andermans takken omhoog, zoals deze. Gewoonlijk is de bloeitijd nu voorbij maar zoals veel planten, probeert ook dit kerveltje het nog even vol te houden. Leuke vondst.

21 november 2010

Zolang het niet vriest, ben ik nog steeds aan het rommelen in mijn volkstuin. Ik had me voor-genomen komend voorjaar eens met een geheel schone lei te beginnen maar het onkruid blijft maar opkomen en uitbreiden. Dat komt natuurlijk ook omdat ik in de zomer veel te toegeeflijk ben voor allerlei mooie wilde bloemetjes. Momenteel staat er nauwelijks nog iets in bloei. De dille blijft het dapper proberen, de rozen steken hun blaadjes uit de knop maar gaan toch maar niet verder met het ontplooien van hun hun bloemen. Er staat zegge en schrijve een enkele klaproos, heel donkerrood van de kou, wat bleke goudsbloemen en zowaar nog een kaardenbol die in het wonder nog geloofde. Rondom bezet met roze bloempjes die wel niet meer open zullen gaan. Maar waarom zouden ze ook, insecten zijn er bijna niet meer dus bloeien is nutteloos geworden. Ik ween om bloemen in de knop gebroken, schreef Willem Kloos in de vorige eeuw. Nou, zo erg is het met mij niet, ik moest wel even aan dit gedicht denken bij het zien van deze kaardenbol.

20 november 2010

Het lijkt erop dat het in de loop van volgende week echt gedaan is met de paddenstoelen. Er wordt lichte vorst verwacht, zowel 's nachts als mogelijk ook overdag een graadje. Tot nu toe ging het aardig door met allerlei zwammen. Ik zie nog nevelzwammen, russula's, veel korstzwammen en zelfs vond ik gisteren nog een kersverse vliegenzwam en een grote sponszwam. Ergens in het bos ligt een stronk van een lang geleden omgewaaide beuk. De stam is al lang opgeruimd maar op de uit de bodem getrokken voet groeit van alles en nog wat. Inmiddels verouderde parelstuif-zwammetjes, varentjes, allerlei onkruidjes en ook deze Glimmerinktzwammen (Coprinus micaceus). Die hebben mooie verticale gleufjes in hun hoed en als ze wat op leeftijd beginnen te komen en gaan slijten, lijken het net bruine elfenmutsjes. Ze zijn altijd met heel velen en zien er bijna knus uit. Een heel gewone paddenstoel maar zeker daarom niet minder fraai!

19 november 2010

De IJssel heeft altijd haar eigen verhaal, ik mag me er graag ophouden. Welk weer het ook is, er hangt altijd een speciale sfeer. De rivier is slechts op bescheiden wijze buiten haar oevers getreden en alweer aan het terugtrekken. Aan het eind van de middag wordt het kil en wat nevelig waardoor alles wat iets verderop staat wat wazig begint te worden. Het is opvallend dat er zo weinig watervogels te zien zijn want meestal zit er op z'n minst een stel eenden en meerkoeten aan de kant. Aan de overkant van het haventje hier liggen de uiterwaarden die vol zitten met ganzen. Hun aanhoudende gegak klinkt door tot  over het water. Een typische herfstsfeer. De veerpont kon dankzij het hoge water naar de werf gesleept worden voor onderhoud, vreemd dat die er nu niet ligt. Twee weken moeten de de bewoners van onze dorpen nu een omweg maken.

18 november 2010

Als ik nou maar doodstil blijf staan, wordt ik niet gezien, lijkt deze zwijnenvrouw te denken. Ik zag er zowaar drie bij elkaar. In deze tijd van het jaar zijn ze groot en donker door hun dikke zwarte winterjas. In de zomer zijn ze veel lichter van kleur en lijken dan ook een stuk dunner.
Deskundigen van de Zoogdiervereniging laten weten dat er een zware winter wacht voor de zwijnen: Elk jaar sterft een deel van de zwijnen in de winter. In jaren met weinig eikels en beukennoten, zoals nu het geval is, zal een groter deel van de populatie de winter niet doorkomen. Waarschijnlijk heeft het ook gevolgen voor de aanwas in 2011. In goede mastjaren worden al vroeg in het daaropvolgende voorjaar de eerste biggen geboren. Bij weinig voedsel komen de zeugen niet in een goede conditie die nodig is om jongen te werpen en te zogen. In dat geval worden de jongen later in het jaar geworpen en zullen er waarschijnlijk ook minder jongen geboren worden. Door het aanhoudende natte weer is er ook veel longworm onder deze dieren, ik schreef er eerder al eens over. Trouwens, ook kleine zoogdieren hebben veel te lijden van het vochtige weer.

17 november 2010

Van oktober tot februari is het wintervlindertijd. Alhoewel, ik zie ze pas sinds twee weken en ook nog mondjesmaat. Hier zie ik ze nooit tegen de ruiten zitten of rondom een lamp die 's nachts was aangebleven, ik tref ze aan op de boomstammen in het bos. Bijna altijd is het de onaanzienlijke Kleine wintervlinder (Operophtera brumata) en slechts een enkele keer zie ik een wat fraaier exemplaar zoals deze Grote wintervlinder (Erannis defoliaria).  De wintervlinders zijn altijd mannetjes; de vrouwtjes moeten met kleine vleugelstompjes door het leven en alleen door het verspreiden van geslachtshormonen kunnen de ventjes hen vinden. Ze vliegen daartoe op twee meter hoogte heen en weer tussen een paar bomen en doet dat alleen maar in het donker.

16 november 2010

De zon staat steeds verder van ons af en haar stralen moeten een steeds langere weg afleggen voordat ze de aarde kunnen bereiken. Gisteren liep ik na vieren in het bos en zag opeens in de verte "de pot met goud" liggen. De gehele omgeving was vochtig, kil en grijs maar de zon had tussen de wolken een kleine opening gevonden waardoor ze via een bospad haar stralen tot heel diep kon doorsturen. En die stralen bereikten een groepje van slechts een paar bomen. Dat schiep een weergaloos mooie aanblik, alsof speciaal voor mij op dit plekje in dit donkere bos het licht kortstondig even werd aangedaan. Het was een prachtige ervaring!

15 november 2010

In het westen bleken Gaaien te zitten in de kleinste tuintjes van overvolle woonwijken, zaten Reigers onverstoorbaar op bruggen, bevonden Nijlganzen zich overal langs de sloten en zag ik een Kauw in een afvalbak schuimen naar door mensen weggegooide etenswaar. En hier, in mijn groene rustige dorp moet ik behoedzaam te werk gaan om de Boomklever op de plaat te krijgen want die gedraagt zich uiterst schuw, precies zoals het hoort! En daar geef ik toch de voorkeur aan. Keer na keer kom ik tot de conclusie dat ik geen stadsmens ben. Wat zijn ze trouwens prachtig die gestroomlijnde klevers. In het bos hoor je ze overal en altijd maar ze laten zich niet graag bespieden. Prikken de mezen, de groenlingen en de mussen op bescheiden wijze in de vetbollen en pinda's, de klever hakt er met zijn sterke snavel op los zodat er heel wat op de bodem terecht komt waar de Merel wacht op wat hem wordt toegeworpen. Langs een boomstam klimt de klever net zo makkelijk omhoog als naar beneden, en dan ook nog met de kop omlaag. Geen enkele andere Europese vogel doet hem dat na. Ik ben maar weer voorzichtig gaan voeren alhoewel dat voor de vogels nog niet echt nodig is. Maar al die kleurige fladderaars brengen wel veel leven in de brouwerij en dat kunnen we in deze grauwe, natte  dagen goed gebruiken!

12 november 2010

In het vochtige, grauwe bos zie ik, net als in andere jaren, weer verkleumde of zelfs al dode sprinkhanen op de boomstammen zitten. In dit geval een Boomsprinkhaan (Meconema thalassinum), herkenbaar aan het gele streepje op het halsschild. Vrouwtjes hebben een lange legboor aan de achterkant van hun lichaam waaraan ze tevens hun naam ontlenen. Eitjes worden in september in de spleten van boomschors afgezet en zullen in het volgend voorjaar uitkomen. De sprinkhanen zijn aan de late kant en lang zullen ze wel niet meer leven. Recent werd in het wetenschappelijk tijdschrift Biology Letters een onderzoek gepubliceerd over de levenswijze van 21 soorten sabelsprinkhanen. Het beestje op de foto behoort ook tot die groep. Onderzoekers van de universiteiten Cambridge en Derby ontdekten dat de sabelsprinkhanen verhoudingsgewijs de grootste testikels hebben van alle dieren. Ze maken maar liefst 14% uit van hun lichaamsgewicht. Vermoed wordt dat die enorme geslachtsdelen bedoeld zijn om zoveel mogelijk vrouwtjes te kunnen bevruchten, waarmee de instandhouding van de soort een dienst wordt bewezen.
Die sabelsprinkhanen toch! Mannetjesputters zijn het!

11 november 2010

Op de website van Omroep Brabant staat te lezen dat een boomkweker € 80.000 wil van het Faunafonds omdat zijn boomgaard slachtoffer werd van een spechtenplaag! U leest het goed! Sinds 2005 ligt hij hierover al in de clinch met het Faunafonds. Spechten zijn beschermde vogels, die mag je dus niet afschieten, waarvoor de kweker wel een vergunning aanvroeg maar niet kreeg Wie echter voor schadevergoeding in aanmerking wil komen, moet wel alles doen om de veroor-zakers van die schade te verjagen: kanonnen, wapperende linten enz.. In de bomen van de kweker zitten allemaal "gaatjes van spechtensnavels". Spechten, maar ook mezensoorten,  beginnen echter alleen maar aan hun sloopwerk als ze weten dat er onder de bast van een boom een lekker hapje zit in de vorm van larven en kevers. En daar schuilt nu precies het probleem! In ons land kampen boomkwekers al elf jaar lang in toenemende mate met keverschade! Die uit zich in zichtbare kleine gaatjes! Spechten veroorzaken juist vierkante, grove gaten. Het verschil tussen specht- en kevervraat wordt vaak niet herkend. Dit is gebleken uit een groot onderzoek door het Productschap Tuinbouw. De kevers slaan overwegend hun slag in bomen die verzwakt zijn of onderhevig aan stress, en overwegend in in bomen die in rijen geplant worden. Kwekers vinden nu dat er weer breedschalige bestrijdingsmiddelen ter beschikking moeten komen. Maar gelukkig wordt er onderzoek gedaan naar een natuurlijker oplossing, iets met feromonen.

10 november 2010

De op het programma staande winter mag dan hier een daar een speldenprik hebben uitgedeeld maar in mijn omgeving is nog nauwelijks sprake geweest van nachtvorst. Gelukkig maar want dan kunnen we nog even wat langer genieten van de bijzondere paddenstoelen die nog steeds in het bos staan. Deze Witte kluifjeszwam zag ik dit jaar voor het eerst en dan ook nog op twee verschillende plaatsen. Hoe hij aan de naam komt, is niet moeilijk te raden. Hij is meer bizar dan mooi met zijn knotsvormige hoed en holle diepgegroefde steel. Ze groeien in het bos maar ze willen ook een beetje licht. Dus zoeken ze een tamelijk open plek, genoeg om wat meer licht op te vangen dan onder de bomen. Links en rechts langs een wandelpad, dat vinden ze prima! Gisteren ging ik nog eens bij ze kijken maar ze waren nu toch wel aan het eind van hun Latijn. De steel was nog steeds maagdelijk wit maar de lobben waren herfstig bruin geworden. Deze paddenstoel is familie van de morielje en de bekerzwammen, tezamen de zakjeszwammen.

9 november 2010

De wilde zwijnen zijn aardig bezig de bosbodem op zijn kop te zetten. Tijdens hun nachtelijke zoektochten wordt her en der de wroetschijf die op de neus zit in de grond gedrukt, op zoek naar alles wat maar eetbaar is. Ze zijn behoorlijk kippig maar hun uitstekende reukvermogen maakt dat weer goed. Hun hoofdvoedsel bestaat uit breedbladig gras dat echter niet overal voorkomt, en uit mast: beukennoten en eikels. Beide waren er niet deze herfst dus dat wordt afzien voor de dieren. Normaliter eet een zwijn in de herfst zoveel dat er een speklaag ontstaat die wel vijf of zes centimeter dik kan zijn. Vooral voor jonge dieren tot 24 maanden wordt het een moeilijke winter en een groot aantal van hen zal van de honger doodgaan. Ook lijden de varkens nu op grote schaal aan longwormen, waardoor hun conditie niet best is. De aanhoudende nattigheid sinds half september doet de rest. Toch wordt er nog gejaagd. Volgens de bosbeheerder is dit nodig om de resterende varkens meer overlevingskansen te bieden. Zwijnen associŽren de jacht met gevaar en zodra er op ze geschoten wordt, zie je ze nauwelijks nog overdag. Ze trekken zich terug in naaldboompercelen waar ze rusten en hun voedsel verteren. Ik heb ze al lang niet meer gezien.

8 november 2010

Dat in de eerste week van november het hele bos kaal is, heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Dit is echt extreem. Een dik pakket bruin beukenblad bedekt de bodem en je kunt niet eens meer zien waar wel en waar niet plassen water liggen zodat je om de haverklap natte voeten krijgt. Ik vraag me af of deze snelle onttakeling van het beschermende bladerdak niet een heel vreemde gewaarwording is voor vogels. Die moeten nu voor de nacht op zoek naar alternatieve veilige slaapplekken. En de zwijnen, reeŽn en andere dieren dan. Opeens is de bescherming door hoge varenstruwelen verdwenen, de wereld ziet er buiten compleet anders uit. In het bos sprak ik een ontgoochelde en teleurgestelde man. Hij kwam met zijn kinderen speciaal voor de mooie herfst- kleuren hier wandelen maar binnen een paar dagen bleek alle herfsttooi verdwenen. En dan nu maar weer geduldig vijfeneenhalve maand wachten op nieuwe groene blaadjes.....!

7 november 2010

Langs het pad dat tussen twee akkers loopt, trof ik hier en daar nog bloeiende Gewone reigersbek (Erodium cicutarium) aan. Door de zachte temperaturen en afwezigheid van vorst stond er veel vers en  frisgroen blad waaruit de mooie bloempjes de kop opstaken. In de arme droge zandgronden is hij een typische akkerplant. Daarbuiten floreert hij uitstekend in omge-woelde zanderige wegbermen, en ook in de zandstrandjes van het IJsselmeergebied doet hij het goed. Dit zijn wel zowat de laatste bloemetjes want nu het flink kouder wordt en de nachtvorsten op de loer liggen, geeft dit mooie fleurige plantje er weldra de brui aan.

6 november 2010

De Vermiljoenhoutzwam (Pycnoporus sinnabarinus) is een paddenstoel die je beslist niet over het hoofd kunt zien! De felrode kleur knalt je tegemoet uit de vegetatie. De bovenkant is plat, en zo zie je hem ook bijna altijd afgebeeld maar ik vond de onderkant veel interessanter. Dus even door de knieŽn en een opname gemaakt. De Vermiljoenhoutzwam is zeldzaam en ik zag hem maar een paar keer en op verschillende plekken. Hij gaat door het leven als saprofyt en het vrucht-lichaam is eenjarig. Sapros komt van "verrot" en fyt staat voor plant. Saprofyten zijn de  padden-stoelen die zorgen voor de opruiming van het dode hout in het bos, ze brengen tijdens het afbraakproces de waardevolle stoffen weer terug in de natuur. Zo komt de kringloop weer rond.

5 november 2010

Deze foto is zo erbarmelijk slecht dat ik hem bijna niet durf te plaatsen. Maar hij laat wel zien waar het vandaag om gaat! Bioloog B. (zie ook 25 oktober) bracht mij een potje water dat hij uit een zoel geschept had, met daarin een takje hoornblad waar hydra's in hingen. Nooit van gehoord? Ik ook niet, maar niets is leuker dan het ontdekken van nieuwe dingen. In het water roeiden watervlooien rond en voor deze mini waterdiertjes heb ik een enorm zwak sinds ik er een in een waterdruppel onder een microscoop zag liggen. Doorschijnend lijfje, kloppend hartje, groot donker oog, aandoenlijke lichaamsvorm. Met hun gefranjerde "roeipootjes"  bewegen ze zich opmerkelijk snel verticaal door het water en als ze in de buurt van een hydra komen, zijn ze de klos. Een hydra, of zoetwaterpoliep, verlamt de diertjes met een gif uit de vangarmen. Op de foto is zo'n hydra te zien. Jammer dat ik niet over betere opnametechnieken beschik, maar hij staat erop! Deze poliepen leven in stilstaand en zacht stromend water. Bij wijze van voortplanting "stekken" ze zichzelf. In het najaar worden er eitjes gelegd. Ze worden gerekend tot de holtedieren, heel eenvoudige water-diertjes, bestaande uit een dubbelwandig hol buisvormig lichaam dat aan ťťn zijnde is voorzien van een mond waar in een krans tentakels zitten. Door die mond gaat voedsel erin en afval eruit. Wie een aquarium heeft, zal deze diertjes ongetwijfeld kennen maar voor mij waren ze nieuw. Buitengewoon fascinerend, dat miniatuur waterleven! Link:  filmopname watervlo:
http://www.youtube.com/watch?v=iBeDcxS11XM&NR=1

4 november 2010

Het was is gewoon even een verademing zo'n fleurige bloem van de Oost-Indische kers te zien. Bij de eerste nachtvorst, al was die nog zo gering, waren de bladeren van deze planten al bevroren en dus had ik ze verwijderd uit mijn volkstuin. Maar ik had er ook een over het hoofd gezien, hij groeide stiekem tussen de takken van de rozenstruik. En hij bloeide! Het mooie van deze plant is, dat hij zich enthousiast uitzaait waardoor je hem nooit opnieuw hoeft te zaaien. Oorspronkelijk kwamen uit de zaden alleen fel oranjerode bloemen. Maar nu heb ik ze in allerlei varianten en tekeningen doordat de oude genen de overhand weer krijgen. Je kunt kruisen wat je wilt, maar planten raken vaak de ingebouwde eigenschappen weer kwijt en worden weer de schepsels die ze waren. Zie eens hoe ingenieus ze getekend zijn; hun honingmerk de weg wijst: hierheen insecten! Mochten we ons gisteren weer eens even laven aan wat zonneschijn, vandaag is het weer "huilen met de pet op", zoals mijn grootmoeder dat noemde. Heel deprimerend.

3 november 2010

Bij het huidige naargeestige weer heb je zo snel de neiging om binnen te blijven. Toch, als je eenmaal besloten hebt je neus buiten de deur te steken komt er altijd wel weer iets leuks op je pad. Zoals deze mooie Rode heidelucifer (Cladonia floerkeana). Je ziet deze kleinoden in de natuur zo makkelijk over het hoofd. Ik herinner me nog goed dat ik tientallen jaren geleden door iemand, tijdens een wandeling over de Posbank, op dit korstmos gewezen werd. Ik heb er met een loepje in de hand op mijn knieŽn bij gelegen, verrukt door wat zich hier aan mij vertoonde. Het was een van mijn eerste mooie natuurervaringen. Het is een algemeen voorkomend korstmos dat voorkomt in zand- en veengrond, in de duinen en stuifzanden en zelfs schijnt het te kunnen groeien op oude rieten daken. De rode vruchtlichamen, die apotheciŽn worden genoemd, maken dat het 1 cm hoge korstmos op een lucifer lijkt, vandaar natuurlijk ook de naam.

2 november 2010

Als je er eenmaal op gaat letten hoeveel troep mensen van zich afgooien, ga je je er hoe langer hoe meer aan ergeren.  Alleen al op de route van de race fietsers zou ik een vuilniszak vol kunnen verzamelen. Niet alleen in de bebouwde kom maar ook daarbuiten vind je afval van mensen. Blikjes, pakjes, zelfs lege alcoholflessen worden in het bos achter gelaten. Van de 100 miljoen kilo aan blikjes, papier, flessen e.d. wordt er jaarlijks  in ons land 2,5% gewoon buiten weg-
gegooid. Dan moet je bedenken dat een aluminium bierblikje nooit en te nimmer zal worden afgebroken en dat een glazen fles er 1.000.000 jaren over doet. Laatst zag ik weer zo''n blikje liggen aan de kant van een pad, bij de ingang van het bos. Ik legde het midden op het pad om te zien wat er zou gebeuren. De volgende dag was het door iemand aan de kant geschopt. Weer legde ik op het pad waar het vervolgens een hele week bleef liggen. Onbegrijpelijk, geen mens nam de moeite het op te pakken en thuis weg te gooien. Dat heb ik toen zelf maar gedaan.

1 november 2010

November begint in de juiste stijl: grijs en grauw! Helaas kenmerken de laatste twee maanden van het jaar zich door veel naargeestige dagen terwijl we juist zo'n behoefte hebben aan licht, nu de dagen almaar korter worden. Ook de biologische klok moet weer worden verzet en aangepast aan de wintertijd. Bij mij duurt dat steevast een week. Terwijl nog lang niet alle blad van de bomen is en planten nog een nabloei hebben, beginnen de winkels al gevuld te raken met kerstspullen. Het vergroot alleen maar mijn aversie tegen die kunstmatig opgeklopte feestdagen. Jammer dat tegenwoordig niet het seizoen haar gang mag gaan en alles op z'n tijd en opvolgend verschijnt. Sluit je ogen er maar voor en laat je leiden door je zintuigen. De vogels zijn druk doende de struiken van hun bessen te ontdoen, in het bos hangt een heerlijke, kruidige geur en de bodem kleurt zich almaar bruiner door het afgevallen blad. Dat  lijkt me trouwens in deze mate wel heel vroeg dit jaar. Gevoelsmatig zal het wel een lange herfst en wintertijd worden dit keer.

31 oktober 2010

Drie dagen geleden viel mijn oog op iets dat bewoog op de bosbodem. Het bleek een kikker te zijn die op zijn rug lag en heel langzaam een poot bewoog. Ik keerde hem om en zag dat hij onmiskenbaar onder de voet van een wandelaar terecht was gekomen. Hij leek meer dood dan levend en voorzichtig heb ik hem aan de kant gelegd om daar de laatste adem uit te blazen. Vanmorgen kwam ik opnieuw langs de plek en ik constateerde dat hij weer op het pad lag, weer op zijn rug en ik zag dat zijn keeltje bewoog: verdorie, hij leefde nog steeds! Wat moest ik hier nu mee? Doodtrappen en hem uit zijn lijden verlossen? Mijn lastige mensenhart zat me in de weg en mijn maag keerde zich om bij de gedachte dat te doen. Maar wat dan. Ik besloot hem mee naar huis te nemen en hem in onze tuinvijver te deponeren. Daar zag ik dat hij zich ook in het water niet kon redden. Achterpoten en lijf waren nog in prima conditie maar een van zijn voorpootjes was onbruikbaar waardoor hij steeds weer op zijn rug dreef. Toen heb ik maar de methode "vogel-euthanasie" gebruikt: het dier in een doosje, samen met in ether doordrenkte watten.

30 oktober 2010

Dat ik in een zeer natuuronvriendelijke gemeente woon, heb ik in dit natuurdagboek al vaak betoogd. In een van onze zeven tot de gemeente Rheden behorende dorpen leeft een bolwerkje van steenuiltjes. Deze zijn beschermd door de Flora en Faunawet. In het biotoop van de vogels wilde de gemeente enige jaren geleden een nieuwe woonwijk bouwen, waardoor het kleine dorp eens zo groot zou worden. Een gruwelijke aantasting ook van het waardevolle cultuurlandschap dat hier ligt. De plaatselijke steenuilenwerkgroep heeft toen met succes de plannen te vuur en te zwaard bestreden en mede omdat er geen alternatief uilenbiotoop in de buurt te vinden was, werd er geen ontheffing van de FF-wet verleend. Om de financiŽle strop die dit ondoordachte plan vervolgens met zich meebracht weg te poetsen, wil de gemeente hier opnieuw een bouwplan doorvoeren, wel aanmerkelijk kleinschaliger. Het plan verkeert nog in een heel pril stadium maar om nieuwe steenuiltjes in dit gebied te weren, wordt de bodem vast omgeploegd en voor de vogels ongeschikt gemaakt. Is het een wonder dat het landelijk zo slecht gaat met onze steen-uiltjes? Nee, want ook elders in het land worden zij regelmatig verdreven uit hun biotoop.!

29 oktober 2010

Schreef ik op 16 oktober over de ontdekking van door mij nooit eerder geziene Gewimperde aardsterren op de plek waar voorheen Gekraagde aardsterren stonden, tot mijn heel grote verbazing kon ik gisteren alsnog op deze plek een verse Gekraagde aardster fotograferen. Ik zag ze eerdere jaren in augustus, september en nog begin oktober maar zo laat in de herfst heb ik ze nog nooit gezien. Het was er maar ťťn, maar gelukkig, hij was er toch weer!  Vanmorgen kreeg ik een mail van een tuinclubmaatje, dat mij verheugd meldde dat ook zij Gekraagde aardsterren gevonden had, en wel in haar eigen tuin!  Als je even voor regendruppel speelt en heel zacht tegen de buik van de zwam tikt, zie je hoe de sporen er worden uitgepuft. Hoewel het hoogtepunt in de paddenstoelentijd alweer een poosje voorbij is, is er nog genoeg te zien en er komen ook nog steeds nieuwe zwammen tevoorschijn. Er groeien nog altijd vliegenzwammen, russula's, verse stinkzwammen, kleverig koraalzwammetje en allerlei min of meer klein grut tussen de herfstbladen en op boomresten. Pas na een stevige nachtvorst zal dit alles verdwijnen.

28 oktober 2010

Het was me al opgevallen dat ik zoveel gaaienveertjes vond in het bos en ik zag ook veel Gaaien vliegen. Nu lees ik dat er een extreme invasie is van deze vogels en niemand weet waardoor dat wordt veroorzaakt. Het zou het gevolg kunnen zijn van een uitzonderlijk goed broedseizoen. Een andere vermoedelijke reden is dat er in de leefgebieden van deze mooie vogels niet genoeg mast is geweest, geen beukennoten en eikels dus. Men neemt aan dat die leefgebieden in TsjechiŽ en Slowakije liggen. Gaaienveertjes raap ik altijd op, het zijn de pronkjuwelen die op de vleugels van de Gaaien groeien. Ik plak er af en toe een op een kaart die ik stuur naar iemand van wie ik weet dat hij of zij een natuurliefhebber is. Maar wie weet, zijn zulke verzamelneigingen wel een restant van onze kindertijd. Dat denk ik wel eens als mijn kleinzoon zijn  zak vol mooie steentjes stopt. Het is iets dat nooit over lijkt te gaan. De een verzamelt suikerzakjes, de ander punten van kleur potloden, zoals mijn dochter vroeger, en weer een ander valt voor mooi getekende vogelveertjes.

27 oktober 2010

Veel insecten zijn er niet meer te zien. Wat vliegensoorten, bijen, in het bos zie ik heel kleine motjes vliegen maar alles bij elkaar is het weinig. Deze Blauwe muntgoudhaantjes (Chrysolina coerulans) zaten echter nog in alle planten Citroenmelisse, op de volkstuin. Daar vreten ze van het blad zodat alleen kale nerven overblijven. Wie maalt daar nu om, eenmaal een flinke nachtvorst en de planten zijn er geweest. Het is de derde generatie van deze prachtig staalblauwe kevertjes en ze overwinteren als kever onder de beschutting van winterse plantenresten. Vele honderden eitjes kan zo'n beestje leggen, mooi oranje van kleur en ze worden onderaan het blad geplakt waar ze na een dag of veertien uitkomen. "Mooi" betekent niet altijd ook "welkom", deze kevertjes zijn de algemeenste bladhaantjes in ons land en kunnen grote schade aanrichten.

26 oktober 2010

Bij de sluis die op de plek ligt waar het Apeldoorns kanaal op de IJssel uitkomt, lopen bij een woonhuis drie ganzen. Die hebben daar een leven als de bekende luis op het zere hoofd. In alle vrijheid kunnen ze zich buiten bewegen en verkeren vaak in gezelschap van wilde eenden die zich daar ook graag ophouden. Zodra je al wandelend in hun richting komt, komen ze in ganzenpas luid gakkend op je af. Ganzen zijn geweldige bewakers voor je erf. Deze tamme ganzen stammen af van de wilde of grauwe gans en worden al duizenden jaren ingezet voor de bewaking van huis en tuin, en zelfs militaire terreinen. Ze dienden tevens als voedsel en hun veren werden gebruikt voor de stabilisatie van pijlen. Zo liet de Engelse koning Henri V in 1471 bij wet vastleggen dat van elke in het land aanwezige tamme gans zes veren moesten worden ingeleverd voor de pijlen van de soldaten die een oorlog met de Fransen moesten uitvechten. Tegenwoordig worden ganzen bestolen van hun veren die als vulling voor dekbedden moeten dienen. Koop zo'n dekbed nooit want je slaapt er niet lekker onder als je weet dat deze veren bij levende ganzen uit hun lijven worden gerukt, wat een vreselijke behandeling is voor deze vogels. Nadat driemaal de veren uit het ganzenlichaam zijn geplukt, legt de gans het loodje. Een verbod zou op zijn plaats zijn!

25 oktober 2010

Bioloog B. is iemand die immer met de ogen wijd open door de natuur wandelt of fietst en weinig ontgaat hem daardoor. Van tijd tot tijd krijg ik leuke waarnemingen van hem door. Hij is vooral een waterspecialist en vrijdag stond hij dan ook enthousiast voor de deur met een potje kriebel-
beestjes op water. In het glasheldere Apeldoorns kanaal had hij "wolken" van een speciaal soort plankton gevonden. "Zie maar wat je ermee doet", zei hij. Ik dus prutsen met vergrotende spiegels en vergrootglaasjes maar je krijgt dit spul zonder microscoop niet goed zichtbaar natuurlijk. Het zoŲplankton*, want dat zat in het potje, is - hoe minuscuul ook - van het grootste belang voor allerlei waterdieren in opvolging van klein tot groot. Het is uiterst gevoelig voor de kleinste verandering in het klimaat waardoor problemen kunnen ontstaan voor dieren die hun levensritme hebben afgestemd op het vůůrkomen van het plankton. Zo wordt ook de schommelingen in de visstand wel verklaard. De friemeltjes in het potje behoren tot de uitgebreide familie Bosmina. Mannetjes meten slechts 0,4-0,5 mm en vrouwtjes 0,5-0,6 mm. Ze filteren het water met hun tweede en derde paar poten en pakken met hun eerste en vierde stel poten de voedseldeeltjes eruit. Het plankton zwemt nu in onze tuinvijver waarmee die zeer exclusief is geworden. Ze kunnen zich maagdelijk en massaal voortplanten, dus dat wordt feest voor de talloze jonge salamanders die in de vijver leven, alsmede natuurlijk de bootsmannen en libellenlarven.
* Er zijn twee soorten plankton het plantaardige (fytoplankton) en het dierlijke (zoŲplankton)

24 oktober 2010

Dit is een detail van een grote dikke dode beukentak en wie geen flauw idee heeft wat dit is, staat zeker niet alleen. Het is een slijmzwam, dat geheimzinnige mengsel van allerlei eigenschappen. Ze bewegen, ze sluiten bacteriŽn in en lossen die op bij wijze van voedselopname, en ze vormen sporen waaruit zich weer een nieuwe slijmzwam kan vormen. Deze groep van myxomyceten bevat allerlei vormen. De bekende gele Heksenboter of Runbloem is er een van. Op de foto staat het Gewoon ijsvingertje (Ceratiomyxa fruticulosa). Er bestaat ook nog een variant van. Ik hem het in geen enkel paddenstoelenboek kunnen vinden en eigenlijk is dat niet eens zo vreemd. Bij heksenboter bijvoorbeeld kun je goed zien hoe het plasmodium zich langzaam verplaatst, het blijft dagenlang zichtbaar. Maar het Gewoon ijsvingertje is zeer kortlevend. Ik trof het aan op een moment dat in nog in volle glorie aanwezig was, al begint het hier al wat uit te drogen. Een paar uren later was het verdwenen. Je moet dus gewoon het geluk hebben dat je net op het juiste moment op de juiste plaats bent! Ik blijf me aldoor maar verbazen over die wonderlijke natuur.

23 oktober 2010

Jaren geleden werd bosgebied Hagenau (Gld) toegankelijk gemaakt voor een kudde Schotse hooglanders, als uitbreiding van hun leefgebied. Ik hoorde wel eens vertellen dat de runderen zich hier echter niet vaak vertoonden omdat begroeiing er voor deze dieren te schraal was. Ik heb er dan ook nog nooit een gezien in Hagenau, wel af en toe hun uitwerpselen. Toen ik gisteren in dit bos liep, stuitte ik opeens op een stier die moederziel alleen langs het wandelpad lag. Ik vond het een heel merkwaardig beest. Hij had geen langharige vacht en alleen op haar kop wat krulletjes. En waarom lag dit dier hier zo eenzaam? Het liet me niet los en na een paar uren ben ik er nogmaals gaan kijken maar de vogel was gevlogen. Koeien herken je aan de omhoog staande horens, bij de stieren wijzen die naar voren. Er wordt altijd beweerd dat dit ras zeer vredelievend is maar ik heb toch wel eens ervaren dat een honderden kilo's wegende stier stampend en briesend op me afstoof. Gelukkig werden wij gescheiden door een hek! Ik ga er dus met een grote boog omheen. Ik ga eens informeren bij Natuurmonumenten waarom deze koe kaal is. Misschien is het dier wel ziek. Hagenau was een van de eerste aankopen van NM.

22 oktober 2010

Ik fiets graag naar de IJssel die langs mijn woonplaats stroomt. Het is een prachtige rivier en water boeit altijd. Je kunt dichtbij de rivier komen, luisteren naar het gekabbel en kijken naar het eeuwig bewegende water, wat heel rustgevend is. Tussen Zwolle en Deventer is de IJssel op haar mooist. Waar ik woon zijn ook nog altijd veel mooie plekken maar helaas staan de gemeenten van aanliggende dorpen projectontwikkelaars toe hoge gebouwen langs de rivier neer te zetten. En als er ťťn schaap over de dam is, volgen er meer.  Zo is er een appartementen-complex in Dieren dat het mooie landschap langs de rivier vanaf enige afstand helemaal verknald heeft; inmiddels gevolgd door een tweede even verderop. Ook in Doesburg is een apparte-mentengebouw dat hoog boven de horizon uittorent. Ik vraag me altijd af waarom toch geld altijd weer moet prevaleren boven natuur. En helemaal als verstilde wateroevers, waar hier en daar een huis staat op deze manier zo bedorven worden. Eeuwenoude uitzichten die door zovelen gewaardeerd worden gaan op die manier voorgoed verloren. Geld is het slijk der aarde!

21 oktober 2010

Herfstkleuren beginnen steeds meer zichtbaar te worden. In mijn omgeving zijn al diverse bomen geheel kaal. Het gaat dan om krentenbomen, valse christusdoorns en berken. Voor mijn gevoel is het allemaal erg vroeg dit jaar. De verkleuring van het blad is een ingewikkelde chemische reactie die op gang gebracht wordt door de temperatuur, de veranderde zonnestand en het beschikbare licht, die het de boom onmogelijk maakt door te gaan met de fotosynthese, ofwel de voedsel-voorziening. Er wordt geen chlorofyl meer gevormd en de toevoer van water naar de bladeren wordt afgesloten door de aanleg van een kurklaagje aan het begin van de bladsteel. Als het chlorofyl, dat is opgeslagen in de massa bladgroenkorrels die het blad gedurende lente en zomer de groene kleur geeft, niet meer geproduceerd wordt, komen de eigenlijke kleuren van de boom tevoorschijn. Die kleuren waren tot dan bedekt door het bladgroen. Zo wordt de berk geel en de wingerd knalrood. De Amerikaanse eik wordt veelal geroemd om zijn spectaculaire herfstkleur maar de Japanse esdoorn is op dit punt ook een boom die je niet over het hoofd kunt zien. Als het blad uiteindelijk is uitgedroogd, valt het af en dwarrelt ter aarde om vruchtbaren kompost te worden. Al met al kun je niet anders dan veel respect hebben voor de processen in de natuur.

20 oktober 2010

Zoals planten bepaalde voorwaarden nodig hebben om te groeien, hebben paddenstoelen dat ook. Zelfs nog in veel grotere mate. Behalve in biotopen als weide, loof- of naaldbos, duinen enzovoort zijn er ook paddenstoelen die een heel klein wereldje nodig hebben om zich te ontwikkelen. Meestal gaat het om kleine zwammetjes. Het Beekmijtertje kan alleen maar groeien op onder water liggende bladeren en naalden, het Brandnetelklokje uitsluitend op dode en levende stengels van Brandnetel, andere soorten  weer op Smeerwortelstengels, koeienvlaaien enzovoort. Ook de sparrenkegel  heeft zo zijn eigen bewoners. Soorten die er in het voorjaar op verschijnen maar ook een zwammetje dat het najaar verkiest. Als de bodem lekker vochtig is en de kegels er in liggen te vergaan, grijpt de kleine Sparrenkegelzwam (Strobilurus esculentus) zijn kans en steekt  vaak massaal de kop op. Ik vond gisteren een heel fraaie.

19 oktober 2010

Wie graag in de herfst nog een fleurige plek in de tuin zou willen hebben, moet eens denken aan de wilde cyclaampjes. Ze bloeien nu overvloedig en ze fleuren de herfstige dagen enorm op! Je ziet ze vaak in grote, meer natuurlijke tuinen, kasteelparken e.d., waar de bollen met rust gelaten worden en ze jaar na jaar ongestoord kunnen bloeien. De bollen van de cyclaam kunnen vele tientallen jaren oud worden en zaaien zich gul uit. Hun oorspronkelijke groeiplaatsen bevinden zich voornamelijk in de Middellandse zeegebieden en in de Kaukasus. Gek genoeg zijn ze in Spanje en Portugal niet te vinden. Deze cyclaampjes prefereren een beschutte plek en in de zomer een droge bodem. Daarom doen ze het ook zo goed onder een oude bejaarde boom waar ze een groot vrolijk  tapijt kunnen vormen. Behalve de bloem is ook de bladvorm mooi. Een echte aanrader dus voor wie ze de ruimte kan bieden.

18 oktober 2010

In een mooie beukenlaan is een dag of wat geleden een boom ter aarde gestort. Je zal er maar gelopen hebben op dat moment! Als ergens een perceel bomen gekapt wordt, is dat voor veel wandelaars een aangrijpend gebeuren. Vooral als het om grotere kapvlaktes gaat, worden daarom speciale voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Meestal is het voor de veiligheid absoluut noodzakelijk dat bomen geveld worden want aan de buitenkant kun je lang niet altijd zien dat er iets mis is. Aan het exemplaar wat hier met schrikbarend gekraak over het pad viel, is helemaal niets te zien. Ik ben er aan alle kanten omheen gelopen en ik kon geen enkel spoor van verval of aantasting ontdekken. Stam en takken vormen samen een enorm gewichten het hout spatte alle kanten op.  Zo zie je maar, er is niet eens een storm voor nodig om zo'n reus klein te krijgen. Voor de bosbeheerder is dit reden de zaak hier eens goed te bekijken want vaak blijken er dan meerdere bomen meer niet in goede staat te verkeren.

17 oktober 2010

De wegen en trottoirs in de buurt lagen werkelijk bezaaid met hazelnoten. Elk najaar levert dat hetzelfde spektakel op: van heinde en verre komen de kraaien, roeken en kauwtjes erop af om de harde noten te kraken en de inhoud op te peuzelen. Hier ligt een voorraad waar de vogels zelfs een groot deel van de winter nog mee zouden kunnen doorkomen maar helaas, het wordt ze niet gegund. De man met de veegwagen komt en alle hazelnoten worden erin opgenomen zodat alles er weer spic en span uitziet. Er zijn veel groenstroken in de buurt en langs de rand daarvan staan ook hazelaars. Wat zou het toch aardig zijn als daar de hazelnoten gewoon even opzij geveegd werden zodat de stoepen schoon worden maar het voer voor de vogels blijft liggen. Maar ja, dat is natuurlijk typisch een opwellende gedachte van een natuurliefhebber, die onuitvoerbaar blijkt.

16 oktober 2010

Al meer dan vijftien jaren volg ik een groep Gekraagde aardsterren. Helaas werden het er steeds minder. Vorig jaar vond ik er nog slechts vijf. Je vraagt je af wat daar de oorzaak van is. Het zal wel te maken hebben met veranderingen in de bosbodem. Ook al wordt er niet meer zoveel over gesproken, nog altijd zijn de drie V's van invloed op onze natuur: Verdroging, Vermesting en Verzuring. Maar goed, toen ik deze herfst opnieuw ging kijken, zag ik tot mijn verbazing dat de aardsterren er anders uit zagen dan eerdere jaren. Ze hadden geen kraag en ze waren veel kleiner dan voorheen. Maar het waren geen Gekraagde maar Gewimperde aardsterren die hier stonden! Beide soorten kunnen op dezelfde plek voorkomen maar hier leek het of de laatste de eerste verdrongen hadden want ik heb dit jaar geen enkele Gekraagde aardster gezien op deze plek waar ze zo lang stonden. Het is dit keer wel een heel opmerkelijk paddenstoelenjaar!

15 oktober 2010

Deze mooie cocon van de Wespspin (Argiope bruennichi) was de enige gave van een aantal dat ik gisteren vond. Blijkbaar had de regen die gedurende vele weken ter aarde stortte de spinnen-nestjes geen goed gedaan. Vorig jaar heb ik aan het begin van de lente eens zo'n cocon voorzichtig opengeknipt om te zien hoe die er van binnen uitzag. De cocon was volledig gevuld met een roestbruin weefsel waarin piepkleine spinnetjes rondkropen. Ik heb hem toen weer dichtgeplakt met een stukje plakband en buiten teruggezet. Zoiets moois vernietig je niet. Het vrouwtje van de Wespspin, of Tijgerspin, ziet er imponerend uit als ze in haar web hangt. Lange gestreepte poten, een dik  lijf vol eieren, dat prachtig getekend is in de kleuren geel, zilver en zwart. Haar lichaam meet exclusief poten anderhalve centimeter. Man spin meet slechts vijf mm. Als de cocon niet gevonden wordt door vogels komen de jonge spinnen in het voorjaar uit. De Wespspin is een van de grootste spinnen van Europa en heeft zich prima ingeburgerd in ons land. Een heel fraai beestje met een even fraai nestje. De eitjes bevatten een soort antivries waardoor ze goed de winter doorkomen. Weer bewonderenswaardig mooi geregeld in de natuur!

14 oktober 2010

Er bloeit niet zoveel meer in de natuur. Nog wat Boerenwormkruid en gewoon duizendblad  in de wegbermen, hier en daar nog wat Teunisbloem en rode klaver, maar het loopt duidelijk op z'n eindje. In het bos is het al niet veel anders, hier groeit nog veel minder. Ik zag nog een paar stengels Jakobskruiskruid, wat Knoopkruid en wat voorbarige boeistelen van het Vinger-hoedskruid die eigenlijk pas in het volgend voorjaar aan de beurt waren omdat ze uit eerstejaars rozetten opkwamen. Op een enkel paadje, waar het lang vochtig blijft door de leemlaag  in de bodem,  vond ik nog wat  Blauw glidkruid (Scutellaria galericulata). Het bloeit van juni tot begin oktober. De mooie blauwe lipbloempjes groeien gezellig twee aan twee in de bladoksels van de vierkante stengel.  Ik val op blauw, het Blauw glidkruid was dan ook een van de eerste planten die ik aan de waterkant zette toen ik, alweer lang geleden, onze eerste vijver gegraven had.

13 oktober 2010

Even een stapje terug in de tijd. Ongeveer anderhalve week geleden vond ik deze duivelseieren in het bos. Wie ze voor het eerst ziet, staat vast wel eventjes verbaasd te kijken: wat is dit nou toch...
In de (toen nog) zeer natte bosbodem had de eerste geen houvast meer gevonden en was in zijn geheel omgevallen en uit de grond losgeraakt. De onderste moet nog uitgroeien. De naam impliceert al dat dit een paddenstoel is die in het verleden omgeven werd met veel bijgeloof. En de Latijnse naam van deze Grote stinkzam, (Phallus impudicus), hoeft nauwelijks enige toelichting, deze verwijst naar het mannelijk geslachtsdeel waar de volwassen paddenstoel dan ook zeer aan doet denken. "Schaamteloze penis" is de letterlijke vertaling uit het Latijn. Uit het ei groeit in slechts in enkele uren een twintig centimeter hoge steel die hol is, met daarop een kop die een stinkende slijmlaag heeft die vol sporen zit. Sommige vliegen en kevers worden er door aangelokt, eten de sporen en verspreiden die. Ik vind het onesthetische zwammen en ze stinken ook nog een uur in de wind! Ze waren deze herfst met vele in het bos aanwezig.

12 oktober 2010

Hoera! Dit was de allereerste keer dat ik een van de haviken die hier in het bos leven in het vizier kreeg. Ik hoor ze dagelijks; in het voorjaar en de zomer heel frequent, en in deze tijd van het jaar door hun contactroep. Het is een juveniel exemplaar dat samen met een ander jong rond vloog. Helaas had ik maar een eenvoudige camera bij me, ik had hem graag nog wat dichterbij gehaald. De Havik (Accipiter gentilis) heeft het hier prima naar de zin. Het bos zit vol houtduiven en dat is een belangrijke prooi voor deze roofvogel, net als hazen, konijnen, gaaien, eksters en andere grotere vogels. Met zijn grote sterke poten grijpt hij de prooi beet en plukt hem op de grond. De eieren worden gelegd in een "horst", zoals het nest heet en ik weet ongeveer waar dat zit. Maar nooit kreeg ik de vogels te zien, tot nu dus. Voor mij was dit een leuke waarneming.

11 oktober 2010

De zonnige, relatief warme dagen van de voorbije week hebben veel planten gestimuleerd ons een plezierige nabloei cadeau te doen. In mijn volkstuin bloeien drie soorten rozen, Groot kaasjeskruid, Venkel, Gulden roede, Herfstasters en nog veel meer. Het zoemt er van de bijen en zweefvliegen, het bromt er van de Hoornaars en allerlei vlinders fladderen van bloem naar bloem. Op een dag als gisteren houden geen tien paarden mij binnenshuis want ik heb het gevoel dat ik geen seconde van het mooie weer door mijn handen mag laten glippen. Het gaat nu echt kouder worden, de warmte van de zon zal gaan afnemen en nachtvorsten zullen een eind maken aan de bloei van nu. Jammer, maar het is niet anders, het is herfst en dat zullen we weten ook! De Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia en Kleine vos die ik nog zag vliegen, zullen overwinteren als vlinder. Ze zullen een beschut plekje zoeken om de winter te overleven. Zulke kleine, fragiele wezentjes, het is bijna onvoorstelbaar!

10 oktober 2010

In een bosperceel dat aan de rand van het Dwingelderveld stond, lagen heel wat paddenstoelen op de bodem die waren verworden tot onherkenbare en beschimmelde restanten. Het was er ook kleddernat op de bodem. Deze paddenstoel stond nog fier overeind maar welke het was, viel niet meer waar te nemen. Het vocht had nieuwe schimmels de gelegenheid gegeven om de paddenstoel te koloniseren, hetgeen dit mooie portretje opleverde. Een zwam met begroeiing.

9 oktober 2010

Deze Levendbarende hagedis (Lacerta vivipara) had zich verscholen achter de schors van een dode boom die langs een ven op het Dwingelderveld stond. Hij was zijn staart kwijtgeraakt en misschien had hij zich daarom wel verstopt. Een hagedis kan bij gevaar door spiertrekkingen zijn staart afwerpen. Deze groeit langzaam weer aan maar wordt nooit meer zo groot als voorheen doordat de wervels niet meer opnieuw gevormd worden. Ook is de nieuwe staart donkerder van kleur. De jongen van deze hagedissensoort zijn meestal eind juli, begin augustus waar te nemen. In tegenstelling tot andere hagedissen legt de levendbarende geen eieren maar broedt die als het ware uit in het eigen lichaam, waardoor ze levend ter wereld komen. Het gaat niet goed met deze hagedis en daarom staat hij sinds kort op de Rode Lijst als "gevoelig". Het is een soort van de natte heide en heide met vennen. Dat wij hem stoorden was puur toeval. Vaak zitten achter losse schorsdelen leuke vondsten, beestjes of gangen van kevers e.d. Nadat de hagedis geposeerd had, werd het stuk schors vanzelfsprekend weer heel behoedzaam terug geplaatst.

8 oktober 2010

Op de dag van gisteren, die begon met een zeer dichte mist,  heb ik met mijn vriendin en wandelmaatje een heerlijke tocht gemaakt door het Dwingelderveld in Drenthe. Door de mist waren alle webben van de hangmatspinnen bepareld met dauwdruppels en ik keek mijn ogen uit. Ik zie ze ook in het bos maar wat zich hier vertoonde, had ik nog nooit in mijn leven gezien. Duizenden matjes hingen naast elkaar en zelfs de bomen hingen er vol mee. Deze prachtige spinselhoed is van de Heidekoning. Hij is de belangrijkste onder de kabouters en heeft zijn hoge hoed, toen de nacht plaats maakte voor de dag, over een boompje gehangen. Is ie niet prachtig? Toen de mist langzaam optrok en de temperatuur begon te stijgen, verdampte de dauw en verdween al dat fraais als sneeuw voor de zon. De hangmatspinnen vormen een enorm grote familie. De spinnen zitten verscholen onder hun matje en zodra er een prooi in terecht komt, wordt die van onderaf gegrepen. Deze spinnen bestaan bij de gratie van aanwezige prooidieren. Kun je nagaan wat er allemaal in de heide leeft, krioelt en te eten valt !

7 oktober 2010

In deze vreemde seizoenen met hun ups en downs kun je van alles verwachten. Neem nou de herfstframbozen. Zoals de naam zegt, verwacht je de vruchten in de herfst, maar al in de zomermaanden beginnen de takken te produceren. Behalve dit jaar. De vruchtjes verdroogden door hitte en vochtgebrek. Maar nu zitten de struiken boordevol met die heerlijk zoete lekkernijen. Veel dieren zijn er ook dol op: vliegen, wespen, vlinders en.....struiksprinkhanen. En die laatste zijn  akelig groot en kunnen ook gemeen bijten. Gelukkig gaf deze met luid getsjirp aan waar hij zat zodat ik hem niet per ongeluk te pakken nam bij het plukken. De Struiksprinkhaan (Leptophyes punctatissima) houdt zich graag op in braam en framboosstruiken. Het vrouwtje legt haar eitjes een voor een in de stengels en maakt voor elk eitje een nieuw gaatje. Hun grasgroene kleur biedt ze een perfecte camouflage. Sprinkhanen kun je verdelen in twee groepen, veldsprinkhanen met de korte en sabelsprinkhanen met de lange sprieten. De nymfen lijken bijna geheel op hun volwassen ouders maar ze missen in hun jeugdstadium vleugels en kleuren. Ik zie ze de laatste dagen wel tegen de boomstammen in het bos. Onze vriend op de foto kan een jaar oud worden.
(7/10): Het blijkt om een Groene sabelsprinkhaan te gaan, zo werd mij gemeld door een lezer)

6 oktober 2010

Terwijl ik op mijn volkstuin aan het werk was, vlogen er talloze vlinders om mij heen. Dagpauw-oog, Gehakkelde aurelia, Klein koolwitje, Vuurvlinder en deze mooie splinternieuwe Kleine vos. Hij is nog helemaal gaaf en foerageert op de Gulden roede die een groot deel van het jaar in mijn volkstuin bloeit. In juni knip ik een deel van de planten terug zodat ze nieuwe stengels maken die momenteel in bloei staan. Het wemelt er van de bijen, zweefvliegen en hommels. De Kleine vos (Aglais urticae) is een van onze mooiste dagvlinders. De waardplant van deze vlinder is de Grote brandnetel. De vlinders die nu vliegen zijn voortbrengsels van een tweede generatie. Door het onaangename weer van de laatste weken, zijn ze aan de late kant uitgevlogen en daar kunnen wij nu van genieten. De Kleine vos is voor het eerst te zien in juni. De reden daarvoor is dat het volwassen imago overwintert en zich pas volgend voorjaar voortplant. En dat alles heeft zo zijn tijd nodig. Opmerkelijk is dat deze vlinder het beneden de grote rivieren een stuk minder goed doet dan in de rest van het land. Een heerlijke toegift, deze fleurige fladderaartjes.

5 oktober 2010

De rups van de Koninginnepage, die ik pas mee naar huis nam van de volkstuin, heeft zich met goed gevolg verpopt. Het verliep wel een beetje vreemd dit keer. Ik zag nog dat hij een gordel spon om zich vast te hechten aan de dillestengel maar vervolgens gebeurde er vier dagen helemaal niets. Een rups scheurt tijdens het groeien een paar keer in zijn leven uit zijn jasje. Daaronder zit meteen al een nieuw huidje. Bij de laatste vervelling komt er een creatuurtje tevoorschijn die nog maar de helft zo groot is als voorheen; het is als het ware een gekrompen versie van zijn vorige lichaamsvorm en in plaats van een zelfde rups komt er een geel vreemd wezen te voorschijn. Zijn nieuwe velletje moet normaliter binnen een dag  verharden tot een pophuid. Maar bij deze rups duurde dat maar liefst vier dagen en ik dacht al dat het helaas fout gegaan was. De vijfde dag zag ik echter tot mijn vreugde dat de rups een echte pop geworden was. Het duurt nu tot de lente voordat daaruit een mooie pagevlinder komt. De rupsenorganen zullen dan allemaal zijn afgebroken en uit de celmassa die overblijft wordt een nieuwe vlinder opgebouwd. Eigenlijk is dit een van de mooiste en indrukwekkendste wonderen in de natuur.

4 oktober 2010

Al een paar dagen, bij het vallen van de avond, hoor ik het parelende liedje van de Roodborst klinken. De vogeltrek is in volle gang en er zijn al heel veel Kepen, Koperwieken en Kramsvogels naar ons land gekomen om de winter door te brengen. Dit zou dus best een wintergast kunnen zijn, net gearriveerd uit ScandinaviŽ. Er wordt geschreven dat roodborstjes het hele jaar door zingen, maar ik heb ze al heel lang niet gehoord. Misschien was deze wel blij dat hij het weer gered had! Vogels letten niet op het weer zoals wij dat doen. Ze volgen hun instinct dat hen op een bepaald moment "dwingt" om zuidwaarts te  vliegen omdat daar de overlevingskansen liggen gedurende het komende winterseizoen. Tegen de lente keren ze weer terug naar hun broedge-bied. Voor deze vogels is dat de enige strategie voor overleving. Een prachtig mechanisme, vooral als je bedenkt wat een enorme reizen die kwetsbare dieren moeten maken. Eigenlijk een groot wonder dat die kleine vogeltjes zulke trektochten kunnen maken, zo'n pluizebolletje van ongeveer 14 centimeter en 20 gram! Het schijnt zelfs dat ze elke herfst weer precies dezelfde tuin opzoeken. Als alles mee zit, kan een roodborstje wel 13 jaren oud worden. Dat is uit ringonderzoek gebleken. Maar veruit de meeste vogels gaan heel veel eerder dood.

3 oktober 2010

In Grasduinen van deze maand, waar mijn website een - gelukkig mooie - beoordeling krijgt, staat vermeld dat ik veel weet van paddenstoelen. Dat is teveel eer! Het schimmelrijk heeft voor mij nog heel veel geheimen en soms zelfs heb ik de kennis van deskundigen nodig als ik er zelf niet uitkom. Gelukkig zijn er mensen die helpen de raadselen in de natuur voor ons op te lossen. Deze Violette gordijnzwam (Cortinarius violaceus) was een blij makende vondst die ik vorige herfst in het bosgebied achter ons huis deed. Hij is zeldzaam en staat op de Rode Lijst. Vol verwachting ging ik er eergisteren weer kijken en ja, daar stond hij weer. Violet in alle delen. Helaas had de groep zich niet weten uit te breiden, er was er een vertrapt door een hond of zwijn en een derde exemplaar stond teveel in de verdrukking. Ik heb de enige die tot vol wasdom kwam zorgvuldig aan het oog onttrokken door er takken overheen te leggen. Gordijnzwammen vormen een grote grote groep waarvan nogal wat soorten giftig zijn. Hun naam danken ze aan het spinnewebachtige "gordijn" dat bij een verse zwam tussen de rand van de hoed en de steel zit.

2 oktober 2010

Dit is weer de tijd van de wielwebben. Als ware kunstwerken hangen ze overal gedrapeerd tussen bomen en struiken en door alle vocht die er in de lucht zit, zijn ze in de ochtend bekleed met duizenden kleine dauwdruppeltjes. Als dan de zon er op schijnt, is het feest in het bos! Buitengewoon kunstig hoe een kruisspin haar web weeft. Ik schrijf bewust "haar", want alleen de vrouwtjes maken een web. Tijdens het maken van haar web smeert de spin haar poten in met een olieachtige substantie waardoor ze wel kleverige draden kan spinnen maar er zelf geen last van heeft. De draden worden hier en daar voorzien van speciale bolletjes die gevuld zijn met lijm en spindraad. Vliegt er een insect in het web dan knappen de bolletjes open en worden de kleverige draadjes eruit getrokken waardoor het web nog wat stevig en elastischer  wordt. Is de rust in het web weer teruggekeerd dan worden de draadjes weer teruggetrokken in de bolletjes voor volgend gebruik. Ik zag deze verbazingwekkende dingen in de magistrale natuurserie van de BBC: life in the undergrowth. We vinden het zo gewoon allemaal maar realiseren ons veel te weinig hoeveel wij voorhebben op de mensen die het vroeger zonder de moderne informatie-middelen moesten doen! Alhoewel, er is ook veel dat je liever niet zou willen zien en weten.

1 oktober 2010

Onder druk van consumenten en dierenorganisaties zijn er steeds meer kippenbedrijven die hun dieren de vrije uitloop bieden. Dat is prachtig natuurlijk. Het gevolg daarvan is echter dat ook kraaien en roofvogels deze aantrekkelijke kippensupermarkten ontdekt hebben. Die pikken dus regelmatig een graantje mee en daar zijn de kippenfokkers niet blij mee. Wel een paar honderd diefstallen per jaar, zo wordt aangegeven. Dit lijkt mij een greintje vergeleken bij het aantal kippen dat sowieso voortijdig doodgaat in deze sector. Maar toch! Het Louis Bolk Instituut voor duurzame landbouw mag nu gaan uitvinden wat de meest effectieve manier is om de kraaien en roofvogels te verjagen. De kippen worden daartoe behandeld met lithiumchloride. Dat is een vieze, zout smakende stof waar de prederende vogels straal misselijk van worden. Dood gaan ze er niet van. Hoe zou dat voor die kippen zijn, zo vraag ik mij af. Nog een experimentele methode is het onder stroom zetten van kippenkadavers. De roofvogel of kraai krijgt daardoor een schok en op den duur zal het hem ervan weerhouden zich aan een kip te vergrijpen. Maar zouden die grote vogels begrijpen dat ze alleen van die kippen af moeten blijven? Of durven ze straks alleen nog maar een konijntje te verschalken en wagen ze het niet langer een duif of ander gevogelte te slaan?

30 september 2010

Vandaag liep ik langs een Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) terwijl de vruchten er de een na de ander uitvielen en op de grond uit hun bolsters sprongen. Mooi hoor, die glanzende bruine kastanjes! Ik werd op slag weer een beetje kind en heb er een heel stel verzameld en mee naar huis genomen. Zo'n kastanje voelt zo heerlijk glad aan in je handen en daarom stop ik er een in mijn jaszak en ga de rest morgen het bos in brengen waar een dier er weer lol van heeft. De Paardenkastanje heeft de laatste jaren in toenemende mate last van de larven van de kastanjemineermot (Cameraria ohridella). Er wordt aangenomen dat deze vlinder, die vroeger niet in ons land voorkwam, maar sinds de opwarming van de aarde hier steeds veelvuldiger gezien wordt, groter schade toebrengt aan de kastanjebomen. Inderdaad zag je al in de zomer heel veel bruinverkleurde bomen staan. De larven vreten zich een weg door de nerven van de bladeren waardoor deze verdorren en soms ook afvallen.

29 september 2010

In het verleden ging ik diverse malen mee met een mycoloog die mij leerde dat het in heel veel gevallen onmogelijk is om uitsluitend  aan de hand van een foto een paddenstoel te determi-neren. Je moet ontzettend veel kenmerken onthouden: waar staat die zwam, in naald-, loof, of gemengd bos. (Of natuurlijk in de duinen of het weiland, enz. ) Heeft hij een kraag om zijn steel, hoe zien de lamellen eruit, is de steel glad of gegroefd, heeft ie een knolvormige voet, hoe ruikt of smaakt  hij en wat gebeurt er als je in het vruchtvlees knijpt. Heel ingewikkeld. Natuurlijk zijn er ook veel makkelijke soorten. Een vliegenzwam of een parasolzwam zijn goed herkenbaar en met een stinkzwam of aardappelbovist kun je ook de mist niet ingaan. Maar ik las pas dat 30 tot 40% van de in Nederland voorkomende paddenstoelen alleen maar met zekerheid op naam gebracht kunnen worden na microscopisch onderzoek. Soms kun je jezelf dan ook maar het beste tevreden stellen met de vaststelling dat het gewoon om een heel mooie paddenstoel gaat want paddenstoelen vormen een intrigerend maar reuze moeilijk onderdeel in de natuur.

28 september 2010

Van het appelboompje op mijn volkstuin heb ik voor het eerst in heel wat jaren geen profijt gehad. Voor een groot deel verdroogden de appels tijdens de zomer en de rest ging ten onder aan monilia, een vervelende schimmelziekte waarvan de sporen ook op de bodem terecht komen en volgend jaar opnieuw voor besmetting zorgen. Oorzaak is vraat van diverse rupsjes waardoor de schimmel kans krijgt de appels binnen te dringen. Wie hier blij mee zijn, zijn vliegen, vlinders en hoornaars. De hoornaars zag ik pas een week geleden voor het eerst. De insecten zitten zich uitbundig te goed te doen aan de appels en komen in grote getale af op de geur die de gistende appels verspreiden. Voor hoornaars hoef je niet bang te zijn, je kunt ze heel dicht benaderen zolang je je maar normaal en rustig gedraagt. Hun grootte echter jaagt menigeen angst aan. Ik gebruik nooit bestrijdingsmiddelen maar waarschijnlijk zal ik er nu toch een keer aan moeten beginnen. Wil ik nog appels kunnen oogsten dan moet ik op zoek naar een niet al te naar middel.

27 september 2010

Al staan de klokken elders nog zo goed afgesteld, zoals het klokje thuis klinkt, klinkt het nergens. Ik ben dan ook weer blij om op de thuisbasis te zijn teruggekeerd als heb ik mij zeer vermaakt mijn jonge, zeer originele kleinzonen. Op weg naar huis kwam ik door een laan waar magnolia-bomen staan. Het gaat om de Magnolia kobus. Nog nooit eerder zag ik aan die bomen deze bijzonder vruchten hangen. Dat krijg je als je altijd met je neus naar beneden loopt te kijken en vergeet de blik af en toe hemelwaarts te richten. Dat moet ik voortaan maar eens meer doen.

23 september 2010

Vandaag, 23 september, begint de astronomische herfst. Niet zoals krant en televisie ons willen doen geloven op de 21ste. We leerden dat vroeger gewoon op school: alle seizoenen beginnen de 21ste behalve de herfst.  Helaas moet ik weer een paar dagen verstek laten gaan bij het plaatsen van mijn dagelijkse berichtjes. Vandaag vertrek ik naar de andere kant van het land om voor mijn kleinzonen te zorgen. Begin volgende week gaat het natuurdagboek weer verder. De foto laat de mooie Amethistzwam (Laccaria amethystina) zien. Alles eraan is paars. Rodekoolzwam noemt men hem ook vanwege zijn kleur. In het bos zijn ze nu volop te zien. Goed kijken, ze vallen nogal weg tegen de bosbodem, deze kleine paddestoelen van bosgebied op droge zandgronden.


naar boven