Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 2014/2015
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 2015

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

Zomer 2015

 

 

22 september 2015

Een klein snuffelrondje door de tuin leverde nog een paar leuke beestjes op. Op de planten meerdere fluweelmijten. Er kruipen heel wat mijten rond zonder dat ze ons opvallen. De mijten zijn de kleinste van de familie spinachtigen waartoe bijvoorbeeld ook de hooiwagen behoort. Het aantal mijtensoorten is groot, en hun levenswijze is heel divers. De teek is ook een mijt, maar dan wel een heel grote. De mijten die in ons beddengoed zitten (jawel!) zijn daarentegen zo klein dat ze ons niet eens opvallen, tenzij je er allergisch voor bent. De Fluweelmijt (Eutrombidium rostratus) is heel algemeen in tuinen en je kunt hem makkelijk vinden vanwege zijn felrode kleur. Vaak zie je ze op door de zon verwarmde plekken zitten, zoals muren. Maar ik zag ze op de bladeren van verschillende planten. Zo klein als ze zijn, zijn het echte rovers.

Wantsen zijn nog volop te zien in de tuin en elders. Dit is er een, formaat mug, die een landing maakte op de tuintafel. Het is een van de zeer vele blindwantsen. Die kunnen prima zien maar heten zo omdat ze een enkelvoudig oog missen die de andere wantsensoorten naast hun facetogen wèl bezitten. Deze kleine wantsen leven op planten waar ze met hun steeksnuit de sappen uit de bladeren zuigen. Het is leuk om er eens op te letten want wantsen zijn  vaak heel mooie insecten.

De kruisspinnen groeien als kool en daar doen ze ook flink hun best voor. De vrouwtjes welteverstaan. De prooien die ze vangen worden ook steeds groter. Zo geraken de spinnen in de juiste conditie om binnenkort voor nageslacht te zorgen. In de tuin heb ik al een paar keer staan kijken bij het paargedrag van de spinnen. Het behoedzame dichterbij kruipen van het mannetje om schielijk het vrouwtje aan te raken om waar te nemen hoe ze reageert, om dan weer vliegensvlug achteruit te gaan om niet tot prooi te worden. Vaak wordt meneer spin in staat gesteld om uiteindelijk zijn spermapakketje over te dragen om dan toch nog gegrepen te worden en ingepakt om later leeggezogen te worden. Wat maakt het uit, zou je denken,  in al die eitjes zitten weer genoeg nieuwe mannetjes. Toch is het bizar om te zien. Spinnen hangen altijd in hun web met de kop naar beneden.

21 september 2015

In mei van dit jaar oordeelde de rechter dat de bedachte "ganzennekbreekmachine" niet ingezet mocht worden bij de bestrijding van het teveel aan ganzen in de provincie Gelderland. Dat apparaat was al anderhalf jaar geleden uitgedacht en de gedeputeerde Van Dijk die onder andere verantwoordelijk is voor natuur en landbouw in de provincie, hield zijn mede statenleden al die tijd voor dat het nekbreekapparaat  illegaal was en dus niet gebruikt mocht worden, hoewel velen daaraan wel twijfelden, inclusief gedeputeerde Van Dijk zelf. Maar zijn vermoedens hield hij welbewust onder de pet.

Wie dit boven hun hoofd hangende verbod ook vermoedde maar zich doodstil hield, was Natuurmonumenten dat angstvallig bedong dat op de terreinen waar het apparaat ingezet zou worden vooral niets zou verwijzen naar hun natuurorganisatie, bang als men was voor negatieve publiciteit en ledenverlies. Alles waarop hun logo of naam staat, op bordjes, auto's of hekken moest uit beeld blijven.

Nu zijn de poppen in de Gelderse Staten aan het dansen en ligt gedeputeerde Van Dijk onder vuur wegens het onjuist voorlichten van de ambtenaren en medebestuurders. Zelf doet hij of zijn neus bloedt en roept dat hij een verstandig besluit nam zijn vermoedens niet te uiten omdat hij "gewoon" rustig wilde afwachten hoe de rechter zou oordelen. Daar was namelijk een rechtszaak aangespannen tegen het wrede doden van de vogels. Het nare apparaat is trouwens nooit gebruikt hetgeen wel de bedoeling was maar opeens bleken er op gekozen terreinen "te weinig ganzen te zijn". Degene die de ganzen bijeen had moeten drijven ontving desondanks 11.000 euro voor niet uitgevoerde vangacties. Het blijkt steeds opnieuw: op vele plekken waar de overheid heerst is integriteit een betekenisloos woord geworden. De goeden niet te na gesproken.

20 september 2015

In deze supernatte septembermaand moet je meteen elke droge dag te baat nemen om buiten iets te gaan doen. De nuttige website Buienradar geeft gelukkig precies aan wanneer dat kan. Dus snel op de fiets gestapt om een rondje in de omgeving te maken. Graag eindig ik met de weg die langs het Soerense Broek loopt, een natuurgebied in ontwikkeling dat vorige zomer werd uitgebreid met een toegevoegd stuk voormalig landbouwgebied. De bovenste vruchtbare laag werd eraf gehaald en sloten werden gedicht om vocht in het gebied terug te brengen.

Aan het eind van deze zomer is er van de kale bodem niets meer te zien. Allerlei pioniersplanten namen hun kansen waar en maakten er een groene vlakte van. In en bij de plassen die er ontstaan zitten vogels als aalscholvers, eenden, ganzen, kieviten en allerlei klein grut te poetsen en te foerageren. Er is altijd wel iets te zien. Hopelijk komt er in de toekomst een moment dat de wandelaar of fietser daadwerkelijk het gebied in mag. Nu kun je er alleen omheen rijden.

Door de vele regenval van de laatste weken is het gebied flink nat geworden. Inmiddels worden er steeds meer bijzondere planten gevonden die er ooit groeiden maar tientallen jaren niet meer aangetroffen doordat de grond intensief bemest werd voor agrarisch gebruik. Nu groeit er onder andere het zeldzame Teer guichelheil en werd deze zomer het vleesetende plantje Vetblad gezien. Een mooie opsteker voor Natuurmonumenten die hier bloemrijke graslanden wil terugbrengen. Wie is daar niet blij mee.

Natuurmonumenten maakt vooral veel gebruik van Galloways als maaimachines die het opkomende struikgewas te lijf moeten gaan. Hier liepen tot vorig jaar de mooie Brandrode runderen in het gebied. Die zie ik niet meer, wel dit soort dieren die de berkenopslag een kopje kleiner moeten maken. Ze lopen hier op een hoger stuk van het natuurgebied dat afgelopen zomer nog gemaaid werd omdat hier heide moet terugkomen. Mens en dier helpen zo het gestelde doel te bereiken. Welk koeienras dit is kon ik niet achterhalen, maar wat een verschil met hun zusters die als melkvee moeten opgroeien en met angstaanjagend grote uiers onder hun buik lopen. De koeien die in ons land worden ingezet voor begrazing worden beschouwd als gehouden dieren, hetgeen betekent dat ze oormerken moeten dragen en goed verzorgd worden, en tijdens de winter op stal staan.

In de bermen zie je nauwelijks nog bloemen staan maar de mooie hemelsblauwe wilde Cichorei houdt het nog even vol.  De wortels van de Cichorei werden in het verleden gebruikt om er surrogaatkoffie van te maken nadat Napoleon het continentale stelsel invoerde en door een economische blokkade o.a. Groot-Brittannië op de knieën probeerde te krijgen. Door het importverbod kwam er opeens geen koffie meer in het land en ging men zoeken naar alternatieven. In de Tweede Wereldoorlog maakten mensen dankbaar gebruik van de opgedane kennis en konden op die manier tenminste nog iets drinken dat enigszins op koffie leek. Een plant met een bijzondere geschiedenis dus.

19 september 2015

Het bos is bijna onbegaanbaar door de modder en de paden die vol plassen staan, mede dankzij de boswachter die er regelmatig overheen rijdt en diepe wielsporen in de bodem achterlaat. Maar ook de leemachtige bodem houdt het water tegen. Veel variatie bij dit natte weer heb ik dan ook niet te bieden, wel inmiddels nogal wat paddestoelen. Wat nu allemaal bovengronds staat zal de volgende maand nauwelijks nog te zien zijn want ook zwammen verschieten hun kruit. De bodem is zo nat dat zelfs de paddestoelen ten prooi vallen aan andere schimmels. Zo is deze gele russula bedekt met een bontjasje van ijle schimmeldraadjes.

Dit is zoals ik de Porseleinzwam (Oudemansiella mucida) graag zie: groeiend tegen een dode stam zodat je ze van onderaf kunt bekijken. De bovenkant van de hoed is glanzend wit als de paddestoel nog jong is en doet de naamgeving wel begrijpen. Maar pas wanneer je onder de hoedjes kunt kijken, doen ze echt denken aan teer porselein. Ze zijn nu volop te zien.

Dit jaar zijn er opvallend veel van deze paddestoelen te zien in het bos, echt overal staan ze. De Grauwe knolzwam (Amanita spissa) is familie van onder andere de Vliegenzwam (die ik tot nu toe pas eenmaal zag) en de beruchte, giftige Panteramaniet. Op de laatste lijkt de knolzwam veel. Het meest kenmerkende van de Grauwe knolzwam is dat het vlees niet verkleurt bij beschadiging. In een jong stadium heeft deze zwam een gegroefde manchet om de steel. Binnenkort nog meer zwammen, zoals mijn kleinzoon eens opmerkte: ze zijn de bloemen van het herfstbos. Daaraan voeg ik toe: en de laatste leuke vondsten voor het blad valt en alles kaal en stil wordt in het bos.

18 september 2015

Na een moeizaam opgeloste internetstoring vanwege verouderde buitenleidingen en kapotte verbindingen werkt in huis nu weer alle apparatuur naar behoren. Op zulke dagen realiseer je je hoe afhankelijk we zijn geworden van tv, telefoon, computer, eigenlijk schrikbarend. Ik reageer hier even op een bericht dat een lezeres in het dagboek plaatste. Ze schreef over haar Schijnaugurk die dit jaar vruchten droeg. Bij ons hangen ze ook aan de Akebia zoals de klimmer vaker genoemd wordt; de volle naam luidt Akebia quinata. Je leest vaak dat deze rankende plant tweehuizig is en dat je er dus twee moet planten om via kruisbestuiving vruchten te krijgen. Dat blijkt niet zo te zijn, want ik pootte er ooit slechts een en die draagt vruchten die eetbaar zijn maar naar niks smaken. In de omgeving is geen tweede plant te vinden.

De vruchten zijn spectaculair, tot tien centimeter groot en als ze rijp zijn springen ze open en worden de vele - hier nog omhulde -  zaden zichtbaar. Dat gebeurde vorig jaar na de lange en warme zomer. Dit jaar zullen ze niet rijpen, het is al te ver in de zomer en de langdurige warmte is nodig om de vruchten goed te laten ontwikkelen. Ik veronderstel dat niemand de Akebia plant vanwege de vruchten maar wel vanwege het aardige blad en het enorme klimvermogen. En niet te vergeten de heerlijke bloemengeur die in het voorjaar door de wind in zoete vlagen richting je neus geblazen wordt. Dan zie je ook de insecten "bij bosjes" rond de aparte paarse bloemen vliegen.

Spitsmuisjes hebben een enorm snelle verbranding die het nodig maakt dat ze heel veel moeten eten om het kacheltje brandend te houden. Nou, dat valt niet mee de laatste weken. Het regent zo vaak en zo veel dat menig spitsmuis er aan ten onder gaat. Ook vanmorgen vond ik weer een dood, nat en vermagerd muisje in de tuin. Vocht is misschien wel de grootste vijand van muizen.

15 september 2015

Dit is de vroege ochtend van vandaag: grauw zoals er in de komende seizoenen nog vele zullen volgen. Zij maken dat we in herfst en winter zo ontzettend blij worden van een heldere zonnige dag en daar zijn ze precies voor bedacht. Zodat we niet elke fijne dag als vanzelfsprekend zullen beschouwen maar ze ervaren als pure verwennerij.

Nee, dan de dag die gisteren was, een heftige strijd tussen blauwe lucht en dreigende wolken waarbij de regenlegers aan de lopende band werden aangevoerd, Heftig en spannend weer, geweldig om te zien. Als kind was ik al dol op het wolkenspel en dat ben ik nog steeds. Dit weer stuurt me steeds even buitenshuis om zoveel mogelijk van het spektakel te kunnen zien.

Wie het goed volgt ziet hoe hij er lol in heeft: Koning Herfst met zijn bulderende lach die onweer genoemd wordt. Hij rolt en rommelt door het zwerk en geniet van wat hij aanricht. Plensbuien laat hij op de aarde kletteren, bomen zwiepen heen en weer, bladeren vliegen door de lucht en bloemen buigen onder zijn geweld. Hij geniet! Je moet alleen goed kijken, anders mis je hem doordat hij snel voorbij drijft naar zijn volgende doel.

14 september 2015

Tijdens mij boswandeling liep ik een stukje over een geasfalteerd bospad waar om de paar meter wel een mestkever rondkroop. Op paden worden deze glanzende kevers heel vaak vertrapt door mensenvoeten. En op het geasfalteerde pad ook nog eens door fietsers die hier vaak rijden. Dus pakte ik ze een voor een op om ze weer in de begroeide berm te zetten. Niet dat dit erg zou helpen maar ja, een mens is soms een beetje te sentimenteel. Een mestkever die in een kledder vogelpoep zat trok mijn aandacht. Hij zat er wat vreemd bij, misschien al door een fietsband geraakt? Maar het bleek geen mestkever te zijn maar een Aaskever.

Het bleek de aaskever Silpha carnata te zijn. Zoals de naam al zegt zijn aaskevers insecten die dode dieren opruimen. Sommige soorten eten ook de larven op die bijvoorbeeld uit de eitjes van vliegen op een karkas kruipen. Deze S. carnata komt niet overal voor in ons land maar meer lokaal en is gebonden aan de oude bossen op de zand- en heidegronden. Ik vond het een weer aardige vondst.

Langs een ander bospad zag ik nog een in bloei gekomen zaailing van het Helmkruid staan. De laatste bloempjes aan de plant werden bezocht door een wesp. Straks gaat alles weer ten onder aan de seizoenen, zowel het helmkruid als de wesp. Maar voor komend nageslacht is al gezorgd door zaden en een bevruchte wespenkoningin. Een mooie eeuwige kringloop.

13 september 2015

Vanmorgen las ik in een van de kranten over paddestoelen die momenteel "als hete maïs uit de bodem poften". Nou, dat is nogal overdreven. Vannacht is er weer een enorme plens regen gevallen en paddestoelen houden wel van een stevige slok dus dat ze de koppen boven het maaiveld steken is absoluut waar. Erg veel zag ik er toch nog niet, het seizoen begint er wel aan te komen. Dit is de eerste Vliegenzwam die ik tegenkwam. Hij stond er nogal mal bij.

De achter- of beter gezegd de onderkant laat al zien wat de oorzaak was van het gekantelde hoedje. De slakken zijn weer volop bezig, ze zijn dol op de zwammen in het bos.

Elk najaar moet ik me weer opnieuw verdiepen in de wereld van de zwammen en dat valt niet mee. Ze lijken op elkaar en verschillen vaak net zoveel, ook al dragen ze dezelfde naam. De russula's zijn mooi gekleurde zwammen, groen, geel, rood en allerlei tussenkleuren. Dit lijkt me vanwege de roze kleur de Appelrussula (Russula paludosa). Alle russula's leven in symbiose met bomen en deze groeit bij voorkeur in oude bossen met veel naaldhout.

De Braakrussula (Russula emetica)  kan variëren in kleur, soms wat lichter en soms wat donkerder zijn. De hoed van de russula is enigszins bol als hij jong is en wijd uitgespreid als hij al wat ouder is. Witte steel, witte lamellen. Je ziet deze soort heel veel in het bos.

De Grote sponszwam (Sparassis crispa) is een makkelijke. Hij is eetbaar en hij ruikt aangenaam. Hij groeit bijna altijd aan de voet van een naaldboom. Het is een bijzonder kwetsbare soort, bij een fikse regenbui blijft er al snel weinig van over.

Deze Tijgerslak vond ik bij toeval doordat ik een stuk dood hout omkeerde. Dit is een bijzonder vraatzuchtig wezen dat er niet voor terugdeinst de grote oranje wegslak op te vreten als dat zo uitkomt. Op mijn volkstuin heb ik hem ook wel eens aangetroffen; gelukkig bleef dat bij een eenmalige vondst. Limax maximus is zijn Latijnse naam, ook heet hij wel Grote aardslak. Het is de grootste slak die wij in ons land kennen. De slakken houden er een bizar sexleven op na. Hier kun je het bekijken: https://vimeo.com/16731697

12 september 201

Gisteren was een dag om in te lijsten, voor mij in vele opzichten. Op zulke dagen houden geen tien paarden mij binnen, ik kan zo'n late zomerdag niet ongebruikt voorbij laten gaan en moet hem gewoon opslurpen. Iemand had mij verteld waar zij een boomkikkerbiotoop wist en daar wilde ik graag heen. Ter plekke zag ik ze niet tot mijn teleurstelling. Maar het geluk was met mij want in de buurt zat een fotografe die ik vroeg of zij de kikkertjes wist te zitten. Bereidwillig leidde ze me naar de plek waar ze zaten, lekker in de zon! Als plastic speelgoedbeestjes op de bramen.

De aardige fotografe bleek net als ik een natuurliefhebster in hart en ziel en enthousiast vertelde ze over dit gebied en wat er verderop allemaal aan natuurschoon lag. Zulke ontmoetingen zijn altijd heel plezierig, je voelt meteen dat je dezelfde passie deelt en dan komen de verhalen vanzelf. Niets is bijna fijner dan de natuur met elkaar te delen. Ze vertelde dat het geen goed boomkikkerjaar was, er waren er maar weinig terwijl het jaar ervoor hier wel "honderden kikkertjes zaten, soms op een rijtje naast elkaar". Wat moet dat geweldig zijn om te zien. Dat er nu zoveel minder kikkertjes zijn kan allerlei oorzaken hebben. Het koude voorjaar misschien, met nog lang gemene nachtvorsten, de brandnetels die de bramen aan het overwoekeren zijn, wellicht de vele algen in het water. Pas na een paar jaar kun je definitief vast stellen of de populatie achteruit gaat of dat dit gewoon een slecht boomkikkerjaar was.

Voor mij was het de eerste keer in mijn leven dat ik boomkikkerjets in levende lijve aanschouwde en ik ging helemaal plat voor ze. Wat een leuke aandoenlijke beestjes, slechts een paar centimter groot. Ze lijken instinctief zo op hun  schutkleur te vertrouwen dat je ze heel dicht kunt benaderen als ze op de braamtakken of -bladeren zitten te zonnen. Een argeloze voorbijganger zou het niet eens opvallen. Aan hun voetjes zitten zuignapjes die ze in staat stelt tegen de planten op te klimmen en zich stevig vast te "plakken". Het schijnt dat ze hun kleur enigszins kunnen aanpassen aan de ondergrond waarop ze zitten. Blij en gelukzalig ging ik met mijn foto's weer huiswaarts. Mijn dag kon niet meer stuk! Binnenkort trekken de kikkertjes zich voor overwintering terug tussen het strooisel op de bodem of in holletjes in de grond. Volgend jaar wil ik ze opnieuw gaan bekijken want ditmaal waren ze inactief en ik wil ook graag een keer die leuke pootjes zien als ze zich voortbewegen in de braamstruiken waar ze zich graag ophouden.

11 september 2015

Langs ons volkstuincomplex staat een prachtige rij oude Amerikaanse beuken. Gisteren bleek er opeens een tussenuit gehaald. Een enorme stam lag in stukken gezaagd op de bodem, dat is heftig om te zien, zo'n prachtige boom! Bij navraag bleek dat hij vanbinnen helemaal verrot was. Dat kun je aan de buitenkant niet zien maar dat er een enorme tak afbrak, die volgens de veller wel "een ton" had gewogen, was reden voor spoedig ingrijpen. Vanaf het bankje voor mijn schuurtje kijk ik nu opeens tegen een stuk blauwe lucht.

Op een paar bloemen die de Vlinderstruik nog in reserve had vliegen opeens veel vlinders. Vooral veel witjes die soms met z'n vieren baltsend rondvliegen. Maar ook een Atalanta en zelfs nog een Gehakkelde aurelia zag ik op de bloemen. Dankzij de laatste mooie dagen voor het weer volgens de berichten omslaat naar herfstachtig, kunnen we ook vandaag nog even van ze genieten.

De frambozen hebben het dit jaar slecht gedaan. Het koude voorjaar, de langdurige droogte, het waren slechte omstandigheden. Nu de grond weer vochtig is, groeien er wel weer wat vruchten maar veel zijn het er niet. Daarom gaan ze niet mee naar huis maar worden ze ter plekke opgepeuzeld door de tuinvrouw. Het fijne van herfstframbozen, wat deze zijn, is dat er geen larfjes inzitten. De kevertjes die vaak eitjes leggen in frambozen, vliegen namelijk niet meer in deze tijd van het jaar. Dat wil niet zeggen dat er niet veel mee-etertjes zijn die het op de frambozen voorzien hebben. Het zijn dan ook heerlijke zoete vruchten. Die insecten moet je maar even verjagen.

In het voorjaar kocht ik een rozenboogje dat voor een habbekrats werd aangeboden in een winkel die van alles verkoopt en die je in elke stad tegenkomt. Ik liet er op mijn volkstuin pronkbonen tegenaan groeien en een flessenpompoen. Eén enkele vrucht hangt er nu aan en ik vind het zonde die te plukken. Leuker is het om af te wachten en te zien hoever hij nog doorgroeit.

10 september 2015

Op dit moment heb ik de grootste ruzie met mijn computer die weigert te doen wat ik hem opdraag. Hij lijkt compleet het spoor bijster. Als alles verloopt naar planning krijg ik in het weekend een nieuwe, gebouwd door mijn eigen kleinzoon! Nu het buiten weer voor een paar dagen mooi en vriendelijk weer is, zie je meteen de insecten weer vliegen. Vlinders zijn er niet veel meer maar het Klein geaderd witje (Pieris napi) blijkt een volhouder en vliegt meestal tot half oktober. Witjes worden vaak over een kam geschoren maar het Klein geaderd witje vliegt in tegenstelling tot het Koolwitje niet op kolen, een vrees in de moestuinen. Kruisbloemigen hebben daarentegen de voorkeur, evenals Oost-Indische kers. De eitjes worden een voor een afgezet en de vlinders vliegen in drie generaties.

In de vijver zag ik dit kleine kevertje spartelen en toen ik het er uit schepte, bleek het een heel klein lieveheersbeestje te zijn van nog geen halve centimeter. Het is het Heidelieveheersbeestje (Chiloucorus bipustlatus). Het onfortuinlijke kevertje was vast en zeker door de harde wind van het heideveld dat hier ongeveer 150 meter vandaan ligt, naar onze tuin gestuwd. Omdat er maar geen beweging in kwam heb ik het een poosje in een doorzichtig doosje gezet en dat hielp. De weer opgewarmde kever kwam langzaam bij zijn positieven en vloog weer weg.

8 september 2015

Door alle regen van de afgelopen tijd zijn er grote plassen ontstaan in het bos en de leemachtige bodem verhindert dat het water snel de grond in zakt. Als het windstil is staan de naadbomen er in gespiegeld. Een heel mooi gezicht vindt ik dat altijd, de wereld op z'n kop.

Langs hetzelfde pad, waar twee jaar geleden flink gekapt is, zag ik de Karmozijnbes (Phytolacca ecinosa), een plant die ik nu voor het eerst in het bos zag. De vogels zijn er debet aan. Het bijzondere aan deze plant is dat de bloemen geen echte kroon of kelk hebben en dan spreken we van een bloemdek. Komt er  eenmaal een zaadje in je tuin terecht dan moet je weten dat dit uiteindelijk uitgroeit tot een plant dat een dik wortelstelsel ontwikkelt waardoor hij niet zo makkelijk uit te graven is. De zaden, onrijpe bessen en wortelstokken zijn giftig. Maar mooi is hij wel natuurlijk.

Het leuke van digitaal opgenomen foto's is dat je menig keer pas ontdekt dat er veel meer op een foto staat dat je verwachtte als je je foto's op de computer gezet hebt. Eenmaal op het scherm zag ik dat tussen de bessen van de plant een lieveheersbeestje kroop en onderaan een vlieg zat.

De Reuzen springbalsemien behoort tot de familie Impatiens en is feitelijk een exoot die hier evenwel al sinds 1850 in ons land groeit. Oorspronkelijke groeiplaats is de Himalaya. Ooit hadden we hem in de tuin maar omdat de zaden meters in het rondvliegen en de plant zich nogal agressief verspreidt, hebben we hem verbannen. In het bos groeit deze balsemien ook.

De veel kleinere Tweekleurige balsemien (Impatiens balfourii) mag wel een plekje zoeken in onze tuin. Blad en bloemen zijn veel eleganter en de bloemen worden (net als de grotere) druk bezocht door onder andere bijen. Ook deze zaait zich enthousiast uit maar als ze opkomen zijn ze zeer makkelijk uit te trekken. Ik geloof niet dat deze soort in de vrije natuur te vinden is. Het plezierige van dit plantje is dat het overal groeit, zowel in de zon als in de schaduw. In de nazomer zou je wat zaad kunnen plukken en uitstrooien waar je ze hebben wilt, de natuur doet de rest.

7 september 2015

De Lampionplanten in mijn volkstuin staan er weer fraai bij. Omdat het zo'n woekeraar is trek ik hem nog wel eens uit maar er komen altijd een stuk verder weer nieuwe uit de grond. In een pot schijn je hem niet te kunnen houden omdat hij voortdurend op zoek is naar bepaalde voedingsstoffen die de plant alleen vindt als hij nieuwe grond aanboort. Dat is me tenminste wel eens verteld. De lampionnetjes bewaar ik sommige jaren voor de kerstdagen en doe ze dan om de lampjes in een lichtketting, wat heel leuk staat. Laat je ze buiten staan dan blijft er een heel teer restant over van nerven die een oranje zaad omhullen.

Op een in de vijver gewaaid herfstblad zit een piepjong kikkertje dat nog maar net het waterleven heeft verruild voor de open lucht. Het lijkt verbaasd de nieuwe indrukken in zich op te nemen. In sommige jaren gebeurt het wel dat de dikkoppen die uit het voorjaarsdril kwamen, niet hard genoeg kunnen groeien om voor de herfst de metamorfose naar volwassen kikker door te maken. De watertemperatuur is daarbij deels bepalend maar ook het beschikbare voedsel. Volgend voorjaar komt dat dan alsnog in orde.

6 september 2015

In de afgelopen week kreeg ik veel vragen over Bengel; menigeen was benieuwd of ik reacties gekregen had over mijn column waarin ik pleitte voor een nieuw thuis voor deze leuke kat. Maar helaas, ik moet negatief antwoorden. Ik had zo gehoopt iemand te vinden die Bengel in huis zou willen nemen, te meer daar hij een lot uit de loterij is voor kattenliefhebbers. Hoe het nu verder gaat met de kater en of hij al dan niet in het asiel of elders zal belanden, ik kan het niet vertellen.

Ik hoorde vanmorgen iemand opmerken dat hij zo blij was dat de eerste herfstverschijnselen zijn favoriete seizoen weer inluiden. Ik kan mij daar werkelijk niet in verplaatsen al begrijp ik natuurlijk best dat er mensen zijn die van andere seizoenen houden dan ik. Het weer van de afgelopen week deprimeerde me, en toen ook twee dagen het internet eruit lag was dat de bekende druppel. Het vereiste een complete en abrupte omschakeling naar andere bezigheden en daar houd ik niet van, zeker niet op het einde van de zomer.

Je in een regenjas hullen en de natuur intrekken kun je natuurlijk best doen maar veel levert dat bij al die regenval natuurlijk ook niet op.  Oude en jonge huisjesslakken hebben de onhebbelijke gewoonte tegen de ramen op te kruipen en een slijmspoor achter te laten dat meteen weer om verwijderen vraagt, zo glijden ze als een kip zonder kop over het glas, maken daar een vieze landkaart, om zich tenslotte te laten vallen als dat uiteindelijk tot niets blijkt te leiden.

Omdat lieve mensen me verwenden met mooie boeketten zocht ik in de kelderkast naar de juiste vazen. In een daarvan huisde een hele familie zilvervis. Ik zie echter absoluut geen noodzaak om met deze diertjes veel compassie te hebben en schudde de vaas meedogenloos leeg op het natte terras, waarbij ik dan weer wel zo vals was om te gaan zitten kijken hoe ze zich daar zouden gaan gedragen. Het viel me daarbij op dat ze allemaal bleek van kleur waren. Zilvervisjes zijn lastpakken die  het licht schuwen maar blijkbaar zijn er toch omstandigheden die maken dat ze zo kleurloos worden als dieren in een onderaardse grot waar werkelijk alle licht ontbreekt. Ik verbeeldde me dat het zilvervisje dat hier in het volle licht in de tuin ligt, mij verwijtend aankeek......

3 september 2015

De gemeente waar ik woon telt zeven dorpen en er zijn derhalve heel wat begraafplaatsen. Een deel daarvan ligt aan de randen van het bos waar allerlei wild rondloopt. Op een van die begraafplaatsen moest drie jaar geleden tot veler spijt een mooi reebokje worden afgeschoten omdat het de verse grafkransen oppeuzelde. Momenteel loopt er een everzwijn rond dat de bodem  loswoelt op zoek naar voedsel. Dat kan natuurlijk al helemaal niet. Er werd dus een ontheffing van de flora- en faunawet aangevraagd om het dier naar zijn eigen eeuwige jachtveld te sturen. Daarover stelde een Statenlid van de Partij voor de Dieren vragen: kan dat niet anders, kan het zwijn niet gevangen worden met behulp van een vangkooi? Hoewel ik met deze partij sympathiseer omdat die zich zeer inspant ten behoeve van dieren en hun welzijn, en ook al veel op dit gebied bereikt heeft, moest ik nu toch wel even de wenkbrauwen fronsen! In de bossen om ons heen worden weer dagelijks zwijnen geschoten in een eeuwigdurende poging het bestand te verkleinen, en dan moest voor dit ene grensoverschrijdende zwijn een vangkooi komen? Enfin, bij de gemeente besloten ze maar om een nieuw hek te plaatsen dat het wild definitief weg zal houden van deze plek waar het niet hoort. Verstandig besluit.

Omdat ik er toch langs kwam, stapte ik even af van mijn fiets om een rondje over de nieuwe natuurbegraafplek in mijn dorp te lopen. Die komen er meer en meer in het land, veel mensen spreekt het aan om na hun leven in de natuur op te gaan. Slechts een boomschijf mag er liggen als herkenningspunt. Er groeien onder andere veel Rhododendrons en ik speurde ze af om te zien of er nog cicaden op zaten. Dat bleek het geval. Het zijn zulke grappige insecten! Ze kunnen springen als de beste en als ze beweging zien, kruipen ze achter het blad. Je moet ze dus heel langzaam benaderen.

Allerlei insecten zien er prachtig uit. Kijk nou toch eens hoe mooi zo'n Rhododendroncicade getekend is. En waarvoor? Het lijkt geen enkel doel te dienen. Wie weet werd het ooit eens bedacht om natuurliefhebbers die er oog voor hebben te verrassen. Het is in elk geval leuk om dat te geloven.

Op begraafplaatsen vind je ook vaak mooie paddestoelen. Ik zag er deze Berkenboleet (Boletus scaber). In onze berkenrijke omgeving is dit een algemeen voorkomende zwam. Hij is te zien tot aan het begin van de herfst.

2 september 2015

Op dezelfde Beuk en op dezelfde plek onderaan de stam verscheen weer een jonge mooie Biefstukzwam (Fistulina hepatica). De zon scheen precies op zijn hoed en hij zag er werkelijk prachtig uit. Deze zwam groeit op levende loofbomen maar ook op stronken, en dan weer vooral op die van de Eik. In het jonge stadium scheidt de zwam bloedrode druppels uit. Dus moet ik nog een keer terug om dat te zien.

Ik kan het niet nalaten elk jaar terug te gaan naar de plek waar ik ooit een overvloed vond van de Gekraagde aardster. Het was indertijd een opzienbarende vondst. Maar helaas zijn die mooie buikzwammen verdwenen. Je vraagt je soms af hoe dat kan maar een mens heeft geen idee van wat er allemaal vanuit de lucht op de bodem neerdaalt. En al die neerslag verandert soms de bodem zodanig dat het ene organisme gaat en een ander er weer komt. Zoals deze Gewimperde aardster (Geastrum fimbriatum). Na een hele poos niets, nu voor het tweede jaar slechts een enkel exemplaar. Dit zijn kalkminnende soorten; zal ik eens wat.......? De Gewimperde aardster gaat achteruit in ons land en staat inmiddels op de Rode Lijst.

In het voorjaar kreeg ik een plantje van iemand dat vroeger Gerbera heette. Maar dat was een mooie maar ook lastige bloem. Er moest een ijzerdraadje in en omheen om de steel rechtop te houden en je zag hem uitsluitend in boeketten. Maar kwekers zijn vindingrijk en hebben net zo lang aan de Gerbera geknutseld tot het nu een laagblijvende plant is die je goed in je tuin kunt zetten en die telkens nieuwe bloemen produceert. Natuurlijk hangt er een nieuw naamkaartje aan maar dat ben ik kwijt. Het zijn heel mooie en smaakvolle bloemen.

Ook een cadeautje, deze grootbloemige Ipomea. Ik kreeg hem van een tuinclubmaatje en pas een week geleden kwam hij in bloei. Elk jaar zaai ik van alles en nog wat en het was opvallend hoe slecht veel van die plantjes aan het groeien kwamen. Ook is bij diverse soorten de bloei veel later dan in andere jaren. Het zal wel aan deze uiterst merkwaardige zomer liggen.

1 september 2015

De nieuwe maand begint met een hoop regengeweld. Tsjonge wat een plens is hier gevallen. En wat een geweld waarmee het gepaard ging; het bliksemgeschicht gunde zich geen seconde rust. Voor het gistermorgen weer te benauwd werd, dook ik het bos maar even in waar het overigens net zo klam en warm was als daarbuiten. De man van de hondenuitlaatservice liep er ook en met bewondering zie ik altijd hoe die  hele meute hem gedwee volgt; groot en heel klein, alles loopt onaangelijnd in zijn kielzog. Maar elke plas was voor de honden een uitdaging, ze doken er in en hadden de grootste lol. Het viel me op dat boven al die waterplasjes heel veel libellen vlogen. Overal de glazenmakers en ook de bruinrode heidelibellen, al dan niet gepaard.

In het bos vloog ook een verse Atalanta (Vanessa atalanta) maar wat die op de bodem aan het doen was, werd me niet duidelijk. Als het kouder wordt, zal hij naar het zuiden trekken want in geen enkel stadium is hij bestand tegen ons winterklimaat. Eigenlijk is het een wonder dat wij hem in het voorjaar weer zien, als hij de trektocht vanuit Zuid-Europa naar Nederland weer volbracht heeft. Niet alle exemplaren spelen dat klaar maar doordat de vlinder meteen weer begint met eitjes leggen kunnen wij in de maanden juli en augustus de eerste generatie weer zien vliegen. Wat vanaf nu tot in oktober vliegt zijn alweer  de nakomelingen van de zomergeneratie. Bekijk ze maar met ontzag want dat verdienen ze, en plant vooral veel herfstbloeiers in de tuin zodat ze straks in goede staat aan  hun reis kunnen gaan beginnen!

Tja, ze ontkomen er niet aan. De bomen moeten binnenkort weer aan de slag met het afwerpen van hun blad en de voorbereidingen daarvan. Ik zag deze verkleurde blaadjes aan een Prunus Trailblazer die aan de bosrand staat maar het lijkt me eerder een of andere aantasting dan een geval van  herfstverkleuring. Maar wel mooi.

31 augustus 2015

Het is midden in de nacht, de lichten aan het firmament gaan onophoudelijk aan en uit, de wolken spelen spelletjes met de maan en ik kan niet slapen. Een kat houdt mij uit de slaap, eentje die niet van mij is maar.......... lees verder.......

29 augustus 2015

Dit vindt ik wel zo'n bizar insect, het is de Schorpioenvlieg (Panorpa communis). Het opvallends is de lange zuigsnuit en het mannelijke achterkantje. Je zou al snel veronderstellen dat het juist een vrouwtje is met een legboor maar het is bedoeld om vrouwtjes mee vast te pakken voor een paring. De schorpioenvlieg kent een lang en interessant verleden. Nu zuigen deze insecten nectar uit de bloemplanten maar in het aardse tijdperk dat we Jura noemen (160 miljoen jaar geleden) waren en nog geen bloemplanten maar wel eerdere uitgaven van de schorpioenvlieg. Die zogen toen nectar uit varens en coniferen. Het werd ontdekt door onderzoek naar fossielen. Insecten en planten zijn natuurlijk niet meer dezelfde als uit dat verre verleden; de evolutie heeft ze veranderd en aangepast voor de huidige leef- en groeiwijzen.

Dit vlindertje valt meteen op vanwege de vorm en tekening. Het is de dagactieve spanner genaamd Lieveling (Timandra comae). De kleur op mijn foto is niet zo geslaagd, ik moest hem achtervolgen om hem te kunnen vastleggen want het is een soort die je meestal pas ziet als je hem door benadering verstoort en hij dan opvliegt om snel ergens anders tussen de lage vegetatie te kruipen. De dwarslijn in het midden was donkerrood, hetgeen hem in het Engels de toepasselijke naam "Bloodvain" oplevert. Onder langs de vleugels loopt ook nog een teer rood randje. Hoe ouder de vlinder wordt, des te meer het rood verandert naar bruin. De vlinder vliegt nog tot halverwege de volgende maand en is veel aan te treffen in bosrijke gebieden en tuinen.

Als je een volkstuin hebt, zie je nu overal pompoenen verschijnen. Grote, kleine, allerlei vormen die momenteel liggen te rijpen en te kleuren in de zon. Je kunt ze gebruiken in gerechten maar ook voor de sier. Ik koop zelf nooit zaden want een pompoenplant vraagt een groot stuk grond en daarom zie ik ze liever bij een ander. Af en toe krijg ik toch een plantje aangeboden en zo kom ik aan leuke egaal groene pompoentjes en een grote oranje. Ik laat hem lekker liggen en ben benieuwd hoe groot hij uiteindelijk zal worden.

27 augustus 2015

Jonge roodborsten zijn over het algemeen zeer aansprekend. Ze gedragen zich vertrouwelijk jegens de mens en komen vaak heel dichtbij. Ik kwam er een tegen in het bos; van de grond vloog hij naar een boompje en ging mij vrijmoedig zitten aankijken. Heel langzaam liep ik in zijn richting tot ik een meter van hem vandaan stond. Zo lief!  Op zulke momenten denk ik wel eens aan Eva in het paradijs die alles verknalde voor ons, het nageslacht. Ik zou nooit zo suf zijn geweest mij door een slang te laten verleiden want wat had ze niet om zich heen! Alles wat haar hartje begeerde, tot een leuke vent die zich nota bene welwillend een rib uit zijn lijf liet nemen waaruit Eva gecreëerd werd. En overal lekkere vruchten die ze mocht plukken, en tamme dieren die haar omringden, leeuwen, olifanten, leuke kleine zoogdiertjes die zich lieten aaien. Maar nee hoor, ze moest zo nodig die ene verboden appel plukken! Arme Adam die er de dupe van werd, meteen zijn biezen moest pakken en uit het paradijs verdreven werd. Foto: Helaas kon mijn camera door al dat groen niet voldoende scherp stellen.

Of we het willen of niet, langzaam sluipen de eerste herfstverschijnselen het bos in. Dit is nog een mooi stukje vol groene varens maar op allerlei plekken zie je ze al bruin worden. Zwijnen zijn dol op varens, ze kruipen eronder en gaan er ongestoord onder liggen slapen. Ik stel me altijd voor dat zich van alles onder die groene hemel afspeelt waar een mens geen weet van heeft.

Het bos doet soms rare dingen met een mens, doet je denken dat je aan zinsbegoocheling lijdt. Kom je er tijdens een sombere dag dan staat vriend haas op je te wachten.

Kom je er een dag later, wanneer de zon de dag oplicht, dan blijkt er opeens een madonna op die plaats te staan die haar armen liefdevol naar je uitstrekt. Je moet het maar nemen zoals het komt!

26 augustus 2015

Het wordt een ongelooflijk kruisspinnenjaar! Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zoveel bewoonde spinnenwebben in de tuin heb zien hangen. Tussen de planten en de struiken, soms pal naast of voor elkaar. Een ongewoon groot aantal vrouwelijke kruisspinnetjes is bezig als een razende te groeien om in de komende herfst het kroost te kunnen produceren. Daarvoor moeten heel veel prooien gevangen en leeggezogen worden. In een hoekje van de tuin zag ik een al volgroeid exemplaar dat bezig was een nachtvlinder uit te zuigen. Stel je voor hoe al die spinnenwebben er uit zullen zien als later in het jaar nachten gevolgd zullen worden door ochtenddauw. Snel dus nog maar een keer de ramen zemen en de webben laten hangen in afwachting van wat komen gaat.

Terwijl ik in de volkstuin aan het wieden was zag ik opeens een minuscuul vliegje op een blad van de pompoen. Het viel me op omdat het een knalrood achterlijf leek te hebben. Maar op de computer zag ik dat hier iets geheel anders aan de hand was. Het vliegje van maar een paar millimeter had meelifters op zijn lijf. Twee knoeperds van mijten hadden zich vastgezet op zijn achterlijf en die waren zo groot dat het vliegje niet eens meer de vleugels dicht kon vouwen.
Mijten vormen een enorm grote groep van allerlei soorten die er een eigen leefwijze op nahouden. Een groot deel leeft in de bodem, op een vierkante meter kunnen er vele duizenden leven. Sommige mijten parasiteren door te zuigen, te steken of te zagen in de huid van hun slachtoffers. Andere soorten voeden zich met wat ze in de bodem vinden. Vaak wordt een ander dier gebruikt als kruiwagen. De mijten hechten zich er aan vast en laten zich op een andere plek weer vallen. Hopelijk kan dit vliegje zijn zware last snel ergens dumpen.

Dit is de tijd in het jaar dat de volkstuin weer steeds leger wordt. Bij mij worden de lege plekken niet opgevuld met rijen boerenkool want daar houdt ik niet van. Ik voer weer de eeuwige strijd tegen het kweekgras dat maar niet uit te roeien is en maak de grond schoon zodat ik volgend voorjaar weer met meer plezier aan de slag ga. En precies als de laatste sperzieboontjes geplukt zijn verschijnen weer nieuwe bloemen aan mijn roos Zéphérine Drouhin, een makkelijker roos kun je je niet wensen. Deze zomer had zij het zwaar met al die droogte maar als een teken van optimisme begint ze nu weer gewoon opnieuw. Ik moet er maar een voorbeeld aan nemen!

25 augustus 2015

Als een wild zwijn er in slaagt de kogel te ontlopen, kan het best tien jaar worden maar dan is het wel een bejaard beestje geworden. In mijn wandelbos lopen zulke dieren rond en een daarvan viel afgelopen weekend een akeligste dood ten deel. Een wandelaarster ontdekte een bewegend staartje tussen de begroeiing en ging kijken wat daar lag. Het bleek een uitgemergeld stervend zwijn te zijn dat machteloos nog wat met zijn poten zwaaide maar niet meer overeind kon komen. Terwijl ze daar stond te kijken trok dat de aandacht van andere wandelaars die uit pure nieuwsgierigheid dichterbij kwamen. Uiteindelijk verzamelde zich bij het slachtoffer een groepje mensen, sommigen met honden. Het moet een uiterst nare dood zijn geweest voor het onfortuinlijke zwijn. Over zulke dingen maken ik mij erg boos. Waarom kunnen mensen het respect niet opbrengen zich terughoudend op te stellen in zo'n geval en een stervend dier met rust te laten in plaats van er met z'n allen uit een naar soort sensatie met honden en al bij te gaan staan. Kom je vaak in hetzelfde bos, stop dan het nummer van de boswachter bij je zodat je altijd assistentie kunt inschakelen mocht dat nodig zijn. Boswachters hebben het zwijn na een informerend mailtje gezocht en gevonden, het was inmiddels dood. Het ging om een hoogbejaarde keiler van ruim 10 jaar. Het magere dier was al eerder door wandelaars gespot.

24 augustus 2015

In het bos kroop een jonge Ringslag (Natrix natrix) over het pad, niet meer dan een centimeter of twintig, nog maar pas uit het ei. Ze kunnen zich ondanks een afwezigheid van pootjes razendsnel voortbewegen. Het lijkt verbazingwekkend dergelijke slangetjes in het bos tegen te komen maar in een nog heel jeugdig stadium zijn ze nog niet geschikt voor een leven in het water. Hun ademhalingsysteem is daarvoor nog niet geschikt. De jonge slangetjes groeien zo'n 10 cm per jaar en pas na 4 jaar is het vrouwtje geslachtsrijp. De ringslang legt haar twintig tot dertig eieren in compostkopen, mestvaalten of andere hopen waar broei ontstaat. De warmte in de hopen is nodig voor het ontwikkelen van de eieren. De uiteindelijke lengte van het vrouwtje wordt gemiddeld een meter, het mannetje is wat kleiner, maar de afmeting kan nogal variëren. Ik vraag me altijd wel af waar de jonge slangetjes geboren werden. Ik vind ze soms een behoorlijk eind in het bos.

Jonge ringslangetjes voeden zich met regenwormen, naaktslakken en insecten. Volwassen ringslangen houden zich op bij of in het water en jagen daar op waterinsecten, salamanders en kikkers.  Bij een volwassen exemplaar (deze zwom in onze vijver) zijn kleur en tekening uitgekleurd maar ze kunnen ook veel donkerder zijn, grijs of bruin. In deze periode van het jaar  - eind augustus/ begin september) worden de jonge ringslangen gezien. Ringslangen zijn volkomen ongevaarlijk! Ze zijn goed herkenbaar aan de gele vlekken achter de kop.

Toen ik stond te kijken bij de Guldenroede om te zien wat er al niet in rondkroop, ontdekte ik dit kleine wantsje dat geen Nederlandse naam heeft. Het is Pantilius tunicatis, een heel mooi klein blindwantsje - familie Miridae - dat pas later in de zomer te zien is.
Correctie: het blijkt de Rode halsbandwants (Deraeocorus rubus), zo werd mij door een deskundige gemeld.

23 augustus 2015

Zaterdagmorgen beloofde een hete dag te worden volgens de weerexperts dus besloot ik in de vroege ochtend maar weer eens het bos in te gaan. Dat had ik al een poosje niet meer gedaan. Mijn oog viel al snel op een boomstam die er vochtig en in staat van verval op de bodem lag. Daar maakte ik deze opname van het IJsvingertje (Septico fulico). Slijmzwammen blijven tot op heden min of meer geheimzinnig en onderzoekers zijn er nog steeds niet helemaal uit hoe het organisme functioneert, al zijn ze aardig op weg het geheim te ontrafelen.

Dit is ook een mooi exemplaar. In werkelijkheid zijn de vingertjes maar piepklein, op een foto kun je dat natuurlijk uitvergroten waardoor ze prachtig zichtbaar worden. Dacht men vroeger dat het hier ging om een soort schimmel, tegenwoordig weet men dat dit niet zo is. Het is een  amoebeachtig eencellig organisme zonder hersenvermogen dat evenwel toch in staat is zich voort te bewegen op zoek naar voedsel. Er zijn twee stadia: het eerste dat beweeglijk is, en het tweede waarin de afzonderlijke cellen samensmelten tot een vast lichaam dat plasmodium heet en waarin de sporen groeien. Slijmzwammen zijn er in allerlei vormen en kleuren.

Het bos weet wel raad met de overvloedige regen van een paar dagen geleden en meteen verschijnen er allerlei soorten paddestoelen. Zelden kom je een zwam tegen die onaangetast is want allerlei wezens zijn er als de kippen bij ze aan te vreten.

Een goed voorbeeld is deze russulasoort die al heel wat te verduren heeft gehad in z'n kortstondige bovengrondse leventje. Slakken zijn dol op paddestoelen, net als mestkevers, vliegjes, tot zwijnen aan toe. Ik zag al heel wat soorten staan in het bos maar ik ga er niet verder mee aan de slag. Nog niet tenminste, het is me al te herfstachtig. En we hebben vanaf vandaag toch echt nog precies een hele maand zomer. En die wil ik graag nog even vasthouden ook. Maar of ik dat vol zal kunnen houden, de tijd zal het leren.

22 augustus 2015

Momenteel vliegen er veel kleine wespen rond die op fruit of zoetigheid afkomen. Een Gewone wesp (Vespula vulgaris) meet zeven tot tien millimeter. De nesten van deze soort zijn altijd behoorlijk groot en als de werksters aan het eind van het seizoen klaar zijn met de verzorging van larven en koningin gaan ze "de hort op" om zichzelf eens te verwennen. Dat is de korte tijd dat wij ze ervaren als lastig en onaangenaam. De werkster is verhoudingsgewijs aanzienlijk kleiner dan de mannelijke wespen en dat kun je goed zien op deze foto waarvoor ik ter vergelijking een euromunt naast zo'n werkster gelegd heb. Mijn appeltje eet ik verder binnen wel op en laat de schillen aan de wespjes als beloning voor hun nijverige arbeid. Binnenkort zullen ze het loodje leggen; ze overleven de winter niet en dat is hun lot. De bevruchte koningin zoekt een plekje om de winter te overleven en in het voorjaar een nieuwe groep te stichten.

Toch vliegen ze ook nog op bloemen, hoe kan dat dat? Dit is een prachtige vorm van misleiding, mimicry genaamd. Door je voor te doen als een wesp maar het niet te zijn, ben je een stuk veiliger voor andere insecten die je zouden willen vangen. Het bontjasje op de rug van het borststuk laat echter meteen al zien dat het hier om een kleine wilde bij gaat. Haar buik zit helemaal vol met stuifmeel en in de Kogeldistel vindt ze nog meer. Wilde bijen zijn zeer belangrijk voor de bestuiving van planten dus zeer nuttige diertjes. Wespen zijn dat ook, ze vangen heel veel insecten waar wij ook al een hekel aan hebben zoals vliegen, langpootmuggen, steekmuggen enzovoort. Denk daar dus ook maar even aan als je de neiging krijgt tot verdelging over te gaan.

21 augustus 2015

Guldenroede (Solidago vigaurea) is bij uitstek de augustusplant. Met een knallend geel luidt hij de maand uit. Het is een geweldige insectenplant en op mijn volkstuin alsook in onze tuin staat altijd een flinke pol te schitteren. Niet iedereen is ervan gecharmeerd, sommigen vinden de plant meer thuishoren tussen de onkruiden buiten de tuin. Aan Guldenroede worden zoveel genezende krachten toegeschreven dat het de spuitgaten uitloopt. In ons land komen de Echte, Late en Canadese guldenroede voor. Dit is de echte.

Zitten op de Guldenroede vooral bijen, hommels en zweefvliegen, mijn veldje Zinnia op de volkstuin is favoriet bij de Distelvlinder (Vanessa cardui). Het vlinderseizoen loopt langzamerhand op z'n eind en de Distelvlinder vliegt nog een week of twee. Het insect wordt nog veel gezien. Er is geen specifieke plant waar je hem op kunt vinden, maar distelsoorten, grote brandnetel, en allerlei kruidachtige planten zijn altijd in trek. De Distelvlinder kan bij ons niet overleven en trekt binnenkort naar de landen rond de Middellandse zee. Ik vind het altijd weer wonderbaarlijk hoe zo'n klein insect dat kan klaarspelen.

Tot voor kort hadden wij nauwelijks last van wespen maar nu zijn ze er des te meer. Schil buiten een appeltje en je begrijpt niet hoe snel ze overal vandaan komen. Ik las een leuke tip om ze van de tuintafel te verjagen: schaaltje gemalen koffie neerzetten en in brand steken. De geur bevalt de wespen niet en ze blijven weg. Nou, de moeite waard om te proberen want de zomer biedt nog een paar dagen de gelegenheid 's avonds buiten de maaltijd te nuttigen. Die nare wespenvallen komen er bij ons niet aan te pas. Ik vind ze vreselijk!

20 augustus 2015

Behalve een splinternieuwe pont die ons naar de overkant van de IJssel brengt, heeft mijn dorp nu ook een aanlegplek voor een toeristenschip waarmee in de zomermaanden tussen Zutphen en Arnhem gevaren wordt. Leuk idee om eens een keer via het water naar een plaats in de buurt te gaan om per fiets weer terug te peddelen. Want die fiets mag mee!

Niet ver van de pont groeit in de berm het Zeepkruid (Saponaria officinalis). Hoewel het geen zeldzame plant is en algemeen schijnt voor te komen, zie ik hem hier toch niet zo vaak. Zoals de naam al suggereert werd en wordt de plant gebruikt voor zeperige doeleinden. Als je wat blad van de plant in een kom met water doet en het blad flink kneust, ontstaat er een vettig sopje. Je handen worden er heerlijk zacht van, en als je er een wollen kledingstuk in wast en slechts eenmaal spoelt, krijg je eenzelfde resultaat.

Ook al is het niet warm, koeien zie je vaak onder de bomen staan; als die er tenminste zijn. Dat is eigenlijk geen wonder want een koe verdraagt geen warm weer en voelt zich het best bij een temperatuur tot 18 graden Celsius. Koeien kunnen hun warmte niet goed via hun huid kwijtraken en hebben het echt heel slecht bij hoge temperaturen als ze in de brandende zon op het weiland moeten staan. Elk weiland waar vee loopt, zou schaduwrijke plekken moeten hebben; het zou zelfs verplicht moeten zijn. Koeien die in de brandende zon staan te lijden, ondervinden in feite een vorm van mishandeling.

19 augustus 2015

Na drie dagen nattigheid was het weer gelukkig vandaag weer uitnodigend. Op de fiets dus en weer eens over de dijk langs de IJssel. Het is daar verademend stil, alleen vogelgeluiden zijn er te horen en je komt slechts wat passerende fietsers tegen. Opvallend groene en lege weilanden kwamen we tegen, slechts één stuk waar koeien liepen. En wat is dat toch oer Hollands, het coulisselandschap met grazende en herkauwende koeien. Je zou het toch niet willen missen!

De vistrap bij het gemaal De Grote beek, bij Bronckhorst is inmiddels gerealiseerd. Vorig jaar begon men met de aanleg. Vissen zijn gewoon om tegen de tijd dat ze gaan paaien, vanuit de rivier zijbeken in te zwemmen. Mensen hebben met sluizen, gemalen, stuwen enzovoort allerlei onneembare barrières geschapen waardoor de vissen in hun gedrag belemmerd werden. Vistrappen maken het de vissen mogelijk de beken op te zwemmen. Dit voorjaar werden hier vissen van een zendertje voorzien om hun trekgedrag na te gaan.

Deze eenzame plant Jakobskruiskruid staat model voor hoe hier de dijkhellingen erbij liggen. Egaal en bloemloos. Agrariërs zijn zo panisch voor het overwaaien van ongewenste plantenzaden dat het waterschap ze een handje helpt door de boel telkens kaal te maaien. Af en toe stel ik me al fietsend voor hoe het zou zijn geweest in de tijden waarin J. P. Thijsse  zijn bloemrijke betogen enthousiast in boeken neerschreef....

Op het Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) zie je altijd insecten. Het behoort tot de planten die de meeste beestjes lokken en daarom is het zo jammer dat het te pas en te onpas bestreden wordt; zelfs op plaatsen waar het totaal geen kwaad kan. Meer dan 120 insecten en lagere organismen zijn afhankelijk van de plant. Behalve dat is het een prachtige plant die het landschap siert met zijn vele heldergele bloemen.

17 augustus 2015

Regelmatig erger ik mij aan de weersvoorspellingen die nooit lijken uit te komen. Eigenlijk moet je spreken over weersverwachtingen, zeggen de deskundigen om zich enigszins in te dekken. De beloofde mooie zomerweek wordt met elke dag korter, zelfs per halve dag. Vanmiddag om 13.00 uur heette het dat het morgen "minder nat" zou zijn en de rest van de week "overwegend droog". Hoe kan het toch telkens ondanks al die geavanceerde apparatuur zo slecht kloppen, denk je dan. Hier in het oosten van het land regent het al voor de tweede dag onophoudelijk en inmiddels is er een immense plens naar beneden gekomen. De waterschaal die ik buiten zette om te zien hoeveel de neerslag zou bedragen, loopt de hele morgen al over. Het is prima voor de natuur en voor de verandering hoort niemand mij dan ook klagen.

Op 4 augustus schreef ik over de wonderschone Pavoniabloemen die dit jaar in onze tuin staan. In een pot, welteverstaan, want hoe groot de tuin ook zou zijn, voor mijn plantenpassie zou hij altijd te klein zijn. Inmiddels verschenen er ook rode exemplaren. Het moet toch een prachtig gezicht zijn deze bloemen in overvloed in het wild aan te treffen in de landen waar ze thuishoren: Mexico, Guatemala, El Salvador en Honduras. Elke steel produceert om de dag een bloem, totaal zes stuks. Omdat de stelen niet allemaal tegelijk in bloei komen, heb je er lang plezier van.

Tijdens deze kleddernatte dagen blijkt wel dat deze bloemen in ons klimaat niet passen. Bij regen krijgen ze meteen lelijke vlekken en verschijnt en klappen de bloemen voorover uit de stengel. Ik vraag me af of ze dat op deze rigoureuze manier doen om hun kostbare nectar veilig te stellen. Waarom zouden ze anders volledig ondersteboven gaan hangen. De bolletjes zijn ook niet winterhard maar je kunt ze goed laten overwinteren. Zelfs de zaden (die in nog niet heb zien verschijnen) blijken in het eerste jaar al bloemen te geven. Ik ga het allemaal proberen. De volledige naam van dit mooie gewas is Trigidia pavonia, familie Lissen.

16 augustus 2015

De natuur slaakt even een zucht van verlichting. Geen brandende zon, geen verzengende hitte maar een paar heerlijk koele dagen en malse regentjes. Dat is ook wel weer even lekker. Op de eenjarige oranje Cosmea zit een vlieg te rusten. Wat zou er in zo'n insect omgaan? Misschien vindt hij het lekker de druppels op zijn lijf te voelen, je zou kunnen veronderstellen dat hij het felgekleurde blad aangenaam vindt als rustplek. Maar facetogen van insecten zien kleuren totaal anders dan wij dus dat oranje doet hem helemaal niets.

Langs een fietspad in de buurt groeide Slangenkruid (Echium Vulgare) waar ik even voor afstapte. Het was bijna uitgebloeid, zoals inmiddels veel wilde zomerbloeiers. Het heeft hemelsblauwe bloemen die zouden lijken op een open slangenbek maar dat kan ik er niet in zien. Slangenkruid is een prima nectarplant, gul met nectar en stuifmeel. Vooral in de duinen is het veel te zien vanwege de kalkrijke bodem.

In je tuin is het voortdurend oorlog. Hele veldslagen worden er uitgevochten en vaak "man tegen man". Vorige zomer lag ik er met mijn neus bovenop toen een Lindepijlstaart zich met een noodgang in de bodem onder ons gazon werkte, gedreven door de drang te verpoppen. Nu zag ik een rups niet in maar uit de grond komen. Met zijn half uit de bodem stekende lijf draaide hij als een gek in het rond en ik dacht aanvankelijk dat hij zich op deze manier bovengronds probeerde te werken. Omdat het niet zo lukte, duwde ik hem met een kluitje aarde op en zag toen welk drama er zich hier afspeelde. Een kleine venijnige Duizendpoot had hem te pakken gekregen en was bezig hem op te vreten. Zoiets kun je beter niet zien, wat een gruwelijk tafereel. De rups was dan ook snel dood en dat was geen wonder gezien de staat waarin hij inmiddels verkeerde. Er zijn diverse soorten duizendpoten en ze hebben geen duizend pootjes. In andere talen heten ze dan ook "honderdpoten", wij Nederlanders zijn sterk in het overdrijven. Die pootjes ontwikkelen zich op een grappige manier. Ze behoren tot de geleedpotigen en aan elk segment bevindt zich een paar pootjes en elk volgend segment heeft iets langere pootjes. Aan het eerste potenpaar zitten gifkaken waarmee hij zijn slachtoffer injecteert. De rups werd daarvan het slachtoffer.

15 augustus 2015

Ik liep over een aardappelproefveld waar de piepers werden uitgetest op resistentie tegen de schimmelziekte phytophthora. Ik wilde graag kijken of op zulke velden, die stevig bespoten werden nog levende wezens te zien zouden zijn. Ik zag er een paar, waaronder de mooie Coloradokever (Leptinotarsa decemlineata) die weer steeds meer te zien is sinds 19 jaar geleden de bestrijdingsplicht werd afgeschaft.

De Coloradokever behoort tot de groep bladhaantjes; het is een attractief kevertje dat schade toebrengt aan het blad van de aardappelplanten. Zowel de larven als de volwassen kevers vreten ervan. Ik had een mooie foto van een larve maar die heb ik per ongeluk gewist op de camera en nieuwe larven kon ik niet vinden. Vast weggespoeld door de zegenrijke regenbuien. De kever komt voor in twee generaties. De overwinterende kevers komen in het voorjaar uit de grond en leggen overvloedig oranje eitjes onder het aardappelloof. De larven kunnen vervolgens een ravage aanrichten want als er voor de bloei 10% blad verdwijnt, ontstaat er al verlies van aardappels. Treedt vraat op na de bloei dan is dat bij 30% bladverlies het geval.

Wegvangen van eitjes is de beste methode om schade te voorkomen. Mits je maar een klein veldje hebt natuurlijk. In de beroepsteelt gaat men over tot spuiten met gemene middeltjes. Hobbytelers gebruiken soms Pyrethrum maar dat is niet selectief en doodt ook andere insecten. Wie ecologisch wil tuinieren, ook in de moestuin, kiest daarom als het echt nodig is het middel Spinosad dat ook in de biologische landbouw gebruikt wordt. Dit is wel een selectief middel. Wil je het helemaal goed doen dan zet je nematoden in. Dat zijn parasiterende aaltjes. De Coloradokevers die ik zag leggen geen eitjes meer, dat is na juli voorbij. Ze kruipen straks weer in de bodem en overwinteren op een diepte tot vijftig centimeter. Ziezo, enig zoekwerk heeft mij weer veel informatie opgeleverd die ik zeker delen ga met mijn mede-volkstuinders.

14 augustus 2015

Al die klaagzangen over wespenoverlast bevreemden mij. Wij merken er niets van, zelfs niet als we buiten in de tuin onze maaltijden verorberen. Op mijn broodje brie met honing kwam maar een enkele wesp mee-eten. Wespen zijn brandschone diertjes dus waarom zou je zo'n eenling niet iets gunnen. Ze komen nu af op zoetigheid omdat het broed verzorgd is en de taken die daarmee gepaard zijn, tot een eind gekomen zijn. Nu mogen de noeste werksters aan zichzelf denken. Tegen het eind van de zomer stort het hele nest in en blijft slechts de koningin over om volgende lente weer opnieuw een familie op te richten. Deze wesp blijft bijna vastzitten in de kleverige honing maar met een klein zetje van mijn mes lukte het hem toch om op te stijgen.

Ik ben ervan overtuigd dat dieren instinctief aanvoelen dat ze hun gedrag behoren aan te passen aan de tijd van het jaar. Zo hoor je geen merel luidkeels zingen maar hij wil het wel graag. Dus zit hij tussen het groen heel stiekem voor zich uit te zingen maar wel binnensmonds zodat wij het alleen maar horen als we dichtbij boom of struik staan waar de merel zit. En de kikkers kwaken ook niet meer maar zitten tussen de planten allerlei grappige geluidjes te maken, vooral als de planten besproeid zijn. Het klinkt alsof ze vergenoegd zitten te genieten en ik vind dat zo grappig! In tegenstelling tot deze bescheiden geluiden klinkt de roep van de jonge ransuilen die tot in augustus te horen is. Hier in de buurt zitten de jonge takkelingen ook ergens; hun hoge roep wordt wel eens vergeleken met een piepende schommel. En zo is het precies, het is een heel ver dragend geluid.

De papavers hebben nu van die prachtige peperdoosjes op hun stelen staan. Ze zitten vol maanzaad dat zeer gewild is bij personen die graag high willen worden. Als het gaat waaien worden de zaadjes uit de Papaver somniferum gestrooid en vindt je ze volgend jaar als planten overal weer terug.

Veld- en woelmuisjes weten de zaden ook te vinden. Behendig klimmen ze in de stengels omhoog om bij het begeerde voedsel te komen. Zouden ze er ook high van worden? Ik weet het niet, ik heb nog nooit een verdwaasd suffig muisje rond zien lopen.

12 augustus 2015

Vandaag is de Gladiool alles wat de klok slaat! Ik heb er zoveel moeten fotograferen dat ze nog steeds op mijn netvlies gebrand staan. Het veld waar ze stonden was een zee van kleuren en het gezoem was er niet van de lucht. Hier duikt een bij de diepte in, op zoek naar nectar.

Ik verbaasde me over de vele soorten insecten die op de bloemen afkwamen; hier de wesp en weer een andere wilde bij. De teelt gaat namelijk gepaard met heel veel bestrijdingsmiddelen om allerlei nare plagen weg te houden. Die kunnen de knollen vernielen, de bloemstengels belemmeren in hun groei of de bloemen aantasten.

Lekker even een dutje gaat ook heel goed  als je je diep in de bloemkelk verschuilt. Op het veld waar ik foto's maakte staan de prachtigste bloemen die uit veredeling zijn voortgekomen. Tijdens het Gladiolenfestival in augustus (nog eenmaal a.s. weekend in Laag-Soeren) zijn de bloemen niet aan te slepen en bezoekers zijn er verrukt van want zoiets moois vind je niet in de winkels en kun je in Laag-Soeren desgewenst nog zelf snijden ook, naar eigen keus.
http://challagladiolen.nl/Actueel.htm

Vlinders houden van bloemen, dus ook van gladiolen. Maar de rupsen vreten de toppen van de bloemknoppen aan, dus dat moet alweer gestopt worden met een gemeen middeltje. Een gladiolenveld kan door de bodemschimmel die droogrot veroorzaakt een hele productie te niet doen. Een veld kan daarom maar eenmaal gebruikt worden voor de bollen. Het is dan ook niet vreemd dat er steeds minder telers zijn, er is nauwelijks nog maagdelijke grond te vinden in ons land. Grondhonger, wordt dat genoemd en veel telers zijn al buiten onze grenzen gaan werken. De chemische bespuitingen van de bollenvelden worden inmiddels verantwoordelijk geacht voor veel nare ziektes die vooral in de bollenstreken opmerkelijk zijn. Inderdaad is de milieubelasting te hoog, de bodem moet ontsmet worden met chemische middelen, de bollen worden eveneens in een soortgelijke vloeistof gedompeld en tijdens de groei wordt er preventief gespoten.

Er wordt met man en macht gewerkt aan biologische bestrijding van alle ziekten die de bollenteelt bedreigen; het is namelijk niet alleen een gladiolenprobleem. Deze gladiool is aangetast door trips, het minuscule insect dat de telers opnieuw voor een groot probleem stelt: Rusland weigert nog langer onze bloemen te importeren. Het probleem is dat trips bijna overal voorkomt en nooit geheel te voorkomen is. De tripsen steken hun snuiten in de cellen van blad of bloem waardoor er zilverkleurige strepen ontstaan. Het ene jaar is het erger dan het andere.

10 augustus 2015

In de zomer neem ik altijd even een kijkje in de IVN-tuin in Rheden, vooral om vlinders te spotten. Maar dat viel tegen. Het hoogtepunt in het vlinderleven is waarschijnlijk alweer voorbij. Ik zag een paar kleine vossen en wat koevinkjes. Buiten de tuin zag en zie ik nog steeds veel Citroenvlinders.

De Dropplant (Agastache foeniculum) in de vlinderhoek van de tuin is naar mijn smaak een wat slordige bloeier. Daarentegen is het een fantastische vlindertrekker. In elke tuin doet hij het prima.
De vlinderhoek in de IVN-tuin (die vroeger Educatieve Tuin heette) is het paradeplaatje van het bloemen- en plantenpardijsje. Met uitzondering van de vlinderhoek lag de tuin er nogal armoedig bij maar dat kan natuurlijk komen door de droogte en de tijd van het jaar. Ik weet dat een bezielde groep liefhebbers er wekelijks werkzaam is.

Zo'n Stokroos waar de zon doorheen schijnt, vraagt natuurlijk om de camera.

Een Bruin zandoogje (Maniola jurtina) op de buddleya's die hier "in groten getale" staan en die geweldige vlinder- en insectenlokkers zijn.

9 augustus 2015

De heide op de Posbank bij Rheden staat in bloei en dat is altijd een reden om even te gaan kijken. Alleen moet je dat niet zoals ik midden op de dag doen als je ook foto's wilt maken. Het licht is dan te hard en alles wordt een beetje vlak. In de verte was het nog nevelig, de zon moest nog wat beter haar best doen om die op te lossen.

Het gebied is zo on-Nederlands dat het altijd veel bezoekers trekt in deze periode. Wil je in alle rust genieten dan moet je zeker niet in het weekend gaan als er veel motorrijders over de wegen rijden en erg veel toeristen op pad zijn. Maar eigenlijk kun je dat in deze maand van het jaar natuurlijk niet geheel vermijden. Het eind van de middag is het mooist, wanneer er zacht strijklicht is dat het reliëf in het landschap verfraait. Op dit punt ligt precies de scheiding tussen de zuidelijke stuwwal van Arnhem en de oostelijke stuwwal van de Veluwe. Ze ontstonden in de voorlaatste ijstijd toen gletsjers uit het Noorden enorme hoeveelheden zand en puin zijdelings en vooruit drukten waarna, toen het klimaat weer opwarmde, de hoogten en laagten in dit landschap overbleven.

Tussen de heide bloeit ook vaak de Tormentil (Potentilla erecta),  een plantje uit de rozenfamilie. Het is zowel op droge als vochtige heide te vinden en van Poolcirkel tot aan de Middellandse zee.
De wortel van de plant wordt gebruikt voor medicinale toepassingen. Juli en augustus zijn de maanden waarin de Tormentil bloeit.

8 augustus 2015

Op het Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) legt de - jawel - Boerenwormkruidmug (Rhopalomyia tanaceticola) haar eitjes en daarvan komt uiteindelijk dit grappige kegelvormige galletje te voorschijn.

Op dezelfde plant kom je ook nog wel eens de groene Distelschildpadtor (Cassida rubiginosa) tegen. Een heel grappig insect dat pootjes en kop meestal verborgen houdt onder de schildjes. Zoals de naam al aangeeft vindt je ze ook veel op bijvoorbeeld Akkerdistel.

Dit is de nakomeling van de schildpadtor. Een larve met een soort doorntje achterop zijn lijf waarop hij bij wijze van camouflage zijn eigen poepjes en vervellinghuidjes verzamelt. Zo worden vogels en jagende insecten om de tuin geleid.

De Schildpadtor heeft nogal wat familieleden. Ze behoren tot de kevergroep in de familie bladhaantjes. Deze is ook mooi, vind ik. Ik vond hem in mijn volkstuin en hij viel me op door de fluoriderende streepjes op de dekschilden. Hij luistert naar de naam Cassida vittata. Ik voer wel veel insecten ten tonele maar het is zo leuk de verbanden te zien en te begrijpen tussen planten en insecten. Bovendien vormen de insecten een grotere groep op aarde dan alle overige dieren tezamen. En o, die verscheidenheid en verschillen in uiterlijk en leefwijze. Als je je ervoor openstelt is het zo fascinerend!

6 augustus 2015

Voor het tweede jaar staat er in mijn volkstuin een druivenplant en hij groeit met een kracht waar je versteld van staat. Ranken van meters en heel veel druiventrosjes. Voorlopig ga ik maar eens afwachten wat dat allemaal wordt, of ze smaken en hoe ik moet gaan snoeien aankomende winter want dat heb ik eerder niet gedaan. Ik was zelfs van plan hem weer weg te halen maar gezien de ontelbare trosjes die er aan hangen was de druif het daar niet mee eens. Hoe de uiteindelijke opbrengst zal zijn hangt af van de hoeveelheid zon en warmte die er nog gaat komen. Ik ben reuze benieuwd. Desnoods laat ik de vruchten straks aan de vogels.

Elke zomer ontmoet ik mijn grootmoeder in de volkstuin. Als kind logeerde ik vaak bij haar, ze naaide voor mij de mooiste jurken en ik heb dierbare herinnering aan haar. Aan haar balkon hingen bakken vol kleurige plantjes. Altijd leeuwenbekjes erbij en op de vloer van het balkon grote potten vol Zinnia. Allemaal herinneringen aan een ver verleden. Nu zaai ik elk jaar de Zinnia in mijn volkstuin en is ze weer even terug bij mij want altijd moet ik aan haar denken als ze bloeien.

Het leek me in het voorjaar nog leuk als er tussen de rijen boontjes, sla en bietjes ook rijen eenjarige planten zouden staan. Een schilderijtje zou het worden. Dus zaaide ik er eenjarige Ridderspoor, Lupine en Inkarnaatklaver. Het bleek een grote vergissing want die bloeiende planten torenden hoog boven de groenten uit en overwoekerden die zelfs. Dus heb ik de twee laatste soorten maar uitgetrokken. De Inkarnaatklaver (Trifolium incarnatum) is erg leuk. Na de rode bloempjes verschijnen langwerpige pluimen die leuk staan in een klein gemengd boeketje. De plant wordt gebruikt als veevoer en als groenbemester en komt van nature voor in het zuiden van Europa.

5 augustus 2015

Gisteren, aan het eind van de middag toen het ophield te regenen, liep ik een eind door het bos en het trof me ineens dat wanneer je niet wist welke maand het was, je het tijdstip in het jaar nu nauwelijks kon vaststellen. Het bos was groen, bladeren glanzend van het vocht, het was er stil en hier en daar begonnen de paddestoelen al te groeien. Bosbessen, beukennoten of eikels niet te zien, wel wat wilde frambozen die tot nu toe nog steeds erg klein waren.

Op de bladeren van de beuken zaten veel gallen. Ook die verkeerden nog in een jong stadium terwijl ze in het vroege voorjaar al verschenen. De galmug die hiervoor verantwoordelijk is legt haar eitjes in de knoppen van de beukentakken en meteen als de larven met het uitkomen van het blad beginnen te zuigen aan het verse groen, raakt de bladgroei hierdoor geïrriteerd en maakt als een soort tegenreacties de gallen waarin de larfjes van de galmug vrolijk verder leven. Naarmate de larven groeien, verandert de groene gal in een gele, later in een dieprode. Van kleurverandering is op dit moment nog maar weinig te zien. In de herfst valt de larve met huisje en al samen met het blad op de grond en blijft daar liggen tot het volgende voorjaar en de zwarte mug eruit kruipt. Het hele proces begint dan weer opnieuw.  De Beukengalmug (Mikiola fagi) behoort tot onze grootste inheemse muggen.

In de bossen van het landgoed Middachten ontmoette ik deze mooie jonge Reebok. Hij scharrelde rustig rond en het late licht scheen op zijn roodbruine zomerse vacht. Juist als je alleen in het bos bent en je rustig voortbeweegt, kom je het reewild nog wel eens tegen. Altijd weer een heerlijke belevenis. Nu de dood geschoten leeuw Cecil de krantenrubrieken beheerst, kwam onwillekeurig de vraag weer in mij op hoe een mens er toch een kick van kan krijgen een onschuldig en nietsvermoedend wild dier een dodende kogel door het lijf te jagen. Ik zal het nooit begrijpen! Hoeveel mooier is het een dier te kunnen observeren bij zijn natuurlijke gedrag.

4 augustus 2015

Het was te warm gisteren om op pad te gaan maar de eigen tuin biedt ook genoeg vertier. Insecten op bloemen, roofvliegen op een tuinstoel of insecten die zich volvreten en -zuigen met de vruchten  en de sappen daaruit die in een bord op de tuintafel liggen. Ik zie vooral veel vliegen op de fruitrestanten, heel veel vliegen. Opvallend weinig wespen. De een denkt dat het slecht gaat met de wespen, de ander denkt dat het ligt aan de omstandigheden in dit vreemde jaar dat van het ene naar het andere weertype springt. Ik kan er niets zinnigs over zeggen. Deze Hoornaar doet er in elk geval zijn voordeel mee en is aldoor op het fruit te vinden. Een imposante wespsoort die met luid gezoem komt aangevlogen, niet agressief is en die je rustig kunt benaderen.

Deze Ringpootroofvlieg heeft enorme ogen. Een insectenoog bestaat uit heel veel afzonderlijke lensjes die samen een bepaald beeld vormen. Amerikaanse wetenschappers slaagden er twee jaar geleden in een insectenoog met 180 lensjes na te bouwen in een camera. Het toestel vertoont een immense diepte, kan focussen op meerdere onderwerpen en biedt een uitzonderlijk gezichtsveld van 180º. Het kan toegepast worden bij onder meer kijkoperaties en opsporing van mensen in een ingestort gebouw. Wij hadden eens een soort vergrootglas met heel veel facetten. Speelgoed voor de kleinkinderen maar veel konden ze er niet mee. Ik las eens dat zo'n ding wel gebruikt wordt om een ander te laten zien wat "autisme" is. In plaats van geordend, is het binnen in het hoofd van een autistisch persoon een chaos aan gefragmenteerde informatie. Ik vond het een heel slim en duidelijk voorbeeld waarmee begrip gekweekt kon worden bij de medemens.

Bollen die ik in het voorjaar in een pot deed, beginnen opeens te bloeien, en wat een spektakel! Ik had deze bloem nog nooit gezien en navraag bij een bollenhandelaar leverde de naam op: Tijgerbloem (Tigridia pavonia) . Het is een uit Mexico afkomstige knol die in meerdere kleuren voorkomt. De bloem bezit een stamper en drie meeldraden en aldoor heb ik in de gaten gehouden of er insecten op af zouden komen. Ik telde slechts een enkel bezoek van een  zweefvlieg.

Alsof hij uitgewrongen was, zo zag de bloem er de volgende morgen uit. Ze blijken maar één dag te bloeien en dan gaat de winkel dicht: over en uit, voorgoed gesloten. Maar er zitten meerdere bloemen aan een stengel, gelukkig maar. Voor velen is dit misschien een bekende maar voor mij iets geheel nieuws en ik vind de bloemen zo bijzonder dat de bollen in hemelsnaam dan maar weer binnen in huis bewaard moeten worden komende winter. En er staat dan al zoveel. Maar ja, ik ben erg slecht in weggooien.....

3 augustus 2015

Tijdens de zomer hebben de dieren ontzettend veel last van ongedierte. Zitten ze niet vol mijten, vlooien en teken, zoals mestkevers, muizen, herten enzovoort, dan zijn het wel de vliegen of dazen die ze het leven zuur maken en vooral onze koeien zijn daar de dupe van. Constant slaan ze met hun staarten om het kriebelende en stekende leger te verjagen. Het moet afschuwelijk zijn!

De paarden zijn beter af dan de koeien; de speciale vliegendekens zie je meer en meer verschijnen en nu lopen ook her en der paarden rond die op zebra's lijken. Die dekens zijn gemaakt van een speciale lichtgewicht gazen stof die de kleinste plaagdieren er nog van weerhoudt op de paardenhuid te landen. Het licht wordt door de speciale strepen zodanig weerkaatst dat de meeste vliegen en dazen het niet eens meer proberen. Zo'n vliegendeken kost rond de honderd euro dus voor een boer is er geen beginnen aan gezien de aantallen dieren die tegenwoordig tot een boerenbedrijf behoren.

2 augustus 2015

Nu langs de vijver een grote plant Koninginnekruid in bloei staat, word ik daar steeds naartoe getrokken om te zien wat er allemaal rondkruipt, -vliegt en -krioelt. Het is ongelooflijk wat een geweldige nectarplant dit is. De Rode smalbok (Stictoleptura rubra) met zijn lange tasters bezoekt graag bloemen. De eitjes worden gelegd in het hout van oude naaldbomen.

Tot mijn verbazing zat er ook een Stippelmot op de bloemen. Hier zit hij op het blad van de plant nadat ik hem met mijn camera ongewild verjoeg. Ze zijn meer bekend door hun rupsen die in het begin van de zomer struiken als Kardinaalshoed, Meidoorn, Vogelkers en soms hele auto's met hun spinsels bedekken, dan vanwege hun elegant uitgedoste vlindervleugeltjes. In ons land komen 8 soorten voor waarvan de vlinders/motten er allemaal hetzelfde uitzien maar absoluut gebonden zijn aan slechts één waardplant. Maar liefst drie genen in hun lijfjes bepalen op welke plant de eitjes gelegd worden of van welke gastheerplant gevreten wordt. De eitjes worden in de zomer gelegd en pas na de komende winter komen ze uit en beginnen de vraatzuchtige rupsen aan hun verwoestende karwei. De diverse stippelmotten worden genoemd naar hun waardplanten maar het Koninginnekruid komt daar niet bij voor. Dus wat mijn dwaalgast in de bloemen van mijn plant deed is een raadsel.

Nog een uitstekende insectenplant is de Rode zonnehoed (Echinacea atropurpureum) die in de schaduw het best tot haar recht komt omdat dan de kleuren niet verbleken. De plant is fameus vanwege de al dan niet vermeende eigenschappen als onder meer  immuunsysteem versterkende en ontstekingsremmende werking. Bij de zonnehoed denk je meteen aan Dr. Vogel en wie heeft er niet een flesje echinacea tegen verkoudheid in de medicijnkast staan!

31 juli 2015

Na de enorme hoeveelheid regen en wind die we achter de rug hebben, ligt menig plant gedeeltelijk of geheel terneer geslagen. Tuiniers hebben het druk met het opbinden en stutten om de boel voor het oog weer gefatsoeneerd te krijgen. De foto's van vandaag werden ongeveer een week geleden genomen toen ik eens rond ging neuzen in een gemeenteplantsoen hier in de buurt. Daar was vorig jaar een stuk ingezaaid met wilde bloemzaden. Dit is de Gele toorts (Verbascum thapsus), ook wel Koningskaars genoemd. Het is een geweldenaar.

Ook groeit er de Melige toorts (Verbascum lychnitus). De bloemen geven geen honing. De Gele toorts heeft grote groene bladeren, de Melige heeft grijze, bij beide planten is het blad viltig. De bloemen bij de Melige toorts zijn pluimvormig gevormd terwijl die van de Gele toorts langs een stengel groeien. De bloemen zijn ook veel kleiner dan die van de Gele toorts. In ons land is de Melige toorts zeldzaam geworden daarom vond ik het leuk er een enkel exemplaar van aan te treffen  in het plantsoen.

Als de Gele ganzenbloem (Glebionis segetum) wordt gezaaid kun je er zeker van zijn dat je hem op allerlei andere plekken het jaar erop weer terugziet. Echt een plant voor verwildering in een bloemenweide waar het vrolijke heldere geel van de bloemen het goed doet. In het wild is dit een algemene soort van zandgrond maar ook in de duinen is hij aan te treffen.

Er groeide teveel om op te noemen, zoals de Blaassilene die het ook in de tuin goed doet, het Kaasjeskruid, het Duizendblad, en zelfs goudsbloemen die ik er nogal vond misstaan. Maar nu is er nog maar weinig van over. Dat is het nadeel van wilde planten, hun hoogtepunt qua bloei valt midden in de zomer. De gemeente Rheden is over het algemeen niet aardig voor het groen. Uit bezuinigingsoverwegingen is er de afgelopen jaren heel veel gesloopt op dit gebied. Overal werden de bloemperken ingeruild voor gras dat maar gedeeltelijk gemaaid wordt, tot grote ergernis van bewoners die die snel verdrogende velden maar niks vinden. Gelukkig wordt er nu weer iets gedaan om de bloemen in de dorpen terug te brengen!

29 juli 2015

In de maand augustus  is er tijdens drie weekends een heel bijzondere tuin open ter bezichtiging: "De tuin van Sjef", in Velp (Gld). De tuin is feitelijk een uitzonderlijk biotoop vol zeldzame flora en fauna. In augustus 2014 is de schepper van de tuin, beeldend kunstenaar Sjef van der Molen overleden en door crowdfunding probeert momenteel een groep vrienden van de tuin deze te behouden daar de gemeente Rheden van het pand en de grond afwil. De helft van het benodigde bedrag is al bij elkaar maar het is nog niet genoeg. Kom, zie en raak overtuigd: deze tuin moet blijven! Deze wonderlijke, eigenzinnige en unieke natuurtuin is open op de zondagmiddagen 2, 15 en 30 augustus. Woon of kom je toevallig in de buurt, ga er dan eens een kijkje nemen.
Sjef maakte onder meer prachtige tekeningen. Een voorbeeld staat hierboven; het is een kaart die ik eens van hem ontving en altijd bewaard heb omdat ik het tafereel zo prachtig vind..
Kijk eens rond op de website  www.detuinvansjef.nl

Komend weekend, alweer het begin van augustus, vind weer de jaarlijkse vlindertelling plaats. Hoe meer mensen er meedoen, hoe beter men zicht kan krijgen op de soorten en de aantallen die er rondvliegen. Het kost niet meer dan 10 minuten kijken en vervolgens de gegevens invoeren op http://vlindermee.nl/hoe-werkt-het.php  De site geeft alle informatie die nodig is.  Het ziet er naar uit dat het weer aanzienlijk gaat verbeteren dus het is ook nog leuk om te doen.

28 juli 2015

Fernando Pessoa, die een van de belangrijkste dichters in de Portugese literatuur was, schreef eens: Een regendag is even mooi als een dag van zonneschijn. Beide bestaan; elk zo hij is."  En zo bekijk ik de huidige natte dagen dan maar. Mensen hebben al snel genoeg van dit weer maar eer de bodem voldoende doordrenkt is moet er toch echt heel veel regen vallen. Dus kunnen we deze dagen beter gebruiken voor dingen in huis of elders, die te lang zijn blijven liggen. Deze Houtduif doet er in elk geval zijn voordeel mee en neemt een bad door eerst zijn ene vleugel op te tillen en daarna de andere, waarbij het zijn lijf scheef houdt om zoveel mogelijk druppels op te vangen. Een geweldig gezicht.

Het binnenhalen van het hooi is op tijd gedaan. Als de boeren verwachten dat het weer gaat verslechteren worden snel de hulpkrachten ingeschakeld die zich verhuren voor dit doel. Overal zie je dat tegelijkertijd de diverse machines rijden die nodig zijn het gras te maaien, te verzamelen, te schudden, zodat het droog kan worden ingepakt. Het afgemaaide gras dat zoals hier op ruggen gelegd is heet "zwad" of "zwierd". Leuk om te onthouden voor bij de scrabble! Als laatste wordt het gras door de balenpers ingepakt en opgeborgen voor de winter.

De Hooiwagen komt graag binnenshuis, ik zie er steeds meer. Misschien hebben ze wel een gruwelijke hekel aan dit soort weer. Ik schreef al eerder hoe ik had gevolgd hoe verbazend veel uitgezogen prooien er onder de plek lagen waar er een  positie had gekozen. Er is eens vastgesteld dat hooiwagens in huis meer beestjes eten dan ieder ander insect. De meeste spinnen hebben gifklieren maar onze inheemse spinnen kunnen de mens daarmee geen kwaad doen omdat ze niet krachtig genoeg zijn om door onze huid heen te bijten. Bij de Hooiwagen komen niet eens gifklieren voor dus voor dit beestje hoef je echt niet bang te zijn.  Het is dan ook geen echte spin maar behoort wel tot de spinachtigen. Er bestaan zeer veel verschillende hooiwagens. Alleen echte spinnen kunnen spinrag maken. De hooiwagens zijn eigenlijk maar traag lopende en onbeholpen sulletjes.

27 juli 2015

Omdat de dag te mooi was om onbenut voorbij te laten gaan en er tevens geadviseerd werd vanwege de stormschade en mogelijk nog afbrekende takken het bos niet in te gaan, besloot ik om naar de beek te gaan waar ik eerder de prachtige Weidebeekjuffer zag. Insecten hebben het zwaar te verduren bij storm en regen en na "de zwaarste julistorm sinds 1901" moest dat dus dramatisch zijn. Bij de beek zag ik gisteren geen enkele juffer meer.

In de buurt stond het vol met bijna uitgebloeide Berenklauw en laat dat nu precies de waardplant zijn voor de Oranje dwergbladroller (Pamene aurana) die hier in het gezelschap verkeerde van een paar wenkvliegjes. De rupsen van dit nachtvlindertje dat in de loop van de middag al begint te vliegen, spinnen zich in, samen met een aantal zaadjes van de berenklauw. Die dienen de rupsen tot voedsel tot ze klaar zijn te verpoppen. Daartoe laten ze zich vallen en in de bodem blijven ze in hun cocon liggen tot de volgende lente. Dan komen de nieuwe vlindertjes weer tevoorschijn. Dit insect is ongeveer een centimeter groot. Ik ga het steeds leuker vinden om in allerlei bloemen en bladeren rond te neuzen naar wat er krioelt. Je ontdekt er de mooiste insecten.

Dit is zo'n Wenkvliegje (Sepsis fulgens), het doet wel wat denken aan een mier.  Het leuke van deze familie van piepkleine Wappervliegen is dat ze om een partner te lokken rondlopen met zwaaiende vleugeltjes: hier ben ik, hier ben ik. Daarom juist viel me dit beestje op, het is een heel grappig gezicht ze op een blad zo te zien paraderen. Door het zwarte stipje op de vleugels zijn ze goed te herkennen. Deze diertjes kunnen enorme zwermen vormen; je ziet ze ook massaal kruipen op schermbloemige planten.

De Engelwortel (Angelica silvestris) is nu aan de beurt te gaan bloeien. Schermbloemigen zijn van groot belang voor insecten en dat kun je al zien aan de hoeveelheid insecten die erop zit. Daarom is het mooi geregeld in de natuur dat vanaf het tijdstip dat in het voorjaar het Fluitenkruid in bloei komt telkens een andere soort verschijnt. De Engelwortel is een indrukwekkende en statige plant. ze heeft een opvallende bloeiwijze: uit de dikke stengels komen meerdere bolvormige bloeischermpjes. Er bestaat van deze plant ook een donkerroze variant (Angelica gigas), die zeer geliefd is bij tuinliefhebbers. Dat is een soort die oorspronkelijk groeit in Azië en hier gebruikt wordt in tuinen.

26 juli 2015

Een kennis vroeg mij hem rond te leiden op een begraafplaats in ons dorp vanwege zijn interesse in bijzondere varentjes. Ik nam hem mee naar een oude plek waar veel bekende dorpsgenoten uit vroeger tijden in de grond liggen. Er groeien daar mooie oude bomen waaronder deze enorme Groene treurbeuk (Fagus sylvatica pendula)  die haar takken als wakende armen over de graven lijkt te slaan. Mooi hoor.

Op oude begraafplaatsen groeien vaak bijzondere planten maar die heb ik hier nooit ontdekt. Ik zag er wel voor het eerst Tijm (Thymus) groeien.

Ik vind het wel wat hebben op zo'n plek begraven te liggen waar de bloemen boven je restanten groeien. Natuurliefhebbers die er wandelen biedt je indirect nog iets moois aangezien de graven hier lang blijven bestaan.

Grasklokjes groeien er altijd in overvloed. Eigenlijk zijn het allemaal kleinoden die op hun plek lijken. Als je er rondloopt confronteert het je met je eigen eindigheid, het is best zinnig daar van tijd tot tijd eens bij stil te staan.

25 juli 2015

Mijn schoonzoon nam mij mee om het wandelgebied bij zijn nieuwe woonplaats aan mij te laten zien. Daarvoor gingen wij naar de Loowaard. Deze uiterwaard ligt bij het Gelderse Duiven (in de Liemers) en aan de oostkant van de Neder-Rijn.  Het gebied is 90 ha groot, voor de helft in bezit van Staatsbosbeheer en voor de andere helft eigendom van een bedrijf dat zand en klei wint voor de baksteenindustrie.

Bij het opzuigen van de klei en het zand wordt reliëfvolgend gewerkt waardoor op de bodem van de rivier grillige geulen en zandruggen ontstaan. De dagelijkse leiding over de waard is in handen van Free Nature, een kleine actieve stichting die indertijd voortkwam uit ARK-Natuurontwikkeling. Free Nature heeft veel expertise in huis en ervaring met natuurontwikkeling en begrazing. Ze begeleidt hier het proces van de zelfstandige natuurontwikkeling van de Loowaard. In de loop der jaren zijn hier mooie successen geboekt. Er leven populaties van o.a. Kwartelkoning, Grauwe gors en Gele kwikstaart. Aan de oever van de rivier vestigden zich de eerste stroomdalplanten.

De vele dijken en bandijkjes maken het  tot een heerlijk wandel- en fietsgebied. De dijkhellingen zien momenteel geel van het Jakobskruiskruid  dat er massaal groeit. Jakobskruiskruid staat vaak te boek als een onkruid dat vooral verdelgd moet worden vanwege het feit dat het de dood van paarden kan veroorzaken als het in gedroogde vorm in het hooi terechtkomt. Staat de plant in de grond dan eten de paarden het niet, ze laten het instinctief staan. Het is een van de meest waardevolle planten voor insecten en sommige daarvan zijn er zelfs voor hun voortbestaan volledig van afhankelijk. Wel vijftig soorten insecten leven op en van het Jakobskruiskruid.

Kribben in een rivier zijn eigenlijk dwars aangelegde dammetjes die bij laag water de stroming in de rivier sturen zodat de scheepvaart mogelijk blijft. Doordat de golfslag van schepen er teveel onrust brengt, groeien op de kribben geen planten. Je kunt er wel lekker zitten om naar het leven op de rivier te kijken.

De dijkhellingen die nu begroeid zijn met een zee van geel, hetgeen een uitermate vrolijke aanblik geeft, veranderen natuurlijk met de seizoenen. Ik ga er binnenkort eens op pad. Begeleide wandelingen door het gebied kunnen worden aangevraagd via www.freenature.nl  Leuk om een keer te doen bij de viering van een familiefeest of iets dergelijks, lijkt me.

23 juli 2015

Het Koninginne- of Leverkruid (Eupatorium atropurpureum) is een voortreffelijke insectenplant en staat nu in bloei. Het kan niet missen, voortdurend wordt de plant bezocht door bijen, hommels, zweefvliegen, vlinders. Hier komt het Landkaartje even tanken. Het Landkaartje (Araschia levana) is een bijzondere dagvlinder, het vliegt in twee generaties en die zien er verschillend uit. Alsof dat al geen mirakel is heeft het vrouwtje ook nog een heel aparte manier om haar eitjes te leggen. Onder het eerste eitje dat ze aan de onderkant van een blad legt, plakt ze een tweede, en een derde en nog meer. Dan begint ze opnieuw aan een  kralenkettinkje totdat er een heleboel naast elkaar hangen.  De eerste voorjaarsgeneratie vlinders heeft een oranjebruine kleur met wit, de zomergeneratie is overwegend donker met witte banden. Wat de natuur al niet vermag!

De Gewone goudwesp (Chrysis ignita) is ook een geval apart. Als het vrouwtje er aan toe is haar eitjes af te zetten gaat ze op de loer zitten bij een nest van een andere solitaire bij of wesp totdat die een eitje legt. Dan sluipt ze naar binnen en legt er haar eigen ei naast. De larve die daar uitkomt, vergrijpt zich eerst aan het ei of de larve van de bij of wesp en vreet dan ook nog de voedselvoorraad in het nest op. De alternatieve naam Koekoekswesp is daarom goed gekozen. Pas zei iemand die trouw dit dagboek volgt, dat ze meteen het beeld weg klikt als ik een insect opvoer. Ze griezelt er van, zegt ze. Maar hoe kun je nu toch griezelen bij het zien zoveel schoonheid als dit juweel van een wespje....

De vruchten van de Lijsterbes kleuren alweer rood en als ik dat zie bekruipt mij altijd een gevoel van lichte paniek: de zomer snelt veel te vlug voorbij en elk jaar wens ik dat ik daar een rem op zou kunnen zetten. Op dit tijdstip van het jaar is bij mij steevast het glas al half leeg in plaats van nog half vol, ik kan er niets aan doen, mijn aversie tegen het stilvallen van de natuur is te groot. Voorlopig dwing ik mijzelf dan ook maar de dag te plukken, een voor een, nergens anders aan te denken. Gelukkig valt er nog heel veel en volop te genieten.

Volkstuinders weten het: bloemkoolplanten moet je goed beschermen tegen de koolrups die heel geniepig aan aan de basis van de plantenstengel haar eitjes legt. Ik had dat goed gedaan. Dacht ik. Toen ik vol trots mijn mooie bloemkool mee naar huis nam, viel me bij het schoonmaken op dat er toch piepkleine groene rupsjes in zaten. Ik ving er een, twee, drie, waste de kool goed en serveerde hem. Maar toen ontdekte ik hem, die ene stiekemerd die zich diep in een roosje verscholen had en nu gekookt en wel op de gare kool lag. Zoiets moet je nooit vertellen aan je disgenoten anders wordt je voor eeuwig gewantrouwd als je met je prakje volkstuingroente aan komt zetten.  Daar ik in de vergezellende aardappelpuree allerlei verse groene kruiden gesnipperd had, kon ik aan tafel geen rupsje meer vinden, hoe ik ook keek en keek en keek. Waarom eet je je bord niet leeg, vroeg mijn echtvriend, want zoiets is bij ons niet de gewoonte. Er restte mij slechts een antwoord: sorry, vandaag waren mijn ogen helaas groter dan mijn maag.

22 juli 2015

Ik rook het eerder dan ik het zag: lindebomen. De bloei van de Lindeboom (geslacht Tilia) is verbonden met de sterfte van hommels en (wilde) bijen. Daarom stapte ik af om te zien of die onder de bomen lagen. Inderdaad, dat was het geval.

De linde bloeit op dit moment en verspreidt een heerlijke geur waarop insecten afkomen om de nectar te drinken. Lang werd verondersteld dat  de nectar in een linde een giftige suiker zou bevatten, mannose  en ik vond daarover een artikel op de website van Wageningen Universiteit waarin deze bewering ontkracht werd. Het artikel werd geschreven op basis van Duits onderzoek uit 1994 en verscheen eerder in een maandblad voor imkers. Uit deze literatuur bleek dat niet mannose de oorzaak van de hommel- en bijensterfte zou zijn, maar voedselconcurrentie.

De nog levende hommels die onder de bomen lagen bleken blijkens het onderzoek te verhongeren en na bijvoering met lindenectar knapten zij weer op. Nu zou vooral de bloei van late lindesoorten de meeste slachtoffers maken en dan moest het ook nog een solitaire boom betreffen. Bij de vroegbloeiende Zomer- en Winterlinde bleek de sterfte gering en bij de late Krim- en Zilverlinde bleek de sterfte massaal: meer dan 50 insecten per dag. De laatste twee bloeien in juni en juli en dan zijn er nog heel veel drachtplanten. Volgens het onderzoek zouden die dan juist veelal ontbreken en dat nu lijkt mij hoogst onwaarschijnlijk. Het is hartje zomer allerlei wilde nectarrijke planten bloeien nog volop dus twijfel slaat bij mij toe waar het deze conclusie betreft.

Onder de rij lindebomen die ik passeerde lag geen opzienbarende hoeveelheid dode bijen en hommels maar toen ik de bomen eens goed bekeek, zag ik er ook niet veel insecten vliegen terwijl het een mooie zomermiddag was. Het bekende gezoem was ook niet te horen. Voedselconcurrentie betekent in dit geval dat de hommels en bijen meer tijd moeten verspillen aan rondvliegen dan dat ze energie konden opdoen door het eten van nectar. Teveel andere insecten zouden het voedsel wegkapen voor de neuzen van de hommels en bijen.  Als je bekijkt hoe ontzettend veel bloesem er aan de bomen hangt, kun je je het gewoon niet voorstellen!

21 juli 2015

Vorige zomer schreef ik al eens over het Soerense Broek, het vroegere bloemrijke grasland dat vervolgens gebruikt werd als agrarische grond en nu door afgraving weer terug naar de oorsprong moet keren. Natuurmonumenten zette zich hiervoor in. Het is een gebied met vochtige en droge stukken en met een verschillende grondsoorten waar ook verschillende soorten planten zullen terugkeren. Sommige zaden die nu in de bodem zitten, blijven heel lang kiemkrachtig en de hoop is dat hier een blauwgrasland terug zal keren en een stukje oorspronkelijke heide.

Waar de grond vorig jaar praktisch kaal begon en eindigde met een groen waas van onkruiden, begint zich dit jaar de pioniersvegetatie te vestigen. Doordat de bodem er vochtig is, grijpen de rietsigaren hun kans.

Een stukje verderop verschenen (Moeras?)klaver en Kattenstaart. Ook Kattenstaart is een plant die groeit op de grens van droog en nat land. Op de al wat oudere stukken die eerder door afgraving verarmd werden groeit al de Gevlekte orchis en andere zullen ongetwijfeld volgen.

Hier en daar vormen zich in de wat leemhoudende bodem plassen waar watervogels zich ophouden; Kievit, Grauwe- en Nijlgans plus allerlei andere vogels zoeken hier hun plek. Ondanks het erg droge seizoen staat er nog steeds water. De IJsvogel werd hier al gespot, evenals de Roodborsttapuit.

In een bloemrijk grasland, zoals dat hier wordt nagestreefd, mag het Jakobskruiskruid natuurlijk niet ontbreken. Het is een plant die favoriet is bij heel veel insecten. Sommige zijn er zelfs volledig van afhankelijk wat hun ontwikkeling betreft. Wat zou het mooi zijn als wandelaars het nu nog gesloten gebied te zijner tijd in mogen en kunnen genieten van de bijzonder flora en fauna! Van een dergelijk gebied, dicht bij huis, heb ik al heel lang gedroomd.

20 juli 2015

Het is echt heerlijk om na een regenbui snel het bos in te gaan als er nog niemand anders loopt. En dat deed ik dan ook. De jonge haviken vlogen roepend tussen de bomen en af en toe kon ik ze zien: wat waren ze alweer groot geworden.  Zowaar kruisten twee reeën mijn pad weer eens. Dat was alweer een tijdje geleden; in een dicht bos voelen ze zich minder op hun gemak dan waar open plekken zijn. Een Ree is een zeer aansprekend dier, om de een of andere reden hebben ze iets aandoenlijks. Misschien wel vanwege hun mooie grote ogen en ranke poten.

Ondanks de mooie glanzende ogen heeft het ree maar een beperkt gezichtsvermogen en het neemt de dingen ook heel anders waar dan wij mensen. Ze zien alles in vormen en zonder scherptediepte en moeten het dus hebben van het waarnemen van beweging. Dat waarnemen wordt "zekeren" genoemd, ze staren je na om te zien wat je doet.. De beste manier om ze te bekijken en van ze te genieten is langzaam doorlopen en wat verderop stil blijven staan. Je zult zien dat het ree dan weer gewoon doorgaat met wat hij aan het doen was. Maar vaak ook kiezen ze meteen het hazenpad als ze een mens zien naderen, zeker is maar zeker. Het ree compenseert zijn matige gezichtsvermogen met een zeer goed reukvermogen. Het heeft een  betere neus dan een hond en kan een mens al op drie à vierhonderd meter ruiken.

Aan de planten van de Veldhondstong (Cynoglossum officinale) zitten nu de laatste bloemen. De plant is een heel oud geneeskruid dat werd aangewend bij verbranding. De plant werd ook in zijn geheel gedroogd en gebruikt voor het verdrijven van ratten en muizen. Tegenwoordig kennen wij de werking van planten die we tegenkomen niet meer en vertrouwen we liever op de chemische alternatieven van tegenwoordig. Al worden nog steeds sommige plantenstoffen gebruikt bij de vervaardiging van moderne geneesmiddelen maar daar heeft "de gewone man" vaak geen weet van. Het contact tussen mensen en natuur was vroeger zo anders dan tegenwoordig. Nu worden die mensen van toen voor  "kwakzalvers" versleten. Maar zouden die kruidenexperts het echt zo bij het verkeerde eind hebben? De combinatie lijkt me nog altijd een niet te negeren optie.

Veldhondstong is overal behaard en het blad vooral lijkt daardoor enigszins viltig. De bloempjes zijn weer van de categorie klein maar fijn en warmrood van kleur. Een voor een ontluiken ze en vallen ook zo af.

De zaadverspreiding is verzekerd door de haakjes die op de zaden zitten en die ongewild en onbewust verspreid  worden door mens en dier. Ze klitten vast in je jas of in de vacht van dieren. De Veldhondstong is zeker geen algemene soort hier in het oosten. Ze is vooral te vinden in de duinen en zeer zeldzaam in de provincies Zuid-Limburg, Utrecht, Zeeland en Gelderland, zo staat te lezen op de Floron verspreidingsatlas. Ik bofte dus dat ik het aantrof.

19 juli 2015

Met dit heerlijke zomerweer is het fijn er af en toe met de fiets op uit te trekken om het landschap te verkennen en de IJssel lokt daarbij vaak. Waar je het dorp verlaat rijd je meteen de uiterwaard in. Wie houdt van de kleur groen kan hier zijn lol op. Er liggen eindeloze bloemloze graslanden, onafzienbare maïsvelden, bietenakkers en oppervlakten piepers. Alles gifgroen. Als ik daar rijd stel ik me altijd voor hoe het hier zou zijn als langs al die groene levenloze biotopen flinke randen zouden mogen blijven staan waar de natuur zich voor zover mogelijk zou kunnen ontwikkelen, er bloemen te zien zouden zijn, weidevogels hun toevlucht zouden zoeken. Maar ook weidevogels zijn hier in geen velden of wegen te zien.

Dichtbij de rivier liggen gelukkig stukjes waar je makkelijk kunt komen. Dat stromende water dat tegen de kant klotst heeft een grote bekoring en langs de kant groeit van alles. Hier staat Poelruit (Thalictrum flavum) samen met de Wilde bertram (Achillea ptarmica). Poelruit groeit op natte voedselrijke grond langs de rivieren en in drassig grasland. De bloemen produceren geen honing, de insecten moeten zich tevreden stellen met het stuifmeel.

Ik kan me bijna niet vergissen want ik constateer het regelmatig: de ganzenstand is al aardig uitgedund. Tijdens mijn fietstocht kwam ik maar langs een enkel stuk grasland waar er een aantal aan het grazen was. Ganzen zijn altijd op hun hoede; fiets je door dan krijg je geen aandacht maar stap je af dan beginnen ze allemaal ingehouden te gakken: let goed op jongens, hou d'r in de gaten! Geen wonder dat vroeger de gans regelmatig werd ingezet bij allerlei gelegenheden waar bewaking nodig was. Bij het minste en geringste onraad beginnen ze te gakken. Zelfs in de oorlog werden ze door legereenheden daarvoor gebruikt. Sinds het begin van deze maand mogen van het Gelderse provinciebestuur ganzen worden samengedreven en vergast, tot woede van diverse natuurorganisaties.

In de uiterwaard groeit een boom waaraan heerlijke Mirabellen groeien. Dit jaar was het nog te vroeg de kleine pruimpjes te plukken of te rapen dus dat moet ik in de gaten houden. Een lekker potje frisse mirabellenjam is immers niet te versmaden. Met het merg van een vanillestokje, of een toevoeging van frambozen, echt heerlijk! Vanwege het formaat van de vruchten worden ze ook wel eens kerspruim genoemd.

18 juli 2015

Natuurmonumenten heeft haar beheervisie voor Park Veluwezoom gepresenteerd en wil af van de huidige manier waarop de dieren op de Veluwe worden beheerd. En dat betekent vanaf nu dat herten en zwijnen niet meer afgeschoten worden louter op basis van de aantallen maar wel van de schade die ze veroorzaken. Van allerlei kanten wordt al langer gepleit om niet op basis van aantallen te doden maar slechts in te grijpen wanneer het nodig is. De natuur bewijst zelf regelmatig dat zelfregulering een gegeven is dat met oude methode genegeerd wordt. Was er bij voorbeeld kort geleden nog een gigantische muizenplaag, nu zijn er niet genoeg om de snavels van de jonge uilen te vullen, waardoor het broedproces teleurstellend verloopt dit jaar. En dit is maar een enkel voorbeeld. Het jaar in, jaar uit afschieten van enorme aantallen dieren heeft nooit een bevredigend resultaat opgeleverd. Was dat wel zo, dan zouden niet elke keer zoveel moordpartijen hoeven plaats te vinden. Hopelijk gaat dit besluit van NM volgers krijgen.

Gisteren heb ik op deze plaats te vroeg gesomberd en te laat gejuicht want uit het niets lijken opeens de vlinders te voorschijn te komen. Kersen van de boom die bij mijn dochter en haar gezin in de tuin staat en waaraan weinig smaak zit (en daar dus niet gegeten worden) heb ik mee naar huis genomen en in de tuin gelegd. Nou, het was meteen raak: Atalanta, Gehakkelde aurelia, Dagpauwoog, ze kwamen er meteen op af om het sap uit de vruchten te peuren. Eindelijk maken ze weer deel uit van de zomer, zoals wij het zo graag zien.

 

De Kleine Vos doet ook weer mee. Het blijkt dat het grotere familielid, de Grote vos, steeds vaker gezien wordt in ons land en zich hier ook weer voortplant. Wie de Grote vos waarneemt, wordt verzocht hem te fotograferen en te melden op Waarneming.nl of bij de Vlinderstichting. Men wil graag een beeld krijgen hoe het verder gaat met dit insect dat aan het begin van deze eeuw niet meer gezien werd in ons land. Het grootste verschil tussen beide is het vlekkenpatroon op de voorvleugel van de Grote vos, het zogenaamde "atoomteken". (Kijk maar even op Vlinderstichting.nl)

17 juli 2015

Zoals alle jaren probeer ik ook dit keer weer insecten te lokken op fruit dat ik in de tuin leg. Vlinders heb ik er nog niet op gezien maar ook geen wespen of andere leuke beestjes. Als ik daarentegen door mijn fotomappen blader zie ik dat dit in voorgaande jaren wel heel anders was. Maar wie weet wat nog komt.

Zeer verheugd was ik dan ook toen een mooie verse Citroenvlinder (Gonepteryx rhammi) gisteren neerstreek op mijn oranje Cosmea. Ik vond de kleurencombinatie wel pikant. Later op de dag zag ik er op een andere plek nog twee vliegen.

Langs de rivier fotografeerde ik een Boomblauwtje (Celastrina argiolus) op Honingklaver. Op beide vlinderfoto's is goed te zien wat de invloed van het zonlicht is op een foto. Waar de ondervleugel van de Citroenvlinder wat schaduw werpt op de bovenvleugel, wordt de kleur meteen intenser. Hetzelfde met het Boomblauwtje: de schaduw van de bladeren rechts laten het blauw van de vlinder tot z'n recht komen. Eigenlijk moet je als het enigszins kan, geen bloemen en planten fotograferen in het felle zonlicht; de kleuren worden daar heel flets van.

Een gelukkig fotomoment. Bij een boerderij waar vorig jaar alle zwaluwnesten waren verwijderd, waren nu weer een paar nieuwe door de vogels aangebracht. In een van de nesten zag ik twee jonge boerenzwaluws met hun koppies buiten het nest hangen en stapte ik af om ze te fotograferen. Precies op het moment dat ik afdrukte vloog een oudervogel op het nest om te voeren. Het is bijna ongelooflijk hoe snel dat gaat. Als de jongen hun ouders zien komen aanvliegen, sperren ze snel hun snavels wagenwijd open. Pa of ma stoppen  hun razendsnelle vlucht door de pootjes tegen het nest te zetten, proppen in een fractie van een seconde het voer in een van de bekjes en weg zijn ze weer. Echt ongelooflijk dat dit steeds maar weer lukt.

15 juli 2015

Op de waterplanten in en langs vijver of plas kun je larvenhuidjes zien hangen. Het zijn de afgedankte jasjes van libellen. De larven zijn vraatzuchtige rovers. Ze hebben een ingenieus vangmasker,  een scharnierende uitgegroeide onderlip die ze kunnen uitklappen om een prooi te vangen waarna ze die weer terugbrengen naar hun mond. De larven van de diverse libellen leven 1 tot 2 jaar in het water alvorens er uit te kruipen om uit te sluipen.

De verschillende libellen hebben afhankelijk van de soort vaak een eigen biotoop. De Blauwe glazenmaker (Aeschna cyanea) is een echte zwerver die overal op zoek is naar prooi. Vaak vliegt hij ook de huizen binnen waar het weer een heel karwei is hem te vangen en onbeschadigd buiten te zetten. De larve van deze soort leeft twee jaar onder water. Via de planten die langs of in het water staan klimt de larve eruit. Achter zijn kop breekt de huid los en kruipt het imago eruit. Die blijft nog een poos hangen om de vleugels te laten drogen en uitharden en vliegt dan het luchtruim in. Het zijn fantastische vliegers.

Op de stengels of platte bladen (Lis) van waterplanten vind je soms deze vreemde zwarte gevallen. Onherkenbare glanzende dingen. Het is het eipakket van een wapenvlieg en daar zijn er vele van. Als de eitjes uitkomen vallen de larven stuk voor stuk in het water.

Dit is een van de wapenvliegen. Ze hebben slechts twee vleugels en meestal mooie kleuren. Deze vliegen hebben geen monddelen maar ze kunnen wel vocht opzuigen. Ze zijn vaak te zien op bloemen waar ze nectar drinken. Een degelijke maaltijd krijgen ze nooit naar binnen want ze moeten het doen met de restanten van hun larvenstadium die nog in hun lichaam zitten.

14 juli 2015

Onder mijn column over teken in het verhalendeel van mijn website werd een opmerking geplaatst door Machiel de Vos, waarbij hij iets schreef over een bepaald soort tekentang die de teek zonder uitzondering in zijn geheel uit de huid verwijdert. Inmiddels weet ik nu van hem waar het om gaat en ik geef het graag door want de nare beestjes kunnen een mens goed ziek maken. De tang is van het merk Enorpet en via Google is wel te vinden waar hij te koop is. Ik ga zelf deze tekentang onmiddellijk aanschaffen want gemiddeld elke week zit er zo'n naar beest in mijn vel. Machiel heeft een mooie website: www.machieldevos.nl  Een bezoek waard!

Het Rapunzelklokje (Campanula rapunculus) is grotendeels uitgebloeid maar het leuke is dat er toch steeds nog nieuwe bloeistelen ontstaan. Samen met het Grasklokje is dit het meest aansprekende van alle campanula's naar mijn smaak. Klein en fijn, het heeft iets teers. In het wild groeit het op kalkhoudende zandgrond, voornamelijk in Limburg en langs de grote rivieren alhoewel je het daar niet veel meer tegenkomt. Ooit was dat anders maar nu het niet zo goed meer gaat met dit aardige plantje staat het op de Rode Lijst van beschermde soorten. Toch is het een heel makkelijke soort en als je het eenmaal in je tuin hebt, zaait het zich rijkelijk uit. Waardoor dat in het wild niet meer zo is, lijkt raadselachtig.

Veel geel bloeiende composieten worden  nogal eens versleten voor paardenbloemen. Op veel plekken stralen de felgele bloemen van het Gewoon biggenkruid (Hypochaeris radicata) je momenteel tegemoet. Echt een bloem waar je vrolijk van wordt. In bermen en grasland komen ze massaal voor en bloeien tot in september door. De afzonderlijke lintbloempjes die samen het zogenoemde bloemhoofd vormen bloeien niet tegelijk maar beurtelings van buiten naar binnen. Op deze manier kan het met de bestuiving en bevruchting zeker niet misgaan. Het Biggenkruid wordt vanwege de overvloedige nectar graag bezocht door allerlei insecten.

13 juli 2015

Ik vroeg me al een paar dagen af wie toch zo bezig was de zaden van de Judaspenning op te vreten. Ik kon het niet ontdekken. Het lijkt me typisch rupsenvraat maar ik heb ze niet gezien hoe vaak ik ook deze plant in de gaten hield in de hoop dat ik er eitjes of rupsjes op zou vinden.

Alles in de tuin bleek bedekt met fijne druppeltjes en dat vraagt om actie want maar weinig maakt de natuur mooier dan de fijne motregen die de planten en bloemen versiert. De Teunisbloem opent zich 's avonds maar ook overdag als de hemel bedekt is en de lucht grijs.

Velen werden gefascineerd door druppels. Er werden experimenten en studies gedaan naar hoe ze zich gedroegen in allerlei omstandigheden en situaties. Je vindt ze terug in gezegden: "één druppel inkt kan miljoenen aan het denken zetten" (Lord Byron), en deze van Pythagoras: "een vat vol geleerdheid is nog geen druppel wijsheid waard". De druppel is meer dan een definitie alleen. .

Prachtig is te zien hoe de draden van het kruisspinnenweb bestaan uit verschillende soorten die alle een eigen functie hebben. Bij motregen zijn de druppeltjes niet meer dan een halve millimeter in doorsnede en ze zijn dan praktisch bolrond. Grotere druppels zijn zwaarder, zakken uit aan de onderkant, krijgen die zogenaamde druppelvorm. Nog grotere hebben een gewicht dat relatief bezien  zo zwaar is dat het ze op de grond uiteen doet spatten in een heleboel kleintjes. Druppels, je kunt er geen genoeg van krijgen!

12 juli 2015

In onze tuin groeit opeens een plant die ik er niet eerder zag: de Hondspeterselie (Aethusa cynapium). Deze plant is een eenjarig algemeen voorkomend onkruid dat te vinden is in bermen, bosranden, ruigtes, akkers en dergelijke. Hij zal vast via compost in onze tuin terecht zijn gekomen. Het is een plant met prachtig blad en de bloemen worden druk bezocht door insecten. Hier mag hij gewoon blijven staan.

De plant is in alle delen giftig maar goed herkenbaar aan de omwindselblaadjes die als sliertjes onder de bloemschermen hangen. Omwindsels bestaan uit een krans van schutblaadjes die te vinden zijn op het punt waar vanuit het bloemscherm groeit. Het komt voor bij composieten (samengestelde bloemen als bv paardenbloem) en bij schermbloemen. Soms is er ook maar een enkel schutblaadje. Bij de Hondspeterselie hangen de omwindseltjes per 3 of 4 stuks als sliertjes onder het bloemscherm. Moet je een dergelijke giftige plant nu meteen uit de tuin verwijderen? Het lijkt mij van niet want dan zou je een groot deel van je tuin moeten aanpassen.

Want wat te denken van de Taxus die in menig tuin staat, hij is in alle delen giftig, het is een soort waardoor - relatief bezien - de meeste ongelukken door ontstaan, ook vanwege het snoeisel. Ook de Gouden regen behoort tot de meest giftige soorten die wij in onze tuinen aanplanten. De Oleander die sommigen in potten hebben staan, is er ook een, en ga zo maar door.

Vingerhoedskruid staat niet alleen in de bossen maar in menig tuin, het is een prachtige plant. Maar drie gram van het gedroogde blad kan al dodelijk zijn. Papaver, Monnikskap, Lelietje der dalen, Buxus, we zouden het allemaal moeten verwijderen als we een gifloze tuin zouden willen hebben. Maar de toxische stoffen kunnen ook ten goede worden aangewend en er zijn allerlei middelen tegen kwalen die giftige planten als basis hebben. Het feit dat de meeste mensen niet op de hoogte zijn van dit soort planten in hun tuin, bewijst al dat het zo'n gevaar niet loopt. Houd de gewoonte aan om nooit van planten te eten als je niet weet met welke soort je te maken hebt en er kan weinig gebeuren.

11 juli 2015

Als je er op let zie je steeds meer bomen waarin namen gekerfd zijn. Vooral voor in het bos waar de verliefde stelletjes rondlopen die zich niet ver het bos in wagen omdat ze de weg niet kennen. Ze zoeken de rust en de afzondering, zonder nieuwsgierige blikken van ouders of bekenden. Mensen die verliefd zijn verkeren in een vorm van lichte verstandsverbijstering, zou je kunnen zeggen. Allerlei hormonen worden in grote hoeveelheden aangemaakt en geven een gevoel van geluk en optimisme. Adrenaline, dopamine enzovoort werken oppeppend en euforisch en mensen willen het wel uitschreeuwen van gelukzaligheid. Om daar uiting aan te geven kunnen sommigen de neiging niet weerstaan hun initialen en een hart in de boomstam te kerven als teken van eeuwige verbondenheid. Tenminste, dat veronderstellen ze. Het schijnt dat na uiterlijk drie jaren de productie van al die gelukshormonen stopt en dan staan betrokkenen weer met beide benen op de grond. Hoeveel stellen er inmiddels spijt hebben van hun onuitwisbare daad, vertelt het bos niet, de herinneringen blijven levend zolang de boom bestaat.

's Nachts is er heel wat leven in een bos dat aan ons voorbij gaat. Na zonsondergang mag je er niet meer komen, zo lees je op menig toegangsbord. Maar op de stammen van de bomen vind je rustende insecten zodat je er toch een indruk van kunt krijgen. Hier zit een nachtvlinder met de naam Boogsnuituil (Herminia grisealis). Met nog geen drie centimeter is deze de kleinste van de snuituilen.  Snuituilen zijn vlinders met zulke duidelijke "snuitjes" dat ze niet met andere erop lijkende vlinders verwisseld kunnen worden. De vlinders leggen in rust hun tastzintuigen achterwaarts langs het lichaam zodat de voorkant van de kop het kenmerkende uiterlijk krijgt. De rupsen van deze nachtvlinder vertonen een opmerkelijk gedrag doordat ze niet alleen het levende blad van allerlei loofbomen eten, maar ook het dode, desnoods op de grond.

Door de enorme droogte van de afgelopen tijd ontwikkelen de bosvruchten zich maar heel minimaal en blijven kabouterklein.

Aan de bosbessenstruikjes zitten nauwelijks vruchten en als ze er al zijn, zien ze er treurig en verdroogd uit. Er zijn veel dieren die er van moeten leven dus te vrezen valt dat Schraalhans de scepter gaat zwaaien in het bos tegen de tijd dat het herfst wordt.

10 juli 2015

Nog steeds zijn er weinig vlinders te zien. Wie weet wordt dit een teleurstellend jaar voor deze insecten. Nog vannacht kwam de temperatuur plaatselijk 1,3º onder nul. Niet dat dit  nu een bepalende oorzaak is, maar het al met al een vreemd seizoen. In het buitengebied zag ik evenwel een enkel exemplaar van de Gehakkelde aurelia, Kleine vos en meerdere van deze kleine bruine dikkopjes (Ochlodes sylvanus). Op graslanden en ruige plekken kun je ze zien vliegen. De eitjes en de rupsen blijven de hele winter op en in het gras dus overleven doen ze alleen in gebieden waar het grasland niet voor de winter nog gemaaid wordt. Er zijn veel soorten dikkopjes, dit is het Groot dikkopje.

De gele bloempjes van het Sint-Janskruid (Hypericum perforatum) zijn bijna uitgebloeid. De plant is omgeven met (vooral vroeger) allerlei vormen van bijgeloof maar ook vanwege helende werking bij van alles en nog wat, zoals depressies, jicht, blaasproblemen , wondgenezing, teveel om op te noemen. Op deze plant zijn aardige kevertjes te vinden.

Dit kevertje uit de familie Bladhaantjes is het Hertshooisteilkopje (Cryptocephalus moraei). Het is maar piepklein en wat me in eerste instantie aan het zwarte beestje opviel was een rood vlekje, reden waarom ik het fotografeerde. Pas op de computer zag ik hoe prachtig het is.

Wat een grappig uitgevoerd insect! Maar dat is meestal zo, het kleine is vaak zo prachtig dat het niet verdiend dat het genegeerd wordt. Veel informatie over dit kevertje is er niet te vinden.

8 juli 2015

Ik wist ergens een stukje zacht stromende sprengenbeek waarbij ik het gevoel had dat dat wel eens een goed biotoop zou zijn voor de Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens), een soort die ik maar enkele keren gezien heb. Het zijn zulke schitterende insecten! Gisteren ben ik mijn geluk maar eens gaan beproeven en hoera, ik zag ze vliegen! Een heleboel, druk in de weer met het najagen van elkaar, vlak voor mijn neus. Wat een schitterende juweeltjes zoals ze daar wentelwiekend boven en langs het water vlogen. Weidebeekjuffers voeren als enige onder de libellen een paringsdans uit waarbij de kleuring van de vleugels een grote rol speelt. Ik kon er maar één op de kiek krijgen en dat bleek een behoorlijk afgevlogen exemplaar.

De waterbeekjuffers hebben nogal wat noten op hun zang. Ze willen zacht stromend en zuurstofrijk water, veel boven het water hangende oeverbeplanting en genoeg waterplanten waarop ze hun eitjes kunnen afzetten. Over een afstand van een paar honderd meter is de oever hier inderdaad wild begroeid en ook nog eens flink moerassig. Je kunt er niet lopen en gemaaid wordt er ook niet, dat is onmogelijk. Aan dit laatste gegeven is het te danken dat deze juffers hier voorkomen. Kijk maar eens naar de volgende twee plaatjes:

Waar de maaiers van het Waterschap kunnen komen, is een paar weken geleden de oever kaal geschoren, wat jammer was want er zaten veel leuke insecten in de begroeiing. De overkant is nat en  niet betreedbaar en over een grote breedte begroeid met allerlei wilde planten. Maar waterplanten zijn er niet, alleen plakken kroos drijven in de beek. Blijkbaar is dat overkomelijk voor de juffers, anders zouden ze hier niet zijn. Libellen zijn in twee groepen verdeeld: de echte libellen en de juffers. De eerste groep heeft de vleugels in rust altijd gespreid, de juffers vouwen ze in rust samen. Beide groepen leven van insecten. De weidebeekjuffer is een fors exemplaar.

Dit is dezelfde beek, maar een paar meter verder. Boeren hebben een gruwelijke hekel aan planten want o wee, je zult er maar wat van op je gifgroene grasland krijgen! Dus maaien ze alles plat. Maar stel je eens voor dat de boer die hier zijn grond heeft liggen een strook beplanting langs het water zou laten staan! In veel gevallen is het zo eenvoudig om stukjes waardevolle natuur te laten ontstaan, maar vaak ontbreekt de wil daartoe bij betrokkenen. Helaas ook hier.

7 juli 2015

Een rozenperkje op de volkstuin heeft het tijdens de hitte zwaar te verduren gehad. De zandgrond hier bevat ook leem en in een open gebied waar de wind vrij spel heeft, hebben rozen het enorm naar hun zin. Ze houden van een vrije plek en wind die door hun bladeren waait. Zagen ze er voor de hittegolf fantastisch uit, nu zie je op menig plant volop verflenste bloemen, ze zijn in een versneld tempo uitgebloeid. Maar knoppen beloven gelukkig nog veel.

Ik las laatst dat fruittelers enorme schade oplopen door mezen die massaal hun appels aanpikken. Vooral in tijden dat het normale voedsel voor de meesjes niet ruim aanwezig is vergrijpen ze zich aan de appeltjes. Het Faunafonds dat schade door wild vergoedt, wil er in het geval van de mezenschade mee stoppen en dat levert veel protesten op van fruittelers. Ik had er nog nooit van gehoord. Ik zag wel eens vraat op mijn appels, en soms een specht die dat deed maar dat mezen zoveel aan oogst vernietigen, wist ik niet. Op het internet las ik op de website van de Limburgse Land- en Tuinbouwvereniging: Aangezien er voor deze soort geen ontheffing voor doden bestaat, hoeft u hier dus geen ontheffing voor aan te vragen of uw jachthouder of WBE voor te machtigen. Wat een waanzinnige wereld toch!

Ik hoef van mijn appels natuurlijk niet te leven en gun de insecten een deel van de opbrengst. Het is mooi om te zien hoeveel soorten zo'n appel tot voedsel dient: vliegen, lieveheersbeestjes, bijen en wespen,  vlinders en hoornaars, allemaal pikken ze een maaltje mee.

Vlinders zijn hier nog steeds maar zeer weinig te zien. Voornamelijk het Klein koolwitje, maar dat zie je eigenlijk aldoor wel. Wat nachtvlindertjes in de vroege avond en opvallend veel van deze brandnetelmotten. Ze zitten vaak in mijn schuurtje en ik ving er een in een plastic bekertje. Zodra je dit nachtvlindertje verstoort, vliegt het snel onder een blad. De Brandnetelmot of Bonte bladnetelroller (Anania hortulata) is een nachtvlinder die ook dagactief is. De vlinder vliegt in juni en juli en legt eitjes op voornamelijk brandnetel. Een fraai insect dat algemeen voorkomt.

6 juli 2015

Het was een brandendhete vrijdagachtermiddag in zekere Hollandse stad: zo heet en zo brandend dat de mossen op het dak gaapten; 't welk, op gezag der Hollandse manier van spreken, de grootste hitte is die men zich voor kan stellen. Aldus schreef lang geleden Nicolaas Beets (overleden in1903) in "Hoe warm het was en hoe ver". Ik las het tijdens mijn jaren op de Middelbare Meisjes School, een helaas afgeschafte opleiding die keurige jonge meisjes een uitstekende opstap bood voor verder onderwijs en een degelijke hoeveelheid algemene ontwikkeling waar je in je verdere leven goed mee uit de voeten kon. Welnu, zo'n dag was het zondag en uit verveling zat ik wat te klungelen met mijn macrolens. Een regendruppel op het blad van de Aristolochia was het onderwerp.

In de warme nachten zoals die welke inmiddels achter ons liggen hebben de nachtvlinders het naar hun zin en kun je ze regelmatig aantreffen op je ramen. Deze kleine vlinder genaamd Bruine grijsbandspanner (Cabera exanthemata) zat bij ons op de ruit. Maar een vlinder die op je raam zit, valt niet zo makkelijk te fotograferen dus moet je een hulpmiddel hebben. Zonwering omhoog, een echtvriend die een groen blad als achtergrond tegen de ruit houdt, en dan lukt het.

Op die manier kun je natuurlijk ook meteen de voorkant vastleggen. En zo is dan te zien hoe de vlinder zijn sprieten onder zijn vleugels vouwt. Zonder verstoring blijft hij zo met gespreide vleugels  zitten tot het gaat donkeren. Ze komen daarbij vaak op het licht af.

Op mijn volkstuin, waar nog heel wat sappige aardbeien op mij lagen te wachten, vond ik deze vlinder. Hij lag in de volle zon voor de deur van het schuurtje op de grond. Toen ik hem oppakte bleek hij nog te leven; dat wil zeggen, zijn vleugels bewogen niet meer maar de pootjes klauwden wanhopig in het luchtledige waar hij natuurlijk geen houvast vond. Althans, dat verbeeldde ik mij. Zou zo'n insect wanhoop kunnen waarnemen? Ik betwijfel het eigenlijk. De vlinder was een Wapendrager (Phalera bucephala). Ik nam hem mee naar huis en zette hem op een bloem waarop ik nog wat waterdruppels liet vallen. Eigenlijk voor niets want deze vlinders hebben geen monddelen, maar wie weet zou dat enige verkoeling brengen.

Al dat gepruts bleek voor niets, de vlinder was de volgende morgen dood. De vleugels van de Wapendrager maar ook de rest van het insect vormen een subliem stukje mimicry. De camouflage is gewoon verbluffend. Kijk maar eens naar het topje van de vleugel, dat doet denken aan het uiteinde van een afgesneden takje. Op deze foto is de vleugel behoorlijk gehavend en de grijze schubjes zijn voor een groot deel verdwenen.

Maar hier is hij in vol ornaat, zittend op een boomstam waartegen hij volkomen wegvalt. Als de vlinder in rust is, vouwt hij de vleugels om zijn lichaam heen, trekt zijn kop in en lijkt niet langer op een vlinder maar een stuk van een takje. Is het niet prachtig?

5 juli 2015

Als de avond begint te vallen opent de Teunisbloem (Oenothera) haar felgele blommen. De eerste keer dat ik daar getuige van was heb ik ademloos staan kijken hoe met kleine schokjes de bloemen zich openen waar je bijstaat. Sindsdien heb ik menigeen al eens op dit schouwspel gewezen want er zijn niet veel bloemen die dit op deze manier doen. Elke avond openen zich nieuwe bloemen en zijn die van de vorige dag verdord. Deze plant wordt nogal eens door tuinliefhebbers beschouwd als ongewenst onkruid; ik vind dat hij dat niet verdient. Uit de zaden wordt olie gewonnen die "weldadig is voor de rijpere huid". Tja, en dan wordt er geld voor betaald.  Bij mijn grootmoeder thuis hing een tegeltje in de kamer en daarop stond: Mij spreekt de blomme een tale, mij is het kruid beleefd. Mij groet het altemale, dat God geschapen heeft. Het werd geschreven door Guido Gezelle en ik woonde als kind in een straat met dezelfde naam. Zou ik daarom met mijn neus zo vaak boven de kleinste bloempjes hangen om ze te bekijken?

Bij de kweker, waar ik altijd kwekerspotgrond haal voor mijn zaaisels en stekken, viel ik voor dit plantje dat ik nooit eerder gezien had. Het heeft kleine bloempjes en heel leuke knopjes en het draagt een prachtige naam: Zaluziianskya ovata ofwel Nachtphlox. De bloempjes gaan alleen open als het bewolkt of avond is en in de schemer verspreiden ze een heerlijke geur die lijkt op die van de Damastbloem. Dus moet je 's avonds op je knieën liggen om de geur optimaal op te kunnen snuiven. Alternatief is natuurlijk de plant in een pot op je tuintafel zetten.

Vanmorgen in de vroegte zag ik hoe een Sperwer een jong mereltje uit de berkenboom gegrist had en er mee wegvloog. Wat een naar gezicht. Het mereltje gaf een korte heftige kreet en daarna heerste er een indrukwekkende stilte in de tuin. Geen vogel liet zich meer horen, alle hadden in de gaten dat zich hier een klein drama voltrok. Dat is altijd zo als een vijand langs is gekomen. Vader merel had het gezien en bleef later nog heel lang zijn onrust uiten met alarmerende kreten.

Tussen de bladeren van de Japanse wasbloem zag ik vanmorgen een piepklein kruisspinnetje. Het was niet groter dan vier millimeter en misschien was dit wel zijn eerste web. Knap hoor, meteen al zo piekfijn in orde! Jonge kruisspinnetjes lijken in dit stadium nog allemaal op elkaar, verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is niet te zien. Voorlopig blijft dat nog wel even zo want pas in de tweede zomer, die tevens zijn laatste is, gaan de kruisspinnen hard groeien en dan wordt het vrouwtje een aanzienlijk stuk groter dan het mannetje. Nadat haar lijf dik en rond is geworden en bol staat van de eitjes, legt ze die in de herfst en dient tenslotte als voedsel voor haar eigen kroost. Als dat niet opofferingsgezind is! Maar natuurlijk gebeurt dit alles instinctief.

3 juli 2015

Ik had net de waterschaal ververst toen er een dorstige Houtduif kwam drinken. Het is heel grappig te zien hoe dat gaat. De duif drinkt anders dan de overige vogels. Hij doet zijn snavel in het water en zuigt daarna het water naar binnen. Je ziet als hij dat doet zijn keel heel snel op en neer gaan, alsof hij "bibbert".

Maar de duif had buiten de waard gerekend! Dit was de waterschaal van de jonge Ekster en die pikte de concurrent niet. Kijk eens hoe hij dreigt, jong als hij is. Staart recht omhoog, snavel wijd open. De duif zit er beduusd bij te kijken.

Maar wacht eens even, lijkt de duif te denken, wat jij kan, kan ik ook! Hij maakt zich groot en spreidt zijn schouders alsof hij klaar staat een tik uit te delen. De Ekster zit verbaasd te kijken, hij wil gewoon het water in. Daar liggen kleine steentjes en daar speelt hij de hele dag mee. Eindeloos is hij bezig steentjes uit het water te pikken en op de grond te gooien. Ik moest het tafereel tussen de lamellen van de zonwering kieken hetgeen wat moeizaam ging dus de foto's zijn niet zo mooi maar ik vond het zo leuk het hier even te laten zien.

2 juli 2015

Pa merel, van de foto hieronder, blijkt nog twee nakomelingen te hebben die hij moet zien groot te brengen. Jonge merels lijken al snel heel wat maar feitelijk zijn het nog peutertjes. Door hun zachte tjilpgeluidjes zetten ze de oudervogel aan tot voeren en in de huidige omstandigheden is dat een bijna onmogelijke taak. Stel je maar eens voor om bij 36 graden boven 0 continu op zoek te moeten gaan naar wormpjes, rupsjes enzovoort. Arme pa merel.

De jonge eksters staan nu ook op eigen benen. En wat voor benen! Zo'n jonge vogel lijkt wel op de bekende tekenfilmfiguur Woody Woodpecker. Wat een prachtige kleuren op rug en staartveren. Eksters vertrouwen de mens voor geen centimeter daarom moest ik behoedzaam de cameralens tussen de lamellen van de zonwering steken. Maar hij heeft het al in de gaten....! Het is zo grappig dat elke vogelsoort in onze tuin z'n eigen waterschaal kiest. Deze staat in de voortuin en is voor de mooie vogel die door zo velen onverdiend gehaat wordt.

Ik wilde nog even het bos in omdat de foto's die ik gisteren van dit vlindertje maakte, niet goed waren. Maar heremetijd wat was het om 09.30 uur al snoeiheet in het bos. Maar met een andere camera lukte het beter. In een van de beukenlanen in mijn wandelbos zitten heel veel van deze nachtvlindertjes, al dan niet parend, op de stammen. Het is een van de zeer vele micro's die zulke geweldige schutkleuren hebben dat ze nauwelijks opvallen. Dat maakt ze veilig voor belagers.

Aan een spinseldraad hing een rups die onderweg was naar de bodem om te verpoppen. Ik ving hem op mijn hand op en het beviel hem niet dat ik zijn afdaling onderbrak. Hij kronkelde als een hazelworm die zich bedreigd voelt. Toch moest hij even op mijn hand poseren want de rups zag er heel merkwaardig uit. Wat ermee gebeurd was weet ik niet en hij leek er ook geen last van te hebben. Waarschijnlijk verpopt hij ook normaal en wordt een gezond nachtvlindertje.

1 juli 2015

Mensen wat is het heet! Om de twee uren ververs ik de drinkschalen voor de vogels want ik veronderstel dat ze net als wij liever een koele slok nemen dan een lauwe of zelfs warme teug. De merel heet alle veren uitgezet en de snavel wijd open in de hoop dat het wat verkoeling zal brengen. Je zult als merel nu nog een nest jongen te verzorgen hebben, dat moet bijna een onmogelijke opgave zijn....

In een van onze nestkasten zit nog een jonge koolmees. Dat jonkie zal het ongetwijfeld zwaar hebben. Wat moet het saai zijn om in je dooie eentje al die tijd in een kast te zitten. Maar het arme beest moet nog een dag of wat en als hij de hittegolf overleeft, zal hij kort daarna uitvliegen. Dat ook dit broedsel weer zo weinig oplevert, zegt wel wat over het voorbije seizoen. Normaliter zitten er in een nestkast toch zeker zeven jongen, vaak zelfs veel meer als het voedselaanbod ruim voldoende is.

Gisteravond moest ik nog even de planten in mijn volkstuin van water voorzien en begon ik toch nog maar even aan een stukje in mijn tuin dat dreigde te verwilderen. Bij het uitrukken van alle uitgebloeide koekoeksbloemen, waarbij de zaaddozen hun inhoud met geweld in het rond gooiden en mijn hoofd nadien wel een zaaiveld leek, verstoorde ik een Vijfvingerige Vedermot (Pterophorus pentadactyla).  Deze mot wordt ook witte of sneeuwwitte vedermot genoemd. Dit zijn zulke feeërieke wezentjes met hun engelachtige vleugels. Overdag zitten ze met hun vleugels in elkaar gerold stil onder een blad. De witte heeft een paar familieleden die bruinige kleuren hebben. Maar deze is echt sneeuwwit, heel mooi.

Terwijl de Zanglijster uitbundig in een eikenboom zijn avondlied zat te zingen en nadat ik tussen de arbeid door van dikke zoete aardbeien snoepte, begon de schemer te vallen en liet de maan zich zien. Zo vredig allemaal.Toen ben ik maar weer naar huis gegaan waar manlief klaar stond op zijn fiets te stappen om te gaan kijken of ik soms tussen de planten in slaap was gevallen.

30 juni 2015

Op warme dagen is het heerlijk in een bos te lopen waar het bladerdek de zonnestralen tegen houdt. Als je om je heen kijkt zal het opvallen dat menig boom allerlei vergroeiingen heeft die op gezichten, dieren of boosaardige wezens lijken. Dit was een nieuwe op mijn pad, hij was me nog niet eerder opgevallen.

De "bosfiguren" zijn andere dan gezwellen die je vaak op boomstammen ziet. Deze beuk heeft een groot kankergezwel op zijn stam. Het is een overmatige vorming van houtcellen die er na verloop van jaren indrukwekkend gaan uitzien. Gelukkig gaan de bomen er niet aan dood. Als ze zo'n gezwel door zou snijden zou dat een prachtige structuur laten zien.

In het bos zijn de kleine spontaan ontstane waterpoeltjes aan het opdrogen wat niet zo leuk is voor de dieren. Gelukkig weten ze de grote door mensen aangelegde poel nog te vinden. Deze merel zat werkelijk te puffen van de hitte. Zijn open snavel moet de hitte in zijn lijfje helpen afvoeren.

De vogels die hun biotoop bij de menselijke bewoning hebben zijn vaak beter af. Dankzij de vele tuinvijvers is er daar water genoeg. Als je geen vijver hebt kun je natuurlijk een plek maken in een veilig hoekje van de tuin, waar je een aantal platte waterschalen neerzet. De vogels gebruiken die dankbaar om in te badderen en uit te drinken. En als je in de tuin zit is het natuurlijk een leuk gezicht om dat te zien gebeuren. Met de verwachte hitte is het raadzaam de waterschalen een paar keer per dag te verversen. Ook eens per dag een koude gieter met water toevoegen is goed voor kleine vijvertjes waarin het water heel snel erg warm wordt.

29 juni 2015

Deze eitjes van de Groene stinkwants (waarover ik al eerder vertelde) nam ik van de volkstuin mee naar huis om te zien wat er mee zou gebeuren.

Na een aantal dagen bleken ze opeens zwarte streepjes te krijgen. Zouden dat de zich ontwikkelende wantsjes zijn? En zouden die altijd op dezelfde manier in het eitje liggen? Afwachten dus maar.

Ik zocht en zocht op het internet om iets te vinden over de tijd die er zou zitten tussen het leggen van de eitjes en het uitkomen er van. Eindelijk las ik op iemands weblog dat dit een week zou zijn. Maar na een week gebeurde er met de eitjes die ik had helemaal niets meer. Na 12 dagen gaf ik het maar op in de veronderstelling dat het niets meer zou worden en legde ik het rode blaadje van de Melde ergens in het gras. Tot mijn teleurstelling en verbazing zag ik de volgende dag dat de eitjes allemaal leeg waren. De zwarte streepjes bleken de scharniertjes te zijn waarmee de dekseltjes op de eitjes open gingen. Rechtsonder en rechtsboven is goed te zien hoe mooi rond die zijn. De twee groene eitjes die er nog zijn, waren onbevrucht.

Uit de eitjes komen miniatuuruitgaven van deze nimf. Zo jammer dat ik het niet gezien heb maar ik weet nu voor een volgende keer dat ik meer geduld moet hebben.

Als de wantsen groeien, wordt hun vel te klein want dat groeit niet mee. Dus moeten ze vervellen. Je kunt dan zo'n vervelling soms vinden op het blad van een plant. Deze is van een stinkwants die vorig jaar op een van mijn planten woonde.

Na vijf vervellingen, waarna de wants telkens een heel ander uiterlijk heeft, wordt het deze Groene stinkwants. Tegen de winter wordt hij bruin en het daarop volgende voorjaar  weer groen. Zo leuk kan de natuur zijn. Gewoon goed kijken en zoeken dan kom je zoveel leuke dingen tegen!

27 juni 2015

Momenteel wordt de nieuwe Natuurwet in de Tweede Kamer behandeld. De P.v.d.A. heeft  helaas onverwacht en tegen haar beloftes in de zijde van de VVD gekozen waardoor het voorstel van de Partij voor de Dieren opeens niet meer gesteund werd. Dit voorstel leunt echter op de wens van een grote meerderheid van het volk de plezierjacht af te schaffen. De hoogleraar ecologie en natuurbeheer aan de Rijksuniversiteit Groningen, Han Off, schaart zich nu publiekelijk aan de zijde van het volk: "Ik zie geen enkele ecologische of wetenschappelijke reden waarom de regels voor onder meer vissers, waterwinbedrijven, rietsnijders en gaswinners niet zouden gelden voor de hobbyjagers, tenzij men vindt dat plezierjacht gewoon een leuke hobby moet kunnen zijn voor een kleine groep uit de samenleving. Hazen en konijnen hebben een grote rol in het huidige ecologisch functioneren in natuurgebieden en het heeft geen nut ze af te schieten".  Wie voor afschaffing is van de plezierjacht kan dit laten weten door snel de petitie te tekenen op
http://www.faunabescherming.nl/laat-de-dieren-niet-schieten/

De bessenoogst is in de natuur alweer begonnen. Onze krentenboom heeft het dit jaar voortreffelijk gedaan en hangt vol met rode bessen. Voortdurend zie je beweging tussen en in de takken als duiven en merels halsbrekende toeren uithalen om de bessen van hun takken te rukken. Vaak komen ze niet eens in hun snavels terecht maar vallen ze op de grond. Het is een vermakelijk gezicht. Ik ben heel blij met deze boom. Het zag er een paar jaar geleden uit dat hij na bijna een halve eeuw het loodje zou gaan leggen maar dankzij het advies van een hovenier om hem stevig te mesten, staat hij nu weer vol in het blad. Twee jaren groeven we in het voorjaar een paar gaten onder de kroon, vulden die met mengmestkorrels en bingo!

In onze toiletruimte hebben wij jaarlijks inwoning van een aantal spinnen. De kleinkinderen noemen ze tegenwoordig "langpootspinnen". Ze komen binnen via het dak en de luchtkoker en ze planten zich er zelfs voort want telkens verschijnen er ook enkele "babylangpootspinnen" die na de nodige vervellingen ook weer van die grote zijn. Je neemt al snel aan dat ze er niets te zoeken hebben maar vergis je niet! Laat zo'n spin maar eens een poosje hangen en je staat al snel versteld van de hoeveelheid prooien die hij vangt. Onder de plek waar hij zich ophoudt ligt het vol resten van uitgezogen insecten. Ik heb het eens een poosje gevolgd en het is onvoorstelbaar dat er zoveel nachtelijk gespuis in huis rondloopt. Ook op de foto is hij weer bezig iets uit te zuigen. Zo onverwacht als ze komen, verdwijnen ze ook weer. Toen de kleinkinderen nog peuters waren griezelden ze van zulke beestjes. Maar toen we zo'n spin eens Sebastiaan doopten, vonden ze het opeens niet eng meer. Geef het beestje dus een naam en het wordt een huisdier! Ze verschijnen plotseling en net zo onverwachts zijn ze weer verdwenen, het zijn slechts tijdelijke gasten.

26 juni 2015

Ze zijn spreekwoordelijk om op te vreten, de jonge steenuiltjes. Het leek aanvankelijk zo goed te gaan dit jaar; er waren genoeg muizen. Maar het blijkt dat daar verandering in is gekomen en het aantal muizen leek zelfs wat af te nemen. Steenuiltjes worden niet uitsluitend met muizen grootgebracht al is dat wel het beste voedsel. Meikevers, langpootmuggen en regenwormen staan ook op het menu. Als wormen het hoofdvoedsel worden omdat er te weinig muizen zijn, kan dat heel nadelig zijn voor de jongen. De regenwormen die veel zand in hun lijf hebben zijn niet het beste voedsel. Sovon (vogelonderzoek) laat weten dat dit jaar er opvallend veel meldingen zijn van dode pullen in de nestkasten. Er wordt nog gezocht naar oorzaken maar het lijkt mij dat de langdurige droogte en de veel te koude dag- en nachttemperatuur tot in de late lente er toe bijgedragen moeten hebben.

Je zou zo graag willen dat het goed gaat met dit leukste en kleinste uiltje van ons land. Helaas is dat niet zo. Nog steeds gaat de landelijke populatie achteruit. Hoofdoorzaak is de verdwijning van hun leefgebied. Ik maak het mee in mijn eigen gemeente Rheden waar uiltjes worden bedreigd en waarschijnlijk verdreven door woningbouw in hun territorium. Het uiltje op deze foto verloor ook in deze gemeente het leefgebied door de bouw van een brandweerkazerne die er ondanks protesten snel doorheen werd gejast.

In het land zijn op plaatsen waar de Steenuil nog voorkomt werkgroepen actief die proberen de steenuiltjes kansen te geven door het aanbieden van nestkasten, het geven van voorlichting en het inventariseren van het broedproces. In juni is het feest voor de deelnemers wanneer de jonge uiltjes geringd worden. Dit geeft een landelijk inzicht in de populatie. Voor het wegen wordt meestal een unster gebruikt maar dat is in mijn ogen een onvriendelijk gebruik. Als je zo'n vogel op z'n kop met een poot aan een haak ziet hangen kom je al snel tot de conclusie dat een mechanisch of digitaal weegschaaltje heel wat vriendelijker is.

De verdwijning van het kleinschalig agrarisch landschap, wat rommelige boerderijen waar ook nog wat schapen lopen, oude vervallen schuurtjes, stroken waar het gras mag groeien en waar veel insecten te vinden zijn, ze zijn zeldzaam geworden en zullen ook niet meer terugkeren. Uiltjes verdrinken ook nogal eens in de drinkbakken voor het vee en door het gebruik van gif tegen ongedierte. Nu de opportunistische Steenmarter onderhand in het het hele land gezien wordt, is dat eveneens een grote bedreiging geworden voor de Steenuil. De ouderwetse nestkasten voldoen daardoor niet meer en nieuwe zijn al ontwikkeld. Heb je steenuilen in de buurt of op je erf, kijk dan eens op de website www.steenuil.nl en neem contact op met een van de regionale steenuilenwerkgroepen voor advies hoe met deze mooie vogels om te gaan.

25 juni 2015

Het is opvallend laat voor sommige planten om aan de groei te komen. Staat op de volkstuinen de Aspergeplanten al in mei een eind boven de grond, dit jaar is dat nu pas het geval. En als het groen er eenmaal is volgen ook de mooie Aspergehaantjes (Crioseris asparagi). Luistert ook naar Blauwe aspergekever. Ze zijn bijna niet te fotograferen want zodra ze je zien kruipen ze razendsnel achter de stengel of het blad, zo kun je een waar kat-en-muisspel met ze spelen. Als het ze te benauwd wordt laten ze zich vallen, parend en al.

Hier is een broertje uit dezelfde familie, ook een aspergekever maar in deze uitvoering heet hij Rode aspergekever (Crioceris duodecimpunctata). Om het makkelijk te maken: kijk je naar het tweede deel van de Latijnse naam dan is het niet verwonderlijk dat hij ook Twaalfpunts- Aspergekever genoemd wordt.

De eitjes van deze kevers worden per stuk afgezet op het groen en na een week komen de larven al uit die zich bolrond vreten en na drie weken in de bodem verpoppen. Zowel de kever als de larve leeft uitsluitend op de Asperge. De larven schijnen massaal geparasiteerd te worden door sluipwespen. Terwijl de larve almaar doorvreet, vreet de larve van de sluipwesp zijn lijf op en als de eerste dan praktisch volwassen is - want dat kan - knapt hij open en komt de jonge sluipwesp eruit. Een gruwelijk verschijnsel in de insectenwereld! De kevers zijn maar 6 mm groot en dus vallen ze niet zo op. Omdat het er maar weinig zijn, vertel ik het de tuinder maar niet. Soms ben ik langer bezig met het snuffelen naar leuke beestjes dan met de verzorging van de tuin.

23 juni 2015

Tussen de buien door moet ik toch dagelijks even naar mijn moestuin waar de aardbeien rood en verleidelijk op me liggen te wachten. Ze groeien en kleuren op een bedje van stro en zijn losjes toegedekt met een lap horregaas waar ik al eerder melding van maakte. Het werkt voortreffelijk, geen vogel of slak kan er bij. Het komt maar in weinig jaren voor dat de oogst zo overvloedig is. De vruchten zijn heerlijk zoet, echt een streling voor je tong. Nog een week of twee, dan is het feest weer voorbij.

Regen of niet, als ik er ben, wandel ik toch altijd even rond op mijn lapje grond om te zien of er weer nieuwe dingen te zien zijn. Zo vond ik ook dit gestreepte miniatuur klaproosje. Spontaan ontstaan in het wild vaak allerlei verrassende kruisingen. Helaas wil dat niet zegen dat ook volgend jaar, wanneer dit klaproosje zich heeft uitgezaaid, dezelfde bloemen zullen verschijnen. Dat geldt ook voor andere planten als Vingerhoedskruid, Stokroos en dergelijke. Vindt je iets moois of iets aparts dan is dat daardoor extra leuk.

In een boom zat een net uitgevlogen koolmeesje. Ik kreeg hem niet scherp op de foto want de wind speelde me parten. Maar het is zo'n dotje dat ik hem hier toch een plekje geef want voor jonge vogeltjes is het even niet zo leuk buiten. Met jonge vogeltjes in nesten en nestkasten evenmin. Vorige week zag ik hoe een paar mezen een van onze nestkasten in- en uitvlogen. Daar moesten dus jongen zijn. Drie dagen lang vlogen de oudervogels heen en weer naar het nest en daarna gaven ze het op. De jongen hadden het blijkbaar als gevolg van koude en afwezigheid van rupsjes niet gered.  Het was sowieso een laat legsel van de koolmezen, wellicht ook een tweede poging. Winst en verlies spelen ook in de natuur een rol.

22 juni 2015

Verval en schoonheid die samengaan, dat kunnen we ons bijna niet voorstellen maar in de natuur is het wel degelijk mogelijk. Dit blad van de Hypericum is aan het verdrogen. De regen komt te laat. Aanvankelijk dacht ik dat dit misschien een roest was maar op het blad was geen spoor van schimmel te ontdekken.

We zien tegenwoordig steeds meer wijngaardslakken in de tuin; de grootste soort die hier in het land leeft. Hoewel het voornamelijk de naaktslakken zijn die alles kort en klein vreten in de tuin, zijn wijnslakken bij tuinders en moestuinders niet bepaald geliefd maar toch is de Wijngaardslak (Helix pomatia) enigszins beschermd door de Flora- en Faunawet. Je mag ze niet verzamelen en meenemen. Dat doe ik dan ook niet, ik verzamel ze en verhuis ze naar een plek waar ik er geen last van heb. Als het geregend heeft kruipen ze met z'n allen over de paden en je moet moeite doen ze niet onder je voeten te vertrappen, hetgeen gepaard gaat met een akelig gekraak! Dit exemplaar zocht z'n toevlucht op het raam. Waarom slakken dat bij erg vochtig weer doen weet ik niet. Maar zo'n huis meezeulen op je rug is geen sinecure als het op deze manier moet. De slak viel dan ook prompt omlaag en stond weer veilig met zijn voet op de grond.

De regenplenzen doen veel bloemen het hoof buigen en leuk is dat niet. Vingerhoedskruid ligt bijna horizontaal, de mooie rozen worden vodjes en aldoor loop je met steunen, stutten en touw de boel weer overeind te krijgen. Arme tuinvrouwen die in deze maand waarop de rozen victorie kraaien hun paradijsjes openzetten voor bezoekers. Je werkt je wekenlang tien slagen in de rondte om de boel er zo optimaal mogelijk bij te laten staan en dan krijg je dit als dank. Ik ben benieuwd wat ik te zien krijg als ik woensdag met mijn tuinclub elders op bezoek ga. Maar niemand hoort mij klagen, ik ben blij met de regen die zo heel erg nodig was.

21 juni 2015

Te snel, veel te snel gaan de seizoenen weer voorbij! Het begin van de zomer is alweer aangebroken. De seizoenen die het mooist zijn, het meest te bieden hebben, ze glippen bijna als zand door je vingers. Maar de start is goed en de langdurige droogte wordt een beetje verdreven. Elke druppel is welkom want de bodem snakt ernaar. Dit kevertje dacht een veilig en droog plekje gevonden te hebben. Tegen de koude waarschijnlijk want tot nu toe waren er nog steeds nachtvorsten. Weliswaar lichte, en ook niet in het hele land, maar voor de tijd van het jaar was het uitzonderlijk droog, winderig en 's nachts erg koud. Het kevertje had niet op regen gerekend maar Hansepansekevertje spoelde net niet weg.... Welkom in de zomer!

Hommels en hommeltjes vliegen er veel rond, bloeiende planten zijn er genoeg te vinden. Als hommel baal je er wel stevig van als telkens zo'n plensbui over je heen komt en alles wat je dan te doen staat is je vastklampen aan een bloem en geduldig wachten tot de ellende weer voorbij is. Want hommels hebben net als wij veel liever mooie zonnige dagen....

Dat hommels en bijen belangrijk zijn voor de bestuiving van bloemen en voedselgewassen weten we al heel lang. Vandaar ook de strijd tegen allerlei chemische stoffen die ter bestrijding van plagen in de natuur worden gebracht en waaraan de grote sterfte van deze insecten wordt geweten. Maar de zaken blijken toch wat genuanceerder te liggen. Internationaal onderzoek bracht nieuwe gegevens aan het licht. Bestuiving van bijna 80% van de gewassen wordt verzorgd door slechts 2% van de wilde bijensoorten die in de onderzochte gebieden voorkomen. Medewerkers van de Wageningen Universiteit legden samen met collega's uit alle windsteken meer dan 90 studies over wilde bijen in 5 continenten, naast elkaar en vergeleken die. De overige wilde bijen zijn van weinig nut voor de mens, aldus de conclusies die afgelopen week verschenen in Nature Communications.

 

 

 

naar boven