Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 
2018/2019
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
 2019
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017
 2018

 

 

 

Zomer 2019

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

 

16 juli 2019

Mistroostige berichten over de nachtvlinders: daarmee is het slecht gesteld. Eerder was al vastgesteld dat de nachten zodanig door licht worden vervuild dat de vlinders in de war geraken hetgeen een negatieve  uitwerking heeft op insecten en hun leefwijze. Maar nu laten de hitte en droogte van vorige zomer zich ook nog eens gelden. De achteruitgang wordt zorgelijk genoemd. Foto: Donsvlinder (Euproctis similis), nachtvlinder uit de familie spinneruilen.

Ook met de dagvlinders gaat het niet goed. Je wordt er soms naar van al die berichten over achteruitgang en verlies te lezen.  Het Bruin zandoogje (Maniola juritna) ) is een vlinder van voornamelijk bloemrijke graslanden maar ook langs bosranden. Ze behoren met o.a. Oranje en Bruin zandoogje en Hooibeestje tot de familie zandoogjes. De waardpanten zijn diverse grassoorten. Tussen 1890 en nu is het aantal dagvlinders met 84% afgenomen en 15 soorten zijn geheel verdwenen.

Van zoogdieren weten we dat ze bij tijd en wijle paarlustig worden, gedreven door hun   geslachtshormonen. Insecten kennen iets dergelijks. Bij het zien van deze twee koolwitjes realiseerde ik me dat weer eens. Zo'n vlinder leeft maar een paar weken en in het lijfje van vrouw vlinder ontstaat het signaal dat ze moet proberen te paren. Ze gaat dan feromonen uitzenden en hier is dat goed te zien. Om die sexgeurstoffen zo ver mogelijk uit te sturen is ze plat op het gras gaan liggen, de vleugels houden haar goed in evenwicht en ze steekt haar achterlijfje zo ver mogelijk omhoog. Een mannetje pikt onmiddellijk die geurstoffen op en fladdert steeds dichter boven en rond haar om op een bepaald moment een snel contact tot stand te brengen. Dat is nog geen paring maar het mannetje weet nu wat hem te doen staat. Samen vliegen ze weg om een goede plek te zoeken waar ze daadwerkelijk kunnen paren. Eitjes leggen is vervolgens voor het vrouwtje de opdracht, om na gedane arbeid te sterven. Het voortbestaan van de soort  is weer verzekerd.

Dit hele jaar heb ik nog niet gezien dat er door de merels regenwormen uit het gras worden getrokken en ik vraag me af welke uitwerking dat zal hebben op de jonge vogels. Jonge dieren leren immers het gedrag kopiren van hun ouders. De juveniele merels doen niets anders dan slakken zoeken en eten. Ergens vind ik dat wel prettig want ik kan goed merken dat er veel minder van de slijmerds zijn dan anders. Maar hoe zal het verder gaan wanneer de bodem weer een keer met vocht doordrenkt raakt en de wormen zich weer meer vlak onder de grasmat gaan ophouden. Zou de nieuwe lichting merels dan "weten" hoe ze die pieren kunnen vangen? Of zou het nu ook slechter met de regenwormen gaan, nu die vanwege de droogte almaar op grote diepte in de bodem moeten blijven.

14 juli 2019

Een week of drie geleden voerde ik het Langlijfje al eens ten tonele, behorend tot de zweefvliegen waarvan er heel veel soorten zijn. Nu zag ik iets op een blad waarvan ik eerst niet doorhad wat het moest voorstellen. Het leek of een kleine zweefvlieg gepakt was door een Groot langlijfje (Sphaerophoria sripta), maar wel vreemd, het leek me zelfs onmogelijk omdat die leven van stuifmeel en nectar.

Hier was dan ook iets anders te zien: een paring. Vrouw langlijfje is veel kleiner dan de man en ziet er ook anders uit. Het verschil is wel enorm. Beide insecten vonden het kennelijk niet prettig dat er een lens boven hun inieme bezigheid hing en man Langlijfje vloog resoluut met vrouw nog in paring verbonden weg naar een ander plekje. Het vrouwtje kan tot 300 eitjes leggen die pas volgend voorjaar uitkomen en dan leven van bladluizen.

Een aantal weken geleden kreeg ik een heleboel eenjarige zomerplantjes cadeau, zonder namen erbij dus het was maar afwachten wat er tevoorschijn zou komen aan bloemen. Dit is er een van en ik vind hem zo mooi dat ik er zaad van zal verzamelen voor het volgend voorjaar. De bloempjes zijn maar ongeveer 2 cm in doorsnede maar juist die eenvoud en die heerlijke kleur vind ik zo charmant. Nu nog op zoek naar de naam, het is me nog niet gelukt die te vinden.

Tot nu toe zag ik geen rupsen van de Sint Jakobsvlinder maar afgelopen week vond ik ze toch in een natuurgebied. Daar stonden meerdere planten van het Jakobskruiskruid bijeen en die zaten tjokvol met rupsen. Ik heb er 5 meegenomen en verhuisd naar mijn eigen plant die ik in de tuin had gezet. Of dat ooit zal leiden tot de verschijning van die prachtige vlinders zal nog moeten blijken maar ik wilde het eens proberen.

De rups bevat lange haren en is dan ook een lid van de familie Beervlinder, alle gekenmerkt door heel veel haar. De rups van de St. Jakobsvlinder heeft er echter niet zo heel veel. Van de 5 rupsen zie ik er inmiddels nog maar 3. Misschien smaakt  de ene plant wel lekkerder dan de andere, afhankelijk van de bodem waar hij in staat, maar dat is maar een veronderstelling. De rupsen hebben nauwelijks vijanden, ze nemen de toxische stoffen uit de planten op en smaken daardoor onaangenaam. Vijanden zijn sluipwespen die de rupsen gebruiken als wieg voor hun nakomelingen. Een gruwelijk natuurverschijnsel. Maar ook mieren blijken de rupsen van deze vlinder te verorberen, het schijnt zelfs zo te zijn dat de vlinders in de buurt van nesten van de Rode bosmier geen eitjes afzetten.

Een van de rupsen vond ik vanmorgen naast het Jakobskruiskruid bewegingloos op een blad van een andere plant. Ik vroeg me af of hij aan het verpoppen was. Ik ken het proces wel uit de tijd dat ik de rupsen van de Koninginnepage uitkweekte. Als ze verticaal stil gingen hangen aan een stengel luidde dat het proces van verpopping in maar dat gebeurde dan op dezelfde plek. De rupsen van de Jakobsvlinder verpoppen op de grond en hun cocon blijft daar dan losjes liggen. Ik ga het in de gaten houden. Omdat de rups er vrijwel ontoegankelijk voor de camera lag, heb ik hem even op het JKK gelegd en daarna wee rop de plek waar ik hem aantrof.

12 juli 2019

Pas nog schreef ik dat het zo jammer is dat we in het bos achter ons huis - Hof te Dieren - nauwelijks nog wild aantreffen, dus was ik zeer verbaasd over een bericht in de krant. Daarin stond dat op 1 juli weer op de Veluuwe is begonnen met het afschieten van 4.000 wilde zwijnen. En 60% daarvan bestaat uit jonge biggen om te voorkomen dat die opgroeien en weer voor nieuwe aanwas kunnen zorgen. Het jaarlijks afschieten van duizenden dieren is dweilen met de kraan open, onnatuurlijk en verwerpelijk, aangezien er ook andere manieren zijn om de populaties te verminderen: laat de natuur haar gang gaan. Zelfregulering is een normaal verschijnsel in de natuur om een gezond evenwicht te bewaren. Hoe valt dit trouwens te rijmen met de aanbeveling die minister Schouten in oktober aan de jagers gaf aan het ongebreidelde afschieten van zwijnen,  uit angst voor de Afrikaanse varkenspest die hier (nog) niet eens is uitgebroken? Waarom lezen wij niet hoeveel dieren door de jagers inmiddels zijn gedood?

We zijn al over de helft van het jaar en al een paar weken op weg in de zomer. Een heleboel planten zijn al uitgebloeid en zaden worden volop verspreid. Dit lege zaaddoosje van een dotter, dat tussen de blaadjes van de Watermunt door piept, is aan het verdrogen en vormt een fraai kleinnood tussen het groen.

Insecten houden zich niet aan voortplantingstijden en gaan er lang mee door. De vele soorten wantsen hadden en hebben hun eitjes verstopt onder bladeren en in veel gevallen zijn daar al nimfen uitgekomen. Meestal is het wel bekend dat bijvoorbeeld een vlinder, eerst ei, rups en pop wordt voordat het een volwassen imago / vlinder wordt. Bij wantsen is dat niet helemaal hetzelfde. Uit een eitje komt een nimf die qua vorm al meteen op het imago lijkt. Maar omdat een nymf vijf maal moet vervellen tijdens de ontwikkeling tot wants, ziet hij er na elke vervelling net weer even anders uit dan het imago. Hier zag ik een piepklein nimfje dat nog een paar maal moet vervellen als het weer uit z'n pak groeit. Het lijkt me een nymf van de Grroene stinkwants, die zie ik hier veel. Correctie: iemand die er meer verstand van heeft van ik wist te vertellen dat dit de nimf de Dovenetelwants is.

Pyjamawantsen zie je heel veel op Dille. Nu zag ik ze voor het eerst op de zaaddozen van het Zevenblad. Beide planten zijn echter schermbloemig en daar houden de wantsen van. De Pyjamawants wordt ook Gevangeniswants genoemd naar de strepen op zijn rug.

11 juli 2019

De media staan er opeens bol van: wr een nieuwe natuurplaag, in de vorm van het Draaigatje. Dit is de naam van een mierenfamilie waarvan de leden  qua gedrag precies op elkaar lijken zodat het nu gaat over "het Draaigatje" (Tapinoma niggerinum), een glanzende kleine zwarte mier die tesamen enorme nesten kunnen maken met een veelheid van dicht bijeen liggende openingen die op kratertjes lijken. De mieren zijn ook herkenbaar aan de zg. straten waarin de werksters alle dezelfde richting oplopen. Het nest bevat heel veel koninginnen die nooit wegvliegen om een eigen kolonie te stichten maar in het nest blijven, daardoor kan zo'n nest echt enorm zijn. Het is een mierensoort uit Zuid-Europa, hier waarschijnlijk geimporteerd via grond van pot- en tuinplanten. Ze kunnen alleen overleven op warme plekken, kale of betegelde en door zon beschenen tluinen zijn de beste plekken, maar ze kunnen zich ook in tuinmuurtjes en de spouw van huizen e.d. vestigen. De invasieve mierensoort werd in Wageningen al in 2016 aangetroffen en veroorzaakte flinke overlast. De aangetroffen kolonie bestreek een lengte van ruim 120 meter. Zoals bekend doen mieren aan "veeteelt", de draaigatjes houden  zveel bladluizen vanwege de honingdauw dat beplanting en tuinmeubilair vol met dat plakkerige spul kan komen te zitten. Wellicht kan een ouderwetse koude winter een eind aan hun bestaan maken, maar dat is een veronderstelling van mijzelf. Wie denkt de mieren aan te treffen wordt verzocht er een paar ter determinatie op te sturen naar het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen in Wageningen. Foto: Rode bosmier (Formica rufa)

De grond in de volkstuin is bijna die van een woestijn, zo droog. Zelfs al sproei je meerdere gieters water over een stukje van de bodem, het komt niet dieper dan een paar millimeters. Daarom was ik zo blij met de regen die gistermiddag en vannacht viel en waarvan nog veel meer beloofd wordt door de meteorologen op tv en radio. Omdat de regen al was aangekondigd had ik nog wat gepoot en gezaaid, op hoop van zegen. Veel opbrengst is er nog niet geweest maar de vele bloemen maken een hoop goed.

Mijn fascinatie voor druppels komt meteen weer de kop opsteken zodra het regent en zo probeerde ik een druppel vast te leggen die op een blad van een Koraaldruppel (Bessera elegans) bleef hangen. Het ronde blad is qua dikte vergelijkbaar met dat van Bieslook en het druppeltje was dus ook maar minuscuul. Zo'n druppel kan een heel tafereel van de omgeving in zich opnemen, de volgende keer ga ik daar rekening mee houden, wat kleur er in aanbrengen.

De droogte is ook zichtbaar in plassen en sloten, soms is daar geen water meer in te bekennen. Omdat de bodem nog drassig is, groeien er nog wel waterplanten, zoals deze Egelskop die zaad heeft gezet. Als daar de zon doorheen schijnt is dat een heel mooi gezicht, helaas was dat hier net niet het geval. Onderin de foto een vrucht waar de plant haar naam aan ontleent.  We kennen in Nederland vier soorten, dit is de Grote egelskop (Sparganium erectum), die heeft vertakte stengels.

9 juli 2019

Tegenwoordig moet ik mezelf overhalen om weer eens het bos in te gaan, terwijl ik er tot een paar jaar geleden soms dagelijks rond liep. Maar het bos van nu is zo levenloos en nog steeds weet ik niet hoe dat komt. In de zomer zag je tijdens een wandeling altijd wel een groepje zwijnen met biggen rondscharrelen. Ook herten lieten zich regelmatig zien als ze liepen te grazen of lagen te herkauwen. Een ree kwam je af en toe tegen en op de boombladeren zaten insecten. Ik vond er van alles: een Gouden tor, parende Tauvlinders, hazelwormen en jonge ringslangen. Altijd was er wel iets leuks waar ik mee thuis kwam. Dat werd steeds minder en wild zien we nog maar zelden. Maar als je al tevreden bent met uitsluitend al dat groen om je heen, is de Veluwezoom natuurlijk een fantastische wandelplek.

De meeste beuken die geveld werden door de tornado die hier een paar weken geleden langs raasde zijn nu in stukken gezaagd en liggen langs de kanten van de wandelpaden. Kerngezonde bomen die de oerkrachten van de wind niet konden weerstaan.

Dat is goed te zien bij stammen die totaal uit elkaar gescheurd werden, het is bijna ongelooflijk.

Rode bosmieren waren de enige beestjes die ik vanmiddag tegenkwam. IJverig als altijd liepen ze heen en weer over het zandpad. Meestal zie ik ze wel met iets sjouwen dat naar het nest gebracht wordt maar ze leken dit keer maar zo'n beetje doelloos rond te lopen.

Het is er zo ontzettend droog, overal wolken verdroogde Bochtige smele, hier en daar een braamstruik met miezerige vruchten, geen besje aan de bosbesstruikjes. Samen met de zomerstilte die nu in het bos heerst valt er niet veel te beleven. Zelfs wandelaars kwam ik niet tegen. Zeker bang geworden van de waarschuwingen voor de eikenprocessierupsen, die bij elke ingang zijn opgehangen...

7 juli 2019

Vanaf vandaag tot 28 juli kunnen weer vlinders geteld worden. Tot nu toe heb ik nog geen "echte"  bekende zomervlinder gezien, behalve n Kleine vos.  Meldingen kun je doorgeven op de website van de Vlinderstichting. De gevolgen van de droge hete 2018 laten zich nog steeds gelden bij de vlinders en voor sommige soorten ziet het er niet goed uit. Daarom is het nuttig om door te geven wat je waarneemt.

Een van de algemeenste uit de groep heidelibellen is de Bloedrode heidelibel  (Sympetrum sanguineum), een van de eenvoudigste herkenningspunten vormen de zwarte poten. De libel komt voor in min of meer dicht begroeide biotopen maar bij ons vliegt hij in de tuin en de voorplanting vindt plaats in onze niet eens zo heel grote vijver. Momenteel veel te zien. Toevallig heb ik de vijver afgelopen week ontdaan van een teveel aan Krabbenscheer dat een groot deel van het water aan het gezicht onttrok..

De vrouw van deze soort is geelbruin, de man is rood van kleur. Het zijn middelgrote libellen.

In huis zat dit insect tegen het raam. Bij ons wordt alles wat niet binnen hoort, buiten de deur gezet. Soms wil ik eerst goed bekijken met welk insect ik te maken heb. Zoals met dit mooie exemplaar. Ik ving hem in een bierglas, waardoor hij natuurlijk niet zo heel scherp op de foto kwam maar toch zichtbaar genoeg. Het is een Goudoogdaas (Chrysops relictus), een van de meerdere soorten. Over het algemeen kunnen ze gemeen bijten, alleen de vrouwtjes doen dat, zij hebben de proteine in ons bloed nodig voor de eitjes. De mannetjes leven van nectar.

Dazen hebben prachtige ogen; bij deze Goudoogdaas zijn ze blauwgroen met een paar paarsrode vlekjes. Bij het zien van een daas denk ik meteen terug aan de tijd dat onze kinderen klein waren en op warme dagen buiten in de tuin in hun zomerbadje zaten te spelen. Dan moest je zeer alert zijn op de aanwezigheid van dazen die bij voorkeur afkwamen op die natte lijfjes van de kinderen. Deze Goudoogdaas blijkt minder bijterig te zijn dan zijn familieleden.

4 juli 2019

Wat heerlijk toch, ditmaal hoeven we ons over de zomer niet te beklagen. Blauwe luchten, fladderende vlinders, volop bloemen, zoemende bijen, maar alleen die droogte! Steeds meer planten en bomen zie je kwijnen, de natuur heeft er last van. Maar in de tuinen hebben we dat nog enigszins onder controle en is het volop genieten.

In een plantenpot die ik wilde gebruiken zag ik een heel klein bolletje hangen dat aan een draadje heen en weer bungelde. Zoiets wil ik dan meteen onderzoeken. Het was een hele klus het coconnetje - want dat was het - behoorlijk op de foto te krijgen maar uiteindelijk lukte het met de onvolprezen macrolens. Het coconnetje had het formaat van een sesamzaadje en het was met twee flinterdunne draadjes aan de potwand bevestigd. Jammer dat dit hier niet te zien is. Ook het zandklontje hing aan een draadje. Spinnen gebruiken wel vaker zandkorrels om hun cocon vol nageslacht te beschermen, de lantaarnspin bijvoorbeeld doet het ook. Maar wat er uit gaat komen, ik weet het niet en ik zal het ook nooit aan de weet komen ook.

Een Groene gaasvlieg (Chrysoperma carnea) op de tuinparasol. Heel frle wezentjes die ogenschijnlijk wat klungelig lijken te vliegen maar dat komt omdat de vleugelparen onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. De volwassen gaasvliegen voeden zich met stuifmeel en nectar maar de larven zijn roofzuchtige beestjes die heel wat bladluizen naar binnen kunnen werken maar ook onder meer de jonge rupsen van de eikenprocessievlinder.

Het valt me al maanden op dat de merels geen wormen uit het gazon halen. Ik vermoed dat de bodem te droog en te hard is en dat de regenwormen diep in de grond zitten. De merels, jong en oud stellen zich nu tevreden met wat ze tussen de planten kunnen vinden. Vaak zijn dat slakken, zowel huisjes- als grotere naaktslakken. Die worden met de snavel langs de grond geveegd om ze een koppie kleiner te maken alvorens ze naar binnen gewerkt worden.

3 juli 2019

Een Klein koolwitje (Pieris rapa) heeft dorst en peurt het vocht uit de bodem waar de slaplanten zojuist bewaterd zijn. De bodem schreeuwt om een paar regenbuien, grasvelden liggen alweer te bruinen in de zon en sloten raken steeds leger.

De wilde Waterlelie (Nymphae alba) behoort volgens velen tot de mooiste bloemen vanwege de smetteloos witte kleur. De plant is onderwerp van veel verhalen en legenden. Bijvoorbeeld in die van de ochtend- en de avondster die met elkaar in gevecht waren tot de vonken er vanaf vlogen. De vonken kwamen neer in de wateren op aarde en veranderden in waterlelies, zo verhaalt de legende. De bloemen van de waterlelie openen zich tussen zeven uur 's ochtends en vijf uur 's middags en worden bestoven door insecten, voornamelijk vliegen. De bloem verdwijnt na ongeveer een week onder water en de zaaddoos (qua vorm vergelijkbaar met die van een klaproos) rijpt op de donkere bodem.

Er vliegen steeds meer libellen rond, grote en kleine. Ik zag de Glassnijder al bij de vijver en dit is de Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum). Het is een soort die zich ophoudt bij stilstaand of langzaam stromend water, bij voorkeur water dat snel opwarmt. Libellen hebben de neiging om vanaf een en hetzelfde punt te jagen. Ze vliegen op en landen even later weer neer op dezelfde plek. Zet een stok in de grond in de buurt van je vijver en je hebt altijd prijs.

Een kleine nachtvlinder op het raam: de Aangebrande spanner (Liguda adustata). Het is een spanner, formaat ongeveer 2,5 centimeter en een algemene soort van wie de waardplant de wilde kardinaalsmuts is. Die staat hier genoeg in de tuin. Nachtvlinders vind je vaak overdag op ruiten waar ze rusten tot de volgende avond hun vliegtijd weer aanbreekt. Hoe de vlinder aan deze merkwaardige naam komt, is me niet bekend.

1 juli 2019

De hittegolf is weer even voorbij maar pas vandaag is de eerste echte zomermaand begonnen en wie weet wat ons nog te wachten staat. Wie de klimaatverandering nog steeds ontkent is volgens mij niet wijs. Ook al verkondigt Beaudet dat de "klimaathysterie de moderne ketterij is", wij hadden hier de warmste junimaand ooit gemeten. Elders in Europa was het nog erger en de Wereld Meteorologische Organisatie (het weerbureau van de VN) acht het goed mogelijk dat 2019 het heetste jaar tot nu toe zal gaan worden, dankzij de wereldwijde uitstoot van CO. Desondanks is de bereidheid van onze bevolking voor het nemen van maatregelen, de afgelopen maanden gezakt naar 38%. Dit zal vast te maken hebben met de individuele portemonnee van de burger die niet genoeg gevuld is de te nemen stappen te maken. De overheid zal de plannen dus moeten aanpassen, een goede huisvader legt ook de verantwoordelijkheid voor de opvoeding niet bij de kinderen maar leidt ze op de weg die goed  voor ze is. Dus eerst de burger ontzien en in het uiterste geval een offer vragen, dan pas ontstaat voldoende draagvlak. "The difference between what we do and what we are capable of doing would suffice to solve most of the world's problem", aldus de Indiase politicus Mahatma Gandi.

Hoe het ook zij, ik vraag me af of de manier waarop wij tuinieren, nog leuk blijft. De rozen werden verzengd door de hete zon, het vocht uit plantenbladen verdampt en de bodem wordt almaar droger. In het oosten van het land is dat, nu de zomer nog geen twee weken oud is, al zorgelijk genoemd. Op mijn volkstuin staat de groente onder klimaatdoek. Regen en wind kunnen er doorheen maar de planten hebben geen last van de verzengende hitte. Misschien moeten we daar naartoe: tijdens hittegolven onze tuin overkappen met klimaatdoek...

De Karthuizer anjer (Dianthus carhtusianorum) is al deels uitgebloeid en ik wachtte en wachtte op de Citroenvlinder die er andere jaren wekenlang te zien is. Eindelijk was hij er vandaag. De naam van deze plant zou verband houden met het feit dat de Karthuizer monniken hem vroeger gebruikten om er een medicijn uit te maken tegen reuma en tevens voor het vervaardigen van zeep. In ons land is de plant beschermd als een zeer zeldzame Rode lijstsoort. Het zaad is her en der nog wel te krijgen en de plant, die langdurig bloeit en zeer fraai is, is een juweel in je tuin en een echte vlindertrekker.

Vanmiddag ontdekte ik onder de tuinbank een kikker die bijna niet meer opviel, zo ging hij op in de aarde die in een doosje zat waarin ik kennelijk iets gezaaid had dat niet was opgekomen. De zon stond recht boven het amfibi en de  kikker leek morsdood. Om er helemaal zeker van te zijn maakte ik hem nat  met de plantenspuit, wat geen beweging bracht in het kikkerlijf. Toen ik het bakje oppakte sprong het beest met een paar forse sprongen richting vijver. Ik schrok ervan!

30 juni 2019

Een van de mooiste zaaddozen is die van de Dagkoekoeksbloem (Silene dioica). Als in een kunstig gefabriceerd mandje liggen de zaden te wachten tot de wind ze zal verspreiden. Een mandje vol toekomst, boordevol investering in het volgende jaar.

Weer een nieuw fenomeen: de kauwen zijn dit jaar voor het eerst begonnen de krenten uit de boom te halen. De slimme vogels zagen hoe andere vogels ze voorgingen en besloten deze mogelijkheid ook maar eens uit te proberen. Je zou het kunnen zien als een vorm van evolutie of gewoon van afkijken hoe soortgenoten het voedsel bij elkaar scharrelen. Net zoals bijvoorbeeld de mussen leerden dat ook zij aan pindanetjes kunnen hangen. Ik weet ook nog hoe in de tijd van de bezorgende melkboer de koolmezen de aluminium doppen op de flessen kapot pikten om bij het laagje room te komen dat bovenop de melk dreef.

De kauwenkuikens laten zich gemakzuchtig voeren met de krenten. Aan de andere kant is het een hele toer voor de grote vogels om wiebelend op en aan de takjes de vruchten te pakken te krijgen. Er leven heel veel kauwen in onze omgeving, overal hoor je hun gezellige contactroepjes.

Op de laatste dag van juni vertoont de Montbretia haar eerste bloemen. Prachtige plant met een exotisch uiterlijk. Ook wanneer het weer gaat regenen en druppels spiegelend onder de tak blijven hangen.

28 juni 2019

Ons wacht morgen weer een snoeihete dag. De zomermaanden zijn nog niet eens aangebroken en heel Europa zucht onder een hittegolf. Gistermorgen vertelde een vrouw in Frankrijk via de radio hoe ze ermee omging. In haar regio Auvergne heerste een recordhitte van 40 en zij bedekte haar tuin met lakens om verbranding van haar planten tegen te gaan. De klimaatverandering dreigt ons steeds vaker te gaan confronteren met extremen maar onze regeringsploeg ligt daar niet echt van wakker, gezien het feit dat er opnieuw een schamel klimaatakkoord is gesloten. Zou alleen de snelheid op de autowegen teruggebracht worden tot 100 km dan zou dat zoveel CO besparen dat al onze koeien probleemloos buiten zouden kunnen lopen, zo las ik pas. De huidige coalitie trekt zich weinig aan van de rechterlijke uitspraken inzake Urgenda.  

Deze foto nam ik precies een week geleden. Het blad is nog mooi groen en...... zit er nog aan. Inmddels heeft de brandende zon haar verwoestende werk verricht en bijna alle blad is er verdord afgevallen. Geen kwestie van droogte maar gewoon uitgedroogd. Elke dag doe ik er een gietertje water bij en ik zie alweer nieuwe uitlopertjes en zelfs een nieuwe bloem. Het komt dus wel weer goed maar jammer is het wel dat al die pracht zo snel verdwenen is en vervangen door een lelijk kaal staketsel van takken.

Een Langlijfje (Sphaerophoria scripta) is een insect dat behoort tot de zweefvliegenfamilie. Dit is een mannetje, vrouwtjes hebben lijfjes die in een punt toelopen. Je kunt ze aantreffen op bloemen. Er is een enorme verscheidenheid in de insectenwereld, leuk dus om naar te kijken.

Het Boomblauwtje (Celastrina argiolus) is ook weer te zien, leuke kleine, nerveus vliegende vlinders. Ze zijn er tot nu toe wel veel minder dan andere jaren, zo is mijn waarneming. De tweede generatie vliegt meestal pas in juli maar het zal het warme weer wel zijn dat ze nu al vliegen. In april waren ze er ook maar ook toen minder dan gewoonlijk.

26 juni 2019

De aanwezigheid van de enorme hoeveelheid Eikenprocessievlinderrupsen is reden dit in de Tweede Kamer aan de orde te stellen. Provincie en gemeenten werken al volop samen om de nesten en rupsen te bestrijden maar het blijkt dweilen met de kraan open. Alleen al in onze gemeente Rheden blijkt na inventarisatie 80 tot 85% van de eikenbomen besmet te zijn. Bestrijding vindt plaats door gemeenten en particulieren maar er is natuurlijk ook nog bosgebied dat daarbuiten valt. Voor particuliere bosbezitters is het vaak te duur om tot bestrijden en opruimen over te gaan en daarom wordt volstaan met waarschuwingsborden voor de wandelaar. Een enkele opruiming van een rupsennest kost al € 1.000, zo werd me door een bosbeheerder verteld. De rupsen zijn er vanaf april en vervellen meerdere malen. Het kwaad zal wel binnenkort grotendeels voorbij zijn als de rupsen begin juli gaan verpoppen. De haren blijven echter achter op de boom en het duurt een jaar of vijf eer die vergaan zijn. De vlinder zelf vliegt in augustus en leeft maar een dag of twee.

Gisteravond zag ik in de schemer buxusmotten vliegen en heb ik over ons buxushaagje een net gehangen zodat ik vanmorgen kon zien hoe de stand van zaken was. Welnu, er zaten er heel veel onder het netje en een daarvan heb ik gevangen in een glas en zie je hier. Prachtige nachtvlinders om te zien maar zeer vraatlustig. Op dit moment vliegt de tweede generatie motten, exact drie maanden later dan de eerste. In september volgt dan nog een derde generatie waarvan de rupsen zich tussen bladeren inspinnen en overwinteren. Door de zachte winter die we hadden zullen er veel rupsen die overleefd hebben. Een teken dat er rupsen in je buxus zitten zijn blaadjes die tot skelet zijn afgevreten. Onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat in tuinen ook de bodembedekker Pachysandra en de Japanse kardinaalsmuuts Euonimus fortunei waardplanten kunnen zijn. In de natuur is dat nog niet op Kardinaalsmuts vastgesteld. De vrouwtjes van de mot lokken mannelijke  aan door het verspreiden van  geurstoffen. Je kunt proberen dat proces te verstoren door een sterk ruikende stof in de buxus te hangen. Ik heb dat nu gedaan met doekjes die ik volspoot met een afgedankt parfum. Gebruik nooit gif om de rupsen te bestrijden, dat is dodelijk voor koolmezen die vervolgens de rupsen eten.

Vaak wordt er te snel gegrepen naar de tuinslang als het even een poosje warm en droog is. Dit eigenwijze zwammetje toont aan dat de bodem nog voldoende vocht bevat. Ik zag het vanmorgen in ons gazon staan, eenzaam en alleen.

Een jong koolmeesje lijkt wat verbaasd om zich heen te kijken, alsof het nog steeds onder de indruk is van de nieuwe wijde wereld waarin het zich bevindt. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat er nog zoveel jongen zijn, ze moeten het immers voornamelijk hebben van de rupsenpiek in het voorjaar. En rupsen zijn nu overwegend verpopt. De mezen hebben dus veel meer moeite met het aanvoeren van voldoende eiwitrijk voedsel voor hun jongen. De eerste broedsels zijn er vanaf april, meestal krijgen koolmezen maar n nest. Als er al een tweede nest volgt, is dit in juni. Toch leuk dat wij dat beleefden.

24 juni 2019

Tot nu toe heb ik nog weinig vlinders gezien maar dat is normaal want er bestaat een junidip. De eerste generatie vlinders is dood en hun rupsen zijn nog aan het verpoppen of nog niet uitgeslopen. Dat geldt niet voor de Distelvlinder die volop te zien is. Dit is een trekvlinder die juist gedijt bij heel warm weer. Het wachten is nu op de dagvlinders. Het Groot dikkopje, het Bruin zandoogje en de Atalanta zijn meestal de eerste zomervlinders die we nu weer zien vliegen. Doordat het regelmatig geregend heeft is de huidige warmte niet nadelig voor de vlinders, planten groeien overal, ook de waardplanten voor de specifieke soorten.

Een paar jaar geleden bleek uit een langdurig Engels onderzoek dat de combinatie van hitte plus langdurige droogte voor de meeste vlinders rampzalig was. Van de 21 onderzochte soorten die slechts 1 generatie voortbrachten, bleek voor 21 dat ze extreme situaties niet aankonden. Het vorig jaar was in dit opzicht dan ook slecht voor vlinders. Het Klein geaderd witje vliegt momenteel mondjesmaat rond in mijn omgeving en ik zag vanmorgen ook een Gehakkelde aurelia en een Citroenvlinder. Het begin is er.

Diertjes die absoluut niet tegen droogte en hitte kunnen zijn pissebedden. Zij kunnen alleen maar leven in min of meer vochtige omstandigheden. In ons land kennen we 7 verschillende soorten en alleen de pissebed die zich kan oprollen kan op iets drogere bodem leven. Een zwanger vrouwtje krijgt tussen haar poten een broedbuidel waarin de eitjes zich ontwikkelen, die komen na een week of zes uit. Ze heten geleedpotig omdat hun zeven paar pootjes uit verschillende deeltjes bestaat. Til in het bos maar eens een stuk hout op, of in je tuin een bloempot, bijna altijd zitten daar veel pissebedden bij elkaar omdat de omgeving daar vochtiger is dan daarbuiten.

Pissebedden zijn zo kwetsbaar voor uitdroging dat ze in gedeelten vervellen. Eerst de achterkant en wat later de voorkant. Het zijn de enige kreeftachtigen die op het land kunnen leven, de rest van deze familie leeft in het water.

23 juni 2019

Met een klap vloog een jonge merel tegen het raam op de bovenverdieping, rolde via het zonnescherm naar beneden en kwam vlak voor ons op het grasveld terecht. Het zag er niet goed uit, die vleugel, dat koppie plat op de grond.... Altijd weer ellendig als dat gebeurt. Heel voorzichtig raapte ik hem op en legde hem op een schaduwplekje neer en vouwde zijn pootje weer goed onder zijn lijfje. Gelukkig ging het kopje weer omhoog, geen nek gebroken dus. Maar zwaar hijgend zat de vogel daar, zo'n klap tegen je borst is geen sinecure.

Het leek me bij nader inzien toch geen fijn plekje om weer op adem te komen, meestal duurt dat een poosje. Ik pakte hem weer voorzichtig op en zette hem tussen de planten. Al snel was het leed voorbij en vloog hij weg. Onlangs was ik bij iemand in de tuin die vol mededogen vertelde over een specht die zich doodvloog tegen het raam. Ik deed de suggestie om wat gekleurde sliertjes op de ruit te plakken, het was ook al gebeurd met een grroenling en een roodborst. Kom nou, zei hij, dat is toch geen gezicht. Maar dit vind je toch ook erg, zei ik. Ach ja, zei hij het hoort er nou eenmaal bij, shit happens! Als de glazenwasser weer komt ga ik toch maar vragen of hij ook boven een plaksilhouet van een vogel op het raam wil bevestigen. Een gewaarschuwde vogel telt immers voor twee!

Bij deze hoge temperaturen is het uiterst nuttig  om de vogels van water te voorzien en de drinkbak een paar keer per dag te verversen met koel water. Onze oude merel Winnetou stelt er veel prijs op en komt meerdere keren per dag drinken en badderen. De spetters vliegen meer dan een meter in het rond als hij dat doet.

Daarna begint hij de veren te poetsen en te ordenen maar bedenkt dan dat het best nog een keer kan, en hup, daar duikt hij weer het water in.

Als hij eindelijk klaar is, lijkt hij wel te laten weten dat hij het echt heerlijk vond en op prijs stelt dat ik hem die mogelijkheid biedt. Het werd vanmorgen al behoorlijk heet toen we er naar zaten te kijken en ik stelde mijn echtvriend voor om net als vroeger, toen de kinderen nog klein waren, een groot opblaasbad op het gras te zetten. Niemand kon ons zien, en wat lette ons. Hij wilde er niets van weten en dook hoofdschuddend weer achter de krant.

22 juni 2019

In de vroege ochtend is het altijd heerlijk op de volkstuin, alles staat er nog fris bij, de vogels zingen en de rust wordt er nog door niets verstoord. Vanzelf verscheen vorig jaar een Wolfsmelk (Euphorbia esula)  in mijn tuintje. Een woekerplant, zei iemand tegen me, ik zou hem er maar uittrekken. Maar dat deed ik niet en elke keer als ik hem zie ben ik blij met die gele bos goud.
Wolfsmelk heeft giftig, bijtend melksap dat je ziet als je een stengel doorbreekt. Voorzichtigheid met deze plant is dus wel geboden, zorg vooral dat het plantensap niet op je huid of in je oog terecht komt want dat is geen pretje. Op mijn volkstuin kan het niemand kwaad doen. Er zijn meerdere soorten Wolfsmelk maar alle hebben sap dat irriteert.

Klaprozen, papavers en korenbloemen maken momenteel de dienst uit op dat stukje grond en de hommels zijn er maar wat blij mee. Vanmorgen zag ik deze eigenwijze klaproos staan die het vertikte de bloemblaadjes compleet glad te strijken maar er een leuk bekertje van te maken waar de hommels ongestoord nectar en stuifmeel kunnen halen.

Op het volkstuincomplex heerst een coloradokeverplaag en de larven van deze kevers vreten zich in een razendsnel tempo vol met het loof van de aardappelplanten. Vroeger was het verplicht dergelijke plagen te melden maar dat hoeft al lang niet meer. Wel is het zaak de larven weg te vangen. Er kwam opdracht van het volkstuinbestuur om de kevers te gaan bestrijden en suggesties werden gegeven met welke chemische middelen dat kon. Wij tuinieren nota bene op een stuk grond dat tot een landgoed behoort en waar wij helemaal geen onnatuurlijke bestrijdingsmiddelen mogen gebruiken. Gelukkig was een aantal leden beter op de hoogte en wees het bestuur daarop, waarna de order werd ingetrokken.

Er wordt echter gefluisterd dat er tuinders zijn die zich nergens iets van aantrekken en op ongeziene momenten met ongewenste bestrijdingsmiddelen in de weer zijn, en dat je dat kunt zien aan het loof van de planten. Zo groot zijn de perceeltjes niet en het is in dit geval heel goed mogelijk de larven te verwijderen door dagelijks te controleren en ze in een emmertje of zoiets te tikken. Altijd en overal zijn mensen die de regels proberen te omzeilen. Helaas.

21 juni 2019

Al meerdere keren had ik een kleine oranje vlinder gezien maar niet eenmaal zag ik waar hij ging zitten. Tot ik met mijn fiets de tuin uit ging en er weer zo'n oranje vlindertje opvloog. Nu zag ik wel waar hij zich verstopte. Snel de camera van binnen gehaald en een foto gemaakt. Het is de Gestreepte goudspanner (Camptogramma binlineata), een nachtvlindertje waarvan het imago veelal te vinden is op de klimop. Je kunt hem ook aantreffen langs bosranden en graslanden, de vlinder is niet kieskeurig. De tekening van dit fraaie insect kan nogal verschillen, soms zijn de lijnen dikker en donkerder.

Telkens neem ik me voor geen nieuwe tuinplanten meer aan te schaffen maar deze kon ik niet laten staan. Een anemoon die ik nooit eerder had gezien, smetteloos wit met een lila brede streep onder de bloemblaadjes. Ik was niet de enige die hem prachtig vond want in een mum van tijd waren ze verkocht. De anemoon heet Anemone White Swan en kreeg jaren geleden bij de presentatie op de befaamde Chelsea flowershow de eerste prijs. Nu pronkt hij in onze tuin, toch een leuk idee!

Toen ik in de garage een zak tuingrond wilde pakken, bleek daar een gat in te zitten en een groot deel van de grond lag op de vloer. Ik nam de zak mee en zette hem op het gras. Meteen sprong er een muis uit en rende weg. Ik keek in de zak en zag dat de muis daar een nest gemaakt had van papiersnippers en dat er ook jonge muisjes waren die ik door mijn actie gedeeltelijk bedolven had met aarde. Snel pakte ik de zak op om hem terug te zetten in de garage waar de muis al zenuwachtig liep te zoeken naar haar jongen. De volgende morgen keek ik voorzichtig in de zak en zag dat de muis het nestje hersteld had en een van de muisjes er in lag. Ik heb het verder maar niet onderzocht. Het zijn van die kleine drama's die een mens kunnen bezighouden.
Meer lezen? Klik dan hier.

Vergeet vooral niet te kijken naar de prachtige wolkenformaties die bij tijd en wijle langs de hemel zeilen!

naar boven