Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017

 

 

 

Zomer 2018

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

23 juli 2018

Nu plasjes en poelen overal opdrogen is het zaak de dieren die van dit water afhankelijk zijn te helpen waar dat mogelijk is. Op schaduwrijke plekken met voldoende begroeiing kunnen we ondiepe schalen met water zetten. Niet alleen voor vogels is dit prettig, ook egels hebben het momenteel moeilijk doordat er nauwelijks vocht en voedsel voorhanden zijn. Egels kunnen ook geholpen worden met kattenvoer uit blik, brokjes, muesli, wat fruit, eventueel wat pindakaas maar ook met speciaal egelvoer uit de dierenwinkel. Geef ze geen melk, daarvan krijgen ze diaree.

In de vijver hebben de waterplanten het wel naar hun zin, aan vocht geen gebrek! Tijdens de zomermaanden bloeit het Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae). Het doet menigeen denken aan een miniatuurversie van de waterlelie vanwege het kleine blad. De bloemen zijn tweeslachtig: f meeldraden, f stampers. De plant is trouwens niet afhankelijk van bestuiving door insecten, zelfbestuiving is genoeg voor een explosieve vermeerdering. De plant verbruikt heel veel voedingsstoffen en ik heb bemerkt dat Kikkerbeet samen met Krabbenscheer, die dat ook doet, uitstekende opruimers vormen voor het eendenkroos dat ook veel voedingstoffen uit het water nodig heeft maar de concurrentie niet goed aankan.

Het Pijlkruid (Sagittaria sagittifola) boeit gelijktijdig en de bloemen zijn maar een kortstondig leven beschoren. Gisteren maakte ik deze foto, vandaag zijn de bloemblaadjes niet meer te zien. Het uiterlijk verschilt nogal wat afhankelijk van waar Pijlkruid groeit. In diep water ontbreken de zichtbare pijlvormige bladeren en bloeit de plant ook zelden, in ondiep water daarentegen zie je de karakteristieke bladeren boven het water uitsteken. De bloemen bevatten waarschijnlijk geen nectar dus zie je er geen insecten op.

In de vijver op mijn volkstuin springen nu piepkleine kikkertjes over het kroos. In onze tuinvijver zijn ze niet te zien, we hadden dit voorjaar geen parende kikkers. De jongen van de Bruine kikker zijn nu klaar om het land op te gaan. Maar wat zal ze daar wachten nu de bodem wel een woestijn lijkt en insecten nauwelijks te vinden. En hoeveel van die kikkertjes zullen daardoor al overal zijn omgekomen. Deze zomer word je steeds meer gewaar van de enorme uitwerking die de langdurige droogte op de natuur heeft. Niet iets om blij van te worden.

22 juli 2018

Het enige tijdstip om naar de volkstuin te gaan ligt f in de vroege morgen f na zonsondergang want overdag is het momenteel er niet uit te houden van de hitte. Ik kies meestal voor de avond en dan wat later zodat het er heel stil en rustig is. Alles wat in de grond staat, staat er  te lijden onder de zinderende hitte van overdag of is al zo goed als verdord. De eenjarige Zonnebloem is een sterke soort alhoewel ik niet snap hoe hij het klaarspeelt er nog zo fris en fruitig bij te staan op onze zandgrond terwijl het al weken lang niet meer geregend heeft. Zo diep gaan de wortels immers niet.

Kijk ik naar de ene kant dan zie ik de zon majestueus ondergaan. Kijk ik naar de andere kant dan zie ik de maan al aan de hemel. Over de maan zag ik gisteren op de televisiezender History een merkwaardige documentaire. Er zijn werkelijk wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat de maan in feite een ruimtestation is dat zeer lang geleden door buitenaardse beschavingen richting aarde gesleept is. De maan zou hol zijn, een sterke metalen laag hebben om hem te behoeden voor inslag van meteoren en aan de achterkant die wij nooit te zien krijgen, zouden geheime en geavanceerde bases zijn waarvandaan ruimteschepen komen en gaan om ons doen en laten te volgen. Overheden van grote mogendheden zouden dit voor de mensheid geheim houden. O jee, nu kijk ik nooit meer met dezelfde ogen naar dit nep hemellichaam.....

In de droge grond blijken toch ook nog pompoenen en courgettes te groeien. Gelukkig is er wel een kraan op het volkstuincomplex en mogen wij met gieters water onze groenten en planten van vocht voorzien. Er wordt wat afgezeuld met al die emmers! Zelf geloof ik het wel, ik laat de slakroppen maar doorschieten en verdrogen, alleen de boontjes en bietjes wil ik behouden.

Het is telkens weer een klein wonder om te zien hoe de Teunisbloem zich opent als het begint te donkeren. Elke plant of dier, waaronder ook de mens, heeft een biologische klok die op haar eigen wijze allerlei zaken bepaalt. Zo bloeit de sneeuwklok in februari, de aster in de herfst , weet de gierzwaluw dat hij rond eind juli moet vertrekken en wordt een mens chagrijnig als de klok verzet wordt in voor- en najaar en zijn levensritme verstoord wordt. Zodra de schemer valt opent de Teunisbloem haar knoppen en binnen n minuut ontvouwen zich de bloemen. Opeens zie je overal om je heen fluorescerende gele bloemen die de indruk wekken of overal lampjes aangaan. Ze verspreiden een geur die nachtvlinders aantrekken voor de bestuiving. Heel leuk om dat opengaan van de nectarwinkel eens te bekijken.

21 juli 2018

Steeds meer droevig stemmende berichten komen uit de verdrogende natuur. Alarm wordt ook geslagen over droogvallende beken en sloten waar al duizenden vissen de dupe van werden. Zeldzame soorten als Beekprik, Elrits, Rivier- en Beekdonderpad (geen padden maar vissen) dreigen een enorme klap te krijgen. Reden voor waterschappen en hengelsportverenigingen om reddingsacties op te zetten. Ook in de Soerense beek vallen stukken droog. Het is een van de vele kunstmatig aangelegde waterlopen op de Veluwe die uniek zijn in Europa. Ze werden zo'n vierhonderd jaar geleden gegraven omdat men langs de Veluwezoom molens wilde bouwen die water nodig hadden om te draaien. Wat later in de tijd ging men het water ook gebruiken in wasserijen en papierfabrieken. Sprengenbeken worden continue gevoed door het grondwater. Dat is nu flink aan het zakken. Langs de beek groeit het Dubbelloof (Blechnum spicant) dat op de Rode Lijst van beschermde planten staat doordat de soort achteruit gaat.

In de Soerense beek zag ik een kleine plek Groot bronkruid (Montana fontana L), een zeldzame waterplant met kleine witte bloempjes.

Ook Egelskop (Sprarganium erecta)  trof ik er aan. Slechts n plant maar dat kan een belofte zijn voor de toekomst. Het is een waardplant voor wantsen, cicaden en plantenluizen. Maar ook voor kevers- en vlindersoorten.

Ik fietste langs de plek waar het varkensras Bonte Bentheimer gewoonlijk te zien is. Zeugen met biggen die gelukkig de gelegenheid krijgen een "echt varken" te zijn, dus ook in de modder te kunnen rollen. Ik zag ze niet. Op een paal stond dit bericht, ik kreeg er een wat dubbel gevoel bij: zouden al die varkens inmiddels geslacht zijn?

Maar nee, achter het bord lag een zeug, diep in slaap en loom door de hitte. Wel een beetje sneu zo'n eenzaam dier. Maar de volvette dame zal vast wel weer biggetjes gaan baren want het geld moet immers blijven rollen, nietwaar?

19 juli 2018

Gisteren was er al op een van de foto's een glimp te zien van dit insect dat bij de soldaatjes op een schermbloem zat, maar nu weet ik dankzij een lezeres met kennis van zaken de naam: Oranje dwergbladroller (Pammene aurana), ongeveer 1 centimeter groot. Het leeft op de bloemen van de Gewone berenklauw. De rupsen overwinteren onder de grond. Nog een wijziging van de naam van het weeskind, de vlinder waar ik de laatste dagen over schreef. Het blijkt niet het algemene Rood weeskind te zijn maar het Karmozijnrode weeskind (Catocala sponsa). De nachtvlinder staat op de Rode Lijst as zeldzaam vermeld. Ook voor deze bijzondere vlinder is de warme superzomer dus een bepalende factor voor succes. Ze worden veel meer gezien dan in voorgaande jaren. Geweldig dus dat ik er maar liefst vier tegelijk op de meloenschillen had.

Vliegende mieren hadden we deze zomer nog gemist maar nu waren er een paar in de eigen tuin. Heel kleine zwarte miertjes met witte vleugeltjes verschenen vanonder een stronk hout. Het schouwspel is altijd zo weer voorbij. Ze kruipen verdwaasd (zo lijkt het) wat rond, gaan dan naar het hoogste topje, steken de voorpootjes in de lucht en laten zich meenemen op de wind om zo met de koningin te kunnen paren. Zo ging het tenminste met deze soort, ik weet niet welke het is.

Als mieren op bruiloftsvlucht gaan worden de vogels daar blij van. De gierzwaluwen vliegen met open bekjes rond en vangen ze met het grootste gemak. Maar er lijken al heel veel gierzwaluwen vertrokken. Een paar dagen geleden vlogen ze nog met hun jongen in flinke groepen gierend door het luchtruim maar we zien er nog maar weinigen. Ik probeer ze aldoor te fotograferen maar helaas vliegen ze te hoog, vaak ook te snel. En nu heeft mijn camera het ook nog begeven dus dat wordt niets meer. Ik blijf dromen van een fraaie foto van een passerende gierzwaluw. Dat de vogels nu al wegtrekken is opmerkelijk; ze kwamen immers nogal laat aan. Ze moeten dus in een recordtempo een nest jongen hebben voortgebracht. Meestal gaan ze omstreeks eind juni weer op weg naar hun overwinteringgebieden in Afrika .

In de grasbermen in onze straat zoeken de kauwtjes volhardend naar voedsel, gevolgd door hun bedelende jongen. Dat deed me besluiten ze een handje te helpen door het restantje vetbollen dat nog in de garage lag fijn te hakken en met wat speciaal vogelvoer vol dode meelwormen en bessen over het uitgedroogde gras uit te strooien. Morgenochtend nog wat en dan is dat vogelvoer ook weer op.

18 juli 2018

Mensen, wat is de aarde toch droog! Op de fiets heb ik dat nog eens goed in ogenschouw genomen. In de dorre weilanden is geen koe meer te zien, die staan in de stal, mede vanwege de hitte. Het boerenland biedt een bizarre aanblik omdat ze in dit gebied altijd met vele lopen te grazen en het er nu zo leeg is.

De koeien produceren natuurlijk ook in de stallen gewoon mest en daar zitten de boeren mee in hun maag momenteel. Noodgedwongen moeten ze dan toch maar gaan gieren op hun akkers en weilanden, ook al zijn die kurkdroog en groeit er niets.

Langs een statige oprijlaan naar een boerderij zag ik een rij treurig uitziende beukenbomen die zeer te lijden hadden van de droogte. Het grondwater zit te diep, de wortels kunnen er niet bij en de bomen staan gewoon te verdrogen.

In de bermen groeit ook niet veel bij deze omstandigheden. In een Engelwortel (Angelica anchangelica) zag ik deze soldaatjes, de enige die ik op mijn fietstocht zag op de schermbloemen. Er zit ook een leuk motje bij, met drie gele vlekjes op de vleugels.

Het Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) dat nu bloeit, trekt altijd leuke insecten maar nu niet. Ik zag een hommeltje en een paar heel kleine mieren die op de bloemen rondkropen. En het zo broodnodige vocht waar de natuur stilzwijgend om smeekt, blijft maar uit.....

16 juli 2018

Nog een laatste keer, dat beloof ik: het Rood weeskind komt nu ook in de vroege ochtend als de zon nog niet op de tuintafel schijnt. De geur van meloen en nectarine wijst hem de weg en gulzig duikt zijn roltong er in. Deze vlinders blijken verbazingwekkend rustig als je ze benadert. Je kunt er heel dicht bijkomen en dat is natuurlijk leuk. Hoe lang zouden we ze nog zien, zo lang duurt een vlinderleven immers niet. Het Rood weeskind brengt in de loop van de zomer maar n generatie voort en bijzonder is dat de eitjes overwinteren en pas volgend voorjaar uitkomen.

De Judaspenning is helemaal klaar om zijn zaden te verspreiden. Slechts een ragdun schildje houdt ze nog even vast. Ik word er altijd een beetje kriebelig van als ik de zilveren penningen zie hangen, het is een teken dat de zomer al aardig voortschrijdt. Maar wat zeur ik, door het almaar warme en zonnige weer duurt de zomer voor je gevoel juist eindeloos en we hebben nog meer dan twee maanden te gaan, zo houd ik me voor. Een kwestie van hoe je het bekijkt: glas half vol of glas half leeg. Het komt gewoon omdat dit mijn favoriete seizoen is, samen met de lente. En ieder jaar zou ik ze wel willen vasthouden als het eind ervan in zicht is.

De kauwen hebben het heel erg moeilijk. Er zijn heel veel jonge vogels uitgevlogen en dagenlang liepen die te bedelen om voer bij hun ouders. Maar in de diep verdroogde grasvelden is nauwelijks iets te vinden en steeds meer kauwen lijken te zijn verdwenen. Vanmorgen zag ik op het in de zon blakende grasveld langs de straat een jong liggen terwijl een van de ouders er bij zat en de vleugels over het kind spreidde om het voor de brandende zon te beschermen. Ik ben maar snel doorgefietst, ik vond het een aangrijpend tafereel.

Bij een kennisje zag ik deze bloem van een Hibiscus, hij leek wel van crpepapier gemaakt. Zij vond hem niet mooi, te groot en de struik te dicht bebladerd. Ik heb een bloem meegenomen en even op de Hemelsleutel gelegd voor een foto.  Misschien ga ik wel proberen de hibiscus te stekken. Ik hou ook niet zo van grote bloemen maar zo enorm is hij natuurlijk ook weer niet en ik vind hem ook wel mooi met dat paarse hart.

Ik hing wat in de tuinstoel te puffen van de warmte en zag deze Hooiwagen zitten. Omdat de macrolens toevallig op mijn camera zat probeerde ik de spin te fotograferen. De kleine scherptediepte is altijd het punt bij macrofotografie maar dat een hooiwagen zulke donkere oogjes had, wist ik niet. Het is aldoor te warm om er opuit te gaan. Net als de natuur snak ik ook naar koelte en regen. En wie niet!

14 juli 2018

Misschien zijn er lezers die nu denken: "nee he, alwr over vlinders". Maar ja, dit is wel een dagboek en de vlinders spelen een grote rol momenteel. Want had ik eerst een enkel Rood weeskind op de meloenschillen, later werden dat er twee. Toen ik gisteravond bij het vallen van de schemer nog even keek, zag ik er drie en een vierde vloog om mijn hoofd en landde eveneens op de zoet ruikende vruchtenmassa waar nu ook een overrijpe nectarine lag. En dit was toch echt de eerste vlinder van deze soort die ik in mijn leven zag, een dag of wat geleden. Het kan bijna niet anders dan deze weeskinderen doen het in deze buitengewone zomer fantastisch, alhoewel ik dat niet kan terugvinden op de site waarneming.nl Eindelijk was er een van de vier zo vriendelijk om mij een bescheiden blik te gunnen onder zijn of haar rokken. Wat een mooie kleur!

Vanmiddag zat ik een tijdje buiten in de tuin wat rond te kijken en zag daar voor de derde maal deze zomer een Kleine ijsvogelvlinder. Als "beschermd" op de Rode Lijst als zeldzame vlinder in ons land, beleeft  ook deze soort een topzomer. De vlinder ging even zitten rusten op een blad in de vijver, het is al een oud en afgevlogen exemplaar.

Terwijl ik onder de dieppaarse parasol zat die ik net had open gedraaid, ontdekte ik daar een mooie nachtvlinder. Helaas zijn de kleuren op de foto niet natuurgetrouw. Het paars is te flets, de vlinder te licht maar ik (die een hekel heb aan ingewikkelde programma's) stel me tevreden met een eenvoudig fotobewerkingsprogramma en dat weet er niets beters van te brouwen. Het is de Pyramidevlinder die het al snel onder het door de zon beschenen doek te warm onder de voetjes werd en weg vloog, de klimop in.

Het kleine Muntvlindertje is deze zomer schaars, en waarom? Ik zou het niet weten. Alleen in het voorjaar heb ik het maar een keer of twee in de tuin gezien terwijl het andere jaren veelvuldig te zien is. De bekende kleurige dagvlinders vliegen hier ook niet veel rond. Misschien lokt onze vlinderstruik ze nog hierheen, als weldra de bloei daarvan begint.

12 juli 2018

Iemand stuurde mij een vakantiekaart uit Duitsland. Altijd gezellig om te ontvangen. Ze kampeerde bij de Moezel en zag dagelijks Koninginnepages, schreef ze. Dat is natuurlijk jaloersmakend want bij ons doet deze vlinder het de laatste jaren niet goed. Maar deze zomer blijkt hij voor het eerst in een paar jaar weer boven de moestuinen te vliegen. Een tuinder bracht me deze rups, wetende dat ik die in voorgaande jaren uitkweekte en in de lente weer losliet boven de tuinen. De rups was toe aan verpopping, dat was duidelijk te zien aan de houding die hij had aangenomen. Toen ik hem zag zat hij al een poosje in een potje en dat had verstorend gewerkt. Kort nadat ik hem op een goed plekje had neergezet bleek hij verdwenen. Vermoedelijk is de rups nu verhuisd naar onze Aristolochia waar hij zich hopelijk achter die dikke bladerlaag op een tak met succes heeft kunnen verpoppen. Ik zal dat pas kunnen ontdekken als het blad van de klimplant is afgevallen.

De tijd van voortplanting is nog lang niet voorbij in de natuur. Op een onbeschermd blad van een Rode kool zag ik de eitjes van het Groot koolwitje (Pieris brasiccae), de vijand van de moestuinier.  De eitjes van deze vlinder worden altijd in zogenaamde "clusters" gelegd. Wat verder op het blad liggen ook nog grijze luizen en nog een ander insect dat ik niet weet te benoemen: te klein en te ontduidelijk op deze foto.

Een Roodborst met een insect dat dienen moet als voer voor de nestjongen. De vogels hebben het zwaar om hun jongen groot te brengen. Kwam die lang verwachte regen nu toch eindelijk eens.

Een volmaakte bloem van een Lavatera. Doordat de bloemblaadjes versmald zijn aan de bloembodem, is het kelkblad te zien wat de bloem haar bijzondere charme geeft.

Een tussenvorm van de Groene stinkwants (Palomena prasina). Ik vind het altijd zo wonderlijk dat na elke vervelling een wants verschijnt die zo anders is dan zijn ouder. De wants vervelt vijf keer voordat hij een volwassen imago is. Tot dan heet hij "nimf". Aan de zijkant van het borststuk kan deze wants een vies ruikende vloeistof persen als afweer tegen vijanden. Vandaar de naam "stinkwants".

11 juli 2018

Ze bloeien weer, de schitterende bloemen van Cichorei (Cichorium intibus). Als plant kan Cichorei me niet bekoren maar voor de bloemen maak ik een buiging. Zie die kleur, de meeldraden in dezelfde tint, ik zou in deze kleur wel een zomerjurk willen hebben. De wortel van deze plant slaat inuline op in een hoeveelheid die het aantrekkelijk maakt om de planten speciaal daarvoor te kweken. In het eerste jaar ontstaat een penwortel, in het tweede jaar komt de plant tot bloei. De voedselindustrie gebruikt inuline in allerlei producten als suikervervanger. Het schijnt dat de stof ook goed is voor een gezonde darmflora. Inuline wordt ook wel gebruikt om de nierfunctie te meten. Een interessante en nuttige mooie plant dus.

In een recordtempo worden opeens de vruchten van de Japanse wijnbes rijp en dat hebben de merels meteen in de gaten. Al vliegend happen ze de zoetzure bessen van de plant. Ik heb er dus maar snel wat geoogst voordat alles verdwenen is. Op zich vind ik dat niet erg, ik vind het delen van de tuinopbrengst zelfs wel leuk. Het is de enige struik die het goed doet de rest van de planten is helaas totaal verdroogd. Wat ik me heb toegeigend gaat in de vriezer en dient t.z.t. weer als versiering voor een of ander baksel. Niet als kers maar als bes op de taart.

Toen ik gisteravond, toen het al bijna donker was, nog even naar buiten liep om te zien of er weer een stel grote naaktslakken op de meloen zat (die ik vervolgens in hun kraag had willen grijpen) zag ik tot mijn vreugde maar liefst twee exemplaren van het Groot avondrood (zie 9 juli) op de schillen zitten. Door het warme weer van de laatste tijd zijn er veel vlinders te zien die we anders maar mondjesmaat kunnen aanschouwen. Eerder was dat al het geval met de IJsvogelvlinder, recent met de Eikenpage en nu dus met dit Rood Weeskind dat de roodgekleurde achtervleugels helaas alleen laten zien tijdens het vliegen.

De plant Hengel (Melampyrum pratense) kan aardig goed tegen de droogte en staat er in vergelijk met andere wilde planten nog  fris blij al zijn toch ook de bloempjes nu wel aan de kleine kant. Hengel is een halfparasiet die gebruik maakt van andere planten om voedingsstoffen uit de bodem te halen. Dat doet de plant voornamelijk op bosbes en eik. Daar elke plant een naam moet hebben is er wel eens wat fantasie nodig om dat voor elkaar te krijgen. Zo dankt Hengel haar naam aan het gegeven dat de bloemen en stengels wat naar voren buigen in de groei.

De langwerpige naast elkaar staande bloemen van Hengel worden bezocht door hommels, zowel die met een korte als een lange tong. Hengel groeit het liefst op wat beschaduwde plekken, je ziet hem vaak langs een bomenrij staan.

9 juli 2018

De blakende zon heeft veel plassen en plasjes opgedroogd en het is dan ook geen overbodige luxe om de vogels water voor te zetten. Je beleeft er zelf ook een hoop plezier aan trouwens. Soms ook drinken vogels liever uit schalen dan uit de vijver. Er verschijnen steeds meer jonge vogels in de tuin, we hebben ze nogal gemist. Zo'n plaatje van een badderende jonge pimpelmees, genomen met een niet al te snelle sluitertijd, levert een leuke aquarel op.  Als je hem op de muur zou hangen zou misschien menigeen dit blauwe geheel niet eens als vogel herkennen.

Doordat het water in de vijver steeds verder zakt komen de blaadjes van het Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae) ruimer bovenop het water te liggen en insecten vinden dat wel plezierig. Het is grappig te zien hoeveel er een korte landing maken om even een slok vocht op te nemen, net als deze zweefvlieg.

De Schaatsenrijder (Cherris lacustris) is een vernuftig waterdiertje. Hij is een waterwants hetgeen je wel kunt zien aan de kenmerkende zuigsnuit waarmee wantsen hun prooien leegzuigen. Lichaam en poten zijn voorzien van een heleboel minuscule haartjes die waterafstotend zijn en ook nog voorzien van een waslaagje waardoor ze blijven drijven op het water. In de biologieles op school leerden we al dat water voorzien is van een  oppervlaktespanning die ook meehelpt de insecten te dragen. De paring van deze insecten is een woeste aangelegenheid waarbij het vrouwtje niets heeft in te brengen. Manlief heeft voelsprieten die zo ontworpen zijn dat ze naadloos om de kop van een vrouwtje passen. Die heeft dus geen schijn van een kans om aan de aanranding te ontkomen.

Waarom zou je fruitafval in de container gooien als je er de insecten een lol mee kunt doen. Net als vorig jaar had ik er echter niet veel succes mee, vlinders waren er heel weinig net als andere leuke insecten. Maar ditmaal was het raak, deze prachtige nachtvlinder Rood Weeskind (Catocalo nupta)  genaamd, was op de zoete geur van de meloenschillen afgekomen. Nog net zijn twee rode stipjes van de achtervleugels te zien. Al twee avonden, zo tegen schemer, dacht ik een vleermuis door de tuin te zien vliegen maar dat kon niet, gezien de kleine afmeting. Het bleek dus dit weeskind. De vlinder is de grootste nachtvlinder die we in ons land zien. Hoewel het een algemene soort is, had ik hem nooit eerder gezien; het is een bijzonder vlinderjaar door het tropische weer dat  nu al vele weken lang aanhoudt. Maar dat weer heeft ook veel nadelen. De waardplanten waarop vlinders hun eitjes leggen en de rupsen moeten leven  zijn verdroogd en verdord en dat heeft onvermijdelijk gevolgen voor de volgende vlindergeneratie..

Het witje is de meest voorkomende vlinder. Bij honderden fladderden ze plaatselijk rond maar het zijn niet allemaal dezelfde, ook al zijn ze wit of geelwit. Meestal gaat het om het Klein koolwitje en het Klein geaderd witje (Pieris napi) , als op deze foto. Het Groot koolwitje is minder algemeen. Ze brengen per jaar meerdere generaties voort. Deze vlinderfamilie telt  wereldwijd honderden soorten, 14 daarvan leven in ons land. Ze hebben ook andere kleuren dan de bekendste "koolwitjes" zoals ze in de volksmond worden genoemd. Citroenvlinder, Gele en Oranje Luzernevlinder, en Oranjetip bijvoorbeeld behoren er ook toe.

2 juli 2018

In Gelderland is het overwegend zo ontzettend droog geworden dat plaatselijk jonge ooievaars door voedselgebrek de een na de ander het loodje leggen. Naast muizen en mollen eten ooievaars hoofdzakelijk regenwormen en die zitten nu te diep in de bodem. Grote insecten zijn er nauwelijks. Het speelt ook in Drenthe en Overijssel. In Nederland leven zo'n 1.000 ooievaarsparen.

Met eksters, kauwtjes, roeken en kraaien gaat het in onze omgeving prima. Er zijn heel veel jongen geboren maar als je ze over de bruine grasvelden ziet lopen zoeken komt vanzelf de vraag op of  ook zij lijden onder voedseltekort. De tijd zal het moeten uitwijzen. Het randje van de eksterveer hield ik zodanig dat het licht erop kon vallen. Dan alleen pas komt de mooie blauwe kleur tevoorschijn. Die ontstaat door een combinatie van microscopisch kleine deeltjes in de veerstructuur, kleurstof en teruggekaatst licht.
Na vandaag volgen deze week geen nieuwe berichten.

30 juni 2018

                                                                   Voor Hylkje

29 juni 2018

"Lack of insects in The Netherlands is bugging the House martin"  lees ik op de website van Farmlandbirds. Vogelbescherming heeft 2018 uitgeroepen als Jaar van de Huiszwaluw om op de afname van deze vogels de aandacht te vestigen. Ook de Groningse vogelringer Doevendans merkt bij zijn werkzaamheden op dat er opvallend veel jonge zwaluwen dood in de nesten liggen en dat een aantal dat nog wel in leven is, te weinig weegt. Opnieuw een dramatisch gevolg van de schrikbarende afname van insecten. Sinds 1970 is de populatie huiszwaluwen afgenomen met 80%. Het kan niet anders of ook andere zwaluwsoorten moeten hiermee te kampen hebben. Al deze feiten geven aan hoe ongezond ons landschap geworden is. Eind april stemden nog 16 Europese lidstaten tegen een verbod op drie soorten neonicotinoden waarvan onderhand wel vaststaat dat ze een ramp zijn voor insecten. Boerenorganisatie LTO Nederland en Akkerbouw NAV lieten weten het onverantwoord te vinden om te stoppen met deze middelen omdat zo de opbrengst verlaagd wordt. Je vraagt je af hoe de mensheid het vroeger deed. in de tijd dat voedsel nog niet met behulp van gif geproduceerd werd.

We beleven een zomer die bijna ongelooflijk is en volgens een weerstation nog doorgaat tot "diep in juli". Het is te warm op er op uit te gaan en ik verkies de schaduw en af en toe een lichte bries. Omdat mijn camera binnen handbereik ligt ga ik maar wat bloemenplaatjes schieten. Deze Sundaville "Cream pink" was ik niet van plan aan te schaffen maar toen ik hem twee dagen geleden bij de bloemist zag staan ben ik er toch voor bezweken. Nu staat hij te pronken onderaan de stam van de klimroos die altijd wat kaal is. De ranken heb ik om de kale stengels gebogen en als de zon op de bloemen schijnt is het alsof er een vuurtje in brandt.

De Oranje cosmea heeft bloemen die er uitzien alsof ze altijd blij en vrolijk zijn. Hun blaadjes lijken te dansen van plezier. Het zijn net balletdanseresjes.

Van een stekje dat ik eigenlijk niet mocht meenemen vanwege de wettelijke voorschriften, maar het toch deed, heb ik al jaren plezier. Het is een Geranium met grote bloemen. 's Winters staat hij natuurlijk binnen en wordt een dunne lange pierlala maar tegen de lente knip ik al die te lange stengels af en stek ze. Zo heb ik al heel veel planten gekregen die ik uitdeel aan  liefhebbers. Ongehoorzaamheid op dit punt levert wel een hoop plezier op. En doen kwekers niet hetzelfde met bollen en planten uit den vreemde? Waar zouden anders al die bijzondere noviteiten vandaan komen!

Een Houtduif in de Krentenboom neemt even de situatie in zich op en vraagt zich af of hij wel veilig naar de drinkbak kan vliegen nu wij buiten zitten. Maar hij is zo dorstig dat hij het toch maar doet. Overal in de tuin staan waterschalen en ik ben weer begonnen de mussen en de mezen te voeren. Een zak zonnepitten die niet op ging en wat strooizaad voor tuinvogels worden zeer enthousiast ontvangen. Vooral door de mussen. Wie weet komen er ook andere soorten op af, er zijn maar heel weinig vogels te zien om me heen.

28 juni 2018

Steeds meer dagvlinders laten zich zien, zoals de "zomeruitgave" van het Landkaartje (Araschnia levana) dat ik gisteren voor het eerst zag vliegen. Wonderlijk eigenlijk dat de eerste generatie van deze vlinder er volkomen anders uitziet (oranje) dan de donkere verschijning die nu gaat vliegen. De Dagpauwoog zag ik vanmorgen voor het eerst. Natuurvorsers beginnen zich zorgen te maken over de aanhoudende droogte en de gevolgen voor de natuur. Plassen die opdrogen met gevolgen voor onder andere amfibien, bloemen die geen nectar geven waardoor insecten in de problemen komen, planten die niet eens tot bloeien komen, vruchten die verdrogen. Het zijn allemaal verschijnselen op zich die een kettingreactie voor de fauna kunnen gaan betekenen. Tuinen waar water wordt gegeven vormen als het ware kleine oases voor het dierenleven maar het is niet genoeg natuurlijk. Gelukkig is het niet overal in het land even ernstig.

In ons dorp staan meerdere lindebomen. Op de plaatselijke begraafplaats staat een hele mooie; de takken hangen over het trottoir dat er langs loopt en de boom bloeit momenteel heel rijk. Het viel me op dat er maar weinig insecten op de bloesem vlogen, dat is meestal anders. Wellicht speelt hier ook de droogte een rol. 

De Hollandse linde (Tilia x vulgaris) die hier staat is goed herkenbaar door de opslag (waterlot) die altijd aan de voet groeit. Na de bloesem komen in het najaar de bekende vruchten die wij als kinderen vroeger om onze oren hingen. Lindebomen zijn berucht om hun plakkerige afscheiding die alles in de buurt van de boom besmeurt. Deze "honingdauw" wordt veroorzaakt door enorme hoeveelheden lindebladluizen die onder de bladeren zitten. Het plakkerige spul wordt weer genuttigd door bijen, wespen en mieren. Boomkwekers zochten met succes naar nieuwe varianten van de lindeboom waarbij dit kleverige goedje niet verschijnt . Krimlinde en Zilverlinde zijn trouwens nauwelijks aantrekkelijk voor de bladluizen vanwege de vele haartjes onder het blad. Winterlinde is de vierde inheemse soort.

Het blad van de Zomerlinde zat vol met kleine gallen. Op alle lindes komen meerdere soorten voor. De gallen worden door galmijten en galmuggen veroorzaakt. Deze galletjes door de  galmijt  Phytoptus abnormus. De minuscule beestjes veroorzaken de gallen door hun steeksnuiten in het weefsel van het blad te steken.

27 juni 2018

Vandaag heb ik iets gedaan wat ik niet leuk vond: ik hielp iemand de vele coloradokevers van zijn aardappelplanten te plukken. Gelukkig is hij een natuurminnend persoon die nooit gemene chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt dus verwijderden wij de beestjes handmatig. In mijn kindertijd waren deze kevers een heel normaal verschijnsel, hoewel ze een ravage aanrichtten op het aardappelloof waardoor de oogst mislukte.  Pas later kwamen akelige middeltjes op de markt die niet alleen de kevers verdelgden maar ook het milieu. Nu het klimaat opwarmt zullen we ze weer veel vaker zien.

De Coloradokever  (Leptinotarsa decemleata) is een zeer mooi insect, jammer dat het zo schadelijk is. Bij de huidige hoge temperatuur gaat de voortplanting buitengewoon snel. Als het in juli en augustus ook warm blijft kunnen er wel drie generaties kevers verschijnen. Eitjes worden onder het blad gelegd en al vanaf de vijfde dag kunnen die uitkomen. De larven zijn aanvankelijk grijs maar vervellen in een week of vijf driemaal waarbij ze telkens roder worden. Na de laatste vervelling eten ze zich nog even vol en laten zich dan op de grond vallen en kruipen in de grond om te verpoppen. Meer dan 7 graden vorst in de bodem overleven ze niet, dus dat valt al mee. De beste manier om ze op volkstuinen te bestrijden is met het biologische middel van Ecostyle. Maar leuk is het niet.

Ze bloeien weer, de ipomea's "Morning glory" en wie ze ziet staat met open mond te kijken naar zoveel schoonheid. Ik slaag er maar niet in om de kleur natuurgetrouw op een foto te krijgen. Ze zijn van een onvoorstelbaar diep blauwpaars dat oogt als fluweel.  De bloemen zijn fors en ze maken tuinliefhebbers zeer hebberig. Allemaal willen ze wel een zaadje, nog liever, een zaailing. Dus zal ik ze volgende lente maar weer royaal zaaien en uitdelen. Nu hebben we de knoppen al zo vaak uit zien komen, toch staan manlief en ik ze elke morgen weer  te bewonderen.

Gisteravond vloog er een insect door de kamer, de deur stond nog open en dit nachtmotje werd waarschijnlijk aangetrokken door het licht binnen. Het bleef maar vliegen en ik kon niet eens ziet wat het was tot het eindelijk landde op een bloempje van de Lavendel dat in een vaasje stond. Toen zag ik dat het een Vedermot was. Vreemde beestjes om te zien. In rust rollen ze hun vleugels wat op en lijken dan op de letter T.  Vedermotten vormen een familie van de nachtvlinders waarin vele op elkaar lijken maar dit is een Scherphoekvedermot (Amblyptilia acanthadactyla).  Je zou het niet verwachten van zo'n frle wezentje maar het overwintert en legt in de maand februari al vaak haar eitjes.

26 juni 2018

Nou, die heeft het maar net overleefd. Ontsnapt uit een vogelsnavel, gehavend maar nog goed in staat z'n leventje nog even voort te zetten. Hoe lang een vlinder leeft verschilt van soort tot soort. Een Distelvlinder (Vanessa cardui) kan met gemak een jaar halen.  In Nederland en Belgi zien we hem als trekvlinder; in sommige jaren zijn er meer, andere jaren weer minder. De vlinder overwintert in Zuid-Europa en vliegt elk jaar richting noorden. zodat wij ze ook kunnen waarnemen. 

Voor het eerst zag ik gisteren in mijn omgeving een Metaalvlinder (Adscita statices) . Ik zag ze tot dan ze alleen in Drenthe. Toch is het een typische soort van de zandgrond in het oosten van ons land, waarschijnlijk worden ze vanwege hun kleur en formaat weinig opgemerkt. Tegen het groen van de planten vallen ze bijna weg. Op zo'n plaatje lijkt de vlinder heel wat maar het is maar een kleintje: hij heeft maar een vleugellengte van ongeveer anderhalve centimeter. Jakobskruiskruid is een van de soorten waar hij op vliegt.

het Boomblauwtje heeft mijn miniatuur vlinderstruikje ontdekt. Het heeft heel aardige bloempjes maar zo mini als de kweker de noviteit presenteerde is het struikje toch niet. De langste takken zijn bijna 90 centimeter, beloofd was 45. Het blauwtje vindt het wel een fijne plant en maakt druk gebruik van de nectar die de bloempjes leveren. Het vlinderstuikje bloeit tot in oktober, zo is de vermelding. Naam van deze nieuwe kleine soort: Buddleya alternifolia Pmoore12 "Unique".

Ha, eindelijk, de Karthuizer anjer heeft het lang zonder Citroenvlinder moeten doen maar eindelijk is er dan een. Meteen niet meer weg te slaan van deze plant. Een Franse veldwesp wil ook mee delen in de nectar. Wel jammer dat de anjer al bijna is uitgebloeid. De vlinders zijn aan de late kant maar het lijkt er nu toch echt op dat we meer dagvlinders zullen gaan zien.

Een Rozenkever die een dutje zit te doen? Of toch niet? Van deze keverfamilie lijken de soorten veel op elkaar maar dit lijkt me  toch de Anomala dubia die heel vaak eenkleurig is maar af en toe ook een groene kop heeft en dan veel op de Rozenkever lijkt. Helemaal zeker weet ik het niet. Slapende insecten zitten vaak met de kop wat naar beneden gebogen, zo is me opgevallen.

25 juni 2018

Terwijl ik de veger over de keukenvloer haalde om het zand te verwijderen dat dagelijks vanuit de tuin naar binnen wordt gelopen, vloog opeens een forse nachtvlinder op. Die had op de mat gezeten maar vanwege z'n  donkere uiterlijk had ik hem niet gezien. Hij vloog richting raam en landde op het kozijn. Onder de fraai getekende vleugels zaten rode vleugels. Ze waren alleen te zien terwijl de vlinder vloog. Alhoewel een Huismoeder in elke beschrijving van het insect gele ondervleugels heeft, kon ik nergens iets vinden over een Huismoeder met rode vleugels, en kleurenblind ben ik echt niet. En foto op de website Waarneming liet eenzelfde plaatje zien als ik hier geschoten heb. Inderdaad toch een Huismoeder, voor mij een raadsel.

Deze Boogsnuituil (Herminia grisealis) fotografeerde ik enige jaren geleden. Ik zoek altijd  in bepaalde tijdstippen van het jaar naar nachtvlinders maar ik zie ze steeds minder. Dat klopt ook wel want ze gaan in aantal en soort behoorlijk achteruit. Lichtvervuiling lijkt ze hormonaal in de war te brengen waardoor hun leefwijze verandert.

Het Kroonvogeltje (Ptilodon capucina) is ook een nachtvlinder die ik al jaren niet meer gezien heb. Dat er zoveel verdwijnt aan vogels, vlinders en allerlei andere insecten geeft me vaak een zeer onbehaaglijk gevoel. Wij mensen zijn slechts de hoeders van de natuur en hebben de plicht die in goede staat over te dragen aan de generatie na ons. Maar dat doen we niet. Ik dacht eraan toen ik iemand in het radioprogramma Vroege Vogels afgelopen zondag hoorde vertellen dat ze met medewerking van het IVN in Nijmgen tienduizenden planten van de Grote balsemien uitgetrokken hadden. Volgens de spreker waren er veel te veel, maakten ze door hun massale voorkomen een plek ongeschikt voor andere planten en .......... lokten insecten weg van andere planten omdat de balsemienen zoveel nectar produceerden! Dus er wordt een soort bestreden die juist van groot belang is voor de insecten die in zorgwekkende aantallen verdwijnen.

Nu weer even terug naar de Jacobsrupsen op mijn volkstuin. De vijf planten van het overal massaal bestreden Jakobskruiskruid werden door de rupsen totaal opgevreten. Eigenlijk was er niet genoeg voor de vele rupsjes die uit de eitjes gekomen waren. Uiteindelijk verspreidden de rupsen zich over meerdere volkstuinen om een plekje te zoeken voor de verpopping. Ik hoorde dat een van de tuinders een rups op zijn aardbeien vond en meteen mee naar huis nam om hem te fotograferen. Maar ook hoorde ik van iemand dat ze wel 10 van die mooie sint-jacobsvlindertjes had zien vliegen. Waarmee ik maar wil aantonen hoe eenvoudig het is om een biotoop te herstellen of in stand te houden, waarmee de natuur een dienst wordt bewezen. Voor de tuinders zijn de rupsen geen probleem, ze leven in alle stadia uitsluitend van het Jakobskruiskruid. Dit soort maatregelen kun je ook goed toepassen in je eigen tuin. Het is nog leuk ook!

Laten we met z'n allen eens wat meer nachtvlinders lokkende planten in onze tuinen zetten. Er zijn er zoveel die de moeite waard zijn: Wilde reseda, Koninginnekruid, Verbena bonarinsis (foto),  floxen, eenjarige afrikaantjes, siertabak, Kamperfoelie, Damastbloem, de sedumsoort  Hemelsleutel, Herfstaster. Allemaal planten die ook nog het oog strelen. Ik ga nog wat namen vast achter in mijn agenda schrijven, zodat ik ze volgende lente niet vergeet te zaaien of te kopen.
Al zet iedereen er maar een paar in z'n tuintje, dat zou toch geweldig zijn?

24 juni 2018

Het bericht is inmiddels de wereld ingestuurd: dit wordt de droogste junimaand sinds 1901 toen men begon dit soort gegevens bij te houden. Met name de droogte in de oostelijke helft van het land (Twente, Achterhoek, Noord-Limburg en delen van de Veluwe) hebben te lijden onder grote droogte. In mijn dorp zie ik struiken van Kardinaalshoed waarvan blad en vrucht hangen te verdrogen, idem dito aan sommige Hazelaars en op deze begraafplaats, maar ook daar buiten,  staat de Rhododendron erbij alsop z'n laatste uur geslagen is. Op de plaatselijke begraafplaats staat het verdroogde gras zo hoog dat de grafzerken er bijna in verdwijnen. Blijkbaar staat men hier een plek voor waar de natuur haar gang mag gaan. Er zijn paden gemaaid maar graven worden omringd of begroeid door grassen en allerlei wilde bloemen. En steeds meer verschijnt daarvan: geel walstro, hertshoorn, soorten sedum, grasklokjes, teveel om op te noemen.

De begraafplaats dateert uit 1842 en er zijn in de loop van de tijd veel bekende mensen ter aarde besteld. Niet alleen bekendheden als de schrijvers P.A. Daun en Jan Ligthart maar ook plaatselijke grootheden uit het verleden. Dit is het graf van de familie Vitor. Een eenvoudige steen vermeldt alleen een familienaam en een soort wapen. Maar het eigenlijke wapen van deze familie ziet er anders uit. In dit versiersel van de steen, waarin een doodskop is verwerkt, huist voor de bezoeker van dit Gedenkpark, zoals het ook heet, een hoop mysterie. Aan "juffrouw Vitor" een indertijd invloedrijke grootheid, hebben wij in elk geval ons fraaie Carolinapark te danken. Ik vind het mooi aan zo'n oude begraafplaats dat er behalve veel bekende mensen ook een stuk interessante geschiedenis van ons dorp ligt.

Zandblauwtjes (Jasione montana) hebben het hier ook naar hun zin, ze groeien er volop. Ze kunnen heel goed tegen droogte en groeien op kalkarme, humusachtige grond.

Grasklokjes staan er gewoonlijk heel veel, maar dit jaar zijn ze er maar mondjesmaat. Dat zal wel te maken hebben met de droge bodem.

Ik zag er een heleboel vuurwantsen die zich te goed leken te doen aan de zaden van uitgebloeide kleine plantjes waarvan niet meer te zien was welke het waren. Deze twee nimfen van de Vuurwants (Phyrrhocorus apterus) moeten nog even vervellen voor ze net zo mooi zijn als hun ouders.

Zo worden ze uiteindelijk, prachtig getekende insecten.

23 juni 2018

Rupsen van de Wapendrager. De lege eierdopjes liggen nog op het blad. Als ze nog jong zijn fourageren de rupsjes in groepen. Later gaan ze ieder hun eigen weg, zeker tegen de tijd dat ze een plekje gaan zoeken waar ze kunnen verpoppen. De rupsen leven op allerlei loofbomen, van juli tot september.

En dit is de Wapendrager (Phalera bucepala). Een nachtvlinder met een fantastisch camouflagepak dat doet denken aan een afgesneden berkentakje waardoor eventuele predatoren zich laten bedotten. Vaak zijn nachtvlinders ook overdag actief maar de Wapendrager zit doodstil de dag uit, pas als de schemer aanbreekt gaat hij vliegen. De vlinder is te zien in de maanden juni en juli. Ik heb hem pas eenmaal op een boomstam in het bos aangetroffen.

De tuin heeft weer een opknapbeurt nodig nu er al veel is uitgebloeid en sommige planten uiteen beginnen te vallen. De droogte draagt daar ook flink aan bij. Ongemerkt zijn er ook veel zaden verspreid, waaronder die van de Akelei. Ik zie nog maar weinig zaadjes in de planten dus de stengels vallen nu ten prooi aan de schaar.

De zaaddoosjes van de Koekoeksbloem (Silene dioica)  vind ik er zo leuk uitzien. Het zijn net mandjes waarin de zaden stevig opgeborgen liggen tot ze rijp zijn. Dan hoeft alleen de wind er nog maar aan te pas te komen om ze er uit te kieperen. En dat gebeurt nu massaal; op zo'n foto lijkt het wel mee te vallen maar als je je even tussen de koekoeksbloemen begeeft zitten naderhand de zaadjes tot in je haren. De zaaddozen gaan pas open als de inhoud rijp is, dan rollen de tandjes open en komt de inhoud tevoorschijn.

21 juni 2018

De zomer begint vandaag met een stormachtige wind om te benadrukken - zo lijkt het wel - dat het afgelopen is met oude gewoontes in de natuur. Dat het klimaat verandert staat ondubbelzinnig vast en wetenschappers hebben verklaard dat wij in Europa voortaan te maken krijgen met perioden van langdurige droogte, zoals ook nu aan de hand is. Ik vraag me af of het nog wel leuk blijft om een volkstuin aan te houden waar je alleen met de gieter je gewas mag besproeien. Zaden komen niet op, jonge plantjes moeten met kunst en vliegwerk in leven gehouden worden, soms zakt je de moed in de schoenen. Enfin, veel lentebloeiers hebben hun zaden al verspreid  zoals de doosjes van een Helleborus. Waarmee dit seizoen is afgesloten en de natuur alweer werkt aan een volgend voorjaar wanneer al dat zaad voor nieuwe plantjes zal zorgen.

Deze Wederik (Lysimachia ciliata) staat weer vrolijk te bloeien in onze tuin. Ik kreeg hem ooit als variteit "Firecracker" die donker blad heeft, maar na verloop van jaren is die haar bruine bladkleur kwijtgeraakt en heeft nu weer groene bladeren. Het is wel een enorme woekeraar met die ondergrondse grijpvingers  maar ook wel makkelijk uit te trekken zodat hij in ons geval achter de vijver een vrolijke noot mag vormen.

Alle soorten uit dit plantengeslacht krijgen te maken met een bladwesp die geen Nederlandse naam heeft maar het moet doen met alleen een Latijnse: Monostegia abdominatis. Ook alweer een insect dat afhankelijk is van een bepaalde soort plant. Dat komt best vaak voor in de natuur. Ik snap niet dat het beestje niet gewoon Wederikbladwesp heet.

De droogte heeft een enorme invloed op de ontwikkeling van planten. Ze blijven duidelijk korter dan gewoonlijk door het vochtgebrek. Grassen staan grootschalig te verdorren en de gele bermen lagen er dit keer al in de lente. Je kunt water geven wat je wilt in je eigen tuin, een fikse regenplens maakt een wereld van verschil. Potplanten zijn beter te beheren. Ik heb deze mooie Geranium hier al eens opgevoerd maar ik kan niet nalaten te bevestigen hoe geweldig en rijk alles bloeit. En dat is toch ook wel weer heel erg genieten. Soorten als deze plant, die apart en begerenswaardig zijn kun je heel goed in bezit krijgen door tuinbezoeken. Open tuinen zijn er in deze tijd van het jaar in overvloed en de eigenaars bieden vaak de leukste stekken aan.

 

 

naar boven