Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016-2017
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017

 

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

 

Zomer 2017

 

verder in het deel Herfst 2017

20 september 2017

Zouden we dan echt en eindelijk weer een paar mooie droge dagen krijgen? Vandaag begon de dag nog steeds zeer mistroostig: grijs en vochtig. Een fijne motregen zette druppeltjes af op de bloeiwijze van een siergras.

Het verval in de tuin wordt goed zichtbaar nu de dagen nadrukkelijk korten en optimistische rozen worden afgestraft door venijnige regenbuien. Maar de regen heeft ook andere effecten gelukkig, de roos zit weer boordenvol nieuwe knoppen.

De tweekleurige balsemien Balfourii is laat dit jaar. Nu pas komen de bloemen uit en datzelfde gebeurt ook met andere planten die veel later op gang komen dan eerdere jaren. De effecten van het zeer grillige weer van de eerdere twee seizoenen laten zich duidelijk merken. Deze leuke laagblijvende Balsemien komt oorspronkelijk uit de Himalaya en is hier een invasieve exoot.

De zaden van de Montbretia zijn normaliter ook al lang rijp maar nu zitten ze nog grotendeels verborgen in de zaaddozen al zie je de oranje kleur van de kleukelige zaden er al wel doorheen piepen.  Als je deze bollen wilt kweken kun je nu de zaden in potjes stoppen nadat je ze hebt geweekt en het huidje wat hebt gevijld. Als ze uitkiemen - wat niet altijd het geval is - moeten ze vorstvrij overwinteren. Bollen aanschaffen is natuurlijk wel eenvoudiger.

17 september 2017

Steeds meer mezen komen weer naar de tuinen toe en zoeken naar voedsel. Hoewel de opvatting heerst dat er  nu nog genoeg in de natuur te vinden is, vraag ik me daarbij steeds af waarom de vogels dan van de hak op de tak en van de tuinstoel op de tuintafel vliegen en duidelijk druk speuren naar voedsel. Of zouden de regen en de kou het toch allemaal wat moeilijk maken? Ik kan er geen touw aan vastknopen. Pinda's en zaad heb ik al wel ingeslagen maar nog niet uitgedeeld aan de vogels.

Als de zon ook maar even schijnt, zie je weer vlinders fladderen. Het is de derde generatie van dagpauwogen en atalanta's die je het meest ziet. Spiksplinternieuw, zonder ook maar de geringste beschadiging. De Atalanta is een trekvlinder, die gaat binnenkort zuidwaarts op zoek naar een beter plekje om te overleven. Een lange en gevaarlijke tocht naar het Middellandse zeegebied, zelfs tot Noord-Afrika. Nectar vindt hij niet meer op de uitgebloeide Eupatorium, de vlinder zit er om even lekker op te warmen in de zon.

Op ons tuinpad vond ik zowaar de uitwerpselen van een egel. Ik weet dat ze hier in de buurt zitten, in de tuinen die  pal aan de bosrand liggen. Hier zie  ik  ze nog zelden. Vreemd eigenlijk zo'n klein eindje verder maar. De glanzende poepjes heb ik op een tuinblad geschoven om wat contrast te krijgen tussen het onderwerp en de tegels waarop ze lagen.

Ik word zo mistroostig van de koude septemberweken die we nu hebben. Gisteren was de koudste 16de september ooit gemeten, bah! Maar vooral ook van die harde wind en felle regenbuien. Daarom heb ik mezelf maar getrakteerd op een paar planten die de sombere plekken in de tuin, waar alles langzaamaan uitgebloeid raakt, op te fleuren. Gelukkig beleven we vandaag weer eens een zonnige dag. Ik wil er zo graag nog een heleboel alvorens de herfst begint, en dat is alweer over een week.....

13 september 2017

Vandaag ben ik buiten niet verder gekomen dan de tuin, daar moet ik gewoon dagelijks even een rondje maken. De Clematis Aureolin begint steeds rijker te bloeien, die houdt kennelijk van veel vocht. Het is een leuke soort, de bloemen beginnen als ronde bolletjes en eindigen als mooie zijdeachtige pluizenbollen.

Bloemen wil ik altijd van dichtbij bekijken, dan zie je de ontwikkeling zo mooi. Gelukkig kunnen de bloemblaadjes van deze plant goed tegen de plensbuien van vandaag en dat kun je niet van alle planten zeggen. De fraaie geranium die ik opkweekte van een stekje dat ik uit Madeira mee smokkelde, is uit elkaar gebroken. De stengels konden de harde wind niet verdragen. Maar niet getreurd, ik kweek al die losse takken wel weer op tot nieuwe planten. Eigenlijk ben ik dan meteen van het dilemma af: moet die enorme plant nou echt weer in huis overwinteren of zal ik hem maar aan de elementen overleveren nu ik wat stekken heb....

Het Zeeuws knoopje doet deze nazomer een extra duit in het zakje en is opnieuw in bloei gekomen. Geweldig mooie bloempjes zijn het. Ik heb een zilveren Zeeuwse knoop in bezit die ik ooit via mijn moeder van mijn grootmoeder gerfd heb.  Maar eigenlijk vind ik de echte bloem veel mooier om te zien.

Opeens verschijnen er weer wat vogels in de tuin. Met name de jonge pimpel- en koolmeesjes zijn er weer en daar ben ik wel blij om want ik heb de vogels nogal gemist deze zomer. Vandaag houden ze zich wat schuil, maar wat wil je ook. De eerste najaarsstorm, de felste sinds 2013, altijd weer gepaard gaand met veel verwoesting, ook in de natuur. Ook dit is een vorm van "zinloos geweld".

Voor de derde keer in de afgelopen tijd zag ik op straat een dode merel liggen. Het staat vast dat er genoeg zullen overblijven die de toekomstige populatie weer kunnen aanvullen maar zo'n rondwarende ziekte onder dieren is natuurlijk heel akelig. Deze jongeling ziet er nog niet bepaald op z'n mooist uit met zijn ruiende kopveertjes. Eigenlijk is hij ook veel te mak, hij gaat hooguit een paar tripjes opzij als ik buiten kom en neemt dankbaar de regenwormen in ontvangst die ik van onder de bloempotten vandaan vis en hem toewerp.

12 september 2017

De wind jaagt door het bos, eikels vallen massaal omlaag, beukennoten zijn er nauwelijks deze herfst. Hoewel er geroepen en geschreven werd dat het dit jaar als gevolg van de vele regen een fantastisch paddenstoelseizoen zou worden, merk ik daar nog niet veel van. Ze zijn er wel, maar er is weinig variteit. De russula's zijn wel aanwezig; mooie zwammen in allerlei kleuren. Het is alleen zo jammer dat je ze zelden aantreft zonder dat ze zijn aangevreten door kevers en slakken.

Op de dode stammen in het bos groeien de tonderzwammen. Sommige boomlijken zitten er vol mee. Als ze heel oud zijn geworden laten ze los van de stam en vallen op de grond. Dan kun je pas goed voelen hoe hard ze zijn. Deze begint z'n leven pas, hij is nog jong en licht van kleur. Hoe ouder ze worden hoe donkerder ook.

Op de Eik zitten nu Ananasgallen. Je ziet aan hun vorm wel waarom ze zo heten. Ze zijn veroorzaakt door een galwespensoort (Andricus foecundator). Dit wespje legt n eitje per bladknop van de eik. Als reactie daarop maakt de knop een soort woekering aan: de gal. Binnenin de gal zit nog een gal waarin de jonge galwesp zich ontwikkelt. Deze gallen vallen in het najaar op de grond en er komen in het volgende voorjaar, of zelfs pas na 2 of 3 jaar, galwespen uit, dit zijn alleen vrouwtjes. Deze leggen onbevruchte eitjes bij het begin van de mannelijke bloeiwijze van de eik. En wonder, o wonder, uit de nieuwe gallen die nu ontstaan komen zowel vrouwelijke als mannelijke galwespjes.

Uitgegroeide Ananasgal die ook wel Eikenroosje genoemd wordt. Ze komen zowel op de Zomereik als op de Wintereik voor.

11 september 2017

Het bos is nog steeds een heerlijke plek om te vertoeven maar toch is de sfeer er al aardig herfstachtig. En dat terwijl we nog maar net elf dagen in september hebben gehad. Gelukkig is aan de eiken en beuken nog niet te zien dat de voorspelde extreem vroege bladval hier en daar al bezig is. Het jaar vliegt toch al zo snel voorbij.

Vandaag werd een mens ten grave gedragen aan wie ik dierbare herinneringen heb. Toen ik voor het eerst aardsterren vond in het bos, kwam hij meteen naar Dieren om ze samen te fotograferen. Hij was een paddenstoelenkenner die mooie verhalen kon schrijven en ook ragfijne tekeningen kon maken, en zo tekende hij voor mij een van mijn mooiste foto's na van de aardster. Als ik weer eens niet een zwam op naam kon brengen, stuurde ik hem een foto en schreef hij in zijn sierlijke handschrift niet alleen de naam op maar een heel verhaal er omheen. Al die briefjes in mijn paddenstoelenboek zijn opeens heel dierbaar geworden. En zo is alweer een erudiet en mooi mens uit het leven verdwenen. Niet alleen de seizoenen gaan veel te snel voorbij.

Nu het flink vochtig is, kun je weer mooie slijmzwammen verwachten. Gisteren zag ik dit Gewoon ijsvingertje (Ceratiomyxa fruticulosa) op een liggende stam, maar ik had niet de juiste camera bij me. Vandaag zocht ik de stam weer op, al wel wetende dat het moois voor een groot deel alweer verdwenen zou zijn. Slijmzwammen kennen een kortstondig bestaan helaas, je moet er op het juiste moment bij zijn en dan ook een toestel bij je hebben om ze meteen vast te leggen. Klein maar o zo fijn, dat zijn ze. Regelmatig te vinden op dood, wat vermolmd hout.

Aan de bosrand zag ik deze Duivelswandelstok (Aralia) in bloei staan. Het was een miezerig uitgegroeid exemplaar en ik herkende hem niet meteen. In je tuin kan het een fraaie soort zijn. De struik is meerstammig en voorzien van geniepige kleine stekels op de stammen. Je ziet ze nauwelijks maar je voelt ze als je zo'n stammetje vast pakt. De bloeitijd is juli en augustus, dus deze is wat aan de late kant. Maar ja, wat verloopt dit jaar nu nog gewoon. Het is mij trouwens een raadsel waarom deze boomachtige struik ook wel Engelenboom genoemd wordt. Ik kan er tenminste niets engelachtigs aan ontdekken.

Deze bloeiende boom in ons dorp wist ik niet op naam te brengen maar ik wist wel aan welke bomenkenner ik het kon vragen. Het is de Honingboom (Styphnolobiumen  japonicum), een naam waar je wel even op oefenen moet.  Hij bloeit in deze tijd van het jaar. Het eerste deel van de naam betekent "ruwe peul" en het tweede "van Japan". In 1743 werd hij door een amateurbotanicus ingevoerd in Europa. Al in de 18e eeuw werd deze prachtige boom aangeplant bij boeddhistische tempels, zo las ik op de website van de bomenstichting. Het is een sterke boom die je graag vaker aangeplant zou willen zien, juist ook omdat hij zo laat in het jaar bloeit.

Op een stoep zag ik deze Stinkende kortschildkever (Ocypus olens) lopen. Hij wilde niets van mij weten en stak zodra ik maar een stap in zijn richting zette meteen ter verdediging zijn achterlijf omhoog. Als hij zich echt bedreigd voelt, spuit hij ook nog een stinkende vloeistof en daaraan ontleent hij zijn naam. Jammer dat ik hem niet beter kon vastleggen, dan had ik ook zijn gevaarlijk uitziende kaken kunnen laten zien, waarmee hij allerlei prooien dood bijt, vooral slakken en regenwormen. Probeer hem maar niet te pakken want hij kan flink bijten en laat niet snel los. Het is een algemene kever die voorkomt in tuin en bos.

Dit is een wat betere foto van de kever  (met ook hier de kop niet duidelijk) die ik eerder in onze tuin fotografeerde. Door de lichtval lijkt hij goudkleurig maar in werkelijkheid is hij pikzwart. Als hij zijn achterlijf omhoog steekt, doet hij denken aan de schorpioen.

10 september 2017

In ons dorp ligt een laagte die De Slenk genoemd wordt. Een slenk is feitelijk een deel van de aardkost die naar beneden is gezakt tussen twee verticale stukken en een vallei vormt. Er lopen paden doorheen en er groeit heide.

Wij hebben een heel bijzonder iemand als inwoner die zich al 17 jaar bekommert om dit stukje natuurgebied. Een heideveld blijft niet in stand als het niet onderhouden wordt, als alles wat er opkomt niet verwijderd wordt. Zou je dit niet doen, dan zou de heide uiteindelijk worden verdrongen en eindigen als bos. Dat is de natuurlijke gang van zaken. Maar die wordt gestopt door Jochem Sevenster, een voormalig jachtopzichter van een plaatselijk landgoed en nu al bijna 80 jaar oud.

Achter zijn huis staat een ontelbare hoeveelheid heidestekken die door hem worden opgekweekt tot ze groot genoeg zijn in De Slenk te worden gezet. Vaak komt de gemeente van tevoren een stuk afplaggen dat vervangen moet worden. Je moet er toch niet aan denken dat je dat allemaal in je eentje moet doen, maar Jochem Sevenster doet het al die jaren al en dat maakt hem zo bijzonder. Hij zou minstens geerd moeten worden met een naambord of zoiets dat bij het veld wordt geplaatst. Maar de gemeente heeft daar geen geld voor over helaas.

Tussen de heide groeit gewoonlijk het parasitaire Klein warkruid (Coscuta epithymum) dat een binding heeft met heide. Dit jaar wilde het niet verschijnen. Een zeldzame plant die in ons land niet veel voorkomt.

De heer Sevenster is zo verslingerd geraakt aan heideplanten dat hij voor zijn huis een perk heeft ingeplant met een heleboel bijzondere soorten die uit allerlei landen stammen. Daarmee oogst hij bewondering van iedereen die er langs loopt, fietst of rijdt. Wat een geduld en wat een volharding, en wat een bijzonder mens!

7 september 2017

De jonge nakomelingen van de Bruine kikker hebben nu hun metamorfose achter de rug en komen het land op. Als ze op het punt staan hun geboortewater te verlaten, lijkt het wel of ze eerst nog even vol verbazing naar die nieuwe wereld zitten te kijken. Gras maaien is nu een hachelijke onderneming geworden.

De laatste Gulden roede bloeit en je kunt wel zien hoe waardevol die is voor de insecten die er massaal op afkomen.

In een enorme bos kleinbloemige astertjes die in de tuin staan, zag ik iets bewegen en toen ik goed keek, zag ik dat  een Lieveling de bloemen bezocht. Hoewel dit een dagactieve nachtvlinder is  (Timandra comea) kende ik hem alleen maar als een inactief insect dat overdag stilletjes op of onder een blad zat te wachten tot het donker weer zou vallen. Nooit eerder zag ik hem foerageren.  Maar nu zag ik hem dus in actie. Het is een vlindertje uit de familie Spanners en leeft van nectar.

Kwekers proberen altijd van het een het ander te maken door te kruisen en als gevolg daarvan weer andere soorten te krijgen. Iets nieuws betekent natuurlijk handel. Maar als zulke planten de kans krijgen en zich met succes uitzaaien, komen alle oude eigenschappen van de plant weer terug en zo is ook dit mooie spierwitte viooltje in de tuin verschenen.

5 september 2017

Mijn hart maakte een sprongetje toen ik vandaag deze merel zag. Morgen wordt ons grasveld aangepakt, het is na tientallen jaren volkomen "versleten". De afgelopen dagen ben ik aldoor bezig geweest om vast het gehate zevenblad uit de grond te halen en daar zag deze jonge merel die bijna de rui achter de rug heeft, wel brood in. De jonge vogel gedroeg zich opvallend mak en pikte gretig de wormen op die ik hem toe wierp. Zou hij gevrijwaard blijven van de nare virusziekte die een slachting onder de merels veroorzaakt? Eerder zag ik een andere jonge vogel ziek worden en vond ik hem later dood in de straatgoot.

De Roodborst is een altijd nieuwsgierig vogeltje dat al snel neerstrijkt op de plek waar een mens bezig is de bodem om te woelen. De jonge ruiende roodborstjes zien er bijna clownesk  uit in dit stadium. Het is dat ze al oranje borstveertjes hebben anders zou je ze niet eens herkennen.

Nog een jongeling: de Zanglijster. Hoog op de poten staat hij me aan te kijken als ik hem kiek nadat hij een bad genomen heeft. Hij bivakkeert al dagenlang in onze tuin. Leuk!

4 september 2017

De meest gemaakte opmerking op dit moment in het jaar is misschien wel "wat wordt het alweer vroeg donker", gepaard met een zucht van spijt. Voor velen komt de herfst te snel dichterbij. Vanavond maakte ik deze foto van de zonsondergang, altijd weer even mooi om te zien.

Met een weemoedig en spijtig gevoel zie ik hoe de rode bessen van de Taxus ongegeten op de grond vallen nu er geen merels zijn die ze opeten. In de nazomer hoor je deze vogels op mooie dagen heel zachtjes zingen in de struiken. Ze voelen zich dan prettig en het liedje moet er gewoon uit, ook al is het geen voorjaar. Nu heb ik het niet eenmaal gehoord.

Wat ik hieronder schreef over de Azaleaknopvreter (Ceifertia azaleae) klopte niet. Ik dacht dat dit een insect was maar het blijkt de naam van de schimmel te zijn die de knoppen van de Rhododendron doet afsterven, zo liet een lezer mij weten. De schimmelsporen worden in de herfst overgebracht door de Rhododendroncicade, als hieronder beschreven. Door het weghalen van de aangetaste knoppen kun je voorkomen dat de schimmel zich verder uitbreidt. De cicade veroorzaakt zelf geen schade. De aangetaste knoppen zijn in februari en maart goed te herkennen.

3 september 2017

Het is weer tijd om de cicades op te zoeken. Daarvoor ga ik naar een grote aanplant op de plaatselijke begraafplaats, daar zitten ze altijd. Ook al zie je ze niet meteen, je hoort een geluid dat lijkt op het vallen van regendruppels: tik, tik, tik. Dat is het moment dat een cicade aan komt springen of -vliegen en neerkomt op een blad van de Rhododendron. Ik vind het prachtig gestroomlijnde insecten. De Amerikaanse rhododendroncicade (Graphocephala fennahi) is als larve een minuscuul geel beestje. In de zomer krijgen ze vleugels en worden mooi getekend en gekleurd. In deze tijd van het jaar zijn ze volwassen en leggen de vrouwtjes hun eitjes in de knoppen van de plant. Daartoe maakt ze een klein sneetje in de knop om haar eitje in te stoppen en met die handeling kan een schimmel worden overgebracht. Gevolg daarvan is dat de knop zwart wordt en afsterft.

 Over zowat elk insect vind je wel in de boeken of op internet dat het schadelijk is en bestreden moet worden. Ik zie echter, ondanks de aanwezigheid van heel veel van deze cicades, nauwelijks schade aan de Rhodo's. Ik houd het al jaren bij. Maar er is ook een ander insect dat de knoppen infecteert en dat is de Azaleaknopvreter, die ook voorkomt op de Rhododendron. Die brengt ook een schimmel mee waarna de knoppen ook bruin worden, maar tevens bezet worden met een heleboel zwarte bolletjes. Als we alles met nare middelen zouden moeten gaan bestrijden dat leeft en vreet van planten, bomen en struiken, dan zouden we geen natuur meer overhouden.

Even een update over de soap met de Hoornaar. Inmiddels heeft zich een tweede exemplaar gemeld maar die twee mogen elkaar niet en de een jaagt de ander weg uit zijn jachtgebied. Je kunt er gewoon bij staan kijken  hoe de reuzenwesp een zweefvlieg van een bloem plukt. Het gaat razendsnel en ik vond het al prachtig dat ik daarvan deze foto maken kon. In het oosten van het land komt deze grote wesp het meest voor. Uit bevruchte eitjes komen werksters, de mannetjes komen uit onbevruchte eitjes. Aan het einde van de zomer, augustus/september komen zowel mannen (darren) als koninginnen uit. De darren sterven daarna, vooral bij de eerste nachtvorsten. De koninginnen blijven leven en zorgen in het komend jaar weer voor nageslacht.

Ieder jaar als de Chocobes/Fazantenbes/Caramelbes (Leicesteria formosa) weer bloeit, vraag ik me af waarom die bloemen "grootmoeders oorbel"  worden genoemd. Geen van mijn beide grootjes droeg oorbellen, ik herinner me alleen een trouwring en een broche op de jurk. En een oorbel die zo uitbundig is als deze bloem, zou sowieso al veel te frivool zijn voor gewone oma's uit die tijd. De bessen worden graag door vogels gegeten; ze kleuren in de herfst van rood naar donkerpaars. Ook voor mensen zijn de bessen eetbaar. Ik weet het niet uit ervaring, ze zouden smaken naar caramel, rozijnen of chocola.

31 augustus 2017

Zoals menigeen al opgemerkt had en ik regelmatig ook meldde, zijn er heel weinig merels te zien. NatureToday maakt nu bekend dat het dodelijke Usutuvirus nog steeds rondwaart en veel slachtoffers maakt. "Op dit moment is de vrijwel totale afwezigheid van merels wel erg opvallend. Onderzoek zal de komende weken duidelijk moeten maken of zich stilaan een ramp aan het voltrekken is in de merelpopulatie", aldus NatureToday. Dode merels kunnen nog steeds gemeld worden bij het onderzoekcentrum: Dutch Wildlife Health Centre:  dwhc@uu.nl 

 

Ongelooflijk, wat een enorme hoosbui gisteravond in deze omgeving. Het water kletterde vanuit de dakgoot naar beneden, straten en tuinen stonden vol water, een waterval geselde de planten, niet normaal meer. Alhoewel, hierop moeten we ons voorbereiden. Het veranderende klimaat heeft als gevolg dat dit soort superbuien regelmatig zullen gaan voorkomen. En zie eens wat er in de wereld gebeurt op dit gebied. De wereld zal erdoor op z'n kop komen te staan.

30 augustus 2017

Mijn middag staat in het teken van de Hoornaar (Vespa crabo) die continu op rooftocht is in de tuin. De vleugels maken een luid zoemend geluid dus zodra hij zich aankondigt heb ik de camera klaar om te schieten. Ik wil hem namelijk vastleggen als hij een prooi gegrepen heeft. Ik zag eerder dat hij er een pakte en even bleef zitten voor hij er mee wegvloog, maar ik zie nu dat hij ook razendsnel een slachtoffer van de bloeiende Munt bij de vijver pakt en er meteen mee wegvliegt. En kijk eens hoe effectief die poten al in omlaag hangen om ze snel om een prooi te kunnen slaan. Dat wil ik proberen te fotograferen maar telkens ben ik te laat. Het insect is zo rusteloos en snel. Hij zit achter de libellen aan, zelfs achter de glazenmaker en de platbuik, en vliegt tussen en door de planten om de bloemen te inspecteren op iets eetbaars.

Speciaal voor hem heb ik zoetgeurende resten van een nectarine neergelegd. Andere jaren geven ze aan daar dol op te zijn maar niet dit jaar. De Hoornaar strijkt er wel heel kort op neer maar meer in de hoop dat hij daar wat voor het grijpen vindt. In vliegen heeft hij geen interesse. Het is leuk zoiets te volgen. Op een tuinstoeltje hang ik er met mijn neus en camera bovenop maar ja, dat hou je natuurlijk ook niet al te lang vol. Nu is het wachten ook nog op de "monsterwesp" die onze grenzen al genaderd is. Die blijkt een ramp voor de honingbijen te zijn want die vormen zijn voornaamste prooi. Deze Aziatische hoornaar heeft echter behalve gele strepen ook een oranje streep op het lijf en ook zijn kop is oranje. Het is in Europa verplicht deze "killerwesp" zoals hij al genoemd wordt, te bestrijden. Welnu, als de eerste meldingen van zijn entree in ons land verschijnen ga ik voortaan met een schepnetje bij de vijver zitten.......

Natuurlijk is het niet overal in het land hetzelfde. Er zijn streken waar veel regen gevallen is en streken waar het nog steeds te droog is. Hier aan de Oost-Veluwezoom is het behoorlijk droog. Het is me opgevallen dat er daardoor maar weinig te zien is van het Grasklokje (Campanula rotundifolia). Sinds de inventarisatie van 1950 is de plant wel achteruit gegaan maar hij staat nog altijd op de Verspreidingsatlas te boek als "algemeen". Toch, als deze klimaatverandering doorgaat en we steeds meer te maken krijgen met lange droge periodes, ziet het er voor een aantal wilde planten treurig uit.

De Natuurkalender liet al zien dat de herfstverkleuring van bomen dit jaar opmerkelijk vroeg plaatsvindt. Om ons heen liggen de grasvelden vol blad van de Berk en  Valse Christusdoorn (Gleditsia triacanthos). Een Gingo biloba hier in de buurt is al bijna geheel geel verkleurd. Dat wordt dan een erg lange periode voor we in het voorjaar weer hergroei zullen zien.

29 augustus 2017

Met het heerlijke fruit dat in de winkels ligt te lonken, kun je ook insecten lokken. Van de restanten welteverstaan. Er liggen dus buiten schillen van meloen, nectarines en perziken maar het enige dat er op afkomt zijn vliegen en fruitvliegjes. Geen vlinders en geen hoornaars en dat vind ik vreemd. De Hoornaar, onze grootste wesp,  zie ik hier dagelijks door de tuin vliegen, een prachtig en indrukwekkend insect. Je kunt hem heel goed rustig benaderen als je dat maar rustig doet en bang voor steken hoef je niet te zijn want hij is veel minder agressief dan een wesp. De waarheid dient wel gezegd te worden: als je onverhoopt toch gestoken wordt, is dat wel veel pijnlijker. De Hoornaar in de tuin is aldoor op jacht. Hij jaagt op zweefvliegen, kleine libellen enzovoort. Soms heeft hij er een te pakken en dan zit ik er met mijn neus bovenop om te zien hoe hij zijn slachtoffer dood maakt alvorens er mee weg te vliegen. Hoornaars zijn er, net als wespen, maar weinig deze zomer.

De Steenrode heidelibel (Sylpetrum vulgatum) is nog altijd niet gegrepen door de Hoornaar die hem aldoor achterna zit. Libellen die jagen, landen steeds weer even op hetzelfde punt. In dit geval een uitgebloeid iets dat langs de vijver staat. De enorme ogen kun je aldoor zien draaien als de libel zijn omgeving nauwlettend in de gaten houdt. Met hun superogen gaat dat uitstekend. Waar wij het moeten doen met n lens in elk oog, kan een libel er tienduizenden hebben. Bijna ongelooflijk!

Nog een keer op de rug gefotografeerd komen de kenmerkende vlekken (pterostigma) goed tot z'n recht. Bij de meeste insecten zijn voor- en achtervleugels met elkaar vergrendeld. Niet echter bij de libel die daardoor veel beweeglijker kan manouvreren. Libellen zijn enorm goede vliegers en kunnen snelheden halen tot wel 50 km per uur. Bij de enorme glazenmakers die nu ook door de tuin vliegen kun je weer heel goed waarnemen hoe ze ook stil kunnen staan in de lucht, zwenken en zelfs achteruit vliegen. Het zijn fascinerende wezens.

Nu de jonge vogels uitgevlogen zijn en ze ook de eerste rui al (bijna) achter de rug hebben, zien we langzamerhand weer wat meer vogels maar het blijft toch allemaal heel minnetjes. Ik vraag in mijn omgeving ook naar ervaringen van anderen en het antwoord is steeds hetzelfde: opvallend veel minder vogels en ook minder soorten. Het roodborstje is voor soortgenoten een onverdraagzaam mormel maar voor mensen is het een aantrekkelijk vogeltje omdat het zich heel tam gedraagt en altijd dicht in de buurt is als er in de aarde geprut wordt met spade of schoffel. De roodborst weet gewoon dat we hem leuk vinden en hoopt op een lekkere vette regenworm. Vandaag heeft hij wat last van de warmte en zit met de snavel gesperd en de veren gespreid.

Op mijn volkstuin zag ik deze vlinder op de gieter zitten, ik maakte er een mooi portretje van. Deze zomer zie ik deze soort veel meer dan anders. Het zijn geen enthousiaste vliegers, je ziet ze meestal pas als je ze verstoort door aan de planten te  komen. Ze vliegen dan een klein stukje op om op een ander schaduwrijk plekje weer neer te dalen. De dagactieve nachtvlinder Lieveling (Timandra comae) - familie Spanners -  zet haar eitjes af op zuring- en duizendknoopsoorten. Ik heb wel eens geprobeerd de oorsprong van de vlindernaam te achterhalen maar die is niet te vinden jammergenoeg.

27 augustus 2017

"Weet jij wat ik hier voor vies, eng beest gevonden heb", was de vraag van een mede-volkstuinder die hier binnen stapte met een doosje waarin een met zand bedekte rups zat. Leuk, riep ik, dit is een Olifantsrups, kind van het prachtige Avondrood. De tuinder kon nauwelijks geloven dat het hier om een rups ging, zo groot en indrukwekkend was hij. Deze rups ziet er inderdaad heel vreemd uit met zijn grote nepogen en olifantachtige voorkant. De oogvlekken zijn afschrikwekkend voor vijanden en bedoeld voor de veiligheid van de rups. Ik heb hem in de tuin losgelaten; de rups was vast op weg geweest naar een goede plek om te verpoppen.

Het grillige jaar met al die grilligheden van droogte, buien, en sterk wisselende temperaturen lijkt de plantengroei wel in de war te brengen. Onze Kamperfoelie (Lonicera) staat opeens weer in volle bloei. De Kamperfoelie heeft een geheime afspraak met de nachtvlinders. Die vliegen immers als het donker gevallen is en dan geeft de plant haar heerlijke geur prijs om de vlinders de weg naar haar nectar te wijzen.

Een Bont zandoogje (Pararge aegeria) dat lekker zat te zonnen. Weinig op bloemen en levend van honingdauw en sap van bloedende bomen. De rups leeft van algemeen voorkomende grassen en vliegt tot ongeveer oktober. Waar de soort vroeger een echte bosvlinder was, heeft hij het biotoop ook naar elders uitgebreid, zolang er maar hoge bomen en veel struiken te vinden zijn.

Ha, eindelijk weer een Merel in de tuin. We missen deze vogel enorm, we zien hem nog maar zelden langskomen en dat zijn we niet gewend. De merelman vond het lekker om even in de zon te zitten, snavel wijd open om de warmte uit zijn lijfje af te voeren en zijn veren heel losjes langs het lichaam.

25 augustus 2017

Wij zagen afgelopen dinsdag natuurlijk heel wat insecten, dus ik voer er hier nog een paar ten tonele. Allereerst de mooie Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum). Tot voor enige jaren geleden een zeldzaamheid maar ze doen het in ons land steeds beter. Vooral in Drenthe is het bijna een gewone verschijning geworden. Vooral als ze vliegen zijn ze heel mooi met hun wiekelende vleugels met donkere banden. Dat blijft toch een bijzonder gezicht.

Nog een mooie: de Bruinrode heidelibel (Sympetrum striolatum). Die houdt er van om neer te strijken op de warme zandpaden. Het is een algemene soort die overal in ons land voorkomt.

Een Waterleliemot of Waterlelievlinder (Elophyla nymfaeata) op het Boerenwormkruid. Juist de kleinste insecten zijn vaak het mooist getekend of gekleurd. De rups  leeft in het water in een kokertje van bladdeeltjes dat wordt vastgesponnen onder een drijvend blad van een waterplant. Dat hoeft niet per se een waterlelie te zijn. In de kokerachtige behuizing verpopt de rups tot vlinder. In het kokertje zit een luchtbel en als de vlinder uitkomt wordt die met de luchtbel naar de oppervlakte getransporteerd. Weer heel prachtig, die bijzondere natuur.

Op Kattenstaart (Lythrum salicaria) tref je altijd wel vlinders aan, vooral het Klein koolwitje. In onze tuin is deze plant al uitgebloeid maar in de natuur bloeit hij nog volop. Daar staat hij op de juiste plaats en doet het veel uitbundigier. Hij houdt van natte voeten en die vindt hij niet in onze tuin.  Echt een plant die de boel lekker opfleurt.

24 augustus 2017

We zagen in het Drentse natuurgebied nog meer leuke insecten. Deze Pluimvoetbij was druk bezig in en uit zijn nestje te kruipen. Misschien werd er stuifmeel naar de broedcellen gebracht. Dit kleine beestje is tot grote prestaties in staat, het graaft gangen tot wel zeventig centimeter diep en doet dat ook nog eens met vele. Op die manier wordt het een gezellig pluimvoetbijendorp. De hoofdgangen hebben weer korte zijgangen waar de broedcellen liggen.

De larven die uit de eitjes komen leven ongeveer een week van de pollen die het vrouwtje in de broedcel heeft gebracht en gaat dan in rust als overwinterende prepop die zich het volgend voorjaar verder ontwikkelt.

In zo'n gebiedje waar de bijen nestelen ligt het volop zandhoopjes met een mooi gaatje erin. Je vindt dergelijke nestgangen ook vaak tussen de stoeptegels. Veeg ze vooral niet weg (of erger) want de graafbijtjes doen geen kwaad en als je er wat meer over weet, kijk je er vanzelf met andere ogen naar. Die nestholtes zijn niet meer of minder dan een staaltje mooi vakmanschap.

23 augustus 2017

Bij het Drentse brinkdorp Havelte ligt een geweldig mooi natuurgebied: Havelterberg. Het bestaat uit een afwisseling van heidevelden, zandverstuivingen, bos en vennetjes en momenteel kleurt vooral de heide er de natuur pimpelpaars. Afgelopen dinsdag was een perfecte dag om daar met mijn natuurmaatje eens rond te lopen.

Dat de droogte van deze zomer er behoorlijk inhakt is ook hier te zien waar oorspronkelijk een grote plas ligt die nu bijna geheel is opgedroogd. Ook elders verdrogen natuurgebieden en dat is jammer van alle mooie en typerende plantensoorten die daardoor verloren dreigen te gaan.

Op een zandpad zat een eenzame man Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) wat te zonnen. Deze juffers kunnen een behoorlijk eind van het water wegvliegen, het zijn zwervers. Hun biotoop waar ook de voortplanting plaatsvindt, is de langzaam stromende beek met een goede waterkwaliteit. Ze vliegen van mei tot eind augustus.

Van een andere kant gefotografeerd, met de zon vol op het insect, is pas goed te zien hoe schitterend deze insecten zijn. Alleen de vleugel al is letterlijk en figuurlijk "een plaatje". Als de donkere vlek de gehele vleugel bedekt, heb je te maken met de Bosbeekjuffer.

In het heidegebied vonden wij de Echte tolzwam (Coltricia perennis), een soort die alleen wil groeien op zeer arme en droge grond. Voor mij was het de eerste keer dat ik hem vond. Het is echt een heerlijk gebied om in de wandelen.

21 augustus 2017

Op het bloeiende Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) vliegen veel insecten, zag ik. Hier een van de wilde hommeltjes. Waar ze zin in hebben, ik vind de bloemen naar stinken.... Vroeger hingen de mensen een bosje van deze bloemen boven hun bed om zo verschoond te blijven van zoemende en zuigende muggen. Maar ik denk dat ik niet in slaap zou vallen bij de vieze geur. Het schijnt dat de vlooien bij hond of kat vandaan blijven als je wat takken in hun mand legt.

De Boerenwormkruidgalmug veroorzaakt soms woekeringen op de bloempjes van het Boerenwormkruid. Deze gal moet zich nog verder ontwikkelen tot een kelkachtig geheel.

Ergens onderweg kwam ik deze leuke schapen tegen. Miniatuurschapen waren het en heel vriendelijk. Ze lieten zich graag op hun koppen kriebelen. Deze Ouessantschapen zijn het kleinste schapenras dat er bestaat. De rammen wegen slechts 20 kilo, de ooien maar 14. Heel makkelijk te houden schaapjes, je zou er zo voor vallen.

Een groot Populierenhaantje (Chrysomela viminalis). Er zijn zo ontzettend veel verschillende insecten dat het me soms duizelt bij het oproepen van namen die diep in de krochten van mijn brein liggen....

Vliegen zijn een enorme plaag voor het vee. Als je ziet hoe ze rond ogen, neus, overal rondkruipen zou je er plaatsvervangend gek van worden. Paarden krijgen tenminste nog beschermende hoofddeksels op om dit tegen te gaan. Maar of dit nou zo prettig is voor het dier.....

18 augustus 2017

Wie had nu ooit gedacht dat die goeie oude Springbalsemien het lot zou treffen bestempeld te worden als ongewenste exoot! Hij is als zodanig opgenomen in de lijst van planten die bestreden moeten worden. Men hoopt dat als de Balsemien verdwijnt, er weer andere planten op de groeiplaatsen zullen verschijnen. De Springbalsemien komt hier al een eeuw voor, het is een raar idee dat we hem in de toekomst steeds minder zullen zien. Verspreiden kan de plant zich uitstekend, het zaad kan wel 7 meter van de plant worden weggeschoten. Er zullen onder ons maar weinigen zijn die als kind niet in de zaaddozen knepen om het zaad te zien wegspringen. Reuzenbalsemien wordt de plant ook wel genoemd. De Latijnse naam is Impatiens glanulifera en de soort vindt zijn oorsprong in Noord-India.

Dit is weer de tijd dat je naar de hei moet gaan om te genieten van de paarse velden met vliegdennen, brem, gaspeldoorn en - met een beetje geluk - de ronddolende schaapskudde. Met man en macht moet er aan gewerkt worden dit oude cultuurlandschap in stand te houden, wil het niet opgevolgd worden door bos, hetgeen een natuurlijke gang van zaken is. Ik heb de indruk dat de heide dit jaar minder mooi bloeit dan bijvoorbeeld het vorige jaar, maar of dat overal zo is kan ik niet beoordelen. De langdurige droogte van deze zomer zal er wel schuld aan zijn. In sommige jaren kan dat ook het gevreesde Heidehaantje zijn dat de boel kaalvreet.

Op de kalkarme en zure heidevelden groeit het Buntgras (Corynephosus canescens) op de zandverstuivingen of open zanderige plekken. Het is een pioniersplant die het zand vastlegt zodat er weer een successie van planten kan ontstaan. Ook in de duinen doet het zijn nuttige werk. In de maanden juni en juli komt het Buntgras in bloei.

In het rulle vochtige zand kun je mooi de prenten van het wild zien. Deze voetafdruk ziet er wel wat vreemd uit maar een hert heeft een eerdere prent "overlopen". De rechtse twee tenen horen bij dezelfde poot. Je kunt er mooie afdrukken van maken door er gips in te gieten. Dan moet je het geheel wel eerst laten opdrogen alvorens je de afdruk kunt meenemen. Een kwestie dus van een goed plekje uitzoeken waar alles rustig kan beklijven voor je het op gaat halen.

16 augustus 2017

Nou, dat was me een herfstig begin in de vroege ochtend! De bomen gehuld in vochtig grijs, dat hadden we al een poos niet meer gezien, maar het kondigt toch zo langzamerhand onherroepelijk  het begin van de herfst aan.

Ik ging meteen de tuin in, op zoek naar spinnenwebben en zag dit rankje van de Clematis, bedekt met herfstdraden en dikke druppels vocht. Toch bijzonder hoe die druppels bij windstil weer onder een takje blijven hangen.

Het wielweb van de gelijknamige spinnen is een wonder van schoonheid en techniek. Zeker als de dauw druppels op de draden heeft afgezet. Voor een web kan de spin meerdere soorten draad spinnen, al dan niet kleverig.  De combinatie van elasticiteit en sterkte maakt het spinnendraad zeer bijzonder, eer het breekt kan het driemaal zoveel energie/kracht weerstaan als het draad dat door de mens gebruikt wordt voor het maken van kogelvrije vesten.

Vorig jaar werd in Madagaskar een nieuwe spinnensoort gevonden die een enorm web kan maken dat boven en over rivieren hangt. Zo,n web kan een lengte hebben van 25 meter, bijna ongelooflijk. Het web bestaat uit draden die tot nu toe het allersterkste natuurlijke materiaal op aarde zijn. Het is echt de moeite waard om op zo'n vochtige mistige ochtend eens naar buiten te gaan om te zien hoe enorm veel webben er om ons heen zijn. En bezet met mistdruppels zijn het juwelen van de natuur. De dauwdruppels, zo is vastgesteld, zitten allenmaal in perfecte symetrie aan de draden. Hoe dat kan is een nog niet ontsluierd geheim van de natuur.

Gelukkig werd de dag later op de morgen geheel anders. De zon scheen, de temperatuur was aangenaam en een stel jonge mussen op een heg vormden een leuk plaatje. Ook  in onze tuin zijn de mussen weer terug. Je snapt soms niet waar ze uithangen; zo zijn ze verdwenen en zo zitten ze aan het begin van de avond weer met z'n allen te rommelen en te krakelen in de klimop tot het tijd is de oogjes te sluiten.

14 augustus 2017

Een Puntbijvlieg (Eristalis nemorum), een zweefvlieg die wel wat doet denken aan een bij,  rust in het hart van een Japanse anemoon. Het trof me dat de combinatie van kleuren zo mooi was. Het insect mag er trouwens ook wel wezen met die verfijnde tekening.

Het lijkt wel of er veel minder lieveheersbeestjes zijn dan in andere jaren. Of het waar is weet ik niet, maar ik heb die indruk. Dit is een Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyiridis). De dekschildjes  kunnen in allerlei kleurvariaties voorkomen, zelfs zwart met rode stippen. Ook het aantal stippen kan sterk varieren. Slechts een klein deukje achterop  het dekschild verraadt dat hij er een is. Het is een exoot uit China en Japan.

In onze tuin ben ik dit jaar bezig om me wat meer te bemoeien met kleuren en welke planten het mooist bij elkaar staan. Maar ook om zodanig aan te planten dat er gedurende het gehele seizoen planten in bloei staan. En dat bevalt goed, zonder dat het allemaal te keurig wordt want dat wil ik niet. Met deze Lobeliasoort ben ik heel blij. Hij is nu in bloei gekomen en heeft een werkelijk knalrode kleur en donkerrood blad. De bloemen zien er wat exotisch uit, ik vind ze heel mooi. Ondanks de felle kleur is het geen schreeuwerig exemplaar omdat de bloemen bescheiden van formaat zijn.

Het Pijlkruid (Sagittaria graminea) in de vijver doet het dit jaar fantastisch en tussen de pijlvormige bladeren verschijnen nu de smetteloos witte bloemen.  Voor insecten is dit duidelijk een aantrekkelijke plant. Onder water heeft het Pijlkruid lintvormige bloemen en alleen boven water groeien de mooie pijlvormige. Ooit moet ik hem van iemand gekregen hebben maar dat is zo lang geleden dat ik het niet meer weet.

12 augustus 2017

Dankzij de regenval van de laatste weken verschijnen er al heel veel paddenstoelen in het bos. De Reuzenzwam staat er al  wekenlang. Hij groeit op de stronken van dode of gekapte bomen. Het is een imposante parasitaire soort die helpt het dode hout op te ruimen.

Op deze plek waar de Reuzenzwam (Meripilus giganteus) groeit is op het oog niets te vinden van wat eens een boom was, hetgeen niet wil zeggen dat er ondergronds geen hout ligt. Het is de grens tussen geasfalteerd fietspad en een zanderige berm. Deze zwammen kunnen erg gevarieerd zijn in kleur. Je ziet ze van diepbruin tot heel licht. Het zijn net heel grote planten met hun forse "bladeren". Het zijn in feite deelhoeden die samen een grote rozet vormen.

De Biefstukzwam (Fistulina hepatica) staat deze herfst in de belangstelling en wordt geinventariseerd. Hij groeit onderaan de stam van zowel oude als dode eiken(stronken). Vooral op de Zomereik en vaker op levende bomen. De zwam is uitgeroepen tot "paddestoel van het jaar 2017" en wie er een vindt kan hem fotograferen en met vermelding van naam en locatie opsturen naar biefstukzwam@paddestoelencatering.nl

Ik vond een kleine heksenkring van zachtgele zwammen met frivole hoeden. Het is de Geribbelde trechterzwam (Clytoibe costata) die bekend staat als "vrij algemeen" maar die ik voor het eerst zag. Deze soort houdt van een lekkere dikke rulle strooisellaag.

Ik neem aan dat dit, gezien de plek waar hij stond, de Eikenboleet (Leccinum quercinum) was. Ik had geen zin om hem te beschadigen door de steel te ontbloten. Dit lijkt een goede paddenstoelentijd te worden. Parasolzwam, Geschubde inktzwam, Zwavelkoppen, Russula,  Porseleinzwam, dat alles is al  te vinden. Ook al wordt er veel gemopperd op het huidige weer, voor paddenstoelenliefhebbers is dit juist weer een prima tijd. Zo heeft alles zijn voor- of nadeel.

11 augustus 2017

In het bos ontdek ik op de stammen vaak woekeringen waarbij je van alles kunt fantaseren. Boomvrienden, noemde ik ze vroeger, toen de kleinkinderen nog niet te groot waren om dat leuk te vinden. Bij deze boomstam vond ik dat er een beertje te zien was maar nu komt het toch meer als een nijlpaard over, of..... nou ja, wat maakt het uit. Het is leuk om te verzinnen dat bomen stil staan uit te kijken op wat zich in de omgeving en de bodem afspeelt. Maar misschien heb ik me wel teveel laten meeslepen door de filmserie "in de ban van de ring". Geweldig voor wie zich graag wil laten meeslepen in de wereld van allerlei sprookjesachtige onwaarschijnlijkheden.

Het begint al best wat herfstig te worden in het bos, al heeft deze Stinkzwam daar weinig mee te maken want die ruik je her en der al de hele zomer. De stinkerd verspeidt zijn sporen niet met behulp van de wind maar met assistentie van vliegen. De sporen liggen namelijk los in een grijze slijmlaag die een enorm vieze lucht verspreidt. Daar komen de vliegen op af en eten de grijze massa op en verspreiden zo de sporen.

De Doornappel is nu niet bepaald een plant die je in het bos tegenkomt, maar daar zag ik hem wel staan. Jammer dat de grote trechtervormige bloem al was uitgebloeid. Later zal daar een stekelvormige vrucht uit ontstaan, die geeft de plant haar naam. Het is een soort uit de familie Solanum, alle leden daarvan zijn min of meer giftig. De Doornappel (Datura stramonium) is zeer giftig in alle delen maar het meest in de zaden, die bevatten o.a. hallucinerende stoffen.

Ook in het bos: de Beklierde nachtschade (Solanum nigrum subsp. schultesii). Wie aardappels teelt vindt hem volop tussen de piepers die trouwens van hetzelfde geslacht zijn. Mooie witte bloempjes zitten er aan, je zou niet verwachten dat zoiets aardigs giftig zou zijn. Het is maar goed dat we over het algemeen niet weten hoeveel giftige planten er wel zijn.... De naam is wel wat ingewikkeld maar dit is weer een ondersoort van Solanum nigrum.

10 augustus 2017

Het Gentiaanblauwtje is een van de vlinders waarmee het slecht gaat in Nederland. Twee onderzoekers van Wageningingen Universiteit en Stichting B-ware hebben hun bevindingen openbaar gemaakt: in de afgelopen 20 jaar zijn er 30 vlindersoorten uit ons land verdwenen als gevolg van een te hoog stikstofgehalte in de lucht. CO wordt uitgestoten door industrie, verkeer maar voornamelijk de landbouw  vanwege het problematische mestoverschot. Slechts met soorten die stikstof verdragen, gaat het goed. De onderzoekers stelden vast dat de vlinders momenteel in minder goede toestand zijn en dat hun rupsen zich vaak niet ontwikkelen tot vlinder en voortijdig doodgaan. Het afgelopen telweekend voor vlinders leverde minder soorten en exemplaren op dan in de voorgaande acht telperioden. Dat kan meerdere oorzaken hebben als bijvoorbeeld de warmte in juli toen de vlinders eerder vlogen, en het weer tijdens de telling kan een rol spelen. De foto laat trouwens geen Gentiaanblauwtjes zien maar Icarusblauwtjes.

De kogeldistel is een makkelijke plant die goed tegen de droogte kan. Als sierplant is hij niet echt geweldig maar de bloei is goedbeschouwd zeer apart. Er zat zowaar een lieveheersbeestje op de bloem. Ik heb deze kevertjes dit jaar opvallend weinig gezien.

De Tijgerspin (of Wespspin zo je wilt) is een betrekkelijke nieuwkomer die het in ons land goed naar de zin heeft.  De vrouw bouwt haar web laag in de vegetatie waar ze vooral op sprinkhanen loert.  Het is een forse soort die je niet over het over het hoofd ziet als je een beetje rondsnuffelt. De spin is sowieso al niet met een andere soort te verwisselen maar het zigzagstreepje onderaan het web geeft 100% zekerheid.

De Tijgerspin (Archiope bruennichi)  maakt een prachtige trechtervormige cocon tussen de halmen van gras of pitrus. De jonge spinnen komen in de volgende lente uit. In deze tijd van het jaar is deze spin vooral te zien in ruige graslanden en heidevelden. Het vrouwtje maakt eerst een soort schijfje en breidt dat naar onder toe wijder uit zodat het resultaat een urnvormig nestje wordt. Als de spin haar eitjes in de cocon heeft afgezet, dicht ze het af met spinsel en aan de buitenkant bedekt ze de cocon met  een ander spinsel dat bruin verkleurt. Elke spin kan meerdere soorten spinseldraden maken.

8 augustus 2017

Ik ben de laatste dagen druk met andere dingen dan natuur dus hier nog even een foto die ik ongeveer anderhalve week geleden maakte. Op mijn volkstuin zag ik tot mijn verbazing dezelfde bastaardrupsjes als die ik thuis gefotografeerd had. Die van de Rozenbladwesp. Het grappige vond ik dat er linksonder ook nog hele kleintjes te zien zijn.  De larven zijn nu verdwenen, gegroeid tot ze groot genoeg waren om naar de grond te kruipen om te verpoppen.

De Rozenbladwesp (Arge pagana) is wel een mooi insect. Glanzend zwart met een oranje onderkant. Zowel de larven als de volwassen insecten worden veelal tot prooi en daarom treedt er nauwelijks schade op.

De Gulden roede staat ook alweer in bloei. Het is een plant die nogal wat ruimte in beslag neemt als je hem z'n gang laat gang maar in de natuur en ook in de tuin is hij eigenlijk onmisbaar met zijn vrolijke felgele kleur. Daarbij is het ook een zeer goede, dus waardevolle insectenplant. Ik heb het hier wel over de hoog opgroeiende soort: Solidago canadensis. Oorspronkelijk niet inheems maar een exoot die niet meer weg te denken is uit het Nederlandse landschap. Er is een lage soort die wel inheems is maar zo langzamerhand zeldzaam geworden: Solidago virgaurea.

6 augustus 2017

Overal hoor en lees je over het drama in de pluimvee-industrie. De rechter heeft nu bepaald dat de kippenhouder zelf mag weten of hij al dan niet zijn kippen laat vergassen want voor dieren die van "geen economische waarde" zijn, is dat toegestaan. Als gewoon burger word je hier toch helemaal misselijk van! En waar de burger aan toe is weet hij niet want het ene wordt beweerd en het andere weer ontkend. We zouden beter even geen eieren meer kunnen eten werd er aanvankelijk geadviseerd maar professoren en anderen die het weten kunnen vonden dat onzin, van zo'n besmet eitje houd je echt niks over. Het giftige spul zit ook in vlooiendruppels en vlooienbanden. Die gebruiken we voor onze katten en honden, voor wie vaak het beste nog niet goed genoeg is. In het programma Vroege Vogels hoorde ik vorige week dat kat of hond daar een paar dagen hyper van kan worden, of wat agressief en zich een beetje "vervelend" zou gaan voelen maar dat ging wel weer over. Het is gif mensen, en dat komt in de bloedbaan van onze viervoetige huisgenoten en als het in een mensenlichaam stapelt, zoals is gezegd, doet het dat ook bij een dier. Denk daar nog maar eens aan als Fikky en Bruno aan je voeten liggen, of Minoes op je schoot.

Nu de zon zich langzaam maar zeker weer verder van ons verwijdert, kun je weer fraaie zonsondergangen zien zoals deze, een paar dagen geleden. Het is zo fascinerend om de lucht te bekijken terwijl heel langzaam het rood en oranje de wolken kleurt en de lucht kort daarna weer haar normale kleuren aanneemt als de zon het aardoppervlak niet langer bereikt. Een tafereel waar ik nooit genoeg van krijg.

Het Leverkruid (Eupatorium canabinum) is bijna uitgebloeid. In het begin zijn de bloemen nog ietwat roze maar na verloop van tijd worden ze steeds valer. Een wat slordige plant die echter een enorm goede insectentrekker is.  Hij past goedbeschouwd eigenlijk meer in de natuur dan in je tuin. Daarom twijfel ik of hij mag blijven; hij staat langs de vijver en het grasveldje daar wordt weldra omgespit en de totaal uitgeputte grond wat opgepimpt met een flinke laag compost waarna er weer gras kan groeien. De naam Leverkruid verwijst naar de leverkleur van de bloeiwijze.

In opvolging van het Leverkruid begint nu het Koninginekruid (Eupatorium purpureum) te bloeien en die is veel mooier. De plant heeft stevige stengels, mooier blad en feller gekleurde bloemen. Beide planten dragen de naam Eupatorium en zelfs op Wikipedia wordt geschreven over Koninginne- of Leverkruid, alsof het om dezelfde plant gaat. Hoe kan dat nou? Welnu de onderste foto laat een kweekvorm zien van de bovenste. De bovenste toont dus de oorspronkelijke wilde vorm. Maar in dit geval een wel wat verwarrend gebruik van de naam.

4 augustus 2017

Ik zat toevallig net aan tafel en keek even op van de krant. Op hetzelfde moment kwam een jonge merel aangevlogen, recht op het raam af en bam, in volle vaart vloog hij er tegenaan. De vogel viel op een tafeltje vol plantenstekken dat voor het raam stond en kwam tussen de potjes terecht. Het eerste wat ik deed was kijken of hij zijn nek niet gebroken had en zijn kopje hing. Gelukkig was dat niet het geval maar hij zat met de snavel wijd open naar lucht te happen. Tja, dat was ook wel even een dreun tegen zijn borstkast. Even afwachten maar hoe het verder zou gaan.

Na een kwartier zat hij er weer normaal bij, nog wel behoorlijk beduusd maar opeens vloog hij weg, de Lijsterbes in waar de vruchten al beginnen de kleuren. Hij pikte er zowaar al een af. Maar was er nou iets mis met zijn vleugels of hield hij zich met moeite vast op de dunne takjes van de nog jonge Lijsterbes...., ik wist het niet.

Nog weer wat later zag ik hem uitgebreid een bad nemen in de waterschaal. Hij spetterde in het rond alsof het een lieve lust was en na afloop bleef hij nog even zitten alsof hij wilde laten weten dat hij weliswaar  hevig geschrokken was maar dat verder alles nu ok was.

2 augustus 2017

Vanmiddag had een wespenvrouw het voorzien op mijn broodbeleg en ik wilde eens bekijken hoe ze dat ging aanpakken. Eigenlijk dacht ik dat ze  vast op iets zoets uit was want dat gebeurt immers aan het eind van de zomer. Maar zover is het nog niet en de Wesp deed wat ze altijd doet, ze verzamelde eiwitrijk voedsel voor de larven in het nest want dat is haar taak, maar misschien ook wel voor zichzelf want het volwassen insect heeft dat ook nodig.

De werkster knaagde doeltreffend een stukje van het rookvlees af en verdween met haar buit. Pas als de larven zich ontwikkeld hebben tot wespen, hoeven de werksters ze niet meer te verzorgen en zijn ze uit op eigen gewin en dan noemen we ze "limonadewespen". Ze houden in die periode gewoon veel van zoetigheid. De Gewone wesp (Vespula vulgaris) is een insect dat zeer nuttig werk verricht in de natuur. Ooit werd eens bijgehouden wat een wesp dagelijks ving aan insecten. Dat waren in zes uur tijds 2500 verschillende vliegen en 650 langpootmuggen en andere muggen. Dus ga ze vooral niet bestrijden, wespenvallen zijn verfoeilijke dingen. In zomers met veel regen zijn er minder wespen want daar kunnen ze niet tegen. Ze zijn ook nu nog niet veel te zien. Vorige maand werd op de tv gemeld dat Canadese artsen waarschuwden voor een nieuw fenomeen: gemalen wespennest in de vagina zou voor diens verjonging zorgen. Het is niet alleen ongelooflijk bizar maar ook gevaarlijk. Wie verzint zulke onzin....

In onze tuin groeit en bloeit een heel aparte Phlox. Vlambloem is ook een naam die gebruikt wordt voor deze plant. De bloemen zijn veel kleiner dan die van de gewoone phlox en groeien als een soort bolletje. Ik vind hem veel mooier door de compacte groei. Een Citroenvlinder peurde in de bloemen naar nectar. Deze vlinder is veel te zien deze zomer.

1 augustus 2017

We beginnen alweer aan de laatste volledige zomermaand. De dagen zijn merkbaar korter, de vogels doen er momenteel het zwijgen toe en ik heb het gevoel dat ik elke minuut van dit seizoen moet benutten door buiten te zijn want het gaat allemaal zo snel.  Maar dat kan natuurlijk niet. Vanochtend fotografeerde ik de bloempjes van Basilicum. Geweldig, die combinatie van licht en donkerpaars!

Hier nogmaals een plaatje van de Stadsreus (Volucella zonaria) die deze zomer opvallend veel te zien is, net als de Woeste sluipvlieg. Van de laatste heb ik er nog nooit zoveel gezien als de laatste tijd, in alle formaten van heel klein tot uitgegroeid volwassen exemplaar. (zie ook 16 juli). Ook de Stadsreus kwam al eerder aan bod maar ik vond dit een mooi plaatje van de kop. Dit is een vrouwtje, zij heeft een grotere gele kop die als een streep tussen de ogen lijkt. Bij de man liggen de ogen dichter tegen elkaar en is de gele "streep" dan ook smaller. Deze zweefvlieg komt veel voor op Koninginnen- en Leverkruid en daar zag ik hem ook. Een zweefvlieg moet het doen met maar n paar vleugels. De achtervleugels zijn gereduceerd tot zogenaamde haltertjes. Maar wat een enorme ogen!

Met de meloenschillen die ik buiten op een tuintafeltje leg heb ik niet veel succes. Of het aan de meloenen of aan iets anders ligt weet ik niet maar ze trekken geen vlinders en hoornaars, zoals andere jaren. Daarom heb ik er eens een paar omgekeerd tussen de planten gelegd om te kijken wat er op afkomt. En dat is verrassend. Veel springstaarten, onaantrekkelijk uitziende heel kleine larfjes, minuscule kevertjes en deze mosmijten formaat potlootpunt. Bolle glanzende beestjes zijn het en ze houden niet van licht want zodra ik de schillen omkeer, kruipen ze weg. Schreef ik vorige maand dat de leuk uitziende kattenstaartdwergsnuitkevertjes de kleinste insecten waren die ik ooit fotografeerde, dit is de nieuwe kampioen.

30 juli 2017

Wij zijn er aan gewend dat het altijd een strijd is tussen de merels en ons wie de Japanse wijnbessen kan oogsten. De vogels zijn er namelijk dol op. Ik vind het best als we ze delen, zij wat en wij wat. Dit jaar echter blijven de bessen allemaal aan de struik zitten of vallen er van rijpheid zelfs af, geen vogel die er op afkomt. Ze zijn er niet. De besjes zijn mooi, en prima om in te vriezen zodat ze met kerstmis weer kunnen prijken op een feestelijk dessert. Op mijn volkstuin stond een aalbessenstruik zo gigantisch vol rode bessen dat ik ze niet eens allemaal verwerkt heb. De rest liet ik dus maar aan de vogels, dacht ik. Maar nee hoor, ze hangen er te verdrogen wegens gebrek aan belangstelling. En dan te bedenken dat ik er altijd als de kippen bij moest zijn om de bessen met een net te behoeden voor diefstal door duiven, mererls, lijsters....

De met veel tamtam aangekondigde wespenplaag is er niet gekomen. Idem dito voor wat betreft de muggenplaag. Het is ook zo'n onzin, dit soort voorspellingen, want er kan van alles gebeuren waardoor het anders verloopt. Wespen bijvoorbeeld zijn heel gevoelig voor felle regenbuien, daar kunnen ze niet tegen. Nou, die hebben we genoeg gehad. En ondanks onze vijver hebben we geen enkele last van muggen. Er zijn maar weinig wespen te zien, toevallig zag ik deze toen hij de bloempjes van het Helmkruid bezocht.

In het bos zag ik de eerste pol heide bloeien. Komende week maar eens kijken hoe het op de heidevelden is. Maar als de heidevelden paars kleuren hoef je niet eens een kalender te raadplegen om te weten dat de zomer angstaanjagend snel van ons wegloopt.....

28 juli 2017

Ik blijf maar het gevoel houden dat er iets aan de hand is met de vogels. De laatste winter hebben we ze nauwelijks op de voerplank gezien. Afgelopen lente is er niet gebroed in de nestkasten in onze tuin. Nu is het zomer, het is normaal dat merels zich wat in het verborgene ophouden omdat ze de veren ruien in deze tijd. Maar dat ik er geen enkele  zie, is vreemd. Vorige week liet het Belgische Natuurpunt weten dat zeer gevreesd werd voor een hernieuwde uitbraak van het usutuvirus dat vorig jaar in augustus ook dood en verderf bracht voor duizenden vogels, waaronder 88% merels. Het virus wordt overgebracht door steekmuggen en merels zijn er uiterst vatbaar voor, net als mussen en uilen. De gevreesde nieuwe uitbraak wordt "slecht nieuws" genoemd omdat het muggenseizoen nu pas begint los te barsten en een desastreuze hoeveelheid vogels het slachtoffer zullen worden.  Zou het rondwarend virus ook hier soms de oorzaak zijn van de afwezigheid van merels? Ik heb deze gehele ontwikkeling nog nooit eerder waargenomen, ook in het bos zie ik de merels niet terwijl ze altijd tussen de strooisellaag op de bosbodem lopen te scharrelen.

Dit jaar hoort niemand mij klagen over de aanwezigheid van de glibberige grote naaktslakken. Ze zijn er gewoon niet in onze tuin. Mijn verwijderactie, twee zomers achtereen, heeft blijkbaar geholpen want ik zie er sporadisch nog een over de grond glijden. Maar bij tuinwerk vond ik toch nog weer wat ronde witte eieren in de grond. Ze zijn best groot en worden in een klont vlak onder de aarde gelegd. Als uit elk eitje zo'n oranje of zwarte naaktslag komt zullen er volgend jaar weer heel wat rondscharrelen. Dus heb ik ze opgepakt en in het plantsoen gegooid. Daar worden ze wel gevonden door een of ander beestje.

Vanaf een afstandje dacht ik iets blauws te zien op de Cosmea. Ik vermoedde er een Boomblauwtje maar het bleek een mooie blauwe vlieg te zijn. Onder zijn vleugels bevindt zich een mooi blauw lijf, helaas niet goed te zien op deze foto. Hieronder is er een die zich duidelijker aan me vertoonde.

Het is de Blauwe (brom)vlieg, een algemeen voorkomende soort. De jonge vliegen die uit de poppen komen, kunnen meteen alweer paren zodat dit een zeer succesvolle soort is.

27 juli 2017

In mijn jeugd heette het nog Burgers dierentuin. We woonden er vlak bij en konden horen wanneer de leeuwen gevoerd werden, dan brulden die luid. Later heette de dierentuin Burgers Bush en nu is het Burgers' Zoo. Olifanten zijn zeer aansprekende dieren, deze mocht de rest van zijn leven slijten in het "bejaardenhuis voor olifanten".

Met dochter en kleinzoon ging er heen om de vlinders in het nieuwe deel "Mangrove" te bekijken. Heel apart hoor, al die fladderende juweeltjes die zich niets aantrokken van de bezoekers en zelfs op je schouder of rug kwamen zitten. Wat zijn het toch geweldige onderdelen van de natuur, zo fantastisch getekend. En hier vliegen heel veel verschillende exemplaren.

De Morpho (Morpho menelaus) die leeft in de regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika, is een zeer grote, traag vliegende vlinder. Ik zag hem eens in zijn oorspronkelijk leefgebied en was er verrukt van. De intens blauwe kleur met die donkere rand, dat onbezorgde vliegen (zo ziet dat er uit), het is echt een streling voor je oog.

De Morpho heeft een geweldige vorm van mimicry. Als hij de vleugels sluit worden de nepogen zichtbaar die moeten dienen als afschrikking voor vijanden.

Op sommige struiken zaten ook fraaie rupsen. Het was niet te achterhalen van welke vlinder de nakomelingen waren. Een vlinder leeft meestal maar een week of zes en de vlindertuin moet natuurlijk aldoor worden aangevuld. Dat gebeurt door poppen uit hun leefgebied te halen die hier speciaal voor gekweekt worden. Er zijn daar veel grote bedrijven die zich hier op toeleggen en hun vlinderpoppen verkopen aan allerlei buitenlandse vlindertuinen.

Wie zijn of haar ogen de kost geeft ziet ook mooie vogels als dit duifje. Waarom zou alles in de tropen toch zo schitterend en uitbundig gekleurd zijn, vraag je je af. Het past wel heel goed in dat warme feel good-klimaat waar ook de bewoners zich zo kleden.

Naast een Renkoekoek was er ook een Konijnuil (Athene curicularia). Zo genoemd omdat ze nestelen in de holen van konijnen. Het wordt daarom ook wel holenuil genoemd. Het zijn kleine uitjes met een grote mond: als ze zich bedreigd voelen laten ze een geluid horen dat precies op dat van een ratelslang lijkt. Het schrikt menig roofdier meteen af.

In de Ocean keken wij onze ogen uit naar het moois dat daar rond zwom. Het immense aquarium was werkelijk schitterend en de veelheid van vissen overweldigend. Deze dierentuin is zeer de moeite waard. Kosten noch moeite werden bespaard om bezoekers het gevoel te geven dat ze werkelijk in andere werelddelen een kijkje mogen nemen. Tip: ga er zo vroeg mogelijk heen als je kunt, want later op de dag wordt het steeds drukker.

25 juli 2017

Drie dagen geleden zijn de gierzwaluwen vertrokken. Precies op tijd om dit regenachtige weer te ontlopen. Ze zijn hun lange reis naar Afrika begonnen waar ze overwinteren. Ze zijn een honderdtal dagen in ons land geweest om te broeden en hun jongen groot te brengen. Omdat ze hun hele leven in de lucht blijven, behalve als de vrouwtjes broeden, voelen ze waarschijnlijk dat er zware depressies aankomen en zijn ze tijdig op weg gegaan. Het blijft wonderlijk hoe dat proces elk jaar weer op dezelfde wijze verloopt en altijd zo'n beetje op dezelfde tijd. Er zijn inmiddels allerlei tekenen dat de zomer al aardig op weg is naar de verkeerde kant. Zonder kalender zou je er al een heleboel uit wijs kunnen worden, vind ik.

Op 13 januari plaatste ik een foto van een heel jong bastaardrupsje van de Rozenbladwesp. Deze foto dateert van de laatste keer dat hij zich nog liet zien, ook drie dagen geleden. Helemaal uitgekleurd doet hij zich nog even tegoed van het rozenblad en is toen naar de bodem gekropen om te verpoppen. Ik vind het een schattig plaatje. Omdat de schade goed te overzien was heb ik de bastaardrupsjes maar hun gang laten gaan om te zien hoe die zich ontwikkelden en die paar rozenblaadjes mis ik niet.

Ik vermaak me nog steeds zeer met de mussen die op vaste tijd met veel getsjirp hun dagelijkse boterham komen opvragen. Maar ook een Turkse tortel en een jonge Ekster hebben het in de gaten en willen ook een graantje meepikken. Ik blijf me erover verbazen, je zou toch denken dat er wel lekkerder dingen in de natuur te vinden zijn. Vanmorgen las ik in de krant over een ooievaarsnest met 9 jongen waarvan de ouders er vijf met huid en haar opvraten. Aangenomen werd dat dit kwam doordat de ouders het grootbrengen van drie jongen wel genoeg vonden maar het blijft bizar. En of dat de werkelijke reden was of dat de volwassen ooievaars hun kroost als een lekker hapje zagen, we zullen het nooit weten.

De vorige twee zomers heb ik werkelijk honderden grote naaktslakken uit de tuin verwijderd omdat het een plaag bleek te worden. Dat heeft succes gehad, heel af en toe vang ik er nog een weg. De huisjesslakken mogen van mij wel blijven, ze doen hier niet veel kwaad en dienen weer tot voedsel van lijsterachtigen. Met de meloenschillen die ik neerleg om insecten te lokken heb ik dit jaar niet veel succes. Ondanks de eerdere voorspellingen van een wespenplaag zie ik daar nog niets van en ook hoornaars laten zich niet zien. Ik heb de schillen dus maar op de grond gelegd om te zien wat daar dan op afkomt. De huisjesslakken zijn niet tegen te houden, ze vreten zcih gewoon van bovenaf een weg door de schil om bij de zoete binnenkant te komen.

23 juli 2017

In de volkstuin verstoorde ik een vlindertje bij het wieden van onkruid. Het was de Lieveling (Timandra comae) , een nachtvlinder die voorkomt in gebied waar Duizendknoop groeit. Helaas staat die achter op de berm van ons volkstuincomplex. Een zeer hardnekkige plant die alleen met zwaar geschut verwijderd kan worden. Hij is zo sterk dat hij dwars door asfalt kan groeien. De Lieveling houdt zich vaak schuil in laag gras of planten en je ziet hem vaak pas als hij opvliegt om een stukje verderop weer neer te strijken.

Om ons heen is nu de Goudvink te horen. Blijkbaar heeft een koppeltje in de buurt gebroed. Dat is leuk want we zien deze mooie vogels eigenlijk alleen maar in de winter en afgelopen winter niet eenmaal. Ik heb trouwens het idee dat er veel minder tuinvogels te zien zijn deze zomer dan andere jaren.

Heel af en toe zie je Cichorei in de berm staan met witte bloemen. Bijna altijd zijn deze zo blauw als de hemel boven ons. Opvallend is dat ook de meeldraden dezelfde kleur hebben als de bloem. De plant heeft een diepe onvertakte penwortel die in het eerste jaar inuline bevat. Een heel nuttige stof die onder andere gebruikt wordt voor het meten van de nierfunctie, maar ook in brood en banketpruducten, zuivel en ontbijtgranen. Bij obstipatie, prikkelbare darmsyndroom en buikloop kan het als prebioticum worden ingezet. De bloemen sluiten bij bedekte luchten, regen, kou en zelfs aanraking. De plant is zeer gevoelig voor bestrijdingsmiddelen waardoor we hem steeds minder zien. Maaien op het verkeerde tijdstip is ook nadelig, langs de wegen in mijn omgeving is Cichorei dan ook dit jaar weinig te zien. Voor planten en insecten zou het optimaal zijn als het maaien pas aan het begin van de herfst zou gebeuren.

Dit schitterende insect ploegt door de bloempjes van de Wilde peen. Ik heb nooit geweten dat die plant zoveel verschillende insecten trekt. Bijna dagelijks zie ik er weer een andere soort op. Meegekomen in de compost mag hij nu blijven. Het teveel trek ik uit maar een paar planten zijn het volgen meer dan waard. Deze Gewone goudwesp (Chrysis ignita) is een van de mooiste insecten die we hebben. "Gewoon" in deze betekenis is "algmeen".  Mooi betekent niet altijd ook aardig. De kleine wesp legt in nesten van andere bijen en wespen haar eitjes waarna de larven van de goudwesp  de eitjes van de bij of wesp opeten en ook nog eens diens voedselvoorraad. Vanwege deze gewoonte worden ze als koekoekswespen ingedeeld. De goudwesp is slechts een paar millimeter groot.

20 juli 2017

Twee dagen geleden ben ik met mijn oudste kleinzoon op stap geweest. Hij had me gemeld dat hij hl veel vuurwantsen gezien had, dus die gingen we opzoeken in de hoop ze te kunnen fotograferen. Vorig jaar kreeg hij van mij een camera cadeau en dat bleek een schot in de roos. Alleen had hij al snel andere opvattingen over fotografie dan ik. Hij wist in een ommezien alles over bewerkingen in RAW, hij had het over burst, aperture, echt alles kwam voorbij terwijl ik, oude oma, nog regelmatig met mijn neus in de handleiding zit te snuffelen. Kinderen van deze tijd, je houdt ze niet bij op dit gebied. Maar oma vond dat hij zich nu eens niet alleen op de techniek moest richten maar ook oog moest krijgen voor de wereld om hem heen, en dan in het bijzonder de levende natuur. Daar is hij gelukkig ontvankelijk voor en laat zich graag de weg wijzen. Onderweg stonden we een poosje te kijken bij de lavendel langs de weg en de hommels die daar vlogen. Door de warmte waren ze zo druk dat ze bijna niet te fotograferen waren. Hommels in bloemen waren eenvoudiger.

Toen waren we op de plek waar de vuurwantsen rondkropen, het was in een laan vol lindebomen.  Het waren er inmiddels veel minder dan hij eerder had gezien maar jonge en oude exemplaren renden over de stoep heen en weer en ook waren er veel platgetrapt door mensenvoeten. De Vuurwants (Pyrrhocoris apterus) is een heel mooie soort en in bepaalde tijden van het jaar komen ze massaal voor. Ze hebben per jaar twee generaties en houden zich veelal op onder Linde en Robinia. Onder de bomen voeden ze zich met de zaden en de bladeren van de bomen die ze uitzuigen. Dat doen ze ook met hun overleden soortgenoten. Omdat ze zo snel heen en weer renden kostte het enige moeite ze te fotograferen maar het lukte om een parend stel te kieken. Zo'n paring is een bijzondere gebeurtenis, die duurt wel twaalf uur lang. Er zijn waarnemingen van paringen die wel een week duurden. Vermoedelijk gebeurt dit om met al die concurrenten te voorkomen dat anderen met hetzelfde vrouwtje paren.

Onderweg zagen we zowaar een Koninginnepage vliegen en dat was bijzonder. Door het warmer wordende klimaat ging het een tijd goed met deze vlinder maar nu worden ze weer steeds minder gezien helaas. De vlinder fladdere vrolijk verder en gaf ons geen gelegenheid er een mooi plaatje van te schieten. We vonden wel dit merkwaardige ding. Het had de grootte van een kersenpit en hing aan een paar lange spinseldraden waardoor het aldoor heen en weer wiebelde. Het leverde ons allemaal onscherpe foto's op. Maar kleinzoon probeerde het later nog eens, nu met behulp van een statief, en stuurde mij deze foto op. Het blijkt de cocon van een sluipwesp te zijn. Dat ontdekten we niet zelf maar vernamen het van een deskundige.

19 juli 2017

Als alle insecten van die mooie vlindervleugels zouden hebben, zou niemand ze meer verdelgen. Want haal nu eens die vleugels eraf, dan blijft er van het insect toch weinig aantrekkelijks over? Maar ja, zo zitten wij mensen vaak  in elkaar. Het zijn topdagen voor de vlinders, ze zijn dol op warmte en omdat ze nog niet weten wat voor noodweer ze boven het hoofd hangt heb ik ze nog even in de tuin gekiekt. Hier is nog weinig te bespeuren van forse regenbuien en mogelijk zelfs hagel, voor veel insecten akelig weer. De Dropplant (Achastache) is een geweldige insectenplant, speciaal daarvoor had ik hem tijdens onze tuinreis weer aangeschaft. In strenge winters raak je deze plant nog wel eens kwijt. Een mooie Dagpauwoog vond hem ook de moeite waard.

Opmerkelijk veel Citroenvlinders vliegen er de laatste tijd rond. En opvallend: in de tuin willen ze alleen maar op de Karthuizer anjer, soms wel vijf stuks tegelijk.

Het Boomblauwtje vindt het Leverkruid weer plezierig. Het is jammer dat dit kleine vlindertje maar weinig met de vleugels open zit. Omdat vlinders zo van zon houden moet je noodgedwongen ook in de zon fotograferen waardoor je vaak van die uitgebleekte kleuren krijgt. En zeker bij het bleekroze van het Leverkruid is dat een nadeel. Wie klimop langs de muren heeft, kan het Boomblauwtje niet ontgaan.

Een Gehakkelde aurelia die zit te rusten op een rozenblad. Rozen doen het niet goed op de zandgrond maar we blijven het maar proberen omdat ze zo mooi zijn. Maar het blad ziet er in deze tijd al erbarmelijk uit ondanks allerlei goede zorgen.

Ook op het Leverkruid dit gehavende Landkaartje van de tweede generatie. In het voorjaar zijn ze overwegend oranje. De vlinder is blijkbaar nog net ontsnapt aan de snavel van een vogel maar hij leeft nog en kan zich ook nog uitstekend redden.

Dit is wel geen vlinder maar ik zag het insect vliegen op mijn prachtige geranium waarvan ik ooit een stek had meegesmokkeld uit Madeira. Ik weet, dat mag niet maar de beeldschone bloemen verleidden mij tot zonde. De Franse veldwesp (Polistes dominula) die er op zit, zag ik vandaag voor het eerst in deze zomer. Mooie beestjes, trage vliegers en als ze vliegen bungelen hun poten onder hun lijf. De wesp profiteert van het opwarmende klimaat en is hier steeds vaker te zien.

17 juli 2017

Nu het Leverkruid (Eupatorium) weer bloeit hoop ik daarmee vlinders te trekken maar veel heb ik er nog niet gezien op de plant. Misschien gaat het in de komende warmere dagen beter. Afwachten dus maar. De enige fladderaar die ik er vandaag zag was de Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas). De eitjes van deze vlinder worden afgezet op de bladeren van veld- en schapenzuring. De vlinder vliegt in twee generaties; als de zomer warm is verschijnt er soms nog een derde generatie.

Ik ben gestopt met voeren van vogels in de zomer. Ik deed het altijd wel maar het geeft teveel onkruid. Het weer is prima en er is genoeg te vinden, zeker voor de mussen nu in allerlei planten weer zaden zitten. Toch stuiven ze elke namiddag af op de snee brood die ik ze geef. Hoe weten dieren toch wat ze wel of niet kunnen eten, denk je dan. Maar dat is heel verschillend en afhankelijk van de soort. Bij vogels zie je vaak een combinatie van aangeboren en aangeleerd eetgedrag. Toen de melk nog niet in pakken zat maar in flessen, gebeurde het ons nog wel eens dat de mezen gaatjes pikten in de dunne doppen van de flessen die de melkman bij de voordeur zette als we niet thuis waren. Zo hebben de mussen weer geleerd dat brood de maag vult. Elke namiddag zitten ze in de tuin te wachten tot ik het brood op het grasveld leg en dan vliegen ze er op af of ze al dagenlang niets te eten gehad hebben. Er zijn veel jongen bij, sommige eten zelfstandig en andere laten zich gemakzuchtig voeren.

In deze tijd van het jaar zie je dat de sprinkhanen al flink groeien. Deze Struiksprinkhaan (leptophyves punctatissima) moet nog wel een paar keer vervellen voor hij volwassen is. Je kunt ze goed herkennen aan het patroon langs kop en halsdeel, bruine randjes zijn het, aan de buitenkant. Zolang ze nog een nymf zijn, zijn hun lijfjes gesprikkeld en aan hun enorme achterpoten kun je wel zien dat ze zeer goede springers zijn. Vliegen kunnen ze ook. Opvallend zijn wel hun enorme sprieten op de kop. De v rouwtjes hebben een lange legboor.

Elk jaar wemelt het van kroosvlindertjes (Cataclista lemnata) bij onze vijvers. Vooral een klein vijvertje met veel Kikkerbeet is in trek. De witte zijn man, de bruine vrouw. Ze fladderen druk boven het water, gaan zitten op de krabbescheer, op planten en soms zelfs op het gras. Je zou ze verwachten bij de vijver waar kroos ligt want daarvan leven de larven van het vlinderjte. Als je ze zo bezig ziet, almaar in beweging, zou je niet verwachten dat we te maken hebben met een nachtvlinder. Volgens verhalen maken de larven gaatjes in het vijverfolie maar ik heb daarvan nog nooit iets gemerkt. In zijn boek "buiten de perken" schrijft Romke van de Kaa dat hij uit voorzorg elk kroosplantje conscintieus uit zijn vijver vist om dit te voorkomen. Ik moet er toch niet aan denken dat ik dat moest doen, dan zouden ze me de rest van de zomer wel bij het water kunnen zetten.

16 juli 2017

Tijdens de tuinreis met mijn tuinclub van afgelopen week ontdekten we een bijzondere bloem in de Zinnia. In het hart van een al bestaande bloem had zich een nieuwe bloem ontwikkeld. Dit fenomeen heeft vast een naam maar ik weet die niet. Wie het weet mag het melden.

Sluipwespen kunnen er niets aan doen dat ze ze hun medeschepselen zo mishandelen door hun manier van voortplanting. In de natuur is het nu eenmaal op alle fronten een slagveld. Het blijkt dat een kwart van alle insectensoorten bestaat uit sluipwespen. Begrijpelijk is dan ook dat het behoorlijk moeilijk is ze op naam te brengen. Ze zijn er in allerlei formaten, dit is een heel kleintje op Wilde peen. Het is een vrouw dat te zien is aan de legboor die ze in haar slachtoffers steekt om eitjes te leggen. Het slachtoffer, en meetal is dat een rups, wordt door de larven van de wesp langzaam maar zeker vanbinnen opgegeten, maar zo ingenieus gedoseerd dat het slachtoffer lang genoeg blijft leven om de larven te laten uitgroeien tot volwassen insect. Hierna gaat het dood. Sluipwespen hebben een buitengewoon goed reukvermogen. Dat hebben ze ook nodig want ze leven maar kort en moeten dus snel een rups zien te vinden. Daarbij worden ze geholpen door planten die door de rups worden aangevreten. Die scheiden als reactie daarop een bepaalde geur af waarop de sluipwespen afkomen. Zelf had ik eens een geparasiteerde cocon waaruit een Koninginnepage moest komen. In plaats daarvan knaagde zich een heleboel minuscule sluipwespjes een weg naar buiten. Daar sta je dan wel even raar bij te kijken.

Op het nu bloeiende Boerenwormkruid zocht ik naar schildpadkevertjes maar die waren nog niet te zien, de planten waren nog kakelvers. Ook groeien er soms urnvormige galletjes op. Het is leuk om planten te volgen in hun groeiproces en te zien wat zich er allemaal op afspeelt. Ik ga het dus in de gaten houden.

In de eigen tuin zag ik deze grote opvallende vlieg zitten. Het is de Woeste sluipvlieg (Tachina fera) die zijn naam dankt aan de overvloedige beharing op zijn lichaam. Het is net als de sluipwesp een insect dat rupsen parasiteert. Ze doet dat op een net wat andere manier. Ze legt haar eitjes op een plantenblad dichtbij een rups en als de rups het blad opeet haalt die zijn vijanden binnenboord. Het verloop voor de rups is hetzelfde als wanneer een sluipwesp hem zou parasiteren.

Bij het woord "vliegen" trekt menigeen een vies gezciht. Nu zijn sommige vliegen ook insecten waar je niet blij van wordt maar er zijn ook prachtige soorten bij en die kun je volop zien op de bloeiende planten. Soms glanzen ze alsof ze van goud zijn, soms zijn ze glimmend groen en ook al heb je er verder niets mee, ze zijn het bekijken meer dan waard. Toch kan deze Groene vleesvlieg (met de elegante naam Lucilia sericata) heel veel ellende  veroorzaken. Ze worden bijvoorbeeld gevreesd door schapenhouders omdat de larven van deze vliegen zich ook tegoed doen aan levend weefsel van de dieren. Tja, is dit allemaal misschien wat onaantrekkelijke informatie maar het hoort wel bij de natuur en hoe die functioneert. Morgen dan maar weer een aansprekender  onderwerp!

13 juli 2017

Een week of wat geleden constateerde ik dat in onze tuin mereltjes gevoerd werden met kleine kikkertjes. De kikkers schreeuwden luid, hetgeen klinkt als het blazen op je handpalmen als daartussen een grasspriet geklemd zit. Bij mijn zoon was de situatie ook al onderhevig aan kannibalisme want daar ving de merel watersalamanders uit zijn vijvertje, pikte ze dood en nam die mee naar het nest. De foto werd vanuit huis en vanachter glas genomen.

Sinds een vijftal dagen heeft een Ringslang (Natrix natrix) bezit genomen van onze tuin. Hij scharrelt tussen de planten maar ook zie ik hem in de vijver. Die zit vol watersalamanders. Leuk vind ik het niet dat de slang ze daar wegvangt maar hopelijk blijven er nog genoeg over. Vanmiddag zag ik een kikker tussen de Krabbenscheer zitten. Die zijn er ook genoeg. Ik ben benieuwd hoe lang de Ringslag blijven zal.

In een stamroos ontdekte ik dit rupsachtige diertje. Het is een bastaardrups die een Rozenbladwespje moet worden. Het is nog maar heel jong, nog doorzichtig zelfs. Het groen is het blad dat afgeknaagd is. In deze houding was hij bezig geweest ontlasting naar buiten te werken. Deze rupsjes zitten allemaal achter elkaar op de buitenkant van een rozenblad en knagen alles weg tot er alleen nog maar nerven over zijn. Dan verhuizen ze naar een blad ernaast.

Zo ziet de bastaardrups er uit als hij wat groter geworden is. De Rozenbladwesp (Arge pagana) knaagt een spleetje in een rozenblad en legt daar een eitje in. De rupsen doen er vier weken over om te verpoppen in de grond. Volgende lente komen ze dan uit. Voor het verschil tussen vlinderrups en bastaardrups nogmaals deze uitleg: bij de vlinderrups is goed te zien dat aan de voorkant een aantal dunne pootjes zit en aan de achterkant een zg. naschuiver. In het midden zitten buikpoten. Tussen voor en buikpootjes zitten twee lege segmenten. De typische bouw van de rups. De larve van de bladwesp heeft na de voorpootjes slechts n leeg segment en daarna een ononderbroken rij buikpoten, en ze missen altijd de naschuiver.  Als je dit eenmaal weet is herkenning niet moeilijk meer.

De bastaardrupsjes zitten prachtig gedrapeerd langs de hele buitenste rand van een rozenblad. Dat is hier niet zo goed te zien omdat het blad waar ze opzitten al bijna geheel is opgegeten. Ik zal het in de gaten houden als ze naar elders verkast zijn op de roos en proberen een duidelijke foto te maken. Het grappige van deze diertjes is dat ze allemaal tegelijk hun achterlijfjes ophoog krullen zodra ze gevaar ontwaren. Als die indruk voorbij is, zitten ze weer plat langs het blad. Op de foto hierboven is dat goed te zien.

12 juli 2017

Ik was eigenlijk niet van plan er nog over te schrijven maar een vraag in het gastenboek brengt daar verandering in. Hoe ging het verder met de pas uitgevlogen mereltjes. Welnu, ze zijn alle drie dood. Wat ik al vreesde, gebeurde ook: pa merel hield het niet vol om die drie snaveltjes te blijven vullen. Dinsdagochtend hoorde ik ze nog alle drie roepen en ik zag de man aanvliegen met prooi. Het was me al wel opgevallen dat hij steeds maar heel kleine prooien bracht. Regenwormen waren er nooit bij. Of dat nu kwam doordat die te diep in de grond zaten, wat bij droogte gebeurt, ik weet het niet. De merel bleef ook steeds langer weg, ik zag hem aldoor langdurig zoeken tussen de planten naar slakken, insecten, maar hij vond daar maar weinig. Dit mereltje zat onder een grote pol Leverkruid en gaf halverwege de dag geen geluid meer. En dat is natuurlijk funest, want het roepen van de jongen stimuleert de ouders om te voeren. De tweede was ook al stil geworden, de laatste, die ook het langst gevoerd werd, zat nog een poosje luid te roepen. Tevergeefs.

Ik heb het gedrag van de merelman in de gaten gehouden om te zien hoe het nu verder ging. Op een moment zat hij in de buurt van het inmiddels overleden jong en bleef wel een kwartier roerloos zitten. Het was net of hij een beetje de kluts kwijt  was. Hij zocht niet verder naar de andere jongen, ging een poosje op deze bloempot zitten en uiteindelijk vloog hij weg. Alles was stil geworden in de tuin. De natuur is hard en onverbiddelijk. Het is bekend van vogels dat ze soms hun eieren, en zelfs de jongen in de steek laten als de omstandigheden om ze groot te brengen, ongunstig zijn. Een heel groot deel van de jonge vogels haalt het eerste jaar niet. Ze worden gepakt door katten, kraaien, eksters, reigers, snoeken, ratten, ze gaan dood door slechte weersomstandigheden of doordat een van de ouders sterft, enzovoort. Als er maar genoeg in leven blijven om de soort in stand te houden, is er weinig aan de hand. Zo werkt het nu eenmaal.

Maar om onder je ogen te zien hoe drie kerngezonde jonge mereltjes, met ook al een hoge 'aaibaarheidsfactor' een voor een doodgaan doordat ze niet gevoerd worden is heel akelig. Een mens kan daar nu eenmaal niet goed tegen. Uit een eerder merelnest in onze tuin werden de jongen door eksters geroofd toen ze bijna uitvlogen. Ditmaal kwam er van uitgevlogen vogels niets terecht. In onze nestkastjes zaten dit jaar geen broedende mezen. Voor mij is het om mij heen dus een slecht broedseizoen geworden in 2017.

11 juli 2017

Na een hevige bui had ik er behoefte aan een frisse neus te halen dus dook ik het bos maar weer even in. Om erosie tegen te gaan worden in dit bos langs de hellende paden diepe kuilen gegraven om het regenwater op te vangen zodat het niet de paden af kan stromen. Dergelijke plassen hadden we tot voor kort nauwelijks nog gezien vanwege de droogte maar nu liggen ze weer vol water. Het zijn voor de wilde zwijnen favoriete plekken waar ze lekker kunnen zoelen.

Water is eigenwijs, het laat zich niet overal tegenhouden en waar het toch de kans ziet te stromen waar het wil krijg je zulke mooie patronen. Elk kleinste obstakel wordt omzeild en op die manier ontstaan grillige patronen die wel nerfindrukken van bladeren lijken. Vooral bij zware regenbuien komt het aloude Veluwezand weer bovengronds waar het eerder bedekt was door een laagje humus van oud verteerd blad dat in de vele herfstseizoenen hier gevallen was.

Toen ik dit Blauw glidkruid (Scutellaria galericulata) zag staan, reagliseerde ik me dat ik het jaren geleden langs onze vijver had gezet. Het is er niet meer te vinden, waarschijnlijk was de bodem om de vijver niet vochtig genoeg. Want daarvan houdt het Glidkruid. Het plantje is goed te herkennen aan de bloempjes die paarsgewijs uit de bladoksels groeien. In Amerika en Azi groeien soorten Glidkruid met bewezen geneeskrachtige werking. Universiteiten in New York en Wenen die er onderzoek naar deden vonden stoffen die in staat waren om selectief kankercellen te vernietigen. Die stoffen bezitten onze inheemse soorten niet.

Ik hoorde in de verte het geroep van de jonge haviken en rondom mij lieten de boomklevers zich horen. Maar eigenlijk was het vandaag best saai in het bos.

10 juli 2017

De zondag werd een totaal andere dan de invulling die ik eraan had willen geven. De jonge merels die onder het bladerdek van de Duitse pijp waren uitgebroed, vlogen namelijk uit. Op zich natuurlijk niets bijzonders maar voor mij wel. Uitgerekend op deze dag bleek opeens het vrouwtje er niet meer te zijn. Verongelukt, gegrepen of vertrokken? Geen flauw idee maar voor pa Merel was dit wel heftig. In zijn eentje moest hij nu drie bedelende kinderen gaan verzorgen. En ik met mijn hart van fondant moest hem natuurlijk even helpen. Er lag nog een restje gevriesdroogde meewormen in de garage, wat appels, een boterham en wat besjes en ik was er de hele dag druk mee en hij maar putten uit de voorraad om die te verdelen over zijn drie jongen.

De eerste was recht in de Klimhortensia gefladderd. Prima!

De tweede ontdekte ik er ook. Blijkbaar waren ze al sterk genoeg om zover te komen. Maar het was wel een plek waar vandaan ze zo in het water zouden kunnen fladderen want meer is het nog niet. En het zou niet de eerste keer zijn dat ik daar een verdronken merel aantrof die dacht dat je er gewoon kon trippelen. En op een ochtend in een vorig jaar toen ik weg moest die dag zag ik dat een nest koolmeesjes begon uit te vliegen en het waaide ontzettend hard. Met pijn in m'n hart ging ik op pad en de volgende morgen lagen er vier koolmeesjes dood in het water. Regelrecht van de nestkast het water in geblazen. Die beelden stonden nog stevig op mijn netvlies.

Met pa Merel had ik afgelopen winter al een sterke vertrouwensband opgebouwd door dagelijks op dezelfde tijd rozijnen en havermout te verschaffen. Hij vloog niet eens meer weg van de voertafel als ik die er neerlegde. En ook nu stond hij toe dat ik er met de camera bovenop stond als hij zijn jong voerde. Het was alleen lastig te fotograferen zo tussen die bebladerde takken.

Maar dan nummer drie: die kwam neer op zo'n 15 cm van de vijverrand. En daar zat hij urenlang tussen het Lievevrouwenbedstro te roepen om eten. Er komen heel wat decibellen uit zo'n klein keeltje, ongelooflijk. En kijk nou hoe aandoenlijk die nestjongen er nog uitzien. Verenpiekjes op hun kop, een snaveltje dat voor bedelen zo geschapen is, een bolletje veren zonder staart. Moest ik die nou echt aan alle risico's die er waren overlaten: passerende katten, loerende kauwen, die drie vijvertjes in de tuin, alle dichtbij de plek waar ze nu zaten? 

Tot overmaat van ramp zag ik opeens een ringslang over het terras glijden. Toen wist ik het zeker: ik kon het niet, ik heb de hele dag op zitten letten dat er niets zou gebeuren. Samen met pa Merel heb ik het drietal jongelingen veilig de dag doorgeloosd. Katten weggejaagd, goed opgelet en regelmatig nog wat meelwormen neergelegd. Ondertussen werkte de merelvader zich "uit de naad" om insecten aan te slepen. Maar of hij het in zijn eentje redden zal de drie jongen groot te brengen is de vraag. Vanmorgen vroeg was hij alweer druk in de weer, petje af hoor. Snel maar weer een appel neerleggen.....

9 juli 2017

De Kattenstaart groeit vaak in grote groepen en kleurt de voedselrijke graslanden, duinvalleien, rietmoerassen, ruigten en slootkanten paars.  De kattenstaart kun je ook uitstekend langs je tuinvijver zetten. Het is een vaste plant, je hebt er jarenlang plezier van.

Zoals bij veel bloemen is het best de moeite waard ze eens nader te bekijken want pas dan zie je hoe fraai hun bloempjes eigenlijk zijn. Die bloemen zijn niet bij elke plant hetzelfde, er zijn zelfs drie typen planten. Trimorfisme heet dat. Elk type heeft andere meeldraden, stijlen en zaadkorrels. Op die manier kan zelfbestuiving voorkomen worden.

Heb je zo'n plant vlak onder je neus staan dan kun je volgen wat zich er allemaal afspeelt. Al eerder ontdekte ik een enkel exemplaar van de Dwergkattenstaartsnuitkever maar nu zit het er vol mee. En hoe, ik zie alleen maar parende koppeltjes. Praktisch alle snuitkevers zijn schadelijk en tegenwoordig krijgen we hier steeds vaker te maken met uitheemse soorten die meekomen met gemporteerde gewassen. Afhankelijk van de soort vreten ze aan het blad van bomen en planten, tasten naaldbomen aan, knoppen van fruit enzovoort. In de frambozen schijnen ze ook een ramp te zijn maar ik heb er nooit last van gehad. Deze maar 2 millimeter kleine snuitkevers zitten bovenin de plant waar die gaat bloeien. Ze leggen daar ook hun eitjes en de larven doen later hun verwoestende werk. Kattenstaarten blijken er soms totaal door gesloopt te worden. Ook dit heb ik nooit gezien in onze tuin maar ik ga het proces zeker volgen want wat niet is kan wel nog komen.

De wilde Cichorei (Cichorium intibus) wordt ook Wegenwachter genoemd en dat is niet vreemd als je bedenkt dat je hem overal langs de wegen in de bermen ziet staan. Ik vind het een van onze mooiste wilde planten. Helaas zijn de bermen bij ons in de buurt op een blijkbaar ongunstig  moment gemaaid want veel heb ik deze plant nog niet zien staan in mijn eigen omgeving. Cichorei wordt bestoven door wilde bijen.

In een kleine tuinvijver komt de Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae) eigenlijk meer tot zijn recht dan waterlelies, en ook doet de eerste wel wat denken aan de tweede. Niet qua bloem maar wel wat qua bladvorm. Momenteel staan ze in bloei, hun bloempjes lijken wel van crpepapier, zoals je dat ook bij pas uitgekomen klaprozen ziet. De bloemen zijn eenslachtig, ze hebben f meeldraden, f stampers, niet beide. Ze worden over het algemeen door kleine insecten bestoven, vliegjes, bladluizen enzovoort. Zelfs de tuincentra hebben de Kikkerbeet tegenwoordig in hun collectie en je betaalt al snel 4.50 voor een potje. Daar denk ik wel eens aan als ik ze uit de vijver haal omdat ze zich zo snel voortplanten. Bijna alles is tegenwoordig big business, zelfs het Vingerhoedskruid is tegenwoordig te koop terwijl het in menig tuin gewoon komt aanwaaien.

8 juli 2017

Afgelopen week ben ik een hele tijd bezig geweest de gierzwaluwen in de lucht  op het scherm van mijn camera te vangen. Het is gewoon niet te doen, tenzij je wel heel goede lenzen en camera moet hebben met een enorme "teletoeter". Ze vliegen zo razendsnel door de lucht dat je ze nauwelijks kieken kan. De vliegkunstenaars vallen momenteel op doordat ze in groepen al roepend rondvliegen, altijd de indruk wekkend dat ze het enorm naar hun zin hebben. Ze zijn zich al aan het verzamelen voor de terugtocht naar hun overwinteringsgebieden. Hun jongen doen al mee en worden zo getraind voor de lange tocht die ze wacht. Let maar op, aan het eind van deze maand is de lucht opeens stil en zijn de vogels als bij toverslag verdwenen. Wonderlijke instincten doen ze op reis sturen naar Afrika, het korten van de dagen dat nu aan de gang is zal er ongetwijfeld mee te maken hebben. De jonge vogels die hier geboren werden blijven anderhalf jaar onafgebroken vliegen alvorens ze ergens landen om te gaan broeden. Een wonder!

Dit is toch hoe we de zomer het lieft zien, aangename temperatuur en af en toe een verkwikkende regenbui. Je ziet aan alles dat de natuur baat heeft bij het hemelwater, daar kan geen gieter kraanwater tegenop. Ik ben er wel gewend aan dat er af en toe een kat op het tuinbankje zit maar een jonge merel die op zijn gemakje de boel zit te bekijken is wel een heel grappige verschijning.

Inmiddels maakt de zomergeneratie van de Citroenvlinder haar opwachting. Dit is een vrouw hetgeen je kunt zien aan de lichte kleur met een zweem van groen. Je ziet ze weer baltsend door de tuinen fladderen en je wordt er altijd weer vrolijk van. Hoemeer bloemen in je tuin, hoemeer vlinders je lokt. Veel vlinders die je in het voorjaar ziet, volgen na een dip in de maand juni deze maand met een opvolgende generatie. Afhankelijk van het weer dat we nog krijgen kan er zelfs een derde generatie volgen. Niet alle vlinders brengen zoveel nakomelingen voort. Denk maar aan de Oranjetip, die zien we alleen in de voorjaarsmaanden. Enkele andere soorten zijn er weer alleen in de zomer. Alles op zijn tijd al is niet alles altijd te doorgronden.

De man van het citroentje is heldergeel, je kunt je goed voorstellen dat iemand ooit de naam "Citroenvlinder" bedacht vanwege deze kleur. Met een citroen heeft hij niets te maken.

Recent was ik ergens waar de slakken ter sprake kwamen en men zich afvroeg wat in hemelsnaam toch het nut van slakken is. Vooral van de naaktslakken die onze planten kaalvreten. Toch zou je met recht kunnen stellen dat het enige doel is dat deze weekdieren deel uitmaken van de voedselketen. De vorige twee zomerseizoenen ben ik elke morgen door de tuin gelopen om de grote oranje en zwarte slakken weg te vangen, de huisjesslakken liet ik met rust. Momenteel is er geen grote slak in onze tuin te vinden, door ze weg te vangen waren er ook geen eitjes meer. We hadden van deze dieren echt ontzettend veel last en dat hoorde ik overal om mij heen. Egels en zanglijsters weten wel raad met de (huisjes)slakken. Ik ontdekte deze lijster vanwege het getik waarmee hij het huisje op het tegelpad kapot sloeg. Helaas had ik net alleen de macrolens bij de hand en leverde dit dus een matige foto op.

6 juli 2017

Vervolg van gisteren. Na mijn wandeling door het park ben ik vervolgens doorgelopen naar de Heemtuin en Stadsboerderij Arnhem. Bij de ingang een mooi stukje houtsnijwerk: ransuilen.

De droogte was ook goed vast te stellen in de heemtuin maar er vlogen wel veel vlinders.  Op de Oregano - een geweldige insectentrekker - zaten meerdere vuurvlindertjes. Aan de gerafelde buitenranden van de vleugels kun je goed zien dat een vlinder al aardig is afgevlogen. Ook zijn ze dan vaak veel van hun kleurige schubjes kwijt.

Op de Vlinderstruik deze fraaie zweefvlieg. De Stadsreus (Volucella zonaria), zoals die heet is de grootste zweefvlieg die we in ons land kennen, hij wordt ongeveer 1.8 cm. Op Koninginnekruid en Vlinderstruik zijn ze vaak te vinden. Deze zweefvlieg heeft een bijzondere manier van voortplanting. Om de eitjes te leggen kruipt ze in een wespennest waar naderhand de larven leven van het afval dat in het nest ligt, waaronder dode wespenlarven. Ze houden zo het wespennest schoon. Waarom de wespen de zweefvlieg haar gang laten gaan is nog een niet ontsluierd geheim. De naam Hoornaarzweefvlieg wordt ook vaak gebruikt voor dit insect, dankzij de mimicri.

Ook maar even door naar de Stadsboerderij waar de varkens lekker in de modder lagen. Je zou het ieder varken gunnen, leven in de buitenlucht zodat ze hun instincten kunnen volgen.

Helaas is het volgen van instincten niet toegestaan aan zeugen die biggen krijgen. Ook in de Stadsboerderij gaat dat niet op natuurlijke wijze. Een zeug werpt vaak veel meer biggen dan ze tepels heeft. Hier is iemand bezig de pasgeboren biggen beurtelings aan een tepel te leggen. De zeug kan haar jongen niet verzorgen, ze ligt vast in een metalen kooi die zo klein is dat ze alleen maar kan staan of liggen. Ze is feitelijk een productie-apparaat zoals in de intensieve veeteelt ook de gang van zaken is. Natuurlijk blijven al die biggen niet op de boerderij, ze zullen elders worden opgefokt en eindigen als speklap op iemands bord. Het deed me zo denken aan de mega varkensstallen van tegenwoordig, waar duizenden dieren gehouden worden, dat ik maar snel weer ben weggeaan.

5 juli 2015

Ik was naar Arnhem gereisd om een revaliderend tuinclubmaatje op te zoeken en passeerde op mijn wandeling daarheen de Bronbeek. De beek is een echte bronbeek die ontspringt op het landgoed Bronbeek en onder de weg doorloopt om aan de andere kant weer bovengronds te komen. Ik bracht mijn jeugdjaren door in Arnhem en dacht altijd dat de Bronbeek uitkwam in de vijvers van het schitterende park Sacr Coeur dat achter het verpleeghuis Regina Pacis ligt. Maar dat is niet zo.

Het park Sacr Coeur dat oorspronkelijk in 1883 als vogel- en plantentuin werd aangelegd voor de teruggekeerde oud-Indigangers, om als het ware tegemoet te komen aan hun gevoelens van heimwee naar het geliefde Indi, ligt tegenover het tehuis Bronbeek op het gelijknamige landgoed. Het heeft twee grote vijvers en het is er heerlijk toeven. Het park heeft diverse eigenaars gehad, waaronder een kloosterorde waarnaar het park vernoemd is.

In het park staan imposante oude bomen, waaronder een enorme Eik en deze prachtige groep Metasequoia glyptostroboides. Pas in de veertiger jaren van de vorige eeuw werd deze boom ontdekt en hij viel zo in de smaak dat hij meteen overal werd aangeplant omdat hij zo sterk is, geen last heeft van plagen en makkelijk vegetatief te vermeerderen is. Behalve mooi blad heeft hij ook nog een mooie bast. Dezelfde bomen staan in mijn dorp Dieren; ze zijn bijna onherkenbaar doordat die in een heel rare puntvorm gesnoeid zijn. Dat "in model snoeien" kostte zoveel geld dat de gemeente besloot er vorig jaar een aantal van te kappen.

In ditzelfde park liep ik jaren geleden vaak rond met mijn vader die in het verpleeghuis helaas zijn laatste levensstukje moest doorbrengen. Als we langs de oude bomen liepen zei hij alijtd "zie je die boom, die is ontzettend oud, net zo oud als ik".  Allerlei gedachten kwamen natuurlijk meteen weer terug en ik vroeg me af of het werkelijk zo zou zijn dat de geest van mensen op bepaalde plekken zou blijven ronddwalen. Op hetzelfde moment zag ik een IJsvogel vliegen en op een tak gaan zitten. Ik had er nog nooit een gezien, behalve op foto's. Die wordt op mijn pad gestuurd, dacht ik meteen. Ach, en al haalt een mens soms de vreemdste dingen in zijn hoofd, wat geeft dat als je er een goed gevoel aan overhoudt.....

4 juli 2015

Midden in het zeer drukke centrum van Den Haag stak een flinke groep Canadese ganzen op hun dooie akkertje de weg over, van het ene water naar het andere. Alsof dat de normaalste gang van zaken was (en misschien was dat ook wel zo) remde elke automobilist  keurig af en liet de groep rustig passeren. Een meneer liep als een ganzenhoeder de vogels met uitgespreide armen naar de overkant te leiden. Jammer dat ze vanuit de auto niet goed te fotograferen waren want het was een geweldig gezicht.

Een kikker kan zo goed rechtop zitten dat het komisch is om te zien. Ik verstoorde hem waarna hij voor mijn voeten wegsprong en rustig ging zitten voor een laag muurtje langs de border in de tuin. Alsof hij dacht: zou ik daar wel in n keer op kunnen springen? En ja hoor, nadat hij de situatie in ogenschouw had genomen nam hij een ferme sprong en verdween tussen de planten.

Een jonge mus werd gepakt door een van de vele jonge katten die hier opeens rondlopen. Toen ik snel naar de kat liep en boze geluiden maakte, liet hij de onfortuinlijke vogel los. Ik pakte hem op en zag dat hij een wondje bleek te hebben maar het zag er gelukkig niet dramatisch uit. Alhoewel je nooit zeker kunt weten hoe het afloopt want katten hebben vieze bacterin in hun bek, zo hoorde ik eens van een dierenarts. Maar vooralsnog vloog het musje weg uit mijn handen. Op hoop van zegen, dacht ik bij mezelf.

In het bos zijn weer veel hazelwormen te zien, van heel kleine tot de normale lengte. Prachtige dieren zijn het met hun gouden velletje dat ragfijn getekend is. Al heb je soms de neiging er een op te pakken, je kunt het net zo goed laten want de pootloze hagedis is razendsnel en glipt meteen weer door je vingers. Het zijn volkomen ongevaarlijke dieren die de mens geen enkel kwaad doen.

2 juli 2017

Opeens realiseerde ik mij dat mijn website deze maand al tien jaar bestaat. De eerste twee jaren plaatste ik alleen maar foto's in een kleiner formaat, tot mijn zoon tegen me zei: mam, ga toch iets leukers doen met die plaatjes. Beeld ze wat groter af en schrijf er wat bij, je weet er genoeg over te vertellen. Ik heb zijn raad meteen opgevolgd. Die website kwam trouwens tot stand met behulp van mijn zeer gewaardeerde buurman die webmaster was bij een waterbedrijf en over veel geduld beschikte. Dat had hij bij mij wel nodig want om de haverklap raakte ik in paniek als er iets niet goed ging, ik vond ik het allemaal maar eng en was doodsbang dat ik rampen op mijn pc zou veroorzaken, maar het kwam allemaal goed. Die eerste twee jaren heb ik uiteindelijk van deze website verwijderd.

Altijd sinds mijn eerste camera ben ik bezig geweest met macrofotografie. Het kleine groot en zichtbaar maken was zo verrassend dat mij dat enorm aansprak. De mooiste details van beestjes, bloempjes, mosjes, er ging een nieuwe wereld voor mij open. Dit beestje is misschien wel het kleinste dat ik ooit voor mijn lens gekregen heb. Het is een Dwergkattenstaartsnuitkever (Nanophyus marmoratus)  van slechts 2 millimeter en ik fotografeerde hem gisteren in onze tuin. Een hele mond vol voor zo'n klein beestje.

Moeilijk vind ik vaak het op naam brengen van die hele kleine frutselbeestjes. Het kost zoveel tijd om dat uit te zoeken. Ik leerde ze ontdekken door de zomerse struintochten met mijn natuurmaatje. Ik leerde ze niet alleen te vinden maar van haar heb ik er ook veel over opgestoken. Het was alttijd verheugend te ontdekken op het scherm van de computer dat er van de vele foto,s nog iets gelukt was want altijd moesten die micro's e.a. uit de hand worden gefotografeerd; we hadden er geen zin in om uren te sjouwen met een statief. Dit piepkleine  nachtmotje genaamd Geisha is daar een voorbeeld van.

Ik prijs me gelukkig met het bos achter ons huis. Een heel klein stukje lopen en ik ben in een groene wereld waar van alles te zien en te beleven is. Dit snoezige zwijnenkind kwam heel dichtbij toen ik eens op mijn hurken naar hem zat te kijken. Er liggen heel wat van mijn voetstappen in dit bos en ik hoop er nog vele te zetten.

Nog altijd ben ik bezig met het kleine te fotograferen en door die foto's hier te plaatsen en er wat bij te vertellen, hoop ik altijd dat ik mensen inspireer tot beter kijken naar de natuur om je heen en te ontdekken hoe veelzijdig en fascinerend die is. Zonder de natuur kan een mens niet leven, ook al realiseert niet iedereen zich dat. Natuur doet ons leven en ik hoop er  - zo lang er nog belangstelling voor is - nog een hele poos heel veel van te laten zien op deze website.
Foto: twee parende Pyamawantsen (Graphohosoma linetum).

1 juli 2017

In mijn volkstuin vond ik deze mooie vlinder die onder een nylon net gekropen was. Natuurlijk heb ik hem meteen zijn vrijheid hergeven. Het is het Avondrood (Deilephia elpenor), nachtvlinder uit de familie pijlstaarten, genoemd naar de rupsen die een pijlachtige hoorn op hun achterlijf hebben. Tijdens de heerlijk warme dagen van een week geleden moest ik terugdenken aan de tijd dat wij hier pas woonden en wij op mooie zomeravonden de nachtvlinders als kolibries voor de bloemen zagen hangen. Vooral de bloeiende Tabaksplant was favoriet. We zien ze nu nauwelijks nog. Het gaat niet goed met de nachtvlinders en de stand gaat behoorlijk achteruit. Ik nam me voor om volgend jaar weer eens tabaksplanten te zaaien.

Door de regen hadden de Papavers hun kopje laten hangen en zo vormde de bloemen een fijne schuilplaats voor hommels en bijen. Lekker droog onder een lila paraplu.

Op de Wilde peen zag ik een Rode smalbok (Corymbia rubra) zitten. De vrouw is roodachtig, de man geelbruin. De boktorren met hun lange tasters vormen een grote familie. De volwassen dieren voeden zich voornamelijk met stuifmeel maar de larven leven in levend of dood hout en dat is niet altijd even prettig. De eieren van boktorren worden afgezet onder de schors van een boom en de larven knagen daar gangen. Toevallig werd vanmorgen bekend dat in een Brabantse tuin een zeer schadelijke Oost-Aziatische boktor was aangetroffen. Het insect zat in een Kwee maar ook werd er een vers uitvlieggat in een boom gevonden. Dit soort exoten zijn natuurlijk zeer ongewenst en de tuinen in de buurt werden dan ook uitvoerig onderzocht. Gelukkig bleef het bij dit ene exemplaar. Ongewenste dierlijke vreemdelingen komen vaak mee met planten en fruit.

Vlak onder de bloem waar de boktor op zat bleek ook een wants te zitten: de Meidoornkielwants (Acanthosoma heamorrhoidale). Nu zijn veel wantsen die je ontdekt al niet zo klein dat je ze over het hoofd ziet, deze soort is forser, ze meten 13 tot 17 mm. De familie kielwantsen bestaat in ons land uit zeven soorten.  Hoewel hij Meidoornwants heet, foerageert het insect ook wel op andere bomen en struiken, met name Els en Berk zijn ook in trek. Met hun steeksnuit halen ze hun voedsel uit vruchten en bladeren. Hoewel menigeen niet zo gesteld is op insecten moet een ieder toch toegeven dat er prachtige exemplaren in de natuur te zien zijn. Neem het geduld om ze eens goed te bekijken, dan ga je ze vanzelf waarderen.

30 juni 2017

Tot en met vorig jaar had ik aardig wat wilde stukken in mijn volkstuin en eigenlijk was die te groot om echt goed te onderhouden. Thuis ligt namelijk ook nog een tuin op mij te wachten. Hier en daar staan echter toch nog wel wat planten die gewoon hun gang gaan, ook al dacht ik ze te hebben verwijderd. De paarse Flox staat er welbedoeld, de kleur is prachtig en de stelen stevig. Maar er omheen groeit de Verbascum die uitgezaaid is door planten op naburige tuinen. Ik heb er geen probleem mee maar geniet van alles wat er op en van leeft.

Op het stuk dat ik vorige herfst opgeschoond en ingeleverd heb om mijn volkstuin wat te verkleinen, zie ik telkens planten opkomen waarvan ik denk: jammer dat ik ze nu niet meer heb. Daaronder zijn ook deze leuke bolletjes die ik "trommelstokjes" noem. De bloemen staan op stevige lange stelen prominent insecten te lokken. Heerlijke kleur ook.

Met belangstelling volg ik de gang van zaken op mijn Wilde peen die omhoog kwam uit de compost die ik in het voorjaar over de tuin uitstrooide. Het wemelde van de zaailingen en ik heb er hier en daar een laten staan. Hoe meer variteit in je tuin, des te meer het insectenleven er floreert, en dat vind ik leuk. De piepkleine Brandnetelblindwantsen waarover ik eerder al iets schreef, komen er massaal op voor maar het grappige is dat ze alleen foerageren op bloemen die nog niet helemaal uit zijn gekomen. Is dat laatste het geval, dan verdwijnen de wantsjes.

Dit zijn ze in een macro-opname. Ik zag hoe ze heen en weer renden over de stengel van de peen, soms elkaar tegen het lijf liepen en meteen een knokpartij begonnen, waarna ze weer verder gingen. Omhoog en omlaag en omgekeerd, grappig om te zien. Maar waarom ze dat nu deden blijft voor mij een raadsel.

28 juni 2017

Wat eerder in deze week heb ik een poosje zitten kijken naar de mooiste juffertjes die we in ons land kunnen aanschouwen. De Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) leeft bij stromend water met veel planten langs en in het water. Stromende beken bevatten veel zuurstof en dat is precies wat de larven nodig hebben om zich goed te ontwikkelen. De mannetjes zijn ontzettend mooi, vooral als ze vliegen en hun schitterende vleugels wel op kleine molenwiekjes lijken.

Het vrouwtje daarentegen is een onopvallende groene verschijning. In de natuur heel handig want zij moet zorgen voor het nageslacht en hoe minder ze opvalt des te beter.

De mannetjes jagen elkaar na en dalen telkens neer op een blad vanwaar ze de boel goed in de gaten houden. Om aandacht te trekken vouwen ze hun vleugels open en dicht en zo proberen ze  ze andere mannetjes te imponeren. Soms is dat genoeg ze te verjagen maar het kan ook tot een kort gevecht leiden. De mannetjes verdedigen niet alleen fel hun territorium maar verjagen ook elke andere man die in de buurt van het vrouwtje komt.

In tegenstelling tot de meeste andere juffersoorten legt het vrouwtje van de Weidebeekjuffer haar eitjes in de waterplanten zonder dat ze door het mannetje vastgehouden wordt. De vrouwtjes lopen daarbij altijd het gevaar dat ze door een predator onder water worden getrokken. Maar ook tijdens het eieren leggen blijft het mannetje haar bewaken. De insecten waren moeilijk te fotograferen omdat ze erg beweeglijk waren en ook nogal ver weg.

27 juni 2017

Dat de regen van zondag nauwelijks effect heeft gehad op de droge aarde is wel te zien op deze foto. Enorme zandwolken bij het ploegen van de grond. En nu het avond is hebben we aan deze kant van het land nog steeds niets erbij gekregen. Misschien vannacht, of morgen, ik hoop het maar.

Op mijn fietstochtje kwam ik langs paardenkastanjes die er weer treurig bijstonden. Hun bladeren waren het aanzien niet meer waard dankzij een klein motje waarvan de larfjes zich door het bladweefsel vreten en lelijke mijngangen achterlaten. Als de plaag groot is valt het blad af. De Kastanjemineermot kent drie generaties en de middelste richt de grootste schade aan hetgeen momenteel goed te zien is. Voor minder dan 25 euro koop je al een lokval die genoeg is om in een grote kastanjeboom z'n werk te doen. De val wordt gevuld met lokstoffen (feromonen, signaalstoffen) die de mannelijke motjes aantrekken. Eenmaal in de val gekropen komen ze er niet meer uit. De vrouwtjes, die slechte vliegers zijn, kunnen verhinderd worden de boom in te klimmen door het aanbrengen van speciale lijmbanden. In het najaar verpoppen de larven zich en overwinteren in de afgevallen bladeren en die moeten dan dus zorgvuldig worden afgevoerd. Met wat moeite kun je zo een groot deel van de aantasting voorkomen, en weer genieten van je mooie kastanjeboom. Helemaal lukt het misschien niet de motten te weren maar de boom zal er wel veel beter uitkomen als de aantasting aanzienlijk minder is. Kwestie van volhouden!

Op het landgoed Dieren waartoe ook ons bosgebied behoort doet men er veel aan om de geschiedenis van het landgoed weer zichtbaar te maken waar die soms verdwenen is in de loop der tijd. Lanen worden bijvoorbeeld weer in hun oorspronkelijke vorm teruggebracht en op deze plek, op de grens van bos en akker, is dit voorjaar weer een Buurtbeuk geplant. De argeloze wandelaar zou kunnen denken dat dit een initiatief is geweest van buurtbewoners maar het verhaal is als volgt. De Buurtschap van Dieren dateert van meer dan tweehonderd jaar geleden en bestaat nog steeds. In het begin deed de Buurtschap veel goeds voor de Dierenaren, dingen die tegenwoordig onder een gemeentebestuur vallen.  De oorspronkelijke beuk waaronder de gerfden van de Buurtschap naar verluidt vergaderden is al lang niet meer. In overleg met Stichting Twickel die eigenaar van de grond is, herleeft nu ook hier weer een stukje geschiedenis.  Misschien is het wel leuk daar binnenkort eens een stukje aan te wijden op het verhalendeel van deze website. Houd het maar in de gaten.

Tot mijn verbazing en verrassing trof ik op mijn volkstuin een plant aan van het Jacobskruiskruid. De plant stond tussen twee tegels van het tussenpad met mijn buurman die zich gelukkig niet stoort aan dit "ongedierte".  De mooie geelzwarte rupsen groeien als kool en ik was bang dat ze met z'n allen niet genoeg zouden hebben aan dat ene, niet eens zo grote, plantje. Dus heb ik snel wat planten uit de natuur gehaald en verhuisd naar deze locatie, hetgeen geen punt was want in de berm waar ik ze aantrof, worden ze jaarlijks weggemaaid.

Goh, dat die prachtige vlinder hier vloog en achter de bessenhaag van mijn tuinbuur zomaar dat kleine plantje vond en daar ook nog haar eitjes op af zette, ik vond het weer een klein mirakel. Als de rupsen binnenkort in de grond gaan verpoppen, moet ik wachten tot volgend jaar mei om te kunnen zien of over ons volkstuincomplex de vlinders zullen vliegen. Mijn tuinbuurman noch ik spitten onze tuinen in de lente om, dus wie weet kunnen ze er veilig de winter overleven. De vlinder leeft uitsluitend van het kruiskruid en plant zich er ook uitsluitend op voort. Op mijn hulp kan het fraaie insect rekenen.

25 juni 2017

Altijd als het geregend heeft moet ik even de tuin in om te kijken naar de druppels. Die zien er op verschillende bladsoorten vaak anders uit. De druppels op mijn Madrileense geranium blijven keurig op de blaadjes hangen en lijken geen moeite te hebben met de zwaartekracht. Hoe zou dat komen? Ik moest mij er weer even in verdiepen.

Druppels die aan de buitenkant van een plantenblad zitten, worden guttatie genoemd. Dat wil zeggen: als ze ontstaan bij droog weer. Dan wordt het vocht in het blad naar buiten gedreven, iets als "zweten" zeg maar. Hier zijn de druppeltjes echter het gevolg van motregen. Ze zijn zo fijn dat ze zelfs aan de randen van het lupineblad blijven hangen. Een ander proces dan guttatie.

Een regendruppel is een verzameling waterdeeltjes die door onderlinge aantrekkingskracht (cohesie) een druppel vormen. De waterdeeltjes heten watermoleculen. Een druppel kan niet oneindig groot worden, de aantrekkingskracht werkt op een begeven moment niet meer.

Druppels op de heel kleine besjes van een kamperfoeliesoort. Aan de oppervlakte van water vormen de watermoleculen een sterke laag die oppervlaktespanning heet en die de watermoleculen bijeen houdt.  Ook een hoeveelheid water die onderaan een voorwerp hangt noemen we een druppel, ook al is het oppervlak niet aan alle kanten vrij. Een dergelijke druppel is niet rond maar peervormig.

De Hemelsleutel (Sedum ) is een vetplant. Het blad is glad maar toch blijven er druppels op liggen. Kleine druppels kunnen zich ook samenvoegen. Als ze gaan rollen verzamelen ze zich in een heel grote druppel, al zou die in dit geval niet in stand blijven als het blad niet een kuiltje zou vormen. Al met al is het hele proces een samenspel van interacties tussen water, plant en lucht. Wat het blad betreft is de samenstelling ervan (o.a. haartjes, evt. wasachtige laag)  maar ook de vorm bepalend voor de druppervorming. Als je zo naar een regenbui kijkt kan die behalve nuttig  ook nog leuk blijken te zijn.

24 juini 2017

Nou, dat was me het zomertje wel! Menigeen zal met opluchting de huidige temperatuur ervaren maar die hitte had ook wel wat. De lange zwoele avonden, tot heel laat buiten zitten, heerlijk! Voor de vogels was het afzien. Hun snavels waren voortdurend wijd open om het teveel aan lichaamswarmte kwijt te raken.

Vogels verkiezen vaak een ondiepe waterschaal boven een vijver om in te badderen en te drinken. Tuinvijvers zijn niet altijd zo geschikt voor het dierenleven. De tuinvlogels verkiezen daarom vaak het veiliger alternatief. De waterschaal in onze tuin staat op een hoge plek tussen de planten en trekt altijd veel belangstelling van een enkele vogel of juist een hele groep, zoals de mussen. Daarbij zitten wij op de eerste rang enorm te genieten.

Vooral in kleine tuinen is weinig ruimte om een langzaam glooiende oever te maken en dan wordt zo'n waterplas al snel gevaarlijk voor kleine zoogdieren als bijvoorbeeld egels. Ditmaal werd er zelfs opgeroepen schalen water op de grond te zetten om de stekelige diertjes te helpen; ze dreigden te verdrogen bij gebrek aan vocht, zo werd vermeld. Een vriendin van mij die maar enige tientallen meters dichter bij het bos woont dan ik, weet wel wat goed is voor de dieren van onze bosrand, ze verwent ze met van alles en nog wat zodat de das, de marter, de bosmuis en de egel haar tuin met regelmaat bezoeken. Toen ik er laatst op een avond ging kijken, zag ik maar liefst drie egels die zich tegoed deden aan voer en water. Lokken doe ik ze maar niet, het risico dat ze voor onze deur onder een auto komen is me te groot.

Voorlopig zijn we van de droogte af maar het proces van bladverdorring en bladval zal nog wel even doorgaan. Er moet immers heel wat water in de bodem terecht komen om het enorme tekort aan te vullen. En tot die tijd staan planten en vooral bomen met droge tenen in de grond.

22 juni 2017

Hij bloeit weer zo mooi, mijn Ipomea "morning glory". Vorige zomer liet ik hem ook al eens zien maar ik ben zo wg van deze schoonheid dat ik hem nogmaals ten tonele voer. De grote bloemen gaan in de ochtend open en sluiten zich weer in de middag. De kleur is zo overweldigend dat ik er steeds naar moet kijken; de bloem lijkt op een zon die naar alle kanten uitstraalt en omringd wordt door het blauwe heelal. Ik vind deze soort echt geweldig.

Gisteravond zag ik er toch nog een: een jonge merel. Wij zijn gewend om in het voorjaar te zien hoe uitgekomen merels om ons heen door de oudervogels meegelokt worden naar onze groene tuin. Dit jaar gebeurde dat niet en wij ervoeren het  als wat je noemt "een slecht broedseizoen". Een mislukt merelnest in onze tuin, alle nestkasten leeg en afwezigheid van mezen die altijd volop te horen waren. Behalve de juveniele merel horen we nu ook wel enkele jonge meesjes roepen maar al met al blijft het maar heel mager dit jaar.

Wat een geluk dat van de Koningin der Bloemen zoveel soorten bestaan. Op die manier kun je toch nog lang van deze heerlijke bloemen genieten. Ze hebben heel veel behoefte aan water en er gaan dan ook heel wat gieters de grond is om ze het naar de zin te maken. We worden daarvoor rijkelijk beloond.

Zelfs de Klimhortensia langs de zijmuur op het oosten vertoont verbrande bladranden. Er zijn nu zoveel planten door de felle hitte van de zon beschadigd, dat ik rustig kan stellen dat dit een unicum is in onze tuin. Gisteravond heb ik tot laat in de tuinstoel zitten kijken of ik mussen kon fotograferen. Die komen elke avond stipt om 21.00 uur aangevlogen en gaan dan tussen de takken zoeken naar luizen en dergelijke. Over de hele breedte van de muur hoor je het dan ritselen en overal bewegen takken heen en weer. Soms zie je in een een flits een mus die zich er doorheen worstelt maar ze zijn te beweeglijk en laten zich niet fotograferen.

Hoewel het overdag niet altijd even plezierig is die hitte te voelen heeft het toch ook wel veel aangename kanten. Vooral in de vroege ochtend en later in de avond. Nog heel lang blijven de gierzwaluwen langs de hemel vliegen en hoor je ze roepen. Hun geluid geeft me altijd de indruk dat ze het heerlijk vinden zo met elkaar rond te scheren door de ruimte. Als het donker begint te vallen komen de vleermuizen jagen boven de tuin en tegen de tijd dat de zon begint aan haar ondergaan verlicht ze met haar laatste stralen de vliegtuigen en hun condensstrepen. Het leek gisteravond alsof ze een streep bedoelden te zetten door een periode van intense warmte. En nu maar wachten op regen, de natuur smacht ernaar. De zomer 2017 is verpletterend begonnen maar het is wel weer mooi geweest voor nu. We willen weer een beetje minder.

21 juni 2017

Als het erg warm is kun je in een bos vaak wat verkoeling vinden; door het dikke bladerdak wordt de zonnehitte getemperd. Maar dat is bij de huidige hittegolf nauwelijks merkbaar. Ook daar "breekt het zweet je uit" als je een tijdje gelopen hebt. Maar een mens wil ook niet de hele dag binnen zitten toch?

Ik vind het altijd weer een verademing als je het bosgebied Hof te Dieren (van St. Twickel) verlaat en zomaar doorloopt in het bos van Natuurmonumenten of landgoed Middachten. Wat dit betreft wonen wij zeer gunstig. In het "Twickelse bos" is het ontzettend rommelig door alle  niet te verkopen hout dat overal tijdens het kappen werd en wordt neergekwakt. Ik mopper er vaak over. Eenmaal op het gebied van Middachten aangekomen kom je die ravage niet tegen. Dit is een plek waar een aantal beukenbomen in een kring staan en altijd moet ik dan denken aan die oude verhalen waarin verteld werd over rechtspraken in het bos. Dan stel ik me voor hoe het volk kwam kijken hoe de boef veroordeeld werd door een rechter. De relatie tussen boom en mens was in de oudheid al heel belangrijk, er werden zelfs bomen heilig verklaard. Je vindt ze over de hele wereld, deze plekken waar mensen komen om bomen te vereren, ook nu nog.

Waar de bodem niet te droog is groeit Bosandoorn (Stachus sylvatica). Een heel mooie plant die je ook in je tuin zou willen hebben. Afhankelijk van de grondsoort kunnen de bloemen ook wat donkerder zijn. Als ze nog niet bloeien lijken de planten veel op brandnetels met hun harige, kantige stengels. Lipbloemfamilie.

Aan de buitenkant van het bos, maar ook overal waar hagen of struwelen zijn, groeit het Bitterzoet (Solanum dulcamara). Na de bloei verschijnen er glanzend rode besjes. Eeuwen geleden werden die gebruikt als laxeermiddel. Maar ze hadden ook een functie bij rituelen; dit werd geconcludeerd uit het feit dat om de hals van de gemummificeerde Toetanchamon een krans van deze bessen werd aangetroffen. Het is een plant uit de nachtschadefamilie, sommige leden van deze familie hebben giftige eigenschappen. Bij Bitterzoet betreft dat voornamelijk de giftige bessen.

Een stel jonge koeien heeft zich verzameld bij een sloot, alsof ze staan te overwegen er al dan niet in te gaan. Er staan momenteel in sommige weilanden veel koeien buiten, zelfs bij deze zinderende hitte. Koeien hebben daar heel veel last van en eigenlijk zouden boeren dat hun vee niet moeten aandoen. De dieren kunnen niet zweten en hebben het daardoor erg benauwd. Er zijn gelukkig ook boeren die hun koeien het  heetste deel van de dag naar binnen halen.

 

 

naar boven