Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

 

Zomer 2016

 

20 september 2016

Vandaag maar weer eens een rondje bos gedaan maar er is daar zo weinig te beleven! De bodem is kurkdroog en in tegenstelling tot andere jaren zijn paddenstoelen nog nauwelijks te vinden. De bomen zijn nog mooi groen maar als je stil staat en luistert  hoor je om je heen het geluid van op de bodem vallende verdorde bladeren.

Het viel me op dat er in deze beukenlaan geen nootjes op de bodem liggen terwijl ik die op andere plekken wel vond.  Die beukennootjes waren trouwens aan de dunne kant, het zal ook wel weer het effect van de wisselende weersomstandigheden in deze zomer zijn. Kijk je omhoog, dan zie je hier inderdaad geen vruchten aan de takken zitten. Ik vind het vaak een wonder dat in de arme Veluwse zandgronden berhaupt nog bomen willen groeien. Maar het betekent ook dat die het hier soms heel zwaar kunnen hebben.

Je kunt echter aan dit soort waterplassen zien dat de bodem in de omgeving van Dieren niet overal dezelfde samenstelling heeft. Wij zitten aan de Oost-Veluwezoom op een plek waar nog deels een laag leem in de grond zit. En leem betekent meer vruchtbaar. Er zijn tegen de erosie van de wandelpaden deze zomer een heleboel afvoergaten gegraven die bij regenval het water opvangen dat anders over de paden loopt en ze uitdiept. De meeste van die gaten liggen nu droog maar waar de bodem veel leem bevat vormt zich een laag die het water verhindert in de grond te zakken. Daarvan kunnen allerlei dieren en insecten tijdens droogte hun voordeel doen. Er vliegen boven deze plassen veel libellen momenteel.

Er zijn deze herfst ontzettend veel spinnen, veel meer dan andere jaren. Tussen de bomen in het bos zie je de webben hangen, de vrouwtjes er in wachtend op een invliegende prooi. Ik zou weer eens wat vroeger moeten opstaan om te zien hoe de dauw de webben beparelt met druppeltjes maar ik ben de laatste tijd wat aan de luie kant......

Toch nog een paddenstoel gevonden, een russulla en helemaal gaaf. Meestal zijn de slakken en kevers er als de kippen bij om ze aan te vreten. De Ruwe russula (Russula virescens) vindt je uitsluitend bij Beuk en Eik.

19 september 2016

Was het in augustus opmerkelijk stil rondom de vijver, nu zie ik de Blauwe glazenmaker (Aeshna cianea) volop jagen en eitjes leggen. Ook de Bruinrode heidelibel zie ik veel; de mannen hebben de vrouwtjes vast en dippen met de regelmaat van een klok het vrouwtje met haar achterlijf in het water zodat ze daar haar eitjes kan loslaten.

In de vijver dreef een huisjesslak, het hele lijf uitgestrekt buiten het huisje. Dat zag er niet prettig uit. Ik was benieuwd of de slak het zou overleven als ik hem redden zou dus viste ik hem uit het water en legde hem op een steen. En ja hoor, langzaam droop het water uit zijn behuizing, het leek warempel goed te gaan.

Een half uurtje later was het weekdier weer helemaal bij zijn positieven. Hoewel deze dieren niet tot mijn favoriete tuinbezoekers horen, kan ik het niet aanzien een levend wezen moedwillig te laten verdrinken. Zelfs bijen en zweefvliegen laat ik op een stokje klimmen als ze liggen te spartelen in het water. En gek maar waar, het geeft ook nog een goed gevoel zo'n minuscuul wezen van de dood te redden. Trouwens, huisjesslakken doen niet veel kwaad in de tuin, ze voeden zich met dode plantenresten, in tegenstelling tot naaktslakken die een ravage kunnen aanrichten op het blad van planten. Dus laat ze rustig aan de vogels en egels.

De tomaatjes die ik eind mei zaaide, zijn toch nog aan het rijpen, ook al werden ze veel te laat gezaaid. Het waren Marokkaanse kerstomaatjes die heerlijk kruidig smaakten, dus deed ik een poging ze op te kweken en zette ze in een kasje. Het is misschien niet eens waar maar je verbeeldt je toch dat zelf gekweekte groenten en fruit veel lekkerder smaken als je ze van de stuik of plant haalt om ze direct op te peuzelen.

18 september 2016

Heerlijk een aantal dagen in het Sauerland doorgebracht. Indrukwekkende bossen, kabbelende beekjes, lieflijke dorpjes en heel veel wandelpaden. Waar ik niet op gerekend had, was de droogte daar. Grasland, bermen, alles was bruin, plantenrestanten stonden daar deprimerend in. Veel planten toonden schimmels op het blad en veel bomen stonden erbij alsof we midden in de herfst zaten in plaats van in de eerste helft van september.

De boeren hadden zowat alles al geoogst wat er te oogsten viel, hetgeen een aaneenschakeling te zien gaf van bruinekale  velden. Overal stonden totaal verdroogde masakkers als bruine blokken in het veld. Zo had ik me dit landschap op dit moment van het jaar niet voorgesteld.

Overal kun je in het Sauerland zitten, zowel in de dorpen en steden als in het buitengebied. De bankjes zijn heel simpel en het lijkt mij een goed idee dit voorbeeld te sturen aan de beheerder van het bos achter ons huis. In het voorjaar vroeg ik hem of het niet mogelijk was een paar bankjes langs sommige paden neer te zetten voor mensen die hier al heel lang wonen maar inmiddels slecht ter been zijn geworden. Sommigen zijn de 90 al gepasseerd en zouden zo graag nog een wandelingetje in het hun vertrouwde bosgebied willen maken. Maar de beheerder liet weten dat het bos geen park is en dat bankjes bovendien zeer duur zijn. Wie weet kan ik hem tot andere gedachten brengen....

Langs een schaduwrijk beekje groeide dit Schaduwkruiskruid (Senecio nemorensis). Een van de slechts twee bloeiende planten die ik vond. Niet te geloven toch? Geen bloei betekent geen insecten, en die waren er dan ook niet te zien.

Langs een wandelpad vond ik nog een plant, de tweede. Duifkruid (Scabiosa columbaria). Een soort die zich thuis voelt in de kalkgraslanden. Bij ons op de Rode lijst als een zeldzame soort. In de tuincentra zijn wel gecultiveerde soorten te koop, maar dat is toch niet "echt".

Bij hotels en langs de wegen zie je veel van deze grote rotsachtige stenen liggen. Ik liet me vertellen dat dit Mosselkalk is. De steen wordt gewonnen op een diepte van anderhalf meter onder de grond en als die bovengronds worden gebracht, is het materiaal nog zacht en kun je er gaten in boren voor lampsnoeren, of waterslangen. Maar eenmaal aan de lucht blootgesteld wordt de kalk heel hard. Het Sauerland biedt een schat aan gesteenten voor geologen.

13 september 2016

We geraken zo langzamerhand bij de laatst bloeiende planten van de zomer. Het zijn de asters die de vlinders uit de derde generatie nectar verschaffen. De familie van deze planten is dermate groot dat je je tuin ermee vol zou kunnen zetten; maar elke natuurliefhebber zou zich tenminste het plezier van een enkele plant moeten gunnen. Dit vuurvlindertje laat zich er door lokken.

Ontegenzeggelijk hoort de Herfstaster op het lijstje van  vlinderlokkers. Het is fijn om aan het eind van de zomer toch nog meerdere vlindersoorten te zien, de afgelopen zomer was het maar een magere bedoening. Koolwitjes en het Klein geaderd witje zien we aldoor massaal rondfladderen maar de kleurrijke zomervlinders lieten het behoorlijk afweten. De Dagpauwoog (Aglais io) zal later in het seizoen een plekje zoeken om te overwinteren. Dat kan overal zijn, in een schuur, een holte in een boom en zelfs in huis. Als je een vlinder in huis aantreft kun je die het beste voorzichtig buiten neerzetten want anders zal dit insect de winter niet overleven.

Zowaar ook nog een Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album). Zo maken de vlinders het vreemde zomerseizoen toch nog een beetje zoals het hoort. De meeste vlinders overleven de winter als rups, ei of pop.  Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia, Kleine vos en Citroenvlinder overwinteren als imago.  De Gehakkelde aurelia kruipt niet weg in holtes of huizen maar zoekt een plekje in de open lucht en laat het winterse geweld over zich heengaan terwijl ze in rust is. Ik ga ook een paar daagjes rondfladderen en ben aan het eind van het weekend weer terug met het dagboek.

12 september 2016

Het mooie van een nazomer zoals wij die nu beleven, is dat de rozen het geweldig doen. Juni is de maand waarop ze massaal bloeien maar bij dit weer pakken ze de draad weer op. Voorwaarde is wel dat je ze veel water geeft, want rozen zijn echte drinkebroers. Elke avond giet ik bij elke roos een gietertje water. Dat je niet naar de kweker hoeft te gaan om sterke rozen te kopen bewijst deze gele waarvan ik de naam vergeten heb. Ik kocht haar (rozen zijn vrouwelijk!) voor een paar euro en jaar na jaar doet ze het probleemloos. Echt een lekker kleurtje in de border.

Bij de kweker viel ik voor een zalmkleurig stamroosje, en wel voor heel wat meer geld. De roos bleek niet kleurvast en de ene keer geeft ze zalmkleurige bloemen en de andere keer weer roze.

Ik heb de roos nu drie jaar en opeens verschijnen er totaal andere bloemen: klein en afwijkend van kleur. Stamrozen worden geoculeerd, een goed bloeiende soort wordt op de stam gezet van een sterke groeier maar blijkbaar geeft dat toch niet altijd een blijvend resultaat en steken de oorspronkelijke genen van de onderstam de kop weer op.

Ik zie nu zelfs takken die knalroze miniatuurroosjes produceren. Ook wel leuk eigenlijk. Ik ben heel benieuwd hoe het verder gaat met dit stamroosje.

11 september 2016

Bij het uitspitten van een plantenbordertje in onze tuin trof ik deze rups aan. Het is de rups van de Wapendrager, een nachtvlinder die algemeen voorkomt. De rups was waarschijnlijk op weg naar een plekje om zich te verpoppen en dat doet hij in de grond. Dus waarschijnlijk heb ik hem gestoord bij dit proces. Ik heb de rare gewoonte om "sorry" te zeggen tegen alles wat ik verstoor. Een spinnenweb dat ik beschadig, een kikker die ik verjaag van zijn plekje als ik zit te wieden, of een rups die ik stoor. Het is er uit voor ik er erg in heb. Tegen wie sprak je, vraagt mijn echtvriend regelmatig. Dan moet ik antwoorden dat ik het tegen een spin, een kikker of een rups had, sorry..........

De wapendrager (Phalera bucephala) is een nachtvlinder. Overdag rust hij en zo vond ik hem ook, op de stam van een boom. Het is een grappige vlinder om te zien. Vaak worden de toppen van zijn samen gevouwen vleugels vergeleken met een afgebroken berkentakje. Het is een nogal stoere naam voor een vlinder, maar waar slaat dat "wapen" in de naam nou op. Het schijnt dat iemand dat bedacht omdat hij in die geel gekleurde vlekken op de vleugels een wapenschild zag. Nou ja....  In een  tijdschrift De Levende Natuur, uit 1909 las ik een leuk stukje van ene S. Leemans: "De lezer zal opgemerkt hebben dat ik Phalera niet "Berkenhoutje" noem en dat wel om de volgende redenen die m.i. nogal belangrijk zijn. Phalera lijkt namelijk niet op een berkentakje of houtje maar draagt de kleuren van de berkenstam. Wanneer de lezer eens naar de dunnere berkentakken wil kijken, zal hij zien dat die zeer donkerbruin, bij zwart af, of soms met groene algen bedekt zijn en gelijkt de Wapendrager daarop dus volstrekt niet. Al is 't volkomen juist dat de vlinder wel de zilverkleur draagt van de berkenstam, kan men hem daarom geen berkenhoutje noemen en om nu de vlinder om dat gelijken op de berkenstam als een bizonder mooi voorbeeld van mimicry aan te geven, zooals nog doorgaans gebeurt, gaat niet op.
Weet iemand wie deze Leemans was? Ik heb nooit van hem gehoord.

8 september 2016

In een plantsoen in de buurt van ons huis groeit een Sleedoorn (Prunus spinoza) en ik kan me niet voorstellen dat hij hier werd aangeplant. Ongetwijfeld heeft een vogel er voor gezorgd. Rozen hebben doorns maar de Sleedoorn heeft takken die in een gemene stekel uitgroeien. Takdoorns worden die genoemd. In het voorjaar is de Sleedoorn overdekt met witte bloesem die belangrijk zijn voor allerlei insecten. De zeldzame Sleedoornpage is een vlinder die op de takken van de Sleedoorn haar eitjes afzet. De blauwe pruimpjes smaken wrang maar ze zijn uitstekend geschikt voor het maken van jam en natuurlijk de bekende sleedoornjenever. Daarvoor moet eerst de vorst over de pruimpjes gaan.

Dat de zomer ten einde loopt is goed te zien aan de talloze vruchten die aan even zoveel bomen en struiken hangen. Hazelnoten, allerlei bessen en natuurlijk appels en peren. De Hollandse Linde (Tilia Europaea) krijgt in de vroege lente heerlijk zoet geurende bloemen die druk bezocht worden door veel insecten. De bloemen worden gevolgd door ronde vruchtjes. De Hollandse linde is een natuurlijke kruising tussen zomerlinde en winterlinde.

De zaden van de Esdoorn (Acer pseudoplatanus) werden vroeger door ons kinderen, gebruikt om op onze neuzen te zetten. Daartoe gingen we de vleugels splijten en kon je ze op je neus zetten. Zouden kinderen dat tegenwoordig ook nog doen? Acer is een uitgebreid geslacht van bomen.

7 september 2016

Nog eenmaal de heide, omdat het er zo mooi is! Met herder en schaapskudde wordt het plaatje een nostalgisch geheel. Maar veel schaapskuddes hebben het moeilijk omdat er nauwelijks geld genoeg is ze in stand te houden. Natuurorganisaties en Landschappen moeten ook op de centen letten en gunnen vaak het begrazingswerk aan de herder die het minst kost. Maar ook de overheid heeft de neiging zich meer en meer terug te trekken waar het om subsidies draait. Deze kudde heeft een herder die in dienst is van het Gelders Landschap.

Tussen het dode naaldhout groeide een zwam. Het is een Koraalzwam maar ik durf niet te zeggen welke. Hij stond er miezerig bij, dunnetjes en onduidelijk, ongetwijfeld een gevolg van de aanhoudende droogte in dit deel van het land.

Thuis ben ik aldoor bezig de overal opschietende Hop (Humulus lupus) uit te trekken maar voor ik er erg in heb hangen elders in de tuin ook alweer hopbellen te pronken. Want mooi zijn ze natuurlijk wel. Op de foto staan mannelijke en vrouwelijke bloeiwijze bij elkaar en dat moet je al helemaal niet hebben want van het een komt het ander en volgend jaar staan er weer een heleboel hopkindertjes tussen de planten. Helaas is Hop een vaste plant met een zeer moeilijk uit te trekken wortel. De vrouwelijke hopbellen worden gebruikt als smaakmaker van bier. De bierbrouwer gebruikt hop om het bier bitter te maken en aroma te geven. Op plekken waar in ons land Hop verbouwd wordt is het verboden mannelijke planten te zetten. Bevruchte hop wordt door bestuiving namelijk te bitter. Voor het brouwen van Engelse bieren is dat geen probleem, daar vindt men een erg bitter biertje juist heel lekker.

6 september 2016

Heerlijk, deze mooie nazomer, mij kan het niet lang genoeg duren. Die gaat hier aan de Veluwezoom wel gepaard met grote droogte. Er is de laatste weken nauwelijks iets gevallen dat je een flinke plensbui zou kunnen noemen en dat kun je goed zien aan de natuur. Al bijna geheel kale bomen, verdrogende planten en nog nauwelijks paddenstoelen die in deze tijd van het jaar doorgaans te zien zijn. Deze Reuzenzwam (Meripilus giganteus) ziet er zelfs een beetje bleek van. Meestal zijn ze bruin maar bleke als deze komen ook voor. Je vindt ze vooral in oud beukenbos, op bomen die zeker tachtig jaar oud zijn. Het is een schadelijke paddenstoel maar de boom weet zich tot op zekere hoogte te verdedigen tegen de invasieve schimmel, door extra groei van wortels en hout. In het bos groeien ze het vaakst op de stobben van gevelde bomen.

Hoe droog de bosbodem ook is, hier en daar zijn toch nog wat waterplasjes te vinden op plekken waar de leemlaag wat dikker is en een ondoordringbare laag weet te vormen. Prettig natuurlijk voor het wild en de vogels die van deze plasjes dankbaar gebruik maken.

Terwijl ik loop te sjokken over de bospaden die een tijdje geleden werden opgehoogd met een flinke laag geel zand, schiet me opeens te binnen wat een hekel ik er aan had als mijn vader vroeger met ons wilde gaan wandelen langs het strand. Dat geploeter door die zandmassa vond ik buitengewoon onaangenaam en nu ik over dit pad loopt, geeft dat dezefde sensatie. Mijn oog valt op deze mestkever die er ook vast geen plezier beleeft, ik pak hem op en til hem naar de overkant van het pad en zet hem neer in de vegetatie waar hij zich wat beter kan voortbewegen. Er is toch niemand die het ziet dus ik kan ook wel doorgaan met omgevallen kevers weer op hun pootjes te zetten. Daar hebben ze zelf vaak de grootste moeite mee.

4 september 2016

Als onze zoon met zijn kinderen uit het westen van het land in deze tijd bij ons komt, moeten we met z'n allen altijd even gaan kijken naar de bloeiende heide op de Posbank. De luiaards in onze familie strijken meteen neer op het terras van het restaurant en de liefhebbers maken er een wandeling. Sinds kort is daarbij ook onze oudste kleinzoon die zich vol enthousiasme geworpen heeft op het fotograferen. Hij stelde mij zelfs voor om in de herfstvakantie samen een dagje op pad te gaan in de natuur. Goh, wie had dat gedacht, wat leuk, toch ook nog een met oma's groene genen....

Er lag iets op het pad, het bewoog, en het zag er een beetje eng uit. Het bleek een restant van een dode muis en de beweging werd veroorzaakt door mestkevers en vliegen die er onder en erbij zaten. Vies? Welnee, dood en leven horen bij de natuur en opruimers in het bos kunnen niet gemist worden.

In de natuur kom je regelmatig een ballon tegen. Weggewaaid uit een kinderhand of bewust losgelaten, wie zal het zeggen. Soms kun je e.e.a. herleiden aan de hand van een briefje dat er aan gebonden werd. Ballonnen, of ze nu van plastic of latex zijn, blijven heel lang in het milieu eer ze zijn afgebroken.

In het bos achter ons huis zijn de bermen langs de Lange Juffer weer gemaaid. Het is iets van de laatste paar  jaar en ik snap niet waarom dit moet. Alles wat in zo'n randbeplanting groeit is in n klap verdwenen. In de herfst worden in dit stuk bos de paden schoongeblazen en in de zomer worden sommige paden zelfs gemaaid. Alles ten behoeve van de wandelaars. Maar als je vraagt om hier en daar een bankje te plaatsen voor de inmiddels slecht ter been zijnde buurtgenoten die nog zo graag het bos weer eens in zouden willen, krijg je als antwoord dat  dit geen park is maar een bos. In Den Haag noemen ze dit "zwalkend beleid".

2 september 2016

In een tuin naast de onze heeft een Das (Melis melis} huisgehouden en niet voor de eerste keer want hij of zij komt dagelijks langs. Het gazon was nog niet zo lang geleden opnieuw aangelegd dus dit was een onaangename verrassing. Ook naburige tuinen blijken omgeploegd te worden. Wij, bewoners met het bos als achtertuin, hebben er maar mee te leven. De (Boom)marter komt hier ook regelmatig in tuinen. Hij werd zelfs overdag gezien door mensen die op hun bankje in de tuin zaten toen de marter een rondje door de tuin maakte, en door iemand die bezig was de was van de lijn te halen. De boommarter heeft een voorkeur voor bosgebied maar leeft ook in open landchap en aan de rand van de bebouwde kom. Steenmarters zijn vaker dieren van het open landschap maar komen ook in bossen voor, zelfs in bomen. Het is utierst moeilijk ze op het oog te onderscheiden want de kleur van de keelvlek die vaak kenmerkend wordt genoemd, geeft geen enkele garantie, die kan bij beide meer wit dan geel zijn en omgekeerd. Je zou het pas goed kunnen beoordelen als je de verschillen weet, en als de marter zich uitgebreid laat bekijken. De Boommarter is vooral in zomer en najaar overdag te zien, de rest van het jaar is hij 's nachts achtief. Dus het blijft een raadsel welke soort wij hier rond zien lopen.

Blijkbaar vinden de dassen meer voedsel in onze tuinen waar vaak rijk bemeste gazonnetjes liggen met lekker veel larven en regenwormen, dan in het droge arme bosgebied hier. De burchten liggen vooraan in het bos,  en het gaat om nakomelingen van dassen die wat verder in het bos hun burcht hebben. "Tuindassen" worden ze door de bosbeheerders genoemd. Er zijn mensen die met voer marter en das naar hun tuin lokken maar er zijn ook mensen die dat niet kunnen waarderen en gevrijwaard willen blijven van de dieren. Deze zomer zag ik 's nachts een das door onze tuin scharrelen, sindsdien zorgen we er steeds voor dat het tuinhekje dicht blijft.

Een medebewoonster van ons kleine straatje naar het bos vertelde me dat deze zomer in haar volkstuin in het naburige Spankeren alle sla, andijvie en spitskool afgevreten was. Printen van herten maakten duidelijk wie de boosdoeners waren geweest. Een aantal jaren geleden slaagden vier herten er in om vanuit de Veluwezoom in dit agrarische gebied terecht te komen. Besloten werd ze daar te laten lopen maar de boeren hebben zoveel geklaagd over schade aan hun gewassen dat de vier herten onlangs zijn afgeschoten. Het complex met mijn volkstuin werd voor de herten ontoegankelijk door een hoge haag waarover ze niet meer konden springen. Menig natuurliefhebber vindt het geweldig en een luxe dat wij deze dieren zo dicht om ons heen hebben maar tegenstanders zijn er en zullen er ook altijd blijven.

1 september 2016

Vannacht werd ik wakker van het kikkergekwaak in onze vijver. Na een paar frisse nachten, was het afgelopen nacht zomers warm. Zouden de kikkers nu ook al om de tuin geleid  zijn door dit merkwaardige seizoen?

Ik heb maar aan heel weinig dieren een hekel maar dit is er een van. De meloenschil had ik samen met een oude peer en pitten waar nog wat nectarine zat, in de tuin neergezet. Komen daar andere jaren vlinders, hoornaars en allerlei vliegen op af, dit keer verscheen er geen enkel insect. Toen heb ik de fruitresten maar op de grond gelegd en zo kon ik weer een heel stel van die rode slijmerds pakken. Ik heb er deze zomer meer dan honderd uit de tuin geplukt en het houdt maar niet op. Ik troost me maar met de wetenschap dat ze dit jaar iedere tuineigenaar tot last zijn.

Toen ik vanmiddag in het bos het "oppashondje" Saartje uitliet, zag ik deze cicade op een boomstam zitten. Cicaden vormen wereldwijd een zeer grote groep springertjes en de vele  voeden zich met sap van planten. Ze kunnen zowel vliegen als springen. De sprongen zijn in verhouding tot het lichaam enorm. De cicaden die in ons land voorkomen hoor je niet zingen zoals de insecten in Zuid-Europa maar de larven van sommige soorten leven net als de zuidelijke zangers eveneens onder de grond. Deze insecten zijn heel moeilijk te determineren, en zeker niet zo op het oog. Maar...... een oplettend lezeres liet mij weten dat het hier niet gaat om een cidade maar om de nimf van een wants. Ik had de antennes over het hoofd gezien!

Veel soorten maken schuimnesten waarin de larven zich ontwikkelen, veelal spuugbeestjes genoemd. In zo'n "schuimklodder" bevindt zich maar n larve. Het schuim ontstaat doordat de cicade lucht uitademt in het vocht dat uit de anus komt. Je treft dit schuim aan in het voorjaar, mei in het bijzonder en aangezien de Koekoek zich in deze tijd  ook weer laat horen, is het schuim maar gemakshalve "koekoeksspog" genoemd.

31 augustus 2016

Op deze laatste augustusdag maar weer eens gewandeld over de Loenermark. De heide staat er nog steeds in bloei. Het is een prachtig gebied waar zowel wandelaars als fietsers van genieten.
De stilte, de wijdsheid, de vogels, de jeneverbesstruiken, echt prachtig.

Goed is te zien hoe de heidevelden er vergrassen. Er is geen kruid tegen gewassen want het is een natuurlijk proces van successie. Wordt de heide niet kunstmatig in stand gehouden door grazende schapen, afbranden of plaggen, dan wordt de volgende fase een bos.

Gelukkig wordt dit type eeuwenoud cultuurlandschap in stand gehouden, al kost het veel moeite en geld. Nederland zonder heidevelden, we kunnen het ons toch niet voorstellen?

Je ziet er nog volop vlinders maar bij warm weer zijn ze bijna niet te fotograferen. Bij de voorzichtigste benadering vliegen ze weg dus je kunt alleen proberen ze met een telelens te pakken en als je geen statief bij je hebt, wat toch altijd een heel gesjouw is, krijg je dit soort waardeloze foto's. Jammer, het was een bruin vlindertje met lichte vlekjes op de vleugels.......

29 augustus 2016

Vlinders kunnen goed tegen de wind, ze dwarrelen nog vrolijk rond bij windkracht 5, maar niet hoger. Gisteren waaide het behoorlijk, af en toe zelfs met flinke windstoten en daar kon dit tere Klein koolwitje niet tegen. Het belandde in het water en verdronk. Ik dacht aan het lied "verdronken vlinder" van Boudewijn de Groot toen ik het witje daar zag drijven.

Het is zaak om tijdig de zaden te verzamelen die je wilt bewaren tot volgende lente. Ik vind het altijd erg leuk om te zaaien en vervolgens jonge plantjes uit te delen. De zaden van de geweldige Ipomea die ik eerder al eens liet zien, hangen nu te rijpen. Als je ze te lang laat zitten, gaan ze open en valt het zaad op de grond of waait weg. Ipomea is niet winterhard en in dat geval ben je hem kwijt.

Zaaddozen van planten zijn niet allemaal gelijk. Vaak lijken ze wel op elkaar, denk bijvoorbeeld aan de beukennoten die in verschillende kamertjes zitten. Of aan die van de klaproos die op peperbusjes lijken. Als de zwarte zaaddoosjes van de Ipomea open zijn gegaan blijven er prachtige restanten over, met drie flinterdunne schotjes waar telkens twee zaden in zaten.

De Ipomea uit Engeland waarvan ik de naam niet weet, hier besprenkeld met regendruppels.
De bloemen zijn groot en de kleur adembenemend. Volgend jaar kan ik er veel van uitdelen.

28 augustus 2016

Het is vreemd weer! Hier aam de oost Veluwezoom is nog geen regen van enige betekenis gevallen terwijl de planten schreeuwen om water. Het is warm en benauwd, telkens lijken zich regenwolken op te bouwen maar ze worden net zo snel uiteen gedreven door de wind. Er zijn momenteel ontzettend veel webspinnen te zien en ze hangen overal. Langs de ramen, de struiken en menig keer voel je de draden in je gezicht.

De spinnenvrouwen eten zich een slag in het rond zodat er veel eitjes gelegd kunnen worden, zitten doodstil in hun wielweb tot er weer een insect invliegt dat razendsnel wordt ingesponnen. Dit slachtoffer kwam vast te zitten in een van de bevestigingsdraden op het raamkozijn en probeerde machteloos los te komen. Ik dacht hem wat te helpen door hem te bevrijden maar helaas, het lukte niet. Het is moeilijk goed te zien welke soort het is, het lijkte me een van de wapenvliegen maar ik weet het niet zeker.

Aan de bloeiende Japanse wasbloem komen bloemen die nooit ver open gaan, eigenlijk vind ik ze niet leuk. Maar insecten zijn er dol op en moeten er diep inkruipen om stuifmeel te verzamelen.

De bijen zitten vol stuifmeel als ze achterwaarts uit de bloemen zijn gekropen. Dee bloemen zijn te nauw voor om het stuifmeel netjes in hun korfjes op te bergen en daarom komen ze telkens even uit de bloem omdat  erbuiten te doen en vervolgens weer terug te gaan, een heel grappig gezicht. De stuifmeelkorfjes zijn een holte in de achterpoten van honingbijen en het stuifmeel, dat vooral bij hommels en werkbijen over het hele lijf zit, wordt met de pootjes netjes richting korfjes geveegd.

27 augustus 2016

Over het zinderend warme weer zullen we het maar niet hebben dit keer. De droogte eist intussen haar tol, de bladval van oppervlakkig wortelende bomen is enorm, het lijkt wel herfst op plekken waar vooral de Berk groeit. En dan die niet aflatende uitstrooiing van berkenzaden, je wordt er dol van. Dit jaar is de zaadproductie groter dan gewoonlijk en je hebt de tuinstoelen nog niet schoon geveegd of ze liggen al weer vol.

Zelfs struiken in de groenstrook langs onze laan hebben hun blad laten vallen omdat ze het niet meer van water kunnen voorzien, dat is inmiddels in onze zandgrond te ver weg gezakt. Dus: laat het maar regenen, liefst heel veel maar niet te hard, en ook niet gepaard met hagel. Hopelijk zijn de verwachtingen te overspannen en gaat het meevallen met de aangekondigde stortbuien.

De paar mooie en warme dagen kunnen het niet goedmaken: nog nooit heb ik zo weinig insecten op de planten gezien als deze zomer. Allerlei leuke beestjes die ik andere jaren aantrof schitteren door afwezigheid. Vliegen, zweefvliegen, bijen een soortgelijke insecten zijn er wel en vieren feest op de Canadese guldenroede (Solidago canadensis).

Leuk, voor het eerst heeft onze Gelderse roos (Viburnum opulus)  vrolijke rode bessen. Jaren geleden stekte ik een takje uit het gemeentelijk plantsoen en elk jaar werd het boompje dat er uit groeide kaal gegevreten door de rupsen van spinselmotten, maar zelfs die waren er dit jaar niet.

25 augustus 2016

De buurtkat Siepie heeft het ook warm en zoekt verkoeling op een plekje in onze tuin. Het schijnt dat deze tropische dagen de zomer naar een flink hoger niveau gaan tillen waardoor het toch nog een van de warmste zomers gaat worden. Ach ja, het zijn maar cijfers, beleving daar gaat het om. Het spijt me dat ik momenteel niet wat regelmatiger berichtjes kan zetten in dit dagboek. Al meer dan vijf weken ben ik min of meer uit de running door fysiek ongemak waardoor ik alleen maar af en toe op pad kan gaan. Nog even geduld, dan kom ik weer regelmatig terug.

23 augustus 2016

Er kwam een aardige reactie op het filmpje van eergisteren, waarin te zien was hoe het een rups van het Groot koolwitje  verging die geparasiteerd was door een sluipvwesp.  In het filmpje ontbreekt het begin van het proces: het inbrengen van de eitjes in het slachtoffer. (Dat kan op meerder manieren). Voor wie het interesseert volgt het hieronder.
Als de rupsen net uit het ei gekomen zijn, komen daar vaak dat soort wespen op af en leggen dan hun eitjes direct in de jonge rupsjes. De rupsen ontwikkelen zich dan normaal... lijkt het, maar van binnen worden ze dus langzaam opgegeten. In het laatste stadium, net voor ze gaan verpoppen, spint de rups wat draden op het blad waarbij hij zich, net als bij het vervellen en het verpoppen, vastgrijpt. Dan komen de sluipwesplarven er uit en blijft de rups nog 3-5 dagen leven (ook al zie je ook gewoon aan de rups dat hij zo goed als leeg is).  Om te voorkomen dat de rups niet doodbloedt door de wonden die de sluipwesplarven in de rupsenhuid maken, vervellen de larven precies op het moment dat ze de rups verlaten en zorgt de oude huid van de sluipwesplarven er voor dat de gaten in de rupsenhuid gedicht worden.Uiteindelijk gaat de rups dood en meestal na 1-2 weken komen de sluipwespjes weer uit hun cocon, op zoek naar het volgende slachtoffer.
Op mijn foto is te zien hoe een sluipwespje eitjes legt in een net verpopte rups van de Koninginepage. Uit de pop zag ik in het voorjaar dan ook geen mooie vlinder maar een groot aantal sluipwespjes komen. Het is een bizar, gruwelijk verschijnsel maar nodig om sommige soorten te laten voortbestaan;de diverse soorten sluipwespen doen het op hun eigen manier.

De heide bloeit nog steeds maar dat zal niet lang meer duren. Wie het paarse bloemenfeest nog wil aanschouwen moet er wel snel bij zijn.

Hoewel het hier in het oosten van het land niet zo hard geregend heeft maar wel gestaag, druipt het hemelwater  langs de boomstammen naar beneden. Het afstromende regenwater "wast"  als het ware de stam en maakt de saponinen - vettige zeepachtige stof - uit de bast van de stam los. Daardoor verschijnt onderaan de stam een hoeveelheid schuim. Veel bomen maken de saponinen aan ter bescherming van vraat door schadelijke insecten maar vooral de beuken hebben een hoge saponineconcentratie.

22 augustus 2016

De ons toegezegde zomerweek schuift alwr een dagje op. Zelfs met de hedendaagse geavanceerde meetmethodes slagen de weerkundigen er niet in de grillen van het weer goed in te schatten. Toch maar gewoon naar buiten gaan want die fijne motregen tovert kunstwerkjes om je heen. Je hoeft er niet eens ver voor te lopen, je vindt ze al in de eigen tuin

Bij dit weer is het wel zaak goed waakzaam te zijn. Teken zijn juist nu zeer actief. Tegen de ziekte van Lyme die steeds meer slachtoffers eist is nog steeds geen preventief middel op de markt gekomen maar tegen de nieuwe tekenziekete die hersenvliesontsteking veroorzaakt, kun je je laten vaccineren. De beschermende werking is drie jaar, dus wel de moeite waard als je veel in de natuur verblijft en vaak teken oploopt. Tot op heden is nog geen besmetting met de ziekte bekend in ons land, mensen lopen die voornamelijk in het buitenland op. Maar dat kan dus veranderen doordat er nu ook besmette teken in Nederland zijn gevonden. Bescherm jezel altijd goed door sokken over je broek te doen, jezelf goed na te kijken na een wandeling en eventueel een afwerend middel op je broekspijpen te spuiten.

Paddestoelen kun je, afhankelijk van de soort, het hele jaar wel vinden maar nu al verschijnen er ook de algemenere soorten in het bos. Ik negeer ze, het is nog zomer en ik wil aan de herfst nog niet denken. Maar toen ik tussen het kaphout deze berkentak met knalrode Vermiljoenzwam zag liggen kon ik daar toch niet aan voorbij gaan,  Het is de onderkant die zich hier toont, die is nog roder dan de bovenkant.

Het  Geel hoorntje kon ik ook niet negeren, het stond zo parmantig te pronken op een dode oude stam. Maar voorlopig houd ik het toch nog liever een poosje bij zomerse zaken.....

21 augustus 2016

Wat een sombere dag vandaag, het lijkt wel herfst. Wind waait door de bomen, dor blad bezaait de straten en de regen valt gul op de aarde. Dat laatste vind ik niet erg want de bodem is heel droog, vandaar dat berken hun vergeelde blad rondstrooien en de krent haar blad eerst rood kleurt alvorens het te laten vallen. Toch hebben we gelukkig nog ruim een maand zomer voor de boeg. Hopelijk geeft die ons nog wat we de afgelopen tijd zo tekort kwamen: zon en warmte.

Op een van de percelen op het volkstuincomplex hing een rups van het Groot koolwitje in een net dat over fruitstruiken gespannen was. Het zag er raar uit. Waarom klom die rups tegen dat net en wat doet dat spinsel eronder. Ik had dit nooit eerder gezien. Maar er blijkt een verklarend filmpje op het internet te staan dat ons wijzer maakt. Kijk en huiver:
https://www.youtube.com/watch?v=vMG-LWyNcAs

Op de volkstuin zijn niet alleen groente- en fruitfanaten in de weer maar ook gelukkig steeds meer mensen die daarnaast van  flora en fauna houden. Bij mijn buurman staat deze mooie kleine muntsoort die Polei (Mentha pulegium) heet. Munt is een veel gebruikt kruid en er zijn meerdere soorten van. Deze is giftig maar desondanks veel gebruikt in de zuidelijke landen van Europa. Het is een wat sterkere soort dan die wij verwerken in ons voedsel. In sommige landen wordt het ook als middel tegen vlooien en luizen ingezet. Mensen die problemen hebben met nieren of  die zwanger zijn, mogen het kruid niet gebruiken vanwege de giftigheid bij inname. In ons land komen we in de natuur deze mooie soort nauwelijks nog tegen.

20 augustus 2016

Hoe komt nu een bloem aan haar naam? Soms word de naam van de ontdekker er in verwerkt, soms zijn het de uiterlijke kenmerken van blad of bloem. Er zijn zoveel planten en "elk beestje moet toch een naam hebben". Het Vlasleeuwenbekje (Linaria vulgaris) dankt haar naam aan de lijnvormige blaadjes die wel wat aan vlas doen denken, en bekje slaat op de vorm van de bloem. De nectar van de Vlasleeuwenbek zit verborgen in de keel/spoor van de bloembuis die door een dubbele uitstulping van de onderlip is afgesloten. Alleen de sterkere insecten als hommels en grote bijen slagen er in bij de nectar te komen. Bij het kruipen naar het diepe spoor van de bloem, strijken de insecten langs de helmknoppen en zetten dat bij het uitkruipen op de stijl van de bloem. Zo komt de kruisbestuiving tot stand.

Volgens Nature Today (Wageningen universiteit) zouden we afgelopen week wel eens te maken kunnen krijgen met een flinke overlast van berkenwantsen. Ze zouden zelfs de huizen invliegen door open staande ramen, ze zouden massaal over de planten en de grond lopen. Geen sinecure dus. Het gaat om de Berkensmalsnuit (Kleidocerys recedae). Alleen al onze straat staat vol berkenbomen en er staat er zelfs een in onze voortuin maar overlast van wantsen hebben wij nog nooit meegemaakt. Dus verzamelde ik vanmorgen een heleboel katjes om te onderzoeken of de wantsen daarin zaten. Ik kon niets vinden en tot op heden heb ik er ook niets over gehoord of gelezen in de media. Van een uitbraak in 2014 hebben wij ook niets gemerkt. Ik ben benieuwd naar ervaringen van anderen en zou het graag vernemen.

Wat we eerder Berkenwants noemde heet nu Gewone kielwants (Elasmuchia grisea). De oude naam was wat verwarrend omdat er meerdere soorten wantsen in de berkenboom leven. Dit is er ook een. Van het volwassen insect heb ik helaas geen foto. Wantsen maken meerdere vervellingen nodig en telkens komen ze weer met een ander uiterlijk te voorschijn. De volwassen Kielwants is bezaaid met donkere puntjes en heeft een wat variabele kleur. Tot na de tweede vervelling van de nimfen bewaakt de moeder ze door ze met haar lichaam te beschermen tegen rovers. Ook komt het voor dat meerdere vrouwtjes op elkaars nimfen passen en daardoor kun je ze aantreffen als op de foto. Een kindercreche voor babywantsjes.

19 augustus 2016

Op enigszins vochtige plaatsen, en vooral langs slootranden bloeit de Reuzenbalsemien. (Impatiens glandulifera) Ooit stond die ook in onze tuin; als hij in bloei kwam rook ik in huis al de wee zoete geur die ik niet lekker vond. Hij werd dus verbannen, was ook eigenlijk veel te groot met zijn slordige bladeren. Waarschijnlijk is het zelfs de grootste eenjarige plant die in ons land voorkomt. De geur komt niet van de bloemen maar uit kleine kliertjes die in de bladoksels zitten.

De Paardenkastanje draagt wel mooie vruchten maar het blad is aangetast door de Kastanjemineermot (Cameraria orhidella). Al in de zomer worden de bladeren bruin en lelijk en sterven af. De mot leeft tussen de bladlagen en is chemisch niet te bestrijden. Het enige dat je er aan kunt doen is het zorgvuldig verwijderen van het afgevallen blad in de herfst. Daarin leven de larven van de mot en als het blad blijft liggen kruipen in het voorjaar de larven in de boom en begint de ellende opnieuw. Ook kunnen feromoonvallen in april opgehangen worden in de boom,deze moeten driemaal worden vervangen omdat de mot drie cyclussen per jaar heeft.

Vanmorgen las ik dat de oerhollandse Es (Fraxinus exelsior) uit de bossen dreigt te verdwijnen vanwege aantasting door een Aziatische schimmel waar geen kruid tegen gewassen is. Natuurbeheerders vrezen dat 90% van de bomen zullen afsterven, anderen houden het op 75%. Wat overblijft zal hopelijk een resistentie opbouwen tegen de schimmel. Een essenbos staat bekend op zijn rijke bodemleven. Bijzonder aan de Es is het volkomen willekeurig voorkomen van mannelijke of vrouwelijke bloei. Voordat het blad uit de zwarte knoppen komt, verschijnen de bloemen. De ene keer komen er vrouwelijke bloemen tevoorschijn, de andere keer mannelijke. Zelfs op dezelfde takken kunnen beide bloemen voorkomen. Maar ook geheel vrouwelijke of mannelijke bomen komen voor en - nog gekker - er zijn zelfs knoppen die beide bloemen voortbrengen. Heel bijzonder.

16 augustus 2016

Ik mag graag op een mooie dag door het agrarisch landschap rondom mijn dorp fietsen. Het aardige daarvan vind ik de plantenwallen tussen de diverse percelen. Ze kleden het landschap aan, geven het kleur en trekken insecten aan. We weten inmiddels allemaal dat insecten van levensbelang zijn voor onze voedselvoorziening en hier krijgen ze een kans.

Toch was het weer opvallend dat er zo weinig insecten te zien waren op het Leverkruid (Eupathorium cannabinum) dat massaal in bloei staat. Wat bijen en zweefvliegen maar geen vlinders. Dat is best opmerkelijk want deze planten zijn echte nectarkroegen. De plant wordt ook Koninginnekruid genoemd, merkwaardig en onlogisch lijkt me. Zelf heb ik beide in de tuin staan en ik wist lang niet beter of het ene dat lichtroze bloeit heette Leverkruid en degene die donkerroze bloeit was het Koninginnekruid. Leverkruid, genaamd naar de "leverkleurige" bloeiwijze schijnt een ouderwetse naam te zijn. Tja, als ik mocht kiezen zou ik ook liever Koninginnekruid heten.

Ik kwam langs een weiland waar een enorme hoeveelheid koeien liep te grazen. Altijd krijg ik daarbij een gevoel van "ja, zo hoort het", want het is toch de treurigheid ten top dat veel koeien die hun leven slijten in de stal, niet eens meer weten hoe ze grazen moeten en er een weidecoach aan te pas moet komen om de koeien dat weer te leren. En wel omdat de Nederlandse bevolking de koe in de wei willen zien, "omdat het gewoon zo hoort"......

Het Soerensebroek is een van mijn favoriete plekken waar ik graag ga kijken. De natuur mag er weer haar gang gaan en dat levert zoveel moois op. Bijvoorbeeld zo'n veld barstensvol wilde planten waar het wemelt van de vlinders uit de familie Witjes en ook van Citroenvlinders. De laatste behoort eigenlijk ook tot de familie Pieridae en om exact te zijn: die bestaat uit witjes en luzernevlinders. En de Citroenvlinder behoort dan weer tot de luzernegroep om het makkelijk te maken... Het valt natuurlijk ook voor den drommel niet mee om alles wat vliegt en kruipt vast te leggen in soorten en families. Het is wel heel jammer dat je alleen maar vanaf de weg watertandend een blik mag slaan om alle schoons in het nu nog kwetsbare Soerensebroek.

Dit was de kroon op mijn fietstochtje: een Icarusblauwtje (Poliommatus icarus) op het Boerenwormkruid. Ik zag er zelfs meerdere en ik werd er heel blij van omdat het overduidelijk aangeeft dat je verdwenen soorten in een gebied weer kunt terugbrengen als het maar goed beheerd wordt. Op de foto staat een mannetje, de vrouwtjes zijn bruin met oranje vlekjes. Dat zie je echter alleen als de vlinder met gespreide vleugels zit. Zijn de vleugels samengevouwen dan zie je geen verschil. De vlinder zet haar eitjes af op gewone rolklaver die hier ook massaal groeit. Heerlijk!

15 augustus 2016

Op deze mooie zonnige zomerdag voer ik maar weer eens een paar zeer fraaie insecten op. Dit is de Hopprachtmot (Cosmopterix zieglerella), een hele mond vol maar dan heb je ook wat. Soortgroep: nachtvlinders en micro's, familie: prachtmotten. Nog nooit gezien? Dat is niet verwonderlijk want hoewel algemeen voorkomend, is het een heel klein insect dat vooral te vinden is in houtwallen en heggen waarin Hop groeit. Dat is namelijk de voedselplant. Het schijnt dat je hem uit de Hop tevoorschijn kunt kloppen. De mot vliegt tot eind juli.

De larve van de Hopprachtmot mineert in het blad en de mijn/gang die hij maakt is heel kenmerkend: een onregelmatige gang in de hoofdnerf en vandaar worden allerlei zijgangen gemaakt. Alleen de hoofdnerf is bekleed met spinsel. Als de larve niet eet, verstopt hij zich in een cocon. Als de larve volwassen is maakt hij op de grond een andere cocon waarin hij verpopt. In het voorjaar komt de larve uit als imago. Soms vraag je je af wat het nut is van de mooie kleuren die een insect heerft, of van het nut van zijn bestaan. Maar soms is het ook genoeg er eenvoudigweg van te genieten als je zo'n fraai beestje ziet.

Mijn favoriet onder de Juffers is toch wel de Weidebeekjuffer (Calopterix splendens). Ik heb een hele tijd staan kijken hoe de mannetjes elkaar najoegen. De juffertjes zijn echte zonaanbidders dus moet je ze zoeken op plekken waar de zon in het water schijnt. Als ze vliegen lijkt het wel of ze dansen, zo sierlijk en sprookjesachtig. De juffers zwerven soms een aanzienlijk eind van het water vandaan.

Ik zag opeens een van de juffers een merkwaardige houding aannemen: hij maakte een boogje en begon druk met de poten te trappelen. Geen flauw idee wat dit moest voorstellen. Misschien hoort het wel tot het paringsritueel en is het de bedoeling de aandcht van een vrouwtje te trekken.

Vrouwtjes krijg je niet zo makkelijk in het vizier maar nu zag ik er toch een landen op een plantenblad dat aan de overkant van de sloot groeide. De vrouwtjes missen de blauwe irriserende kleur van de mannetjes en moeten genoegen nemen met een eenvoudig uiterlijk.

14 augustus 2016

Elke dag groeit hij meer naar volwassenheid toe, de Roodborst die ik dagelijks in de tuin zie rond scharrelen. Zijn verenpak is bijna in orde en de oranje borstveertjes bijna compleet. Ook al weet je dat het roodborstje een onverdraagzaam type is, wie valt er niet voor als hij of zij je aankijkt met de grote donkeren kraalogen. Man en vrouw zien er hetzelfde uit en voor de verandering zingen beiden ook nog eens hetzelfde liedje. Nu zien we nog onze "eigen"  vogels maar in de herfst worden die aangevuld met soortgenoten uit het hoge noorden en dan zoekt een deel van onze vogels hun heil elders gedurende de winter. Op de tuintafel staat een voerschaaltje waar ik dagelijks een handje strooizaad in doe. Gewoon om mezelf een plezier te doen.

De Chirorei (Cichorium) bloeit maar het valt me op dat het maar mondjesmaat is in mijn omgeving. Ik weet er geen reden voor te bedenken anders dan dat er misschien op een ongunstig tijdstip gemaaid is. Maar misschien komt het nog tot meer bloei, alles lijkt anders te gaan in dit vreemde natuurjaar.

De Grote of rode wegslak (Arion rufus) blijft maar voor overlast zorgen, het is voor die weekdieren een topjaar! Vanmorgen trof ik dit parende stel in de tuin aan. Hoewel ze tweeslachtig zijn paren naaktslakken toch met elkaar. De penissen, die uit de zijkant van het hoofd komen, krullen zich net als de slakken zelf om elkaar heen en wisselen zo zaad uit.

Naaktslakken leggen heel veel eitjes, hoe ouder ze zijn, hoe meer dat er worden. Ik las eens dat het er een paar honderd kunnen zijn maar zoveel heb ik er nooit aangetroffen. Je vindt ze vlak onder de tuingrond en vaak ook in bloempotten. De eitjes komen in het voorjaar uit en als gevolg daarvan vind je in de zomer een heleboel naaktslakken. Logisch, gezien de hoeveelheid eieren die gelegd worden. Om mij heen hoor ik iedereen dit jaar steen en been klagen over deze plaagdieren. Ze kunnen tot twee jaar oud worden, de Wijngaardslak haalt de acht jaren wel.

12 augustus 2016

Het leek alweer zo'n druildag te worden maar gelukkig gaf de middag ons wat we zo graag wilden. \onze tuinclub was namelijk te gast bij een echtpaar dat pal aan de IJssel woont. Wat een jaloers makend plekje! Toen de eerste bewoners zich vestigden in ons dorp aan de rivier waren ze slim genoeg om hun huizen niet pal aan het water te bouwen maar hogerop. Vanuit ons dorp moet je een flink stuk afdalen om bij het water te komen. Dus vanuit de huizen hebben de bewoners een geweldig uitzicht en genieten van alles wat dat biedt. Stel je voor dat je een Aalscholver bij je vijver ziet die loert op je goudvissen.... Wie maakt dat nou mee.

Om niet een tuin te hebben die van boven naar beneden afloopt, hebben de bewoners hier indertijd tonnen grond op laten brengen en een damwand daarachter, om een horizontale tuin te kunnen aanleggen. En vandaar brengt een trap je naar de uiterwaard. Het resultaat mag er wezen, wat een heerlijke plek.

In de beschutte tuin zagen wij een voor ons volkomen onbekende boom met prachtige bloemen. Het bleek de Chinese slaapboom (Albizia) te zijn. Die naam kreeg de boom omdat hij 's avonds als het begint te donkeren, zijn blaadjes naar beneden vouwt. Op het internet vind ik ook info over de Perzische slaapboom of Zijdeboom. Die ziet er op het oog hetzelfde uit.

Het varenachtige blad gaat dan in ruststand.

Nog een struik die wij nog nooit gezien hebben. En als tuinclub hebben wij toch al heel wat tuinen in het gehele land bezocht. De Monnikenpeper (Vitex agnus-castus)  bloeit met fraaie royale violetblauwe bloemtrossen en wel van augustus tot november en dat alleen is al heel bijzonder. Wie een warme zonnige plaats te bieden heeft, moet deze struik zeker eens overwegen. Aan de plant wordt een hele rij geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven. Hoewel Zuid-Europa het oorspronkelijke biotoop is, overleeft  de struik hier op een beschutte plaats ook en loopt na invriezen braaf weer uit. Zowel de slaapboom als de Monnikenpeper zijn in ons land te koop bij sommige kwekers.

11 augustus 2016

De heide staat momenteel in volle bloei en dat is een prachtig gezicht. Dankzij de vochtige zomer is er dit jaar geen verdroging. Een heideveld moet je zien bij een licht bedekte hemel want dan komt de kleur pas goed tot haar recht.

Tussen de paars bloeiende planten komt soms opeens een wit exemplaar op.

Enkele planten Dopheide (Erica tetralis) zie je soms hier en daar tussen de struikheide staan, meestal aan de buitenkant van een heideveld. Dopheide heeft andere eisen en wil groeien op wat vochtiger grond. Dophei is famile van de struikheide, ook onder meer blauwe bosbes en kleine veenbes hoort daartoe. Hoe vochtiger de bodem, des te meer planten er verschijnen en hoe interessanter het wordt, in tegenstelling tot de grote oppervlaktes met struikheide.

Nog een plant die nauw verbonden is met een heideveld is het Klein warkruid (Cuscuta epythinum) of Duivelsnaaigaren, een parasiet. Het Warkruid  begint haar leven als een in de grond staand kiemplantje, nog groen van kleur. Het klimt op tegen planten net als een Winde. Tegen die tijd zijn de bodemworteltjes niet meer nodig en worden die afgestoten. Vanaf nu parasiteerd het Warkruid op zijn buurman en met zijn worteltjes haalt hij het voedsel uit het vaatstelsel van de gastplant. De bloempjes van het warkruid ruiken heel zoet en sterk. Doordat het met de heidevelden niet zo goed gaat heeft ook het Klein warkruid het moeilijk.

Op veel plaatsen lukt het de heide niet goed de strijd tegen de grassen te winnen en kost het heel veel inspanning de velden in stand te houden. Jonge struikheide is in principe goed in staat haar plaatsje te verzekeren. De plant brengt fenolen in de bodem die bacterien en schimmels remmen die de grassen nodig hebben om voldoende stikstof op te nemen. Maar na verloop van tijd wordt de eigenschap dit te doen minder, maar misschien ook is er dan na jaren zoveel stikstof in de bodem terecht gekomen dat de oude heideplanten geen stand meer kunnen houden en verdrongen worden door grassen. Verjonging is dan de enige mogelijkheid en daarvoor worden stukken heideveld afgeplagd of afgebrand en soms weer opnieuw ingezaaid. Dat is een dure bezigheid maar wel de moeite waard. Want het is en blijft toch een geweldig natuurelement, zo'n schitterend bloeiend heideveld dat een geheel eigen en waardevolle  biotoop vormt voor plantengemeenschappen en insecten.

9 augustus 2016

De Citroenvlinder (Gonepteris rhamni) eindigde bij de tuinvlindertelling van afgelopen weekend op de negende plaats. Dat zou komen doordat deze soort in rust was gegaan. Nu strookt dat niet met wat ik hier aan de Veluwezoom waarneem. Samen met het Klein koolwitje is het Citroentje namelijk de hier meest geziene vlinder. Zondag en maandag vlogen ze volop rond, zowel in onze tuin als op de volkstuin.

Gammauiltjes (Autographa gamma) vliegen er ook genoeg. Zondag zag ik in de warme kas in Laag-Soeren een heleboel exemplaren op een bepaalde plant zitten. Van de nachtvlinders is dit waarschijnlijk de meest bekende. Deze trekvlinder kan bij ons de winter niet overleven, we kunnen hem zien van mei tot ongeveer november. Ik ontdek nog wel eens dode vlindertjes op plekken waar ik mijn overwinterende planten neerzet. De groene rupsjes die ik niet had opgemerkt waren te vroeg uitgekomen binnenshuis. De vlinder dankt haar naam aan het witte figuurtje op de vleugels, die zou op het gammateken lijken.

Afgelopen weekend had ik een hondje onder mijn hoede van iemand die erg omhoog zat met het beestje. De ruwharige tekkel was drie jaar geleden via het internet gekocht en bij overhandiging werd er niet verteld dat zij af en toe een epileptische aanval kreeg. Een misselijke streek. Koop nit ergens anders een dier dan bij een bonafide fokker! Saartje bleek een schat van een hond en de huidige eigenares is zielsgelukkig met haar. Ik viel ook voor haar, ze bleek heel lief en aanhankelijk te zijn maar ook verwend: zaten wij wat te eten dan zat ze als een Stokstaartje naast ons in de hoop dat ze ook wat kreeg. Ik vond het een buitengewoon koddig gezicht. Wat mij betreft komt ze hier nog vaak een dagje doorbrengen.

8 augustus 2016

Gisteren eindelijk maar weer eens een stuk in het bos gewandeld maar niet veel gezien. Het lijkt wel of het bos is ingedut. Opvallend waren de forse bladeren van de Grote klis (de plant waar later in de zomer die vruchten vol haakjes aankomen) die vol gangen zaten waaruit het bladgroen verdwenen was. Dat is het werk van leden uit de familie Boorvlieg. Verschillende daarvan zijn zelfs naar de plant genoemd: Donkere klitboorvlieg, Grote klisvlieg, Gele klisboorvlieg. De heel kleine boorvliegen zijn te herkennen aan hun mooie vleugelpatroon van vlekken en strepen. De vrouwtjes leggen hun eitjes met behulp van hun puntige legboor die ze in het blad steken. Daar hebben ze hun naam aan overgehouden. De piepkleine larven vreten gangen tussen de boven- en onderlaag van het blad dat er op den duur uit gaat zien als op de foto. Er zijn ook soorten uit deze familie die parasiteren op andere insecten. Het is een enorme familie van wereldwijd duizenden soorten, onderverdeeld in 500 families. We vergeten het vaak maar de insecten vormen de grootste groep op aarde.

Ik vergelijk vaak de natuur met een klok die dan weer eens voor loopt en dan weer eens achter maar die wel altijd aangeeft waar in het jaar we ons bevinden. Dit is ook weer zo'n moment, zonder een datum te weten zou je toch meteen herkennen dat het augustus moet zijn. En wel aan het geluid van de sprinkhanen. Vooral in het bos in de lage vegetatie wemelt het er weer van en overal hoor je het kenmerkende getsjirp. Het is uiterst moeilijk ze te ontdekken, meestal neem je ze waar doordat ze wegspringen als je ze benadert. Hun geluiden produceren ze alle op eigen wijze. Lees hier maar eens verder. Hun kenmerkende communicatie geeft aan dat we alweer een aardig eind in de zomer zitten. Wat vliegt de tijd toch weer voorbij.

Ik vond nog een feenlampje, een romantische naam voor het nestje van een kleine spin. Een feenlampje gemaakt door een Lantaarnspin, klinkt dat niet net als een verhaaltje? Het gaat hier om de Grote lantaarnspin (Agroeca brunnea). Als het nestje pas gemaakt is, is het wit als sneeuw en omdat het zo teveel opvalt doet de spin er iets aan. Allemaal gestuurd door haar instinct. Ze zoekt zandkorreltjes en plakt die op het nestje en daar is ze hier blijkbaar net aan begonnen. Ik stel me altijd voor hoe het daarbinnen uit moet zien. Horizontaal heeft het een bovenverdieping en een begane grond. Bovenin worden de 40 tot 50 spinneneitjes gelegd en als die uitgekomen zijn en de spinnetjes groter groeien verhuizen ze naar de onderste ruimte en blijven daar tot hun eerste vervelling. Vanuit de babykamer naar de huiskamer zou je kunnen zeggen. De totale ontwikkeling van deze kleine spinnen duurt twee jaar.

7 augustus 2016

Gisteren en vandaag was/is het Vlindertelweekend, ik ben zeer benieuwd wat dat op gaat leveren. Gisteren hielp ik bij het Gladiolenfestival in Laag-Soeren. Daar ligt ook een grote private tuin bij die volstaat met bloeiende planten. Ik zag er twee Koolwitjes en een enkele Citroenvlinder. Meer niet. Het was wel een grijze, vochtige dag met in de middag een flinke plens regen. Maar ik hoor het ook van anderen in deze omgeving, ze hebben dezelfde ervaring als ik: een desastreus vlinderjaar.  Daarom ben ik ook zo benieuwd wat dit weekend zal opleveren. Al eerder, in mei, werd gemeld door de Nationale Databank Flora en Fauna dat het met de vlinderstand tot dan erbarmelijk slecht gesteld was. Er waren ten opzichte van het vorige jaar, maar liefst 45 % minder vlinders waargenomen, ten opzichte van 2014  was er zelfs een afname van van 65% .

De twee parkieten van mijn kleinzoon eten geen groenvoer terwijl ze dat wel nodig hebben om gezond te blijven. Zelfs met een bosje verse Vogelmuur weten ze geen raad. Eigenschappen van dieren kunnen soms verdwijnen door de manier waarop ze gefokt en gehouden zijn. Kijk naar de hedendaagse koe, die heeft zo lang op stal gestaan zonder ooit een weiland te zien dat de eigenschap om een tong om de graspol te slaan en het gras er zo af te trekken helemaal verloren is gegaan. Onder druk van de wens van het "grote publiek"  dat de koe weer in de wei wil zien moeten de dieren nu begeleid worden om weer terug te keren naar hun natuurlijk gedrag. Dat wordt gedaan door speciale weidecoaches. Wat doen wij mensen de dieren toch aan....

Rijkswaterstaat mag ondanks protesten van de Gelderse Natuur- en Milieufederatie doorgaan met het rooien van 1.000 ha bomen en planten in de uiterwaarden langs de grote riveren. Het gebeurt in het kader van het project Stroomlijn dat onderdeel is van Ruimte voor de Rivieren. Als de kaalslag is afgerond zal het water in de rivier 5 tot 10 cm lager zijn dan nu het geval is. Het is prachtig om de begroeiing zo dicht langs het water te zien staan maar de gevolgen van het veranderende klimaat dwingen tot deze maatregel. Jammer maar onontkoombaar dus, we moeten wel het lek boven water zien te houden.

6 augustus 2016

Net zoals de kledingfabrikanten al lang weer bezig zijn met de mode voor het volgende seizoen, zijn de planten bezig hun voortbestaan zeker te stellen door het verspreiden van zaden. Sommige clematissen hebben fraaie pruiken nu, een zilverkleurige verzameling zaad. Mede vanwege deze fraaie zaadfabriekjes worden bepaalde soorten daarvoor in tuinen aangeplant. Dit is de clematis tangutica "Aureolin". Door hem maar voor de helft in het voorjaar terug te snoeien zitten er de hele zomer gele klokjes aan, eerst op de oude en daarna op ne nieuwe stengels.

De meeste merelvrouwtjes hebben zo langzamerhand hun plicht wel gedaan en twee of drie nesten met jongen grootgebracht. Nu doen ze er letterlijk en figuurlijk even het zwijgen toe want het is tijd voor een nieuw verenpak. In de periode van verenwisseling zijn de merels kwetsbaar doordat ze minder goed kunnen vliegen. Dus wordt er niet meer gezongen en houden ze zich wat rustiger. Het ruien kost een vogel heel veel energie, hun kalkreserves worden aangesproken voor het aanmaken van nieuwe veren en de conditie van de vogel wordt even wat minder florissant. Voor vogels is dit de beste tijd, het broedseizoen is voorbij en voedselschaarste is er nog niet. Voor trekvogels is het belangrijk een nieuw  sterk verenpak te krijgen. De vogeltrek begint al heel langzaam op gang te komen.

De jonge merels zijn niet meer afhankelijk van hun ouders en redden zich nu prima. Ze zijn dol op het nemen van een bad, of het nu regent of niet. Zelfs in de winter badderen vogels, het is een onderdeel van de verzorging van hun veren.

De Gewone wapenvlieg of Prachtwapenvlieg (Chloromia formosa) is een mooi vliegje van nauwelijks een centimeter groot. Het valt vooral in de zon meteen op door het goudglanzende schildje. Het achterlichaam is bij het mannetje goudkleurig en bij het vrouwtje groenachtig. Veel te zien, ook in je tuin. Ze heten zo omdat op hun schild vaak enkele kleine doorntjes te zien zijn.

4 augustus 2016

In het gastenboek staat een reactie van een lezer op een foto van een paar jaar geleden, toen ik het restant van een dode Buizerd vond die merkwaardigerwijs rechtop in de grond stak. De lezer veronderstelt dat dit het werk moet zijn geweest van doodgravers, kevers die zich voeden met kadavers en de maden die daarop verschijnen. Gaat het om kleine kadavers als een vogel of muis, dan graven de kevers daar wat aarde onder vandaan zodat het lijkje in de grond zakt. Gaat het om grotere kadavers dan bevinden de doodgravertjes zich eronder om hun werk te doen. Of dus een grote Buizerd ook deels werd ingegraven, ik weet het niet maar het zou misschien mogelijk zijn. Aaskevers, zijn nuttig omdat ze tot de opruimers in de natuur behoren. Ze ruimen niet alleen dode dieren op maar ook de larven die er op leven.

In onze streken komen meerdere soorten doodgravers voor. Het vrouwtje  doet aan broedzorg. Zij maakt een gangetje in de buurt van het kadaver waar ze haar eitjes legt. Als die uitkomen kunnen de larven naar het kadaver kruipen waar ze door het vrouwtje een aantal dagen gevoerd worden met voorgekauwd vlees. Het vrouwtje lokt de larven met tsjilpgeluidjes in de goede richting. In die periode scheidt ze een feromoon af waardoor het mannetje niet met haar paart en ze alle zorg aan de jongen kan besteden. Tot de larven verpoppen blijft het vrouwtje ze bewaken.

Naar blijkt heb ik een foute zaailing tegen mijn prieeltje laten groeien. Het was de bedoeling daar een pronkboon te laten klimmen omdat die zulke mooie bloemen geeft waarop veel vlinders afkomen. Het blijkt nu een klimmende sperzieboon te zijn en dat zie ik pas nu de bonen er aan komen. Het is echt een aanrader pronkers tegen hekken te laten klimmen, je hebt er dubbel plezier van doordat je er ook nog een maaltje groente aan overhoudt.

In de tuin zag ik deze Rode halsbandwants (Deraeocoris ruber). Van de wantsen is deze kleine soort  Blindwantsen (Miridae) naar mijn smaak het mooist, ze zijn vaak prachtig getekend en gekleurd al zijn er ook die minder fraai zijn. De Blindwantsen  voeden zich met de sappen van allerlei  planten, bij voorkeur als die in bloei staan. Daarom worden ze beschouwd als schadelijk; ze vreten aan alles wat op akkers staat: aardbeien, aardappels, granen enzovoort.

2 augustus 2016

Een goed waarnemer zal bemerkt hebben dat de gierzwaluwen als bij toverslag uit de lucht verdwenen zijn. Nog altijd is niet bekend wat ze precies aanspoort om massaal terug te vliegen naar hun overwinteringsplekken in Afrika, een vliegtocht van zeven achtduizend kilometer. Ze kunnen een snelheid bereiken van 120 km per uur. Volgend jaar komen ze weer naar hier gevlogen om te broeden en jongen groot te brengen. Feilloos weten ze hun oude nesten terug te vinden en als die er niet meer zijn voelen ze zich totaal ontredderd. Voor ons wellicht een mooie gelegenheid om deze zomer vast een paar dakpannen te vervangen voor gierzwaluwpannen, liever nog het aanbrengen van speciale neststenen die je in de muur kunt plaatsen. Onder de pannen wordt het tijdens hete periodes eigenlijk veel te warm voor de jonge vogels. Het blijft een bijzonder fenomeen om rond 30 april de eerste vogels te horen roepen in de lucht om opeens de stilte te ervaren als ze plotsklaps weer verdwenen zjin. Soms zijn er nog wat late broedsels, die worden netjes verzorgd en daarvan vliegen de vogels een paar weken later weg.

Voor het raam hangt een indrukwekkend web van een Kruisspin (Araneus diadematus), ik heb het opgemeten en de hoogte is maar liefst 74 centimeter. Het hangt er al een tijdje en in de vroege ochtend ziet het er perfect uit nadat de spin 's nachts alle kapotte draden heeft vervangen door nieuwe. Met haar 6 spintepels kan ze verschillende draden maken. Net kapotte materiaal eet ze op, de kruisspindame doet aan recycling. Het zijn alleen de vrouwtjes die in de webben hangen, altijd met de kop omlaag. Spinnen vervellen een paar keer tot ze volwassen zijn. Dan blijft alleen het zorgen voor nakomelingen nog aan de orde. Deze maand zal ze paren, de eitjes worden in augustus of oktober gelegd in een zachte gesponnen cocon en komen volgende lente pas uit. De jonge spinnen doen er twee jaar over om volwassen te worden. Spinnen hebben 6-8 ogen maar desondanks is hun zicht maar matig. Spinnen zonder web zien een stuk beter dan degene die een web bouwen. Je zult het misschien niet geloven maar op elke vierkante meter in de natuur huizen wel 130 spinnen en samen eten al die spinnen 180 keer het gewicht van de Nederlandse bevolking aan insecten. Ik heb het niet verzonnen, het stond in het tijdschrift Quest......

Nog even een opkikkertje op deze natte grijze dag. De roos New Dawn heb ik jaren geleden gestekt en opgekweekt. Nu hangt hij al heel lang aan de rozenboog maar hij leed  een  armetierig bestaan, had nooit meer dan een paar bloemen. Er wordt altijd aangenomen dat de onze arme Veluwse grond totaal ongeschikt is voor rozen en in menig tuin worden ze slechts met de grootste inspanningen een succes. Maar nu de zomer van 2016: mijn New Dawn zat barstensvol bloemen en hieruit kun je de conclusie trekken dat vocht misschien nog wel veel belangrijker is dan voedsel want ik bemest ze maar weinig. Rozen zijn drinkebroers, de zandgronden zijn veel te droog maar dit jaar is het bingo! Wat een prachtige bloemen, geen wonder dat ze de koningin der bloemen genoemd wordt.

1 augustus 2016

Toen ik bij het gloren van de dag al uit mijn bed was en naar buiten keek, zag ik hoe in het oosten de lucht lila gekleurd was. Niet oranje of rood maar lila, heel mooi. Het duurde maar heel kort waaruit je al kon aflezen dat ook vandaag weer de nodige regen naar beneden zou komen.

Weken geleden nam ik uit het bos een jonge plant van het Knopig helmkruid (Scrophularia nudosa) mee in de hoop dat hij de verhuizing naar mijn tuin zou overleven. Dankzij de regen is dat gelukt en nu staat hij zelfs in bloei. De naamgever bedacht dat de bloemen wel wat op een helm leken, ik kan het er niet in zien. Ik hoop dat volgend jaar de Helmkruidvlinder de plant zal ontdekken en misschien zie ik er dan ook de mooie rupsen op. Want daarvoor nam ik hem mee.

Al weer heel lang geleden nam ik na het overlijden van mijn vader een paar planten mee van de Moerasanemoon (Houtunia cordata) als herinnering aan de plek waar ik mijn jeugd had doorgebracht. Ze wilden in onze tuingrond niet groeien en verdwenen helaas. Maar mijn zoon nam indertijd ook een plant mee naar zijn eigen tuin in het westen des lands en daar heeft hij het geweldig naar de zin. Want ja, het is wel een soort die stevig woekeren kan. In de rand van de vijver blijkt hij het supergoed te doen maar dat waag ik er maar niet op. Ik nam een maand geleden dus weer wat uit zijn tuin mee naar de onze en ook weer dankzij de regen is het uitstekend voor elkaar gekomen. Zo heb ik opieuw weer "een stukje thuis".

Siepie is een kat uit de buurt die hier kwam wonen toen wij onze Max uit het asiel haalden. Max was toen al negen jaar en Siepie een paar maanden jong. Siepie was niet weg te slaan bij Max maar dat veranderde al snel. Siepie werd een zeer dominante kater die elke soortgenoot in de buurt te lijf ging. Toen begonnen wij hem weg te jagen uit onze tuin want wij kozen partij voor onze eigen knuffel. Max is al drie jaar niet meer en in de buurt zijn inmiddels meerdere territoria vrij gekomen doordat de bazen verhuisden. Dat heeft een kat al snel in de gaten en nu komt de inmiddels 10 jaar oude Siepie weer dagelijks even buurten. Ik kan altijd merken als de mensen van wie hij is op vakantie zijn. Dan voelt hij zich eenzaam en sinds een paar dagen is hij wel erg veel in onze tuin. Hopelijk verandert dat weer over een week of wat want ik wil niet dat hij zich hier al te vertrouwd gaat voelen. Het kattentijdperk heb ik inmiddels afgesloten, (denk ik).

31 juli 2016

In de Krabbenscheer ontdek ik een huidje van een uitgeslopen libel. Jeetje, is dat ook alweer aan de gang, wat mis je toch veel in twee weken. Mensen zonder vijvers zien deze huidjes vaak aan voor levende insecten. Een vijver is een ware leerschool op het gebied van wat wat zich allemaal afspeelt in zo'n plasje. Water is een onmisbaar element in een natuurvriendelijke tuin, het trekt vogels aan en allerlei insecten waar je geen weet van had. Het is jammer er vissen in te doen want dan mis je weer de salamanders. Kikkers en vissen gaan goed samen.

Het is toch wat met al die regen! Planten groeien zo hoog dat ze omvallen, overal moeten steunen bij gezet worden. Het is een wat lastige zomer, zo wisselvallig. Aan de Munt hing een uitgeslopen Blauwe glazenmaker (Aeshna cyanea). Hij hing er al een poosje, dat is te zien aan het feit dat hij al goed is uitgekleurd. Maar o wee die vleugels..... De regen heeft hem danig in de weg gezeten bij het oppompen en drogen van de vleugels en die hangen en plakken nu verfrommeld aan het lijf. Net als ik besluit de Munt af te knippen en met libel en al in mijn kasje te zetten, blijkt hij toch te zijn weggevlogen. Ik vind het een knappe prestatie na twee dagen hangen.

Hoewel ik ze onophoudelijk uit onze tuin verwijder, ontdek ik elke morgen weer nieuwe slijmjurken die langzaam over het gras schuiven. De Rode wegslak (Arion rufus) kwam in de tuin heel lang niet voor, pas de laatste jaren hebben we er last van. Ik zat er een poosje bij te kijken, het lijkt zo'n traag dier maar toch schuift hij best snel voorbij op zijn zelfgemaakte slijmlaag die  hem daarbij moet helpen. Ze zijn hermafrodiet, man en vrouw tegelijk en hebben geen partner nodig om zich voort te planten, dat maakt ze des te succesvoller. Toch paren ze onderling wel, waarbij ze hun zaad in elkaars lichaam brengen. Vervolgens leggen ze een paar honderd ronde doorzichtige eitjes, dicht onder de grond, vaak ook in bloempotten. Het loont dus de moeite ze niet ongelimiteerd in je tuin te laten rondstruinen.

Het mooie Muntvlindertje (Pyrausta aurata) is een dagactieve micro nachtvlinder van maar 1.5 cm. Hier zit het op de Munt, de waardplant waarop de rupsen leven. Het imago voedt zich met nectar dat het uit allerlei kruidachtige planten bijeen scharrelt.  Zeker als je diverse soorten munt in je tuin hebt, zul je het in de lente en de zomer tegenkomen. Munt trekt sowieso veel insecten aan.

30 juli 2016

Ik ga nog even verder met mijn rondje door de tuin. Deze soort Ipomea die ik nooit eerder had, en die ook al een krijgertje was, blijft maar doorbloeien. Elke dag verschijnen er tien centimeter grote onwaarschijnlijk blauwe bloemen. Telkens lokken ze me weer naar buiten om ernaar te kijken want dit is een waarlijk sprookjesachtige kleur. De regendruppels blijven er als parels op hangen en het hart van de bloem is als een lichtbron die insecten wil trekken. Echt geweldig!

De jonge eksters gedragen zich totaal anders dan hun schuwe ouders die bij mijn eerste nadering op de vleugels gaan. Ze blijven zitten, kijken vrijmoedig terug en ik vind ze leuk. Met hun broertjes en zusjes houden ze hele conversaties en dat klinkt totaal anders dan het schelle geschreeuw dat je vaak van de volwassen vogels hoort. Als de jongen eenmaal grootgebracht zijn hebben we van de vogels niets meer te duchten. Ze laten de nesten en jongen van andere vogels met rust en gaan na het broedseizoen weer door op de manier die ze ervoor ook hadden. En zo keert de rust weer terug in de tuin.

Tijdens tuinbezoeken worden er vaak door de ontvangende partij stekjes aangeboden van leuke planten die in de tuin staan.  Voor de tuinheer of tuinvrouw is dat een aardige bijverdienste. Zo kocht ik in het voorjaar een stek van deze leuke Geranium, er zaten maar twee bloemen aan maar die vond ik zeer de moeite waard. Inmiddels staat op onze tuintafel een mooi uitgegroeide plant. Ik vind de bloei zo aardig dat ik me genoodzaakt zie hem komende herfst in  bescherming te nemen door hem binnenshuis de winter te laten doorkomen. Elk jaar houd me voor voortaan nog maar een enkele plant dit genoegen te gunnen maar telkens zondig ik tegen mijn eigen regels en kan het gewoon niet over mijn hart verkrijgen een plant die me zoveel plezier bezorgd heeft, over te leveren aan de geseling van de winter waardoor hij langzaam maar zeker het loodje legt. Hoe de Geranium heet, weet ik niet. Ik noem hem voor mezelf maar "geranium spikkels"

29 juli 2016

Wat is het heerlijk om weer door de tuin te lopen als de dag nog jong is. De regen maakt dat het zo heerlijk ruikt en ik ga een poosje op een tuinstoel zitten om alleen die zomerse sfeer op te snuiven. Mijn oog valt op een jong tomaatje, Wat leuk! Ik zaaide de pitjes van een kruidig smakend Marokkaans tomaatje dat ik in de supermarkt kocht. Ik had niet verwacht dat het nog zou lukken want het seizoen was al aardig gevorderd.

Ik ga maar eens een rondje maken. De witte Agapanthus die ik twee jaar geleden van iemand kreeg, staat volop in bloei. Wat een smetteloos wit en wat een delicate bloemen. Ik zet graag planten in mijn tuin die ik kreeg van vrienden en ik geef ze ook hun naam. Zo kom ik al wandelend door het seizoen iedereen weer tegen en zijn ze altijd om me heen.

De Japanse anemonen bloeien alweer. Rare naam eigenlik want ze bloeien in de zomer. Op zoek naar stuifmeel scharrelen talloze mooie zweefvliegen door het hart van de bloemen. Ze heten Puntbijvlieg (Eristalis nemorum). Het is zo jammer dat veel mensen niks hebben met insecten, ze vervelend vinden of lastig. Soms zijn ze dat ook wel maar als je eenmaal oog voor gaat krijgen gaat er een wereld van schoonheid voor je open.

Ach kijk, in de vijver is voor het eerst het Snoekkruid (Pontederia cordata) gaan bloeien. Het is het laatste bloemencadeau dat herinnert aan een heel goede vriend die we dit voorjaar verloren en die we missen. Elk voorjaar kreeg ik van hem een emmertje donderkopjes omdat de kikkers het in onze tuin vertikten zich voort te planten. Meestal waren ze daar gewoon wat later mee. De bloeiende Pontederia brengt opeens vele herinneringen terug.

25 juli 2016

Ik verkeer al een week in de lappenmand en had gehoopt daar nu wel uit te zijn. Helaas is dat nog niet het geval. Zodra het weer gaat zal ik mij hier zeker weer melden!

17 juli 2016

Het dagboek ligt een klein weekje stil.....

16 juli 2016

De Koolmees (Parus major) brengt meestal tweemaal per seizoen een nest jongen voort. De broedtijd loopt ongeveer van midden april tot in juli. Dit tweede legsel is een dag of wat geleden uitgevlogen en je kunt horen wanneer ze weer in je tuin zijn door het aanhoudende gebedel om voer. De jongen krijgen wel tot 70 keer per dag een hapje en groeien dan ook als kool. Het gemiddelde nest bevat 8 tot 10 jongen maar dat zal dit jaar wel minder zijn vanwege de schaarste aan rupsen. Dit vrouwtje had er in elk geval maar twee maar dat zegt niets over hoeveel eieren er uitkwamen. De sterfte onder mezen is altijd enorm, daarom zijn ook de legsels zo groot. Als er 1 of 2 jongen volwassen worden is dat al mooi. Jonge meesjes vormen het hoofdvoedsel van de Sperwer en slechte weersomstandigheden kunnen ook hun tol eisen.

De jongen zijn goed herkenbaar aan hun kleuren die nog flets zijn. Grappig toch dat alles wat jong is zo aansprekend is. Dit is toch een beeldschoon vogeltje? Het geslacht van de volwassen vogels kun je afleiden aan hun stropdas: man heeft een dikkere die breed wordt op de buik, vrouw een smalle die ook wat onregelmatig is. Koolmeesjes worden ongeveer twee jaar oud. Wie weet voer het volgende zomer de eigen jongen.

Binnen een week nadat ze zijn uitgevlogen weten de jonge koolmeesjes zich al aardig te redden al laten ze zich nog steeds gemakzuchtig voeren. Momenteel is de voerhanger in onze tuin een drukbezocht restaurantje voor het mezengezin. Leuk om te zien, dat drukke mezengedoe.

15 juli 2016

Er worden momenteel volop jonge ringslangen gezien, ook op ons volkstuincomplex. In de jaren dat ik daar in het bestuur zat heb ik zeer geijverd voor kennis bij de tuinders over de dieren die er aangetroffen werden, of dat nu bijzondere insecten waren of ringslangen. Onbekendheid maakt al snel dat mensen bang worden en tot de aanval overgaan. Ik hoop dus dat dit nu niet toch zal gebeuren. Ringslangen zijn volkomen ongevaarlijk voor de mens. In de vele mest- en composthopen op de volkstuinen vinden ze een uitgelezen plek om hun eieren te leggen.

Onder het zachte nylondoek dat ik om vogels te weren over mijn rode bessenstruik gehangen had, trof ik een prachtige groene kever. Het bleek de Kleine junikever (Anomala dubia) te zijn. Ze behoren tot de bladsprietkevers en zijn vrijwel onschadelijk. Hun larven zijn een klein soort engerlingen die aan de wortels van loofbomen vreten. Het duurt twee jaren alvorens een larve zo'n mooie kever is geworden. Ieder exemplaar is trouwens niet altijd zo felgroen maar kan ook meer bruinachtig zijn. Wel altijd met die metallic glans.

Al heel veel jaren staan er op mijn volkstuin twee struikjes Blauwe bes maar nooit heb ik er iets van kunnen oogsten. Altijd bleven de besjes veel te klein en ontwikkelden zich nauwelijks. Maar dit jaar is het anders; in deze kleddernatte zomer hebben de struiken het zeer naar hun zin en vanmiddag zag ik er de eerste blauwe bessen aan hangen. Wat leuk na al die tijd. Natuurlijk heb ik mezelf de eer gegund de eerste exemplaren ter plekken op te eten. Heerlijk! Nergens smaakt fruit zo lekker als vers geplukt van je eigen struik.

14 juli 2016

Op mijn volkstuin, die beschut en in de volle zon ligt, bloeit nu de lilapaarse Flox; ik vind het een prachtige tint en samen met wat Oregano maken een paar stelen een lieflijk boeketje waar ik dan ook in huis weer van kan genieten.

Dille komt overal op waar het zich heeft uitgezaaid en meestal vind ik dat wel prima. De planten zijn niet alleen mooi maar ook nuttig voor insecten. Op zo'n geel scherm krioelt het meestal van bijen, zweefvliegen, wespen, kevertjes maar nu zijn ze leeg helaas. Alleen in de bladscheden zag ik minuscule wantsjes die daar in weggekropen waren.

Ik mag graag met de camera langs de bloemen wandelen en turen naar leuke insecten. Maar zelfs op de gele Gele toorts kan ik ze niet vinden. Een zomer zonder al dat gekruip en gefladder is incompleet, zo voelt het een beetje.

In de bossen van de Veluwezoom groeien heel veel bosbesvegetaties. Opvallend is echter dat voor het derde achtereenvolgende jaar de bessen op deze struikjes nauwelijks te vinden zijn. Hetzelfde geldt voor de Vossebes waar ook slechts af en toe een bes of bloem te zien is.

Langzaam begint de heide een ijle paarse gloed te krijgen door de bloeiende Dopheide (Erica tetralix) terwijl de struikheide (Calluna vulgaris) nog niet zover is. Nog even wachten tot augustus wanneer de in bloei staande  heide weer mensen massaal naar de paarse feestvelden trekt.

13 juli 2016

Dit is waar we voortaan mee moeten rekenen: helse regenbuien waardoor het terras blank komt te staan, de dakgoot het water niet kan verwerken en de straat een rivier wordt die, in dit geval, een vracht berkenzaden meevoert. Met enorm geweld viel hier gistermiddag een bui neer, om het nog indrukwekkender te maken kletterde de hagelstenen tegen de ruiten.

Het is natuurlijk geen wonder dat die striemende waterplenzen een negatieve invloed hebben op de natuur. Deze Schorpioenvlieg werd erdoor verpletterd en zo zullen er veel insecten verloren gaan.

Na zo'n felle bui kun je bijna geen blad meer vinden dat nog gaaf is. De grote bladeren van de Aristolochia zijn allemaal gescheurd en mijn Japanse wasbloem (Kirecheshoma palmata) zit vol gaten. Jammer hoor, voor de tuin is dit allemaal geen pretje.

En dan wemelt het vanwege al dat vocht ook nog van de slakken. Die vreten zelfs de stengels van de Lobelia kapot. Ik moet maar weer mijn avondlijke inspectierondjes gaan maken om die grote gladjanussen weg te vangen want dit is niet leuk meer. Jammer dat je geen hekje rond je tuin kunt zetten om ze tegen te houden. Zo'n weekdier kan op een gladde ondergrond 5 meter per uur afleggen. Door de tuin zal dat wat minder zijn natuurlijk, maar reken maar eens uit wat een aantal slakken in je tuin te weeg kunnen brengen. En er zijn er echt heel veel meer dan je vermoedt, het zijn stiekemerds die gedurende de nacht hun slag slaan!

11 juli 2016

Over slakken hebben we niet te klagen deze zomer. Elke avond zie ik de grote naaktslakken over het gazon en over het terras kruipen. Huisjesslakken idem dito. Het gevolg is een enorme vraat aan planten die vooral door naaktslakken, groot en klein, veroorzaakt wordt. Maar er zijn meer slakken, bijvoorbeeld dit prachtige Barnsteenslakje (Succinea putris) dat een superdun huisje draagt waar het niet eens helemaal in past. Nou, dan zit er niets anders op dan je kwetsbare ogen op steeltjes goed in te trekken als je van je rust genieten wilt.

Deze slakjes vallen soms ten prooi aan een parasitaire worm die knotsvormige uitsteeksels ontwikkelt die in de tentakels van de slak gaan zitten. De tentakels zwellen daardoor op en kunnen niet meer ingetrokken worden. De tentakels met hun groenwitte kleur maken daar pulserende bewegingen zodat ze goed opvallen en vogels denken dat ze een eetbare prooi zien. Eenmaal in de darmen van de vogels planten de wormen zich voort en worden samen met de ontlasting van de vogels weer uitgescheiden. Wordt de slak niet opgegeten dan barsten de tentakels op den duur uit elkaar en komen op die manier de wormenlarven  naar buiten. Een gruwelijk verschijnsel dat ook gruwelijk is om te zien. Barnsteenslakjes komen voor langs de waterkant en in vochtige gebieden. Waar ik ze vond waren ze massaal aanwezig. Ze zijn niet altijd of overal zo mooi van kleur als degene op de bovenste foto, maar in dit terrein wel.

Tussen de barnsteenslakjes zag ik ook deze mooi getekende Segrijnslak (Helix aspersa). Hij wordt ook Kleine wijngaardslak genoemd en is eetbaar. Ik heb nooit de neiging gehad het uit te proberen, ik griezel al bij het idee. Slakken worden gemiddeld twee drie jaar oud maar vaak ook veel ouder, tot wel zeven jaar. In tegenstelling tot naaktslakken zijn huisjesslakken nauwelijks schadelijk in de tuin, ze voeden zich met plantenresten, afgevallen blad enzovoort. De grote naaktslakken vang ik weg uit de tuin maar de huisjesslakken laat ik aan de vogels en de egel. Slakken hebben geen pootjes maar een voetzool waarop ze vooruit schuiven. Het helpt natuurlijk als je dat op zo'n slijmlaagje kunt doen maar dat is precies de reden waarom mensen zo'n hekel aan ze hebben. En inderdaad, deze voor de slak nuttige voorziening voelt heel vies aan. Ik vrees dat dit slijmerige en morbide slakkenverhaal niet iedereen zal bekoren!

10 juli 2016

Als het uitzicht uit je huis niet naar het westen is, ontgaat je vaak hoe prachtig de zonsondergang verloopt. Gisteravond was ik tegen 21.30 uur nog even in de tuin (waar het wemelde van de muggen) en zag een werkelijk betoverende avondlucht. Hoe de kleurintensiteit van zo'n verschijnsel is, hangt af van de hoeveelheid deeltjes die in de atmosfeer rondzweven. Dat kan stof zijn maar ook waterdamp of zoutdeeltjes. Boven de zee is de zonsondergang vaak spectaculair doordat daar de concentratie zoutdeeltjes altijd  hoog is. Maar ik ben zeer tevreden met de mooie zonsondergangen boven de Oost-Veluwezoom en met de grootste bewondering sta ik er naar te kijken. Zoals gisteravond weer toen het firmament wel gevuld leek met vloeibaar goud.

Gisteren zag ik tijdens een autorit naar het Westen van ons land hoe het langs de vangrails van de autowegen over kilometers lengte geel zag van de bloemen. Door de snelheid kon ik vanuit de auto niet zien of het nu Pastinaak, Sint-Janskruid of Jacobskruiskruid was. In mijn eigen omgeving kom ik het Jacobskruiskruid niet zo heel veel tegen. In het bos zie ik het wel eens staan maar daar vliegt de gelijknamige vlinder niet en in het buitengebied zie ik het maar hier en daar en nooit in grote hoeveelheden.

Op mijn fietstocht van afgelopen vrijdag heb ik er, door steeds bij het JJK af te stappen, speciaal op gelet: zou ik er rupsen van de Sint Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) op vinden? Op slechts twee planten zag ik ze. Deze voor insecten zo waardevolle planten worden her en der op grote schaal uitgeroeid en het is nog wonderlijk dat ze zich toch weten te handhaven. In gedroogde vorm in het hooi terecht gekomen, kan het voor paarden fatale leverschade veroorzaken. Dat de planten in de buurt van paarden verwijderd worden is dus begrijpelijk maar de agressie tegen het JKK neemt soms rigide vormen aan.

De moeder van al die zebrarupsen is ook een juweeltje. Deze vlinders zijn voor het voortbestaan volledig afhankelijk van het Jacobskruiskruid en ander kruiskruid. Zou er geen JKK meer zijn, dan zouden deze vlinders voor ons land grotendeels verloren gaan. Gelukkig staat het in veel beschermde natuurterreinen nog te pronken en nuttig te zijn. De vlinders en de rupsen nemen de gifstoffen uit de plant in zich op en worden daarom door vogels niet gegeten. Rood betekent in dit geval een waarschuwing, net als het geel van de rupsen.

10 juli 2016

Het blijft tobben met het aantal insecten dat te zien is, van alle kanten wordt het gemeld. De eerste vlinderstruiken staan weer in bloei, maar hoewel de nectarkroeg open is laten de gasten het afweten. Is het niet de regen dan is het wel de harde wind die een rol speelt, zoals gisteren. Bij windkracht 3 en 4 vliegen veel insecten niet meer, vlinders stoppen er pas mee bij windkracht 7 en bij windkracht 8 vliegen alleen de libellen nog.

Hoewel de junidip van de vlinders al enige tijd voorbij is, wordt de nieuwe generatie nog nauwelijks gezien. Allerlei Witjes vliegen er genoeg, Bonte zandoogjes zie je ook door de lage vegetatie dwarrelen, ik zie wat Blauwtjes maar de bekende zomervlinders schitteren nog steeds door afwezigheid. Het is een gevolg van de vele regen van de afgelopen tijd, waardoor veel insecten zijn doodgegaan.  En weinig rupsen betekent weinig vlinders. Dit exemplaar wilde gaan zitten rusten op een blad maar had de grootste moeite te blijven waar het zat en probeerde door het spreiden van de vleugels het evenwicht te bewaren. Een grappig gezicht!

Een langs vliegende Schorpioenvlieg (Panorpa vulgaris) moest een noodlanding maken op mijn fiets, haar antennes waaiden alle kanten op.

In de tuin foerageert het Klein geaderd witje (Pieris napi) op de bloeiende Verbena bonariensis, een fijne weefplant in de border en een gewaardeerde insectenplant. Zouden we nog de kleurige bekende dagvlinders te zien krijgen deze zomer? Voorlopig ziet het er niet naar uit als we de lange-termijn weersverwachtingen mogen geloven. De zomer heeft er jammer genoeg tot nu toe weinig zin in en is grillig en instabiel. Maar ach, wie weet......

9 juli 2016

De bloeiende Grote kattenstaart (Lytrum salicaria) geeft de uiterwaarden langs de IJssel een vrolijke en kleurrijke aanblik. In dit biotoop is de kattenstaart een pioniersvegetatie en komt in grote getale voor. Het is een geweldige insectenplant, vlinders, hommels en bijen zijn er voortdurend te zien en er is zelfs een bij geheel afhankelijk van het voorkomen van deze planten: de Kattenstaartbij (Mellitta nigricans), donker met witte dwarsstrepen. Waar beheerssituaties van deze voor de natuur zo waardevolle plant voorkomen, worden die pas gemaaid als het groeiseizoen voorbij is. 

De bloemen van de Grote kattenstaart staan in een schijnkrans om de stengel. Een schijnkrans wil zeggen dat de echte bloempjes omgeven zijn door schutblaadjes die vaak mooi gekleurd zijn. Je kunt dat verschijnsel ook heel goed zien bij de Hortensia. De planten kennen drie verschillende soorten bloemen met korte, lange of middellange stijlen  en ook verschillend stuifmeel waarop weer andere insecten vliegen. Ze staan wel bij en door elkaar in dezelfde groepen. Het mooie kleine Boomblauwtje is een vlindertje dat op de kattenstaarten haar eitjes van de tweede generatie legt. Al met al een bijzondere maar algemeen voorkomende plant die ook in tuinen met een vijver niet misstaat.

De Woeste sluipvlieg (Tachina fera), een vliegensoort  met heel veel beharing op het lijf wat hem inderdaad een woest uiterlijk geeft. In de menselijke perceptie zijn dit geen leuke insecten, ze leggen hun eitjes in de larven van andere insecten. De Woeste sluiplvlieg pakt het net even anders aan, zij legt eitjes in de buurt van vlinderrupsen. De eitjes van de vlieg komen al snel uit en de larven vreten de rups op. Wreed, maar dit parasiteren komt veel in de natuur voor.

8 juli 2016

Als fervent natuurliefhebber vind ik elke ontmoeting met een zwijn, hert of ree weer iets om blij van te worden. Vooral in de tijd dat er jonge dieren geboren zijn beleef je er plezier aan ze tegen te komen, zoals dit schattige zwijntje. Er zijn evenwel toch momenten dat ik het onplezierig vind zo dicht bij het bos te wonen, en dat is wanneer de jacht op deze dieren weer geopend wordt.

De wilde zwijnen in het bos zijn overwegend schuwe dieren geworden. Geen wonder als je het grootste deel van het jaar bejaagd wordt. Dit jaar moeten er 4.400 Veluwse zwijnen worden afgeschoten en per 1 juli is de jacht weer geopend. Bij elk schot dat uit het bos klinkt weet je dat er weer een is neergeknald. De zwijnen die met uitzondering van de mannelijke dieren in groepen leven, worden erdoor uit elkaar gejaagd, biggen raken hun moeders kwijt, alles slaat op de vlucht. Maar er zijn er helaas teveel en mensen gaan voor het belang van het dier. In het voorbije jaar waren er op de Veluwe 368 aanrijdingen tussen auto's en zwijnen.

Edelherten doen het op de Veluwe ook goed. Prachtige, imposante dieren en een heerlijke aanblik ze voorbij te zien komen. Dit jaar moeten er 1850 worden afgeschoten.

Twee reebruine ogen, die keken de jager aan. Een ooit heel bekend liedje van de Selvera's. Maar die ogen kunnen beter de wandelaar aankijken dan de jager. Dit jaar moeten er 1850 exemplaren worden afgeschoten. Het went nooit voor de natuurliefhebber, het vernietigen van al die dieren. Het schijnt dat tegenwoordig steeds meer jonge mensen zich aangetrokken voelen tot de jacht.

7 juli 2015

Een nieuwe lichting lieveheersbeestjes doet zijn intrede in de natuur. Stippen tellen heeft niet altijd zin, vaak zijn het Aziatische kevertjes. De Aziaten kunnen allerlei kleur- en stippenvariaties vertonen en soms hebben ze niet eens stippen. Een echt kenmerk is een ondiep deukje achterop het schild maar ook dat is niet altijd te zien.  Dit is ook zo'n Aziatisch exemplaar (Harmonia axydis).

De Gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata) is een heel mooi en attractief plantje maar ook een "wolf in schaapskleren". Regelmatig wordt de soort al geschaard onder de ergste onkruiden. Het verbreidt zich razendsnel en de zaden worden met kracht in het rond geschoten. Je ziet het vaak in potplanten verschijnen. Als je niet van woekerende planten houdt kun je het beter verwijderen. Bij mij staat het als verstekeling in een paar grote potplanten, ik waag het er maar op en laat het gewoon groeien, wieden kan altijd nog. De bloempjes gaan alleen bij helder weer open en contrasteren prachtig bij de donkere blaadjes.

Een plant die zeker een plekje verdient in de tuin is de Wilde marjolein (Oregano vulgare). Geen opvallende plant en geen spectaculaire bloemen maar wel een geweldige insectenplant. De bijen en hommels zijn er dol op, alleen daarom zou je hem al moeten planten. Langs de vijverrand komt hij heel goed tot z'n recht. De bloei valt tussen juli en september. Het blad kan gebruikt worden als kruid. De vierkante stengels zijn stevig en de plant wordt ongeveer zestig centimeter hoog.

6 juli 2016

Ze zijn zo koddig, de uitgevlogen mereljongen! Dan zit er weer in in een vensterbank, dan weer op de tuintafel of in mijn tomatenplanten. Onderwijl zoeken pa en ma zich het schompes om die hongerige lijfjes te vullen. Twee weken worden ze buiten het nest nog gevoerd, dan moeten ze het zelf maar uitzoeken. Vrouw merel ziet er onderhand behoorlijk slonzig uit, haar veren staan alle kanten uit, ik heb gewoon met haar te doen en help haar af en toe door een handje rozijnen te geven. En dan te bedenken dat merels per seizoen een stuk of vier broedsels hebben! In het bos doen merelouders het toch wat anders; in het vroege voorjaar stoppen de vogels een uur eerder met voeren dan de merels in onze tuinen die langer van het omgevingslicht kunnen profiteren. Maar hoe langer de dagen worden des te kleiner wordt dat verschil.

Wie tuiniert, kan het niet ontgaan: de Groene bladsnuitkever (Phyllobiussoort) is soms ook wat geelgroen. Hun lichaam is bedenkt met groene schubjes. Ze voeden zich met blad en hun larven leven in de stengels. Ze zijn maar heel klein en veroorzaken geen noemenswaardige schade.

De Aardaker (Lathyrus tuberosis) bloeit weer, een mooie wilde zomerplant uit de lathyrusfamilie. Ze groeien veelal in de wegbermen en langs dijken. Het schijnt dat ooit in ons land deze plant als voedsel gebruikt werd. Daartoe werden de knolletjes gegeten of gebruikt voor surrogaatkoffie.

4 juli 2016

Een steek door het hart, daar doet dit aan denken. Een dor beukenblad is terecht gekomen op een steel van een Pitrus. De Pitrus houdt van vochtige plekken met een fosfaatrijke bovenlaag, en gedijt bij een wisselende waterstand met een gemiddeld vochtige toestand. Pitrus groeit volop in het bos van de Oost-Veluwezoom. Ik vond dit wel een mooi tafereel.

In de plantenborder zag ik dit nog heel jonge spitsmuisje scharrelen, naarstig op zoek naar voedsel. Ach jee, wat een scharminkeljte met dat magere lijfje. Hoewel ik er bij op mijn hurken zat, merkte hij me totaal niet op, zo druk was hij bezig iets eetbaars te vinden. Tot overmaat van ramp viel hij ook nog in de vijver. Snel tilde ik hem er uit en ook dat scheen hij nauwelijks te registreren. Jammer dat hij zo snel verdwenen was anders had ik hem wat voer kunnen geven. Een lekkere dikke pier onder een bloempot is zo gevonden. Spitsmuizen zijn feitelijk geen muizen maar insecteneters als ook de egel bijvoorbeeld. Elke dag moeten ze hun eigen gewicht aan voedsel zien te vinden want hun verbranding is zeer snel. Het zijn solitaire diertjes, alleen in de paartijd worden ze gestuurd door hun instincten en zoeken ze elkaar op.

Wie niets te klagen hebben zijn de mieren want luizen zitten er genoeg op de planten. In het bos zag ik stelen van het uitgebloeide Vingerhoedskruid, zwart van de bladluizen. Daar wisten de bosmieren wel raad mee. Ze gebruiken de mieren zoals wij de koeien met dat verschil dat de mieren de luizen melken door ze te "bepotelen" waarmee ze de mieren aanzetten een druppel zoet vocht af te scheiden. De luizen zuigen sap uit de planten en maken van de suikers uit de plant een zoete vloeistof die ook wel "hongingdauw" genoemd wordt. Wat het mierenlichaam niet gebruikt en over heeft wordt via de anus uitgescheiden en de mieren zijn daar dol op.

2 juli 2016

Lavendel is een plant die gewoonlijk heel veel insecten trekt, vooral bijen. Maar nu zie ik er maar heel weinig op. Het huidige kletsnatte weer oefent ook hier zijn invloed uit. Australische biologen deden onderzoek naar de invloed die bloemengeuren op bijen hebben. Bijen kunnen maar eenmaal steken, als ze dat doen scheurt hun angel los en blijft achter in het slachtoffer. De bijen zelf sterven. Het is dus zaak zuinig met angels om te gaan. De werkbijen maken daarom een alarmluchtje aan als een mens of dier te dicht bij hun nest komt,  en waarschuwen zo de andere bijen waarop de soldaatbijen naar buiten te komen om te helpen. De onderzoekers plaatsten voor de proef bijen in een bak waarin beurtelings het alarmluchtje en een bloemengeur werd geblazen. Van de diverse bloemengeuren werden de bijen meteen rustig. De kroon spande daarbij de lavendelgeur. Volgens de onderzoekers was het niet zo dat de lavendelgeur sterker was dan de alarmlucht, het signaal "lekker eten"  blijkt gewoon sterker dan het signaal "aanvallen". Dus ben je een imker: omhul je met lavendel als je de bijenkast controleert!

Om de mussenkolonie te plezieren - en ook mezelf natuurlijk - geef ik elke morgen en avond een handje voer. Een speciale zomermix die aangeboden wordt door de plaatselijke dierenwinkel. Bovendien is het natuurlijk voedsel voor deze zaadetende vogels. Voor ze in de klimop gaan om daar de nacht door te brengen zitten ze te dringen om het zaad alsof er in de natuur niets te vinden is. Vanmorgen zag ik ook een paar Groenlingen die doorhadden dat hier op een makkelijke manier de maag te vullen was. Zij gaan voor de zonnepitten die in het voer zitten. Mooie vogels zijn het, met hun mosgroene kleur.

In de vijver heeft het Kikkerbeet nog nooit zo overvloedig gebloeid. Alleen groeit het zo hard dat het water er grotendeels mee bedekt wordt. Daar vond ik een dode jonge merel die gedacht had dat hij er kon landen en jammerlijk verdronk. Een heel nare ontdekking. Dus toch maar een deel van de kikkerbeet uit het water gehaald zodat het wateroppervlak weer beter zichtbaar wordt.

1 juli 2016

Ik kan me voorstellen dat menigeen zich afvraagt waarom ik zoiets raars op mijn website zet. Het was vanwege het formaat van deze larve niet mogelijk hem beter te fotograferen. Ik wist niet eens wat het voorstelde, het was iets wits op pootjes die heel snel konden lopen en ik zag het op mijn tomatenplant. Omdat ik zo'n larve nooit gezien had, werd ik nieuwsgierig en ging op zoek. Zo kwam ik aan de weet dat dit een larve van een Dwergkapoentje was. Nooit van gehoord; de ontdekkingstocht door de natuur loopt nooit ten einde. Dwergkapoentjes vormen een ondersoort  van de familie lieveheersbeestjes die weer een verdeling kennen van kevertjes die luizen, meeldauw of blad eten en/of verschillen in verdere kenmerken. De Dwergkapoentjes (Scimnynae) zijn heel klein, slechts een paar millimeter. Meestal hebben ze een behaarde bovenzijde en de meeste leven van schildluizen. Dat ze zo onbekend zijn komt doordat ze zo heel klein zijn. Nou, ik heb weer iets aardigs geleerd over het wonderlijke insectenleven en vond het leuk om het hier te delen al begrijp ik best dat niet iedereen in dat frutselige dierenleven is genteresseerd.

Een leuke vondst deed ik gistermiddag in het bos. In een paar grassprietjes hing een chique witte nachtvlinder. De Donsvlinder (Euproctis similis) vliegt van eind juni tot augustus. In ons land komen meerdere soorten uit deze familie voor. Sommige daarvan bedekken hun eitjes met haren die ze uit het bosje achterop hun lichaam halen. Dat moet leuk zijn die te vinden, ik heb ze nooit gezien. Monddelen hebben deze vlinders niet en ze kunnen dus geen voedsel opnemen. Daarom is het zaak snel een partner te vinden en voor de vrouwtjes om eitjes te leggen.

De rupsen van de Donsvlinder zijn voor de gelegenheid ook nog eens mooi. De lange haren beginnen wat los te laten als de rups volgroeid is en klaar om te verpoppen. De haren kunnen irriterend zijn als ze op je huid terecht komen. De rupsen komen al 7-10 dagen nadat ze gelegd zijn uit en voeden zich dan met het oppervlakweefsel (de epidermis) van bladeren. Ze verpoppen in een cocon die bestaat uit zijde en haren van hun rupsenlichaam.

Omdat het zo'n beauty is plaats ik nog een foto van dit rijk behaarde wezentje. De vlinders vliegen voornamelijk 's nachts en kunnen gelokt worden met een lichtbron als o.a. felle buitenlampen. We willen die allemaal voor onze veiligheid maar dat gezamenlijke licht is ook een bron van lichtvervuiling die verstorend kan werken op het levensritme van nachtvlinders.

30 juni 2016

Gisteravond vloog een jonge merel uit het nest dat al voor de tweede maal gebruikt werd. De vader lijkt een nieuwe partner van de merelmoeder die kort daarvoor in het nest drie jongen had grootbracht. Ik maak dat op uit het feit dat ze meteen als ik me buiten vertoon naar ons grasveld vliegt om, net als vorige keer, daar rozijnen voor het jong te vinden. Maar er zijn nu genoeg vruchten in de krentenboom. Maar wat een begin voor zo'n jonge vogel, al die regen die maar blijft vallen! Met veel geroep en alarmerende geluiden hebben de merels het jong omhoog in een boom weten te lokken, daar is het veiliger dan op de grond.

.

Nu de zomer maar zo nat blijft doorsukkelen vliegt alles de grond uit en wordt het buiten een steeds grotere wildernis. Planten worden tweemaal zo hoog als normaal, hangen slap door het gewicht van al dat vocht, rozen beschimmelen hier en daar in de knoppen en het onkruid is bijna niet meer de baas te blijven. Ik kon nog net mijn camera voor de mooie bloempjes van de Thalictrum delavayi  houden, die zijn klein en fijn en o zo mooi.

Bij de vijver zat een groene kikker en het leek alsof die aan beide voorpoten een bruin slakkenhuisje had zitten. Toen ik wat beter keek zag ik dat hij bruine knien had. Het paarseizoen van de Groene kikker is nu voorbij en ze laten zich nog maar af en toe horen. Bij het minste beetje zonneschijn zoeken ze de plekken op waar ze daar lekker van kunnen genieten.

28 juni 2016

Het paringsritueel van libellen en juffers is eigenlijk heel bijzonder en uniek. Neem als voorbeeld dit stel juffers. Voor een paring moet een mannetje het vrouwtje beetgrijpen en dat doet hij door met de tang op zijn achterlijf het vrouwtje in de nek te te pakken. In deze houding kan hij niet zijn sperma overbrengen naar haar achterlijf. Daarom parkeert hij zijn sperma in een opening aan de onderkant van zjin borstkas. De vrouw brengt daar haar achterlijf heen en pakt het eruit. En zo vormen zij samen een mooi soort hart dat  "paringswiel"  genoemd wordt.

Het Groot springzaad (Impatiens noli-tangere) komt in bloei. Als de bloemen nog net niet open zijn zien ze er bizar uit en lijken wel op een van die diertjes uit de diepzee. In het begin van de bloeitijd komt het wel voor dat de bloemen helemaal niet opengaan en dus niet bestoven kunnen worden door insecten. Desondanks kunnen ze wel zaad vormen. Dat worden cleistogame bloemen genoemd, bloemen die zichzelf bevruchten.

De bloemen hangen aan een ragfijn steeltje en hebben een gespikkeld honingmerk dat insecten naar de nectar moet leiden die diep in het spoor van de bloem ligt. Dit springzaad is een lid van de Balsemienfamilie en de Latijnse toevoeging "noli-tanger" betekent: raak me niet aan. En dat slaat dan weer op de doosvrucht die de zaden bevat. Net als bij de bekende tuinbalsemien springt dat bij aanraking met kracht weg.

27 juni 2016

Mij blijven de Weidebeekjuffers maar fascineren. Het zijn zulke frle wezentjes; als het mannetje vliegt lijkt het of zijn onwaarschijnlijk blauwe vleugels als molentjes wiekelen in de zon. Nu het water in de stromende beek behoorlijk hoog staat en waterplanten door de regen onder de oppervlakte zijn geduwd moeten de juffers hun heil in de planten op de oever zoeken. Telkens als ik in de buurt ben, ga ik even naar ze kijken, hetgeen een waar genoegen is.

Dit heel kleine vlindertje behoort tot de sikkelmotten, herkenbaar aan de lange gebogen palpen voor op de kop, die ook sikkels genoemd worden. De naam is Harpella forficella. In het Nederlands klinkt de naam heel wat minder flatteus: Bruine molmboorder. De rups voedt zich met het vermolmde hout van diverse bomen en vermoedelijk ook met bepaalde schimmels daarin. Het is een algemeen voorkomend insect.

Elk jaar zaai ik Oranje cosmea. Vroeger hield ik niet van deze kleur maar blijkbaar verandert je smaak met de leeftijd want nu vind ik deze bloemen een waardevolle vrolijke noot toevoegen aan de tuin, mits goed geplaatst. Vandaag verschenen de eerste bloemen en daar zal ik de verdere zomer plezier van hebben zolang de zaden er maar uitgeknipt worden. Een aantal daarvan bewaar ik weer voor de volgende lente.

26 juni 2016

De planten van het het Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa) staan er prachtig en gezond bij. De vele regen heeft ook zo zijn voordelen. In het bos zie ik mooie grote vegetaties en zelf heb ik de plant al eens naar onze tuin verhuisd om te kunnen genieten van de fraaie rupsen van de Helmkruidvlinder die hier foerageert. Maar geen rups te zien dit jaar. Daar zal dan ook het slechte weer debet aan zijn.

In de kleine bloemen van het kruid kun je een rode helm herkennen en daar is de plant dan ook naar vernoemd. De planten zijn nu praktisch uitgebloeid en worden gevolgd door dikke vruchten waar de rupsen van de Helmkruidvlinder wel raad mee weten. De rups eet  zowel de bloemen als de zaden en lopen weinig gevaar vanwege hun felle waarschuwingskleuren: ik ben geen lekker hapje en smaak heel vies!

Een lid uit dezelfde nachtvlinderfamilie is de Kuifvlinder (Cucullia verbasci) met rupsen die nauwelijks te onderscheiden zijn van die van de Helmkruidvlinder, waardoor de beide soorten regelmatig door elkaar gehaald worden en waarnemingen vaak onbetrouwbaar blijken. Een naamgenootje van mij vond onlangs deze rups op haar Vlinderstruik en na volhardend zoeken ontdekte ze dat het in haar tuin om de rups van de Kuifvlinder ging. Deze rups draagt als kenmerk twee zwarte stipjes in de gele band om het 2e en 3e segment van het rupsenlijf. Bij de helmkruidrups zitten daar ook twee stippen maar niet in het midden van de gele band en ze zijn ook een stuk groter en minder rond. En zo zie je maar weer dat het voor een leek een bijna onbegonnen werk is om plant of dier op de juiste wijze te determineren. Voor de doorsnee natuurliefhebbers zal dat geen probleem zijn, die zijn tevreden met het genieten van alle moois dat de natuur in petto heeft, en het ook nog leuk vinden als ze daar toevallig een naam bij weten. En wat de Kuifvlinder betreft, die legt haar eitjes het liefst op dezelfde planten als de Helmkruidvlinder, maar de eerste blijkt een voorkeur te hebben voor warme zonnige plekken en de tweede verkiest vaak de vochtige halfschaduw. Voedselplanten zijn Vlinderstruik (Buddleya), Toorts (Verrbascum) en Helmkruid.

24 juni 2016

De IJssel is stevig buiten haar oevers getreden. De pont kan nauwelijks nog aanmeren en fietsers moeten er een stevig gangetje in zetten om er, door het water rijdend, op te komen. De bankjes waar mensen graag zitten te kijken naar het vertier op het water zijn even niet meer bereikbaar. Maar dat mag de pret niet drukken, in tegendeel, mensen brengen nu gewoon hun eigen stoeltjes mee om zich te verpozen.

Jongelui vermaken zich er ook, net als honden die poedelen in het water op het ondergelopen grasland. Het is grappig te zien hoe de rivier altijd weer veel belangstelling trekt.

De ondergelopen graslanden leveren mooie tafereeltjes op, al zullen de boeren er niet bepaald blij mee zijn. Maar het hoort erbij en het gebeurt ieder jaar opnieuw.

Langs de rivier in ons dorp werd duidelijk zichtbaar een zakje zaad uitgestrooid van wile planten en ieder jaar komt daar een deel van terug.

23 juni 2016

Een prima dag om maar weer eens op de fiets te klimmen. Ik ging onder andere een kijkje nemen bij het Soerensebroek waar de natuur zich zo mooi aan het ontwikkelen is. Ik zag een stuk dat bezaaid was met de Rietorchis. Wat ik er zo mooi aan vindt is dat de zaden van deze planten zo lang verborgen lagen, door het afplaggen van de bovenlaag nu weer tot wasdom komen doordat het gebied nu natuurlijk beheerd wordt. Het toont het succes aan van pogingen natuur terug te brengen waar die vele jaren niet meer te vinden was. Nu de wegbermen eveneens steeds vaker ecologisch beheerd worden komt de Rietorchis ook daar meer en meer voor. De plant wordt steeds algemener maar is nog altijd beschermd.

Dit gebied valt grotendeels droog wanneer het langere tijd niet regent maar bij alle hemelwater dat recent naar beneden is gevallen liggen overal plassen en dat trekt watervogels aan. Deze jonge wilde eenden hadden het er zeer naar hun zin. Jammer dat er net een prikkeldraad langs liep, maar ja, zo is het gehele gebied afgezet. Wat zou het heerlijk zijn als hier nog eens een vlonderpad gelegd zou kunnen worden en je van dichtbij zou kunnen zien wat er allemaal is gaan groeien. Maar helaas moeten we het doen met hetgeen er geschreven wordt en waar we voorlopig (?) verre van worden gehouden.

De eerste rietsigaren zag ik er staan, veel geel van bloeiende rolklaver, het roze van de kattenstaarten, nog steeds de Echte koekoeksbloem, er komt steeds weer iets nieuws tevoorschijn, reden om regelmatig even een kijkje te nemen.

22 juni 2016

Ik heb dit jaar al meer reen gezien dan in vijf voorgaande jaren bij elkaar, met andere woorden: ik zag ze nauwelijks. Het Ree voelt zich het meest veilig in wat open terrein maar zulke open plekken zijn er niet zoveel meer hier, het bos groeit als kool. Misschien passen deze dieren zich wat aan; deze reegeit liep gewoon tussen het dichte struikgewas te foerageren. Haar mooie  lichtbruine vacht verraadt haar, je ontdekt haar meteen tussen het groen en als we elkaar in de ogen kijken verbeeld ik me dat ze zich afvraagt of ik haar zie. Ja hoor, prachtig beestje!

Aan een bosbessenstruikje dat eenzaam langs het pad groeide zag ik zowaar een rijpende bes. In het bosgebied rondom staan veel bosbesvegetaties maar hoe ik laatst ook zocht, negens zag ik bessen. Precies als vorig jaar, toen waren ze ook niet te vinden. Wellicht was het een late nachtvorst die de bloesem bevroor, ik zou geen andere reden weten. Het is wel pech voor de dieren die zich doorgaans met de bessen voeden.

Dit vochtige weer schept een perfecte omstandigheid voor slijmzwammen. Deze Heksenboter (Fuligo sepica) doet denken aan een poedel die omhoog kijkt. Grappig dat er een klein beestje precies op de juiste plek zit.

Hier lijkt wel een zwijn te slapen, mooi begroeid met frisgroen mos. Ach ja, als je ze niet zit moet je ze gewoon bedenken; het bos helpt wel mee.

21 juni 2016

Een vriendin: ik weet niet of je tijd hebt maar ik heb zoiets vreemds in mijn tuin.... Ik vroeg niet verder, pakte mijn camera en liep naar haar toe, ze woont vlakbij. Onderin de klokjes van de Campanula lag een aantal insecten op een hoopje, ogenschijnlijk dood. Maar er was iets anders aan de hand, de kleine solitaire bijtjes lagen te slapen. Op het internet vond ik een mooi verslag over dit verschijnsel en ik las dat er nog niet zo heel veel hierover bekend is en dat de info die er is, hoofdzakelijk komt van mensen die inventarisaties van bijen doen. Het blijkt, las ik, dat insecten beschutting zoeken voor slecht weer, of de nacht doorbrengen op vaste plaatsen of soortgelijke plekken. Slapende solitaire bijen nemen daarbij een specifieke houding aan, hebben een dalende ademhalingsfrequentie en een afname van spanning in bepaalde spieren plus een bepaalde houding van de antennen. Soms slaapt een bij alleen maar soms kruipen ze bij elkaar in kleine of grote gezelschappen. Deze slaapgezelschappen bestaan gewoonlijk uit mannetjes maar soms zijn ze ook gemengd. Zelfs gezelschappen van bijen en wespen tezamen komen voor. Aldus het verslag. Is dit nou geen geweldige informatie? Ik smulde ervan! De natuur houdt nooit op je te verbazen en is altijd weer intrigerend en verrassend.

Dit lijkt een gruwelijk insect dat helemaal is uitgerust om aan te vallen, te doden of te steken. Maar niets is minder waar, het is een langpootmug! We zien ze regelmatig, de saai gekleurde muggen met hun lange poten die meteen loslaten als je ze wilt pakken. Dit fantastische exemplaar is de Gele kamlangpootmug (Stenophora ornata) en is totaal ongevaarlijk. De combinatie geel en zwart wordt in de natuur vaak gebruikt, het vergroot de veiligheid van een insect omdat het waarschuwingssignalen zijn. Immers, er zijn ook geelzwarte insecten die gemeen kunnen steken. Op de foto staat een vrouwtje, te zien aan haar vervaarlijke legboor waarmee ze haar 350 to 400 eitjes in de bodem afzet. Mannetjes hebben heel mooie kamachtige voelsprieten. Blijkbaar zijn die uitgangspunt geweest bij de naamgeving. Het mooie insect zag ik in rust zitten op een plant in de tuin. Langpootmuggen zijn ongevaarlijk, hun larven kunnen een ravage aanrichten in grasvelden, tenminste, als er heel erg veel in de grond zitten en dat komt niet zo vaak voor. De muggen leven maar ongeveer twee weken, jammer van al die schoonheid.

Een paar dagen geleden plaatste ik een foto van een larve van het Aziatische lieveheerbeestje. Op het blad van onze Esdoorn zag ik toevallig dit tafereel, een verpoppend exemplaar maar van welke soort weet ik niet. Erg leuk want dit stadium had ik nog niet eerder onder ogen gekregen. Bij sommige larven van deze familie blijft bij de verpopping een deel van de huid onderaan de pop zitten. Zomaar drie leuke waarnemingen die je gewoon in de eigen tuin kunt doen.

Eenmaal klaar met het verpoppen zag het lieveheersbeestje in wording er zo uit. Helaas kon ik niet vinden om welke soort het gaat. Ook op Waarneming nl gezet leverde de foto geen reacties op. Misschien kom ik het te weten als ik het geluk heb de kever te zien uitsluipen, al is de kans daarop klein.

 

naar boven