Natuurdagboek
 


Natuurdagboek 2007                             Natuurdagboek Herfst 2009
Natuurdagboek 2008                             Natuurdagboek Winter 2009/2010
Natuurdagboek Winter 08/09              Natuurdagboek Lente 2010
Natuurdagboek Lente 2009                 Natuurdagboek Herfst 2010
Natuurdagboek Zomer 2009               Natuurdagboek Winter 2010/2011

 

Zomer 2010

 

22 september 2010

In een bos bloemen kwam deze Vuurwants (Pyrrhocoris apterus) ons huis binnen. Buiten heb ik hem even gefotografeerd. Dit is een volwassen exemplaar. De nimfen vervellen meerdere keren en zien er dan telkens anders uit; wel rood maar dan met steeds een andere tekening. Begin deze maand stond op discoverynews.com een merkwaardig stuk te lezen over deze dieren. Hongaarse wetenschappers zouden hebben vastgesteld dat alle individuele insecten op aarde een eigen persoonlijkheid hebben. U leest het goed!  Proeven deden ze met de vuurwants. Door te zien hoe snel die wegrennen of uit hun schuilplaatsen komen, zou je bijvoorbeeld kunnen vaststellen of ze verlegen of juist vrijmoedig zijn. Uit diverse omgevingen werden voor het onderzoek vuurwantsen bijeen gehaald en in verschillende situaties geplaatst. Vooral de vrouwtjes bleken te beschikken over sterk uiteenlopende karakters. Het is toch fijn om dit te weten als ik weer eens zo'n mooi beestje zie! De vuurwants overwintert als imago in de strooisellaag.

21 september 2010

Een volkstuinder aan de telefoon: wil jij voor mij de komende tijd voor een beest zorgen? Ik dacht meteen aan een moederloos kuiken, of misschien een konijntje, maar het bleek te gaan om een rups van de Koninginnepage. Volkstuinders gaan al vroeg in het voorjaar aan de slag en de tuinder wist wel dat de pop, mocht die de winter al overleven, verloren zou gaan. Hij wist ook dat ik al eerder dergelijke rupsen verzorgd had. En dat is heel erg leuk om te doen! Ik leerde de kneepjes van het vak van frater Willibrordus (vaak te horen op de fenolijn in Vroege Vogels), die mij eens in zijn groene paradijs dat toen nog in Oosterbeek lag, rondleidde. Ik heb de rups naar behoren in een winterverblijf ondergebracht en voorzien van vers wortelblad en dilletakjes en ook nog maar wat venkelgroen. Kan ie kiezen! Hij is al groot en dik en zal zich wel spoedig gaan verpoppen. Zo is het nog een rups en opeens hangt er een pop aan een takje. Fascinerend! Hij gaat in de tuinkast waar hij droog en koud de winter kan doorbrengen. In mei komt hij uit als vlinder. Tegen die tijd zal ik het rupsenverblijf zo neerzetten dat niets mij ontgaat. En als het wonder zich dan gaat voltrekken, ben ik "geheel van de wereld" en mag niemand mij storen!

20 september 2010

De laatste tijd zijn we al blij als er eens een dag geen regen is en nemen we de grijze lucht maar op de koop toe! Wat zou het toch heerlijk zijn om weer eens een week met zonnige dagen te hebben. Toch heeft de vele regen ondanks alle narigheid ook zo zijn goede effecten. De tomaten vielen en vallen bij massa's ten prooi aan de  phytophtoraschimmel en de piepers liggen te rotten in de natte grond maar opeens hangen in mijn volkstuin de herfstframbozen volop aan de struik terwijl ze al die tijd niets deden. De zonnebloemen groeien tot aan de hemel, de appelboom heeft nauwelijks vruchten gekregen deze zomer, maar de bloemen doen het weer fantastisch. Zoals dit veldje vol Cosmea; de planten trekken zich geen lor aan van de regen en produceren de ene bloem na de andere. Heerlijk om van te plukken en grote bossen in huis te zetten. Helaas tiert ook het onkruid welig en ik moet nog zůveel doen om de boel voor de winter in orde te maken! Maar ach, alle gewroet in de aarde werkt  heel ontspannend en je wordt er zo heerlijk moe van!

19 september 2010

 

Deze Groene stinkwants (Palomena prasina) zat op een blad te genieten van de zon. Het is een volwassen exemplaar. De jonge groene stinkwants lijkt in geen enkel opzicht op zijn volgroeide ouders. Deze wants kun je overal vinden waar struiken en bomen zijn. De eieren worden in juni gelegd en in september zijn de daaruit komende wantsen volwassen. Naarmate de herfst vordert, worden ze langzaam bruin van kleur. Wantsen hebben een stevige steeksnuit die ze in het blad boren en waarmee ze voedsel opzuigen. Vaak hebben deze beestjes prachtige kleuren, zoals de kool, vuur- en de kaneelwants. Veel wantsen hebben een klier waarmee ze een stinkende vloeistof kunnen afscheiden. Niet alleen op het land, ook op het water leven wantsen. De bekende bootsmannen en schaatsenrijders horen tot deze laatste groep. Er zijn ook heel vieze wantsen: de bed- of wandluis. Zij wachten tot je slaapt, kruipen dan over je lijf, prikken je open en zuigen je bloed.....! Dan krijg je jeuk en bulten. De bedwants schijnt weer volop in opkomst te zijn, jasses!

18 september 2010

Dat een mens grotendeels door onzinnige gevoelens geprogrammeerd is, bleek me weer eens toen ik in het bos gisteren deze spechtenveertjes vond. Vind ik duivenveren dan doet me dat niets, er zijn zo ontzettend veel van deze vogels en bovendien zie je ze alle dagen. Maar een specht, dat is toch  wat anders. Dus betrapte ik mezelf op een rare vorm van discriminatie. Na het vinden van de restanten die zijn bestaan vertegenwoordigden, dacht ik  meteen: ach wat jammer! Zowel de Havik als de Sperwer vliegen hier rond. Maar daar de Havik meestal grotere vogels slaat en de Sperwer kleine soorten, moest deze Grote bonte specht wel gepakt zijn door de tweede. Spechten hoor je hier alle dagen. Momenteel volstaan ze met een enkele roep en verder hoor je overal in de bomen hun getik op stammen en takken, als ze op zoek zijn naar voedsel. Je krijgt ze maar zelden te zien. Meestal uit de verte en meestal in de vlucht. Gisteren zag ik gedurende een paar tellen de Zwarte specht op de bodem zitten maar hij had mij meteen in de gaten en maakte dat hij weg kwam. Het zijn helaas zulke schuwe bosjongens!

17 september 2010

De Eik heeft te lijden onder meeldauw. Op sommige plekken waar veel bomen zijn aangetast, biedt dat een vreemde aanblik. De echte meeldauw (er is ook nog een valse meeldauw) is een schimmelziekte die de cellen van de bladeren binnendringt en daar vocht en voedsel onttrekt aan het blad. Daardoor kunnen de bladeren vervormen, uitdrogen en afvallen. Dat laatste gebeurt nu ook en Staatsbosbeheer maakte ongeveer een week geleden bekend dat dit op zo'n grote schaal gebeurt nu, dat je kunt stellen dat ernstig aangetaste eiken twee maanden eerder dan normaal hun blad verliezen. Meeldauw is een normaal verschijnsel op de eik maar dit jaar is het toch wat anders. Er waren ontzettend veel rupsen van de wintervlinder die in het voorjaar de bladeren van de eik opvraten. Daar kan de boom wel tegen, hij loopt gewoon opnieuw uit. Maar toen kwamen de hitte en droogte er nog overheen en nu dus de meeldauw. Dit verhaal is in feite een aanvulling op hetgeen ik eergisteren schreef. Een hoogst ongelukkige samenloop van omstandigheden.

16 september 2010

De laatste tijd kun je uitstekend waarnemen hoe de paddenstoelensoorten elkaar opvolgen. Opeens zie je overal porseleinzwammen tevoorschijn komen. Al vanuit de verte lokken ze je dichterbij met hun mooie witte verschijning. Als hij wat ouder wordt, verkleurt de Porseleinzwam een beetje  (Oudemansiella/Collybia mucida) en krijgt hij een ietwat bruinachtig vleugje. Door een dunne slijmerige laag, krijgt de plaatjeszwam een mooie glans. Hij leeft hoofdzakelijk op dode beukentakken die op de bodem liggen maar soms ook op levende bomen. Toen ik twee dagen nadat ik deze groep op een beuk had gefotografeerd, nog eens ging kijken, bleek de hele stam van onder tot boven onder de zo teer uitziende porseleinzwammen te zitten. Vooral als de zon erdoor schijnt, zien ze er schitterend uit. Het is algemene soort maar wel een van de fraaiere.

15 september 2010

In het bos is Schraalhans keukenmeester! In deze tijd van het jaar behoren de everzwijnen zich vol te kunnen vreten met eikels en beukennoten en zo een dikke speklaag te krijgen die ze helpt de winter door te komen. Maar eikels zijn hier nauwelijks en en beukennoten helemaal niet en dat is voor veel zwijnen rampzalig. Na de lange vorst- en sneeuwperiode van afgelopen winter gaf de aanhoudende droogte in het voorjaar geen goede start want de vegetatie groeide niet of nauwelijks. Bloesem van beuk en eik verdorden en de bomen dragen geen vruchten. En nu hebben we al wekenlang veel regen; het bos wordt nauwelijks nog droog. En daar kunnen de in slechte conditie verkeren de zwijnen niet tegen. Ze gaan dan ook momenteel bij bosjes dood, vooral de biggen en de oude dieren. Ze zijn mager, worden vatbaar voor ziekte, krijgen long- en spoelwormen en de een na de ander verruilt het bos voor de zwijnenhemel, aldus de jacht-opziener van een van de landgoederen hier. Natuurlijke selectie, zou je dit kunnen nomen. Het was me al opgevallen dat ik al een tijdje geen schoten meer uit het bos hoor komen.  De dieren op de foto zag ik pas naarstig zoeken op de wandelpaden. De vele wroetsporen in het bos getuigen van hun driftige zoektochten naar voedsel. En dan moet de herfst nog beginnen. Het zal wel "soft" zijn maar ik vind het zielig!

14 september 2010

Nicandra ofwel Zegekruid is een heel mooie plant. Hij is eenjarig, ontkiemt pas laat in het voorjaar, maar als hij eenmaal begint te groeien, is hij niet meer te stuiten en ontwikkelt zich tot een robuuste plant met mooi fris blad en zachtblauwe bloemen. De fraaie zaaddozen zijn eerst groen en vervolgens worden die bruin. Ze bevatten een flinke hoeveelheid fijn zaad en het jaar erop staat je hele tuin vol Nicandra! Gelukkig zijn ze makkelijk uit te trekken. In mijn volkstuin heb ik elk jaar weer de neiging teveel planten te laten staan en dat moet ik nu bezuren. Hun takken vol zaaddozen kunnen niet op de compostberg dus moet ik die mee naar huis nemen. In een dikke stapel, touw er omheen en dan achterop de fiets zodat ik ze in de groene container kan kieperen. Lang niet iedereen kent deze plant. Jarenlang heb ik een natuurcolumn verzorgd in een plaatse-lijke krant en omdat ik wel eens wilde weten of die gelezen werd, bood ik de lezers aan een zakje Nicandrazaad aan te vragen. Natuurlijk eerst nadat ik er een lyrisch verhaal over had geschreven! Ik heb vervolgens een week lang zakjes verstuurd. In hoeveel tuinen zouden ze me in de zomer verwensen door al die Nicadraplantjes die nog steeds her en der opkomen?

13 september 2010

Op een wat ongewone plek in het bos ontdekte ik een een werkelijk enorm nest van de Rode bosmier. Ongewoon, omdat het helemaal onder de bomen lag, op een plek die de zon niet bereiken kon. Mierenhopen kom je meestal tegen aan de rand van het naaldbos, zodat de zonnestralen het nest kunnen verwarmen De temperatuur kan er oplopen tot 30˚. De mij bekende hopen in de omgeving zien er nu vervallen uit, bovengronds bijna helemaal ingezakt. In de tijd die ik doorbracht op de christelijke school, leerde ik al dat de mier een nijver beestje is. In het bijbelboek Spreuken staat het mooi beschreven, als vermaning aan de gemakzuchtigen onder ons: "ga tot de mieren, gij luiaard, zie haar wegen en word wijs!" Je kunt je daar wel het e.e.a. bij voorstellen als je bij zo'n mierenhoop staat te kijken. Met onvoorstelbare ijver sjouwen de mieren naalden en stukjes schors aan om het nest almaar groter te maken. De koningin die het nest van jong spul voorziet, hoeft maar eenmaal te paren om de rest van haar leven eitjes voort te brengen. Als alles mee zit kan de koningin wel 15 jaar oud worden. Het nest wordt hoofdzakelijk bevolkt door vrouwvolk, dat werkt zich werkelijk "te pletter" om het maar even plastisch uit te drukken. In een mierenvolk heerst je reinste rechtsongelijkheid. De mannetjes hoeven alleen maar te paren en af en toe een potje te knokken als er vijanden komen opdagen.

12 september 2010

Ik wandel regelmatig in Hagenau, een bosgebied van Natuurmonumenten. De samenstelling en leeftijd van het bos zijn heel anders dan dat van Middachten of Hof te Dieren, de bosgebieden die hier direct aan grenzen. Maar dat maakt het juist plezierig. In Hagenau lopen Schotse Hoog-landers. Deze roodharige beesten hebben een jaar of wat geleden dit gebied bij hun territorium gekregen maar ze zijn er niet dol op. Ik heb er nooit nooit een Hooglander zien lopen en maar af en toe vind ik een Hooglandervlaai. Echte "flatsen" zijn het volgens de oudste kleinzoon. Laatst las ik in de krant dat de vlaaien van koeien die biologisch verantwoord leven, veel rijker aan insecten zijn dan de vlaaien van hun zussen in de bio-industrie. Dat wilde ik dus wel eens met eigen ogen constateren! Nadat ik me ervan overtuigd had dat ik het rijk alleen had, heb ik de vlaai aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen. Slechts twee mestkevers waren het povere resultaat van het dierlijk leven in de vlaai. Maar ja, wat niet is, kan nog komen. Dus als de vlaai wat is ingedroogd, moet ik nog maar eens poolshoogte gaan nemen, want ik wil nu het naadje van de kous weten!

11 september 2010

In de IVN-tuin in Rheden zag ik een prachtige plant staan: Sierengelwortel (Angelica gigas) stond op een bordje. Ik had hem nooit gezien; het is een zeer aantrekkelijke borderplant met een rode bloeiwijze. Op de plant wemelde het van insectjes die ik nooit eerder gezien had. Een soort mugjes met gele lijven. Na wat zoekwerk en raadpleging van een deskundige, leerde ik dat het ging om de Varenrouwmug, een soort die in elke kas wel schijnt voor te komen maar met name in de orchideeŽnteelt de nodige problemen geeft als de larven van de mug zich aan de planten-wortels vergrijpen.  De mug leeft maar drie dagen dus eten doet het beestje niet. Het volwassen vrouwtje paart al enkele uren nadat ze uit de pop gekropen is en  legt 100-200 voor het oog onzichtbare eitjes op de bodem. Afhankelijk van de temperatuur komen die na 4-12 dagen uit. Geen wonder dus dat deze muggen massaal kunnen optreden, vooral als het warm en vochtig is. Je hebt toch geen flauw idee over de levenscyclus van zulke insecten als je er naar staat te kijken.

10 september 2010

Langs de Veluwezoom is het droevig gesteld met de vlinders! Wat je hier overvloedig ziet vliegen zijn Kleine koolwitjes. Heel af en toe een Atalanta, geen Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia of Kleine vos. Ik zie ze tenminste niet.  Ook op mijn volkstuin waar heel wat bloeiende planten staan, is niets te zien. Pas was ik in de IVN-tuin in Rheden, waar een prachtige verzameling vlinder-planten is, maar ook daar vielen geen kleurige vlinders te bespeuren. Ik was daarom blij verrast toen ik afgelopen zondag een Atalanta zag die midden in het bos op een witte Buddleja zat. Dat zo'n plant zo ver in het bos terecht komt, is al grappig natuurlijk. Om er nog een vlinder op te zien is extra leuk. Vaak is er in september nog een flinke opleving op dit gebied maar het zal wel het natte weer zijn dat roet in het eten gooit. Jammer!

9 september 2010

In onze tuin verscheen plotsklaps een mij onbekende bossige plant die er  fris en fruitig bijstaat. Aangezien ik in de winter de vogels ruimhartig voer, veronderstelde ik wel meteen dat dit iets moest zijn dat voortkwam uit het vogelzaad, maar wat het was, wist ik niet. De plant kreeg aardige bloeiaartjes en ik besloot hem te laten staan zodat de vogels er binnenkort weer lekkere zaadjes zouden kunnen uitpeuren. Maar sinds krant en televisie uitgebreid alarm sloegen over Ambrosia weet ik nu dat dit een Ambrosiaplant is. Even had ik het voornemen me niets aan te trekken van de dwingende boodschap deze planten met wortel en tak uit te roeien maar ja, de vele zaden die er aan zullen komen, bezorgen anderen misschien toch narigheid dus ga ik hem zo maar uit de grond trekken. Ambrosia is hier al een hele poos in het land, samen met heel veel andere grassen, planten en bomen die allergieŽn veroorzaken. Ik denk dat het kolder is de burgers te vragen de Ambrosia driftig uit te trekken. Beter had men meteen ambrosiazaad in het vogelvoer kunnen verbieden! We moeten vossen afschieten en jaarlijks duizenden zwijnen om zeep helpen. We moeten de gedooggebieden van ganzen afschaffen, het Jacobskruiskruid  verdelgen, de Tijgermug en Processierups te lijf gaan, en nu weer de Ambrosia uitroeien. We worden een eng landje op deze manier! Misschien is het wel beter gewoon te leren leven met de natuur zoals die zich ontwikkelt en vertrouwen op het mechanisme dat vanzelf nieuwe evenwichten doet ontstaan!

8 september 2010

Bij het mooie weer van de vorige week kregen de sponszwammen hun kans te laten zien hoe mooi ze zijn. In Engeland noemen ze hem bloemkoolzwam. Ik vind hem ook nog lijken op die ouderwetse grove badsponzen. Bij regen vergaat de paddenstoel heel snel. Hij groeide precies waar hij hoort: aan de voet van een naaldboom. De Grote sponszwam (Sparassis crispa) parasiteert op dennen en de vruchtlichamen van de paddenstoel ontwikkeling zich altijd tussen de wortels van de boom. Je zult hem dus nooit hogerop aantreffen. Hoewel hij voor rekening van de boom groeit, brengt hij die geen schade toe.  De zwam is eetbaar en schijnt prima te smaken. Het blijft een boeiend verschijnsel, al die verschillende vormen in het paddenstoelenrijk. Het is jammer dat de huidige regenbuien nu weer zo enthousiast bezig zijn ze te vernielen.

7 september 2010

Tijdens een wandeling in de Eifel stond ik even ergens naar te kijken toen mijn blik viel op een heel klein vogelnestje dat aan mijn voeten lag. Zoiets kun je natuurlijk laten waar je het vond op de bosbodem, zodat het door weer en wind zal vergaan, maar dat vond ik zonde. Het was zo mooi gemaakt: van fijne stengeltjes in elkaar gevlochten en bekleed met groen mos en ook stukjes korstmos. De binnenkant had een voering van veertjes en paardenhaar. Er zat ook nog rood haar in van de mooie Tarinekoeien. Ik heb het nestje mee naar huis genomen zodat ik het kan laten zien aan natuurliefhebbers die van tijd tot tijd over de vloer komen. Het zou een nestje van een heggenmusje kunnen zijn, of van een vink, maar zeker weten doe ik het jammer genoeg niet.

6 september 2010

Zondag liep ik met mijn 13-jarige kleindochter door het bos toen zij een ringslangetje ontdekte, een jonkie nog. Dat was leuk! Ik vroeg haar om hem even op haar hand te zetten zodat ik hem goed kon fotograferen, maar dat was toch teveel gevraagd! "Jasses, getver, kan ie bijten? Is hij giftig? Moet je dat enge tongetje zien!!" Uiteindelijk kreeg ik haar toch zo ver om dit onschuldige slangetje even vast te houden maar hij kronkelde zo snel verder dat er geen foto te maken viel.
Toen heb ik hem op mijn eigen hand maar even vastgezet door heel voorzichtig zijn lijfje tussen mijn vingers te houden. Prachtig, zo'n miniatuuruitgave van zijn ouders. En leuk dat ik met enige overredingskracht mijn kleindochters afschuw kon bezweren! Ze "is niet zo van de natuur", helaas!Al vond ze het ringslangetje wel verbazingwekkend zacht en vertelde ze wel heel trots aan haar broer dat ze een "wilde slang" in haar handen had gehad. Imago wil ook wat bij deze pubertjes!

5 september 2010

Mijn volkstuin staat weer vol stelen met oranje lampionnetjes. Voor even ben ik weer blij dat ik ze niet allemaal uitgetrokken heb, vorige herfst, alhoewel ik er wel de neiging toe had. De Lampion-plant (Physalis) is een enorme woekeraar en dat schijnt te maken te hebben met het feit dat de wortels telkens op zoek moeten gaan naar een nieuw stukje grond waarin zich een bepaalde, voor de plant noodzakelijke, bacterie zit die de plat nodig heeft om goed te kunnen groeien. Of het waar is, weet ik niet. Ik heb het me ooit door een kweker laten vertellen. De takken met de oranje lampionnen staan prachtig in een boeket gele zonnebloemen. Een paar stelen Gulden roede erbij en je hebt een boeket waar je niet alleen met plezier naar kijkt maar waar je vanwege de optimistische en vrolijke uitstraling ook nog wat van opkikkert als dat al nodig mocht zijn. Je kunt de lampionplant ook buiten laten staan natuurlijk, dan gaat het seizoen er over heen en houdt je takken over met lampionnetjes van filigrein, zo mooi en fijn. Als je ze van niet te dichtbij met wat zilververf bespuit, heb je met kerstmis een heel originele en smaakvolle versiering.

4 september 2010

Voor deze paddenstoelen heb ik twee uur moeten lopen! Dat wil zeggen: voor gave exemplaren want die waren niet te vinden. Het is de Braakrussula (Russula emetica). De vele soorten in de  familie van deze plaatjeszwammen zijn zo moeilijk te definiŽren dat er mycologen schijnen te zijn die zich uitsluitend in russula's specialiseren. De zwammen hebben vaak mooie kleuren, zoals deze Braakrussula maar desondanks kunnen ze binnen hun naam ook nog onderling sterk variŽren in kleur. Sommige russula's veranderen tijdens hun bovengrondse leven zelfs nog van kleur maar de braakrussula blijft rood. Het witte vlees van de paddenstoel heeft een sterk brande-rige smaak. De steel is puur wit, evenals de lamellen. In niet alle bossen groeien dezelfde paddenstoelen maar in "mijn" bos staan ze in overvloed momenteel. Omgevallen of aangevreten.

3 september 2010

De Grote stinkzwam (Phallus impudicus) ruik je al vanuit de verte. Hij verspreidt een zeer onaangename aaslucht die juist voor vliegen en kevers heel aantrekkelijk is. De paddenstoel heeft een tot de verbeelding sprekende vorm en dat leidde natuurlijk tot allerlei verhalen. Zo zou Darwin ervoor gezorgd hebben dat zijn dochters deze zwammen nooit kregen, door ze uit zijn tuin te laten verwijderen. Het zou ze maar op ideeŽn brengen! De vertaling van de Latijnse naam betekent letterlijk: onbeschaamde penis. De stinkzwam begint als een eivormige "knol", ter grootte van een kippenei. "Duivelsei" wordt het genoemd. Daarin zit in aanleg al een complete stinkzwam die met een verbazingwekkende snelheid uit het ei omhoog groeit. In een paar uur staat hij in vol ornaat bovengronds. Op de kop van de paddenstoel bevindt zich dan een dikke laag olijfgroene gelatineachtige materie die de sporen bevat. Deze massa verspreidt de vieze lucht. Vliegen en sommige kevers eten de sporen op en verspreiden zo de paddenstoel. Hier is die klus zo goed als geklaard. De holle steel is evenwel nog mooi intact, ondanks de vele regen die er op viel. Als de sporenlaag eraf is gevreten, verspreidt de stinkzwam niet langer zijn vieze geur.

2 september 2010

De Rechte koraalzwam (Ramaria stricta) kom ik maar hoogstzelden tegen in de bossen waar ik veel wandel. Ook al zijn die bossen gevarieerd van samenstelling. Toch staat de zwam te boek als "vrij algemeen". Dit is al een ouwetje, wat te zien is aan de fletse kleur. In jongere vorm is hij een ietwat fleuriger. Ik vond hem op een dikke dode stam van een beukenboom in de Middachter bossen. Prachtig exemplaar, het zijn toch wonderlijke dingen, die zwammen!

1 september 2010

De meteorologische kalender meldt ons dat vandaag de herfst begint. Ik houd me liever vast aan de kalenderseizoenen en heb dus nog 23 zomerdagen tegoed! Alhoewel je dat niet zou denken als je buiten loopt. De zomer lijkt al behoorlijk voorbij en van mooie nazomerdagen is nog geen sprake; gelukkig regent het niet meer! Ik kan me niet herinneren dat ik in de tientallen jaren dat ik hier rondloop zů'n natte bosbodem gezien heb. Het water kon er niet eens meer in wegzakken, daar waren een paar dagen voor nodig. Paddenstoelen vliegen en vlogen aan alle kanten de grond uit en werden merendeels het slachtoffer van de enorme plensbuien. Met kapot geslagen hoeden en gebroken stelen liggen ze overal in het rond. De rest van het sloopwerk wordt gedaan door kevers, vliegen of wegslakken. Die oranje slijmerds kruipen volop rond door het bos. Toch heb ik vanmorgen een aantal leuke paddenstoelen gevonden, die ga ik de komende dagen laten zien want we ontkomen er niet aan: alles om ons heen vertelt ons dat de herfst toch echt nadert!

31 augustus 2010

Hoewel ik gehoopt had op de hoger gelegen graslanden in de Eifel nog wat moois aan planten aan te treffen, viel dat bar tegen. De algemene, sterke soorten als Vlasleeuwenbek, Boeren-wormkruid, Moerasspirea e.a. groeiden nog wel volop. Vooral eerstgenoemde plant was massaal aanwezig en daarop zag ik  nog een eenzame man Icarusvlinder neerstrijken op een bloem van de leeuwenbek. Zo te zien was hij ternauwernood ontsnapt aan de snavel van een vogel. Dit vlindertje is een algemene soort die te vinden is op kruidenrijke graslanden, vooral op klaver. Het natte weer van de afgelopen tijd, dat op velen een deprimerende uitwerking heeft, is ook in de natuur op punten funest. Vlinders houden van warmte en bij deze voorturende regen gedijen ze niet voorspoedig. De tellers van het vlindermeetnet laten weten dat het ook met de Heidevlinder slecht is gegaan dit jaar. Hoofdschuldige is de droogte in juni en juli waardoor de heide slecht in bloei kwam. Laten we maar hopen dat  de voor de deur staande septembermaand nog wat moois in petto heeft want we willen toch niet dat de zomer eindigt vol grauwe luchten en regen.

30 augustus 2010

In de tuin van het Eifelhotel waar wij logeerden stond een Metasequoia die hevig was aangetast door de parasiterende Platte tonderzwam (Ganoderma lipsiense). Prachtig om te zien maar verwoestend voor de boom die er wel tientallen jaren mee worstelt alvorens het loodje te leggen. Het mycelium dat door de boom woekert, breekt het kernhout af. De boom probeert door sterke aangroei dit te compenseren maar gaat uiteindelijk wel ten onder. Via de worteldraden dringt de zwam de boom binnen en je vindt de consolevormige vruchtlichamen dan ook meestal aan de onderkant van de boom of iets daar boven. De sporen die uit de buisjes komen zijn roestbruin en door wind- en omgevingsbewegingen dwarrelt de stoffijne sporemassa in het rond en bedekt de zwam en de omgeving alsof iemand er een grote bus cacao over heeft uitgestrooid. De zwam is meerjarig dus kun je hem het hele jaar door aantreffen op loofbomen, soms op sparren. De Platte tonderzwam  heeft ook vorige week  de beroemde "Anne Franckboom"  doen breken.

29 augustus 2010

In de Eifel lopen prachtige kuddes Tarinekoeien. Ze hebben een lichtbruine kleur en heel vriendelijke koppen. Het is een ras dat ook veel ingezet wordt in de Alpen. Deze koebeesten lagen in een wei langs een weg waar we reden. Het mooiste is evenwel als je ze vredig ziet liggen in de groene weides die ingebed liggen tussen de heuvels. Als je er naar kijkt, wordt je er zelf tevreden van. Je krijgt zo'n gevoel van: zo is het ooit bedoeld en zo is het goed! Wat een verschil in leven als je dat vergelijkt met hun betreurenswaardige zusters in die geestdodende biostallen. Altijd met de koppen in dezelfde richting: de vrije wereld die ze niet mogen betreden. DŠŠr word je treurig van!

28 augustus 2010

Terwijl de regen in het vaderland met bakken uit de hemel viel, was het wonderwel in de Duitse Eifel droog en plezierig weer. Het is een heerlijk gebied om een dag of wat te verpozen. Overal waar je maar wilt kunt je naar hartenlust wandelen. De stilte en het landschap maken dat een mens even flink tot rust komt. Geen wonder dus dat velen er een bezoek brengen. Wat me opviel was dat de zomer in de natuur al zo op haar eind liep terwijl het nog augustus was. Ik heb er geen spectaculaire plantengroei meer gezien en de paddenstoelen moesten nog aan hun opmars beginnen. Alleen parasolzwammen groeiden in overvloed in de bossen. Het wild dat bij avond uit de dekking treedt, is nergens z'n  leven zeker. Waar maar een open veld is, staat een hoogzit, of zelfs meerdere, om van daaruit het wild moeiteloos neer te knallen zodra het zich vertoont. "Oogsten" noemen de jagers dat. Overdag zie je dan ook geen hert of ree gaan, zoals hier. Vlinders vlogen er niet, ik zag er slechts een Icarusblauwtje en wat koolwitjes. In juli was het te heet en in augustus te nat, zo werd me verteld. Bij ons vertrek begon het ook in de Eifel te gieten!

23 augustus 2010

Vanmorgen pak ik mijn koffer en verdwijn tot volgend weekend even naar "over de grens". Een paar dagen lekker wandelen en de geest verzetten. Ik hoop met wat aardige foto's weer thuis te komen! En die ga ik hier natuurlijk weer presenteren! Tot binnenkort in dit natuurdagboek.

22 augustus 2010

Jarenlang al broedt in hetzelfde bosperceel een havikpaartje. In een boom die, afgaande op mijn gehoor, ergens middenin het stuk bos staat, ligt hun enorme nest. Horst heet dat in natuurtaal. Eind maart of begin april worden drie of vier eieren gelegd en na vijf weken worden de jongen geboren die een week of zes in het nest blijven. Nadat ze zijn uitgevlogen is het in het bos een kabaal van jewelste. Van alle kanten hoor je hun luide kŤk-kŤk-kŤk-kŤk want ze schreeuwen allemaal om voer natuurlijk. Het geluid van de sperwer lijkt erop, maar klinkt minder luid. Momenteel is het een stuk stiller, al hoor ik er af en toe nog een roepen. In de buurt waar het nest zit, staat een oud dennenperceeltje zonder enige ondergroei. En daar liggen de resten van de duiven die aan de haak geslagen en op de bodem geplukt worden. In het bos wemelt het van de houtduiven dus prooi is er genoeg. In streektaal werd deze mooie roofvogel - of stootvogel zoals sommigen hem liever noemen - hier en daar wel "duivenvalk" genoemd. Al heeft hij met een valk niets te maken. Ook hazen, konijnen, eekhoorns, muizen e.a. behoren tot de prooien. Van de broedsels gaat ongeveer 40% verloren. Hoofdzakelijk door toedoen van kwaadwilligen die voor verstoring (of erger) zorgen omdat ze de Havik zien als een concurrent in de jacht. op kleinwild. 

21 augustus 2010

Op een liggend stuk boomstam zag ik iets wits. Het was maar heel weinig, wel iets zwammerigs. Pas toen ik later de foto die ik ervan maakte op mijn scherm zag, bleek hoe mooi dit was. Het heet Gewoon ijsvingertje (Ceratiomyxa fruticulosa) en het was voor het eerst dat deze slijmzwam, want dat is het, op mijn weg kwam. Maar misschien ook was dit mij nooit eerder opgevallen. In het jonge stadium is het plasmodium (zie 18 juli)  bijna doorzichtig, maar na rijping wordt het wit, soms geel. De dag nadat ik het gevonden had, ben ik weer teruggegaan, ditmaal met mijn statief, om wat scherpere foto's van de vingertjes te kunnen maken maar toen was het geheel al aan het verslijmen. De "vingertjes" zijn de sporendragers van de slijmszwam. Mooi, maar zo vergankelijk!

20 augustus 2010

Zoals altijd tijdens de jacht op wilde zwijnen, die meestal verlengd wordt tot in de lente, klagen de wandelaars in het bos steen en been: je ziet niets meer! Nu wordt in het bosgebied van Twickel, zo heb ik de indruk, heel gedoseerd afgeschoten. Ik hoor tenminste 's avonds niet meer dan een of twee schoten vanuit het bos opklinken. En ook niet alle avonden. Het zou kunnen dat daardoor het wild wat minder verstoord wordt, al is wel degelijk aan de dieren te merken dat er enige onrust heerst. Als je ze al te zien krijgt, verdwijnen de dieren snel uit je gezichtsveld. Maar soms heb je geluk. In een betrekkelijk klein bosperceel zag ik zes edelherten. Hun geweien waren inmiddels geveegd en zo'n hoofdtooi geeft de koning van het bos een echt majestueus uiterlijk. Ik was blij dat hij en ik elkaar gedurende enige minuten recht in de ogen konden kijken voor hij me de rug toekeerde. Een klein stukje verderop ontwaarde ik een zwijnenmoeder met een stel biggetjes,  verscholen tussen het struikgewas. En weer verderop een reegeit. Ik kon even mijn geluk niet op.

19 augustus 2010

Spitsmuisjes (die overigens niet behoren tot de "echte muizen"  maar tot de insecteneters) hebben het zwaar gehad gedurende de afgelopen dagen vol regen. Zij moeten werkelijk continu blijven eten om hun motortje gaande te houden.  Het hart in hun kleine lijfje slaat maar liefst 500 keer per minuut en als ze niet voortdurend kan eten, kan het zomaar gebeuren dat ze omvallen en dood gaan. Daarom moeten ze zowel gedurende de nacht als de dag actief zijn om hun kostje bijeen te scharrelen. Desnoods vallen ze daarvoor de eigen soortgenoten aan. De spitsmuis is wel een voorbeeldig moeder. Als de jonkies nog blind zijn maar wel al op hun pootjes kunnen staan, worden ze door hun moeder meegenomen als die op zoek naar voedsel gaat. Ze leert haar kinderen dat ze achter elkaar aan moeten lopen en elkaars staart vast moeten houden, zodat moeder geen kind verliest. Karavaangedrag, wordt dat genoemd.  Ik heb wel eens een half dood spitsmuisje opgepakt, in een doosje gezet en hem gevoerd met zacht kattenvoer. Hij propte zich meteen vol! Door heel hoge geluidjes communiceren ze met elkaar en ik prijs mezelf gelukkig dat ik nog steeds zo'n scherp gehoor heb, dat ik ze altijd overal in de tuin hoor.

18 augustus 2010

Ik mag graag tijdens mijn wandelingen van tijd tot tijd even stilstaan om bomen en struiken eens wat nader te bekijken. Ze herbergen vaak van alles dat je als wandelaar al snel ontgaat. Zo stond ik ook pas stil bij een Lariks of Lork, zoals de boom ook wel genoemd wordt. Op een tak zag ik spierwitte gevalletjes zitten. Heel klein, midden in de kransjes van naalden, die in feite blaadjes zijn. Ik dacht eerst aan iets zwamachtigs maar dat klopte toch niet. Het waren nestjes van een bepaald soort spin. Welke precies, dat heb ik helaas nog niet kunnen vinden. Het helder witte spinsel is van hetzelfde soort als dat van de Lantaarnspin die de mooie feeŽnlampjes maakt. (geplaatst in lentealbum op 16 juli). Als de tijd er overheen gaat wordt het spinnennestje langzaamaan donkerder zodat het predatoren niet meer opvalt en het nageslacht veilig blijft.

17 augustus 2010

Gedurende de afgelopen weken ben ik diverse malen langs de Rododendronhaag in het bos gelopen maar afgelopen weekend vond ik pas voor het eerst een cicade met naar de struik
vernoemde naam. Hoewel de volwassen Rododendroncicade (Graphocephala fennahi) toch actief is van juni tot oktober of november . Hun eitjes worden gelegd in de bloemknoppen en overwinteren. Je leest her en der dat deze diertjes veel schade doen aan de Rododendron maar ik kan dat niet constateren.  Ze zouden een schimmelziekte overbrengen die de knoppen doet verdrogen. Ik zie wel eens een aangetaste knop maar niet veel. Het zijn heel malle beestjes die er niet van houden bekeken te worden. Heel behoedzaam moet je ze benaderen; als je met je ogen knippert, verdwijnen ze al achter het blad of springen een eind weg. Maar ze zijn prachtig om te zien en vaak zitten ze gezellig met meerdere bij elkaar op een blad. Tot ze je opmerken!

16 augustus 2010

Soms komt er iets op je pad dat je in ťťn klap weer terug brengt in je jeugd. Dat gebeurde mij toen ik dit bloemetje ontdekte in de volkstuin. Guichelheil, alleen de naam al! Spreek het langzaam uit en proef het op je tong en je weet meteen dat het niet zomaar iets is. De heel kleine bloempjes zijn koraalrood, de doosvruchtjes eerst groen, later bruin, en ze hangen aan sierlijke steeltjes aan het plantje. De bloempjes gaan alleen open als de zon schijnt. Guichelheil maakte mij zo ongeveer voor het eerst eerst bewust van de schoonheid van wilde planten. Ik ontdekte het tijdens een boswandeling met mijn vader, groef het uit, droeg het voorzichtig mee naar huis en zette het daar in onze tuin. Waar het overigens prompt dood ging natuurlijk. Een jaar of negen zal ik geweest zijn en dit plantje heeft voor mij altijd iets bijzonders gehouden. De betekenis van de naam is wat moeilijk te achterhalen. Er zit in elk geval "heil"  in, van heilzaam,  en "guigelen" zou giechelen betekenen. Wellicht door een stofje in de plant dat dit effect op een mens heeft. De Latijnse naam van het plantje is Anagallis. In Griekenland zag ik de bloempjes in de blauwe variant, ook geweldig mooi. Helaas had ik toen nog geen digitale camera.

15 augustus 2010

Tijdens een enorme regenbui zat in de berkenboom voor ons huis een Houtduif te genieten van een onverwachte douchebeurt. Ik had zoiets nog nooit gezien. Eerst ging de ene vleugel recht omhoog en helde de duif  helemaal naar rechts om maar zoveel mogelijk regen op te vangen op zijn lijf. Toen werd de andere vleugel gestrekt en stak als een vinger naar de hemel. Ook nu hing hij weer zover opzij als hij maar kon. Af en toe leek het of hij van de tak af zou rollen, zo spande hij zich in om elk plekje van zijn lijf nat te laten worden. Alles wat veer was, werd opgezet en gespreid. Een vogel kan veel doen met zijn veren. Zo'n verenpak is net een modern dekbed: in de zomer koel en in de winter lekker warm. Dat heeft te maken met de hoeveelheid lucht die de vogel er in laat.  De douchende duif was wel een heel vermakelijk stukje natuurfilm vlak voor mijn neus.

14 augustus 2010

Grote concentraties van Akkerdistel (Cirsium arvense) kleuren de uiterwaarden langs de IJssel bij De Steeg paars. Tussen het groene gras liggen als het ware enorme paarse eilanden. Met anderhalve meter hoogte behoren deze planten tot de grootste van onze inheemse flora. Hun wortels dringen heel diep de bodem in, tot wel drie meter, dus deze planten zijn ook nog eens beresterk. Een enkele plant kan tot zesduizend zaden voortbrengen maar de plant kan zich ook vermeerderen door wortelstokken. Een echte pioniersplant dus die de welverdiende bijnaam "boerenplaag" heeft. De Akkerdistel vraagt dezelfde stikstofrijke bodem als de Speerdistel ( 7/8) In sommige gemeenten wordt de Akkerdistel bestreden en dat gebeurt dan door almaar afmaaien.

13 augustus 2010

Op zoek naar een fraaie Zwavelzwam die ergens zou staan, kwam ik onderweg nÚg een paar exemplaren tegen. Alle groeiden op boomstronken. Steeds meer zwammen besluiten hun vruchtlichamen omhoog te stuwen uit de nu flink vochtige en humeuze bosbodem of uit rottend hout. Warmte en vocht zijn de beste voorwaarden om ze te laten groeien. Ik zag heel leuke soorten maar ook de eerste Reuzenzwam, Parasolzwam, Gewone zwavelkop en nog veel meer. Daarbij denk ik dan toch onwillekeurig: rustig aan jongens, het is nog ruim vijf weken zomer en aan de herfst wil ik nog even niet denken! Maar ja, paddenstoelen grijpen hun kansen als het gunstig is. De Zwavelzwam is er een die onopgemerkt zijn myceliumdraden door een boom kan sturen, vaak is de Robinia het slachtoffer. Meestal wordt daarmee het einde van zo'n boom ingeluid. Een parasiet noemen we zo'n zwam. Door alle regen kunnen we nog heel wat zwammen verwachten.

12 augustus 2010

Gistermorgen vroeg liep ik in het bos langs een pad waar (gelukkig) nogal wat Jacobskruiskruid groeide en ook nu verbaasde ik mij erover hoeveel insecten op deze planten foerageren. Allerlei bijen, vliegen (waaronder de mooie Woeste sluipvlieg)  en dit fraai getekende uiltje dat maar niet stil wilde zitten. Dezelfde ochtend las ik in de krant dat er weer iets nieuws bedacht is in de strijd tegen het JKK, de plant die op veel plaatsen in het land te vuur en te zwaard bestreden wordt terwijl hij zo belangrijk is voor allerlei insecten. Een kever, genaamd Jacobskruidaardvlo (Longitarsus jacobaeae) heeft in het buitenland bewezen dat hij "het giftige onkruid waarnaar hij vernoemd is" succesvol kan bestrijden. Het Louis Bolk instituut (onderzoeksinstituut  voor duurzame landbouw) gaat de kever, die in de Nederlandse duingebieden op het kruiskruid  leeft, in het binnenland inzetten tegen de gele planten, die alleen gevaar voor dieren opleveren in gedroogd  hooi. En dan maar afwachten of de aardvlo in de nieuwe biotopen kan leven. Het JKK is van oorsprong een duinplant en heeft zich succesvol weten uit te breiden, en doet dat nog steeds. De genoemde kever echter is in de duinvegetatie gebleven. Uitroeiing van het kruiskruid staat de onderzoekers niet voor ogen, het is de waardplant voor ongeveer 180 insectensoorten.
De nachtvlinder heet Bonte grasuil (Cerapteryx graminis)  en leeft op harde grassoorten.

11 augustus 2010

Deze kleine, net uitgeslopen libel was in de vijver gevallen. Ik viste het beestje eruit en zette hem tegen een stengel van het pijlkruid en nam aan dat hij daar wel voorspoedig zou opdrogen. Maar in de natuur kan van alles misgaan en dat gebeurde ook bij deze libel. De vleugels bleven dicht terwijl ze zich zouden moeten spreiden om te kunnen vliegen. Na een dag hing de libel nog steeds met dichte vleugels aan de plant. En de volgende dag ook nog. Toen heb ik heel voorzichtig met een satťprikker de vleugels van elkaar losgemaakt. Aanvankelijk leek het maar half te lukken maar uiteindelijk is de libel toch weggevlogen. Wel pas toen ik ook het tweede paar vleugels had gescheiden, want ze hebben er vier. De determinatie is echter heel ingewikkeld: wel of geen streepjes op de poten, wel of geen snor, al dan niet gekleurde dijen, heel moeilijk dus!
Maar wat later op de dag meldt een vriendelijke lezer dat het om de Bloedrode heidelibel gaat. Dit is hier de meest voorkomende heidelibel die zich niet beperkt tot de heide en open gebieden.

10 augustus 2010

De heide staat in bloei. Op sommige plekken lijkt het heel wat maar op andere is het treurig gesteld. Op de Loenermark zag ik een dor en verdroogd veld zonder ook maar enige bloei en op de Posbank bloeit de heide ook minder enthousiast dit jaar. De droogte van deze zomer heeft een behoorlijke tol geŽist onder planten en bomen. Het viel me op hoe op de Posbank de heide ook aan het vergrassen is. Dat is een natuurlijk proces, er is voortdurend ontwikkeling van de natuur. Onze binnenlandse heidevelden zijn allemaal kunstmatig en als ze niet in stand gehouden worden, verdwijnt de heide op den duur en maakt plaats voor opvolgende plantengroei.  Alleen in de kalkarme duingebieden groeit heide van nature. Vrijwilligers kunnen de heidevelden ontdoen van opslag, waarbij alle opgeschoten boompjes uitgetrokken worden maar aan vergrassing is minder goed iets  te doen. Plaggen is de beste methode maar duur. Afbranden gebeurt ook. Schaapskuddes zijn ook een goed middel de grassen te bestrijden en vroeger waren die er veel. Nu worden andere grazers ingezet maar die slagen er niet afdoende de opschietende grassen te bestrijden en de heide kort te houden. Op de Posbank lopen Konickpaarden die met deze taak belast zijn. Op droge heide pakt de Bochtige smele haar kans de heide te veroveren en op natte heide doet dat het Pijpenstrootje. De door de lucht aangevoerde meststoffen doen de rest.

9 augustus 2010

Dit is een berm in de gemeente Rheden die eens vol stond met Grasklokje, Rolklaver, Anjer, Margriet, Echt walstro, Zandblauwtje, Hengel, Rode klaver, Klaproos. Dat was in de tijd dat er nog mensen in het gemeentebestuur zaten die hart voor de natuur hadden. Maar Rheden moet bezuinigen en er wordt gehakt met de botte bijl. De natuur in bermen en grasstroken is nu uitgeleverd aan een aannemer die alles leeg maait, ook als de velden geel en verdord zijn, zoals afgelopen maand. Het contract moet worden uitgevoerd! Ook in de buitengebieden wordt alles gemaaid want de gemeente heeft zich uitgeleverd aan de agrariŽrs die geen onkruid in hun weiland willen. Hun wil is wet! "Groene woestijnen" noemde een natuurbeheerder met wie ik het er over had, deze buitengebieden. Geen weidevogels, geen insecten of vogels, helemaal niets leeft hier. "Overbodige" bomen worden nu in de gemeente gekapt, plantsoenen worden gerooid en overal ligt gras. Wie bomen en stuiken in zijn omgeving wil, moet die zelf maar in zijn tuin zetten, zo liet de gemeente vorig jaar aan haar burgers weten. Het is vechten tegen de bierkaai, burgers zijn ontevreden, natuurliefhebbers teleurgesteld en ik heb al meermalen zonder enig resultaat geprobeerd de mensen op het gemeentehuis tot andere gedachten te brengen! Antwoord: "als een plant op de rode lijst staat, betekent dat nog niet dat hij ook beschermd moet worden, alleen dat hij zeldzaam is". Ecologisch beheer is veel te duur, zo laat men weten. In Rheden heeft het huidige gemeentebestuur helemaal niets met planten en dieren. Hoe treurig!

8 augustus 2010

In Renkum (Gld) hebben natuurliefhebbers de St. Biotoopverbetering Zuid-Veluwe opgericht. Zij hebben landbouwers, grondeigenaren, imkers en wildbeheerders voor hun plan weten te winnen en met behulp van een subsidie van de gemeente worden nu overal langs de akkers jaarlijks wilde zaadmengsels ingezaaid. Wat een prachtig resultaat! Tijdens fietstochten waarbij zij belangstellenden langs de bloeiende akkerranden leiden plus door middel van informatieborden, laten de vrijwilligers het belang van deze bloemrijke akkerranden zien. Tijdens de bloei worden insecten voorzien van voedsel en door de zaadvorming na de bloei is er een rijke muizenstand ter plekke die weer ten goede komt aan uilen en roofvogels. Op deze manier worden vogels, insecten en kleine roofvogels in het cultuurlandschap geholpen en geniet de fietser of wandelaar van een ongekende bloemenpracht. Wat een zege om in zo'n gemeente te wonen, je zou er jaloers van worden. Hoe het ook anders kan gaan, laat ik morgen weten. Mooie bijkomstigheid: met een deel van de zonnebloemen worden langdurig zieke mensen even blij gemaakt!

7 augustus 2010

Een tochtje door de uiterwaarden van de IJssel levert altijd veel genoegen op. De indrukwekkende Hollandse wolkenluchten, het vrije uitzicht maar ook de houtsingels en niet te vergeten de plantengroei. Deze Speerdistel (Cirsium vulgare) is typisch een plant die je op dijken en in polders tegenkomt. Ook in de uiterwaard bij De Steeg staan ze te pronken. Feitelijk is de plant in alle delen stekelig; meer een plant om naar te kijken dus dan om aan te raken! Het is een ook plant die graag bezocht wordt door allerlei hommels, vliegen en kevers. Echt nodig heeft de distel ze niet want de plant kan ook zorgen voor zelfbestuiving. Het eerste jaar vormt Speerdistel een mooie grote rozet en het volgend jaar volgt dan de bloei. Maar als de voorwaarden niet goed genoeg zijn, kan de rozet de bloei nog een jaartje uitstellen. Ook opmerkelijks is de enorme opname van stikstof uit de bodem. Die is zo groot dat het wel jaren kan duren voordat nieuwe speerdisteltjes ontkiemen. Eerst moeten alle delen van de laatst groeiende plant verteerd zijn, wil er weer voldoende stikstof aanwezig zijn voor nieuwe planten. Een woekeraar is dit dus zeker niet.

6 augustus 2010

Dit is het prachtige kind van een brandrode moeder. In tegenstelling tot kalveren die met touwen en trekapparaten uit het lijf van de veekoeien getrokken moet worden, (dankzij het fokproces waardoor vele natuurlijke eigenschappen van de koe verloren gingen) wordt het brandrode kalf op natuurlijke wijze geboren. Hoewel de kalveren flink aan de maat zijn, levert dat geen problemen op. De moeder mag haar kalf ook zelf zogen. En zo hoort het en niet zoals het in de verknipte veeÔndustrie gaat! De koeien zjin heel goede moeders en ook zeer vruchtbaar. Het kalf vertoont de typische kenmerken van dit ras: witte buik, witte staartpunt, witte sokken en de kenmerkende witte "kol" op de kop. Elk jaar worden alle nieuwgeborenen gekeurd op raszuiverheid. De meeste kalfjes worden verwekt door middel van kunstmatige inseminatie maar dit mooie beestje werd direct verwekt door zijn vader die bij de koeien loopt. De kudde is eigendom van Natuur-monumenten en staat 's winters op stal bij de zorgboerderij De Grote Modderkolk in Loenen. Als ik op een boerderij woonde, zou ik wel zo'n mooie vriendelijke koe willen hebben!

5 augustus 2010

Voorzichtig, boze stier!! Deze mededeling staat op het toegangshek naar het Soerense Broek, waar deze stier tussen de Brandrode runderen loopt. En inderdaad, bij het zien van dit gevaarte krijg je niet de neiging hem te willen aaien. Dat hij tussen zijn harem loopt, wil zeggen dat dit een 100% stamboekstier is. Het zeldzame ras wordt beetje bij beetje weer uit de vergetelheid terug gefokt. Aan het begin van de vorige eeuw was er nog maar een honderdtal van deze dieren over. Door veel te fokken op melkproductie, door vervlakking van de eigenschappen en door diverse veeziektes waren veel dieren verloren gegaan. Het Brandrode rund wordt gerekend tot het Maas-Rijn-IJsseltype, want in dit gebied werden de meeste gehouden. Meerdere particulieren en natuurorganisaties hebben de handen ineen geslagen en in 2001 een stichting opgericht met als doel dit prachtige koeienras in stand te houden. Daarbij wordt er gefokt en streng gecontroleerd.

4 augustus 2010

Ah, dat was mooi! Een veld zover het oog reikt, met ingezaaide en bloeiende Luzerne in alle tinten paars. En boven het veld hing een verrukkelijke geur waarop allerlei insecten vlogen die zich te goed kwamen doen aan de overvloed van nectar. Luzerne heeft niet snel te lijden onder droogte vanwege de lange diepgravende wortels. Op die wortels zitten knolletjes die vol bacteriŽn zitten die in staat zijn stikstof uit de lucht op te slaan, zodat Luzerne daardoor kan groeien in tamelijk stikstofarme bodem. De bacteriŽn leven in symbiose met de Luzerne die omgekeerd energie levert aan de bacterie. Luzerne is een hoogwaardig voedsel voor veesoorten maar het oogsten van Luzerne, die ongeveer driemaal per jaar gemaaid wordt, is een delicaat proces. Hoe minder de blaadjes kneuzen, des te beter het in gedroogde vorm zal smaken. Het maaisel gaat daarvoor naar speciale drogerijen, want in die vorm wordt het de dieren aangeboden. Kiemspruiten van deze plant leveren Alfalfa, ze lijken wat op taugť en worden ook zo gebruikt. De naam komt uit het Arabisch en betekent "vader van alle voedsel". Luzerne wordt al eeuwenlang verbouwd. Het is tevens een bodemverbeteraar, net als bij andere peulvruchten worden de wortels ondergespit.

3 augustus 2010

Nu het Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare) in de wegbermen bloeit, is het leuk om eens de bloemen hiervan nader te bekijken. In sommige planten groeien namelijk leuke 10 mm hoge kegelvormige gallen. Ze worden veroorzaakt door de larven van de Boerenwormkruidgalmug. What's in a name! In ons land komen ongeveer 300 soorten galmugjes voor. Ze zijn maar 1 tot 3 mm groot, dus niet bepaald opvallend. Tweederde van deze muggengroep maakt galletjes op diverse planten. Het was niet makkelijk om al die verschillende gallen te determineren. Vaak was het daarvoor nodig om ze op te kweken uit de diverse gallen. Gelukkig zijn er mensen die zich enthousiast op deze onderzoeken werpen en voor ons de raadsels oplossen.

2 augustus 2010

Naast onze grote vijver ligt ook nog een heel ondiep rond vijvertje. Dat zit in de zomer barstensvol eendenkroos en waterpest. Het is het prutvijvertje van de kleinkinderen. Die halen er alle mogelijke beestjes uit, zoals bloedzuigers, slakken en waterpissebedden. Die worden stuk voor stuk in glazen bakjes met water gedaan en uitgebreid bestudeerd. De piepkleine bruine kikkertjes van dit seizoen vinden het een prima plekje om de dag door te brengen. Ze kunnen zitten op de dikke laag waterplanten en laten alleen hun koppies boven het water uitsteken.  Het is net  een kikkercrŤche. Ze hoeven alleen maar hun bekkies open te doen als er iets eetbaars langs komt.

1 augustus 2010

Augustus alweer! We gaan de nazomer in. In de natuur kun je het vorderen van de seizoenen al goed merken. De bomen zien er niet meer zo fleurig uit en en hebben gul onderdak en voedsel verleend aan de insectenwereld die al hun blad, zo lijkt het, van gaatjes en scheurtjes voorzien heeft. Het wordt stiller in het bos, af en toe klinkt het geluid van wat vogels maar veel hebben ze niet meer te vertellen. Nee, dan de sprinkhanen! Ze voeren het hoogste woord, al gebruiken ze daar verschillende methodes voor. Overal klinkt hun kakofonie van geluiden maar je krijgt ze bijna niet te zien. bij elke beweging springen ze weer een stukje verder in de begroeiing waar ze zich ophouden. Het is dat typische augustusgeluid waarbij je zonder kalender al zou weten waar in het seizoen je was aanbeland. We beginnen de dag met prachtig weer en hopelijk krijgen we daar nog veel van. Er is bijna niets fijners dan zachte zomeravonden waarbij je het langzaam donker ziet worden en waarop de vleermuizen pijlsnel boven je hoofd jagen, op zoek naar insecten.

31 juli 2010

Overal waar ik het buiten voor het zeggen heb, staan bloemen in blauwtinten. Ik ben dol op blauw, in alle varianten. Blauw is de kleur van de hemel, van de oceanen, van vergeetmenietjes, ereprijs, grasklokjes en kogeldistels. Blauw staat bekend als een "koele kleur", maar ik vindt er niets koels aan, in tegendeel, ik loop er warm voor. Op Mariabeelden zie je altijd dat de Maagd in het blauw gekleed is en in het zuiden van Europa vind je blauwe intens geurende lavendelvelden en houten luiken en deuren in de huizen. In het spirituele circuit geldt blauw als kleur van vrede en oneindig-heid. Dat eerste vind ik wel mooi, het tweede spreekt me totaal niet aan. Blauw vertegenwoordigt ook het melancholische temperament in de mens en daar kan ik me wel weer in vinden. Feeling blue, noemen de Engelsen dat. Klinkt precies zoals het is, vind ik!

30 juli 2010

Toen wij hier ruim veertig jaar geleden kwamen wonen, konden wij de straat uitlopen en zo de heide op. Waar toen de heide was, liggen nu woonwijken, maar een klein stukje droge heide dat in een soort dal (slenk) lag, is in stand gebleven als relikwie uit de IJstijd. Het wordt grotendeels onderhouden door een voormalig jachtopziener die zich na zijn pensioen hartstochtelijk opwierp als bewaarder van dit heideterreintje. Met engelengeduld poot hij plantje na plantje heide in delen die geplagd moesten worden. Van zaden is bekend dat ze tientallen, soms wel honderden jaren rustend in de bodem kunnen liggen. Als dan zo'n bodem bewerkt wordt, kan zaad weer naar de oppervlakte komen en ontkiemen. Dit moet ook gebeurd zijn met de zaden van het Klein warkruid. Duivelsnaaigaren wordt het ook wel genoemd. Een heel wonderlijk eenjarig plantje. Als een zaadje ontkiemt, is er eerst nog wat bladgroen te zien aan het plantje, en daardoor voedt het zich. Maar al snel groeien er heel dunne bladloze draden uit het plantje omhoog. Steeds meer, en al die draden kronkelen door elkaar en boren zich in stengels van de struikheide. Want dat is de plant waarop het Warkruid parasiteert. Want wat gebeurt er: zodra de draden aan de heideplant vastzitten, laat de wortel van het Warkruid los en leeft het verder als parasiet. Lang geleden kwam dit plantje overvloedig voor op de zanderige heidegronden hier in het oosten. Nu is het zeldzaam geworden en staat als zodanig op de Rode Lijst. Ik heb het helaas niet zien bloeien.

29 juli 2010

Een paar dagen geleden, voordat de regenbuien los zouden barsten, werd het graan geoogst, samengebonden en onder grote plastic zeilen gelegd. Veel bracht de akker niet op, de halmen waren maar enige tientallen centimeters hoog. Als je zo'n geel veld ziet, realiseer je je dat de zomer alweer aardig vordert, helaas zou ik bijna zeggen. De laatste winter ligt me nog vers in het geheugen en ik moet er niet aan denken dat het zomerseizoen alweer voorbij zou zijn. De machines die tegenwoordig de oogsten binnenhalen, zijn zo geavanceerd dat de boer niets anders hoeft te doen dan op zijn tractor zitten en kijken wat er gebeurt. In mijn schoolklas hingen van die prachtige platen waar je op kon zien hoe de halmen met de sikkel werden afgesneden en hoe de wagens hoog opgetast werden. "Sikkels klinken, sikkels blinken, ruisend valt het graan", zongen we in de zomer. De onovertroffen docorandus. P. voegde daar eens aan toe: "als je iemand weg ziet hinken, heeft hij 't fout gedaan".  Ach ja, hoe ouder een mens wordt, hoe meer de herinneringen soms gaan opspelen! 

28 juli 2010

De Pyjamawants is weer alom vertegenwoordigd. Hij houdt zich heel graag op in de bloeiende dilleplanten, waar ik ze volop zie momenteel. Het zijn mooie wantsen, ze lijken wel een ontwerp van een artistieke geest. Rood en zwart gestreept op de bovenkant en zwart gestippeld op hun rode buik. Een aardig sierrandje als toegift.  Meestal kruipen ze weg bij het waarnemen van bewegingen maar deze wants zat te slapen op een braamblad en had niet eens in de gaten dat ik er met mijn lens boven hing. Er zijn veel soorten wantsen en de meeste hebben kleuren in groen en bruintinten. Maar de vuurwants en de pyjamawants knallen eruit met rode kleuren. Wantsen hebben steeksnuiten waarmee ze sappen zuigen uit planten. Sommige wantsen leven in het water, Úp het water eigenlijk. Bootsmannetje en Schaatsenrijder die in het water leven, zuigen daar hun prooien leeg. In onze tuin zie ik nu ook Berkenwantsen. Deze wants vertoont echt broedgedrag. Een week of drie blijft ze op de eitjes zitten die ze tegen de onderkant van  de berkenblaadjes legt. Ook de jonge wantsjes worden nog een poos beschermd door hun moeder eer ze zelfstandig door het leven gaan.

27 juli 2010

Alarmerende berichten uit het noorden des lands; honderden dode bijen onder de lindebomen. De bijen gaan dood omdat de lindeboom niet genoeg nectar produceert. Nu is het inderdaad zo dat in lange droge periodes bloemen weinig of geen nectar produceren door gebrek aan vocht in de bodem. Dat heeft dan ook gevolgen voor het aantal insecten dat van nectar afhankelijk is. Maar dit verschijnsel blijkt al eeuwenlang voor te komen, aldus Natuurbericht. Een bloeiende linde-boom verspreidt een heerlijke zoete geur waarop onder andere heel veel hommels afkomen. Hoe groot zo'n boom ook is en hoeveel bloesem hij ook produceert, eens is de koek op en voor de enorme hoeveelheid hommels heeft dat de hongerdood ten gevolge. Die zijn niet slim genoeg om tijdig een andere voedselbron aan te boren. Het verschijnsel blijkt al in de zeventiende eeuw opgetekend te zijn. Tja, dat zijn zo van die kleine drama's in de natuur.

26 juli 2010

In mijn volkstuin en ook die van andere tuinders is het een misoogst van jewelste. Door gebrek aan een watervoorziening zijn de gewassen niet in leven te houden. De droogste zomer sinds twintig jaar, nou dat valt goed te zien. Verlepte bonenplanten, verdroogde frambozen, aardappels van het formaat golfbal. Iedereen zeult met emmertjes en gietertjes met van huis meegebracht water maar het biedt geen enkel soulaas. In de zanderige bodem is geen vocht meer te vinden. En door het extreem warme weer begonnen ook allerlei planten in een rap tempo door te schieten. Op zich is er dan nog veel aan te beleven. De andijvie en de witlofplanten brachten een massa teer lavendelblauwe bloemen voort. Het zijn familieleden van de wilde Cichorei die in de wegbermen en langs de rivier groeit. De bloemen lijken dan ook precies op elkaar. Maar ook deze planten zijn in de volkstuinen nu  tot dorre staketsels geworden. Jammer van alle energie die in de tuinen gestoken is, om van het geld dat voor de zaden werd uitgegeven maar niet te spreken.

21 juli 2010

Als er nu van tijd tot tijd een verkwikkend regenbuitje zou zijn gevallen, zouden de vlinders daar zeer mee gebaat zijn. We hadden al eerder in dit natuurdagboek geconstateerd dat bloemen bij de huidige droogteperiodes minder of geen nectar produceren. Maar ook de waardplanten verdrogen waardoor de rupsen ook de dupe worden van het feit dat hun voedselplanten min of meer waardeloos worden. Jammer, de heersende temperaturen zijn juist zo gunstig voor vlinders. Toch zijn er opvallend veel Kleine koolwitjes en ook de Gehakkelde aurelia zie ik veelvuldig door de tuin fladderen. Dagpauwoog en Kleine vos zag ik wel elders vliegen maar niet in de eigen tuin. En daar wordt wel af en toe gesproeid om de planten voor verdroging te behoeden. En daar doen dan ook de vlinders en andere insecten hun voordeel weer mee.

20 juli 2010

Eigenlijk is het geen weer voor fotografie en zeker niet midden op de dag wanneer de koperen ploert zijn verzengende stralen naar het aardoppervlak stuurt. Maar soms wil je toch iets vast- leggen. Op de IVN-tuin in Rheden ligt een waterput die zo is ingericht dat allerlei dieren er een aangenaam plekje vinden. Op de grens van water en vochtige mosrand zag ik een heleboel bijen water tanken. Dat water werd linea recta naar de bijenkorven gebracht die een eindje verderop stonden. Daar zitten een dorstige bijenkoningin en werksters die het broed verzorgen. Wat een vreemde en niet steeds plezierige zomer beleven we momenteel! Al heel wat dagen hebben we onderhand binnen doorgebracht alsof het winter is, terwijl het buiten zo warm is dat het er niet uit te houden is. Er zitten deze week nog steeds schoolkinderen in hun klassen en je voelt meelij met de stratenmakers die aan het werk zijn. En wat te denken van het vee! Koeien die hier en daar  in de verzengende hitte staan te zieltogen. En koeien kunnen daar heel erg slecht tegen! Eigenlijk jammer dat zo de langverwachte zomer voorbij gaat. Alleen de avonden zijn ongekend; heerlijk lang buiten zitten met een goed glas wijn en geen zin om naar je bed te gaan.

19 juli 2010

Juli is een echte vlindermaand, meer en meer vlinders fladderen rond in de bloemrijke bermen, velden en tuinen. Dit is het Groot dikkopje, een dagvlindertje dat zich ophoudt in wat vochtige ruige graslanden met een grote soortenvariatie. De trouwe lezer van dit dagboek zal onderhand wel meteen begrijpen dat ik dit beestje dus niet in mijn eigen woonomgeving heb gekiekt want daar hebben wij die terreintjes niet, en als ze er al zijn, mag je er niet in. Dikkopjes zijn snelle fladderaartjes, deze zat gelukkig even stil op een rietblad. Dagvlinders kun je herkennen aan hun voelsprieten. Ze hebben altijd een knopje aan het eind van de sprieten. Deze vlinder voedt zich met nectar uit braam, akkerdistel en dophei. De laatste heb ik al zien bloeien. Het dikkopje  lijkt me een vrouwtje want de mannetjes hebben mooie zwarte streepjes op hun vleugels.

18 juli 2010

Nu de bodem weer vochtig is geworden door de hevige plensbuien van de afgelopen dagen, zijn er weer wat meer leuke dingen te vinden in het bos. Zoals deze Heksenboter (Fuligo septica)  Alleen de naam al! Jammer dat ik geen kleinkind bij me heb, denk ik als ik zoiets tegenkom want daar valt weer een leuk verhaaltje over te vertellen - met de nodige tierelantijntjes natuurlijk. Heksenboter is een slijmzwam en behoort niet tot de planten, noch tot de dieren, schimmels of bacteriŽn. Het is een geheel aparte groep. Uit een spore ontwikkelen zich microscopisch kleine eencellige organismen die zich kruipend en zwemmend kunnen verenigen tot een grote kolonie die plasmodium genoemd wordt. Als deze verzameling eencelligen genoeg voedsel heeft opgenomen, komt er een soort korst of huidje omheen en dan heet het sporenlichaam.. Uiteindelijk scheurt dit huidje open en komen de sporen los om zich te verspreiden. Heksenboter wordt ook nog wel eens Runbloem genoemd. Waar die naam vandaan komt, is moeilijk te achterhalen. Bij het leerlooien vroeger, werd run gebruikt, en run staat dan voor gemalen eiken-schors. Heksenboter komt echter niet alleen op eikenhout voor, ik zie het ook op beuk. Het groeit zelfs op grassen. Wie weet komt het uit de oude Germaanse cultuur waar het vroegst bekende schrift het runenschrift heette. Magie en heksengedoe waren in die tijd heel gangbaar.

17 juli 2010

Elke dag sta ik in onze tuin even stil bij het bloeiende Mottenkruid (Verbascum blattaria) want ik vind dit een buitengewoon leuke plant. Allereerst de bloemknopjes. Die zien eruit als minuscule cadeautjes die met de grootste zorg zijn ingepakt. Vijfkantig en stervormig zijn ze want aan de buitenkant steken nog op alle hoekjes de groene puntjes van de kelkblaadjes uit. Dan de bloem. Teer van kleur en mooi van combinatie. De bloemblaadjes zijn wit maar hebben een lichtroze zweem. De massa meeldraadjes zien eruit als een uitgeplozen paarsroze kluwentje wol. En de gele stampers maken er een grappig mannetje van. Maar we zijn er nog niet want na de bloei wordt de stengel bezet met mooie ronde frisgroene bolletjes die na rijping van het heel fijne zaad bruin worden. Het is elk jaar weer een verrassing waar nieuwe plantjes verschijnen. Eerst verschijnt er een plantje en het jaar erop gaat dat bloeien. Echt een plant om te hebben!

16 juli 2010

Een hoogzwanger Elzenhaantje (Agelastica alni), een van onze mooi gekleurde en glanzende bladhaantjes, sjokt door de hete zonneschijn langzaam voort. Als weldra de eitjes zijn afgezet op een blad zie je niets meer van dat gele opgezwollen buikje en passen de dekschilden weer naadloos op de onderkant. Kijk maar eens onder de blaadjes van de Els, daar zijn veel heel kleine oranje eitjes te vinden, net als de zwarte dunne larfjes van ongeveer een cm groot. Eitjes worden in hoopjes van 50 stuks gelegd en in totaal kan haar lijf er tot 900 bevatten. Geen wonder dat haar buikje uitpuilt! De larfjes vreten aan de bladeren en verpoppen zich vervolgens in de bodem. Insecten vormen de grootste groep van alle dieren op aarde. Je zou voor de grap eens een groot wit laken onder een boom moeten leggen en dan stevig aan de takken schudden. Een regen van beestjes zou je loon zijn.

15 juli 2010

Waar ik woon, ontsnapten wij aan het noodweer van gisteren terwijl slechts twee kilometers verderop de bomen omwaaiden en de pannen van de daken vlogen. Hier viel alleen een flinke plens regen. En daar is de bodem zeer mee gediend want alles was werkelijk gortdroog. Voor het tweede achtereenvolgende jaar vertoont onze mooie grote krentenboom bruin verdord blad en met de stormwind van gisteren leek het of de herfst was ingetreden. Berken vertonen ook overal duidelijke sporen van watertekort. In het bos viel mijn oog gisteren op een plek waar vuur gestookt was. Een nogal schokkende ontdekking want wie had dit gedaan! Waren het een paar kinderen die kattenkwaad uithaalden of was het iemand die moedwillig ons bos in de brand had willen zetten. Dat zal wel niet meer te achterhalen zijn. Maar je moet er toch niet aan denken dat het vuur meteen om zich heen had gegrepen. Enfin, ik heb de bosbeheerder op de hoogte gesteld en hij heeft vervolgens gedaan wat hij nodig achtte. Gelukkig is de ergste droogte nu voorbij.

14 juli 2010

Vandaag alweer zo'n afschuwelijk warme en zweterige dag, met in de middag opnieuw enorme onweders en hoosbuien! Hopelijk de laatste want op zulke dagen is het buiten nauwelijks uit te houden. Prima weer overigens voor de  phytophthora-schimmel om toe te slaan in aardappel- en tomatenplanten! Het noodweer van de voorbije dagen heeft al meer dan 12 miljoen aan schade opgeleverd en duizenden door zuurstofgebrek gestikte vissen worden door het waterschap uit de warme wateren gevist, zo las ik vanmorgen. Gewoonlijk wordt door warmteonweer de hitte verdreven maar niet deze zomer, het blijft maar doorgaan!  Deze leuke oranje kamperfoeliebesjes hebben niets te maken met de oranjegekte die in ons land heerste. Zijn we echt bezig om een chauvinistisch landje te worden, dacht ik gisteravond bij het zien van het waanzinnige oranjegedruis? Voor mijzelf heb ik, kijkend naar de juichende en hossende mensenmassa in Amsterdam, de conclusie getrokken dat onze huidige jeugd zo dol is op feestjes en grote happenings dat zij massaal erop af komt als er iets leuks te beleven is. En dan met hťťl velen!

13 juli 2010

Er zijn nog steeds ongelooflijk veel jonge vogels te horen en te zien. Het lijkt wel of nog elke dag jonge meesjes uitvliegen. In onze tuin zit nu een aantal gezinnen met jonge huismusjes. Heel leuk om te zien hoe die, net als kleine kinderen, almaar achter elkaar aan vliegen. Waar de een zit, wil ook de andere zijn. Op een tak, of aan de rand van de vijver, enig om te zien. Jonge mussen zijn veel bleker van kleur dan hun ouders. Maar dat verandert als ze hun jeugdkleed verwisselen voor een volwassen verenpak. Mussen kun je goed aan je tuin binden door schuilgelegenheid aan te bieden en voedsel. Meerdere families huizen in onze klimop en in het voerhokje vinden ze het jaar door een zaadmengsel. Waren het eerst alleen volwassen vogels, nu komen ook de jongen mee-eten en is het een gekwetter van jewelste. Ik wilde dat ik ze kon verstaan, vooral vlak voor ze gaan slapen! Want dan moet er nog heel wat worden geregeld: wie mag op welk plekje slapen en naast wie, allemaal voeren ze het hoogste woord, tot ze allemaal in slaap vallen.

12 juli 2010

Met een luid gezoem landde dit zweefvliegkoppel vlak naast mijn hoofd op een blad en bleef daar urenlang zitten. Mijn eerste indruk was dat het een parend stel was maar dat bleek toch niet het geval. Hij had haar gewoon gegrepen en meegevoerd naar een rustig plekje in de schaduw. Ik moest opeens denken aan de voetbaltrainer Louis van Gaal die voor de Duitse televisie verklaarde dat hij en zijn Truus nog altijd "LŲffeltje an LŲffeltje" sliepen. Zweefvliegen hebben het uiterlijk van gevaarlijke soorten als wespen. Mimicry wordt dat genoemd. Eventuele belagers worden daarmee gewoon om de tuin geleid want deze beestjes doen niets en hebben geen steekwapen. Het zijn vredige zweefvliegen die zich voeden met nectar en stuifmeel. Ze hebben twee paar vleugels en niet als vliesvleugeligen (wespen, hommels e.a. ) vier. Hun larven zijn rare snuiters. Ze leven is vuil modderig water en beschikken over een lange telescopische adembuis die ze telkens boven het water uitsteken om adem te halen. Ik wist niet wat ik zag toen ik ze voor het eerst in een bak blubber vond. Ze hebben een uitstekende naam gekregen: rattenstaartlarven. Op de foto de Moeraspendelvlieg (Helophilus hybridus).

11 juli 2010

Eindelijk, eindelijk viel afgelopen nacht de regen in bakken uit de lucht op de verdroogde bodem. Verdorde grasvelden, waar kauwen en kraaien wanhopig in de brandende zon naar voedsel liepen te zoeken, werden even gelaafd door het vocht uit de hemel. Planten, die zieltogend in de grond stonden, haalden verlicht adem en kunnen blad en bloem weer even oprichten. Bloemen die door vochtgebrek geen nectar meer produceerden, waardoor ook insecten er niets meer te zoeken hadden, gaan het nu opnieuw proberen. De schrikbarende hoeveelheid bomen (vooral Krenten) die verdroogd langs de wegen staan, hebben er nauwelijks iets aan. De regen die viel vormt slechts een druppel op de gloeiende plaat; graaf maar eens met een schepje in de grond. Ik had medelijden met de vogels die nog tijdens het drinken de snaveltjes wijd open hielden op alle hitte uit hun lijfjes kwijt te raken. En het water moest wel een paar keer per dag vernieuwd worden omdat het zo warm werd. Wat een zomer! Het zou een maand lang moeten plenzen van de regen om het grondwaterpeil weer wat omhoog te krijgen. Dat staat nu veel te laag met alle nare gevolgen voor de natuur in ons land. Vooral desastreus voor onze mooie veengebieden!

10 juli 2010

Afgelopen dinsdag vonden wij in de Kierse Wieden de prachtige Vuurlibel (Crocothemis erythraea). Enthousiast achtervolgden wij hem behoedzaam met de camera want we dachten een zeer bijzondere vondst te hebben gedaan. Lang was dat inderdaad zo, de in Zuid-Europa algemene vuurlibel werd als zwerver maar een enkele keer in ons land gezien maar daar hebben de warme zomers en de verbeterde waterkwaliteit verandering in gebracht. Vorige zomer liet de Vlinderstichting dan ook weten dat deze mooie libel uit de familie der korenbouten niet langer zeldzaam was maar algemeen voorkomt. Het mannetje is scharlakenrood, de vrouwtjes bruin. De libellen jagen in open, zonnige gebieden naar muggen en vliegen. Met de tangen op het achterlijf pakt de man een vrouw voor de paring. Zeldzaam of niet, wij vonden het een prachtige ontdekking.

9 juli 2010

Vandaag ga ik vriend K., met wie ik de passie voor bloemen en beestjes gemeen heb, in het ziekenhuis opzoeken. De weg naar diens hart is prima begaanbaar maar nu moest toch een aantal parallelwegen worden aangelegd. Van deze renovatiewerkzaamheden ligt hij nu wat moeizaam te herstellen. In het voorjaar kreeg ik van iemand  wat zaden van Orlaya en ik heb ze met hem gedeeld want als iemand groene vingers heeft, is K. het wel. Maar zijn zaaisel mislukte en bij mij ging het goed en nu staat mijn Orlaya te bloeien dat het een lieve lust is. Wat een schitterende plant! Mooi geveerd blad en een zee van helder witte schermbloemen.  Orlaya grandiflora is een eenjarige plant die in ons land niet in het wild voorkomt. Wel nog in WalloniŽ (B) waar hij zeldzaam en ernstig bedreigd is. In Midden en Zuid-Europa voelt hij zich zeer thuis. Bij enkele gespecialiseerde kwekers is de plant te koop en zaden zijn soms ook te vinden. Mooie bloemen pluk ik zelden in de eigen tuin maar voor vriend K. maak ik graag een uitzondering. Hij krijgt een vaasje met mijn kostbare Orlayablommen. Ik hoop dat het hem goed zal doen!

8 juli 2010

Tijdens de struindag met mijn natuurmaatje zagen wij ongelooflijk veel Sint Jansvlinders. Blijkbaar is het een topjaar voor deze vlinder dankzij verstandige gemeenten en terreineigenaars die het hart voor de natuur op de juiste plek hebben zitten en niet als dollemannen overal het Jacobskruiskruid fanatiek en rigoureus bestrijden, zoals helaas op veel plaatsen het geval is. Deze vlinder is uitsluitend van kruisbloemigen afhankelijk en in het bijzonder het Jacobs- kruiskruid. In onze Flora en Faunawet staat geschreven dat bepaalde planten indien nodig  bestreden mogen worden maar ook dat ze niet mogen worden uitgeroeid. En daar lijkt het vaak wel op. Ik kwam op een mooi beschermd natuurterreintje waar zelfs boeren illegaal plant voor plant van dit kruid hadden uitgestoken. Voor een deel lijkt mij deze haatcampagne tegen het kruid het gevolg van de "angstreclame" die gemaakt wordt. Zoals in de provincie Gelderland waar men gemeenten een verklaring van bestrijding liet ondertekenen. In de natuur echter vormt het Jacobskruiskruid geen enkel gevaar. Het is het maaibeheer dat van belang is, evenals de verwerking van hooi waarin de plant in afgemaaide vorm voor dieren een gevaar kan zijn.

7 juli 2010

De heerlijk koele dag van gisteren bood natuurmaatje en mij weer een uitgelezen gelegenheid om samen weer eens te gaan struinen door de natuur. Een van onze mooiste vondsten was een zestal exemplaren van de Weidebeekjuffer ((Calopteryx splendens). Libellen worden in twee groepen ingedeeld: juffers en echte libellen. De Weidebeekjuffer behoort tot de beekjuffers. Een werkelijk sprookjesachtig mooie libel. We hebben ademloos staan kijken hoe een vrouwtje het hof gemaakt werd. Het mannetje fladderde boven de beek en liet zich telkens op het water zakken waar hij zich een paar tellen op de stroom liet meevoeren en ging dan weer op de wieken. Als zo'n juffer vliegt, doen de vleugels denken aan molentjes die snel rond wiekelen. Het vrouwtje is
-zoals veel dieren in de natuur - minder uitbundig gekleurd. Ze is overwegend groen en haar vleugels missen de mooie donker violette signaalvlekken. Je vindt deze juffers uitsluitend bij stromende, schone en zuurstofrijke beken. De larven kunnen alleen maar in zulk water overleven.
Doordat er niet veel van zulke beken meer zijn, is het een waar feest om ze ergens te ontdekken!

6 juli 2010

Maar liefst twintig rupsen van de Helmkruidvlinder (Shargacucullia scrophulariae) zag ik op de helmkruidplant die in zijn uppie op het het bospad stond. De vlinder is een onooglijk klein bruinachtig nachtvlindertje uit de familie der uiltjes, dat maar ťťn generatie per zomer voortbrengt. Deze "grijze muis" onder de vlinders krijgt kinderen die precies het tegenovergestelde zijn. Ze hebben een zeer opvallend kleurpatroon dat zou doen vermoeden dat deze rupsen al snel ten prooi vallen aan een vogel. Maar het zijn juist signaalkleuren: eet mij niet op, ik smaak smerig! Als het een kind was, zou je van zo'n rups zeggen dat hij je "de oren van je hoofd" at. De bladeren onder de bloemzaden zijn daarvan een duidelijke getuige, ze liggen barstensvol uitwerpselen. Het is non stop eten en poepen bij deze dieren. Niet verwonderlijk natuurlijk als je je realiseert in welk tempo zo'n rups groeit. Hij vervelt een keer of vier, vijf omdat hij telkens uit zijn jasje barst en hij moet ook nog eens in prima conditie zijn als hij gaat verpoppen. De Helmkruidvlinder (de vlinder ontdek je nauwelijks) vliegt in heel Nederland maar toch voornamelijk op de Gelderse zand-gronden en de Utrechtse Heuvelrug.  Wie ze wil zien, moet nu op zoek naar  het Helmkruid.

5 juli 2010

De jonge eksters in onze tuin zijn inmiddels helemaal zelfstandig. Ze gaan grotendeels hun eigen weg maar komen toch nog steeds bij elkaar om de dag door te praten. We hebben ongelooflijk plezier aan ze beleefd nadat de oudervogels het grut onze tuin had binnengeleid. We zagen en hoorde een zeer onderhoudend leerproces. Hoe ze werd voorgedaan hoe ze in een drinkschaal konden badderen bijvoorbeeld en daar prompt met z'n vieren aan begonnen. We hoorden hoe ze hun stemmen oefenden en een kakofonie aan geluidjes en geluiden begonnen voort te brengen. Goed te horen was dat we hier met echte zangvogels te maken hadden al slaagden ze er niet bepaald in om die brij aan geluiden aaneen te rijgen tot een lied. Voor eksters zijn ze wel erg tam geworden, ze zitten zelfs op onze tuintafel rond te neuzen of er iets te halen valt. Vaak zijn ze te vinden tussen de jonge kauwen en samen struinen ze de buurt af. Straatjongens zijn het nu!

4 juli 2010

Steeds meer zomervlinders vliegen nu rond. Het Klein koolwitje is met vele aanwezig en dagpauwogen, aurelia's en heel veel minivlindertjes zijn te zien. Ondanks de zinderende zomer-hitte die je belet om overdag veel buiten te zijn. Maar desondanks is het genieten, je moet je patroon gewoon aanpassen, tropenrooster heet dat. Ik zie in de vroege morgenuurtjes wanneer de hitte nog draaglijk is, de vaste wandelaars richting bos trekken, daar lopen nu reeŽn met hun kalveren. Pas heel laat koelt het 's avonds buiten af. Wie dan buiten gaat zitten hoort de gierzwaluwen krijsen in de lucht en ziet de vleermuizen door de tuin scheren, op jacht naar insecten. Avondvlinders bewegen zich langs en op de bloemen, in het donker kun je nauwelijks zien welke het zijn. Vandaag is het even wat koeler en de hitte voor een dag of wat verdreven. Helaas is hier maar heel weinig van de beloofde regen gevallen dus de bodem is nog steeds gortdroog. Sommige bomen hebben het heel moeilijk doordat hun wortels het water niet meer bereiken. Krentenboompjes staan hier massaal te verdrogen en veel blad valt alweer als gevolg van de hitte en de langdurige droogte. Zowaar is onze Winterkoning weer terug. In het voorjaar bouwde hij in onze Akebia een nest dat jammer genoeg onbewoond bleef. Hij probeert het nu opnieuw aan de vrouw te brengen en plukt weer van dezelfde boomstammen nieuwe plukjes mos om het wat op te knappen. We horen hem continu zijn pittige liedje zingen.

3 juli 2010

Een aardige IVN-ster vond dat een bedankje voor bewezen diensten op zijn plaats was en bracht mij laatst een fraaie tuinplant, genaamd Achillea Moonlight. Natuurlijk heb ik hem meteen een goede plek in de tuin gegeven en hij blijkt een fantastische insectentrekker. Zoals de mooie Roodtip basterdweekschildkever  (Malachius bipustulatus), een heel klein beestje van maar enige millimeters. Hij dankt de toevoeging "basterd" (bastaard) aan het feit dat zijn rugschilden niet helemaal doorlopen tot het eind van zijn lichaam, zoals dat bij een "echte" weekschildkever als het bekende Soldaatje wel het geval is. Het insect jaagt op andere insecten maar eet ook nectar.

2 juli 2010

Mijn vriendin, die zich in haar heerlijk groene tuin tot het uiterste inspant om alles wat vliegt en kruipt te behagen, te lokken en te houden, kocht een nestmandje waarvan ze niet verwachtte dat het ook gebruikt zou gaan worden. Het kostte bijna niets en ze vond het leuk staan aan de muur. Wie schetst haar verbazing toen een stel Grauwe vliegenvangers het rieten onderkomen zagen als een geweldige wieg voor hun toekomstig kroost!  Dit is ook wel opmerkelijk omdat de Grauwe vliegenvanger wel nestkasten betrekt, maar dan van het half open type. De daad werd meteen bij het gezang gevoegd en het gevolg is dat er nu nieuwe jonge vliegenvangertjes zijn die inmiddels al op uitvliegen staan. Vliegenvangers bouwen hun delicate nestjes van mossen, worteldraden, grashalmen en grasblaadjes. Als het casco klaar is, wordt het nestje gevoerd met haren en ander zacht materiaal. Als de jongen met succes uitgevlogen zijn, is dat voor de vliegenvanger een goede reden om volgend jaar op deze plek een nieuw legsel uit te broeden en groot te brengen.

1 juli 2010

Vandaag wordt op de Veluwe de jacht op Wilde zwijnen alweer geopend. Deze dieren worden slechts een paar maanden per jaar met rust gelaten. Ondanks alle afschot die jaarlijks plaats vindt, komen er steeds meer zwijnen. Daardoor wordt ook de twijfel aan de manier waarop deze dieren beheerd worden steeds groter. Vaak is het zo dat er meer dieren per worp komen naarmate het afschot groter is. Dat is een natuurlijk mechanisme en dat geldt niet alleen voor zwijnen. Jagers hebben zich de afgelopen weken bezig gehouden met het tellen van de aantallen zwijnen en komen uit op een schatting van plusminus 5.000 dieren. Het plan is daarvan 4.000 zwijnen af te schieten. Zwijnen leven in familieverband, op dit moment lopen de biggetjes nog in hun pyjamaatjes. Groot en klein zal worden doodgeschoten met afschuwelijke gevolgen. Een jachtopziener van het Nationaal Park De Hoge Veluwe: "de jacht levert hartverscheurende taferelen op want hele familiestructuren worden kapotgeschoten en families worden uit elkaar gejaagd". Dankzij de instructies van ons Faunabeheersplan. Ik word er misselijk van!

30 juni 2010

Onscherpe foto van de Zwarte specht  (Dryocopus martius) die ik nooit hier geplaatst zou hebben als dit niet de eerste keer was dat ik ooit een Zwarte specht gefotografeerd had. De afstand was groot en de specht bleef helaas niet lang zitten. Deze geweldige vogel is er een die een verborgen en teruggetrokken leventje leidt in oude bossen. Als ik hem niet zou horen, zou ik niet weten dat hij hier woonde. In boekjes lees je altijd dat zijn geluid precies lijkt op het lachen van de Groene specht. Ik hoor hier nooit lachende Zwarte spechten. Wat ik wel hoor is het zeer herkenbare luide kri-kri-kri- of het melancholieke lang aangehouden gluuuuh-gluuuh. Dit laatste geluid heb ik wel eens geÔmiteerd toen ik een keer met mijn oudste kleinzoon door het bos liep. En waarachtig, de specht kwam steeds dichterbij en riep terug, hetgeen mijn kleinzoon vol bewondering thuis deed vertellen dat oma met vogels kon praten. Het vrouwtje van de zwarte heeft een rode nekvlek terwijl de man een rode pet opheeft.  Het is de grootste specht van ons land en als je toevallig onder een boom loopt waarin hij aan het hakken is, schrik je je een aap! Het gat dat toegang geeft tot de nestholte is ovaal, terwijl dat van de bonte en groene specht rond is. Ik realiseer me opeens dat ik het lachen van de Groene specht al lang niet meer gehoord heb. Ik meen me ook te herinneren dat ik gelezen heb dat het met deze vogel niet zo heel goed gaat.

29 juni 2010

Jaren geleden kreeg ik van een bevriend IVN-maatje annex volkstuinbuurman een plantje van zijn kostbare Rapunzelklokje. Jaar na jaar zag ik het op dezelfde plek terugkomen. Nooit meer dan ťťn plantje. Maar dan dit jaar! Ik wist niet wat ik zag toen ik kort geleden een heel veldje vol van deze zeldzame wilde plant zag staan op een stukje van mijn volkstuin dat ik gecontroleerd laat verwilderen. (Een mens kan immers niet elke dag sla en andijvie eten). Er staat zoveel dat ik me de luxe kan permitteren af en toe een stengel af te plukken om er thuis verder van te genieten. Rapunzel is een lid van de Campanulafamilie maar hij staat op de Rode Lijst en is buiten dat zeer sierlijk en teer om te zien. Elke morgen voor dag en dauw fiets ik met twee kleine jerrycans vol water naar mijn volkstuin om daar te redden wat er te redden valt. Het is er zo verschrikkelijk droog en een watervoorziening is er niet. Vorig jaar hebben we geprobeerd dat te veranderen door hier en daar wat subsidie te vragen maar de rijke landheer Twickel, op wiens grond we tuinieren, heeft er geen eurocent voor over. Dus slepen we jaar in jaar uit water naar onze tuinen en daardoor valt het op dat de tegenwoordige zomers lange perioden van grote droogte hebben.

28 juni 2010

Vanaf mei tot de vroege zomer vindt je van deze kloddertjes schuim op planten en bomen. Ze worden geproduceerd door de larven van de Schuimcicade (Philaenus spumarius) die dat doet door via de anus vocht uit te scheiden en daarin heel veel lucht uit te ademen waardoor je dit koekoeksspog, zoals het ook wel genoemd wordt, ziet. Vooral wilgenbomen zitten nog wel eens vol met deze larven waardoor het kan lijken of het regent, zoveel vocht valt er dan uit de bladkroon. De larven vervellen binnenin het schuim vijf keer en worden dan een imago. En dat is een minuscuul insectje dat over onvoorstelbare springkracht beschikt. Het zijn de kleine springertjes van maar zes mm lang die je wel tussen de planten ziet weg springen als je in de tuin aan het werk bent. Een neuroloog van de vakgroep zoŲlogie aan de Universiteit van Cambridge ontdekte tot zijn stomme verbazing dat dit insect de beste springer tot nu toe moest zijn. Hij kan zijn pootjes als een veer spannen en daarbij een afstand van 70 cm halen. Dat is als een mens die uit stilstand 210 meter hoog zou springen. Dat beestje weegt niet meer dan 12 milligram! Over het kleine gespuis in de natuur moeten we zeker niet geringschattend denken!

27 juni 2010

Op dit moment worden er prachtige vlinderontdekkingen gedaan. Onverwachte of zeldzame soorten duiken op en soms zelfs in grote aantallen. Zoals bij de Bemelerberg in Limburg, waar momenteel honderden exemplaren van de Veldparelmoervlinder rondvliegen. Een zeldzame soort die uit Nederland verdwenen was en nu bezig is aan een spectaculaire come back. In onze tuin deed zich gisteren iets dergelijks voor, zij het op aanzienlijk kleinere schaal maar desondanks niet minder mooi! Het vliegbeeld van de vlinder viel me meteen op, en ook de fel witte vlekken op de vleugels. Ik slaagde er maar met moeite in om een paar foto's van deze fraai dartelende verrassing te maken. Het bleek de Kleine ijsvogelvlinder (Limenitis camilla) te zijn. Heel leuk om zo'n insect te kunnen determineren en vast te stellen dat het een zeldzame dagvlinder van de Rode Lijst is. Niet zo heel ver hier vandaan ligt een natuurreservaat, Het Leusveld, dat door Natuurmonumenten gekoesterd en vertroeteld wordt en hier leeft nog een mooie populatie van deze vlinders. Het kan dus best zijn dat "mijn vlinder" door de wind hierheen werd gevoerd. Helaas zal hij hier geen mooie wegbermen en hagen met Kamperfoelie vinden! Kamperfoelie is namelijk de waardplant van deze vlinder en de eitjes worden daarop gelegd.

26 juni 2010

Toen ik lang geleden met het volkstuinieren begon, werd ik nogal eens meewarig aangekeken door mijn medetuinders die al die bloemen en planten maar belachelijk vonden op een volkstuin. Daar hoorden velden aardappels te staan en preien in het gelid, netjes in bedden zodat je er keurig doorheen kon schoffelen. Maar de dames nemen steeds in aantallen toe en de heren zien hoe leuk dat is! Er is zelfs al een heer die er alleen maar bloeiende planten heeft staan en een enkel rijtje boontjes omdat zijn kleindochter dat zo leuk vindt. Ook in de mannentuinen ver- schijnen nu steeds meer blommen en het volkstuincomplex wordt er al maar fleuriger van. Voor het eerst zag ik nu bij een van de heren deze bloeiende slaapmutsjes. Anders ligt het met onze gemeente die nog steeds beschermde wilde planten uit de groenstroken wegmaait. Ik kan er zo verschrikkelijk kwaad om worden. Zo kwaad dat ik ook dit jaar weer met de gemeente in de clinch ga over het gevoerde (wan)beleid. Ik moet eens zien uit te vissen of je een gemeente kan aanklagen als die beschermde grasklokjes, wide anjertjes en andere beschermde planten vernielt. Ik ben alvast bezig een en ander op foto's vast te leggen want dit moet anders!

25 juni 2010

Gistermiddag heb ik een poosje zitten kijken naar een stel jonge koolmeesjes dat bezig was uit te vliegen. Het eerste broedsel in deze nestkast was mislukt: alle meesjes lagen er dood in. De reden zal vast het tekort aan rupsen zijn geweest. Dat is nu anders en hoewel er al vijf meesjes zijn uitgevlogen krijgen de overige twee nog steeds lekkere vette rupsen aangereikt. Pa of ma koolmees hangen daarbij voor het vlieggat en bieden het grut een eiwitrijk hapje aan. Daar groeien ze uitstekend op. Als de volwassen vogel het nest induikt, weet je al wat er gebeurt. Een paar tellen later komt hij weer naar buiten met een in een vliesje gehuld uitwerpsel dat ver uit de buurt wordt weggegooid. Het nest en de omgeving blijven schoon zodat het geen aanwijzingen voor rovers oplevert. Er vliegen heel veel jonge koolmeesjes rond momenteel, je hoort ze overal.

24 juni 2010

De tijdsduur die de ontwikkeling van kikkereitje tot kikker in beslag neemt, hangt samen met de temperatuur van het water. Hoe warmer dat is, hoe sneller de voortgang. In onze vijver ontdekte ik het eerste donderkopje dat op weg is een echte kikker te worden. Kwamen eerst zijn achter-pootjes tevoorschijn, nu zijn ook de voorpootjes door de kieuwopening gebroken, waarna de kieuwen zich sluiten en het kikkertje over moet gaan op ademen door zijn pas verworven longetjes. Kikkers kunnen overigens ook ademen door hun huid. Van plantenetertje dat zich voedde met algjes, wordt onze kikker nu een vleeseter. Daarom krijgt hij van moeder natuur ook meteen een langere darm. Tijdens zijn metamorfose krijgt hij natuurlijk ook een echt bekkie dat zijn zuigmondje vervangt. Alleen het staartje moet nu nog verdwijnen, dat wordt langzaam geabsorbeerd in zijn lijf. Over een dag of wat gaat de miniatuurkikker het land op. Good luck!

23 juni 2010

De bosklaverzuring is een van de weinige plantjes die altijd mooi om te zien is. Zelfs in de winter staat het blad er nog fier blij. Het is wel een plantje dat niet altijd zin heeft zich in vol ornaat te vertonen want als het koud is, of nat of droog, vouwt het de blaadjes helemaal dicht. Heeft het plantje het naar de zin, dan gaan de blaadjes weer open en in het voorjaar tovert het de mooiste en teerste bloempjes tevoorschijn. Het viel me pas op dat slechts aan een enkel plantje een zaaddoosje zit.  Wat daarvan de oorzaak is, weet ik niet. Maar blijkbaar wordt er toch genoeg zaad geproduceerd om voor een goede verbreiding te zorgen. Deze klaverzuring kun je ook in de eigen tuin zetten, maar dan wel op een schaduwrijk plaatsje. Ook daar zal het bloeien in de lente.

22 juni 2010

Bij de sluis in Dieren vinden ganzen, zwanen en eenden een geliefd plekje. Het is er rustig want boten varen er niet. Zodra je je vertoont, komen de vogels naar je toe want ze zijn er aan gewend om gevoerd te worden. Dit mooie multi colour eendje is er ook bij. In het verleden hielden de mensen geen kippen maar eenden. Die werden geselecteerd op hun eiproductie. Maar om onduidelijke reden kwamen de kippen ervoor in de plaats. Waarschijnlijk omdat die eenvoudig te houden waren. De eenden van toen liet men over aan hun lot waardoor er allerlei vermengingen kwamen met wilde eenden. En dat gaat nog altijd door. Daarom zie je de meest vreemde kleur- combinaties bij eenden. De een is wat meer geslaagd dan de andere, dit is een superkleurling!

21 juni 2010

Ik wilde eens op zoek gaan naar vlindertjes in het bos. Na de eerste vlinderlichting in het voorjaar volgt in juni een dip. Volgende maand komt de zomergeneratie tevoorschijn. Maar op de stammen van de bomen had ik al veel kleine vlindertjes gezien (die ik overigens maar niet scherp op de foto kreeg). Op een pad waar veel zwijnenwissels liggen en ik de zwijnen ook heel vaak gezien heb, stuitte ik op een biggetje dat languit lag te zonnebaden op het pad, terwijl de rest van de familie zich in het struikgewas had teruggetrokken. Pas op het allerlaatste moment merkten we elkaar op. Ik dacht eerst even dat het een bruin hondje was maar toen het beest met verontwaardigd geknor opsprong en de struiken in rende, zag ik wat het werkelijk was. Leuke ontmoetingen zijn dat.  Even verderop vloog een spierwit klein vlindertje dat ik net zo lang volgde tot het ging zitten en ik het behoedzaam kon fotograferen. Het voor mij onbekende vlindertje bleek het Wit spannertje (Asthena albulata) te zijn. Dit heb ik niet zelf ontdekt maar een medewerker van de Vlinderstichting kon het mij vertellen. Het was moeilijk op naam te brengen omdat alle tekening uit de vleugels verdwenen was. "Er zit geen schubje meer op de vleugels, totaal afgevlogen", luidde het oordeel. Het vlindertje blijkt een zeldzame soort die in ons land niet overal voorkomt.

 

 

 


naar boven