Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 2014/2015
 
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015

 

 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
   

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

Lente 2015

 

19 juni 2015

Deze wants verkeert in een twijfelachtige conditie en het komt door mijn schuld. Ik gebruik nog wel eens "hordoek" (het nylon spul dat je als muggenwering voor je raam kunt spannen) om het over zaailingen en vraatgevoelige groenteplanten te leggen. Het is zacht en glad en je kunt het handig draperen. Bovendien raken er geen vogels in verstrikt zoals wel regelmatig gebeurt bij  grofmazige groenten- of fruitnetten. Kennelijk was er een wants onder gekropen die het slecht bekwam toen ik een gieter water over hem uitstortte. Het is de Pyjamawants (Graphosoma lineatum). Wat dit onfortuinlijke insect mij wel opleverde was een blik op zijn vleugels. Die krijg je gewoonlijk nooit te zien en ik was dan ook verheugd te kunnen constateren dat behalve zijn gestreepte bovenkant en geblokte onderkant er ook nog fraai gekleurde vleugels zijn. Met de wants liep het overigens goed af.

Dit zijn de eitjes van een andere wants en waar hadden die beter gelegd kunnen worden dan op het mooie rode blad van de Melde. Een schilderijtje in de natuur. Ze werden me gebracht door een medevolkstuinster die ook altijd veel oog heeft voor het moois in de natuur.

De Groene stinkwants (Palomena prasina) is degene die deze felgroene eitjes legt. Het is zo ongeveer de meest voorkomende wants in ons land en iedereen heeft ze wel in de tuin waar ze sap uit de bladeren zuigen. Dat doen ze met hun snavel die ze uitklappen als ze zich willen voeden. Daarna wordt de snavel onder de kop teruggevouwen. De dame Palomena legt haar eitjes altijd in keurige groepjes en in de maand september verschijnen de volwassen exemplaren. In de tussentijd hebben die dan meerdere vervellingen doorgemaakt en elke keer hebben ze dan een nieuw pak aan. Daardoor worden ze vaak moeilijk als soort herkend. In de herfst worden deze wantsen bruin om in het voorjaar weer groen te kleuren.

18 juni 2015

Omdat ik veel met de hand wiedt valt mijn oog nog wel eens op het kleine grut dat ik voor het gemak maar frutselbloempjes noem. Zo'n frutselbloempje is ook de Gewone spurrie (Spergula arvensis). In de oorspronkelijke uitgave van De Flora van Nederlands, door H. Heukels (uitgave 1909-1911) staat: Spťrgula, van het Latijnse spargere: uitstrooien hetgeen daarop slaat, dat deze planten hunne zaden zeer gemakkelijk uitstrooien. Arvensis betekent veld. Ik vond het tussen mijn andijvieplanten. Zo achteloos schoffelen we dit soort plantjes om of trekken ze uit als ongewenst, terwijl ze het verdienen om eerst goed bekeken te worden. De kleinste bloempjes zien er vaak het lieflijkst uit, zo heb ik ondervonden. Een loepje in je zak tijdens een wandeling, of even een foto maken om thuis nog eens beter te bekijken, het levert je zoveel moois op.

Gewone spurrie, die op de arme droge zandgronden groeit, heeft lijnvormige blaadjes, daaraan kun je het al herkennen. Dat de witte kroonblaadjes die de bloem- of kelkblaadjes omvatten toen ze nog in de knop zaten, wat groter zijn dan de bloemblaadjes geeft ze een apart uiterlijk. De zaden van dit plantje zijn buitengewoon kiemkrachtig en het schijnt dat opgravingen van voorwerpen uit de ijzertijd aantoonden dat die na 1000 jaren nog kunnen ontkiemen. Hoe bijzonder. Je kunt je bijna niet voorstellen dat vroeger zo'n klein plantje als voedergewas op de akkers stond. Het was heel goedkoop om het te kweken omdat het nauwelijks voedsel nodig heeft. Het was een uitstekend voer voor geiten, schapen en paarden. Aan het begin van de 20ste eeuw werd er nog 3600 ha Spurrie verbouwd. Tegenwoordig is er geen belangstelling meer voor.

17 juni 2015

Er vliegen momenteel heel veel insecten rond met enorme sprieten van wel 4 cm op hun kop. Het is de Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella), een hele mond vol voor zo'n klein insect. De overdag vliegende motten zwermen in groepen rond de planten en met z'n allen zijn ze natuurlijk beter zichtbaar dan wanneer ze dat alleen doen: op en neer, op en neer. Hun dans lijkt eindeloos te duren en als ze er moe van worden gaan ze ook allemaal tegelijk op een bloem of blad zitten rusten. Met hun gedrag proberen ze de vrouwtjes te verlokken tot een paring. De vrouwtjes hebben veel kortere sprieten dan de mannen. De pietepeuterige rupsjes krijg je nooit te zien, ze leven in een zakje in de strooisellaag op de grond.

Tot mijn vreugde zag ik vanmiddag de Koninginnepage vliegen over de volkstuinen. Juist omdat er vorige  zomer geen rupsen te vinden waren, wat uitzonderlijk was. Ieder jaar meldde een aantal tuinders mij dat ze rupsen voor me hadden. Die nam ik mee naar huis en eind mei, begin juni als ze verpopt en uitgeslopen waren, liet ik ze boven de volkstuinen weer los. Nu moet deze majestueuze vlinder gaan paren en eitjes leggen maar worteltjes, dille en aanverwante planten zijn in dit droge seizoen nog maar heel klein. Ik hoop maar dat het allemaal goed komt.

Aardappels kunnen roze of wit bloeien, afhankelijk van de soort. De soort die ik heb, heeft niemand en ik heb er maar acht. Vrienden brengen jaarlijks als dank voor het zorgen voor hun huis, leuke lokale producten mee uit het land waar ze hun fietsvakantie doorbrachten. Zo kwam een klein zakje aardappeltjes uit de Andes bij mij terecht. Bij het schoonmaken van een stukje volkstuin vond ik afgelopen herfst nog een paar knolletjes terug in de grond. Zo klein als een knikker maar ik heb ze in de groentelade van de koelkast gelegd, gebed in een laagje zand, en pas laat in het voorjaar in de grond gestopt. Meer voor de lol dan dat ik zo nodig aardappels verbouwen wil. Op de volkstuinen liggen de aardappelveldjes er zielig bij nu, de planten vergaan van de dorst. Iedereen loopt te sjouwen met gieters water maar wat echt zou helpen is twee dagen onafgebroken regen. 

16 juni 2015

De droogte begint nijpend te worden, niet alleen in ons eigen land maar ook elders op plekken in de wereld. Vandaag werd bekend gemaakt dat dit voorjaar bijgeschreven wordt in de top vijf van droogste seizoenen. Ik lees er niets over maar het moet toch overal opvallen hoe slecht veel bomen er bij staan. De krentenbomen in de plantsoenen staat alweer te verdorren, andere ondiep wortelende soorten laten blad vallen, coniferen krijgen bruine naalden. Als deze trend in het weer zich voortzet, zou dit best eens gevolgen kunnen hebben voor de boomsoorten die wel of niet worden gekozen bij de beplanting in  woonkernen en daarbuiten. De bosbesvegetatie in het bos staat er nog mooi groen bij maar er zitten geen bessen aan.

Toen ik gisteren langs een beukenboom liep waaraan ik de noten zag groeien, realiseerde ik mij opeens dat ik die aan nog geen enkele andere beuk in mijn wandelbos gezien had. Voor de zekerheid zal ik dat binnenkort toch nog eens checken want het zou me ontgaan kunnen zijn, al geloof ik dat niet zo. Het kan dus niet anders, zo zou je denken, dat dit  in de herfst en de winter weer zulke akelige hongerseizoenen ten gevolge zal gaan hebben voor de dieren die moeten leven van bessen, beukennoten en eikels.  Zoals eerder al een keer gemeld dragen de Japanse lariksen in het bos geen kegels dit jaar. En de bessenstruiken op mijn volkstuin hebben ook weinig te bieden. Op een website van een Belgische fruitteler las ik dat het bij veel  "appelaars" slechts tot een minieme vruchtzetting is gekomen.

De laatste spontaan ontstane zoelplasjes in het bos zijn nu aan het opdrogen. Op deze plek is ook het water verdwenen maar een zwijn heeft toch nog geprobeerd zich  in de modder rond te wentelen. Zwijnen kwakken zich altijd tegen de grond als ze willen zoelen en een zo'n beest heeft hier een mooie en perfecte afdruk van zijn borstelige lijf achtergelaten.

15 juni 2015

Twee weken geleden was ik er getuige van hoe mijn oudste kleinzoon in het tuincentrum bezweek voor een in pot gekweekt exemplaar van het Vingerhoedskruid. Hij was er niet van af te brengen want hij vond hem prachtig en de plant deed hem denken aan zijn jonge jaren toen wij nog fungeerden als oppasgrootjes en hij vaak met mij het bos in ging. Hij moest voor de plant een bedrag van 9 euro betalen. Schande! Ik legde hem uit hoe die planten groeien, uitzaaien en voor nakomelingen zorgen en dat hij een paar zaailingen gratis en voor niets kon halen uit de overvloed van de natuur. Het weerhield hem er niet van de plant toch mee naar huis te nemen.

Het jochie van toen is nu bijna 20 jaar en hij is het enige kleinkind met van zijn oma geŽrfde groene genen en oma vindt het geweldig! Dus nodigde ik de familie gisteren te eten uit en zo kon ik  's middags met hen het bos in om ze de overvloed van bloeiende vingerhoedsplanten te laten zien. Zijn vader en moeder waren er niet bepaald van onder de indruk want geen van beiden heeft iets met natuur. Hoe kan zijn moeder mijn dochter zijn! Hoe mijn kleinzoon ook probeerde haar te betrekken bij al dat moois in de natuur, zijn pogingen waren als boter aan de galg gesmeerd. De mierenhoop vond ze smerig en ze snapte niet hoe wij daar bewonderend bij stonden te kijken.  Zijn vader liep op zijn telefoon te turen....

Maar gelukkig heeft hij zijn oma nog. Samen keken we naar het prachtig blauwe restant van een leeg merel- of lijstereitje dat op de bosbodem lag. Hij vond het zelf.

Tot mijn blijdschap vonden we nog iets leuks: een helderwit feeŽnlampje dat aan een larikszaailing hing. Ik vind ze maar heel af en toe dus dit was een fraaie vondst. De spinnenwieg was nog maar net gemaakt en de Lantaarnspin die ervoor verantwoordelijk was zagen we snel weglopen toen ze zich betrapt voelde. Ik vertelde hem hoe de cocon opgebouwd was met verschillende kamertjes die elk een eitje bevatte en dat de spin nog terug zou komen om de cocon met zandkorrels te bedekken zodat het niet meer zo zou opvallen als nu het net vervaardigd was. Kleinzoon vond het bar interessant en maakte er foto's van met zijn smartphone. Volgende keer gaan we samen en laten pa en ma lekker thuis bij opa!

14 juni 2015

Regelmatig treft het me weer hoe wandelaars en natuurliefhebbers volkomen anders reageren op het zien van edelherten dan bosbeheerders en jagers. De beheerder van mijn wandelbos ziet ze liever gaan dan komen vanwege schade die ze in de bossen veroorzaken. De jagers hebben zo hun eigen manier van kijken en de eerste twee categorieŽn genieten mateloos als ze deze majestueuze dieren zien en gaan er speciaal voor het bos in. De herten verkeren in uitstekende conditie, kijk eens naar hun stevige lijven. Hun vacht is nu van een zomers bruin en hun stoere winterkragen hebben ze voorlopig weer in de kast gehangen. De groei van de geweien is bijna voltooid; over en paar weken schuren ze de fluweelachtige bekleding die nu nog moet zorgen voor bescherming en transport van voeding voor de opbouw er af.

De mierenhoop die langs een pad ligt, heeft het zwaar te verduren. De mieren werken van vroeg tot laat aan de wederopbouw want in de winter stort zo'n hoop bovengronds totaal in elkaar door het gewroet van wilde zwijnen die er nog wat larven hopen te vinden. Ondergronds ligt het werkelijke nest waar de mierenkolonie overwintert. De zwijnen komen echter nog steeds langs en dan begint het gedonder weer opnieuw als de hoop uit elkaar wordt gewroet.

Even verdrop in het bos ligt een mierenhoop waar de opbouw heel wat succesvoller verloopt. Hij ligt wat dieper in het bos, omringd door een hoop dood hout. Ik ben even door de knieŽn gezakt om deze foto te maken en te laten zien hoe enorm zo'n mierenbehuizing wel niet is. Als je erbij staat en ziet hoe de bosmieren onafgebroken  af en aan lopen, kun je niet meer dan ontzag voelen voor deze zeer nijverige diertjes.

Hier krioelen de mieren bij en over een bananenschil die een voorbijganger op de hoop had gegooid. Mieren kennen een onvoorstelbaar goede organisatie. De onvruchtbare wijfjes, werksters genoemd, kunnen wel zes jaar oud worden en vormen de grootste groep binnen het nest. Ze worden weer ingedeeld voor diverse taken, de ene groep bouwt aan het nest, de andere verzorgt de eieren, larven en de poppen, de derde groep houdt zich bezig met het schoonhouden van de nestruimte, enzovoort. En natuurlijk moet er voor voedsel gezorgd worden; een grote mierenstaat kan dagelijks wel 100.000 insecten vangen en aanvoeren. Zoiets kun je niet anders bekijken dan met heel groot respect.

13 juni 2015

Dit prachtige insect had ik nog nooit gezien. Dat was niet verwonderlijk want het bleek een langpootmug te zijn die als zeldzaam te boek staat. De Gele kamlangpootmug (Ctenophora festiva) zat op het blad van een potplant die vlak voor me stond toen ik op mijn gemak in de tuinstoel wat zat rond te kijken. Als dat geen cadeautje was!

Als je je tuin wat oppept met een jaarlijkse gift compost, kom je nog wel eens voor verrassingen te staan omdat daar allerlei zaden in kunnen zitten die in je tuingrond opkomen. Zo kreeg ik van een vriendin onlangs een heleboel zaailingen van de Verbena bonariŽnsis (de paarse bloem op een superlange steel). Door een tuinbedrijf had ze haar tuin laten opknappen en er was een flinke lading compost aan te pas gekomen. Nu staat haar tuin boordevol zaailingen van deze plant en dat is echt een beetje te veel. In mijn tuin verscheen dit jaar de Hopklaver opeens.

Hopklaver (Medicago lupulina) maakt stengels tot tachtig centimeter en krijgt bolronde heel kleine gele bloempjes. Zo'n bloem bestaat eigenlijk uit tientallen afzonderlijke bloempjes; zoiets heet een samengestelde bloem. Het "lupulina" in de naam verwijst naar de Hop maar de laatste is een vreselijke plant om in je tuin te hebben. Taaie stengels die hoog de bomen in klimmen en die je nauwelijks de grond uit krijgt. Ieder jaar slaagt er wel een stengel in te ontstappen aan mijn vernietigingsdrang en zaait zich dan enthousiast weer uit. Een hopeloze strijd dus. De Hopklaver mag blijven want hij krijgt na de bloei bijzondere zaden die ik ook nog even wil fotograferen.

11 juni 2015

Vanmorgen vond ik deze fraaie vlinder die Appeltak (Campaea margaritaria) heet, een mooi vers exemplaar. Deze vlinders komen op verschillende loofbomen voor in bosachtige streken. Dat het een verse vlinder is kun je zien aan het groen dat nu nog in de vleugels zichtbaar is. Bij oudere exemplaren verdwijnt die al na een paar dagen. De Appeltak is een algemeen voorkomende nachtvlinder die niet dagactief is, zoals veel andere nachtvlinders. Deze zat te rusten op brandnetelblad.

Zeg maar eens dat hier geen slimme spin woont. Hij maakte een zeer dicht geweven web en als er een insect door het struweel scharrelt schiet hij naar buiten en grijpt het slachtoffer om het mee in zijn hol te sleuren. Daar kan hij het rustig leegzuigen.

Van hommelsoorten is bekend dat ze zich niet laten weerhouden door bloemen waarin het stuifmeel diep verborgen ligt. Ze bijten een gaatje, meestal dichtbij de bloemkroon, zodat ze hun snuit naar binnen kunnen steken om het stuifmeel te verzamelen. Maar hier heeft iemand een groot gat in de bloem geknaagd om er helemaal in te kruipen. Slim hoor! Een hommel kan maar liefst 60% van zijn eigen gewicht aan stuifmeel meedragen. Mooi hoor!

10 juni 2015

Vanmiddag heb ik de eerste drie rijpe aardbeien geoogst in mijn moestuin. Echt, er is niets zo lekker als een aardbei, tomaat of worteltje dat je ter plaatste plukt en opeet. Het is een traditie die ik mijzelf heb toebedacht: ik mag ze ter plaatse zelf verorberen en pas de volgende vruchten gaan mee naar huis. En dat is zo genieten!!

De helft van mijn tuin, die bloemenborder is, ziet er zo feestelijk uit nu. Op deze plek besloten planten spontaan een roze hoekje te creŽren. De roos Zťpherine Drouhin bloeit overvloedig en zal doorgaan tot ver in de herfst. De dagkoekoeksbloemen zijn bijna uitgebloeid terwijl de klaprozen en het vingerhoedskruid nog maar net begonnen zijn.

Als je zoveel planten hebt die tegelijkertijd bloeien, trekt dat vanzelfsprekend insecten aan. Wat dat betreft denk ik altijd: hoe meer zieltjes hoe meer vreugd. Langs al die planten wandelen en goed kijken levert heel wat op aan klein grut. Hier zit een Aardhommel (Bombus terrestris) op een bloem van de Bieslook. Het is dat ik zijn tongetje zag bewegen, anders had ik gedacht dat hij dood was. Maar hij is Úf dronken van de nectar ofwel zo verzadigd dat hij ter plekke in slaap is gevallen. Want dat doen insecten ook: een uiltje knappen op of in een bloem.

Vorig jaar kregen alle leden van onze tuinclub een zaadje van een grote rode pompoen. Ik heb het niet gezaaid want zo'n plant neemt ontzettend veel ruimte in beslag en wat moet je met die grote knoeperds. Dit voorjaar vond ik het zaadje terug tussen enige paperassen en dat wakkerde mijn schuldgevoel aan. Dus toch maar gezaaid en in de moestuin geplant. Maar hij groeit letterlijk en figuurlijk voor geen meter want het is veel te koud. Merkwaardig hoe de planten die het "vanzelf" moeten doen, groeien als kool en alles wat je zaait zo klein blijft nu. Tomatenplanten hoef je al helemaal niet buiten te zetten dus die staan hier op de vensterbank. Veel eenjarige bloem- en groenteplanten die ik gezaaid heb verkeren nog steeds in een kabouterformaat. Je doet er niks aan, het is weer eens een van die rare lentes waar het weer besluiteloos van het ene uiterste in het andere belandt. Gewoon maar geduldig zijn en afwachten wat het verder worden gaat.

9 juni 2015

Behalve twee piepkleine vijvertjes plus een grotere, staan in onze tuin op allerlei veilige plekjes waterschalen waar door de vogels gebruik van wordt gemaakt. Vogels willen overzicht van de omgeving kunnen houden, willen bekijken of er al dan geen vijanden op de loer liggen en door de begroeiing rondom om de waterplasjes (veilige plekken voor de kikkers) kunnen ze dat niet goed. Daarom staan overal die bakken die dagelijks ververst worden, een paar keer per dag zelfs als het heel warm is. Het is een grappig gezicht hoe er uitvoerig gebadderd en gepoetst wordt en wij beleven er veel plezier aan.

De twee pimpelmeesjes die vorige week uitvlogen hebben nu ook de waterschalen ontdekt. De vogeltjes zijn nog niet op kleur en ook hun petjes laten nog geen enkel blauw zien. Instinctief weten ze al hoe ze moeten badderen en ze lijken er zich verrukt aan over te geven. Ik ben erg benieuwd wat de bevindingen van dit broedseizoen zullen zijn. Het blijft maar uitzonderlijk koud  's nachts met zelfs afgelopen weekend nieuwe records toen plaatselijk in het land de temperatuur weer onder het vriespunt zakte. Om vier uur in de ochtend beginnen de vogels al te zingen en start ook de voedseltocht weer om de hongerige bekjes in de nesten te vullen. Ik heb de indruk dat het broedsucces niet geweldig is. Insecten hebben er met die kou namelijk ook geen zin in.

8 juni 2015

In huis stond de tv de hele middag aan vanwege een spannende tenniswedstrijd dus besloot ik per fiets een agrarisch gebiedje achter het Rhedense dorp Spankeren maar eens op te zoeken. Daar vind je nog wat je graag wilt: sloten met Gele lis aan de kant, Waterviolier er in, net als mooie groene plakkaten kroos. Ook veel aardige bloemetjes tussen  het gras langs de sloot.

In de houtwal staan grote beuken waarin de Kamperfoelie (Lonicera) omhoog probeert te klimmen. Ze beginnen in bloei te geraken nu. Toen ik nog een jonge meid was sproeide ik een lekker geurwatertje in mijn haren dat niet alleen heerlijk rook maar ook de mooiste naam had die je maar bedenken kon. Vond ik. Het heette ChŤvrefeuille, het klonk zo mooi maar ik had geen idee wat het betekende terwijl ik toch Franse les had. Maar daar was ik niet zo goed in. Toen ik het op een moment toch eens ging opzoeken las ik dat die mooie Franse naam "geitenblad" betekende. Wat een desillusie! Maar het deed gelukkig niets af aan de verrukkelijke geur. Ik moet er altijd aan denken als ik in het wild de Kamperfoelie zie bloeien.

Er staan langs dat pad ook een paar armetierige eikenbomen. Bij de Eik hoort de opvallende Aardappelgal. In jonge staat ziet deze er glad, gelig of roze uit maar wordt hij ouder dan krijgt hij het uiterlijk van een verschrompelde pootaardappel. Het is de behuizing van een galwespje (Biorhiza pallida) dat deze boom als waardplant heeft. Meestal zijn gallen veel kleiner maar dit wespje maakt zo'n grote gal door in dezelfde bladknop meerdere eitjes te leggen. In de gal ontstaan dan een heleboel aparte hokjes, voor elk larfje een eigen kamer. Daarin groeien ze naar volwassenheid en in de zomer verlaten ze de gal als imago.

In het gras langs de sloot bloeit nu de Hengel (Melampyrum pratense), een eenjarig plantje dat groeit in zanderige en leemachtige grond. Doordat de bodem in ons land veelal verrijkt wordt met stikstof komt deze liefhebber van de armere gronden nu minder voor dan vroeger. Hengel is een half-parasiet en heeft de wortels van Zomereik nodig voor voedsel en vocht maar maakt wel zelf bladgroen aan. Vanwege dit laatste heet dit een half-parasiet. Hengel vind je ook in open bossen en parasiteert soms ook op bosbesstruiken en Ruwe berk. De bloemtrossen staan keurig in dezelfde richting en na de bloei verschijnen de doosvruchten. Als die rijp zijn, springen ze open en worden de zaden eruit geschoten. De plant is tweeslachtig.

6 juni 2015

Als het zo heet is als gisteren is het heerlijk toeven in het bos, al was daar de oplopende temperatuur ook goed merkbaar. Bloemen in een bos kom je niet zo veel tegen, zeker niet in een hoeveelheid als die in de Rhododendron zit. En die bloeit nu, wat een zeer feestelijk gezicht is. Er is een soort die hier van nature voorkomt: de Rhododendron ponticum roseum die tot drie meter hoog groeit. De struiken groeien graag langs de randen van het bos en op plekken waar schaduw is maar toch genoeg licht.

Het leuke van een bos is dat daar ook planten voorkomen die pas massaal gaan bloeien als de zomer in aantocht is. Het Vingerhoedskruid staat op uitkomen. Overal zie je het in knop staan maar op een enkele zonnige plek bloeit het al. Nog een weekje en het is weer feest in het bos. Als bloei van het Vingerhoedskruid voorbij is, moeten we het doen met het kleine grut waarvoor je veelal door de knieŽn moet. Maar dat levert je wel heel wat juweeltjes op.

Het was al aangekondigd, er zou noodweer komen die de warmte zou verdrijven. Gelukkig bleek dat voor het oosten van het land mee te vallen, maar je zag al van tevoren hoe regen en onweer in de lucht werden opgebouwd tot een dreigend geheel. Heel spannend is dat om te zien en het is de moeite waard om je tuinstoel in de ligstand te zetten en je over te geven aan het naderende spektakel. Voor de daadwerkelijke buien uit komt een stevige wind in actie, dat is het sein om op alles voorbereid te zijn. Dat waaien van de boomkruinen, de felle lichtflitsen, de steeds donkerder wordende lucht, prachtig om te zien!

Enkele gierzwaluwen vlogen nog, maar waar zouden die heengaan als de stortbuien losbarsten. Ze stijgen vast op naar boven de wolken, net zoals ze doen als de nacht nadert. Deze geweldige vogels kunnen naar een hoogte gaan tot 3000 meter om zich dan in een halfslaap langzaam naar beneden te laten zakken. Op het land komen ze niet, behalve in de broedtijd. Het is treurig dat de stand in ons land dramatisch achteruit gaat als gevolg van het verdwijnen van nestplaatsen. Renovatie van huizen met een nieuw aaneengesloten pannendek, sloop van oude huizen en schuren, alweer door menselijk toedoen dus. Altijd weer hetzelfde liedje. Slechts drie maanden zijn deze vogels in ons land en begin augustus merk je opeens dat het gegier uit de lucht weer verdwenen is.

5 juni 2015

De Bruine kikker heeft de voorjaarsrituelen al hoog en breed achter de rug en de nakomelingen zwemmen vrolijk als larven rond. Bruine kikkers kunnen de meest variabele kleuren hebben, zelfs groenachtig, zodat ze soms voor een Groene kikker worden aangezien. Een houvast is de donkere driehoek bij de kop: bruine kikker.

De Groene kikker is een echte junikikker en ze kwaken er momenteel op los dat het een lieve lust is. Nog altijd hoop ik dat zich een groene in onze vijver aandient, ik vind dat geluid namelijk zo ontzettend leuk, al weet ik wel dat niet iedereen er zo over denkt. Grappig vind ik dat zo'n beest in de vijver mensenspraak probeert te overstemmen, zo heb ik gemerkt.

Al heel lang is er wereldwijd grote zorgen over de verdwijning van populaties en kikkersoorten in de diverse werelddelen en ook al heel lang wordt er gezocht naar oorzaken. Veel gebruikte bestrijdingsmiddelen werden verdacht, maar ook een virus dat ranavirose veroorzaakt. De Britse  University of Exeter publiceerde deze week de bevindingen van haar onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Plos One. Men ploegde een database door van onderzoeks-gegevens over een periode van 8 jaren en baseerde daarop een conclusie. Exotische vissen inclusief de goudvis, die in vijvers worden losgelaten blijken veel stress te veroorzaken bij kikkers en dat doet weer een aanslag op het immunsysteem van de kikkers. Die besmette vissen zijn zelf zijn vaak resistent tegen het virus. Maar ook slakkenkorrels en andere chemische middelen blijken een mede-oorzaak te zijn. Conclusie: help de kikker te beschermen en gebruik geen chemische mest of bestrijdingsmiddelen en laat de slakken maar over aan de egels en de zanglijsters. Volg de natuur, dat is altijd het beste!
Op de website van www.plosone.org staat veel te lezen over de onderzoeken naar de sterfte onder amfibieŽn.

4 juni 2015

Toen onze aarde nog heel jong was, groeiden er planten waarvan de nazaten nu nog altijd in de natuur te vinden zijn. De Heermoes (Equisetum arvense) is er een van, je treft hem aan op wat vochtige, verdichte plaatsen. In de bermen langs wegen en akkers zie je ze ook vaak staan. Het is een woekeraar en je wilt ze absoluut niet in de eigen tuin hebben! De resten van de oorspronkelijke planten liggen met vele andere nu in de grond omgezet tot steenkool.

In het begin van de aardgeschiedenis waren planten soms tientallen meters hoog en dat geldt ook voor de Heermoes. Ze hebben zich door de tijd heen aangepast aan de veranderende omstandigheden en zijn nu teruggebracht tot bescheiden afmetingen. Als je een stengel bekijkt valt meteen op dat hij boven de zijtakjes een omhulsel heeft. Geledingen worden die genoemd.

Je kunt al die geledingen van elkaar los trekken van de schede waaruit de stengel doorgroeit. Heermoes wordt ook wel Paardenstaart genoemd. De plant vormt geen zaden maar sporen die net als varens tot een nieuwe plant kunnen uitgroeien. (zie 21 mei).

Die sporen groeien niet aan de groene plant maar op een aparte uit de bodem komende stengel. Toch vindt verspreiding van de planten hoofdzakelijk plaats via de wortelstok die meer dan 25 centimeter onder de grond zit, en via knolletjes die meer dan 50 centimeter diep zitten. Daardoor is Heermoes heel moeilijk te bestrijden. Desondanks is dit een heel bijzondere plant die nog verwijst naar de vroegste geschiedenis van onze aarde.

3 juni 2015

Toen ik gisteravond laat over het tuinpad liep, stond ik versteld van het aantal huisjesslakken dat daar rondkroop. Het regende heel zacht en het was donker, blijkbaar zijn dat de optimale omstandigheden voor deze weekdiertjes om op pad te gaan. Parend kom ik ze steeds tegen bij het onkruid wieden in de tuin. Pak je een individu of  zo'n intiem verbonden koppel op, dan gebeurt er iets grappigs. De slak begint een heleboel bellen te blazen. Huisjesslakken doen dit bij verstoring; ze blazen lucht door hun slijmlaag en het "schuim" dat daarbij geproduceerd wordt dient als barriŤre tegen vijanden.

In de bermen, langs het water, op alle mogelijke plekken bloeit nu de Smeerwortel (Symphytum officinale). De kleuren van de bloemen kunnen wit, roze of paars zijn. Om bij de nectar te komen, kruipen insecten er in om met hun tong het begeerde goedje op te zuigen. Hommeltjes met een korte tong lukt dit niet maar die hebben er wat op gevonden: Ze bijten aan de buitenkant van de bloem een gaatje ter hoogte van de bloemkroon en steken hun tong erdoor zodat ze toch bij de nectar kunnen komen. De Smeerwortel staat in de top tien van bloemen die vanwege hun nectar het meest door hommels worden bezocht.

Voor het Lelietje der dalen (Convallaria majalis) heb ik een zwak. Het ziet er zo mooi uit met bloempjes als porselein, die heerlijk ruiken. Vroeger werden ze heel veel verwerkt in bruidsboeketten; waarschijnlijk vanwege hun zuiverheid waardoor ze ook tot de zogenaamde Mariabloemen gerekend werden. Tegenwoordig zie je ze niet meer in trouwboeketten, de tijd dat idealistische jonge vrouwen hun maagdelijkheid bewaarden voor de man met wie ze in het huwelijk traden, ligt immers al heel ver achter ons.....

2 juni 2015

In het bos loop ik altijd te loeren op de Witte tijger (Spilosoma lubricipeda). Niet dat ik daar bang voor ben, in tegendeel ik wil hem graag ontmoeten. Slechts eenmaal kon ik hem fotograferen maar die opname bleek niet scherp helaas. Maar hier is hij dan, en wat is hij prachtig! Ik hoefde er niet eens het bos voor in want hij vloog in de tuin, kroop achter een blad van de Aristolochia en daar kon ik hem snel vereeuwigen. Spierwitte vleugels met fijne zwarte stipjes en een bontmuts op zijn kop. Het een beervlinder en alle familieleden zijn giftig, inclusief de rupsen. Ze eten namelijk van planten die giftig zijn en nemen blijvend het gif in zich op. Maar eigenlijk klopt dit niet helemaal want de beervlinders, donsvlinders en een groepje uiltjes zijn nu ondergebracht in de familie Spinneruilen. De tijger is een algemeen voorkomende nachtvlinder die vroeger Tienuursvlinder genoemd werd omdat hij na dat tijdstip pas actief werd.

Zo ziet de harige rups er uit. In tegenstelling tot de lange haren van de Processierups die overal bestreden wordt vanwege zijn overlast, zijn de haren van de Witte tijgerrups ongevaarlijk. De rupsen zijn er van juni tot oktober en overwinteren in een zelf gesponnen cocon op de grond. De rups verwerkt daarin zijn eigen haren.

In ons dorp staan nogal wat Platanen. Deze bomen worden vaak in de bebouwde kernen aangeplant omdat ze nogal goed tegen uitlaatgassen kunnen. Ze hebben een  bast die huidmondjes (lenticilen) bevatten die net als het blad voor zuurstof kunnen zorgen door koolzuur op te nemen en om te zetten in zuurstof. Raken die huidmondjes door vervuiling verstopt, dan worden stukken van de schors afgestoten en kunnen de huidmondjes weer ademen.

De bomen staan er momenteel zorgelijk bij. Als je alle bladval ziet lijkt het wel of de herfst is ingezet. Nu heeft het natuurlijk veel en hard gewaaid de laatste tijd maar ik vrees dat dit toch niet de oorzaak is.

Een groot deel van het blad lijkt aangetast door een ziekte en hangt bruin en verdord aan de takken. Het is niet te hopen dat een platanenziekte heeft toegeslagen. Ik heb de gemeente gevraagd of de medewerkers van het groenonderhoud dit al gezien hebben en wat hier aan de hand kan zijn en er wordt momenteel aandacht aan geschonken.  Nu ik er op let valt het me trouwens op dat er veel bomen in slechte toestand verkeren. Vooral berkenbomen langs de straten staan er vaak dun en miezerig bij en hebben weinig blad. Ook diverse andere soorten, waaronder een grote Catalpa, hebben veel open takken en dood hout. Zou dit het effect zijn van de meerdere zeer droge voorjaren die we gehad hebben? Sinds 2007 zijn er al heel wat droge lentes geweest. Hoewel het over het algemeen wel beter gaat zijn de drie V's nog steeds van toepassing op onze natuur: Verzuring, Vermesting en Verdroging.

31 mei 2015

Weer zo'n leuk beestje dat je overal vinden kunt op bladeren van planten, bomen en zelfs op je schuurdeur of iets dergelijks. De Gewone zakjesdrager (Psyche casta) is een nachtmotje waarvan het mannetje kan vliegen en het vrouwtje geen vleugels heeft en gedoemd is tot een leven op "de begane grond". Om veilig te zijn voor belagers, spint de rups een soort zakje waar het heel kleine takjes, omheen plakt. 's Nachts gaat het rupsje er op uit met zakje en al, en gaat dan op zoek naar voedsel: grasjes, blad, algen en mosjes. De rups verpopt in haar zakje en nadat ze gepaard heeft legt ze haar eitjes in het zakje en sterft. Haar lichaam dient als eerste maaltijd voor de nieuwe generatie. Het vrouwtje kan zich ook voortplanten zonder de tussenkomst van een mannetje. De laatste is een onaanzienlijk nachtmotje.

Eigenlijk is de Boshyacint, of Bluebell zoals de Engelsen hem noemen, niet eens zo'n spectaculair bolgewasjes, er zijn veel mooiere soorten dan deze die altijd het kopje onderdanig naar de grond laat hangen. Maar bluebells moeten het dan ook hebben van hun massale voorkomen op plaatsen waar ze hun gang kunnen gaan. Ze zijn vooral bekend uit Engeland waar ze in het voorjaar een spectaculair schouwspel in het bos toveren. Ik bezweek op het eiland Jersey en hoewel het niet mag, gaf ik toch navolging aan het gedrag van Jantje en de bekende pruimenboom: "aan een boom zo vol geladen mist men een twee pruimpjes niet". Maar eigenlijk komen ze veel meer tot hun recht op hun oorspronkelijke groeiplaats. Maar ja, die hebberigheid he! Een veelvoorkomende eigenschap onder tuiniers.

30 mei 2015

Vandaag begon weer zoals zo vaak het geval is: als een belofte. De zon scheen, de hemel was blauw en je kon je niet voorstellen dat dit snel zou veranderen. Echter, een uur later voeren de wolkenschepen alweer binnen, zwaar beladen met een vracht regen. Die lieten ze los boven mij en dikke druppels geselden bladeren en bloemen, sloegen ze neer, de vogels zwegen verschrikt. En nu, weer een kwartier later, is de lucht weer blauw met vriendelijke witte wolkjes, de jonge uitgevlogen mees zit in de boom weer te roepen om voer maar het wachten is op de volgende bui.

Gisteren was het beter, al waaide de wind heftig, zoals de laatste jaren vaker gebeurt dan vroeger. Ik ging op zoek naar de larven van de Reuzengoudhaan (Timarcha tenebricosa). Ik had deze dikzakjes nog nooit eerder gezien, wat geen wonder was omdat ze uit dit deel van het land nog nooit eerder gemeld waren. Dat werd ik pas gewaar toen ik ze op Waarneming gezet had. Deze bladhaan is een beestje dat zich langzaam voortbeweegt en een voorkeur heeft voor Kleefkruid. In ons land is het een zelden gezien beestje en ik hoopte dat hij nu te zien zou zijn maar ik kon ze niet meer terugvinden. Helaas, maar wie weet ontdek ik hem toch nog een keer. Omdat zijn dekschilden aan elkaar gegroeid zijn, kan hij niet vliegen. Ik zag een aantal larven dus die moeten zich toch op de plek  van ontdekking ophouden.

Een hoera-momentje in de eigen tuin, de ontdekking van dit bloeiende gladiooltje. Het is de wilde vorm van de huidige gladiool zoals je die in de winkel koopt. De oorspronkelijke zijn zoveel aardiger dan die knoeperds die je nu ziet en die zo lang doorgekruist zijn tot ze in niets meer lijken op hun voorouders. Ik krijg vaak van die leuke soorten en hoewel ik elke plant die in onze tuin staat daar zelf gezet heb, is het soms toch in het voorjaar weer een verrassing als ik iets zie bloeien waarvan ik vergat dat het er stond.

29 mei 2015

Aanstaande zondag begint de strijd tegen de aanwezigheid van ganzen in ons land. Ze zijn te lastig en ze veroorzaken te veel economische schade. Drastische maatregelen zijn nodig, zo redeneert men, en er moet een half miljoen van deze vogels worden gedood. Vooral de Grauwe gans die hier zomer en winter is, en ook in ons land broedt, is het slachtoffer. Het massaal doden van ganzen stuit bij veel natuurliefhebbers op grote weerstand maar Staatsbosbeheer, Vogelbescherming en Natuurmonumenten zijn het eens met het plan. Het lijkt allemaal zo onzinnig, vooral als je stilstaat bij hoeveel diersoorten er al allemaal in dit land worden geŽlimineerd.... Het heeft nog nooit tot echte oplossingen geleid.

http://petities.nl/petitie/stop-de-massavernietiging-stop-het-vergassen-van-ganzen

28 mei 2015

Je hoeft niet altijd van huis te gaan om te kunnen genieten van de natuur om je heen. Dat wil zeggen, als je een tuin hebt. Die hoeft niet eens zo groot te zijn, het hangt er maar vanaf wat je ermee doet, wat je er in zet en wat je er toelaat. Nu bloeit de Gele lis (Iris pseudacorus) en nog eens zeer overvloedig ook. Wat een prachtige bloemen!

Als je hem van bovenaf bekijkt zie je dat een bloem heel bijzonder gebouwd is.  Elke bloem bestaat uit drie afhangende bloemdekslippen met een fijn getekend honingmerk. De drie kleine blaadjes die er ook aan zitten zijn de kroonblaadjes. Er is een heel klein snuitkevertje dat speciaal in deze bloemen leeft en het heeft ook zo'n lang snuitje als degene die ik gisteren liet zien. Ik ga eens goed in de gaten houden of ik deze Lissnuitkever kan ontdekken.

Al heel veel jaren groeit in onze tuin een Duitse pijp (Aristolochia durior). een klimmer die een lengte van meer dan tien meter beslaat. De grote hartvormige bladeren verschijnen pas laat in de lente en nadat de plant gebloeid heeft. Dit jaar is hij helemaal laat, net als zoveel andere planten en bomen. De bloemetjes beginnen als een soort pijpje  van een centimeter of vijf. Aan deze bloem dankt de plant haar naam.

De buik van het pijpje verdikt zich en wordt dan het slofje en aan de bovenkant van het pijpje ontstaat het sokje. Zo vertaal ik voor mezelf wat ik zie: babyslofjes. Ze vormen geen zaden maar de bloemen vallen er af en er blijft aan de takken niets van over.

Wat spelen met de macrolens levert soms aardige beelden op zoals hier van het onovertroffen Ereprijs dat met recht deze naam verdient. Eigenlijk moet je dit "onkruid" niet in je tuin halen want het woekert als een gek en je krijgt het nooit meer weg. Toch heb ik een randje in onze tuin staan en ook al kruipt en sluipt het door het gazon, het mag blijven. Zoiets moois kan ik niet weerstaan.

27 mei 2015

Een piepklein snuitkevertje van nog geen halve centimeter. Dit vind ik toch zulke leuke beestjes! Het gaat in dit geval om de Kersenpitkever die in mei verschijnt. Het vrouwtje legt haar eitjes dicht bij het vruchtbeginsel van een kersenbloem. De larfjes vreten zich een weg naar het binnenste van de pit en hollen die dan uit. Samen met de kers vallen ze op de grond waar ze zich verpoppen om in mei als volwassen insect uit te komen.

Een bedauwd hangmatwebje in een conifeer. Webben zie je nu ook, alleen minder prominent omdat de meeste spinnen pas in de herfst volwassen zijn en de kunst verstaan er iets moois van te maken. Soms ook bestaan ze slechts uit een paar slordige draden, soms uit een mooi wielweb, afhankelijk van de soort spin die het maakt. In het bos of langs de vijver in onze tuin zie ik vaak webben bijna tegen de grond, waaronder een spin zit maar andere fraaie webben zijn zeker die van de hangmatspinnen. Ze weven hun web horizontaal boven de vegetatie.

Dit is er een uit de groep van de Baldakijnspinnen die de hangmatwebben maakt. Het is de meest omvangrijke spinnenfamilie van ons land. Ze hangen onder hun baldakijntjes en als een prooi op het web valt, trekken ze het erdoor naar beneden om hem op te eten. De meeste van deze familie zijn maar heel klein maar er bestaan ook wat grotere.

Tot slot vandaag een heel mooi klein bloempje. Ik heb geen flauw idee hoe het heet. Ik zag het in de tuin bij iemand die een voorkeur heeft voor bijzondere planten, vaak met kleine maar oh zo mooie bloempjes. En aan mooie bloemen hebben we momenteel veel behoefte, ze geven ons het gevoel dat het toch echt volop lente is, ook al blijkt dit de koudste meimaand in 24 jaren te worden. Niet leuk voor ons mensen maar wat te denken van die arme vogels die bij deze temperaturen de grootste moeite hebben hun jongen groot te brengen. De broodnodige insecten vliegen maar mondjesmaat, je zou bijna weer met wat universeelvoer gaan bijvoeren.

26 mei 2015

Als je steeds de "laatste eerstelingen" wilt opnoemen kun je wel aan de gang blijven maar de eerste bloei van de Korenbloem (Centaurea cyanus) in mijn volkstuin wil ik wel even vermelden. Het onwaarschijnlijke blauw maakt dat je hem niet over het hoofd kunt zien. De ouderen onder ons denken meteen met nostalgische gevoelens terug aan de tijd dat het schonen van zaad en bodem nog niet bestond en de fraaie bloemen tezamen met de klaprozen tussen de granen groeiden. Toch is de Korenbloem een plant die van oorsprong niet inheems is maar eeuwen geleden al vanuit Oost-AziŽ en SiciliŽ naar ons land kwam met allerlei voedselgewassen die ingevoerd werden. Nu staat de plant bijna symbolisch voor "die goeie ouwe tijd" waar insecticiden en bestrijdingsmiddelen nog niet de boventoon voerden in de landbouw.

De jonge eksters in de buurt zijn uitgevlogen en zorgen bij de oudervogels steeds voor grote paniek als er mogelijke vijanden in de buurt komen. Heremetijd, wat kunnen die vogels afschuwelijk krijsen! Dat lawaai is natuurlijk bedoeld om de belager van het kroost te verjagen maar als die zich niet snel uit de voeten maakt, zoals een buurtkat, blijven pa en ma eensgezind minutenlang doorgaan met hun door merg en been gaande luide gekras. Het is bijna niet te geloven dat het om dezelfde vogels gaat als je hoort hoe ze zachtjes en aandoenlijk kwetteren en pruttelen tegen hun jongen. Daar smelt je weer bij!

Terwijl moeder Meerkoet in het water loert naar prooien voor haar kind, zwemt dat afwachtend met haar mee. De rode kopveertjes zijn bijna verdwenen maar het kuiken heeft nog steeds een donzen jasje aan. Opvallend is wel dat de meerkoeten aanzienlijk minder jongen hebben dan toen die pas geboren waren. Er zijn er al heel wat ten prooi gevallen aan belagers.

24 mei 2015

Ik begin maar even met een excuus voor mijn natuurberichten op 22 mei. Daarbij liet ik mij in de haast misleiden door de bloeiwijzen van Vlier en Lijsterbes. Ik breidde een item over de Vlier aan elkaar terwijl ik dat deed bij een foto van de Lijsterbes. Het lukte wegens tijdgebrek niet op tijd e.e.a. in het totaal aan te passen. In het bos groeit her en der de blauwe Bosbes (Vaccinus myrtillus) zoals op de foto. Prachtig fris groen nu en de planten zouden vol beginnende bessen moeten hangen.

Dat is niet zo, het is een kwestie van goed zoeken om nog hier en daar een besje te vinden. Zou ook dit nou weer aan het koude voorjaar en de daarmee gepaard gaande nachtvorsten liggen? Zelfs vannacht vroor het op veel plaatsen in ons land nog en dat is nogal ongewoon.

Wat me ook opviel is dat er geen bladluizen te zien zijn op de planten in de tuin. De rozen bijvoorbeeld heb ik er nog nooit zo mooi en ongerept bij zien staan met hun gave bladeren. De roos is zowat de eerste die ten prooi valt aan die nare zuigertjes. Ook een kwestie van te lage temperaturen? Er bestaat zeker een relatie tussen het weer en het voorkomen van insecten. In een warm voorjaar zijn de bladluizen er al in april en gemiddeld zijn ze er ergens in mei. Maar nu zitten we bijna in juni. Dat heeft ook weer gevolgen voor veel soorten lieveheersbeestjes en andere insecten die van bladluizen leven. Om de vogels met hun jongen niet te vergeten. Voor de laatste lijkt dit me een moeilijk voorjaar.

Een aardig nachtvlindertje is het Klaverblaadje (Macaria notata) , lid van de familie Spanners. Het is een grappig vlindertje dat goed te herkennen is aan de donkere vlekken midden op de vleugels, die doen denken aan een pootafdruk. Omdat het een nachtactieve vlinder is, vind je hem overdag rustend op een blad of tak en dan is hij goed te benaderen. Het Klaverblaadje heeft nog een broertje dat Donker klaverblaadje heet; behalve het verschil in kleur heeft dat ook een donkere band over de vleugels. Zeer algemeen voorkomend in ons land.

23 mei 2015

In mijn wandelbos groeit ook op sommige plekken de Rhododendron. Die begint nu in bloei te komen en het zal niet lang meer duren voor hij er weer net zo uitbundig bijstaat als vorige zomer, toen ik deze foto nam.

Op de Rhododendron kan een cicade voorkomen: de Rhododendroncicade wiens leven zich geheel op deze struiken afspeelt. En dat kan vervelende gevolgen hebben wanneer de knoppen besmet zijn geraakt met een bepaalde schimmel die de knop doet afsterven. Als het vrouwtje van de cicade in de herfst haar eitjes wil afzetten, maakt ze een opening in de knop en legt ze daarin. Maar door dit wondje in de knop ziet soms de schimmel haar kans om er in binnen te dringen en haar verwoestende werk te doen. De knop wordt bezet met zwarte schimmeldraden en op elk van die draadjes zit een bolvormig bolletje waarin de schimmelsporen zitten. Niet alle rhododendrons zijn er gevoelig voor en in het bos zie ik nooit veel van deze knoppen.

Nu is de tijd dat de eitjes uitgekomen zijn en de larven van de cicade zich voeden met het sap aan de onderkant van de bladeren. Als je zo'n blad omkeert zie je ze als de wiedeweerga wegrennen naar de andere kant van het blad. Je moet ze dus heel snel fotograferen: camera in de aanslag, blad omkeren en "klik".

Ik heb een uitsnede gemaakt van een foto om zo'n insect te laten zien. Nu zijn ze nog praktisch kleurloos. Vijfmaal moeten ze vervellen voordat ze een volwassen cicade zijn en na elke vervelling zien ze er wat anders uit. Ik wil dat graag zien en dus moet ik regelmatig gaan kijken of ik dat kan vastleggen. Ik hoop dat het lukt want dit vind ik nu juist zulke leuke dingen!

In juli, augustus en september kun je de volwassen Rhododendroncicade op het blad van de struiken zien. Ze zien er prachtig uit en het is nu nÚg moeilijker ze te fotograferen omdat ze nu vleugels hebben. Razendsnel kruipen, springen of vliegen ze weg als je ze nadert en na elke sprong hoor je een heel zacht tikje als ze weer landen op een blad. Ze zijn maar heel klein.

22 mei 2015

Nu de Meidoorn alweer over haar hoogtepunt heen is, volgt de Lijsterbes (Sorbus aucuparia) met haar mooie opvallende bloesem. De bloemen ruiken naar mijn smaak niet lekker en de bladeren ruiken naar oude muizennesten (volgens schrijver Richard Marbey) maar je kunt er wel van alles mee doen. Bijna alles van de struik wordt of werd vroeger gebruikt: bloemen, bessen, het hout. voor meubels. Eigenlijk gaat het hier net om bessen maar om steenvruchten, een bes bevat drie harde zaden. De Lijsterbes behoort tot de rozenfamilie, net als appel en peer. Verwarrend eigenlijk, die namen..... 

Er is ook een Vliervlinder (Ourapterix sambucaria) en hoewel die algemeen is, is hij een meester in het zich ongezien maken en dat geldt voor zowel de vlinder als de rups. De laatste houdt zich overdag onbeweeglijk en als hij zich verpopt beplakt hij zijn gesponnen cocon nog met stukjes blad van de struik waar hij op zit. Dit exemplaar kon ik fotograferen omdat het net was uitgekomen.  Dat ik hem hier opvoer is eigenlijk een grapje want de vlinder is absoluut niet gebonden aan de Vlier al zou je dat aan de naam wel vermoeden. Maar misschien dacht Linnaeus eeuwen geleden dat dit wel zo was, hij gaf het insect deze naam. Maar hij vliegt net zo graag op onder meer roos, klimop, sering, kamperfoelie en clematis vitalba. Wie geluk heeft kan de vlinder in juni en juli wellicht aantreffen.

Aan heel oude vlieren groeien soms Judasoren, een paddestoel. Die doet inderdaad wat aan oren denken en voelt wat vlezig aan. Het leuke van deze soort is dat hij tijdens droogte helemaal verschrompelt om bij regen weer in volle glorie terug te keren. Een van de vele legendes over de discipel Judas verhaalt dat Judas na zijn verraad van Jezus zich aan een Vlier verhing. Maar er worden ook andere bomen genoemd. De oude Vlier waar ik deze oren jarenlang aantrof, is inmiddels niet meer aanwezig. De ouderdom heeft hem helaas ter aarde doen storten.

21 mei 2015

Het bos is prachtig op dit moment en in sommige oude lanen krijg je het gevoel dat je door een groene kathedraal wandelt. Je zou nu volop insecten moeten zien op en tussen het blad maar die kan ik niet ontdekken; het is gewoon te koud. Jammer, maar het voorjaar wil niet warm worden.

De rupsen van de Kleine wintervlinder (Operophtera brumata) beginnen nu uit de bomen neer te dalen om zich op de bodem te verpoppen. In het najaar paarden hun ouders en legden de vrouwtjes hun eitjes in bladknoppen van allerlei loofbomen. Toen het blad begon uit te lopen, kwamen ook de eitjes uit en vraten de kleine lichtgroene rupsen zich vol om gereed te raken voor het volgende stadium dat nu is aangebroken. Je ziet nu veel rupsjes langs de stammen omlaag kruipen maar de slimmerds doen het  door een draad te spinnen die steeds langer wordt tot de rups op de bodem is gearriveerd. In de strooisellaag gaat de rups verpoppen en in de herfst komen de nieuwe vlinders weer uit. De kringloop is daarmee weer rond.

Zo ziet het imago van de Kleine wintervlinder eruit. Wat onooglijke, saaie insecten. De rupsen van deze vlinders behoren tot de meest voorkomende plaaginsecten in ons land en kunnen in sommige jaren een enorme vraat aan bomen laten zien.

Op 10 mei schreef ik al over mijn constatering dat er op de vele, vele lariksen in mijn wandelbos geen kegels te zien waren. Ik vroeg de beheerder of hem dat ook was opgevallen maar hij deed er nogal nonchalant over: "die moeten nu nog gaan groeien en er zijn er genoeg". Niet dus! Ook nu heb ik de lariksen uitvoerig bekeken en gezocht naar kegels. Resultaat: slechts sporadisch is de  mannelijke bloeiwijze te zien en in het hele bos vond ik uiteindelijk twee kegeltjes op dezelfde boom. Het moeten gewoon de late nachtvorsten zijn die de ontwikkeling hebben verstoord dit jaar.

Als je weet hoe gecompliceerd de voortplanting van varens is, zou je je er over moeten verbazen dat er zoveel van die planten in de bossen staan. En heel opvallend: vaak groeien jonge varens dicht tegen de stam van een boom aan. Of toch niet opvallend? Uit de sporendoosjes van de meeste varensoorten verspreiden de sporen zich als ze rijp zijn. Die moeten op een plek neer komen waar gunstige voorwaarden zijn en de bodem regelmatig vochtig wordt. Uit een spore groeit een kleine voorkiem waarop zich twee verschillende orgaantjes ontwikkelen. In het ene groeien eitjes en in het andere spermatozoÔden. De bevruchting kan alleen maar plaatsvinden als op het juiste moment vocht aanwezig is waarin de een naar de ander toe kan zwemmen. Lukt dat allemaal dan ontstaat er een nieuw varentje. En juist onderaan een boomstam, waarlangs het water na een regenbui naar de bodem stroomt, zijn die gunstige plekken te vinden.

20 mei 2015

Bengel is een aanminnige kater uit de buurt die bij ons wil wonen. Zodra hij buiten wordt gelaten loopt hij vastbesloten in een draf naar onze tuin om niet meer uit zichzelf terug te gaan. Hij pakt ons in met kopjes en luid gespin en kijkt ons met zijn ronde ogen voortdurend aan. Hoeveel confrontaties ik al niet met zijn eigenaars gehad heb, ik weet het niet meer. Wij zijn dol op katten maar willen Bengel niet. Hij is een jager met een meer dan uitstekend gehoor. Van ver hoort hij het minste en geringste geluid om er meteen bovenop te duiken. Daar houden wij niet van.

Bengels bazen weten dat hij altijd hier zit, de tuin niet uitgaat, het huis in glipt en ergens gaat liggen slapen zonder dat we het in de gaten hebben. Als ze willen dat hij 's avonds naar huis komt, moeten ze bij ons tuinhek staan te smeken en te lokken om hun kat te pakken te krijgen. Helaas heb ik ondanks alle pogingen geen afspraken met de eigenaars kunnen maken, ze trekken zich niets aan van mijn verzoeken de kat wat meer bij zich te houden.

 

Bengel heeft al heel wat muizen in onze tuin gevangen. Bosmuizen maar voornamelijk spitsmuizen. En in deze tijd van het jaar zijn er daar veel jongen van. Met heel hoge geluidjes houden ze contact met elkaar; menig mens kan het niet eens horen.

Gisteren vond ik een voor mij zeer vreemde spitsmuis in de tuin. Geen grijze maar een die een vacht had met bruine en zwarte kleuren. Zou dit een opzienbarende nieuwe mutant zijn?! Snel een foto op Waarneming gezet en het antwoord kwam al snel: Huisspitsmuis (Crocidura russula). Ik had deze muis nog nooit gezien want zijn biotoop is het open land en hij zou, volgens vermelding op Waarneming, de bossen mijden. Maar wij wonen juist bij de bossen, ze liggen op 500 meter achter ons huis. Geen wonder dus dat ik hem niet herkende. Ook zijn kleur was ietwat afwijkend, die hoort grijsbruin te zijn. Zijn staart is voorzien van lange haren, wat ook bleek toen ik daarvan een macrofoto maakte, en zijn tandjes moesten spierwit zijn. Nou, dat  heb ik maar niet onderzocht. Ik blijf stiekem hopen dat dit toch een eerste waarneming is van een voor deze streek nieuwe muis: de Veluwezoommuis.

19 mei 2015

In het bos wordt op veel plaatsen de bodem weer langzaam maar zeker bedekt met varens. En dat biedt weer een geweldige schuilplaats voor veel dieren en diertjes. De jonge zwijntjes kunnen er heerlijk een dutje doen zonder bang te zijn gezien te worden. Een veel voorkomende varen in het bos is de Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) en het is mooi te zien hoe die zijn blad ontrolt.

Er is bijna niets fraaiers dan de kleine zacht stromende slootjes in ons land die niet vervuild worden door meststoffen of andere ongerechtigheden. Want daar, en ook in plassen, groeit de Waterviolier (Hottonia palustris). De lange wortels liggen in de bodem van het ondiepe water verankerd, de in kransen groeiende bladeren blijven onder water en zijn nog net zichtbaar, maar de bloeistengels steken er uit omhoog. Vooral vliegen worden door de nectar in de bloemen aangetrokken. Waar de Waterviolier groeit is meestal sprake van kwelwater dat uit de bodem omhoog welt. Het is een van de mooiste waterplanten die we hier kennen.

Een tuinvijver biedt weer een heel ander biotoop met een eigen flora en fauna. Momenteel zie ik telkens jonge exemplaren van de Vuurjuffer omhoog vliegen. Die hadden zich verschanst tussen de planten om op hun gemak uit te sluipen. De huidjes waar ze als waterdiertje leefden, blijven op de bladeren achter.

Dit juffertje heeft zich verpopt aan een stengel en zit daar nu te wachten tot de vleugels hard genoeg zijn geworden om te gaan vliegen. Langzaam komt ook de kleur tevoorschijn.

18 mei 2015

Vandaag nog maar weer even wat vondsten tijdens de insectensafari van vorige week. Deze twee parende lieveheersbeestjes heten tegenwoordig Dambordlieveheersbeestje dat eerder 14-stippelig lieveheersbeestje heette. Het is geel met vierkante vlekken die in vorm nog wel eens wat kunnen variŽren. De Latijnse naam is een hele mond vol: Propylea qartuordecimpunctata. Ze eten, net als de meest lieveheersbeestjes voornamelijk bladluizen.

En deze zijn 24-stips Lieveheersbeestjes. In sommige delen van het land niet te vinden, in andere delen zeldzaam, maar in de natuurgebieden rondom Meppel leeft de grootste concentratie van deze superkleine kevertjes. Ze leven veelal op het blad van de Koekoeksbloem en Klaver. Heel opmerkelijk is dat de meeste van deze soort geen vleugels hebben. Op deze foto lijkt het of de kevertjes vol stof zitten maar in werkelijkheid zijn het kleine haartjes. Ook heel bijzonder. En dan ook nog iets afwijkends: de meeste lieveheersbeestjes eten bladluizen maar deze zijn plantenetertjes.

De bladsigaar zie je nu aan heel veel bomen hangen. Het is het werk van een klein kevertje dat het blad in het gewenste formaat afsnijdt (vandaar ook de naam Sigarenmaker), het oprolt en binnenin eitjes legt.

Hier is de Sigarenmaker himself. Een klein zwart kevertje.

Dit prachtige frÍle wezentje verdient het niet om als imago maar zo'n kort leven toebedacht te hebben gekregen. Zo kort dat het niet eens een mond heeft meegekregen. Het is bedoeld na een lang leven als larve onder water te hebben geleefd, nu kortstondig te mogen rondvliegen, te paren en te sterven. Je wordt er gewoon een beetje treurig van.... Het is een Haft of Eendagsvlieg. De haften behoren tot een groep die beschouwd wordt als de langst op aarde vliegende insecten; daarbij moet je denken aan miljoenen jaren. Een oerbeestje dus, maar oh, wat mooi!

16 mei 2015

Hoe meer ik er op let, hoe meer ik zie dat de natuur hier en daar op de rem trapt; het is een koud voorjaar met nog steeds lage nachttemperaturen. Ik zie nog heel kleine, niet uitgegroeide bladeren aan sommige eiken en de straatbeplanting van Valse Christusdoorn in mijn woonplaats staat er wat miezerig bij, met nogal wat dood hout ook. Dat de late nachtvorsten sporen hebben nagelaten zie je aan diverse planten, struiken en bomen die niet bloeien en dat de droogte desastreus is zag ik onder andere aan de meidoorn in mijn volkstuin die takken heeft vol bloemen die niet uitkomen. Jammer, maar zo zijn de huidige lentes in ons land.

In humusrijke bossen vind je het Lelietje der dalen (Convallaria majalis). Schoonheid bedriegt hier, de plant is in alle delen giftig. In onze tuinen groeit de plant ook, maar als je hem in het wild vindt, is dat toch veel leuker.

Vaak vind je op dezelfde plek ook de Salomonszegel (Polygonatum odoratum). Dat het blad er zo maagdelijk uitziet kan verklaard worden door het feit dat ook deze plant giftig is. Geen slak die zich eraan vergrijpt, prachtig dat die dieren dat instinctief weten. Salomonszegel heeft een kruipende wortelstok waaruit ieder jaar nieuwe bloeistengels groeien. Op de plek waar de oude gezeten hebben kun je ingedrukte kringetjes zien, die met enige verbeelding doen denken aan de indruk van een zegelring. Maar met de wijze koning Salomon heeft het niets te maken. Later in het jaar krijgt de plant donkerblauwe bessen.

15 mei 2015

Woensdag hadden mijn Drentse natuurmaatje en ik weer eens zin op insectensafari te gaan. Er is nu weer zoveel te zien op dat gebied en het leek er een goede dag voor. Mijn maatje is de meester en ik ben de knecht; ik leer veel van haar. Het werd toch wel duidelijk dat zowel droogte als de vele koude nachten hun stempel gedrukt hadden op de ontluikende natuur. Vooral de jonge eiken stonden er hier en daar nogal miezerig bij. Op de onderkant van dit eikenblaadje waren al wel de verse gallen te zien, nog maagdelijk lichtgroen van kleur. Een gal is een celwoekering die door een plant gevormd wordt als reactie op een insect dat een vreemd iets, een eitje, legt in het bladweefsel. Een gal wordt op die manier een holletje waar een galmug of -wesp zich veilig kan ontwikkelen.

Dit is de tijd dat libellen en juffers volop gaan vliegen en er waren dan ook heel veel prachtige vuurjuffers (Pyrrhosoma nymphula) te zien. Juffers kunnen hun vleugels samenvouwen, libellen kunnen dat niet en de laatste zijn ook aanzienlijk groter. Eitjes worden altijd in het water gelegd en de larven leven daar soms meerdere jaren voor ze een imago worden. Recent stond te lezen in Natuurbericht dat de larven van deze Vuurjuffer tegen de tijd dat ze moeten gaan uitsluipen, een dag of wat aan het wateroppervlak gaan liggen voordat ze het water verlaten en tegen een plant kruipen voor het uitsluipproces. Dat doen ze om alvast wat te wennen aan het leven buiten het vertouwde biotoop waar ze een tijdlang als larve geleefd hebben.

We ontdekten ook meerdere exemplaren van de mooie Smaragdlibel (Cordulia aenea). Pas als die wat ouder worden kleuren hun ogen van bruin naar groen. Hoewel dit een algemene soort is zag ik hem in Drenthe voor het eerst. De volwassen insecten zijn vaak jagend te zien in de bossen en langs de bosranden dus zou ik deze mooie dieren toch regelmatig gezien moeten hebben. Ik ga dus eens goed opletten, ze vliegen tot eind juli.

Ook de Glassnijder (Brachiton pratense) troffen we op diverse plekken aan. Het mannetje heeft een overwegend blauw achterlijf, het vrouwtje geel. Libellen zijn enorm goede vliegers, zeer wendbaar ook. Een libel kan een snelheid halen van wel vijftig kilometer per uur en is in de vlucht moeilijk te grijpen. Met name boomvalken zijn evenwel een geduchte vijand van deze geweldige insecten. Nu is het dus de tijd van de glassnijders die wel verwisseld wordt met de Glazenmaker. Maar de laatste vliegt in de zomer pas. De foto laat een jonge Glassnijder zien die nog niet helemaal is uitgekleurd.

In de bloemrijke weide waar wilde planten volop kansen krijgen, zie je nu voornamelijk de bloeiende  koekoeksbloemen en het fluitekruid. Op andere plekken kleurt de Zuring het veld weer rood, echt prachtig. Er moet nog heel wat volgen en dan wordt het een nog groter feest dan het nu al is. Zulke mooie gebiedjes zijn eigenlijk te zeldzaam geworden in ons land. Ze zijn een paradijs voor heel veel insecten. In Drenthe vind je ze nog volop en daarom ga ik er zo graag wandelen en struinen. Ik verheug me alweer op de volgende keer.

14 mei 2015

Omdat ik een enorme hekel heb aan het schoffelen van mijn moestuinpaden ben ik vorig jaar begonnen ze gewoon te laten begroeien met gras dat ik kan maaien als dat nodig is. Het bespaart niet alleen een hoop vervelend werk maar het staat ook zeer vriendelijk, al die groene paden tussen mijn bedjes. Daar verscheen pas een hele groep zeer kleine blauwe bloempjes die de naam Akkerereprijs (Veronica agrestis) kreeg. Een eenjarig plantje dat zich graag vestigt op goed doorvoede grond en die vindt je hier natuurlijk wel daar menig tuinder zijn lapje voorziet van een jaarlijkse hoeveelheid nieuwe koeien- of paardenmest. De zaden van deze ereprijssoort kunnen de hele zomer ontkiemen dus je komt het plantje een zomerlang tegen. Heel vaak zijn de kleinste bloempjes het mooist getekend.

Had ik ongeveer 25 jaren een stuk van mijn moestuin die behoorlijk wild was, sinds twee jaar is hij meer geordend omdat het een beetje de spuigaten begon uit te lopen. Gelukkig is er nog wel rondom het kleine vijvertje een ruig biotoopje waar ik menig leuk insect kan vinden en op de daar groeiende Damastbloem zag ik wel veertig exemplaren van de mooie Bessenwants (Dolycoris baccarum). Deze hebben de winter als volwassen insect doorgebracht en nu moet er gewerkt worden aan de voortplanting.

Maar ook de andere wantsensoorten zijn druk in de weer het nageslacht veilig te stellen en je vindt ze overal parend op de planten zitten: berkenwants, zuringwants, koolwants enzovoort. Vooral de Koolwants (Eurydema oleracea) is een mooi getekend beestje, ze zijn er in twee kleuren en zelf maakt ze dat niks uit, ze nemen elke partner voor lief die zich aandient. Ze hebben er een gloeiende hekel aan om in deze compromitterende houding gekiekt te worden en proberen zich daarom meteen te verbergen als ze beweging of schaduw waarnemen.

De Boerenzwaluw hoor je eerder dan je hem ziet, het gezellige gekwetter klinkt boven elk stukje boerenland. De Gierzwaluw laat zich nog maar weinig zien en horen. Het schijnt dat deze vogels vanuit hun Afrikaanse broedgebied in etappes noordwaarts trekken. En dan zijn het voornamelijk broedende vogels. Op zich is dat niet verbazingwekkend want in zeer korte tijd moeten de gierzwaluwen hun jongen voortbrengen en al ruim voor het eind van de zomer vertrekken ze weer uit ons land. De vogels die nu op de nesten zitten vliegen alleen uit om voedsel te zoeken. In de loop van de maand volgt de rest van de soortgenoten. Het valt mij wel al een paar jaar op dat we er hier in de omgeving steeds minder zien en horen. Tot nu toe zag ik slechts groepjes van een stuk of vijf vogels. Het energieneutraal maken van woningen maar ook het plaatsen van zonnepanelen op de daken draagt daartoe bij door het verloren gaan van broedplaatsen. Ook lijkt er een verband te bestaan tussen de beruchte neonicotinoide imidacloprid (factor bijensterfte) en de achteruitgang van insectenetende zangvogels. Ook dus de zwaluwen.

12 mei 2015

De maandag was weer een dag om in te lijsten en wij gebruikten hem om weer eens een fietstochtje te maken in onze omgeving. Stiekem prijs ik mezelf regelmatig gelukkig dat ik nooit zolang hoefde te werken als de generatie van deze tijd. De fietspaden worden tegenwoordig bevolkt door massa's nog jeugdige AOW-ers en  daar zal menigeen die nu nog in het arbeidsproces zit en nog jaren voor de boeg heeft, jaloers naar kijken. Wie weet wordt het ooit nog weer anders als de gouden economische omstandigheden van indertijd weer terugkeren. Mensen die het weten kunnen, denken dat het niet zal gebeuren maar geeft de geschiedenis niet aldoor het beeld van op- en neergaande bewegingen?

En dan wonen we ook nog in een omgeving waar je alle kanten uitkunt. Door de uiterwaarden van de IJssel, of de Veluwe op, maar ook richting Achterhoek. Alles grenst hier aan elkaar en je kunt kiezen of je de bossen in wilt of het open land prefereert. Telkens als ik in het westen van het land geweest ben, voel ik me weer bevoorrecht hier te wonen. Hier is nog de rust te vinden in landelijk agrarisch gebied.  Bij dit soort plekjes wil ik altijd een poosje kijken en genieten. Ik zou er wel een avond, nacht en ochtend in een tentje willen verblijven om te zien wat hier allemaal gebeurt.

Onderweg zag ik deze Meerkoet slapend op haar nest zitten met nog heel jonge pulletjes. Onder haar vleugels zaten er nÚg twee en dat is een hele kinderschaar om te verzorgen. Maar als ze straks te water mogen gaan komt vader helpen. Meestal worden alle jonkies niet groot, snoeken zijn er dol op, en ratten. Als vader of moeder er teveel moeten grootbrengen, kunnen ze soms uit stress zo'n kleintje gewoon de kop in hakken zodat het doodgaat. Weer een mond minder te voeren. Als de veertjes van de jonge vogels goed beginnen te groeien zie je niets meer van de clowneske kopjes die ze nu nog hebben. Ik las afgelopen week dat de Meerkoet (Fulica atra) een vogel is die qua aantal het meest van alle vogels wordt doodgereden onder autowielen.

11 mei 2015

Als ik langs deze beukenboom kom blijf ik altijd even in bewondering staan kijken. In de winter lijkt hij wat op een harp maar nu hij weer in het blad staat doet hij mij denken aan mijn kleinzoon. Die kondigde mij laatst plechtig aan dat hij aan een "levenswerk" ging beginnen: hij gaat leren hoe je een bonsaiboompje maakt. Toen hij nog een kleuter was kon ik hem doordat hij vaak bij ons was, mooi kneden in de richting "natuur" en op school stond hij bekend als een groot natuurvriend die veel wist over allerlei dat groeit en kruipt. Maar nu is hij bijna 20 en computer, smartphone en iPad kwamen in zijn leven. Ik hoop maar dat met zijn nieuwe bonsaihobby uiteindelijk tijdens zijn geknutsel met het groen weer iets terugkomt van de vroegere interesse want ik vrees dat in mijn familie met mij een generatie natuurliefhebbers uitsterft.....

Ik kwam ook weer in het bos mijn oude vriend Aap tegen. Al heel lang woont hij op een beuk en de tand des tijds laat haar sporen nadrukkelijk na op zijn snoet. Nou ja, gebeurt dat niet bij ons allemaal? Als niemand in de buurt is groet ik altijd even mijn boomvrienden: hoi Aap! Als er toevallig mensen lopen volsta ik met een vriendelijk knikje. Want al die boomfiguren worden herkenningspunten en op den duur ga je er gewoon een beetje aan hechten.

Gisteren vond ik weer een nieuw bosbeest: een vos. Het is toch prachtig dat de natuurlijke elementen van dood hout zoiets aardigs maken. Als je goed om je heen kijkt kun je heel veel leuke beeldhouwwerken vinden.

In een vrij toegankelijk bos wordt altijd goed bijgehouden of bomen geen gevaar opleveren voor wandelaars. Is dat het geval dan worden ze tijdig gekapt. Maar er blijven ook dode bomen staan en die hebben weer een geheel andere functie dan toen ze nog leefden. Als de schors van zo'n stam is verdwenen zie je hoe ontzettend veel kevers er gangen in gemaakt hebben en naarmate het hout vergaat wordt er steeds meer aan gehakt en geknaagd. De Zwarte specht is graag bezig er in te hakken en diens sporen zijn grote gaten laag in de stam. Op den duur zal de stam het onderspit delven en neerstorten. Daarna nemen mossen en plantenzaden het weer over tot er niets meer van de stam is terug te vinden. Daar gaan heel veel jaren overheen en het is toch een heel veel mooier proces dan het kappen en versnipperen.

10 mei 2015

Wat een mooie ochtend om wakker te worden. De hemel intens blauw en de maan die nog niet onder de horizon gezakt is en het licht van de zon reflecteert. Dat nodigt natuurlijk uit om weer er opuit te trekken.

Maar wat een verschil met gisteren, toen de stormwind de wolken langs het zwerk joeg, de bomen in het bos kreunden en kraakten en het geluid van de wind door de bebladerde takken klonk als de zee die haar golven op de kust kwakte. De enige die ik er tegenkwam was Thijs de boswachter en de enige die ik er hoorde was de Zwarte specht. Onder zulke omstandigheden is het in een bos opwindend maar ook een beetje eng. Wat als er een boom omgaat of een zware tak onverhoeds naar beneden komt.....

Naar insecten op het loof hoef je eigenlijk niet te zoeken als het zo waait, die houden zich koest en verborgen. Ik ontdekte wel een mooie sluipwesp maar kreeg hem niet gefotografeerd. Die beestjes zijn zo ontzettend rusteloos en alles beweegt eraan. Alleen zijn zwarte onderkant en rode pootjes kon ik maar vastleggen.

Sporen van vraat kun je wel vinden, zelfs in de maagdelijkste blaadjes, zoals dit verse beukenblad waarin een beestje al een gaatje uit gegeten heeft. Van de dader ontbreekt elk spoor.

Wat ik wel zag waren de beukenluizen, die verstoppen zich onder  witte wasachtige vlokken. De luizen produceren zogenaamde honingdauw en daarop vestigt zich weer een zwarte schimmel.

Ik ging het bos in om onder meer de prachtige kegeltjes van de Lariks te fotograferen. Ik heb er niet ťťn gevonden hoewel die er in deze tijd van het jaar toch zeker behoren te zijn. Dit is een foto uit een eerder jaar, gemaakt begin april. Het bos staat boordevol Lariks en wat er de oorzaak van is dat de kegels er niet zijn is me een raadsel. Het lijkt wel of er geen bevruchting heeft plaatsgevonden. Ik ga het eens proberen uit te zoeken.

9 mei 2015

Langs een grazig pad ontdekte ik een enkele plant van het Bleeksporig bosviooltje (Viola riviana). Een overblijvende plant met een licht spoor aan de achterkant van de bloem. Het is een algemeen voorkomende soort met een mooie helderblauwe kleur. Het insect dat op de bloem zit is de Roodtip basterdweekschild (Malachius bipustulatus), een klein kannibaaltje dat in de gras- en kruidenvegetatie jaagt op andere insecten.

Dat de ene langpootmug de andere niet is bewijst deze bruine soort, de Tipula vernalis, behorend tot de grotere langpootmuggen. De kenmerkende groene ogen zijn hier goed te zien. Dat het een mannetje is laat de achterkant zien. Vrouwtjes hebben een puntig achterlijf waarmee ze hun eitjes in de bodem kunnen afzetten. De larven eten aan ondergrondse plantendelen, de imago's voeden zicht met nectar uit bloemen. De soort is in vochtig landschap te zien tot ongeveer juli.

Alles wat "look" in de naam draagt behoort tot de Uienfamilie (Alliaceae) Deze plantenfamilie omvat heel veel soorten. Denk bijvoorbeeld aan bieslook, prei, knoflook, ui en ook deze Daslook (Allium ursinum). En dan zijn er nog de leuke alliumbolletjes voor de tuin. Het Daslook geurt sterk en als je in een bos loopt waar heel veel van deze bloemen bloeien, is de geur overweldigend.

Een nu bloeiend onkruid is Look zonder look, niet behorend tot de looksoorten maar vanwege de knoflookgeur die ontstaat bij het kneuzen van het blad draagt het deze merkwaardige naam. Wel lookgeur maar geen lookfamilie, het is een kruisbloemige. Een van de planten waar de Oranjetip haar eitjes op afzet.

8 mei 2015

Voor wie geÔnteresseerd is in insecten komt er nu een gouden tijd aan. De grassen groeien hoog op, het fluitenkruid komt in bloei en wie tussen al dat groen speurt komt de leukste beestjes tegen. Dit is een Kniptor op een grashalm. De naam is niet verwonderlijk als je weet hoe het beestje er aan komt. Als hij op zijn rug terecht komt maakt hij een knippend geluid en hupsakee daar staat hij weer op zijn pootjes.

De larve van de Kniptor leeft in de bodem. Als ik wat in mijn groentetuin  woel, kom ik ze veelvuldig tegen. Ze voeden zich met bladafval wat daar terecht is gekomen. Is je grond te maagdelijk dan gaan ze ook aan levende delen van planten eten. Wie jaarlijks omgeploegde tuintjes heeft en niets doet dan wieden en schoffelen, creŽert zo zijn eigen probleem want elk organisme heeft zijn eigen biotoop nodig. Dat is een les van de natuur: verwoest het biotoop en je krijgt er een plaag voor terug.

Waar water is groeien weer geheel andere planten en daar zie je dan ook weer andere insecten. Zowel op, in en langs het water valt er altijd van alles te ontdekken.

Voorbeeld daarvan is de Elzen- of Slijkvlieg. Een prachtig insect met fraai geaderde vleugels dat momenteel volop te zien is op het ontluikende Fluitenkruid waar ze op zoek zijn naar nectar. Ze behoren tot de familie der grootvleugelen. Het is een wat luie soort en je kunt ze makkelijk fotograferen. Als ze zich verstoord voelen vliegen ze maar een klein stukje verder om weer ergens te gaan zitten. De larven leven twee jaren in het water alvorens ze op de wal kruipen om zich te verpoppen. Het verpoppingstadium duurt maar twee weken, dan komt de volwassen vlieg uit.

7 mei 2015

Ik krijg van een tuinclubgenote in de herfst nog wel eens bloembollen cadeau. Dit keer werd ik verblijd met enorme narcissen; het is voor mij altijd een verrassing wat er uit die bollen komt. Ze bleken sterk en bloeiden langdurig maar de regen en de wind heeft daar een eind aan gemaakt en nu liggen ze plat en geven het op. Als ze er zin in hebben komen ze volgende lente weer terug.

Het viel me op dat op de bloemen van de narcis veel kleine vliegjes zaten, een paar millimeter groot. Wel groter dan fruitvliegjes. Het leken dezelfde te zijn als waarover ik op 27 april al eens schreef toen ik ze massaal gezien had op de klaverzuring. Ze zien er grappig uit met dat dunne nekje en dat bolle koppie. Of zijn het nou toch mugjes?

In mijn groentetuin staat de rabarber in vol ornaat met grote stevige bladeren, klaar om geplukt te worden. De rabarber komt ook al in bloei en die stelen moeten eraf omdat ze teveel kracht aan de plant onttrekken. Je kunt de stelen natuurlijk op de composthoop gooien maar dat is jammer want met hun dikke holle stengels en hun robuuste bloemtrossen staan ze best mooi op de tuintafel. Maar ook hier trokken de bloemen de kleine vliegjes aan. En niet zo'n beetje ook, massaal kwamen ze af op de minuscule bloempjes. Ook als de zon maar even schijnt zie je wolken van die vliegjes in de lucht dansen. Ik las eens over clustervliegjes, die overwinteren en in de lente komen ze weer met grote hoeveelheden tevoorschijn om te paren. Of dit die vliegjes zijn weet ik niet. Misschien zijn het zelfs wel mugjes, soms lijken die op elkaar. Wie het weet mag het zeggen, graag zelfs! Het is een onderwerp waar ik niet veel van weet.

6 mei 2015

Het herdenken van de dag waarop 70 jaar geleden de bevrijding van ons land begon, ging gepaard met toepasselijk weer. Het was een dag van "Jantje lacht en Jantje huilt". Wolkenluchten zijn als een boek waarvan je het einde al doorhebt voor je het gelezen hebt. Spannend hoor, die opbouw van het onweer, de buien die zich aankondigen, ik kan er met plezier naar kijken. En als regen en hagel de planten gegeseld hebben verdwijnen ze soms weer als sneeuw voor de zon en is de lucht weer stralend en blauw. En bij dit laatste blijkt opeens je gemoedsthermometer weer een paar graden te stijgen. Grappig hoor.

De harde wind blies de prunusbloesem door de lucht als ging het om een zware sneeuwbui. In een ommezien was alles bedekt met een roze deken van bloemblaadjes. Zelfs het water van de vijver was niet meer te zien. De Muurleeuwenbek viel bijna niet meer op tussen het roze van het prunusblad. Afzonderlijk zijn ze mooi maar tezamen leveren ze een wat saai kleurenpalet op.

Dan is dit duo toch wat pittiger. De Dovenetel dankt haar naam aan het feit dat ze geen netels op haar stelen heeft. De plant behoort tot de lipbloemigen. Deze familie heeft bloemen die een dakje boven hun hoofd hebben en een lip die omlaag zakt als er een insect op landt, zodat daarmee gastvrij toegang gegeven wordt tot stuifmeel en nectar. Natuurlijk niet belangeloos maar ten faveure van de bestuiving en zaadzetting. Deze Maagdenpalm (Vinca major) is een groter zusje van de V. minor. Het schijnt dat jonge meisjes of bruiden zich ooit tooiden met een krans van de blauwe bloemen en blaadjes die altijd groen blijven en daarom verwijzen naar "palm".

Een vreemde verschijning in deze tijd van het jaar is de cyclaam die normaliter in de late herfst en vroege winter bloeit en die dat ook overvloedig gedaan heeft. Blijkbaar werd die door bepaalde hormonale prikkels om de tuin geleid, ik telde maar liefst drie bloemen. Toch eens opletten of ik ze ook bij anderen in de tuin zie bloeien want het lijkt me nogal ongewoon en dat wil ik graag zeker weten.

4 mei 2015

Rijdend over de weg van Drempt (behorend tot de gemeente Bronckhorst) naar Westervoort valt het op hoe egaal en gifgroen het agrarisch gebied langs de IJssel is. Voor weidevogels zijn deze graslanden een woestijn en je wordt er treurig van. Snelgroeiende stukken met raaigras, gevoed door heel veel mest in de grond, hebben al de eerste maaibeurt achter de rug. En dat terwijl de maand mei nog moet beginnen. Het huidige maaibeleid is een van de grote oorzaken van de verdwijning van weidevogels maar veel schijnt men er zich niet van aan te trekken. Terwijl het al zou helpen als er een brede ongerepte strook zou mogen blijven staan langs de randen. Het vroege maaien verstoort de natuurontwikkeling en het bijbehorend dierenleven. Pesticiden voorkomen dat er in het gras ook maar een enkele wilde plant kan groeien. Maar onderweg, in Lathum, eveneens langs de N338,  lag een stuk grond dat geel zag van de paardenbloemen. Met het oude kerkje als decor bood dat een aangenaam tafereel en ik ben er even voor uitgestapt om een plaatje te schieten. Het oude beeldbepalende kerkje stamt uit de 13e eeuw.

De lammetjes in de wei zijn alweer een aardig stuk groter gegroeid. Op de dijkhellingen langs de rivier verschijnen weer steeds meer schapen en de kuddes mogen naar hartelust het gras kort houden zodat de maaimachine voorlopig in de schuur kan blijven. Ook zijn er opeens meer en meer koeien in de wei. Gelukkig, ze zijn hier nog volop te zien.

En zo vordert alweer langzaam het lenteseizoen. De Prunus in  avondzon laat zien dat het daarmee menens is. Nu het weer geregend heeft laat de boom haar bloemblad vallen en kleurt niet alleen de bodem roze maar ook ons huis want je neemt onherroepelijk veel van die plakkende blaadjes onder je schoenen mee naar binnen.

Zo zag ik ergens de eerste Korenbloem alweer staan. In het voorjaar vindt je opvallend veel blauwbloeiende planten en bolletjes. Samen met de gele voeren ze prominent de boventoon.

En in een gemeenteperk, waar ze vaak massaal worden aangeplant, probeerde de bloem van een Japanse bottelroos (Rosa rugosa) vastbesloten de eerste te zijn. Het was de enige bloem in het perk. Deze roos wil je niet graag in je kleine tuin hebben want de takken zitten stikvol naalden. De naam Rimpelroos die ook wel gebruikt wordt, slaat op de diepe nerven in het blad die doen denken aan de rimpelige velletjes van de ouderen onder ons. In de herfst verschijnen de bekende bottels die het seizoen nog even helpen op te vrolijken en in de smaak vallen bij  vogels.

3 mei 2015

De wrede nachtvorsten van afgelopen week hebben nogal wat schade in de natuur en in tuinen veroorzaakt. Overal zie je in tuinen de bevroren pruiken van de rood uitlopende Pieris staan, bij ons is de Japanse wasbloem bevroren, net als een wintervaste Fuchsia en ander jong spul. In onze vijver ontdekte ik een bevroren kikker, de handjes hulpeloos uitgestrekt. Een naar gezicht.

Het viel me al op dat sommige vogels jongen hebben, maar ook heel weinig, soms maar een enkele uitgevlogen vogel. Dat zal vast ook te maken hebben met het koude voorjaar en daardoor de afwezigheid van geschikt voedsel. In een van onze nestkasten die opeens verlaten werd, vond ik dit dode mezenkind. Misschien was het toch beter geweest nog wat langer door te gaan met het geven van speciaal insectenvoer. Maar ja, je kunt de natuur niet blijven sturen en het zal allemaal wel weer goed komen. In principe brengen koolmezen jaarlijks maar ťťn broedsel  groot maar soms beginnen ze aan een vervolgnest. En er zijn er ook die nu nog met nestmateriaal rond vliegen, dus wie weet.

Nam eerder onze Haagse kleinzoon al eens een aardbeiplant mee naar huis nu is er ook het verzoek van de 17-jarige kleindochter. Wat leuk. Bij haar moeder was en is alles wat natuur is als boter aan de galg gesmeerd en een bos bloemen was nooit aan haar besteed. Kunststoffen bloemen hoefde je immers geen water te geven, hoogstens af en toe wat af te stoffen en het zag er toch ook fleurig uit? Dus neem ik straks een mooie plant uit mijn volkstuin voor onze kleindochter  mee en zal ik haar vertellen hoe zo'n aardbei zich ontwikkelt. Ik ben benieuwd of ze geÔnteresseerd is in vruchtzetting, een bloembodem die vrucht wordt en pitjes die eigenlijk de zaadjes zijn.... Haar kennende heb ik er niet bar veel vertrouwen in!

1 mei 2015

Tijd voor een nieuw rondje afval! Elke keer als ik naar het bos ga, zit in mijn jaszak een plastic tas waarin ik de troep stop die anderen er achteloos hebben neergegooid. En je snapt het niet, waarom moet zo'n leeg sigarettendoosje nu worden achtergelaten in een bos terwijl je het zo makkelijk in je zak kan steken en mee naar huis nemen.

Een pakje koekjes om de lekkere trek te stillen tijdens een wandeling. Niks mis mee. Maar steek het papier dan toch bij je! Ik kan er echt nijdig om worden. Thuis gooi je toch ook geen afval om je heen. Waarom dan buiten wel!

Dit kan nooit opzet geweest zijn. Iemand die biologische zaden koopt om gezonde ruccola te kweken, moet dit zakje per ongeluk zijn verloren. Toch maar in de plastic zak.

De zoveelste ballon die tijdens een of ander feestje is losgelaten. Pas was in de krant te lezen dat sommige steden het massaal oplaten van ballonnen gaan verbieden. In Amsterdam mag het al niet meer. Vooral de linten die aan de ballonnen zitten schijnen voor narigheid te zorgen. Vogels en vissen, maar ook kleine zoogdieren gaan dood omdat ze verstrikt raken in de linten die nauwelijks vergaan. Tien jaar geleden werden langs de stranden nog 80 ballonresten per km gevonden en nu zijn dat er al 160. Helaas bemoeit de overheid zich er niet mee, daar vindt men het voldoende de gemeenten op te roepen het oplaten van ballonnen te ontmoedigen. Dat is de politieke trend tegenwoordig: de burger moet het zelf uitzoeken.

30 april 2015

30 april, 30 april, weet je wel wat dat zeggen wil? Het klonk uit vele honderden kinderkelen. Het was de datum waarop wij vroeger met alle scholen in de gemeente Arnhem naar het kerkplein gedirigeerd werden om daar met z'n allen uit volle borst een aubade te brengen aan de jarige koningin Juliana. En als we dan zongen "waar de blanke top der duinen" en het "Gelders volkslied" ten gehore brachten, en ter afsluiting gevolgd door het Wilhelmus, ach dan stond ik daar met een brok in mijn keel een trots Nederlands kind te zijn. Daar is niet veel meer van over; wat een land zijn wij geworden. Als ik jonger was zou ik best willen emigreren.

De postduif waar ik de vorige keer over schreef heeft me twee dagen danig beziggehouden. Een duivenmelker reageerde op mijn vraag en zei dat ik de duif moest blijven wegjagen en vooral niet meer voeren omdat hij dan zeker weer zou terugkeren naar zijn vertrouwde hok. Nou, dat vond ik niet leuk maar ik probeerde het wel en ik joeg hem keer op keer de tuin uit. Arme vogel, de honger werd almaar groter en steeds weer kwam hij terug. De hagel en regen striemden zijn lijfje terwijl hij het in elkaar gedoken en gelaten over zich heen liet komen. Overigens is duivenmelker net zo'n onzinnig woord als geitenbreier. Ze slaan "als een tang op een varken". Duivin en doffer produceren beide een melkachtige vloeistof in de krop als er jongen zijn. Daarmee voeden ze hun jongen. Het doet in de verte denken aan borstvoeding bij mensen. Lijken we toch weer een beetje op dieren! Maar de duivenhouder doet er niets mee en speelt geen rol in het proces.

Zodra ik me buiten vertoonde vloog hij vanaf het dak naar beneden en keek me smekend aan: toe nou joh, ik verhip van de honger. Althans, zo zag ik dat in zijn oogjes. Als hij nou eens niet meer naar zijn eigen huis ging, zou hij dan niet verhongeren, of gepakt worden door een kat? Niks voor mij, het wegjagen van dieren. Ik probeerde niet meer op hem te letten.

Maar jeetje, hij volgde mij aldoor met zijn ogen, kwam naar me toe, liep om me heen. Toen heb ik een volkstuinmaatje gebeld die zelf duiven heeft en gevraagd of hij de postduif zou willen hebben als ik hem zou kunnen vangen. Ik maakte daartoe een lange vierkante inloopkooi van gaas en legde achterin voer. En ja hoor, terwijl ik er op een tuinstoel bij zat, wandelde de duif (die inmiddels Tommy heette) langs mijn voeten regelrecht de kooi in. Bingo! En zo verhuisde de duif naar de volkstuin en als het een doffer blijkt te zijn, komt er ook nog wel een duivin bij. Ik hoop dat het hem goed gaat; gelukkig wordt nu zijn nek niet omgedraaid wegens zijn ongehoorzaamheid!

Voor de houtduiven in onze berkenboom liep het al snel minder florissant af. Gisteren zag ik een ei op de stoep liggen. Blijkbaar was het geroofd door een Ekster en het was net gebeurd. Duiven gaan pas broeden bij het tweede ei, wat daarmee gebeurd was kon ik niet ontdekken. Het duivenpaar gaf er meteen de brui aan en verdwenen naar elders. Volgende keer misschien meer geluk. Een duif gaat nooit bij de pakken neerzitten maar begint gewoon opnieuw.

28 april 2015

Een degelijk nest bouwen behoort niet tot de mogelijkheden van de Houtduif. Op de meest onmogelijke plekken, vaak op een tak, worden twijgjes neergelegd en gestapeld en het geheel waait vaak bij een beetje wind al omlaag. Vaak met eieren en al. De houtduiven missen onze prachtig uitgegroeide berkenboom die vorige maand noodgedwongen gekapt moest worden. De berk was royaal begroeid met klimop en er werden heel wat nesten in gebouwd. In de berk die er nu nog staat groeit ook klimop maar lang niet zoveel. Vrouw duif zit tegen de stam geklemd op haar eieren en de man voert nog steeds nieuwe takjes aan die zij er in prutst. Het zal me benieuwen wat er van terecht komt.

Gisterenmiddag landde er opeens een mooie postduif in de vensterbank van de bovenverdieping. Was hij de juiste richting kwijtgeraakt, of was hij vermoeid geraakt, het is raden natuurlijk.

Hij daalde naar beneden en ging in de tuin rondlopen op zoek naar voedsel. Ik dacht hem te helpen door hem wat vogelzaad te geven in de verwachting dat hij na het stillen van zijn honger en een rustpauze, wel weer op de vleugels zou gaan. Hij vloog echter niet weg, tot ik enige dwang op hem uitoefende door achter hem aan te gaan lopen. Hij droeg twee ringen om zijn poot wat betekent dat hij weggebracht was om ergens vandaan weer naar zijn stek thuis te vliegen.

 Maar verdraaid, vanmorgen zat hij opnieuw in de tuin. Wat een mooi beestje! Een duif kan net als wij "in elkaar gaan zitten", de kop dichtbij de schouders en zo zat hij op de grond nadat ik hem opnieuw wat voer gegeven had. Hoe moest ik hem nu kwijt raken, een passerende kat zou hem zo kunnen grijpen. Het beste leek me om hem proberen te vangen en naar iemand van de plaatselijke duivenvereniging te brengen, die zou er wel raad mee weten. Alsof de duif mijn gedachten las, ging hij opeens uit zichzelf op de wieken en verdween. Helaas blijft hij maar terugkomen, wat moet je nou met zo'n beest. Het schijnt dat de eigenaar zo'n duif die niet meteen naar huis komt, meteen de kop omdraait.  Een postduif eet granen, die vindt hij buiten niet, je kunt zo'n vogel toch niet onder je ogen laten verhongeren? Wie weet raad?

27 april 2015

Zondagmiddag zat ik me wet te vervelen en bedacht me dat ik buiten maar eens het weer te baat moest nemen en iets gaan doen met druppels. Welnu, dit zijn druppels op een Helleborus, een plantensoort die tot het Nieskruid behoort. Wat mensen er nu zo geweldig aan vinden snap ik niet zo goed want de bloemen hangen er altijd bij alsof ze veel ellende te verstouwen hebben. Altijd met de smoeltjes mistroostig naar de grond gebogen. Toch zijn er mensen die ze verzamelen.

Nee, dan het duo Paarden- en Pinksterbloem. De eerste blijft blijmoedig omhoog kijken en laat de regendruppeltjes als een toevoeging op haar blaadjes liggen. De Pinksterbloem heeft niet eens in de gaten dat het regent, haar bloemblaadjes zijn zo glad dat elke druppel er meteen afglijdt. Ze sluit haar bloempjes dan ook niet eens om haar kostbare inhoudt te beschermen.

De eerste bloempjes van de Muurleeuwenbek lijken die regendruppels wel te kunnen waarderen. Kijk eens, lijken ze te zeggen, hoe zwaar die druppels in verhouding tot ons ook zijn, we kunnen ze met gemak op onze blaadjes houden.

De Klaverzuring in het bos liet al haar bloempjes hangen. Ze heeft het niet zo op met al die regen want haar stuifmeel en nectar moeten nog worden benut en dus beschermt ze dat door de bloempjes niet langer uitnodigend naar het licht te houden maar door ze omlaag te keren. Toen ik probeerde er van onderen toch in te kijken zag ik dat die bloemkelkjes vol zaten met mugjes die er een tijdelijke schuilplaats in zochten. Bijna elk bloempje bood wel onderdak aan deze mugjes.

De Tulp is wel de kampioen in het beschermen van haar kostbaarheden. De dag ervoor stond deze nog wagenwijd open om bestuivende insecten aan te trekken. De ochtend erop heeft ze zedig haar winkel alweer gesloten en het bloemblad zo netjes dichtgevouwen dat het lijkt of ze voor het eerst nog moet gaan bloeien. Wat een kracht toch in zo'n plant!

Tot slot de Lariks die momenteel het bos felgroen kleurt. Schoonheden zijn het, die ontluikende bosjes naalden. In het hart daarvan blijven de regendruppels als glanzende edelstenen  liggen. Heel mooi vindt ik dat. En zo werd een saaie zondagmiddag toch weer leuk!

26 april 2015

Het bos is nu zo bijzonder dat je er telkens naartoe wilt. Het groen van de uitlopende Lariks is prominent aanwezig en "knalt" je tegemoet. Maar ook de Beuk is haar blad al aan het ontplooien; de ene boom heeft nog geen enkel blad en de andere is al bijna geheel bebladerd. De kleur van al dat nieuwe "babygroen" heeft op mensen een bijna toverachtige uitwerking. Wildvreemden spreken elkaar er over aan en delen hun ontroering. Want dat gebeurt er, vooral als de zon door het jonge lover schijnt zou je van aandoening wel bijna willen janken, zo mooi!

En toch......, zou je een trui dagen die de kleur heeft van dit bosgroen dan zou iedereen roepen dat het een harde gifgroene kleur is. En gif is toch het laatste waar je aan denkt als je naar de bomen kijkt. Dat is het rare, ons brein speelt een spelletje met ons; je neemt waar en je hersenen vertalen wat je ziet naar een bepaalde situatie, een bepaalde sfeer en bepalen ook nog wat je op dat moment mooi of lelijk vindt. Wij mensen zitten heel vreemd in elkaar. We zeggen soms niet voor niets tegen elkaar "het is maar net door welke bril je kijkt". Nou, deze bril bevalt me op dit moment uitstekend.

In de buitenste zŰne van ons bos vind je hier en daar een enkele Krentenboom. Vermoedelijk zijn die door vogels hier terecht gekomen, zij eten de bessen en verspreiden de zaden met hun ontlasting. Deze boom is een van de vele soorten bomen die in ons land groeien maar in feite niet inheems zijn. De verspreiding van die vreemdelingen begon al toen de Romeinen indertijd de Tamme kastanje hier begonnen aan te planten. De Krentenboom is afkomstig uit Noord-Amerika. Alhoewel, weinigen zullen de krent na al die tijd nog als een exoot beschouwen.

Ik geloof dat ik geen bloesem ken die zo kortstondig is als die van de Krentenboom (Amelanchier lamarckii). De bloemblaadjes vallen alweer af voordat de bloem zich geheel ontplooid heeft. Maar ze zijn geliefd vanwege hun fragiele bouw en intense wit.

25 april 2015

In het bos bestaat de lente niet alleen uit nieuw groen maar ook uit nieuw leven. Beter zichtbaar dan bij de zwijnen wordt dat niet. De moeders en tantes zijn druk met het zoeken naar voedsel en het grut scharrelt er omheen. Een enkele luide knor van de moeder is genoeg voor de kleintjes om te weten: rennen moeten we, snel achter moeder aan. Er zijn zeugen die zich niet zo heel veel aantrekken van wandelaars maar er zijn er ook die dreigend naar je gaan staan kijken, zelfs in je richting komen. Nou, dan wil je wel een pasje terug doen.

De jonge zwijntjes hebben al heel snel door hoe het moet: neus omlaag in de bladerlaag en zoeken naar eikels en beukennoten die de herfst er heeft achtergelaten. Als ze drie weken oud zijn, kunnen ze de grond al omwoelen. En omdat iedereen die zwijntjes zo schattig vindt, leren ze soms ook niet meteen om bang voor mensen te zijn. Soms komen ze zelfs zo dichtbij, of blijven ze ergens dralen terwijl het gezin al een eind verderop loopt, dat je de impuls krijgt zo'n beestje toch maar even wat te laten schrikken door in je handen te klappen of snel op hem toe te lopen. Dat drijft het weer in de veiligheid van de groep. Maar eerst natuurlijk nog even een plaatje geschoten.

Het lijkt wel of er steeds meer heel lichte biggen geboren worden. Een jaar of wat geleden was het nog een uitzondering maar nu zie je niet alleen witte kleuren maar ook nog zwart-wit gevlekte vachtjes. Die vallen natuurlijk ook het meeste op, trekken het snelst de aandacht van de jager en worden afgeschoten. Want ja, niet alleen volwassen exemplaren maar ook jonge dieren worden geŽlimineerd. Beheersjacht, noemt men dat. Die lijkt volkomen zinloos want het jaar erop zijn er weer net zoveel zwijnen als voorheen. Hoe meer zeugen er geschoten worden, hoe meer jongen de andere produceren. Zo werkt dat bij wilde dieren.

24 april 2015

In het bos zag ik iets dat ik niet kon thuisbrengen, ik had het nog nooit gezien. Op de bodem lag een oude boomstam, inmiddels ontdaan van de gehele schors en die was over de gehele lengte bedekt met iets dat wel leek op mos. Maar die kleur, dat kon toch niet. Het leek me niet geheel logisch dat dit een slijmzwam was maar die zijn er ook in allerlei vormen en kleuren. Dus maar even te rade gegaan bij de natuurkenners op Waarneming.nl. En daar was iemand die me kon vertellen wat het was:  Dit is een soort (Trentepholia odorata) uit de familie Trentepholiacae, draadvormige groene algen die leven op een vaste ondergrond als boomstammen, muren, stenen en rotsen. Vooral in vochtige tropische streken treedt hij massaal op. De bruine kleur ontstaat doordat de algen heel veel caroteenpigmenten bevatten (denk bijvoorbeeld ook aan oranje worteltjes) die het bladgroen bedekken. Het oranjebruine pigment beschermt de algen tegen fel zonlicht. Op een Engelse website las ik dat deze algen wel vaker worden aangezien voor een mos. De gaatjes zijn de oude gangen van een schorskever, een groep die zich onder de bast van een boom ontwikkelt. Weer iets geleerd.

Hier had een geheel andere foto moeten staan! Ook een vogel maar geen merel met een snavel vol nestmateriaal. Wel een beeldschone foto van een Staartmees. In de tuin liep ik met mijn camera een Boomblauwtje te achtervolgen, die vliegen alweer een week of wat. Opeens ontdekte ik in de Taxus twee staartmezen. Ze waren druk op zoek naar luisjes of zoiets en hadden niets in de gaten van mijn aanwezigheid. Steeds dichterbij kwamen ze totdat een van beide op een hekje zat. Zo dichtbij dat ik de vogel had kunnen aanraken. Ze maakten almaar kleine contactgeluidjes en nog nooit had ik zo'n schattige staartmeesje van zo dichtbij gezien. Het was volkomen nutteloos de camera in stelling te brengen, ze zouden meteen door mijn beweging weggevlogen zijn. De hele dag loop ik aan ze te denken: zo snoezig, zo klein, zo dichtbij, en had ik maar.......

23 april 2015

Heel lang geleden zag mijn omgeving er totaal anders uit dan tegenwoordig. In de voorlaatste ijstijd duwde een landijsmassa een enorme hoeveelheid grond voor zich uit en werden de Veluwse stuwwallen gevormd. Bovenop die stuwwallen voegde daar de laatste ijstijd nog een gigantische hoeveelheid zand uit het toen droog liggende Noordzeebekken aan toe. Dekzand wordt dat genoemd. Hierna raakte ons land met bos overdekt maar doordat de mens steeds meer grond in cultuur bracht, kon het dekzand weer gaan stuiven en creŽerde toen de zandverstuivingen en stuifduinen. De Zeven Heuvelen zijn stuifduinen, het is een on-Nederlands  gebied met flinke hoogten en dalen. Het stuifzand is er bedwongen door de vegetatie.

Die Zeven Heuvelen liggen bij Laag-Soeren, een van de dorpen in de gemeente Rheden. Eigenlijk is het er heel saai, behalve dan dat on-Nederlandse hoog-laag landschap. Er groeien hoofdzakelijk naaldbomen en de paden liggen bedekt met een dikke laag naalden. Het enige waaraan je kunt zien dat het lente is, zijn de lichtgroen uitlopende bosbesplanten.

Zelfs de tonderzwammen op de boomstammen zijn er droog en uitgeloogd. Alleen aan de vorm en de lijnen kun je nog zien welke zwammen dit waren. Snel maar weer verder en een gevarieerder stukje bos opzoeken. Er lopen weer zwijnen met jongen, ik heb ze nog niet gezien.

22 april 2015

Soms zijn er van die dagen dat je niet doen kunt wat je wilt maar geprogrammeerd wordt door verplichtingen of andere zaken. In deze tijd is het verplicht thuisblijven geen ramp want in de tuin valt er van alles te doen of te beleven. In de vijver zijn de kikkerlarfjes losgekomen van hun dril en zwemmen als piepkleine duikbootjes rond. Momenteel staat deze kleine Lathyrus in bloei. Ik kan me niet herinneren hoe ik er aan kom. Gekocht op een tuinreis? Opgekomen vanuit een zaadje dat ik  van een vakantieoord meesmokkelde? Ik heb echt geen idee maar geniet wel van deze mooie bloempjes. Ze beginnen dieproze en verkleuren dan naar lila.

Dit miniatuur tulpje was een andere verrassing. Nu weet ik wel hoe ik er aan kom: gekregen. In de herfst van 2013 had ik hem geplant, in de lente van vorig jaar bloeide hij niet en nu kwam hij opeens tevoorschijn. Het is een beeldschone bloem van slechts een centimeter of tien hoog. Na veel gezoek op het internet kwam ik de naam tegen: Tulipa humilus. Humilus betekent laag. Het blijkt een wilde miniatuurtulp te zijn en het is bijzonder dat die verder vermeerderd kon worden. De tulp heeft een prachtige kleur en de bladeren hebben een rood randje. Ik ga hem vertroetelen!

Nu het zo droog is, komen steeds meer vogels de drinkschalen bezoeken die in de tuin staan opgesteld. Ik merk vaak dat ze daaruit liever drinken dan uit de vijver. Sinds gisteren komt er telkens een vrouw Zwartkop drinken. Telkens was ik er te laat bij met de camera maar ik blijf het proberen. Deze Fitis zat even op de rozenboog die ik net opnieuw beplant had met een heerlijk geurende roos en een bijpassende Clematis. Ik verwacht dat het "een plaatje" op gaat leveren, maar helemaal zeker weet je het nooit. Gewoon afwachten dus wat ze gaan doen.

20 april 2015

Mensen wat is het weer droog. Het is het derde lenteseizoen op rij en dat is precies in overeenstemming met de verwachtingen met betrekking tot het veranderde klimaat. Wie bezig is op zijn of haar volkstuin met spit- of ploegwerk kan na elke keer zijn haar wassen. Het is ook zinloos om nu te zaaien en dat geeft weer tijd om allerlei achterstallige klusjes te doen.

Deze akker ligt naast het volkstuincomplex en behoort tot het landgoed Hof te Dieren. De akker wordt natuurvriendelijk onderhouden en beheerd. Dat is anders in de polders van Flevoland. Die zijn nog jong en zouden vruchtbaar moeten zijn maar door de intensieve landbouw gaat de bodem er zo door achteruit dat aardappels en uien steeds lastiger uit de dichtgeslagen grond te krijgen zijn. Het staat in het woensdag gepubliceerde rapport van de Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding. Sommige boeren gaan er nu over op diepploegen. Dat is een rigoureuze maatregel die de hele structuur en waterhuishouding van de bodem overhoop haalt. Er wordt hierbij geploegd tot een diepte van 1,5 meter. Ook elders in het land volgen boeren soms dit voorbeeld. Het komt neer op een tijdelijke verbetering, een symptoombestrijding, meer niet. Eigenlijk is het een teken aan de wand: roofbouw plegen op de bodem waar ons voedsel wordt verbouwd. Steeds meer nadelen worden bekend van de intensivering van de landbouw.

Ondanks de droogte slaan de teken inmiddels weer hun slag en ik liep er een op in de volkstuin tijdens het met de hand wieden van onkruid. Sommige mensen merken niets van een tekenbeet maar bij mij ontstaat na een paar uur al een zeer kenmerkende jeuk. Dat geeft me de mogelijkheid het minuscule beestje er snel uit te halen. Het zijn voornamelijk nimfen die op zoek zijn naar een bloedmaaltijd. Tijdens onderzoeken in de natuur bleek vorig jaar al dat er heel veel larven aangetroffen werden. Dat waren de voorlopers van de nimfen die hierna weer een volwassen teek worden. Ze kunnen maanden vooruit na een bloedmaaltijd. De zwarte streepjes wijzen millimeters aan en te zien is hoe klein zo'n nimf is, toch zit er al wat van mijn bloed in.

Dit plaatje haalde ik van de website voor LymepatiŽnten om te laten zien hoe je het beste zo'n ondiertje uit je huid kunt verwijderen. Je trekt ze namelijk heel snel kapot als je de pincet er van bovenaf op zet. Ik doe het altijd succesvol door de pincet horizontaal te houden en de teek er met een rukje uit te trekken. Ook al is hij er dan helemaal uit, de jeuk kan nog dagenlang aanhouden. Je kunt een teek laten testen op besmetting door hem op te sturen voor onderzoek. Op de website www.tekenradar.nl kun je er alles over lezen. Zeer aan te bevelen, want het gaat om een nare ziekte die veel gevolgen kan krijgen als hij niet tijdig behandeld wordt.

19 april 2015

Nu pas bloeien de Dotters langs de kant van onze vijver. Ze zitten voordturend vol bijen. Een Honingbijij heeft nectar nodig voor de eigen energie en dat is in deze belangrijke drachtplant volop te vinden. Maar voor hun broed verzamelen bijen het stuifmeel. Eigenlijk is voor de gehele ontwikkeling van een bij  het stuifmeel onontbeerlijk. En daarom ook is het goed om ook vroegbloeiende planten in je tuin te zetten om ze volop die kans te bieden. Bijen fourageren om verschillende bloemen omdat er stuifmeel van allerlei soorten nodig is. Als je dan weer even doordenkt is het logisch dat een gezonde natuur met veel wilde bloemen zo noodzakelijk is en dat de afname daarvan weer zijn weerslag heeft op insecten en dus ook de bijen.

Vorig jaar verscheen in mijn volkstuin opeens een prachtig bloeiende smeerwortel. Geen wilde maar een tuinplant. Geen idee hoe die daar kwam, ik zag niemand die hem ook had. Maar dit jaar blijkt het een woekerend plantje, er staat nu een heel grote bos en ze zaaien zich ook uit. Maar wat een kleur! De bloemen doen wat denken aan crÍpepapier en het azuurblauw behoort tot mijn favoriete kleuren. Dus......, laat ik ze maar weer staan. Op een heel ongelukkige plek en ik was nog zo van plan de orde in mijn volkstuin nu eens te bewaren. Dat gaat dus niet weer lukken! De plant maakt heel veel blad en daaronder groeit niets meer. Misschien toch handig er een paar te zetten op de plekken waar ik het Zevenblad maar niet onder de knie krijg! Het is een poging waard. De plant heet overigens Symphytum azureum.

18 april 2015

Een van de meest aansprekende bomen in het voorjaar vind ik de Treurwilg (Salix pendula). De manier waarop zijn groen verschijnt is zo mooi; elke dag een beetje groener en een beetje meer. Over bomen en planten bestaan allerlei verhalen en ook de Treurwilg komt in diverse sagen voor. Zo zouden de takken van deze wilg gebruikt zijn voor het geselen van Jezus nadat die voor Pilatus verschenen was. Jezus zou diep bedroefd naar de boom gekeken hebben en gezucht hebben "Treur wilg, treur". Sindsdien zou de wilg haar takken in treurnis omlaag laten hangen. Hetzelfde verhaal zou je kunnen bedenken bij de Treurberk, en dat verhaal bestaat dan ook eveneens.

Een paartje Nijlganzen had kennelijk besloten bij elkaar te blijven de komende tijd. Maar iets van een nest was nog niet te ontwaren. Arme ganzen, ze worden beschouwd als ongewenste exoten, ze staan op de zwarte lijst en als de jager ze ziet worden ze geŽxecuteerd.

Het is een heerlijke tijd om buiten te zijn en de ontwikkelingen in de natuur te volgen. De slootkanten vol gele sterretjes van het speenkruid, de weilanden geel van de paardenbloemen en in de blauwe lucht een ooievaar die veel plezier lijkt te hebben in de harde wind en zich almaar hoger en hoger omhoog laat voeren en dan vele meters naar verderop wordt weggedreven. En overal bomen die uitbotten, bloeien, in blad komen. Alleen jammer van die felle oostenwind.

16 april 2015

De bloem van de Gevlekte aronskelk (Arum maculatum) staat al op uitkomen. Als straks het schutblad opengaat is de bloeikolf te zien. Die verspreidt een voor onze neuzen onaangename geur waardoor kleine vliegjes worden aangelokt. Die moeten zorgen voor de bevruchting waardoor later de oranje bessen verschijnen. Het meest bijzondere aan deze plant is wel het vermogen om zelf warmte te genereren zodat binnenin de bloem de temperatuur wel 15 graden hoger kan worden dan daarbuiten. De aronskelk produceert geen nectar waarmee insecten gelokt kunnen worden en compenseert dat door een sterke geur die door opwarming van de bloeikolf vergroot wordt. Alweer zo'n opzienbarend wondertje in de natuur.

Elders in het land schijnt de Pinksterbloem (Cardamine pratensis) al massaal te bloeien maar in mijn omgeving zie je nu pas de eerste bloemen opengaan. In onze tuin staan ze op springen maar deze volop bloeiende zag ik op een beschut plekje langs een sloot staan en was "mijn eersteling". Als de voorganger van deze plant, de Paardenbloem,  zijn vruchtpluis gaat verspreiden is het de beurt aan Pinksterbloemen en kleuren de graslanden van felgeel naar zachtlila. Als je een enkel bloempje goed bekijkt zie je dat onderaan twee van de vier kelkblaadjes een soort bakje is waar de nectar zich in bevindt. Aan de voet van de meeldraadjes zitten de ronde groene kliertjes die de nectar vormen.

Als het pinksterbloementijd is kun je de Oranjetip (Anthocharis cardamines) verwachten en elk jaar klopt dat als een bus. Maar niet alleen de Pinksterbloem is van belang voor deze kieskeurige vlinder want ook Daslook, Judaspenning en Look zonder look worden door de vlinder bevlogen. Allemaal kruisbloemige planten. De vlinders vreten van de bladeren en bloemen en ook van de zaden. De rupsen ontwikkelen zich eveneens op dezelfde plant en verpoppen in augustus. Momenteel komen de vlinders uit. Als je dan weet hoe belangrijk dit soort wilde planten is voor bepaalde kieskeurige dieren, besef je ook het belang van een goed natuurbeheer. Helaas is dat niet altijd het geval. Het vrouwtje van deze vlinder mist de oranje kleur op de vleugeltippen en kan zomaar verward worden met een klein geaderd Witje. De Oranjetip behoort wel tot dezelfde witjesfamilie.

Op de Judaspenning (Lunaria annua) in onze tuin vliegen ook nog steeds veel citroenvlinders. Die zijn er dit jaar ongelooflijk veel. Het vrouwtje is een bleke uitvoering van de man. Soms zie je ze om elkaar heen draaien en rond dwarrelen; dan hebben ze elkaar gevonden door de feromonen, de lokhormonen  die het vrouwtjes uitzendt en die de voortplanting in werking zetten. Zodra de dagtemperaturen boven de 8 of 9 graden uitkomen beginnen de planten te groeien. Hoe mooier het weer, hoe meer vlinders we zien en hoe meer er in de natuur te genieten valt.

15 april 2015

Langs het Apeldoorn-Dierens kanaal staan een heleboel narcissen te bloeien. Door de koele temperatuur van de afgelopen tijd en vooral de koude nachten, blijven de bollen er dit keer wat  langer mooi bijstaan maar dat zal nu snel voorbij zijn. Het is een fleurig gezicht.

Tussen al die bollen kwamen ook een aantal soorten voorbij die per ongeluk in de massa verzeild geraakt waren. Allerlei kleuren trompetjes waren er te zien, wit, geel en oranje en ook deze rare frutsel waarvan ik eerst dacht dat de bol een ziekte had. Maar er stonden er meer dus het moest de bedoeling geweest zijn. Ik vind het een misbaksel, de naam narcis onwaardig!

Op weg naar huis heb ik tuinen lopen bekijken en daarbij kom je de malste dingen tegen. Veel tuinen worden tegenwoordig gemakzuchtig bestraat. Geen leven te vinden in zulke tuinen. Deze tuin werd met grind bedekt. Eigenwijze bolletjes van de Muscari die er voorheen stonden vertikten het zich eronder te laten krijgen en drongen zich gewoon door de stenenmassa heen. Bravo!

En dan dit! Eerst je tuin vol gooien met gesteente en voor de zekerheid dan maar een bordje erin voor het geval je in de lente vergeten was dat je toch echt ook bollen gepoot had. Je zou ze eens van hun wortels trekken als de stenen weer eens aangeharkt zouden moeten worden......

13 april 2015

Aha, daar is ie, de Zwartkop (Sylvia atricapilla), weer terug uit het verre gebied rondom de Middellandse Zee, of uit de regio Engeland en Ierland waar ze overwinteren. Bij ons is de Zwartkop een zomergast. Zijn zang is geweldig: www.youtube.com/watch?v=18oUkmyxZP8

Deze serie foto's geven blijk van mijn grote frustratie.Toen hij twee dagen eerder recht tegenover me zat in de krentenboom en ik hem prachtig had kunnen fotograferen, lag de camera beneden. Nu zat hij zich te poetsen of zijn leven er van afhing. Hij is een man hetgeen  te zien is aan zijn gitzwarte pet. De vrouw heeft een bruine. Hij vertikte het even stil te zitten voor een fotomoment.

Ik maakte de ene foto na de andere en op een bepaald moment was ik door de wirwar van  groen en takken in de lens het spoor totaal bijster. En wat zag ik op de pc: hij staat er nog net half op, oogjes glimmend van plezier: ziezo, heb ik jou even mooi te pakken! Het frustrerende is dat de vogels nu nog mooi zichtbaar zijn maar elke dag worden de knoppen dikker, lopen de blaadjes verder uit, komt de bloei nabij en dan kunnen we het fotograferen op de takken wel vergeten! Maar goed, hij is weer veilig gearriveerd, wie weet is het dezelfde die we vorig jaar samen met zijn vrouw twee weken lang  tussen de planten zagen jagen op prooidiertjes voor hun jongen.

12 april 2015

Een paar dagen geleden ben ik begonnen mij maar weer eens op mijn volkstuin te storten. Ik bleek niet de enige die laat was en wat vertraagd op gang kwam vanwege de kille temperaturen van de afgelopen tijd. Sommigen hadden hun landjes al helemaal omgeploegd en zaaiklaar, ze zagen eruit als miniatuur zandwoestijntjes. Ik spit de grond nooit om maar ga met schoffel en schrepel het onkruid te lijf omdat ik denk dat de bodem daar veel meer mee gediend is. In de bovenste tien centimeters zit een wereld aan nuttige micro-organismen. Het is altijd weer hetzelfde dilemma: moet ik dit nu weghalen of laten staan..... Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen de eerste viooltjes uit de aarde te rukken en tegelijkertijd me te verheugen in hun vroege komst. Ze winnen het altijd van mijn twijfel. Dan maar wat minder netjes in mijn groenteperken.

Langs mijn graspaadje staat een groep paarse dovenetels. Ik peins er niet over die omver te schoffelen. Hommels en bijen zijn er druk mee en zolang er nog niet volop wilde planten langs de wegen staan, ben ik de insecten van dienst, laat ze hun gang gaan en gun ze de nectar. Op die manier mag het dan een rommeltje zijn op mijn lapje grond, ik voel me er tevreden bij. Een nette tuinder zal ik nooit worden en mijn groente is nooit zo mooi en vetgemest als die van veel deskundige medetuinders maar geven en nemen is veel leuker. De naam dovenetel bevat twee aanduidingen. Netel staat voor de naaldjes die o.a. gevuld zijn met histamine en mierenzuur, als in brandnetel. Dove is een oud woord voor “niet werkend”; de dovenetel mist die gemeen stekende naaldjes.

De vrolijke paardenbloemen zijn ook meer en meer te zien op mijn grondje. Ook al zijn ze nog zo gewoon, het zijn prachtige bloemen. Een ongelooflijke hoeveelheid lintbloempjes die zij aan zij groeien vanuit dezelfde bloembodem. Bloemen hebben vaak meerdere namen, soms verwijzend naar eigenschappen, soms naar gebruik. Zo heet de paardenbloem ook wel Molsla. Molsla is eigenlijk het jonge blad dat met zand overdekt wordt waarna het gegeten kan worden. Het wordt ook als veredelde vorm van de originele Paardenbloem (Taraxarum officinale) aangeboden in zakjes zaad. Ik zag er een Kleine vos op zitten die mij te vlug af was, en ook deze wilde bij die zich rustig liet fotograferen. Heerlijk, weer dat gewroet in de aarde en ondertussen genieten van wat ik om mij heen zie. Weer helemaal mijn seizoen!

11 april 2015

Teken waren vroeger nare, ziekmakende beestjes die je opliep als je bijvoorbeeld bosbessen ging plukken. Vandaag de dag nemen ze je zowat overal te pakken en steeds meer mensen worden daarom besmet en krijgen de Ziekte van Lyme. Een heel nare ziekte die zelfs invaliderend kan blijken te worden. Een wapen tegen deze ziekte is er nog niet en daarom wordt antibiotica gegeven die niet altijd bij iedereen het gewenste effect oplevert. Omdat tegenwoordig door het opwarmende klimaat teken het hele jaar voorkomen en er jaarlijks 25.000 mensen de Ziekte van Lyme oplopen, is vandaag het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gestart met een grootschalig onderzoek. Mensen die gebeten zijn en met een antibioticumkuur moeten beginnen, wordt verzocht zich te melden, mits zij 18 jaar of ouder zijn. Het RIVM wil proberen te achterhalen hoe het beste deze ziekte bestreden kan worden en waarom er zulke langdurige klachten kunnen zijn. Wie mee wil doen met dit LymeProspect onderzoek kan zich melden via de eigen huisarts of via de website www.tekenradar.nl

10 april 2015

Af en toe komt het voor dat edelherten er in slagen nieuwe gebieden te bereiken. Meestal worden ze dan afgeschoten want er geldt een zogenaamde nuloptie buiten twee gebieden: de Veluwe en de Oostvaardersplassen. Bij Spankeren, een van de dorpen van gemeente Rheden heeft een groepje herten zich in het agrarisch buitengebied  gevestigd en gelukkig heeft men ze met rust gelaten. Al worden ze daar getolereerd, ze zijn heel erg schuw. Ik zag ze op grote afstand maar alleen al het feit dat ik op de weg stil bleef staan om naar ze te kijken, deed ze de benen nemen. De herten hier in het bos zijn veel meer gewend aan mensen. Pas toen ik een stukje van de foto vergrootte zag ik dat ze hun nieuwe gewei alweer aan het opbouwen zijn.

Langs de sloten in het grasgebied staan de waterwilgen (Salix caprea) in volle bloei. Ze worden ook wel boswilgen genoemd. Als je er even bij stilstaat hoor en zie je hoe de bijen de bloemen van deze vroege en gulle lentekroeg bezoeken. Samen kunnen die bomen heel veel pollen in de lucht brengen, tot verdriet van mensen die daar allergisch voor zijn. Maar voor insecten zijn deze vroegbloeiers juist van enorm belang. De foto laat een mannelijk katje zien; de vrouwelijke zijn groen en zien er wat anders uit.

De gele sterretjes van het Speenkruid (Ficaria verna) vormen grote gele plekken nu ze dankzij het mooie weer zo overvloedig in bloei zijn geraakt.  Dit plantje uit de Ranonkelfamilie dankt zijn naam aan de speentjes onder de grond die aan de worteltjes groeien. Die kunnen rond maar ook langwerpig zijn. Het Speenkruid is een opportunistisch plantje; het verbreidt zich namelijk overvloedig. De zaden zijn een dopvruchtje en leven niet langer dan een jaar. Daarnaast groeien in de bladoksels kleine broedknolletjes. Ondergronds groeien wortelknolletjes die op deze foto goed te zien zijn. Als de plantjes na de bloei afsterven, blijven de knolletjes leven tot het volgende voorjaar. De felgele bloemen gaan alleen open als de zon schijnt en sluiten zich bij somber of regenachtig weer.

Samen met het Speenkruid bloeit ook vaak de Bosanemoon (Anemone nemorosa). Ook deze zijn opeens als door een toverstok geraakt in het grasland verschenen. Deze plant is eveneens een ranonkelachtige. Hoewel de naam verwijst naar het (open) bos groeit de Bosanemoon veel uitbundiger buiten het bos, langs slootjes en in natuurlijke bermen als die maar genoeg vochtig en humusrijk zijn. En er moet niet al teveel zon op de groeiplaats schijnen. Grappig is dat een koude winter de plantjes eerder aanzet tot bloei wanneer de temperatuur weer gaat stijgen, dan wanneer de winter een matig verloop heeft. De meeldraden van de Bosanemoon adverteren zich nadrukkelijk maar als de bloemen niet bestoven worden door insecten, kan ook zelfbevruchting plaatsvinden. Ik denk het vaak: de natuur is in vele opzichten "technisch" de mens de baas.

9 april 2015

Overal zie je ze rondvliegen, de vrolijke gele fladderaars. De Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) is elk jaar een van de eerste die te zien zijn. Ik volgde er een in de tuin in een poging hem op de kiek te krijgen maar deze vlinders zijn zeer rusteloos. Maar toen de temperatuur begon te dalen zag ik hem een plekje zoeken voor de nacht. Hij kroop veilig weg onder een blad van de Epimedium. Vlindervleugels zijn bedekt met duizenden microschubjes die als dakpannetjes over elkaar liggen. Op die manier kan het licht door de schubjes gereflecteerd worden en komen hun kleuren op de vleugels prachtig tot leven. Onder de schaduw van het blad viel er nog maar weinig licht  te reflecteren in de vleugels waardoor het insect onopvallend werd en als het ware versmolt met de kleur van de plant die nu in de vleugels weerspiegelde. Ingenieus, nietwaar? De volgende morgen hing de vlinder er nog, het liep al tegen het middaguur maar de zon had zijn plek nog niet bereikt. Pas als hij de warmte voelt, gaat de vlinder weer vol nieuwe energie op de vleugels.

8 april 2015

Nu het weer zoveel aangenamer is geworden lijkt het wel of de vogels meer animo krijgen om een nest te bouwen. Het is leuk om te zien welke materialen veel gebruikt worden. Mos is een gewild plantje waarmee je je bijna afgebouwde nestje nog even zacht kunt stofferen. Deze heggenmus trok mos van een stapelmuurtje in onze tuin.

De winterkoning trekt het mos van de stam van onze hoogbejaarde krentenboom. Dat groeit daar in een dikke laag en de vogel vliegt almaar heen en weer om wat op te halen.

Uit de tuin heb ik de verdorde restanten bijeen gezocht en met een grote perspex knijper op de rand van de tuinbank vastgezet. De winterkoning gebruikt het bij de opbouw van het nestje en daarna pas gaat het mos erin.

De mezen kunnen echt alles gebruiken, als het maar zacht is. Het pluis van een tennisbal, van een oude pantoffel of sjaal, ik heb er een heleboel leuke filmpjes van. Uit het bos neem ik wel eens een mooie pluk hondenhaar mee dat vaak ligt bij een bankje waar de hondenbaas zijn dier ontdoet van het overbodige onderhaar in de vacht. Vooral dat onderhaar van een golden retriever is donszacht. Ook hier weten de mezen wel raad mee,

7 april 2015

Tussen een week geleden en nu is er een enorme wisseling geweest van verschillende  weersomstandigheden. De venijnige storm, de winderige dagen daarna, en dan nu eindelijk weer mooi en lenteachtig weer, al blijven de nachtvorsten de natuur dwarszitten. Tijdens de dagen met harde wind hadden de vogels het moeilijk. Ze moesten vooral proberen niet door windvlagen uit de richting te worden geblazen, tegen ruiten terecht te komen. Deze Turkse tortels zaten erbij alsof ze tegen elkaar zeiden: dit is toch niet normaal, de veren vliegen bijna van onze lijven. Ik vind er niks aan, jij wel?

Ik hoor en zie al foto's en meldingen voorbij komen van bloeiende bosanemonen en gele dotters. Maar hier aan de Veluwezoom lijkt het allemaal wat langzamer te gaan. De bosanemoon heb ik in de tuin nog niet ontdekt en de planten van de dotters zijn zich nog helemaal aan het ontwikkelen, geen bloem nog te zien. Wel ontdekte ik gisteren de eerste bloem van de Voorjaarshelmbloem (Coridalis solida). Elk jaar verschijnen er meer want ze verspreiden zich enthousiast.

Ook de Primula veris durft zich eindelijk voluit bloot te geven nu het gestimuleerd wordt door de zon die steeds meer kracht krijgt. De bijen en hommels zijn dol op deze bloemen. Echte planten die bij het voorjaar horen, je wordt er vrolijk van!

De Vroegeling (Erophila verna) dankt haar naam vanwege het feit dat het plantje al in januari kan gaan bloeien. Maar feitelijk kan het doorgaan tot juni toe. Momenteel bloeit het volop en kleurt menig stukje grond wit. Overal wil het wel groeien, zelfs tussen de staattegels. In de herfst kiemen de zaden al en tegen de zomer zijn de plantjes totaal verdwenen. Het is een eenjarig plantje dat onaanzienlijk is door haar afmeting maar heel aardig als je het wat beter bekijkt.

2 april 2015

Op allerlei plaatsen langs slootjes, in polders en weilanden zie je nu dankzij de vele vrijwilligersgroepen, de geknotte wilgen weer staan. Ze kunnen er weer een poos tegenaan en onbelemmerd groeien. De knotwilg was lang geleden een pioniersboom die groeide langs de waterkant. Maar in die tijd waren er nog geen kunststoffen dus was hout van allerlei soorten nuttig en nodig. Mensen ontdekten toen dat je een wilg zonder nadelen kon ontdoen van zijn twijgen voor gebruik in en buiten het huis. Je kon zelfs alles afknippen tot er een knot overbleef die gewoon weer uitliep. De takken, die wilgentenen genoemd worden, waren bij uitstek geschikt om er manden van te vlechten, veekeringen van de maken of als brandhout te gebruiken. Those were the days. Een geknotte wilg blijft heel lang in goede doen als hij om de vier of vijf jaar wordt gekortwiekt.

Als je eenmaal een boom geknot hebt, moet je hem blijven onderhouden. Doe je dat niet dan worden de nieuwe takken op den duur zo zwaar dat de boom uit elkaar scheurt. Het komt vaak voor dat knotwilgen ontdaan worden van hun hele pruik. In gedeelten, of om en om knotten is beter omdat de boom daardoor beschutting blijft geven aan eventuele fauna die er intrek in heeft genomen. De bovenste foto is er een goed voorbeeld van.

Als je zo'n stokoude en imposante knot van dichtbij bekijkt, krijg je wel een beetje een idee van het nodige dat  zich in zijn hout heeft afgespeeld, of nog doet. Dit is trouwens een dode boom maar nog altijd is hij indrukwekkend. Doordat zo'n knot steeds groter wordt, ontstaat er een heel bijzonder leefklimaat in. Hij vermolmt wat, er gaan plantjes in groeien, soms doen zelfs struiken een poging. En wilde eenden vinden het een heerlijk plekje om in te broeden. De steenuil bouwt er ook nogal eens een nest in een van de verborgen holtes. Wie aan wilgen knotten doet, moet daarom altijd behoedzaam te werk gaan om geen eventueel aanwezig uilennest kapot te trappen tijdens de werkzaamheden. Steenuiltjes zitten daar namelijk niet alleen in de broedtijd.

31 maart 2015

Wat een afschuwelijke storm: omgewaaide vrachtauto's, ontwortelde bomen, dakpannen en gevelplaten die in het rond vliegen en ten zuiden van ons land is het nog erger, in Duitsland is de wind opgeschaald naar orkaankracht! Dit soort stormen zijn de natuurlijke variant van zinloos geweld. Hoeveel bomen zullen er weer niet sneuvelen dit keer. Maar buiten hebben de kauwen de grootste lol. Ze springen van de takken omhoog, laten zich vele meters meevoeren en zeilen op de wind. Ze genieten met volle teugen. Hetzelfde kan ik niet zeggen, ik wordt zeer onrustig van dit weer en het duurt nog de hele dag......

29 maart 2015

De regen valt met bakken uit de hemel en verandert de vijver in een kolkende waterpoel. Het vochtige weer heeft ook de bruine kikkers naar de vijver gelokt, dat zie ik nu pas terwijl ik mistroostig uit het raam sta te staren. Ik doe op de bovenverdieping een raam open om het tafereel te fotograferen. De kikkers krijgen nauwelijks gelegenheid op adem te komen van het woeste liefdesspel en worden door de plensregen gewoon overspoeld.

Amechtig hangt er een aan de rand van de vijver, zich vastklampend aan een stukje plant. Ik heb ze niet eens horen knorren, daar komen ze niet eens aan toe.

In het regengeweld spelen ze het toch nog klaar en binnen de kortste tijd liggen er een paar klonten dril in het water. Ik zie het allemaal vanuit huis, het is me nu te gortig met de camera naar buiten te gaan. Ieder jaar als ik dit voortplantingsritueel zie gebeuren, gaan mijn gedachten uit naar de tijd dat we als oppasgrootjes de kleinkinderen onder onze hoede hadden. Wat hebben we toch leuke dingen met ze beleefd! En waar blijft toch de tijd. Het jochie uit dit verhaaltje is al bezig met zijn twintigste levensjaar!

27 maart 2015

De knoppen willen wel maar het weer doet niet mee. De lente heeft de boel op een zacht pitje gezet. Opeens is het weer koud en onaangenaam buiten en de vogels weten ook niet wat ze er mee aan moeten. Ik zie opeens geen nestbouwactiviteiten meer en de kikkers in de vijver doen er weer het zwijgen toe. De maand maart kunnen we bijna afschrijven, die stelde dit keer niet veel voor helaas.

Deze vrouw merel landt telkens op de voerplek en zit ons dan langdurig aan te kijken alsof ze zeggen wil: wat is dit nou, waarom zijn al die schaaltjes nou toch leeg.....! En dan ga ik maar weer overstag en geef haar wat universeelvoer. Het zit vol besjes, gedroogde meelwormen en ander spul dat heel lekker ruikt en de merel is er dol op. De merelvrouw heeft een ongelukkig pootje. Misschien is zij wel degene die een week of drie geleden gegrepen werd door de buurkat die ermee het huis binnen rende toen ik de keukendeur open deed. De kat had de vogel beet in de nek en ik kon haar gelukkig snel redden. Na een uurtje bijkomen van de stress vloog ze weer weg gelukkig.

Omdat ik weer aan het zaaien ben zocht ik wat potjes om de plantjes te verspenen. Die zaten vol met verdorde blaadjes en heel kleine slakjes. Die zijn ook nog niet actief en blijven lekker met de deurtjes dicht stil zitten waar ze zijn. Geef ze eens ongelijk!

25 maart 2015

De winter heeft lak aan de kalender, lijkt zich niet gewonnen te willen geven. Telkens weer volgt er op een mooie dag een geniepige nachtvorst. Maar vannacht niet en in de plaats daarvoor viel weer wat zegenrijke regen, een prima ruil! Wat een verschil trouwens, deze lage temperatuur vergeleken met de maartmaand van vorig jaar toen we dagelijks buiten in de zon zaten!

Toch zitten we 's middags regelmatig buiten een poosje op de tuinbank, als de zon tenminste schijnt. Als ik opzij van het huis de staartmeesjes hoor, moet ik steeds even kijken. Als kerstballen hangen ze ondersteboven aan de takken, peurend naar de zaadjes die waarschijnlijk nog te vinden zijn. Ze zijn altijd met een heel stel en fladderen van tak naar tak. Als ze zo hoog in de berkenboom zitten en hangen zijn ze maar moeilijk te fotograferen. Gewoon een heleboel keren afdrukken en dan zit er zowaar een herkenbare foto tussen. Zelfs het glimmertje in het oog is te zien, leuk. Het zijn zulke aansprekende vogeltjes. Die lange staart aan een lijfje dat maar heel weinig weegt, hooguit 9 gram. Je zou ze nauwelijks voelen als ze op je hand zouden zitten. Toch leven ze wel een jaar of drie. Onvoorstelbaar.

23 maart 2015

Afgelopen dinsdag, de mooiste van de week, was ik  met mijn wandel- en natuurmaatje in Drenthe bij een heel grote  veenplas van meer dan 2,5 meter diep, zo staat op een informatiebord te lezen. De plas ligt in het waterwingebied Ruinerwold, dat eigendom is van de Waterleidingmaatschappij Drenthe die zeer zorgvuldig en natuurvriendelijk haar gebiedjes beheert. Zo vliegen hier in de zomer veel soorten libellen rond en dinsdag waren de Bruine en Noordse winterjuffer door het prachtige weer uit hun winterrust gewekt. Het zijn de enige van de libellensoorten die in ons land als imago kunnen overwinteren.

In de dode plantenresten rondom de plas liggen veel rietstengels. Het blijkt dat die dankbaar gebruikt worden door allerlei overwinterende beestjes. Spinnetjes, larven, eitjes en ook dit kevertje. Het behoort tot een geslacht van kevers (Galerucella) uit de familie bladhaantjes. In Nederland komen daarvan zes soorten voor.

In een van de stengels troffen wij dit 19-puntlieveheersbeestje (Anisosticta) aan. De ontwikkeling van lieveheersbeestjes kent vier stadia: eitje, larve, pop en imago. Dit kleine kevertje is binnenkort dus weer aan de voortplanting toe. Deze soort leeft in de rietkragen en vochtige ruigtes. Ze hebben nu nog beige dekschildjes, in de zomer verkleuren  die naar oranjerood. Het zijn vrij algemene kevertjes. Ze voeden zich, zoals zoveel van deze soorten, met bladluizen.

In het Reestdal wemelt het van de ooievaars. Vooral als je in een deel van het land woont waar het nog leuk is ze af en toe te zien, is dat een heel vreemde gewaarwording. Overal zie je ze nestelen nu, op nestpalen maar ook gewoon in de bomen langs de weg. Dat er hier zoveel ooievaars zijn komt door het voormalige fokstation De Lokkerij. Dat heeft heel wat ooievaars weer teruggebracht in de natuur toen het met de vogels zeer slecht ging en ze bijna verdwenen waren uit ons land.. Een aanzienlijk deel daarvan trekt in de herfst niet weg en blijft rond De Lokkerij hangen. Daar worden ze nog steeds in de winter gevoerd en de jongen die er geboren worden, krijgen een ring om de poot. Niet iedereen is blij met zoveel uivers, ze zijn een bedreiging voor de weidevogels.

21 maart 2015

Allerlei bomen en struiken beginnen langzaam uit te lopen. Niet alle want alles op deze aarde heeft zijn eigen tijd. Eindelijk valt ook weer wat regen, het hemelwater wordt begerig opgezogen door de aarde die het goed gebruiken kan door het door te geven aan de plantenwortels. Het is zo'n typisch voorjaarsregentje dat rustig neervalt. Precies wat nodig is en het zal een enorme oppepper blijken voor de ontwikkeling van de natuur.

In onze tuin staat een krentenboom die al heel oud is. Ik plantte hem als struik, heb hem net zo lang opgesnoeid tot het een echte boom werd met een dikke stam en zware takken. Hij begint weer uit te lopen, dagelijks zie je de knoppen zwellen. Maar hij heeft het zwaar, scheuren zitten in zijn bast en mooie korstmossen bedekken zijn takken. Zoveel vogels van allerlei pluimage bezochten hem door de seizoenen heen. Ik vrees het moment dat hij een gevaar gaat vormen en kappen onvermijdelijk wordt. Maar aan alles komt een einde, ook aan bomen die je lief zijn. Maar dit jaar zal hij gelukkig weer bloeien....

20 maart 2015

Lang leve de lente! Dit jaar begint die op de 20ste maart. Het heerlijke van de eerste lentedag is dat je weet dat je alles nog voor de boeg hebt. Keek je de hele winter uit naar dit seizoen, nu mag het hťťl langzaam voortschrijden zodat je zo lang mogelijk zult kunnen genieten van alles wat ons te wachten staat: bloemen, insecten, jonge dieren zoals dit lammetje van pas een paar dagen oud dat warm en veilig tegen zijn volumineuze moeder aanligt. Lente is de tijd van overvloed, niet iedereen houdt daarvan. Mij geeft het een onstuitbare nieuwe energie, ik kijk verlangend uit naar wat ik weer zal zien, ontdekken, ruiken en voelen. En waarover ik weer verslag kan doen. Heerlijk!

naar boven