Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 
2018/2019
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017
 2018

 

 

 

Lente 2019

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

20 april 2019

In onze vijver zit sinds twee weken een groene kikker. Vroeger heette die eenvoudig "Groene kikker", maar het bleek dat er heel veel soorten c.q. kruisingen van kikkers bestaan zodat het soms moeilijk is om vast te stellen welke het is. Het lijkt me, de diverse beschrijvingen in aanmerking genomen, dat dit de Poelkikker of  Kleine groene kikker moet zijn. In het oosten van het land komt deze algemeen voor en hij overwintert in bosachtige grond. Dat zou dus kloppen! Maar zeker weet ik het niet. Telkens als er een helicopter of motorisch vliegtuigje (er wordt controlerend rond gevlogen i.v.m. mogelijke natuurbranden) overkomt, begint de kikker hard te kwaken, alsof hij protesteert tegen het kabaal. Heel komisch.

Padden komen niet vaak naar onze vijver. Vorig jaar was er een vrouwtje dat onbevruchte eieren afzette omdat er geen man was om ze te bevruchten. Vanmorgen werd bekend dat de Dierenbescherming zich zorgen maakt over onze kikkers, padden en salamanders.  Tellingen dit voorjaar hebben 21% minder dieren opgeleverd dan in gemiddelde vorige jaren. Vermoedelijk spelen de gevolgen van de klimaatveranderingen ook hier weer een rol. Het is alweer langdurig droog, temperaturen wisselen elkaar te snel af waardoor de voorjaarstrek naar het water wellicht niet goed verloopt.

Salamanders zie ik wel in de vijver. Of het er veel zijn weet ik niet. Gisteren was ik bij mensen die het groene "flap" uit hun vijver geharkt hadden. De hoeveelheid ongewenst groen was op een plankier dat over de vijver liep neergelegd om te verdrogen, maar niet onderzocht op diertjes die er nog in zouden kunnen zitten. Bij het optillen van wat groen zag ik meteen een dode salamander die vast was komen te zitten onder het fijnmazige gaas dat over het plankier gespannen was tegen gladheid. Door de opwarming van het vijverwater verschijnt er nu snel veel alg die het vijverwater groen kleurt. Haal je het er uit geef dan waterdiertjes vooral de gelegenheid weer terug in het water te komen door het groene spul een poosje op de vijverrand te laten liggen.

19 april 2019

Vanmorgen om 06.00 wakker geworden bij het radio-nieuwsbericht dat de droogte nu alweer slachtoffers eist onder de (weide)vogels. De wormen zitten te diep onder de grond voor de snavels van de vogels. Ook andere vogels hebben problemen met het vinden van voedsel en in nesten worden verhongerende jongen aangetroffen. Dit bericht sloot naadloos aan bij de angstaanjagende beelden gisteravond in de docu van David Attenborough met betrekking tot de klimaatveranderingen. Het ergste was nog te horen dat al dertig jaar geleden wetenschappers waarschuwden voor wat er nu gebeurt op de planeet en dat er niets gedaan is om dat te voorkomen. Terwijl er toen nog tijd genoeg was om tegenmaatregelen te nemen.

Er vliegen nog volop Oranjetipjes, dat duurt tot in mei. Het meest opvallend is de man met zijn mooie oranje vleugeltippen. De vrouw zou je maar zo kunnen verslijten voor een kleine uitgave van een Witje maar vrouw Oranjetip heeft op de onderzijde van haar vleugels een vlekkerige  tekening als ook de man op de onderkant van de achtervleugel heeft. Goed te zien als de vlinder op een plant zit. Dat zijn altijd kruisbloemige planten: Look zonder look, Pinksterbloem, Damastbloem en Judaspenning. Eerstgenoemde is een plant die zich nogal uitzaait in de tuin en je zou misschien de neiging hebben hem uit te trekken. Doe dat maar als hij is uitgebloeid het is een gratis geschenkje voor de Oranjetip, temeer als je de woekerende Pinksterbloem niet wilt.

Vanmiddag zag ik ook nog een Ctroenvlinder vliegen maar voor deze vlinders loopt de vliegtijd wel zo'n beetje ten einde. Deze heeft al behoorlijk afgevlogen vleugels, er zijn vanwege zijn ouderdom heel wat schubjes verdwenen. De citroentjes hebben de winter overleefd en mogen nu even nog voor nageslacht zorgen. Dan is het gedaan met deze generatie.

Het is zo leuk om naar de vogels te kijken. Dit paartje pimpelmeesjes is voortdurend samen. De man duikt steeds in de pindakaaspot waar nauwelijks nog iets te vinden is. Als hij toch nog een hapje ontdekt geeft hij dat meteen aan het bedelende vrouwtje dat bij hem zit. Zo traint ze hem voor het vaderschap. Wij mensen doen dat helemaal verkeerd, wij krijgen eerst een kind en dan zien we wel hoe het verder moet.

Nu het blad aan de bomen en struiken zit, zou je eigenlijk wel kunnen stoppen met het voeren van de vogels. Je ziet ze nu volop zoeken naar natuurlijke prooien, zoals de mussen die elk blaadje van de Berberis afstruinen naar bladluizen. Wie dat wil mag best op bescheiden wijze nog wat voer blijven aanbieden, passend bij het natuurlijke gedrag van onze gevederde vriendjes. Vandaag heb ik nog niet eenmaal de zang van de Zwartkop gehoord, blijkbaar is die tijd voorbij en wordt de aandacht verlegd naar de nestperiode.

18 april 2019

Ik wilde eens achterhalen welke van mijn beide camera's de beste opnames maakte, de speciale macrolens of de macro-instelling van mijn bridgecamera. Dus probeerde ik dat even uit op  een heel klein mugje van een paar millimeter groot, dat op onze onlangs glanzend geschilderde schuurdeur zat. Maar wat ik hier zie vond ik behoorlijk onthutsend. Al die witte stippels zie ik helemaal niet op de deur. En de groene verf ziet er prachtig uit en niet zoals hier op de foto. Het bewijst maar weer hoe beperkt onze ogen eigenlijk zijn. Maar goed, waar het om ging is nu wel duidelijk door de opname van deze mug. Muggen zijn er in vele families en soorten. Dit is een Pluimmug, het zal meteen duidelijk zijn waarom hij deze naam kreeg. Alleen de mannetjes hebben grote  gepluimde sprieten. Het zijn muggen die bij stilstaand of stromend water leven. Ze laten hun eitjes vallen op het wateroppervlak en in het water ontwikkelen de larven zich. Zowel onder als boven water vormen ze een waardevolle voedselbron voor andere insecten, vogels bijvoorbeeld.

17 april 2019

Morgenavond om 22.00 gaat David Attenborough op de zender 1 van de BBC een verklaring voorlezen die naar verwachting "een grote impact" zal hebben. Al eerder heeft hij in een van zijn documentaires verklaard dat de planeet 5 fases heeft gekend van grootschalig uitsterven en dat wij nu middenin de 6e fase zitten. "Van de massa zoogdieren op aarde bestaat 90% uit mensen en door mensen gehouden dieren. Van alle vogels op aarde is 70% pluimvee, meest kippen. De nog levende wilde dieren op aarde, van olifanten tot dassen en van tijgers tot vleermuizen, vormen nog slechts 4%".

Er is een grote actie gestart om ons zover te krijgen dat we met z'n allen minder water gaan gebruiken. Vanwege de klimaatverandering krijgen we steeds vaker te maken met een lage grondwaterstand en daardoor zouden in de toekomst problemen kunnen ontstaan. Vanmorgen hoorde ik in de radio-uitzending 1 op 1 hoe ons water verbruikt wordt en door wie. Sven Kokkelmans had zich uitstekend verdiept in het onderwerp. Wat blijkt: van alle opgepompte grondwater wordt 70% verbruikt door de landbouw, 25% door de industrie en slechts 5% door de burgers. Toch wel merkwaardig dat nu juist de burgers zo dringend worden aangesproken op hun waterverbruik. Wat overigens geen reden is om er niet zorgvuldig mee om te gaan.

De laatste paar dagen heb ik meerdere malen gezien dat onze merel met de witte veer in zijn staart, paarde met een vrouw merel. Beide zijn al maandenlang in onze tuin en zitten regelmatig op de voerplank. Man naderde vrouw met wijd opgengesperde snavel om vervolgens kort met haar te paren. Ik had dit gedrag nog nooit eerder waargenomen. De vogels zijn druk bezig een nest te bouwen in onze klimop. Hopelijk heeft dit succes zodat de merelpopulatie weer wat zal worden aangevuld.

15 april 2019

Nog nooit in de afgelopen vijftig jaar heb ik de Zwartkop dagelijks in de tuin gehad. Maar dit voorjaar is dat anders, je hoort hem de hele dag rondom het huis zijn vrolijke liedje zingen. Gisteravond kwam een kennisje even buurten en ze zag door het raam een Zwartkop zitten. We stonden op en tot onze verbazing kwam er eerst n Zwartkop drinken uit de waterbak, toen een tweede en om het feest compleet te maken ook nog een derde. Alle mannen. Natuurlijk wilde ik dit prachtige schouwspel met de camera vastleggen maar er bleek geen opslagkaartje in het toestel te zitten, dat lag bij de pc. Zij had ook een camera bij zich en maakt wel een foto van het drietal. Helaas niet goed genoeg om hier te plaatsen, maar geloof het maar, wij waren verrukt.

Een hele tijd ben ik bezig geweest dit wespachtige insect te fotograferen. Het was maar heel klein en heel actief en het wilde maar niet lukken een duidelijke foto te maken. Ik besefte wel dat ik dit beestje niet kende.

Het bleek de Gewone dubbeltand (Nomada ruficornis), algemeen voorkomend exemplaar uit de familie Nomada, zogenaamde koekoeksbijen. Ze leggen namelijk, net als de Grijze zandbij van gisteren, eveneens hun eitjes in de nestholtes van zandbijen. In dit geval  in dat van het Roodgatje, een bijtje dat in elke groene tuin wel voorkomt. Let maar eens op een klein roodbruin behaard bijtje met een .... rood gatje.

Vroeg ik me een poosje geleden af waar toch de staartmezen die korstmosjes aftrokken van onze krentenboom, een nestje zouden bouwen, nu weet ik het: in de tuin van mijn buurman, in zijn coniferenhaag om precies te zijn. En zo gaat het vaak, we lijken net een Ikea, hier komen de vogels hun meubilair halen om ergens anders het huis in te richten. Maar als de jongen geboren zijn weten ze niet hoe snel ze weer naar onze tuin komen, vol struiken, boompjes en bomen en heel veel groen. In dit geval zie ik groen van jaloezie; een kogelvormig vogelwiegje, kunstig in elkaar geweven met mosjes, vezeltjes en spinrag, van binnen bekleed met heel veel zachte veertjes, er in piepkleine crmekleurige eitjes met roze stipjes......

14 april 2019

Tijdens het opruimen van mijn kasje deed ik een bijzondere ontdekking. De Agapanthus die er in stond (een soort met smal blad) wilde ik ontdoen van dode grassen die er in gegroeid waren en toen ik die er uit zat te plukken ontdekte ik in het hart van de plant een heel klein nestje. Het moet van een muis zijn geweest, het was maar 6 cm in doorsnede. Wat een leuk idee dat een muisje daar de winter in had doorgebracht. Lekker droog in mijn kasje en goed beschermd door al dat groene blad van de plant.

Ook al moet er worden opgeruimd, telkens lokt de tuin mij toch even om wat rond te neuzen. Zo zag ik deze Grijze zandbij (Andrena vaga) op een Vergeet-me-niet zitten. Hij is bezet met een royaal grijs vachtje en een grote snor op zijn kop. Deze bijen vliegen van maart tot mei, de bloeiperiode van de Wilg. Naa half mei zijn ze dan ook niet meer te zien. Ze leven van het stuifmeel van de wilgen, de soort is dus wilgspecifiek.

Ik zag er ook een Gewone wolzwever (Bombilius major) met zijn lange tong in de bloemen peuren. Zijn naam zal geen verbazing wekken, hij kan doodstil in de lucht hangen en zijn lijf is bezet met bruine haartjes. Het insect behoort tot de familie muggen en vliegen. Met een vleugelslag van zo'n 300 keer per minuut kan hij roerloos in de lucht blijven hangen, weinig insecten doen hem dat na. Voor de voorplanting is dit insect afhankelijk van de zandbijen. De zandbijen maken hun nestjes in het zand, heel herkenbaar aan een kegelvormig hoopje zand en meestal met vele bij elkaar. De Wolzwever gaat boven zo'n nestje hangen en door een zwiepende beweging van zijn lijf schiet hij een bevrucht eitje in het zandbijenholletje. Daar komt het eitje uit en de larve van de Wolzwever eet eerst van het stuifmeel dat de zandbij verzameld heeft en vervolgens vergrijpt hij zich aan larven van de zandbij. Tja, in de natuur is het niet allemaal rozengeur en manenschijn maar hoe je het ook bekijkt, zo'n Wolzwever is een bijzonder insect.

13 april 2019

Nu, aan het eind van de middag schijnt gelukkig weer de zon. Wat een koude, winderige dag, zelfs met wat sneeuw. Daar zitten we niet op te wachten. Ik was verbaasd over wat ik zag gebeuren met de krentenbloesem. Die liet de laatste dagen alweer haar bloesemblaadjes weg dwarrelen maar vandaag gebeurde dat niet, ondanks de stevige wind. Het leek wel of de boom zich verzette tegen de ongewenste weersomstandigheden en windvalgen die aan zijn takken rukten.

De primula's kleuren de tuin, overal staan ze dankzij het feit dat ze zich zo uitzaaien en ik er telkens een paar verzet naar andere plaatsen.

Omdat het zulk onaangenaam weer was besloot ik wat zaailingen te gaan verspenen. Op zoek naar de benodigde potjes die in een hoekje van de tuin waren neergelegd, stuitte ik op allerlei niet zo gewenste tuinbewoners zoals deze jonge naaktslak die in een van de potjes zat. Ik zag er ook van die vraatzuchtige grijs gestreepte soortgenoten. Het zijn dieren waar ik voor de verandering een hekel aan heb. Ze zijn slijmerig, plakkerig en voelen vies aan. Op mijn volkstuin kwam ik ze ook al op allerlei verborgen plekjes tegen.

Oude wijfjes of Voorjaarster (Ipheion) is ook altijd een succes in de tuin. Het zijn bolgewasjes in wit, blauw en roze en ze komen elk jaar weer trouw terug. Al die gekregen bolgewasjes die zo langzamerhand uitgebloeid zijn of raken, moeten nu eigenlijk in de tuingrond worden gestopt. Daar moet ik volgende week maar eens mee beginnen voordat ik niet meer kan zien wat er uitkwam. Het belooft weer beter weer te worden gelukkig.

Bij het opschonen van de tuin heb ik de eerste teek alweer opgelopen. Ook vieze, nare beestjes! Maar gelukkig voel ik al binnen een paar uren dat irritante gejeuk dat ze veroorzaken. Binnen 24 uur uit je huid gehaald, kunnen ze geen kwaad. Maar het is wel oppassen want je kunt heel ziek worden door een met Lyme besmette teek. Ook zijn in ons land enkele gevallen van het TBE-virus geconstateerd, een virus dat hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Het virus was al langer bekend in de landen van Midden-Europa. Momenteel loopt er onderzoek naar de aanwezigheid van besmette teken in Nederland. Noteer vooral elke tekenbeet in je agenda en houd de ontwikkeling in de gaten. Blijft de teek langer dan 24 uur in je huid zitten, dan is besmetting mogelijk, als de teek tenminste een virus bij zich draagt.

10 april 2019

Gisteren was het weer een aardige dag, als je tenminste uit de wind zat. De eerste Oranjetip van dit jaar vloog rond in de tuin. Tegelijk met het eerstgeopende bloempje van een Pinksterbloem die aan de rand van de vijver staat. Dat kon niet missen. Jammer dat de temperatuur weer zo'n duikeling maakt, nu moeten we ons de komende nachten weer druk gaan maken om mogelijke bevriezing van kwetsbare planten en bloesems. Het blijft maar op- en afgaan met het weer.

Wie water in zijn tuin heeft zal het vast opvallen dat meer en meer vogels komen drinken. De regenplasjes in tuinen en bos zijn opgedroogd. Een kauw kwam uit onze drinkschaal, die op een veilige hoge plek staat, zijn dorst lessen. Als hij een slok neemt gaat zijn kop achterover om het water naar binnen te laten glijden. Grappig gezicht.

Momenteel liggen er overal heel veel zandhoopjes tussen tegels. Je denkt misschien meteen aan mieren maar als dat zo is, zie je de mieren meestel zelf ook wel. Hier gaat het om de nestingangen van zandbijen. Een soort die heel algemeen voorkomt is de Roodpotige groefbij maar of die hier ook bezig was weet ik niet want de bijen lieten zich niet zien. Tussen de klinkers van het erf waar ik ze zag, lag een hele cirkel van gangen die leidden naar ondergrondse nesten.Dat hoort ook bij voornoemde soort. In april zie je al dat ze actief worden. Graafbijen zijn meestal klein en geelzwart van kleur. Op een mooie zonnige dag vliegen ze een keer of vijf  uit om voedsel/insecten voor hun larven te zoeken. Volkomen ongevaarlijke en interessante diertjes.

Als ik een kat tegenkom houd ik altijd even een vriendelijk praatje tegen kater of poes. Deze vond dat wel aardig en begon meteen te spinnen en kopjes te geven. Hij had een mooie dikke vacht, en terwijl ik hem achter de oortjes kriebelde, kreeg ik toch wel weer even het gevoel dat ik zo'n gezellig beest mis. We hadden ze vele, vele jaren maar na de laatste, die een asielkat was en een lot uit de loterij, heb ik het er maar bij gelaten nadat hij  tot mijn verdriet dood ging. Maar toch, een mens zonder huisdier is eigenlijk een beetje incompleet.

9 april 2019

Zou er n andere boom zijn die zo kortstondig bloeit als de Krentenboom? Twee dagen staat hij overweldigend wit in zijn  bruidstooi of een regen van witte bloemblaadjes dwarrelt alweer omlaag. Het blad ontwikkelt zich razendsnel en onttrekt steeds meer wit aan het gezicht. Het klinkt wel raar "zijn bruidstooi", de boom is een mannelijk woord, dat wel, maar waarom zou een man geen bruidstooi kunnen dragen? Tegenwoordig is alles geoorloofd.

Op de dikke oude takken van de Krentenboom vinden vaak de wat grotere vogels als Kauw, Duif, Gaai en heel af en toe de Sperwer er een mooie zit- en kijkplek. De kauwtjes die hier met vele in de buurt rond scharrelen hebben mijn grote sympathie. Slim, gezellig, een prachtig familieleven, de schoffies onder de vogels. Maar het is niet zomaar dat ze in het voorjaar opeens weer naar de tuin komen. Ze zullen wel jongen hebben en op zoek zijn naar eieren of jonge vogeltjes van kleinere soortgenoten.

Nog heel wat vogels komen dagelijks naar de tuin om er voedsel te zoeken. Zo hebben we het merelpaar nog frequent op de tuintafel, zelfs als wij er zitten, de meesjes doen hetzelfde en de roodborst heeft het ook in de gaten en komt als enige af op het eivoer waar ook gedroogde meelwormen in zitten. We verbazen ons telkens over die vertrouwdheid en vinden het mooi dat ze zo vlak voor onze ogen gaan zitten. Wij houden ons dan natuurlijk wel muisstil.... Vinken houden niet zo van voer- of andere tafels, die zoeken het liever op de grond, en ook vaak onder een vogelhuisje waar voedsel terecht is gekomen. Ik heb de indruk dat ook de vinken al de zorg voor jongen hebben. Ik ga door met voeren tot alle voorraad op is en dat moment nadert snel.

Twee dagen geleden zag ik hem opeens op de rand van de vijver zitten, een weldoorvoede Bruine kikker. Ik hoorde hem ook knorren. Of dat nou van tevredenheid was of omdat hij paarlustig was, geen flauw idee. Feit is wel dat het geknor na een dag en een nacht alweer verstomd was. Dril is nergens te vinden. Dan zou dit dus een vrouw moeten zijn want er komt geen geluid uit. Toevallig hoorde ik van een tuinman die in onze buurt meerdere tuinen voor zijn rekening neemt, dat ook in de vijvers rondom ons huis geen kikkers gezien werden tot nu toe. Vorig jaar was dat precies zo. Wat de reden daarvan is weet ik nog steeds niet.

Nog even een afbeelding van een van de beeldschone bloembollen die we als tuinclubleden kregen. Dit is een prachtig klein tulpje waarvan de achterzijde van de bloemblaadjes een delicaat rood kleurtje hebben. Na de bloei gaan al die bolletjes de tuingrond in, nu staan ze nog even in potten te pronken op de tuintafel.

7 april 2019

Maar weer eens een keer het bos in geweest, ik kom er niet zo vaak meer en zeker niet in de winter. Nu buiten het bos alles met de dag groener wordt, wilde ik eens zien hoe het nu in het bos was. De lariksen geven kleur aan het geheel maar de beuken houden voor het merendeel hun knoppen nog potdicht. Af en toe zie je een tak waar wat blad uitpiept. Maar de grote groene metamorfose moet nog komen.

In het voorjaar kijk ik alijd of er kegeltjes aan de lariksen zitten. Ik kan ze meestal maar sporadisch vinden. Ik vroeg de bosbeheerder eens hoe dat nou kwam maar die stuurde me met een kluitje in het riet, dus ik weet het nu nog niet. Maar kijk, aan een van de naaldbomen zag ik een massa manlijke bloeiwijzen, de vrouwelijke kegeltjes schitterden door afwezigheid. Ik vond er slechts n en die heb ik natuurlijk gefotografeerd want ze zijn z mooi in een jong stadium.

Op een bospad vond ik een dode hommel. Wat deed die sufferd hier dan ook, dacht ik, in het bos is helemaal niets waar zo'n brombeertje van kan leven. Er is nog geen enkel bloempje te vinden, de bosbodem is kurkdroog, en op een plek waar ze altijd bloeien, kon ik geen spoor van Klaverzuring vinden. In onze tuin ben ik heel wat planten kwijtgeraakt gedurende vorige lange, droge en hete zomer, misschien is het in het bos ook wel zo gegaan.

Op een enkele plek stond wat Rankende helmbloem. Daar zijn de reen dol op maar de kans dat je die in het bos van Hof te Dieren tegen komt is knap klein. Sowieso zie je hier nauwelijks wild en alle wandelaars die hier regelmatig komen, vinden dat treurig en vragen zich af of dat door het huidige bosbeleid komt. Snoeihout wordt in hoge rillen langs de paden gedrappeerd, als er bomen gekapt worden laat men dikke en dunne takken liggen, alles in een grote bende langs de paden gegooid. Dat alles maakt dit bos onaantrekkelijk voor mens en dier.

De beukennoten hebben ook water nodig om te ontkiemen en wat er nu uitkomt lijkt ook al de grootste moeite te hebben om zich te ontplooien. Door de droogte ontbreken ook de waterplasjes die altijd overal liggen. Alles is droog nu, dus de Bruine kikker zal het ook moeilijk krijgen want waar moet die nu haar dril afzetten! Een paar fikse regenbuien zouden zeer welkom zijn.

5 april 2019

Wakker worden en een knalblauwe lucht zien, dat is heerlijk! Terwijl ik net begonnen was aan tafel de krant te lezen werd mijn aandacht getrokken door het liedje van de Fitis dat ik nu voor het eerst hoorde. Snel de camera gepakt (die ligt altijd op tafel) en de vogel gefotografeerd. Maar niks hoor, op de foto staat een  vinkenvrouwtje en ik verbeeld me dat ze een glimp van spot in haar oogjes heeft. Nu nog zien dat ik de Fitis te pakken krijg.

Het valt niet mee om nu nog vogels in bomen te fotograferen als die al in blad of bloem komen. Terwijl ik nog visueel naar de Fitis zocht, zag ik in de boom deze Zwartkop zitten. Hij heeft ook een vrouwtje, dat zie ik hier ook regelmatig rond scharrelen. Ik heb de Zwartkop nog niet horen zingen maar daar verheug ik me enorm op want het is een schitterend en zeer welluidend liedje dat deze vogel voortbrengt.

En waarempel, daar zie ik zowaar ook nog een Putter in de krent zitten. Zou het dezelfde zijn die ik al eerder op een stamroos fotografeerde? Het is de tweede keer dit jaar dat ik er een zie.

Nou ja, daar is ook nog een Staartmees. Die was bezig schors voor de bekleding van haar nestje van onze oeroude Krentenboom te trekken. Over die boom heb ik grote zorgen. Hij is al meer dan een halve eeuw oud, dikke takken beginnen onheilspellende scheuren te vertonen, schors verdwijnt van andere en er komt meer en meer dood hout in. Maar wat als deze vriend van onze tuin daadwerkelijk in elkaar stort! Er is zoveel gekapt om ons heen, door eigenaren, gemeente en natuurlijke sterfte, dat dit nog de laatste halte is voor aanvliegende vogels naar onze tuin. Ik moet meer opgaand groen gaan poten en dan vooral iets wat snel groeit.

4 april 2019

Vorige week kreeg ik een telefoontje met de vraag wat iemand aan moest met een plotselinge invasie van bladpootrandwantsen in de slaapkamer. Dat was best vreemd in deze tijd van het jaar. Deze wantsen hebben namelijk de gewoonte om tegen de winter massaal huizen binnen te dringen om daar tot de lente te overleven. In deze tijd zouden ze zich juist buiten moeten gaan voortplanten maar wie weet worden ze door de wisselende temperaturen op een dwaalspoor gebracht en wordt hun bioritme verstoord. Zelf trof ik deze wants op zolder aan waar hij ongeduldig voor het raam zat te wachten om naar buiten te  kunnen vliegen. De soort werd voor het eerst in 1999 in Zuid-Europa aangetroffen en breidt zich langzaam maar zeker verder uit naar het noorden.

Zo'n Bladpootrandwants (Leptoglossus occidentalis ) is voor Nederlandse begrippen een joekel van een wants, bijna twee centimeter groot. Zo groot zijn onze inheemse wantsen niet. Wel een prachtig insect, vind ik. Het is afkomstig uit Amerika waar het als een pest gezien wordt. De wantsen leven van de zaden van den, spar en conifeer. De eitjes zijn tonvormig en worden op elkaar geplakt tot een stapeltje dat doet denken aan een dennennaald. De jonge wantsen, nymfen genaamd, zuigen uit de sapstroom die naar de jonge kegeltjes van genoemde bomen voert, waardoor deze in hun ontwikkeling gestoord worden. Ze hebben vijf vervellingen nodig om volwassen te wroden. In september en oktober proberen de volwassen wantsen naar binnen te komen om te overwinteren. Ze kunnen infraroodstraling (warmte) waarnemen en hun soortgenoten waarschuwen door middel van speciale feromonen waardoor soms grote groepen wantsen binnenshuis worden aangetroffen. Ook door buitenlicht worden ze aangetrokken. Sla ze maar niet plat want dat levert een zeer vieze en hardnekkige geur op. De stofzuiger is de enige remedie om ze te verwijderen als ze met zo vele zijn.

Nog steeds zie ik op de zolderverdieping af en toe gaasvliegen voor het raam zitten, ik had geen flauw idee dat die met z'n allen binnen zaten. Het gaat om de Groene gaasvlieg, ook wel Goudoogje genoemd (Chrysoperla carnea). Vanwege de mooie vleugels ziet het insect er frle uit, je zou niet verwachten dat het zo'n lang leven beschoren is. De eitjes zijn bijzonder: ze staan stuk voor stuk op een dun steeltje om ze te behoeden voor vijanden die ze zouden willen eten. De larven die eruit komen kunnen heel wat bladluizen verorberen en zijn dus zeer nuttig, vooral ook in de tuin. Een enkele larve kan in het stadium tot volwassenheid (ong. 3 weken) tot 500 bladluizen opeten. Tot nu toe neem ik maar heel erg weinig insecten waar buiten. Maar ja, het is toch ook grillig weer tot nu toe, vannacht opnieuw met nachtvorst.

3 april 2019

Ach, het zijn maar kalveren, een noodzakelijk kwaad! Niet bovenstaande dieren, die zijn gewenst en de boer biedt ze een goed leven. Maar die in de veeindustrie! Een melkkoe moet nu eenmaal elk jaar een kalf krijgen wil de melkproductie op gang blijven, dus worden er jaarlijks in ons land 1.570.000 kalfjes geboren. De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat daarbij ook kalveren zijn die opgefokt worden om als vlees voor de verwende vleeseter te dienen. In totaal worden er in ons land op 17.000 boerderijen kalveren geboren. Op 13.000 van die boerderijen sterft 20% van de kalveren binnen twee weken na de geboorte.  Oorzaak: tijdgebrek van de boeren die al de handen vol hadden om al die koeien te verzorgen, die bovendien veel meer waard zijn dan kalfjes. Andere oorzaken zijn een slechte verzorging, te weinig moedermelk en smerige stallen. Aldus de berichtgeving.

Bijzondere rassen zoals deze Hereford koeien zijn een stuk beter af. Die worden ook op een andere manier gehouden, in minder grote stallen en koeien mogen hun kalveren bij zich houden. Zo zien de meeste mensen dat graag, het is een plezierig gezicht en zo hoort het toch ook? Maar hoeveel mensen zouden daar consequenties uit trekken? Ook deze koeien hebben niet het eeuwige leven maar als ze geslacht worden hebben ze een goed leven gehad. Hoe treurig is het voor de rest van de koeien en hun kalveren, ze zijn verworden tot al dan niet geld opbrengende handel. In principe kan een koe wel 20 jaar oud worden, een op melkproductie doorgefokte melkkoe is tegenwoordig na 6 jaren al versleten en vindt haar einde in het slachthuis.

Ook koeien op kleine bedrijven hebben een gezonder en natuurlijker leven. Het verhaal over de enorme kalversterfte is niet nieuw, het speelt al jaren. Nu wordt het opnieuw onder de aandacht gebracht van het volk en dat is goed! Nu weten we weer wat we verkiezen te eten en hoe dat voedsel geproduceerd wordt! Minsiter Carola Schouten weigert in te grijpen in deze mensonterende situatie, ze vindt dat de sector het zelf maar moet opknappen. Die laatste doet hier en daar wel pogingingen maar veel vooruitgang is er nog niet. Op de website Boerderij.nl staat te lezen dat degenen die nu de trom weer roeren over deze misstand, " kennelijk niet het geduld hebben de initiatieven een kans te geven". Men noemt de berichten over de kalversterfte "een ronkend verhaal van mensen die de druk op de ketel willen houden". Zelf ben ik nog niet voor de volle 100% vegetarier maar stilaan wordt ik het wel steeds meer. Want wie wordt er onderhand niet beroerd van deze wetenschap als hij z'n stukje vlees op zijn of haar bord heeft liggen?

2 april 2019

De tuin vraagt veel aandacht in deze tijd van het jaar. En daarbij ontdek je allerlei dingen die weer verschillen van vorige jaren. De vaste Judaspenning (Lunaria rediviva) staat pas 20 cm boven de grond en zal binnenkort gaan bloeien. Maar waarom blijft hij dit jaar zo vreemd laag, er is toch genoeg regen gevallen, zou ik denken. Andere planten zijn verdwenen, het Koninginnekruid begon vorige zomer pas in augustus op te komen, de eenjarige Judaspenning bloeit nu helemaal niet meer, je kunt nergens meer op vertrouwen, zo lijkt het wel waar het de tuin betreft.

Til je een steen op dan zie je heel vaak kleine duizendpoten zo snel als ze maar kunnen de bodem inkruipen om te ontkomen aan het licht maar ook om te voorkomen dat hij uitdroogt. We kennen in ons land meerder soorten maar dit zal waarschijnlijk de meest algemene soort, de Tuinduizendpoot (Geophilis longicornis) zijn. Met zijn kop is hij al de aarde ingedoken, meerdere soorten lijken sterk op elkaar.

Een Duizendpoot heeft nooit duizend pootjes, zoals de Miljoenpoot zijn naam ook niet waar maakt. Maar het zijn er wel aardig veel!

Brunnera of Kaukasische vergeet-mij-niet, is een vaste plant waar je wl op kunt rekenen, hij zaait zich zelfs plezierig uit. De prachtige blauwe kleur doet veel denken aan de eenjarige Vergeet-mij-niet (Myosotus) die op het punt staat in bloei te komen.

Ter gelegenheid van ons tuinclubjubileum kregen wij afgelopen herfst een zak vol bloembolletjes met namen waarbij we ons geen voorstelling konden maken. En zoals altijd zijn dat heel bijzondere soorten. Die poot ik dan ook niet meteen in de tuingrond om zeker te zijn dat ik ze niet kwijtraak maar ook omdat ik eerst wil zien wat er uit zo'n bolletje komt. Over deze ben ik zeer te spreken, nog niet helemaal open is hij echt een beauty. Een heel klein tulpje met de exclusieve naam Persian pearl. Er is zoveel moois zonder dat wij dat weten, al zal ik de laatste zijn om te ontkennen dat de minder "doorgefokte" soorten meestal ook heel aansprekend zijn.

1 april 2019

Gisteravond kreeg een telefoontje: " als je nu komt, kun je de Das zien". Ik wist genoeg, pakte de camera en snelde erheen. Omdat wij dichtbij of aan de bosrand wonen, zien we soms allerlei dieren in onze tuinen verschijnen die daar niet horen. De een vindt dat helemaal niks, de ander vergaapt zich aan het natuurschoon dat zich op deze wijze openbaart. Deze Das (Meles meles) was welkom in de tuin en wist dat daar van tijd tot tijd wel iets te halen viel. Maar nu was hij er bij vol daglicht en dat was vreemd. De Das bleek een akelige kwetsuur aan een van zijn achterpoten te hebben. In het begin gebrluikte hij die poot nog heel voorzichtg maar nu ging dat niet meer en hompelde en strompelde hij, wat een zielig gezicht was. Even zo'n dier laten ophalen is niet eenvoudig daar alleen de Dassenwerkgroep Brabant over een ambulance beschikt om dassen op te halen. En begrijpenlijkerwijs komen die vrijwilligers niet als ze niet zeker weten dat ze de Das ter plekke zullen aantreffen. Dus zou hij eerst gevangen moeten worden door de particulier. Dat leek geen optie. Dan maar goed voeren en de zaak in de gaten houden, was het advies.

Dassen hebben allemaal hun eigen geurtje en in de burcht besproeien ze elkaar zodat alle dassen hetzelfde ruiken. Een medebewoner die te lang uit de burcht weg is geweest en niet meer vertrouwd ruikt, wordt dan ook niet meer geaccepteerd en gezien als een vreemdeling. En daar houden dassen niet van. Op de webcam van de tuineigenaars was te zien dat de Das niet uit het bos kwam, of er weer heen ging. Waar hij dan wel uithangt is onduidelijk en ook wel zielig. De vacht van het onfortuinlijke dier zag er uit alsof het hem niet bepaald goed ging. Elke dag komt hij meermalen naar de bewuste tuin waar nu altijd wel wat voor hem te vinden is. Hoe het verder zal gaan is gewoon een kwestie van afwachten. Soms moet je de natuur haar gang maar laten gaan.

Inmiddels is de tuin omgeven door een hoeveelheid dassenputjes of wel "latrines". Daarvan bestaan er twee soorten: snuitputjes zijn kuiltjes van zo'n 10 cm doorsnede en een paar cm diep. De Das maakt ze door met zijn voorpoot te graven en vervolgens met zijn snuit in het kuiltje te woelen. Het zicht van een Das is matig, zijn oren zijn ook niet best, alles draait bij dit dier om geuren en op die manier bakent hij zijn territorium af. Hij maakt ook mestputjes, kuiltjes van 10 tot 15 cm diep. Daarin laat de Das zijn ontlasting achter en heel ongegeneerd laat hij die gewoon open. Hij gebruikt ze ook meerdere malen. Zo te zien krijgt onze Das genoeg voedsel binnen. Rechts bestaat zijn mest uit natuurlijke ingredienten en links daarvan liggen drollen waar een flinke hond zich niet voor zou schamen. We zullen maar niet vertellen wat de Das allemaal te eten kreeg....., in elk geval een zeer gevarieerd dieet. De tuineigenaren helpen hem aan alle kanten en hebben Meles zo ongeveer geadopeerd.

Vlak bij waar de Das zich te goed zat te doen aan de gevallen zaden uit het vogelvoerhuisje zat een mooie Bosmuis lekker te schranzen. Hij had een grote hoeveelheid eitjes van pissebedden ontdekt en die smaakten hem uitstekend. De Bosmuis is wel de mooiste van alle muizen, hij heeft grote glanzende ogen en uitstekende grote oren.

31 maart 2019

Al die bloesemende bomen die momenteel bloeien vormen een feestelijke opening van het lenteseizoen. Vooral de kleinbloemige prunussoorten bevallen mij zeer. Telkens neem ik me voor een exemnplaar in onze tuin te planten, liefst met donkerroze bloemen en donker blad, maar elk voorjaar kom ik weer tot de conclusie dat ik dat helaas vergeten ben te doen. Maar nu zal de plaatselijke bloemenhandelaar dan toch een boompje van de veiling meebrengen. Dus als het goed gaat heb ik er volgende lente een in de tuin.

In de herfst heb ik een flinke laag compost door de tuin gereden waardoor sommige planten nogal laat boven de grond komen. De Voorjaarshelmbloem is nu pas op haar hoogtepunt en de Citroenvlinder peurt met z'n lange roltong de nectar er uit. Ook zag ik gisteren twee exemplaren van het Klein koolwitje vliegen. Van mijn wandelmaatje in Drenthe kreeg ik een mail die de indruk gaf dat zij in een ander land verbleef dan ik: ze deed een melding van oranjetip, gehakkelde aurelia, dagpauwoog, boomblauwtje, bont zandoogje, klein koolwitje en citroenvlinders. Behalve de laatste twee heb ik nog geen schimp van de overige vlinders waargenomen. Het verschil tussen haar natuuromgeving en het mijne, plus de idem -voorwaarden zijn gigantisch en soms mis ik zulke natuurgebieden vol  biodiversiteit  in mijn regio behoorlijk.

De buizerds zijn weer volop aan het baltsen. Ik hoor ze altijd eerst voor ik ze zie. Het kenmerkende gemauw van de vogels is een aangenaam voorjaarsgeluid en de aanblik van die cirkelende, op de thermiek drijvende silhouetten aan de lucht is prachtig om te zien. Ze lijken er een groot plezier aan te beleven als ze samen al draaiend op de wieken gaan en steeds verder weg drijven.

In het bos groeit en bloeit de Klaverzuring. Ik zag twee jaar geleden een roze uitvoering van dit mooie bloempje bij een gespecialiseerde kwekerij in Ede en nam het mee naar huis. In de tuin krulipt het steeds verder en als de zon schijnt gaan al die roze bloempjes open, heel schattig.

De bosanemonen zijn er ook weer, ze behoren tot mijn favorieten. Een heel mooie kweekvorm is de lila variant. Het blad staat al wel boven de grond maar de bloemen moeten nog verschijnen. Daar kan ik me enorm op verheugen! Laat de zon en de warmte maar weer terugkomen!

28 maart 2019

Terwijl de liefhebber zich verheugt over de hernieuwde groei in de natuur spuiten boeren massaal hun landerijen dood met gif. Roundup is een veel besproken verdelgingsmiddel en de EU is al jaren aan het bakkeleien over wanneer het nu voorgoed verboden zal worden. Nu nog is men de boeren ter wille, die willen snel het land klaar hebben om weer te kunnen inzaaien. Niet alleen alle plantengroei gaat hierbij dood, ook het bodemleven moet er aan geloven. Is er echt nog iemand verbaasd over het verdwijnen van insecten, de dramatische afname van weide- en akkervogels?

In de zomer van 2017 bracht het bureau Biosphere een rapport uit over het verdwijnen van vogels op de Veluwe. Door de uitstoot van stikstof bleek het steeds slechter te gaan met de vogels. In de nesten werden eieren aangetroffen die een veel te dunne schaal hadden. Eenderde van de jonge vogeltjes bleek zo broos dat ze nog in het nest hun pootjes braken. De stikstof die wordt uitgestoten door het verkeer en door de landbouw lost het kalk in de bodem op met gevolgen die tijdens het onderzoek aan het licht kwamen.

Over een week of twee wordt een rapport gepubliceerd met resultaten van een door de Provincie Gelderland gefinancierd onderzoek naar de toestand van de bodem bij boerenbedrijven. Nu al zijn daar gegevens van bekend geworden en die zijn diep treurig. Bij 24 boerderijen, waaronder 9 biologische, zijn in de bodem, de mest en het krachtvoer (veelal uit het buitenland) de hoeveelheden bestrijdingsmiddelen en restanten van diergeneesmiddelen gemeten. Daarbij komen nog de pesticiden die gebruikt worden om de stallen schoon te houden. In 44 monsters zijn 134 bestrijdingsmiddelen gevonden die schadelijk zijn voor de bodem, het water en de insecten die daar leven. Door het effect daarvan kunnen onder andere gruttokuikens niet aan voedsel  komen. In de EU is geen geld voor controle op het gebruik van pesticiden.

Maart 2019: onderzoekers van Wageningen Universiteit stelden vast dat er steeds minder bomen staan in de bossen en daarbuiten. Oorzaken zijn kapbeleid, het uit de wet halen van het compensatiebeleid bij kap voor een maatschappelijk belang. Procentueel ontbost Nederland zelfs verhoudingsgewijs sneller dan het Amazonegebied, aldus het rapport. In mijn provincie Gelderland verdween tussen 2008 en 2015 320 ha bos. Bosbeheerders kappen meer i.v.m. inkomsten, bos verdwijnt door omvorming natuur, enzovoort. Gelderse Natuur- en Milieufederatie roept op om de afname van bosareaal te stoppen.

Rapport mei 2018: Pesticiden in boerenzwaluwen. Verkennend onderzoek bracht aan het licht dat in de lijfjes van boerenzwaluwen die rondom boerenbedrijven leven, 14 verschillende pesticiden werden aangetroffen. Ook in de eieren van de vogels en in dode nestjongen. Met Zuid-Holland heeft mijn provincie de grootste afname van vogels, die is in 30 jaar met 80 procent afgenomen.

Nu inmiddels tegen de 80% van alle insecten is verdwenen, zoekt men de oorzaak voornamelijk in de bodem- en biotoopverontreiniging. Maar ook windmolens blijken een dramatisch effect te hebben op de insectenstand. In Duitsland werd daarnaar onderzoek gedaan, de uitkomst was dramatisch. Een ongelooflijke aantal van 24 ton insecten vliegt zich jaarlijks dood tegen de wieken van 31.000 windmolens, zo werd berekend. Windmolens zijn dus een volkomen onderschatte oorzaak van insectensterfte. Al in 2001 beek uit een studie in Nature dat de capaciteit van windmolens afnam door alle restanten van insecten die op de bladen bleven kleven. Bij hoge windsnelheid neemt de capaciteit wel tot 50% af. Uit het Duitse onderzoek bleek ook dat er honderdduizenden vleermuizen de dood vonden tussen de roterende windturbinebladen. Hier zal dat niet anders zijn. Waarom maakt men zich in de politiek en onder de bevolking niet mr zorgen om deze desastreuze ontwikkelingen; moet het beleid niet terug naar de overheid in plaats van naar de provincies waar het een paar jaar geleden terecht kwam?

25 maart 2019

We realiseren het ons vaak niet maar heel veel tuinplanten die we kopen stammen af van wilde planten uit de natuur. Zo was ik bijvoorbeeld op zoek naar de naam van dit viooltje dat nu volop in onze tuin bloeit. Nergens kon ik hem vinden. Ik legde het voor aan mijn tuinclub, twee kwekers en stelde ook de vraag op Waarneming.nl. Een van beide kwekers en de plantenkenner op Waarneming wisten me te vertellen dat dit een cultivar moest zijn van het Maarts viooltje (Viola odorata). Daar ben ik toen eens naar gaan zoeken en ik stond er versteld van dat er zoveel verschillende viooltjes waren die afgeleid zijn van het oorspronkelijke Maarts viooltje. Tot nu toe heb ik alleen nog niet het juiste exemplaar gevonden want een lila viooltje kon ik niet vinden. Dus verzin ik zelf maar een naam en  wordt dit Viola odorata " lilac".

De vogels maken nog steeds volop gebruik van het voer dat mensen in hun tuinen aanbieden. Zo komen ook de merels dagelijks nog om rozijjnen vragen. Iemand vroeg me bezorgd of die niet slecht waren en op desastreuze wijze opzwollen in de vogelmagen. Nee hoor, rozijnen zijn  graag gegeten bessen en gedurende de winter gaan er heel wat zakken doorheen in onze tuin. Vanmorgen zag ik deze Koolmees die zich vergiste, hij zag de bruine rozijnen aan voor pinda's. Die heb ik toen ook maar weer geplet in de vijzel en op de voertafel gelegd.

Al een paar keer in de afgelopen weken heb ik mezen bij de nestkasten gezien. Telkens werden ze onderzocht op geschiktheid, even uitgeprobeerd, en vervolgens weer gelaten voor wat ze waren. Zou er ooit een tijd zijn geweest dat de vogels zo om de tuin geleid werden door de weersomstandigheden die als eb en vloed elkaar opvolgen? Elke keer weer het inwendige kompasje voelen dat de vogels laat weten dat nu het broedseizoen is aangebroken om vanwege kou en regen weer op een ander spoor gezet te worden, het moet buitengewoon ingewikkeld zijn.

Zowel buiten als binnen zag ik hoe de tere gaasvliegen ontwaakt zijn uit hun winterverstarring. In de zomer zijn ze groen, in de herfst verkleuren ze naar bruin en dringen ze graag de huizen binnen om te overwinteren. Zo zag ik voor het zolderraam zeven stuks tegen het glas fladderen, klaar om de vrije wereld weer in te gaan. Snel heb ik ze naar buiten gelaten. Het zijn nuttige insecten die vooral leven van bladluizen.

23 maart 2019

Op mooie dagen kun je vaak prachtige avondluchten zien. Ik houd het altijd in de gaten door steeds even naar de westelijke hemel te kijken  tegen de tijd dat de zon ondergaat. Gisteravond leek de hemel wel in brand te staan vanwege de onvoorstelbare hoeveelheid vliegtuigstrepen die rood belicht werden door de avondzon. En dan te bedenken dat er, als het aan de regering ligt, in de toekomst nog veel meer luchtschepen over de Veluwe gaan vliegen die hun uitlaatgassen als handtekening de atmosfeer in blazen om vervolgens rood van schaamte te worden door de vervuiling die ze veroorzaken!

Wat het schaarst is, is vaak ook het mooist zal menigeen wel ervaren. Na een lange winter is het dan ook weldadig om weer blaadjes aan de stuiken en bomen te zien komen, bloemen uit de grond, en weer  vogels te horen zingen. Scilla en Sneeuwroem zijn bolletjes die zich uitbundig vermeerderen maar de eerste veroorzaakt de meeste verrukking. Neem nou zo'n bloempje van de  scilla, de kleur, de eenvoud maar oh zo prachtig. Stiekem hoop ik  dat  na mijn dood mijn geliefde nabestaanden mijn graf vol voorjaarsbolletjes zullen beplanten. En dat er dan vlinders, hommels en bijen op die bloei zullen afkomen, al die dingen waar ik zo tijdens mijn leven zo van hield. Ik zou er niets van merken maar de voorpret is ook wat waard.

Weken geleden kreeg ik deze Azalea en nog steeds staat die in volle bloei. Goedbeschouwd zijn dit onnatuurlijke planten, zo ontzettend doorgekweekt en overbemest dat ze bijna bezwijken onder de hoeveelheid bloemen die er worden uitgeperst. Het blad wordt er volkomen door overweldigd. Als beloning zette ik zo'n plant na de bloei nog wel eens in de tuin waar hij zich natuurlijk kan gedragen. Maar veel levert dat niet op, deze doorgefokte planten verdragen de winter niet en als ze al buiten in bloei komen, verschijnen er nauwelijks bloemen. Iemand zei tegen me " je moet ze ook gewoon als een blos bloemen beschouwen".  En dat zal ik ditmaal dan ook maar doen.

Bij het opruimen van de tuin zag ik achter een plantenbak een hoopje lege slakkenhuisjes liggen. Ditmaal niet het werk van een zanglijster maar van muizen. Huisjesslakken laat ik met rust in de tuin, de grote bruine naaktslakken worden gedwongen verhuisd. Vogels hebben de kalk nodig om sterke eieren te kunnen produceren; om dezelfde reden spaar ik ook de eierdoppen op, verpulver die en strooi ze in de tuin. Vorige zomer hebben de muizen zeer te lijden gehad onder de hitte en de droogte maar in een tuin waar af en toe gesproeid wordt tijdens zo'n periode, is het ze kennelijk beter vergaan. Alleen de spitsmuizen lijken wel van de aardbodem verdwenen te zijn.

21 naart 2019

Ik vind het leuk het nieuwe lente-onderdeel nog even te beginnen met de vogels. De verschijning van deze Putter  was een echt cadeautje aangezien het ook de enige was die we de afgelopen winter in de tuin te zien kregen. Ik vind ze de clowntjes onder de vogels, ze zien er uit of ze met de grootste zorg ontworpen zijn.

De vinken verblijven nog steeds rondom de huizen waar ze met enthousiasme de voertafels bezoeken. Zowel man als vrouw vink schijnen zich nog niet zo druk te maken met het bouwen van nesten en het uitbroeden van eitjes. Maar dat zal vast snel gaan gebeuren.

Alleen grote vogels maken gebruik van oude nesten. En spechten van nestholtes. Maar kleine vogels maken over het algemeen een nieuw nestje. Als het winter wordt kun je nog wel eens hun oude kraamkamertjes ontdekken in de struiken. Ik vind het altijd weer ingenieus hoe zorgvuldig en knap die vaak in elkaar geweven zijn. Vergelijk dat eens met een nest van een duif, dat bestaat uit niets meer dan een paar losse takjes in een boom en het geheel is super onstabiel en totaal ongeschikt voor het grootbrengen  van jongen. Daarom gaan de duiven ook zo lang door en beginnen weer zo vroeg met nieuwe pogingen. Een wonder eigenlijk dat er nog zoveel duiven zijn.

De heggenmusjes hebben paartjes gevormd en hippen niet ver van elkaar eensgezind over de tuinbodem waarbij stevig gewerkt wordt aan een paarband die nodig is als er straks jongen verzorgd moeten worden. De lente begint dit keer met een heerlijke zonnige en zachte dag. Hoera voor de lente!

naar boven