Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 
2018/2019
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017
 2018

 

 

 

Lente 2019

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

Lees verder: zomer

18 juni 2019

Vanmorgen zijn onze koolmeesjes uitgevlogen en dat is altijd ontzettend leuk om te zien. Als je goed oplet wanneer mezen gaan voeren, kun je het ongeveer inschatten wanneer het zover is en is het gewoon een kwestie van opletten. De jonge meesjes zijn het gedrang en de benauwenis van de nestkast zat, zo lijkt me. Ze horen buiten allerlei spannende geluiden, en het is er licht. Pa en ma gaan steeds minder voeren en op het laatst roepen ze de jonge vogels naar buiten. Een voor een verschijnt er een nieuwsgierig koppie voor het vlieggat: zal ik het doen, zal ik het wagen? En ja hoor, daar vliegt de eerste vanuit de nestkast regelrecht de berk in die er pal tegenover staat. Het duurt best een poos voordat iedereen buiten is en de laatste blijft het langst zitten want binnen is het natuurlijk wel veilig..... Tot dat het opgewonden gekwetter van de broertjes en zusjes die al buiten zijn de laatste mees de sprong in het ongewisse doet nemen.

Wat een verrassing onverwachts zo'n mooie gele plant in de tuin te zien ontluiken. Het Mottenkruid (Verbascum blattaria) verschijnt altijd wel ergens maar altijd zijn het ook wit bloeiende. En dan nu opeens zo'n gele die een fris en vrolijk accent brengt. Ooit groeide de plant in het wild maar daar is hij nog maar zelden te vinden. Het Mottenkruid behoort tot de Helmkruidfamilie en het bloeit vanaf juni. De bloemen kunnen zowel geel als wit zijn en zelfs na jaren kan er opeens een gele tussen de witte staan.

Gedurende de afgelopen weken is er veel drukte in de buurt geweest vanwege uitvliegende kauwtjes. Maar nog steeds is er te horen wanneer een wat later nest is grootgebracht en de jongen op de vleugels gaan. In alle vroegte zag ik vanmorgen op een naburig dak deze jonge vogel zitten. Hij lijkt een hoger plekje te hebben uitgezocht om de omgeving eens rustig in zich op te kunnen nemen. Ik ben dol op kauwtjes, ze zijn vrolijke, intelligente en inventieve druktemakers met een buitengewoon boeiend sociaal leven.

Doordat ik met tegenlicht moest fotograferen zijn de foto's geen geweldige plaatjes geworden maar ik vond dit zo'n koddig uitziende jongeling, nog volop in z'n  pluizige nestkleed, maar dat zal wel snel veranderen. Ook jonge vogeltjes worden snel groot. En het merendeel gaat ook weer snel dood en haalt het eerste jaar niet eens.

17 juni 2019

Vandaag zag ik de eerste zomervlinder in de tuin. Er waren al wel wat kleine koolwitjes maar die tel ik niet mee. Het schijnt een geweldig goed jaar te worden voor de Distelvlinder ( ). Het is geen inheemse soort, de Distelvlinder begint zijn leven in Afrika. Vandaar gaat het noordwaarts  naar en afhankelijk van het weer en de wind komt de vlinder ene keer met meer en de andere keer met minder exemplaren naar ons land. Dat gebeurt niet in één keer maar in drie generaties; elke nieuwe generatie schuift weer een stukje verder omhoog tot in totaal een afstand van 4.000 kilometer overbrugd is.

In de Dille op mijn volkstuin zag ik een heleboel Pyjamawantsen bijeen, alle takken zaten vol. Zoveel heb ik er nog nooit eerder bij elkaar zien zitten. Blijkbaar is het ook voor deze insecten een prima jaar.

Nu de krenten rijp zijn vliegen de merels af en aan om ze uit de boom te plukken. Opmerkelijk is ook dit jaar dat er nauwelijks houtduiven zijn. We waren gewend aan het continue lawaai van fladderende duivenvleugels maar dat ontbreekt dus voor de tweede maal.

Twee jaar geleden nam ik een plant van het Knopig helmkruid (Scuphullaria nodosa) mee naar huis om in de tuin te zetten teneinde daar de biodiversiteit wat te vergroten.  Het is namelijk heel leuk om niet alleen de gangbare tuinplanten maar ook wat uit het wild in de grond te zetten. En zie, het is gelukt met deze plant. Ik ontdekte eitjes en daar zijn nu rupsen uit gekomen. Rupsen van de Helmkruidvlinder (Cucullaria scrophulariae) en dat is een zeldzaam nachtvlindertje. 

De waardplant draagt haar naam vanwege de bloem die wat aan een helm doet denken. En op zo'n bloem zat een van de eitjes die de rups legde op het helmkruid.

14 juni 2019

Toen de dag eindelijk opgedroogd was besloot ik een uurtje naar de volkstuin te gaan om wat te wieden. Alle jaren had ik daar aardbeiplanten staan maar na de vorige hete, droge zomer waren al mijn nieuwe planten dood gegaan en had ik geen zin meer in het zetten van nieuwe. Ook in een volkstuin moet je je enigszins aanpassen aan de grilligheden van de hedendaagse natuur. Maar uitgerekend nu was het een fantastisch aardbeienjaar. Een aardige tuinbuurman had er zóveel dat hij zich er bijna geen raad meer mee wist. Toen verwende hij mij met deze bak vol heerlijke, sappige en zoete zomerkoninkjes. Nou, wij wisten er thuis wel raad mee!

De bloemen van de een aarbeiplant zijn ook mooi, vooral als ze net hun bloemblaadjes uitvouwen. Dan zijn ze nog een beetje rimpelig en van een paar regendruppels worden ze alleen maar mooier.

De lila papavers op de volkstuin hebben volop bezoek van de Schijnbok die tussen de meeldraden wriemelt op zoek naar stuifmeel. Het zijn prachtige insecten die in de zon schitteren als juwelen. Ik zie ze in een goudkleurig pak maar ook in metallic blauwgroen. Ik moet er eens heen met de macrolens...

Vorig jaar heb ik mijn volkstuin keurig opgeschoond maar uiteindelijk vond ik dat niks, zo'n geordende tuin past niet bij mij. Ik miste de planten, de bloemen, de insecten. Stiekem veroveren die steeds weer meer ruimte. Grote pollen Euphorbia verschenen er, het Rapunzelklokje zaaide zich uit, de Reseda lokt allerlei bijen en in de bloemen van de Campanula willen altijd dikke hommels kruipen.

Natuurlijk staan er ook klaprozen. Groente staat er tussen de korenbloemen en eindelijk lukt het goed met de gezaaide worteltjes. Dus nu maar hopen op bezoek van de Koninginnepage die daar weer eitjes op gaat leggen.

13 juni 2019

Ik zag dit vlindertje tweemaal tijdens mijn fietstocht. Dit is een man, de vrouw is niet zo uitbundig gekleurd. Man Heidewortelboorder (Phymatopus hecta) lokt zijn vrouwtje met een geurstof die naar ananas ruikt. Is dat niet grrappig? Hij doet dat via de geurschubben op de achterpoten. Tijdens dat lokken zit de vlinder vaak met de vleugels opengevouwen en laat zijn achtervleugels wapperen om aandacht te trekken.  Treft hij een vrouwtje dan stort hij zich op haar en zakt het stel de grassen in om te paren. 

De vlinder eet niet, heeft geen monddelen, die zijn sterk gereduceerd. Zo,n insect heeft dus maar een kort leventje waarin rap gepaard moet worden en eitjes gelegd. De rupsen leven op en in de wortels van brandnetelsoorten. Het imago is veelal te zien langs bosranden, in ruige graslanden en heidevelden. Het mooie kleine vlindertje vliegt van mei tot juli, rupsen leven in de bodem, overwinteren tweemaal en verpoppen in de grond.

Ik raak steeds meer verslingerd aan de "kleine beestjes" en heb daarom een vergrotend lensje gekocht dat op de camera nog meer macrobereik heeft dan de camera zelf al heeft. Het lijkt me zo leuk om bijvoorbeeld insecteneitjes mooi op beeld te krijgen. Voorlopig blijft het een hele toer om een goede foto te krijgen. De scherptediepte is door het lensje zo minimaal geworden dat je een hele poos bezig bent om een mooi plaatje te krijgen. Bovendien lijkt het in dit land tegenwoordig wel continu te waaien en dat helpt ook niet mee. Tot nu toe lukt het me alleen maar bij heel kleine insectjes, zoals dit 2 mm kleine nimfje op een bloem. Met het blote oog kon ik niet eens zien wat het was. Het is een nimf van een van de bochelwantsen. Bochelwantsen behoren tot de familie Blindwantsen, wantsen die de ocelli missen. Een ocellus is een enkelvoudig puntoog. Veel wantsen hebben er twee of drie.

Een alarmerend tekenbericht: niet ver van onze grens zijn vorig jaar de eerste vondsten gedaan van een tropische tekensoort die vermoedelijk met trekvogels in Duitsland terecht is gekomen. Waren het er vorig jaar 2, inmiddels zijn er 7 "reuzenteken" gevonden en de onderzoekers gaan ervan uit dat we er meer mee te maken zullen krijgen dan nu al het geval is. Het gaat om teken uit de familie Hymalomma, relatief grote teken met gestreepte poten waarvan bij één exemplaar een  bacterie is aangetroffen waar mensen gevaarlijke tropische ziekten van kunnen krijgen. In Duitsland maken de onderzoekers zich er zorgen over, temeer daar deze teek onze winter overleven kan. Het veranderende klimaat brengt met zich mee dat we steeds vaker te maken zullen krijgen met uitheemse soorten die zich hier zullen vestigen. Soms brengen die nieuwe ziekten mee. Foto: gewone inheemse teek.

12 juni 2019

In de provincie Flevoland worden door onverlaten massaal jonge zwanen en nog niet uitgekomen eieren uit de nesten gehaald. Puur uit winstbejag, ook met deze diefstal uit de natuur valt blijkbaar geld te verdienen. Wat moet je een zieke geest zijn om zoiets te doen en is het niet schokkend dat dit op deze grote schaal gebeurt. Van de 50 locaties waar zwanennesten waren zijn er nu nog 25 over waar de zwanenfamilies tot nu toe aanwezig zijn. In Lelystad hebben boze burgers een "pulletjeswacht" opgericht om de nesten en zwaantjes  te bewaken. Via een appgroep houden mensen contact met elkaar. Ook een bewakingsbedrijf heeft zich spontaan aangemeld. Intriest dat dit allemaal nodig is, ik kan er woest over worden!

De Eikenprocessierups gaat voor steeds grotere problemen zorgen, de rupsen komen op steeds meer plekken voor, als er maar eikenbomen staan. De bestrijders hebben het zo ontzettend druk met het weghalen van de nesten dat de particulier niet meer aan bod komt voor hulpverlening. Silvia Hellingman die onderzoek doet naar de ontwikkelingen op dit gebied pleit voor het kappen van eikenbomen op plaatsen waar mensen komen, rond scholen, ziekenhuizen, speelplaatsen enzovoort. In het buitengebied van Spankeren (gem. Rheden) werden dit jaar bij de eiken veel nestkasten opgehangen om koolmezen te laten meehelpen met de bestrijding van de rupsen. Een tip voor wie te maken krijgt met nesten vol rupsen: bespuit ze met haarlak, dat voorkomt dat de gevaarlijke haren loskomen. Begin niet zelf aan het bestrijden door ze met een brander, water, bezem, stofzuiger of wat dan ook te lijf te gaan. Bij irritatie schieten de rupsen de brandharen in het rond.

Het Apeldoorns kanaal werd in twee trajecten aangelegd. Eerst van Apeldoorn naar Hattum en later van Apeldoorn naar Dieren. Het begon in 1825 en het kanaal werd een belangrijke aanvoerroute naar de tientallen papierfabrieken die er toen nog waren. Maar het verkeer over de weg en via het spoor nam steeds meer dat van de scheepvaart over en uiteindelijk werd het kanaal afgesloten voor de scheepvaart. Daardoor is het nu een mooi biotoop geworden voor het waterleven. In het riet zingen de karekieten, op het water zwemmen zwanen, eenden en meerkoeten en de aalscholvers zijn er vaak vissend te zien. Zo kunnen ook de meerkoeten gewoon een nest bouwen midden in het water.

Zwemmen deze meerkoetjes onvervaard de wijde waterwereld tegemoet? Nou, aan de luchtbellen achter het stel is nog te zien hoe pa of ma even onder dook op zoek naar waterplanten, waarbij een Meerkoet 15 seconden onder water kan blijven. De jonge meerkoetjes kunnen pas na een week of negen vliegen. Dat opstarten vanaf het water ziet er heel knullig uit. Maar liefst 80% overleeft het eerste jaar niet, daarom krijgen de vogels ook veel jongen. Jonge meerkoetjes worden gegeten door ratten, grote vissen, zelfs door roofvogels die ze uit het water grijpen.  Er is een aantal mensen dat het kanaal weer vaarbaar wil maken voor de pleziervaart. Ik hoop dat het nooit gaat gebeuren.

11 juni 2019

Vanmiddag maar eens per fiets de natuur in geweest. En natuurlijk even kijken hoe het met de Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) staat, het hoogtepunt van de vliegtijd ligt  tussen half mei en eind juli. Ik zag één blauwe man, een vliegend juweeltje in mijn beleving. Maar hij had als bonus een groen vrouwtje bij het nekvel gepakt en poseerde even voor mij aan de overkant kant van de sprengenbeek. Als het vrrouwtje eitjes afzet op de waterplanten, verdwijnt ze helemaal onder water; de larven sluipen na 18 maanden uit.

En daar stapte rustig een ooievaar door een waterplas. Hij verdween bijna in de ruigte van de begroeiing. De statig uitziende vogel was op zoek naar kikkers, die lieten zich nog horen dus hij zal er vast wel een paar gevangen hebben.

De Echte koekoeksbloem (niet te verwarren met de Dagkoekoeksbloem) bloeit volop. Orchideëen waren er niet, dat wil zeggen ik zag er pas één en in dit vochtige biotoop is dat de Rietorchis (Dactilorhiza majalis). Gewoonlijk bloeit die vanaf half mei dus ik vraag me af of ze er dit jaar maar spaarzaam zijn vanwege de droogte van vorige zomer.

Eindelijk zag ik weer eens rupsen op de Brandnetels. Altijd kijk ik ernaar maar de laatste jaren vond ik ze nooit meer. Op de plek waar ik ze nu fotogrrafeerde waren ze massaal aanwezig. Het zijn de rupsen van het Landkaartje (Araschnia levana), een foto staat op 30 mei in dit dagboek.
Pikzwart zijn de rupsen, met witte stippels,donkere doorns op de rug.  Na hun verpopping zullen ze verschijnen als de zomervorm van deze vlinder. Het is de enige van onze vlinders die twee verschillende voorkomens heeft.
Correctie: de rupsen van het Landkaartje en die van de Dagpauwoog lijken veel op elkaar maar het verschil zit in de doorns. Die van de Dagpauwoog hebben enkele doorns en het Landkaartje heeft vertakte doorns. Dit zijn dus bij nader inzien rupsen van de Dagpauwoog.

Heel in de verte zag ik een vogel neerdalen op een kleine struik. Ik hield de ogen gefocussed op de plek terwijl ik de camera pakte en kiekte toen een Gele kwikstaart (Mottacilla cinerea). Het lijkt wel een zoekplaatje door al dat groen.

10 juni 2019

Nadat de tornado hier een spoor van vernieling had achtergelaten was ik nog niet in het bos geweest. Het bleek er een te zijn geweest van maar liefst 30 kilometer, dat is bijzonder. Het is triest te zien hoe volgroeide bomen tegen de vlakte zijn gegaan maar je staat ook versteld van de enorme kracht die zo'n tornado kan hebben. We kennen de beelden van dit fenomeen uit Amerika, ik moet er toch niet aan denken dat wij hier vaker mee te maken zullen krijgen.

Zware takken waren van bomen gescheurd, stammen van hun wortels geslagen, enorme wortelkluiten uit de grond gerukt. Ik vroeg me af hoe dit was geweest voor de dieren in de omgeving. Er was ook een boom ter aarde gestort in de buurt van een dassenburcht, dat moeten de dieren gevoeld hebben, die klap en die trilling in de grond. Er moet nog veel worden opgeruimd en afgevoerd eer de paden weer beloopbaar zijn.

Langs de bosrand zag ik dit spierwitte beestje dat een Groene eikenbladroller (Tortix viridana) is. Deze 2 cm grote vlindertjes hebben heldergroene voorvleugels al zou je dat hier niet zeggen. Vlindervleugels zijn voorzien van een enorm aantal piepkleine schubjes, de structuur daarvan is bij elke vlinder weer anders. De kleur wordt bepaald door de lichtverstrooiing in de structuur en absorptie van het licht door de aanwezige pigmenten in de schubjes. De vlindertjes vliegen in juni en juli en leggen eitjes die pas volgend jaar eind april uitkomen. De Groene eikenbladroller is een van de meest schadelijke plaaginsecten die hele eikenbossen kaal kan vreten.

Op een bospad vloog een grote libel voor me uit. Het bleek een vrouw Gewone oeverlibel (Orthretum  cancellatum). De mannetjes hebben een blauw achterlijf. Een algemene soort van langzaam stromend water. Wat die libel dus in het bos deed....

9 juni 2019

In de tuin zie ik opmerkelijk veel vuurwantsen, mooie rood en zwart gekleurde beestjes. Vuurwantsen houden van een dichte begroeiing en die is er in de tuin wel. Hoe meer er groeit, hoe meer het boeit want  hoe meer leven in de brouwerij. Het is altijd weer verbazingwekkend hoeveel mensen insecten als een probleem ervaren. Koren op de molen van de producenten van chemische bestrijdingsmiddelen. Je kunt geen insect opzoeken op het internet of je stuit allereerst op bestrijdingsmiddelen. Op het forum van tuinadvies.be kwam ik de zotste tips tegen. De een verdelgt de vuurwantsen -die inderdaad nogal eens met heel veel exemplaren kunnen zijn -  door er ammonia overheen te gieten, de ander doet het met zeepsop. Weer een ander zuigt ze op met de stofzuiger en iemand zette er de brander op. Allemaal uit onwetendheid. Vuurwantsen zijn bijna altijd te vinden bij lindebomen maar ook in tuinen zijn ze te zien. Ze voeden zich met sappen uit dode bladeren en insecten. Eind mei komen ze uit hun winterverblijven en nu gaan ze op pad om zich voort te planten. Ze zijn volkomen onschadelijk.

Vorig jaar las ik over een nieuw ontwikkeld vlinderstruikje en ik heb er meteen een gekocht omdat het overvloedig zou bloeien en klein zou blijven.  Ik was er niet zo enthousiast over omdat het meer beloofde dan het gaf. Maar dit jaar is het spectaculair. Het bloeit heel anders dan de bekende vlinderstruik en het heeft een lief kleurtje. Helaas zijn er nauwelijks vlinders op dit moment, al zag ik vanmiddag tot mijn verbazing een Sint-Jakobsvlindertje vliegen door de tuin. Zou dit een imago zijn geweest van de rupsen die ik vorige zomer in de tuin had? Ik nam toen van mijn volkstuin een van eitjes voorziene plant van het Jakobskruiskruid mee voor in de tuin. Dat zou dus een leuk gevolg zijn.

Vanmiddag zwom er een Ringslang (Natrix natrix) in de tuinvijver. Gezien de afmeting moest het een mannetje zijn of een nog tamelijk jonge slang. Het was niet zo goed te zien want de slang gedroeg zich erg schuw en dook meteen weg tussen de beplanting. Het vijverleven heeft het maar zwaar te verduren dit jaar. Een ringslang komt meestal maar even op bezoek, even de zaak verkennen op de aanwezigheid van kikkers. Een ringslang mag je niet vangen of doden, helaas gebeurt het nogal eens dat uit onwetendheid en angst dit toch gedaan wordt.

8 juni 2019

De tornado die over ons heen raasde heeft een ontstellend groot aantal bomen geveld. Midden in de nacht hoorden we de motorzagen van de brandweer de uitgerukte bomen in stukken zagen om de wegen weer vrij te maken. Maar wat in het dorp gebeurde was nog niets bij hetgeen zich afspeelde rondom het natuurgebied bij de Posbank. Precies is te zien welke weg de tornado gegaan is, overal platgeslagen lanen en gebieden, zelfs oude eiken werden probleemloos uit de grond gerukt. En dat twee dagen achtereen, met als gevolg een enorme verwoesting, het is akelig om te zien.

Bij ons leden huis en tuin gelukkig niet veel schade. Een groot stuk van onze klimop werd van het huis gerukt en een vlinderstruik aan flarden gescheurd, maar de 52 jaar oude Krentenboom bleef fier overeind. Hoe bestaat het! Elk jaar vrezen we dat hij het zal begeven, de zware takken vertonen barsten en er komt steeds meer dood hout in de boom. Dit voorjaar verscheen er in de top een rare dunne tak waar nu een paar rood verkleurde bladeren zitten. Alsof de boom z'n eigen code rood afgeeft: nog even en het is gebeurd. Ik vrees met grote vreze want deze bejaarde krent is een onmisbaar element in de tuin en met zijn verdwijnen zullen we ook veel vogels gaan missen.

De luizen op allerlei planten en bomen zijn dit jaar overvloedig aanwezig. Zo zag ik bij een van mijn kinderen in het westen van het land een klimroos die zo boordevol luizen zat dat je de knoppen op zich niet meer kon zien. En er was geen lieveheersbeestje te bespeuren, zou dat soms een oorzaak kunnen zijn? En iemand vertelde me dat zij en haar man " onder de luizen" zaten na een fietstochtje. De larve van zo'n kevertje werkt er per dag 100 - 200 naar binnen. In het Gelderse Oosterbeek waren inwoners de luizen dermate zat dat ze zelfs vroegen of de gemeente hun lindebomen in de straat wilde kappen. Dat ging natuurlijk te ver. Wel werden er toen ter compensatie 15.000 larven van het lieveheersbeestje in de bomen losgelaten. Dat kunnen we zelf ook desgewenst doen als de luizenplaag te groot wordt. Je koopt de larven per 250 stuks. Maar wat is er met de lieveheersbeestjes dan aan de hand? In onze tuin tref ik ze al twee jaar nauwelijks meer aan. Behalve het kleine schaakbordlieveheersbeestje, dat is er wel veel te zien.

Nadat de mussen een massa rode en blauwe juffertjes boven de vijver gevangen hebben, lijken nu ook de grote (echte) libellen de klos. Al meerdere lege huidjes van libellen zag ik op de Krabbenscheer maar niet één uitgeslopen libel. Die zullen dan  ook wel door de mussen gevoerd worden aan hun jongen. Niet leuk maar het is niet anders.

5 juni 2019

Vandaag heb ik voor de liefhebbers nog een aantal mooie insecten in petto. Om mee te beginnen de fraaie Normale fopblaaskop (Ceriana conopsoides). Lange antennes en donkere voorvleugelrand zijn herkenpunten. Het is nuttig om op een gevaarlijk insect als een wesp te lijken want dat schrikt predatoren als bijvoorbeeld vogels af.

De Bloedcicade (Cercopis vulnerata) is heel veel te zien nu. Hier zitten er twee gezellig met elkaar te converseren op een rietstengel, zo lijkt het wel. Het is een schuimcicade maar heeft niet zo'n schuimnest als dat van het spuugbeestje (2 juni). Van deze soort leven de larven in een gestold schuimnest op de wortels van diverse planten. Daar leeft de larve van de sappen die hij uit de wortels zuigt. Hij heeft vleugels en kan dus groed vliegen maar ook uitstekend springen.

Al fotograferend zag ik hoe hier en daar een Bloedcicade met wapperende vleugels de aandacht van vrouwtjes liep te trekken. Dat vleugelwapperen doen meer dieren in de natuur. Denk aan vogels, aan de leuke kleine wenkvliegjes die vrolijk met hun vleugels zwaaiend over het blad paraderen, en nu zag ik het voor het eerst bij deze cicade. De naam wijst naar de rode vlekken op de vleugels.

Gewone distelbok (Agapanthia villosoviridescens). Nou, gewoon....., ik vind veel insecten eerder bijzonder. Zo'n goudglanzend lichaam en daarop die prachtige sprieten, indrukwekkend hoor. Boktorren hebben een kwade naam als gevolg van slechts één zich ongewenst gedragend familielid: de Huisboktor waarvan de larven grote schade kunnen aanbrengen aan houten constructies. Maar we weten dat we nooit alles en iedereen over één kam mogen scheren en dat geldt zeker ook voor deze mooie boktor, een van de 100 soorten die in de Benelux voorkomen. Geen enkele soort jaagt op andere prooien maar leeft van stuifmeel en nectar.

Ook mooi is de rode Rietkever (Donacia clavipes). Dit beestje is te vinden op riet en andere waterplanten. Het is natuurlijk ook wel eens leuk om langs de waterkant te gaan kijken want een ander biotoop levert ook weer andere insecten op. Er is zoveel moois te vinden in de natuur!

4 juni 2019

Vanmorgen was ik een uurtje op mijn volkstuin, inmiddels is de dag warm en klef geworden en is er een waarschuwing uitgegeven voor woest en venijnig weer. Er staan heel veel korenbloemen op mijn tuintje, ik ben er dol op. Ze zaaiden zich overal uit en zo worden mijn groentebedjes opgefleurd door vrolijk blauw. Een korenbloem lijkt zo simpel maar niets is minder waar. Hij is niet één bloem maar een verzameling van bloempjes op een groeibedje dat bloembodem heet. Een composiet wordt dat genoemd. Er zat op deze bloem een hommel naar in het bloempje daaronder had zich een ander insect verscholen.

Mijn volkstuintje staat ieder jaar vol bloemen met onder andere een forse klimroos. De rozen doen het door de opwarming van het klimaat hier steeds beter. Vanmorgen kreeg ik twee bezoekers die even kwamen kijken hoe schitterend de rozen bloeiden. Aan de andere kant maakt het warme en vooral droge weer het kweken van groenten steeds moeilijker. Je kunt wel bewateren maar kraanwater houdt de boel hoogstens in leven. Regen doet alles pas goed groeien en vruchtzetten.

Op de planten zie ik steeds meer fel gekleurde kevertjes die op boktorren lijken maar het niet zijn. Het is de Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis) en schijn bedriegt, het is dus geen boktor. Het mannetje is te herkennen aan de dikke dijen op de achterpoten. Het kevertje is een echte bloemenbezoeker. In ons land komen 11 soorten van deze kevers voor.

Nadat ik de helft van mijn volkstuin twee jaar geleden aan iemand anders overdeed, bewaar ik mijn tuingereedschap in een zogenaamde kussenbox omdat ik nu geen schuurtje meer heb. Toen ik laatst het deksel daarvan opende zag ik dat wespen bezig waren er een nest te bouwen. Hoe prachtig ik dat ook vind, het kan niet vanwege de tuinders die mij daar omringen en zo'n wespennest niet zouden dulden. Ik heb toen de toegang tot het binnenste van de box toen dichtgemaakt en dat hielp. Het nest werd verder niet afgebouwd.

Vanmorgen zag ik dat er opnieuw een nest gebouwd werd. Ik heb er diep respect voor hoe dat in z'n werk gaat. In dit geval gaat het om de Franse veldwesp (Polistes dominula) waarvan de koningin de bouw verzorgt. Zo'n diertje vraagt zich natuurlijk niet af hoe zo'n klus moet worden aangepakt. Ze is simpelweg zo geprogrammeerd dat ze niet denkt maar doet, computergestuurd zou je in deze tijd zeggen. Ze volgt haar instinct en bouwt met onvoorstelbare preciezie cel na cel op, eerst alleen en later met hulp van de werksters die dan inmiddels zijn uitgekomen. Ze bouwen door tot er meestal een honderdtal cellen zijn. In elke cel wordt een eitje gelegd. Deze wespensoort maakt het nest niet dicht zoals de andere wespen doen. Het blijft open en je kunt het broedproces in principe prachtig volgen. Zo'n nest is altijd eenmalig. Aan het eind van het seizoen sterven alle nakomelingen en alleen de koninginnen overwinteren en zijn dan al bevrucht zodat ze in het volgende voorjaar opnieuw kunnen beginnen met het vormen van een wespenstaat. Deze wespen zijn niet agressief, ze voeden zich met insecten maar ze kunnen wel steken. Hoe het me ook tegen de borst stuitte, ik heb het nest in aanbouw toch weggehaald.

3 juni 2019

Terwijl de Vuurjuffer nog steeds aan het paren is, komen de jonge exemplaren tegelijkertijd uit het water om uit te sluipen. Als hun vleugels zijn opgedroogd en hard genoeg om hun lichtgewicht lijfjes te dragen, vliegen ze omhoog en grijpen zich vast aan de eerste de beste stengel die ze tegenkomen. De larven leven van 9 maanden tot een jaar onder water maar hebben ze het water verlaten dan is hun levensduur maar een paar maanden, van mei tot ongeveer oktober.

In zo'n jong stadium als imago zijn de juffertjes bijzonder kwetsbaar. Het is een leuk gezicht ze zo langs een stengel te zien zitten.

De Azuurjuffer (Coenagrion puella) verschijnt wat later dan de Vuurjuffer maar is inmiddels ook aanwezig.

Op de hoge stengels van de Valeriaan (Valeriana officinalis) die langs de vijver staat, dalen hele mussenfamilies neer waardoor de stengels nu allemaal horizontaal boven de vijver hangen. Vandaar loeren de vogels naar de juffertjes die op het water paren of uit het water omhoog wiekelen. De een na de ander verdwijnt in de snavels van de mussen.

En of het nog niet genoeg is liggen vlak onder het wateroppervlak de larven van de echte libellen op een blad van de Krabbenscheer op de loer en ook die hebben het voorzien op de juffers. Zo zie je maar wat in een klein biotoop allemaal op elkaar jaagt: de merels op de watersalamanders, de mussen op de juffers, de libellenlarven op dikkopjes, het is gewoon een slagveld in de vijver. En dan heb ik het nog niet eens over de ringslang die van tijd tot tijd een bezoekje brengt.

2 juni 2019

"Onze" merels hebben een gemakzuchtig kind, de hele dag vliegt het achter zijn vader aan en bedelt om voedsel terwijl het dat zelf best kan vinden. Soms lijkt pa er dan ook de brui aan te geven en laat het kind zeuren wat het wil maar voert het niet.

Maar soms denkt hij toch weer even "laat ik dat drammerige joch nou maar wat geven dan ben ik er weer even van af. En dan gaat er toch weer een hap eivoer of een rozijn dat sperrende gele snaveltje in.

Maar de ongeduldige jonge merel gaat het allemaal niet snel genoeg en begint dus zelf maar te eten. Verbaasd lijkt pa merel te denken: "asjemenou....., ik wordt gewoon in de maling genomen".

De tijd voor het Koekoeksspog is weer aangebroken. De larven van de Schuimcycade (Philaenus spumarius) leven in een klodder schuim waar ze vijf keer vervellen eer ze volwassen zijn. Ze hebben een enorme veerkracht, zijn zelf maar 6 mm lang maar kunnen sprongen maken tot wel 70 cm. Dat is een onvoorstelbare prestatie als je bedenkt dat dit overeenkomt met een mens die vanuit stilstand 210 meter hoog zou springen.

Het schuimnest wordt in stand gehouden doordat de cicade niet alleen de plantensappen die het opgezogen heeft uitpoept maar daarbij de nodige lucht mee blaast. Vooral de wilgenbomen zijn berucht om dit verschijnsel. De lekkende schuimnesten laten zoveel druppels vallen dat het wel lijkt of de bomen regenen.

30 mei 2019

Het zal overal wel zijn opgevallen dat er dit voorjaar ongewoon veel oranjetipjes rondvlogen, maar nu meldt ook de Vlinderstichting dat. Een mogelijke verklaring kan zijn dat deze vlinders vorig jaar vlogen voordat de periode van droogte intrad, waardoor waardplanten voor andere soorten verdroogden en die vlinders hun eitjes daar niet op konden afzetten. Ook stierven veel vlinders door de hitte. Op dit moment zijn de rupsen van de Oranjetip (Antocharis cardamines) volop te vinden. Hoe dat zal gaan met de zomervlinders is nog afwachten, zij hadden het vorig jaar behoorlijk zwaar.

Veel vlinders zijn er momenteel niet te zien, het is een periode tussen de voorjaars- en de zomergeneratie en eerst moeten er eitjes uitkomen en rupsjes groeien. Het Landkaartje (Araschnia levana) zag ik een week geleden. Een bijzondere vlinder omdat hij twee vormen heeft. Dit is de voorjaarsvorm die A. levana heet. De zomervorm is totaal anders en heeft een zwarte ondergrond en wordt A. prosa genoemd. Als de zomer warm en lang is, kan er in september nog een extra lichting van deze vlinders voorkomen.

Het kan best moeilijk zijn alle vlinders bij naam te kennen maar bij deze is het wel eenvoudig. De onderkant van de vleugels hebben een totaal andere tekening dan de bovenkant en al die lijnen doen wat denken aan een landkaart.

De mooie rups van het Boomblauwtje op een takje van het Zilverschoon. De rupsen stellen zich tevreden met de knoppen van allerlei planten. Verderop in het jaar zijn ze veel te zien waar de klimop groeit. De rupsen kunnen ook soms roze zijn. Correctie: de rups is van de Sint Jansvlinder, niet van het Boomblauwtje.

De Sint-jansvlinder (Zygaena filipendualae), een dagactieve nachtvlinder, piekt in juli en begin augustus en de rupsen zijn doorgaans te vinden op rolklaver en andere vlinderbloemigen.

De mooie Ringelrups (Lamacosoma neustria) is een fraai exempaar. De eitjes worden ringvormig gelegd rondom een tak, daar is de vlinder naar vernoemd. De jonge rupsen zien er anders uit dan de volgroeide hier op de foto. Ze zijn dan zwart met gele dwarsringen. Ze vreten zich vol met blad en knoppen en trekken zich 's nachts terug in hun spinselnest. Zo'n spinselnest ziet er opvallend uit, overal zitten nog vervellingshuidjes en vooral de blauwe huid van de kop die erin achter blijft is heel opvallend. Moeder is een kleine kleurloze nachtvlinder uit de familie van de Spinners.

Een klein vlindertje dat  eitjes legt in een opgerold blad. De larve leeft er veilig zijn leventje maar als hij wat groter wordt, wil het af en toe wel eens even een stukje naar buiten komen om de wereld vast wat te verkennen, zo lijkt het. Dit rupsje heeft de Kleine voorjaarsuil (Orthosia cruda) als moeder. Je denkt bij "moeder" aan iets dat de kinderen verzorgt maar een vlinder houdt het bij het leggen van eitjes en kijkt er verder niet meer naar om. In de natuur is heel veel zelfredzaamheid te zien.

29 mei 2019

Om ons heen is goed te merken dat nest na nest jonge kauwtjes uitvliegen en dat is een hele happening. De hele commune bemoeit zich ermee, houdt nauwlettend en opgewonden de jonge vogels in de gaten, en maakt er een hoop kabaal bij. "Daar gaat Pietje, pas op ginds zit een kat, o jee waar is Kareltje nou weer, hier, hier, in de tuin van Tineke" . Zulke dingen lijken ze naar elkaar te roepen. Pas als het spul veilig onder de hoede van pa en ma is, en ze de zaak weer goed in het oog hebben, worden de oudervogels, ooms, tantes enzovoort weer rustig.

In het bos is het vol vogelgeluiden van zingende roodborsten, roepende spechten, zwartkoppen, raven, vinken en nog veel meer. Aan de lariksen zijn de kegeltjes alweer wat groter geworden. Ze zijn het fraaist als de ontwikkeling net begint, maar met de felle groene kleur die ze nu hebben zijn ze minstens zo mooi. Weer valt het me op hoe weinig kegels er zijn. Af en toe een paar op een tak, de meeste bomen zonder. Is het bos hier te arm, is dit het gevolg van de droogte, ik weet het niet.

Het staat er altijd boordevol met Vingerhoedskruid en hier en daar piepen al wat hoedjes uit de knoppen. In het hele bos zag ik één plant die al helemaal in bloei stond. Dat was dus hier een eersteling maar binnenkort barst het jaarlijkse bloemenfeest weer los in het bos als ze allemaal hun roze, paarse en witte kleurenpracht tonen. Dan wordt het ook feest voor de hommels.

Op de stengel van een Pitrus zag ik een piepklein sprinkhaantje zitten. Zo klein dat de camera het niet wilde pakken, dus moest ik mijn hand er achter houden om het te kunnen fotograferen. Het is een jonge nimf, die heeft nog heel wat te groeien en te vervellen voor hij groot is. Op de pc zag ik pas dat eronder een teek op de stengel zit. Het is weer oppassen geblazen in bos en veld en ook in je tuin. Vooral als het weer geregend heeft zijn de teken zeer actief. En nee, die zitten niet in bomen en struiken maar in bosbesbeplanting, het hoge gras en andere lage begroeiing.

Net  toen ik me liep te bedenken dat de spechten nog druk aan het broeden moesten zijn, gezien de afwezigheid van jongen die vanuit hun nestholten om voedsel zitten te schreeuwen, kwam ik toch nog langs een beukenboom waar een al gevorderd stel jonge spechten huisden. Hun geroep klonk zo luid dat ze al met de koppies buitenshuis moesten hangen. Meestal hebben de oudervogels je al snel in het oog en vertikken het dan om naar hun kroost te vliegen. Maar deze Kleine bonte specht zag mij te laat, en zo kon ik hem snel op de foto zetten. Hij kijkt me aan of hij wil zeggen: mens, wat moet je daar nou, loop alsjeblieft door! En dat deed ik toen maar.

28 mei 2019

Ben je daar net samen in een intiem moment beland, heb je niet in de gaten dat er een hongerige Krabspin op je zit te loeren. Het leek me op deze nogal heerlijke regenachtige dag een aardig idee om ook wat rampen in de de natuur op te voeren. Natuurlijk is ook daar niet alles pais en vree, er spelen zich heel wat drama's af in het groen.

De Krabspin is een geduchte jager. Hij besluipt zijn prooi niet omzichtig maar gaat doodstil met uitgestoken voorpoten  zitten wachten tot een prooi passeert en grijpt die dan met een snelle uitval. Hier heeft de spin een Soldaatje te pakken..

Op een ander plekje heeft een Krabspin zojuist een blauwe Snuitkever buit gemaakt. Verklaring van de naam: de spin kan net als een krab zijdelijngs lopen. In elke tuin zijn krabspinnen te vinden, in het gras, in een struik, een klimop. Vaak zitten ze ook op een blad of een bloem; met hun uitstekende oogjes ontgaat hen niets.

Er zijn natuurlijk ook genoeg spinnen die het wat makkelijker doen, ze spinnen een web en wachten doodgemoedereerd wat zich zelf tot prooi maakt door in de kleverige draden te vliegen. Hier is dat een Driehoekeendagsvlieg (Ephemera vulgata) die onfortuinlijk in aanraking is gekomen met een spinnenweb. Tja, de een zijn dood is de ander zijn brood.

Dit is niet het werk van een spin maar van een schimmel die een vlieg heeft geparasiteerd. En opvallend genoeg waren er veel van deze slachtoffers te vinden, terwijl het toch meer een herfstverschijnsel is. De diverse Enthomophtora schimmels parasiteren niet alleen op vliegen maar ook op oorwormen, wantsen, sprinkhanen, cidaden e.a. De sporen van de schimmel groeien van buiten naar binnen in het insect en bereiken uiteindelijk de hersenen van het slachtofffer. Die worden dan volkomen overgenomen en maken het insect volkomen weerloos. Als de sporen rijp zijn barst het lichaam van vlieg of ander insect open en kunnen de sporen zich verspreiden. Een gruwelijk verschijnsel, maar de natuur is zo ontzettend ingenieus dat je ook hier weer ondanks alles ontzag voor moet hebben.

27 mei 2019

De vergeetmenieten in de tuin zijn uitgebloeid en hebben alweer genoeg zaad verspreid om ze nu uit de grond te trekken. Maar dit Akkervergeetmenietje (Myosotis arvensis) begint pas aan de bloei. Het is echt zo'n plantje dat je omver schoffelt of uittrekt omdat het voor onkruid wordt aangezien. Maar als je het nader bekijkt is elk bloempje een lieve miniatuuruitgave van haar grote zus. In ons land komen negen soorten voor. Mijn grootmoeder had een tegeltje aan de wand hangen waarop in mooie sierlijke letters een gedichtje van Guido Gezelle stond: "mij spreekt de blomme een tale, mij is het kruid beleefd, mij groet het altemale, dat God geschapen heeft". Ik vond het als kind een mooi vers, misschien ook wel omdat ik in de straat woonde die naar de dichter vernoemd was. Maar het is ook een waarheid als een koe, wie open staat voor al die verschillende wilde planten en genieten kan van hun bouw, tekening, geur, is een gelukkiger mens. Onkruid bestaat niet, het zijn allemaal "wilde planten", wondertjes van de natuur.

Ik weet niet eens meer hoe lang de Duitse pijp (Aristolochia) langs het hekwerk groeit maar altijd was het zo dat eerst de bloemen verschenen en dan het blad. Inmiddels is de plant een lange groene muur geworden maar nog steeds komen er nieuwe bloemen aan. Allerlei in de tuin houdt zich dit jaar niet aan de regels, ontdek ik telkens weer.

Neem de Ipomea, al jarenlang zaai ik hem en geniet ik van de prachtige bloemen. Die gaan in de ochtend open en halverwege de dag rollen ze zich dicht om de dag erop voor nieuwe te zorgen. Nu is de eerste bloem verschenen en het lijkt wel of die geen zin heeft dicht te gaan. Het is nu eind van de middag en nog steeds staat ze in volle glorie te pronken.

Deze Clematis bloeit altijd aan het eind van de zomer. Vanmorgen zag ik opeens dat hij vol bloemknoppen zit. Ik snap er niks van. Toch moet het aan het weer liggen. Nooit eerder kostte het ook zoveel moeite al mijn zaaisels aan de praat te krijgen. Ze blijven steken in ontwikkeling.

26 mei 2019

Het lijkt me leuk de aandacht weer eens op de wantsen te richten. Het is een enorme groep die bestaat uit land- en waterwantsen, roofwantsen, plantzuigende wantsen en één ding hebben ze gemeen: een steeksnuit waarmee ze sappen uit planten of dieren zuigen. Overal kun je ze vinden, ook in de eigen tuin. Vormen, formaat en kleuren kunnen enorm verschillen, dat maakt ze tot zo'n leuke insectengroep. Je kunt dus al wel vermoeden dat al die wantsen een eigen levensvorm hebben. De Pyjamawants vind ik erg mooi, zowel de bovenkant als de onderkant is smaakvol uitgevoerd. Hij wordt ook Gevangeninswants genoemd. Ik zie hem heel veel op de Dille in mijn volkstuin, hij heeft een voorkeur voor schermbloemige planten. Graphosoma lineatum heeft nog meer namen: Rood-zwarte streepwants, Pyjamaschildwants, je komt geen ander insect tegen met zoveel aliassen.

Dit was een nieuwe voor mij: de Voorjaarseikenblindwants (Harpocera thoracica). Bescheiden maar heel chique gekleurd. De blindwantsen vormen de grootste familie onder deze insecten. Hun naam ontlenen ze aan het ontbreken van puntoogjes (ocelli). Ze zijn niet groot, hooguit 10 millimeter. Het volwassen insect leeft maar ongeveer een maand terwijl het wel tien maanden lang een eitje was. Ze zijn te zien in de maand mei,

Dit is er een die niet direct doet denken aan een wants maar hij is het wel: de Gestreepte eikenblindwants (Calocoris striatellus). Op luwe plaatsen waar eiken en esdoorns staan kunnen ze talrijk voorkomen, al heb ik ze zelf nooit eerder gezien. Ook jagen ze op de beplanting daaronder en voeden zich zowel met plantensappen als insecten.

De Koolwants (Eurydema oleracea) is vooral op volkstuinen een veel geziene gast. Momenteel zijn ze druk met paren, zoals bijna alle insecten. Tijdens die bezigheid sjouwen ze eindeloos met elkaar rond. Ze zijn te vinden op kruisbloemigen als onder andere kool en radijs.

Ze zijn er in drie kleuren, rood-zwart, wit-zwart en groen-wit. Zelf letten ze daar niet op, ze paren met wie er voorhanden is. 

Tot slot de Gele viervlekwants (Dryophylocorus flavoquadrimaculatus). De nimfen van deze soort leven op eiken. Mooi toch, deze schepselen? In deze tijd zijn er onder allerlei bladsoorten eitjes van wantsen te vinden. Ik zou zeggen: ga eens op pad om ze te zoeken en kweek ze uit, heel leuk om te doen.

25 mei 2019

Ik gebruik dit dagboek ook om de tuin te volgen door de jaren heen. Vandaar even weer wat plaatjes van hoe het nu is. De rozen hebben het eindelijk naar hun zin. Bloeiden ze aanvankelijk  wat miezerig nu staan ze er florissant bij. De komende weken zal de koningin der bloemen reden zijn om veel tuinen open te stellen.

Deze zeer donkerbruine kikker zat ogenschijnlijk nogal beduusd tegen het strookje gaas aan dat ik ter bescherming van de salamanders langs de vijver had gezet. Om te voorkomen dat het niet goed met hem zou aflopen, wilde ik de kikker behulpzaam zijn door heel voorzichtig het gaas op te tillen zodat hij er onderdoor kon naar het water. Maar met een ferme sprong dook hij er gewoon overheen. Kikkers kunnen dus heel goed zien, ook als er een strookje gaas voor hun neus is. Het was wel een koddig gezicht.

Een tuinclubcadeautje. Bij de plantenruil nam ik een geranium mee maar wist niet hoe die zou gaan bloeien. Vandaag gingen de eerste bloemen open en ik vind ze prachtig.

Het kind van merel Winnetou doet het prima en groeit als kool. Het jong gedraagt zich heel tam. Het zal wel zijn doordat het zijn pa en ma zo mak ziet in onze nabijheid. Het eivoer dat in de winter door de vogels versmaad werd, is nu zeer in trek bij zowel de jonge merels als bij de mussen. Ik schrijf bewust merelS want inmiddels zijn er al een behoorlijk aantal jonge merels te zien. Als nu het nare Usutuvirus maar niet weer de kop op gaat steken. Dat heeft al zo ontzettend veel merellevens gekost!

De jonge merel ziet eruit alsof hij aan de klauwen van een kat ontkomen is. Ik ben een enorm poezenliefhebster maar probeer de katten nu voorlopig uit de tuin te houden. Dat lukt aardig maar niet helemaal, vanmorgen zag ik er weer een jagen op de vogels.

24 mei 2019

Dit zijn de ultieme dagen om weer eens op pad te gaan met mijn Drentse natuurmaatje. Wij gaan dan op insectenjacht en dit keer was het echt kiezen uit de overvloed van aanbod. Hoe kan dat nu, terwijl ik vaak klaag dat ik in mijn tuin en omgeving zo weinig "beestjes" zie. Alles valt of staat met de plek. Waar wij fotografeerden lagen weilanden die kniehoog begroeid waren met wilde planten, boomsingels met een prima variatie aan begroeiing, een waterschap dat meedenkt en openstaat voor suggesties, kortom: uitstekende voorwaarden in een weids, groen landschap. Dit glanzende Blauw Mungoudthaantje (Chrysolina coerulans) wordt gehaat door wie het niet kan uitstaan dat zijn muntplanten door dit kevertje worden opgegeten, maar wat is het mooi! Het glanst als een spiegeltje waarin het groen van de omgeving weerkaatst wordt.

Snuitkevers zijn heel leuuk om te zien maar veroorzaken behoorlijk wat schade. De bekende enthomologe Sylvia Hellingman deed er eens onderzoek naar en stelde vast dat deze kevers steeds meer voorkomen en dat er ook steeds meer uitheemse  snuitkevers meekomen met plantmateriaal uit het buitenland. In het hele land treedt er veel schade op, ook in particuliere tuinen waar allerlei planten en struiken doodgaan doordat de larven wortels van planten helemaal kunnen opvreten en er ook veel schade aan het blad van de planten en struiken ontstaat. Dit is een inheemse soort: de Eikelboorder (Curculio glandium) die leeft in eikenbossen. De kevers boren gaatjes in de onrijpe vruchten en leggen daar hun eitjes in. Deze snuitkever is sterk verwant met de Hazelnootboorder die op de intropagina van deze website staat.

De Kleine wespenbok (Clytus arietis) heeft niets te maken met een wesp maar is een boktor met een vermomming. Door de geel gekleurde strepen denken bijvoorbeeld vogels dat het insect beter niet gepakt kan worden. Deze "vermomming" heet mimicri en komt veel in de natuur voor.

Dit leuke rupsje heet Kromzitter (Asterocopus spinx). De nakomeling van een nachtvlinder die behoort tot de familie Noctuidae/Uilen die algemeen voorkomt op onze zandgronden. Een grijs getinte vlinder die haar eitjes legt in de schorsspleten va eik, beuk, wilg, meidoorn en berk.

En hier is de verklaring van zijn naam. Bij beweging die zou  kunnen duiden op gevaar neemt de rups deze merkwaardige houding aan. Er gaan nog wel meer leuke beestjes volgen want we hebben op onze struintocht zeer veel gezien.

21 mei 2019

Als je eenmaal koekoeksbloemen in je tuin hebt, raak je ze nooit meer kwijt. In dit geval vind ik dat geen probleem. Eigenlijk is het een knap staaltje dat deze plant zo lang kan bloeien. Zelfs als de winter mild is zie je hier en daar nog wel een bloem. Ze kunnen ook meerdere malen bloeien doordat ze een splitsende wortelstok hebben waaruit weer nieuwe planten komen.

Dagkoekoeksbloem (Silene doica) is tweehuizig wat wil zeggen dat mannelijke en vrouwelijke planten apart van elkaar groeien. Dit zijn de vrouwelijke, ze zijn wat minder fel van kleur dan de mannelijke op de bovenste foto, en de vorm van de bloemblaadjes is ook ietsje anders. Ze bloeien ook veel rijker dan de vrouwtjes. De mannelijke bloemen hebben meeldraden maar geen vruchtbeginsel, bij de vrouwelijke is dat er wel. Ik vind ze een vrolijke aanwinst.

Boven de rand van de vijver heb ik een smalle strook dubbeltjesgaas aangebracht om te voorkomen dat de merels ook onze laatste watersalamanders uit het water vissen. Daar zat deze prachtige Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula) te rusten.

Dit is er een die ik niet bepaald waarderen kan. Op zich valt het wel mee met de grote slakken, dankzij de hier verblijvende egel die er wel pap van lust. Maar telkens als ik een bloempot optil, of een zak potgrond, zie ik wel een paar van deze jonge tijgerslakken zitten. De Tijger- of Aardslak (Limax maximus) kan wel twee decimeter worden en is daarmee onze grootste inheemse naaktslak; ze kunnen meerdere jaren oud worden en leggen heel veel eitjes, wel 100 stuks per keer. Ze vreten niet van de planten maar voeden zich met schimmels. Maar ook eten ze aas en deinzen er zelfs niet voor terug om hun oranje of zwarte soortgenoten te verorberen. Gelukkig lusten de egels en vogels de slakken weer.

20 mei 2019

Toen ik vanmorgen de egel wat voer bracht, zag ik deze Pinksterbloemlangsprietmot (Cauchas rufimitella) op de stengel van het Look-zonder-look zitten. Het was vroeg, wat vochtig en nog kil, het insect was nog in rust. Dat zijn momenten waarop je ze mooi kan fotograferen.

Hier nogmaals maar dan op de rug gefotografeerd. Het is een heel mooie langsprietmot en zijn gekleurde vleugels glanzen en lichten op in het zonlicht. Het is een dagactieve nachtvlinder die op Pinksterbloem en Look-zonder-look vliegt. De rupsen leven in de zaden van de Pinksterbloem. De vliegtijd is mei en juni dus we kunnen er nog even van genieten. Het is geen wonder dat er nu opeens meer insecten te zien zijn, alles groeit enorm en staat overvloedig te bloeien. Ik heb niet eens meer plekjes over om mijn zaailingen de ruimte te geven.

Ook de Oranjetip is nog in rust. Insecten zijn koudbloedig en hebben dus warmte nodig van stijgende temperatuur en/of zonlicht. Dit is een andere man dan die van gisteren, de vleugels zijn beide nog gaaf.

Vroeger had ik een hekel aan felle kleuren in de tuin en alles moest lila, roze en blauw zijn. Dat was trouwens ook mode. Raar eigenlijk dat zelfs in tuinen de mode moet heersen. Maar nu vind ik juist die sprekende kleuren heerlijk. Misschien komt dat wel doordat wij zelf bij het ouder worden grijzig van buiten en binnen worden. Zou het niet? Hoe dan ook, ik ben blij met dit vrolijke Nagelkruid.

19 mei 2019

Dat was voor het eerst: een Groentje (Calopharys rubi), de enige groene vlinder die in ons land voorkomt en de eerste keer dat ik die in de eigen tuin zag. Hij zat op een moeilijk bereikbaar plekje maar hij staat er tenminste op. De vlinder heeft opvallend wit geringde pootjes.

Terwijl ik stond te kijken naar de hommels op de Bieslook, zag ik opeens een aantal snuitkevertjes op de bloemen rondkruipen. Ik vind dat zulke grappige beestjes, ook al zijn ze moeilijk uit de hand te fotograferen omdat ze zo druk bewegen. Het is de Lissenboorder (Moninichus punctumalbum). Album betekent wit en punctum betekent stip. Ze leven van nectar uit allerlei bloemen maar de eitjes worden afgezet in de zaaddozen van de Gele lis. Deze kevertjes van slechts een paar millimeter groot kunnen tot een jaar oud worden, inclusief een half jaar winterrust.

In de buurt zat een mooie kleine wants: Geblokte glasvleugelwants (Rhopalus subrufus). Te vinden waar veel Robertskruid groeit. Daar staat onze tuin vol mee want het is een aardige wilde plant.

Dit beestje vond ik ontzettend leuk. Na veel gezoek kwam ik er achter dat het een springspin was met de geweldige naam Gehaakte blinker (Heliophanus cupreus). Ik had hem nooit eerder gezien. Met het grootste paar van de vier ogen kunnen spingspinnen geweldig goed zien.. Het spinnetje is maar een halve centimter groot. Ik heb er heel wat foto's van moeten maken voor er een tussen zat die scherp was want ook dit spinnetje zat geen moment stil.

Een van de boorvliegjes, de Grijze distelboorvlieg (Tepharitis hyosciami). De vrouwtjes van deze vliegjes hebben een legboortje op de achterkant van hun lichaam waarmee ze eitjes leggen in distelachtige planten. Die reageren daar vaak op door een gal te maken. Hoewel het hier nauwelijks te zien is, zag ik door mijn vlinderkijkertje dat het vliegje mooie groene ogen had. Het leuke van boorvliegjes is dat ze al zwaaiend met hun vleugeltjes rondlopen om een gegadigde uit te nodigen voor een paring. Ze hebben alle fraai getekende vleugels. Ook de boorvliegjes zijn maar heel klein.

Een afgevlogen Oranjetip mag deze reeks afsluiten. De vlinder foerageert hier op de Amerikaanse sering. Nu pinksterbloemen, judaspenning en look-zonder-look bijna zijn uitgebloeid is de vliegtijd voor de Oranjetip wel zo'n beetje voorbij. Alle eitjes zijn afgezet en daar zijn alweer rupsjes uitgekomen. Voor mij was dit toch wel een bijzondere dag omdat ik al heel lang niet zoveel nieuwe insecten in de tuin gezien had. Wat een mooie warme dag al niet teweeg brengt!

18 mei 2019

Er is niet altijd gelegenheid de natuur in te trekken en dan is de eigen tuin een prima alternatief. Iedere morgen is dat ook reden om er meteen even in rond te lopen, zeker in dit jaargetijde waarin elke dag wel weer iets nieuws te zien is. De paarse Sierui staat nu op uitkomen maar voordat dat helemaal is gebeurd geniet ik even van dit prille stadium waarin de nog niet geopende bloempjes keurig gedrapeerd liggen in hun omhulsel. Een mandje vol belofte.

Op een plekje in de tuin waar we vaak zitten, groeien rondom het tuintafeltje de prachtige blauwe ereprijsje tussen de stenen. Als ze straks zijn uitgebloeid lijkt het net of daar onkruid groeit dat ik vergeten ben weg te halen. Niets is minder waar, het blijft er staan om ook het volgende jaar weer te kunnen genieten van die leuke plantjes in mijn favoriete kleur.

Vanwege het koude weer van de afgelopen tijd komen de eerste rozen wel uit maar niet met veel overtuiging. Het lijkt wel of ze er nog geen zin in hebben, zo armetierig doen ze het. Maar eens even afwachten hoe het verder gaat, ooit zal het toch wel weer zonnig en warm worden. En ook hopelijk nat want het is hier op de Veluwse zandgrond zeer droog.

Om het nog potsierlijker te maken leek deze rozenknop op haar besluit een bloem te worden, terug te keren en maar liever uit te groeien tot....., ja wat eigenlijk! Het lijken blaadjes te worden.

De Amerikaanse sering staat geweldig te bloeien en koekoeksbloemen groeien er gewoon doorheen wat een nog vrolijker aanblik biedt. Als de temperatuur stijgt verspreidt de struik een heerlijke geur die je meters verder al ruikt. En zo geniet ik het gehele groei- en bloeiseizoen enorm van de eigen tuin waar ik elk plantje en elke struik eigenhandig gepoot of gezaaid heb.

17 mei 2019

Dit is een kleine deugniet! Gisteravond viel hij al een keer uit de klimop en landde in een bloempot op de tuintafel. Vanmorgen ging ik stomtoevallig naar de auto die op de oprit stond en waarin nog mijn camera lag, toen ik een jonge merel in de garage hoorde roepen om zijn moeder. Die zat aan de buitenkant voor de garagedeur en kon niet bij haar kind. Snel dus de deur opengezet zodat het jong er uit kon.

Nou, die had honger zeg! Hij zat al piepend zijn moeder op de hielen. Zorgzaam kwam die met voer aan en dat ging er in als koek. Moeder raakte een beetje van slag door dat hevige gebedel en ging op zoek naar zwaarder geschut.

Ze probeerde hem een forse naaktslak in de snavel te duwen maar dat was de kleine een beetje teveel en hij deed zijn bekkie niet open. Ik vind het trouwens wel merkwaardig dat het merelpaar alleen slakken voert en geen regenwormen.

Eindelijk had het mereltje zijn buikje vol en tevreden zaten moeder en kind even bij elkaar. Nu moeten we nog zien, zei moeder merel, dat we al dat spinrag uit die garage van je koppie krijgen. Je bent nota bene het enige kind van je vader Winnetou en daarom moet je er wel goed verzorgd blijven uitzien. Noblesse oblige.

14 mei 2019

Onze Winnetou - vernoemd naar de beroemde indiaan uit de boeken van Karl May -  is er maar druk mee. Af en aan vliegt hij van en naar het nest om zijn vaderplicht te vervullen. Een week geleden pikte hij een rozijn nog in heel kleine stukjes, nu gaat hij meteen een opgengesperd snaveltje in. De hele winter was de merelman gewend om rozijnen op de tuintafel te vinden en hij vindt het logisch dat ze er nu ook nog liggen, dus af en toe geef ik er een paar als hij er om "vraagt". Met zacht klokkende geluidjes geeft hij zijn bestelling aan mij door en al zitten wij buiten, hij komt ze gewoon van de tafel ophalen. Vandaag bleek dat het merelstel maar één jong heeft voortgebracht. Sinds twee dagen zie ik dat de kauwtjes het merelpaar aanvallen met onverhoedse duikvluchten. Vreemd dat ze dit nu opeens doen.

Toen het weer zo koud werd, heb ik nog een laatste keer een pot pindakaas opgehangen waar de kauwen meteen al de helft uithaalden. Daarom heb ik de pot verstopt onder de rozenboog en mussen en mezen hebben hem meteen gevonden. De pot is bijna leeg en de vogels moeten er bijna helemaal inkruipen om wat van het begeerde spul te pakken.

Bieslook is een plant die je uitstekend in de border kunt zetten. Er verschijnen mooie bloemen die druk bevlogen worden door hommels. De Steenhommel (Bombus lapidarius) bezoekt geheid de bloemen, het kan niet missen! Een prachtig hommeltje.

Met Flip "onze" egel gaat het uitstekend. Ik vermoed dat hij zwaar ondervoed en ziek was toen ik hem ontdekte. Hij slaapt op een vast plekje onder een houtstapel en tweemaal daags voorzie ik hem van een maaltijd die bestaat uit een mengsel van kattenbrokjes, egelvoer, eivoer en een paar meelwormen. Het heeft geholpen, ik hoor hem niet eenmaal meer hoesten gelukkig. Ik ben benieuwd hoe lang hij nog in de tuin blijft.

13 mei 2019

Natuurlijk ben ik blij met het merelnest in onze tuin en ik zie hoe druk beide vogels zijn met het zoeken naar prooien voor hun jongen.  Dat ze daartoe ook poelslakken uit onze vijver halen, nou ja, dat moet dan maar. Maar dat er ook watersalamanders gevangen worden gaat me toch te ver. Dus dan maar weer een strook gaas om de vijver gezet. Zo blijf je de natuur weer sturen vanwege je menselijke emoties.

Aldoor betwijfelde ik al of het wel een Lupine was, ondanks de vingervormige bladeren die daar wel sterk aan deden denken. Maar Lupine bloeit toch ietsje anders en stuurt ook haar wortelstokken geen meters door de tuin. Nu weet ik het eindelijk, het is de schijnlupine Thermopsis lanceolata en uitgerekend de woekerende soort. Maar hij is echt prachtig, je moet hem gewoon op een plek zetten waar de plant z'n gang kan gaan en dat is precies wat ik van plan ben te gaan doen.

Lieveheersbeestjes zie ik nog nauwelijks in de tuin. Vorig jaar was dat ook al het geval. Dat de insecten in rap tempo verdwijnen wordt steeds merkbaarder. Afgelopen zondag kwam het ook weer ter sprake in een gesprek op de radio met Jelle Reumer, dat veel tuinliefhebbers het opvalt hoe groot de afname in tuinen is. Lieveheersbeestjes zijn echte bladluiseters en luizen zijn er meer dan genoeg dit jaar. Het is verontrustend en het geeft me een slecht gevoel Dit is het Aziatische lieveheersbeestje (Harmonia axyridis), een exoot die in veel uitdossingen voorkomt. Met de beste bedoelingen ingevoerd als bladluizenbestrijder maar naar blijkt verdringt hij ons inheemse kevertje en wordt hij inmiddels beschouwd als een plaagdier.

Op mijn volkstuin staat wel anderhalve vierkante meter Reseda (Reseda alba) in bloei. Ieder jaar weer een feest vanwege de hoeveelheid insecten die daar op vliegen, het was er altijd één groot gezoem. Zelfs de beschermde Gouden tor zag ik er een paar maal. Dit jaar niets van dat alles. Geen gezoem, weinig insecten, vooral kleine solitaire bijen. Vorig jaar minderde het al maar dit jaar is het treurig want Reseda is juist een fantastische drachtplant.

12 mei 2019

In het arboretum was zoveel moois te zien dat het hier natuurlijk niet allemaal vermeld kan worden. Bovendien is het veel leuker dit allemaal zelf eens te gaan ontdekken. De boomheide, de bijzondere en meters hoge bosbes, de prachtge kastanje "chocolate autumn", te veel om op te noemen. Het terrein bevat ook veel waterloopjes en een prachtige vijver. Die lag er heel verstild bij, wat moet het heerlijk zijn om op een bankje een tijdje te zitten kijken en genieten. Wel heel opvallend was dat er op de enorme waterplas slechts een enkel waterhoentje was te zien. Geen eenden, geen zwanen, zelfs geen geluid van kikkers. Dat vond ik wel bizar.

De voet van een Cypres (Chamaecyparis obtusa "Lutea nova) met een voor ons onbekende en prachtige vorm.

Een plataan met een hoogst merkwaardige stam. Die kennen we als glad terwijl dit het tegenovergestelde is. De takken bovenin waren erchter wel voorzien van een gladde bast dus was onze conclusie dat er op een bepaald moment een ziekte moet zijn opgetreden die de stam zo veranderd heeft. Fascinerend stukje natuurwerk!

Hoe verrukkelijk was het om zoveel zanglijsters te horen zingen. Overal zaten ze op de hoogste toppen en takken uitbundig hun luide en zeer gevarieerde repertoire ten gehore te brengen, als meesters van de zangkunst en altijd het hoogste podium zoekend.

Vleermuizen zaten hier dus ook, afgaande op de mooie kast die een van ons deed suggereren dat we met onze tuinclub best komende winter vogel- en vleermuizenkasten zouden kunnen gaan fabriceren. Als onze mannen tenminste het hout zouden willen zagen.....

Dit vond ik erg leuk om aan te treffen. Er stonden hier en daar grote plekken vol Salomonszegel en hoewel ik wel de eitjes van dit insect had gezien had ik nog nooit het insect zelf ontdekt. Het is de Salomonszegelbladwesp (Phymatocera aterrima). De plant is waardplant voor de bladwesp en toont maar weer eens aan hoe een enkele plantensoort bepalend kan zijn voor het voortbestaan van een bepaalde insectensoort. Al met al was het een zeer prettig vertoeven tussen dit alles maar wat mij toch enigszins schokte was de afwezigheid van insecten. Behalve de vele hommels en wolfsspinnen die over de bodem renden. Geen wonder dat voor dit fenomeen momenteel heel veel zorgen bestaan.

Dit zijn de eitjes van bovengenoemde bladwesp. De grijze schijn- of bastaardrupsen die er uitkomen kunnen in korte tijd het blad tot op de nerf opvreten. Het is leuk in deze tijd naar eitjes van insecten en vlinders te zoeken, ze hebben de meest mooie vormen en kleuren. Je vindt ze op of onder blad of op de steel.

11 mei 2019

Naast de bollenvelden hebben we ook nog een ander bloeifestijn dat nu op haar hoogtepunt is en dat zijn de azalea's. In het hele land zijn er wel locaties waar je ervan kunt genieten; de tuinen van kasteel Middachten, de Wierse en arboretum Von Gimborn zijn er een paar. Gisteren ging ik met enige vriendinnen naar Doorn waar wij het arboretum Von Gimborn  bezochten. Dat was een plezierige ervaring voor ogen en neuzen want sommige azalea's ruiken heerlijk.

Er stonden soorten die overal vandaan kwamen, soms uit verre landen. Vooral de rood-oranje kleuren waren naar mijn smaak echt prachtig. Hier zo'n diep rood exemplaar.

Nog in de knop zijn ze bijna nog mooier. Hoewel ik zelf meer houdt van kleinbloemige planten waren deze toch ook niet te versmaden.

Zet je heel veel soorten bij elkaar dan gaan azalea's met elkaar kruisen en ontstaan er verrassende nieuwe zoals deze met mooie rode honingmerken. Naast kruisen kunnen ze zich ook uitzaaien en in De Wierse wordt de Azalea daarom zelfs een plaag genoemd en deels uit het bos verwijderd omdat ze teveel invloed hebben op de overige natuurlijke beplanting.

Nog zo'n superfraaie. Het arboretum dat zich tegenwoordig Nationaal Bomenmuseum Gimborn noemt, herbergt de meest bijzondere bomen uit alle delen van de wereld en is daarmee een heel aantrekkelijk wandeloord geworden. Morgen zal ik er nog wat andere dingen van laten zien.

Natuurlijk waren er meer kleuren te zien en het viel me op dat de azalea's door heel veel hommels bezocht werden.

9 mei 2019

Tussen de lamellen van de luxaflex door zag ik een insect zitten op het raam. Ik nam het beestje niet waar zoals het nu op de foto staat maar de sterk vergrotende macrolens is onbarmhartig: het vensterglas schreeuwt om een schoonmaakbeurt na alle Saharazand en andere vervuilende ongerechtigheden en hoewel ik dat al had geconstateerd, kan ik er echt nog makkelijk doorheen kijken, een macrolens overdrijft verschrikkelijk! Enfin, ik vond het leuk om deze langsprietmot zo te fotograferen.

Toch ook maar even van de bovenkant. Een langsprietmot is feitelijk een kleine vlinder, we noemen die dan meestal "mot". Ze vliegen vooral in mei en juni en je ziet ze vaak in groepen dansen voor de vrouwtjes. De mannetjes hebben enorme voelsprieten, Dat zo'n mot de hele dag op je raam blijft zitten, geeft al aan dat het een nachtvlinder is. Ik had buiten ook nog een opname van opzij gemaakt maar het regende zo hard dat de foto niet goed geworden is.

Maar het gaat om de Gestippelde langsprietmot (Nematopogon adansoniella), dat was duidelijk te zien. Waardplant is o.m. de Beuk en die staat in de voortuin. Toch maar even een stukje van de vleugel als bewijs. Geen beste foto's dit keer maar de zon kan ook niet elke dag schijnen...... Ik hoop ermee een stukje interesse voor deze leuke  langsprieters te hebben gewekt.

8 mei 2019

Paardenstaart /Heermoes/Akkerpaardenstaart (Equisetum), staat momenteel volop langs de wegen. Naar deze planten kijk ik altijd met diep ontzag omdat ze afstammen van de oudste soorten die we kennen. Hun voorouders groeiden al op aarde voordat er zaadplanten ontstonden. Heermoes draagt geen zaad maar sporen. Tijdens het Paloezoicum (ong. 400 miljoen jaar geleden) bestonden er al Paardenstaarten die toen boomhoog waren. Nu lijken ze wel kleine dennenboompjes maar in Amerika komen nog planten voor van 11 meter hoog: de Equisetum giganteum.  Het schijnt dat je met de takjes van Paardestaart koper kunt oppoetsen en als je van de takjes een sterk aftreksel maakt, zou het zeer effectief zijn tegen meeldauw en andere schimmels.

De zaaddozen waarin de sporen zitten, groeien aan de top van de vruchtbare stengels. Als de sporen uiteindelijk op een geschikte plek neerkomen, vormen ze eerst een voorkiem met daarin de manlijke of vrouwelijke voortplantingsorgaantjes. De vrouwelijke organen kunnen met de beweeglijke van de manlijke een bevruchting tot stand brengen waaruit dan een nieuwe plant ontstaat. Daarvoor is het wel nodig dat de bodem min of meer vochtig is.

Voor mij het eerste Muntvlinderje (Pyrausta aurata) van dit jaar. Vorig jaar heb ik hem nauwelijks gezien, ik ben benieuwd hoe het deze zomer zal gaan. Het is een dagactief micro-vlindertje dat leeft van nectar uit allerlei bloemen. De rupsen eten van diverse soorten Munt, Citroenmelisse, Wilde marjolein en Veldsalie. Een klein juweeltje, dit mooie fladderaartje.

De eerste Salomonzegel (Polygonatum multiflorum) staat ook alweer in bloei. Multiflorum betekent veelbloemig en dat is natuurlijk wel te zien. Omdat het een familielid is van het Lelietje-der-dalen bevat Salomonzegel ook hetzelfde gif. Dit soort giftige planten wordt veel ingezet als medicinale behandeling van allerlei kwalen. Het is maar goed dat de meeste mensen niet weten hoeveel gif zich in de plantenwereld verborgen houdt, anders zouden ze bos en veld niet meer in durven. De plant groeit op min of meer beschaduwde plekken en is algmeen in Zuid-Limburg en in het midden en oosten van ons land..

6 mei 2019

Grote vogels mag je niet discrimineren vanwege hun formaat, zo verkondig ik altijd. Daarom jaag ik ze ook niet weg maar zorg in de winter altijd voor een paar aparte voerplekken waar kraai, kauw en duif niet bij kunnen. Vanwege de huidige koude die het de vogels moeilijk maakt bij het voeren van hun jongen (voor zover die er zijn, geen van onze 6 nestkasjes is bezet) had ik toch maar weer met de hand over m'n hart gestreken en een pot met pindakaas opgehangen. Nou, daar wordt druk gebruik van gemaakt, niet gewoon meer, het lijkt wel winter. Nooit eerder zagen we in het voorjaar echter ook zoveel kauwen in de tuin en die hebben ook de pindakaas ontdekt. Met hun grote snavels halen ze er enorme happen uit. Van mijn misbaar achter het raam trekken ze zich niets meer aan, ze weten gewoon dat er een onzichtbare barriere is waardoor ik niet bij ze kan komen, dus al mijn gezwaai en gedoe heeft geen effect. En die pot pindakaas...., dat is toch echt de laatste die er komt. Maar ook het strooivoer wordt door de kauwen gegeten, ze lijken wel uitgehongerd!

Gelukkig zijn de staartmeesjes er nog, even vreesde ik ze niet meer te horen en te zien maar vanmorgen hingen ze weer in de Kardinaalsmuts om bladluizen te verzamelen voor hun jongen. Staartmezen hebben maar minuscule snaveltjes dus het kost heel wat energie om van en naar het nest te vliegen om al die bekkies te vullen. Wat ze aan staart teveel hebben komen ze te kort aan snavel. Maar wat zijn het toch een leuke pluizenbolletjes, ze wegen maar 7 tot 9 gram.  

Een nestje kan 8 tot 12 eitjes bevatten, roomwit met lichtrode stipjes. Het vrouwtje broedt ze in twee weken uit. Er zullen weinig jonge vogeltjes zijn die op zo'n luxe dekbedje liggen als deze. Ooit heeft een natuurliefhebber een staartmezennestje uit elkaar geplozen en geteld hoeveel kleine veertjes het bevatte. Het waren er 2.379, ongelooflijk toch? Na een dag of 16 broeden komen de eitjes uit, ik hoop ze dan een keer te zien. Ongeveer zes broeddagen zitten er inmiddels op. Spannend, en oh als de kauwen ze maar niet pakken!

Alle kleine bloembolletjes in de tuin zijn nu wel uitgebloeid; het was een waar feest. Inmiddels steken de botanische gladiooltjes hun blad uit de grond. Je kunt de klok er op gelijk zetten, meteen duiken de bladluizen erop en beginnen te zuigen aan het malse groen. Bladluizen zijn er heel veel dit voorjaar, ook de rozenknoppen worden alweer aangeveten.

4 mei 2019

Opmerkelijk: voor het eerst sinds ik een stekje van de Gelderse roos opkweekte tot een forse struik verschijnen er geen rupsennesten van de spinselmot in. Elk jaar werd de struik zo goed als kaal gegeten, nu staat hij er spic en span bij. Leuk natuurlijk voor de tuinier maar minder als je tevens opmerkt dat ook  in de vele kardinaalsmutsen in mijn wijk en eigen tuin de rupsen schitteren door afwezigheid. Slechts één Kardinaalsmuts zag ik in de buurt in het voorbij fietsen versierd met grijze spinsels, en dan nog heel kleine. Elders in het land kan dat heel anders zijn, en wie weet gebeurt het hier alsnog.

De eventuele oorzaak zou kunnen zijn dat, zoals vorig jaar gemeld in de media, de vlinders zeer te lijden gehad hebben van de langdurige droogte en hitte en "bij bosjes" voortijdig doodgingen. Dan zouden er dus ook geen eitjes gelegd zijn en nu ook geen rupsen verschijnen. Hoewel de rupsen van de Spinselmot (er zijn er verschillende) een behoorlijke ravage kunnen achterlaten, is het voor boom of struik geen probleem. Als de rupsen verpoppen, en dat is binnen een paar weken, herstelt het groen zich vanzelf weer. De Spinselmot is een kleine witte nachtvlinder met zwarte stipjes, de achtervleugeltjes zijn bruin.  De spinsels worden gemaakt om de rupsen te beschermen tegen vogels en sluipwespen. Slimme reactie die slechts gedeeltelijk succes heeft. Bestrijden is echt niet nodig, het is een onschuldige tijdelijke visuele plaag.

Een vlieg kun je niet vaak op zijn buik kijken, behalve als hij dood is. Maar een vlieg die buiten op het raam zit, laat zich binnenshuis goed aanschouwen. Zo te zien heeft hij een druppel vocht op het raam geloosd. Maar welke soort het is valt zo niet te achterhalen. Gewoon dus een leuk plaatje. Goedbeschouwd  zijn insecten altijd een nadere blik waard. Deze bijvoorbeeld met zijn mooie buik, zijn tweekleurige poten, de doorschijnende vleugels. Gewoon je aversie tegen het "vieze ongedierte" opzij zetten, dan gaat er een wereld voor je open.

3 mei 2019

Rond deze tijd komen de eerste ooievaars uit de eieren. Maar wat een slechte periode wacht de vogels nu het opeens weer te koud is voor de tijd van het jaar en de nachttemperaturen akelig laag zijn. Bij hun geboorte zijn de jonge ooievaars nog kaal, ze krijgen eerst wat dons, dan een jeugdkleed en daarna een volwassen verenpak. Om de jongen warm te houden moeten de vogels veel op het nest blijven zitten en nu kost dat veel tijd die ten koste gaat van het voedsel zoeken. Gaat er dan ook nog koude neerslag vallen dan krijgen de kuikens het nog veel zwaarder. Dit alles geldt natuurlijk voor alle vogels die op open nesten zitten. Bij koud weer vliegen er dan ook nog eens weinig insecten. Wat dit voorjaar zal opleveren voor de vogels zal later pas zichtbaar worden.

In de tuin hebben we een merelnest en er zijn jongen. We zien ook opvallend veel kauwen die de boel afstruinen naar voedsel, hopelijk ontdekken die het nest niet. Mezen en mussen lijken alleen maar bladluizen te vinden, ik houd het uit nieuwsgierigheid haarscherp in de gaten. Ook de merels heb ik nog niet gezien met wormpjes. Mezen, mussen, vinken, ze hebben nog volop interesse in het vogelzaad dat ik nog steeds aanbied. Ik heb een slecht gevoel over het voedselaanbod voor de vogels maar de tijd zal leren of dat gevoel juist was. Alle nestkasten zijn nog onbewoond. Deze opname maakte ik een keer toen ik dwars door de takken van de klimhortensia heen kon fotograferen. Nooit benader ik nesten, of open ik bewoonde nestkasten, voor het maken van foto's. Dat beschouw ik als een verkeerde vorm van nieuwsgierigheid.

2 mei 2019

Waar kun je als melkkoe beter lopen dan in een weiland omringd door groen en omzomende randen vol wolkend Fluitenkruid. Je zou het al hun zusters gunnen!

In elk weiland waar vee loopt zou het verplicht moeten zijn een grote boom te laten staan voor de dieren, waar schaduw en verkoeling te vinden is in tijden van zomerse hitte.

De eikenlanen zijn berucht vanwege de aanwezigheid van de Eikenprocessierups die gevreesd wordt om de brandharen die de rupsen loslaten en die voor de mens akelige gevolgen kunnen hebben. Ik heb ze hier nog niet kunnen ontdekken. Het blijkt dat we in ons land nu ook te maken krijgen met de Dennenprocessierups die nog veel meer haren heeft. En er was in de duinen al een bastaardprocessierups. Om maar niet weer te spreken over de Teek die de ziekte Lyme verspreidt met z'n beten. We moeten beter leren omgaan met de natuur die niet alleen mooi is maar soms ook gevaarlijk.

In de rijkere bosgronden groeit de Grote muur (Stella holostea) die ik gisteren massaal zag staan en bloeien. De spierwitte bloemen lijken wel licht te geven tussen alle groene vegetatie. Een lid van de Anjerfamile met liggende, vertakkende stengels. Een schitterende vaste plant die je ook in een schaduwrijke bostuin zou kunnen toepassen. Zaad is bij goede handelaren te bestellen. Een voordeel van deze Muur is ook nog dat hij heel goed bestand is tegen zeer droge schaduw. 

1 mei 2019

Staartmeesjes hebben een groot nest te verzorgen, als alles goed gaat kunnen ze wel 8 jongen krijgen. Daar moet dus heel wat voedsel voor worden aangevoerd. Tot nu toe waren dat slechts bladluizen waarvan er meer dan genoeg aanwezig zijn. Door het broeden worden de staartveren in een onmogenlijke positie gemanouvreerd in die nauwe nestkom, en dat is goed te zien ook.

Tijdens het uitbroeden van de eitjes kan de warmte van het ouderlijfje het beste worden overgebracht door de kale huid. Daarom hebben de vogels in die periode zo'n rommelig uitziend buikje. Staartmezen maken voortduren geluidjes, om die reden hoor je ze ook vaak eerder dan je ze ziet. De laatste twee dagen heb ik ze niet meer gehoord of gezien. Hopelijk is het nestje niet leeggehaald door een van de eksters, kauwen of kraaien die hier voortdurend op de dakranden zitten te loeren naar eieren en vogelkuikens. Je kunt wel zeggen: jonge eksters en kauwen moeten eveneens voedsel hebben, maar leuk is het niet dat dit op deze manier gaat.

Nu alles zo hard groeit en er steeds meer groen verschijnt, komen er langzamerhand ook meer insecten. Ik vind ze een heel boeiend en leuk onderdeel van het natuurgebeuren maar elk jaar word ik ook weer wat mismoedig als blijkt dat ik al die namen van de beestjes compleet vergeten ben. Dan moet er dus wederom stevig gezocht worden in de boeken en op het internet waarbij je nog niet eens altijd eenvoudig het antwoord vindt. Maar dit is dan een exemplaar uit de familie Bloemvliegen. Daar zijn er ontzettend veel van, ze zijn klein en determinatie is alleen mogelijk door microscopisch onderzoek van de genitaliën van de mannetjes. Dus kun je gemakshalve aangeven dat dit bijvoorbeeld een "bloemvliegje Sp" is. Ofwel: "een van de" soorten (species) uit de familie Bloemvliegen.

Zo is dit een van de vele, vele blad- of zaagwespen. In de Benelux alleen al meer dan 500 soorten. Meestal zijn ze klein, sommige groter en vaak doen de laatste door hun uiterlijk aan een wesp denken maar ze hebben geen wespentaille, en vleugels die niet dichtgevouwen worden. Zaagwesp verwijst naar de zaagvormige legboor van het vrouwtje waarmee ze  een gleufje in een takje knaag waarin ze haar eitjes legt.
Kijk, daar heb je het al, meteen wordt ik al gecorrigeerd. Neeeeee, het is een Sluipwest, geen Bladwesp: smalle taille, lange antennes! Oh ja, dat is ook zo. Slecht begin hoor! Maar fijn dat er oplettende mensen zijn die reageren. Dank daarvoor.



Sluipwespen leggen eitjes in een ander organisme en de larven doen zich tegoed aan het slachtoffer, meestal een ander insect. Ik kweekte eens Koninginnepages uit en bij het uitsluipen van een van de poppen kwam er geen vlinder uit maar een stel sluipwespjes. Sluipwespen leggen ook eitjes in een ander insect en als die uitkomen vreten de larven het slachtoffer van binnenuit langzaam op. Er zijn ook weer sluipwespen die hun gastheer van buitenaf opnemen. Het is een bizarre groep insecten.

28 april 2019

De houtduiven vonden de regen wel lekker. Het is heel grappig om te zien hoe een houtduif een bad neemt. De veren nat laten worden is niet genoeg, overal moet het water terecht kunnen en daartoe halen ze de malste capriolen uit. De duif ligt nog net niet op z'n rug, behendig houdt hij zich in evenwicht om niet van de tak te kukelen. Als de ene zijkant klaar is, volgt de andere. Na afloop worden de veren uitbundig geordend en gladgesteken.

Inmidels vertonen zich steeds meer blauwe plekken in de lucht. "Zullen we even knuffelen? Dat is goed voor onze paarband!"  Man Houtduif lijkt wat verbaasd, hij zat net lekker uit te rusten van de uitvoerige wasbeurt. Maar ja, zijn tijdelijke vrouw wil hij ook niet verwaarlozen, ze verdient zijn aandacht want binnenkort moet ze voor zijn kinderen zorgen.

Nou, vooruit dan maar. Met de oogjes dicht worden er kusjes uitgeruild. Lief hoor.

27 april 2019

Nu alle planten die binnen moesten overwinteren weer buiten staan moeten die wel even wennen aan de veranderde temperatuursomstandigheden. Maar deze doet het weer fantastisch! De kleur van de phlox Clouds of perfume is prachtig en de geur heerlijk. Feitelijk is dit een gewone tuinplant die de koude goed kan doorstaan maar in het voorjaar worden de nieuwe uitlopers meteen opgevreten door de naaktslakken, reden waarom ik hem in een pot kweek. En jonge slakken zie ik al weer volop.

Insecten zie ik nog maar heel weinig. De Zuringrandwants (Coreus marginatus) kroop rond tussen de planten. Ze kunnen vliegen als de beste en deze verdween alweer snel nadat ik hem fotografeerde. Een soort met een brede schouderpartij. Het zijn de overwinteraars die je nu ziet, de volgende generatie laat zich zien in de maanden augustus en september. Een zeer algemene soort en bijna altijd wel te zien in de tuin. Hij heeft een voorkeur voor zuring, rabarber en duizendknoopachtigen maar is niet heel kieskeurig.

In mijn volkstuin bespeurde ik een andere soort, de Kaneelwants (Corizus hyoscyami). De wants overwintert als imago en in de komende maanden wordt er gepaard en worden er eitjes gelegd. Een van de waardplanten waar hij graag sap uit zuigt is de Geraniumbek. Dat hij naar kaneel ruikt heb ik nog nooit gemerkt, maar ja ik heb hem ook nog nooit dicht onder mijn neus gehouden.

Ik had een heel verhaal gelezen over de waardevolle effecten van lavameel op gewassen, en dat je dit ook kunt inzetten tegen bladluizen. Omdat er meerdere kardinaalsmutsstruiken in de tuin staan, wilde ik dat wel eens uitbroberen op een daarvan aangezien er geen blaadje meer aan zat dat nog fris en fruitig oogde vanwege de enome hoeveelheid bonenluis. Het is wel een lastige procedure, om niet zelf onder te komen zitten moet je minimaal een regenjack aandoen als je ermee aan de slag gaat met het lavameel. De luizen zitten immers onder de bladeren en daar moet je ze raken. Dus gooide ik handje voor handje omhoog tegen de takken en wachtte af wat er zou gebeuren. En zie, de luizen blijken verdwenen en het opgerolde blad rolt zich weer uit, al zal ook de verfrissende regen wel hebben meegeholpen.

25 april 2019

Ieder die oog heeft  voor de natuur zal ongetwijfeld waarnemen dat er een afname is van de biodiversiteit. Of het nu om vogels, insecten of amfibieën gaat. Omdat ik dat zelf ook bemerk maak ik er hier regelmatig melding van maar ik vrees soms dat het best eens zo zou kunnen zijn dat er lezers zijn die die regelmatige negativiteit liever niet lezen. Toch kunnen we er niet omheen, het is namelijk ook een waarschuwing om ons te gaan verzetten tegen de oorzaken, voor zover dat tenminste in ons vermogen ligt. Ik meld al een paar jaar een significante afname van kikkers en padden in onze tuinvijver en telkens vroeg ik me daarbij af wat er toch de oorzaak van zou zijn. Regelmatig word ik echter door berichtgevingen gesterkt in het feit dat het niet aan de kwaliteit van het vijverwater o.i.d. ligt. Vanmorgen las ik dat in het Gelderse Rozendaal "extreem weinig kikkers en padden waren overgezet". Dit gebeurt om ze tijdens de trek naar het water te behoeden voor plettende autobanden. Ook hier werden in de afgelopen jaren steeds minder kikkers en padden gezien. Hoewel het per locatie kan verschillen is het een landelijke trend. Het lijkt een zorgelijke ontwikkeling.

Iemand vertelde mij dat in het programma Vroege Vogels afgelopen zondag werd verteld dat de mezen een dramatisch slecht broedseizoen wacht. Momenteel komen de rupsen van vooral de wintervlinders uit maar de mezen blijken nog niet eens aan het broeden te zijn. Ik lag tijdens de uitzending van het programma nog op één oor en heb het zelf niet gehoord. Ik kon het bericht online ook niet meer terugvinden. Afgelopen nacht heeft het een lange tijd geregend hier aan de Oost-Veluwezoom. Dat is gunstig voor de bodem die weer toegankelijk wordt voor de snavels die hun voedsel uit de bodem moeten halen.  Ook al loop, fiets of zit  ik liever in de zon, alle regen die de komende dagen nog gaat vallen is wat mij betreft van harte welkom.

24 april 2019

Opeens ziet een  Kardinaalsmuts in de tuin er akelig uit. De frisse blaadjes zijn vervormd tot vieze vodjes en dat komt door een invasie van bladluizen die aan het blad zuigen. Het is de Zwarte bonenluis (Aphis fabae) een soort die voor de overwintering afhankelijk is van de Wilde kardinaalshoed. De eitjes worden in de winter gelegd en de vrouwtjes sterven daarna. Nu verschijnt dus de nieuwe generatie. De luizen vormen een soort symbiose met mieren die de luizen beschermen tegen lieveheersbeestjes, gaasvliegen en zweefvliegen. Maar er is toch een insect dat door deze barriere weet heen te breken: een sluipwespje dat zelf naar mieren ruikt. Omdat de luizen ook bepaalde tuinboonrassen aantasten, is de aanplant van de Wilde kardinaal in delen van het land aan banden gelegd.

Momenteel laten de berken hun katjes vallen, wat een troep ontstaat daardoor toch elk jaar. Er is waarschijnlijk geen andere boom die het gehele jaar door voor zoveel overlast zorgt. Een enkel berkenkatje kan ook nog eens 5 miljoen stuifmeelkorrels loslaten dus behalve al die katjes ligt alles onder het gele stuifmeel. Nou ja, dat hoort erbij zullen we maar denken.

Gisteren ontdekte ik dat er een egeltje in de tuin moet zitten. Hij zit onder de klimop die langs de buitenkant van de tuin groeit. Hij lijkt niet gezond want telkens hoor ik hem kuchen. Ik denk vaak aan de egels in het bos, die kunnen nergens nog plasjes water vinden want alles is er opgedroogd. Ik heb meteen een lage waterschaal neergezet en een bakje met eivoer en wat hondenbrokjes die ik nog in huis had. Vanmiddag maar even een blikje kattenvoer halen, hopelijk helpt dat de egel. Als hij nu maar niet binnenkort op zoek gaat naar een partner en de straat over gaat lopen. Zo raakten we al eerder een egel kwijt, platgereden door een autoband. Ik zou hem ook graag willen zien, dit is een foto van Pyxabay.

Twee maanden lang hebben we heel veel plezier beleefd aan het bollenpakket dat we kregen als jubileumgeschenkje van onze tuinclub. Er zaten allerlei botanische verrassingen in. Dit is een heel klein laag tulpje dat waarschijnlijk de laatste is die in bloei komt. Nu stonden ze in potten en manden omdat ik zien wilde wat er uit kwam. In de herfst gaan ze de tuingrond in. Dat zal me een feest worden volgende lente!

23 april 2019

Sinds een week vliegen er weer juffertjes rond. De Vuurjuffer (Pyrrhosoma nimphulais) was de eerste die ik uit de vijver op zag stijgen. Van een onderwaterleven als larve, meermalen verveld, uitgeslopen en in volle glorie de vrije lucht in. Ze beginnen zo als het ware een nieuw leven, ook al is dat maar kort. Bij de juffers varieert dat van één tot enkele weken. Paren en eitjesleggen is de opdracht. Daarna is hun taak alweer volbracht en sterven ze. Een langer leven is ze niet vergund.

Op de radio hoorde ik een bioloog vertellen dat de mezen het zwaar hebben. Het huidige weer hoort er niet te zijn in deze tijd van het jaar en als de jonge meesjes uit de eieren komen hebben ze rupsen nodig om te kunnen groeien. Maar rupsen zijn er niet. Het proces loopt dus niet synchroon en dat kan nare gevolgen hebben. Vlinders zullen er ongetwijfeld deze zomer ook minder zijn als gevolg van de hete, lange zomer die er vorig jaar was en waardoor vlinders hun eitjes niet konden afzetten op de planten die ze daarvoor nodig hadden. En aangezien een vlinder eerst een rups is, zullen die ook grotendeels ontbreken. Veel wilde planten hebben vorig jaar de droogte en de hoge temperatuur niet doorstaan. Nu we tijdens deze voor ons heerlijke dagen veel buiten zitten, is goed waar te nemen dat de mezen veel moeite doen om voedsel en prooien te vinden. Niet eenmaal zag ik er een met een rupsje; de kool- en pimpelmezen zoeken zich suf tussen de planten of daar iets te eten is.

Bladluizen zijn er wel, volop zelfs. Daarmee zullen de mezen het voorlopig moeten doen. Opvallend is de afwezigheid in mijn omgeving van lieveheersbeestjes. Dat zijn de echte bladluizenjagers. Maar dat zijn ook de larven van de gaasvliegen, die gaasvliegen zie ik wel.

Het ontrollen van een varenblad is prachtig om te zien. Als een groen bolletje komt het uit de grond, het groeit elke dag een stukje verder tot het stijf opgerolde blad volledig ontrold en uitgevouwen is.

20 april 2019

In onze vijver zit sinds twee weken een groene kikker. Vroeger heette die eenvoudig "Groene kikker", maar het bleek dat er heel veel soorten c.q. kruisingen van kikkers bestaan zodat het soms moeilijk is om vast te stellen welke het is. Het lijkt me, de diverse beschrijvingen in aanmerking genomen, dat dit de Poelkikker of  Kleine groene kikker moet zijn. In het oosten van het land komt deze algemeen voor en hij overwintert in bosachtige grond. Dat zou dus kloppen! Maar zeker weet ik het niet. Telkens als er een helicopter of motorisch vliegtuigje (er wordt controlerend rond gevlogen i.v.m. mogelijke natuurbranden) overkomt, begint de kikker hard te kwaken, alsof hij protesteert tegen het kabaal. Heel komisch.

Padden komen niet vaak naar onze vijver. Vorig jaar was er een vrouwtje dat onbevruchte eieren afzette omdat er geen man was om ze te bevruchten. Vanmorgen werd bekend dat de Dierenbescherming zich zorgen maakt over onze kikkers, padden en salamanders.  Tellingen dit voorjaar hebben 21% minder dieren opgeleverd dan in gemiddelde vorige jaren. Vermoedelijk spelen de gevolgen van de klimaatveranderingen ook hier weer een rol. Het is alweer langdurig droog, temperaturen wisselen elkaar te snel af waardoor de voorjaarstrek naar het water wellicht niet goed verloopt.

Salamanders zie ik wel in de vijver. Of het er veel zijn weet ik niet. Gisteren was ik bij mensen die het groene "flap" uit hun vijver geharkt hadden. De hoeveelheid ongewenst groen was op een plankier dat over de vijver liep neergelegd om te verdrogen, maar niet onderzocht op diertjes die er nog in zouden kunnen zitten. Bij het optillen van wat groen zag ik meteen een dode salamander die vast was komen te zitten onder het fijnmazige gaas dat over het plankier gespannen was tegen gladheid. Door de opwarming van het vijverwater verschijnt er nu snel veel alg die het vijverwater groen kleurt. Haal je het er uit geef dan waterdiertjes vooral de gelegenheid weer terug in het water te komen door het groene spul een poosje op de vijverrand te laten liggen.

19 april 2019

Vanmorgen om 06.00 wakker geworden bij het radio-nieuwsbericht dat de droogte nu alweer slachtoffers eist onder de (weide)vogels. De wormen zitten te diep onder de grond voor de snavels van de vogels. Ook andere vogels hebben problemen met het vinden van voedsel en in nesten worden verhongerende jongen aangetroffen. Dit bericht sloot naadloos aan bij de angstaanjagende beelden gisteravond in de docu van David Attenborough met betrekking tot de klimaatveranderingen. Het ergste was nog te horen dat al dertig jaar geleden wetenschappers waarschuwden voor wat er nu gebeurt op de planeet en dat er niets gedaan is om dat te voorkomen. Terwijl er toen nog tijd genoeg was om tegenmaatregelen te nemen.

Er vliegen nog volop Oranjetipjes, dat duurt tot in mei. Het meest opvallend is de man met zijn mooie oranje vleugeltippen. De vrouw zou je maar zo kunnen verslijten voor een kleine uitgave van een Witje maar vrouw Oranjetip heeft op de onderzijde van haar vleugels een vlekkerige  tekening als ook de man op de onderkant van de achtervleugel heeft. Goed te zien als de vlinder op een plant zit. Dat zijn altijd kruisbloemige planten: Look zonder look, Pinksterbloem, Damastbloem en Judaspenning. Eerstgenoemde is een plant die zich nogal uitzaait in de tuin en je zou misschien de neiging hebben hem uit te trekken. Doe dat maar als hij is uitgebloeid het is een gratis geschenkje voor de Oranjetip, temeer als je de woekerende Pinksterbloem niet wilt.

Vanmiddag zag ik ook nog een Ctroenvlinder vliegen maar voor deze vlinders loopt de vliegtijd wel zo'n beetje ten einde. Deze heeft al behoorlijk afgevlogen vleugels, er zijn vanwege zijn ouderdom heel wat schubjes verdwenen. De citroentjes hebben de winter overleefd en mogen nu even nog voor nageslacht zorgen. Dan is het gedaan met deze generatie.

Het is zo leuk om naar de vogels te kijken. Dit paartje pimpelmeesjes is voortdurend samen. De man duikt steeds in de pindakaaspot waar nauwelijks nog iets te vinden is. Als hij toch nog een hapje ontdekt geeft hij dat meteen aan het bedelende vrouwtje dat bij hem zit. Zo traint ze hem voor het vaderschap. Wij mensen doen dat helemaal verkeerd, wij krijgen eerst een kind en dan zien we wel hoe het verder moet.

Nu het blad aan de bomen en struiken zit, zou je eigenlijk wel kunnen stoppen met het voeren van de vogels. Je ziet ze nu volop zoeken naar natuurlijke prooien, zoals de mussen die elk blaadje van de Berberis afstruinen naar bladluizen. Wie dat wil mag best op bescheiden wijze nog wat voer blijven aanbieden, passend bij het natuurlijke gedrag van onze gevederde vriendjes. Vandaag heb ik nog niet eenmaal de zang van de Zwartkop gehoord, blijkbaar is die tijd voorbij en wordt de aandacht verlegd naar de nestperiode.

18 april 2019

Ik wilde eens achterhalen welke van mijn beide camera's de beste opnames maakte, de speciale macrolens of de macro-instelling van mijn bridgecamera. Dus probeerde ik dat even uit op  een heel klein mugje van een paar millimeter groot, dat op onze onlangs glanzend geschilderde schuurdeur zat. Maar wat ik hier zie vond ik behoorlijk onthutsend. Al die witte stippels zie ik helemaal niet op de deur. En de groene verf ziet er prachtig uit en niet zoals hier op de foto. Het bewijst maar weer hoe beperkt onze ogen eigenlijk zijn. Maar goed, waar het om ging is nu wel duidelijk door de opname van deze mug. Muggen zijn er in vele families en soorten. Dit is een Pluimmug, het zal meteen duidelijk zijn waarom hij deze naam kreeg. Alleen de mannetjes hebben grote  gepluimde sprieten. Het zijn muggen die bij stilstaand of stromend water leven. Ze laten hun eitjes vallen op het wateroppervlak en in het water ontwikkelen de larven zich. Zowel onder als boven water vormen ze een waardevolle voedselbron voor andere insecten, vogels bijvoorbeeld.

17 april 2019

Morgenavond om 22.00 gaat David Attenborough op de zender 1 van de BBC een verklaring voorlezen die naar verwachting "een grote impact" zal hebben. Al eerder heeft hij in een van zijn documentaires verklaard dat de planeet 5 fases heeft gekend van grootschalig uitsterven en dat wij nu middenin de 6e fase zitten. "Van de massa zoogdieren op aarde bestaat 90% uit mensen en door mensen gehouden dieren. Van alle vogels op aarde is 70% pluimvee, meest kippen. De nog levende wilde dieren op aarde, van olifanten tot dassen en van tijgers tot vleermuizen, vormen nog slechts 4%".

Er is een grote actie gestart om ons zover te krijgen dat we met z'n allen minder water gaan gebruiken. Vanwege de klimaatverandering krijgen we steeds vaker te maken met een lage grondwaterstand en daardoor zouden in de toekomst problemen kunnen ontstaan. Vanmorgen hoorde ik in de radio-uitzending 1 op 1 hoe ons water verbruikt wordt en door wie. Sven Kokkelmans had zich uitstekend verdiept in het onderwerp. Wat blijkt: van alle opgepompte grondwater wordt 70% verbruikt door de landbouw, 25% door de industrie en slechts 5% door de burgers. Toch wel merkwaardig dat nu juist de burgers zo dringend worden aangesproken op hun waterverbruik. Wat overigens geen reden is om er niet zorgvuldig mee om te gaan.

De laatste paar dagen heb ik meerdere malen gezien dat onze merel met de witte veer in zijn staart, paarde met een vrouw merel. Beide zijn al maandenlang in onze tuin en zitten regelmatig op de voerplank. Man naderde vrouw met wijd opgengesperde snavel om vervolgens kort met haar te paren. Ik had dit gedrag nog nooit eerder waargenomen. De vogels zijn druk bezig een nest te bouwen in onze klimop. Hopelijk heeft dit succes zodat de merelpopulatie weer wat zal worden aangevuld.

15 april 2019

Nog nooit in de afgelopen vijftig jaar heb ik de Zwartkop dagelijks in de tuin gehad. Maar dit voorjaar is dat anders, je hoort hem de hele dag rondom het huis zijn vrolijke liedje zingen. Gisteravond kwam een kennisje even buurten en ze zag door het raam een Zwartkop zitten. We stonden op en tot onze verbazing kwam er eerst één Zwartkop drinken uit de waterbak, toen een tweede en om het feest compleet te maken ook nog een derde. Alle mannen. Natuurlijk wilde ik dit prachtige schouwspel met de camera vastleggen maar er bleek geen opslagkaartje in het toestel te zitten, dat lag bij de pc. Zij had ook een camera bij zich en maakt wel een foto van het drietal. Helaas niet goed genoeg om hier te plaatsen, maar geloof het maar, wij waren verrukt.

Een hele tijd ben ik bezig geweest dit wespachtige insect te fotograferen. Het was maar heel klein en heel actief en het wilde maar niet lukken een duidelijke foto te maken. Ik besefte wel dat ik dit beestje niet kende.

Het bleek de Gewone dubbeltand (Nomada ruficornis), algemeen voorkomend exemplaar uit de familie Nomada, zogenaamde koekoeksbijen. Ze leggen namelijk, net als de Grijze zandbij van gisteren, eveneens hun eitjes in de nestholtes van zandbijen. In dit geval  in dat van het Roodgatje, een bijtje dat in elke groene tuin wel voorkomt. Let maar eens op een klein roodbruin behaard bijtje met een .... rood gatje.

Vroeg ik me een poosje geleden af waar toch de staartmezen die korstmosjes aftrokken van onze krentenboom, een nestje zouden bouwen, nu weet ik het: in de tuin van mijn buurman, in zijn coniferenhaag om precies te zijn. En zo gaat het vaak, we lijken net een Ikea, hier komen de vogels hun meubilair halen om ergens anders het huis in te richten. Maar als de jongen geboren zijn weten ze niet hoe snel ze weer naar onze tuin komen, vol struiken, boompjes en bomen en heel veel groen. In dit geval zie ik groen van jaloezie; een kogelvormig vogelwiegje, kunstig in elkaar geweven met mosjes, vezeltjes en spinrag, van binnen bekleed met heel veel zachte veertjes, er in piepkleine crèmekleurige eitjes met roze stipjes......

14 april 2019

Tijdens het opruimen van mijn kasje deed ik een bijzondere ontdekking. De Agapanthus die er in stond (een soort met smal blad) wilde ik ontdoen van dode grassen die er in gegroeid waren en toen ik die er uit zat te plukken ontdekte ik in het hart van de plant een heel klein nestje. Het moet van een muis zijn geweest, het was maar 6 cm in doorsnede. Wat een leuk idee dat een muisje daar de winter in had doorgebracht. Lekker droog in mijn kasje en goed beschermd door al dat groene blad van de plant.

Ook al moet er worden opgeruimd, telkens lokt de tuin mij toch even om wat rond te neuzen. Zo zag ik deze Grijze zandbij (Andrena vaga) op een Vergeet-me-niet zitten. Hij is bezet met een royaal grijs vachtje en een grote snor op zijn kop. Deze bijen vliegen van maart tot mei, de bloeiperiode van de Wilg. Naa half mei zijn ze dan ook niet meer te zien. Ze leven van het stuifmeel van de wilgen, de soort is dus wilgspecifiek.

Ik zag er ook een Gewone wolzwever (Bombilius major) met zijn lange tong in de bloemen peuren. Zijn naam zal geen verbazing wekken, hij kan doodstil in de lucht hangen en zijn lijf is bezet met bruine haartjes. Het insect behoort tot de familie muggen en vliegen. Met een vleugelslag van zo'n 300 keer per minuut kan hij roerloos in de lucht blijven hangen, weinig insecten doen hem dat na. Voor de voorplanting is dit insect afhankelijk van de zandbijen. De zandbijen maken hun nestjes in het zand, heel herkenbaar aan een kegelvormig hoopje zand en meestal met vele bij elkaar. De Wolzwever gaat boven zo'n nestje hangen en door een zwiepende beweging van zijn lijf schiet hij een bevrucht eitje in het zandbijenholletje. Daar komt het eitje uit en de larve van de Wolzwever eet eerst van het stuifmeel dat de zandbij verzameld heeft en vervolgens vergrijpt hij zich aan larven van de zandbij. Tja, in de natuur is het niet allemaal rozengeur en manenschijn maar hoe je het ook bekijkt, zo'n Wolzwever is een bijzonder insect.

13 april 2019

Nu, aan het eind van de middag schijnt gelukkig weer de zon. Wat een koude, winderige dag, zelfs met wat sneeuw. Daar zitten we niet op te wachten. Ik was verbaasd over wat ik zag gebeuren met de krentenbloesem. Die liet de laatste dagen alweer haar bloesemblaadjes weg dwarrelen maar vandaag gebeurde dat niet, ondanks de stevige wind. Het leek wel of de boom zich verzette tegen de ongewenste weersomstandigheden en windvalgen die aan zijn takken rukten.

De primula's kleuren de tuin, overal staan ze dankzij het feit dat ze zich zo uitzaaien en ik er telkens een paar verzet naar andere plaatsen.

Omdat het zulk onaangenaam weer was besloot ik wat zaailingen te gaan verspenen. Op zoek naar de benodigde potjes die in een hoekje van de tuin waren neergelegd, stuitte ik op allerlei niet zo gewenste tuinbewoners zoals deze jonge naaktslak die in een van de potjes zat. Ik zag er ook van die vraatzuchtige grijs gestreepte soortgenoten. Het zijn dieren waar ik voor de verandering een hekel aan heb. Ze zijn slijmerig, plakkerig en voelen vies aan. Op mijn volkstuin kwam ik ze ook al op allerlei verborgen plekjes tegen.

Oude wijfjes of Voorjaarster (Ipheion) is ook altijd een succes in de tuin. Het zijn bolgewasjes in wit, blauw en roze en ze komen elk jaar weer trouw terug. Al die gekregen bolgewasjes die zo langzamerhand uitgebloeid zijn of raken, moeten nu eigenlijk in de tuingrond worden gestopt. Daar moet ik volgende week maar eens mee beginnen voordat ik niet meer kan zien wat er uitkwam. Het belooft weer beter weer te worden gelukkig.

Bij het opschonen van de tuin heb ik de eerste teek alweer opgelopen. Ook vieze, nare beestjes! Maar gelukkig voel ik al binnen een paar uren dat irritante gejeuk dat ze veroorzaken. Binnen 24 uur uit je huid gehaald, kunnen ze geen kwaad. Maar het is wel oppassen want je kunt heel ziek worden door een met Lyme besmette teek. Ook zijn in ons land enkele gevallen van het TBE-virus geconstateerd, een virus dat hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Het virus was al langer bekend in de landen van Midden-Europa. Momenteel loopt er onderzoek naar de aanwezigheid van besmette teken in Nederland. Noteer vooral elke tekenbeet in je agenda en houd de ontwikkeling in de gaten. Blijft de teek langer dan 24 uur in je huid zitten, dan is besmetting mogelijk, als de teek tenminste een virus bij zich draagt.

10 april 2019

Gisteren was het weer een aardige dag, als je tenminste uit de wind zat. De eerste Oranjetip van dit jaar vloog rond in de tuin. Tegelijk met het eerstgeopende bloempje van een Pinksterbloem die aan de rand van de vijver staat. Dat kon niet missen. Jammer dat de temperatuur weer zo'n duikeling maakt, nu moeten we ons de komende nachten weer druk gaan maken om mogelijke bevriezing van kwetsbare planten en bloesems. Het blijft maar op- en afgaan met het weer.

Wie water in zijn tuin heeft zal het vast opvallen dat meer en meer vogels komen drinken. De regenplasjes in tuinen en bos zijn opgedroogd. Een kauw kwam uit onze drinkschaal, die op een veilige hoge plek staat, zijn dorst lessen. Als hij een slok neemt gaat zijn kop achterover om het water naar binnen te laten glijden. Grappig gezicht.

Momenteel liggen er overal heel veel zandhoopjes tussen tegels. Je denkt misschien meteen aan mieren maar als dat zo is, zie je de mieren meestel zelf ook wel. Hier gaat het om de nestingangen van zandbijen. Een soort die heel algemeen voorkomt is de Roodpotige groefbij maar of die hier ook bezig was weet ik niet want de bijen lieten zich niet zien. Tussen de klinkers van het erf waar ik ze zag, lag een hele cirkel van gangen die leidden naar ondergrondse nesten.Dat hoort ook bij voornoemde soort. In april zie je al dat ze actief worden. Graafbijen zijn meestal klein en geelzwart van kleur. Op een mooie zonnige dag vliegen ze een keer of vijf  uit om voedsel/insecten voor hun larven te zoeken. Volkomen ongevaarlijke en interessante diertjes.

Als ik een kat tegenkom houd ik altijd even een vriendelijk praatje tegen kater of poes. Deze vond dat wel aardig en begon meteen te spinnen en kopjes te geven. Hij had een mooie dikke vacht, en terwijl ik hem achter de oortjes kriebelde, kreeg ik toch wel weer even het gevoel dat ik zo'n gezellig beest mis. We hadden ze vele, vele jaren maar na de laatste, die een asielkat was en een lot uit de loterij, heb ik het er maar bij gelaten nadat hij  tot mijn verdriet dood ging. Maar toch, een mens zonder huisdier is eigenlijk een beetje incompleet.

9 april 2019

Zou er één andere boom zijn die zo kortstondig bloeit als de Krentenboom? Twee dagen staat hij overweldigend wit in zijn  bruidstooi of een regen van witte bloemblaadjes dwarrelt alweer omlaag. Het blad ontwikkelt zich razendsnel en onttrekt steeds meer wit aan het gezicht. Het klinkt wel raar "zijn bruidstooi", de boom is een mannelijk woord, dat wel, maar waarom zou een man geen bruidstooi kunnen dragen? Tegenwoordig is alles geoorloofd.

Op de dikke oude takken van de Krentenboom vinden vaak de wat grotere vogels als Kauw, Duif, Gaai en heel af en toe de Sperwer er een mooie zit- en kijkplek. De kauwtjes die hier met vele in de buurt rond scharrelen hebben mijn grote sympathie. Slim, gezellig, een prachtig familieleven, de schoffies onder de vogels. Maar het is niet zomaar dat ze in het voorjaar opeens weer naar de tuin komen. Ze zullen wel jongen hebben en op zoek zijn naar eieren of jonge vogeltjes van kleinere soortgenoten.

Nog heel wat vogels komen dagelijks naar de tuin om er voedsel te zoeken. Zo hebben we het merelpaar nog frequent op de tuintafel, zelfs als wij er zitten, de meesjes doen hetzelfde en de roodborst heeft het ook in de gaten en komt als enige af op het eivoer waar ook gedroogde meelwormen in zitten. We verbazen ons telkens over die vertrouwdheid en vinden het mooi dat ze zo vlak voor onze ogen gaan zitten. Wij houden ons dan natuurlijk wel muisstil.... Vinken houden niet zo van voer- of andere tafels, die zoeken het liever op de grond, en ook vaak onder een vogelhuisje waar voedsel terecht is gekomen. Ik heb de indruk dat ook de vinken al de zorg voor jongen hebben. Ik ga door met voeren tot alle voorraad op is en dat moment nadert snel.

Twee dagen geleden zag ik hem opeens op de rand van de vijver zitten, een weldoorvoede Bruine kikker. Ik hoorde hem ook knorren. Of dat nou van tevredenheid was of omdat hij paarlustig was, geen flauw idee. Feit is wel dat het geknor na een dag en een nacht alweer verstomd was. Dril is nergens te vinden. Dan zou dit dus een vrouw moeten zijn want er komt geen geluid uit. Toevallig hoorde ik van een tuinman die in onze buurt meerdere tuinen voor zijn rekening neemt, dat ook in de vijvers rondom ons huis geen kikkers gezien werden tot nu toe. Vorig jaar was dat precies zo. Wat de reden daarvan is weet ik nog steeds niet.

Nog even een afbeelding van een van de beeldschone bloembollen die we als tuinclubleden kregen. Dit is een prachtig klein tulpje waarvan de achterzijde van de bloemblaadjes een delicaat rood kleurtje hebben. Na de bloei gaan al die bolletjes de tuingrond in, nu staan ze nog even in potten te pronken op de tuintafel.

7 april 2019

Maar weer eens een keer het bos in geweest, ik kom er niet zo vaak meer en zeker niet in de winter. Nu buiten het bos alles met de dag groener wordt, wilde ik eens zien hoe het nu in het bos was. De lariksen geven kleur aan het geheel maar de beuken houden voor het merendeel hun knoppen nog potdicht. Af en toe zie je een tak waar wat blad uitpiept. Maar de grote groene metamorfose moet nog komen.

In het voorjaar kijk ik alijd of er kegeltjes aan de lariksen zitten. Ik kan ze meestal maar sporadisch vinden. Ik vroeg de bosbeheerder eens hoe dat nou kwam maar die stuurde me met een kluitje in het riet, dus ik weet het nu nog niet. Maar kijk, aan een van de naaldbomen zag ik een massa manlijke bloeiwijzen, de vrouwelijke kegeltjes schitterden door afwezigheid. Ik vond er slechts één en die heb ik natuurlijk gefotografeerd want ze zijn zó mooi in een jong stadium.

Op een bospad vond ik een dode hommel. Wat deed die sufferd hier dan ook, dacht ik, in het bos is helemaal niets waar zo'n brombeertje van kan leven. Er is nog geen enkel bloempje te vinden, de bosbodem is kurkdroog, en op een plek waar ze altijd bloeien, kon ik geen spoor van Klaverzuring vinden. In onze tuin ben ik heel wat planten kwijtgeraakt gedurende vorige lange, droge en hete zomer, misschien is het in het bos ook wel zo gegaan.

Op een enkele plek stond wat Rankende helmbloem. Daar zijn de reeën dol op maar de kans dat je die in het bos van Hof te Dieren tegen komt is knap klein. Sowieso zie je hier nauwelijks wild en alle wandelaars die hier regelmatig komen, vinden dat treurig en vragen zich af of dat door het huidige bosbeleid komt. Snoeihout wordt in hoge rillen langs de paden gedrappeerd, als er bomen gekapt worden laat men dikke en dunne takken liggen, alles in een grote bende langs de paden gegooid. Dat alles maakt dit bos onaantrekkelijk voor mens en dier.

De beukennoten hebben ook water nodig om te ontkiemen en wat er nu uitkomt lijkt ook al de grootste moeite te hebben om zich te ontplooien. Door de droogte ontbreken ook de waterplasjes die altijd overal liggen. Alles is droog nu, dus de Bruine kikker zal het ook moeilijk krijgen want waar moet die nu haar dril afzetten! Een paar fikse regenbuien zouden zeer welkom zijn.

5 april 2019

Wakker worden en een knalblauwe lucht zien, dat is heerlijk! Terwijl ik net begonnen was aan tafel de krant te lezen werd mijn aandacht getrokken door het liedje van de Fitis dat ik nu voor het eerst hoorde. Snel de camera gepakt (die ligt altijd op tafel) en de vogel gefotografeerd. Maar niks hoor, op de foto staat een  vinkenvrouwtje en ik verbeeld me dat ze een glimp van spot in haar oogjes heeft. Nu nog zien dat ik de Fitis te pakken krijg.

Het valt niet mee om nu nog vogels in bomen te fotograferen als die al in blad of bloem komen. Terwijl ik nog visueel naar de Fitis zocht, zag ik in de boom deze Zwartkop zitten. Hij heeft ook een vrouwtje, dat zie ik hier ook regelmatig rond scharrelen. Ik heb de Zwartkop nog niet horen zingen maar daar verheug ik me enorm op want het is een schitterend en zeer welluidend liedje dat deze vogel voortbrengt.

En waarempel, daar zie ik zowaar ook nog een Putter in de krent zitten. Zou het dezelfde zijn die ik al eerder op een stamroos fotografeerde? Het is de tweede keer dit jaar dat ik er een zie.

Nou ja, daar is ook nog een Staartmees. Die was bezig schors voor de bekleding van haar nestje van onze oeroude Krentenboom te trekken. Over die boom heb ik grote zorgen. Hij is al meer dan een halve eeuw oud, dikke takken beginnen onheilspellende scheuren te vertonen, schors verdwijnt van andere en er komt meer en meer dood hout in. Maar wat als deze vriend van onze tuin daadwerkelijk in elkaar stort! Er is zoveel gekapt om ons heen, door eigenaren, gemeente en natuurlijke sterfte, dat dit nog de laatste halte is voor aanvliegende vogels naar onze tuin. Ik moet meer opgaand groen gaan poten en dan vooral iets wat snel groeit.

4 april 2019

Vorige week kreeg ik een telefoontje met de vraag wat iemand aan moest met een plotselinge invasie van bladpootrandwantsen in de slaapkamer. Dat was best vreemd in deze tijd van het jaar. Deze wantsen hebben namelijk de gewoonte om tegen de winter massaal huizen binnen te dringen om daar tot de lente te overleven. In deze tijd zouden ze zich juist buiten moeten gaan voortplanten maar wie weet worden ze door de wisselende temperaturen op een dwaalspoor gebracht en wordt hun bioritme verstoord. Zelf trof ik deze wants op zolder aan waar hij ongeduldig voor het raam zat te wachten om naar buiten te  kunnen vliegen. De soort werd voor het eerst in 1999 in Zuid-Europa aangetroffen en breidt zich langzaam maar zeker verder uit naar het noorden.

Zo'n Bladpootrandwants (Leptoglossus occidentalis ) is voor Nederlandse begrippen een joekel van een wants, bijna twee centimeter groot. Zo groot zijn onze inheemse wantsen niet. Wel een prachtig insect, vind ik. Het is afkomstig uit Amerika waar het als een pest gezien wordt. De wantsen leven van de zaden van den, spar en conifeer. De eitjes zijn tonvormig en worden op elkaar geplakt tot een stapeltje dat doet denken aan een dennennaald. De jonge wantsen, nymfen genaamd, zuigen uit de sapstroom die naar de jonge kegeltjes van genoemde bomen voert, waardoor deze in hun ontwikkeling gestoord worden. Ze hebben vijf vervellingen nodig om volwassen te wroden. In september en oktober proberen de volwassen wantsen naar binnen te komen om te overwinteren. Ze kunnen infraroodstraling (warmte) waarnemen en hun soortgenoten waarschuwen door middel van speciale feromonen waardoor soms grote groepen wantsen binnenshuis worden aangetroffen. Ook door buitenlicht worden ze aangetrokken. Sla ze maar niet plat want dat levert een zeer vieze en hardnekkige geur op. De stofzuiger is de enige remedie om ze te verwijderen als ze met zo vele zijn.

Nog steeds zie ik op de zolderverdieping af en toe gaasvliegen voor het raam zitten, ik had geen flauw idee dat die met z'n allen binnen zaten. Het gaat om de Groene gaasvlieg, ook wel Goudoogje genoemd (Chrysoperla carnea). Vanwege de mooie vleugels ziet het insect er frêle uit, je zou niet verwachten dat het zo'n lang leven beschoren is. De eitjes zijn bijzonder: ze staan stuk voor stuk op een dun steeltje om ze te behoeden voor vijanden die ze zouden willen eten. De larven die eruit komen kunnen heel wat bladluizen verorberen en zijn dus zeer nuttig, vooral ook in de tuin. Een enkele larve kan in het stadium tot volwassenheid (ong. 3 weken) tot 500 bladluizen opeten. Tot nu toe neem ik maar heel erg weinig insecten waar buiten. Maar ja, het is toch ook grillig weer tot nu toe, vannacht opnieuw met nachtvorst.

3 april 2019

Ach, het zijn maar kalveren, een noodzakelijk kwaad! Niet bovenstaande dieren, die zijn gewenst en de boer biedt ze een goed leven. Maar die in de veeindustrie! Een melkkoe moet nu eenmaal elk jaar een kalf krijgen wil de melkproductie op gang blijven, dus worden er jaarlijks in ons land 1.570.000 kalfjes geboren. De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat daarbij ook kalveren zijn die opgefokt worden om als vlees voor de verwende vleeseter te dienen. In totaal worden er in ons land op 17.000 boerderijen kalveren geboren. Op 13.000 van die boerderijen sterft 20% van de kalveren binnen twee weken na de geboorte.  Oorzaak: tijdgebrek van de boeren die al de handen vol hadden om al die koeien te verzorgen, die bovendien veel meer waard zijn dan kalfjes. Andere oorzaken zijn een slechte verzorging, te weinig moedermelk en smerige stallen. Aldus de berichtgeving.

Bijzondere rassen zoals deze Hereford koeien zijn een stuk beter af. Die worden ook op een andere manier gehouden, in minder grote stallen en koeien mogen hun kalveren bij zich houden. Zo zien de meeste mensen dat graag, het is een plezierig gezicht en zo hoort het toch ook? Maar hoeveel mensen zouden daar consequenties uit trekken? Ook deze koeien hebben niet het eeuwige leven maar als ze geslacht worden hebben ze een goed leven gehad. Hoe treurig is het voor de rest van de koeien en hun kalveren, ze zijn verworden tot al dan niet geld opbrengende handel. In principe kan een koe wel 20 jaar oud worden, een op melkproductie doorgefokte melkkoe is tegenwoordig na 6 jaren al versleten en vindt haar einde in het slachthuis.

Ook koeien op kleine bedrijven hebben een gezonder en natuurlijker leven. Het verhaal over de enorme kalversterfte is niet nieuw, het speelt al jaren. Nu wordt het opnieuw onder de aandacht gebracht van het volk en dat is goed! Nu weten we weer wat we verkiezen te eten en hoe dat voedsel geproduceerd wordt! Minsiter Carola Schouten weigert in te grijpen in deze mensonterende situatie, ze vindt dat de sector het zelf maar moet opknappen. Die laatste doet hier en daar wel pogingingen maar veel vooruitgang is er nog niet. Op de website Boerderij.nl staat te lezen dat degenen die nu de trom weer roeren over deze misstand, " kennelijk niet het geduld hebben de initiatieven een kans te geven". Men noemt de berichten over de kalversterfte "een ronkend verhaal van mensen die de druk op de ketel willen houden". Zelf ben ik nog niet voor de volle 100% vegetarier maar stilaan wordt ik het wel steeds meer. Want wie wordt er onderhand niet beroerd van deze wetenschap als hij z'n stukje vlees op zijn of haar bord heeft liggen?

2 april 2019

De tuin vraagt veel aandacht in deze tijd van het jaar. En daarbij ontdek je allerlei dingen die weer verschillen van vorige jaren. De vaste Judaspenning (Lunaria rediviva) staat pas 20 cm boven de grond en zal binnenkort gaan bloeien. Maar waarom blijft hij dit jaar zo vreemd laag, er is toch genoeg regen gevallen, zou ik denken. Andere planten zijn verdwenen, het Koninginnekruid begon vorige zomer pas in augustus op te komen, de eenjarige Judaspenning bloeit nu helemaal niet meer, je kunt nergens meer op vertrouwen, zo lijkt het wel waar het de tuin betreft.

Til je een steen op dan zie je heel vaak kleine duizendpoten zo snel als ze maar kunnen de bodem inkruipen om te ontkomen aan het licht maar ook om te voorkomen dat hij uitdroogt. We kennen in ons land meerder soorten maar dit zal waarschijnlijk de meest algemene soort, de Tuinduizendpoot (Geophilis longicornis) zijn. Met zijn kop is hij al de aarde ingedoken, meerdere soorten lijken sterk op elkaar.

Een Duizendpoot heeft nooit duizend pootjes, zoals de Miljoenpoot zijn naam ook niet waar maakt. Maar het zijn er wel aardig veel!

Brunnera of Kaukasische vergeet-mij-niet, is een vaste plant waar je wèl op kunt rekenen, hij zaait zich zelfs plezierig uit. De prachtige blauwe kleur doet veel denken aan de eenjarige Vergeet-mij-niet (Myosotus) die op het punt staat in bloei te komen.

Ter gelegenheid van ons tuinclubjubileum kregen wij afgelopen herfst een zak vol bloembolletjes met namen waarbij we ons geen voorstelling konden maken. En zoals altijd zijn dat heel bijzondere soorten. Die poot ik dan ook niet meteen in de tuingrond om zeker te zijn dat ik ze niet kwijtraak maar ook omdat ik eerst wil zien wat er uit zo'n bolletje komt. Over deze ben ik zeer te spreken, nog niet helemaal open is hij echt een beauty. Een heel klein tulpje met de exclusieve naam Persian pearl. Er is zoveel moois zonder dat wij dat weten, al zal ik de laatste zijn om te ontkennen dat de minder "doorgefokte" soorten meestal ook heel aansprekend zijn.

1 april 2019

Gisteravond kreeg een telefoontje: " als je nu komt, kun je de Das zien". Ik wist genoeg, pakte de camera en snelde erheen. Omdat wij dichtbij of aan de bosrand wonen, zien we soms allerlei dieren in onze tuinen verschijnen die daar niet horen. De een vindt dat helemaal niks, de ander vergaapt zich aan het natuurschoon dat zich op deze wijze openbaart. Deze Das (Meles meles) was welkom in de tuin en wist dat daar van tijd tot tijd wel iets te halen viel. Maar nu was hij er bij vol daglicht en dat was vreemd. De Das bleek een akelige kwetsuur aan een van zijn achterpoten te hebben. In het begin gebrluikte hij die poot nog heel voorzichtg maar nu ging dat niet meer en hompelde en strompelde hij, wat een zielig gezicht was. Even zo'n dier laten ophalen is niet eenvoudig daar alleen de Dassenwerkgroep Brabant over een ambulance beschikt om dassen op te halen. En begrijpenlijkerwijs komen die vrijwilligers niet als ze niet zeker weten dat ze de Das ter plekke zullen aantreffen. Dus zou hij eerst gevangen moeten worden door de particulier. Dat leek geen optie. Dan maar goed voeren en de zaak in de gaten houden, was het advies.

Dassen hebben allemaal hun eigen geurtje en in de burcht besproeien ze elkaar zodat alle dassen hetzelfde ruiken. Een medebewoner die te lang uit de burcht weg is geweest en niet meer vertrouwd ruikt, wordt dan ook niet meer geaccepteerd en gezien als een vreemdeling. En daar houden dassen niet van. Op de webcam van de tuineigenaars was te zien dat de Das niet uit het bos kwam, of er weer heen ging. Waar hij dan wel uithangt is onduidelijk en ook wel zielig. De vacht van het onfortuinlijke dier zag er uit alsof het hem niet bepaald goed ging. Elke dag komt hij meermalen naar de bewuste tuin waar nu altijd wel wat voor hem te vinden is. Hoe het verder zal gaan is gewoon een kwestie van afwachten. Soms moet je de natuur haar gang maar laten gaan.

Inmiddels is de tuin omgeven door een hoeveelheid dassenputjes of wel "latrines". Daarvan bestaan er twee soorten: snuitputjes zijn kuiltjes van zo'n 10 cm doorsnede en een paar cm diep. De Das maakt ze door met zijn voorpoot te graven en vervolgens met zijn snuit in het kuiltje te woelen. Het zicht van een Das is matig, zijn oren zijn ook niet best, alles draait bij dit dier om geuren en op die manier bakent hij zijn territorium af. Hij maakt ook mestputjes, kuiltjes van 10 tot 15 cm diep. Daarin laat de Das zijn ontlasting achter en heel ongegeneerd laat hij die gewoon open. Hij gebruikt ze ook meerdere malen. Zo te zien krijgt onze Das genoeg voedsel binnen. Rechts bestaat zijn mest uit natuurlijke ingredienten en links daarvan liggen drollen waar een flinke hond zich niet voor zou schamen. We zullen maar niet vertellen wat de Das allemaal te eten kreeg....., in elk geval een zeer gevarieerd dieet. De tuineigenaren helpen hem aan alle kanten en hebben Meles zo ongeveer geadopeerd.

Vlak bij waar de Das zich te goed zat te doen aan de gevallen zaden uit het vogelvoerhuisje zat een mooie Bosmuis lekker te schranzen. Hij had een grote hoeveelheid eitjes van pissebedden ontdekt en die smaakten hem uitstekend. De Bosmuis is wel de mooiste van alle muizen, hij heeft grote glanzende ogen en uitstekende grote oren.

31 maart 2019

Al die bloesemende bomen die momenteel bloeien vormen een feestelijke opening van het lenteseizoen. Vooral de kleinbloemige prunussoorten bevallen mij zeer. Telkens neem ik me voor een exemnplaar in onze tuin te planten, liefst met donkerroze bloemen en donker blad, maar elk voorjaar kom ik weer tot de conclusie dat ik dat helaas vergeten ben te doen. Maar nu zal de plaatselijke bloemenhandelaar dan toch een boompje van de veiling meebrengen. Dus als het goed gaat heb ik er volgende lente een in de tuin.

In de herfst heb ik een flinke laag compost door de tuin gereden waardoor sommige planten nogal laat boven de grond komen. De Voorjaarshelmbloem is nu pas op haar hoogtepunt en de Citroenvlinder peurt met z'n lange roltong de nectar er uit. Ook zag ik gisteren twee exemplaren van het Klein koolwitje vliegen. Van mijn wandelmaatje in Drenthe kreeg ik een mail die de indruk gaf dat zij in een ander land verbleef dan ik: ze deed een melding van oranjetip, gehakkelde aurelia, dagpauwoog, boomblauwtje, bont zandoogje, klein koolwitje en citroenvlinders. Behalve de laatste twee heb ik nog geen schimp van de overige vlinders waargenomen. Het verschil tussen haar natuuromgeving en het mijne, plus de idem -voorwaarden zijn gigantisch en soms mis ik zulke natuurgebieden vol  biodiversiteit  in mijn regio behoorlijk.

De buizerds zijn weer volop aan het baltsen. Ik hoor ze altijd eerst voor ik ze zie. Het kenmerkende gemauw van de vogels is een aangenaam voorjaarsgeluid en de aanblik van die cirkelende, op de thermiek drijvende silhouetten aan de lucht is prachtig om te zien. Ze lijken er een groot plezier aan te beleven als ze samen al draaiend op de wieken gaan en steeds verder weg drijven.

In het bos groeit en bloeit de Klaverzuring. Ik zag twee jaar geleden een roze uitvoering van dit mooie bloempje bij een gespecialiseerde kwekerij in Ede en nam het mee naar huis. In de tuin krulipt het steeds verder en als de zon schijnt gaan al die roze bloempjes open, heel schattig.

De bosanemonen zijn er ook weer, ze behoren tot mijn favorieten. Een heel mooie kweekvorm is de lila variant. Het blad staat al wel boven de grond maar de bloemen moeten nog verschijnen. Daar kan ik me enorm op verheugen! Laat de zon en de warmte maar weer terugkomen!

28 maart 2019

Terwijl de liefhebber zich verheugt over de hernieuwde groei in de natuur spuiten boeren massaal hun landerijen dood met gif. Roundup is een veel besproken verdelgingsmiddel en de EU is al jaren aan het bakkeleien over wanneer het nu voorgoed verboden zal worden. Nu nog is men de boeren ter wille, die willen snel het land klaar hebben om weer te kunnen inzaaien. Niet alleen alle plantengroei gaat hierbij dood, ook het bodemleven moet er aan geloven. Is er echt nog iemand verbaasd over het verdwijnen van insecten, de dramatische afname van weide- en akkervogels?

In de zomer van 2017 bracht het bureau Biosphere een rapport uit over het verdwijnen van vogels op de Veluwe. Door de uitstoot van stikstof bleek het steeds slechter te gaan met de vogels. In de nesten werden eieren aangetroffen die een veel te dunne schaal hadden. Eenderde van de jonge vogeltjes bleek zo broos dat ze nog in het nest hun pootjes braken. De stikstof die wordt uitgestoten door het verkeer en door de landbouw lost het kalk in de bodem op met gevolgen die tijdens het onderzoek aan het licht kwamen.

Over een week of twee wordt een rapport gepubliceerd met resultaten van een door de Provincie Gelderland gefinancierd onderzoek naar de toestand van de bodem bij boerenbedrijven. Nu al zijn daar gegevens van bekend geworden en die zijn diep treurig. Bij 24 boerderijen, waaronder 9 biologische, zijn in de bodem, de mest en het krachtvoer (veelal uit het buitenland) de hoeveelheden bestrijdingsmiddelen en restanten van diergeneesmiddelen gemeten. Daarbij komen nog de pesticiden die gebruikt worden om de stallen schoon te houden. In 44 monsters zijn 134 bestrijdingsmiddelen gevonden die schadelijk zijn voor de bodem, het water en de insecten die daar leven. Door het effect daarvan kunnen onder andere gruttokuikens niet aan voedsel  komen. In de EU is geen geld voor controle op het gebruik van pesticiden.

Maart 2019: onderzoekers van Wageningen Universiteit stelden vast dat er steeds minder bomen staan in de bossen en daarbuiten. Oorzaken zijn kapbeleid, het uit de wet halen van het compensatiebeleid bij kap voor een maatschappelijk belang. Procentueel ontbost Nederland zelfs verhoudingsgewijs sneller dan het Amazonegebied, aldus het rapport. In mijn provincie Gelderland verdween tussen 2008 en 2015 320 ha bos. Bosbeheerders kappen meer i.v.m. inkomsten, bos verdwijnt door omvorming natuur, enzovoort. Gelderse Natuur- en Milieufederatie roept op om de afname van bosareaal te stoppen.

Rapport mei 2018: Pesticiden in boerenzwaluwen. Verkennend onderzoek bracht aan het licht dat in de lijfjes van boerenzwaluwen die rondom boerenbedrijven leven, 14 verschillende pesticiden werden aangetroffen. Ook in de eieren van de vogels en in dode nestjongen. Met Zuid-Holland heeft mijn provincie de grootste afname van vogels, die is in 30 jaar met 80 procent afgenomen.

Nu inmiddels tegen de 80% van alle insecten is verdwenen, zoekt men de oorzaak voornamelijk in de bodem- en biotoopverontreiniging. Maar ook windmolens blijken een dramatisch effect te hebben op de insectenstand. In Duitsland werd daarnaar onderzoek gedaan, de uitkomst was dramatisch. Een ongelooflijke aantal van 24 ton insecten vliegt zich jaarlijks dood tegen de wieken van 31.000 windmolens, zo werd berekend. Windmolens zijn dus een volkomen onderschatte oorzaak van insectensterfte. Al in 2001 beek uit een studie in Nature dat de capaciteit van windmolens afnam door alle restanten van insecten die op de bladen bleven kleven. Bij hoge windsnelheid neemt de capaciteit wel tot 50% af. Uit het Duitse onderzoek bleek ook dat er honderdduizenden vleermuizen de dood vonden tussen de roterende windturbinebladen. Hier zal dat niet anders zijn. Waarom maakt men zich in de politiek en onder de bevolking niet méér zorgen om deze desastreuze ontwikkelingen; moet het beleid niet terug naar de overheid in plaats van naar de provincies waar het een paar jaar geleden terecht kwam?

25 maart 2019

We realiseren het ons vaak niet maar heel veel tuinplanten die we kopen stammen af van wilde planten uit de natuur. Zo was ik bijvoorbeeld op zoek naar de naam van dit viooltje dat nu volop in onze tuin bloeit. Nergens kon ik hem vinden. Ik legde het voor aan mijn tuinclub, twee kwekers en stelde ook de vraag op Waarneming.nl. Een van beide kwekers en de plantenkenner op Waarneming wisten me te vertellen dat dit een cultivar moest zijn van het Maarts viooltje (Viola odorata). Daar ben ik toen eens naar gaan zoeken en ik stond er versteld van dat er zoveel verschillende viooltjes waren die afgeleid zijn van het oorspronkelijke Maarts viooltje. Tot nu toe heb ik alleen nog niet het juiste exemplaar gevonden want een lila viooltje kon ik niet vinden. Dus verzin ik zelf maar een naam en  wordt dit Viola odorata " lilac".

De vogels maken nog steeds volop gebruik van het voer dat mensen in hun tuinen aanbieden. Zo komen ook de merels dagelijks nog om rozijjnen vragen. Iemand vroeg me bezorgd of die niet slecht waren en op desastreuze wijze opzwollen in de vogelmagen. Nee hoor, rozijnen zijn  graag gegeten bessen en gedurende de winter gaan er heel wat zakken doorheen in onze tuin. Vanmorgen zag ik deze Koolmees die zich vergiste, hij zag de bruine rozijnen aan voor pinda's. Die heb ik toen ook maar weer geplet in de vijzel en op de voertafel gelegd.

Al een paar keer in de afgelopen weken heb ik mezen bij de nestkasten gezien. Telkens werden ze onderzocht op geschiktheid, even uitgeprobeerd, en vervolgens weer gelaten voor wat ze waren. Zou er ooit een tijd zijn geweest dat de vogels zo om de tuin geleid werden door de weersomstandigheden die als eb en vloed elkaar opvolgen? Elke keer weer het inwendige kompasje voelen dat de vogels laat weten dat nu het broedseizoen is aangebroken om vanwege kou en regen weer op een ander spoor gezet te worden, het moet buitengewoon ingewikkeld zijn.

Zowel buiten als binnen zag ik hoe de tere gaasvliegen ontwaakt zijn uit hun winterverstarring. In de zomer zijn ze groen, in de herfst verkleuren ze naar bruin en dringen ze graag de huizen binnen om te overwinteren. Zo zag ik voor het zolderraam zeven stuks tegen het glas fladderen, klaar om de vrije wereld weer in te gaan. Snel heb ik ze naar buiten gelaten. Het zijn nuttige insecten die vooral leven van bladluizen.

23 maart 2019

Op mooie dagen kun je vaak prachtige avondluchten zien. Ik houd het altijd in de gaten door steeds even naar de westelijke hemel te kijken  tegen de tijd dat de zon ondergaat. Gisteravond leek de hemel wel in brand te staan vanwege de onvoorstelbare hoeveelheid vliegtuigstrepen die rood belicht werden door de avondzon. En dan te bedenken dat er, als het aan de regering ligt, in de toekomst nog veel meer luchtschepen over de Veluwe gaan vliegen die hun uitlaatgassen als handtekening de atmosfeer in blazen om vervolgens rood van schaamte te worden door de vervuiling die ze veroorzaken!

Wat het schaarst is, is vaak ook het mooist zal menigeen wel ervaren. Na een lange winter is het dan ook weldadig om weer blaadjes aan de stuiken en bomen te zien komen, bloemen uit de grond, en weer  vogels te horen zingen. Scilla en Sneeuwroem zijn bolletjes die zich uitbundig vermeerderen maar de eerste veroorzaakt de meeste verrukking. Neem nou zo'n bloempje van de  scilla, de kleur, de eenvoud maar oh zo prachtig. Stiekem hoop ik  dat  na mijn dood mijn geliefde nabestaanden mijn graf vol voorjaarsbolletjes zullen beplanten. En dat er dan vlinders, hommels en bijen op die bloei zullen afkomen, al die dingen waar ik zo tijdens mijn leven zo van hield. Ik zou er niets van merken maar de voorpret is ook wat waard.

Weken geleden kreeg ik deze Azalea en nog steeds staat die in volle bloei. Goedbeschouwd zijn dit onnatuurlijke planten, zo ontzettend doorgekweekt en overbemest dat ze bijna bezwijken onder de hoeveelheid bloemen die er worden uitgeperst. Het blad wordt er volkomen door overweldigd. Als beloning zette ik zo'n plant na de bloei nog wel eens in de tuin waar hij zich natuurlijk kan gedragen. Maar veel levert dat niet op, deze doorgefokte planten verdragen de winter niet en als ze al buiten in bloei komen, verschijnen er nauwelijks bloemen. Iemand zei tegen me " je moet ze ook gewoon als een blos bloemen beschouwen".  En dat zal ik ditmaal dan ook maar doen.

Bij het opruimen van de tuin zag ik achter een plantenbak een hoopje lege slakkenhuisjes liggen. Ditmaal niet het werk van een zanglijster maar van muizen. Huisjesslakken laat ik met rust in de tuin, de grote bruine naaktslakken worden gedwongen verhuisd. Vogels hebben de kalk nodig om sterke eieren te kunnen produceren; om dezelfde reden spaar ik ook de eierdoppen op, verpulver die en strooi ze in de tuin. Vorige zomer hebben de muizen zeer te lijden gehad onder de hitte en de droogte maar in een tuin waar af en toe gesproeid wordt tijdens zo'n periode, is het ze kennelijk beter vergaan. Alleen de spitsmuizen lijken wel van de aardbodem verdwenen te zijn.

21 naart 2019

Ik vind het leuk het nieuwe lente-onderdeel nog even te beginnen met de vogels. De verschijning van deze Putter  was een echt cadeautje aangezien het ook de enige was die we de afgelopen winter in de tuin te zien kregen. Ik vind ze de clowntjes onder de vogels, ze zien er uit of ze met de grootste zorg ontworpen zijn.

De vinken verblijven nog steeds rondom de huizen waar ze met enthousiasme de voertafels bezoeken. Zowel man als vrouw vink schijnen zich nog niet zo druk te maken met het bouwen van nesten en het uitbroeden van eitjes. Maar dat zal vast snel gaan gebeuren.

Alleen grote vogels maken gebruik van oude nesten. En spechten van nestholtes. Maar kleine vogels maken over het algemeen een nieuw nestje. Als het winter wordt kun je nog wel eens hun oude kraamkamertjes ontdekken in de struiken. Ik vind het altijd weer ingenieus hoe zorgvuldig en knap die vaak in elkaar geweven zijn. Vergelijk dat eens met een nest van een duif, dat bestaat uit niets meer dan een paar losse takjes in een boom en het geheel is super onstabiel en totaal ongeschikt voor het grootbrengen  van jongen. Daarom gaan de duiven ook zo lang door en beginnen weer zo vroeg met nieuwe pogingen. Een wonder eigenlijk dat er nog zoveel duiven zijn.

De heggenmusjes hebben paartjes gevormd en hippen niet ver van elkaar eensgezind over de tuinbodem waarbij stevig gewerkt wordt aan een paarband die nodig is als er straks jongen verzorgd moeten worden. De lente begint dit keer met een heerlijke zonnige en zachte dag. Hoera voor de lente!

naar boven