Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016-2017
 2017-2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

 

Lente 2018

 

 

22 mei 2018

Alweer een Schorsmarpissa op de keukendeur. Toen ik met de camera vlak boven hem hing in een poging hem recht in de oogjes te kijken, verbeeldde ik me dat hij me dreigend aankeek. Hij hief de kop wat op en leek me te beloeren. Spinnen zien over het algemeen niet zo goed, deze dus wel. Vooral met die twee koplampjes voorop die hij ook bewegen kan. Er zitten twee kleine oogjes naast die minder goed zicht hebben. Maar een spin heeft toch acht ogen, waar zit dan de rest? Achterop zijn kop.

Voor de hitte onbarmhartig zou neerkomen op het onbeschutte volkstuincomplex, ben ik vanmorgen nog wat gaan wieden en zaaien. Ik heb er een prachtig bloeiende Goudenregen (Laburnum anagyroides) staan en terwijl ik daar bezig was moest ik telkens even kijken naar die sierlijke bloemtrossen die als gouden gordijntjes boven me hingen.

Vanuit de boom klonk een sonoor gezoem, een heleboel hommels vlogen er rond en peurden nectar uit de bloemen. Het was nog heel rustig, en behalve de koorzang van de hommels klonk er af en toe een vogelgeluid. Ach, wat kan een mens zich dan toch tevreden voelen.... Op de pc zag ik pas dat er ook nog een wants zat, niet goed te zien maar vermoedelijk een Groene stinkwants.

Ik heb wat zitten klungelen met een Gewone schorpioenvlieg (Panorpa communis) want ik wilde zijn kop eens goed zien op de pc. Maar dat moet je natuurlijk doen met behulp van een statief, ik deed het uit de hand en dat levert altijd wat mindere foto's op. Ik vind het zulke voorwerelds ogende figuren, het mannetje met die verdikking op zijn staart, die vreemde lange bek. Als je niet beter wist zou je denken dat dit een eng en gevaarlijk insect is. Maar niks daarvan, het is een wolf in schaapskleren. Het monstertje voedt zich met dode insecten,  nectar uit bloemen, de zoete afscheiding van bladluizen enzovoort. Deze groep insecten, waarvan er wereldwijd 500 zijn beschreven, behoort wel tot de oudste insectenordes die een volledige gedaantewisseling doormaken (ei-larve-pop-imago), dus enig respect verdienen ze wel.
Sorry: verschrijving. Geen "wolf in schaapskleren" maar een onschuldig "watje".

21 mei 2018

De Koolschildwantsen zijn er in diverse kleuren. Dit koppeltje is groen, op 13 mei liet ik al twee andere varianten zien. Ook al hebben ze een verschillende kleurtekening op hun schildjes, daar trekken ze zich niets van aan en paren gewoon met elkaar. Insecten zien niet dezelfde kleuren als wij, meestal ligt het kleurenspectrum bij deze diergroep in het ultraviolette vlak.

De Donkere geranium (Geranium phaeum) is dermate geliefd dat je hem in veel tuinen aantreft. In de vrije natuur wordt hij maar zelden gezien. De bloemen zijn zeer attractief met hun lange meeldraden met flinke helmknoppen en worden door veel insecten bezocht. Deze soort is geen inheemse maar een uit Zuid-Europa afkomstige stinzenplant.  In de schaduw is de kleur donkerder dan wanneer de plant in de zon staat. Voor een geraniumsoort heeft deze een unieke kleur.

De mannetjes van de Geelbandlangsprietmot (Gemophora degeerella) zijn momenteel volop aan het dansen. Ze hebben sprieten die vijfmaal zo lang zijn als hun lijfje en daarin zitten heel veel gespecialiseerde geurorgaantjes waarmee ze vrouwtjes kunnen opsporen. Die hebben vijf maal zo kleine sprieten. Ze bewegen zich met hoge snelheid omhoog en omlaag, met je ogen kun je ze nauwelijks volgen. Je kunt ze pas bekijken als ze na een poosje neerdalen op een blad om even op adem te komen. Dat denk ik tenminste.... Dit dagactieve nachtvlindertje is te zien in mei en juni, de rupsen leven van berkenblad, de voedselplanten van de microvlindertjes zijn Adderwortel, Margriet en Brandnetel.

De geweien van de edelherten zijn al flink gegroeid. Nu zijn ze nog omhuld door een fluweelachtig vel waardoorheen veel bloedvaten lopen die groeistoffen aanvoeren naar het groeiende gewei. Tegen de tijd dat het gewei af is, gaat het jeuken en dan schuren de herten hun geweien tegen bomen en struiken om de huid er af te krijgen. Het nieuwe gewei groeit natuurlijk langzaam uit maar in februari/maart breekt het op een dag plotsklaps af, dat moet voor zo'n dier toch even heel vreemd zijn om dan zo lichthoofdig rond te lopen door het bos. Al heel snel wordt het nieuwe gewei weer opgezet, zoals dit genoemd wordt. Elk jaar gebeurt het opnieuw.

20 mei 2018

Vandaag een kleine ode aan het mooie Robertskruid (Geranium robertianum). Van wat vaak "onkruid" wordt genoemd, en onverbiddelijk wordt weggetrokken uit een tuin, is vaak van grote schoonheid. Wat al dan niet zo wordt genoemd, is ons maar in het hoofd geprent. Er zijn prachtige wilde planten (wat een betere naam is) die je zou moeten koesteren in je tuin. En daar is dit een voorbeeld van. Bekijk de bloempjes eens goed, desnoods door een vergrootglas, en je zult het zien. Uit de plantrozet groeit een stengel die veel te dun is om later het breed uitgroeiende geheel rechtop te houden. Daar heeft de plant iets op gevonden: de onderste bladeren worden gebruikt om het geheel te stutten.

Er is ook een witte variant maar die wordt niet zo vaak gevonden. Ik wist een mooie hoeveelheid  te staan in het bos van Hof te Dieren maar de bosarbeiders van dit Twickelse landgoed gaan soms nogal achteloos om met wat er groeit en schuiven in dit geval met een bulldozer langs de paden al wat er groeit weg. Zo verdween hier ook het witte Robertskruid. Het viel me wel op dat deze variant laag blijft, in tegenstelling tot de roze uitvoering. Stengel, zaden en bloem zijn geheel behaard, hetgeen een bescherming is tegen slakkenvraat. De planten ruiken wat onaangenaam, daarom werden ze vroeger wel gebruikt om motten en bedwantsen te verjagen. Wellicht een optie om ze daarom weer in ere te herstellen, bedwantsen zijn immers weer in opkomst vanwege onze enorme reislust naar oorden waar die vieze beestjes veel voorkomen.

In de herfst kan zomaar het groen van Robertskruid naar knalrood verkleuren. Dat zal te maken hebben met de lage temperatuur. Net zoals bomen en struiken herfstkleuren krijgen doordat het bladgroen plaats maakt voor de kleuren die eronder zitten, maar tot dan verborgen bleven. Het is een plant die zich bescheiden tussen de tuinbeplanting nestelt en daar de boel opfleurt met lieflijke bloempjes die de hele zomer door kunnen verschijnen.

Langs een pad vond ik deze rups van de Sierlijke grasuil (Orthosia gracilis), een dagactieve nachtvlinder. De moeder van deze nakomeling ziet er, zoals de meeste nachtvlinders, wel mooi getekend uit maar haar kleur is overwegend grijs. Waarom dus dit insect "sierlijk" in de naam kreeg, kan ik niet verklaren. Of het zou moeten zijn vanwege de leuke stipjes op de zijkant van de rups, maar dat is gokwerk van mij. Het is een vrij algemeen voorkomende vlinder die echter als kwetsbaar op de rode lijst staat.

18 mei 2018

Even een kleine safari door de tuin. Een prachtige libel, een uit de familie Korenbouten. Het is een vrouw Platbuik (Libellua depressa). Natuurlijk heet ze niet zo omdat ze last van depressies zou hebben, het tweede deel van de naam slaat op het feit dat bij deze libel de vleugels aan de voorrand een duidelijke neerwaartse knik hebben. De man heeft, eenmaal goed uitgekleurd, een blauw lijf. Je kunt je bijna niet voorstellen dat er zoiets moois komt uit die lelijke larven die in de vijver leven.

Dit vind ik toch zo'n leuk torretje. Het is de Groene struiksnuittor (Polydrussus sericeus). Het is maar een heel klein beestje en hij valt totaal niet op als je niet toevallig met je neus op de plant of stuik zit. Struikkever houdt er niet van om bekeken te worden en als hij merkt dat je dat doet, kruipt hij meteen naar de achterkant van het blad. Of zou het logischer zijn te denken dat hij zich verstopt voor mogelijk gevaar? Zijn lijfje is eigenlijk zwart maar het is bedekt door groene schubjes. Ik zag deze in de tuin maar ook in de volkstuin zijn het algemene insecten.

Terwijl ik klem stond tussen de omgewaaide tuinstoelen, kon ik nog net deze fraaie Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula)  kieken. Geen libel maar een ondersoort: een juffer. Klein, sierlijk en mooi gekleurd zijn ze.

Libellen en juffers hebben werkelijk fenomenale ogen. Ze zijn niet alleen mooi gekleurd maar ze kunnen ook buitengewoon goed waarnemen. Bij de Vuurjuffer lopen twee donkere streepjes door de ogen, ze zijn hier nog bruin van kleur, wat aangeeft dat de juffer nog maar net is uitgeslopen. Weldra worden haar ogen rood. Het oog van een libel kan afhankelijk van de soort uit wel 30.000 facetten bestaan.  Beide zijn dan ook voortreffelijke jagers.

Daar zijn ze dan toch, de eerste bladluizen. Met hun steeksnuiten zuigen ze aan de bloemknoppen en als de vraat te heftig is, komen de bloemen niet eens meer uit. Voer dus voor de lieveheersbeestjes. Alles gaat anders dit jaar, het is te vroeg, te laat, te snel, te kort. Ik zag bij iemand al uitgebloeide pioenrozen. Halverwege de maand mei, onvoorstelbaar toch?

17 mei 2018

Gisteren had ik er al een paar gezien op de aardbeien in mijn volkstuin. Vandaag waren ze nog volop aanwezig en nu had ik wel een camera meegenomen. De Fraaie schijnbok (Oedemera nobilis) is een groene kever met een prachtige metaalglans. Een klein juweeltje van een centimeter grootte. Het mannetje is een potig kereltje met zijn forse dijen. De kevers deden zich allemaal tegoed aan het stuifmeel en de nectar op de aardbeiplanten.

De Fraaie schijnbok dankt zijn naam aan het feit dat hij op een boktor lijkt en dezelfde leefwijze heeft, maar het niet is. In ons land hebben we elf verschillende schijnboktorren. Voor de verdediging tegen vijanden kunnen de schijnbokken een giftige afweerstof produceren die blaren kan veroorzaken. Maar zover komt het natuurlijk niet als je ze rustig bekijkt en met rust laat.

Het Klein geaderd witje snoept van de laatste bloemen in de Vaste judaspenning. Na de eerste generaties vlinders volgt er een dip. De eitjes zijn gelegd, de rupsjes moeten groeien en verpoppen en over een week of wat verschijnen de volgende generaties.

Verdorie! Steeds heb ik goed gekeken of de Jacobsvlinder op mijn volkstuin al haar eitjes gelegd had. Gisteren vloog ze er nog steeds rond en was er nog niets te zien, vandaag ook niet. Dacht ik! Ik zag de dame met haar rood en zwarte vleugels zitten op een plant van het Jakobskruiskruid en naast die plant ontdekte ik een kleine zaailing. Die kan ik mooi meenemen naar mijn eigen tuin, dacht ik, en groef hem voorzichtig uit. Toen pas zag ik dat uitgerekend daarop de vlinder haar eitjes had gelegd. En wat veel eigenlijk. Op dit blad zitten er al meer dan 50 en op een ander blaadje zaten er nog een paar. Hoe komt dat in hemelsnaam uit dat kleine lijfje! Ik baalde behoorlijk want nu kan ik alleen maar hopen dat het goed gaat met de zaailing die nu in onze tuingrond staat, Ik zal hem goed vertroetelen en als de rupsjes uitkomen zal ik ze noodgedwongen moeten repatrieren naar mijn volkstuin waar ik inmiddels vijf planten ontdekt heb. Dus dat moet lukken en daar hebben de rupsen tenminste voedsel genoeg.

16 mei 2018

Een dag of wat geleden meldde Het Belgische Natuurpunt dat er dit jaar tienduizenden huis- en boerenzwaluwen gestrand moeten zijn tijdens hun tocht van Afrika naar Europa. De precieze oorzaak is gissen maar gedacht wordt onder andere aan de dit jaar extreme zandstormen ten zuiden van de Sahara of aan voedselgebrek. Gelukkig gaat bij de gierzwaluwen alles naar wens, aldus Natuurpunt. Maar hoe komt het dan dat wij dit jaar nauwelijks gierzwaluwen boven de Veluwezoom zien. Vanmiddag stond ik op ons volkstuincomplex, samen met een andere natuurliefhebber, naar de blauwe lucht te kijken, we zagen ze niet. En ls ik ze al zie, zijn ze op de vingers van n hand te tellen.

Spinnenwebben horen bij de herfst, wordt nogal eens verondersteld, maar niets is minder waar. Zelfs wielwebben hangen nu tussen de takken. Dit webje viel me op doordat het zonlicht er op viel en toen ik beter keek zag ik er nog meer. Het is niet van de kruisspin alhoewel het een wielweb is. Die worden echter door meerdere spinnen gemaakt. De spin die dit vangnetje bouwde maakte er wel een rommeltje van en aan recyclen doet hij ook niet, in tegenstelling tot de kruisspin.

Deze springspin bouwt geen web, hij gebruikt andere technieken. Zoals in de naam al verborgen zit, jaagt hij door met kleine sprongetjes vooruit te schieten. De spin heeft zeer goede ogen, in tegenstelling tot andere soorten. Dit is de Schorsmarpissa, met zijn net iets meer dan n centimeter onze grootste inheemse springspin. Waarschijnlijk kent iedereen die een tuin heeft hem wel. Opeens verschijnt hij op je tuintafel of tuinstoel, zodat je hem goed kunt bekijken. Momenteel zitten ze bij ons ook veel binnenshuis, dat doen ze ook vaak. Voor de mens zijn ze volkomen onschuldig. Gewoon even een glaasje er overheen zetten, papiertje er voor schuiven en zo kun je de spin eenvoudig terug verhuizen naar de tuin.

14 mei 2018

Vandaag kwam het verwachte rapport van Natuurmonumenten uit. De resultaten over de bevindingen in de natuur blijken niet best. Er werd onderzoek gedaan naar insecten in een natuurgebied in Brabant en drie in Drenthe en het resultaat komt overeen met eerdere onderzoeken in Duitsland die aan het licht brachten dat het aantal insecten  in de afgelopen 27 jaar met 75% is verminderd. Het gaat om alle soorten al houdt NM een slag om de arm omdat maar een deel van de natuurgebieden in ons land zijn geinventariseerd. In Drenthe is het aantal loopkevers sinds 1995 met bijna 75% afgenomen. Natuurmonumenten schrijft over "een grote aanslag op de kringloop van het leven". Het is meestal prettig als je in je eigen waarnemingen bevestigd wordt maar in dit geval is het iets waar je bedroefd van wordt. Want waar gaat dit heen! NM wijst de landbouw als hoofdschuldige aan, nergens in Europa worden zoveel bestrijdingsmiddelen gebruikt als in Nederland.

Op de hele natuur heeft de afname van het aantal insecten grote invloed. Het merendeel van de vogels eet ze, 80% van onze planten heeft ze nodig voor bestuiving, zwaluwen en vleermuizen zijn er van afhankelijk. Ik neem in mijn omgeving aan de Veluwezoom al een paar jaar waar dat er in de winter minder soorten vogels in de tuin komen, dit voorjaar hebben we geen enkel nestje in kasten en klimop. Dat is nog nooit voorgekomen. We zien nauwelijks mezen en de gierzwaluwen zijn er in de lucht boven ons dorp maar mondjesmaat. Uit onderzoek is gebleken dat in de lijfjes van gierzwaluwen maar liefst 5 soorten landbouwgif zitten. Het is onduidelijk hoe dat komt, dat kunnen ze ook tijdens hun trektochten elders hebben opgedaan.

Lieveheersbeestjes zijn er heel weinig, net als vorig jaar en hun larven heb ik nog niet gezien. Ze hebben een relatie met bladluizen. Vandaag nog heb ik de rozenstruiken bekeken. Ze zitten vol knoppen maar bladluizen zie ik er nauwelijks.

In bakken, potten en schalen waar water in blijft staan, zijn nu de larven van muggen zichtbaar. Ze zwemmen er rond, samen met de watervlooien. Ik heb ze maar met rust gelaten.

13 mei 2018

Als het geregend heeft, ga ik ons bescheiden gazon inspecteren en dat is niet voor niets. We hebben ontzettend last van naaktslakken, iedereen in mijn omgeving klaagt erover. De hele vorige zomer heb ik ze verzameld en verwijderd, desondanks zijn het er nu meer dan ooit. Schrikbarend veel. Vanmorgen heb ik 89 stuks bijeen gesprokkeld. Tegen de avond stond de teller op 136.

Allemaal zijn ze voorbestemd zo'n slijmerige grote bruine, zwarte of oranje naaktslak te worden. Geen stekje is veilig voor ze, planten worden afgevreten eer ze kunnen groeien. Wat deze beesten betreft lijkt het evenwicht in de natuur compleet verdwenen te zijn. Vijanden vertonen zich niet dus de slijmerds kunnen zich onbelemmerd voortplanten. Ik houd niet van bestrijdingsmiddelen maar je zou er bijna toe overgaan. Blauwe gifkorrels, schaaltjes met bier waarin ze verdrinken, ik vind het maar akelig. Ik word wel mismoedig van al dat spul. Nu ving in er 89 op het gras maar hoeveel zitten er nog wel niet tussen de planten. Op een website las ik dat je aaltjes kunt kopen die je met water in de gieter vermengen moet en over de borders sproeien. Prijs: € 52,-  voor 100 vierkante meter. Dat vind ik nogal wat. Ik troost me met wat ik lees op de betreffende site: momenteel niet leverbaar. Daar kun je je wel wat bij voorstellen!

Op mijn volkstuin zag ik dat de Koolschildwants (Euridema oleracea) druk is met de voortplanting. Verstrengeld in een paring sleept de een de ander eindeloos over de planten. Kleur maakt voor deze insecten niet uit, rood, groen of wit gestippeld, het zal ze een zorg zijn. Hun naam doet vermoeden dat ze het op de koolplanten voorzien hebben, ze zitten ook op allerlei andere onkruiden, vooral kruisbloemigen. Ik zie er heel veel op het Look-zonder-look.

Nu we toch bezig zijn met de kleine beestjes kan dit spinnetje er ook wel even bij. Ik zag het over de stengels van mijn favoriete phlox "Clouds of Perfume" rennen. Een heel mooi klein spinnetje met witte buik en zwarte rug. Dit is het mannetje van de Zwartrugrenspin (Philodromus dispar)., vrouwtjes missen de zwarte rug. Het is een fanatieke jager die zelfs rennend prooien achtervolgt. Een web bouwen behoort niet tot zijn mogelijkheid maar deze snelle spin dopt uitstekend zijn boontjes zonder zo'n vangnet, dankzij zijn felle jachttechniek. Ook al geef je je ogen elke dag de kost, steeds weer ontdek je nieuwe beestjes die je nog nooit eerder gezien hebt. Dat maakt dat het een never ending ontdekkingstocht door de natuur is. De renspinnen behoren tot de familie Krabspinnen en zijn als zodanig herkenbaar door hun twee voorpoten die langer zijn dan de rest en die de spin in rust voor zich uitgestoken houdt. Met de "palpen" aan de voorkant kan de spin zijn omgeving aftasten.

12 mei 2018

In alle vroegte ging ik al naar mijn volkstuin waar het onkruid feest vierde. Door allerlei werkzaamheden in en rondom ons huis was ik er nog nauwelijks geweest. Mijn hart maakte een sprongetje toen ik, wiedend en zittend tussen de letterlijk en figuurlijk niet te stuiten "wilde planten" een Sint-Jacobsvlinder verstoorde. Twee jaar geleden had ik een plant van het  Jacobskruiskruid in mijn lapje grond gezet, vorig jaar stonden er twee en tot mijn verbazing zaten die vol met rupsen van de Sint-Jacobsvlinder. Dat was niet alleen heel leuk te ontdekken, het bewees ook hoe natuur kan terugkomen als je maar kansen creert! Het kruid wordt overal te vuur en te zwaard bestreden omdat paarden er ernstige leverschade door kunnen oplopen als het in gedroogde toestand in het hooi terecht komt. Maar tegenwoordig worden de planten echt overal vernietigd, ongeacht of er al dan niet paarden lopen. Dat komt overeen met het uitroeien van een plant en dat is bij de wet verboden.

Paarden eten niet van de planten, ze "weten" dat ze dit onkruid moeten mijden. Wordt er niet gehooid op een landje, waarom zou je de planten dan bestrijden! Onze manier van omgaan met de natuur heeft er toe geleid dat ongeveer 75% van de insecten uit Europa verdwenen is. Daar wordt niet vaak genoeg bij stilgestaan. De verstoring van biotopen, de verdroging en verzuring, maar vooral de intensieve landbouw heeft deze ramp veroorzaakt en nu maken biologen zich er zorgen over. Heel langzaam begint het besef door te dringen dat het zo niet langer kan.

Wij kunnen er als tuinliefhebbers ook iets aan bijdragen. Vooral op mensen met een grote tuin doe ik een beroep: graaf eens een jonge plant van het Jakobskruiskruid uit en zet die in je tuin. Geniet vervolgens van de prachtige rupsen en het jaar erop van de schitterende vlinders die in je tuin rondvliegen. De vliegperiode is lang: van het voorjaar tot half augustus. De voortplanting in mijn kleine volkstuin is het bewijs dat het helpt!

Zo ziet het kruid er momenteel uit, het blad is krullerig, als bij boerenkool. Probeer wel diep uit te graven om de penwortel niet te beschadigen.

De Sint-Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) is voor het voortbestaan geheel afhankelijk van het gelijknamige kruid. Maar dat niet alleen, 40 soorten insecten doen dat ook.

11 mei 2018

Op de vensterbank had ik een takje van de Tartaarse struikkamperfoelie (Lonicera Tartarica) gezet en naderhand lag die vol met zwarte korrels. Nou dan weet je het wel: daar moet een rups in zitten. Die beesten vreten als een gek want ze moeten meerdere keren vervellen eer ze een vlinder worden. Ik moest wel even heel goed zoeken eer ik de boosdoener vond. Het bleek een rupsje van een centimeter groot en ik had geen idee hoe de naam was. Gelukkig zijn er de specialisten van Waarneming.nl die je bereid zijn te hulp te schieten en al snel kreeg ik antwoord: de Tweestreepvoorjaarsuil  (Orthosia cerasi).

De Tartaarse kamperfoelie werd in 1845 door plantenliefhebbers vanuit China naar Amerika meegenomen en wordt daar nu beschouwd als "highly invasive". Niet alleen mensen zwermen uit over de wereld, ook planten. Liefhebbers willen altijd meenemen wat ze thuis niet hebben en zo kon de kamperfoelie zich over gans Amerika verspreiden. Bij ons wordt hij door kwekers verkocht en behalve in tuinen ook in het openbaar groen aangeplant. Zo kom ik er aan. Ik plukte een paar takjes toen ik bijna 20 jaar geleden mijn kleinzoon naar de peuterspeelzaal bracht en viel voor de mooie bloei van deze kamperfoelie.

10 mei 2018

Als je bij grote wateren loopt, hoor je de groene kikkers al van verre kwaken. Omdat wij nu een eigen exemplaar in onze vijver hebben, zocht ik eens op hoe lang de paartijd van deze lawaaischoppers duurt. Ik las dat het doorging tot in juni..... Nee toch! Als onze Sjors zijn geluidboxen op volle sterkte zet gedurende de nacht, is het of hij in de slaapkamer zit. De laatste nachten sloot ik daarom het raam en dat was niet prettig met die hitte die we hadden.

Onze eenzame Sjors is wel een aparte verschijning die je aan de bosrand niet meteen verwacht daar het een amfibie is dat doorgaans schaduwloze plassen opzoekt. Aan die eisen voldoet onze vijver niet, die heeft maar een deel van de dag zon. Er wordt op het internet veel geklaagd over kwakende kikkers: "hoe krijg je ze weg, het is verschrikkelijk:". Enige antwoorden: verwijder het dril, maak een fontein in je vijver, Dik Trom ving ze met een rode lap aan een hengel, doe het buitenlicht uit, dat werkt op kikkers als een magneet, vang ze door er zo'n urinepotje uit de apotheek over te zetten. Mag je eisen dat iemand zijn vijver dempt als de geluidsnorm wordt overschreden? Kun je de Rijdende Rechter inschakelen? Een van de adviezen: probeer het eens met oordopjes, waarop de vragensteller vroeg: maar hoe moet ik die dan in de kikker krijgen?  Kikkers zijn beschermd, je mag ze niet vangen of vervoeren. Ik vrees dat dit verbod op grote schaal wordt genegeerd.  Voorlopig probeer ik het maar met oordopjes en een open raam.

Een van de eerste bloemen die ik zaaide toen we hier kwamen wonen, was de Akelei. In allerlei kleuren, de tuin stond er jarenlang vol mee. Maar langzamerhand begint dat te minderen. Ik ga ze maar weer eens opnieuw zaaien.

Meer nog dan de blauwe ziet de witte akelei er uit als een groepje duifjes dat in vergadering bijeen is. Al die aparte vormen en kleuren van bloemen zijn, als je er bij stilstaat, toch iets wonderbaarlijks? En wat een werk is het geweest van vroegere biologen om al die soorten en families bij elkaar te zoeken, namen te geven, te onderzoeken door welke insecten ze worden bevlogen. En nog altijd gaat dat door.

9 mei 2018

Een stralend blauwe lucht en een zomerse temperatuur, wat wil een mens nog meer, zou je denken. Ik vraag me echter wel af wat dit wisselende weer voor gevolgen heeft op de natuur. In het bos laten rupsjes van de Kleine wintervlinder zich aan draadjes omlaag zakken uit de boomkronen om in de bodem te gaan verpoppen. De rupsenpiek zal dus voorbij zijn als meesjes hun jongen gaan grootbrengen, voor zover dat nog niet gebeurd is. In de tuin beginnen de bloemen van de Zpherine Drouhin te ontluiken. Deze doornloze klimroos geurt heerlijk. Vanmorgen zag en hoorde ik in de lucht boven ons dorp voor het eerst een groep gierzwaluwen. Eindelijk!

In het besef dat dit misschien voorlopig de laatste warme zomerdag van de lente is, moet je die natuurlijk, indien mogelijk, volop gebruiken. Vanwege de warmte zijn dan de bosrand en de waterkant favoriete plekken. De plassen zitten vol leven nu. Hier een gezin Meerkoet (Fulica atra). Moeders heeft vier jongen dus die moet ze zonder al teveel stress kunnen grootbrengen. Als dat lukt tenminste. Van de jonge meerkoeten sterft 80% al in de eerste zomer en van de resterende jongen haalt maar de helft het volgende jaar. Ratten, grote vissen, grote vogels, alle lusten graag zo'n jonkie. Daarom is het maar goed dat deze watervogels zoveel jongen krijgen.

In schone, langzaam stromende wateren van goede kwaliteit bloeit de Waterviolier (Hottonia palustris) uit de Sleutelbloemfamilie. Het geslacht Hottonia werd indertijd door Linnaeus vernoemd naar de Leidse hoogleraar in de botanie P. Hotton (1648-1709). Palustris betekent moerasbewonend. Altijd leuk om iets over de herkomst van namen te weten. Op de nectar die de bleeklila bloemen produceren komen veel zweefvliegen af.

Ganzen hebben het op vele plekken in ons land niet plezierig. Massaal worden ze afgeschoten omdat ze zo dom zijn neer te strijken op vetgemeste groene graslanden die niet voor hen bedoeld zijn. Helaas weten ze dat niet. Deze ganzenmoeder brengt haar kuikens groot in een ongerept gebied, wat een geluk. Met zachte klokkende geluidjes voert ze haar jongen weg van mij, potentieel gevaarlijk mens. Wist ze maar dat ik ze een goed hart toedraag en van ze geniet.

8 mei 2018

Afgelopen zondag zag ik aan de oever van een plas mijn eerste Gele lis (Iris pseudacorus)  in bloei staan. Bij deze bloemen is fraai het honingmerk te zien op de bloemdekslippen. Het fungeert als een wegwijzer voor insecten als hommels en zweefvliegen die voor de bestuiving moeten zorgen.

Op een bospad was een sluipwesp de strijd aangegaan met een grote vlieg die het moest afleggen tegen de aanvaller. Ik beschouw het als een foutje in de schepping, de gruwelijke manier van voortplanting die de sluipwesp erop nahoudt. Het vrouwtje steekt haar legboor in het lichaam van een ander insect en legt daar haar eitjes in. De larven die er uit komen slopen hun slachtoffer  door die op te vreten, van binnen of vanaf de buitenkant. Het is afhankelijk van de soort sluipwesp hoe e.e.a in zijn werk gaat. Sluipwespen vormen een kwart van de insecten, je kunt ze dus niet missen. Van klein tot groot, ze gaan allemaal op dezelfde wijze te werk.

Er zijn momenteel steeds meer witjes te zien, soorten uit dezelfde familie: koolwitjes, geaderde witjes, maar ook gekleurde exemplaren als o.a. Citroenvlinder en Oranjetipje. Dit is het Geaderd witje (Pieris napi). Het vliegt van april tot september in drie generaties. De vlinder is niet schadelijk, dat is eigenlijk alleen het Koolwitje dat in mijn volkstuin niet welkom is maar zich daar niet aan stoort.

Een Citroenlieveheersbeestje (Psyllobora vigintiduopunctata) in opa's hand. Een van de kleine soorten en met een mooi, fel kleurtje. Lieveheersbeestjes staan er om bekend dat ze bladluizen eten maar er zijn ook soorten die er andere leefwijzen op na houden. Dit kevertje voedt zich met  meeldauwschimmels. Het insect wordt ook wel 22-stippelig lieveheersbeestje genoemd, wat in de naam al verborgen zit.

6 mei 2018

Ze worden plaatselijk al wel gemeld maar in de blauwe lucht boven de Veluwezoom heb ik nog geen Gierzwaluw gezien of gehoord. Ze zijn aan de late kant dit jaar. Dat kan komen door de weersomstandigheden onderweg. Ze komen uit hun overwinteringgebied in Afrika, vliegen over Frankrijk naar ons toe. Wonderlijk eigenlijk dat zulke kleine vogels tweemaal per jaar deze lange en gevaarlijke reis ondernemen om hier slechts in een paar maanden de voortplanting te bewerkstelligen. Al in augustus vliegen ze weer terug naar het zuiden. Elk jaar zie ik er minder door de lucht scheren....

De raven zijn volop aan het vliegen en we horen ze aldoor roepen naar elkaar. Het zijn indrukwekkende vogels, slim, sociaal, ware vliegkunstenaars. Ze doen het weer goed nadat ze in de periode 1969 - 1992  geherintroduceerd werden nadat ze door bestrijding uit het land verdwenen waren. Op de Veluwe begon toen hun victorie en vandaar hebben ze zich langzaam verder over het land verspreid. Nergens echter zijn ze talrijk. Nooit zie je ze ergens zitten, ze leven voor de mens in het verborgene, alleen hun geluid verraadt hun aanwezigheid. En zie hoe ze vliegen, omhoog cirkelend tot ze in een paar seconden nog maar een stipje aan de hemel zijn. Ze hebben een spanwijdte van 1.20 meter, fantastisch!

We waren er aan gewend dat merelouders hun jongen na het uitvliegen bijna altijd naar onze tuin lokten. Die is behoorlijk gevuld met opgaand groen en wordt blijkbaar als "veilig oord" gezien. Dus ook zagen we altijd vader- en moedermerels met bedelende jongen achter zich aan hippend. Maar dit jaar niet. Het is overduidelijk wat het nare usutuvirus met deze vogels gedaan heeft. Hopelijk zullen ze in staat zijn veel jongen groot te brengen want wie zou deze vogels nou willen missen!

Tot nu toe is het een vreemd en merkwaardig seizoen. Geen enkele nestkast in de tuin bezet, geen nesten in de klimop; merel, mezen, zanglijster, heggenmus, ze waren er altijd maar dit keer is er geen nest te bekennen. Misschien is er toch nog hoop. Twee weken geleden verhuisde ik deze nestkast naar een plekje dicht in het groen. Sinds een week zie ik er een paartje pimpels maar ze gedragen zich zo vreemd. Ze vliegen in en uit de kast, zitten er voor, vliegen weer een boom in, dan weer terug in de kast en dat gaat elke dag door. Ze brengen geen stoffering in de kast maar zitten er soms samen een tijdje in, heel merkwardig en ongewoon. Vanmorgen zag ik hoe het vrouwtje met trillende vleugels het mannetje verleidde. Dat lukte en een paring volgde. Wie weet neemt dit koppeltje genoegen met het mos dat een pimpelmees tijdens de vorige warme periode in de kast bracht. Na de koude-inval hield die het voor gezien. Of misschien is dit wel diezelfde pimpelvrouw. Hoe dan ook, het ziet er naar uit dat er wel eitejs zullen volgen. Ik blijf het volgen, het is net een natuurboek met meerdere hoofdstukken.

4 mei 2018

Hier zijn er dan toch een paar: insecten. Dit minuscule vliegje trok mijn aandacht doordat het in een razend tempo rond rende op een rodgersiablad. Het was daardoor bijna niet te fotograferen en deze was nog de beste van mijn pogingen. Ik probeerde een naam te vinden en kwam uit bij Breedvoetvliegen die hun naam danken aan hun brede achtervoetjes. Maar ik kon geen duidelijke foto's vinden, dus het vliegje kan best een andere naam hebben hoewel de vleugeltekening aardig overeenkomt. Insecten hebben vaak prachtige vleugeltjes, elke soort met weer een ander aderpatroon.

Je zou verwachten dat dit een hommeltje was maar het is een vlieg, ondanks zijn mooie bontjas. De Gewone hommelzwever (Bombylus major) zie je veel in tuinen en parken en is daar ook vrij algemeen; in de noordelijke provincies wordt hij nauwelijks gezien. De vlieg heeft ook mooie vleugels, de bovenrand is donker gekleurd. Met zijn lange steeksnuit is dit insect uitstekend uitgerust om nectar uit bloemen te peuren. In de lucht kan de zwever doodstil hangen en voor de bloemen doet hij dat ook.

Op mooie ontluikende blaadjes van een roos zat dit paartje Schaakbordlieveheersbeestje (Propylea quatuordecimpunctata). Wat een naam voor zo.n kleine soort. Dat er aan de voortplanting gewerkt wordt loopt mooi synchroon met het verschijnen van de bladluizen want die worden massaal door de larven van dit kevertje verorberd.

Ook al zo'n mini-insectje. Ik herinner me dat ik ze als kind al zag lopen over muurtjes e.d. in onze tuin. De Roofmijt is in een knalrood beestje en z'n lijf heeft de vorm van een peer. Het is dat de kleur ze verraadt anders zouden ze niet eens worden opgemerkt. Ze voeden zich met alle stadia van Spint en wordt daarom graag ingezet in kassen om daar de planten te ontdoen van spintmijten, diens larven en eieren.
Correctie:  Een insectenkenner maakte mij er op attent dat dit niet een Roofmijt maar een Fluweelmijt (Frombidium holosiciceum) is. Deze leeft van insecteneitjes die worden leeg gezogen, de larven parasiteren op andere insecten als spinnen en hooiwagens. Het blijft een lastig en moeilijk onderwerp, het benoemen van allerlei kruipers en vliegertjes.

Al een paar dagen vliegt er een Hoornaar (Vespa crabro) door onze tuin. Zo vroeg zag ik de koningin niet eerder, meestal is dat in de zomer. Ze leek belangstelling te hebben voor een ongebruikt nestkastje maar dat blijkt gelukkig niet zo te zijn. Ik vind ze prachtig, maar een heel nest  lijkt me toch niet zo prettig, al schijnt het dat een nest hoornaars in je tuin minder vervelend is dan een wespennest. Als je ze niet lastig valt, zijn het heel rustige beestjes, heb ik gemerkt.  In deze tijd is het vrouwtje op zoek naar een goede plek om een nest te bouwen. Net als de gewone wesp is dit een papierwesp, met fijn gekouwd materiaal bouwt de Hoornaar een schitterend maar flinterdun nest van broedcellen. De Hoornaar had dorst, daalde op de vijver neer en leste zijn dorst. Alles, ook het water ligt onder een laag stuifmeel.

2 mei 2018

Ik liep tussen het geel gekleurde grasland en een waterplas. Het klinkt misschien zeurderig maar weer zag ik geen insecten op de paardebloemen. Echt helemaal niets. De zon scheen, het was behaaglijk, waar in hemelsnaam zijn toch die insecten?

Je ogen zijn onvoorstelbaar mooie en ingenieuze zintuigen. Wat je daarmee waarneemt, kun je nooit helemaal vangen in een foto. Het is zo mooi te zien hoe wat boven de grond staat zich spiegelt in het water dat blauwgekleurd wordt door de hemel die er in weerkaatst. Natuurlijk had ik een filter op mijn toestel moeten doen maar dat had ik niet bij me...

Het Fluitekruid (Anthriscus sylvestris) staat weer als schuimende kragen langs de wegen. Het geeft zo'n echt voorjaarsgevoel waar je blij van wordt. Vroeger, toen kinderen nog veel buiten waren, wisten ze nog dat je van de stengel een fluitje kon maken. De komst van internet en mobiele telefoon heeft jonge kinderen veel ontnomen. Zou dat ooit nog anders worden?

In onze tuin zag ik zowaar een van de vele goudwespen. Prachtige insecten en heel klein, die zich voeden met honing. Eitjes worden gelegd in nesten van solitaire bijen en wespen. Ze komen heel snel uit en de larven eten dan het aanwezige voedsel op maar ook de larven van de onvrijwillige gastheer. Echte parasieten zijn het, die jonge kleurrijke minkukels!

Met de komst van Sjors de Groene kikker in onze vijver is een lang gekoesterde wens uitgekomen. Er zijn mensen in de buurt die dagenlang bezig zijn die kabaalmakers uit hun vijver te vangen om ze te deporteren naar het kanaal in de buurt, maar ik ben er blij mee en kan enorm genieten van dat gezellige gekwaak.  Het is voor het eerst in het ongeveer veertigjarige bestaan van onze vijver dat er een groene kikker verschenen is. Was vroeger de groene kikker een aparte soort, tegenwoordig is dat niet meer zo. Nu moeten we rekenen met de indeling "poelkikker, meerkikker, bastaardkikker". Dit zou best eens de Meerkikker kunnen zijn: donkergrijze kwaakblazen, bruine vlekken en een olijkfkleurig groen.

1 mei 2018

Het was wat te pessimistisch om te beweren dat het bos haar frisse lentekleur al kwijt was. Dat heel felle gifgroen is er wel af maar nog altijd ziet het blad er heel aangenaam uit, zoals in deze nog tamelijk jonge beukenlaan waar de stammen nog niet zijn ontdaan van de onderste takken. Heerlijk om hier te lopen.

Onder een struik zag ik deze bloemen van de Dagkoekoeksbloem (Lychnis), ze waren opvallend donkerrood. Zou dat komen doordat ze door hun wat beschaduwde plek minder zonlicht vangen? Ze zijn wel heel mooi zo, aansprekender nog dan het fletsere rood dat ze doorgaans vertonen. Temperatuur oefent ook invloed uit op de intensiteit van kleuren.

Vlinders moeten niets hebben van het weer dat de laatste dagen met regen en wind gevuld zijn. Ze kruipen weg onder het gebladerte en wachten tot het weer beter wordt. Het weer lijkt wel een jojo, aldoor die afwisselingen tussen zacht en dan weer kouder weer. Hoe zou het gaan met de broedende vogels? Nog steeds zie ik maar heel weinig insecten. Dagelijks loop ik door de tuin en speur ernaar op de vele bloeiende planten maar er is weinig te ontdekken.

Judaspenning (Lunaria annua) is een plant uit de kruisbloemfamilie, Naast de tweejarige (eerste jaar plantvorming, tweede jaar bloei en zaad) bestaat er ook een vaste soort: Lunaria rediviva ofwel Welriekende judaspenning. De toevoeging rediviva betekent herlevend. Ook deze Judaspenning had, net als de Koekoeksbloem hierboven, wat feller gekleurde bloemen, ook heel mooi. Opvallend is dat de witte variant van J. annua minder vast blijkt dan de paarse.

De zaden van Judaspenning verklaren waarom de naam gekozen is. Ze doen wel wat denken aan een munt / penning. Een van de vele legendes verhaalt over Judas die na zijn verraad van Jezus zijn beloning kreeg in de vorm van zilverlingen. Uit spijt en schaamte over zijn daad gooide hij die verre van zich en waar ze vielen groeiden planten met zaaddozen die de vorm van munten hadden. De zaaddoos begint wat ovaal maar wordt uiteindelijk rond en tussen de groene vliezen zit een zilveren vliesje waar de zaden op zitten. Omdat ze zoveel te zien zijn, wordt vaak gedacht dat dit een wilde plant is. Hij is inderdaad wel "verwilderd" de zaden van deze oorspronkelijke tuinplant verspreidden zich ook daarbuiten.

30 april 2018

Eind april, de kievitsbloemen bloeien al weken, het bos heeft z'n prille tere voorjaarskleuren bijna alweer verloren, eiken bloeien, beuken komen in blad, de natuur is in haastig tempo bezig ons te doen vergeten dat de lege seizoenen echt helemaal voorbij zijn. Als ze ons nu ook maar late nachtvorsten bespaart want dat is nog steeds mogelijk en daar moet je niet aan denken.

Waterplanten stuwen vanuit de donkere diepte van plassen hun nieuwe bladeren omhoog. Dat is een mooi gezicht, een onmiskenbaar teken van nieuw leven. Waterlelie, Gele plomp, Krabbescheer, , ze laten de kracht zien van het hernieuwde leven in het voorjaar.

Nu er een plens regen gevallen is staan mannen van de groenvoorziening op de vroege ochtend ons leeggehaalde perk langs de straat in te planten nadat er eerst een lading nieuwe grond is opgebracht. Daar hebben de kauwtjes grote belangstelling voor. Met een hele groep zijn ze er neergestreken om materiaal voor hun nesten op te halen. Een heel leuk gezicht, kauwen zijn zulke vermakelijke vogels, onbegrijpelijk dat mensen aan deze vogels een hekel kunnen hebben.

In de tuin zie ik een schrikbarend aantal naaktslakken. Van die grote oranje exemplaren in wording. Bij toeval ontdekte ik hoe je er een aantal van kunt verzamelen zonder er zelf actief naar te zoeken. Door de wind was een stuk dakbedekking van het vogelhuis afgewaaid en in de border terecht gekomen. Toen ik dat oppakte zag ik dat het vol jonge slakken zat. Die kruipen blijkbaar graag ergens onder in de nacht. Waar je ook iets neerlegt, het levert een hele verzameling van deze ongewenste plantenverwoesters op.

27 april 2018

Wat bloeit er al veel! En dat allemaal in april! Het geurende Maarts viooltje (Viola odorata) wordt soms ook gerekend tot de stinzenflora. Het groeit niet overal in ons land. Uit dfe bloemen wordt een heerlijk geurende olie gebruikt voor in parfum.

Daslook (Allium ursinum) is er een iot de familie Look, wat ui betekent.  Daslook is een beschermde plant. Waar hij zich goed kan uitbreiden staan er vaak zoveel dat je van verre de uienlucht al ruikt.

De Rode paardenkastanje (Aesculus x carnea) is een in het wild ontstane kruising tussen de Witte paardenkastanje en de Paviakastanje. De laatste heeft anders uitziende bladeren. Gewoonlijk bloeit de rode pas in mei maar nu staan beide tegelijktijdig in bloei. Het is een prachtige boom, vooral als hij volwassen is en mooi uitgegroeid.

De Boshyacint (Hyacinthoides non-scripta) is ook een stinzenplant. Deze categorie planten bloeien eer de bomen in blad komen zodat ze kunnen profiteren van het licht dat er dan nog valt op de bosbodem. Maar momenteel staan de bomen al flink in blad, het loopt dus allemaal nauwelijks synchroon dit jaar. Er bstaat een Engelse en een Spaanse Boshyacint. De eerste heeft smaller blad dan de tweede. De bloeiende plant lijkt  op de Engelse Blue bell maar dat is niet zo vreemd omdat het een kruising is tussen de Engels en de Spaanse soort. De Boshyacint is voor verwildering ook aardiger in een tuin.

De Welriekende Salomonszegel (Polygonatum odorata) kan ongeveer 50 cm hoog worden en is een van de vier soorten die in ons land voorkomen. De plant  groeit onder bomen, dus op schaduwrijke plekken.  Salomonszegel is familie van het Lelietje-van-dalen en is even giftig. Maar ach, er zijn maar weinig mensen die weten hoeveel giftige planten er van nature groeien en misschien is dat maar goed ook.
Er ontstond twijfel over de benaming van de Salomonszegen en na wat gezoek moet het hier gaan om de Tuinsalomonszegen, een spontane kruising tussen de Gewone en de Welriekende plant.

25 april 2018

Dat was een leuke vondst gistermiddag: in de tuinbodem zaten drie van deze vlinderpoppen. Er in ontwikkelt zich de nachtvlinder Dennenpijlstaart (Sphinx spnastri). Dat doet een leuke herinnering herleven. Ik zal er wat van laten zien.

Een paar jaar geleden bracht een vriendin mij een tomaatje met eitjes erop. Misschien vind jij het leuk dit te fotograferen, zei ze. Ik was meteen "in", maar dan ook helemaal. Dat betekende uitkweken! Al heel snel kwamen de eitjes uit en ik zag piepkleine rupsjes. Zulke rupsjes moeten meteen kunnen eten anders gaan ze snel dood, maar ik wist niet wat ik ze moest geven. Snel deed ik een oproep op het internet en al even snel volgde de verlossende informatie. Uit Frankrijk nota bene! "Wat leuk, dit zijn rupsjes van de Dennenpijlstaart", was het antwoord.

Snel knipte ik wat takjes van de dennen die hier aan de overkant stonden en legde die in de bak waar ik ook de rupsjes deed.  Die begonnen meteen te eten. Intussen waren er helaas al een paar rupsjes gesneuveld. Bij elke vervelling zagen ze er wat anders uit, ontzettend leuk om te volgen. En online deed ik verslag van mijn belevenissen. Toen de rupsen groot genoeg waren, heb ik ze na hun laatste vervelling in een van de dennenbomen gezet. Op hoop van zegen!

En dit is de nachtvlinder die er na de verpopping verschijnt. Een week geleden zijn die dennen aan de overkant gekapt. Ze stonden in een oerlelijk perkje dat een opknapbeurt gaat krijgen. Dat zal een hele verbetering worden alhoewel het natuurlijk wel jammer is dat ik waarschijnlijk deze poppen in onze tuin niet meer zal aantreffen.

24 april 2018

Voor het eerst in het lange bestaan van onze vijver, heeft er geen kikkerbalts plaatsgevonden dus ligt er ook geen dril. Bij navraag in mijn omgeving is dat bij meerdere vijvers het geval geweest. Ik weet het niet hoor, maar het geeft mij een onbehaaglijk gevoel, want waaraan zou dat nu kunnen liggen! Salamanders zijn er wel weer en het is een mooi gezicht ze zo rustig door en over de waterplanten te zien glijden.

Bij het zien van die Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) voel ik altijd ontzag voor wat er zich in zo'n lijfje kan afspelen. Zowel te kunnen leven als waterdier alsook landdier, je ogen te  kunnen aanpassen aan de omstandigheden, net als je manier van ademen, het vermogen reparaties aan je lijf te kunnen verrichten, zoals ogen of ledematen vervangen. Het is toch ongelooflijk?

Op een vreemde maar grappige tulp landden zowel de Oranjetip als een bijtje, hoewel de bloem nog compleet dicht was. Toevallig was onze kleinzoon even hier en hij sprak zijn verbazing uit over het feit dat een tulp uit de grond kwam met blad en bloem, vervolgens geheel verdween en het jaar erop weer datzelfde kunstje flikte. Voor mij natuurlijk weer een mooie gelegenheid hem uit te leggen hoe de natuurlijke vermeerdering en herbloei van bolletn in z'n werk gaat. En hij vindt dat nog leuk ook om te horen.

Op de zonnige gistermorgen stond ik met iemand van mijn volkstuin te kijken naar de zee van paardenbloemen die langs het toegangspad bloeiden. We verbaasden ons erover dat er geen insect op al die bloemen te zien was terwijl het weer toch zo aangenaam was. Na heel veel zoeken vonden we zegge en schrijve n vliegje. Kijk, dat is nou ook zo vreemd, die afwezigheid van insecten, terwijl het voorheen altijd wemelde van leven op die bloemen.

23 april 2018

Gisteravond kwam om 18.00 uur precies een einde aan het prachtige en heerlijke weer waar we met z'n allen enorm van genoten hebben. Maar nog nooit eerder was het op deze dag in april zo groen buiten. Ik hoopte op een nuttige hoeveelheid regen maar het stelde allemaal niets voor.

Opeens zag ik vanmorgen het blad aan de Komkommerstruik (Decaisnea fargesii) zitten terwijl daar gisteren nog een donkere knop zat. Niet te geloven! Deze struik kreeg ik een paar jaar geleden van een tuinmaatje, de blauwe komkommerachtige vruchten heb ik er nog niet aan gezien. Maar eigenlijk staat hij op een wat ongunstige plek met teveel concurrentie. Ik wacht maar af wat hoe de ontwikkeling verder gaat.

Aan het nerveuze zoekgedrag van de mezen die elk plantje uitpluizen op zoek naar kleine insectjes is het wel duidelijk, ze hebben jongen. Zowel pimpel- als koolmezen zie ik druk zoeken. Maar is er wel voldoende voedsel aanwezig, dat is de grote vraag. De vogels zoeken op de gekste plekjes, zoals onder de knop van een plantenstandaard.

Een netje met pinda's dat ik bij wijze van uitzondering opgehangen had en vergeten was weg te halen heeft ook volop belangstelling van de mezen. Nu het regenachtig weer gaat worden en de pinda's nat en vies worden, zal ik het maar snel verwijderen.

Ik ben benieuwd wat de conclusies zullen zijn van dit bijenzoekweekend. Hoewel er al heel wat in bloei staat in onze tuin, heb ik toch niet veel bijen en hommels gezien. Ik zag wel dit solitaire bijtje zitten op de Lathyrus vernus maar het liet zich niet goed genoeg zien om te kunnen vaststellen welke het was. Misschien het zandbijtje met de naam Vosje, dat vliegt momenteel. De bij had veel oranje beharing op het borststuk maar de rest van de rug zou hetzelfde beeld moeten geven en dat kon ik helaas niet goed zien omdat het insect weg vloog.

22 april 2018

De morgen ziet er veelbelovend uit, de hemel is stralend blauw, de vogels zingen en de temperatuur is voorlopig de laatste die een zomerse waarde haalt. In de houtwallen van het agrarisch gebied bloeit de Zoete kers (Prunus avia), de voorouder van onze gecultiveerde kersenbomen. Deze inheemse boom is een niet veeleisende soort en wordt verspreid door vogels die de kersen eten en de pitten elders achterlaten. Archeologen stelden aan de hand van restanten van deze boom vast dat die al in het Neolithicum (v.a. 11.000 voor Christus) in Europa groeiden.

Dit is het moment om op zoek te gaan naar de Vuurwants (Phyrrocorus apterus). Deze wantsen kunnen niet vliegen en leven in groepen. Soms komen ze massaal voor, zoals in een straat vol Lindebomen waar ik ze elk voorjaar zie. De wantsen brengen twee generaties per jaar voort. Ze leven van plantensappen maar zuigen ook  insecten leeg. Uit het plantensap maken de wantsen een bijzonder gif dat een zeer sterke antibacterile werking heeft. Daarom wordt er in laboratoria veel onderzoek naar gedaan. De volwassen dieren overwinteren onder boomstronken, stenen enzovoort. De vrouwtjes scheiden lokstoffen af waar de mannetjes op afkomen. De paring duurt buitengewoon lang, tot soms wel een week. Verondersteld wordt dat dit instinctief gebeurt om te voorkomen dat ook andere mannetjes met hetzelfde vrouwtje paren.

De tuin staat boordevol Speenkruid (Vicaria verna) en af en toe heb ik de neiging er wat van weg te trekken. Dat heeft weinig zin omdat de steeltjes daarbij afbreken en de speenvormige wortelknolletjes onder de grond blijven zitten. Zowel de knolletjes onder de grond als die welke in de oksels van de bladeren worden gevormd, zorgen voor de verspreiding van de plant. Logisch dus dat je tuin er hoe langer hoe voller mee komt te staan. De bloemen zorgen met hun vrolijke felgele sterretjes voor een vrolijke boel en na de bloei verdwijnt het groen en trekken de planten zich bescheiden terug. Dus ach, maak je er maar niet druk om als ze je tuin tijdelijk in beslag nemen. Het is niets in vergelijk met het niet uit te roeien Zevenblad.

Vandaag kan er in tuinen nog een uurtje besteed worden aan het tellen van bijen. Informatie is zeer welkom bij de onderzoekers, want het gaat al jaren heel slecht met dit  insect dat voor mens en natuur van groot belang is. Waarnemingen kunnen worden ingevoerd via de informatieve website www.nederlandzoemt.nl  Hier zie je ook hoe je moet tellen en welke soorten er zijn.

Het hoort niet echt hier thuis maar ik vermeld het toch maar even. Wie een hekel heeft aan groene aanslag op de buitenpaden, terrassen e.d. wordt gewaarschuwd voor het bestrijdingsmiddel Green Boots dat verkocht wordt bij Action. De geconcentreerde vloeistof bestaat uit een hoeveelheid gif die zowel voor mens als dier gevaarlijk is omdat het direct zorgt voor verbranding van levende cellen zodra mens of dier het binnenkrijgt. De universiteit van Utrecht deed er onderzoek naar en gaf deze waarschuwing uit: het is absoluut gevaarlijk voor mensen. De commontie ontstond door meldingen van katten die ermee in aanraking kwamen. Niet gebruiken dus, deze troep.

21 april 2018

De Zoogdiervereniging meldt dat er in de Veluwezoom geen muis te vinden is in bos of hei. Dat betekent dat uilen, buizerds, torenvalken maar ook zoogdieren als marters e.d. geen mogelijkheid hebben om hun jongen groot te brengen. Het kan zelfs zo zijn dat roofvogels niet eens eieren leggen. De vereniging plaatst al sinds 2008 vallen in de bossen van de Veluwezoom en nog nooit eerder zat er zoals dit keer niet n muis in de 360 uitgezette vallen. Hetzelfde doet zich voor in de heidegebieden hier. Oorzaak is de afwezigheid van eikels en beukennoten, hetzelfde feit dat ook zoveel zwijnen het leven heeft gekocht.

Vanmiddag zat dit kauwenpaartje op de schoorsteen van een huis in de buurt. Aan de borstveren van het rechter exemplaar zou je kunnen aflezen dat dit een vrouwtje is en dat ze op de eieren zit maar even een uitstapje maakt met manlief. Of zouden dat slechts menselijke gedachten zijn?

De natuur ontwikkelt zich in deze warme week zo extreem snel dat ook onze Krentenboom maar een paar dagen in bloei heeft gestaan. Meteen met de bloesem verscheen het blad dat groeide als kool. Nu is de boom alweer alle bloesem kwijt. Hij bloeide dit jaar twee weken vroeger dan vorig jaar.

Voor de vlinders moeten dit ook moeilijke weersomstandigheden zijn. Allerlei planten hebben momenteel zo'n korte bloeitijd dat de Oranjetip misschien wel niet eens tijd genoeg krijgt om zich voort te planten en eitjes te leggen op de kruisbloemigen, waarop dan ook de rupsen zich moeten kunnen ontwikkelen. De ontwikkelingen gaan gewoon te snel, je valt van de ene verbazing in de andere. In onze tuin staat een vaste Judaspenning, twee dagen geleden was die alleen maar groen en nu staat hij sinds gisteren al totaal in bloei. En zo gaat het met alles. Tulpjes geven het na een paar dagen al op, bloesem van Magnolia valt al uit, eigenlijk is het helemaal niet leuk.

20 april 2018

Vanuit ons raam kun je 's avonds zien hoe de lucht rood kleurt als de zon onder gaat. Het is het moment dat manlief het nieuws op tv wil zien maar dan schijnt het zonlicht nog net door het raam en precies op het tv-scherm. Dus wil hij het rolgordijn laten zakken terwijl ik juist de rode avondhemel nog zo graag even wil zien. Dus dan maar even de tuin in met de camera om er een plaatje van te schieten.

Een paar dagen hadden we een Vink in de tuin die opmerkelijk mak was en vrolijk rond hipte over het gras en op het terras waar wij zaten. Dat was vreemd en dus zou er wel iets mis zijn met deze vogel. Hij zag er ook nogal vreemd uit met dat ingevallen borstje en die brede vleugelpartij. Maar zo op het oog kon ik er verder toch niets vreemds aan ontdekken.

Tot hij weer een keer vlak voor mijn voeten zat: de vinkenman was een geringde vogel en aan n oog blind. Vroeger maakte men kooivinken die gebruikt werden bij wedstrijden blind om de zang te verbeteren. Men ging er daarbij vanuit dat een vogel die niet afgeleid zou worden door z'n omgeving zich meer zou concentreren op zijn liedje. Ik weet niet of het nog steeds gebeurt maar het is natuurlijk afschuwelijk. Het lijkt er op dat deze vogel gewond was geraakt aan het oogje, of dat het geinfecteerd of ontstoken was geraakt. Hoe het ook zij, na een dag of wat kwam de vink niet meer terug.

Vrouwtjesmerels zitten op de eieren, daarom zie je ze niet en ook kun je het afleiden aan de lege eidoppen die hier en daar liggen. Ik heb er al meerdere gevonden. Hopelijk gaat het voorspoedig met de broedsels nadat er zoveel merels in het najaar slachtoffer werden van massale sterfte. Maar ook omdat er nog steeds bar weinig insecten zijn. Rupsjes heb ik nog helemaal nergens aangetroffen, net zo min als bladluizen. En de keukendeur open laten staan zonder een hor of iets dergelijks, nou dat was nooit mogelijk. Maar nu vliegt er nog geen vlieg naar binnen.

19 april 2018

Het is boeren toegestaan hun akkers dood te spuiten met Roundup. Dit gebeurt om kosten te besparen. De natuur haar gang laten gaan door de eerder ingezaaide groenbemesters onder de grond te frezen en te laten verteren, kost teveel tijd. Doodspuiten met gif gaat sneller en tijd is geld. In Belgi is het gebruik van Roundup verboden, Nederland staat het toe, heeft zelfs bij de EU gepleit voor verlenging van het gebruik. In Amerika loopt een groot proces tegen de chemiereus Monsanto, de fabrikant van dit middel die op zeer kwalijke wijze de informatie over haar middelen manipuleert, de gebruiker misleidt en onderzoeken ondermijnt door omkoping.
https://www.rtlnieuws.nl/geld-en-werk/monsanto-wist-jarenlang-dat-het-gif-verkocht-en-beinvloedde-wetenschappelijk-onderzoek

Het Oranjetipje vliegt nu massaal; hier zit een koppeltje op het blad van Look-zonder-Look. Deze zomerse week kan niemand ons meer afpakken. Wat een genietingen!

Het ontluikende blad van bomen is nu zo prachtig. Al die tijd heeft het in aanleg opgesloten gezeten in de knoppen, want in de winter was het nog niet nodig. Elk boomblad bevat aan de onderkant huidmondjes waardoor het kan "ademen". Ze nemen kooldyoxide uit de omgeving op en door middel van fotosynthese produceren ze onder andere zuurstof. Dat heeft de boom zelf niet nodig en doordat het uitgestoten wordt kunnen wij ervan profiteren. Wonen in een bosrijke omgeving is dan ook heel gezond. Wij zouden sowieso niet kunnen leven zonder planten en bomen.

Zelfs een eenvoudige sloot die nog niet vol paardenbloem, pinksterbloem of andere kruiden staat, is in deze tijd al een plaatje op zich als de zon en de blauwe lucht strijden om een plekje bij de weerkaatsing in het water.

18 april 2018

Vanmorgen hoorde ik een koekoek roepen en overal hoor je het prachtige volle liedje van de Zwartkop (Sylvia tricapilla) die nog maar een week of twee terug is uit het overwinteringsgebied rond de Middelandse zee. Man heeft een zwarte, vrouw een bruine kop. De vogel is moeilijk te fotograferen omdat hij zich hier vertoont als het blad al aan de bomen gaat komen. Ik had het geluk dit exemplaar te kunnen fotograferen toen hij net op een plekje zat waar geen storende takken zaten.

De Paardenbloem - waarvan er wel 100 soorten zijn - wordt als een onaanzienlijk onkruid beschouwd, behalve in deze tijd van het jaar, als ze de weilanden goudgeel kleuren. Dan zijn ze door de massale bloei een streling voor het oog. Elke bloem is een boeketje op zich, het bevat honderden afzonderlijke lintbloempjes die zo dicht op hun bloembodem staan dat de zaden een ronde bol vormen om elkaar de ruimte te geven.

Aan de kersenboom was een wondje ontstaan door het weg snoeien van een tak. Dit fraais ontstond daardoor: een grote druppel kersenbloed.

De natuur explodeert momenteel, het is verbazingwekkend en verbijsterend tegelijk om te zien in welk tempo dat in deze fraaie week voltrekt. "Alles groeit als gras" is een bekende uitdrukking en als je ziet hoe in wegbermen een bepaalde soort gras staat, kun je het met eigen ogen zien. Als zon en schaduw spelen met de sprieten ziet zelfs dat gras er fantastisch uit.

16 april 2018

Terwijl ik net door het bos liep en naar het avondconcert van de vogels luisterde, realiseerde ik me opeens dat ik het gezang van de Heggenmus (Prunella modularis) niet meer hoorde. Op zich niet zo vreemd want er zal wel gebroed worden.  Daar is het immers de tijd voor. En vanaf ongeveer deze tijd laten ze zich niet meer horen.  Mooie barnsteenkleurige oogjes heeft dit vogeltje. Hoewel het in principe een standvogel is, zijn er in voor- en vooral najaar, ook veel door- en wegtrekkers.

De Heggenmus is een onopvallend vogeltje dat wel wat doet denken aan een mus maar als je beide goed bekijkt zie je toch wel veel verschil. De Heggenmus is wat kleiner, heeft wel veel bruin in de veren maar is toch echt heel anders getekend. Ook heeft hij een spits snaveltje, terwijl de mus een forsere snavel heeft.  Hoe bescheiden het zich ook gedraagt, het kan behoorlijk wat geluid produceren. Het liedje klinkt schel en gehaast, bijna alsof de vogel een ander uitscheldt. Melodieus klinkt het in elk geval niet. Dat wil zeggen: naar mijn smaak.

Voordat er een nestje gebouwd wordt, laag in het dichte struikgewas, moet er natuurlijk eerst gepaard worden. Dat is een merkwaardig gebeuren want het vrouwtje paart met meerdere mannetjes en na elke volgende paring pikt de laatst gelukkige het sperma van zijn voorganger uit de cloaca van het vrouwtje. Misschien is het uiteindelijk ook wel de meest sterke vogel die zijn genen op deze manier verzekert. Desondanks houdt het vrouwtje er meerdere mannen op na en die helpen ook braaf mee met de verzorging van de jongen.

15 april 2018

Gisteren zag ik het voor mij eerste Oranjetipje van dit jaar. Het is een mannetje, vrouwtjes missen de oranje vleugeltippen, hun vleugeltoppen zijn zwart-grijs. Daarom worden ze nog wel eens aangezien voor het Klein koolwitje. De poppen van deze vlindersoort hebben in herfst en winter ergens op de bodem gelegen en tussen april en juni barsten die open en ontpoppen de nieuwe vlinders; de weersomstandigheden bepalen mede het proces. Dus de komende week, die fraai en aangenaam gaat worden, zullen er steeds meer van deze mooie vlindertjes gaan rondvliegen.

Het vrouwtje leeft maar een paar weken en gedurende die tijd moet ze paren en eitjes leggen. Dat doet ze op de bloemknoppen van Pinksterbloem, Judaspenning en Look-zonder-look (foto). Deze laatste plant heb ik nog nergens in bloei zien staan, de Judaspenning vertoont wel de eerste bloemen. Look-zonder-look wordt vaak gezien als onkruid, en derhalve uitgetrokken in tuinen. Dat is jammer want zo worden onbedoeld de processen vernield die de Oranjetip nodig heeft om zich voort te planten. De meeste kansen maken de rupsen dus in de vrije natuur waar ze kunnen groeien, verpoppen en de winter overleven.

Sinds een week zie ik ook het aardige kleine Boomblauwtje (Celastrina argiolus) vliegen. Dit vlindertje heeft meerdere generaties per jaar en dus is er verband tussen dit en de tijdstippen waarop de verschillende planten en struiken bloeien. In de lente is bijvoorbeeld de Kornoelje belangrijk voor de vlinder, in de zomer zijn dat vooral de Klimop met haar ontelbare hoeveelheid bloempjes, of de Struikheide. De rupsen zijn bijna niet te ontdekken, ze zijn klein en onopvallend. Ze hebben minder te duchten van de mens dan die van de Oranjetip want vaak zitten ze op struiken als Hulst, Vuilboom, Kardinaalsmuts e.a. waar ze zich ongestoord kunnen ontwikkelen.

13 april 2018

Tussen allerlei bomen en struiken die momenteel in bloei staan, is ook de Sleedoorn (Prunus spinoza). Het is geen struik om even een takje van te plukken want op de stelen zitten harde, zeer scherpe stekels. Die worden soms door de Klapekster gebruikt om prooien als muizen, kevers, hagedissen etc. op vast te spiezen met de bedoeling ze later te verorberen. Na de bloei verschijnen laat in de herfst vruchten die pruimpjes genoemd worden. Waarschijnlijk is de sleedoorn de voorouder van de pruimenboom. De vruchten zijn zeer bitter en onaangenaam maar als de vorst er over is gegaan kunnen ze gebruikt worden om er lekkere jams, sappen of jenever van te maken.

Doordat de Bosanemoon (Anemone nemorosa) in grote plakkaten groeit vallen ze enorm op in de bermen, langs de graslanden, langs slootjes. Het is een vaste plant die behoort tot de Ranonkelfamilie. De zaden worden onder meer door mieren verspreid en daardoor breiden de anemonen zich zeer voortvarend uit. Bosanemoon komt vooral in het oosten, midden en zuiden van ons land voor.

De achterkant van de bloempjes hebben een lila kleur, niet altijd even intens en bij sommige bloemen zie je het nauwelijks. Maar als de bloei in een vergevorderd stadium geraakt en de meeldraden zijn afgevallen, komt het lila vaak door de bovenkant heen en oogt de hele bloem wat gekleurd.

De Pinksterbloem (Cardamine pratensis) is ook weer present. Dat betekent dat we binnenkort ook weer de Oranjetip volop zien vliegen. Die foerageert op deze bloemen, legt er haar eitjes en de rupsen leven er van. Pinksterbloem is vooral een echte weideplant, binnenkort kleuren hele graslanden zacht lila. De naam is wat misleidend want de plant bloeit zelden tijdens Pinksteren, maar de bloeitijd ligt over het algemeen een paar weken eerder. Het zou ook kunnen dat de naam meer verwijst naar de pinken (tweedejaars koeien) die de wei weer in mogen. En dat gebeurt momenteel wl.

Met de Pinksterbloem verschijnt ook massaal de Paardenbloem en dan wordt het in de weilanden n groot lenteschilderij.

12 april 2018

Dit zijn Franjekelkjes. Het Gewoon franjekelkje (Lachnum virgineum) is een algemene soort maar ik kan er weinig "gewoons" aan ontdekken, in tegendeel, maar het slaat op "algemeen", dus veel voorkomend. Maar het zou ook het Sneeuwwitte franjekelkje (Dasijssyphella nivea) kunnen zijn. Het verschil is alleen met behulp van een microscoop vast te stellen. Er zijn nog veel meer varianten van dit prachtige paddenstoeltje. Ze behoren tot de zakjeszwammen, de asomyceten, en zijn zo klein dat je ze met het blote oog meestal niet eens kunt bekijken. Ik nam deze foto met de macrolens en dit is een uitsnede. Het paddenstoeltje wordt aan de buitenkant omgeven door kleurloze druppeltjes maar op de foto kun je ook zien dat de druppeltjes soms een verbinding maken met een zwammetje er vlak naast. Ik kan me nog goed herinneren dat ik het franjekelkje voor het eerst vond, en ik was onder de indruk van de schoonheid er van. Je kunt ze vinden op nat en dood hout maar ook op takjes, beukendopjes, enzovoort. De Franjekelkjes zijn van een verborgen schoonheid die adembenemend is. Te zien in voor- en najaar.

Met bloemen mag ik graag wat spelen via de camera. Deze bloem van een Magnolia die momenteel te zien is heeft een zeer fraaie combinatie van kleuren, "teer" zou je het kunnen noemen. De natuur wordt weer een schatkamer en ik moet snel eens op zoek naar insecten. Tot nu toe was er weinig gelegenheid.

Het laatste restje zonnenbloempitten lokt nog steeds de groenlingen naar de tuin maar dat zal weldra afgelopen zijn. Putter, Goudvink en Boekvink zijn nu terug naar hun leefgebieden en hebben de tuinen niet meer zo nodig. Steeds meer blad verschijnt aan bomen en struiken en dat betekent ook dat er insecten komen. Ik heb zeer genoten van al mijn gevleugelde vriendjes die onze tuin dagelijks opzochten.

Zaden met een mierenbroodje worden verspreid door mieren. Zo'n mierenbroodje is een aanhangseltje aan het zaadhuidje van plantenzaden. Ze komen bij veel planten voor. Alleen al in ons land worden ongeveer 200 planten door mieren verspreid. Dus dan begrijp je ook hoe het komt als opeens de Vingerhelmbloem of Bosanemoon opeens een heel stuk verderop in je tuin verschijnt. Maar met bloembollen gaat dat niet zo. Toch staat momenteel dit rode botanische tulpje in de voortuin terwijl ik het daar nooit gepoot hebt. Dat zou dan weer het werk kunnen zijn van een muis. Die zijn namelijk dol op bloembollen. Ik vind het wel leuk, die onverwachte verrassingen.

9 april 2018

Nog nooit heeft er zoveel flap in de vijver gedreven als nu.  Het zal wel komen door dat rare weer. Om de zoveel dagen probeer ik met een net die drijvende algenmassa eruit te vissen en dat deed ik ook vanmiddag weer. Toen ik het net leegde zag ik dit watersalamandertje ertussen zitten. Het leek dood maar eenmaal op de hand van mijn echtgenoot bewoog het kopje een beetje. Snel dus teruggezet op een steen in het water en na een poosje was de salamander verdwenen. Waarschijnlijk had ik hem geplet tussen de algenflap en had hij het eventjes te kwaad gekregen.                            

Vanmorgen bracht iemand mij een tak met prunusbloesem en een tak met een kleinbloemige Magnolia. Wat een verwennerij. Voor mij is de lente het allermooiste seizoen met elke dag weer nieuwe verrassingen. Prunus oogt zo teer en samen met het  net uitgelopen blad vormt het een juweeltje van schoonheid.

Het is verbazingwekkend te zien hoe rijk dit voorjaar de Primula bloeit. Dit is de derde keer dat er bloemen verschijnen en het is alsof de plant dacht dat driemaal scheepsrecht moest zijn. De eerdere bloei werd steeds in de kiem gesmoord door nieuwe vorstaanvallen maar uiteindelijk komt het toch helemaal goed met dit leuke voorjaarsbloeiertje.

Het is jammer dat de meeste soorten van de Helleborus hun kopjes laten hangen. Daarom proberen kwekers daar verandering in te brengen door  soorten te kruisen en er is inderdaad al een versie in de handel met bloemen die het oog omhoog gericht houden. Maar die staat hier niet in de tuin.  Af en toe tilt er toch nog een bloem het hoofd een beetje op.

Plekjes in de tuin als dit, vind ik altijd heerlijk. Het blauw van de anemoontjes, een lila Primula die ik vorig jaar van iemand kreeg, ik weet altijd precies hoe ik aan allerlei plantjes en bolletjes kom. En dat is een heel leuk aspect in een tuin, al je vrienden en kennissen op die manier  op je lapje grond even te ontmoeten. Al is dat ook alleen maar in je hoofd.

8 april 2018

De hongersnood aan de Veluwezoom eist dit voorjaar heel wat slachtoffers. De hergroei van grassen en planten komt te laat voor veel zwijnen. Vooral de biggen van het vorige jaar worden veel gevonden, dood of creperend waarna de jachtopzichter ze komt afschieten. Dat afgelopen herfst de afwezigheid van eikels en beukennoten zulke ingrijpende gevolgen voor deze dieren zou hebben, was bijna niet voorstelbaar. Maar na maandenlang voedselgebrek eist dit natuurfenomeen nu toch haar tol. Als wandelaar en natuurliefhebbers veroorzaakt dat een naar gevoel. Je weet dat het gebeurt maar je wilt het niet zien. Dit slachtoffer is al een tijdje dood.

Het zonnige weer lokt de Lieveheersbeestjes uit hun winterrust. Terwijl ik veel in de tuin bezig ben, heb ik er nog niet veel gezien en ik herinner me dat dit vorig jaar ook zo was. Maar weer afwachten wat deze nieuwe seizoenen ons brengen aan insecten.

Het ereprijsje met de piepkleine bloempjes is de Klimopereprijs (Veronica hederifolia). Als op open plekken in akkers, moestuinen, bosbermen e.d. in april de zon maar even flink schijnt, zie je dit leuke kleine onkruidje verschijnen. In de moestuin heet het onkruid, aan de bosrand of in de berm heet het opeens een wilde plant. De bloem is tweeslachtig en haar zaden zitten in een doosvrucht.

Zoekplaatje! Ik liep richting garage en naast de deur, waar een voerhokje hangt zag ik een bosmuis. Op z'n dooie gemakje zat hij de zonnepitten te bewerken. Hij had me niet meteen in de gaten. Ik ben dol op bosmuizen, het zijn zulke mooie aansprekende diertjes. Toen ik de camera haalde en weer heel voorzichtig terug liep, keek hij me opeens met zijn glanzende kraaloogjes aan en meteen nam hij snel de benen. He, wat jammer nou, nu heb ik alleen zijn achterpootjes en staart vast kunnen leggen.

6 april 2018

Ik heb een geweldige hekel aan die incidenteel optredende nachtvorsten. In verband met binnenschilderwerk had ik alle overwinterende planten buiten in het kasje gezet. Maar dan komt er opeens weer een nacht die onder de nul graden duikt. Dus moest alles weer worden ingepakt en afgedekt. De Primula kan er gelukkig wel tegen.

De net ontloken rozenblaadjes waren vanochtend voorzien van een klein rijprandje. Gelukkig ging dat ook goed en kwamen ze de kou zonder kleerscheuren door.

Je zou het een dag kunnen noemen met een "verschil van dag en nacht". In de middag stonden de bosanemonen, die gisteren nog zielig dicht en met de kopjes naar beneden hingen, wijd open, klaar om de zon te vangen.

Ook de Voorjaars- of Vingerhelmbloem (Corydalis solida) komt weer een bloei. Nu nog bescheiden van formaat maar dat komt wel goed. De hommels en vlinders zijn zeer blij met deze plant. Eindelijk breekt het voorjaar door! Heerlijk.

4 april 2018

Foutje!
Op de derde en vierde foto is geen Kleine veldkers te zien maar de Vroegeling (Erophila verna).
De beschrijving klopt verder wel. Met dank aan een oplettende lezeres.

In huis kroop tot mijn verbazing een jonge naaktslak rond. Eenmaal uitgegroeid is dat de Bruine wegslak. Het zijn de exemplaren die ik liever niet in mijn tuin zie. Hij moet vast meegekomen zijn met bossen bloemen die hier ter gelegenheid van een verjaardag in huis stonden.

Bij het inspecteren van de planten in mijn buitenkasje zag ik dat in een pot de groen verkleurde eitjes van dergelijke slakken lagen. Ik heb ze er maar allemaal uitgevist, regeren is vooruitzien immers? Naaktslakken vergrijpen zich met groot enthosiasme aan het jonge groen en dat willen we niet.

Op steeds meer plekken zie je nu de bloempjes van de Kleine Veldkers (Cardamine hirsuta) verschijnen; de miniatuurplantjes met de al even kleine witte bloempjes die massaal langs wegen en bermen, in tuinborders, boomspiegels en tussen straattegels groeien. De bloempjes worden bevlogen door de Akkerhommel. Omdat ik geen camera bij me had heb ik even een plantje mee naar huis genomen.

Hoe klein ook, het is een oersterk plantje. In tegenstelling tot zaden die in het voorjaar ontkiemen (annuel) is dit er een die in de herfst ontkiemt (winterannuel), maar bloeien doet hij vanaf eind maart/begin april. Nog een sterke eigenschap is dat de plant zelfbestuivend is en dus geen insecten nodig heeft voor bestuiving. Al heel kort na het in bloei komen, verschijnen dan ook de zaden die hauwtjes worden genoemd. Een kenmerk van alle kruisbloemige soorten. Het is een onkruidje van niks maar je kijkt er toch met andere ogen naar als je er iets over weet. Dat is het leuke van de natuur om je heen.

2 april 2018

Door het koude weer blijven de vogels maar komen in de tuin, het voer is niet aan te slepen. Maar omdat er toch niet te genieten valt van veel groen en kleur in de tuin, vermaak ik me zeer met al die vogels. Opvallend is wel dat de hele winter de vetbollen niet werden gegeten door de vogels en nu opeens wel. Omdat ik er nog een paar had, heb ik ze maar opgehangen, en ditmaal met veel succes.

Ook de vetkransen ondergingen hetzelfde lot. Ik had ze gewoon voor niets gekocht en ook had ik besloten daar volgend jaar niet meer aan te beginnen. Maar zie, eenmaal op tafel gelegd verheugen ze zich opeens in de belangstelling van hongerige vogels.

De Putter - ook nog altijd in zijn uppie - heeft alleen maar interesse in de zonnebloempitten. Het is een agressief baasje dat concurrenten weg jaagt van het "schommelbakje" aan de rozenboog.

Pindanetjes hang ik nooit op. Als je ziet hoe die bij vochtig weer verspochten en te vies worden om aan te pakken, kun je niet anders dan constateren dat het ondingen zijn. Daarom geef ik de pinda's los of zelfs in stukjes, gehakt met de vijzel. Het laatste netje nu toch nog maar even opgehangen. Ik hoop nog steeds dat er staartmezen aan gaan hangen. Maar die hoor ik hier alleen maar, ik zie ze nooit op het voer. Vrouw Sijs vindt de pinda's wel lekker.

De vrijgezellen Goudvink beschouwt dit voerbakje als exclusief voor hem. Hij tolereert geen mus, vink of sijs, ze worden alle weggejaagd. Op z'n gemak zit hij zo de pitten te pellen en op de grond is het aldoor een bende want de pellen van de zonnebloempitten smijt hij er uit. Het kan maar zo zijn dat dit nu de laatste beelden van onze tuinvogels zijn want het belooft na vandaag een heerlijke week te worden met zachte temperaturen. Dat zal de natuur een flinke stoot geven en wellicht zullen de vogels dan meer in de stemming komen om te gaan nestelen. Of zouden ze gewoon instinctief voelen dat broeden geen zin heeft nu er nog geen insecten zijn om hun jongen mee groot te brengen? Maar die komen ook vast weer tevoorschijn als de lente doorzet.

1 april 2018

Eerste paasdag, dit was in een vorig jaar, de natuur liep op schema.

Eerste paasdag 2018, de natuur loopt weken achter. De Sleutelbloemen komen nog maar net in bloei en de Vergeetmeniet heeft nog niet eens knoppen. Pasen gaat gepaard met het versieren en eten van eieren. Als milieubewuste consumenten kiezen we voor eieren met de meeste sterren en dat zijn er maximaal drie. En dan praten we over kippen die per 6,7 stuks een leefruimte hebben van 1 vierkante meter. Ze hebben wel de mazzel dat bij dit aantal sterren het snavelkappen verboden is. De sterrenmethode is maar een schamel doch goedbedoeld begin. Deze zomer verschijnt het Oerei op de markt, van kippen die gevoerd worden met insecten (vliegenlarven) en restanten uit de voedselindustrie. De gedachte erachter is dat een kip die vrij mag scharrelen niets anders doet dan zoeken naar insecten. Er was al een beter ei op de markt, de Kipster, van kippen die hun natuurlijke leefwijze kunnen volgen. Ze kosten natuurlijk wel wat meer, maar wie wenst de kip niet een beter leven toe? Ze smaken daardoor vast ook lekkerder.

Ieder voorjaar kijk ik uit naar het uitlopen van de Europese lariks (Larixs decidua). Ik zie nu al groene propjes en van dichtbij bekeken kun je zien dat dit de toekomstige, op naalden gelijkende, blaadjes zijn. Ze liggen nog opgerold in de knop maar over een paar dagen zullen ze zich ontvouwen waarbij wel dertig tot veertig naaldjes zullen verschijnen. Voor mij is dat de ultieme lentebelofte: het bos wordt weer groen, dankzij de lariksvegetatie.

Op mijn wandeling kwam ik ook de Gewone mestkever (Geotrupus stercorosus) weer tegen, een belangrijke bewoner van het bos. Door zijn gegraaf van gangen waarin de toekomstige generatie opgroeit, wordt een deel van de bosbodem flink omgezet en ook vruchtbaarder doordat de kever haar eitjes legt op mest die ze in de gangen legt.

Steeds meer komt er nu in bloei en het gaat in een rap tempo. De eerste bloempjes van de Vogelmuur (Stella media)  zijn al volop te zien. De vijf kroonblaadjes lijken net vlinders doordat ze diep ingesneden zijn. Vogelmuur blijft in zachte winters gewoon doorgroeien maar bij een periode van vorst verdwijnt het uit het zicht. De zaden zijn oliehoudend en zeer gewild bij vogels. Lang geleden had ik parkieten en die waren altijd blij met Vogelmuur. Mijn kleinzoon heeft nu ook parkieten maar die weten niet wat ze ermee aan moeten. Zou dat een vorm van degeneratie zijn door het vele fokken met dezelfde vogels?

31 maart 2018

Op deze verwendag barst de natuur in alle hevigheid los. Wat zo'n mooie lentedag al niet te weeg kan brengen! Struiken komen opeens in bloei, het gras begint te groeien en de bloembolletjes voorzien de bijen en hommels van voedsel. Je kunt ze niet genoeg aanplanten.

Nadat alle nestkasten in de tuin grondig onderzocht zijn, heeft het mezenpaar deze uitgezocht. Uitstekende keuze, wij kijken bij wijze van spreken regelrecht vanuit huis naar binnen. Vandaag begon vrouw Pimpel onder het goedkeurende oog van manlief nestmateriaal naar binnen te brengen. Altijd weer spannend om te volgen of het al dan niet gaat lukken. Vorige lente was het een ramp door onverhoedse koude-aanvallen.

Elders schijnen al vijvers vol kikkerdril te liggen. Bij ons arriveerde vandaag de eerste Bruine kikker (Rana temporaria). Man of vrouw, dat moet nog blijken, het beest hield zich doodstil. In de vijver drijft momenteel veel alg, lange dradenmassa's flap. Ik probeer ze er zoveel mogelijk uit te vissen maar al snel volgen nieuwe plakkaten. Het hoort bij het voorjaar, elk jaar hetzelfde liedje.

29 maart 2018

Op een krantenwebsite zag en hoorde ik een duivenhouder de oproep doen om jagers meer bevoegdheden te geven om roofvogels af te schieten. Die vraten namelijk steeds vaker zijn duiven op als hij ze los liet. Hij sprak de hoop uit dat de vereniging van duivenmelkers zich hiervoor sterk zou gaan maken. De natuur is uit balans volgens de man en er zijn volgens hem onnatuurlijk veel roofvogels. In Nederland hebben wij een landelijke vereniging die tientallen jaren geleden werd opgericht om deze vogels te beschermen. En nog altijd worden in ons land heel wat roofvogels gedood door vergif, afschot, klemmen of door vernieling van de nesten of eieren.

Alle roofvogels in Nederland zijn beschermd door de wet. De vogels hebben een belangrijke functie in de natuur doordat ze voornamelijk de zwakste prooien uit de dierenpoppulaties wegvangen. Daartoe behoren ook gehouden en gefokte duiven die niet niet meer de natuurlijke instincten hebben alert te zijn op gevaren. In oktober jongsleden publiceerde BirdLife Europe nog een rapport waarin stond dat alleen al in ons land jaarlijks gemiddeld 1200 roofvogels moedwillig gedood of gevangen worden. Mens en natuur lijken in toenemende mate meer en meer met elkaar te botsen waar het eigenbelang geldt.

28 maart 2018

Heerlijk groeizaam weer nu een zachte regen de bodem weer voorziet van het nodige vocht. In het bos lag een duivenveer te pronken met een heleboel druppels, groot en klein. Zo kun je goed zien hoe waterdicht zo'n verenpak is.

Ik vond het voor mij eerste bloeiende Groot hoefblad (Petasites hybrides) van dit jaar. Het had behoorlijk te lijden gehad van de late vorst, dat was goed te zien aan het blad.  De bloemtrossen waren ook veel kleiner dan andere jaren. Aan de plant verschijnen twee soorten blad. Na de bloei komen pas de enorme bladeren die wel bijna een meter breed kunnen worden.

Buiten het bos trof ik aan de rand van het weiland de Grote voorjaarsspanner (Agriopis marginaria) aan. Een nachtvlinder die zowel overdag als 's nachts actief is. Het is de eerste nachtvlinder die ik sinds tijden gezien heb hoewel het echt een soort van de zandgronden is en hier dan ook veel te zien zou moeten zijn. Maar ik schreef er al eerder over: met de nachtvlinders gaat het niet goed. Binnen het bos heb ik ze niet (meer) kunnen vinden. Dat dit een mannetje is, is te zien aan de zwarte stippels langs de vleugelzoom. De eitjes worden gelegd in maart en april en de rupsen vormen een belangrijk voedsel voor jonge mezen.

Vandaag zowaar een vrouw Goudvink in de tuin. Even zat ze dichtbij het mannetje maar de vonk sloeg blijkbaar niet over want ze vertrok al snel weer en de rest van de dag heb ik haar niet meer gezien. Hoewel de knoppen in onze krentenboom flink beginnen te zwellen, zien we er maar af en toe een goudvink het buikje mee vullen. Dat zijn we anders gewend.

In de vijver zijn veel waterplanten die al van de bodem omhoog gekomen waren, bevroren. Maar er is al wel leven in het water te zien. Vanmiddag zag ik diverse bootsmannetjes zwemmen. Als je leest wat dit insect (wants) wordt toegeschreven zou je er bang van worden. Zo zouden ze behalve larven van muggen en libellenlarven ook vissen en salamanders leegzuigen. Nou, salamanders hebben we genoeg in de vijver, zowel volwassen als juveniel maar nog nooit heb ik gezien dat er een sneuvelde door toedoen van bootsmannetjes die volop in het water zwemmen. Doordat ze op hun rug zwemmen worden ze ook ruggezwemmer genoemd. Of dit exemplaar dat ik 's zomers fotografeerde, nu net kwam aanvliegen of weer wilde vertrekken, weet ik niet maar ik vond het leuk dat ik er ook eens een goed bekijken kon die boven water was.

27 maart 2018

Elk jaar wanneer de klok weer een uur vooruit gezet wordt, volgen er waarschuwingen van wildbeheerders en boswachters om in de bosrijke streken van het land toch vooral langzaam te rijden. Het wild kan niet klok kijken en is er aan gewend dat het tot een bepaald tijdstip in de morgen veilig is om wegen over te steken. Het duurt een week of twee eer het wild zich aan de veranderde omstandigheden heeft aangepast. Sowieso vinden er het gehele jaar door aanrijdingen met wild plaats, duizenden dieren betreft het. Maar na het verzetten van de klok in het voorjaar stijgen de aantallen met 15-20%.

Zo gaat het altijd in ons overvolle landje waar steeds meer plaats voor menselijke bewoning en activiteit in beslag wordt genomen. Een hoop gejuich als er bijvoorbeeld een eerste wolf de grens is overgekomen en nu alweer een roep de wolven af te schieten. De landbouworganisatie LTO stelt dat dit dier in ons land geweerd moet worden; er zouden al 40 schapen door wolven gedood zijn.

Hoewel de zingende vogels je anders doen geloven, is het buiten nog steeds geen aangenaam weer en geeft hett zeker geen lentegevoel. Vanmorgen ben ik toch de tuin maar ingedoken hoewel nog steeds veel planten niet bovengronds komen en je niet kunt zien waar je wel of niet je voeten neer kunt zetten. Wat zich al wel duidelijk manifesteert is het vermaledijde Zevenblad. Eenmaal in je tuin gearriveerd, laat het zich nooit meer verjagen. Dus volgt jaar na jaar de eeuwige strijd om het toch de baas te blijven, wat doorgaans niet of slechts deels lukt natuurlijk.

24 maart 2018

Op deze heerlijke voorjaarsdag gingen meteen de sterretjes van het Speenkruid weer open. Het zijn echte zonaanbidders die de bloempjes stijf gesloten houden als het koud en grijs is. De jonge planten zijn rijk aan vitamine C en zouden zo als spinazie gegeten kunnen worden.

De Kornoelje die al een paar weken mondjesmaat haar bloempjes vrij gaf, staat nu in volle bloei. De vorst heeft er geen schade aan toegebracht. Ik vind het een heerlijke voorjaarsstruik.

Het blijft me bevreemden, de ongepaarde vogels dit voorjaar in de tuin. Deze Putter is niet weg te slaan van de plank met zonnepitten. Hij is, net als de Goudvink die ook aldoor aanwezig is,  alleen  terwijl het toch een echte groepsvogel is. Het is echt merkwaardig dat hij geen soortgenoten meebrengt.

Dit hangende vogelvoerplankje kan ik iedereen aanbevelen. Het hangt in onze tuin onder de rozenboog en als het waait lijkt het meer op een schommel. De vogels trekken zich daar niets van aan en vliegen af en aan op het voer. Wij beleven er veel plezier aan en krijgen niet genoeg van al die verschillende vogeltjes die je alleen nu nog  zo goed kunt bekijken.

22 maart 2016

Deze mooie Geranium die nog steeds in huis staat te "overwinteren" heeft door alle licht dat er nu is alweer bloemen geproduceerd. Nog even binnen wachten want het is buiten nog steeds niet bepaald lenteachtig.

Het eerste zegenrijke regentje in deze lente is inmiddels gevallen. Mossen op boomstammen worden er meteen mooier van. Ik wil er altijd even met de hand over strijken, als niemand in de buurt is althans. Ik zag alweer heel kleine blaadjes verschijnen op sommige struiken en de lariks begint ook al voorzichtig te ontwikkelen.

Opeens verschijnen de houtduiven weer in de tuinen aangezien de voedselvoorraad in het bos nu echt op lijkt. De hele winter hebben we deze vogels hier nauwelijks gezien. Dit exemplaar heeft trouwens een partner. Ik ontving van iemand een berichtje dat ze wel mezen bij haar nestkasten ziet maar geen paartjes. Dat is mij ook opgevallen om mij heen.

In het buitengebied zag ik een Spreeuw die wat voor zich uit zat te kijken. Geen geluid kwam uit zijn keeltje en het zag er ook niet naar uit dat hij/zij een partner had. Er is bijna niets dat zozeer een lentegevoel geeft als een Spreeuw die uit volle borst zit te kwetteren. "Onze" goudvinkman is ook nog steeds alleen, vreemd in deze tijd. Misschien zijn de vogels hormonaal wat van slag door al die rare wisselingen in het weer.

Een van onze vaste tuinbezoekers, een mooie man Vink heeft een spierwit veertje dat uitsteekt op zijn staart. Het is net een vlaggetje en het zit er al dagenlang. Blijkbaar zit het hem niet in de weg. De vinken zijn wat kleur betreft helemaal klaar voor de lente.

21 maart 2018

Aan het begin van deze lente valt er van de zwijnen in het bos niet veel te verwachten. het al maanden durende voedselgebrek heeft zielepoten van ze gemaakt. Dit dier kwam ik gisteren tegen in het bos. Het zwijn leek mij nauwelijks waar te nemen hoewel het dicht langs het pad stond. Niets bewoog aan het dier, het stond als aan de grond genageld, als een standbeeld tussen de bosbesvegetatie en staarde stil voor zich uit. Ik heb snel een foto gemaakt en ben meteen doorgelopen om het niet te verjagen.

Laat de lente uitbarsten, laat het regenen en groeien, de vorst verdwijnen en laat het voorjaar de dieren snel weer nieuwe levenskansen geven.

Als je een sijsje bent van maar zo'n 13 gram valt het niet mee dagenlang tegen de harde wind te moeten vechten en soms val je dan gewoon midden in een voerbak een poosje in slaap.....

Zo'n koude harde wind beviel ook deze Turkse tortel niet. Wat moedeloos zat hij met optimaal opgezette veren te proberen zich nog een beetje op temperatuur te houden. Hij heeft nog niet eens een partner gevonden, nog niet in de stemming zeker.


naar boven