Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016-2017
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017

 

 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016

 

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

 

Lente 2017

 


21 juni 2017

Als het erg warm is kun je in een bos vaak wat verkoeling vinden; door het dikke bladerdak wordt de zonnehitte getemperd. Maar dat is bij de huidige hittegolf nauwelijks merkbaar. Ook daar "breekt het zweet je uit" als je een tijdje gelopen hebt. Maar een mens wil ook niet de hele dag binnen zitten toch?

Ik vind het altijd weer een verademing als je het bosgebied Hof te Dieren (van St. Twickel) verlaat en zomaar doorloopt in het bos van Natuurmonumenten of landgoed Middachten. Wat dit betreft wonen wij zeer gunstig. In het "Twickelse bos" is het ontzettend rommelig door alle  niet te verkopen hout dat overal tijdens het kappen werd en wordt neergekwakt. Ik mopper er vaak over. Eenmaal op het gebied van Middachten aangekomen kom je die ravage niet tegen. Dit is een plek waar een aantal beukenbomen in een kring staan en altijd moet ik dan denken aan die oude verhalen waarin verteld werd over rechtspraken in het bos. Dan stel ik me voor hoe het volk kwam kijken hoe de boef veroordeeld werd door een rechter. De relatie tussen boom en mens was in de oudheid al heel belangrijk, er werden zelfs bomen heilig verklaard. Je vindt ze over de hele wereld, deze plekken waar mensen komen om bomen te vereren, ook nu nog.

Waar de bodem niet te droog is groeit Bosandoorn (Stachus sylvatica). Een heel mooie plant die je ook in je tuin zou willen hebben. Afhankelijk van de grondsoort kunnen de bloemen ook wat donkerder zijn. Als ze nog niet bloeien lijken de planten veel op brandnetels met hun harige, kantige stengels. Lipbloemfamilie.

Aan de buitenkant van het bos, maar ook overal waar hagen of struwelen zijn, groeit het Bitterzoet (Solanum dulcamara). Na de bloei verschijnen er glanzend rode besjes. Eeuwen geleden werden die gebruikt als laxeermiddel. Maar ze hadden ook een functie bij rituelen; dit werd geconcludeerd uit het feit dat om de hals van de gemummificeerde Toetanchamon een krans van deze bessen werd aangetroffen. Het is een plant uit de nachtschadefamilie, sommige leden van deze familie hebben giftige eigenschappen. Bij Bitterzoet betreft dat voornamelijk de giftige bessen.

Een stel jonge koeien heeft zich verzameld bij een sloot, alsof ze staan te overwegen er al dan niet in te gaan. Er staan momenteel in sommige weilanden veel koeien buiten, zelfs bij deze zinderende hitte. Koeien hebben daar heel veel last van en eigenlijk zouden boeren dat hun vee niet moeten aandoen. De dieren kunnen niet zweten en hebben het daardoor erg benauwd. Er zijn gelukkig ook boeren die hun koeien het  heetste deel van de dag naar binnen halen.

20 juni 2017

En dit was alweer de laatste dag van de lente 2017. Opnieuw een seizoen dat gekenmerkt werd door extremen. Behalve dat door de heersende droogte planten staan te kwijnen is er door de hitte ook een een hoop brandschade. In onze tuin zijn nu de mooie bladeren van de Rodgersia verbrand, die van de Heuchera, de Epimedium, de Japanse wasbloem, en zelfs delen van het gazon. Hoewel het lente was leek het er meer op dat we de zomer er al bij gekregen hadden.

Met viooltjes sta je altijd voor een raadsel: "hoe kom ik nu weer aan deze plantjes, ik heb ze nooit gepoot". Maar wie in het vroege voorjaar bezwijkt voor die snoezige kleine soorten, kan verwachten dat  ze zich uitzaaien en dat alle er in gekweekte variaties gewoon weer verdwijnen zodat je het oorspronkelijke viooltje terugkrijgt.  Ik denk tenminste dat ik op die manier aan deze vrolijke gele bloemen kom.

Jawel, ook vandaag nog even een insect. Een kleine blindwants van ca. 6 mm op een zaaddoos van de papaver. Het is een grote groep en het is niet altijd even makkelijk de individuen op naam te brengen maar ik denk toch dat dit de Grasbloemwants (Stenotus binotatus) is, en een vrouw. De man is geel en heeft donkerder bruine strepen. Ze voeden zich hoofdzakelijk met bloeiend gras.

19 juni 2017

Zelfs de kikkers verkiezen bij deze hitte het water, je zou er jaloers op worden. Lekker in het koele bad liggen, af en toe happen naar een langstkomend insect, dat is lang uit te houden.

De natuur is n grote kringloop en alles hangt met alles samen en vormt zo onze immens interessante en belangrijke natuur. De huidige droogte die nu al heel lang duurt heeft invloed op de planten. Bloemen produceren nauwelijks nectar bij dit weer en dat heeft weer gevolgen voor insecten die daarvan afhankelijk zijn.

Na de juffers verschijnen de echte libellen. Steeds meer soorten zie je al vliegen. Onder het blad van het Pijlkruid in de vijver zag ik deze net uitgeslopen libel die wachtte tot de vleugels genoeg waren gehard om vliegen mogelijk te maken. Als je niet weet hoe een achterblijvend leeg larvenhuidje er uitziet denk je een monstertje te ontwaren. De larven overwinteren een paar maal in het water, daar zijn ze geduchte rovers. Als imago, het uiteindelijke en fantastische insect wacht het slechts een aantal weken tot maanden een leven boven land. Afhankelijk van de soort. De vliegsnelheid is maar liefst tot 50 km per uur, ze kunnen stil blijven hangen in de lucht en zelfs achteruit vliegen. Het is bijna onvoorstelbaar maar een libel kan tienduizenden afzonderlijke lenzen in een oog hebben.

De libel moet nog uitkleuren, hetgeen in de zon goed te zien is,  maar ik gok dat dit een Glassnijder (Brachiton pratense) is.

Kraaien zijn echte vogels van de weilanden en landbouwgebieden waar ze zich vaak in grote groepen ophouden. In deze tijd van het jaar vaak gepaard. De Zwarte kraai (Corvus corone) wordt door de een bewonderd om zijn slimheid en door de ander gehaat en afgeschoten, zelfs gebruikt als vogelverschrikker door zijn lijk aan een stok boven het grasland te hangen ter afschrikking van soortgenoten. De vogels eten zowel aas als levende dieren; van alles staat op het menu: eieren, jonge vogels, amfibien tot padden tijdens de trek naar het water. Maar ook de vuinisbeld is ze niet te min, slimme opportunisten zijn het.

17 juni 2017

Een plant die bij de zomer hoort. Al is het nog niet zover volgens de kalender, de Karthuizer anjer bloeit al wel. De (wilde) anjerfamilie bestaat uit planten met grasachtige stengels en roze of rode bloemen die altijd enkel zijn. In het wild is deze plant nauwelijks nog te vinden, de soort kan niet tegen de sterk bemeste bodem die bijna overal te vinden is. Onbemeste graslanden en natuurgebieden zijn de plekken waar ze nog wel te ontdekken zijn. Hun naam is gelieerd aan de gebroeders Karthauser die men indertijd met de vernoeming van de plant hebben willen eren. De Karthuizer anjer kan nogal variabel voorkomen en een hoogte hebben tussen de paar centimeter en een halve meter. Tegenwoordig kun je bij gespecialiseerde zaadbedrijven zaden van allerlei wilde planten kopen, beschermd of niet. Ik kreeg ze van iemand die in een heemtuin werkt en zo staan ze ook in onze tuin te pronken met hun mooie bloempjes.

Insecten hebben vaak prachtige kleuren, zoals ook deze Kleine julikever (Anomala dubia)  bewijst. Ik zag hem op de witte Phlox die nog stamt uit de tuin bij mijn ouderlijk huis. Er zijn zelfs mensen die kevers houden vanwege hun fraaie uiterlijk en dat schijnt niet eens zo moeilijk te zijn. De Kleine julikever knabbelt aan de bladeren van wilg en berk maar veel schade doet hij niet. De larven kunnen evenals die van de Rozen- en Meikever een ravage aanrichten in een gazon door de wortels van het gras af te knagen.  Ze horen tot dezelfde familie van Bladsprietkevers. Deze kevers doen er vaak lang over om zich te ontwikkelen van ei naar volwassen insect. De larven doen daar meestal meerdere jaren over.

Het merkwaardige feit doet zich voor dat dit voorjaar de aalbessen aan de struiken blijven hangen zonder dat er een net omheen zit om de vogels te weren. Ik heb wel meegemaakt dat ik twee dagen niet op mijn volkstuin was en daarna bessen wilde gaan plukken die allemaal verdwenen bleken. Vooral duiven en merels zijn er dol op. Hetzelfde geldt voor de zwarte bes, die wordt ook niet belaagd door de vogels. Ik vind het maar vreemd.....

16 juni 2017

De ochtend bracht vandaag berichten waar je akelig van wordt. In Woudenberg stond een schuur met 80.000 kippen in brand, zo meldde de nieuwslezer. Mijn aversie tegen deze massale dierhouderijen wordt met de dag groter.

Aldoor verkondig ik om me heen dat er zo weinig vogels zijn, dat ik nog geen enkele jonge merel in onze tuin gezien heb, de zwartkop dit voorjaar gemist heb, nauwelijks jonge meesjes gehoord heb en dat dit allemaal zo ongewoon is. Vanmorgen lees ik in de krant een bericht over het alarmerende verdwijnen van vogels op de Veluwe. Een medewerker van het bureau Biosfeer deed er onderzoek naar en trok de conclusie dat bij maar liefst 1/3 deel van de vogeleieren de schaal te dun was en dat jonge vogeltjes in het nest al hun pootjes breken vanwege kalkgebrek. De onderzoeker vond nestjongen met gebroken pootjes "die wel van rubber leken". Ook met de roofvogels op de Veluwe gaat het slecht. De veel te hoge uitstoot van CO die neerdaalt in de natuur lost het kalk in de bodem op waardoor de vogels er veel te weinig van binnen krijgen. De hoge uitstoot is vooral te wijten aan de intensieve veehouderij en de auto's. Vogelbescherming dringt er bij de overheid op aan in de komende regeerperiode de uitstoot drastisch terug te dringen. Wij, die wonen op en rondom de Veluwe, kunnen de vogels helpen door in onze tuinen kippengrit te strooien. Alle beetjes helpen moet je maar denken en samen kunnen we wellicht toch nog iets bereiken.

15 juni 2017

Dankzij een grotendeels bedekte lucht was het vandaag toch goed mogelijk om te tuinieren, ook al was het de warmste 15 juni ooit gemeten. Geen overbodig werk in deze tijd van het jaar. Planten zijn uitgebloeid, te hoog geworden en moeten in toom gehouden worden. Vorige zomer was ik zo dom de bodem een oppepper te geven met een paar zakken bemeste tuinaarde en daarvoor word ik nu gestraft. Overal komt Wilde peen op, het zaad zat in de tuinaarde. Het is een slecht product en het wordt door de producenten dankbaar gebruikt om hun overschotten aan gtf-afval en mest weg te werken. Er zit teveel stikstof in waardoor de planten heel hard groeien, ten nadele van de bloei. Net als gtf-compost bevat het veel onkruid- en andere zaden. Ik heb een enkele Wilde peen laten staan om te volgen wat zich daarop af gaat spelen als de bloem gaat bloeien. Nu zit er een wants op, een Brandnetelblindwants, heel klein van formaat maar weer mooi getekend.

Nog zo'n akelig onkruid dat je erbij kado krijgt. Ik weet niet hoe het heet, ik heb het nooit zien bloeien want ik trek het uit zodra het met de grote groene bladeren de planten overwoekert. Ik heb geleerd van ervaren tuinvrouwen dat je de tuingrond - en vooral het plantgat - het best kan verbeteren door het te vullen met bladaarde die je bij een goede kweker koopt, en bentoniet dat je haalt bij een bedrijf dat grind en bestratingsmaterialen in de collectie heeft. Bodemstructuur en waterhuishouding varen er wel bij. Bentoniet bestaat uit kleimineralen en is eveneens te koop bij tuincentra, dan is het wel duurder. 

Het Groot springzaad (Impatiens noli tangere) is ook geen tuinplant maar daarvan laat ik altijd een paar planten staan. Hoe ze in onze tuin verzeild zijn geraakt is me een raadsel maar ze verschijnen al vele jaren. In Twente, de Achterhoek en Zuid-Limburg is het een vrij algmeen voorkomende plant, elders in het land vrij zeldzaam, aldus bronnen.

Deze Strontvlieg (Scathophaga stercoraria) heb ik maar even gekiekt en hier neergezet omdat ik het zo sneu vindt dat het insect zo'n onelegante naam gekregen heeft. Sommigen noemen hem daarom ook wel Drekvlieg. Een belachelijke naam voor zo'n grappig wezentje want het leeft van nectar en ook de nakomelingen leven van dierlijk materiaal. Het is echter wel zo dat deze vlieg haar eitjes afzet in mest. Als de larven uitkomen jagen ze daar op beestjes die daarin terecht komen. Om te voorkomen dat ze in de smurrie zakken, hebben de larven aan beide zijden kleine flapjes die ze daarvoor behoeden, daarop blijven ze drijven. Onze-lieve-heer heeft echt aan lles gedacht.....!

De Dagkoekoeksbloem (Silene diioica) wordt nu ook uitgetrokken. De bloemen zijn grotendeels verdwenen en ik wil voorkomen dat ze zich teveel uitzaaien. De zaaddozen zijn goed gevuld maar de zaadjes zijn nog niet rijp. Over een poosje is het doosje bruin geworden en hoor je de zaden rammelen als je een stengel beweegt. Dat doet ook de wind en zo worden al die zaden eruit gemept.

14 juni 2017

De Grote centaurie (Centaurea scabiosa) is een wilde plant die op de Rode Lijst staat. Ik kreeg hem ooit van een tuinvriend die zich bezighoudt met wilde planten. Hij staat op mijn volkstuin waar hij zich overvloedig uitzaait en dus staat hij nu ook in onze eigen tuin bij huis. De kleur is iets minder diep dan hier op de foto maar met rode en blauwe kleuren heeft de camera vaak ruzie. In werkelijkheid is hij lichter paars. De bloemen worden bezocht door wilde solitaire bijen.

Op een blad van de Agapanthus zat een heel klein frutseltje en ik wilde weten wat het was want ik kon het niet goed zien met het blote oog. De macrolens dus ingezet en toen bleek het een van de  schuimcicades te zijn (Philaenus spumarius). Deze ondersoort van de cicades heeft een zeer variabel voorkomen en is de meest algemene op allerlei planten, ook in tuinen. Ze hebben enorm sterke springpoten waarmee ze grote afstanden kunnen overbruggen.

De Schuimcicade of Spuugbeestje is verantwoordelijk voor het "koekoekspog" dat je overal kunt tegenkomen op bladeren van planten en bomen. Het vrouwtje van deze schuimcicade zet haar eitjes af op planten en bedekt ze dan met een laag schuim die ze maakt door lucht uit te ademen door het vocht dat ze afscheidt en dat weer een restproduct is van de sappen die uit bladeren gezogen worden. Als je zo'n schuimhoopje openmaakt, zie je daarin een klein geelgroen beestje dat een paar keer vervellen moet om in het volgende voorjaar als volwassen cicade uit te komen.

Bij elk watertje zijn momenteel enorm veel azuurjuffers te zien, het wemelt er echt van. Ze zijn zeer druk met de paringen. Daartoe worden vrouwtjes in hun nek gepakt en blijft dit paringswiel in stand tot het vrouwtje haar eitjes onder water heeft afgezet. Daartoe zakt ze soms tot onder de waterspiegel maar manlief houdt haar goed vast zodat alles goed gaat. Tenzij ze door een rover onder water gegrepen wordt natuurlijik....

13 juni 2017

Terwijl ik het onkruid tussen mijn slakroppen weg zat te plukken viel mijn oog op een grasspriet waar een heel kleine larve van een blad- of zaagwesp zat. Die zien er zo leuk uit met hun ronde donkere oogvlek op het koppie. Bij het woord wesp denk je al snel aan het geelzwarte insect dat het ons in de zomer zo lastig kan maken maar het gaat hier om een ander beestje. De meeste bladwespen zijn maar heel klein, kijk maar eens op de bloemen, daar kun je ze veel zien. Ze hebben geen wespentaille en hun vleugels liggen netjes naar achteren over hun rug. De vrouwtjes hebben achter op hun lijf een legboor waarmee ze hun eitjes in planten afzetten.

Het verschil tussen de larven en rupsen van bladwespen en vlinders is mooi te zien bij deze Zilveren groenuil, een vlinderrups. Bij deze vlinderrups is goed te zien dat aan de voorkant een aantal dunne pootjes zit en aan de achterkant een zg. naschuiver. In het midden zitten buikpoten. Tussen voor en buikpootjes zitten twee lege segmenten. De typische bouw van de rups. De larve van de bladwesp heeft na de voorpootjes slechts n leeg segment en daarna een ononderbroken rij buikpoten, en ze missen altijd de naschuiver.  Als je dit eenmaal weet is herkenning niet moeilijk meer.

Het is toevallig en leuk dat drie andere tuinders om mij heen een stuk grond hebben waarop veel bloemen staan. Dat bij elkaar maakt een mooi gebiedje waar vlinders, bijen, zweefvliegen en andere insecten door worden aangetrokken.  Dit vrolijke Kaasjeskruid (Malva) dat ook nog geflankeerd wordt door paarse papavers staat er nu heel fraai bij. Als de malva's uitgebloeid zijn mag ik daar vast wel een zaaddoosje van. Van deze plant komen dertig soorten voor. Dit is de "Mauretanica". De platte zaden zitten netjes op een rijtje in een ronde zaaddoos. Een beetje ver gezocht, platte ronde zaden die op kaasjes zouden lijken, maar ach, ieder beestje moet een naam hebben toch?

Bij mij op de volkstuin staat het Rapunzelklokje (Campanula rapunculus) volop in bloei. Het is een beschermde soort. Elk jaar is het weer een verrassing waar het zich heeft uitgezaaid. De stoffijne zaadjes waaien alle kanten op. Gelukkig kunnen de tuinburen de fragiel uitziende stengels vol delicate klokjes ook zeer waarderen. Niet op elke volkstuin zijn bloeiende planten te vinden, er zijn er ook die alleen maar vol aardappels en groenten staan.  Ik ben wel blij met het viermanschap van tuinvrouwen en een man dat zeer genieten kan van de flora en fauna op de tuinen.

12 juni 2017

Ik las ergens dat het een heel goed muizenjaar is. Dat kan enorm verschillen. Vanmiddag in het bos hoorde ik geritsel in het dode blad op de bodem, keek en zag iets wegsnellen. Dan is het zaak om goed te kijken naar de plek waar het weg rennende dier tot stilstand kwam. Daar zag ik de Bosmuis die op zoek was naar voedsel. Doordat ik ondertussen ook tot stilstand gekomen was, had hij mij niet in de gaten. Het was wel een hele toer hem op de kiek te krijgen want de muis was erg beweeglijk en zat ook nogal ver weg. Ik vind bosmuizen leuke beestjes, die glimoogjes, de ronde oortjes, het bruine pelsje.....

In een opslag van jonge beukjes zag ik een nestje. Van welke vogel dat was kon ik niet vaststellen, maar vermoedelijk van de Winterkoning. Die maakt meerdere nesten waaruit zijn vrouw een definitieve mag kiezen om in te broeden. De rest wordt ook vaak gebruikt als de jongen zijn uitgevlogen. Ze kunnen er veilig de nacht doorbrengen.

Een plaatje van de akker waar in de zomer de wilde zwijnen 's avonds komen foerageren. Dat trekt altijd veel belangstelling van de mensen die dit weten. De akker wordt elk voorjaar ingezaaid met een natuurvriendelijk mengsel van akkerflora.

Bij de akker staat ook een bankje waar je even kunt verpozen, het is vast door iemand geschonken aan Twickel die dit bos beheert. Er staan afbeeldingen in gekerfd van een zwijn, een edelhert, een haas en een hond. Die schroef in het lijf van het zwijn vind ik nogal onbedoeld symbolisch: er worden zo ontzettend veel zwijnen afgeschoten.  Er is ter plekke ook een informatiebord  waarop staat dat de akker gunstig is voor de akkervogels. Over wild wordt op het bord niet gerept, dat houdt de beheerder liever onder de pet.....

Ik zag een waarschijnlijk door mij verstoorde vlinder die een eindje verderop op een blad ging zitten. Het is de Gele oogspanner (Cyclophora linearia), een vrij algemene spanner. Spanners heten zo omdat hun rupsen bij het voortbewegen een boogje vormen: hun buikpoten aan de voorkant gaan een stukje vooruit waarna de schijnpoten op het achterdeel van de rups worden bijgetrokken.  In rust zijn het net dunne takjes.

In een ander stukje bos zag ik een groepje edelherten grazen. Ze hebben inmiddels een zomervacht die qua kleur veel lichter is dan in de winter wanneer de herten donkerbruin zijn.

Al snel had het hert mij in de gaten en bekeek me terwijl de slierten rankende helmbloem uit zijn bek hingen. Het beviel hem niet wat hij zag, hij keerde me zijn kont toe en verdween langzaam maar gedecideerd tussen de bomen. Wat een belediging voor een natuurliefhebster die alleen maar wilde geniet van zijn aanblik.

10 juni 2017

Vandaag ben ik de dag doorgevlinderd. Het begon vanmorgen al toen ik de tuin in ging. Dat is het eerste dat ik doe na het opstaan. Ik zag dit mooie vlindertje op een van de planten: een Dikkopje, mooi warm bruin en oranje. Maar welke zou het nou zijn: het zwartsprietdikkopje, het geelsprietdikkopje of het groot dikkopje? Dat is af te leiden aan de onderzijde van het knopje van de voelspriet, en bij de laatste aan het vlekjespatroon onder de vleugels. En er zijn nog een heleboel meer soorten. Ik houd mijn vlindertje voor het Groot dikkopje (Ochlodes sylvanus).

In onze vijver zit helaas nogal wat kroos. Nu het warmer is geworden vermeerdert zich dat flink. Meteen wemelt het er van de kroosvlindertjes; heel kleine vlinders waarvan de man spierwit is en het vrouwtje wat geliger vleugels heeft. De rupsen leven van kroos en het verhaal gaat dat ze gaatjes vreten in de vijverfolie wanneer ze zich willen gaan verpoppen. Ik zie de vlindertjes al vele jaren en nog nooit is er overlast geweest, zeker niet in de vorm van lekkage. Dus of het verhaal klopt, ik betwijfel het. Naam: Cataclysta lemnata, vlinder uit de familie Grasmotten.

Toen ik aardbeien zat te plukken op mijn volkstuin vloog opeens een felrode vlinder op. Hoe was het mogelijk, het bleek de Sint jacobsvlinder (Tyria jacobaeae). Het mooie insect had hier helaas niets te vinden, zowel vlinder als rups zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van het Jacobskruiskruid dat zo fanatiek in ons land bestreden wordt vanwege de veronderstelde giftigheid voor paarden. Deze dieren weten echter instinctief dat ze de plant niet moeten eten; alleen in gedroogde vorm in het hooi kan het gevaar op leveren. Reden waarom er gecertificeerd hooi te koop is dat vrij van deze planten is. Maar waarom dan ook in natuurgebieden en elders op plekken waar nooit paarden grazen, zo rigoreus het Jakobskruiskruid verwijderen? Het zal op termijn betekenen dat we deze prachtige vlinder nauwelijks nog zullen zien. Wat zegt onze flora- en faunawet: het is verboden inheemse planten uit te roeien.....

9 juni 2017

Ook dit hoort bij de lente. Predatoren die eieren en/of jongen uit de vogelnesten roven om ze op te peuzelen of te voeren aan hun eigen nakomelingen. Op deze manier gaan zelfs de meeste van de jongen dood. Daarbij komt nog koud en vochtig weer dat ook de nodige tol eist van het vogelleven. Soms plukt een vogel een jong uit een nest dat te zwaar is om te vervoeren. Dan laat hij het vallen en sterft het op de grond een onontkoombare dood.

Vandaag, in de vroege ochtend werd ook het merelnest in onze klimop leeggehaald door een ekster. Ik werd wakker van het kabaal dat de merels maakten maar je staat er machteloos naar te kijken en kunt niets doen. Drie weken broeden, twee weken voeren, bijna uitgevlogen en nu is het stil. Vader merel zat na het onheil verdwaasd op het dak in de stromende regen. Zou hij in de war zijn? Zijn instinct maakte dat hij zich een ongeluk zocht naar insecten die hij naar de jongen bracht, de hele dag door tot het duister viel. Abrupt werd dat proces onderbroken. In hoeverre zou een vogel moeten omschakelen en hoe snel gaat dat? Ik weet het niet. En ding weet ik wel: wat een geluk dat een Merel geen mensenziel heeft, verdriet kent hij niet en hij broedt  dapper de hele zomer door.

Het Moederkruid dat nu overal de tuin opfleurt met haar helderwitte kleur wordt nogal eens verontachtzaamd. De bloemen, die op kamille lijken maar dat niet zijn, ruiken niet lekker en ze zaaien zich als een gek uit, en ook nog eens het hele jaar door. Maar dat is juist leuk want als de ene plant is uitgebloeid is de andere alweer in omkomst en dat is geweldig. Bij onze verre voorouders was de plant al bekend om haar medicinale werking. Als een bevalling niet op gang wilde komen werd het ingezet om de ween op te wekken en ook bleek het een goed middel tegen kraamvrouwenkoorts. Daarom kreeg het de naam Moederkruid. In de huidige tijd wordt nog wel eens teruggegrepen op die oude wijsheden en de geneeskrachtige stoffen in het  Moederkruid zijn tegenwoordig een belangrijk middel tegen migraine.

Op ons terras waren zaden van het Mottenkruid (Verbascum blattaria) terecht gekomen en ik moest goed oppassen dat de ontkiemende plantjes tussen de stenen niet in een nette bui door manlief verwijderd werden. Nu bloeit het en heb ik weer op mijn hurken voor de bloemen gezeten. Prachtig zijn ze, met hun pluizige paarse helmdraden. Het is net of er in het hart van de bloem een mannetje hangt, waarbij de bloemblaadjes een parachute vormen. Maar ja, misschien vindt een ander wel dat mijn fantasie met me op de loop gaat.

7 juni 2017

De Gele lis (Iris pseudacorus) is een typische waterkantplant en komt in bijna het gehele land algemeen voor. De bloeiwijze is vanwege de bouw een waar kunststukje van bloemenarchitectuur. Door de ingewikkelde bouw van de bloemen is de nectar alleen bereikbaar  voor insecten met een lange zuigsnuit die meer dan een centimeter lang moet zijn. Met name hommels en zweefvliegen zijn de gelukkigen.

De eerste dag van de bloei heeft de bloem een mannelijke fase. Insecten die naar binnen kruipen komen langs de pasgeopende helmknop en worden bestrooid met stuifmeel. De volgende dag is de helmknop helemaal leeg geraakt en wordt de stempel toegankelijk. De insecten die nu met het stuifmeel langs de stempel kruipen, zorgen zo voor de bevruchting. Doordat de bloemen niet tegelijk bloeien, kan er dus altijd bevruchting plaatsvinden als de hommel of zweefvlieg van de ene bloem naar de andere vliegt. Een heel ingewikkeld en subliem staaltje van techniek bij deze bijzondere bloem. De bloei van de lissen loopt alweer bijna ten einde en de hevige buien van de laatste twee dagen dragen daartoe een flink steentje bij.

De zaden van de Gele lis zijn ook bijzonder. Alsof ze in een fabriek in rolletjes zijn verpakt liggen ze in drie rijen dicht naast elkaar in de zaaddozen. Daarin zitten kleine luchtkamertjes die de zaden hun drijfvermogen geven. Een uiterst doeltreffende manier om ze te verspreiden. Het leek me wel toepasselijk om op deze winderige en natte dag een waterplant aan de orde te stellen.

6 juni 2017

Eindelijk de regen waarop we al zo lang hoopten. De bodem slurpt het gulzig op en altijd weer verbaast het mij wat regen doet voor planten. Je kunt sproeien wat je wilt, het effect is nooit hetzelfde als wanneer het hemelwater op de aarde neer is gekomen. Het lijkt wel of er geheime groeimiddelen inzitten waar de planten na droogte enorm van opknappen. Het gras is in een ommezien weer groen, zaad kiemt onmiddellijk en alles fleurt er van op.

Druppels die op een blad blijven liggen kunnen soms mooie spiegelbeeldjes worden. Afhankelijk van wat er in de omgeving groeit of ligt, worden kleuren weerkaatst en dat kan leuke taferelen opleveren.

Een Azuurjuffer wacht tot de buien voorbij zijn. Libellen - de echte en de juffertjes - zijn koudbloedig en hebben zon en warmte nodig om actief te zijn. Aan de temperatuur ligt het vandaag niet maar de regen weerhoudt veel insecten ervan te vliegen en dus zijn er even niet zoveel prooien. Die verstoppen zich in het groen tot het weer gaat opknappen.

5 juni 2017

De Schorpioenvlieg (Panorpa germanica) heeft niets met een schorpioen te maken. Vliegen kan hij wel maar hij is geen vlieg. Het schijnt dat deze insecten er al waren voor de dinosaurussen verschenen. Zo ziet hij er ook uit: voorwerelds. De vrouw (foto) verschilt duidelijk van de man. De laatste heeft achterop een vervaarlijk uitziende verdikte oranjebruine "krulstaart". Die gebruikt hij bij de paring. Maar de man doet daardoor wel wat denken aan een schorpioen. Je ziet ze nu heel veel in en op het struikgewas. Struweel vind ik een nog mooier woord. Ook in de eigen tuin zijn ze volop te zien. Een volkomen ongevaarlijk beestje waarvan er meerdere varianten zijn.

Het lekkers in de bloemen van het Vingerhoedskruid ligt wel heel diep verborgen. Als je de grootte hebt van een hommel is er dan ook niet al teveel ruimte in de bloem. Daarom kruipen hommels er op de normale manier in maar kruipen ze er achterwaards weer uit. De Aardhommel (Bombus terrestis) is de meest voorkomende hommel in ons land. Hij heeft een wit achterwerk en twee gele strepen; een op het borststuk en een achterop.

Als ik in mijn volkstuin bezig ben kan ik het niet nalaten telkens even een blik op de bloemen te slaan. Die staan bij mij her en der in de perken want schone perkjes zijn dode perkjes, vind ik. Er moet wel wat te beleven zijn. Tussen de blauwe korenbloemen die in het aardbeienperk groeien staat opeens ook een wit exemplaar. Daarop zag ik deze mooie Fraaie schijnbok (Oedemera nobilis). De man is herkenbaar aan zijn dikke dijen. En inderdaad, die mogen er wezen. Hij heet schijnbok omdat hij op een boktor lijkt. Maar hij is het niet, daarom Schijnbok.

Tja, ik kan het niet helpen dat ik al die beestjes zie zitten maar dat komt ook omdat er zo ontzettend veel om ons heen zijn. In een lage Lathyrus had ik al een trechtervormig nest gezien van een spin. De spin had een uitgebreid en warrig soort web erboven gemaakt en daar rende hij heen en weer omdat hij kennelijk dacht dat er een prooi in zicht was. Het is de Labyrintspin (Agelena labyrinthica) en als je die wirwar van draden ziet, kun je je bij de naam wel wat voorstellen. In 2011 was dit de spin van het jaar. Tja, ze bedenken wat, die natuurliefhebbers.

4 juni 2017

Op school leerden wij kijken naar de groeiringen van een gekapte stam om te zien hoe een boom zich ontwikkelde in de seizoenen van het verleden. Zo kon je vaststellen of de boom goede of slechte periodes had doorgemaakt. Tegenwoordig zijn er zoveel meer technieken om deze dingen vast te stellen, tot sensoren toe die de boom laten "twitteren" hoe het hem vergaat. Dit laatste is het geval bij een experiment van Wageningen universiteit. Al eerder werd door middel van onderzoek vastgesteld dat bomen het heel zwaar hebben in droge perioden zoals we die momenteel ook meemaken. Al een hele tijd is het geleden dat er regen van betekenis is gevallen en voor bomen betekent dit dat het van twee tot vier jaren kan duren voor de boom zich hersteld heeft. En dan nog mits de volgende jaren niet dezelfde droogte optreedt. En dat is nu het geval, al het derde jaar op rij beleven we een langdurige droogteperiode in de lente. Doordat bomen na dergelijke droge perioden traag herstellen, kunnen ze ook minder CO2 opslaan. Uiteindelijk zal dit de klimaatverandering mede versnellen.

De dennen in het bos gooien achteloos hun kegels massaal van de takken. Ze zijn onnodig geworden, hun zaden zijn al lang verspreid en de bomen besteden nu hun energie aan nieuwe kegels. Sommige bospaden liggen er vol mee , ze zullen worden vertrapt en uiteindelijk opgaan in de humuslaag op de bodem.

Een wel heel lange naam voor een heel klein beestje: Roodtip basterdweekschildkever (Malachius bipustulatus). Het is een klein maar o zo mooi kevertje van 6 millimeter, dat zich ophoudt in bloemen waar het zich voedt met stuifmeel maar eveneens jaagt op kleine dierlijke prooien. Ze zijn er de hele zomer maar vooral in de maanden juni en juli veelvuldig te zien.

2 juni 2017

Ik had vanmiddag zin er even op uit te trekken en stapte op de fiets om te zien of er nog iets leuks te vinden was. Het was een middag van "ups en downs", al hangt het er maar vanaf hoe je het bekijkt. Toen ik mijn fiets uit de garage wilde halen zag ik een Kleine ijsvogelvlinder in de tuin vliegen. Een zeldzame soort, die had ik al jaren niet meer gezien. Hij maakte een paar rondjes door de tuin en vloog over de haag naar elders. Geen foto kunnen maken, wat een pech! Maar ook bijzonder. Een witte vlinder op de foto wilde ik niet alleen aan de onderkant maar ook aan de voorkant op de camera hebben. Maar met die warmte zijn de insecten snel als de wind, en weg was hij.....

Jaren geleden zat deze IJsvogelvlinder (Limenitis camilla) op het vogelvoer in een voederhuisje dat in onze tuin stond. Misschien moet ik toch maar weer wat eivoer kopen, want daarvan smulde de zeldzame soort. Biotoop : open bossen. Voor nectar heeft deze vlinder braamstruiken nodig, nou die hebben we hier volop. 

Het is zo ontzettend droog en de bodem met wat er in staat snakt naar water. Een stel kieviten hield zich op bij wat voorheen een waterplas was maar nu wel een woestijn leek.

Veel insecten waren er niet te zien. Misschien kan het ook voor insecten zelfs wel een beetje t warm zijn. Deze vrouw Gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum)  was de enige libel die ik zag vanmiddag. Het is een soort uit de familie van de Korenbouten.

In een boom zat een Winterkoning zijn liedje te zingen, maar hij zat op een ongunstige plek zodat hij hier alleen in het tegenlicht te zien is. Liever had ik hem in full colour gehad, Maar ja..... Ik had hem wel op een andere tak gekiekt maar de Winterkoning zat te ver weg en het werden foto's van niks helaas. Maar wat een leuk vogeltje is het toch, met dat parmantige staartje.

Dat de natuur ontzettend te lijden heeft onder de al zo lang aanhoudende droogte, is goed te zien aan de orchissen. Waar het andere jaren volstaat met de Rietorchis is het nu huilen met de pet op. Ik kon er maar een stuk of zeven ontdekken.

Op een heel stuk brandnetelbegroeiing zocht ik naar rupsen. Dit is de enige die ik kon ontdekken: een nakomeling van de Kleine vos. Merkwaardigerwijs zat er dus maar een, terwijl deze rupsen gewoonlijk met vele bij elkaar zitten. Vreemd.

Hier ontdekte ik iets leuks! Terwijl ik onder deze naaldbomen liep, hoorde ik een zacht vogelroepje en daarop het geluid van bedelende vogeltjes in een nest. Met de fiets aan de hand bleef ik roerloos staan en speurde door het groen. Daar zag ik wat het was, een Zwarte specht die zijn of haar jongen kwam voeren. Ik kon de vogel zien, ik werd niet opgemerkt maar door al die takken was het tafereel niet te fototgraferen. Waarmee ik maar zeggen wil: je kunt soms alleen maar een paar flutfoto's maken op je wandeling of fietstocht maar toch erg tevreden zijn met wat je hebt gezien. En uiteindelijk gaat het daar toch om?

1 juni 2017

We leven ver boven onze stand momenteel, in de maand mei was het zelden zo warm. De rozen in onze tuin en op mijn volkstuin zijn al aan het uitbloeien en dat is echt heel vroeg. De planten "brullen de grond uit" door het warme weer en de ene na de andere komt in bloei. En dat terwijl het toch gortdroog is.

Ook op mijn volkstuin: Reseda alba. Een fantastische plant is dat, mooi bossig en bloemen die ware insectenlokkers zijn. Het is voortdurend een gekrioel van allerlei verschillende beestjes; deze Rozenkever (Phyllopertha horticola) is met heel veel maatjes ook present op de bloemen. De kever heet ook Johanneskever en is een niet graag geziene gast uit de familie Bladsprietkevers. De larven zitten, net als de Meikever graag onder goed verzorgde gazonnetjes waar de engerlingen, zoals de larven heten, de wortels van het gras opvreten. De Rozenkever dankt zijn naam aan het feit dat hij graag als volwassen insect eet van rozenblad en bloemen. Je ziet de kevers veel momenteel.

In een nog leeg groentebedje zag ik iets wits over de grond bewegen. Het was de Wolfspin die zich met haar kostbare lading al rennend in veiligheid probeerde te brengen. Deze spin legt geen eitjes in spinselnest waar ze gezamenlijk ontwikkelen maar draagt ze mee in een eizak die bevestigd is aan haar spintepels. Als daar na ongeveer drie weken spinnetjes uitkomen blijven die tot hun eerste vervelling op haar rug zitten. Daarna gaan ze hun eigen weg. Een Wolfspin kan twee tot drie jaar worden. In de tijd dat ze  haar eitjes mee zeult is moeder spin extra alert en moet ze niets hebben van mensen die met een camera boven haar hangen. Rennen dus! Over de naam: deze spinnen verdragen soortgenoten uitstekend, in tegenstelling tot andere spinnensoorten. Vanwege dit feit en ook omdat ze bruin zijn, heeft men ze wolfspinnen genoemd omdat ze "net als wolven in een soort roedel bij elkaar kunnen leven". Nou ja, een beetje ver gezocht maar what's in a name!

Kom, dacht de kleine Muntvlinder (Pyrausta aurata), laat ik mij eens verpozen op een bloem die qua kleur mooi bij mij past. Of andersom. De oranje vlekjes op de vleugeltjes passen perfect bij het oranje van een Geumsoort. Lange tijd had ik niet veel op met de kleur oranje maar dat is nu voorbij. Samen met blauw is het een mooie combinatie. Daarom staan ze nu in onze tuin. Smaken verschillen niet alleen, soms veranderen ze ook, hetgeen weer nieuwe perspectieven opent. Het muntvlindertje is een dagactieve micro-nachtvlinder. Micro's zijn de kaboutertjes onder de vlinders.

30 mei 2017

Vanavond zag ik in het bos dat eergisternacht toch wel een behoorlijke hoeveelheid regen gevallen was. Er waren zowaar weer wat volgelopen kuilen en de afstromende regen had een mooi patroon gemaakt op het pad, en het onder de dunne humuslaag van verteerd blad liggende  Veluwezand weer omhoog gebracht. Bosbeheerders zijn niet blij met deze tekenen van erosie en graven aan weerszijden van de paden diepe kuilen om het regenwater op te vangen.

Af en toe til ik een beukentak wat op en kijk onder de bladeren of er iets te zien is. En zowaar, hier had de Boskogelspin haar leuke nestje gebouwd. Het was waarschijnlijk net klaar of nog niet helemaal want moeder spin zat er nog bij. Maar dat zag ik pas toen ik de foto's op de pc zette.

Hetzelfde reegeitje dat ik een week of wat geleden hier zag, liep weer op het zelfde pad wat te grazen. Telkens kijkend of alles nog veilig was. Ik hoopte dat het dichterbij zou komen maar dat gebeurde niet en dus moest ik me wederom tevreden stellen met een zeer matig plaatje. Maar wat zijn ze toch elegant met die ranke benen. De naam poten vind ik niet bij zo'n sierlijk dier passen. Toen ik langzaam en heel voorzichtig naderbij kwam verdween de dame meteen in de dekking.

Het vingerhoedskruid bloeit weer in het bos, al is het mondjesmaat vergeleken bij andere jaren. Bleek witroze bloemen, donkerpaarse en alles er tussenin.

Vingerhoedskruid moet je eigenlijk van dichtbij bekijken, vooral als kleine en grote hommels brommend en grommend de hoedjes inkruipen vanwege de nectar. Maar ik ben nogal huiverig de paden te verlaten en tussen het ruige gras te lopen. Om de haverklap ontdek ik een teek. Soms zie ik die over mijn been of arm lopen maar net zo vaak zit hij al vast in mijn huid. Het is bar en boos dit jaar, het is zaak heel goed op te letten dat je ze op tijd uit je huid haalt. Als dat binnen 24 uur gebeurt is er weinig kans op besmetting. En daar vertrouw ik dan maar op.

28 mei 2017

De zomer is verhuisd naar het lenteseizoen, zo lijkt het. Dagen van rond de 30 graden horen gewoon niet in de meimaand thuis. Na de middag is het buiten bijna niet meer uit te houden. In de ochtend daarentegen voelt het alsof je in Itali op vakantie bent als je in de tuinstoel onder de parasol zit en nipt aan je glaasje "Mary's white chocolate". Bij fel zonlicht kun je eigenlijk geen goede foto's maken maar als de zon door de bloemen schijnt en je schaduw boven je camera hebt, is het af en toe wel te doen. Dit is de eerste bloei van een klein soort gladiool. Die zijn heel leuk in de tuin als je ze hier en daar tussen de planten poot.

Hoera, we hebben een nest in de tuin! Tot nu toe heb ik geen enkele jonge merel gezien en ook geen jonge koolmeesjes gehoord, behalve twee dagen geleden aan de bosrand. Andere jaren hoor je ze overal roepen als ze net zijn uitgevlogen. Ook onze nestkasten zijn dit jaar onbezet gebleven. Het kan niet anders of het ongunstige voorjaar met een afwisseling van warme en dan weer veel te koude nachten, zelfs met vorst, zijn daar de oorzaak van. Maar nu hebben "onze merels" die ik gedurende de winter dagelijks havermout en rozijnen gaf, dit beloond door in de klimop een nest te bouwen. De waterschalen tussen de planten worden vaker bezocht om te drinken en te badderen dan de vijver. Bij dit warme weer ververs ik ze een paar keer zodat het water niet zo warm wordt.

Drie dagen geleden zijn de eitjes uitgekomen en moeten de ouders stevig aan de bak. Ze zoeken en zoeken en vliegen af en aan met allerlei insecten. Veel vuurjuffers verdwijnen in de snaveltjes van de jongen maar ook allerlei andere insecten. Beide vogels zijn zo aan ons gewend dat ze zich volkomen op hun gemak voelen als we buiten zitten. Ze hippen om ons heen en nemen vlak voor onze ogen een verfrissend bad en dat is zo leuk!

Gelukkig zijn er nu rupsen genoeg. Deze zeer eitwitrijke beestjes zijn het beste voedsel voor de jonge vogels. De rups van de Piramidevlinder valt volkomen weg tegen het blad waar hij op zit. Het is opvallend hoeveel groene rupsen er zijn, zowel kleine als grote. Het grappige van deze rups is dat zijn achterkant wel zijn voorkant lijkt, maar die zit aan de rechterkant.

Op zo'n mooie dag als vandaag hoort de roos er gewoon bij. Sinds een dag of twee bloeien ze weer en dat maakt de dag extra zomers. Onze Zpherine Drouhin geurt heerlijk en heeft geen doorns. Hij bloeit de hele zomer door, fijn om te hebben.

26 mei 2017

Een insect heeft eitjes gelegd op het tafellaken dat op de tuintafel ligt. Ik heb geen flauw idee welke domoor dat gedaan heeft. Als de eitjes al uitkomen, is er niets eetbaars en zullen ze meteen doodgaan. Ze zijn zo klein dat ze met het blote oog niet goed te bekijken zijn. Pas door een vergrootglas zag ik dat ze verticaal geribbeld waren.

De vuurjuffertjes zijn nog maar nauwelijks uitgeslopen of er wordt alweer druk gewerkt aan het voortbrengen van nageslacht.  Terwijl de man haar vasthoudt zet de vrouw haar eitjes stuk voor stuk af langs de stengels van de waterplanten. Ze zakt daarvoor telkens een stukje dieper en verdwijnt soms zelfs helemaal onder water terwijl manlief haar blijft vasthouden. De larven leven twee winters onder water.

Maar nu is het ook de tijd voor de echte libellen. Ze vliegen inmiddels volop. De Smaragdlibel (Cordulia aenea)  is een schoonheid, heel moeilijk vast te leggen als het zonnig en warm is want dan zijn ze voortdurend aan het jagen. De larven van libellen zijn vraatzuchtige "monsters" met een uitklapbaar deel van de vanglip waarmee ze prooien grijpen: dikkopjes, jonge salamanders en wat zich verder in het water bevindt. De Smaragdlibel is een soort uit de familie van de glanslibellen, een onderorde van de echte libellen.

De Korenbout (Libellula vulva) is een stevige mooie libel. Man en vrouw zien er aanvankelijk hetzelfde uit maar uitgekleurde korenboutmannen zijn blauw. Zijn ze beide nog bruin dan herken je de vrouw aan een donkere vlek op de vleugeltoppen.  Ze vliegen vooral in juni en zijn niet heel algemeen. Ik zag dit exemplaar vorige week in een Drents natuurgebied. De mannetjes waren daar net op kleur aan het komen. Het seizoen vordert gestaag en het ene verdwijnt terwijl het andere zich weer aandient.

24 mei 2017

Foto: Zwartkopvuurkever ({yrochroa coccinea). Ik beweer al een hele tijd dat er minder insecten te zien zijn en ongetwijfeld zal dit door meer mensen opgemerkt worden. In het wetenschappelijk tijdschrift Science wordt gesproken over een "dramatische evolutie" die beschreven werd in een Duitse studie naar insecten. Vlinders, kevers, bijen, noem maar op, verminderen in aantallen. Duitse insectenkenners doen al meer dan dertig jaar onderzoek naar insecten en komen met onrustbarende resultaten. "In 1989 werden in speciale vallen in een kruidenrijk hooiland nog een tot anderhalve kilo insecten gevangen en in 2013 was dat nog hooguit 300 gram", aldus het verslag. De proeven werden voor de zekerheid herhaald en leverden ongeveer dezelfde resultaten op.  De achteruitgang door de jaren heen kwam op gemiddeld 78%.

In Engeland waar men ook al lange tijd de gang van zaken op dit gebied bijhoudt worden dezelde waarden vastgesteld, en ook elders in Europa. Nachtvlinders bijvoorbeeld kennen een achteruitgang van 70%. Ook in Nederland is weinig reden voor optimisme. Insecten zijn onmisbaar voor de bestuiving van gewassen, het opruimen van dood hout, als voer voor vogels enzovoort. Meerdere oorzaken zijn aanwijsbaar voor de achteruitgang; de intensieve manier waarop grond gebruikt wordt, de verkleining en verdwijning van leefgebieden, het gebruik van pesticiden, het teveel aan stikstof uit de lucht, het is een optelsom van nadelige ontwikkelingen.
Bron: natuurpunt.be. Foto: Haft of eendagsvlieg.

Zonder rups geen vlinder, soms wordt dat wel eens vergeten bij het bestrijden van rupsen die onze planten of groenten aanvreten. De Ringelrups (Malocosoma neustria) vind ik een van de mooiste rupsen die wij kennen in ons land. De vlinder legt haar eitjes in een brede band om een tak en zo kwam de naam tot stand. De eitjes worden op verschillende bomen afgezet, o.a. de Zomereik waar ik hem ontdekte. De rupsen leven gezamenlijk in een spinsel tot ze volwassen zijn. De verpopping vindt plaats laag tussen de begroeiing en vanaf half juni tot september vliegen de vlinders. De vlinder is een bruinachtig lid uit de familie Spinners, wat grotere nachtvlinders.

23 mei 2017

De Kardinaalsmuts zit dit jaar overal werkelijk barstensvol bloemen. Wat zal dat in de herfst een feest zijn als al die rode vruchtjes aan de struiken verschijnen.

Bladluizen heb je in alle soorten, groene, grijze, witte, zwarte en allemaal zijn ze vervelend. Deze, de Zwarte bonenluis (Aphis fabae) is een echte naarling. Mijn Kardinaalshoed heeft hij helemaal vernield. Omdat ik de luizen te laat ontdekte zagen ze kans alle blaadjes om te laten krullen. De struik is de plek waar de luizen hun eitjes leggen die in het voorjaar uitkomen. Er verschijnen ongevleugelde luizen die levendbarend zijn, ze leggen dus geen eitjes maar krijgen gevleugelde nakomelingen die naar allerlei planten vliegen waar ze momenteel hun verwoestende werk doen. Ze drinken plantensappen en doen dat bij voorkeur op de jonge toppen waar de meeste voedingsstoffen zitten. Uitzuigers zijn het!

De Rode klaver is een graag bezochte nectarkroeg voor hommels. Zij kunnen met hun lange tongen in de diepe bloemen peuren. De klaver leeft in symbiose met bepaalde bacterin zodat zuurstof in de grond gebracht wordt. Begrijpelijk dus dat deze klaver wel gebruikt wordt als tijdelijke groenbemester op akkers. De Erasmusuniversiteit deed onderzoek naar de effecten van Rode klaver op vrouwen in de overgang. Al heel vroeger werd beweerd dat het een probaat middel zou zijn tegen opvliegers. En inderdaad is deze werking nu aangetoond. De stoffen zitten in huidige voedingssupplementen die bij de drogist verkrijgbaar zijn.

Is dit nou geen heerlijk beeld? Een vette Bonte Bentheimer zeug die lekker in de modder kan prutten. Je zou het zo graag elk varken gunnen en als je zo'n blij dier ziet krijg je onvermijdelijk meteen ook meelij met haar zusters in de bioindustrie, waar ze als productiemachines tussen een paar stangen geklemd liggen en alleen maar veel biggen mogen werpen. Dat is zo tegennatuurlijk, zo respectloos richting dier, ik vind het altijd weer verschrikkelijk.

De kleine big doet dapper met haar moeder mee, lekker wroeten.Zo hoort het en zo is het bedoeld! Als iedereen de kiloknallers in de supermarkt zou laten liggen en wat minder vaak vlees zou eten, zouden we het voor elkaar kunnen krijgen dat het vee een leven krijgt dat het verdient want de macht van de consument is enorm. Maar ja....

23 mei 2017

Gisteren maar weer eens met mijn natuurvriendin op zoek geweest naar insecten. Die ga ik steeds leuker vinden en hoewel ik weet dat niet iedereen ze op prijs weet te stellen, ga ik er vandaag toch maar eens een aantal plaatsen. Later in de week zelfs meer want ze zijn echt zo leuk en interessant. Juist als je ze beter gaat bekijken en iets van hun leefwijze kent, kun je veel in de natuur met elkaar combineren. Dan wordt het steeds spannender. Neem nu deze mooie kleine eitjes. Ze zijn van de zuringhaantjes en je vindt ze als je een blad van de zuring omkeert. Op blijna elk blad is het raak.

De producenten van de eitjes: een parend stel Groene zuringhaan (Gastrophysa viridula), prachtige glanzende felgroene kevertjes uit de familie bladhaantjes. Ze zijn er in allerlei kleuren die vaak veranderen onder invloed van invallend zonlicht. Een heel grote familie die op verschillende planten te zien is. Maar voor de voortplanting is het zuringhaantje afhankelijk van de Zuring, alleen daarop kunnen de larven zich ontwikkelen.  

Dit was voor ons een bijzondere vondst: eitjes van de Salomonszaagwesp op de achterkant van het blad van de Salomonzegel. De vraatsporen zijn ook op de bovenzijde van het blad te zien. Minuscule witte streepjes lijken het. Insecteneitjes zijn soms ontzettend mooi, ze kunnen allerlei vormen hebben, echt heel bijzonder. De larve van de Salomonszaagwesp (Phymatosera aterrmima) is een neprups: hij lijkt op een rups maar hij is het niet, te zien aan zijn pootjes. Hij heeft een zestal echte pootjes en de resterende zijn schijnpoten.  Bastaardrupsen heten ze officieel. Het schijnt dat de rupsen het blad tot op de nerven kunnen kaalvreten. De zaagwesp (ook wel bladwesp genoemd) is zelf pikzwart.

Voor dit soort opnames moet je wel een goede macrolens hebben. Die zit tegenwoordig ook op de camera's met vaste lenzen. Op deze boterbloem een schitterende micro zoals deze kleine vlindertjes genoemd worden:de Kleine parelmot (Gliphipterix simpliciela), . Ze hebben vaak de mooiste tekeningen.

Rara, wat is hier te zien.....! Een geweldig voorbeeld van mimicri. Zo wordt deze vorm van camouflage in het dierenrijk genoemd. De vlinder, een uiljte, heeft een uiterlijk dat perfect overeenkomt met het dode takje waar hij op zit. Een veiliger manier om te ontkomen aan vogelsnavels is niet te bedenken. Prachtig toch? De vlinder heet Schaaruil (Hada plebeja)
Een tuinclubmaatje die met regelmaat mijn website bezoekt liet zich eens ontvallen dat ze meteen wegklikt als ze die "vieze enge insecten" op mijn foto's ziet. Maar Christine, zeg nu zelf, ze zijn toch de moeite van het bekijken wel waard? En vanaf het scherm kunnen ze niet bijten of prikken!

21 mei 2017

Te mooi om bij huis te blijven, deze zondag. Nu maar eens de beukenbossen links laten liggen en op zoek naar de eiken. Daar zou ik misschien de Meikvever kunnen vinden. Langs de weg veel Brem (Citisus scoparius); deels alweer uitgebloeid.

Langs het water zag ik wat Gele lis (Iris pseudacorus). Ik vond het opvallend mager vergeleken bij andere jaren. Slechts hier en daar een paar stelen.

Opvallend veel exemplaren van het Landkaartje (Araschinia levana) vlogen op beschutte, zonnige plekken. Deze vlinder heeft twee verschijningsvormen. Een lichte voorjaarsvorm als op deze foto en een donkere met veel wit in de vleugels, tweede generatie later in het jaar.

Er vliegen ook nog wat citroenvlindertjes (Gonepteryx rhamni). Deze zat op een pad te zonnen. Ik vond het net een blaadje. Ook een plaatje....

Vond ik ook nog de Meikever? Helaas niet te vinden. Wel vond ik de rups van de Grote wintervlinder (Erannis defoliaria) die ik in ons beukenbos nog niet tegenkwam.

19 mei 2017

De malse regenbuitjes van de afgelopen dagen waren zeer welkom in de natuur, ook al hebben ze niet veel zoden aan de dijk gezet. Een paar dagen met fikse regen zou heel wat beter zijn. Hoe droger de bodem wordt, hoe dieper de regenwormen kruipen en dat is funest voor vogels die afhankelijk zijn van bodeminsecten en wormen. Veel weidevogels hebben daar erg last van in deze periode van droogte. Deze Roek is ook op zoek naar iets lekkers dat hij uit de grond kan peuren.

Emelten, de larven van de Meikever, zijn lekkere eiwitrijke hapjes. Dit duo trof ik aan toen ik op mijn volkstuin een tegel optilde. De larven verpoppen in een ondergronds "kamertje" en in deze tijd van het jaar zie je de volwassen meikevers uit de bodem kruipen en zoemend op de vleugels gaan.

Langs onze vijver groeit een randje van grassen en allerlei kleine planten. Ik heb de neiging dat te kortwieken zodat ik vanuit de tuinstoel weer zicht op het water heb maar ik kan het nog niet over mijn hart verkrijgen. In zo'n randje wildernis zie je namelijk allerlei beestjes. Vuurjuffers ontpoppen er en hangen aan de sprieten hun vleugels uit te harden, op het plantenblad zie je allerlei leuke insecten. Zoals deze jonge Sabelsprinkhaan die een landing maakte in de zaden van de paardenbloem. Zo te zien vond hij dat een rare gewaarwording al dat pluizige gedoe om hem heen. De nimf heeft nog een aantal vervellingen voor de boeg eer hij volwassen is.

Ook dit Wenk- of Wappervliegje (Sepsis fulgens) zag ik er zitten. Het is de meest voorkomende van de groep kleine vliegen in de Benelux. Een heel grappig beestje; het mannetje loopt aldoor met zijn vleugeltjes te wieberen in de hoop een vrouwtje te lokken dat daarvan onder de indruk geraakt. De vliegjes hebben een mooi glanzend lijfje, twee doorschijnende vleugeltjes met aan het uiteinde een donkere stip, en ze leven hoofdzakelijk van mest waarin ze hun eitjes afzetten. Daaraan verdienen ze de onflatteuze naam "strontvlieg".

18 mei 2017

Aangezien ik een stuk van mijn volkstuin heb afgestoten, ben ik als gevolg daarvan ook mijn schuurtje kwijt. Daarom heb ik een tuinkussenkist aangeschaft waar ik het gereedschap in kan opbergen. Toen ik die kist opende bleek een wespenkoningin begonnen te zijn aan een nieuwe wespenstaat. Daar was ik dit keer niet zo blij mee natuurlijk. Maar bij het openen van het deksel viel meteen al dit prachtige bolletje naar beneden.

Hier is de aanhechting van het nest te zien: slechts een flinterdun streepje, ik kan me bijna niet voorstellen dat daaraan een heel nest had kunnen hangen, zeker niet daar het aan het gladde kunststof van de kist was vastgemaakt. Maar wat een prachtig bouwwerkje! De wespenkoning die als enige van de vorige wespenstaat de winter heeft overleefd, heeft al die tijd het sperma in een speciale ruimte van haar lichaam bewaard en kan dus zelf de eerste eitjes bevruchten. Ze begint met het bouwen van een paar volmaakt symetrische raten die uit zes kantjes bestaan. In elk van die raten legt ze een eitje dat al na een dag of 15 uitkomt. Het nest bestaat uit houtachtig materiaal dat ze heeft fijngekouwd en waarvan ze papierdunne laagjes maakt. Als het nest later in het jaar klaar is hebben ook de nakomelingen van de koningin helpen bouwen en telkens weer een nieuwe laag er omheen gefabriceerd terwijl de koningin dan niets meer doet dan eitjes leggen.

De Herik (Sinapsis arvensis), soms ook Krodde genoemd die in de bermen en langs akkers zo overvloedig boeit in het voorjaar en hele stukken geel kleurt, is bijna uitgebloeid nu. Vaak wordt door mensen verondersteld dat het om Koolzaad gaat maar dat is het dus niet.

Het is altijd goed om te kijken naar het blad van de plant en niet alleen naar de bloem. Het vele geel in het voorjaar bestaat vaak uit kruisbloemige planten; die zien er zowat hetzelfde uit. Maar het blad en de hoogte kan de plant op naam brengen.

Toen het nog lang zo koud bleef had ik een pak eivoer gekocht voor de vogels. Daarmee zijn ze vaak zeer geholpen want het is uitstekend voer voor de jongen. Ik zag al snel dat ook de Kauw er enthousiast over was want telkens kwam hij een snavel vol halen. Tot ongenoegen van pa en ma Merel die vlakbij aan het broeden waren en nog zijn. Het is fantastisch om te zien hoe man Merel aan de lopende band duikvluchten uitvoert en rakelings over de Kauw vliegt die er weliswaar niet van gediend is maar zich niet laat wegjagen. Weldra zullen kauwtjes en mereltjes uitvliegen en dan is ook het eivoer op.

16 mei 2015

Opnieuw een korte avondlijke poging gedaan de groep zwijnen te vinden die hier rondloopt. Er blijken 20 jonge biggen bij te lopen maar ik heb ze helaas weer niet gevonden. Op mijn tocht kwam ik allereerst uit bij de "Carolinabankjes" zoals ze in de mond van wandelaars heten. Ze staan gegroepeerd rondom een Rode beuk. De Carolinaberg werd door prins Willem IV van Oranje Nassau aangelegd; hij werd in 1704 eigenaar van de Hof te Dieren en de omgeving daarvan. In stervorm liepen er 14 lanen het bos in en het lag voor de hand dat dit stukje bos dan ook de naam "Sterrenbos" kreeg. In 2011 waren er nog daar elf van over.

Ondertussen speurde ik het blad van de beuken af op aanwezigheid van rupsen van wintervlinders. Ook niet gevonden. Het blad is nog opmerkelijk gaaf, geen enkel spoor van insectenvraat erop. Ook op de bosbodem is weinig te zien, ook geen bosmestkevers die daar gewoonlijk veel rondlopen. Zou nu toch de al heel lang durende droogte ermee te maken hebben?

Dit is de rups van de Grote wintervlinder. Hun vlinders heb ik in het winterseizoen ook niet gezien, wel veel exemplaren van de Kleine wintervlinder maar ook daarvan vind ik de rupsen niet. Dit is een foto uit een eerder voorjaar.

Na het passeren van de Carolinaberg kom je op de bekende Lange Juffer. De Lange Juffer wordt op oude topografische kaarten nog Burmanialaan genoemd. Tegenwoordig geeft de laan de grens aan tussen de bossen van Natuurmonumenten, het particuliere bos van Stichting Twickel en het bos van Landgoed Middachten. Voor wandelaars is het aardig om te zien hoe deze bossen op verschillende wijze beheerd worden.

Bijna aan het eind van de Lange Juffer ligt een akker waarvan mij door een eerdere beheerder eens werd verteld dat die speciaal werd aangelegd om het wild uit het bos daarheen te lokken zodat ze zich op de akker zouden volvreten in plaats van de jonge opslag in het bos te lijf zouden gaan, wat de vernieuwing van het groen frustreerde. In het late voorjaar en in de zomer trekken hier zwijnen met hun biggen naar toe en kan de natuurliefhebber daar enorm van genieten. Het lijkt of de akker nog maar recentelijk is omgeploegd.......

De zwijnen kwamen vanuit de begroeiing, waar ze zich bij vermeend onraad ook snel weer konden terugtrekken. Ik zag dat een groot stuk hier kaal gemaakt is. De vraag kwam alweer in mij op of Twickel, die dit gebied in eigendoom heeft, niet bewust een beleid voert het de grote bosbewoners het leven zuur te maken. In dit bos ligt ook een enorme takkentroep die na het kappen of snoeien blijft liggen, soms in lange rillen gelegd zodat het wel zoogdierkerende barricades lijken.

15 mei 2015

We beginnen de week maar eens met een paar mooie kleine bloempjes. Klein maar fijn, dat zijn ze. De Gewone ereprijs (Veronica chamaedrijs) heeft lieflijke bloempjes die je overal kunt vinden, bermen, grasland, dijken, het zijn uitstekende groeiplaatsen waar deze planten vaak massaal voorkomen. Op mijn volkstuin staat rondom het kleine vijvertje een brede rand in bloei en daar geniet ik zeer van.

Hoewel ik vaak de wide originele planten toch het aardigst vindt, bevalt mij deze gecultiveerde vorm van het Nagelkruid mij toch ook wel. De bloempjes zijn bescheiden van formaat, ze trekken volop insecten en ze kleuren vrolijk in de bloemenborder, zeker in deze tijd van het jaar waar alles nog niet zo op hoge stelen staat. Het wilde Nagelkruid (Geum urbanum) waar het misschien wel van afstamt is geel van kleur en heeft kleine  maar mooie bloempjes. De familie Geum (behorend tot de de Rozenfamilie) bestaat uit wel vijftig soorten, waaronder ook het bekende Knikkend nagelkruid. De bloemen vormen later klitachtige vruchten.

De echte ouderwetse korenbloem die ouderen onder ons nog wel kennen van de graanvelden waartussen de korenbloem bloeide, tref je nauwelijks nog aan. Moderne zaaimethoden waarbij onkruiden/wilde planten worden uitgeschakeld zijn helaas gangbaar geworden en graanakkers met korenbloem en klaproos zijn niet meer gangbaar en behoren tot het verleden.  Van de korenbloem bestaan veel gecultiveerde vormen en dit is er een van. Ooit in mijn tuin terecht gekomen, al weet ik niet meer hoe, komen ze hier en daar elk jaar weer op en ik vind ze mooi met hun bekorende blauwe kleur.

13 mei 2015

Omdat het zo'n mooie avond werd ben ik gisteren opnieuw het bos in gegaan in de hoop dat ik wild zou zien. Vooral de zwijnen met hun jonge biggen wilde ik graag tegenkomen.  Altijd moet je goed om je heen kijken want het kan anders maar zo gebeuren dat je iets passeert zonder te weten dat iets aardigs je neus voorbij gaat. Dus goed naar links en rechts kijkend ontdekte ik deze stangen van een hertengewei boven het groen uitsteken.

Toen ik bleef staan kijken trad een hert naar voren, alsof het wilde laten weten dat hij mij in het vizier had. De andere herten die er ook waren hielden zich gedeisd en vertoonden zich niet. Ze vertrouwden op het hert dat op de uitkijk stond.

In maart/april begint - direct na het afwerpen van het oude - het nieuwe gewei weer te groeien en eind juli is het op topsterkte. Breekt de bronstperiode weer aan dan kunnen ze weer aan het bakkeleien gaan met concurrenten die het eveneens voorzien hebben op de hindes. Het is wel heel wat hoor, wat op die koppen moet worden meegedragen; een volledig uitgegroeid gewei weegt al snel 15 kilo en het is bepaald niet makkelijk je daarmee door een dicht bos te werken. Herten lopen dan ook graag in open gebieden maar door het intensieve jachtbeleid voelen ze zich daar niet altijd even veilig. De hindes brengen hun kalfjes in mei/juni ter wereld en trekken zich daarvoor een dag of tien terug op een beschutte plek.

Het hert stond zo dichtbij dat ik niet eens mijn lens ver uit hoefde te draaien om deze close-up van zijn kop te maken. Elke keer als je zo'n imposant dier ziet, en zeker als het zo dichtbij is, raak je er van onder de indruk.  Tevreden vervolgde ik mijn wandeling in de hoop ook nog zwijnen te ontmoeten. Helaas, dat gebeurde deze avond niet.

12 mei 2015

Nijlganzen staan op de nominatie tot exoot bestempeld te worden, hetgeen betekent dat ze dan actief bestreden gaan worden, zo las ik. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw zien we deze vogels in ons land; het zijn praktisch allemaal nakomelingen van ontsnapte of bewust vrijgelaten  siervogels.De soort, die oorspronkelijk in Afrika leeft,  doet het prima in onze vrije natuur maar "Europa" wil hem op de zwarte lijst zetten.

Maar wat is nu eigenlijk een exoot en hoe wordt besloten of die bestreden moet worden. Planten en dieren die uit zichzelf in ons land verschijnen, worden met rust gelaten. Het is een gevolg van een veranderend klimaat. Soorten die door toedoen van de mens hier zijn gekomen kunnen, maar hoeven niet altijd, een negatieve invloed krijgen op onze inheemse biodiversiteit. Ook naar de gevolgen voor de economie wordt gekeken. Nijlganzen lijken een negatieve invloed te hebben op de landbouwgronden (waar ze vaak worden afgeschoten) maar voor de inheemse biodiversiteit staat dit nog niet vast. Sinds de eeuwwisseling blijt de populatie nijlganzen stabiel.

Gisteravond samen met een vriendin nog even het bos ingedoken in de hoop dat we wild zouden zien. Helaas werd het een ietwat mislukte missie al is het bepaald geen straf in het prachtig ontluikende lentebos te wandelen. Deze reegeit is het enige zoogdier dat we zagen en het stond ook nog zover van ons verwijderd dat het met het blote oog nauwelijks te zien was. Toch maar even geprobeerd het dier vast te leggen op camera hetgeen slechts een matig plaatje opleverde. Zonder statief begin je op zo'n afstand weinig. Wat een grote oren heeft zo'n ree toch. Het zijn diens meest belangrijke zintuigen; het gehoor van een ree is enorm en het zicht matig. Een ree kan geluiden waarnemen tot wel vierhonderd meter ver. Daartoe draaien die mooie oren constant alle kanten op.

\

Een andere belangrijke manier on onraad te bespeuren is de spiegel van de ree, de witte vlek op het achterwerk.  Als het dier iets bemerkt dat aandacht vergt, spreidt het de spiegel en andere reen in de groep gaan dan "zekeren", ze reageren door ook goed op te letten of weg te rennen.
In het bos kun je in principe op alle momenten van de dag wild treffen, de mop is dat je graag op het juiste moment aanwezig bent. Vaak de natuur ingaan dus!

11 mei 2017

Langs de vijver hangt het vol lege huidjes van de uitgeslopen Vuurjuffers. Goed te zien is waar de larvehuid openbreekt als de juffer geboren wordt. Altijd op dezelfde plek op de rug. Ik vind die huidjes prachtig, je kunt precies zien waar elk onderdeel van de larve gezeten heeft.

In het gras dat langs het water staat ontdekte ik ook deze teek.  Hij was naar het hoogste puntje gekropen en zat daar te wachten op een prooi wiens bloed hij kon drinken. Boven op de voorste poten zit de orgaantjes van Haller waarmee de teek koude en warmte kan waarnemen maar ook vochtigheid en de kooldioxide die mens en dier uitademen. Op die manier detecteren ze hun prooi; dat kan een muis zijn, een ree of konijn en dergelijke, maar ook een mens. Als die voorbijkomen laat de teek zcih er op vallen, zuigt zich vast in de huid en begint aan de bloedmaaltijd die een paar uur kan duren tot een paar dagen. Ben je zelf de prooi, probeer dan de teek binnen 12 uren te verwijderen dan is de kans op besmetting met de ziekte van Lyme verwaarloosbaar. Het was voor mij de eerste keer dat ik zag hoe zo'n teek al zwaaiend met zijn voorpoten de boel zat af te tasten.

10 mei 2017

Het kleine vlindertje Boomblauwtje (Celastrina argiolus) zie ik niet vaak zitten met opengevouwen vleugels. En dan zie je de onderkant die zilvergrijs is met stipjes. Maar in de avondzon gebeurde het toch terwijl ik er met mijn neus bovenop zat en de camera in handen had. Het Boomblauwtje laat eindelijk de bovenkant van zijn vleugels zien terwijl hij nectar peurt uit de Ossentong. Dit is een vrouwtje, te zien aan de brede donkere randen op de vleugels. De man heeft ze ook maar bij hem zijn die maar heel smal. Vooral wie klimop langs de muren of bomen heeft, ziet dit aardige vlindertje volop vliegen.

De reden dat ik buiten zat met de camera in de aanslag, was een Tjiftjaf (Phylloscopus collibita) die ik de hele dag al probeerde te fotograferen. Veel resultaat heb ik daarbij nog niet geboekt, het bleef vandaag bij deze foto waar nog net te zien is waar de vogel het op voorzien heeft. Aan de lopende band plukt hij vuurjuffertjes van en tussen de planten. Die laatste komen massaal uit de vijver en als ze net zijn uitgeslopen hebben ze even tijd nodig om hun vleugels te laten harden in de buitenlucht. Daardoor zijn ze een makkelijke prooi voor de vogels.  Vanavond wilde ik proberen hem niet vanachter het raam te verschalken maar vanaf de tuinstoel. Tevergeefs dus. Ik blijf het proberen! De tjif is een zeer rusteloos vogeltje dat geen moment blijft zitten.....

Het Look-zonder-look (Alliaria petiolata) staat overal in bloei. Het is een van de planten waar het Oranjetipje haar eitjes op legt. Ook voor het Klein koolwitje is het een waardplant.  Dat dit plantje Look-zonder-look heet, is omdat het wel de naam Look + ui draagt maar niet  tot de uiensoort (Allium) behoort. Zowel het blad als de wortel ruiken naar ui, of knoflook zo je wilt. Vooral als je daat fijn knijpt.

Daslook (Allium uirsinum) bloeit nu eveneens en dit is wel een echt geurende plant en het behoort wel tot de Alliumfamilie. Heb je er een paar in de tuin staan dan valt het niet zo op maar als je bijvoorbeeld in een Limburgs bos loopt waar Daslook in grote groepen staat, dan is dat wel even anders en heel doordringend.

Toevallig vroegen de afgelopen dagen twee dames mij over Daslook. De een dacht dat deze naam behoorde bij Look-zonder-look en de ander dat Vogelmelk zo heette. Maar het blad tussen Daslook en Look-zonder-look is zo verschillend dat je je eigenlijk niet kunt vergissen.

9 mei 2017

Het beukenbos kan nooit mooier zijn dan het nu is. Het geeft je een gevoel van verkwikking om er te lopen met overal het frisse groene waas van ontluikende bomen om je heen. En dit is nog maar het begin. Nog steeds zijn er bomen die nog moeten beginnen. Ook buiten het bos trouwens; de Valse Christusdoorns in onze buurt staan er nog steeds kaal bij.

Het nieuwe blad van de groene beuk (Fagus sylvatica) is nog puntgaaf, geen insectenvraat nog te vinden. Ik hoopte de rupsen van de wintervlinders er aan te treffen maar hoe ik ook speurde ik vond er niet een. Misschien komt het nog.

Tussen de groene beuken staan soms ook rode (Fagus sylvatica atropurpurea). Zou dat een vergissing zijn geweest bij het planten, vraag je je dan af. Dat is niet het geval, de Rode beuk is een speling van de natuur. Bij ongeveer een op de duizend beukenzaden komt een variant voor. Het blad van de rode beuk is in het voorjaar prachtig.

Met dat groen, en de zon erbij, is het heerlijk toeven in het bos. De beuken spelen een spelletje met zichzelf en projecteren hun eigen blad als schaduwen op hun stam.

8 mei 2017

De edelherten in het bos hebben weer nieuwe geweien. Ze zijn nog bedekt met een fluweelachtige huid maar als het gewei volgroeid is, gaat dat jeuken. De herten gaan dan "vegen", ze schuren de geweien langs takken en stammen zodat de huid loslaat en het soms in flarden aan de stangen van het gewei hangt. Jaarlijks zetten de herten een nieuw groter gewei op, tot ze oud worden, dan wordt het gewei weer minder, "terugzetten" wordt dat genoemd.

In mei en juni bloeit de Gewone vogelmelk (Ornitholagum umbellatum), een schitterend wild bolgewasje dat in ons land een beschermde status heeft, al wordt het niet direct bedreigd. Maar het komt niet overal in het land voor.  De bloem vormt zaden die in ons klimaat niet ontkiemen en de voortplanting gebeurt dan ook uitsluitend door kleine bolletjes die zich op de hoofdbol ontwikkelen. De bloemen zijn zuiver wit en gaan open bij zon en redelijke temperaturen.

De bloemen bloeien in zogeheten schermen en aan de achterkant van de bloemblaadjes zit een groene streep die je alleen opvalt als de bloemen zich dichtvouwen. En dat doen ze als het te kil wordt of de dag te somber is. Ik zie hier om me heen dat ze zich goed verspreiden. Als de bloemen gesloten zijn, zoals op deze wat regenachtige ochtend, vallen de planten totaal niet op. Maar als de bloemen zich openen is het een feest van zuiver wit. Echt heel mooi.

In de kelderkast trof ik een paar "ontsnapte"  aardappelen aan die daar lagen te verdrogen. Maar zie eens wat een enorme kiemkracht ze hadden en wat een enorme uitlopers ze al gemaakt hadden. Daaruit blijkt wel hoeveel reservevoedsel er in de knollen heeft gezeten. Het is ook de reden dat je bloembollen, wil je die tenminste in je tuin overhouden, het loof moet laten behouden tot het verdort want via het blad wordt de bol of knol weer volgestopt met reservevoedsel dat ze het jaar erop weer doet bloeien.

7 mei 2017

Met opluchting heb ik gezien dat de appelbloesem op mijn volkstuin niet te lijden heeft gehad van de nachtvorsten die we hopelijk achter de rug hebben. Het was een geluk dat de knoppen nog goed dicht zaten tijdens die nare koude nachten.

Onderweg viel het me op hoeveel insecten er op de paardenbloemen te zien waren. Die bieden zoveel nectar en stuifmeel dat zowat elke soort er wel iets te vinden heeft. Ook heel veel vlinders waaronder deze Dagpauwoog die zo te zien maar op het nippertje ontsnapt is aan een vogelsnavel.

Een van de zweefvliegen. Alles wat gele streepjes op het lichaam heeft wordt vaak aangezien voor  insecten die steken maar niets is minder waar. De zweefvliegen verzamelen geen voedsel voor de larven maar eten stuifmeel en zuigen nectar voor eigen gebruik. Het zijn echte bloemeninsecten. Vooral de vrouwtjes eten veel stuifmeel omdat dat veel stoffen bevat die nuttig zijn voor de eiproductie. Van onze planten is 80% afhankelijk van bestuiving door insecten, dat vergeten we nog wel eens. Heet ze daarom maar welkom in de tuin en geniet ervan.

Van zandbijen zijn in Nederland maar liefst 74 soorten. Allemaal graven ze hun nest in de bodem, je ziet dat nu bijvoorbeeld veel tussen stoeptegels, waar kleine hoopjes zand hun aanwezigheid verraden. Veel van deze insecten zijn gebonden aan een bepaalde plantensoort. Andere zijn minder kieskeurig. Ze verschillen van grootte maar zijn alle sterk behaard, het lijken net kleine hommels. Aan hun poten zitten lange haren die een korfje kunnen vormen waar het stuifmeel in wordt verzameld. Wie insecten interessant vindt moet in deze tijd eens met de neus boven de paardenbloemen gaan zitten, je ziet er ontzettend veel, van minuscuul tot aardig groot.

6 mei 2017

Hij is er weer, net als het vorige jaar. Deze man mus gedraagt zich zeer afwijkend vergeleken met zijn familieleden. Hij is altijd alleen, vermengt zich niet met de troep die zich in onze tuin ophoudt. Je vraagt je af wat hij toch wil als hij werkelijk de hele dag in de dakgoot of op een tak  vlakbij zit te roepen. Geen andere mus reageert op hem en geen vrouwtje ziet hem zitten.  Mussen kunnen diverse geluidjes maken maar dit exemplaar brengt er maar een voort: een schel en eentonig tsjilp. Ik word er horendol van, ik weet dat dit de hele zomer gaat duren. En dan te bedenken dat de gemiddelde mus zo'n vijf jaren oud wordt.

Het is de tijd van de vuurjuffers (Pyrrhosoma nymphula), mooie sierlijke kleine libellen. De een na de ander stijgt op uit de vijver waar hij als larve geleefd heeft. Juffers verschijnen eerder dan de echte libellen en de Vuurjuffer is een van de eerste die het water ontstijgt. Als je zo'n frle wezentje ziet kun je je nauwelijks voorstellen dat de larven zulke  felle rovers zijn. Ook deze soort is koudbloedig en ze treffen het dan ook niet met de huidige koude dagen.

Langs een watertje waar doorgaans leuke insecten te vinden zijn maar nu alle begroeiing tot de bodem toe was afgemaaid, vond ik toch deze mooie bladwesp uit de familie van de spinselbladwespen (Phamphiilidae). Het kleine insect luistert naar de  naam Acantholida posticalis. Bij zulke namen laat mijn brein me nogal eens in de steek......

Voor jonge ooievaars is dit geen prettig weer. Het is te koud voor de tijd van het jaar, tussendoor komt er soms een aardige dag voorbij maar het kost de oudervogels over het algemeen heel veel moeite de jongen warm te houden. En dat betekent dat ze minder tijd kunnen besteden aan het zoeken naar voedsel. Pasgeboren ooievaars worden gevoerd met insecten en ik las dat dit een groot probleem is als de temperatuur te laag is en de nachten dichtbij of rondom het vriespunt liggen en dat dit fataal kan zijn voor de jongen die niet het juiste voedsel krijgen. De weermensen voorspellen op dit punt weinig goeds want het gaat opnieuw kouder worden.

"Je kunt nu wel van die rare dingen over mij in je natuurdagboek schrijven maar daar trek ik me geen lor van aan ".

3 mei 2017

Het Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris) staat weer overal langs de bermen en de sloten.  Planten waar doorgaans heel veel insecten op te vinden zijn maar vanmorgen was het fris en vochtig en wat dat betreft viel het dus een beetje tegen. Dat de planten graag langs weilanden groeien is niet zo vreemd want ze gedijen daar buitengewoon goed vanwege alle stikstofrijke mest die er uitgereden wordt. Fluitenkruid is het eerste lid van de schermbloemigen dat in de lente bloeit. De stengel is hol en gegroefd en ook behaard. Hij voelt hard aan. Vroeger maakten de kinderen van de stengel fluitjes, vandaar ook de toepasselijke naam.

Onder een boom zag ik een plukplaats van een roofvogel. Hij had een vogel geslagen met heel veel kastanjebruine veren maar ik kon helaas niet achterhalen aan wie die  hadden behoord.

De inheemse Vogelkers (Prunus padus) staat in volle bloei en oh wat is dat een feest voor je reukorgaan! De Amerikaanse soort bloeit minder fraai; het merkwaardige is dat op deze struik meer insecten leven dan op de inheemse. Dat werd nog niet zo lang geleden ontdekt en wekte nogal wat verbazing.

Later op de dag liet het weer zich van haar goede kant zien; de temperatuur steeg tot aangename hoogte en de zon liet zich zowaar ook nog zien. Meteen zie je dan dat insecten weer actief worden. De Rouwvlieg (Bibio marci) is momenteel veel te zien. Ook wel Maartse vlieg genoemd. Het dwaze is dat het geen vlieg maar een mug is. De mannetjes komen het eerst uit en je ziet ze vaak in groepen horizontaal op en neer vliegen, wachtend op de vrouwtjes die wat later tevoorschijn komen. Ze leven maar kort, na het leggen van eitjes sterven ze alweer. Als larven leven ze onder de grond nog het langst.

En dit schattige bijtje dat in een botanisch tulpje kwam snuffelen, is een vrouw Asbij (Andrena cineraria)  en een lid uit de zandbijfamilie..

Heel mooi met die witte bontringetjes op kop en lijfje. Het is een algemeen voorkomende soort maar ik had hem niet eerder gezien.

2 mei 2017

Met de regen die nu valt is iedereen wel blij, denk ik. Broodnodig voor de natuur en groeizaam voor de vegetatie.  De grond is heel erg droog en hoe meer er de komende dagen gaat vallen hoe blijer ik ben. Daarna graag weer wat zonnige dagen.

Het leek me een goede gelegenheid de droge dahliaknollen uit de garage te halen en buiten te leggen. Het bleek dat een Bosmuis (Apodemus  sylvaticus) in de bak gekropen was waar die knollen lagen en hij kon er niet meer uit. Gelukkig dat ik hem op tijd vond. Het zijn zulke prachtige muizen met hun glanzende pelsje en glimmende grote ogen. Hoe kan het toch dat mensen daarvan griezelen. De Bosmuis eet grassen, noten bessen e.d. maar ook dierlijk voedsel als slakken, rupsen, spinnen, enzovoort. Bosmuizen leven over het algemeen niet lang, drie maanden is wel eens geconcludeerd. In principe kan hij een maand of achttien worden maar ook bosmuizen hebben vele vijanden dus dat komt er meestal niet van.

Afgelopen zondag was ik bezig geweest een hommel te redden. Ik zag hem door het gras lopen, vliegen ging niet. Misschien toch te lang kou geleden? Ik weet dat je ze weer op krachten kunt krijgen door ze suikerwater te geven maar ik probeerde het eerst met paardebloemen. Het leek wel of de hommel uitgehongerd was, meteen begon hij/zij de nectar uit al die afzonderlijke lintbloempjes te peuren. Om de zoveel tijd legde ik er een verse paardebloem bij en zo is de hommel wel twee uur bezig geweest zich door de bloemen te werken.

Dagkoekoeksbloemen (Silene dioica)  zaaien zich volop uit en ze staan dan ook overal in onze tuin. Ze zijn mooi en hebben een opwekkend lentekleurtje. De naam zal te maken hebben met het voorkomen van de Koekoek die om deze tijd ook weer te horen is. Het is een plant uit de Anjerfamilie, de bloemen geuren niet en bijen hebben er niet veel belangstelling voor.

1 mei 2017

Indertijd kwam het nogal eens voor dat ik op pad bleek te zijn met een camera waarin geen geheugenkaartje zat. Dat kwam omdat ik foto's  via een kaartlezer naar de comuter transporteerde en vergat het kaartje daar weer uit te halen. Tegenwoordig doe ik dat via een kabeltje dat de camera met de pc verbindt dus dat kaartjesprobleem komt niet meer voor. Hier stond ik gisteren echter raar te kijken in het buitengebied toen ik met de verkeerde camera op pad bleek te zijn. Ze lijken ook erg op elkaar en bij vergissing had ik de camera met de macrolens in de fototas gestopt. Geen in- of uitzoom mogelijk dus; daarbij word ik nijdig op mijn eigen slordigheid. Enfin, dit zijn leuke varkens van het Bonte Bentheimerras, een soort die halverwege vorige eeuw nog maar uit 200 dieren bestond. Daarmee is op tijd gefokt en nu staat er een aantal in een wei zoals de dieren oorspronkelijk bedoeld zijn. Lekker rollen in de modder en vrij rondlopen. Je zou het al hun zeer beklagenswaardige familieleden in de bio-industrie zo ontzettend gunnen! Ik eet van deze laatste categorie dan ook geen vlees, krijg het gewoon niet door mijn keel.

Vorige zomer zag ik deze kleine koeiensoort grazen in het natuurgebied Soerense Broek. De Deense heidekoe is dankzij herintroductie weer terug in ons land. Het kleine ras is uitermate geschikt voor natuurbeheer omdat het veel lichter is en minder vertrapt. Bovendien eten de dieren alles wat voor hun bek komt, tot opschietende boompjes toe. Ze zijn geschikt om zomer en winter buiten te lopen maar meestal worden ze toch 's winters binnengehaald zodat de bodemvegetatie  zich weer wat kan herstellen. Het zijn prachtige kleine koeien, ze zien er heel innemend uit. Deze koe kwam naar mij toegelopen en daaruit kun je al afleiden hoe vriendelijk ze verzorgd worden. Als je naar haar dikke buik kijkt lijkt het erop dat binnenkort minikalfjes zullen rondlopen. Daar ga ik zeker naar kijken want die lijken me nog leuker dan kalveren van de gewone koe.

Ik wist een plek in de luwte waar de zon pal op het struikgewas stond en daar ging ik eens kijken wat er te zien was aan insecten. Ik keek er mijn ogen uit naar het aantal vlinders dat er vloog: oranjetipjes, citroenvlinders, dagpauwogen, boomblauwtjes, gehakkelde aurelia's en een klein koolwitje. Ze zijn heel moeilijk te fotograferen als ze rusteloos rondfladderen en meteen wegvliegen als je ze benadert. De dagpauwogen zitten opmerkelijk vaak op de warme bodem. Overige leuke insecten kon ik niet ontdekken, hoe goed ik ook keek.

Er werd gebalst alsof ze dat in opdracht deden, ongelooflijk. Groepjes van drie en vier vlinders joegen elkaar achterna, allemaal in the mood voor een paring. Terwijl ik ernaar stond te kijken met een passerende natuurliefhebber die dit ook zo leuk vond, fladderden de vlinders om ons heen dat het een lieve lust was. Als een meester Prikkebeen probeerde ik ze op camera te vangen maar dat lukte nauwelijks. Dan kun je maar beter een poos staan kijken en genieten.

De wilde planten blijven opmerkelijk lang bloeien: pinksterbloem, bosanemoon en primula staan al weken de bodem op te fleuren dankzij de koude periode die ze achter de rug hebben. Nu het weer eindelijk wat zachter begint te worden en de nachtvorsten achter ons lijken te liggen zal dit snel veranderen. Ook dotterbloemen zijn nog overal te zien. Hier spiegelen ze zich  in het water.

30 april 2017

De Zanglijster opent de ochtendcantate en begint al om vijf uur in de ochtend luidkeels zijn bevallige tonen door de lucht te schallen. Ik werd er vanmorgen wakker van en kon niet meer slapen. Toch is het uiterst plezierig naar dit gezang te luisteren. Het viel me op dat de koolmezen pas een uur later begonnen en de houtduif weer een kwartier daarna. De mussen houden zich het langst koest. Ze kunnen mij niet wijsmaken dat ze ook niet gewekt worden door al dat geluid, ze trekken zich er gewoon geen lor van aan, steken hun kopjes diep in de veren en maffen gewoon nog een hele poos door. De dag is al lang genoeg! Op weg naar vrienden zag ik de lijster gisteravond laat op de top van een hoge conifeer zitten waar hij alweer zijn dagafsluiting zong. Van alle vogels die wij hier horen is de zanglijster de onbetwistbare kampioen.

Het is maar goed dat merels het gevoel van moedeloosheid niet kennen. Waar bij ons voor een groot deel ons gemoed gestuurd wordt door onze hersenen, doen bij vogels de hormonen dat. Ze bouwen instinctief een nest, leggen eieren en beginnen doodgemoedereerd weer opnieuw als het legsel mislukt. Ik heb al heel wat geroofde eitjes op de grond gevonden.  Al hun geschreeuw en gescheld baat de merels niet, ze hebben niets in te brengen tegen eksters, kauwen en ander rovend gespuis.

De planten die binnenshuis moesten overwinteren staan te schreeuwen om naar buiten te mogen. Door al die kou en nachtvorst is dat nog steeds niet gebeurd. Mijn mooie en bijzondere geraniums bloeien volop, hopelijk hebben ze niet straks al hun kruit veschoten. Mijn zaailingen van eenjarigen die ik in een volkstuinbed wil zetten worden lang en pierig, ze moeten nodig worden afgehard. Vandaag kan ik daar mee beginnen maar de komende week keldert de temperatuur alweer. Dat wordt dus weer een hoop heen en weer gesjouw van buiten naar binnen en vice versa. Waar begin ik toch ieder jaar aan! In de tuin wordt steeds meer vorstschade zichtbaar. Jammer hoor.

29 april 2017

Al dagen zit er een verkleumde Oranjetip (Anthocharis cardamines) op een een heel kleine botanische narcis. Vlinders zijn koudbloedig en moeten dus eerst opwarmen alvorens ze kunnen vliegen. Bij een temperatuur van ongeveer 17 graden hebben ze daarvoor energie. Dat wil zeggen: de dagvlinders. Nachtvlinders kunnen bij veel lagere temperaturen actief zijn. Het wordt hoog tijd dat de lente haar kansen krijgt. Dat zou goed zijn voor insecten maar ook voor vogels.

Ik mis ontzettend mijn speciale macrolens want die is toch de mooiste en beste optie bij macrofotografie. Het was altijd zo leuk daarmee te fotograferen maar hij produceerde geen goede foto's meer. De fotograaf wist niet of het aan de lens of aan de camerabody lag en daarom kocht ik een nieuwe tweedehands body bij een uitstekende internetfotozaak. Helaas, het bleek een verkeerde gok, beter had ik een vervangende lens kunnen kopen want die bleek de oorzaak. Het voordeel van deze miskoop is dat ik nu wel weet dat het de macrolens is die vervangen moet worden. Maar ja, die kost wel een paar honderd euro....., voorlopig dus maar even niet.

Ik probeerde nog even de kop van de vlinder vast te leggen omdat die er zo grappig uitzag. De foto hierboven laat al wat meer zien van de vlinderkop en deze hier is nog van dichterbij. Met veel gepruts heb ik er dit nog van kunnen maken. Het koppie steekt net boven een bloemblad van de witte narcis uit. Tussen de haartjes voorop de kop, bevindt zich de roltong waarmee de vlinder nectar zuigt.

Toen het in de namiddag eindelijk zonnig en aangenaam werd, ging ik even kijken of de vlinder al weg was. Hij zat net met de vleugels wat gespreid op te warmen en vloog weg eer ik de camera had ingesteld. Alsof er niets aan de hand was geweest fladderde man Oranjetip wat door de tuin en streek neer op de laatste bloempen van de vaste Judaspenning om zich vol te drinken met nectar. Leuk dat ik het zag gebeuren.

28 april 2017

Op Koningsdag maar eens even een wandeling gemaakt met schoonzoon en kleinzoon, alle drie met de camera's over de schouder. Onderweg deze foto gemaakt met een blik op Doesburg. De wolkenformaties zijn zo prachtig momenteel.

Vanwege de wolken met hun steeds wisselende aanblik besloten we over de dijk in Westervoort te gaan lopen, maar jemig, wat een koude wind stond daar.... Achteraf bezien was het dus geen geweldig idee. Niet eens een "eenzame fietser" te zien uit het liedje van Herman van Veen.

Van tijd tot tijd trok de lucht helemaal dicht. Op dit moment ontstond er even mooi fotolicht. De pluim van de vuilverbranding in Duiven, waar een groot deel van ons afval heen gaat, steekt wit af tegen de lucht.

We keken nog even bij het water maar ook daar was niet veel aardigs te beleven. De watervogels leken zich wel verstopt te hebben. Alleen deze Fuut deinde met de golven mee op het water.

Weer onderweg naar huis wees ik mijn kleinzoon op de vele paardenbloemen die in de berm stonden en op sommige daarvan zagen we enkele insecten. Kleinzoon is naar mijn smaak teveel bezig met de techniek van zijn camera en met geavanceerde fotobewerkingsprogramma's maar wat ik daarvan vind doet er eigenlijk helemaal niet toe. Ik vind het al fantastisch dat hij aldoor met die camera in de weer is. Bovendien staat hij open voor alle suggesties; zo raadde ik hem aan ook een paar foto's te maken van uitgebloeiede paardenbloemen. Weer terug in het warme huis zag hij op zijn computerscherm dat dit soort macrofotografie toch wel heel erg leuk kan zijn! Ik blij natuurlijk. Er is zoveel mooist te zien als je even door de knieen gaat.

27 april 2017

Gisteren las ik in de krant dat jagers uit Frankrijk naar ons land reizen om in de Oostvaarders plassen jonge gansjes te vangen en nog niet uitgekomen eieren. De jonge vogels worden in kratten gestopt en zonder eten of drinken naar Frankrijk gereden. Daar worden ze (als ze dan nog leven tenminste en het transport overleefd hebben) geleewiekt zodat ze niet meer weg kunnen vliegen en vervolgens ingezet als lokganzen. Als wilde ganzen daar op afkomen zitten de jagers klaar om ze af te schieten. Wat een walgelijke praktijk! Zo werd eerder al bekend dat in Brabant en Limburg op grote schaal kievitsnesten geplunderd worden. Dit is toch onverteerbaar, die lui weten toch ook wel dat het met de kieviten niet bepaald goed gaat. Ik kan hier zo boos over worden!

Gisteren vertelde ik over Kees de Kauw die op de pindakaas afkwam. Welnu, hij heeft het verteld aan een vriendje, vandaag zijn ze met z'n tweetjes gekomen en daar ben ik al heleml niet blij mee. Met hun gesnaai uit de pot gaat die wel erg snel leeg. Kauwen zijn buitengewoon slim en ze hebben een intrigerend sociaal leven. Ik ben dan ook dol op ze sinds ik de boeken hierover van Conrad Lorenz gelezen heb.

Het kauwtje heeft al snel door dat ik hem wil verjagen met wilde armbewegingen vanachter het raam. Als hij wegvliegt wekt hij de indruk niet terug te komen door zich minstens een kwartier koest te houden. Vergelijk dat eens met zo'n domme Houtduif die na twee minuten alweer verschijnt. De Kauw komt eerst poolshoogte nemen: even kijken wat er gebeuren gaat....

Als ik me niet door zijn verschijning laat opjutten neemt hij een duik en hangt voor de pot om een paar stevige happen pindakaas te pakken. Het is wel een hleboel veren zo.

Toch heb ik ook geen hekel aan de Houtduif. Hij kan er niets aan doen dat hij groot is en ook wil meeten met de pot, of dat hij (volgens velen) een irritant geluid voortbrengt. Kijk maar eens hoe mooi hij eigenlijk is met die schelpvormige groene kopveertjes. Je moet het gewoon willen zien! Het is bizar dat wij, nu ik het voeren weer hervat heb, de laatste koude weken meer vogels zien dan in de afgelopen winter. Ik stop er weer mee zodra het weer wat zachter wordt. Het schijnt de koudste Koningsdag in twintig jaar te zijn. Eigenlijk kun je dat niet eens zo formuleren: koningsdag, koninginnedag, de koning viert hem pas een paar jaar.

26 april 2017

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de vogels nog niet veel eetbaars vinden in de natuur. Tenminste, als ik zie hoeveel er van het voer gegeten wordt. De pindakaaspot die ik een paar dagen geleden in de houder stopte, is voor de helft alweer leeg. Het vliegt af en aan met mezen, mussen, vinken, roodborst, merel en zelfs een kauwtje. Met die laatste ben ik niet zo blij want met zijn grote snavel pikt hij wel erg forse happen uit de pindakaas. Nota bene hebben wij de hele winter geen kauwen in de tuin gehad, dat zegt toch wel iets. Ik heb bewust geen stokje in de pindasmurrie gedaan om te voorkomen dat kauwen en eksters erop gaan zitten maar het weerhoudt ze niet. Zeker afgekeken van de merel die er als een kolibri voor hangt tijdens het eten.

Ook het heggenmusje komt even kijken of er tussen het vogelvoer iets van haar gading te vinden is. De tweede helft van de maand april is wel hardvochtig voor de vogels. Een jonge merel die, afgaande op het geluid, nog maar net uit het nest was, hoorde ik een dag later al niet meer. Hoeveel zou er weer verloren gaan als gevolg van dit nare weer en de aanhoudende nachtvorst?

Toch houdt het kille weer de lente niet tegen, de eerste koekoeksbloemen bloeien ook alweer. Ik zag zelfs al bloempjes in de trossen van de Sering. De natuur ligt zelfs een paar weken voor op het normale schema, al kun je je afvragen wat tegenwoordig nog als "normaal" beschouwd kan worden.

Met deze bloeiende prachtplant ben ik wel buitengewoon blij, vooral door de strijd die ik moest leveren hem te behouden. Ik kocht hem twee zomers geleden tijdens een tuinreis, zette hem in onze tuin en in een ommezien was hij opgevreten door de slakken. Er stond nog twee centimter steel boven de grond. Ik heb hem toen uitgegraven en in een pot gezet in mijn kasje. Maar ook daar waren de slakken mij te slim af. In een laatste poging (in vond hem zo prachtig) heb ik hem in een pot op een standaard gezet waar die slijmjurken niet bij konden komen en zie hoe hij er nu bij staat: volop in bloei met het mooiste blauw dat je je wensen kunt. Clouds of perfume, heet deze voorjaarsphlox. Normaliter bloeit hij in mei en juni, hij is er nu wel heel vroeg bij.

23 april 2017

Afgelopen week ging ik met mijn tuinclub de Kievitsbloemen (Fritillaria meleagris) bij het Zwarte Water (Hasselt)  bekijken en wij keken onze ogen uit, zo massaal bloeiden die dit jaar. Ooit kwam dit bolgewas op meerdere plaatsen in ons land in het wild voor maar het werd door veranderd grondgebruik dermate zeldzaam dat er tegenwoordig speciale excursies worden georganiseerd naar plekken waar ze nog veel voorkomen. Dat zijn voornamelijk de reservaten bij Zwolle, waar zo'n 80% van het landelijk geheel groeit. Hoe bijzonder ook, in de nieuwe Flora- en Faunawet die op 1 januari van dit jaar vervangen werd door de Wet Natuurbescherming, komt de Kievitsbloem niet meer voor.

Het bolgewas dat thuishoort in de leliefamilie groeit in vochtige grond, daarom raken wij ze in onze droge tuinen ook meestal snel na aanplant weer kwijt. De zaden verspreiden zich daar probleemloos en hebben een laagje dat ze in staat stelt op het water te drijven. In graslanden die in de winter overstromen, kunnen ze zich dan ook prima vermeerderen.

Kievitsbloemen zijn er ook in de kleur wit maar dat komt niet zo heel veel voor. 99% van de bloemen is paars.

Als de bloemen verouderen, worden ze wat bleker. Soms komt het voor dat er tweelingbloemen verschijnen aan de stelen. Zelfs een drieling is mogelijk, ik heb er eens een foto van gemaakt maar kan hem helaas niet meer vinden. Dit komt bij wilde bloemen trouwens maar zelden voor. In knoptoestand zijn de bloemen rechtop en dat gebeurt ook bij de zaadvorming. Een bloem bloeit volgens Heukels slechts vijf dagen.

Al in de jaren vijftig en zestig werd het duidelijk dat de populaties landelijk sterk aan het afnemen waren. Plukten mensen tot dan soms grote boeketten voor in de vaas, de Kievitsbloem werd toen op de lijst van beschermde soorten gezet. Daarmee kreeg de soort als een van de eerste wilde planten een beschermde status. Wat een geluk dat Staatsbosbeheer deze prachtige "bollenvelden" zo goed beschermt, anders zouden wij nooit zulke heerlijke excursies kunnen beleven!

20 april 2017

Dat waren me twee vervelende nachten voor de tuinliefhebbers, temperatuur dik onder nul graden! Plaatselijk kon dat ook nog behoorlijk verschillen; bij een tuinmaatje zag ik vandaag dat sommige van haar planten flinke vorstschade hadden opgelopen. Ik heb de mijne toegedekt met beschermend vlies en dat leek geholpen te hebben want ze bleken met de schrik vrij te komen.

Ik heb een poosje zitten kijken naar wat er zou gebeuren als de zon de terneergeslagen tulpen zou komen opwarmen. Heel traag, bijna onmerkbaar rechtten zich de stelen en kwamen de bloemen weer overeind. Bij de Helleborus ging het met kleine schokjes, telkens plopte er een omhoog, beetje bij beetje. Leuk, ik had het nog nooit gezien.

Vandaag scheen de zon gelukkig weer en de vlinders vlogen blijmoedig door de tuin. Op deze foto is goed te zien wat de invloed is van de zon. Het linker vleugeltje vangt zonlicht, het rechter schaduw. De vlindervleugels zijn bedekt met schubjes die niet glad zijn maar voorzien van een structuur. De schubjes reflecteren het licht en het is afhankelijk van de invalshoek van het licht hoe de kleur er uitziet. Maar het is sowieso niet aan te raden om te fotograferen als de zon schijnt, de kleuren van het onderwerp worden lelijk en uitgebleekt. Daarom is een witte paraplu handig als je toch in zonnige omstandigheden bloemen of insecten wilt fotograferen. De paraplu tempert het licht en op die manier kun je dan toch redelijke foto's krijgen.

Ik zag vanmorgen een paartje pimpelmees in de buurt van de pindakaaspot. Een goede camera had ik helaas niet bij de hand, die lag bij de computer. Dit is een opname via mijn mobiel.

Op het moment suprme ging het ook nog mis doordat er bijna een duif tegen het raam vloog. Man krijgt van zijn vrouwtje pappatraining, ze laat hem vast oefenen met voeren, daarbij speelt ze even voor babyvogel en hij moet bewijzen dat hij zijn plicht kan vervullen. Zij wakkert in feite zijn verzorgingsinstinct aan. Natuurlijk is dit een waardeloze foto en zou ik hem niet hier moeten plaatsen. Maar het was zo'n lief gezicht en zo leuk om het even te vertellen. Misschien kan ik ze nog een keer beter zo in de lens vangen, de pindakaas vindt namelijk enorme aftrek bij de vogels.

18 april 2017

Op de wat lichtere plekken in het bos is het zo prachtig met dat tere groen van ontluikende Lariks en daaronder de bosbesvegetatie.

Bij een bosplasje zat een eenzame woerd te slapen, al hield hij de oogjes wel even open om te zien wat ik van plan was. Of het vrouwtje in de buurt was, op het nest zat of er helemaal niet was, kon ik niet zien. Ik vermoed het laatste want ze zijn in de broedtijd altijd samen. Het gaat niet zo goed met de wilde eenden, de oorzaak is nog niet geheel duidelijk. Sinds 1990 is de soort met 30% achteruit gegaan. Sovon doet er onderzoekt naar en de vermoedens gaan richting kuikenfase; wellicht een voedselafname door veranderd landgebruik, of toemane van predatie.
Opvallend is dat in andere Europese landen de achteruitgang niet speelt.

Hoe prachtig kan de Zanglijster zijn lied laten schallen. En wat een variatie in geluiden, tonen, riedeltjes. Ik zet er af en toe gewoon de keukendeur voor open. Er zit er een in onze buurt die soms van de vroege ochtend tot de late avond zingt. Ik hoop nog steeds dat een paartje besluit in onze klimop te gaan broeden. Vanwege de vogels wil ik ook nooit dat die te kort gesnoeid wordt.

Ik heb de hand maar weer over mijn hart gestreken en de vogels een nieuwe pot pindakaas aangeboden. Daar zijn ze zeer content mee, gezien de hoeveelheid bezoekers die zich er aan tegoed doen. Doorgaans stop ik met voeren als het blad aan de bomen komt maar het huidige weer is bepaald geen pretje te noemen. De harde wind, de vele buien, de lage temperatuur, je zou de vogels toch graag wat beters gunnen. Het lijkt alsof het voedsel in de natuur nog niet eenvoudig te vinden is; zelfs de kauwtjes komen af op de pindakaas.

Op de tuintafel die dichtbij het raam staat krijgen de musjes dagelijks een handje strooivoer, tot het op is. Ze zijn er aan gewend dat ik er vaak met mijn neus bovenop sta. Ik heb altijd de rare neiging om in hun hoofden te kruipen; wat zouden ze tegen elkaar zeggen: " houd de boel in de gaten hoor, ze staat er weer"......

16 april 2017

Paasmorgen, de dag lijkt zo op het oog niet bijzonder. Dat was anders toen ik nog een kind was en wij in de kerk de dominee hoorde uitroepen: "de Heer is waarlijk opgestaan, halleluja!". Nu weet de overgrote meerderheid van ons volk niet eens meer wat de betekenis van dit feest is al roepen we met z'n allen dat onze christelijke tradities toch vooral bewaakt en in stand gehouden moeten worden. Pasen 2017 wordt gedomineerd door eieren van kippen die niet naar buiten mogen vanwege de preventieve voorschriften inzake vogelgriep. De kippen worden nu al maanden verplicht binnen gehouden en hun eieren mogen daarom niet langer verkocht worden als die van de buitenkip. Een gemiddelde kippenboer krijgt daardoor naar eigen zeggen per dag 500 euro minder voor de eieren. En wat doen de supermarkten: die halen vrije uitloop-eieren uit het buitenland omdat ze die voor "de volle mep" verkopen kunnen. Business is business, zelfs over de hoofden van je eigen leveranciers. Het financile nadeel wordt voor de kippenhouders beschouwd als eigen risico. Dat geeft toch een minder aangenaam smaakje aan de al dan niet geverfde paaseieren.

Helaas, het dril dat een paddenvouw in onze vijver geproduceerd heeft, blijkt niet bevrucht te zijn. Daardoor kleuren de eitjes in de snoeren wit. Jammer hoor, ik was zo blij na jaren weer eens jonge padjes te zien. Onderzoek heeft uitgewezen dat eisterfte de grootste oorzaak is van de achteruitgang  van padden, kikkers en salamanders. Aldus een bericht op Wikipedia.

Twee jaar geleden tracteerde ik mezelf op een mooie Azalea met zachtroze bloemen. Toen die was uitgebloeid heb ik hem in de tuin gezet maar vorig voorjaar zat er een enkel zielig bloemknopje in, meer niet. Misschien was hij toch niet zo geschikt voor het buitengebeuren, dacht ik. Je weet het tegenwoordig maar nooit met al die kwekersproducten. Maar zie, dit jaar zit de Azalea vol bloemen, en al dat babyroze staat nu te bibberen in de koude wind.

13 april 2017

Aan het gedrag van een paartje Koolmees is duidelijk af te lezen dat ze jongen te verzorgen hebben. Helaas zitten die niet in een van onze nestkasten. Eerder leek er een bewoond te gaan worden en werd er nestmateriaal ingebracht maar het proces werd niet doorgezet. Jammer maar misschien komt er nog een nieuwe nestelpoging. Het is te hopen dat het niet opnieuw een mislukt broedseizoen wordt nu de temperatuur zo wisselvallig is en de vogels na een aantal mooie dagen nu weer te maken hebben met frisse dagen en koude nachten. Voorlopig ziet het weer er niet veelbelovend uit en daardoor zijn er ook weinig insecten. Koolmezen hebben vooral de rupsen van de Wintervlinder nodig om hun jongen mee te voeren. Ik heb nog geen rups ontdekt. In de krant stond een grappig bericht over het paasvuur in Dronten dat niet kan doorgaan omdat een Koolmees een nestje in de houtstapel had gebouwd. Dat noem je nog eens liefde voor de natuur, al zal vast niet iedereen het daarover eens zijn....

Ook de merels zijn druk bezig met het bouwen van nesten, hebben soms al eitjes gelegd of jongen gekregen. Deze merelvrouw kroop door de beplanting en trok zelfs groen van de planten af. Vanmorgen zag ik haar vliegen met materiaal uit de vijver. Dat wordt gebruikt voor de afwerking van het nest. Hopelijk gaat het allemaal goed want we hebben veel last van eksters die steeds de hagen en de klimop afschuimen naar eitjes of jongen. Als ik de merels tekeer hoor gaan stap ik even naar buiten, klap in mijn handen en weg zijn die rovers weer. Gelukkig vertonen ze hun roofgedrag alleen in het broedseizoen, en tja, ze moeten toch ook jongen grootbrengen.

Mussen maak je gelukkig met een grote waterschaal waar ze met een heel stel tegelijk in kunnen badderen. Wat een gezellige vogels zijn dit toch. Zodra ze zien dat de Merel een bad neemt, vliegen ze er meteen naartoe en gaan erbij zitten. Dat vindt de Merel maar niks en hij wijkt voor dat vrolijke vogeltroepje. Geef ze ook nog een stukje lege grond waarin ze zandbaden kunnen nemen en de mussen zijn je tuin niet meer uit te slaan!

11 april 2017

Momenteel staat in nogal wat tuinen de Camelia in bloei, struiken die om aandacht schreeuwen noem ik die. Vooral de rode exemplaren die al behoorlijk groot geworden zijn. Voor mij zijn ze wat onnatuurlijk, alsof die bloemen niet bij het blad of de struik passen, wat stijve struiken ook. Maar niet iedereen zal dat met mij eens zijn en dat is maar goed ook want stel je voor dat in elke tuin zo'n opzichtige bloeier stond. De manier waarop de struik haar bloemen laat vallen vind ik ook nogal eigenaardig. Niet bloemblad voor bloemblad, zoals bijvoorbeeld bij een roos of tulp, maar alsof de bloem van de ene op de andere seconde wordt afgedankt en in zijn geheel wordt afgeworpen. Ik kreeg een paar bloeitakjes van een tuinmaatje, voor in de drijfschaal. Leuker was nog ze in een stel dezelfde flesjes te zetten en toen zag ik het: plof, daar vielen ze een voor een, ik had het nog nooit gezien.

Een paar keer zag ik hem overvliegen en landen op diverse schoorstenen. De Blauwe reiger (Ardea cinerea), waaraan ik geen blauw kan ontdekken maar wel grijs. Hij zat te ver weg om hem goed te kunnen beoordelen maar het lijkt erop dat de vogel een gele snavel heeft. Dan moet het een volwassen dier zijn, zij krijgen die gele snavels in de broedtijd. De jonge vogels in hun eerste jaar hebben grijze snavels. Je ziet ze vaker in het voorjaar boven de tuinen vliegen. Wie weet hebben ze al jongen en zijn ze op zoek naar lekkere dikke goudvissen in onze vijvers. Die vinden ze bij ons niet, ik geef de voorkeur aan kikkers en salamanders en die gaan niet samen met vissen.

Een jaar geleden kreeg ik van een tuinmaatje een stukje van haar mooie Maagdenpalm. Ik was daar blij mee want deze soort Vinca major had aanmerkelijk grotere en mooiere bloemen van de bekende Vinca minor. De naam weet ik niet, wel dat hij uit Engeland kwam. Ooit wist ik zowat elke Latijnse naam van planten, vooral de wilde soorten. Maar het brein is zo langzamerhand wat minder gewillig en vaak blijk ik namen niet meer boven water te krijgen. Dan geef ik ze zelf maar een naam, zoals deze. In mijn tuin bloeit nu dus de Vinca major Eva. Klinkt goed toch?

Het is alweer jaren geleden dat wij padden in de vijver zagen. Maar dit jaar is het "bingo". Het geluid van een pad is heel herkenbaar en ik hoorde hem elk jaar in een vijver die in een naburige tuin ligt, niet ver van de onze. Leuk hoor, die mooie snoeren met afzonderlijke eitjes. Ik was net van plan het vorkjeskroos wat weg te halen maar laat het nu toch maar liggen, het is een prima schuilplek voor de jonge salamandertjes, dikkopjes en binnenkort ook paddenlarfjes. In het water leven namelijk ook heel wat rovers die het op ze voorzien hebben.

9 april 2017

Wat een schitterende dag, deze zondag. Je kunt bijna niet geloven dat het in de dagen hierna weer zoveel kouder gaat worden. Vlinders pakken bij een temperatuur als vandaag meteen hun kansen. Boomblauwtjes (Celastrina argiolus) vliegen weer volop. Ik zag er een neerstrijken op de Skimmia; met gesloten vleugels lijkt de vlinder eerder zilverkleurig dan blauw. Dagpauwoog en Citroenvlinder vlogen ook, al is de laatste duidelijk minder te zien dan in de weken hiervoor. Ze hebben gepaard, er zijn eitjes gelegd en het wachten is nu op de volgende generatie.

Het Oranjetipje (Anthocharis cardamine) vliegt ook, nu zowel Pinksterbloem als Judaspenning bloeit. Wat wonderlijk toch dat dit elk jaar weer gelijktijdig is. Als ook het Look zonder Look gaat bloeien heeft de vlinder nog meer te kiezen. Het fotograferen in felle zon levert geen mooie kleuren op, ze zijn te licht. In werkelijkheid is het rusteloze vlindertje wat donkerder. Maar ik was al blij dat ik hem te pakken kon nemen. Het vrouwtje mist de oranje vleugelvlek.

Nog meer bijzonder is de manier waarop de Oranjetip haar eitjes legt op de Pinksterbloem. De bloempjes gaan niet alle tegelijk open maar stuk voor stuk. Dat "weet" de vlinder en zij legt haar eitje dan ook op de bloemen die nog het meest in de knop zitten. Tegen de tijd dat die ook uitkomen hebben de onderste bloemen al zaden en daarvan eet de rups van de Oranjetip. In de tuin heb ik nog nooit een eitje op de Pinksterbloem gevonden. In de weilanden leggen de vlinders hun eitjes op de bloemen die het dichts aan de rand staan zodat de volgroeide rupsen daarheen kunnen kruipen om te verpoppen op een stengel van een of andere plant. En dan maar hopen dat die planten in de herfst niet gemaaid worden.

Ik weet het, de Vergeet-mij-niet is bijna als onkruid te beschouwen. Eenmaal vaste grond gekregen in je tuin zaait het zo overvloedig uit dat je hier en daar wel moet ingrijpen. Aan de andere kant, waar vind je een bloem die lieflijker blauw is dat deze. Om nooit te vergeten, daarom heet het zo....

Ik kan mij niet herinneren dat onze Krentenboom ooit zo overvloedig gebloeid heeft. Het windstille weer zal daar zeker toe bijdragen maar dan toch! Nu de boom op zijn mooist is vindt hij het wel weer genoeg, er moeten "krenten" geproduceerd worden. De witte regen is dan ook weer begonnen vandaag, langzaam maar zeker dwarrelt al dat moois vanuit die grote wiltte bloemenwolk overal heen.

7 april 2017

De lente vordert en dat kun je goed merken aan de natuur. Steeds meer bomen en struiken komen in het blad en oh, wat zijn die prille kleuren toch mooi. Je zou willen dat het weken duurde alvorens alles uitgekleurd is en vergeleken bij het begin, ook wat saai geworden.

De graslanden liggen er weer fraai bij, gifgroen zijn ze. Maar het is bedriegelijk, als je er doorheen kijkt zie je dat er niets groeit dan het eiwitrijke Raaigras dat in een seizoen wel vijf of zes keer gemaaid kan worden. Ook zie je de sneden in het gras waar machines mest hebben genjecteerd en die drijfmest maakt het leven in de bodem compleet dood. Wat zouden we veel weidevogels hebben als al de stukken grond niet zo verpest waren; de vogels hebben er niets te vinden, het is verwoest leefgebied. Tegenwoordig heet dat "landschapspijn".

Gelukkig zijn er ook nog weilanden te vinden waar het lichtroze is van de pinksterbloemen. Die houden van de drassige graslanden.

De Bosanemoon is een plant die het voortreffelijk doet in ons land. Langs de sloten en de graslanden groeien de planten massaal, ze koloniseren als het ware de bermen. Soms vind je tussen al die mooie voorjaarsbloeiers opeens bloemen die roze gekleurd zijn. Ik zag ze langs een pad waar er slechts een enkel stukje zo roze was, verder waren de bloemen alleen maar wit. De bloemstengels groeien regelrecht vanuit de wortelstok en de plant hoort thuis in de ranonkelfamilie en wordt beschouwd als een stinzenplant alhoewel je het gezien de hoeveelheid meer een inheemse soort zou kunnen noemen.

5 april 2017

Door het zachte weer van de laatste tijd komt er veel in bloei dat andere jaren wat later in april verschijnt. Zo is ook de vaste Judaspenning (Lunaria rediviva) er al eerder dan de eenjarige, heel ongewoon. De bloemen geuren heerlijk, echt een plant om met je neus even boven te hangen.

Ik liet eerder al eens weten dat wij in onze tuinclub veel leuke dingen doen, onder andere in de herfst een bollenmand vullen. Laagje voor laagje worden bollen en aarde aangebracht en in de lente komen al die verrassingen boven. Er zijn vaak aparte botanische bolletjes bij zoals dit Druifje. De naam weet ik niet maar de bloei ist wat losser dan het alom bekende blauwe exemplaar en de bloempjes zijn heel bleek blauw met donkerder blauwe steepjes. Ik vind ze erg leuk en in de tuingrond gezet zaaien ze zich prima uit.

Dit is het beeldschone Leverbloempje (Anemone hepatica). De meesten van ons slagen er niet in om dit plantje in de tuin te behouden, het heeft de naam "moeilijk" te zijn maar een handvol tuinclubdames heeft  zulke groene vingers dat het hen wel lukt, en waar zelfs het plantje zich nog uitzaait. Daar is de rest natuurlijk zeer jaloers op. Deze foto maakte ik in een van die fraaie tuinen waar alles succesvol blijft groeien en bloeien. Het Leverbloempje is vernoemd naar haar blad dat levervormig is. Is het geen schoonheid?

Ik ben dol op verrassingen waar ik blij van word. Zo verschenen dit voorjaar opeens bosanemonen rond een klein vijvertje in een hoek van onze tuin, waar ze nooit eerder stonden. Hulde aan de nijvere mieren die ze daarheen gebracht hebben. Aan de zaden van de Bosanemoon hangt een lekkernij waar mieren dol op zijn; het aanhangsel heet mierenbroodje. De mieren slepen dat mee maar verliezen het ook wel eens onderweg. En zo staan nu die leuke voorjaarsboden rond dat plasje water.

3 april 2017

Met de lente wil het in de vijver nog niet erg lukken. Er waren maar weing Bruine kikkers en het duurde tot de regenbuitjes vielen eer een paar mannetjes zich onder het gezelschap schaarden. Opvallend vond ik dat de klonten dril maar heel klein waren. Maar ja, het is nog vroeg in het jaar en wellicht komt er nog een vervolg. Navraag leerde dat het bij andere vijverliefhebbers hetzelfde is tot nu toe.

De Dotter (Caltha palustris) langs de vijverrand heeft haar eerste bloemen geopend. Altijd weer een vrolijk gezicht, die felgele en glanzende bloemen die doen denken aan die van de Boterbloem. Ze zijn dan ook planten uit dezelfde Ranonkelfamilie. De bladeren van de dotter zijn giftig. De planten houden van natte voeten en groeien zowel in het water als in drassige grond. Prachtig langs boerensloten en echte planten van de lente: in de natuur voeren ze met vele andere soorten de gele boventoon.

De Krentenboom begint ook aan haar bloei. Een feestelijk maar kortdurend spektakel. Bij de eerste windvlagen fladderen de bloemblaadjes al door de lucht. Onze krent is een bijzonder exemplaar. Vijftig jaar oud en een echte boom. Ik heb de stam indertijd opgesnoeid, nu torent hij bijna boven de nok van het dak uit en spreidt zich over een behoorlijke breedte uit. Maar hij begint nu af te takelen, dat kun je zien aan de takken die hun schors beginnen te verliezen. Ik hoop dat ik hem door wat extra vertroeteling met mest toch nog een poosje in stand kan houden want ik zou hem wel heel erg missen als hij het voorgoed zou begeven.

Vanmorgen ontdekte ik heel jonge exemplaren van een van mijn zeer weinige vijanden in de natuur: de Oranje wegslak (Arion rufus). Ze zaten samen op een bolgewasje, kennelijk daar in de buurt uit de eitjes gekomen. Elk jaar komen er meer voor in de tuinen, ook bij ons, hoezeer ik ze tijdens het groeiseizoen ook dagelijks wegvang. Helaas zien wij in tegenstelling tot vroeger geen egels meer in de tuin. Dat lijkt weer het gevolg van de dassenpopulatie in het bos die zich behoorlijk uitbreidt en regelmatig in onze tuinen op zoek gaat naar voedsel. Das en egel gaan niet samen, de egel legt het loodje.

1 april 2017

Wat later op de dag, wanneer de zon het bos lekker verwarmd heeft, hoor je overal knisperende geluiden uit de bomen komen. Het zijn de schubjes van de kegels die door de warmte open gaan staan, ze hangen nog wel aan de takken maar vallen nu beetje bij beetje omlaag. Deze kegel is van de Douglasspar (Pseudotsuga menzisii) , een sterke naaldboom met rechte stam die tegenwoordig in de bosbouw heel belangrijk is vanwege het sterke, duurzame hout. De Douglas behoort tot de hoogste bomen ter wereld; bij ons wordt hij ongeveer 50 meter hoog maar in Amerika 100 meter. Daar wordt het hout "Oregon pine" genoemd. Het schijnt dat de naalden van deze soort de bodem minder verzuren dan die van andere naaldbomen.

Niet alleen de Citroenvlinder vliegt diep in het bos, ook de Dagpauwoog is er volop te zien. De vlinders zijn momenteel volop aan het baltsen, dit was er een van drie stuks die elkaar achterna zaten. Je vraagt je wel af wat ze zo diep in het bos te zoeken hebben, er bloeit nauwelijks iets waar ze wat aan hebben. Maar deze sterke vliegertjes weten natuurlijk prima de weg weer terug te vinden naar de plekken waar volop te schranzen is.

Ook dit is een vertrouwd beeld in het bos, zeker in de broedtijd van de Sperwer. We maken ons wel eens druk om de katten die vogelnesten uithalen, of over de eksters die hetzelfde doen als ze jongen hebben, maar de sperwers kunnen er ook wat van! Sperwers eten voor 98% andere vogels, niet alleen in de broedtijd. De kleinere mannetjes jagen op vogels die maximaal het formaat van een merel of spreeuw hebben. Het grotere vrouwtje kan met gemak een duif aan. Vooral de huismus is een veel gevangen prooi. Het mannetje heeft dagelijks tot 40 gram voedsel nodig, het vrouwtje maar liefst tot 70 gram. Dat zijn heel wat vogeltjes!

Onze Veluwe is befaamd om haar majestueuze beuken- en eikenbossen maar dat wil niet zeggen dat die bomen het daar altijd zo naar hun zin hebben. De grond is er arm en vooral van de droogte hebben ze veel te lijden. Recentelijk is deze beuk omgewaaid en valt het meteen op hoe mager het wortelgestel eigenlijk is. Dat is bij dennen heel gewoon maar van een beuk verwacht je dat de wortels veel dieper in de grond zitten. Hoe oppervlakkiger het wortelgestel, hoe kwetsbaarder de bomen worden bij storm. Door de klimaatverandering krijgen we steeds meer lange droge periodes. Dat is funest voor de bossen.

30 maart 2017

Langs een bospad vond ik in de klaverzuringvegetatie het eerste bloemetje. Schitterende planten met aardig blad en fragiel uitziende bloemen. Voor mij is het een soort uit mijn persoonlijke lentekalender; krokussen/sneeuwklokjes/akonieten vormen het begin, gevolgd door allerlei kleine bloembolletjes. Weer gevolgd door het speenkruid en de bosanemoon en dan nu de klaverzuring, om te eindigen met boter- en pinksterbloem die nog op de wachtlijst staan. Dan is de lente compleet geworden en komt er zoveel bloei dat het bijna niet meer is bij te houden. Bij het fotograferen van dit bloempje liep ik meteen mijn eerste teek op. Goed uitkijken, ze zijn weer volop actief, zeker na een regenbui.

De Lariks is de lentebelofte van het bos. Alles gaat in het bos wat langzamer en veel blijken van het voorjaar zijn er nog niet, met uitzondering van het uitbundige vogelgezang. Lariks geeft de eerste lentegroene kleur aan het bos en vooral op plekken waar er veel van staat, proef je dan toch hier eindelijk ook het voorjaar.

Door de droogte, waardoor ook al brandgevaar ontstaan is, zijn de meeste spontaan ontstane bosplasjes bijna of helemaal opgedroogd. Het zijn veelal plekken waar de Bruine kikker haar eitjes komt afzetten. Als er niet snel een flinke hoeveelheid regen gaat vallen, zullen ze daar dit jaar een zwaardere dobber aan hebben.

Hertensporen zijn er genoeg maar de dieren laten zich nauwelijks zien. Het lijkt wel of ze steeds schuwer worden. Jaarlijks worden op de Veluwe 1.500 edelherten afgeschoten, ongeveer 3.500 wilde zwijnen en ongeveer 1.600 reeen. Gegevens afkomstig van website jachtargumenten.nl. Je kunt je dus goed voorstellen dat bij deze aantallen de grote zoogdieren zich liever in het verborgene ophouden dan dat ze zich tonen aan de mens.

In het bosgebied Hof te Dieren wordt niet aardig omgegaan met het dierenleven. Voor de nodige onderhoudswerkzaamheden worden mensen ingehuurd die, zo lijkt het althans, niet veel respekt hebben voor wat er leeft. Met grof geweld worden paden bijgewerkt, mierenhopen opzij geschoven met de shovel en bij het kappen worden takken langs de paden gekwakt. Hier lag een mooie mierenhoop in een zonnig stukje berm. Mierenhopen zijn beschermd door de natuurwet maar de troep werd hier bovenop het nest gegooid. En je ziet die nesten toch heus goed liggen. Overal langs de paden liggen rillen afvalhout en je kunt je voorstellen dat dit voor de dieren die hier wonen onderhand een flink beletsel moet vormen. Misschien is dat wel de bedoeling......

Op een andere plek zag ik een mierenhoop die weer volop in opbouw is. Zodra het lekker weer wordt komen de mieren bovengronds en gaan zich eerst massaal zitten opwarmen. Daarna volgt het serieuze werk weer en met tomeloze ijver en ongelooflijke cordinatie gaan de mieren aan de slag om alles in het kader van de instandhouding van de soort te waarborgen. Je kunt er alleen maar heel veel respect voor hebben.

28 maart 2017

Tja, dit hoort ook bij de lente, rovers die het voorzien hebben op vogeleitjes of nestjongen. Ik vond dit kapot gepikte merelei in onze tuin, vermoedelijk is de boosdoener een van de kauwtjes die ik hier weer heel stilletjes door de dakgoten zie sluipen, op zoek naar nesten. Het ei was bebroed en door het gaatje zag ik dat er een embryo in zat. De merel broedt tot ver in de zomer dus ze zal nog meerdere nesten grootbrengen. Waar het merelnest zich bevond weet ik niet, niet bij ons in de tuin in elk geval. Daar nestelt wel een paartje heggenmus en de pimpelmezen zijn ook begonnen de nestkast te stofferen.

We prijzen ons gelukkig met heel veel mussen in de tuin. Het getsjilp is niet van de lucht en dat klinkt zo gezellig. Mussen hebben altijd conversaties, het gaat de hele dag door. Geef de mus het jaar door wat strooivoer, een plek waar hij kan drinken en badderen, plus een stukje grond dat onbeplant blijft en waar hij lekker zandbaden kan nemen. Geef hem ook nog slaap- en schuilplekken (klimop) en kan het niet anders of de mussen blijven gezellig in de buurt, ze zijn zeer honkvast.

Lieveheersbeestjes laten zich ook weer zien, nu de bladluizen nog en die komen zodra het blad aan bomen en struiken verschijnt. Het Aziatische lieveheersbeestje (Harmonia axyridis) is er een die je niet zomaar beschrijven kunt. Je zou kunnen letten op het kleine deukje in het schild, dat hebben ze allemaal maar verder kunnen ze rood, zwart of oranje kleurvarianten en vlekpatronen hebben. Daaraan danken ze ook hun naam: veelkleurig lieveheersbeestje. Ze horen eigenlijk niet thuis in ons landje en dat laten ze merken ook. Ze bedreigen onze eigen kapoentjes door diens larven en zelfs volwassen kevers op te vreten. Twintig jaar geleden werden ze ingezet in kassen en op laanbomen die aangetast werden door bladluizen; dat was een slecht idee. Natuurlijk ontsnapten er de nodige en die hebben zich explosief vermeerderd. Natuurlijke vijanden hebben ze nauwelijks met alle gevolgen van dien.

Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) bezoekt de Voorjaarshelmbloem (Corydalis solida). De plant wordt ook Vingerhelmbloem genoemd. In het wild zie je ze vaak samen met hun witte zusters. Tegenwoordig zijn er ook gekweekte kleurvormen te koop. In sommige parkbossen staan ze nu massaal te bloeien. Ooit nam ik eens een plantje mee naar huis, nu vindt ik her en der nieuwe plantjes dankzij de mieren die hun zaden verspreiden.

26 maart 2017

Je kunt iemand van harte iets gunnen en tegelijkertijd stikjaloers zijn. Bij een vriendin zag ik een Eekhoorn in haar tuin. Hoewel ik  op steenworp afstand van het bos van de Veluwezoom woon, zie ik daar nooit eekhoorns, laat staan in onze tuin. Mijn vriendin heeft er dus een en die is zo tam dat hij gewoon twee meter van het raam op haar terras zit om op zijn gemak het voer uit een schaal te halen die daarvoor speciaal gevuld wordt. De eekhoorn haalt de gekste capriolen uit, en zo dichtbij dat het net een natuurfilm is.  Vriendin meldde me gisteren dat ze er nu twee heeft, vermoedelijk een paartje. Ik wil die prachtige knaagdiertjes zo graag uitgebreid fotograferen maar je weet nooit wanneer ze verschijnen. Als ik in de auto spring en bij haar arriveer kunnen ze al lang weer weg zijn. Hoe frustrerend!

Geweldig bericht: de Europese Unie werkt aan een verbod van alle bestrijdingsmiddelen die neonicotinoiden bevatten. Dit middel wordt verantwoordelijk gesteld voor de sterfte van bijen en hommels. Ze worden in de landbouw gebruikt en overvloedig over de gewassen als koolzaad, mais, aardappels en erwten gespoten ter bestrijding van plagen door insecten. De enige die nog roet in het eten kan gooien is de Europese voedselautoriteit EFSA die in de herfst met een onderzoeksrapport komt m.b.t. de schadelijkheid voor honingbijen. De producenten van deze bestrijdingsmiddelen (Bayer en Syngenta) blijven volhouden dat er geen gevaar bestaat voor de populaties hongingbijen. Hopelijk gaat toch dit jaar de kogel door de kerk. Er bestaat veel verschil van mening over de bestrijdingsmiddelen.

24 maart 2017

Maar kort voor dit vlinderbezoek had ik een appel neergelegd voor de vogels. Toen ik deze Gehakkelde aurelia (Vanessa c-alba) er op zag zitten viel opeens een kwartje. In deze tijd van het jaar zoeken insecten naarstig naar bloeiende planten waar ze hun energie uit kunnen halen. Maar aan het neerleggen van vruchten in het vroege voorjaar had ik eigenlijk nooit gedacht. Toch zijn die van veel nut voor de insecten. Een peer zou in dit verband nog beter zijn dan een appel, ze zijn veel zachter en zoeter. De aurelia heeft twee eilegsels per jaar en de vlinders van de tweede generatie overwinteren en zijn nu te zien. De groenachtige eitjes worden graag gelegd op Hop, Brandnetel en Ribes. Ik verbaas mij er altijd weer over dat zo'n teer wezentje in staat is onze winters te doorstaan. Nadat ik de Aurelia had gespot zag ik ook een Dagpauwoog vliegen, die was niet van plan zich te laten fotograferen. Citroenvlinders vliegen nu ook massaal rond. De man is heldergeel, het vrouwtje een stuk lichter van kleur.

De bollenmand die wij in het najaar bij onze tuinclub hadden gevuld, wordt steeds fraaier. Eerst kwamen de crocussen en aconietjes, toen de iris en elke keer komt er een nieuwe verrassing. Het is zo leuk zo'n mand in te planten en in het voorjaar te zien opbloeien. Allerlei soorten zitten er in: kleine botanische tulpjes, narcissen, stuk voor stuk mooie en aparte soorten.

Ik heb mijn hart verpand aan de kleine Winterkoning. Altijd ben ik weer blij als ik zie dat hij het barre seizoen heeft overleefd. Ik zie hem in onze tuin rondscharrelen terwijl hij uitbundig zijn liedje zingt. Elk voorjaar is hij weer druk bezig verschillende nesten te bouwen. Die showt hij aan het vrouwtje van zijn keuze en zij bepaalt waar gebroed zal worden. In onze tuin biedt ik hem twee nestplekjes aan, een houten nestkastje en een rieten dat verborgen is in de klimop. Nu is het afwachten wat er gaat gebeuren. Het lijkt me zo ontzettend leuk, een nestje vlak voor je neus.

22 maart 2017

De mezen zijn druk op jacht naar huizen. Kast voor kast wordt nauwkeurig bekeken en uitgeprobeerd. Genesteld wordt er nog niet, eerst een weloverwogen keuze maken.....

De binnenkant wordt aan een uitvoerige inspectie onderworpen. Hoe "zit" het er, je moet uiteindelijk wel een behoorlijke tijd op je eieren zitten. Kunnen de jongen er straks goed uitkomen, ook belangrijk natuurlijk. Als het vrouwtje naar plek gekozen heeft blijft ze af en toe een hele nacht in de nestkast slapen om te wennen.

Kunnen ma en pa er makkelijk in- en uitvliegen? Het mezenvrouwtje probeert het uitvoerig uit, zit regelmatig een poosje in het vlieggat naar de omgeving te kijken en alles in te schatten. Het is zo leuk om te zien.

Vooral ook moet je goed in de gaten houden of er geen kapers op de kust zijn. Niet alleen de pimpels maar ook de koolmezen hebben interesse in dezelfde nestkast.  Ik ben benieuwd wie uiteindelijk de nieuwe bewoners zullen zijn.

20 naart 2017

De astronomische lente begint vandaag om 11.28 uur als de zon recht boven de evenaar staat en dag en nacht even lang zijn. Wie kent nog onderstaand lenteliedje dat in 1911 geschreven werd door Hendrina van Tussenbroek? Ik zong het voor 't laatst met onze kleinkinderen. Toch eens vragen of ze het nog kennen. Eigenlijk best jammer dat zulke aardige oude liedjes verloren zijn gegaan. Ze zijn nog te vinden in de bundel "Kun je nog zingen, zing dan mee".
Lenteliedje:
Alle knoppen springen los, alle bloempjes komen kijken.
Door het frisse jonge groen komt het lentewindje strijken.
't Groeit en bloeit aan alle struiken, 't fluit en schalt in alle bomen
Ook de kinderen zingen mee, lente is gekomen.

Ik werd verblijd met een potje bijzondere botanische crocussen. Heb nog naar de naam gevraagd maar ben die natuurlijk prompt weer vergeten. Helaas heeft de regen ze een koppie kleiner gemaakt, jammer maar zo gaat dat in dit kikkerlandje. Ik zal ze in elk geval zorgzaam bewaren en hoop ze in de lente van 2018 weer te zien verschijnen.

De vaste groep vogels bezoekt nog steeds de voerbakjes met pinda, zonnepitten, gehakte vetbol, strooivoer en meelwormen. Maar veel zijn het er niet: groenlingen, mussen, pimpel- en koolmezen, roodborst en heggenmusje, dat is het wel zo ongeveer. De merels zijn er de laatste tijd minder maar een aantal is dan ook al begonnen met de nestbouw. Ik blijf het niet geloven dat we zoveel minder vogels zagen deze winter omdat er in de natuur nog zoveel te eten zou zijn. Dat zou dan ook in andere soortgelijke winters zo moeten zijn geweest en dat is niet het geval. Ik wijt het aan het feit dat er gewoon heel veel minder vogels zijn, vooral als gevolg van het desastreuze broedseizoen van 2016.

Onze krentenboom staat op uitbarsten, een paar dagen lekker weer en het is zover. Wat ik heel erg gemist heb deze keer zijn de goudvinken. Elk voorjaar komen ze zich tegoed doen aan de knoppen van de boom maar dit voorjaar ontbreekt het bekende dju-dju en is er geen goudvink te zien. Dit is in tientallen jaren nog nooit gebeurd.

 

 

naar boven