Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

Lente 2016

 

 

Het dagboek gaat verder in een Zomerkatern. Blijft deze pagina in het geheugen van je pc hangen, tik dan even opnieuw het adres van Natuurfragmenten in.

20 juni 2016

Al die regen die de laatste tijd op ons neerdaalt heeft ook zo zijn voordelen, het is wat je noemt "groeizaam weer".  Terwijl de ene plant al dat vocht allerminst waarderen kan, is het voor andere juist heel heilzaam. Dubbelloof (Spechnum spicant) langs een sprengenbeek staat er dit jaar fantastisch bij! Leemgrond en een hoge luchtvochtigheid, dat is waar deze varen van houdt. De varen staat op de Rode Lijst en Natuurmomunenten verkoopt hem nu via een leverancier. NM promoot het zetten van bedreigde soorten in je tuin, wat de schijn van floravervasling lijkt.

Telkens als ik de Veldhondstong (Cynoglossem originale) tegenkom, loopt ze op haar laatste benen en kan ik nog maar net een enkel bloempje vinden. Behalve in het duingebied en op de vette klei staat de plant voor ons land te boek als zeldzaam maar hier aan de Veluwezoom zie je hem af en toe toch wel. De lange bloeiwijze rolt zich tijdens de groei beetje bij beetje uit zodat bovenaan de knoppen en bloempjes zitten en onderaan de zaden. Beide zijn giftig en gevaarlijk voor paarden en vee.

De zaden van de Veldhondstong zijn voorzien van weerhaakjes wat een uitstekend mechanisme is voor de verspreiding ervan. Ze blijven haken in de vachten van allerlei dieren. Slim geregeld in de natuur!

Aan een grasspriet zag ik dit kleine rupsje hangen, in een nogal onhandige pose, zo leek me. Rupsen en larven van bladwespen worden vaak als dezelfde beschouwd maar dat klopt niet want veel in de natuur is helaas is niet wat het lijkt. Dit is dan ook geen rups maar een larve. Rupsen hebben nooit een dergelijk geribbeld lijf. Om zeker te weten wat je voor je hebt, zou je de onderkant moeten kunnen zien en het aantal poten en de manier waarop ze onder het lijf zitten moeten kunnen beoordelen. Kijk maar eens bij Vlindernet naar het verschil van rupsen en larven.

18 juni 2016

Toch gelukt: 32 zwijnen gezien! Een vriendin die gelezen had dat ik in het bos nog geen zwijn had gezien dit voorjaar, vroeg of ik zin had 's avonds een rondje te maken op zoek naar wild. Zo gezegd, zo gedaan want ik was in de avond inderdaad nog niet op pad gegaan. Maar in het bos viel niets te zien. Op hoop van zegen liepen we door naar een plek waar zwijnen graag foerageren en ja hoor daar liepen ze. Allereerst zagen we een eenzame zeug met drie biggen. Dat was opvallend weinig, meestal hebben ze er vier of meer. Het kan best zijn dat het moederzwijn een paar kinderen kwijt geraakt was, ze worden soms zelf door hun vaders opgevreten.

De jongen hadden honger en ma kwakte zich tegen de grond om de biggen bij haar tepels te laten. Zwijnen laten zich echt gewoon met een plof tegen de grond vallen, onflatteus maar wel een erg komisch gezicht.

Op het veld liepen drie families. Als die te dicht bij elkaar in de buurt kwamen stoven er twee keilers op af om ze uiteen te jagen. Dat vonden wij nogal opmerkelijk want volwassen keilers worden door de zeugen niet toegelaten bij de rotte, zoals zo'n familiegroep heet. Erger nog, de jonge mannelijke biggetjes staan in rangorde zelfs onder de vrouwelijke en zo worden ze ook behandeld.

In het tweede jaar van hun leven worden de inmiddels opgegroeide jongens door de zeugen verjaagd en alleen nog nuttig geacht tijdens de paartijd. Deze enorme beesten die hier liepen wacht dus een spoedige verstoting uit de groep waar ze het zo gezellig schijnen te vinden. Wij hadden een dergelijk tafereel nooit eerder gezien dus het was een vruchtbare avond. Een score van 32 dieren was natuurlijk geweldig maar ik kon het niet helpen dat meteen de vraag door mijn hoofd schoot hoeveel van die dieren er de kogel zouden krijgen bij de jachtpartijen die jaar na jaar weer gehouden worden om de aantallen terug te brengen. Zinloos omdat het nooit het gewenste resulataat oplevert en zinloos omdat bij proeven blijkt dat de aantallen zich vanzelf reguleren als de dieren maar met rust worden gelaten. Maar dat willen de "deskundigen" niet, dat kost teveel tijd, vinden ze. Vooral zeugen zijn het doelwit want die brengen jongen voort. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik een jaar of wat geleden op dezelfde plek stond en natuurliefhebbers speciaal nog eens waren komen kijken in het akelige besef dat de dag erop het afschieten zou beginnen.

17 juni 2016

Je zou de natuur best kunnen vergelijken met een klok die op bepaalde tijdstippen in het jaar te raadplegen is. Aan de hand van wat je buiten ziet, zou je dan ongeveer kunnen vaststellen in welke tijd van het jaar je zit. Natuurlijk moet je dat ruim nemen want veel wordt bepaald door omstandigheden als temperatuur en verdere weersomstandigheden.  Daarom loopt dus de natuurklok niet altijd exact gelijk aan die van andere jaren. Vanmiddag ontdekte ik op een van de planten in de tuin de eerste Stuiksprinkhaan (Leptophyes punctatissima), een heel jong exemplaar van niet meer dan 1 cm groot. Enorme voelsprieten en een gespkkeld lijfje.

Er zijn nu heel veel larven te zien van het Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis)  dat massaal voorkomt in ons land en schadelijk is voor onze inheemse soorten. Je ziet ze kruipen op planten, containers, werkelijk overal, en ze zijn op jacht naar bladluizen. Ze hebben hun laatste (echte) van de meedere vervellingen doorgemaakt. Bij de volgende vervelling verpoppen ze meteen.  De Aziaten werden ingezet in kassen voor de biologische bestrijding van plaagdierjes maar zoals wel vaker gebeurt, zijn ze onbedoeld in de natuur terecht gekomen.

In het bos is inmiddels het laatste deel uitgevoerd van het verstevigen en regenbestendig maken van de paden die veel te lijden hadden van erosie en schade door boswerkmachines. De paden werden met zand opgebold, er zijn aan weerszijden van de paden wel héél erg veel opvangkuilen voor het hemelse vocht gegraven, en op de kruisingen werden karrevrachten keien gedeponeerd. Het is de bedoeling dat die snel worden ingelopen zodat de rijdende gevaarten die bomen moeten kappen voortaan bochten kunnen nemen zonder dat ze de bodem verwoesten. Het is een lelijk gezicht en hopelijk verdwijnen die stenen snel in de bodem. Maar voor de liefhebbers die hopen er klapperstenen en zelfs mammoetkiezen tussen te vinden is het voorlopig feest!

En nog steeds heb ik geen jonge zwijntjes gezien......, al krijg ik af en toe hallucinaties!

15 juni 2016

Vanmiddag hoorde ik een weeronderzoeker op de radio vertellen dat wij nu al te maken hebben met de hoeveelheden regen die pas tegen 2050 verwacht werden en dat daarom de overheid er op moet aandringen om in steden en dorpen zoveel mogelijk de bestrating te verwijderen zodat het water de bodem in kan zakken. En inderdaad, als ik in onze buurt kijk hoeveel betegelde "tuinen" er liggen dan moet dat qua oppvervlakte heel veel zjin. Dus mensen, haal die tegels uit je tuin en vervang ze desnoods door andere bodem bedekkend tuinmaterialen, of een simpel grasveldje. Een keer per week even maaien kan toch niet teveel moeite zijn.Wat kan er toch tegen bloeiende planten en wat struikjes zijn in die kleine voortuintjes.

Toen het vanmiddag even droog bleef ben ik snel het bos ingedoken en tot mijn blijdschap zag ik weer eens herten. Drie stuks die alweer prachtige geweien droegen. Nog met huid bekleed en dat ziet er altijd heel fluwelig uit, ik zou er zo graag mijn hand over laten glijden. Binnenkort gaan ze het vegen zoals dat genoemd wordt en dan schuren ze met het gewei net zo lang langs de boomstammen tot het kaal is. Pas dan is het echt klaar. Als er meerdere herten lopen gaat er altijd een staan kijken: wat gat dat mens doen.... De anderen blijven rustig doorgrazen.

Deze koning van het woud had wel in de gaten dat ik geen kwaad in de zin had en trok zich al snel niets meer van mij aan. Hun stevige bruine lijven vallen meteen op tussen de bomen. Ik vond het echt fijn ze weer eens te zien want, zoals ik vaker meldt, het wild is in ons Dierense bos tegenwoordig maar dun gezaaid en dat vinden veel mensen heel jammer. Dit jaar heb ik nog niet eens jonge zwijnen gezien, vroeger zag je ze heel regelmatig, vooral in de vooravond. Jammer!

13 juni 2016

Nou, dat was me het natte dagje wel aan de Veluwezoom. Het ene wolkenschip was nog niet voorbij gevaren of het volgende zeilde langs de hemel en liet heel wat water naar beneden vallen. Maar daar was ik wel blij mee want het was hard nodig. Al geeft het ntuurlijk ook weer een dubbel gevoel als je ziet hoe clematis en rozen niet alleen nat worden maar op den duur als natte vodjes aan hun takken hangen. Maar ja, een mens kan niet alles hebben.

Er vliegen heel wat jonge vogels rond en ik ben blij dat de mussen weer te zien zijn. Het was wat dat betreft wel een beetje stil geworden nu alle dames op hun eitjes zaten. Maar de jongen zijn uitgevlogen en die lichtgekleurde nieuwelingen zie je nu volop. In de tuin staat sinds kort een grote zelf gefabriceerde waterschaal die in de volkstuinen van de een naar de ander werd  doorgeschoven. Maar nu staat hij hier en daar blijft hij. Tussen de buien door kwamen de jonge mussen er baden, althans, dat probeerden ze. Er was door de regen wat te veel water in gekomen dus probeerden de vogels het wel, maar bleef het bij vele komische pogingen.

Tussen de buien door ging ik even naar buiten om de tuin en de planten te bekijken. Ik zag op het Moederkruid (Tanacetum parthenium) heel kleine kevertjes die zich tegoed deden aan het stuifmeel. Het zijn van die beruchte tapijtkevertjes die binnenshuis een ravage kunnen aanrichten aan de stoffering. Maar buiten doet de Museumkever (Anthrenus verbasci) zoals hij officieel heet, geen kwaad. Maar wil je binnenshuis wat van deze bloemen in een vaasje zetten, dan zou ik ze maar eerst even goed inspecteren voor je het paard van Troje binnenhaalt. De bloemen ruiken trouwens niet bepaald lekker.

12 juni 2016

Na de juffers verschijnen nu ook overal de grote libellen. In de vijver zie ik dikke larven maar daarvan is er nog niet een uitgeslopen. Deze prachtige Smaragdlibel (Cordula aenea) zag ik in Drenthe. Hij behoort tot de glanslibellen, een onderorde van de echte libellen en komt algemeen voor in ons land bij vennen, lagveengebieden en ook wel langs kanalen. Het insect heeft een gifgroene kop en idem borststuk, echt heel mooi.

De ogen van een libel beslaan voor het grootste deel de kop en bestaan uit tienduizenden facetten waardoor het insect enorm goed kan zien, hij kan gelijktijdig zowel boven als onder zich prooien waarnemen. Onlangs werd door een Nederlandse wetenschapper in Madagaskar een tot dan onbekende libel ontdekt die hij als eerbetoon vernoemde naar David Attenborough: de Acrisoma attenbouroughi. Deze insecten schijnen tot de favorieten te behoren van de bekende bioloog aan wiens lippen elke natuurliefhebber hangt als hij in zijn films vertelt over het altijd weer verbazende en boeiende dierenleven. Foto: de ogen van een Korenbout (Libellula vulva).

Ik geloofde mijn ogen niet toen ik gisteren een Weidebeekjuffer in onze tuin zag vliegen. Aan de bosrand nota bene, en geen vennetje of beekje in de directe omgeving te vinden. Maar hier zijn wel heel veel vijvers, kleine en ook natuurvriendelijk aangelegde grote exemplaren. Met de huidige klimaatveranderingen kun je tegenwoordig van alles verwachten en wie weet, breidt deze soort zich wel langzaam uit naar de tuinvijvers. Dat zou geweldig zijn, weidebeekjuffers zijn vliegende juweeltjes!

11 juni 2016

Dit weekend wordt in het bos de Feestdag van het Vingerhoedskruid gevierd. De datum kan per jaar verschillen maar de juiste dag wordt bepaald door het tijdstip dat alle bloemen tegelijk open staan en dat is nu. Wij mensen kunnen daar geen invloed op uitoefenen, het is een zaak van het bos. De planten zijn echte kolonisten, op kapvlaktes en andere kaalgevallen stukken nemen ze onmiddellijk het heft in handen. Zaad ontkiemt, een plant wordt gevormd en het jaar daarop komen de planten in bloei. Een vrolijker bosplant kun je niet verzinnen.

Dat het Vingerhoedskruid (Digitalis) giftig is wil je niet weten als het bloeit. Dan wil je de hommels die er diep in moeten kruipen om bij nectar en stuifmeel te komen horen en zien. Sommige bijten bovenin de bloem gewoon een gaatje waardoor ze makkelijk de nectarkroeg kunnen binnengaan. Voor verspreiding van het zaad is de wind onontbeerlijk en omdat de plant er zoveel van produceert, staat het bos in deze tijd vol planten in wit, roze en paars.

Hoe de plant aan zijn naam komt zal voor niemand een raadsel zijn. Ik geloof dat al mijn kleinkinderen wel eens de hoedjes op hun vingers hebben gezet. En als we toevallig een pen bij ons hadden tekenden we er nog smoeltjes onder. Dat behoort allemaal tot het verleden want de tijd maakt van kindertjes pubers en jonge mensen. Maar het Vingerhoedskruid blijft altijd weer terugkomen in dezelfde vorm en kleuren en brent dan je herinneringen weer terug.

Ook bij planten kan er tijdens de groei wel eens iets misgaan en dan ontstaat een topbloem die er geheel anders uitziet dan de rest. Een pelorie wordt dat genoemd. Ik probeer ze altijd te ontdekken maar dat lukt maar zelden. Tegenwoordig staan planten van het Vingerhoedskruid in potten te koop bij de bouwmarkten en tuincentra en daar wordt een stevige prijs voor gevraagd. Handel is handel, denkt men, je ziet allerlei wilde planten op die manier aangeboden worden, zelfs degene die we in de tuin liever kwijt dan rijk zijn omdat ze zich zo uitzaaien.

10 juni 2016

De Ekster (Pica pica) is in de loop van de tijd een schuwe vogel geworden. Hij weet dat hij door velen gehaat wordt en vaak afgeschoten, dus mijdt hij de mens als de pest. Maar alles wat jong is moet nog veel leren en hier zit zo'n juveniel exemplaar op de drinkbak in de tuin, verscholen achter een varenblad. Het water in de bak is zo aanlokkelijk en na 16 dagen droogte zijn er niet zoveel regenplasjes meer overgebleven......

De jonge vogel komt tevoorschijn en steekt zijn snavel in het water. Hij zou er best even in willen badderen maar veel zit er niet in de drinkschaal. Die is in de vroege ochtend nog niet bijgevuld.

Maar hij kan het niet laten, hij zakt door zijn poten en voorzichtig begint hij met zijn vleugels te wapperen en met zijn buik te wieberen: heerlijk!!

En dan gaat hij er vol voor en duikt en spettert dat het een lieve lust is. De kleuren in zijn veren schitteren in het zonlicht, helaas is mijn eenvoudige automaatje dat op tafel ligt niet zo snel in staat dat op meer snelheid te pakken en de vogel is er trouwens al vlug weer klaar mee. De Ekster een onsympathieke vogel? Hoezo? Hij doet zoals hij geprogrammeerd is, net als alle andere vogels en behalve irritant schetteren kan hij ook aandoenlijke geluidjes maken. Hij is een zangvogel, echt waar. En dat verenpak, nou dat is een van de mooiste die we in ons land zien.

8 juni 2015

Juni is niet alleen de maand van de rozen maar zeker ook van de waterlelies. Ik geloof niet dat er veel mensen zijn die achteloos langs een vijver vol waterlelies lopen. Je vindt ze alleen in stilstaand, voedselrijk water en optimaal is een vijver met vissen erin. Deze kunnen de lelie behoeden voor vraat van insecten en waterslakken. Behalve bepaalde vliegen zie je niet veel insecten op de waterlelie. Pendelzweefvlieg, doodshoofdvlieg, heesterzweefvlieg en dergelijke zijn zweefvliegen die hun eitjes leggen op blad dat op het water rust. Hun larven worden rattenstaartlarven genoemd naar de luchtbuis die ze als een snorkel boven het water uitsteken om te ademen. Een bloem van de waterlelie blijft een dag of vier open, sluit zich dan en zinkt onder water. In de lange stelen die vanuit de wortels naar de bloem lopen, zitten luchtkanalen en de grote drijvende bladeren bevatten ademende huidmondjes. Een goede waterkwaliteit is een voorwaarde die nodig is voor deze prachtige waterplanten.

Het is onderhand wel duidelijk geworden: het is dit jaar een desastreus broedseizoen, niet alleen voor kool- en pimpelmees. Het enorm wisselvallige weer is daar debet aan. Kou, warmte, regen, wind, al die extremen die we hadden veroorzaakten  dat het broedseizoen nu al als " dramatisch"  bestempeld wordt. Uit nestkastonderzoeken door vogelwerkgroepen blijkt dat veel broedsels onderbroken zijn, legsels verlaten en jongen zijn doodgegaan. En aangezien er nog steeds nauwelijks rupsen zijn zal dit voedselgebrek ook als gevolg hebben dat er geen vervolglegsels komen. Aldus een bericht op Nature Today. Reken daarbij de verdronken kuikens en verloren gegane nesten als gevolg van de enorm hoge waterstand in de rivieren en de daardoor overstroomde uiterwaarden, en je kunt concluderen dat het droefheid alom is.

Uit mijn kindertijd herinner ik mij nog goed het verschijnsel " spuugbeestjes"  op grassen en plantenbladeren. Wij veegden het spuug met een takje uit elkaar om de kleine groene beestjes te zien die er in zaten. Het is het product van de Schuimcicade (Cercopidae). De kleine groene nimfen zuigen sap uit het plantenblad maar dat is zo weinig dat het nauwelijks kwaad doet. De nimfen blazen lucht mee met het vocht dat via de anus wordt uitgescheiden: het zogenaamde koekoeksspog. Dat zorgt zo voor een veilige schuilplaats. Gedurende het nimfestadium maken ze vijf vervellingen door alvorens ze als volwassen cicade uitkomen. Deze cicades kunnen 70 centimeters ver springen, hetgeen honderd maal hun eigen lengte is. Wonderlijk toch hè, al die insecteneigenschappen! In heel veel opzichten zijn ze ons, mensen, de baas.

7 juni 2016

Vandaag maar eens een dagje bij huis gebleven; het was te warm en te benauwd om iets te ondernemen. De jonge merels in onze tuin groeien als kool, ze vertonen geen enkele animo de wereld daarbuiten eens te gaan verkennen. Op de tuintafel zitten ze te rommelen in de potten die daar staan. Het is de enige plek waar de slakken zich niet kunnen vergrijpen aan mijn opgroeiende zaaisels. De merels zijn nog erg onhandig; om de haverklap schrik je van gefladder op de vensterbanken waar ze te weinig houwvast hebben. Al tweemaal is er een tegen het raam gevlogen, dat hangt nu noodgedwongen vol met kleurige cadeausliertjes en zilverfolie. Je wilt toch niet dat ze verongelukken.

Pa en ma die het drietal moeten grootbrengen hebben het maar zwaar, helemaal met deze zinderende warmte. Steeds zitten ze met wijd open snavels om af te koelen. Af en toe help ik ze bij de voedselvoorziening door een handje rozijnen in het gras te gooien. Daar zijn pa en ma erg blij mee en ze zitten voor de keukendeur te wachten of er nog wat volgt.

Die warmte waar je loom van wordt, al die bloeiende planten om je samen met het gezoem van talloze hommels die in de bloemen van de Salie peuren naar nectar, het geeft een zomers gevoel. Gelukkig is het nog steeds lente, het gaat toch al zo snel allemaal.

Juni is de tijd van de rozen. Helaas doen die het niet zo goed op onze Veluwse zandgrond maar er zijn er toch een paar die het er kunnen volhouden. De Zépherine Drouhin, zonder doornen en heerlijk geurend is mijn favoriet en de bloemen  fleuren nu de rozenboog op.

Van een vriendin kreeg ik een gezaaide Ipomea die ik er bij heb gezet en vandaag zag ik de eerste bloem open gaan. Wat een schoonheid, de bloemen lijken wel van fluweel en zo intens van kleur dat je ze bijna zou willen aaien. Ik vind het een prachtige combinatie. Helaas bloeien deze schoonheden maar een paar uur per dag, halverwege de middag gaan de kelkjes al weer dicht en worden de bloemblaadjes keurig naar binnen opgerold. Maar morgen staat er weer een nieuwe te pronken.

6 juni 2015

Niet tot ieders vreugde leeft in ons land de Amerikaanse rhododendroncicade (Graphocephala fennahi), een mooi maar schadelijk insect dat een schimmelziekte veroorzaakt in de knoppen van de gelijknamige struiken. Op dit moment zijn er nog geen imago's maar wel larven.

Een jaar of vijftig geleden deed dit uit Noord-Amerika afkomstige insect zijn intrede in ons land. Nu zie je aan de onderkant van de bladeren van rododendrons piepkleine vervellinghuidjes van de ciciade, niet meer dan een paar millimeters groot. Klein zou beslist een betere formulering zijn.

De larven die er uit komen zijn spierwit en bijna doorschijnend.  Ik neem aan dat ze nog geen voedsel hebben opgenomen dat hun lijfjes kleurt. Opmerkelijk wel dat ik uitsluitend witte exemplaren vond, zouden ze synchroon uitkomen? Ik keek op diverse rhododendrons. Leuk en fascinerend. Helaas had ik vanmiddag niet mijn super Olympusje bij me en lukte het niet een haarscherpe foto te maken. Daarbij komt dat deze beestjes razendsnel zijn en niet gezien willen worden of afkerig zijn van licht. Ze rennen meteen naar de onderkant van het blad, hoe je het ook houdt.

Na een poosje zie je minuscule gele exemplaren. Cicaden maken, afhankelijk van de soort, 5 tot 10 vervellingen door. Blad en stelen van de rhododendron voelen kleverig aan van de plakkerige honingdauw die ze afscheiden nadat ze zich volgezogen hebben met plantensap uit de bladeren. Als je eenmaal gefocussed raakt op die miniatuurwereld om je heen wordt het bekijken en volgen allemaal een stuk leuker dan het al was. Dankzij de moderne camera's is dat tegenwoordig goed vast te leggen. In juli en augustus zijn de larven volwassen geworden en zien ze er dus uit als op de bovenste foto. Ze hebben dan vleugels en kunnen zowel vliegen als springen. Ik vind het erg grappige beestjes.

5 juni 2016

One of those days...., zo'n dag dat alles fout gaat, de Engelsen zijn onnavolgbaar in hun uitdrukkingen. Ik ging het bos in, hoorde overal jonge spechten bedelend in boomholtes. Je kunt je achter een boom verschuilen tot je een ons weegt, pa en ma hebben je altijd in de gaten, slaan meteen alarm en laten zich niet in de luren leggen. Ze weten gewoon dat je verstopt zit, in de hoop ze bij hun nest te zien. Ze wachten gewoon tot je doorloopt. Eindelijk zag ik weer eens een hert maar dat zag mij eerder en holde weg. Ik zag een mooi klein oranje vlindertje maar die hebben een naderend object zo snel in de gaten dat ze wegvliegen eer je camera z'n werk kan doen. Ik zag een winterkoninkje scharrelen bij wat takken maar eer ik de cameralens kon uitschuiven, vloog het weg. Ik vond een nog heel jonge Gaai, uit het nest geroofd. Het beestje lag op de grond, er zat al een vlieg bij om haar eitjes af te zetten maar ik zag dat de gaai nog bewoog en pakte hem op. Meteen slaakte hij een paar kreetjes en richtte hoopvol nog even het kopje op maar het jong was al zo verzwakt dat ik wel kon zien dat het reddeloos verloren was. Het kopje zakte op mijn hand, de oogjes vielen dicht, de gaai stierf in mijn hand. Je kunt niet helpen, niets doen en je voelt je rot als je zo'n leven op trieste wijze ziet eindigen.  Het vergalde mijn wandeling en ik ging naar huis. Mijn foto's van zaaddoosjes van de Klaverzuring, de bloempjes van de Hopklaver, een paar nachtvlindertjes op boomstammen, ik weet niet wat er gebeurde maar alles verdween opeens van het scherm in de onbereikbare krochten van de computer. Ik zette de pc uit en ging neerslachtig de tuin in. Daar zat de merel uitbundig te zingen in onze kale, dood gegane prunus. One of those days, gewoon een snerterige pechdag!

4 juni 2016

In het bos viel mijn oog op een oude gevelde dennenstam waar spierwitte plekken op zaten. Dat beloofde wat, ik herkende het meteen.

Het waren kersverse ijsvingertjes, wat mooi! Het Gewone ijsvingertje (Ceratiomyxa fructiculosa) behoort tot de groep slijmzwammen/myxomiceten. De "vingertjes"  kunnen vier mm groot worden. Het is een algemeen voorkomende soort. Vaak komen ze bij warm weer en een paar dagen na een fikse regenbui tevoorschijn. Er zijn ook soorten die alleen in de winter voorkomen. Ze groeien op allerlei ondergronden: dood of levend hout, grassprieten, bladeren of mossen. De vormen en kleuren zijn divers, het is een fascinerend organisme. Voor insecten en bodemfauna als springstaarten, kevers en pissebedden zijn ze een voedselbron.

Op een beukenstronk was ook de Heksenboter (Fuligo septica) te zien, eveneens een slijmzwam. Het is voorstelbaar waar deze naam vandaan komt: slijmzwammen bewegen zich voort op zoek naar voedsel en laten dan een kleurig spoor achter. Ze komen tot stilstand om een rijp sporenlichaam te vormen. Hekserij, zo dacht men vroeger, en dan die gele kleur van boter erbij.

Een prachtige gele Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) klom omhoog langs een beukenstam. De gele hoeden kunnen erg slecht tegen regen en deze hadden er erg van te lijden gehad. Het is een houtzwam die in deze tijd van het jaar veel te zien is, een gevreesde parasiet op levende bomen. Meestal is dat een teken dat de boom al aan het aftakelen is; op kerngezonde bomen heeft de zwam geen vat.

3 juni 2016

Ik meldde op 17 mei dat ik zo verheugd was over een vogelnestje onder ons pannendak, iets dat al jaren niet meer gebeurd was. Vrouwtje op de eieren, mannetje aldoor zingend vlakbij. Hij was en is is niet bij het nestje weg te slaan. De broedtijd van de mus is 13/14 dagen. We zijn inmiddels 17 dagen verder en er zijn geen jongen. Vermoedelijk zit het vrouwtje op steriele eieren tevergeefs te broeden, als ze tenminste nog op dat nest zit. Helaas kan ik het niet bekijken. Maar ik word onderhand stapelgek van het onophoudelijke gezang van meneer mus. Het eentonige schelle getjilp klinkt van de ochtend tot de avond en als je dat voortdurend hoort, gaat het irriteren. Goh, dat ik dat ooit nog eens over vogelzang zou schrijven.... .

In het bos bloeit de Vlier (Sambucus nigra), het seizoen schiet alweer aardig op. Elk jaar is het weer plezierig dingen te zien terugkomen, ook al heb je dat al zo vaak meegemaakt. Het is het nieuwe leven dat zich na een sombere winterperiode weer aandient, in alle denkbare vormen. Het verveelt nooit.

Het bloemscherm van de Vlier bestaat uit een heleboel bloempjes die stuk voor stuk paarse bessen worden, het "nigra" in de naam. De bloempjes vormen eigenlijk geen scherm, ze staan op een heleboel vertakte steeltjes. Menig mens vindt de geur niet lekker en bijen en vlinders schijnen er net zo over te denken.

Gisteren sprak ik alweer iemand die al die beestjes die ik hier ten tonele voer niet geweldig vindt maar dan toch weer interessant genoeg om erover te lezen. Hoe komt dat toch dat veel mensen de insectenwereld niet zo weten te waarderen? Natuurfilms zijn mateloos populair en David Attenborough weet ook over insecten zo boeiend te vertellen dat mensen aan zijn lippen hangen. Maar toch griezelt menigeen van alles dat kruipt en klein is. Er is zoveel schoonheid in deze groep. Neem nu zo'n Mestkever  die je in het bos heel veel ziet. Hij glanst als is hij pas gepoetst, hij heeft prachtige antennes, zijn buik is schitterend blauw  en kijk eens hoe robuust hij er uitziet. Hij moet dan ook diepe gangen in de bosbodem graven waarin het vrouwtje een ei legt waarna de gang met mest gevuld wordt. Daar kan de larve seizoenen lang op leven, pas aan het eind van de winter gaat hij zich verpoppen en in juli komt hij uit als imago; hij heeft dan bijna een jaar ondergronds geleefd. Al die mestkevers bij elkaar ploegen een behoorlijk stuk bosbodem om en houden het op die manier gezond.

2 juni 2016

Vaak heb je niet eens door hoe ongelooflijk mooi de zonsondergang zich voltrekt, zeker op avonden dat je het niet verwacht.  Zoals gisteravond, na een bewolkte dag,  toen ik nog even de tuin in liep en de hemel in brand zag staan, zo leek het. Als de ondergaande zon de wolken beschijnt speelt zich een natuurfilm af voor je ogen. Het gaat heel snel, eerst licht oranje, dan steeds diepere kleuren om dan weer naar een normale avondhemel terug te keren.

Met grote teleurstelling keerde ik terug van de fotograaf bij wie ik mijn camera plus macrolens ter controle had achtergelaten. De lens bleek niet goed meer te werken en dat is flink balen want een nieuwe kost veel geld en ik denk niet dat ik nog tot een vervanging over ga.  Dit piepkleine kevertje dat de naam Furcipuse rectirostric kreeg, ziet er schattig uit. Maar.......

Dit is nu het resultaat dat de lens levert; er is geen scherptediepte meer aan te brengen in de foto's. ik heb heel veel moois kunnen vastleggen met de lens, helaas moet ik hem nu afdanken.

Soms lukt het nog enigszins als ik wat meer afstand van het onderwerp neem maar dan nog zie je het: de fraaie getande antennen van de Zwartkopvuurkever (Pyrochroa coccinea) staan er niet goed op. Deze mooie kever hoort thuis bij de familie  vuurkevers. De larven leven een jaar of twee onder de schors van dode bomen en jagen daar op insecten. De volwassen kever voedt zich met stuifmeel en plantendelen. Ik trof hem aan in onze tuin, een prachtig beestje.

31 mei 2016

Alsof de hel los brak, zo begon het gisteren aan het eind van de middag te regenen en te onweren! Een grijze waterval van regen plensde neer op de aarde neer, veranderde de straat in een wild draaiende rivier, overspoelde de stoep. Meer dan een half uur hield de donder aan op een manier die ik nog nooit eerder gehoord had: er zat geen pauze tussen, het was één aanhoudend af- en aanzwellend gebrom en gegrom. Heel apart. Kikkers sprongen over het grasveld en de watermassa striemde het gebladerde met hevig geweld. Er moet wel geen insect nog in zitten en wat te denken van broedende vogels en nesten met jongen.......

Een uur daarvoor had ik dit mereltje zien zitten. Een van drie uit een nest in onze tuin. Ze waren twee dagen eerder uitgevlogen en al bijzonder goed ontwikkeld. Meestal zitten de jongen een dag of wat op de grond maar dit drietal klom meteen in de struiken en kon dus ook al vliegen.

Vanmorgen landde er een vanuit de krentenboom op de waterbak en zat wat verdwaasd in het rond te kijken naar deze merkwaardige nieuwe plek.

Maar hoe is het mogelijk, de jonge vogel voelde ergens binnenin zijn lijfje dat dit een lekker plekje was waar je iets heel leuks kon doen.

Hij begon als een wilde te badderen, dook voorover in het water, klapperde met de vleugels en ging er wel driemaal in en uit, zo heerlijk vond hij het. Geweldig, dat instinct.

Toen hij klaar en kleddernat was begon toevallig de zon te schijnen. Ziezo, dat zat er weer op, zijn eerste bad in een hopelijk lang en voorspoedig leven.

29 mei 2015

Nog wat foto's van afgelopen woensdag, uit de Drentse natuur. De aanblik van deze merkwaardig uitziende vlieg stelde ons voor een raadsel maar er bleek informatie te vinden in een van de nieuwsbrieven van Nature Today. Hier is een vorm van parasitisme te zien tussen een schimmel en een vlieg. Bij parasitisme wordt het slachtoffer de dupe, het wordt gebruikt als een weerloze  "draagmoeder/-vader" met desastreuze afloop. Ik lees: de sporen van de schimmel groeien tussen het uitwendige skelet van de vlieg naar binnen in het lichaam, tot in de hersenen waarna het insect als het ware willoos bestuurd wordt. Het maakt dat het insect naar een geschikte hoge  plek klimt die het gunstig maakt voor de schimmelsporen zich te verspreiden. Als de schimmel rijp is barst het insect open en groeien de sporen verder uit en worden zo optimaal verspreid. Er bestaan heel veel verschillende van deze schimmels die alle een eigen gastheer hebben. Een  interessant maar morbide verschijnsel

Wie regelmatig rondkijkt wat er tussen zijn of haar planten rondscharrelt zal vast wel eens het leuke komkommerspinnetje hebben ontdekt. Een spin met een geelgroen achterlijf en rijen zwarte stipjes. Maar dit was wel een pracht exemplaar met de fraai gekleurde poten. Helaas wist ik hem niet juist te determineren maar gelukkig zijn er mensen die bereid zijn hun kennis met anderen te delen en zo kom je dan tot een conclusie. Er zijn twee zustersoorten die verwarrend veel op elkaar lijken: de Araniella curcubinata (Gewone komkommspin) en de A. Ophistographa. Het verschil is alleen vast te stellen op basis van geslachtsdelen en pootbestekeling. Alweer wat geleerd, de natuur is net een trukendoos, telkens kom je weer iets onbekends tegen.

Je kunt ze in deze tijd van het jaar niet over het hoofd zien: parende insecten. Deze fraai gekleurde Bloedcicade (Cercopis vulnerata)  houdt er een eigen manier op na. Ze zitten niet op elkaar maar gezellig naast elkaar. Van mei tot juli is deze soort het vaakst te zien, op gras of planten, vooral in bosrijke gebieden. Al kun je ze niet of nauwelijks  zien, ze hebben heel kleine antennes, hun oogjes nemen alleen licht en donker waar. Ze hebben ook vleugels al zou je dat niet denken wanneer je ziet hoe ze met behulp van hun sterke achterpoten wegspringen. Cicades kunnen door zweten hun lichaam afkoelen en dat is heel bijzonder voor een insect. Hun zweetklieren liggen boven op hun lichaam en verdampen het vocht dat de insecten binnen krijgen door het opzuigen van plantensappen.

Overdag zoeken de meikevers een geschikt plekje om te slapen en dat doen ze regelmatig door achter een blad te kruipen. Zo kunnen ze veilig voor vijanden een tukje doen.

28 mei 2015

Als het bijna donker is begint de zanglijster te zingen. Hij zoekt het hoogste topje in de boom en schalt een ongekend scala van tonen en riedeltjes door de lucht. Van al onze zangvogels heeft de zanglijster misschien wel de meeste noten op z'n zang en hoe mooi ik de liedjes van roodborst, zwartkop en tuinfluiter ook vind, bij mij staat de zanglijster aan top. Ademloos sta ik 's avonds te luisteren hoe hij uit volle borst "alles uit e kast haalt" om zijn visitekaartje af te geven.

Laatst zei iemand tegen mij hoe ze snel al die "enge beestjes" op mijn website weg klikt. Dat kan ik natuurlijk niet begrijpen want de insectenwereld heeft zoveel fraais te bieden. Maar goed, misschien zijn er wel meer mensen die er zo over denken. Voor hen dan maar een paar vrolijke voorjaarsbloemen. De klaprozen beginnen de bermen weer te kleuren en mij geeft dat altijd het gevoel dat nu de zomer begint. Gelukkig hebben we nog ruim drie weken eer dat inderdaad zo ver is want het gaat allemaal al snel genoeg.

Als je eenmaal een Korenbloem je domein hebt binnengehaald, blijft die ieder jaar terugkomen want ze zaaien zich met succes uit. En als je geen verwoede schoffelaar bent, zie je ze zelfs in je tuin verschijnen met hun heerlijke hemelsblauw. Voor de insectenliefhebbers: lees even de toegevoegde regel bij de groene eitjes van gisteren.

27 mei 2015

Dit prachtige microvlindertje heet Geisha (Olethreutus arcuella) en is in ons land een algemene soort. Het leeft van afgevallen bladeren en plantenresten. Het is maar 1.5 tot 1.8 cm groot en een nachtvlindertje uit de familie Bladrollers.

De Rozenkever (Phyllopertha horticola) is er een die velen liever zien gaan dan komen aangezien hij vreet aan knoppen en blad van planten. De larven heten engerlingen en kunnen er ook wat van. Ook de larven van mei- en junikever noemen we engerlingen, ze zijn berucht vanwege hun vraat aan de wortels van het gras. De kever wordt ook wel Johanneskever genoemd.  De larven komen in mei en juni als volwassen imago uit de grond waar ze ongeveer een jaar hun leven hebben doorgebracht.

Op het blad van de Eik is heel veel insectenleven te vinden. Hier een paar eitjes, ik denk dat ze van de Groene stinkwants zijn. Je kunt ze samen met wat blad van de waardplant in een doosje doen (met luchtgaatjes) om ze na korte tijd te zien uitkomen. Heel leuk om te bekijken. Doe dat echter niet als je geen idee hebt wat je uit de natuur meeneemt en hoe je het moet verzorgen.

De fraai getekende rups van de gelijknamige nachtvlinder Euproctis similis heet Ringelrups. Hij valt ondanks de mooie kleuren bijna niet op omdat hij meestal met zijn dunne lijf op een takje zit.  Het vrouwtje legt haar eitjes spiraalsgewijs rond een takje, zodat er een ring van eitjes ontstaat, vandaar de naam van de rups.  De rupsen maken spinselnesten waarin ze zich bij slecht weer en gedurende de nacht veilig kunnen ophouden. In de maand juli worden de eitjes gelegd en die komen pas na de winter in april uit. Een maand later verpoppen de rupsen zich.

26 mei 2016

Met mijn Drentse vriendin ben ik gisteren een dagje gaan struinen en dat betekent in ons geval dat wij op zoek gaan naar leuke, mooie of bijzondere insecten in geweldige natuurgebiedjes die als pareltjes rond haar woonplaats liggen. En o wat ben ik daar jaloers op.  Een van de eerste die ik zag was deze Haft die stil aan een grashalm hing. De hemel was bedekt en het was wat fris maar daardoor bleven veel insecten zitten waar ze waren en dat was voor ons ideaal. Zo'n haft vind ik echt prachtig, een teer en  feeëriek wezentje. Zo mooi zijn en dan zo'n kort leven beschoren, onvoorstelbaar. Ze leven als nimf lange tijd onder water en worden uiteindelijk boven water een subimago, een tussenstadium zou je kunnen zeggen. Dat stadium duurt maar heel kort en dan vervelt het tot een imago zoals op de foto. Dit is een unieke vorm van ontwikkeling. Het imago leeft maar een paar uur tot een paar dagen, afhankelijk van de soort want er zijn er meer. Eten is er niet bij, alleen paren en dan roemloos ten onder gaan.....

Op een eikenblad zag ik dit kleine rode spinnetje bezig met het maken van een kraamkamer. Als het klaar is zal ze daar haar eitjes leggen die goed beschermd zullen zijn in hun spinselwieg.

En dit is het uiteindelijke nestje waar de nakomelingen van het rode spinnetje zich veilig en in alle rust kunnen ontwikkelen. Spinnenmoeders zijn fantastische nestbouwers. Of spinsters, zou je eigenlijk moeten zeggen.

Dit Groen zuringhaantje (Gastrophysa polygoni) staat op springen! Niet te geloven wat een opgezwollen lijf vol eitjes ze nu heeft. Het past niet eens meer onder haar dekschild en het lopen wordt moeizaam. Wat zal ze blij zijn als ze haar vrachtje heeft afgezet. Allerlei soorten haantjes zijn volop te zien en overal onder bladeren kun je de eitjes vinden.
Morgen verder met deze serie.

25 mei 2016

Als ik in het bos kom geloof ik mijn ogen niet. Voor me liggen brede zandpaden, geel zand nog wel. Dit kan toch niet waar zijn! Door de kapwerkzaamheden laat in de winter zijn de paden in het bos behoorlijk kapot gereden en de geulen die er door ontstaan zijn liepen telkens na een fikse regenbui vol water zodat het lopen er onaangenaam werd. Zijn de paden nu werkelijk geëgaliseerd met "wegenbouwzand" in plaats van donkere humus of iets dergelijks? Het is echt geen gezicht en ik vraag mij af of dit een kwestie is van "zo goedkoop mogelijk renoveren".

Manshoge zandhopen liggen her en der en moeten nog verwerkt worden. Natuurlijk is het veel te voorbarig om dergelijke conclusies te trekken en de enige juiste weg is om de beheerder van dit bos te benaderen. Hij laat mij weten dat al dat zand gebiedseigen is. Het wil zeggen dat het van een andere plek in het bos overgebleven is bij het maken van afwateringsgaten en dat het nu hergebruikt wordt. Alles blijkt hier aan regels gebonden, zelfs het gebruik van natuurlijk materiaal. Behalve voor het egaliseren van de kapotte paden is het ook de bedoeling dat die wat worden opgehoogd en opgebold zodat het regenwater zijdelings wegloopt.

Die gaten langs de paden zijn bedoeld om het regenwater er naar toe te leiden zodat er geen erosie ontstaat op de paden waarbij de bovenste humuslagen wegspoelen. Regen kan de grond enorm uithollen, vooral op paden die neerwaarts aflopen.

Tijdens de werkzaamheden zagen de bosarbeiders helaas een oude mierenhoop over het hoofd hoewel deze beschermd wordt door de flora- en faunawet. De nijvere diertjes zullen hem  vast wel weer opbouwen boven het ondergrondse nest maar het was wel zonde en ontoelaatbaar. Even verderop werd alweer gebouwd aan een nieuwe hoop. Het is opvallend hoe vaak de bosmieren daarvoor een plek kiezen waar veel oude takken liggen. Ze bouwen er gewoon omheen. Ik zou wel willen weten waarom ze dat doen maar nog niemand kon me de reden vertellen.

24 mei 2016

Ach jee, wat jammer nou toch. De lente gaat niet alleen gepaard met nieuw leven maar ook met dood. Veel nieuw geboren leven redt het niet en gaat verloren door weersomstandigheden, predatie of andere factoren. Momenteel is het weer prut met de lente en de enorme hoeveelheid regen van gisteren zal menig vogelbroedsel gefrustreerd hebben. Vandaag is het weliswaar droog maar ook behoorlijk kil terwijl de zon zo welkom zou zijn de kleddernatte open nesten op te drogen en de vogels op temperatuur te houden. Oudervogels gaan op hun jongen zitten om ze warm te houden maar er moet ook naar voedsel gezocht worden en dat valt nu ook niet mee want insecten vliegen nauwelijks. Dit jong is uit een nest geroofd, te zwaar gebleken en op de grond gevallen. Nestvlieders als grutto-, kievit en andere, hebben al een donskleed zodra ze uit het ei komen maar de meeste vogels worden kaal geboren. Dit kuiken heeft al de eerste veren in ontwikkeling maar is nog lang niet klaar. De eitand waarmee het zich uit de schaal heeft bevrijd, zit nog op de snavel.  C'est la vie.

Deze Agaatvlinder (Phlogophora meticulosa), een mooie nachtvlinder uit de familie Uiltjes, vliegt nu als eerste generatie. In augustus volgt nog een tweede. De vlinder vliegt gedurende de avond, ik vond hem rustend op een tuinhek. De groene rupsen zijn behoorlijk vraatzuchtig en doen dat vooral 's nachts. Ik heb ze nogal eens in de binnenshuis overwinterende fuchsia's en soms verpoppen ze in de bloempotten en vind ik later een dode vlinder want die overleeft niet in huis.

23 mei 2016

In mei vliegt de Meikever (Melolontha melolontha) en in juni de Junikever. Meikevers zijn grote zware insecten wiens gezoem je kunt horen als ze langs vliegen. Hun bovengrondse leven duurt aanzienlijk korter dan het ondergrondse waar ze als larve, die engerling heet, jaren kunnen doorbrengen. Vanaf half april of begin mei - afhankelijk van de omstandigheden - komen de volwassen kevers uit met als enig doel het nageslacht veilig te stellen. De kevers vliegen voor een zogenoemde rijpingsvraat naar de loofbomen, waar ze vooral op eiken en beuken van de bladeren eten.

Meikevers hebben heel mooie antennen die als waaiertjes worden uitgespreid als ze vliegen zodat ze goed kunnen waarnemen of er een partner in de buurt is waarmee ze kunnen paren. Als dat gebeurd is, vliegen de vrouwtjes weer naar de grond om op een paar cm diepte een stuk of dertig eitjes af te zetten. Eenmaal terug in de bomen vreet ze zich weer vol en als ze genoeg energie gekregen heeft legt ze opnieuw een aantal eitjes in de bodem, maar dit keer wat minder, en ook vaak nog een derde keer. Dan heeft ze haar plicht gedaan en sterft.

Vroeger zag je de Meikever veel meer dan nu, door het gebruik van insecticiden en vooral ook het bestrijden van de vraatzuchtige larven, komen ze nu veel minder voor. De kevers vliegen als de zon ondergaat en niet langer dan ongeveer een uurtje.

De opkomst en neergang van een papegaaitulp. Twee staan er in onze tuin, al jarenlang en elke lente staan ze weer te pronken met bizarre bloemen. Doorgaans hou ik niet zo van die verbouwde bloembollen maar deze maakt me vrolijk. Misschien wel door de mooie kleuren en de bijna belachelijke, overdreven vorm van de bloemen.

De beide tulpen houden het onvoorstelbaar lang uit, al wekenlang bloeien ze. Maar nu lijkt het einde toch nabij en in de stromende regen worden ze bijna gedwongen de bloembladen te laten vallen. Maar ze willen nog niet, nog even blijven gloreren met die leuke babykleurtjes. Het is net of de bloemen dansen......

22 mei 2016

Vorig jaar ontdekte ik deze leuke insecten voor het eerst en nu zag ik het eerste Wenkvliegje (Sepsis fulgens) van dit jaar. Wat zijn ze toch leuk! Ze glanzen alsof ze net zijn opgepoetst en ze lopen met zwaaiende vleugels over het blad van planten alsof ze er de grootste lol aan beleven: "kijk mij eens vrolijk en blij hier rondscharrelen?" Helaas, alle menselijkheid is ze vreemd, ze proberen op deze wijze een partner te lokken en geven met dat gewapper van hun vleugels aan dat ze paringsbereid zijn. Om nog wat meer op te vallen kregen ze een zwart stipje op hun doorzichtige vleugels. Ik vind ze snoezig! Wat je daarom niet zou willen weten is dat ze behoren tot de groep Strontvliegen, zo genaamd omdat ze hun eitjes in uitwerpselen leggen. Het schijnt dat ze enorme zwermen kunnen vormen van wel tienduizenden exemplaren.

In de stijl van de voordeur zat een nachtvlinder, de Zwartbandspanner (Xanthorhoe fluctuata), een algemene soort die graag bloemen van kruisachtige soorten bezoekt, waaronder het Look zonder Look dat hier volop in de tuin staat, speciaal voor de vlinders. De soort vliegt van mei tot oktober.

Look zonder Look, een wilde plant die ook voor het Oranjetipje van belang is. Na de bloei laat ik er een paar staan en trek de rest uit. Zo verzeker je jezelf van een natuurvriendelijke tuin, en wat is leuker dan dat.

In een bosperceeltje in het buitengebied zag ik deze plant staan die onmiddellijk doet denken aan het Gebroken hartje Dicentra spectabilis dat momenteel in veel tuinen staat te bloeien. Hetzelfde blad, bloemen die gelijke kenmerken hebben maar de bloeiwijze is toch anders. Dit is Dicentra formosa, een soort die de schaduw mint en groeit in de randen van licht bebost gebied. Zoals zoveel mooie wilde planten wordt hij ook gebruikt in tuinen en er zijn inmiddels diverse kweekvormen verkrijgbaar.

20 mei 2016

Langs een gracht zag ik een fors exemplaar staan van de Paarse dovenetel (Lamium purpureum).  Omdat in menig reukorgaan de geur van de bloemen als onaangenaam ervaren wordt, werd de plant vroeger ook wel Stinkende dovenetel genoemd. Maar goed, de bloemen zijn niet bedoeld voor onze neuzen maar als lokkertjes voor insecten die ze moeten bestuiven. In het geval van de Dovenetel zit er een heleboel nectar in en de plant wordt dan ook druk bezocht door insecten.

Dat mensen vroeger veel dichter bij de natuur stonden dan tegenwoordig is een feit. Je zult nu geen kinderen meer zien die aan de bloempjes van Smeerwortel zuigen vanwege de heerlijk zoete honing die er in zit maar dat gebeurde vroeger wel en daaraan ontleent de plant weer de oude naam "zuigbloempjes".  Deze maagdelijke Witte smeerwortel (Lamium album) groeide op dezelfde plek als waar ik de paarse zag staan, in vruchtbare vette kleigrond.

Om de serie compleet te maken hebben we nog de Dovenetel. Misschien op het oog wat vreemd maar ze hebben alle drie te maken met inbrekers. Bij deze planten zit de nectar nogal diep in de bloem. Insecten met een lange tong hebben daar geen moeite mee maar die met een korte tong kunnen er niet bij. Daar hebben ze wat op gevonden: ze breken in. Ze bijten op een geschikte plek een gaatje in de bloem waardoor hun tong toch de nectar kan bereiken. Dovenetel en Brandnetel, wat hebben zij dan qua naam met elkaar te maken? Het "netel" heeft de Dovenetel te danken aan het feit dat hij voor het ongeoefende oog wel wat weg heeft van de Brandnetel. De eerste mist echter de brandharen van de tweede en dat wordt dan "doof" genoemd.

19 mei 2016

Ik vind het zo heerlijk om in de vroege ochtend door de tuin te lopen om te kijken of er alweer iets nieuws te zien is. Zo´n verse bloem van de Dagkoekoeksbloem met wat druppels op het blad, prachtig toch?

In de volkstuin aangekomen hoorde ik geen geluid meer in de mezenkast. Gelukkig, geen dode meesjes maar uitgevlogen jongen. Ik vroeg me af waar de mezen al dat haar vandaan gehaald hadden, ik kon het zo snel niet verzinnen, de omgeving in aanmerking nemend.

We hebben in onze tuin dit jaar niet veel geluk met de nestkastjes, ze bleven alle onbezet. Ook twee merelnesten gingen de mist in maar merels zijn volhouders en hebben tot in augustus vaak nog een broedsel. In de klimop is het kennelijk goed gegaan. Ik vond op het gazon deze lege dop en zie het merelpaar opeens druk bezig met het zoeken van piepkleine regenwurmpjes. Dat wordt twee weken lang heen en weer vliegen van de grond naar het nest en omgekeerd en daarna nog het voeren van de bedelende uitgevlogen jongen. Als nu de eksters maar wegblijven, die hebben ook vlakbij een nest met jongen. Een eischaal is griezelig dun, je kunt hem nauwelijks oppakken zonder hem te breken. Nog een wonder dat die eitjes ongeschonden de broedperiode doorkomen als er een moeder op zit die al snel 100 gram weegt.

Dat het Aziatische lieveheersbeestje zich niets gelegen laat liggen aan kleur of stippen van de soortgenoten is hier te zien. Er zijn al zoveel varianten en wie weet wordt hier weer een nieuwe uitvoering op stapel gezet.

18 mei 2015

In een weiland aan een weg die druk bereden wordt maar weinig bewandeld zag ik een heleboel schapen met lammeren en natuurlijk ben ik er even voor gestopt. Je kon merken dat de dieren niet gewend waren aan passanten op twee benen want ze maakten meteen dat ze een eind uit de buurt kwamen.  Deze ooi is geen speling van de natuur, al zou je dat wel denken. Het lijkt of ze een dubbel stel oren heeft en een wat vreemd lijf maar het tweetal stond zo mooi achter elkaar dat het net leek of het om een enkel schaap ging.

Deze moeder had een pikzwarte tweeling, het tweede lam staat achter haar, je kunt nog net een zwart pootje zien. Maar alleen het zichtbare exemplaar had malle witte stippen op het koppie. Ze waren nog jong en bleven nog veilig dicht bij hun moeder.

Het is geen wonder dat bij veel schaapskuddes lammetjesdagen georganiseerd worden waarop mensen een schaap kunnen adopteren. Ze zijn zo schattig en aansprekend dat je er al snel toe over gaat. Onze kinderen en kleinkinderen hebben allemaal een adoptieschaap dat naar henzelf genoemd is en ze ontvingen daarvan een echt geboortekaartje. Ik heb maar nooit verteld dat daar in de praktijk natuurlijk niks van terecht komt.

De meeste mensen vinden zwarte lammeren leuker nog dan witte maar dat is niet in overeenstemming met het gezegde dat je in je familie beter niet een zwart/onwaardig schaap kunt zijn, een kind dat in ongenade is gevallen. Hoe komen dergelijke uitdrukkingen tot stand, zou je denken. Het zou kunnen dat het afkomstig is van een tekst uit de bijbel die verhaalt hoe Jacob (symbolisch) de zwarte schapen uit de kudde verwijderde. Af en toe komt het voor dat een ram een zwarte ooi niet wil dekken of dat de ooi het zwarte kind verstoot. Dat moet dan met de fles worden grootgebracht. Het is een prachtig gezicht dieren en hun jongen in deze omstandigheden samen buiten te zien rondlopen. Je zou het alle dieren toewensen!

17 mei 2015

Voor de vogels is het geen pretje, dit extreem wisselende weer. Hadden we lange tijd een veel te koude lenteperiode, werd die opeens gevolgd door zomerse temperaturen terwijl nu de nachten weer behoorlijk fris zijn geweest, zelfs met enkele keren rondom het vriespunt. Jongen verzorgen valt nu dus niet mee en in open nesten hebben de vogels te lijden onder kou en vocht, evenals vogels in het open veld. Het broedseizoen zal dus weer zeer wisselend zijn. Deze mus is klaar om uit te vliegen en neemt vast de omgeving in ogenschouw.

Na vele jaren leegstand is er eindelijk weer een nestje onder ons pannendak. Er heeft zich een mussenpaar gevestigd en terwijl het vrouwtje op de eieren zit zingt haar man zijn geluk uit. Uren kan hij dit volhouden, af en toe duikt hij even onder de rode dakpan om te zien of alles nog goed gaat en zijn vrouw er nog comfortabel bij zit.

Vanmorgen heb ik van het natte gras wel vijftig jonge naaktslakken geplukt.  Nakomelingen van de grote oranje en zwarte naaktslakken die zich te buiten gaan aan je planten. Eerder zagen we die eigenlijk nooit maar de laatste jaren is het bar en boos. Egels zien we ook nooit meer terwijl dat elk jaar wel het geval was. Egel en Das gaan niet samen en ik vermoed dat daar de oorzaak ligt. In het bos wemelt het van de dassen en die wandelen zelfs regelmatig door de tuinen die langs de bosrand liggen. Net als steenmarters die zelfs overdag gezien worden maar geen vijanden zijn van egels. Hoe dan ook, wij missen de laatste zeer en moeten nu zelf de vretende naaktslakken te lijf gaan. De overige slakken laten we aan de lijster en merel.

15 mei 2016

In de weilanden wordt het geel van de paardenbloemen vervangen door het glanzende geel van de boterbloemen. Wat een weelde in deze tijd van het jaar. En wat waait het toch aldoor. Het lijkt wel of elk jaar de wind meer en harder waait in ons land. Prima omstandigheden voor de zaadverspreiding, zeker voor zaden met een parachuutje zoals die van de paardenbloemen.

De Witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) verliest ook alweer haar bloemen. Het is de kerstboom van de lente met zijn prachtige bloemen die als kaarsen op de takken staan. De kaarsen zijn feitelijk groot uitgevallen katjes. De naam verwijst naar vroeger toen men gekookte kastanjes voerde aan paarden die last van hoest hadden. Een kastanjeboom is in elk jaargetijde imposant. De kastanjes/zaden die omhuld worden door de groene stekelige bolster, alsof ze in een doosje liggen, heten dan ook doosvruchten. De puntjes op de bolster zijn de restanten van de katjes. Wie pakt in de herfst niet zo'n mooie glanzende kastanje op om hem in de jaszak te stoppen. Vroeger dacht men dat het bij zich dragen van kastanjes een remedie was tegen reumatische aandoeningen. Helaas lijden veel kastanjebomen aan een desastreuze ziekte.

De Prunus wordt om zijn schoonheid in het voorjaar veel aangeplant. Maar wat gaat die snel voorbij, zeker op zeer winderige dagen die we nu weer beleven. In een ommezien is alle roze uit de boom gesneeuwd. De bloei is kort maar hevig.

Lieveheersbeestjes zijn weer volop te zien, ze storten zich massaal op de vele bladluizen die er ook alweer zijn. Ze zijn er in allerlei kleuren en aantallen stippen. Tegenwoordig is er ook een exoot die indertijd werd ingevoerd als biologisch bestrijdingsmiddel in kassen en zich vandaar massaal verspreidde in de natuur als Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis). Het is een soort die zich zeer makkelijk aan allerlei omstandigheden aanpast en onderhand een bedreiging voor de inheemse soorten vormt. Zozeer, dat gezocht wordt naar een manier om ze te bestrijden. Alleen deze soort al komt voor in allerlei kleuren en tekeningen. Wie het leuk vindt ze te leren onderscheiden: www.stippen.nl

13 mei 2016

In het nog jonge natuurgebied Soerensebroek zag ik tot mijn verbazing een Lepelaar (Platalea leucorodia). Ze broeden op maar een paar plekken in Europa en in Nederland zijn wij zo gelukkig een populatie van ruim 2.500 broedparen te hebben. Voornamelijk op de Waddeneilanden. Ze verblijven in ons land vanaf eind februari tot eind september en vertrekken dan richting Afrika. Pas als de jongen na drie jaar geslachtsrijp  zijn, komen ze weer terug.

De Lepelaar zoekt zijn voedsel in ondiep water en maait met zijn snavel heen en weer om zoveel mogelijk kleine waterdiertjes te vangen. Lepelaar en Grauwe gans gaan zo te zien prima samen. Dit is een prachtig resultaat na alle inspanningen van Natuurmomenten hier nieuwe natuur te laten ontstaan.

Behalve aan het fourageren was de vogel ook bezig met een uitgebreide poetsbeurt. Dit gebiedje wordt steeds fraaier en spannender. Een week of wat geleden was er ook een Purperreiger te zien. De Blauwe reiger zie je regelmatig.

In het Apeldoorn-Dierens kanaal zag ik een paartje futen. Ze hadden een nest met aanvankelijk vijf eieren maar er lagen er nu nog maar twee en ik kreeg de indruk dat het nest ook verlaten was.

Een paartje Meerkoet was druk met het grootbrengen van de jongen. Meestal blijft er van zo'n familie niet veel over. Veel jonge dieren worden gepakt door een snoek, een rat of ander beest. Oorspronkelijk waren dit moerasvogels hetgeen je goed kunt zien aan hun grote poten. Ze voeden zich met waterplanten maar de jongen krijgen ook kleine waterbeestjes aangeboden.

12 mei 2016

Dit warme weer is ideaal voor bladluizen en die zijn nu dan ook volop te zien. Vreten ze niet aan de rozenknoppen dan zuigen ze wel aan de sappige verse blaadjes van planten, bijvoorbeeld mijn zorgvuldig opgekweekte phloxje "clouds of perfume". Nare beestjes zijn het. Wie planten binnenshuis laat overwinteren verbaast zich soms over het voorkomen van bladluizen op de planten terwijl ze binnen staan. Die luizen zijn voortgekomen uit eitjes die de zomer of herfst daarvoor op de planten gelegd zijn en tegen het voorjaar uitkomen. In de zomer kunnen luizen zich voortplanten zonder dat ze eitjes leggen, de vrouwtjes baren dan kant en klare nakomelingen; dit is de a-sexuele generatie. Bladluizen kunnen zich in vele generaties per zomer voortplanten; konijnen die de naam hebben, zijn er niks bij.

Leliehaantjes (Lilioceris lilii) worden door tuiniers veelal gehaat, al zijn ze nog zo mooi. Omdat ze op de een of andere manier signaleren dat er dreiging is, laten ze zich snel vallen als een hand ze van een plant wil pakken. Zoals de naam al aangeeft, vind je ze overwegend op lelies. De volwassen kevers vreten aan de bovenkant van het blad en hun larven doen dat aan de onderkant. De oranje larven zijn ook slimmeriken, om niet gepakt te worden, bedekken ze zich met hun eigen uitwerpselen, een prima camouflagetechniek.

Ooit was ik in een Limburgs bos waar het werkelijk vol stond met Daslook (allium ursinum), wat gepaard ging met een enorme knoflookgeur. Net als van Knoflook kun je ook van Daslook  etenswaardige dingen maken. Bijvoorbeeld pesto, dat trouwens ook lekker schijnt te zijn als je het van jonge blaadjes Zevenblad brouwt. "Eet prei in maart en daslook in mei, dan ben je het hele jaar doktervrij". Maar kijk uit: Daslook is in ons land een door de flora- en faunawet beschermde plant.

In het bos staat de Salomonszegel er mooi bij. Het blad tenminste, want de bloei moet nog komen. De witgroene bloemen hangen onder het buigende blad keurig op een rij aan de stengel, later worden dat blauwe bessen; ze zijn licht giftig. Net als Daslook is ook dit een plant van vruchtbare bossen. Koning Salomon zou zijn naam aan deze plant gegeven hebben omdat hij tegen vele kwalen gebruikt kon worden en dus belangrijk was. Om dat te benadrukken liet hij een speciaal teken achter op de wortelstok. Op de plek waar een tak ontsproten is zit iets dat wel wat lijkt op een Davidster, een andere naam daarvoor is Salomons zegel. Er valt weer veel te genieten in de natuur, overal vind je wel mooie,leuke of interessante dingen. Heerlijk!

11 mei 2016

Het bos is momenteel mooier dan mooi, bijna sprookjesachtig als het zonlicht door het prille groen schijnt. Dan zou je er wel de hele dag willen blijven, ook omdat je weet dat dit tere groen zo snel weer verdwenen is. Helaas, helaas......

Hoewel de meeste beuken nu in het blad staan blijven er nog steeds nakomers die het rustig aan doen. Bijna alsof ze het niet geloven dat het weer nu genormaliseerd is en de koude voorbij.

Ook in het buitengebied zijn hier en daar kleine bosgebiedjes. Waar de open bermen langs het agrarische land met hun schuimkragen van wit bloeiend Fluitenkruid overgaan in een bos, ligt dit pad. Zo'n wegdraaiend pad ziet er zo uitnodigend uit dat je het niet kunt nalaten er in te lopen om te kijken hoe het verder gaat. Dit was weer een heerlijke dag met een gouden randje!

Thuis is het nog wat nagenieten van de avondzon die door de border speelt. Ik kan het niet nalaten de camera er nog even bij te halen.

9 mei 2016

Viooltjes spreken iedereen wel aan dankzij hun mooie bloemen. In Nederland komen 8 soorten bosviooltjes voor en dit is er een van: het Rivinusviooltje (Viola riviniana). De bosviooltjes behoren tot mijn favorieten vanwege hun mooie kleur.

Rivinusviooltjes hebben niet altijd dezelfde blauwe kleur; door onderlinge kruisingen kunnen ze ook een stuk lichter zijn, zelfs bijna wit. Bosviooltjes zijn herkenbaar aan het witte spoor op de achterkant van de bloem.

Omdat ik per fiets onderweg was en langs de plaatselijke begraafplaats kwam, besloot ik daar even te gaan kijken bij de rhododendrons om te zien of daar al activiteiten waren van de Rhododendroncicade. Dat bleek niet het geval, wel zag ik lege vervellinghuidjes van insecten maar welke dat waren weet ik niet. Ze zijn zo dun en zo doorschijnend dat ze nauwelijks opvallen.

Bij een met onkruid overwoekerd graf zag ik dit beeldje van een specht liggen. Het mos had er al een plekje gevonden. Degene die hier begraven werd was vast een natuurliefhebber.

Een Driekleurig viooltje (Viola tricolor) groeide op een geruimd graf dat te wachten lag op een volgende overleden mens. Dat ene bloeiende viooltje op die zandplek midden in het grasperk, ik vond het wel mooi, als een leven na de dood.

8 mei 2016

Dit leuke sprinkhaantje zat op een gordijn bij de open keukendeur. Het zal vast het Gewoon doorntje zijn, een van de drie hier voorkomende doornsprinkhanen (C. Tetrigidae). Hun familienaam is gebaseerd op het halschild dat zich naar achteren doornvormig uitstrekt. Ze zijn maar klein, ongeveer een centimeter en ze maken geen geluid. Deze soort voedt zich met algen.

Langs een zacht stromend ondiep watertje zag ik de Elzenvlieg (Sialis cf. lutaria), ook Slijkvlieg genoemd. De mooi geaderde vleugels liggen als een soort dakpannetjes over zijn lijf. Dit mooie insect legt vierkante eipakketjes, op een stengel of blad boven het water zodat de larven bij het uitkomen in het water kunnen vallen om zich verder te ontwikkelen. De larven leven 1 tot 2 jaar in het water. Elzenvliegen zijn zwakke vliegers, hun leventje als imago duurt slechts drie of vier dagen. Monddelen hebben ze dan ook niet dus eten ze niets gedurende die tijd. Hun taak is paren en eitjes leggen zodat de voortplanting weer verzekerd is. Kenmerkend is het massaal synchroon uitkomen van volwassen exemplaren zodat een flinke hoeveelheid van mannetjes en vrouwtjes kan paren. Dat gebeurt gedurende de nacht.

De larven van de vuurjuffers zie ik nu regelmatig uit de vijver komen om uit te sluipen. Ze vliegen naar een takje van plant of struik om van kleurloos naar rood uit te kleuren. Leuk dat er nu het warmer wordt weer steeds meer insecten te zien zijn.

In het hart van een Pontederia zit een drietal bruine kikkers te genieten van het mooie weer. Kop boven water, kont in de verkoeling. In dit kleine ondiepe vijvertje bevalt het ze kennelijk beter dan in de grote vijver waar het water natuurlijk een stuk kouder is. Geluid maken doen ze nog nauwelijks, in tegenstelling tot een pad die dagenlang zat te roepen tot het huidige warme weer van momenteel het dier deed "beseffen" dat zijn tijd voorbij is. Hij had er eerder bij moeten zijn.

6 mei 2016

Afgelopen herfst maakte de rups van het Klein geaderd witje zich op om te gaan verpoppen en koos daarvoor een plekje midden op ons raam waar hij zich met spinseldraadjes vastketende aan het glas.

Toen de rups zich verpopt had, hing er een mooi winterverblijfje op het raam waarin de komende maanden niets zou gebeuren. Het laatste vervellinkje dat de rups achterliet hangt eronder. Later zou hij verkleuren naar lichtgrijs met zwarte spikkels. Een perfecte camouflage voor rupsen die niet op ramen gaan hangen maar op planten, bomen, hekwerk o.i.d.

Op Bevrijdingsdag zag ik dat er iets aan het veranderen was. Het werd zo langzamerhand tijd voor de vlinder om uit te sluipen dus hield ik een en ander goed in de gaten. De pop begon te verkleuren en opzij werden vleugels zichtbaar.

Vanmorgen vroeg zag ik dat het witje bezig was tot vlinder te worden. Ik had een takje op het raam gehangen om het hem of haar wat gemakkelijker te maken maar daarvan werd geen gebruik gemaakt. De vlinder was uitgeslopen en het ragdunne pophuidje bleef eronder hangen.

Heel voorzichtig heb ik de boreling op een ander takje laten kruipen en op een Cotoneaster gezet waar het proces kon worden vervolgd. Heel langzaam werden de vleugels opgepompt. Een vlinder heeft warmte nodig om te kunnen vliegen. De lichaamstemperatuur moet minimaal 20 graden zijn dus het had weinig zin om er bij te blijven zitten wachten tot de vleugels wijd gespreid werden.

Maar daar zit hij dan, een spiksplinternieuwe man Klein geaderd witje (Pieris napi), klaar voor zijn maidentrip. Terwijl ik de foto's maakte, hoorde ik tot mijn vreugde eindelijk de gierzwaluwen, ongeveer een week later dan gewoonlijk. 

4 mei 2016

Soms lukt het opengaan niet goed en weigert de knop de bloem los te laten. Dit is de tijd van de Paardenbloem. Eigenlijk kunnen we niet spreken van "de" paardenbloem want er zijn er te veel om op te noemen. Apomixis noemt men het verschijnsel van de vele ondersoorten die niet door kruisbestuiving zijn ontstaan, al kan dat een enkele keer wel voorkomen. Maar het laatste is niet nodig, de vruchtjes groeien uit tot nieuwe planten zonder dat er bevruchting aan te pas komt. De plant bloeit in de nazomer nog een keer, maar dan minder uitbundig.

We kunnen ook eigenlijk niet spreken over "de bloem" want een paardenbloem (Taraxarum officinale) bestaat uit wel honderden aparte bloempjes die we lintbloemen noemen. Ze heten zo omdat ze vergroeid zijn tot een enkel bloemblaadje - een lintje - waarvan de oorspronkelijke vijf bloemblaadjes nog herkenbaar zijn aan de tandjes op het bloemblad. Elk lintbloempje heeft een stamper en meeldraden.

Tussen april en eind mei, wanneer de graslanden geel zien van de paardenbloemen, vormen ze de belangrijkste voedselbron  voor bijen en andere insecten. Vaak zie je kleine solitaire bijtjes door de bloem kruipen op zoek naar stuifmeel. Een zwart-rosse zandbij is er helemaal mee bedekt.

Het vruchtpluis zit vanaf het begin al op de bloembodem en groeit mee als na de bloei een zaadje wordt gevormd dat omhoog getild wordt door de zogenoemde "snavel" het "stengeltje waarop de vruchtpluizen zitten.

Het zaad van de paardenbloem heet vruchtje met daarboven een nootje De pluis helpt het zaad zich uitbundig en over grote afstanden te verspreiden. Leuke bloem toch, onze paardenbloem die ook wel Molsla genoemd wordt?

3 mei 2016

Omdat ik het momenteel zo druk heb met het fatsoeneren van mijn volkstuin, was ik al een week niet meer in het bos geweest. Ik besloot dus even mee te gaan met mijn zoon en kleinzoon die uit het westen van het land een dagje kwamen buurten. Ze liepen voor mij uit te dollen en ik liep erachteraan want met die lange benen van ze ging het me veel te snel. Ik loop liever rond te neuzen op mijn gemakje. Hoe dan ook, het viel me op dat het bos nog lang niet op zijn mooist was. De bomen komen maar mondjesmaat uit, het groen is nog wat dunnetjes.

Sommige beukenbomen zijn zelfs nog helemaal kaal. Dat valt me ook buiten het bos op en voor mijn gevoel verloopt de ontluiking van de lente toch wat vreemd.

Ook de Robinia laat nog geen begin van een groen blaadje zien. Ik zag ze vanmiddag in verschillende lanen en allemaal waren ze kaal. Ik ben benieuwd hoe lang dat nog duurt.

En het toppunt van traagheid: een berk in onze straat die vandaag nog niet in het blad staat. Dat is echt nog nooit eerder gebeurd. Berken behoren juist tot de bomen die zo lekker snel groen worden.

2 mei 2016

Sorry, vergissing, ik zie nu dat je een ventje bent en geen vrouwtje. De man Oranjetip maakte meteen rechtsomkeert. Maar de vaste Judaspenning (Lunaria rediviva) geurt zo heerlijk dat de vlinders er telkens op terugkeren.

Er vliegen ook heel wat citroentjes rond, al wekenlang eigenlijk. Deze Citroenvlinder zit op de eenjarige Judaspenning. Beide planten behoren tot de kruisbloemigen en die zijn geliefd bij insecten. Pinksterbloem, Look zonder look behoren er ook toe. Heb je die in je tuin dan ben je verzekerd van vlinders, vooral het Oranjetipje want dat legt op deze planten haar eitjes.

Hoewel de lucht vanmorgen nog stralend blauw was, zag ik een vis zwemmen langs het firmament. Veegjeswolken zijn meestal voorboden van veranderend weer. Er is dan ook regen voorspeld, gelukkig wel in de avond en nacht zodat we kunnen genieten van een heerlijke maandag. De regen is ditmaal welkom want dat vergroot de kans dat de planten die ik verhuisd hebt van mijn volkstuin naar de eigen tuin bij huis goed aanslaan.  De mooie wilde soorten hadden zich hier en daar  uitgezaaid en zo kan ik er op twee plekken van genieten.

1 mei 2016

Vanmorgen, zittend aan het ontbijt zag ik buiten in de tuin musjes bezig in de ontluikende esdoorn. Ze pikten iets van de blaadjes en dat moesten wel bladluizen zijn. Voor de vogels een welkome versnapering maar voor de tuinier niet zo leuk want dat betekent veel vraat aan het maagdelijke groen.

Meteen maar eens even op inspectie en ja hoor, daar zaten ze op de kakelverse blaadjes van de roos. Toen ik eens goed naar de knoppen van de roos keek zag ik dat die vol zaten met die akelige groene zuigertjes. Ik had gehoopt op een mooiere foto maar ze zijn zo klein en bijna doorschijnend dat het niet veel werd. Ik geloof dat mijn macrolens trouwens ook niet meer in orde is helaas. Ik worstel er vaker mee.

Op het raam ontdekte ik een vlieg die in nogal suffe toestand verkeerde. Ik heb hem op een paars stukje plastic gezet en gefotografeerd. De blaaskopvlieg genaamd Bont blaaskaakje  (Myopa buccata), lijkt nogal wat mijten bij de aanzet van zijn vleugels te hebben. Na wat gezoek op internet vond ik een foto waarop exact dezelfde "dingetjes" zaten, dus mijten zijn het niet. Na nog wat verder pluizen vond ik het antwoord: het is een halter. "Een halter is een soort staafje met aan het eind een knopje. Tijdens de vlucht gaan de halters met dezelfde frequentie op en neer als de vleugels, maar in tegengestelde richting.  Wetenschappers hebben ontdekt  dat de halters fungeren als een ingenieus soort gyroscoop en dat ze bijdragen aan de stabiliteit tijdens het vliegen". De insecten zijn te vinden bij bosranden op allerlei bloeiende planten. In de vlucht leggen ze een eitje op een wesp of bij. De larve vreet zich naar binnen en leeft vervolgens in de gastheer die er dood door gaat. De blaaskopvliegen, waarvan er veel verschillende zijn,  zijn dus parasieten. Maar wat ook een bijzondere wezentjes!

Vannacht werd ik om half vier wakker, zette even de koptelefoon op mijn hoofd en viel middenin een uitzending van extatische vogelaars die vanuit heel Europa het ochtendconcert van de vogels versloegen. Van Rusland tot Noorwegen, van Nederland tot Ierland en verder. Alles werd gecoördineerd vanuit  Noord Ierland. In Noorwegen zaten vogelaars in de vrieskou van de bergen en lieten geluiden horen van baltsende auerhanen en op Tessel zaten mensen in een duinpannetje omring door het gezang van vijf nachtegalen en lieten tevens de roep van het zeldzame Porseleinhoen horen, een geluid dat zo ver draagt dat het een kilometer of vier verderop nog te horen is.  Het was enig die opgewonden mannen, (want die waren het overwegend) zo gelukzalig mee te horen werken aan het verslaan van dit Europese vogelsongfestival. Over de hele wereld werd er meegeluisterd en euforische tweets vanuit Amerika, Australie en Rusland vlogen over het internet. Buitengewoon leuk allemaal. Foto: Nachtegaal; geen eigen foto  maar voor deze keer geleend van het internet.

29 april 2014

Ik kreeg een paar mails met vragen over al dan niet mislukte broedsels tijdens deze barre dagen. Het weer van de afgelopen tijd heeft ontegenzeggelijk invloed op het broedproces van vogels. Insecten (als die er al zijn) moeten eitjes leggen waaruit rupsen voortkomen, het belangrijkste eiwitrijke voedsel voor de jonge vogels, en dat gebeurt nu niet. Zeker na een uitzonderlijke koudeperiode als we nu beleven, zullen er broedende vogels zijn die er de brui aan geven en hun nest verlaten. Bij gebrek aan voedsel kunnen de jongen niet gevoerd worden. Jonge vogeltjes kunnen ook teveel afkoelen, nat en ziek worden en doodgaan, zeker nu de oudervogels zoveel tijd kwijt zijn aan het  zoeken naar voedsel of te lang op het nest blijven om de jongen warm te houden. Als een vogel toch op haar nest blijft maar de eitjes komen niet uit, dan blijft ze doorgaan met broeden. Dat kan erg variëren in dagen maar uiteindelijk zal ze het opgeven.

Een mislukt broedsel kun je beter meteen verwijderen uit een nest in je tuin. Gelukkig schijnen we het ergste bijna gehad te hebben, weermannen spreken al over 20 graden op het eind van volgende week. Veel vogels zullen dan opnieuw aan een nest beginnen.

28 april 2014

De Turkse tortels wringen zich in alle bochten om toch maar bij het vogelzaad in het Japanse voerhuisje te komen. Het is feitelijk bedoeld voor de mussen maar ook vinken en meesjes komen er op af. Blijkbaar is er nog steeds weinig natuurlijk voedsel te vinden. Ik vraag me af wat deze enorme temperatuurwisselingen doen met de biologische klok van vogels. Telkens moeten ze zich weer aanpassen. Hopelijk lezen we er nog eens over.

Houtduiven komen ook dagelijks nog langs. Ze weten precies waar ze moeten zijn, op de plek van het bovengenoemde voerhuisje want daar valt veel zaad op de grond.

De Groenling prefereert de zaden van de zonnebloem. Het zijn aldoor de mannetjes die op de voerplank verschijnen. De vrouwen zullen wel op de eitjes zitten. Zowat iedereen verlangt heftig naar lenteweer, mensen worden er sikkeneurig van. Sneeuw, kou, hagel, ongelukken op het eind van april, het is wel mooi geweest onderhand.

27 april 2014

De laatste dagen was de lente ver te zoeken en er was weinig inspiratie buiten op te doen. Dus laat ik maar eens de opbrengsten uit mijn bollenmand zien. Wij maakten die gezamenlijk tijdens een tuinclubmiddag, afgelopen herfst. Iedereen bracht een mand mee en wat daar in ging was voor ons allen een verrassing. Bolletjes groot, bolletjes klein, veelal met namen die we niet kenden, dus het was afwachten tot het voorjaar kwam. De bollen waren in lagen gepoot en de vroegst bloeiende zaten natuurlijk bovenin. Eerst kwamen de botanische irisjes tevoorschijn en de krokussen volgden al snel.

De verrassing werd steeds groter. Ook al omdat we ons niet konden voorstellen dat de bollen die diep onderin de mand zaten, hun weg naar boven zouden kunnen vinden. Maar de ene bloem na de andere stak zijn neus boven de aarde uit. Ook deze botanische narcissen en de beeldige kleine tulpjes die oranjerood leken te zijn maar waarvan de bloemblaadjes aan de binnenkant geel bleken te zijn. Een heel mooie soort.

Witte en blauwe druifjes, akonieten, lieflijke blauwe anemonen, een witbloeiende scillasoort en nog veel meer.

Als toegift verschenen heel aparte laagbloeiende tulpjes. Het was een feest van kleur en fleur en verrassing en we waren er allemaal laaiend enthousiast over. De laatste dagen heeft de bollenmand het wel moeilijk, de mijne staat regelmatig in de garage, behoed voor de plenzen regen en striemende hagel. Wat verlangen we met z'n allen nu naar wat aangenamer weer!

24 april 2014

We zijn halverwege het voorjaar van 2016, meer winter dan lente vandaag. Voor ons mensen niet zo leuk maar wat te denken aan vogels als ooievaars die opeens met hun buiken in een laagje ijs liggen. Of jonge haasjes die in het open veld geboren worden en niet eens een hol hebben om in te kruipen of om zich te warmen aan het moederlijf. Moeder komt namelijk pas eenmaal per dag gedurende een heel korte tijd even langs om de jongen te zogen. Ik zag vanmorgen hoe een merel begon aan de bouw van een nest in onze klimop. Een andere merel zit al een week op de eitjes. De tweede merel zal hopelijk meer succes hebben met haar broedsel want het zal toch wel eens ooit echt lente worden dit jaar?

23 april 2014

Gisteren zat deze man Oranjetip nog lekker te zonnen op een blad van de Japanse anemoon maar nu zijn vlinders in geen velden of wegen te zien. Het is weer te koud geworden. Dagvlinders vliegen pas als hun temperatuur minstens 20 graden is, dus zie je ze bij wat lagere temperaturen veelal zonnen om hun batterijtjes op te laden. De komende dagen is dat niet meer haalbaar dus verschuilen ze zich weer en wachten lijdzaam tot het tij weer keert.

Het is werkelijk heel opvallend en zeer uitzonderlijk hoe lang de bloesem van de krentenboom blijft zitten. Dit zal ook ongetwijfeld te maken hebben met de lage temperaturen van de afgelopen week, en dan met name 's nachts. Vanmorgen zag ik koolmeesjes zoeken naar voer voor hun jongen die de pech hebben op dit tijdstip te zijn uitgekomen. Ik vrees dat het niet goed met ze zal aflopen, rupsjes zijn er niet of nauwelijks te vinden nu de lente zo traag verloopt.

En o wee de vogeltjes in open nestjes, hagel, natte sneeuw en regen zal hun lot zijn als uitkomt wat de weermensen ons voorspellen. Deze jongen zaten diep in een houten grenspaaltje waar een gat in ontstaan was.

Voordat 's avonds de zon achter de horizon verdwijnt schijnt het licht nog even laag door de planten. Zo fotografeerde ik ook deze vergeet-mij-nietjes. Strijklicht noemen we dat, zo mooi!

22 april 2014

Op het raam (groen door reflectie berkenboom) zag ik het vrouwtje van de Psyche casta. Een nachtvlindertje waarvan het vrouwtje vleugelloos is en dus niet kan vliegen, hetgeen haar kwetsbaar maakt voor predatoren. Daarom verzamelt ze een heleboel deeltjes van grassen en piepkleine takjes en  maakt daarvan een kokertje waar ze zich in kan verschuilen. Gedurende de nacht scharrelt ze in de buurt van haar huisje rond op zoek naar voedsel. Op het raam had ze weinig houvast en het was daardoor voor het eerst dat ik dit beestje deels buiten haar kokertje zag.

Toen ik de dame op een blad legde nam ze meteen de kenmerkende houding aan zoals je de vrouwtjes uit de familie van de Zakdragers overal kunt aantreffen. Hier vindt ik ze zelfs op de buitendeuren. Het vrouwtje legt haar eitjes in de zak (waaraan ze haar familienaam ontleent) en daar vindt ook de verpopping plaats. De uitgekomen larven vreten meteen de moeder op en die dient zo als eerste voedsel. Elke larve maakt een eigen zak/koker/cocon. Het rupsenstadium duurt van augustus tot mei en dan verpopt het rupsje zich om wat later als vlinder uit te komen.

Ik zag gisteren diverse vlinders. Een Dagpauwoog op mijn miniatuurnarcisjes, mooi beschenen door door de zon. Een hele serie foto's van het Boomblauwtje op de winterheide die ik gisteren eveneens maakte is spoorloos verdwenen op mijn pc. Vast terecht gekomen in een verkeerde map; zoek dat maar eens uit met duizenden foto's op je computer....

Op mijn volkstuin zag ik de Gehakkelde aurelia die zat te snoepen van de bloemen in de bessenstruik. Nog altijd vliegen er heel veel citroenvlinders rond. Die zullen weer een schuilplek moeten zoeken de komende dagen, als het weer meer gaat lijken op herfst dan lente.

21 april 2014

Tussen De Steeg en Ellecom (Gld) ligt een eeuwenoude beukenweg: de Middachterallee. Aan weerszijden omzoomd door een imposante rij beuken waarvan de takken elkaar raken. Onze kleinkinderen mochten vroeger altijd kiezen als wij ze mee naar  huis namen: hoe gaan we, langs de rivier of onder de tunnel. De tunnel was de groene beukenallee. Die begint momenteel behoorlijk in het blad te raken, hetgeen mij deed besluiten ook maar eens in het bos te gaan kijken hoe de bomen er bij stonden. Dat viel tegen, de beuken ontvouwen hun blad er maar heel traag. Sommige zijn wat voortvarender en bloeien al. Als er tijdens dit vreemde voorjaar geen zware nachtvorst komt die de bloesem bevriest, hebben de zwijnen deze herfst weer volop beukennoten te eten.

Het bos kleurt evenwel heerlijk groen. Maar dat komt door de vele Lariks die hier staat. Deze bomen zaaien enorm uit. Het is een groen dat bijna licht geeft.

Vorig jaar moest er noodgedwongen een grote imposante berkenboom in onze voortuin gekapt worden vanwege problemen met de riolering. Daardoor kwam opeens de Fijnspar in de tuin van het buurhuis in het volle licht te staan. Deze boom die als kerstboom twintig jaar geleden daar in de grond gezet werd heeft nog nooit eerder kegels voortgebracht. Hij heeft een foeilelijke vorm doordat hij zijn takken maar  naar één kant kon laten uitgroeien. Grappig om te zien hoe omstandigheden bepalen wat een boom al dan niet doet.

19 april 2016

In het bos vond ik een prachtige slijmzwam, twee stuks eigenlijk op dezelfde dode boomstronk.
Het is het Zilveren boomkussen (Enteridium lycoperdon)  ook Boompuist genoemd. Een slijmzwam begint zijn leven als een enkele cel, een amoebe, die samenklontert met andere amoeben en zo een plakkaat vormt dat zich kan voortbewegen. Het beweegt zich voort omdat het op zoek is naar voedsel. Ontdekt is dat het loopt op "schijnvoetjes", uitstulpseltjes aan de onderkant. Het eet bacteriën en allerlei micro-organismen en gaat daarmee door tot het geheel rijp is geworden en klaar om sporen te gaan verspreiden.  Het wordt hard en laat sporen los. Slijmzwammen hebben niets te maken met echte zwammen en waren een lang onbegrepen fenomeen dat geheel op zichzelf staat als fascinerend organisme dat in vele vormen en kleuren voorkomt.

Als de berkenbomen nog kaal zijn of maar net beginnen uit te lopen, zie je soms dat er iets in de takken zit dat op een groot vogelnest lijkt maar een wirwar van wildgroeiende takjes is. Deze heksenbezems zijn het gevolg van een schimmelwoekering in het houtweefsel. Geen wonder dat die takkenwoekering zo genoemd werd, je zou je maar zo kunnen voorstellen dat een heks een noodlanding in de berk gemaakt heeft en haar bezem moest achterlaten......

De Grauwe wilg (Salix cinerea) is net als de Populier een echte pioniersplant. Ze stellen beide weinig eisen aan de grond en groeien als kool, vooral in wat vochtige grond. Waar de Populier uitsluitend als boom groeit, groeien de wilgen ook als struik.  Wilgen zijn tweehuizig, wat wil zeggen dat mannelijke (alleen meeldraden) en vrouwelijke bloemen (alleen stampers) op verschillende bomen/struiken groeien. Deze Grauwe wilg is de vrouwelijke vorm. Wilgenhout is zacht en wordt veelal gebruikt in de papierindustrie.

18 april 2016

Op de Veluwe liggen veel sprengenbeken. De voor mij meest dichtbije zijn de sprengenbeken in Laag-Soeren, gemeente Rheden. Vroeger werd door papiermolens en wasserijen dankbaar gebruik gemaakt van het schone sprengenwater en zelfs was er een kuuroord waar patiënten gebruik konden maken van warme en koude wisselbaden. Dat was zomer en winter mogelijk daar het sprengenwater nooit kouder werd dan 10 graden.

Op deze plek stroomt het water door een diep dalletje en de loop is op dit stukje gekanaliseerd. Er is recentelijk veel renovatiewerk gedaan in het gebiedje.

Vanaf de sprengkop gaan twee beken hun eigen weg door het landschap. Goed is te zien hoe de bodem leemachtig is, een plek waar het beschermde Paarbladig goudveil graag groeit..

Paarbladig goudveil bloeit in april en mei. Het is een Rode Lijstsoort en typerend voor het natte bronnengebied. De bloei stelt niet zo heel veel voor, de bloempjes zijn groengeel en heel klein. Op de foto hierboven is te zien hoe mooi het in een lange strook langs het water groeit. Langs de oevers van de beken hier groeit onder meer ook het Dubbelloof, in het water leeft de Beekprik, en vogels als Gele kwikstaart en IJsvogel komen hier voor, net als de fraaie blauwe Beekjuffer. Alles dankzij het schone water dat onder de Veluwe stroomt en vanzelf bij de sprengen omhoog komt. Er zijn diverse wandelroutes verkrijgbaar die door dit mooie landschap voeren. Zeer aanbevelenswaardig.

17 april 2016

Vanmorgen werd ik wakker en vanuit mijn bed zag ik de blauwe hemel, de bloeiende krentenboom en het prille groen van de uitlopende berk. Geen mooiere aanblik dan deze bij het openen van je ogen. Maar toch, wat een merkwaardig voorjaar.... Aankomende nacht wordt er weer vorst verwacht, naar verluidt wel 5 graden. En op het moment dat ik dit schrijf valt de hagel alweer omlaag.

De voerbakken had ik al een week geleden opgeruimd, de vogels moesten het nu zelf maar uitzoeken, leek me. Overal zat genoeg blad aan de bomen en planten waren al behoorlijk uitgelopen dus er zou toch genoeg voedsel te vinden zijn. Toch bleven de groenlingen maar terugkomen, ook al voerde ik niet meer. Omdat ik nog een zakje zonnepitten over had, streek ik de hand maar weer over het hart en vulde alsnog een schaaltje. Het resultaat vervulde mij met verbazing! Allerlei vogels kwamen weer terug en aten hun buikjes rond alsof ze elders niets konden vinden. Hier een man groenling en man sijsje.

De Vink was er ook blij mee. De mannen komen mooi op kleur nu.

Zelfs de puttertjes kwamen terug en om de haverklap zitten ze weer op het voerbakje. Het grappige is dat het twee mannen zijn. Zouden vogels ook vriendschap kunnen sluiten? Hoe het ook zij, ik heb zoiets nog nooit meegemaakt, al die verschillende vogels smullend van het voer en dat halverwege april.

15 april 2016

Dagelijks pendel ik heen en weer tussen huis en volkstuin om beide tuinen te bewerken en 's avonds kun je me dus opvegen! Alles groeit opeens tegen de klippen op. Op de volkstuin staat een oude Krentenboom die het niet zo naar zijn zin heeft, er zit veel dood hout in. Het kan natuurlijk komen door de lange droge periodes die we de laatste jaren hebben, de zanderige bodem houdt het regenwater niet lang vast. In die boom hangt al heel lang een nestkastje dat niet veel soeps meer is maar het kwam er nooit van het eruit te halen, de meidoorn heeft nare stekels.

Daar was een Winterkoning wel blij mee, naar blijkt. Ik hoorde hem verdacht veel om me heen en zijn liedje schalde voortdurend in het rond. Het geluid dat uit zo'n klein vogeltje komt is werkelijk verbazingwekkend. En ja hoor, steeds zag ik hem als een klein bruin muisje het kastje induiken. Wat hij er doet weet ik niet, misschien geniet hij telkens even van zijn mooie bouwwerk, misschien zit er zelfs al een vrouw op de eieren. Dat zou leuk zijn maar het is nog onduidelijk. Omdat de kast nogal voorover hing heb ik er maar gauw een lat achter gestoken en hoop nu maar dat die blijft zitten. Dat Klein Jantje er ook een gezin gaat grootbrengen is nog maar de vraag want winterkoningmannen bouwen nooit een enkel huis maar een hele wijk. Uiteindelijk kiest het vrouwtje welke plek en welk nest haar het best bevalt en daar zal ze haar eitjes leggen. De rest van de nesten wordt als speel- of slaapnesten gebruikt dus hopelijk zal ik nog veel zien gebeuren in mijn krentenboom. En wie weet huisvest de koning er gewoon nog een andere vrouw want deze vogels houden er in het geniep soms ook nog een tweede gezin op na..

Met het motto "ik wil mijn tuin terug" ben ik bij huis druk doende onze tuin weer bij stukjes en beetjes te heroveren. Het is een jarenlange strijd die nooit gewonnen wordt. Telkens dring ik de brutale Pachysandra terug, probeer ik het Zevenblad te rooien en maak sommige struiken een kopje kleiner. Ondertussen let ik op alles wat zich er afspeelt. Uit het bos neem ik soms heerlijk zachte dotten haar mee die uit honden geborsteld zijn door de eigenaars. In de lente offreer ik het als nestmateriaal aan de vogels en altijd zijn het de mezen die hun nest er mee stofferen. Wat zullen die jonge vogeltjes het lekker warm hebben straks.

Eindelijk heb ik ook de Citroenvlinder te pakken. Hij zat te smullen op de bloeiende Judaspenning. Ik zag dat ook de Pinksterbloem langs onze vijver bijna in bloei komt, dus kunnen we een dezer dagen ook het Oranjetipje weer verwachten.

Tussendoor puf ik even uit aan de vijverrand en daar zie ik nog geen kleine watersalamanders in het glasheldere water. Wel bootsmannetjes die onverstoord over het water schuiven. Onder de bladeren van de  Dotter zitten vaak kikkers te zonnen die af en toe een tevreden geknor laten horen. Ik word er zelf ook een beetje tevreden van als ik dat zo zie en hoor.

14 april 2016

Op mooie dagen mag ik graag wat rondfietsen in het buitengebied rondom mijn dorp. Ik kan kiezen tussen het coulisselandschap, de uiterwaarden, het bos, langs de IJssel en ik voel mij daarbij vaak zeer bevoorrecht.

Achter het dorp Spankeren liggen nog lanen waarlangs rijkelijk de bosanemonen bloeien, steeds blijken die zich weer eend eindje verder te hebben gevestigd. Ook hùn zaden hebben mierenbroodjes dus op die manier zullen ze wel worden meegesleepte en uitgezaaid.

In sloten groeit het riet omhoog. Nu nog is het lijnenspel hetgeen dat het oog trekt. Binnenkort staat de sloot vol riet met blad en later in het jaar de rietsigaren. Riet is een echte pioniersplant, het kruipt steeds verder het land op.

Steeds meer verschijnt de Pinksterbloem. Op sommige weilanden zag ik al lila  plekken in het grasland liggen. De bloempjes zien er zo teer uit, ze doen denken aan die van de Klaverzuring. Die zacht lila gekleurde vind ik het mooist, maar eigenlijk zijn de witte ook prachtig.

En dan die weergaloze wolkenluchten die wij in ons land kennen. Vooral boven het weidse open gebied raak je onder de indruk van de vele opgebouwde formaties van al dat wit tegen de blauwe lucht. Hollandse luchten, noemen we dat. De schilderijen van onze oude meesters zijn er beroemd door geworden.

12 april 2016

De lente barst nu toch in volle hevigheid los. Om mij heen zijn de berkenbomen opeens groen, overal staan bloeiende sierkersen te pronken en het glanzende geel van de dotters is er ook weer. Ik hoorde de Zwartkop al zingen, de spechten roffelen er op los, het voorjaar is nu toch echt begonnen!

De merelvrouw is druk doende een nest te bouwen, haar man is in geen velden of wegen te zien en neemt zijn gemak er nog maar even van. Van een dikke gekromde tak die ik vorig jaar in de grond stak als landingsplek voor allerlei vogels, wordt door de merelvrouw gebruik gemaakt als een soort opstapje naar het nest. Moet ik die nu wel of niet weghalen als ze straks aan het broeden slaat? De eksters kunnen er natuurlijk ook mooi gebruik van maken als ze de jongen willen roven en waarom zou ik het die makkelijker maken. Nog even over nadenken maar.

Er komen in de tuin weer overal de leukste bollen in bloei, ik weet soms niet eens meer waar ik ze in de grond heb gestopt. Dankzij een veredelaarster krijgen de leden van onze tuinclub vaak heel aparte en bijzondere bolletjes. En die verrassen ons in het voorjaar met hun vormen en kleuren. De kleine botanische bollen zijn bij mij zwaar favoriet. Vanmorgen zag ik op het blad van een botanisch tulpje een rups zitten.

Het lijkt mij de rups van de Agaatvlinder. De rups heeft overwinterd en is door de mooie lentedagen wakker geworden. Dan smaakt een versgevallen regendruppel natuurlijk heel lekker.

Dit is de Agaatvlinder (Phlogophora meticulosadie)  die er uit zal komen. Soms zitten de rupsen in de grond van mijn overwinterende geraniums en komen ze te vroeg uit binnenshuis.

11 april 2016

Zo zag het er een dag of vier geleden nog uit, twee kikkers in amplexus. Het mannetje heeft zich door middel van zijn paarborstels op de tenen vastgeklemd aan het vrouwtje in afwachting van het moment dat zij haar eitjes loslaat en hij ze kan bevruchten.

En uiteindelijk kwam er niets van terecht, het vrouwtje drijft dood onder het mannetje en hij kan zich niet van haar losmaken omdat het proces van paring niet is afgerond. Een naar gezicht. De amplexus kan wel dagenlang aanhouden en soms stikt of verdrinkt daarbij het vrouwtje. Toch bekroop me even de twijfel. Een paar dagen geleden berichtte ik over de kikkersterfte in het Beekbergerwoud en zondag wijdde het radioprogramma Vroege Vogels daar eveneens aandacht aan. Een boswachter vertelde dat een enkele druppel met een virus besmet water een hele vijver of waterplas kan besmetten. Stel je voor dat zoiets ook in je tuinvijver gebeurt. Alles zal er sterven, de salamanders, padden, kikkers en ook de binnenkort uitkomende dikkopjes. Voor het eerst sinds de tientallen jaren dat wij een vijver hebben, is er geen kikkerdril aanwezig.

Nog een klein drama op de mooie zonovergoten zondag. Een vrouw Groenling gedroeg zich vreemd en verdacht. Ze hipte vlak voor onze voeten langs en ging in de border zitten. Ik kon haar heel dicht benaderen, het leek of haar dat niets interesseerde. Eindeloos zat ze met hetzelfde zonnepitje in haar snavel te proberen het te ontpellen. Soms viel het op de grond en dan pikte ze het weer op, vliegen deed ze niet. De vogel was duidelijk ziek, haar kopveertjes zagen er wat viezig uit en de veertjes op haar lijfje stonden te bol. Later kon ik haar niet meer vinden.

Het tafereel kwam mij bekend voor. Een winter of wat geleden zag ik hetzelfde gebeuren met een vrouw Goudvink. Die zat ook almaar te worstelen met een zonnepitje in haar snavel en vloog niet meer. Na een koude winternacht lag ze 's ochtends dood onder de tuintafel. Ze werd opgehaald en onderzocht door het DWHC (Dutch Wildlife Health Centre) en toen bleek dat de Goudvink was gestorven door papegaaienziekte. Hoe loopt zo'n vogel dat op, denk je dan. Het is een ziekte die veroorzaakt wordt door een bacterie en onder andere  tot longontsteking lijdt. Ook mensen kunnen die krijgen. Raak daarom een wilde dode vogel maar nooit met je bloten handen aan.

Nu we toch met treurigheden bezig zijn kan een bericht over vogelmarkten er ook nog wel even bij. Het blijkt, zo hoorde ik in Vroege Vogels dat er in ons land wel 40 markten zijn waar vogels verhandeld worden. Ik had geen idee dat dit in ons beschaafde Nederland gebeurde! Overal vandaan komen handelaars de vogels kopen. Er is geen enkel bewijs waar de vogels vandaan komen, gezien de soorten die er verhandeld worden kunnen ze zo uit het wild gevangen of uit de nesten geplukt zijn. Pimpelmezen, Putters, Zanglijsters, Koolmezen, je kunt het zo gek niet bedenken. Gewoon even een ringetje om de pootjes en geen mens maakt zich er druk over. In principe is de kans op het verplaatsen van besmettingen aanwezig daar de vogels bij elkaar in kisten gepropt worden en vervoerd naar bijvoorbeeld Spanje of Italië. Ik vermeld hier graag de link naar de petitie die is opgestart om deze vogelmarkten te verbieden. Stuur de link zoveel mogelijk door: Petitie tegen vogelmarkten
De jonge merel in mijn hand was veel te vroeg uit het nest geraakt en werd door mij teruggezet.

10 april 2016

De beukenlanen langs de Veluwezoom zijn nog altijd kaal maar hier en daar ontstaat toch een groen waas door de lariksen wiens groene naaldbosjes uit hun schulp kruipen. De naaldjes zijn hooguit een centimeter lang en moeten nog even doorgroeien.

Beukenbomen kunnen je ieder jaar weer voor verrassingen plaatsen. In deze aanplant van jonge boompjes staat slechts één exemplaar in blad. Ook op andere plekken in het bos zag ik hier en daar oude beuken die takken vol fris groen blad hadden. Eigenwijze bomen die zich niets aantrekken van wat hoort en wat moet, niet letten op wat hun soortgenoten doen, maar op hun eigen moment uitlopen.

Jong beukenblad ziet er prachtig uit. Nog een beetje in de kreukels maar die worden weldra glad gestreken, maagdelijk groen ook en nog niet aangevreten door insecten. Je wordt er blij van.

Op een al dagen oude en inmiddels uit elkaar geregende paardenhoop zag ik nu dan toch de eerste Mestkever. Wat later in het jaar worden van heinde en ver de kevers aangetrokken door de geur van de mest en dan krioelen ze er in en er op en er onder. Het begin is er weer. Deze kevers zijn belangrijk voor de bosbodem doordat ze de poep in diepe gangen brengen waar de larven opgroeien bij deze voedselvoorraad.

In een pol mos zag ik een oude verbleekte Groene gaasvlieg zitten. Die heeft mooi gekleurde oogjes, ze worden ook wel Goudoogjes genoemd. Soms ook overwinteren ze in huis, mooie frêle insecten die groen of bruin zijn. Vrouwtjes leggen eitjes op steeltjes, ik hoop al heel lang ze te vinden en te fotograferen maar ze zijn zo ontzettend klein. Een enkel vrouwtje kan 400 - 500 eitjes leggen, de larven zijn geduchte rovers. De insecten overwinteren als adult .

Onder de bladeren van de Rododendron in het bos wemelt het momenteel van de teken. Jonge bloedzuigers die jaarlijks 25.000 mensen de Ziekte van Lyme bezorgen. Blijf maar weg uit het struweel, ze zitten in grassen, bosbessen, planten, laag bij de grond en nooit in bomen. Sokken over de broekspijpen en kijk vooral kinderen goed na als ze in het bos geweest zijn. Alhoewel, teken zijn tegenwoordig zo wijd verspreid dat ze je ook in je eigen tuin te grazen kunnen nemen.

9 april 2016

Als de zon zou weten wat een heilzame invloed ze had op mensen, zou ze vast en zeker vaker schijnen. Neem nou deze morgen: een stralend blauwe hemel, onze bejaarde Krent die haar bloesem begint te showen, vogels die zingen en een partner lokken - voor zover ze dat al niet hebben gedaan. Maar ze hebben er zin in, net als ik. Ik laat de boel de boel en trek er zo op uit. De rest van de zaterdag volgt vanzelf.

Wat een verschil met de grauwe vochtige dag van gisteren! Net zoals wij af en toe de neiging hebben dicht bij de kachel of de verwarming te kruipen, zo  hebben vogels die ook volgens mij. De reiger op de schoorsteen vindt het ook wel lekker met zijn achterwerk op de omhoog stijgende warmte te zitten. Bij de zoveelste regenbui trekt hij de kop tussen zijn schouders, de wind waaiert zijn veren in het rond en hij denkt er het zijne van..... Maar waarom vliegt die Reiger hier nog steeds rond boven de huizen en tuinen. In de winter is dat een normaal verschijnsel, dan zijn de vogels op zoek naar hapjes in tuinvijvers. Maar nu zou die tijd toch voorbij moeten zijn, het is lente nota bene. Ze moeten op zoek naar kikkers en mollen in de weilanden.

Dit Turkse torteltje is een trouwe gast, hij eet een hapje mee uit de bak met vogelzaadjes. Hij zat er al een hele tijd toen ik de foto maakte, de lucht was weer grijs, het miezerde wat en hij dacht net als ik: wat jammer toch dat dit voorjaar zo voorbij gaat! 's Nachts slechts een paar graden boven nul, de dag weer zonder zon, niks aan. Maar ja, wat weet ik ervan, misschien treurde hij wel over het feit dat zijn verkering uit is. Ik zie het stel tenminste niet meer samen. Vogels die zich eerder in de week niet meer lieten zien, zijn er weer: de puttertjes, de goudvink, een paar sijsjes, wat groenlingen en de mussen. Dat de putters er nog steeds zijn, verbaast mij, ik zie ze nu al wekenlang. Het zal wel te maken hebben met het feit dat de bomen in het bos nog steeds hun winterse kaalheid hebben. Geen blaadjes, geen rupsjes, geen voedsel.

De Voorjaars- of Vingerhelmbloem (Corydalis solida) heeft een bijzondere manier van verspreiding. Dat gebeurt op twee manieren. Na de bloei maakt het ondergrondse knolletje aan weerszijden een nieuw knolletje en het oude sterft dan af. Daarom zie je deze bloemen altijd zo dicht bijeen staan, er komen er steeds meer. De zaden hebben zogenaamde mierenbroodjes. Dat zijn kleine aanhangseltjes waar de mieren dol op zijn omdat ze zo voedzaam zijn. Ze slepen de zaden mee naar hun nesten maar onderweg raken ze die nogal eens kwijt. En zo komt dan een heel eind van de oorspronkelijke groeiplaats weer een nieuw plantje tevoorschijn. Hier kwam het terecht tussen een pol sneeuwklokjes. Het mierenbroodje wordt gevoerd aan de mierenlarven in het nest.

Dit zijn de zaden van de Wonderboom (Rhicinus communis) en duidelijk zijn de mierenbroodjes te zien. Er zijn heel wat planten die dit verschijnsel hebben, en dan met name de planten die heel vroeg bloeien: sneeuwklokjes, bosanemonen, Maarts viooltje, Hondsdraf enzovoort.  Op die manier kan bijvoorbeeld het Speenkruid een enorme plaag worden in een gazon. De mooie Wonderboom krijgt echter laat in het jaar pas zaden, het heeft een opvallend groot mierenbroodje.

7 april 2016

Alhoewel we ons qua weer op een thermisch dieptepunt bevinden volgens de weerman, leek het me een goed idee er toch maar op uit te gaan, de ochtend zag er zo slecht niet uit. Een wandeling door het Beekbergerwoud bleek goed te doen. Je kunt er alleen te voet doorheen. Pitrus en veenmos geven een prachtige kleur aan de bodem.

Het gebied is er enorm drassig door het droogleggen van de voormalige sloten. en waar je eerder vaak glibberde over enige modderige of nauwelijks te begane paden, waren nu op cruciale plekken grote stapstenen gelegd, hetgeen het lopen een stuk aangenamer maakte. Ik was er al lang niet meer geweest.

De kleuren geel voerden nog steeds de boventoon, veel grassen en veel uitgebloeide Lisdodde. Wel een heel mooi gezicht. Het gebied is eigendom van Natuurmonumenten die probeert de natuur  sinds 2006 weer terug te brengen waar ooit een laatste stuk origineel Nederlands oerbos lag dat helaas na kappen van de bomen in 1870 tot landbouwgebied werd veranderd.

De plassen groeien er steeds meer dicht met riet. Ze zouden nu vol moeten zitten met kwakende kikkers maar ik hoorde en zag helemaal niets. Er speelt zich daar momenteel een drama af omdat het ranavirus of andere besmettelijke schimmelziekte rondwaart die kikkers, padden en salamanders bij vele doodt. Een alarmerend aantal dode dieren werd er recent aangetroffen. Benadrukt wordt de dode dieren vooral niet met de hand aan te raken ter voorkoming van verspreiding van de ziekte.

De wilgenkatjes zijn er al bijna uitgebloeid. Die hebben geen bestuiving door insecten nodig, de wind neemt die taak op zich.

De Bosanemoon (Anemone nemorosa) bloeit er maar ik kreeg de indruk dat het er veel minder waren dan voorheen. Het zijn heerlijke voorjaarsbloemen.

De Pinksterbloem (Cardamine pratensis) was ook begonnen aan de bloeitijd. De natuur komt wel op gang, maar wel heel langzaam. Het waaide er behoorlijk en een muts was geen overbodige luxe. Wat een voorjaar!

6 april 2016

Het is onvoorstelbaar dat een mens niet vrolijk wordt van het geluid van de Zanglijster (Turdus Philomenos). Zelfs al zou je niets met vogels hebben, voor dit uitbundige luide lied moet je wel bezwijken. Hoog bovenin de boomtoppen produceert hij de meest fraaie tonen in drievoud en schallen die in het rond. Het valt me op dat ze er meer zin in hebben wanneer de zon schijnt.

De lijster voedt zich met allerlei insecten op de bodem, inclusief slakken. Het is een vogel die nogal gevoelig is en al snel doodgaat als hij in aanraking komt met slakkengif. Wees daar dus vooral heel voorzichtig mee. In parken en tuinen vindt hij genoeg voedsel en neemt dan genoegen met een territorium dat wel tien maal kleiner is dan wanneer hij in het buitengebied foerageert. De Zanglijster is een zomergast, in de herfst vertrekken "onze" zomergasten weer en zoeken  hun heil in Engeland of Frankrijk. Alleen het vrouwtje houdt zich bezig met de nestbouw.

Alsof de kikkers mijn gebrom over hun afwezigheid gehoord hadden kwamen er toch een paar naar de vijver en even was het een geknor en geplons van jewelste. Door de lagere temperatuur die er nu weer is gaven ze er de brui aan, voorlopig naar het schijnt. Vanmorgen zag ik een klont kikkers in de vijver. Zeker drie of vier stuks lagen aan elkaar vastgeklampt op de bodem en dat is een heel vreemd gezicht, ze lijken wel dood. De mannetjes hebben in de paartijd knobbels op hun duimen waarmee ze de vrouwtjes in een langdurige houdgreep kunnen houden zodat ze meteen de eitjes van het vrouwtje kunnen bevruchten op het moment suprême.

Een paar maal is me gevraagd of ik de Goudvink met de pootringetjes nog wel eens zag. Ja hoor, heel af en toe komt hij nog langs, altijd alleen. Vrouwtjes goudvink heb ik deze winter sowieso niet gezien maar dit mannetje is er blijkbaar niet in geslaagd een partner aan zich te binden. Eigenlijk zie je bijna altijd gepaarde vogels. Deze ontsnapte kooivogel is misschien in de ogen van zijn soortgenoten wel een vreemde snuiter, wie zal het zeggen.... Hij ziet er weer prima uit, de veren weer netjes op orde.

4 april 2016

Langzaam begint de natuur dan toch groen te kleuren, behalve in het bos dat er nog erg winters uitziet. De krentenbomen willen bloeien, elk moment kunnen de knoppen opengaan. Eigenlijk is het uitkijken naar dat moment nog leuker dan wanneer de boom in bloei staat want zodra de eerste bloemen verschijnen waaien ze er al weer af. Dit is wel een zeer kortstondige bloeier.

Steeds meer vogels zijn nu aan het broeden. De reigers vliegen af en aan met takjes in hun snavels om de nesten van het vorig jaar weer op te knappen. Merels zie je twijgjes verzamelen en de eksters zijn ook al zover. Terwijl ma zit te broeden kan pa nog even genieten voor het kroost gevoerd moet worden.

Gisteren ben ik op jacht geweest naar de citroenvlinders. Die vliegen nu massaal rond en telkens zag ik er weer een neerdalen op  sleutelbloem, de krokussen, de blauwe druifjes, de paardenbloem maar ze hadden geen zin gefotografeerd te worden. Hoe warmer het is hoe meer de vlinders in het voordeel zijn. Razendsnel fladderen ze uit het bereik van de camera als je in de buurt komt. Maar mijn kans komt nog wel, let maar op.

Bij ons hebben de bruine kikkers nog steeds hun plicht niet gedaan. Ik zie er maar heel weinig in de vijver. Om precies te zijn: twee vrouwtjes en een man. De man hoorde ik gisteren een poging doen, hij zat stevig te knorren maar stopte er al snel weer mee. Waarop zouden ze toch wachten? Een verkwikkend regenbuitje misschien? De laatste jaren wordt het aantal kikkers in onze vijver steeds minder hoewel met de vijver niets mis is. Ik zag vanmorgen in mijn notitieboek dat in 2001 maar liefst 50 exemplaren geteld konden worden. Ik kan geen verklaring bedenken.

2 april 2016

De eerste vergeet-mij-nietjes beginnen uit hun knopjes te komen, in onze tuin staan er soms meer dan me lief is maar pas na de bloei haal ik ze weg. In ons land komen zes verschillende soorten voor en dit is de Bosvergeet-me-niet (Myosotis sylvatica), de enige soort die in tuingrond naar roze kan kleuren. De plantjes groeien overal, aan bosranden, op akkers, in de tuin en meer.

Ook zag ik de Maagdenpalm (Vinca) in bloei komen. Vorige zomer kreeg ik een pol van een tuinclubgenootje. De bloemen lijken op sterren, zijn forser dan de Vinca major en de bloemblaadjes zijn puntig. Het leuke is ook dat de bloemen mooi boven de planten staan zodat ze goed opvallen. Ik heb de naam niet kunnen vinden, ik weet dat hij van een kweker komt maar ik noem hem dan maar gewoon naar de geefster Vinca Eva.

Mijn zoon bracht met Pasen een werkelijk schitterend boeket bloemen mee, hij weet dat ik mij daardoor altijd zeer verwend voel. De kleur op de foto doet geen recht aan de werkelijke tinten van de bloem, rood is een heel moeilijk te fotograferen kleur en het boeket bestaat uit knalrode bloemen in combinatie met de héél zachtroze lelies. De geur is aangenaam zoet. Meestal heb ik een voorkeur voor kleinere bloemen, vooral in een tuin maar lelies zijn eigenlijk zo prachtig dat ik ze dit jaar maar eens ga poten, spierwit en misschien ook dat babyroze met de vuurrode meeldraden. Het is ten slotte ook een bolgewas dat zijn oorsprong in het wild heeft. Overal op het Noordelijk halfrond komen ze voor. Bij ons is alleen de Roggelelie (Lilium bulbiferum) inheems en nauwelijks nog te vinden terwijl de bol ooit beschouwd werd als een lastig onkruid dat groeide op akkers waar winterrogge verbouwd werd. De oranjekleur van de bloemen was symbolisch voor de prinsen van Oranje en in Noord-Ierland is de bloem met haar sterke kleur nog altijd een politiek symbool voor de protestante oranjegezinde inwoners. Het is heerlijk weer in de tuin bezig te zijn en te bedenken hoe die er komende zomer uit zal zien.

1 april 2016

Toen ik vanmorgen uit het raam keek viel me opeens op dat de berk voor ons huis was begonnen haar groene lentekleed aan te trekken. Het maagdelijke groen van de nog kleine blaadjes stak vrolijk af tegen de blauwe lucht. Wat heerlijk! Om ons heen staan heel veel berkenbomen maar deze leek de enige die het erop waagde. Het zijn bomen die indertijd werden aangeplant in de straat en het tijdstip van uitlopen schijnt te maken te hebben met de manier waarop ze zijn vermenigvuldigd, zo werd mij eens verteld door een medewerker van de plantsoenendienst.

Bij het opruimen van oude plantenbakken trof ik dit duo aan. Wat stelt het voor: twee jonge naaktslakken hebben zich voor de winter verschanst in een van de holle pootjes onder een plantenbak, nog steeds in diepe rust. Toen ik die omkeerde om de oude potgrond in de border te kieperen zag ik ze zitten. Als je slakken wilt bestrijden moet je dat nu doen. Wel met een biologisch middel natuurlijk. De korrels die nu in de borders gestrooid worden verhinderen een plaag in de zomer. De vraag is alleen of je dat moet doen. Je kunt ook de slakken aan egels, merels, lijsters en muizen laten. Maar ik tolereer toch niet die grote blote slijmerds die de planten opvreten.... Ik grijp ze in hun lurven en verhuis ze naar elders.

Als ik zo bezig ben in de tuin moet ik telkens kijken naar de hommelkoninginnen die het nu zo druk hebben. De ene bloem na de andere wordt bezocht, vooral in de krokus vinden ze veel van hun gading. Ze zijn echt leuk, die vliegende brombeertjes. Ze zijn soms te zwaar voor de bloem en dan zakken bloem en hommel samen een stukje omlaag.

Het aantal vogels dat de tuin bezoekt op zoek naar voer neemt nu drastisch af. Heel wat soorten zijn al doende met de nestbouw of zitten misschien al wel op de eitjes. De beide puttertjes waar ik eerder over schreef (20/3) komen nog dagelijks meerdere keren langs en hoewel ik de voervoorzieningen op het terras eigenlijk wel zou willen opruimen, doe ik dat toch nog maar even niet. Het is zo leuk die vogeltjes bezig te zien. Ook zijn er nog steeds veel groenlingen. De sijsjes vertonen zich steeds minder maar de vinken zijn er nog volop. Dit vinkenvrouwtje nam even een moment voor haarzelf. Ze zit op de door de zon verwarmde aarde een beetje te dommelen, de oogjes half dicht, zo lief....

31 maart 2016

Binnenkort trekkend de watersalamanders weer naar onze vijvers, als daar tenminste geen vissen inzitten. Al enige jaren is een verwoestende schimmel verantwoordelijk voor het grotendeels verdwijnen van de Vuursalamanders in Limburg NL, België en Duitsland. Steeds meer wordt er over dit nare organisme bekend en er wordt intensief onderzoek naar gedaan. Naar nu blijkt is deze schimmelziekte veel meer verspreid dan aanvankelijk werd aangenomen. En voor het eerst is een Kleine watersalamander (foto) gevonden die eveneens besmet bleek. Sporen van deze schimmels breken door de huid van de salamander en veroorzaakt vervolgens dodelijke gezwellen en evenwichtstoornissen.

Dit is een larve van de Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), hij lijkt heel wat maar is maar een paar cm groot, deze overwintert vaak in de vijver om later in de zomer te metamorfoseren tot volwassen amfibie. RAVON, vraagt mensen die een vijver hebben dringend aan hen door te geven als ze zieke of dode watersalamanders aantreffen zodat er meer inzicht gekregen kan worden in de verspreiding van de schimmelziekte. Je kunt dit doen door een mail te sturen naar: ziektes@ravon.nl

In een vijver kunnen een heleboel larven van salamanders leven. Dit stel heb ik gered toen jaren geleden de vijver opnieuw moest worden aangelegd. Elke emmer die er bij het legen van de oude vijver werd uitgehaald werd minutieus bekeken voor het water de borders inging. Ik stond versteld van het aantal jonkies.

30 maart 2016

Op slechts enige tientallen meters lopen kan ik tot mijn vreugde meteen het bos in wandelen. Het bosgebied hier maakt deel uit van de Oost-Veluwezoom en het is eigendom van Twickel. Deze Hof te Dieren bestaat uit een landgoed waar ooit de Prinsen van Oranje een groot jachthuis hadden van waaruit ze in het bos gingen jagen op wild. Dat is het parkgedeelte. Het bezit bestaat verder uit stukken grond in het uiterwaardengebied, en een stuk bos waar ik dus vaak wandel.

Nog altijd wordt hier wild geschoten maar tegenwoordig uit oogpunt van beheer. Zwijnen, reeën en herten zijn hier elk jaar de klos. Lang stonden overal in het bos de bekende groene bordjes die aangaven wie de eigenaar van het grondgebied was en waar het rustgebied voor het wild was. Dit laatste is een smoes die je overal in bossen tegenkomt. Het zogenaamde rustgebied is meestal een plek waar het wild wordt gelokt om het te kunnen afschieten. Maar dat klinkt zo onaardig.

Op het landgoed wordt veel gedaan aan het herstellen van de oude historische lijnen, het vernieuwen van lanen en het oppoetsen van het imago. Op deze plek is zo'n laan vernieuwd en voorlopig mag hij niet belopen worden wat voor de wandelaar soms onprettig is omdat die nu een stuk moet omlopen. Om ongehoorzame wandelaars die zich van het oude verbodsbord niets aantrokken tegen te houden, staat er nu een chique bord waarop staat dat men zich op particulier terrein begeeft bij het bewandelen van het pad. Daar trapt natuurlijk niemand in want het gehele gebied is immers particulier bezit. Onlangs is voorgeschreven door de eigenaar dat groepen van meer dan 20 personen, die iets in het bos willen gaan ondernemen of vieren, eerst een vergunning moeten aanvragen. Dat is een unicum in de bossen rondom ons.

Het bos moet ook geld opbrengen want het onderhouden van een landgoed is een kostbare zaak. Daartoe wordt er jaarlijks een hoeveelheid bomen gekapt en verkocht. Helaas gebeurt dat elke keer weer vlak voor het broedseizoen begint. In een razend tempo worden de bomen dan gekapt en de stammen opgestapeld. Vervolgens blijven ze heel lang liggen. Dit keer werden zelfs de stammen in haast langs de paden gelegd en nu gebeurt er wat iedereen voorzien kon: baldadige jongelui gaan er mee rommelen met dit resultaat.

Alleen de stammen brengen geld op en die worden geoogst maar de rest blijft achter in het bos hetgeen een onaangename aanblik oplevert. Dood hout is zeer nuttige en vervult een belangrijke functie in het bos voor paddenstoelen en allerlei insecten maar de snoeitroep die hier overal ligt opgestapeld is menig wandelaar een doorn in het oog. Gelukkig kunnen zij doorsteken naar de bossen van Middachten of Hagenau die aan het landgoed  grenzen. De natuur wordt daar meer met rust gelaten en vooral in Hagenau (NM) is dat het geval. In de Hof te Dieren kan het niet anders of het wild moet van al die takkentroep ook last hebben. Het zou mooi zijn als Twickel niet alleen nieuwe bordjes plaatst en lanen vernieuwt maar ook de kaptroep wat zou opruimen.

27 maart 2016

Wat een heerlijke zaterdag, het leek wel lente. Voor even dan. Deze merelman nam het er eens even lekker van, je ziet hem bijna denken: "o mensen toch, wat heerlijk is dit, je lijf neervlijen op het zachte gras en de warme zonnestralen op je rug laten schijnen, zalig!" Ik snapte hem helemaal en ging maar eens even een kijkje nemen in het bos of daar al wat leven te vinden was.

Een kijkje bij diverse mierenhopen leverde goed zichtbare activiteiten op. De meeste hopen zijn in het voorjaar zo goed als ingestort door het gewroet van spechten, dassen en zwijnen. Op sommige hopen zag ik zwarte plakkaten van zonnende mieren die eerst even wilden opwarmen alvorens met de opbouw van het bovengrondse nest te beginnen. Bij andere hopen waar de zon al een tijdje op geschenen had, was het inmiddels een drukte van belang. Het lijkt of al die mieren als kippen zonder koppen door elkaar en over elkaar kruipen maar niets is minder waar. Een mierenstaat is tot in de puntjes georganiseerd en aan het begin van de lente valt er heel wat arbeid te verrichten. Elke mier in de kolonie heeft zijn of haar eigen taak en voert die consequent en  plichtsgetrouw  uit. Echt geweldig, die nijvere diertjes.

Op de bosbodem zag ik nog meer dierlijk leven, eindelijk. De eerste mestkevers waren alweer op pad en de eerste exemplaren alweer platgetrapt onder mensenvoeten. Ik zag ook een glanzende loopkever rennen, hij gaf me niet de gelegenheid hem goed te bekijken en ik liet hem maar gaan. Het zou maar zo de algemeen voorkomende Gouden loopkever of Schallebijter kunnen zijn.  Loopkevers hebben vaak mooie metaalachtig glanzende schilden en ook fraaie kleuren.

26 maart 2016

De knoppen van de krentenboom beginnen aardig te zwellen maar dat betekent niet de opmaat voor een lenteachtige Pasen. Het blijft maar koud, vooral 's nachts. Ik hoorde al wel een man Bruine kikker kwaken in de vijver maar dat leek meer op een armzalige poging dan op daadwerkelijk bronstig geroep om een vrouw. De koude nachten houden de watertemperatuur nog behoorlijk laag en ook de kikkers moeten wachten op betere tijden alhoewel, ik hoorde over vijvers waar al driftig enorme bruiloftsfeesten gevierd werden.

De lage temperaturen weerhouden de meeste vogels ervan aan een nest te beginnen want wat moet je met jongen als er nog geen rupsjes te vinden zijn. Maar de Ekster is er altijd heel vroeg bij. Hij rukte de dode takjes uit bomen en bouwde er een eksterwieg van. Nu wordt die gestoffeerd met zachte twijgjes en dood blad uit de vijver. Als straks wat meer warmte de hormoonkacheltjes gaat opstoken zullen de uitnodigende nestkastjes in onze tuin hopelijk snel betrokken worden.

Kijk eens aan, daar hebben we toch de Keep (Fringilla montifrigilla) nog even. Kepen zien wij alleen in de winter wanneer ze vanuit Scandinavië naar ons land zijn getrokken om in de beukenbossen naar nootjes te zoeken. Broedgevallen zijn in ons land zeldzaam. In strenge winters komen ze geregeld op de voerplank maar dit keer was het natuurlijk een winter van niks en daar gedroegen de vogels zich dan ook naar. De keep is in Scandinavië wat de gewone vink in ons land is: het wemelt er van.

Het Longkruid (Pulmonaria officinalis) wilde wel maar vond het aldoor te koud waardoor de bloempjes maar miezerig en schuchter uit hun knopjes kropen. Maar nu gaat de plant ervoor. Het mooie blauw is een van mijn favoriete kleuren; ooit zou ik nog wel eens naar een groot feest willen gaan, gekleed in een lange feestelijke baljurk van dit hemelse blauw. Er zijn twee soorten Longkruid die in ons land voorkomen, een met vlekken op het blad en een zonder vlekken. De laatste is een Franse die hier terecht is gekomen en hij doet het goed in onze tuin.

25 maart 2016

Een van de mooiste voorjaarsbloeiers vind ik de Lariks wanneer de beeldschone kegeltjes zich beginnen te ontwikkelen. Dit fotografeerde ik afgelopen woensdag.

Nu is het nog niet zover,  maar als het bovenstaande kegeltje nog even wat doorgroeit krijgt het een prachtige kleur.

In de herfst zijn de kegeltjes uitgegroeid en zien ze er nog altijd leuk uit. Ik kan niet wachten tot alle lariksen in het bos weer groen gaan kleuren, dat is zo onvergetelijk mooi. Alle bruine en grauwe tinten worden meteen vergeten bij dit voorjaarsspektakel.

24 maart 2016

De Sleutelbloem (Primula véris) begint te bloeien als een van de eerste vroege wilde planten. De naam "véris" doet denken aan echt of waarachtig, er zijn meerdere soorten primula's. Maar het betekent "in het voorjaar bloeiend", en het komt uit het Latijn waar vèr lente betekent. Lang geleden kwam je deze plant overal tegen, in bossen, in weilanden, maar dat is slechts een herinnering geworden. Geel is een vrolijke en opwekkende kleur in de natuur en daarom krijgen wij die in het voorjaar zoveel cadeau buiten! Mensen worden er blij van, ik ook.

Niet alleen planten in de vrije natuur beginnen op gang te komen. Wie binnenshuis vorstgevoelige planten laat overwinteren, merkt nu ook dat er weer nieuwe groei in zit en zelfs bloei. Geraniums zitten dik in de knop en dit plantje, waarvan de moederplant op Kreta stond, begint weer piepkleine driehoekige bloempjes te krijgen. Het is duidelijk familie van de hier bekende Eendagsbloem (Tradescantia) waarvan wel zeventig soorten bestaan.

Bij onze tuinclub hebben we in het afgelopen najaar ieder een bollenmand gevuld met wel honderd bolletjes van allerlei soorten. De Narcis helemaal onderin, dan een laagje potgrond erover en weer een andere soort erop, net zo lang tot de mand vol was. Naar verluidt zouden de narcissen er in moeten slagen met hun koppen bovengronds te komen. Ik wil het eerst zien voor ik het geloof. Maar nu zijn de botanische irisjes al uitgebloeid en neemt de akoniet en de krokus het over. Om al die bollen de ruimte te geven heb ik de irisjes maar vast uit de mand gehaald en in de tuin gepoot. Ik ben benieuwd wat er nog allemaal zal verschijnen.

22 maart 2016

De lente staat op de kalender en het maaischema van de grasveldjes wordt meteen in werking gesteld, of het gras nu groeit of niet. Het gras gaat pas groeien als de bodemtemperatuur een graad of acht boven nul is maar daar is nu geen sprake van bij nachttemperaturen van slechts een paar graden boven het vriespunt. Menig gemeente besteedt tegenwoordig het onderhoud van het groen uit dus doet de uitvoerder precies wat hem is opgedragen, of het nu vriest, dooit of bloedheet en droog is.

Vanmorgen ontdekte ik een nachtvlindertje in huis. Ik zag de hele winter nauwelijks nachtvlinders is het bos maar deze biedt zichzelf aan. Het is een soort uit de familie Spanner en er zijn er heel veel van. Als ze enigszins afgevlogen zijn is het soms moeilijk ze op naam te brengen, ook kunnen spanners erg variëren in kleur. Dit blijkt de Groene blokspanner te zijn (Acasis viretata). De vliegtijd van dit vlindertje ligt tussen half april en oktober en de rups overwintert als pop. Wie weet, zat hij in een van de potten met planten die hier binnenshuis overwinteren. Het zou niet de eerste zijn.

Op de beuken in het bos zie je de hele winter door jonge tijgerslakken zitten. Al vriest het dat het kraakt, ze kunnen er goed tegen al bestaan ze ook grotendeels uit vocht. De Tijgerslak (Limax maximus) is een soort die behoorlijk agressief is, hij vergrijpt zich zonder probleem zelfs aan de Oranje wegslak die er ook met vele rondschuift. Tegenwoordig zie je ze zelfs af en toe in de tuinen, vooral als die dicht bij een bos liggen. Ik ben er niet blij mee en tolereer ze er ook niet. Momenteel worden ze weer wakker uit hun winterverstijving, al gebeurde dat de afgelopen maanden regelmatig. De slak heet ook wel Grote aardslak. Hoe meer dassen er in ons gebied komen, hoe minder egels we jammer genoeg nog zien. De egel is een predator van de slakken.

20 maart 2016

Met de foto van een met sneeuwvlok gekroonde Roodborst neem ik afscheid van de winter en heet mijn bezoekers welkom in de lente van 2016. Wat die ons gaat brengen moeten we afwachten, maar dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven. Ik ben blij dat het seizoen achter ons ligt want elke winter is het weer een hele klus dit dagboek een beetje gevuld te krijgen.

Voorheen hield ik mij altijd keurig aan de data die ons op school geleerd werd, dus zou de lente pas morgen moeten beginnen. Maar de kalenderdata voor de seizoenen zijn slechts het resultaat van afspraken, en wie houdt zich tegenwoordig nog aan afspraken in deze maatschappij. Daarom neem ik vanaf nu de astrologische gegevens over. Vandaag is dus de lente begonnen en volgens gegevens van de Natuurkalender (Wageningen Universiteit) start die "tergend langzaam" op, wat ook in de natuur al was waar te nemen. Berk, Eik en Beuk zullen, zo wordt aangenomen, pas eind april hun blad ontplooien. Helaas. Ik begin de lente met een terugblik op de vogels waar ik de laatste tijd zeer van genoten heb. Binnenkort zullen we vele daarvan niet meer zien omdat het broedseizoen een aanvang zal krijgen. De Putter zit al wekenlang bij ons zijn buik vol te eten.

Sinds de afgelopen week brengt hij zelfs aldoor een maatje mee, ze zijn onafscheidelijk hoewel het twee mannetjes zijn. Een vrouw Putter ziet er wat meer bescheiden uit en heeft ook die malle rode kop niet. Maar leuk dat ze zijn! Elke winter is het weer een verrassing wat zich op vogelgebied aandient in de tuin, sinds vele jaren zagen we geen putters meer.

Er is regelmatig geïnformeerd naar hoe het verder ging met "Ringetje", de Goudvink die gepakt leek door een rover maar gelukkig ontsnapte aan het lot verorberd te worden. Welnu, hij ging er steeds vreemder uitzien. Het leek of er een enorm abces aan de zijkant van zijn lichaam zat en ik verwachtte dan ook dat dit het eind zou zijn van de geringde vogel. Maar nee hoor, hij kwam er gewoon bovenop, hoe is het mogelijk!

Als het windstil is ziet meneer Goudvink er heel ordentelijk uit maar o wee als de wind gaat blazen, dan verschijnt weer het malle poederdonsje op zijn rug, de plek waar hij aangevallen werd. De staartveren zijn weer aardig aangegroeid intussen. Hij heeft nog steeds niet het gezelschap van een vrouw gevonden maar elke dag komt hij zich tegoed doen aan de zaden van de zonnepitten.

De Groenling kwam laat deze winter, alle vinken zijn eigenlijk heel mooie vogels. Vogels voeren in de winter is een perfecte manier om een aantal soorten goed te kunnen waarnemen. Als je maar zorgt voor gevarieerd voer dat ook op de juiste manier wordt aangeboden. Ik propageer altijd het fijnstampen van vetbollen en hetzelfde te doen met pinda's. We hebben heel veel regen gehad deze winter en de pindanetjes hingen bij menigeen verslijmd aan de takken. Verbollen worden vaak hard en oneetbaar. Ik heb elk jaar veel succes met mijn eigen methode en vogels die nooit aan bollen en netjes hangen, doen dat wel als dit voer wordt fijngemaakt.

Sijsjes waren er deze laatste weken vooral in het midden van ons land in extreem grote getale. Dit vogeltje is een mooi voorbeeld als bewijs hoe je het door de winter kunt helpen, al viel dit deze winter beste mee. Als je kijkt naar dat dunne spitse snaveltje begrijp je meteen waarom dat niet zo geschikt is voor harde pinda's. Maar het waren op onze tuintafel juist de sijsjes die zich massaal te goed deden aan de fijngestampte pinda's en vetbollen. Ik zou zeggen: probeer het een volgende winter maar eens uit. Het leek er aanvankelijk op dat er voor de vogelliefhebber niet veel lol te beleven was aan de zachte winter maar de laatste maanden is dat ruimschoots goedgemaakt. Laat ze nu maar gaan broeden, daar wordt het tijd voor als het weer meedoet. Tot slot een advies: stop pas met het voeren van de vogels als het blad aan de bomen en struiken komt want dan pas is wat te vinden voor onze gevederde vriendjes.

 

naar boven