Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016/2017
 2017/2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
 2018
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016
 2017

 

 

 

Herfst 2018

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

12 december 2018

De Lijsterbes hangt nog steeds veel te vol met bessen, want er zijn veel te weinig merels. Nog even en de bessen zullen bevriezen en op de grond vallen, net als dat het geval is met de bessen van de Hulst die als rode kralen op het garagedak liggen. Verloren vogelvoer maar er was niet genoeg belangstelling voor. De oogst was ook wel buitensporig en overvloedig deze herfst.

Sinds maanden zie ik eindelijk sinds een paar dagen in onze tuin weer eens een merelvrouw. Je wordt er gewoon blij van want de schaarse merels die we zagen waren steeds mannetjes. Ik ben zů gewend om in deze en komende periode zakken rozijnen te kopen voor de merels die op het laatst gewoon bij het raam zitten te wachten. Nu kan ik er eindelijk wat van neerleggen en het vrouwtje naar de voerplek lokken. Ze heeft nog niet toegehapt en is nog erg schuw.

Het roodborstje kent geen verlegenheid en zoekt heel slim de mensenwereld op als het voedsel daar voor het oppikken ligt. Als beloning zingen roodborstjes hun parelende liedjes die zowel door de man als de vrouw ten gehore worden gebracht.

De afgelopen nachten was de Marter weer op bezoek en had opnieuw in de gaten dat hier een pot met pindakaas aan het hek hing. Nacht na nacht komt zo'n beest terug, net zolang tot er niets meer te halen valt. Toch vind ik dat niet leuk, de pindakaas is voor de vogels, zo heb ik besloten. Ik heb dus een plek gezocht waar de marter niet bij kan. De pot zit nu vast op een lange metalen staaf die in de grond moet worden gestoken. Recent kreeg ik een schitterende opname toegestuurd van een Boommarter die het eveneens op pindakaas had voorzien. Beide soorten wonen hier in het bos. De Boommarter is wel een echte beauty en daarom plaats ik het filmpje hier. Geniet er van!   https://youtu.be/1KP0yFQsmIg

11 december 2018

Oproep van de Egelbescherming Nederland: door de droge zomer waardoor regenwormen diep de bodem in kropen ontstond een tekort aan voedsel voor de egels. Als gevolg hiervan worden er momenteel veel egels gevonden die broodmager zijn en daardoor niet in winterslaap kunnen gaan. Daarvoor hebben ze immers een vetlaag nodig waarop ze kunnen teren. Heb je egels in de tuin, voer ze dan blij met kattenvoer. Geef vooral geen melk, daarvan krijgen ze ernstige darmproblemen. Als de egels niet snel in gewicht kunnen aankomen, geraken ze in de problemen als de vorst invalt.
https://www.egelbescherming.nl/dier-in-nood/adreslijst-egelopvangcentra/

9 december 2018

Een beukenbos dat kaal is, biedt altijd een mooie aanblik. Als grafische lijnen staan de rechte stammen overeind. Van een droog bos is het na deze week een kleddernat bos geworden met plassen op de paden.

Berken en vliegenzwammen horen bij elkaar maar dat in december alsnog deze zwammen verschijnen, is wel heel erg apart. Het vriest nog niet en de zwamvlokken waren niet bezweken onder de droogte van de afgelopen zomer en herfst dus staken hier wel zeven stuks de fraaie koppen alsnog boven het maaiveld.

Bij huis komen ook zwammen op in de tuin, Geschubde inktzwammetjes wel te verstaan. De aanhoudende regen maakt ze al snel weer een kopje kleiner want daar kunnen ze niet goed tegen. Maar nu het weer zo nat geworden is, zou ik ook nog een keer op zoek kunnen gaan naar slijmzwammen want daar zijn vaak mooie soorten van te vinden. Als het nu eerst maar eens een paar dagen droog gaat worden.

7 december 2018

Met verbazing lees ik vandaag het bericht van Nature Today: de Kleine wintervlinder (Operophtera brumata) beleeft een topjaar, wordt gezien bij honderden, zelfs bij duizenden tegelijk, ook op de hoge zandgronden.  Ze zitten op de stammen van voornamelijk eikenbomen te wachten op een vrouwtje om mee te paren. Een paar dagen geleden zag ik er in het buitengebied zowaar drie, eerder in mijn eigen wandelbos slechts ťťn. Hoe is dat dan toch te verklaren. Niemand kan je daar antwoord op geven, zo ondervind ik. Op beuken blijken ze veel minder aanwezig dan op eiken maar in mijn omgeving ligt natuurlijk beukenbos. Aan de andere kant, de vlinders werden ook aangetroffen op den, taxus, fruitbomen, spar en andere. Mijn verstand staat er bij stil.

De groene rupsjes van de Kleine wintervlinder zag ik jaarlijks massaal aan draden uit de bomen zakken om op de bodem te verpoppen. Ik zie ze de laatste paar jaar nauwelijks nog.

De Grote wintervlinder (Erannus defoliaria) piekt een maand eerder dan het kleine familielid. Deze vlinders heb ik de laatste jaren al helemaal niet meer gezien in bosgebied Hof te Dieren waar ik vaak loop. Hoe de armoede in dit bos verklaard moet worden, ik weet het waarachtig niet.

De rupsen van de Grote wintervlinder kon ik dit jaar niet vinden in het bos hoewel ik er gericht naar gezocht heb. Ik trof ze dit jaar wel aan in het buitengebied op eiken die langs de weilanden groeien. In januari van dit jaar schreef de Vlinderstichting nog over de achteruitgang van de nachtvlinders die geweten wordt aan de lichtvervuiling. Tweederde van de soorten is daardoor terecht gekomen op de Rode lijst, aldus het bericht. Als berichten zich zo tegenspreken, weet je helemŠŠl niet meer wat je moet geloven. Misschien is de vlinderexplosie van dit moment gewoon een toevalstreffer als gevolg van de extreem mooie zomer...... Wintervlinders behoren tot de familie Spanners, ze zijn nachtactief en worden over het algemeen sterk aangetrokken door kunstlichtbronnen.

6 december 2018

Afgelopen woensdag was een grauwe en mistige dag maar het was niet koud en vrijwel windstil. Ik had zin er weer eens op uit te trekken en fietste daartoe naar het buitengebied rond een van onze dorpen. Ik droeg een donkere jas en bewoog me behoedzaam. Mijn fiets had ik even ergens neergezet. Toen ik een pad uitliep en bij een sloot aankwam, zag ik twee reegeiten staan. Als altijd zeer alert en toen ze mijn beweging gewaar werden holde een van hen meteen weg. Ik trok me wat terug in de dekking en wachtte stilletjes op wat er zou gebeuren. Het tweede ree bleef staan en keek waar de ander naar toe ging alsof het dacht: waar ben je nou?.

Het reegeitje vond het niet leuk om alleen achter te blijven en keek nog eens goed of de ander echt niet terug kwam. Een ree is een buitengewoon elegant en lichtvoetig dier, het weegt ongeveer 18 kilo. In de zomer is de vacht oranjebruin maar in de winter wordt die bruin. In de natuur wordt het kaal en dan moet je niet te zichtbaar zijn. Prima geregeld.

Ze besloot haar maatje te volgen en dook de bijna leegstaande sloot weer in om over te steken. Als reeŽn  een jaar of 11 geworden zijn, is hun gebit zo afgesleten dat ze moeite krijgen nog voldoende voedsel binnen te krijgen. Vaak gaan ze tegen die tijd dan ook dood. Een zo'n dier eet per dag ongeveer 4 kilo groenvoer dus er moet heel wat geknabbeld worden.

In draf verdween het ree in de richting waar de ander inmiddels al niet meer te zien was. Tegen de winter zoeken de reegeiten elkaar vaak op en leven dan in zogenaamde "sprongen".  Ik vind het altijd irritant dat in puzzels het ree een "klein hertje" genoemd wordt want het zijn afzonderlijke soorten. De ogen van het ree zijn "stigmatisch", ze  nemen beweging veel beter waar dan stilstaande objecten. Daar kun je als wandelaar van profiteren door onmiddellijk te blijven staan als een ree je pad kruist. Het buitengebied waar ik deze dieren zag is het optimale biotoop, weilanden die rondom een bosgebied liggen zodat de dieren zowel schuilplekken als foerageerplekken hebben.   

Het gewei van de reebok is maar heel klein vergeleken bij dat van een hert. Veel meer dan dit wordt het niet. Rond deze tijd werpt de reebok het gewei af, in februari start de opbouw weer. Het aantal stangen zegt niets over de leeftijd. De bok is geen romanticus, na de paring kijkt hij niet eens meer om naar de geit en voor zijn kroost heeft hij geen enkele aandacht.

4 december 2018

Onlangs zag ik in een televisieprogramma wolvarkens. Ik had ze nog nooit gezien en er ook niet over gelezen maar wat zien die er leuk uit. Gevoelsmatig heb ik niet zoveel met een varken. Ze zijn dik, meestal vuil en ze lijken zo naakt. In werkelijkheid is dat niet zo want varkens hebben wel degelijk een beharing maar die is heel kort en kleurloos. Maar wat maakt zo'n krullenpak een verschil, je gaat hetzelfde beest dat er in zit een heel stuk aansprekender vinden.

Dit is het wolvarken (Mangalitza) in winterkleed. In de zomer is hun vacht bruin, maar er zijn meerdere kleurvarianten. De foto is van Wikipedia. De varkens stammen uit Hongarije en ServiŽ,  waar ze in 1833 het resultaat waren van kruisingen tussen drie andere soorten. Nu behoren ze tot het nationale erfgoed van Hongarije. Lange tijd was dit varken zeer geliefd vanwege zijn lekkere vlees en dikke speklaag maar in de bio-industrie verkoos men het gangbare roze beest. Dankzij de hobbyfokkers bestaan de wolvarkens gelukkig nog. Tijdens mijn zoektocht naar informatie over deze varkens kwam ik een werkstuk tegen van een scholier die schreef: bio-industrie betekent "industrie van levende wezens". Als je zoveel varkens wilt "maken" moet je wel net doen of het  dingen zijn. Daarom hebben de varkens het in de bio-industrie het zo slecht. Een betere verwoording had ik zelf niet kunnen bedenken.

2 december 2018

Tsjonge, wat een natte en grauwe dag was dit. Dit pimpelmeesje was werkelijk kleddernat maar dat kwam niet door de regen maar door de waterplas die op het garagedak lag. Dat zag er natuurlijk niet uit.....

Dus volgde er meteen een flinke poetsbeurt om het pak weer op orde te krijgen. Veer na veer leek door de snavel te gaan en de mees wrong zich in alle bochten om geen plekje over te slaan. Zonder een ordentelijk verenpak ben je als vogel geen cent waard.

In de enorme hulststruik in een tuin achter de onze vliegen de vogels af en aan. Je hoeft alleen maar het geluid te horen om te weten dat het om kramsvogels gaat. Al weken zijn ze bezig zich tegoed te doen aan de bessen en daarbij begonnen ze bovenin. Nu daar alles weggepikt is moeten de vogels in het onderste deel van de struik zijn. Vandaag was het geen weer om buiten te staan met de camera in de hoop dat ik een paar mooie plaatjes kon schieten maar ik probeerde het natuurlijk toch. Het werd niet veel maar ik vond het wel mooi om merel en kramsvogel naast elkaar te zien zitten. Morgen maar weer nieuwe pogingen doen, ook al is de afstand eigenlijk een beetje te ver om goede foto's te maken. Maar wie weet....

Vogelaars zijn altijd blij als in december de Kleine zwaan weer naar ons land komt vanuit het Arctisch Russische broedgebied. Faunabescherming en St. Dierenradar spanden recent een kort geding aan tegen het Zuid-Hollandse provinciebestuur dat toestemming had verleend alle knobbelzwanen te doden door afschot. Daarbij liepen ook de beschermde  Kleine zwanen gevaar omdat de meeste jagers geen verschil zien tussen vliegende soorten. Deze zwanensoort vliegt 3.000 kilometer om in ons land te overwinteren. Ze leven hoofdzakelijk van waterplanten maar gaan later in de winter over op voedsel dat nog op de akkers te vinden is. Uiteindelijk mag de Provincie alsnog zelf beslissen wat ze wil gaan doen.

30 november 2018

Het weer is voor de zoveelste keer aan het schommelen en de oplopende temperatuur stuurt in de koolmezen het voorjaarsgevoel weer aan. Luid klinkt hun tweetonige roep die als boodschap dient voor de vrouwtjes. Ik zag de mezen ook alweer bij de nestkast. Afgelopen nacht hoorde ik dat in ons land jaarlijks 8.000 mensen aan de gevolgen van fijnstof overleden. Het lijkt een logische gedachte dat fijnstof ook wel eens de dood van heel veel dierlijk leven tot gevolg zou kunnen hebben. Net als elektromagnetische straling waar mensen ziek van kunnen worden. Waarom wordt er alleen gekeken naar de afbraak van biotopen waardoor vogels die daarvan afhankelijk zijn, in grote getale verdwijnen?

29 november 2018

Twee dagen geleden zat deze forse vlieg op het rolgordijn in de kamer. De groep vliegen omvat enorm veel soorten, waaronder zweefvliegen. En die familie behoort weer tot de orde van vliegen en muggen die tweevleugelig zijn. In ons land komen daarvan 363 soorten voor. Ik kwam er dus niet uit en moest de hulptroepen van Waarneming raadplegen om aan de naam te komen. Het is de Kegelbijvlieg (Eristalis pertinax), 1,5 centimeter groot. De naam slaat op het kegelvormige lijf van de meeste mannetjes. Mijn vlieg is een vrouwelijk exemplaar. Bij de huidige temperaturen zie je nauwelijks nog insecten, ik vermoed dat de dame met een overwinteringsplant mee naar binnen is gekomen.

Nog een wezentje dat in ons huis onderdak zocht. Was dat terecht gekomen op zolder of in de garage, dan had het in rust kunnen gaan tot het voorjaar. Maar het insect had de pech de warme huiskamer in te vliegen en daar vond hij zijn Waterloo op de vensterbank. Er zijn meerdere vedermotten maar dit is de Scherphoekvedermot (Amblyptilia acanthadactyla). Buiten worden ze vaak samen met soortgenoten gevonden in bijvoorbeeld heidepollen (Calluna). De vedermotten zijn nachtelijk actief en leven veelal in het grasland.

Vaker dan de Scherphoekvedermot wordt de Witte gevonden. Dit is geen recente foto maar toont goed dat de naam van het insect is afgeleid van de ingesneden vleugels die wel op veren lijken. In rust sluit de vlinder de vleugels door ze in de lengte op te rollen waardoor ze heel dun lijken.

27 november 2018

Het blad van de beuken blijft dit jaar lang aan de bomen zitten. In het geval van jonge bomen is de wind niet eens in staat het er af te blazen. Jonge beuken houden hun blad vast in de winter. Pas als ze een jaar of tien oud zijn, laten ze het in de herfst los. Het blad heeft momenteel een heel mooie kleur

De droogte is nog altijd nijpend, regen valt er nauwelijks en het grondwater zakt nog steeds. In de IJssel is de veerpont tussen Dieren en Olburgen daarom uit de vaart genomen, dat is in deze tijd van het jaar nog nooit gebeurd. Sloten, beken en sommige waterplassen in de oostelijke kant van ons land, staan nog altijd droog. Dat moet toch enorme gevolgen hebben, hele biotopen zijn verwoest en alles wat er in leefde is dood gegaan. De dieren die daarvan leven ondervinden er nu en later de gevolgen van. Vogelbescherming riep al op om in tuinen waterbakken neer te zetten voor de vogels.

Toen de kleinkinderen nog nog jong waren en vaak bij ons logeerden, nam ik ze altijd mee het bos in. Zo leerde ik ze ook wat de stippen op bomen betekenden: blauw mag blijven en rood moet dood. Deze beuk is ten dode opgeschreven vanwege de scheur in zijn stam die toegang geeft aan verwoestende schimmels. Hoe zo'n scheur ontstaat is, is niet altijd duidelijk. Het kan gaan om een vorstscheur, een teveel aan zonlicht of aan blikseminslag. Opmerkelijk is wel dat tegenwoordig in stedelijk gebied veel scheuren in stammen optreden en dat dit in het bos veel minder is. Daar wordt allerlei onderzoek naar gedaan.

Zwijnen lopen met hun neus in de bodem en schuiven zo door het bladerdek. Al zien we de dieren hier niet of nog nauwelijks, hun sporen verraden dat ze er nog wel zijn. Het fanatieke en jaarronde bejagen van deze dieren maken ze schuw. Duizenden worden er jaarlijks op de Veluwe afgeschoten. Ook de herten zijn helaas zo schuw geworden door de jacht dat ook deze zich niet laten zien. Het bos wordt er niet bepaald aantrekkelijker door.

24 november 2018

In het bos ligt een enorme beuk die al jaren geleden werd gekapt en achtergelaten. Elke herfst ga ik er kijken want er groeien allerlei verschillende zwammen op. Dit jaar is dat o.a. de Oesterzwam (Pleurotus ostreatus). Ze zijn al oud maar prachtig om te zien met die omgekrulde rokken. Ze verschijnen pas laat in de herfst, zelfs na de eerste nachtvorst en kunnen die goed verdragen, ze schijnen zelfs een soort antivries te bevatten . De oude exemplaren verkleuren naar bruin, zoals hier. Oesterzwammen worden voor consumptie gekweekt, iedereen heeft ze wel in de keuken gebruikt. Het is een soort die je in de natuur het gehele jaar kunt vinden.

Deze Oranje korstzwam (Peniophora incarnata) daarentegen was nog vers en piepte onder een stuk schors van dezelfde stam uit. Schorszwammen zijn in deze tijd van het jaar nog iets om naar uit te kijken, de zwammen met hoed en steel zijn er nauwelijks nog.

Deze zwammetjes kom je vaak tegen, ze vallen nauwelijks op, het hoedje zier er wat viltig uit en vaak zitten ze met vele op dood hout, vaak op niet al te dunne takjes. Het is het Waaiertje (Schizophyllum vulgare).

Als je het Waaiertje even omkeert zie je hoe mooi de gespleten lamellen zijn en wordt het opeens een heel leuk zwammetje. Eigenlijk is dat met al het kleine in de natuur, je moet het van alle kanten bekijken om te zien hoe mooi het is. Het algemeen voorkomende zwammetje wordt speciaal gekweekt voor de vervaardiging van een medicijn tegen baarmoederhalskanker.

Vind je op een boom of tak deze zwammetjes, pluk dan eens zo,n Waaiertje om het te bekijken.

Het Gewoon elfenbankje (Trametes versicolor) groeit meestal op dood hout en je kunt hem het hele jaar aantreffen. Het is herkenbaar aan de gekleurde zones die afwisselend donker en licht zijn. Als het taaie vruchtvlees heel oud geworden is, wordt het vaak zo massaal door  algen gekoloniseerd dat het groen wordt. Dakpansgewijs kunnen ze tot een grote groep uitgroeien op de stobben van heel veel bomen. Een van de meest voorkomende zwammen in ons land maar heel attractief door hun variŽteit in kleuren en groei.

23 november 2018

De dag begon windstil en dat nodigde uit om meteen maar even op stap te gaan. Ik hoopte dat ik ijshaar zou zien maar hooggespannen was mijn verwachting niet gezien het feit dat de bosbodem kurkdroog is. Ik kwam niemand in het bos tegen, ik hoorde eindelijk weer een paar boomklevers en de laagstaande zon toverde mooie lichtbundels tussen de bomen.

Al weken ben ik op zoek geweest naar wintervlinders want daarvoor is het nu de goede tijd. Ik weet niet hoeveel bomen ik bekeken heb, ik vond in er al die tijd niet ťťn. Maar vanmorgen was het dan zover, een Kleine wintervlinder (Operopthera brumata), rustend op een boomstam zoals ik in eerdere jaren er volop tegenkwam. Sinds drie jaar heb ik al niet meer soorten gevonden dan deze, en ook zeer weinig. Nu dus een enkel exemplaar. Dat dit mannetje een (vleugelloos) vrouwtje vindt kun je wel uitsluiten. Het gaat slecht met de wintervlinders.

Nergens waren ijsveren te zien. Op een pad ontwaarde ik wel tussen het herfstblad een takje dat ze toch nog showde. Daar was het nog een beetje vochtig en konden de verteringsgassen uit het hout stromen.

En toen vond ik een eind verderop nog een paar stukken hout waar het ijshaar op gegroeid was. Het pad lag wat lager en het was er blijkbaar ook vochtiger. In het bos zie ik heel vaak dingen die er niet zijn, een soort zinsbegoocheling die in mijn eigen hersenen ontstaat. Maar zeg nou zelf, dit is toch net een knuffelbeestje? Ik heb er voor de grap maar een paar oogjes in gezet.

22 november 2018

Als de zon er nog door komt zijn er nog steeds prachtige avondluchten. Een merel is geland in onze krentenboom, zowaar. We zien ze nauwelijks hier in de tuin. En als er een passeert gedraagt hij zich schuw. Wat een verschil met vorig jaar toen er nog een paar vaste tuinbezoekers waren die gewoon zaten te wachten tot ik rozijnen neerlegde op de voertafel. Ik mis ze.

Er waren de afgelopen twee weken heel veel Koperwieken die op de Hulst in een buurtuin vlogen. De forse struik hing onwaarschijnlijk vol met bessen maar nu de vogels naar elders zijn vertrokken, is er nog steeds heel veel in de aanbieding. Misschien komen ze nog een keer terug, dat zou leuk zijn.

Ik kan er niet over uit dat de bijzondere geraniums die ik in huis gehaald heb voor overwintering, zo overvloedig in bloei staan. De ene na de andere bloemknop verschijnt en ze bloeien zelfs nu nog rijker dan ze in de vroege herfst buiten deden. Er lijkt niets te gaan volgens de regels, tegenwoordig.

De geraniums staan onder een groot vel plastic en dat werkt als een kas. De verdamping blijft op pijl en de planten kunnen zo prima worden overgehouden tot het weer lente is. Vaak haal je ongewenste gasten mee naar binnen, zoals rupsen of luizen die aan het eind van de winter massaal uitkomen. Deze kleine blindwants was een nieuweling, die heb ik maar weer buiten gezet. Blindwantsen hebben geen ogen (occuli)  terwijl de meeste soorten er drie hebben die bovenop hun kop zitten.
Correctie: dit blijkt geen blind- maar een bodemwants te zijn. Bodemwantsen vormen een zeer uitgebreide soort die weer onderverdeeld is in heel veel families, ze komen over de hele wereld voor. Het lichaam is langwerpig en kan variŽren in kleur, formaat en tekening, van donkere tinten tot felrood. Ze leven voor het merendeel op de bodem en op planten en de naam is Gewone rookwants (Rhyparochromus vulgaris). Fijn dat iemand even reageerde, zo blijft de informatie kloppend.

19 november 2018

Wat een geweldig moment om zo een Rode eekhoorn (Sciurus vulgaris) te kunnen fotograferen. In mijn omgeving zie ik nooit eekhoorns, deze foto maakte ik elders. Het zou kunnen zijn dat de aanwezigheid van marters hier een rol speelt, die zijn er namelijk veel en eekhoorns staan op de menulijst van de marter. Ook hebben regelmatig nare ziekten slachtoffers gemaakt onder de mooie pluimstaarten. Het valt me wel eens op dat je een grotere kans hebt om bepaalde zoogdieren en vogels te zien in gemengde gebieden, die waar geboomte wordt afgewisseld met open stukken in het landschap. Het aanbod van voedsel is natuurlijk eveneens relevant.

Ook een matige zomer of herfst kan er de oorzaak van zijn dat veel jonge eekhoorns in de winter sterven. De Havik die in het bosgebied hier ook voorkomt, is eveneens een predator, net als de vos. Elders in het land kan de inheemse eekhoorn weer last hebben van de grijze Amerikaanse. In Engeland wordt de rode dermate bedreigd dat men alles in het werk stelt om de grijze uit te roeien. In ons land is de eekhoorn beschermd, hij mag niet worden gevangen of gehouden en ook niet worden verstoord. Maar wie zou dat nu ook willen. Dan zijn er ook nog een pokkenvirus en toxoplasmose die de Rode eekhoorn het leven kan kosten. Tref je een slachtoffer aan, meld dit dan op https://www.dwhc.nl/ want er is nog veel onderzoek nodig om de ziektes van dit zoogdier in kaart te brengen.

In het bos achter ons huis vond ik een mooie Pruikzwam (Hericium erinaceus). Dat is beslist geen algemene soort want volgens de gegevens worden er jaarlijks in ons land slechts 15 tot 40 exemplaren aangetroffen en hij heeft dus de status "zeldzaam". Het was puur toeval dat ik net omhoog keek want de zwam zat hoog in de boom en daardoor was het wel weer jammer dat ik hem niet van meerdere kanten kon fotograferen. De soortnaam erinaceus betekent egel en verwijst naar de stekels. De Pruikzwam groeit als parasiet op de stamwonden van voornamelijk beuk en robinea en zelden op enkele andere loofbomen. Gaat de boom dood, dan blijft de zwam er gewoon op doorgroeien. Ik was erg in mijn nopjes met deze vondst.

Er waren deze herfst, zoals verwacht, heel weinig paddenstoelen te zien, zeker op de droge zandgrond. Gisteren vond ik nog deze Rode knoopzwam (Ascocorine sarcoides). Door regen en vorst was hij zwaar aangetast maar het paarse kleurtje was er nog wel. Dit is wel een algemene soort die voorkomt op het dode hout van naald- en loofbomen. Maar......, het zou misschien ook de Paarse korstzwam (Chondrostereum purpureum) kunnen zijn.

17 november 2018

Er zijn mensen die het bos niet kunnen verdragen, die het benauwd krijgen bij al dat groen dat hen het uitzicht beneemt. Zij prefereren het open land waar de horizon in de verte ligt en de hemel de aarde lijkt te raken. Daar kan ik me veel bij voorstellen. Als kind logeerde ik vaak bij familie die in zo'n gebied woonde maar ik werd heel erg somber als het dan regende, daar leek een bui wel twintig keer zo vol als een bui die op het bos valt. En ik mistte ontzettend het vertrouwde groen om me heen, dat me past als een oude vertrouwde jas.

Ik zou het bos niet kunnen missen, ook al zijn er genoeg perioden dat er weinig te beleven valt. Maar het bos kent net zoveel hoogtepunten; als de lente er losbreekt en je bijna de adem beneemt door haar schoonheid. Of de herfst, in het bijzonder als die zo fraai is als dit keer. Het waait er altijd minder en in de hete zomer is het er koeler. Zo kan ik nog van alles bedenken.

Waar de zon nog plekken weet op te warmen, en dat is nog steeds het geval, vliegt ook nog steeds de Bruinrode heidelibel. Ik zag hem eergisteren nog.

Langs een bospad stonden planten die ik nog nooit gezien had. Blad van het formaat Duizendknoop en heel bijzondere piepkleine bloempjes. Zo klein dat ik een takje plukte om het thuis onder de macrolens te leggen. Het blijkt in ons land een heel zeldzame soort die slechts op enkele plekken in Gelderland en Brabant voorkomt. De oorsprong is Zuid-Amerka en de plant heet Sigesbeckia serrata.

15 november 2018

Toen ik vanmorgen opstond en naar buiten keek zag ik mist, dikke mist. Alleen de struiken in de tuin waren zichtbaar, het bos daarachter nauwelijks te zien. Maar wat een mooie dag werd het weer toen de zon dat grijs deed verdwijnen. Nu is het avond en buiten hoor ik de ganzen overvliegen, zoals altijd al gakkend contact houdend met elkaar. Als de ganzen in het donker hoog hoog in de lucht vliegen, betekent dat een aankondiging van de kou.

De hele zomer heeft mijn Achillea millefolium vanwege de droogte maar heel bescheiden gebloeid maar nu staat hij er fantastisch bij met lange stelen en volop bloemen. Ik had er graag nog wat langer van willen genieten.

In de rand langs de akker groeit en bloeit nog een soort Kaasjeskruid (Malva). Op de volkstuin zie ik ze ook staan. Vraag is dus of ze van de volkstuin naar de akker zijn gewaaid of andersom. De plant draagt mooie diep paarse bloemen, jammer dat het weldra gedaan is.

Ook nog volop in bloei: Tandzaad (Bidens), een nieuwkomer op de plantenmarkt, voor zover ik het weet tenminste. Ik zag hem dit voorjaar voor het eerst en stond verbaasd over de aanhoudende bloei. Ook deze gaat komende dagen bezwijken als de nachtvorsten er overheen gaan. Jammer. En zo bloeit er nog van alles, Koekoeksbloem, Moederkruid, Dovenetel, maar hun tijd is voorbij. Het gaat zo langzamerhand onherroepelijk richting winter.

Maar de zaden zijn geoogst en opgeborgen om komend voorjaar tot nieuwe planten uit te groeien. Ik heb nu al zin ze weer te zaaien.... !

13 november 2018

Zondagavond, tijdens een rit tussen Arnhem en Ede zag ik al hoe fantastisch het bos er uitzag aan weerszijden van de autoweg. Vooral op stukken waar de bomen hun gang mochten gaan en veel laaggroeiende  takken hebben, Het was puur genieten van al dat goud aan de bomen en op de bodem.

Daarom ging ik er vandaag nog maar even op uit want de wind is al druk bezig het moois te slopen en het blad dwarrelt nu wel heel erg snel ter aarde.

En al die herfstblaadjes worden met behulp van het bodemleven omgezet in waardevolle humus die zo broodnodig is voor de arme zandgronden van de Veluwe.

Als dan ook nog af en toe de zon tussen de wolken door schijnt, is dat de bekroning van dit prachtige herfstdecor. Wie in de gelegenheid is moet nog snel op pad om ervan te genieten.

12 november 2018

In de hoog boven ons huis torende berkenboom zat een Houtduif. Soms ontgaan je dingen maar wordt je dan met iets geconfronteerd, dan kan dat meteen een gedachte oproepen. Ik besefte weer dat we steeds minder houtduiven in onze omgeving zien. Vooral in het bos zaten er altijd veel en die trokken naar onze tuinen zodra de winter in aantocht was. Eigenlijk begon dat vorige winter al af te nemen en nu zie ik nauwelijks nog duiven rondom mij. Jaren geleden kreeg de Havik als predator "de schuld" van de afname op de Veluwe. Vorig jaar werd vastgesteld dat houtduiven ten prooi vallen aan het Geel, een akelige infectie in krop en keel die ook voorkomt bij Groenlingen. De vogelsituatie op de Veluwe is ook niet al te best, dus of dit misschien de redenen zijn, ik kan er nog niet veel over vinden.

Zo langzamerhand komen er wat vaker merels naar de tuin, maar nog steeds mondjesmaat en altijd zijn het mannetjes. Ik vroeg een fervent vogelaar hoe zijn ervaring was, hij bevestigde dat hij ook alleen mannetjes ziet. Heel merkwaardig en raadselachtig, hopelijk horen we daar nog iets over uit de vogelwereld.

Terwijl ik me de afgelopen dagen het hoofd brak over een groep kwetterende vogeltjes die we al maandenlang horen en zien in een heel grote Berk die zo'n 20 meter verderop staat, zag ik in diezelfde boom een Koperwiek zitten. Jammer dat je met vogels niet communiceren kunt anders had ik hem opmerkzaam gemaakt op een grote hulststruik die boordenvol bessen zit. Maar hij vindt die natuurlijk wel elders want het aanbod op hulst, vuurdoorn, lijsterbes en dergelijke is nog steeds zeer groot.

Af en toe komen er ook een paar staartmeesjes langs en dat is geen wonder want die hangen in deze tijd  vaak als kerstballetjes aan de takken om zaden te eten. Een staartmees weegt maar 8,2 gram en heeft een heel klein snaveltje. Net groot genoeg om insecten te eten en later in het jaar ook zaden. Ik hoor de pluizenbolletjes meestal eerder dan ik ze zie en dan is het nog soms een hele toer ze te lokaliseren. Nu de bomen goeddeels kaal zijn wordt dat weer een stuk makkelijker. Deze foto heb ik wat opgelicht omdat de opname wat donker was geworden.

De Roodborst fleurt deze grijze dagen echt een beetje op met zijn of haar  zang; beide geslachten zingen hun mooie tinkelende liedjes. Ik vind het een van de aardigste melodietjes uit ons vogelrijk. Nu de dagen vaker grijs dan zonnig worden is het fijn om tenminste de vogels nog om je heen te hebben.

10 november 2018

Gisteren kreeg de lucht bij het ondergaan van de zon een merkwaardige dofrode kleur, heel anders dan bij gangbare zonsondergangen. Het luidde een flinke weersverandering in en hebben  we het voorlopig maar even te doen met grijze luchten en hopelijk veel regen want die is broodnodig in deze droge omgeving.

Nu de natuur tot stilstand komt en het blad volop valt wordt het weer tijd de vogels te voeren en naar onze tuinen te lokken zodat we daar weer een paar maanden van kunnen genieten. Het is een perfecte manier om vogels wat beter te bestuderen, vooral ook hun gedrag. In onze omgeving leven veel kauwtjes en ik ben dol op ze.

Het zijn de kwajongens van de straat en o zo slim. In een ommezien hebben ze de pindakaaspot gevonden, zeer tot ongenoegen van de mussen en de mezen. De pindabollen vissen ze met hun poten omhoog om het lekkers eruit te peuren. Het zijn echte opportunisten.

Op het internet stuitte ik op een website die zich specifiek richt op het voeren van vogels en ik kwam in de verleiding om daar wat van te bestellen. In de aanbieding waren ook  vetbollen met allerlei smaken en ik kocht er een paar met gehakte pinda's er in. Nou, dat viel meteen in de smaak bij de pimpel- en koolmezen. Ook kocht ik een zak zonnebloemkernen en die bewaar ik voor de puttertjes die later in het jaar hopelijk weer verschijnen. A special treat noemen de Engelsen dat, die verzinnen vaak zulke mooie benamingen.

Je kunt je bijna niet voorstellen dat we een paar jaar geleden nog zoveel merels in de tuin hadden die almaar scheldend aan het knokken waren om het biotoop. Soms zou je er door al die vijandschap bijna een hekel aan krijgen. Maar nu ben ik al blij ŗls  ik een merel zie en dat is heel deprimerend. Opvallend is ook dat het uitsluitend mannelijke vogels zijn, ik kreeg daarover ook uit mijn omgeving meldingen. We zullen moeten afwachten wat dat in het voorjaar zal opleveren als er gebroed moet worden.

8 november 2018

Het Apeldoorns kanaal dat loopt van de IJssel bij Dieren tot de IJssel bij Hattem,  lag er op deze zonnige, windstille dag bij als een plaatje. Het zag er zo vredig uit dat je zou wensen een kano tot je beschikking te hebben om er heel langzaam door te glijden. De bomen in hun herfsttooi zijn hier nog lang niet kaal zodat het hier echt genieten is.

Het zonlicht is nog krachtig genoeg om het vocht te verdampen dat opstijgt uit de enorme hopen met blad dat in de straten wordt opgeveegd en hier in het buitengebied verzameld.

Op een Valse acacia (Robinia pseudoacasia)  zag ik deze mooie verzameling Schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa). Een zwam die er aantrekkelijk uitziet maar uiteindelijk desastreus is voor de loofboom waar hij op groeit. De boom wordt geÔnfecteerd door verwonding aan  de voet, vaak door een maaimachine, en na verloop van tijd ontstaat er witrot in de stam en de wortels. Uiteindelijk kan een ogenschijnlijk gezonde boom opeens omwaaien.

7 november 2018

Dit waren nog twee uitstekende dagen om nog wat orde op zaken te stellen in mijn volkstuin. Het gereedschap moest netjes worden opgeruimd, een bessenstruik verpoot en nog wat groente geoogst. Ik had deze zomer rode Chinese kool gezaaid, echt heel mooi om te zien. Maar ik moest eer ik die kon wokken wel blaadje voor blaadje losmaken en controleren want nogal wat rupsen hadden er een veilig schuilplekje in gezocht. Het bleken de rupsen van de Huismoeder (Noctua pronuba), een algemene nachtvlinder. Het grappige van dit vlindertje, dat tot de uiltjesfamilie behoort, is dat het na het opeten van de eischaal een draadje spint en zich net als jonge spinnen mee laat voeren door de wind. Als ze een geschikte voedselplant gevonden hebben, eten ze en vervellen ze en gaan vervolgens door het leven als rups die alleen 's nachts actief is terwijl het imago dat ook overdag is. In mei verpoppen ze zich onder de grond om weldra als Huismoeder te verschijnen. Huismoeder....., deze naam zou in deze tijd van vrouwenemancipatie vast niet meer aan een dier dier gegeven worden.

Voor het tweede jaar op rij werden mijn Cox appeltjes niet groter dan flinke pruimen. De droogte had ze weer aardig in hun ontwikkeling belemmerd. Aangezien Cox heel lekker is en helaas maar kort verkrijgbaar in de winkel, heb ik die kabouterappeltjes toch maar mee naar huis genomen want hoewel het formaat flink onder de maat is, is de smaak uitstekend.

Op de volkstuinen zie ik volop boerenkool staan, soms zoveel dat je je afvraagt wat zo'n tuinder er in hemelsnaam mee wil doen. Invriezen, of elke week boerenkoolstamppot eten? Ik heb ze niet gepoot want ik vind de smaak ervan niet lekker. Het ziet er wel mooi uit, zo'n groen '"wolkendek" van boerenkool.

4 november 2018

Dit was dan vannacht de eerste serieuze aanval van de vorst op planten, met als resultaat weer mooie blaadjes. Ik was wat aan de late kant maar toch nog op tijd er wat van te vereeuwigen. Afgelopen zomer toen de aardbeiplanten op m'n volkstuin het dreigden te begeven heb ik ze uitgegraven en thuis in bakken geplant. Ze zien er nu weer optimaal uit met veel groot en gezond blad. In het voorjaar is daar niet veel meer van over als vorst en sneeuw er overheen zijn gegaan, maar dat komt allemaal weer goed. Vanmorgen was het blad bezet met rijp dat zich allereerst aan de randen van de blaadjes afzet en op de uitstekende haartjes van - in dit geval - het aardbeienblad.

De fuchsia die afkomstig is van een struik in Schotland, kan wel wat vorst verdragen. Hij hangt nog vol fleurige klokjes en lijkt wat verder op de dag geen enkele schade te hebben opgelopen.

Deze was even spannend. Het is een gekweekte vorm van het wilde Tandzaad (Bidens) die ik in het voorjaar voor het eerst ontdekte in de kwekerij. Een geweldige eenjarige plant die zeer overvloedig, en de hele zomer bloeit plus ook nog eens heel veel insecten aantrekt. Ook deze plant staat er weer prima bij nu de rijp door de zon verdreven is. Tandzaad ontleent de naam aan de weerhaakjes die aan de zaden zitten en aan de vachten van passerende dieren blijven haken, waardoor ze uitstekende mogelijkheden hebben zich te verspreiden.

Altijd mooi, een varenblad bezet door rijp. Ik moest wel even zoeken want in het bos zijn de varens momenteel overwegend bruin en afstervend. Als ik dat zie komt altijd meteen de gedachte in me op dat het voor vogels en zoogdieren elk jaar flink wennen moet zijn als alle beschutting verdwijnt en de dieren extra alert moeten zijn om aan mogelijke vijanden te ontkomen. Gelukkig zijn er nog steeds groene plekken waar ze zich kunnen verbergen, zoals naaldboompercelen en groenblijvende hagen. Nu we een paar nachtvorsten hebben gehad zal ook de bladval flink gaan doorzetten.

3 november 2018

De bladlaag in een bos is onmisbaar voor een gezonde bodem. Het blad vergaat en zorgt voor de aanvulling van de humuslaag, de laag waar onder andere  het onmisbare bodemleven zich bevindt. Daarom ook wordt het veel mensen langzamerhand duidelijk dat spitten van de grond funest is, ook in de landbouw.

Zelfs op de arme grond van de Veluwe kan het bos zich handhaven doordat voedingsstoffen in de bodem terugkeren. Denk daarbij aan dode dieren, dode bomen, bladval. Door het vallen van naalden en bladeren komt ongeveer 70% van alle minerale stoffen die door planten en bomen waren opgenomen, weer in de bodem terug. Schimmels, bacteriŽn, en allerlei kleine diertjes; als je een paar handen vol strooisel uit het bos zou uitpluizen zou je verbaasd zijn van wat je tegenkomt. En dat alles staat met elkaar in verbinding en vormt het milieu waarin het bos kan groeien.

Steeds meer tuinen worden van gevallen herfstblad ontdaan door bladblazers, zelfs worden ze gebruikt in heel kleine tuinen. Ze maken een afschuwelijk lawaai en je vraagt je af waarom mensen niet volstaan met het gebruik van een ouderwetse bladhark. Dat is veel prettiger voor de omgeving maar ook voor je lichaam. Door het weghalen van blad uit de tuin verarm je de bodem. De planten zullen er moeilijker overwinteren zonder ook maar enige beschutting maar ook bepaalde vogelsoorten zullen er niets vinden. Hoe meer natuurlijke humus in je tuin, hoe vruchtbaarder die zal zijn. En waarom zou je zakken compost kopen als de natuur het je cadeau geeft.

Ook in de winter is er nog van alles te vinden onder een bladlaag en daarvan profiteren sommige vogelsoorten die daarvan afhankelijk zijn. Kijk hoe merel en zanglijster er bezig zijn, het heggenmusje, de winterkoning; Wat ze daar vinden verhoogt de overlevingskansen van deze vogels. En wat te denken van de egel, de kleine watersalamander, de padden en bruine kikkers, alle zoeken ze de beschutting op van de bladerlaag om de winter door te komen. Het is daarom veel beter om te volstaan met het verwijderen van blad op het gazon en het blad onder struiken te vegen en in de borders te laten liggen.

2 november 2018

Dit vinkenvrouwtje zag ik op de rand van onze garage zitten. Het kwam niet af op het voer maar op de regenplas die op het dak lag. Eigenlijk altijd, maar vooral in de herfst zie je in ons beukenbos veel vinken. Ze scharrelen in groepen rond op de bosbodem maar ik zag ze de laatste tijd  eigenlijk nauwelijks.

Omdat gemeld wordt dat er momenteel een enorme hoeveelheid kepen (ook een vinkensoort) aanwezig is in ons land en dat je die vooral kunt aantreffen in oude beukenlanen, besloot ik vanmorgen op pad te gaan om ze te vinden. Ik zag er geen een. Al eerder was het mij opgevallen dat lang niet alle beuken hier vrucht gedragen hadden. Het zijn vooral de beuken aan de buitenzijde van het bos, waar meer (zon)licht is, waaronder je nootjes kunt vinden. Jammer dus, geen kepen en nauwelijks vinken.

De Keep (Fringilla montifringilla) is niet elk jaar in grote getale te zien. Het hangt af van de winter in ScandinaviŽ; als daar in strenge winters  het voedsel moeilijk te vinden is vliegen ze zuidwaarts en verblijven vaak in ons land. Het zijn mooie vogels die ook in tuinen op de voerplank komen.

Een akker langs het bos is helemaal geel gekleurd doordat er een groenbemester is ingezaaid. Hier is dat gebeurd met Gele mosterd. Het is een manier om in het najaar de structuur van de bodem organisch te verbeteren. Na de bloei worden de planten ondergespit en gecomposteerd en dat komt onder andere het bodemleven ten goede.

Langs de akker staan tussen de resten van allerlei onkruiden ook nog korenbloemen in bloei.

Op een oude stronk vond ik vanmorgen een jong exemplaar van de Paarse korstzwam (Chlonrostereum purpureaum). Soms tref je deze zwam wel eens aan op bijna de hele lengte van een boomstam. Het is een parasitaire en algemeen voorkomende soort.

1 november 2018

De Groenling heeft het de afgelopen jaren zwaar gehad door de uitbarsting van "het geel" (Trichomonose) die de populatie vinkachtigen behoorlijk heeft uitgedund, Ik was dus verheugd toen ik er weer een paar in de tuin zag. De vogels krijgen door deze ziekte een abces in de keel en sterven door honger of stikken door ademnood. Over 2018 zijn er nog geen gegevens bekend.

In een berm langs een ander stuk bos dan waar ik gewoonlijk loop, zag ik zowaar een paar vliegenzwammen (Amanita muscaria) staan. Soms wordt de zwam gedroogd en genuttigd vanwege de hallucinerende eigenschappen. Onze voorouders gebruikten de hoed van de zwam om vliegen te vernietigen. Daartoe werd de hoed in een schoteltje met melk gelegd en de vliegen, die dat lekker vonden, waren de klos. Tegenwoordig gebruiken mensen liever chemische middelen in spuitbussen, maar er zijn zelfs in sommige winkels nog steeds van die vieze vliegenvangerstroken te koop die ik me herinner van thuis. Ze hingen aan de lamp boven de tafel en zaten vol met dode of spartelende vliegen die aan het kleverige spul vast bleven zitten. Zo smerig.....!!

Deze is niet meer goed op naam te brengen door de fikse regenbuien die er overheen zijn gegaan. Ik was al blij dat ik tenminste een paar soorten dicht bij elkaar zag staan.

Waarschijnlijk is dit een verregende Russulasoort maar het is om dezelfde reden niet goed meer te zien. Regen of niet, de hele herfst heb ik in mijn "eigen bos" niet zoveel gezien. Er stond ook nog een totaal verregende Sponszwam, die kan al helemaal al dat vocht niet verdragen. Het is jammer maar op en langs de uitgedroogde Veluwe zal deze herfst wel als ongunstig de boeken in gaan waar het zwammen betreft.

31 oktober 2018

Heerlijk weer met die zon. Maar ook funest voor vogels die door de spiegelbeelden op ruiten op een verkeerd spoor gezet worden, zoals dit arme vouwtje Sijs. Met een enorme klap vloog de vogel in volle vaart tegen de ruit en viel op het terras. Als ik ergens van gruw is het wel van vogels die zich tegen ruiten doodvliegen. Voorzichtig heb ik haar opgepakt en op de tuintafel gelegd. Het zag er niet goed uit, de stand van de pootjes, het snaveltje dat op de tafel rustte, het enorme hijgen. De sijs had niet haar nek gebroken, waarschijnlijk wel haar borst in elkaar gevlogen, wat een naar gezicht, ik gaf geen cent meer voor het vogelleventje. Ik ben maar even wat anders gaan doen en zag tot mijn stomme verbazing zo'n drie kwartier later dat de vogel gevlogen was. HŤ, gelukkig, dat luchtte op.

Onmiddellijk heb ik de luxaflex een stuk laten zakken en wat sliertjes op het raam geplakt. Sommige mensen vinden dat slordig, of niet mooi staan maar mij kan het niks schelen. Als je daarmee vogellevens kan redden doe je dat toch gewoon! Dus beveel ik de lezers aan: doe het vast preventief en kies vooral voor wat fellere kleuren. Deze cadeaulintjes zijn prima voor dit doel, stroken zilverfolie werken ook.

29 oktober 2018

Vanmorgen trof ik binnenshuis een Groene gaasvlieg aan, ook wel Goudoogje genoemd. Het insect was niet groen maar bruin want hij verkleurt aan het eind van de zomer naar bruin, om weer groen te worden in het voorjaar. Mits hij het winterseizoen overleeft.

De gaasvlieg weet zich uitstekend te verspreiden. Nadat ze  verveld is tot imago laat het vrouwtje zich twee dagen door de wind meevoeren, paart dan en vliegt nog een paar dagen rond eer ze haar eitjes afzet.  Elk  eitje staat afzonderlijk op een heel dun steeltje; ik wil ze zo graag nog eens vinden! Ongeveer tien jaar geleden onderzochten Amerikaanse wetenschappers de "paarzang" van de Groene gaasvlieg. De mannetjes trommelen in een bepaald ritme op een blad o.i.d. om vrouwtjes te lokken. Het ingewikkelde was dat elke soort een eigen ritme gebruikte. Aan hun uitwendige kenmerken zijn de gaasvliegen bijna niet op naam te brengen, vandaar dat er nog steeds veel onderzoek naar deze insecten wordt gedaan.

In de herfst kruipen de gaasvliegen vaak met vele weg op beschutte plekjes om veilig de winter door te brengen, zoals hier binnenin een publicatiebord. Ook komen ze voor hetzelfde doel onze huizen binnen zodra het buiten koud begint te worden.

De larve van de gaasvlieg is in de natuur een belangrijke bestrijder van bladluizen die massaal verorberd worden. Wereldwijd leven er meer dan duizend soorten gaasvliegen (Chrysopidae), in Europa zijn dat er ongeveer zestig. De Gewone gaasvlieg (Chrysoperla carnea) wordt volop ingezet bij de biologische bestrijding van bladluizen in kassen waar men profiteert van de enorme vraatzcuht van deze insecten..

28 oktober 2018

Gisteravond ging de zon weer met zoveel spektakel onder dat ik  het niet kon nalaten er een foto van te maken. De kleur van een zonsondergang is vaak verschillend, van rood naar oranje en alles er tussenin. De aanwezigheid van enige wolken is altijd noodzakelijk.

Ditmaal waren de wolken zo vurig als vurig maar kan zijn. Zou dit soms het hellevuur zijn, als waarschuwing voor hoe de mensheid de aarde en het milieu uitputten.....?

Vanmorgen was het een geheel ander plaatje. De vogeldrinkbak die hoog op een standaard staat bleek van een laagje ijs voorzien te zijn. De eerste keer in deze herfst. Wat toch weer een groot verschil met de weken die we hiervoor hebben gehad.

27 oktober 2018

Het is altijd weer even wennen aan de kale bomen maar het leuke ervan is natuurlijk dat je weer kunt zien wie er in zitten. Twee Vlaamse gaaien maakten door hun geluid kenbaar dat ze in de krentenboom zaten. Prachtige vogels met hun grote ogen en mooie veren. In herfst en winter vormen eikels een heel belangrijk deel van het voedsel voor de gaai en dit jaar kan hij dus "zijn lol op" want waar de zomereiken staan is er een overvloed aan eikels te vinden.

Het wordt zo langzamerhand zaak om de nog buiten staande planten die niet tegen de winterse koude kunnen binnen te halen. Bij de eerste vorst zal er ook van de dahlia's niet veel meer over zijn. Dit is een dahlia die ik van een medevolkstuinder kreeg in een grote bos soortgenoten. Dit is wel een heel mooie samengestelde bloem, vooral met die lichte neppers, lokbloemen die niets anders bedoelen dan insecten te lokken naar de echte nectar producerende bloempjes die in het hart van de bloem zitten.

Zo lang het niet vriest blijft de koningin der bloemen vrolijk doorgaan alsof het zomer is. Bloem na bloem verschijnt nog steeds. Er schijnt fossiel bewijs te zijn dat de roos al 35 miljoen jaren oud is. De cultivatie is vermoedelijk 5.000 jaar geleden begonnen in AziŽ. Op Kreta zijn fresco's en muurschilderingen gevonden  met gedetailleerde afbeeldingen van rozen. Er zal vast niemand zijn die nog nooit een roos heeft geregen, de roos behoort tot de geliefdste bloemen die er zijn. En wat heerlijk dat ze ons zo lang blijven bekoren tot diep in de herfst .

23 oktober 2018

Alhoewel het bos nog grotendeels groen is, heerst er al wel een echte herfstsfeer. Als de zon maar even de kans krijgt ziet het bos er meteen een stuk aangenamer uit en door de lage stand van de zon zijn er prachtige stralenbundels te zien.

Dat het blad maar mondjesmaat van de takken loslaat is goed te zien op de bodem. Die is volop bedekt met een bruine bladerdeken. In deze tijd van het jaar wordt er ook altijd stevig gekapt en in het bos achter ons huis is er flink gedund. Je ziet daardoor  plaatselijk door de nog resterende bomen het bos nu zo goed dat het voor de grotere zoogdieren die hier leven waarschijnlijk niet zo prettig meer voelt nu er zoveel dekking is verdwenen.

Het paddenstoelenseizoen stelt deze keer helaas niet veel voor aan de Veluwezoom. Hier en daar kom je er een zwam tegen zoals deze Goudlviesbundelzwam (Pholiota adiposa) op een oude beukenstam.

De Gele aardappelbovist (Scleroderma citrinum)  zou je bijna het onkruid onder de paddenstoelen kunnen noemen. Er staan er zoveel in het bos dat dit misschien wel de meest voorkomende zwam in het bos is. Behalve deze herfst, ik heb er niet ťťn aangetroffen. De zwam behoort tot de buikzwammen, binnenin zit hij vol sporen en als hij rijp is hoeft er maar een regendruppel op te vallen of de sporen stuiven uit de opening die er bovenin komt.

22 oktober 2018

Toevallig maakte Nature Today eergisteren eveneens melding van het uitzonderlijke aantal bladluizen in de lucht, zo ontdekte ik. Misschien is het daarom wel aardig uit dit bericht wat aanvullende bijzonderheden te geven. Een groot deel van het jaar hebben bladluizen geen vleugels maar kunnen zich wel ongeslachtelijk voortplanten. In de lente komt de eerste generatie bladluizen uit de eitjes die op allerlei plekken als takken en groeipunten van bomen en stuiken waren afgezet. Dit zijn altijd alleen maar vrouwtjes die zelf ook weer uitsluitend vrouwtjes kunnen voortbrengen. Maar in de herfst worden er zowel mannetjes als vrouwtjes geboren en die hebben vleugels zodat ze elkaar kunnen opzoeken om te paren. En daar hebben wij nu mee te maken. Het warme weer in de eerste helft van oktober zal een rol gespeeld hebben bij het feit dat er nu zoveel bladluizen zijn, maar ook klimaatverandering wordt niet uitgesloten. In gunstige omstandigheden kan een luizenkolonie in een enkele week zich vervijfvoudigen.
Foto: Pixabay.

21 oktober 2018

Er is al een tijdje een explosie van bladluizen. Vooral als de zon schijnt weet je niet wat je ziet, de lucht zit er werkelijk vol mee. Ik loop me al dagen af te vragen hoe dat toch komt op dit tijdstip van het jaar, eerder heb ik dit trouwens sowieso nog nooit zo gezien. Maar in het jaar 2018 kun je nergens meer vast op rekenen, de natuur is totaal de  kluts kwijt. Er zijn ontzettend veel soorten bladluis. Ik lees: bladluizen die in de zomer op de boom blijven, kennen vaak een periode van zomerrust. Ze eten wel maar vermeerderen zich niet. Als in de herfst als voorbereiding op de bladval de boom haar voedingstoffen terughaalt naar de stam is de sapstroom weer geschikt voor voortplanting. Zou het dat zijn? Bladluizen die net als veel in de natuur momenteel de weg kwijt zijn en met een gigantisch aantal nu aan het paren gaan? Het is maar een suggestie want ik weet het echt niet.

Sijsjes zijn bij ons altijd de vrolijke uitsmijter van de winter. Pas aan het einde van dat seizoen verschijnen ze massaal op zoek naar voedsel. Vanmorgen zag ik er zowaar een paar in de tuin. Wat een vreemd gedoe toch, dit alles.

De droogte is enorm en ik heb zelfs al een keer deze week de plantenborders van water voorzien omdat het leek of dat nodig was. Ook de vogels zijn blij met plekken waar ze lekker een bad kunnen nemen, zoals deze Merel.

Voorzichtig ben ik al begonnen met voeren van de vogels. Ook al is het nog niet nodig, ik wil zo graag wat meer vogels in de tuin zien. Tot nu toe heeft zich al een enkele Vink gemeld en ook een Heggenmusje maar het totaal blijft maar mager. De Roodborst die hier de winter komt doorbrengen heeft het wel naar de zin. Zijn prachtige gezang is overal rondom het huis te horen. Heerlijk.

19 oktober 2018

Eergisteren was ik in iemands huis om een paar van deze wantsen mee te nemen. Zij vertelde me dat ze er die dag wel honderd had opgezogen met de stofzuiger. Inmiddels waren de ramen en luchtroosters met karton gebarricadeerd om de insecten buiten te houden. Het gaat om de invasieve Bladpootrandwants (Leptoglossus occidentalis). In Noord-Amerika, waar de wants vandaan komt, heeft hij de naam een pestsoort te zijn omdat deze soort de gewoonte heeft massaal huizen binnen te dringen in het najaar. Dat doen ze omdat ze daar willen overwinteren. De klimaatverandering heeft ze naar onze streken gebracht. Of je nu wel of niet van insecten houdt, het is een prachtig dier. De naam verwijst naar het dikke gedeelte van de achterpoten, het formaat is 2 cm en de geur is onaangenaam.

Qua beweging zijn ze nogal log en traag en het blijkt een hele toer om weer op een takje te klimmen als je er bijna bent afgekukeld, zoals deze. De Bladpootrandwants voedt zich in het oorspronkelijke leefgebied met de zich ontwikkelde kegels van coniferen. Zijn officiŽle naam in het Engels is dan ook  Western Conifer Seed Bug. In Amerika blijkt de stand per jaar nogal te verschillen, net als in ItaliŽ, zo is duidelijk geworden uit onderzoek. Het blijkt dat deze wants vaak door sluipwespen geparasiteerd wordt en zo kan wel 30% van de aantallen geparasiteerd worden. Hoe het  de Bladpootrandwants in ons land zal vergaan is een kwestie van afwachten. Wantsen vormen niet de enige soort die 's winters in huizen verblijft, ook lieveheersbeestjes en gaasvliegen hebben de neiging daar te overwinteren.

17 oktober 2018

Buiten zag je de afgelopen weken in het zonlicht heel veel piepkleine vliegende insecten rond dwarrelen maar wat het waren kon ik maar niet vaststellen. Tot ik vanuit de huiskamer zo'n frutseltje op de ruit zag landen. Snel met de macrolens naar buiten en een foto gemaakt van het beestje. Het is een van de vele soorten bladluizen, maar welke weet ik niet. Misschien verneem ik van Waarneming nog wat, daar heb ik hem op het forum geplaatst. Bladluizen hebben heel lange vleugels die het lijf moeten dragen. Opvallend was deze zomer wel dat op de rozen geen enkele bladluis te zien was. Ze vormen voedsel voor lieveheersbeestjes, gevolg dus 1 + 1 = 2.

De herfstbladeren worden stuk voor stuk ontdaan van het camouflerende bladgroen dat nodig is om het blad te voeden. De boom trekt het terug en bewaart het tot volgend voorjaar waar het weer wordt ingezet voor de nieuwe lichting blaadjes. Door de verdwijning van de bladgroenkorrels mogen eindelijk de bladeren hun ware kleuren tonen. Dit zijn de nu knalrode blaadjes van de Sering. Het pigment anthocyaan maakt rode kleuren. Xantophyl maakt gele kleuren zoals het blad hieronder.

En deze de goudgele van de Tulpenboom (Tulipifera). Heel opvallend bij dit blad is dat het niet eindigt in een punt zodat regen er goed vanaf kan druipen. Dat komt bij weinig bomen zo voor. Het blad van de Tulpenboom wordt niet door insecten gegeten, geen rupsje is er op te vinden. Bomen bij wie dat het geval is zijn er mede de oorzaak van dat het met de mezen in de steden en dorpen minder goed gaat dan daarbuiten. Want bomen als de Tulpenboom worden in de bewoonde wereld aangeplant omdat ze mooi zijn, en niet omdat ze nut hebben. Het zijn tevens zeer geschikte bomen voor aanplant in stad en park omdat ze wel 200 jaar oud kunnen worden. De nectar producerende bloemen zijn wel nuttig voor insecten. Blad en boom zijn beide tulpvormig, geen raadsel dus waar de naam vandaan komt.

15 oktober 2018

Deze Kardinaalshoed groeit langs onze voorgevel en staat daar al ik weet niet meer hoeveel jaren. Vruchten heb ik er nooit aan gezien, behalve nu dus. Op allerlei struiken zitten opvallend veel vruchten: lijsterbes, hulst, vuurdoorn, kardinaalshoed, alle hangen tjokvol. Er wordt niet veel van gegeten want er zijn weinig vogels, net als vorige herfst toen bessen ook nauwelijks gegeten werden. Misschien komen er nog wintergasten uit het hoge noorden die er belangstelling voor hebben.

Terwijl ik naar de Kardinaalsmuts stond te kijken viel mijn oog op een langwerpig insect dat op de drempel van de voordeur zat. Door de schutkleur was het nauwelijks te herkennen als vlinder maar toch was het er een. Toen ik heel voorzichtig probeerde de vlinder op een stokje te krijgen om hem te verplaatsen, zag ik dat het een Huismoedertje (Noctua pronuba) was. De vleugels gingen wat verder open en toen zag ik ook even een glimp van de oranje ondervleugel.

Op een milieuvriendelijke tas van een van de supermarkten, landde een lieveheersbeestje. Deze kevertjes waren niet veel te zien dit jaar, larven en poppen die je vaak aantreft op planten heb ik al helemaal niet gezien. Ik wachtte en wachtte in de hoop dat de kever op zou vliegen en ik daarvan een opname zou kunnen maken, maar nee hoor hij bleef lekker zitten. Het leek me zo leuk, zo'n opvliegend Pompoentje op een foto.

Toen ik wat tussen de planten zat te prutsen stoorde ik een bruine kikker die daar zat. Hij sprong op mijn voet en vandaar linea recta door naar de vijver. Maar wat zag hij er zielig uit, zo mager als een lat en ook nog blind. Hij zat dat waarschijnlijk te wachten op slakken die hij kon pakken maar die laten zich in deze droogte niet zien. Zielig beestje hoor.

13 oktober 2018

Op een van de ruiten bleek opeens een afdruk te zitten van een duif. In het verleden gebeurde het wel vaker dat vogels tegen de ramen vlogen en ik plakte er  daarom altijd van die felgekleurde cadeausliertjes op om de vogels te waarschuwen. Tegenwoordig zitten die sliertjes er niet meer op want dergelijke vogelongelukken komen nog maar heel sporadisch voor als gevolg van het feit dat er veel minder tuinvogels te zien zijn. Deze duif moet het overleefd hebben want ik vond hem niet buiten in de tuin. Maar wat een mooie afdruk dit keer! Inmiddels is de glazenwasser geweest en is de ruit weer glashelder.

De vogeltrek is in volle gang en elk jaar kost dat vele vogels het leven. Bij de bouw van windparken wordt er meestal ingeschat hoe de risico's voor vogels zullen zijn. En meestal wordt er dan vanuit gegaan dat een paar honderd vogels de dood zullen vinden maar dat men dat acceptabel vindt gezien de enorme hoeveelheid vogels die langs trekken. Maar op bepaalde plekken wordt er toch kritischer geoordeeld. Het windmolenpark dat gepland is om geplaatst te worden langs de A16 zal naar schatting elk jaar 435 dode vogels tot gevolg hebben maar dat vindt men acceptabel. Bij de Groningse Eemshaven zijn er dat veel meer, duizenden trekvogels worden daar door de windturbines gedood. Maar daar is iets op gevonden: met behulp van een zogenoemde trekvogelradar kan twee dagen van tevoren al voorspeld worden wanneer er een grote zwerm vogels nadert en dan kunnen de windmolens tijdelijk worden stilgezet. Ook is er een Nationale Windmolenrisicokaart ontwikkeld. Niet alleen windmolens kosten veel vogels het leven ook hoogspanningskabels zijn wat dit betreft berucht.

Hoe lang kan dit allemaal doorgaan, al die zomerse dagen in deze tijd van het jaar. Het heeft iets vreemds dit warme weer te ervaren terwijl de bomen steeds meer van hun blad laten vallen. Nooit eerder was het bij ons zo warm in oktober. Record na record sneuvelt en overal op de wereld worden de gevolgen van de klimaatverandering nadrukkelijk merkbaar.

11 oktober 2018

Vandaag stond er een grote reportage in de Volkskrant over de negatieve gevolgen van de nog altijd heersende droogte. Op sommige plekken in ons land staat de grondwaterstand 2 meter lager dan normaal en dat kan rampzalige gevolgen hebben voor de hoogveengebieden. Veen dat eenmaal verbrand en verdroogd is komt niet meer terug en daarmee verdwijnt een scala van dieren die er van afhankelijk zijn. In het Wikkelseveen waren nauwelijks salamanders, heikikkers, en allerlei waterdieren als kokerjuffer, schietmot, waterkever, bloedzuigers. SBB vreest dat in een ander veengebied de hoogveenglanslibel is verdwenen, en ook over de speerwaterjuffer zijn zorgen. In het FochterloŽrveen zijn door de droogvalling de broedplaatsen van de Lepelaars bereikbaar geworden voor de vossen; heel veel nesten werden leeggeroofd. In Nationaalpark Veluwezoom zijn de bosbessen verdroogd, een slechte zaak voor besetende vogels en wilde zwijnen. Veel dieren als dassen, egels, wulpen en weidevogels konden moeilijk aan voedsel komen doordat de regenwormen zo diep in de bodem gekropen waren. En zo gaat het maar door.

Deze week stuurden onze Belgische natuurvrienden een bericht rond over de mezen in onze tuinen die liggen in steden en dorpen. Daarmee gaat het veel minder goed dan met de exemplaren die in een plattelandsomgeving wonen. Vogels in steden maar ook in dorpen beginnen eerder aan het leggen van eieren maar ze leggen er minder. De jongen die er uitkomen wegen minder en ook overleven er minder. De kans dat een jong uitvliegt is daar 62% tegen 84% in een natuurlijker omgeving. Oorzaken zijn velerlei, o.a. lichtverstoring, herrie, nutteloze bomen als Plataan. Het is allemaal uitgezocht door de universiteiten Gent en Antwerpen.

Een jonge merel die zijn ruiperiode nog niet geheel achter de rug heeft. Bijna een jaar geleden brachten Duitse wetenschappers naar buiten dat alleen al in Noordwest-Europa 421 miljoen vogels verdwenen waren. Een gigantische en alarmerende ontwikkeling. En het gaat gewoon door. Telkens weer komen er nieuwe uitkomsten van onderzoeken aan het licht waarin alarm geslagen wordt over de enorme verschraling van onze biodiversiteit. Al die weerrecords zijn leuk en aardig maar de wereld staat voor een onvoorstelbare opgave de natuur en het milieu te redden voor de generaties die na ons komen. En of dat nog gaat lukken is een heel grote vraag. Het Internationaal Panel voor Klimaat IPCC heeft deze week tenminste laten weten dat de doelstellingen van Parijs waarschijnlijk tot het onmogelijke behoren.

10 oktober 2018

Ook nog een toegift van de Hypericum. Een elegant bloempje met die mooie uitnodigende meedraden. Het was wel de enige bloem aan de struik maar juist daarom trok die de aandacht.

Het leek wel of de Winterkoning het buiten horen kon: " kijk eens, een Winterkoning!!", riep ik nogal enthousiast naar mijn echtgenoot. Ik denk dat het nu ongeveer een jaar geleden is dat ik er een zag in de tuin en ik was eigenlijk van plan hier iets te schrijven over de treurige vogelstand. Maar zo'n prachtige dag waar wij volop van genoten hadden, kan ik eigenlijk niet afsluiten met een minder vrolijk bericht. Dus volsta ik met het schattige Winterkoninkje.

Een paar jaar geleden bouwde er een een nestje in onze Akebia en ik heb dit vogeltje sindsdien echt gemist. Ik deed er echt alles aan om hem hier te krijgen en te houden. Ik kocht een speciaal nestje van stroo dat ik goed verborgen ophing in de klimop. Ik legde speciaal voer op de voerplank in de winter maar ik zag hem na de vorige herfst niet eenmaal. Maar wat is ie toch leuk.

Terwijl ik ook vandaag weer bezig was de tuin wat te fatsoeneren trof ik onder een tegel dit blaadje aan. Een pissebed was net verveld en zo kon ik de pissebed en het huidje samen fotograferen. Gelukkig lag de camera binnen handbereik want een paar tellen later was het vervelde beestje verdwenen.

9 oktober 2018

Ach, dacht Margriet, why not! Het weer doet er alles aan me uit de tent te lokken dus speel ik het spelletje gewoon mee en produceer nog even, ook al is het mijn tijd niet, een mooie nieuwe bloem. Leuk toch voor de mensen?

Allerlei planten en struiken geven dankzij het weer dat natuurlijk meer bij het voorjaar dan bij het najaar past, nog wat nabloei. Ook de Meidoorn (Creategus) laat hier en daar tussen de takken nog wat bloemen zien. Die zullen geen rijpe bessen meer vormen, daarvoor is het echt te laat in het jaar.

Ik had het pas over de afwezigheid van spinnenwebben die in deze tijd zoveel te zien zouden moeten zijn. Toevallig las ik kort daarna in een artikel in NRC over de huidige herfst dat het met de spinnen al zo'n tien jaar niet goed gaat (Naturalis Biodeversity Center) en dat hun aantallen drastisch teruglopen, mogelijk  als gevolg van het feit dat er steeds minder insecten zijn. Nog een extra rol zou het droge weer van deze zomer kunnen zijn, maar dat is niet met zekerheid te stellen. Het is van een grote treurnis wat de mensheid met de aarde en de natuur doet en het zover heeft laten komen dat alle seinen nu op rood staan.

Deze Vliegenzwam (Amanita muscaria)  zag ik een dag of tien geleden in een grazig stukje grasland staan. Hier aan de Oost-Veluwezoom heb ik er nog niet een kunnen ontdekken. Niet in het bos, maar ook niet in de groenstroken langs de straten waar ze altijd verschijnen. Waarschijnlijk hadden de ondergrondse mycelia van de zwammen door de brandende zon en het langdurige vochtgebrek van deze zomer heel veel te lijden. En nog altijd is het heel droog in de bodem en regen van betekenis staat voorlopig ook niet op de weerkaart.

Maar vanmiddag vond ik tijdens het tuinwerk, tussen de planten waar de bodem wel vochtig genoeg was, een stukje tak met een Geweizwam (Xylaria hypoxilon) erop. Als ze wit zijn, zien we de ongeslachtelijke sporen die er uitzien als een wit poeder. Pas aan het begin van de winter is de zwam zwart geworden en dat duidt er dan op dat de sporen rijp geworden zijn en zich geslachtelijk kunnen voortplanten. De Geweizwam groeit alleen op dood hout.

7 oktober 2018

In de herfst is het licht echt heel mooi en als het avond is moet ik altijd even kijken naar de berken in onze straat waarvan de toppen het laatste zonlicht vangen. Het blad kleurt dan naar goud bij een perfecte belichting. Als er dan opeens een ballon met gelijke kleur vanachter de boomkroon te voorschijn komt is dat wel grappig.

Binnenin het bos is de kleur nog bijna geheel groen. Maar door de laagstaande zon kunnen de bomen weer eindeloos selfies maken en dat doen ze waar ze de kans maar krijgen.

Uit de nog altijd te droge bosbodem groeien nauwelijks paddenstoelen. Hier en daar is er af en toe een te vinden, zoals deze Gewone krulzoom (Paxillus involutus) die al oud maar juist daarom zo elegant is met de golvende hoedrand. Het is een algemene en veel voorkomende soort die weliswaar giftig is maar dat merk je pas als je er veel van zou eten. En dan is hij wel heel gemeen....!

In het bos hoop ik altijd een mooie opname te maken van een bepaalde vogel maar het lukt nauwelijks. De vogels zijn schuw, vliegen heel snel weg en als je er een ziet, zoals deze Boomkruiper (Certhia brachydactyla) , is hij te ver weg voor je camera. Maar je blijft het toch almaar proberen. De Boomkruiper is een in ons land beschermde vogel die dus op de Rode Lijst staat. De grootste populaties komen voor in oud, gevarieerd loofbos dat niet al te intensief onderhouden wordt. Dat is in het bos in mijn omgeving helaas niet het geval. Er is altijd wel onrust door bomenkap en andere bezigheden.

Het mooie weer wordt niet alleen door wandelaars omarmd. De laatste fraaie dagen van het jaar worden ook aangegrepen door groepen wielrenners, en hier zelfs een grote groep scooterrijders die gezamenlijk door de bossen racen. Als wandelaar kun je dus maar beter op de smalle bospaden blijven.

Wat me opvalt is dat er zo weinig kruisspinnen zijn alhoewel je die juist nu zou verwachten. Om het huis zie ik ze maar heel weinig, in het bos, waar je soms overal webben ziet hangen in oktober, zag ik ze ook niet. Voor een van onze ruiten hing op een avond wel deze dikke dame die nog even flink door moet eten eer ze eitjes gaat leggen. Wel zie je veel herfstdraden, vooral als ze oplichten in het zonlicht. Ze worden geweven door de jonge spinnetjes die naar een hoog punt klimmen om zich via die lange draden mee te laten voeren naar andere plekken.

6 oktober 2018

Wat een dag! Het leek wel of de zomer na een aarzeling weer was teruggekeerd. De koolmees zat weer bij de nestkast en de merelman (hoera!) zat in de conifeer van tevredenheid binnensmonds te zingen. Dat is toch altijd zo'n leuk gehoor, alsof zo'n merel zich ergens geneert en niet voluit durft te gaan omdat hij ergens wel doorheeft dat het tijdstip niet klopt met zijn neiging tot zingen. Maar hij kan het gewoon niet laten.

O jee, Sjors, de groene kikker die in het late voorjaar opeens in onze vijver verscheen, is er nog steeds. Ik wil hem niet en hij hoort hier niet, hij zou terug moeten gaan naar een boerensloot. Maar nu denkt hij dat het voorjaar opnieuw begonnen is en zit met tussenpozen te kwaken. Alleen is er iets geks met die kwaakblazen aan de hand. Maken die in de paartijd een onuitstaanbaar kabaal, zeker als het zo dicht onder je slaapkamerraam gebeurt, nu kwaakt hij als een krakende deur. Het is gewoon lachwekkend. Zou dat kwaakmechanisme zich aanpassen aan het seizoen? Ik heb er nog nooit iets over gehoord. De hoop dat hij zijn heil gedurende de zomer elders zou zoeken, is dus vervlogen. Hij is van plan te blijven maar ik wil hem niet!

Langzaam beginnen er planten in de tuin in rust te gaan. Maar lang nog niet alle. De Driebladige braakwortelspirea (Gillenia trifoliata) heeft nu prachtig herfstblad gekregen. De meeste tuiniers die deze plant hebben kennen de Nederlandse naam niet maar noemen hem gewoon Gillenia. Je zou er ook je tong over breken!

Het Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum) behoort nu niet te bloeien. De plant leek tot mijn verdriet in het voorjaar niet meer op te komen en pas na de lange periode van hitte en droogte, zag ik opeens dat hij toch weer tekenen van leven begon te vertonen. En nu bloeit hij dus voor het eerst dit jaar. Wat een vreemde zomer, alles lijkt anders dan normaal te gaan.

Nooit eerder hadden we in oktober zoveel bloei in onze tuin, het is echt geweldig. Het Moederkrluid (Tanacetum parthenium) is een superplant. Driemaal per jaar groeien zaden weer uit tot bloeiende planten en nu staan ook nog overal wit bloeiende pollen en dat is een heerlijk gezicht. Ook de insecten zijn er blij mee, die weten misschien ook wel niet wat ze overkomt met al die overvloed in deze herfst.

5 oktober 2018

Hoewel de dag er alles aan deed had ik aanvankelijk niet zoveel zin het bos in te gaan. Het gejank van de motorzagen was al van verre te horen. Ik vind het een afschuwelijk en agressief geluid wanneer de zagen de bomen te lijf gaan, die vervolgens met een enorm lawaai van brekende takken ter aarde storten. Maar het gebeurt elk najaar en iedere winter. De stammen brengen geld in het laatje en zonder dat kan een bosgebied meestal niet bestaan.

Gelukkig blijft een van de grootste mierenhopen in ons bos weer gespaard. Het mierennest ligt wat verder van het wandelpad en het lijkt zelfs alsof de vogels en zwijnen die uit zijn op de bewoners ervan, de hoop niet eens weten te vinden. Houden zo!

Mensen houden tegenwoordig van alles bij: het aantal doodgereden zoogdieren, het aantal vogels dat zich tegen ruiten dood vliegt, het aantal padden dat onder autowielen de dood vindt, maar over kleine beestjes wordt niets vermeld.Telkens vraag ik me weer af hoeveel mestkevers in het bos niet met de bodem gelijk gemaakt worden doordat ze onder mensenvoeten aan hun eindje komen. De paden liggen er bezaaid mee. Deze kever is dan wel niet platgetrapt maar hij heeft wel een flinke tik gekregen en is dood. Waarom zou zo'n kever toch zo'n jaloers makende kleur hebben, denk ik wel eens. Het zijn juweeltjes.

Puur bij toeval ontdekte ik dit merkwaardige schepsel doordat het op de bosbodem lag en mooi groen afstak tegen de kleur van verdorde bladeren. De Slakrups (Apoda limacodes) is een vreemde snuiter onder de rupsen. Het is een nakomeling van een algemeen nachtvlindertje en het leeft bij voorkeur op beuken en eiken, al zijn er nog een paar loofbomen waar de rups af en toe te vinden is. De moeder leeft niet meer, die vliegt tot augustus. Het kind doet zich te goed aan het blad van de bomen. Als het moment voor verpoppen nadert, laat de rups zich op een blaadje naar beneden vallen waar hij zich al snel verpopt in een cocon. Het zich verplaatsen van deze rups is ook iets bijzonders: net als een slak produceert hij een slijmachtige vloeistof waarover hij zich met de minuscule pootjes voortbeweegt en waarmee hij zich vasthecht op het blad. Ik heb er nooit eerder een in het bos gevonden maar ze zijn ook heel moeilijk te vinden.

4 oktober 2018

Om het vervelende opruimen van onze garage te onderbreken liep ik maar weer eens even door de tuin om te zien of er nog iets leuks te ontdekken viel. Bijen, zweefvliegen en hommels, de insecten die ik aldoor al zag. Zelfs in de bloeiende klimop had ik niets bijzonders kunnen ontdekken de afgelopen tijd. Maar wacht eens, opeens zag ik allemaal piepkleine vliegjes rond de klimop dwarrelen. Om aan te tonen hoe klein die waren heb ik er een vliegend kunnen vastleggen.

Maar hier zijn ze dan, schitterende kleine vliegjes. Het is de Halmvlieg Thaumatomyia notata. Hoe kleiner beestjes zijn hoe groter de uitdaging wordt ze te kunnen fotograferen. Dat viel nog niet mee want het waaide aldoor en ze bleven nauwelijks stilzitten of kropen meteen weer uit het zicht.

Ik zag dat ze niet op de bloeiende maar op de uitgebloeide vruchtbeginsels zaten. Wat ze daar te eten vonden weet ik natuurlijk niet. Ik moest wel even op zoek naar informatie want dit vliegje had ik niet eerder gezien. Op een Engelse website (Nature spot) las ik dat dit algemeen voorkomende vliegjes zijn in bloemrijk grasland en dat ze soms massaal huizen binnen dringen waardoor ze in Engeland de naam "gele zwermvlieg" kregen. Op YouTube is een filmpje te vinden als je de Latijnse naam intikt.

Vaak blijkt in de natuur dat de kleinste beestjes of de kleinste bloempjes vaak de mooiste zijn. Daarom is het ook zo leuk ze te fotograferen. Halmvliegen vormen wereldwijd een enorme familie. Dit is dus een van de vele soorten.

Terwijl ik een hele tijd in de klimop stond te turen zag ik opeens deze spin die een onfortuinlijke vlieg te pakken had. Waarschijnlijk een krabspin, ik kon het niet goed zien.

2 oktober 2018

Je zou het vandaag bijna vergeten zijn maar een paar dagen geleden waren de dagen nog heerlijk zonnig. De herfstasters zijn dan welkome aanbieders van nectar en de insecten maken daar ook druk gebruik van. Bij ons in de tuin is er merkwaardigerwijs meer gezoen te horen op de asters dan op de eerder bloeiende klimop. Op een van de bloemen zit een Woeste sluipvlieg (Tachina fera), een leuk beestje om te zien. Dat woeste slaat op de vervaarlijke haren op zijn lijf.

Wat koolwitjes vliegen er nog rond maar ook de Citroenvlinder (Gonepterix rhamni). De mannetjes zijn feller geel dan de vrouwtjes. Ze zijn makkelijk te benaderen en vliegen niet meteen weg als je in de buurt komt.  Het verwondert me telkens weer dat zo'n frÍle wezentje er in slaagt de winter te overleven. Waar zou dit exemplaar binnenkort een schuilplaats zoeken?

Een Houtpantserjuffer (Chalcolestes viridis) die zich lekker zat op te warmen. De vliegtijd voor dit insect is nog lang niet voorbij. Tenminste, als het nog niet echt koud gaat worden. Een paar nachtvorsten deren ze niet, soms vliegen ze nog ver in de winter.

De Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)  draagt dit jaar rijkelijk vruchten en het wachten is nu op de vogels die de oranje zaden eruit pikken. Merels, goudvinken, zwartkoppen, ze zijn er dol op.

Als de avond valt op een zonnige, ietwat bewolkte najaarsdag, kun je weer zulke mooie zonsondergangen zien. Als je het hebt over "knalrood"  dan was dit de kleur die in het begin van de week te zien was. Altijd weer even prachtig om te zien en verbazingwekkend hoe snel het weer voorbij is als de zon in rap tempo daalt.

30 september 2018

De Drentse wandelescapades leverden hier nogal wat foute naamsvermeldingen op, zo blijkt uit reacties van twee insectenspecialisten. De juiste naam van deze wants blijkt Elasmustethus interstinctus i.p.v. de Elasmucha  grisea.

De larven van de Caliroa blijken zo moeilijk te determineren dat ze aan de lopende band fout benoemd worden. Vandaar dat de term "spec" bedacht is als het niet 100% duidelijk is welke van meerdere soorten Caliroa het betreft. En dit geldt ook voor andere planten- en insectensoorten . Eigenlijk zijn de caliroa alleen juist op naam te brengen door de larven uit te kweken en het wespje te determineren. Ik heb veel respect voor mensen die zo minutieus met de natuur bezig zijn maar voor een amateur is het eigenlijk niet te doen of je zou heel veel moeten nazoeken en navragen. Daarom houd ik me vaker wat meer aan de algemene soortnamen. Degenen die echt het naadje van de kous willen weten kunnen altijd verder zoeken op de website waarneming.nl  Dan is er nog EIS kenniscentrum insecten en andere gewervelden. Dat geeft onder meer een veldgids uit over wantsen. En zo zijn er veel gespecialiseerde veldgidsen. Natuurlijk probeer ik me zoveel mogelijk te houden aan juiste benamingen maar soms gaat het wel eens mis. Vandaar ook de regel op mijn homepage: ontdek je fouten in de beschrijvingen, laat het me dan weten. Ik ben daar altijd blij mee. De juiste naamgeving voor deze larven had dus moeten zijn Caliroa spec.

29 september 2018

We gingen woensdag ook nog even kijken bij een waterplas die voorheen een stuk weiland was. Er is een waterinlaat gecreŽerd waardoor er nu een ondiep plas-drasgebiedje is ontstaan. En mensen, wat trekt dat een vogels aan! Er dreven allerlei eenden, ganzen, meerkoeten, zwanen, echt geweldig. Het is eigenlijk zo simpel om kleine biotopen in te richten voor planten en dieren. Gelukkig lees je tegenwoordig ook steeds vaker dat dit gebeurt.

In een dode boom zaten ook twee aalscholvers (Phalacrocolax carbo). In Nederland zijn meerdere heel grote kolonies maar in kleine aantallen zie je ze ook langs de rivieren, plassen, waar maar genoeg water is. De vogel heeft een bijzondere verenstructuur die water doorlaat en zo minder weerstand biedt als de vogel duikt. En dat is weer reden waarom ze vaak op een paal of tak zitten met de vleugels uitgespreid in de zon en de wind om ze weer te drogen. Een Aalscholver vangt zijn prooi onder water waarbij hij zijn groene ogen open houdt en ze zelfs kan draaien. Dat laatste komt maar bij weinig vogels voor.

Zowel de Kleine als de Grote zilverreiger (Ardea alba) doen het uitstekend in ons land, dankzij het opwarmend klimaat. Dat is dan weer eens een leuke kant aan het fenomeen dat zoveel zorgen baart. Hun oorspronkelijke leefgebied is de omgeving van de Middellandse Zee maar ze komen steeds verder naar het noorden. Uit tellingen blijkt dat er in de winter zo'n 2.500 exemplaren hier overwinteren en ook dat de grote beter dan de kleine zilverreiger de winter overleeft. Broedgevallen zijn er ook, het hangt wel van het weer af, droogte heeft een negatieve invloed op het broedproces. De gele snavel wordt in de broedtijd zwart en er is geen verschil tussen man en vrouw. Prachtige vogels!

Nog een vogel waar het heel goed mee gaat, de Raaf (Corvus corax).  Dit is een van mijn favorieten, we horen ze hier heel vaak boven het bos. De Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug waren allereerst de gebieden waar de vogels zich vestigden nadat ze een halve eeuw geleden hier opnieuw werden uitgezet, maar ze breiden zich gestaag uit over andere provincies al staat de Raaf nog steeds op de Rode Lijst als kwetsbaar. Je aandacht wordt meteen naar de vogels getrokken als je hun kenmerkende sonore geluid van de zwarte vogels hoort maar het is moeilijk ze te fotograferen. Ze laten zich nauwelijks benaderen en in de vlucht gaan ze veel te snel voor de amateurfotograaf met idem camera-uitrusting. De raaf is de grootste kraaiachtige die we in ons land kennen, hij heeft een lengte van om en nabij de 65 centimeter.

28 september 2018

Er waren nog maar weinig insecten te zien maar als je gericht gaat zoeken, vind je nog wel het nodige. Hier een mooie wants. Het is de Gewone kielwants (Elasmucha grisea) die hier op Brandnetel zat. Gaat het seizoen nog wat verder dan kleuren deze mooie insecten naar donker bruingroen. De kielwants (ook wel schildwants genoemd) overwintert en legt dan in het voorjaar weer eitjes om het nageslacht in stand te houden. De vrouwtjes doen aan broedzorg, ze bewaken niet alleen de eitjes maar ook de jonge wantsjes.

De Berkensigarenmaker (Byctiscus betulae), een grappig diertje om te zien. De kevers kunnen rood, groen of blauw zijn. Ze vouwen een blaadje tot een langwerpig rolletje en leggen daar een vijftal eitjes in. Ze huizen in berkensoorten maar soms ook in andere loofbomen. De eitjes vallen al snel op de grond waar ze verpoppen.

Voor de lieveheersbeestjes was dit geen goed jaar, zo is de indruk. Ik heb ze maar heel weinig gezien. Het Meeldauwlieveheersbeestje leeft voor de verandering niet van bladluizen maar, zoals de naam al zegt, van meeldauw. Het behoort tot de piepkleine kevertjes, net als het Citroenlieveheersbeestje waarmee je het zomaar zou kunnen verwisselen.

Dit zijn wel heel merkwaardige schepsels, je vindt ze op de Zomereik: de Lindebladwesp (Caliroa anulipes), familie van de bladwespen. De larvenachtige beestjes zien er vreemd uit, ze doen denken aan naaktslakken. De bastaardrupsen, want dat zijn het, vreten aan de achterkant van het eikenblad het bladmoes weg. Na een week of drie gaan ze verpoppen. Ze fourageren niet alleen op eik maar ook op beuk, berk, wilg en ook op bosbes.

Er vloog nog een enkel vlindertje rond, wel een mooie, deze Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas). De vlinder vliegt tot oktober, dan zit het er weer op voor dit jaar. Het is een algemeen voorkomende soort. De vlindertjes die we nu nog zien zijn die uit de tweede generatie. Als de herfst nu nog een poosje heel mooi en lekker warm zou blijven, zouden we zelfs nog een derde generatie kunnen zien vliegen maar dat lijkt er dit jaar niet in te zitten.

27 september 2018

De woensdag leek een uitgelezen dag om met mijn Drentse vriendin en struinmaatje weer eens een dag op pad te gaan, te lang was het er niet van gekomen. Na een erg koude ochtend warmde de dag al snel op al stond er een straffe wind waar we niet eens veel last van hadden omdat de zon zo lekker scheen.

We bezochten twee kleine natuurgebiedjes van het Drents Landschap, die naadloos in elkaar over gingen, prachtig afwisselende stukken natuur. Vennen zijn altijd aantrekkelijke plassen en we verbaasden ons over de vele libellen en juffers die er nog rondvlogen.

Heideveld met berkenbomen die het landschap mooi met hun spierwitte stammen accentueren. Hoewel de herfst nog maar net begonnen is, was het toch wel erg stil, vogels waren er bijna niet te horen. Hier dus ook niet,  en niet alleen in mijn eigen omgeving zo....

Soms twijfel ik wel eens aan de beweringen die ik hier doe. Zo liet ik pas weten dat ik in het bosgebied achter ons huis geen eikels zag liggen terwijl de berichten daarover juist zo anders zijn. Er zou een enorme mast zijn. Maar in dit natuurgebied stonden toch heel veel inheemse eiken maar ze hadden geen vrucht gedragen. Opvallend is wel dat ik hier en daar best wel eiken zie die vol vruchten zitten maar die staan bijna steeds aan de kanten van wegen waar ze deels het rijk alleen hebben, veel zon vangen en misschien ook wel in vochtiger bodem staan.

Het Drents Landschap zet veelal Schotse hooglanders in voor de begrazing van haar natuurgebieden. Hier lijkt een jong dier haar of zijn moeder te begroeten; het kwam heel enthousiast aanlopen, wat een aardig gezicht was.

Hooglanders leggen misschien wel de meest fotogenieke drollen die er zijn. Ik vind ze tenminste prachtig, die flatsen die boven op elkaar terecht komen en een sierlijk geheel vormen. Het zijn fantastische mestbollen voor de bodem en het is leuk om er een beetje in te prutten en te zien wat er allemaal in leeft. Het zal je verbazen hoeveel dat is. Vies? Welnee, met een stokje kun je de uitgedroogde plakkaten prima omkieperen. Wij vonden er heel veel larven in die op kleine emelten leken. En ook mooie kleine kevertjes die snel wegkropen omdat ze het plotselinge licht niet velen konden. Hoop doet leven!

Bruinrode, rode of vuurrode heidelibel, dat kun je van een afstandje niet vaststellen, vooral de kop moet aan alle kanten bekeken worden om te zien welke het is. Maar ze gaan graag zitten op lichte kleuren en dan kun je net zo goed op zo'n hooglandervlaai gaan zitten opwarmen in de zon. Of we ook nog veel beestjes zagen - en daar zoeken we altijd naarstig naar- zal ik morgen laten zien.

26 september 2018

Op een oude respectabele beukenstam zag ik opeens deze mooie Porseleinzwam (Oudemansiella musida). Het zijn zeer fotogenieke paddenstoelen wanneer ze mooi wijd uitgegroeid zijn. De zwam groeit zowel op levende als dode stammen en meestal op Beuk. Op een levende Beuk wordt hij niet graag gezien want meestal is dit een teken dat het met de boom niet goed zal aflopen op den duur.

Tussen de door zwijnen omgewoelde bodem had zich toch nog een plant staande weten te houden: de Doornappel (Datura stramonium) die toevallig ook nog een prachtige bloem had. Het is een lid uit de nachtschadenfamilie, behoorlijk giftig dus.

Bij sommige bloemen moet je even een handje helpen zodat je er in kunt kijken. En dat ziet er bij de Doornappel heel mooi uit. Meestal zijn de bloemen wit maar soms lichtpaars. Na de bloei ontstaat er een stekelige doosvrucht die vol zwarte zaden zit. Doornappel staat graag in omgewerkte aarde dus hier hadden de zwijnen goed werk verricht voor deze plant.

25 september 2018

Een paar tientallen meters achter ons huis ligt het bos van de Veluwezoom. Het gedeelte dat ons toegang geeft tot dat gebied is het bos van Twickel: de Hof te Dieren. Tot een paar jaar geleden zag je tussen de bosbessenvegetatie meestal wel een paar herten lopen. Nu zien we ze nog heel weinig. Wat daarvan de oorzaak is weet ik niet zeker maar boze tongen merken wel eens op dat het ligt aan het beleid dat hier gevoerd wordt. Men houdt hier niet zo van die grote grazers die soms de bast van bomen knagen en jonge aanplant verwoesten. De bosbessenvegetatie ligt er mooi bij maar ook dit jaar kwamen er geen vruchten aan de stuikjes, ditmaal vanwege de langdurige droogte.

Dit bosgebied bestaat overwegend uit beukenbomen. Niet alle beuken hebben hier vrucht gedragen, het is maar net waar je loopt. Er liggen veel napjes op de bosbodem maar het viel me op dat die voor een deel nog gesloten waren en dat lang niet alle goed gevuld waren. Langs sommige beukenlanen waren helemŠŠl geen nootjes te zien.

Af en toe kom je ook wat eikenbomen tegen langs de bospaden. Dit najaar hebben die geen eikels voortgebracht. Er wordt volop bericht in de media dat de mast dit jaar ondanks de droogte  geweldig is maar hier in dit bosgebied is dat niet te zien. Het zal wel liggen aan de vruchtbaarheid op dit stukje zandgrond die niet al te best is. Anders zou ik het niet weten.

De zwijnen zijn al enorm aan het wroeten. Langs alle paden vind je diep ongewoelde grond waar de dieren op zoek waren naar voedsel. De zwijnen hebben een heel zwaar jaar achter de rug. Al vroeg in de vorige winter leden ze honger vanwege het gebrek aan eikels en beukennoten. De jongen stierven bij bosjes en de zeugen waren er in het voorjaar slecht aan toe. Toen volgde een lange droge zomer waarin ze voedselgebrek hadden en dorst leden en daardoor te weinig melk hadden voor de biggen. Intussen worden ze alweer bejaagd. Wandelaars vinden het jammer dat we de dieren met hun jongen hier nog zo weinig in het bos tegenkomen. Jarenlang was dat anders en iedereen vond het prachtig.

Naar verwachting waren er nog niet veel paddenstoelen en of die er nog zullen komen zullen we moeten afwachten. Een flinke plens regen af en toe zal niet genoeg zijn, de bosbodem is nog steeds droog en dat is slecht voor de zwamvlokken van de paddenstoelen. Langs een pad vond ik deze piepkleine bekerzwammetjes. De bekerzwammen vormen een grote familie met allerlei formaten; van een millimeter tot wel vijftien centimeter doorsnede. Ze kunnen allerlei vormen hebben, van platte schijfjes tot prachtige gegolfde bekers of kelken. Het was een wat een saaie wandeling, het bos leek zo levenloos. Vogels waren er nauwelijks te horen en geen dier heb ik gezien.

24 september 2018

Allereerst even iets rechtzetten: gisteren schreef ik over een sneeuwklokje tussen de bloemen van de Herfsttijloos. Van twee kanten werd ik er op gewezen dat dit fout was en dat het witte bloempje een heel klein exemplaar van de Herfsttijloos moest zijn. Ik zag het voor het eerst toen ik de foto op de pc zette en dacht meteen aan een dubbelbloemig sneeuwklokje zoals we die ook in onze tuin zien. De "bezwaarmakers" hebben het gelijk aan hun kant. Dank voor de reacties want zo blijft het natuurdagboek kloppend.

De lucht zag er vanmorgen als herboren uit, vergeleken bij die van gisteren en mooi scheen de zon op de verkleurende stokoude krentenboom in de tuin. Die is de 50 jaren al gepasseerd en elk jaar zie ik met zorg hoe zijn stam en zijn takken daaronder te lijden hebben. Ik wil hem niet missen want het is de verblijfplaats en landingsplek voor vogels. Om ons heen wordt zoveel gekapt om ruimte te maken voor het licht, ten behoeve van zonnepanelen, vanwege de "troep", dat je zelf zoveel mogelijk opgaand groen juist wilt behouden.

Het was gisteren een flinke plens water die uit de lucht kwam vallen, het ging hier de hele dag door. Niets is zo deprimerend als een gestaag vallende bui die uit de zwaar beladen wolkenlucht blijft vallen, uur  na uur. Toch zag ik met genoegen hoe de schalen en de bakken zich vulden want de bodem is nog steeds veel te droog. Op sommige plaatsen staan zelfs de beddingen van riviertjes droog. Eigenlijk moeten er dus nog veel meer van die natte dagen volgen, maar dan wel graag beurtelings met dagen die droog en zonnig zijn. Dat is het ideale scenario om een goed humeur te bewaren. 

Door het geweld van forse buien en veel wind werden de vruchten van de Plataan uit de bomen geslagen. Soms hangen ze in het voorjaar nog aan de takken, wanneer het nieuwe blad al verschijnt. Of  gedurende de winter, bedekt met een laagje sneeuw en dat is een mooi gezicht.

23 september 2018

Vandaag begint de herfst, zo laat de kalender ons weten, het seizoen van neergang en inkering. De meteorologische herfst is al aan het begin van de maand begonnen maar ik houd de kalender- of astronomische datum aan. Een stukje nostalgie,  zo leerde ik het vroeger op school: de seizoenen beginnen op de 21ste, behalve de herfst die start op de 23ste. Dit mooie blad is van de Wonderboom (Ricinus) die ik in het voorjaar gezaaid had. Wordt bij bomen en struiken het bladgroen door stam en takken teruggehaald en bewaard tot volgend voorjaar. Hoe meer het overheersende groen (chlorofyl)  verdwijnt, hoe meer de herfstkleuren - die eigenlijk de echte kleuren van het blad zijn - zichtbaar worden. Een wonderlijk en ingenieus proces dat de herfst tot een uniek seizoen maakt.

De laatste mooie nazomerdag van de afgelopen week was ik met mijn tuinclub in de tuinen van Piet Oudolf die dit jaar voor de allerlaatste keer te bezichtigen waren.  Daar zag ik tussen een dichte beplanting een pol Herfsttijloos (Cholchitum autumnale)  staan. Niet de originele maar de  dubbelbloemige Waterlily want met alles wat groeit en bloeit wordt door kwekers geŽxperimenteerd; geld moet immers rollen. Maar kijk eens heel goed naar deze foto: er staat een bloeiend sneeuwklokje tussen. Dat is pas echt bijzonder!  Overigens zag ik in die enorme tuin die weliswaar al behoorlijk op z'n eindje liep, slechts ťťn vlinder: een Klein koolwitje. Dat was minder leuk. (* Zie het bericht over de "sneeuwklok" hierboven)

Uit een grote Kastanjeboom in Hummelo vielen de kastanjes al dan niet nog opgesloten in de bolster, massaal naar beneden. Bij het terras van restaurant de Gouden Karper aldaar stond een bordje met de tekst: betreden op eigen risico. Dat hebben we maar niet gedaan want je zult maar een bolster met die gemene stekels op je hoofd krijgen of voor je in de mosterdsoep zien ploffen! Ook hier weer een boom die massaal vrucht gedragen had.

Onder elke Boomhazelaar in mijn dorp ligt de stoep overvloedig bezaaid met noten en ik zag er menigeen de vruchten verzamelen. Ook ik neem elk jaar een tas vol mee naar huis. Handig als ik onverwachts wat hazelnoten nodig heb maar ook prettig voor de bosmuizen, kauwen, roeken en kraaien die de harde noten probleemloos kraken. Het is leuk om ze aan het eind van de winter, als de honger nijpend wordt, uit te strooien op de grasveldjes in de buurt.

Bij onze buurman in de tuin staat een Hulst die ik nog nooit zo vol heb zien hangen met vruchten. De buurman houdt niet van die boom omdat hij telkens de nare scherpe bladeren die er de hele zomer afvallen, van zijn gazon moet halen. Gelukkig laat hij hem wel staan, ik heb hem overtuigd van het nut dat al die bessen hebben voor onze merels en lijsters en de wintergasten uit het hoge Noorden hier komen overwinteren. Tenminste, als die komen want in de vogelwereld is de stand van zaken niet best. Dat was de hele zomer te merken.

naar boven