Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016-2017
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016

 

 

 

Herfst 2017

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

HELAAS: nu de natuur in rust gaat, doe ik ook noodgedwongen een stapje terug. Het is in deze omstandigheden onmogelijk om meermalen per week hier een natuurbericht te plaatsen. De spoeling wordt te dun. Maar mocht ik iets tegenkomen wat het vermelden waard is, dan zal ik het zeker doen. Blijf dus af en toe in dit dagboek kijken.

 

19 november 2017

Wie vandaag naar het programma Buitenhof heeft gekeken, zal ontsteld zijn geweest bij het horen hoe onverantwoordelijk door de overheid is omgegaan met de gaswinning in Groningen. De Raad van State heeft dan ook gehakt gemaakt van het gasbesluit. De economie moet draaien, dat lijkt de hoofdbeweegreden voor onze regering bij allerlei besluiten. Het plan om CO onder de grond te stoppen is ook iets dergelijks. Zijn we er daadwerkelijk mee geholpen? Het is een duur proces wat financieel ten koste gaat van de opwekking van energie uit de zon en windmolens. Het draagt niet bij tot de vermindering van CO, het probleem waar het hier om draait. Natuurorgansiaties roepen op tot het tekenen van een petitie tegen dit besluit:
https://www.natuurenmilieu.nl/petitie-opslag-co2/

De Turkse tortel (Streptopelia decaocto) is monogaam, man en vrouw tortel zijn altijd in elkaars buurt. Naar menselijke interpretatie is het aandoenlijk ze te zien knuffelen, zoals ik het altijd noem. Ze snavelen met elkaar, kroelen in elkaars veertjes, en paren. Vanaf het vroege voorjaar tot eind november kunnen ze zo wel 5 broedsels voortbrengen. Een vast paartje bezoekt ook onze tuin. Af en toe blijkt er van zo'n koppeltje een verdwenen, vermoedelijk door een of andere oorzaak doodgegaan. Dan moet de ander weer op zoek naar een nieuw maatje.

17 november 2017

Wat een heerlijk zonnige dag, die moet je plukken dus trok ik er weer op uit. Door het bos en langs de akker van het landgoed Twickel. Daar werden in de lente de randen ingezaaid en nu alles is uitgebloeid zie je nog steeds hoe de natuur daarvan profiteert. Waarom doen toch alle boeren dat niet, zo'n klein randje wilde bloemen kan zoveel uitmaken. Maar overal zie je helaas groene woestijnen vol raaigras dat voedzaam is en snel groeit, soms wel vijfmaal per jaar gemaaid wordt. Een Groenling zat zaden uit een plant te peuren. Ik kon niet meer vaststellen welke plant dit was.

En enkele Klaproos stond nog "te knallen" tussen de uitgebloeide overblijfsels. Met zowaar nog een insect er in.

Nu de zon schijnt is het herfstbos op z'n mooist. Veel vlammende herfstkleuren waren er deze keer niet maar er was volop goud te zien en dat is ook zeer fraai.

Weer buiten het bos zag ik de kauwtjes in het plantsoen zoeken naar hazelnoten. Maar de maaier was langsgeweest, net als de veegwagen en alles was verdwenen. Wat jammer toch, en dat denk ik ieder jaar weer. Zoveel voedsel waar kauwen, kraaien en roeken van hadden kunnen leven werd weer achteloos en zonder nadenken verwijderd.

De Platanen zijn nu ook zo goed als kaal. Hun mooie bladeren liggen op de grond verspreid. Ik kan nooit de neiging weerstaan er een paar mee te nemen.

16 november 2017

Voor de tweede maal torst de dag een loodzware deken van onmetelijke grauwheid met zich mee, zo zwaar dat hij niet af te schudden is.  De wereld eronder is doordrenkt van vocht en kilte maar de temperatuur daarentegen is best te verdragen. Gisteren zag ik, op weg naar Utrecht, hoe de bossen met overvloedig bruin gevuld zijn door het  blad dat ze nog dragen. Had de zon geschenen dan was al dat bruin op slag veranderd in goud. Helaas, dat mocht niet zo zijn. Voorspellingen zijn maar woorden, dat blijkt ook nu weer. Lieten de vorsers van de Natuurkalender een tijd terug weten dat de bladval al twee maanden eerder dan normaal was begonnen en wij derhalve een zeer vroege herfst zouden beleven, niets is minder waar.

Het mos op de boomstammen is zo doordrenkt van vocht dat het er al net zo somber uitziet. Een jong exemplaar van de Tijgerslak probeert wat hogerop te komen. Tegen de winter doen de grote naaktslakken dat altijd. Daar blijven ze verstijfd en in een soort verstarring zitten. Alsof ze weten: laat het seizoen er maar overheen komen, ooit wordt het weer lente.

Zo'n dode holle boomstam is een mooi plekje voor een dier dat schuilen wil, lijkt me. Maar er is geen spoor te ontdekken dat mij antwoord geeft op de vraag of deze holte ook in gebruik is.

Je zou willen weten waarom zo'n blad in gedeelten vergaat en niet in z'n geheel. Een deel al ontdaan van alle kleur, al een plekje dat al is beroofd van bladweefsel en een deel dat nog zo groen is als gras. Net als de meeste mensen vervalt het in etappes richting ouderdom en ondergang. Dat is zoals de natuur werkt.

14 november 2017

De marter komt nog regelmatig langs al vindt hij hier niets meer van zijn gading. In de buurt zijn flink wat nieuwe katten komen wonen en daar ben ik ook niet blij mee. De voertafel is om die reden nog ongezellig leeg want elke avond haal ik het voer naar binnen om de beesten niet aan te moedigen. Alle jaren had ik mooie stronken, stammetjes en bemoste schors liggen zodat ik de vogels mooi kon fotograferen als ze van het voer kwamen eten maar tot nu toe is het dus een kale boel op de tafel. De katten trekken met hun pootjes de schotels onder de kooien weg en de marter smijt ze op de grond bij zijn zoektocht naar iets eetbaars. Ik vind het niet leuk!

In het bos is het deze dagen nogal troosteloos. Doods, kil en vochtig. Hoewel er buiten het bos - langs straten en kanaal - al weken kale bomen staan, schrijdt de herfst in het bos maar heel langzaam voort. Hoewel de bladerdeken anders doet vermoeden zit er toch nog heel wat blad aan de bomen.

Toen ik langs een bospad liep waar heel veel Dovenetel stond, bedacht ik me dat dit best een geschikte tuinplant zou zijn voor mensen die ook in dit sombere seizoen groen om zich heen willen zien. De planten zien er uit alsof er nog geen graadje vorst is geweest en het blad is puntgaaf en mooi getekend. In onze tuin begint alles behoorlijk af te takelen.

Op sommige plekken zie je nog de vruchten van de Braam maar ze gaan het niet meer redden! Het seizoen is al te ver gevorderd.

In de tuin ontdekte ik wel deze bloempjes van de Azalea, een kamerplant die ik na de bloei twee jaar geleden in de tuin gezet heb. Je hoort de gekste dingen momenteel: bloeiende sering, bosanemonen, sneeuwklokjes. Veel planten bloeien in de herfst voor een tweede maal maar dit jaar is wel erg uitzonderlijk en het lijkt steeds meer dat veel de kluts kwijt is in dit veranderende klimaat. Hoewel het sombere tijdperk vol dood en vergankelijkheid nog maar net is begonnen verlang ik alweer heel erg naar het voorjaar......

10 november 2017

In de bossen ligt de bodem bedekt met een dikke laag blad dat nog een heel proces van vertering voor de boeg heeft. Er is wel eens berekend dat 70 tot 90% van de strooisellaag bestaat uit dode bladeren. Hoe dieper in de laag, hoe onherkenbaar het blad op den duur wordt. Het wordt afgebroken door allerlei bodemorganismen als schimmels, regenwormen, bacterin  en zo meer. Hoe snel dat gaat is afhankelijk van het vocht in de bodem en de temperatuur. En blad dat nog groen is, verteert weer sneller dan blad dat helemaal verkleurd is.

De Hazelaar loopt alvast vooruit op het seizoen en heeft al katjes in de aanbieding, al zijn die nog stevig ingepakt. Pas in het vroege voorjaar gaan de mannetjes - want die zijn het hier - hun stuifmeel verspreiden. De Hazelaar moet het dan nog doen zonder insecten en daarom neemt de wind het klusje van de verspreiding over. Een windbloeier noemen we zo'n boom of struik. De vrouwelijke bloempjes verschieten hun kruid nog niet en gaan pas open als de tijd daar is.

Dit jaar zag ik niet veel geweizwammetjes. Wat je aantreft aan paddenstoelen kan van jaar tot jaar verschillen, zowel in aantallen als in soorten. De Geweizwam (Xylaria hypoxylon) is een knotsvormige zakjeszwam die doet denken aan een hertengewei, dus deze benaming lag wel voor de hand. Het eerste jaar zijn hun knotsjes nog bedekt met een wit poeder, het jaar erop zijn ze helemaal zwart. Het witte poeder bestaat uit niet-geslachtelijke sporen. In het tweede jaar ontstaan er in de zakjes waar de stelen uitkomen, geslachtelijke sporen.

De Grote parasolzwam (Macrolepiota procera) is een soort die graag in de wat meer open ruimte groeit. Deze trof ik dan ook pas aan in een wegberm. Er is ook nog een Knolparasolzwam maar die heeft een geheel witte steel. In het begin van het groeistadium heeft de zwam door de manier waarop de hoed zichtbaar wordt, de naam "trommelstok" gekregen. De parsolzwam is eetbaar, maar ach, waarom zou je ze uit het bos halen terwijl tegenwoordig de winkels vol allerlei alternatieven liggen. Ik laat ze lekker staan, zodat ook anderen er van kunnen genieten.

7 november 2017

De Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) is weer begonnen met de eerste bloempjes de dagen op te fleuren. Zolang het niet vriest, gaat deze struik daarmee door en daarmee is het een welkome verschijning in de tuin. Het is een zogenaamde kortedagplant, wat wil zeggen dat de struik bloeit in een periode van korte dagen en weinig licht en dat daardoor juist de bloei wordt aangezet.

Inmiddels hebben we de eerste nachtvorst achter de rug. Nog slechts licht maar genoeg om weer mooie randjes om de varens te maken.

Op bladeren kunnen je vaak witte kalkplekken zien. Die zijn het bewijs dat vogels op de bovenliggende takken geslapen hebben. Vaak doen ze dat op dezelfde plek waardoor het blad eronder duidelijk wit gespetterd wordt.

In het haventje bij de IJssel zwemmen altijd eenden. Je ziet ze in allerlei variaties wat kleuren betreft. Dat komt weer doordat eenden door paring met elkaar kruisen. Hier zijn het vijf mannetjes met mooie groene koppen en daarboven een vrouwtjeseend.

4 november 2017

Ik heb de kauwen en de poes valselijk beschuldigd, zij waren het niet die de pindakaaspot belaagden. Het bleek een Marter te zijn. Ik werd vannacht wakker van een bonzend geluid, alsof iemand ergens tegen aan sloeg. Het geluid kwam uit onze tuin. Ik had het ook de vorige nacht gehoord en daarom een camera mee naar de slaapkamer genomen. Vannacht probeerde ik de boosdoener te fotograferen maar dat valt nog niet mee als het buiten pikkedonker is. Maar daar verscheen hij dan toch, een mollige marter met een pracht van een staart die er in slaagde het deksel rond de pothanger los te trekken, ook al zat die vastgebonden met een stevig touwtje.

Op goed geluk richtte ik de lens op de plek waar het beest moest zitten, je ziet niets en het is dus gokken. Inzoomen lukte niet, de camera deed niet mee. Maar ik wil zo graag mooiere foto's, waar de marter duidelijk opstaat. Je moet dan werken met een lange sluitertijd maar dat beest zit natuurlijk niet stil, dus veel zin heeft dat niet. Een lamp die de hele tijd brandt zou mooi zijn maar die gebruik ik niet in de tuin vanwege lichtvervuiling. Ik ga de pot nog n nacht laten hangen en dan hoop ik dat ik weer op het goede moment wakker wordt en dat de buitenlamp aanfloept door de bewegingen van de marter en ik snel kan afdrukken. Zo moet het gaan. Vandaag maar even takken wegknippen die voor de lamp hangen. Misschien kan ik dan ook inzoomen met de camera en de marter beter in beeld krijgen. Als het lukt, laat ik het hier zien. En wie tips heeft voor foto's in deze omstandigheden: ik verneem ze graag.

Of het in onze tuin gaat om een boom- of steenmarter heb ik niet kunnen vaststellen. Er zijn verschillen maar die moet je wel weten, alleen de kleur van de borstvlek is niet genoeg. Hier in het oosten doet de Boommarter het uitstekend, zo hoorde ik van de boswachter aan wie ik dat vroeg.  Steenmarters zijn hier ook. Bewoners zien regelmatig een marter, soms ook overdag. De Boommarter jaagt intensief op de eekhoorns en die zie ik hier in het bos van  Twickel achter ons huis hoogstzelden terwijl ik ze dieper in het bos van Natuurmonumenten wel zie. Hoe dan ook, ik ga de pindakaaspot wel weghalen want al een week komt het beest elke nacht langs en dat wil ik niet bestendigen. Hij haalt ook wat van zijn gading is van de voertafel voor de vogels en gooit daarbij de beschermende kooitjes op de grond. Wie dicht bij een bosgebied woont moet leren leven met de dieren die daar vandaan naar de tuinen van omwonenden komen. Dassen doen dat, marters doen dat en naar verluidt is ook de Wasbeerhond hier al gesignaleerd. Vanuit Duitsland trekken die de grens over en ze worden steeds meer gezien, ook op de Veluwe. De Zoogdierverening verwacht dat ze zich over het hele lang zullen gaan verspreiden.
Foto: Pixabay

2 november 2017

Deze poes is hier afgelopen zomer komen wonen en volgens haar bazen is ze een "buitenpoes", hetgeen in dit verband wil zeggen dat ze "soms nachten wegblijft". Na een vakantie van de bazen, waarbij de poes al die tijd buiten de deur moest blijven, zocht ze haar heil bij ons in de tuin. Uitgerekend was het toen nog fraai weer en bleek ze erg gesteld op gezelschap. We bezweken in een weekend dat er heel veel regen viel en lieten haar voor een nachtje uit medelijden in huis, met de bedoeling haar daarna weer buiten de deur te zetten, wat ze niet kon waarderen. De poes wilde niet weg en toonde zich absoluut geen buitenkat. Maar als je te laat 's avonds thuiskomt en de bazen al naar bed zijn, met je wel buiten blijven. En zo leerde de poes hoe ze een jager kon worden. Vannacht werd ik wakker door vreemde geluiden in de tuin en keek uit het raam. Omdat het buitenlicht even aan en vervolgens weer uitging, dacht ik zowaar een eekhoorn te zien die bezig was de houder van de pindakaaspot te slopen. Over die houder schreef ik al eerder. Maar ik kon het niet goed zien. Voorzichtig dan maar naar beneden om de keukendeur open te maken en tegelijkertijd het licht aan te doen. Ik geloofde mijn ogen niet. De pindakaaspot hangt op meer dan 2 meter hoogte en de poes zat er bovenop. De honger had haar gedreven in een hekwerk te klimmen om bij voedsel te komen. Wat overigens niet lukte. Maar, zo dacht ik, zo zal ze dat in het voorjaar ook gaan doen als ze nesten met jonge vogels ontdekt. Mensen horen hun poezen en katers binnen te houden gedurende de nacht. Helaas denkt een aantal van hen daar anders over. Misschien moet ik er toch maar een keer iets over zeggen want ook op de voerplank is de poes  's nachts aan het rommelen. Moeilijk hoor!

In een bloempot had ik nog wat bijzondere crocussen staan waarvan de toppen al boven de grond gekomen waren. Maar die zaten opeens onder de bladluizen en daar was ik niet zo blij mee. Wie niet-winterharde planten binnen laat overwinteren ontdekt vaak dat in de herfst eitjes gelegd werden die tegen het voorjaar uitkomen, ook binnenshuis. Gelukkig ontdekte ik deze nare zuigertjes op een buitenplant zodat ik er binnen geen last van heb.

De laatste winter die we hadden was er een die zich kenmerkte door de afwezigheid van vogels op de voertafel. Er waren opmerkelijk weinig soorten en ook individuen. En zo lekker  was die winter nu ook weer niet. Het werd onder andere geweten aan een heel slecht broedseizoen dat er aan vooraf ging. Nu ik weer aan het voeren ben begonnen sta ik versteld van het aantal mezen dat er is. Zowel kool- als pimpelmezen vliegen af en aan om zonnebloemenpitten en pinda's van de tafel te pikken. Ook de Boomklever heeft zich weer vertoond, die heb ik de hele vorige winter niet gezien. De mezen moeten wel heel veel jongen gekregen hebben in lente en zomer.

29 oktober 2017

Op de huiskamerdeur zat iets wat ik met het blote oog niet kon determineren, zo klein was het. Met behulp van de macrolens kon ik zien wat het was: een zeer kleine spin met een mooi getekend lijfje. Later heb ik nog een poging gedaan het spinnetje op een lichtere plek te zetten en beter te fotograferen maar dat lukte niet. Het beestje liep heel snel of kroop in elkaar. Dit is een van de vele heel kleine spinnen, slechts iets meer dan 2 mm en de naam is Maskerspin (Zilla diodia). Volgens mijn spinnenboek zijn de volwassen maskerspinnetjes te zien van april tot juni. Maar nu is het eind oktober, dus dat kan niet kloppen.

De kleine Maskerspin behoort tot de familie Wielwebspinnen, waartoe bijvoorbeeld de bekende kruisspin wordt gerekend en waarvan iedereen het web (hierboven) wel herkent. De Maskerspin maakt ook een wielweb, een heel dicht dradenstelsel van wel meer dan 50 spaken. De spin leeft langs bosranden en struikgewassen.

De hoeveelheid spinnensoorten is bijna niet te tellen en alle hebben ze hun eigen leefwijze en maken ze wel of geen webben. De webben zijn vaak heel ingenieuze bouwsels. Afhankelijk van de soort maken ze hangmatten, baldakijnen, trechters, leven ze bij het water of op het land. Wie zich er in verdiept moet wel tot de conclusie komen dat spinnen een heel interessant onderdeel van de natuur zijn. Overigens zijn het geen insecten, die hebben geen acht poten.

Spinneneitjes worden gelegd in de fraaist geweven nestjes. Hier heeft de Boskogelspin (Paidiscuraq pallens) haar wiegje gemaakt. Het is een heel klein spinnetjes dat haar eipakketje aan de onderkant van bladeren maakt. Ik vind ze in het bos op loofbomen, naaldbomen en thuis onder de grote bladeren van de Duitse pijp.

Nog een mooi voorbeeld van een spinnenestje is het elfenlampje, gemaakt door de Lantaarnspin (Agroeca brunnera). Heel ingenieus gebouwd met twee verdiepingen. In de bovenste worden de tientallen eitjes gelegd, en in de onderste leven de jonge spinnetjes. De buitenkant is aanvankelijk spierwit maar wordt door de vrouwtjesspin bedekt met zandkorreltjes zodat het niet meer opvalt. De nestjes hangen aan de stengels van het pijpenstrootje of aan grashalmen, dicht boven de grond. In het bos tref ik ze af en toe aan.

Spinnen hebben ook verschildende manieren waarop ze omgaan met hun kroost. De kruisspin bijvoorbeeld legt haar eitjes in een dot spinsel en kijkt er niet meer naar om. Andere soorten bewaken hun nest en weer andere, zoals deze Kraamwebspin (pisaura mirabilis) draagt haar eiercocon met zich mee. Er zijn zelfs soorten die hun jonge spinnetjes een poosje voeren, of die hun eigen lichaam ter beschikking stellen aan hun nakomelingen, als ze aan het eind van hun eigen leven zijn gekomen.

28 oktober 2017

Om vast wat vogels naar de tuin te lokken hing ik een pot zoutloze pindakaas op in een houder. Dat bleek een enorm succes, vooral de eksters en de kauwen hadden er veel belangstelling voor en met hun grote snavels pikten ze er enorme happen uit. Dat vond ik niet zo leuk. Maar ik zag dat er ook pothouders te koop waren speciaal voor kleine vogels. En daarvan kocht ik er een.

Om het deel waar de pot in moest, zat nog een omhulsel dat de grote vogels erbuiten moest houden. Het geheel kon dicht met een rond "hekje" dat je kunt vastklemmen op het metaal. Dat werkte voor geen meter want al de volgende morgen zag ik dat het hekje open was gemaakt en de kauw of kauwen er weer bij waren geweest. Vervolgens heb ik de houder andersom opgehangen zodat het hekje aan de onderkant kon worden vastgeklemd. Ik vond het een reuze prestatie dat de kauw dat zo ver opengemaakt had dat het helemaal omhoog stond. Nu zou het toch niet meer lukken dacht ik, en maakte er ook nog een ijzerdraadje aan waarmee ik het goed vastzette. Toen ik vanmorgen het gordijn open trok wist ik niet wat ik zag: wederom was het hekje losgemaakt en de kauw was er zo mee bezig geweest dat ook het draadje waarmee ik het geheel had opgehangen, los was geraakt. De pot was er uitgevallen. Ongelooflijk, wat een slimme vogel.

Opnieuw heb ik de houder opgehangen, ditmaal met een heel stevig touwtje en ook het hekje heb ik daarmee dichtgebonden. De pot met pindakaas kon ik niet terugvinden in de border, die is vast in de vijver gerold. Morgen maar eens zoeken Het lijkt me toch echt onmogelijk dat die zwarte vandalen de boel nu nog kunnen slopen.

23 oktober 2017

Dat het er met de insecten slecht voorstaat zal inmiddels iedereen wel duidelijk zijn, berichten hierover zijn er overal. Ik moest er aan denken toen ik een bericht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit las: "niet meer dan 45 gram insecten eten per keer. De chitine in poten en skelet kan voor klachten zorgen". Het schijnt dat de bekendste grootgrutter van Nederland al insecten in de schappen heeft gelegd. Ik laat ze lekker liggen, moet er niet aan denken een sprinkhaan tussen mijn kiezen te kraken......

Het zijn niet alleen slakken die aan zwammen vreten, ook kevers hebben er belangstelling voor. Van onderop knagen ze zich een weg naar binnen waarbij het vruchtvlees in korreltjes uit de hoeden valt. Je ziet dit vooral bij elfenbankjes.

Op mijn volkstuin, waar het nu vooral nat is, zag ik in een brandnetel nog twee wantsen zitten. De Zuringwants en de nymf van een Groene stinkwants. Verder kan ik daar niets aan dierenleven meer ontdekken, met uitzondering van slakjes en een enkele spin. Het wordt rustig in de natuur.

21 oktober 2017

De hemel was voor korte tijd stralend blauw  dus de verfkwast maar even neergelegd om een kort rondje door het bos te maken. De wind waait het beuken- en eikenblad enthousiast omlaag.

Hoewel er nog heel wat aan de bomen zit ligt er al een indrukwekkende laag afgevallen blad op de bodem. Als de rest ook gevallen is, kun je nauwelijks de paden nog zien, laat staan de boomwortels die er liggen. Dan wordt het  oppassen geblazen....

Op mijn leeftijd wordt het steeds confronterender: hoe vaak heb ik deze lange schaduwen al niet gezien, hoe dikwijls zou de aarde deze rondrit om de maan al wel niet gemaakt hebben en hoe ver zou de zon nu alweer van ons verwijderd zijn? Dat laatste kan ergens wel gelezen worden. Maar hoe lang zou de zon onze aardbol nog in stand houden, dat is een belangrijke vraag. Knappe koppen hebben berekend dat dit nog wel 3,5 miljard jaar zal duren. En naar verwachting zal de zon dan enorm groot worden en de aarde verschroeien en ons water verdampen. Of zelfs onze hele planeet totaal opslokken. Wat een scenario!

Nee, om paddenstoelen kunnen we nog niet heen al lijkt het hoogtepunt voorbij. Maar zolang de nachtvorsten wegblijven zullen we allerlei soorten toch nog wel blijven zien. De Nevelzwam is aanvankelijk een saaie soort maar wordt spectaculair als hij uitgroeit en zwierige randen om zijn hoed krijgt. Dan is hij een van mijn favorieten.

Net als de familie Russula. Ze fleuren het bos op met hun mooie kleuren, net als deze Zwartpurperen russula (Russula atropurpurea). Ik vond er een paar in zowel het eiken- als het beukenbos, plekken waar deze soort zich thuis voelt.

20 oktober 2017

In het laatst verschenen nummer van het wetenschappelijk tijdschrift Science stond een leuk artikel over koolmezen. In Oxford wordt in het plaatselijke bos al sinds de jaren '80 onderzoek gedaan naar koolmezen waarbij ook hun snavels worden opgemeten. De Britse wetenschappers hebben inmiddels vastgesteld dat koolmezen die zich ophouden in tuinen en daar gevoerd worden, langere snavels hebben gekregen in de afgelopen 25 jaar. Dat is evolutionair gezien heel snel. Een bepaald gen is hiervoor verantwoordelijk. "Onze" koolmezen hebben dit gen niet. De Britten zijn grote vogelliefhebbers die het hele jaar door overvloedig vogels voeren en hun snavels hebben zich daarbij aangepast. De onderzoekers zijn er nog niet achter of de langere snavels de mezen voordeel opleveren.

Als de zon niet schijnt wordt het gras niet meer droog. Overal in de vochtige grasstroken langs de straat zie ik nu het Zwerminktzwammetje (Coprinellus disseminatus) verschijnen. Leuke mini paddenstoeltjes die altijd in grote hoeveelheden te zien zijn. In het najaar een zeer algemeen voorkomende soort. Vroeger werden ze streepklokjes genoemd.

De temperaturen beginnen zich weer aan te passen aan de tijd; bijna is het alweer november. Nog altijd zijn er vlinders maar die krijgen het steeds moeilijker. Deze Atalanta koos een plekje op een huismuur om op te warmen. Weldra moet het insect op trektocht naar Zuid-Europa waar betere kansen liggen om de winter te doorstaan. Knap hoor, zo'n enorme tocht. Altijd blijft er een aantal in ons land en kruipt weg in schuren, tuinhuisjes, spleten in bomen. Misschien deze dus ook wel. In het heel vroege voorjaar worden ze weer gewekt door de oplopende temperaturen en op een mooie zonnige dag zie je ze dan opeens weer vliegen.

Rozen zijn planten die het ons wat makkelijker maken te accepteren dat we voorlopig verder moeten met (bijna) bladloze bomen, vrieskou en korte, vaak grijze dagen. Ze bloeien nog volop gelukkig en ik geniet er zeer van.

18 oktober 2017

"Nu moet je toch eens komen kijken, ik heb zoiets vreemds op mijn tuinpad, net een zeeanemoon met wuivende tentakels" liet een vriendin die hier vlakbij woont, me weten. Toen ik er met mijn camera aankwam was de "zeeanemoon" zich al aan het verspreiden helaas. Ik had dat graag gezien. Nu waren het duidelijk larven, en wel heel erg veel. Ze kropen van onder de grond tussen een kleine ruimte tussen de tegels omhoog. Typerend gedrag van de larven van de Rouwvlieg.

De Gewone rouwvlieg (Dilophus febrilis) is vooral in het voorjaar heel veel te zien en de larven vertonen zich in de herfst. Ze worden als schadelijk beschouwd want ze vreten aan de wortels van planten en vooral in grasvelden kan dit verwoestend zijn. Het gaat feitelijk niet om een vlieg maar een mug. In ons land komen twee soorten voor, de Gewone rouwvlieg  en de Maartse rouwvlieg. De eerste zie je het meest. Hun larven zijn het die in graslanden leven.

Nog even terug naar de zwamtocht met mijn kleinzoon, afgelopen zondag. Ik wilde hem natuurlijk een paar van de leukste en mooiste paddenstoelen laten zien. Die waren er genoeg, zoals deze prachtige Porseleinzwam met guttatiedruppels (zie ook 6 oktober).

De russulafamilie met haar vele mooi gekleurde exemparen zijn ook heel fotogeniek, vooral als ze de kans krijgen om uit te groeien zonder dat ze aangevreten worden door muizen, kevers en slakken.

De Kluifjeszwam is een buitenbeentje  met de merkwaardige hoed en dito steel. Ze zijn erg kwetsbaar bij regen en er stond er nog maar n maar dat was genoeg.

De stuifzwammen waren een uitdaging want we wilden proberen de sporen te fotograferen. Dus ik moest dus telkens in hun buikjes knijpen terwijl kleinzoon afdrukte. Net zolang tot we er een hadden vastgelegd waarop de sporenwolk goed te zien was. Er ging een wereld voor hem open en ik vond het erg leuk dat tenminste n familie mijn foto- en natuurpassie deelt....!

17 oktober 2017

De zon zag er vandaag heel bijzonder uit; bloedrood. Dat kwam doordat de orkaan Ophelia vanuit Portugal Saharazand meevoerde naar ons land. Nu gebeurt dat wel vaker maar ditmaal was het vermengd met roetdeeltjes van de bosbranden die in Portugal te keer gaan. De zon scheen door het wat grauwe wolkendek en kwam er niet helemaal doorheen. Dat leek leuk om een poging te doen e.e.a. op de foto te krijgen. Deze opname werd een mislukking.

Misschien zou het beter gaan als ik het hemellichaam door wat takken vast legde. Maar de zon kun je niet zomaar fotograferen, daar zijn allerlei handigheden voor nodig. En die heb ik niet. Het schijnt dat er speciale zonnefilters bestaan die je voor dit doel op je camera kunt zetten. Doe je dat niet dan blijft de zon op een foto wit in plaats van rood. Er komt ook zoveel licht vandaan!

In een fotobewerkingsprogramma kreeg ik eindelijk de kleur van de zon zoals die er uitzag. Maar toen werd de hemel weer veel te blauw. Ik heb het maar opgegeven. Beestjes fotograferen ligt me veel beter....

16 oktober 2016

Wat een merkwaardige dag was dit. Een zomerdag terwijl we al een eind in de herfst zitten. De warmste zestiende oktober ooit. De natuur raakt er van in de war. Mijn kleinzoon wilde graag op jacht naar paddenstoelen en achteraf zei hij dat hij er nog nooit zoveel gezien had sinds hij klein was en ze hier in het bos ontdekte. Inmiddels is hij 22 jaar. Thuis zag ik al vrouwtjesmezen met wapperende vleugels mannen te paaien, alsof het lente was.  Op een zonnige plek in het bos werden we verrast door een enorme hoeveelheid kapoentjes. De lieveheersbeestjes waren totaal de kluts kwijt, helemaal hyper door de warme zon en massaal vlogen ze op en rond ons. Ze waren zo actief dat je ze nauwelijks kon fotograferen. Ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien.

De bosmieren in hun nest waren ook al de kluts kwijt. Ze lagen deels dicht bij elkaar te zonnen, andere waren druk met het verplaatsen van poppen. Waarom ze dit laatste deden begreep ik eigenlijk niet. Maar de hele kolonie was zeer actief en dat was heel ongewoon.

Een rups van de Kleine wintervlinder was op pad, op zoek naar een plekje om te verpoppen. Als ik deze foto's zie, kom ik tot de conclusie dat mijn camera door al dat gehannes en gedraai aan knoppen ook weer nodig tot normale proporties moet worden teruggezet. Dat wordt weer een hoop gepruts.

Bij het experimenteren met allerlei camerainstellingen bleek wel heel duidelijk dat mijn kleinzoon me stevig de baas was. Je wordt jaloers als je ziet hoe die jonge mensen veel sneller de techniek onder de knie krijgen dat de ouderen.

Een oude Amethystzwam bleek een fotogenieke zwam te zijn geworden. Dit is de onderkant, je kunt dat nog net aan de lamellen zien.

De bovenkant mocht er ook wezen. Je zou hem bijna niet meer herkennen als Rodekoolzwam zoals hij ook wel genoemd wordt.

15 oktober 2016

Toen ik vanmorgen wakker werd en mijn ogen open deed zag ik meteen hoe fraai een grote beukenboom er uitzag. Alsof het blad van goud was, dankzij de opkomende zon. Slapen bij dichte gordijnen vind ik vreselijk en gelukkig vindt mijn echtvriend dat geen probleem. Ik wil de zon zien schijnen, de regen zien vallen, de vogels op de takken bekijken, dat is voor mij fijn ontwaken.

Het is zo grappig om te zien hoe de waterbakken in de tuin weer een rol gaan spelen als het een paar dagen droog is. Dan komen de vogels meteen weer langs. Deze cementbak staat mooi verscholen tussen de planten en daar voelen de vogels zich veilig en onbespied. Zowaar vanmorgen weer eens een merel in de tuin, een mooie jonge en gezonde vogel. Daar was ik blij mee want we zien ze nog maar heel weinig.

Ook de Roodborst kwam weer langs om even een bad te nemen. Ik heb de bak strategist neergezet zodat ik de vogels vanuit huis kan zien. Water is onmisbaar in een natuurvriendelijke tuin. Het hoeft echt geen vijver te zijn, hier en daar een ondiepe schaal is al prima. Met behulp van grote plantenbladeren en een zakje cement kun je zelf ook aardige bakken maken. Op het internet staan genoeg voorbeelden hoe je dat moet doen, zoek op "drinkbak  maken".

Ik liep me toevallig een dag of wat geleden in het bos te realiseren dat ik dit najaar geen rupsen had gezien van de Meriansborstel. In deze tijd van het jaar zijn die op zoek naar een plek om te verpoppen. Ook de achtergebleven  vervellingen vond ik niet deze herfst, terwijl ik die in het bos vaak heb gevonden. Misschien ging het niet zo goed met de vlinders dit keer. Maar in de eigen tuin zag ik vandaag waarempel een rups kruipen. Ze zijn zo mooi, met dat felle geel en die leuke kwastjes.

De laatste dagen heb ik me niet de tijd gegund om op pad te gaan. Tuin en volkstuin hebben even voorrang en vragen momenteel veel aandacht. Vooral de eigen tuin, waar ik veel aan het veranderen ben om er straks in het nieuwe voorjaar weer volop van te kunnen genieten. De camera ligt altijd dichtbij en zo kon ik deze vlucht ganzen, hoog in de blauwe lucht, fotograferen. De eerste ganzenvlucht van deze herfst, vreemd om te zien op zo'n zomerse dag, maar wel passend in het seizoen.

12 oktober 2016

Wat doet die Koolmees daar? Hij of zij zal toch niet het gevoel hebben dat het lente is? Ik zie de meesjes wel druk achter elkaar aan jagen, echt territoriumgedrag is het. De kans is groot dat deze vogel de nestkast inspecteert op de aanwezigheid van spinnetjes en dergelijke.

Het viel me opeens op dat de mees zulke lange tenen had. Ze voeten lijken wel heel erg groot, meer formaat specht of boomklever.....

Voor de pindakaaspot die ik had opgehangen om de vogels een beetje naar de tuin te lokken, is veel belangstelling. Zo'n kauw hoeft maar eenmaal een mus of mees te zien die er wat te eten vindt en hij gaat er op af. Met zijn dikke snavel haalt hij grote happen uit de pindakaas. Maar ook de eksters doen dit. De pot met het lekkers is op deze manier wel heel snel leeg. Ik heb echter nu een paar pottenhouders op de kop getikt met een kooitje er omheen zodat alleen kleine vogels nog bij de pindakaas kunnen komen. Maar ja, op die manier houd ik ook de Specht weg. Dilemma dus.

In een grote plantenschotel op de tuintafel heb ik ook maar een handjevol zaden gestrooid om een begin te maken met het vogelfeest. Meteen kwam deze Roodborst daar op af. Er wordt altijd aangenomen dat er genoeg voedsel in de natuur te vinden is in deze tijd van het jaar. En dat zal best zo zijn maar het is toch merkwaardig dat je bijvoorbeeld de meesjes nu al langs de sponningen van de ramen ziet zoeken naar iets eetbaars, en in allerlei hoekjes en gaatjes. Insecten zijn er tegenwoordig veel minder dan voorheen, zou dat een oorzaak zijn?

Met deze zachte dagen is een waterbad altijd verleidelijk. Of het nu zomer of winter is, droog of nat, vogels willen altijd wel even in bad. Kijk deze pimpel nou toch eens, je zou toch zo even een lekkere zachte warme handdoek om hem heen willen slaan.....!   Kleddernat is hij.

10 oktober 2017

Met al die regen is het niet erg uitnodigend om naar buiten te gaan. En onderhand is er nogal niet wat gevallen! Maar soms komt er dan toch onverwachts iets leuks voorbij. Tussen de buien door liep ik gisteren naar het winkelcentrum en kwam langs een Kardinaalsmuts (Celastaceae) die mooi rood verkleurde en waarbij het contrast met de vruchtjes zeer aansprekend was. Dus plukte ik er wat van de zaden uit om te proberen of ik die aan de praat zou kunnen krijgen. Toen zag ik een oorworm waarvan alleen het achterste deel nog uit de vrucht stak. Dat vond ik zo'n grappig gezicht dat ik op de terugweg dit takje afplukte en mee naar huis nam voor een foto. Maar thuis kroop de oorworm helaas naar buiten om te zien wat er aan de hand was. Toen zette ik hem maar buiten neer in de regen en daar bleef hij de hele middag zitten, vol druppels.

Vanmorgen bleek de oorworm verder te zijn gegaan waar hij gisteren was opgehouden: hij was weer druk aan het knabbelen van de zaden binnen in de vrucht, want daarom ging het natuurlijk. Wanneer de vruchten rijp zijn springen de kleppen open en komen de oranje zaden naar buiten. Die worden door de vogels graag gegeten waarna de vruchtjes lang aan de boom blijven zitten. Leuke struik voor in de tuin dus. Toevallig stond er een paarse bloempot op de tuintafel en die gebruikte ik als achtergrond.

8 oktober 2017

Het is bijna donker maar tegen de lichte avondlucht zie ik nog net hoe de vleermuizen laag rondom het huis vliegen. Eerder zag ik al dat er veel mugjes in groepen dansen, daar jagen ze op. Ik had niet veel tijd vandaag, toch snel nog even een rondje bos gedaan. Ik hoorde hoe de Zwarte specht in de verte zijn melancholieke roep liet horen en bij het passeren van een afwateringsgat zoals die hier overal langs de paden liggen, vloog een Groene specht op. Ik fantaseerde hoe geweldig het zou zijn geweest als hij mij niet eerder gezien had dan ik hem en een mooie foto had kunnen maken. Maar helaas, dat mocht niet zo zijn. Weer thuis zag ik hoe de Koolmees in de boom een pinda zat op te peuzelen. Nu het blad weer overdadig valt, zijn de vogels weer goed te zien. Dat is het enige leuke aan deze tijd van afbouw en verval. Nog iets waar we ons op kunnen verheugen in de komende periode.

In de zijkant van weer een ander watergat zag ik een holletje van een dier dat een enorme hoeveelheid zand naar buiten gewerkt had. O wat zou ik graag weten wie de bewoner is! Goed is op zo'n plek te zien hoe zanderig de Veluwezoom is. Het is bijna nog een wonder dat hier zoveel bomen groeien.

Op de Lange Juffer, een geasfalteerd pad dat door het bos loopt, lagen forse hopen houtsnippers. Wat zou het heerlijk zijn als al het achtergebleven kaphout in de Hof te Dieren tot snippers verwerkt zou worden. Dat spul moet toch heel goed verkoopbaar zijn en het bos zou er enorm van opknappen.

Onderweg kwam ik een Roodpootwants (Pentatoma rufipes) tegen die ik even met takje en al heb vastgehouden om hem te fotograferen.  Al met al was het voor de rest een weinig inspirerende boswandeling dit keer.

6 oktober 2017

Het is uitzonderlijk nat de laatste weken en met de paddenstoelen gaat het heel goed nu. Ik ben bijna dagelijks in het bos en wandel in telkens een ander gedeelte om te zien wat er overal groeit. Sommige soorten zijn er niet of nauwelijks, andere overvloedig. Zoals de opvallende Porseleinzwam. Opvallend vanwege de kleur die meteen in het oog valt. Het bos staat er werkelijk vol mee. Ze zijn prachtig als ze vers zijn, met hun glanzende witte hoeden.

Deze viel me op omdat de zon er precies op scheen en het vlammend oranje je niet kon ontgaan: de Grote oranje bekerzwam (Auleuria aurantia). Er stond maar een enkel exemplaar, goed verscholen tussen bosbesstruikjes en grassen. De bekerzwam bevat een stof die andere schimmels in hun ontwikkeling remt en de bekerzwam daarvan kan profiteren.

In een donker stukje bos vond ik het Gewoon elfenschermpje. Dit roze paddenstoeltje had ik, hoewel het een algemene soort heet te zijn, toch al jaren niet meer gezien. Zwammen met een aardig kleurtje vind ik toch wel het leukste.

Deze inktzwammen vielen me op doordat er kleine vliegjes op vlogen. Toen ik ze nader bekeek zag ik dat die vermoedelijk afkwamen op de druppels die op de zwammen lagen. Paddenstoelen kunnen soms zoveel vocht opnemen dat ze gaan "zweten". Dat wordt "guttatie" genoemd. De druppels die verschillende kleuren kunnen hebben (afhankelijk van de zwamsoort) kunnen zowel bovenop de hoed liggen als er onder hangen.

Echt overal in mijn bosgebied zag ik alleen maar zeer bleke exemplaren van de Amethystzwam. Tot ik ergens kwam waar het bos al oud en bejaard was. En daar zag ik op een plek een heleboel Amethystzwammetjes zoals ze horen te zijn: prachtig violetpaars. En wat zijn ze dan toch mooi! De enige verklaring die ik kan bedenken is dat de grondsoort hun kleur bepaalt. Maar waarom al die bleke staan waar die in andere jaren paars waren, is me een raadsel....

5 oktober 2017

Dat bomen van dezelfde soort niet alle op hetzelfde moment kaal worden in de herfst bewijst de Valse christusdoorn (Gleditsia triacantos) wel. In onze buurt staat er een hele straat mee gestoffeerd en een aantal van de bomen is al volkomen kaal terwijl andere nog groen zijn. Dit jaar zijn er van al die bomen weinige die peulen dragen. Het hangt er maar net vanaf op welke manier bomen vermenigvuldigd zijn, hoe ze zich gedragen

De Berk voor ons huis is al finaal kaal, net als de krentenboom in de achtertuin en dat is heel erg vroeg. In het bos begint de herfst zich nu ook te openbaren. De Amerikaanse eiken verkleuren al flink en de bodem ligt al vol afgevallen blad.

In groot contrast daarmee is de nog altijd bloeiende Springbalsemien die aan de buitenkant van het bos nog overal bloeit. Sinds kort toegevoegd aan de lijst "ongewenste exoten". Zou er ook maar iemand zijn die om die reden deze planten uit de grond trekt? Ik kan het me niet voorstellen.

Altijd wanneer ik dit soort wroetplekken zie, verbaas ik me erover hoe sterk de snuiten van de zwijnen wel niet moeten zijn. De stenen zitten vast in de grond maar de zwijnen denken dat daaronder wel lekkere emelten te vinden zijn. De stenen in dit gebied vormen het bewijs dat we hier lang geleden te maken hadden met een ijstijd. De gletsjers schoven over ons land en kwamen hier tot stilstand. De plekken waar de meegesleurde stenen zijn blijven liggen, noemt men puinwaaiers.

Over een zandpad zag ik nog een Stinkende kortschildkever rennen. Als je maar even in zijn buurt komt, gaat meteen het achterlijf waarschuwend omhoog. Het is moeilijk ze duidelijk te fotograferen want ze vertikken het om stil te blijven staan. Grappig beestje. Tegenwoordig gaat hij door het leven als Staphylinus olens.

3 oktober 2017

Het Grasklokje (Campanula rotundifolia) is een soort die het tot ver in de herfst volhoudt te bloeien. Wat natuurlijk heerlijk is want blauw is een opwekkende kleur in de natuur. Lang stond de plant op de lijst van beschermde soorten maar met ingang van dit jaar was dat niet langer zo. Er zijn drie wilde bijensoorten die van deze plant afhankelijk zijn. Het Grasklokje verdraagt niet het maaien op verkeerde tijdstippen. Het zou op z'n vroegst pas in september moeten gebeuren maar aangezien zoveel gemeenten tegenwoordig het maaien aan een loonbedrijf overlaten, wordt daar niet op gelet helaas.

De Karmozijnbes (Phytolacca acinosa) draagt nu vruchten, ze lijken wel te glanzen van plezier.
De wortels onder de grond worden steeds dikker en  jaarlijks brengen ze nieuwe planten voort. De wortels zijn giftig. De zaden in de bessen zijn ook giftig maar de vogels zijn er dol op en kunnen ze probleemloos eten. Ze verspreiden de planten doordatdat ze her en der de pitten onverteerd uitpoepen. Op die manier komen ze in tuinen terecht waar mensen soms geen idee hebben wat dit nou weer voor planten zijn.

De Vuurdoorn zit vol bessen maar veel belangstelling is er niet voor. Gedragsbioloog Frans van der Helm schreef in de weekendkrant van NRC een weemoedig stukje over de merels: "geen ge-tsjienk, geen geritsel en geen binnensmonds geprevel dat je alleen van heel dichtbij hoort. Mijn Twentse dorp is al een maand verstoken van merels, ik mis mijn tuingenoten". Hij ervaart de afwezigheid van merelgeluiden als een beklemmende stilte. Ik begrijp dat goed, zo vergaat het mij ook. Je bent zo gewend aan merels om je heen, al dan niet ruzind met elkaar of alarm slaand vanwege al dan niet vermeende vijanden, dat het een vreemde ervaring is dat ze er niet of nauwelijks zijn.

1 oktober 2017

Nu we begonnen zijn aan het laatste kwartaal van dit jaar is een focus op het verkleuren van het blad zeer de moeite waard. Een blad wordt afgedankt nadat de boom het nu overbodige bladgroen (bladgroenkorrels, chlorofyl)  in stam en takken heeft teruggetrokken. Pas nu worden de oorspronkelijke kleuren zichtbaar. Wat jammer eigenlijk dat je daar maar zo kort van kunt genieten....

Eikenblad, net een wegenkaart. Alleen bij gele en oranje bladeren krijgen we in de herfst de "echte kleuren" te zien.

De Wilde wingerd is een van de planten die veel anthocyaan in haar bladeren heeft. Pas in de herfst mag de wingerd dat laten zien. De rode kleurstof was echter niet al die tijd in het blad verborgen, bij deze plant wordt het speciaal in de herfst aangemaakt. Dat heeft wetenschappers lang verbaasd, want waarom zou een plant in dit stadium van het jaar nodeloos energie verspillen door dit te doen. Een Nieuw-Zeelandse onderzoeker die zich al tientallen jaren verdiept in de anthocyanen kwam tot de conclusie dat de aanmaak van deze stof in bladeren het gevolg is van stress die in de herfst bij het afbraakproces bij sommige bomen en struiken ontstaat.

Vaak wordt de Esdoorn geplant vanwege de schitterende herfstkleuren. De ene soort wordt vlammend rood, de andere geel en deze soort heeft alles bij elkaar. Prachtig!

30 september 2017

Vandaag is de oudste Friese eierzoekclub "Moarns Ier" opgeheven. In plaats van een 125-jarig bestaan te vieren, was dit een droeve dag voor de leden. Die gingen elk jaar op zoek naar het eerste kievitsei en dat is voortaan verboden. Friesland staat met stip op nummer 1 als het gaat om roofvogelvervolging. De Friese Milieufederatie liet eerder eens weten dat in deze provincie jaarlijks honderden roofvogels gedood worden. Met name buizerds, haviken en torenvalken. Vanmorgen hoorde ik een vraagesprek met de voorzitter van Moarns Ier, hij vertelde dat er veel teveel roofvogels zijn, dat het onzinnig is al die beesten een beschermde status te geven en dat er beheersmaatregelen moeten komen om tegen te gaan dat ook de armzalige rest van de weidevogels wordt weggevangen door de roofvogels. Die zijn volgens de voorzitter de grote oorzaak van het verdwijnen van de graslanden vol weidevogels. Laat ik nou altijd gedacht hebben dat de vos de boosdoener is! Die wordt door jagers elders in het land te vuur en te zwaard bestreden. En laat nu ook de boeren de schuld krijgen omdat die het vertikken brede kruidenrijke randen langs hun landerijen te dulden. Zou het niet zo zijn dat onze weidevogels er gebaat bij zouden zijn als niet iedereen er zijn eigen opvatting op nahield maar zich eens in het werkelijke probleem zou verdiepen? Het is namelijk de mens die door zijn ingrepen in de natuur een prachtig vogelbiotoop vernielt.

29 september 2017

Is het jullie al opgevallen? Het heerlijke gezang van de Roodborst (Erithacus rubecula)? De vogeltrek is in volle gang, al zal het hoogtepunt in de komende weken liggen. Een deel van onze roodborsten trekt weg uit ons land terwijl roodborsten uit noordelijke streken juist hier komen overwinteren. En die zingen nu uit volle borst. Een heerlijk geluid!

Bovenop de deksel van de vuilniscontainer zat een kleine groene rups. Misschien was hij op zoek naar een plekje om te verpoppen dus nam ik hem mee terug naar de tuin. Wat het was, en welke vlinder hier uit zou moeten komen, was me een raadsel. Gelukkig zijn er altijd mensen bereid om hulp te bieden en die kreeg ik ook via Waarneming.nl

Het bleek de rups te zijn van het Berkeneenstaartje (Drepana falcataria). Ik heb zelf deze nachtvlinder nooit gezien; sommige soorten zijn dagactief maar deze niet. Een vriendin had hem een keer gefotografeerd op haar buitenlamp en ik mocht hem hier plaatsen. Het is altijd leuker om dingen met elkaar te verbinden. Lampen die in het donker buiten branden, lokken veel nachtvlinders maar het is door onderzoek ook bekend geworden dat al dat nachtelijke licht het bioritme van nachtvlinders danig verstoort, maar ook hun hormonale werking waardoor hun functioneren in de war raakt. Daarom zijn lampen - waar het de natuur betreft -  met bewegingscensoren te verkiezen boven degene die voortdurend blijven branden in het donker.
Vanmorgen hoorde ik vertellen dat onderzoek nog meer aan het licht bracht. De tegenwoordig veel gebruikte groene verlichting op stukken van wegen, blijken eveneens niet goed te zijn voor insecten. We zullen er vast meer over horen of lezen.

Ik voelde wat over mijn arm kruipen en dat bleek een teek. Ik zat nota bene bij de computer. Het beest zal wel op mijn kleren zijn meegelift. Ik wilde hem even fotograferen dus moest mijn echtgenoot zijn hand even ter beschikking stellen. Het was evenwel nog een heel gedoe eer ik hem had vastgelegd want hij had haast bij het vinden van een lekker plekje waar hij zich kon vastbijten. Denk dus niet dat nu het seizoen vordert ook de teken verdwijnen. Zolang het niet vriest en zeker zolang het zo vochtig is buiten, zijn deze nare beestjes nog steeds heel actief!

28 september 2017

Af en toe haal ik een jonge Beagle van iemand op om hem mee te nemen voor een lange wandeling. Een zeer eigenwijs ras dat ook zeer dol is op spannende luchtjes. Deze honden worden niet voor niets gebruikt bij jachtpartijen. Toen ik eergisteren met hem in het bos liep ontdekte ik een eerste Vliegenzwam (Amanita muscari) en die zag er van een afstandje mooi uit. Toen ik de hond weer had teruggebracht ben ik opnieuw het bos ingelopen, nu met camera. Ik las laatst dat deze zwam sinds 1995 maar liefst 63% achteruit is gegaan als gevolg van de uitstoot van stikstof. Vooral mest uit de gegroeide veestapel speelt hierin een grote rol want paddenstoelen zijn gevoelig voor stikstof in de lucht. Het Eekhoorntjesbrood treft hetzelfde lot, dit ging achteruit met 39% en zo zijn er natuurlijk meer soorten die je minder vaak ziet.

Ik zocht ondertussen gericht naar de Rodekool- of Amethystzwam (Laccaria amethystina). Ik zag ze wel maar vond het merkwaardig dat ze zo ontzettend bleek van kleur waren. Bijna wit, en de lamellen waren ook niet zoals ik ze gewend was. Deze paddenstoel wordt vaker heel licht maar dat is dan als gevolg van verdroging. Nu is de bosbodem nat genoeg dus een verklaring kon ik niet bedenken.

Dit is de kleur zoals die "normaal" is. Vandaar ook in de naamgeving de verwijzing naar een rode kool.

Vooral de mezen trekken weer steeds meer de bewoonde wereld in. Ze zien er piekfijn uit nu ze de ruiperiode achter de rug hebben. Tot nu toe voer ik alleen mondjesmaat wat pinda's en die weten ze al heel snel te vinden. Ik probeer op deze manier vast een hechting tussen vogels en onze tuin tot stand te brengen. Als het straks echt koud wordt en voedsel in de natuur schaars, komt er meer op de voertafel.

27 september 2017

De straat ligt weer vol hazelnoten. Ze worden deels vertrapt en binnenkort wordt de rest als elk jaar weer verwijderd door de veegwagen die de straten schoon moet houden. Maar wat is dat toch jammer voor de kraaien, kauwen en roeken die er maandenlang van kunnen leven. Telkens als ik er langs komt stop ik er een stel in mijn jaszak en bewaar ze voor als zich weer hongerige gaaien aandienen, of bosmuizen die ik er een plezier mee doe. Als iedereen dat nou zou doen zou het niet zo'n verspilling worden.

Aan de appelboom in mijn volkstuin hing zegge en schrijve n appel die een enigszins acceptabel formaat had. Een stuk of tien kabouterappeltjes zitten er nu nog aan. Dit is nog nooit eerder voorgekomen. De boom hing altijd tjokvol met heerlijke Cox-appels maar de late nachtvorst heeft er dit jaar een stokje voor gestoken. Misschien wel tot vreugde van mijn echtgenoot die jaarlijks de taak heeft al die appels te schillen, waarna ik ze verwerk.

Nu wij zelf al een tijdje geen kat meer hebben komt er regelmatig een oude kater langs die een knuffel komt halen en gezellig naast me op de tuinbank gaat zitten. Maar ook is er nu weer een stel jonge katten in de buurt komen wonen. Helaas jagen die jonge dieren op alles wat beweegt en eerlijk gezegd vind ik dat niet leuk, dus jaag ik ze weg met boze geluiden. Deze kat echter trekt zich daarvan niet veel aan. Om een of andere reden is onze tuin zeer in trek bij deze dieren. Soms lijkt het wel of ze door hebben dat ik feitelijk helemaal geen kattenhater ben maar ze juist heel leuk vind.  Enfin, nadat dit kattenbeest een poosje had zitten dommelen in de zon, is hij er wat later maar blij gaan liggen en heeft uren tussen de planten liggen maffen. Tja....

26 september 2017

In dorpen en steden is al heel goed de bladverkleuring van verschillende bomen zichtbaar. In het bos is van herfst wat dit betreft nog weinig te bespeuren. Alleen is het er wel heel saai. Nog maar zelden kom je in het Twickelse bosgebied zwijnen of herten tegen. Dat ligt niet alleen aan het jachtbeleid, veronderstel ik, maar ook aan de diervijandige omgang met het bos. Wanneer er onderhoud gepleegd wordt is het kennelijk beleid om langs de paden en elders dikke takken die niet bruikbaar zijn zo breed mogelijk op te stapelen zodat wild er maar moeilijk door kan. Een ongastvrij bos wordt het zo en het verschil met de aangrenzende bosgebieden van Middachten en Natuurmonumenten laat  zien hoe groot dat is. Tegenwoordig is de wandelaar al blij als hij tenminste nog eens in de zoveel tijd een paar zwijnen ziet, of een eenzaam hert. Jammer!

De eikenbomen hebben flink vrucht gedragen dit jaar en de eikels vielen ook nog eens opmerkelijk vroeg. Een groot gedeelte daarvan is al verorberd door zwijnen en daar gaan ze zich beroerd door voelen vanwege de tannine die in eikels zit en die in de maag wordt omgezet tot gifstoffen. Er bestaat zelfs een naam voor: "eikelvergiftiging", die bij vee en honden kan optreden. Voor zwijnen zijn eikels van levensbelang, ze eten er zoveel dat ze een flinke speklaag kunnen kweken alvorens het schaarse winterseizoen zijn intrede doet en ze op die speklaag moeten teren. Mooi dat ze het instinct hebben om hun pijnlijke eikelmagen tot rust te brengen door het eten van emelten en andere bodemdieren. Hele paden zijn overal omgewoeld bij het zoeken naar dit natuurlijke "geneesmiddel". Mooi toch dat ze die instincten hebben om het onbewust zo te doen?

Beukennoten zijn er dit jaar nauwelijks maar de Boomklever (Sitta europaea) weet er toch nog wat te vinden. Hij plukt ze gewoon regelrecht uit de boom waar er blijkbaar toch een paar te vinden zijn. Boomklevers vormen de vrolijke noot in een bos, ze laten zich altijd luid en duidelijk horen.

Zomaar, midden in het bos ligt een drassige plek waar altijd water staat en volop Pitus (Juncus effusus) groeit. Het is een plek waar veel leem in de grond zit; met deze natuurlijke grondsoort worden ook wel vijvers waterdicht gemaakt. De Pitrus groeit altijd op vochtige plekken.

24 september 2017

Wonderlijk toch hoe een dag veel kleuren kan hebben. Vanochtend grijs door dichte mist, gevolgd door zonneschijn die de dag haar kleuren weer teruggaf. Nu is het begin avond en hebben de wolken weer beslag op de hemel gelegd.  Maar wat was het een heerlijke zondag, ik  heb hem gebruikt om aldoor buiten te zijn want voor je het weet kan het weer  helemaal omslaan.

En wat waren er veel vlinders vandaag! De Atalanta zag ik het meest. Mooie verse vlinders van een laatste generatie dit jaar. De bovenste is maar net ontsnapt aan een vogelsnavel en heeft een gat in de vleugel. Die heeft ze nog hard nodig om een enorme afstand af te leggen naar een overwinteringsplek in het warme zuiden. Ook hommels, zweefvliegen en allerlei bijen foerageren op de bloeiende planten.

De Dagpauwoog was er ook vandaag. Kijk eens naar de kleurverschillen van dezelfde asters op deze foto en die op de bovenste. Zon bleekt kleuren altijd erg uit maar vaak wil je ook niet wachten tot hij weg is als je iets leuks ziet en maak je toch foto's. Schaduw verdient echter altijd de voorkeur.

Op mijn volkstuin kom ik steeds deze enorme sprinkhanen tegen. Het is de Grote groene sabelsprinkhaan (Lettigonaia viridissima) en je schrikt je telkens een hoedje als hij onder je handen opeens vanonder het groen opduikt, deze soort kan wel vier centimeter groot worden. Het is een wat stille soort en daarom merk je ze meestal niet meteen op. De sprinhaan behoort tot de sabelsprinkhanen, vernoemd naar de legboor van de vrouwtjes.

23 september 2017

Het zal iedere liefhebber wel opvallen dat er maar weinig zwammen in het bos staan die niet zijn aangevreten door de kleinste bosbewoners. Soms zie je paddenstoelen die totaal zijn ontdaan van het velletje op hun hoeden. Of waarvan de lamellen zijn aangevreten, of de steel. Tijdens een lange tocht door het bos vond ik er dit keer toch nog wat en het lijkt me aardig om met wat gezwam dit herfstseizoen te beginnen, want dat is vandaag officieel gestart.

Deze had ik nog niet eerder gezien, het is de Koningsmantel (Trycholomopsis rutilans), een soort met een indrukwekkende naam. De paddenstoel is evenwel algemeen voorkomend en  behoort tot de ridderzwammen. Een forse hoed van wel 15 cm en een vezelachtige structuur waar de gele ondergrond doorheen scheen.

Er stonden nog diverse jonge exemplaren die verder moesten uitgroeien. Morgen ga ik kijken of ik er goede foto's van kan maken want ik vind dit een mooie paddenstoel.

Deze was ook leuk: Gewoon varkensoor (Otidea onotica). Ze stonden onder een vegetatie van bosbes. Je kunt je goed voorstellen dat iemand deze naam voor de zwam bedacht. Dit is ook weer een soort die sterk is afgenomen dus ik vond het wel aardig dat ik hem aantrof. De oren bevatten de gifstof gyrometrine, dus deze ook gewoon laten staan!

De Weidechampignon (Agaricus campestris) kom ik ook niet alle jaren tegen. Spierwit is hij en de hoed kan mooi uitgroeien tot breed en uitgespreid. Met deze soort gaat het niet goed als gevolg van de intensive bemesting van weilanden. Als je ze tegenwoordig al vindt, gaat het meestal slechts om enkele exemplaren.

De Grote Parasolzwam (Macrolepiota procera) is niet zo bijzonder, je vindt hem veel. En als je weet waar je ze vorig jaar zag, staan ze er dit jaar vast weer. Er stond hier een aardig aantal bij elkaar maar er was duidelijk een wildplukker langsgekomen die de meeste hoeden eraf had gesneden en braaf twee exemplaren had laten staan. Wat heb je nou toch aan een paar van die hoeden, denk ik dan, wat blijft er in de pan nou van over. Maar ja, wildplukken wordt tegenwoordig gepromoot. Hopelijk gaat die rage snel ook weer voorbij; wat in het bos staat en groeit, gun ik liever aan de dieren die er van leven moeten.

De Parelstuifzwam (Lycoperdon perlatum) is ook een attractieve paddenstoel. Vooral als hij jong is en zo maagdelijk wit. Of is dit tegenwoordig een gendervijandige beschrijving? Dan maken we er toch "mooi wit" van? Het is een stuifzwam en in zijn buik vormen zich de sporen. Zijn die rijp dan ontstaat er bovenin een opening waardoor de sporen naar buiten worden geblazen zodra er iets van gewicht op de zwam valt. Een paar regendruppels zijn al genoeg. Als je in zo'n rijpe zwam knijpt, sta je er verbaasd van hoeveel sporen er wolksgewijs uitkomen. De stekelvormige uitstulpseltjes vallen er af en dan ontstaat er een netvormig patroon op de zwam.

 

naar boven