Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016

 2016-2017
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
 2017
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  
 
2016

 

 

 

Herfst 2017

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

16 oktober 2016

Wat een merkwaardige dag was dit. Een zomerdag terwijl we al een eind in de herfst zitten. De warmste zestiende oktober ooit. De natuur raakt er van in de war. Mijn kleinzoon wilde graag op jacht naar paddenstoelen en achteraf zei hij dat hij er nog nooit zoveel gezien had sinds hij klein was en ze hier in het bos ontdekte. Inmiddels is hij 22 jaar. Thuis zag ik al vrouwtjesmezen met wapperende vleugels mannen te paaien, alsof het lente was.  Op een zonnige plek in het bos werden we verrast door een enorme hoeveelheid kapoentjes. De lieveheersbeestjes waren totaal de kluts kwijt, helemaal hyper door de warme zon en massaal vlogen ze op en rond ons. Ze waren zo actief dat je ze nauwelijks kon fotograferen. Ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien.

De bosmieren in hun nest waren ook al de kluts kwijt. Ze lagen deels dicht bij elkaar te zonnen, andere waren druk met het verplaatsen van poppen. Waarom ze dit laatste deden begreep ik eigenlijk niet. Maar de hele kolonie was zeer actief en dat was heel ongewoon.

Een rups van de Kleine wintervlinder was op pad, op zoek naar een plekje om te verpoppen. Als ik deze foto's zie, kom ik tot de conclusie dat mijn camera door al dat gehannes en gedraai aan knoppen ook weer nodig tot normale proporties moet worden teruggezet. Dat wordt weer een hoop gepruts.

Bij het experimenteren met allerlei camerainstellingen bleek wel heel duidelijk dat mijn kleinzoon me stevig de baas was. Je wordt jaloers als je ziet hoe die jonge mensen veel sneller de techniek onder de knie krijgen dat de ouderen.

Een oude Amethystzwam bleek een fotogenieke zwam te zijn geworden. Dit is de onderkant, je kunt dat nog net aan de lamellen zien.

De bovenkant mocht er ook wezen. Je zou hem bijna niet meer herkennen als Rodekoolzwam zoals hij ook wel genoemd wordt.

15 oktober 2016

Toen ik vanmorgen wakker werd en mijn ogen open deed zag ik meteen hoe fraai een grote beukenboom er uitzag. Alsof het blad van goud was, dankzij de opkomende zon. Slapen bij dichte gordijnen vind ik vreselijk en gelukkig vindt mijn echtvriend dat geen probleem. Ik wil de zon zien schijnen, de regen zien vallen, de vogels op de takken bekijken, dat is voor mij fijn ontwaken.

Het is zo grappig om te zien hoe de waterbakken in de tuin weer een rol gaan spelen als het een paar dagen droog is. Dan komen de vogels meteen weer langs. Deze cementbak staat mooi verscholen tussen de planten en daar voelen de vogels zich veilig en onbespied. Zowaar vanmorgen weer eens een merel in de tuin, een mooie jonge en gezonde vogel. Daar was ik blij mee want we zien ze nog maar heel weinig.

Ook de Roodborst kwam weer langs om even een bad te nemen. Ik heb de bak strategist neergezet zodat ik de vogels vanuit huis kan zien. Water is onmisbaar in een natuurvriendelijke tuin. Het hoeft echt geen vijver te zijn, hier en daar een ondiepe schaal is al prima. Met behulp van grote plantenbladeren en een zakje cement kun je zelf ook aardige bakken maken. Op het internet staan genoeg voorbeelden hoe je dat moet doen, zoek op "drinkbak  maken".

Ik liep me toevallig een dag of wat geleden in het bos te realiseren dat ik dit najaar geen rupsen had gezien van de Meriansborstel. In deze tijd van het jaar zijn die op zoek naar een plek om te verpoppen. Ook de achtergebleven  vervellingen vond ik niet deze herfst, terwijl ik die in het bos vaak heb gevonden. Misschien ging het niet zo goed met de vlinders dit keer. Maar in de eigen tuin zag ik vandaag waarempel een rups kruipen. Ze zijn zo mooi, met dat felle geel en die leuke kwastjes.

De laatste dagen heb ik me niet de tijd gegund om op pad te gaan. Tuin en volkstuin hebben even voorrang en vragen momenteel veel aandacht. Vooral de eigen tuin, waar ik veel aan het veranderen ben om er straks in het nieuwe voorjaar weer volop van te kunnen genieten. De camera ligt altijd dichtbij en zo kon ik deze vlucht ganzen, hoog in de blauwe lucht, fotograferen. De eerste ganzenvlucht van deze herfst, vreemd om te zien op zo'n zomerse dag, maar wel passend in het seizoen.

12 oktober 2016

Wat doet die Koolmees daar? Hij of zij zal toch niet het gevoel hebben dat het lente is? Ik zie de meesjes wel druk achter elkaar aan jagen, echt territoriumgedrag is het. De kans is groot dat deze vogel de nestkast inspecteert op de aanwezigheid van spinnetjes en dergelijke.

Het viel me opeens op dat de mees zulke lange tenen had. Ze voeten lijken wel heel erg groot, meer formaat specht of boomklever.....

Voor de pindakaaspot die ik had opgehangen om de vogels een beetje naar de tuin te lokken, is veel belangstelling. Zo'n kauw hoeft maar eenmaal een mus of mees te zien die er wat te eten vindt en hij gaat er op af. Met zijn dikke snavel haalt hij grote happen uit de pindakaas. Maar ook de eksters doen dit. De pot met het lekkers is op deze manier wel heel snel leeg. Ik heb echter nu een paar pottenhouders op de kop getikt met een kooitje er omheen zodat alleen kleine vogels nog bij de pindakaas kunnen komen. Maar ja, op die manier houd ik ook de Specht weg. Dilemma dus.

In een grote plantenschotel op de tuintafel heb ik ook maar een handjevol zaden gestrooid om een begin te maken met het vogelfeest. Meteen kwam deze Roodborst daar op af. Er wordt altijd aangenomen dat er genoeg voedsel in de natuur te vinden is in deze tijd van het jaar. En dat zal best zo zijn maar het is toch merkwaardig dat je bijvoorbeeld de meesjes nu al langs de sponningen van de ramen ziet zoeken naar iets eetbaars, en in allerlei hoekjes en gaatjes. Insecten zijn er tegenwoordig veel minder dan voorheen, zou dat een oorzaak zijn?

Met deze zachte dagen is een waterbad altijd verleidelijk. Of het nu zomer of winter is, droog of nat, vogels willen altijd wel even in bad. Kijk deze pimpel nou toch eens, je zou toch zo even een lekkere zachte warme handdoek om hem heen willen slaan.....!   Kleddernat is hij.

10 oktober 2017

Met al die regen is het niet erg uitnodigend om naar buiten te gaan. En onderhand is er nogal niet wat gevallen! Maar soms komt er dan toch onverwachts iets leuks voorbij. Tussen de buien door liep ik gisteren naar het winkelcentrum en kwam langs een Kardinaalsmuts (Celastaceae) die mooi rood verkleurde en waarbij het contrast met de vruchtjes zeer aansprekend was. Dus plukte ik er wat van de zaden uit om te proberen of ik die aan de praat zou kunnen krijgen. Toen zag ik een oorworm waarvan alleen het achterste deel nog uit de vrucht stak. Dat vond ik zo'n grappig gezicht dat ik op de terugweg dit takje afplukte en mee naar huis nam voor een foto. Maar thuis kroop de oorworm helaas naar buiten om te zien wat er aan de hand was. Toen zette ik hem maar buiten neer in de regen en daar bleef hij de hele middag zitten, vol druppels.

Vanmorgen bleek de oorworm verder te zijn gegaan waar hij gisteren was opgehouden: hij was weer druk aan het knabbelen van de zaden binnen in de vrucht, want daarom ging het natuurlijk. Wanneer de vruchten rijp zijn springen de kleppen open en komen de oranje zaden naar buiten. Die worden door de vogels graag gegeten waarna de vruchtjes lang aan de boom blijven zitten. Leuke struik voor in de tuin dus. Toevallig stond er een paarse bloempot op de tuintafel en die gebruikte ik als achtergrond.

8 oktober 2017

Het is bijna donker maar tegen de lichte avondlucht zie ik nog net hoe de vleermuizen laag rondom het huis vliegen. Eerder zag ik al dat er veel mugjes in groepen dansen, daar jagen ze op. Ik had niet veel tijd vandaag, toch snel nog even een rondje bos gedaan. Ik hoorde hoe de Zwarte specht in de verte zijn melancholieke roep liet horen en bij het passeren van een afwateringsgat zoals die hier overal langs de paden liggen, vloog een Groene specht op. Ik fantaseerde hoe geweldig het zou zijn geweest als hij mij niet eerder gezien had dan ik hem en een mooie foto had kunnen maken. Maar helaas, dat mocht niet zo zijn. Weer thuis zag ik hoe de Koolmees in de boom een pinda zat op te peuzelen. Nu het blad weer overdadig valt, zijn de vogels weer goed te zien. Dat is het enige leuke aan deze tijd van afbouw en verval. Nog iets waar we ons op kunnen verheugen in de komende periode.

In de zijkant van weer een ander watergat zag ik een holletje van een dier dat een enorme hoeveelheid zand naar buiten gewerkt had. O wat zou ik graag weten wie de bewoner is! Goed is op zo'n plek te zien hoe zanderig de Veluwezoom is. Het is bijna nog een wonder dat hier zoveel bomen groeien.

Op de Lange Juffer, een geasfalteerd pad dat door het bos loopt, lagen forse hopen houtsnippers. Wat zou het heerlijk zijn als al het achtergebleven kaphout in de Hof te Dieren tot snippers verwerkt zou worden. Dat spul moet toch heel goed verkoopbaar zijn en het bos zou er enorm van opknappen.

Onderweg kwam ik een Roodpootwants (Pentatoma rufipes) tegen die ik even met takje en al heb vastgehouden om hem te fotograferen.  Al met al was het voor de rest een weinig inspirerende boswandeling dit keer.

6 oktober 2017

Het is uitzonderlijk nat de laatste weken en met de paddenstoelen gaat het heel goed nu. Ik ben bijna dagelijks in het bos en wandel in telkens een ander gedeelte om te zien wat er overal groeit. Sommige soorten zijn er niet of nauwelijks, andere overvloedig. Zoals de opvallende Porseleinzwam. Opvallend vanwege de kleur die meteen in het oog valt. Het bos staat er werkelijk vol mee. Ze zijn prachtig als ze vers zijn, met hun glanzende witte hoeden.

Deze viel me op omdat de zon er precies op scheen en het vlammend oranje je niet kon ontgaan: de Grote oranje bekerzwam (Auleuria aurantia). Er stond maar een enkel exemplaar, goed verscholen tussen bosbesstruikjes en grassen. De bekerzwam bevat een stof die andere schimmels in hun ontwikkeling remt en de bekerzwam daarvan kan profiteren.

In een donker stukje bos vond ik het Gewoon elfenschermpje. Dit roze paddenstoeltje had ik, hoewel het een algemene soort heet te zijn, toch al jaren niet meer gezien. Zwammen met een aardig kleurtje vind ik toch wel het leukste.

Deze inktzwammen vielen me op doordat er kleine vliegjes op vlogen. Toen ik ze nader bekeek zag ik dat die vermoedelijk afkwamen op de druppels die op de zwammen lagen. Paddenstoelen kunnen soms zoveel vocht opnemen dat ze gaan "zweten". Dat wordt "guttatie" genoemd. De druppels die verschillende kleuren kunnen hebben (afhankelijk van de zwamsoort) kunnen zowel bovenop de hoed liggen als er onder hangen.

Echt overal in mijn bosgebied zag ik alleen maar zeer bleke exemplaren van de Amethystzwam. Tot ik ergens kwam waar het bos al oud en bejaard was. En daar zag ik op een plek een heleboel Amethystzwammetjes zoals ze horen te zijn: prachtig violetpaars. En wat zijn ze dan toch mooi! De enige verklaring die ik kan bedenken is dat de grondsoort hun kleur bepaalt. Maar waarom al die bleke staan waar die in andere jaren paars waren, is me een raadsel....

5 oktober 2017

Dat bomen van dezelfde soort niet alle op hetzelfde moment kaal worden in de herfst bewijst de Valse christusdoorn (Gleditsia triacantos) wel. In onze buurt staat er een hele straat mee gestoffeerd en een aantal van de bomen is al volkomen kaal terwijl andere nog groen zijn. Dit jaar zijn er van al die bomen weinige die peulen dragen. Het hangt er maar net vanaf op welke manier bomen vermenigvuldigd zijn, hoe ze zich gedragen

De Berk voor ons huis is al finaal kaal, net als de krentenboom in de achtertuin en dat is heel erg vroeg. In het bos begint de herfst zich nu ook te openbaren. De Amerikaanse eiken verkleuren al flink en de bodem ligt al vol afgevallen blad.

In groot contrast daarmee is de nog altijd bloeiende Springbalsemien die aan de buitenkant van het bos nog overal bloeit. Sinds kort toegevoegd aan de lijst "ongewenste exoten". Zou er ook maar iemand zijn die om die reden deze planten uit de grond trekt? Ik kan het me niet voorstellen.

Altijd wanneer ik dit soort wroetplekken zie, verbaas ik me erover hoe sterk de snuiten van de zwijnen wel niet moeten zijn. De stenen zitten vast in de grond maar de zwijnen denken dat daaronder wel lekkere emelten te vinden zijn. De stenen in dit gebied vormen het bewijs dat we hier lang geleden te maken hadden met een ijstijd. De gletsjers schoven over ons land en kwamen hier tot stilstand. De plekken waar de meegesleurde stenen zijn blijven liggen, noemt men puinwaaiers.

Over een zandpad zag ik nog een Stinkende kortschildkever rennen. Als je maar even in zijn buurt komt, gaat meteen het achterlijf waarschuwend omhoog. Het is moeilijk ze duidelijk te fotograferen want ze vertikken het om stil te blijven staan. Grappig beestje. Tegenwoordig gaat hij door het leven als Staphylinus olens.

3 oktober 2017

Het Grasklokje (Campanula rotundifolia) is een soort die het tot ver in de herfst volhoudt te bloeien. Wat natuurlijk heerlijk is want blauw is een opwekkende kleur in de natuur. Lang stond de plant op de lijst van beschermde soorten maar met ingang van dit jaar was dat niet langer zo. Er zijn drie wilde bijensoorten die van deze plant afhankelijk zijn. Het Grasklokje verdraagt niet het maaien op verkeerde tijdstippen. Het zou op z'n vroegst pas in september moeten gebeuren maar aangezien zoveel gemeenten tegenwoordig het maaien aan een loonbedrijf overlaten, wordt daar niet op gelet helaas.

De Karmozijnbes (Phytolacca acinosa) draagt nu vruchten, ze lijken wel te glanzen van plezier.
De wortels onder de grond worden steeds dikker en  jaarlijks brengen ze nieuwe planten voort. De wortels zijn giftig. De zaden in de bessen zijn ook giftig maar de vogels zijn er dol op en kunnen ze probleemloos eten. Ze verspreiden de planten doordatdat ze her en der de pitten onverteerd uitpoepen. Op die manier komen ze in tuinen terecht waar mensen soms geen idee hebben wat dit nou weer voor planten zijn.

De Vuurdoorn zit vol bessen maar veel belangstelling is er niet voor. Gedragsbioloog Frans van der Helm schreef in de weekendkrant van NRC een weemoedig stukje over de merels: "geen ge-tsjienk, geen geritsel en geen binnensmonds geprevel dat je alleen van heel dichtbij hoort. Mijn Twentse dorp is al een maand verstoken van merels, ik mis mijn tuingenoten". Hij ervaart de afwezigheid van merelgeluiden als een beklemmende stilte. Ik begrijp dat goed, zo vergaat het mij ook. Je bent zo gewend aan merels om je heen, al dan niet ruzind met elkaar of alarm slaand vanwege al dan niet vermeende vijanden, dat het een vreemde ervaring is dat ze er niet of nauwelijks zijn.

1 oktober 2017

Nu we begonnen zijn aan het laatste kwartaal van dit jaar is een focus op het verkleuren van het blad zeer de moeite waard. Een blad wordt afgedankt nadat de boom het nu overbodige bladgroen (bladgroenkorrels, chlorofyl)  in stam en takken heeft teruggetrokken. Pas nu worden de oorspronkelijke kleuren zichtbaar. Wat jammer eigenlijk dat je daar maar zo kort van kunt genieten....

Eikenblad, net een wegenkaart. Alleen bij gele en oranje bladeren krijgen we in de herfst de "echte kleuren" te zien.

De Wilde wingerd is een van de planten die veel anthocyaan in haar bladeren heeft. Pas in de herfst mag de wingerd dat laten zien. De rode kleurstof was echter niet al die tijd in het blad verborgen, bij deze plant wordt het speciaal in de herfst aangemaakt. Dat heeft wetenschappers lang verbaasd, want waarom zou een plant in dit stadium van het jaar nodeloos energie verspillen door dit te doen. Een Nieuw-Zeelandse onderzoeker die zich al tientallen jaren verdiept in de anthocyanen kwam tot de conclusie dat de aanmaak van deze stof in bladeren het gevolg is van stress die in de herfst bij het afbraakproces bij sommige bomen en struiken ontstaat.

Vaak wordt de Esdoorn geplant vanwege de schitterende herfstkleuren. De ene soort wordt vlammend rood, de andere geel en deze soort heeft alles bij elkaar. Prachtig!

30 september 2017

Vandaag is de oudste Friese eierzoekclub "Moarns Ier" opgeheven. In plaats van een 125-jarig bestaan te vieren, was dit een droeve dag voor de leden. Die gingen elk jaar op zoek naar het eerste kievitsei en dat is voortaan verboden. Friesland staat met stip op nummer 1 als het gaat om roofvogelvervolging. De Friese Milieufederatie liet eerder eens weten dat in deze provincie jaarlijks honderden roofvogels gedood worden. Met name buizerds, haviken en torenvalken. Vanmorgen hoorde ik een vraagesprek met de voorzitter van Moarns Ier, hij vertelde dat er veel teveel roofvogels zijn, dat het onzinnig is al die beesten een beschermde status te geven en dat er beheersmaatregelen moeten komen om tegen te gaan dat ook de armzalige rest van de weidevogels wordt weggevangen door de roofvogels. Die zijn volgens de voorzitter de grote oorzaak van het verdwijnen van de graslanden vol weidevogels. Laat ik nou altijd gedacht hebben dat de vos de boosdoener is! Die wordt door jagers elders in het land te vuur en te zwaard bestreden. En laat nu ook de boeren de schuld krijgen omdat die het vertikken brede kruidenrijke randen langs hun landerijen te dulden. Zou het niet zo zijn dat onze weidevogels er gebaat bij zouden zijn als niet iedereen er zijn eigen opvatting op nahield maar zich eens in het werkelijke probleem zou verdiepen? Het is namelijk de mens die door zijn ingrepen in de natuur een prachtig vogelbiotoop vernielt.

29 september 2017

Is het jullie al opgevallen? Het heerlijke gezang van de Roodborst (Erithacus rubecula)? De vogeltrek is in volle gang, al zal het hoogtepunt in de komende weken liggen. Een deel van onze roodborsten trekt weg uit ons land terwijl roodborsten uit noordelijke streken juist hier komen overwinteren. En die zingen nu uit volle borst. Een heerlijk geluid!

Bovenop de deksel van de vuilniscontainer zat een kleine groene rups. Misschien was hij op zoek naar een plekje om te verpoppen dus nam ik hem mee terug naar de tuin. Wat het was, en welke vlinder hier uit zou moeten komen, was me een raadsel. Gelukkig zijn er altijd mensen bereid om hulp te bieden en die kreeg ik ook via Waarneming.nl

Het bleek de rups te zijn van het Berkeneenstaartje (Drepana falcataria). Ik heb zelf deze nachtvlinder nooit gezien; sommige soorten zijn dagactief maar deze niet. Een vriendin had hem een keer gefotografeerd op haar buitenlamp en ik mocht hem hier plaatsen. Het is altijd leuker om dingen met elkaar te verbinden. Lampen die in het donker buiten branden, lokken veel nachtvlinders maar het is door onderzoek ook bekend geworden dat al dat nachtelijke licht het bioritme van nachtvlinders danig verstoort, maar ook hun hormonale werking waardoor hun functioneren in de war raakt. Daarom zijn lampen - waar het de natuur betreft -  met bewegingscensoren te verkiezen boven degene die voortdurend blijven branden in het donker.
Vanmorgen hoorde ik vertellen dat onderzoek nog meer aan het licht bracht. De tegenwoordig veel gebruikte groene verlichting op stukken van wegen, blijken eveneens niet goed te zijn voor insecten. We zullen er vast meer over horen of lezen.

Ik voelde wat over mijn arm kruipen en dat bleek een teek. Ik zat nota bene bij de computer. Het beest zal wel op mijn kleren zijn meegelift. Ik wilde hem even fotograferen dus moest mijn echtgenoot zijn hand even ter beschikking stellen. Het was evenwel nog een heel gedoe eer ik hem had vastgelegd want hij had haast bij het vinden van een lekker plekje waar hij zich kon vastbijten. Denk dus niet dat nu het seizoen vordert ook de teken verdwijnen. Zolang het niet vriest en zeker zolang het zo vochtig is buiten, zijn deze nare beestjes nog steeds heel actief!

28 september 2017

Af en toe haal ik een jonge Beagle van iemand op om hem mee te nemen voor een lange wandeling. Een zeer eigenwijs ras dat ook zeer dol is op spannende luchtjes. Deze honden worden niet voor niets gebruikt bij jachtpartijen. Toen ik eergisteren met hem in het bos liep ontdekte ik een eerste Vliegenzwam (Amanita muscari) en die zag er van een afstandje mooi uit. Toen ik de hond weer had teruggebracht ben ik opnieuw het bos ingelopen, nu met camera. Ik las laatst dat deze zwam sinds 1995 maar liefst 63% achteruit is gegaan als gevolg van de uitstoot van stikstof. Vooral mest uit de gegroeide veestapel speelt hierin een grote rol want paddenstoelen zijn gevoelig voor stikstof in de lucht. Het Eekhoorntjesbrood treft hetzelfde lot, dit ging achteruit met 39% en zo zijn er natuurlijk meer soorten die je minder vaak ziet.

Ik zocht ondertussen gericht naar de Rodekool- of Amethystzwam (Laccaria amethystina). Ik zag ze wel maar vond het merkwaardig dat ze zo ontzettend bleek van kleur waren. Bijna wit, en de lamellen waren ook niet zoals ik ze gewend was. Deze paddenstoel wordt vaker heel licht maar dat is dan als gevolg van verdroging. Nu is de bosbodem nat genoeg dus een verklaring kon ik niet bedenken.

Dit is de kleur zoals die "normaal" is. Vandaar ook in de naamgeving de verwijzing naar een rode kool.

Vooral de mezen trekken weer steeds meer de bewoonde wereld in. Ze zien er piekfijn uit nu ze de ruiperiode achter de rug hebben. Tot nu toe voer ik alleen mondjesmaat wat pinda's en die weten ze al heel snel te vinden. Ik probeer op deze manier vast een hechting tussen vogels en onze tuin tot stand te brengen. Als het straks echt koud wordt en voedsel in de natuur schaars, komt er meer op de voertafel.

27 september 2017

De straat ligt weer vol hazelnoten. Ze worden deels vertrapt en binnenkort wordt de rest als elk jaar weer verwijderd door de veegwagen die de straten schoon moet houden. Maar wat is dat toch jammer voor de kraaien, kauwen en roeken die er maandenlang van kunnen leven. Telkens als ik er langs komt stop ik er een stel in mijn jaszak en bewaar ze voor als zich weer hongerige gaaien aandienen, of bosmuizen die ik er een plezier mee doe. Als iedereen dat nou zou doen zou het niet zo'n verspilling worden.

Aan de appelboom in mijn volkstuin hing zegge en schrijve n appel die een enigszins acceptabel formaat had. Een stuk of tien kabouterappeltjes zitten er nu nog aan. Dit is nog nooit eerder voorgekomen. De boom hing altijd tjokvol met heerlijke Cox-appels maar de late nachtvorst heeft er dit jaar een stokje voor gestoken. Misschien wel tot vreugde van mijn echtgenoot die jaarlijks de taak heeft al die appels te schillen, waarna ik ze verwerk.

Nu wij zelf al een tijdje geen kat meer hebben komt er regelmatig een oude kater langs die een knuffel komt halen en gezellig naast me op de tuinbank gaat zitten. Maar ook is er nu weer een stel jonge katten in de buurt komen wonen. Helaas jagen die jonge dieren op alles wat beweegt en eerlijk gezegd vind ik dat niet leuk, dus jaag ik ze weg met boze geluiden. Deze kat echter trekt zich daarvan niet veel aan. Om een of andere reden is onze tuin zeer in trek bij deze dieren. Soms lijkt het wel of ze door hebben dat ik feitelijk helemaal geen kattenhater ben maar ze juist heel leuk vind.  Enfin, nadat dit kattenbeest een poosje had zitten dommelen in de zon, is hij er wat later maar blij gaan liggen en heeft uren tussen de planten liggen maffen. Tja....

26 september 2017

In dorpen en steden is al heel goed de bladverkleuring van verschillende bomen zichtbaar. In het bos is van herfst wat dit betreft nog weinig te bespeuren. Alleen is het er wel heel saai. Nog maar zelden kom je in het Twickelse bosgebied zwijnen of herten tegen. Dat ligt niet alleen aan het jachtbeleid, veronderstel ik, maar ook aan de diervijandige omgang met het bos. Wanneer er onderhoud gepleegd wordt is het kennelijk beleid om langs de paden en elders dikke takken die niet bruikbaar zijn zo breed mogelijk op te stapelen zodat wild er maar moeilijk door kan. Een ongastvrij bos wordt het zo en het verschil met de aangrenzende bosgebieden van Middachten en Natuurmonumenten laat  zien hoe groot dat is. Tegenwoordig is de wandelaar al blij als hij tenminste nog eens in de zoveel tijd een paar zwijnen ziet, of een eenzaam hert. Jammer!

De eikenbomen hebben flink vrucht gedragen dit jaar en de eikels vielen ook nog eens opmerkelijk vroeg. Een groot gedeelte daarvan is al verorberd door zwijnen en daar gaan ze zich beroerd door voelen vanwege de tannine die in eikels zit en die in de maag wordt omgezet tot gifstoffen. Er bestaat zelfs een naam voor: "eikelvergiftiging", die bij vee en honden kan optreden. Voor zwijnen zijn eikels van levensbelang, ze eten er zoveel dat ze een flinke speklaag kunnen kweken alvorens het schaarse winterseizoen zijn intrede doet en ze op die speklaag moeten teren. Mooi dat ze het instinct hebben om hun pijnlijke eikelmagen tot rust te brengen door het eten van emelten en andere bodemdieren. Hele paden zijn overal omgewoeld bij het zoeken naar dit natuurlijke "geneesmiddel". Mooi toch dat ze die instincten hebben om het onbewust zo te doen?

Beukennoten zijn er dit jaar nauwelijks maar de Boomklever (Sitta europaea) weet er toch nog wat te vinden. Hij plukt ze gewoon regelrecht uit de boom waar er blijkbaar toch een paar te vinden zijn. Boomklevers vormen de vrolijke noot in een bos, ze laten zich altijd luid en duidelijk horen.

Zomaar, midden in het bos ligt een drassige plek waar altijd water staat en volop Pitus (Juncus effusus) groeit. Het is een plek waar veel leem in de grond zit; met deze natuurlijke grondsoort worden ook wel vijvers waterdicht gemaakt. De Pitrus groeit altijd op vochtige plekken.

24 september 2017

Wonderlijk toch hoe een dag veel kleuren kan hebben. Vanochtend grijs door dichte mist, gevolgd door zonneschijn die de dag haar kleuren weer teruggaf. Nu is het begin avond en hebben de wolken weer beslag op de hemel gelegd.  Maar wat was het een heerlijke zondag, ik  heb hem gebruikt om aldoor buiten te zijn want voor je het weet kan het weer  helemaal omslaan.

En wat waren er veel vlinders vandaag! De Atalanta zag ik het meest. Mooie verse vlinders van een laatste generatie dit jaar. De bovenste is maar net ontsnapt aan een vogelsnavel en heeft een gat in de vleugel. Die heeft ze nog hard nodig om een enorme afstand af te leggen naar een overwinteringsplek in het warme zuiden. Ook hommels, zweefvliegen en allerlei bijen foerageren op de bloeiende planten.

De Dagpauwoog was er ook vandaag. Kijk eens naar de kleurverschillen van dezelfde asters op deze foto en die op de bovenste. Zon bleekt kleuren altijd erg uit maar vaak wil je ook niet wachten tot hij weg is als je iets leuks ziet en maak je toch foto's. Schaduw verdient echter altijd de voorkeur.

Op mijn volkstuin kom ik steeds deze enorme sprinkhanen tegen. Het is de Grote groene sabelsprinkhaan (Lettigonaia viridissima) en je schrikt je telkens een hoedje als hij onder je handen opeens vanonder het groen opduikt, deze soort kan wel vier centimeter groot worden. Het is een wat stille soort en daarom merk je ze meestal niet meteen op. De sprinhaan behoort tot de sabelsprinkhanen, vernoemd naar de legboor van de vrouwtjes.

23 september 2017

Het zal iedere liefhebber wel opvallen dat er maar weinig zwammen in het bos staan die niet zijn aangevreten door de kleinste bosbewoners. Soms zie je paddenstoelen die totaal zijn ontdaan van het velletje op hun hoeden. Of waarvan de lamellen zijn aangevreten, of de steel. Tijdens een lange tocht door het bos vond ik er dit keer toch nog wat en het lijkt me aardig om met wat gezwam dit herfstseizoen te beginnen, want dat is vandaag officieel gestart.

Deze had ik nog niet eerder gezien, het is de Koningsmantel (Trycholomopsis rutilans), een soort met een indrukwekkende naam. De paddenstoel is evenwel algemeen voorkomend en  behoort tot de ridderzwammen. Een forse hoed van wel 15 cm en een vezelachtige structuur waar de gele ondergrond doorheen scheen.

Er stonden nog diverse jonge exemplaren die verder moesten uitgroeien. Morgen ga ik kijken of ik er goede foto's van kan maken want ik vind dit een mooie paddenstoel.

Deze was ook leuk: Gewoon varkensoor (Otidea onotica). Ze stonden onder een vegetatie van bosbes. Je kunt je goed voorstellen dat iemand deze naam voor de zwam bedacht. Dit is ook weer een soort die sterk is afgenomen dus ik vond het wel aardig dat ik hem aantrof. De oren bevatten de gifstof gyrometrine, dus deze ook gewoon laten staan!

De Weidechampignon (Agaricus campestris) kom ik ook niet alle jaren tegen. Spierwit is hij en de hoed kan mooi uitgroeien tot breed en uitgespreid. Met deze soort gaat het niet goed als gevolg van de intensive bemesting van weilanden. Als je ze tegenwoordig al vindt, gaat het meestal slechts om enkele exemplaren.

De Grote Parasolzwam (Macrolepiota procera) is niet zo bijzonder, je vindt hem veel. En als je weet waar je ze vorig jaar zag, staan ze er dit jaar vast weer. Er stond hier een aardig aantal bij elkaar maar er was duidelijk een wildplukker langsgekomen die de meeste hoeden eraf had gesneden en braaf twee exemplaren had laten staan. Wat heb je nou toch aan een paar van die hoeden, denk ik dan, wat blijft er in de pan nou van over. Maar ja, wildplukken wordt tegenwoordig gepromoot. Hopelijk gaat die rage snel ook weer voorbij; wat in het bos staat en groeit, gun ik liever aan de dieren die er van leven moeten.

De Parelstuifzwam (Lycoperdon perlatum) is ook een attractieve paddenstoel. Vooral als hij jong is en zo maagdelijk wit. Of is dit tegenwoordig een gendervijandige beschrijving? Dan maken we er toch "mooi wit" van? Het is een stuifzwam en in zijn buik vormen zich de sporen. Zijn die rijp dan ontstaat er bovenin een opening waardoor de sporen naar buiten worden geblazen zodra er iets van gewicht op de zwam valt. Een paar regendruppels zijn al genoeg. Als je in zo'n rijpe zwam knijpt, sta je er verbaasd van hoeveel sporen er wolksgewijs uitkomen. De stekelvormige uitstulpseltjes vallen er af en dan ontstaat er een netvormig patroon op de zwam.

 

naar boven