Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 
2014/2015
 2015/2016
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015

 2016
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
 
2015  

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

 

Herfst 2016 (naar winter)

 

 

20 december 2016

Het is helaas nogal stil in dit dagboek; het winterse verkoudheidvirus heeft me in z'n greep en weerhoudt me ervan "de hort op te gaan". Alhoewel...., er valt momenteel bar weinig te vinden in de natuur dat de moeite waard is. Of je er de ene dag komt of de andere, het is een status quo.  Vanmorgen even in de tuin geneusd, dat bevroren grasveld vind ik altijd mooi om te zien. Niet op lopen, leerde ik vroeger thuis, dan breken de halmen.

Tussen de planten stond dit zwammetje nog fier overeind. Wel met een mutsje van rijp. Het is dit herfstseizoen aldoor op en af met de temperatuur, en ook met grote verschillen. Wat zou dat toch doen met de natuur? De tijd zal het leren.

Het blad van Epimedium heeft nog wat kleurschakeringen. Het is mooi van vorm en je kunt het fijn gebruiken tussen een bosje bloemen. Na de winter moet alle blad worden afgeknipt om de bloemen zichtbaar te maken, en met de zachtgele bloemen verschijnt het nieuwe blad dat heel teer groen is. Vanaf morgen gaat het dagbloek verder in het seizoensdeel Winter. Weer wat diichterbij richting lente........!  Ik kan niet wachten.

16 december 2016

Bij elke rivier, sloot of plas zie je eenden en altijd trekken die samen op.  Van de wilde eenden hebben de mannen een schitterende groene kop, de vrouwen zijn bescheiden bruin van kleur maar zij hoeven ook niet van die opvallende pronkveren te hebben om het andere geslacht te imponeren. Ze hebben er in de paarttijd zelfs een hele klus aan om die bronstige kerels van het lijf te houden. Verkrachtingen komen dan ook veel voor en sommige eendenvrouwtjes verdrinken zelfs door de aanhoudende eendenmannen die allemaal met haar willen paren.

Een aparte categorie vormt de groep parkeenden, stadseenden of soepeenden. Allemaal namen voor dezelfde groep. Het betreft de nakomelingen van de gekweekte, gehouden eenden die ontstsnapten of losgelaten werden door de eigenaar die genoeg van ze had. Liefde maakt blind, zegt men wel eens en dat is zeker bij eenden het geval. Tam en wild paart met elkaar en zo ontstaan na een paar kruiisingen eenden van allerlei pluimage, zou je kunnen zeggen. Op dit eendje verkeek ik me bij een eerste aanblik. Door de mooie zwart-witte veren gaf het even de indruk een Brilduiker te zijn.

Maar toen de eend zich na de poetsbeurt had omgekeerd was het wel duidelijk dat de vogel een "rasechte soepeend"  was.

Deze eend is wel een alleraardigst voorbeeld van hoe genen zich kunnen vermengen en de oorspronkelijke kenmerken van het verenkleed geheel verloren gaan. Ik vind het wel een heel vrolijke watervogel geworden.

13 december 2016

Loodgrijze luchten, natuur in diepe rust, het zijn geen momenten om buiten veel inspriratie te vinden. Daarom was het des te leuker een bloempot in de tuin aan te treffen waarin bloeiende bolletjes bleken te staan. Het is Ipheon uniflorum "Charlotte Bishop", ofwel heel onelegant: oude wijfjes. Waarom deze merkwaardige bijnaam, ik weet het niet. Het is niet de tijd voor de bolletjes om in bloei te gaan, die valt pas rondom mei, maar de natuur lijkt dit jaar in niets meer de normale verwachtingen te volgen.

De Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) doet haar best om nog wat leven in de grijze brouwerij te brengen. He, heerlijk toch nog wat kleur! Je kunt gewoon niet zonder dit soort opkikkers. Voor deze struik is de bloei wl als verwacht.

In ieder zaadje van gisteren slaapt een bloem voor morgen!

10 december 2016

Op de stammen van de beukenbomen in het bos zijn volop vlindertjes te zien. Ze zijn veroordeeld om in deze tijd van het jaar rond te vliegen en een partner te zoeken want er moet gewerkt worden aan de voortplanting. Wat het nut in de natuur is van deze wintervlinders is voor mij een raadsel, ze zijn onaanzienlijk, vliegen gedurende het nachtelijk duister en hun rupsen vreten het boomblad op. Ze leven op eik en beuk en nog wat andere soorten.

De Kleine wintervlinder (Operopthera brumata) vliegt vanaf oktober tot ongeveer nu. De vrouwtjes kunnen niet vliegen, ze kregen geen vleugels en zitten te wachten op de takken van waardbomen terwijl ze de mannetjes lokken door het uitzenden van feromonen of wel geslachtshormonen. De mannetjes worden door deze geurstof onweerstaanbaar aangetrokken.

Op dit moment lijkt het afgelopen met de pret want ik zie op een enkele uitzondering na, overal dode vlindertjes aan de stammen hangen. De eitjes worden door de vrouwtjes op de takken achtergelaten en in het voorjaar komen daar kleine groene rupsen uit en dan is het voor de vogels feest. Deze rupsen vormen het hoofdvoer waarmee de jonge vogeltjes worden grootgebracht. Zolang het niet heel hard vriest blijven de vlinders in leven doordat ze een hoog suikergehalte in hun lijfjes hebben dat werkt als een soort antivries.

De Grote wintervlinder (Erannis defoliaria) is de andere van de twee soorten wintervlinder die ietsje langer doorvliegt dan zijn kleine familielid. De beide, zeer algemene soorten komen snel af op licht. Helaas is dat een van de oorzaken waardoor ze in aantal behoorlijk achteruit gaan. Er zijn sowieso al veel lichtbronnen maar ook steeds vaker worden donkere tuinen verlicht door lampen om de veiligheid te vergroten. Kijk maar eens 's avonds bij de lampen op voor- en achterkant van je huis. Door al dat licht raken de vlinders gedesorienteerd en hun levenscyclus raakt van slag.

8 december 2016

Op zonsondergangen ben ik dol, net als op zonsopkomsten. Helaas zie ik de laatste nauwelijks nog want je moet onderweg zijn op die tijdstippen en tevens een camera bij je hebben. Bovendien weet je nooit van tevoren wanneer deze natuurfilm zich manifesteert. De tijd dat ik onderweg was in de vroege ochtend, ligt lang achter me, hetgeen zo zijn voordelen heeft maar dus ook zijn nadelen. Verlekkerd zit ik 's avonds naar het optreden van de weerman of -vrouw van  RTL 4 te kijken, waar veel mooie natuurfoto's te zien zijn. Ook van de prachtigste zonsopkomsten. De fotografen zijn geluksvogels, de langslapers pechvogels. Maar toen ik vanmorgen vanuit mijn bed deze roze wolk zag, sprong ik toch maar meteen op mijn voeten om verder te kijken.

Ons uitzicht is beperkt naar het oosten waar het de hemel betreft. Het dorp met zijn huizen en bomen belmmeren het uitzicht. Dan maar naar de zijkant, daar is een stuk vrije hemel te zien maar een echt landschap biedt het zicht niet helaas. En aan de achterkant ligt het bos van de Veluwezoom. Het is dus behelpen bij het fotograferen van de zonsopkomst. Het is zinloos in de auto te stappen en snel naar een betere plek in de omgeving  te rijden want de opkomst en ondergang van de zon verlopen razendsnel en zijn soms al voorbij eer je je camera gepakt hebt. Maar goed, vanmorgen heb ik er een stukje van gezien!

Nou, dan moet deze er toch ook maar even bij. Ik fotografeerde de lucht die wel in brand leek te staan, tussen kwart over vier en half vijf vanmiddag. Om stil van te worden, zo mooi!

7 december 2016

Voordat de dooi alle winterse sporen had uitgewist ben ik gisteren nog even naar de IJssel gegaan. Wanneer je er ook komt, het is er altijd de moeite waard. Zeker op zo'n heerlijk zonnige dag als deze dinsdag.

Keek je de andere richting uit dan leek het eerder voorjaar. Ook al hebben we bijna het punt bereikt dat de zon het verst van ons afstaat, de zonnestralen zijn nog altijd warm genoeg om de witte rijp op grassen en planten te doen smelten.

Aan de overkant van ons dorp liggen, aan de andere kant van de IJssel, de uiterwaarden. Het lijkt me dat daar veel minder ganzen te zien zijn dan voorheen. Hoe zou het ook anders kunnen als er elk jaar opnieuw een schrikbarend aantal van deze vogels verdelgd worden door afschot of vergassing. De overheid wil terug naar de ganzenstand van 2005 hetgeen betekent dat er een half miljoen gedood moesten worden, aldus berichten van vorig jaar. Elk jaar opnieuw gaat deze zinloze vogelmoord door. Nog nooit is bewezen dat door beheer van populaties de stand blijvend vermindert terwijl experimenten om het anders te doen zoden aan de dijk zetten.

Ik kon het niet laten nog even een plaatje te schieten van die prachtige rijpkristallen die nog te zien waren op plekken waar de zon niet had kunnen komen. Nu is alles weg en het wachten is op de volgende vorstaanval.

5 december 3016

Het is vijf uur in de middag; hoeveel fotografen zullen nu niet teleurgesteld naar de lucht staren waar ons de zeldzame parelmoerwolken beloofd werden? Hier zijn ze tenminste niet te zien, het schijnt - afgezien van het feit dat er geen wolkje te zien is - dat de lucht hoog boven ons toch niet koud genoeg is om dit fenomeen zichtbaar te maken. Hoe het ook zij, dit doet niets af aan deze prachtige zonovergoten dag. De vogels moeten hard werken om genoeg voedsel te vergaren om hun kacheltjes brandend te houden. Deze Kraai was bezig alle overblijfsels van de zonnebloemen in een veld af te struinen op zoek naar zaden.

Waar de zon overdag niet kan  komen groeit de rijp beetje bij beetje aan. De varens zien er nu zo anders uit dat je je bijna niet meer kunt voorstellen dat ze eerder in het jaar een aaneengesloten groene bodembedekking vormden waaronder allerlei leven kroop en zich schuilhield en waar de zwijnen graag lagen te slapen.

Dat ik vanmiddag nog dit mooie ijshaar vond, is eigenlijk heel bijzonder. Het ontstond een paar dagen geleden toen de temperatuur 's nachts een paar graden onder nu kwam. Vriest het  harder, dan zien we geen ijshaar. In tegenstelling tot andere jaren kwam dit keer de temperatuur zo vroeg in de maand december niet meer boven nul waardoor het ijshaar in de morgenuren niet wegsmolt maar bleef liggen. Overal in het bos zie je nu nog witte plukjes maar dat is allemaal uitgedroogd en ruig geworden. Dit stukje zat op een takje dat onder een beschermende struik lag zodat het niet veel te lijden had gehad van aftakeling. Verrassend!

Het zomerblad van de jonge beuken blijft aan de boom zitten en zag er vandaag mooi uit met die witte bepoedering. Bij beuken van een paar jaar oud valt het blad in de herfst ook nog niet af. Die beuken geven in de winter nog een beetje kleur aan het bos. Pas als ze ouder worden, worden ze kaal, net als wij.

4 december 2016

Het is een fraai gezicht, al die berijpte plantenbladeren na een stevige nachtvorst maar ik hoop steeds dat we ook een keer die prachtige berijpte bomen te zien krijgen. 's ochtends wakker worden, opstaan en naar buiten kijken en dan die fascinerende, betoverende  wit berijpte wereld te zien. Ik vind dat mooier nog dan vers gevallen sneeuw.

Niet alleen de vogels worden overvallen door de winterse omstandigheden die zo onverwacht vroeg al optreden. We realiseren het ons niet altijd maar er zijn net zoveel ratten om ons heen als mensen. Voer je de vogels dan moet je daarom geen voedsel op de grond leggen of strooien, maar op een hoge plek neerzetten. Een vriendin deed dat netjes maar zag toch haar "vaste tuinrat" bovenop de buitentafel zitten te smikkelen van de havermout die voor de vogels bedoeld was. Recent las ik twee leuke dingen over ratten: men is bezig die te trainen voor de opsporing van drugs en ze blijken daarvoor heel geschikt te zijn, ware het niet dat ze meteen de benen nemen als ze worden losgelaten. En een neurowetenschapper aan een Duitse universiteit heeft ontdekt dat een rat net als een mens gaat lachen als hij wordt gekieteld. In de hersenen van de rat bevindt zich een groepje cellen dat daarvoor verantwoordelijk is. Ratten blijken het heerlijk te vinden om op hun buikjes te worden gekieteld.

3 december 2016

Onze kleine winterkoning is nog steeds regelmatig te zien in de tuin. De eerste nachtelijke kou-aanvallen  heeft hij gelukkig overleefd. Toen ik gisteren het afgevallen blad van het gazon en de paden verzamelde heb ik dat op een hoop onder de berkenboom gegooid. Dat zijn op die manier plekken waar vogels nog wat te scharrelen hebben en hopelijk ook nog wat voedsel vinden.

Dit is een wat minder gelukkig exemplaar. Toen ik hem benaderde vloog hij niet meteen weg maar bleef opvallend lang zitten. Ik kreeg meteen de indruk dat er iets niet in orde was. Omdat ik de camera bij me had, fotografeerde ik de merelman en zag op de pc dat hij niet op zijn pootjes zat maar op zijn knien. Dat leek me weinig comfortabel! Op zijn kop heeft hij wat witte veertjes en dat is een gevolg van leucisme, een storing in de overdracht van pigment naar de veren.

De merel moest zich in allerlei bochten wenden om zijn braakballetje kwijt te raken. Vaak worden braakballen uitsluitend in verband gebracht met uilen maar ook andere vogels produceren ze, van klein tot groot.

Een vogel die zijn pootjes niet kan gebruiken, kan natuurlijk ook niet op een takje zitten. Onze onfortuinlijke merelman moet zich dus extra alert gedragen en dat weet hij instinctief. Hij verschuilt zich tussen de planten en houdt zich koest terwijl zijn soortgenoten met elkaar knokken om het territorium. Ik strooi daarom speciaal voor de merelman af en toe wat rozijnen in de border. Maar of hij het redden zal nu hij zo kwetsbaar is voor vijanden, is nog maar de vraag.

1 december 2016

Nog even terug naar de vorstdagen die achter ons liggen. Bij zulk mooi weer moet ik er gewoon op uit maar toen ik eergisteren het bos inliep hoorde ik al meteen een hoop herrie die  ik liever niet horen wil.

Even verderop zag ik de "boosdoeners" die weer druk aan het kappen waren. Bijna geen geluid is zo irritant als het agressieve gejank van elektrische zagen die dikke boomstammen te lijf gaan. En daarna dan die enorme dreun waarmee zo'n halve eeuw oude beuk ter aarde stort. Mijn gevoel erbij: de enige manier waarop zo'n boom geveld zou mogen worden zou moeten gebeuren in een persoonlijke strijd tussen mens en boom, met bijl en zaag. Dat verdient zo'n boom! Ik lees wel eens dat bomen veel meer in zich hebben dan wij mensen weten, dat hun wortels gunstige overeenkomsten sluiten met het bodemleven, dat ze elkaar waarschuwen als er plagen dreigen. Maar door de hedendaagse kaptechnieken ligt de boom geamputeerd en ontworteld eerloos op de bosbodem. Ik heb gewoon het idee dat een oude boom meer respect verdient dan te worden geveld in een paar minuten nadat hij een halve eeuw over zijn ontwikkeling deed...... Maar ja, dat zijn natuurlijk "geitenwollensokkengevoelens"........

De dag ervoor waren mij beuken opgevallen die een geel merkteken gekregen  hadden. Nu leerde ik mijn kleinkinderen al dat een rode stip op een boomstam betekende dat die op de nominatie stond geveld te worden: rood = dood. En BLauw mag BLijven, want dat zijn zg. "toekomstbomen, die mogen uitgroeien. Maar wat was nu dan dat vreemde geel? Omdat te weten te komen raadpleegde ik mijn bosvraagbaak: de beheerder van dit bosgebied. En wat bleek: de met geel gemerkte bomen stonden alle in een prachtige historische beukenlaan. Hoog op de stammen zaten zwammen; op een ervan zat een houtzwam en op een andere had ik de Porseleinzwam gezien. Zwammen op levende bomen zijn een veeg teken, het zijn parasieten die houtrot kunnen veroorzaken. Om de beukenlaan niet onevenwichtig te  maken mochten daarom de stammen blijven staan maar hun kruin en takken werden verwijderd. Zo te zien was het hout nog kerngezond dus wat mij betreft hadden ze best nog een poos kunnen blijven staan. Maar regeren is vooruitzien, zal de redenatie wel zijn. Toch jammer want die gekortwiekte staketsels zijn eigenlijk ook geen gezicht.

Ook op andere lanen was gekapt en her en der lagen takken en stammen langs het pad gelegd. Dood hout in een bos is van grote waarde maar hier ligt vaak wel erg veel zodat het bosgebied van tijd tot tijd een enorme troep is. Goedkoop is deze manier van handelen wl natauurlijk. Wat wel leuk is, is de reactie van vogels na het kappen. Hier stond ik even te kijken en te treuren toen ik een winterkoninkje zag scharrelen tussen de takken, al snel gevolgd door sijsjes die over de bodem begonnen te scharrelen. Toen ik ook nog een paar goudhaantjes zag vond ik het opeens toch nog leuk. Jammer alleen dat ze zo beweeglijk waren dat  fotograferen geen optie was..

30 november 2016

Toen ik vanmorgen de gordijnen open deed zag ik deze merelman zitten wachten op het vervolg van mijn actie. Hij wist dat weldra een handje rozijnen op de voertafel gelegd zou worden en daar had hij wel trek in na deze koude vriesnacht.

Men de snel naderende dooiaanval leek het me een uitstekend moment om er nog even op uit te trekken. De zon scheen, het was windstil en buiten was het  prachtig.

Hoewel je 's winters niet vaak koeien buiten ziet staan, kunnen deze dieren er uitstekend tegen, zo heb ik me eens laten vertellen. In elk geval was het een aangenaam gezicht deze beide Lakenvelders in de berijpte wei te zien staan.

Schapen kunnen gerust de hele winter buiten blijven zolang ze maar worden bijgevoerd als er een dikke laag sneeuw is gevallen. Hun dikke vacht heeft een enorm isolerende werking en koude kan ze nauwelijks deren. Dit leuke Suffolk schaap heeft geen krullen maar kort steil haar, het lijkt bij deze soort of ze met de poten diep in de modder gestaan hebben.  Deze schapen worden vaker gehouden vanwege het vlees dan voor de fijne wol.

Zwammen met een suikerrandje en bepoederde blaadjes er omheen. Inmiddels is het middag geworden en terwijl ik dit schrijf is de lucht alweer grijs geworden en alle wit uit de natuur verdwenen. De temperatuur is snel aan het stijgen en heeft alle rijp ontdooit.

29 november 2016

Tussen alle beuken in het bos viel me deze op vanwege de oranje kleur die ik er op zag. Hier groeit de Oranje aderzwam (Phlebia radiata) die een zeer algemene soort is maar meerdere gedaanten heeft. Je kunt ze vinden op Eik, Beuk en nog een paar andere soorten.

Deze groeide op een heel oude en heel dikke dode beukenstam. In het midden is het deel van deze korstzwam gewoonlijk violet tot oudroze en de oranje kleur van de vruchtlichamen verschijnen rondom aan de buitenkant.

Op de bovenste beukenstam ziet de Oranje aderzwam er anders uit maar het is echt dezelfde soort als op foto twee. Dit stukje van de zwam groeide zowaar onder een tonderzwam.

Ernaast op de stam groeide een jonge tonderzwam die me meteen deed denken aan een Russische bontmuts. Het is de prille vorm van de Echte tonderzwam (Fomes formentarius) en de aanwezigheid ervan geeft aan dat de beukenboom al behoorlijk verzwakt is want op gezonde bomen komt deze zwam niet voor.

Zoals hier goed te zien is groeit de zwam aan de bovenkant uit en wordt de "bontrand" (de foto hierboven) de onderkant waar de sporen zullen worden gevormd. Op dode bomen grijpt de Echte tonderzwam zijn kans en omdat steeds meer dood hout in de bossen blijft staan kun je dode stammen vinden die van boven tot onder vol tonderzwammen zitten want die zijn meerjarig en vallen uiteindelijk door ouderdom van de stronk af.

28 november 2016

Zondagmorgen hoorde ik op de fenolijn van Vroege Vogels een mij bekend manspersoon tot mijn verbazing melden dat hij in het bos "nog heel veel paddenstoelen" had gezien. Hij sprak over Stuifzwam, een heksenkring van Nevelzwam en zo nog wat. Daar moest ik het mijne van weten, had ik dan iets gemist? Dus ging ik op zoek op deze aangename zondag. Welnu, hier is het resultaat: oude stuifzwammetjes op een dode stronk.

Zowaar vond ik na goed zoeken nog een paar nevelzwammen, aan het eind van hun bestaan. Ze lieten ze deze herfst slechts mondjesmaat zien.

De Geweizwam laat zich nu eindelijk in een vers stadium zien maar met de rest van de zwammen is het toch echt gedaan. Misschien was de radiomelding wel achterhaald en hadden de programmamakers die te lang op de plank laten liggen. Het is en blijft toch echt een treurig zwamjaar. Volgend jaar hopelijk beter!

25 november 2016

Afgelopen winter en voorjaar heb ik enorm genoten van een tweetal Putters die dagelijks onze tuin bezochten omdat daar zonnepitten te vinden waren. Een Putter is geen vogel die je snel in je tuin ziet, tenminste niet bij de meesten van ons. Wij hadden ze al  jaren niet meer gezien. Vanmorgen vloog er zo'n prachtig puttertje tegen het raam en dat kostte hem zijn leven. Daar kan ik de hele dag humeurig door zijn. Het is vast een van de twee die we al die tijd zagen.  Snel heb ik de ruit weer voorzien van glimmende verpakkingssliertjes die waarschuwend heen en weer waaien in de wind. Nota bene had ik ze een paar dagen geleden verwijderd om het glas een goeie zeembeurt te kunnen geven. Ook een Houtduif knalde tegen het glas maar dat ging gelukkig goed. Zulke sliertjes helpen uitstekend mee om doodvliegen tegen glas te voorkomen!

Zou het echt dezelfde zijn als die ik eerder in het jaar zag? En zou het misschien een paartje geweest zijn? Er is een aardige legende die verhaalt hoe de Putter (Carduelis carduelis) of Distelvink aan die mooie kleurtjes is gekomen. Toen alle vogelsoorten hun eigen kleuren hadden gekregen bleek dat er te weinig verf was overgebleven om het laatste vogeltje, de Putter, te kleuren. Met de restjes uit potjes en tubes werd de vogel met het penseel bewerkt tot het er uiteindelijk heel vrolijk uit kwam te zien.  Wat rood op de kop, bruin en wit op de veren, hier en daar een streepje geel op de vleugels, mensen vonden dat de Putter er als een grappig clowntje uitzag.

En met het laatste beetje witte verf kreeg de Putter nog een aantal stippen op de uiteinden van de veren op vleugels en staart. Als je zo'n beeldschoon vogeltje dan in je handen houdt nadat het zijn dood tegemoet vloog tegen een menselijke behuizing, mag je je met recht  een beetje treurig voelen.

22 november 2016

Na een mooie dag kun je in deze tijd van het jaar de zon nog steeds onder zien gaan op een spectaculaire wijze. Ik fietste naar huis en zag het gebeuren. Thuis pakte ik vlug de camera maar het mooiste moment was alweer voorbij. Boven de huizen kleurde de ondergaande zon nog net wat zachte kleuren op de horizontale wolkenflaraden, om al heel snel daarna uit het gezichtsveld te verdwijnen.

Deze verkleurde plekken  op de stammen van beuken verraden de aanwezigheid van het Mosschelpje (Chromocyphella muscicola), een minuscuul zwammetje. Het is nog niet eens zo lang geleden dat het vinden van deze soort een bijzondere waarneming was. Achtien jaar geleden was het nog maar driemaal in ons land gevonden. Ook schijnen ze niet overal te groeien maar in "mijn bos" en op de overige Veluwe breidt het zich massaal uit.

De gelige cirkel is het het afstervende mos dat reageert op de schimmel, en daarbinnen groeien de kleine schelpjes die je vooral bij vochtig weer goed kunt zien. Bij droog weer schrompelen ze in elkaar. Het piepkleine paddenstoeltje behoort tot de familie van de oorzwammetjes.

Ik vond een afgevallen eikenblad met twee galappeltjes erop. Pas toen realiseerde ik mij dat ik in andere jaren daar wel veel meer van zie. Het zijn de wonderlijke woekeringen van het blad die ontstaan nadat een galmug, -wesp of -mijt haar eitjes in het bladweefsel gelegd heeft. Niet altijd zien gallen er uit als op deze foto, elk insect is gerelateerd aan een specifieke gal. Zelfs kunnen op hetzelfde blad verschillende gallen zitten. Uit het eitje groeit een larve waaromheen de gal gevormd wordt door het blad. Eigenlijk is dat een zaak van verstoorde planthormonen die onder invloed van de galverwekker de kluts kwijtraken. In de gal vindt de larve alles om te groeien en als hij klaar is om als een wespje, mug of mijt de wereld in te trekken, vreet hij zich naar buiten door een mooi rond gaatje te maken.

Tussen de inmiddels bladloze Vossenbes wordt wordt het vallende eikenblad zachtjes opgevangen en dat vond ik een mooi gezicht. In de natuur begint het behoorlijk kaal te worden!

20 november 2016

Voor wie zich op deze stormachtige zondag niet wil laten tegenhouden, hierbij een mooie virtuele wandeling, geproduceerd door de 22-jarige fotograaf Rik Kloekke die een jaar bezig is geweest dit filmpje te maken. Titel: Dutch seasonsa.  https://www.youtube.com/watch?v=YCnEfIO1gDY

18 november 2016

Op deze grauwe herfstdag zit ik te bladeren in het blad van de Vogelbescherming waarin ik lees dat het met de wilde eend niet best gaat in ons land. Sinds 1990 is het aantal broedparen naar schatting met 40% gedaald. Dat is heel veel en het doet zich alleen in Nederland voor. Er wordt naarstig gezocht naar oorzaken. Predatoren als reiger, buizerd, snoek en ooievaar zijn in aantallen flink toegenomen en veel jonge eendjes vallen ten prooi aan deze soorten. Maar waterverontreiniging en bestrijdingsmiddelen zijn verantwoordelijk voor een enorme afname van insecten en dat is precies wat jonge eendjes nodig hebben.

Een ander treurig bericht komt uit Belgi waar vanwege het kletsnatte voorjaar het broedsucces van uilen dramatisch is geweest. Bosuilen, steenuilen en kerkuilen hadden het zwaar te verduren vanwege de weilanden, uiterwaarden, velden, akkers die onder water stonden. In Nederland was het niet anders. Muizen verdronken massaal in ondergrondse nesten. Behalve muizen, werden ook regenwormen door alle water onbereikbaar. De muizenstand bleef de rest van het jaar te laag om nog iets goed te maken.

En dan heersen er  nog de merelziekte en de vogelgriep, plus een akelige virusziekte onder hazen en konijnen. Hoe het nu met de merels gaat is onduidelijk; men nam aan dat de muggen die het virus overbrengen in aantal afnemen als het kouder zou worden en dat daardoor een verdere uitbraak stopt. Dat is nu het geval: koud, grauw en nat. Afgelopen dinsdag sprak natuurkundige en kosmoloog Stephen Hawking op een congres in het Engelse Oxford uit dat hij ervan overtuigd was dat de mens over pakweg 1.000 jaren op onze planeet door eigen toedoen niet meer zal kunnen overleven. Allemaal geen opwekkend nieuws dus op deze weinig inspirerende dag. Het is alweer laat op de middag, snel de gordijnen maar dichttrekken en de boze buitenwereld voor even uitsluiten.

15 november 2016

Gisteren ontvingen ik per mail een paar foto's van mijn kleinzoon die zich sinds een paar maanden bezighoudt met fotografie. Een kleinzoon dus die in het voetspoor treedt van zijn grootje, waar de laatste zich zeer in verheugt! Er is wel een groot verschil, hij fotografeert, bestudeert, experimenteert,  terwijl ik het allemaal uit de losse pols doe. Zou ik nog zo jong zijn als hij, en had ik dan de technische mogelijkheden tot mijn beschikking gehad als hij nu, dan was er misschien wat meer van mij terecht gekomen op dit vlak. De nacht van de supermaan (astronomen noemen het een onzinnige hype) zat de lucht helaas potdicht maar de avond ervoor was de maan goed te zien. Ik vind het een prachtige foto en ik ben trots op mijn kleinzoon!

In mijn mailbox ontving ik een bericht van iemand die zondag op de fenolijn van Vroege Vogels mijn melding over een nestkast vol jonge kwetterende koolmeesjes had gehoord en daar enigszins argwanend op reageerde. Ik was niet blij met die melding want die had ik 9 dagen eerder ingesproken en op dat moment was de temperatuur nog heel mild. Een dikke week later echter was het al behoorlijk koud geworden en hadden we een nachtvorst achter de rug die de wereld om ons heen in een wit tafereel veranderd had. In de melding was flink geknipt, er werd slechts n kort zinnetje uit mijn verslagje ten gehore gebracht waarin te beluisteren was dat het 9 dagen eerder heel goed ging met de jonge vogels. Maar die waren zoveel later, op het moment van uitzending natuurlijk dood gegaan door de weersomstandigheden. Er was tenminste geen enkel teken van leven meer in de nestkast. Dus zo zat dat!

Afgelopen nacht was de vorst alweer uit ons land verdreven maar de nacht ervoor werden nog even een paar bloeiende planten om zeep gebracht. Een Fuchsia  staat er nu donkerbruin bij. Jammer, hij bloeide nog zo vrolijk.

De Hemelsleutel omgetoverd tot een surrealistisch bloemscherm. Ook een halt toegeroepen.

De laatste bloemen van de Penstemon, een die sinds halverwege de zomer aldoor nieuwe stengels produceerde. Nou ja, in elk geval heb ik ze nog even vereeuwigd. Nu maar weer wachten tot over een maand of vijf het plantenleven weer een nieuw begin maakt. Gisteren zag ik een documentaire over het noorden van Alaska waar de zon op 18 november onder gaat en pas weer op 24 januari weer opkomt. Ik vond opeens de huidige druiligere dagen en de Nederlandse winter die voor ons ligt, niet zo erg meer.

14 november 2016

Als je het bos weer uitkomt, zie je meteen dat de temperatuur binnen het bos en daarbuiten sterk verschilt. Het blad aan de bomen en de strooisellaag op de bodem zorgen ervoor dat er veel minder afkoeling is, bomen en strooisellaag zorgen voor isolatie. Zelfs de stammen geven warmte af en zo ontstaat in een bos een eigen microklimaat. Binnen het bos kon ik onderstaande foto's dan ook niet maken, daarvoor moest ik naar het open gebied.

En daar waren de bladeren van onder andere de eik voorzien van witte randjes. Rijp zoekt altijd een plek waar het zich het snelst kan hechten. Ik vind ze schitterend, die besuikerde bladeren. En ook altijd mooi voor een kerstkaart.

Een blad als dit kun je als het ware "lezen": de nerven die het blad tijdens het groeiseizoen voorzagen van vocht, het bladgroen dat nog doet denken aan de zomer, de al verkleurde delen die wijzen op de herfst en de rijp die het tot een winters tafereel maakt. Een hele kringloop zit er in.

13 november 2016

Toen ik zaterdagmorgen al vroeg wakker werd, stond de zon aan de hemel en leek die van plan er een mooie dag van te maken. Ook had het gevroren dus er zouden ijsveren kunnen zijn in het bos. Snel in de kleren dus en op stap. Het bos zag er prachtig uit met dat zonlicht op het verkleurde blad maar met de ijsveren was het matig gesteld helaas.

De nachtvorst bleek maar nt in aanmerking te komen om het proces in werking te stellen. Er was nauwelijks iets te vinden van ijsveren of ijshaar, zoals het ook wel genoemd wordt. Het op zich fraaie natuurverschijnsel was nu maar minimaal te zien.

Er was zo weinig wit in het bos te bekennen dat de meeste vroege wandelaars het waarschijnlijk niet eens was opgevallen dat gedurende de nacht iets bijzonders was ontstaan. Het fenomeen ontstaat uitsluitend als er in dood hout van eik of beuk een bepaalde schimmel aanwezig is. Deze schimmel perst afvalstoffen als koolzuurgas en vocht naar buiten en die uitstromende bestanddelen bevriezen zodra ze door de vorst worden overmeesterd. Als dit optimaal verloopt kunnen ijsharen van wel 10 centimeter verschijnen. Je kunt je dan ook voorstellen dat er in romantische termen over wordt gesproken: de baard van koning winter!

O jee, opeens blijkt de macroinstelling van mijn nieuwe camera op zwart-wit te staan en ik weet niet eens hoe dat is gekomen. Ik ben a-technisch en heb een ontzettende hekel aan ingewikkelde apparatuur die ik weer onder de knie moet zien te krijgen.....  De mooiste ijsveren groeien als ze niet gestoord worden door de wind die er een warboel van maakt, zoals hier het geval is.

Dit was nog een stukje van het proces dat er het beste uitzag. Maar niet getreurd, er zal nog genoeg komen. Als de temperatuur 's nachts naar een paar graden onder nul daalt en het dode hout goed vochtig is geworden na de nodige regenval.

11 november 2016

Er is geen lol aan er op uit te trekken bij grijs en vochtig weer maar binnen blijven zitten is ook niet alles, dus toch maar weer de jas aangetrokken. Hier staan een paar glanzende natgeregende stobbezwammetjes (Pholiota mutabilis) op een boomstronk. Ik fotografeerde ze gisteren; vandaag schijnt gelukkig de zon weer eens. In dit deel van het land waren wij wat dit betreft slecht bedeeld.

Parasolzwammen, die andere jaren volop te zien zijn, ontdeke ik nu slechts eenmaal tijdens mijn wandeltocht. Gewoonlijk hebben ze een langere steel en zijn ze groter in doorsnede. Maar dit blijkt het slechtste paddenstoelenseizoen te zijn in 40 jaar. Vooral in mijn provincie Gelderland heeft de bodem veel te lijden gehad onder de langdurige droogte van de beginnende herfst en ik vraag me af of dat geen invloed zal hebben op het volgende jaar, als de mycelia van de zwammen dit jaar verdroogd zouden zijn. De Grote parasolzwam (Macrolepiota procera) heeft aanvankelijk een sierlijk randje langs de hoed maar regenbuien spoelen dat er af. Op de bodem liggen de stukjes velum als bewijs. In jong stadium lijkt de zwam wel een trommelstokje.

Nog een soort die in het bos altijd massaal voorkomt: de Nevelzwam (Clitocybe nebularis). Ze vormen vaak grote groepen die in de vorm van een heksenkring staan. Maar ik vond dit keer maar een groepje van drie en ik betwijfel of ze nog mooi zullen uitgroeien. De Nevelzwam behoort tot de familie van de Ridderzwammen.

Zoals hier bijvoorbeeld; dit is een foto uit een eerder jaar. De Nevelzwam krijgt zwierig gerande hoeden bij het uitgroeien en kunnen wel 15 cm in doorsnede worden.  Het is in een jong stadium een wat saaie zwam, onaantrekkelijk van kleur maar door die gegolfde randen worden ze opeens een stuk fraaier. En zo zorgt het regenachtige weer toch nog voor wat paddenstoelen.

8 november 2016

Als je dicht bij een bos woont ben je al snel geneigd daar te gaan wandelen als je er even uit wilt. Dat doe ik dan ook regelmatig, in deze tijd van het jaar ook wel omdat er in de natuur over het algemeen niet zoveel boeiends meer te beleven is. De natuur komt in rust, steeds meer. Het was grappig te zien hoe een uitgebloeide stengel van een Vingerhoedskruid toch nog een paar bloemen uit de hoed getoverd had. De bosbodem staat al lang weer vol eenjarige rozetten van deze planten, die in het komende voorjaar het bos weer tot een kleurig feesttafereel zullen omtoveren.

Wild laat zich erg weinig zien hier, er zijn wat dat betreft wel eens betere tijden geweest. Ik zag in de verte wel een reegeit  lopen maar die had mij eerder gezien dan ik haar en maakte zich snel uit de voeten. Het is bijna ongelooflijk te constateren hoe sterk de snuiten van de zwijnen zijn. Ze ploegen met hun wroetschijven de bodem om, gooien enorme graspollen ondersteboven en woelen zelfs paden om die verhard zijn met forse keien. Door het eten van al die eikels krijgen ze buikpijn en gaan dan naarstig op zoek naar eiwitrijk voedsel in de vorm van larven e.d.

Hoewel er al heel veel blad gevallen is hangt er nog steeds veel groen aan de beuken. Dat geeft de indruk dat het bos nog geheel groen is, maar schijn bedriegt. Er komt steeds meer licht in het bos en het gaat niet lang meer duren of alles is kaal.

Dit is een stukje bos op een plek waar zonlicht volop haar werk kan doen. Aan de rechterkant is een open stuk en op zulke plekken verkleuren bomen veel sneller dan wanneer ze in elkaars schaduw groeien. Zonlicht heeft invloed op alle processen van de boom.

6 november 2016

Op de tuintafel had ik vast wat vogelzaad gelegd om de gevleugelde vriendjes te lokken maar veel interesse tonen die nog niet. Er zou nog veel teveel etenswaar in de natuur te vinden zijn, wordt opgemerkt door waarnemers. Maar "onze mussen"  die de hele zomer in de klimop kwamen slapen zijn niet weg te slaan bij een kippenren even verderop. Maar een pot pindakaas blijkt nu toch de truc te zijn. Niet de door de commercie slim aangeboden pindakaas met wurmpjes en vruchtjes maar onvervalste pindakaas van meneer C., zonder zout en met stukjes noot.

Ook de mezen zijn dol op pindakaas, eigenlijk alle vogels komen op dit vettige spul af. En altijd vraag ik me weer af  hoe vogels nou toch weten dat dit goed voedsel voor ze is. Van de instincten van dieren begrijpen we nog lang niet alles.

Voor vogels, maar ook voor zoogdieren, lijkt de herfst me een flinke overgang. Niet alleen begint voedsel schaars te worden maar ook verdwijnt de veiligheid die het blad van bomen en stuiken de dieren bood. Het is nogal geen verschil of je 's nachts een slaapplek vindt in een dichte struik of dat je nog alleen maar kale takken aantreft en opzoek moet naar een conifeer of andere veilige plek. Voor ons is het wel leuk de vogels weer duidelijk te zien. Onze winterkoning zit hier de hele dag. Soms zie ik hem badderen in de waterschaal, of in de border scharrelen. Het is zo'n leuk en aansprekend vogeltje.

Geen wonder dat er weer steeds meer sperwers in tuinen worden gesignaleerd. Die hebben de vogeltjes zo voor het grijpen, vooral vanaf rijk gedekte voedertafels.....

3 november 2016

Langs het Apeldoorn-Dierens kanaal staan de beuken te pronken in de zon. Het bruine blad verkeert nu in het laatste stadium, weldra zal het vallen. Nieuwe bladeren die zich in het volgende voorjaar zullen ontplooien, liggen nu al minuscuul opgerold in de knoppen. Bomen weten hoe het moet: richt je de toekomst.

Op een plek in het bos had ik deze Kleverige koraalzwam (Calocera viscosa) al weken geleden zien staan. Het was toen een zielig hoopje dunne vertakkingkjes dat bijna slap ter aarde lag. Maar de regen heeft de zwam gereanimeerd en hij staat er weer parmantig bij. Het is een zwam van het naaldbos en groeit op dood en vermolmd hout.

Tijdens een lange wandeling vond ik zowaar toch nog een enkel exemplaar van de Vliegenzwam (Amanita muscaria) die tussen het vochtige mos groeide. Hoe lieflijk die er ook uitziet, hij is wel giftig, al zij het in lichte mate. De muscarine bevattende hoed werd lang geleden gebruikt om vliegen te doden door hem in een schotel met melk te leggen. Ook heeft de zwam halocinogene eigenschappen. Laat hem maar mooi staan als je hem ziet!

Zomaar een plaatje waar ik vrolijk van werd. Het frisse groen van een conifeer met daarvoor de mooi verkleurde esdoornbladeren.

1 november 2016

Twee nieuwe nestkasten heb ik het afgelopen weekend opgehangen: een in onze tuin en de andere op de volkstuin. Mezen hebben dat meteen in de gaten. Nog geen half uur nadat ik hem had opgehangen, zat bij deze kast al een pimpelmees naar binnen te loeren. " Mooi plekje voor de koude nachten" dacht hij misschien. Maar ook bij de volkstuinkast zat meteen een stel mezen. Terwijl ik er naar zat te kijken, zag ik hoe het vrouwtje met trillende vleugels in de boom zat. De twee vogels hadden al een paartje gevormd en later hoorde ik manlief roepen: Miepie, Miepie (heus, dat is een contactroep, luister maar goed) en daar kwam het vrouwtje meteen weer teruggevlogen. Een tuinclubmaatje liet mij gisteren weten dat ze jonge meesjes in haar nestkast had die zaten te roepen om voer. Dit extreem wisselende weer is niet goed voor de vogels. Hun hormonen raken er door op tilt en ze gedragen zich alsof het voorjaar is. Nu het zachte weer wordt ingewisseld voor lagere temperaturen en wisselvallige omstandigheden, moeten de vogels zich fysiek opnieuw aanpassen. En van de nestjongen komt natuurlijk niets terecht.

Het bos begint al aardig te dunnen maar mooie herfstkleuren zie je er niet dit keer. Op zoek naar zwammen kwam ik deze Porseleinzwam (Oudemansiella mucida)  tegen. Nog steeds volop te vinden in alle stadia.

De Mycena is een schoonheid met haar aansprekende klokvormige hoedje en ranke steel. Het is over het algemeen niet simpel ze alle bij naam te noemen. Soms kun je ze makkelijk herkennen door het steeltje te breken. Komt er dan een rode druppel uit dan hebben we te maken met de Bloedsteelmycena. Komt er een witte druppel uit dan is het de Melksteelmycena. Helaas is het niet bij alle familieleden zo simpel.

Het kleine Oorzwammetje is geen paddenstoel waarvoor mensen snel op hun knien gaan maar van dichtbij bekeken zijn ze toch best aardig. 11 soorten komen in ons land voor. Helaas zijn ook deze alleen na microscopisch onderzoek op naam te brengen. Alle drie de foto's hierboven zijn van zwammen die op dood hout groeien.

Zowaar kwam ik er toch nog een tegen die wl met de voeten in de aarde stond: de parasolzwam. Al zou je het op het oog niet zeggen, het waren maar miezerige dingen met veel te kleine hoeden en veel te korte benen. Tja, de droogte. Ook deze familie kent meerdere leden. Dit is de Knolparasolzwam (Macrolepiota rhacodes),  een algemene soort met een zeer vezelige hoed. Het is toch wel vreemd een herfst te beleven zonder al die leuke zwammen in het bos. Ik kan me niet herinneren dat het ooit zo miserabel was in de herfst. Jammer!

30 oktober 2016

Dit mooie weekend was natuurlijk heerlijk om buiten nog wat bezig te zijn. Heleml bij de gedachte dat de winter toch al zo tergend langzaam voorbij gaat. Dan moet je nog begerig elke mooie herfstdag pakken die zich aanbiedt. Dus prutste ik lekker een poos op mijn volkstuin en zag daar deze gave Atalanta (Vanessa atalanta) zitten die zich tegoed deed aan wat gevallen appeltjes. Atalanta is een trekvlinder, zijn familieleden zijn grotendeels al vertrokken naar Zuid-Europa. Heel af en toe blijft een Atalanta in ons land overwinteren. De rupsen overleven het  nu niet meer, het is te laat voor ze om de cyclus af te ronden.

Op een beukenstam zag ik in het bos nog een rups van de Meriansborstel (Calliteara pudibunda). Het was een nogal bleek exemplaar maar deze rupsen kunnen nogal verschillen op dat punt. Soms zijn ze knalgeel, een andere keer hebben ze bruinrode borstels op hun rug en is de rest geel, en soms zijn ze bleek zoals dit exemplaar.

Af en toe vind je van dit soort pluizenbolletjes met een staartje. Dan weet je dat die toebehoorden aan een rups van bovengenoemde soort, die verveld is en verpopt.  Dit jaar heb ik er niet zoveel gevonden, in tegenstelling tot andere herfstperiodes.

28 oktober 2016

Even dacht ik dat ik een bloeiende tulp in de tuin zag staan. Maar het was een lelie. Slechts een enkele bloem die zich van de wijs had laten brengen door het zwalkende seizoen. Nu opeens weer een aantal zachte dagen, ik hoorde de Koolmees al een lenteroepje rondschallen. Die vogels raken vast ook de kluts kwijt onderhand.

Het zachte weer leende zich uitstekend om nog wat achterstallige klusjes in de tuin te doen. Alzo doende ontdekte ik opeens een crocus onder een struik. O jee, ik was de pot waar hij in stond totaal vergeten en die werd dus ook niet verzorgd in de vele droge weken die we inmiddels achter de rug hebben. Snel heb ik de pot op een goed zichtbare plek gezet want de Saffraancrocus is het aanzien meer dan waard. Je kunt de meeldraden drogen en gebruiken want saffraan is een kostbaar ingredint in de maaltijd. Hopelijk komen de overige bolletjes ook nog in bloei.

26 oktober 2016

De natuur is momenteel weinig inspirerend in mijn omgeving. Het grijs en grauw weet niet van wijken en de beloofde zonneschijn is helaas alleen elders in het land te vinden. De heide is gedeeltelijk in nevel gehuld en het is er stil, heel stil. Heel kort slechts liet de zon zich in de middag zien. We willen zo graag wat meer!

Hier en daar is een web te zien van de Hangmatspin, als een grijs voile gedrapeerd tussen de takjes van de heideplanten. Het waren er maar weinig.

Een vossendrol, gelegd op een gevallen boomstam was door het vochtige weer omgetoverd tot een schimmel die bedekt was met dauwdruppeltjes

Een net gevallen blad van een Amerikaanse Paviakastanje (Aesculus flava), een lid uit de paardenkastanjefamilie. Uit Texas, en zuidelijk en oostelijk Amerika afkomstig en nu te vinden in allerlei kweeksoorten.  Het was vandaag weer een schrale oogst.

24 oktober 2016

Het zal menigeen wel opvallen dat de bossen nog overwegend groen zijn. Ecologen zijn van mening dat de seizoenen vanwege de klimaatverandering verschuiven, in elkaar overlopen en dat we momenteel een "groene herfst" beleven door de warme periode die achter ons ligt. Daardoor zou de natuur nu vier weken achter lopen. In het bos beginnen de beukenbomen aarzelend te verkleuren. Bomen die in het volle licht staan en ook volop zon ontvangen, verkleuren eerder dan degene die in elkaars schaduw groeien. Je kunt dat goed zien langs bijvoorbeeld de zomen van het bos, langs landerijen enzovoort.

 De grenzen tussen de seizoenen vervagen. Zolang de buitentemperatuur boven de 14 graden blijft, wil er nog van alles groeien en bloeien en vliegen er ook nog insecten rond. Dat kon je goed waarnemen op de klimop die over belangstelling niet te klagen had. Beneden de 14 graden komt daaraan een einde. Gisteren beleefden we de eerste landelijke nachtvorst van deze herfst en dat heeft meteen invloed.

Doordat de zon nu verder weg staat en haar stralenbundels daardoor schuin op de aarde schijnen, levert dat fraaie taferelen op.

De meeste herfstverkleuring zie je momenteel buiten de bossen, op plekken waar andere boomsoorten staan zoals hier waar de Esdoorn staat te pronken in haar rode bladerkleed. Het is misschien wel de meest flamboyante boom die je kunt bedenken, wat dit betreft. Ik vind hem zo prachtig dat ik er altijd even moet blijven stilstaan om te kijken.

Het verkleurend blad dat het meest opvalt is het rode. Dat van de krentenboom rechtsonder, de Amerikaanse eik en soorten van de Esdoorn die diep rood zijn. Dat van de Tulpenboom, links op de foto, is wat meer bruin. Tot mijn schaamte moet ik erkennen dat ik nooit gezien had dat er zo'n hoeveelheid tulpenbomen in mijn dorp stond, tot ik de bladeren op de grond zag liggen. Het chlorofyl in bladeren houd de groene kleuren in stand maar als o.a. het zonlicht afneemt, kan dat proces niet door blijven gaat, het is voor het proces van fotosynthese onontbeerlijk. In de bladeren zitten veel meer kleuren dan alleen groen maar die andere kleuren worden door het chlorofyl, ofwel bladgroen,  geabsorbeerd. In de herfst trekt de boom de bladgroenkorrels terug in haar takken en bewaart die tot het volgende voorjaar. Als gevolg hiervan laten de bladeren hun ware kleuren zien. De pigmentstoffen xantofyl zorgen voor het geel, het anthocyaan voor het rood en het caroteen voor oranje. En zo kunnen we van die afstervende bladeren in al hun kleurenpracht genieten. Het kleinste blaadje op deze foto is van onze berkenboom; die heeft flink te lijden gehad onder de langdurige droogte en superkleine blaadjes gekregen.

22 oktober 2016

Vorige herfst kwam het CBS al naar buiten met de mededeling dat opnieuw het aantal paddenstoelen was afgenomen. Om er een te noemen: de Vliegenzwam nam tussen 1999 en 2014 met 63% af. De achteruitgang geldt voor veel soorten en de oorzaak is het stikstofgehalte in de bodem plus de droogte. Opnieuw beleven we een zeer slecht paddenstoelenjaar. Vooral de mycorrhizavormende zwammen doen het slecht en het is nog niet zo heel lang bekend dat die voor bomen heel belangrijk zijn. Zij hebben met elkaar een symbioseverband.

Het fenomeen "wildplukken" dat tegenwoordig wordt gepromoot maakt het er niet beter op.  De bedoeling is dat je zoveel zwammen, vruchten etc. uit de natuur rooft dat je er een maaltijd mee kunt klaarmaken. In de Volkskrant stond deze week een oproep van de oud-voorzitter Soortenorganisaties Hugh Gallacher, om te stoppen met het plukken van paddenstoelen  omdat de druk op deze organismen wel erg hoog wordt vanwege al die wildplukkers, boeken erover, workshops en dergelijke. De biodiversiteit in ons land, zo zegt hij, holt nog steeds schrikbarend achteruit en de kwaliteit van de naruur daardoor ook. Het gaat, zo zegt Gallacher om een mentaliteitsstandpunt: hoe wil je met de natuur omgaan.

Prompt verscheen in de krant een reactie van een docente van de VU met als vak "ecosysteemdiensten en landgebruiksveranderingen". Zij stelt dat een verbod op plukken van zwammen een slecht idee is. Haar opvatting is dat wildplukkers door hun activiteiten meer onthouden over zwam en mycelium dan wie een biologieles volgde. Bovendien, zo stelt ze, zijn er maar zo weinig wildplukkers in ons land dat het voor de natuur niet uitmaakt. Wildplukken is volgens haar heel belangrijk voor natuurbeleving en natuureducatie. Het is aan de lezer om een oordeel te vellen.

Overigens zijn er in de bossen, ondanks de regen van de afgelopen dagen, nauwelijks paddenstoelen te vinden. Wat wel leuk is zijn de piepkleine zwammetjes die op hout groeien, of tussen het mos of op een sparappeltje. En dat zijn veel soorten. Alleen de groep mycena's (een na laatste foto) telt al meer dan 80 verschillende familieleden. Maar soms is het al voldoende ze te bekijken en die ragfijne zwammetjes te bewonderen. We lopen zo vaak langs het allerkleinste zonder dat het gezien wordt. Foto's van boleet en vliegenzwam zijn van een eerder jaar.

20 oktober 2016

Mijn kleine tuinvriendje trekt zich niets aan van het regenachtige weer en zingt zijn liedje in het koninkrijkje dat hij gevestigd heeft in onze tuin. Ik geniet enorm van hem want dit Klein Jantje, zoals hij vaak liefkozend wordt genoemd, is mijn favoriete vogeltje.  Het valt mij ieder jaar weer op dat hij in deze herfstperiode altijd aanwezig is en op het eind van de winter schittert door afwezigheid. Veel winterkoninkjes komen 's winters om van honger of koude. Voorlopig zie ik hem dagelijks rondscharrelen in struiken en tussen planten in de tuin. Samen met de goudhaantjes is dit ons kleinste inheemse vogeltje. De winterkoning weegt slechts 8 - 13 gram.

Piepkleine huisjesslakken zoeken een onderkomen op veilige plekjes, waaronder de bloemen van de Rhodochiton. Bij het verzamelen van de zaden van deze plant, tref ik ze heel veel aan. Als ik de bloemen omgekeerd op de tuinbank leg, zijn de slakjes prompt de volgende morgen verdwenen en op zoek gegaan naar een nieuwe schuilplaats.

Het Moederkruid (Tanacetum Parthenium) is een plant die vaak te min wordt bevonden voor de tuin maar wie haar goedgezind is kan er heel veel plezier aan beleven. De plant verspreidt een geur die niet iedereen kan waarderen maar de bloei is bijna eindeloos. Telkens als een plant is uitgebloeid  gaan zijn zaailingen verder en zo kun je er het hele jaar van genieten. Aan het Moederkruid worden veel geneeskrachtige eigenschappen toebedeeld die worden verwerkt in tal van homeopathische middelen. De plant heeft haar naam te danken aan de tijd waarin het nog gebruikt werd om ween op te wekken en kraamvrouwenkoorts te bestrijden.

18 oktober 2016

Nu de lucht deprimerend grijs is en de regen tegen de ruiten klettert zitten we gevoelsmatig middenin de herfst en is er geen ontkomen meer aan! Hoe zou het nu zijn met dit miniatuur vulkaanlandschap in het bos? Het werd gevormd met het zand dat uit de bodem gegraven werd voor de waterafvoergaten langs de bospaden en dat op de kant werd gegooid. Regendruppels maakten er kuiltjes in en daar het zo ontzettend lang niet meer regende, zagen algen hun kans schoon de heuveltjes te koloniseren.  Je komt soms zulke leuke dingen tegen buiten.

Maandag vlogen er nog volop Juffers rond, kleine libellensoorten die allemaal hun eigen uiterlijk hebben. Dit is een Houtpantserjuffer (Chalcolestus  viridis) die ik in onze tuin zag. Het vrouwtje legt haar eitjes niet rechtstreeks in het water maar laat ze van een tak boven het water omlaag vallen. De Bruinrode heidelibel vliegt ook nog rond, die liet zich niet door de camera vangen.

Deze verse Atalanta (Vanessa atalanta) zag ik op de muur van het huis zitten. Muren zijn favoriete plekken in het najaar, ze blijven lang de zonnewarmte vasthouden en daar kunnen de vlinders zich aan opladen. Er worden momenteel zelfs nog vlinderrupsen in de natuur waargenomen. Of die nog aan verpoppen toe zullen komen nu de weersomstandigheden zo drastisch veranderen en de temperatuur dagelijks een stukje verder omlaag gaat, is de vraag. De Atalanta is een sterke trekvlinder, deze zal wel tot de laatste exemplaren behoren de de tocht naar het zuiden van Europa aanvangen.

16 oktober 2016

De dag van vandaag was zo prachtig dat ik er een graantje van mee wilde pikken. Dus ging ik even naar het bos dat op slechts een meter of vijftig van huis ligt. Veel mensen hoor ik zeggen dat er nog geen spoor van bladverkleuring te zien is  en dat het nog prachtig groen is overal maar dat is anders als je niet alleen omhoog kijkt. Ongemerkt dwarrelt er heel wat blad omlaag en de bosbodem ligt er al mee bezaaid.

Op een stapel heel dikke dode beukenstammen die er al een paar jaar liggen, zag ik de Porseleinzwam (Oudemansiella mucida). Blijkbaar bevatten de stammen nog zoveel levenselixer dat het mycelium daar genoeg aan heeft om vruchtlichamen te vormen.

Het slijmlaagje op de Porseleinzwam zorgt voor de prachtige glans van de hoed; de wat bruinige kleur geeft aan dat de zwammen nog jong zijn want wat later verkleuren ze naar ivoorwit.  Kevers zijn dol op zwammen en hier heeft een bosmestkever er al weer een opgesnoven. De algemeen voorkomende  Porseleinzwam is een liefhebber van de Beuk, soms ook Eik.

De Gele aardappelbovist (Scleroderma citrinum) groeit alle jaren overvloedig in het bos maar nu niet. Hier en daar zijn ze te zien en ze zijn meestal maar heel klein gebleven. Ik heb er een blad van een eerstejaars Vingerhoedskruid bijgelegd zodat het formaat van de zwammen goed zichtbaar is. Al heeft het een nachtje geregend, voor de bodem stelt het geen fluit voor en er zullen ook niet meteen overal paddestoelen te zien zijn waar het zo extreem lang droog is geweest als hier. We kunnen het paddestoelentijdperk voor dit jaar dan ook vergeten. Heel jammer, hopelijk volgend jaar beter.

15 oktober 2016

Gisteravond dacht ik te horen dat het regende en ik deed de voordeur open om te zien of het waar was. In het licht van de lantaarnpaal zag ik  hoe het blad van onze Berk glansde van het vocht en glom van plezier; eindelijk, eindelijk werd het stof weer eens van hun huidmondjes  afgespoeld. Ik heb een poosje staan luisteren naar het gezapige regentje dat omlaag viel en realiseerde mij dat ik dit geluid nu al heel lang niet meer gehoord had. September had al een plekje veroverd in de top 10 van droogste septembers en in oktober heeft het in mijn regio ook niet geregend. De regenwolken trokken in een hoogbejaard tempo over ons heen en vanmorgen kon ik meten in de waterschaal die op de tuintafel stond dat er in de nacht en daarop volgende ochtend niet meer dan 1 cm regen was gevallen. Niet veel dus maar het lenigde wel enigszins de nood van verdrogende planten.

Hoewel er momenteel niet veel vogels in de tuin te bespeuren zijn, viel het me wel op dat steeds meer merels een bad kwamen nemen in onze drinkschaal, die hoog op een standaard staat. Gisteren zag ik op een andere plek in de tuin deze pimpelmees baden in een grote zelfgemetselde waterbak die ik kreeg van iemand op de volkstuin. Hij is rond met een naar buitengebogen rand en hij leek me leuk voor een plek waarop ik vanuit huis direct zicht had. Er staan veel planten en struiken omheen en vogels houden van dergelijke beschutte plekken om lekker te badderen. De Roodborst die hem al eerder in gebruik nam, leek niet ingenomen met het bezoek van deze mooie vreemdeling.

Ik heb me niet aardig gedragen jegens een zwangere kruisspin! Vanuit huis zag ik hoe in haar net een wilde bij gevlogen was en hoe ze bezig was die te overmeesteren. Haar gezwollen lijf vol met eitjes voor toekomstige nakomelingen. De kleine wilde bij probeerde met alle kracht bij de spin vandaan te komen en dat leek te lukken. Maar de bij bleef met haar pootjes vastzitten in de kleverige webdraden. Kiezen wij niet altijd partij voor de kleinste? Ik deed het wel en met een takje heb ik het bijtje verlost, waarop het opgelucht wegvloog. De zwangere spinnenvouw maakte zich zo snel ze kon uit de voeten. Vanmorgen had ze haar web alweer gerecycled: alle draden opgegeten en meteen een nieuw web gesponnen. Daarmee vangt ze wel weer een nieuw slachtoffer.

13 oktober 2016

Helaas moet ik weer even afhaken. Een terugkerend fyskiek probleem verhindert mij momenteel er opuit te trekken. Deze rups van de Meriansborstel (Calliteara pudibinda) vond ik vorige week in het bos. De rups is op weg naar een plek om te verpoppen waarna hij vanaf half april  zal rondvliegen. Het is een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen. Waardplanten zijn berk, meidoorn, sleedoorn en gecultiveerde fruitbomen. In bosrijk gebied ook op Eik en Beuk. De vlinderrups is vernoemd naar de bekende Maria Sybilla Merian die prachtige tekeningen maakte van planten en insecten die zij intensief bestudeerde. Haar botanische boeken zijn nog altijd zeer geliefd. Merian stierf in 1717. De NRC heeft momenteel een boek van haar hand in de aanbieding dat maar liefst vijf kilogram weegt.

10 oktober 2016

Wij werden voor de koffie uitgenodigd door onze kleindochter en natuurlijk gaven wij daaraan gehoor. Op tafel stond een herfststukje dat ze gemaakt had en vol trots liet ze het zien: weet je nog oma, vroeger deden we dat ook bij jullie thuis. Ik was blij verrast. De stukjes mos waren nep en de dennenappels uit een pakje maar de pompoenen had ze met zorg in de winkel uitgezocht. Zouden dan toch niet alleen bij haar broer de groene genen gerfd zijn maar zouden ze ook in haar sluimeren, al was het maar een beetje...? Lang leek het er niet op, maar wie weet.

Op tafel stond een schaal met paddenstoelencakejes erop. Het was herfst en ons bezoek was een mooie gelegenheid om het nieuwe seizoen te vieren, zei ze vol trots. Ik prees haar de hemel in, zoals dat heet. Wat een verrassing!

Haar drie jaar oudere broer, onze nieuwbakken natuurfotograaf, wilde graat met me het in de buurt liggende park in met de camera. Natuurlijk had ik die meegenomen. Kleindochter had geen zin om mee te gaan, z ver ging haar belangstelling voor de natuur nou ook weer niet. Zo heel veel was er in het park niet te beleven maar bij de grote waterplas zagen we diverse vogels. Het leuke is, wanneer je zo samen op pad bent, dat je terloops allerlei kunt vertellen en daar is onze kleinzoon zeer in genteresseerd. De Kokmeeuw is nu zijn donkerbruine koptelefoontjes kwijt maar tegen de tijd dat de lente weer in zicht komt, verschijnen die weer op zijn koppie. Hij zou het goed in de gaten houden, zei hij.

We kwamen langs een kinderboerderij waar mal uitziende schapen stonden. Het leek alsof dit dier zich geneerde voor zijn uiterlijk: niet zo kijken, ik ben echt een schaap al zie ik er uit als een poedel! We moeten nog uitzoeken welk ras dit is.

Er liepen ook een paar Indische loopeenden. Die zien er heel grappig uit doordat ze zo parmantig rechtop lopen. Ze lijken geen vleugels te hebben maar die hebben ze wel degelijk, alleen gebruiken de eenden die maar weinig. Ze komen oorspronkelijk uit Indonesie en ze leggen veel eieren. Ze vreten niet aan je planten maar zorgen er wel voor dat de slakken uit je tuin in hun magen verdwijnen. Daarom zijn het eigenlijk fantastische dieren om in je tuin te laten rondlopen. Wel zorgen dat ze 's nachts veilig in een hok zitten want anders zouden ze maar zo gepakt kunnen worden door een kat, een marter of een passerende vos.

In de plas, op een afgelegen eilandje, zaten meeuwen en aalscholvers. Aalscholvers hebben in tegenstelling tot ander watervogels geen vetkliertje met behulp waarvan ze hun veren waterdicht maken. Dus moeten ze na elke duik hun veren drogen. Dat doen ze door ze te spreiden en te wapperen in de wind. Weer wat geleerd, zei mijn kleinzoon. Ook al torent hij inmiddels een heel stuk boven mij uit, ik vind het vertederend om te zien hoe hij bloedserieus met zijn camera in de weer is om van alles vast te leggen. Hij neemt zijn toestel overal mee naar toe maar heeft toch besloten dat hij het vastleggen van de natuur het leukst vindt. Dat stemt zijn grootje zeer tevreden.

9 oktober 2016

Vanmorgen hoorde ik de presentatrice van Vroege Vogels zeggen dat de paddenstoelen de grond uitvliegen "nadat het een paar dagen geregend heeft". Welnu, die regen moet mij totaal ontgaan zijn, het is hier zo kurkdroog dat er geen paddenstoel te bekennen is. Gisteren vond ik dit minuscule duo tussen het mos maar verder stak er geen zwam zijn kop boven het maaiveld uit.

Houtzwammen doen het altijd wel en ook het hele jaar door. Deze Platte tonderzwammen (Ganoderma lipsiense) groeien op dood of levend hout, voornamelijk van beuken. De witte rand om de buitenzijde is kenmerkend en als de zwammen sporeren is de hele omgeving bruin bepoederd. Voor een levende boom is het verschijnen van deze zwam een veeg tegen. Voor je de zwam ziet, heeft het mycelium al haar verwoestend werk gedaan in het binnenste van de boom.

Hoewel er veel zwijnen leven langs de Veluwezoom zie je ze nog maar weinig en hetzelfde kan gezegd worden van herten. Of het nu de jacht is of andere verstorende factoren weet ik niet. Dat ze er zijn is wel duidelijk als je de wroetsporen van de evers ziet. Hele paden liggen omgewoeld en in het gras langs de paden zie je de afdrukken van de snuiten die van een sterke wroetschijf zijn voorzien.

In het bos liggen heel veel eikels en heel veel beukennoten en op de wandelpaden een ontstellend aantal platgetrapte mestkevers. Maar ook mestkevers die plotsklaps door de dood overvallen lijken. Ze liggen op hun rug en als je ze oppakt kun je er niets aan ontdekken dat hun dood zou kunnen verklaren.

Op kleine uitwerpselen van een of ander dier zag ik een aantal Strontvliegen zitten. De vliegen komen op de uitwerpselen af om er eitjes op te leggen. Om te voorkomen dat de daaruit komende larven in een koeienvlaai o.i.d. zakken, zijn de larven voorzien van uitstulpseltjes die voorkomen dat ze in de vochtige drek wegzakken. Tja, het is alles dat ik de lezer te bieden heb. De natuur verkeert in een status quo en in het bos is het al een tijdje elke dag hetzelfde: niets nieuws te vinden zolang er geen regen komt. Steeds vaker krijg ik de neiging het bijltje er maar bij neer te gooien waar het dit natuurboek betreft......

7 oktober 2016

Het is nu tijd om zaden te verzamelen van de eenjarige planten die je volgend jaar opnieuw wilt gebruiken. Daarbij behoort zeker de Rhodochiton die met zijn mooie paarse bloemen nu op het toppunt van haar kunnen is gekomen. De ranken hangen over mijn prieelbankje dat in een hoekje van de tuin achter een vijvertje staat en waar vandaan ik een mooi overzicht over de tuin heb.

De zaden zitten in ronde bollen waarvan er nu heel veel in de bloemen zitten. Dat is lang niet alle jaren zo, soms ben je blij als je er maar een paar kunt vinden. Het is leuk om ze uit te delen want er is altijd veel belangstelling voor in mijn liefhebberskringetje. Je kunt de planten ook goed overhouden maar dan moeten ze wel naar binnen. Meestal weet ik ze goed door de winter te loodsen en zaai ik nieuwe planten die op de ruilmiddag van onze tuinclub gretig aftrek vinden in het voorjaar.

Telkens in de herfst aarzel ik of ik het wilde astertje (Aster salignus) wel wil behouden. Het groeit ongecontroleerd en woest in de bloemenborder maar is wel enorm in trek bij insecten die momenteel de bloemen pas komen bezoeken als de dag al wat gevorderd is en de temperatuur gestegen. Ik geef de insecten maar weer het voordeel van de twijfel, zo heb ik besloten. Bovendien bloeien de planten laat in het jaar en dat is ook weer welkom.

6 oktober 2016

Al weken ben ik aan het zwoegen op mijn volkstuin maar het geeft veel voldoening als je met een vermoeid lichaam huiswaarts keert en er weer een stuk opgeschoonde grond op de tuin ligt. Ik ga een deel van mijn volkstuin afstoten en moet dat netjes overdragen. Tegelijkertijd wil ik vr het echt koud gaat worden het restant dat ik zelf houdt opnieuw aanleggen. Thuis heb ik dus geen puf meer de vele Cox-appeltjes te verwerken tot appelmoes. Mijn boom op de volkstuin hangt boordenvol maar de vruchten zijn vanwege de droogte wel klein. Mijn echtgenoot zit met eindeloos geduld al die appeltjes te schillen en ik kook ze tot moes die wordt ingevroren zodat we er komende winter heerlijk van kunnen genieten. Onze kleinkinderen zijn er dol op, ze lusten alleen maar oma's zelfgemaakte appelmoes. Het liefst met een dot slagroom er op....

De Reseda alba die al jaren op mijn volkstuin staat, heeft zich voor het eerst in al die tijd uitgezaaid. Aan mijn tuinclubleden heb ik heel wat zaailingen uitgedeeld; het is een fijne insectentrekker. Momenteel komen er nog steeds jonge planten in bloei maar insecten zie ik er niet op. Het is veel te koud geworden inmiddels, met vannacht zelfs de eerste nachtvorst.

Bij het opruimen kwam ik deze larve van de Helkruidbladwesp tegen. Hij leek helemaal verstard door de lage temperatuur en had niet eens in de gaten dat ik hem op de foto zette. De larve wordt nogal eens aangezien voor de rups van een vlinder en daarom wordt hij e.a. ook wel bastaardrups genoemd. Het verschil zit in het aantal poten, pootloze segemnten en naschuivers.

Rozen houden het lang uit in de herfst en zonnebloemen bloeien pas laat. Ik neem de zonneboemen wel eens mee naar huis. Op de vaas in de kamer zijn ze niets waard maar buiten op de tuintafel houden ze de illusie van de zomer nog even in stand en worden ze volop door bijen en zweefvliegen bezocht. Maar dan moet het wel minder koud zijn dan vandaag.

4 oktober 2016

Het eerste dat gisteravond opviel was de bijzondere lichtval op een grote berk voor ons huis. Dat smaakte naar meer dus ging ik met de camera naar buiten. Het licht in voor- en najaar kan zowel in de vroege ochtend als de vroege avond heel bijzonder zijn. Natuurfotografen gaan er speciaal voor op pad maar ook bij huis kun je er van genieten. Soms zie je het niet eens aankomen, zoals gisteren ook het geval was. Er was veel bewolking en opeens kleurde de hemel langzaam naar egaal roodachtige kleuren.

Aan de voorkant van ons huis verschenen twee regenbogen. De ene was volmaakt, de ander slechts vaag. Bij een tweede regenboog zie je de volgorde van de kleuren in de boog in omgekeerde volgorde. De meest opvallende kleuren van een regenboog hebben een vaste volgorde: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Maar wat is dat toch een mooi natuurverschijnsel. Wij zien vanaf de aarde de regenboog als een halve cirkel maar jaren geleden zag ik hem vanuit een vliegtuin, de cirkel was rond. Heel indrukwekkend.

Ik liep nog even de achtertuin in en zag een adembenemend schouwspel. Het is echt de moeite waard om in deze tijd van het jaar de lucht in de gaten te houden tegen de tijd dat de avond valt. Binnenshuis ontgaat je vaak wat zich buitenshuis voor fraais afspeelt.

3 oktober 2016

Nu het weer wat geregend heeft, begint opeens de prachtige Ipomea uit Engeland (ik schreef er eerder over) weer te bloeien en ben ik meteen weer naar buiten gelopen om hem te bewonderen. De bloem is zo prachtig! In de zomer hadden ze een doorsnede van acht centimeter, nu zijn ze kleiner. Bleven de bloemen in de zomer driekwart dag open, nu doen ze er meer dan twee dagen over om zich te sluiten. Daartoe rollen de bloemblaadjes zich keurig binnenwaarts op. Het is de invloed van de temperatuur en het korten van de dagen. Ik heb er veel zaad van verzameld, wie er wat van wil hebben mag mij een mailtje sturen. Afhankelijk van het aantal belangstellenden ontvang je meer of minder zaden maar altijd genoeg voor een paar planten.

Het bos verkeert nu op de grens van zomer en winter. Er is nog genoeg groen aan de takken van loofbomen maar desondanks dwarrelen er doorlopend bruine afgestorven bladeren naar beneden. Alsof de bomen in tweestrijd staan: zullen we nog even doorgaan of moet het maar zo langzamerhand afgelopen zijn. Ik hoopte tegen beter weten in wat paddenstoelen te vinden maar die waren natuurlijk niet te vinden. De regen die hier viel is een druppel op de gloeiende plaat en het vocht drong nog geen centimeter de grond in.

Ik had het vanuit huis al gehoord maar nu ook gezien: in het Twickelse bosgebied werd alweer duchtig gekapt. Het bosonderhoud kost veel geld dus moet er regelmatig ook geoogst worden. Rijen dik liggen gezonde stammen te wachten op kopers. Meestal gebeurt het kapwerk hier tegen het voorjaar, wat mij een slechte zaak lijkt want veel vogels zijn dan al begonnen aan het bouwen van nesten, of broeden zelfs al. Ik hoop dan ook dat de bosbeheerder dit beleid voortzet.

In een oud stuk gekapt beukenhout zag ik dat daar een spechtennest in had gezeten. Ik voelde er met mijn vingers in en merkte zo dat de stam van een gezonde oude beuk behoorlijk dik is. Ik heb gemeten hoeveel de specht had moeten hakken alvorens hij in de holte van de boom terecht kwam. Het bleken maar liefst 6,5 centimeters te zijn. Stel je dat toch eens voor van zo'n kleine vogel in verhouding tot die harde beukenstam. Ongelooflijk! Petje af, wat een prestatie!

2 oktober 2016

De vogeltrek is in volle gang maar in ons bosrijke gebied merken wij daar helaas niet zo heel veel van, behalve de vreemde vogelgeluiden die verraden dat er andere vogels overvliegen dan we gewend zijn. De najaarstrek is veel massaler dan de voorjaarstrek en je moet er vooral voor aan de kust zijn om het in volle omvang waar te kunnen nemen. Wat ons hier bij de bossen opvalt dat er opeens weer roodborstjes zingen. Dat zijn de vogels die uit het hoge noorden zijn afgezakt naar ons land om ginder de koude winter te vermijden. Die roodborsten horen we nu en in de komende tijd volop zingen.

De biologische klok die vogels aanstuurt te vertekken ligt in de pijnappelklier in hun hersentjes. Onder invloed van dat interne klokwerkje, dat ook nog beinvloed wordt door het weer en het korten der dagen, wordt het hormonale systeem van de vogels aangezet tot het zogenaamde opvetten. De vogels eten dan meer dan normaal om sterk en met een goede vetreserve de verre reis te kunnen aanvangen. Al eerder hebben ze hun verenpak vernieuwd zodat ze klaar zijn voor de lange trektocht. Een deel van de rietgorzen (foto)  trekt tussen nu en half november weg en komt in het voorjaar weer terug. Deze Rietgors waagde het erop hier te blijven en belandde vorige winter in onze tuin waar hij zich een paar dagen tegoed deed aan de vogelzaden en vervolgens verdween.

Groepen tjiftjafs komen momenteel ook ons land binnen en "onze" tjiftjafs, waarvan een deel naar het zuiden vertrekt en een deel in ons land blijft, reageren daarop door te zingen en hun territorium duidelijk te maken aan de nieuwkomers. De tjiftjafzang is daarom nu veel te horen.

Ooievaars zijn zich al een poosje aan het verzamelen om samen de trektocht naar het zuiden te maken. Lang niet alle ooievaars doen dat, de zachte winters van de laatste jaren maken dat steeds meer vogels het er op wagen hier te blijven. Dat zie je bij spreeuwen, kieviten, reigers enzovoort. De ooievaars vliegen voornamelijk naar Zuid-Europa en West-Afrika. Sommige vogels trekken 's nachts en andere doen dat overdag, zoals ook de ooievaars. Vogeltrek is een imposant en prachtig fenomeen. Je vertrekt naar je winterverblijf omdat daar genoeg voedsel is en je aanvaardt de terugtocht om hier te broeden en hun jongen groot te brengen. Daarvoor moeten ze een geweldige inspanning leveren, en dat tweemaal per jaar, waarbij veel vogels verongelukken of het anderzins niet redden. Dit hele proces gestuurd door dat minuscule pijnappelkliertje in de vogelkoppies. Geweldig toch?

1 oktober 2016

Het onderwerp waarover bij onderlinge contacten in onze buurt het meest gesproken wordt is wel het tuinbezoek van Marter of Das. De Das is de wanhoop van degenen wiens gazon nog steeds wordt omgeploegd maar de Marter oogst alom bewondering. Of het om Steen- of Boommarter gaat blijft onduidelijk, de verschillen zijn pas te zien als je ze beide tegelijk zou kunnen waarnemen, of op basis van kleine verschillen die voor de leek moeilijk te onderscheiden zijn. Beide soorten leven in een gebied dat overlappend is. Kleur en vorm van de bef zijn een onbetrouwbaar bewijs, die komen bij beide marters in varianten voor. Voor de leek geeft de kleur van de neus nog de meeste duidelijkheid: de Boommarter heeft een bijna zwarte neus en de Steenmarter heeft een vleeskleurige. Jonge boommarters hebben aanvankelijk een lichtere neus dan hun ouders.  De marters laten zich vaak overdag zien, getuige ook deze foto die genomen werd in een naburige tuin. De dassen zijn nachtdieren. De jonge dasjes die in februari geboren werden gaan in de herfst, vaak onder dwang van hun ouders, op zoek naar een eigen territorium en een partner. Zo ontstonden in het bos achter onze huizen al heel wat nieuwe burchten.

Nog even wat uit de septembermap: wat je hier ziet is de larve van een bladwesp. Hoe ingenieus het er in de natuur kan toegaan blijkt wel uit het feit dat deze larve zich heeft omgeven door een dikke slijmlaag waarmee hij zijn veiligheid kan waarborgen. De groep van bladwespen die dit soort larven krijgt heet Cariloa en dit is er een van. Een groep die nog heel veel studie vereist voordat er alles over bekend is. Een nog enigszins onontgonnen gebiedje, zou je kunnen stellen. De larve voedt zich met de groene bladcellen waardoor er een kenmerkend nervenpatroon ontstaat.

Tijdens de struintocht met mijn Drentse maatje, waar ik eerder al verslag van deed, ontdekte ik op grassprieten een heleboel van deze merkwaardige langwerpige coconnen. Van welk insect ze waren hebben wij helaas niet kunnen achterhalen. Zo op het eerste gezicht denk je dat al die witte streepjes uit schimmel bestaan maar maak je het kleine groot door er macro's van te nemen, dan ontdek je pas het wondertje dat er werkelijk achter schuilt.

De tijd van voortplanting is zo langzamerhand wel voorbij. Hier op een blad liggen de lege eischalen van de nachtvlinder Wapendrager.  In mijn volkstuin vindt ik bij het opschonen heel veel lege witte eitjes van de slakken.  Zouden er volgend jaar ook weer zo ontzettend veel slakken zijn?

30 september 2016

De bomen hebben, al dan niet onopgemerkt, al heel wat blad laten vallen en het is alsof het gebladerte dat nog aan de bomen zit nu door de licht doorlatende kruinen afscheid van ons neemt door hun beeltenis op de dikke beukenstammen te projecteren. Alsof ze willen laten weten: nog even en wij dwarrelen ter aarde en worden tot humus op de bodem.

De mestkevers in het bos stellen hun voortbestaan veilig door, eer de winter invalt, voor nakomelingen te zorgen. Onder de mest van allerlei dieren graven ze gangen en vullen die met balletjes mest waarop een eitje gelegd wordt. De nieuwe kever die daaruit geboren wordt heeft zo voldoende voedsel om zich te ontwikkelen en in het nieuwe jaar aan zijn bovengrondse leventje te beginnen. De natuur is n perpetuum mobile, een eeuwig durende kringloop.

Het huisje van Kabouter Plop heeft een nieuwe bewoner gekregen. Vele jaren geleden timmerde een fantasierijke vader met zijn kinderen een naambordje op het holletje in de boomstam. Iedereen die er langs kwam liet het zitten en vond het leuk. Nu zijn er weer andere kinderen geweest die nieuw leven in de brouwerij brachten. Dit vind ik toch zo leuk!

29 september 2016

Vanmorgen zag ik nog een spoortje ochtendrood maar toen ik de camera pakte, was het alweer bijna verdwenen onder voorbij zeilende wolken. Onze taal bevat heel wat spreekwoorden en gezegdes en een daarvan is: "ochtendrood is water in de sloot". Was het maar waar, dacht ik vanmorgen want in de regio waar ik woon is het werkelijk kurk- en kurkdroog. De natuur snakt werkelijk naar water.

Een uur later werd in de blauwe lucht ook al een regenbericht geschreven. Helaas klopte ook dat niet en toen ik opnieuw planten in de tuin ontdekte die stonden te verschrompelen heb ik de sproeier aangezet. Je tuin bewateren aan het eind van september, het is toch te gek voor woorden. Mijn volkstuinbuurman houdt vol dat de seizoenen aan het verschuiven zijn: aan het begin van de zomer was het nog lente en nu zitten we midden in de zomer, zei hij een paar dagen geleden. Hij had net 12 sappige perziken van zijn boom geplukt, die waren dankzij het prachtige warme weer zowaar rijp geworden.

Het droge weer helpt me wel bij het opschonen van mijn volkstuin. Die ben ik maar eens stevig aan het onderhanden nemen want hier en daar loopt het wat uit de hand. Het kweekgras dat met zijn lange witte tenen geniepig door de zandgrond woekert, trek ik met satanisch genoegen uit de droge  bodem. Thuis ga ik de Hop te lijf, ook al zo'n tiran die je gastvrijheid terug betaalt met een bende zaailingen. De hopbellen zijn prachtig maar als er mannetjes aan te pas komen (de sprietjes op de foto) komen er schrikbarend veel ongewenste kinderen van. Dus weg ermee!

27 september 2016

Op mijn fietsrondje langs o.a. het Soerensebroek zag ik vier stierkalfjes lopen. Ik had ze nog niet eerder gezien maar ze blijken er sinds deze zomer te lopen. Het zijn uit Denemarken afkomstige Jerseykoeien, Ze zijn eigendom van een echtpaar dat recent een biologisch melkveebedrijf is begonnen en door samenwerking met Natuurmonumenten koeien in het natuurgebied mag laten lopen. Het zijn mooie bruine dieren die veel bekijks trekken van passanten. De stiertjes zullen te zijner tijd worden geslacht, de koeien worden gehouden voor de melk.

De Jerseykoe is zeer geschikt voor de biologische landbouw. Ze is niet kritisch waar het voer betreft en geeft veel melk. In haar melk zit meer kalk dan in dat van andere koeien en tevens het juiste eiwit voor het maken van melk. De hoorns van de koeien worden belangrijk geacht door de fokkers: "de hoorns fungeren als voorraadkamers van mineralen; in het speeksel van de koeien zitten enzymen die gebruik maken van het mineralendepot in de hoorns. Zo wordt met name natriumbicarbonaat in het speeksel van de koeien gebracht dat de stabiliteit van de pens in balans houdt op momenten dat de koeien voedsel eten dat minder structuur heeft".

Terugfietsend langs het Apeldoorn-Dierens kanaal zag ik nog net dat er bloeiende waterlelies waren. Helaas kun je nog maar weinig van het water zien door de hoge rietkragen die langs het kanaal staan. Waterlelies bloeien tot het eind van de zomer. Alleen de Witte waterlelie is degene die in het wild voorkomt. Mensen dumpen graag waterplanten en vissen in de natuur omdat ze het  zonde vinden die zomaar weg te doen of weg te gooien.

25 september 2016

Nog even een paar insectenplaatjes. Dit is een oorworm die geparasiteerd werd, een vorm van samenleving waarbij een van beide de klos is. In dit geval dus de oorworm. De parasitaire schimmels van het geslacht Entomophthora nemen als het ware de besturing van het oorwormenlichaam over. De sporen van de schimmel groeien niet alleen tussen het uitwendige skelet maar ook naar binnen in het lichaam. Als het lichaam van het slachtoffer overwoekerd is, stuurt de schimmel het slachtoffer naar een plek hoog in een plant waar het gunstig is de sporen van de schimmel te verspreiden en zodoende weer andere dieren te besmetten.

Ook deze vlieg werd geparasiteerd; je komt het in de natuur toch wel regelmatig tegen. Hier ging het om een andere schimmel uit deze familie.

Dit vond ik een leuk tafereel, een oorworm die lekker weggekropen was in de lege nap van een eikel.

De Rhododendroncicade (Graphocephala fennahi) behoort tot mijn favoriete insecten. Ik vind ze er ongelooflijk grappig uitzien. Ze worden als schadelijk beschouwd doordat ze eitjes leggen in de knoppen van de Rhododendron, en die daardoor afsterven. Maar toch heb ik nog nooit een Rhododendron gezien met meer dan enkele van die knoppen. Mensen merken soms niet eens dat de insecten in hun struiken zitten.

Als de cicade haar eitjes in de knop legt, kan die besmet raken met een schimmel die de knop doet afsterven. De cicade is van Noord-Amerikaanse oorsprong. De jonge larven zijn heel klein en geel maar in de loop van de zomer krijgen ze als volwassen insect prachtige kleuren.

24 september 2016

Gisteren dus heerlijk gestruind met mijn Drentse vriendin. In een natuurgebied zagen wij hoe de Schotse hooglanders zich verkoelden in het water van een ven. Het was een heerlijke nazomerdag maar zo warm zullen de koeien het niet hebben gehad, ze vonden het waarschijnlijk gewoon lekker om tot hun buiken in het water te staan.

Wij moesten over een pad waar verschillende hooglanders stonden en lagen. Dat vind ik normaliter geen probleem maar dit rare beest vond ons kennelijk dermate interessant dat hij aldoor achter ons aan bleef lopen. Toen hebben we toch maar een omweg gemaakt.....

Mijn wandelmaatje is sinds enige tijd helemaal gegrepen door de wondere wereld van het minuscule en ze fotografeert van alles dat een ander niet eens zit zitten. Neem nu dit heel kleine pluisje, een millimeter of twee, hoogstens drie. Het is de larve van een Gaasvlieg. De larve heeft zich helemaal bedekt met allerlei troepjes om onzichtbaar te blijven voor vijanden. Er zijn meer beestjes die dat doen, de kokerjuffers bijvoorbeeld of de larven van de Schildpadtor. Tja, je moet wat verzinnen om in die vijandige insectenwereld te kunnen overleven.

Nog zoiets grappigs. Boven in de foto zie je een stofluisje dat nog bezig is de vleugeltjes op te pompen. Ik heb het witte frutseltje dat eronder lag mee gefotografeerd, het zou best kunnen dat dit een vervellingshuidje is dat achter bleef. Je moet wel een heleboel foto's maken wil je er een overhouden die duidelijk is. Wij sjouwen nooit een statief mee dus het gaat allemaal uit de hand.

De Eik is een gulle gastheer voor allerlei gallen. Alleen al op de Zomereik komen 78 soorten voor die op blad, takken, wortels, eikels, stam of meeldraden groeien. Ze worden veroorzaakt door een scala van galverwekkers die de normale plantenhormonen veranderen waardoor woekeringen ontstaan. De gallen komen voor op zowel Zomer- als Wintereik.

Het is niet moeilijk waarom dit Satijnen knoopjesgallen heten. Ze zien er uit alsof ze met een fijn draadje rondom geborduurd zijn, prachtig! Ze worden veroorzaakt door de Satijnknoopgalwesp die twee generaties voortbrengt. Het wonderlijke is dat de ene generatie de knoopjesgallen voorbrengt en de andere het Puistgalletje dat aan de onderkant van het blad groeit. De tweede is het werk van de de generatie die ontstond nadat de galwespjes gepaard hadden, de sexuele generatie.  Voor de knoopjesgallen was geen bevruchting nodig, dit heet dan de a-sexuele vorm. In de natuur is heel wat meer mogelijk dan bij ons mensen. Zveel, dat je er als mensheid jaloers op zou worden. Al die gallen zijn de kraamkamers van nieuwe soorten galwespen, nakomelingen van galmuggen, galvliegen en vele andere soorten.

23 september 2016

Het werd al verteld op de televisie, het stond al te lezen in de kranten: er heerst een nare virusziekte onder merels die binnen drie dagen de dood veroorzaakt. Het virus was er al langer en kostte in Duitsland naar schatting aan zo'n 300.000 merels het leven. Het virus treft mogelijk ook andere (zang)vogels maar wel voornamelijk merels, mussen en gehouden laplanduilen. Vanuit Nordrhein-Westfalen, grenzend aan ons land, hebben muggen het virus nu overgebracht naar ons land. Dode vogels werden aangetroffen in Limburg, Brabant en Gelderland. Deze dode spreeuw fotografeerde ik vanmiddag langs een water in Drenthe. Om inzicht te krijgen over het verloop van de virusuitbraak wordt iedereen die een dode merel aantreft verzocht dit te melden bij het Dutch Wildlife Health Centre. Dit kan door het meldingsformulier op hun website in te vullen: https://www.dwhc.nl/meldingsformulier/

De natuur wordt belast met nare plagen. Ook veel konijnen sterven in het wild alsook in hokken, aan een nieuwe variant van een bestaande virusinfectie. Ook deze slachtoffers kunnen op bovenstaande wijze gemeld worden. In het voorjaar werd alarm geslagen over de vele kikkers en kleine watersalamanders die ten prooi vielen aan het ranavirus. Inmiddels heb ik in het wild al weer heel wat jonge kikkers zien rondspringen en ook onze vijver zit vol larven van de watersalamander. Altijd zullen er gelukkig exemplaren overblijven die een immuniteit tegen bestaande infecties weten op te bouwen.

22 september 2016

Het is weer voorbij, de zomer van 2016. Ik kijk er met gemengde gevoelens op terug want nooit eerder moest ik zoveel moeite doen dit dagboek te vullen. In eerdere zomers lagen de onderwerpen voor het grijpen, liever gezegd voor het fotograferen. Deze zomer was het armoe, op allerlei momenten waren er door de grillige weersomstandigheden bijvoorbeeld geen of nauwelijks insecten, met name die heb ik gemist. Dankzij de mooie, nu al wekenlang durende nazomer, wemelt het nu van insecten op klimop en allerlei herfstbloeiers en zien we toch nog vlinders vliegen. De Dagpauwoog beleeft vanwege dit laatste een topjaar. Nooit eerder vlogen er zoveel van deze dagvlinders in een tweede generatie. Ze zijn er nog steeds. Door de mooie julimaand konden de rupsen van de Dagpauwoog goed groeien en door de warmte ontpopte de generatie vlinders zelfs twee weken eerder dan normaal. Dit waren de nakomelingen van de overwinteraars. Door de hittegolf groeiden de rupsen van deze eerste nieuwe generatie van dit jaar enorm. Bedraagt de gangbare tijd tussen eileg en ontpopte vlinders 30 tot 60 dagen, nu voltrok zich dit proces al binnen 20 dagen. Dat er nu zoveel Dagpauwogen rondvliegen betekent dat er ook vele de winter zullen overleven en daar zullen we volgende lente van kunnen genieten.

De Kleine vos zag ik af en toe wel maar deze vlinder deed het toch niet goed en liet zich het gehele jaar maar mondjesmaat zien.  De aantallen zijn zelfs teruggevallen tot het slechte niveau van vijf jaar geleden, aldus waarnemers.

Ook de mooie Gehakkelde aurelia liet zich in 2016 eveneens aanzienlijk minder zien dan in andere jaren. Zelf heb ik hem slechts een paar maal waargenomen.

Tot slot het Icarusblauwtje. Voor deze vlinder wordt 2016 een "rampjaar" genoemd. Wat een geluk dus dat ik hem vorige maand in het Soerensebroek aantrof.

 

naar boven