Natuurdagboek

 

Winter  Lente  Zomer  Herfst
 2009/2010
 2010/2011

 2011/2012
 2012/2013

 
2013/2014
 2014/2015
 2015/2016
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013

 2014
 2015
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
 2009
 2010
 2011
 2012
 2013
 2014
   

 

Denk je onjuistheden in deze dagboeknotities tegen te komen, meldt dit dan even via mijn mailadres tineke (apenstaartje) natuurfragmenten (punt) nl.
Bij voorbaat dank!

 

Herfst 2015

 

 

19 december 2015

Waar het Dierense bosgebied sinds de zomer omheind is met hoge rasters en hekken om het wild binnenboord te houden, wordt de dassen vrije toegang verleend tot de sappige gras- en bouwgronden in de omgeving. Moet er een dassentunnel onder een verkeersweg gelegd worden dan kost dit al snel een halve tot driekwart ton maar in een bos kan worden volstaan met een simpele kunststof buis. Er liggen er heel wat in de bosgebieden rondom ons want de dassenpopulatie breidt zich steeds verder uit en overal worden nieuwe burchten gebouwd door de uitgevlogen jonge dieren. Dassen sturen hun kinderen de tent uit zodra ze onafhankelijk en  voedselconcurrenten worden van de ouders.

Wilde zwijnen en dassen zijn dol op het leven dat zich in een mierenhoop bevindt en ze kunnen in zo'n mierenfort behoorlijk huishouden als ze op zoek zijn naar mierenpoppen. In de winter houden de bosmieren het  bovengronds voor gezien en trekken zich terug in hun nesten onder de grond. Dergelijke nesten die de mieren tot ver in de zomer hadden opgebouwd, liggen er nu heel onherkenbaar bij, je herkent ze alleen door een enorme hoeveelheid heel kleine takjes. De poten en snuiten van de rovers hebben alles uit elkaar gehaald. In het voorjaar beginnen de mieren gewoon opnieuw; met onvoorstelbaar geduld en volharding wordt de hele koepel op het nest  weer opgebouwd tot het een geschikte broedkamer is geworden voor de mierenkoningin en haar volledige bevolking.

Wie hier de mierenhoop geplunderd heeft, is af te lezen uit sporen die de daders achterlieten. Zwijnen hebben enorm doelmatige snuiten doordat die aan de voorkant zijn uitgerust met zwaar gereedschap: wroetschijven. Daarmee kunnen ze heel goed ruiken, voedsel opsporen en grond omleggen. Ze kunnen enorme gaten graven bij boomwortels, wandelpaden omploegen enzovoort. De neus is het meest belangrijke zintuig van een varken en een uitstekende compensatie voor zijn slechte ogen. Vroeger was het toegestaan om  in de gevoelige neuzen van varkens krammen of ringen aan te brengen om het wroeten te voorkomen. Kun je nagaan wat dat een vorm van dierenmishandeling was. Gelukkig is dat totaal verboden en zelfs strafbaar als het wordt geconstateerd. Helaas gebeurt het toch nog af en toe.

16 december 2015

Ik vind het vaak jammer dat voor dit dagboek foto's zo verkleind moeten worden. Deze foto heb ik net op mijn beeldscherm gezet. Als je er naar kijkt ben je even in  een gebied dat heel on-Nederlands lijkt. Het is het Soerense Broek, het vochtige natuurgebied in ontwikkeling dat even buiten Dieren ligt en waar ik graag kom. Steeds verandert het en almaar wordt het mooier. Nu heeft het die speciale wintersfeer, nat, verstild en leeg.

Keer je je om en richt je de blik op de overzijde dan zie je daar de zon langzaam aanstalten maken onder te gaan. Het is pas tegen vieren, het zijn de donkere dagen voor kerst. Even een heldere dag, dan weer gevolgd door grijze luchten en regenval, zoals vandaag.

14 december 2015

Er zijn in ons land meerdere organisaties die zich het lot van dieren aantrekken. Stichting Dier en Recht is er een van en noemt zich de advocaat van alle dieren en trekt regelmatig ten strijde tegen de misstanden op dit gebied. Morgen wordt in de Eerste Kamer gestemd over de nieuwe Wet Natuurbescherming die begin deze maand werd gepresenteerd door staatsecretaris Van Dam.

In deze wet wordt de plezierjacht opnieuw goedgekeurd en Dier & Recht heeft daar door middel van een petitie tegen geprotesteerd; de petitie telde 20.000 handtekeningen van landgenoten die eveneens de wet in haar huidige vorm niet willen. Verschillende politieke partijen hadden tijdens de presentatie ook de nodige vragen en bezwaren zodat er uiteindelijk 12 moties werden ingediend die morgen behandeld zullen worden.

Hoezeer de hobbyjagers tegenwoordig ook kranten en tijdschriften blijken mee te hebben, de meerderheid van de Nederlanders is nog altijd faliekant tegen deze vorm van jacht. In Trouw schreef redacteur/filosoof Leonie Breebaard dit weekend over haar onbegrip voor jagers die "niet door haat of moordlust maar uit geheel vrije wil en voor hun plezier dieren omleggen". Zij verwijst naar uitspraken van de milieufilosoof Jozef Keulartz (hoogleraar duurzaamheid en levens- beschouwing aan de Radboud Universiteit Nijmegen) die beweert "dat de grootschalige jacht in ons land  de natuurlijke selectie juist afgeremd heeft".

Ik vraag me deze dingen ook vaak af. Dat het "noodzakelijk" is dat jaar in jaar uit 60% van onze edelherten en 80% van de zwijnen moet worden doodgeschoten is toch niet normaal? Om over de ganzen, hazen en konijnen, wilde eenden, reeŽn, enzovoort nog niet eens te spreken.  Beheersjacht is al vreselijk als je de getallen in aanmerking neemt. Dat daarnaast ook nog eens ruim baan aan de hobbyjagers gegeven wordt is mijns inziens uit de tijd, iets uit het oerverleden. Breebaard noemt het hobbyjagen machtswellust die verward wordt met liefde voor de natuur. Ik ga daarin wel mee, nog nooit heeft iemand mij kunnen uitleggen dat het met dierenliefde te maken heeft wanneer je een kick voelt als je een weerloos dier uit de wereld  hebt geschoten.

12 december 2015

Nu de spoeling in de natuur behoorlijk dun begint te worden zoek ik tijdens mijn wandelingen door het bos naar andere dingen. Zo kwam ik op het idee om takken en gekapte boomstammen maar eens aan een nader onderzoek te onderwerpen en dat leverde weer nieuwe dingen op. Je focus verleggen, heet dat tegenwoordig en het is nog leuk ook. Een witte schimmelplek op de zaagsnede van een beuk toverde dit fraaie schouwspel voor mijn neus. Een jonge Tijgerslak op een Kurkstrookzwam (Antrodia serialis).

Op een dun takje vond ik deze Donzige korstzwam (Cylindrobasidium leave), een soort die veel te zien is op dood hout. Hij ziet er zo grappig uit met dat bontrandje om hem heen.

Op een andere gevelde oude boomstam vond ik dit: weer een geheel andere structuur. Maar welke dit is, ik weet het echt niet. Dit soort zwammen vormen een enorm grote familie en je kunt ze eigenlijk alleen maar zeker op naam brengen na microscopisch onderzoek. Bosnetje, Papierzwammetje, ze lijken zo op het oog allemaal op elkaar maar hebben elk hun eigen patroon. Heel fascinerend, deze structuren in het schimmelrijk.

Nog weer een andere.  Ze vormen ze een groep (Plaatjesloze vlieszwammen) met ook de Trilzwammen, Buikzwammen en Boleten, in de familie Steeltjeszwammen. Wie snapt het nog? Dat zijn de specialisten, gelukkig zijn die er. Voor de gemiddelde natuurliefhebber is het vaak genoeg om te genieten van al die mooie, bijzondere en ingenieuze dingen die in de natuur te vinden zijn. Als je je ogen maar de kost geeft!

10 december 2015

Als ik nog maar net in het bos ben, vind ik een groot type glazen pot. Het kan bijna niet anders of deze lege pindakaaspot is door een of ander groter dier daar terecht gekomen. Je ziet wel eens dat kraaien of kauwen zo'n pot uit de houder mikken maar deze vertelt een ander verhaal. Er is geen dier dat hem in zijn poten meenam, de pot kan alleen vervoerd zijn aan op de snuit die erin gestoken werd om bij de laatste voedselresten te komen. Vermoedelijk was het een das. Dassen komen hier tegenwoordig uit het bos en bezoeken de tuinen. Iemand uit het veld vertelde me pas dat het niet de overbevolking is die de dassen de buitenwereld in drijft, maar de schrale voedseltoestand op de Veluwe. Of het waar is weet ik niet. Feit is wel dat deze dieren in de tuinen langs de bosrand komen. Daar ploegen ze de zorgvuldig bijgehouden gazonnetjes om, op zoek naar vette wormen die daaronder zitten en graven kuiltjes waar ze hun uitwerpselen deponeren. Dat is de methode om de grenzen van hun foerageergebied aan te geven.

Ook de Marter verlaat regelmatig het bos om zelfs overdag de pindanetjes te roven die in de tuinen hangen. Dit netje werd speciaal door iemand opgehangen om dat te kunnen controleren. Soms wordt de marter op klaarlichte dag op straat of in in een tuin gezien. Het moet wel om de steenmarter gaan aangezien de Boommarter zeer schuw is en behalve in de paartijd, overdag nauwelijks zichtbaar is, en zeker niet buiten het bosgebied.

Ook de herten bezochten tot voor kort onze tuinen en vraten het groen kaal. Iemand liet mij zien hoe hij 's nachts filmde dat de dieren pal voor zijn slaapkamerraam de pindanetjes in z'n geheel naar binnen werkten. Niet iedereen kan zoiets waarderen. De een sluipt stilletjes naar het raam om het te aanschouwen, de ander pakt de telefoon om zich te beklagen bij de bosbeheerder.

Op den duur werden de herten tegen de ochtend door krantenbezorgers zelfs op behoorlijke afstanden buiten het bos gezien en toen was de maat vol, het zou gevaar kunnen opleveren voor voorbij rijdende automobilisten. Nu staan langs de bosrand overal hoge hekken en omheiningen om de dieren binnen in het voor hun bestemde gebied te houden. Momenteel is er helaas nauwelijks wild te zien. Aan de afdrukken in de bosbodem kun je zien dat de herten er zijn maar net als de zwijnen, houden ze zich verborgen voor de wandelaars. Daar zou de jacht zomaar debet aan kunnen zijn. Het grootste deel van het jaar worden de dieren bejaagd, helaas.

8 december 2015

Terwijl de temperatuur maar doorgaat met het vestigen van nieuwe records gaat in de natuur van allerlei nog haar gang terwijl dat officieel niet meer in het seizoen past. Het gras groeit maar door en vorige week werden de groenstroken in ons dorp nog gemaaid. Nog nooit meegemaakt in december! In het bos vond ik in een donkere greppel nog twee verse duivelseieren. Een boze naam voor een stinkende paddenstoel: de Grote stinkzwam (Phallus impudicus). Zijn Latijnse naam betekent "onbeschaamde penis". De zwam kan tot twintig centimeter hoog worden.

Alweer een paar jaren geleden namen mijn kleinzoon en ik  zo'n duivelsei mee naar huis, wij wilden wel eens zien of er nog iets mee gebeurde als we het op de tuintafel zouden leggen. Toen we de volgende morgen het gordijn open trokken vielen we bijna om van verbazing want er was die nacht een complete zwam uit gegroeid. Nog sterker: dat gebeurt in slechts twee uren. Ongelooflijk! De top van de zwam is hier nog niet geheel rijp, als dat gebeurd is heeft hij een zwarte kleur gekregen en een honinggraatachtige structuur. Hij gaat dan vreselijk stinken!

De onaangenaam riekende massa in de top, die een soort hoed is,  lokt allerlei vliegen en kevers aan die  vol enthousiasme beginnen te eten van de slijmerige substantie waarin de sporen zitten. Met hun ontlasting scheiden de vretertjes later de sporen weer uit. De insecten zijn als het ware de transportkarretjes voor de sporen en daarom vindt je stinkzwammen overal in het bos. En als je ze niet ziet dan ruik je ze wel.

Als de stinkzwam beroofd is van zijn sporenmassa blijft er een zielig wit en poreus hoopje achter dat door de regen al spoedig uit elkaar valt en tussen de bladeren verdwijnt. Het is een wonderlijke paddenstoel die een geheel eigen verspreidingsmechanisme heeft vergeleken met andere zwammen die hun sporen eenvoudig door de wind laten wegblazen.

6 december 2015

Nu in het bos nauwelijks nog iets te vinden is dat kruipt, vliegt of anderszins beweegt, kunnen we het oog best eens even richten op iets wat als vanzelfsprekend beschouwd wordt maar ook best interessant is: de boom. Soms zie je stammen die in de loop van hun ontwikkeling met elkaar vergroeid zijn geraakt. Hoe hoger zo'n boom wordt, hoe meer het een eenstammig organisme wordt. Dit is er zo een.

Pas als zo'n boom gekapt is zie je hoe dat verder is gegaan. Binnen in de stam en voor iedereen onzichtbaar groeiden de stammen samen op tot een geheel. Elk ervan maakte zijn eigen groei door en maakte eigen jaarringen. In de lente, als de groei het sterkst is, levert dat ietwat zachter hout en een wat lichtere kleur op. In zomer en herfst worden die ringen dichter en donkerder. Zo kun je precies zien hoe het ging met de boom en kun je zijn jaarringen tellen om tot een leeftijd te komen. Leuke opgave voor als je met kinderen in het bos bent.

Een boom wint aan dikte aan zijn buitenkant. Het hout binnenin de boom is oud en dood en daarom soms zo gevaarlijk, hetgeen een regelmatige inspectie nodig maakt in publieke terreinen als bos, park of straat. Binnenin de boom kan het hout zelfs gaan rotten zodat er gaten ontstaan en de stabiliteit van de boom afneemt. Onder de schors zit de cambiumlaag. Een bijzondere massa cellen die zich telkens delen en naar de buitenkant toe cellen maakt die de beschermende bast vormen, en naar binnen toe cellen die de takken, stam en wortels dikker maken. Op deze stam vond ik dat aardig tentoongesteld.

Ik vind het leuk naar kaphout te kijken, of naar boomhout dat na geveld te zijn op de bosbodem achtergelaten wordt. Het ontwikkelt zich jaar na jaar, wordt in beslag genomen door schimmels en insecten en als de schors eraf is komt er een heel verhaal tevoorschijn over het leven dat de boom geleid heeft. Hadden hier takken willen gaan groeien en waarom is dat niet doorgegaan? Welke insecten vraten zich door de schors naar binnen om zich er voort te planten?

Eik en Beuk leveren mooi hard hout en als de schors eraf gevallen is wordt het aan de elementen overgeleverd. Regen en wind gaan er overheen en er ontstaan vaak mooie kleuren. De eerste schimmeltjes hebben zich hier al gevestigd en gaan beginnen met de afbraak. Het zal nog heel veel jaren duren voor de stam zich gewonnen geeft en in vezels uiteen valt.

4 december 2015

Wat een wirwar van vlekjes lijkt op deze foto is in werkelijkheid een bloeiende Winterkers (Prunus subhirtella autumnalis) die in de wind te wapperen stond.  Dit vind ik een van de mooiste bomen die we in ons land zien, en de enige die in de winter bloeit. De bloei gaat de hele winter door, zolang het niet vriest tenminste. Gebeurt dat wel dan onderbreekt de boom dat proces en gaat in maart en april weer verder. Daardoor wordt vaak gedacht dat hij tweemaal per jaar bloeit. Nog nooit heb ik deze boom zo boordenvol bloesem gezien als op dit moment. Het is gewoon fantastisch, die takken omhuld met wolken van bloesem die meer wit dan roze is. Een echte opkikker in deze sombere en grijze dagen.

De planten in ons werelddeel stemmen hun groei en bloei af op de tijdritmes tussen dag en nacht. Maar elke plant of boom (feitelijk is dat ook een plant) doet dat op z'n eigen tijd. Zo heb je langedagplanten en planten die juist tijdens korte dagen bloeien. Denk bijvoorbeeld aan de Winterjasmijn die nu volop bloemen heeft, Kerstroos, of in het vroege voorjaar aan Longkruid, Bosanemoon, Narcis en andere voorjaarsbloeiers. De Winterkers is ook een "kortedagplant". 

Als je een mens bent die een hekel aan de winter heeft, die depri wordt van al die grijze dagen, die kleur en fleur in de natuur zeer mist, zou je zo'n fraaie Winterkers in je tuin moeten planten. Die herinnert je alvast aan wat straks nog meer komt en waar je je alvast op verheugen kunt. Een uitstekende investering dus!

2 december 2015

Bij een paar Zomereiken (Quercus robur) op de hei vond ik opmerkelijk veel galappeltjes. Deze boom is typerend voor onze zandgronden. Hun blad is veel kleiner en anders van vorm dan dat van de Amerikaanse eik of van de Wintereik. De laatste heeft blad  dat voornamelijk kleiner is maar de vorm verschilt niet zo heel veel. Je zou beiden naast elkaar moeten leggen om het goed te kunnen zien. Op de zomereik kunnen tientallen verschillende gallen voorkomen, ze vallen het meest op als ze in de herfst met het blad op de grond terecht komen. De gallen werden veroorzaakt doordat verschillende galwespsoorten er hun eitjes legden. Overigens hoeft het niet altijd een mug te zijn die gallen veroorzaakt, er zijn meerdere insecten die het doen.

De biologie van een galwesp is nogal ingewikkeld. De verschillende soorten galwespen leggen hun eitjes in de bladeren, bladstelen knoppen enzovoort. De galwesp Cynips quercusfolii maakte de appelgallen op deze bladeren. Als een vrouwelijke galwesp haar eitje in blad, knop of nerf prikt, reageert de plant daarop met een celwoekering. Op die manier ontstaat een gal. Binnenin kan de larve beschermd eten en groeien tot het volwassen insect eruit komt. In de herfst zitten er in de gallen alleen maar vrouwtjes en zij leggen onbevruchte eitjes in de knoppen van de eik. Daaruit komen in het voorjaar zowel mannetjes als vrouwtjes. De vrouwtjes leggen na de paring eitjes in de bladeren van de eik waaruit dan weer deze leuke knikkergalletjes groeien.

Dit zijn ook gallen, maar dan op een rozentak. Gallen komen namelijk ook voor op andere planten. Die op roos is een van de mooiste, hij wordt bedeguargal en mosgal genoemd. De gal bevat meerdere kamertjes waar een larve zit.

Op Hondsdraf zie je ze ook heel vaak, het zijn de groene bultten op de stelen. Dit is een gal op het Boerenwormkruid. De soorten galwespjes die op allerlei kruidachtige planten hun gallen maken kennen slechts ťťn generatie per jaar. In zulke gallen overwinteren de insecten tot de volgende lente. Een interessante maar ingewikkelde materie.

29 november 2015

Langzamerhand worden door de natuur gevallen bladeren ontleed; in het bos en in je tuin kun je dat goed zien. Slechts de skeletjes van nerven blijven over. Dit gebeurt ook bij de vruchten van de lampionplant en het levert iets zeer fraais op. Niet alle omhulsels blijken nu een zaadbes  te bevatten maar waar ze wel aanwezig zijn geeft dat een extra cachet aan het geheel. Ik heb ze wel eens bespoten met zilververf maar eigenlijk gaat er niets boven "puur natuur".

De zaadbollen van de papvers zijn nu ook ontdaan van alle overbodige opsmuk. Alhoewel, dat kun je natuurlijk niet zo noemen want de massa zaden moesten goed worden beschermd om ze de gelegenheid te geven te rijpen. Eigenlijk zijn de restanten van dit soort zaadfabriekjes niets meer of minder dan een restant van eerdere overvloed.

Eerder, in de loop van de zomer zagen de voorraadschuurtjes van de papavers er nog zo uit. De wind schudde ze heen en weer en strooide op die manier de zaadjes eruit. Wat er ook verder met ze gebeurt, de toekomst is verzekerd.

Klaprozen maken dezelfde zaaddozen maar dan uiterst teer en dus zo kwetsbaar dat je er  nu niets meer van terugvindt. De elementen maakten een eind aan alle restanten. Opruimen en opnieuw beginnen is het motto van de kringlopen.

27 november 2015

Eindelijk weer eens een weiland vol ganzen gezien. Het leek bijna verontrustend dat dit tafereel er maar steeds niet was. Her en der kleine groepjes maar nu dus een massa, fijn! Je begrijpt soms niet hoe zo'n grote hoeveelheid vogels bestuurd wordt door iets dat een mens ontgaat maar dat voor de vogels een sein is om allemaal gelijktijdig op de vleugels te gaan. Een prachtig gezicht is dat, in een ommezien zijn ze verdwenen.

Het blijken allemaal vogels te zijn van dezelfde soort: Grauwe gans (Anser anser). Deze soort verblijft jaarrond in ons land en is de doelsoort voor de jagers die hun aantallen moeten verminderen. Ik kan nergens vinden in hoeverre dat inmiddels gelukt is. De buitenlandse ganzen laten nog steeds op zich wachten, ons land is een belangrijk overwinteringgebied voor alle soorten maar blijkbaar is het nog steeds niet koud genoeg om naar ons land af te zakken.

25 november 2015

Toen ik zondagavond ging slapen stonden mijn wandelschoenen en camera al klaar want ik wist dat ik al vroeg het bos in moest gaan. De lezer van het weerbericht had in verhullende termen al laten weten dat Koning Winter gedurende de nacht een bezoek aan mijn bos zou brengen: er zou lichte nachtvorst zijn, het waaide niet al te hard, de lucht was behoorlijk vochtig en de bodem kleddernat. Dat was de aankondiging van ijshaar, alle voorwaarden waren aanwezig. En ja hoor, overal lagen de witte plukken van de baard van Koning Winter in het rond. Elk jaar valt het me weer op hoeveel mensen er al wandelend, met of zonder hond, achteloos aan voorbijgaan, het niet eens zien. Hoe jammer toch. Ik zou steeds willen roepen: "kijk nou toch eens naar dit moois mensen". Maar dat doe ik dan toch maar niet en deel alleen mijn enthousiasme met wandelaars die er net zoveel van genieten als ik.

Een kleine honderd jaar geleden was er een Zwitserse onderzoeker die het tot dan geheimzinnige fenomeen wist te verklaren. Hij vond in het bos dood hout waarop ijshaar groeide en waarin schimmeldraden van een trilzwam bleken te zitten. Hij concludeerde dat die schimmel iets te maken moest hebben met het verschijnen van ijshaar. In de zomer van dit jaar publiceerde het internationale wetenschappelijke tijdschrift Biogeoscience een artikel dat beschreef hoe drie onderzoekers uit Duitsland en Zwitserland het bewijs geleverd hadden dat de eerdere onderzoeker het bij het rechte eind had. Ze legden een aantal takken in een schimmeldodende oplossing en uit geen daarvan groeide ijshaar. In een andere stapel takken van dezelfde houtsoort gebeurde dat wel.

De onderzoekers stelden echter vast dat het niet om een trilzwam ging maar om het Rozeblauwe waskorstje (Exidiopsis effusa) waarvan de schimmeldraden liepen vanuit de kern van het hout naar de schors. Deze schimmel openbaarde zich "als een grijs waas" precies op de plek waar eerder het ijshaar te zien was. Het ijshaar groeit alleen maar op plekken waar de schors van het hout af is en dat is op deze foto goed te zien. Het gaat op deze foto om een heel klein plekje. Vermoedelijk produceert de aanwezige schimmel gassen die het vocht in het hout naar buiten drijft waarbij het tijdens heel lichte vorst bevriest en zichtbaar wordt.

De baard van Koning Winter is op allerlei manieren te zien: op de dunste beukentakjes, dikke dode beukenstammen die nog aan de boom zitten, veel op dode stukken beukenhout die op de bodem liggen. Bij windloos weer gaan de draden recht omhoog, bij wat wind waaieren ze alle kanten uit. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat iemand mij vele jaren gelden ophaalde om mee te gaan naar een plek in  het bos waar hij ijshaar gezien had. We moesten er een flink stuk voor lopen en ik keek mijn ogen uit naar het schoons. De laatste jaren zie ik het ijshaar overal en dat komt doordat onze beukenbossen steeds ouder worden en meer en meer dood hout bevatten. Vaak lees je nog verhalen die het ijshaar "zeldzaam" noemen maar dat is het allang niet meer. Geniet ervan als je in een oud beukenbos wandelt en het weer zich er voor leent dit prachtige natuurfenomeen te produceren.

23 november 2015

Voor het eerst is het merkbaar dat de winter dichterbij komt. De eerste nachtvorst van enige betekenis kwam afgelopen nacht voorbij en toverde het bos om tot een nieuw schilderij. Er lag ijs op de plasjes in de paden en onder je voeten knisperde het bevroren blad.

De berijpte grassen waren veranderd in witte wolken. Tenminste, op de plekken waar de zon nog niet kon komen. De witte weelde was dan ook slechts van korte duur want de temperatuur steeg al snel weer boven nul.  Maar o, wat mooi. Op plekken waar de zon alweer de baas speelde verschenen al snel weer fonkelende druppels aan de takken om vervolgens met zachte plofjes op de bosbodem te vallen.

Op de eikenbladeren waren de hagelkorrels van de dag ervoor nog te zien. Of misschien waren het wel 's nachts gevallen regendruppels die meteen bevroren op de koude bosbodem. Of zou er opnieuw hagel gevallen zijn gedurende de nacht? Ik heb er niets van gemerkt.

Rijp hecht zich altijd het eerst aan randjes en nerven van bladeren. En zo worden de varens voorzien van een feestelijke omlijsting. Het frisse groen steekt er heel mooi bij af. Al die versierseltjes ontstaan als gevolg van het aanwezige vocht in lucht. Zodra de temperatuur onder het nulpunt komt, bevriezen de minuscule druppeltjes en veranderen in ijskristallen die zich afzetten op een geschikte ondergrond.

Ook het mos is aangekleed met een winterse sfeer, door de vele regen van de afgelopen tijd staat het mooi open. Als het al december zou zijn, zou je het een verzameling kerststerretjes kunnen noemen. Rijp kan in vele vormen zichtbaar worden, afhankelijk van al dan niet aanwezige wind, de warmtegeleiding van hetgeen waarop de rijp zich afzet, en van de hoeveelheid vocht die aanwezig is. Hier is alles nog van bescheiden aard maar niet minder fraai.

22 november 2015

In ons land leven naar schatting 6.000 dassen (Melis melis) waarvan er elk jaar ongeveer 1.000 worden doodgereden door het verkeer. In de gemeente Rheden gebeurt dat ook en tegenwoordig vinden er meer dassen de dood onder autowielen dan menigeen lief is. In ons  bosgebied komen steeds meer burchten, het gaat de das hier kennelijk zeer voor de wind. Maar jonge dassen worden uiteindelijk verdreven en moeten dan een eigen plek gaan zoeken. Wie aan de bosrand woont maakt regelmatig kennis met hun aanwezigheid doordat ze een bezoek brengen aan tuinen van omwonenden, waarbij ze soms zorgvuldig onderhouden gazons beschadigen met hun gewroet naar insecten, tot ergernis van de eigenaar.

Ze laten zich 's nachts horen en zien (als je ze doodstil bespiedt) en in tuinen blijven de putjes achter waar ze hun uitwerpselen deponeren om de grenzen van  hun territorium aan te geven. De een vindt het prachtig de natuur zo dichtbij te beleven, de ander beklaagt zich erover. Maar nu het zo vol wordt in het bos trekken jonge dassen richting uiterwaarden en moeten daarbij de verkeersweg oversteken met dus veel slachtoffers. Een raster langs de weg zou dit kunnen voorkomen. De foto van een das mocht ik gebruiken van de Ierse natuurfotograaf Andrew Kelly die een prachtige fotoserie van dit dier  maakte: http://akellyphoto.com/html/wildlife/mammals/badger/Badgers-gallery-2.htm

20 november 2015

Dat in deze tijd van het jaar nog rozen bloeien is niet zo vreemd, ze doen dat namelijk altijd zolang de vorst uitblijft. Een roos is een bloem waarvan je eigenlijk helemaal niet verwacht dat zij zo lang door blijft gaan. De koningin der bloemen, zoals de roos wel wordt genoemd verbind je gevoelsmatig toch meer met teerheid en romantiek maar deze benamingen kun je met het huidige grijze weer moeilijk combineren. Wel fijn dat er nog wat bloemen zijn; rozen zijn de taaie rakkers onder de planten.

Kleine veldkers (Cardamine hirusuta) ontdek ik ook nog steeds in de tuinborders en ik ben er niet blij mee. Ze zaaien zich op irritante wijze uit en als je even niet oplet, staat je tuin er vol mee. Ze behoren tot de eerste planten die in het nieuwe jaar weer aan de slag slaan en ze houden het vol tot het echt gaat winteren. Ze maken een mooi groen rozetje waaruit even later de bloemstelen komen. De plantjes leven maar een week of drie maar in die tijd kunnen ze ontzettend veel zaad produceren en verspreiden. In menig tuin wordt het plantje fel bestreden, al dan niet met nare middeltjes. Het behoort tot de kruisbloemigen net als o.a. Pinksterbloem.

Dit is een zaailing van een aardig eenjarig plantje dat je onder meer in elk tuincentrum kunt kopen in het voorjaar: Bacopa (Sutera cordata). In onze tuin staat nog een mand vol in bloei. Je kunt het in wit of paars kopen en het bloeit onvermoeibaar door. De ene dag lijkt alles uitgebloeid en een paar dagen later staat de plant weer vol nieuwe bloempjes. Nu het duidelijk kouder gaat worden, misschien wel met nachtvorsten erbij, zal het wel snel afgelopen zijn met dit leuke plantje. Voor de paar centen die het kost kun je je geen aardiger plant wensen.

Alle voorgaande bloeiers zijn in feite planten die het lang volhouden dankzij het zachte weer dat we de laatste tijd gehad hebben maar dat dat de Klimhortensia dikke knoppen heeft die zelfs al beginnen uit te lopen, vind ik wel zorgelijk. Eigenlijk moet het ook niet te gek worden, laat dus in hemelsnaam de winter maar komen. Voor mij en dit dagboek wordt dat een moeilijk seizoen, maar het is niet anders.

17 november 2015

Nee, dit is geen vergissing, geen verkeerd ingevoegde foto! Ik nam hem afgelopen zaterdag langs de IJssel toen ik ging kijken naar de lage waterstand van de rivier. Kennelijk had iemand daar een stukje oever ingezaaid om wat meer fleur te geven aan de nieuwe aanlegsteiger voor afmerende plezierboten. Die varen nu niet meer natuurlijk, maar laat zaaien is laat bloeien, zeker in de huidige weersomstandigheden.

Het heeft wel wat als de rivier zich terugtrekt en de waterstand extreem laag wordt, zoals momenteel het geval is. Overal ontstaan mooie zandstrandjes en de kribben worden steeds groter en langer, zo lijkt het. Deze inham van de rivier is altijd het domein van de ganzen, eenden en scholeksters maar die hebben er nu even niets meer te zoeken. De zwevende trappen naar kleine bootjes die er liggen zijn meer glijbanen geworden, zo steil gaan ze omlaag.

De pont kan nog maar net aanmeren en afgelopen zaterdag was dat even spannend bij de intocht van Sinterklaas. In plaats van de boot verscheen er een sloep met een teleurgestelde Piet aan de wal waar Sint verwacht werd: de boot van de goedheiligman kon helaas niet aanleggen. Maar geen nood, even later verscheen tot opluchting van de kindertjes aan de wal toch de stoomboot en kon het feest beginnen, ondanks de stromende regen. Inmiddels begint het waterpijl in de rivieren weer langzaam te stijgen.

15 november 2015

Een tijdje terug liet ik deze foto zien van Bengel, de kater die niet meer thuis wilde wonen vanwege zes medekatten en een onstuimige jeugdige Mechelse herder, reden waarom hij aldoor bij ons in de tuin zat. Inmiddels heeft Bengel een nieuw rustig thuis gekregen waar hij het zeer naar zijn zin heeft. Hij heeft nu het rijk alleen, wordt gruwelijk verwend en de nieuwe bazen liggen aan zijn voeten, zo lief vinden ze hem. Beter kon Bengel het niet treffen.

Even dacht ik afgelopen week dat Bengel weer teruggelopen was maar het bleek een heel mooi poesje uit de buurt te zijn dat ik al eens op onze tuinbank had zien liggen. Het beest lag op har gemak naar de rondvliegende vogels te kijken, rolde zich op een gegeven moment in elkaar en ging lekker liggen slapen in het voerhuisje voor de vogels. Niet de bedoeling natuurlijk maar ik heb haar lekker laten liggen. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen.

En dit is Siepie, een achtjarige kater die indertijd als jong katje telkens hierheen kwam om te spelen met onze asielkat Max die tegelijkertijd bij ons kwam wonen. Siepie werd een dominante kater die met elke andere kat begon te vechten om het territorium. Uiteindelijk ook met onze Max en sindsdien werd hij hier uit de tuin gejaagd. Stiekem vond ik hem een geweldig beest, bang voor niets en niemand en zeer eigenzinnig. Een kat met karakter, en dat vind ik leuk. Hij knokte ook met Bengel die onze voorkeur had, dus werd Siepie nog steeds verjaagd. Maar nu is het territorium vrij en Siepie heeft dat in de gaten. Telkens zit hij voor de keukendeur alsof hij zeggen wil: toe joh, heb je geen brokjes, ik ben echt wel lief hoor. Maar nee, daar begin ik niet aan, voor je het weet wil ook Siepie niet meer naar huis en dat willen we niet. Siepie bewijst wat ook in de natuur gebeurt: schiet een vos uit zijn territorium en er komt meteen een andere voor terug.

13 november 2015

Wat een bizar weer! Het lijkt wel lente terwijl het skiseizoen in Europa inmiddels geopend is. In de tuin zien we de mussen zich tegoed doen aan de zaden in de voedersilo en de mezen lusten wel een zonnepit maar de rest toont nog geen enkele belangstelling en de zaden in het voerbakje liggen vrolijk te ontkiemen.

Al twee weken bloeit de Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum), bloempjes op het naakte hout. Dit is een heerlijke struik, hij vrolijkt als zonnetjes de grijze dagen op. Het is een plant die met weinig licht toe kan en zolang het niet vriest blijven de bloemen verschijnen. De vorst kan het bloeien onderbreken maar zodra het weer zachter wordt buiten, gaat de struik weer vrolijk door.

De katjes van de Hazelaar zijn ook alweer een poosje te zien. In aanleg al helemaal uitgerust voor de tijd dat ze mogen gaan stuiven. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ze zich verder zullen gaan ontwikkelen als deze zachte temperaturen aanhouden, maar je weet het hele jaar al niet wat je al dan niet verwachten kunt. De normale tijd voor de hazelkatjes is in de loop van januari maar wat is nog normaal tegenwoordig.

11 november 2015

Hoewel het weer er niet bepaald toe uitnodigde wilde ik gisteren toch eens zien wat de stormachtige wind in het bos had uitgespookt. Twee dagen daarvoor had ik deze foto gemaakt, de paden waren bedekt met een bruin bladertapijt en aan de bomen zat nog heel wat blad.

Het was een heel rare gewaarwording: de paden waren vandaag geveegd en de bomen kaal. Het vegen is een gebaar aan de wandelaars om hun veiligheid te garanderen want onder dat dikke bladerdek liggen veel boomwortels waar je zomaar over zou kunnen struikelen. De boswachter reed me achterop, hij stopte en zei tevreden dat de klus er weer op zat. Ik heb er altijd een dubbel gevoel over, geveegde paden in een bos...., het heeft iets onnatuurlijks. De boswachter keek uit naar de winter, "heerlijk" noemde hij die. Ik houd er niet van, mij te kaal allemaal, en te kleur- en levenloos. Op meer open plekken zat toch nog aardig wat blad aan de beuken.

Mijn oog viel op een boomstam met vreemde witte lijnen. Het leek wel op een afdruk van een stel wandelaars maar dat was het natuurlijk niet. In het bos is het zo vochtig dat het groene mos dat eerder vergeeld was door de begroeiing van het Mosschelpje (zeer kleine zwammetjes) door schimmel was aangetast. Vocht en schimmels zijn de beste maatjes. Ik liet het vochtige bos maar snel achter me om het behaaglijke eigen huis op te zoeken.

9 november 2015

Nu de wind een stevig potje gaat meedoen verdwijnt het blad razendsnel van de takken. Steeds vroeger valt de schemer die op aardige dagmomenten wordt ingeluid door zonbeschenen wolken en koele blauwe luchten. In werkelijkheid is het helemaal niet koud nu, ook al is het november, maar het licht in deze tijd is totaal verschillend van dat in voorjaar en zomer. In januari zie je het licht alweer terugkeren naar zijn aangename opwekkende sfeer. Maar nu nog even niet. Over elf dagen beleven we alweer de kortste dag van het jaar.

De gevallen regen maakt de bosbodem nog vochtiger dan die al steeds was. Zelfs de paddenstoelen worden nu opgegeten door nieuwe schimmels die zich erop vestigen. Schimmel op schimmel, het ultieme bewijs van de aanwezige afbraak in deze periode van het jaar.

De varens die de bosbodem zo lang verborgen hielden en schuil- en slaapplekken boden aan groot en klein wild, beginnen het ook op te geven. Steeds bruiner worden ze tot ze niet veel meer voorstellen. In een tijd dat er juist zoveel behoefte is aan veilige plekjes om de lange nachten door te brengen, laat het bos het afweten. Het maakt me extra dankbaar voor mijn eigen veilige en warme onderkomen want dat is helaas niet elke sterveling gegund.

7 november 2015

De herfst is bijna klaar met het afbreken van de laatste zomerresten en de zomer is niet meer dan een vage schaduw van wat eens was: volop groei en bloei en bladeren aan de bomen.

Hier en daar staan nog wat uitgegroeide inktzwammetjes. Tere paddenstoeltjes die kort leven en meteen ten onder gaan na het produceren van hun inktachtige substantie die bestaat uit miljoenen zwarte sporen. Waar hun hoedjes gekruld zijn kun je dat goed zien. Ze groeien altijd met vele en behoren tot de meest voorkomende soorten in ons land.

Ik vond ook nog dit grappige kleine pikzwarte zwammetje. Hoe zou je nog kunnen raden dat hier eerder iets stond met een felrood kabouterhoedje op een gele steel. Het is de Zwartwordende wasplaat (Hygrocybe conica) de naam verraad het al. Als hij oud wordt, verkleurt hij naar pikzwart en alleen aan zijn vormen herken je hem dan nog.

Ook dit is vergankelijkheid. Een dode boomstam die langzaam maar zeker wordt afgebroken door allerlei vretende insecten, spechten die er in hakken op zoek naar voedsel maar ook een natuurlijke afbraak van schors en hout tot de stam vermolmt en in vezels uiteen valt. Als je zo'n dode boom regelmatig passeert kun je dat allemaal goed volgen. Lang kan het duren voordat een boom zich geheel gewonnen geeft en opgaat in de humuslaag van de aarde. Na een jaar of tien is dat pas gebeurd. Opmerkelijke gegevens kwamen uit natuuronderzoek dat rond de voormalige kerncentrale in Tsjernobyl gedaan werd. Na meer dan dertig jaren na de kernramp bleken bomen en bladeren niet of nauwelijks te vergaan. De straling had namelijk ook een groot nadelig effect op insecten, schimmels en bacteriŽn die nodig zijn om plantaardig materiaal af te breken.

5 november 2015

Mijn herfstoogst van dit jaar is best bijzonder. Op tafel ligt een enorme rode pompoen met de naam Rode d'Etamps. Hij groeide en groeide maar door op mijn volkstuin. Links eronder liggen mijn zelfgekweekte ananaskersjes. De kleine soort want die is veel lekkerder dan de grote zus. In het midden liggen wat miniatuur pompoentjes. Waar het plantje oorspronkelijk thuishoort weet ik niet, ik kweekte het op uit een stekje dat ik van een tuinclubmaatje kreeg. Het bleek een rankend klimmertje met leuke blaadjes die op het blad van een druif leken, maar dan heel veel kleiner. Rechts liggen wat hazelnoten uit buurmans tuin die ik verzamelde voor de gaai.

Rechts een flessenpompoen, een beauty mag ik wel zeggen, hij draagt zijn dikke buik met verve. Ook gegroeid op mijn volkstuin en wel langs een rozenboogje dat ik voor een habbekrats in het voorjaar kocht. Het gewicht van de vrucht is indrukwekkend, geweldig dat ie bleef hangen aan de stengel van de plant. Oorspronkelijk komt deze soort uit Mexico en Guatemala en volgens de overlevering werd hij duizenden jaren geleden al door de Indianen van Noord-Amerika genuttigd. De vezels zijn prima voor de spijsvertering. Er naast ligt een kleine groene vrucht: de Squash rolet. Ik kreeg hem van iemand die hem uit Zuid-Afrika had meegebracht. Het bleekroze vruchtvlees schijnt heerlijk te zijn nadat je het geroosterd hebt. Maar dat ga ik niet doen, volgend jaar kweek ik hem op mijn volkstuin want dat vind ik veel leuker.

De enorme granaatappel kreeg ik van een echtpaar dat zich tijdens de vakantie in Iran vergaapte aan alle moois uit het heel verre verleden, en deze vrucht voor me meebrachten. Iran, dat vroeger Perziё heette, is de oorspronkelijk groeiplaats voor deze frisse vrucht. De granaatappel behoort  botanisch tot de bessenfamilie. De schil werd vroeger gebruikt voor het vervaardigen van een rode verfstof. Wij zijn vooral verzot op de mooie rode pitjes. Naast de granaatappel ligt Iraanse  thee. Die thee bestaat uit bloemknoppen en blaadjes van een hybiscussoort en levert een prachtige wat frisse drank op. De kleur van de thee doet denken aan een mooie rosťwijn, je wordt er al warm van voor je hem gedronken hebt, zo feestelijk. Heel leuk om aan je gasten te serveren.

Tot slot thee uit MongoliŽ. Ook gekregen. Te zien zijn brokjes kandijsuiker, een zakje gedroogde  theeblaadjes, gedroogde bloemknoppen en kruidige bolletjes die lijken op onze knikkergallen die nu met het eikenblad op de grond vallen. Erg leuk om van al die wereldwijd gekweekte producten te kunnen genieten, dankzij de globetrotters om ons heen.

3 november 2015

Hoewel het nog niet wintert, ben ik voorzichtig begonnen met het voeren van de vogels. Het is namelijk zo ontzettend leuk de vogels naar je tuin te lokken.  Met deze zaadsilo trek je een hele mussenkolonie aan. Ze vliegen af en aan, tollen in het rond op dat voederhokje aan een touw en de slimmeriken zitten op de grond te eten wat door alle gedrang naar beneden valt. Zo leuk weer, het is echt genieten van dat vogelgedoe! Maar ze eten wel erg veel met z'n allen en om de twee dagen moet de silo worden bijgevuld. Ik ga maar niet uitrekenen wat me dat na de winter gekost zal hebben. Tussen de huismussen heb i k nog geen enkel ringmusje ontdekt. Voerplekken voor vogels kun je het beste maken op een plek waar veel beschutting is en struiken of bomen staan waar de vogels in kunnen vliegen. Klimop in de buurt geeft de grootste kans op succes omdat die het gehele jaar door groen en dus veilig is.

Natuurlijk is de aansprekende roodborst  met zijn ronde glimoogjes als altijd van de partij, of het nu bij huis is of in de volkstuin. Haarscherp houdt hij in de gaten waar wat te eten valt. Spit je de grond om, dan weet hij dat daardoor insecten of larven tevoorschijn komen. Voer je buiten om het huis dan heeft hij dat meteen door. Wonderlijk dat dit vogeltje met het dunne snaveltje naar zaden kan omschakelen terwijl het de hele zomer insecten at.

1 november 2015

Aan de oostelijke Veluwezoom mogen wij ons gelukkig prijzen met het feit dat de mist ons nog geen ochtend bereikt heeft. Telkens is de lucht helder en schijnt geregeld de zon. Het bos is totaal bedekt met een deken van bruin blad en als je hier de weg niet zou weten, zou je hier en daar het spoor gewoon bijster raken. Vooral bij zonlicht is de herfst adembenemend mooi al mis ik wel de rode kleuren van de eik en esdoorn. Het ontbreken van nachtvorst is daar voornamelijk schuldig aan. Hoe kouder de nachten, hoe fraaier de kleuren. Het is nu allemaal bruin en geel wat de klok slaat, maar zeker een lust voor het oog.

Het verschil tussen bomen en hun bladval is enorm. Zelfs onder dezelfde soorten, hetgeen vooral goed zichtbaar is in dorpen en steden.. Het hangt er vanaf hoe bomen vermeerderd werden. In onze buurt zijn sommige berkenbomen al totaal kaal terwijl andere nog volop in het blad zitten. De bonte specht die in de boom bij ons zit, is hier steeds vaker te zien en te horen. Hoe ouder de bomen in (vooral) tuinen worden, hoe meer ze vanuit het bos komen buurten. Ze weten inmiddels dat ook in de bewoonde wereld het nodige voedsel te vinden is.

Gelukkig is er tussen alle verkleuring nog genoeg groen te zien. Een kaal bos is een nogal saai bos en die toestand duurt toch maar weer een half jaar.

Een Beuk is de keizer van het bos. Een keizer maar ook een eiser. Omringd door dicht bijeen geplante bomen, vooral naaldhout, heeft zich op deze plek een Beuk (Fagus sylvatica) gevestigd. Deze soort drukt alle andere beplanting weg, spreidt de takken dominant wijd uit en er zit zoveel blad aan dat het zonlicht de bodem niet meer kan bereiken. Doordat er onder de kroon niets meer kan groeien, eist de beuk alle water en voedsel voor zichzelf op. Beukenschors is tamelijk dun en verdraagt geen fel zonlicht, met zijn bladerparaplu kan hij ook die mogelijke schade voorkomen. De beuk maakt zonblad en schaduwblad. Het eerste, dat het meest in de kroon groeit, wordt gevormd als het blad veel licht kan ontvangen. Het schaduwblad doet dat precies andersom. In dit verschillende blad verloopt ook de fotosynthese op een wat andere manier. Beuken willen humeuze,  voedzame grond en groeien vooral op de Veluwe. Indrukwekkende boom!

30 oktober 2015

Niemand weet het maar ik doe het nog steeds......!  Als ik een dood diertje vind verstop ik het ergens in de tuin en kijk dan na lange tijd weer eens wat er van geworden is. Deze kikker vond de dood in de vijver op 1 mei van dit jaar, na een stevige nachtvorst. Met die kikker verliep het proces wel vreemd. Maandenlang gebeurde er niets, het kikkerlijf droogde alleen uit, en pas in de loop van augustus begon het beest te ontbinden. Na een week of wat bleef dit er van over. Standbeeldje voor het onfortuinlijke amfibie. De column "Hobby's" dateert van alweer heel lang geleden, mijn zoon is inmiddels al 14 jaren lang een geweldige vader.

Dit jaar waren de appels erg klein als gevolg van de langdurige droogte in de zomer en het is niet goed gekomen met ze. Maar de Coxappeltjes zijn wel heerlijk dus werden ze met eindeloos geduld geschild door mijn echtgenoot, waarna ik er appelmoes van maakte. De laatste nam ik eergisteren mee naar huis. In de warmte daar werd een heel klein slakje wakker dat had zitten slapen op de het topje van de appelsteel. Ik vond het wel een grappig plaatje. Het wemelt overal van die kleine jonge slakjes in hun piepkleine huisjes. Ze zitten op de ruiten, de buitendeuren, de hekjes en de klimopblaadjes. Hun huisjes zijn dicht gekit met een stevig slijmlaagje en zo hopen ze klaar te zijn voor de winterperiode. Pech natuurlijk als iemand ze dan meeneemt in een warm huis, dan denken ze misschien dat het alweer lente is geworden.....

In de tuin, waar een bak miniatuurviooltjes staat om de komende winter wat op te fleuren, vliegt een late hommel, op zoek naar nectar. Het is de Aardhommel (Bombus terrestris), deze soort vliegt nog in oktober door als het weer meewerkt. En dat doen de huidige heerlijke herfstdagen. Het is een koningin die als enige haar zomerse volk overleeft. Bevrucht met de nieuwe generatie die in de lente geboren zal worden. Tussentijds kruipt ze weg in een konijnenholletje of maakt zelf een onderkomen in de grond waar ze veilig de winter door kan slapen. Tot de lente haar zal wekken en ze met goede moed zal beginnen aan de oprichting van een nieuw volk. Tenminste, als ze het redt want slechts 1 op de 10 hommelkoninginnen overleeft de winter.

28 oktober 2015

Tussen late herfst en begin winter loop ik nogal eens buiten hoopvol rond te neuzen op zoek naar de laatste bloeiende planten. Het is zo saai als alles verdwenen is om pas over een half jaar of langer weer terug te keren. Op een van de begraafplaatsen in mijn gemeente vond ik nog een enkel bloempje van de Rode klaver (Trifolium pratense). Deze klaversoort komt in heel veel delen van de wereld voor, zelfs tot aan de Poolcirkel. De bloemen geuren, alhoewel niet zo heerlijk zoet als die van de witte klaver.

Kleine leeuwentand (Leotondon taxacoides) stond er ook nog in bloei. Vrolijke, felgele bloemen die op een kaal steeltje staan. Een echte pioniersoort die al snel in het grasland verschijnt en doorgaat met bloeien tot ongeveer november.

En natuurlijk kwam ik ook grasklokjes tegen. De bloemen die op de mutsjes van elfjes lijken zien er zo teer uit maar de planten zijn oersterk en gaan door met bloeien tot de vorst er een stokje voor steekt. Grasklokje (Campanula rotundfolia) staat op de Rode lijst en voor vegetaties geldt een soortprotocol met aanwijzingen voor beheer en maaibeleid.

Af en toe kom je ook de witte variant tegen van het Grasklokje. Deze foto werd gemaakt op een andere plek en op een ander tijdstip. Lichtblauw komt ook voor bij grasklokjes. Bloemen, je kunt ze niet missen, ze geven zoveel fleur aan het leven....

26 oktober 2015

Houtduiven zijn de ware opportunisten. Terwijl andere vogels zich qua broedperiode keurig houden aan de daarvoor bestemde tijden, trekken de duiven zich daar niets van aan. Ze bouwen gammele nesten en leggen daarin eieren als ze daar zelf zin in hebben. In het bos vond ik nog een lege dop. Als een vogel die uit het duivennest geroofd had, zou die er anders uitzien dan deze helft die nog gaaf oogt en de indruk wekt dat er een duifje uitgekomen is. Maar het ei kan natuurlijk ook uit het nest gekieperd zijn en op de grond kapot zijn gevallen. Maar dan zou ook de andere helft er toch moeten liggen? En lijkt het niet of het ei is leeggegeten? Iets te raden blijft er altijd en de oplossing ligt niet altijd voor het oprapen. Dat is juist het leuke.

Het is aardig om eens een oud stuk boomhout om te keren en te kijken wat daaronder te zien is. Hier zag ik zulke kleine witte stipjes dat ik eerst dacht dat het misschien eitjes waren van een pissebed of zo. Maar na heel goed kijken bleken het ongelooflijk kleine paddenstoeltjes te zijn. Zolang ze met hun hoed tegen de bosgrond lagen, bleven ze wit maar omgekeerd en meer aan de lucht blootgesteld, bleken ze al snel naar bruin te verkleuren. Superminizwammetjes.

Er bleek ook een kleine miljoenpoot aan de onderkant van het hout te zitten. In diepe rust, dus die vond het niet leuk opeens vanuit het donker opeens in het volle licht te komen. Chagrijnig rolde hij zich uit en kroop langzaam weg, weer op zoek naar rust en duister. Een miljoenpoot heeft natuurlijk geen miljoen pootjes, al zijn het er wel veel. Het duidelijk verschil met een duizendpoot is het lichaam dat bij de miljoenpoot rond is en bij de duizendpoot afgeplat.

24 oktober 2015

Ik had het al eens om me heen gevraagd: zien jullie ook zo weinig vliegenzwammen? Opvallend weinig stonden er namelijk in het bos. Ik had het ook al een keer ergens gelezen: er waren wel veel paddenstoelen maar niet veel verschillende soorten.

De Stinkzwam heb ik zelfs niet eenmaal gezien deze herfst. Tenminste, niet in mijn wandelbos aan de Veluwezoom. Deze zwammen ruik je al van verre door hun zeer onaangename geur dus missen kun je ze eigenlijk niet. Het gaat niet goed met de stinkzwam, zo blijkt nu.

De landelijke coŲrdinator van de paddenstoelenmeetnetten bevestigt dat het de verkeerde kant uitgaat met het bos. De ziekmaker is stikstof die vanuit de lucht in de bodem terecht komt en het bos als het ware ziek maakt. Grootste oorzaak: de enorm gegroeide veestapel (bio-industrie). De Vliegenzwam blijkt sinds de tellingen begonnen in 1999 met maar liefst 63% afgenomen te zijn. Zwammen zijn heel gevoelig voor stikstof. Een deel van de zwammen verteert het blad en dat wordt nu ook minder waardoor de bosgrond verzuurt. Dat heeft weer tot gevolg dat ook het bodemleven vermindert en zo gaat het proces door.  Maar ook de Havik doet het slecht in het oosten van het land, net als eiken die plotseling doodgaan, aldus de coŲrdinator. Er moet hier dus meer mis zijn.

De enorme Reuzenzwam (Meripilus giganteus) die gewoonlijk al vanaf eind juli te zien is, heb ik dit jaar nauwelijks gezien en dat vond ik heel opvallend omdat andere jaren deze zwam zeer algemeen voorkomt. Hoe ouder de bossen worden, hoe meer reuzenzwammen er groeien. Onderzoek heeft uitgewezen dat een boom minimaal 80 jaar is eer de reuzenzwam toeslaat. Blijkens de meetgegevens doet deze zwam het juist heel goed. Omdat niet alleen stikstof verantwoordelijk is voor het voorkomen van paddenstoelen, maar ook de droogte of juist de vochtigheid, kan de langdurige droogte van afgelopen zomer hier misschien een rol gespeeld hebben.  De conclusie is wel dat onze bossen er helaas niet beter op worden.

23 oktober 2015

Morgen wordt weer de Nacht van de Nacht georganiseerd, bedoeld om mensen te betrekken bij de lichtvervuiling in de westerse wereld en het effect daarvan op de natuur. Ieder jaar neemt de lichtvervuiling op aarde met 6% toe en vooral vanuit de ruimte is dat goed zichtbaar. Licht uit gebouwen, huizen, in tuinen, op sportparken enzovoort brengt dieren  in de natuur op een dwaalspoor en steeds meer wordt dat duidelijk door onderzoek dat ernaar gedaan wordt.

 Bij wintervlinders bijvoorbeeld is dit ondubbelzinnig vastgesteld. Wie 's avonds en 's nachts lampen bij huis laat branden zal vaak veel nachtvlinders te zien krijgen die om het licht dansen of er omheen zitten. Die zouden daar niet moeten rondfladderen. Het vele licht overal blijkt het levenspatroon van de vlinders te verstoren. Ze "herkennen" de seizoenen soms niet goed en gedragen zich daarnaar Ze paren minder doordat de mannelijke en vrouwelijke vlinders elkaar niet meer goed kunnen vinden en zo zijn er nog veel meer voorbeelden, ook bij andere dieren.

Ook de rupsen van wintervlinders kunnen zich verkeerd ontwikkelen onder invloed van teveel licht. Ze komen bijvoorbeeld veel te vroeg uit en overleven vervolgens de winterkou niet. Het vele licht overal gedurende de nacht zou best eens een van de oorzaken kunnen zijn waardoor in Europa de populaties van nachtvlinders zo snel achteruit gaan. Overal in het land worden morgenavond excursies geleid om belangstellenden over dit onderwerp te vertellen.
Voor wie daarin geÔnteresseerd is: http://www.nachtvandenacht.nl/

21 oktober 2015

Oktober kan vaak nog een mooie toegift vormen, met zonnige dagen en veel nabloei van planten. Tot nu toe lijkt oktober meer op december met al die grijze en vochtige dagen. Nu er nog genoeg blad aan de bomen zit, druipt het vocht er vanaf. Maar de nevel geeft ook een speciale sfeer aan het bos en daarom ga ik er toch maar wandelen.

De niet winterharde planten die ik graag wil overhouden staan nog steeds buiten. Hoe langer hoe beter want binnenshuis blijven ze slechts noodgedwongen in leven. Deze botanische Fuchsia arboriensis heb ik al heel lang. Zeker meer dan 12 jaren, misschien wel 15. Hij kan wel anderhalve meter hoog worden maar die kans krijgt hij van mij niet. Teruggesnoeid gaat hij in de winterstalling. Maar op dit moment heeft hij nog bloemen en heel veel blauw bedauwde bessen. De merels zijn er dol op maar  ze moeten het nodige overwinnen om op die dunne wiebelende takken te gaan zitten. Als dat lukt verdwijnt de ene bes na de andere in hun snavel.

Het blad van het Robertskruid (Geranium robertianum) kan in de herfst prachtig verkleuren. Fel rood wordt het. Het rood is er altijd al maar blijft door het overheersende bladgroen in de zomer verborgen. In de herfst mogen de bladeren van het Robertskruid stralen alsof het feest is. Het zijn de biologische pigmenten van het anthocyaan dat de mooie rode kleuren bezorgt aan de herfstbladen van bepaalde bomen en struiken. Maar ook aan groenten en vruchten; rode kool en biet zijn er een goed voorbeeld van, maar ook de framboos en de bloedsinaasappel. In de natuur komt het alleen voor in planten. Ik denk wel eens dat wij eigenlijk jaloers zouden kunnen zijn op wat in de natuur allemaal mogelijk is. Neem nou onszelf, saai grijs worden we als ons jeugdig pigment uit onze haardos verdwijnt en alleen met hulp van de fabrikanten kunnen we die verkleurde pruiken nog kunstmatig wat opvrolijken. Wij moeten daar een prijs voor betalen. De natuur niet, die krijgt gewoon in het voorjaar weer nieuw blad waarna alles opnieuw begint.

19 oktober 2015

De Geweizwam (Xylaria hypoxylon) komt pas wat later in de herfst en is nu te zien. Hier zijn  alle "stammetjes"  lichtgrijs maar dat is bedrieglijk. Vers zijn ze zwart aan de onderkant en wit aan de bovenkant. Als ze rijp zijn bedekken de witte sporen het geheel. Ze groeien graag op dood hout, vooral op de dode stobben van loofbomen. Daar de vruchtlichamen niet geheel verdwijnen kun je ze het hele jaar door zien. Maar nu zijn ze op hun mooist. Bijzonder is hun voortplanting, die kent twee stadia. In het eerste jaar de ongeslachtelijke en in het tweede jaar de geslachtelijke.

De familie Mycena is behoorlijk groot en ik durf nooit met zekerheid een naam te noemen. Het is een groep van kleine paddestoeltjes met vaak gerande hoedjes en ze hebben altijd verticale streepjes op hun hoeden. Dat zijn de lamellen die door de hoed schijnen. Ik gok dat dit de Melksteelmycena (Mycena galopus) is. Deze soort heeft een voorkeur voor het natte gras en daar vond ik ze ook. Het zijn wat je noemt "snoezige paddestoeltjes".

De Amethistzwam (Laccarina amethystina), ook wel Rodekoolzwam genoemd is ook een mycenasoort, de grootste uit de familie. Een alleraardigst zwammetje dat van top tot teen paars is. Ook deze soort is momenteel overal te vinden, zowel in loof- als in naaldbossen. Als het lange tijd droog is, verbleekt de kleur naar wit maar nu het weer zo nat is, vind je ze weer op hun mooist. Wie van paddestoelen houdt, is dus blij met dit grijze vochtige weer!

Dit zwammetje is ook leuk, het houdt zich niet aan een bepaald jaargetijde dus kun je het in het hele jaar vinden, mits het vochtig weer is en het mos er dan optimaal bijstaat. Het Mosschelpje (Chromocyyphella muscicola) groeit op de bemoste stammen van de Beuk.

Het Mosschelpje was lange tijd niet algemeen maar in het bos zie ik het steeds vaker en komt het massaal voor. Tot 2008 was het slechts driemaal waargenomen in Nederland. Je herkent de plekken waar het groeit aan de gele vlekken op de boomstam. Het kleine zwammetje parasiteert het mos dat op de stam groeit en dat als gevolg hiervan vergeelt en doodgaat.

17 oktober 2015

Er zijn in mijn omgeving opeens meldingen van muizen in huis. Het zijn bosmuisjes en ik hoor over dames die in de gang staan te gillen om hun man als ze zo'n schattig beestje zien. Hoe is dat nou toch mogelijk, ze zijn zo leuk en zien er zo lief uit met hun glanzende kraaloogjes. Jaren geleden zochten ze in de herfst ook eens bij ons inwoning en dat luidde het begin van een zeer koude winter in. Wie weet wat ons dit jaar te wachten staat. Misschien ook wel weer heel veel koude, sneeuw en ijs. Ik moet er niet aan denken. Om te voorkomen dat deze muisjes met nare middelen te lijf worden gegaan, heb ik het advies rondgestrooid om ze te verjagen met kruizemuntblaadjes of watten die besprenkeld zijn met pepermuntolie. Ook het strooien van cayennepeper is effectief. Daar moeten de muizen niets van hebben en zullen zich snel uit de voetjes maken.

In plantenbladeren zijn vaak kleurloze lijnen te zien en dit forse blad van de Grote klis (Arctium lappa) is daar een mooi voorbeeld van. De grote klis is een plant die in de zomer vruchten vormt met haakjes eraan die door zich vast te hechten aan alles dat voorbij komt, verplaatsen naar andere plekken om daar uit te groeien tot een nieuwe plant. Superkleine microvlindertjes en sommige -vliegjes leggen eitjes op bepaalde planten; elke soort op zijn eigen waardplant. De larven vreten tussen de boven- en onderlaag van het blad het weefsel weg dat bestaat uit  cellen die voor de fotosynthese zorgen, daardoor worden die zogeheten mijngangen kleurloos. Wonderlijk toch dat zelfs binnen in de bladeren van planten zich zulke processen afspelen.

15 oktober 2015

Hoewel er berichten werden uitgegeven over de enorme hoeveelheid eikels op de Veluwe is daarvan niets te merken aan de Oost-Veluwezoom. Er waren dit jaar geen kegels aan de lariksen, en geen bosbessen, als gevolg van het koude voorjaar en late nachtvorsten. Dit weer gevolgd door langdurige droogte afgelopen zomer. Nu zijn er geen beukennoten en eikels te vinden en deze foto van begin september laat zien hoe de jonge zwijnen in slechte conditie verkeerden. Hun ribben zijn te zien terwijl de herfst nog moest beginnen en de winter wacht. Ze zullen dus weg moeten trekken naar andere delen van de Veluwe waar het beter is, willen ze de honger ontlopen. Eikels moeten de zwijnen hun speklaag verschaffen waarop ze kunnen teren in de winterse schaarse periode.  Maar wat is er met dit bosgebied toch aan de hand? Opvallend is het dat buiten het bos eikels genoeg zijn.

Ook de kastanjebomen in het bos laten het afweten dit jaar. Langs deze zoel groeit de Paviakastanje, ook deze dragen geen vrucht. In de buurt ligt uitkijkpost de Elsberg, een bekende plek om tijdens de bronst herten te gaan bekijken en hun geburl te horen. In verband hiermee werd gemeld dat ook de hinden in matige conditie verkeerden en dat de bronst daardoor misschien wel wat langer zou kunnen duren. Hier, langs de oostelijke Veluwezoom moeten de dieren vrezen voor een barre winter.

Al hangen de webben van allerlei wielwebspinnen niet meer in het bos, op de bodem is nog heel wat te vinden van de horizontale gordijntjes van de hangmatspinnen die bij vochtig weer als een zilveren deken over de lage plantengroei liggen. We lopen er vaak achterloos aan voorbij maar al dat spinrag verdient veel bewondering. In tegenstelling tot de webben van o.a. de kruisspinnen, die ware kunststukjes zijn, maken de hangmatspinnen er maar een rommeltje van. Maar blijkbaar effectief genoeg om er prooien in te vangen. Spindraad is grondig onderzocht op samenstelling en bruikbaarheid. Het heeft een ongeŽvenaarde sterkte waardoor je het zelfs zou kunnen gebruiken om er mee te weven. Zo schijnt de Britse koningin Victoria (1819-1901) eens van een Chinese gezant een mantel van spinnenzijde cadeau te hebben gekregen. Dat zal wel de nodige indruk gemaakt hebben. Miljoenen spinnen waren er voor nodig.

13 oktober 2014

Hoewel dit koude weer in de verste verte niet doet denken aan zomerbloeiers, leek een Meidoorn in het bos een paar verkeerde hormoontjes te herbergen. Tussen alle verdorrende bladeren ontdekte ik deze twee bloempjes op een van de takken. Dat was wel een heel vreemd gezicht.

Op de stam van een boom zag ik deze rups omhoog kruipen op weg naar een goed plekje om zich te verpoppen, leek me want hij had veel haast. Alleen ging hij dan wel de verkeerde kant op want eenmaal veranderd in een cocon overwintert die in het strooisel op de bodem. De rupsen zijn deze maand nog te zien.

Het gaat om het Kroonvogeltje (Ptilodon capucina), de nakomeling van een onopvallend gekleurde tandvlinder. De rupsen kunnen verschillen van groen tot lilabruin. De onderste foto laat een dreighouding zien, deze kan maar gedurende korte tijd worden volgehouden. Het is wel een heel vreemd gezicht de rups zo te zien.

11 oktober 2015

Nu de herfst een eind op gang raakt manifesteert zich dat vooral in het bos waar bomen staan van diverse soorten. De berkenbomen die zo hier en daar staan zijn al helemaal verkleurd. Een beetje saaie boom wat dit betreft en weinig spectaculair. Het blad wordt geel en valt al snel af.

De eikenboom doet het geheel op eigen wijze. In de lente komt de ene tak eerder in blad dan de andere, ook al zitten ze aan dezelfde boom. In de herfst speelt het omgekeerde zich af. Ik neem aan dat het de vroegst uitgelopen takken zijn die in de herfst ook weer het eerst bruin verkleuren.

De Beuk komt in het voorjaar laat op gang en blijft ook het langst groen. Doordat er zoveel beuken in het bos staan, geeft dat de indruk dat het gelukkig nog een tijdje zal duren voor het bos geheel kaal is. Een winters bos lijkt vaak een levenloos bos.

De Krentenboom in onze eigen tuin is momenteel een juweel en jarenlang hebben we hem in de herfst niet zo mooi gezien. Hij reageert op de vertroeteling met veel compost en mest. Die kreeg hij omdat hij bijna aan zijn eindje leek. Er gaat nu geen dag voorbij of ik prijs hem vanwege zijn scala aan kleuren en ik ben zo blij dat hij het weer zo goed doet, ik zou hem niet kunnen missen.

9 oktober 2015

Vanuit de klimop was een rups over het raam gekropen en had besloten dat dit een goed plekje was om te verpoppen. Dus spon hij een heleboel draadjes, een soort matje waar hij zich goed kon vasthechten. Zo zat hij daar roerloos twee dagen lang. Een kringetje vocht van zijn adem toonde dat hij nog leefde en geduldig wachtte op het ingewikkelde proces dat hem wachtte.

Toen ik hem buiten wat beter bekeek zag ik dat het ging om de rups van het Klein geaderd witje (Pieris napi).

Om goed vast te blijven zitten had de rups toch ook nog maar een veiligheidsgordeltje gemaakt.  Zich dat onbewust had de rups een zeer veilig plekje uitgezocht want geen vogel zou het wagen hem van dat raam te plukken. Te gevaarlijk!

Toen ik een dag later opnieuw het gordijn open trok zag ik dat het grote wonder inmiddels geschied was. Er hing nu een prachtige verse gordelpop die ontstaan was onder zijn groene jasje dat hij nu had uitgetrokken en dat nog als een afdankertje onder hem hing. Elke keer als ik het zie vervult het mij weer met groot ontzag want wat hier gebeurt kan door een mens niet worden geŽvenaard. Binnen in de pop gebeurt er voorlopig niets maar als hij er in de lente nog hangt wordt zijn lijfje helemaal afgebroken waarbij slechts enkele elementaire cellen intact blijven. Daarvan wordt een geheel nieuw insect opgebouwd dat in niets meer lijkt op een rups maar geboren wordt in een totaal andere gedaante: de vlinder. Wat een wonderlijke en indrukwekkende metamorfose! Dat wordt het komende half jaar ramen zemen met een boogje.

 oktober 2015

Mestkevers kun je in het bos niet missen. Ze wandelen over de bospaden, krioelen rond in de poep van een hond of Schotse hooglander of ze doen zich te goed aan paddestoelen. Heel veel vinden er de dood onder de schoenen van de wandelaars; ze zijn vaak bijna niet te ontwijken. Het zijn nuttige diertjes die een belangrijke functie hebben in het bos. Vinden ze een hoop mest dan maken ze daaronder gangen en brengen daar mest in. Op die mest worden de eitjes gelegd en de larven kunnen meteen aan de maaltijd als ze uit het ei gekomen zijn. Zo zetten de mestkevers de bodem om en maken hem vruchtbaar.

Soms pak ik ze op om ze een lift te geven naar de zijkant van een pad en dan keer ik ze ook altijd even om om te zien of er mijten onder hun prachtig gekleurde buik zitten. Die mijten doen de kever geen kwaad, ze gebruiken hem alleen om een stuk met hem mee te liften.

Langs een van de paden zag ik het restant van een onduidelijk geworden paddestoel die wel leek te bewegen. Het was duidelijk dat er mestkevers bezig waren de zwam te elimineren.

Nieuwsgierig keerde ik het stuk hoed om en zag toen een groot aantal kevers die hun buikjes ermee vol vraten. Eerder zag ik eens hoe misschien wel honderd mestkevers op een reuzenzwam zaten. Daarna zag ik dat nooit meer. Wat zou het zijn dat sommige zwammen dit ten deel vallen. Zouden ze extra lekker smaken of zou het soortgebonden zijn? Ik weet het niet en beschouw het maar als een onduidelijk raadsel der natuur.

7 oktober 2015

De losse vleugels van een libel staan symbool voor het einde van de seizoenen die leven en groei brachten. Wat niet in staat is het te redden in de seizoenen die nu wachten, gaat verloren.

Nog zo'n teken van neergang: een enkel vleugeltje dat aan een witje toebehoorde. Ik geef het nog maar even een plekje in dit natuurdagboek.

Maar nieuw leven staat al op stapel, maakt zich klaar om in winterrust te gaan om het leven komend voorjaar weer door te geven. De rups van de Zilveren groenuil (Pseudoips prasinanus)vond ik op straat en heb ik meegenomen naar een veiliger oord. Heel goed is te zien hoe een rups er uitziet. Achter de kop zitten borstpoten. Dit deel van het lichaam buigt vaak omhoog als de rups een ondergrond zoekt. In het midden zitten de buikschuivers en aan het eind nog een naschuiver. Met zijn na- en buikschuivers kan de rups zich stevig verankeren. Op je hand voelt dat alsof ze zuignapjes hebben. Het imago is een groene vlinder uit de familie Visstaartjes; overdag rust de vlinder onder een blad en in de schemer wordt hij actief. Echt een vlinder van loofbossen. Ook de rups houdt zich overdag koest. Dat je ze nu ziet rondkruipen geeft aan dat ze op zoek zijn naar een plek om te verpoppen. In zijn bruinige spinselcocon brengt de rups de winter door.

6 oktober 2015

De hele week al ben ik zo intensief bezig de tuin op te knappen dat ik er bijna zelf in opga. Zelfs beleef ik er in mijn dromen de meest fantastische dingen. Zoals vannacht toen ik door de grond een Mol zag gaan. Ik zag het zwarte pelsdiertje niet maar wel zijn periscoop die hij boven op zijn kop bleek te hebben en die bovengronds aangaf in welke richting hij zich bewoog. Mijn dromen zijn vaak zo hilarisch dat ik op verzoek van mijn kleinzoon een schrift op mijn nachtkastje gelegd heb om ze in op te schrijven. Deze foto is een zoekplaatje, een geweldig voorbeeld van camouflage. Ik verstoorde een Groene gaasvlieg en volgde hem met mijn ogen om te zien waar hij weer ging zitten. Dat bleek onder een blad te zijn en als ik niet gezien had dat hij daar landde, had ik hem niet eens ontdekt, zo ging hij met zijn frÍle gaasvleugels en groene lijfje in de achtergrond op. Ik moest met een hand het blad omkeren om het met de andere hand te fotograferen; ik had de foto graag wat scherper gehad.

Het is nog maar een week geleden dat ik een stel strekspinnen stond te bekijken. Ze waren bezig aan een spannend paringsritueel dat eindeloos leek te duren. Dichterbij komen, weglopen, weer elkaar benaderen, het vrouwtje wenkend met haar poten, het mannetje zeer behoedzaam om niet gegrepen te worden. Voor de spartelende prooien in haar web had het wijfje even geen enkele belangstelling, alleen de naderende paring interesseerde haar. Hoe het is afgelopen, of man het slachtoffer werd van vrouw heb ik net gemist. Zoals je op een dag opeens opmerkt dat de gierzwaluwen uit de lucht verdwenen zijn, zo blijken ook opeens de spinnenwebben te ontbreken. De soms bizar dikke ronde lijven van de vrouwtjes gaven al aan dat het leggen van eitjes dichtbij was. Slechts wat draden van oude webben hangen nog tussen de struiken, de vrouwtjes hebben zich teruggetrokken op een veilig plekje om hun eitjes in een warm en isolerend spinselbolletje te verstoppen om ze tegen de winterse elementen te beschermen.

5 oktober 2015

De herfst maakt zich al aardig zichtbaar. Veel bomen en struiken nemen hun bladgroen terug om op te slaan voor gebruik in de volgende lichting nieuw blad dat in de nieuwe lente weer zal verschijnen. Daardoor komen de onderliggende kleuren tevoorschijn en die geven de herfst zijn kleurige aanzicht. De blaadjes van onze Krentenboom hebben nu veel rood in zich en worden in rap tempo afgestoten.

De luchten zijn in deze tijd van het jaar vaak prachtig, net als het licht dat in de ochtend en avond mooier is dan ooit. Deze kleine wolkenpartij lijkt wel op een stel zwanen op een rij. Ze doen denken aan Kelvin-Helmholzwolken die ontstaan op een hoogte waar warme en koelere lucht langs elkaar bewegen, en waarbij het boven de wolk sneller waait dan eronder. Maar of deze dat ook werkelijk zijn weet ik niet. Het schijnt niet zo vaak voor te komen.

In het voorjaar kocht ik deze leuke Clematis die volgens de gegevens van de kweker zou bloeien in juli en augustus en bij mooi weer nog een nabloei zou hebben tot oktober. Het is de Clematis Aureolin, zeer winterhard en na de bloei versierd met zilverkleurige zaadpluizen. In de tuin had ik er een mooie plek voor zodat we hem uit huis zouden kunnen zien bloeien. Maar dat deed hij niet! Niet in juli en ook niet in augustus of september. De clematis bloeit nu, op een tijdstip dat hem niet is toebedacht. Maar dat vind ik niet erg. Ik ben altijd ontzettend blij met laatbloeiende planten, ze houden het zomergevoel nog even vast en dat vind ik heerlijk.

Wat ook heerlijk is: de roodborsten die de winter hier komen doorbrengen en zo het strengere klimaat in het noorden en oosten van Europa willen ontlopen. Zodra ze bij ons ingevlogen zijn zoeken ze een eigen territorium en zingen hun parelende liedjes dat het een lieve lust is. Ga je dan ook nog in je tuin aan de gang met rommelen in de grond, dan komen ze meteen kijken of er iets te pikken valt.  Onder elkaar zijn het nijdassen maar voor de mensen zijn roodborstjes alleraardigst en zeker niet schuw.

4 oktober 2015

Even een ritje door de uiterwaarden van de IJssel om te zien of er al veel ganzen zijn. De boeren zijn er volop bezig de laatste grassnede binnen te halen, die wordt opgeslagen voor de winter. Het weer zit de boeren mee, de grond is droog dus dat is mooi. Sommige  jaren, als het heel veel geregend heeft in deze periode kan de laatste snee niet geoogst worden.

Het ploegen van de grond is ook volop bezig en de meeuwen hebben dat meteen in de gaten. Je snapt niet waar ze vandaan komen, zoveel zijn het er. Waar de bodem is losgewoeld door de tractor duiken de meeuwen erop om voedsel op te pikken. Altijd weer een prachtig gezicht.

Nu de vogeltrek op haar hoogtepunt is, vliegen ook de ganzen uit de poolcirkel ons land binnen om hier te komen overwinteren. De eerste helft van de voorbije week was het een drukte van belang in de lucht, hoog vlogen de vogels in grote groepen over. Maar de laatste dagen is het weer stil en in de weilanden zijn slechts een paar kleine groepjes grauwe ganzen aanwezig bij de IJssel tussen Olburgen en Dieren. Nu onze weilanden verworden zijn tot de Nederlandse killing fields en er inmiddels duizenden vogels gevangen en vergast zijn, zal dat ongetwijfeld merkbaar zijn in het vaderlandse landschap.

Zilverreigers zie je hier steeds meer, zowel de kleine als de grote. De klimaatverandering maakt ons land tot een nieuw leefgebied. Deze Grote zilverreiger (Ardea alba) stond moederziel alleen in het lege grasland, heel ver weg maar ik kon hem nog net op camera krijgen. De grote heeft een gele en de kleine zilverreiger een zwarte snavel. Een klein aantal grote zilverreigers broedt tegenwoordig in ons land; de vogels trekken in de herfst en winter niet weg. De kleinere soort doet dat wel. Zolang de winter mild is redden de mooie vogels het wel maar bij strenge vorst zullen ze het loodje leggen, net als dan massaal gebeurt met de algemene Blauwe reiger.

 

2 oktober 2015

In BelgiŽ ontstond afgelopen weekend grote consternatie toen bleek dat daar een natuurgebied geplunderd werd door mensen die de jacht op paddestoelen openden. Op bijna "industriŽle" wijze werden de paddestoelen geoogst. Vanmorgen las ik in De Gelderlander een stuk over de chef-kok van een bekend Achterhoeks restaurant, die een journalist meenam op zijn strooptocht door de bossen. Wekelijks worden in het Vordense restaurant paddestoelen geserveerd die door de kok hoogst persoonlijk uit het bos zijn gehaald.

Van een Sponszwam maakt de kok een lekker sausje, laat hij weten in de krant. Mensen worden uitgenodigd naar zijn restaurant om samen te zwammen over paddestoelen en wie wil kan nog mee op een rondleiding ook. Ik vind de nieuwe rage "wildplukken" belachelijk! Ik erger me dood als ik mensen in het wilde weg buiten de paden zie struinen op zoek naar paddestoelen die ze in manden en fietstassen mee naar huis nemen. Zwammen zijn een nuttig en noodzakelijk voedsel voor veel dieren in de bossen, gun ze die toch! Ik veronderstel dat menig boseigenaar er niets van moet hebben dat Jan en allleman de paden afgaat, wild verstoort, van alles vertrappend. Het moet maar snel weer afgelopen zijn met dit rare gedoe. In Duitsland zijn recent twee mensen overleden door het eten van giftige paddestoelen. Je moet wel een zeer goede kenner zijn wil je soorten van elkaar kunnen onderscheiden. Het is wachten op de eerste ongelukken in ons land.

1 oktober 2015

Wat een dag, afgelopen woensdag! Noodgedwongen moest ik onze tuin eens ingrijpend laten snoeien want het dreigde uit de hand te lopen. Jarenlang gaf ik de natuur de vrije hand; hoe wilder je tuin is, hoe meer insecten en vogels die trekt. Maar er zijn grenzen natuurlijk, en die waren nu bereikt. Maar o, wat is het kaal geworden en wat oenig dat ik dit in de herfst heb laten doen, ik had moeten wachten tot het voorjaar. Maar anderzijds, in de lente bouwen de vogels weer hun nesten. Maar ach, de klimop aan de huismuur, barstensvol knoppen en volop schuil- en slaapgelegenheid, bleef ter compensatie ongemoeid. Maar de vogels zullen zich vast bekocht voelen nu de wildernis hier behoorlijk getemd is. Langs de vijver ontdekte ik een forse zwam die voor het eerst in de tuin verscheen. Het is de veel voorkomende Gewone krulzoom (Paxillus involutus) , een giftige soort.

Een tweede ramp (nou ja...) voltrok zich binnenshuis waar op mijn werkkamer een metalen ton stond waarin ik in het voorjaar het overgebleven vogelzaad stopte voor de komende  herfst. Omdat een en ander wat moest worden aangepast was ik met die ton aan het schuiven gegaan en had kennelijk het deksel wat opengezet. Van de honderden snuitkevertjes die er in bleken te zitten, zag toen een aanzienlijk deel daarvan de kans schoon en nam bezit van de muren, de vloer, het plafond, mijn bureau. Drie dagen moest om de haverklap de stofzuiger aan om ze te verwijderen en ik lijk de strijd gewonnen te hebben. Vogelvoer mag vanaf nu nooit meer binnen liggen.

De heel kleine snuitkevers blijken een naam te hebben: Klander. Nooit van gehoord maar ik vond het op het internet waar ik veel verhalen las over deze monstertjes in het vogelvoer en hoe die huizen proberen over te nemen. Hier gaat het om de Graanklander (Sitphilus granarius), een van de soorten die er zijn in deze groep snuitkevers. De kevers leggen hun eitjes in de zaadkorrels en dee larven eten van binnen het zaad leeg. Als de larven ontwikkeld zijn  knaagt hij een gaatje om uit de korrel te komen en om te gaan verpoppen. Het vogelvoer staat nu klaar om het bos te worden ingebracht, lekker voor de hongerige invliegers die hier de winter komen doorbrengen of die op doorreis zijn naar het warme zuiden. De vogeltrek is namelijk in volle gang.

Dit vond ik een grappig gezicht: een vlinder op een stokje. De Atalanta die met z'n lichaam de bloem afschermt bleef een hele tijd in de tuin rondfladderen. De Verbena bonariёnsis die ik in de voorzomer van iemand kreeg, bloeit nog steeds en is een fantastische vlindertrekker. In huis zat vanmiddag een Dagpauwoog, binnen gevlogen door de openstaande deur, want dat kan nog even tijdens deze heerlijke herfstdagen waar de meeste mensen merkbaar  zeer van genieten.

28 september 2015

In de herfst is het leuk naar gallen te zoeken; er zijn er zoveel en van zoveel verschillende insecten. Ook is er een enorme vormenrijkdom en elke gal heeft zijn eigen bewoners. Op een en dezelfde boom kunnen meerdere soorten gallen voorkomen. De knoppergal is een heel leuke. Hij wordt veroorzaakt door de galwesp Andricus Quercuscalicis. De knoppergalwesp kent twee generaties, een in de lente en een in de herfst. De heel kleine gallen die zich in het voorjaar uitsluitend in de mannelijke katjes van de Moseik (Quercus cerris) ontwikkelen bevatten zowel mannelijke als vrouwelijke wespjes en daarom heet dit een sexuele generatie. In de herfst komen er aan de eiken gallen waarin uitsluitend vrouwtjes komen en deze generatie heet dan ook a-sexueel.  Dit laatste gebeurt dus in de knoppergallen; de gallen groeien op de napjes van de eikels. Gallen ontstaan wanneer een galwesp met haar legboor in een blad of knop een eitje deponeert, het is de reactie van knop of blad die dan abnormaal weefsel gaat maken. In het geval van de knoppergalwesp speelt het leven zich af in twee verschillende bomen die altijd samen nodig zijn om de kringloop rond te maken. Heel bijzonder en daarom ook zie je het niet veel.

Als het een tijdje niet regent trekt de Gewone huisjesslak zich terug in zijn woning en maakt dat dicht met een ondoordringbaar laagje slijm zodat de slak niet kan uitdrogen. Het zijn mooie huisjes en ze kunnen diverse kleuren hebben. De kleur van een slakkenhuis is erfelijk. Of de lichte of donkere kleuren overheersen hangt af van waar de slak leeft. De overwegend bruine huisjes vindt je meer op schaduwrijke plekken en de slakken met de lichtere leven meer "in de openbaarheid". De huisjesslakken zijn niet erg schadelijk, ze vreten niet aan levende plantendelen maar ruimen het afgevallen groen op. In onze tuin mogen ze vrijelijk rond scharrelen. Als ze de kans krijgen, en niet ten prooi vallen aan merel, lijster of egel, kunnen ze wel drie jaar oud worden.

27 september 2015

Leuke zwammen die momenteel in het bos groeien zijn de kluifjeszwammen. De Kluifjeszwam (Helvella crispa) is een vreemde snuiter onder de paddestoelen. De hoed is wanordelijk en de steel heeft gleuven en spleten. Crispa betekent dan ook gekruld. Je vindt ze niet zo heel vaak maar als er een beetje kalk in de grond zit willen ze nog wel eens verschijnen.

Het Glanzend druivenpitje kom je niet zo vaak tegen. Dat is eigenlijk geen wonder als je weet hoe een slijmzwam zich ontwikkelt. Het is een uniek en met niets te vergelijken organisme dat twee hoedanigheden kent: het beweeglijke en het vaste. Het eerste plasmastadium dat uit sporen ontstaat beweegt zich voort en voedt zich met bacteriŽn en schimmelresten. Het is een draderig geheel dat je nog wel eens bij de bekendere Heksenboter ziet. Na een tijdje neemt het geheel een vaste vorm aan en gaat dan vruchtlichamen voortbrengen. Dat zijn hier de oranje "druivenpitjes" die ook geel of bruin kunnen zijn. Als die rijp zijn verspreiden ze weer sporen en zo gaat het verder. Een uiterst ingewikkeld en fascinerend organisme. De vruchtlichamen kunnen na een dag alweer verdwenen zijn, vandaar dat ze algemeen zijn maar niet heel vaak gezien worden.

Dit is een "instinkerdje". Op het eerste oog doet het denken aan een van de oorzwammetjes. Maar de donkere zonering klopt niet en ook het harige bij de aanhechting aan het takje niet. Het is dan ook het allereerste begin van een Harig elfenbankje (Trametes hirsuta).

Oorzwammetjes hebben lamellen en het elfenbankje heeft buisjes. Het kostte me enige moeite voor ik er uit was. Over zwammen kun je eindeloos zwammen, ze zijn soms zo moeilijk te determineren. Waar staan ze, bij welke bomen, hoe ruiken of proeven ze, verkleuren ze als je er in knijpt, hebben ze al dan geen manchet......, je krijgt er soms een punthoofd van!

25 september 2015

Ik heb wat met paarden; ik voel me enorm tot ze aangetrokken maar ben er ook bang voor. In het bos kom ik ze vaak tegen, zomer of winter zoals hier. Soms doe ik een hek open om ruiter en paard doorgang te verlenen en af en toe spreek ik de ruiter aan. Dat staat daar hoog boven je uittorenend zo'n enorm dier voor je dat je met zijn grote glanzende ogen aankijkt. Wat zijn ze groot en indrukwekkend! Ik vind ze echt prachtig en wat moet het heerlijk zijn op dit edele dier gezeten door het bos te rijden.

Waar ik ze ook tegenkom, altijd blijf ik even naar ze staan te kijken. Een dag of wat geleden kwam ik langs dit duo en ik stapte van mijn fiets. Vroeger vertelde ik onze kleinkinderen altijd wat de dieren dachten, en fungeerde ik als spreekbuis door de meest rare dingen te zeggen waar de kleintjes dan natuurlijk onbedaarlijk om moesten lachen. Dat vond oma leuk. Bij deze paarden voerde ik onwillekeurig een denkbeeldige conversatie op omdat de houding van de dieren dit uitlokte: 'moet je kijken bruine, daar staat er weer in die ons zo nodig op de foto wil zetten....',

'witte, daar heb ik mooi geen zin in, we staan hier uiteindelijk om het gras kort te houden en niet om als fotomodel te fungeren, gewoon de andere kant opkijken dus'.

Toch besloot het stel om mij maar een plezier te doen en even in de lens te kijken. Misschien dachten ze wel 'dan fietst ze tenminste weer verder....'. Als ik nog heel jong was zou ik wel zo'n paardenmeisje willen worden dat in de manege paarden mag roskammen en verzorgen......

24 september 2015

De Zwarte knoopzwam (Bulgaria inquinans) is een algemeen voorkomende soort maar het merkwaardige feit doet zich voor dat ze in veel paddestoelenboeken ontbreken. Je moet een wat betere gids hebben om hem op papier te vinden. In het bos ligt een grote gestapelde hoeveelheid stam van een oude eikenboom die door verval gekapt moest worden. De stam ligt er al een jaar of drie. Nu zit hij vol knoopzwammen.

De zwam kan zich alleen ontwikkelen op dood, meestal gekapt hout van de Eik. En dan moet er ook nog schors op de stukken kaphout zitten want daaronder ontwikkelt zich het mycelium. In de herfst produceert dat de zwammen. In het beginstadium van zo'n zwam ziet het er uit of het een onvolgroeid eikeltje in een dopje is. Hier is het zich al wat verder aan het ontwikkelen. De buitenkant is ruw en bruin en de binnenkant is zwart als drop.

Op deze foto is de ontwikkeling alweer wat verder. Uiteindelijk spreidt de hoed zich zo wijd open dat het lijkt of er op de stammen zwarte klodders teer liggen. Ze groeien namelijk altijd met vele. Als je ze fotografeert moet je eigenlijk zorgen dat het licht er niet op schijnt zodat daarmee de kleur beter wordt weergegeven. Maar het begon te gieten en ik heb ze in haast vastgelegd.

23 september 2015

Alhoewel de zomer al aan het begin van deze maand de handdoek in de ring gooide, begint  vandaag, de 23e september pas echt de herfst. De astronomische herfst welteverstaan; de zon staat nu recht boven de evenaar. De weerkundigen delen de seizoenen in precies drie maanden. dus de meteorologische herfst begon al op 1 september. Jammer dat de zomer zo abrupt ten einde kwam, september zal wel weer als een van de vele extremen in 2015 de boeken in gaan. Laten we hopen dat de herfst nog veel  fijne dagen voor ons in petto heeft!

 

 

 

 

naar boven