Natuurdagboek


Natuurdagboek 2007                             Winter 2010/2011                      Zomer 2013
Natuurdagboek 2008                             Lente 2011                                  Herfst 2013
Natuurdagboek Winter 08/09               Zomer 2011                                Winter 2013/14
Natuurdagboek Lente 2009                  Herfst 2011                                Lente 2014
Natuurdagboek Zomer 2009                Winter 2011/2012                    Zomer 2014
Natuurdagboek Herfst 2009                 Lente 2012                                Winter 2014/2015
Natuurdagboek Winter 2009/2010      Zomer 2012
Natuurdagboek Lente 2010                  Herfst 2012
Natuurdagboek Zomer 2010                 Winter 2012/2013
Natuurdagboek Herfst 2010                 Lente 2013

 

 

Herfst 2014

 

17 december 2014

Dit regenachtige weer begint knap te vervelen! Gelukkig was er gisteren even gelegenheid om tussen de buien door naar buiten te gaan. Omdat het bos zowat achter het huis ligt, ga ik daar meestal een rondje maken. Maar momenteel is dat niet bepaald een genoegen. Dit bos behoort tot de bezittingen van Stichting Twickel en is deel van het landgoed Hof te Dieren. Aan de ene kant grenst het aan het  bos van landgoed Middachten en aan de andere kant aan het bosgebied van Natuurmonumenten. Daar is het plezierig toeven.

Het eerstgenoemde bos, dat ik gekscherend wel eens "mijn achtertuin" noem,  is een ware bende. Regelmatig wordt er in bepaalde percelen hout geoogst. Alleen de bruikbare en verkoopbare stammen worden meegenomen en de rest blijft gewoon liggen. Nu is een hoeveelheid dood hout in een bos heel nuttig omdat het de biodiversiteit vergroot. Er komen meer kevers, paddenstoelen en vogels. Allerlei kleine diertjes vinden tussen het snoeihout een schuilplaats. Maar dit is geen bewuste keuze meer ten faveure van het bosleven. Het zijn financiŽle overwegingen die Twickel doen besluiten al dat afvalhout te laten liggen.

En het bos ziet er werkelijk niet uit! Je kunt bijna spreken van verwaarlozing en veel wandelaars ergeren zich er aan. Voor herten en reeŽn op hun ranke benen moet het bijna onmogelijk zijn hier nog veilig rond te lopen, maar misschien is dat wel ook een van de onuitgesproken bedoelingen, denk is soms. Vooral de herten kunnen nogal wat schade aan de bomen veroorzaken. Maar met wat inventiviteit kun je hier toch wel iets aan veranderen? Mobiliseer de buurt, de mensen die hier veel wandelen, en vraag ze te helpen met opruimen. Overal wordt aan landschapsonderhoud gedaan door vrijwilligers, dus waarom zou dat hier niet lukken! Je eigen omgeving verfraaien, leuk toch!

De zware wagens die voor afvoer van het hout zorgen, rijden overal de paden kapot en het is een enorme moddertroep. Op de lemige bodem blijft het water lang staan. Ook de toezichthouders dragen daar noodgedwongen aan bij door surveillerend rond te rijden in hun jeeps. Al met al wordt het bos er niet fraaier van en je kunt maar beter snel doorsteken naar de andere bosgebieden die er omheen liggen.

14 december 2014

Bijna werd hij verpletterd toen de garagedeur werd gesloten, deze Bruine kikker (Rana temporania) die klaarwakker rond sprong in de tuin, terwijl van hem verwacht werd in diepe winterslaap te verkeren op de bodem van de vijver of ergens op een verscholen plekje aan land. Terwijl mijn echtvriend hem even vasthield, kon ik hem fotograferen en hij leek er niks van te snappen.

En dat op 13 december! Al eerder werd bekend gemaakt dat dit jaar het warmste in de afgelopen drie eeuwen is geworden. Je zou het ook kunnen omkeren en zeggen: 300 jaren geleden was het ook al net zo warm als in 2014. Evenwel worden de veranderingen in het klimaat steeds duidelijker zichtbaar. Zo'n kikker vindt nu niets meer te eten, geen vliegjes die in zijn bek belanden, geen wormen die hij van de grond kan pakken, dus hij moet maar snel zijn winterrust weer gaan hervatten. Daartoe heb ik hem bij de rand van de vijver gezet in de hoop dat hij dat gaat doen. De koudbloedige kikker heeft enige warmte nodig om actief te kunnen worden, dus bewoog hij traag. In deze tijd van het jaar staan zijn lichamelijke functies op een heel laag pitje. Zijn hart klopt nog maar langzaam en zijn ademhaling staat bijna stil. Deze kikker zou best eens verdreven kunnen zijn door de enorme hoeveelheid regen van de dag ervoor.

12 december 2014

Het is bepaald niet mijn gewoonte de politiek in dit dagboek aan de orde te stellen. Maar de hemelsluizen blijven maar openstaan en het is geen weer de natuur in te trekken. Dus dan toch maar eens de kranten induiken. De door de parlementaire pers uitgeroepen politicus van het jaar, Frans Timmermans (foto: internet) is in Brussel flink bezig de bezem door overbodige en onnutte regels te halen. Dat wil zeggen: wat hijzelf overbodig of onnut vindt. Eerder lag hij al dwars toen het Europese Parlement met 28 landen een overeenkomst sloot om van de plastic zakjes af te komen die onder meer bijdragen aan de schrikbarende plasticsoep in de oceanen. Volgens de Europese Commissie gebruikt elke Europeaan jaarlijks gemiddeld 800 plastic zakken waarvan 90% wegwerpzakjes. Timmermans noemde de overeenkomst een "tekenend voorbeeld van doorgeslagen bemoeienis". Goed voorbeeld: de firma Zeeman geeft geen zakjes meer mee en vraagt de klant zelf een tas mee te nemen. Net als we vroeger deden. Bravo Zeeman!

Vandaag werd bekend dat Timmermans van het verschijnsel "fruit voor schoolkinderen" afwil. Hij stelt zich op het standpunt dat dit geen zaak voor Brussel is, dat zoekt elke lidstaat zelf maar uit, vindt de kersverse eurocommissaris. Hetzelfde geldt voor melk of groente die waar dan ook wordt uitgereikt. Wat ook op de schraplijst van Timmermans staat is een voorstel om de luchtkwaliteit te verbeteren, zodat er minder fijnstof in de lucht komt. Hij wil een andere manier maar heeft die nog niet bedacht. Voorstellen voor het hergebruik van afval en de stort van restafval moeten ook de prullenbak in als het aan Timmermans ligt. Dat niet iedereen hier blij mee is, hoeft geen betoog! Het Europees Parlement is niet bereid hieraan mee te werken, zo is uitgelekt. Gelukkig maar. Dit was bij uitzondering het nieuws uit de pers dat echter wel gaat over natuur en milieu.

10 december 2014

Zouden dit dan echt zo langzamerhand de laatste bloemen van dit jaar zijn? Het Duifkruid (Scabiosa) bloeit nog steeds op mijn volkstuin. Het wordt ook wel Schurftkruid genoemd, een onelegante naam voor zo'n mooie bloem. Deze naam stamt uit het verleden, toen de plant nog verwerkt werd in middeltjes tegen huidziekten. Een enkele bloemsteel in een vaasje is al een sierraad in je huis en blijft lang goed op water. Dat de plant nog steeds bloemen geeft is eigenlijk geen wonder. De oorspronkelijke groeiplaats ligt in de Kaukasus en daar kan de temperatuur ook behoorlijk dalen.

De Stokroos is ook een volhouder, die probeert elk jaar zo lang mogelijk te bloeien. Daardoor krijgt zij misschien wel meer aandacht dan wanneer ze in de zomer tussen allerlei andere planten haar mooie bloemen toont.

Ook de Lavendel bloeit nog altijd. Dit is een plant waarbij menigeen de geurende paarse lavendelvelden in Frankrijk voor de geest komen. Eigenlijk frappant dat de plant nu nog steeds bloemen produceert, ondanks koude en nachtvorsten in ons Hollandse kikkerlandje.

En dan mijn favoriete roos de Zťphirine Drouhin. Een makkelijker roos kun je je niet voorstellen. Zij bloeit maar door, weet niet van ophouden en nu nog staat de struik vol knoppen en bloemen. Alleen het blad laat het afweten, dat zit nu vol vlekken door sterroetdauw. Deze roos is niet alleen overal aan te planten, ze vereist weinig zorg, heeft geen doornen en geurt bovendien heerlijk. Wat wil een mens nog meer. Het is een zogenaamde Bourbonroos, met halfgevulde bloemen.

8 december 2014

Weldra zal het gedaan zijn met het blad dat nog aan de bomen zit. De beuken hebben het lang vast gehouden maar na een paar nachtvorsten dwarrelt het nu in gestaag tempo omlaag. De jonge lariksen hebben nog vergeelde en verdorde naalden maar ook hier is het einde in zicht en al snel zal het hele bos kaal en winters zijn.

Dit najaar is door de beheerder een groot aantal hoge toegangshekken geplaatst. Ze zijn bedoeld om het wild binnen het bos te houden. Vooral de herten gingen vaak op stap als de mensen nog lagen te slapen, en wandelden dan door de straten van ons dorp, knabbelden aan de klimop, vraten de rozenstruiken in de tuinen af en de krantenjongens die al vroeg hun vracht bezorgen moesten, zagen de herten regelmatig stappen. Niet iedereen kon dit gedrag van de dieren waarderen, anderen vonden het weer geweldig dat dit zich afspeelde in hun woonomgeving: wat een luxe! Maar ja, vanwege het geklaag en het mogelijke gevaar voor het verkeer moest de herten een halt worden toegeroepen. Dat is nu dus gebeurd.

Eindelijk zag ik weer eens een groepje herten in levende lijve. Door de onrust en het opjagen tijdens de jacht zijn de dieren verschrikkelijk schuw momenteel. Zodra ze je gewaar worden zetten ze het op een rennen, waarbij hun gewei met veel gekraak de takken afbreekt als ze tussen de bomen wegvluchten. Ook zwijnen vertonen dit gedrag. Een nare jaarlijkse ontwikkeling. Tien maanden geleden werd door de Provincie Gelderland toegestaan dat de jacht drie maanden eerder dan normaal mocht beginnen (1 mei i.p.v. 1 augustus)  en ook dat er doorgaans verboden hulpmiddelen gebruikt mochten worden. Het risico dat er drachtige hinden geschoten zouden worden en kalveren moederloos zouden omkomen, werd een bedrijfsongeval genoemd. Maar gelukkig hebben NM en SBB geweigerd het schietseizoen te vervroegen. Voorstanders van de jacht vinden dat er teveel herten op de Veluwe zijn, die schade veroorzaken in landbouwgebied.

Buiten de rasters, waar nu de dieren niet meer kunnen komen, liggen nog heel veel eikels. Jammer dat die daar nu zo nutteloos achterblijven. Nou ja, de muizen en gaaien hebben er weer plezier van. In het voorjaar zullen er weer heel veel ontspruiten en die nieuwe zaailingen zijn niet makkelijk te verwijderen, ze hebben een enorm diepe en taaie wortel die je niet zomaar even uit de bodem trekt. Op de volkstuinen hier vallen ze ook en soms komen ze heel stiekem op tussen de fruitstruiken, wat heel vervelend is.

6 december 2014

In mijn volkstuin staat het nu vol met de uitgebloeide Lampionplant (Physalissoort). Wereldwijd zijn er vele tientallen soorten bekend maar bij ons groeien er maar een paar. Het is familie van onder andere de tomaat, paprika en de aardappel: de nachtschadenfamilie. In alle stadia zijn de lampionplanten mooi. De bloemen zijn klein maar de vruchten des te mooier. De bes wordt omhuld door een oranje ballonnetje dat helaas snel verkleurt nadat je het geplukt hebt. Laat je de planten buiten staan dan verdwijnt het oranje plantenweefsel en blijft slechts het nervensysteem over. Komt er dan rijp overheen, dan verandert dit restant in een waar juweeltje.

De Ananaskers is een zusje van de Lampionplant. Op mijn volkstuin ligt het nu bezaaid met skeletjes die een geel besje bevatten. Ze komen in het voorjaar gewoon op en leveren zonder dat ik er iets voor hoef te doen, heerlijke zoete vruchtjes.

Hier is nog net het skelet van een Papaver in stand gebleven. Alle zaden zijn verspreid en het is nutteloos geworden, maar het restant is toch weer zo mooi en kwetsbaar dat ik het mee naar huis neem en in een klein vaasje zet.

Een raadsel waar dit de bes van is? Van de aardappel. In de praktijk worden onze piepers vermeerderd door middel van de kleine in de zomer gevormde pootaardappeltjes maar de bessen worden eigenlijk nooit gebruikt. Het loof en de bessen zijn zeer giftig. Tegenwoordig consumeren we minder aardappels dan vroeger, pizza's, pasta's en rijst verdrongen ze wat naar de achtergrond. Als amateurtuinder hoef je eigenlijk niet eens pootaardappels te kopen, je kunt net zo goed de kleinste eigen aardappeltjes bewaren in wat zand in de koelkast en dan zijn ze volgende lente prima te gebruiken voor een nieuwe oogst.

Dit vind ik nog altijd de mooiste zaden die er zijn. Ze komen van de Wonderboom (Ricinus communis). Ricinus is het Latijnse woord voor teek, hoe ze dat bedacht hebben, ligt voor de hand lijkt me. De zaden zijn zeer giftig en slechts een enkele "boon" kan na consumptie tot de dood leiden. Niet een plant in de tuin waar kleine kinderen spelen dus. Uit een zaadje groeit in een enorm tempo een grote plant die in een mooie zomer wel twee meter hoog kan worden. De plant produceert een heleboel mooie fel oranje  bloemen die in trossen groeien. Uit de vruchten, die ten onrechte bonen genoemd worden (de plant behoort tot de wolfsmelkfamilie), kan olie worden gewonnen. Deze wonderolie werd in de oudheid al gebruikt en is nog altijd verkrijgbaar.

4 december 2014

Vandaag werd de dag voorafgegaan door lichte nachtvorst. De eerste van deze week en ik was benieuwd of er ijshaar te zien zou zijn in het bos. Ik verwachtte er niet veel van omdat het niet veel geregend had en het dode hout wellicht wat te droog zou zijn.

Hier en daar lag inderdaad een tak die wat ijshaar produceerde maar echt mooi was het niet. Het hout moet niet alleen vochtig zijn, er moet ook een bepaalde schimmel in zitten, dan pas komt dit proces op gang. Ook moet de bosbodem nog vochtig genoeg zijn en dood beukenhout bevatten. De omstandigheden waren niet echt gunstig voor mooi ijshaar, of ijsveren zoals ze ook wel genoemd worden.

Dit is een foto die ik vorige herfst maakte, prachtige lange "haren" die alle kanten opkrulden. Het kan best zijn dat er nog meer dagen komen dat er mooie ijsharen te zien zullen zijn. Zeker als het opnieuw een zachte winter wordt. Na een vochtige periode, opgevolgd door een enkele graad nachtvorst, kunnen ze maar zo weer verschijnen. Vorig jaar gebeurde dat meerdere keren.

Dit verschijnsel echter is natuurlijk nog vele malen fascinerender. Het zijn de ijsbloemen die voorkomen in Zuid-Afrika. Het is daar een zeldzaam verschijnsel in de late herfst of vroege winter.

Deze wijze van ijsvorming komt niet voor op dood beukenhout, maar op de stengels van planten. De bodem mag nog niet bevroren zijn zodat de planten nog water kunnen opzuigen. Bij een paar graden vorst wordt dat uit de stengels gedreven en vormt dan deze prachtige verschijnselen. Velen in ons land hebben nog nooit onze eigen ijsveren gezien, je moet ervoor een oud bos in de buurt hebben, maar dit wat hier gefotografeerd werd, maakt juist mij weer groen van jaloezie.

2 december 2014

Sommige planten hebben het lang uitgehouden, zoals deze gele soort die als enige overeind bleef in de ingezaaide berm langs het weiland bij mijn volkstuin.

Ik weet de naam niet maar heb wel zaadjes geoogst want het zijn vrolijke blommen die ik wel in mijn volkstuin wil hebben. Alles dat heel lang bloeit en de winter nog wat op afstand houdt, is van harte welkom!

Er zijn ook nog enkele koekoeksbloemen te vinden, vaak bleek van de kou. Nu het toch wel flink wat kouder geworden is, zal het wel snel afgelopen zijn met de bloei. Ik zag ook nog enkele klaprozen die er niet bepaald fris uitzagen, zelfs bijna het loodje legden. Tja, het houdt een keer op, helaas.

Net als deze laatste Margriet die manhaftige pogingen doet om de schijn nog wat op te houden. Voor mij wordt het zwoegen de komende maanden om nog iets aardigs in dit natuurdagboek op te voeren maar ik zal het zeker proberen, hoewel de natuur steeds verder in rust gaat.

In het schuurtje van mijn volkstuin trof ik deze Atalanta aan, volledig in winterrust. Het schuurtje staat volgepropt met allerlei dat voorlopig niet meer gebruikt gaat worden, dus ik moest me in bochten wringen de vlinder te fotograferen, wat niet zo'n fraaie pose opleverde. Het is bijna onvoorstelbaar dat zo'n frÍle insect  maandenlang aan het houten plafonnetje blijft hangen, en hoe doet hij dat, zonder naar beneden te vallen. Wonderbaarlijk hoor.

30 november 2014

Voor de paddenstoelenliefhebbers nog even terug naar het Waaiertje (Schilophyllum commune) dat ik hiervoor ten tonele voerde. Deze herfst vond ik voor het eerst iets dat op het Waaiertje leek maar het toch niet bleek te zijn. Het was een familielid, het Plooivlieswaaiertje (Plicaturopsis crispa). Het is nog maar 26 jaar geleden dat dit zwammetje voor het eerst in ons land gevonden werd. Wie oudere paddenstoelengidsen bezit, zal waarschijnlijk nog lezen dat het een zeer zeldzaam zwammetje is.

Dat is nu niet meer zo, het wordt momenteel bestempeld als een algemeen voorkomende soort. Aangenomen wordt dat deze gunstige ontwikkeling te danken is aan het opwarmende klimaat. De lamellen lopen hier niet recht, zoals bij het Waaiertje, maar kronkelig.

Groeien de waaiertjes los op het dode hout, de plooivlieswaaiertjes kunnen dicht op elkaar in groepen groeien. Tenminste, zo heb ik ze deze herfst op veel plaatsen gezien. Op de bovenste foto staat de onderkant, de verzameling op deze dode stam laat de bovenkant zien.

Voor deze foto moest ik diep door de knieŽn om de onderkant te kunnen vastleggen. Allemaal wriemelig langs elkaar lopende lamellen. Eigenlijk hoef je helemaal geen specialist te zijn die zich uitsluitend op zwammen richt. Geef je ogen de kost, bekijk de dingen vaak van dichtbij en je ontdekt vanzelf de bijzonder- of schoonheden in de natuur. Ook zonder dat je die op naam weet te brengen kun je daar mateloos van genieten! Met de natuur kun je alle kanten uit.

28 november 2014

Riet wordt vaak beschouwd als een plant die langs de waterkant groeit. Dit riet groeide echter langs een weiland. Het begaan van het zompige wandelpad ernaast leverde kleddernatte schoenen op. Het was weer zo'n treurigmakende grijze dag die eigenlijk niet uitnodigt op pad te gaan. Toch maar gedaan. Riet was vroeger een belangrijk materiaal om huizen van een dak te voorzien. De Romeinen begonnen ermee en tot de Middeleeuwen had elk huis een rieten dak. Vanwege het brandgevaar is daar verandering in gekomen en heeft het riet plaatsgemaakt voor dakpannen. Wie nog altijd een rieten dak prefereert, moet daarvoor een heel stevige verzekeringspremie betalen en sommige maatschappijen willen dergelijke huizen niet eens meer verzekeren vanwege de enorme schadekosten bij brand.

Langs het pad ontdekte ik nog een Stinkzwam (Phallus impodicus). Ik rook hem eerder dan ik hem zag. De top van de zwam verspreidt een onaangename stank waar vliegen uit de verre omtrek op afkomen om de sporen te eten. Maar vliegen waren hier niet te zien en de sporenlaag was al bijna van de zwam afgeregend. Over het algemeen is deze zwam te vinden van mei tot oktober maar de natuur hangt van uitzonderingen aan elkaar en dat maakt het juist leuk en boeiend. Het is een paddenstoel die zich onvoorstelbaar snel ontwikkelt.

In het bos kijk ik altijd uit naar dunne dode takken, het is bijna een automatisme. Vaak zie je daar namelijk een rijtje vuilwitte paddenstoeltjes op zitten. Weinig moois, zo op het eerste gezicht. Maar draai je zo'n tak om dan zie de onderzijde en die is in het jonge stadium spierwit. De lamellen waartussen de sporen zitten, zijn lijnrecht gerangschikt. De randjes van het zwammetje zijn licht golvend. Zo'n zwammetje blijkt meteen een schoonheid. Als het te lang droog is, verschrompelen de zwammetjes maar zodra het weer vochtig wordt buiten, spreiden ze zich weer uit. Het Waaiertje is een overal voorkomende paddenstoel, alleen op Antarctica is het niet te vinden.

26 november 2014

Op de heide is het altijd mooi, zomer of winter, voorjaar of herfst. Altijd hangt er een sfeer van puurheid, misschien wel door de weidsheid van zo'n stuk natuur. Om heide te behouden moet altijd en voortdurend strijd geleverd worden. Er moet worden geplagd of gebrand om de heide ruimte te geven om te groeien. Het is eigenlijk een onnatuurlijk landschap maar omdat we het zo mooi vinden wordt het met man en macht op plaatsen in ons land in stand gehouden.

Na verloop van tijd neemt de Bochtige smele het heft weer in handen en overwoekert alles wat er groeit. Gelukkig zijn er altijd vrijwilligers die helpen de heide te schonen, zoals dat heet. Zouden die dat niet doen dan stond het er in ommezien ook nog vol uitgezaaide boompjes.

Op die zure grond groeit graag de Rode bosbes of Vossenbes (Vaccinium vitisidaea). In de maanden mei en juni valt de hoofdbloei maar eigenlijk kun je het hele jaar door wel zowel bloemen als bessen vinden.

De besjes zitten boordenvol vitamine C en doordat ze de urine zuurder maken worden ze onder andere toegepast in middelen tegen urineweginfecties.

Nog een plant van de zure grond: de Dopheide (Erica tetralix), die wel een wat vochtige bodem wil, in tegenstelling tot de Struikheide (Calluna vulgaris) die dat juist tegengesteld verkiest. Het was wel het enige bloempje dat ik er nog ontdekken kon. In onze tuinen groeit nog wel eens de gecultiveerde heide. Deze is van groot belang voor de late en al heel vroeg vliegende bijen- en hommelsoorten. Jammer dat die planten nu zo uit de mode zijn. Raar ook eigenlijk.

24 november 2014

Alweer een mooie zondag cadeau gekregen! Het leek wel lente. Ik hou er niet zo van om zondags het bos in te gaan. Het is er, zeker op een mooie dag, overbevolkt. Families met kinderen, mensen die opa's en oma's of andere visite uitlaten, en de onvermijdelijke hoeveelheid mountainbikers die en masse over de bospaden racen. Maar ja, de heerlijke temperatuur lokte me toch het bos in.

Gelukkig weet ik wel plekjes te vinden waar de kans op rust en stilte wat groter is. De echte zondagswandelaars durven meestal niet zo ver buiten de gangbare paden te gaan. Maar ook dat viel dit keer wat tegen. Dit is een stukje waar ik graag wat mag lopen struinen. Zoeken naar leuke zwammetjes, dennenkegels met een paddenstoeltje erin, dat soort dingen.

Maar iemand was me voor geweest. Een kind, denk ik. Dat is alleen maar prima. Helaas zijn er onvoorstelbaar veel kinderen die een bos nog nooit vanbinnen gezien hebben. Zelfs nooit de natuur in gaan. Het zou verplicht moeten zijn.....

Bij thuiskomst zag ik een hommel zitten op de raamsponning. Een Akkerhommel die zijn laatste dagen doormaakt. Het is een soort die in tegenstelling tot andere hommels nog lang actief blijft. Uiteindelijk gaan ze allemaal dood, behalve de bevruchte koninginnen die een plekje zoeken om de winter te overleven.

22 november 2014

De zonnestralen die het bos een gouden gloed geven, blijven maar tot de verbeelding spreken. Kom je van de goede kant, dan zie je ze, kom je van de andere kant dan is er niets te zien, en in het voorbijgaan verdwijnen ze als sneeuw voor de zon......

Gisteren beleefden we hier in het oosten de eerste nachtvorst van deze herfst. Ik liep om een uur of elf in het bos en toen waren op schaduwplekken nog steeds bevroren blaadjes te zien. De koude nacht had ook tot gevolg dat de beukenblaadjes die nog aan de bomen zaten, met een ritselend geluid omlaag dwarrelden alsof ze allemaal tegelijk werden uitgestrooid.

Over een afstand van enige meters stond de bosgrond hier boordevol Witte koraalzwam (Clavulina coralloidus), werkelijk ongelooflijk, zoveel. Het leek wel een border vol witte plantjes. Als ze jong zijn, zijn ze spierwit, bij het verouderen kleuren ze naar crŤmekleurig.

Nog steeds zijn er volop Nevelzwammen, je kunt er niet omheen, ze zijn massaal te zien. En telkens ga ik weer door de knieŽn om ze te fotograferen. Ze zijn zo prachtig.

Eindelijk zag ik weer eens een groep zwijnen; de dieren zijn zo ontzettend schuw geworden door de jacht die op ze gemaakt wordt. Toen de eerste zeug me zag, gaf ze een harde knor als waarschuwing voor de rest en stoven ze weg naar een veiliger plek. Al snel werd me duidelijk dat ze op de vlucht waren voor jagers die ze op de hielen zaten. Als alle schoten raak waren, werden er in korte tijd drie uit het leven geschoten. De lol ging er al snel af en ik ben maar omgekeerd en naar huis gegaan. Ik haat het geluid van die geweren!

20 november 2014

De natuur begint zo langzamerhand behoorlijk leeg te worden. Het grootste deel van het beukenblad in de bossen is nu wel gevallen en vormt een dikke laag op de bodem. Je kunt niet eens meer zien of er boomwortels onder liggen dus is het oppassen geblazen. Gelukkig valt niet alle blad gelijktijdig af, en zeker niet bij wat hogere temperaturen, en aan de kleur van het blad kun je zien of het al langer op de bodem ligt of nog maar net. Ik vind dat altijd een mooi gezicht, die lanen bedekt met een heel dikke bruine knisperende laag verdord blad.

Ook kan ik het niet nalaten mooie blaadjes die ik zie liggen, op te pakken en mee naar huis te nemen. Dit zijn bladeren van Ginkgo, Acer en Prunus. Het ginkgoblad begint al snel kleur te verliezen. Herfstblaadjes kun je prima drogen en bijvoorbeeld gebruiken om er een brief of kaart mee te versieren die daarmee een heel persoonlijk tintje krijgt.

Het blad van de Plataan is echt prachtig. Alleen de vorm al, maar ook al die kleuren. Langs de nerven kruipt het bladgroen beetje bij beetje weg en wat rest zijn allerlei rood-, bruin en geeltinten. Dit blad is te groot om ergens op te plakken. Bij ons ligt het op de vogeltafel die inmiddels bescheiden is opgetuigd.

18 november 2014

Nog maar 12 dagen, dan beginnen we alweer aan de laatste maand van het jaar. Nog altijd staan heel veel planten in bloei. Mondjesmaat, dat wel, maar je zou zomaar een aardig boeket kunnen plukken van al die verschillende bloemen. Het mooie Grasklokje (Campanula rotundifolia) is er nog steeds en op de plek waar ik ze weet te staan, bloeien er nog best veel. Ze vormen nieuwe knoppen en hebben rijpe zaden. Dat dit plantje nog steeds bloeit, komt vaker voor in het najaar. Het is een beschermde soort.

Dat er nu bloeiende plantjes van de Koriander (Coriandrum sativum) in mijn volkstuin staan is voor mij nieuw. De fijn verdeelde blaadjes en de mooie schermen zijn een sieraad in elke tuin. Deze soort is al heel oud, zaden werden al meegegeven in de graven van de oude Egyptenaren.  Het zaad wordt vermalen tot de bekende ketoembar die in de Indische keuken veel gebruikt wordt. Sommige mensen geloven dat gebruik van het kruid je lichaam kan ontgiften.

Ik vond in mijn volkstuin, waar ik een lange bloemenborder heb, ook nog de laatste bloemen van de Karthuizer anjer (Dianthus carthusianorum). Ook nooit eerder in deze tijd in bloei zien staan, hoewel de normale bloeitijd van deze plant tot in september loopt. Hij is dus niet zo heel ver over tijd, gezien de heersende temperatuur van de afgelopen weken. Het is eveneens een beschermde soort en in het wild steeds zeldzamer. Ik keek eens in mijn fotoarchief en zag dat  vorig jaar  het hoge water domineerde in deze periode, net als de vele paddenstoelen die ik toen vond. Planten die in bloei stonden, waren er niet zoveel meer. We wachten maar af hoe de natuur zich verder gaat ontwikkelen dit jaar.

16 november 2014

Velen van ons prefereren de zomer boven de veelal grijze herfstdagen van dit moment. Toch hebben deze herfstdagen vaak meer nuances dan de zomer bieden kan, maar dan op een andere manier. Zo kun je momenteel in de vroege ochtend het bos betreden als alle vormen nog gehuld zijn in een vochtig grijs waas. Je voelt het op je gezicht, water druipt van de bomen, de sfeer is er kil en toch heeft het wat. Heel veel eigenlijk.

Soms al heel snel zie je hoe alles verandert, als de zon in gevecht is met de nevel, de strijd langzaam begint de winnen en er een bijna feeŽrieke sfeer ontstaat. Bijna het mooiste moment om in een bos te zijn. Je bent getuige van de geboorte van een mooie nieuwe dag.

Nog weer later heeft zon het pleit gewonnen, is alle grijs en vocht verdwenen en komen de herfstkleuren in vol ornaat tevoorschijn. Het blad wordt nog eens fleurig uitgelicht en je eigen gevoel gaat vanzelf mee. Van zo'n mooie dag word je blij, het geeft energie. Alleen willen we meer van zulke dagen, wij rupsjes Nooitgenoeg! Maar vanmorgen stroomt de regen in een eindeloze gestaagheid uit de grijze hemel omlaag.

En af en toe, als je aan het eind van de dag het bos nog even induikt, kun je aanschouwen hoe de zon, die dan al heel laag staat, ergens nog een gaatje weet te vinden om haar laatste stralen te richten op een rijtje bomen. Dat gebeurt maar op een kleine plek want zoveel ruimte heeft de zon niet meer het bos binnen te dringen. Bij een dergelijk schouwspel, dat maar van heel korte duur is, ga je vanzelf en onbewust heel langzaam lopen om dit fraais in je op te nemen, ervan te genieten, er van onder de indruk te geraken. De ondergaande herfstzon wordt voor even een tovenaar die diepe intense kleuren schildert, zo mooi dat je er stil van wordt. Zo verlopen de dagen van de herfst op hun weg naar het winterseizoen.

14 november 2014

November werd onlangs in het radioprogramma Vroege Vogels als "wildmaand" betiteld. De juiste benaming is "slachtmaand"; jammer dat deze oude namen voor de maanden praktisch verdwenen zijn. Vooral de jongeren en allerlei bedrijven doorspekken tegenwoordig hun dagelijks taalgebruik met Engelse woorden. Er is geen ander volk ter wereld dat zijn taal zo verkwanselt als het onze. Maar goed, daar gaat het vandaag niet over. Wel over de jacht. Een beter woord is afknallen of doodschieten want daar komt het toch op neer. Gistermiddag zag ik ze weer, de zogenaamde jagers met hun geweren die in een brede rij over het land liepen. De buitenste twee mepten met stokken door de planten in de greppels en de hazen die er van angst uitrenden, fungeerden als makkelijke schietschijven. Drijfjacht wordt dat genoemd. Ik word altijd misselijk als ik het zie. De slachtoffers van drijfjacht zijn bij voorbaat weer- en kansloos.

De graslanden rondom de IJssel zitten weer vol ganzen. De Grauwe gans (foto) wordt in deze tijd aangevuld met allerlei soorten winterganzen. Langs de rivieren en de randmeren in mijn provincie Gelderland moeten ze met rust gelaten worden maar elders mogen ze worden vernietigd. De stand moet weer terug naar hoe die was in 2005. Toen waren er om en nabij 28.800 ganzen. Er zijn er nu naar schatting 100.000. Reken maar uit! Voorheen werden de ganzen in de winter met rust gelaten vanwege het grote aantal vogels dat vanuit hun ver weg gelegen broedgebieden hier kwam overwinteren. Overijssel was de eerste provincie die het toch ging toestaan, het jaar rond  uitroeien van het surplus. Het doel heiligt de middelen! Sluipenderwijs gaan ook andere provincies er toe over. De Koninklijke Jagersvereniging maakte recent bekend dat "voor het eerst in 15 jaar de groei van het aantal ganzen afneemt". In de voorbije zomer werden 630.000 vogels geteld. De jagers zijn dagelijks op pad en doodden al tienduizenden van die prachtige vogels.

12 november 2014

Iedereen die zich hobbymatig bezighoudt met zaaien, stekken of anderszins vermeerderen van planten, weet dat het gebruik van zelf geoogst zaad niet altijd betrouwbaar is. Door het vele kruisen van planten teneinde weer nieuwe kleuren en vormen te krijgen, komt er heel vaak niet uit zaad op wat je voor ogen had, omdat eerdere eigenschappen de kop weer opsteken. Stokrozen zijn een bekend voorbeeld. Dit plantje kocht ik op een kwekerij en het heeft van het voorjaar tot nu nog steeds in bloei gestaan. En zo ver in het jaar nog dergelijke vrolijke kleuren in je tuin te hebben, is natuurlijk heel leuk.

Dus wilde ik de winter voor zijn en vast een paar jonge planten hebben om over te houden tot het voorjaar. Ik deed dat door een paar klonen van de moederplant te laten wortelen, hetgeen hier gebeurd is. De plant bloeit zelfs al. Maar dit zou niet moeten kunnen!! Klonen zijn identiek aan de moederplant. Daarom wordt ook altijd geadviseerd een kloon te maken, en niet te zaaien, als je absoluut de eigenschappen van de moederplant wilt behouden. Klonen zijn stekjes met  het identieke dna van de plant waar je ze van afhaalt. Toch zijn de bloemen van deze stek hun rode kleur kwijt, ze zijn maar  half zo groot en ook niet zo gevuld. Niet dat ik dit laatste erg vind, maar ik snap het gewoon niet. Dus moet ik dit proberen uit te zoeken. Mocht een van de lezers het kunnen verklaren, dan lees ik dat graag in een mailtje.

10 november 2014

De Geschubde inktzwam (Coprinus comatus) is een soort die je veel ziet op en langs grazige weilanden. Een zeer snelle groeier ook die het levensproces maar het liefst zo snel mogelijk achter de rug lijkt te hebben.....

Ook in het bos kom je de Geschubde inktzwam tegen en dan vooral langs de paden waar de wilde zwijnen de bodem stevig hebben omgewoeld. In dit stadium, waarbij de hoed wat meer is uitgegroeid, is hij het mooist. Het "comatus" in de naam heeft niets te maken met coma maar alles met harig, hetgeen hier ook goed te zien is. Naarmate de zwam wat ouder wordt gaan de haartjes wat naar buiten krullen. De onderkant van de hoed laat in het beginstadium roze plaatjes zien maar al snel worden die pikzwart.

Bij deze inktzwam zit de ring niet vastgegroeid aan de steel en als de hoed groeit, zakt de ring gewoon naar beneden. Je kunt hem zo op en neer schuiven. De ring, of manchet is het overblijfsel van het vlies dat over de hoed zat toen deze nog niet geopend was. Meestal blijven deze restanten vastzitten op de steel.

Zoals op de tweede foto is te zien, begint de rand van de hoed het eerst te vervloeien. Dit is het mechanisme bij deze paddenstoel dat zorgt voor de verspreiding van de sporen. Op deze foto is de zwam al bijna niet meer herkenbaar als Geschubde inktzwam. De schubben zijn er door de regen afgegaan en de hoed wordt door het vervloeien steeds kleiner.

Wat dan rest is dit rare steeltje waaronder wat nog wat inktachtige smurrie hangt. Het bestaat uit de vergane hoed vermengd met de zwarte sporen. Je kunt het spul wel gebruiken voor de vervaardiging van echte inkt en wat je ermee schrijft kan nooit vervalst worden, zo vond ik op de Belgische website ecologica. Neem daarvoor een aantal druipende inktzwammen, doe die met wat kruidnagels in een pannetje en laat het samen heel zachtjes koken. Daarna gieten door een fijne zeef en bewaren in een inktpotje. Vanwege de kruidnagel zou de geschreven tekst niet te manipuleren zijn en de inkt voor jaren goed blijven.

8 november 2014

Volgens een studie door de Engelse University of Exeter gaat het met veel vogels in Europa bergafwaarts. Het aantal is tussen 1980 en 2009 door toedoen van menselijk handelen met 421 miljoen afgenomen. 90% van dit aantal bestaat uit algemeen voorkomende vogels als spreeuw, patrijs, veldleeuwerik en ook mussen. Wij merken niets van een afname van het aantal mussen aan de Veluwezoom. In tegendeel, mussen lijken er zelfs heel veel te zijn. Vooral in hagen, coniferen, bamboeplanten en natuurlijk klimop hoor je ze druk kwetteren en zien doen we ze ook. Onze klimop langs de muren van het huis snoeien we wel jaarlijks maar daarbij blijft hij wel enigszins ruig door niet alle takken te millimeteren. Ook voer ik het jaar door op een "geheime plek" midden in een grote Taxus waar een speciaal voerkastje voor de mussen hangt. Alleen in de winter, als de honger groot is, hebben andere vogels dat in de gaten.

Sinds een week of drie leg ik ook wat zaad in een voederhuisje dat aan de rozenboog hangt. (Ook effectief tegen nachtelijk ongewenst bezoek; zelf heb ik overdag al meerdere keren mijn hoofd tegen dat ding gestoten). De Roodborst is er heer en meester. Ik verbeeld me nog steeds dat dit een allochtone vogel is die hier in de buurt geboren werd, ik zag hem opgroeien en hij is er altijd. Als dank voor het voer dat ik verstrek zingt hij mooie liedjes voor me, wat ik zeer apprecieer. De Roodborst gedraagt zich zeer agressief tegen andere vogels, hij lijkt wel op een merel wat dit betreft. Die zie je nu al in groepen bijeen en doen niets anders dan elkaar wegjagen. De winter moet nota bene nog beginnen en nu al gunnen ze elkaar geen kruimel.

Heggenmusjes zitten ook altijd in onze tuin. Vinken en Groenlingen arriveren ook mondjesmaat. Maar de wintervoedertafel is hier nog niet gedekt, dat ga ik binnenkort doen. Het enige leuke aan de komende maanden vind ik de vogels. Ik bedenk van alles om het ze naar de zin te maken en dat loont. Nou vooruit, vier dagen sneeuw is ook mooi. Maar niet langer want dan is alles wit en ga ik elke dag meer de kleuren buiten missen. Dit heggenmusje heeft pech, er zit nog niets in dit voederkorfje. Vogels met dunne snaveltjes eten graag universeelvoer met besjes, meelwormen en andere geschikte lekkernijen. Dat de insecten nauwelijks nog te vinden zijn is wel duidelijk. Het gescharrel tussen takken, langs raamkozijnen, in de plantenstengels neemt zienderogen toe. Hoe kaler en kouder het buiten wordt, hoe harder er gewerkt moet worden om het inwendige kacheltje brandend te houden. En......, alle nestkasten moeten nu schoongemaakt zijn zodat tijdens koude nachten de vogels daar beschutting en een veilige slaapplek kunnen vinden.

6 november 2014

Als de herfst vordert geeft de natuur haar geheimen prijs. Er wordt zichtbaar wat verborgen bleef in het zomerseizoen. Vogelnesten waarin een nieuwe generatie werd uitgebroed en grootgebracht dienen geen enkel doel meer. Bij de eerste herfststormen zullen ze, nutteloos geworden, uit de bomen waaien. Volgende lente beginnen vogels weer met een schone lei, al zijn er ook soorten die hun nesten jarenlang gebruiken. Zwaluwen en grote vogels keren er jaar na jaar meestal weer terug, knappen het nest wat op en gaan er weer broeden. Heel veel dieren bouwen nesten maar vogels zijn de absolute architecten.

Het dode hout dat werd afgeworpen door de bomen laat op den duur de schors los en dan komt ook hier een stukje verborgen en verleden leven tevoorschijn. Schorskevers boorden gaatjes in het hout, er werden eitjes gelegd en larfjes groeiden in de holletjes tot ze groot genoeg waren om hun leven in de vrije natuur voort te zetten. Mannetjes schorskevers  paren meestal met meerdere vrouwtjes in holtes onder de schors die "rammelkamer" genoemd wordt. (Doet denken aan onze "peeskamertjes", wie verzint zoiets). Schorskevers kunnen een enorme bedreiging zijn voor naaldbossen maar soms vestigen ze zich ook in gezonde loofbomen. Als de plaag serieus wordt kunnen feromoonvallen ingezet worden. Daarin zit een lokstof / feromoon die kevers gebruiken om elkaar te vinden. Eenmaal in de val, verdrinken de insecten in een speciale vloeistof.

Op het blad dat nu van de bomen valt, of zoals hier gesnoeid werd, blijken opeens de lege wiegjes van rupsjes te zitten. Welke het waren heb ik niet kunnen achterhalen, er was geen enkele verbinding te vinden tussen het blad van de Aucuba en rupsen die dat als waardplant gebruikten. Jammer, ik had het graag willen weten.

Van dichtbij gezien zien die lege eierschalen van vlinders er prachtig uit. Een enkel dekseltje is niet opengegaan maar dertien rupsjes zagen het levenslicht. Misschien waren het de kinderen van een kleine nachtvlinder, we zullen het nooit weten. Vlindereitjes kunnen de mooiste vormen hebben maar vele zijn ook, net als deze, simpelweg rond.

4 oktober 2014

Het bos op 2 november; er is nog heel veel groen en maar weinig herfstkleur. Het zijn vooral de naaldbomen die het stadium in de herfst aangeven.

Natuurlijks is er ook wel wat verkleuring te zien maar indrukwekkend is het niet dit jaar. Langs het Apeldoorn-Dierens kanaal zien de eiken er wel degelijk zeer herfstig uit. Het kan dus verkeren.

Ik vond een enkele Witte kluifjeszwam (Helvella crispa), te zien van de tweede helft zomer tot ongeveer begin november.  Hij heeft een merkwaardige gespleten steel vol groeven en een hoed die is uitgegroeid  tot lobbige en gekrulde delen. Crispa in de naam betekent ook gekruld.  Het is een algemene soort die groeit  in bossen op humeuze zandgrond, klei of leem. Hier in het bos van de Oost-Veluwezoom vind ik hem maar weinig.

Hoewel het hoogtepunt van de paddenstoelen dit jaar al in september viel, zou je toch verwachten na al die regen nog een tweede opleving te zien nu de herfst wat gevorderd is, maar dat gebeurt niet. Het is immers wel de tijd voor paddenstoelen en de afwezigheid van nachtvorsten werkt in het voordeel van zwammen. Maar er verschijnen enkel nog steeds stobbenzwammetjes, wat russula's,  en andere algemene soorten, maar de meeste soorten die er eerder waren, komen niet terug. De Vliegenzwam begint echter aan een tweede productie en je ziet hem volop de grond uit komen. De Parasolzwam verschijnt nu ook in het bos, die was er nog niet eerder.

Van de Nevelzwam (Lepista nebularis) wemelt het momenteel in het bos. Het lijken wat onaanzienlijke saai gekleurde paddenstoelen. Pas als ze uitgegroeid zijn worden ze prachtig vanwege hun zwierig gegolfde hoeden die heel groot kunnen worden.

Nevelzwammen, behorend tot de familie ridderzwammen en groeien altijd in groepen. Als de hoed helemaal is uitgegroeid, kan hij een doorsnede hebben bereikt van wel meer dan vijftien centimeter. Deze zwammen verschijnen altijd wat later in het seizoen. Het "nebularis" in de naam betekent "van de nevels". Het lijkt me een passende naam voor een paddenstoel die groeit in de tijd dat er zoveel nevel en mist is, en dat is de huidige periode immers.

2 oktober 2014

De vogels weten ook niet meer waar ze aan toe zijn onderhand. Ze lijken compleet van slag te raken door dit rare weer. Ik zag musjes met nestmateriaal vliegen.Terwijl ik buiten in de tuin zat te genieten van de uitzonderlijk fraaie en warme eerste novemberdag (de warmste sinds de metingen) zag ik ze weer bakkeleien, de koolmees en de mus. De  mees heeft een week of twee geleden deze nestkast geannexeerd en zit er om de haverklap in. Eerst dacht ik nog dat hij er insecten zocht maar dat blijkt toch niet het geval. Soms lijkt het of hij er een poosje zit te pitten, dan weer hoor je hem met zijn snavel tegen het hout tikken, alsof hij de boel keuren wil op kwaliteit, om na verloop van tijd weer even naar buiten te gaan.

Telkens komt er een mus langs. Die gaat op de nestkast zitten, loert naar binnen, hangt soms voor het vlieggat en volgens mij doet de vogel dat om de koolmees te jennen. Als de koolmees toevallig buiten is als de mus weer langskomt, vliegt hij meteen als een raket weer de nestopening binnen om het fort te bewaken. Hij houdt de gang van zaken haarscherp in de gaten.

Ik maakte de foto's van achter het raam, vandaar dat de kwaliteit maar matig is. Telkens als ik naar buiten ging, vlogen de vogels weg. Maar het was zo leuk om te volgen zoals ze bezig waren en ik ben benieuwd hoelang ze ermee doorgaan. Het is net een film.

1 november 2014

Toen er afgelopen week weer van die dagen waren dat je zou wensen dat je een beer was en in een lekker warm hol kon kruipen voor je winterslaap, zat ik even aan tafel naar het troosteloze weer te staren toen mijn oog viel op iets paars in de tuin. Ha, daar had ik op gewacht! In september kreeg ik een zakje krokussen cadeau die ik meteen in de grond had gestopt, benieuwd wanneer ze zouden gaan bloeien. Het waren bollen van de Saffraankrokus (Crocus sativus), kostbare kleinoden.

Deze krokus heeft niet alleen heel mooie bloemblaadjes maar ook gele stampers en lange oranje meeldraden. En het zijn de stampers die behoren tot de kostbaarste substanties op aarde. Ze worden gebruikt voor de vervaardiging van de duurste specerij op aarde, de saffraan. Voor het verkrijgen van ťťn kilo saffraan zijn meer dan 100.000 stampers nodig die alle met de hand worden geplukt en dat moet in acht dagen gebeuren want zolang bloeit de krokus. Deze arbeidsintensieve oogstmethode maakt het product zo kostbaar, de saffraan wordt dan ook per gram verkocht. Iran is de grootste producent van saffraan, 90% van hetgeen op de markt komt is daar  geproduceerd. Het is onduidelijk waar de oorsprong van dit bolgewas ligt. Vermoedelijk stamt de bol af van Griekse krokussen op Kreta en is hij daar door kruisingen ontstaan in de late Bronstijd. In het wild komt hij niet voor. Leuk om een plant in je tuin te hebben die zo'n lange historie heeft. Productmatig worden de bollen na vijf jaar uit de grond gehaald, gepeld en dan weer teruggepoot. Ik zal het onthouden!

30 oktober 2014

De afgelopen dagen waren vast bedoeld ons te wennen aan wat de komende tijd veelvuldig zal brengen: kille, grijze neveldagen. De luchtvochtigheid is zo hoog dat je de minuscule druppels op je gezicht kunt voelen. In de nacht kun je vanuit het bos het geluid horen van roepende bosuilen, mij klinkt het melancholisch in de oren maar zo is het niet bedoeld. De jonge bosuilen worden door hun ouders uit het territorium gejaagd en moeten op eigen vleugels verder. Ze werden lang en goed verzorgd en met de winter op komst moeten er niet teveel concurrenten in een leefgebied zijn!  De protesten van de puberjonge uilen klinken 's nachts al wekenlang, het zal ook wel een stressvolle situatie zijn voor de vogels.

Het herfstspektakel waarop elke wandelaar jaarlijks hoopt is er dit keer niet. De bosbodem ligt al bedekt met een flinke laag blad maar het verloopt allemaal nogal ongeÔnspireerd. Herfst heeft nachtvorsten nodig om haar kleurenpracht op sterkte te krijgen. En net als vorig jaar hebben we ook nu weer vreemde, veel te hoge temperaturen.

Alleen roodverkleurend blad brengt leven in de brouwerij. Het is de kleurstof anthocyaan die zichtbaar wordt als het bladgroen zich langzaam terugtrekt. Lage temperaturen en korte dagen stimuleren de afbraak in de bladgroenkorrels die voorheen het anthocyaan maskeerden. Maar dit is geen wet van Meden en Perzen. Bij geel en oranje verkleurende bladeren is het  pigment xantophyl verantwoordelijk voor de "nieuwe kleuren" die het blad vertoont voor het afvalt. Maar in het geval van de diep rood verkleurende bladeren wordt het anthocyaan speciaal in deze periode aangemaakt. Wetenschappers breken zich het hoofd erover, het schijnt te maken te hebben met stressfactoren die de boom ervaart.

28 oktober 2014

In alle bossen kom je het tegen, boomstammen waarin harten en initialen werden gekerfd met het doel de heersende liefde voor eeuwig vast te leggen. Dat het juist hier gebeurde was natuurlijk geen wonder, waar kun je anders met je geliefde samen beter ongezien dwalen dan in een bos. Of Daniel en Lotte nog altijd bij elkaar zijn vertelt de boom niet. In elk geval getuigt deze boom van het feit dat de liefde er ooit wel was.

De amoureuze figuur die dit hart in de stam kerfde, besteedde er veel tijd aan en sneed zelfs een stuk van de bast totaal weg. Hier werd de liefde tussen ene D en E vastgelegd, hun initialen werden net zo diep gesneden. Ook in de natuur is het verboden schade toe te brengen aan bomen, struiken of planten. En in een bos wandel je wel in andermans eigendom en is iemand zo aardig je daarin toe te laten. Dat wordt nog wel eens vergeten. Een boom gaat er niet dood aan als in de bast iets gekerfd wordt, maar in het bovenstaande geval kan het jaren duren voordat de boom de schade weer heeft verholpen en soms gebeurt dat niet eens helemaal, zoals hier. Doordat de beschermende huid van de boomstam kapot is, kunnen in principe virussen en ziektes de stam binnendringen.

Elders in het bos waar ik heel veel wandel staat een boom met een hele rij jaartallen en het intrigeert mij telkens weer als ik er langs kom. Was dit iemand die regelmatig hier terug kwam voor een wandeling door de natuur van zijn jeugd? Liep hij hier alleen, met een vriend, een geliefd persoon, een familielid? Het begon in 1906 en eindigde in 1993 en niemand zal misschien nog weten wie hier de jaartallen in de stam achterliet. Ze zullen er blijven tot de boom zelf aan het eind van zijn leven zal zijn gekomen.

Op weer een andere plek staat een boom waar in 1941 iemand het jaartal schreef met meerdere kreten om hulp. Het is bekend dat in een aangrenzend bosgebied tijdens de oorlog een groot hol werd gegraven waar een familie uit mijn dorp onderdak vond maar door verraad toch de dood in  Auschwitz vond. Ook werden er gewonde Engelse piloten verborgen en verpleegd. Ik heb wel eens gehoord dat in de buurt waar bovenstaande boom staat, ook onderduikers hebben gebivakkeerd maar ik heb het verhaal nooit kunnen natrekken. Een bos kan dus heel veel vertellen en je kunt er heel veel bij fantaseren. Ook dat kan een boswandeling een boeiende onderneming maken.

26 oktober 2014

Je staat even raar te kijken hoor, als je zo'n vreemde vogel vlak voor je voeten ziet lopen. Het is een leucistische Kauw. Hij heeft een stoornis in de overdracht van pigment naar de veren, waardoor sommige veren kleurloos blijven. Ik had hem al eerder zien stappen maar had toen geen camera bij me. (Ik hoor ze alweer roepen: maar oma, waarom neem je je mobiel dan toch niet mee. Ik heb namelijk een diepe aversie tegen het overal en altijd maar bereikbaar moeten zijn). Dit keer had ik de camera in mijn jaszak en na een paar vergeefse zoektochten tijdens de voorbije dagen had ik hem nu dan toch te pakken.

Op zijn rug is goed te zien dat de veren van de Kauw niet symmetrisch kleurloos worden, het ontstaat willekeurig. Er leven in ons dorp heel veel kauwtjes, op alle grasvelden lopen ze wel rond en altijd zijn ze samen met andere kauwen. Heel leuke en schrandere vogels, ik zou er wel een willen hebben die tam was en op mijn schouder kwam zitten als ik hem riep. Een tijdje terug zag ik een aandoenlijke en ontroerende film over de vriendschap tussen een jongen en een kauwtje. De jongen treurde over zijn overleden moeder en die kauw betekende zielsveel voor hem. De film heet "Kauwboy", zeer aan te bevelen mocht hij nog eens op de tv vertoond worden.

Niet alle vogels die leucistisch zijn hebben evenveel wit in de veren. Dit is een merelman die in onze eigen tuin verscheen. Met een mooie sierlijke witte bontkraag, zo lijkt het wel. Leucisme is een erfelijke kleurafwijking, een die het meest van alle afwijkingen bij wilde vogels voorkomt. De vogels ondervinden er geen nadeel van.

25 oktober 2014

Dit is een foto die ik precies twee jaar geleden maakte: de eerste stevige nachtvorst. Deze herfst schommelen de nachttemperaturen rond de 10 graden en het KNMI voorziet de komende week weer een stijging van de temperatuur waarmee het record "warmste jaar in drie eeuwen" steeds meer dichterbij komt. Ik ben blij dat we nog geen nachtvorsten hebben. Het blad blijft daardoor nog wat langer aan de bomen, alhoewel het me toch opvalt dat de bladval bij veel soorten erg snel verloopt. Je zou denken dat dit komt doordat de lente ook zo vroeg op gang kwam.

Dat er in de herfst de nodige nabloei is, is de normale gang van zaken. Je ziet nog klaprozen, kaasjeskruid, rozen enzovoort. Maar een bloeiend Blauwe druifje in de herfst is iets dat ik in deze tijd van het jaar nog nooit  heb gezien. Het is nota bene een bollensoort die je in het najaar moet poten om in het voorjaar bloemen te hebben. Het kan bijna niet anders of de maand augustus moet er mee te maken hebben. Die was extreem koel en veel te koud. Dat heeft de bolletjes op een dwaalspoor gebracht, die "dachten" dat ze de winterkou, nodig om in het voorjaar te kunnen bloeien, al achter de rug hadden. Toen het opeens weer in september zo warm werd, reageerden de druifjes alsof het lente was. Zo moet volgens mij de verklaring zijn van dit fenomeen. Ik ben wel benieuwd wat deze bolletjes in de komende lente zullen doen.

23 oktober 2014

Een Tjiftjaf deed onze tuin aan, hij was vermoedelijk op trektocht naar het zuiden van Europa. Soms worden er ook in de winter wel tjiftjafs gezien maar dit zijn dan overwinteraars uit het noorden. Zeker in een zachte winter gebeurt dit nogal eens. De Fitis die er sterk op lijkt trekt al rond eind augustus weg uit ons land, de Tjiftjaf doet dit wat later. Het verschil tussen beide vogels is het geluid dat ze maken, maar na de zomer zingen ze niet meer. De donkerder pootjes van de Tjiftjaf zijn ook een herkenningspunt, en na de rui is de Fitis wat geler dan de Tjiftjaf. Beide hebben een lichte oogstreep. In deze tijd van het jaar blijft het moeilijk ze uit elkaar te halen omdat er nog altijd vogels zijn die niet zijn vertrokken en er ook al noorderlingen naar ons land zijn afgezakt. Het is een onrustig, sierlijk vogeltje

De vogel die wij momenteel het meest in onze tuin zien is de Roodborst. Het heeft de naam een agressief beestje te zijn, maar wat kan hij er aan doen, het is gewoon zijn testosteron die zijn territoriale gedrag bepaalt. Na de broedtijd is dat weer op een normaal niveau. Het leuke van de Roodborst is de neiging zich dicht bij de mensen op te houden. Ben je in de tuin aan het spitten dan tript de Roodborst vertrouwelijk om je heen op zoek naar een insect. In mijn moestuin kwam er zelfs een keer een vogeltje op mijn spade zitten. Ik wil graag geloven dat deze Roodborst dezelfde is als die hier in het voorjaar geboren werd en wiens gespikkelde verenpak we zagen ruien naar dat van een volwassen vogel. Momenteel zijn er al heel veel Scandinavische overwinteraars in ons land en ze zingen dat het een lieve lust is. Zowel man als vrouw laten hun parelende liedje in het rond schallen en dat alleen al is heel bijzonder. Van onze roodborstjes trekt een deel weg maar een aantal blijft hier ook overwinteren hoewel dat voor een insecteneter best moeilijk is. Hij weegt nauwelijks 20 gram en moet heel hard werken om zijn kacheltje brandend te houden. Ik help altijd met speciaal insectenvoer waar meelworpjes en kleine besjes in zitten. Daarvoor is het nu nog te vroeg, in de natuur vindt de Roodborst nog genoeg voedsel.

21 oktober 2014

De herfst laat eindelijk zijn tanden zien, hij is het getreuzel van de zomer beu en maakt er met storm en regen een einde aan. Uiteindelijk bleef de zomer al een maand te lang in het land rondhangen en dat is te gek en ook een beetje onnatuurlijk. De lucht is al loodgrijs, de buien vallen al, het stormgeweld gaat weldra losbarsten. Het Japans bloedgras ziet er na regen prachtig uit.

Als het flink regent ontstaan op de bospaden soms grappige plassen, mini watertjes die in de verre verte doen denken aan een wiel. Een wiel is een diepe plas die voorgoed achterbleef in het landschap na een dijkdoorbraak. De bodem in deze streek waar ik woon bevat behalve zand ook leem en op sommige plekken blijft daardoor het regenwater lang staan. Helaas ook op de bospaden die na veel regen hier en daar bijna onbegaanbaar worden.

De zwijnen zijn wel blij met regen die overal de afwateringskuilen langs de bospaden vullen. Ze zijn er als de kippen bij om ze te gebruiken als badplaats. Als ze gaan zoelen dompelen ze zich eerst heerlijk in het water onder en rollen heen en weer tot hun vacht doorweekt is met vocht en modder. Ze kwakken ze zichzelf daarbij enthousiast tegen de grond, zodat er altijd afdrukken van hun vacht achterblijven. Als de modder is opgedroogd, vegen ze de troep inclusief ongewenste beestjes van zich af door tegen de boomstammen te schuren.

De rups die hieronder staat afgebeeld zou volgens een lezeres geen Drietand zijn maar een rups van de Psi-uil. Beide behoren tot de Uiltjes en vertonen heel veel overeenkomsten maar o.a. "het uitsteeksel op de rug van de Drietand is hoog en vierkant, dat van de Psi is rond en puntig". Daar ik slechts een amateur ben, neem ik het graag aan, waarvan acte.

19 oktober 2014

Op deze mooie zondag, de laatste met een zomers tintje, had ik graag de hele dag buiten vertoefd maar de voltallige familie is in aantocht naar het ontmoetingspunt dat ons huis is. Dat spreken ze onderling zo af en wij leggen ons als liefhebbende ouders daarbij neer. Nu maar hopen dat ik er een paar mee krijg naar het bos. Voor de zekerheid heb ik zelf maar even een klein bosrondje gemaakt en onderweg zag ik een rups van  de nachtuil Drietand (Acronicta tridens) op een beukenstam. Hij was op weg naar een geschikte plek om te verpoppen, een plekje onder de schors van de stam is daartoe een uitstekende gelegenheid.

Als deze rups het idee krijgt dat er gevaar dreigt, buigt hij het voorste deel van zijn lijf naar beneden zodat het merkwaardige uitsteeksel dreigend omhoog steekt. Soms laat hij zich ook meteen op de grond vallen.

In mijn moestuin zag ik blauwe bloemen bloeien in een plant die ik daar nooit zelf heb gepoot maar die vanuit zaad uit een buurtuin moet zijn aangewaaid. Het is een cultivar van de wilde Smeerwortel en daar ik van blauwe tinten houd, mag hij blijven ook al is het nu een wel erg grote plant geworden.

Nog snel een klein boeketje geplukt van hetgeen er nog bloeit en de komende tijd door wind en regen zal worden geteisterd. Oost-Indische kers is een dankbare plant die tot ver in het seizoen uitbundig blijft bloeien. Net als de Goudsbloem en wat nakomertjes van de Gulden roede.

Onderweg naar huis hoorde en zag ik een Merel zingen. Zachtjes produceerde hij zijn toontjes en reeg ze aaneen tot een bekorend liedje. Ik ben er van overtuigd dat merels in herfst en winter soms zingen omdat ze er gewoon zin in hebben en zich lekker voelen. De kinderen zijn het huis uit, er valt in deze tijd geen territorium meer te verdedigen dus je hoeft als merel niet meer luidkeels te verkondigen dat concurrenten hier niet welkom zijn. Dus zing je een toontje lager.

18 oktober 2014

Rond de verregende bloemen van de cyclaampjes vloog een klein hommeltje met een groot geluid en daardoor trok hij mijn aandacht. Het is een heel karwei om een insect dat zo rusteloos bezig is en rondvliegt, goed te fotograferen dus weet ik niet welke naam ik hem mag geven. Hij zat van top tot teen onder de stuifmeel.

Met de hommels in Europa gaat het heel slecht, een kwart ervan dreigt zelfs uit te sterven. Daarvoor waarschuwt de International Union of Conservation of Nature (UCN). De grootste oorzaken zijn klimaatverandering, veranderd gebruik van agrarische gronden en de intensivering van de landbouw. Je leest en hoort het telkens weer. Het onderzoek werd betaald door de Europese Unie en bracht aan het licht dat 24 hommelsoorten dreigen te verdwijnen en de helft van alle soorten te maken had met een afnemende populatie. De Nederlandse situatie is het meest zorgelijk aangezien onze landbouwindustrie van heel Europa het hoogste gebruik van  bestrijdingsmiddelen heeft. Hommels zijn, net als de bedreigde bijen, van het grootste belang voor de voedselproductie en er is dus werk aan de winkel voor onze overheid. Op biologische bedrijven is de biodiversiteit 30% hoger, dus dit is een teken aan de wand.

17 oktober 2014

Op 15 oktober begon in Nederland opnieuw de oorlog tegen de dieren in het wild. Dit schreef een natuurminnend journalist tien jaar geleden in een krant. Je hoeft je niet af te vragen of dit een tegenstander was van de plezierjacht. De overgrote meerderheid van het Nederlandse volk is tegen en het ziet er dan ook naar uit dat de plezierjacht binnen afzienbare tijd wordt afgeschaft, tot treurnis van de meer dan 30.000 plezierjagers in ons land. Een brede meerderheid in de Tweede Kamer steunt daartoe een wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren. Voor elke vorm van jacht zal dan eerst nut en noodzaak moeten worden aangetoond.

De hazen worden meestal via drijfjacht geschoten. Een aantal jagers omsingelt een gebied waar ze hazen weten en met veel kabaal worden de dieren uit de beschutting gedreven waarna ze in paniek regelrecht toe rennen op de wachtende figuren die met hun geweer in de aanslag staan om de hagel door het hazenlijf te jagen. Na een poos verzamelen de heren zich om het tableau (deftig woord voor verzameling gedode dieren) te bewonderen, en vieren de buit met het drinken van een borrel. Dat was weer een gezellig dagje, zo samen op pad. Gelukkig kan een haas goed rennen, in doodsnood kan hij wel 70 km halen. Wat een akelige bezigheid toch, dat jagen.

Hazen kunnen zich net als konijnen de grootste tijd van het jaar voortplanten. Alleen in de maanden oktober, november en december liggen de activiteiten op dit punt stil. Jonge haasjes worden op een open plek geboren, zonder warm hol en ze weten al meteen dat ze zich in het verborgene van het struweel stil moeten houden tot 's avonds hun moeder komt die hen zal voeden. De haasjes weten dat dit ongeveer drie kwartier na zonsondergang gebeurt en dan verzamelen ze zich bij elkaar om bij hun moeder te drinken. Niet meer dan een minuut of acht blijft de moeder bij haar jongen en op die zeer geconcentreerde en voedzame melk moeten de jongen het uithouden tot de volgende dag, zelfde tijd. Een hazenmoeder kan 12 dagen na een bevalling alweer een nieuwe worp produceren. Ze kan namelijk embryo's van verschillende leeftijden in haar buik dragen. Geen wonder dat een haas slechts een paar jaar oud wordt. Zou het dier in gevangenschap gehouden worden, dan kun je daar wel 10 levensjaren aan toevoegen.

15 oktober 2014

Het bos ziet er op het eerste gezicht nog zomergroen uit. Maar schijn bedriegt en wie zijn ogen de kost geeft ziet dat de herfst ook hier naderbij sluipt.

Want hier en daar begint het toch echt te verkleuren. Soms alleen een enkele tak aan een beuk of eik, soms een hele boom die het groen uit de bladeren terugtrekt, waardoor de onderliggende bladkleuren zichtbaar worden. De bladgroencellen worden opgeslagen in takken en stam, natuurlijke recycling. Volgend jaar wordt het opnieuw gebruikt als het nieuwe blad uitloopt.

Een vreemd verschijnsel vormen de vele rupsen van de Meriansborstel die ik zie. Telkens terwijl ze op een boomstam zitten en bezig zijn richting kruin te kruipen. Maar dit is toch echt de tijd dat ze moeten gaan verpoppen en dat doen ze in een harige cocon tussen de strooisellaag van de bodem. Tot nu toe heeft niemand mij kunnen verklaren waarom deze prachtige, volwassen rupsen dan toch omhoog klimmen. Raadselachtig! Gisteren zag ik er maar liefst zes.

Rupsen die je ook tegen de stammen op ziet klimmen, zijn de rupsen van de Zilveren groenuil (Pseudoips prasinana) . Maar deze zoeken tussen de schors een goede plek om in een soort wieg van verhard spinsel te verpoppen. Ook verpoppen ze zich wel in een blad van de waardplant; in een bosgebied is dat vooral beuk of berk. In het voorjaar komt er een mooi groen nachtvlindertje uit. De rupsen hebben ter versiering een leuk rood streepje op hun naschuivertjes. De vlinder is algemeen en komt voor op de droge gronden van ons land en heeft maar een generatie per jaar. Ik zie de rupsen heel veel in het bos, de vlinders nooit. Die ontlenen hun naam aan de zilverkleurige dwarstreepjes op hun vleugels.

13 oktober 2014

Deze Grove den (Pinus sylvestris) is al een jaar of wat geleden ontdaan van zijn kroon. Wat er mee gebeurd is weet ik niet, waarschijnlijk is een stormwind er debet aan. Het is fascinerend en verbazend om te zien hoe de aftakeling verloopt. Vergeleken met beuken- of eikenhout stelt het hout van de Grove den niet veel voor, het heet dan ook "waaibomenhout" en de planken die er van gemaakt worden, heten grenenhout.

Toch is deze boom op zich een kanjer; het natuurlijke verspreidingsgebied loopt in Europa van het oosten tot aan het westen, en dat is heel bijzonder. Het was ook een boomsoort die in het verleden massaal werd aangeplant voor de houtwinning. Het hout werd onder andere gebruikt in de mijnbouw om de wanden onder de grond te stutten. En denk eens aan het Mastbos, ten zuiden van Breda. Daar werd precies veertien eeuwen geleden een stuk grond van 575 ha ingeplant met grove dennen. Lekker dicht tegen elkaar zodat de bomen kaarsrecht snel omhoog groeiden om met hun toppen tenminste nog wat zon en licht te vangen. Zo werden de stammen geschikt om te dienen als masten voor de schepen. Nu is het een recreatiebos.

Onder de boom in mijn bos ligt de bodem bezaaid met stroken hout die uit de boom zijn gevallen. Allemaal keurige smalle repen, alsof ze zo verknipt zijn.

De stroken hout zijn flinterdun en je zou ze zo kunnen gebruiken als fineer. Nog altijd zijn er van die lelijke dennenbossen waarbij je tegen een massa dood hout aankijkt. Beetje bij beetje krijgt de natuur er vat op, waait ze plat, vaak ook worden ze gekapt en komt er gevarieerd bos voor terug.

De schors van de Grove den bestaat als het ware uit platen die, naarmate de boom ouder wordt, steeds diepere groeven krijgt. Aan de binnenkant is de schors prachtig om te zien. De schors van een boom is de verharde buitenkant die bescherming moet bieden tegen virussen en vraat van insecten. Een den is eigenlijk alleen maar mooi als vliegden, als hij breed uitgegroeid in zijn eentje op de heide staat en een markante blikvanger wordt.

12 oktober 2014

De grijswitte Geweizwam (Xylaria hypoxilon) zie je nu op steeds meer plekken verschijnen maar eigenlijk zijn ze er het hele jaar wel. Ze vallen nu meer op vanwege hun lichte kleur. Die danken ze aan de massa ongeslachtelijke sporen die de takken hun eerste jaar een wittige kleur geven. Pas in hun tweede jaar worden ze zwart en dat komt doordat er dan geslachtelijke sporen verschijnen. Ze groeien op dood hout, vooral oude boomstronken zijn goede plekken. Deze schimmel behoort tot de zakjeszwammen.

De Witte koraalzwam (Clavulina coralloides) heeft ook een stekelachtig voorkomen en groeit op flink humeuze grond in loofbossen. Meestal zie je ze tussen het afgevallen blad nog net omhoog piepen. Het algemeen voorkomende zwammetje, dat altijd in kleine groepjes groeit, is saprofyt. Dit wil zeggen dat het zich vormt uit organisch materiaal op de bosbodem. Een lief zwammetje dat er teer uitziet.

Het Kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa) is een soort die in het naaldbos volop te vinden is. De kleur kan variŽren van licht naar wat donkerder geel of zelfs oranjeachtig. Het is een soort die weinig nodig heeft en genoegen neemt met droge arme grond. Desalniettemin een fleurige noot op de wat saaie bodem van deze bossen.

En dan nog de Rechte koraalzwam (Ramaria stricta). Deze minder algemeen voorkomende soort wil juist weer een voedingsrijke bodem. Hij groeit op takjes en stronken van dood hout in zowel loof- als naaldbos. Bij beschadiging verkleuren de takken naar roodbruin. Hij schijnt naar radijs te ruiken maar ik heb hem zelf nog nooit besnuffeld. De volgende keer dat ik hem zie zal ik het toch eens controleren.

11 oktober 2014

Aan de rand van het bos staan rasters om de zwijnen binnenboord te houden. Er waren wel eens tijden dat die tuinen en gazonnen omploegden en daar waren de mensen niet blij mee. Buiten de rasters liggen hier en daar nogal wat eikels, sommige bomen waren dit jaar gul en andere karig. Ik verzamel altijd een zak eikels voor slechte tijden, mochten die zich in de winter voordoen. Die strooi ik tijdens barre omstandigheden hier en daar in het rond voor het dierenleven. Gezien de hoeveelheid is dat een vrij nutteloze bezigheid natuurlijk, maar ach, een mens wil graag helpen. Afgelopen jaar was er geen winter en de zak eikels bleef in de garage staan waar ze nu overal liggen. Opgepeuzeld door de bosmuizen, die zitten er hoog en droog en dat bevalt ze goed.

De Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) begint alweer te bloeien. De toevoeging nudiflorum in de naam, geeft aan dat de bloemen op naakte takken verschijnen. Dat is nu nog niet het geval maar later in het jaar wel. Heel bijzonder aan de Winterjasmijn is dat deze ook assimileert (voedingstoffen aanmaakt) in de winter. Als je goed naar de bladloze takken kijkt, zie je overal groene verdikkingen, dat zijn hoopjes cellen met bladgroen, waardoor de assimilatie kan functioneren. Ook bijzonder is dat de bloemen van de Winterjasmijn ook in de winter stuifmeel leveren. Dat lijkt zinloos, geen insect komt er in de winter nog op af. Eigenlijk gaan alle processen die bij andere planten in de zomer plaatsvinden, bij de Winterjasmijn gewoon door in de winter, zolang de wortels maar zo diep kunnen gaan dat ze geen last hebben van de vorst.

Als ik tegen de avond de gordijnen dicht trek, zie ik een koppeltje Houtduiven op de takken van onze berkenboom zitten. Een van beide is wat naar links geschoven om nog wat beschutting te vinden in het nog aanwezige blad. Zou het niet elk jaar een schok zijn voor vogels dat ze niet meer kunnen schuilen in de bomen maar er open en bloot moeten overnachten? Ik vraag het me elke herfst weer af en het lijkt me niks.

9 oktober 2014

In het bos valt het behoorlijk tegen als je op zoek bent naar paddestoelen. Vanwege de mooie weken in augustus waarin nauwelijks of geen regen viel, is de bodem teveel uitgedroogd. Dat het sinds enige dagen behoorlijk plenst hier in het oosten, geeft hoop dat er toch nog wat te zien is binnenkort. De enkele soorten die er  nu nog staan zijn verregend en afgetakeld.

In dit najaar heb ik nauwelijks Amethistzwammen gevonden. Degene die er stonden waren bovendien erg klein. Gisteren vond ik er nog een. Vooral de onderkant is zeer fraai van kleur. Dat hij ook Rodekoolzwam genoemd wordt, zal geen verbazing wekken.

Eigenlijk wilde ik het pad waar deze aardster groeide niet in maar iets beweegt me telkens om het toch te doen. Jaren geleden vond ik hier een heleboel exemplaren van de Gekraagde aardster in alle stadia, een fantastische vondst die je niet zou verwachten in dit bos. Stilaan werd het minder met deze aardsterren, tot ze geheel verdwenen waren. Later vond ik op dezelfde plek enkele van de Gewimperde aardster, heel merkwaardig. Toen verdwenen die ook. De bosbodem kan veranderen door o.m. uitstoot van stikstof en als groeiplaats ongeschikt worden. Op die manier ben ik al vaker verrast door het verschijnen en weer verdwijnen van bijzondere zwammen. En verdraaid, gisteren vond ik opnieuw een Gewimperde aardster (Geastrum fimbriatum). Komt de mooie zwam weer terug? Of zou het een laatste stuiptrekking zijn van het nog aanwezige mycelium? Zal ik stiekem wat kalk gaan strooien? Daar houden ze van.......

Op een oude foto is te zien hoe in de jonge zwam de kraag ontstaat waaraan de gelijknamige aardster z'n naam ontleent. Als de slippen zich omlaag buigen en het sporenbolletje omhoog tillen, breken de slippen en vormen een kraag. Zou mijn laatste vondst dan misschien toch een nog niet rijpe Gekraagde aardster zijn (Geastrum triplex) ? Nu begin ik te twijfelen en zal ik er weldra opnieuw op uit moeten om de waarheid te achterhalen! Maar die ik gisteren vond was wel erg klein, dat zou weer voor de Gewimperde aardster pleiten..... We zullen het zien!

8 oktober 2014

In de volkstuin heb ik ook alweer iets verstoord. Onder een stapel stokken die ik wilde opruimen, kwamen deze slakkeneitjes tevoorschijn. Ze zijn van de Segrijnslak, ook wel Kleine wijngaardslak genoemd. Een wat grotere huisjesslak. Er zijn mensen die het leuk vinden slakken onder te brengen in een aquarium. In elk geval kun je dan veel leren over hun leefwijze. Zo kwam iemand aan de weet dat de jonge slakjes eerst het binnenste van het ei opeten totdat er alleen nog maar een vlies over blijft. Daar eet het slakje dan een gaatje in en kruipt erdoor naar buiten. Afhankelijk van de leeftijd van moeder slak, jong of oud, legt ze minder of meer eitjes, tot honderd stuks toe en daar doet ze dan 24 uur over.

Hadden we het bij de witte eitjes over een huisjesslak, de doorzichtige zijn van de naaktslak. Tijdens het koude seizoen gaan beide soorten in winterslaap. De huisjesslakken maken een dekseltje van slijm om zich te beschermen en daarin zit nog net een heel klein gaatje om lucht door te laten. anders zou de slak immers stikken. Als de huisjesslakken in de grond liggen, ligt het dekseltje altijd aan de bovenkant. Er zijn ook huisjesslakken die zich vastplakken op een glad oppervlak. Die vinden we dan onder onze vensterbanken, in de hoekjes van de ramen, op een deur of iets dergelijks. De naaktslakken kruipen een heel eind in de grond en na een maand of vier komen ze weer bovengronds om het leven te hervatten. Alleen grotere slakkensoorten doen een winterslaap. De kleine gaan dood en worden meestal niet ouder dan een jaar. Zelfs die slijmerige slakken zijn boeiende dieren, dat blijkt maar weer, en dit jaar waren er meer dan ooit.

7 oktober 2014

Bij het opruimen van een stapel keien in de tuin trof ik een Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) aan die ik stoorde in zijn winterrust. Altijd vervelend als je zoiets merkt. Door de warmte van mijn hand werd hij al snel weer actief en ik heb hem maar gauw op een geschikt plekje neergezet waar hij veilig kon wegkruipen. Het is altijd goed om in de hoeken van je tuin een stapeltje dakpannen, wat stenen of hout te leggen voor dat doel. Deze salamandersoort verlaat al vroeg het water, de volwassen dieren doen dat al begin juli.

Een jaar of wat geleden heb ik de vijver opnieuw aangelegd, zodat hij groter werd. Het water heb ik in een groot opblaasbaar bad gedaan om te voorkomen dat het dierlijke leven verloren zou gaan. Toen bleek hoeveel jonge salamanderlarven er wel niet in het water zaten. Het was een enorm karwei al die waterbeestjes te verzamelen.

De larven hebben een huid die niet kan groeien, dus moeten ze meerdere malen vervellen. Als de eitjes op een juist moment gelegd zijn, kunnen de larven in zes tot negen weken uitgroeien tot juvenielen. Ze zien er heel leuk uit met die kwastachtige kieuwen, net kleine clowntjes. Larven blijven vaak 's winters in het water en dan wordt in het voorjaar de uiteindelijke metamorfose afgerond. Een watersalamander kan wel een jaar of vier oud worden. Het geweldige aan dit amfibie is dat het beschadigde lichaamsdelen kan vervangen door nieuwe, zelfs de ogen. Als hij in het water leeft is zijn huid glad, wordt hij verziend en ademt hij door zijn huid. Af en toe steekt hij zijn neus boven water om via zijn longen de luchtvoorraad te verversen, dat is ook nodig voor het zwemmen en drijven.  Hij krijgt ook nog een afgeplatte staart en tijdelijke zwemvliezen tussen de tenen zodat hij helemaal is uitgerust voor het waterleven. Als hij het water verlaat en op het  land verder leeft, krijgt hij een droge stugge huid, wordt weer bijziend en ademt door zijn neus. Dat is toch fenomenaal! Wij mensen zijn er helemaal niets bij, al vinden wij onszelf geweldig. In de natuur is menig dier ons op punten echter fysiek de baas.

5 oktober 2014

Zo'n vlinder die zich behaaglijk voelt in de warmte van een laatste mooie nazomerdag en zorgeloos van bloem naar bloem fladdert, zich onbewust van de kilte en regen die de volgende dag zal brengen, soms zou ik wel zo'n vlinder willen zijn.

4 oktober 2014

Vandaag een enkele bloem als ode aan de prachtige nazomer die we kregen. Het is de Dagkoekoeksbloem (Silene dioica). Maar liefst twee seizoenen geeft deze plant ons bloemen; hoe kouder het wordt hoe schuchterder ze dat doet door het stevige zomerroze te vervangen door het bleke van de herfst. Ik las eens ergens dat lang geleden huwbare maagden stelen plukten die nog geheel in knop zaten. Die knoppen werden voorzien van namen van manspersonen die als mogelijk huwelijkspartner gezien werden door de dames. De knop die het eerste open ging, gaf de naam prijs van de beste huwelijkskandidaat. De vraag is alleen of de persoon in kwestie daar dan ook zin in had! Maar dat vertelde het verhaal niet.

De naam Koekoeksbloem ontstond volgens het geschrevene in het boek 'Planten en hun namen' in de Overijsselse Achterhoek waar mensen deze naam in verband brachten met het verschijnen van de Koekoek, die in diezelfde tijd vanuit zijn winterverblijf weer in ons land verscheen. Maar de tijdstippen van bloei en vogelkomst verschillen nog wel eens. Er wordt dan ook wel eens geopperd dat de naam van de plant verband zou kunnen hebben met de activiteiten van de Schuimcicade. Die maakt in allerlei bloemen, ook in de Koekoeksbloem een schuim aan waarin de larven leven en dat koekoeksspog genoemd wordt.

Soms is de Koekoeksbloem niet roze maar wit; het komt niet vaak voor. Ik fotografeerde dit exemplaar in mijn eigen moestuin waar hij zomaar opeens verscheen. De wit bloeiende heeft overigens niets te maken met de Avondkoekoeksbloem, die zoals de naam al aangeeft, in de schemer begint te bloeien.

3 oktober 2014

Ik heb de laatste tijd wel meer vlinders opgevoerd maar dat er in deze tijd van het jaar nog zoveel soorten rondvliegen, mag best wat aandacht krijgen. Samen met de Koninginnepage (waarvan ik dit jaar helaas geen rupsen vond) is naar mijn smaak de Dagpauwoog (Aglais io) de mooiste vlinder. Ik zag maar liefst negen stuks op deze Herfstaster in mijn moestuin. De overwinterende vlinders leggen in het late voorjaar eitjes en de daaruit komende vlinders vliegen vanaf eind juni tot ongeveer september. De exemplaren die je nu ziet zijn zo gaaf dat ik me afvraag of dit soms een tweede generatie is. Dat komt zelden voor maar in deze zomer zou het misschien kunnen.

De prachtige ogen van de vlinder vormen een geweldig voorbeeld van mimicry. Je doet je voor als iets dat je niet bent en vergroot daarmee je veiligheid. Als je de Dagpauwoog zo ziet, lijkt het net een gezichtje met een paar trouwe "hondenogen".  Het is een sterke vlinder die grote afstanden kan afleggen. Als het weldra kouder gaat worden zoekt hij een plek om te overwinteren.

Op dezelfde Herfstaster vloog ook een mooie Atalanta (Vanessa atalanta). Ik heb in de moestuin verschillende soorten van deze planten staan maar alleen op deze ene soort zitten vlinders. Ik kan geen andere reden bedenken dan dat de bloemen van juist deze plant de meeste nectar in de aanbieding hebben. De vlinders overleven onze winters niet, evenmin hun rupsen. Het is een trekvlinder en hij komt in de zomer naar ons toegevlogen vanuit het zuiden van Europa. In de herfst vliegt hij retour. Hoe is het toch mogelijk hŤ, zo'n teer insect.   

In onze eigen tuin vloog gisteren nog een Gehakkelde aurelia (Vanessa c-alba). Het is bijna niet te geloven dat een vlinder die met samengevouwen vleugels op een dood blaadje lijkt, er zo prachtig uitziet als ze haar vleugels opent. Als je Vanessa heet, moet men over "zij" schrijven, vind ik. Verschil moet er wezen. In mijn vlinderboek met tekeningen van de beroemde vader en zoon Sepp, vertelt de schrijver: "Lang heb ik getwijfeld of de vlinder wel een inwoonder van Nederland was, tot dat mij eindelijk zulks door meer dan eenen liefhebber verzekerd wierd, welke denzelven hadden zien vliegen". Nog een paar dagen kunnen we van deze mooie insecten genieten, weersverslechtering ligt op de loer. Jammer maar het is niet anders.

2 oktober 2014

Als je op een plantenblad, tegels of muren iets knalroods ziet, zou dat de Fluweelmijt (Eutrombidium rostratus) kunnen zijn, een van de grootste mijten. Evengoed nog een mini-beestje van maar 2 mm. Mijten heb je in allerlei soorten, lastige en nuttige en ze zitten overal. Mensen hebben er soms vreselijk last van, net als dieren trouwens. Er bestaan rovende, parasiterende en gravende mijten, ze leven in de bodem, het water of zelfs in de mensenhuid.

Dieren hebben er vaak last van, zoals deze Mestkever. Als je een paar van deze kevers oppakt en hun buiken bekijkt, sta je versteld van hoeveel mijten er vaak op zitten. Maar ze doen in dit geval de kever geen kwaad, ze gebruiken hem alleen om een eindje op mee te liften.

Teken zijn ook mijten, en van muis tot edelhert heeft er last van. Ze kunnen zoveel bloed zuigen dat een dier er door bloedarmoede aan kan doodgaan. Teken zijn ook niet vies van mensen. Liep je ze vroeger alleen op als je door hoog gras of ruig terrein liep, tegenwoordig loop je ze al op als je in de tuin werkt. Iedereen weet onderhand wel dat je er een nare ziekte van kunt krijgen. Maar als je ze voelt jeuken en ze binnen 24 uur uit je huid verwijdert, gebeurt er niets. Deze week werd een nieuw museum bij Artis in Amsterdam geopend, heel toepasselijk "Micropia" genaamd. Alle mogelijke micro-organismen zijn er te zien. "3D-kijkers die met camera's op de oculairs van microscopen de wondere wereld zichtbaar maken op een scherm". Het lijkt me fantastisch om al die kleine engerdjes eens te gaan bekijken.  Van een afstandje, dat wel!

1 oktober 2014

Als je door een bos wandelt kom je van tijd tot tijd afgesloten paden tegen met bordjes die vermelden dat het wild hier een rustige plek is gegund. Vaak word je echter in de maling genomen omdat jagers weten hoeveel weerzin er is tegen het afschieten van dieren. Aan het vast gereden pad is duidelijk te zien dat hier regelmatig auto's komen en op het bordje staat ook niet "verboden toegang" maar "geen vrije toegang", hetgeen betekent dat de een er wel, maar de ander er niet mag komen, al naar gelang zijn intentie.

Als je dan het bord "niet ziet" en het pad eens oploopt, kom je vaak op plekken waar jagers het terrein hebben ingericht om zonder veel moeite dieren af te schieten, hier speciaal voor het afschot van edelherten. Dit jaar mogen/moeten  er op de Veluwe 1.400 stuks doodgeschoten worden. De tijd die daarvoor is loopt van 1 augustus tot 15 mei. Vorig jaar nam de Tweede Kamer een motie aan om haar zorgen aan de Provincie Gelderland over te brengen in verband met  het afschot tijdens de draag- en zoogtijd. De Provincie nam de bezorgdheid ter kennisneming aan....

En wat te denken van de opdracht 3.300 wilde zwijnen te moeten afschieten. Een derde meer dan vorig jaar dankzij de zachte winter die we hebben gehad. Dat er zoveel weerstand is tegen deze massale vernietiging van dieren, is natuurlijk geen wonder. In eerste instantie gaat het weliswaar om veiligheid en overlast, verkeersongelukken en landbouwschade. Maar elk jaar wordt ook een streefgetal vastgesteld van het aantal gewenste dieren. Toch schuurt het allemaal. Als ieder jaar zo ontzettend veel dieren moeten worden afgeschoten, kun je twee dingen vaststellen. 1: Er worden niet genoeg preventieve maatregelen genomen tegen schade. 2: Het wordt hoog tijd de natuur eens een paar jaren haar gang te laten gaan om te bezien hoe die zich onder normale omstandigheden gaat ontwikkelen. Hier en daar, maar veel te weinig, gebeurt dit nu.

30 september 2014

Op een pad vond ik op de bosbodem meerdere vervellinghuidjes van de Meriansborstel. Ik heb ze samen even neergelegd op een tak van de Lariks om ze te fotograferen. Als een rups wil verpoppen, moet hij zijn laatste velletje afstropen en daaronder vandaan verschijnt de pop. Al wiebelend en kronkelend wurmt de rups  zich uit zijn laatste kleedje; dat blijft als een propje achter. Heel grappig, al die pluisjes met dat rode staartje.

Ook al zie je de vogel niet, je weet toch dat hij in het bos woont vanwege de veren die hij verliest. Dit is de veer van een Sperwer, hij dwarrelde neer op een mooi stuk dood hout. Het aantal sperwers is hier in het oosten sterk verminderd als gevolg van de intensieve bejaging door de Havik. Die laatste moest noodgedwongen zijn voedselpatroon aanpassen omdat de houtduiven uit het bos verdwenen. Broedde de Sperwer aanvankelijk in het naaldbos, tegenwoordig doet hij dat ook in loof- en gemengde bossen. De bejaging door de Havik dreef hem zelfs naar de grote steden waar inmiddels honderden paartjes broeden. In de winter komt de Sperwer vaak naar de tuinen waar veel gevoerd wordt. De vele met voer gelokte kleine vogels op de voerplank fungeren in die tijd als bitterballen in de friteskraam voor de mens, moeiteloos te bemachtigen.

Onderweg kwam ik een mestkever tegen die verwoede pogingen deed op een Porseleinzwam te klimmen. Hoe hij zich ook met zijn pootjes vastklampte, hij slaagde er niet in.

Ik gaf hem "een kontje" om hem hogerop te helpen maar ook dat leverde niet het gewenste resultaat op.  De Porseleinzwam heeft een slijmerige, gladde laag op de hoed en de mestkever gleed er net zo hard weer af als ik hem erop had geholpen. Nou ja, dan maar niet.

28 september 2014

De zon staat nu zo ver van ons verwijderd dat haar warmte niet langer in staat is het gras te drogen. De grassprieten staan te dicht op elkaar en de zonnestralen kunnen er door de schuine stand niet meer induiken om ze te drogen. Zelfs aan het eind van zo'n mooie dag als we ook vandaag weer hebben, is het gazon nat. Als een mooie warme dag wordt gevormd door een koude nacht zijn de condities perfect voor de vorming van dauw. Onze taal is doorwoekerd met spreekwoorden en gezegden, zelfs over dauw: "Overvloed van dauw maakt de hemel blauw".

Ik had hem weg willen hebben op de plek waar hij stond, dus groef ik het Koninginnekruid uit de border. Maar zie, er bleven toch wat wortels achter en halverwege de zomer kwam de plant alweer een aardig eindje bovengronds. En terwijl het niet de tijd is, bloeit het Koninginnekruid toch nog steeds wat door en lokt meteen op een zonnige dag de vlinders weer. Dat is het leuke met planten, kortwiek ze voor de langste dag en ze bloeien nog laat in het jaar. In de tuin vlogen niet alleen vosjes maar ook nog steeds zandoogjes en zelfs een Citroenvlinder. Zo denk je dat de zomer voorbij is, en zo keert hij weer even op z'n schreden terug. Heerlijk hoor!

27 september 2014

In Hagenau, behorend tot park Veluwezoom, werden lang geleden op verschillende plekken  exemplaren van de Paviakastanje geplant, een soort met heel mooi blad. Soms kom je skeletten van deze bomen tegen die de tand des tijds niet hebben doorstaan, elders vind je bomen die er nog florissant bijstaan.

De boom die er nog fris en gezond bijstaat heeft maar liefst drie stammen. Dit jaar levert hij  geen kastanjes.

Een honderdtal meters verderop staan ook een paar Paviakastanjes. Ze groeien vlakbij een grote drinkplaats die lang geleden werd aangelegd in het bos. Daar lag de grond bezaaid met het verdorde blad dat al van de bomen was gevallen. Zo dicht bij elkaar en toch zo'n verschil in ontwikkeling, raadselachtig. Hoewel bijna alle kastanjebomen in ons land te maken krijgen met de beruchte ziekte die eerst wonden in hun stammen maakt en daarna de schors doet loslaten, zien de bomen in Hagenau er goed uit. Misschien toch hun ouderdom?

26 september 2014

Ik hoorde nog maar op een enkel plekje de Boskrekel (Nemobius sylvestris) zingen. En zowaar kon ik er een fotograferen, waarschijnlijk omdat hij wat verstrikt zat in wat takjes en daardoor niet zo snel weg kon springen. Deze krekel wordt voornamelijk gezien in juli, augustus en september. Het vrouwtje legt tegen de 200 eitjes in de bosbodem, verspreid over deze maanden. De eitjes overwinteren en komen pas volgende zomer uit. De Boskrekel kan niet vliegen en verplaatst zich door te springen, dat kan hij als de beste.

Dit leuke kleine sprinkhaantje trof ik aan in onze tuin. Ik ben er nog niet in geslaagd een naam te achterhalen.

De gewone Bruine sprinkhaan is de meest algemene in ons land en die zie ik dan ook regelmatig in mijn moestuin. Het grappige van sprinkhanen is dat zij zich laten horen als de broedvogels er meer en meer het zwijgen toedoen, maar tegen oktober houden ook de sprinkhanen het voor gezien. De Bruine sprinkhaan is overal te vinden waar maar kale grond is, zelfs in de steden wordt hij wel aangetroffen. Deze sprinkhanen leggen hun eitjes in pakketjes schuim die hard worden in de buitenlucht maar vanbinnen zacht blijven. Deze insecten vormen een geliefd voedsel voor hagedissen.

25 september 2014

Het jochie dat mij kinderpostzegels verkocht aan de deur was net weg en ik ging op pad om een brief te posten. Waar de brievenbus hing lag het werkelijk bezaaid met hazelnoten. Ik begon er wat op te rapen met de bedoeling ze te zijner tijd op de "vogelvoedertafel" te leggen. Prompt kwam er een knulletje aan dat me met zijn bruine ogen verwachtingsvol aankeek: wilt u alstublieft kinderpostzegels van mij kopen, vroeg hij. Ik kon het hem gewoon niet aandoen om te weigeren en zei hem: ik doe het als jij voor mij 25 hazelnoten raapt. Dat was natuurlijk een domme impuls want die kindertjes rennen na schooltijd overal rond met hun lijsten en in een ommezien werd ik omringd door vijf jongens en meisjes die zeiden ook wel hazelnoten te willen rapen. En zo ging ik met de jaszakken vol noten naar huis en een hoop geld minder. Maar vooruit, er zijn tenminste drie winnaars, de kinderen, de gaaien en ik die straks weer zit te genieten van al dat vogelspul dat komt eten. De hazelnoten die dan nog overblijven strooi ik uit voor onze bosmuizen.

Dit leuke insect, dat ook op de intropagina van deze website staat afgebeeld is de snuitkever Hazelnootboorder (Curculio nucum). Het vrouwtje legt haar eitje in de jonge hazelnoot die op dat moment nog zacht genoeg is. Maar als de larve groeit, ontwikkelt zich ook de hazelnoot waarvan het omhulsel zo hard wordt dat wij mensen het slechts met een notenkraker kunnen openen. Nee, dan de larve, die knaagt zich gewoon een weg naar buiten. Ziet dit beestje er niet schattig uit? Het is nog geen centimeter groot.

Als je er bij stilstaat moet je wel weer tot de conclusie komen dat onze mensenwereld waanzinnig onlogisch in elkaar zit. In mijn woonplaats zijn Boomhazelaars jaren geleden in een woonstraat aangeplant en ze staan ook langs een speelveld. Op straat worden de noten nu plat gereden door auto's en fietsers, de stoepen worden door veegauto's "schoongemaakt" en wat op het speelveld terecht is gekomen vormt de hele winter voedsel voor de kauwen en roeken die er nu al massaal zitten. Waarom toch al die voor vogels en muizen waardevolle noten opruimen en niet ergens waar ze nuttig zijn neer kieperen?  Het zou toch een prachtige tijdelijke baan zijn, iemand die met een kruiwagen door zo'n straat loopt en al dat gratis vogelvoer helpt te verplaatsen, het bos is vlakbij! Schakel er kinderen voor in, die zouden het prachtig vinden.  Maar nee, onze wereld is te gecultiveerd geworden en hoe minder banen er zijn hoe minder er betaald hoeft te worden en de Boomhazelaars worden na geklaag van aanwonenden vast wel weer een keer geveld.

24 september 2014

De voorraadschuur die een volkstuin is, begint aardig leeg te worden. Nog wat bietjes, kropjes sla en dan is het wel gebeurd. De tijd van opruimen is gearriveerd zodat de bodem weer tot rust kan komen en onberoerd kan worden overgelaten aan de komende seizoenen. Er staan nog steeds bloeiende planten waarop insecten afkomen maar de imkers, hier vlakbij, halen hun honingbijen stilaan naar huis om ze te verzorgen en op stal te houden gedurende de koude bloemloze tijd.

Verrassend is het nog bloeiende en vruchtdragende aardbeiplanten te ontdekken. De zoete verleidelijk  rode vruchten gaan niet mee naar huis maar verdwijnen stuk voor stuk in mijn mond. Nooit smaken ze zo lekker als wanneer het de eerste of de laatste zijn. Net als het handje frambozen dat ik verzaligd op peuzel tijdens het wieden en ruimen. Nog een appeltje toe en ik heb mijn portie gezond weer gehad.

Thuis staan in de vensterbank nog een paar tomatenplanten. Bij een restaurantbezoek in juli trof ik in de geserveerde pasta beeldschone tomaatjes aan. Nog kleiner dan een knikker en ik had ze nog nooit gezien. Ik heb een stel van die rode miniatuurtjes uit mijn bord gevist en thuis meteen gezaaid. Dat wordt niks meer, riepen de geroutineerde tuinders op de volkstuin, veel te laat gezaaid! Maar ze rekenden buiten de waard; ik heb de planten vertroeteld, gemest, getrild om de bevruchting te bewerkstelligen, toegesproken, aangemoedigd en elke nacht binnenshuis gezet om ze geen kou te laten lijden. En zie, sinds een paar dagen zijn ze aan het kleuren, van knalgroen, via geel naar oranje en binnenkort knalrood. En dan heb ik meteen weer wat uit te delen bij de plantenruil van mijn tuinclub: de kleinste tomaatjes op aarde!

De appelboompjes op mijn volkstuin hebben weer heel veel vrucht gedragen. Ik vind het een wonder want er is nooit een jaar dat er maar weinig aan zit. Nu staan er een paar emmers vol in de garage te wachten op verwerking tot moes waarvan we tijdens de winter kunnen smullen. Wat dit betreft zijn wij mensen niet anders dan de Gaai en de Eekhoorn al verbeelden wij ons soms iets anders.

23 september 2014

Het is herfst. De zon heeft haar handtekening ter afsluiting geschreven op de stam van een boom. Nog even en die zal, net als het zomerseizoen, verdwenen zijn als alle blad van de bomen is gevallen en het bos er weer kaal en kleurloos bij zal staan. Vogels zullen zich niet meer in de kronen kunnen verschuilen en alternatieve behuizingen moeten opzoeken. De bosbodem zal worden toegedekt met een dikke beschuttende bladlaag waarin veel insecten zullen overwinteren. Zo wint het een en verliest het andere.

Nog maar een paar dagen geleden zag ik in de tuin deze mooie verse Dagpauwoog (Aglais io). De Dagpauwoog is een van de fraaiste dagvlinders die we in ons land kennen en overwintert als imago. De ogen op de vleugels van de vlinder dienen ter afschrikking van vijanden, en het helpt, zo is vastgesteld. De tweede generatie Dagpauwoog vliegt tot in oktober. Vanwege het schitterende weer dat we cadeau kregen, verscheen bij diverse vlinders een derde generatie.

Het Bont zandoogje (Pararge aegeria) beleefde een topjaar, nog nooit eerder zag ik er zoveel. Tot voor een paar dagen zag je ze samen rond wiekelen door de lucht, om elkaar heen draaiend in een razendsnel tempo. Bosranden en bossen zijn de belangrijkste leefgebieden van dit aardige vlindertje. Van deze soort overwinteren de rupsen en de poppen. Je ziet ze het hele jaar door omdat ze meerdere generaties voortbrengen. De hele levenscyclus van een enkele vlinder bedraagt niet meer dan zeven weken. De rupsen voeden zich hoofdzakelijk met grassoorten.

Ook de Gehakkelde aurelia (Polygonia C-album)  zag ik nog zitten op het Koninginnekruid dat ik wat had teruggeknipt zodat er nog enige nieuwe bloei kwam. Omdat vlinders als alle insecten koudbloedig zijn, hebben ze zonnewarmte nodig om de vleugels uit te kunnen slaan. Nu het opeens zo fris is geworden zullen we ze dus minder zien; ze hebben een lichaamstemperatuur van minimaal 20 graden nodig om actief te kunnen worden en gedijt bij mťťr warmte. De vlinder overwintert op een luwe plek in een boomspleet, tussen takkenstapels of boomwortels.

Topper in deze lijst was wel de Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas) die vloog op een van de vele herfstastersoorten. Deze vlinder zie je niet bij de bossen, het is een soort die in de duinen, de bermen met veldzuring en schapenzuring, en in de buurt van bloemrijke graslanden vliegen. En daar zag ik deze dan ook in een tuin die daaraan grensde. Behalve de temperatuur speelt de wind natuurlijk ook een rol bij het vermogen te kunnen vliegen maar verbazingwekkend genoeg stoppen vlinders pas met vliegen bij windkracht 8, en dat is heel stevig. Onvoorstelbaar dat die kleine wezentjes het zo lang kunnen volhouden op dit punt. Als het binnenkort steeds kouder gaat worden zullen soorten van onze dagvlinders een plek zoeken om te overwinteren terwijl de trekvlinders zich laten meevoeren op de wind naar warmere oorden. Ook dat vindt ik al zo'n wonder. Ik ga ze missen, die fleurige vliegertjes die de zomerdagen zo vrolijk kleuren.

naar boven